“…ziet, dat volk zal alleen wonen, en het zal onder de heidenen niet gerekend worden.”—Numeri 23:9
Wie zou er onder de volken willen wonen en met hen meegeteld willen worden?
Zelfs in de belijdende kerk is het heel moeilijk om de Heere volledig te volgen. Alles loopt daar zo door elkaar dat men vaak verzucht: “O, een schuilplaats in een uitgestrekte wildernis.”
Zeker is dat de Heere wil dat Zijn volk een afgezonderde weg gaat, apart van de wereld, en zich duidelijk en zichtbaar van haar losmaakt. Wij zijn apart gezet door Gods besluit, door Zijn koopprijs en Zijn roeping, en wat wij innerlijk hebben ervaren, maakt ons heel anders dan de mensen van de wereld. Daarom is onze plaats niet op hun Kermis der IJdelheid en niet in hun Stad van Verderf, maar op de smalle weg, waar alle echte pelgrims hun Heere moeten volgen.
Dit kan ons niet alleen verzoenen met de kille houding en de spot van de wereld, het kan ons zelfs helpen die met blijdschap te aanvaarden als een deel van ons verbondserfdeel.
Onze namen staan niet in hetzelfde boek, wij zijn niet van hetzelfde zaad, wij zijn niet op weg naar dezelfde plaats en wij vertrouwen niet op dezelfde leidsman. Daarom is het goed dat wij niet bij hen horen. Laat ons maar gevonden worden onder de verlosten, dan zijn wij tevreden om tot het einde toe apart en alleen te staan.

