“Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, zal van den tweeden dood niet beschadigd worden.”—Openbaring 2:11
De eerste dood moeten wij ondergaan, tenzij de Heere plotseling naar Zijn tempel komt. Laten wij daarvoor klaarstaan en haar zonder vrees afwachten, omdat Jezus de dood heeft veranderd van een sombere grot in een doorgang naar de heerlijkheid.
Wat wij moeten vrezen is niet de eerste maar de tweede dood, niet het scheiden van ziel en lichaam, maar de uiteindelijke scheiding van de hele mens van God. Dat is pas echt de dood. Deze dood slaat alle vrede, vreugde, geluk en hoop dood. Als God weg is, is alles weg. Zo’n dood is veel erger dan ophouden te bestaan: het is bestaan zonder het leven dat het bestaan de moeite waard maakt.
Als wij nu door Gods genade tot het einde doorstrijden en in de heerlijke strijd overwinnen, kan geen tweede dood ons met zijn koude vinger aanraken. Wij zullen niet bang zijn voor dood en hel, want wij zullen een kroon des levens ontvangen die niet verwelkt. Wat geeft dit ons kracht voor de strijd! Eeuwig leven is een strijd van een heel leven waard. Het is de moeite waard ons een heel leven in te spannen om de schade van de tweede dood te ontlopen.
Heere, geef ons geloof, zodat wij overwinnen, en schenk ons dan genade om
ongedeerd te blijven, ook als zonde en de satan ons op de hielen zitten!

