“God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden.”—Psalm 46:2
Hulp die er niet is wanneer we haar nodig hebben, is weinig waard. Het anker dat thuis is gebleven, helpt de zeeman niet in het uur van de storm. Het geld dat hij vroeger had, is niets waard voor de schuldenaar als de deurwaarder voor de deur staat. Weinig aardse hulp is “krachtelijk” nabij te noemen: meestal is ze ver weg als we haar zoeken, ver weg als we haar gebruiken en nog verder weg als we haar eenmaal hebben gebruikt. Maar de Heere, onze God, is er als wij Hem zoeken, er als wij Hem nodig hebben en er als wij Zijn hulp al hebben ontvangen.
Hij is meer dan “aanwezig”, Hij is zeer nabij. Dichterbij dan de beste vriend kan zijn, want Hij is in ons, midden in onze nood. Dichterbij dan wij bij onszelf zijn, want soms ontbreekt het ons aan tegenwoordigheid van geest. Hij is altijd nabij, met kracht nabij, met medeleven nabij, volledig nabij. Hij is nu nabij, ook als dit een sombere tijd is. Laten we op Hem rusten.
Hij is onze toevlucht, laten we ons in Hem verbergen. Hij is onze sterkte, laten we ons met Hem wapenen. Hij is onze hulp, laten we op Hem leunen. Hij is onze zeer nabije hulp, laten we nu bij Hem tot rust komen. We hoeven ons geen moment zorgen te maken of bang te zijn. “De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek.”

