“…maar het gebed der oprechten is Zijn welgevallen.”—Spreuken 15:8
Dit is zo goed als een belofte, want het zegt een feit dat nu geldt en dat in alle eeuwen hetzelfde zal zijn. God heeft groot behagen in de gebeden van oprechte mensen. Hij noemt ze zelfs Zijn welgevallen. Onze eerste zorg is om oprecht te zijn. Buig niet naar de ene kant of de andere, maar blijf oprecht. Wees niet krom door sluwheid en ook niet plat op de grond door voor het kwaad te zwichten, maar wees oprecht in volkomen eerlijkheid en
rechtlijnigheid. Als wij beginnen te draaien en te schuiven, worden wij aan ons lot overgelaten. Als wij kromme wegen proberen, zullen wij merken dat wij niet kunnen bidden. En als wij toch doen alsof, zullen wij merken dat onze gebeden buiten de hemel blijven.
Handelen wij in een rechte lijn en volgen wij zo de geopenbaarde wil van de Heere?
Laten wij dan veel bidden en in geloof bidden. Als ons gebed Gods vreugde is, laten wij Hem dan niet verstoken van wat Hem plezier geeft. Hij let niet op de grammatica ervan, noch op de wijsgerige diepgang, noch op de redekunst. In dat alles zouden mensen het gebed misschien minachten. Maar Hij, als een Vader, schept behagen in het gebrabbel van Zijn eigen kleintjes, in het stamelen van Zijn pasgeboren zonen en dochters. Moeten wij dan niet vreugde hebben in het gebed, nu de Heere er vreugde in heeft? Laten wij redenen zoeken om naar de troon te gaan. De Heere geeft ons genoeg redenen om te bidden, en wij mogen Hem danken dat het zo is.

