“Ik zal de hittigheid Mijns toorns niet uitvoeren; Ik zal niet wederkeren om Efraim te verderven; want Ik ben God en geen mens”—Hosea 11:9.
Zo maakt de Heere Zijn sparende barmhartigheid bekend. Misschien rust Gods zware misnoegen nu op de lezer en bedreigt alles hem met een snelle ondergang. Laat deze tekst hem overeind houden, zodat hij niet wanhoopt. De Heere nodigt je nu uit om je wegen te overdenken en je zonden te belijden. Als Hij een mens was geweest, had Hij je allang afgesneden. Als Hij nu zou handelen zoals mensen doen, dan zou het één woord en één klap zijn, en dan was het met jou gedaan. Maar zo is het niet, want “gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen”. Je oordeelt terecht dat Hij toornig is. Maar Hij behoudt Zijn toorn niet voor altijd: als je je van de zonde tot Jezus keert, zal God Zich van Zijn toorn afkeren. Omdat God God is en geen mens, is er nog vergeving voor jou, ook al sta je tot aan je keel in de ongerechtigheid. Je hebt met God te maken en niet met een harde mens, of zelfs maar met een mens die alleen rechtvaardig is. Geen mens zou geduld met jou kunnen hebben. Je zou zelfs een engel hebben uitgeput, zoals jij jouw bedroefde Vader hebt vermoeid. Maar God is lankmoedig. Kom, en waag het meteen met Hem. Belijd, geloof en keer je af van je boze weg, en je zult behouden worden.

