“En die man zal zijn als een verberging tegen den wind, en een schuilplaats tegen den vloed”—Jesaja 32:2
Wie deze Man is, weten wij allen. Wie zou het anders kunnen zijn dan de tweede Mens, de Heere uit de hemel, de man van smarten, de Mensenzoon? Wat is Hij een schuilplaats geweest voor Zijn volk! Hij vangt Zelf de volle kracht van de wind op, en zo beschut Hij hen die zich in Hem verbergen. Zo zijn wij aan Gods toorn ontkomen, en zo zullen wij ontkomen aan de woede van mensen, aan de zorgen van dit leven en aan de angst voor de dood.
Waarom blijven wij in de wind staan als wij er zo gemakkelijk en zeker uit kunnen komen door ons achter onze Heere te verbergen? Laten wij vandaag naar Hem toe rennen en rust vinden.
Vaak neemt de gewone wind van moeilijkheden in kracht toe en wordt een storm die alles meesleurt. Dingen die vast en stevig leken, wankelen in de vlaag, en groot is de val van menig vleselijk vertrouwen. Onze Heere Jezus, de heerlijke Man, is een schuilplaats die nooit omver wordt geblazen. In Hem zien wij de storm voorbijrazen, maar wijzelf rusten in heerlijke stilte.
Laten wij ons vandaag in onze schuilplaats terugtrekken en daar zitten zingen onder de bescherming van onze Schuilplaats. Gezegende Jezus! Gezegende Jezus! Wat houden wij van U! En terecht, want U bent voor ons een toevlucht in tijden van storm.

