“…maar God zal met ulieden wezen…”—Genesis 48:21
De goede oude Jakob kon niet langer bij Jozef zijn, want zijn uur om te sterven was gekomen. Toch liet hij zijn zoon zonder zorgen achter, want hij zei vol vertrouwen: “God zal met ulieden wezen.” Als onze liefste familieleden of onze behulpzaamste vrienden door de dood naar huis worden geroepen, moeten we ons troosten met de gedachte dat de Heere niet van ons is weggegaan, maar voor ons leeft en voor altijd bij ons blijft.
Als God met ons is, zijn we in edel gezelschap, ook al zijn we arm en veracht. Als God met ons is, hebben we meer dan genoeg kracht, want niets is de Heere te moeilijk. Als God met ons is, zijn we altijd veilig, want niemand kan hen kwaad doen die onder Zijn schaduw wandelen. Wat een vreugde is dit! God is niet alleen met ons, Hij zal ook met ons zijn. Met ons als enkelingen, met ons als gezinnen, met ons als gemeenten. Betekent de Naam Jezus zelf, Immanuël, niet: God met ons?
Is dit niet het allerbeste: dat God met ons is? Laten we dapper en ijverig zijn, blij en vol hoop. Onze zaak moet slagen, de waarheid moet zegevieren, want de Heere is met wie met Hem zijn. Mocht elke gelovige die “Faith’s Check Book” opslaat, deze heerlijke belofte de hele dag koesteren. Groter geluk is niet mogelijk.

