BIJBELS DAGBOEK
C. H. SPURGEON

Voor Iedere Avond | 1 juni
1 juni — Avond
“…Hij zal haar woestijn maken als Eden…”—Jesaja 51:3
Het is alsof ik in een visioen een barre woestenij zie, een grote, verschrikkelijke woestijn, zoals de Sahara. Ik zie niets wat het oog verkwikt. Overal om me heen vermoeit het oog zich aan heet, droog zand, bezaaid met tienduizenden bleekwitte skeletten van ongelukkige mensen die in doodsangst zijn gestorven nadat ze in de meedogenloze wildernis de weg kwijt waren. Wat een afschuwelijk gezicht! Hoe vreselijk! Een zandzee zonder grens en zonder oase, een troosteloos kerkhof voor een verloren mensheid! Maar kijk en verwonder je! Plotseling zie ik uit het brandende zand een beroemde plant opschieten; terwijl hij groeit, krijgt hij een knop, de knop gaat open: het is een roos, en naast haar buigt een lelie haar bescheiden hoofd. En, wonder boven wonder, terwijl de geur van die bloemen zich verspreidt, verandert de woestijn in een vruchtbaar veld en bloeit alles rondom overvloedig; de heerlijkheid van Libanon is eraan gegeven, de pracht van Karmel en Saron. Noem het niet langer Sahara, noem het Paradijs. Spreek er niet langer van als het dal van de schaduw des doods, want waar de skeletten bleekten in de zon, zie, daar wordt een opstanding aangekondigd, en de doden springen op, een machtig leger vol onsterfelijk leven. Jezus is die beroemde plant, en Zijn tegenwoordigheid maakt alles nieuw. Het wonder is niet minder groot bij de redding van ieder mens. Daar zie ik jou, beste lezer, als zuigeling weggegooid, niet in doeken gewikkeld, niet gewassen, bevuild met je eigen bloed, achtergelaten als voedsel voor roofdieren. Maar zie, een goddelijke hand heeft een juweel in je schoot gelegd, en omwille ervan heeft de goddelijke voorzienigheid medelijden met je gehad en je verzorgd. Je bent gewassen en gereinigd van je bevuiling, je bent opgenomen in het gezin van de hemel, het mooie zegel van de liefde staat op je voorhoofd en de ring van trouw zit aan je hand. Je bent nu een prins voor God, hoewel je eens een weggegooide wees was. Bewonder toch de ongeëvenaarde kracht en genade die woestijnen in tuinen verandert en het onvruchtbare hart laat jubelen van vreugde.

