Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
WeeH1945 der ijselijkeH4754, en der bevlekteH1351, der verdrukkendeH3238 stadH5892!
Wee der ijselijke, en der bevlekte, der verdrukkende stad!
KJV
Woe1
to her that is filthy2
and polluted,3
to the oppressing5
city!
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Zij hoortH8085 naar de stemH6963 nietH3808; zij neemtH3947 de tuchtH4148 niet aan; zij vertrouwtH982 nietH3808 op den HEEREH3068; totH413 haar GodH430 nadertH7126 zij nietH3808.
Zij hoort naar de stem niet; zij neemt de tucht niet aan; zij vertrouwt niet op den HEERE; tot haar God nadert zij niet.
KJV
She obeyed2
not the voice;3
she received5
not correction;6
she trusted9
not in the LORD;7
she drew not near13
to her God.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Haar vorstenH8269 zijn brullendeH7580 leeuwenH738 in het middenH7130 van haar; haar rechtersH8199 zijn avondwolvenH6153, die de beenderenH3808 niet brekenH1633 tot aan den morgenH1242.
Haar vorsten zijn brullende leeuwen in het midden van haar; haar rechters zijn avondwolven, die de beenderen niet breken tot aan den morgen.
KJV
Her princes1
within2
her are roaring4
lions;3
her judges5
are evening7
wolves;6
they gnaw not the bones9
till the morrow.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Haar profetenH5030 zijn lichtvaardigH6348, gans trouwelozeH900 mannenH582; haar priestersH3548 verontreinigenH2490 het heiligeH6944, zij doen der wetH8451 geweldH2554 aan.
Haar profeten zijn lichtvaardig, gans trouweloze mannen; haar priesters verontreinigen het heilige, zij doen der wet geweld aan.
KJV
Her prophets1
are light2
and treacherous4
persons:
her priests5
have polluted6
the sanctuary,7
they have done violence8
to the law.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
De rechtvaardigeH6662 HEEREH3068 is in het middenH7130 van haar, Hij doetH6213 geenH3808 onrechtH5766; allen morgenH1242 geeftH5414 Hij Zijn rechtH4941 in het lichtH216, er ontbreektH5737 nietH3808; doch de verkeerdeH5767 weetH3045 van geenH3808 schaamteH1322.
De rechtvaardige HEERE is in het midden van haar, Hij doet geen onrecht; allen morgen geeft Hij Zijn recht in het licht, er ontbreekt niet; doch de verkeerde weet van geen schaamte.
KJV
The just2
LORD1
is in the midst3
thereof; he will not do5
iniquity:6
every7
morning8
doth he bring10
his judgment9
to light,11
he faileth13
not; but the unjust16
knoweth15
no shame.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Ik heb de heidenenH1471 uitgeroeidH3772, hun hoekenH6438 zijn verwoestH8074, Ik heb hun stratenH2351 eenzaamH2717 gemaakt, dat niemand daardoor gaat; hun stedenH5892 zijn verstoordH6658, zodat er niemandH376 is, dat er geen inwonerH3427 is.
Ik heb de heidenen uitgeroeid, hun hoeken zijn verwoest, Ik heb hun straten eenzaam gemaakt, dat niemand daardoor gaat; hun steden zijn verstoord, zodat er niemand is, dat er geen inwoner is.
KJV
I have cut off1
the nations:2
their towers4
are desolate;3
I made their streets6
waste,5
that none passeth by:8
their cities10
are destroyed,9
so that there is no man,12
that there is none inhabitant.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Ik zeideH559: Immers zult gij Mij vrezenH3372, gij zult de tuchtH4148 aannemenH3947, opdat haar woningH4583 nietH3808 uitgeroeidH3772 zou worden; alH3605 watH834 Ik haar bezochtH6485 hebbe, waarlijkH403, zij hebben zich vroeg opgemaaktH7925, zij hebben alH3605 hun handelingenH5949 verdorvenH7843.
Ik zeide: Immers zult gij Mij vrezen, gij zult de tucht aannemen, opdat haar woning niet uitgeroeid zou worden; al wat Ik haar bezocht hebbe, waarlijk, zij hebben zich vroeg opgemaakt, zij hebben al hun handelingen verdorven.
KJV
I said,1
Surely thou wilt fear3
me, thou wilt receive5
instruction;6
so their dwelling
should not be cut off,8
howsoever11
I punished12
them: but14
they rose early,15
and corrupted16
all their doings.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
DaaromH3651 verwachtH2442 Mij, spreektH5002 de HEEREH3068, ten dageH3117 als Ik Mij opmakeH6965 tot den roofH5706; wantH3588 Mijn oordeelH4941 is, de heidenenH1471 te verzamelenH622, de koninkrijkenH4467 te vergaderenH6908, om overH5921 hen Mijn gramschapH2195, de ganseH3605 hittigheidH2740 Mijns toornsH639 uit te stortenH8210, wantH3588 dit ganseH3605 landH776 zal door het vuurH784 van Mijn ijverH7068 verteerdH398 worden.
Daarom verwacht Mij, spreekt de HEERE, ten dage als Ik Mij opmake tot den roof; want Mijn oordeel is, de heidenen te verzamelen, de koninkrijken te vergaderen, om over hen Mijn gramschap, de ganse hittigheid Mijns toorns uit te storten, want dit ganse land zal door het vuur van Mijn ijver verteerd worden.
KJV
Therefore wait2
ye upon me, saith4
the LORD,5
until the day6
that I rise up7
to the prey:8
for my determination10
is to gather11
the nations,12
that I may assemble13
the kingdoms,14
to pour15
upon them mine indignation,17
even all my fierce19
anger:20
for all the earth26
shall be devoured24
with the fire22
of my jealousy.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
GewisselijkH3588, dan zal Ik totH413 de volkenH5971 een reineH1305 spraakH8193 wendenH2015; opdat zij allenH3605 den NaamH8034 des HEERENH3068 aanroepenH7121, opdat zij Hem dienenH5647 met een eenparigenH259 schouderH7926.
Gewisselijk, dan zal Ik tot de volken een reine spraak wenden; opdat zij allen den Naam des HEEREN aanroepen, opdat zij Hem dienen met een eenparigen schouder.
KJV
For then will I turn3
to the people5
a pure7
language,6
that they may all call8
upon the name10
of the LORD,11
to serve12
him with one14
consent.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Van de zijdenH5676 der rivierenH5104 der MorenH3568 zullen Mijn ernstige aanbiddersH6282, met de dochterH1323 Mijner verstrooidenH6327, Mijn offerandenH4503 brengenH2986.
Van de zijden der rivieren der Moren zullen Mijn ernstige aanbidders, met de dochter Mijner verstrooiden, Mijn offeranden brengen.
KJV
From beyond1
the rivers2
of Ethiopia3
my suppliants,4
even the daughter5
of my dispersed,6
shall bring7
mine offering.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Te dien dageH3117 zult gij nietH3808 beschaamdH954 wezen vanwege alH3605 uw handelingenH5949, waarmede gij tegen Mij overtredenH6586 hebt; wantH3588 alsdanH227 zal Ik uit hetH1931 middenH7130 van u wegnemenH5493, die van vreugde opspringenH5947 over uw hovaardijH1346, en gij zult u voortaanH3254 nietH3808 meerH5750 verheffenH1361 om Mijns heiligenH6944 bergsH2022 wil.
Te dien dage zult gij niet beschaamd wezen vanwege al uw handelingen, waarmede gij tegen Mij overtreden hebt; want alsdan zal Ik uit het midden van u wegnemen, die van vreugde opspringen over uw hovaardij, en gij zult u voortaan niet meer verheffen om Mijns heiligen bergs wil.
KJV
In that day1
shalt thou not be ashamed4
for all thy doings,6
wherein thou hast transgressed8
against me: for then I will take away12
out of the midst13
of thee them that rejoice14
in thy pride,15
and thou shalt no more17
be haughty18
because of my holy21
mountain.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Maar Ik zal in het middenH7130 van u doen overblijvenH7604 een ellendigH6041 en armH1800 volkH5971; die zullen op den NaamH8034 des HEERENH3068 betrouwenH2620.
Maar Ik zal in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op den Naam des HEEREN betrouwen.
KJV
I will also leave1
in the midst2
of thee an afflicted4
and poor5
people,3
and they shall trust6
in the name7
of the LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
De overgeblevenenH7611 van IsraelH3478 zullen geenH3808 onrechtH5766 doenH6213, nochH3808 leugenH3577 sprekenH1696, en in hun mondH6310 zal geenH3808 bedriegelijkeH8649 tongH3956 gevondenH4672 worden; maarH3588 zijH1992 zullen weidenH7462 en nederliggenH7257, en niemandH369 zal hen verschrikkenH2729.
De overgeblevenen van Israel zullen geen onrecht doen, noch leugen spreken, en in hun mond zal geen bedriegelijke tong gevonden worden; maar zij zullen weiden en nederliggen, en niemand zal hen verschrikken.
KJV
The remnant1
of Israel2
shall not do4
iniquity,5
nor speak7
lies;8
neither shall a deceitful13
tongue12
be found10
in their mouth:11
for they shall feed16
and lie down,17
and none shall make them afraid.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Zing vrolijkH7442, gij dochterH1323 SionsH6726, juichH7321, IsraelH3478; wees blijdeH8055, en spring op van vreugdeH5937 van ganserH3605 harteH3820, gij dochterH1323 JeruzalemsH3389!
Zing vrolijk, gij dochter Sions, juich, Israel; wees blijde, en spring op van vreugde van ganser harte, gij dochter Jeruzalems!
KJV
Sing,1
O daughter2
of Zion;3
shout,4
O Israel;5
be glad6
and rejoice7
with all the heart,9
O daughter10
of Jerusalem.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
De HEEREH3068 heeft uw oordelenH4941 weggenomenH5493, Hij heeft uw vijandH341 weggevaagdH6437; de KoningH4428 IsraelsH3478, de HEEREH3068, is in het middenH7130 van u, gij zult geenH3808 kwaadH7451 meerH5750 zienH7200.
De HEERE heeft uw oordelen weggenomen, Hij heeft uw vijand weggevaagd; de Koning Israels, de HEERE, is in het midden van u, gij zult geen kwaad meer zien.
KJV
The LORD2
hath taken away1
thy judgments,3
he hath cast out4
thine enemy:5
the king6
of Israel,7
even the LORD,8
is in the midst9
of thee: thou shalt not see
evil
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Te dienH1931 dageH3117 zal tot JeruzalemH3389 gezegdH559 worden: VreesH3372 niet, o SionH6726! laat uw handenH3027 niet slapH7503 worden.
Te dien dage zal tot Jeruzalem gezegd worden: Vrees niet, o Sion! laat uw handen niet slap worden.
KJV
In that day1
it shall be said3
to Jerusalem,4
Fear6
thou not: and to Zion,7
Let not thine hands10
be slack.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
De HEEREH3068 uw GodH430, is in het middenH7130 van u, een HeldH1368, Die verlossenH3467 zal; Hij zal overH5921 u vrolijkH7797 zijn met blijdschapH8057, Hij zal zwijgenH2790 in Zijn liefdeH160, Hij zal Zich overH5921 u verheugenH1523 met gejuichH7440.
De HEERE uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich.
KJV
The LORD1
thy God2
in the midst3
of thee is mighty;4
he will save,5
he will rejoice6
over thee with joy;8
he will rest9
in his love,10
he will joy11
over thee with singing.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
De bedroefdenH3013, om der bijeenkomstH4150 wil, zal Ik verzamelenH622, zij zijn uitH4480 u; de schimpingH2781 is een lastH4864 opH5921 haar.
De bedroefden, om der bijeenkomst wil, zal Ik verzamelen, zij zijn uit u; de schimping is een last op haar.
KJV
I will gather3
them that are sorrowful1
for the solemn assembly,2
who are of thee, to whom the reproach8
of it was a burden.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
ZietH2005, Ik zal te dienH1931 tijdeH6256 alH3605 uw verdrukkersH6031 verdoenH6213; en Ik zal de hinkendenH6760 behoedenH3467, en de uitgestotenenH5080 verzamelenH6908; en Ik zal ze stellenH7760 tot een lofH8416, en tot een naamH8034, in het ganseH3605 landH776, waar zij beschaamdH1322 zijn geweest.
Ziet, Ik zal te dien tijde al uw verdrukkers verdoen; en Ik zal de hinkenden behoeden, en de uitgestotenen verzamelen; en Ik zal ze stellen tot een lof, en tot een naam, in het ganse land, waar zij beschaamd zijn geweest.
KJV
Behold, at that time6
I will undo2
all that afflict5
thee: and I will save8
her that halteth,10
and gather12
her that was driven out;11
and I will get13
them praise14
and fame15
in every land17
where they have been put to shame.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
Te dier tijdH6256 zal Ik ulieden herwaarts brengenH935, ten tijdeH6256 namelijk, als Ik u verzamelenH6908 zal; zekerlijkH3588 Ik zal ulieden zettenH5414 tot een naamH8034 en tot een lofH8416, onder alleH3605 volkenH5971 der aardeH776, als Ik uw gevangenissenH7622 voor uw ogenH5869 wendenH7725 zal, zegtH559 de HEEREH3068.
Te dier tijd zal Ik ulieden herwaarts brengen, ten tijde namelijk, als Ik u verzamelen zal; zekerlijk Ik zal ulieden zetten tot een naam en tot een lof, onder alle volken der aarde, als Ik uw gevangenissen voor uw ogen wenden zal, zegt de HEERE.
KJV
At that time1
will I bring3
you again, even in the time5
that I gather6
you: for I will make9
you a name11
and a praise12
among all people14
of the earth,15
when I turn back16
your captivity18
before your eyes,19
saith20
the LORD.
der ijselijke,
Of, vervuilde, lasterlijke, of gierige. Anders: wee den krop, dat is, de stad die een groten krop heeft, die alles verslindt, gelijk de roofvogels, die alles wat zij vinden inslokken, hetzij ruw of rauw.
Hertaald:
der ijselijke,
Of: vervuilde, lasterlijke, of hebzuchtige. Anders: wee de krop, dat is: de stad die een grote krop heeft en alles verslindt, zoals de roofvogels die alles wat zij vinden inslikken, hetzij ruw of rauw.
der bevlekte,
Of, roofstad. Het Hebr. woord betekent roven en onderdrukken. Anders: de besmettende stad, te weten met allerlei gruwelijke zonden. Eenigen hebben hier de duifstad, welke vogel een grote krop heeft en veel spijs opsnapt.
Hertaald:
der bevlekte,
Of: roofstad. Het Hebreeuwse woord betekent roven en onderdrukken. Anders: de besmettende stad, namelijk met allerlei gruwelijke zonden. Sommigen lezen hier: de duivenstad — die vogel heeft namelijk een grote krop en snapt veel voedsel op.
der verdrukkende stad
Versta, de stad Jeruzalem, wier koningen, vorsten en verscheidene machtige en trotsche burgers en inwoners velen menschen grooten overlast gedaan hebben. Verg. met dit vs. Isa 1 , en Isa 5 .
Hertaald:
der verdrukkende stad
Versta: de stad Jeruzalem, waarvan de koningen, vorsten en verscheidene machtige en trotse burgers en inwoners veel mensen grote overlast aangedaan hebben. Vergelijk dit vers met Jes. 1 en Jes. 5.
stem niet;
De vermaning des Heeren door zijne profeten.
Hertaald:
stem niet;
De vermaning van de HEERE door Zijn profeten.
zij neemt de tucht niet aan;
Zij laat zich niet onderrichten, hetwelk een teken van dwaasheid is; Spr. 1:7 . Verg. Jer. 2:30 , en Jer. 5:3 , en Jer. 7:28 .
Hertaald:
zij neemt de tucht niet aan;
Zij laat zich niet onderwijzen, wat een teken van dwaasheid is; Spr. 1:7. Vergelijk Jer. 2:30, Jer. 5:3 en Jer. 7:28.
nadert zij niet
Te weten, van ganse harte; verg. Jes. 29:13 ; maar Hos. 6:1 , vermanen de godzaligen elkander tot den Heere ter keren.
Hertaald:
nadert zij niet
Namelijk van ganser harte; vergelijk Jes. 29:13. Maar in Hos. 6:1 vermanen de godzaligen elkaar zich tot de HEERE te keren.
avondwolven,
Die des avonds romdom sluipen, te weten, om op de schapen te loeren; zie Hab. 1:8 . Men kan ook door avond verstaan den nacht, gelijk Sef. 2:7 .
Hertaald:
avondwolven,
Die 's avonds rondsluipen, namelijk om op de schapen te loeren; zie Hab. 1:8. Men kan onder avond ook de nacht verstaan, zoals Zef. 2:7.
die de beenderen
Maar terstond hunne prooi met vlees en beenderen opvreten, nietmetal, ja zelf de beenderen niet overlatende tot des anderen daags 's morgens. Hebr. die niet ontbenen tot 's morgens. Zie Num. 24:8 , en verg. Jer. 5:6 .
Hertaald:
die de beenderen
Maar zij vreten hun prooi meteen met vlees en beenderen op en laten helemaal niets over, zelfs de beenderen niet, tot de volgende ochtend. Hebreeuws: die niet ontbenen tot de morgen. Zie Num. 24:8 en vergelijk Jer. 5:6.
tot aan den morgen
Of, op den morgen, of tot op den morgen.
Hertaald:
tot aan den morgen
Of: op de morgen, of: tot op de morgen.
trouweloze mannen;
Hebr. mannen der trouweloosheden, die God noch de mensen getrouw zijn.
Hertaald:
trouweloze mannen;
Hebreeuws: mannen van de trouweloosheden, die God noch de mensen trouw zijn.
verontreinigen het heilige,
Dat is, ontheiligen, of ontwijden het heiligdom, of hetgeen den Heere gehieligd en geofferd werd; of, zij prediken het woorde Gods niet oprecht en leggen het niet uit in zijn rechten zin.
Hertaald:
verontreinigen het heilige,
Dat is: ontheiligen of ontwijden het heiligdom, of wat aan de HEERE geheiligd en geofferd werd. Of: zij prediken het Woord van God niet oprecht en leggen het niet uit in zijn juiste betekenis.
zij doen der wet geweld aan
Zie de aantekening bij Ezech. 22:26 ; verg. Matt. 23:16 ; Marc. 7:9-10 , enz.
Hertaald:
zij doen der wet geweld aan
Zie de aantekening bij Ezech. 22:26; vergelijk Matth. 23:16; Mark. 7:9-10, enzovoort.
De rechtvaardige HEERE
Of, de Heere die rechtvaardig is, is, enz.
Hertaald:
De rechtvaardige HEERE
Of: de HEERE, Die rechtvaardig is, is, enzovoort.
is in het midden
Ten aanzien dat Hij te Jeruzalem zijnen godsdienst hed opgericht. Eenigen menen dat dit de woorden zijn der Joden, dit den profeet voorwerpende op zijne woorden, vs.4.
Hertaald:
is in het midden
Met het oog erop dat Hij in Jeruzalem Zijn godsdienst had ingesteld. Sommigen menen dat dit de woorden van de Joden zijn, die de profeet dit tegenwierpen op zijn woorden in vers 4.
van haar,
Te weten, van den stad Jeruzalem.
Hertaald:
van haar,
Namelijk van de stad Jeruzalem.
allen morgen
Hebr. in morgen, in morgen; dat is, alle dagen; zie 2 Kron. 36:15 ; Jer. 7:13 , Jer. 7:25 , en Jer. 11:7 , en Jer. 25:3 .
Hertaald:
allen morgen
Hebreeuws: in morgen, in morgen; dat is: elke dag; zie 2 Kron. 36:15; Jer. 7:13, Jer. 7:25, Jer. 11:7 en Jer. 25:3.
geeft Hij Zijn recht
Dat is, laat Hij zijn recht openlijk leren, te weten, door zijne profeten, die, buiten twijfel, gedaan hebben hetgeen Paulus zijnen discipel Timotheus vermaant 1 Tim. 4:16 , en 2 Tim. 4:2 .
Hertaald:
geeft Hij Zijn recht
Dat is: laat Hij Zijn recht openlijk onderwijzen, namelijk door Zijn profeten, die ongetwijfeld gedaan hebben wat Paulus zijn leerling Timotheüs voorhoudt in 1 Tim. 4:16 en 2 Tim. 4:2.
daar ontbreekt niets;
Te weten, wat ontbreken kan tot onderrichting van dit volk; Jes. 5:4 .
Hertaald:
daar ontbreekt niets;
Namelijk wat ontbreken kan aan het onderwijs van dit volk; Jes. 5:4.
weet van geen schaamte
Dat is, hij vraagt naar eer noch oneer. Verg. Jer. 3:3 , enz. en Jer. 5:3 .
Hertaald:
weet van geen schaamte
Dat is: hij vraagt naar eer noch oneer. Vergelijk Jer. 3:3, enzovoort, en Jer. 5:3.
hun hoeken zijn verwoest,
Zie Sef. 1:16 ; doch enigen verstaan door de hoeken de uiterste grenzen, of palen des lands.
Hertaald:
hun hoeken zijn verwoest,
Zie Zef. 1:16. Maar sommigen verstaan onder de hoeken de uiterste grenzen of grenspalen van het land.
zodat er niemand is,
Dat is, dat er geen mens in dezelve te vinden is; verg. Sef. 2:5-6 , Sef. 2:14-15 .
Hertaald:
zodat er niemand is,
Dat is: dat er geen mens meer in te vinden is; vergelijk Zef. 2:5-6, Zef. 2:14-15.
Ik zeide
Dat is, Ik dacht bij mijzelven.
Hertaald:
Ik zeide
Dat is: Ik dacht bij Mijzelf.
Immers zult
Te weten, aanmerkende de traffen, die den heidenen zijn overkomen. Anderen: vreest mij nochtans, neem de tucht aan, enz.
Hertaald:
Immers zult
Namelijk met het oog op de straffen die de heidenen overkomen zijn. Anderen: vrees Mij toch, neem de tucht aan, enzovoort.
gij Mij vrezen,
O Jeruzalem, zult mij vrezen, u aan de heidenen spiegelende.
Hertaald:
gij Mij vrezen,
O Jeruzalem, u zult Mij vrezen door u aan de heidenen te spiegelen.
haar woning
Dat is, de stad Jeruzalem. Anderen verstaan hierdoor de woning de inwoners der stad Jeruzalem; of hare woning, voor hare woningen.
Hertaald:
haar woning
Dat is: de stad Jeruzalem. Anderen verstaan onder de woning de inwoners van de stad Jeruzalem; of: haar woning, in de betekenis van haar woningen.
al wat Ik haar bezocht hebbe,
Of, [door] alles waarmede Ik hen bezocht heb; door hen, verstaan enigen de heidenen, andere de Joden.
Hertaald:
al wat Ik haar bezocht hebbe,
Of: door alles waarmee Ik hen bezocht heb. Onder hen verstaan sommigen de heidenen, anderen de Joden.
waarlijk,
Of, nochtans hebben zij zich gehaast; enz.; dat is, zij hebben zichzelven moedwillig vroeg in het verderf gebracht; of, van des morgens vroeg hebben zij al hunne werken bedorven. of, nochtans hebben zij al hunne werken bedorven. Zie van dusdanige samenvoeging van twee woorden, Ps. 45:5 .
Hertaald:
waarlijk,
Of: toch hebben zij zich gehaast, enzovoort; dat is: zij hebben zichzelf moedwillig vroeg in het verderf gestort. Of: van 's morgens vroeg af hebben zij al hun werken bedorven. Of: toch hebben zij al hun werken bedorven. Zie over zo'n samenvoeging van twee woorden Ps. 45:5.
verwacht Mij,
Hij spreekt nog de bozen onder de Joden aan. De zin is: Past er vrij op, Ik zal bij u gewisselijk komen, en zal u door de Chaldeën en andere volken bezoeken.
Hertaald:
verwacht Mij,
Hij spreekt hier nog de bozen onder de Joden aan. De betekenis is: let er maar op, Ik zal zeker bij u komen en u door de Chaldeeën en andere volken bezoeken.
Mijn oordeel is,
Dat is, het besluit van mijn voornemen.
Hertaald:
Mijn oordeel is,
Dat is: het besluit van Mijn voornemen.
de heidenen te verzamelen,
Te weten, de Chaldeën en andere volken. Zie Ezech. 16:37 .
Hertaald:
de heidenen te verzamelen,
Namelijk de Chaldeeën en andere volken. Zie Ezech. 16:37.
over hen Mijn gramschap,
Te weten, over de Joden, namelijk, over de halsstarrige Joden; zie Sef. 1:18 .
Hertaald:
over hen Mijn gramschap,
Namelijk over de Joden, en wel over de halsstarrige Joden; zie Zef. 1:18.
uit te storten,
Zie Ps. 79:6 , en verg. Ezech. 22:31 .
Hertaald:
uit te storten,
Zie Ps. 79:6, en vergelijk Ezech. 22:31.
ganse land
Te weten, het ganse Joodse land, gelijk in Sef. 1:18 . Doch versta dit hier van het grootste deel der inwoners van het Joodse land. Alzo staat er in Gen. 41:57 :Alle landen kwamen in Egypte tot Jozef; dat is, vele van de inwoners der omliggende landen.
Hertaald:
ganse land
Namelijk het hele Joodse land, zoals in Zef. 1:18. Maar versta dit hier van het grootste deel van de inwoners van het Joodse land. Zo staat er in Gen. 41:57: alle landen kwamen in Egypte tot Jozef; dat is: velen van de inwoners van de omliggende landen.
dan
Te weten, nadat Ik die volken en de Joden alzo zal bezocht hebben. Anderen verstaan door [dan] hier betekent wordt de tijd der verschijning van den Messias.
Hertaald:
dan
Namelijk nadat Ik die volken en de Joden zo bezocht zal hebben. Anderen verstaan dat met dan hier de tijd van de verschijning van de Messias aangeduid wordt.
zal Ik tot de volken
Of, asldan zal Ik den volken de lippen veranderen in reine [lippen]; dat is, Ik zal mijne uitverkorenen onder de heidenen wederbaren door de Heilige Geest, dat hun mond en hart rein zullen zijn; dat zij God rein zullen gevoelen en spreken, Hem heilig dienende; zie Jes. 57:19 .
Hertaald:
zal Ik tot de volken
Of aldus: dan zal Ik de volken de lippen veranderen in reine lippen; dat is: Ik zal Mijn uitverkorenen onder de heidenen wederbaren door de Heilige Geest, zodat hun mond en hart rein zullen zijn, zodat zij rein over God zullen denken en spreken en Hem heilig zullen dienen; zie Jes. 57:19.
spraak wenden;
Hebr. lip.
Hertaald:
spraak wenden;
Hebreeuws: lip.
met een eenparigen schouder
Dat is, een manier van spreken, genomen van de lastdragende mensen of beesten. Zie de aantekening bij Hos. 6:9 . Verg. Jer. 32:39 , en zie de vervulling Hand. 1:14 , en Hand. 2:1 , Hand. 2:46 , en Hand. 4:32 . Zie ook Joh. 10:16 ; Ef. 2:14 , enz.
Hertaald:
met een eenparigen schouder
Dat is: een manier van spreken die ontleend is aan lastdragende mensen of dieren. Zie de aantekening bij Hos. 6:9. Vergelijk Jer. 32:39, en zie de vervulling in Hand. 1:14 en Hand. 2:1, Hand. 2:46 en Hand. 4:32. Zie ook Joh. 10:16; Ef. 2:14, enzovoort.
der Moren
Dat is, van Morenland. Doch Moren natiën; Jes. 18:1 , Jes. 18:7 , en Jes. 60:4 .
Hertaald:
der Moren
Dat is: van Morenland. Maar versta: Moorse volken; Jes. 18:1, Jes. 18:7 en Jes. 60:4.
ernstige aanbidders,
Zie de aantekening bij Gen. 25:21 , en Ezech. 35:13 . Versta hier degenen, die tot den waren God bekeerd zijnde, dagelijks hunne gebeden tot God doen zullen.
Hertaald:
ernstige aanbidders,
Zie de aantekening bij Gen. 25:21 en Ezech. 35:13. Versta hier degenen die, tot de ware God bekeerd, dagelijks hun gebeden tot God zullen opzenden.
met de dochter Mijner verstrooiden,
Dat is, mitsgaders de Joden, die in de Babylonische gevangenschap zijn verstrooid geweest, die mij zo lief zijn als een dochter hare moeder is. Verg. Joh. 11:52 . Sommigen overzetters voegen hier in voor met het woord namelijk; in deze zin: Het geschenk, hetwelk men mij brengen zal, zullen zijn de Joden, die verstrooid zijn in de landen, gelegen aan de zijde van de rivieren der Moren.
Hertaald:
met de dochter Mijner verstrooiden,
Dat is: samen met de Joden die in de Babylonische gevangenschap verstrooid geweest zijn, die Mij zo lief zijn als een dochter haar moeder is. Vergelijk Joh. 11:52. Sommige vertalers voegen hier voor met het woordje namelijk in, in deze betekenis: het geschenk dat men Mij brengen zal, zullen de Joden zijn die verstrooid zijn in de landen die aan de overzijde van de rivieren van de Moren liggen.
offeranden brengen
Te weten, geestelijke offeranden, of geschenken; dat is, zij zullen mij dienen en gehoorzamen. Verg. Jes. 18:7 ; Mal. 1:11 ; Rom. 12:1 . Anders: van de andere zijde van de rivier der Moren, zullen mij mijn ernstige aanbidders toegebracht worden tot een geschenk. Zie de volvoering dezer profetie Hand. 8:27 , Hand. 8:35-36 .
Hertaald:
offeranden brengen
Namelijk geestelijke offeranden of geschenken; dat is: zij zullen Mij dienen en gehoorzamen. Vergelijk Jes. 18:7; Mal. 1:11; Rom. 12:1. Anders: van de overzijde van de rivier van de Moren zullen Mijn ernstige aanbidders Mij als een geschenk toegebracht worden. Zie de vervulling van deze profetie in Hand. 8:27, Hand. 8:35-36.
gij
O mijn volk, o mijne kerk.
Hertaald:
gij
O Mijn volk, o Mijn kerk.
niet beschaamd wezen
De zin is: Dewijl gij zult geheiligd en van al uwe zonden gereinigd zijn, door het bloed en den Geest van den Heere Jezus Christus, zo zult gij voor den rechterstoel Gods daarover niet beschaamd worden.
Hertaald:
niet beschaamd wezen
De betekenis is: omdat u geheiligd en van al uw zonden gereinigd zult zijn door het bloed en de Geest van de Heere Jezus Christus, zult u daarover voor de rechterstoel van God niet beschaamd worden.
hovaardij,
Anders: heerlijkheid. Want het Hebr. woord wordt in het goede en in het kwade genoemn. En hier schijnt dit de zin te wezen: Daar zullen voortaan geen onder u gevonden worden, die zich zullen verhovaardigen over de uitwendige ceremoniën en dien voortreffelijken tempel. [ Jer. 7:4 ,] want het rijk Gods en zijne gemeente zal voortaan door de ganse wereld verspreid worden; Joh. 4:21 , Joh. 4:23 .
Hertaald:
hovaardij,
Anders: heerlijkheid. Want het Hebreeuwse woord wordt zowel in gunstige als in ongunstige zin gebruikt. En hier lijkt dit de betekenis te zijn: er zullen voortaan geen mensen onder u gevonden worden die zich zullen verhovaardigen op de uiterlijke ceremoniën en op die voortreffelijke tempel (Jer. 7:4). Want het Koninkrijk van God en Zijn gemeente zullen voortaan over de hele wereld verspreid worden; Joh. 4:21, Joh. 4:23.
om Mijns heiligen bergs wil
Of, op mijn heiligen berg. Hebr. op den berg mijner heiligheid; dat is, omdat gij offert in mijn tempel op den berg des Heeren, of vanwege het ijdel vertrouwen op de uiterlijke ceremoniën, zonder te letten op de heiliging der conscientie.
Hertaald:
om Mijns heiligen bergs wil
Of: op Mijn heilige berg. Hebreeuws: op de berg van Mijn heiligheid; dat is: omdat u in Mijn tempel offert op de berg van de HEERE, of vanwege het ijdele vertrouwen op de uiterlijke ceremoniën zonder te letten op de heiliging van het geweten.
een ellendig
Ten aanzien dat Ik het wel terdege zal gekastijd en vernederd hebben.
Hertaald:
een ellendig
Met het oog erop dat Ik het terdege gekastijd en vernederd zal hebben.
arm volk;
Dat is, gering en veracht bij de wereld, en door Gods genade nochtans rijk gemaakt in het geloof en andere geestelijke gaven.
Hertaald:
arm volk;
Dat is: gering en veracht bij de wereld, maar door Gods genade toch rijk gemaakt in het geloof en in andere geestelijke gaven.
op den Naam des HEEREN betrouwen
Dat is, op den Heere, niet op enige uitwendige dingen, hetzij Jeruzalem, of den tempel, of iets dergelijks; maar alleen op den Heere. Zie Jer. 9:23-24 .
Hertaald:
op den Naam des HEEREN betrouwen
Dat is: op de HEERE, niet op enige uiterlijke dingen — hetzij Jeruzalem, hetzij de tempel of iets dergelijks — maar alleen op de HEERE. Zie Jer. 9:23-24.
De overgeblevenen van Israël
Hebr. het overblijfsel van Israël zullen geen onrecht doen; te weten, die de Heere uit den hoop der verworpen en verloren Joden uitverkoren heeft.
Hertaald:
De overgeblevenen van Israël
Hebreeuws: het overblijfsel van Israël zal geen onrecht doen; namelijk zij die de HEERE uit de hoop van de verworpen en verloren Joden uitverkoren heeft.
zullen geen onrecht doen,
Te weten, met opgezetten moedwil, of tegen hunne conscientie. Zie 1 Joh. 3:9 .
Hertaald:
zullen geen onrecht doen,
Namelijk met opzettelijke moedwil, of tegen hun geweten in. Zie 1 Joh. 3:9.
leugen spreken,
Dat is, zij zullen zich niet begeven nog gewennen tot liegen en bedriegen, maar zij zullen zich benaarstigen om te doen al wat heilig, oprecht en wel gedaan is.
Hertaald:
leugen spreken,
Dat is: zij zullen zich niet overgeven aan liegen en bedriegen en zich daaraan niet gewennen, maar zij zullen hun best doen om alles te doen wat heilig, oprecht en goed is.
zij zullen weiden en nederliggen,
Dat is, God de Heere zal hen beschutten en bewaren voor al het kwaad, dat de boze mensen hun zoeken aan te doen. Verg. Mi. 4:4 .
Hertaald:
zij zullen weiden en nederliggen,
Dat is: God de HEERE zal hen beschutten en bewaren voor al het kwaad dat de boze mensen hun willen aandoen. Vergelijk Micha 4:4.
niemand zal hen verschrikken
Dat is, zij zullen zeker en gerust leven. De zin is: De boze boeven zullen hen niet beschadigen, naar hunnen moedwil.
Hertaald:
niemand zal hen verschrikken
Dat is: zij zullen veilig en gerust leven. De betekenis is: de boze booswichten zullen hun geen schade toebrengen naar hun moedwil.
juich, Israël;
Het Hebr. woord staat in het meervoudig getal, en Israël in het enkelvoudige.
Hertaald:
juich, Israël;
Het Hebreeuwse woord staat in het meervoud en Israël in het enkelvoud.
gij dochter Jeruzalems
Dat is, gij Israëlieten. Het betekent hetzelfde wat gij dochteren van Zion betekent, namelijk hier de gemeente der gelovigen van het Nieuwe Testament.
Hertaald:
gij dochter Jeruzalems
Dat is: u, Israëlieten. Het betekent hetzelfde als u, dochters van Sion — namelijk hier de gemeente van de gelovigen van het Nieuwe Testament.
oordelen weggenomen,
Dat is,kastijdingen of straffen vanwege de zonden. Dat is, de oorzaak der blijdschap, waarvan in vs.14 gesproken wordt.
Hertaald:
oordelen weggenomen,
Dat is: kastijdingen of straffen vanwege de zonden. Dat is de oorzaak van de blijdschap waarover in vers 14 gesproken wordt.
uw vijand
Te weten, de Assyriërs, Chaldeën, enz., ja ook uw geestelijke vijanden, den duivel en de hel, heeft Hij onder uwe voeten gelegd; 1 Kor. 15:25-26 , 1 Kor. 15:56-57 .
Hertaald:
uw vijand
Namelijk de Assyriërs, Chaldeeën, enzovoort; ja ook uw geestelijke vijanden, de duivel en de hel, heeft Hij onder uw voeten gelegd; 1 Kor. 15:25-26, 1 Kor. 15:56-57.
weggevaagd;
Of, weggeruimd, uit den weg geweerd; zie Gen. 24:31 .
Hertaald:
weggevaagd;
Of: weggeruimd, uit de weg geruimd; zie Gen. 24:31.
is in het midden van u,
Te weten, om u te beschutten en te beschermen.
Hertaald:
is in het midden van u,
Namelijk om u te beschutten en te beschermen.
gij zult geen kwaad meer zien
Dat is, Gods, gij behoeft geen kwaad meer te vrezen. Want daar is niets, dat ons scheiden kan van de liefde Gods, die daar is in Christus Jezus onzen Heere; Rom. 8:39 ; zie Lev. 14:36 ; Job 7:7 ; Ps. 80:10 ; Jes. 40:3 , en Jes. 57:14 , en Jes. 62:10 ; Mal. 3:1 .
Hertaald:
gij zult geen kwaad meer zien
Dat is: u hoeft geen kwaad meer te vrezen. Want er is niets dat ons kan scheiden van de liefde van God, die er is in Christus Jezus, onze Heere; Rom. 8:39. Zie Lev. 14:36; Job 7:7; Ps. 80:10; Jes. 40:3, Jes. 57:14 en Jes. 62:10; Mal. 3:1.
o Sion
Anders: [tot] Zion.
Hertaald:
o Sion
Anders: tot Sion.
laat uw handen niet slap worden
Dat is, geef den moed niet verloren, en vertraag niet in den ijver der godzaligheid; de reden is vs.15, namelijk omdat de Heere in het midden van hen was. Zie deze manier van spreken bij 2 Sam. 4:1 en de aantekening aldaar.
Hertaald:
laat uw handen niet slap worden
Dat is: geef de moed niet op en verslap niet in de ijver van de godzaligheid. De reden staat in vers 15, namelijk dat de HEERE in hun midden was. Zie deze manier van spreken bij 2 Sam. 4:1 met de aantekening daar.
een Held,
In en door Christus allen overwinnen wij; Rom. 8:37 ; 1 Kor. 15:57 ; 1 Joh. 5:4-5 .
Hertaald:
een Held,
In en door Christus overwinnen wij allen; Rom. 8:37; 1 Kor. 15:57; 1 Joh. 5:4-5.
over u vrolijk zijn met blijdschap,
Vanwege de zonderlinge liefde, die Hij u is toedragende.
Hertaald:
over u vrolijk zijn met blijdschap,
Vanwege de bijzondere liefde die Hij u toedraagt.
Hij zal zwijgen in Zijn liefde,
Of, stil zijn, of gerust zijn; dat is, Hij zal genoegen hebben in de liefde welke Hij te uwaarts dragen zal, 1 Petr. 2:5 . Of Hij zal u niet meer alzo plagen gelijk Hij vóór dezen gedaan heeft, dewijl Hij u in Christus liefheeft, en u uwe zonden vergeeft.
Hertaald:
Hij zal zwijgen in Zijn liefde,
Of: stil zijn, of gerust zijn; dat is: Hij zal genoegen hebben in de liefde die Hij u zal toedragen, 1 Petr. 2:5. Of: Hij zal u niet meer zo plagen als Hij vroeger gedaan heeft, omdat Hij u in Christus liefheeft en u uw zonden vergeeft.
De bedroefden,
Dat is, die treurig en bedroefd zijn omdat zij in den tempel niet mogen samenkomen, tot oefening van den godsdienst. Verg. Ps. 42:2-3 , Ps. 42:5 .
Hertaald:
De bedroefden,
Dat is: zij die treurig en bedroefd zijn omdat zij niet in de tempel mogen samenkomen voor de uitoefening van de godsdienst. Vergelijk Ps. 42:2-3, Ps. 42:5.
zij zijn uit u;
Dewijl zij ook Gods volk zijn; o uit u; o Jeruzalem, dat is, uit Gods volk.
Hertaald:
zij zijn uit u;
Omdat ook zij Gods volk zijn; uit u, o Jeruzalem, dat is: uit Gods volk.
op haar
Te weten, de bedroefde gemeente, namelijk als zij bij die spotvogels moeten verkeren, die God en zijn Woord beschimpen. Zie doorgaans Psa 42 .
Hertaald:
op haar
Namelijk de bedroefde gemeente, wanneer zij moet omgaan met die spotvogels die God en Zijn Woord beschimpen. Zie hierover Ps. 42.
de hinkenden behoeden,
Dat is, mijne kerk, die nu aanstoot lijdt. Zie de aantekening bij Mi. 4:6 , en verg. Ezech. 34:16 ; Mi. 4:7 .
Hertaald:
de hinkenden behoeden,
Dat is: Mijn kerk, die nu aanstoot lijdt. Zie de aantekening bij Micha 4:6, en vergelijk Ezech. 34:16; Micha 4:7.
de uitgestotenen verzamelen;
Door de uitgestotenen verstaan enigen de heidenen, gelijk ook Mi. 4:6 ; anderen die, welken in ballingschap vervoerd en verstoten waren.
Hertaald:
de uitgestotenen verzamelen;
Onder de uitgestotenen verstaan sommigen de heidenen, zoals ook Micha 4:6; anderen degenen die in ballingschap weggevoerd en verstoten waren.
Ik zal ze stellen tot een lof,
Te weten, mijn volk, de kerk, die Hij straks genoemd heeft de hinkende, of kreupele en uitgestotenen.
Hertaald:
Ik zal ze stellen tot een lof,
Namelijk Mijn volk, de kerk, die Hij zojuist de hinkende of kreupele en de uitgestotenen genoemd heeft.
tot een naam,
Dat is, tot eer, gelijk in vs.20.
Hertaald:
tot een naam,
Dat is: tot eer, zoals in vers 20.
in het ganse land,
Hebr. in het ganse land hunner schaamte. Anders: welker schaamte over de ganse aarde geweest is. In plaatsen waar men hun overal schande en smaad heeft aangedaan, inzonderheid bij den Assyriërs en Chaldeën, die hun spot met Gods volk dreven.
Hertaald:
in het ganse land,
Hebreeuws: in het hele land van hun schaamte. Anders: wier schaamte over de hele aarde bekend geweest is. In plaatsen waar men hun overal schande en smaad heeft aangedaan, in het bijzonder bij de Assyriërs en Chaldeeën, die met Gods volk spotten.
ulieden
O gij Joden.
Hertaald:
ulieden
O u, Joden.
herwaarts brengen,
Te weten, in uw land, waar gij zozeer naar verlangt.
Hertaald:
herwaarts brengen,
Namelijk in uw land, waar u zo naar verlangt.
zekerlijk
Of, want, of Dan.
Hertaald:
zekerlijk
Of: want, of: dan.
onder alle volken der aarde,
Dat is, te verstaan te dien aanzien, dat de kerk door de ganse wereld zou uitgebreid worden ten tijde der verschijning van den Messias.
Hertaald:
onder alle volken der aarde,
Dat is: het moet zo verstaan worden dat de kerk over de hele wereld verbreid zou worden in de tijd van de verschijning van de Messias.
uw gevangenissen
Dat is, het groot getal uwer gevangenen. Verg. Am. 9:14 .
Hertaald:
uw gevangenissen
Dat is: het grote aantal van uw gevangenen. Vergelijk Amos 9:14. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Wee der ijselijke, en der bevlekte, der verdrukkende stad! Zij hoort naar de stem niet; zij neemt de tucht niet aan; zij vertrouwt niet op den HEERE; tot haar God nadert zij niet" (Zef. 3:1-2). De leiders worden een voor een genoemd: "Haar vorsten zijn brullende leeuwen in het midden van haar; haar rechters zijn avondwolven, die de beenderen niet breken tot aan den morgen" (Zef. 3:3), en: "Haar profeten zijn lichtvaardig, gans trouweloze mannen; haar priesters verontreinigen het heilige, zij doen der wet geweld aan" (Zef. 3:4). Daartegenover staat: "De rechtvaardige HEERE is in het midden van haar, Hij doet geen onrecht; allen morgen geeft Hij Zijn recht in het licht, er ontbreekt niet; doch de verkeerde weet van geen schaamte" (Zef. 3:5). Bijbelse betekenis: Merk op wie hier wordt aangeklaagd: niet Ninevé of Moab, maar Jeruzalem zelf — dezelfde stad. Na twee hoofdstukken oordeel over de heidenen keert het boek zich naar het eigen volk, met dezelfde felheid. Let vervolgens op de vier ambten die in Zef. 3:3-4 genoemd worden: vorsten, rechters, profeten, priesters — elke laag van het openbare leven blijkt verrot. Let ten slotte op de tegenstelling in Zef. 3:5: te midden van al dat verval is de HEERE Zelf rechtvaardig, en Hij geeft Zijn recht elke morgen opnieuw, zonder falen. Het probleem ligt niet bij een tekort aan gerechtigheid van Zijn kant, maar bij een volk dat er geen acht op slaat. Typologie: Datzelfde soort aanklacht tegen leiders die hun ambt misbruiken, richt ook Micha tegen de hoofden en rechters van zijn volk (reeds behandeld bij Micha 3:1-4) en tegen profeten die voor geld profeteren (reeds behandeld bij Micha 3:5-7). Zef. 3:1-5; Micha 3:1-4; Micha 3:5-7 "Gewisselijk, dan zal Ik tot de volken een reine spraak wenden; opdat zij allen den Naam des HEEREN aanroepen, opdat zij Hem dienen met een eenparigen schouder" (Zef. 3:9). Bijbelse betekenis: Merk op wat hier beloofd wordt: een reine spraak voor de volken — niet één enkele taal, maar een gereinigde manier van spreken, gericht op het aanroepen van de HEERE. Let vervolgens op de uitdrukking met een eenparigen schouder. Dat is een beeld van samen dragen, zoals lastdieren die gezamenlijk een juk torsen; de volken worden hier niet los van elkaar getekend, maar als één span dat gezamenlijk dient. Let ten slotte op de tegenstelling die dit vers oproept met de geschiedenis van de volken: waar zij ooit door verwarde spraak uiteengedreven werden, worden zij hier door gereinigde spraak weer samengebracht. Typologie: Wat hier wordt aangekondigd, keert de verwarring van Babel om, waar de HEERE de spraak juist verwarde "opdat iegelijk de spraak zijns naasten niet hore" (Gen. 11:7). Op de Pinksterdag gebeurt het tegendeel: mensen uit alle volken horen elk in hun eigen taal "de grote werken Gods" verkondigen (Hand. 2:11). Zef. 3:9; Gen. 11:7; Hand. 2:11 "Zing vrolijk, gij dochter Sions, juich, Israel; wees blijde, en spring op van vreugde van ganser harte, gij dochter Jeruzalems!" (Zef. 3:14). De reden volgt onmiddellijk: "De HEERE heeft uw oordelen weggenomen, Hij heeft uw vijand weggevaagd; de Koning Israels, de HEERE, is in het midden van u, gij zult geen kwaad meer zien" (Zef. 3:15). En de bemoediging die erop volgt: "Vrees niet, o Sion! laat uw handen niet slap worden" (Zef. 3:16). Bijbelse betekenis: Merk op de vier werkwoorden waarmee Zef. 3:14 opent: zing, juich, wees blijde, spring op van vreugde. Het is geen ingehouden opluchting maar een uitbundige oproep. Let vervolgens op de reden in Zef. 3:15: niet alleen dat het oordeel wordt weggenomen, maar dat de HEERE Zelf, als Koning, in het midden van Zijn volk is. Let ten slotte op Zef. 3:16: laat uw handen niet slap worden. Na alle hoofdstukken van oordeel is dit een oproep om niet bij de oude angst te blijven hangen, ook al is de reden ervoor weggenomen. Typologie: Dezelfde vreugde bij een terugkeer klinkt in de gelijkenis van de verloren zoon, waar de vader, nog ver weg, met ontferming bewogen wordt en hem tegemoet snelt (reeds behandeld bij Luk. 15:20). Zef. 3:14-16; Luk. 15:20 "De HEERE uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich" (Zef. 3:17). Bijbelse betekenis: Merk op de richting van de vreugde in dit vers: niet het volk dat zich over God verblijdt — dat stond in de verzen ervoor — maar God Die Zich over Zijn volk verblijdt. Let vervolgens op de drie beschrijvingen die na elkaar komen: Hij zal vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich verheugen met gejuich. De middelste is de meest opvallende: een liefde die zo groot is dat zij zonder woorden blijft, stil van geluk. Let ten slotte op de naam waarmee het vers opent: een Held, Die verlossen zal. Dezelfde kracht die eerder in het boek tot oordeel werd ingezet, wordt hier ingezet tot vreugde. Typologie: Dat God Zelf vreugde heeft over Zijn volk, en niet alleen andersom, is een van de tederste uitspraken van het Oude Testament. Het staat naast de belofte dat de HEERE Zich over Israël zal verblijden gelijk een bruidegom zich verblijdt over de bruid (reeds behandeld bij Jes. 62:5). Zef. 3:17; Jes. 62:5 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Het verbond niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking Zefanja heeft geschreven over een dag des HEEREN die brandt: een dag van benauwdheid en angst, van duisternis en donkerheid. Het boek lijkt te eindigen in vuur. En dan draait het. God wordt beschreven als een Held Die verlost, en meteen daarna als Iemand Die van blijdschap zingt over Zijn volk. De omslag begint bij de volken: dan zal Ik tot de volken een reine spraak wenden, opdat zij allen den Naam des HEEREN aanroepen, opdat zij Hem dienen met eenparigen schouder. Wat bij Babel uiteenviel, komt hier weer bijeen. Wie overblijft is niet de sterkste maar de kleinste: Ik zal in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op den Naam des HEEREN betrouwen. Zij zullen geen onrecht doen, noch leugen spreken. Dan komt het vers waar dit hoofdstuk om bekend staat: de HEERE uw God is in het midden van u, een Held Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich. De kanttekening geeft bij dat zwijgen twee lezingen, en beide zijn de moeite waard. De eerste: Hij zal genoegen hebben in de liefde die Hij u toedraagt — dus stil zijn zoals iemand die tevreden is. De tweede: Hij zal u niet meer zo plagen als Hij vroeger gedaan heeft, omdat Hij u in Christus liefheeft en u uw zonden vergeeft. Bij de Held Die verlossen zal schrijft zij kort: in en door Christus overwinnen wij allen, met verwijzing naar Romeinen 8, 1 Korinthe 15 en 1 Johannes 5. Het slot van het boek is een reeks beloften voor wie het minst tellen: Ik zal behouden de hinkende, en de verdrevene zal Ik verzamelen; en Ik zal ze stellen tot een lof en tot een naam in het ganse land hunner beschaamdheid. Wat begon als een dag van vuur eindigt met een God Die over Zijn volk zingt. In het Nieuwe Testament: Romeinen 8:37; 1 Johannes 5:4-5; Lukas 15:7; Handelingen 2:5-11 Hoever dit reikt: Niveau 2. Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet met name aan. De kanttekenaars verbinden de Held Die verlost wel uitdrukkelijk met de overwinning in en door Christus.
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas God is zo gelukkig in de liefde die Hij Zijn volk toedraagt, dat Hij het eeuwige zwijgen verbreekt. Zon en maan en sterren horen met verbazing hoe God een lofzang van vreugde aanheft. Alleen de gelovige heeft liederen wanneer het water van een bittere beker uit hem geperst wordt. Elke mus kan tjilpen bij daglicht, maar alleen de nachtegaal kan zingen in het donker. God is in ons midden, Hij is een machtige Redder. Wees niet bang, maar blijf moedig en standvastig in het werk van de Heere. Zij hoort naar de stem niet; zij neemt de tucht niet aan; zij vertrouwt niet op de Heere; tot haar God nadert zij niet. Zefanja 3:2 Als de… Hij zal zwijgen (rusten, Engelse vertaling) in Zijn liefde. Zefanja 3:17 Hij zal zwijgen in Zijn liefde’ betekent mogelijk ook dat Hij zal zwijgen over de gebreken van… Hij zal zwijgen (rusten, Engelse vertaling) in Zijn liefde. Zefanja 3:17 U weet dat de apostel Paulus, toen hij opgetrokken werd in de derde hemel, woorden heeft gehoord… Hij zal zwijgen (rusten, Engelse vertaling) in Zijn liefde. Zefanja 3:17 Zie eens hoe de Heere Jezus Christus arbeidt in Zijn liefde. Liefde heeft Hem gebracht van Zijn… Hij zaI zwijgen (rusten, Engelse vertaling) in Zijn liefde. Zefanja 3:17 De liefde van een mens is een ongestadig en flakkerend vlammetje. Zij is misschien een tijdje bestendig,… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Sefanja 3
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Hij zal zwijgen in Zijn liefde — 3:9-20
Wat betekenen de niveaus?
Spurgeon Citaten
Verdiepende artikelen
Een preek voor deze tijd
Zef. 3:2 - Viervoudige verkeerdheid
Een heerlijk zwijgen
Grote en kostbare woorden
De liefde van Jezus
Jezus zal rusten in Zijn liefde


Sefanja 3
Sefanja 3:2.KruisverwijzingenJeremia 5:3→Jeremia 7:23→Jeremia 2:30→Jeremia 22:21→Psalmen 78:22→Deuteronomium 28:15→Spreuken 5:12→Jesaja 1:5→
— Zij hoort naar de stem niet; zij neemt de tucht niet aan; zij vertrouwt niet op den HEERE; tot haar God nadert zij niet.
“Zij hoort naar de stem niet; zij neemt de tucht niet aan; zij vertrouwt niet op den HEERE; tot haar God nadert zij niet.”
Hier staan vier zware punten van een verschrikkelijke aanklacht tegen Jeruzalem en tegen het Joodse volk. Is het niet droevig te bedenken dat Jeruzalem de stad van de grote Koning was en toch van die hoogte gevallen is? Het was de plaats van de grote tempel. Daar scheen het licht van God terwijl andere volken in duisternis zaten; daar werd de plechtige dienst van God gevierd terwijl elders valse goden aanbeden werden. En toch tergde haar zonde de HEERE, totdat Hij haar aan de verwoester overgaf.
Het is dus duidelijk dat geen mate van licht en geen hoeveelheid voorrecht een volk levend en recht voor God houden kan. Wordt het hart niet veranderd, dan kunnen zij die tot de hemel verhoogd zijn toch tot de hel neergestoten worden.
Deze tekst geldt niet alleen een volk en een kerk, maar ook enkelingen onder Gods eigen kinderen. Sommigen van Gods kinderen volgen Christus van verre. Hun geestelijk leven is beter te zien aan hun vrezen dan aan hun vertrouwen. Zij beven aldoor. Hun handen zijn slap, hun hart is mat. Wij vertrouwen dat zij voor God leven, maar veel meer kunnen wij niet zeggen.
Ik vrees dat er van hen gezegd mag worden: “Zij hoort naar de stem niet.” Het zachte fluisteren van de goddelijke liefde valt op een doof oor. Hoe vaak heeft God gesproken zonder dat wij zo luisterden dat wij Hem ook gehoorzaamden!
Ik vrees ook dat er tijden zijn waarin wij de tucht niet aangenomen hebben, waarin de beproeving aan ons verloren was. Wij zijn van een ziekbed opgestaan slechter dan wij erin gingen. Onze verliezen en onze kruisen hebben ons tot morren geprikkeld in plaats van tot onderzoek van ons hart. Wij zijn in een vijzel gestoten als graan onder een stamper, en toch is onze dwaasheid niet van ons geweken.
En dat is een tergende zaak: dat wij de roede verachten én de hand die haar hanteert, en ons niet tot de HEERE keren. Toch gaat het zo met sommigen van Gods kinderen. Zij horen naar Zijn stem niet, zij nemen de tucht niet aan, en daarom komt het zover dat zij bij tijden ook niet op de HEERE vertrouwd hebben.
Sefanja 3:16-17.KruisverwijzingenHebreeën 7:25→Psalmen 149:4→Jesaja 62:4→Sefanja 3:15→Hebreeën 12:12→Jeremia 32:41→Jesaja 35:3→Lukas 15:23→
— Te dien dage zal tot Jeruzalem gezegd worden: Vrees niet, o Sion! laat uw handen niet slap worden. De HEERE uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich.
“Te dien dage zal tot Jeruzalem gezegd worden: Vrees niet, o Sion! laat uw handen niet slap worden. De HEERE uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich.”
Dat laatste woord is het wonderlijkste van alles: Hij zal Zich over u verheugen met gejuich. Denk toch aan de grote Jehova Die juicht en zingt. Kunt u zich dat voorstellen? Is het in te denken dat de Godheid in een lied uitbreekt? De Vader, de Zoon en de Heilige Geest samen zingend over de verlosten?
Bij sommige volken zingt de bruidegom een bepaald lied wanneer hij zijn bruid ontvangt. Dat lied is bedoeld om zijn blijdschap in haar uit te spreken, en zijn blijdschap dat de dag van zijn bruiloft gekomen is. Hier wordt, door de pen van de inspiratie, de God van de liefde afgebeeld als gehuwd met Zijn gemeente. Hij is zo verheugd in haar dat Hij Zich over haar verheugt met gejuich.
Er zijn drie dingen die Gods kinderen te doen hebben. Het eerste is: gelukkig zijn. Vers 14 zegt: “Zing vrolijk, gij dochter Sions, juich, Israel; wees blijde, en spring op van vreugde van ganser harte, gij dochter Jeruzalems!” Ieder mens kan zingen wanneer zijn beker vol geneugten is. Maar als kinderen van God moeten wij juist dan beginnen te zingen wanneer de vijanden de overhand op ons lijken te krijgen. Juist dan, wanneer de gelederen van de tegenstander zeker van de overwinning schijnen. Onze overwinning zal met ons lied meekomen.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Maar evenzeer wee over Jeruzalem, der ijselijke 1) en der door allerlei zonden en gruwelen bevlekte, der verdrukkende stad.
Beter: der wederspannigen. Van de verkondiging der oordelen tegen de Heidenen, keert de Heere zich nu tot Jeruzalem en Juda. En nu komt de Heere allereerst met Juda te wijzen op zijne weerspannigheid tegen den Heere, Zijn Wet, Zijne heilige ordinantiën. Hoe dit volk zich van de tucht des Heeren heeft afgewend, om zich te keren tot de stomme afgoden. Al wat dan ook verder volgt is gevolg van het niet horen naar de stem Gods, van het niet aannemen van de tucht. Waar het Woord Gods wordt verworpen, waar Zijne ordinantiën niet worden geteld, daar volgt ook vanzelf, dat het leven een verkeerde richting neemt.
Zou ik haar niet weerspannig noemen? Zij hoort naar de stemvan God en Zijne Heilige wet en in de reden Zijner Profeten niet; zij neemt de tucht niet aan, laat zich door den ernst Zijner heilige eisen niet tot boete en bekering dringen; zij vertrouwt niet op den HEERE en Zijne genadige beloften, maar liever op haren voorraad en haar verstand; tot haren God nadert zij niet, maar zij gaat liever tot haren Baäl, en veracht de stem van den Heere en van Zijne Profeten.
a) Hare vorsten vooral bewijzen duidelijk het diepe verderf der gehele stad; zij zijn brullende leeuwen in het midden van haar, die met ene begeerlijkheid als der tyrannen zich op de armen en geringen storten, om ze te vernederen; hare rechters zijn zo onverzadelijk als avondwolven(Hab. 1:8), die de beenderen van den aan den avond gemaakten buit niet breken tot aan den morgen, maar die als in een ogenblik, nog denzelfden avond verslinden.
Spr. 28:15. Ezech. 22:27.
Hare Profeten, die voorgeven door Gods Geest verlicht te zijn, maar gene roeping van God hebben ontvangen, zijn in hun voorzeggingen lichtvaardig, vol ijdel gepraat, gans trouweloze mannen, verachters der waarheid en gerechtigheid Gods, leugenaars, die de gedachten van hun eigen hart voor goddelijke waarheid uitgeven, en de mensen op hunnen weg naar het verderf slechts sterken; hare priesters verrichten hun heilige diensten onachtzaam en met een onrein hart, zij verontreinigen het heilige, den tempel, zij doen der wet, wier wachters zij toch moesten zijn, geweld aan.
Jer. 23:11, 32. Hos. 9:7.
Zo zijn alle standen onder het volk, tot in den wortel verdorven. De rechtvaardige HEERE heeft daaraan gene schuld; Hij heeft niets onbeproefd gelaten, want Hij is in het midden van haar, van die gruwelijke stad; Hij doet geen onrecht; allen morgen geeft Hij weer op nieuw zijn recht in het licht, openbaart Hij door Zijne Profeten wat volgens Zijne heilige wet recht voor Hem is: er ontbreekt niet 1); Hij houdt niet op ondanks hun verachting; doch het is alles te vergeefs, de verkeerde weet van gene schaamte.
Tegenover de goddeloosheid der mensen en het verkeren van het recht, plaatst de Heere Zijn doen. Hij wandelt in het midden van Zijn volk. Hij laat door Zijne Profeten waarschuwen. Hij heeft de Wet niet ingetrokken. Hij laat niet onrecht prediken, maar recht en gerechtigheid, en daarom al de schuld komt op het hoofd van Juda terug. De gruwel der verwoesting is een rechtvaardige vergelding voor hun weerspannigheid en het vertreden van het recht.
Ik heb de Heidenen als de Amalekieten en Kanaänieten uitgeroeid, hun hoeken, hun tinnen, muren en vestingen zijn verwoest, Ik heb hun straten eenzaam gemaakt, dat niemand daar door gaat; hun steden zijn verstoord, zodat er niemand is, dat er geen inwoner is.
Ik zei tot u, o Israël! verder door Mijne Profeten in heilige liefde en in geduld: Immers zult gij Mij vrezen, gij zult de tucht aannemen, opdat hare woning, de woning der dochter Zions, namelijk Jeruzalem, niet uitgeroeid zou worden; al wat Ik volgens Mijne dreigingen in de wet haar bezocht hebbe 1), wanneer zij van Mij zouden afvallen, waarlijk zij hebben, in plaats van zich tot Mij te bekeren, zich vroeg opgemaakt, zij hebben al hun handelingen verdorven, zij zijn zeer vlijtig geweest, om verkeerdheid te doen.
Al wat Ik haar bezocht hebbe. Zo zetten de Staten-Overzetters over. Anderen vertalen: na alles wat Ik over haar besteld heb. Deze vertaling is duidelijker. De Heere wil hier toch zeggen, dat indien Juda en Jeruzalem niet de tucht aannemen, niet willen wandelen naar ‘s Heeren geboden, Hij over hen zal brengen, al wat Hij gedreigd heeft in Zijne heilige wet.
Daarom, omdat alzo het gericht over dit volk niet kan uitblijven, verwacht mij, spreekt de HEERE, gij weinige vromen onder Mijn volk! (Hoofdst. 2:3). Zoekt Mij en Mijne gerechtigheid te ijveriger in geloof, ten dage als Ik Mij opmake tot den roof; als Rechter aller volken, wanneer Ik opsta om door Mijn gericht alle degenen, die nog naar heil en redding verlangen als een buit te winnen. Want Mijn oordeel, Mijn heilig onherroepelijk recht, dat alle volken op aarde geldt, is, om alle goddelozen openbaar te doen worden, de Heidenentot dat doel voor Mij te verzamelen, de koninkrijken te vergaderen, om over hen Mijne gramschap, de ganse hittigheid Mijne toorns uit te storten, want dit ganse land zal, zo als reeds boven (Hoofdst. 1:18) gezegd is, door het vuur van Mijnen ijver verteerd worden; alle goddeloosheid zal worden vernield, en onder zulke zware gerichten zullen dan de boetvaardigen onder de volken zich tot Mij bekeren. Met dit vers is de Profeet tot de gedachte in Hoofdstuk 2:1 vv. teruggekeerd, een bewijs daarvoor, dat hier ook naar de bedoeling van den Profeet, het einde ener afdeling is. De Profeet bedoelt niet in uitsluitenden zin in ons vers het laatste gericht, maar de gerichten, die door de geschiedenis van Israël en van de volken heengaan, en eindelijk in het jongste gericht uitlopen. Voor Israël beginnen deze gerichten ter zifting met de verwoesting van Jeruzalem en de Babylonische ballingschap en zij duren nog heden voort; voor de volken der wereld zijn zij in de menigvuldige katastrofen van de wereldgeschiedenis volvoerd, eerst in de veroveringstochten der Chaldeën onder Nebukadnezar en zijne opvolgers. 9.
III. Vs. 9-20.KruisverwijzingenHebreeën 7:25→Psalmen 149:4→Jesaja 62:4→Sefanja 3:15→Jesaja 19:18→Psalmen 68:31→Jesaja 14:32→Hebreeën 12:12→
— Gewisselijk, dan zal Ik tot de volken een reine spraak wenden; opdat zij allen den Naam des HEEREN aanroepen, opdat zij Hem dienen met een eenparigen schouder. Van de zijden der rivieren der Moren zullen Mijn ernstige aanbidders, met de dochter Mijner verstrooiden, Mijn offeranden brengen. Te dien dage zult gij niet beschaamd wezen vanwege al uw handelingen, waarmede gij tegen Mij overtreden hebt; want alsdan zal Ik uit het midden van u wegnemen, die van vreugde opspringen over uw hovaardij, en gij zult u voortaan niet meer verheffen om Mijns heiligen bergs wil. Maar Ik zal in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op den Naam des HEEREN betrouwen. De overgeblevenen van Israel zullen geen onrecht doen, noch leugen spreken, en in hun mond zal geen bedriegelijke tong gevonden worden; maar zij zullen weiden en nederliggen, en niemand zal hen verschrikken. Zing vrolijk, gij dochter Sions, juich, Israel; wees blijde, en spring op van vreugde van ganser harte, gij dochter Jeruzalems! De HEERE heeft uw oordelen weggenomen, Hij heeft uw vijand weggevaagd; de Koning Israels, de HEERE, is in het midden van u, gij zult geen kwaad meer zien. Te dien dage zal tot Jeruzalem gezegd worden: Vrees niet, o Sion! laat uw handen niet slap worden. De HEERE uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich. De bedroefden, om der bijeenkomst wil, zal Ik verzamelen, zij zijn uit u; de schimping is een last op haar.
Wacht op Mijn gericht, want het zal uwe verlossing zijn, riep de vorige afdeling den gelovigen in Israël toe. Dat gericht zal ook uit de heidenen nog velen tot den Heere brengen; want het zal als een gericht der zifting over alle volken zijn. Deze door Gods gericht gelovig gewordene, bekeerde zielen uit de Heidenen zullen dan uit dankbaarheid aan den Heere, Zijn verstrooid, door zijne schuld verstoten volk bekeren, weer verzamelen en als een welgevallig offer tot Hem leiden (vs. 9-10). Is echter eens Israël, door den arbeid des geloofs van de bekeerde Heidenwereld weer bekeerd, en tot zijnen God vergaderd, zo zal de Heere zelf het van alle zonden reinigen en geheel heiligen, dat het van dien tijd af in ootmoed zijn vertrouwen alleen op den Heere stelt. Onder de herdertrouw van zijnen God zal Israël genen vijand meer behoeven te vrezen, want Hij zal ze allen wegdoen. Vol vreugde en zalig gejubel zal de begenadigde gemeente met den Heere zelven in haar midden-in het nieuwe Jeruzalem in de rijkste volheid der genade en heerlijkheid leven. (vs. 11-20).
Ja wacht slechts op Mij met geduld, gij ellendigen Mijns volks, want gewis, als Ik de grote gerichten over de Heidenen breng, dan zal Ik tot de volken, die tot hiertoe hun eigene wegen zonder God hebben bewandeld en hun goden hebben aangeroepen, door Mijne dienaren ene reine spraak wenden 1), opdat zij allen zich tot Mij bekeren, en, gelijk het in den beginne van de geschiedenis der mensheid geweest is, weer allen den naam des HEEREN, den enigen waren God met innig geloof aanroepen, opdat zij Hem dienen met een eenparigen schouder, en nauw verbondene zielsgemeenschap.
Onze Staten-Overzetters denken hier met enige andere uitleggers aan de lippen van God of van Zijne boden, met welke Hij den volken de goede boodschap zal verkondigen; de meeste oudere en nieuwere uitleggers verklaren het echter van de volken, wier spreuk de Heere heiligen zal. Dat Gods sprake rein is, spreekt te zeer van zelf, dat de Profeet dit zou kunnen willen uitdrukken. Ook op meerdere plaatsen, bijv. Jes. 6:5 vv. waar “reine lippen” of “sprake” voorkomt, wordt het steeds van de lippen der door de zonde bevlekte mensen gebezigd. Neemt men het ook hier in dien zin, dan is de mening, dat de Heere den volken, die tot hiertoe hun lippen door aanroeping der afgoden hebben verontreinigd, de sprake reinigen zal, d. i. hen zal bekeren, en hun harten en spraak zo zal heiligen en ontberen, dat zij met reine gezindheid en welgevallige beden den naam Gods zullen aanroepen. Onze Staten-Overzetters tekenen echter ook aan: “Of, alsdan zal Ik den volken de lippen veranderen in reine lippen, dat is, Ik zal mijne uitverkorenen onder de Heidenen wederbaren door den Heiligen Geest, zodat hun mond en hart rein zullen zijn, zodat zij van God rein zullen gevoelen en spreken, Hem heiliglijk dienende, ” en deze verklaring eist de grondtekst. De Heere God voorspelt hier toch, dat diezelfde lippen, die door den afgodendienst verontreinigd waren, door Hem zullen gereinigd worden, omdat Hij hun hart zal herscheppen tot de vreze Zijns Naams.
Ja, deze bekeerde Heidenen zullen Mij dienen van ganser harte en met een dankbaar gemoed, want de tot Mij bekeerde Heidenwereld zal tot betoning van haren dank voor hare begenadiging Mijn om zijne zonde des ongeloofs en der eigen gerechtigheid verstokt en verstoten volk Israël door geloof en hare prediking tot bekering dringen. Van de zijde der rivierender beide grote stromen, de Nijl en de Astaboras, der Moren, van Ethiopië en het uiterste zuiden der toen bekende wereld, zullen tot Mij, hunnen enigen God en Heiland, Mijne ernstige, de tot Mij waarlijk bekeerde, gelovige aanbidders, met de dochter Mijner verstrooidenover den gansen aardbodem, van Mijn uitverkoren volk, tot Mijne offeranden brengen. 1) Deze bekering van Israël zal dus evenzeer een getuigenis zijn van den ijver der gelovige Heidenen in goede werken, als dat het spijsoffer voor Israël moest zijn (Lev. 2:3).
Even als in Jes. 66:20 wordt ook hier op ‘t duidelijkst voorzegd, dat de bekering en weer bijeenvergadering van het verstokte en verstrooide volk der Joden tot Christus, hunnen God en Heiland, door den heiligen ernst des geloofs en den zendingsarbeid der gelovige Christengemeente uit de heidenen, zal plaats hebben, zo als dit Paulus (Rom. 11) op Nieuw-Testamentische wijze verder uiteenzet. Dat de zending onder de Joden een heilige plicht der dankbaarheid voor de Christenen is, is alzo buiten allen twijfel. Maar de arbeid van liefde en dank aan Israël is volgens de bedoeling van onze plaats niet te beperken tot de zending onder de Joden, maar omvat veel meer. Vooral het innige geloof, de heilige liefde, de brandende ijver voor Gods zaak, moeten het verdwaasde Israël winnen. Wanneer Israël eerst weer moet zeggen: “Ziet, hoe lief zij elkaar hebben, hoe heilig hun wandel is!” Wanneer het in plaats van hoon en spot, ware goddelijke liefde, zo als die uit het geloof in Christus voortvloeit, van de zijden der Christenen verneemt, dan zal het ook moeten erkennen, dat onder ons de ware God, dat onze Jezus de ware Messias is. De grootste hindernis tot bekering van Israël is het ongeloof en gemis van liefde bij de Christenen. De volkomene vervulling van onze profetie zal zeker dan eerst plaats hebben, wanneer na het ingaan van de volheid der Heidenen, de blindheid, welke voor een deel over Israël is gekomen, zal zijn opgeheven, en dan geheel Israël gelovig en zalig zal zijn (Rom. 11:25 v.). In onze Staten-Overzetting is het woordje met er tussen in gevoegd. Dit moet echter niet. De Profeet spreekt hier hetzelfde uit in beginsel, wat de Apostel Paulus (Rom. 11:25 en verv.) betuigt. Beter is dan ook de vertaling van: Mij tot spijsoffer. Door de bekeerde Heidenen zal eens den Joden het Evangelie der genade worden verkondigd. Als de volheid de Heidenen zal zijn ingegaan, zal geheel Israël zalig worden. Dan zullen de Heidenen het bekeerde Israël den Heere als een heilig spijsoffer toebrengen.
Te dien dage, wanneer gij, o Israëls door den arbeid der liefde van de gelovige Heidenen u weer tot Mij zult hebben bekeerd en uit de verstrooiing zult vergaderd zijn, zult gij niet beschaamd behoeven tewezen van wege al uwe handelingen, waarmee gij tegen Mij overtreden hebt; want gij zult alsdan generlei misdaden meer, gelijk vroeger, begaan; want alsdan zal Ik uit het midden van u wegnemen, die van vreugde opspringen over uwe hovaardij, 1) de overmoedige rechters, Profeten en priesters, die zich nu nog op hun misdadige behandeling van u beroemen, en gij zult u voortaan niet meer in hoogmoed, dien wortel van alle zonde, verheffen om Mijne heiligen bergs wil (liever op Mijnen enz.) waar Ik u dan weer zal hebben vergaderd.
De Heere God zegt het hier, dat het dan zou ontbreken aan hen, die Israël zouden verleiden tot afgoderij en het verlaten van Zijn dienst, zodat zij in de vreze des Heeren zonden wandelen, en niet meer zichzelven behoeven te schamen over hun afgoderij.
Maar of, want Ik zal in het midden van u, o Jeruzalem! verscheuren, en als een zaad doen overblijven, opdat het zich tot Mij bekere en uit de verstrooiing verzamele, een ellendige en arm volk1), dezulken, die zich onbekwaam gevoelen tot alle goed, en erkennen, dat zij hun redding alleen aan Mijne genade en ontferming te danken hebben; die zullen op den naam des HEEREN van harte betrouwen 2).
De Heere keurt het nodig, om zelfs het overblijfsel van Zijn volk met veel ellende te oefenen, nadat Hij door hun verlossing hun smaad heeft weggenomen, opdat zij daardoor temeer gebracht zouden worden, om de heiligmaking te betrachten. Want zij zijn een ellendig en arm volk, opdat zij betrouwen en geen onrecht zouden doen.
God houdt arm en ellendig in zich zelf, opdat er alleen een betrouwen op Hem zou zijn. Wie zichzelven heeft leren wantrouwen, wie alle eigenwijsheid heeft leren opgeven die zal ook alleen zijn vertrouwen stellen op den Heere God.
De zo geredde en bekeerde overgeblevenen van Israëlzullen een heilig volk zijn, dat de roeping van het volk Gods (Ex. 19:6) volkomen vervult, want zij zullen als uit God geboren geen onrecht doen (1 Joh. 3:9), noch leugen spreken, en in hunnen mond zal gene bedrieglijke tong gevonden worden, zo als ook hun God geen kwaad doet, en in den mond van hunnen Heiland geen bedrog wordt gevonden (vs. 5. Jes. 53:9); maar zij zullen, als de kleine, volkomen heilige kudde des Heeren onder haren hemelsen Herder, weiden en nederliggen, en niemand zal hen verschrikken, geen zichtbare en onzichtbare vijand zal hen meer vrees aanjagen (Micha 7:14. Luk. 12:32). Deze bekering en verzameling van Israëls overblijfsel, van het heilig zaad, waarop alle beloften en profetieën zien, begon met de verschijning van Christus, en zal bij Zijne wederkomst voltooid zijn. Voor dezen tijd aanschouwt de heilige ziener (Openb. 7:1 vv. 14:1 vv.). deze heilige gemeente uit Israël als een schare van 144. 000, uit iederen stam 12. 000, allen met het zegel des levenden Gods op het voorhoofd verzegeld.
Zing vrolijk, a) gij bekeerde en op uwen heiligen berg weer verzamelde gemeente gij dochter Zions! juich met vreugde; Israël! wees blijde, en spring op van vreugde van ganser harte, over de zo rijke volheid van het u geschonken heil en den zegen, gij dochter Jeruzalems.
Zach. 9:9.
De HEERE heeft uwe oordelen weggenomen; Hij heeft uwen vijand, die Hem tot volvoering Zijner oordelen over u diende, weggevaagd, en Zijn genadeverbond met u weer opgericht; de Koning Israëls, de HEERE. die, zolang gij door Hem in de macht der vijanden tot straf waart overgegeven, had opgehouden uw Koning te zijn, is dan weer als uw Koning, die u verlost heeft, met Zijne genadige tegenwoordigheid in het midden van u; gij zult geen kwaad meer zien. 1)
De godzaligen mogen ook hun tijden van verademing verwachten uit de ellende en dat dezelve hen niet beschadigen zal, wanneer zij komt, als ook dat de dag eens komen zal, wanneer zij voor eeuwig daarvan bevrijd zullen wezen, hetwelk dan, hetgeen hen overkomt, verzachten mag, opdat het hun blijdschap niet verhindere.
Te dien dage zal ware vrede Gods onder u heersen, tot Jeruzalem zal gezegd worden: Vrees niet, o Zion! Ziet, Gods toorn is voorbijgegaan; Zijne genade over u duurt in eeuwigheid. Laat uwe handen niet slap worden van schrik en angst.
De HEERE, uw God, is nu weer in het midden van u, een Held, die verlossen zal uit alle macht van zonde, dood en geweld; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, als over ene versierde trouwe bruid; Hij zal zwijgen in Zijne liefde 1), zal in heilig goddelijk welgevallen en eeuwige goddelijke liefde u stil beschouwen in zalig genot; Hij zal zich over u en uwe redding en zaligheid verheugen met gejuich(Jes. 62:5; 65:19).
Hij kleedt Zich in als een sterflijk mens, dewijl, indien Hij Zich niet op die wijze uitdrukt, Hij niet genoeg kan aantonen, hoezeer Hij ons bemint. God zal zwijgen in Zijne liefde, d. i. dit zal een teken van het hoogste welbehagen, dit zal de hoogste wens van uwen God zijn wanneer Hij u zal koesteren, evenals indien iemand zijn zeer beminde vrouw koestert, zo ook zal God in de liefde voor u rusten. Gelijk God, de Heere, Zich verlustigde over Zijn handenwerk na de zesdaagse schepping, en op den zevenden dag rustte, Zich verheugende in Zijn werk, alzo zal God ook met innig welgevallen zien op Zijn geestelijk handenwerk. De kerk in het algemeen en de gelovigen in het bijzonder zullen het voorwerp zijn van Gods innig welgevallen, van Zijn in de beschouwing er van weggezonkene liefde. Zwijgen in Zijn liefde en Zich verheugen met welgevallen vullen elkaar aan. “Beide het zwijgen en het vrolijk gejubel behoren tot de liefde, zo als ook de zaligheid ene eeuwige rust en een eeuwig prijzen van God wordt genoemd. “
Daarom treurt niet, gij vromen in Israël, over de grote ellenden en de gerichten, welke nu spoedig Israël zullen treffen, als het in de ellende der ballingschap naar Babel wordt gevoerd en daarna onder alle Heidenen verstrooid. De bedroefden, die in verre landen zijn verbannen, om der bijeenkomst wil, omdat zij in de heilige vreugde van den godsdienst niet kunnen delen, zal Ik verzamelen uit de verstrooiing, zodat zij ook deel nemen aan de zalige vreugde van het weer verkregen heil, want zij zijn uit u, zij behoren tot u, en zullen daarom ook niet buiten de u beloofde vernieuwing van het genadeverbond zijn gesloten, de schimping, de slavernij; onder de Heidenen is een last op haar, zij hebben die voor u allen gedragen.
Ziet, Ik zal te dien tijde, als Ik u weer in genade zal aannemen al uwe verdrukkers verdoen, allen, die u door overmoed, hoon en spot beledigen, daar Ik dat alles aan hen zal bezoeken; en Ik zal de hinkenden, d. i. alle degenen onder u, die door Mijne gerichten zullen getroffen worden, behoeden, en de uitgestotenen, allen, die om hun zonden door Mij moesten worden verstoten, verzamelen (Micha 4:5); en Ik zal ze, zo als Ik u Deut. 26:19 beloofd heb, stellen tot enen lof, en tot enen naam, in het ganse land, waar zij beschaamd zijn geweest, en men ze smadelijk behandeld heeft.
Te dier tijd uwer begenadiging en verheerlijking zal Ik, als een trouwe, zorgende Herder, ulieden, die Mijne verlosten zijt, herwaarts brengen, ten tijde namelijk als Ik u, Mijne schapen en lammeren, verzamelen zal (Jes 40:11), zeker Ik zal ulieden zetten tot enen naam en tot enen lof 1) onder alle volken der aarde, als Ik uwe gevangenissen, al de ellende, die om der zonde wil over u moet komen, voor uwe ogen, zodat ieder het tot zijne verwondering zal zien, wenden zal, en tot zaligheid en heerlijkheid zal doen worden, zegt de HEERE, de Getrouwe en Waarachtige.
Leert hieruit, dat de Heere voor een volk verschijnt, en voor haar werkzaam is, is zijn grootste ere voor de wereld, gemerkt wat het aanwijst voor zijn aandeel aan zulk een groten God. Wat achting Hij voor hen heeft in hun lagen staat, en hoe heerlijk Hij hun maken wil, door voor hen te werken. Ook zal Hij te Zijner tijde zulks voor Zijn volk doen, opdat Hij Zijne heerlijkheid op hen mocht leggen. Hierom wordt dit als een vrucht van Zijn werk en als Zijn einde of oogmerk in hetzelve daarbij gevoegd. Hoewel deze gehele grote belofte ook op de Christenen, die uit Joden en Heidenen zijn verzameld, ten volle toepasselijk is en hare gehele vervulling zal vinden in de volmaking van het door Christus op aarde gevestigde koninkrijk der hemelen, zo treedt toch in de schildering der zaligheid (vs. 11-20). de toepassing op de Heiden-christenen geheel op den achtergrond en de blik van den Profeet is alleen op Israël gericht. Daar toch Zefanja niet slechts het gericht over de gehele aarde. maar (in Hoofdst. 3:9, 10) ook de bekering der Heidenen tot Jehova, den levenden God, verkondigt, zo mogen wij ook de voorstelling des heils in Hoofdst. 3:11-20 niet beperken tot het lichamelijk van Abraham afstammende volk van Israël en zijn overblijfsel, maar moeten ook de door Christus tot den levenden God bekeerde Heidenen denken als mede daaronder begrepen. De volle verwezelijking van dit heil en van deze heerlijkheid zal eerst plaats hebben door de stichting van het nieuwe Jeruzalem (Openb. 21 en 22). Zowel het gericht als ook de redding ontwikkelen zich slechts langzamerhand, totdat beide worden volbracht ten tijde van de wederkomst des Heeren ten gerichte over de volken, en ter verlossing Zijner gemeente, welke dan voornamelijk uit het overblijfsel van Israël zal bestaan. Met deze belofte sluit onze Profeet zijne voorzegging, nadat hij aan zijn volk heeft getoond; wat het om zijn afval te wachten had, maar hij verkondigt ook als een ware Zefanja midden onder de naderende gerichten, ene schuilplaats in den Heere, den levenden God. De Heere God spreekt hier van het geestelijk Israël, dat uit alle volken en talen en natiën zal worden verzameld, van de Kerk der uitverkorenen. Deze zal Hij zetten tot een naam en tot een lof. Op haar zal Hij Zijn Naam leggen, Zij die tot haar behoren zullen genaamd worden, het volk des Heeren. Als eenmaal aan alle ellende een einde zal zijn gekomen, als er de nieuwe aarde zal zijn onder den nieuwen hemel, dan zal dit woord der aloude Profetieën in volkomen vervulling treden. SLOTWOORD OP DEN PROFEET ZEFANJA. De Profeet Zefanja, de achterkleinzoon van den vromen koning Hizkia, leefde onder de regering van den koning Josia, Juda’s laatsten godvrezenden koning. Hij is de laatste der Profeten vóór de Babylonische ballingschap, die de verwoesting van Juda door de Chaldeeuwse wereldmacht aankondigt. Maar niet alleen ziet hij den toorn des Heeren in zijne verwoestende werking komen over zijn eigen volk, maar ook over alle de andere volken. Waarom? Opdat dit gericht zijne reinigende strekking zou uitoefenen over Juda, maar ook, opdat, waar dit gericht reinigend zou gaan over Juda, het tevens zijn volk zou verlossen van de macht der Heidenen. Zijne redenen dienen dan ook, opdat de verstokte zondaars nog zouden gewaarschuwd worden, en degenen, die voor God in de schuld zouden vallen, vertroost met de belofte van de heerlijkheid van den Messias. Zeer terecht is dan ook aangemerkt, dat zijne rede is ene universele gerichts-apocalypse, waarin de stralen van alle perioden der gerichtsprofetie bij de andere Profeten zich verenigen en tot een welgeordend geheel verbonden worden, of, “indien iemand verlangt, dat in een kort bestek al de afzonderlijke godsspraken der profetie gegeven worden, die doorleze deze korte Zefanja”. Het is daarom dan ook, dat hij wijst op het overblijfsel naar de verkiezing der genade, op de bekering der Heidenen, en op de bekering van Israël, als vrucht van de eeuwige ontfermingen Gods.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel