Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Sefanja 3

1 Wee der ijselijke, en der bevlekte, der verdrukkende stad!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 WeeH1945 der ijselijkeH4754, en der bevlekteH1351, der verdrukkendeH3238 stadH5892! Wee der ijselijke, en der bevlekte, der verdrukkende stad!

KJV Woe1 to her that is filthy2 and polluted,3 to the oppressing5 city!

1 ה֥וֹי H1945 Wee, wee, Och ah, alas, ho, O, woe 2 מֹרְאָ֖ה H4754 ijselijke, verheft be filthy, lift up self 3 וְנִגְאָלָ֑ה H1351 onreinen, ontreinigen, besmet defile, pollute, stain 4 הָעִ֖יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 5 הַיּוֹנָֽה H3238 verdrukken, verdrukkende, verdrukt destroy, (thrust out by) oppress(-ing, -ion, -or), proud, vex, do violence
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Zij hoort naar de stem niet; zij neemt de tucht niet aan; zij vertrouwt niet op den HEERE; tot haar God nadert zij niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Zij hoortH8085 naar de stemH6963 nietH3808; zij neemtH3947 de tuchtH4148 niet aan; zij vertrouwtH982 nietH3808 op den HEEREH3068; totH413 haar GodH430 nadertH7126 zij nietH3808. Zij hoort naar de stem niet; zij neemt de tucht niet aan; zij vertrouwt niet op den HEERE; tot haar God nadert zij niet.

KJV She obeyed2 not the voice;3 she received5 not correction;6 she trusted9 not in the LORD;7 she drew not near13 to her God.

1 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 שָֽׁמְעָה֙ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 3 בְּק֔וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 4 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 לָקְחָ֖ה H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 6 מוּסָ֑ר H4148 tucht, kastijding, onderwijs bond, chastening(-eth), chastisement, check, correction, discipline, doctrine, instruction, rebuke 7 בַּֽיהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 בָטָ֔חָה H982 vertrouwt, vertrouwen, vertrouw be bold (confident, secure, sure), careless (one, woman), put confidence, (make to) hope, (put, make to) trust 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 אֱלֹהֶ֖יהָ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 12 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 קָרֵֽבָה H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Haar vorsten zijn brullende leeuwen in het midden van haar; haar rechters zijn avondwolven, die de beenderen niet breken tot aan den morgen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Haar vorstenH8269 zijn brullendeH7580 leeuwenH738 in het middenH7130 van haar; haar rechtersH8199 zijn avondwolvenH6153, die de beenderenH3808 niet brekenH1633 tot aan den morgenH1242. Haar vorsten zijn brullende leeuwen in het midden van haar; haar rechters zijn avondwolven, die de beenderen niet breken tot aan den morgen.

KJV Her princes1 within2 her are roaring4 lions;3 her judges5 are evening7 wolves;6 they gnaw not the bones9 till the morrow.

1 שָׂרֶ֣יהָ H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 2 בְקִרְבָּ֔הּ H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 3 אֲרָי֖וֹת H738 leeuw, leeuwen, leeuws (young) lion, [phrase] pierce (from the margin) 4 שֹֽׁאֲגִ֑ים H7580 brullen, brullende, gebruld [idiom] mightily, roar 5 שֹׁפְטֶ֨יהָ֙ H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 6 זְאֵ֣בֵי H2061 wolf, wolven wolf 7 עֶ֔רֶב H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night 8 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 גָרְמ֖וּ H1633 breken, brijzelen gnaw the bones, break 10 לַבֹּֽקֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Haar profeten zijn lichtvaardig, gans trouweloze mannen; haar priesters verontreinigen het heilige, zij doen der wet geweld aan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Haar profetenH5030 zijn lichtvaardigH6348, gans trouwelozeH900 mannenH582; haar priestersH3548 verontreinigenH2490 het heiligeH6944, zij doen der wetH8451 geweldH2554 aan. Haar profeten zijn lichtvaardig, gans trouweloze mannen; haar priesters verontreinigen het heilige, zij doen der wet geweld aan.

KJV Her prophets1 are light2 and treacherous4 persons: her priests5 have polluted6 the sanctuary,7 they have done violence8 to the law.

1 נְבִיאֶ֨יהָ֙ H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 2 פֹּֽחֲזִ֔ים H6348 lichtvaardig, lichtvaardige light 3 אַנְשֵׁ֖י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 בֹּֽגְד֑וֹת H900 trouweloze treacherous 5 כֹּהֲנֶ֨יהָ֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 6 חִלְּלוּ H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 7 קֹ֔דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 8 חָמְס֖וּ H2554 geweld, afrukken make bare, shake off, violate, do violence, take away violently, wrong, imagine wrongfully 9 תּוֹרָֽה H8451 wet, wetten, leer law

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 De rechtvaardige HEERE is in het midden van haar, Hij doet geen onrecht; allen morgen geeft Hij Zijn recht in het licht, er ontbreekt niet; doch de verkeerde weet van geen schaamte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 De rechtvaardigeH6662 HEEREH3068 is in het middenH7130 van haar, Hij doetH6213 geenH3808 onrechtH5766; allen morgenH1242 geeftH5414 Hij Zijn rechtH4941 in het lichtH216, er ontbreektH5737 nietH3808; doch de verkeerdeH5767 weetH3045 van geenH3808 schaamteH1322. De rechtvaardige HEERE is in het midden van haar, Hij doet geen onrecht; allen morgen geeft Hij Zijn recht in het licht, er ontbreekt niet; doch de verkeerde weet van geen schaamte.

KJV The just2 LORD1 is in the midst3 thereof; he will not do5 iniquity:6 every7 morning8 doth he bring10 his judgment9 to light,11 he faileth13 not; but the unjust16 knoweth15 no shame.

1 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 2 צַדִּיק֙ H6662 rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardig just, lawful, righteous (man) 3 בְּקִרְבָּ֔הּ H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 4 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יַעֲשֶׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 עַוְלָ֑ה H5766 onrecht, verkeerdheid, ongerechtigheid iniquity, perverseness, unjust(-ly), unrighteousness(-ly); wicked(-ness) 7 בַּבֹּ֨קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 8 בַּבֹּ֜קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 9 מִשְׁפָּט֨וֹ H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 10 יִתֵּ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 לָאוֹר֙ H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun 12 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 נֶעְדָּ֔ר H5737 gemist, ontbreekt, feilen dig, fail, keep (rank), lack 14 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 יוֹדֵ֥עַ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 16 עַוָּ֖ל H5767 verkeerde, verkeerden unjust, unrighteous, wicked 17 בֹּֽשֶׁת H1322 schaamte, beschaamdheid, beschaming ashamed, confusion, [phrase] greatly, (put to) shame(-ful thing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Ik heb de heidenen uitgeroeid, hun hoeken zijn verwoest, Ik heb hun straten eenzaam gemaakt, dat niemand daardoor gaat; hun steden zijn verstoord, zodat er niemand is, dat er geen inwoner is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Ik heb de heidenenH1471 uitgeroeidH3772, hun hoekenH6438 zijn verwoestH8074, Ik heb hun stratenH2351 eenzaamH2717 gemaakt, dat niemand daardoor gaat; hun stedenH5892 zijn verstoordH6658, zodat er niemandH376 is, dat er geen inwonerH3427 is. Ik heb de heidenen uitgeroeid, hun hoeken zijn verwoest, Ik heb hun straten eenzaam gemaakt, dat niemand daardoor gaat; hun steden zijn verstoord, zodat er niemand is, dat er geen inwoner is.

KJV I have cut off1 the nations:2 their towers4 are desolate;3 I made their streets6 waste,5 that none passeth by:8 their cities10 are destroyed,9 so that there is no man,12 that there is none inhabitant.

1 הִכְרַ֣תִּי H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 2 גוֹיִ֗ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 3 נָשַׁ֨מּוּ֙ H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder 4 פִּנּוֹתָ֔ם H6438 hoeken, hoek, hoeksteen bulwark, chief, corner, stay, tower 5 הֶחֱרַ֥בְתִּי H2717 verwoest, woest, verdroogd decay, (be) desolate, destroy(-er), (be) dry (up), slay, [idiom] surely, (lay, lie, make) waste 6 חֽוּצוֹתָ֖ם H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without 7 מִבְּלִ֣י H1097 iemand, alsof, onwetende corruption, ig(norantly), for lack of, where no...is, so that no, none, not, un(awares), without 8 עוֹבֵ֑ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 9 נִצְדּ֧וּ H6658 nagesteld, verstoord destroy, hunt, lie in wait 10 עָרֵיהֶ֛ם H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 11 מִבְּלִי H1097 iemand, alsof, onwetende corruption, ig(norantly), for lack of, where no...is, so that no, none, not, un(awares), without 12 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 13 מֵאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 14 יוֹשֵֽׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Ik zeide: Immers zult gij Mij vrezen, gij zult de tucht aannemen, opdat haar woning niet uitgeroeid zou worden; al wat Ik haar bezocht hebbe, waarlijk, zij hebben zich vroeg opgemaakt, zij hebben al hun handelingen verdorven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Ik zeideH559: Immers zult gij Mij vrezenH3372, gij zult de tuchtH4148 aannemenH3947, opdat haar woningH4583 nietH3808 uitgeroeidH3772 zou worden; alH3605 watH834 Ik haar bezochtH6485 hebbe, waarlijkH403, zij hebben zich vroeg opgemaaktH7925, zij hebben alH3605 hun handelingenH5949 verdorvenH7843. Ik zeide: Immers zult gij Mij vrezen, gij zult de tucht aannemen, opdat haar woning niet uitgeroeid zou worden; al wat Ik haar bezocht hebbe, waarlijk, zij hebben zich vroeg opgemaakt, zij hebben al hun handelingen verdorven.

KJV I said,1 Surely thou wilt fear3 me, thou wilt receive5 instruction;6 so their dwelling should not be cut off,8 howsoever11 I punished12 them: but14 they rose early,15 and corrupted16 all their doings.

1 אָמַ֜רְתִּי H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אַךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 3 תִּירְאִ֤י H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 4 אוֹתִי֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 תִּקְחִ֣י H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 6 מוּסָ֔ר H4148 tucht, kastijding, onderwijs bond, chastening(-eth), chastisement, check, correction, discipline, doctrine, instruction, rebuke 7 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 יִכָּרֵ֣ת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 9 מְעוֹנָ֔הּ H4585 holen, woningen, woning den, habitation, (dwelling) place, refuge 10 כֹּ֥ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 פָּקַ֖דְתִּי H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 13 עָלֶ֑יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 אָכֵן֙ H403 waarlijk, Voorwaar, Waarlijk but, certainly, nevertheless, surely, truly, verily 15 הִשְׁכִּ֣ימוּ H7925 vroeg, stond, stonden (arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning 16 הִשְׁחִ֔יתוּ H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 17 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 18 עֲלִילוֹתָֽם H5949 handelingen, daden, oorzaak act(-ion), deed, doing, invention, occasion, work

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Daarom verwacht Mij, spreekt de HEERE, ten dage als Ik Mij opmake tot den roof; want Mijn oordeel is, de heidenen te verzamelen, de koninkrijken te vergaderen, om over hen Mijn gramschap, de ganse hittigheid Mijns toorns uit te storten, want dit ganse land zal door het vuur van Mijn ijver verteerd worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 DaaromH3651 verwachtH2442 Mij, spreektH5002 de HEEREH3068, ten dageH3117 als Ik Mij opmakeH6965 tot den roofH5706; wantH3588 Mijn oordeelH4941 is, de heidenenH1471 te verzamelenH622, de koninkrijkenH4467 te vergaderenH6908, om overH5921 hen Mijn gramschapH2195, de ganseH3605 hittigheidH2740 Mijns toornsH639 uit te stortenH8210, wantH3588 dit ganseH3605 landH776 zal door het vuurH784 van Mijn ijverH7068 verteerdH398 worden. Daarom verwacht Mij, spreekt de HEERE, ten dage als Ik Mij opmake tot den roof; want Mijn oordeel is, de heidenen te verzamelen, de koninkrijken te vergaderen, om over hen Mijn gramschap, de ganse hittigheid Mijns toorns uit te storten, want dit ganse land zal door het vuur van Mijn ijver verteerd worden.

KJV Therefore wait2 ye upon me, saith4 the LORD,5 until the day6 that I rise up7 to the prey:8 for my determination10 is to gather11 the nations,12 that I may assemble13 the kingdoms,14 to pour15 upon them mine indignation,17 even all my fierce19 anger:20 for all the earth26 shall be devoured24 with the fire22 of my jealousy.

1 לָכֵ֤ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 חַכּוּ H2442 verwacht, wachten, gewacht long, tarry, wait 3 לִי֙ 4 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 לְי֖וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 קוּמִ֣י H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 8 לְעַ֑ד H5706 roof prey 9 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 מִשְׁפָּטִי֩ H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 11 לֶאֱסֹ֨ף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 12 גּוֹיִ֜ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 13 לְקָבְצִ֣י H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 14 מַמְלָכ֗וֹת H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 15 לִשְׁפֹּ֨ךְ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 16 עֲלֵיהֶ֤ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 זַעְמִי֙ H2195 gramschap, verstoordheid, grimmigheid angry, indignation, rage 18 כֹּ֚ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 19 חֲר֣וֹן H2740 hittigheid, hitte, brandende toorn sore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful) 20 אַפִּ֔י H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 21 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 22 בְּאֵ֣שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 23 קִנְאָתִ֔י H7068 ijver, ijveringen, ijvers envy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal 24 תֵּאָכֵ֖ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 25 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 26 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Gewisselijk, dan zal Ik tot de volken een reine spraak wenden; opdat zij allen den Naam des HEEREN aanroepen, opdat zij Hem dienen met een eenparigen schouder.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 GewisselijkH3588, dan zal Ik totH413 de volkenH5971 een reineH1305 spraakH8193 wendenH2015; opdat zij allenH3605 den NaamH8034 des HEERENH3068 aanroepenH7121, opdat zij Hem dienenH5647 met een eenparigenH259 schouderH7926. Gewisselijk, dan zal Ik tot de volken een reine spraak wenden; opdat zij allen den Naam des HEEREN aanroepen, opdat zij Hem dienen met een eenparigen schouder.

KJV For then will I turn3 to the people5 a pure7 language,6 that they may all call8 upon the name10 of the LORD,11 to serve12 him with one14 consent.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אָ֛ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 3 אֶהְפֹּ֥ךְ H2015 veranderd, omgekeerd, keerde [idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way) 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 עַמִּ֖ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 שָׂפָ֣ה H8193 lippen, oever, spraak band, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words 7 בְרוּרָ֑ה H1305 reine, uitgelezen, zuiveren make bright, choice, chosen, cleanse (be clean), clearly, polished, (shew self) pure(-ify), purge (out) 8 לִקְרֹ֤א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 9 כֻלָּם֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 בְּשֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 11 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 לְעָבְד֖וֹ H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 13 שְׁכֶ֥ם H7926 schouder, schouderen, Sichem back, [idiom] consent, portion, shoulder 14 אֶחָֽד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Van de zijden der rivieren der Moren zullen Mijn ernstige aanbidders, met de dochter Mijner verstrooiden, Mijn offeranden brengen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Van de zijdenH5676 der rivierenH5104 der MorenH3568 zullen Mijn ernstige aanbiddersH6282, met de dochterH1323 Mijner verstrooidenH6327, Mijn offerandenH4503 brengenH2986. Van de zijden der rivieren der Moren zullen Mijn ernstige aanbidders, met de dochter Mijner verstrooiden, Mijn offeranden brengen.

KJV From beyond1 the rivers2 of Ethiopia3 my suppliants,4 even the daughter5 of my dispersed,6 shall bring7 mine offering.

1 מֵעֵ֖בֶר H5676 gene, zijden, recht [idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight 2 לְנַֽהֲרֵי H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 3 כ֑וּשׁ H3568 Morenland, Cusch, Moren Chush, Cush, Ethiopia 4 עֲתָרַי֙ H6282 aanbidders, overvloedige suppliant, thick 5 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 6 פוּצַ֔י H6327 verstrooid, verstrooien, verstrooide break (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad 7 יוֹבִל֖וּן H2986 geleid, gebracht, voeren bring (forth), carry, lead (forth) 8 מִנְחָתִֽי H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Te dien dage zult gij niet beschaamd wezen vanwege al uw handelingen, waarmede gij tegen Mij overtreden hebt; want alsdan zal Ik uit het midden van u wegnemen, die van vreugde opspringen over uw hovaardij, en gij zult u voortaan niet meer verheffen om Mijns heiligen bergs wil.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Te dien dageH3117 zult gij nietH3808 beschaamdH954 wezen vanwege alH3605 uw handelingenH5949, waarmede gij tegen Mij overtredenH6586 hebt; wantH3588 alsdanH227 zal Ik uit hetH1931 middenH7130 van u wegnemenH5493, die van vreugde opspringenH5947 over uw hovaardijH1346, en gij zult u voortaanH3254 nietH3808 meerH5750 verheffenH1361 om Mijns heiligenH6944 bergsH2022 wil. Te dien dage zult gij niet beschaamd wezen vanwege al uw handelingen, waarmede gij tegen Mij overtreden hebt; want alsdan zal Ik uit het midden van u wegnemen, die van vreugde opspringen over uw hovaardij, en gij zult u voortaan niet meer verheffen om Mijns heiligen bergs wil.

KJV In that day1 shalt thou not be ashamed4 for all thy doings,6 wherein thou hast transgressed8 against me: for then I will take away12 out of the midst13 of thee them that rejoice14 in thy pride,15 and thou shalt no more17 be haughty18 because of my holy21 mountain.

1 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הַה֗וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 תֵב֨וֹשִׁי֙ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 5 מִכֹּ֣ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 עֲלִילֹתַ֔יִךְ H5949 handelingen, daden, oorzaak act(-ion), deed, doing, invention, occasion, work 7 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 פָּשַׁ֖עַתְּ H6586 overtreden, overtreders, vielen offend, rebel, revolt, transgress(-ion, -or) 9 בִּ֑י 10 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 אָ֣ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 12 אָסִ֣יר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 13 מִקִּרְבֵּ֗ךְ H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 14 עַלִּיזֵי֙ H5947 vrolijk huppelende, opspringt vreugde, vreugde opspringen joyous, (that) rejoice(-ing) 15 גַּאֲוָתֵ֔ךְ H1346 hoogmoed, hoogheid, hovaardij excellency, haughtiness, highness, pride, proudly, swelling 16 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 תוֹסִ֧פִי H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 18 לְגָבְהָ֛ה H1361 hoger, hoog, verheffen exalt, be haughty, be (make) high(-er), lift up, mount up, be proud, raise up great height, upward 19 ע֖וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 20 בְּהַ֥ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 21 קָדְשִֽׁי H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Maar Ik zal in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op den Naam des HEEREN betrouwen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Maar Ik zal in het middenH7130 van u doen overblijvenH7604 een ellendigH6041 en armH1800 volkH5971; die zullen op den NaamH8034 des HEERENH3068 betrouwenH2620. Maar Ik zal in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op den Naam des HEEREN betrouwen.

KJV I will also leave1 in the midst2 of thee an afflicted4 and poor5 people,3 and they shall trust6 in the name7 of the LORD.

1 וְהִשְׁאַרְתִּ֣י H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 2 בְקִרְבֵּ֔ךְ H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 3 עַ֥ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 עָנִ֖י H6041 ellendigen, ellendige, ellendig afflicted, humble, lowly, needy, poor 5 וָדָ֑ל H1800 armen, arme, arm lean, needy, poor (man), weaker 6 וְחָס֖וּ H2620 betrouwen, betrouw, toevlucht nemen have hope, make refuge, (put) trust 7 בְּשֵׁ֥ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 8 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 De overgeblevenen van Israel zullen geen onrecht doen, noch leugen spreken, en in hun mond zal geen bedriegelijke tong gevonden worden; maar zij zullen weiden en nederliggen, en niemand zal hen verschrikken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 De overgeblevenenH7611 van IsraelH3478 zullen geenH3808 onrechtH5766 doenH6213, nochH3808 leugenH3577 sprekenH1696, en in hun mondH6310 zal geenH3808 bedriegelijkeH8649 tongH3956 gevondenH4672 worden; maarH3588 zijH1992 zullen weidenH7462 en nederliggenH7257, en niemandH369 zal hen verschrikkenH2729. De overgeblevenen van Israel zullen geen onrecht doen, noch leugen spreken, en in hun mond zal geen bedriegelijke tong gevonden worden; maar zij zullen weiden en nederliggen, en niemand zal hen verschrikken.

KJV The remnant1 of Israel2 shall not do4 iniquity,5 nor speak7 lies;8 neither shall a deceitful13 tongue12 be found10 in their mouth:11 for they shall feed16 and lie down,17 and none shall make them afraid.

1 שְׁאֵרִ֨ית H7611 overblijfsel, overige, overigen that had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest 2 יִשְׂרָאֵ֜ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 3 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 יַעֲשׂ֤וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 עַוְלָה֙ H5766 onrecht, verkeerdheid, ongerechtigheid iniquity, perverseness, unjust(-ly), unrighteousness(-ly); wicked(-ness) 6 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 יְדַבְּר֣וּ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 8 כָזָ֔ב H3577 leugen, leugenen, leugenachtig deceitful, false, leasing, + liar, lie, lying 9 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 יִמָּצֵ֥א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 11 בְּפִיהֶ֖ם H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 12 לְשׁ֣וֹן H3956 tong, spraak, tongen [phrase] babbler, bay, [phrase] evil speaker, language, talker, tongue, wedge 13 תַּרְמִ֑ית H8649 bedriegerij, bedrog, bedriegelijke deceit(-ful), privily 14 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 הֵ֛מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 16 יִרְע֥וּ H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 17 וְרָבְצ֖וּ H7257 nederliggen, legeren, ligt crouch (down), fall down, make a fold, lay, (cause to, make to) lie (down), make to rest, sit 18 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 19 מַחֲרִֽיד H2729 verschrikken, verschrikte, bevende be (make) afraid, be careful, discomfit, fray (away), quake, tremble
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Zing vrolijk, gij dochter Sions, juich, Israel; wees blijde, en spring op van vreugde van ganser harte, gij dochter Jeruzalems!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Zing vrolijkH7442, gij dochterH1323 SionsH6726, juichH7321, IsraelH3478; wees blijdeH8055, en spring op van vreugdeH5937 van ganserH3605 harteH3820, gij dochterH1323 JeruzalemsH3389! Zing vrolijk, gij dochter Sions, juich, Israel; wees blijde, en spring op van vreugde van ganser harte, gij dochter Jeruzalems!

KJV Sing,1 O daughter2 of Zion;3 shout,4 O Israel;5 be glad6 and rejoice7 with all the heart,9 O daughter10 of Jerusalem.

1 רָנִּי֙ H7442 juichen, vrolijk zingen, juicht aloud for joy, cry out, be joyful (greatly, make to) rejoice, (cause to) shout (for joy), (cause to) sing (aloud, for joy, out), triumph 2 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 3 צִיּ֔וֹן H6726 Sion, Sions Zion 4 הָרִ֖יעוּ H7321 juichen, juichte, Juicht blow an alarm, cry (alarm, aloud, out), destroy, make a joyful noise, smart, shout (for joy), sound an alarm, triumph 5 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 שִׂמְחִ֤י H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 7 וְעָלְזִי֙ H5937 vreugde opspringen, springt vreugde, vreugde opgesprongen be joyful, rejoice, triumph 8 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 לֵ֔ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 10 בַּ֖ת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 11 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 De HEERE heeft uw oordelen weggenomen, Hij heeft uw vijand weggevaagd; de Koning Israels, de HEERE, is in het midden van u, gij zult geen kwaad meer zien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 De HEEREH3068 heeft uw oordelenH4941 weggenomenH5493, Hij heeft uw vijandH341 weggevaagdH6437; de KoningH4428 IsraelsH3478, de HEEREH3068, is in het middenH7130 van u, gij zult geenH3808 kwaadH7451 meerH5750 zienH7200. De HEERE heeft uw oordelen weggenomen, Hij heeft uw vijand weggevaagd; de Koning Israels, de HEERE, is in het midden van u, gij zult geen kwaad meer zien.

KJV The LORD2 hath taken away1 thy judgments,3 he hath cast out4 thine enemy:5 the king6 of Israel,7 even the LORD,8 is in the midst9 of thee: thou shalt not see evil

1 הֵסִ֤יר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 מִשְׁפָּטַ֔יִךְ H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 4 פִּנָּ֖ה H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 5 אֹֽיְבֵ֑ךְ H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 6 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 יִשְׂרָאֵ֤ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 בְּקִרְבֵּ֔ךְ H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 10 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 תִֽירְאִ֥י H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 12 רָ֖ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 13 עֽוֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Te dien dage zal tot Jeruzalem gezegd worden: Vrees niet, o Sion! laat uw handen niet slap worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Te dienH1931 dageH3117 zal tot JeruzalemH3389 gezegdH559 worden: VreesH3372 niet, o SionH6726! laat uw handenH3027 niet slapH7503 worden. Te dien dage zal tot Jeruzalem gezegd worden: Vrees niet, o Sion! laat uw handen niet slap worden.

KJV In that day1 it shall be said3 to Jerusalem,4 Fear6 thou not: and to Zion,7 Let not thine hands10 be slack.

1 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הַה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 יֵאָמֵ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 לִירֽוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 5 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 6 תִּירָ֑אִי H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 7 צִיּ֖וֹן H6726 Sion, Sions Zion 8 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 9 יִרְפּ֥וּ H7503 slap, begeven, ledig abate, cease, consume, draw (toward evening), fail, (be) faint, be (wax) feeble, forsake, idle, leave, let alone (go, down), (be) slack, stay, be still, be slothful, (be) weak(-en). See H7495 (רָפָא) 10 יָדָֽיִךְ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 De HEERE uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 De HEEREH3068 uw GodH430, is in het middenH7130 van u, een HeldH1368, Die verlossenH3467 zal; Hij zal overH5921 u vrolijkH7797 zijn met blijdschapH8057, Hij zal zwijgenH2790 in Zijn liefdeH160, Hij zal Zich overH5921 u verheugenH1523 met gejuichH7440. De HEERE uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich.

KJV The LORD1 thy God2 in the midst3 of thee is mighty;4 he will save,5 he will rejoice6 over thee with joy;8 he will rest9 in his love,10 he will joy11 over thee with singing.

1 יְהוָ֧ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 2 אֱלֹהַ֛יִךְ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 בְּקִרְבֵּ֖ך H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 4 גִּבּ֣וֹר H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 5 יוֹשִׁ֑יעַ H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 6 יָשִׂ֨ישׂ H7797 vrolijk, verblijden, Wees vrolijk be glad, [idiom] greatly, joy, make mirth, rejoice 7 עָלַ֜יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 בְּשִׂמְחָ֗ה H8057 blijdschap, vreugde, vrolijkheid [idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing) 9 יַחֲרִישׁ֙ H2790 zwijg, zwijgen, ploegen [idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker 10 בְּאַ֣הֲבָת֔וֹ H160 liefde, liefhad, bemint love 11 יָגִ֥יל H1523 verheugen, verheugt, verheuge be glad, joy, be joyful, rejoice 12 עָלַ֖יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 בְּרִנָּֽה H7440 gejuich, geschrei, vreugdegezang cry, gladness, joy, proclamation, rejoicing, shouting, sing(-ing), triumph
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 De bedroefden, om der bijeenkomst wil, zal Ik verzamelen, zij zijn uit u; de schimping is een last op haar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 De bedroefdenH3013, om der bijeenkomstH4150 wil, zal Ik verzamelenH622, zij zijn uitH4480 u; de schimpingH2781 is een lastH4864 opH5921 haar. De bedroefden, om der bijeenkomst wil, zal Ik verzamelen, zij zijn uit u; de schimping is een last op haar.

KJV I will gather3 them that are sorrowful1 for the solemn assembly,2 who are of thee, to whom the reproach8 of it was a burden.

1 נוּגֵ֧י H3013 bedroefd, bedroefden, bedroeft afflict, cause grief, grieve, sorrowful, vex 2 מִמּוֹעֵ֛ד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 3 אָסַ֖פְתִּי H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 4 מִמֵּ֣ךְ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 5 הָי֑וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 מַשְׂאֵ֥ת H4864 gerecht, gerechten, last burden, collection, sign of fire, (great) flame, gift, lifting up, mess, oblation, reward 7 עָלֶ֖יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 חֶרְפָּֽה H2781 smaadheid, smaad, versmaadheid rebuke, reproach(-fully), shame
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Ziet, Ik zal te dien tijde al uw verdrukkers verdoen; en Ik zal de hinkenden behoeden, en de uitgestotenen verzamelen; en Ik zal ze stellen tot een lof, en tot een naam, in het ganse land, waar zij beschaamd zijn geweest.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 ZietH2005, Ik zal te dienH1931 tijdeH6256 alH3605 uw verdrukkersH6031 verdoenH6213; en Ik zal de hinkendenH6760 behoedenH3467, en de uitgestotenenH5080 verzamelenH6908; en Ik zal ze stellenH7760 tot een lofH8416, en tot een naamH8034, in het ganseH3605 landH776, waar zij beschaamdH1322 zijn geweest. Ziet, Ik zal te dien tijde al uw verdrukkers verdoen; en Ik zal de hinkenden behoeden, en de uitgestotenen verzamelen; en Ik zal ze stellen tot een lof, en tot een naam, in het ganse land, waar zij beschaamd zijn geweest.

KJV Behold, at that time6 I will undo2 all that afflict5 thee: and I will save8 her that halteth,10 and gather12 her that was driven out;11 and I will get13 them praise14 and fame15 in every land17 where they have been put to shame.

1 הִנְנִ֥י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 2 עֹשֶׂ֛ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 מְעַנַּ֖יִךְ H6031 verootmoedigen, verdrukt, verkracht abase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise 6 בָּעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 7 הַהִ֑יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 8 וְהוֹשַׁעְתִּ֣י H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הַצֹּלֵעָ֗ה H6760 hinkende, hinkenden halt 11 וְהַנִּדָּחָה֙ H5080 gedreven, verdreven, verdrevenen banish, bring, cast down (out), chase, compel, draw away, drive (away, out, quite), fetch a stroke, force, go away, outcast, thrust away (out), withdraw 12 אֲקַבֵּ֔ץ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 13 וְשַׂמְתִּים֙ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 14 לִתְהִלָּ֣ה H8416 lof, roem, lofzang praise 15 וּלְשֵׁ֔ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 16 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 18 בָּשְׁתָּֽם H1322 schaamte, beschaamdheid, beschaming ashamed, confusion, [phrase] greatly, (put to) shame(-ful thing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Te dier tijd zal Ik ulieden herwaarts brengen, ten tijde namelijk, als Ik u verzamelen zal; zekerlijk Ik zal ulieden zetten tot een naam en tot een lof, onder alle volken der aarde, als Ik uw gevangenissen voor uw ogen wenden zal, zegt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Te dier tijdH6256 zal Ik ulieden herwaarts brengenH935, ten tijdeH6256 namelijk, als Ik u verzamelenH6908 zal; zekerlijkH3588 Ik zal ulieden zettenH5414 tot een naamH8034 en tot een lofH8416, onder alleH3605 volkenH5971 der aardeH776, als Ik uw gevangenissenH7622 voor uw ogenH5869 wendenH7725 zal, zegtH559 de HEEREH3068. Te dier tijd zal Ik ulieden herwaarts brengen, ten tijde namelijk, als Ik u verzamelen zal; zekerlijk Ik zal ulieden zetten tot een naam en tot een lof, onder alle volken der aarde, als Ik uw gevangenissen voor uw ogen wenden zal, zegt de HEERE.

KJV At that time1 will I bring3 you again, even in the time5 that I gather6 you: for I will make9 you a name11 and a praise12 among all people14 of the earth,15 when I turn back16 your captivity18 before your eyes,19 saith20 the LORD.

1 בָּעֵ֤ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 2 הַהִיא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 אָבִ֣יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 אֶתְכֶ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 וּבָעֵ֖ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 6 קַבְּצִ֣י H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 7 אֶתְכֶ֑ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 אֶתֵּ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 אֶתְכֶ֜ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 לְשֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 12 וְלִתְהִלָּ֗ה H8416 lof, roem, lofzang praise 13 בְּכֹל֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 עַמֵּ֣י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 15 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 16 בְּשׁוּבִ֧י H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 17 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 שְׁבוּתֵיכֶ֛ם H7622 gevangenis, gevangenen, gevangenissen captive(-ity) 19 לְעֵינֵיכֶ֖ם H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 20 אָמַ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 21 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Sefanja 3:1 Jeremia 6:6 Jesaja 30:12 Maleachi 3:5 Ezechiël 22:29 Jeremia 22:17 Amos 3:9 Micha 2:2 Jesaja 5:7
Sefanja 3:2 Jeremia 5:3 Jeremia 7:23 Jeremia 2:30 Jeremia 22:21 Psalmen 78:22 Deuteronomium 28:15 Spreuken 5:12 Jesaja 1:5
Sefanja 3:3 Habakuk 1:8 Jeremia 5:6 Jesaja 1:23 Ezechiël 22:6 Psalmen 10:8 Micha 3:9 Jeremia 22:17 Spreuken 28:15
Sefanja 3:4 Ezechiël 22:26 Hosea 9:7 Maleachi 2:8 2 Petrus 2:1 Jeremia 23:32 1 Johannes 4:1 Micha 3:5 Jeremia 8:10
Sefanja 3:5 Sefanja 3:15 Deuteronomium 32:4 Psalmen 145:17 Deuteronomium 23:14 Psalmen 37:6 Prediker 3:16 Klaagliederen 3:23 Job 34:10
Sefanja 3:6 Sefanja 2:5 Jesaja 10:1 Jesaja 37:24 Nahum 2:1 1 Korinthe 10:11 Leviticus 26:31 Jesaja 37:11 Jesaja 19:1
Sefanja 3:7 Hosea 9:9 Sefanja 3:2 Jeremia 36:3 Jeremia 7:7 2 Kronieken 36:3 Jeremia 38:17 Deuteronomium 4:16 Jesaja 63:8
Sefanja 3:8 Joël 3:2 Sefanja 1:18 2 Petrus 3:10 Psalmen 27:14 Ezechiël 38:14 Deuteronomium 32:21 Spreuken 20:22 Mattheüs 25:32
Sefanja 3:9 Jesaja 19:18 Psalmen 22:27 Habakuk 2:14 Genesis 11:1 Handelingen 2:4 Openbaring 11:15 Romeinen 15:6 1 Koningen 8:41
Sefanja 3:10 Psalmen 68:31 Jesaja 11:11 Jesaja 18:1 Romeinen 15:16 1 Petrus 1:1 Psalmen 72:8 Jesaja 49:20 Handelingen 24:17
Sefanja 3:11 Jesaja 11:9 Jesaja 54:4 Joël 2:26 Mattheüs 3:9 Jeremia 7:4 Psalmen 87:1 Micha 3:11 Jesaja 45:17
Sefanja 3:12 Jesaja 14:32 Nahum 1:7 Zacharia 13:8 Mattheüs 5:3 Jesaja 50:10 Romeinen 15:12 Zacharia 11:11 Jakobus 2:5
Sefanja 3:13 Sefanja 2:7 Openbaring 14:5 Micha 4:7 Jeremia 31:33 Jesaja 60:21 Jesaja 10:20 Ezechiël 34:13 Jesaja 17:2
Sefanja 3:14 Jesaja 12:6 Jesaja 54:1 Lukas 2:10 Micha 4:8 Zacharia 2:10 Jeremia 30:19 Jesaja 51:11 Jesaja 35:2
Sefanja 3:15 Jesaja 51:22 Zacharia 10:6 Johannes 1:49 Sefanja 3:5 Joël 3:17 Openbaring 12:10 Jesaja 13:1 Psalmen 85:3
Sefanja 3:16 Hebreeën 12:12 Jesaja 35:3 Openbaring 2:3 Zacharia 8:15 Jesaja 41:10 Jesaja 44:2 Jesaja 41:13 Johannes 12:12
Sefanja 3:17 Hebreeën 7:25 Psalmen 149:4 Jesaja 62:4 Sefanja 3:15 Jeremia 32:41 Lukas 15:23 Psalmen 147:11 Sefanja 3:5
Sefanja 3:18 Psalmen 42:2 Klaagliederen 1:4 Psalmen 63:1 Klaagliederen 1:7 Hosea 1:11 Klaagliederen 2:6 Ezechiël 36:24 Romeinen 11:25
Sefanja 3:19 Jeremia 33:9 Micha 4:6 Jesaja 60:14 Ezechiël 34:16 Hebreeën 12:13 Jesaja 62:7 Zacharia 2:8 Openbaring 19:17
Sefanja 3:20 Jeremia 29:14 Joël 3:1 Sefanja 2:7 Ezechiël 34:16 Maleachi 3:12 Ezechiël 37:21 Sefanja 3:19 Jesaja 56:5
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Sefanja 3 vers 1

der ijselijke, Of, vervuilde, lasterlijke, of gierige. Anders: wee den krop, dat is, de stad die een groten krop heeft, die alles verslindt, gelijk de roofvogels, die alles wat zij vinden inslokken, hetzij ruw of rauw.

Hertaald: der ijselijke, Of: vervuilde, lasterlijke, of hebzuchtige. Anders: wee de krop, dat is: de stad die een grote krop heeft en alles verslindt, zoals de roofvogels die alles wat zij vinden inslikken, hetzij ruw of rauw.

der bevlekte, Of, roofstad. Het Hebr. woord betekent roven en onderdrukken. Anders: de besmettende stad, te weten met allerlei gruwelijke zonden. Eenigen hebben hier de duifstad, welke vogel een grote krop heeft en veel spijs opsnapt.

Hertaald: der bevlekte, Of: roofstad. Het Hebreeuwse woord betekent roven en onderdrukken. Anders: de besmettende stad, namelijk met allerlei gruwelijke zonden. Sommigen lezen hier: de duivenstad — die vogel heeft namelijk een grote krop en snapt veel voedsel op.

der verdrukkende stad Versta, de stad Jeruzalem, wier koningen, vorsten en verscheidene machtige en trotsche burgers en inwoners velen menschen grooten overlast gedaan hebben. Verg. met dit vs. Isa 1 , en Isa 5 .

Hertaald: der verdrukkende stad Versta: de stad Jeruzalem, waarvan de koningen, vorsten en verscheidene machtige en trotse burgers en inwoners veel mensen grote overlast aangedaan hebben. Vergelijk dit vers met Jes. 1 en Jes. 5.

Sefanja 3 vers 2

stem niet; De vermaning des Heeren door zijne profeten.

Hertaald: stem niet; De vermaning van de HEERE door Zijn profeten.

zij neemt de tucht niet aan; Zij laat zich niet onderrichten, hetwelk een teken van dwaasheid is; Spr. 1:7 . Verg. Jer. 2:30 , en Jer. 5:3 , en Jer. 7:28 .

Hertaald: zij neemt de tucht niet aan; Zij laat zich niet onderwijzen, wat een teken van dwaasheid is; Spr. 1:7. Vergelijk Jer. 2:30, Jer. 5:3 en Jer. 7:28.

nadert zij niet Te weten, van ganse harte; verg. Jes. 29:13 ; maar Hos. 6:1 , vermanen de godzaligen elkander tot den Heere ter keren.

Hertaald: nadert zij niet Namelijk van ganser harte; vergelijk Jes. 29:13. Maar in Hos. 6:1 vermanen de godzaligen elkaar zich tot de HEERE te keren.

Sefanja 3 vers 3

avondwolven, Die des avonds romdom sluipen, te weten, om op de schapen te loeren; zie Hab. 1:8 . Men kan ook door avond verstaan den nacht, gelijk Sef. 2:7 .

Hertaald: avondwolven, Die 's avonds rondsluipen, namelijk om op de schapen te loeren; zie Hab. 1:8. Men kan onder avond ook de nacht verstaan, zoals Zef. 2:7.

die de beenderen Maar terstond hunne prooi met vlees en beenderen opvreten, nietmetal, ja zelf de beenderen niet overlatende tot des anderen daags 's morgens. Hebr. die niet ontbenen tot 's morgens. Zie Num. 24:8 , en verg. Jer. 5:6 .

Hertaald: die de beenderen Maar zij vreten hun prooi meteen met vlees en beenderen op en laten helemaal niets over, zelfs de beenderen niet, tot de volgende ochtend. Hebreeuws: die niet ontbenen tot de morgen. Zie Num. 24:8 en vergelijk Jer. 5:6.

tot aan den morgen Of, op den morgen, of tot op den morgen.

Hertaald: tot aan den morgen Of: op de morgen, of: tot op de morgen.

Sefanja 3 vers 4

trouweloze mannen; Hebr. mannen der trouweloosheden, die God noch de mensen getrouw zijn.

Hertaald: trouweloze mannen; Hebreeuws: mannen van de trouweloosheden, die God noch de mensen trouw zijn.

verontreinigen het heilige, Dat is, ontheiligen, of ontwijden het heiligdom, of hetgeen den Heere gehieligd en geofferd werd; of, zij prediken het woorde Gods niet oprecht en leggen het niet uit in zijn rechten zin.

Hertaald: verontreinigen het heilige, Dat is: ontheiligen of ontwijden het heiligdom, of wat aan de HEERE geheiligd en geofferd werd. Of: zij prediken het Woord van God niet oprecht en leggen het niet uit in zijn juiste betekenis.

zij doen der wet geweld aan Zie de aantekening bij Ezech. 22:26 ; verg. Matt. 23:16 ; Marc. 7:9-10 , enz.

Hertaald: zij doen der wet geweld aan Zie de aantekening bij Ezech. 22:26; vergelijk Matth. 23:16; Mark. 7:9-10, enzovoort.

Sefanja 3 vers 5

De rechtvaardige HEERE Of, de Heere die rechtvaardig is, is, enz.

Hertaald: De rechtvaardige HEERE Of: de HEERE, Die rechtvaardig is, is, enzovoort.

is in het midden Ten aanzien dat Hij te Jeruzalem zijnen godsdienst hed opgericht. Eenigen menen dat dit de woorden zijn der Joden, dit den profeet voorwerpende op zijne woorden, vs.4.

Hertaald: is in het midden Met het oog erop dat Hij in Jeruzalem Zijn godsdienst had ingesteld. Sommigen menen dat dit de woorden van de Joden zijn, die de profeet dit tegenwierpen op zijn woorden in vers 4.

van haar, Te weten, van den stad Jeruzalem.

Hertaald: van haar, Namelijk van de stad Jeruzalem.

allen morgen Hebr. in morgen, in morgen; dat is, alle dagen; zie 2 Kron. 36:15 ; Jer. 7:13 , Jer. 7:25 , en Jer. 11:7 , en Jer. 25:3 .

Hertaald: allen morgen Hebreeuws: in morgen, in morgen; dat is: elke dag; zie 2 Kron. 36:15; Jer. 7:13, Jer. 7:25, Jer. 11:7 en Jer. 25:3.

geeft Hij Zijn recht Dat is, laat Hij zijn recht openlijk leren, te weten, door zijne profeten, die, buiten twijfel, gedaan hebben hetgeen Paulus zijnen discipel Timotheus vermaant 1 Tim. 4:16 , en 2 Tim. 4:2 .

Hertaald: geeft Hij Zijn recht Dat is: laat Hij Zijn recht openlijk onderwijzen, namelijk door Zijn profeten, die ongetwijfeld gedaan hebben wat Paulus zijn leerling Timotheüs voorhoudt in 1 Tim. 4:16 en 2 Tim. 4:2.

daar ontbreekt niets; Te weten, wat ontbreken kan tot onderrichting van dit volk; Jes. 5:4 .

Hertaald: daar ontbreekt niets; Namelijk wat ontbreken kan aan het onderwijs van dit volk; Jes. 5:4.

weet van geen schaamte Dat is, hij vraagt naar eer noch oneer. Verg. Jer. 3:3 , enz. en Jer. 5:3 .

Hertaald: weet van geen schaamte Dat is: hij vraagt naar eer noch oneer. Vergelijk Jer. 3:3, enzovoort, en Jer. 5:3.

Sefanja 3 vers 6

hun hoeken zijn verwoest, Zie Sef. 1:16 ; doch enigen verstaan door de hoeken de uiterste grenzen, of palen des lands.

Hertaald: hun hoeken zijn verwoest, Zie Zef. 1:16. Maar sommigen verstaan onder de hoeken de uiterste grenzen of grenspalen van het land.

zodat er niemand is, Dat is, dat er geen mens in dezelve te vinden is; verg. Sef. 2:5-6 , Sef. 2:14-15 .

Hertaald: zodat er niemand is, Dat is: dat er geen mens meer in te vinden is; vergelijk Zef. 2:5-6, Zef. 2:14-15.

Sefanja 3 vers 7

Ik zeide Dat is, Ik dacht bij mijzelven.

Hertaald: Ik zeide Dat is: Ik dacht bij Mijzelf.

Immers zult Te weten, aanmerkende de traffen, die den heidenen zijn overkomen. Anderen: vreest mij nochtans, neem de tucht aan, enz.

Hertaald: Immers zult Namelijk met het oog op de straffen die de heidenen overkomen zijn. Anderen: vrees Mij toch, neem de tucht aan, enzovoort.

gij Mij vrezen, O Jeruzalem, zult mij vrezen, u aan de heidenen spiegelende.

Hertaald: gij Mij vrezen, O Jeruzalem, u zult Mij vrezen door u aan de heidenen te spiegelen.

haar woning Dat is, de stad Jeruzalem. Anderen verstaan hierdoor de woning de inwoners der stad Jeruzalem; of hare woning, voor hare woningen.

Hertaald: haar woning Dat is: de stad Jeruzalem. Anderen verstaan onder de woning de inwoners van de stad Jeruzalem; of: haar woning, in de betekenis van haar woningen.

al wat Ik haar bezocht hebbe, Of, [door] alles waarmede Ik hen bezocht heb; door hen, verstaan enigen de heidenen, andere de Joden.

Hertaald: al wat Ik haar bezocht hebbe, Of: door alles waarmee Ik hen bezocht heb. Onder hen verstaan sommigen de heidenen, anderen de Joden.

waarlijk, Of, nochtans hebben zij zich gehaast; enz.; dat is, zij hebben zichzelven moedwillig vroeg in het verderf gebracht; of, van des morgens vroeg hebben zij al hunne werken bedorven. of, nochtans hebben zij al hunne werken bedorven. Zie van dusdanige samenvoeging van twee woorden, Ps. 45:5 .

Hertaald: waarlijk, Of: toch hebben zij zich gehaast, enzovoort; dat is: zij hebben zichzelf moedwillig vroeg in het verderf gestort. Of: van 's morgens vroeg af hebben zij al hun werken bedorven. Of: toch hebben zij al hun werken bedorven. Zie over zo'n samenvoeging van twee woorden Ps. 45:5.

Sefanja 3 vers 8

verwacht Mij, Hij spreekt nog de bozen onder de Joden aan. De zin is: Past er vrij op, Ik zal bij u gewisselijk komen, en zal u door de Chaldeën en andere volken bezoeken.

Hertaald: verwacht Mij, Hij spreekt hier nog de bozen onder de Joden aan. De betekenis is: let er maar op, Ik zal zeker bij u komen en u door de Chaldeeën en andere volken bezoeken.

Mijn oordeel is, Dat is, het besluit van mijn voornemen.

Hertaald: Mijn oordeel is, Dat is: het besluit van Mijn voornemen.

de heidenen te verzamelen, Te weten, de Chaldeën en andere volken. Zie Ezech. 16:37 .

Hertaald: de heidenen te verzamelen, Namelijk de Chaldeeën en andere volken. Zie Ezech. 16:37.

over hen Mijn gramschap, Te weten, over de Joden, namelijk, over de halsstarrige Joden; zie Sef. 1:18 .

Hertaald: over hen Mijn gramschap, Namelijk over de Joden, en wel over de halsstarrige Joden; zie Zef. 1:18.

uit te storten, Zie Ps. 79:6 , en verg. Ezech. 22:31 .

Hertaald: uit te storten, Zie Ps. 79:6, en vergelijk Ezech. 22:31.

ganse land Te weten, het ganse Joodse land, gelijk in Sef. 1:18 . Doch versta dit hier van het grootste deel der inwoners van het Joodse land. Alzo staat er in Gen. 41:57 :Alle landen kwamen in Egypte tot Jozef; dat is, vele van de inwoners der omliggende landen.

Hertaald: ganse land Namelijk het hele Joodse land, zoals in Zef. 1:18. Maar versta dit hier van het grootste deel van de inwoners van het Joodse land. Zo staat er in Gen. 41:57: alle landen kwamen in Egypte tot Jozef; dat is: velen van de inwoners van de omliggende landen.

Sefanja 3 vers 9

dan Te weten, nadat Ik die volken en de Joden alzo zal bezocht hebben. Anderen verstaan door [dan] hier betekent wordt de tijd der verschijning van den Messias.

Hertaald: dan Namelijk nadat Ik die volken en de Joden zo bezocht zal hebben. Anderen verstaan dat met dan hier de tijd van de verschijning van de Messias aangeduid wordt.

zal Ik tot de volken Of, asldan zal Ik den volken de lippen veranderen in reine [lippen]; dat is, Ik zal mijne uitverkorenen onder de heidenen wederbaren door de Heilige Geest, dat hun mond en hart rein zullen zijn; dat zij God rein zullen gevoelen en spreken, Hem heilig dienende; zie Jes. 57:19 .

Hertaald: zal Ik tot de volken Of aldus: dan zal Ik de volken de lippen veranderen in reine lippen; dat is: Ik zal Mijn uitverkorenen onder de heidenen wederbaren door de Heilige Geest, zodat hun mond en hart rein zullen zijn, zodat zij rein over God zullen denken en spreken en Hem heilig zullen dienen; zie Jes. 57:19.

spraak wenden; Hebr. lip.

Hertaald: spraak wenden; Hebreeuws: lip.

met een eenparigen schouder Dat is, een manier van spreken, genomen van de lastdragende mensen of beesten. Zie de aantekening bij Hos. 6:9 . Verg. Jer. 32:39 , en zie de vervulling Hand. 1:14 , en Hand. 2:1 , Hand. 2:46 , en Hand. 4:32 . Zie ook Joh. 10:16 ; Ef. 2:14 , enz.

Hertaald: met een eenparigen schouder Dat is: een manier van spreken die ontleend is aan lastdragende mensen of dieren. Zie de aantekening bij Hos. 6:9. Vergelijk Jer. 32:39, en zie de vervulling in Hand. 1:14 en Hand. 2:1, Hand. 2:46 en Hand. 4:32. Zie ook Joh. 10:16; Ef. 2:14, enzovoort.

Sefanja 3 vers 10

der Moren Dat is, van Morenland. Doch Moren natiën; Jes. 18:1 , Jes. 18:7 , en Jes. 60:4 .

Hertaald: der Moren Dat is: van Morenland. Maar versta: Moorse volken; Jes. 18:1, Jes. 18:7 en Jes. 60:4.

ernstige aanbidders, Zie de aantekening bij Gen. 25:21 , en Ezech. 35:13 . Versta hier degenen, die tot den waren God bekeerd zijnde, dagelijks hunne gebeden tot God doen zullen.

Hertaald: ernstige aanbidders, Zie de aantekening bij Gen. 25:21 en Ezech. 35:13. Versta hier degenen die, tot de ware God bekeerd, dagelijks hun gebeden tot God zullen opzenden.

met de dochter Mijner verstrooiden, Dat is, mitsgaders de Joden, die in de Babylonische gevangenschap zijn verstrooid geweest, die mij zo lief zijn als een dochter hare moeder is. Verg. Joh. 11:52 . Sommigen overzetters voegen hier in voor met het woord namelijk; in deze zin: Het geschenk, hetwelk men mij brengen zal, zullen zijn de Joden, die verstrooid zijn in de landen, gelegen aan de zijde van de rivieren der Moren.

Hertaald: met de dochter Mijner verstrooiden, Dat is: samen met de Joden die in de Babylonische gevangenschap verstrooid geweest zijn, die Mij zo lief zijn als een dochter haar moeder is. Vergelijk Joh. 11:52. Sommige vertalers voegen hier voor met het woordje namelijk in, in deze betekenis: het geschenk dat men Mij brengen zal, zullen de Joden zijn die verstrooid zijn in de landen die aan de overzijde van de rivieren van de Moren liggen.

offeranden brengen Te weten, geestelijke offeranden, of geschenken; dat is, zij zullen mij dienen en gehoorzamen. Verg. Jes. 18:7 ; Mal. 1:11 ; Rom. 12:1 . Anders: van de andere zijde van de rivier der Moren, zullen mij mijn ernstige aanbidders toegebracht worden tot een geschenk. Zie de volvoering dezer profetie Hand. 8:27 , Hand. 8:35-36 .

Hertaald: offeranden brengen Namelijk geestelijke offeranden of geschenken; dat is: zij zullen Mij dienen en gehoorzamen. Vergelijk Jes. 18:7; Mal. 1:11; Rom. 12:1. Anders: van de overzijde van de rivier van de Moren zullen Mijn ernstige aanbidders Mij als een geschenk toegebracht worden. Zie de vervulling van deze profetie in Hand. 8:27, Hand. 8:35-36.

Sefanja 3 vers 11

gij O mijn volk, o mijne kerk.

Hertaald: gij O Mijn volk, o Mijn kerk.

niet beschaamd wezen De zin is: Dewijl gij zult geheiligd en van al uwe zonden gereinigd zijn, door het bloed en den Geest van den Heere Jezus Christus, zo zult gij voor den rechterstoel Gods daarover niet beschaamd worden.

Hertaald: niet beschaamd wezen De betekenis is: omdat u geheiligd en van al uw zonden gereinigd zult zijn door het bloed en de Geest van de Heere Jezus Christus, zult u daarover voor de rechterstoel van God niet beschaamd worden.

hovaardij, Anders: heerlijkheid. Want het Hebr. woord wordt in het goede en in het kwade genoemn. En hier schijnt dit de zin te wezen: Daar zullen voortaan geen onder u gevonden worden, die zich zullen verhovaardigen over de uitwendige ceremoniën en dien voortreffelijken tempel. [ Jer. 7:4 ,] want het rijk Gods en zijne gemeente zal voortaan door de ganse wereld verspreid worden; Joh. 4:21 , Joh. 4:23 .

Hertaald: hovaardij, Anders: heerlijkheid. Want het Hebreeuwse woord wordt zowel in gunstige als in ongunstige zin gebruikt. En hier lijkt dit de betekenis te zijn: er zullen voortaan geen mensen onder u gevonden worden die zich zullen verhovaardigen op de uiterlijke ceremoniën en op die voortreffelijke tempel (Jer. 7:4). Want het Koninkrijk van God en Zijn gemeente zullen voortaan over de hele wereld verspreid worden; Joh. 4:21, Joh. 4:23.

om Mijns heiligen bergs wil Of, op mijn heiligen berg. Hebr. op den berg mijner heiligheid; dat is, omdat gij offert in mijn tempel op den berg des Heeren, of vanwege het ijdel vertrouwen op de uiterlijke ceremoniën, zonder te letten op de heiliging der conscientie.

Hertaald: om Mijns heiligen bergs wil Of: op Mijn heilige berg. Hebreeuws: op de berg van Mijn heiligheid; dat is: omdat u in Mijn tempel offert op de berg van de HEERE, of vanwege het ijdele vertrouwen op de uiterlijke ceremoniën zonder te letten op de heiliging van het geweten.

Sefanja 3 vers 12

een ellendig Ten aanzien dat Ik het wel terdege zal gekastijd en vernederd hebben.

Hertaald: een ellendig Met het oog erop dat Ik het terdege gekastijd en vernederd zal hebben.

arm volk; Dat is, gering en veracht bij de wereld, en door Gods genade nochtans rijk gemaakt in het geloof en andere geestelijke gaven.

Hertaald: arm volk; Dat is: gering en veracht bij de wereld, maar door Gods genade toch rijk gemaakt in het geloof en in andere geestelijke gaven.

op den Naam des HEEREN betrouwen Dat is, op den Heere, niet op enige uitwendige dingen, hetzij Jeruzalem, of den tempel, of iets dergelijks; maar alleen op den Heere. Zie Jer. 9:23-24 .

Hertaald: op den Naam des HEEREN betrouwen Dat is: op de HEERE, niet op enige uiterlijke dingen — hetzij Jeruzalem, hetzij de tempel of iets dergelijks — maar alleen op de HEERE. Zie Jer. 9:23-24.

Sefanja 3 vers 13

De overgeblevenen van Israël Hebr. het overblijfsel van Israël zullen geen onrecht doen; te weten, die de Heere uit den hoop der verworpen en verloren Joden uitverkoren heeft.

Hertaald: De overgeblevenen van Israël Hebreeuws: het overblijfsel van Israël zal geen onrecht doen; namelijk zij die de HEERE uit de hoop van de verworpen en verloren Joden uitverkoren heeft.

zullen geen onrecht doen, Te weten, met opgezetten moedwil, of tegen hunne conscientie. Zie 1 Joh. 3:9 .

Hertaald: zullen geen onrecht doen, Namelijk met opzettelijke moedwil, of tegen hun geweten in. Zie 1 Joh. 3:9.

leugen spreken, Dat is, zij zullen zich niet begeven nog gewennen tot liegen en bedriegen, maar zij zullen zich benaarstigen om te doen al wat heilig, oprecht en wel gedaan is.

Hertaald: leugen spreken, Dat is: zij zullen zich niet overgeven aan liegen en bedriegen en zich daaraan niet gewennen, maar zij zullen hun best doen om alles te doen wat heilig, oprecht en goed is.

zij zullen weiden en nederliggen, Dat is, God de Heere zal hen beschutten en bewaren voor al het kwaad, dat de boze mensen hun zoeken aan te doen. Verg. Mi. 4:4 .

Hertaald: zij zullen weiden en nederliggen, Dat is: God de HEERE zal hen beschutten en bewaren voor al het kwaad dat de boze mensen hun willen aandoen. Vergelijk Micha 4:4.

niemand zal hen verschrikken Dat is, zij zullen zeker en gerust leven. De zin is: De boze boeven zullen hen niet beschadigen, naar hunnen moedwil.

Hertaald: niemand zal hen verschrikken Dat is: zij zullen veilig en gerust leven. De betekenis is: de boze booswichten zullen hun geen schade toebrengen naar hun moedwil.

Sefanja 3 vers 14

juich, Israël; Het Hebr. woord staat in het meervoudig getal, en Israël in het enkelvoudige.

Hertaald: juich, Israël; Het Hebreeuwse woord staat in het meervoud en Israël in het enkelvoud.

gij dochter Jeruzalems Dat is, gij Israëlieten. Het betekent hetzelfde wat gij dochteren van Zion betekent, namelijk hier de gemeente der gelovigen van het Nieuwe Testament.

Hertaald: gij dochter Jeruzalems Dat is: u, Israëlieten. Het betekent hetzelfde als u, dochters van Sion — namelijk hier de gemeente van de gelovigen van het Nieuwe Testament.

Sefanja 3 vers 15

oordelen weggenomen, Dat is,kastijdingen of straffen vanwege de zonden. Dat is, de oorzaak der blijdschap, waarvan in vs.14 gesproken wordt.

Hertaald: oordelen weggenomen, Dat is: kastijdingen of straffen vanwege de zonden. Dat is de oorzaak van de blijdschap waarover in vers 14 gesproken wordt.

uw vijand Te weten, de Assyriërs, Chaldeën, enz., ja ook uw geestelijke vijanden, den duivel en de hel, heeft Hij onder uwe voeten gelegd; 1 Kor. 15:25-26 , 1 Kor. 15:56-57 .

Hertaald: uw vijand Namelijk de Assyriërs, Chaldeeën, enzovoort; ja ook uw geestelijke vijanden, de duivel en de hel, heeft Hij onder uw voeten gelegd; 1 Kor. 15:25-26, 1 Kor. 15:56-57.

weggevaagd; Of, weggeruimd, uit den weg geweerd; zie Gen. 24:31 .

Hertaald: weggevaagd; Of: weggeruimd, uit de weg geruimd; zie Gen. 24:31.

is in het midden van u, Te weten, om u te beschutten en te beschermen.

Hertaald: is in het midden van u, Namelijk om u te beschutten en te beschermen.

gij zult geen kwaad meer zien Dat is, Gods, gij behoeft geen kwaad meer te vrezen. Want daar is niets, dat ons scheiden kan van de liefde Gods, die daar is in Christus Jezus onzen Heere; Rom. 8:39 ; zie Lev. 14:36 ; Job 7:7 ; Ps. 80:10 ; Jes. 40:3 , en Jes. 57:14 , en Jes. 62:10 ; Mal. 3:1 .

Hertaald: gij zult geen kwaad meer zien Dat is: u hoeft geen kwaad meer te vrezen. Want er is niets dat ons kan scheiden van de liefde van God, die er is in Christus Jezus, onze Heere; Rom. 8:39. Zie Lev. 14:36; Job 7:7; Ps. 80:10; Jes. 40:3, Jes. 57:14 en Jes. 62:10; Mal. 3:1.

Sefanja 3 vers 16

o Sion Anders: [tot] Zion.

Hertaald: o Sion Anders: tot Sion.

laat uw handen niet slap worden Dat is, geef den moed niet verloren, en vertraag niet in den ijver der godzaligheid; de reden is vs.15, namelijk omdat de Heere in het midden van hen was. Zie deze manier van spreken bij 2 Sam. 4:1 en de aantekening aldaar.

Hertaald: laat uw handen niet slap worden Dat is: geef de moed niet op en verslap niet in de ijver van de godzaligheid. De reden staat in vers 15, namelijk dat de HEERE in hun midden was. Zie deze manier van spreken bij 2 Sam. 4:1 met de aantekening daar.

Sefanja 3 vers 17

een Held, In en door Christus allen overwinnen wij; Rom. 8:37 ; 1 Kor. 15:57 ; 1 Joh. 5:4-5 .

Hertaald: een Held, In en door Christus overwinnen wij allen; Rom. 8:37; 1 Kor. 15:57; 1 Joh. 5:4-5.

over u vrolijk zijn met blijdschap, Vanwege de zonderlinge liefde, die Hij u is toedragende.

Hertaald: over u vrolijk zijn met blijdschap, Vanwege de bijzondere liefde die Hij u toedraagt.

Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Of, stil zijn, of gerust zijn; dat is, Hij zal genoegen hebben in de liefde welke Hij te uwaarts dragen zal, 1 Petr. 2:5 . Of Hij zal u niet meer alzo plagen gelijk Hij vóór dezen gedaan heeft, dewijl Hij u in Christus liefheeft, en u uwe zonden vergeeft.

Hertaald: Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Of: stil zijn, of gerust zijn; dat is: Hij zal genoegen hebben in de liefde die Hij u zal toedragen, 1 Petr. 2:5. Of: Hij zal u niet meer zo plagen als Hij vroeger gedaan heeft, omdat Hij u in Christus liefheeft en u uw zonden vergeeft.

Sefanja 3 vers 18

De bedroefden, Dat is, die treurig en bedroefd zijn omdat zij in den tempel niet mogen samenkomen, tot oefening van den godsdienst. Verg. Ps. 42:2-3 , Ps. 42:5 .

Hertaald: De bedroefden, Dat is: zij die treurig en bedroefd zijn omdat zij niet in de tempel mogen samenkomen voor de uitoefening van de godsdienst. Vergelijk Ps. 42:2-3, Ps. 42:5.

zij zijn uit u; Dewijl zij ook Gods volk zijn; o uit u; o Jeruzalem, dat is, uit Gods volk.

Hertaald: zij zijn uit u; Omdat ook zij Gods volk zijn; uit u, o Jeruzalem, dat is: uit Gods volk.

op haar Te weten, de bedroefde gemeente, namelijk als zij bij die spotvogels moeten verkeren, die God en zijn Woord beschimpen. Zie doorgaans Psa 42 .

Hertaald: op haar Namelijk de bedroefde gemeente, wanneer zij moet omgaan met die spotvogels die God en Zijn Woord beschimpen. Zie hierover Ps. 42.

Sefanja 3 vers 19

de hinkenden behoeden, Dat is, mijne kerk, die nu aanstoot lijdt. Zie de aantekening bij Mi. 4:6 , en verg. Ezech. 34:16 ; Mi. 4:7 .

Hertaald: de hinkenden behoeden, Dat is: Mijn kerk, die nu aanstoot lijdt. Zie de aantekening bij Micha 4:6, en vergelijk Ezech. 34:16; Micha 4:7.

de uitgestotenen verzamelen; Door de uitgestotenen verstaan enigen de heidenen, gelijk ook Mi. 4:6 ; anderen die, welken in ballingschap vervoerd en verstoten waren.

Hertaald: de uitgestotenen verzamelen; Onder de uitgestotenen verstaan sommigen de heidenen, zoals ook Micha 4:6; anderen degenen die in ballingschap weggevoerd en verstoten waren.

Ik zal ze stellen tot een lof, Te weten, mijn volk, de kerk, die Hij straks genoemd heeft de hinkende, of kreupele en uitgestotenen.

Hertaald: Ik zal ze stellen tot een lof, Namelijk Mijn volk, de kerk, die Hij zojuist de hinkende of kreupele en de uitgestotenen genoemd heeft.

tot een naam, Dat is, tot eer, gelijk in vs.20.

Hertaald: tot een naam, Dat is: tot eer, zoals in vers 20.

in het ganse land, Hebr. in het ganse land hunner schaamte. Anders: welker schaamte over de ganse aarde geweest is. In plaatsen waar men hun overal schande en smaad heeft aangedaan, inzonderheid bij den Assyriërs en Chaldeën, die hun spot met Gods volk dreven.

Hertaald: in het ganse land, Hebreeuws: in het hele land van hun schaamte. Anders: wier schaamte over de hele aarde bekend geweest is. In plaatsen waar men hun overal schande en smaad heeft aangedaan, in het bijzonder bij de Assyriërs en Chaldeeën, die met Gods volk spotten.

Sefanja 3 vers 20

ulieden O gij Joden.

Hertaald: ulieden O u, Joden.

herwaarts brengen, Te weten, in uw land, waar gij zozeer naar verlangt.

Hertaald: herwaarts brengen, Namelijk in uw land, waar u zo naar verlangt.

zekerlijk Of, want, of Dan.

Hertaald: zekerlijk Of: want, of: dan.

onder alle volken der aarde, Dat is, te verstaan te dien aanzien, dat de kerk door de ganse wereld zou uitgebreid worden ten tijde der verschijning van den Messias.

Hertaald: onder alle volken der aarde, Dat is: het moet zo verstaan worden dat de kerk over de hele wereld verbreid zou worden in de tijd van de verschijning van de Messias.

uw gevangenissen Dat is, het groot getal uwer gevangenen. Verg. Am. 9:14 .

Hertaald: uw gevangenissen Dat is: het grote aantal van uw gevangenen. Vergelijk Amos 9:14.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Wee der ijselijke, en der bevlekte stad  — Jeruzalem zelf wordt aangeklaagd, met dezelfde felheid als eerder de heidense volken (Zef. 3:1-5)

"Wee der ijselijke, en der bevlekte, der verdrukkende stad! Zij hoort naar de stem niet; zij neemt de tucht niet aan; zij vertrouwt niet op den HEERE; tot haar God nadert zij niet" (Zef. 3:1-2). De leiders worden een voor een genoemd: "Haar vorsten zijn brullende leeuwen in het midden van haar; haar rechters zijn avondwolven, die de beenderen niet breken tot aan den morgen" (Zef. 3:3), en: "Haar profeten zijn lichtvaardig, gans trouweloze mannen; haar priesters verontreinigen het heilige, zij doen der wet geweld aan" (Zef. 3:4). Daartegenover staat: "De rechtvaardige HEERE is in het midden van haar, Hij doet geen onrecht; allen morgen geeft Hij Zijn recht in het licht, er ontbreekt niet; doch de verkeerde weet van geen schaamte" (Zef. 3:5).

Bijbelse betekenis: Merk op wie hier wordt aangeklaagd: niet Ninevé of Moab, maar Jeruzalem zelf — dezelfde stad. Na twee hoofdstukken oordeel over de heidenen keert het boek zich naar het eigen volk, met dezelfde felheid. Let vervolgens op de vier ambten die in Zef. 3:3-4 genoemd worden: vorsten, rechters, profeten, priesters — elke laag van het openbare leven blijkt verrot. Let ten slotte op de tegenstelling in Zef. 3:5: te midden van al dat verval is de HEERE Zelf rechtvaardig, en Hij geeft Zijn recht elke morgen opnieuw, zonder falen. Het probleem ligt niet bij een tekort aan gerechtigheid van Zijn kant, maar bij een volk dat er geen acht op slaat.

Typologie: Datzelfde soort aanklacht tegen leiders die hun ambt misbruiken, richt ook Micha tegen de hoofden en rechters van zijn volk (reeds behandeld bij Micha 3:1-4) en tegen profeten die voor geld profeteren (reeds behandeld bij Micha 3:5-7).

Zef. 3:1-5; Micha 3:1-4; Micha 3:5-7

Ik zal tot de volken een reine spraak wenden  — een belofte die de verwarring van Babel omkeert (Zef. 3:9)

"Gewisselijk, dan zal Ik tot de volken een reine spraak wenden; opdat zij allen den Naam des HEEREN aanroepen, opdat zij Hem dienen met een eenparigen schouder" (Zef. 3:9).

Bijbelse betekenis: Merk op wat hier beloofd wordt: een reine spraak voor de volken — niet één enkele taal, maar een gereinigde manier van spreken, gericht op het aanroepen van de HEERE. Let vervolgens op de uitdrukking met een eenparigen schouder. Dat is een beeld van samen dragen, zoals lastdieren die gezamenlijk een juk torsen; de volken worden hier niet los van elkaar getekend, maar als één span dat gezamenlijk dient. Let ten slotte op de tegenstelling die dit vers oproept met de geschiedenis van de volken: waar zij ooit door verwarde spraak uiteengedreven werden, worden zij hier door gereinigde spraak weer samengebracht.

Typologie: Wat hier wordt aangekondigd, keert de verwarring van Babel om, waar de HEERE de spraak juist verwarde "opdat iegelijk de spraak zijns naasten niet hore" (Gen. 11:7). Op de Pinksterdag gebeurt het tegendeel: mensen uit alle volken horen elk in hun eigen taal "de grote werken Gods" verkondigen (Hand. 2:11).

Zef. 3:9; Gen. 11:7; Hand. 2:11

Zing vrolijk, gij dochter Sions  — een oproep tot blijdschap die de toon zet voor het slot van het boek (Zef. 3:14-16)

"Zing vrolijk, gij dochter Sions, juich, Israel; wees blijde, en spring op van vreugde van ganser harte, gij dochter Jeruzalems!" (Zef. 3:14). De reden volgt onmiddellijk: "De HEERE heeft uw oordelen weggenomen, Hij heeft uw vijand weggevaagd; de Koning Israels, de HEERE, is in het midden van u, gij zult geen kwaad meer zien" (Zef. 3:15). En de bemoediging die erop volgt: "Vrees niet, o Sion! laat uw handen niet slap worden" (Zef. 3:16).

Bijbelse betekenis: Merk op de vier werkwoorden waarmee Zef. 3:14 opent: zing, juich, wees blijde, spring op van vreugde. Het is geen ingehouden opluchting maar een uitbundige oproep. Let vervolgens op de reden in Zef. 3:15: niet alleen dat het oordeel wordt weggenomen, maar dat de HEERE Zelf, als Koning, in het midden van Zijn volk is. Let ten slotte op Zef. 3:16: laat uw handen niet slap worden. Na alle hoofdstukken van oordeel is dit een oproep om niet bij de oude angst te blijven hangen, ook al is de reden ervoor weggenomen.

Typologie: Dezelfde vreugde bij een terugkeer klinkt in de gelijkenis van de verloren zoon, waar de vader, nog ver weg, met ontferming bewogen wordt en hem tegemoet snelt (reeds behandeld bij Luk. 15:20).

Zef. 3:14-16; Luk. 15:20

Hij zal Zich over u verheugen met gejuich  — het boek sluit met God Die Zelf vreugde heeft over Zijn volk (Zef. 3:17)

"De HEERE uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich" (Zef. 3:17).

Bijbelse betekenis: Merk op de richting van de vreugde in dit vers: niet het volk dat zich over God verblijdt — dat stond in de verzen ervoor — maar God Die Zich over Zijn volk verblijdt. Let vervolgens op de drie beschrijvingen die na elkaar komen: Hij zal vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich verheugen met gejuich. De middelste is de meest opvallende: een liefde die zo groot is dat zij zonder woorden blijft, stil van geluk. Let ten slotte op de naam waarmee het vers opent: een Held, Die verlossen zal. Dezelfde kracht die eerder in het boek tot oordeel werd ingezet, wordt hier ingezet tot vreugde.

Typologie: Dat God Zelf vreugde heeft over Zijn volk, en niet alleen andersom, is een van de tederste uitspraken van het Oude Testament. Het staat naast de belofte dat de HEERE Zich over Israël zal verblijden gelijk een bruidegom zich verblijdt over de bruid (reeds behandeld bij Jes. 62:5).

Zef. 3:17; Jes. 62:5

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het verbond niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking

Hij zal zwijgen in Zijn liefde — 3:9-20

Zefanja heeft geschreven over een dag des HEEREN die brandt: een dag van benauwdheid en angst, van duisternis en donkerheid. Het boek lijkt te eindigen in vuur. En dan draait het.

God wordt beschreven als een Held Die verlost, en meteen daarna als Iemand Die van blijdschap zingt over Zijn volk.

De omslag begint bij de volken: dan zal Ik tot de volken een reine spraak wenden, opdat zij allen den Naam des HEEREN aanroepen, opdat zij Hem dienen met eenparigen schouder. Wat bij Babel uiteenviel, komt hier weer bijeen.

Wie overblijft is niet de sterkste maar de kleinste: Ik zal in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op den Naam des HEEREN betrouwen. Zij zullen geen onrecht doen, noch leugen spreken.

Dan komt het vers waar dit hoofdstuk om bekend staat: de HEERE uw God is in het midden van u, een Held Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich.

De kanttekening geeft bij dat zwijgen twee lezingen, en beide zijn de moeite waard. De eerste: Hij zal genoegen hebben in de liefde die Hij u toedraagt — dus stil zijn zoals iemand die tevreden is. De tweede: Hij zal u niet meer zo plagen als Hij vroeger gedaan heeft, omdat Hij u in Christus liefheeft en u uw zonden vergeeft.

Bij de Held Die verlossen zal schrijft zij kort: in en door Christus overwinnen wij allen, met verwijzing naar Romeinen 8, 1 Korinthe 15 en 1 Johannes 5.

Het slot van het boek is een reeks beloften voor wie het minst tellen: Ik zal behouden de hinkende, en de verdrevene zal Ik verzamelen; en Ik zal ze stellen tot een lof en tot een naam in het ganse land hunner beschaamdheid.

Wat begon als een dag van vuur eindigt met een God Die over Zijn volk zingt.

  1. Genesis 11:7 — Bij Babel wordt de spraak verward.
  2. Zefanja 3:9 — Ik zal tot de volken een reine spraak wenden.
  3. Zefanja 3:12 — Een ellendig en arm volk blijft over, dat op den Naam des HEEREN betrouwt.
  4. Zefanja 3:17 — Een Held Die verlossen zal; Hij zal zwijgen in Zijn liefde.
  5. Handelingen 2:6 — Op de Pinksterdag hoort elk zijn eigen taal.
  6. Lukas 15:7 — Er is blijdschap in den hemel over één zondaar die zich bekeert.

In het Nieuwe Testament: Romeinen 8:37; 1 Johannes 5:4-5; Lukas 15:7; Handelingen 2:5-11

Hoever dit reikt: Niveau 2. Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet met name aan. De kanttekenaars verbinden de Held Die verlost wel uitdrukkelijk met de overwinning in en door Christus.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Sefanja 3

Sefanja 3:2.KruisverwijzingenJeremia 5:3Jeremia 7:23Jeremia 2:30Jeremia 22:21Psalmen 78:22Deuteronomium 28:15Spreuken 5:12Jesaja 1:5
— Zij hoort naar de stem niet; zij neemt de tucht niet aan; zij vertrouwt niet op den HEERE; tot haar God nadert zij niet.
“Zij hoort naar de stem niet; zij neemt de tucht niet aan; zij vertrouwt niet op den HEERE; tot haar God nadert zij niet.”

Hier staan vier zware punten van een verschrikkelijke aanklacht tegen Jeruzalem en tegen het Joodse volk. Is het niet droevig te bedenken dat Jeruzalem de stad van de grote Koning was en toch van die hoogte gevallen is? Het was de plaats van de grote tempel. Daar scheen het licht van God terwijl andere volken in duisternis zaten; daar werd de plechtige dienst van God gevierd terwijl elders valse goden aanbeden werden. En toch tergde haar zonde de HEERE, totdat Hij haar aan de verwoester overgaf.

Het is dus duidelijk dat geen mate van licht en geen hoeveelheid voorrecht een volk levend en recht voor God houden kan. Wordt het hart niet veranderd, dan kunnen zij die tot de hemel verhoogd zijn toch tot de hel neergestoten worden.

Deze tekst geldt niet alleen een volk en een kerk, maar ook enkelingen onder Gods eigen kinderen. Sommigen van Gods kinderen volgen Christus van verre. Hun geestelijk leven is beter te zien aan hun vrezen dan aan hun vertrouwen. Zij beven aldoor. Hun handen zijn slap, hun hart is mat. Wij vertrouwen dat zij voor God leven, maar veel meer kunnen wij niet zeggen.

Ik vrees dat er van hen gezegd mag worden: “Zij hoort naar de stem niet.” Het zachte fluisteren van de goddelijke liefde valt op een doof oor. Hoe vaak heeft God gesproken zonder dat wij zo luisterden dat wij Hem ook gehoorzaamden!

Ik vrees ook dat er tijden zijn waarin wij de tucht niet aangenomen hebben, waarin de beproeving aan ons verloren was. Wij zijn van een ziekbed opgestaan slechter dan wij erin gingen. Onze verliezen en onze kruisen hebben ons tot morren geprikkeld in plaats van tot onderzoek van ons hart. Wij zijn in een vijzel gestoten als graan onder een stamper, en toch is onze dwaasheid niet van ons geweken.

En dat is een tergende zaak: dat wij de roede verachten én de hand die haar hanteert, en ons niet tot de HEERE keren. Toch gaat het zo met sommigen van Gods kinderen. Zij horen naar Zijn stem niet, zij nemen de tucht niet aan, en daarom komt het zover dat zij bij tijden ook niet op de HEERE vertrouwd hebben.

Sefanja 3:16-17.KruisverwijzingenHebreeën 7:25Psalmen 149:4Jesaja 62:4Sefanja 3:15Hebreeën 12:12Jeremia 32:41Jesaja 35:3Lukas 15:23
— Te dien dage zal tot Jeruzalem gezegd worden: Vrees niet, o Sion! laat uw handen niet slap worden. De HEERE uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich.
“Te dien dage zal tot Jeruzalem gezegd worden: Vrees niet, o Sion! laat uw handen niet slap worden. De HEERE uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich.”

Dat laatste woord is het wonderlijkste van alles: Hij zal Zich over u verheugen met gejuich. Denk toch aan de grote Jehova Die juicht en zingt. Kunt u zich dat voorstellen? Is het in te denken dat de Godheid in een lied uitbreekt? De Vader, de Zoon en de Heilige Geest samen zingend over de verlosten?

Bij sommige volken zingt de bruidegom een bepaald lied wanneer hij zijn bruid ontvangt. Dat lied is bedoeld om zijn blijdschap in haar uit te spreken, en zijn blijdschap dat de dag van zijn bruiloft gekomen is. Hier wordt, door de pen van de inspiratie, de God van de liefde afgebeeld als gehuwd met Zijn gemeente. Hij is zo verheugd in haar dat Hij Zich over haar verheugt met gejuich.

Er zijn drie dingen die Gods kinderen te doen hebben. Het eerste is: gelukkig zijn. Vers 14 zegt: “Zing vrolijk, gij dochter Sions, juich, Israel; wees blijde, en spring op van vreugde van ganser harte, gij dochter Jeruzalems!” Ieder mens kan zingen wanneer zijn beker vol geneugten is. Maar als kinderen van God moeten wij juist dan beginnen te zingen wanneer de vijanden de overhand op ons lijken te krijgen. Juist dan, wanneer de gelederen van de tegenstander zeker van de overwinning schijnen. Onze overwinning zal met ons lied meekomen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

God is zo gelukkig in de liefde die Hij Zijn volk toedraagt, dat Hij het eeuwige zwijgen verbreekt. Zon en maan en sterren horen met verbazing hoe God een lofzang van vreugde aanheft. Alleen de gelovige heeft liederen wanneer het water van een bittere beker uit hem geperst wordt. Elke mus kan tjilpen bij daglicht, maar alleen de nachtegaal kan zingen in het donker.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content