Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Sefanja 2

1 Doorzoek u zelf nauw, ja, doorzoek nauw, gij volk, dat met geen lust bevangen wordt!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 DoorzoekH7197 u zelf nauw, ja, doorzoekH7197 nauw, gij volkH1471, dat met geenH3808 lust bevangenH3700 wordt! Doorzoek u zelf nauw, ja, doorzoek nauw, gij volk, dat met geen lust bevangen wordt!

KJV Gather yourselves together,1 yea, gather together,2 O nation3 not desired;

1 הִֽתְקוֹשְׁשׁ֖וּ H7197 lezende, Doorzoekzelf, doorzoek gather (selves) (together) 2 וָק֑וֹשּׁוּ H7197 lezende, Doorzoekzelf, doorzoek gather (selves) (together) 3 הַגּ֖וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 4 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 נִכְסָֽף H3700 begerig, begeert, lust bevangen (have) desire, be greedy, long, sore
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Eer het besluit bare (gelijk kaf gaat de dag voorbij), terwijl de hittigheid van des HEEREN toorn over ulieden nog niet komt; terwijl de dag van den toorn des HEEREN over ulieden nog niet komt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 EerH2962 het besluitH2706 bareH3205 (gelijk kafH4671 gaat de dagH3117 voorbijH5674), terwijlH2962 de hittigheidH2740 van des HEERENH3068 toornH639 overH5921 ulieden nog nietH3808 komtH935; terwijlH2962 de dag van den toornH639 des HEERENH3068 overH5921 ulieden nog nietH3808 komtH935. Eer het besluit bare (gelijk kaf gaat de dag voorbij), terwijl de hittigheid van des HEEREN toorn over ulieden nog niet komt; terwijl de dag van den toorn des HEEREN over ulieden nog niet komt.

KJV Before the decree3 bring forth,2 before the day6 pass5 as the chaff,4 before8 the fierce11 anger12 of the LORD13 come9 upon you, before the day18 of the LORD'S20 anger19 come

1 בְּטֶ֨רֶם֙ H2962 eer, terwijl before, ere, not yet 2 לֶ֣דֶת H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 3 חֹ֔ק H2706 inzettingen, inzetting, bescheiden appointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task 4 כְּמֹ֖ץ H4671 kaf chaff 5 עָ֣בַר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 6 י֑וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 בְּטֶ֣רֶם H2962 eer, terwijl before, ere, not yet 8 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 יָב֣וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 עֲלֵיכֶ֗ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 חֲרוֹן֙ H2740 hittigheid, hitte, brandende toorn sore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful) 12 אַף H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 13 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 בְּטֶ֨רֶם֙ H2962 eer, terwijl before, ere, not yet 15 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 יָב֣וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 17 עֲלֵיכֶ֔ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 י֖וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 19 אַף H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 20 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Zoekt den HEERE, alle gij zachtmoedigen des lands, die Zijn recht werken! Zoekt gerechtigheid, zoekt zachtmoedigheid, misschien zult gij verborgen worden in den dag van den toorn des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 ZoektH1245 den HEEREH3068, alleH3605 gij zachtmoedigenH6035 des landsH776, dieH834 Zijn rechtH4941 werkenH6466! ZoektH1245 gerechtigheidH6664, zoektH1245 zachtmoedigheidH6038, misschien zult gij verborgenH5641 worden in den dagH3117 van den toornH639 des HEERENH3068. Zoekt den HEERE, alle gij zachtmoedigen des lands, die Zijn recht werken! Zoekt gerechtigheid, zoekt zachtmoedigheid, misschien zult gij verborgen worden in den dag van den toorn des HEEREN.

KJV Seek1 ye the LORD,3 all ye meek5 of the earth,6 which have wrought9 his judgment;8 seek10 righteousness,11 seek12 meekness:13 it may be14 ye shall be hid15 in the day16 of the LORD'S18 anger.

1 בַּקְּשׁ֤וּ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 עַנְוֵ֣י H6035 zachtmoedigen, ellendigen, nederigen humble, lowly, meek, poor. Compare H6041 (עָנִי) 6 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 מִשְׁפָּט֖וֹ H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 9 פָּעָ֑לוּ H6466 werkers, gewrocht, werken commit, (evil-) do(-er), make(-r), ordain, work(-er) 10 בַּקְּשׁוּ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 11 צֶ֨דֶק֙ H6664 gerechtigheid, rechte, rechtvaardige [idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness) 12 בַּקְּשׁ֣וּ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 13 עֲנָוָ֔ה H6038 nederigheid, zachtmoedigheid gentleness, humility, meekness 14 אוּלַי֙ H194 misschien, mogelijk if so be, may be, peradventure, unless 15 תִּסָּ֣תְר֔וּ H5641 verborgen, verbergen, verbergt be absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely 16 בְּי֖וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 17 אַף H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 18 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Want Gaza zal verlaten wezen, en Askelon zal ter verwoesting wezen; Asdod zal men in den middag verdrijven, en Ekron zal uitgeworteld worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 WantH3588 GazaH5804 zal verlatenH5800 wezenH1961, en AskelonH831 zal ter verwoestingH8077 wezen; AsdodH795 zal men in den middagH6672 verdrijvenH1644, en EkronH6138 zal uitgeworteldH6131 worden. Want Gaza zal verlaten wezen, en Askelon zal ter verwoesting wezen; Asdod zal men in den middag verdrijven, en Ekron zal uitgeworteld worden.

KJV For Gaza2 shall be forsaken,3 and Ashkelon5 a desolation:6 they shall drive out9 Ashdod7 at the noon day,8 and Ekron10 shall be rooted up.

1 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 עַזָּה֙ H5804 Gaza Azzah, Gaza 3 עֲזוּבָ֣ה H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 4 תִֽהְיֶ֔ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 וְאַשְׁקְל֖וֹן H831 Askelon, Askelonieten Ashkelon, Askalon 6 לִשְׁמָמָ֑ה H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 7 אַשְׁדּ֗וֹד H795 Asdod Ahdod 8 בַּֽצָּהֳרַ֨יִם֙ H6672 middag, middags, venster midday, noon(-day, -tide), window 9 יְגָ֣רְשׁ֔וּהָ H1644 uitdrijven, verstotene, dreef cast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out 10 וְעֶקְר֖וֹן H6138 Ekron Ekron 11 תֵּעָקֵֽר H6131 ontzenuwde, roeien, uitgeworteld dig down, hough, pluck up, root up
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Wee den inwonenden van de landstreek der zee, den volken der Cheretim! Het woord des HEEREN zal tegen ulieden zijn, gij Kanaan, der Filistijnen land! en Ik zal u verdoen, dat er geen inwoner zal zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 WeeH1945 den inwonenden van de landstreekH2256 der zeeH3220, den volkenH1471 der CheretimH3774! Het woordH1697 des HEERENH3068 zal tegenH5921 ulieden zijn, gij KanaanH3667, der FilistijnenH6430 landH776! en Ik zal u verdoenH6, dat er geenH369 inwonerH3427 zal zijn. Wee den inwonenden van de landstreek der zee, den volken der Cheretim! Het woord des HEEREN zal tegen ulieden zijn, gij Kanaan, der Filistijnen land! en Ik zal u verdoen, dat er geen inwoner zal zijn.

Ook in dit vers inwonerenH3427

KJV Woe1 unto the inhabitants2 of the sea4 coast,3 the nation5 of the Cherethites!6 the word7 of the LORD8 is against you; O Canaan,10 the land11 of the Philistines,12 I will even destroy13 thee, that there shall be no inhabitant.

1 ה֗וֹי H1945 Wee, wee, Och ah, alas, ho, O, woe 2 יֹֽשְׁבֵ֛י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 3 חֶ֥בֶל H2256 snoer, koorden, landstreek band, coast, company, cord, country, destruction, line, lot, pain, pang, portion, region, rope, snare, sorrow, tackling 4 הַיָּ֖ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 5 גּ֣וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 6 כְּרֵתִ֑ים H3774 Krethi, Cherethieten, Cheretim Cherethims, Cherethites 7 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 8 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 עֲלֵיכֶ֗ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 כְּנַ֨עַן֙ H3667 Kanaan, koophandel, Kanaanieten Canaan, merchant, traffick 11 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 פְּלִשְׁתִּ֔ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 13 וְהַאֲבַדְתִּ֖יךְ H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 14 מֵאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 15 יוֹשֵֽׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En de landstreek der zee zal wezen tot hutten, uitgegraven putten der herders, en betuiningen der kudden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En de landstreekH2256 der zeeH3220 zal wezenH1961 tot huttenH5116, uitgegraven puttenH3741 der herdersH7462, en betuiningenH1448 der kuddenH6629. En de landstreek der zee zal wezen tot hutten, uitgegraven putten der herders, en betuiningen der kudden.

KJV And the sea3 coast2 shall be dwellings4 and cottages5 for shepherds,6 and folds7 for flocks.

1 וְֽהָיְתָ֞ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 חֶ֣בֶל H2256 snoer, koorden, landstreek band, coast, company, cord, country, destruction, line, lot, pain, pang, portion, region, rope, snare, sorrow, tackling 3 הַיָּ֗ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 4 נְוֺ֛ת H5116 woning, schaapskooi, kooi comely, dwelling (place), fold, habitation, pleasant place, sheepcote, stable, tarried 5 כְּרֹ֥ת H3741 uitgegraven putten cottage 6 רֹעִ֖ים H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 7 וְגִדְר֥וֹת H1448 schaapskooien, tuinen, betuiningen (sheep-) cote (fold) hedge, wall 8 צֹֽאן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En de landstreek zal wezen voor het overblijfsel van het huis van Juda, dat zij daarin weiden; des avonds zullen zij in de huizen van Askelon legeren, als de HEERE, hunlieder God, hen zal bezocht, en hun gevangenis zal gewend hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En de landstreekH2256 zal wezenH1961 voor het overblijfselH7611 van het huisH1004 van JudaH3063, dat zij daarin weidenH7462; des avondsH6153 zullen zij in de huizenH1004 van AskelonH831 legerenH7257, alsH3588 de HEEREH3068, hunlieder GodH430, hen zal bezochtH6485, en hun gevangenisH7622 zal gewendH7725 hebben. En de landstreek zal wezen voor het overblijfsel van het huis van Juda, dat zij daarin weiden; des avonds zullen zij in de huizen van Askelon legeren, als de HEERE, hunlieder God, hen zal bezocht, en hun gevangenis zal gewend hebben.

KJV And the coast2 shall be for the remnant3 of the house4 of Judah;5 they shall feed7 thereupon: in the houses8 of Ashkelon9 shall they lie down11 in the evening:10 for the LORD14 their God15 shall visit13 them, and turn away16 their captivity.17

1 וְהָ֣יָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 חֶ֗בֶל H2256 snoer, koorden, landstreek band, coast, company, cord, country, destruction, line, lot, pain, pang, portion, region, rope, snare, sorrow, tackling 3 לִשְׁאֵרִ֛ית H7611 overblijfsel, overige, overigen that had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest 4 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 5 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 6 עֲלֵיהֶ֣ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 יִרְע֑וּן H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 8 בְּבָתֵּ֣י H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 אַשְׁקְל֗וֹן H831 Askelon, Askelonieten Ashkelon, Askalon 10 בָּעֶ֨רֶב֙ H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night 11 יִרְבָּצ֔וּן H7257 nederliggen, legeren, ligt crouch (down), fall down, make a fold, lay, (cause to, make to) lie (down), make to rest, sit 12 כִּ֧י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 יִפְקְדֵ֛ם H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 14 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 אֱלֹהֵיהֶ֖ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 16 וְשָׁ֥ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 17 שְׁבִיתָֽם H7622 gevangenis, gevangenen, gevangenissen captive(-ity)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Ik heb de beschimping van Moab gehoord, en de scheldwoorden der kinderen Ammons, waarmede zij Mijn volk beschimpt hebben, en hebben zich groot gemaakt tegen deszelfs landpale.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Ik heb de beschimpingH2781 van MoabH4124 gehoordH8085, en de scheldwoordenH1421 der kinderenH1121 AmmonsH5983, waarmede zij Mijn volkH5971 beschimptH2778 hebben, en hebben zich grootH1431 gemaakt tegenH5921 deszelfs landpaleH1366. Ik heb de beschimping van Moab gehoord, en de scheldwoorden der kinderen Ammons, waarmede zij Mijn volk beschimpt hebben, en hebben zich groot gemaakt tegen deszelfs landpale.

KJV I have heard1 the reproach2 of Moab,3 and the revilings4 of the children5 of Ammon,6 whereby they have reproached8 my people,10 and magnified11 themselves against their border.

1 שָׁמַ֨עְתִּי֙ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 חֶרְפַּ֣ת H2781 smaadheid, smaad, versmaadheid rebuke, reproach(-fully), shame 3 מוֹאָ֔ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 4 וְגִדּוּפֵ֖י H1421 beschimpingen, scheldwoorden, smaadredenen reproach, reviling 5 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 עַמּ֑וֹן H5983 Ammons, Ammon Ammon, Ammonites 7 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 חֵֽרְפוּ֙ H2778 honen, gehoond, smaden betroth, blaspheme, defy, jeopard, rail, reproach, upbraid 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 עַמִּ֔י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 11 וַיַּגְדִּ֖ילוּ H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 גְּבוּלָֽם H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Daarom, zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Moab zal zekerlijk zijn als Sodom, en de kinderen Ammons als Gomorra, een netelheide, en een zoutgroeve, en een verwoesting tot in eeuwigheid! De overigen Mijns volks zullen ze beroven, en het overige Mijns volks zal ze erfelijk bezitten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Daarom, zo waarachtig als IkH589 leefH2416, spreektH5002 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, de GodH430 IsraelsH3478: MoabH4124 zal zekerlijk zijnH1961 als SodomH5467, en de kinderenH1121 AmmonsH5983 als GomorraH6017, een netelheideH4476, en een zoutgroeveH4379, en een verwoestingH8077 totH5704 in eeuwigheidH5769! De overigenH7611 Mijns volks zullen ze berovenH962, en het overigeH3499 Mijns volks zal ze erfelijkH5157 bezitten. Daarom, zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Moab zal zekerlijk zijn als Sodom, en de kinderen Ammons als Gomorra, een netelheide, en een zoutgroeve, en een verwoesting tot in eeuwigheid! De overigen Mijns volks zullen ze beroven, en het overige Mijns volks zal ze erfelijk bezitten.

Ook in dit vers volksH1471 volksH5971

KJV Therefore as I live,2 saith4 the LORD5 of hosts,6 the God7 of Israel,8 Surely Moab10 shall be as Sodom,11 and the children13 of Ammon14 as Gomorrah,15 even the breeding16 of nettles,17 and saltpits,18 and a perpetual21 desolation:20 the residue23 of my people24 shall spoil25 them, and the remnant26 of my people27 shall possess

1 לָכֵ֣ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 חַי H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 3 אָ֡נִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 4 נְאֻם֩ H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהוָ֨ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 צְבָא֜וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 7 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 8 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 מוֹאָ֞ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 11 כִּסְדֹ֤ם H5467 Sodom Sodom 12 תִּֽהְיֶה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 וּבְנֵ֤י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 עַמּוֹן֙ H5983 Ammons, Ammon Ammon, Ammonites 15 כַּֽעֲמֹרָ֔ה H6017 Gomorra Gomorrah 16 מִמְשַׁ֥ק H4476 netelheide breeding 17 חָר֛וּל H2738 netelen nettle 18 וּמִכְרֵה H4379 zoutgroeve (salt-) pit 19 מֶ֥לַח H4417 zout, Zoutzee salt(-pit) 20 וּשְׁמָמָ֖ה H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 21 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 22 עוֹלָ֑ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 23 שְׁאֵרִ֤ית H7611 overblijfsel, overige, overigen that had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest 24 עַמִּי֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 25 יְבָזּ֔וּם H962 roven, roofden, plunderen catch, gather, (take) for a prey, rob(-ber), spoil, take (away, spoil), [idiom] utterly 26 וְיֶ֥תֶר H3499 overige, overblijfsel, overgelaten [phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with 27 גּוֹיִ֖י H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 28 יִנְחָלֽוּם H5157 erven, erfelijk, erve divide, have (inheritance), take as a heritage, (cause to, give to, make to) inherit, (distribute for, divide (for, for an, by), give for, have, leave for, take (for)) inheritance, (have in, cause to, be made to) possess(-ion)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Dat zullen zij hebben in plaats van hun hoogmoed; want zij hebben beschimpt, en hebben zich groot gemaakt tegen het volk van den HEERE der heirscharen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Dat zullen zij hebben in plaatsH8478 van hun hoogmoedH1347; wantH3588 zij hebben beschimptH2778, en hebben zich grootH1431 gemaakt tegenH5921 het volkH5971 van den HEEREH3068 der heirscharenH6635. Dat zullen zij hebben in plaats van hun hoogmoed; want zij hebben beschimpt, en hebben zich groot gemaakt tegen het volk van den HEERE der heirscharen.

KJV This shall they have for their pride,4 because they have reproached6 and magnified7 themselves against the people9 of the LORD10 of hosts.

1 זֹ֥את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 2 לָהֶ֖ם 3 תַּ֣חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 4 גְּאוֹנָ֑ם H1347 hovaardij, hoogmoed, heerlijkheid arrogancy, excellency(-lent), majesty, pomp, pride, proud, swelling 5 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 חֵֽרְפוּ֙ H2778 honen, gehoond, smaden betroth, blaspheme, defy, jeopard, rail, reproach, upbraid 7 וַיַּגְדִּ֔לוּ H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 עַ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 צְבָאֽוֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Vreselijk zal de HEERE tegen hen wezen, want Hij zal al de goden der aarde doen uitteren; en een iegelijk uit zijn plaats zal Hem aanbidden, al de eilanden der heidenen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 VreselijkH3372 zal de HEEREH3068 tegenH5921 hen wezen, wantH3588 Hij zal alH3605 de godenH430 der aardeH776 doen uitterenH7329; en een iegelijk uit zijn plaatsH4725 zal Hem aanbiddenH7812, alH3605 de eilandenH339 der heidenenH1471. Vreselijk zal de HEERE tegen hen wezen, want Hij zal al de goden der aarde doen uitteren; en een iegelijk uit zijn plaats zal Hem aanbidden, al de eilanden der heidenen.

KJV The LORD2 will be terrible1 unto them: for he will famish5 all the gods8 of the earth;9 and men shall worship10 him, every one12 from his place,13 even all the isles15 of the heathen.

1 נוֹרָ֤א H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 עֲלֵיהֶ֔ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 רָזָ֔ה H7329 mager, uitteren famish, wax lean 6 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 9 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 וְיִשְׁתַּֽחֲווּ H7812 boog, bogen, nederbuigen bow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship 11 לוֹ֙ 12 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 13 מִמְּקוֹמ֔וֹ H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 14 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 אִיֵּ֥י H339 eilanden, eilands, eiland country, isle, island 16 הַגּוֹיִֽם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Ook gij, Moren! zult de verslagenen van Mijn zwaard zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 OokH1571 gijH859, MorenH3569! zult de verslagenenH2491 van Mijn zwaardH2719 zijn. Ook gij, Moren! zult de verslagenen van Mijn zwaard zijn.

KJV Ye Ethiopians3 also, ye6 shall be slain4 by my sword.

1 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 אַתֶּ֣ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 3 כּוּשִׁ֔ים H3569 Moren, Cuschi, Moorman Cushi, Cushite, Ethiopian(-s) 4 חַֽלְלֵ֥י H2491 verslagenen, verslagen, verslagene kill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded 5 חַרְבִּ֖י H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 6 הֵֽמָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Hij zal ook Zijn hand uitstrekken tegen het Noorden, en Hij zal Assur verdoen; en Hij zal Nineve stellen tot een verwoesting, droog als een woestijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Hij zal ook Zijn handH3027 uitstrekkenH5186 tegenH5921 het NoordenH6828, en Hij zal AssurH804 verdoenH6; en Hij zal NineveH5210 stellenH7760 tot een verwoestingH8077, droogH6723 als een woestijnH4057. Hij zal ook Zijn hand uitstrekken tegen het Noorden, en Hij zal Assur verdoen; en Hij zal Nineve stellen tot een verwoesting, droog als een woestijn.

KJV And he will stretch out1 his hand2 against the north,4 and destroy5 Assyria;7 and will make8 Nineveh10 a desolation,11 and dry12 like a wilderness.

1 וְיֵ֤ט H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 2 יָדוֹ֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 צָפ֔וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 5 וִֽיאַבֵּ֖ד H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 אַשּׁ֑וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 8 וְיָשֵׂ֤ם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 נִֽינְוֵה֙ H5210 Nineve Nineveh 11 לִשְׁמָמָ֔ה H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 12 צִיָּ֖ה H6723 dor, dorre, plaatsen barren, drought, dry (land, place), solitary place, wilderness 13 כַּמִּדְבָּֽר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En in het midden van haar zullen den kudden legeren, al het gedierte der volken; ook de roerdomp, ook de nachtuil zullen op haar granaatappelen vernachten; een stem zal in het venster zingen, verwoesting zal in den dorpel zijn, als Hij haar cederwerk zal ontbloot hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En in het middenH8432 van haar zullen den kuddenH5739 legerenH7257, alH3605 het gedierteH2416 der volkenH1471; ookH1571 de roerdompH6893, ookH1571 de nachtuilH7090 zullen op haar granaatappelenH3730 vernachtenH3885; een stemH6963 zal in het vensterH2474 zingenH7891, verwoestingH2721 zal in den dorpelH5592 zijn, alsH3588 Hij haar cederwerkH731 zal ontblootH6168 hebben. En in het midden van haar zullen den kudden legeren, al het gedierte der volken; ook de roerdomp, ook de nachtuil zullen op haar granaatappelen vernachten; een stem zal in het venster zingen, verwoesting zal in den dorpel zijn, als Hij haar cederwerk zal ontbloot hebben.

KJV And flocks3 shall lie down1 in the midst2 of her, all the beasts5 of the nations:6 both the cormorant8 and the bittern10 shall lodge12 in the upper lintels11 of it; their voice13 shall sing14 in the windows;15 desolation16 shall be in the thresholds:17 for he shall uncover20 the cedar work.

1 וְרָבְצ֨וּ H7257 nederliggen, legeren, ligt crouch (down), fall down, make a fold, lay, (cause to, make to) lie (down), make to rest, sit 2 בְתוֹכָ֤הּ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 3 עֲדָרִים֙ H5739 kudde, kudden, schaapskudden drove, flock, herd 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 חַיְתוֹ H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 6 ג֔וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 7 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 8 קָאַת֙ H6893 roerdomp cormorant 9 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 10 קִפֹּ֔ד H7090 nachtuil, nachtuilen bittern 11 בְּכַפְתֹּרֶ֖יהָ H3730 knoop, knopen, granaatappelen knop, (upper) lintel 12 יָלִ֑ינוּ H3885 vernachten, vernacht, vernachtten abide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night) 13 ק֠וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 14 יְשׁוֹרֵ֤ר H7891 zangers, zingen, Zingt behold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman) 15 בַּֽחַלּוֹן֙ H2474 venster, vensteren, vensters window 16 חֹ֣רֶב H2721 hitte, droogte, Droogte desolation, drought, dry, heat, [idiom] utterly, waste 17 בַּסַּ֔ף H5592 dorpel, dorpelen, schalen bason, bowl, cup, door (post), gate, post, threshold 18 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 19 אַרְזָ֖ה H731 cederwerk cedar work 20 עֵרָֽה H6168 ontbloot, Ontbloot, goot leave destitute, discover, empty, make naked, pour (out), rase, spread self, uncover
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 DitH2063 is die stadH5892, die opspringt van vreugde, die zekerH983 woontH3427, die in haar hartH3824 zegtH559: IkH589 ben het, en buitenH657 mij is geen meerH5750; hoeH349 is zij geworden tot woestheidH8047, een rustplaatsH4769 van het gedierteH2416! Een iederH3605, die daardoor trektH5674, zal ze aanfluitenH8319, hij zal zijn handH3027 bewegenH5128. Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

Ook in dit vers opspringt vreugdeH5947

KJV This is the rejoicing3 city2 that dwelt4 carelessly,5 that said6 in her heart,7 I am, and there is none beside9 me: how is she become a desolation,13 a place for beasts15 to lie down in!14 every one that passeth by17 her shall hiss,19 and wag20 his hand.

1 זֹ֞֠את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 2 הָעִ֤יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 3 הָעַלִּיזָה֙ H5947 vrolijk huppelende, opspringt vreugde, vreugde opspringen joyous, (that) rejoice(-ing) 4 הַיּוֹשֶׁ֣בֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 5 לָבֶ֔טַח H983 zeker, zekerheid, eker assurance, boldly, (without) care(-less), confidence, hope, safe(-ly, -ty), secure, surely 6 הָאֹֽמְרָה֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 בִּלְבָבָ֔הּ H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 8 אֲנִ֖י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 9 וְאַפְסִ֣י H657 einden, niets, niemand ankle, but (only), end, howbeit, less than nothing, nevertheless (where), no, none (beside), not (any, -withstanding), thing of nought, save(-ing), there, uttermost part, want, without (cause) 10 ע֑וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 11 אֵ֣יךְ H349 hoe how, what 12 הָיְתָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 לְשַׁמָּ֗ה H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing 14 מַרְבֵּץ֙ H4769 rustplaats, schaapskooi couching place, place to lie down 15 לַֽחַיָּ֔ה H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 16 כֹּ֚ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 עוֹבֵ֣ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 18 עָלֶ֔יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 יִשְׁרֹ֖ק H8319 fluiten, toesissen, aanfluiten hiss 20 יָנִ֥יעַ H5128 schudden, omzwerven, bewogen continually, fugitive, [idiom] make, to (go) up and down, be gone away, (be) move(-able, -d), be promoted, reel, remove, scatter, set, shake, sift, stagger, to and fro, be vagabond, wag, (make) wander (up and down) 21 יָדֽוֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Sefanja 2:1 2 Kronieken 20:4 Joël 1:14 Jeremia 6:15 Esther 4:16 Jeremia 3:3 Zacharia 11:8 Mattheüs 18:20 Jesaja 1:4
Sefanja 2:2 Nahum 1:6 Jesaja 17:13 Hosea 13:3 Klaagliederen 4:11 Sefanja 1:18 Psalmen 1:4 Sefanja 3:8 2 Kronieken 36:16
Sefanja 2:3 Amos 5:14 Psalmen 57:1 Mattheüs 5:5 1 Petrus 3:4 Jesaja 26:20 Psalmen 105:4 Psalmen 22:26 Psalmen 76:9
Sefanja 2:4 Zacharia 9:5 Amos 1:6 Jeremia 47:1 Jeremia 25:20 Jeremia 15:8 Jeremia 6:4 Ezechiël 25:15 Psalmen 91:6
Sefanja 2:5 Ezechiël 25:16 Amos 3:1 Jeremia 47:7 Jozua 13:3 Amos 5:1 Sefanja 3:6 Jesaja 14:30 Richteren 3:3
Sefanja 2:6 Jesaja 17:2 Ezechiël 25:5 Sefanja 2:14 Jesaja 5:17
Sefanja 2:7 Sefanja 3:20 Exodus 4:31 Lukas 1:68 Obadja 1:19 Handelingen 8:26 Jeremia 33:7 Jeremia 32:44 Sefanja 2:9
Sefanja 2:8 Amos 1:13 Jeremia 49:1 Ezechiël 25:3 Jeremia 48:27 Psalmen 83:4 Ezechiël 36:2
Sefanja 2:9 Deuteronomium 29:23 Jesaja 15:1 Jesaja 11:14 Jesaja 49:18 Numeri 14:21 Jeremia 49:18 Jeremia 46:18 Jesaja 25:10
Sefanja 2:10 Jesaja 16:6 Sefanja 2:8 Jesaja 37:22 Exodus 9:17 Jeremia 48:29 Ezechiël 38:14 1 Petrus 5:5 Exodus 10:3
Sefanja 2:11 Genesis 10:5 Psalmen 72:8 Zacharia 8:23 Openbaring 11:15 Jesaja 2:2 Jesaja 42:4 Jesaja 24:14 Zacharia 14:9
Sefanja 2:12 Jesaja 20:4 Jesaja 18:1 Ezechiël 30:4 Jesaja 13:5 Jeremia 46:9 Jeremia 47:6 Psalmen 17:13 Jeremia 51:20
Sefanja 2:13 Nahum 3:7 Jesaja 10:16 Jesaja 10:12 Nahum 1:1 Micha 5:6 Nahum 3:15 Zacharia 10:10 Ezechiël 31:3
Sefanja 2:14 Jeremia 22:14 Amos 9:1 Jesaja 14:23 Jesaja 34:11 Openbaring 18:2 Jesaja 13:19 Sefanja 2:6
Sefanja 2:15 Ezechiël 28:2 Nahum 3:19 Ezechiël 28:9 Jesaja 22:2 Jesaja 47:7 Jeremia 19:8 Psalmen 52:6 Klaagliederen 2:15
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Sefanja 2 vers 1

u zelf nauw, De zin is: Ga in uzelven, en onderzoek al uw doen, opdat gij verstaat hoe zwaarlijk gij God den Heere vertoornd hebt met uw grote en menigvuldige zonden. Hebr. verzamel u. Het wordt eigenlijk gebruikt voor het verzamelen der stoppelen of houten, gelijk Ex. 5:7 , Ex. 5:12 , en 1 Kon. 17:10 ; hetwelk dewijl het niet geschieden kan dan met naarstig zoeken, zo wordt het ook voor zoeken gebruikt.

Hertaald: u zelf nauw, De betekenis is: ga in uzelf en onderzoek al uw doen, opdat u begrijpt hoe zwaar u God de HEERE vertoornd hebt met uw grote en talrijke zonden. Hebreeuws: verzamel u. Het wordt eigenlijk gebruikt voor het verzamelen van stoppels of hout, zoals Ex. 5:7, Ex. 5:12 en 1 Kon. 17:10; en omdat dat niet kan gebeuren zonder nauwgezet zoeken, wordt het ook voor zoeken gebruikt.

doorzoek nauw, Benaarstig u ten hoogste, te weten om u met God te verzoenen.

Hertaald: doorzoek nauw, Doe uw uiterste best, namelijk om u met God te verzoenen.

dat met geen lust bevangen wordt Te weten, om u met God te verzoenen; of om wat goeds te doen. Anders: o volk, niet waardig begeerd te worden.

Hertaald: dat met geen lust bevangen wordt Namelijk om u met God te verzoenen, of om iets goeds te doen. Anders: o volk, niet waard begeerd te worden.

Sefanja 2 vers 2

Eer het besluit bare Dat is, eer hetgeen komt, dat van God tegen u besloten is; het besluit van God baart alsdan, als de strafoefening geschiedt. Gelijk de baring niet straks na de ontvangenis volgt, maar op den bestemden tijd, alzo wordt Gods besluit uitgevoerd ten tijde, dien Hij daartoe bestemd heeft. Verg. Ezech. 20:25 .

Hertaald: Eer het besluit bare Dat is: voordat komt wat God tegen u besloten heeft. Gods besluit baart op het moment dat de straf voltrokken wordt. Zoals de bevalling niet meteen na de ontvangenis volgt maar op de bepaalde tijd, zo wordt Gods besluit uitgevoerd op de tijd die Hij daarvoor bestemd heeft. Vergelijk Ezech. 20:25.

(gelijk kaf gaat de dag voorbij), Dat is, snellijk; daarom bekeer u dewijl gij nog tijd hebt, eer de dag, die als kaf voorbijvliegt, het besluit bare, dat is, tevoorschijn brenge hetgeen God tegen u besloten heeft. Anders: [en] de dag voorbijga als kaf.

Hertaald: (gelijk kaf gaat de dag voorbij), Dat is: snel. Bekeer u daarom nu u nog tijd hebt, voordat de dag — die als kaf voorbijvliegt — het besluit baart, dat is: tevoorschijn brengt wat God tegen u besloten heeft. Anders: en de dag als kaf voorbijgaat.

Sefanja 2 vers 3

gij zachtmoedigen des lands, Dat is, gijlieden, die den Heere vreest in deze verwarde tijden.

Hertaald: gij zachtmoedigen des lands, Dat is: u die de HEERE vreest in deze verwarde tijden.

Zijn recht werken Te weten, het recht, hetwelk God u gegeven en voorgeschreven heeft. De zin is: Gij allen, die oprecht en vromelijk geleefd hebt naar den regel zijner wetten.

Hertaald: Zijn recht werken Namelijk het recht dat God u gegeven en voorgeschreven heeft. De betekenis is: u allen die oprecht en vroom geleefd hebt naar de regel van Zijn wetten.

misschien Zie de aantekening bij Joël 2:14 .

Hertaald: misschien Zie de aantekening bij Joël 2:14.

zult gij verborgen worden Of, zult gij u kunnen verbergen, en volgens dien zo zult gij van de vijanden niet gekwetst of beschadigd worden. Verg. Ps. 27:5 , en Ps. 32:6-7 .

Hertaald: zult gij verborgen worden Of: zult u zich kunnen verbergen, en dus door de vijanden niet gekwetst of beschadigd worden. Vergelijk Ps. 27:5 en Ps. 32:6-7.

Sefanja 2 vers 4

Want Gaza De zin is: God zal Gaza, Askelon, Asdod en andere volken, die rondom of omtrent u wonen, vanwege hunne zonden, zwaarlijk straffen; zo kunt dan gij, Joden, uwe rekening wel maken, dat Hij ulieden ook niet verschonen zal, tenzij gij boete doet. De drie steden, die hier genoemd worden, lagen in der Filistijnen land, en het waren hoofdsteden. Zie Joz. 13:3 . Verg. Am. 1:7 .

Hertaald: Want Gaza De betekenis is: God zal Gaza, Askelon, Asdod en andere volken die rondom of dicht bij u wonen zwaar straffen om hun zonden. Dan kunt u, Joden, er wel op rekenen dat Hij ook u niet zal sparen, tenzij u boete doet. De drie steden die hier genoemd worden lagen in het land van de Filistijnen en waren hoofdsteden. Zie Joz. 13:3. Vergelijk Amos 1:7.

zal verlaten wezen, De burgers daaruit verdreven of vernield zijnde door de Chaldeën.

Hertaald: zal verlaten wezen, Doordat de burgers eruit verdreven of vernietigd zijn door de Chaldeeën.

in den middag verdrijven, Dat is, openlijk, bij schonen lichten dag. Zie Jer. 6:4 .

Hertaald: in den middag verdrijven, Dat is: openlijk, bij helder daglicht. Zie Jer. 6:4.

Ekron Het luidt in het Hebr. alsof men zeide, de gewortelde [want dat betekent ] Ekron zal uitgeworteld worden, dat is, met den wortel uitgeworteld worden.

Hertaald: Ekron Het klinkt in het Hebreeuws alsof men zei: de gewortelde — want dat betekent Ekron — zal ontworteld worden, dat is: met wortel en al uitgetrokken worden.

Sefanja 2 vers 5

van de landstreek der zee, Hebr. van het koord, touw, snoer. Zie Deut. 3:4 ; alzo ook hieronder in vs.6,7. Hier is een beschrijving van het land der Filistijnen, palende aan de Middellandse zee.

Hertaald: van de landstreek der zee, Hebreeuws: van het koord, touw of snoer. Zie Deut. 3:4; zo ook in vers 6 en 7. Hier volgt een beschrijving van het land van de Filistijnen, dat aan de Middellandse Zee grenst.

der Cheretim Of, der Cheretieten; zie Ezech. 25:16 . Zie ook 1 Sam. 30:14 . Zij waren dappere krijgslieden, en daarom waren zij, naar sommiger gevoelen, van David tot zijne lijfwachters en hellebaardiers verkoren. Zie 2 Sam. 8:18 , en 2 Sam. 15:18 , en 1 Kron. 18:17 .

Hertaald: der Cheretim Of: van de Cherethieten; zie Ezech. 25:16. Zie ook 1 Sam. 30:14. Zij waren dappere krijgslieden, en daarom zijn zij volgens sommigen door David tot zijn lijfwacht en hellebaardiers gekozen. Zie 2 Sam. 8:18, 2 Sam. 15:18 en 1 Kron. 18:17.

Het woord des HEEREN Dat is, de straf, die de Heere u gedreigd heeft in zijn woord, zal ulieden overkomen; gijlieden, die anderen tot nog toe geplaagd hebt, zult nu ook geplaagd worden, nadat de Heere zijn volk zal gekastijd hebben.

Hertaald: Het woord des HEEREN Dat is: de straf die de HEERE u in Zijn Woord gedreigd heeft zal u overkomen. U die tot nu toe anderen geplaagd hebt, zult nu ook geplaagd worden, nadat de HEERE Zijn volk gekastijd zal hebben.

Ik zal u Te weten, Ik de Heere.

Hertaald: Ik zal u Namelijk Ik, de HEERE.

verdoen, Of, verdelgen.

Hertaald: verdoen, Of: verdelgen.

Sefanja 2 vers 6

de landstreek der zee Te weten, het lande der Filistijnen, aan de zee gelegen.

Hertaald: de landstreek der zee Namelijk het land van de Filistijnen, dat aan de zee ligt.

uitgegraven putten Welke de herders in de dorre heiden graven, om water daarin te vergaderen. De profeet wil in dit vers te kennen geven dat die grote schone kastelen en gebouwen, die daar in die landstreken plachten te staan, zullen afgebroken en verwoest worden, en dat er in plaats daarvan niet dan hutten der herders zullen staan, en in plaats van rijke voortreffelijke personen, schaapherders en andere gewone lieden wonen zullen, die daar hunne huisjes en hutjes zullen opslaan, om voor een tijdlang te verblijven.

Hertaald: uitgegraven putten Die de herders in de dorre heide graven om er water in te verzamelen. De profeet wil in dit vers te kennen geven dat de grote, mooie kastelen en gebouwen die daar in die streken plachten te staan afgebroken en verwoest zullen worden, en dat er in plaats daarvan alleen herdershutten zullen staan. In plaats van rijke, voorname mensen zullen er schaapherders en andere gewone mensen wonen, die daar hun huisjes en hutjes zullen opslaan om er een tijdlang te verblijven.

Sefanja 2 vers 7

de landstreek Dit kan wel enigermate aldus verstaan worden, dat de Joden wederkerende uit de Babylonische gevangenschap, het land der Filistijnen, hetwelk zij ledig en woest zullen vinden, innemen en bezitten zullen; maar voornamelijk is het geestelijkerwijze te verstaan, alzo namelijk dat de Filistijnen en andere natiën der heidenen zich ten tijde van Christus het volk Gods zouden onderwerpen, en der gemeente van Christus zouden ingelijfd worden. Zie Jes. 11:14 .

Hertaald: de landstreek Dit kan men tot op zekere hoogte zo verstaan, dat de Joden bij hun terugkeer uit de Babylonische gevangenschap het land van de Filistijnen — dat zij leeg en verwoest zullen aantreffen — zullen innemen en bezitten. Maar het moet vooral geestelijk verstaan worden, namelijk zo dat de Filistijnen en andere heidense volken zich in de tijd van Christus aan het volk van God zouden onderwerpen en bij de gemeente van Christus ingelijfd zouden worden. Zie Jes. 11:14.

dat zij daarin weiden; Dat is, zij zullen aldaar hunne weide en woning hebben, gelijk de schapen des nachts hunne rust in hunne stallen hebben. Anderen verstaan het aldus, dat de Joden Christus aangenomen hebbende, de Filistijnen en anderen het Evangelie zullen prediken, want dat heet ook weiden, gelijk te zien is Joh 10 , en Joh. 21:15-17 , en dit is inderdaad alzo geschied, als Gaza, Azotes en de omliggende plaatsen, door de predikatie der apostelen tot Christus zijn bekeerd geworden; Hand. 8:26 , Hand. 8:40 , en Hand. 9:32 , Hand. 9:35-36 . Verg. Ob. 1:18-20 .

Hertaald: dat zij daarin weiden; Dat is: zij zullen daar hun weide en woning hebben, zoals de schapen 's nachts hun rust in hun stallen hebben. Anderen vatten het zo op dat de Joden, nadat zij Christus aangenomen hebben, de Filistijnen en anderen het Evangelie zullen prediken — want dat heet ook weiden, zoals te zien is in Joh. 10 en Joh. 21:15-17. En zo is het ook werkelijk gegaan, toen Gaza, Azote en de omliggende plaatsen door de prediking van de apostelen tot Christus bekeerd zijn; Hand. 8:26, Hand. 8:40 en Hand. 9:32, Hand. 9:35-36. Vergelijk Obadja 1:18-20.

des avonds De zin is: Daar zal alsdan zulk een rust en vrede tussen hen wezen, dat zelfs des avonds en bij nacht, wanneer gemeenlijk de een voor de ander bevreesd is, elk gerustelijk zal wonen en omgaan.

Hertaald: des avonds De betekenis is: er zal dan zo'n rust en vrede onder hen zijn dat zelfs 's avonds en 's nachts — wanneer men gewoonlijk voor elkaar bevreesd is — iedereen gerust zal wonen en rondgaan.

als de HEERE, Of, want de Heere hun God zal hen bezoeken, en, enz.

Hertaald: als de HEERE, Of: want de HEERE, hun God, zal hen bezoeken en, enzovoort.

bezocht, Te weten, met genade, gelijk Ps. 8:5 . Eerst hen uit de Babylonische gevangenschap verlossende, daarna uit de gevangenschap van den satan, als Christus, geleden hebbende en uit de doden opstaande, ten hemel zal gevaren zijn en de menigte der gevangenen gevangen zal genomen hebben; Ef. 4:8 .

Hertaald: bezocht, Namelijk met genade, zoals Ps. 8:5. Eerst door hen uit de Babylonische gevangenschap te verlossen, daarna uit de gevangenschap van de satan, wanneer Christus — na geleden te hebben en uit de doden opgestaan te zijn — ten hemel gevaren zal zijn en de gevangenis gevangen genomen zal hebben; Ef. 4:8.

Sefanja 2 vers 8

de beschimping van Moab gehoord, Of, de versmading, of den smaad.

Hertaald: de beschimping van Moab gehoord, Of: de versmading, of de smaad.

zich groot gemaakt Oorlog tegen hen voerende, en hun een deel van hun land afnemende, pochende dat zij nog meer land hun wilde afnemen. Zie de aantekening bij Ps. 35:26 , en verg. Jer 48 , en Jer 49 .

Hertaald: zich groot gemaakt Doordat zij oorlog tegen hen voerden en een deel van hun land afnamen, terwijl zij opschepten dat zij hun nog meer land wilden ontnemen. Zie de aantekening bij Ps. 35:26, en vergelijk Jer. 48 en Jer. 49.

Sefanja 2 vers 9

zo waarachtig als Ik leef, Hebr. Ik leEf.

Hertaald: zo waarachtig als Ik leef, Hebreeuws: Ik leef.

Moab zal zekerlijk zijn De Moabieten en hun land. Zie Jer. 48:1 , enz.

Hertaald: Moab zal zekerlijk zijn De Moabieten en hun land. Zie Jer. 48:1, enzovoort.

als Sodom, Te weten, enigermate en een tijdlang zal hun land woest liggen; maar Hij wil niet zeggen dat het alzo zal vernield worden, noch dat het in der eeuwigheid zo woest zou blijven, gelijk Sodom.

Hertaald: als Sodom, Namelijk: hun land zal tot op zekere hoogte en voor een tijd woest liggen. Maar Hij wil niet zeggen dat het zó vernietigd zal worden, of dat het tot in eeuwigheid zo woest zou blijven als Sodom.

een zoutgroeve, Woest en ellendig waar niets wassen zal. Zie Richt. 9:45 ; Ps. 107:34 ; Plin lib 31, Nat. Hist. cap. 7.

Hertaald: een zoutgroeve, Woest en ellendig, waar niets zal groeien. Zie Richt. 9:45; Ps. 107:34; Plinius, Naturalis Historia, boek 31, hoofdstuk 7.

tot in eeuwigheid Dat is, een lange tijd. Want deze landen zijn niet altoos dus desolaat gebleven.

Hertaald: tot in eeuwigheid Dat is: een lange tijd. Want deze landen zijn niet altijd zo verlaten gebleven.

zullen ze beroven, De zin is: Eenige Ammonieten en uit Moabieten Christelijken godsdienst bekeren, en zij zullen in den schoot der gemeente ontvangen en aangenoemen worden. Verg. vs.7, en zie de aantekening bij Jes. 11:14 .

Hertaald: zullen ze beroven, De betekenis is: sommige Ammonieten en Moabieten zullen zich tot de christelijke godsdienst bekeren, en zij zullen in de schoot van de gemeente ontvangen en aangenomen worden. Vergelijk vers 7 en zie de aantekening bij Jes. 11:14.

zal ze erfelijk bezitten Of, zullen ze erven.

Hertaald: zal ze erfelijk bezitten Of: zullen ze erven.

Sefanja 2 vers 10

in plaats van hun hoogmoed; Of, voor hun hoogmoed, vanwege hunne hovaardij, die zij het volk Gods betoond hebben, toen het in zwarigheid en ellende was.

Hertaald: in plaats van hun hoogmoed; Of: voor hun hoogmoed, vanwege de hoogmoed die zij tegenover het volk van God getoond hebben toen het in moeite en ellende verkeerde.

Sefanja 2 vers 11

doen uitteren; Dat is, allengskens teniet maken; men zal hun gene offeranden meer brengen. Dit is geschied in de verschijning van Christus, en daarna.

Hertaald: doen uitteren; Dat is: geleidelijk tenietdoen; men zal hun geen offeranden meer brengen. Dit is gebeurd bij de verschijning van Christus en daarna.

een iegelijk Alsof hij zeide: Men zal te dien tijde den waren God niet alleen in Judea eren en aanbidden, maar iedere natie in haar land en stad, zonder dat zij naar Jeruzalem zullen behoeven te reizen. Zie Joh. 4:21 .

Hertaald: een iegelijk Alsof hij zei: men zal in die tijd de ware God niet alleen in Judea eren en aanbidden, maar elk volk in zijn eigen land en stad, zonder dat zij naar Jeruzalem hoeven te reizen. Zie Joh. 4:21.

zal Hem aanbidden, Zie de aantekening bij Gen. 24:26 .

Hertaald: zal Hem aanbidden, Zie de aantekening bij Gen. 24:26.

al de eilanden der heidenen Dat is, al de heidense natiën, wie en waar die zijn.

Hertaald: al de eilanden der heidenen Dat is: alle heidense volken, wie zij ook zijn en waar zij ook wonen.

Sefanja 2 vers 12

Ook gij, Moren Of, aldus: Wat ook ulieden, o Moren, aangaat, gij zult door mijn zwaard geslagen worden. De zin is: Gij Moren, zult wel eerst verwoest worden, zie 2 Kron. 14:9 ; maar daarna zult gij alsmede tot Christus gebracht worden. Zie Sef. 3:10 . Hebr. ook gij, Moren, zij zullen, enz. Verg. Mi. 1:2 met de aantekening aldaar.

Hertaald: Ook gij, Moren Of aldus: wat ook u betreft, o Moren, u zult door Mijn zwaard geslagen worden. De betekenis is: u, Moren, zult wel eerst verwoest worden, zie 2 Kron. 14:9, maar daarna zult ook u tot Christus gebracht worden. Zie Zef. 3:10. Hebreeuws: ook u, Moren, zij zullen, enzovoort. Vergelijk Micha 1:2 met de aantekening daar.

Mijn zwaard zijn Hij noemt den koning Nebukadnezar zijn zwaard, gelijk Assur genoemd wordt, de roede of staf van den toorn Gods, Jes. 10:5 .

Hertaald: Mijn zwaard zijn Hij noemt koning Nebukadnezar Zijn zwaard, zoals Assur de roede of staf van Gods toorn genoemd wordt, Jes. 10:5.

Sefanja 2 vers 13

Hij zal ook Zijn hand uitstrekken Te weten, de Heere.

Hertaald: Hij zal ook Zijn hand uitstrekken Namelijk de HEERE.

Assur verdoen; Dat is, de Assyriërs.

Hertaald: Assur verdoen; Dat is: de Assyriërs.

stellen tot een verwoesting, Dat is, maken.

Hertaald: stellen tot een verwoesting, Dat is: maken.

droog als een woestijn Die tevoren waterrijk was; Nah. 2:8 .

Hertaald: droog als een woestijn Terwijl het tevoren waterrijk was; Nah. 2:8.

Sefanja 2 vers 14

volken; Dat is, der omliggende natiën, die hun vee daar zullen legeren. Of, gelijk anderen, allerlei lelijke verschrikkelijke beesten, die bij de vergelegen natiën in de grote wildernis gevonden worden. Versta hierbij, in plaats van mensen en allerlei lieflijkheid.

Hertaald: volken; Dat is: van de omliggende volken, die hun vee daar zullen laten legeren. Volgens anderen: allerlei lelijke, verschrikkelijke dieren die bij de ver weg gelegen volken in de grote wildernis gevonden worden. Vul hierbij aan: in plaats van mensen en allerlei lieflijkheid.

roerdomp, Of, putoor.

Hertaald: roerdomp, Of: butoor.

haar granaatappelen vernachten; Die boven aan de balken, of op de huizen tot sieraad, plachten geschilderd of gemaakt en gesneden te worden. Verg. Am. 9:1 .

Hertaald: haar granaatappelen vernachten; Die bovenaan de balken of op de huizen tot versiering geschilderd, gemaakt of gesneden plachten te worden. Vergelijk Amos 9:1.

een stem Of, derzelver stem, te weten, ene stem dier afgrijselijke dieren, die hier genoemd staan, en Jes. 13:21-22 , en Jes. 34:11 , enz.

Hertaald: een stem Of: hun stem, namelijk een stem van die afgrijselijke dieren die hier genoemd worden, en in Jes. 13:21-22 en Jes. 34:11, enzovoort.

in den dorpel zijn, Of, aan de posten.

Hertaald: in den dorpel zijn, Of: aan de posten.

Hij Te weten, de Heere, of de vijand.

Hertaald: Hij Namelijk de HEERE, of de vijand.

haar cederwerk Hebr. hare cederen, of zijne cederen; dat is, het beschutwerk van cederhout. Of, hare huizen van cederhout gemaakt.

Hertaald: haar cederwerk Hebreeuws: haar of zijn ceders; dat is: het beschutwerk van cederhout. Of: haar huizen die van cederhout gemaakt zijn.

zal ontbloot hebben Of, zal afgerukt hebben.

Hertaald: zal ontbloot hebben Of: zal afgerukt hebben.

Sefanja 2 vers 15

Dit is die stad, Dat is, alzo zal het die stad Nineve gaan, die tevoren zo vol vreugde en blijdschap geweest is.

Hertaald: Dit is die stad, Dat is: zo zal het die stad Ninevé vergaan, die tevoren zo vol vreugde en blijdschap geweest is.

die zeker woont, Die gerust is en niemand vreest.

Hertaald: die zeker woont, Die gerust is en niemand vreest.

Ik ben het, Ik ben alleen de onoverwinnelijke, gene stad is bij mij te vergelijken inhoogheid, sterkte, voortreffelijkheid. Verg. Jes. 47:8 .

Hertaald: Ik ben het, Ik ben de enige onoverwinnelijke; geen stad is met mij te vergelijken in hoogheid, sterkte en voortreffelijkheid. Vergelijk Jes. 47:8.

hoe is zij geworden tot woestheid, Zie vs.14.

Hertaald: hoe is zij geworden tot woestheid, Zie vers 14.

zal haar aanfluiten, Zie 1 Kon. 9:8 ; Klaagl. 2:15-16 ; Ezech. 27:36 ; Mi. 6:16 ; Nah. 3:19 .

Hertaald: zal haar aanfluiten, Zie 1 Kon. 9:8; Klaagl. 2:15-16; Ezech. 27:36; Micha 6:16; Nah. 3:19.

bewegen Tot een teken van bespotting, of verwondering.

Hertaald: bewegen Als teken van bespotting, of van verbazing.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Zoekt den HEERE, misschien zult gij verborgen worden  — een oproep tot bekering, met een opvallend voorzichtig woordje erin (Zef. 2:1-3)

"Doorzoek u zelf nauw, ja, doorzoek nauw, gij volk, dat met geen lust bevangen wordt!" (Zef. 2:1). De reden voor de haast: "Eer het besluit bare (gelijk kaf gaat de dag voorbij), terwijl de hittigheid van des HEEREN toorn over ulieden nog niet komt; terwijl de dag van den toorn des HEEREN over ulieden nog niet komt" (Zef. 2:2). Dan de oproep zelf: "Zoekt den HEERE, alle gij zachtmoedigen des lands, die Zijn recht werken! Zoekt gerechtigheid, zoekt zachtmoedigheid, misschien zult gij verborgen worden in den dag van den toorn des HEEREN" (Zef. 2:3).

Bijbelse betekenis: Merk op het beeld in Zef. 2:2: gelijk kaf gaat de dag voorbij. Kaf is licht en wordt door de wind meegevoerd; zo snel en ongrijpbaar gaat ook de tijd van uitstel voorbij. Let vervolgens op de drieledige oproep in Zef. 2:3: "Zoekt den HEERE, alle gij zachtmoedigen des lands, die Zijn recht werken! Zoekt gerechtigheid, zoekt zachtmoedigheid." Het is niet één daad maar een gerichte zoektocht op drie fronten tegelijk. Let ten slotte op het woordje misschien. Het is geen garantie die de profeet geeft, en ook geen twijfel aan Gods genade, maar eerbied voor Zijn vrijheid: de mens mag zoeken, maar de uitkomst ligt bij God.

Typologie: Datzelfde voorzichtige misschien staat ook bij Joël: "Wie weet, Hij mocht Zich wenden en berouw hebben" (reeds behandeld bij Joël 2:14). Beide profeten roepen op tot zoeken zonder de uitkomst voor God in te vullen.

Zef. 2:1-3; Joël 2:14

Hij zal al de goden der aarde doen uitteren  — temidden van het oordeel over de volken klinkt een belofte van wereldwijde aanbidding (Zef. 2:11)

Na de aankondigingen tegen Moab en Ammon volgt: "Vreselijk zal de HEERE tegen hen wezen, want Hij zal al de goden der aarde doen uitteren; en een iegelijk uit zijn plaats zal Hem aanbidden, al de eilanden der heidenen" (Zef. 2:11).

Bijbelse betekenis: Merk op de twee bewegingen in dit vers. De goden der aarde teren uit — zij verliezen hun kracht en aanzien — terwijl tegelijk de HEERE aanbeden wordt, en dat niet op één plaats maar overal: "een iegelijk uit zijn plaats" (Zef. 2:11). Let vervolgens op de uitdrukking "eilanden der heidenen" (Zef. 2:11). Dat duidt de verst gelegen, meest verafgelegen volken aan die een Israëliet zich kon voorstellen. Let ten slotte op de plaats van dit vers: midden in een reeks oordelen over concrete volken (Zef. 2:4-15) staat deze ene belofte die verder reikt dan enig oordeel — niet vernietiging als laatste woord, maar aanbidding.

Typologie: Wat hier wordt aangekondigd, spreekt Paulus uit als voltooide werkelijkheid: "alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders" (Fil. 2:11).

Zef. 2:4-15; Fil. 2:11

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Sefanja 2

Sefanja 2:5.KruisverwijzingenEzechiël 25:16Amos 3:1Jeremia 47:7Jozua 13:3Amos 5:1Sefanja 3:6Jesaja 14:30Richteren 3:3
— Wee den inwonenden van de landstreek der zee, den volken der Cheretim! Het woord des HEEREN zal tegen ulieden zijn, gij Kanaan, der Filistijnen land! en Ik zal u verdoen, dat er geen inwoner zal zijn.
“Wee den inwonenden van de landstreek der zee, den volken der Cheretim! Het woord des HEEREN zal tegen ulieden zijn, gij Kanaan, der Filistijnen land! en Ik zal u verdoen, dat er geen inwoner zal zijn.”

Toen deze profetie gegeven werd, was hun beker vol. Zij hadden zo tegen God gezondigd dat de dag van hun ondergang eindelijk kwam. En in de naam van God zei de profeet Zefanja tegen hen: “Het woord des HEEREN zal tegen ulieden zijn.”

Zij hadden één overweldigende reden tot vrees, al wisten zij het zelf niet. Zij konden alle volken overwinnen, maar er trok een vijand tegen hen op tegen wie zij tevergeefs zouden strijden. Toen de profeet die boodschap overbracht, luidde hij de doodsklok over hen.

Wat een tegenstander is dit — “Het woord des HEEREN”! Deze vijand is machtiger dan Egypte, machtiger dan Assyrië, machtiger dan welk volk op de aardbodem ook. Wie het woord van de HEERE tegen zich heeft, heeft een vijand te vrezen die verschrikkelijker is dan de zwaarste schok van de natuur.

De profeet probeert de Filistijnen niet aan te tonen door welk middel God hen aan stukken breken zou — door pest, door hongersnood, door ziekte of door oorlog. Hij zegt eenvoudig: “Het woord des HEEREN zal tegen ulieden zijn.” Dat is genoeg. Hij noemt de oorzaak; de gevolgen volgen dan vanzelf.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content