Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
DoorzoekH7197 u zelf nauw, ja, doorzoekH7197 nauw, gij volkH1471, dat met geenH3808 lust bevangenH3700 wordt!
Doorzoek u zelf nauw, ja, doorzoek nauw, gij volk, dat met geen lust bevangen wordt!
KJV
Gather yourselves together,1
yea, gather together,2
O nation3
not desired;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
EerH2962 het besluitH2706 bareH3205 (gelijk kafH4671 gaat de dagH3117 voorbijH5674), terwijlH2962 de hittigheidH2740 van des HEERENH3068 toornH639 overH5921 ulieden nog nietH3808 komtH935; terwijlH2962 de dag van den toornH639 des HEERENH3068 overH5921 ulieden nog nietH3808 komtH935.
Eer het besluit bare (gelijk kaf gaat de dag voorbij), terwijl de hittigheid van des HEEREN toorn over ulieden nog niet komt; terwijl de dag van den toorn des HEEREN over ulieden nog niet komt.
KJV
Before the decree3
bring forth,2
before the day6
pass5
as the chaff,4
before8
the fierce11
anger12
of the LORD13
come9
upon you, before the day18
of the LORD'S20
anger19
come
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
ZoektH1245 den HEEREH3068, alleH3605 gij zachtmoedigenH6035 des landsH776, dieH834 Zijn rechtH4941 werkenH6466! ZoektH1245 gerechtigheidH6664, zoektH1245 zachtmoedigheidH6038, misschien zult gij verborgenH5641 worden in den dagH3117 van den toornH639 des HEERENH3068.
Zoekt den HEERE, alle gij zachtmoedigen des lands, die Zijn recht werken! Zoekt gerechtigheid, zoekt zachtmoedigheid, misschien zult gij verborgen worden in den dag van den toorn des HEEREN.
KJV
Seek1
ye the LORD,3
all ye meek5
of the earth,6
which have wrought9
his judgment;8
seek10
righteousness,11
seek12
meekness:13
it may be14
ye shall be hid15
in the day16
of the LORD'S18
anger.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
WantH3588 GazaH5804 zal verlatenH5800 wezenH1961, en AskelonH831 zal ter verwoestingH8077 wezen; AsdodH795 zal men in den middagH6672 verdrijvenH1644, en EkronH6138 zal uitgeworteldH6131 worden.
Want Gaza zal verlaten wezen, en Askelon zal ter verwoesting wezen; Asdod zal men in den middag verdrijven, en Ekron zal uitgeworteld worden.
KJV
For Gaza2
shall be forsaken,3
and Ashkelon5
a desolation:6
they shall drive out9
Ashdod7
at the noon day,8
and Ekron10
shall be rooted up.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
WeeH1945 den inwonenden van de landstreekH2256 der zeeH3220, den volkenH1471 der CheretimH3774! Het woordH1697 des HEERENH3068 zal tegenH5921 ulieden zijn, gij KanaanH3667, der FilistijnenH6430 landH776! en Ik zal u verdoenH6, dat er geenH369 inwonerH3427 zal zijn.
Wee den inwonenden van de landstreek der zee, den volken der Cheretim! Het woord des HEEREN zal tegen ulieden zijn, gij Kanaan, der Filistijnen land! en Ik zal u verdoen, dat er geen inwoner zal zijn.
Ook in dit vers
inwonerenH3427
KJV
Woe1
unto the inhabitants2
of the sea4
coast,3
the nation5
of the Cherethites!6
the word7
of the LORD8
is against you; O Canaan,10
the land11
of the Philistines,12
I will even destroy13
thee, that there shall be no inhabitant.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
En de landstreekH2256 der zeeH3220 zal wezenH1961 tot huttenH5116, uitgegraven puttenH3741 der herdersH7462, en betuiningenH1448 der kuddenH6629.
En de landstreek der zee zal wezen tot hutten, uitgegraven putten der herders, en betuiningen der kudden.
KJV
And the sea3
coast2
shall be dwellings4
and cottages5
for shepherds,6
and folds7
for flocks.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
En de landstreekH2256 zal wezenH1961 voor het overblijfselH7611 van het huisH1004 van JudaH3063, dat zij daarin weidenH7462; des avondsH6153 zullen zij in de huizenH1004 van AskelonH831 legerenH7257, alsH3588 de HEEREH3068, hunlieder GodH430, hen zal bezochtH6485, en hun gevangenisH7622 zal gewendH7725 hebben.
En de landstreek zal wezen voor het overblijfsel van het huis van Juda, dat zij daarin weiden; des avonds zullen zij in de huizen van Askelon legeren, als de HEERE, hunlieder God, hen zal bezocht, en hun gevangenis zal gewend hebben.
KJV
And the coast2
shall be for the remnant3
of the house4
of Judah;5
they shall feed7
thereupon: in the houses8
of Ashkelon9
shall they lie down11
in the evening:10
for the LORD14
their God15
shall visit13
them, and turn away16
their captivity.17
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Ik heb de beschimpingH2781 van MoabH4124 gehoordH8085, en de scheldwoordenH1421 der kinderenH1121 AmmonsH5983, waarmede zij Mijn volkH5971 beschimptH2778 hebben, en hebben zich grootH1431 gemaakt tegenH5921 deszelfs landpaleH1366.
Ik heb de beschimping van Moab gehoord, en de scheldwoorden der kinderen Ammons, waarmede zij Mijn volk beschimpt hebben, en hebben zich groot gemaakt tegen deszelfs landpale.
KJV
I have heard1
the reproach2
of Moab,3
and the revilings4
of the children5
of Ammon,6
whereby they have reproached8
my people,10
and magnified11
themselves against their border.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Daarom, zo waarachtig als IkH589 leefH2416, spreektH5002 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, de GodH430 IsraelsH3478: MoabH4124 zal zekerlijk zijnH1961 als SodomH5467, en de kinderenH1121 AmmonsH5983 als GomorraH6017, een netelheideH4476, en een zoutgroeveH4379, en een verwoestingH8077 totH5704 in eeuwigheidH5769! De overigenH7611 Mijns volks zullen ze berovenH962, en het overigeH3499 Mijns volks zal ze erfelijkH5157 bezitten.
Daarom, zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Moab zal zekerlijk zijn als Sodom, en de kinderen Ammons als Gomorra, een netelheide, en een zoutgroeve, en een verwoesting tot in eeuwigheid! De overigen Mijns volks zullen ze beroven, en het overige Mijns volks zal ze erfelijk bezitten.
Ook in dit vers
volksH1471
volksH5971
KJV
Therefore as I live,2
saith4
the LORD5
of hosts,6
the God7
of Israel,8
Surely Moab10
shall be as Sodom,11
and the children13
of Ammon14
as Gomorrah,15
even the breeding16
of nettles,17
and saltpits,18
and a perpetual21
desolation:20
the residue23
of my people24
shall spoil25
them, and the remnant26
of my people27
shall possess
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Dat zullen zij hebben in plaatsH8478 van hun hoogmoedH1347; wantH3588 zij hebben beschimptH2778, en hebben zich grootH1431 gemaakt tegenH5921 het volkH5971 van den HEEREH3068 der heirscharenH6635.
Dat zullen zij hebben in plaats van hun hoogmoed; want zij hebben beschimpt, en hebben zich groot gemaakt tegen het volk van den HEERE der heirscharen.
KJV
This shall they have for their pride,4
because they have reproached6
and magnified7
themselves against the people9
of the LORD10
of hosts.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
VreselijkH3372 zal de HEEREH3068 tegenH5921 hen wezen, wantH3588 Hij zal alH3605 de godenH430 der aardeH776 doen uitterenH7329; en een iegelijk uit zijn plaatsH4725 zal Hem aanbiddenH7812, alH3605 de eilandenH339 der heidenenH1471.
Vreselijk zal de HEERE tegen hen wezen, want Hij zal al de goden der aarde doen uitteren; en een iegelijk uit zijn plaats zal Hem aanbidden, al de eilanden der heidenen.
KJV
The LORD2
will be terrible1
unto them: for he will famish5
all the gods8
of the earth;9
and men shall worship10
him, every one12
from his place,13
even all the isles15
of the heathen.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
OokH1571 gijH859, MorenH3569! zult de verslagenenH2491 van Mijn zwaardH2719 zijn.
Ook gij, Moren! zult de verslagenen van Mijn zwaard zijn.
KJV
Ye Ethiopians3
also, ye6
shall be slain4
by my sword.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Hij zal ook Zijn handH3027 uitstrekkenH5186 tegenH5921 het NoordenH6828, en Hij zal AssurH804 verdoenH6; en Hij zal NineveH5210 stellenH7760 tot een verwoestingH8077, droogH6723 als een woestijnH4057.
Hij zal ook Zijn hand uitstrekken tegen het Noorden, en Hij zal Assur verdoen; en Hij zal Nineve stellen tot een verwoesting, droog als een woestijn.
KJV
And he will stretch out1
his hand2
against the north,4
and destroy5
Assyria;7
and will make8
Nineveh10
a desolation,11
and dry12
like a wilderness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
En in het middenH8432 van haar zullen den kuddenH5739 legerenH7257, alH3605 het gedierteH2416 der volkenH1471; ookH1571 de roerdompH6893, ookH1571 de nachtuilH7090 zullen op haar granaatappelenH3730 vernachtenH3885; een stemH6963 zal in het vensterH2474 zingenH7891, verwoestingH2721 zal in den dorpelH5592 zijn, alsH3588 Hij haar cederwerkH731 zal ontblootH6168 hebben.
En in het midden van haar zullen den kudden legeren, al het gedierte der volken; ook de roerdomp, ook de nachtuil zullen op haar granaatappelen vernachten; een stem zal in het venster zingen, verwoesting zal in den dorpel zijn, als Hij haar cederwerk zal ontbloot hebben.
KJV
And flocks3
shall lie down1
in the midst2
of her, all the beasts5
of the nations:6
both the cormorant8
and the bittern10
shall lodge12
in the upper lintels11
of it; their voice13
shall sing14
in the windows;15
desolation16
shall be in the thresholds:17
for he shall uncover20
the cedar work.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
DitH2063 is die stadH5892, die opspringt van vreugde, die zekerH983 woontH3427, die in haar hartH3824 zegtH559: IkH589 ben het, en buitenH657 mij is geen meerH5750; hoeH349 is zij geworden tot woestheidH8047, een rustplaatsH4769 van het gedierteH2416! Een iederH3605, die daardoor trektH5674, zal ze aanfluitenH8319, hij zal zijn handH3027 bewegenH5128.
Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.
Ook in dit vers
opspringt vreugdeH5947
KJV
This is the rejoicing3
city2
that dwelt4
carelessly,5
that said6
in her heart,7
I am, and there is none beside9
me: how is she become a desolation,13
a place for beasts15
to lie down in!14
every one that passeth by17
her shall hiss,19
and wag20
his hand.
u zelf nauw,
De zin is: Ga in uzelven, en onderzoek al uw doen, opdat gij verstaat hoe zwaarlijk gij God den Heere vertoornd hebt met uw grote en menigvuldige zonden. Hebr. verzamel u. Het wordt eigenlijk gebruikt voor het verzamelen der stoppelen of houten, gelijk Ex. 5:7 , Ex. 5:12 , en 1 Kon. 17:10 ; hetwelk dewijl het niet geschieden kan dan met naarstig zoeken, zo wordt het ook voor zoeken gebruikt.
Hertaald:
u zelf nauw,
De betekenis is: ga in uzelf en onderzoek al uw doen, opdat u begrijpt hoe zwaar u God de HEERE vertoornd hebt met uw grote en talrijke zonden. Hebreeuws: verzamel u. Het wordt eigenlijk gebruikt voor het verzamelen van stoppels of hout, zoals Ex. 5:7, Ex. 5:12 en 1 Kon. 17:10; en omdat dat niet kan gebeuren zonder nauwgezet zoeken, wordt het ook voor zoeken gebruikt.
doorzoek nauw,
Benaarstig u ten hoogste, te weten om u met God te verzoenen.
Hertaald:
doorzoek nauw,
Doe uw uiterste best, namelijk om u met God te verzoenen.
dat met geen lust bevangen wordt
Te weten, om u met God te verzoenen; of om wat goeds te doen. Anders: o volk, niet waardig begeerd te worden.
Hertaald:
dat met geen lust bevangen wordt
Namelijk om u met God te verzoenen, of om iets goeds te doen. Anders: o volk, niet waard begeerd te worden.
Eer het besluit bare
Dat is, eer hetgeen komt, dat van God tegen u besloten is; het besluit van God baart alsdan, als de strafoefening geschiedt. Gelijk de baring niet straks na de ontvangenis volgt, maar op den bestemden tijd, alzo wordt Gods besluit uitgevoerd ten tijde, dien Hij daartoe bestemd heeft. Verg. Ezech. 20:25 .
Hertaald:
Eer het besluit bare
Dat is: voordat komt wat God tegen u besloten heeft. Gods besluit baart op het moment dat de straf voltrokken wordt. Zoals de bevalling niet meteen na de ontvangenis volgt maar op de bepaalde tijd, zo wordt Gods besluit uitgevoerd op de tijd die Hij daarvoor bestemd heeft. Vergelijk Ezech. 20:25.
(gelijk kaf gaat de dag voorbij),
Dat is, snellijk; daarom bekeer u dewijl gij nog tijd hebt, eer de dag, die als kaf voorbijvliegt, het besluit bare, dat is, tevoorschijn brenge hetgeen God tegen u besloten heeft. Anders: [en] de dag voorbijga als kaf.
Hertaald:
(gelijk kaf gaat de dag voorbij),
Dat is: snel. Bekeer u daarom nu u nog tijd hebt, voordat de dag — die als kaf voorbijvliegt — het besluit baart, dat is: tevoorschijn brengt wat God tegen u besloten heeft. Anders: en de dag als kaf voorbijgaat.
gij zachtmoedigen des lands,
Dat is, gijlieden, die den Heere vreest in deze verwarde tijden.
Hertaald:
gij zachtmoedigen des lands,
Dat is: u die de HEERE vreest in deze verwarde tijden.
Zijn recht werken
Te weten, het recht, hetwelk God u gegeven en voorgeschreven heeft. De zin is: Gij allen, die oprecht en vromelijk geleefd hebt naar den regel zijner wetten.
Hertaald:
Zijn recht werken
Namelijk het recht dat God u gegeven en voorgeschreven heeft. De betekenis is: u allen die oprecht en vroom geleefd hebt naar de regel van Zijn wetten.
misschien
Zie de aantekening bij Joël 2:14 .
Hertaald:
misschien
Zie de aantekening bij Joël 2:14.
zult gij verborgen worden
Of, zult gij u kunnen verbergen, en volgens dien zo zult gij van de vijanden niet gekwetst of beschadigd worden. Verg. Ps. 27:5 , en Ps. 32:6-7 .
Hertaald:
zult gij verborgen worden
Of: zult u zich kunnen verbergen, en dus door de vijanden niet gekwetst of beschadigd worden. Vergelijk Ps. 27:5 en Ps. 32:6-7.
Want Gaza
De zin is: God zal Gaza, Askelon, Asdod en andere volken, die rondom of omtrent u wonen, vanwege hunne zonden, zwaarlijk straffen; zo kunt dan gij, Joden, uwe rekening wel maken, dat Hij ulieden ook niet verschonen zal, tenzij gij boete doet. De drie steden, die hier genoemd worden, lagen in der Filistijnen land, en het waren hoofdsteden. Zie Joz. 13:3 . Verg. Am. 1:7 .
Hertaald:
Want Gaza
De betekenis is: God zal Gaza, Askelon, Asdod en andere volken die rondom of dicht bij u wonen zwaar straffen om hun zonden. Dan kunt u, Joden, er wel op rekenen dat Hij ook u niet zal sparen, tenzij u boete doet. De drie steden die hier genoemd worden lagen in het land van de Filistijnen en waren hoofdsteden. Zie Joz. 13:3. Vergelijk Amos 1:7.
zal verlaten wezen,
De burgers daaruit verdreven of vernield zijnde door de Chaldeën.
Hertaald:
zal verlaten wezen,
Doordat de burgers eruit verdreven of vernietigd zijn door de Chaldeeën.
in den middag verdrijven,
Dat is, openlijk, bij schonen lichten dag. Zie Jer. 6:4 .
Hertaald:
in den middag verdrijven,
Dat is: openlijk, bij helder daglicht. Zie Jer. 6:4.
Ekron
Het luidt in het Hebr. alsof men zeide, de gewortelde [want dat betekent ] Ekron zal uitgeworteld worden, dat is, met den wortel uitgeworteld worden.
Hertaald:
Ekron
Het klinkt in het Hebreeuws alsof men zei: de gewortelde — want dat betekent Ekron — zal ontworteld worden, dat is: met wortel en al uitgetrokken worden.
van de landstreek der zee,
Hebr. van het koord, touw, snoer. Zie Deut. 3:4 ; alzo ook hieronder in vs.6,7. Hier is een beschrijving van het land der Filistijnen, palende aan de Middellandse zee.
Hertaald:
van de landstreek der zee,
Hebreeuws: van het koord, touw of snoer. Zie Deut. 3:4; zo ook in vers 6 en 7. Hier volgt een beschrijving van het land van de Filistijnen, dat aan de Middellandse Zee grenst.
der Cheretim
Of, der Cheretieten; zie Ezech. 25:16 . Zie ook 1 Sam. 30:14 . Zij waren dappere krijgslieden, en daarom waren zij, naar sommiger gevoelen, van David tot zijne lijfwachters en hellebaardiers verkoren. Zie 2 Sam. 8:18 , en 2 Sam. 15:18 , en 1 Kron. 18:17 .
Hertaald:
der Cheretim
Of: van de Cherethieten; zie Ezech. 25:16. Zie ook 1 Sam. 30:14. Zij waren dappere krijgslieden, en daarom zijn zij volgens sommigen door David tot zijn lijfwacht en hellebaardiers gekozen. Zie 2 Sam. 8:18, 2 Sam. 15:18 en 1 Kron. 18:17.
Het woord des HEEREN
Dat is, de straf, die de Heere u gedreigd heeft in zijn woord, zal ulieden overkomen; gijlieden, die anderen tot nog toe geplaagd hebt, zult nu ook geplaagd worden, nadat de Heere zijn volk zal gekastijd hebben.
Hertaald:
Het woord des HEEREN
Dat is: de straf die de HEERE u in Zijn Woord gedreigd heeft zal u overkomen. U die tot nu toe anderen geplaagd hebt, zult nu ook geplaagd worden, nadat de HEERE Zijn volk gekastijd zal hebben.
Ik zal u
Te weten, Ik de Heere.
Hertaald:
Ik zal u
Namelijk Ik, de HEERE.
verdoen,
Of, verdelgen.
Hertaald:
verdoen,
Of: verdelgen.
de landstreek der zee
Te weten, het lande der Filistijnen, aan de zee gelegen.
Hertaald:
de landstreek der zee
Namelijk het land van de Filistijnen, dat aan de zee ligt.
uitgegraven putten
Welke de herders in de dorre heiden graven, om water daarin te vergaderen. De profeet wil in dit vers te kennen geven dat die grote schone kastelen en gebouwen, die daar in die landstreken plachten te staan, zullen afgebroken en verwoest worden, en dat er in plaats daarvan niet dan hutten der herders zullen staan, en in plaats van rijke voortreffelijke personen, schaapherders en andere gewone lieden wonen zullen, die daar hunne huisjes en hutjes zullen opslaan, om voor een tijdlang te verblijven.
Hertaald:
uitgegraven putten
Die de herders in de dorre heide graven om er water in te verzamelen. De profeet wil in dit vers te kennen geven dat de grote, mooie kastelen en gebouwen die daar in die streken plachten te staan afgebroken en verwoest zullen worden, en dat er in plaats daarvan alleen herdershutten zullen staan. In plaats van rijke, voorname mensen zullen er schaapherders en andere gewone mensen wonen, die daar hun huisjes en hutjes zullen opslaan om er een tijdlang te verblijven.
de landstreek
Dit kan wel enigermate aldus verstaan worden, dat de Joden wederkerende uit de Babylonische gevangenschap, het land der Filistijnen, hetwelk zij ledig en woest zullen vinden, innemen en bezitten zullen; maar voornamelijk is het geestelijkerwijze te verstaan, alzo namelijk dat de Filistijnen en andere natiën der heidenen zich ten tijde van Christus het volk Gods zouden onderwerpen, en der gemeente van Christus zouden ingelijfd worden. Zie Jes. 11:14 .
Hertaald:
de landstreek
Dit kan men tot op zekere hoogte zo verstaan, dat de Joden bij hun terugkeer uit de Babylonische gevangenschap het land van de Filistijnen — dat zij leeg en verwoest zullen aantreffen — zullen innemen en bezitten. Maar het moet vooral geestelijk verstaan worden, namelijk zo dat de Filistijnen en andere heidense volken zich in de tijd van Christus aan het volk van God zouden onderwerpen en bij de gemeente van Christus ingelijfd zouden worden. Zie Jes. 11:14.
dat zij daarin weiden;
Dat is, zij zullen aldaar hunne weide en woning hebben, gelijk de schapen des nachts hunne rust in hunne stallen hebben. Anderen verstaan het aldus, dat de Joden Christus aangenomen hebbende, de Filistijnen en anderen het Evangelie zullen prediken, want dat heet ook weiden, gelijk te zien is Joh 10 , en Joh. 21:15-17 , en dit is inderdaad alzo geschied, als Gaza, Azotes en de omliggende plaatsen, door de predikatie der apostelen tot Christus zijn bekeerd geworden; Hand. 8:26 , Hand. 8:40 , en Hand. 9:32 , Hand. 9:35-36 . Verg. Ob. 1:18-20 .
Hertaald:
dat zij daarin weiden;
Dat is: zij zullen daar hun weide en woning hebben, zoals de schapen 's nachts hun rust in hun stallen hebben. Anderen vatten het zo op dat de Joden, nadat zij Christus aangenomen hebben, de Filistijnen en anderen het Evangelie zullen prediken — want dat heet ook weiden, zoals te zien is in Joh. 10 en Joh. 21:15-17. En zo is het ook werkelijk gegaan, toen Gaza, Azote en de omliggende plaatsen door de prediking van de apostelen tot Christus bekeerd zijn; Hand. 8:26, Hand. 8:40 en Hand. 9:32, Hand. 9:35-36. Vergelijk Obadja 1:18-20.
des avonds
De zin is: Daar zal alsdan zulk een rust en vrede tussen hen wezen, dat zelfs des avonds en bij nacht, wanneer gemeenlijk de een voor de ander bevreesd is, elk gerustelijk zal wonen en omgaan.
Hertaald:
des avonds
De betekenis is: er zal dan zo'n rust en vrede onder hen zijn dat zelfs 's avonds en 's nachts — wanneer men gewoonlijk voor elkaar bevreesd is — iedereen gerust zal wonen en rondgaan.
als de HEERE,
Of, want de Heere hun God zal hen bezoeken, en, enz.
Hertaald:
als de HEERE,
Of: want de HEERE, hun God, zal hen bezoeken en, enzovoort.
bezocht,
Te weten, met genade, gelijk Ps. 8:5 . Eerst hen uit de Babylonische gevangenschap verlossende, daarna uit de gevangenschap van den satan, als Christus, geleden hebbende en uit de doden opstaande, ten hemel zal gevaren zijn en de menigte der gevangenen gevangen zal genomen hebben; Ef. 4:8 .
Hertaald:
bezocht,
Namelijk met genade, zoals Ps. 8:5. Eerst door hen uit de Babylonische gevangenschap te verlossen, daarna uit de gevangenschap van de satan, wanneer Christus — na geleden te hebben en uit de doden opgestaan te zijn — ten hemel gevaren zal zijn en de gevangenis gevangen genomen zal hebben; Ef. 4:8.
de beschimping van Moab gehoord,
Of, de versmading, of den smaad.
Hertaald:
de beschimping van Moab gehoord,
Of: de versmading, of de smaad.
zich groot gemaakt
Oorlog tegen hen voerende, en hun een deel van hun land afnemende, pochende dat zij nog meer land hun wilde afnemen. Zie de aantekening bij Ps. 35:26 , en verg. Jer 48 , en Jer 49 .
Hertaald:
zich groot gemaakt
Doordat zij oorlog tegen hen voerden en een deel van hun land afnamen, terwijl zij opschepten dat zij hun nog meer land wilden ontnemen. Zie de aantekening bij Ps. 35:26, en vergelijk Jer. 48 en Jer. 49.
zo waarachtig als Ik leef,
Hebr. Ik leEf.
Hertaald:
zo waarachtig als Ik leef,
Hebreeuws: Ik leef.
Moab zal zekerlijk zijn
De Moabieten en hun land. Zie Jer. 48:1 , enz.
Hertaald:
Moab zal zekerlijk zijn
De Moabieten en hun land. Zie Jer. 48:1, enzovoort.
als Sodom,
Te weten, enigermate en een tijdlang zal hun land woest liggen; maar Hij wil niet zeggen dat het alzo zal vernield worden, noch dat het in der eeuwigheid zo woest zou blijven, gelijk Sodom.
Hertaald:
als Sodom,
Namelijk: hun land zal tot op zekere hoogte en voor een tijd woest liggen. Maar Hij wil niet zeggen dat het zó vernietigd zal worden, of dat het tot in eeuwigheid zo woest zou blijven als Sodom.
een zoutgroeve,
Woest en ellendig waar niets wassen zal. Zie Richt. 9:45 ; Ps. 107:34 ; Plin lib 31, Nat. Hist. cap. 7.
Hertaald:
een zoutgroeve,
Woest en ellendig, waar niets zal groeien. Zie Richt. 9:45; Ps. 107:34; Plinius, Naturalis Historia, boek 31, hoofdstuk 7.
tot in eeuwigheid
Dat is, een lange tijd. Want deze landen zijn niet altoos dus desolaat gebleven.
Hertaald:
tot in eeuwigheid
Dat is: een lange tijd. Want deze landen zijn niet altijd zo verlaten gebleven.
zullen ze beroven,
De zin is: Eenige Ammonieten en uit Moabieten Christelijken godsdienst bekeren, en zij zullen in den schoot der gemeente ontvangen en aangenoemen worden. Verg. vs.7, en zie de aantekening bij Jes. 11:14 .
Hertaald:
zullen ze beroven,
De betekenis is: sommige Ammonieten en Moabieten zullen zich tot de christelijke godsdienst bekeren, en zij zullen in de schoot van de gemeente ontvangen en aangenomen worden. Vergelijk vers 7 en zie de aantekening bij Jes. 11:14.
zal ze erfelijk bezitten
Of, zullen ze erven.
Hertaald:
zal ze erfelijk bezitten
Of: zullen ze erven.
in plaats van hun hoogmoed;
Of, voor hun hoogmoed, vanwege hunne hovaardij, die zij het volk Gods betoond hebben, toen het in zwarigheid en ellende was.
Hertaald:
in plaats van hun hoogmoed;
Of: voor hun hoogmoed, vanwege de hoogmoed die zij tegenover het volk van God getoond hebben toen het in moeite en ellende verkeerde.
doen uitteren;
Dat is, allengskens teniet maken; men zal hun gene offeranden meer brengen. Dit is geschied in de verschijning van Christus, en daarna.
Hertaald:
doen uitteren;
Dat is: geleidelijk tenietdoen; men zal hun geen offeranden meer brengen. Dit is gebeurd bij de verschijning van Christus en daarna.
een iegelijk
Alsof hij zeide: Men zal te dien tijde den waren God niet alleen in Judea eren en aanbidden, maar iedere natie in haar land en stad, zonder dat zij naar Jeruzalem zullen behoeven te reizen. Zie Joh. 4:21 .
Hertaald:
een iegelijk
Alsof hij zei: men zal in die tijd de ware God niet alleen in Judea eren en aanbidden, maar elk volk in zijn eigen land en stad, zonder dat zij naar Jeruzalem hoeven te reizen. Zie Joh. 4:21.
zal Hem aanbidden,
Zie de aantekening bij Gen. 24:26 .
Hertaald:
zal Hem aanbidden,
Zie de aantekening bij Gen. 24:26.
al de eilanden der heidenen
Dat is, al de heidense natiën, wie en waar die zijn.
Hertaald:
al de eilanden der heidenen
Dat is: alle heidense volken, wie zij ook zijn en waar zij ook wonen.
Ook gij, Moren
Of, aldus: Wat ook ulieden, o Moren, aangaat, gij zult door mijn zwaard geslagen worden. De zin is: Gij Moren, zult wel eerst verwoest worden, zie 2 Kron. 14:9 ; maar daarna zult gij alsmede tot Christus gebracht worden. Zie Sef. 3:10 . Hebr. ook gij, Moren, zij zullen, enz. Verg. Mi. 1:2 met de aantekening aldaar.
Hertaald:
Ook gij, Moren
Of aldus: wat ook u betreft, o Moren, u zult door Mijn zwaard geslagen worden. De betekenis is: u, Moren, zult wel eerst verwoest worden, zie 2 Kron. 14:9, maar daarna zult ook u tot Christus gebracht worden. Zie Zef. 3:10. Hebreeuws: ook u, Moren, zij zullen, enzovoort. Vergelijk Micha 1:2 met de aantekening daar.
Mijn zwaard zijn
Hij noemt den koning Nebukadnezar zijn zwaard, gelijk Assur genoemd wordt, de roede of staf van den toorn Gods, Jes. 10:5 .
Hertaald:
Mijn zwaard zijn
Hij noemt koning Nebukadnezar Zijn zwaard, zoals Assur de roede of staf van Gods toorn genoemd wordt, Jes. 10:5.
Hij zal ook Zijn hand uitstrekken
Te weten, de Heere.
Hertaald:
Hij zal ook Zijn hand uitstrekken
Namelijk de HEERE.
Assur verdoen;
Dat is, de Assyriërs.
Hertaald:
Assur verdoen;
Dat is: de Assyriërs.
stellen tot een verwoesting,
Dat is, maken.
Hertaald:
stellen tot een verwoesting,
Dat is: maken.
droog als een woestijn
Die tevoren waterrijk was; Nah. 2:8 .
Hertaald:
droog als een woestijn
Terwijl het tevoren waterrijk was; Nah. 2:8.
volken;
Dat is, der omliggende natiën, die hun vee daar zullen legeren. Of, gelijk anderen, allerlei lelijke verschrikkelijke beesten, die bij de vergelegen natiën in de grote wildernis gevonden worden. Versta hierbij, in plaats van mensen en allerlei lieflijkheid.
Hertaald:
volken;
Dat is: van de omliggende volken, die hun vee daar zullen laten legeren. Volgens anderen: allerlei lelijke, verschrikkelijke dieren die bij de ver weg gelegen volken in de grote wildernis gevonden worden. Vul hierbij aan: in plaats van mensen en allerlei lieflijkheid.
roerdomp,
Of, putoor.
Hertaald:
roerdomp,
Of: butoor.
haar granaatappelen vernachten;
Die boven aan de balken, of op de huizen tot sieraad, plachten geschilderd of gemaakt en gesneden te worden. Verg. Am. 9:1 .
Hertaald:
haar granaatappelen vernachten;
Die bovenaan de balken of op de huizen tot versiering geschilderd, gemaakt of gesneden plachten te worden. Vergelijk Amos 9:1.
een stem
Of, derzelver stem, te weten, ene stem dier afgrijselijke dieren, die hier genoemd staan, en Jes. 13:21-22 , en Jes. 34:11 , enz.
Hertaald:
een stem
Of: hun stem, namelijk een stem van die afgrijselijke dieren die hier genoemd worden, en in Jes. 13:21-22 en Jes. 34:11, enzovoort.
in den dorpel zijn,
Of, aan de posten.
Hertaald:
in den dorpel zijn,
Of: aan de posten.
Hij
Te weten, de Heere, of de vijand.
Hertaald:
Hij
Namelijk de HEERE, of de vijand.
haar cederwerk
Hebr. hare cederen, of zijne cederen; dat is, het beschutwerk van cederhout. Of, hare huizen van cederhout gemaakt.
Hertaald:
haar cederwerk
Hebreeuws: haar of zijn ceders; dat is: het beschutwerk van cederhout. Of: haar huizen die van cederhout gemaakt zijn.
zal ontbloot hebben
Of, zal afgerukt hebben.
Hertaald:
zal ontbloot hebben
Of: zal afgerukt hebben.
Dit is die stad,
Dat is, alzo zal het die stad Nineve gaan, die tevoren zo vol vreugde en blijdschap geweest is.
Hertaald:
Dit is die stad,
Dat is: zo zal het die stad Ninevé vergaan, die tevoren zo vol vreugde en blijdschap geweest is.
die zeker woont,
Die gerust is en niemand vreest.
Hertaald:
die zeker woont,
Die gerust is en niemand vreest.
Ik ben het,
Ik ben alleen de onoverwinnelijke, gene stad is bij mij te vergelijken inhoogheid, sterkte, voortreffelijkheid. Verg. Jes. 47:8 .
Hertaald:
Ik ben het,
Ik ben de enige onoverwinnelijke; geen stad is met mij te vergelijken in hoogheid, sterkte en voortreffelijkheid. Vergelijk Jes. 47:8.
hoe is zij geworden tot woestheid,
Zie vs.14.
Hertaald:
hoe is zij geworden tot woestheid,
Zie vers 14.
zal haar aanfluiten,
Zie 1 Kon. 9:8 ; Klaagl. 2:15-16 ; Ezech. 27:36 ; Mi. 6:16 ; Nah. 3:19 .
Hertaald:
zal haar aanfluiten,
Zie 1 Kon. 9:8; Klaagl. 2:15-16; Ezech. 27:36; Micha 6:16; Nah. 3:19.
bewegen
Tot een teken van bespotting, of verwondering.
Hertaald:
bewegen
Als teken van bespotting, of van verbazing. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Doorzoek u zelf nauw, ja, doorzoek nauw, gij volk, dat met geen lust bevangen wordt!" (Zef. 2:1). De reden voor de haast: "Eer het besluit bare (gelijk kaf gaat de dag voorbij), terwijl de hittigheid van des HEEREN toorn over ulieden nog niet komt; terwijl de dag van den toorn des HEEREN over ulieden nog niet komt" (Zef. 2:2). Dan de oproep zelf: "Zoekt den HEERE, alle gij zachtmoedigen des lands, die Zijn recht werken! Zoekt gerechtigheid, zoekt zachtmoedigheid, misschien zult gij verborgen worden in den dag van den toorn des HEEREN" (Zef. 2:3). Bijbelse betekenis: Merk op het beeld in Zef. 2:2: gelijk kaf gaat de dag voorbij. Kaf is licht en wordt door de wind meegevoerd; zo snel en ongrijpbaar gaat ook de tijd van uitstel voorbij. Let vervolgens op de drieledige oproep in Zef. 2:3: "Zoekt den HEERE, alle gij zachtmoedigen des lands, die Zijn recht werken! Zoekt gerechtigheid, zoekt zachtmoedigheid." Het is niet één daad maar een gerichte zoektocht op drie fronten tegelijk. Let ten slotte op het woordje misschien. Het is geen garantie die de profeet geeft, en ook geen twijfel aan Gods genade, maar eerbied voor Zijn vrijheid: de mens mag zoeken, maar de uitkomst ligt bij God. Typologie: Datzelfde voorzichtige misschien staat ook bij Joël: "Wie weet, Hij mocht Zich wenden en berouw hebben" (reeds behandeld bij Joël 2:14). Beide profeten roepen op tot zoeken zonder de uitkomst voor God in te vullen. Zef. 2:1-3; Joël 2:14 Na de aankondigingen tegen Moab en Ammon volgt: "Vreselijk zal de HEERE tegen hen wezen, want Hij zal al de goden der aarde doen uitteren; en een iegelijk uit zijn plaats zal Hem aanbidden, al de eilanden der heidenen" (Zef. 2:11). Bijbelse betekenis: Merk op de twee bewegingen in dit vers. De goden der aarde teren uit — zij verliezen hun kracht en aanzien — terwijl tegelijk de HEERE aanbeden wordt, en dat niet op één plaats maar overal: "een iegelijk uit zijn plaats" (Zef. 2:11). Let vervolgens op de uitdrukking "eilanden der heidenen" (Zef. 2:11). Dat duidt de verst gelegen, meest verafgelegen volken aan die een Israëliet zich kon voorstellen. Let ten slotte op de plaats van dit vers: midden in een reeks oordelen over concrete volken (Zef. 2:4-15) staat deze ene belofte die verder reikt dan enig oordeel — niet vernietiging als laatste woord, maar aanbidding. Typologie: Wat hier wordt aangekondigd, spreekt Paulus uit als voltooide werkelijkheid: "alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders" (Fil. 2:11). Zef. 2:4-15; Fil. 2:11 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Sefanja 2
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen


Sefanja 2
Sefanja 2:5.KruisverwijzingenEzechiël 25:16→Amos 3:1→Jeremia 47:7→Jozua 13:3→Amos 5:1→Sefanja 3:6→Jesaja 14:30→Richteren 3:3→
— Wee den inwonenden van de landstreek der zee, den volken der Cheretim! Het woord des HEEREN zal tegen ulieden zijn, gij Kanaan, der Filistijnen land! en Ik zal u verdoen, dat er geen inwoner zal zijn.
“Wee den inwonenden van de landstreek der zee, den volken der Cheretim! Het woord des HEEREN zal tegen ulieden zijn, gij Kanaan, der Filistijnen land! en Ik zal u verdoen, dat er geen inwoner zal zijn.”
Toen deze profetie gegeven werd, was hun beker vol. Zij hadden zo tegen God gezondigd dat de dag van hun ondergang eindelijk kwam. En in de naam van God zei de profeet Zefanja tegen hen: “Het woord des HEEREN zal tegen ulieden zijn.”
Zij hadden één overweldigende reden tot vrees, al wisten zij het zelf niet. Zij konden alle volken overwinnen, maar er trok een vijand tegen hen op tegen wie zij tevergeefs zouden strijden. Toen de profeet die boodschap overbracht, luidde hij de doodsklok over hen.
Wat een tegenstander is dit — “Het woord des HEEREN”! Deze vijand is machtiger dan Egypte, machtiger dan Assyrië, machtiger dan welk volk op de aardbodem ook. Wie het woord van de HEERE tegen zich heeft, heeft een vijand te vrezen die verschrikkelijker is dan de zwaarste schok van de natuur.
De profeet probeert de Filistijnen niet aan te tonen door welk middel God hen aan stukken breken zou — door pest, door hongersnood, door ziekte of door oorlog. Hij zegt eenvoudig: “Het woord des HEEREN zal tegen ulieden zijn.” Dat is genoeg. Hij noemt de oorzaak; de gevolgen volgen dan vanzelf.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
II. Vs. 1Kruisverwijzingen2 Kronieken 20:4→Joël 1:14→Jeremia 6:15→Esther 4:16→Jeremia 3:3→Zacharia 11:8→Mattheüs 18:20→Jesaja 1:4→
— Doorzoek u zelf nauw, ja, doorzoek nauw, gij volk, dat met geen lust bevangen wordt!
-Hoofdst 3:8. Tegenover dit zo nabijzijnd gericht over de gehele wereld, in ‘t bijzonder over Juda, roept nu de Profeet zijn volk tot boete en bekering, en vermaant hij vooral de vromen, om naar ootmoed en gerechtigheid te trachten, opdat zij in den dag des gerichts mochten verborgen worden. (vs. 1-3). Des te meer moeten zij boete doen, daar de Heidenen, Filistijnen, Ammonieten, Moabieten zullen worden uitgeroeid en met het land van Israël worden verenigd (vs. 4-10), daar verder alle afgoden op aarde zullen worden nedergeveld en alle landen tot aanbidding des Heeren zullen komen. Ja Egypte en Assur met de trotse hoofdstad Nineve zullen worden verwoest (vs. 11-15), daar eindelijk ook het met bloed bevlekte Jeruzalem met zijne verdorven vorsten, rechters en profeten zware straf zal lijden. (Hoofdst. 3:1-8).
Doorzoek uzelf en uwe verblinde, verdwaalde zielen nauw, bedenk, waarvan gij afgevallen zijt; ja doorzoek nauw 1), gij volk van Juda, dat met geen lust bevangen wordt, dat afgeleerd zijt u te schamen.
De eerste betekenis, van dit woord is, verzamelen, de stoppelen verzamelen en vandaar heeft het de betekenis verkregen, van zich verzamelen op geestelijke wijze, dat is, zich zelven beproeven, zich zelven doorzoeken. De Profeet roept derhalve het volk op, dat zich niet meer schaamde, want dit is de betekenis, van met geen lust bevangen te zijn, om zich te beproeven, om tot zich zelven in te keren, om als de verloren zoon tot zichzelven te komen. Nog is de verwoestende gruwel niet over zijn volk uitgestort, nog is het de dag der genade en daarom roept de Profeet het diep van God afgevallen volk toe, om zich voor God te verootmoedigen.
Eer het besluit bare, vóórdat het oordeel van den rechtvaardigen Rechter over u worde verwezenlijkt; (gelijk kaf gaat de dag voorbij: zo spoedig vervliegt de tijd, zo haastig komt de dag van Gods gericht). Bedenk u, terwijl de hittigheid van des Heeren toorn over ulieden nog niet komt; terwijl de dag van den toorn des Heeren over ulieden nog niet komt.
Zoekt vooral den HEERE, alle gij zachtmoedigen, gij stillen des lands (Amos 2:7), die Zijn recht werken! Zoekt gerechtigheid, zoekt zachtmoedigheid, misschien zult gij verborgen word en in den spoedig invallenden dag van den toorn des HEEREN 1) misschien zult gij worden begenadigd en gered (Amos 5:15).
Terwijl er weinig hope was, dat het lichaam des volks door bekering den dag des toorns zou afkeren, zo keert zich de Heere tot het godzalig overblijfsel des lands, dat vernederd en zachtmoedig was gemaakt onder een gevoel der zonden, en onder de hand Gods en dat conscientie maakte van zijn plicht, gelijk die in het Woord was bevolen. Deze vermaant hij om voort te gaan in het zoeken van des Heeren aangezicht en gunst, en om toe te nemen in zachtmoedigheid en in een rechtvaardigen wandel, als ook in het gebruik maken van de gerechtigheid van Christus, als zijnde dit de zekerste weg, om van den toekomenden toorn bevrijd te worden, en ook de enige weg, die enige grond van hope geeft van bevestiging in de uitwendige oordelen, schoon hij ze er niet absoluut van verzekeren wil.
Ja zoekt ijverig den Heere; want alle heidenen zal de Heere eens richten en verdelgen, en hun landen aan het volk en het rijk van God toevoegen. Ten voorbeelde voor allen noem Ik u alleen de vier volken, die het dichtst bij Israël wonen; eerst de Filistijnen in het westen; Gaza zal verlaten wezen, en Askelon zal ter verwoesting wezen, Asdod zal men in den middag, op helderen dag, plotseling en onverwacht verdrijven, en Ekron zal uitgeworteld, met wortel en tak uitgeroeid worden (Joz. 13:2).
Ja wee het land en volk der Filistijnen en al den inwoneren van de landstreek der Middellandse zee, den volke der Cheretim, d. i. der Filistijnen! Het Woord des HEEREN dat u uw oordeel verkondigt, zal tegen ulieden zijn, gij Kanaän, der Filistijnen land! en Ik zal u even als de overige van Kanaän, verdoen, dat er geen inwoner zal zijn. Cheretieten, eigenlijk alleen de zuidwestelijk wonende stammen der Filistijnen, worden hier te zamen Filistijnen genoemd, om daarmee op hun lot van uitroeiing toespeling te maken, want charat is uitroeien. Over den oorsprong van dezen naam der Filistijnen zie Joz. 13:2
En de landstreek der zee zal in plaats van steden der Filistijnen in dit land, wezen tot hutten, uitgegravene putten der herders, herdersholen, welke zij gegraven hebben tot beschutting tegen de zon, en betuiningen der kudden 1).
In deze verzen wordt eerst met de verwoesting van het land der Filistijnen begonnen, dewijl deze landstreek het naast aan Juda lag. Algehele verwoesting zal hun deel zijn. Onverwacht zal zij plaats hebben, en als de Heere deze Heidenen ten ondergang zal overgegeven hebben, dan zal het zijn voor het overblijfsel van Juda. Aan Zijn volk zal de Heere God de erfenis der Heidenen geven. Ditzelfde geldt ook van Moab en Ammon.
En de landstreek met hare vette landouwen en weiden zal wezen voor het bekeerde overblijfsel van het huis van Juda, dat door bekering en geloof uit de gerichten is gered en begenadigd geworden, dat zijin vrede daarin weiden, des avonds zullen zij in de huizen van Askelon, welke nog overig zijn, legeren. Zulk ene uitbreiding van het rijk van God zal plaats hebben, als de HEERE, hunlieder God, hen, de leden van Zijn volk, die in het gericht der verbanning en verstrooiing zuchten, hen in genade zal bezocht, en hun gevangenis zal gewend hebben (Hos. 6:11. Amos 9:14).
Verder de Moabieten en Ammonieten in het oosten: Ik heb de beschimping van Moab gehoord, en de scheldwoorden der kinderen Ammons, hoewel zij als afstammelingen van Lot met Mijn volk in bloedverwantschap zijn en dubbel vriendelijk voor hen moesten wezen, de scheldwoorden, waarmee zijbij iedere gelegenheid Mijn volk beschimpt hebben. Zij hebben het gehaat om zijne hoge goddelijke roeping tot een uitverkoren volk Gods, en hoogmoedig veracht, zo als bijv. Balak de koning der Moabieten het door Bileam’s vloeken wilde vernietigen (Num. 22), of in den tijd der Richters (Richt. 3:12 vv. 10:7 vv. 1 Sam. 11:1-5. 2 Sam. 10-12) waarvoor zij door Saul en David zwaar werden gestraft (1 Sam. 14:47. 2 Sam. 8:2; 12:30 v.); en zo dikwijls het in nood en druk kwam hebben zij zich groot gemaakt tegen deszelfs landpale, doordat zij het overmoedig schonden, en stukken van het heilige land aan zich zochten te trekken. (Amos 1:13).
Daarom, zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE der heirscharen, de God Israëls, het blijft onherroepelijk: Moab zal zeker zijn als Sodom, en de kinderen Ammons als Gomorra, even als deze steden, uit welke zij in hunnen stamvader Lot zijn uitgekomen, zullen zij geheel vernietigd worden, hun land zal worden tot ene netelheide, en ene zoutgroeve, gelijk aan de zuidkusten der Dode zee rijk aan zout, en ene verwoesting tot in eeuwigheid 1) de overigen (vs. 7) Mijns volks zullen ze, die beide vijandig volken, beroven, onderwerpen, en het overige Mijns volks zullen ze erfelijk bezitten al hun eigendom, hun slaven.
De Heere is hier in groten ernst en verzekert, dat Hij de vijanden Zijner Kerk zal straffen, als hebbende macht en reden daartoe om dat te doen, wijl Hij is de Beschermer der Kerk en in verbond met haar staat, hoewel het weinig geloofd wordt, zo bij de Kerk, als bij hare vijanden. Daarom verzekert Hij hen daarvan door Zijn eed, Zich zelf voorstellende in Zijn macht en intrest.
Dat zullen zij hebben in plaats van hunnen hoogmoed; want zij hebben beschimpt en hebben zich groot gemaakt tegen het volk van den HEERE der heirscharen! in hoogmoedige verachting van Zijne goddelijke roeping,
Vreselijk zal de HEERE in Zijne rechterlijke majesteit tegen hen wezen, want Hij zal, zo is Zijn onveranderlijk raadsbesluit, al de goden der aarde met alle rijken en alle mensen, die op hen bouwen, doen uitteren; en een iegelijk uit zijne plaats, waar hij wonen moge, zal Hem aanbidden als den waren, eeuwigen God; al de eilanden der Heidenen(Jes. 41:1) zullen Hem zoeken en verheerlijken (Micha 4:1. Zach. 14:16). Deze bedreiging tegen de Filistijnen, Ammonieten en Moabieten is wel gedeeltelijk vervuld door den inval der Chaldeën, als ook door hun onderwerping ten tijde der Makkabeën, en hun langzamerhand geheel verdwijnen uit de rij der volken, en de verwoesting van hun landen tot op den tegenwoordigen dag. Dit was echter slechts ene voorafbeeldende vervulling; want voor alles moet toch volgens vs. 7, Israël deze landen in bezit nemen, en deze volken voor eeuwig aan zich onderdanig maken, wanneer de Heere zijne gevangenis zal hebben gewend, d. i. niet na de Babylonische ballingschap, maar na zijne volkomene verlossing uit alle landen, na zijne gehele bekering en vergadering als een heilig overblijfsel. Tot dien tijd zullen de landen van deze wederpartijders van Gods volk even zou woest liggen, als het land van Israël zelf. Maar eens, als Israël bekeerd is, zal dit het overblijfsel van deze onder het gericht als Heidenen geheel ten onder gegane volken, als bekeerde, gelovige leden voor eeuwig in zich zelven opnemen, en de landouwen van Filistea, Ammonitis en Moabitis zullen dan weer bloeien. Datzelfde zal geschieden met alle vertegenwoordigers die 4 volken worden genoemd. heidenvolken en landen, als wier
Ook gij Moren! of Ethiopiërs in het verre zuiden (vs. 4) zult de verslagenen van Mijn zwaard zijn, gelijk ook alle andere heidense volken. Ook dit begon door de Chaldeën vervuld te worden (Ezech. 30:4, 9); als heidens volk gingen de Ethiopiërs geheel te gronde, toen zij zich tot Christus bekeerden (Hand. 8:27 vv.
Hij, de Heere, zal (moge) ook Zijnerichtende hand uitstrekken tegen het Noorden, en Hij zal Assur verdoen, dat rijk, dat het Godsrijk in Israël zo vijandig is, en het op zijne vernietiging toelegt; en Hij zal Ninevé, de hoofdstad van Assur, in welke alle vijandschap tegen God is verenigd, stellen tot ene verwoesting, droog als ene woestijn.
En in het midden van haar, waar eens Ninevé stond, zullen de kudden legeren, al het gedierte der volken (liever: bij ganse scharen); ook de roerdomp, de pelikaan (Deut. 14:17. (Jes. 34:11), ook de nachtuil zullen op hare granaatappelen, de sieraden der overgeblevene pilaren van Ninevé’s paleizen vernachten; ene stem van allerlei vogelen zal in het venster der verwoeste huizen zingen, verwoesting zal in den dorpel zijn; want niemand zal meer over dien treden, als Hij haar cederwerk, het kostbare beschot der wanden in het prachtige gebouw zal ontbloot hebben 1).
Of, wanneer Hij haar cederwerk zal ontbloot hebben. In deze verzen wordt Assyrië toegesproken als het inbegrip van alle vijandige volken tegen den Heere en Zijn volk. Niets zal er overblijven. De Heere God zal zich openbaren als een verterend vuur voor Zijne vijanden, als een God, die alle Zijne vijanden en de vijanden Zijns volks tot een eeuwige verwoesting zal maken.
Dit is dan die stad, die opspringt van vreugdein hare menigte van mensen. O schrikkelijk einde! Dit de stad, die zeker woont achter hare wallen van water, gelijk zijn meent, verheven boven alle ongeluk, die in haar hart zegt, dat zich zelf steeds verheft en vergoodt: Ik ben het, en buiten mij is gene meer. Wie is mij gelijk op de aarde (Jes. 47:8)? Hoe is zij in plaats daarvan geworden tot woestheid! vroeger was zij de plaats van ene jubelende menschenmenigte, nu is zij ene rustplaats van het wild gedierte! een ieder, die daar doortrekt, verheugd over haar ondergang, zal ze aanfluiten; hij zal zijne hand bewegen, daar hij denkt: goed, dat zij verdwenen is; zij heeft haren ondergang wel verdiend. Zij dacht, dat niemand haar gelijk was in aanzienlijkheid, macht en rijkdom; nu is haar inderdaad niemand gelijk meer in ellende en woestheid. Daar paleizen van vorsten plachten te staan, waren nu plaatsen voor de beesten; waar aanzienlijke lieden plachten te wonen, houdt nu het verachte vee huis. Zo dierbaar is Gode altoos de behoudenis van Zijn volk, en zo ellendig zal de toestand der vijanden van dat volk zijn, tot aan het einde der wereld. Ziet dit in den val van het geestelijk Babel (Openb. 18).
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel