Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Sefanja 1

1 Het woord des HEEREN, hetwelk geschied is tot Zefanja, den zoon van Cuschi, den zoon van Gedalja, den zoon van Amarja, den zoon van Hizkia; in de dagen van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Het woordH1697 des HEERENH3068, hetwelkH834 geschiedH1961 is totH413 ZefanjaH6846, den zoonH1121 van CuschiH3570, den zoonH1121 van GedaljaH1436, den zoonH1121 van AmarjaH568, den zoonH1121 van HizkiaH2396; in de dagenH3117 van JosiaH2977, den zoonH1121 van AmonH526, den koningH4428 van JudaH3063. Het woord des HEEREN, hetwelk geschied is tot Zefanja, den zoon van Cuschi, den zoon van Gedalja, den zoon van Amarja, den zoon van Hizkia; in de dagen van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda.

KJV The word1 of the LORD2 which came unto Zephaniah6 the son7 of Cushi,8 the son9 of Gedaliah,10 the son11 of Amariah,12 the son13 of Hizkiah,14 in the days15 of Josiah16 the son17 of Amon,18 king19 of Judah.

1 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 2 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 הָיָ֗ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 צְפַנְיָה֙ H6846 Zefanja, Sefanja Zephaniah 7 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 כּוּשִׁ֣י H3570 Cuschi Cushi 9 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 גְּדַלְיָ֔ה H1436 Gedalia, Gedalja Gedaliah 11 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 אֲמַרְיָ֖ה H568 Amarja, amarja Amariah 13 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 חִזְקִיָּ֑ה H2396 Hizkia, Jehizkia Hezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה) 15 בִּימֵ֛י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 16 יֹאשִׁיָּ֥הוּ H2977 Josia Josiah 17 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 18 אָמ֖וֹן H526 Amon Amon 19 מֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 20 יְהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Ik zal ganselijk alles wegrapen uit dit land, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Ik zal ganselijkH622 allesH3605 wegrapenH5486 uit dit landH127, spreektH5002 de HEEREH3068. Ik zal ganselijk alles wegrapen uit dit land, spreekt de HEERE.

KJV I will utterly1 consume2 all things from off the land,5 saith7 the LORD.

1 אָסֹ֨ף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 2 אָסֵ֜ף H5486 wegrapen, einde nemen, nemen einde consume, have an end, perish, [idiom] be utterly 3 כֹּ֗ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 מֵעַ֛ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 הָאֲדָמָ֖ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 7 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 8 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Ik zal wegrapen mensen en beesten; Ik zal wegrapen de vogelen des hemels, en de vissen der zee, en de ergernissen met de goddelozen; ja, Ik zal de mensen uit dit land uitroeien, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Ik zal wegrapenH5486 mensenH120 en beestenH929; Ik zal wegrapenH5486 de vogelenH5775 des hemelsH8064, en de vissenH1709 der zeeH3220, en de ergernissenH4384 metH854 de goddelozenH7563; ja, Ik zal de mensenH120 uit dit landH127 uitroeienH3772, spreektH5002 de HEEREH3068. Ik zal wegrapen mensen en beesten; Ik zal wegrapen de vogelen des hemels, en de vissen der zee, en de ergernissen met de goddelozen; ja, Ik zal de mensen uit dit land uitroeien, spreekt de HEERE.

KJV I will consume man2 and beast;3 I will consume the fowls5 of the heaven,6 and the fishes7 of the sea,8 and the stumblingblocks9 with the wicked;11 and I will cut off12 man14 from off16 the land,17 saith18 the LORD.

1 אָסֵ֨ף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 2 אָדָ֜ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 3 וּבְהֵמָ֗ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 4 אָסֵ֤ף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 5 עוֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 6 הַשָּׁמַ֨יִם֙ H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 7 וּדְגֵ֣י H1709 vissen, Vispoort, vis fish 8 הַיָּ֔ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 9 וְהַמַּכְשֵׁל֖וֹת H4384 aanstoot, ergernissen ruin, stumbling-block 10 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 11 הָרְשָׁעִ֑ים H7563 goddelozen, goddeloze, goddeloos [phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong 12 וְהִכְרַתִּ֣י H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 הָאָדָ֗ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 15 מֵעַ֛ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 17 הָאֲדָמָ֖ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 18 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 19 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En Ik zal Mijn hand uitstrekken tegen Juda, en tegen alle inwoners van Jeruzalem; en Ik zal uit deze plaats uitroeien het overblijfsel van Baal, en den naam der Chemarim met de priesters;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En Ik zal Mijn handH3027 uitstrekkenH5186 tegen JudaH3063, en tegen alleH3605 inwonersH3427 van JeruzalemH3389; en Ik zal uit dezeH2088 plaatsH4725 uitroeienH3772 het overblijfselH7605 van BaalH1168, en den naamH8034 der ChemarimH3649 metH5973 de priestersH3548; En Ik zal Mijn hand uitstrekken tegen Juda, en tegen alle inwoners van Jeruzalem; en Ik zal uit deze plaats uitroeien het overblijfsel van Baal, en den naam der Chemarim met de priesters;

KJV I will also stretch out1 mine hand2 upon Judah,4 and upon all the inhabitants7 of Jerusalem;8 and I will cut off9 the remnant14 of Baal15 from this place,11 and the name17 of the Chemarims18 with the priests;

1 וְנָטִ֤יתִי H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 2 יָדִי֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 5 וְעַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 יוֹשְׁבֵ֣י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 8 יְרוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 9 וְהִכְרַתִּ֞י H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 10 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 11 הַמָּק֤וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 12 הַזֶּה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 שְׁאָ֣ר H7605 overblijfsel, overige, overgebleven [idiom] other, remnant, residue, rest 15 הַבַּ֔עַל H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 שֵׁ֥ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 18 הַכְּמָרִ֖ים H3649 Chemarim Chemarims (idolatrous) priests 19 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 20 הַכֹּהֲנִֽים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En die zich nederbuigen op de daken voor het heir des hemels, en die zich nederbuigende zweren bij den HEERE, en zweren bij Malcham;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En die zich nederbuigenH7812 opH5921 de dakenH1406 voor het heirH6635 des hemelsH8064, en die zich nederbuigendeH7812 zwerenH7650 bij den HEEREH3068, en zwerenH7650 bij MalchamH4428; En die zich nederbuigen op de daken voor het heir des hemels, en die zich nederbuigende zweren bij den HEERE, en zweren bij Malcham;

KJV And them that worship2 the host5 of heaven6 upon the housetops;4 and them that worship8 and that swear9 by the LORD,10 and that swear11 by Malcham;

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 הַמִּשְׁתַּחֲוִ֥ים H7812 boog, bogen, nederbuigen bow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 הַגַּגּ֖וֹת H1406 dak, daken roof (of the house), (house) top (of the house) 5 לִצְבָ֣א H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 6 הַשָּׁמָ֑יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַמִּֽשְׁתַּחֲוִים֙ H7812 boog, bogen, nederbuigen bow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship 9 הַנִּשְׁבָּעִ֣ים H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 10 לַֽיהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 וְהַנִּשְׁבָּעִ֖ים H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 12 בְּמַלְכָּֽם H4445 Milchom, Malcham Malcham, Milcom

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En die terugkeren van achter den HEERE; en die den HEERE niet zoeken, en vragen naar Hem niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En die terugkerenH5472 van achterH310 den HEEREH3068; en dieH834 den HEEREH3068 nietH3808 zoekenH1245, en vragenH1875 naar Hem nietH3808. En die terugkeren van achter den HEERE; en die den HEERE niet zoeken, en vragen naar Hem niet.

KJV And them that are turned back2 from3 the LORD;4 and those that have not sought7 the LORD,9 nor enquired

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 הַנְּסוֹגִ֖ים H5472 gedreven, gekeerd, terugkeren backslider, drive, go back, turn (away, back) 3 מֵאַחֲרֵ֣י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 4 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וַאֲשֶׁ֛ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 בִקְשׁ֥וּ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 דְרָשֻֽׁהוּ H1875 zoeken, vragen, gezocht ask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Zwijgt voor het aangezicht des Heeren HEEREN; want de dag des HEEREN is nabij; want de HEERE heeft een slachtoffer bereid, Hij heeft Zijn genoden geheiligd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 ZwijgtH2013 voor het aangezichtH6440 des HeerenH136 HEERENH3069; want de dagH3117 des HEERENH3068 is nabijH7138; wantH3588 de HEEREH3068 heeft een slachtofferH2077 bereidH3559, Hij heeft Zijn genodenH7121 geheiligdH6942. Zwijgt voor het aangezicht des Heeren HEEREN; want de dag des HEEREN is nabij; want de HEERE heeft een slachtoffer bereid, Hij heeft Zijn genoden geheiligd.

KJV Hold thy peace1 at the presence2 of the Lord3 GOD:4 for the day7 of the LORD8 is at hand:6 for the LORD11 hath prepared10 a sacrifice,12 he hath bid13 his guests.

1 הַ֕ס H2013 Zwijg, Zwijgt, stilde hold peace (tongue), (keep) silence, be silent, still 2 מִפְּנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 3 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 4 יְהוִ֑ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 5 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 קָרוֹב֙ H7138 nabij, naaste, nabestaande allied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly) 7 י֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 8 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 הֵכִ֧ין H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 11 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 זֶ֖בַח H2077 slachtoffer, dankoffer, slachtofferen offer(-ing), sacrifice 13 הִקְדִּ֥ישׁ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 14 קְרֻאָֽיו H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En het zal geschieden in den dag van het slachtoffer des HEEREN, dat Ik bezoeking zal doen over de vorsten, en over de kinderen des konings, en over allen, die zich kleden met vreemde kleding.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En het zal geschiedenH1961 in den dagH3117 van het slachtofferH2077 des HEERENH3068, dat Ik bezoekingH6485 zal doen overH5921 de vorstenH8269, en overH5921 de kinderenH1121 des koningsH4428, en overH5921 allenH3605, die zich kledenH3847 met vreemdeH5237 kledingH4403. En het zal geschieden in den dag van het slachtoffer des HEEREN, dat Ik bezoeking zal doen over de vorsten, en over de kinderen des konings, en over allen, die zich kleden met vreemde kleding.

KJV And it shall come to pass in the day2 of the LORD'S4 sacrifice,3 that I will punish5 the princes,7 and the king's10 children,9 and all such as are clothed13 with strange15 apparel.

1 וְהָיָ֗ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בְּיוֹם֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 זֶ֣בַח H2077 slachtoffer, dankoffer, slachtofferen offer(-ing), sacrifice 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וּפָקַדְתִּ֥י H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 הַשָּׂרִ֖ים H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 8 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 הַמֶּ֑לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 11 וְעַ֥ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 הַלֹּבְשִׁ֖ים H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear 14 מַלְבּ֥וּשׁ H4403 kleding, kledingen, gewaad apparel, raiment, vestment 15 נָכְרִֽי H5237 vreemde, vreemd, onbekende alien, foreigner, outlandish, strange(-r, woman)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Ook zal Ik ten zelven dage bezoeking doen over al wie over den dorpel springt; die het huis hunner heren vullen met geweld en bedrog.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Ook zal Ik ten zelvenH1931 dageH3117 bezoekingH6485 doen overH5921 alH3605 wie overH5921 den dorpelH4670 springtH1801; die het huisH1004 hunner herenH113 vullenH4390 met geweldH2555 en bedrogH4820. Ook zal Ik ten zelven dage bezoeking doen over al wie over den dorpel springt; die het huis hunner heren vullen met geweld en bedrog.

KJV In the same day7 also will I punish1 all those that leap4 on the threshold,6 which fill9 their masters'11 houses10 with violence12 and deceit.

1 וּפָקַדְתִּ֗י H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 2 עַ֧ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הַדּוֹלֵ֛ג H1801 spring, springen, springende leap 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 הַמִּפְתָּ֖ן H4670 dorpel threshold 7 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 8 הַה֑וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 הַֽמְמַלְאִ֛ים H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 10 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 אֲדֹנֵיהֶ֖ם H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 12 חָמָ֥ס H2555 geweld, gewelds, wrevel cruel(-ty), damage, false, injustice, [idiom] oppressor, unrighteous, violence (against, done), violent (dealing), wrong 13 וּמִרְמָֽה H4820 bedrog, bedriegelijke, bedrogs craft, deceit(-ful, -fully), false, feigned, guile, subtilly, treachery
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En er zal te dien dage, spreekt de HEERE, een stem des gekrijts zijn van de Vispoort af, en een gehuil van het tweede gedeelte, en een grote breuk van de heuvelen af.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En er zal te dienH1931 dageH3117, spreektH5002 de HEEREH3068, een stemH6963 des gekrijtsH6818 zijnH1961 van de VispoortH1709 af, en een gehuilH3215 vanH4480 het tweedeH4932 gedeelteH1419, en een grote breukH7667 van de heuvelenH1389 af. En er zal te dien dage, spreekt de HEERE, een stem des gekrijts zijn van de Vispoort af, en een gehuil van het tweede gedeelte, en een grote breuk van de heuvelen af.

KJV And it shall come to pass in that day,2 saith4 the LORD,5 that there shall be the noise6 of a cry7 from the fish9 gate,8 and an howling10 from the second,12 and a great14 crashing13 from the hills.

1 וְהָיָה֩ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בַיּ֨וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הַה֜וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 ק֤וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 7 צְעָקָה֙ H6818 geroep, geschrei, gekrijts cry(-ing) 8 מִשַּׁ֣עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 9 הַדָּגִ֔ים H1709 vissen, Vispoort, vis fish 10 וִֽילָלָ֖ה H3215 gehuil, gehuils a howling 11 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 12 הַמִּשְׁנֶ֑ה H4932 tweede, dubbel, tweeden college, copy, double, fatlings, next, second (order), twice as much 13 וְשֶׁ֥בֶר H7667 breuk, verbreking, Breuk affliction, breach, breaking, broken(-footed, -handed), bruise, crashing, destruction, hurt, interpretation, vexation 14 גָּד֖וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 15 מֵהַגְּבָעֽוֹת H1389 heuvelen, heuvel, heuvels hill, little hill
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Huilt, gij inwoners der laagte! Want al het volk van koophandel is uitgehouwen, al de gelddragers zijn uitgeroeid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 HuiltH3213, gij inwonersH3427 der laagteH4389! WantH3588 al het volkH5971 van koophandelH3667 is uitgehouwenH1820, alH3605 de gelddragersH5187 zijn uitgeroeidH3772. Huilt, gij inwoners der laagte! Want al het volk van koophandel is uitgehouwen, al de gelddragers zijn uitgeroeid.

KJV Howl,1 ye inhabitants2 of Maktesh,3 for all the merchant8 people7 are cut down;5 all they that bear11 silver12 are cut off.

1 הֵילִ֖ילוּ H3213 huilen, Huilt, huilt (make to) howl, be howling 2 יֹשְׁבֵ֣י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 3 הַמַּכְתֵּ֑שׁ H4389 laagte Maktesh 4 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 נִדְמָה֙ H1820 uitgeroeid, ophouden, vergaan cease, be cut down (off), destroy, be brought to silence, be undone, [idiom] utterly 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 עַ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 8 כְּנַ֔עַן H3667 Kanaan, koophandel, Kanaanieten Canaan, merchant, traffick 9 נִכְרְת֖וּ H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 נְטִ֥ילֵי H5187 gelddragers that bear 12 כָֽסֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En het zal geschieden te dien tijde, Ik zal Jeruzalem met lantaarnen doorzoeken; en Ik zal bezoeking doen over de mannen, die stijf geworden zijn op hun droesem, die in hun hart zeggen: De HEERE doet geen goed, en Hij doet geen kwaad.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En het zal geschiedenH1961 te dien tijdeH6256, Ik zal JeruzalemH3389 met lantaarnenH5216 doorzoekenH2664; en Ik zal bezoekingH6485 doen overH5921 de mannenH582, die stijfH7087 geworden zijn opH5921 hun droesemH8105, die in hun hartH3824 zeggenH559: De HEEREH3068 doet geenH3808 goedH3190, en Hij doet geenH3808 kwaadH7489. En het zal geschieden te dien tijde, Ik zal Jeruzalem met lantaarnen doorzoeken; en Ik zal bezoeking doen over de mannen, die stijf geworden zijn op hun droesem, die in hun hart zeggen: De HEERE doet geen goed, en Hij doet geen kwaad.

KJV And it shall come to pass at that time,2 that I will search4 Jerusalem6 with candles,7 and punish8 the men that are settled11 on their lees:13 that say14 in their heart,15 The LORD18 will not do good,17 neither will he do evil.

1 וְהָיָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בָּעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 3 הַהִ֔יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 אֲחַפֵּ֥שׂ H2664 verstelde, doorzoeken, doorzocht change, (make) diligent (search), disquise self, hide, search (for, out) 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 יְרוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 7 בַּנֵּר֑וֹת H5216 lampen, lamp, Lamp candle, lamp, light 8 וּפָקַדְתִּ֣י H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 הָאֲנָשִׁ֗ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 הַקֹּֽפְאִים֙ H7087 stijf, duisternis, runnen congeal, curdle, dark, settle 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 שִׁמְרֵיהֶ֔ם H8105 droesem, droesemen, heffe dregs, (wines on the) lees 14 הָאֹֽמְרִים֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 בִּלְבָבָ֔ם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 16 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 יֵיטִ֥יב H3190 goed, welga, weldoen be accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen) 18 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 19 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 יָרֵֽעַ H7489 kwaad, boosdoeners, kwalijk afflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Daarom zal hun vermogen ten roof worden, en hun huizen tot verwoesting; zij bouwen wel huizen, maar zij zullen ze niet bewonen; en zij planten wijngaarden, maar zij zullen derzelver wijn niet drinken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Daarom zal hun vermogenH2428 ten roofH4933 worden, en hun huizenH1004 tot verwoestingH8077; zij bouwenH1129 wel huizenH1004, maar zij zullen ze nietH3808 bewonenH3427; en zij plantenH5193 wijngaardenH3754, maar zij zullen derzelver wijnH3196 nietH3808 drinkenH8354. Daarom zal hun vermogen ten roof worden, en hun huizen tot verwoesting; zij bouwen wel huizen, maar zij zullen ze niet bewonen; en zij planten wijngaarden, maar zij zullen derzelver wijn niet drinken.

KJV Therefore their goods2 shall become a booty,3 and their houses4 a desolation:5 they shall also build6 houses,7 but not inhabit9 them; and they shall plant10 vineyards,11 but not drink13 the wine

1 וְהָיָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 חֵילָם֙ H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 3 לִמְשִׁסָּ֔ה H4933 plundering, beroving, roof booty, spoil 4 וּבָתֵּיהֶ֖ם H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 5 לִשְׁמָמָ֑ה H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 6 וּבָנ֤וּ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 7 בָתִּים֙ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 יֵשֵׁ֔בוּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 10 וְנָטְע֣וּ H5193 planten, geplant, plant fastened, plant(-er) 11 כְרָמִ֔ים H3754 wijngaarden, wijngaard, wijngaards vines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם) 12 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 יִשְׁתּ֖וּ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 יֵינָֽם H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 De grote dag des HEEREN is nabij; hij is nabij, en zeer haastende; de stem van den dag des HEEREN; de held zal aldaar bitterlijk schreeuwen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 De grote dagH3117 des HEERENH3068 is nabijH7138; hij is nabijH7138, en zeerH3966 haastendeH4118; de stemH6963 van den dagH3117 des HEERENH3068; de heldH1368 zal aldaarH8033 bitterlijkH4751 schreeuwenH6873. De grote dag des HEEREN is nabij; hij is nabij, en zeer haastende; de stem van den dag des HEEREN; de held zal aldaar bitterlijk schreeuwen.

KJV The great4 day2 of the LORD3 is near,1 it is near,5 and hasteth6 greatly,7 even the voice8 of the day9 of the LORD:10 the mighty man14 shall cry12 there bitterly.

1 קָר֤וֹב H7138 nabij, naaste, nabestaande allied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly) 2 יוֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 הַגָּד֔וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 5 קָר֖וֹב H7138 nabij, naaste, nabestaande allied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly) 6 וּמַהֵ֣ר H4118 haastelijk, haast, haastende hasteth, hastily, at once, quickly, soon, speedily, suddenly 7 מְאֹ֑ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 8 ק֚וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 9 י֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 מַ֥ר H4751 bitter, bitterheid, bitterlijk [phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy 12 צֹרֵ֖חַ H6873 getier, schreeuwen cry, roar 13 שָׁ֥ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 14 גִּבּֽוֹר H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Die dag zal een dag der verbolgenheid zijn; een dag der benauwdheid en des angstes, een dag der woestheid en verwoesting, een dag der duisternis en der donkerheid, een dag der wolk en der dikke donkerheid;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 DieH1931 dagH3117 zal een dagH3117 der verbolgenheidH5678 zijn; een dagH3117 der benauwdheidH6869 en des angstesH4691, een dagH3117 der woestheidH7722 en verwoestingH4875, een dagH3117 der duisternisH2822 en der donkerheid, een dagH3117 der wolkH6051 en der dikke donkerheid; Die dag zal een dag der verbolgenheid zijn; een dag der benauwdheid en des angstes, een dag der woestheid en verwoesting, een dag der duisternis en der donkerheid, een dag der wolk en der dikke donkerheid;

Ook in dit vers donkerheidH653 donkerheidH6205

KJV That day1 is a day3 of wrath,2 a day5 of trouble6 and distress,7 a day8 of wasteness9 and desolation,10 a day11 of darkness12 and gloominess,13 a day14 of clouds15 and thick darkness,

1 י֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 עֶבְרָ֖ה H5678 verbolgenheid, verbolgenheden anger, rage, wrath 3 הַיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 הַה֑וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 י֧וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 צָרָ֣ה H6869 benauwdheid, benauwdheden, nood adversary, adversity, affliction, anguish, distress, tribulation, trouble 7 וּמְצוּקָ֗ה H4691 angsten, angstes, benauwdheid anguish, distress 8 י֤וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 שֹׁאָה֙ H7722 verwoesting, onstuimige verwoesting, woeste desolate(-ion), destroy, destruction, storm, wasteness 10 וּמְשׁוֹאָ֔ה H4875 verwoeste, verwoesting desolation, waste 11 י֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 12 חֹ֨שֶׁךְ֙ H2822 duisternis, duister, Duisternis dark(-ness), night, obscurity 13 וַאֲפֵלָ֔ה H653 donkerheid, dikke, donkere dark, darkness, gloominess, [idiom] thick 14 י֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 15 עָנָ֖ן H6051 wolk, wolken, wolkkolom cloud(-y) 16 וַעֲרָפֶֽל H6205 donkerheid, duisterheid, duisternis (gross, thick) dark (cloud, -ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Een dag der bazuin en des geklanks tegen de vaste steden en tegen de hoge hoeken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Een dagH3117 der bazuinH7782 en des geklanksH8643 tegenH5921 de vasteH1219 stedenH5892 en tegenH5921 de hogeH1364 hoekenH6438. Een dag der bazuin en des geklanks tegen de vaste steden en tegen de hoge hoeken.

KJV A day1 of the trumpet2 and alarm3 against the fenced6 cities,5 and against the high9 towers.

1 י֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 שׁוֹפָ֖ר H7782 bazuin, bazuinen, ramsbazuinen cornet, trumpet 3 וּתְרוּעָ֑ה H8643 gejuich, geklanks, gebroken klank alarm, blow(-ing) (of, the) (trumpets), joy, jubile, loud noise, rejoicing, shout(-ing), (high, joyful) sound(-ing) 4 עַ֚ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 הֶעָרִ֣ים H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 6 הַבְּצֻר֔וֹת H1219 vaste, gesterkt, vast cut off, (de-) fenced, fortify, (grape) gather(-er), mighty things, restrain, strong, wall (up), withhold 7 וְעַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 הַפִּנּ֥וֹת H6438 hoeken, hoek, hoeksteen bulwark, chief, corner, stay, tower 9 הַגְּבֹהֽוֹת H1364 hogen, hoge, hoog haughty, height, high(-er), lofty, proud, [idiom] exceeding proudly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En Ik zal de mensen bang maken, dat zij zullen gaan als de blinden; want zij hebben tegen den HEERE gezondigd; en hun bloed zal vergoten worden als stof, en hun vlees zal worden als drek.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En Ik zal de mensenH120 bangH6887 maken, dat zij zullen gaanH1980 als de blindenH5787; want zij hebben tegen den HEEREH3068 gezondigdH2398; en hun bloedH1818 zal vergotenH8210 worden als stofH6083, en hun vleesH3894 zal worden als drekH1561. En Ik zal de mensen bang maken, dat zij zullen gaan als de blinden; want zij hebben tegen den HEERE gezondigd; en hun bloed zal vergoten worden als stof, en hun vlees zal worden als drek.

KJV And I will bring distress1 upon men,2 that they shall walk3 like blind men,4 because they have sinned7 against the LORD:6 and their blood9 shall be poured out8 as dust,10 and their flesh11 as the dung.

1 וַהֲצֵרֹ֣תִי H6887 bange, benauwen, benauwd adversary, (be in) afflict(-ion), beseige, bind (up), (be in, bring) distress, enemy, narrower, oppress, pangs, shut up, be in a strait (trouble), vex 2 לָאָדָ֗ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 3 וְהָֽלְכוּ֙ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 4 כַּֽעִוְרִ֔ים H5787 blinden, blind, blinde blind (men, people) 5 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 לַֽיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 חָטָ֑אוּ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 8 וְשֻׁפַּ֤ךְ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 9 דָּמָם֙ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 10 כֶּֽעָפָ֔ר H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 11 וּלְחֻמָ֖ם H3894 spijze, vlees while...is eating, flesh 12 כַּגְּלָלִֽים H1561 drek dung
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Noch hun zilver, noch hun goud zal hen kunnen redden ten dage der verbolgenheid des HEEREN; maar door het vuur Zijns ijvers zal dit ganse land verteerd worden; want Hij zal een voleinding maken, gewisselijk, een haastige, met al de inwoners dezes lands.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Noch hun zilverH3701, noch hun goudH2091 zal hen kunnen reddenH5337 ten dageH3117 der verbolgenheidH5678 des HEERENH3068; maar door het vuurH784 Zijns ijversH7068 zal dit ganseH3605 landH776 verteerdH398 worden; wantH3588 Hij zal een voleindingH3617 makenH6213, gewisselijkH389, een haastigeH926, met alH3605 de inwonersH3427 dezes landsH776. Noch hun zilver, noch hun goud zal hen kunnen redden ten dage der verbolgenheid des HEEREN; maar door het vuur Zijns ijvers zal dit ganse land verteerd worden; want Hij zal een voleinding maken, gewisselijk, een haastige, met al de inwoners dezes lands.

KJV Neither their silver2 nor their gold4 shall be able6 to deliver7 them in the day8 of the LORD'S10 wrath;9 but the whole land15 shall be devoured13 by the fire11 of his jealousy:12 for he shall make20 even a speedy19 riddance17 of all them that dwell23 in the land.

1 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 כַּסְפָּ֨ם H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 3 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 4 זְהָבָ֜ם H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 5 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 יוּכַ֣ל H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 7 לְהַצִּילָ֗ם H5337 redden, gered, red [idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out) 8 בְּיוֹם֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 עֶבְרַ֣ת H5678 verbolgenheid, verbolgenheden anger, rage, wrath 10 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 וּבְאֵשׁ֙ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 12 קִנְאָת֔וֹ H7068 ijver, ijveringen, ijvers envy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal 13 תֵּאָכֵ֖ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 14 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 16 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 כָלָ֤ה H3617 voleinding, uiterste, verdelging altogether, (be, utterly) consume(-d), consummation(-ption), was determined, (full, utter) end, riddance 18 אַךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 19 נִבְהָלָה֙ H926 verschrikt, beroerd, verbaasd be (make) affrighted (afraid, amazed, dismayed, rash), (be, get, make) haste(-n, -y, -ily), (give) speedy(-ily), thrust out, trouble, vex 20 יַֽעֲשֶׂ֔ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 21 אֵ֥ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 23 יֹשְׁבֵ֖י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 24 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Sefanja 1:1 Jeremia 1:2 2 Kronieken 34:1 2 Petrus 1:19 Hosea 1:1 2 Koningen 22:1 2 Timotheüs 3:16 Jeremia 25:3 Ezechiël 1:3
Sefanja 1:2 2 Koningen 22:16 Micha 7:13 Jeremia 36:29 Jeremia 34:22 2 Kronieken 36:21 Jeremia 6:8 Jesaja 6:11 Genesis 6:7
Sefanja 1:3 Ezechiël 7:19 Hosea 4:3 Micha 5:11 Ezechiël 14:3 Jesaja 27:9 Mattheüs 23:39 Hosea 14:8 Openbaring 2:14
Sefanja 1:4 Hosea 10:5 2 Koningen 23:4 2 Koningen 21:13 Jeremia 6:12 Micha 5:13 Jesaja 14:26 Exodus 15:12 2 Kronieken 34:4
Sefanja 1:5 1 Koningen 11:33 Jeremia 19:13 1 Koningen 18:21 2 Koningen 17:33 2 Koningen 17:41 2 Koningen 23:12 Jesaja 48:1 Deuteronomium 10:20
Sefanja 1:6 Jeremia 2:13 Jesaja 1:4 Jeremia 2:17 Jeremia 15:6 2 Petrus 2:18 Hosea 11:7 Psalmen 125:5 Jeremia 3:10
Sefanja 1:7 Sefanja 1:14 Habakuk 2:20 Jesaja 34:6 Jeremia 46:10 Zacharia 2:13 1 Samuël 16:5 Jesaja 2:12 Jesaja 13:6
Sefanja 1:8 Jesaja 24:21 Jeremia 22:11 Jesaja 10:12 2 Koningen 25:6 Jesaja 39:7 Deuteronomium 22:5 Jesaja 3:18 2 Koningen 23:30
Sefanja 1:9 1 Samuël 5:5 Handelingen 16:19 Nehemia 5:15 1 Samuël 2:15 2 Koningen 5:20 Spreuken 29:12 Amos 3:10
Sefanja 1:10 2 Kronieken 33:14 Nehemia 3:3 2 Koningen 22:14 2 Samuël 5:7 Amos 8:3 Jeremia 4:31 Jesaja 22:4 2 Kronieken 32:22
Sefanja 1:11 Jakobus 5:1 Johannes 2:16 Hosea 9:6 Hosea 12:7 Joël 1:5 Ezechiël 21:12 Joël 1:13 Nehemia 3:31
Sefanja 1:12 Jeremia 48:11 Amos 6:1 Ezechiël 8:12 Ezechiël 9:9 Amos 9:1 Maleachi 3:14 Psalmen 94:7 Jeremia 16:16
Sefanja 1:13 Micha 6:15 Amos 5:11 Deuteronomium 28:30 Deuteronomium 28:39 Jeremia 15:13 Ezechiël 7:19 Deuteronomium 28:51 Jeremia 5:17
Sefanja 1:14 Joël 2:11 Sefanja 1:7 Ezechiël 7:12 Maleachi 4:5 Jesaja 33:7 Jeremia 30:7 Ezechiël 30:3 Openbaring 6:15
Sefanja 1:15 Joël 2:2 Jesaja 22:5 Amos 5:18 Joël 2:11 Job 3:4 Jeremia 30:7 Lukas 21:22 Sefanja 2:2
Sefanja 1:16 Jesaja 2:12 Jesaja 32:14 Psalmen 48:12 Jeremia 4:19 Habakuk 3:6 Jeremia 6:1 Hosea 8:1 Jeremia 8:16
Sefanja 1:17 Psalmen 83:10 1 Johannes 2:11 2 Petrus 1:9 Klaagliederen 1:18 Romeinen 11:25 Jeremia 16:4 Openbaring 3:17 Jeremia 4:18
Sefanja 1:18 Sefanja 3:8 Ezechiël 7:19 Sefanja 1:2 Spreuken 11:4 Job 21:30 Jesaja 2:20 Lukas 16:22 Ezechiël 8:3
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Sefanja 1 vers 1

Zefanja, Ook gemeenlijk genoemd Sofonias.

Hertaald: Zefanja, Ook gewoonlijk Sofonias genoemd.

Cuschi, Wie deze Cuschi en die hier na hem volgen geweest zijn, is ons nu onbekend, maar zij zijn buiten twijfel in die tijden vermaarde en welbekende mannen geweest; en het schijnt dat hier dit geslachtregister der voorouders van Zefanja gesteld is, om hem te onderscheiden van Zefanja, den zoon van Manaseja, die ook ten tijde van Josia geleefd heeft. De profeet Zefanja heeft ook geleefd en geprofeteerd ten tijde van Jeremia en van de profetes Hulda; verg. 2 Kon. 22:14 , en 2 Kron. 34:22 , en 2 Kron. 35:25 ; Jer. 1:2 .

Hertaald: Cuschi, Wie deze Kusi en de anderen die hier na hem volgen geweest zijn, is ons nu onbekend, maar zij zijn ongetwijfeld in die tijd vermaarde en welbekende mannen geweest. Het lijkt erop dat dit geslachtsregister van Zefanja's voorouders hier vermeld is om hem te onderscheiden van Zefanja, de zoon van Maäseja, die ook in de tijd van Josia geleefd heeft. De profeet Zefanja heeft ook geleefd en geprofeteerd in de tijd van Jeremia en van de profetes Hulda; vergelijk 2 Kon. 22:14, 2 Kron. 34:22 en 2 Kron. 35:25; Jer. 1:2.

in de dagen van Josia, Te weten, nadat Josia den kerkedienst en godsdienst gereformeerd had, gelijk af te leiden is uit vs.4.

Hertaald: in de dagen van Josia, Namelijk nadat Josia de kerk- en godsdienst hervormd had, zoals uit vers 4 op te maken is.

Sefanja 1 vers 2

ganselijk alles wegrapen Hebr. wegrapende wagrapen, te weten, door de koning der Chaldeën. Zie van de betekenis van het woord wegrapen Ps. 26:9 .

Hertaald: ganselijk alles wegrapen Hebreeuws: wegrapende wegrapen, namelijk door de koning van de Chaldeeën. Zie over de betekenis van het woord wegrapen Ps. 26:9.

uit dit land, Hebr. van op het aangezicht van dit land, te weten, van het land Juda.

Hertaald: uit dit land, Hebreeuws: van het aangezicht van dit land, namelijk van het land Juda.

Sefanja 1 vers 3

beesten; Hier worden ook de dieren vermengd onder de straffen, die de mensen met hunne zonden verdiend hebben, om te doen blijken hoe gruwelijk de zonde voor God is. Verg. Jer. 4:23 , Jer. 4:25-27 , en Jer. 9:10 ; Hos. 4:3 .

Hertaald: beesten; Hier worden ook de dieren betrokken in de straffen die de mensen met hun zonden verdiend hebben, om te laten blijken hoe gruwelijk de zonde voor God is. Vergelijk Jer. 4:23, Jer. 4:25-27 en Jer. 9:10; Hos. 4:3.

de ergernissen met de goddelozen; Of, de aanstotingen, te weten, het overblijfsel van den Baäl, vs.4, gelijk waren afgoden, kapellen en alle gereedschap, behorende tot de afgoderij, want hierdoor werden de godzaligen geërgerd en bedroefd en van den waren godsdienst afgeleid; zie Ezech. 14:3 , Ezech. 14:7 .

Hertaald: de ergernissen met de goddelozen; Of: de aanstotingen, namelijk het overblijfsel van Baäl, vers 4 — zoals afgoden, kapellen en al het gereedschap dat bij de afgoderij hoorde. Daardoor werden de godzaligen namelijk geërgerd en bedroefd en van de ware godsdienst afgeleid; zie Ezech. 14:3, Ezech. 14:7.

Sefanja 1 vers 4

En Ik zal Mijn hand Anders: dat is, in welke betekenis de letter Vau dikwijls genomen wordt.

Hertaald: En Ik zal Mijn hand Anders: dat is; in die betekenis wordt de letter waw vaak gebruikt.

uitstrekken tegen Juda, Te weten, om te slaan.

Hertaald: uitstrekken tegen Juda, Namelijk om te slaan.

uit deze plaats uitroeien Te weten, uit Juda en Jeruzalem.

Hertaald: uit deze plaats uitroeien Namelijk uit Juda en Jeruzalem.

het overblijfsel van Baäl, Dat is, het gereedschap, dienende tot den afgodischen dienst van Baäl, welken de vrome koning Josia niet ten enemale heeft kunnen uitroeien. Doch anderen verstaan dit van het overblijfsel der afgoderij, die na het wegvoeren van de tien stammen naar Assyrië, onder het volk van God, zelfs in Juda, nog overgebleven was.

Hertaald: het overblijfsel van Baäl, Dat is: het gereedschap dat voor de afgodische dienst van Baäl gebruikt werd, dat de vrome koning Josia niet volledig heeft kunnen uitroeien. Maar anderen verstaan dit van het overblijfsel van de afgoderij die na de wegvoering van de tien stammen naar Assyrië onder het volk van God, zelfs in Juda, nog overgebleven was.

der Chemárim Zie de aantekening bij 2 Kon. 23:5 , wat door de chemarin te verstaan is.

Hertaald: der Chemárim Zie de aantekening bij 2 Kon. 23:5 voor wat onder de chemarim verstaan moet worden.

met de priesters; Versta hier, die priesters, die zich met afgoderij bezoedeld en ontheiligd hadden in den algemenen afval. Zie 2 Kon. 23:9 , en Sef. 3:4 .

Hertaald: met de priesters; Versta hier de priesters die zich in de algemene afval met afgoderij bezoedeld en ontheiligd hadden. Zie 2 Kon. 23:9 en Zef. 3:4.

Sefanja 1 vers 5

En Te weten, Ik zal uitroeien.

Hertaald: En Namelijk: Ik zal uitroeien.

die zich nederbuigende Dat is, niet allen degenen, die openbare afgodendienaars waren, maar ook hen, die een vermengde religie hebben en die nevens of met hunne afgoden ook den ware God dienen willen. Hetwelk God verbiedt 1 Kon. 18:21 , en 2 Kon. 17:33 ; Ezech. 20:39 .

Hertaald: die zich nederbuigende Dat is: niet alleen degenen die openlijke afgodendienaars waren, maar ook hen die er een gemengde godsdienst op nahouden en naast of samen met hun afgoden ook de ware God willen dienen. Dat verbiedt God in 1 Kon. 18:21 en 2 Kon. 17:33; Ezech. 20:39.

de daken Die in Judea en andere landen daar omheen, plat waren; zie de aantekening bij Deut. 22:8 , en op welke zij dikwijls hunne afgoderij bedreven; zie 2 Kon. 23:12 , en Jer. 19:13 .

Hertaald: de daken Die in Judea en de omliggende landen plat waren; zie de aantekening bij Deut. 22:8. Daarop bedreven zij vaak hun afgoderij; zie 2 Kon. 23:12 en Jer. 19:13.

het heir des hemels, Dat is, voor de sterren, zon en maan. Zie de aantekening bij Deut. 4:19 , en Jer. 7:18 , en Jer. 10:2 .

Hertaald: het heir des hemels, Dat is: voor de sterren, de zon en de maan. Zie de aantekening bij Deut. 4:19, en Jer. 7:18 en Jer. 10:2.

zweren bij den HEERE, Of, den Heere zweren, gelijk 2 Kron. 15:14 ; hetwelk betekent Gode gehoorzaamheid en onderhouding zijner geboden beloven, en zich Gode heiligen en overgeven.

Hertaald: zweren bij den HEERE, Of: de HEERE zweren, zoals 2 Kron. 15:14; dat betekent: God gehoorzaamheid en het onderhouden van Zijn geboden beloven, en zich aan God heiligen en overgeven.

zweren Zie de aantekening bij Jer. 49:1 .

Hertaald: zweren Zie de aantekening bij Jer. 49:1.

bij Malcham; Of, Melech, of Moloch, den afgod der kinderen Ammons. Doch onder dezen afgod kan men ook alle andere afgodenn verstaan, welken de afgodendienaars noemden hunne koningin. Melech betekent in het Hebr. een koning.

Hertaald: bij Malcham; Of: Melech, of Moloch, de afgod van de Ammonieten. Maar onder deze afgod kan men ook alle andere afgoden verstaan die de afgodendienaars hun koning noemden. Melech betekent in het Hebreeuws een koning.

Sefanja 1 vers 7

Zwijgt Dat is, murmureert niet tegen den Heere, maar bekent dat Hij oprecht oordeelt. Of, houdt u maar stil, gij zult in het kort de uitvoering zijner dreigementen zien.

Hertaald: Zwijgt Dat is: mopper niet tegen de HEERE, maar erken dat Hij rechtvaardig oordeelt. Of: houd u maar stil, u zult binnenkort de uitvoering van Zijn dreigementen zien.

voor het aangezicht des Heeren HEEREN; Dat is, vanwege de tegenwoordigheid des Heeren.

Hertaald: voor het aangezicht des Heeren HEEREN; Dat is: vanwege de tegenwoordigheid van de HEERE.

de dag des HEEREN is nabij; Te weten, de dag der wraak des Heere, in welken Hij de goddeloze afgodische Joden straffen zal. Alzo vs.14. Van den dood van den koning Josia af zijn de Joden geduriglijk van de ene ellende in de andere vervallen, totdat hunne koningen en zij met hen ten ondergebracht zijn geworden.

Hertaald: de dag des HEEREN is nabij; Namelijk de dag van de wraak van de HEERE, waarop Hij de goddeloze, afgodische Joden zal straffen. Zo ook vers 14. Vanaf de dood van koning Josia zijn de Joden voortdurend van de ene ellende in de andere vervallen, totdat hun koningen en zij met hen ten onder gebracht zijn.

een slachtoffer bereid, Of, een slachtmaaltijd, tot welken men vee slachtte. Het Hebr. woord betekent ook een beest, hetwelk geslacht werd om geofferd te worden. En versta hier, door deze slachting, ene slachting der Joden. Zie dergelijke manier van spreken Jes. 34:6 ; Jer. 46:10 , en Openb. 19:17 .

Hertaald: een slachtoffer bereid, Of: een slachtmaaltijd, waarvoor men vee slachtte. Het Hebreeuwse woord betekent ook een dier dat geslacht werd om geofferd te worden. Versta hier onder deze slachting een slachting van de Joden. Zie een soortgelijke manier van spreken in Jes. 34:6; Jer. 46:10 en Openb. 19:17.

Zijn genoden Versta door deze genodigde gasten de Chaldeën en andere vijanden der Joden, die uit hun eigen land naar Jeruzalem komen zouden, om daar alles te vermoorden en te roven. Doch men kan hier ook wel door de genodigden verstaan de vogelen des hemels en de wilde dieren des velds, die het vlees der gedode Joden eten zouden, gelijk Deut. 28:26 , en Ezech. 39:17 .

Hertaald: Zijn genoden Versta onder deze genodigde gasten de Chaldeeën en andere vijanden van de Joden, die uit hun eigen land naar Jeruzalem zouden komen om daar alles te vermoorden en te roven. Maar men kan onder de genodigden ook de vogels van de hemel en de wilde dieren van het veld verstaan, die het vlees van de gedode Joden zouden eten, zoals Deut. 28:26 en Ezech. 39:17.

geheiligd Dat is, bereid of afgezonderd. Zie Jer. 12:3 .

Hertaald: geheiligd Dat is: bereid of afgezonderd. Zie Jer. 12:3.

Sefanja 1 vers 8

dat Ik bezoeking zal doen Voor dat Hij, te weten de Heere. Alzo vs.7.

Hertaald: dat Ik bezoeking zal doen In plaats van: dat Hij, namelijk de HEERE. Zo ook vers 7.

over de kinderen des konings, Zie de vervulling Jer. 39:6 .

Hertaald: over de kinderen des konings, Zie de vervulling in Jer. 39:6.

die zich kleden met vreemde kleding Hebr. die zich kleden met de klederen van een vreemd [volk], denheidenen ten gevalle. Anderen verstaan de dartele en brooddronken willen, niet tevreden zijnde met de gewone dracht der klederen in hun land gebruikelijk, maar willen het alles naar een nieuwe mode en uitlands fatsoen hebben.

Hertaald: die zich kleden met vreemde kleding Hebreeuws: die zich kleden met de kleren van een vreemd volk, de heidenen ten gevalle. Anderen verstaan er de dartele en overmoedige mensen onder, die geen genoegen namen met de gewone dracht van hun land maar alles naar een nieuwe mode en uitheems model wilden hebben.

Sefanja 1 vers 9

bezoeking doen Dat is, Ik zal straffen.

Hertaald: bezoeking doen Dat is: Ik zal straffen.

over al wie over den dorpel springt; Dat is, die met geweld in het huis van een anderen man invalt, om zijnen naaste te beroven. Of, die hunne palen overtreden en in het land van hun naasten overtreden. Hos. 5:10 . Of, die met buit en roof geladen zijnde, tehuis komen, en met vreugde daarin springen.

Hertaald: over al wie over den dorpel springt; Dat is: wie met geweld het huis van een ander binnenvalt om zijn naaste te beroven. Of: wie hun grenspalen overschrijden en het land van hun naaste binnendringen, Hos. 5:10. Of: wie met buit en roof beladen thuiskomen en van vreugde naar binnen springen.

die het huis hunner heren vullen Dat is, die mede zulke stukken helpen verrichten, gelijk der grote heren dienaren wel plachten de hand mede te slaan aan zulke lelijke stukken die hunne heren bedrijven.

Hertaald: die het huis hunner heren vullen Dat is: wie zulke daden mee helpen uitvoeren — zoals de dienaren van grote heren gewoonlijk de hand meesloegen aan zulke lelijke daden die hun heren bedreven.

met geweld en bedrog Dat is, met rijkdom door geweld en bedrog samengebracht.

Hertaald: met geweld en bedrog Dat is: met rijkdom die door geweld en bedrog bijeengebracht is.

Sefanja 1 vers 10

te dien dage, Te weten, als de Chaldeën zullen komen en de stad overvallen.

Hertaald: te dien dage, Namelijk wanneer de Chaldeeën zullen komen en de stad zullen overvallen.

een stem des gekrijts zijn Te weten, der burgers te Jeruzalem, onderstaande uit den inval of overval der Chaldeën.

Hertaald: een stem des gekrijts zijn Namelijk van de burgers in Jeruzalem, vanwege de inval of overval van de Chaldeeën.

de Vispoort af, Van deze poort wordt ook gewag gemaakt Neh. 3:3 ; zij was de naaste van al de poorten van Jeruzalem naar de zee, aan die zijde der stad waar men ging naar Diospoli en Joppe.

Hertaald: de Vispoort af, Van deze poort wordt ook melding gemaakt in Neh. 3:3. Zij lag van alle poorten van Jeruzalem het dichtst bij de zee, aan die kant van de stad waar men naar Diospolis en Joppe ging.

het tweede gedeelte, Anders genoemd de middelstad; zie de aantekening op 2 Kon. 20:4 , en 2 Kon. 22:14 . Anders: de tweede [poort].

Hertaald: het tweede gedeelte, Ook wel de middelstad genoemd; zie de aantekening bij 2 Kon. 20:4 en 2 Kon. 22:14. Anders: de tweede poort.

een grote breuk Dat is, een grote jammer, ellende, moordgeschrei. Als men met zulk geweld roept en schreeuwt, dat schier de keel scheurt of kraakt, en dat er de lucht van breekt en scheurt.

Hertaald: een grote breuk Dat is: een grote jammer, ellende en moordgeschreeuw — wanneer men met zoveel geweld roept en schreeuwt dat de keel bijna scheurt of kraakt en de lucht ervan breekt en scheurt.

van de heuvelen af Dat is, van die zijde der stad waar verscheidene heuvels lagen, naar de drekpoort aan. Zie Jer. 31:39 , en de aantekening aldaar. Aan welk oord ook de Olijfberg lag. In een woord, de profeet wil in dit vers te kennen geven dat er grote jammer zou wezen aan alle hoeken en kanten der stad, van welke drie hier genoemd worden, waaronder de anderen verstaan worden.

Hertaald: van de heuvelen af Dat is: van die kant van de stad waar verscheidene heuvels lagen, in de richting van de Mestpoort. Zie Jer. 31:39 met de aantekening daar. Aan die kant lag ook de Olijfberg. Kortom, de profeet wil in dit vers te kennen geven dat er aan alle hoeken en kanten van de stad grote jammer zou zijn; drie daarvan worden hier genoemd, waaronder de andere begrepen zijn.

Sefanja 1 vers 11

der laagte Eenigen behouden het Hebr. woord machtes in den tekst. Anderen vertalen het in de kramerstraat, of in de apothekers, of kruideniersstraat. Het Hebr. woord betekent eigenlijk een mortier; het schijnt dat het de naam van een zekere straat binnen Jeruzalem geweest is, de mortierstraat genoemd, omdat men daar dagelijks den mortier hoorde klinken, gelijk dan de apothekers en kruideniers dien dagelijks gebruikten, om hunne kruiden of medicijnen daarin te stoten. Anders: in de holligheid, of holle straat; dat is, waar veel kelders waren, waarin die kooplieden hunne waren legden. Hier woonden ook de goudsmeden, gelijk af te leiden is uit Neh. 3:8 , Neh. 3:31-32 .

Hertaald: der laagte Sommigen houden het Hebreeuwse woord machtes in de tekst aan. Anderen vertalen het met: in de kramerstraat, of in de apothekers- of kruidenierstraat. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk een vijzel. Het lijkt erop dat het de naam van een bepaalde straat in Jeruzalem geweest is, de vijzelstraat genoemd, omdat men daar dagelijks de vijzel hoorde klinken — de apothekers en kruideniers gebruikten die namelijk dagelijks om hun kruiden of medicijnen erin te stampen. Anders: in de holte, of holle straat; dat is: waar veel kelders waren waarin die kooplieden hun waren opsloegen. Hier woonden ook de goudsmeden, zoals uit Neh. 3:8, Neh. 3:31-32 op te maken is.

koophandel is Of, kramervolk of handelaars, kooplieden. Anders: het volk van Kanaän, hetwelk voor kooplieden genomen wordt, omdat de Kanaänieten groten koophandel dreven.

Hertaald: koophandel is Of: kramersvolk, handelaars, kooplieden. Anders: het volk van Kanaän, wat opgevat wordt als kooplieden, omdat de Kanaänieten veel handel dreven.

uitgehouwen, Of, uitgedelgd; dat is, zullen uitgeroeid worden. Anders: zullen zwijgen, of stil zijn, hetzij dat er geen nering meer wezen zal, of dat zij dood zullen wezen.

Hertaald: uitgehouwen, Of: uitgedelgd; dat is: zullen uitgeroeid worden. Anders: zullen zwijgen of stil zijn — hetzij omdat er geen nering meer zal zijn, hetzij omdat zij dood zullen zijn.

de gelddragers zijn uitgeroeid Of, allen die met geld beladen zijn, te weten, de kooplieden en hunne schrijvers, kassiers en wisselaars, die geld over en weer dragen om waren te kopen en te betalen.

Hertaald: de gelddragers zijn uitgeroeid Of: allen die met geld beladen zijn, namelijk de kooplieden en hun schrijvers, kassiers en wisselaars, die geld heen en weer dragen om waren te kopen en te betalen.

Sefanja 1 vers 12

Ik zal Jeruzalem Te weten, Ik de Heere.

Hertaald: Ik zal Jeruzalem Namelijk Ik, de HEERE.

met lantaarnen doorzoeken; Dat is, met grote naarstigheid: Ik zal maken dat de Chaldeën en andere vreemde soldaten al den schat en rijkdom zullen zoeken, en alles wegnemen. Of het betekent dat God op het nauwste de zonden van het volk zal bezoeken en straffen.

Hertaald: met lantaarnen doorzoeken; Dat is: met grote nauwgezetheid. Ik zal maken dat de Chaldeeën en andere vreemde soldaten alle schatten en rijkdom zullen doorzoeken en alles zullen wegnemen. Of het betekent dat God de zonden van het volk op het nauwkeurigst zal bezoeken en straffen.

de mannen, Of, die lieden.

Hertaald: de mannen, Of: die mensen.

die stijf geworden zijn op hun droesem, Of, die op hunne heffen, of gest liggen; dat is, die gerust en zorgeloos zijn en in vleselijke zekerheid leven. Anders: die met hunne hef vermengd zijn; dat is, die allerlei vuiligheid der zonden en der ondeugden opwerpen en als uitgisten, gelijk de nieuwe wijn doet; lees Jer. 48:11 .

Hertaald: die stijf geworden zijn op hun droesem, Of: die op hun heffe of gist liggen; dat is: die gerust en zorgeloos zijn en in vleselijke zekerheid leven. Anders: die met hun heffe vermengd zijn; dat is: die allerlei vuiligheid van zonden en ondeugden opwerpen en als het ware uitgisten, zoals nieuwe wijn doet; lees Jer. 48:11.

De HEERE doet geen goed, en Hij doet geen kwaad De zin is: God past op de regering der wereld niet, Hij straft en beloont nieumand naar zijn verdiensten.

Hertaald: De HEERE doet geen goed, en Hij doet geen kwaad De betekenis is: God bemoeit Zich niet met de regering van de wereld; Hij straft en beloont niemand naar zijn verdiensten.

Sefanja 1 vers 13

hun vermogen ten roof worden, Dat is, hun rijkdom. Wat deze dreigementen aangaat, zie daarvan Lev. 26:32 ; Deut. 28:30 .

Hertaald: hun vermogen ten roof worden, Dat is: hun rijkdom. Zie over deze dreigementen Lev. 26:32; Deut. 28:30.

zij bouwen wel huizen, Zie Am. 5:11 ; Mi. 2:2 , Mi. 2:4 , en Mi. 3:10 , Mi. 3:12 .

Hertaald: zij bouwen wel huizen, Zie Amos 5:11; Micha 2:2, Micha 2:4 en Micha 3:10, Micha 3:12.

zij zullen ze niet bewonen; Dat is, zij zullen ze niet lang bewonen. Zie Deut. 28:30 , Deut. 28:39 .

Hertaald: zij zullen ze niet bewonen; Dat is: zij zullen ze niet lang bewonen. Zie Deut. 28:30, Deut. 28:39.

Sefanja 1 vers 14

De grote dag des HEEREN is nabij; Dat is, de dag in welken de Heere zwaarlijk straffen zal. Zie vs.7.

Hertaald: De grote dag des HEEREN is nabij; Dat is: de dag waarop de HEERE zwaar zal straffen. Zie vers 7.

de stem van den dag des HEEREN; Verg. Ps. 29:3-5 ; Jer. 4:19 , enz.

Hertaald: de stem van den dag des HEEREN; Vergelijk Ps. 29:3-5; Jer. 4:19, enzovoort.

de held zal Hoeveel meer de zwakke of kleinhartige mannen, mitsgaders vrouwen en kinderen.

Hertaald: de held zal Hoeveel te meer de zwakke of kleinmoedige mannen, en ook de vrouwen en kinderen.

aldaar bitterlijk schreeuwen Dat is, alsdan, gelijk Ps. 14:5 . Of, aldaar; dat is te Jeruzalem.

Hertaald: aldaar bitterlijk schreeuwen Dat is: dan, zoals Ps. 14:5. Of: daar, dat is: in Jeruzalem.

Sefanja 1 vers 15

der verbolgenheid zijn; Te weten, der verbolgenheid des Heeren, gelijk in vs.18. Dat is, alsdan zal de Heere in zijn toorn vele ellenden en straffen uitgieten. Dit wordt te kennen gegeven met velerlei verscheidene woorden in dit vers. Verg. Jer. 30:5-7 ; Am. 5:18-20 , en Joël 2:1-3 , Joël 2:11 .

Hertaald: der verbolgenheid zijn; Namelijk van de verbolgenheid van de HEERE, zoals in vers 18. Dat is: dan zal de HEERE in Zijn toorn veel ellende en straffen uitgieten. Dat wordt in dit vers met allerlei verschillende woorden te kennen gegeven. Vergelijk Jer. 30:5-7; Amos 5:18-20 en Joël 2:1-3, Joël 2:11.

Sefanja 1 vers 16

Een dag der bazuin en des geklanks Dat is, een dag in welken de bazuinen en trompetten alarm zullen blazen, vanwege den inval van den vijand.

Hertaald: Een dag der bazuin en des geklanks Dat is: een dag waarop de bazuinen en trompetten alarm zullen blazen vanwege de inval van de vijand.

de hoge hoeken Of, torens, die gemeenlijk aan de hoeken der kastelen of steden staan, of der punten. Doch door hoeken worden somtijds de hoofden en voornaamsten onder het volk verstaan; Richt. 20:2 .

Hertaald: de hoge hoeken Of: torens, die gewoonlijk op de hoeken van kastelen of steden staan, of op de punten. Maar met hoeken worden soms de hoofden en voornaamsten onder het volk bedoeld; Richt. 20:2.

Sefanja 1 vers 17

als de blinden; Die niet weten waarheen, of waarnaar, of wat zij het eerst of laatst doen zullen.

Hertaald: als de blinden; Die niet weten waarheen, waarnaar, of wat zij het eerst of het laatst moeten doen.

als stof, Dat is, overvloedig, in grote menigte, gelijk een zaak van gene waarde. Alzo wordt stof genomen Matt. 10:14 ; Hand. 13:51 , en Hand. 18:6 .

Hertaald: als stof, Dat is: overvloedig, in grote menigte, als iets van geen waarde. Zo wordt stof opgevat in Matth. 10:14; Hand. 13:51 en Hand. 18:6.

vlees Of, lichaam, eigenlijk spijs; alzo wordt het lichaam genoemd, omdat het spijs der wormen is.

Hertaald: vlees Of: lichaam; eigenlijk: spijs. Zo wordt het lichaam genoemd, omdat het spijs voor de wormen is.

zal worden als drek De zin is: Hun dode lichamen zullen in de akkers en het land geworpen worden, gelijk men den drek daarop werpt om het te mesten.

Hertaald: zal worden als drek De betekenis is: hun dode lichamen zullen op de akkers en het land geworpen worden, zoals men de mest daarop werpt om het te bemesten.

Sefanja 1 vers 18

door het vuur Zijns ijvers Dat is, door een ijver, die als vuur brandt. Zie Ezech. 38:19 .

Hertaald: door het vuur Zijns ijvers Dat is: door een ijver die als vuur brandt. Zie Ezech. 38:19.

verteerd worden; Hebr. opgegeten worden; gelijk in Sef. 3:8 .

Hertaald: verteerd worden; Hebreeuws: opgegeten worden, zoals in Zef. 3:8.

Hij zal een voleinding maken, Zie Jer. 4:27 .

Hertaald: Hij zal een voleinding maken, Zie Jer. 4:27.

dezes lands Te weten, het Joodse land.

Hertaald: dezes lands Namelijk het Joodse land.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Zefanja (de profeet)  — de HEERE heeft verborgen

Zoon van Cuschi, zoon van Gedalja, zoon van Amarja, zoon van Hizkia; een profeet in de dagen van koning Josia van Juda (mogelijk een afstammeling van koning Hizkia). Hij kondigde de grote dag des HEEREN aan, met oordeel over Juda en de omliggende volken wegens afgoderij, maar ook uitkomst en vreugde voor het overblijfsel van Israël (Sef. 1-3). Niet dezelfde persoon als de andere personen die deze naam droegen.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Ik zal ganselijk alles wegrapen  — de opening van het boek kondigt een oordeel aan dat niets overslaat (Zef. 1:2-6)

"Ik zal ganselijk alles wegrapen uit dit land, spreekt de HEERE. Ik zal wegrapen mensen en beesten; Ik zal wegrapen de vogelen des hemels, en de vissen der zee, en de ergernissen met de goddelozen" (Zef. 1:2-3). Dan wordt het specifieker gericht: "En Ik zal Mijn hand uitstrekken tegen Juda, en tegen alle inwoners van Jeruzalem; en Ik zal uit deze plaats uitroeien het overblijfsel van Baal" (Zef. 1:4), met daarbij wie zich nederbogen voor het heir des hemels, wie zwoeren bij Malcham, en "die terugkeren van achter den HEERE; en die den HEERE niet zoeken, en vragen naar Hem niet" (Zef. 1:6).

Bijbelse betekenis: Merk op de omvang van dit oordeel in Zef. 1:2-3: mensen, beesten, vogels, vissen — de hele scheppingsorde, in dezelfde volgorde als bij de schepping zelf, wordt hier in omgekeerde richting weggenomen. Let vervolgens op de vier soorten mensen die in Zef. 1:4-6 specifiek genoemd worden: afgodendienaars, wie bij twee heren zwoeren (de HEERE én Malcham), wie zich van de HEERE afkeerden, en wie Hem eenvoudig niet zochten. De laatste twee groepen bedreven geen openlijke afgoderij; hun fout was onverschilligheid. Let ten slotte op het woord "ganselijk" waarmee het hoofdstuk opent (Zef. 1:2): dit is geen gedeeltelijke maatregel tegen een enkele groep, maar iets dat het hele land raakt.

Typologie: Dat onverschilligheid tegenover God evenzeer een oordeel verdient als openlijke afgoderij, is dezelfde les die de Heere Jezus aan de gemeente te Laodicea leert: "Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och, of gij koud waart, of heet!" (Op. 3:15). Het vers erna zegt waarom: "omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen" (Op. 3:16, reeds behandeld).

Zef. 1:2-6; Op. 3:15-16

De HEERE doet geen goed, en Hij doet geen kwaad  — een praktisch ongeloof dat God niet ontkent, maar Hem buiten het leven houdt (Zef. 1:12)

"En het zal geschieden te dien tijde, Ik zal Jeruzalem met lantaarnen doorzoeken; en Ik zal bezoeking doen over de mannen, die stijf geworden zijn op hun droesem, die in hun hart zeggen: De HEERE doet geen goed, en Hij doet geen kwaad" (Zef. 1:12).

Bijbelse betekenis: Merk op het beeld waarmee dit vers opent: Jeruzalem met lantaarnen doorzoeken. Wat in het duister verborgen leek — niet openlijke zonde, maar een houding van het hart — wordt door de HEERE Zelf opgespoord. Let vervolgens op de uitdrukking stijf geworden op hun droesem. Dat is een beeld uit de wijnbereiding: wijn die te lang blijft staan zonder omgeschud te worden, wordt dik en verliest zijn smaak. Zo is dit een volk dat door lange rust vastgeroest is in onverschilligheid. Let ten slotte op wat zij precies zeggen: niet dat er geen God is, maar dat Hij Zich nergens mee bemoeit — noch met goed, noch met kwaad. Dat is geen loochening van Zijn bestaan, maar van Zijn betrokkenheid.

Typologie: Deze houding is milder in vorm maar verwant aan wat de dwaas in de psalm zegt: "Er is geen God" (reeds behandeld bij Ps. 14:1). Beide plaatsen God buiten het leven, de een door Hem te ontkennen, de ander door Hem onverschillig te maken.

Zef. 1:12; Ps. 14:1

De grote dag des HEEREN is nabij  — een reeks korte, opeenvolgende zinnen tekent de dag des HEEREN in de zwaarste kleuren van het boek (Zef. 1:14-16)

"De grote dag des HEEREN is nabij; hij is nabij, en zeer haastende; de stem van den dag des HEEREN; de held zal aldaar bitterlijk schreeuwen" (Zef. 1:14). Dan volgt een opeenstapeling van beschrijvingen: "Die dag zal een dag der verbolgenheid zijn; een dag der benauwdheid en des angstes, een dag der woestheid en verwoesting, een dag der duisternis en der donkerheid, een dag der wolk en der dikke donkerheid" (Zef. 1:15), en "Een dag der bazuin en des geklanks tegen de vaste steden en tegen de hoge hoeken" (Zef. 1:16).

Bijbelse betekenis: Merk op hoe vaak het woord dag in deze verzen terugkeert: negen keer in drie verzen. De herhaling zelf werkt als een dreunende slag. Let vervolgens op wie hier schreeuwt: de held. Niet de zwakke of de bange, maar juist wie gewend was te overwinnen, wordt door deze dag overweldigd. Let ten slotte op de opbouw van de beschrijving: van gevoel (verbolgenheid, benauwdheid, angst) naar wat gezien wordt (woestheid, verwoesting, duisternis) naar wat gehoord wordt (de bazuin). De dag wordt met alle zintuigen tegelijk getekend.

Typologie: Diezelfde dag is elders in het register al getekend als een dag die het tegenovergestelde is van wat men ervan verwacht: "Wee dien, die des HEEREN dag begeren! Waartoe toch zal ulieden de dag des HEEREN zijn? Hij zal duisternis wezen en geen licht" (reeds behandeld bij Amos 5:18).

Zef. 1:14-16; Amos 5:18

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het koninkrijk niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

De grote dag des HEEREN is nabij — 1:7-18

Zefanja profeteert in de dagen van Josia, en zijn boek begint met een aankondiging die alles omvat: God zal ganselijk alles wegrapen uit het land. Wat volgt is de uitvoerigste beschrijving van de dag des HEEREN die het Oude Testament kent.

De dag des HEEREN wordt beschreven met een opsomming waarin één woord zeven keer terugkeert, en het hoofdstuk begint met de opdracht te zwijgen.

De aanhef van het gedeelte is opvallend: “Zwijgt voor het aangezicht des Heeren HEEREN; want de dag des HEEREN is nabij.” Voor een dag waarop het luid zal toegaan, wordt om stilte gevraagd. Het is de stilte van een rechtszaal wanneer de rechter binnenkomt.

En dan volgt een zin die men bij een oordeelsaankondiging niet verwacht: “want de HEERE heeft een slachtoffer bereid, Hij heeft Zijn genoden geheiligd.” De dag wordt hier beschreven als een offermaaltijd waarvoor gasten zijn uitgenodigd. Het beeld is huiveringwekkend, want het volk dat geoordeeld wordt is zelf het offer.

Wat er in dit hoofdstuk wordt aangeklaagd, is niet in de eerste plaats grof kwaad maar onverschilligheid. God zegt dat Hij Jeruzalem met lantaarns zal doorzoeken naar de mannen die dik geworden zijn op hun droesem. Dat zijn zij die er gemakkelijk bij liggen en in hun hart zeggen: de HEERE doet geen goed en Hij doet geen kwaad. Dat is geen godloochening maar erger: men gelooft wel dat Hij bestaat en men denkt dat Hij niets doet.

En dan komt de beschrijving zelf, en zij bestaat uit een reeks die door de herhaling zwaarder wordt: “Die dag zal een dag der verbolgenheid zijn.” En dan volgen er nog zes: een dag der benauwdheid en des angstes, der woestheid en verwoesting, der duisternis en der donkerheid, der wolk en der dikke donkerheid, en een dag der bazuin en des geklanks.

Zeven keer een dag. Er wordt niets uitgelegd; er wordt gestapeld, en het effect is dat van naderend onweer.

En er staat één zin bij die het onontkoombare ervan aangeeft: noch hun zilver noch hun goud zal hen kunnen redden ten dage van de verbolgenheid des HEEREN.

Zo staat dit hoofdstuk in de lijn van het koningschap, want een dag des HEEREN is een dag waarop de Koning verschijnt en recht doet. Het Nieuwe Testament neemt de uitdrukking over en vult haar in. Paulus schrijft dat de dag des Heeren komen zal als een dief in de nacht. Petrus gebruikt hetzelfde beeld en zegt erbij waarom hij nog niet gekomen is: de Heere vertraagt de belofte niet, maar Hij is lankmoedig, niet willende dat enigen verloren gaan.

En het boek zelf laat het niet bij deze dag. Twee hoofdstukken verder staat de bekendste regel van Zefanja, en die gaat niet over donkerheid maar over een God Die in het midden is en zingt van vreugde over Zijn volk.

  1. Zefanja 1:7 — Voor een luide dag wordt om stilte gevraagd.
  2. Zefanja 1:7 — De dag heet een offermaaltijd, en het volk is zelf het offer.
  3. Zefanja 1:12 — De aanklacht is onverschilligheid: men denkt dat Hij niets doet.
  4. Zefanja 1:15-16 — Zeven keer een dag; er wordt niets uitgelegd, er wordt gestapeld.
  5. 1 Thessalonicenzen 5:2 — De dag des Heeren komt als een dief in de nacht.
  6. Zefanja 3:17 — En hetzelfde boek eindigt bij een God Die in het midden is en zingt.

In het Nieuwe Testament: 1 Thessalonicenzen 5:2; 2 Petrus 3:9-10; Zefanja 3:17; Openbaring 19:17-18; Joël 2:1-2

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Zefanja 1 niet aan, maar het neemt de uitdrukking dag des Heeren over en beschrijft die op vergelijkbare wijze. Het beeld van een slachtoffer met genodigde gasten keert in Openbaring 19 terug; of dat een bewuste verwijzing is, staat er niet. Wat in dit hoofdstuk staat is oordeel; de hoop staat in hetzelfde boek, twee hoofdstukken verder, en die is hier alleen aangewezen.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Sefanja 1

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content