Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Zacharia 9

1 De last van het woord des HEEREN over het land Chadrach en Damaskus, deszelfs rust; want de HEERE heeft een oog over den mens, gelijk over al de stammen Israels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 De lastH4853 van het woordH1697 des HEERENH3068 over het landH776 ChadrachH2317 en DamaskusH1834, deszelfs rustH4496; wantH3588 de HEEREH3068 heeft een oogH5869 over den mensH120, gelijk over alH3605 de stammenH7626 IsraelsH3478. De last van het woord des HEEREN over het land Chadrach en Damaskus, deszelfs rust; want de HEERE heeft een oog over den mens, gelijk over al de stammen Israels.

KJV The burden1 of the word2 of the LORD3 in the land4 of Hadrach,5 and Damascus6 shall be the rest7 thereof: when the eyes10 of man,11 as of all the tribes13 of Israel,14 shall be toward the LORD.

1 מַשָּׂ֤א H4853 last, opheffen, bezwaarnis burden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 בְּאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 חַדְרָ֔ךְ H2317 Chadrach Hadrach 6 וְדַמֶּ֖שֶׂק H1834 Damaskus, Damaskener Damascus 7 מְנֻחָת֑וֹ H4496 rust, gemakkelijk, geruste plaatsen comfortable, ease, quiet, rest(-ing place), still 8 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 לַֽיהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 עֵ֣ין H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 11 אָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 12 וְכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 שִׁבְטֵ֥י H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe 14 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En ook zal Hij Hamath met dezelve bepalen; Tyrus en Sidon, hoewel zij zeer wijs is;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En ookH1571 zal Hij HamathH2574 met dezelve bepalenH1379; TyrusH6865 en SidonH6721, hoewelH3588 zij zeerH3966 wijsH2449 is; En ook zal Hij Hamath met dezelve bepalen; Tyrus en Sidon, hoewel zij zeer wijs is;

KJV And Hamath2 also shall border3 thereby; Tyrus,5 and Zidon,6 though it be very9 wise.

1 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 חֲמָ֖ת H2574 Hamath, Hammath Hamath, Hemath 3 תִּגְבָּל H1379 Bepaal, bepaal, bepaalt be border, set (bounds about) 4 בָּ֑הּ 5 צֹ֣ר H6865 Tyrus, Tyrier Tyre, Tyrus 6 וְצִיד֔וֹן H6721 Sidon Sidon, Zidon 7 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 חָֽכְמָ֖ה H2449 wijs, wijzer, ervaren [idiom] exceeding, teach wisdom, be (make self, shew self) wise, deal (never so) wisely, make wiser 9 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En Tyrus zich sterkten gebouwd heeft, en zilver verzameld heeft als stof, en fijn goud als slijk der straten;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En TyrusH6865 zich sterktenH4692 gebouwdH1129 heeft, en zilverH3701 verzameldH6651 heeft als stofH6083, en fijn goudH2742 als slijkH2916 der stratenH2351; En Tyrus zich sterkten gebouwd heeft, en zilver verzameld heeft als stof, en fijn goud als slijk der straten;

KJV And Tyrus2 did build1 herself a strong hold,3 and heaped up5 silver6 as the dust,7 and fine gold8 as the mire9 of the streets.

1 וַתִּ֥בֶן H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 2 צֹ֛ר H6865 Tyrus, Tyrier Tyre, Tyrus 3 מָצ֖וֹר H4692 belegering, vaste, bolwerk besieged, bulwark, defence, fenced, fortress, siege, strong (hold), tower 4 לָ֑הּ 5 וַתִּצְבָּר H6651 bijeen, bracht, brengt bijeen gather (together), heap (up), lay up 6 כֶּ֨סֶף֙ H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 7 כֶּֽעָפָ֔ר H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 8 וְחָר֖וּץ H2742 vlijtigen, uitgegraven goud, dorswagens decision, diligent, (fine) gold, pointed things, sharp, threshing instrument, wall 9 כְּטִ֥יט H2916 slijk, klei, modder clay, dirt, mire 10 חוּצֽוֹת H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Ziet, de HEERE zal haar uit het bezit stoten, en Hij zal haar vesting in de zee verslaan; en zij zal met vuur verteerd worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 ZietH2009, de HEEREH136 zal haar uit het bezit stotenH3423, en Hij zal haar vestingH2428 in de zeeH3220 verslaanH5221; en zijH1931 zal met vuurH784 verteerdH398 worden. Ziet, de HEERE zal haar uit het bezit stoten, en Hij zal haar vesting in de zee verslaan; en zij zal met vuur verteerd worden.

KJV Behold, the Lord2 will cast her out,3 and he will smite4 her power6 in the sea;5 and she shall be devoured9 with fire.

1 הִנֵּ֤ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 אֲדֹנָי֙ H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 3 יֽוֹרִשֶׁ֔נָּה H3423 erfelijk, erven, bezitting cast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly 4 וְהִכָּ֥ה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 5 בַיָּ֖ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 6 חֵילָ֑הּ H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 7 וְהִ֖יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 8 בָּאֵ֥שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 9 תֵּאָכֵֽל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Askelon zal het zien, en zal vrezen; desgelijks Gaza, en zal grote smart hebben, mitsgaders Ekron, dewijl hetgeen, waar zij op zagen, hen heeft te schande gemaakt; en de koning van Gaza zal vergaan, en Askelon zal niet bewoond worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 AskelonH831 zal het zienH7200, en zal vrezenH3372; desgelijks GazaH5804, en zal groteH3966 smartH2342 hebben, mitsgaders EkronH6138, dewijlH3588 hetgeen, waar zij op zagenH4007, hen heeft te schandeH3001 gemaakt; en de koningH4428 van GazaH5804 zal vergaanH6, en AskelonH831 zal nietH3808 bewoondH3427 worden. Askelon zal het zien, en zal vrezen; desgelijks Gaza, en zal grote smart hebben, mitsgaders Ekron, dewijl hetgeen, waar zij op zagen, hen heeft te schande gemaakt; en de koning van Gaza zal vergaan, en Askelon zal niet bewoond worden.

KJV Ashkelon2 shall see1 it, and fear;3 Gaza4 also shall see it, and be very6 sorrowful,5 and Ekron;7 for her expectation10 shall be ashamed; and the king12 shall perish11 from Gaza,13 and Ashkelon14 shall not be inhabited.

1 תֵּרֶ֨א H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 אַשְׁקְל֜וֹן H831 Askelon, Askelonieten Ashkelon, Askalon 3 וְתִירָ֗א H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 4 וְעַזָּה֙ H5804 Gaza Azzah, Gaza 5 וְתָחִ֣יל H2342 geboren, barensnood, beven bear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded 6 מְאֹ֔ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 7 וְעֶקְר֖וֹן H6138 Ekron Ekron 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 הֹבִ֣ישׁ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 10 מֶבָּטָ֑הּ H4007 zagen expectation 11 וְאָ֤בַד H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 12 מֶ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 מֵֽעַזָּ֔ה H5804 Gaza Azzah, Gaza 14 וְאַשְׁקְל֖וֹן H831 Askelon, Askelonieten Ashkelon, Askalon 15 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 תֵשֵֽׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En de bastaard zal te Asdod wonen, en Ik zal den hoogmoed der Filistijnen uitroeien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En de bastaardH4464 zal te AsdodH795 wonenH3427, en Ik zal den hoogmoedH1347 der FilistijnenH6430 uitroeienH3772. En de bastaard zal te Asdod wonen, en Ik zal den hoogmoed der Filistijnen uitroeien.

KJV And a bastard2 shall dwell1 in Ashdod,3 and I will cut off4 the pride5 of the Philistines.

1 וְיָשַׁ֥ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 2 מַמְזֵ֖ר H4464 bastaard bastard 3 בְּאַשְׁדּ֑וֹד H795 Asdod Ahdod 4 וְהִכְרַתִּ֖י H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 5 גְּא֥וֹן H1347 hovaardij, hoogmoed, heerlijkheid arrogancy, excellency(-lent), majesty, pomp, pride, proud, swelling 6 פְּלִשְׁתִּֽים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En Ik zal zijn bloed uit zijn mond wegdoen, en zijn verfoeiselen van tussen zijn tanden; alzo zal hij ook onzen God overblijven; ja, hij zal zijn als een vorst in Juda, en Ekron als de Jebusiet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En Ik zal zijn bloedH1818 uit zijn mondH6310 wegdoenH5493, en zijn verfoeiselenH8251 van tussenH996 zijn tandenH8127; alzo zal hij ook onzen GodH430 overblijvenH7604; ja, hij zal zijnH1961 als een vorstH441 in JudaH3063, en EkronH6138 als de JebusietH2983. En Ik zal zijn bloed uit zijn mond wegdoen, en zijn verfoeiselen van tussen zijn tanden; alzo zal hij ook onzen God overblijven; ja, hij zal zijn als een vorst in Juda, en Ekron als de Jebusiet.

KJV And I will take away1 his blood2 out of his mouth,3 and his abominations4 from between his teeth:6 but he that remaineth,7 even he, shall be for our God,10 and he shall be as a governor12 in Judah,13 and Ekron14 as a Jebusite.

1 וַהֲסִרֹתִ֨י H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 2 דָמָ֜יו H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 3 מִפִּ֗יו H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 4 וְשִׁקֻּצָיו֙ H8251 verfoeiselen, verfoeisel, gruwel abominable filth (idol, -ation), detestable (thing) 5 מִבֵּ֣ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 6 שִׁנָּ֔יו H8127 tanden, tand, elpenbenen crag, [idiom] forefront, ivory, [idiom] sharp, tooth 7 וְנִשְׁאַ֥ר H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 8 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 9 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 10 לֵֽאלֹהֵ֑ינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 11 וְהָיָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 כְּאַלֻּ֣ף H441 vorst, vorsten, leidsman captain, duke, (chief) friend, governor, guide, ox 13 בִּֽיהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 14 וְעֶקְר֖וֹן H6138 Ekron Ekron 15 כִּיבוּסִֽי H2983 Jebusieten, Jebusiet, Jebusi Jebusite(-s)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Ik zal Mij rondom Mijn huis legeren, vanwege het heirleger, vanwege den doorgaande, en vanwege den wederkerende, opdat de drijver niet meer door hen doorga; want nu heb Ik het met Mijn ogen aangezien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En Ik zal Mij rondom Mijn huisH1004 legerenH2583, vanwege het heirlegerH4675, vanwege den doorgaandeH5674, en vanwege den wederkerendeH7725, opdat de drijverH5065 nietH3808 meerH5750 door hen doorgaH5674; wantH3588 nuH6258 heb Ik het met Mijn ogenH5869 aangezienH7200. En Ik zal Mij rondom Mijn huis legeren, vanwege het heirleger, vanwege den doorgaande, en vanwege den wederkerende, opdat de drijver niet meer door hen doorga; want nu heb Ik het met Mijn ogen aangezien.

KJV And I will encamp1 about mine house2 because of the army,3 because of him that passeth by,4 and because of him that returneth:5 and no oppressor10 shall pass through7 them any more: for now have I seen13 with mine eyes.

1 וְחָנִ֨יתִי H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 2 לְבֵיתִ֤י H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 3 מִצָּבָה֙ H4675 bezetting, heirleger army, garrison 4 מֵעֹבֵ֣ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 5 וּמִשָּׁ֔ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 6 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 יַעֲבֹ֧ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 8 עֲלֵיהֶ֛ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 ע֖וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 10 נֹגֵ֑שׂ H5065 drijvers, aandrijvers, drijver distress, driver, exact(-or), oppress(-or), [idiom] raiser of taxes, taskmaster 11 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 עַתָּ֖ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 13 רָאִ֥יתִי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 14 בְעֵינָֽי H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Verheug u zeer, gij dochter Sions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 VerheugH1523 u zeerH3966, gij dochterH1323 SionsH6726! juichH7321, gij dochterH1323 JeruzalemsH3389! ZietH2009, uw KoningH4428 zal u komenH935, rechtvaardigH6662, en HijH1931 is een HeilandH3467; armH6041, en rijdendeH7392 opH5921 een ezelH2543, en opH5921 een veulenH5895, een jongH1121 der ezelinnenH860. Verheug u zeer, gij dochter Sions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen.

KJV Rejoice1 greatly,2 O daughter3 of Zion;4 shout,5 O daughter6 of Jerusalem:7 behold, thy King9 cometh10 unto thee: he is just,12 and having salvation;13 lowly,15 and riding16 upon an ass,18 and upon a colt20 the foal21 of an ass.

1 גִּילִ֨י H1523 verheugen, verheugt, verheuge be glad, joy, be joyful, rejoice 2 מְאֹ֜ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 3 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 4 צִיּ֗וֹן H6726 Sion, Sions Zion 5 הָרִ֨יעִי֙ H7321 juichen, juichte, Juicht blow an alarm, cry (alarm, aloud, out), destroy, make a joyful noise, smart, shout (for joy), sound an alarm, triumph 6 בַּ֣ת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 7 יְרוּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 8 הִנֵּ֤ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 9 מַלְכֵּךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 יָ֣בוֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 לָ֔ךְ 12 צַדִּ֥יק H6662 rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardig just, lawful, righteous (man) 13 וְנוֹשָׁ֖ע H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 14 ה֑וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 15 עָנִי֙ H6041 ellendigen, ellendige, ellendig afflicted, humble, lowly, needy, poor 16 וְרֹכֵ֣ב H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 17 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 חֲמ֔וֹר H2543 ezel, ezelen, ezels (he) ass 19 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 עַ֖יִר H5895 ezelveulens, veulen, jonge ezels (ass) colt, foal, young ass 21 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 22 אֲתֹנֽוֹת H860 ezelinnen, ezelin, ezelen (she) ass
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En Ik zal de wagens uit Efraim uitroeien, en de paarden uit Jeruzalem; ook zal de strijdboog uitgeroeid worden, en Hij zal den heidenen vrede spreken; en Zijn heerschappij zal zijn van zee tot aan zee, en van de rivier tot aan de einden der aarde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En Ik zal de wagensH7393 uit EfraimH669 uitroeienH3772, en de paardenH5483 uit JeruzalemH3389; ook zal de strijdboogH4421 uitgeroeidH3772 worden, en Hij zal den heidenenH1471 vredeH7965 sprekenH1696; en Zijn heerschappijH4915 zal zijn van zeeH3220 tot aan zeeH3220, en van de rivierH5104 tot aanH5704 de eindenH657 der aardeH776. En Ik zal de wagens uit Efraim uitroeien, en de paarden uit Jeruzalem; ook zal de strijdboog uitgeroeid worden, en Hij zal den heidenen vrede spreken; en Zijn heerschappij zal zijn van zee tot aan zee, en van de rivier tot aan de einden der aarde.

KJV And I will cut off1 the chariot2 from Ephraim,3 and the horse4 from Jerusalem,5 and the battle8 bow7 shall be cut off:6 and he shall speak9 peace10 unto the heathen:11 and his dominion12 shall be from sea13 even to sea,15 and from the river16 even to the ends18 of the earth.

1 וְהִכְרַתִּי H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 2 רֶ֣כֶב H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 3 מֵאֶפְרַ֗יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 4 וְסוּס֙ H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 5 מִיר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 6 וְנִכְרְתָה֙ H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 7 קֶ֣שֶׁת H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot) 8 מִלְחָמָ֔ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 9 וְדִבֶּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 10 שָׁל֖וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 11 לַגּוֹיִ֑ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 12 וּמָשְׁלוֹ֙ H4915 heerschappij, vergelijken dominion, like 13 מִיָּ֣ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 14 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 15 יָ֔ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 16 וּמִנָּהָ֖ר H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 17 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 18 אַפְסֵי H657 einden, niets, niemand ankle, but (only), end, howbeit, less than nothing, nevertheless (where), no, none (beside), not (any, -withstanding), thing of nought, save(-ing), there, uttermost part, want, without (cause) 19 אָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 U ook aangaande, o Sion! door het bloed uws verbonds, heb Ik uw gebondenen uit den kuil, daar geen water in is, uitgelaten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 UH859 ookH1571 aangaande, o Sion! door het bloedH1818 uws verbondsH1285, heb Ik uw gebondenenH615 uit den kuilH953, daar geenH369 waterH4325 in is, uitgelatenH7971. U ook aangaande, o Sion! door het bloed uws verbonds, heb Ik uw gebondenen uit den kuil, daar geen water in is, uitgelaten.

KJV As for thee also, by the blood3 of thy covenant4 I have sent forth5 thy prisoners6 out of the pit7 wherein is no water.

1 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 אַ֣תְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 3 בְּדַם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 4 בְּרִיתֵ֗ךְ H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 5 שִׁלַּ֤חְתִּי H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 6 אֲסִירַ֨יִךְ֙ H615 gevangenen, gebondenen, gebonden (those which are) bound, prisoner 7 מִבּ֔וֹר H953 kuil, bornput, kuils cistern, dungeon, fountain, pit, well 8 אֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 9 מַ֖יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 10 בּֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Keert gijlieden weder tot de sterkte, gij gebondenen, die daar hoopt! ook heden verkondig Ik, dat Ik u dubbel zal wedergeven;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Keert gijlieden weder tot de sterkteH1225, gij gebondenenH615, die daar hooptH8615! ookH1571 hedenH3117 verkondigH5046 Ik, dat Ik u dubbelH4932 zal wedergevenH7725; Keert gijlieden weder tot de sterkte, gij gebondenen, die daar hoopt! ook heden verkondig Ik, dat Ik u dubbel zal wedergeven;

KJV Turn1 you to the strong hold,2 ye prisoners3 of hope:4 even to day6 do I declare7 that I will render9 double

1 שׁ֚וּבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 לְבִצָּר֔וֹן H1225 sterkte stronghold 3 אֲסִירֵ֖י H615 gevangenen, gebondenen, gebonden (those which are) bound, prisoner 4 הַתִּקְוָ֑ה H8615 verwachting, hoop, Verwachting expectation(-ted), hope, live, thing that I long for 5 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 6 הַיּ֕וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 מַגִּ֥יד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 8 מִשְׁנֶ֖ה H4932 tweede, dubbel, tweeden college, copy, double, fatlings, next, second (order), twice as much 9 אָשִׁ֥יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 10 לָֽךְ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Als Ik Mij Juda zal gespannen, en Ik Efraim den boog zal gevuld hebben; en Ik uw kinderen, o Sion! zal verwekt hebben tegen uw kinderen, o Griekenland! en u gesteld zal hebben als het zwaard van een held.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 AlsH3588 Ik Mij JudaH3063 zal gespannenH1869, en Ik EfraimH669 den boogH7198 zal gevuldH4390 hebben; en Ik uw kinderenH1121, o SionH6726! zal verwektH5782 hebben tegenH5921 uw kinderenH1121, o GriekenlandH3120! en u gesteldH7760 zal hebben als het zwaardH2719 van een heldH1368. Als Ik Mij Juda zal gespannen, en Ik Efraim den boog zal gevuld hebben; en Ik uw kinderen, o Sion! zal verwekt hebben tegen uw kinderen, o Griekenland! en u gesteld zal hebben als het zwaard van een held.

KJV When I have bent2 Judah4 for me, filled6 the bow5 with Ephraim,7 and raised up8 thy sons,9 O Zion,10 against thy sons,12 O Greece,13 and made14 thee as the sword15 of a mighty man.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 דָרַ֨כְתִּי H1869 treden, gespannen, getreden archer, bend, come, draw, go (over), guide, lead (forth), thresh, tread (down), walk 3 לִ֜י 4 יְהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 5 קֶ֚שֶׁת H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot) 6 מִלֵּ֣אתִי H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 7 אֶפְרַ֔יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 8 וְעוֹרַרְתִּ֤י H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 9 בָנַ֨יִךְ֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 צִיּ֔וֹן H6726 Sion, Sions Zion 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 בָּנַ֖יִךְ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 יָוָ֑ן H3120 Javan, Griekenland Javan 14 וְשַׂמְתִּ֖יךְ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 15 כְּחֶ֥רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 16 גִּבּֽוֹר H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En de HEERE zal over henlieden verschijnen, en Zijn pijlen zullen uitvaren als een bliksem; en de Heere HEERE zal met de bazuin blazen, en Hij zal voorttreden met stormen uit het zuiden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En de HEEREH3068 zal overH5921 henlieden verschijnenH7200, en Zijn pijlenH2671 zullen uitvarenH3318 als een bliksemH1300; en de HeereH136 HEEREH3069 zal met de bazuinH7782 blazenH8628, en Hij zal voorttredenH1980 met stormenH5591 uit het zuidenH8486. En de HEERE zal over henlieden verschijnen, en Zijn pijlen zullen uitvaren als een bliksem; en de Heere HEERE zal met de bazuin blazen, en Hij zal voorttreden met stormen uit het zuiden.

KJV And the LORD1 shall be seen3 over them, and his arrow6 shall go forth4 as the lightning:5 and the Lord7 GOD8 shall blow10 the trumpet,9 and shall go11 with whirlwinds12 of the south.

1 וַֽיהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 2 עֲלֵיהֶ֣ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 יֵֽרָאֶ֔ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 4 וְיָצָ֥א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 5 כַבָּרָ֖ק H1300 bliksemen, bliksem, bliksemende bright, glitter(-ing sword), lightning 6 חִצּ֑וֹ H2671 pijlen, pijl, moordpijl [phrase] archer, arrow, dart, shaft, staff, wound 7 וַֽאדֹנָ֤י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 8 יְהֹוִה֙ H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 9 בַּשּׁוֹפָ֣ר H7782 bazuin, bazuinen, ramsbazuinen cornet, trumpet 10 יִתְקָ֔ע H8628 blazen, blies, bliezen blow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust 11 וְהָלַ֖ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 12 בְּסַעֲר֥וֹת H5591 onweder, storm, stormwind storm(-y), tempest, whirlwind 13 תֵּימָֽן H8486 zuiden, zuidwaarts, zuidenwind south (side, -ward, wind)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 De HEERE der heirscharen zal hen beschutten, en zij zullen eten, nadat zij de slingerstenen zullen ten ondergebracht hebben; zij zullen ook drinken, en een gedruis maken als de wijn; en zij zullen vervuld worden, gelijk het bekken, gelijk de hoeken des altaars.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 De HEEREH3068 der heirscharenH6635 zal hen beschuttenH1598, en zij zullen etenH398, nadat zij de slingerstenenH7050 zullen ten ondergebrachtH3533 hebben; zij zullen ook drinkenH8354, en een gedruisH1993 maken als de wijnH3196; en zij zullen vervuldH4390 worden, gelijk het bekkenH4219, gelijk de hoekenH2106 des altaarsH4196. De HEERE der heirscharen zal hen beschutten, en zij zullen eten, nadat zij de slingerstenen zullen ten ondergebracht hebben; zij zullen ook drinken, en een gedruis maken als de wijn; en zij zullen vervuld worden, gelijk het bekken, gelijk de hoeken des altaars.

KJV The LORD1 of hosts2 shall defend3 them; and they shall devour,5 and subdue6 with sling8 stones;7 and they shall drink,9 and make a noise10 as through wine;12 and they shall be filled13 like bowls,14 and as the corners15 of the altar.

1 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 2 צְבָאוֹת֮ H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 3 יָגֵ֣ן H1598 beschermen, beschutten, beschuttende defend 4 עֲלֵיהֶם֒ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 וְאָכְל֗וּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 6 וְכָֽבְשׁוּ֙ H3533 ondergebracht, onderworpen, onderwerpen bring into bondage, force, keep under, subdue, bring into subjection 7 אַבְנֵי H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 8 קֶ֔לַע H7050 behangselen, slinger, slingerstenen hanging, leaf, sling 9 וְשָׁת֥וּ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 10 הָמ֖וּ H1993 bruisen, getier, onrustig clamorous, concourse, cry aloud, be disquieted, loud, mourn, be moved, make a noise, rage, roar, sound, be troubled, make in tumult, tumultuous, be in an uproar 11 כְּמוֹ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 12 יָ֑יִן H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 13 וּמָֽלְאוּ֙ H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 14 כַּמִּזְרָ֔ק H4219 sprengbekken, sprengbekkens, besprengbekkens bason, bowl 15 כְּזָוִיּ֖וֹת H2106 hoeken, hoekstenen corner(stone) 16 מִזְבֵּֽחַ H4196 altaar, altaren, altaars altar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En de HEERE, hun God, zal ze te dien dage behouden, als zijnde de kudde Zijns volks; want gekroonde stenen zullen in Zijn land, als een banier, opgericht worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En de HEEREH3068, hun GodH430, zal ze te dienH1931 dageH3117 behoudenH3467, als zijnde de kuddeH6629 Zijns volksH5971; wantH3588 gekroondeH5145 stenenH68 zullen in Zijn landH127, als een banier, opgericht worden. En de HEERE, hun God, zal ze te dien dage behouden, als zijnde de kudde Zijns volks; want gekroonde stenen zullen in Zijn land, als een banier, opgericht worden.

Ook in dit vers banier opgerichtH5264

KJV And the LORD2 their God3 shall save1 them in that day4 as the flock6 of his people:7 for they shall be as the stones9 of a crown,10 lifted up as an ensign11 upon his land.

1 וְֽהוֹשִׁיעָ֞ם H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 2 יְהוָ֧ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֱלֹהֵיהֶ֛ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 בַּיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 הַה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 כְּצֹ֣אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 7 עַמּ֑וֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 8 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 אַבְנֵי H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 10 נֵ֔זֶר H5145 Nazireerschap, kroon, gekroonde consecration, crown, hair, separation 11 מִֽתְנוֹסְס֖וֹת H5264 banier opgericht lift up as an ensign 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 אַדְמָתֽוֹ H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Want hoe groot zal zijn goed wezen en hoe groot zal zijn schoonheid wezen! Het koren zal de jongelingen, en de most zal de jonkvrouwen sprekende maken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 WantH3588 hoeH4100 groot zal zijn goedH2898 wezen en hoeH4100 groot zal zijn schoonheidH3308 wezen! Het korenH1715 zal de jongelingenH970, en de mostH8492 zal de jonkvrouwenH1330 sprekendeH5107 maken. Want hoe groot zal zijn goed wezen en hoe groot zal zijn schoonheid wezen! Het koren zal de jongelingen, en de most zal de jonkvrouwen sprekende maken.

KJV For how great is his goodness,3 and how great is his beauty!5 corn6 shall make the young men7 cheerful,9 and new wine8 the maids.

1 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 3 טּוּב֖וֹ H2898 goed, goede, goedheid fair, gladness, good(-ness, thing, -s), joy, go well with 4 וּמַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 5 יָפְי֑וֹ H3308 schoonheid beauty 6 דָּגָן֙ H1715 koren, koorn, korens corn (floor), wheat 7 בַּֽחוּרִ֔ים H970 jongelingen, jongeling, Jongelingen (choice) young (man), chosen, [idiom] hole 8 וְתִיר֖וֹשׁ H8492 most (new, sweet) wine 9 יְנוֹבֵ֥ב H5107 brengt overvloediglijk, overvloedig aanwast, sprekende bring forth (fruit), make cheerful, increase 10 בְּתֻלֽוֹת H1330 jonkvrouw, maagd, maagden maid, virgin
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Zacharia 9:1 Jeremia 49:23 Amos 1:3 Jeremia 16:19 Jeremia 23:33 Psalmen 145:15 Jesaja 17:7 Genesis 14:15 2 Kronieken 20:12
Zacharia 9:2 Jeremia 49:23 Ezechiël 28:12 Ezechiël 28:2 Numeri 13:21 2 Koningen 25:21 Ezechiël 26:1 Ezechiël 28:21 1 Koningen 17:9
Zacharia 9:3 Ezechiël 28:4 Job 27:16 Jozua 19:29 2 Samuël 24:7 Ezechiël 27:33 1 Koningen 10:27 Job 22:24 Jesaja 23:8
Zacharia 9:4 Ezechiël 28:18 Ezechiël 26:17 Ezechiël 28:8 Spreuken 11:4 Ezechiël 28:2 Joël 3:8 Spreuken 10:2 Amos 1:10
Zacharia 9:5 Sefanja 2:4 Jeremia 47:1 Ezechiël 25:15 Jesaja 20:5 Ezechiël 26:15 Filippenzen 1:20 Jeremia 51:8 Jeremia 47:4
Zacharia 9:6 Amos 1:8 Prediker 2:18 Jesaja 23:9 Daniël 4:37 1 Petrus 5:5 Jesaja 2:12 Prediker 6:2 Sefanja 2:10
Zacharia 9:7 Zacharia 8:23 1 Kronieken 11:4 Jeremia 48:47 2 Samuël 24:16 Jesaja 49:22 Psalmen 58:6 Amos 3:12 Jesaja 60:14
Zacharia 9:8 Jesaja 52:1 Jesaja 54:14 Jesaja 60:18 2 Samuël 16:12 Jeremia 31:12 Jesaja 4:5 Psalmen 125:1 Daniël 11:10
Zacharia 9:9 Sefanja 3:14 Jeremia 23:5 Zacharia 2:10 Jesaja 9:6 Mattheüs 11:29 Jesaja 43:11 Lukas 19:30 Lukas 19:37
Zacharia 9:10 Hosea 1:7 Hosea 2:18 Micha 5:4 Kolossenzen 1:20 Jesaja 60:12 Micha 4:2 Micha 5:10 2 Korinthe 10:4
Zacharia 9:11 Exodus 24:8 Jesaja 51:14 Jesaja 42:7 Jeremia 38:6 Hebreeën 10:29 Mattheüs 26:28 Jesaja 61:1 Jesaja 58:12
Zacharia 9:12 Klaagliederen 3:21 Job 42:10 Jeremia 31:17 Jeremia 51:10 Jesaja 40:2 Micha 4:8 Jesaja 61:7 Hebreeën 6:18
Zacharia 9:13 Jesaja 49:2 Psalmen 45:3 Zacharia 10:3 Psalmen 18:32 Zacharia 12:2 1 Korinthe 1:21 Efeze 6:17 Zacharia 1:21
Zacharia 9:14 Jesaja 21:1 Psalmen 18:14 Jesaja 66:15 Jesaja 27:13 Openbaring 6:2 Zacharia 2:5 Jesaja 31:5 Jesaja 18:3
Zacharia 9:15 Zacharia 12:6 Zacharia 10:5 Exodus 27:2 Zacharia 12:8 Psalmen 78:65 Leviticus 4:18 Zacharia 10:7 Leviticus 4:25
Zacharia 9:16 Jesaja 62:3 Psalmen 100:3 Hagai 2:23 Jesaja 60:3 1 Petrus 5:2 Ezechiël 34:22 Micha 7:14 Zacharia 8:23
Zacharia 9:17 Jesaja 33:17 Jesaja 62:8 Jeremia 31:12 Psalmen 145:7 Psalmen 36:7 Hooglied 5:10 2 Korinthe 4:4 Joël 3:18
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Zacharia 9 vers 1

last van het woord des HEEREN Dat is, een lastige en bezwaarlijke profetie, of voorzegging, die het land Chadrach overkomen zou; zie Jes. 13:1 de aantekening aldaar.

Hertaald: last van het woord des HEEREN Dat is: een zware en bezwaarlijke profetie of voorzegging die over het land Chadrach zou komen; zie Jes. 13:1 met de aantekening daar.

over het land Of, in, of tegen.

Hertaald: over het land Of: in, of tegen.

Chadrach Het schijnt dat dit land Syrië betekent, dewijl hier straks Damaskus bijgevoegd wordt, zijnde de hoofdstad van Syrië. Eenigen menen dat Chadrach de naam is van een afgod, welken de Syriërs eerden. Anderen vertalen het woord van het land der eer, of derheerlijkheid, of van het heerlijke land; anderen: van het land dat rondom u ligt, o Juda.

Hertaald: Chadrach Het lijkt erop dat dit land Syrië aanduidt, aangezien hier meteen Damascus aan toegevoegd wordt, dat de hoofdstad van Syrië is. Sommigen menen dat Chadrach de naam is van een afgod die de Syriërs vereerden. Anderen vertalen het woord met: van het land van de eer of van de heerlijkheid, of: van het heerlijke land; weer anderen: van het land dat rondom u ligt, o Juda.

Damaskus, Hebr. Dammesek. Anders: ofschoon Damaskus zijne rust is.

Hertaald: Damaskus, Hebreeuws: Dammesek. Anders: hoewel Damascus zijn rust is.

deszelfs rust; Dat is, waar het zich op verlaat. Of, alhoewel het zich op Damaskus verlaat en daarop gerust is. Anderen: maar Damaskus zal zijne, te weten de rust van den last zijn; dat is, het zal Damaskus ook op het laatste nog treffen. Anderen: en Damaskus zal zijne rust zijn; dat is, Gods toorn zal op Damaskus rusten; dat is, die stad alzo weinig verschonen gelijk als de rest.

Hertaald: deszelfs rust; Dat is: waarop het zich verlaat. Of: hoewel het zich op Damascus verlaat en daarop gerust is. Anderen: maar Damascus zal zijn rustplaats zijn, namelijk van de last; dat is: het zal Damascus ten slotte ook nog treffen. Anderen: en Damascus zal zijn rustplaats zijn; dat is: Gods toorn zal op Damascus rusten, dat is: Hij zal die stad even weinig sparen als de rest.

de HEERE Hebr. den Heere is een oog; dat is, de Heere heeft een oog over alle andere mensen in wat land die zijn, zowel als over de Joden. En versta hier door het oog des Heeren zijne voorzienigheid, dat is de overal-tegenwoordige kracht des Heeren, waardoor Hij den hemel en de aarde regeert, met alles wat daarin is.

Hertaald: de HEERE Hebreeuws: op de HEERE is een oog; dat is: de HEERE heeft een oog op alle andere mensen, in welk land zij ook zijn, evengoed als op de Joden. Versta hier onder het oog van de HEERE Zijn voorzienigheid, dat is: de overal tegenwoordige kracht van de HEERE, waarmee Hij hemel en aarde regeert met alles wat daarin is.

Zacharia 9 vers 2

Hij Te weten, de Heere.

Hertaald: Hij Namelijk de HEERE.

Hamath Zie Num. 13:21 .

Hertaald: Hamath Zie Num. 13:21.

met dezelve Te weten, oog. Anders: Hamath zal dezelve bepalen; dat is, Hamath zal aan de grenzen daarvan liggen. Zie Joz. 19:35 . Anders: door dezelve, te weten rust van den last.

Hertaald: met dezelve Namelijk dat oog. Anders: Hamath zal daaraan grenzen; dat is: Hamath zal aan de grens daarvan liggen. Zie Joz. 19:35. Anders: daardoor, namelijk door de rustplaats van de last.

bepalen; Dat is, Hij zal de Syriërs ordineren hoe wijd en hoe ver zij zullen gaan en staan, ten beste van zijne kerk. Anderen nemen het aldus: Ook zal die [last] Hamath bepalen. Het is dezelfde zin.

Hertaald: bepalen; Dat is: Hij zal de Syriërs voorschrijven hoe wijd en hoe ver zij zullen gaan en staan, ten beste van Zijn kerk. Anderen vatten het zo op: ook zal die last Hamath begrenzen. Het komt op hetzelfde neer.

zij Te weten, Tyrus, dat is, de inwoners van tyrus, alsook de Sidoniërs.

Hertaald: zij Namelijk Tyrus, dat is: de inwoners van Tyrus, en ook de Sidoniërs.

zeer wijs is; Naar hunne mening. Zie Ezech. 28:3 de aantekening aldaar, enz.

Hertaald: zeer wijs is; Naar hun eigen mening. Zie Ezech. 28:3 met de aantekening daar, enzovoort.

Zacharia 9 vers 3

als stof, Dat is, in zeer groten overvloed. Verg. 1 Kon. 10:27 , en 2 Kron. 9:27 ; zie ook Ps. 78:27 .

Hertaald: als stof, Dat is: in zeer grote overvloed. Vergelijk 1 Kon. 10:27 en 2 Kron. 9:27; zie ook Ps. 78:27.

Zacharia 9 vers 4

uit het bezit stoten, Of, arm maken, daar zij tevoren de rijkste en voortreffelijkste was.

Hertaald: uit het bezit stoten, Of: arm maken, terwijl zij tevoren de rijkste en voortreffelijkste was.

Hij zal haar vesting De zin is: Of wel de Tyriërs menen dat zij onwinbaar zijn, ten aanzien dat zij rondom in en aan de zee gelegen zijn, zo zullen zij nochtans Gods oordeel niet ontgaan; maar zullen door het vuur verteerd worden. Dit is geschied door Alexander den Grote, gelijk Curtius lib. 4, en Doid. Siculus lib. 17

Hertaald: Hij zal haar vesting De betekenis is: al menen de Tyriërs dat zij onneembaar zijn omdat zij rondom in en aan de zee liggen, toch zullen zij Gods oordeel niet ontgaan, maar door het vuur verteerd worden. Dit is gebeurd door Alexander de Grote, zoals Curtius in boek 4 en Diodorus Siculus in boek 17 vermelden.

Zacharia 9 vers 5

Askelon zal het zien, Dat is, als Askelon den ondergang van Tyrus zien zal, zo zal het vrezen. Askelon en de andere steden, die hier meer genoemd staan, lagen in der Filistijnen land, en worden door dezelve de Filistijnen zelf verstaan.

Hertaald: Askelon zal het zien, Dat is: wanneer Askelon de ondergang van Tyrus zal zien, zal het vrezen. Askelon en de andere steden die hier verder genoemd worden lagen in het land van de Filistijnen, en daarmee worden de Filistijnen zelf bedoeld.

grote smart hebben, Als ene vrouw, die in barensnood is.

Hertaald: grote smart hebben, Als een vrouw die in barensnood is.

waarop zij vertrouwden Dat is, waar zij zich op verlieten, te weten de stad Tyres, die zij voor onwindbaar hielden.

Hertaald: waarop zij vertrouwden Dat is: waarop zij zich verlieten, namelijk de stad Tyrus, die zij voor onneembaar hielden.

hen Dat is, hen in hunne hoop bedrogen heeft. Want Alexander de Grote heeft de stad Tyrus ingenomen en verheerd. Zie een gelijk voorbeeld Jes. 20:5-6 .

Hertaald: hen Dat is: hen in hun hoop bedrogen heeft. Want Alexander de Grote heeft de stad Tyrus ingenomen en overheerd. Zie een soortgelijk voorbeeld in Jes. 20:5-6.

de koning van Gaza Dat is, de vorst. Want het land der Filistijnen was in vijf vorstendommen afgebeeld.

Hertaald: de koning van Gaza Dat is: de vorst. Want het land van de Filistijnen was in vijf vorstendommen verdeeld.

zal vergaan, Dat is, daar zal geen vorst of koning meer te Gaza zijn.

Hertaald: zal vergaan, Dat is: er zal in Gaza geen vorst of koning meer zijn.

Zacharia 9 vers 6

de bastaard Dat is, een vreemde uitlandse koning, met allerlei vreemd ongebonden en ongeacht volk, die zullen de huizen, hoven en akkers bezitten.

Hertaald: de bastaard Dat is: een vreemde, buitenlandse koning, met allerlei vreemd, ongebonden en veracht volk; zij zullen de huizen, hoven en akkers bezitten.

wonen, Te weten, als heer en meester van die stad.

Hertaald: wonen, Namelijk als heer en meester van die stad.

den hoogmoed der Filistijnen uitroeien Hovaardij, pracht, heerlijkheid; dat is, hetgeen waar zij zich op verhovaardigen. Verg. Lev. 26:19 .

Hertaald: den hoogmoed der Filistijnen uitroeien Hovaardij, praal, heerlijkheid; dat is: datgene waarop zij zich verheffen. Vergelijk Lev. 26:19.

Zacharia 9 vers 7

Ik zal zijn bloed Te weten, nadat Ik hen zal gestraft of getuchtigd, en tot mijn volk zal aangenomen hebben, dat zal Ik hem [te weten de Filistijn] reinigen van zijne zonden, inzonderheid van de doodslagen, welke zij begaan hebben. Hebr. bloeden. Hier belooft God dat Hij ook de heidenen tot zijn volk zal aannemen en in zijne kerk inlijven.

Hertaald: Ik zal zijn bloed Namelijk nadat Ik hen gestraft of getuchtigd en tot Mijn volk aangenomen zal hebben, zal Ik hem — namelijk de Filistijn — reinigen van zijn zonden, en in het bijzonder van de moorden die zij begaan hebben. Hebreeuws: bloeden. Hier belooft God dat Hij ook de heidenen tot Zijn volk zal aannemen en in Zijn kerk zal inlijven.

zijn verfoeiselen Versta, de afgoden en hunne offeranden.

Hertaald: zijn verfoeiselen Versta: de afgoden en hun offeranden.

van tussen zijn tanden; Dat is, Ik zal maken dat zij er niet meer van spreken zullen, Ps. 16:4 . Of, Ik zal maken dat zij het vlees, hetwelk hunnen afgoden geofferd is, niet meer eten zullen.

Hertaald: van tussen zijn tanden; Dat is: Ik zal maken dat zij er niet meer over zullen spreken, Ps. 16:4. Of: Ik zal maken dat zij het vlees dat aan hun afgoden geofferd is niet meer zullen eten.

hij ook Te weten, de Filistijn, het Filistijnse volk. Of, hij ook; dat is, niet alleen het gemene volk, maar ook de koning zelf.

Hertaald: hij ook Namelijk de Filistijn, het Filistijnse volk. Of: hij ook, dat is: niet alleen het gewone volk, maar ook de koning zelf.

onzen God overblijven; Dat is, tot Gods volk en gemeente der gelovigen aangenomen worden. Zie Zach. 8:23 .

Hertaald: onzen God overblijven; Dat is: tot Gods volk en tot de gemeente van de gelovigen aangenomen worden. Zie Zach. 8:23.

als een vorst in Juda, Of, als een leidsman; dat is, zij zullen in Gods kerk in groot aanzien wezen en anderen in godzaligheid voorgaan en een voorbeeld zijn.

Hertaald: als een vorst in Juda, Of: als een leidsman; dat is: zij zullen in Gods kerk hoog in aanzien staan, anderen in godzaligheid voorgaan en tot voorbeeld zijn.

en Ekron als de Jebusiet Dat is, die van Ekron zullen ook te Jeruzalem, te weten in het geestelijke Jeruzalem wonen, gelijk eertijds de Jebusieten in de stoffelijke stad Jeruzalem gewoond hebben, en de Jebusieten zullen ook tot Gods volk aangenomen worden.

Hertaald: en Ekron als de Jebusiet Dat is: de inwoners van Ekron zullen ook in Jeruzalem wonen, namelijk in het geestelijke Jeruzalem, zoals vroeger de Jebusieten in de stoffelijke stad Jeruzalem gewoond hebben; en ook de Jebusieten zullen tot Gods volk aangenomen worden.

Zacharia 9 vers 8

rondom Of, omtrent, of, bij mijn huis; te weten, door mijne engelen; Ps. 34:8 , en Ps. 121:3-4 , en Ps. 124:1-2 , Ps. 124:8 .

Hertaald: rondom Of: omtrent, of: bij Mijn huis, namelijk door Mijn engelen; Ps. 34:8, Ps. 121:3-4 en Ps. 124:1-2, Ps. 124:8.

Mijn huis legeren, Dat is, rondom mijne kerk; 1 Tim. 3:15 .

Hertaald: Mijn huis legeren, Dat is: rondom Mijn kerk; 1 Tim. 3:15.

het heirleger, Te weten, vanwege het heirleger of het kreigsvolk van den vijand, opdat hij mijn huis niet aantaste of beschadige, als het over en weder loopt. Zie Zach. 2:5 .

Hertaald: het heirleger, Namelijk vanwege het leger of het krijgsvolk van de vijand, opdat hij Mijn huis niet aantast of beschadigt wanneer hij heen en weer trekt. Zie Zach. 2:5.

de drijver Dat is, de vijand.

Hertaald: de drijver Dat is: de vijand.

door hen doorga; Te weten, mijne huisgenoten, de gelovigen. Versta dit van een geestelijke verlossing van de strengheid der wet.

Hertaald: door hen doorga; Namelijk Mijn huisgenoten, de gelovigen. Versta dit van een geestelijke verlossing van de strengheid van de wet.

het met Mijn ogen Te weten, mijn huis.

Hertaald: het met Mijn ogen Namelijk Mijn huis.

aangezien Versta hier, een vriendelijk en genadig aanzien. Zie Deut. 12:13 . Verg. Ex. 3:7 ; Hand. 7:34 .

Hertaald: aangezien Versta hier een vriendelijk en genadig aanzien. Zie Deut. 12:13. Vergelijk Ex. 3:7; Hand. 7:34.

Zacharia 9 vers 9

gij dochter Sions Dat is, gij volk van Jeruzalem, ja gij volk Gods, zo Joden als heidenen.

Hertaald: gij dochter Sions Dat is: u, volk van Jeruzalem, ja u, volk van God, zowel Joden als heidenen.

uw Koning Te weten, Christus Jezus.

Hertaald: uw Koning Namelijk Christus Jezus.

zal u komen, Tot uw best, tot uwe hulp; zie Jes. 62:11 , enz.; Matt. 21:5 .

Hertaald: zal u komen, Tot uw bestwil, tot uw hulp; zie Jes. 62:11, enzovoort; Matth. 21:5.

Hij is een Heiland; Of, verlosser, die al zijne uitverkorenen verlossen zal uit het geweld des duivels, van den dood en van al hunne vijanden. Anders: die met heil voorzien is; of behouden is, te weten uit zijn lijden, door zijn eigen goddelijke kracht, om zijne kerk zalig te maken. Verg. Jes. 53:8 ; Hebr. 5:7 .

Hertaald: Hij is een Heiland; Of: Verlosser, Die al Zijn uitverkorenen zal verlossen uit het geweld van de duivel, van de dood en van al hun vijanden. Anders: Die van heil voorzien is; of: Die behouden is, namelijk uit Zijn lijden, door Zijn eigen goddelijke kracht, om Zijn kerk zalig te maken. Vergelijk Jes. 53:8; Hebr. 5:7.

arm, Slecht, verachtzaam, in de gedaante van een knecht, Fil. 2:7 , enz.

Hertaald: arm, Gering, veracht, in de gedaante van een knecht, Filipp. 2:7, enzovoort.

en op een veulen, Of, namelijk.

Hertaald: en op een veulen, Of: namelijk.

een jong der ezelinnen Dat is, hetzelfde wat Hij straks gezegd heeft; zie Matt. 21:5 ; Joh. 12:14 .

Hertaald: een jong der ezelinnen Dat is: hetzelfde wat Hij zojuist gezegd heeft; zie Matth. 21:5; Joh. 12:14.

Zacharia 9 vers 10

Ik zal de wagens Dat is, Ik zal mijne kerk vrede geven, alzo dat zij noch krijgswagens, noch paarden, of andere wapenen meer zal behoeven, de heidenen met de kerk van Christus verzoend zijnde; zie Jes. 2:2 , Jes. 2:4 ; Hos. 2:17 ; Hand. 10:34 , enz.; Ef. 2:17 .

Hertaald: Ik zal de wagens Dat is: Ik zal Mijn kerk vrede geven, zodat zij geen strijdwagens, paarden of andere wapens meer nodig zal hebben, nu de heidenen met de kerk van Christus verzoend zijn; zie Jes. 2:2, Jes. 2:4; Hos. 2:17; Hand. 10:34, enzovoort; Ef. 2:17.

Efraïm uitroeien, Onder den stam van Efraïm verstaat Hij als de tien stammen van Israël, en door dezelve zijne kerk.

Hertaald: Efraïm uitroeien, Onder de stam van Efraïm verstaat Hij de tien stammen van Israël, en daarmee Zijn kerk.

uit Jeruzalem; Dat is, uit den stam van Juda.

Hertaald: uit Jeruzalem; Dat is: uit de stam van Juda.

vrede spreken; Dat is, vrede leren, namelijk door de predikatie van het heilg Evangelie zal Hij den vrede of verzoening met God verkondigen.

Hertaald: vrede spreken; Dat is: vrede leren; namelijk door de prediking van het heilig Evangelie zal Hij de vrede of de verzoening met God verkondigen.

zal zijn van zee tot aan zee, Dat is, zij zal zich strekken; zie Ps. 2:8 .

Hertaald: zal zijn van zee tot aan zee, Dat is: zij zal zich uitstrekken; zie Ps. 2:8.

de rivier tot aan de einden der aarde Versta hier, de rivier Frath, of Eufraat, en ziet Ps. 72:8 de aantekening aldaar, en Ex. 23:31 . Door deze plaatsen, bij de Joden bekend, moet men ook andere meer verstaan, ja de mening is dat de heerschappij van Christus zich zou uitbreiden over de ganse aardbodem.

Hertaald: de rivier tot aan de einden der aarde Versta hier de rivier de Frath of Eufraat, en zie Ps. 72:8 met de aantekening daar, en Ex. 23:31. Onder deze plaatsen, die bij de Joden bekend waren, moet men ook nog andere verstaan; de bedoeling is namelijk dat de heerschappij van Christus zich over de hele aardbodem zou uitbreiden.

Zacharia 9 vers 11

o Sion Dat is, o mijn volk, mijne kerk. Dit is hier, klaarheidhalve, bijgevoegd uit vs.9.

Hertaald: o Sion Dat is: o Mijn volk, Mijn kerk. Dit is hier voor de duidelijkheid toegevoegd uit vers 9.

door het bloed uws verbonds, Of, in. De zin is: In of door de kracht van het bloed van Jezus Christus, waarmede Ik het verbond, met u ingegaan, bevestigen zal, heb Ik, of zal Ik uwe gavangenen, die met de banden der zonden gebonden zijn, verlossen uit den kuil, dat is, uit het geweld der hel en des duivels, waaronder zij anders hadden moeten versmachten in een geestelijken dorst, door het gevoel van den zwaren toorn Gods, die op hen lag.

Hertaald: door het bloed uws verbonds, Of: in. De betekenis is: in of door de kracht van het bloed van Jezus Christus, waarmee Ik het verbond dat Ik met u gesloten heb zal bevestigen, heb Ik uw gevangenen — die met de banden van de zonde gebonden zijn — verlost, of zal Ik hen verlossen uit de kuil, dat is: uit het geweld van de hel en de duivel, waaronder zij anders hadden moeten versmachten in een geestelijke dorst, door het gevoel van de zware toorn van God die op hen lag.

Zacharia 9 vers 12

tot de sterkte, De Joden, die nog in Babel gebleven waren, worden genodigd naar de stad en den tempel van Jeruzalem zich te begeven. Doch tegelijk wordt hier te kennen gegeven dat al degenen, die de verlossing, welke God door Christus beloofd heeft, wensen deelachtig te worden en voor des duivels geweld en listen beschut en beschermd te zijn, zich tot de kerk Gods begeven moeten, welke is de rechte hemelse Jeruzalem.

Hertaald: tot de sterkte, De Joden die nog in Babel achtergebleven waren, worden uitgenodigd zich naar de stad en de tempel van Jeruzalem te begeven. Maar tegelijk wordt hier te kennen gegeven dat allen die de verlossing die God door Christus beloofd heeft deelachtig willen worden, en beschut en beschermd willen zijn tegen het geweld en de listen van de duivel, zich tot de kerk van God moeten begeven, die het echte hemelse Jeruzalem is.

gij gebondenen, Hebr. gij gebondenen der hoop, of der verwachting; dat is, gijlieden wien de hoop gegeven is, of die de hoop hebt dat gij van uwe banden zult verlost worden.

Hertaald: gij gebondenen, Hebreeuws: u gebondenen van de hoop of van de verwachting; dat is: u aan wie de hoop gegeven is, of die de hoop hebt dat u van uw banden verlost zult worden.

ook heden verkondig Ik Gelijk Ik het dikwijls vóór dezen tijd verkondigd heb, alzo verkondig Ik het nu ook.

Hertaald: ook heden verkondig Ik Zoals Ik het vóór deze tijd vaak verkondigd heb, zo verkondig Ik het nu ook.

dat Ik u dubbel zal wedergeven; De zin is: Ik zal u veel grotere gaven geven dan de verlossing uit de Babylonische gevangenschap is, namelijk geestelijke weldaden, als daar zijn vergeving der zonden, vernieuwing van het gemoed door den Heilige Geest en een eeuwig leven.

Hertaald: dat Ik u dubbel zal wedergeven; De betekenis is: Ik zal u veel grotere gaven geven dan de verlossing uit de Babylonische gevangenschap is, namelijk geestelijke weldaden, zoals vergeving van de zonden, vernieuwing van het gemoed door de Heilige Geest, en een eeuwig leven.

Zacharia 9 vers 13

Als Ik Mij Juda Hier wordt het volk Gods schut en scherm beloofd tegen de vijanden, die hen bevechten en bestrijden zouden, doch alzo, dat het niet zonder strijd en gevecht afgaan zou, gelijk zulks gebleken is in de oorlogen, die de Macchabeën tegen de koningen van Azië en Syrië gevoerd hebben.

Hertaald: Als Ik Mij Juda Hier wordt aan het volk van God schut en scherm beloofd tegen de vijanden die hen zouden bevechten en bestrijden. Maar wel zo dat het niet zonder strijd en gevecht zou gaan, zoals gebleken is in de oorlogen die de Makkabeeën tegen de koningen van Azië en Syrië gevoerd hebben.

gespannen, Hebr. getreden; want de voetbogen werden getreden als men ze spande. Anderen vertalen de eerste woorden van dit vers aldus: Nadat Ik mij Juda [als] een boog zal gespannen en Efraïm [als een pijlkoker] zal gevuld hebben.

Hertaald: gespannen, Hebreeuws: getreden, want de voetbogen werden getreden wanneer men ze spande. Anderen vertalen de eerste woorden van dit vers aldus: nadat Ik Mij Juda als een boog gespannen en Efraïm als een pijlkoker gevuld zal hebben.

zal gevuld hebben; Te weten, met pijlen, om tegen de vijanden te strijden.

Hertaald: zal gevuld hebben; Namelijk met pijlen, om tegen de vijanden te strijden.

o Griekenland Te weten, tegen de nakomelingen van Alexander den Grote, de koningen in Azië en Syrië, tegen welke God de Heer de Joden wonderbaarlijk beschut en bescherm heeft. Zie de boeken der Macchabeën en de geschiedenissen van Josefus.

Hertaald: o Griekenland Namelijk tegen de nakomelingen van Alexander de Grote, de koningen in Azië en Syrië, tegen wie God de HEERE de Joden wonderbaarlijk beschut en beschermd heeft. Zie de boeken van de Makkabeeën en de geschiedenissen van Josefus.

u gesteld zal hebben O Zion.

Hertaald: u gesteld zal hebben O Sion.

Zacharia 9 vers 14

over henlieden verschijnen, Te weten, over de Joden. Anderen, over Juda en Efraïm. Anderen, tegen hen, te weten, de Grieken.

Hertaald: over henlieden verschijnen, Namelijk over de Joden. Anderen: over Juda en Efraïm. Anderen: tegen hen, namelijk de Grieken.

Zijn pijlen Hebr. zijn pijl.

Hertaald: Zijn pijlen Hebreeuws: Zijn pijl.

uitvaren als een bliksem; Te weten, uit den hemel, tegen de vijanden van zijn volk.

Hertaald: uitvaren als een bliksem; Namelijk uit de hemel, tegen de vijanden van Zijn volk.

met stormen uit het zuiden Of, als een onweder. De zin is: Hij zal zich met zulk ene onstuimigheid op de vijanden der kerk werpen, gelijk de stormen, die uit het zuiden komen; zie Jes. 21:1 de aantekening aldaar, en verg. Joz. 10:11 , en 2 Sam. 5:24 .

Hertaald: met stormen uit het zuiden Of: als een onweer. De betekenis is: Hij zal Zich met zo'n onstuimigheid op de vijanden van de kerk werpen als de stormen die uit het zuiden komen; zie Jes. 21:1 met de aantekening daar, en vergelijk Joz. 10:11 en 2 Sam. 5:24.

Zacharia 9 vers 15

zal hen beschutten, Te weten, de Joden, strijdende tegen de Grieken.

Hertaald: zal hen beschutten, Namelijk de Joden, die tegen de Grieken strijden.

eten, Dat is, zij zullen hunne goederen met vrede en met vreugde genieten, nadat hunne vijanden zullen verdelgd zijn.

Hertaald: eten, Dat is: zij zullen hun goederen in vrede en met vreugde genieten, nadat hun vijanden verdelgd zullen zijn.

de slingerstenen Dat is, de vijanden, die met slingerstenen op hen geworpen hebben. Anderen zetten deze woorden aldus over: En zij zullen hen [met] slingerstenen tenonder brengen. Eertijds plachten de krijgslieden niet alleen met pijlen, maar ook met slingers tegen elkander te vechten; zie Richt. 20:16 .

Hertaald: de slingerstenen Dat is: de vijanden, die met slingerstenen naar hen geworpen hebben. Anderen vertalen deze woorden aldus: en zij zullen hen met slingerstenen onderwerpen. Vroeger vochten de krijgslieden niet alleen met pijlen, maar ook met slingers tegen elkaar; zie Richt. 20:16.

een gedruis maken als de wijn; Dit woelen of rumoer maken zou uit een heilige vreugde ontstaan.

Hertaald: een gedruis maken als de wijn; Dit rumoer of tumult zou uit een heilige vreugde voortkomen.

zij zullen vervuld worden, Dat is, zij zullen overvloed hebben van allerlei goederen, gelijk het bekken, hetwelk bij het altaar placht te staan, vol bloed van het geslachte vee was, en gelijk men al de hoeken van het altaar met hetzelfde bloed placht te begieten of te besprengen, Lev. 3:2 , Lev. 3:8 , Lev. 3:13 , en Lev. 7:2 . Geestelijkerwijze dit genomen zijnde is het te zeggen: Zij zullen God danken voor de weldaden, die zij van Hem ontvangen zullen. Verg. Ef. 5:18-20 .

Hertaald: zij zullen vervuld worden, Dat is: zij zullen overvloed hebben van allerlei goederen, zoals het bekken dat bij het altaar placht te staan vol bloed van het geslachte vee was, en zoals men alle hoeken van het altaar met datzelfde bloed placht te begieten of te besprenkelen, Lev. 3:2, Lev. 3:8, Lev. 3:13 en Lev. 7:2. Geestelijk opgevat betekent het: zij zullen God danken voor de weldaden die zij van Hem zullen ontvangen. Vergelijk Ef. 5:18-20.

Zacharia 9 vers 16

behouden, Of, verlossen, of heil verschaffen, of zaligmaken, als zijnde de herder van zijn volk; zie Ps. 100:3 ; Joh 10 .

Hertaald: behouden, Of: verlossen, of: heil verschaffen, of: zalig maken, aangezien Hij de Herder van Zijn volk is; zie Ps. 100:3; Joh. 10.

gekroonde stenen Dat is, kolommen, of gedenkpilaren met kransen en kronen versierd. Anderen nemen het in deze zin: Want zij zullen op de aarde verheven worden als stenen der kronen; dat is, gelijk als kostelijke edele stenen, die de koningen in hunne kronen dragen. Hebr. stenen der kroon.

Hertaald: gekroonde stenen Dat is: kolommen of gedenkpilaren die met kransen en kronen versierd zijn. Anderen vatten het zo op: want zij zullen op de aarde verheven worden als stenen van de kronen; dat is: als kostbare edelstenen die de koningen in hun kronen dragen. Hebreeuws: stenen van de kroon.

in Zijn land, Te weten, in het Joodse land, hetwelk het land Gods en het heilige land genoemd wordt.

Hertaald: in Zijn land, Namelijk in het Joodse land, dat het land van God en het heilige land genoemd wordt.

als een banier, Tot een teken van overwinning, die God zijn volk over hunne vijanden verleend had, of verlenen zou.

Hertaald: als een banier, Als teken van de overwinning die God Zijn volk over hun vijanden verleend had of zou verlenen.

Zacharia 9 vers 17

zijn(e) Te weten, des Heeren; of hare, te weten der kerk.

Hertaald: zijn(e) Namelijk van de HEERE; of: haar, namelijk van de kerk.

goed wezen Dat is, zijne gelukzaligheid. De zin is: Hoe grotelijks zal de Heere zijne kerk zegenen, die vervullende met eer en met heerlijkheid!

Hertaald: goed wezen Dat is: Zijn gelukzaligheid. De betekenis is: hoe grootelijks zal de HEERE Zijn kerk zegenen, terwijl Hij haar vervult met eer en heerlijkheid!

Het koren zal de jongelingen, Dat is, God zal hun overvloed van koren en van wijn geven, waarover zich de jonge lieden zullen verheugen en vrolijk zijn. Verg. Jes. 9:2 . Verg. ook Jer. 48:33 .

Hertaald: Het koren zal de jongelingen, Dat is: God zal hun overvloed van koren en wijn geven, waarover de jonge mensen zich zullen verheugen en vrolijk zullen zijn. Vergelijk Jes. 9:2. Vergelijk ook Jer. 48:33.

sprekende maken Of, overvloedig vrucht doen voortbrengen, te weten, de vrucht der lippen. Verg. Jes. 57:19 .

Hertaald: sprekende maken Of: overvloedig vrucht doen voortbrengen, namelijk de vrucht van de lippen. Vergelijk Jes. 57:19.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Ziet, uw Koning zal u komen  — het sleutelvers van dit boek: een Koning die rechtvaardig, een Heiland is, en toch rijdt op een ezel (Zach. 9:9-10)

"Verheug u zeer, gij dochter Sions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen" (Zach. 9:9). Zijn heerschappij wordt getekend: "En Ik zal de wagens uit Efraim uitroeien, en de paarden uit Jeruzalem; ook zal de strijdboog uitgeroeid worden, en Hij zal den heidenen vrede spreken; en Zijn heerschappij zal zijn van zee tot aan zee" (Zach. 9:10).

Bijbelse betekenis: Merk op de dubbele oproep waarmee dit vers opent: verheug u, juich. De komst van deze Koning is geen aankondiging van dreiging maar van vreugde. Let vervolgens op de drie beschrijvingen die van Hem gegeven worden: rechtvaardig, een Heiland, en arm — de laatste term staat in scherp contrast met wat men van een koning zou verwachten. Let ten slotte op het dier waarop Hij rijdt: geen paard, het dier van de oorlog, maar een ezel, het dier van vrede. Zach. 9:10 bevestigt dat: wagens en paarden worden juist uitgeroeid, terwijl Hij vrede spreekt.

Typologie: Dit is een van de meest rechtstreeks vervulde profetieën van de Schrift. Mattheüs schrijft: "Dit alles nu is geschied, opdat vervuld worde, hetgeen gesproken is door den profeet, zeggende: Zegt der dochter Sions: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen" (Matt. 21:4-5). Johannes citeert hetzelfde gedeelte met een kleine afwijking: "Vrees niet, gij dochter Sions, zie, uw Koning komt, zittende op het veulen ener ezelin" (Joh. 12:15) — waar Zacharia opent met een oproep tot vreugde, opent Johannes met "Vrees niet."

Zach. 9:9-10; Matt. 21:4-5; Joh. 12:15

Gebondenen uit den kuil, daar geen water in is  — een bevrijding die op het bloed van het verbond rust (Zach. 9:11-12)

"U ook aangaande, o Sion! door het bloed uws verbonds, heb Ik uw gebondenen uit den kuil, daar geen water in is, uitgelaten" (Zach. 9:11). De oproep die volgt: "Keert gijlieden weder tot de sterkte, gij gebondenen, die daar hoopt! ook heden verkondig Ik, dat Ik u dubbel zal wedergeven" (Zach. 9:12).

Bijbelse betekenis: Merk op de grond van deze bevrijding: niet de verdienste van de gevangenen, maar het bloed uws verbonds. Wat God eerder had toegezegd, is de basis waarop Hij hier bevrijdt. Let vervolgens op het beeld van de kuil zonder water — een gevangenis waaruit ontsnappen onmogelijk lijkt, zoals ook Jozef en Jeremia letterlijk in zulke putten geworpen werden. Let ten slotte op Zach. 9:12: de oproep is niet alleen om vrij te zijn, maar om weder te keren tot de sterkte — de bevrijding is een begin, geen eindpunt op zichzelf.

Typologie: Ditzelfde bloed van het verbond noemt de Heere Jezus bij de instelling van het avondmaal: "dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden" (Matt. 26:28).

Zach. 9:11-12; Matt. 26:28

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het koninkrijk niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Uw Koning komt, rijdende op een ezel — 9:9-10

Zacharia heeft zojuist het oordeel over de omliggende volken uitgesproken. En dan, midden tussen die oorlogstaal, klinkt een oproep tot vreugde voor de dochter Sions.

De beloofde Koning komt binnen, maar niet op een strijdros — Hij komt arm, op een ezel.

De aankondiging is uitbundig: verheug u zeer, juich. En dan de reden: ziet, uw Koning zal u komen.

Vier dingen worden van Hem gezegd, en zij horen niet vanzelfsprekend bij elkaar. Hij is rechtvaardig. Hij is een Heiland — de kanttekening voegt toe: tot uw bestwil, tot uw hulp. Hij is arm. En Hij rijdt op een ezel, op een veulen, een jong der ezelinnen. De kanttekening zegt eenvoudig wie het is: namelijk Christus Jezus.

Een koning die kwam om oorlog te voeren, kwam te paard. Een ezel was het rijdier van de vrede. En de eerstvolgende zin bevestigt dat: Ik zal de wagens uit Efraïm uitroeien en de paarden uit Jeruzalem, en de strijdboog zal uitgeroeid worden — en Hij zal vrede spreken tot de heidenen.

De evangelisten halen dit vers aan bij de intocht. Mattheüs schrijft er uitdrukkelijk bij dat dit geschiedde opdat vervuld zou worden hetgeen gesproken is door den profeet. En Johannes voegt een eerlijke opmerking toe: dit verstonden Zijn discipelen in het eerste niet, maar toen Jezus verheerlijkt was, herinnerden zij zich dat dit van Hem geschreven was.

Zo reed Hij Jeruzalem binnen, met takken en gejuich — en vijf dagen later riep diezelfde stad iets anders.

  1. Zacharia 9:9 — Uw Koning komt, rechtvaardig, een Heiland, arm, op een ezel.
  2. Zacharia 9:10 — De strijdboog wordt uitgeroeid; Hij zal vrede spreken tot de heidenen.
  3. Genesis 49:11 — Bij Juda's zegen werd al een ezelsveulen genoemd.
  4. Mattheüs 21:4-5 — Dit geschiedde opdat vervuld zou worden hetgeen gesproken is door den profeet.
  5. Johannes 12:16 — De discipelen verstonden het pas toen Jezus verheerlijkt was.
  6. Efeze 2:17 — Hij is gekomen en heeft door het Evangelie vrede verkondigd.

In het Nieuwe Testament: Mattheüs 21:4-5; Johannes 12:14-16; Efeze 2:14-17; Lukas 19:38

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Zacharia 9

Zacharia 9:2-4.KruisverwijzingenJeremia 49:23Ezechiël 28:12Ezechiël 28:18Ezechiël 28:4Job 27:16Jozua 19:29Ezechiël 28:22 Samuël 24:7
— En ook zal Hij Hamath met dezelve bepalen; Tyrus en Sidon, hoewel zij zeer wijs is; En Tyrus zich sterkten gebouwd heeft, en zilver verzameld heeft als stof, en fijn goud als slijk der straten; Ziet, de HEERE zal haar uit het bezit stoten, en Hij zal haar vesting in de zee verslaan; en zij zal met vuur verteerd worden.
Deze profetie is letterlijk vervuld. Tyrus werd door Alexander de Grote aangevallen en na een lang beleg door hem verwoest. De sterkte van de stad lag daarin dat zij tot in de zee toe gebouwd was en door een geweldige, zware wal beschermd werd. Als groot handelsmiddelpunt bezat zij ook onmetelijke rijkdom, en zo kon zij huursoldaten betalen.

Maar al haar macht en al haar rijkdom kon haar niet voor de verwoesting bewaren. En al lezen wij in het Nieuwe Testament nog van Tyrus, het is nu alleen nog een plaats om de netten van een paar arme vissers te drogen. Precies zoals Ezechiël voorzegd had dat het zou zijn. Voorzegt God een verwoesting, dan komt zij altijd. Maar — Zijn heilige naam zij geprezen — belooft Hij zegen, dan komt die even zeker.

Zacharia 9:5.KruisverwijzingenSefanja 2:4Jeremia 47:1Ezechiël 25:15Jesaja 20:5Ezechiël 26:15Filippenzen 1:20Jeremia 51:8Jeremia 47:4
— Askelon zal het zien, en zal vrezen; desgelijks Gaza, en zal grote smart hebben, mitsgaders Ekron, dewijl hetgeen, waar zij op zagen, hen heeft te schande gemaakt; en de koning van Gaza zal vergaan, en Askelon zal niet bewoond worden.
Toen Alexander het land binnenviel, verwachtten de Filistijnen dat hij door de Tyriërs zou worden opgehouden. Maar toen Tyrus viel, werden de Filistijnen gemakkelijk overwonnen. Dat laat u de betekenis van de profetie zien, en hoe letterlijk zij vervuld is.

Zacharia 9:6-7.KruisverwijzingenAmos 1:8Prediker 2:18Jesaja 23:9Daniël 4:371 Petrus 5:5Jesaja 2:12Prediker 6:2Sefanja 2:10
— En de bastaard zal te Asdod wonen, en Ik zal den hoogmoed der Filistijnen uitroeien. En Ik zal zijn bloed uit zijn mond wegdoen, en zijn verfoeiselen van tussen zijn tanden; alzo zal hij ook onzen God overblijven; ja, hij zal zijn als een vorst in Juda, en Ekron als de Jebusiet.
Er is geen twijfel dat er na de dagen van Alexander veel Filistijnen tot het geloof van de Joden overgingen. Zij werden in het Joodse volk opgenomen, zodat een Ekroniet als een Israeliet werd.

En dat is een zinnebeeld van wat God over de hele wereld doet. Hij neemt mensen die vreemdelingen en bijwoners zijn ten aanzien van het burgerrecht van Sion, en zet hen onder Zijn volk, en behandelt de Ekroniet als een Jeruzalemmer. Zijn naam zij geprezen voor deze grote daad van vrijmachtige genade.

Zacharia 9:8.KruisverwijzingenJesaja 52:1Jesaja 54:14Jesaja 60:182 Samuël 16:12Jeremia 31:12Jesaja 4:5Psalmen 125:1Daniël 11:10
— En Ik zal Mij rondom Mijn huis legeren, vanwege het heirleger, vanwege den doorgaande, en vanwege den wederkerende, opdat de drijver niet meer door hen doorga; want nu heb Ik het met Mijn ogen aangezien.
En zo is het ook gegaan. Alexander trok na de verwoesting van Tyrus naar Jeruzalem, maar hij viel de stad niet aan. Er lag een vreemde bedwang op hem, dat hem verhinderde het huis van de levende God aan te raken. Ik hoef het bekende verhaal niet te herhalen van hoe hij de hogepriester tegenkwam en in hem de man erkende die hij in een droom gezien had. En zo liet hij, al sloeg hij Tyrus en Filistea, het volk van God ongemoeid.

Zacharia 9:9.KruisverwijzingenSefanja 3:14Jeremia 23:5Zacharia 2:10Jesaja 9:6Mattheüs 11:29Jesaja 43:11Lukas 19:30Lukas 19:37
— Verheug u zeer, gij dochter Sions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen.
“Verheug u zeer, gij dochter Sions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen.”

Niet Alexander de Grote, maar “uw Koning”. Wat een schone en getrouwe beschrijving van onze Heere Jezus Christus! Wij verwonderen ons erover dat Israel de Messias hier niet ziet. Was dit vers ná de komst van Christus geschreven, dan had het de gezegende Persoon en het karakter van onze Heere Jezus niet nauwkeuriger kunnen beschrijven. Juist Zijn rijden op een ezel Jeruzalem in, met haar veulen naast haar dravend, wordt hier volkomen duidelijk voorzegd.

Hij is de Koning Die de pracht en de pralerij afgelegd heeft waarin oosterse vorsten behagen schepten. In plaats van op een ros te rijden, bestijgt Hij een geringe ezel. Moet Hij in een optocht door de straten van Jeruzalem rijden, dan is het in die zachtmoedige en nederige gedaante.

De Koning van het koninkrijk der genade is niet hoog en verheven, niet hooghartig of hoogmoedig, maar Hij buigt Zich neer tot mensen van lage staat. De farizeeën en de schriftgeleerden klaagden dat Jezus zondaren aannam en met hen at, en dat was ook zo. Hij is een Koning, maar Zijn koninkrijk is niet dat van pracht en vertoon, van geweld en verdrukking.

Hij is rechtvaardig en billijk, maar Hij is ook zachtmoedig, mild en vriendelijk. De kleine kinderen drongen zich om Hem heen toen Hij hier beneden was, en nu is het de zachtmoedigen en geringen onder de mensen een vreugde Hem te dienen. Wat ben ik blij dat ik tegen ieder die zich nog niet aan Hem overgegeven heeft, dit zeggen mag. Hij hoeft niet te vrezen een onderdaan van Jezus, de Zoon van God, te worden. Want Hij is zo’n zachtmoedig Koning dat het altijd tot ons nut en onze blijdschap zijn zal.

Zacharia 9:10.KruisverwijzingenHosea 1:7Hosea 2:18Micha 5:4Kolossenzen 1:20Jesaja 60:12Micha 4:2Micha 5:102 Korinthe 10:4
— En Ik zal de wagens uit Efraim uitroeien, en de paarden uit Jeruzalem; ook zal de strijdboog uitgeroeid worden, en Hij zal den heidenen vrede spreken; en Zijn heerschappij zal zijn van zee tot aan zee, en van de rivier tot aan de einden der aarde.
Dit is onze heerlijke Koning — de Koning Wiens overwinningen niet met paarden en wagens en strijdbogen verkregen worden, maar met de veel machtiger wapenrusting van waarheid en liefde. Welgelukzalig zijn allen die onder de heerschappij van zo’n Koning wonen.

Zacharia 9:11-12.KruisverwijzingenKlaagliederen 3:21Job 42:10Exodus 24:8Jesaja 51:14Jeremia 31:17Jeremia 51:10Jesaja 40:2Micha 4:8
— U ook aangaande, o Sion! door het bloed uws verbonds, heb Ik uw gebondenen uit den kuil, daar geen water in is, uitgelaten. Keert gijlieden weder tot de sterkte, gij gebondenen, die daar hoopt! ook heden verkondig Ik, dat Ik u dubbel zal wedergeven;
“U ook aangaande, o Sion! door het bloed uws verbonds, heb Ik uw gebondenen uit den kuil, daar geen water in is, uitgelaten. Keert gijlieden weder tot de sterkte, gij gebondenen, die daar hoopt! ook heden verkondig Ik, dat Ik u dubbel zal wedergeven;”

Deze plaats gaat ongetwijfeld over onze Heere Jezus Christus en over Zijn zaligheid. Daarover verkeren wij in geen enkele twijfel, want het verband is buitengewoon duidelijk. Begint u bij vers 9 te lezen, dan ziet u dat wij van daar tot onze tekst veel profetisch onderricht hebben over onze Heere en Zijn koninkrijk.

Christus is gekomen om de gevangenen vrij te maken en om de sterkte van Zijn volk te zijn. Keert u dan tot Hem, en allerlei kostbare zegeningen zullen de uwe zijn.

Zacharia 9:13.KruisverwijzingenJesaja 49:2Psalmen 45:3Zacharia 10:3Psalmen 18:32Zacharia 12:21 Korinthe 1:21Efeze 6:17Zacharia 1:21
— Als Ik Mij Juda zal gespannen, en Ik Efraim den boog zal gevuld hebben; en Ik uw kinderen, o Sion! zal verwekt hebben tegen uw kinderen, o Griekenland! en u gesteld zal hebben als het zwaard van een held.
Dit is een werkelijk wonderlijke plaats, die uiteenzet hoe God Zijn volk gebruiken zal als de wapens waarmee Hij de wereld overwinnen zal. Hij zal Juda spannen en haar tot een boog maken, en Efraïm nemen en haar tot een pijl maken. En dan zal Hij die wonderlijk gemaakte schicht afschieten op Zijn tegenstanders en de onze!

Wat betekent dat anders dan dat Hij ons, die de Zijnen zijn en behouden, gebruiken gaat om door ons de wereld te overwinnen? En wat een gezegende strijd is dat! “Uw kinderen, o Sion, tegen uw kinderen, o Griekenland” — de eenvoudige gelovige tegen de beschaafde man van rede zonder geloof. Wie eenvoudig op de Heere Jezus Christus vertrouwt, tegen de man die roemt op zijn eigen geleerdheid en welsprekendheid.

Hoe zal die strijd aflopen? Wij weten welke kant winnen zal, want de HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een toevlucht.

Zacharia 9:14.KruisverwijzingenJesaja 21:1Psalmen 18:14Jesaja 66:15Jesaja 27:13Openbaring 6:2Zacharia 2:5Jesaja 31:5Jesaja 18:3
— En de HEERE zal over henlieden verschijnen, en Zijn pijlen zullen uitvaren als een bliksem; en de Heere HEERE zal met de bazuin blazen, en Hij zal voorttreden met stormen uit het zuiden.
Zoals Hij van ouds in het midden van Zijn volk was. Hier hebt u een vooruitblik op het pinksterfeest, en op het grote tijdperk dat op de uitstorting van de Geest volgde. Och, of wij nog eens mochten ondervinden wat Gods almachtige Geest doen kan!

Zacharia 9:15.KruisverwijzingenZacharia 12:6Zacharia 10:5Exodus 27:2Zacharia 12:8Psalmen 78:65Leviticus 4:18Zacharia 10:7Leviticus 4:25
— De HEERE der heirscharen zal hen beschutten, en zij zullen eten, nadat zij de slingerstenen zullen ten ondergebracht hebben; zij zullen ook drinken, en een gedruis maken als de wijn; en zij zullen vervuld worden, gelijk het bekken, gelijk de hoeken des altaars.
U herinnert zich dat de spotters op de pinksterdag zeiden: deze mensen zijn vol zoete wijn. Dat waren zij niet, zoals Petrus duidelijk verklaarde: “deze zijn niet dronken, gelijk gij vermoedt”. Deze profetie betekent ook niet dat zij dat zouden zijn. Zij betekent dat de Geest van God zo overvloedig op hen zou vallen dat Hij hen vullen zou. Als schalen die overlopen van kostbaar vocht, of als de hoeken van het altaar die voor het offer van Elia doordrenkt werden.

Het is een grote zaak wanneer gelovigen in Christus zo tot overlopens toe met de Geest van God en met goddelijke kracht vervuld worden. Zij zijn de mensen die de slag voor de zaak van God en van de waarheid winnen zullen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Zach. 9:11,12‭ - Gebondenen, die hopen

Preekaantekeningen

U ook aangaande, o Zion! door het bloed van uw verbond, heb Ik uw gebondenen uit de kuil, daar geen water in is, uitgelaten. Keert gij weer tot…

Bidden om bescheidenheid

Met Spurgeon Het Jaar Door

... nederig, en rijdende op een ezel. Zacharia 9-9 (Engelse vertaling) Een les voor ons is, dat we nederig moeten zijn. Hoorde ik iemand zeggen: Nou, ik zal…

Uit liefde nederig

Met Spurgeon Het Jaar Door

... nederig, en rijdende op een ezel. Zacharia 9-9 (Engelse vertaling) Christus was nederig, omdat Hij zo liefhad. Moeders zijn vaak trots op hun kinderen, maar ik denk…

Nederig van hart

Met Spurgeon Het Jaar Door

... nederig, en rijdende op een ezel. Zacharia 9-9 (Engelse vertaling) Waarom was Christus zo nederig? Ik denk dat Hij zo nederig was, omdat Hij zo groot was.…

De taak van een dienstknecht

Met Spurgeon Het Jaar Door

... nederig, en rijdende op een ezel. Zacharia 9-9 (Engelse vertaling) Onze Heere heeft Zijn ware nederigheid geopenbaard door de taak van een dienstknecht uit te voeren. Door…

Het Woord dat vlees werd

Met Spurgeon Het Jaar Door

... nederig, en rijdende op een ezel. Zacharia 9-9 (Engelse vertaling) Christus heeft Zijn nederigheid daarin laten zien, dat Hij onze natuur werkelijk heeft aangenomen. Ik kan dat…

De neerbuigende goedheid van God

Met Spurgeon Het Jaar Door

... nederig, en rijdende op een ezel. Zacharia 9-9 (Engelse vertaling) Denk aan de nederigheid van Christus juist daarin, dat Hij de verlossing van schuldige mensen op Zich…

Juich van vreugde!

Met Spurgeon Het Jaar Door

Verheug u zeer, gij dochter Sions, juich, gij dochter Jeruzalems! Zie, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel,…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content