Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Zacharia 8

1 Daarna geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Daarna geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068 der heirscharenH6635 tot mij, zeggendeH559: Daarna geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:

KJV Again the word2 of the LORD3 of hosts4 came to me, saying,

1 וַיְהִ֛י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb geijverd over Sion met een groten ijver; ja, met grote grimmigheid heb Ik over haar geijverd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Ik heb geijverdH7065 over SionH6726 met een grotenH1419 ijverH7068; ja, met groteH1419 grimmigheidH2534 heb Ik over haar geijverdH7065. Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb geijverd over Sion met een groten ijver; ja, met grote grimmigheid heb Ik over haar geijverd.

KJV Thus saith2 the LORD3 of hosts;4 I was jealous5 for Zion6 with great8 jealousy,7 and I was jealous11 for her with great10 fury.

1 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָא֔וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 קִנֵּ֥אתִי H7065 geijverd, nijdig, benijdden (be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous) 6 לְצִיּ֖וֹן H6726 Sion, Sions Zion 7 קִנְאָ֣ה H7068 ijver, ijveringen, ijvers envy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal 8 גְדוֹלָ֑ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 9 וְחֵמָ֥ה H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 10 גְדוֹלָ֖ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 11 קִנֵּ֥אתִי H7065 geijverd, nijdig, benijdden (be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous) 12 לָֽהּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Alzo zegt de HEERE: Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen; en Jeruzalem zal geheten worden een stad der waarheid, en de berg des HEEREN der heirscharen, een berg der heiligheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: Ik ben wedergekeerdH7725 totH413 SionH6726, en Ik zal in het middenH8432 van JeruzalemH3389 wonenH7931; en JeruzalemH3389 zal gehetenH7121 worden een stadH5892 der waarheidH571, en de bergH2022 des HEERENH3068 der heirscharenH6635, een bergH2022 der heiligheidH6944. Alzo zegt de HEERE: Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen; en Jeruzalem zal geheten worden een stad der waarheid, en de berg des HEEREN der heirscharen, een berg der heiligheid.

KJV Thus saith2 the LORD;3 I am returned4 unto Zion,6 and will dwell7 in the midst8 of Jerusalem:9 and Jerusalem11 shall be called10 a city12 of truth;13 and the mountain14 of the LORD15 of hosts16 the holy18 mountain.

1 כֹּ֚ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 שַׁ֚בְתִּי H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 צִיּ֔וֹן H6726 Sion, Sions Zion 7 וְשָׁכַנְתִּ֖י H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 8 בְּת֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 9 יְרֽוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 10 וְנִקְרְאָ֤ה H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 11 יְרוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 12 עִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 13 הָֽאֱמֶ֔ת H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity 14 וְהַר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 15 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 17 הַ֥ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 18 הַקֹּֽדֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Er zullen nog oude mannen en oude vrouwen zitten op de straten van Jeruzalem; een ieder zal zijn stok in zijn hand hebben vanwege de veelheid der dagen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Er zullen nogH5750 oude mannenH2205 en oude vrouwenH2205 zittenH3427 op de stratenH7339 van JeruzalemH3389; een iederH376 zal zijn stokH4938 in zijn handH3027 hebben vanwege de veelheidH7230 der dagenH3117. Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Er zullen nog oude mannen en oude vrouwen zitten op de straten van Jeruzalem; een ieder zal zijn stok in zijn hand hebben vanwege de veelheid der dagen.

KJV Thus saith2 the LORD3 of hosts;4 There shall yet old men7 and old women8 dwell6 in the streets9 of Jerusalem,10 and every man11 with his staff12 in his hand13 for very14 age.

1 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָא֔וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 עֹ֤ד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 6 יֵֽשְׁבוּ֙ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 7 זְקֵנִ֣ים H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 8 וּזְקֵנ֔וֹת H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 9 בִּרְחֹב֖וֹת H7339 straten, straat, wijken broad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב) 10 יְרוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 11 וְאִ֧ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 12 מִשְׁעַנְתּ֛וֹ H4938 staf, rietstaf, stok staff 13 בְּיָד֖וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 14 מֵרֹ֥ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 15 יָמִֽים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En de straten dier stad zullen vervuld worden met knechtjes en meisjes, spelende op haar straten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En de stratenH7339 dier stadH5892 zullen vervuldH4390 worden met knechtjesH3206 en meisjesH3207, spelendeH7832 op haar stratenH7339. En de straten dier stad zullen vervuld worden met knechtjes en meisjes, spelende op haar straten.

KJV And the streets1 of the city2 shall be full3 of boys4 and girls5 playing6 in the streets

1 וּרְחֹב֤וֹת H7339 straten, straat, wijken broad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב) 2 הָעִיר֙ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 3 יִמָּ֣לְא֔וּ H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 4 יְלָדִ֖ים H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 5 וִֽילָד֑וֹת H3207 dochter, meisje, meisjes damsel, girl 6 מְשַׂחֲקִ֖ים H7832 lachen, belacht, spelen deride, have in derision, laugh, make merry, mock(-er), play, rejoice, (laugh to) scorn, be in (make) sport 7 בִּרְחֹֽבֹתֶֽיהָ H7339 straten, straat, wijken broad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat het wonderlijk is in de ogen van het overblijfsel dezes volks in deze dagen, zou het daarom ook in Mijn ogen wonderlijk zijn? spreekt de HEERE der heirscharen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: OmdatH3588 het wonderlijkH6381 is in de ogenH5869 van het overblijfselH7611 dezes volksH5971 in dezeH2088 dagenH3117, zou het daarom ookH1571 in Mijn ogenH5869 wonderlijkH6381 zijn? spreektH5002 de HEEREH3068 der heirscharenH6635. Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat het wonderlijk is in de ogen van het overblijfsel dezes volks in deze dagen, zou het daarom ook in Mijn ogen wonderlijk zijn? spreekt de HEERE der heirscharen.

KJV Thus saith2 the LORD3 of hosts;4 If it be marvellous6 in the eyes7 of the remnant8 of this people9 in these days,11 should it also be marvellous15 in mine eyes?14 saith16 the LORD17 of hosts.

1 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָא֔וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 יִפָּלֵ֗א H6381 wonderen, wonderlijk, wonderwerken accomplish, (arise...too, be too) hard, hidden, things too high, (be, do, do a, shew) marvelous(-ly, -els, things, work), miracles, perform, separate, make singular, (be, great, make) wonderful(-ers, -ly, things, works), wondrous (things, works, -ly) 7 בְּעֵינֵי֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 8 שְׁאֵרִית֙ H7611 overblijfsel, overige, overigen that had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest 9 הָעָ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 11 בַּיָּמִ֖ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 12 הָהֵ֑ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 13 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 14 בְּעֵינַי֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 15 יִפָּלֵ֔א H6381 wonderen, wonderlijk, wonderwerken accomplish, (arise...too, be too) hard, hidden, things too high, (be, do, do a, shew) marvelous(-ly, -els, things, work), miracles, perform, separate, make singular, (be, great, make) wonderful(-ers, -ly, things, works), wondrous (things, works, -ly) 16 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 17 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 18 צְבָאֽוֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, Ik zal Mijn volk verlossen uit het land des opgangs, en uit het land des nedergangs der zon.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: ZietH2005, Ik zal Mijn volkH5971 verlossenH3467 uit het landH776 des opgangsH4217, en uit het landH776 des nedergangsH3996 der zonH8121. Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, Ik zal Mijn volk verlossen uit het land des opgangs, en uit het land des nedergangs der zon.

KJV Thus saith2 the LORD3 of hosts;4 Behold, I will save6 my people8 from the east10 country,9 and from the west12 country;

1 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָא֔וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 הִנְנִ֥י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 6 מוֹשִׁ֛יעַ H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 עַמִּ֖י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 מֵאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 מִזְרָ֑ח H4217 oosten, opgang, oostwaarts east (side, -ward), (sun-) rising (of the sun) 11 וּמֵאֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 מְב֥וֹא H3996 ingang, ondergang, ingangen by which came, as cometh, in coming, as men enter into, entering, entrance into, entry, where goeth, going down, [phrase] westward. Compare H4126 (מוֹבָא) 13 הַשָּֽׁמֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Ik zal hen herwaarts brengen, dat zij in het midden van Jeruzalem wonen zullen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En Ik zal hen herwaarts brengenH935, dat zij in het middenH8432 van JeruzalemH3389 wonenH7931 zullen; en zijH1961 zullen Mij tot een volkH5971 zijn, en IkH589 zal hun tot een GodH430 zijn, in waarheidH571 en in gerechtigheidH6666. En Ik zal hen herwaarts brengen, dat zij in het midden van Jeruzalem wonen zullen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid.

KJV And I will bring1 them, and they shall dwell3 in the midst4 of Jerusalem:5 and they shall be my people,8 and I will be their God,12 in truth13 and in righteousness.

1 וְהֵבֵאתִ֣י H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֹתָ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 וְשָׁכְנ֖וּ H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 4 בְּת֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 5 יְרוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 6 וְהָיוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 לִ֣י 8 לְעָ֗ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 וַֽאֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 10 אֶהְיֶ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 לָהֶם֙ 12 לֵֽאלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 13 בֶּאֱמֶ֖ת H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity 14 וּבִצְדָקָֽה H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Laat uw handen sterk zijn, gijlieden, die in deze dagen deze woorden gehoord hebt uit den mond der profeten, die geweest zijn ten dage, als de grond van het huis des HEEREN der heirscharen gelegd is, dat de tempel gebouwd zou worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Laat uw handenH3027 sterkH2388 zijn, gijlieden, die in dezeH428 dagenH3117 dezeH428 woordenH1697 gehoordH8085 hebt uit den mondH6310 der profetenH5030, die geweest zijn ten dageH3117, als de grondH3245 van het huisH1004 des HEERENH3068 der heirscharenH6635 gelegdH3245 is, datH834 de tempelH1964 gebouwdH1129 zou worden. Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Laat uw handen sterk zijn, gijlieden, die in deze dagen deze woorden gehoord hebt uit den mond der profeten, die geweest zijn ten dage, als de grond van het huis des HEEREN der heirscharen gelegd is, dat de tempel gebouwd zou worden.

KJV Thus saith2 the LORD3 of hosts;4 Let your hands6 be strong,5 ye that hear7 in these days8 these words11 by the mouth13 of the prophets,14 which were in the day16 that the foundation17 of the house18 of the LORD19 of hosts20 was laid, that the temple21 might be built.

1 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַר֮ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָאוֹת֒ H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 תֶּחֱזַ֣קְנָה H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 6 יְדֵיכֶ֔ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 הַשֹּֽׁמְעִים֙ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 8 בַּיָּמִ֣ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 הָאֵ֔לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 10 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 הַדְּבָרִ֣ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 12 הָאֵ֑לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 13 מִפִּי֙ H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 14 הַנְּבִיאִ֔ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 15 אֲ֠שֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 בְּי֞וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 17 יֻסַּ֨ד H3245 gegrond, gegrondvest, grond appoint, take counsel, establish, (lay the, lay for a) found(-ation), instruct, lay, ordain, set, [idiom] sure 18 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 19 יְהוָ֧ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 20 צְבָא֛וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 21 הַהֵיכָ֖ל H1964 tempel, tempels, paleis palace, temple 22 לְהִבָּנֽוֹת H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Want voor die dagen kwam des mensen loon te niet, en het loon van het vee was geen; en de uitgaande en de inkomende hadden geen vrede vanwege den vijand, want Ik zond alle mensen, een iegelijk tegen zijn naaste.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 WantH3588 voorH6440 dieH1992 dagenH3117 kwam des mensenH120 loonH7939 te niet, en het loonH7939 vanH4480 het veeH929 wasH1961 geen; en de uitgaandeH3318 en de inkomendeH935 hadden geen vredeH7965 vanwege den vijandH6862, want Ik zondH7971 alleH3605 mensenH120, een iegelijk tegen zijn naasteH7453. Want voor die dagen kwam des mensen loon te niet, en het loon van het vee was geen; en de uitgaande en de inkomende hadden geen vrede vanwege den vijand, want Ik zond alle mensen, een iegelijk tegen zijn naaste.

KJV For before2 these days3 there was8 no hire5 for man,6 nor any hire9 for beast;10 neither was there any peace15 to him that went out12 or came in13 because of the affliction:17 for I set18 all men21 every one22 against his neighbour.

1 כִּ֗י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 לִפְנֵי֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 3 הַיָּמִ֣ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 הָהֵ֔ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 5 שְׂכַ֤ר H7939 loon, beloning, Loon hire, price, reward(-ed), wages, worth 6 הָֽאָדָם֙ H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 7 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 נִֽהְיָ֔ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 וּשְׂכַ֥ר H7939 loon, beloning, Loon hire, price, reward(-ed), wages, worth 10 הַבְּהֵמָ֖ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 11 אֵינֶ֑נָּה H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 12 וְלַיּוֹצֵ֨א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 13 וְלַבָּ֤א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 14 אֵין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 15 שָׁלוֹם֙ H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 16 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 17 הַצָּ֔ר H6862 wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijders adversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble 18 וַאֲשַׁלַּ֥ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 19 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 הָאָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 22 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 23 בְּרֵעֵֽהוּ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Maar nu zal Ik aan het overblijfsel dezes volks niet wezen, gelijk in de vorige dagen, spreekt de HEERE der heirscharen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Maar nuH6258 zal IkH589 aan het overblijfselH7611 dezes volksH5971 nietH3808 wezen, gelijk in de vorigeH7223 dagenH3117, spreektH5002 de HEEREH3068 der heirscharenH6635. Maar nu zal Ik aan het overblijfsel dezes volks niet wezen, gelijk in de vorige dagen, spreekt de HEERE der heirscharen.

KJV But now I will not be unto the residue6 of this people7 as in the former4 days,3 saith9 the LORD10 of hosts.

1 וְעַתָּ֗ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 כַיָּמִ֤ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 הָרִֽאשֹׁנִים֙ H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 5 אֲנִ֔י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 6 לִשְׁאֵרִ֖ית H7611 overblijfsel, overige, overigen that had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest 7 הָעָ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 8 הַזֶּ֑ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 9 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 10 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 צְבָאֽוֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Want het zaad zal voorspoedig zijn, de wijnstok zal zijn vrucht geven, en de aarde zal haar inkomen geven, en de hemelen zullen hun dauw geven; en Ik zal het overblijfsel dezes volks dit alles doen erven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 WantH3588 het zaadH2233 zal voorspoedigH7965 zijn, de wijnstokH1612 zal zijn vruchtH6529 gevenH5414, en de aardeH776 zal haar inkomenH2981 gevenH5414, en de hemelenH8064 zullen hun dauwH2919 gevenH5414; en Ik zal het overblijfselH7611 dezes volksH5971 dit allesH3605 doen ervenH5157. Want het zaad zal voorspoedig zijn, de wijnstok zal zijn vrucht geven, en de aarde zal haar inkomen geven, en de hemelen zullen hun dauw geven; en Ik zal het overblijfsel dezes volks dit alles doen erven.

KJV For the seed2 shall be prosperous;3 the vine4 shall give5 her fruit,6 and the ground7 shall give8 her increase,10 and the heavens11 shall give12 their dew;13 and I will cause the remnant16 of this people17 to possess

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 זֶ֣רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 3 הַשָּׁל֗וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 4 הַגֶּ֜פֶן H1612 wijnstok, wijnstokken, wijnstoks vine, tree 5 תִּתֵּ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 פִּרְיָהּ֙ H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 7 וְהָאָ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 תִּתֵּ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 יְבוּלָ֔הּ H2981 gewas, inkomst, vrucht fruit, increase 11 וְהַשָּׁמַ֖יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 12 יִתְּנ֣וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 13 טַלָּ֑ם H2919 dauw, dauws dew 14 וְהִנְחַלְתִּ֗י H5157 erven, erfelijk, erve divide, have (inheritance), take as a heritage, (cause to, give to, make to) inherit, (distribute for, divide (for, for an, by), give for, have, leave for, take (for)) inheritance, (have in, cause to, be made to) possess(-ion) 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 שְׁאֵרִ֛ית H7611 overblijfsel, overige, overigen that had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest 17 הָעָ֥ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 18 הַזֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 19 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 אֵֽלֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En het zal geschieden, gelijk als gij, o huis van Juda! en gij, o huis Israels, geweest zijt een vloek onder de heidenen, alzo zal Ik ulieden behoeden, en gij zult een zegening wezen; vreest niet, laat uw handen sterk zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En het zal geschiedenH1961, gelijk als gij, o huisH1004 van JudaH3063! en gij, o huisH1004 IsraelsH3478, geweest zijt een vloekH7045 onder de heidenenH1471, alzoH3651 zal Ik ulieden behoedenH3467, en gij zult een zegeningH1293 wezen; vreestH3372 nietH408, laat uw handenH3027 sterkH2388 zijn. En het zal geschieden, gelijk als gij, o huis van Juda! en gij, o huis Israels, geweest zijt een vloek onder de heidenen, alzo zal Ik ulieden behoeden, en gij zult een zegening wezen; vreest niet, laat uw handen sterk zijn.

KJV And it shall come to pass, that as ye were a curse4 among the heathen,5 O house6 of Judah,7 and house8 of Israel;9 so will I save11 you, and ye shall be a blessing:14 fear16 not, but let your hands18 be strong.

1 וְהָיָ֡ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כַּאֲשֶׁר֩ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 הֱיִיתֶ֨ם H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 קְלָלָ֜ה H7045 vloek, vloeken (ac-) curse(-d, -ing) 5 בַּגּוֹיִ֗ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 6 בֵּ֤ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 8 וּבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 10 כֵּ֚ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 11 אוֹשִׁ֣יעַ H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 12 אֶתְכֶ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 וִהְיִיתֶ֖ם H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 בְּרָכָ֑ה H1293 zegen, zegeningen, zegening blessing, liberal, pool, present 15 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 16 תִּירָ֖אוּ H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 17 תֶּחֱזַ֥קְנָה H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 18 יְדֵיכֶֽם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Want alzo zegt de HEERE der heirscharen: Gelijk als Ik gedacht heb ulieden kwaad te doen, toen Mij uw vaderen grotelijks vertoornden, zegt de HEERE der heirscharen, en het heeft Mij niet berouwd;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 WantH3588 alzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Gelijk als Ik gedachtH2161 heb ulieden kwaadH7489 te doen, toen Mij uw vaderenH1 grotelijks vertoorndenH7107, zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, en het heeft Mij nietH3808 berouwdH5162; Want alzo zegt de HEERE der heirscharen: Gelijk als Ik gedacht heb ulieden kwaad te doen, toen Mij uw vaderen grotelijks vertoornden, zegt de HEERE der heirscharen, en het heeft Mij niet berouwd;

KJV For thus saith3 the LORD4 of hosts;5 As I thought7 to punish8 you, when your fathers11 provoked me to wrath,10 saith13 the LORD14 of hosts,15 and I repented

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַר֮ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 צְבָאוֹת֒ H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 6 כַּאֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 זָמַמְ֜תִּי H2161 gedacht, voorgenomen, bedacht consider, devise, imagine, plot, purpose, think (evil) 8 לְהָרַ֣ע H7489 kwaad, boosdoeners, kwalijk afflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse 9 לָכֶ֗ם 10 בְּהַקְצִ֤יף H7107 toornig, verbolgen, vertoornd (be) anger(-ry), displease, fret self, (provoke to) wrath (come), be wroth 11 אֲבֹֽתֵיכֶם֙ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 12 אֹתִ֔י H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 אָמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 14 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 צְבָא֑וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 16 וְלֹ֖א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 נִחָֽמְתִּי H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Alzo denk Ik wederom in deze dagen goed te doen aan Jeruzalem, en aan het huis van Juda; vreest niet!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 AlzoH3651 denkH2161 Ik wederomH7725 in dezeH428 dagenH3117 goedH3190 te doen aan JeruzalemH3389, en aan het huisH1004 van JudaH3063; vreestH3372 nietH408! Alzo denk Ik wederom in deze dagen goed te doen aan Jeruzalem, en aan het huis van Juda; vreest niet!

KJV So again2 have I thought3 in these days4 to do well6 unto Jerusalem8 and to the house10 of Judah:11 fear

1 כֵּ֣ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 שַׁ֤בְתִּי H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 3 זָמַ֨מְתִּי֙ H2161 gedacht, voorgenomen, bedacht consider, devise, imagine, plot, purpose, think (evil) 4 בַּיָּמִ֣ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 הָאֵ֔לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 6 לְהֵיטִ֥יב H3190 goed, welga, weldoen be accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 יְרוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 12 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 13 תִּירָֽאוּ H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Dit zijn de dingen, die gij doen zult: spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; oordeelt de waarheid en een oordeel des vredes in uw poorten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 DitH428 zijn de dingen, die gij doenH6213 zult: spreektH1696 de waarheidH571, een iegelijkH376 metH854 zijn naasteH7453; oordeeltH8199 de waarheidH571 en een oordeelH4941 des vredesH7965 in uw poortenH8179. Dit zijn de dingen, die gij doen zult: spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; oordeelt de waarheid en een oordeel des vredes in uw poorten.

KJV These are the things2 that ye shall do;4 Speak5 ye every man7 the truth6 to his neighbour;9 execute13 the judgment11 of truth10 and peace12 in your gates:

1 אֵ֥לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 2 הַדְּבָרִ֖ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 תַּֽעֲשׂ֑וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 דַּבְּר֤וּ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 6 אֱמֶת֙ H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity 7 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 9 רֵעֵ֔הוּ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 10 אֱמֶת֙ H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity 11 וּמִשְׁפַּ֣ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 12 שָׁל֔וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 13 שִׁפְט֖וּ H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 14 בְּשַׁעֲרֵיכֶֽם H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En denkt niet de een des anderen kwaad in ulieder hart; en hebt een valsen eed niet lief; want al deze zijn dingen, die Ik haat, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En denktH2803 nietH408 de een des anderen kwaadH7451 in ulieder hartH3824; en hebt een valsenH8267 eedH7621 nietH408 liefH157; wantH3588 alH3605 dezeH428 zijn dingen, die Ik haatH8130, spreektH5002 de HEEREH3068. En denkt niet de een des anderen kwaad in ulieder hart; en hebt een valsen eed niet lief; want al deze zijn dingen, die Ik haat, spreekt de HEERE.

KJV And let none1 of you imagine6 evil3 in your hearts7 against his neighbour;4 and love11 no false9 oath:8 for all these are things that I hate,17 saith18 the LORD.

1 וְאִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 רָעַ֣ת H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 4 רֵעֵ֗הוּ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 5 אַֽל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 6 תַּחְשְׁבוּ֙ H2803 geacht, gedacht, bedenken (make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think 7 בִּלְבַבְכֶ֔ם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 8 וּשְׁבֻ֥עַת H7621 eed, eeds, eden curse, oath, [idiom] sworn 9 שֶׁ֖קֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 10 אַֽל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 11 תֶּאֱהָ֑בוּ H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 12 כִּ֧י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 אֵ֛לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 16 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 שָׂנֵ֖אתִי H8130 haat, haten, haters enemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly 18 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 19 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Wederom geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 WederomH1961 geschiedde het woordH1697 des HEERENH3068 der heirscharenH6635 totH413 mij, zeggendeH559: Wederom geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:

KJV And the word2 of the LORD3 of hosts4 came unto me, saying,

1 וַיְהִ֛י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het vasten der vierde, en het vasten der vijfde, en het vasten der zevende, en het vasten der tiende maand, zal den huize van Juda tot vreugde, en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen; hebt dan de waarheid en den vrede lief.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Het vastenH6685 der vierdeH7243, en het vastenH6685 der vijfdeH2549, en het vastenH6685 der zevendeH7637, en het vastenH6685 der tiendeH6224 maand, zal den huizeH1004 van JudaH3063 tot vreugdeH8342, en tot blijdschapH8057, en tot vrolijkeH2896 hoogtijdenH4150 wezenH1961; hebt dan de waarheidH571 en den vredeH7965 liefH157. Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het vasten der vierde, en het vasten der vijfde, en het vasten der zevende, en het vasten der tiende maand, zal den huize van Juda tot vreugde, en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen; hebt dan de waarheid en den vrede lief.

KJV Thus saith2 the LORD3 of hosts;4 The fast5 of the fourth6 month, and the fast7 of the fifth,8 and the fast9 of the seventh,10 and the fast11 of the tenth,12 shall be to the house14 of Judah15 joy16 and gladness,17 and cheerful19 feasts;18 therefore love22 the truth20 and peace.

1 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֞ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָא֗וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 צ֣וֹם H6685 vasten, vast, vastendag fast(-ing) 6 הָרְבִיעִ֡י H7243 vierde, vierendeel, vierden foursquare, fourth (part) 7 וְצ֣וֹם H6685 vasten, vast, vastendag fast(-ing) 8 הַחֲמִישִׁי֩ H2549 vijfde, vijfden, vijfde deel fifth (part) 9 וְצ֨וֹם H6685 vasten, vast, vastendag fast(-ing) 10 הַשְּׁבִיעִ֜י H7637 zevenden, zevende, zeven seventh (time) 11 וְצ֣וֹם H6685 vasten, vast, vastendag fast(-ing) 12 הָעֲשִׂירִ֗י H6224 tiende, tienden tenth (part) 13 יִהְיֶ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 לְבֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 16 לְשָׂשׂ֣וֹן H8342 vreugde, vrolijkheid, blijdschap gladness, joy, mirth, rejoicing 17 וּלְשִׂמְחָ֔ה H8057 blijdschap, vreugde, vrolijkheid [idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing) 18 וּֽלְמֹעֲדִ֖ים H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 19 טוֹבִ֑ים H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 20 וְהָאֱמֶ֥ת H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity 21 וְהַשָּׁל֖וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 22 אֱהָֽבוּ H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Nog zal het geschieden, dat de volken, en de inwoners van vele steden komen zullen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: NogH5750 zal het geschieden, datH834 de volkenH5971, en de inwonersH3427 van veleH7227 stedenH5892 komenH935 zullen; Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Nog zal het geschieden, dat de volken, en de inwoners van vele steden komen zullen;

KJV Thus saith2 the LORD3 of hosts;4 It shall yet come to pass, that there shall come7 people,8 and the inhabitants9 of many11 cities:

1 כֹּ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָא֑וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 עֹ֚ד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 6 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 יָבֹ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 עַמִּ֔ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 וְיֹשְׁבֵ֖י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 10 עָרִ֥ים H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 11 רַבּֽוֹת H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En de inwoners der ene stad zullen gaan tot de inwoners der andere, zeggende: Laat ons vlijtig henengaan, om te smeken het aangezicht des HEEREN, en om den HEERE der heirscharen te zoeken; ik zal ook henengaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En de inwonersH3427 der eneH259 stad zullen gaan totH413 de inwoners der andere, zeggendeH559: Laat ons vlijtigH1980 henengaanH3212, om te smekenH2470 het aangezichtH6440 des HEERENH3068, en om den HEEREH3068 der heirscharenH6635 te zoekenH1245; ikH589 zal ookH1571 henengaanH3212. En de inwoners der ene stad zullen gaan tot de inwoners der andere, zeggende: Laat ons vlijtig henengaan, om te smeken het aangezicht des HEEREN, en om den HEERE der heirscharen te zoeken; ik zal ook henengaan.

KJV And the inhabitants2 of one3 city shall go1 to another,5 saying,6 Let us go7 speedily8 to pray9 before11 the LORD,12 and to seek13 the LORD15 of hosts:16 I will go

1 וְֽהָלְכ֡וּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 2 יֹשְׁבֵי֩ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 3 אַחַ֨ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 אַחַ֜ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 6 לֵאמֹ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 נֵלְכָ֤ה H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 8 הָלוֹךְ֙ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 9 לְחַלּוֹת֙ H2470 krank, smeken, ziek beseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 12 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 וּלְבַקֵּ֖שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 צְבָא֑וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 17 אֵלְכָ֖ה H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 18 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 19 אָֽנִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Alzo zullen vele volken, en machtige heidenen komen, om den HEERE der heirscharen te Jeruzalem te zoeken, en om het aangezicht des HEEREN te smeken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Alzo zullen veleH7227 volkenH5971, en machtigeH6099 heidenenH1471 komenH935, om den HEEREH3068 der heirscharenH6635 te JeruzalemH3389 te zoekenH1245, en om het aangezichtH6440 des HEERENH3068 te smekenH2470. Alzo zullen vele volken, en machtige heidenen komen, om den HEERE der heirscharen te Jeruzalem te zoeken, en om het aangezicht des HEEREN te smeken.

KJV Yea, many3 people2 and strong5 nations4 shall come1 to seek6 the LORD8 of hosts9 in Jerusalem,10 and to pray11 before13 the LORD.

1 וּבָ֨אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 עַמִּ֤ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 רַבִּים֙ H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 4 וְגוֹיִ֣ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 5 עֲצוּמִ֔ים H6099 machtig, machtiger, machtige [phrase] feeble, great, mighty, must, strong 6 לְבַקֵּ֛שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 10 בִּירוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 11 וּלְחַלּ֖וֹת H2470 krank, smeken, ziek beseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 14 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het zal in die dagen geschieden, dat tien mannen, uit allerlei tongen der heidenen, grijpen zullen, ja, de slip grijpen zullen van een Joodsen man, zeggende: Wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, dat God met ulieden is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Het zal in dieH1992 dagenH3117 geschiedenH834, dat tienH6235 mannenH582, uit allerleiH3605 tongenH3956 der heidenenH1471, grijpenH2388 zullen, ja, de slipH3671 grijpenH2388 zullen van een JoodsenH3064 manH376, zeggendeH559: Wij zullen metH5973 ulieden gaanH3212, wantH3588 wij hebben gehoordH8085, dat GodH430 metH5973 ulieden is. Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het zal in die dagen geschieden, dat tien mannen, uit allerlei tongen der heidenen, grijpen zullen, ja, de slip grijpen zullen van een Joodsen man, zeggende: Wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, dat God met ulieden is.

KJV Thus saith2 the LORD3 of hosts;4 In those days5 it shall come to pass, that ten9 men shall take hold8 out of all languages12 of the nations,13 even shall take hold14 of the skirt15 of him that is a Jew,10 saying,18 We will go19 with you: for we have heard22 that God

1 כֹּ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַר֮ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָאוֹת֒ H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 בַּיָּמִ֣ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 הָהֵ֔מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 7 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 יַחֲזִ֨יקוּ֙ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 9 עֲשָׂרָ֣ה H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 10 אֲנָשִׁ֔ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 מִכֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 לְשֹׁנ֣וֹת H3956 tong, spraak, tongen [phrase] babbler, bay, [phrase] evil speaker, language, talker, tongue, wedge 13 הַגּוֹיִ֑ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 14 וְֽהֶחֱזִ֡יקוּ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 15 בִּכְנַף֩ H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 16 אִ֨ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 17 יְהוּדִ֜י H3064 Joden, Jood, Joods Jew 18 לֵאמֹ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 19 נֵֽלְכָה֙ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 20 עִמָּכֶ֔ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 21 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 22 שָׁמַ֖עְנוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 23 אֱלֹהִ֥ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 24 עִמָּכֶֽם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Zacharia 8:2 Nahum 1:2 Psalmen 78:58 Nahum 1:6 Jesaja 42:13 Ezechiël 36:5 Jesaja 59:17 Zacharia 1:14 Jesaja 63:15
Zacharia 8:3 Zacharia 1:16 Zacharia 2:10 Jesaja 1:26 Jesaja 66:20 2 Korinthe 6:16 Openbaring 21:10 Johannes 14:23 Jesaja 2:2
Zacharia 8:4 1 Samuël 2:31 Jesaja 65:20 Klaagliederen 5:11 Job 42:17 Hebreeën 12:22 Job 5:26 Klaagliederen 2:20
Zacharia 8:5 Jeremia 30:19 Jeremia 31:13 Zacharia 2:4 Jeremia 33:11 Psalmen 144:12 Klaagliederen 2:19 Psalmen 128:3 Jeremia 31:27
Zacharia 8:6 Jeremia 32:27 Jeremia 32:17 Genesis 18:14 Psalmen 118:23 2 Koningen 7:2 Lukas 18:27 Romeinen 4:20 Lukas 1:20
Zacharia 8:7 Jesaja 49:12 Jesaja 27:12 Psalmen 50:1 Romeinen 11:25 Jesaja 59:19 Psalmen 113:3 Jeremia 31:8 Jesaja 43:5
Zacharia 8:8 Ezechiël 36:28 Jeremia 4:2 Ezechiël 11:20 Ezechiël 37:25 Jeremia 31:33 Zacharia 13:9 Zacharia 2:11 2 Korinthe 6:16
Zacharia 8:9 Ezra 5:1 1 Kronieken 22:13 Jesaja 35:4 Hagai 2:21 Hagai 1:12 Hagai 2:4 Zacharia 8:13 Zacharia 8:18
Zacharia 8:10 Jesaja 19:2 Amos 9:4 Hagai 2:16 Amos 3:6 Richteren 5:6 Mattheüs 10:34 Jeremia 16:16 2 Kronieken 15:5
Zacharia 8:11 Jesaja 12:1 Hagai 2:19 Zacharia 8:8 Psalmen 103:9 Jesaja 11:13 Maleachi 3:9
Zacharia 8:12 Genesis 27:28 Leviticus 26:4 Deuteronomium 33:13 Mattheüs 6:33 Amos 9:13 Joël 2:22 Hagai 2:19 Hagai 1:10
Zacharia 8:13 Zacharia 8:9 Daniël 9:11 Jesaja 19:24 Psalmen 72:17 Genesis 12:2 Jeremia 29:18 Ezechiël 5:15 Jeremia 42:18
Zacharia 8:14 Jeremia 31:28 Ezechiël 24:14 Jeremia 4:28 Jeremia 15:1 Zacharia 1:6 Psalmen 33:11 Jesaja 14:24 2 Kronieken 36:16
Zacharia 8:15 Zacharia 8:13 Micha 7:18 Sefanja 3:16 Jeremia 32:42 Micha 4:10 Jesaja 43:1 Jeremia 29:11 Lukas 12:32
Zacharia 8:16 Zacharia 7:9 Efeze 4:25 Psalmen 15:2 Spreuken 12:17 Lukas 3:8 Zacharia 8:19 Jesaja 9:7 Spreuken 12:19
Zacharia 8:17 Spreuken 3:29 Zacharia 7:10 Spreuken 6:16 Habakuk 1:13 Mattheüs 15:19 Jeremia 4:14 Maleachi 3:5 Mattheüs 12:35
Zacharia 8:19 Zacharia 7:5 Jeremia 39:2 Zacharia 8:16 Jeremia 52:4 2 Koningen 25:25 Zacharia 7:3 Psalmen 30:11 Jesaja 35:10
Zacharia 8:20 Jeremia 16:19 Zacharia 2:11 Hosea 2:23 Jesaja 66:18 Psalmen 138:4 Jesaja 49:6 Psalmen 72:17 Psalmen 67:1
Zacharia 8:21 Zacharia 7:2 Psalmen 146:1 Hosea 6:3 Psalmen 122:1 Psalmen 103:22
Zacharia 8:22 Zacharia 8:21 Jesaja 25:7 Openbaring 21:24 Openbaring 15:4 Galaten 3:8 Jeremia 4:2 Jesaja 55:5 Micha 4:3
Zacharia 8:23 1 Korinthe 14:25 Jesaja 45:14 Genesis 31:7 Handelingen 13:47 Jesaja 66:18 1 Koningen 8:42 Deuteronomium 4:6 Numeri 10:29
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Zacharia 8 vers 2

geijverd Te weten, om Zion te verlossen van de schande en schade, die hare vijanden haar aangedaan hebben. Ik ben met groten toorn ontstoken over degenen, die haar tiranniek vervolgd en benauwd hebben, te weten de Babyloniërs. Verg. Jes. 9:6 en de aantekening aldaar.

Hertaald: geijverd Namelijk om Sion te verlossen van de schande en schade die haar vijanden haar aangedaan hebben. Ik ben met grote toorn ontstoken over hen die haar tiranniek vervolgd en benauwd hebben, namelijk de Babyloniërs. Vergelijk Jes. 9:6 met de aantekening daar.

over Sion Dat is, over Jeruzalem, gebouwd op den berg Zion.

Hertaald: over Sion Dat is: over Jeruzalem, dat op de berg Sion gebouwd is.

Zacharia 8 vers 3

een stad der waarheid, Dat is, ene stad in welke de liefhebbers der waarheid en heiligheid wonen zullen en waar de waarheid zal gepredikt en aangenomen worden; verg. onder vs.8, 16; Sef. 3:13 ; 1 Tim. 3:15 . Zie het tegendeel, Jes. 1:21 .

Hertaald: een stad der waarheid, Dat is: een stad waarin de liefhebbers van de waarheid en de heiligheid zullen wonen en waar de waarheid gepredikt en aangenomen zal worden; vergelijk vers 8 en 16; Zef. 3:13; 1 Tim. 3:15. Zie het tegendeel in Jes. 1:21.

Zacharia 8 vers 4

Daar zullen nog oude mannen en oude vrouwen zitten Dat is, Ik zal de inwoners van Jeruzalem zegenen met een groten ouderdom en met vele kinderen, zie Zach. 7:5 . Dezen zegen hebben, naar de letter, genoten Zerubbabel, Jozua, Ezra, Nehemia en andere godzalige personen. Doch deze tijdelijke beloften en zegeningen moeten inzonderheid op de geestelijke weldadan van het rijk van Christus geduid worden, want de kinderen Gods zullen eeuwiglijk in vreugde in het hemelse Jeruzalem leven.

Hertaald: Daar zullen nog oude mannen en oude vrouwen zitten Dat is: Ik zal de inwoners van Jeruzalem zegenen met een hoge ouderdom en met veel kinderen, zie Zach. 7:5. Deze zegen hebben Zerubbabel, Jozua, Ezra, Nehemia en andere godzalige personen naar de letter genoten. Maar deze tijdelijke beloften en zegeningen moeten vooral betrokken worden op de geestelijke weldaden van het rijk van Christus, want de kinderen van God zullen eeuwig in vreugde leven in het hemelse Jeruzalem.

vanwege de veelheid der dagen Vanwege zijn ouderdom.

Hertaald: vanwege de veelheid der dagen Vanwege zijn ouderdom.

Zacharia 8 vers 5

haar straten Te weten, van Jeruzalem.

Hertaald: haar straten Namelijk van Jeruzalem.

Zacharia 8 vers 6

het Te weten, hetwelk straks gezegd is.

Hertaald: het Namelijk wat zojuist gezegd is.

wonderlijk is in de ogen Of, onmogelijk, gelijk Gen. 18:14 . Wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God.

Hertaald: wonderlijk is in de ogen Of: onmogelijk, zoals Gen. 18:14. Wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God.

in deze dagen, Dat is, te dezer tijd, alzo ook onder vs.9, 23.

Hertaald: in deze dagen, Dat is: in deze tijd; zo ook vers 9 en 23.

Zacharia 8 vers 7

Ik zal Mijn volk verlossen De zin is: Ik zal mijn volk verzamelen en samenbrengen, door de predikatie van het heilig Evangelie, van alle hoeken en kanten der ganse wereld. Verg. Matt. 8:11 , en Luc. 13:29 .

Hertaald: Ik zal Mijn volk verlossen De betekenis is: Ik zal Mijn volk uit alle hoeken en kanten van de hele wereld verzamelen en bijeenbrengen door de prediking van het heilig Evangelie. Vergelijk Matth. 8:11 en Luk. 13:29.

van den nedergang der zon Hebr. van den ingang; te weten, der zon. Zie Ps. 19:6 .

Hertaald: van den nedergang der zon Hebreeuws: van de ingang, namelijk van de zon. Zie Ps. 19:6.

Zacharia 8 vers 8

dat zij in het midden van Jeruzalem wonen zullen; Dat is, zij zullen ledematen mijner kerk zijn.

Hertaald: dat zij in het midden van Jeruzalem wonen zullen; Dat is: zij zullen leden van Mijn kerk zijn.

in waarheid en in gerechtigheid Dat is, Ik zal hun zekerlijk geven hetgeen Ik hun beloofd heb, en Ik zal hen rechtvaardig maken door Jezus Christus. Verg. Hos. 2:18-19 .

Hertaald: in waarheid en in gerechtigheid Dat is: Ik zal hun zeker geven wat Ik hun beloofd heb, en Ik zal hen rechtvaardig maken door Jezus Christus. Vergelijk Hos. 2:18-19.

Zacharia 8 vers 9

Laat uw handen sterk zijn, Dat is, vaart dapper voort met den bouw des tempels, bezijden stellende uw eigen voordeel, den kwaden raad der te zeer achterdochtige mensen, of de vrees der vijanden; hoort en gehoorzaamt de woorden en vermaningen der profeten alleen, als daar zijn Haggaï, ik Zacharia en anderen. Zie Ezra 5:1-2 .

Hertaald: Laat uw handen sterk zijn, Dat is: ga dapper voort met de bouw van de tempel, terwijl u uw eigen voordeel opzijzet, en ook de kwade raad van al te achterdochtige mensen en de vrees voor de vijanden. Hoor en gehoorzaam alleen de woorden en vermaningen van de profeten, zoals Haggaï, ik Zacharia en anderen. Zie Ezra 5:1-2.

die geweest zijn ten dage, Anders, dat men van dien dag aan, als de grond gelegd is aan het huis des Heeren der heirscharen, de tempel zou gebouwd hebben.

Hertaald: die geweest zijn ten dage, Anders: dat men vanaf die dag waarop de grond gelegd is aan het huis van de HEERE der heirscharen, de tempel gebouwd zou hebben.

Zacharia 8 vers 10

voor die dagen Te weten, in welke nu niet voortgevaren is met den bouw des tempels.

Hertaald: voor die dagen Namelijk waarin men niet doorgegaan is met de bouw van de tempel.

kwam des mensen loon te niet, Naar de Hebr. letter, was het loon des mensen niet. De zin is: Gelijk gijlieden traag en spaarzaam waart in het opbouwen van den tempel, alzo was ook de Heere traag en spaarzaam in ulieden zijnen zegen te geven, maat alle ding was duur, en gij werdt van uwe vijanden jammerlijk geplaagd. Ja het was al tevergeefs wat gijlieden bij de hand naamt, God vervloekte al uwen arbeid. Zie Hag. 1:6 , Hag. 1:10 , en Hag. 2:16-17 .

Hertaald: kwam des mensen loon te niet, Naar de Hebreeuwse letter: was er geen loon van de mens. De betekenis is: zoals u traag en karig was in het opbouwen van de tempel, zo was de HEERE ook traag en karig in het geven van Zijn zegen aan u; alles was duur en u werd door uw vijanden jammerlijk geplaagd. Ja, alles wat u ondernam was tevergeefs; God vervloekte al uw arbeid. Zie Hag. 1:6, Hag. 1:10 en Hag. 2:16-17.

van het vee Of, van het dier; te weten van het lastdragende vee, of dier, als daar zijn paarden, kemels, ezels, ossen, enz. De mensen verdienden geen geld daarmede, daar was niets te doen.

Hertaald: van het vee Of: van het dier, namelijk van het lastdragende vee, zoals paarden, kamelen, ezels, ossen, enzovoort. De mensen verdienden er geen geld mee; er was niets te doen.

was geen; Dat is, al hun arbeid was tevergeefs, het land droeg gene vruchten, ofschoon het bearbeid en bebouwd werd.

Hertaald: was geen; Dat is: al hun arbeid was tevergeefs; het land bracht geen vruchten voort, ook al werd het bewerkt en bebouwd.

de uitgaande en de inkomende hadden geen vrede Dat is, niemand mocht of kon met vrede uit of in Jeruzalem komen; de lopende en stropende soldaten, ja zelfs enige uwer vijanden, die ulieden uwe welvaart misgunden en niet gaarne zagen dat Jeruzalem weder opgebouwd werd, deden ulieden allen hinder en schade, waar zij konden of mochten. Verg. hiermede de dreigementen Gods, Deut. 28:16 , Deut. 28:19 ; 2 Kron. 15:5 .

Hertaald: de uitgaande en de inkomende hadden geen vrede Dat is: niemand mocht of kon in vrede Jeruzalem in- of uitgaan. De rondtrekkende en stropende soldaten, ja zelfs sommige van uw vijanden die u uw welvaart misgunden en niet graag zagen dat Jeruzalem weer opgebouwd werd, deden u alle hinder en schade waar zij maar konden. Vergelijk hiermee de dreigementen van God in Deut. 28:16, Deut. 28:19; 2 Kron. 15:5.

vanwege den vijand, Of, vanwege de benauwing. Het Hebr. woord betekent een vijand en een vijandelijke benauwing.

Hertaald: vanwege den vijand, Of: vanwege de benauwing. Het Hebreeuwse woord betekent zowel een vijand als een vijandelijke benauwing.

Ik zond alle mensen, De zin is: Ik beschikte door mijn rechtvaardig oordeel dat de mensen elkander vervolgden en verdierven; ja Ik zond hen tegen elkander aan. De Heere gebruikt dikwijls kwade instrumenten om zijn goede voornemen uit te voeren. Zie Joël 2:25 .

Hertaald: Ik zond alle mensen, De betekenis is: Ik beschikte door Mijn rechtvaardig oordeel dat de mensen elkaar vervolgden en te gronde richtten; ja, Ik zond hen tegen elkaar op. De HEERE gebruikt vaak slechte werktuigen om Zijn goede voornemen uit te voeren. Zie Joël 2:25.

Zacharia 8 vers 11

nu zal Ik Te weten, nu gij in den bouw van den tempel kloekelijk voortvaart, betonende dat u mijn godsdienst ter harte gaat, zo zal Ik mij tegen de overgeblevenen zo streng niet bewijzen.

Hertaald: nu zal Ik Namelijk nu u kloek voortgaat met de bouw van de tempel en daarmee toont dat Mijn godsdienst u ter harte gaat, zal Ik Mij tegenover de overgeblevenen niet meer zo streng betonen.

gelijk in de vorige dagen, Te weten, toen de bouw van den tempel stil bleef staan.

Hertaald: gelijk in de vorige dagen, Namelijk toen de bouw van de tempel stil bleef liggen.

Zacharia 8 vers 12

het zaad zal voorspoedig zijn, Hebr. het zal zaad des vredes zijn; dat is, het zal wel gedijen, het zal in vrede gezaaid worden en in vrede opwassen.

Hertaald: het zaad zal voorspoedig zijn, Hebreeuws: het zal zaad van de vrede zijn; dat is: het zal goed gedijen, het zal in vrede gezaaid worden en in vrede opgroeien.

doen erven Dat is, laten genieten, te bezitten geven, achtervolgens de beloften Gods; Deut. 28:8 , Deut. 28:11-12 ; Ps. 65:10 , en Ps. 67:7 ; Joël 2:22 .

Hertaald: doen erven Dat is: laten genieten, in bezit geven, overeenkomstig de beloften van God; Deut. 28:8, Deut. 28:11-12; Ps. 65:10 en Ps. 67:7; Joël 2:22.

Zacharia 8 vers 13

een vloek onder de heidenen, Dat is, met allerlei vloek, jammer en ellende als overstelpt.

Hertaald: een vloek onder de heidenen, Dat is: als het ware overstelpt met allerlei vloek, jammer en ellende.

gij zult een zegening wezen; Dat is, gij zult van mij gezegend en met allerlei goed begenadigd worden. Zie Gen. 12:2 , en vrg. Hag. 2:20 .

Hertaald: gij zult een zegening wezen; Dat is: u zult door Mij gezegend en met allerlei goed begenadigd worden. Zie Gen. 12:2, en vergelijk Hag. 2:20.

Zacharia 8 vers 14

Gelijk als Ik gedacht heb Zie Ezech. 18:19-20 en de aantekeningen aldaar.

Hertaald: Gelijk als Ik gedacht heb Zie Ezech. 18:19-20 met de aantekeningen daar.

ulieden Die van het Joodse volk, zo de vaderen als die nog uit de gevangenschap overig waren.

Hertaald: ulieden Zij die van het Joodse volk waren, zowel de vaderen als degenen die nog uit de gevangenschap over waren.

kwaad te doen, Dat is, te plagen.

Hertaald: kwaad te doen, Dat is: te plagen.

Zacharia 8 vers 16

in uw poorten Dat is, in uw openbare samenkomsten en gerechtsbanken, die men eertijds in de stadspoorten placht te houden; zie Gen. 34:20 ; Deut. 22:15 .

Hertaald: in uw poorten Dat is: in uw openbare samenkomsten en rechtbanken, die men vroeger in de stadspoorten placht te houden; zie Gen. 34:20; Deut. 22:15.

Zacharia 8 vers 17

al deze zijn dingen, Of, alle dezen zijn het die Ik haat. En derhalve, wil de Heere zeggen, behoordet gijlieden dezelve ook te haten.

Hertaald: al deze zijn dingen, Of: dit alles zijn de dingen die Ik haat. En daarom, wil de HEERE zeggen, behoorde u ze ook te haten.

Zacharia 8 vers 19

Het vasten der vierde, Ingesteld ter gedachtenis dat de stad is doorgebroken geworden; Jer. 25:7 .

Hertaald: Het vasten der vierde, Ingesteld ter gedachtenis aan het doorbreken van de stad; Jer. 25:7.

het vasten der vijfde, Zie Zach. 7:3 .

Hertaald: het vasten der vijfde, Zie Zach. 7:3.

der zevende, Zie Zach. 7:5.

Hertaald: der zevende, Zie Zach. 7:5.

het vasten der tiende maand, Ingesteld ter gedachtenis dat Jeruzalem is begonnen belegerd te worden; Jer. 52:4 . Zie ook 2Ki 25 .

Hertaald: het vasten der tiende maand, Ingesteld ter gedachtenis aan het begin van de belegering van Jeruzalem; Jer. 52:4. Zie ook 2 Kon. 25.

den huize van Juda Dat is, stam, geslacht van Juda.

Hertaald: den huize van Juda Dat is: de stam of het geslacht van Juda.

tot vreugde, en tot blijdschap, De zin is: Al het leed, hetwelk gijlieden totnogtoe gehad hebt, zal in vreugde veranderd worden; te weten, bij zoverre gij u tot den Heere bekeert en naarstig zijt in het opbouwen van mijn huis.

Hertaald: tot vreugde, en tot blijdschap, De betekenis is: al het leed dat u tot nu toe gehad hebt zal in vreugde veranderd worden, namelijk voor zover u zich tot de HEERE bekeert en ijverig bent in het opbouwen van Mijn huis.

Zacharia 8 vers 20

Nog zal het geschieden, Dit is een profetie van de roeping en bekering der heidenen tot Christus; zie de vervulling in Hand. 2:5 , enz., en Hand. 8:27 , en Hand. 10:1 .

Hertaald: Nog zal het geschieden, Dit is een profetie over de roeping en bekering van de heidenen tot Christus; zie de vervulling in Hand. 2:5, enzovoort, en Hand. 8:27 en Hand. 10:1.

Zacharia 8 vers 21

Laat ons vlijtig henengaan, Anders: laat ons gaan, laat ons gaan. Hebr. laat ons gaande gaan.

Hertaald: Laat ons vlijtig henengaan, Anders: laat ons gaan, laat ons gaan. Hebreeuws: laat ons gaande gaan.

ik zal ook henengaan Aldus zal de een tot den ander spreken. Anders, laat mij ook heengaan.

Hertaald: ik zal ook henengaan Zo zal de een tot de ander spreken. Anders: laat mij ook heengaan.

Zacharia 8 vers 22

machtige heidenen komen, Of, machtig velen; dat is, sterk in getal, grote hopen.

Hertaald: machtige heidenen komen, Of: machtig velen; dat is: sterk in aantal, grote menigten.

Zacharia 8 vers 23

tien mannen, Dat is, velen, gelijk in Lev. 26:26 . Hiermede wordt te verstaan gegeven dat de heidenen in groot getal en met groten ijver zich zullen begeven tot de Christelijke kerk, die eertijds alleen bij Joden was. Verg. Jes. 2:3 ; Mi. 4:2 .

Hertaald: tien mannen, Dat is: velen, zoals in Lev. 26:26. Hiermee wordt te kennen gegeven dat de heidenen zich in groten getale en met grote ijver bij de christelijke kerk zullen voegen, die vroeger alleen bij de Joden was. Vergelijk Jes. 2:3; Micha 4:2.

de slip grijpen zullen van een Joodsen man, Of, zoom. Hebr. vleugel, te weten vleugel of slip van het kleed.

Hertaald: de slip grijpen zullen van een Joodsen man, Of: zoom. Hebreeuws: vleugel, namelijk de vleugel of slip van het kleed.

Wij zullen met ulieden gaan, Of, laat ons met ulieden gaan.

Hertaald: Wij zullen met ulieden gaan, Of: laat ons met u gaan.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Ik ben wedergekeerd tot Sion  — op de herinnering aan het oordeel volgt een reeks beloften die telkens met dezelfde formule beginnen (Zach. 8:1-8)

"Ik heb geijverd over Sion met een groten ijver; ja, met grote grimmigheid heb Ik over haar geijverd" (Zach. 8:2). Dan de kern: "Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen; en Jeruzalem zal geheten worden een stad der waarheid" (Zach. 8:3). Het beeld dat volgt is huiselijk: "Er zullen nog oude mannen en oude vrouwen zitten op de straten van Jeruzalem; een ieder zal zijn stok in zijn hand hebben vanwege de veelheid der dagen" (Zach. 8:4). Daar komt bij: "En de straten dier stad zullen vervuld worden met knechtjes en meisjes, spelende op haar straten" (Zach. 8:5).

Bijbelse betekenis: Merk op de overgang van Zach. 8:2 naar Zach. 8:3: dezelfde ijver die eerst tot grimmigheid leidde, leidt nu tot terugkeer. Het is niet een andere God die nu vriendelijker is, maar dezelfde ijver die zich eerst in oordeel en nu in herstel uit. Let vervolgens op het beeld van Zach. 8:4-5: geen grote wonderen, maar het gewoonste wat een stad kent — oude mensen die rustig zitten, kinderen die spelen. Let ten slotte op Zach. 8:6, waar God erkent dat dit "wonderlijk" lijkt in de ogen van het overblijfsel — en Zichzelf de vraag stelt of het daarom ook voor Hem onmogelijk zou zijn.

Typologie: Gewone, dagelijkse vrede — kinderen die veilig spelen, oude mensen die rustig zitten — is hier een teken van Gods aanwezigheid. Dat weerspiegelt de belofte aan het begin van dit boek, dat de HEERE Zelf tot heerlijkheid zal wezen in het midden van Jeruzalem (reeds behandeld bij Zach. 2:5).

Zach. 8:1-6; Zach. 2:5

Laat uw handen sterk zijn  — een aansporing om door te bouwen, met de moeilijke jaren vóór de tempelbouw als contrast (Zach. 8:9-13)

"Laat uw handen sterk zijn, gijlieden, die in deze dagen deze woorden gehoord hebt uit den mond der profeten, die geweest zijn ten dage, als de grond van het huis des HEEREN der heirscharen gelegd is" (Zach. 8:9). De moeilijke tijd ervoor wordt herinnerd: "Want voor die dagen kwam des mensen loon te niet, en het loon van het vee was geen; en de uitgaande en de inkomende hadden geen vrede vanwege den vijand, want Ik zond alle mensen, een iegelijk tegen zijn naaste" (Zach. 8:10). Maar nu: "Want het zaad zal voorspoedig zijn, de wijnstok zal zijn vrucht geven, en de aarde zal haar inkomen geven, en de hemelen zullen hun dauw geven; en Ik zal het overblijfsel dezes volks dit alles doen erven" (Zach. 8:12). Er staat verder: "alzo zal Ik ulieden behoeden, en gij zult een zegening wezen" (Zach. 8:13).

Bijbelse betekenis: Merk op het keerpunt dat hier genoemd wordt: de dag dat de grond van de tempel gelegd is — dezelfde dag die eerder in dit register al centraal stond bij Haggaï (reeds behandeld bij Hag. 2:15-19). Let vervolgens op de tegenstelling tussen Zach. 8:10 en Zach. 8:12: van loon dat wegviel en geen vrede, naar een wijnstok die vrucht geeft en zaad dat voorspoedig is. Let ten slotte op Zach. 8:13: het volk zelf, dat eerst een vloek onder de heidenen was, wordt een zegening — niet alleen ontvanger van goed, maar bron ervan voor anderen.

Typologie: Dezelfde omkering — van vloek tot zegen voor de volken — is de belofte die God aan Abraham gaf: "in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden" (reeds behandeld bij Gen. 12:3).

Zach. 8:9-13; Hag. 2:15-19; Gen. 12:3

Spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste  — de beloften van herstel worden gevolgd door een korte, praktische opsomming van wat God van Zijn volk vraagt (Zach. 8:16-17)

"Dit zijn de dingen, die gij doen zult: spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; oordeelt de waarheid en een oordeel des vredes in uw poorten" (Zach. 8:16). En verder: "denkt niet de een des anderen kwaad in ulieder hart; en hebt een valsen eed niet lief; want al deze zijn dingen, die Ik haat, spreekt de HEERE" (Zach. 8:17).

Bijbelse betekenis: Merk op hoe kort en praktisch dit gedeelte is, midden in een lange reeks van grote beloften: waarheid spreken, eerlijk oordelen, geen kwaad denken, geen valse eed liefhebben. Geen van deze dingen is spectaculair; het zijn de bouwstenen van het dagelijkse samenleven. Let vervolgens op het woord poorten in Zach. 8:16 — de plaats waar in Israël recht gesproken werd; het gaat dus niet alleen om persoonlijke eerlijkheid maar om publieke rechtspraak. Let ten slotte op Zach. 8:17: God noemt deze dingen niet slechts ongewenst, maar dingen die Ik haat — even sterke taal als bij de grote zonden elders in de Schrift.

Typologie: Vrijwel dezelfde oproep richt Paulus tot de gemeente: "spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; want wij zijn elkanders leden" (Ef. 4:25).

Zach. 8:16-17; Ef. 4:25

Tien mannen zullen de slip grijpen van een Joodsen man  — het hoofdstuk sluit met vasten die tot vreugde wordt, en heidenen die zich bij Gods volk willen voegen (Zach. 8:19-23)

"Het vasten der vierde, en het vasten der vijfde, en het vasten der zevende, en het vasten der tiende maand, zal den huize van Juda tot vreugde, en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen" (Zach. 8:19). Dan een blik op de volken: "vele volken, en machtige heidenen komen, om den HEERE der heirscharen te Jeruzalem te zoeken" (Zach. 8:22), tot het slot: "tien mannen, uit allerlei tongen der heidenen, grijpen zullen, ja, de slip grijpen zullen van een Joodsen man, zeggende: Wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, dat God met ulieden is" (Zach. 8:23).

Bijbelse betekenis: Merk op wat er met de vier vastendagen gebeurt die eerder in dit blok nog een last leken (reeds behandeld bij Zach. 7:1-3, 7:5): zij worden hier tot vreugde en blijdschap. De vraag waarmee dit gedeelte van het boek begon — moet ik nog wenen? — krijgt hier zijn antwoord in een omgekeerd teken. Let vervolgens op het beeld van Zach. 8:23: heidenen die de slip van een Jood grijpen. Het initiatief ligt niet bij het volk van God, dat naar de heidenen moet gaan, maar andersom. Let ten slotte op de reden die zij zelf geven: wij hebben gehoord, dat God met ulieden is — niet een verplichting maar een aantrekkingskracht.

Typologie: Diezelfde beweging — heidenen die zich vrijwillig bij Gods volk voegen om wat zij van Hem gehoord hebben — is precies wat er met Ruth de Moabitische gebeurde: "uw volk is mijn volk, en uw God mijn God" (reeds behandeld bij Ruth 1:16).

Zach. 8:19,22-23; Zach. 7:1-3; Ruth 1:16

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

God bij Zijn volk niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking

Wij hebben gehoord, dat God met ulieden is — 8:3-8, 20-23

Jeruzalem is een half herbouwde stad met een half afgebouwde tempel. De ballingen die terugkwamen zijn met weinig, en de mensen vasten nog over de verwoesting van zeventig jaar geleden. In die stad laat Zacharia een reeks beloften horen die telkens opnieuw beginnen met: alzo zegt de HEERE der heirscharen.

God zegt dat Hij is teruggekeerd om in het midden van Jeruzalem te wonen. En het hoofdstuk eindigt bij volken die meegaan, om één reden: God is bij dit volk.

De eerste belofte is de grootste, want zij gaat over Wie er woont: “Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen.” Voor mensen die de heerlijkheid uit de tempel hebben zien vertrekken in de dagen van Ezechiël, is dat de zin waar alles aan hangt. En de stad krijgt er een nieuwe naam bij: een stad der waarheid. Dat is volgens de kanttekening geen bijnaam voor haar muren, maar voor haar inwoners — een stad waarin de liefhebbers van de waarheid wonen en waar de waarheid gepredikt en aangenomen wordt.

Wat er dan volgt is huiselijk en daardoor des te aangrijpender. Oude mannen en oude vrouwen zitten op straat, elk met een stok in de hand vanwege de veelheid der dagen, en de straten zijn vol spelende kinderen. Geen legers, geen tempelmaten, geen troon — alleen ouderdom en kinderspel, de twee dingen die er als eerste verdwijnen wanneer een stad belegerd wordt. De kanttekening houdt die belofte niet bij de stenen: deze tijdelijke zegeningen moeten vooral betrokken worden op de geestelijke weldaden van het rijk van Christus.

En dan zegt God iets over Zijn eigen ogen. Het volk vindt dit alles te wonderlijk om te geloven, en Hij vraagt: zou het daarom ook in Mijn ogen wonderlijk zijn? De kanttekening geeft er nog een vertaling naast — te onmogelijk — en verwijst naar het bezoek bij Abrahams tent, waar dezelfde vraag gesteld werd over een zoon die er niet kon komen.

Daarna gaat het hoofdstuk naar buiten. God zal Zijn volk verzamelen uit het land van de opgang en van de ondergang der zon, en de kanttekening laat er geen twijfel over hoe dat gaat gebeuren: uit alle hoeken van de wereld bijeengebracht door de prediking van het heilig Evangelie. De verbondszin die daarop volgt is de oude — zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn — maar er staat iets bij: in waarheid en in gerechtigheid. En daar zegt de kanttekening bij dat God hen rechtvaardig zal maken door Jezus Christus.

Het slot is een tafereel dat men voor zich ziet. Steden gaan elkaar oproepen om de HEERE te zoeken, en de een zegt tegen de ander: ik zal ook heengaan. De kanttekening noemt dat ronduit een profetie over de roeping en bekering van de heidenen tot Christus. Voor de vervulling wijst zij naar de Pinksterdag, naar de kamerling en naar Cornelius.

En dan het laatste vers, waar het beeld heel klein wordt. Tien mannen uit allerlei talen grijpen de slip van het kleed van één Joodse man — de zoom, of letterlijk de vleugel — en zeggen waarom: “Wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, dat God met ulieden is.” Zij komen niet om het gebouw. Zij komen omdat er over dit volk iets gezegd wordt dat over geen ander volk gezegd kan worden. En dat wat zij gehoord hebben, krijgt in het Nieuwe Testament een naam die precies zo vertaald wordt: Emmanuel, God met ons.

  1. Ezechiël 10:18-19 — De heerlijkheid vertrok uit de tempel; sindsdien was de vraag of Hij terugkomt.
  2. Zacharia 8:3 — Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen.
  3. Zacharia 8:8 — Zij zullen Mij tot een volk zijn — in waarheid en in gerechtigheid.
  4. Zacharia 8:23 — Tien mannen uit alle talen gaan mee, want God is met dit volk.
  5. Mattheüs 1:23 — Emmanuel, hetwelk is, overgezet zijnde, God met ons.
  6. Openbaring 21:3 — De tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen.

In het Nieuwe Testament: Mattheüs 1:23; Handelingen 2:5-11; Efeze 2:12-13; Openbaring 21:3; Johannes 12:20-21

Hoever dit reikt: De kanttekenaars lezen dit hoofdstuk zelf op Christus: vers 8 wordt uitgelegd als rechtvaardig maken door Jezus Christus, en vers 20 heet bij hen een profetie over de bekering van de heidenen tot Christus. Het Nieuwe Testament haalt Zacharia 8 niet met zoveel woorden aan. Dat de zin uit vers 23 en de naam Emmanuel bij elkaar horen, berust op de overeenkomst van de woorden zelf — God met ulieden, God met ons — en niet op een aanhaling.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Zacharia 8

Zacharia 8:1-2.KruisverwijzingenNahum 1:2Psalmen 78:58Nahum 1:6Jesaja 42:13Ezechiël 36:5Jesaja 59:17Zacharia 1:14Jesaja 63:15
— Daarna geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb geijverd over Sion met een groten ijver; ja, met grote grimmigheid heb Ik over haar geijverd.
Zij dienden afgoden in plaats van de levende God. Daarom was de HEERE der heirscharen, Die een ijverig God is, zeer vertoornd op Zijn oude volk, en liet Hij hen in gevangenschap wegvoeren. En het is goed dat wij in deze dagen bedenken dat wij een ijverig God dienen. Is ons hart Hem niet getrouw, dan zal Hij ons spoedig scherpe beproevingen zenden en ons het gewicht van Zijn roede laten voelen.

Het was Paulus’ bezorgde verlangen dat hij de gemeente van Korinthe als een reine maagd aan Christus zou kunnen voorstellen. En de Heere Jezus Christus zal de belijdende kerk van deze dagen zeker op geen andere voorwaarde aannemen. Laat uw hart Hem trouw en oprecht zijn, of anders wekt u de heilige ijver van uw God op.

Diezelfde ijver doet God Zijn volk om hun ontrouw straffen. En toch drijft die Hem ook om in liefde tot hen terug te keren, zodra Hij ziet dat Hij het rechtvaardig doen kan. Hebben hun vijanden hen zwaar getergd en verdrukt, dan is de HEERE ijverig. Niet tegen hen, maar tegen hun vijanden. En dan keert Hij haastig in liefde tot Zijn eigen volk terug.

Zacharia 8:3.KruisverwijzingenZacharia 1:16Zacharia 2:10Jesaja 1:26Jesaja 66:202 Korinthe 6:16Openbaring 21:10Johannes 14:23Jesaja 2:2
— Alzo zegt de HEERE: Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen; en Jeruzalem zal geheten worden een stad der waarheid, en de berg des HEEREN der heirscharen, een berg der heiligheid.
De eerste komst of de terugkeer van God tot een gemeente, of tot een enkel hart, bevordert altijd de heiligheid. Groeit uw godsvrucht niet dagelijks, verbeeld u dan niet dat God in uw midden is. Want waar de HEERE komt, komt Hij als een louteraar en een reiniger.

U zult Jezus nooit anders zien komen dan zoals Johannes de Doper Hem voorstelde aan de farizeeën en de sadduceeën van zijn dagen. Zijn wan is in Zijn hand, en Hij zal Zijn dorsvloer doorreinigen. De komst van Christus in een ziel of in een gemeente is de dood van de zonde en de geboorte van de heiligheid.

Zacharia 8:4-5.KruisverwijzingenJeremia 30:19Jeremia 31:131 Samuël 2:31Jesaja 65:20Klaagliederen 5:11Job 42:17Hebreeën 12:22Job 5:26
— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Er zullen nog oude mannen en oude vrouwen zitten op de straten van Jeruzalem; een ieder zal zijn stok in zijn hand hebben vanwege de veelheid der dagen. En de straten dier stad zullen vervuld worden met knechtjes en meisjes, spelende op haar straten.
Het is een teken dat er vrede in de stad is, wanneer de kinderen zonder vrees op de straten kunnen spelen. Wij mogen deze verzen ook geestelijk toepassen. Zegent God een christelijke gemeente rijk, dan zijn er zeker veel ouderen in te vinden. Door hun lange ervaring en hun gerijpte wijsheid kunnen zij anderen leren wat zij zelf aan de voeten van Jezus geleerd hebben. Gelukkig is de gemeente die veel vaders en moeders in Israel heeft.

Tegelijk zal een gemeente die God rijk zegent ook veel jonge bekeerlingen hebben. Zij zijn zo vol leven en blijdschap als kinderen die in tijd van vrede op de straten van een stad spelen. Er is een tekst die zowel in zijn letterlijke als in zijn geestelijke zin waar is: “Ziet, de kinderen zijn een erfdeel des HEEREN; welgelukzalig is de man, die zijn pijlkoker met hen gevuld heeft.”

Er is voor een christelijk leraar en voor een christelijke gemeente geen grotere eer dan een overvloed van geestelijke kinderen te hebben, en menigten die tot Christus gebracht worden. Zo zal het met elke gemeente zijn wanneer God in haar midden is.

Zacharia 8:6.KruisverwijzingenJeremia 32:27Jeremia 32:17Genesis 18:14Psalmen 118:232 Koningen 7:2Lukas 18:27Romeinen 4:20Lukas 1:20
— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat het wonderlijk is in de ogen van het overblijfsel dezes volks in deze dagen, zou het daarom ook in Mijn ogen wonderlijk zijn? spreekt de HEERE der heirscharen.
“Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat het wonderlijk is in de ogen van het overblijfsel dezes volks in deze dagen, zou het daarom ook in Mijn ogen wonderlijk zijn? spreekt de HEERE der heirscharen.”

Dit is een zeer opmerkelijke plaats, die ons waarschuwt God niet naar onszelf te beoordelen. Al kan iets voor ons moeilijk zijn, bij God zijn geen moeilijkheden. Ja, al achten wij iets voor de mens onmogelijk, het woord onmogelijk heeft geen betrekking op de Godheid, want bij God zijn alle dingen mogelijk.

Bent u vandaag in nood? Zegt u dat het onmogelijk is dat u verlost wordt? Voor God is het een gemakkelijke zaak u te verlossen, al lijkt de taak u zo zwaar. Voelt u het gewicht van uw zonde, en verbeeldt u zich dat het onmogelijk is dat uw zonde vergeven wordt? Ziet u het als een wonder aan? En omdat het u zo wonderlijk voorkomt, meent u dat het ook in Gods ogen wonderlijk is?

Denk aan wat Hij door de mond van Jesaja zei: “Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en Mijn wegen zijn niet ulieder wegen, spreekt de HEERE.” Bedenk het oneindige verschil tussen God en mens, en kijk niet langer naar God door het misleidende glas van uw eigen zwakheid.

Zacharia 8:7-8.KruisverwijzingenEzechiël 36:28Jeremia 4:2Ezechiël 11:20Jesaja 49:12Jesaja 27:12Ezechiël 37:25Jeremia 31:33Zacharia 13:9
— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, Ik zal Mijn volk verlossen uit het land des opgangs, en uit het land des nedergangs der zon. En Ik zal hen herwaarts brengen, dat zij in het midden van Jeruzalem wonen zullen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid.
Let op Gods nadrukkelijke taal, hoe vol zij is van “Ik zal” en “zij zullen”. Telkens weer zegt Hij het. En zegt God “Ik zal”, wie zou dan durven zeggen dat het niet zal gebeuren? Wat God verklaart, zal zeker geschieden.

Dit is toch gouden taal van troost voor wie neergebogen zijn. Hoe groot moet dan de zondigheid zijn van dat ongeloof, dat durft te wanhopen wanneer God “zal” zegt!

Die ene volzin in het achtste vers bevat het hele evangelie: “En Ik zal hen herwaarts brengen, dat zij in het midden van Jeruzalem wonen zullen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid.” Dat is de strekking van het verbond der genade. Er staat geen “indien” in, geen “maar”, geen “misschien”. God zegt niet: Ik zal hun tot een God zijn als zij Mij tot een volk willen wezen. Hij zegt ook niet: Ik zal hen liefhebben als zij Mijn wetten willen houden. Dát is het oude verbond der werken, dat voor altijd verbroken is. Maar het verbond der genade luidt zo: zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid.

Zacharia 8:9-11.KruisverwijzingenJesaja 12:1Hagai 2:19Ezra 5:11 Kronieken 22:13Jesaja 35:4Jesaja 19:2Amos 9:4Hagai 2:16
— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Laat uw handen sterk zijn, gijlieden, die in deze dagen deze woorden gehoord hebt uit den mond der profeten, die geweest zijn ten dage, als de grond van het huis des HEEREN der heirscharen gelegd is, dat de tempel gebouwd zou worden. Want voor die dagen kwam des mensen loon te niet, en het loon van het vee was geen; en de uitgaande en de inkomende hadden geen vrede vanwege den vijand, want Ik zond alle mensen, een iegelijk tegen zijn naaste. Maar nu zal Ik aan het overblijfsel dezes volks niet wezen, gelijk in de vorige dagen, spreekt de HEERE der heirscharen.
Het Joodse volk was tot diepe armoede gebracht. Zij waren allen zo arm dat er niemand was die zijn naaste kon huren, of zelfs de huur van een lastdier kon betalen. Zie in wat een staat de zonde Israel gebracht had: er was geen brood, geen werk, geen loon, geen vrede. Iedereen was de vijand van zijn naaste.

Dit was vóórdat het fondament van de tempel gelegd werd. Maar zoals dat wonderlijke gebouw opgroeide, zo groeide ook de staat. Vaak brengt de voorspoed van een gemeente ook voorspoed aan het volk daaromheen, en dan komt er voor de rest van Gods volk een zegen en geen vloek. Hij zou alles veranderen en hun geluk en voorspoed geven.

Zacharia 8:12.KruisverwijzingenGenesis 27:28Leviticus 26:4Deuteronomium 33:13Mattheüs 6:33Amos 9:13Joël 2:22Hagai 2:19Hagai 1:10
— Want het zaad zal voorspoedig zijn, de wijnstok zal zijn vrucht geven, en de aarde zal haar inkomen geven, en de hemelen zullen hun dauw geven; en Ik zal het overblijfsel dezes volks dit alles doen erven.
Het is een gelukkig voorteken voor een gemeente wanneer het gepredikte Woord met kracht gepaard gaat. Gelukkig zijn de harten die als vruchtbare wijnstokken zijn, en als goede, vette grond die dertig-, zestig- of honderdvoudig opbrengt.

Wij kunnen geen vrucht voor God voortbrengen zonder de bedauwende invloeden van de Heilige Geest. Dat is die “baarmoeder van de dageraad” waarvan David spreekt, en daaruit moet de kostbare vrucht van de Geest komen.

God kan onze staat even gemakkelijk keren als een mens zijn hand omkeert. De HEERE kan de donkerste luchten opklaren en ons dag geven voor nacht. Zoals het wiel omgaat, zo kan het hele lot van een mens onder de vriendelijke hand van God snel veranderen.

Zacharia 8:13.KruisverwijzingenZacharia 8:9Daniël 9:11Jesaja 19:24Psalmen 72:17Genesis 12:2Jeremia 29:18Ezechiël 5:15Jeremia 42:18
— En het zal geschieden, gelijk als gij, o huis van Juda! en gij, o huis Israels, geweest zijt een vloek onder de heidenen, alzo zal Ik ulieden behoeden, en gij zult een zegening wezen; vreest niet, laat uw handen sterk zijn.
Hebt u de herhaling van de aansporing gemerkt: “Vreest niet”, en dan nog eens: “vreest niet”? De HEERE weet hoeveel schade twijfel en vrees Zijn volk doen, en daarom slaat Hij er in de Schrift telkens naar.

De Schrift is vol van dat “vrees niet”. Het zou goed zijn als u van elk daarvan een galg maakte om uw ongeloof aan op te hangen, totdat het gestorven was. Wat is op dit ogenblik uw vrees? Wat is de oorzaak van uw beven? “Vreest niet”, zegt God tot u; zou u het dan nog durven vrezen?

De Jood was het toonbeeld van een vloek geworden. “U bent zo vervloekt als een Jood”, zeiden de vijanden van Israel. Maar God zou hen tot het toonbeeld van een zégen maken, zodat mensen zouden zeggen: u bent zo gezegend als het huis van Israel.

Zacharia 8:14-15.KruisverwijzingenJeremia 31:28Zacharia 8:13Ezechiël 24:14Micha 7:18Jeremia 4:28Jeremia 15:1Zacharia 1:6Psalmen 33:11
— Want alzo zegt de HEERE der heirscharen: Gelijk als Ik gedacht heb ulieden kwaad te doen, toen Mij uw vaderen grotelijks vertoornden, zegt de HEERE der heirscharen, en het heeft Mij niet berouwd; Alzo denk Ik wederom in deze dagen goed te doen aan Jeruzalem, en aan het huis van Juda; vreest niet!
Het is een zeer leerzame en bemoedigende plaats. Dreigde God Zijn volk te straffen, dan deed Hij het ook. Hij speelde niet met woorden. Hij strafte hen, en het berouwde Hem niet. En zo komt God ook niet op Zijn woord terug wanneer Hij Zijn volk zegen belooft. Hij geeft er tot de laatste jota en tittel uitvoering aan in de zegen van Zijn volk.

Zacharia 8:16-17.KruisverwijzingenZacharia 7:9Efeze 4:25Psalmen 15:2Spreuken 3:29Zacharia 7:10Spreuken 6:16Spreuken 12:17Lukas 3:8
— Dit zijn de dingen, die gij doen zult: spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; oordeelt de waarheid en een oordeel des vredes in uw poorten. En denkt niet de een des anderen kwaad in ulieder hart; en hebt een valsen eed niet lief; want al deze zijn dingen, die Ik haat, spreekt de HEERE.
Sommigen hebben op goddeloze wijze gezegd dat de gedachte vrij is en niet veroordeeld kan worden. Maar hier zien wij dat zij, wanneer zij het boze najaagt, een goddeloos ding is dat God haat.

Hij wil dat Zijn volk oprecht is, zelfs als zij tot hun eigen schade gezworen hebben. Zij mogen niet veranderen. Zij moeten de waarheid spreken, al zouden er duizend rampen door losgelaten worden. Mocht God ons tot een volk maken dat de waarheid liefheeft, de waarheid spreekt en de waarheid doet.

Zacharia 8:18-19.KruisverwijzingenZacharia 7:5Jeremia 39:2Zacharia 8:16Jeremia 52:42 Koningen 25:25Zacharia 7:3Psalmen 30:11Jesaja 35:10
— Wederom geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het vasten der vierde, en het vasten der vijfde, en het vasten der zevende, en het vasten der tiende maand, zal den huize van Juda tot vreugde, en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen; hebt dan de waarheid en den vrede lief.
Hier is het punt waarop ik uw aandacht vestig. U had de vraag toen ik begon te lezen, en hier is het antwoord.

En het is een antwoord op meer dan zij gevraagd hadden. De boden vroegen alleen naar één vasten — wat zij met de vasten van de vijfde maand moesten doen — maar zij krijgen onderwijs over drie andere vasten erbij. Komt u met een enkel punt tot Gods Woord, dan zult u niet alleen op dat punt uitkomst krijgen, maar ook op veel andere wegen geleid worden. Want Gods Woord is vol onderwijs, en wie zich erdoor willen laten leren, zullen in alle wegen wijs worden.

Zo wordt hun nu gezegd dat die vasten in feesten veranderd zouden worden. God verandert droevige vasten in blijde feesten wanneer Hij Zijn volk in liefde bezoekt. Is er hier iemand die een lange vasten gehouden heeft? Is uw ziel zwaar bedrukt geweest? Bent u moedeloos en bevend geweest, zodat u geen vreugde en blijdschap gekend hebt?

Wanneer de Heere Jezus Christus Zich aan u openbaart, zal Hij uw droevige staat spoedig in iets helderders en beters veranderen. Hij zal u geven “sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwden geest”. Kijk op, arme bevende ziel, naar die heuvel Golgotha, waar Jezus voor u bloedde en stierf. Laat daar uw blijdschap beginnen, en nooit meer eindigen.

Zacharia 8:20-21.KruisverwijzingenZacharia 7:2Jeremia 16:19Zacharia 2:11Hosea 2:23Jesaja 66:18Psalmen 138:4Jesaja 49:6Psalmen 72:17
— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Nog zal het geschieden, dat de volken, en de inwoners van vele steden komen zullen; En de inwoners der ene stad zullen gaan tot de inwoners der andere, zeggende: Laat ons vlijtig henengaan, om te smeken het aangezicht des HEEREN, en om den HEERE der heirscharen te zoeken; ik zal ook henengaan.
U ziet dat er in de laatste dagen een grote geest van gebed en van het zoeken van de HEERE komen zal. Daarin ligt ook het horen van het Woord en de liefde tot de waarheid. En een goed teken is dat het volk zeggen zal: laten wij haastig gaan.

Zij zullen niet te laat komen, zoals zovelen tegenwoordig doen, die pas in hun bank schuiven wanneer de Schrift gelezen wordt in plaats van bij het openingsgebed aanwezig te zijn. Het spijt mij te moeten zeggen dat sommigen van u steeds later worden. En een van deze morgens voer ik mijn dreiging zeker uit en preek ik eerst, tenzij u op tijd bent. Een beetje meer nadenken en een beetje eerder van huis, en u kon allen op tijd in Gods huis zijn.

David begeerde een deurwachter in het huis van de HEERE te zijn, en u weet dat de deurwachter altijd de eerste is die binnenkomt en de laatste die weggaat. Mocht u allen meer van Davids geest hebben, al kunt u niet allen deurwachter zijn!

Deze mensen zullen zeggen: “Laat ons vlijtig henengaan, om te smeken het aangezicht des HEEREN, en om den HEERE der heirscharen te zoeken; ik zal ook henengaan.” Dát is de beste manier om anderen naar Gods huis te brengen: zelf meegaan.

Ik heb gelezen dat Julius Caesar tegen zijn soldaten nooit “gaat” zei, maar “laten wij gaan”. Zo moeten ook wij anderen naar Gods huis zoeken te krijgen door te zeggen: laten wij gaan, ik zal ook gaan.

Het is een schone zaak wanneer wij anderen uitnodigen en altijd kunnen zeggen: ik zal ook gaan. Er zijn veel mensen die zeggen: doe zoals ik doe, niet zoals ik zeg. Maar houdt ons voorbeeld gelijke tred met ons voorschrift, dan zal er kracht in dat voorschrift zijn.

Zacharia 8:22-23.KruisverwijzingenZacharia 8:211 Korinthe 14:25Jesaja 25:7Openbaring 21:24Openbaring 15:4Jesaja 45:14Genesis 31:7Handelingen 13:47
— Alzo zullen vele volken, en machtige heidenen komen, om den HEERE der heirscharen te Jeruzalem te zoeken, en om het aangezicht des HEEREN te smeken. Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het zal in die dagen geschieden, dat tien mannen, uit allerlei tongen der heidenen, grijpen zullen, ja, de slip grijpen zullen van een Joodsen man, zeggende: Wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, dat God met ulieden is.
De Joden worden in veel landen nog veracht en verdrukt en vervolgd. Maar in de laatste dagen zullen zij door God zo hoog geëerd worden, dat mensen van andere volken in hun gezelschap zullen willen zijn.

En zo is het ook nu al. Wij hebben onze godsdienst van een Jood ontvangen. Wij geloven in Eén Die uit het zaad van Abraham was. Wij verheugen ons in Hem als ook de Zoon van God, en veel volken dringen zich om de Christus van God samen.

Maar zonder twijfel wordt hier bijzonder op Jezus gezien: de Jood, de Zoon van God Die ook de Zoon van Maria werd. Och, of vandaag nog veel Joden en heidenen door een levend geloof Zijn slip mochten aangrijpen! Dan zouden zij zegen van Hem ontvangen en met een eeuwige zaligheid in de HEERE behouden worden.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content