Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Daarna geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Daarna geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068 der heirscharenH6635 tot mij, zeggendeH559:Daarna geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:
KJVAgain the word2of the LORD3of hosts4came to me, saying,
2Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb geijverd over Sion met een groten ijver; ja, met grote grimmigheid heb Ik over haar geijverd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Ik heb geijverdH7065 over SionH6726 met een grotenH1419ijverH7068; ja, met groteH1419grimmigheidH2534 heb Ik over haar geijverdH7065.Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb geijverd over Sion met een groten ijver; ja, met grote grimmigheid heb Ik over haar geijverd.
KJVThus saith2the LORD3of hosts;4I was jealous5for Zion6with great8jealousy,7and I was jealous11for her with great10fury.
1כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4צְבָא֔וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)5קִנֵּ֥אתִיH7065geijverd, nijdig, benijdden(be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous)6לְצִיּ֖וֹןH6726Sion, SionsZion7קִנְאָ֣הH7068ijver, ijveringen, ijversenvy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal8גְדוֹלָ֑הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very9וְחֵמָ֥הH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)10גְדוֹלָ֖הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very11קִנֵּ֥אתִיH7065geijverd, nijdig, benijdden(be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous)12לָֽהּ
3Alzo zegt de HEERE: Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen; en Jeruzalem zal geheten worden een stad der waarheid, en de berg des HEEREN der heirscharen, een berg der heiligheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068: Ik ben wedergekeerdH7725totH413SionH6726, en Ik zal in het middenH8432 van JeruzalemH3389wonenH7931; en JeruzalemH3389 zal gehetenH7121 worden een stadH5892 der waarheidH571, en de bergH2022 des HEERENH3068 der heirscharenH6635, een bergH2022 der heiligheidH6944.Alzo zegt de HEERE: Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen; en Jeruzalem zal geheten worden een stad der waarheid, en de berg des HEEREN der heirscharen, een berg der heiligheid.
KJVThus saith2the LORD;3I am returned4unto Zion,6and will dwell7in the midst8of Jerusalem:9and Jerusalem11shall be called10a city12of truth;13and the mountain14of the LORD15of hosts16the holy18mountain.
1כֹּ֚הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4שַׁ֚בְתִּיH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6צִיּ֔וֹןH6726Sion, SionsZion7וְשָׁכַנְתִּ֖יH7931wonen, woont, woneabide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)8בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)9יְרֽוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem10וְנִקְרְאָ֤הH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say11יְרוּשָׁלִַ֨ם֙H3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem12עִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town13הָֽאֱמֶ֔תH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity14וְהַרH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion15יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16צְבָא֖וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)17הַ֥רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion18הַקֹּֽדֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
4Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Er zullen nog oude mannen en oude vrouwen zitten op de straten van Jeruzalem; een ieder zal zijn stok in zijn hand hebben vanwege de veelheid der dagen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Er zullen nogH5750oude mannenH2205 en oude vrouwenH2205zittenH3427 op de stratenH7339 van JeruzalemH3389; een iederH376 zal zijn stokH4938 in zijn handH3027 hebben vanwege de veelheidH7230 der dagenH3117.Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Er zullen nog oude mannen en oude vrouwen zitten op de straten van Jeruzalem; een ieder zal zijn stok in zijn hand hebben vanwege de veelheid der dagen.
KJVThus saith2the LORD3of hosts;4There shall yet old men7and old women8dwell6in the streets9of Jerusalem,10and every man11with his staff12in his hand13for very14age.
1כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4צְבָא֔וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)5עֹ֤דH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)6יֵֽשְׁבוּ֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry7זְקֵנִ֣יםH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator8וּזְקֵנ֔וֹתH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator9בִּרְחֹב֖וֹתH7339straten, straat, wijkenbroad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב)10יְרוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem11וְאִ֧ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12מִשְׁעַנְתּ֛וֹH4938staf, rietstaf, stokstaff13בְּיָד֖וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14מֵרֹ֥בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)15יָמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
5En de straten dier stad zullen vervuld worden met knechtjes en meisjes, spelende op haar straten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En de stratenH7339 dier stadH5892 zullen vervuldH4390 worden met knechtjesH3206 en meisjesH3207, spelendeH7832 op haar stratenH7339.En de straten dier stad zullen vervuld worden met knechtjes en meisjes, spelende op haar straten.
KJVAnd the streets1of the city2shall be full3of boys4and girls5playing6in the streets
1וּרְחֹב֤וֹתH7339straten, straat, wijkenbroad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב)2הָעִיר֙H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town3יִמָּ֣לְא֔וּH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly4יְלָדִ֖יםH3206kinderen, kind, jongelingenboy, child, fruit, son, young man (one)5וִֽילָד֑וֹתH3207dochter, meisje, meisjesdamsel, girl6מְשַׂחֲקִ֖יםH7832lachen, belacht, spelenderide, have in derision, laugh, make merry, mock(-er), play, rejoice, (laugh to) scorn, be in (make) sport7בִּרְחֹֽבֹתֶֽיהָH7339straten, straat, wijkenbroad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב)
6Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat het wonderlijk is in de ogen van het overblijfsel dezes volks in deze dagen, zou het daarom ook in Mijn ogen wonderlijk zijn? spreekt de HEERE der heirscharen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: OmdatH3588 het wonderlijkH6381 is in de ogenH5869 van het overblijfselH7611 dezes volksH5971 in dezeH2088dagenH3117, zou het daarom ookH1571 in Mijn ogenH5869wonderlijkH6381 zijn? spreektH5002 de HEEREH3068 der heirscharenH6635.Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat het wonderlijk is in de ogen van het overblijfsel dezes volks in deze dagen, zou het daarom ook in Mijn ogen wonderlijk zijn? spreekt de HEERE der heirscharen.
KJVThus saith2the LORD3of hosts;4If it be marvellous6in the eyes7of the remnant8of this people9in these days,11should it also be marvellous15in mine eyes?14saith16the LORD17of hosts.
1כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4צְבָא֔וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)5כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6יִפָּלֵ֗אH6381wonderen, wonderlijk, wonderwerkenaccomplish, (arise...too, be too) hard, hidden, things too high, (be, do, do a, shew) marvelous(-ly, -els, things, work), miracles, perform, separate, make singular, (be, great, make) wonderful(-ers, -ly, things, works), wondrous (things, works, -ly)7בְּעֵינֵי֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)8שְׁאֵרִית֙H7611overblijfsel, overige, overigenthat had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest9הָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11בַּיָּמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12הָהֵ֑םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye13גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea14בְּעֵינַי֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)15יִפָּלֵ֔אH6381wonderen, wonderlijk, wonderwerkenaccomplish, (arise...too, be too) hard, hidden, things too high, (be, do, do a, shew) marvelous(-ly, -els, things, work), miracles, perform, separate, make singular, (be, great, make) wonderful(-ers, -ly, things, works), wondrous (things, works, -ly)16נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith17יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18צְבָאֽוֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
7Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, Ik zal Mijn volk verlossen uit het land des opgangs, en uit het land des nedergangs der zon.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: ZietH2005, Ik zal Mijn volkH5971verlossenH3467 uit het landH776 des opgangsH4217, en uit het landH776 des nedergangsH3996 der zonH8121.Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, Ik zal Mijn volk verlossen uit het land des opgangs, en uit het land des nedergangs der zon.
KJVThus saith2the LORD3of hosts;4Behold, I will save6my people8from the east10country,9and from the west12country;
1כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4צְבָא֔וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)5הִנְנִ֥יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though6מוֹשִׁ֛יעַH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8עַמִּ֖יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10מִזְרָ֑חH4217oosten, opgang, oostwaartseast (side, -ward), (sun-) rising (of the sun)11וּמֵאֶ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12מְב֥וֹאH3996ingang, ondergang, ingangenby which came, as cometh, in coming, as men enter into, entering, entrance into, entry, where goeth, going down, [phrase] westward. Compare H4126 (מוֹבָא)13הַשָּֽׁמֶשׁH8121zon, Zon, glasvensters[phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)
8En Ik zal hen herwaarts brengen, dat zij in het midden van Jeruzalem wonen zullen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En Ik zal hen herwaarts brengenH935, dat zij in het middenH8432 van JeruzalemH3389wonenH7931 zullen; en zijH1961 zullen Mij tot een volkH5971 zijn, en IkH589 zal hun tot een GodH430 zijn, in waarheidH571 en in gerechtigheidH6666.En Ik zal hen herwaarts brengen, dat zij in het midden van Jeruzalem wonen zullen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid.
KJVAnd I will bring1them, and they shall dwell3in the midst4of Jerusalem:5and they shall be my people,8and I will be their God,12in truth13and in righteousness.
1וְהֵבֵאתִ֣יH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3וְשָׁכְנ֖וּH7931wonen, woont, woneabide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)4בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)5יְרוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem6וְהָיוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7לִ֣י8לְעָ֗םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9וַֽאֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who10אֶהְיֶ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11לָהֶם֙12לֵֽאלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty13בֶּאֱמֶ֖תH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity14וּבִצְדָקָֽהH6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)
9Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Laat uw handen sterk zijn, gijlieden, die in deze dagen deze woorden gehoord hebt uit den mond der profeten, die geweest zijn ten dage, als de grond van het huis des HEEREN der heirscharen gelegd is, dat de tempel gebouwd zou worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Laat uw handenH3027sterkH2388 zijn, gijlieden, die in dezeH428dagenH3117dezeH428woordenH1697gehoordH8085 hebt uit den mondH6310 der profetenH5030, die geweest zijn ten dageH3117, als de grondH3245 van het huisH1004 des HEERENH3068 der heirscharenH6635gelegdH3245 is, datH834 de tempelH1964gebouwdH1129 zou worden.Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Laat uw handen sterk zijn, gijlieden, die in deze dagen deze woorden gehoord hebt uit den mond der profeten, die geweest zijn ten dage, als de grond van het huis des HEEREN der heirscharen gelegd is, dat de tempel gebouwd zou worden.
KJVThus saith2the LORD3of hosts;4Let your hands6be strong,5ye that hear7in these days8these words11by the mouth13of the prophets,14which were in the day16that the foundation17of the house18of the LORD19of hosts20was laid,that the temple21might be built.
1כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַר֮H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4צְבָאוֹת֒H6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)5תֶּחֱזַ֣קְנָהH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand6יְדֵיכֶ֔םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7הַשֹּֽׁמְעִים֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness8בַּיָּמִ֣יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9הָאֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)10אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַדְּבָרִ֣יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work12הָאֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)13מִפִּי֙H6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word14הַנְּבִיאִ֔יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet15אֲ֠שֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16בְּי֞וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger17יֻסַּ֨דH3245gegrond, gegrondvest, grondappoint, take counsel, establish, (lay the, lay for a) found(-ation), instruct, lay, ordain, set, [idiom] sure18בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)19יְהוָ֧הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20צְבָא֛וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)21הַהֵיכָ֖לH1964tempel, tempels, paleispalace, temple22לְהִבָּנֽוֹתH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely
10Want voor die dagen kwam des mensen loon te niet, en het loon van het vee was geen; en de uitgaande en de inkomende hadden geen vrede vanwege den vijand, want Ik zond alle mensen, een iegelijk tegen zijn naaste.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10WantH3588voorH6440dieH1992dagenH3117 kwam des mensenH120loonH7939 te niet, en het loonH7939vanH4480 het veeH929wasH1961 geen; en de uitgaandeH3318 en de inkomendeH935 hadden geen vredeH7965 vanwege den vijandH6862, want Ik zondH7971alleH3605mensenH120, een iegelijk tegen zijn naasteH7453.Want voor die dagen kwam des mensen loon te niet, en het loon van het vee was geen; en de uitgaande en de inkomende hadden geen vrede vanwege den vijand, want Ik zond alle mensen, een iegelijk tegen zijn naaste.
KJVFor before2these days3there was8no hire5for man,6nor any hire9for beast;10neither was there any peace15to him that went out12or came in13because of the affliction:17for I set18all men21every one22against his neighbour.
1כִּ֗יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2לִפְנֵי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you3הַיָּמִ֣יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4הָהֵ֔םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye5שְׂכַ֤רH7939loon, beloning, Loonhire, price, reward(-ed), wages, worth6הָֽאָדָם֙H120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person7לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8נִֽהְיָ֔הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9וּשְׂכַ֥רH7939loon, beloning, Loonhire, price, reward(-ed), wages, worth10הַבְּהֵמָ֖הH929beesten, vee, beestbeast, cattle11אֵינֶ֑נָּהH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)12וְלַיּוֹצֵ֨אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter13וְלַבָּ֤אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14אֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)15שָׁלוֹם֙H7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly16מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with17הַצָּ֔רH6862wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijdersadversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble18וַאֲשַׁלַּ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21הָאָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person22אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)23בְּרֵעֵֽהוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other
11Maar nu zal Ik aan het overblijfsel dezes volks niet wezen, gelijk in de vorige dagen, spreekt de HEERE der heirscharen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Maar nuH6258 zal IkH589 aan het overblijfselH7611 dezes volksH5971nietH3808 wezen, gelijk in de vorigeH7223dagenH3117, spreektH5002 de HEEREH3068 der heirscharenH6635.Maar nu zal Ik aan het overblijfsel dezes volks niet wezen, gelijk in de vorige dagen, spreekt de HEERE der heirscharen.
KJVBut now I will not be unto the residue6of this people7as in the former4days,3saith9the LORD10of hosts.
1וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3כַיָּמִ֤יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4הָרִֽאשֹׁנִים֙H7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past5אֲנִ֔יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who6לִשְׁאֵרִ֖יתH7611overblijfsel, overige, overigenthat had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest7הָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)9נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith10יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11צְבָאֽוֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
12Want het zaad zal voorspoedig zijn, de wijnstok zal zijn vrucht geven, en de aarde zal haar inkomen geven, en de hemelen zullen hun dauw geven; en Ik zal het overblijfsel dezes volks dit alles doen erven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12WantH3588 het zaadH2233 zal voorspoedigH7965 zijn, de wijnstokH1612 zal zijn vruchtH6529gevenH5414, en de aardeH776 zal haar inkomenH2981gevenH5414, en de hemelenH8064 zullen hun dauwH2919gevenH5414; en Ik zal het overblijfselH7611 dezes volksH5971 dit allesH3605 doen ervenH5157.Want het zaad zal voorspoedig zijn, de wijnstok zal zijn vrucht geven, en de aarde zal haar inkomen geven, en de hemelen zullen hun dauw geven; en Ik zal het overblijfsel dezes volks dit alles doen erven.
KJVFor the seed2shall be prosperous;3the vine4shall give5her fruit,6and the ground7shall give8her increase,10and the heavens11shall give12their dew;13and I will cause the remnant16of this people17to possess
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2זֶ֣רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time3הַשָּׁל֗וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly4הַגֶּ֜פֶןH1612wijnstok, wijnstokken, wijnstoksvine, tree5תִּתֵּ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6פִּרְיָהּ֙H6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward7וְהָאָ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8תִּתֵּ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10יְבוּלָ֔הּH2981gewas, inkomst, vruchtfruit, increase11וְהַשָּׁמַ֖יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)12יִתְּנ֣וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13טַלָּ֑םH2919dauw, dauwsdew14וְהִנְחַלְתִּ֗יH5157erven, erfelijk, ervedivide, have (inheritance), take as a heritage, (cause to, give to, make to) inherit, (distribute for, divide (for, for an, by), give for, have, leave for, take (for)) inheritance, (have in, cause to, be made to) possess(-ion)15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16שְׁאֵרִ֛יתH7611overblijfsel, overige, overigenthat had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest17הָעָ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people18הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21אֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
13En het zal geschieden, gelijk als gij, o huis van Juda! en gij, o huis Israels, geweest zijt een vloek onder de heidenen, alzo zal Ik ulieden behoeden, en gij zult een zegening wezen; vreest niet, laat uw handen sterk zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En het zal geschiedenH1961, gelijk als gij, o huisH1004 van JudaH3063! en gij, o huisH1004IsraelsH3478, geweest zijt een vloekH7045 onder de heidenenH1471, alzoH3651 zal Ik ulieden behoedenH3467, en gij zult een zegeningH1293 wezen; vreestH3372nietH408, laat uw handenH3027sterkH2388 zijn.En het zal geschieden, gelijk als gij, o huis van Juda! en gij, o huis Israels, geweest zijt een vloek onder de heidenen, alzo zal Ik ulieden behoeden, en gij zult een zegening wezen; vreest niet, laat uw handen sterk zijn.
KJVAnd it shall come to pass, that as ye were a curse4among the heathen,5O house6of Judah,7and house8of Israel;9so will I save11you, and ye shall be a blessing:14fear16not, but let your hands18be strong.
1וְהָיָ֡הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַּאֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3הֱיִיתֶ֨םH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4קְלָלָ֜הH7045vloek, vloeken(ac-) curse(-d, -ing)5בַּגּוֹיִ֗םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people6בֵּ֤יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7יְהוּדָה֙H3063JudaJudah8וּבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10כֵּ֚ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you11אוֹשִׁ֣יעַH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory12אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13וִהְיִיתֶ֖םH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14בְּרָכָ֑הH1293zegen, zegeningen, zegeningblessing, liberal, pool, present15אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than16תִּירָ֖אוּH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)17תֶּחֱזַ֥קְנָהH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand18יְדֵיכֶֽםH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
14Want alzo zegt de HEERE der heirscharen: Gelijk als Ik gedacht heb ulieden kwaad te doen, toen Mij uw vaderen grotelijks vertoornden, zegt de HEERE der heirscharen, en het heeft Mij niet berouwd;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14WantH3588alzoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Gelijk als Ik gedachtH2161 heb ulieden kwaadH7489 te doen, toen Mij uw vaderenH1 grotelijks vertoorndenH7107, zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, en het heeft Mij nietH3808berouwdH5162;Want alzo zegt de HEERE der heirscharen: Gelijk als Ik gedacht heb ulieden kwaad te doen, toen Mij uw vaderen grotelijks vertoornden, zegt de HEERE der heirscharen, en het heeft Mij niet berouwd;
KJVFor thus saith3the LORD4of hosts;5As I thought7to punish8you, when your fathers11provoked me to wrath,10saith13the LORD14of hosts,15and I repented
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כֹ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַר֮H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5צְבָאוֹת֒H6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)6כַּאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7זָמַמְ֜תִּיH2161gedacht, voorgenomen, bedachtconsider, devise, imagine, plot, purpose, think (evil)8לְהָרַ֣עH7489kwaad, boosdoeners, kwalijkafflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse9לָכֶ֗ם10בְּהַקְצִ֤יףH7107toornig, verbolgen, vertoornd(be) anger(-ry), displease, fret self, (provoke to) wrath (come), be wroth11אֲבֹֽתֵיכֶם֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'12אֹתִ֔יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13אָמַ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15צְבָא֑וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)16וְלֹ֖אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17נִחָֽמְתִּיH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)
15Alzo denk Ik wederom in deze dagen goed te doen aan Jeruzalem, en aan het huis van Juda; vreest niet!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15AlzoH3651denkH2161 Ik wederomH7725 in dezeH428dagenH3117goedH3190 te doen aan JeruzalemH3389, en aan het huisH1004 van JudaH3063; vreestH3372nietH408!Alzo denk Ik wederom in deze dagen goed te doen aan Jeruzalem, en aan het huis van Juda; vreest niet!
KJVSo again2have I thought3in these days4to do well6unto Jerusalem8and to the house10of Judah:11fear
1כֵּ֣ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2שַׁ֤בְתִּיH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw3זָמַ֨מְתִּי֙H2161gedacht, voorgenomen, bedachtconsider, devise, imagine, plot, purpose, think (evil)4בַּיָּמִ֣יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5הָאֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)6לְהֵיטִ֥יבH3190goed, welga, weldoenbe accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8יְרוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah12אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than13תִּירָֽאוּH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)
16Dit zijn de dingen, die gij doen zult: spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; oordeelt de waarheid en een oordeel des vredes in uw poorten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16DitH428 zijn de dingen, die gij doenH6213 zult: spreektH1696 de waarheidH571, een iegelijkH376metH854 zijn naasteH7453; oordeeltH8199 de waarheidH571 en een oordeelH4941 des vredesH7965 in uw poortenH8179.Dit zijn de dingen, die gij doen zult: spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; oordeelt de waarheid en een oordeel des vredes in uw poorten.
KJVThese are the things2that ye shall do;4Speak5ye every man7the truth6to his neighbour;9execute13the judgment11of truth10and peace12in your gates:
1אֵ֥לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2הַדְּבָרִ֖יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4תַּֽעֲשׂ֑וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5דַּבְּר֤וּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work6אֱמֶת֙H571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity7אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix9רֵעֵ֔הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other10אֱמֶת֙H571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity11וּמִשְׁפַּ֣טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong12שָׁל֔וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly13שִׁפְט֖וּH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule14בְּשַׁעֲרֵיכֶֽםH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)
17En denkt niet de een des anderen kwaad in ulieder hart; en hebt een valsen eed niet lief; want al deze zijn dingen, die Ik haat, spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En denktH2803nietH408 de een des anderen kwaadH7451 in ulieder hartH3824; en hebt een valsenH8267eedH7621nietH408liefH157; wantH3588alH3605dezeH428 zijn dingen, die Ik haatH8130, spreektH5002 de HEEREH3068.En denkt niet de een des anderen kwaad in ulieder hart; en hebt een valsen eed niet lief; want al deze zijn dingen, die Ik haat, spreekt de HEERE.
KJVAnd let none1of you imagine6evil3in your hearts7against his neighbour;4and love11no false9oath:8for all these are things that I hate,17saith18the LORD.
1וְאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3רָעַ֣תH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)4רֵעֵ֗הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other5אַֽלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than6תַּחְשְׁבוּ֙H2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think7בִּלְבַבְכֶ֔םH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding8וּשְׁבֻ֥עַתH7621eed, eeds, edencurse, oath, [idiom] sworn9שֶׁ֖קֶרH8267leugen, valse, valsheidwithout a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully10אַֽלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than11תֶּאֱהָ֑בוּH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend12כִּ֧יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15אֵ֛לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)16אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17שָׂנֵ֖אתִיH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly18נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith19יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
18Wederom geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18WederomH1961 geschiedde het woordH1697 des HEERENH3068 der heirscharenH6635totH413 mij, zeggendeH559:Wederom geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:
KJVAnd the word2of the LORD3of hosts4came unto me, saying,
19Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het vasten der vierde, en het vasten der vijfde, en het vasten der zevende, en het vasten der tiende maand, zal den huize van Juda tot vreugde, en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen; hebt dan de waarheid en den vrede lief.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Het vastenH6685 der vierdeH7243, en het vastenH6685 der vijfdeH2549, en het vastenH6685 der zevendeH7637, en het vastenH6685 der tiendeH6224 maand, zal den huizeH1004 van JudaH3063 tot vreugdeH8342, en tot blijdschapH8057, en tot vrolijkeH2896hoogtijdenH4150wezenH1961; hebt dan de waarheidH571 en den vredeH7965liefH157.Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het vasten der vierde, en het vasten der vijfde, en het vasten der zevende, en het vasten der tiende maand, zal den huize van Juda tot vreugde, en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen; hebt dan de waarheid en den vrede lief.
KJVThus saith2the LORD3of hosts;4The fast5of the fourth6month, and the fast7of the fifth,8and the fast9of the seventh,10and the fast11of the tenth,12shall be to the house14of Judah15joy16and gladness,17and cheerful19feasts;18therefore love22the truth20and peace.
20Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Nog zal het geschieden, dat de volken, en de inwoners van vele steden komen zullen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: NogH5750 zal het geschieden, datH834 de volkenH5971, en de inwonersH3427 van veleH7227stedenH5892komenH935 zullen;Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Nog zal het geschieden, dat de volken, en de inwoners van vele steden komen zullen;
KJVThus saith2the LORD3of hosts;4It shall yet come to pass, that there shall come7people,8and the inhabitants9of many11cities:
1כֹּ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4צְבָא֑וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)5עֹ֚דH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7יָבֹ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8עַמִּ֔יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9וְיֹשְׁבֵ֖יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry10עָרִ֥יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town11רַבּֽוֹתH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
21En de inwoners der ene stad zullen gaan tot de inwoners der andere, zeggende: Laat ons vlijtig henengaan, om te smeken het aangezicht des HEEREN, en om den HEERE der heirscharen te zoeken; ik zal ook henengaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En de inwonersH3427 der eneH259 stad zullen gaan totH413 de inwoners der andere, zeggendeH559: Laat ons vlijtigH1980henengaanH3212, om te smekenH2470 het aangezichtH6440 des HEERENH3068, en om den HEEREH3068 der heirscharenH6635 te zoekenH1245; ikH589 zal ookH1571henengaanH3212.En de inwoners der ene stad zullen gaan tot de inwoners der andere, zeggende: Laat ons vlijtig henengaan, om te smeken het aangezicht des HEEREN, en om den HEERE der heirscharen te zoeken; ik zal ook henengaan.
KJVAnd the inhabitants2of one3city shall go1to another,5saying,6Let us go7speedily8to pray9before11the LORD,12and to seek13the LORD15of hosts:16I will go
1וְֽהָלְכ֡וּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl2יֹשְׁבֵי֩H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry3אַחַ֨תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אַחַ֜תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,6לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7נֵלְכָ֤הH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak8הָלוֹךְ֙H1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl9לְחַלּוֹת֙H2470krank, smeken, ziekbeseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13וּלְבַקֵּ֖שׁH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16צְבָא֑וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)17אֵלְכָ֖הH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak18גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea19אָֽנִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who
22Alzo zullen vele volken, en machtige heidenen komen, om den HEERE der heirscharen te Jeruzalem te zoeken, en om het aangezicht des HEEREN te smeken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Alzo zullen veleH7227volkenH5971, en machtigeH6099heidenenH1471komenH935, om den HEEREH3068 der heirscharenH6635 te JeruzalemH3389 te zoekenH1245, en om het aangezichtH6440 des HEERENH3068 te smekenH2470.Alzo zullen vele volken, en machtige heidenen komen, om den HEERE der heirscharen te Jeruzalem te zoeken, en om het aangezicht des HEEREN te smeken.
23Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het zal in die dagen geschieden, dat tien mannen, uit allerlei tongen der heidenen, grijpen zullen, ja, de slip grijpen zullen van een Joodsen man, zeggende: Wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, dat God met ulieden is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Het zal in dieH1992dagenH3117geschiedenH834, dat tienH6235mannenH582, uit allerleiH3605tongenH3956 der heidenenH1471, grijpenH2388 zullen, ja, de slipH3671grijpenH2388 zullen van een JoodsenH3064manH376, zeggendeH559: Wij zullen metH5973 ulieden gaanH3212, wantH3588 wij hebben gehoordH8085, dat GodH430metH5973 ulieden is.Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het zal in die dagen geschieden, dat tien mannen, uit allerlei tongen der heidenen, grijpen zullen, ja, de slip grijpen zullen van een Joodsen man, zeggende: Wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, dat God met ulieden is.
KJVThus saith2the LORD3of hosts;4In those days5it shall come to pass, that ten9menshall take hold8out of all languages12of the nations,13even shall take hold14of the skirt15of him that is a Jew,10saying,18We will go19with you: for we have heard22that God
1כֹּ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַר֮H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4צְבָאוֹת֒H6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)5בַּיָּמִ֣יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6הָהֵ֔מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye7אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8יַחֲזִ֨יקוּ֙H2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand9עֲשָׂרָ֣הH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen10אֲנָשִׁ֔יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11מִכֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12לְשֹׁנ֣וֹתH3956tong, spraak, tongen[phrase] babbler, bay, [phrase] evil speaker, language, talker, tongue, wedge13הַגּוֹיִ֑םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people14וְֽהֶחֱזִ֡יקוּH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand15בִּכְנַף֩H3671vleugelen, vleugel, slip[phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)16אִ֨ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)17יְהוּדִ֜יH3064Joden, Jood, JoodsJew18לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet19נֵֽלְכָה֙H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak20עִמָּכֶ֔םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)21כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet22שָׁמַ֖עְנוּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness23אֱלֹהִ֥יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty24עִמָּכֶֽםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Zacharia 8:2— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb geijverd over Sion met een groten ijver; ja, met grote grimmigheid heb Ik over haar geijverd.Nahum 1:2→Psalmen 78:58→Nahum 1:6→Jesaja 42:13→Ezechiël 36:5→Jesaja 59:17→Zacharia 1:14→Jesaja 63:15→
Zacharia 8:3— Alzo zegt de HEERE: Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen; en Jeruzalem zal geheten worden een stad der waarheid, en de berg des HEEREN der heirscharen, een berg der heiligheid.Zacharia 1:16→Zacharia 2:10→Jesaja 1:26→Jesaja 66:20→2 Korinthe 6:16→Openbaring 21:10→Johannes 14:23→Jesaja 2:2→
Zacharia 8:4— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Er zullen nog oude mannen en oude vrouwen zitten op de straten van Jeruzalem; een ieder zal zijn stok in zijn hand hebben vanwege de veelheid der dagen.1 Samuël 2:31→Jesaja 65:20→Klaagliederen 5:11→Job 42:17→Hebreeën 12:22→Job 5:26→Klaagliederen 2:20→
Zacharia 8:5— En de straten dier stad zullen vervuld worden met knechtjes en meisjes, spelende op haar straten.Jeremia 30:19→Jeremia 31:13→Zacharia 2:4→Jeremia 33:11→Psalmen 144:12→Klaagliederen 2:19→Psalmen 128:3→Jeremia 31:27→
Zacharia 8:6— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat het wonderlijk is in de ogen van het overblijfsel dezes volks in deze dagen, zou het daarom ook in Mijn ogen wonderlijk zijn? spreekt de HEERE der heirscharen.Jeremia 32:27→Jeremia 32:17→Genesis 18:14→Psalmen 118:23→2 Koningen 7:2→Lukas 18:27→Romeinen 4:20→Lukas 1:20→
Zacharia 8:7— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, Ik zal Mijn volk verlossen uit het land des opgangs, en uit het land des nedergangs der zon.Jesaja 49:12→Jesaja 27:12→Psalmen 50:1→Romeinen 11:25→Jesaja 59:19→Psalmen 113:3→Jeremia 31:8→Jesaja 43:5→
Zacharia 8:8— En Ik zal hen herwaarts brengen, dat zij in het midden van Jeruzalem wonen zullen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid.Ezechiël 36:28→Jeremia 4:2→Ezechiël 11:20→Ezechiël 37:25→Jeremia 31:33→Zacharia 13:9→Zacharia 2:11→2 Korinthe 6:16→
Zacharia 8:9— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Laat uw handen sterk zijn, gijlieden, die in deze dagen deze woorden gehoord hebt uit den mond der profeten, die geweest zijn ten dage, als de grond van het huis des HEEREN der heirscharen gelegd is, dat de tempel gebouwd zou worden.Ezra 5:1→1 Kronieken 22:13→Jesaja 35:4→Hagai 2:21→Hagai 1:12→Hagai 2:4→Zacharia 8:13→Zacharia 8:18→
Zacharia 8:10— Want voor die dagen kwam des mensen loon te niet, en het loon van het vee was geen; en de uitgaande en de inkomende hadden geen vrede vanwege den vijand, want Ik zond alle mensen, een iegelijk tegen zijn naaste.Jesaja 19:2→Amos 9:4→Hagai 2:16→Amos 3:6→Richteren 5:6→Mattheüs 10:34→Jeremia 16:16→2 Kronieken 15:5→
Zacharia 8:11— Maar nu zal Ik aan het overblijfsel dezes volks niet wezen, gelijk in de vorige dagen, spreekt de HEERE der heirscharen.Jesaja 12:1→Hagai 2:19→Zacharia 8:8→Psalmen 103:9→Jesaja 11:13→Maleachi 3:9→
Zacharia 8:12— Want het zaad zal voorspoedig zijn, de wijnstok zal zijn vrucht geven, en de aarde zal haar inkomen geven, en de hemelen zullen hun dauw geven; en Ik zal het overblijfsel dezes volks dit alles doen erven.Genesis 27:28→Leviticus 26:4→Deuteronomium 33:13→Mattheüs 6:33→Amos 9:13→Joël 2:22→Hagai 2:19→Hagai 1:10→
Zacharia 8:13— En het zal geschieden, gelijk als gij, o huis van Juda! en gij, o huis Israels, geweest zijt een vloek onder de heidenen, alzo zal Ik ulieden behoeden, en gij zult een zegening wezen; vreest niet, laat uw handen sterk zijn.Zacharia 8:9→Daniël 9:11→Jesaja 19:24→Psalmen 72:17→Genesis 12:2→Jeremia 29:18→Ezechiël 5:15→Jeremia 42:18→
Zacharia 8:14— Want alzo zegt de HEERE der heirscharen: Gelijk als Ik gedacht heb ulieden kwaad te doen, toen Mij uw vaderen grotelijks vertoornden, zegt de HEERE der heirscharen, en het heeft Mij niet berouwd;Jeremia 31:28→Ezechiël 24:14→Jeremia 4:28→Jeremia 15:1→Zacharia 1:6→Psalmen 33:11→Jesaja 14:24→2 Kronieken 36:16→
Zacharia 8:15— Alzo denk Ik wederom in deze dagen goed te doen aan Jeruzalem, en aan het huis van Juda; vreest niet!Zacharia 8:13→Micha 7:18→Sefanja 3:16→Jeremia 32:42→Micha 4:10→Jesaja 43:1→Jeremia 29:11→Lukas 12:32→
Zacharia 8:16— Dit zijn de dingen, die gij doen zult: spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; oordeelt de waarheid en een oordeel des vredes in uw poorten.Zacharia 7:9→Efeze 4:25→Psalmen 15:2→Spreuken 12:17→Lukas 3:8→Zacharia 8:19→Jesaja 9:7→Spreuken 12:19→
Zacharia 8:17— En denkt niet de een des anderen kwaad in ulieder hart; en hebt een valsen eed niet lief; want al deze zijn dingen, die Ik haat, spreekt de HEERE.Spreuken 3:29→Zacharia 7:10→Spreuken 6:16→Habakuk 1:13→Mattheüs 15:19→Jeremia 4:14→Maleachi 3:5→Mattheüs 12:35→
Zacharia 8:19— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het vasten der vierde, en het vasten der vijfde, en het vasten der zevende, en het vasten der tiende maand, zal den huize van Juda tot vreugde, en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen; hebt dan de waarheid en den vrede lief.Zacharia 7:5→Jeremia 39:2→Zacharia 8:16→Jeremia 52:4→2 Koningen 25:25→Zacharia 7:3→Psalmen 30:11→Jesaja 35:10→
Zacharia 8:20— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Nog zal het geschieden, dat de volken, en de inwoners van vele steden komen zullen;Jeremia 16:19→Zacharia 2:11→Hosea 2:23→Jesaja 66:18→Psalmen 138:4→Jesaja 49:6→Psalmen 72:17→Psalmen 67:1→
Zacharia 8:21— En de inwoners der ene stad zullen gaan tot de inwoners der andere, zeggende: Laat ons vlijtig henengaan, om te smeken het aangezicht des HEEREN, en om den HEERE der heirscharen te zoeken; ik zal ook henengaan.Zacharia 7:2→Psalmen 146:1→Hosea 6:3→Psalmen 122:1→Psalmen 103:22→
Zacharia 8:22— Alzo zullen vele volken, en machtige heidenen komen, om den HEERE der heirscharen te Jeruzalem te zoeken, en om het aangezicht des HEEREN te smeken.Zacharia 8:21→Jesaja 25:7→Openbaring 21:24→Openbaring 15:4→Galaten 3:8→Jeremia 4:2→Jesaja 55:5→Micha 4:3→
Zacharia 8:23— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het zal in die dagen geschieden, dat tien mannen, uit allerlei tongen der heidenen, grijpen zullen, ja, de slip grijpen zullen van een Joodsen man, zeggende: Wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, dat God met ulieden is.1 Korinthe 14:25→Jesaja 45:14→Genesis 31:7→Handelingen 13:47→Jesaja 66:18→1 Koningen 8:42→Deuteronomium 4:6→Numeri 10:29→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Zacharia 8 vers 2— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb geijverd over Sion met een groten ijver; ja, met grote grimmigheid heb Ik over haar geijverd.
geijverd
Te weten, om Zion te verlossen van de schande en schade, die hare vijanden haar aangedaan hebben. Ik ben met groten toorn ontstoken over degenen, die haar tiranniek vervolgd en benauwd hebben, te weten de Babyloniërs. Verg. Jes. 9:6 en de aantekening aldaar.
Hertaald:geijverd
Namelijk om Sion te verlossen van de schande en schade die haar vijanden haar aangedaan hebben. Ik ben met grote toorn ontstoken over hen die haar tiranniek vervolgd en benauwd hebben, namelijk de Babyloniërs. Vergelijk Jes. 9:6 met de aantekening daar.
over Sion
Dat is, over Jeruzalem, gebouwd op den berg Zion.
Hertaald:over Sion
Dat is: over Jeruzalem, dat op de berg Sion gebouwd is.
Zacharia 8 vers 3— Alzo zegt de HEERE: Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen; en Jeruzalem zal geheten worden een stad der waarheid, en de berg des HEEREN der heirscharen, een berg der heiligheid.
een stad der waarheid,
Dat is, ene stad in welke de liefhebbers der waarheid en heiligheid wonen zullen en waar de waarheid zal gepredikt en aangenomen worden; verg. onder vs.8, 16; Sef. 3:13 ; 1 Tim. 3:15 . Zie het tegendeel, Jes. 1:21 .
Hertaald:een stad der waarheid,
Dat is: een stad waarin de liefhebbers van de waarheid en de heiligheid zullen wonen en waar de waarheid gepredikt en aangenomen zal worden; vergelijk vers 8 en 16; Zef. 3:13; 1 Tim. 3:15. Zie het tegendeel in Jes. 1:21.
Zacharia 8 vers 4— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Er zullen nog oude mannen en oude vrouwen zitten op de straten van Jeruzalem; een ieder zal zijn stok in zijn hand hebben vanwege de veelheid der dagen.
Daar zullen nog oude mannen en oude vrouwen zitten
Dat is, Ik zal de inwoners van Jeruzalem zegenen met een groten ouderdom en met vele kinderen, zie Zach. 7:5 . Dezen zegen hebben, naar de letter, genoten Zerubbabel, Jozua, Ezra, Nehemia en andere godzalige personen. Doch deze tijdelijke beloften en zegeningen moeten inzonderheid op de geestelijke weldadan van het rijk van Christus geduid worden, want de kinderen Gods zullen eeuwiglijk in vreugde in het hemelse Jeruzalem leven.
Hertaald:Daar zullen nog oude mannen en oude vrouwen zitten
Dat is: Ik zal de inwoners van Jeruzalem zegenen met een hoge ouderdom en met veel kinderen, zie Zach. 7:5. Deze zegen hebben Zerubbabel, Jozua, Ezra, Nehemia en andere godzalige personen naar de letter genoten. Maar deze tijdelijke beloften en zegeningen moeten vooral betrokken worden op de geestelijke weldaden van het rijk van Christus, want de kinderen van God zullen eeuwig in vreugde leven in het hemelse Jeruzalem.
vanwege de veelheid der dagen
Vanwege zijn ouderdom.
Hertaald:vanwege de veelheid der dagen
Vanwege zijn ouderdom.
Zacharia 8 vers 5— En de straten dier stad zullen vervuld worden met knechtjes en meisjes, spelende op haar straten.
haar straten
Te weten, van Jeruzalem.
Hertaald:haar straten
Namelijk van Jeruzalem.
Zacharia 8 vers 6— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat het wonderlijk is in de ogen van het overblijfsel dezes volks in deze dagen, zou het daarom ook in Mijn ogen wonderlijk zijn? spreekt de HEERE der heirscharen.
het
Te weten, hetwelk straks gezegd is.
Hertaald:het
Namelijk wat zojuist gezegd is.
wonderlijk is in de ogen
Of, onmogelijk, gelijk Gen. 18:14 . Wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God.
Hertaald:wonderlijk is in de ogen
Of: onmogelijk, zoals Gen. 18:14. Wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God.
in deze dagen,
Dat is, te dezer tijd, alzo ook onder vs.9, 23.
Hertaald:in deze dagen,
Dat is: in deze tijd; zo ook vers 9 en 23.
Zacharia 8 vers 7— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, Ik zal Mijn volk verlossen uit het land des opgangs, en uit het land des nedergangs der zon.
Ik zal Mijn volk verlossen
De zin is: Ik zal mijn volk verzamelen en samenbrengen, door de predikatie van het heilig Evangelie, van alle hoeken en kanten der ganse wereld. Verg. Matt. 8:11 , en Luc. 13:29 .
Hertaald:Ik zal Mijn volk verlossen
De betekenis is: Ik zal Mijn volk uit alle hoeken en kanten van de hele wereld verzamelen en bijeenbrengen door de prediking van het heilig Evangelie. Vergelijk Matth. 8:11 en Luk. 13:29.
van den nedergang der zon
Hebr. van den ingang; te weten, der zon. Zie Ps. 19:6 .
Hertaald:van den nedergang der zon
Hebreeuws: van de ingang, namelijk van de zon. Zie Ps. 19:6.
Zacharia 8 vers 8— En Ik zal hen herwaarts brengen, dat zij in het midden van Jeruzalem wonen zullen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid.
dat zij in het midden van Jeruzalem wonen zullen;
Dat is, zij zullen ledematen mijner kerk zijn.
Hertaald:dat zij in het midden van Jeruzalem wonen zullen;
Dat is: zij zullen leden van Mijn kerk zijn.
in waarheid en in gerechtigheid
Dat is, Ik zal hun zekerlijk geven hetgeen Ik hun beloofd heb, en Ik zal hen rechtvaardig maken door Jezus Christus. Verg. Hos. 2:18-19 .
Hertaald:in waarheid en in gerechtigheid
Dat is: Ik zal hun zeker geven wat Ik hun beloofd heb, en Ik zal hen rechtvaardig maken door Jezus Christus. Vergelijk Hos. 2:18-19.
Zacharia 8 vers 9— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Laat uw handen sterk zijn, gijlieden, die in deze dagen deze woorden gehoord hebt uit den mond der profeten, die geweest zijn ten dage, als de grond van het huis des HEEREN der heirscharen gelegd is, dat de tempel gebouwd zou worden.
Laat uw handen sterk zijn,
Dat is, vaart dapper voort met den bouw des tempels, bezijden stellende uw eigen voordeel, den kwaden raad der te zeer achterdochtige mensen, of de vrees der vijanden; hoort en gehoorzaamt de woorden en vermaningen der profeten alleen, als daar zijn Haggaï, ik Zacharia en anderen. Zie Ezra 5:1-2 .
Hertaald:Laat uw handen sterk zijn,
Dat is: ga dapper voort met de bouw van de tempel, terwijl u uw eigen voordeel opzijzet, en ook de kwade raad van al te achterdochtige mensen en de vrees voor de vijanden. Hoor en gehoorzaam alleen de woorden en vermaningen van de profeten, zoals Haggaï, ik Zacharia en anderen. Zie Ezra 5:1-2.
die geweest zijn ten dage,
Anders, dat men van dien dag aan, als de grond gelegd is aan het huis des Heeren der heirscharen, de tempel zou gebouwd hebben.
Hertaald:die geweest zijn ten dage,
Anders: dat men vanaf die dag waarop de grond gelegd is aan het huis van de HEERE der heirscharen, de tempel gebouwd zou hebben.
Zacharia 8 vers 10— Want voor die dagen kwam des mensen loon te niet, en het loon van het vee was geen; en de uitgaande en de inkomende hadden geen vrede vanwege den vijand, want Ik zond alle mensen, een iegelijk tegen zijn naaste.
voor die dagen
Te weten, in welke nu niet voortgevaren is met den bouw des tempels.
Hertaald:voor die dagen
Namelijk waarin men niet doorgegaan is met de bouw van de tempel.
kwam des mensen loon te niet,
Naar de Hebr. letter, was het loon des mensen niet. De zin is: Gelijk gijlieden traag en spaarzaam waart in het opbouwen van den tempel, alzo was ook de Heere traag en spaarzaam in ulieden zijnen zegen te geven, maat alle ding was duur, en gij werdt van uwe vijanden jammerlijk geplaagd. Ja het was al tevergeefs wat gijlieden bij de hand naamt, God vervloekte al uwen arbeid. Zie Hag. 1:6 , Hag. 1:10 , en Hag. 2:16-17 .
Hertaald:kwam des mensen loon te niet,
Naar de Hebreeuwse letter: was er geen loon van de mens. De betekenis is: zoals u traag en karig was in het opbouwen van de tempel, zo was de HEERE ook traag en karig in het geven van Zijn zegen aan u; alles was duur en u werd door uw vijanden jammerlijk geplaagd. Ja, alles wat u ondernam was tevergeefs; God vervloekte al uw arbeid. Zie Hag. 1:6, Hag. 1:10 en Hag. 2:16-17.
van het vee
Of, van het dier; te weten van het lastdragende vee, of dier, als daar zijn paarden, kemels, ezels, ossen, enz. De mensen verdienden geen geld daarmede, daar was niets te doen.
Hertaald:van het vee
Of: van het dier, namelijk van het lastdragende vee, zoals paarden, kamelen, ezels, ossen, enzovoort. De mensen verdienden er geen geld mee; er was niets te doen.
was geen;
Dat is, al hun arbeid was tevergeefs, het land droeg gene vruchten, ofschoon het bearbeid en bebouwd werd.
Hertaald:was geen;
Dat is: al hun arbeid was tevergeefs; het land bracht geen vruchten voort, ook al werd het bewerkt en bebouwd.
de uitgaande en de inkomende hadden geen vrede
Dat is, niemand mocht of kon met vrede uit of in Jeruzalem komen; de lopende en stropende soldaten, ja zelfs enige uwer vijanden, die ulieden uwe welvaart misgunden en niet gaarne zagen dat Jeruzalem weder opgebouwd werd, deden ulieden allen hinder en schade, waar zij konden of mochten. Verg. hiermede de dreigementen Gods, Deut. 28:16 , Deut. 28:19 ; 2 Kron. 15:5 .
Hertaald:de uitgaande en de inkomende hadden geen vrede
Dat is: niemand mocht of kon in vrede Jeruzalem in- of uitgaan. De rondtrekkende en stropende soldaten, ja zelfs sommige van uw vijanden die u uw welvaart misgunden en niet graag zagen dat Jeruzalem weer opgebouwd werd, deden u alle hinder en schade waar zij maar konden. Vergelijk hiermee de dreigementen van God in Deut. 28:16, Deut. 28:19; 2 Kron. 15:5.
vanwege den vijand,
Of, vanwege de benauwing. Het Hebr. woord betekent een vijand en een vijandelijke benauwing.
Hertaald:vanwege den vijand,
Of: vanwege de benauwing. Het Hebreeuwse woord betekent zowel een vijand als een vijandelijke benauwing.
Ik zond alle mensen,
De zin is: Ik beschikte door mijn rechtvaardig oordeel dat de mensen elkander vervolgden en verdierven; ja Ik zond hen tegen elkander aan. De Heere gebruikt dikwijls kwade instrumenten om zijn goede voornemen uit te voeren. Zie Joël 2:25 .
Hertaald:Ik zond alle mensen,
De betekenis is: Ik beschikte door Mijn rechtvaardig oordeel dat de mensen elkaar vervolgden en te gronde richtten; ja, Ik zond hen tegen elkaar op. De HEERE gebruikt vaak slechte werktuigen om Zijn goede voornemen uit te voeren. Zie Joël 2:25.
Zacharia 8 vers 11— Maar nu zal Ik aan het overblijfsel dezes volks niet wezen, gelijk in de vorige dagen, spreekt de HEERE der heirscharen.
nu zal Ik
Te weten, nu gij in den bouw van den tempel kloekelijk voortvaart, betonende dat u mijn godsdienst ter harte gaat, zo zal Ik mij tegen de overgeblevenen zo streng niet bewijzen.
Hertaald:nu zal Ik
Namelijk nu u kloek voortgaat met de bouw van de tempel en daarmee toont dat Mijn godsdienst u ter harte gaat, zal Ik Mij tegenover de overgeblevenen niet meer zo streng betonen.
gelijk in de vorige dagen,
Te weten, toen de bouw van den tempel stil bleef staan.
Hertaald:gelijk in de vorige dagen,
Namelijk toen de bouw van de tempel stil bleef liggen.
Zacharia 8 vers 12— Want het zaad zal voorspoedig zijn, de wijnstok zal zijn vrucht geven, en de aarde zal haar inkomen geven, en de hemelen zullen hun dauw geven; en Ik zal het overblijfsel dezes volks dit alles doen erven.
het zaad zal voorspoedig zijn,
Hebr. het zal zaad des vredes zijn; dat is, het zal wel gedijen, het zal in vrede gezaaid worden en in vrede opwassen.
Hertaald:het zaad zal voorspoedig zijn,
Hebreeuws: het zal zaad van de vrede zijn; dat is: het zal goed gedijen, het zal in vrede gezaaid worden en in vrede opgroeien.
doen erven
Dat is, laten genieten, te bezitten geven, achtervolgens de beloften Gods; Deut. 28:8 , Deut. 28:11-12 ; Ps. 65:10 , en Ps. 67:7 ; Joël 2:22 .
Hertaald:doen erven
Dat is: laten genieten, in bezit geven, overeenkomstig de beloften van God; Deut. 28:8, Deut. 28:11-12; Ps. 65:10 en Ps. 67:7; Joël 2:22.
Zacharia 8 vers 13— En het zal geschieden, gelijk als gij, o huis van Juda! en gij, o huis Israels, geweest zijt een vloek onder de heidenen, alzo zal Ik ulieden behoeden, en gij zult een zegening wezen; vreest niet, laat uw handen sterk zijn.
een vloek onder de heidenen,
Dat is, met allerlei vloek, jammer en ellende als overstelpt.
Hertaald:een vloek onder de heidenen,
Dat is: als het ware overstelpt met allerlei vloek, jammer en ellende.
gij zult een zegening wezen;
Dat is, gij zult van mij gezegend en met allerlei goed begenadigd worden. Zie Gen. 12:2 , en vrg. Hag. 2:20 .
Hertaald:gij zult een zegening wezen;
Dat is: u zult door Mij gezegend en met allerlei goed begenadigd worden. Zie Gen. 12:2, en vergelijk Hag. 2:20.
Zacharia 8 vers 14— Want alzo zegt de HEERE der heirscharen: Gelijk als Ik gedacht heb ulieden kwaad te doen, toen Mij uw vaderen grotelijks vertoornden, zegt de HEERE der heirscharen, en het heeft Mij niet berouwd;
Gelijk als Ik gedacht heb
Zie Ezech. 18:19-20 en de aantekeningen aldaar.
Hertaald:Gelijk als Ik gedacht heb
Zie Ezech. 18:19-20 met de aantekeningen daar.
ulieden
Die van het Joodse volk, zo de vaderen als die nog uit de gevangenschap overig waren.
Hertaald:ulieden
Zij die van het Joodse volk waren, zowel de vaderen als degenen die nog uit de gevangenschap over waren.
kwaad te doen,
Dat is, te plagen.
Hertaald:kwaad te doen,
Dat is: te plagen.
Zacharia 8 vers 16— Dit zijn de dingen, die gij doen zult: spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; oordeelt de waarheid en een oordeel des vredes in uw poorten.
in uw poorten
Dat is, in uw openbare samenkomsten en gerechtsbanken, die men eertijds in de stadspoorten placht te houden; zie Gen. 34:20 ; Deut. 22:15 .
Hertaald:in uw poorten
Dat is: in uw openbare samenkomsten en rechtbanken, die men vroeger in de stadspoorten placht te houden; zie Gen. 34:20; Deut. 22:15.
Zacharia 8 vers 17— En denkt niet de een des anderen kwaad in ulieder hart; en hebt een valsen eed niet lief; want al deze zijn dingen, die Ik haat, spreekt de HEERE.
al deze zijn dingen,
Of, alle dezen zijn het die Ik haat. En derhalve, wil de Heere zeggen, behoordet gijlieden dezelve ook te haten.
Hertaald:al deze zijn dingen,
Of: dit alles zijn de dingen die Ik haat. En daarom, wil de HEERE zeggen, behoorde u ze ook te haten.
Zacharia 8 vers 19— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het vasten der vierde, en het vasten der vijfde, en het vasten der zevende, en het vasten der tiende maand, zal den huize van Juda tot vreugde, en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen; hebt dan de waarheid en den vrede lief.
Het vasten der vierde,
Ingesteld ter gedachtenis dat de stad is doorgebroken geworden; Jer. 25:7 .
Hertaald:Het vasten der vierde,
Ingesteld ter gedachtenis aan het doorbreken van de stad; Jer. 25:7.
het vasten der vijfde,
Zie Zach. 7:3 .
Hertaald:het vasten der vijfde,
Zie Zach. 7:3.
der zevende,
Zie Zach. 7:5.
Hertaald:der zevende,
Zie Zach. 7:5.
het vasten der tiende maand,
Ingesteld ter gedachtenis dat Jeruzalem is begonnen belegerd te worden; Jer. 52:4 . Zie ook 2Ki 25 .
Hertaald:het vasten der tiende maand,
Ingesteld ter gedachtenis aan het begin van de belegering van Jeruzalem; Jer. 52:4. Zie ook 2 Kon. 25.
den huize van Juda
Dat is, stam, geslacht van Juda.
Hertaald:den huize van Juda
Dat is: de stam of het geslacht van Juda.
tot vreugde, en tot blijdschap,
De zin is: Al het leed, hetwelk gijlieden totnogtoe gehad hebt, zal in vreugde veranderd worden; te weten, bij zoverre gij u tot den Heere bekeert en naarstig zijt in het opbouwen van mijn huis.
Hertaald:tot vreugde, en tot blijdschap,
De betekenis is: al het leed dat u tot nu toe gehad hebt zal in vreugde veranderd worden, namelijk voor zover u zich tot de HEERE bekeert en ijverig bent in het opbouwen van Mijn huis.
Zacharia 8 vers 20— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Nog zal het geschieden, dat de volken, en de inwoners van vele steden komen zullen;
Nog zal het geschieden,
Dit is een profetie van de roeping en bekering der heidenen tot Christus; zie de vervulling in Hand. 2:5 , enz., en Hand. 8:27 , en Hand. 10:1 .
Hertaald:Nog zal het geschieden,
Dit is een profetie over de roeping en bekering van de heidenen tot Christus; zie de vervulling in Hand. 2:5, enzovoort, en Hand. 8:27 en Hand. 10:1.
Zacharia 8 vers 21— En de inwoners der ene stad zullen gaan tot de inwoners der andere, zeggende: Laat ons vlijtig henengaan, om te smeken het aangezicht des HEEREN, en om den HEERE der heirscharen te zoeken; ik zal ook henengaan.
Laat ons vlijtig henengaan,
Anders: laat ons gaan, laat ons gaan. Hebr. laat ons gaande gaan.
Hertaald:Laat ons vlijtig henengaan,
Anders: laat ons gaan, laat ons gaan. Hebreeuws: laat ons gaande gaan.
ik zal ook henengaan
Aldus zal de een tot den ander spreken. Anders, laat mij ook heengaan.
Hertaald:ik zal ook henengaan
Zo zal de een tot de ander spreken. Anders: laat mij ook heengaan.
Zacharia 8 vers 22— Alzo zullen vele volken, en machtige heidenen komen, om den HEERE der heirscharen te Jeruzalem te zoeken, en om het aangezicht des HEEREN te smeken.
machtige heidenen komen,
Of, machtig velen; dat is, sterk in getal, grote hopen.
Hertaald:machtige heidenen komen,
Of: machtig velen; dat is: sterk in aantal, grote menigten.
Zacharia 8 vers 23— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het zal in die dagen geschieden, dat tien mannen, uit allerlei tongen der heidenen, grijpen zullen, ja, de slip grijpen zullen van een Joodsen man, zeggende: Wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, dat God met ulieden is.
tien mannen,
Dat is, velen, gelijk in Lev. 26:26 . Hiermede wordt te verstaan gegeven dat de heidenen in groot getal en met groten ijver zich zullen begeven tot de Christelijke kerk, die eertijds alleen bij Joden was. Verg. Jes. 2:3 ; Mi. 4:2 .
Hertaald:tien mannen,
Dat is: velen, zoals in Lev. 26:26. Hiermee wordt te kennen gegeven dat de heidenen zich in groten getale en met grote ijver bij de christelijke kerk zullen voegen, die vroeger alleen bij de Joden was. Vergelijk Jes. 2:3; Micha 4:2.
de slip grijpen zullen van een Joodsen man,
Of, zoom. Hebr. vleugel, te weten vleugel of slip van het kleed.
Hertaald:de slip grijpen zullen van een Joodsen man,
Of: zoom. Hebreeuws: vleugel, namelijk de vleugel of slip van het kleed.
Wij zullen met ulieden gaan,
Of, laat ons met ulieden gaan.
Hertaald:Wij zullen met ulieden gaan,
Of: laat ons met u gaan.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Ik ben wedergekeerd tot Sion — op de herinnering aan het oordeel volgt een reeks beloften die telkens met dezelfde formule beginnen (Zach. 8:1-8)
"Ik heb geijverd over Sion met een groten ijver; ja, met grote grimmigheid heb Ik over haar geijverd" (Zach. 8:2). Dan de kern: "Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen; en Jeruzalem zal geheten worden een stad der waarheid" (Zach. 8:3). Het beeld dat volgt is huiselijk: "Er zullen nog oude mannen en oude vrouwen zitten op de straten van Jeruzalem; een ieder zal zijn stok in zijn hand hebben vanwege de veelheid der dagen" (Zach. 8:4). Daar komt bij: "En de straten dier stad zullen vervuld worden met knechtjes en meisjes, spelende op haar straten" (Zach. 8:5).
Bijbelse betekenis: Merk op de overgang van Zach. 8:2 naar Zach. 8:3: dezelfde ijver die eerst tot grimmigheid leidde, leidt nu tot terugkeer. Het is niet een andere God die nu vriendelijker is, maar dezelfde ijver die zich eerst in oordeel en nu in herstel uit. Let vervolgens op het beeld van Zach. 8:4-5: geen grote wonderen, maar het gewoonste wat een stad kent — oude mensen die rustig zitten, kinderen die spelen. Let ten slotte op Zach. 8:6, waar God erkent dat dit "wonderlijk" lijkt in de ogen van het overblijfsel — en Zichzelf de vraag stelt of het daarom ook voor Hem onmogelijk zou zijn.
Typologie: Gewone, dagelijkse vrede — kinderen die veilig spelen, oude mensen die rustig zitten — is hier een teken van Gods aanwezigheid. Dat weerspiegelt de belofte aan het begin van dit boek, dat de HEERE Zelf tot heerlijkheid zal wezen in het midden van Jeruzalem (reeds behandeld bij Zach. 2:5).
Zach. 8:1-6; Zach. 2:5
Laat uw handen sterk zijn — een aansporing om door te bouwen, met de moeilijke jaren vóór de tempelbouw als contrast (Zach. 8:9-13)
"Laat uw handen sterk zijn, gijlieden, die in deze dagen deze woorden gehoord hebt uit den mond der profeten, die geweest zijn ten dage, als de grond van het huis des HEEREN der heirscharen gelegd is" (Zach. 8:9). De moeilijke tijd ervoor wordt herinnerd: "Want voor die dagen kwam des mensen loon te niet, en het loon van het vee was geen; en de uitgaande en de inkomende hadden geen vrede vanwege den vijand, want Ik zond alle mensen, een iegelijk tegen zijn naaste" (Zach. 8:10). Maar nu: "Want het zaad zal voorspoedig zijn, de wijnstok zal zijn vrucht geven, en de aarde zal haar inkomen geven, en de hemelen zullen hun dauw geven; en Ik zal het overblijfsel dezes volks dit alles doen erven" (Zach. 8:12). Er staat verder: "alzo zal Ik ulieden behoeden, en gij zult een zegening wezen" (Zach. 8:13).
Bijbelse betekenis: Merk op het keerpunt dat hier genoemd wordt: de dag dat de grond van de tempel gelegd is — dezelfde dag die eerder in dit register al centraal stond bij Haggaï (reeds behandeld bij Hag. 2:15-19). Let vervolgens op de tegenstelling tussen Zach. 8:10 en Zach. 8:12: van loon dat wegviel en geen vrede, naar een wijnstok die vrucht geeft en zaad dat voorspoedig is. Let ten slotte op Zach. 8:13: het volk zelf, dat eerst een vloek onder de heidenen was, wordt een zegening — niet alleen ontvanger van goed, maar bron ervan voor anderen.
Typologie: Dezelfde omkering — van vloek tot zegen voor de volken — is de belofte die God aan Abraham gaf: "in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden" (reeds behandeld bij Gen. 12:3).
Zach. 8:9-13; Hag. 2:15-19; Gen. 12:3
Spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste — de beloften van herstel worden gevolgd door een korte, praktische opsomming van wat God van Zijn volk vraagt (Zach. 8:16-17)
"Dit zijn de dingen, die gij doen zult: spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; oordeelt de waarheid en een oordeel des vredes in uw poorten" (Zach. 8:16). En verder: "denkt niet de een des anderen kwaad in ulieder hart; en hebt een valsen eed niet lief; want al deze zijn dingen, die Ik haat, spreekt de HEERE" (Zach. 8:17).
Bijbelse betekenis: Merk op hoe kort en praktisch dit gedeelte is, midden in een lange reeks van grote beloften: waarheid spreken, eerlijk oordelen, geen kwaad denken, geen valse eed liefhebben. Geen van deze dingen is spectaculair; het zijn de bouwstenen van het dagelijkse samenleven. Let vervolgens op het woord poorten in Zach. 8:16 — de plaats waar in Israël recht gesproken werd; het gaat dus niet alleen om persoonlijke eerlijkheid maar om publieke rechtspraak. Let ten slotte op Zach. 8:17: God noemt deze dingen niet slechts ongewenst, maar dingen die Ik haat — even sterke taal als bij de grote zonden elders in de Schrift.
Typologie: Vrijwel dezelfde oproep richt Paulus tot de gemeente: "spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; want wij zijn elkanders leden" (Ef. 4:25).
Zach. 8:16-17; Ef. 4:25
Tien mannen zullen de slip grijpen van een Joodsen man — het hoofdstuk sluit met vasten die tot vreugde wordt, en heidenen die zich bij Gods volk willen voegen (Zach. 8:19-23)
"Het vasten der vierde, en het vasten der vijfde, en het vasten der zevende, en het vasten der tiende maand, zal den huize van Juda tot vreugde, en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen" (Zach. 8:19). Dan een blik op de volken: "vele volken, en machtige heidenen komen, om den HEERE der heirscharen te Jeruzalem te zoeken" (Zach. 8:22), tot het slot: "tien mannen, uit allerlei tongen der heidenen, grijpen zullen, ja, de slip grijpen zullen van een Joodsen man, zeggende: Wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, dat God met ulieden is" (Zach. 8:23).
Bijbelse betekenis: Merk op wat er met de vier vastendagen gebeurt die eerder in dit blok nog een last leken (reeds behandeld bij Zach. 7:1-3, 7:5): zij worden hier tot vreugde en blijdschap. De vraag waarmee dit gedeelte van het boek begon — moet ik nog wenen? — krijgt hier zijn antwoord in een omgekeerd teken. Let vervolgens op het beeld van Zach. 8:23: heidenen die de slip van een Jood grijpen. Het initiatief ligt niet bij het volk van God, dat naar de heidenen moet gaan, maar andersom. Let ten slotte op de reden die zij zelf geven: wij hebben gehoord, dat God met ulieden is — niet een verplichting maar een aantrekkingskracht.
Typologie: Diezelfde beweging — heidenen die zich vrijwillig bij Gods volk voegen om wat zij van Hem gehoord hebben — is precies wat er met Ruth de Moabitische gebeurde: "uw volk is mijn volk, en uw God mijn God" (reeds behandeld bij Ruth 1:16).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
God bij Zijn volkniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenuitwerking
Wij hebben gehoord, dat God met ulieden is — 8:3-8, 20-23
Jeruzalem is een half herbouwde stad met een half afgebouwde tempel. De ballingen die terugkwamen zijn met weinig, en de mensen vasten nog over de verwoesting van zeventig jaar geleden. In die stad laat Zacharia een reeks beloften horen die telkens opnieuw beginnen met: alzo zegt de HEERE der heirscharen.
God zegt dat Hij is teruggekeerd om in het midden van Jeruzalem te wonen. En het hoofdstuk eindigt bij volken die meegaan, om één reden: God is bij dit volk.
De eerste belofte is de grootste, want zij gaat over Wie er woont: “Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen.” Voor mensen die de heerlijkheid uit de tempel hebben zien vertrekken in de dagen van Ezechiël, is dat de zin waar alles aan hangt. En de stad krijgt er een nieuwe naam bij: een stad der waarheid. Dat is volgens de kanttekening geen bijnaam voor haar muren, maar voor haar inwoners — een stad waarin de liefhebbers van de waarheid wonen en waar de waarheid gepredikt en aangenomen wordt.
Wat er dan volgt is huiselijk en daardoor des te aangrijpender. Oude mannen en oude vrouwen zitten op straat, elk met een stok in de hand vanwege de veelheid der dagen, en de straten zijn vol spelende kinderen. Geen legers, geen tempelmaten, geen troon — alleen ouderdom en kinderspel, de twee dingen die er als eerste verdwijnen wanneer een stad belegerd wordt. De kanttekening houdt die belofte niet bij de stenen: deze tijdelijke zegeningen moeten vooral betrokken worden op de geestelijke weldaden van het rijk van Christus.
En dan zegt God iets over Zijn eigen ogen. Het volk vindt dit alles te wonderlijk om te geloven, en Hij vraagt: zou het daarom ook in Mijn ogen wonderlijk zijn? De kanttekening geeft er nog een vertaling naast — te onmogelijk — en verwijst naar het bezoek bij Abrahams tent, waar dezelfde vraag gesteld werd over een zoon die er niet kon komen.
Daarna gaat het hoofdstuk naar buiten. God zal Zijn volk verzamelen uit het land van de opgang en van de ondergang der zon, en de kanttekening laat er geen twijfel over hoe dat gaat gebeuren: uit alle hoeken van de wereld bijeengebracht door de prediking van het heilig Evangelie. De verbondszin die daarop volgt is de oude — zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn — maar er staat iets bij: in waarheid en in gerechtigheid. En daar zegt de kanttekening bij dat God hen rechtvaardig zal maken door Jezus Christus.
Het slot is een tafereel dat men voor zich ziet. Steden gaan elkaar oproepen om de HEERE te zoeken, en de een zegt tegen de ander: ik zal ook heengaan. De kanttekening noemt dat ronduit een profetie over de roeping en bekering van de heidenen tot Christus. Voor de vervulling wijst zij naar de Pinksterdag, naar de kamerling en naar Cornelius.
En dan het laatste vers, waar het beeld heel klein wordt. Tien mannen uit allerlei talen grijpen de slip van het kleed van één Joodse man — de zoom, of letterlijk de vleugel — en zeggen waarom: “Wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, dat God met ulieden is.” Zij komen niet om het gebouw. Zij komen omdat er over dit volk iets gezegd wordt dat over geen ander volk gezegd kan worden. En dat wat zij gehoord hebben, krijgt in het Nieuwe Testament een naam die precies zo vertaald wordt: Emmanuel, God met ons.
Ezechiël 10:18-19 — De heerlijkheid vertrok uit de tempel; sindsdien was de vraag of Hij terugkomt.
Zacharia 8:3 — Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen.
Zacharia 8:8 — Zij zullen Mij tot een volk zijn — in waarheid en in gerechtigheid.
Zacharia 8:23 — Tien mannen uit alle talen gaan mee, want God is met dit volk.
Mattheüs 1:23 — Emmanuel, hetwelk is, overgezet zijnde, God met ons.
Openbaring 21:3 — De tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen.
In het Nieuwe Testament: Mattheüs 1:23; Handelingen 2:5-11; Efeze 2:12-13; Openbaring 21:3; Johannes 12:20-21
Hoever dit reikt: De kanttekenaars lezen dit hoofdstuk zelf op Christus: vers 8 wordt uitgelegd als rechtvaardig maken door Jezus Christus, en vers 20 heet bij hen een profetie over de bekering van de heidenen tot Christus. Het Nieuwe Testament haalt Zacharia 8 niet met zoveel woorden aan. Dat de zin uit vers 23 en de naam Emmanuel bij elkaar horen, berust op de overeenkomst van de woorden zelf — God met ulieden, God met ons — en niet op een aanhaling.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Zacharia 8:1-2.KruisverwijzingenNahum 1:2→Psalmen 78:58→Nahum 1:6→Jesaja 42:13→Ezechiël 36:5→Jesaja 59:17→Zacharia 1:14→Jesaja 63:15→ — Daarna geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb geijverd over Sion met een groten ijver; ja, met grote grimmigheid heb Ik over haar geijverd. Zij dienden afgoden in plaats van de levende God. Daarom was de HEERE der heirscharen, Die een ijverig God is, zeer vertoornd op Zijn oude volk, en liet Hij hen in gevangenschap wegvoeren. En het is goed dat wij in deze dagen bedenken dat wij een ijverig God dienen. Is ons hart Hem niet getrouw, dan zal Hij ons spoedig scherpe beproevingen zenden en ons het gewicht van Zijn roede laten voelen.
Het was Paulus’ bezorgde verlangen dat hij de gemeente van Korinthe als een reine maagd aan Christus zou kunnen voorstellen. En de Heere Jezus Christus zal de belijdende kerk van deze dagen zeker op geen andere voorwaarde aannemen. Laat uw hart Hem trouw en oprecht zijn, of anders wekt u de heilige ijver van uw God op.
Diezelfde ijver doet God Zijn volk om hun ontrouw straffen. En toch drijft die Hem ook om in liefde tot hen terug te keren, zodra Hij ziet dat Hij het rechtvaardig doen kan. Hebben hun vijanden hen zwaar getergd en verdrukt, dan is de HEERE ijverig. Niet tegen hen, maar tegen hun vijanden. En dan keert Hij haastig in liefde tot Zijn eigen volk terug.
Zacharia 8:3.KruisverwijzingenZacharia 1:16→Zacharia 2:10→Jesaja 1:26→Jesaja 66:20→2 Korinthe 6:16→Openbaring 21:10→Johannes 14:23→Jesaja 2:2→ — Alzo zegt de HEERE: Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen; en Jeruzalem zal geheten worden een stad der waarheid, en de berg des HEEREN der heirscharen, een berg der heiligheid. De eerste komst of de terugkeer van God tot een gemeente, of tot een enkel hart, bevordert altijd de heiligheid. Groeit uw godsvrucht niet dagelijks, verbeeld u dan niet dat God in uw midden is. Want waar de HEERE komt, komt Hij als een louteraar en een reiniger.
U zult Jezus nooit anders zien komen dan zoals Johannes de Doper Hem voorstelde aan de farizeeën en de sadduceeën van zijn dagen. Zijn wan is in Zijn hand, en Hij zal Zijn dorsvloer doorreinigen. De komst van Christus in een ziel of in een gemeente is de dood van de zonde en de geboorte van de heiligheid.
Zacharia 8:4-5.KruisverwijzingenJeremia 30:19→Jeremia 31:13→1 Samuël 2:31→Jesaja 65:20→Klaagliederen 5:11→Job 42:17→Hebreeën 12:22→Job 5:26→ — Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Er zullen nog oude mannen en oude vrouwen zitten op de straten van Jeruzalem; een ieder zal zijn stok in zijn hand hebben vanwege de veelheid der dagen. En de straten dier stad zullen vervuld worden met knechtjes en meisjes, spelende op haar straten. Het is een teken dat er vrede in de stad is, wanneer de kinderen zonder vrees op de straten kunnen spelen. Wij mogen deze verzen ook geestelijk toepassen. Zegent God een christelijke gemeente rijk, dan zijn er zeker veel ouderen in te vinden. Door hun lange ervaring en hun gerijpte wijsheid kunnen zij anderen leren wat zij zelf aan de voeten van Jezus geleerd hebben. Gelukkig is de gemeente die veel vaders en moeders in Israel heeft.
Tegelijk zal een gemeente die God rijk zegent ook veel jonge bekeerlingen hebben. Zij zijn zo vol leven en blijdschap als kinderen die in tijd van vrede op de straten van een stad spelen. Er is een tekst die zowel in zijn letterlijke als in zijn geestelijke zin waar is: “Ziet, de kinderen zijn een erfdeel des HEEREN; welgelukzalig is de man, die zijn pijlkoker met hen gevuld heeft.”
Er is voor een christelijk leraar en voor een christelijke gemeente geen grotere eer dan een overvloed van geestelijke kinderen te hebben, en menigten die tot Christus gebracht worden. Zo zal het met elke gemeente zijn wanneer God in haar midden is.
Zacharia 8:6.KruisverwijzingenJeremia 32:27→Jeremia 32:17→Genesis 18:14→Psalmen 118:23→2 Koningen 7:2→Lukas 18:27→Romeinen 4:20→Lukas 1:20→ — Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat het wonderlijk is in de ogen van het overblijfsel dezes volks in deze dagen, zou het daarom ook in Mijn ogen wonderlijk zijn? spreekt de HEERE der heirscharen. “Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat het wonderlijk is in de ogen van het overblijfsel dezes volks in deze dagen, zou het daarom ook in Mijn ogen wonderlijk zijn? spreekt de HEERE der heirscharen.”
Dit is een zeer opmerkelijke plaats, die ons waarschuwt God niet naar onszelf te beoordelen. Al kan iets voor ons moeilijk zijn, bij God zijn geen moeilijkheden. Ja, al achten wij iets voor de mens onmogelijk, het woord onmogelijk heeft geen betrekking op de Godheid, want bij God zijn alle dingen mogelijk.
Bent u vandaag in nood? Zegt u dat het onmogelijk is dat u verlost wordt? Voor God is het een gemakkelijke zaak u te verlossen, al lijkt de taak u zo zwaar. Voelt u het gewicht van uw zonde, en verbeeldt u zich dat het onmogelijk is dat uw zonde vergeven wordt? Ziet u het als een wonder aan? En omdat het u zo wonderlijk voorkomt, meent u dat het ook in Gods ogen wonderlijk is?
Denk aan wat Hij door de mond van Jesaja zei: “Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en Mijn wegen zijn niet ulieder wegen, spreekt de HEERE.” Bedenk het oneindige verschil tussen God en mens, en kijk niet langer naar God door het misleidende glas van uw eigen zwakheid.
Zacharia 8:7-8.KruisverwijzingenEzechiël 36:28→Jeremia 4:2→Ezechiël 11:20→Jesaja 49:12→Jesaja 27:12→Ezechiël 37:25→Jeremia 31:33→Zacharia 13:9→ — Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, Ik zal Mijn volk verlossen uit het land des opgangs, en uit het land des nedergangs der zon. En Ik zal hen herwaarts brengen, dat zij in het midden van Jeruzalem wonen zullen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid. Let op Gods nadrukkelijke taal, hoe vol zij is van “Ik zal” en “zij zullen”. Telkens weer zegt Hij het. En zegt God “Ik zal”, wie zou dan durven zeggen dat het niet zal gebeuren? Wat God verklaart, zal zeker geschieden.
Dit is toch gouden taal van troost voor wie neergebogen zijn. Hoe groot moet dan de zondigheid zijn van dat ongeloof, dat durft te wanhopen wanneer God “zal” zegt!
Die ene volzin in het achtste vers bevat het hele evangelie: “En Ik zal hen herwaarts brengen, dat zij in het midden van Jeruzalem wonen zullen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid.” Dat is de strekking van het verbond der genade. Er staat geen “indien” in, geen “maar”, geen “misschien”. God zegt niet: Ik zal hun tot een God zijn als zij Mij tot een volk willen wezen. Hij zegt ook niet: Ik zal hen liefhebben als zij Mijn wetten willen houden. Dát is het oude verbond der werken, dat voor altijd verbroken is. Maar het verbond der genade luidt zo: zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid.
Zacharia 8:9-11.KruisverwijzingenJesaja 12:1→Hagai 2:19→Ezra 5:1→1 Kronieken 22:13→Jesaja 35:4→Jesaja 19:2→Amos 9:4→Hagai 2:16→ — Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Laat uw handen sterk zijn, gijlieden, die in deze dagen deze woorden gehoord hebt uit den mond der profeten, die geweest zijn ten dage, als de grond van het huis des HEEREN der heirscharen gelegd is, dat de tempel gebouwd zou worden. Want voor die dagen kwam des mensen loon te niet, en het loon van het vee was geen; en de uitgaande en de inkomende hadden geen vrede vanwege den vijand, want Ik zond alle mensen, een iegelijk tegen zijn naaste. Maar nu zal Ik aan het overblijfsel dezes volks niet wezen, gelijk in de vorige dagen, spreekt de HEERE der heirscharen. Het Joodse volk was tot diepe armoede gebracht. Zij waren allen zo arm dat er niemand was die zijn naaste kon huren, of zelfs de huur van een lastdier kon betalen. Zie in wat een staat de zonde Israel gebracht had: er was geen brood, geen werk, geen loon, geen vrede. Iedereen was de vijand van zijn naaste.
Dit was vóórdat het fondament van de tempel gelegd werd. Maar zoals dat wonderlijke gebouw opgroeide, zo groeide ook de staat. Vaak brengt de voorspoed van een gemeente ook voorspoed aan het volk daaromheen, en dan komt er voor de rest van Gods volk een zegen en geen vloek. Hij zou alles veranderen en hun geluk en voorspoed geven.
Zacharia 8:12.KruisverwijzingenGenesis 27:28→Leviticus 26:4→Deuteronomium 33:13→Mattheüs 6:33→Amos 9:13→Joël 2:22→Hagai 2:19→Hagai 1:10→ — Want het zaad zal voorspoedig zijn, de wijnstok zal zijn vrucht geven, en de aarde zal haar inkomen geven, en de hemelen zullen hun dauw geven; en Ik zal het overblijfsel dezes volks dit alles doen erven. Het is een gelukkig voorteken voor een gemeente wanneer het gepredikte Woord met kracht gepaard gaat. Gelukkig zijn de harten die als vruchtbare wijnstokken zijn, en als goede, vette grond die dertig-, zestig- of honderdvoudig opbrengt.
Wij kunnen geen vrucht voor God voortbrengen zonder de bedauwende invloeden van de Heilige Geest. Dat is die “baarmoeder van de dageraad” waarvan David spreekt, en daaruit moet de kostbare vrucht van de Geest komen.
God kan onze staat even gemakkelijk keren als een mens zijn hand omkeert. De HEERE kan de donkerste luchten opklaren en ons dag geven voor nacht. Zoals het wiel omgaat, zo kan het hele lot van een mens onder de vriendelijke hand van God snel veranderen.
Zacharia 8:13.KruisverwijzingenZacharia 8:9→Daniël 9:11→Jesaja 19:24→Psalmen 72:17→Genesis 12:2→Jeremia 29:18→Ezechiël 5:15→Jeremia 42:18→ — En het zal geschieden, gelijk als gij, o huis van Juda! en gij, o huis Israels, geweest zijt een vloek onder de heidenen, alzo zal Ik ulieden behoeden, en gij zult een zegening wezen; vreest niet, laat uw handen sterk zijn. Hebt u de herhaling van de aansporing gemerkt: “Vreest niet”, en dan nog eens: “vreest niet”? De HEERE weet hoeveel schade twijfel en vrees Zijn volk doen, en daarom slaat Hij er in de Schrift telkens naar.
De Schrift is vol van dat “vrees niet”. Het zou goed zijn als u van elk daarvan een galg maakte om uw ongeloof aan op te hangen, totdat het gestorven was. Wat is op dit ogenblik uw vrees? Wat is de oorzaak van uw beven? “Vreest niet”, zegt God tot u; zou u het dan nog durven vrezen?
De Jood was het toonbeeld van een vloek geworden. “U bent zo vervloekt als een Jood”, zeiden de vijanden van Israel. Maar God zou hen tot het toonbeeld van een zégen maken, zodat mensen zouden zeggen: u bent zo gezegend als het huis van Israel.
Zacharia 8:14-15.KruisverwijzingenJeremia 31:28→Zacharia 8:13→Ezechiël 24:14→Micha 7:18→Jeremia 4:28→Jeremia 15:1→Zacharia 1:6→Psalmen 33:11→ — Want alzo zegt de HEERE der heirscharen: Gelijk als Ik gedacht heb ulieden kwaad te doen, toen Mij uw vaderen grotelijks vertoornden, zegt de HEERE der heirscharen, en het heeft Mij niet berouwd; Alzo denk Ik wederom in deze dagen goed te doen aan Jeruzalem, en aan het huis van Juda; vreest niet! Het is een zeer leerzame en bemoedigende plaats. Dreigde God Zijn volk te straffen, dan deed Hij het ook. Hij speelde niet met woorden. Hij strafte hen, en het berouwde Hem niet. En zo komt God ook niet op Zijn woord terug wanneer Hij Zijn volk zegen belooft. Hij geeft er tot de laatste jota en tittel uitvoering aan in de zegen van Zijn volk.
Zacharia 8:16-17.KruisverwijzingenZacharia 7:9→Efeze 4:25→Psalmen 15:2→Spreuken 3:29→Zacharia 7:10→Spreuken 6:16→Spreuken 12:17→Lukas 3:8→ — Dit zijn de dingen, die gij doen zult: spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; oordeelt de waarheid en een oordeel des vredes in uw poorten. En denkt niet de een des anderen kwaad in ulieder hart; en hebt een valsen eed niet lief; want al deze zijn dingen, die Ik haat, spreekt de HEERE. Sommigen hebben op goddeloze wijze gezegd dat de gedachte vrij is en niet veroordeeld kan worden. Maar hier zien wij dat zij, wanneer zij het boze najaagt, een goddeloos ding is dat God haat.
Hij wil dat Zijn volk oprecht is, zelfs als zij tot hun eigen schade gezworen hebben. Zij mogen niet veranderen. Zij moeten de waarheid spreken, al zouden er duizend rampen door losgelaten worden. Mocht God ons tot een volk maken dat de waarheid liefheeft, de waarheid spreekt en de waarheid doet.
Zacharia 8:18-19.KruisverwijzingenZacharia 7:5→Jeremia 39:2→Zacharia 8:16→Jeremia 52:4→2 Koningen 25:25→Zacharia 7:3→Psalmen 30:11→Jesaja 35:10→ — Wederom geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het vasten der vierde, en het vasten der vijfde, en het vasten der zevende, en het vasten der tiende maand, zal den huize van Juda tot vreugde, en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen; hebt dan de waarheid en den vrede lief. Hier is het punt waarop ik uw aandacht vestig. U had de vraag toen ik begon te lezen, en hier is het antwoord.
En het is een antwoord op meer dan zij gevraagd hadden. De boden vroegen alleen naar één vasten — wat zij met de vasten van de vijfde maand moesten doen — maar zij krijgen onderwijs over drie andere vasten erbij. Komt u met een enkel punt tot Gods Woord, dan zult u niet alleen op dat punt uitkomst krijgen, maar ook op veel andere wegen geleid worden. Want Gods Woord is vol onderwijs, en wie zich erdoor willen laten leren, zullen in alle wegen wijs worden.
Zo wordt hun nu gezegd dat die vasten in feesten veranderd zouden worden. God verandert droevige vasten in blijde feesten wanneer Hij Zijn volk in liefde bezoekt. Is er hier iemand die een lange vasten gehouden heeft? Is uw ziel zwaar bedrukt geweest? Bent u moedeloos en bevend geweest, zodat u geen vreugde en blijdschap gekend hebt?
Wanneer de Heere Jezus Christus Zich aan u openbaart, zal Hij uw droevige staat spoedig in iets helderders en beters veranderen. Hij zal u geven “sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwden geest”. Kijk op, arme bevende ziel, naar die heuvel Golgotha, waar Jezus voor u bloedde en stierf. Laat daar uw blijdschap beginnen, en nooit meer eindigen.
Zacharia 8:20-21.KruisverwijzingenZacharia 7:2→Jeremia 16:19→Zacharia 2:11→Hosea 2:23→Jesaja 66:18→Psalmen 138:4→Jesaja 49:6→Psalmen 72:17→ — Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Nog zal het geschieden, dat de volken, en de inwoners van vele steden komen zullen; En de inwoners der ene stad zullen gaan tot de inwoners der andere, zeggende: Laat ons vlijtig henengaan, om te smeken het aangezicht des HEEREN, en om den HEERE der heirscharen te zoeken; ik zal ook henengaan. U ziet dat er in de laatste dagen een grote geest van gebed en van het zoeken van de HEERE komen zal. Daarin ligt ook het horen van het Woord en de liefde tot de waarheid. En een goed teken is dat het volk zeggen zal: laten wij haastig gaan.
Zij zullen niet te laat komen, zoals zovelen tegenwoordig doen, die pas in hun bank schuiven wanneer de Schrift gelezen wordt in plaats van bij het openingsgebed aanwezig te zijn. Het spijt mij te moeten zeggen dat sommigen van u steeds later worden. En een van deze morgens voer ik mijn dreiging zeker uit en preek ik eerst, tenzij u op tijd bent. Een beetje meer nadenken en een beetje eerder van huis, en u kon allen op tijd in Gods huis zijn.
David begeerde een deurwachter in het huis van de HEERE te zijn, en u weet dat de deurwachter altijd de eerste is die binnenkomt en de laatste die weggaat. Mocht u allen meer van Davids geest hebben, al kunt u niet allen deurwachter zijn!
Deze mensen zullen zeggen: “Laat ons vlijtig henengaan, om te smeken het aangezicht des HEEREN, en om den HEERE der heirscharen te zoeken; ik zal ook henengaan.” Dát is de beste manier om anderen naar Gods huis te brengen: zelf meegaan.
Ik heb gelezen dat Julius Caesar tegen zijn soldaten nooit “gaat” zei, maar “laten wij gaan”. Zo moeten ook wij anderen naar Gods huis zoeken te krijgen door te zeggen: laten wij gaan, ik zal ook gaan.
Het is een schone zaak wanneer wij anderen uitnodigen en altijd kunnen zeggen: ik zal ook gaan. Er zijn veel mensen die zeggen: doe zoals ik doe, niet zoals ik zeg. Maar houdt ons voorbeeld gelijke tred met ons voorschrift, dan zal er kracht in dat voorschrift zijn.
Zacharia 8:22-23.KruisverwijzingenZacharia 8:21→1 Korinthe 14:25→Jesaja 25:7→Openbaring 21:24→Openbaring 15:4→Jesaja 45:14→Genesis 31:7→Handelingen 13:47→ — Alzo zullen vele volken, en machtige heidenen komen, om den HEERE der heirscharen te Jeruzalem te zoeken, en om het aangezicht des HEEREN te smeken. Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het zal in die dagen geschieden, dat tien mannen, uit allerlei tongen der heidenen, grijpen zullen, ja, de slip grijpen zullen van een Joodsen man, zeggende: Wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, dat God met ulieden is. De Joden worden in veel landen nog veracht en verdrukt en vervolgd. Maar in de laatste dagen zullen zij door God zo hoog geëerd worden, dat mensen van andere volken in hun gezelschap zullen willen zijn.
En zo is het ook nu al. Wij hebben onze godsdienst van een Jood ontvangen. Wij geloven in Eén Die uit het zaad van Abraham was. Wij verheugen ons in Hem als ook de Zoon van God, en veel volken dringen zich om de Christus van God samen.
Maar zonder twijfel wordt hier bijzonder op Jezus gezien: de Jood, de Zoon van God Die ook de Zoon van Maria werd. Och, of vandaag nog veel Joden en heidenen door een levend geloof Zijn slip mochten aangrijpen! Dan zouden zij zegen van Hem ontvangen en met een eeuwige zaligheid in de HEERE behouden worden.
III. Vs. 1-23.KruisverwijzingenEzechiël 36:28→Jeremia 4:2→Zacharia 1:16→Jeremia 32:27→Jeremia 32:17→Ezechiël 11:20→Zacharia 2:10→Jesaja 1:26→ — Daarna geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb geijverd over Sion met een groten ijver; ja, met grote grimmigheid heb Ik over haar geijverd. Alzo zegt de HEERE: Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen; en Jeruzalem zal geheten worden een stad der waarheid, en de berg des HEEREN der heirscharen, een berg der heiligheid. Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Er zullen nog oude mannen en oude vrouwen zitten op de straten van Jeruzalem; een ieder zal zijn stok in zijn hand hebben vanwege de veelheid der dagen. En de straten dier stad zullen vervuld worden met knechtjes en meisjes, spelende op haar straten. Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat het wonderlijk is in de ogen van het overblijfsel dezes volks in deze dagen, zou het daarom ook in Mijn ogen wonderlijk zijn? spreekt de HEERE der heirscharen. Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, Ik zal Mijn volk verlossen uit het land des opgangs, en uit het land des nedergangs der zon. En Ik zal hen herwaarts brengen, dat zij in het midden van Jeruzalem wonen zullen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid. Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Laat uw handen sterk zijn, gijlieden, die in deze dagen deze woorden gehoord hebt uit den mond der profeten, die geweest zijn ten dage, als de grond van het huis des HEEREN der heirscharen gelegd is, dat de tempel gebouwd zou worden. Want voor die dagen kwam des mensen loon te niet, en het loon van het vee was geen; en de uitgaande en de inkomende hadden geen vrede vanwege den vijand, want Ik zond alle mensen, een iegelijk tegen zijn naaste. Terwijl de 1e helft van het antwoord des Heeren op de vraag over den vastendag voornamelijk een strafwoord was, voegt de nu volgende 2e helft daarvan den rijksten troost daarbij. De Heere belooft aan het volk, wanneer het van nu af aan Zijn Woord zal gehoorzaam zijn, dat Hij rechtvaardig gericht, goedertierenheid en barmhartigheid zal uitoefenen, dat Hij Zijn genadeverbond met hen niet alleen weer zal herstellen, maar ook eens volmaken, en Jeruzalem verheerlijken zal (vs. 1-8). Daarom moeten zij getroost en onversaagd zijn; want Hij, de Heere, die hun weer genadig is, zal hun ook den zegen in het land weer ten deel laten worden (vs. 9-17). Wat nu het verdere houden van vastendagen als gedenkdagen aan de zware kastijdingen des Heeren aangaat, zo mogen zij daarin doen wat zij willen, wanneer zij alleen des Heeren Woord, waarvan de hoofdinhoud de waarheid en de vrede is, liefhebben. Dan zullen eens niet alleen alle vastendagen ophouden, maar alle leed zal worden weggenomen, en de treurdagen zullen in vreugdefeesten worden veranderd. Dan zal Israëls licht en roem bij alle volken groot worden, zodat deze van alle zijden zullen toestromen om zich aan hen aan te sluiten (vs. 18-23). Dit alzo verdeelde Woord van God is weer in vele onderdelen verdeeld, welke den Profeet alle begint met de woorden; “Zo zegt de HEERE der heirscharen”, opdat, zegt Hiëronymus, Israël niet gelove, dat de kostelijke en om hun grootte bijna ongelooflijke beloften van den Profeet afkomstig waren, en hem, den mens, geen geloof zou schenken, maar er zeker van zou zijn, dat het Gods beloften waren. De Profeet omvat ook hier den gehelen inhoud van het voor het verbondsvolk bestemde heil; wat Hij verkondigde zou eerst in Christus ten volle bewaarheid worden. Het slot (vs. 20-23) heeft uitsluitend betrekking op de verheerlijking, welke het rijk van God ten deel wordt door de heidenen.
— Daarna geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:
Spoedig daarna geschiedde wederom het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:
KruisverwijzingenNahum 1:2→Psalmen 78:58→Nahum 1:6→Jesaja 42:13→Ezechiël 36:5→Jesaja 59:17→Zacharia 1:14→Jesaja 63:15→— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb geijverd over Sion met een groten ijver; ja, met grote grimmigheid heb Ik over haar geijverd.
Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb geijverd over Zion met een groten ijver; Ik ben in heiligen liefde ijver voor Zion ontbrand; ja met grote grimmigheid heb Ik over haar tegen de vijandige Heidenen geijverd 1) (Hoofdst. 1:14 v. (Jes. 26:11).
De Heere spreekt hier uit kracht van het geestelijk Verbond, hetwelk Hij met Zion had opgericht. Al had Zion zich als ene trouweloze vrouw gedragen, toch was de Heere voor haar opgekomen, als zij in de macht der vijanden, den vijandige Heidenen was gekomen. Hij had voor haar geijverd met een Goddelijken liefde ijver, om haar eer te handhaven, en om haar weer te stellen op de hoogten des heils.
KruisverwijzingenZacharia 1:16→Zacharia 2:10→Jesaja 1:26→Jesaja 66:20→2 Korinthe 6:16→Openbaring 21:10→Johannes 14:23→Jesaja 2:2→— Alzo zegt de HEERE: Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen; en Jeruzalem zal geheten worden een stad der waarheid, en de berg des HEEREN der heirscharen, een berg der heiligheid.
Alzo zegt de HEERE: Ik heb Mijn volk in de macht zijner vijanden overgegeven en Mijnen tempel te Jeruzalem moeten verlaten (Ezech. 9:3; 10:4), maar Ik ben wedergekeerd in vernieuwde liefde en ontferming tot Zion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem, in het midden van Mijn volk, wonen even als vroeger, ja op ene nog veel volkomener wijze (Hoofdst. 2:10 vv.); en Jeruzalem zal geheten worden ene stad der waarheid, der trouw en der liefde jegens zijnen God en Heere, en de berg des HEEREN der heirscharen een berg der heiligheid, een berg, op welken de Heilige Israëls onder Zijn volk woont, en dien Hij daardoor heiligt. Het is een feit, dat de wolkkolom, het zinnebeeld van de tegenwoordigheid des Heeren in de wolk, welke Ezechiël vóór de verwoesting van Jeruzalem en den tempel het Allerheilige en alzo ook het volk zag verlaten, na het terugkeren uit de ballingschap, en na de voltooiing van den tempel van Zerubbabel niet weer in den tempel plaats heeft genomen. De reden hiervan kan gene andere zijn dan deze, dat het volk wel uitwendig van den afgodendienst gereinigd was, maar inwendig er verre van was, een waar volk Gods geworden te zijn. Zoals die wolk in het Allerheilige werkelijk van voorafbeeldenden aard was, en van den tijd voorzegde, waarin de Heere ook in de harten van de leden des volks zou wonen, en Jeruzalem alzo ene stad der waarheid, des oprechten geloofs zou worden, zo is ook de volkomene vervulling van onze profetie eerst dan te wachten, wanneer de Christenheid ene waarlijk heilige, reine gemeente Gods zal zijn, wanneer Israël zich tot zijnen Heiland zal hebben bekeerd, en de Heere dan in waarheid woning in Zijn midden zal hebben gemaakt. Dan zal Zion, de berg des Heeren, de stad op den berg, die verre gezien werd, door Zijne heiligheid worden overschaduwd en door ieder als heilig erkend. De tijd na de ballingschap heeft slechts zwakke beginselen van de vervulling dezer zich ver uitstrekkende belofte getoond. Ook de Christelijke Kerk, in welke de Heere werkelijk en waarachtig tegenwoordig is, is toch nog niet de volkomene vervulling van deze belofte, welke integendeel eerst het nieuwe Jeruzalem zal schenken.
Kruisverwijzingen1 Samuël 2:31→Jesaja 65:20→Klaagliederen 5:11→Job 42:17→Hebreeën 12:22→Job 5:26→Klaagliederen 2:20→— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Er zullen nog oude mannen en oude vrouwen zitten op de straten van Jeruzalem; een ieder zal zijn stok in zijn hand hebben vanwege de veelheid der dagen.
Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Er zullen nog eens, in dien tijd, wanneer Ik Mijn volk tot heerlijkheid en tot het bezit van den gansen zegen der verlossing zal gebracht hebben, ten gevolge van den eeuwigen vrede en volkomene veiligheid voor alle vijanden, oude mannen en oude vrouwen zitten op de straten van Jeruzalem; een ieder zal zijnen stok in zijne hand hebben, van wege de veelheid der dagen. (Jes. 65:20).
KruisverwijzingenJeremia 30:19→Jeremia 31:13→Zacharia 2:4→Jeremia 33:11→Psalmen 144:12→Klaagliederen 2:19→Psalmen 128:3→Jeremia 31:27→— En de straten dier stad zullen vervuld worden met knechtjes en meisjes, spelende op haar straten.
En de straten dier stad zullen ook vervuld worden met knechtjes en meisjes, spelende op hare straten voor de ogen van hun grootvaders en overgrootvaders, zorgeloos en vrolijk.
Uit de geestelijke volkomenheid ten gevolge van het wonen Gods in de harten, volgt de lichamelijke voorspoed; niet omgekeerd, zoals de hedendaagse dwaze wereld meent. Tot hiertoe raapte, ten gevolge van de zonden des volks, zwaard en honger of ziekte, het volk des Heeren weg in zijne beste jaren; maar eens zal Jeruzalem vol zegen zijn, zoals men aan de talrijke vrolijke kinderschaar op zijne straten zal zien en al het volk zal zijne dagen in vrede doorbrengen, en oud en des levens zat worden. Dan, als vergeving der zonde, Gods genade en vrede blijvend bij een volk is, dan moet ook tijdelijke, stoffelijke welvaart ten laatste volgen. Alsdan blijkt, dat het spelen der eenvoudige kindertjes Gode welgevalliger is, dan de vastendagen der Farizeën. Hiermede wordt zeker gedoeld op de tijden van zegen, die volgen zouden, maar bovenal moeten deze woorden geestelijk worden opgevat. De heerlijkheid van de Kerk der N. Bedeling wordt hier voorspeld, en in de hoogste mate de heerlijkheid van het Nieuwe Jeruzalem, dat boven is. Deze belofte wordt aangedrongen door het volgende. Zeker, Zion kon vragen. moedeloos vragen, of God dan een wonder kon doen, en zou doen, en daarom zegt Hij, dat al zou het wonderlijk zijn in de ogen van het volk, het toch niet verwonderlijk zou zijn in de ogen van een almachtig en getrouw God, die alle dingen werkt naar den Raad van Zijn wil.
KruisverwijzingenJeremia 32:27→Jeremia 32:17→Genesis 18:14→Psalmen 118:23→2 Koningen 7:2→Lukas 18:27→Romeinen 4:20→Lukas 1:20→— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat het wonderlijk is in de ogen van het overblijfsel dezes volks in deze dagen, zou het daarom ook in Mijn ogen wonderlijk zijn? spreekt de HEERE der heirscharen.
Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat hetgeen Ik zo even voor de toekomst heb beloofd, wonderlijk en ongelofelijk is in de ogen van het overblijfsel dezes volks, dat nu nog in kommer en armoede en druk leeft, maar hetgeen Ik in deze toekomstige dagenvervullen zal, zou het daarom ook in Mijne ogen wonderlijk zijn, in de ogen van Mij, den groten God? Waarlijk, het zal gewis geschieden, spreekt de HEERE der heirscharen. Hij beveelt hun de ogen dicht te doen, en het tegenwoordige niet aan te zien, maar alleen op Zijn woord acht te geven, daar Hij groter is, dan al wat tegenwoordig is, als wilde Hij zeggen: gij moet op uwe gedachten of zwarigheden geen acht slaan, maar op Mij en Mijn woord. Uwe verduistering bepaalt de ogen bij het tegenwoordige, en omdat deze de stad zo woest ziet, en noch jong noch oud volk daarin vindt, dat speelt en vrolijk is, maar enkel wenen en klagen aanwezig is, en de stad nog in de as ligt, de vijanden rondom nog woeden, zodat er noch vrede noch handel kan zijn, zo denkt zij, dat het te vergeefs is, en alles verloren is, en gans onmogelijk. Maar wanneer gij op Mij alleen ziet, zo moet gij toch bekennen, dat voor Mij geen ding onmogelijk is. Ziet hoe moeilijk het is een versaagd hart op te richten en te troosten, en welk ene tedere zaak het geweten is, hoe gemakkelijk het bedorven is, en hoe moeilijk om het te genezen.
KruisverwijzingenJesaja 49:12→Jesaja 27:12→Psalmen 50:1→Romeinen 11:25→Jesaja 59:19→Psalmen 113:3→Jeremia 31:8→Jesaja 43:5→— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, Ik zal Mijn volk verlossen uit het land des opgangs, en uit het land des nedergangs der zon.
Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Vraagt gij, hoe zal het plaats hebben daar gij nu toch slechts een arm, gering hoopje in het land zijt? Ziet, Ik zal Mijn volk verlossen uit de dienstbaarheid der goddeloze Heidenen in alle landen, zo ver de zon schijnt, uit het land des opgangs, en uit het land des nedergangs der zon.
KruisverwijzingenEzechiël 36:28→Jeremia 4:2→Ezechiël 11:20→Ezechiël 37:25→Jeremia 31:33→Zacharia 13:9→Zacharia 2:11→2 Korinthe 6:16→— En Ik zal hen herwaarts brengen, dat zij in het midden van Jeruzalem wonen zullen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid.
En Ik zal hen allen te zamen herwaarts brengen, dat zij weer in het midden van Jeruzalem wonen zullen 1), hetwelk dan middelpunt van een verheerlijkt, waarachtig Godsrijk zal zijn, en zo uitgebreid, als in het in Hoofdst. 2:8 heb beschreven; en zij zullen mij tot een volk zijn, en Mij dienen in waar geloof, en Ik zal hun tot een God zijn, en Mij als zodanig in genade en hulp betonen, niet alleen wat den uitwendigen naam en de uitwendige orde betreft zo als die door het verbond aan den Sinaï is geworden, maar in waarheid en in gerechtigheid 2). Daartoe zal het komen door Mijnen knecht, den Spruit van David.
Ook deze belofte is slechts in beginsel en voorafbeeldend door het terugkeren der ballingen uit Babel vervuld. Uit alle landen zal de Heere Zijn volk naar Jeruzalem vergaderen, wanneer zich Israël als één man tot Christus bekeerd heeft, en het nieuwe Jeruzalem van den hemel komt. Dan zal Israël waarlijk Gods volk zijn, dat in God, en waarin God leeft.
Dit is de grondslag en de kroon van alle deze beloften, en dit sluit alle geluk in. Zij zullen Gods wetten gehoorzamen en God zal al hun belangen verzekeren en bevorderen. Dit Verbond zal gemaakt worden, zal opnieuw gemaakt worden in waarheid en in gerechtigheid. Hier wordt de vaste grondslag van den troost der Kerk aangeduid. De gerechtigheid van Christus maakt, dat zij voor God kan bestaan. In de gerechtigheid van Christus en in de waarheid van Gods trouw ligt al het heil voor alle gelovigen opgesloten.
KruisverwijzingenEzra 5:1→1 Kronieken 22:13→Jesaja 35:4→Hagai 2:21→Hagai 1:12→Hagai 2:4→Zacharia 8:13→Zacharia 8:18→— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Laat uw handen sterk zijn, gijlieden, die in deze dagen deze woorden gehoord hebt uit den mond der profeten, die geweest zijn ten dage, als de grond van het huis des HEEREN der heirscharen gelegd is, dat de tempel gebouwd zou worden.
Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Laat uwe handen sterk zijn; gaat getroost de toestand tegemoet, en doe een ieder wat zijne roeping gebiedt, gijlieden, die, door Gods barmhartigheid in deze dagen deze troostvolle woorden of beloften van ene heerlijke en zalige toekomst, even als Ik die in Hoofdst. 2-8 en Hagg. 2 tot u heb gesproken, gehoord hebt uit den mond der beide in denzelfden tijd levende en volgens Gods wil zamenwerkende Profeten, Zacharia en Haggaï, die geweest, die opgetreden zijn ten dage, als na het terugkeren uit Babel de grond van het huis des HEEREN der heirscharen gelegd is en het bouwen na het ophouden daarvan weer begonnen is, dat de tempel gebouwd zou worden.
KruisverwijzingenJesaja 19:2→Amos 9:4→Hagai 2:16→Amos 3:6→Richteren 5:6→Mattheüs 10:34→Jeremia 16:16→2 Kronieken 15:5→— Want voor die dagen kwam des mensen loon te niet, en het loon van het vee was geen; en de uitgaande en de inkomende hadden geen vrede vanwege den vijand, want Ik zond alle mensen, een iegelijk tegen zijn naaste.
Grijpt nu moed! Ziet des Heeren rijken zegen nu duidelijk voor uwe ogen! want voor die dagen, voordat de tempelbouw weer werd opgevat, kwam des menschenloon te niet, was er geen loon voor de mensenkinderen, en de loon van het vee was geen, de akkerbouw leverde geen of slechts uiterst gering bedrag op (Hagg. 1:6, 9 vv. 2:16, 19); en de uitgaande en de inkomende, die rustig hun werk deden, hadden genen vrede van wege den vijand, dat er heidense indringers en binnenlandse booswichten overal loerden; want Ik zond alle mensen, een iegelijk tegen zijnen naaste, Ik liet een ieder handelen naar het goeddunken van zijn boos hart. In dit gemis van burgerlijken vrede, van voorspoed in handel en wandel openbaarde zich duidelijk zowel de vrucht van uw ongeloof, als ook de onzegen, die op u rustte.
KruisverwijzingenJesaja 12:1→Hagai 2:19→Zacharia 8:8→Psalmen 103:9→Jesaja 11:13→Maleachi 3:9→— Maar nu zal Ik aan het overblijfsel dezes volks niet wezen, gelijk in de vorige dagen, spreekt de HEERE der heirscharen.
Maar nu, nadat gij u weer tot Mij hebt gewend, en Mijn huis weer begonnen zijt verder op te bouwen, zal Ik aan het overblijfsel dezes volks niet meer wezen, gelijk in de vorige dagen, spreekt de HEERE der heirscharen.
KruisverwijzingenGenesis 27:28→Leviticus 26:4→Deuteronomium 33:13→Mattheüs 6:33→Amos 9:13→Joël 2:22→Hagai 2:19→Hagai 1:10→— Want het zaad zal voorspoedig zijn, de wijnstok zal zijn vrucht geven, en de aarde zal haar inkomen geven, en de hemelen zullen hun dauw geven; en Ik zal het overblijfsel dezes volks dit alles doen erven.
Want het zaad zal voorspoedig zijn, de wijnstok, 1) het gewas, dat in oorlogstijden, als het land verwoest wordt, gelijk het hier niet kan gedijen, zal zijne vrucht geven, en de aarde zal haar inkomen geven, en de hemelen zullen hunnen dauw geven; en Ik zal niet alleen zwaard, droogte en andere oordelen verwijderd houden, maar ook het overblijfsel dezes volks, de geredden uit de gerichten Gods, dit alles wat Mijn zegen hun heeft toegedacht doen erven, zodat zij door dezen toekomstigen overvloed de droogte en den nood van den verleden tijd zullen vergeten (Hagg. 1:10; 2:19. (Lev. 26:4 vv. Ps. 67:7).
In het Hebr. Ki zèra’ hasjaloom haggèfek. Beter: Want het zaad des vredes, van den wijnstok. De wijnstok wordt hier inzonderheid het zaad der vredes genoemd, dewijl het ene gewone uitdrukking was, om een vredigen toestand aan te duiden, te zitten onder zijn wijnstok en vijgeboom.
KruisverwijzingenZacharia 8:9→Daniël 9:11→Jesaja 19:24→Psalmen 72:17→Genesis 12:2→Jeremia 29:18→Ezechiël 5:15→Jeremia 42:18→— En het zal geschieden, gelijk als gij, o huis van Juda! en gij, o huis Israels, geweest zijt een vloek onder de heidenen, alzo zal Ik ulieden behoeden, en gij zult een zegening wezen; vreest niet, laat uw handen sterk zijn.
En het zal geschieden, gelijk als gij, o huis van Juda! en gij o huis Israëls d. i. gij allen, die overgebleven zijt van de twaalf stammen Mijns volks, en in onafscheidelijke eenheid Mijn toekomstig heil zult verkrijgen, geweest zijt een vloek onder de Heidenen, uw naam gebruikt is tot verwensingen, alzo zal Ik ulieden eens zo volkomen van alle zonde, nood en ellende verlossen en u behoeden, en gij zult eene zegening wezen, een volk, welks geluk en vrede men ieder, wien men iets liefs en goeds gunt, zal wensen. Daarom vreest niet, laat uwe handen sterk zijn, grijpe ieder blijmoedig het hem door God aanbevolen werk aan, en ga hij moedig de toekomst te gemoet.
KruisverwijzingenJeremia 31:28→Ezechiël 24:14→Jeremia 4:28→Jeremia 15:1→Zacharia 1:6→Psalmen 33:11→Jesaja 14:24→2 Kronieken 36:16→— Want alzo zegt de HEERE der heirscharen: Gelijk als Ik gedacht heb ulieden kwaad te doen, toen Mij uw vaderen grotelijks vertoornden, zegt de HEERE der heirscharen, en het heeft Mij niet berouwd;
Want alzo zegt de HEERE der heirscharen: Gelijk als Ik gedacht heb, en in Mijnen Goddelijken raad vast besloten heb, uliedendoor verbanning en verstrooiing kwaad te doen, toen Mij uwe vaderen grotelijks vertoornden, zegt de HEERE der heirscharen, en het heeft Mij niet berouwd, maar het was Mijn onveranderlijk raadsbesluit;
KruisverwijzingenZacharia 8:13→Micha 7:18→Sefanja 3:16→Jeremia 32:42→Micha 4:10→Jesaja 43:1→Jeremia 29:11→Lukas 12:32→— Alzo denk Ik wederom in deze dagen goed te doen aan Jeruzalem, en aan het huis van Juda; vreest niet!
Alzo denk Ik wederom in deze dagen, en Ik heb dat onveranderlijk besloten, goed te doen aan Jeruzalem, en aan het huis van Juda; vreest niet! 1) daar doet alleen wat Ik van u eis.
De Heere belooft hier, dat de tijd, die komen zal, geheel tegenovergesteld zal zijn, aan hetgeen te voren geweest is. De dagen van ellende en tegenheden zullen plaats maken voor dagen van vrede en blijdschap. Israël is gelouterd en gereinigd gekomen uit de ellende der ballingschap, en waar nu de Heere God dit heeft gewrocht, daar zal Hij ook aan Zijn volk al Zijn gunst en goedheid betonen.
KruisverwijzingenZacharia 7:9→Efeze 4:25→Psalmen 15:2→Spreuken 12:17→Lukas 3:8→Zacharia 8:19→Jesaja 9:7→Spreuken 12:19→— Dit zijn de dingen, die gij doen zult: spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; oordeelt de waarheid en een oordeel des vredes in uw poorten.
Dit zijn de dingen, die gij doen zult, zo als Ik dat reeds van uwe vaderen heb verlangd (Hoofdst. 7:9 v.) a); spreekt de waarheid, een iegelijk met zijnen naaste; oordeelt de waarheid en een oordeel des vredes in uwe poorten, op uwe gerechtsplaatsen (Gen. 19:1).
Efeze 4:25.
KruisverwijzingenSpreuken 3:29→Zacharia 7:10→Spreuken 6:16→Habakuk 1:13→Mattheüs 15:19→Jeremia 4:14→Maleachi 3:5→Mattheüs 12:35→— En denkt niet de een des anderen kwaad in ulieder hart; en hebt een valsen eed niet lief; want al deze zijn dingen, die Ik haat, spreekt de HEERE.
En a) denkt niet de een des anderen kwaad in ulieder hart; en b) hebt een valsen eed niet lief; want al deze zijn dingen, die Ik haat, en die ze doet kan Mijn toekomstig heil niet deelachtig worden, spreekt de HEERE.
(Zach. 7:10. b) Zach. 5:3, 4. Waarheid en liefde zijn de heilige uitvloeisels der wet, welke de Heere heeft gegeven. Ook deze beloften van aardsen zegen zijn geenszins in dien tijd volkomen vervuld, maar wachten nog op de vervulling in dien tijd, dat Israël zich zal bekeren en de Heere geheel Israël zal zalig maken.
— Wederom geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:
Wederom geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:
KruisverwijzingenZacharia 7:5→Jeremia 39:2→Zacharia 8:16→Jeremia 52:4→2 Koningen 25:25→Zacharia 7:3→Psalmen 30:11→Jesaja 35:10→— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het vasten der vierde, en het vasten der vijfde, en het vasten der zevende, en het vasten der tiende maand, zal den huize van Juda tot vreugde, en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen; hebt dan de waarheid en den vrede lief.
Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het vasten der vierdemaand, op den 9den Thammuz, tot aandenken aan de inneming van Jeruzalem door Nebukadnezar (Jer. 39:2) en het vasten der vijfdemaand op den 10den Ab tot aandenken aan de verwoesting van den tempel en van de stad Jeruzalem door vuur (Jer. 52:12 v. vlg. 2 Kon. 25:8 en het vasten der zevende maand, den 3den Tisri tot aandenken aan het vermoorden van Gedalja, den eersten stadhouder, en de in het land achtergelatene Joden (2 Kon. 25:25 vv. Jer. 41:1 vv.). en het vasten der tiende maand, op den 10den Tebeth, tot herinnering aan het begin der belegering van Jeruzalem door Nebukadnezar (2 Kon. 25:1. Jer. 39:1) elke dezer dagen van herinnering aan grote en zware bezoekingen des Heeren, zal den huize van Juda, wanneer de Heere Zijne beloften vervult, en de volheid van Zijne genade en Zijnen zegen daarover uitstort, tot vreugde en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen, zodat gij om de ondervondene vreugde aan de vroegere treurdagen in ‘t geheel niet meer gedenkt; hebt dan, dit is de enige voorwaarde voor de toekomstige zaligheid, gelijk Ik u reeds heb gezegd, de waarheid en den vrede lief (vs. 16, 17).
KruisverwijzingenJeremia 16:19→Zacharia 2:11→Hosea 2:23→Jesaja 66:18→Psalmen 138:4→Jesaja 49:6→Psalmen 72:17→Psalmen 67:1→— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Nog zal het geschieden, dat de volken, en de inwoners van vele steden komen zullen;
Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Zulk ene verandering van treurdagen in vreugdefeesten zal alzo plaatshebben: Nog(liever: eens) zal het geschieden, dat tot deze nu treurende en vastende stad Jeruzalem de volken en de inwoners van vele steden komen zullen;
KruisverwijzingenZacharia 7:2→Psalmen 146:1→Hosea 6:3→Psalmen 122:1→Psalmen 103:22→— En de inwoners der ene stad zullen gaan tot de inwoners der andere, zeggende: Laat ons vlijtig henengaan, om te smeken het aangezicht des HEEREN, en om den HEERE der heirscharen te zoeken; ik zal ook henengaan.
En de inwoners der ene stad zullen gaan tot de inwoners der andere, zeggende: Laat ons met elkaar vlijtig henengaan om te smeken het aangezicht des HEEREN, en om den HEERE der heirscharen te zoeken, opdat wij met Zijn rechtvaardig en verheerlijkt volk vrolijke feesten vieren, en men zal de andere stad antwoorden: Ik zal ook henengaan (Micha 4:1 vv. Jes. 2:2 vv. Jer. 16:19).
KruisverwijzingenZacharia 8:21→Jesaja 25:7→Openbaring 21:24→Openbaring 15:4→Galaten 3:8→Jeremia 4:2→Jesaja 55:5→Micha 4:3→— Alzo zullen vele volken, en machtige heidenen komen, om den HEERE der heirscharen te Jeruzalem te zoeken, en om het aangezicht des HEEREN te smeken.
Ook zullen vele volken en machtige Heidenen komen met begerige harten, om den HEERE der heirscharen den God Israëls en den alleen waren God van hemel en aarde te Jeruzalem te zoeken, dat dan niet meer zal treuren en vasten, maar schitteren zal in de heerlijkheid zijns Gods, en om het aangezicht des HEEREN te smeken in Zijnen dan niet meer armoedigen maar verheerlijkten tempel.
Kruisverwijzingen1 Korinthe 14:25→Jesaja 45:14→Genesis 31:7→Handelingen 13:47→Jesaja 66:18→1 Koningen 8:42→Deuteronomium 4:6→Numeri 10:29→— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het zal in die dagen geschieden, dat tien mannen, uit allerlei tongen der heidenen, grijpen zullen, ja, de slip grijpen zullen van een Joodsen man, zeggende: Wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, dat God met ulieden is.
Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het zal in die dagen geschieden, dat tien (= een groot getal) mannen uit allerlei tongen der Heidenen; uit alle Heidenen het hun velerlei talen, grijpen zullen, ja de slip van den rok grijpen zullen van enen Joodsen man. Er zal een grote toeloop van Heidenen tot Israëls gemeenschap zijn, zeggende: Wij zullen tot u behoren, en met ulieden dezelfde wegen gaan; neemt ons dan op als leden van uw begenadigd volk; want wij hebben gehoord, dat God, die hemel en aarde gemaakt heeft, en niet slechts een God van één volk is, met ulieden is, zo zullen wij onder u ook Zijne genade deelachtig zijn. Met deze beloften van zegen en van verheerlijking van Israël eindigt die profetie van Zacharia, door welke de Heere de tot Hem gerichte vraag over het vasten beantwoordde. Hij heeft aan Israël aan de ene zijde gezegd, dat Hij aan het vasten als zodanig in ‘t geheel gene waarde hechtte, maar alleen aan de vervulling Zijner geboden, welker hoofdsom waarheid en liefde is, en aan de andere zijde, dat de treurige tijd, welke met de tot hiertoe als vastendagen gehouden vier ongeluksdagen begon, voortaan zou ophouden, ja tot een tijd van groten zegen worden zou. Dat Israël de vier vastendagen later niet meer zou houden, zegt des Heeren antwoord nergens, maar het geeft de beslissing hierover aan het eigen gevoel des volks over. Alleen belooft Hij voor de toekomst ene omkering der vastendagen in vrolijke feestdagen. Hieruit kon Israël weten, dat het er wel aan zou doen, de 4 vastendagen zo lang nog als gedenkdagen aan het door zijne zonde te weeg gebrachte onheil met treuren door te brengen, totdat de Heere zelf het aandenken aan de vroegere zonde en het vroegere onheil door Zijne nieuwe genade en Zijnen nieuwen zegen zal hebben te niet gedaan. Door zijne eigene schuld is echter Israël tot hiertoe den beloofden blijden zegen nog niet deelachtig geworden, en omdat de beloofde zegen nog niet is gekomen, zo zien wij de Joden ook heden nog de vier ongelukkige dagen als nationale treurdagen doorbrengen, want Israël heeft zijnen Messias, den Middelaar van den vollen zegen en van de ware heerlijkheid, verworpen. Zal echter het volk van den Messias zich eens tot dezen zijnen, nu door hen verworpen Messias bekeerd hebben, dan zullen ook deze profetieën, evenals vele andere nu nog onvervulde beloften des Ouden Testaments, hare nog achtergeblevene verwezenlijking vinden. Tien is het getal der volkomenheid. Hier wordt geleerd, dat eenmaal de tijd zou komen, dat de volheid der Heidenen zou ingaan, dat van uit de Joden het Evangelie zou uitgaan in geheel de wereld, en dat er velen zouden komen, die begerig zouden gemaakt worden naar den rijken inhoud van het Evangelie der zaligheid. De Heidenen zouden hun onkunde gevoelen, hun onmacht, om tot de kennis der zaligheid te komen, ervaren en daarom smachten naar de leer der zaligheid, zoals die door de Heilige Apostelen zou verkondigd worden.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Zacharia 8
Zacharia 8:1-2.KruisverwijzingenNahum 1:2→Psalmen 78:58→Nahum 1:6→Jesaja 42:13→Ezechiël 36:5→Jesaja 59:17→Zacharia 1:14→Jesaja 63:15→
— Daarna geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb geijverd over Sion met een groten ijver; ja, met grote grimmigheid heb Ik over haar geijverd.
Zij dienden afgoden in plaats van de levende God. Daarom was de HEERE der heirscharen, Die een ijverig God is, zeer vertoornd op Zijn oude volk, en liet Hij hen in gevangenschap wegvoeren. En het is goed dat wij in deze dagen bedenken dat wij een ijverig God dienen. Is ons hart Hem niet getrouw, dan zal Hij ons spoedig scherpe beproevingen zenden en ons het gewicht van Zijn roede laten voelen.
Het was Paulus’ bezorgde verlangen dat hij de gemeente van Korinthe als een reine maagd aan Christus zou kunnen voorstellen. En de Heere Jezus Christus zal de belijdende kerk van deze dagen zeker op geen andere voorwaarde aannemen. Laat uw hart Hem trouw en oprecht zijn, of anders wekt u de heilige ijver van uw God op.
Diezelfde ijver doet God Zijn volk om hun ontrouw straffen. En toch drijft die Hem ook om in liefde tot hen terug te keren, zodra Hij ziet dat Hij het rechtvaardig doen kan. Hebben hun vijanden hen zwaar getergd en verdrukt, dan is de HEERE ijverig. Niet tegen hen, maar tegen hun vijanden. En dan keert Hij haastig in liefde tot Zijn eigen volk terug.
Zacharia 8:3.KruisverwijzingenZacharia 1:16→Zacharia 2:10→Jesaja 1:26→Jesaja 66:20→2 Korinthe 6:16→Openbaring 21:10→Johannes 14:23→Jesaja 2:2→
— Alzo zegt de HEERE: Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen; en Jeruzalem zal geheten worden een stad der waarheid, en de berg des HEEREN der heirscharen, een berg der heiligheid.
De eerste komst of de terugkeer van God tot een gemeente, of tot een enkel hart, bevordert altijd de heiligheid. Groeit uw godsvrucht niet dagelijks, verbeeld u dan niet dat God in uw midden is. Want waar de HEERE komt, komt Hij als een louteraar en een reiniger.
U zult Jezus nooit anders zien komen dan zoals Johannes de Doper Hem voorstelde aan de farizeeën en de sadduceeën van zijn dagen. Zijn wan is in Zijn hand, en Hij zal Zijn dorsvloer doorreinigen. De komst van Christus in een ziel of in een gemeente is de dood van de zonde en de geboorte van de heiligheid.
Zacharia 8:4-5.KruisverwijzingenJeremia 30:19→Jeremia 31:13→1 Samuël 2:31→Jesaja 65:20→Klaagliederen 5:11→Job 42:17→Hebreeën 12:22→Job 5:26→
— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Er zullen nog oude mannen en oude vrouwen zitten op de straten van Jeruzalem; een ieder zal zijn stok in zijn hand hebben vanwege de veelheid der dagen. En de straten dier stad zullen vervuld worden met knechtjes en meisjes, spelende op haar straten.
Het is een teken dat er vrede in de stad is, wanneer de kinderen zonder vrees op de straten kunnen spelen. Wij mogen deze verzen ook geestelijk toepassen. Zegent God een christelijke gemeente rijk, dan zijn er zeker veel ouderen in te vinden. Door hun lange ervaring en hun gerijpte wijsheid kunnen zij anderen leren wat zij zelf aan de voeten van Jezus geleerd hebben. Gelukkig is de gemeente die veel vaders en moeders in Israel heeft.
Tegelijk zal een gemeente die God rijk zegent ook veel jonge bekeerlingen hebben. Zij zijn zo vol leven en blijdschap als kinderen die in tijd van vrede op de straten van een stad spelen. Er is een tekst die zowel in zijn letterlijke als in zijn geestelijke zin waar is: “Ziet, de kinderen zijn een erfdeel des HEEREN; welgelukzalig is de man, die zijn pijlkoker met hen gevuld heeft.”
Er is voor een christelijk leraar en voor een christelijke gemeente geen grotere eer dan een overvloed van geestelijke kinderen te hebben, en menigten die tot Christus gebracht worden. Zo zal het met elke gemeente zijn wanneer God in haar midden is.
Zacharia 8:6.KruisverwijzingenJeremia 32:27→Jeremia 32:17→Genesis 18:14→Psalmen 118:23→2 Koningen 7:2→Lukas 18:27→Romeinen 4:20→Lukas 1:20→
— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat het wonderlijk is in de ogen van het overblijfsel dezes volks in deze dagen, zou het daarom ook in Mijn ogen wonderlijk zijn? spreekt de HEERE der heirscharen.
“Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat het wonderlijk is in de ogen van het overblijfsel dezes volks in deze dagen, zou het daarom ook in Mijn ogen wonderlijk zijn? spreekt de HEERE der heirscharen.”
Dit is een zeer opmerkelijke plaats, die ons waarschuwt God niet naar onszelf te beoordelen. Al kan iets voor ons moeilijk zijn, bij God zijn geen moeilijkheden. Ja, al achten wij iets voor de mens onmogelijk, het woord onmogelijk heeft geen betrekking op de Godheid, want bij God zijn alle dingen mogelijk.
Bent u vandaag in nood? Zegt u dat het onmogelijk is dat u verlost wordt? Voor God is het een gemakkelijke zaak u te verlossen, al lijkt de taak u zo zwaar. Voelt u het gewicht van uw zonde, en verbeeldt u zich dat het onmogelijk is dat uw zonde vergeven wordt? Ziet u het als een wonder aan? En omdat het u zo wonderlijk voorkomt, meent u dat het ook in Gods ogen wonderlijk is?
Denk aan wat Hij door de mond van Jesaja zei: “Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en Mijn wegen zijn niet ulieder wegen, spreekt de HEERE.” Bedenk het oneindige verschil tussen God en mens, en kijk niet langer naar God door het misleidende glas van uw eigen zwakheid.
Zacharia 8:7-8.KruisverwijzingenEzechiël 36:28→Jeremia 4:2→Ezechiël 11:20→Jesaja 49:12→Jesaja 27:12→Ezechiël 37:25→Jeremia 31:33→Zacharia 13:9→
— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, Ik zal Mijn volk verlossen uit het land des opgangs, en uit het land des nedergangs der zon. En Ik zal hen herwaarts brengen, dat zij in het midden van Jeruzalem wonen zullen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid.
Let op Gods nadrukkelijke taal, hoe vol zij is van “Ik zal” en “zij zullen”. Telkens weer zegt Hij het. En zegt God “Ik zal”, wie zou dan durven zeggen dat het niet zal gebeuren? Wat God verklaart, zal zeker geschieden.
Dit is toch gouden taal van troost voor wie neergebogen zijn. Hoe groot moet dan de zondigheid zijn van dat ongeloof, dat durft te wanhopen wanneer God “zal” zegt!
Die ene volzin in het achtste vers bevat het hele evangelie: “En Ik zal hen herwaarts brengen, dat zij in het midden van Jeruzalem wonen zullen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid.” Dat is de strekking van het verbond der genade. Er staat geen “indien” in, geen “maar”, geen “misschien”. God zegt niet: Ik zal hun tot een God zijn als zij Mij tot een volk willen wezen. Hij zegt ook niet: Ik zal hen liefhebben als zij Mijn wetten willen houden. Dát is het oude verbond der werken, dat voor altijd verbroken is. Maar het verbond der genade luidt zo: zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid.
Zacharia 8:9-11.KruisverwijzingenJesaja 12:1→Hagai 2:19→Ezra 5:1→1 Kronieken 22:13→Jesaja 35:4→Jesaja 19:2→Amos 9:4→Hagai 2:16→
— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Laat uw handen sterk zijn, gijlieden, die in deze dagen deze woorden gehoord hebt uit den mond der profeten, die geweest zijn ten dage, als de grond van het huis des HEEREN der heirscharen gelegd is, dat de tempel gebouwd zou worden. Want voor die dagen kwam des mensen loon te niet, en het loon van het vee was geen; en de uitgaande en de inkomende hadden geen vrede vanwege den vijand, want Ik zond alle mensen, een iegelijk tegen zijn naaste. Maar nu zal Ik aan het overblijfsel dezes volks niet wezen, gelijk in de vorige dagen, spreekt de HEERE der heirscharen.
Het Joodse volk was tot diepe armoede gebracht. Zij waren allen zo arm dat er niemand was die zijn naaste kon huren, of zelfs de huur van een lastdier kon betalen. Zie in wat een staat de zonde Israel gebracht had: er was geen brood, geen werk, geen loon, geen vrede. Iedereen was de vijand van zijn naaste.
Dit was vóórdat het fondament van de tempel gelegd werd. Maar zoals dat wonderlijke gebouw opgroeide, zo groeide ook de staat. Vaak brengt de voorspoed van een gemeente ook voorspoed aan het volk daaromheen, en dan komt er voor de rest van Gods volk een zegen en geen vloek. Hij zou alles veranderen en hun geluk en voorspoed geven.
Zacharia 8:12.KruisverwijzingenGenesis 27:28→Leviticus 26:4→Deuteronomium 33:13→Mattheüs 6:33→Amos 9:13→Joël 2:22→Hagai 2:19→Hagai 1:10→
— Want het zaad zal voorspoedig zijn, de wijnstok zal zijn vrucht geven, en de aarde zal haar inkomen geven, en de hemelen zullen hun dauw geven; en Ik zal het overblijfsel dezes volks dit alles doen erven.
Het is een gelukkig voorteken voor een gemeente wanneer het gepredikte Woord met kracht gepaard gaat. Gelukkig zijn de harten die als vruchtbare wijnstokken zijn, en als goede, vette grond die dertig-, zestig- of honderdvoudig opbrengt.
Wij kunnen geen vrucht voor God voortbrengen zonder de bedauwende invloeden van de Heilige Geest. Dat is die “baarmoeder van de dageraad” waarvan David spreekt, en daaruit moet de kostbare vrucht van de Geest komen.
God kan onze staat even gemakkelijk keren als een mens zijn hand omkeert. De HEERE kan de donkerste luchten opklaren en ons dag geven voor nacht. Zoals het wiel omgaat, zo kan het hele lot van een mens onder de vriendelijke hand van God snel veranderen.
Zacharia 8:13.KruisverwijzingenZacharia 8:9→Daniël 9:11→Jesaja 19:24→Psalmen 72:17→Genesis 12:2→Jeremia 29:18→Ezechiël 5:15→Jeremia 42:18→
— En het zal geschieden, gelijk als gij, o huis van Juda! en gij, o huis Israels, geweest zijt een vloek onder de heidenen, alzo zal Ik ulieden behoeden, en gij zult een zegening wezen; vreest niet, laat uw handen sterk zijn.
Hebt u de herhaling van de aansporing gemerkt: “Vreest niet”, en dan nog eens: “vreest niet”? De HEERE weet hoeveel schade twijfel en vrees Zijn volk doen, en daarom slaat Hij er in de Schrift telkens naar.
De Schrift is vol van dat “vrees niet”. Het zou goed zijn als u van elk daarvan een galg maakte om uw ongeloof aan op te hangen, totdat het gestorven was. Wat is op dit ogenblik uw vrees? Wat is de oorzaak van uw beven? “Vreest niet”, zegt God tot u; zou u het dan nog durven vrezen?
De Jood was het toonbeeld van een vloek geworden. “U bent zo vervloekt als een Jood”, zeiden de vijanden van Israel. Maar God zou hen tot het toonbeeld van een zégen maken, zodat mensen zouden zeggen: u bent zo gezegend als het huis van Israel.
Zacharia 8:14-15.KruisverwijzingenJeremia 31:28→Zacharia 8:13→Ezechiël 24:14→Micha 7:18→Jeremia 4:28→Jeremia 15:1→Zacharia 1:6→Psalmen 33:11→
— Want alzo zegt de HEERE der heirscharen: Gelijk als Ik gedacht heb ulieden kwaad te doen, toen Mij uw vaderen grotelijks vertoornden, zegt de HEERE der heirscharen, en het heeft Mij niet berouwd; Alzo denk Ik wederom in deze dagen goed te doen aan Jeruzalem, en aan het huis van Juda; vreest niet!
Het is een zeer leerzame en bemoedigende plaats. Dreigde God Zijn volk te straffen, dan deed Hij het ook. Hij speelde niet met woorden. Hij strafte hen, en het berouwde Hem niet. En zo komt God ook niet op Zijn woord terug wanneer Hij Zijn volk zegen belooft. Hij geeft er tot de laatste jota en tittel uitvoering aan in de zegen van Zijn volk.
Zacharia 8:16-17.KruisverwijzingenZacharia 7:9→Efeze 4:25→Psalmen 15:2→Spreuken 3:29→Zacharia 7:10→Spreuken 6:16→Spreuken 12:17→Lukas 3:8→
— Dit zijn de dingen, die gij doen zult: spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; oordeelt de waarheid en een oordeel des vredes in uw poorten. En denkt niet de een des anderen kwaad in ulieder hart; en hebt een valsen eed niet lief; want al deze zijn dingen, die Ik haat, spreekt de HEERE.
Sommigen hebben op goddeloze wijze gezegd dat de gedachte vrij is en niet veroordeeld kan worden. Maar hier zien wij dat zij, wanneer zij het boze najaagt, een goddeloos ding is dat God haat.
Hij wil dat Zijn volk oprecht is, zelfs als zij tot hun eigen schade gezworen hebben. Zij mogen niet veranderen. Zij moeten de waarheid spreken, al zouden er duizend rampen door losgelaten worden. Mocht God ons tot een volk maken dat de waarheid liefheeft, de waarheid spreekt en de waarheid doet.
Zacharia 8:18-19.KruisverwijzingenZacharia 7:5→Jeremia 39:2→Zacharia 8:16→Jeremia 52:4→2 Koningen 25:25→Zacharia 7:3→Psalmen 30:11→Jesaja 35:10→
— Wederom geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het vasten der vierde, en het vasten der vijfde, en het vasten der zevende, en het vasten der tiende maand, zal den huize van Juda tot vreugde, en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen; hebt dan de waarheid en den vrede lief.
Hier is het punt waarop ik uw aandacht vestig. U had de vraag toen ik begon te lezen, en hier is het antwoord.
En het is een antwoord op meer dan zij gevraagd hadden. De boden vroegen alleen naar één vasten — wat zij met de vasten van de vijfde maand moesten doen — maar zij krijgen onderwijs over drie andere vasten erbij. Komt u met een enkel punt tot Gods Woord, dan zult u niet alleen op dat punt uitkomst krijgen, maar ook op veel andere wegen geleid worden. Want Gods Woord is vol onderwijs, en wie zich erdoor willen laten leren, zullen in alle wegen wijs worden.
Zo wordt hun nu gezegd dat die vasten in feesten veranderd zouden worden. God verandert droevige vasten in blijde feesten wanneer Hij Zijn volk in liefde bezoekt. Is er hier iemand die een lange vasten gehouden heeft? Is uw ziel zwaar bedrukt geweest? Bent u moedeloos en bevend geweest, zodat u geen vreugde en blijdschap gekend hebt?
Wanneer de Heere Jezus Christus Zich aan u openbaart, zal Hij uw droevige staat spoedig in iets helderders en beters veranderen. Hij zal u geven “sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwden geest”. Kijk op, arme bevende ziel, naar die heuvel Golgotha, waar Jezus voor u bloedde en stierf. Laat daar uw blijdschap beginnen, en nooit meer eindigen.
Zacharia 8:20-21.KruisverwijzingenZacharia 7:2→Jeremia 16:19→Zacharia 2:11→Hosea 2:23→Jesaja 66:18→Psalmen 138:4→Jesaja 49:6→Psalmen 72:17→
— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Nog zal het geschieden, dat de volken, en de inwoners van vele steden komen zullen; En de inwoners der ene stad zullen gaan tot de inwoners der andere, zeggende: Laat ons vlijtig henengaan, om te smeken het aangezicht des HEEREN, en om den HEERE der heirscharen te zoeken; ik zal ook henengaan.
U ziet dat er in de laatste dagen een grote geest van gebed en van het zoeken van de HEERE komen zal. Daarin ligt ook het horen van het Woord en de liefde tot de waarheid. En een goed teken is dat het volk zeggen zal: laten wij haastig gaan.
Zij zullen niet te laat komen, zoals zovelen tegenwoordig doen, die pas in hun bank schuiven wanneer de Schrift gelezen wordt in plaats van bij het openingsgebed aanwezig te zijn. Het spijt mij te moeten zeggen dat sommigen van u steeds later worden. En een van deze morgens voer ik mijn dreiging zeker uit en preek ik eerst, tenzij u op tijd bent. Een beetje meer nadenken en een beetje eerder van huis, en u kon allen op tijd in Gods huis zijn.
David begeerde een deurwachter in het huis van de HEERE te zijn, en u weet dat de deurwachter altijd de eerste is die binnenkomt en de laatste die weggaat. Mocht u allen meer van Davids geest hebben, al kunt u niet allen deurwachter zijn!
Deze mensen zullen zeggen: “Laat ons vlijtig henengaan, om te smeken het aangezicht des HEEREN, en om den HEERE der heirscharen te zoeken; ik zal ook henengaan.” Dát is de beste manier om anderen naar Gods huis te brengen: zelf meegaan.
Ik heb gelezen dat Julius Caesar tegen zijn soldaten nooit “gaat” zei, maar “laten wij gaan”. Zo moeten ook wij anderen naar Gods huis zoeken te krijgen door te zeggen: laten wij gaan, ik zal ook gaan.
Het is een schone zaak wanneer wij anderen uitnodigen en altijd kunnen zeggen: ik zal ook gaan. Er zijn veel mensen die zeggen: doe zoals ik doe, niet zoals ik zeg. Maar houdt ons voorbeeld gelijke tred met ons voorschrift, dan zal er kracht in dat voorschrift zijn.
Zacharia 8:22-23.KruisverwijzingenZacharia 8:21→1 Korinthe 14:25→Jesaja 25:7→Openbaring 21:24→Openbaring 15:4→Jesaja 45:14→Genesis 31:7→Handelingen 13:47→
— Alzo zullen vele volken, en machtige heidenen komen, om den HEERE der heirscharen te Jeruzalem te zoeken, en om het aangezicht des HEEREN te smeken. Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het zal in die dagen geschieden, dat tien mannen, uit allerlei tongen der heidenen, grijpen zullen, ja, de slip grijpen zullen van een Joodsen man, zeggende: Wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, dat God met ulieden is.
De Joden worden in veel landen nog veracht en verdrukt en vervolgd. Maar in de laatste dagen zullen zij door God zo hoog geëerd worden, dat mensen van andere volken in hun gezelschap zullen willen zijn.
En zo is het ook nu al. Wij hebben onze godsdienst van een Jood ontvangen. Wij geloven in Eén Die uit het zaad van Abraham was. Wij verheugen ons in Hem als ook de Zoon van God, en veel volken dringen zich om de Christus van God samen.
Maar zonder twijfel wordt hier bijzonder op Jezus gezien: de Jood, de Zoon van God Die ook de Zoon van Maria werd. Och, of vandaag nog veel Joden en heidenen door een levend geloof Zijn slip mochten aangrijpen! Dan zouden zij zegen van Hem ontvangen en met een eeuwige zaligheid in de HEERE behouden worden.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
III. Vs. 1-23.KruisverwijzingenEzechiël 36:28→Jeremia 4:2→Zacharia 1:16→Jeremia 32:27→Jeremia 32:17→Ezechiël 11:20→Zacharia 2:10→Jesaja 1:26→
— Daarna geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb geijverd over Sion met een groten ijver; ja, met grote grimmigheid heb Ik over haar geijverd. Alzo zegt de HEERE: Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen; en Jeruzalem zal geheten worden een stad der waarheid, en de berg des HEEREN der heirscharen, een berg der heiligheid. Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Er zullen nog oude mannen en oude vrouwen zitten op de straten van Jeruzalem; een ieder zal zijn stok in zijn hand hebben vanwege de veelheid der dagen. En de straten dier stad zullen vervuld worden met knechtjes en meisjes, spelende op haar straten. Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat het wonderlijk is in de ogen van het overblijfsel dezes volks in deze dagen, zou het daarom ook in Mijn ogen wonderlijk zijn? spreekt de HEERE der heirscharen. Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, Ik zal Mijn volk verlossen uit het land des opgangs, en uit het land des nedergangs der zon. En Ik zal hen herwaarts brengen, dat zij in het midden van Jeruzalem wonen zullen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid. Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Laat uw handen sterk zijn, gijlieden, die in deze dagen deze woorden gehoord hebt uit den mond der profeten, die geweest zijn ten dage, als de grond van het huis des HEEREN der heirscharen gelegd is, dat de tempel gebouwd zou worden. Want voor die dagen kwam des mensen loon te niet, en het loon van het vee was geen; en de uitgaande en de inkomende hadden geen vrede vanwege den vijand, want Ik zond alle mensen, een iegelijk tegen zijn naaste.
Terwijl de 1e helft van het antwoord des Heeren op de vraag over den vastendag voornamelijk een strafwoord was, voegt de nu volgende 2e helft daarvan den rijksten troost daarbij. De Heere belooft aan het volk, wanneer het van nu af aan Zijn Woord zal gehoorzaam zijn, dat Hij rechtvaardig gericht, goedertierenheid en barmhartigheid zal uitoefenen, dat Hij Zijn genadeverbond met hen niet alleen weer zal herstellen, maar ook eens volmaken, en Jeruzalem verheerlijken zal (vs. 1-8). Daarom moeten zij getroost en onversaagd zijn; want Hij, de Heere, die hun weer genadig is, zal hun ook den zegen in het land weer ten deel laten worden (vs. 9-17). Wat nu het verdere houden van vastendagen als gedenkdagen aan de zware kastijdingen des Heeren aangaat, zo mogen zij daarin doen wat zij willen, wanneer zij alleen des Heeren Woord, waarvan de hoofdinhoud de waarheid en de vrede is, liefhebben. Dan zullen eens niet alleen alle vastendagen ophouden, maar alle leed zal worden weggenomen, en de treurdagen zullen in vreugdefeesten worden veranderd. Dan zal Israëls licht en roem bij alle volken groot worden, zodat deze van alle zijden zullen toestromen om zich aan hen aan te sluiten (vs. 18-23). Dit alzo verdeelde Woord van God is weer in vele onderdelen verdeeld, welke den Profeet alle begint met de woorden; “Zo zegt de HEERE der heirscharen”, opdat, zegt Hiëronymus, Israël niet gelove, dat de kostelijke en om hun grootte bijna ongelooflijke beloften van den Profeet afkomstig waren, en hem, den mens, geen geloof zou schenken, maar er zeker van zou zijn, dat het Gods beloften waren. De Profeet omvat ook hier den gehelen inhoud van het voor het verbondsvolk bestemde heil; wat Hij verkondigde zou eerst in Christus ten volle bewaarheid worden. Het slot (vs. 20-23) heeft uitsluitend betrekking op de verheerlijking, welke het rijk van God ten deel wordt door de heidenen.
Spoedig daarna geschiedde wederom het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:
Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb geijverd over Zion met een groten ijver; Ik ben in heiligen liefde ijver voor Zion ontbrand; ja met grote grimmigheid heb Ik over haar tegen de vijandige Heidenen geijverd 1) (Hoofdst. 1:14 v. (Jes. 26:11).
De Heere spreekt hier uit kracht van het geestelijk Verbond, hetwelk Hij met Zion had opgericht. Al had Zion zich als ene trouweloze vrouw gedragen, toch was de Heere voor haar opgekomen, als zij in de macht der vijanden, den vijandige Heidenen was gekomen. Hij had voor haar geijverd met een Goddelijken liefde ijver, om haar eer te handhaven, en om haar weer te stellen op de hoogten des heils.
Alzo zegt de HEERE: Ik heb Mijn volk in de macht zijner vijanden overgegeven en Mijnen tempel te Jeruzalem moeten verlaten (Ezech. 9:3; 10:4), maar Ik ben wedergekeerd in vernieuwde liefde en ontferming tot Zion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem, in het midden van Mijn volk, wonen even als vroeger, ja op ene nog veel volkomener wijze (Hoofdst. 2:10 vv.); en Jeruzalem zal geheten worden ene stad der waarheid, der trouw en der liefde jegens zijnen God en Heere, en de berg des HEEREN der heirscharen een berg der heiligheid, een berg, op welken de Heilige Israëls onder Zijn volk woont, en dien Hij daardoor heiligt. Het is een feit, dat de wolkkolom, het zinnebeeld van de tegenwoordigheid des Heeren in de wolk, welke Ezechiël vóór de verwoesting van Jeruzalem en den tempel het Allerheilige en alzo ook het volk zag verlaten, na het terugkeren uit de ballingschap, en na de voltooiing van den tempel van Zerubbabel niet weer in den tempel plaats heeft genomen. De reden hiervan kan gene andere zijn dan deze, dat het volk wel uitwendig van den afgodendienst gereinigd was, maar inwendig er verre van was, een waar volk Gods geworden te zijn. Zoals die wolk in het Allerheilige werkelijk van voorafbeeldenden aard was, en van den tijd voorzegde, waarin de Heere ook in de harten van de leden des volks zou wonen, en Jeruzalem alzo ene stad der waarheid, des oprechten geloofs zou worden, zo is ook de volkomene vervulling van onze profetie eerst dan te wachten, wanneer de Christenheid ene waarlijk heilige, reine gemeente Gods zal zijn, wanneer Israël zich tot zijnen Heiland zal hebben bekeerd, en de Heere dan in waarheid woning in Zijn midden zal hebben gemaakt. Dan zal Zion, de berg des Heeren, de stad op den berg, die verre gezien werd, door Zijne heiligheid worden overschaduwd en door ieder als heilig erkend. De tijd na de ballingschap heeft slechts zwakke beginselen van de vervulling dezer zich ver uitstrekkende belofte getoond. Ook de Christelijke Kerk, in welke de Heere werkelijk en waarachtig tegenwoordig is, is toch nog niet de volkomene vervulling van deze belofte, welke integendeel eerst het nieuwe Jeruzalem zal schenken.
Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Er zullen nog eens, in dien tijd, wanneer Ik Mijn volk tot heerlijkheid en tot het bezit van den gansen zegen der verlossing zal gebracht hebben, ten gevolge van den eeuwigen vrede en volkomene veiligheid voor alle vijanden, oude mannen en oude vrouwen zitten op de straten van Jeruzalem; een ieder zal zijnen stok in zijne hand hebben, van wege de veelheid der dagen. (Jes. 65:20).
En de straten dier stad zullen ook vervuld worden met knechtjes en meisjes, spelende op hare straten voor de ogen van hun grootvaders en overgrootvaders, zorgeloos en vrolijk.
Uit de geestelijke volkomenheid ten gevolge van het wonen Gods in de harten, volgt de lichamelijke voorspoed; niet omgekeerd, zoals de hedendaagse dwaze wereld meent. Tot hiertoe raapte, ten gevolge van de zonden des volks, zwaard en honger of ziekte, het volk des Heeren weg in zijne beste jaren; maar eens zal Jeruzalem vol zegen zijn, zoals men aan de talrijke vrolijke kinderschaar op zijne straten zal zien en al het volk zal zijne dagen in vrede doorbrengen, en oud en des levens zat worden. Dan, als vergeving der zonde, Gods genade en vrede blijvend bij een volk is, dan moet ook tijdelijke, stoffelijke welvaart ten laatste volgen. Alsdan blijkt, dat het spelen der eenvoudige kindertjes Gode welgevalliger is, dan de vastendagen der Farizeën. Hiermede wordt zeker gedoeld op de tijden van zegen, die volgen zouden, maar bovenal moeten deze woorden geestelijk worden opgevat. De heerlijkheid van de Kerk der N. Bedeling wordt hier voorspeld, en in de hoogste mate de heerlijkheid van het Nieuwe Jeruzalem, dat boven is. Deze belofte wordt aangedrongen door het volgende. Zeker, Zion kon vragen. moedeloos vragen, of God dan een wonder kon doen, en zou doen, en daarom zegt Hij, dat al zou het wonderlijk zijn in de ogen van het volk, het toch niet verwonderlijk zou zijn in de ogen van een almachtig en getrouw God, die alle dingen werkt naar den Raad van Zijn wil.
Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat hetgeen Ik zo even voor de toekomst heb beloofd, wonderlijk en ongelofelijk is in de ogen van het overblijfsel dezes volks, dat nu nog in kommer en armoede en druk leeft, maar hetgeen Ik in deze toekomstige dagenvervullen zal, zou het daarom ook in Mijne ogen wonderlijk zijn, in de ogen van Mij, den groten God? Waarlijk, het zal gewis geschieden, spreekt de HEERE der heirscharen. Hij beveelt hun de ogen dicht te doen, en het tegenwoordige niet aan te zien, maar alleen op Zijn woord acht te geven, daar Hij groter is, dan al wat tegenwoordig is, als wilde Hij zeggen: gij moet op uwe gedachten of zwarigheden geen acht slaan, maar op Mij en Mijn woord. Uwe verduistering bepaalt de ogen bij het tegenwoordige, en omdat deze de stad zo woest ziet, en noch jong noch oud volk daarin vindt, dat speelt en vrolijk is, maar enkel wenen en klagen aanwezig is, en de stad nog in de as ligt, de vijanden rondom nog woeden, zodat er noch vrede noch handel kan zijn, zo denkt zij, dat het te vergeefs is, en alles verloren is, en gans onmogelijk. Maar wanneer gij op Mij alleen ziet, zo moet gij toch bekennen, dat voor Mij geen ding onmogelijk is. Ziet hoe moeilijk het is een versaagd hart op te richten en te troosten, en welk ene tedere zaak het geweten is, hoe gemakkelijk het bedorven is, en hoe moeilijk om het te genezen.
Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Vraagt gij, hoe zal het plaats hebben daar gij nu toch slechts een arm, gering hoopje in het land zijt? Ziet, Ik zal Mijn volk verlossen uit de dienstbaarheid der goddeloze Heidenen in alle landen, zo ver de zon schijnt, uit het land des opgangs, en uit het land des nedergangs der zon.
En Ik zal hen allen te zamen herwaarts brengen, dat zij weer in het midden van Jeruzalem wonen zullen 1), hetwelk dan middelpunt van een verheerlijkt, waarachtig Godsrijk zal zijn, en zo uitgebreid, als in het in Hoofdst. 2:8 heb beschreven; en zij zullen mij tot een volk zijn, en Mij dienen in waar geloof, en Ik zal hun tot een God zijn, en Mij als zodanig in genade en hulp betonen, niet alleen wat den uitwendigen naam en de uitwendige orde betreft zo als die door het verbond aan den Sinaï is geworden, maar in waarheid en in gerechtigheid 2). Daartoe zal het komen door Mijnen knecht, den Spruit van David.
Ook deze belofte is slechts in beginsel en voorafbeeldend door het terugkeren der ballingen uit Babel vervuld. Uit alle landen zal de Heere Zijn volk naar Jeruzalem vergaderen, wanneer zich Israël als één man tot Christus bekeerd heeft, en het nieuwe Jeruzalem van den hemel komt. Dan zal Israël waarlijk Gods volk zijn, dat in God, en waarin God leeft.
Dit is de grondslag en de kroon van alle deze beloften, en dit sluit alle geluk in. Zij zullen Gods wetten gehoorzamen en God zal al hun belangen verzekeren en bevorderen. Dit Verbond zal gemaakt worden, zal opnieuw gemaakt worden in waarheid en in gerechtigheid. Hier wordt de vaste grondslag van den troost der Kerk aangeduid. De gerechtigheid van Christus maakt, dat zij voor God kan bestaan. In de gerechtigheid van Christus en in de waarheid van Gods trouw ligt al het heil voor alle gelovigen opgesloten.
Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Laat uwe handen sterk zijn; gaat getroost de toestand tegemoet, en doe een ieder wat zijne roeping gebiedt, gijlieden, die, door Gods barmhartigheid in deze dagen deze troostvolle woorden of beloften van ene heerlijke en zalige toekomst, even als Ik die in Hoofdst. 2-8 en Hagg. 2 tot u heb gesproken, gehoord hebt uit den mond der beide in denzelfden tijd levende en volgens Gods wil zamenwerkende Profeten, Zacharia en Haggaï, die geweest, die opgetreden zijn ten dage, als na het terugkeren uit Babel de grond van het huis des HEEREN der heirscharen gelegd is en het bouwen na het ophouden daarvan weer begonnen is, dat de tempel gebouwd zou worden.
Grijpt nu moed! Ziet des Heeren rijken zegen nu duidelijk voor uwe ogen! want voor die dagen, voordat de tempelbouw weer werd opgevat, kwam des menschenloon te niet, was er geen loon voor de mensenkinderen, en de loon van het vee was geen, de akkerbouw leverde geen of slechts uiterst gering bedrag op (Hagg. 1:6, 9 vv. 2:16, 19); en de uitgaande en de inkomende, die rustig hun werk deden, hadden genen vrede van wege den vijand, dat er heidense indringers en binnenlandse booswichten overal loerden; want Ik zond alle mensen, een iegelijk tegen zijnen naaste, Ik liet een ieder handelen naar het goeddunken van zijn boos hart. In dit gemis van burgerlijken vrede, van voorspoed in handel en wandel openbaarde zich duidelijk zowel de vrucht van uw ongeloof, als ook de onzegen, die op u rustte.
Maar nu, nadat gij u weer tot Mij hebt gewend, en Mijn huis weer begonnen zijt verder op te bouwen, zal Ik aan het overblijfsel dezes volks niet meer wezen, gelijk in de vorige dagen, spreekt de HEERE der heirscharen.
Want het zaad zal voorspoedig zijn, de wijnstok, 1) het gewas, dat in oorlogstijden, als het land verwoest wordt, gelijk het hier niet kan gedijen, zal zijne vrucht geven, en de aarde zal haar inkomen geven, en de hemelen zullen hunnen dauw geven; en Ik zal niet alleen zwaard, droogte en andere oordelen verwijderd houden, maar ook het overblijfsel dezes volks, de geredden uit de gerichten Gods, dit alles wat Mijn zegen hun heeft toegedacht doen erven, zodat zij door dezen toekomstigen overvloed de droogte en den nood van den verleden tijd zullen vergeten (Hagg. 1:10; 2:19. (Lev. 26:4 vv. Ps. 67:7).
In het Hebr. Ki zèra’ hasjaloom haggèfek. Beter: Want het zaad des vredes, van den wijnstok. De wijnstok wordt hier inzonderheid het zaad der vredes genoemd, dewijl het ene gewone uitdrukking was, om een vredigen toestand aan te duiden, te zitten onder zijn wijnstok en vijgeboom.
En het zal geschieden, gelijk als gij, o huis van Juda! en gij o huis Israëls d. i. gij allen, die overgebleven zijt van de twaalf stammen Mijns volks, en in onafscheidelijke eenheid Mijn toekomstig heil zult verkrijgen, geweest zijt een vloek onder de Heidenen, uw naam gebruikt is tot verwensingen, alzo zal Ik ulieden eens zo volkomen van alle zonde, nood en ellende verlossen en u behoeden, en gij zult eene zegening wezen, een volk, welks geluk en vrede men ieder, wien men iets liefs en goeds gunt, zal wensen. Daarom vreest niet, laat uwe handen sterk zijn, grijpe ieder blijmoedig het hem door God aanbevolen werk aan, en ga hij moedig de toekomst te gemoet.
Want alzo zegt de HEERE der heirscharen: Gelijk als Ik gedacht heb, en in Mijnen Goddelijken raad vast besloten heb, uliedendoor verbanning en verstrooiing kwaad te doen, toen Mij uwe vaderen grotelijks vertoornden, zegt de HEERE der heirscharen, en het heeft Mij niet berouwd, maar het was Mijn onveranderlijk raadsbesluit;
Alzo denk Ik wederom in deze dagen, en Ik heb dat onveranderlijk besloten, goed te doen aan Jeruzalem, en aan het huis van Juda; vreest niet! 1) daar doet alleen wat Ik van u eis.
De Heere belooft hier, dat de tijd, die komen zal, geheel tegenovergesteld zal zijn, aan hetgeen te voren geweest is. De dagen van ellende en tegenheden zullen plaats maken voor dagen van vrede en blijdschap. Israël is gelouterd en gereinigd gekomen uit de ellende der ballingschap, en waar nu de Heere God dit heeft gewrocht, daar zal Hij ook aan Zijn volk al Zijn gunst en goedheid betonen.
Dit zijn de dingen, die gij doen zult, zo als Ik dat reeds van uwe vaderen heb verlangd (Hoofdst. 7:9 v.) a); spreekt de waarheid, een iegelijk met zijnen naaste; oordeelt de waarheid en een oordeel des vredes in uwe poorten, op uwe gerechtsplaatsen (Gen. 19:1).
Efeze 4:25.
En a) denkt niet de een des anderen kwaad in ulieder hart; en b) hebt een valsen eed niet lief; want al deze zijn dingen, die Ik haat, en die ze doet kan Mijn toekomstig heil niet deelachtig worden, spreekt de HEERE.
(Zach. 7:10. b) Zach. 5:3, 4. Waarheid en liefde zijn de heilige uitvloeisels der wet, welke de Heere heeft gegeven. Ook deze beloften van aardsen zegen zijn geenszins in dien tijd volkomen vervuld, maar wachten nog op de vervulling in dien tijd, dat Israël zich zal bekeren en de Heere geheel Israël zal zalig maken.
Wederom geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:
Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het vasten der vierdemaand, op den 9den Thammuz, tot aandenken aan de inneming van Jeruzalem door Nebukadnezar (Jer. 39:2) en het vasten der vijfdemaand op den 10den Ab tot aandenken aan de verwoesting van den tempel en van de stad Jeruzalem door vuur (Jer. 52:12 v. vlg. 2 Kon. 25:8 en het vasten der zevende maand, den 3den Tisri tot aandenken aan het vermoorden van Gedalja, den eersten stadhouder, en de in het land achtergelatene Joden (2 Kon. 25:25 vv. Jer. 41:1 vv.). en het vasten der tiende maand, op den 10den Tebeth, tot herinnering aan het begin der belegering van Jeruzalem door Nebukadnezar (2 Kon. 25:1. Jer. 39:1) elke dezer dagen van herinnering aan grote en zware bezoekingen des Heeren, zal den huize van Juda, wanneer de Heere Zijne beloften vervult, en de volheid van Zijne genade en Zijnen zegen daarover uitstort, tot vreugde en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen, zodat gij om de ondervondene vreugde aan de vroegere treurdagen in ‘t geheel niet meer gedenkt; hebt dan, dit is de enige voorwaarde voor de toekomstige zaligheid, gelijk Ik u reeds heb gezegd, de waarheid en den vrede lief (vs. 16, 17).
Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Zulk ene verandering van treurdagen in vreugdefeesten zal alzo plaatshebben: Nog(liever: eens) zal het geschieden, dat tot deze nu treurende en vastende stad Jeruzalem de volken en de inwoners van vele steden komen zullen;
En de inwoners der ene stad zullen gaan tot de inwoners der andere, zeggende: Laat ons met elkaar vlijtig henengaan om te smeken het aangezicht des HEEREN, en om den HEERE der heirscharen te zoeken, opdat wij met Zijn rechtvaardig en verheerlijkt volk vrolijke feesten vieren, en men zal de andere stad antwoorden: Ik zal ook henengaan (Micha 4:1 vv. Jes. 2:2 vv. Jer. 16:19).
Ook zullen vele volken en machtige Heidenen komen met begerige harten, om den HEERE der heirscharen den God Israëls en den alleen waren God van hemel en aarde te Jeruzalem te zoeken, dat dan niet meer zal treuren en vasten, maar schitteren zal in de heerlijkheid zijns Gods, en om het aangezicht des HEEREN te smeken in Zijnen dan niet meer armoedigen maar verheerlijkten tempel.
Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het zal in die dagen geschieden, dat tien (= een groot getal) mannen uit allerlei tongen der Heidenen; uit alle Heidenen het hun velerlei talen, grijpen zullen, ja de slip van den rok grijpen zullen van enen Joodsen man. Er zal een grote toeloop van Heidenen tot Israëls gemeenschap zijn, zeggende: Wij zullen tot u behoren, en met ulieden dezelfde wegen gaan; neemt ons dan op als leden van uw begenadigd volk; want wij hebben gehoord, dat God, die hemel en aarde gemaakt heeft, en niet slechts een God van één volk is, met ulieden is, zo zullen wij onder u ook Zijne genade deelachtig zijn. Met deze beloften van zegen en van verheerlijking van Israël eindigt die profetie van Zacharia, door welke de Heere de tot Hem gerichte vraag over het vasten beantwoordde. Hij heeft aan Israël aan de ene zijde gezegd, dat Hij aan het vasten als zodanig in ‘t geheel gene waarde hechtte, maar alleen aan de vervulling Zijner geboden, welker hoofdsom waarheid en liefde is, en aan de andere zijde, dat de treurige tijd, welke met de tot hiertoe als vastendagen gehouden vier ongeluksdagen begon, voortaan zou ophouden, ja tot een tijd van groten zegen worden zou. Dat Israël de vier vastendagen later niet meer zou houden, zegt des Heeren antwoord nergens, maar het geeft de beslissing hierover aan het eigen gevoel des volks over. Alleen belooft Hij voor de toekomst ene omkering der vastendagen in vrolijke feestdagen. Hieruit kon Israël weten, dat het er wel aan zou doen, de 4 vastendagen zo lang nog als gedenkdagen aan het door zijne zonde te weeg gebrachte onheil met treuren door te brengen, totdat de Heere zelf het aandenken aan de vroegere zonde en het vroegere onheil door Zijne nieuwe genade en Zijnen nieuwen zegen zal hebben te niet gedaan. Door zijne eigene schuld is echter Israël tot hiertoe den beloofden blijden zegen nog niet deelachtig geworden, en omdat de beloofde zegen nog niet is gekomen, zo zien wij de Joden ook heden nog de vier ongelukkige dagen als nationale treurdagen doorbrengen, want Israël heeft zijnen Messias, den Middelaar van den vollen zegen en van de ware heerlijkheid, verworpen. Zal echter het volk van den Messias zich eens tot dezen zijnen, nu door hen verworpen Messias bekeerd hebben, dan zullen ook deze profetieën, evenals vele andere nu nog onvervulde beloften des Ouden Testaments, hare nog achtergeblevene verwezenlijking vinden. Tien is het getal der volkomenheid. Hier wordt geleerd, dat eenmaal de tijd zou komen, dat de volheid der Heidenen zou ingaan, dat van uit de Joden het Evangelie zou uitgaan in geheel de wereld, en dat er velen zouden komen, die begerig zouden gemaakt worden naar den rijken inhoud van het Evangelie der zaligheid. De Heidenen zouden hun onkunde gevoelen, hun onmacht, om tot de kennis der zaligheid te komen, ervaren en daarom smachten naar de leer der zaligheid, zoals die door de Heilige Apostelen zou verkondigd worden.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel