Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Zacharia 7

1 Het gebeurde nu in het vierde jaar van den koning Darius, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Zacharia, op den vierden der negende maand, namelijk in Chisleu.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Het gebeurdeH1961 nu in het vierdeH702 jaarH8141 van den koningH4428 DariusH1867, dat het woordH1697 des HEERENH3068 geschiedde totH413 ZachariaH2148, op den vierdenH702 der negendeH8671 maandH2320, namelijk in ChisleuH3691. Het gebeurde nu in het vierde jaar van den koning Darius, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Zacharia, op den vierden der negende maand, namelijk in Chisleu.

KJV And it came to pass in the fourth3 year2 of king5 Darius,4 that the word7 of the LORD8 came unto Zechariah10 in the fourth11 day of the ninth13 month,12 even in Chisleu;

1 וַֽיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בִּשְׁנַ֣ת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 3 אַרְבַּ֔ע H702 vier, vierhonderd, veertien four 4 לְדָרְיָ֖וֶשׁ H1867 Darius Darius 5 הַמֶּ֑לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 הָיָ֨ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 8 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 זְכַרְיָ֗ה H2148 Zacharia, Zecharja, Zacharja Zachariah, Zechariah 11 בְּאַרְבָּעָ֛ה H702 vier, vierhonderd, veertien four 12 לַחֹ֥דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 13 הַתְּשִׁעִ֖י H8671 negende, negenden ninth 14 בְּכִסְלֵֽו H3691 Chisleu Chisleu
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Toen men naar het huis van God gezonden had Sarezer, en Regem-Melech, en zijn mannen, om het aangezicht des HEEREN te smeken;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Toen men naar het huisH1004 van GodH410 gezondenH7971 had SarezerH8272, en Regem-MelechH7278, en zijn mannenH582, om het aangezichtH6440 des HEERENH3068 te smekenH2470; Toen men naar het huis van God gezonden had Sarezer, en Regem-Melech, en zijn mannen, om het aangezicht des HEEREN te smeken;

KJV When they had sent1 unto the house of God Sherezer4 and Regemmelech,6 and their men, to pray9 before11 the LORD,

1 וַיִּשְׁלַח֙ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 בֵּֽית H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el 3 אֵ֔ל H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el 4 שַׂר H8272 Sarezer Sharezer 5 אֶ֕צֶר H8272 Sarezer Sharezer 6 וְרֶ֥גֶם H7278 Regem-melech Regem-melech 7 מֶ֖לֶךְ H7278 Regem-melech Regem-melech 8 וַֽאֲנָשָׁ֑יו H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 לְחַלּ֖וֹת H2470 krank, smeken, ziek beseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 12 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Zeggende tot de priesters, die in het huis des HEEREN der heirscharen waren, en tot de profeten, zeggende: Moet ik wenen in de vijfde maand, mij afzonderende, gelijk als ik gedaan heb nu zo vele jaren?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 ZeggendeH559 totH413 de priestersH3548, die in het huisH1004 des HEERENH3068 der heirscharenH6635 waren, en totH413 de profetenH5030, zeggendeH559: Moet ik wenenH1058 in de vijfdeH2549 maandH2320, mij afzonderendeH5144, gelijk als ik gedaanH6213 heb nu zo veleH4100 jarenH8141? Zeggende tot de priesters, die in het huis des HEEREN der heirscharen waren, en tot de profeten, zeggende: Moet ik wenen in de vijfde maand, mij afzonderende, gelijk als ik gedaan heb nu zo vele jaren?

KJV And to speak1 unto the priests3 which were in the house5 of the LORD6 of hosts,7 and to the prophets,9 saying,10 Should I weep11 in the fifth13 month,12 separating14 myself, as I have done16 these so many years?

1 לֵאמֹ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 הַכֹּֽהֲנִים֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 4 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 לְבֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 צְבָא֔וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 8 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 הַנְּבִיאִ֖ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 10 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 הַֽאֶבְכֶּה֙ H1058 weende, weenden, wenen [idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep 12 בַּחֹ֣דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 13 הַחֲמִשִׁ֔י H2549 vijfde, vijfden, vijfde deel fifth (part) 14 הִנָּזֵ֕ר H5144 afzonderen, afgezonderd, afscheidt consecrate, separate(-ing, self) 15 כַּאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 עָשִׂ֔יתִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 17 זֶ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 18 כַּמֶּ֥ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 19 שָׁנִֽים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Toen geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Toen geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068 der heirscharenH6635 totH413 mij, zeggendeH559: Toen geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:

KJV Then came the word2 of the LORD3 of hosts4 unto me, saying,

1 וַיְהִ֛י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Spreek tot het ganse volk dezes lands, en tot de priesters, zeggende: Toen gij vasttet en rouwklaagdet, in de vijfde en in de zevende maand, namelijk nu zeventig jaren, hebt gijlieden Mij, Mij enigszins gevast?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 SpreekH559 totH413 het ganseH3605 volkH5971 dezes landsH776, en totH413 de priestersH3548, zeggendeH559: Toen gij vasttetH6684 en rouwklaagdetH5594, in de vijfdeH2549 en in de zevendeH7637 maand, namelijk nu zeventigH7657 jarenH8141, hebt gijlieden Mij, Mij enigszinsH6684 gevastH6684? Spreek tot het ganse volk dezes lands, en tot de priesters, zeggende: Toen gij vasttet en rouwklaagdet, in de vijfde en in de zevende maand, namelijk nu zeventig jaren, hebt gijlieden Mij, Mij enigszins gevast?

KJV Speak1 unto all the people4 of the land,5 and to the priests,7 saying,8 When ye fasted10 and mourned11 in the fifth12 and seventh13 month, even those seventy15 years,16 did ye at all17 fast

1 אֱמֹר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 עַ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 הַכֹּהֲנִ֖ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 8 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 צַמְתֶּ֨ם H6684 vastten, vasten, gevast [idiom] at all, fast 11 וְסָפ֜וֹד H5594 beklagen, rouwklagen, misbaar lament, mourn(-er), wail 12 בַּחֲמִישִׁ֣י H2549 vijfde, vijfden, vijfde deel fifth (part) 13 וּבַשְּׁבִיעִ֗י H7637 zevenden, zevende, zeven seventh (time) 14 וְזֶה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 15 שִׁבְעִ֣ים H7657 zeventig, Zeventig, duizend zeventig seventy, threescore and ten ([phrase] -teen) 16 שָׁנָ֔ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 17 הֲצ֥וֹם H6684 vastten, vasten, gevast [idiom] at all, fast 18 צַמְתֻּ֖נִי H6684 vastten, vasten, gevast [idiom] at all, fast 19 אָֽנִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Of als gij at, en als gij dronkt, waart gij het niet, die daar at, en gij, die daar dronkt?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Of als gij atH398, en alsH3588 gij dronktH8354, waartH859 gij het nietH3808, die daar atH398, en gij, die daar dronktH8354? Of als gij at, en als gij dronkt, waart gij het niet, die daar at, en gij, die daar dronkt?

KJV And when ye did eat,2 and when ye did drink,4 did not ye eat7 for yourselves, and drink

1 וְכִ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 תֹאכְל֖וּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 3 וְכִ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 תִשְׁתּ֑וּ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 5 הֲל֤וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 אַתֶּם֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 7 הָאֹ֣כְלִ֔ים H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 8 וְאַתֶּ֖ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 9 הַשֹּׁתִֽים H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Zijn het niet de woorden, welke de HEERE uitriep door den dienst der vorige profeten, toen Jeruzalem bewoond en gerust was, en haar steden rondom haar; en het zuiden en de laagte bewoond was?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Zijn het nietH3808 de woordenH1697, welkeH834 de HEEREH3068 uitriepH7121 door den dienstH3027 der vorigeH7223 profetenH5030, toen JeruzalemH3389 bewoondH3427 en gerustH7961 was, en haar stedenH5892 rondomH5439 haar; en het zuidenH5045 en de laagteH8219 bewoondH3427 was? Zijn het niet de woorden, welke de HEERE uitriep door den dienst der vorige profeten, toen Jeruzalem bewoond en gerust was, en haar steden rondom haar; en het zuiden en de laagte bewoond was?

KJV Should ye not hear the words3 which the LORD6 hath cried5 by7 the former9 prophets,8 when Jerusalem11 was inhabited12 and in prosperity,13 and the cities14 thereof round about her,15 when men inhabited18 the south16 and the plain?

1 הֲל֣וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַדְּבָרִ֗ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 4 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 קָרָ֤א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 6 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 בְּיַד֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 הַנְּבִיאִ֣ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 9 הָרִֽאשֹׁנִ֔ים H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 10 בִּהְי֤וֹת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 יְרוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 12 יֹשֶׁ֣בֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 13 וּשְׁלֵוָ֔ה H7961 rust, gerust, stil (being) at ease, peaceable, (in) prosper(-ity), quiet(-ness), wealthy 14 וְעָרֶ֖יהָ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 15 סְבִיבֹתֶ֑יהָ H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 16 וְהַנֶּ֥גֶב H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward) 17 וְהַשְּׁפֵלָ֖ה H8219 laagte, laagten low country, (low) plain, vale(-ley) 18 יֹשֵֽׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Verder geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Verder geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068 totH413 ZachariaH2148, zeggendeH559: Verder geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, zeggende:

KJV And the word2 of the LORD3 came unto Zechariah,5 saying,

1 וַֽיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 זְכַרְיָ֖ה H2148 Zacharia, Zecharja, Zacharja Zachariah, Zechariah 6 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Alzo sprak de HEERE der heirscharen, zeggende: Richt een waarachtig gericht, en doet goedertierenheid en barmhartigheden, de een aan den ander;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 AlzoH3541 sprakH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, zeggendeH559: RichtH8199 een waarachtigH571 gerichtH4941, en doetH6213 goedertierenheidH2617 en barmhartighedenH7356, de een aan den anderH251; Alzo sprak de HEERE der heirscharen, zeggende: Richt een waarachtig gericht, en doet goedertierenheid en barmhartigheden, de een aan den ander;

KJV Thus speaketh2 the LORD3 of hosts,4 saying,5 Execute8 true7 judgment,6 and shew11 mercy9 and compassions10 every man12 to his brother:

1 כֹּ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֛ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 מִשְׁפַּ֤ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 7 אֱמֶת֙ H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity 8 שְׁפֹ֔טוּ H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 9 וְחֶ֣סֶד H2617 goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenheden favour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing 10 וְרַֽחֲמִ֔ים H7356 barmhartigheden, barmhartigheid, baarmoeder bowels, compassion, damsel, tender love, (great, tender) mercy, pity, womb 11 עֲשׂ֖וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 13 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 14 אָחִֽיו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En verdrukt de weduwe noch den wees, den vreemdeling noch den ellendige; en denkt niet in uw hart de een des anderen kwaad.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En verdruktH6231 de weduweH490 noch den weesH3490, den vreemdelingH1616 noch den ellendigeH6041; en denktH2803 nietH408 in uw hartH3824 de een des anderen kwaadH7451. En verdrukt de weduwe noch den wees, den vreemdeling noch den ellendige; en denkt niet in uw hart de een des anderen kwaad.

KJV And oppress6 not the widow,1 nor the fatherless,2 the stranger,3 nor the poor;4 and let none of you imagine11 evil7 against8 his brother9 in your heart.

1 וְאַלְמָנָ֧ה H490 weduwe, weduwen, weduwvrouw desolate house (palace), widow 2 וְיָת֛וֹם H3490 wees, niemand, rechtzaak fatherless (child), orphan 3 גֵּ֥ר H1616 vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelings alien, sojourner, stranger 4 וְעָנִ֖י H6041 ellendigen, ellendige, ellendig afflicted, humble, lowly, needy, poor 5 אַֽל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 6 תַּעֲשֹׁ֑קוּ H6231 verdrukt, geweld, verdrukken get deceitfully, deceive, defraud, drink up, (use) oppress(-ion), -or), do violence (wrong) 7 וְרָעַת֙ H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 8 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 אָחִ֔יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 10 אַֽל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 11 תַּחְשְׁב֖וּ H2803 geacht, gedacht, bedenken (make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think 12 בִּלְבַבְכֶֽם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Maar zij weigerden op te merken, en togen hun schouder terug, en zij verzwaarden hun oren, opdat zij niet hoorden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Maar zij weigerdenH3985 op te merkenH7181, en togenH5414 hun schouderH3802 terugH5414, en zij verzwaardenH3513 hun orenH241, opdat zij niet hoordenH8085. Maar zij weigerden op te merken, en togen hun schouder terug, en zij verzwaarden hun oren, opdat zij niet hoorden.

KJV But they refused1 to hearken,2 and pulled away3 the shoulder,4 and stopped7 their ears,6 that they should not hear.

1 וַיְמָאֲנ֣וּ H3985 weigerde, weigert, geweigerd refuse, [idiom] utterly 2 לְהַקְשִׁ֔יב H7181 merk, merkt, opmerken attend, (cause to) hear(-ken), give heed, incline, mark (well), regard 3 וַיִּתְּנ֥וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 4 כָתֵ֖ף H3802 schouder, schouderbanden, schouderen arm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter 5 סֹרָ֑רֶת H5637 afvalligen, wederstrevig, afvallen [idiom] away, backsliding, rebellious, revolter(-ing), slide back, stubborn, withdrew 6 וְאָזְנֵיהֶ֖ם H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show 7 הִכְבִּ֥ידוּ H3513 zwaar, eren, verheerlijkt abounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop 8 מִשְּׁמֽוֹעַ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En zij maakten hun hart als een diamant, opdat zij niet hoorden de wet en de woorden, die de HEERE der heirscharen zond in Zijn Geest, door den dienst der vorige profeten, waaruit ontstaan is een grote toorn van den HEERE der heirscharen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En zij maaktenH7760 hun hartH3820 als een diamantH8068, opdat zij niet hoordenH8085 de wetH8451 en de woordenH1697, dieH834 de HEEREH3068 der heirscharenH6635 zondH7971 in Zijn GeestH7307, door den dienstH3027 der vorigeH7223 profetenH5030, waaruit ontstaanH1961 is een groteH1419 toornH7110 vanH854 den HEEREH3068 der heirscharenH6635. En zij maakten hun hart als een diamant, opdat zij niet hoorden de wet en de woorden, die de HEERE der heirscharen zond in Zijn Geest, door den dienst der vorige profeten, waaruit ontstaan is een grote toorn van den HEERE der heirscharen.

KJV Yea, they made2 their hearts1 as an adamant stone,3 lest they should hear4 the law,6 and the words8 which the LORD11 of hosts12 hath sent10 in his spirit13 by14 the former16 prophets:15 therefore came a great19 wrath18 from the LORD21 of hosts.

1 וְלִבָּ֞ם H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 2 שָׂ֣מוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 3 שָׁמִ֗יר H8068 doornen, diamant, distelen adamant (stone), brier, diamond 4 מִ֠שְּׁמוֹעַ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הַתּוֹרָ֤ה H8451 wet, wetten, leer law 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַדְּבָרִים֙ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 9 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 שָׁלַ֜ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 11 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 צְבָאוֹת֙ H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 13 בְּרוּח֔וֹ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 14 בְּיַ֖ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 15 הַנְּבִיאִ֣ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 16 הָרִֽאשֹׁנִ֑ים H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 17 וַֽיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 18 קֶ֣צֶף H7110 toorn, verbolgenheid, toornigheid foam, indignation, [idiom] sore, wrath 19 גָּד֔וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 20 מֵאֵ֖ת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 21 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 22 צְבָאֽוֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Daarom is het geschied, gelijk als Hij geroepen had, doch zij niet gehoord hebben, alzo riepen zij ook, maar Ik hoorde niet, zegt de HEERE der heirscharen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Daarom is het geschiedH1961, gelijk als Hij geroepenH7121 had, doch zij nietH3808 gehoordH8085 hebben, alzoH3651 riepenH7121 zij ook, maar Ik hoordeH8085 nietH3808, zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635; Daarom is het geschied, gelijk als Hij geroepen had, doch zij niet gehoord hebben, alzo riepen zij ook, maar Ik hoorde niet, zegt de HEERE der heirscharen;

KJV Therefore it is come to pass, that as he cried,3 and they would not hear;5 so they cried,7 and I would not hear,9 saith10 the LORD11 of hosts:

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כַאֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 קָרָ֖א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 4 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 שָׁמֵ֑עוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 6 כֵּ֤ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 7 יִקְרְאוּ֙ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 8 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 אֶשְׁמָ֔ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 10 אָמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 צְבָאֽוֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Maar Ik heb hen weggestormd onder alle heidenen, welke zij niet kenden; en het land werd achter hen verwoest, zodat er niemand doorging, noch wederkeerde; want zij stelden het gewenste land tot een verwoesting.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Maar Ik heb hen weggestormdH5590 onder alleH3605 heidenenH1471, welkeH834 zij nietH3808 kendenH3045; en het landH776 werd achterH310 hen verwoestH8074, zodat er niemandH4480 doorgingH5674, noch wederkeerdeH7725; want zij steldenH7760 het gewensteH2532 landH776 tot een verwoestingH8047. Maar Ik heb hen weggestormd onder alle heidenen, welke zij niet kenden; en het land werd achter hen verwoest, zodat er niemand doorging, noch wederkeerde; want zij stelden het gewenste land tot een verwoesting.

KJV But I scattered them with a whirlwind1 among all the nations4 whom they knew7 not. Thus the land8 was desolate after10 them, that no man passed through11 nor returned:12 for they laid13 the pleasant15 land14 desolate.

1 וְאֵ֣סָעֲרֵ֗ם H5590 onstuimiger, weggestormd, gestormd be (toss with) tempest(-uous), be sore, troubled, come out as a (drive with the, scatter with a) whirlwind 2 עַ֤ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הַגּוֹיִם֙ H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 יְדָע֔וּם H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 8 וְהָאָ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 נָשַׁ֣מָּה H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing 10 אַֽחֲרֵיהֶ֔ם H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 11 מֵֽעֹבֵ֖ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 12 וּמִשָּׁ֑ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 13 וַיָּשִׂ֥ימוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 14 אֶֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 15 חֶמְדָּ֖ה H2532 gewenste, kostelijke, begeerlijk desire, goodly, pleasant, precious 16 לְשַׁמָּֽה H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Zacharia 7:1 Nehemia 1:1 Zacharia 1:1 Ezra 6:14 Hagai 2:10 Hagai 2:20
Zacharia 7:2 Zacharia 8:21 Jeremia 26:19 1 Koningen 13:6 1 Samuël 13:12 Exodus 32:11 Jesaja 60:7 Ezra 6:10 Ezra 8:28
Zacharia 7:3 Zacharia 8:19 Jakobus 4:8 Zacharia 12:12 Maleachi 2:7 Jeremia 52:12 Nehemia 8:9 Nehemia 9:1 Jesaja 22:12
Zacharia 7:4 Jesaja 10:16
Zacharia 7:5 Zacharia 1:12 Zacharia 7:3 Jesaja 1:11 Kolossenzen 3:23 Mattheüs 23:5 Romeinen 14:6 Jesaja 58:4 Mattheüs 6:16
Zacharia 7:6 1 Korinthe 11:20 1 Samuël 16:7 Jeremia 17:9 Deuteronomium 12:7 Hosea 8:13 Deuteronomium 14:26 Hosea 9:4 1 Korinthe 11:26
Zacharia 7:7 Jeremia 17:26 Jeremia 32:44 Jeremia 7:5 Jeremia 7:23 Jesaja 1:16 Jesaja 55:6 Jeremia 33:13 Daniël 9:6
Zacharia 7:9 Micha 6:8 Ezechiël 45:9 Mattheüs 23:23 Jeremia 21:12 Johannes 7:51 Zacharia 7:7 Jeremia 7:23 Deuteronomium 15:7
Zacharia 7:10 Jeremia 5:28 Psalmen 21:11 Psalmen 72:4 Jesaja 1:23 Spreuken 3:29 Jeremia 11:19 Maleachi 3:5 Sefanja 3:1
Zacharia 7:11 Nehemia 9:29 Jeremia 8:5 Hosea 4:16 Zacharia 1:4 Hebreeën 10:38 Sefanja 3:2 Handelingen 7:51 Jeremia 36:31
Zacharia 7:12 Nehemia 9:29 2 Kronieken 36:16 Ezechiël 11:19 Jesaja 6:10 Ezechiël 3:7 Ezechiël 2:4 Ezechiël 36:26 Daniël 9:11
Zacharia 7:13 Spreuken 1:24 Jesaja 1:15 Jeremia 14:12 Jeremia 11:11 Micha 3:4 Jakobus 4:3 Psalmen 81:8 Jeremia 6:16
Zacharia 7:14 Deuteronomium 28:33 Deuteronomium 28:64 Deuteronomium 4:27 Jeremia 23:19 Sefanja 3:6 Zacharia 2:6 Jeremia 4:11 Psalmen 58:9
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Zacharia 7 vers 1

Daríus, Zie Zach. 1:1 .

Hertaald: Daríus, Zie Zach. 1:1.

Chisleu Deze maand komt merendeels met onze November overeen. Zie Neh. 1:1 .

Hertaald: Chisleu Deze maand komt grotendeels overeen met onze november. Zie Neh. 1:1.

Zacharia 7 vers 2

naar het huis van God Dat is, naar den tempel, wwar de priesters en profeten waren, gelijk af te leiden is uit vs.3. Anders: als Bethel; dat is, de kerk Gods, gezonden had Sarezer.

Hertaald: naar het huis van God Dat is: naar de tempel, waar de priesters en profeten waren, zoals uit vers 3 op te maken is. Anders: toen Bethel — dat is: de kerk van God — Sarezer gezonden had.

gezonden had Te weten, vanwege het volk, gelijk blijkt uit vs.5, hetwelk uit de Babylonische gevangenschap wedergekomen was; of, zo anderen menen, vanwege het volk, dat nog in Babylonië was.

Hertaald: gezonden had Namelijk namens het volk, zoals uit vers 5 blijkt, dat uit de Babylonische gevangenschap teruggekomen was; of, zoals anderen menen, namens het volk dat nog in Babylonië was.

Sarézer, Dit zijn buiten alle twijfel van de allervoortreffelijkste mannen onder de Joden in die tijden geweest.

Hertaald: Sarézer, Dit zijn ongetwijfeld enkele van de allervoornaamste mannen onder de Joden in die tijd geweest.

en zijn mannen, Dat is, mitsgaders de andere mannen, die dezen in dit gezantschap bijgevoegd waren. Of, met hunne mannen; dat is, met hunne dienaars.

Hertaald: en zijn mannen, Dat is: samen met de andere mannen die aan dit gezantschap toegevoegd waren. Of: met hun mannen, dat is: met hun dienaren.

Zacharia 7 vers 3

tot de profeten, Te weten, Haggaï, Zacharia en Maleachi.

Hertaald: tot de profeten, Namelijk Haggaï, Zacharia en Maleachi.

wenen Dat is, treuren, droevig zijn en vasten. De zin is: Is men verbonden dien vastendag met wenen en treuren te onderhouden, [nu de tempel bijna herbouwd is] die voortijds is ingesteld ter gedachtenis van de verwoesting van den tempel? Zie 2 Kon. 25:9 , en Jer. 52:13 .

Hertaald: wenen Dat is: treuren, droevig zijn en vasten. De betekenis is: zijn wij verplicht die vastendag met wenen en treuren te onderhouden — nu de tempel bijna herbouwd is — die vroeger is ingesteld ter gedachtenis aan de verwoesting van de tempel? Zie 2 Kon. 25:9 en Jer. 52:13.

in de vijfde maand, Ten dele met Juli overeenkomende. In deze maand zijn tempel en stad verwoest geworden; 2 Kon. 25:9 , en Jer. 52:12 .

Hertaald: in de vijfde maand, Die gedeeltelijk overeenkomt met juli. In deze maand zijn de tempel en de stad verwoest; 2 Kon. 25:9 en Jer. 52:12.

mij afzonderende, Dat is, mij onthoudende, te weten van eten en drinken en andere verkwikkingen van het lichaam en mijne ziel kwellende. Zie Joël 2:15 , enz.

Hertaald: mij afzonderende, Dat is: mij onthoudend, namelijk van eten en drinken en andere verkwikkingen van het lichaam, terwijl ik mijn ziel kwel. Zie Joël 2:15, enzovoort.

Zacharia 7 vers 5

in de vijfde Ter gedachtenis van de verwoesting van den tempel; Jer. 52:12 .

Hertaald: in de vijfde Ter gedachtenis aan de verwoesting van de tempel; Jer. 52:12.

in de zevende maand, Deze vastendag was ingesteld ter gedachtenis aan Gadalja, die in die maand verradelijk vermoord was; 2 Kon. 25:25 ; Jer. 41:2 .

Hertaald: in de zevende maand, Deze vastendag was ingesteld ter gedachtenis aan Gedalja, die in die maand verraderlijk vermoord was; 2 Kon. 25:25; Jer. 41:2.

nu zeventig jaren, Namelijk zolang als de Babylonische gevangenschap geduurd heeft, en daarna tot dezen tijd toe.

Hertaald: nu zeventig jaren, Namelijk zo lang als de Babylonische gevangenschap geduurd heeft, en daarna tot deze tijd toe.

Mij, Mij Dat is, mij ten gevalle, alzo dat het mij zou behaagd hebben? of, dat mij daarmede enige bijzondere eer of enigen godsdienst zou aangedaan zijn? De zin is: dat de ware godsdienst niet eigenlijk bestaat in het vasten, of in eten en drinken, maar in het onderhouden der geboden Gods.

Hertaald: Mij, Mij Dat is: Mij ten gevalle, zodat het Mij zou behagen? Of: dat Mij daarmee enige bijzondere eer of godsdienst bewezen zou zijn? De betekenis is dat de ware godsdienst niet eigenlijk bestaat in vasten of in eten en drinken, maar in het onderhouden van Gods geboden.

enigszins gevast? Hebr. vastende gevast?

Hertaald: enigszins gevast? Hebreeuws: vastende gevast?

Zacharia 7 vers 6

waart gij het niet, Dat is, hebt gijlieden niet voor uzelven gegeten en gedronken? Ik heb er geen voedsel van gehad, maar gijliede.

Hertaald: waart gij het niet, Dat is: hebt u niet voor uzelf gegeten en gedronken? Ik heb er geen voedsel van gehad, maar u.

Zacharia 7 vers 7

Zijn het niet de woorden, Alsof Hij zeide: Uw vraag is licht te beantwoorden, leest hetgeen de profeten hier tevoren meermalen gepredikt hebben, zo zult gij daar vinden wat Ik van ulieder vasten houd. Zie Jes. 58:3-4 ; maar anderen vertalen de woorden van den tekst aldus: [Zoudt] gij niet [behoren te doen] de woorden die de Heere uitgeroepen heeft door enz., of aldus: [Hebt] gij niet [gehoord] enz.

Hertaald: Zijn het niet de woorden, Alsof Hij zei: uw vraag is gemakkelijk te beantwoorden. Lees wat de profeten hier tevoren meermalen gepredikt hebben, dan zult u daar vinden wat Ik van uw vasten vind. Zie Jes. 58:3-4. Maar anderen vertalen de woorden van de tekst zo: zou u niet de woorden behoren te doen die de HEERE heeft uitgeroepen door, enzovoort; of aldus: hebt u niet gehoord, enzovoort.

door den dienst Hebr. door de hand, gelijk in vs.12.

Hertaald: door den dienst Hebreeuws: door de hand, zoals in vers 12.

toen Jeruzalem Te weten, voor de Babylonische gevangenschap; of toen Jeruzalem nog bloeide.

Hertaald: toen Jeruzalem Namelijk vóór de Babylonische gevangenschap, toen Jeruzalem nog bloeide.

het zuiden Zie Joz. 15:1-2 . De zin is: Toen het koninkrijk van Juda nog in staat was en die stammen in hun geheel.

Hertaald: het zuiden Zie Joz. 15:1-2. De betekenis is: toen het koninkrijk Juda nog in stand was en die stammen nog ongeschonden waren.

Zacharia 7 vers 9

sprak de HEERE der heirscharen, Te weten, tot uwe vaders.

Hertaald: sprak de HEERE der heirscharen, Namelijk tot uw vaderen.

richt De zin is: Dit is een recht vasten, dat mij behaagt, Zie van een recht vasten breder, Jes. 1:16-18 ; Matt. 23:23 .

Hertaald: richt De betekenis is: dit is een recht vasten, dat Mij behaagt. Zie uitvoeriger over een recht vasten Jes. 1:16-18; Matth. 23:23.

een waarachtig gericht, Hebr. een gericht der waarheid, of der trouw.

Hertaald: een waarachtig gericht, Hebreeuws: een gericht van de waarheid, of van de trouw.

de een aan den ander; Hebr. de man met zijne broeder, of met zijnen naaste.

Hertaald: de een aan den ander; Hebreeuws: de man met zijn broeder, of met zijn naaste.

Zacharia 7 vers 10

denkt niet in uw hart Want men zondigt ook met zijn gedachten.

Hertaald: denkt niet in uw hart Want men zondigt ook met zijn gedachten.

de een des anderen Hebr. van den man van zijnen broeder kwaad.

Hertaald: de een des anderen Hebreeuws: van de man het kwaad van zijn broeder.

kwaad Dat is, kwalijk vaart, schade.

Hertaald: kwaad Dat is: kwaad vaart, schade lijdt.

Zacharia 7 vers 11

zij weigerden op te merken, Te weten, uwe vaders en voorouders. Zie Zach. 1:4 .

Hertaald: zij weigerden op te merken, Namelijk uw vaderen en voorouders. Zie Zach. 1:4.

togen hun schouder terug, Dat is, zij wilden des Heeren juk niet dragen. Hebr. zij gaven een afwijkenden schouder. Zie Neh. 9:29 .

Hertaald: togen hun schouder terug, Dat is: zij wilden het juk van de HEERE niet dragen. Hebreeuws: zij gaven een afwijkende schouder. Zie Neh. 9:29.

zij verzwaarden hun oren, Verg. Jes. 6:10 .

Hertaald: zij verzwaarden hun oren, Vergelijk Jes. 6:10.

Zacharia 7 vers 12

maakten hun hart Hebr. stelden, zetteden.

Hertaald: maakten hun hart Hebreeuws: stelden, zetten.

als een diamant, Dat is, gans hard en wederspannig. Verg. Jes. 48:4 ; Ezech. 11:19 , en Ezech. 36:26 . Hebr. als een duurachtigen [steen]. Zie de aantekening bij Jer. 17:1 .

Hertaald: als een diamant, Dat is: geheel hard en weerspannig. Vergelijk Jes. 48:4; Ezech. 11:19 en Ezech. 36:26. Hebreeuws: als een zeer harde steen. Zie de aantekening bij Jer. 17:1.

de wet en de woorden, Te weten, de wet des Heeren.

Hertaald: de wet en de woorden, Namelijk de wet van de HEERE.

in Zijn Geest, Hieruit blijkt dat zij wederspannig geweest zijn, niet zozeer tegen de profeten als tegen den Geest Gods, die in en door de profeten sprak.

Hertaald: in Zijn Geest, Hieruit blijkt dat zij niet zozeer tegen de profeten weerspannig geweest zijn als wel tegen de Geest van God, Die in en door de profeten sprak.

Zacharia 7 vers 13

Hij geroepen had, Te weten, de Heere, of de profeet des Heeren. Zie vs.7; Hos. 11:2 , en Mi. 3:4 .

Hertaald: Hij geroepen had, Namelijk de HEERE, of de profeet van de HEERE. Zie vers 7; Hos. 11:2 en Micha 3:4.

Zacharia 7 vers 14

werd achter hen verwoest, En het bleef lang woest liggen, te weten, nadat zij gevangelijk zijn weggevoerd geworden.

Hertaald: werd achter hen verwoest, En het bleef lang woest liggen, namelijk nadat zij gevankelijk weggevoerd waren.

zodat er niemand doorging, Wij zouden, naar onze manier van spreken zeggen: Zodat er niemand uit noch in ging, en dit duurde zolang totdat Ik ulieden daar wederom in bracht.

Hertaald: zodat er niemand doorging, Naar onze manier van spreken zouden wij zeggen: zodat er niemand in of uit ging. En dat duurde totdat Ik u daar weer in bracht.

zij stelden Te weten, uwe vaders, gelijk in vs.11. Anders: alzo stelden zij het, enz.

Hertaald: zij stelden Namelijk uw vaderen, zoals in vers 11. Anders: zo stelden zij het, enzovoort.

het gewenste land Te weten, het Joodse land. De zin is: Zij zijn door hunne ongehoorzaamheid en wederspannigheid zelf oorzaak geweest dat het edele land, hetwelk Ik hun ten erfdeel gegeven had, zo jammerlijk is verwoest geworden, gelijk zij dit zelf bekennen; Dan. 9:16 .

Hertaald: het gewenste land Namelijk het Joodse land. De betekenis is: zij zijn door hun ongehoorzaamheid en weerspannigheid zelf de oorzaak geweest dat het kostelijke land dat Ik hun tot erfdeel gegeven had zo jammerlijk verwoest is — zoals zij dat zelf erkennen; Dan. 9:16.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Sarezer (gezant)  — (Assyrisch-Babylonische naam)

Gezant, die met Regem-Melech naar het huis van God gezonden werd om de HEERE te smeken en te vragen of men het vasten ter gedachtenis aan de verwoesting van de tempel moest blijven houden (Zach. 7:2-3). Niet dezelfde persoon als Sarezer, de zoon van Sanherib.

Regem-Melech  — vriend des konings (onzeker)

Gezant, die met Sarezer naar het huis van God gezonden werd om de HEERE te smeken over het voortzetten van het vasten (Zach. 7:2-3).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Moet ik wenen in de vijfde maand?  — een vraag over een vasten dat de ballingschap in leven hield, jaren na de terugkeer (Zach. 7:1-3)

Afgezanten worden gestuurd "om het aangezicht des HEEREN te smeken" (Zach. 7:2), met een vraag aan de priesters en profeten: "Moet ik wenen in de vijfde maand, mij afzonderende, gelijk als ik gedaan heb nu zo vele jaren?" (Zach. 7:3).

Bijbelse betekenis: Merk op wat hier gevraagd wordt: niet of vasten op zichzelf goed is, maar of een specifiek vasten — ingesteld ter herinnering aan de verwoesting van de tempel — nog nodig is, nu diezelfde tempel weer herbouwd wordt. Let vervolgens op wie deze vraag stelt: mensen die "nu zo vele jaren" dit ritueel trouw hadden volgehouden, kennelijk zonder zeker te weten waarom. Let ten slotte op de plaats waar de vraag gesteld wordt: bij het huis van God, aan de priesters en profeten — het juiste adres voor zo'n vraag.

Typologie: Dat een uiterlijke gewoonte kan voortleven nadat de reden ervoor is weggenomen, is dezelfde les die Paulus geeft over eten en drinken, dagen en tijden, die schaduwen waren van het toekomstige, maar het lichaam is van Christus (Kol. 2:16-17).

Zach. 7:1-3; Kol. 2:16-17

Hebt gijlieden Mij, Mij enigszins gevast?  — Gods antwoord stelt een scherpere vraag dan die welke gesteld werd (Zach. 7:4-7)

"Spreek tot het ganse volk dezes lands, en tot de priesters, zeggende: Toen gij vasttet en rouwklaagdet, in de vijfde en in de zevende maand, namelijk nu zeventig jaren, hebt gijlieden Mij, Mij enigszins gevast?" (Zach. 7:5). En verder: "Of als gij at, en als gij dronkt, waart gij het niet, die daar at, en gij, die daar dronkt?" (Zach. 7:6).

Bijbelse betekenis: Merk op de herhaling in Zach. 7:5: Mij, Mij enigszins gevast — het woordje Mij wordt tweemaal genoemd, alsof God de vraag terugkaatst naar de kern. Zij vroegen of ze moesten blijven vasten; Hij vraagt of hun vasten ooit werkelijk om Hem ging. Let vervolgens op Zach. 7:6, waar hetzelfde met eten en drinken gebeurt: ook daarin ging het om henzelf, niet om God. Let ten slotte op wat dit onthult: zeventig jaar van uiterlijke godsdienstoefening kan naast God om gebeuren, zonder dat het volk het zelf doorhad.

Typologie: Dezelfde ontmaskering van godsdienst die om de mens zelf draait, spreekt Jesaja uit: "Waartoe zal Mij zijn de veelheid uwer slachtoffers? zegt de HEERE" (reeds behandeld bij Jes. 1:11).

Zach. 7:4-6; Jes. 1:11

Zij maakten hun hart als een diamant  — de reden voor de ballingschap wordt herhaald, met een beeld voor de hardnekkigheid van het niet-horen (Zach. 7:9-14)

Eerst de eis: "Richt een waarachtig gericht, en doet goedertierenheid en barmhartigheden, de een aan den ander; en verdrukt de weduwe noch den wees, den vreemdeling noch den ellendige" (Zach. 7:9-10). Dan het antwoord van de vaderen: "Maar zij weigerden op te merken, en togen hun schouder terug, en zij verzwaarden hun oren, opdat zij niet hoorden. En zij maakten hun hart als een diamant, opdat zij niet hoorden de wet" (Zach. 7:11-12). Het gevolg: "alzo riepen zij ook, maar Ik hoorde niet, zegt de HEERE der heirscharen" (Zach. 7:13).

Bijbelse betekenis: Merk op de opbouw van weerstand in Zach. 7:11-12. Eerst weigeren zij op te merken, dan trekken zij hun schouder terug, dan verzwaren zij hun oren, en ten slotte maken zij hun hart als een diamant — een steen die niets kan krassen. Elke stap maakt het volgende horen moeilijker. Let vervolgens op Zach. 7:13: de HEERE keert hun eigen weigering om hen heen. Zoals zij niet hoorden toen Hij riep, zo hoort Hij niet meer wanneer zij roepen. Let ten slotte op wat er in Zach. 7:14 volgt: de ballingschap zelf, als rechtstreeks gevolg van deze verharding.

Typologie: Datzelfde beeld van een hart dat zich verhardt tegen herhaald aandringen, gebruikt de Hebreeënbrief als waarschuwing: "Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet" (reeds behandeld bij Hebr. 3:7-8).

Zach. 7:9-14; Hebr. 3:7-8

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Zacharia 7

Zacharia 7:1.KruisverwijzingenNehemia 1:1Zacharia 1:1Ezra 6:14Hagai 2:10Hagai 2:20
— Het gebeurde nu in het vierde jaar van den koning Darius, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Zacharia, op den vierden der negende maand, namelijk in Chisleu.
Gods profeten waren niet altijd in de geest. Kwam het Woord van God tot hen, dan was dat een merkwaardige dag, en zij tekenden hem in hun dagboek aan. Ik denk dat ook wij, die geen profeten zijn, ons wel een bijzondere tijd kunnen herinneren waarin Gods Woord ons in het bijzonder kostbaar was. Ook wij kunnen opschrijven: op de vierde dag van de negende maand.

Zacharia 7:2-3.KruisverwijzingenZacharia 8:21Zacharia 8:19Jeremia 26:191 Koningen 13:61 Samuël 13:12Jakobus 4:8Zacharia 12:12Maleachi 2:7
— Toen men naar het huis van God gezonden had Sarezer, en Regem-Melech, en zijn mannen, om het aangezicht des HEEREN te smeken; Zeggende tot de priesters, die in het huis des HEEREN der heirscharen waren, en tot de profeten, zeggende: Moet ik wenen in de vijfde maand, mij afzonderende, gelijk als ik gedaan heb nu zo vele jaren?
Op die dag hielden de Joden een vasten ter gedachtenis van de verschrikkelijke ramp die de tempel in de dagen van Nebukadnezar overkomen was. Deze mensen woonden nu ver weg in Babel. Bij hen kwam de vraag op of zij die vasten nog langer moesten houden, nu de tempel gebouwd werd en Jeruzalem hersteld was.

Die vasten werd niet op goddelijk bevel gehouden. Het was een vasten van hun eigen vinding, en de vraag was of zij hem niet moesten laten varen nu de dingen zo veranderd waren. Daarom zonden zij boden naar de tempel, om het de priesters en de profeten te vragen en om God Zelf te bidden.

Ligt er een moeilijke vraag op ons geweten, dan is het goed haar uit te maken en haar niet onopgelost op het hart te laten liggen.

Zacharia 7:4-5.KruisverwijzingenZacharia 1:12Zacharia 7:3Jesaja 1:11Jesaja 10:16Kolossenzen 3:23Mattheüs 23:5Romeinen 14:6Jesaja 58:4
— Toen geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende: Spreek tot het ganse volk dezes lands, en tot de priesters, zeggende: Toen gij vasttet en rouwklaagdet, in de vijfde en in de zevende maand, namelijk nu zeventig jaren, hebt gijlieden Mij, Mij enigszins gevast?
“Spreek tot het ganse volk dezes lands, en tot de priesters, zeggende: Toen gij vasttet en rouwklaagdet, in de vijfde en in de zevende maand, namelijk nu zeventig jaren, hebt gijlieden Mij, Mij enigszins gevast?”

Nadat het Joodse volk door hun zeventig jaren gevangenschap grondig van hun neiging tot afgoderij genezen was, vervielen zij in een ander kwaad. Zij begonnen hun ceremoniën bijgelovig te achten. Zij verloren het leven en de geest van de godsvrucht en verwaarloosden de gewichtigste zaken van de wet.

De geest van het farizeeisme was in de tijd van Zacharia al begonnen. Er werd grote aandacht besteed aan de vormen en de buitenkant van de eredienst, maar het wezen van de godzaligheid was onbekend. Zij vermenigvuldigden voor zichzelf ceremoniën, buiten Gods Woord om. Zij hadden vasten en feesten die Mozes nooit geboden had.

Zij ontvingen geen rechtstreeks antwoord. Het was de HEERE hun God om het even of zij vastten: Hij had het niet geboden, en zulke eredienst kon Hij uit hun hand niet aannemen.

Dáár zit het punt. U kunt vasten voor uzelf. U kunt vasten voor uw eigen hoogmoed. Hebben wij er in ons vasten geen gedachte aan God te eren, dan is er niets aan. De vraag is: hebt u dat wel Mij, Mij gevast?

Zacharia 7:6.Kruisverwijzingen1 Korinthe 11:201 Samuël 16:7Jeremia 17:9Deuteronomium 12:7Hosea 8:13Deuteronomium 14:26Hosea 9:41 Korinthe 11:26
— Of als gij at, en als gij dronkt, waart gij het niet, die daar at, en gij, die daar dronkt?
Wordt een heilig feest niet met het oog op God gehouden, dan wordt het helemaal niet gehouden. Dan is het een feest voor uzelf, en dan hebt u het doel geheel gemist.

Leer dan dit aangaande alle godsdienstige ceremoniën: zijn zij niet uitdrukkelijk door God geboden, dan is het van weinig belang hoe men ze houdt. Het zou zelfs veel beter zijn ze te laten rusten.

Ik wenste wel dat al onze gemeenten bereid waren de grond van al hun ceremoniën in de Schrift te zoeken. Dat is de weg om ware christelijke eenheid te bevorderen. Niet onze inzichten verbergen, maar duidelijk spreken. Niet op onze oude gebruiken blijven zitten, maar ze onderzoeken en zien of zij uit God zijn. Want laten wij hiervan zeker zijn. Doen wij iets dat niet naar Gods Woord is, dan is het geen dienst die God van ons aannemen kan. Dat geldt in welke geest wij het ook doen, en hoe goed wij het ook uitvoeren.

Zacharia 7:7.KruisverwijzingenJeremia 17:26Jeremia 32:44Jeremia 7:5Jeremia 7:23Jesaja 1:16Jesaja 55:6Jeremia 33:13Daniël 9:6
— Zijn het niet de woorden, welke de HEERE uitriep door den dienst der vorige profeten, toen Jeruzalem bewoond en gerust was, en haar steden rondom haar; en het zuiden en de laagte bewoond was?
Welnu, wat was dat woord dan? Zacharia heeft het zojuist van God ontvangen, en hij geeft het door.

Zacharia 7:8-10.KruisverwijzingenMicha 6:8Ezechiël 45:9Mattheüs 23:23Jeremia 21:12Jeremia 5:28Psalmen 21:11Psalmen 72:4Jesaja 1:23
— Verder geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, zeggende: Alzo sprak de HEERE der heirscharen, zeggende: Richt een waarachtig gericht, en doet goedertierenheid en barmhartigheden, de een aan den ander; En verdrukt de weduwe noch den wees, den vreemdeling noch den ellendige; en denkt niet in uw hart de een des anderen kwaad.
Dit is wat God zei — het rechtvaardigste, en wat God met het volste recht van Zijn volk eisen mag.

Zacharia 7:11-12.KruisverwijzingenNehemia 9:292 Kronieken 36:16Jeremia 8:5Hosea 4:16Ezechiël 11:19Zacharia 1:4Jesaja 6:10Ezechiël 3:7
— Maar zij weigerden op te merken, en togen hun schouder terug, en zij verzwaarden hun oren, opdat zij niet hoorden. En zij maakten hun hart als een diamant, opdat zij niet hoorden de wet en de woorden, die de HEERE der heirscharen zond in Zijn Geest, door den dienst der vorige profeten, waaruit ontstaan is een grote toorn van den HEERE der heirscharen.
En dat was ook wel te verwachten. Eist God wat zo rechtvaardig en zo prijzenswaardig is, en willen mensen daaraan niet toegeven en er zelfs niet naar horen, dan verdienen zij dat God tegen hen vertoornd wordt.

Zacharia 7:13.KruisverwijzingenSpreuken 1:24Jesaja 1:15Jeremia 14:12Jeremia 11:11Micha 3:4Jakobus 4:3Psalmen 81:8Jeremia 6:16
— Daarom is het geschied, gelijk als Hij geroepen had, doch zij niet gehoord hebben, alzo riepen zij ook, maar Ik hoorde niet, zegt de HEERE der heirscharen;
De straf van de zonde lijkt naar de zonde zelf te zijn. Willen mensen naar God niet horen, dan zal God ook naar hen niet horen.

Zacharia 7:14.KruisverwijzingenDeuteronomium 28:33Deuteronomium 28:64Deuteronomium 4:27Jeremia 23:19Sefanja 3:6Zacharia 2:6Jeremia 4:11Psalmen 58:9
— Maar Ik heb hen weggestormd onder alle heidenen, welke zij niet kenden; en het land werd achter hen verwoest, zodat er niemand doorging, noch wederkeerde; want zij stelden het gewenste land tot een verwoesting.
In het volgende hoofdstuk gaat de profeet verder, en dan spreekt hij niet zozeer over de zonde van het volk als over Gods vaste voornemen Zich over hen te ontfermen. Hij spreekt met zachte waarschuwingen en met liefdevolle beloften.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content