Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Het gebeurde nu in het vierde jaar van den koning Darius, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Zacharia, op den vierden der negende maand, namelijk in Chisleu.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Het gebeurdeH1961 nu in het vierdeH702jaarH8141 van den koningH4428DariusH1867, dat het woordH1697 des HEERENH3068 geschiedde totH413ZachariaH2148, op den vierdenH702 der negendeH8671maandH2320, namelijk in ChisleuH3691.Het gebeurde nu in het vierde jaar van den koning Darius, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Zacharia, op den vierden der negende maand, namelijk in Chisleu.
KJVAnd it came to pass in the fourth3year2of king5Darius,4that the word7of the LORD8came unto Zechariah10in the fourth11day of the ninth13month,12even in Chisleu;
2Toen men naar het huis van God gezonden had Sarezer, en Regem-Melech, en zijn mannen, om het aangezicht des HEEREN te smeken;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Toen men naar het huisH1004 van GodH410gezondenH7971 had SarezerH8272, en Regem-MelechH7278, en zijn mannenH582, om het aangezichtH6440 des HEERENH3068 te smekenH2470;Toen men naar het huis van God gezonden had Sarezer, en Regem-Melech, en zijn mannen, om het aangezicht des HEEREN te smeken;
KJVWhen they had sent1unto the houseof GodSherezer4and Regemmelech,6and their men,to pray9before11the LORD,
1וַיִּשְׁלַח֙H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2בֵּֽיתH1008Beth-el, huis GodsBeth-el3אֵ֔לH1008Beth-el, huis GodsBeth-el4שַׂרH8272SarezerSharezer5אֶ֕צֶרH8272SarezerSharezer6וְרֶ֥גֶםH7278Regem-melechRegem-melech7מֶ֖לֶךְH7278Regem-melechRegem-melech8וַֽאֲנָשָׁ֑יוH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9לְחַלּ֖וֹתH2470krank, smeken, ziekbeseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
3Zeggende tot de priesters, die in het huis des HEEREN der heirscharen waren, en tot de profeten, zeggende: Moet ik wenen in de vijfde maand, mij afzonderende, gelijk als ik gedaan heb nu zo vele jaren?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3ZeggendeH559totH413 de priestersH3548, die in het huisH1004 des HEERENH3068 der heirscharenH6635 waren, en totH413 de profetenH5030, zeggendeH559: Moet ik wenenH1058 in de vijfdeH2549maandH2320, mij afzonderendeH5144, gelijk als ik gedaanH6213 heb nu zo veleH4100jarenH8141?Zeggende tot de priesters, die in het huis des HEEREN der heirscharen waren, en tot de profeten, zeggende: Moet ik wenen in de vijfde maand, mij afzonderende, gelijk als ik gedaan heb nu zo vele jaren?
KJVAnd to speak1unto the priests3which were in the house5of the LORD6of hosts,7and to the prophets,9saying,10Should I weep11in the fifth13month,12separating14myself, as I have done16these so many years?
1לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הַכֹּֽהֲנִים֙H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5לְבֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7צְבָא֔וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)8וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9הַנְּבִיאִ֖יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet10לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11הַֽאֶבְכֶּה֙H1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep12בַּחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon13הַחֲמִשִׁ֔יH2549vijfde, vijfden, vijfde deelfifth (part)14הִנָּזֵ֕רH5144afzonderen, afgezonderd, afscheidtconsecrate, separate(-ing, self)15כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16עָשִׂ֔יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17זֶ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)18כַּמֶּ֥הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why19שָׁנִֽיםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
4Toen geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Toen geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068 der heirscharenH6635totH413 mij, zeggendeH559:Toen geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:
KJVThen came the word2of the LORD3of hosts4unto me, saying,
5Spreek tot het ganse volk dezes lands, en tot de priesters, zeggende: Toen gij vasttet en rouwklaagdet, in de vijfde en in de zevende maand, namelijk nu zeventig jaren, hebt gijlieden Mij, Mij enigszins gevast?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5SpreekH559totH413 het ganseH3605volkH5971 dezes landsH776, en totH413 de priestersH3548, zeggendeH559: Toen gij vasttetH6684 en rouwklaagdetH5594, in de vijfdeH2549 en in de zevendeH7637 maand, namelijk nu zeventigH7657jarenH8141, hebt gijlieden Mij, Mij enigszinsH6684gevastH6684?Spreek tot het ganse volk dezes lands, en tot de priesters, zeggende: Toen gij vasttet en rouwklaagdet, in de vijfde en in de zevende maand, namelijk nu zeventig jaren, hebt gijlieden Mij, Mij enigszins gevast?
KJVSpeak1unto all the people4of the land,5and to the priests,7saying,8When ye fasted10and mourned11in the fifth12and seventh13month, even those seventy15years,16did ye at all17fast
1אֱמֹר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4עַ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הַכֹּהֲנִ֖יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer8לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10צַמְתֶּ֨םH6684vastten, vasten, gevast[idiom] at all, fast11וְסָפ֜וֹדH5594beklagen, rouwklagen, misbaarlament, mourn(-er), wail12בַּחֲמִישִׁ֣יH2549vijfde, vijfden, vijfde deelfifth (part)13וּבַשְּׁבִיעִ֗יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)14וְזֶה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)15שִׁבְעִ֣יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)16שָׁנָ֔הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)17הֲצ֥וֹםH6684vastten, vasten, gevast[idiom] at all, fast18צַמְתֻּ֖נִיH6684vastten, vasten, gevast[idiom] at all, fast19אָֽנִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who
6Of als gij at, en als gij dronkt, waart gij het niet, die daar at, en gij, die daar dronkt?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Of als gij atH398, en alsH3588 gij dronktH8354, waartH859 gij het nietH3808, die daar atH398, en gij, die daar dronktH8354?Of als gij at, en als gij dronkt, waart gij het niet, die daar at, en gij, die daar dronkt?
KJVAnd when ye did eat,2and when ye did drink,4did not ye eat7for yourselves, and drink
1וְכִ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2תֹאכְל֖וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite3וְכִ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4תִשְׁתּ֑וּH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)5הֲל֤וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6אַתֶּם֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you7הָאֹ֣כְלִ֔יםH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite8וְאַתֶּ֖םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you9הַשֹּׁתִֽיםH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)
7Zijn het niet de woorden, welke de HEERE uitriep door den dienst der vorige profeten, toen Jeruzalem bewoond en gerust was, en haar steden rondom haar; en het zuiden en de laagte bewoond was?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Zijn het nietH3808 de woordenH1697, welkeH834 de HEEREH3068uitriepH7121 door den dienstH3027 der vorigeH7223profetenH5030, toen JeruzalemH3389bewoondH3427 en gerustH7961 was, en haar stedenH5892rondomH5439 haar; en het zuidenH5045 en de laagteH8219bewoondH3427 was?Zijn het niet de woorden, welke de HEERE uitriep door den dienst der vorige profeten, toen Jeruzalem bewoond en gerust was, en haar steden rondom haar; en het zuiden en de laagte bewoond was?
KJVShould ye not hear the words3which the LORD6hath cried5by7the former9prophets,8when Jerusalem11was inhabited12and in prosperity,13and the cities14thereof round about her,15when men inhabited18the south16and the plain?
1הֲל֣וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַדְּבָרִ֗יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5קָרָ֤אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say6יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7בְּיַד֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8הַנְּבִיאִ֣יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet9הָרִֽאשֹׁנִ֔יםH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past10בִּהְי֤וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11יְרוּשָׁלִַ֨ם֙H3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem12יֹשֶׁ֣בֶתH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry13וּשְׁלֵוָ֔הH7961rust, gerust, stil(being) at ease, peaceable, (in) prosper(-ity), quiet(-ness), wealthy14וְעָרֶ֖יהָH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town15סְבִיבֹתֶ֑יהָH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side16וְהַנֶּ֥גֶבH5045zuiden, zuidwaarts, Zuidensouth (country, side, -ward)17וְהַשְּׁפֵלָ֖הH8219laagte, laagtenlow country, (low) plain, vale(-ley)18יֹשֵֽׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
8Verder geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Verder geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068totH413ZachariaH2148, zeggendeH559:Verder geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, zeggende:
KJVAnd the word2of the LORD3came unto Zechariah,5saying,
9Alzo sprak de HEERE der heirscharen, zeggende: Richt een waarachtig gericht, en doet goedertierenheid en barmhartigheden, de een aan den ander;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9AlzoH3541sprakH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, zeggendeH559: RichtH8199 een waarachtigH571gerichtH4941, en doetH6213goedertierenheidH2617 en barmhartighedenH7356, de een aan den anderH251;Alzo sprak de HEERE der heirscharen, zeggende: Richt een waarachtig gericht, en doet goedertierenheid en barmhartigheden, de een aan den ander;
KJVThus speaketh2the LORD3of hosts,4saying,5Execute8true7judgment,6and shew11mercy9and compassions10every man12to his brother:
1כֹּ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֛רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4צְבָא֖וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)5לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6מִשְׁפַּ֤טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong7אֱמֶת֙H571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity8שְׁפֹ֔טוּH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule9וְחֶ֣סֶדH2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing10וְרַֽחֲמִ֔יםH7356barmhartigheden, barmhartigheid, baarmoederbowels, compassion, damsel, tender love, (great, tender) mercy, pity, womb11עֲשׂ֖וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix14אָחִֽיוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
10En verdrukt de weduwe noch den wees, den vreemdeling noch den ellendige; en denkt niet in uw hart de een des anderen kwaad.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En verdruktH6231 de weduweH490 noch den weesH3490, den vreemdelingH1616 noch den ellendigeH6041; en denktH2803nietH408 in uw hartH3824 de een des anderen kwaadH7451.En verdrukt de weduwe noch den wees, den vreemdeling noch den ellendige; en denkt niet in uw hart de een des anderen kwaad.
KJVAnd oppress6not the widow,1nor the fatherless,2the stranger,3nor the poor;4and let none of you imagine11evil7against8his brother9in your heart.
1וְאַלְמָנָ֧הH490weduwe, weduwen, weduwvrouwdesolate house (palace), widow2וְיָת֛וֹםH3490wees, niemand, rechtzaakfatherless (child), orphan3גֵּ֥רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger4וְעָנִ֖יH6041ellendigen, ellendige, ellendigafflicted, humble, lowly, needy, poor5אַֽלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than6תַּעֲשֹׁ֑קוּH6231verdrukt, geweld, verdrukkenget deceitfully, deceive, defraud, drink up, (use) oppress(-ion), -or), do violence (wrong)7וְרָעַת֙H7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)8אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9אָחִ֔יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'10אַֽלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than11תַּחְשְׁב֖וּH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think12בִּלְבַבְכֶֽםH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding
11Maar zij weigerden op te merken, en togen hun schouder terug, en zij verzwaarden hun oren, opdat zij niet hoorden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Maar zij weigerdenH3985 op te merkenH7181, en togenH5414 hun schouderH3802terugH5414, en zij verzwaardenH3513 hun orenH241, opdat zij niet hoordenH8085.Maar zij weigerden op te merken, en togen hun schouder terug, en zij verzwaarden hun oren, opdat zij niet hoorden.
KJVBut they refused1to hearken,2and pulled away3the shoulder,4and stopped7their ears,6that they should not hear.
1וַיְמָאֲנ֣וּH3985weigerde, weigert, geweigerdrefuse, [idiom] utterly2לְהַקְשִׁ֔יבH7181merk, merkt, opmerkenattend, (cause to) hear(-ken), give heed, incline, mark (well), regard3וַיִּתְּנ֥וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4כָתֵ֖ףH3802schouder, schouderbanden, schouderenarm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter5סֹרָ֑רֶתH5637afvalligen, wederstrevig, afvallen[idiom] away, backsliding, rebellious, revolter(-ing), slide back, stubborn, withdrew6וְאָזְנֵיהֶ֖םH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show7הִכְבִּ֥ידוּH3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop8מִשְּׁמֽוֹעַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
12En zij maakten hun hart als een diamant, opdat zij niet hoorden de wet en de woorden, die de HEERE der heirscharen zond in Zijn Geest, door den dienst der vorige profeten, waaruit ontstaan is een grote toorn van den HEERE der heirscharen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En zij maaktenH7760 hun hartH3820 als een diamantH8068, opdat zij niet hoordenH8085 de wetH8451 en de woordenH1697, dieH834 de HEEREH3068 der heirscharenH6635zondH7971 in Zijn GeestH7307, door den dienstH3027 der vorigeH7223profetenH5030, waaruit ontstaanH1961 is een groteH1419toornH7110vanH854 den HEEREH3068 der heirscharenH6635.En zij maakten hun hart als een diamant, opdat zij niet hoorden de wet en de woorden, die de HEERE der heirscharen zond in Zijn Geest, door den dienst der vorige profeten, waaruit ontstaan is een grote toorn van den HEERE der heirscharen.
KJVYea, they made2their hearts1as an adamant stone,3lest they should hear4the law,6and the words8which the LORD11of hosts12hath sent10in his spirit13by14the former16prophets:15therefore came a great19wrath18from the LORD21of hosts.
1וְלִבָּ֞םH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom2שָׂ֣מוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work3שָׁמִ֗ירH8068doornen, diamant, distelenadamant (stone), brier, diamond4מִ֠שְּׁמוֹעַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַתּוֹרָ֤הH8451wet, wetten, leerlaw7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַדְּבָרִים֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work9אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10שָׁלַ֜חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)11יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12צְבָאוֹת֙H6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)13בְּרוּח֔וֹH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)14בְּיַ֖דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves15הַנְּבִיאִ֣יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet16הָרִֽאשֹׁנִ֑יםH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past17וַֽיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use18קֶ֣צֶףH7110toorn, verbolgenheid, toornigheidfoam, indignation, [idiom] sore, wrath19גָּד֔וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very20מֵאֵ֖תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix21יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)22צְבָאֽוֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
13Daarom is het geschied, gelijk als Hij geroepen had, doch zij niet gehoord hebben, alzo riepen zij ook, maar Ik hoorde niet, zegt de HEERE der heirscharen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Daarom is het geschiedH1961, gelijk als Hij geroepenH7121 had, doch zij nietH3808gehoordH8085 hebben, alzoH3651riepenH7121 zij ook, maar Ik hoordeH8085nietH3808, zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635;Daarom is het geschied, gelijk als Hij geroepen had, doch zij niet gehoord hebben, alzo riepen zij ook, maar Ik hoorde niet, zegt de HEERE der heirscharen;
KJVTherefore it is come to pass, that as he cried,3and they would not hear;5so they cried,7and I would not hear,9saith10the LORD11of hosts:
1וַיְהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַאֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3קָרָ֖אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say4וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5שָׁמֵ֑עוּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness6כֵּ֤ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you7יִקְרְאוּ֙H7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say8וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9אֶשְׁמָ֔עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness10אָמַ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12צְבָאֽוֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
14Maar Ik heb hen weggestormd onder alle heidenen, welke zij niet kenden; en het land werd achter hen verwoest, zodat er niemand doorging, noch wederkeerde; want zij stelden het gewenste land tot een verwoesting.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Maar Ik heb hen weggestormdH5590 onder alleH3605heidenenH1471, welkeH834 zij nietH3808kendenH3045; en het landH776 werd achterH310 hen verwoestH8074, zodat er niemandH4480doorgingH5674, noch wederkeerdeH7725; want zij steldenH7760 het gewensteH2532landH776 tot een verwoestingH8047.Maar Ik heb hen weggestormd onder alle heidenen, welke zij niet kenden; en het land werd achter hen verwoest, zodat er niemand doorging, noch wederkeerde; want zij stelden het gewenste land tot een verwoesting.
KJVBut I scattered them with a whirlwind1among all the nations4whom they knew7not. Thus the land8was desolateafter10them, that no man passed through11nor returned:12for they laid13the pleasant15land14desolate.
1וְאֵ֣סָעֲרֵ֗םH5590onstuimiger, weggestormd, gestormdbe (toss with) tempest(-uous), be sore, troubled, come out as a (drive with the, scatter with a) whirlwind2עַ֤לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הַגּוֹיִם֙H1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יְדָע֔וּםH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot8וְהָאָ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9נָשַׁ֣מָּהH8047verwoesting, ontzetting, schrikastonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing10אַֽחֲרֵיהֶ֔םH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with11מֵֽעֹבֵ֖רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath12וּמִשָּׁ֑בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw13וַיָּשִׂ֥ימוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work14אֶֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15חֶמְדָּ֖הH2532gewenste, kostelijke, begeerlijkdesire, goodly, pleasant, precious16לְשַׁמָּֽהH8047verwoesting, ontzetting, schrikastonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Zacharia 7:1— Het gebeurde nu in het vierde jaar van den koning Darius, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Zacharia, op den vierden der negende maand, namelijk in Chisleu.Nehemia 1:1→Zacharia 1:1→Ezra 6:14→Hagai 2:10→Hagai 2:20→
Zacharia 7:2— Toen men naar het huis van God gezonden had Sarezer, en Regem-Melech, en zijn mannen, om het aangezicht des HEEREN te smeken;Zacharia 8:21→Jeremia 26:19→1 Koningen 13:6→1 Samuël 13:12→Exodus 32:11→Jesaja 60:7→Ezra 6:10→Ezra 8:28→
Zacharia 7:3— Zeggende tot de priesters, die in het huis des HEEREN der heirscharen waren, en tot de profeten, zeggende: Moet ik wenen in de vijfde maand, mij afzonderende, gelijk als ik gedaan heb nu zo vele jaren?Zacharia 8:19→Jakobus 4:8→Zacharia 12:12→Maleachi 2:7→Jeremia 52:12→Nehemia 8:9→Nehemia 9:1→Jesaja 22:12→
Zacharia 7:4— Toen geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:Jesaja 10:16→
Zacharia 7:5— Spreek tot het ganse volk dezes lands, en tot de priesters, zeggende: Toen gij vasttet en rouwklaagdet, in de vijfde en in de zevende maand, namelijk nu zeventig jaren, hebt gijlieden Mij, Mij enigszins gevast?Zacharia 1:12→Zacharia 7:3→Jesaja 1:11→Kolossenzen 3:23→Mattheüs 23:5→Romeinen 14:6→Jesaja 58:4→Mattheüs 6:16→
Zacharia 7:6— Of als gij at, en als gij dronkt, waart gij het niet, die daar at, en gij, die daar dronkt?1 Korinthe 11:20→1 Samuël 16:7→Jeremia 17:9→Deuteronomium 12:7→Hosea 8:13→Deuteronomium 14:26→Hosea 9:4→1 Korinthe 11:26→
Zacharia 7:7— Zijn het niet de woorden, welke de HEERE uitriep door den dienst der vorige profeten, toen Jeruzalem bewoond en gerust was, en haar steden rondom haar; en het zuiden en de laagte bewoond was?Jeremia 17:26→Jeremia 32:44→Jeremia 7:5→Jeremia 7:23→Jesaja 1:16→Jesaja 55:6→Jeremia 33:13→Daniël 9:6→
Zacharia 7:9— Alzo sprak de HEERE der heirscharen, zeggende: Richt een waarachtig gericht, en doet goedertierenheid en barmhartigheden, de een aan den ander;Micha 6:8→Ezechiël 45:9→Mattheüs 23:23→Jeremia 21:12→Johannes 7:51→Zacharia 7:7→Jeremia 7:23→Deuteronomium 15:7→
Zacharia 7:10— En verdrukt de weduwe noch den wees, den vreemdeling noch den ellendige; en denkt niet in uw hart de een des anderen kwaad.Jeremia 5:28→Psalmen 21:11→Psalmen 72:4→Jesaja 1:23→Spreuken 3:29→Jeremia 11:19→Maleachi 3:5→Sefanja 3:1→
Zacharia 7:11— Maar zij weigerden op te merken, en togen hun schouder terug, en zij verzwaarden hun oren, opdat zij niet hoorden.Nehemia 9:29→Jeremia 8:5→Hosea 4:16→Zacharia 1:4→Hebreeën 10:38→Sefanja 3:2→Handelingen 7:51→Jeremia 36:31→
Zacharia 7:12— En zij maakten hun hart als een diamant, opdat zij niet hoorden de wet en de woorden, die de HEERE der heirscharen zond in Zijn Geest, door den dienst der vorige profeten, waaruit ontstaan is een grote toorn van den HEERE der heirscharen.Nehemia 9:29→2 Kronieken 36:16→Ezechiël 11:19→Jesaja 6:10→Ezechiël 3:7→Ezechiël 2:4→Ezechiël 36:26→Daniël 9:11→
Zacharia 7:13— Daarom is het geschied, gelijk als Hij geroepen had, doch zij niet gehoord hebben, alzo riepen zij ook, maar Ik hoorde niet, zegt de HEERE der heirscharen;Spreuken 1:24→Jesaja 1:15→Jeremia 14:12→Jeremia 11:11→Micha 3:4→Jakobus 4:3→Psalmen 81:8→Jeremia 6:16→
Zacharia 7:14— Maar Ik heb hen weggestormd onder alle heidenen, welke zij niet kenden; en het land werd achter hen verwoest, zodat er niemand doorging, noch wederkeerde; want zij stelden het gewenste land tot een verwoesting.Deuteronomium 28:33→Deuteronomium 28:64→Deuteronomium 4:27→Jeremia 23:19→Sefanja 3:6→Zacharia 2:6→Jeremia 4:11→Psalmen 58:9→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Zacharia 7 vers 1— Het gebeurde nu in het vierde jaar van den koning Darius, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Zacharia, op den vierden der negende maand, namelijk in Chisleu.
Daríus,
Zie Zach. 1:1 .
Hertaald:Daríus,
Zie Zach. 1:1.
Chisleu
Deze maand komt merendeels met onze November overeen. Zie Neh. 1:1 .
Hertaald:Chisleu
Deze maand komt grotendeels overeen met onze november. Zie Neh. 1:1.
Zacharia 7 vers 2— Toen men naar het huis van God gezonden had Sarezer, en Regem-Melech, en zijn mannen, om het aangezicht des HEEREN te smeken;
naar het huis van God
Dat is, naar den tempel, wwar de priesters en profeten waren, gelijk af te leiden is uit vs.3. Anders: als Bethel; dat is, de kerk Gods, gezonden had Sarezer.
Hertaald:naar het huis van God
Dat is: naar de tempel, waar de priesters en profeten waren, zoals uit vers 3 op te maken is. Anders: toen Bethel — dat is: de kerk van God — Sarezer gezonden had.
gezonden had
Te weten, vanwege het volk, gelijk blijkt uit vs.5, hetwelk uit de Babylonische gevangenschap wedergekomen was; of, zo anderen menen, vanwege het volk, dat nog in Babylonië was.
Hertaald:gezonden had
Namelijk namens het volk, zoals uit vers 5 blijkt, dat uit de Babylonische gevangenschap teruggekomen was; of, zoals anderen menen, namens het volk dat nog in Babylonië was.
Sarézer,
Dit zijn buiten alle twijfel van de allervoortreffelijkste mannen onder de Joden in die tijden geweest.
Hertaald:Sarézer,
Dit zijn ongetwijfeld enkele van de allervoornaamste mannen onder de Joden in die tijd geweest.
en zijn mannen,
Dat is, mitsgaders de andere mannen, die dezen in dit gezantschap bijgevoegd waren. Of, met hunne mannen; dat is, met hunne dienaars.
Hertaald:en zijn mannen,
Dat is: samen met de andere mannen die aan dit gezantschap toegevoegd waren. Of: met hun mannen, dat is: met hun dienaren.
Zacharia 7 vers 3— Zeggende tot de priesters, die in het huis des HEEREN der heirscharen waren, en tot de profeten, zeggende: Moet ik wenen in de vijfde maand, mij afzonderende, gelijk als ik gedaan heb nu zo vele jaren?
tot de profeten,
Te weten, Haggaï, Zacharia en Maleachi.
Hertaald:tot de profeten,
Namelijk Haggaï, Zacharia en Maleachi.
wenen
Dat is, treuren, droevig zijn en vasten. De zin is: Is men verbonden dien vastendag met wenen en treuren te onderhouden, [nu de tempel bijna herbouwd is] die voortijds is ingesteld ter gedachtenis van de verwoesting van den tempel? Zie 2 Kon. 25:9 , en Jer. 52:13 .
Hertaald:wenen
Dat is: treuren, droevig zijn en vasten. De betekenis is: zijn wij verplicht die vastendag met wenen en treuren te onderhouden — nu de tempel bijna herbouwd is — die vroeger is ingesteld ter gedachtenis aan de verwoesting van de tempel? Zie 2 Kon. 25:9 en Jer. 52:13.
in de vijfde maand,
Ten dele met Juli overeenkomende. In deze maand zijn tempel en stad verwoest geworden; 2 Kon. 25:9 , en Jer. 52:12 .
Hertaald:in de vijfde maand,
Die gedeeltelijk overeenkomt met juli. In deze maand zijn de tempel en de stad verwoest; 2 Kon. 25:9 en Jer. 52:12.
mij afzonderende,
Dat is, mij onthoudende, te weten van eten en drinken en andere verkwikkingen van het lichaam en mijne ziel kwellende. Zie Joël 2:15 , enz.
Hertaald:mij afzonderende,
Dat is: mij onthoudend, namelijk van eten en drinken en andere verkwikkingen van het lichaam, terwijl ik mijn ziel kwel. Zie Joël 2:15, enzovoort.
Zacharia 7 vers 5— Spreek tot het ganse volk dezes lands, en tot de priesters, zeggende: Toen gij vasttet en rouwklaagdet, in de vijfde en in de zevende maand, namelijk nu zeventig jaren, hebt gijlieden Mij, Mij enigszins gevast?
in de vijfde
Ter gedachtenis van de verwoesting van den tempel; Jer. 52:12 .
Hertaald:in de vijfde
Ter gedachtenis aan de verwoesting van de tempel; Jer. 52:12.
in de zevende maand,
Deze vastendag was ingesteld ter gedachtenis aan Gadalja, die in die maand verradelijk vermoord was; 2 Kon. 25:25 ; Jer. 41:2 .
Hertaald:in de zevende maand,
Deze vastendag was ingesteld ter gedachtenis aan Gedalja, die in die maand verraderlijk vermoord was; 2 Kon. 25:25; Jer. 41:2.
nu zeventig jaren,
Namelijk zolang als de Babylonische gevangenschap geduurd heeft, en daarna tot dezen tijd toe.
Hertaald:nu zeventig jaren,
Namelijk zo lang als de Babylonische gevangenschap geduurd heeft, en daarna tot deze tijd toe.
Mij, Mij
Dat is, mij ten gevalle, alzo dat het mij zou behaagd hebben? of, dat mij daarmede enige bijzondere eer of enigen godsdienst zou aangedaan zijn? De zin is: dat de ware godsdienst niet eigenlijk bestaat in het vasten, of in eten en drinken, maar in het onderhouden der geboden Gods.
Hertaald:Mij, Mij
Dat is: Mij ten gevalle, zodat het Mij zou behagen? Of: dat Mij daarmee enige bijzondere eer of godsdienst bewezen zou zijn? De betekenis is dat de ware godsdienst niet eigenlijk bestaat in vasten of in eten en drinken, maar in het onderhouden van Gods geboden.
Zacharia 7 vers 6— Of als gij at, en als gij dronkt, waart gij het niet, die daar at, en gij, die daar dronkt?
waart gij het niet,
Dat is, hebt gijlieden niet voor uzelven gegeten en gedronken? Ik heb er geen voedsel van gehad, maar gijliede.
Hertaald:waart gij het niet,
Dat is: hebt u niet voor uzelf gegeten en gedronken? Ik heb er geen voedsel van gehad, maar u.
Zacharia 7 vers 7— Zijn het niet de woorden, welke de HEERE uitriep door den dienst der vorige profeten, toen Jeruzalem bewoond en gerust was, en haar steden rondom haar; en het zuiden en de laagte bewoond was?
Zijn het niet de woorden,
Alsof Hij zeide: Uw vraag is licht te beantwoorden, leest hetgeen de profeten hier tevoren meermalen gepredikt hebben, zo zult gij daar vinden wat Ik van ulieder vasten houd. Zie Jes. 58:3-4 ; maar anderen vertalen de woorden van den tekst aldus: [Zoudt] gij niet [behoren te doen] de woorden die de Heere uitgeroepen heeft door enz., of aldus: [Hebt] gij niet [gehoord] enz.
Hertaald:Zijn het niet de woorden,
Alsof Hij zei: uw vraag is gemakkelijk te beantwoorden. Lees wat de profeten hier tevoren meermalen gepredikt hebben, dan zult u daar vinden wat Ik van uw vasten vind. Zie Jes. 58:3-4. Maar anderen vertalen de woorden van de tekst zo: zou u niet de woorden behoren te doen die de HEERE heeft uitgeroepen door, enzovoort; of aldus: hebt u niet gehoord, enzovoort.
door den dienst
Hebr. door de hand, gelijk in vs.12.
Hertaald:door den dienst
Hebreeuws: door de hand, zoals in vers 12.
toen Jeruzalem
Te weten, voor de Babylonische gevangenschap; of toen Jeruzalem nog bloeide.
Hertaald:toen Jeruzalem
Namelijk vóór de Babylonische gevangenschap, toen Jeruzalem nog bloeide.
het zuiden
Zie Joz. 15:1-2 . De zin is: Toen het koninkrijk van Juda nog in staat was en die stammen in hun geheel.
Hertaald:het zuiden
Zie Joz. 15:1-2. De betekenis is: toen het koninkrijk Juda nog in stand was en die stammen nog ongeschonden waren.
Zacharia 7 vers 9— Alzo sprak de HEERE der heirscharen, zeggende: Richt een waarachtig gericht, en doet goedertierenheid en barmhartigheden, de een aan den ander;
sprak de HEERE der heirscharen,
Te weten, tot uwe vaders.
Hertaald:sprak de HEERE der heirscharen,
Namelijk tot uw vaderen.
richt
De zin is: Dit is een recht vasten, dat mij behaagt, Zie van een recht vasten breder, Jes. 1:16-18 ; Matt. 23:23 .
Hertaald:richt
De betekenis is: dit is een recht vasten, dat Mij behaagt. Zie uitvoeriger over een recht vasten Jes. 1:16-18; Matth. 23:23.
een waarachtig gericht,
Hebr. een gericht der waarheid, of der trouw.
Hertaald:een waarachtig gericht,
Hebreeuws: een gericht van de waarheid, of van de trouw.
de een aan den ander;
Hebr. de man met zijne broeder, of met zijnen naaste.
Hertaald:de een aan den ander;
Hebreeuws: de man met zijn broeder, of met zijn naaste.
Zacharia 7 vers 10— En verdrukt de weduwe noch den wees, den vreemdeling noch den ellendige; en denkt niet in uw hart de een des anderen kwaad.
denkt niet in uw hart
Want men zondigt ook met zijn gedachten.
Hertaald:denkt niet in uw hart
Want men zondigt ook met zijn gedachten.
de een des anderen
Hebr. van den man van zijnen broeder kwaad.
Hertaald:de een des anderen
Hebreeuws: van de man het kwaad van zijn broeder.
kwaad
Dat is, kwalijk vaart, schade.
Hertaald:kwaad
Dat is: kwaad vaart, schade lijdt.
Zacharia 7 vers 11— Maar zij weigerden op te merken, en togen hun schouder terug, en zij verzwaarden hun oren, opdat zij niet hoorden.
zij weigerden op te merken,
Te weten, uwe vaders en voorouders. Zie Zach. 1:4 .
Hertaald:zij weigerden op te merken,
Namelijk uw vaderen en voorouders. Zie Zach. 1:4.
togen hun schouder terug,
Dat is, zij wilden des Heeren juk niet dragen. Hebr. zij gaven een afwijkenden schouder. Zie Neh. 9:29 .
Hertaald:togen hun schouder terug,
Dat is: zij wilden het juk van de HEERE niet dragen. Hebreeuws: zij gaven een afwijkende schouder. Zie Neh. 9:29.
zij verzwaarden hun oren,
Verg. Jes. 6:10 .
Hertaald:zij verzwaarden hun oren,
Vergelijk Jes. 6:10.
Zacharia 7 vers 12— En zij maakten hun hart als een diamant, opdat zij niet hoorden de wet en de woorden, die de HEERE der heirscharen zond in Zijn Geest, door den dienst der vorige profeten, waaruit ontstaan is een grote toorn van den HEERE der heirscharen.
maakten hun hart
Hebr. stelden, zetteden.
Hertaald:maakten hun hart
Hebreeuws: stelden, zetten.
als een diamant,
Dat is, gans hard en wederspannig. Verg. Jes. 48:4 ; Ezech. 11:19 , en Ezech. 36:26 . Hebr. als een duurachtigen [steen]. Zie de aantekening bij Jer. 17:1 .
Hertaald:als een diamant,
Dat is: geheel hard en weerspannig. Vergelijk Jes. 48:4; Ezech. 11:19 en Ezech. 36:26. Hebreeuws: als een zeer harde steen. Zie de aantekening bij Jer. 17:1.
de wet en de woorden,
Te weten, de wet des Heeren.
Hertaald:de wet en de woorden,
Namelijk de wet van de HEERE.
in Zijn Geest,
Hieruit blijkt dat zij wederspannig geweest zijn, niet zozeer tegen de profeten als tegen den Geest Gods, die in en door de profeten sprak.
Hertaald:in Zijn Geest,
Hieruit blijkt dat zij niet zozeer tegen de profeten weerspannig geweest zijn als wel tegen de Geest van God, Die in en door de profeten sprak.
Zacharia 7 vers 13— Daarom is het geschied, gelijk als Hij geroepen had, doch zij niet gehoord hebben, alzo riepen zij ook, maar Ik hoorde niet, zegt de HEERE der heirscharen;
Hij geroepen had,
Te weten, de Heere, of de profeet des Heeren. Zie vs.7; Hos. 11:2 , en Mi. 3:4 .
Hertaald:Hij geroepen had,
Namelijk de HEERE, of de profeet van de HEERE. Zie vers 7; Hos. 11:2 en Micha 3:4.
Zacharia 7 vers 14— Maar Ik heb hen weggestormd onder alle heidenen, welke zij niet kenden; en het land werd achter hen verwoest, zodat er niemand doorging, noch wederkeerde; want zij stelden het gewenste land tot een verwoesting.
werd achter hen verwoest,
En het bleef lang woest liggen, te weten, nadat zij gevangelijk zijn weggevoerd geworden.
Hertaald:werd achter hen verwoest,
En het bleef lang woest liggen, namelijk nadat zij gevankelijk weggevoerd waren.
zodat er niemand doorging,
Wij zouden, naar onze manier van spreken zeggen: Zodat er niemand uit noch in ging, en dit duurde zolang totdat Ik ulieden daar wederom in bracht.
Hertaald:zodat er niemand doorging,
Naar onze manier van spreken zouden wij zeggen: zodat er niemand in of uit ging. En dat duurde totdat Ik u daar weer in bracht.
zij stelden
Te weten, uwe vaders, gelijk in vs.11. Anders: alzo stelden zij het, enz.
Hertaald:zij stelden
Namelijk uw vaderen, zoals in vers 11. Anders: zo stelden zij het, enzovoort.
het gewenste land
Te weten, het Joodse land. De zin is: Zij zijn door hunne ongehoorzaamheid en wederspannigheid zelf oorzaak geweest dat het edele land, hetwelk Ik hun ten erfdeel gegeven had, zo jammerlijk is verwoest geworden, gelijk zij dit zelf bekennen; Dan. 9:16 .
Hertaald:het gewenste land
Namelijk het Joodse land. De betekenis is: zij zijn door hun ongehoorzaamheid en weerspannigheid zelf de oorzaak geweest dat het kostelijke land dat Ik hun tot erfdeel gegeven had zo jammerlijk verwoest is — zoals zij dat zelf erkennen; Dan. 9:16.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Sarezer (gezant) — (Assyrisch-Babylonische naam)
Gezant, die met Regem-Melech naar het huis van God gezonden werd om de HEERE te smeken en te vragen of men het vasten ter gedachtenis aan de verwoesting van de tempel moest blijven houden (Zach. 7:2-3). Niet dezelfde persoon als Sarezer, de zoon van Sanherib.
Regem-Melech — vriend des konings (onzeker)
Gezant, die met Sarezer naar het huis van God gezonden werd om de HEERE te smeken over het voortzetten van het vasten (Zach. 7:2-3).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Moet ik wenen in de vijfde maand? — een vraag over een vasten dat de ballingschap in leven hield, jaren na de terugkeer (Zach. 7:1-3)
Afgezanten worden gestuurd "om het aangezicht des HEEREN te smeken" (Zach. 7:2), met een vraag aan de priesters en profeten: "Moet ik wenen in de vijfde maand, mij afzonderende, gelijk als ik gedaan heb nu zo vele jaren?" (Zach. 7:3).
Bijbelse betekenis: Merk op wat hier gevraagd wordt: niet of vasten op zichzelf goed is, maar of een specifiek vasten — ingesteld ter herinnering aan de verwoesting van de tempel — nog nodig is, nu diezelfde tempel weer herbouwd wordt. Let vervolgens op wie deze vraag stelt: mensen die "nu zo vele jaren" dit ritueel trouw hadden volgehouden, kennelijk zonder zeker te weten waarom. Let ten slotte op de plaats waar de vraag gesteld wordt: bij het huis van God, aan de priesters en profeten — het juiste adres voor zo'n vraag.
Typologie: Dat een uiterlijke gewoonte kan voortleven nadat de reden ervoor is weggenomen, is dezelfde les die Paulus geeft over eten en drinken, dagen en tijden, die schaduwen waren van het toekomstige, maar het lichaam is van Christus (Kol. 2:16-17).
Zach. 7:1-3; Kol. 2:16-17
Hebt gijlieden Mij, Mij enigszins gevast? — Gods antwoord stelt een scherpere vraag dan die welke gesteld werd (Zach. 7:4-7)
"Spreek tot het ganse volk dezes lands, en tot de priesters, zeggende: Toen gij vasttet en rouwklaagdet, in de vijfde en in de zevende maand, namelijk nu zeventig jaren, hebt gijlieden Mij, Mij enigszins gevast?" (Zach. 7:5). En verder: "Of als gij at, en als gij dronkt, waart gij het niet, die daar at, en gij, die daar dronkt?" (Zach. 7:6).
Bijbelse betekenis: Merk op de herhaling in Zach. 7:5: Mij, Mij enigszins gevast — het woordje Mij wordt tweemaal genoemd, alsof God de vraag terugkaatst naar de kern. Zij vroegen of ze moesten blijven vasten; Hij vraagt of hun vasten ooit werkelijk om Hem ging. Let vervolgens op Zach. 7:6, waar hetzelfde met eten en drinken gebeurt: ook daarin ging het om henzelf, niet om God. Let ten slotte op wat dit onthult: zeventig jaar van uiterlijke godsdienstoefening kan naast God om gebeuren, zonder dat het volk het zelf doorhad.
Typologie: Dezelfde ontmaskering van godsdienst die om de mens zelf draait, spreekt Jesaja uit: "Waartoe zal Mij zijn de veelheid uwer slachtoffers? zegt de HEERE" (reeds behandeld bij Jes. 1:11).
Zach. 7:4-6; Jes. 1:11
Zij maakten hun hart als een diamant — de reden voor de ballingschap wordt herhaald, met een beeld voor de hardnekkigheid van het niet-horen (Zach. 7:9-14)
Eerst de eis: "Richt een waarachtig gericht, en doet goedertierenheid en barmhartigheden, de een aan den ander; en verdrukt de weduwe noch den wees, den vreemdeling noch den ellendige" (Zach. 7:9-10). Dan het antwoord van de vaderen: "Maar zij weigerden op te merken, en togen hun schouder terug, en zij verzwaarden hun oren, opdat zij niet hoorden. En zij maakten hun hart als een diamant, opdat zij niet hoorden de wet" (Zach. 7:11-12). Het gevolg: "alzo riepen zij ook, maar Ik hoorde niet, zegt de HEERE der heirscharen" (Zach. 7:13).
Bijbelse betekenis: Merk op de opbouw van weerstand in Zach. 7:11-12. Eerst weigeren zij op te merken, dan trekken zij hun schouder terug, dan verzwaren zij hun oren, en ten slotte maken zij hun hart als een diamant — een steen die niets kan krassen. Elke stap maakt het volgende horen moeilijker. Let vervolgens op Zach. 7:13: de HEERE keert hun eigen weigering om hen heen. Zoals zij niet hoorden toen Hij riep, zo hoort Hij niet meer wanneer zij roepen. Let ten slotte op wat er in Zach. 7:14 volgt: de ballingschap zelf, als rechtstreeks gevolg van deze verharding.
Typologie: Datzelfde beeld van een hart dat zich verhardt tegen herhaald aandringen, gebruikt de Hebreeënbrief als waarschuwing: "Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet" (reeds behandeld bij Hebr. 3:7-8).
Zacharia 7:1.KruisverwijzingenNehemia 1:1→Zacharia 1:1→Ezra 6:14→Hagai 2:10→Hagai 2:20→ — Het gebeurde nu in het vierde jaar van den koning Darius, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Zacharia, op den vierden der negende maand, namelijk in Chisleu. Gods profeten waren niet altijd in de geest. Kwam het Woord van God tot hen, dan was dat een merkwaardige dag, en zij tekenden hem in hun dagboek aan. Ik denk dat ook wij, die geen profeten zijn, ons wel een bijzondere tijd kunnen herinneren waarin Gods Woord ons in het bijzonder kostbaar was. Ook wij kunnen opschrijven: op de vierde dag van de negende maand.
Zacharia 7:2-3.KruisverwijzingenZacharia 8:21→Zacharia 8:19→Jeremia 26:19→1 Koningen 13:6→1 Samuël 13:12→Jakobus 4:8→Zacharia 12:12→Maleachi 2:7→ — Toen men naar het huis van God gezonden had Sarezer, en Regem-Melech, en zijn mannen, om het aangezicht des HEEREN te smeken; Zeggende tot de priesters, die in het huis des HEEREN der heirscharen waren, en tot de profeten, zeggende: Moet ik wenen in de vijfde maand, mij afzonderende, gelijk als ik gedaan heb nu zo vele jaren? Op die dag hielden de Joden een vasten ter gedachtenis van de verschrikkelijke ramp die de tempel in de dagen van Nebukadnezar overkomen was. Deze mensen woonden nu ver weg in Babel. Bij hen kwam de vraag op of zij die vasten nog langer moesten houden, nu de tempel gebouwd werd en Jeruzalem hersteld was.
Die vasten werd niet op goddelijk bevel gehouden. Het was een vasten van hun eigen vinding, en de vraag was of zij hem niet moesten laten varen nu de dingen zo veranderd waren. Daarom zonden zij boden naar de tempel, om het de priesters en de profeten te vragen en om God Zelf te bidden.
Ligt er een moeilijke vraag op ons geweten, dan is het goed haar uit te maken en haar niet onopgelost op het hart te laten liggen.
Zacharia 7:4-5.KruisverwijzingenZacharia 1:12→Zacharia 7:3→Jesaja 1:11→Jesaja 10:16→Kolossenzen 3:23→Mattheüs 23:5→Romeinen 14:6→Jesaja 58:4→ — Toen geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende: Spreek tot het ganse volk dezes lands, en tot de priesters, zeggende: Toen gij vasttet en rouwklaagdet, in de vijfde en in de zevende maand, namelijk nu zeventig jaren, hebt gijlieden Mij, Mij enigszins gevast? “Spreek tot het ganse volk dezes lands, en tot de priesters, zeggende: Toen gij vasttet en rouwklaagdet, in de vijfde en in de zevende maand, namelijk nu zeventig jaren, hebt gijlieden Mij, Mij enigszins gevast?”
Nadat het Joodse volk door hun zeventig jaren gevangenschap grondig van hun neiging tot afgoderij genezen was, vervielen zij in een ander kwaad. Zij begonnen hun ceremoniën bijgelovig te achten. Zij verloren het leven en de geest van de godsvrucht en verwaarloosden de gewichtigste zaken van de wet.
De geest van het farizeeisme was in de tijd van Zacharia al begonnen. Er werd grote aandacht besteed aan de vormen en de buitenkant van de eredienst, maar het wezen van de godzaligheid was onbekend. Zij vermenigvuldigden voor zichzelf ceremoniën, buiten Gods Woord om. Zij hadden vasten en feesten die Mozes nooit geboden had.
Zij ontvingen geen rechtstreeks antwoord. Het was de HEERE hun God om het even of zij vastten: Hij had het niet geboden, en zulke eredienst kon Hij uit hun hand niet aannemen.
Dáár zit het punt. U kunt vasten voor uzelf. U kunt vasten voor uw eigen hoogmoed. Hebben wij er in ons vasten geen gedachte aan God te eren, dan is er niets aan. De vraag is: hebt u dat wel Mij, Mij gevast?
Zacharia 7:6.Kruisverwijzingen1 Korinthe 11:20→1 Samuël 16:7→Jeremia 17:9→Deuteronomium 12:7→Hosea 8:13→Deuteronomium 14:26→Hosea 9:4→1 Korinthe 11:26→ — Of als gij at, en als gij dronkt, waart gij het niet, die daar at, en gij, die daar dronkt? Wordt een heilig feest niet met het oog op God gehouden, dan wordt het helemaal niet gehouden. Dan is het een feest voor uzelf, en dan hebt u het doel geheel gemist.
Leer dan dit aangaande alle godsdienstige ceremoniën: zijn zij niet uitdrukkelijk door God geboden, dan is het van weinig belang hoe men ze houdt. Het zou zelfs veel beter zijn ze te laten rusten.
Ik wenste wel dat al onze gemeenten bereid waren de grond van al hun ceremoniën in de Schrift te zoeken. Dat is de weg om ware christelijke eenheid te bevorderen. Niet onze inzichten verbergen, maar duidelijk spreken. Niet op onze oude gebruiken blijven zitten, maar ze onderzoeken en zien of zij uit God zijn. Want laten wij hiervan zeker zijn. Doen wij iets dat niet naar Gods Woord is, dan is het geen dienst die God van ons aannemen kan. Dat geldt in welke geest wij het ook doen, en hoe goed wij het ook uitvoeren.
Zacharia 7:7.KruisverwijzingenJeremia 17:26→Jeremia 32:44→Jeremia 7:5→Jeremia 7:23→Jesaja 1:16→Jesaja 55:6→Jeremia 33:13→Daniël 9:6→ — Zijn het niet de woorden, welke de HEERE uitriep door den dienst der vorige profeten, toen Jeruzalem bewoond en gerust was, en haar steden rondom haar; en het zuiden en de laagte bewoond was? Welnu, wat was dat woord dan? Zacharia heeft het zojuist van God ontvangen, en hij geeft het door.
Zacharia 7:8-10.KruisverwijzingenMicha 6:8→Ezechiël 45:9→Mattheüs 23:23→Jeremia 21:12→Jeremia 5:28→Psalmen 21:11→Psalmen 72:4→Jesaja 1:23→ — Verder geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, zeggende: Alzo sprak de HEERE der heirscharen, zeggende: Richt een waarachtig gericht, en doet goedertierenheid en barmhartigheden, de een aan den ander; En verdrukt de weduwe noch den wees, den vreemdeling noch den ellendige; en denkt niet in uw hart de een des anderen kwaad. Dit is wat God zei — het rechtvaardigste, en wat God met het volste recht van Zijn volk eisen mag.
Zacharia 7:11-12.KruisverwijzingenNehemia 9:29→2 Kronieken 36:16→Jeremia 8:5→Hosea 4:16→Ezechiël 11:19→Zacharia 1:4→Jesaja 6:10→Ezechiël 3:7→ — Maar zij weigerden op te merken, en togen hun schouder terug, en zij verzwaarden hun oren, opdat zij niet hoorden. En zij maakten hun hart als een diamant, opdat zij niet hoorden de wet en de woorden, die de HEERE der heirscharen zond in Zijn Geest, door den dienst der vorige profeten, waaruit ontstaan is een grote toorn van den HEERE der heirscharen. En dat was ook wel te verwachten. Eist God wat zo rechtvaardig en zo prijzenswaardig is, en willen mensen daaraan niet toegeven en er zelfs niet naar horen, dan verdienen zij dat God tegen hen vertoornd wordt.
Zacharia 7:13.KruisverwijzingenSpreuken 1:24→Jesaja 1:15→Jeremia 14:12→Jeremia 11:11→Micha 3:4→Jakobus 4:3→Psalmen 81:8→Jeremia 6:16→ — Daarom is het geschied, gelijk als Hij geroepen had, doch zij niet gehoord hebben, alzo riepen zij ook, maar Ik hoorde niet, zegt de HEERE der heirscharen; De straf van de zonde lijkt naar de zonde zelf te zijn. Willen mensen naar God niet horen, dan zal God ook naar hen niet horen.
Zacharia 7:14.KruisverwijzingenDeuteronomium 28:33→Deuteronomium 28:64→Deuteronomium 4:27→Jeremia 23:19→Sefanja 3:6→Zacharia 2:6→Jeremia 4:11→Psalmen 58:9→ — Maar Ik heb hen weggestormd onder alle heidenen, welke zij niet kenden; en het land werd achter hen verwoest, zodat er niemand doorging, noch wederkeerde; want zij stelden het gewenste land tot een verwoesting. In het volgende hoofdstuk gaat de profeet verder, en dan spreekt hij niet zozeer over de zonde van het volk als over Gods vaste voornemen Zich over hen te ontfermen. Hij spreekt met zachte waarschuwingen en met liefdevolle beloften.
B. het 2e hoofddeel van het Boek (Hoofdst. 7 en 8) bevat het antwoord des Heeren op ene vraag der Joden van Bethel, of men ook nog verder, nadat de kolonie der teruggekeerde Israëlieten weer was beginnen te bloeien, dagen, als die van Jeruzalems verwoesting door de Chaldeën jaarlijks als vastendagen moest houden. Deze vraag geeft den Heere aanleiding tot een woord vol lering en troost, waarin Hij niet alleen de betekenis van het vatten in ‘t algemeen, maar ook de gronden en voorwaarden voorstelt, onder welke Israël de grote beloften ener heerlijke toekomst, zoals die door de nachtgezichten hem zijn geopenbaard, alleen kan deelachtig worden. Daarmee is dit deel ene voortreffelijke vereniging tussen het eerste en het laatste deel van het Boek. Want de oorlogen, welke Israël volgens den inhoud van het derde en laatste deel zal moeten doorstaan, vóórdat het rijk Gods in zijn heerlijkheid onder hen tot volkomenheid kan komen, kan het ook, alleen dan voeren en doorstaan, wanneer het gehoorzaam is aan het woord van God, dat in het tweede deel, hetwelk voor ons ligt, wordt voorgehouden.
I. Vs. 1-3.KruisverwijzingenNehemia 1:1→Zacharia 8:21→Zacharia 8:19→Jeremia 26:19→Zacharia 1:1→1 Koningen 13:6→1 Samuël 13:12→Jakobus 4:8→ — Het gebeurde nu in het vierde jaar van den koning Darius, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Zacharia, op den vierden der negende maand, namelijk in Chisleu. Toen men naar het huis van God gezonden had Sarezer, en Regem-Melech, en zijn mannen, om het aangezicht des HEEREN te smeken; Zeggende tot de priesters, die in het huis des HEEREN der heirscharen waren, en tot de profeten, zeggende: Moet ik wenen in de vijfde maand, mij afzonderende, gelijk als ik gedaan heb nu zo vele jaren? In de eerste plaats wordt de uitwendige aanleiding tot het woord Gods der beide hoofdstukken 7 en 8 meegedeeld. Een gezantschap der Joden te Bethel kwam naar Jeruzalem tot de Priesters en Profeten, als de wettige organen der openbaring van Gods wil, en richtte tot hen de vraag of de dag der verbranding van Jeruzalem en van den tempel door de Chaldeën ook nog verder, nadat Jeruzalem weer begon tot bloei te komen en de wederopbouwing van den tempel verre was voortgegaan, als treur- en vastendag moest worden gehouden.
KruisverwijzingenNehemia 1:1→Zacharia 1:1→Ezra 6:14→Hagai 2:10→Hagai 2:20→— Het gebeurde nu in het vierde jaar van den koning Darius, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Zacharia, op den vierden der negende maand, namelijk in Chisleu.
Het gebeurde nu in het vierde jaar van den Koning, DariusHystaspes (Ezra 1:4) d. i. in het jaar 417 v. Chr. 2 jaren na het wederaanvangen, en 2 jaren vóór het eindigen van den tempelbouw, dus op een tijd, dat het gebouw in het ruwe gereed was, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Zacharia, 1) op den vierde der negende maand, namelijk in Chisleu ongeveer onze December (Ex. 12:2).
Daar de volgende tijdsbepaling: “op den vierden dag-chisleu” noodzakelijk bij het volgende vers moet worden gebracht zo moet men hier in plaats van ene komma een punt, en achter chisleu ene komma plaatsen. Dan behoort de eerste tijdsbepaling “in het vierde jaar” tot de gehele volgende afdeling, en geeft in ‘t algemeen aan, wanneer deze openbaring geschied is; de tweede daarentegen bepaalt den tijd van de aankomst van het gezantschap in het volgende vers nauwkeuriger.
KruisverwijzingenZacharia 8:21→Jeremia 26:19→1 Koningen 13:6→1 Samuël 13:12→Exodus 32:11→Jesaja 60:7→Ezra 6:10→Ezra 8:28→— Toen men naar het huis van God gezonden had Sarezer, en Regem-Melech, en zijn mannen, om het aangezicht des HEEREN te smeken;
Toen men naar het huis van God 1) gezonden had de burgerij van het spoedig na het wederkeren opgebouwde stedeke Bethel (Neh. 11:31) Sarezer (= heldere glans), en Regem-Melech (= vriend van den koning), en zijne mannen als een gezantschap naar Jeruzalem, om in den voor ‘t grootste gedeelte weer opgebouwden tempel het aangezicht des HEEREN te smeken 2), en in het gebed om raad te vragen.
In het Hebr. Wajisjlach Bethel. Beter: Toen Bethel gezonden had. Ook de inwoners van Bethel begonnen naar het Woord des Heeren te vragen, naar den wil en de mening des Heeren. Ook de ballingschap had hen, door de werking der genade als middel in Gods hand doen ontwaken; het is daarom, dat zij gezanten zonden naar Jeruzalem.
Ook bij de bewoners van Bethel had dus de straf der ballingschap de heilzame uitwerking gehad, dat zij zich van de afgoderij, welke sedert het begin van het Efraïmietische koninkrijk in hun midden was bedreven (1 Kon. 12:28 vv. Amos 3:14; 4:4) weer tot den rechtmatigen dienst van Jehova op de door Hem verkoren plaats waren wedergekeerd. Tevens toont de gehele vraag over het vasten, dat ook de bewoners van Bethel zich slechts in denzelfden zin bekeerd hadden als de overige teruggekeerde ballingen. “Zij waren volkomen gewillig om voort te wenen en te vasten, wanneer het bevolen werd, want zij leefden geheel naar eigen goed vinden. Dat is altijd daar, waar men het rijk Gods uitwendig opvat, en uit traagheid gene plaats geeft voor de werkingen des Geestes aan het hart. Dan is men ijverig en gewillig in eigen gemaakten uitwendigen godsdienst en menselijke instellingen; men leeft daarin met eigengerechtigheid. Dit is de dood voor de ware kerk. Zulke vragen moeten geschieden, omdat de Profeet nog leeft en leert, opdat zij openlijk en krachtig veroordeeld worden, tot een voorbeeld, dat al ons werk, dat wij verkiezen, hoe goed het ook moge schijnen, tot niets nuttig is, en men alleen bij het zuivere Woord van God moet blijven. Want dat ongeluk kleeft aan alle menselijke leringen, dat zij Gods gebod teniet doen, en zich zelf groot en verheven maken, zoals wij hier in dit voorbeeld zullen zien.
KruisverwijzingenZacharia 8:19→Jakobus 4:8→Zacharia 12:12→Maleachi 2:7→Jeremia 52:12→Nehemia 8:9→Nehemia 9:1→Jesaja 22:12→— Zeggende tot de priesters, die in het huis des HEEREN der heirscharen waren, en tot de profeten, zeggende: Moet ik wenen in de vijfde maand, mij afzonderende, gelijk als ik gedaan heb nu zo vele jaren?
Zij kwamen, zeggende tot de priesters, die in het huis des HEEREN der heirscharen waren om daar te dienen, om alzo door hun bemiddeling het antwoord op deze bede en vraag aan den Heere te mogen ontvangen, en tot de Profeten, zeggende: Moet ik met de inwoners van Bethel, die mij hebben afgezonden, ook nog voortaan, nadat de Heere weer genade en zegen gegeven heeft, wenen, een treurtijd houden op den 10den dag in de vijfde maand, genaamd Ab (10 Augustus), mij afzonderende, mij onthoudende van spijs en drank tot aandenken aan de ontzettende verwoesting van den tempel en van de stad Jeruzalem door Nebukadnezar? Moet ik daarmee voortgaan, gelijk als ik gedaan heb nu zo vele jaren, namelijk gedurende al de 70 jaren der ballingschap in Babel tot op den tegenwoordigen dag? Wij vernemen hier, dat de Joden in de ballingschap de gewoonte hadden aangenomen om den 10den Aug. als jaarlijkse boete en vastendag te vieren. De hedendaagse Joden vieren, zoals bekend is, als den dag van het verbranden van den eersten en tweeden tempel den 9den Ab. In ‘t algemeen is hun de 9de Ab de ongeluksdag van Israël. De volgende 5 ongelukken, welke op dezen dag aan Israël zijn overkomen, worden opgeteld: 1) God besloot de vaderen in de woestijn te laten sterven en niet in het beloofde land te laten komen; 2) en 3) de eerste en tweede tempel verwoest; 4) de vesting Bitter werd ten tijde van Bar-Cochba ingenomen; 5) Turnus Rufus beploegde den grond van den tempel (Micha 3:12). 4.
II. Vs. 4-14.KruisverwijzingenSpreuken 1:24→Jesaja 1:15→Jeremia 14:12→Nehemia 9:29→2 Kronieken 36:16→Jeremia 11:11→Zacharia 1:12→Jeremia 17:26→ — Toen geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende: Spreek tot het ganse volk dezes lands, en tot de priesters, zeggende: Toen gij vasttet en rouwklaagdet, in de vijfde en in de zevende maand, namelijk nu zeventig jaren, hebt gijlieden Mij, Mij enigszins gevast? Of als gij at, en als gij dronkt, waart gij het niet, die daar at, en gij, die daar dronkt? Zijn het niet de woorden, welke de HEERE uitriep door den dienst der vorige profeten, toen Jeruzalem bewoond en gerust was, en haar steden rondom haar; en het zuiden en de laagte bewoond was? Verder geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, zeggende: Alzo sprak de HEERE der heirscharen, zeggende: Richt een waarachtig gericht, en doet goedertierenheid en barmhartigheden, de een aan den ander; En verdrukt de weduwe noch den wees, den vreemdeling noch den ellendige; en denkt niet in uw hart de een des anderen kwaad. Maar zij weigerden op te merken, en togen hun schouder terug, en zij verzwaarden hun oren, opdat zij niet hoorden. En zij maakten hun hart als een diamant, opdat zij niet hoorden de wet en de woorden, die de HEERE der heirscharen zond in Zijn Geest, door den dienst der vorige profeten, waaruit ontstaan is een grote toorn van den HEERE der heirscharen. Daarom is het geschied, gelijk als Hij geroepen had, doch zij niet gehoord hebben, alzo riepen zij ook, maar Ik hoorde niet, zegt de HEERE der heirscharen; Daar de Priesters en Profeten uit zich zelven niet over de vraag mochten beslissen, geeft de Heere zelf het antwoord door Zacharia. De vraag, welke gedaan was, was niet alleen in het belang der mannen van Bethel, maar ook van alle teruggekeerde Joden. Daarom richt de Heere het antwoord ook tot het gehele volk. Het is in twee helften verdeeld, waarvan het tweede Hoofdst. 8 omvat; ieder van deze bestaat weer uit 2 delen, waarvan het begin kenbaar is aan de woorden: “Toen geschiedde het woord des Heeren tot mij. ” In de 1e helft, welke voor ons ligt, verklaart zich de Heere vooreerst, over het vasten, dat Hij dat niet als een Hem welgevalligen dienst beschouwt, maar alleen gehoorzaamheid aan Zijn Woord verlangt (vs. 4-7), zoals het dan ook alleen het hardnekkig tegenstreven van Israël tegen de door Zijne Profeten voorgehoudene geboden van gerechtigheid, liefde en waarheid geweest is, waarom Hij Israël onder de volken heeft moeten verstrooien (vs. 8-14).
KruisverwijzingenJesaja 10:16→— Toen geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:
Toen geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, den Profeet Zacharia, zeggende:
KruisverwijzingenZacharia 1:12→Zacharia 7:3→Jesaja 1:11→Kolossenzen 3:23→Mattheüs 23:5→Romeinen 14:6→Jesaja 58:4→Mattheüs 6:16→— Spreek tot het ganse volk dezes lands, en tot de priesters, zeggende: Toen gij vasttet en rouwklaagdet, in de vijfde en in de zevende maand, namelijk nu zeventig jaren, hebt gijlieden Mij, Mij enigszins gevast?
Spreek tot het ganse volk dezes lands, want ieder gaat deze vraag over het vasten en de juiste beantwoording daarvan aan, envooral tot de Priesters, die mede zijn ondervraagd, maar niet wisten te antwoorden, zeggende: Toen gij vasttet en rouwklaagdet, in de vijfde en in de zevende maand op den 10den dag der maand Ab, of Augustus, over de verwoesting van Jeruzalem, en op den 3den dag van Tisri over het vermoorden van den stadhouder Gedalia 1), en de in het land achtergelatene Joden (2 (Kon. 25:25 vv. (Jer. 41:1 vv.) namelijk nu reeds, gelijk Ik zeer goed weet, zeventig jaren, van 587—517 v. Chr. hebt gijlieden Mij), Mij enigzins tot nu ten oordeel gevast?
Het vasten over het vermoorden van Gedalia, den zoon van Ahikam was waarschijnlijk alleen waargenomen door de Joden, die na de verwoesting van Jeruzalem nog in het land waren achtergebleven.
In dezen tekst is zeer opmerkelijk het woordje “Mij” en het woordje “u. ” Met die twee woorden worden de geboden der mensen en de geboden Gods gescheiden. Voor Mij, Mij hebt gij daarvan niets gedaan. Waarom? Daarom omdat Ik u daarvan niets heb bevolen. Maar voor u, voor uzelven hebt gij het gedaan. Waarom? Daarom, omdat gij het bij uzelven bedacht en verkozen hebt, en het uzelven alzo heeft behaagd-Ieder eigen gekozen werk en gebod heeft de plaag en het harteleed in zich, dat zij ons beter bevallen, dan wat God heeft geboden; wij letten er ook meer op, en besteden er veel meer vlijt aan, dan aan Gods geboden, hetwelk dan God op het hoogst en billijk verdrietig maakt, zodat Hij wederom ook ons eigen werk en gebod veracht en verwerpt, evenals wij Zijne geboden en Zijn werk verachten. God laat voor Zich noch vasten noch eten, daarom moeten wij in uitwendig vasten en eten ook geen godsdienst zien. Hebt gij behoefte aan vasten, zo vast, maar maak er geen ophef van: zalf uw hoofd en was uw aangezicht. (Matth. 6:17), als deedt gij niets bijzonders, anders is al uw godsdienst zelfbedrog. De offeranden welke God wilde, waren geheel anders dan zelfverkozen vasten, en het volk had wel kunnen weten, dat deze de ware, Gode welgevallige offeranden waren. Zij hadden geen oog op God in hun vasten. Hij beroept zich op hun eigen gewetens, die zullen tegen hen getuigen, dat zij daarin niet oprecht geweest waren, hoeveel te meer zal God het doen, die meer is dan hun hart, en alle dingen weet? Er was de gedaante en het geraamte van den plicht, maar niets van het leven, de ziel en de kracht er van. De Heere wijst er hier op, dat dit de voornaamste kracht is, dat al wat men doet, Gode doet, naar Zijn Woord en Ordinantiën, en tot Zijne ere. Als het niet uit dit beginsel en tot dat doel is, deugt het vasten niet, noch al wat de mens doet.
Kruisverwijzingen1 Korinthe 11:20→1 Samuël 16:7→Jeremia 17:9→Deuteronomium 12:7→Hosea 8:13→Deuteronomium 14:26→Hosea 9:4→1 Korinthe 11:26→— Of als gij at, en als gij dronkt, waart gij het niet, die daar at, en gij, die daar dronkt?
Of als gij op andere dagen niet vasttet maar at, en gij dronkt, waart gij het niet, die daar at, en gij, die daar dronkt?Daarom moogt gij omtrent vasten en eten houden, wat u het nuttigst toeschijnt. Hebt gij van het vasten zegen voor uw hart gehad, zo moogt gij dat hebben, zo niet dan kunt gij het afschaffen; Ik beveel u noch het een noch het ander (Jes. 58:8-12). Deedt gij dit tot Mijne eer of tot uwe eigene eer, al morrende tegen de zwaarte Mijner kastijding, of met gevoel van de snoodheid uwer ongerechtigheid, die u nog meer rampspoed verdienen en de spijs en drank verbeuren deed! Was het niet in uwe schatting ene uitnemende dienst, dien gij Mij beweest, of beschouwdet gij u dit op het hoogst verplicht? Deedt gij het niet uit gewoonte of welvoeglijkheid, om niet minder vroom dan anderen te schijnen, of als een taakwerk, naar welks einde gij verlangdet? Hebt gij u bij en door het vasten bekeerd van uwe zonden, of bleeft gij dezelfden? Ja, de Heere voegt er bij: En als gij at en dronkt, waart gij het niet, die at en dronkt? Het wil zeggen: die in uw eten en drinken alleen uzelven bedoeldet, alleen aan uwe voeding, uwen smaak, uwe lekkernijen dacht, en niet aan Mij, die u alles gaf, en in uwe verdrukking van spijs en andere benodigdheden verzorgde? Dacht en denkt gij ook wel aan die tijden van overvloed, die gij weleer te Jeruzalem en in andere steden van Palestina in gerustheid doorbracht, en aan de woorden van bedreiging, die Jehova toen tegen u uitriep, door den dienst der Profeten Jesaja, Jeremia en anderen, maar waarnaar gij niet wildet horen, en die echter juist door uwe gevankelijke wegvoering vervuld zijn geworden. Was dit het onderwerp uwer overdenking op uwe treur- en vastendagen in Babel? (Zach. 7:5-7).
KruisverwijzingenJeremia 17:26→Jeremia 32:44→Jeremia 7:5→Jeremia 7:23→Jesaja 1:16→Jesaja 55:6→Jeremia 33:13→Daniël 9:6→— Zijn het niet de woorden, welke de HEERE uitriep door den dienst der vorige profeten, toen Jeruzalem bewoond en gerust was, en haar steden rondom haar; en het zuiden en de laagte bewoond was?
Of denkt gij misschien, dat gij door vasten als een goed werk Mijne genade kunt verwerven? Zijn het niet de woorden, komt het niet alleen aan op de gehoorzame inachtneming van die zaken, welke de HEERE uitriep, u liet voorhouden door den dienst der vorige Profeten, die onder u leefden, toen Jeruzalem bewoond en gerust, nog in vrede was, zij en al hare steden, die tot haar behoren, rondom haar, en het zuiden en de laagte, Negeb en het lage land van Sjefela aan de Middellandse zee, het gehele rijk van Juda, bewoond was 1)?
Hiermede wijst de Heere er op, dat zij hadden kunnen weten, wat de Heere wilde, welke het vasten was, wat Hij verkoos. Immers Hij had het laten horen, dat dit het vasten was, dat de knoopselen der ongerechtigheid werden losgemaakt, en dat zij onderhielden de rechten en inzettingen des Heeren.
— Verder geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, zeggende:
Verder geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, zeggende: Er is generlei reden om aan te nemen, dat hier een ander dan onze Zacharia zou bedoeld zijn, zoals enige Schriftverklaarders hebben aangenomen. Dat hier de naam van denzelfden genoemd wordt, is geschied tot afwisseling.
KruisverwijzingenMicha 6:8→Ezechiël 45:9→Mattheüs 23:23→Jeremia 21:12→Johannes 7:51→Zacharia 7:7→Jeremia 7:23→Deuteronomium 15:7→— Alzo sprak de HEERE der heirscharen, zeggende: Richt een waarachtig gericht, en doet goedertierenheid en barmhartigheden, de een aan den ander;
Alzo sprak de HEERE der heirscharen tot u en uwe vaderen, voordat Hij het gericht der verwoesting van Jeruzalem en der ballingschap naar Babel over u bracht, zeggende: Richt een waarachtig gericht, oordeelt en beslist in elke zaak zonder aanzien des persoons alleen naar recht en waarheid, en doet goedertierenheid en barmhartigheden, de een aan den ander;
KruisverwijzingenJeremia 5:28→Psalmen 21:11→Psalmen 72:4→Jesaja 1:23→Spreuken 3:29→Jeremia 11:19→Maleachi 3:5→Sefanja 3:1→— En verdrukt de weduwe noch den wees, den vreemdeling noch den ellendige; en denkt niet in uw hart de een des anderen kwaad.
En verdrukt de weduwe noch den wees, den vreemdeling noch den ellendige (Ex. 22:21 vv. 23:6 vv. Lev. 19:15 vv. Deut. 10:18; 24:14. Jes. 1:17. Jer. 7:5 v. 22:3. Hos. 12:7), en denkt niet in uw hart de een des anderen kwaad, dat is het ware vasten, het rechte Gode welgevallige offer; dan zult gij gerust en veilig wonen in dit land.
KruisverwijzingenNehemia 9:29→Jeremia 8:5→Hosea 4:16→Zacharia 1:4→Hebreeën 10:38→Sefanja 3:2→Handelingen 7:51→Jeremia 36:31→— Maar zij weigerden op te merken, en togen hun schouder terug, en zij verzwaarden hun oren, opdat zij niet hoorden.
Maar zij weigerden op te merken op deze Mijne waarschuwingen, en togen hunnen schouder terug, keerden Mij den rug toe, daar zij, gelijk een rund, dat het opleggen van een juk niet duldt, zulke geboden weigerden op zich te nemen (Neh. 9:29. Hos. 4:16), en zij verzwaarden hun oren, opdat zij niet hoorden.
KruisverwijzingenNehemia 9:29→2 Kronieken 36:16→Ezechiël 11:19→Jesaja 6:10→Ezechiël 3:7→Ezechiël 2:4→Ezechiël 36:26→Daniël 9:11→— En zij maakten hun hart als een diamant, opdat zij niet hoorden de wet en de woorden, die de HEERE der heirscharen zond in Zijn Geest, door den dienst der vorige profeten, waaruit ontstaan is een grote toorn van den HEERE der heirscharen.
En zij maakten hun hart den hardsten steen gelijk als een diamant, opdat zij niet hoorden de wet en de woorden, die de HEERE der heirscharen tot hen zond in de kracht van Zijnen Heiligen Geest(Micha 3:8), door den dienst der vorige vóór de ballingschap levende Profeten, waaruit als noodzakelijk gevolg ontstaan is een grote toorn van den HEERE der heirscharen. Hard tegenover hard is niet goed: twee harde stenen malen niet goed. Gods gebod is hard, en moet dat eeuwig blijven; wie zich daartegen stelt, en hard tegen hard wil zijn, dien zal het zeker niet welgaan; waar hij niet wijkt, zal hij uit elkaar springen en tot enkel stukken vermalen worden, ja tot enkel stof, zoals Hij hier zegt, dat de harde Joden, als de diamanten, ook om hun hardheid gesprongen zijn en in alle landen verstrooid, en het hielp hun niets dat zij baden om genade en barmhartigheid. Zij lieten toch niet af van hun harde harten, zij bleven altijd bij hun eigene werken, en verachtten Gods Woord. Maar die Gods gebod aannemen of hun zonde belijden, hun gebed wordt zeker verhoord. Alle bidden helpt niet, wanneer men Gods zuiver woord niet onder zijn voeten heeft, om daarop te steunen, Gods Woord, het Woord van Zijne liefde en genade, maakt, als wij het aannemen, dat liefde en barmhartigheid jegens den naaste in onze harten oprijst. Staat iemand eerst zo, dan is vasten en eten hem vrij, naar dat God het hem geeft. Hij beschrijft de moedwilligheid en de ongehoorzaamheid hunner vaderen, welke in alle goddeloosheid en ongerechtigheid volhardden, niettegenstaande deze opwekkingen en vermaningen, hun menigmaal in Gods naam gegeven; tot dat einde worden hier verscheidene uitdrukkingen opeengehoopt. Zij waren hardnekkig en weerspannig en volhardden in hun overtredingen van de Wet, enkel uit een geest van tegenkanting tegen de Wet.
KruisverwijzingenSpreuken 1:24→Jesaja 1:15→Jeremia 14:12→Jeremia 11:11→Micha 3:4→Jakobus 4:3→Psalmen 81:8→Jeremia 6:16→— Daarom is het geschied, gelijk als Hij geroepen had, doch zij niet gehoord hebben, alzo riepen zij ook, maar Ik hoorde niet, zegt de HEERE der heirscharen;
Daarom is het gericht Gods geschied, gelijk als Hij geroepen had door de Profeten, doch zij niet gehoord hebben a), alzo riepen zij ook tot Mij in hunnen nood, in welken zij door Mijne gerichten kwamen, maar Ik hoorde niet; Ik deed hun rechtvaardige vergelding, zegt de HEERE der heirscharen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:33→Deuteronomium 28:64→Deuteronomium 4:27→Jeremia 23:19→Sefanja 3:6→Zacharia 2:6→Jeremia 4:11→Psalmen 58:9→— Maar Ik heb hen weggestormd onder alle heidenen, welke zij niet kenden; en het land werd achter hen verwoest, zodat er niemand doorging, noch wederkeerde; want zij stelden het gewenste land tot een verwoesting.
Maar Ik heb hen als een stormwind weggestormd onder alle Heidenen, welke zij niet kenden, en die dus ook geen medelijden met hen hadden; en het land werd achter hen verwoest, zodat er niemand doorging noch wederkeerde; want zij stelden alzo door hun halstarrigheid het gewenste land tot ene verwoesting, daarom is al dat ongeluk over hen gekomen, waarom Gij nu op de vastendagen weent en klaagt. Daarmee was nu aan dat gezelschap van Bethel het ene deel van het goddelijk antwoord gegeven, en het kon daaruit leren, dat zulke offers gene waarde hebben, wanneer niet het ware offer der liefde daarmee verbonden is. Dat was echter nog slechts het ene gedeelte van het antwoord, onze Profeet heeft nog een beter antwoord te verkondigen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Zacharia 7
Zacharia 7:1.KruisverwijzingenNehemia 1:1→Zacharia 1:1→Ezra 6:14→Hagai 2:10→Hagai 2:20→
— Het gebeurde nu in het vierde jaar van den koning Darius, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Zacharia, op den vierden der negende maand, namelijk in Chisleu.
Gods profeten waren niet altijd in de geest. Kwam het Woord van God tot hen, dan was dat een merkwaardige dag, en zij tekenden hem in hun dagboek aan. Ik denk dat ook wij, die geen profeten zijn, ons wel een bijzondere tijd kunnen herinneren waarin Gods Woord ons in het bijzonder kostbaar was. Ook wij kunnen opschrijven: op de vierde dag van de negende maand.
Zacharia 7:2-3.KruisverwijzingenZacharia 8:21→Zacharia 8:19→Jeremia 26:19→1 Koningen 13:6→1 Samuël 13:12→Jakobus 4:8→Zacharia 12:12→Maleachi 2:7→
— Toen men naar het huis van God gezonden had Sarezer, en Regem-Melech, en zijn mannen, om het aangezicht des HEEREN te smeken; Zeggende tot de priesters, die in het huis des HEEREN der heirscharen waren, en tot de profeten, zeggende: Moet ik wenen in de vijfde maand, mij afzonderende, gelijk als ik gedaan heb nu zo vele jaren?
Op die dag hielden de Joden een vasten ter gedachtenis van de verschrikkelijke ramp die de tempel in de dagen van Nebukadnezar overkomen was. Deze mensen woonden nu ver weg in Babel. Bij hen kwam de vraag op of zij die vasten nog langer moesten houden, nu de tempel gebouwd werd en Jeruzalem hersteld was.
Die vasten werd niet op goddelijk bevel gehouden. Het was een vasten van hun eigen vinding, en de vraag was of zij hem niet moesten laten varen nu de dingen zo veranderd waren. Daarom zonden zij boden naar de tempel, om het de priesters en de profeten te vragen en om God Zelf te bidden.
Ligt er een moeilijke vraag op ons geweten, dan is het goed haar uit te maken en haar niet onopgelost op het hart te laten liggen.
Zacharia 7:4-5.KruisverwijzingenZacharia 1:12→Zacharia 7:3→Jesaja 1:11→Jesaja 10:16→Kolossenzen 3:23→Mattheüs 23:5→Romeinen 14:6→Jesaja 58:4→
— Toen geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende: Spreek tot het ganse volk dezes lands, en tot de priesters, zeggende: Toen gij vasttet en rouwklaagdet, in de vijfde en in de zevende maand, namelijk nu zeventig jaren, hebt gijlieden Mij, Mij enigszins gevast?
“Spreek tot het ganse volk dezes lands, en tot de priesters, zeggende: Toen gij vasttet en rouwklaagdet, in de vijfde en in de zevende maand, namelijk nu zeventig jaren, hebt gijlieden Mij, Mij enigszins gevast?”
Nadat het Joodse volk door hun zeventig jaren gevangenschap grondig van hun neiging tot afgoderij genezen was, vervielen zij in een ander kwaad. Zij begonnen hun ceremoniën bijgelovig te achten. Zij verloren het leven en de geest van de godsvrucht en verwaarloosden de gewichtigste zaken van de wet.
De geest van het farizeeisme was in de tijd van Zacharia al begonnen. Er werd grote aandacht besteed aan de vormen en de buitenkant van de eredienst, maar het wezen van de godzaligheid was onbekend. Zij vermenigvuldigden voor zichzelf ceremoniën, buiten Gods Woord om. Zij hadden vasten en feesten die Mozes nooit geboden had.
Zij ontvingen geen rechtstreeks antwoord. Het was de HEERE hun God om het even of zij vastten: Hij had het niet geboden, en zulke eredienst kon Hij uit hun hand niet aannemen.
Dáár zit het punt. U kunt vasten voor uzelf. U kunt vasten voor uw eigen hoogmoed. Hebben wij er in ons vasten geen gedachte aan God te eren, dan is er niets aan. De vraag is: hebt u dat wel Mij, Mij gevast?
Zacharia 7:6.Kruisverwijzingen1 Korinthe 11:20→1 Samuël 16:7→Jeremia 17:9→Deuteronomium 12:7→Hosea 8:13→Deuteronomium 14:26→Hosea 9:4→1 Korinthe 11:26→
— Of als gij at, en als gij dronkt, waart gij het niet, die daar at, en gij, die daar dronkt?
Wordt een heilig feest niet met het oog op God gehouden, dan wordt het helemaal niet gehouden. Dan is het een feest voor uzelf, en dan hebt u het doel geheel gemist.
Leer dan dit aangaande alle godsdienstige ceremoniën: zijn zij niet uitdrukkelijk door God geboden, dan is het van weinig belang hoe men ze houdt. Het zou zelfs veel beter zijn ze te laten rusten.
Ik wenste wel dat al onze gemeenten bereid waren de grond van al hun ceremoniën in de Schrift te zoeken. Dat is de weg om ware christelijke eenheid te bevorderen. Niet onze inzichten verbergen, maar duidelijk spreken. Niet op onze oude gebruiken blijven zitten, maar ze onderzoeken en zien of zij uit God zijn. Want laten wij hiervan zeker zijn. Doen wij iets dat niet naar Gods Woord is, dan is het geen dienst die God van ons aannemen kan. Dat geldt in welke geest wij het ook doen, en hoe goed wij het ook uitvoeren.
Zacharia 7:7.KruisverwijzingenJeremia 17:26→Jeremia 32:44→Jeremia 7:5→Jeremia 7:23→Jesaja 1:16→Jesaja 55:6→Jeremia 33:13→Daniël 9:6→
— Zijn het niet de woorden, welke de HEERE uitriep door den dienst der vorige profeten, toen Jeruzalem bewoond en gerust was, en haar steden rondom haar; en het zuiden en de laagte bewoond was?
Welnu, wat was dat woord dan? Zacharia heeft het zojuist van God ontvangen, en hij geeft het door.
Zacharia 7:8-10.KruisverwijzingenMicha 6:8→Ezechiël 45:9→Mattheüs 23:23→Jeremia 21:12→Jeremia 5:28→Psalmen 21:11→Psalmen 72:4→Jesaja 1:23→
— Verder geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, zeggende: Alzo sprak de HEERE der heirscharen, zeggende: Richt een waarachtig gericht, en doet goedertierenheid en barmhartigheden, de een aan den ander; En verdrukt de weduwe noch den wees, den vreemdeling noch den ellendige; en denkt niet in uw hart de een des anderen kwaad.
Dit is wat God zei — het rechtvaardigste, en wat God met het volste recht van Zijn volk eisen mag.
Zacharia 7:11-12.KruisverwijzingenNehemia 9:29→2 Kronieken 36:16→Jeremia 8:5→Hosea 4:16→Ezechiël 11:19→Zacharia 1:4→Jesaja 6:10→Ezechiël 3:7→
— Maar zij weigerden op te merken, en togen hun schouder terug, en zij verzwaarden hun oren, opdat zij niet hoorden. En zij maakten hun hart als een diamant, opdat zij niet hoorden de wet en de woorden, die de HEERE der heirscharen zond in Zijn Geest, door den dienst der vorige profeten, waaruit ontstaan is een grote toorn van den HEERE der heirscharen.
En dat was ook wel te verwachten. Eist God wat zo rechtvaardig en zo prijzenswaardig is, en willen mensen daaraan niet toegeven en er zelfs niet naar horen, dan verdienen zij dat God tegen hen vertoornd wordt.
Zacharia 7:13.KruisverwijzingenSpreuken 1:24→Jesaja 1:15→Jeremia 14:12→Jeremia 11:11→Micha 3:4→Jakobus 4:3→Psalmen 81:8→Jeremia 6:16→
— Daarom is het geschied, gelijk als Hij geroepen had, doch zij niet gehoord hebben, alzo riepen zij ook, maar Ik hoorde niet, zegt de HEERE der heirscharen;
De straf van de zonde lijkt naar de zonde zelf te zijn. Willen mensen naar God niet horen, dan zal God ook naar hen niet horen.
Zacharia 7:14.KruisverwijzingenDeuteronomium 28:33→Deuteronomium 28:64→Deuteronomium 4:27→Jeremia 23:19→Sefanja 3:6→Zacharia 2:6→Jeremia 4:11→Psalmen 58:9→
— Maar Ik heb hen weggestormd onder alle heidenen, welke zij niet kenden; en het land werd achter hen verwoest, zodat er niemand doorging, noch wederkeerde; want zij stelden het gewenste land tot een verwoesting.
In het volgende hoofdstuk gaat de profeet verder, en dan spreekt hij niet zozeer over de zonde van het volk als over Gods vaste voornemen Zich over hen te ontfermen. Hij spreekt met zachte waarschuwingen en met liefdevolle beloften.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
B. het 2e hoofddeel van het Boek (Hoofdst. 7 en 8) bevat het antwoord des Heeren op ene vraag der Joden van Bethel, of men ook nog verder, nadat de kolonie der teruggekeerde Israëlieten weer was beginnen te bloeien, dagen, als die van Jeruzalems verwoesting door de Chaldeën jaarlijks als vastendagen moest houden. Deze vraag geeft den Heere aanleiding tot een woord vol lering en troost, waarin Hij niet alleen de betekenis van het vatten in ‘t algemeen, maar ook de gronden en voorwaarden voorstelt, onder welke Israël de grote beloften ener heerlijke toekomst, zoals die door de nachtgezichten hem zijn geopenbaard, alleen kan deelachtig worden. Daarmee is dit deel ene voortreffelijke vereniging tussen het eerste en het laatste deel van het Boek. Want de oorlogen, welke Israël volgens den inhoud van het derde en laatste deel zal moeten doorstaan, vóórdat het rijk Gods in zijn heerlijkheid onder hen tot volkomenheid kan komen, kan het ook, alleen dan voeren en doorstaan, wanneer het gehoorzaam is aan het woord van God, dat in het tweede deel, hetwelk voor ons ligt, wordt voorgehouden.
I. Vs. 1-3.KruisverwijzingenNehemia 1:1→Zacharia 8:21→Zacharia 8:19→Jeremia 26:19→Zacharia 1:1→1 Koningen 13:6→1 Samuël 13:12→Jakobus 4:8→
— Het gebeurde nu in het vierde jaar van den koning Darius, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Zacharia, op den vierden der negende maand, namelijk in Chisleu. Toen men naar het huis van God gezonden had Sarezer, en Regem-Melech, en zijn mannen, om het aangezicht des HEEREN te smeken; Zeggende tot de priesters, die in het huis des HEEREN der heirscharen waren, en tot de profeten, zeggende: Moet ik wenen in de vijfde maand, mij afzonderende, gelijk als ik gedaan heb nu zo vele jaren?
In de eerste plaats wordt de uitwendige aanleiding tot het woord Gods der beide hoofdstukken 7 en 8 meegedeeld. Een gezantschap der Joden te Bethel kwam naar Jeruzalem tot de Priesters en Profeten, als de wettige organen der openbaring van Gods wil, en richtte tot hen de vraag of de dag der verbranding van Jeruzalem en van den tempel door de Chaldeën ook nog verder, nadat Jeruzalem weer begon tot bloei te komen en de wederopbouwing van den tempel verre was voortgegaan, als treur- en vastendag moest worden gehouden.
Het gebeurde nu in het vierde jaar van den Koning, DariusHystaspes (Ezra 1:4) d. i. in het jaar 417 v. Chr. 2 jaren na het wederaanvangen, en 2 jaren vóór het eindigen van den tempelbouw, dus op een tijd, dat het gebouw in het ruwe gereed was, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Zacharia, 1) op den vierde der negende maand, namelijk in Chisleu ongeveer onze December (Ex. 12:2).
Daar de volgende tijdsbepaling: “op den vierden dag-chisleu” noodzakelijk bij het volgende vers moet worden gebracht zo moet men hier in plaats van ene komma een punt, en achter chisleu ene komma plaatsen. Dan behoort de eerste tijdsbepaling “in het vierde jaar” tot de gehele volgende afdeling, en geeft in ‘t algemeen aan, wanneer deze openbaring geschied is; de tweede daarentegen bepaalt den tijd van de aankomst van het gezantschap in het volgende vers nauwkeuriger.
Toen men naar het huis van God 1) gezonden had de burgerij van het spoedig na het wederkeren opgebouwde stedeke Bethel (Neh. 11:31) Sarezer (= heldere glans), en Regem-Melech (= vriend van den koning), en zijne mannen als een gezantschap naar Jeruzalem, om in den voor ‘t grootste gedeelte weer opgebouwden tempel het aangezicht des HEEREN te smeken 2), en in het gebed om raad te vragen.
In het Hebr. Wajisjlach Bethel. Beter: Toen Bethel gezonden had. Ook de inwoners van Bethel begonnen naar het Woord des Heeren te vragen, naar den wil en de mening des Heeren. Ook de ballingschap had hen, door de werking der genade als middel in Gods hand doen ontwaken; het is daarom, dat zij gezanten zonden naar Jeruzalem.
Ook bij de bewoners van Bethel had dus de straf der ballingschap de heilzame uitwerking gehad, dat zij zich van de afgoderij, welke sedert het begin van het Efraïmietische koninkrijk in hun midden was bedreven (1 Kon. 12:28 vv. Amos 3:14; 4:4) weer tot den rechtmatigen dienst van Jehova op de door Hem verkoren plaats waren wedergekeerd. Tevens toont de gehele vraag over het vasten, dat ook de bewoners van Bethel zich slechts in denzelfden zin bekeerd hadden als de overige teruggekeerde ballingen. “Zij waren volkomen gewillig om voort te wenen en te vasten, wanneer het bevolen werd, want zij leefden geheel naar eigen goed vinden. Dat is altijd daar, waar men het rijk Gods uitwendig opvat, en uit traagheid gene plaats geeft voor de werkingen des Geestes aan het hart. Dan is men ijverig en gewillig in eigen gemaakten uitwendigen godsdienst en menselijke instellingen; men leeft daarin met eigengerechtigheid. Dit is de dood voor de ware kerk. Zulke vragen moeten geschieden, omdat de Profeet nog leeft en leert, opdat zij openlijk en krachtig veroordeeld worden, tot een voorbeeld, dat al ons werk, dat wij verkiezen, hoe goed het ook moge schijnen, tot niets nuttig is, en men alleen bij het zuivere Woord van God moet blijven. Want dat ongeluk kleeft aan alle menselijke leringen, dat zij Gods gebod teniet doen, en zich zelf groot en verheven maken, zoals wij hier in dit voorbeeld zullen zien.
Zij kwamen, zeggende tot de priesters, die in het huis des HEEREN der heirscharen waren om daar te dienen, om alzo door hun bemiddeling het antwoord op deze bede en vraag aan den Heere te mogen ontvangen, en tot de Profeten, zeggende: Moet ik met de inwoners van Bethel, die mij hebben afgezonden, ook nog voortaan, nadat de Heere weer genade en zegen gegeven heeft, wenen, een treurtijd houden op den 10den dag in de vijfde maand, genaamd Ab (10 Augustus), mij afzonderende, mij onthoudende van spijs en drank tot aandenken aan de ontzettende verwoesting van den tempel en van de stad Jeruzalem door Nebukadnezar? Moet ik daarmee voortgaan, gelijk als ik gedaan heb nu zo vele jaren, namelijk gedurende al de 70 jaren der ballingschap in Babel tot op den tegenwoordigen dag? Wij vernemen hier, dat de Joden in de ballingschap de gewoonte hadden aangenomen om den 10den Aug. als jaarlijkse boete en vastendag te vieren. De hedendaagse Joden vieren, zoals bekend is, als den dag van het verbranden van den eersten en tweeden tempel den 9den Ab. In ‘t algemeen is hun de 9de Ab de ongeluksdag van Israël. De volgende 5 ongelukken, welke op dezen dag aan Israël zijn overkomen, worden opgeteld: 1) God besloot de vaderen in de woestijn te laten sterven en niet in het beloofde land te laten komen; 2) en 3) de eerste en tweede tempel verwoest; 4) de vesting Bitter werd ten tijde van Bar-Cochba ingenomen; 5) Turnus Rufus beploegde den grond van den tempel (Micha 3:12). 4.
II. Vs. 4-14.KruisverwijzingenSpreuken 1:24→Jesaja 1:15→Jeremia 14:12→Nehemia 9:29→2 Kronieken 36:16→Jeremia 11:11→Zacharia 1:12→Jeremia 17:26→
— Toen geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende: Spreek tot het ganse volk dezes lands, en tot de priesters, zeggende: Toen gij vasttet en rouwklaagdet, in de vijfde en in de zevende maand, namelijk nu zeventig jaren, hebt gijlieden Mij, Mij enigszins gevast? Of als gij at, en als gij dronkt, waart gij het niet, die daar at, en gij, die daar dronkt? Zijn het niet de woorden, welke de HEERE uitriep door den dienst der vorige profeten, toen Jeruzalem bewoond en gerust was, en haar steden rondom haar; en het zuiden en de laagte bewoond was? Verder geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, zeggende: Alzo sprak de HEERE der heirscharen, zeggende: Richt een waarachtig gericht, en doet goedertierenheid en barmhartigheden, de een aan den ander; En verdrukt de weduwe noch den wees, den vreemdeling noch den ellendige; en denkt niet in uw hart de een des anderen kwaad. Maar zij weigerden op te merken, en togen hun schouder terug, en zij verzwaarden hun oren, opdat zij niet hoorden. En zij maakten hun hart als een diamant, opdat zij niet hoorden de wet en de woorden, die de HEERE der heirscharen zond in Zijn Geest, door den dienst der vorige profeten, waaruit ontstaan is een grote toorn van den HEERE der heirscharen. Daarom is het geschied, gelijk als Hij geroepen had, doch zij niet gehoord hebben, alzo riepen zij ook, maar Ik hoorde niet, zegt de HEERE der heirscharen;
Daar de Priesters en Profeten uit zich zelven niet over de vraag mochten beslissen, geeft de Heere zelf het antwoord door Zacharia. De vraag, welke gedaan was, was niet alleen in het belang der mannen van Bethel, maar ook van alle teruggekeerde Joden. Daarom richt de Heere het antwoord ook tot het gehele volk. Het is in twee helften verdeeld, waarvan het tweede Hoofdst. 8 omvat; ieder van deze bestaat weer uit 2 delen, waarvan het begin kenbaar is aan de woorden: “Toen geschiedde het woord des Heeren tot mij. ” In de 1e helft, welke voor ons ligt, verklaart zich de Heere vooreerst, over het vasten, dat Hij dat niet als een Hem welgevalligen dienst beschouwt, maar alleen gehoorzaamheid aan Zijn Woord verlangt (vs. 4-7), zoals het dan ook alleen het hardnekkig tegenstreven van Israël tegen de door Zijne Profeten voorgehoudene geboden van gerechtigheid, liefde en waarheid geweest is, waarom Hij Israël onder de volken heeft moeten verstrooien (vs. 8-14).
Toen geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, den Profeet Zacharia, zeggende:
Spreek tot het ganse volk dezes lands, want ieder gaat deze vraag over het vasten en de juiste beantwoording daarvan aan, envooral tot de Priesters, die mede zijn ondervraagd, maar niet wisten te antwoorden, zeggende: Toen gij vasttet en rouwklaagdet, in de vijfde en in de zevende maand op den 10den dag der maand Ab, of Augustus, over de verwoesting van Jeruzalem, en op den 3den dag van Tisri over het vermoorden van den stadhouder Gedalia 1), en de in het land achtergelatene Joden (2 (Kon. 25:25 vv. (Jer. 41:1 vv.) namelijk nu reeds, gelijk Ik zeer goed weet, zeventig jaren, van 587—517 v. Chr. hebt gijlieden Mij), Mij enigzins tot nu ten oordeel gevast?
Het vasten over het vermoorden van Gedalia, den zoon van Ahikam was waarschijnlijk alleen waargenomen door de Joden, die na de verwoesting van Jeruzalem nog in het land waren achtergebleven.
In dezen tekst is zeer opmerkelijk het woordje “Mij” en het woordje “u. ” Met die twee woorden worden de geboden der mensen en de geboden Gods gescheiden. Voor Mij, Mij hebt gij daarvan niets gedaan. Waarom? Daarom omdat Ik u daarvan niets heb bevolen. Maar voor u, voor uzelven hebt gij het gedaan. Waarom? Daarom, omdat gij het bij uzelven bedacht en verkozen hebt, en het uzelven alzo heeft behaagd-Ieder eigen gekozen werk en gebod heeft de plaag en het harteleed in zich, dat zij ons beter bevallen, dan wat God heeft geboden; wij letten er ook meer op, en besteden er veel meer vlijt aan, dan aan Gods geboden, hetwelk dan God op het hoogst en billijk verdrietig maakt, zodat Hij wederom ook ons eigen werk en gebod veracht en verwerpt, evenals wij Zijne geboden en Zijn werk verachten. God laat voor Zich noch vasten noch eten, daarom moeten wij in uitwendig vasten en eten ook geen godsdienst zien. Hebt gij behoefte aan vasten, zo vast, maar maak er geen ophef van: zalf uw hoofd en was uw aangezicht. (Matth. 6:17), als deedt gij niets bijzonders, anders is al uw godsdienst zelfbedrog. De offeranden welke God wilde, waren geheel anders dan zelfverkozen vasten, en het volk had wel kunnen weten, dat deze de ware, Gode welgevallige offeranden waren. Zij hadden geen oog op God in hun vasten. Hij beroept zich op hun eigen gewetens, die zullen tegen hen getuigen, dat zij daarin niet oprecht geweest waren, hoeveel te meer zal God het doen, die meer is dan hun hart, en alle dingen weet? Er was de gedaante en het geraamte van den plicht, maar niets van het leven, de ziel en de kracht er van. De Heere wijst er hier op, dat dit de voornaamste kracht is, dat al wat men doet, Gode doet, naar Zijn Woord en Ordinantiën, en tot Zijne ere. Als het niet uit dit beginsel en tot dat doel is, deugt het vasten niet, noch al wat de mens doet.
Of als gij op andere dagen niet vasttet maar at, en gij dronkt, waart gij het niet, die daar at, en gij, die daar dronkt?Daarom moogt gij omtrent vasten en eten houden, wat u het nuttigst toeschijnt. Hebt gij van het vasten zegen voor uw hart gehad, zo moogt gij dat hebben, zo niet dan kunt gij het afschaffen; Ik beveel u noch het een noch het ander (Jes. 58:8-12). Deedt gij dit tot Mijne eer of tot uwe eigene eer, al morrende tegen de zwaarte Mijner kastijding, of met gevoel van de snoodheid uwer ongerechtigheid, die u nog meer rampspoed verdienen en de spijs en drank verbeuren deed! Was het niet in uwe schatting ene uitnemende dienst, dien gij Mij beweest, of beschouwdet gij u dit op het hoogst verplicht? Deedt gij het niet uit gewoonte of welvoeglijkheid, om niet minder vroom dan anderen te schijnen, of als een taakwerk, naar welks einde gij verlangdet? Hebt gij u bij en door het vasten bekeerd van uwe zonden, of bleeft gij dezelfden? Ja, de Heere voegt er bij: En als gij at en dronkt, waart gij het niet, die at en dronkt? Het wil zeggen: die in uw eten en drinken alleen uzelven bedoeldet, alleen aan uwe voeding, uwen smaak, uwe lekkernijen dacht, en niet aan Mij, die u alles gaf, en in uwe verdrukking van spijs en andere benodigdheden verzorgde? Dacht en denkt gij ook wel aan die tijden van overvloed, die gij weleer te Jeruzalem en in andere steden van Palestina in gerustheid doorbracht, en aan de woorden van bedreiging, die Jehova toen tegen u uitriep, door den dienst der Profeten Jesaja, Jeremia en anderen, maar waarnaar gij niet wildet horen, en die echter juist door uwe gevankelijke wegvoering vervuld zijn geworden. Was dit het onderwerp uwer overdenking op uwe treur- en vastendagen in Babel? (Zach. 7:5-7).
Of denkt gij misschien, dat gij door vasten als een goed werk Mijne genade kunt verwerven? Zijn het niet de woorden, komt het niet alleen aan op de gehoorzame inachtneming van die zaken, welke de HEERE uitriep, u liet voorhouden door den dienst der vorige Profeten, die onder u leefden, toen Jeruzalem bewoond en gerust, nog in vrede was, zij en al hare steden, die tot haar behoren, rondom haar, en het zuiden en de laagte, Negeb en het lage land van Sjefela aan de Middellandse zee, het gehele rijk van Juda, bewoond was 1)?
Hiermede wijst de Heere er op, dat zij hadden kunnen weten, wat de Heere wilde, welke het vasten was, wat Hij verkoos. Immers Hij had het laten horen, dat dit het vasten was, dat de knoopselen der ongerechtigheid werden losgemaakt, en dat zij onderhielden de rechten en inzettingen des Heeren.
Verder geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, zeggende: Er is generlei reden om aan te nemen, dat hier een ander dan onze Zacharia zou bedoeld zijn, zoals enige Schriftverklaarders hebben aangenomen. Dat hier de naam van denzelfden genoemd wordt, is geschied tot afwisseling.
Alzo sprak de HEERE der heirscharen tot u en uwe vaderen, voordat Hij het gericht der verwoesting van Jeruzalem en der ballingschap naar Babel over u bracht, zeggende: Richt een waarachtig gericht, oordeelt en beslist in elke zaak zonder aanzien des persoons alleen naar recht en waarheid, en doet goedertierenheid en barmhartigheden, de een aan den ander;
En verdrukt de weduwe noch den wees, den vreemdeling noch den ellendige (Ex. 22:21 vv. 23:6 vv. Lev. 19:15 vv. Deut. 10:18; 24:14. Jes. 1:17. Jer. 7:5 v. 22:3. Hos. 12:7), en denkt niet in uw hart de een des anderen kwaad, dat is het ware vasten, het rechte Gode welgevallige offer; dan zult gij gerust en veilig wonen in dit land.
Maar zij weigerden op te merken op deze Mijne waarschuwingen, en togen hunnen schouder terug, keerden Mij den rug toe, daar zij, gelijk een rund, dat het opleggen van een juk niet duldt, zulke geboden weigerden op zich te nemen (Neh. 9:29. Hos. 4:16), en zij verzwaarden hun oren, opdat zij niet hoorden.
En zij maakten hun hart den hardsten steen gelijk als een diamant, opdat zij niet hoorden de wet en de woorden, die de HEERE der heirscharen tot hen zond in de kracht van Zijnen Heiligen Geest(Micha 3:8), door den dienst der vorige vóór de ballingschap levende Profeten, waaruit als noodzakelijk gevolg ontstaan is een grote toorn van den HEERE der heirscharen. Hard tegenover hard is niet goed: twee harde stenen malen niet goed. Gods gebod is hard, en moet dat eeuwig blijven; wie zich daartegen stelt, en hard tegen hard wil zijn, dien zal het zeker niet welgaan; waar hij niet wijkt, zal hij uit elkaar springen en tot enkel stukken vermalen worden, ja tot enkel stof, zoals Hij hier zegt, dat de harde Joden, als de diamanten, ook om hun hardheid gesprongen zijn en in alle landen verstrooid, en het hielp hun niets dat zij baden om genade en barmhartigheid. Zij lieten toch niet af van hun harde harten, zij bleven altijd bij hun eigene werken, en verachtten Gods Woord. Maar die Gods gebod aannemen of hun zonde belijden, hun gebed wordt zeker verhoord. Alle bidden helpt niet, wanneer men Gods zuiver woord niet onder zijn voeten heeft, om daarop te steunen, Gods Woord, het Woord van Zijne liefde en genade, maakt, als wij het aannemen, dat liefde en barmhartigheid jegens den naaste in onze harten oprijst. Staat iemand eerst zo, dan is vasten en eten hem vrij, naar dat God het hem geeft. Hij beschrijft de moedwilligheid en de ongehoorzaamheid hunner vaderen, welke in alle goddeloosheid en ongerechtigheid volhardden, niettegenstaande deze opwekkingen en vermaningen, hun menigmaal in Gods naam gegeven; tot dat einde worden hier verscheidene uitdrukkingen opeengehoopt. Zij waren hardnekkig en weerspannig en volhardden in hun overtredingen van de Wet, enkel uit een geest van tegenkanting tegen de Wet.
Daarom is het gericht Gods geschied, gelijk als Hij geroepen had door de Profeten, doch zij niet gehoord hebben a), alzo riepen zij ook tot Mij in hunnen nood, in welken zij door Mijne gerichten kwamen, maar Ik hoorde niet; Ik deed hun rechtvaardige vergelding, zegt de HEERE der heirscharen.
Maar Ik heb hen als een stormwind weggestormd onder alle Heidenen, welke zij niet kenden, en die dus ook geen medelijden met hen hadden; en het land werd achter hen verwoest, zodat er niemand doorging noch wederkeerde; want zij stelden alzo door hun halstarrigheid het gewenste land tot ene verwoesting, daarom is al dat ongeluk over hen gekomen, waarom Gij nu op de vastendagen weent en klaagt. Daarmee was nu aan dat gezelschap van Bethel het ene deel van het goddelijk antwoord gegeven, en het kon daaruit leren, dat zulke offers gene waarde hebben, wanneer niet het ware offer der liefde daarmee verbonden is. Dat was echter nog slechts het ene gedeelte van het antwoord, onze Profeet heeft nog een beter antwoord te verkondigen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel