Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Zacharia 2

1 Wederom hief ik mijn ogen op, en ik zag; en ziet, er was een man, en in zijn hand was een meetsnoer.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Wederom hiefH5375 ik mijn ogenH5869 op, en ik zagH7200; en zietH2009, er was een manH376, en in zijn handH3027 was een meetsnoerH4060. Wederom hief ik mijn ogen op, en ik zag; en ziet, er was een man, en in zijn hand was een meetsnoer.

KJV I lifted up1 mine eyes3 again, and looked,4 and behold a man with a measuring line in his hand.

1 וָאֶשָּׂ֥א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 2 עֵינַ֛י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 3 וָאֵ֖רֶא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 4 וְהִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 5 אִ֑ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 וּבְיָד֖וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 חֶ֥בֶל H2256 snoer, koorden, landstreek band, coast, company, cord, country, destruction, line, lot, pain, pang, portion, region, rope, snare, sorrow, tackling 8 מִדָּֽה H4060 maat, maten, meetriet garment, measure(-ing, meteyard, piece, size, (great) stature, tribute, wide
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En ik zeide: Waar gaat gij henen? En hij zeide tot mij: Om Jeruzalem te meten; om te zien, hoe groot haar breedte, en hoe groot haar lengte wezen zal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En ik zeideH559: WaarH834 gaat gij henen? En hij zeideH559 totH413 mij: Om JeruzalemH3389 te metenH4058; om te zienH7200, hoeH4100 groot haar breedteH7341, en hoeH4100 groot haar lengteH753 wezen zal. En ik zeide: Waar gaat gij henen? En hij zeide tot mij: Om Jeruzalem te meten; om te zien, hoe groot haar breedte, en hoe groot haar lengte wezen zal.

KJV Then said1 I, Whither goest thou? And he said8 unto me, To measure Jerusalem,18 to see what6 is the breadth thereof, and what is the length

1 וָאֹמַ֕ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אָ֖נָה H575 Hoe, waarhenen, lang [phrase] any (no) whither, now, where, whither(-soever) 3 אַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 4 הֹלֵ֑ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 5 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 אֵלַ֗י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 לָמֹד֙ H4058 mat, meten, gemeten measure, mete, stretch self 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 יְר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 10 לִרְא֥וֹת H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 11 כַּמָּֽה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 12 רָחְבָּ֖הּ H7341 breedte, brede, el breedte breadth, broad, largeness, thickness, wideness 13 וְכַמָּ֥ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 14 אָרְכָּֽהּ H753 lengte, langheid, Langheid [phrase] forever, length, long

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En ziet, de Engel, Die met mij sprak, ging uit; en een andere Engel ging uit, hem tegemoet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En zietH7200, de EngelH4397, Die met mij sprakH1696, ging uit; en een andere EngelH4397 ging uit, hem tegemoetH7125. En ziet, de Engel, Die met mij sprak, ging uit; en een andere Engel ging uit, hem tegemoet.

KJV And, behold, the angel that talked with me went forth, and another angel went out to meet

1 וְהִנֵּ֗ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 הַמַּלְאָ֛ךְ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 3 הַדֹּבֵ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 4 בִּ֖י 5 יֹצֵ֑א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 וּמַלְאָ֣ךְ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 7 אַחֵ֔ר H312 ander, anders, aarde (an-) other man, following, next, strange 8 יֹצֵ֖א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 9 לִקְרָאתֽוֹ H7125 tegemoet, egemoet, ontmoette [idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En hij zeide tot hem: Loop, spreek dezen jongeling aan, zeggende: Jeruzalem zal dorpsgewijze bewoond worden, vanwege de veelheid der mensen en der beesten, die in het midden derzelve wezen zal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En hij zeideH559 tot hem: LoopH7323, spreekH1696 dezenH1975 jongelingH5288 aanH413, zeggendeH559: JeruzalemH3389 zal dorpsgewijzeH6519 bewoondH3427 worden, vanwege de veelheidH7230 der mensenH120 en der beestenH929, die in het middenH8432 derzelve wezen zal. En hij zeide tot hem: Loop, spreek dezen jongeling aan, zeggende: Jeruzalem zal dorpsgewijze bewoond worden, vanwege de veelheid der mensen en der beesten, die in het midden derzelve wezen zal.

KJV And said1 unto him, Run, speak to this young man, saying,6 Jerusalem shall be inhabited as towns without walls for the multitude of men and cattle therein:

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵלָ֔ו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 רֻ֗ץ H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 4 דַּבֵּ֛ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 הַנַּ֥עַר H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 7 הַלָּ֖ז H1975 dezen, gene side, that, this 8 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 פְּרָזוֹת֙ H6519 dorpsgewijze, dorpsteden (unwalled) town (without walls), unwalled village 10 תֵּשֵׁ֣ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 11 יְרוּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 12 מֵרֹ֥ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 13 אָדָ֛ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 14 וּבְהֵמָ֖ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 15 בְּתוֹכָֽהּ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En Ik zal haar wezen, spreekt de HEERE, een vurige muur rondom; en Ik zal tot heerlijkheid wezen in het midden van haar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En Ik zal haar wezen, spreektH5002 de HEERE, een vurigeH784 muurH2346 rondomH5439; en Ik zal tot heerlijkheidH3519 wezen in het middenH8432 van haar. En Ik zal haar wezen, spreekt de HEERE, een vurige muur rondom; en Ik zal tot heerlijkheid wezen in het midden van haar.

Ook in dit vers HEEREH3068

KJV For I, saith the LORD, will be unto her a wall of fire round about, and will be the glory in the midst

1 וַאֲנִ֤י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 אֶֽהְיֶה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 לָּהּ֙ 4 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 ח֥וֹמַת H2346 muur, muren, muurs wall, walled 7 אֵ֖שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 8 סָבִ֑יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 9 וּלְכָב֖וֹד H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 10 אֶֽהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 בְתוֹכָֽהּ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Hui, hui, vliedt toch uit het Noorderland, spreekt de HEERE; want Ik heb ulieden uitgebreid naar de vier winden des hemels, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 HuiH1945, huiH1945, vliedtH5127 toch uit het NoorderlandH776, spreektH5002 de HEERE; want Ik heb ulieden uitgebreidH6566 naarH413 de vierH702 windenH7307 des hemelsH8064, spreektH5002 de HEERE. Hui, hui, vliedt toch uit het Noorderland, spreekt de HEERE; want Ik heb ulieden uitgebreid naar de vier winden des hemels, spreekt de HEERE.

KJV Ho, ho, come forth, and flee from the land of the north, saith the LORD: for I have spread you abroad as the four winds of the heaven, saith the LORD.

1 ה֣וֹי H1945 Wee, wee, Och ah, alas, ho, O, woe 2 ה֗וֹי H1945 Wee, wee, Och ah, alas, ho, O, woe 3 וְנֻ֛סוּ H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 4 מֵאֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 צָפ֖וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 6 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 7 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 כִּ֠י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 כְּאַרְבַּ֞ע H702 vier, vierhonderd, veertien four 10 רוּח֧וֹת H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 11 הַשָּׁמַ֛יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 12 פֵּרַ֥שְׂתִּי H6566 uitbreiden, uitspreiden, breidde break, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out) 13 אֶתְכֶ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 15 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Hui, Sion! ontkomt gij, die woont bij de dochter van Babel!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 HuiH1945, SionH6726! ontkomtH4422 gij, die woontH3427 bij de dochterH1323 van BabelH894! Hui, Sion! ontkomt gij, die woont bij de dochter van Babel!

KJV Deliver thyself, O Zion, that dwellest with the daughter of Babylon.

1 ה֥וֹי H1945 Wee, wee, Och ah, alas, ho, O, woe 2 צִיּ֖וֹן H6726 Sion, Sions Zion 3 הִמָּלְטִ֑י H4422 ontkomen, ontkwam, bevrijden deliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely 4 יוֹשֶׁ֖בֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 5 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 6 בָּבֶֽל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Want zo zegt de HEERE der heirscharen: Naar de heerlijkheid over u, heeft Hij mij gezonden tot die heidenen, die ulieden beroofd hebben; want die ulieden aanraakt, die raakt Zijn oogappel aan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Want zo zegtH559 de HEERE der heirscharenH6635: Naar de heerlijkheidH3519 over u, heeft Hij mij gezondenH7971 tot die heidenenH1471, die ulieden beroofdH7997 hebben; want die ulieden aanraaktH5060, die raaktH5060 Zijn oogappelH892 aan. Want zo zegt de HEERE der heirscharen: Naar de heerlijkheid over u, heeft Hij mij gezonden tot die heidenen, die ulieden beroofd hebben; want die ulieden aanraakt, die raakt Zijn oogappel aan.

KJV For thus saith1 the LORD of hosts; After the glory hath he sent me unto the nations which spoiled you: for he that toucheth you toucheth the apple of his eye.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַר֮ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 צְבָאוֹת֒ H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 6 אַחַ֣ר H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 7 כָּב֔וֹד H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 8 שְׁלָחַ֕נִי H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 הַגּוֹיִ֖ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 11 הַשֹּׁלְלִ֣ים H7997 beroofd, buiten, beroven let fall, make self a prey, [idiom] of purpose, (make a, (take)) spoil 12 אֶתְכֶ֑ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 הַנֹּגֵ֣עַ H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 15 בָּכֶ֔ם 16 נֹגֵ֖עַ H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 17 בְּבָבַ֥ת H892 oogappel apple (of the eye) 18 עֵינֽוֹ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Want ziet, Ik zal Mijn hand over henlieden bewegen, en zij zullen hunnen knechten een roof wezen. Alzo zult gijlieden weten, dat de HEERE der heirscharen mij gezonden heeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Want ziet, Ik zal Mijn handH3027 over henlieden bewegenH5130, en zij zullen hunnen knechtenH5647 een roofH7998 wezen. Alzo zult gijlieden wetenH3045, dat de HEEREH3068 der heirscharenH6635 mijH589 gezondenH7971 heeft. Want ziet, Ik zal Mijn hand over henlieden bewegen, en zij zullen hunnen knechten een roof wezen. Alzo zult gijlieden weten, dat de HEERE der heirscharen mij gezonden heeft.

KJV For, behold, I will shake mine hand upon them, and they shall be a spoil to their servants: and ye shall know that the LORD5 of hosts hath sent

1 כִּ֠י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 הִנְנִ֨י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 3 מֵנִ֤יף H5130 bewegen, bewoog, bewogen lift up, move, offer, perfume, send, shake, sift, strike, wave 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 יָדִי֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 עֲלֵיהֶ֔ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 וְהָי֥וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 שָׁלָ֖ל H7998 buit, roof, roofs prey, spoil 9 לְעַבְדֵיהֶ֑ם H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 10 וִֽידַעְתֶּ֕ם H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 11 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 14 שְׁלָחָֽנִי H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Juich en verblijd u, gij dochter Sions; want zie, Ik kom, en Ik zal in het midden van u wonen, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 JuichH7442 en verblijdH8055 u, gij dochterH1323 SionsH6726; wantH3588 zie, Ik komH935, en Ik zal in het middenH8432 van u wonenH7931, spreektH5002 de HEEREH3068. Juich en verblijd u, gij dochter Sions; want zie, Ik kom, en Ik zal in het midden van u wonen, spreekt de HEERE.

KJV Sing and rejoice, O daughter of Zion: for, lo, I come, and I will dwell in the midst of thee, saith6 the LORD.

1 רָנִּ֥י H7442 juichen, vrolijk zingen, juicht aloud for joy, cry out, be joyful (greatly, make to) rejoice, (cause to) shout (for joy), (cause to) sing (aloud, for joy, out), triumph 2 וְשִׂמְחִ֖י H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 3 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 4 צִיּ֑וֹן H6726 Sion, Sions Zion 5 כִּ֧י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 הִנְנִי H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 7 בָ֛א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 וְשָׁכַנְתִּ֥י H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 9 בְתוֹכֵ֖ךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 10 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 11 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En vele heidenen zullen te dien dage den HEERE toegevoegd worden, en zij zullen Mij tot een volk wezen; en Ik zal in het midden van u wonen; en gij zult weten, dat de HEERE der heirscharen mij tot u gezonden heeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En veleH7227 heidenenH1471 zullen te dien dageH3117 den HEERE toegevoegdH3867 worden, en zij zullen Mij tot een volkH5971 wezen; en Ik zal in het middenH8432 van u wonenH7931; en gij zult wetenH3045, dat de HEERE der heirscharenH6635 mij tot u gezondenH7971 heeft. En vele heidenen zullen te dien dage den HEERE toegevoegd worden, en zij zullen Mij tot een volk wezen; en Ik zal in het midden van u wonen; en gij zult weten, dat de HEERE der heirscharen mij tot u gezonden heeft.

Ook in dit vers HEEREH3068

KJV And many nations shall be joined to the LORD in that day, and shall be my people: and I will dwell in the midst of thee, and thou shalt know that the LORD of hosts hath sent

1 וְנִלְווּ֩ H3867 leent, lenen, vervoegen abide with, borrow(-er), cleave, join (self), lend(-er) 2 גוֹיִ֨ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 3 רַבִּ֤ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 הַה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 8 וְהָ֥יוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 לִ֖י 10 לְעָ֑ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 11 וְשָׁכַנְתִּ֣י H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 12 בְתוֹכֵ֔ךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 13 וְיָדַ֕עַתְּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 14 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 17 שְׁלָחַ֥נִי H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 18 אֵלָֽיִךְ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Dan zal de HEERE Juda erven voor Zijn deel, in het heilige land, en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Dan zal de HEEREH3068 JudaH3063 ervenH5157 voor Zijn deelH2506, in het heiligeH6944 landH127, en Hij zal JeruzalemH3389 nog verkiezenH977. Dan zal de HEERE Juda erven voor Zijn deel, in het heilige land, en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.

KJV And the LORD4 shall inherit Judah his portion in the holy land, and shall choose Jerusalem

1 וְנָחַ֨ל H5157 erven, erfelijk, erve divide, have (inheritance), take as a heritage, (cause to, give to, make to) inherit, (distribute for, divide (for, for an, by), give for, have, leave for, take (for)) inheritance, (have in, cause to, be made to) possess(-ion) 2 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 5 חֶלְק֔וֹ H2506 deel, delen, stuk flattery, inheritance, part, [idiom] partake, portion 6 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 אַדְמַ֣ת H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 8 הַקֹּ֑דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 9 וּבָחַ֥ר H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 10 ע֖וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 11 בִּירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Zwijg, alle vlees, voor het aangezicht des HEEREN! want Hij is ontwaakt uit Zijn heilige woning.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 ZwijgH2013, alle vleesH1320, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068! wantH3588 Hij is ontwaaktH5782 uit Zijn heiligeH6944 woningH4583. Zwijg, alle vlees, voor het aangezicht des HEEREN! want Hij is ontwaakt uit Zijn heilige woning.

KJV Be silent, O all flesh, before the LORD:12 for he is raised up out of his holy habitation.

1 הַ֥ס H2013 Zwijg, Zwijgt, stilde hold peace (tongue), (keep) silence, be silent, still 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 בָּשָׂ֖ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 4 מִפְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 נֵע֖וֹר H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 8 מִמְּע֥וֹן H4583 woning, Toevlucht, Vertrek den, dwelling((-) place), habitation 9 קָדְשֽׁוֹ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Zacharia 2:1 Zacharia 1:16 Ezechiël 40:3 Openbaring 11:1 Openbaring 21:15 Ezechiël 40:5 Ezechiël 47:4 Zacharia 1:18
Zacharia 2:2 Ezechiël 45:6 Openbaring 21:15 Jeremia 31:39 Openbaring 11:1 Johannes 16:5 Zacharia 5:10 Ezechiël 48:15 Ezechiël 48:30
Zacharia 2:3 Zacharia 1:19 Zacharia 1:8 Zacharia 4:5 Zacharia 5:5 Zacharia 4:1 Zacharia 1:13
Zacharia 2:4 Zacharia 1:17 Ezechiël 38:11 Jeremia 31:27 Jesaja 44:26 Micha 7:11 Ezechiël 36:10 Jeremia 33:22 Zacharia 12:6
Zacharia 2:5 Jesaja 4:5 Zacharia 9:8 Openbaring 21:23 Jesaja 60:18 Lukas 2:32 Psalmen 48:12 Psalmen 3:3 Hagai 2:7
Zacharia 2:6 Ezechiël 17:21 Ezechiël 11:16 Jesaja 48:20 Zacharia 2:7 Jeremia 3:18 Jesaja 52:11 2 Korinthe 6:16 Deuteronomium 28:64
Zacharia 2:7 Jesaja 48:20 Jeremia 51:6 Jesaja 52:11 Jeremia 51:45 Jeremia 50:8 Numeri 16:34 Micha 4:10 Numeri 16:26
Zacharia 2:8 Deuteronomium 32:10 Psalmen 17:8 Johannes 14:26 Johannes 15:21 1 Johannes 4:9 Amos 1:3 2 Thessalonicenzen 1:6 Amos 1:11
Zacharia 2:9 Jesaja 14:2 Jesaja 19:16 Zacharia 4:9 Ezechiël 39:10 Zacharia 6:15 Jesaja 11:15 Johannes 16:4 Habakuk 2:17
Zacharia 2:10 Zacharia 8:3 Leviticus 26:12 Zacharia 9:9 Jesaja 12:6 Ezechiël 37:27 Sefanja 3:14 Jesaja 65:18 Openbaring 21:3
Zacharia 2:11 Openbaring 11:15 Lukas 2:32 Johannes 17:21 Jesaja 60:3 Jesaja 2:2 Jesaja 49:22 Jesaja 42:1 Jesaja 66:19
Zacharia 2:12 Deuteronomium 32:9 Zacharia 1:17 Jeremia 10:16 Jeremia 51:19 Jesaja 41:9 Psalmen 33:12 Exodus 19:5 Psalmen 82:8
Zacharia 2:13 Habakuk 2:20 Psalmen 68:5 Deuteronomium 26:15 Psalmen 78:65 Jesaja 51:9 Sefanja 1:7 Psalmen 46:10 Jesaja 26:20
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Zacharia 2 vers 1

een man, Te weten, de engel, die Christus was, in de gedaante van een man, gelijk blijkt onder vs.3, en Zach. 1:8 . Zie Ezech. 40:3 , en Eseg. 41, 42; Openb. 11:1-2 .

Hertaald: een man, Namelijk de Engel Die Christus was, in de gedaante van een man, zoals blijkt uit vers 3 en Zach. 1:8. Zie Ezech. 40:3 en Ezech. 41, Ezech. 42; Openb. 11:1-2.

Zacharia 2 vers 2

Om Jeruzalem te meten; Dat is, om te ordineren hoe groot, wijd en breed Jeruzalem wezen zou, hetwelk in het kort zou herbouwd worden; zie Ezra 6:3 .

Hertaald: Om Jeruzalem te meten; Dat is: om vast te stellen hoe groot, wijd en breed Jeruzalem zou zijn, dat binnenkort herbouwd zou worden; zie Ezra 6:3.

Zacharia 2 vers 3

de engel, Zie Zach. 1:9 .

Hertaald: de engel, Zie Zach. 1:9.

met mij sprak, Of, in mij.

Hertaald: met mij sprak, Of: in mij.

ging uit; Te weten, van onder de mirten, waar Hij gestaan had, Zach. 1:8, om nabij met mij te spreken.

Hertaald: ging uit; Namelijk van onder de mirten, waar Hij gestaan had, Zach. 1:8, om dichtbij met mij te spreken.

een andere engel Te weten, een van die geschapen engelen, die achter Christus stonden, zie Zach. 1:8.

Hertaald: een andere engel Namelijk een van de geschapen engelen die achter Christus stonden, zie Zach. 1:8.

ging uit, Te weten, uit den hoop der engelen naar de plaats toe, die hij meten zou.

Hertaald: ging uit, Namelijk uit de groep engelen, naar de plaats die hij zou meten.

Zacharia 2 vers 4

hij zeide Te weten, Christus de Heere.

Hertaald: hij zeide Namelijk Christus de Heere.

tot hem Te weten, tot dien geschapen engel.

Hertaald: tot hem Namelijk tot die geschapen engel.

dezen jongeling aan, De profeet bedoelt zichzelven, die toen nog een jong man was. Of een jongeling is hier te zeggen een dienstknecht, gelijk dan ook bedaagde personen aldus genoemd worden; Ex. 33:11 ; Num. 11:27 ; 1 Kon. 11:28 ; 2 Kon. 4:12 , en 2 Kon. 19:6 .

Hertaald: dezen jongeling aan, De profeet bedoelt zichzelf, die toen nog een jonge man was. Of: een jongeling betekent hier een dienstknecht, zoals ook mensen op leeftijd zo genoemd worden; Ex. 33:11; Num. 11:27; 1 Kon. 11:28; 2 Kon. 4:12 en 2 Kon. 19:6.

dorpsgewijze bewoond worden, Dat is, zonder muren, dewijl men de zeer grote menigte der mensen met geen muren zal kunnen omvangen noch besluiten. Anders Jeruzalem zal de dorpen bewonen; dat is, die van Jeruzalem zullen vanwege de menigte der mensen, ook in de dorpen zich metterwoon moeten begeven. Doch men moet dit verstaan gesproken te zijn van de grote menigte der mensen, die in Christus geloven en zich onder zijn geestelijk rijk begeven zouden, want de algemene kerk zou zich strekken door de ganse wereld; zie Jes. 54:1-3 , en Jes. 60:4 , Jes. 60:11 .

Hertaald: dorpsgewijze bewoond worden, Dat is: zonder muren, omdat men de zeer grote menigte mensen met geen muren zal kunnen omvatten of insluiten. Anders: Jeruzalem zal de dorpen bewonen; dat is: de inwoners van Jeruzalem zullen zich vanwege de menigte mensen ook in de dorpen moeten vestigen. Maar men moet verstaan dat dit gezegd is over de grote menigte mensen die in Christus zouden geloven en zich onder Zijn geestelijke rijk zouden begeven, want de algemene kerk zou zich over de hele wereld uitstrekken; zie Jes. 54:1-3 en Jes. 60:4, Jes. 60:11.

der beesten, Verg. Jer. 31:27 .

Hertaald: der beesten, Vergelijk Jer. 31:27.

Zacharia 2 vers 5

een vurige muur rondom; Dat is, Ik zal hen alzo beschutten dat hunne vijanden hen niet zullen kunnen genaken, en zo er iemand is, die hen zou willen aantasten, die zal als met vuur verteerd en vernield worden. Verg. Jes. 26:1 , en Jes. 60:18-19 ; Jer. 15:20 ; verg. ook Ps. 125:2 , en 2 Kon. 6:17 .

Hertaald: een vurige muur rondom; Dat is: Ik zal hen zo beschutten dat hun vijanden hen niet zullen kunnen naderen; en als iemand hen zou willen aanvallen, zal die als door vuur verteerd en vernietigd worden. Vergelijk Jes. 26:1 en Jes. 60:18-19; Jer. 15:20; vergelijk ook Ps. 125:2 en 2 Kon. 6:17.

Ik zal tot heerlijkheid wezen Dat is, Ik zal hun tot eer en heerlijkheid gereiken; Ik zal de burgers en inwoners dier stad of gemeente met vele en grote weldaden vereren en begenadigen.

Hertaald: Ik zal tot heerlijkheid wezen Dat is: Ik zal hun tot eer en heerlijkheid strekken; Ik zal de burgers en inwoners van die stad of gemeente met veel grote weldaden vereren en begenadigen.

Zacharia 2 vers 6

Hui, hui, Of, hei, hei, of, ho, ho, of, o, o. Alzo ook vs.7.

Hertaald: Hui, hui, Of: hei, hei, of: ho, ho, of: o, o. Zo ook vers 7.

vliedt toch Eene aanspraak aan de Joden, die nog in Babylonië bleven. De zin is: Verlaat haastelijk het tegenwoordige gevaar, en hetgeen den Babyloniërs over het hoofd is hangende, en vervoegt u bij Gods gemeente. Zie Jes. 48:20 .

Hertaald: vliedt toch Een aanspraak tot de Joden die nog in Babylonië bleven. De betekenis is: verlaat haastig het tegenwoordige gevaar en wat de Babyloniërs boven het hoofd hangt, en voeg u bij Gods gemeente. Zie Jes. 48:20.

uit het Noorderland, Dat is, uit Babylonië, hetwelk aan het land van Juda tegen het noorden lagf. Zie Jer. 6:22 , en Jer. 16:15 .

Hertaald: uit het Noorderland, Dat is: uit Babylonië, dat ten noorden van het land Juda lag. Zie Jer. 6:22 en Jer. 16:15.

want Ik heb ulieden uitgebreid Of, dewijl Ik ulieden [die als een vogeltje in een kooi zijt besloten geweest] nu uit die Babylonische gevangenschap heb verlost, alzo dat gij in het vrije veld moogt reizen en trekken waarheen het u belieft. Of, gelijk Ik ulieden voordezen in vier winden of gewesten der wereld verstrooid heb, alzo zal Ik u ook weder verzamelen en bij elkander brengen.

Hertaald: want Ik heb ulieden uitgebreid Of: omdat Ik u — die als een vogeltje in een kooi opgesloten geweest bent — nu uit die Babylonische gevangenschap verlost heb, zodat u in het vrije veld mag reizen en trekken waarheen u wilt. Of: zoals Ik u vroeger in de vier winden of streken van de wereld verstrooid heb, zo zal Ik u ook weer verzamelen en bijeenbrengen.

naar de vier winden des hemels, Dat is, zo wijd als de vier winden strekken. Anders: als de vier winden des hemels of in de vier winden. Verg. Ezech. 17:21 .

Hertaald: naar de vier winden des hemels, Dat is: zo wijd als de vier winden reiken. Anders: als de vier winden van de hemel, of: in de vier winden. Vergelijk Ezech. 17:21.

Zacharia 2 vers 7

ontkomt gij, De zin is: Verlaat Babel en vervoegt u tot de kerk.

Hertaald: ontkomt gij, De betekenis is: verlaat Babel en voeg u bij de kerk.

Zacharia 2 vers 8

Naar de heerlijkheid over u, Dat is, naardat Hij voorgenoemd had u te verheerlijken door de verlossing uit Babel.

Hertaald: Naar de heerlijkheid over u, Dat is: overeenkomstig het feit dat Hij Zich voorgenomen had u te verheerlijken door de verlossing uit Babel.

tot die heidenen, Of, tegen de heidenen, te weten tegen de Chaldeën en andere uwe vijanden; alsof hij zeide: Dewijl God heeft begonnen zijne genade ulieden te bewijzen, zo wil Hij voortaan zulks nog meer doen, daarom heeft Hij mij gezonden om ulieden te beschermen voor het geweld uwer vijanden, dat zij u niet beschadigen, noch op den weg, noch tehuis.

Hertaald: tot die heidenen, Of: tegen de heidenen, namelijk tegen de Chaldeeën en uw andere vijanden. Alsof hij zei: omdat God begonnen is u Zijn genade te bewijzen, wil Hij dat voortaan nog meer doen; daarom heeft Hij mij gezonden om u te beschermen tegen het geweld van uw vijanden, zodat zij u geen schade toebrengen, niet onderweg en niet thuis.

Zijn oogappel aan Te weten, des Heeren. De zin is: Die ulieden beledigt of schade aandoet; dat is zoveel alsof hij den Heere zelf beschadigde, hetwelk Hij wreken zal; zie Deut. 32:10 ; Ps. 17:8 , en Hand. 9:4 .

Hertaald: Zijn oogappel aan Namelijk van de HEERE. De betekenis is: wie u beledigt of schade toebrengt, doet daarmee als het ware de HEERE Zelf schade — en dat zal Hij wreken; zie Deut. 32:10; Ps. 17:8 en Hand. 9:4.

Zacharia 2 vers 9

Want ziet, Of, voorwaar.

Hertaald: Want ziet, Of: zeker.

Ik zal Mijn hand Dat is, Ik zal hen door mijne kracht tehuis zoeken en kastijden.

Hertaald: Ik zal Mijn hand Dat is: Ik zal hen door Mijn kracht thuiszoeken en kastijden.

over henlieden bewegen, Te weten, over, of tegen de heidenen, de Babyloniërs en andere volken, die u beroofd hebben.

Hertaald: over henlieden bewegen, Namelijk over of tegen de heidenen, de Babyloniërs en andere volken die u beroofd hebben.

hunnen knechten Te weten, den Joden, die zij gevankelijk hebben gehouden, en die hen tevoren hebben moeten dienen als hun arme onderdanen. Doch versta dit geestelijkerwijze aldus, dat de vijanden der kerk Gods tot Christus bekeerd zijnde, alles wat zij hebben, Christus zullen opofferen.

Hertaald: hunnen knechten Namelijk voor de Joden, die zij gevangen gehouden hebben en die hen tevoren als arme onderdanen hebben moeten dienen. Maar versta dit geestelijk zo, dat de vijanden van Gods kerk, wanneer zij tot Christus bekeerd zijn, alles wat zij hebben aan Christus zullen opofferen.

Alzo zult gijlieden weten, Dit zijn nog al de woorden des Heeren Christus. En weten is hier te zeggen, metterdaad of bij ervarenheid bevinden.

Hertaald: Alzo zult gijlieden weten, Dit zijn nog steeds de woorden van de Heere Christus. En weten betekent hier: metterdaad of bij ervaring ondervinden.

dat de HEERE der heirscharen Hij wil zeggen: Gijlieden zult weten en verstaan dat Ik de Zoon Gods ben, die tot ulieden gezonden ben om ulieden dit nu tevoren te verkondigen, en ter bestemder tijd in het werk te stellen. Christus, als Middelaar, wordt van zijnen Vader ten beste zijner kerk gezonden.

Hertaald: dat de HEERE der heirscharen Hij wil zeggen: u zult weten en verstaan dat Ik de Zoon van God ben, Die tot u gezonden is om u dit van tevoren te verkondigen en het op de bepaalde tijd ten uitvoer te brengen. Christus wordt als Middelaar door Zijn Vader gezonden ten beste van Zijn kerk.

Zacharia 2 vers 10

Juich en verblijd u, Dit spreekt Christus tot de gelovige Joden; en dit is de zin alsof Christus zei: Ik zal niet verschijnen in de schaduwen van het Oude Testament, maar lichamelijk; Joh. 1:14 ; Kol. 2:9 , en 1 Tim. 3:16 .

Hertaald: Juich en verblijd u, Dit spreekt Christus tot de gelovige Joden. De betekenis is, alsof Christus zei: Ik zal niet verschijnen in de schaduwen van het Oude Testament, maar lichamelijk; Joh. 1:14; Kol. 2:9 en 1 Tim. 3:16.

Zacharia 2 vers 11

vele heidenen Of volken, of natiën. Het woord velen ziet voornamelijk op de tijden der predikatiën van de apostelen; zie Jes. 2:2-3 .

Hertaald: vele heidenen Of: volken, of naties. Het woord vele ziet vooral op de tijd van de prediking van de apostelen; zie Jes. 2:2-3.

te dien dage Te weten, ten dage van de geestelijke verlossing der kerk door Christus, die door de lichamelijke verlossing van het Joodse volk uit de Babylonische gevangenschap is afgebeeld geworden.

Hertaald: te dien dage Namelijk op de dag van de geestelijke verlossing van de kerk door Christus, die afgebeeld is door de lichamelijke verlossing van het Joodse volk uit de Babylonische gevangenschap.

van u wonen; O Zion, o mijne gemeente, Ik zal onder u wonen, prediken en wonderen doen.

Hertaald: van u wonen; O Sion, o Mijn gemeente, Ik zal onder u wonen, prediken en wonderen doen.

dat de HEERE der heirscharen Dat is, dat Ik die de Zoon Gods ben, van den Vader gezonden ben om ulieden dit te boodschappen en om in het midden van ulieden te wonen, opdat gijlieden met de heidenen mij toegevoegd zijnde, mijn volk zijt.

Hertaald: dat de HEERE der heirscharen Dat is: dat Ik, Die de Zoon van God ben, door de Vader gezonden ben om u dit te boodschappen en om in uw midden te wonen, opdat u samen met de heidenen aan Mij toegevoegd Mijn volk zult zijn.

Zacharia 2 vers 12

Juda Te weten, de uitverkorenen uit het Joodse volk, de ware Joden, die in Christus geloven zullen.

Hertaald: Juda Namelijk de uitverkorenen uit het Joodse volk, de ware Joden, die in Christus zullen geloven.

erven voor Zijn deel, Dat is, voor zijn eigen volk hebben en houden, en als zijn eigendom beminnen en bewaren. Anders: dan zal de Heere Juda zijn erfdeel erfelijk bezitten; zie Deut. 32:9 .

Hertaald: erven voor Zijn deel, Dat is: als Zijn eigen volk hebben en houden, en als Zijn eigendom beminnen en bewaren. Anders: dan zal de HEERE Juda, Zijn erfdeel, erfelijk bezitten; zie Deut. 32:9.

in het heilige land, Hebr. in het land der heiligheid; dat is, in het land Kanaän, afbeeldende de kerk Gods.

Hertaald: in het heilige land, Hebreeuws: in het land van de heiligheid; dat is: in het land Kanaän, dat de kerk van God afbeeldt.

verkiezen Zie de aantekening bij Zach. 1:17 .

Hertaald: verkiezen Zie de aantekening bij Zach. 1:17.

Zacharia 2 vers 13

Zwijg, Zie Hab. 2:20 ; Sef. 1:7 .

Hertaald: Zwijg, Zie Hab. 2:20; Zef. 1:7.

alle vlees, Dat is, alle mensen. Zie Ps. 65:3 de aantekening aldaar.

Hertaald: alle vlees, Dat is: alle mensen. Zie Ps. 65:3 met de aantekening daar.

Hij is ontwaakt Dat is, Hij heeft zijn goddelijke macht geopenbaard door de verlossing zijner kerk. Anders: als Hij ontwaakt zal zijn, te weten tot verlossing van zijn volk.

Hertaald: Hij is ontwaakt Dat is: Hij heeft Zijn goddelijke macht geopenbaard door de verlossing van Zijn kerk. Anders: wanneer Hij ontwaakt zal zijn, namelijk tot verlossing van Zijn volk.

uit Zijn heilige woning Dat is, uit den hemel. Zie Deut. 26:15 , en Ps. 11:4 .

Hertaald: uit Zijn heilige woning Dat is: uit de hemel. Zie Deut. 26:15 en Ps. 11:4.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Een vurige muur rondom  — het derde nachtgezicht: een man met een meetsnoer, en een stad die geen muur nodig heeft omdat de HEERE Zelf haar bescherming is (Zach. 2:1-5)

"Wederom hief ik mijn ogen op, en ik zag; en ziet, er was een man, en in zijn hand was een meetsnoer" (Zach. 2:1). Zijn doel: "Om Jeruzalem te meten; om te zien, hoe groot haar breedte, en hoe groot haar lengte wezen zal" (Zach. 2:2). Maar het antwoord dat volgt, gaat verder dan meten: "Jeruzalem zal dorpsgewijze bewoond worden, vanwege de veelheid der mensen en der beesten" (Zach. 2:4), en: "Ik zal haar wezen, spreekt de HEERE, een vurige muur rondom; en Ik zal tot heerlijkheid wezen in het midden van haar" (Zach. 2:5).

Bijbelse betekenis: Merk op wat de man met het meetsnoer wilde doen: de stad opmeten, zoals men een stad meet om er een muur omheen te bouwen die bij haar grootte past. Let vervolgens op het antwoord dat dit plan overstijgt: Jeruzalem zal zó groeien dat zij niet meer binnen muren te vatten is — dorpsgewijze bewoond, zonder omwalling. Let ten slotte op wat haar bescherming dan wél is: geen stenen muur, maar de HEERE Zelf, als een vurige muur rondom, en Zijn heerlijkheid in haar midden.

Typologie: Een stad zonder muur, waar de HEERE Zelf de bescherming en het licht is, wordt in het laatste boek beschreven als het nieuwe Jeruzalem, dat geen tempel nodig heeft "want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam" (reeds behandeld bij Op. 21:22-23).

Zach. 2:1-5; Op. 21:22-23

Die ulieden aanraakt, die raakt Zijn oogappel aan  — een van de tederste beelden van het boek, midden in een aankondiging van oordeel over de volken (Zach. 2:6-9)

"Hui, hui, vliedt toch uit het Noorderland, spreekt de HEERE" (Zach. 2:6), met de oproep aan wie nog in ballingschap zaten: "Hui, Sion! ontkomt gij, die woont bij de dochter van Babel!" (Zach. 2:7). Dan de reden: "Naar de heerlijkheid over u, heeft Hij mij gezonden tot die heidenen, die ulieden beroofd hebben; want die ulieden aanraakt, die raakt Zijn oogappel aan" (Zach. 2:8).

Bijbelse betekenis: Merk op de dringende toon van dit gedeelte: hui, hui, een dubbele uitroep die haast uitdrukt, gericht tot wie nog in het Noorderland — Babel — achtergebleven waren. Let vervolgens op het beeld van de oogappel: het meest kwetsbare, onwillekeurig beschermde deel van het lichaam. Wie Gods volk aanraakt, raakt volgens dit vers niet een verre bezitting aan, maar iets dat zo dicht bij God staat als het oogwit bij het oog. Let ten slotte op wat daarop volgt in Zach. 2:9: Ik zal Mijn hand over henlieden bewegen — het is God Zelf Die optreedt tegen wie Zijn volk kwetst.

Typologie: Datzelfde beeld van de oogappel gebruikte Mozes al voor Gods zorg over Israël in de woestijn: "Hij vond hem in een land der woestijn, en in een woeste huilende wildernis; Hij voerde hem rondom, Hij onderwees hem, Hij bewaarde hem als Zijn oogappel" (reeds behandeld bij Deut. 32:10).

Zach. 2:6-9; Deut. 32:10

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Ik kom, en Ik zal in het midden van u wonen — 2:4-13

God bij Zijn volk niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking

De ballingen zijn terug en beginnen aan de herbouw. De tempel is een bouwput, de stad ligt zonder muren, en Zacharia ziet een jongeman met een meetsnoer die Jeruzalem wil opmeten.

De stad krijgt geen muur maar een belofte: God zal er Zelf omheen staan, en midden erin wonen.

De jongeman met het meetsnoer wordt tegengehouden. Er hoeft niet gemeten te worden, want de stad zal niet in een omtrek passen: zij zal dorpsgewijze bewoond worden, vanwege de veelheid van mensen en beesten die erin zullen zijn.

En dan de belofte die in de plaats van de muur komt: “En Ik zal haar wezen, spreekt de HEERE, een vurige muur rondom; en Ik zal tot heerlijkheid wezen in het midden van haar.”

De kanttekening legt dat beeld uit: Hij zal hen zo beschutten dat hun vijanden hen niet kunnen naderen, en wie hen toch aantast zal als met vuur verteerd worden. Zij verwijst daarbij naar de vurige wagens die de knecht van Elisa mocht zien.

Dus geen steen om de stad, maar vuur. En de heerlijkheid staat niet meer in een gebouw, maar in het midden van de stad zelf.

Daarop volgt het vers waar deze post om draait: “Juich en verblijd u, gij dochter Sions; want zie, Ik kom, en Ik zal in het midden van u wonen, spreekt de HEERE.”

Dat is de oude belofte, en zij loopt door de hele Schrift. In Leviticus stond zij zo: “En Ik zal Mijn tabernakel in het midden van u zetten.” Ezechiël herhaalde haar toen de tempel in puin lag. En hier wordt zij herhaald aan mensen die net terug zijn en de tempel opnieuw moeten opbouwen — met de nadruk op dat ene woordje: Ik kom.

Er staat nog iets bij dat men in dit stadium van de geschiedenis niet verwacht: “En vele heidenen zullen te dien dage den HEERE toegevoegd worden, en zij zullen Mij tot een volk wezen.” Een handjevol teruggekeerde ballingen krijgt te horen dat er volken bij zullen komen.

En het hoofdstuk sluit met een zin die het rumoer van een bouwterrein in één klap stillegt: “Zwijg, alle vlees, voor het aangezicht des HEEREN! want Hij is ontwaakt uit Zijn heilige woning.”

Zo staat deze bladzijde midden in de lijn van het wonen van God bij mensen. Er wordt gebouwd aan een tempel die het niet zal zijn, en er wordt een komst aangekondigd die geen steen nodig heeft. Johannes zou er later één zin over schrijven: het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond.

  1. Leviticus 26:11 — Ik zal Mijn tabernakel in het midden van u zetten.
  2. Ezechiël 37:27 — Diezelfde belofte klinkt als de tempel in puin ligt.
  3. Zacharia 2:5 — Geen muur van steen, maar een vurige muur rondom.
  4. Zacharia 2:10 — Ik kom, en Ik zal in het midden van u wonen.
  5. Johannes 1:14 — Het Woord werd vlees en heeft onder ons gewoond.
  6. Openbaring 21:3 — En ten slotte: de tabernakel Gods is bij de mensen.

In het Nieuwe Testament: Leviticus 26:11-12; Ezechiël 37:27; Johannes 1:14; Openbaring 21:3; 2 Koningen 6:17; Habakuk 2:20

Hoever dit reikt: Wanneer deze belofte vervuld wordt, wordt niet gezegd; de profetie is voor het eerst gericht aan de teruggekeerde ballingen en hun herbouw. Dat het Ik kom van vers 10 mede op de komst in het vlees ziet, is een gevolgtrekking. Zij rust op de overeenkomst met de belofte van het wonen; Zacharia werkt dat hier niet uit. De vurige muur is een beeld en wordt in de kanttekening ook zo verklaard.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Zacharia 2

Zacharia 2:4-5.KruisverwijzingenZacharia 1:17Jesaja 4:5Zacharia 9:8Openbaring 21:23Ezechiël 38:11Jeremia 31:27Jesaja 44:26Micha 7:11
— En hij zeide tot hem: Loop, spreek dezen jongeling aan, zeggende: Jeruzalem zal dorpsgewijze bewoond worden, vanwege de veelheid der mensen en der beesten, die in het midden derzelve wezen zal. En Ik zal haar wezen, spreekt de HEERE, een vurige muur rondom; en Ik zal tot heerlijkheid wezen in het midden van haar.
“En hij zeide tot hem: Loop, spreek dezen jongeling aan, zeggende: Jeruzalem zal dorpsgewijze bewoond worden, vanwege de veelheid der mensen en der beesten, die in het midden derzelve wezen zal. En Ik zal haar wezen, spreekt de HEERE, een vurige muur rondom; en Ik zal tot heerlijkheid wezen in het midden van haar.”

Dit gezicht en deze profetie openen ons genadig de toekomstige geschiedenis van Jeruzalem. Wij mogen haar vergeestelijken en zeggen dat Jeruzalem de gemeente betekent. Maar wij moeten de letterlijke betekenis van de woorden niet vergeten, zoals die van vers 12: “Dan zal de HEERE Juda erven voor Zijn deel, in het heilige land, en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.” Er wordt over Jeruzalem gesproken, en Jeruzalem is bedoeld.

Een man met een meetsnoer staat op het punt de lengte en de breedte van de stad te meten. Hij wordt in zijn werk gestoord door een andere engel. Die voorzegt dat Jeruzalem zich sterk zal uitbreiden, in mensen zowel als in vee, en dat zij als een stad zonder muren zal zijn.

Deze profetie is nog niet vervuld. Zij kan een gedeeltelijke vervulling gehad hebben in die tijden van vrede voor de komst van de Christus. Maar zelfs toen was Jeruzalem met een driedubbele muur omringd. En al was er een grote bevolking buiten de stad, zonder muren was zij toen niet. De heerlijkheid van God was ook niet in enige uitnemende mate in het midden van haar.

Ik geloof dat deze plaats op een gelukkige en heerlijke toekomst ziet die nog komen moet. Dan zal de stad Jeruzalem geen muren hebben, maar alleen de bescherming van de HEERE, en zij zal zich wijd en ver uitstrekken. Het Joodse volk en hun koninklijke stad zullen het middelpunt blijven van de openbaringen van de goddelijke heerlijkheid. De volken van de aarde zullen aan de HEERE toegevoegd worden, als een bevolking rondom de uitverkoren stad.

Zacharia 2:8.KruisverwijzingenDeuteronomium 32:10Psalmen 17:8Johannes 14:26Johannes 15:211 Johannes 4:9Amos 1:32 Thessalonicenzen 1:6Amos 1:11
— Want zo zegt de HEERE der heirscharen: Naar de heerlijkheid over u, heeft Hij mij gezonden tot die heidenen, die ulieden beroofd hebben; want die ulieden aanraakt, die raakt Zijn oogappel aan.
“Want zo zegt de HEERE der heirscharen: Naar de heerlijkheid over u, heeft Hij mij gezonden tot die heidenen, die ulieden beroofd hebben; want die ulieden aanraakt, die raakt Zijn oogappel aan.”

God acht Zijn volk hoog. Hij acht hen even hoog als mensen hun gezichtsvermogen achten. En Hij is er even zorgvuldig op hen voor schade te bewaren als mensen zijn om de appel van hun oog te beschermen. De appel van het oog is het meest kwetsbare en gevoeligste deel van het meest kwetsbare orgaan. Hij zet ons dus treffend de onuitsprekelijke tederheid van Gods liefde voor.

Het is een verborgenheid van goedertierenheid en liefde. De HEERE troont boven de omtrek van de aarde, en de inwoners zijn als grasgrachten. De volken zijn als een druppel in een emmer en worden geacht als een stofje aan de weegschaal. Hoe wonderlijk is het dan dat Hij gedachten van eeuwige liefde heeft over zulke nietige dingen.

Het is verwonderlijk dat God zulke onbeduidende schepselen als wij zijn zelfs opmerkt. Dat Hij, in Zijn oneindigheid, zelfs vermaak weet te vinden in dit druppeltje stof dat wij de wereld noemen. Maar die verwondering wordt volkomen overtroffen door een andere: dat God zulke volstrekt waardeloze schepselen ook nog liéfheeft.

Eén van de redenen van die hoogachting is dat Gods volk het voorwerp is van de kostbaarste koop die ooit gedaan is. Zij zijn niet verlost met verderfelijke dingen, met zilver of goud, maar met het dierbare bloed van Christus. Wij denken te gering over onszelf wanneer wij ons op minder schatten dan de prijs die Jezus betaald heeft. Wij onteren de Heere Die ons gekocht heeft, als wij menen dat wij alleen goed genoeg zijn om voor het vlees te leven.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Sta aan de voet van Golgotha en laat het kermen van Christus u door het hart gaan. Zie Zijn hoofd met doornen gekroond; kijk naar Zijn handen en Zijn voeten, die als fonteinen van bloed stromen. Denk een ogenblik aan de vreselijke benauwdheid die Zijn ziel geleden heeft, aan de onbekende smarten die Hij droeg toen Hij onze zielen voor God verloste. Dan zult u gemakkelijk besluiten dat zulke verbazende liefde, die zo’n ontzaglijke prijs betalen kon, haar greep niet licht laat varen op wat zij voor Zichzelf gekocht heeft.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content