Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Zacharia 12

1 De last van het woord des HEEREN over Israel. De HEERE spreekt, Die den hemel uitbreidt, en de aarde grondvest, en des mensen geest in zijn binnenste formeert.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 De lastH4853 van het woordH1697 des HEERENH3068 overH5921 IsraelH3478. De HEEREH3068 spreektH5002, Die den hemelH8064 uitbreidtH5186, en de aardeH776 grondvestH3245, en des mensenH120 geestH7307 in zijn binnensteH7130 formeertH3335. De last van het woord des HEEREN over Israel. De HEERE spreekt, Die den hemel uitbreidt, en de aarde grondvest, en des mensen geest in zijn binnenste formeert.

KJV The burden1 of the word2 of the LORD3 for Israel,5 saith6 the LORD,7 which stretcheth8 forth the heavens,9 and layeth the foundation10 of the earth,11 and formeth12 the spirit13 of man14 within

1 מַשָּׂ֥א H4853 last, opheffen, bezwaarnis burden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 7 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 נֹטֶ֤ה H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 9 שָׁמַ֨יִם֙ H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 10 וְיֹסֵ֣ד H3245 gegrond, gegrondvest, grond appoint, take counsel, establish, (lay the, lay for a) found(-ation), instruct, lay, ordain, set, [idiom] sure 11 אָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 וְיֹצֵ֥ר H3335 geformeerd, formeert, pottenbakker [idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose 13 רֽוּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 14 אָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 15 בְּקִרְבּֽוֹ H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Ziet, Ik zal Jeruzalem stellen tot een drinkschaal der zwijmeling allen volken rondom; ja, ook zal zij zijn over Juda, in de belegering tegen Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 ZietH2009, IkH595 zal JeruzalemH3389 stellenH7760 tot een drinkschaalH5592 der zwijmelingH7478 allenH3605 volkenH5971 rondomH5439; ja, ookH1571 zal zij zijn overH5921 JudaH3063, in de belegeringH4692 tegenH5921 JeruzalemH3389. Ziet, Ik zal Jeruzalem stellen tot een drinkschaal der zwijmeling allen volken rondom; ja, ook zal zij zijn over Juda, in de belegering tegen Jeruzalem.

KJV Behold, I will make3 Jerusalem5 a cup6 of trembling7 unto all the people9 round about,10 when they shall be in the siege15 both against Judah13 and against Jerusalem.

1 הִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 אָ֠נֹכִי H595 ik, mij I, me, [idiom] which 3 שָׂ֣ם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 יְרוּשָׁלִַ֧ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 6 סַף H5592 dorpel, dorpelen, schalen bason, bowl, cup, door (post), gate, post, threshold 7 רַ֛עַל H7478 zwijmeling trembling 8 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 הָעַמִּ֖ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 סָבִ֑יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 11 וְגַ֧ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 יְהוּדָ֛ה H3063 Juda Judah 14 יִֽהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 15 בַמָּצ֖וֹר H4692 belegering, vaste, bolwerk besieged, bulwark, defence, fenced, fortress, siege, strong (hold), tower 16 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Jeruzalem stellen zal tot een lastigen steen allen volken; allen, die zich daarmede beladen, zullen gewisselijk doorsneden worden; en al de volken der aarde zullen zich tegen haar verzamelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En het zal te dien dageH3117 geschiedenH1961, datH1931 Ik JeruzalemH3389 stellenH7760 zal tot een lastigenH4614 steenH68 allenH3605 volken; allenH3605, die zich daarmede beladenH6006, zullen gewisselijkH8295 doorsnedenH8295 worden; en alH3605 de volken der aardeH776 zullen zich tegenH5921 haar verzamelenH622. En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Jeruzalem stellen zal tot een lastigen steen allen volken; allen, die zich daarmede beladen, zullen gewisselijk doorsneden worden; en al de volken der aarde zullen zich tegen haar verzamelen.

Ook in dit vers volkenH1471 volkenH5971

KJV And in that day2 will I make4 Jerusalem6 a burdensome8 stone7 for all people:10 all that burden12 themselves with it shall be cut in pieces,13 though all the people18 of the earth19 be gathered together

1 וְהָיָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בַיּוֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הַ֠הוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 אָשִׂ֨ים H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 יְרוּשָׁלִַ֜ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 7 אֶ֤בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 8 מַֽעֲמָסָה֙ H4614 lastigen burdensome 9 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 הָ֣עַמִּ֔ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 עֹמְסֶ֖יהָ H6006 laden, beladen, gedragen be borne, (heavy) burden (self), lade, load, put 13 שָׂר֣וֹט H8295 doorsneden, gewisselijk, snijden cut in pieces, make (cuttings) pieces 14 יִשָּׂרֵ֑טוּ H8295 doorsneden, gewisselijk, snijden cut in pieces, make (cuttings) pieces 15 וְנֶאֶסְפ֣וּ H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 16 עָלֶ֔יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 18 גּוֹיֵ֥י H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 19 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Te dien dage, spreekt de HEERE, zal Ik alle paarden met schuwigheid slaan, en hun ruiters met zinneloosheid; maar over het huis van Juda zal Ik Mijn ogen openen, en alle paarden der volken zal Ik met blindheid slaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Te dienH1931 dageH3117, spreektH5002 de HEEREH3068, zal Ik alleH3605 paardenH5483 met schuwigheidH8541 slaanH5221, en hun ruitersH7392 met zinneloosheidH7697; maar overH5921 het huisH1004 van JudaH3063 zal Ik Mijn ogenH5869 openenH6491, en alleH3605 paardenH5483 der volkenH5971 zal Ik met blindheidH5788 slaanH5221. Te dien dage, spreekt de HEERE, zal Ik alle paarden met schuwigheid slaan, en hun ruiters met zinneloosheid; maar over het huis van Juda zal Ik Mijn ogen openen, en alle paarden der volken zal Ik met blindheid slaan.

KJV In that day,1 saith3 the LORD,4 I will smite5 every horse7 with astonishment,8 and his rider9 with madness:10 and I will open14 mine eyes16 upon the house12 of Judah,13 and will smite20 every horse18 of the people19 with blindness.

1 בַּיּ֨וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הַה֜וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 4 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אַכֶּ֤ה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 6 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 סוּס֙ H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 8 בַּתִּמָּה֔וֹן H8541 schuwigheid, verbaasdheid astonishment 9 וְרֹכְב֖וֹ H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 10 בַּשִּׁגָּע֑וֹן H7697 onzinnigheid, onzinniglijk, zinneloosheid furiously, madness 11 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 בֵּ֤ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 13 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 14 אֶפְקַ֣ח H6491 open, opende, geopend open 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 עֵינַ֔י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 17 וְכֹל֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 18 ס֣וּס H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 19 הָֽעַמִּ֔ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 20 אַכֶּ֖ה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 21 בַּֽעִוָּרֽוֹן H5788 blindheid, blinde blind(-ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Dan zullen de leidslieden van Juda in hun hart zeggen: De inwoners van Jeruzalem zullen mij een sterkte zijn in den HEERE der heirscharen, hun God.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Dan zullen de leidsliedenH441 van JudaH3063 in hun hartH3820 zeggenH559: De inwonersH3427 van JeruzalemH3389 zullen mij een sterkteH556 zijn in den HEEREH3068 der heirscharenH6635, hun GodH430. Dan zullen de leidslieden van Juda in hun hart zeggen: De inwoners van Jeruzalem zullen mij een sterkte zijn in den HEERE der heirscharen, hun God.

KJV And the governors2 of Judah3 shall say1 in their heart,4 The inhabitants7 of Jerusalem8 shall be my strength5 in the LORD9 of hosts10 their God.

1 וְאָֽמְר֛וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אַלֻּפֵ֥י H441 vorst, vorsten, leidsman captain, duke, (chief) friend, governor, guide, ox 3 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 4 בְּלִבָּ֑ם H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 5 אַמְצָ֥ה H556 sterkte strength 6 לִי֙ 7 יֹשְׁבֵ֣י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 8 יְרוּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 9 בַּיהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 11 אֱלֹהֵיהֶֽם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Te dien dage zal Ik de leidslieden van Juda stellen als een vurige haard onder het hout, en als een vurige fakkel onder de schoven; en zij zullen ter rechterzijde en ter linkerzijde alle volken rondom verteren; en Jeruzalem zal nog blijven in haar plaats te Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Te dien dageH3117 zal Ik de leidsliedenH441 van JudaH3063 stellenH7760 als een vurigeH784 haardH3595 onder het houtH6086, en als een vurigeH784 fakkelH3940 onder de schovenH5995; en zij zullen ter rechterzijdeH3225 en ter linkerzijdeH8040 alleH3605 volkenH5971 rondomH5439 verterenH398; en JeruzalemH3389 zal nogH5750 blijven in haar plaatsH8478 te JeruzalemH3389. Te dien dage zal Ik de leidslieden van Juda stellen als een vurige haard onder het hout, en als een vurige fakkel onder de schoven; en zij zullen ter rechterzijde en ter linkerzijde alle volken rondom verteren; en Jeruzalem zal nog blijven in haar plaats te Jeruzalem.

KJV In that day1 will I make3 the governors5 of Judah6 like an hearth7 of fire8 among the wood,9 and like a torch10 of fire11 in a sheaf;12 and they shall devour13 all the people20 round about,21 on the right hand15 and on the left:17 and Jerusalem23 shall be inhabited22 again in her own place, even in Jerusalem.

1 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הַה֡וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 אָשִׂים֩ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 אַלֻּפֵ֨י H441 vorst, vorsten, leidsman captain, duke, (chief) friend, governor, guide, ox 6 יְהוּדָ֜ה H3063 Juda Judah 7 כְּֽכִיּ֧וֹר H3595 wasvat, wasvaten, haard hearth, laver, pan, scaffold 8 אֵ֣שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 9 בְּעֵצִ֗ים H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 10 וּכְלַפִּ֥יד H3940 fakkelen, fakkel, bliksemen (fire-) brand, (burning) lamp, lightning, torch 11 אֵשׁ֙ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 12 בְּעָמִ֔יר H5995 garven, garve, schoven handful, sheaf 13 וְאָ֨כְל֜וּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 יָמִ֧ין H3225 rechterhand, rechter, rechterschouder [phrase] left-handed, right (hand, side), south 16 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 שְׂמֹ֛אול H8040 linkerhand, linkerzijde, linker left (hand, side) 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 20 הָעַמִּ֖ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 21 סָבִ֑יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 22 וְיָשְׁבָ֨ה H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 23 יְרוּשָׁלִַ֥ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 24 ע֛וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 25 תַּחְתֶּ֖יהָ H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 26 בִּירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En de HEERE zal de tenten van Juda ten voorste behouden, opdat de heerlijkheid van het huis Davids, en de heerlijkheid der inwoners van Jeruzalem, zich niet verheffe tegen Juda.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En de HEEREH3068 zal de tentenH168 van JudaH3063 ten voorsteH7223 behoudenH3467, opdatH4616 de heerlijkheidH8597 van het huisH1004 DavidsH1732, en de heerlijkheidH8597 der inwonersH3427 van JeruzalemH3389, zich nietH3808 verheffeH1431 tegenH5921 JudaH3063. En de HEERE zal de tenten van Juda ten voorste behouden, opdat de heerlijkheid van het huis Davids, en de heerlijkheid der inwoners van Jeruzalem, zich niet verheffe tegen Juda.

KJV The LORD2 also shall save1 the tents4 of Judah5 first,6 that the glory10 of the house11 of David12 and the glory13 of the inhabitants14 of Jerusalem15 do not magnify9 themselves against Judah.

1 וְהוֹשִׁ֧יעַ H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 2 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 אָהֳלֵ֥י H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 5 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 6 בָּרִֽאשֹׁנָ֑ה H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 7 לְמַ֨עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 8 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 תִגְדַּ֜ל H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 10 תִּפְאֶ֣רֶת H8597 heerlijkheid, sieraad, sierlijke beauty(-iful), bravery, comely, fair, glory(-ious), honour, majesty 11 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 דָּוִ֗יד H1732 David, Davids David 13 וְתִפְאֶ֛רֶת H8597 heerlijkheid, sieraad, sierlijke beauty(-iful), bravery, comely, fair, glory(-ious), honour, majesty 14 יֹשֵׁ֥ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 15 יְרוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 16 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 יְהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Te dien dage zal de HEERE de inwoners van Jeruzalem beschutten; en die, die onder hen struikelen zou, zal te dien dage zijn als David; en het huis Davids zal zijn als goden; als de Engel des HEEREN voor hun aangezicht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Te dien dageH3117 zal de HEEREH3068 de inwonersH3427 van JeruzalemH3389 beschuttenH1598; en die, die onder hen struikelenH3782 zou, zal te dien dageH3117 zijn als DavidH1732; en het huisH1004 DavidsH1732 zal zijn als godenH430; als de EngelH4397 des HEERENH3068 voor hun aangezichtH6440. Te dien dage zal de HEERE de inwoners van Jeruzalem beschutten; en die, die onder hen struikelen zou, zal te dien dage zijn als David; en het huis Davids zal zijn als goden; als de Engel des HEEREN voor hun aangezicht.

KJV In that day1 shall the LORD4 defend3 the inhabitants6 of Jerusalem;7 and he that is feeble9 among them at that day11 shall be as David;13 and the house14 of David15 shall be as God,16 as the angel17 of the LORD18 before

1 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הַה֗וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 יָגֵ֤ן H1598 beschermen, beschutten, beschuttende defend 4 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 בְּעַד֙ H1157 voor, om; door heen about, at by (means of), for, over, through, up (-on), within 6 יוֹשֵׁ֣ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 7 יְרוּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 8 וְהָיָ֞ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 הַנִּכְשָׁ֥ל H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak 10 בָּהֶ֛ם 11 בַּיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 12 הַה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 13 כְּדָוִ֑יד H1732 David, Davids David 14 וּבֵ֤ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 דָּוִיד֙ H1732 David, Davids David 16 כֵּֽאלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 17 כְּמַלְאַ֥ךְ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 18 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 19 לִפְנֵיהֶֽם H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik zal zoeken te verdelgen alle heidenen, die tegen Jeruzalem aankomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En het zal te dien dageH3117 geschiedenH1961, datH1931 Ik zal zoekenH1245 te verdelgenH8045 alleH3605 heidenenH1471, die tegenH5921 JeruzalemH3389 aankomenH935. En het zal te dien dage geschieden, dat Ik zal zoeken te verdelgen alle heidenen, die tegen Jeruzalem aankomen.

KJV And it shall come to pass in that day,2 that I will seek4 to destroy5 all the nations8 that come9 against Jerusalem.

1 וְהָיָ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הַה֑וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 אֲבַקֵּ֗שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 5 לְהַשְׁמִיד֙ H8045 verdelgd, verdelgen, verdelgde destory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 הַגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 9 הַבָּאִ֖ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklage over een enigen zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Doch over het huisH1004 DavidsH1732, en over de inwonersH3427 van JeruzalemH3389, zal Ik uitstortenH8210 den GeestH7307 der genadeH2580 en der gebedenH8469; en zij zullen Mij aanschouwenH5027, DienH834 zij doorstokenH1856 hebben, en zij zullen over Hem rouwklagenH5594, als met de rouwklageH4553 over een enigenH3173 zoonH5921; en zij zullen over Hem bitterlijk kermenH4843, gelijk men bitterlijk kermtH4843 over een eerstgeboreneH1060. Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklage over een enigen zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.

KJV And I will pour1 upon the house3 of David,4 and upon the inhabitants6 of Jerusalem,7 the spirit8 of grace9 and of supplications:10 and they shall look11 upon me whom they have pierced,15 and they shall mourn for him, as one mourneth16 for his only20 son, and shall be in bitterness21 for him, as one that is in bitterness23 for his firstborn.

1 וְשָׁפַכְתִּי֩ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 בֵּ֨ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 4 דָּוִ֜יד H1732 David, Davids David 5 וְעַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 יוֹשֵׁ֣ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 7 יְרוּשָׁלִַ֗ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 8 ר֤וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 9 חֵן֙ H2580 genade, aangenaam, gunst favour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured 10 וְתַ֣חֲנוּנִ֔ים H8469 smekingen, gebeden intreaty, supplication 11 וְהִבִּ֥יטוּ H5027 aanschouwen, aanschouwt, zag (cause to) behold, consider, look (down), regard, have respect, see 12 אֵלַ֖י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 אֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 דָּקָ֑רוּ H1856 doorstoken, doorstak, doorsteek pierce, strike (thrust) through, wound 16 וְסָפְד֣וּ H5594 beklagen, rouwklagen, misbaar lament, mourn(-er), wail 17 עָלָ֗יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 כְּמִסְפֵּד֙ H5594 beklagen, rouwklagen, misbaar lament, mourn(-er), wail 19 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 הַיָּחִ֔יד H3173 enige, enigen, eenzame darling, desolate, only (child, son), solitary 21 וְהָמֵ֥ר H4843 bitter, bitterheid aangedaan, verbitterd (be, be in, deal, have, make) bitter(-ly, -ness), be moved with choler, (be, have sorely, it) grieved(-eth), provoke, vex 22 עָלָ֖יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 23 כְּהָמֵ֥ר H4843 bitter, bitterheid aangedaan, verbitterd (be, be in, deal, have, make) bitter(-ly, -ness), be moved with choler, (be, have sorely, it) grieved(-eth), provoke, vex 24 עַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 25 הַבְּכֽוֹר H1060 eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboren eldest (son), firstborn(-ling)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Te dien dage zal te Jeruzalem de rouwklage groot zijn, gelijk die rouwklage van Hadadrimmon, in het dal van Megiddon.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Te dienH1931 dageH3117 zal te JeruzalemH3389 de rouwklageH4553 grootH1431 zijn, gelijk die rouwklageH4553 van HadadrimmonH1910, in het dalH1237 van MegiddonH4023. Te dien dage zal te Jeruzalem de rouwklage groot zijn, gelijk die rouwklage van Hadadrimmon, in het dal van Megiddon.

KJV In that day1 shall there be a great3 mourning4 in Jerusalem,5 as the mourning6 of Hadadrimmon7 in the valley9 of Megiddon.

1 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הַה֗וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 יִגְדַּ֤ל H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 4 הַמִּסְפֵּד֙ H4553 rouwklage, misbaar, weeklage lamentation, one mourneth, mourning, wailing 5 בִּיר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 6 כְּמִסְפַּ֥ד H4553 rouwklage, misbaar, weeklage lamentation, one mourneth, mourning, wailing 7 הֲדַדְ H1910 Hadadrimmon Hadad-rimmon 8 רִמּ֖וֹן H1910 Hadadrimmon Hadad-rimmon 9 בְּבִקְעַ֥ת H1237 vallei, dal, dalen plain, valley 10 מְגִדּֽוֹן H4023 Megiddo, Megiddon Megiddo, Megiddon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En het land zal rouwklagen, elk geslacht bijzonder; het geslacht van het huis Davids bijzonder, en hunlieder vrouwen bijzonder; en het geslacht van het huis van Nathan bijzonder, en hun vrouwen bijzonder;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En het landH776 zal rouwklagenH5594, elk geslachtH4940 bijzonderH905; het geslachtH4940 van het huisH1004 DavidsH1732 bijzonderH905, en hunlieder vrouwenH802 bijzonderH905; en het geslachtH4940 van het huisH1004 van NathanH5416 bijzonderH905, en hun vrouwenH802 bijzonderH905; En het land zal rouwklagen, elk geslacht bijzonder; het geslacht van het huis Davids bijzonder, en hunlieder vrouwen bijzonder; en het geslacht van het huis van Nathan bijzonder, en hun vrouwen bijzonder;

KJV And the land2 shall mourn,1 every3 family4 apart;5 the family6 of the house7 of David8 apart, and their wives10 apart; the family12 of the house13 of Nathan14 apart, and their wives

1 וְסָפְדָ֣ה H5594 beklagen, rouwklagen, misbaar lament, mourn(-er), wail 2 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 מִשְׁפָּח֥וֹת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 4 מִשְׁפָּח֖וֹת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 5 לְבָ֑ד H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 6 מִשְׁפַּ֨חַת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 7 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 דָּוִ֤יד H1732 David, Davids David 9 לְבָד֙ H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 10 וּנְשֵׁיהֶ֣ם H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 11 לְבָ֔ד H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 12 מִשְׁפַּ֤חַת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 13 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 14 נָתָן֙ H5416 Nathan Nathan 15 לְבָ֔ד H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 16 וּנְשֵׁיהֶ֖ם H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 17 לְבָֽד H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Het geslacht van het huis van Levi bijzonder, en hun vrouwen bijzonder; het geslacht van Simei bijzonder, en hun vrouwen bijzonder;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Het geslachtH4940 van het huisH1004 van LeviH3878 bijzonderH905, en hun vrouwenH802 bijzonderH905; het geslachtH4940 van SimeiH8097 bijzonderH905, en hun vrouwenH802 bijzonderH905; Het geslacht van het huis van Levi bijzonder, en hun vrouwen bijzonder; het geslacht van Simei bijzonder, en hun vrouwen bijzonder;

KJV The family1 of the house2 of Levi3 apart, and their wives5 apart; the family7 of Shimei8 apart, and their wives

1 מִשְׁפַּ֤חַת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 2 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 3 לֵוִי֙ H3878 Levi Levi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי) 4 לְבָ֔ד H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 5 וּנְשֵׁיהֶ֖ם H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 6 לְבָ֑ד H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 7 מִשְׁפַּ֤חַת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 8 הַשִּׁמְעִי֙ H8097 Simei, Simeieten of Shimi, Shimites 9 לְבָ֔ד H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 10 וּנְשֵׁיהֶ֖ם H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 11 לְבָֽד H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Al de overige geslachten, elk geslacht bijzonder, en hunlieder vrouwen bijzonder.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Al de overigeH7604 geslachtenH4940, elk geslachtH4940 bijzonderH905, en hunlieder vrouwenH802 bijzonderH905. Al de overige geslachten, elk geslacht bijzonder, en hunlieder vrouwen bijzonder.

KJV All the families2 that remain,3 every family4 apart, and their wives

1 כֹּ֗ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 הַמִּשְׁפָּחוֹת֙ H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 3 הַנִּשְׁאָר֔וֹת H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 4 מִשְׁפָּחֹ֥ת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 5 מִשְׁפָּחֹ֖ת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 6 לְבָ֑ד H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 7 וּנְשֵׁיהֶ֖ם H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 8 לְבָֽד H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Zacharia 12:1 Jesaja 42:5 Jesaja 57:16 Jeremia 51:15 Hebreeën 1:10 Jesaja 44:24 Hebreeën 12:9 Jesaja 48:13 Psalmen 102:25
Zacharia 12:2 Zacharia 14:14 Psalmen 75:8 Jesaja 51:22 Jesaja 51:17 Jeremia 25:17 Openbaring 18:6 Habakuk 2:16 Jeremia 25:15
Zacharia 12:3 Mattheüs 21:44 Zacharia 14:2 Daniël 2:34 Daniël 2:44 Zacharia 14:6 Lukas 20:18 Zacharia 13:1 Obadja 1:18
Zacharia 12:4 Zacharia 12:3 Deuteronomium 28:28 Zacharia 12:8 Handelingen 17:30 Jesaja 37:17 2 Koningen 6:14 Ezechiël 38:4 Jesaja 24:21
Zacharia 12:5 Psalmen 18:32 Zacharia 10:12 Jesaja 28:6 Jesaja 1:10 Jesaja 1:23 Richteren 5:9 Zacharia 12:6 Psalmen 68:34
Zacharia 12:6 Obadja 1:18 Zacharia 2:4 Zacharia 9:15 Jeremia 31:38 Daniël 2:34 Jeremia 30:18 Jesaja 41:15 Micha 5:5
Zacharia 12:7 Job 19:5 Jesaja 23:9 Jakobus 4:6 Zacharia 11:11 Jeremia 30:18 Mattheüs 11:25 Jakobus 2:5 Johannes 7:47
Zacharia 12:8 Micha 7:8 Openbaring 22:16 Zacharia 2:5 Micha 5:8 Psalmen 2:6 Hosea 3:5 Jeremia 27:10 Hosea 1:7
Zacharia 12:9 Jesaja 54:17 Zacharia 14:2 Hagai 2:22 Zacharia 12:2
Zacharia 12:10 Openbaring 1:7 Joël 2:28 Ezechiël 39:29 Jeremia 6:26 Johannes 19:34 Efeze 6:18 Jesaja 44:3 Romeinen 8:26
Zacharia 12:11 2 Koningen 23:29 2 Kronieken 35:24
Zacharia 12:12 2 Samuël 5:14 Openbaring 1:7 Mattheüs 24:30 Lukas 3:31 Zacharia 7:3 Jona 3:5 Jeremia 4:28 Jeremia 13:18
Zacharia 12:13 1 Kronieken 23:7 Maleachi 2:4 1 Kronieken 23:10 Exodus 6:16 Numeri 3:1 1 Kronieken 3:19 2 Samuël 16:5 1 Kronieken 4:27
Zacharia 12:14 Spreuken 9:12
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Zacharia 12 vers 1

last van het woord des HEEREN Dat is, de profetie.

Hertaald: last van het woord des HEEREN Dat is: de profetie.

over Israël Of, belangende Israël, of voor, of aan Israël. Zie Zach. 9:1 . Versta hier door Israël de Christelijke kerk of gemeente uit Joden en heidenen bestaande, welke de apostel noemt het Israël Gods, Gal. 6:16 ; denwelke hier de overwinning over hunne vijanden beloofd wordt.

Hertaald: over Israël Of: aangaande Israël, of: voor of aan Israël. Zie Zach. 9:1. Versta hier onder Israël de christelijke kerk of gemeente, die uit Joden en heidenen bestaat en die de apostel het Israël van God noemt, Gal. 6:16; aan die kerk wordt hier de overwinning over haar vijanden beloofd.

spreekt, Te weten, gelijk hier straks volgt, zie vs.2.

Hertaald: spreekt, Namelijk zoals hierna meteen volgt; zie vers 2.

geest Dat is, ziel.

Hertaald: geest Dat is: ziel.

formeert Of, vormt; ene manier van spreken van de pottenbakkers genomen.

Hertaald: formeert Of: vormt; een manier van spreken die aan de pottenbakkers ontleend is.

Zacharia 12 vers 2

Jeruzalem Hier betekent Jeruzalem de Christelijke kerk of gemeente, gelijk Gal. 4:26 ; Hebr. 12:18 , Hebr. 12:22 .

Hertaald: Jeruzalem Jeruzalem betekent hier de christelijke kerk of gemeente, zoals Gal. 4:26; Hebr. 12:18, Hebr. 12:22.

zwijmeling Of, der beving, of tot een vernijnigen beker, of tot een tuimelbeker, of slaapbeker; dat is, gevuld met wijn, die slaap aanbrengt, tot een vat uit hetwelk alle volken, die tegen het Israël Gods strijden zullen, een dronk zullen moeten drinken, die hen in zwijmeling in slaap brengen zal. De zin is: De vijanden, uit allerlei volken bestaande, die mijne kerk zullen bestrijden en vervolgen, zullen daarmede niets anders gewinnen noch uitrichten, dan dat Ik hen in het vervolgen der kerk zal slaan met razernij en onzinnigheid, alzo dat zij zichzelven zullen te schande maken en in verderf brengen. Verg. Ps. 60:5 ; Jes. 51:22-23 ; Jer. 25:15-16 , en de aantekeningen aldaar.

Hertaald: zwijmeling Of: van de beving, of: tot een bedwelmende beker, of tot een tuimelbeker of slaapbeker; dat is: gevuld met wijn die slaap veroorzaakt — tot een vat waaruit alle volken die tegen het Israël van God zullen strijden een dronk zullen moeten drinken, die hen in bedwelming en slaap zal brengen. De betekenis is: de vijanden uit allerlei volken die Mijn kerk zullen bestrijden en vervolgen, zullen daarmee niets anders bereiken dan dat Ik hen bij dat vervolgen van de kerk zal slaan met razernij en waanzin, zodat zij zichzelf te schande maken en in het verderf storten. Vergelijk Ps. 60:5; Jes. 51:22-23; Jer. 25:15-16 met de aantekeningen daar.

ja, Te weten, de schaal der zwijmeling; te weten als de stad Jeruzalemzal belegerd worden. Als wilde de Heere zeggen: niet alleen de heidense volken, maar ook de Joden, die de Christelijke kerk vervolgen zullen, zullen daarover te schande en ten verdrve komen. Of, en ook zal zij zijn in de belegering tegen Juda, tegen Jeruzalem.

Hertaald: ja, Namelijk de schaal van de bedwelming, wanneer de stad Jeruzalem belegerd zal worden. Alsof de HEERE wilde zeggen: niet alleen de heidense volken, maar ook de Joden die de christelijke kerk zullen vervolgen, zullen daarover te schande en in het verderf komen. Of: en ook zal zij er zijn bij de belegering tegen Juda, tegen Jeruzalem.

Zacharia 12 vers 3

Jeruzalem stellen zal Dat is, de Christelijke kerk.

Hertaald: Jeruzalem stellen zal Dat is: de christelijke kerk.

tot een lastigen steen allen volken; Of, tot een gans zwaren steen. De zin is: Gelijk degenen, die hunne zterkte daaraan bewijzen willen, dat zij een zwaren steen opheffen willen, dikwijls door de zwaarte van denzelven onderdrukt worden; alzo zullen ook degenen, die hunne kracht aan Gods kerk verzoeken willen, daarover vernield worden, en gevoelen hoe zwaar het is tegen den prikkel te stoten. Verg. Luc. 20:18 ; Hand. 9:4-5 .

Hertaald: tot een lastigen steen allen volken; Of: tot een uiterst zware steen. De betekenis is: zij die hun kracht willen bewijzen door een zware steen op te tillen, bezwijken daar vaak zelf onder. Zo zullen ook zij die hun kracht aan Gods kerk willen beproeven daardoor vernietigd worden en ervaren hoe zwaar het is tegen de prikkel te slaan. Vergelijk Luk. 20:18; Hand. 9:4-5.

en al de volken der aarde Of, al verzamelden zich tegen haar alle volken, enz.; te weten die mijne kerk bevechten.

Hertaald: en al de volken der aarde Of: al zouden alle volken zich tegen haar verzamelen, enzovoort, namelijk zij die Mijn kerk bevechten.

Zacharia 12 vers 4

met schuwigheid slaan, Of, met verbaasdheid slaan; dat is, Ik zal hunne macht teniet maken. Verg. Ps. 76:6-7 , enz.

Hertaald: met schuwigheid slaan, Of: met verbijstering slaan; dat is: Ik zal hun macht tenietdoen. Vergelijk Ps. 76:6-7, enzovoort.

over het huis van Juda Dat is, over mijne kerk.

Hertaald: over het huis van Juda Dat is: over Mijn kerk.

zal Ik Mijn ogen openen, Dat is, Ik zal hen gadeslaan, medelijden over hen heddende. Verg. Jer. 39:12 .

Hertaald: zal Ik Mijn ogen openen, Dat is: Ik zal hen gadeslaan en medelijden met hen hebben. Vergelijk Jer. 39:12.

der volken zal Ik met blindheid slaan Te weten, der vijanden mijner kerk.

Hertaald: der volken zal Ik met blindheid slaan Namelijk van de vijanden van Mijn kerk.

Zacharia 12 vers 5

de leidslieden van Juda Dat is, alle voorstanders der kerk.

Hertaald: de leidslieden van Juda Dat is: alle voorstanders van de kerk.

De inwoners van Jeruzalem Dat is, de ledematen der kerk.

Hertaald: De inwoners van Jeruzalem Dat is: de leden van de kerk.

zullen mij een sterkte zijn Of, zijn mij enen sterkte; of dat mij de inwoners van Jeruzalem een sterken moed hebben.

Hertaald: zullen mij een sterkte zijn Of: zijn mij een sterkte; of: dat de inwoners van Jeruzalem mij een sterke moed geven.

in den HEERE der heirscharen, hun God Dat is, dewijl de Heere met hen is, of om des Heeren wil.

Hertaald: in den HEERE der heirscharen, hun God Dat is: omdat de HEERE met hen is, of ter wille van de HEERE.

Zacharia 12 vers 6

als een vurige haard Hebr. als een haard des vuurs; dat is, als, of tot enen haard op welken een vuur brandt, hetwelk het hout, dat er op ligt, verteert. Alzo straks Hebr. als een fakkel des vuurs. De zin is: zij zullen al hunne vijanden overwinnen, hetwelk hier geestelijkerwijze te verstaan is van de overwinning der gelovigen over hun geestelijke vijanden. Verg. Psa 48 , Psa 87 , Psa 125 , Psa 129 .

Hertaald: als een vurige haard Hebreeuws: als een haard van het vuur; dat is: als een haard waarop een vuur brandt dat het hout verteert dat erop ligt. Zo ook meteen daarna, Hebreeuws: als een fakkel van het vuur. De betekenis is: zij zullen al hun vijanden overwinnen — wat hier geestelijk verstaan moet worden van de overwinning van de gelovigen over hun geestelijke vijanden. Vergelijk Ps. 48, Ps. 87, Ps. 125 en Ps. 129.

Jeruzalem zal nog De ware burgers van Jeruzalem, de Christelijke kerk.

Hertaald: Jeruzalem zal nog De ware burgers van Jeruzalem, de christelijke kerk.

blijven Hebr. zitten, of wonen; dat is, blijven.

Hertaald: blijven Hebreeuws: zitten of wonen; dat is: blijven.

in haar plaats te Jeruzalem In die plaats, waar men God in waar geloof aanroept en Hem naar zijnen wil dient, hetzij dan daar, hetzij in de ganse wereld.

Hertaald: in haar plaats te Jeruzalem Op die plaats waar men God in waar geloof aanroept en Hem naar Zijn wil dient — of dat nu daar is of over de hele wereld.

Zacharia 12 vers 7

de tenten van Juda Dat is, de kleinen en onvermogenden in Juda, die buiten Jeruzalem woonden en van het huis van David niet waren.

Hertaald: de tenten van Juda Dat is: de geringen en onvermogenden in Juda, die buiten Jeruzalem woonden en niet tot het huis van David behoorden.

ten voorste Of, ten eerst, [als], eertijds.

Hertaald: ten voorste Of: als eerste, zoals vroeger.

behouden, Of, zaligmaken.

Hertaald: behouden, Of: zalig maken.

de heerlijkheid Of, sierlijkheid; dat is, die van groter aanzien zijn dan de anderen van Juda.

Hertaald: de heerlijkheid Of: sierlijkheid; dat is: zij die van groter aanzien zijn dan de anderen van Juda.

het huis Davids, Dat is, van het geslacht Davids.

Hertaald: het huis Davids, Dat is: van het geslacht van David.

de heerlijkheid der inwoners van Jeruzalem, Dat is, de rijken en de geweldigen tegen de geringen en verarmden.

Hertaald: de heerlijkheid der inwoners van Jeruzalem, Dat is: de rijken en machtigen tegenover de geringen en verarmden.

verheffe tegen Juda Hebr. grootmaken.

Hertaald: verheffe tegen Juda Hebreeuws: grootmaken.

Zacharia 12 vers 8

wie onder hen struikelen zou, Dat is, die zwak is.

Hertaald: wie onder hen struikelen zou, Dat is: wie zwak is.

als David; Te weten, zo dapper in den strijd als eertijds David geweest is. Versta dit van een geestelijke dapperheid, welke de Heilige Geest in de kinderen Gods teweegbrengt.

Hertaald: als David; Namelijk even dapper in de strijd als David vroeger geweest is. Versta dit van een geestelijke dapperheid, die de Heilige Geest in de kinderen van God bewerkt.

het huis Davids zal zijn Het huis van David; dat is, de voorstanders van Gods volk.

Hertaald: het huis Davids zal zijn Het huis van David; dat is: de voorstanders van Gods volk.

als goden; Anders: als God. Anders: als Gods [huis]. Men kan hier door goden verstaan de engelen.

Hertaald: als goden; Anders: als God. Anders: als het huis van God. Men kan hier onder goden de engelen verstaan.

als de Engel des HEEREN Dat is, als Christus, gelijk blijkt uit de navolgende woorden.

Hertaald: als de Engel des HEEREN Dat is: als Christus, zoals blijkt uit de woorden die erop volgen.

voor hun aangezicht Dat is, die voor hun aangezicht wandelt, of heengaat. Verg. Mi. 2:13 .

Hertaald: voor hun aangezicht Dat is: Die voor hun aangezicht wandelt of voor hen uit gaat. Vergelijk Micha 2:13.

Zacharia 12 vers 10

den Geest der genade en der gebeden; Dat is, den Heilige Geest, die den uitverkorenen betuigt dat God hun wil genadig zijn; en Hij verwekt hen ten gebede en smekingen, alzo dat zij God om genade en vergeving hunner zonden bidden. Verg. Hand. 2:37 .

Hertaald: den Geest der genade en der gebeden; Dat is: de Heilige Geest, Die de uitverkorenen betuigt dat God hun genadig wil zijn; en Hij wekt hen op tot gebed en smeking, zodat zij God om genade en om vergeving van hun zonden bidden. Vergelijk Hand. 2:37.

zij zullen Mij aanschouwen, Eendeeld met lichamelijke ogen ten tijde van zijn lijden. Zie Joh. 19:37 ; anderdeels door het geloof, ten aanzien van de boetvaardigen en gelovigen, Hand. 2:37 , en met schrik ten aanzien van de ongelovigen ten jongste dage; Openb. 1:7 .

Hertaald: zij zullen Mij aanschouwen, Deels met lichamelijke ogen ten tijde van Zijn lijden — zie Joh. 19:37 — en deels door het geloof, wat de boetvaardigen en gelovigen betreft, Hand. 2:37; en met schrik, wat de ongelovigen betreft, op de jongste dag; Openb. 1:7.

Dien zij doorstoken hebben, Dit doorsteken der zijde van Christus wordt hier gesteld voor de gehele kruiseging. Zie Joh. 19:34 , Joh. 19:37 . En ofschoon maar één soldaat dit gedaan heeft, zo wordt het nochtans de ganse Joodse natie toegeschreven, als die Pilatus gedrongen hebben Christus te doden.

Hertaald: Dien zij doorstoken hebben, Dit doorsteken van de zijde van Christus staat hier voor de hele kruisiging. Zie Joh. 19:34, Joh. 19:37. En hoewel maar één soldaat dit gedaan heeft, wordt het toch aan het hele Joodse volk toegeschreven, omdat zij Pilatus gedwongen hebben Christus te doden.

zij zullen over Hem rouwklagen, Dat is, zij zullen hartelijk bedroefd zijn over hun schrikkelijke zonden.

Hertaald: zij zullen over Hem rouwklagen, Dat is: zij zullen hartelijk bedroefd zijn over hun verschrikkelijke zonden.

over een enigen zoon; Te weten, die gestorven is; zie Jer. 6:26 , en Am. 8:10 .

Hertaald: over een enigen zoon; Namelijk die gestorven is; zie Jer. 6:26 en Amos 8:10.

zij zullen over Hem bitterlijk kermen, Hebr. zullen bitter maken.

Hertaald: zij zullen over Hem bitterlijk kermen, Hebreeuws: zullen bitter maken.

Zacharia 12 vers 11

Hadadrímmon, Alwaar de koning Josia is omgekoen, die zeer is beschreid en beklaagd geworden van zijn goede onderzaten. Zie de geschiedenis 2 Kon. 23:29-30 , en 2 Kron. 35:22 , 2 Kron. 35:24-25 .

Hertaald: Hadadrímmon, Waar koning Josia omgekomen is, die zeer beweend en beklaagd is door zijn goede onderdanen. Zie het verhaal in 2 Kon. 23:29-30 en 2 Kron. 35:22, 2 Kron. 35:24-25.

Zacharia 12 vers 12

het land zal rouwklagen, Dat is, de inwoners van het land.

Hertaald: het land zal rouwklagen, Dat is: de inwoners van het land.

elk geslacht bijzonder; Hebr. geslacht geslacht bijzonder. De zin is: dat dit zou zijn een bijzondere weeklage onder alle geslachten. Het ziet op de wijze van rouwklagen onder de Joden gebruikelijk.

Hertaald: elk geslacht bijzonder; Hebreeuws: geslacht geslacht afzonderlijk. De betekenis is dat dit een afzonderlijke weeklacht onder alle geslachten zou zijn. Het ziet op de manier van rouwklagen die bij de Joden gebruikelijk was.

Nathan bijzonder, Zie 2 Sam. 5:14 ; 1Ch 3 ; Luc. 3:31 .

Hertaald: Nathan bijzonder, Zie 2 Sam. 5:14; 1 Kron. 3; Luk. 3:31.

Zacharia 12 vers 13

Simeï bijzonder, Die, naar sommigen gevoelen, een zoon van Gersom was, den zoon van Levi, 1 Kron. 6:16-17 . Deze wordt hier tot een voorbeeld gesteld bij naam, maar van al de andere stammen en geslachten wordt desgelijks gezegd in het volgende.

Hertaald: Simeï bijzonder, Die volgens sommigen een zoon van Gersom was, de zoon van Levi, 1 Kron. 6:16-17. Deze wordt hier bij name als voorbeeld gesteld, maar over alle andere stammen en geslachten wordt hetzelfde gezegd in het vervolg.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Ik zal Jeruzalem stellen tot een lastigen steen  — Jeruzalem wordt tot een last voor alle volken die zich ertegen verzamelen, terwijl haar eigen leiders sterkte vinden in de HEERE (Zach. 12:1-6)

"Ziet, Ik zal Jeruzalem stellen tot een drinkschaal der zwijmeling allen volken rondom" (Zach. 12:2). En verder: "En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Jeruzalem stellen zal tot een lastigen steen allen volken; allen, die zich daarmede beladen, zullen gewisselijk doorsneden worden" (Zach. 12:3). Toch is er onderscheid: "over het huis van Juda zal Ik Mijn ogen openen, en alle paarden der volken zal Ik met blindheid slaan" (Zach. 12:4).

Bijbelse betekenis: Merk op de twee beelden die na elkaar gebruikt worden: een drinkschaal der zwijmeling, die dronken en duizelig maakt wie ervan drinkt, en een lastige steen, die wie hem probeert op te tillen juist zelf verwondt. Let vervolgens op het onderscheid in Zach. 12:4: dezelfde HEERE Die de paarden der volken met blindheid slaat, opent Zijn ogen over het huis van Juda — oordeel en bescherming vlak naast elkaar, afhankelijk van de kant waarop men staat. Let ten slotte op Zach. 12:5-6: de leidslieden van Juda vinden hun sterkte niet in eigen kracht maar in de HEERE der heirscharen, hun God.

Typologie: Dit beeld van een steen die de een opricht en de ander verplettert, is dezelfde steen waarover de psalmist zingt: "De steen, dien de bouwlieden verworpen hadden, is tot een hoofd des hoeks geworden" (reeds behandeld bij Ps. 118:22). De Heere Jezus haalt dit aan met een klein woordverschil: "De steen, die de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks" (Matt. 21:42).

Zach. 12:1-6; Ps. 118:22; Matt. 21:42

Zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben  — een van de diepste messiaanse verzen van het Oude Testament: God spreekt over Zichzelf als doorstoken (Zach. 12:10)

"Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklage over een enigen zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene" (Zach. 12:10).

Bijbelse betekenis: Merk op wie hier spreekt: Ik, de HEERE Zelf, in Zach. 12:1 al genoemd als Degene Die den hemel uitbreidt en de aarde grondvest. Toch zegt diezelfde Ik in dit vers: Mij, Dien zij doorstoken hebben, en meteen daarna Hem. Deze wisseling tussen de eerste en de derde persoon, over hetzelfde Onderwerp, is een van de meest opmerkelijke zinswendingen in het hele Oude Testament. Let vervolgens op wat vooraf gaat: de Geest der genade en der gebeden wordt eerst uitgestort, en pas dan volgt het aanschouwen en de rouw — het inzicht zelf is al een genadewerk. Let ten slotte op de rouw die volgt: niet vrees, maar rouwklage als over een enigen zoon, als over een eerstgeborene — een persoonlijk, diep verdriet.

Typologie: Johannes verbindt dit rechtstreeks met de kruisiging, waar een soldaat de zijde van de Heere Jezus met een speer doorstak: "En wederom zegt een andere Schrift: Zij zullen zien, in Welken zij gestoken hebben" (Joh. 19:37). Het laatste boek van de Schrift haalt hetzelfde vers nogmaals aan, nu bij Zijn wederkomst: "Ziet, Hij komt met de wolken en alle oog zal Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken hebben" (Op. 1:7, reeds behandeld).

Zach. 12:10; Joh. 19:37; Op. 1:7

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het offer en de plaatsvervanging niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben — 12:10

Zacharia spreekt over een dag waarop God Jeruzalem verlossen zal. Midden in die belofte van redding staat een vers dat pas begrijpelijk wordt als men weet wat er in Jeruzalem gebeuren zou.

God zegt dat men Hém zal aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben — en dat er dan geweend wordt als over een enige zoon.

Er staat iets wat men twee keer moet lezen. God spreekt: zij zullen Míj aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben. Niet: hem. Mij. En daarna gaat het weer over Hem: zij zullen over Hém rouwklagen.

Dat verschuiven tussen Mij en Hem in één vers is geen slordigheid. Het is dezelfde spanning die door heel het Oude Testament loopt: God zelf komt, en toch is er Een Die gezonden wordt.

Het doorsteken staat in de toekomende tijd, en Zacharia schrijft eeuwen vóór de Romeinen het kruis gebruikten.

Wat er aan voorafgaat is genade: Ik zal uitstorten den Geest der genade en der gebeden. Pas daarna komt het zien en het wenen. Het is dus geen wroeging die vanzelf opkomt, maar berouw dat gegeven wordt — en het eerste wat de Geest doet, is de ogen richten op Hem Die doorstoken werd.

De rouw wordt vergeleken met het verlies van een enige zoon, en met een eerstgeborene. Dat zijn de twee zwaarste vormen van verdriet die het Oude Testament kent.

Johannes haalt het vers aan bij het kruis, direct nadat een soldaat met een speer in Zijn zijde gestoken heeft: een andere Schrift zegt, zij zullen zien in Welken zij gestoken hebben. En in het eerste hoofdstuk van Openbaring keert het terug bij Zijn komst: alle oog zal Hem zien, ook degenen die Hem doorstoken hebben.

  1. Zacharia 12:10 — Eerst de Geest der genade en der gebeden uitgestort.
  2. Zacharia 12:10 — Zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben.
  3. Johannes 19:34 — Een soldaat doorsteekt met een speer Zijn zijde.
  4. Johannes 19:37 — Johannes haalt dit vers aan: zij zullen zien in Welken zij gestoken hebben.
  5. Handelingen 2:37 — Onder Petrus' prediking worden zij verslagen in het hart.
  6. Openbaring 1:7 — Alle oog zal Hem zien, ook degenen die Hem doorstoken hebben.

In het Nieuwe Testament: Johannes 19:34-37; Openbaring 1:7; Handelingen 2:36-37

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Zacharia 12

Zacharia 12:1-4.KruisverwijzingenJesaja 42:5Zacharia 14:14Mattheüs 21:44Jesaja 57:16Jeremia 51:15Psalmen 75:8Jesaja 51:22Zacharia 14:2
— De last van het woord des HEEREN over Israel. De HEERE spreekt, Die den hemel uitbreidt, en de aarde grondvest, en des mensen geest in zijn binnenste formeert. Ziet, Ik zal Jeruzalem stellen tot een drinkschaal der zwijmeling allen volken rondom; ja, ook zal zij zijn over Juda, in de belegering tegen Jeruzalem. En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Jeruzalem stellen zal tot een lastigen steen allen volken; allen, die zich daarmede beladen, zullen gewisselijk doorsneden worden; en al de volken der aarde zullen zich tegen haar verzamelen. Te dien dage, spreekt de HEERE, zal Ik alle paarden met schuwigheid slaan, en hun ruiters met zinneloosheid; maar over het huis van Juda zal Ik Mijn ogen openen, en alle paarden der volken zal Ik met blindheid slaan.
Komt God op om Zijn eigen volk te verdedigen, dan zal Hij Jeruzalem voor hen tot een schaal van zwijmeling maken. En dat hoe veracht dat volk ook is, en hoe veracht Israel ook is. Hij zal haar tot een lastige steen maken die zij niet verdragen kunnen, en zij zullen blij zijn er van af te zijn.

Ik herinner mij een verhaal uit de legenden van de oude heiligen. Het gaat over een heilige vrouw die door de goddelozen van haar wijkplaats weggevoerd werd, met de bedoeling haar tot zonde te dwingen. De legende gaat dat zij, terwijl zij haar droegen, hun macht in het geheel niet weerstaan kon. Maar zij werd zwaarder en zwaarder, zodat zij haar niet meer konden dragen en gedwongen waren haar neer te zetten. En toen ging zij terug naar de plaats waar zij was.

Ik geloof dat die legende in beeld brengt wat er gebeurt wanneer een waar kind van God door verzoeking en zonde gevankelijk weggevoerd wordt. Na een tijd komt God en maakt Hij hen tot een lastige steen, en dan zijn zij gedwongen hen neer te zetten.

Zacharia 12:2.KruisverwijzingenZacharia 14:14Psalmen 75:8Jesaja 51:22Jesaja 51:17Jeremia 25:17Openbaring 18:6Habakuk 2:16Jeremia 25:15
— Ziet, Ik zal Jeruzalem stellen tot een drinkschaal der zwijmeling allen volken rondom; ja, ook zal zij zijn over Juda, in de belegering tegen Jeruzalem.
God zal niet alleen de afgoden verwoesten, maar Hij zal ook hun namen uit het land uitroeien, en zij zullen niet meer gedacht worden.

Zacharia 12:3.KruisverwijzingenMattheüs 21:44Zacharia 14:2Daniël 2:34Daniël 2:44Zacharia 14:6Lukas 20:18Zacharia 13:1Obadja 1:18
— En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Jeruzalem stellen zal tot een lastigen steen allen volken; allen, die zich daarmede beladen, zullen gewisselijk doorsneden worden; en al de volken der aarde zullen zich tegen haar verzamelen.
Gods wet in het boek Deuteronomium bepaalde dit: wie zich voor een profeet uitgaf en het volk tot de dienst van de afgoden zocht af te leiden, moest gedood worden. En hier wordt verklaard dat er, wanneer God het land gereinigd had, geen valse profeten meer zouden zijn. Gaf iemand zich dan toch voor een profeet van de HEERE uit terwijl God hem niet gezonden had? Dan zouden zijn eigen vader en moeder de eersten zijn om het oordeel aan hem uit te voeren.

Zacharia 12:4.KruisverwijzingenZacharia 12:3Deuteronomium 28:28Zacharia 12:8Handelingen 17:30Jesaja 37:172 Koningen 6:14Ezechiël 38:4Jesaja 24:21
— Te dien dage, spreekt de HEERE, zal Ik alle paarden met schuwigheid slaan, en hun ruiters met zinneloosheid; maar over het huis van Juda zal Ik Mijn ogen openen, en alle paarden der volken zal Ik met blindheid slaan.
De valse profeten hoopten door de ruwheid van hun kleding de aandacht van het volk te winnen, en bootsten daarmee de dracht van Elia na. Maar dat alles zou afgelegd worden, want het volk zou zo goed onderwezen zijn dat het weigerde naar de valse profeet te horen.

Zacharia 12:5.KruisverwijzingenPsalmen 18:32Zacharia 10:12Jesaja 28:6Jesaja 1:10Jesaja 1:23Richteren 5:9Zacharia 12:6Psalmen 68:34
— Dan zullen de leidslieden van Juda in hun hart zeggen: De inwoners van Jeruzalem zullen mij een sterkte zijn in den HEERE der heirscharen, hun God.
Zij zullen zich er zo over schamen! Het houden van vee zal hun een veel edeler beroep lijken dan zich valselijk voor een profeet van de HEERE te hebben uitgegeven.

Zacharia 12:6.KruisverwijzingenObadja 1:18Zacharia 2:4Zacharia 9:15Jeremia 31:38Daniël 2:34Jeremia 30:18Jesaja 41:15Micha 5:5
— Te dien dage zal Ik de leidslieden van Juda stellen als een vurige haard onder het hout, en als een vurige fakkel onder de schoven; en zij zullen ter rechterzijde en ter linkerzijde alle volken rondom verteren; en Jeruzalem zal nog blijven in haar plaats te Jeruzalem.
U draagt de tekenen die men gewoonlijk bij Gods knechten ziet. U hebt uzelf gekerfd zoals Zijn profeten plachten te doen. U hebt zich als het ware met de naam van uw God laten tekenen. Wat betekent dat alles? Maar hij zal zich er zo over schamen dat hij liever wat anders zegt dan te bekennen dat hij een valse profeet is.

Wat een barmhartigheid is het wanneer God mensen zich over de zonde laat schamen! En wanneer Hij hen zich zo over de valse leer laat schamen dat zij haar niet verdragen kunnen en haar niet langer verkondigen willen! Och, of die dag al gekomen was!

Zacharia 12:10.KruisverwijzingenOpenbaring 1:7Joël 2:28Ezechiël 39:29Jeremia 6:26Johannes 19:34Efeze 6:18Jesaja 44:3Romeinen 8:26
— Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklage over een enigen zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.
“Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklage over een enigen zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.”

Dit is een belofte aangaande Israel. Lang hebben de Joden de Christus verworpen, maar de dag komt waarop zij Jezus van Nazareth als de beloofde Messias zullen erkennen. Op die dag zal deze belofte vervuld worden. God moet altijd eerst de Geest der genade geven voordat mensen recht bidden, en waar genade gegeven wordt, is er altijd waar gebed.

Deze profetie ziet in de eerste plaats op het Joodse volk, en ik ben er blij om dat zij onze overtuiging bevestigt dat de HEERE aan Israel goed zal doen. De dag komt waarop zij in Jezus van Nazareth die Messias zullen zien naar Wie hun heiligen met blijde verwachting uitzagen. Over Hem spraken de profeten met verrukking, maar hun verblinde leiders hebben Hem veracht en verworpen. Wat een blijde dag zal het zijn wanneer onze Joodse broeders allen voor het aangezicht van de HEERE der heirscharen zullen aanbidden! En dat door hun grote Hogepriester, Die priester is in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek.

Maar het is ook goed deze tekst te horen zoals hij tot óns spreekt, want hier ligt een grote misvatting die onder allerlei mensen gewoon is. Men gelooft tegenwoordig dat wij eerst over onze zonden moeten treuren en daarna in het geloof op onze Heere Jezus Christus moeten zien. De meeste mensen die enige zorg over hun ziel hebben maar nog niet door de Geest van God verlicht zijn, denken er zo over. Er zou een zekere mate van tederheid van geweten en van haat tegen de zonde zijn die zij eerst op de een of andere manier moeten verkrijgen. En dan zou het hun geoorloofd zijn op Jezus Christus te zien.

U ziet dat dit niet naar de Schriften is. Want volgens de tekst die voor ons ligt, zien mensen eérst op Hem Die zij doorstoken hebben, en dáárna, maar niet eerder, treuren zij over hun zonde. Dit is de gewone menselijke dwaasheid: men zoekt het gevolg om de oorzaak voort te brengen; men zet de kar voor het paard.

Bij sommige ziekten mikt de wondheler op het opwekken van een uitslag op de huid, die het inwendige gif wegvoert en zo de genezing helpt. Maar niemand zou het recht hebben van de arts weg te blijven totdat hij die uitslag op zijn huid kon zien. Die uitslag is namelijk een teken van gezondheid, een voorbode van de genezing, een gevólg van het geneesmiddel — en volstrekt geen voorbereiding erop. Zo is ook de boetvaardigheid het onder eigen ogen brengen van de zonde die binnenin schuilt; zij is een gevolg van het geneesmiddel van het geloof.

Wanneer zij ontdekken dat zij de ware Messias verworpen hebben, zullen zij overstelpt worden met de scherpste smart die ooit verdragen is — een smart die niet in te denken is.

Zacharia 12:11.Kruisverwijzingen2 Koningen 23:292 Kronieken 35:24
— Te dien dage zal te Jeruzalem de rouwklage groot zijn, gelijk die rouwklage van Hadadrimmon, in het dal van Megiddon.
Eén van de grootste rouwklachten die ooit bekend geweest is, was die om Josia. Hij was in de strijd gevallen, en het volk klaagde dat de beste van hun koningen zo vroeg van hen weggenomen werd. Zo zal de smart zijn die op het boetvaardige Israel valt.

Zacharia 12:12-14.Kruisverwijzingen2 Samuël 5:14Openbaring 1:7Mattheüs 24:30Lukas 3:31Zacharia 7:3Jona 3:5Jeremia 4:28Jeremia 13:18
— En het land zal rouwklagen, elk geslacht bijzonder; het geslacht van het huis Davids bijzonder, en hunlieder vrouwen bijzonder; en het geslacht van het huis van Nathan bijzonder, en hun vrouwen bijzonder; Het geslacht van het huis van Levi bijzonder, en hun vrouwen bijzonder; het geslacht van Simei bijzonder, en hun vrouwen bijzonder; Al de overige geslachten, elk geslacht bijzonder, en hunlieder vrouwen bijzonder.
Er zal een algemene rouwklacht door het hele land zijn, en toch zal zij voor elk huisgezin bijzonder en persoonlijk wezen: elk geslacht bijzonder.

Ware boetvaardigheid is de eigen daad van ieder mens afzonderlijk. In de regel kan zij niet in de massa verricht worden. Er is een algemene boetvaardigheid die, zoals die van de Ninevieten, iets bijzonder voortreffelijks heeft omdat zij een hele stad of een heel volk raakt. Maar dat is niet de boetvaardigheid die hier beschreven wordt.

Hier snijdt en wondt de scherpte van de persoonlijke overtuiging van zonde het geweten van ieder mens afzonderlijk. En ieder uit een bittere klacht, alsof hij de enige zondaar op de wereld was. Och, hoe oprecht zouden u en ik boete doen als wij het gevoel hadden dat wij de enigen waren die Gods wet ooit overtreden hadden! En toch moeten wij zulke boetvaardigheid kennen als wij persoonlijk vergeving willen ontvangen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

De boetvaardigheid is in geen enkele zin een voorbereiding tot het geloof in Christus. Zij is juist andersom: een rechtmatig gevolg van het geloof.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content