Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Zacharia 10

1 Begeert van den HEERE regen, ten tijde des spaden regens; de HEERE maakt de weerlichten; en Hij zal hun regen genoeg geven voor ieder kruid op het veld.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 BegeertH7592 van den HEEREH3068 regen, ten tijdeH6256 des spaden regensH4456; de HEEREH3068 maaktH6213 de weerlichtenH2385; en Hij zal hun regen genoegH5414 geven voor iederH376 kruidH6212 op het veldH7704. Begeert van den HEERE regen, ten tijde des spaden regens; de HEERE maakt de weerlichten; en Hij zal hun regen genoeg geven voor ieder kruid op het veld.

Ook in dit vers regenH1653 regenH4306

KJV Ask1 ye of the LORD2 rain3 in the time4 of the latter rain;5 so the LORD6 shall make7 bright clouds,8 and give11 them showers10 of rain,9 to every one13 grass14 in the field.

1 שַׁאֲל֨וּ H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 2 מֵיְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 מָטָר֙ H4306 regen, plasregen rain 4 בְּעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 5 מַלְק֔וֹשׁ H4456 spaden regen, spade regen, spaden regens latter rain 6 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 עֹשֶׂ֣ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 חֲזִיזִ֑ים H2385 weerlicht, weerlichten bright cloud, lightning 9 וּמְטַר H4306 regen, plasregen rain 10 גֶּ֨שֶׁם֙ H1653 regen, plasregen, plasregens rain, shower 11 יִתֵּ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 12 לָהֶ֔ם 13 לְאִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 14 עֵ֥שֶׂב H6212 kruid, gras, kruiden grass, herb 15 בַּשָּׂדֶֽה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Want de terafim spreken ijdelheid, en de waarzeggers zien valsheid, en zij spreken ijdele dromen, zij troosten met ijdelheid; daarom zijn zij henengetogen als schapen, zij zijn onderdrukt geworden; want er was geen herder.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 WantH3588 de terafimH8655 sprekenH1696 ijdelheid, en de waarzeggersH7080 zienH2372 valsheidH8267, en zij sprekenH1696 ijdeleH7723 dromenH2472, zij troostenH5162 met ijdelheid; daaromH3651 zijn zij henengetogenH5265 als schapenH6629, zij zijn onderdruktH6031 geworden; wantH3588 er was geenH369 herderH7462. Want de terafim spreken ijdelheid, en de waarzeggers zien valsheid, en zij spreken ijdele dromen, zij troosten met ijdelheid; daarom zijn zij henengetogen als schapen, zij zijn onderdrukt geworden; want er was geen herder.

Ook in dit vers ijdelheidH205 ijdelheidH1892

KJV For the idols2 have spoken3 vanity,4 and the diviners5 have seen6 a lie,7 and have told10 false9 dreams;8 they comfort12 in vain:11 therefore they went15 their way as a flock,17 they were troubled,18 because there was no shepherd.

1 כִּ֧י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 הַתְּרָפִ֣ים H8655 terafim, beeld, beeldendienst idols(-atry), images, teraphim 3 דִּבְּרוּ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 4 אָ֗וֶן H205 ongerechtigheid, ijdelheid, ongerechtige affliction, evil, false, idol, iniquity, mischief, mourners(-ing), naught, sorrow, unjust, unrighteous, vain, vanity, wicked(-ness). Compare H369 (אַיִן) 5 וְהַקּֽוֹסְמִים֙ H7080 waarzeggers, gebruiken, voorzeggen divine(-r, -ation), prudent, soothsayer, use (divination) 6 חָ֣זוּ H2372 zien, aanschouwen, aanschouwt behold, look, prophesy, provide, see 7 שֶׁ֔קֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 8 וַֽחֲלֹמוֹת֙ H2472 droom, dromen, drooms dream(-er) 9 הַשָּׁ֣וא H7723 ijdelheid, ijdellijk, vergeefs false(-ly), lie, lying, vain, vanity 10 יְדַבֵּ֔רוּ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 11 הֶ֖בֶל H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity 12 יְנַֽחֵמ֑וּן H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 13 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 כֵּן֙ H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 15 נָסְע֣וּ H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 16 כְמוֹ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 17 צֹ֔אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 18 יַעֲנ֖וּ H6031 verootmoedigen, verdrukt, verkracht abase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise 19 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 20 אֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 21 רֹעֶֽה H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Tegen de herders was Mijn toorn ontstoken, en over de bokken heb Ik bezoeking gedaan; maar de HEERE der heirscharen zal Zijn kudde bezoeken, het huis van Juda, en Hij zal hen stellen, gelijk het paard Zijner majesteit in den strijd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 TegenH5921 de herdersH7462 was Mijn toornH639 ontstokenH2734, en overH5921 de bokkenH6260 heb Ik bezoekingH6485 gedaan; maarH3588 de HEEREH3068 der heirscharenH6635 zal Zijn kuddeH5739 bezoekenH6485, het huisH1004 van JudaH3063, en Hij zal hen stellenH7760, gelijk het paardH5483 Zijner majesteitH1935 in den strijdH4421. Tegen de herders was Mijn toorn ontstoken, en over de bokken heb Ik bezoeking gedaan; maar de HEERE der heirscharen zal Zijn kudde bezoeken, het huis van Juda, en Hij zal hen stellen, gelijk het paard Zijner majesteit in den strijd.

KJV Mine anger4 was kindled3 against the shepherds,2 and I punished7 the goats:6 for the LORD10 of hosts11 hath visited9 his flock13 the house15 of Judah,16 and hath made17 them as his goodly20 horse19 in the battle.

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 הָֽרֹעִים֙ H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 3 חָרָ֣ה H2734 ontstak, ontstoken, ontsteke be angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה) 4 אַפִּ֔י H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 5 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 הָעַתּוּדִ֖ים H6260 bokken chief one, (he) goat, ram 7 אֶפְק֑וֹד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 פָקַד֩ H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 10 יְהוָ֨ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 צְבָא֤וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 עֶדְרוֹ֙ H5739 kudde, kudden, schaapskudden drove, flock, herd 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 16 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 17 וְשָׂ֣ם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 18 אוֹתָ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 כְּס֥וּס H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 20 הוֹד֖וֹ H1935 majesteit, Majesteit, heerlijkheid beauty, comeliness, excellency, glorious, glory, goodly, honour, majesty 21 בַּמִּלְחָמָֽה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Van hetzelve zal de hoeksteen, van hetzelve zal de nagel, van hetzelve zal de strijdboog, te zamen zullen van hetzelve alle drijvers voortkomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Van hetzelve zal de hoeksteenH6438, vanH4480 hetzelve zal de nagelH3489, vanH4480 hetzelve zal de strijdboogH4421, te zamenH3162 zullen vanH4480 hetzelve alleH3605 drijversH5065 voortkomenH3318. Van hetzelve zal de hoeksteen, van hetzelve zal de nagel, van hetzelve zal de strijdboog, te zamen zullen van hetzelve alle drijvers voortkomen.

KJV Out of him came forth9 the corner,2 out of him the nail,4 out of him the battle7 bow,6 out of him every oppressor11 together.

1 מִמֶּ֤נּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 2 פִנָּה֙ H6438 hoeken, hoek, hoeksteen bulwark, chief, corner, stay, tower 3 מִמֶּ֣נּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 4 יָתֵ֔ד H3489 pennen, nagel, pin nail, paddle, pin, stake 5 מִמֶּ֖נּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 6 קֶ֣שֶׁת H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot) 7 מִלְחָמָ֑ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 8 מִמֶּ֛נּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 9 יֵצֵ֥א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 10 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 נוֹגֵ֖שׂ H5065 drijvers, aandrijvers, drijver distress, driver, exact(-or), oppress(-or), [idiom] raiser of taxes, taskmaster 12 יַחְדָּֽו H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En zij zullen zijn als de helden, die in het slijk der straten treden in den strijd, en zij zullen strijden; want de HEERE zal met hen wezen; en zij zullen die beschamen, die op paarden rijden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En zij zullen zijn als de heldenH1368, die in het slijkH2916 der stratenH2351 tredenH947 in den strijdH4421, en zij zullen strijdenH3898; wantH3588 de HEEREH3068 zal metH5973 hen wezen; en zij zullen die beschamenH3001, die op paardenH5483 rijdenH7392. En zij zullen zijn als de helden, die in het slijk der straten treden in den strijd, en zij zullen strijden; want de HEERE zal met hen wezen; en zij zullen die beschamen, die op paarden rijden.

KJV And they shall be as mighty2 men, which tread down3 their enemies in the mire4 of the streets5 in the battle:6 and they shall fight,7 because the LORD9 is with them, and the riders12 on horses13 shall be confounded.

1 וְהָי֨וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כְגִבֹּרִ֜ים H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 3 בּוֹסִ֨ים H947 vertreden, treden, vertreedt loath, tread (down, under (foot)), be polluted 4 בְּטִ֤יט H2916 slijk, klei, modder clay, dirt, mire 5 חוּצוֹת֙ H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without 6 בַּמִּלְחָמָ֔ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 7 וְנִ֨לְחֲמ֔וּ H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 8 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 עִמָּ֑ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 11 וְהֹבִ֖ישׁוּ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 12 רֹכְבֵ֥י H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 13 סוּסִֽים H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En Ik zal het huis van Juda versterken, en het huis van Jozef zal Ik behouden, en Ik zal hen weder inzetten; want Ik heb Mij hunner ontfermd, en zij zullen wezen, alsof Ik hen niet verstoten had; want Ik ben de HEERE, hun God, en Ik zal ze verhoren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En Ik zal het huisH1004 van JudaH3063 versterkenH1396, en het huisH1004 van JozefH3130 zal Ik behoudenH3467, en Ik zal hen weder inzettenH3427; wantH3588 Ik heb Mij hunner ontfermdH7355, en zij zullen wezen, alsofH834 Ik hen nietH3808 verstotenH2186 had; wantH3588 IkH589 ben de HEEREH3068, hun GodH430, en Ik zal ze verhorenH6030. En Ik zal het huis van Juda versterken, en het huis van Jozef zal Ik behouden, en Ik zal hen weder inzetten; want Ik heb Mij hunner ontfermd, en zij zullen wezen, alsof Ik hen niet verstoten had; want Ik ben de HEERE, hun God, en Ik zal ze verhoren.

KJV And I will strengthen1 the house3 of Judah,4 and I will save8 the house6 of Joseph,7 and I will bring them again to place them; for I have mercy11 upon them: and they shall be as though13 I had not cast them off:15 for I am the LORD18 their God,19 and will hear

1 וְגִבַּרְתִּ֣י H1396 overhand, geweldig, machtig exceed, confirm, be great, be mighty, prevail, put to more (strength), strengthen, be stronger, be valiant 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 4 יְהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 בֵּ֤ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 יוֹסֵף֙ H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 8 אוֹשִׁ֔יעַ H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 9 וְהֽוֹשְׁבוֹתִים֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 10 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 רִֽחַמְתִּ֔ים H7355 ontfermen, ontferme, Ontfermer have compassion (on, upon), love, (find, have, obtain, shew) mercy(-iful, on, upon), (have) pity, Ruhamah, [idiom] surely 12 וְהָי֖וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 כַּאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 זְנַחְתִּ֑ים H2186 verstoten, verstoot, verre terugdrijven cast away (off), remove far away (off) 16 כִּ֗י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 אֲנִ֛י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 18 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 19 אֱלֹהֵיהֶ֖ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 20 וְאֶעֱנֵֽם H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En zij zullen zijn als een held van Efraim, en hun hart zal zich verblijden, als van den wijn; en hun kinderen zullen het zien, en zich verblijden, hun hart zal zich verheugen in den HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En zij zullen zijn als een heldH1368 van EfraimH669, en hun hartH3820 zal zich verblijdenH8055, als van den wijnH3196; en hun kinderenH1121 zullen het zienH7200, en zich verblijdenH8055, hun hartH3820 zal zich verheugenH1523 in den HEEREH3068. En zij zullen zijn als een held van Efraim, en hun hart zal zich verblijden, als van den wijn; en hun kinderen zullen het zien, en zich verblijden, hun hart zal zich verheugen in den HEERE.

KJV And they of Ephraim3 shall be like a mighty2 man, and their heart5 shall rejoice4 as through wine:7 yea, their children8 shall see9 it, and be glad;10 their heart12 shall rejoice11 in the LORD.

1 וְהָי֤וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כְגִבּוֹר֙ H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 3 אֶפְרַ֔יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 4 וְשָׂמַ֥ח H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 5 לִבָּ֖ם H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 6 כְּמוֹ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 7 יָ֑יִן H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 8 וּבְנֵיהֶם֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 יִרְא֣וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 10 וְשָׂמֵ֔חוּ H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 11 יָגֵ֥ל H1523 verheugen, verheugt, verheuge be glad, joy, be joyful, rejoice 12 לִבָּ֖ם H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 13 בַּיהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Ik zal hen toesissen, en zal ze vergaderen, want Ik zal ze verlossen; en zij zullen vermenigvuldigd worden, gelijk zij te voren vermenigvuldigd waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Ik zal hen toesissenH8319, en zal ze vergaderenH6908, wantH3588 Ik zal ze verlossenH6299; en zij zullen vermenigvuldigdH7235 worden, gelijk zij te voren vermenigvuldigdH7235 waren. Ik zal hen toesissen, en zal ze vergaderen, want Ik zal ze verlossen; en zij zullen vermenigvuldigd worden, gelijk zij te voren vermenigvuldigd waren.

KJV I will hiss1 for them, and gather3 them; for I have redeemed5 them: and they shall increase6 as they have increased.

1 אֶשְׁרְקָ֥ה H8319 fluiten, toesissen, aanfluiten hiss 2 לָהֶ֛ם 3 וַאֲקַבְּצֵ֖ם H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 4 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 פְדִיתִ֑ים H6299 verlost, lossen, verlossen [idiom] at all, deliver, [idiom] by any means, ransom, (that are to be, let be) redeem(-ed), rescue, [idiom] surely 6 וְרָב֖וּ H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 7 כְּמ֥וֹ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 8 רָבֽוּ H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Ik zal hen onder de volken zaaien, en zij zullen Mijner gedenken in verre plaatsen; en zij zullen leven met hun kinderen, en wederkeren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En Ik zal hen onder de volkenH5971 zaaienH2232, en zij zullen Mijner gedenkenH2142 in verre plaatsenH4801; en zij zullen levenH2421 metH854 hun kinderenH1121, en wederkerenH7725. En Ik zal hen onder de volken zaaien, en zij zullen Mijner gedenken in verre plaatsen; en zij zullen leven met hun kinderen, en wederkeren.

KJV And I will sow1 them among the people:2 and they shall remember4 me in far countries;3 and they shall live5 with their children,7 and turn again.

1 וְאֶזְרָעֵם֙ H2232 zaaien, gezaaid, bezaaien bear, conceive seed, set with sow(-er), yield 2 בָּֽעַמִּ֔ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 וּבַמֶּרְחַקִּ֖ים H4801 verre, verren, ver (a-, dwell in, very) far (country, off). See also H1023 (בֵּית הַמֶּרְחָק) 4 יִזְכְּר֑וּנִי H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 5 וְחָי֥וּ H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole 6 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 7 בְּנֵיהֶ֖ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 וָשָֽׁבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Want Ik zal ze wederbrengen uit Egypteland, en Ik zal ze vergaderen uit Assyrie; en Ik zal ze in het land van Gilead en Libanon brengen, maar het zal hun niet genoeg wezen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Want Ik zal ze wederbrengenH7725 uit EgyptelandH776, en Ik zal ze vergaderenH6908 uit AssyrieH804; en Ik zal ze in het landH776 van GileadH1568 en LibanonH3844 brengenH935, maar het zal hun nietH3808 genoegH4672 wezen. Want Ik zal ze wederbrengen uit Egypteland, en Ik zal ze vergaderen uit Assyrie; en Ik zal ze in het land van Gilead en Libanon brengen, maar het zal hun niet genoeg wezen.

KJV I will bring them again1 also out of the land2 of Egypt,3 and gather5 them out of Assyria;4 and I will bring10 them into the land7 of Gilead8 and Lebanon;9 and place shall not be found

1 וַהֲשִֽׁיבוֹתִים֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 מֵאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 מִצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 4 וּמֵֽאַשּׁ֖וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 5 אֲקַבְּצֵ֑ם H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 6 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 אֶ֨רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 גִּלְעָ֤ד H1568 Gilead, Gileadieten, Gileads Gilead, Gileadite 9 וּלְבָנוֹן֙ H3844 Libanon Lebanon 10 אֲבִיאֵ֔ם H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 יִמָּצֵ֖א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 13 לָהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En Hij zal door de zee gaan, die benauwende, en Hij zal de golven in de zee slaan, en al de diepten der rivieren zullen verdrogen; dan zal de hoogmoed van Assur nedergeworpen worden, en de schepter van Egypte zal wegwijken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En Hij zal door de zeeH3220 gaan, die benauwendeH6869, en Hij zal de golvenH1530 in de zeeH3220 slaanH5221, en alH3605 de dieptenH4688 der rivierenH2975 zullen verdrogenH3001; dan zal de hoogmoedH1347 van AssurH804 nedergeworpenH3381 worden, en de schepterH7626 van EgypteH4714 zal wegwijkenH5493. En Hij zal door de zee gaan, die benauwende, en Hij zal de golven in de zee slaan, en al de diepten der rivieren zullen verdrogen; dan zal de hoogmoed van Assur nedergeworpen worden, en de schepter van Egypte zal wegwijken.

KJV And he shall pass through1 the sea2 with affliction,3 and shall smite4 the waves6 in the sea,5 and all the deeps9 of the river10 shall dry up:7 and the pride12 of Assyria13 shall be brought down,11 and the sceptre14 of Egypt15 shall depart away.

1 וְעָבַ֨ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 2 בַּיָּ֜ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 3 צָרָ֗ה H6869 benauwdheid, benauwdheden, nood adversary, adversity, affliction, anguish, distress, tribulation, trouble 4 וְהִכָּ֤ה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 5 בַיָּם֙ H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 6 גַּלִּ֔ים H1530 golven, hoop, hopen billow, heap, spring, wave 7 וְהֹבִ֕ישׁוּ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 8 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 מְצוּל֣וֹת H4688 diepten, diepte, grondeloze bottom, deep, depth 10 יְאֹ֑ר H2975 rivier, rivieren, stromen brook, flood, river, stream 11 וְהוּרַד֙ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 12 גְּא֣וֹן H1347 hovaardij, hoogmoed, heerlijkheid arrogancy, excellency(-lent), majesty, pomp, pride, proud, swelling 13 אַשּׁ֔וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 14 וְשֵׁ֥בֶט H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe 15 מִצְרַ֖יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 16 יָסֽוּר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En Ik zal hen sterken in den HEERE, en in Zijn Naam zullen zij wandelen, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En Ik zal hen sterkenH1396 in den HEEREH3068, en in Zijn NaamH8034 zullen zij wandelenH1980, spreektH5002 de HEEREH3068. En Ik zal hen sterken in den HEERE, en in Zijn Naam zullen zij wandelen, spreekt de HEERE.

KJV And I will strengthen1 them in the LORD;2 and they shall walk up and down4 in his name,3 saith5 the LORD.

1 וְגִבַּרְתִּים֙ H1396 overhand, geweldig, machtig exceed, confirm, be great, be mighty, prevail, put to more (strength), strengthen, be stronger, be valiant 2 בַּֽיהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 וּבִשְׁמ֖וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 4 יִתְהַלָּ֑כוּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 5 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 6 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Zacharia 10:1 Ezechiël 34:26 Jesaja 44:3 Jeremia 14:22 Jakobus 5:7 Jesaja 30:23 Jeremia 10:13 Amos 4:7 Joël 2:23
Zacharia 10:2 Ezechiël 34:5 Hosea 3:4 Mattheüs 9:36 Jeremia 27:9 Habakuk 2:18 Genesis 31:19 Ezechiël 34:8 Ezechiël 21:29
Zacharia 10:3 Ezechiël 34:16 Sefanja 2:7 Hooglied 1:9 Exodus 4:31 Zacharia 11:5 Jeremia 10:21 Ezechiël 34:20 Ezechiël 34:2
Zacharia 10:4 Zacharia 9:10 Numeri 24:17 Zacharia 9:8 Zacharia 1:20 2 Timotheüs 2:4 1 Samuël 14:38 Openbaring 19:13 Micha 5:5
Zacharia 10:5 Hagai 2:22 Psalmen 20:7 Jozua 10:42 Mattheüs 4:3 Mattheüs 28:20 Psalmen 33:16 Zacharia 9:13 Openbaring 19:13
Zacharia 10:6 Zacharia 13:9 Zacharia 10:12 Jesaja 14:1 Jeremia 3:18 Jeremia 31:20 Hosea 2:23 Ezechiël 36:37 Jesaja 49:17
Zacharia 10:7 Zacharia 9:15 Efeze 5:18 Spreuken 31:6 Zacharia 9:17 Handelingen 13:33 Handelingen 2:13 Habakuk 3:18 Johannes 16:22
Zacharia 10:8 Jesaja 5:26 Jesaja 7:18 Jeremia 33:22 Jeremia 31:10 Ezechiël 36:10 Jesaja 49:19 1 Timotheüs 2:4 Zacharia 9:11
Zacharia 10:9 Ezechiël 6:9 Hosea 2:23 1 Koningen 8:47 Jesaja 65:9 Handelingen 14:1 Romeinen 11:11 Handelingen 2:38 Deuteronomium 30:1
Zacharia 10:10 Hosea 11:11 Micha 7:14 Jesaja 11:11 Zacharia 8:7 Obadja 1:20 Jesaja 60:22 Jesaja 19:23 Ezechiël 47:18
Zacharia 10:11 Ezechiël 30:13 Micha 5:5 Exodus 14:21 2 Koningen 2:8 Psalmen 114:5 Jesaja 42:15 Ezra 6:22 Jesaja 11:15
Zacharia 10:12 Micha 4:5 Zacharia 10:6 Genesis 24:40 Kolossenzen 3:17 Filippenzen 4:13 1 Thessalonicenzen 2:12 Kolossenzen 2:6 Jesaja 45:24
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Zacharia 10 vers 1

van den HEERE regen, De zin is: Indien gij enig ding van doen hebt, verzoekt zulks van den Heere met uwe gebeden, hetzij regen om uwe vruchten te doen wassen, of iets dergelijks, maar loopt niet tot de afgoden, gelijk uwe vaders gedaan hebben, waarom Ik hen gestraft heb.

Hertaald: van den HEERE regen, De betekenis is: als u iets nodig hebt, vraag dat dan met uw gebeden aan de HEERE — hetzij regen om uw vruchten te laten groeien, hetzij iets anders — maar loop niet naar de afgoden, zoals uw vaderen gedaan hebben, waarom Ik hen gestraft heb.

des spaden regens; Van spaden regen, zie Deut. 11:14 , en verg. Hag. 1:10 , en Hag. 2:18 ; Zach. 8:12 ; zie ook Spr. 16:15 ; Joël 2:23 .

Hertaald: des spaden regens; Over de late regen, zie Deut. 11:14, en vergelijk Hag. 1:10 en Hag. 2:18; Zach. 8:12; zie ook Spr. 16:15; Joël 2:23.

de weerlichten; Of, regenvlagen, of plasregen, regenachtige wolken. Zie Job 38:25 .

Hertaald: de weerlichten; Of: regenvlagen, of plasregen, of regenachtige wolken. Zie Job 38:25.

hun Of, daar, te weten, die Hem daarom zullen bidden. Het is ene verandering van personen, haar, of hen, voor ulieden.

Hertaald: hun Of: daar, namelijk aan hen die Hem daarom zullen bidden. Het is een verandering van persoon: hun of hen in plaats van u.

regen genoeg geven Hebr. regen des plasregens, of regen [ja] plasregen; alzo staat er in Ps. 40:3 ; slijk des modders, voor dikke slijk.

Hertaald: regen genoeg geven Hebreeuws: regen van de plasregen, of: regen, ja plasregen. Zo staat er in Ps. 40:3 slijk van de modder, voor dikke modder.

Zacharia 10 vers 2

Want de terafim spreken ijdelheid, Of, zekerlijk, gewisselijk, enz. Dat is, de reden, waarom de godzaligen van God verzoeken hetgeen hun van node is, te weten, omdat de afgoden niets dan ijdelheid zijn; zie Ps. 115:3-4 , enz. Zie ook Jer. 10:8 ; Hab. 2:18 ; van terafim zie Gen. 31:19 .

Hertaald: Want de terafim spreken ijdelheid, Of: zeker, gewis, enzovoort. Dit is de reden waarom de godzaligen aan God vragen wat zij nodig hebben, namelijk omdat de afgoden niets dan ijdelheid zijn; zie Ps. 115:3-4, enzovoort. Zie ook Jer. 10:8; Hab. 2:18. Over de terafim, zie Gen. 31:19.

zien valsheid, Dat is, hier te zeggen profeteren of voorzeggen, te weten, door den mond hunner profeten.

Hertaald: zien valsheid, Dat is hier zoveel als profeteren of voorzeggen, namelijk door de mond van hun profeten.

daarom Te weten, omdat zij de beelden geeerd en de waarzeggers geloofd hebben.

Hertaald: daarom Namelijk omdat zij de beelden vereerd en de waarzeggers geloofd hebben.

zij Te weten, de Joden van uwe vaders.

Hertaald: zij Namelijk de Joden, uw vaderen.

henengetogen als schapen, Te weten, in de gevangenschap naar Babylonië.

Hertaald: henengetogen als schapen, Namelijk in de gevangenschap naar Babylonië.

zij zijn onderdrukt geworden; Of, zij hebben openlijk betuigd, of gesproken, dat zij geen herder hadden.

Hertaald: zij zijn onderdrukt geworden; Of: zij hebben openlijk betuigd of gezegd dat zij geen herder hadden.

geen herder Dewijl de priesters en de regenten hun ambt niet betrachtten, noch het volk van die afgoderij aftrokken. Verg. Jer. 23:1 ; Ezech. 34:2 ; Matt. 9:36 .

Hertaald: geen herder Omdat de priesters en de bestuurders hun ambt niet waarnamen en het volk niet van die afgoderij aftrokken. Vergelijk Jer. 23:1; Ezech. 34:2; Matth. 9:36.

Zacharia 10 vers 3

de herders Van welke in vs.2 gesproken wordt.

Hertaald: de herders Over wie in vers 2 gesproken wordt.

de bokken Dat is, regenten, of de rijken en geweldigen, gelijk Jes. 14:9 ; Ezech. 34:17 ; Dan. 8:5 .

Hertaald: de bokken Dat is: bestuurders, of de rijken en machtigen, zoals Jes. 14:9; Ezech. 34:17; Dan. 8:5.

bezoeking gedaan; Te weten, in mijn toorn.

Hertaald: bezoeking gedaan; Namelijk in Mijn toorn.

zal Zijn kudde bezoeken, Dat is, nadat Hij zijn volk zal gekastijd hebben, zo zal Hij hen toerusten als een schoon versierd paard; dat is, Hij zal hun hart en moed geven om hunne vijanden te kunnen wederstaan en te overwinnen. Dit, geesterlijkerwijze verstaan zijnde, betekent dat God zijne kerk begaaft en sterkt met de kracht van zijn Heilige Geest, dat zij den duivel en anderen hunne vijanden dapperen wederstand doen en onder hunne voeten treden kunnen; Rom. 16:20 .

Hertaald: zal Zijn kudde bezoeken, Dat is: nadat Hij Zijn volk gekastijd zal hebben, zal Hij hen toerusten als een mooi opgetuigd paard; dat is: Hij zal hun hart en moed geven om hun vijanden te kunnen weerstaan en overwinnen. Geestelijk verstaan betekent dit dat God Zijn kerk begiftigt en sterkt met de kracht van Zijn Heilige Geest, zodat zij de duivel en hun andere vijanden dapper kunnen weerstaan en onder hun voeten vertreden; Rom. 16:20.

stellen, Dat is, toerusten.

Hertaald: stellen, Dat is: toerusten.

gelijk het paard Zijner majesteit in den strijd Dat is, als zijn heerlijk en versierd paard, op hetwelk Hij in den strijd of krijg zijn eigen persoon vertrouwt.

Hertaald: gelijk het paard Zijner majesteit in den strijd Dat is: als Zijn heerlijke en opgetuigde paard, waarop Hij in de strijd Zijn eigen persoon toevertrouwt.

Zacharia 10 vers 4

Van hetzelve Van, of uit het huis van Juda, dat is de kerk zelve zal God zijn volk met voorstanders verzorgen. Anders: van Hem, te weten, van den Heere, namelijk tot beschutting van zijn volk.

Hertaald: Van hetzelve Uit het huis van Juda, dat is: uit de kerk zelf, zal God Zijn volk van voorstanders voorzien. Anders: van Hem, namelijk van de HEERE, tot bescherming van Zijn volk.

de hoeksteen, Hebr. de hoek. Zie Sef. 1:16 de aantekening aldaar, en Sef. 3:6 . De oversten des volks worden ook in 1 Sam. 14:38 ; Jes. 19:13 , hoeken genoemd.

Hertaald: de hoeksteen, Hebreeuws: de hoek. Zie Zef. 1:16 met de aantekening daar, en Zef. 3:6. De oversten van het volk worden ook in 1 Sam. 14:38 en Jes. 19:13 hoeken genoemd.

de nagel, Of, pin, te weten met welke men de tenten uitspant en vastmaakt, hier betekenende overste, gelijk Jes. 22:23 , Jes. 22:25 . Doch hier inzonderheid krijgsoverste, gelijk blijkt uit de naastvolgende woorden.

Hertaald: de nagel, Of: pin, namelijk waarmee men de tenten uitspant en vastzet; hier duidt het een overste aan, zoals Jes. 22:23, Jes. 22:25. Maar hier in het bijzonder een legeraanvoerder, zoals blijkt uit de woorden die erop volgen.

alle drijvers voortkomen Hebr. alle, of elk drijver.

Hertaald: alle drijvers voortkomen Hebreeuws: alle, of: elke drijver.

Zacharia 10 vers 5

zij zullen zijn als de helden, Te weten, die van het huis van Juda en alle ware ledematen der kerk. Want deze woorden passen op hetgeen in vs.3 gezegd is.

Hertaald: zij zullen zijn als de helden, Namelijk zij die van het huis van Juda zijn, en alle ware leden van de kerk. Want deze woorden sluiten aan bij wat in vers 3 gezegd is.

die in het slijk der straten treden Anders: die [hunne vijanden] vertreden zullen in den strijd, als het slijk der straten.

Hertaald: die in het slijk der straten treden Anders: die hun vijanden in de strijd zullen vertreden als het slijk van de straten.

beschamen, Dat is, te schande maken.

Hertaald: beschamen, Dat is: te schande maken.

die op paarden rijden Dat is, de vijanden der kerk Gods, onaangezien zij te paard ten strijde wel toegerust zijn.

Hertaald: die op paarden rijden Dat is: de vijanden van Gods kerk, hoewel zij te paard goed voor de strijd toegerust zijn.

Zacharia 10 vers 6

het huis van Jozef Versta hierdoor vooreerst de tien stammen, daarna alle ware Israëlieten, die mede tot de kerk van Christus zullen vergaderd worden.

Hertaald: het huis van Jozef Versta hieronder allereerst de tien stammen, en vervolgens alle ware Israëlieten die mede tot de kerk van Christus vergaderd zullen worden.

behouden, Of, verlossen, gelijk in Zach. 9:16 .

Hertaald: behouden, Of: verlossen, zoals Zach. 9:16.

Ik zal hen weder inzetten; Het Hebr. woord, hetwelk in den tekst staat, schijnt uit twee ineengesmolten woorden te bestaan. Ik zal hen instellen en wederbrengen. Anders: Ik zal hen gerustelijk zetten, of doen wonen.

Hertaald: Ik zal hen weder inzetten; Het Hebreeuwse woord dat in de tekst staat lijkt uit twee samengesmolten woorden te bestaan: Ik zal hen instellen en terugbrengen. Anders: Ik zal hen veilig zetten, of veilig doen wonen.

Zacharia 10 vers 7

En zij zullen zijn Anders: en de Efraïmieten zullen zijn als een held.

Hertaald: En zij zullen zijn Anders: en de Efraïmieten zullen als een held zijn.

als een held van Efraïm, Dat is, dapper en welgemoed. Verg. Ps. 78:9 , enz.

Hertaald: als een held van Efraïm, Dat is: dapper en welgemoed. Vergelijk Ps. 78:9, enzovoort.

zien, Dat is, met blijdschap aanschouwen, horen, vernemen.

Hertaald: zien, Dat is: met blijdschap aanschouwen, horen, vernemen.

in den HEERE Vanwege den Heere, te weten vanwege zijn genadige bescherming.

Hertaald: in den HEERE Vanwege de HEERE, namelijk vanwege Zijn genadige bescherming.

Zacharia 10 vers 8

toesissen, Dat is, beroepen en in mijne kerk verzamelen door de predikatie van het heileg Evangelie, Matt. 11:28 ; Marc. 16:20 ; Joh. 7:37 . Verstaat men dit sissen of samenroepen van ene vergadering van het volk Gods, om hunnen vijanden tegenstand te doen, zo is het een bewijs, dat God zeer lichtelijk, als het Hem belieft, grote heirlegers kan doen vergaderen. Zie Jes. 5:25 de aantekening aldaar, en Jes. 7:18 .

Hertaald: toesissen, Dat is: roepen en in Mijn kerk verzamelen door de prediking van het heilig Evangelie, Matth. 11:28; Mark. 16:20; Joh. 7:37. Wanneer men dit toesissen of samenroepen opvat van een vergadering van het volk van God om hun vijanden te weerstaan, dan is het een bewijs dat God zeer gemakkelijk, wanneer het Hem behaagt, grote legers kan doen samenkomen. Zie Jes. 5:25 met de aantekening daar, en Jes. 7:18.

want Ik zal ze verlossen; Of, als Ik hen verlossen zal, te weten, door het bloed en den geest van mijnen Zoon Jezus Christus.

Hertaald: want Ik zal ze verlossen; Of: wanneer Ik hen verlossen zal, namelijk door het bloed en de Geest van Mijn Zoon Jezus Christus.

zij zullen vermenigvuldigd worden, Of, zij zullen veel, of groot worden, gelijk, enz.

Hertaald: zij zullen vermenigvuldigd worden, Of: zij zullen talrijk of groot worden, zoals, enzovoort.

Zacharia 10 vers 9

Ik zal hen onder de volken zaaien, Dat is, Ik zal mijne kerk, die door de ganse wereld verstrooid zal zijn, uitbreiden en vruchtbaar maken, als het gezaaide zaad. Zie Hos. 2:22 . Zie de volbrenging Hand. 2:5 , en Hand. 8:1 , Hand. 8:4 ; 1 Petr. 1:1 .

Hertaald: Ik zal hen onder de volken zaaien, Dat is: Ik zal Mijn kerk, die over de hele wereld verstrooid zal zijn, uitbreiden en vruchtbaar maken als het gezaaide zaad. Zie Hos. 2:22. Zie de vervulling in Hand. 2:5 en Hand. 8:1, Hand. 8:4; 1 Petr. 1:1.

Mijner gedenken Dat is, in mij geloven, mij aanroepen en dienen; ja ook mijn naam verkondigen. Dit is inzonderheid geschied ten tijde der predikatie van het heilig Evangelie door de apostelen en hunne metgezellen.

Hertaald: Mijner gedenken Dat is: in Mij geloven, Mij aanroepen en dienen, ja ook Mijn Naam verkondigen. Dit is in het bijzonder gebeurd in de tijd van de prediking van het heilig Evangelie door de apostelen en hun metgezellen.

leven met hun kinderen, Dit is te verstaan van een geestelijk leven; doch sommigen nemen het voor wel en gelukkiglijk hier op aarde leven.

Hertaald: leven met hun kinderen, Dit moet men verstaan van een geestelijk leven; maar sommigen vatten het op als goed en gelukkig leven hier op aarde.

wederkeren Te weten, tot God door bekering of tot hun aarse bezittingen, verlost zijnde uit de handen hunner vijanden.

Hertaald: wederkeren Namelijk tot God door bekering, of tot hun aardse bezittingen, wanneer zij uit de handen van hun vijanden verlost zijn.

Zacharia 10 vers 10

IK zal ze wederbrengen uit Egypteland, De zin is: Gelijk Ik mijn volk Israël eertijds uit Egypteland en ander landen, waar het een tijlang in ellende is geweest, heb gebracht in het land Kanaän, alzo zal Ik mijn uitverkoren volk uit de blindheid, afgederij en dienstbaarheid van den duivel verlossen, in mijne kerk brengen en eeuwig zaligmaken.

Hertaald: IK zal ze wederbrengen uit Egypteland, De betekenis is: zoals Ik Mijn volk Israël vroeger uit Egypte en uit andere landen, waar het een tijdlang in ellende geweest is, in het land Kanaän gebracht heb, zo zal Ik Mijn uitverkoren volk uit de blindheid, de afgoderij en de slavernij van de duivel verlossen, in Mijn kerk brengen en eeuwig zalig maken.

maar het zal hun niet genoeg wezen Ander: maar daar zal niet plaats genoeg voor hen gevonden worden; te weten, om te wonen, zij zullen te machtig in getal zijn. Van de betekenis van het Hebr. woord, zie Num. 11:22 de aantekening aldaar, Hos. 12:9 .

Hertaald: maar het zal hun niet genoeg wezen Anders: maar er zal voor hen geen plaats genoeg gevonden worden, namelijk om te wonen; zij zullen te talrijk zijn. Over de betekenis van het Hebreeuwse woord, zie Num. 11:22 met de aantekening daar, en Hos. 12:9.

Zacharia 10 vers 11

Hij zal door de zee gaan, Te weten, de heer Christus.

Hertaald: Hij zal door de zee gaan, Namelijk de Heere Christus.

die benauwende, Hebr. Hij zal door de zee gaan [met] benauwdheid, of benauwing. De zin is: Hij zal de zee beangstigen, gelijk Hij eertijds de Rode zee beangstigd heeft. Zie Ps. 114:3 ; Jes. 11:15 , enz. dat is, God zal zijnen uitverkorenen een wonderlijken doorgang openen, om uit het geestelijke Egypte dezer wereld in het hemelse Kanaän te gaan. Anderen, en het [te weten mijn volk] zal door de zee der benauwdheid of der beangstiging doorgaan, eer het in het hemelse Kanaän zal gesteld worden.

Hertaald: die benauwende, Hebreeuws: Hij zal door de zee gaan met benauwdheid of benauwing. De betekenis is: Hij zal de zee benauwen, zoals Hij vroeger de Rode Zee benauwd heeft. Zie Ps. 114:3; Jes. 11:15, enzovoort. Dat is: God zal voor Zijn uitverkorenen een wonderlijke doorgang openen om uit het geestelijke Egypte van deze wereld naar het hemelse Kanaän te gaan. Anderen: en het — namelijk Mijn volk — zal door de zee van de benauwdheid gaan voordat het in het hemelse Kanaän gebracht zal worden.

Hij zal de golven in de zee slaan, Te weten, de Heer. Die zal alle hindernissen uit den weg nemen.

Hertaald: Hij zal de golven in de zee slaan, Namelijk de HEERE. Die zal alle hindernissen uit de weg ruimen.

de hoogmoed van Assur Of, de hoogheid.

Hertaald: de hoogmoed van Assur Of: de hoogheid.

de scepter van Egypte zal wegwijken Dat is, het regiment, alle regering, gelijk Gen. 49:10 ; want de Assyriërs en Egypte naars, mitsgaders andere heidense natiën, die de gemeente Gods plachten te vervolgen, zullen zich aan de scepter en de regering van Christus onderwerpen.

Hertaald: de scepter van Egypte zal wegwijken Dat is: het bewind, alle regering, zoals Gen. 49:10. Want de Assyriërs en de Egyptenaren, en ook andere heidense volken die de gemeente van God plachten te vervolgen, zullen zich aan de scepter en de regering van Christus onderwerpen.

Zacharia 10 vers 12

Ik zal hen sterken Te weten, God de Vader zal mijn volk versterken.

Hertaald: Ik zal hen sterken Namelijk God de Vader zal Mijn volk versterken.

in den HEERE, Dat is, in het geloof aan Jezus Christus, die het Hoofd zijner kerk is.

Hertaald: in den HEERE, Dat is: in het geloof in Jezus Christus, Die het Hoofd van Zijn kerk is.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Begeert van den HEERE regen  — een oproep om bij de ware bron te zoeken, tegenover de valse troost van afgoden en waarzeggers (Zach. 10:1-2)

"Begeert van den HEERE regen, ten tijde des spaden regens; de HEERE maakt de weerlichten; en Hij zal hun regen genoeg geven voor ieder kruid op het veld" (Zach. 10:1). Daartegenover: "de terafim spreken ijdelheid, en de waarzeggers zien valsheid, en zij spreken ijdele dromen, zij troosten met ijdelheid; daarom zijn zij henengetogen als schapen, zij zijn onderdrukt geworden; want er was geen herder" (Zach. 10:2).

Bijbelse betekenis: Merk op de eenvoud van de oproep in Zach. 10:1: begeert — vraag het gewoon aan de HEERE, in plaats van elders naar antwoorden te zoeken. Let vervolgens op de drievoudige herhaling van ijdelheid in Zach. 10:2: ijdelheid, valsheid, ijdele dromen, ijdelheid — een opeenstapeling die de leegte van deze alternatieven benadrukt. Let ten slotte op het gevolg dat genoemd wordt: het volk trok weg als schapen zonder herder — niet omdat er geen herder beloofd was, maar omdat men elders zocht.

Typologie: Ditzelfde beeld van schapen zonder herder gebruikt de Heere Jezus, bewogen met innerlijke ontferming, wanneer Hij de menigte ziet: "gelijk schapen, die geen herder hebben" (reeds behandeld bij Matt. 9:36).

Zach. 10:1-2; Matt. 9:36

De HEERE der heirscharen zal Zijn kudde bezoeken  — tegenover de slechte herders van het vorige vers stelt God Zichzelf als de Herder die Zijn kudde niet in de steek laat (Zach. 10:3-5)

"Tegen de herders was Mijn toorn ontstoken, en over de bokken heb Ik bezoeking gedaan; maar de HEERE der heirscharen zal Zijn kudde bezoeken, het huis van Juda, en Hij zal hen stellen, gelijk het paard Zijner majesteit in den strijd" (Zach. 10:3). Wat daaruit voortkomt: "Van hetzelve zal de hoeksteen, van hetzelve zal de nagel, van hetzelve zal de strijdboog, te zamen zullen van hetzelve alle drijvers voortkomen" (Zach. 10:4).

Bijbelse betekenis: Merk op het contrast in Zach. 10:3: menselijke herders die Gods toorn verdienden, tegenover de HEERE der heirscharen Die Zelf de kudde bezoekt. Waar de herders van het volk in Zach. 10:2 faalden, treedt God Zelf op. Let vervolgens op de vier beelden in Zach. 10:4: hoeksteen, nagel, strijdboog, drijver — allemaal beelden van stevigheid en leiderschap die uit het volk zelf voortkomen, nu God het bezoekt. Let ten slotte op wat dit zegt over de plaats van leiderschap: het komt niet van buiten het volk, maar wordt door God uit hun eigen midden opgewekt.

Typologie: Dat God Zelf de herder wordt waar menselijke herders faalden, is precies wat Ezechiël profeteert: "Ik zal Mijn schapen weiden, en Ik zal ze legeren, spreekt de Heere HEERE" (reeds behandeld bij Ezech. 34:15).

Zach. 10:3-4; Ezech. 34:15

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het koninkrijk niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding ambt

De hoeksteen, de nagel en de strijdboog — 10:2-4

Zacharia beschrijft een volk zonder leiding. De terafim spreken ijdelheid, de waarzeggers zien valsheid, en het volk trekt weg als schapen omdat er geen herder is. Tegen die achtergrond zegt God wat Hij zal doen — en Hij doet dat in vier woorden die elk een beeld zijn.

Waar het volk niets had om op te steunen dan afgoden en dromen, belooft God dat er uit Hemzelf een hoeksteen, een nagel, een strijdboog en een heerser zullen voortkomen.

Het vierde vers is kort en bijna telegrafisch: “Van hetzelve zal de hoeksteen, van hetzelve zal de nagel, van hetzelve zal de strijdboog, te zamen zullen van hetzelve alle drijvers voortkomen.” Vier keer staat er van Hem. Dat herhaalde van Hem wijst op de goddelijke zending en zalving van Degene Die komen moet. Hij komt niet uit het volk voort, maar uit God.

Dat de plaats messiaans is, wordt niet door iedereen aangenomen, en dat mag gezegd worden. Maar wie de vier beelden naloopt, ziet hoe economisch hier gesproken wordt: elk woord is een heel ambt.

**De hoeksteen.** Dit is dezelfde steen als bij Jesaja: zie, Ik leg een grondsteen in Sion, een beproefde steen, een kostelijke hoeksteen, die wel vast gegrondvest is. En het is het woord van Psalm 118, de steen die de bouwlieden verworpen hebben en die tot een hoofd des hoeks geworden is. Op die plaats laat het Nieuwe Testament geen ruimte: Christus past haar Zelf toe, Petrus doet het voor de raad, en hij doet het opnieuw in zijn brief. Tegenover de terafim en de dromen van vers 2 staat dus het enige waarop een mens werkelijk kan gaan staan.

**De nagel.** Hier gaat het niet om een spijker in een balk maar om een pin in de muur waaraan men dingen hangt. Deugt de pin niet, dan hangt men er niets aan. Jesaja gebruikt dat beeld bij Eljakim, die de sleutel van Davids huis kreeg: Ik zal hem als een nagel inslaan in een vaste plaats, en men zal aan hem hangen alle heerlijkheid van het huis zijns vaders. Maar drie verzen verder zegt diezelfde profeet dat die nagel weggenomen zal worden. De last die eraan hing, wordt afgesneden. Wat zeker leek, begaf het. Daarom belooft God hier een Nagel Die het wél houdt — niet alleen sterk genoeg om de schuld te dragen, maar ook om alle zorgen te dragen die eraan gehangen worden.

**De strijdboog.** Tegenover een volk dat verstrooid was omdat het geen herder had, staat Iemand door Wie de vijand verslagen wordt. De verlossing komt niet doordat het volk zich bewapent, maar doordat God een wapen geeft.

**De heerser.** Het laatste woord vertaalt de Statenvertaling met drijvers, en het is het woord voor iemand die met gezag drijft en bestuurt. Waar vers 3 zegt dat Gods toorn tegen de slechte herders ontstoken was, staat hier de tegenhanger: Hij Die met recht regeert.

Zo bevat één vers wat elders over hele hoofdstukken verdeeld staat: het fundament om op te staan, de pin om aan te hangen, het wapen om achter te schuilen en de heerschappij om onder te leven. En de kudde die in vers 2 zonder herder wegtrok, krijgt in ditzelfde hoofdstuk te horen dat de HEERE der heirscharen Zijn kudde bezoeken zal.

  1. Zacharia 10:2 — Het volk trekt weg als schapen, want er was geen herder.
  2. Zacharia 10:4 — Uit Hém komen vier dingen voort: hoeksteen, nagel, strijdboog, heerser.
  3. Jesaja 28:16 — De beproefde, kostelijke hoeksteen die vast gegrondvest is.
  4. Jesaja 22:23-25 — De nagel van Eljakim begaf het, met de last die eraan hing.
  5. Psalm 118:22 — De steen die de bouwlieden verwierpen, is tot een hoofd des hoeks geworden.
  6. 1 Petrus 2:6-8 — Petrus legt die steen uit als Christus, tot fundament of tot struikelblok.

In het Nieuwe Testament: Mattheüs 21:42; Handelingen 4:11; 1 Petrus 2:4-8; Jesaja 28:16; Jesaja 22:23-25

Hoever dit reikt: Dat dit vers op Christus ziet, wordt niet door alle uitleggers aangenomen; sommigen betrekken de vier beelden op de leiders die God aan Zijn volk geven zou. Die lezing wordt hier niet afgewezen, want de kanttekening houdt haar open. Wat wél vaststaat is dat het eerste van de vier beelden — de hoeksteen — in het Nieuwe Testament rechtstreeks op Christus wordt toegepast, door Hemzelf en door Petrus. Voor de nagel en de strijdboog is er geen aanhaling. Die rusten op de overeenkomst met Jesaja 22, en daarnaast op het viermaal herhaalde van Hem, dat naar dezelfde bron wijst.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Zacharia 10

Zacharia 10:1.KruisverwijzingenEzechiël 34:26Jesaja 44:3Jeremia 14:22Jakobus 5:7Jesaja 30:23Jeremia 10:13Amos 4:7Joël 2:23
— Begeert van den HEERE regen, ten tijde des spaden regens; de HEERE maakt de weerlichten; en Hij zal hun regen genoeg geven voor ieder kruid op het veld.
“Begeert van den HEERE regen, ten tijde des spaden regens; de HEERE maakt de weerlichten; en Hij zal hun regen genoeg geven voor ieder kruid op het veld.”

De godloochenende wijsgeer van vandaag lacht om zo’n vers. Hij vraagt smalend: wat voor verband kan er nu bestaan tussen mensen die tot God bidden en de regenbuien die op de aarde vallen? Volgens de wetten van de natuur, zegt hij, vallen de buien in dit of dat jaargetijde. En is de dampkring niet juist in de vereiste toestand, dan kan al het bidden van de wereld geen enkele druppel regen voortbrengen.

Maar het geloof ziet helder waar de rede blind is. Het gebed van het geloof beweegt de arm van God. En de arm van God beheerst wat de wijsgeer de wetten van de natuur noemt, en zo daalt de regen neer. Laten wij uit dit gebod en deze belofte de kracht van het gelovige gebed leren. Het gebed heeft de sleutel van de natuur zowel als de sleutel van de hemel aan haar gordel hangen.

Let er ook op: hebben wij één weldaad van de HEERE ontvangen, dan moeten wij voortgaan om een volgende te bidden. Deze mensen moeten de vroege regen gehad hebben, en toch moesten zij ook om de spade regen vragen. Hebt u de vroege regen van de bekering gehad, ga dan voort en vraag de HEERE om de spade regen van de heiligmaking.

Hebben wij in onze gemeente de vroege regen van genadige toevoegingen aan ons aantal gehad? Dan moeten wij om de spade regen vragen, door te bidden dat God ons zo blijft zegenen. Houden wij op om zegen te bidden, dan is God al opgehouden ons te zegenen. Maar gieten onze zielen stromen van gebed uit, dan giet God zeker stromen van barmhartigheid uit.

Zacharia 10:2.KruisverwijzingenEzechiël 34:5Hosea 3:4Mattheüs 9:36Jeremia 27:9Habakuk 2:18Genesis 31:19Ezechiël 34:8Ezechiël 21:29
— Want de terafim spreken ijdelheid, en de waarzeggers zien valsheid, en zij spreken ijdele dromen, zij troosten met ijdelheid; daarom zijn zij henengetogen als schapen, zij zijn onderdrukt geworden; want er was geen herder.
“Want de terafim spreken ijdelheid, en de waarzeggers zien valsheid, en zij spreken ijdele dromen, zij troosten met ijdelheid; daarom zijn zij henengetogen als schapen, zij zijn onderdrukt geworden; want er was geen herder.”

Let op hoe gereed de mens is om de grote fontein van levend water te verlaten en zich gebroken bakken te maken die geen water houden. Let er ook op dat er voor een tijd wel enige troost uit een vals vertrouwen te halen valt, maar dat het een “troost in de ijdelheid” is.

Een droom geeft geen troost meer wanneer iemand ontwaakt en merkt dat hij niet rijk is, zoals hij zich in zijn droom vergeefs had voorgesteld, maar bitter arm. Zo zal ook alle vertrouwen op het vlees ons verdriet alleen maar groter maken wanneer wij het volslagen tekort ervan ontdekken. Dat geldt van alle steunen op iets anders dan de almachtige arm van God, ook al gaf het ons tijdelijk hoop en troost.

De schapen die tot de kudde van Christus behoren, zullen nooit een andere ware herder vinden dan Hem Die de goede Herder is. Verliezen zij voor een tijd hun geestelijk verstand zo dat zij vreemden volgen, dan zullen zij duizend moeiten ontmoeten omdat zij geen herder hebben. Eigenlijk is dat volgen voor hen niet natuurlijk. Een vreemde zullen zij niet volgen maar van hem vluchten, omdat zij de stem van vreemden niet kennen.

Zacharia 10:3.KruisverwijzingenEzechiël 34:16Sefanja 2:7Hooglied 1:9Exodus 4:31Zacharia 11:5Jeremia 10:21Ezechiël 34:20Ezechiël 34:2
— Tegen de herders was Mijn toorn ontstoken, en over de bokken heb Ik bezoeking gedaan; maar de HEERE der heirscharen zal Zijn kudde bezoeken, het huis van Juda, en Hij zal hen stellen, gelijk het paard Zijner majesteit in den strijd.
Worden mensen met ontrouwe leraars geplaagd, dan zal God bij Zijn bezoeking niet alleen de leraars straffen. Hij straft ook de godsdienstige voorgangers en de valse belijders in die gemeenten: de bokken die de kudde op een dwaalweg brachten.

Och, wat een plaag en een vloek zal een ontrouwe leraar op de laatste dag blijken te zijn geweest! Een bron die alleen bitter water geeft zoals dat van Mara, bespot slechts een dorst van een ogenblik. Maar een leraar die het evangelie niet predikt en het evangelie niet leeft, bespot de eeuwige dorst van de ziel. Wat ik ook mag zijn, God geve dat ik nooit een ontrouwe prediker van Zijn Woord zal zijn.

Een bekwaam ruiter houdt zijn getuigde strijdros vaardig in de hand. Hij wendt het op de dag van de strijd naar zijn welgevallen en laat het alleen aan zichzelf gehoorzamen. Zo houdt de HEERE Zijn gemeente in en leidt Hij haar, zodat zij als een sierlijk strijdros wordt.

Zacharia 10:4.KruisverwijzingenZacharia 9:10Numeri 24:17Zacharia 9:8Zacharia 1:202 Timotheüs 2:41 Samuël 14:38Openbaring 19:13Micha 5:5
— Van hetzelve zal de hoeksteen, van hetzelve zal de nagel, van hetzelve zal de strijdboog, te zamen zullen van hetzelve alle drijvers voortkomen.
Laten wij uit dit vers leren dat alles van de HEERE der heirscharen komt, de God van de voorzienigheid zowel als van de genade. Die staatslieden, die de hoeksteen van het grote staatsgebouw zijn, moeten van Hem komen. Die ervaren christenmannen en christenvrouwen, die als de hoekstenen van ons geestelijk gebouw lijken, moeten van Hem komen. Zij die als nagels zijn, waar zwakkere christenen aan hangen, komen van Hem.

En wie op de dag van de strijd als Gods boog is, moet ook van Hem komen. Want buiten de HEERE is er onder al Zijn volk geen kracht, geen macht, geen verstand en geen wijsheid. Laten wij dan leren onze ogen tot God op te heffen en naar Hem te zien voor alles wat wij nodig hebben. Of het staatkundige, maatschappelijke of godsdienstige noden zijn die vervuld moeten worden: alles moet van Hem komen.

Zacharia 10:5.KruisverwijzingenHagai 2:22Psalmen 20:7Jozua 10:42Mattheüs 4:3Mattheüs 28:20Psalmen 33:16Zacharia 9:13Openbaring 19:13
— En zij zullen zijn als de helden, die in het slijk der straten treden in den strijd, en zij zullen strijden; want de HEERE zal met hen wezen; en zij zullen die beschamen, die op paarden rijden.
Het Joodse voetvolk joeg dikwijls de Syrische ruiterij op de vlucht. Ik mag de apostelen van ouds treffend vergelijken met geringe strijders te voet, terwijl heidense en andere wijsgeren als machtige mannen op paarden waren. En toch werden zij door die naar het uiterlijk zwakkere strijders van het kruis teruggedreven, en zo is het nog.

Wij kunnen onze tegenstanders rustig elk voordeel geven dat zij vragen. Laat hen de gunst van de staat hebben, laat hen wereldse waardigheid hebben, laat hen geleerdheid hebben, laat hen rijkdom hebben. Toch zullen wij hen in de naam van God overwinnen. De waarheid van God is machtiger dan al de wijsheid van de mens, en het zwakke van God is sterker dan de grootste sterkte van de mens.

Zacharia 10:6.KruisverwijzingenZacharia 13:9Zacharia 10:12Jesaja 14:1Jeremia 3:18Jeremia 31:20Hosea 2:23Ezechiël 36:37Jesaja 49:17
— En Ik zal het huis van Juda versterken, en het huis van Jozef zal Ik behouden, en Ik zal hen weder inzetten; want Ik heb Mij hunner ontfermd, en zij zullen wezen, alsof Ik hen niet verstoten had; want Ik ben de HEERE, hun God, en Ik zal ze verhoren.
Ziet, geliefden, hoe het eeuwige verbond de grote grondslag van alles voor de heiligen is. “Ik ben de HEERE hun God”, zegt Hij. De HEERE heeft Zijn volk voor altijd tot de Zijnen genomen. En daarom zal Hij hen, al lijkt Hij hen tijdelijk te verwerpen, blijvend en eeuwig vasthouden en als Zijn volk erkennen.

Zacharia 10:7.KruisverwijzingenZacharia 9:15Efeze 5:18Spreuken 31:6Zacharia 9:17Handelingen 13:33Handelingen 2:13Habakuk 3:18Johannes 16:22
— En zij zullen zijn als een held van Efraim, en hun hart zal zich verblijden, als van den wijn; en hun kinderen zullen het zien, en zich verblijden, hun hart zal zich verheugen in den HEERE.
Grijp deze belofte vast, gelovigen, en pleit erop. Bent u mat en zwaar, moedeloos en bedroefd? Pleit dan op deze belofte: hun hart zal zich verheugen in de HEERE.

Zacharia 10:8.KruisverwijzingenJesaja 5:26Jesaja 7:18Jeremia 33:22Jeremia 31:10Ezechiël 36:10Jesaja 49:191 Timotheüs 2:4Zacharia 9:11
— Ik zal hen toesissen, en zal ze vergaderen, want Ik zal ze verlossen; en zij zullen vermenigvuldigd worden, gelijk zij te voren vermenigvuldigd waren.
Het woord “toesissen” wordt door sommigen opgevat als een toespeling op de oosterse gewoonte van bijenhouders, die een sissend geluid maken om de bijen in de korf te verzamelen. Anderen vertalen het woord echter als “fluiten”, zoals de herder voor zijn kudde fluit en zij zich om hem heen verzamelen.

In de woorden “Ik zal ze verzamelen, want Ik zal ze verlossen” zien wij dat de bijzondere verlossing de grondslag is van de krachtdadige roeping. Wie Jezus Christus met Zijn dierbaar bloed gekocht heeft, die zal de Heilige Geest met kracht uit de rest van het menselijk geslacht roepen.

Zacharia 10:9-11.KruisverwijzingenEzechiël 6:9Ezechiël 30:13Hosea 11:11Hosea 2:231 Koningen 8:47Micha 7:14Jesaja 65:9Handelingen 14:1
— En Ik zal hen onder de volken zaaien, en zij zullen Mijner gedenken in verre plaatsen; en zij zullen leven met hun kinderen, en wederkeren. Want Ik zal ze wederbrengen uit Egypteland, en Ik zal ze vergaderen uit Assyrie; en Ik zal ze in het land van Gilead en Libanon brengen, maar het zal hun niet genoeg wezen. En Hij zal door de zee gaan, die benauwende, en Hij zal de golven in de zee slaan, en al de diepten der rivieren zullen verdrogen; dan zal de hoogmoed van Assur nedergeworpen worden, en de schepter van Egypte zal wegwijken.
In het herstel van Israel zal er een nog grotere triomf zijn dan die bij de Rode Zee volbracht werd. Want de heerlijkheid van God in de verlossing van Zijn volk gaat zeker gepaard met een andere gestalte van heerlijkheid in de verwoesting van Zijn vijanden. Christus is een aangename reuk voor God, zowel in hen die behouden worden als in hen die verloren gaan.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content