Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
BegeertH7592 van den HEEREH3068 regen, ten tijdeH6256 des spaden regensH4456; de HEEREH3068 maaktH6213 de weerlichtenH2385; en Hij zal hun regen genoegH5414 geven voor iederH376 kruidH6212 op het veldH7704.
Begeert van den HEERE regen, ten tijde des spaden regens; de HEERE maakt de weerlichten; en Hij zal hun regen genoeg geven voor ieder kruid op het veld.
Ook in dit vers
regenH1653
regenH4306
KJV
Ask1
ye of the LORD2
rain3
in the time4
of the latter rain;5
so the LORD6
shall make7
bright clouds,8
and give11
them showers10
of rain,9
to every one13
grass14
in the field.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
WantH3588 de terafimH8655 sprekenH1696 ijdelheid, en de waarzeggersH7080 zienH2372 valsheidH8267, en zij sprekenH1696 ijdeleH7723 dromenH2472, zij troostenH5162 met ijdelheid; daaromH3651 zijn zij henengetogenH5265 als schapenH6629, zij zijn onderdruktH6031 geworden; wantH3588 er was geenH369 herderH7462.
Want de terafim spreken ijdelheid, en de waarzeggers zien valsheid, en zij spreken ijdele dromen, zij troosten met ijdelheid; daarom zijn zij henengetogen als schapen, zij zijn onderdrukt geworden; want er was geen herder.
Ook in dit vers
ijdelheidH205
ijdelheidH1892
KJV
For the idols2
have spoken3
vanity,4
and the diviners5
have seen6
a lie,7
and have told10
false9
dreams;8
they comfort12
in vain:11
therefore they went15
their way as a flock,17
they were troubled,18
because there was no shepherd.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
TegenH5921 de herdersH7462 was Mijn toornH639 ontstokenH2734, en overH5921 de bokkenH6260 heb Ik bezoekingH6485 gedaan; maarH3588 de HEEREH3068 der heirscharenH6635 zal Zijn kuddeH5739 bezoekenH6485, het huisH1004 van JudaH3063, en Hij zal hen stellenH7760, gelijk het paardH5483 Zijner majesteitH1935 in den strijdH4421.
Tegen de herders was Mijn toorn ontstoken, en over de bokken heb Ik bezoeking gedaan; maar de HEERE der heirscharen zal Zijn kudde bezoeken, het huis van Juda, en Hij zal hen stellen, gelijk het paard Zijner majesteit in den strijd.
KJV
Mine anger4
was kindled3
against the shepherds,2
and I punished7
the goats:6
for the LORD10
of hosts11
hath visited9
his flock13
the house15
of Judah,16
and hath made17
them as his goodly20
horse19
in the battle.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Van hetzelve zal de hoeksteenH6438, vanH4480 hetzelve zal de nagelH3489, vanH4480 hetzelve zal de strijdboogH4421, te zamenH3162 zullen vanH4480 hetzelve alleH3605 drijversH5065 voortkomenH3318.
Van hetzelve zal de hoeksteen, van hetzelve zal de nagel, van hetzelve zal de strijdboog, te zamen zullen van hetzelve alle drijvers voortkomen.
KJV
Out of him came forth9
the corner,2
out of him the nail,4
out of him the battle7
bow,6
out of him every oppressor11
together.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
En zij zullen zijn als de heldenH1368, die in het slijkH2916 der stratenH2351 tredenH947 in den strijdH4421, en zij zullen strijdenH3898; wantH3588 de HEEREH3068 zal metH5973 hen wezen; en zij zullen die beschamenH3001, die op paardenH5483 rijdenH7392.
En zij zullen zijn als de helden, die in het slijk der straten treden in den strijd, en zij zullen strijden; want de HEERE zal met hen wezen; en zij zullen die beschamen, die op paarden rijden.
KJV
And they shall be as mighty2
men, which tread down3
their enemies in the mire4
of the streets5
in the battle:6
and they shall fight,7
because the LORD9
is with them, and the riders12
on horses13
shall be confounded.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
En Ik zal het huisH1004 van JudaH3063 versterkenH1396, en het huisH1004 van JozefH3130 zal Ik behoudenH3467, en Ik zal hen weder inzettenH3427; wantH3588 Ik heb Mij hunner ontfermdH7355, en zij zullen wezen, alsofH834 Ik hen nietH3808 verstotenH2186 had; wantH3588 IkH589 ben de HEEREH3068, hun GodH430, en Ik zal ze verhorenH6030.
En Ik zal het huis van Juda versterken, en het huis van Jozef zal Ik behouden, en Ik zal hen weder inzetten; want Ik heb Mij hunner ontfermd, en zij zullen wezen, alsof Ik hen niet verstoten had; want Ik ben de HEERE, hun God, en Ik zal ze verhoren.
KJV
And I will strengthen1
the house3
of Judah,4
and I will save8
the house6
of Joseph,7
and I will bring them again to place
them; for I have mercy11
upon them: and they shall be as though13
I had not cast them off:15
for I am the LORD18
their God,19
and will hear
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
En zij zullen zijn als een heldH1368 van EfraimH669, en hun hartH3820 zal zich verblijdenH8055, als van den wijnH3196; en hun kinderenH1121 zullen het zienH7200, en zich verblijdenH8055, hun hartH3820 zal zich verheugenH1523 in den HEEREH3068.
En zij zullen zijn als een held van Efraim, en hun hart zal zich verblijden, als van den wijn; en hun kinderen zullen het zien, en zich verblijden, hun hart zal zich verheugen in den HEERE.
KJV
And they of Ephraim3
shall be like a mighty2
man, and their heart5
shall rejoice4
as through wine:7
yea, their children8
shall see9
it, and be glad;10
their heart12
shall rejoice11
in the LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Ik zal hen toesissenH8319, en zal ze vergaderenH6908, wantH3588 Ik zal ze verlossenH6299; en zij zullen vermenigvuldigdH7235 worden, gelijk zij te voren vermenigvuldigdH7235 waren.
Ik zal hen toesissen, en zal ze vergaderen, want Ik zal ze verlossen; en zij zullen vermenigvuldigd worden, gelijk zij te voren vermenigvuldigd waren.
KJV
I will hiss1
for them, and gather3
them; for I have redeemed5
them: and they shall increase6
as they have increased.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
En Ik zal hen onder de volkenH5971 zaaienH2232, en zij zullen Mijner gedenkenH2142 in verre plaatsenH4801; en zij zullen levenH2421 metH854 hun kinderenH1121, en wederkerenH7725.
En Ik zal hen onder de volken zaaien, en zij zullen Mijner gedenken in verre plaatsen; en zij zullen leven met hun kinderen, en wederkeren.
KJV
And I will sow1
them among the people:2
and they shall remember4
me in far countries;3
and they shall live5
with their children,7
and turn again.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Want Ik zal ze wederbrengenH7725 uit EgyptelandH776, en Ik zal ze vergaderenH6908 uit AssyrieH804; en Ik zal ze in het landH776 van GileadH1568 en LibanonH3844 brengenH935, maar het zal hun nietH3808 genoegH4672 wezen.
Want Ik zal ze wederbrengen uit Egypteland, en Ik zal ze vergaderen uit Assyrie; en Ik zal ze in het land van Gilead en Libanon brengen, maar het zal hun niet genoeg wezen.
KJV
I will bring them again1
also out of the land2
of Egypt,3
and gather5
them out of Assyria;4
and I will bring10
them into the land7
of Gilead8
and Lebanon;9
and place shall not be found
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
En Hij zal door de zeeH3220 gaan, die benauwendeH6869, en Hij zal de golvenH1530 in de zeeH3220 slaanH5221, en alH3605 de dieptenH4688 der rivierenH2975 zullen verdrogenH3001; dan zal de hoogmoedH1347 van AssurH804 nedergeworpenH3381 worden, en de schepterH7626 van EgypteH4714 zal wegwijkenH5493.
En Hij zal door de zee gaan, die benauwende, en Hij zal de golven in de zee slaan, en al de diepten der rivieren zullen verdrogen; dan zal de hoogmoed van Assur nedergeworpen worden, en de schepter van Egypte zal wegwijken.
KJV
And he shall pass through1
the sea2
with affliction,3
and shall smite4
the waves6
in the sea,5
and all the deeps9
of the river10
shall dry up:7
and the pride12
of Assyria13
shall be brought down,11
and the sceptre14
of Egypt15
shall depart away.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
En Ik zal hen sterkenH1396 in den HEEREH3068, en in Zijn NaamH8034 zullen zij wandelenH1980, spreektH5002 de HEEREH3068.
En Ik zal hen sterken in den HEERE, en in Zijn Naam zullen zij wandelen, spreekt de HEERE.
KJV
And I will strengthen1
them in the LORD;2
and they shall walk up and down4
in his name,3
saith5
the LORD.
van den HEERE regen,
De zin is: Indien gij enig ding van doen hebt, verzoekt zulks van den Heere met uwe gebeden, hetzij regen om uwe vruchten te doen wassen, of iets dergelijks, maar loopt niet tot de afgoden, gelijk uwe vaders gedaan hebben, waarom Ik hen gestraft heb.
Hertaald:
van den HEERE regen,
De betekenis is: als u iets nodig hebt, vraag dat dan met uw gebeden aan de HEERE — hetzij regen om uw vruchten te laten groeien, hetzij iets anders — maar loop niet naar de afgoden, zoals uw vaderen gedaan hebben, waarom Ik hen gestraft heb.
des spaden regens;
Van spaden regen, zie Deut. 11:14 , en verg. Hag. 1:10 , en Hag. 2:18 ; Zach. 8:12 ; zie ook Spr. 16:15 ; Joël 2:23 .
Hertaald:
des spaden regens;
Over de late regen, zie Deut. 11:14, en vergelijk Hag. 1:10 en Hag. 2:18; Zach. 8:12; zie ook Spr. 16:15; Joël 2:23.
de weerlichten;
Of, regenvlagen, of plasregen, regenachtige wolken. Zie Job 38:25 .
Hertaald:
de weerlichten;
Of: regenvlagen, of plasregen, of regenachtige wolken. Zie Job 38:25.
hun
Of, daar, te weten, die Hem daarom zullen bidden. Het is ene verandering van personen, haar, of hen, voor ulieden.
Hertaald:
hun
Of: daar, namelijk aan hen die Hem daarom zullen bidden. Het is een verandering van persoon: hun of hen in plaats van u.
regen genoeg geven
Hebr. regen des plasregens, of regen [ja] plasregen; alzo staat er in Ps. 40:3 ; slijk des modders, voor dikke slijk.
Hertaald:
regen genoeg geven
Hebreeuws: regen van de plasregen, of: regen, ja plasregen. Zo staat er in Ps. 40:3 slijk van de modder, voor dikke modder.
Want de terafim spreken ijdelheid,
Of, zekerlijk, gewisselijk, enz. Dat is, de reden, waarom de godzaligen van God verzoeken hetgeen hun van node is, te weten, omdat de afgoden niets dan ijdelheid zijn; zie Ps. 115:3-4 , enz. Zie ook Jer. 10:8 ; Hab. 2:18 ; van terafim zie Gen. 31:19 .
Hertaald:
Want de terafim spreken ijdelheid,
Of: zeker, gewis, enzovoort. Dit is de reden waarom de godzaligen aan God vragen wat zij nodig hebben, namelijk omdat de afgoden niets dan ijdelheid zijn; zie Ps. 115:3-4, enzovoort. Zie ook Jer. 10:8; Hab. 2:18. Over de terafim, zie Gen. 31:19.
zien valsheid,
Dat is, hier te zeggen profeteren of voorzeggen, te weten, door den mond hunner profeten.
Hertaald:
zien valsheid,
Dat is hier zoveel als profeteren of voorzeggen, namelijk door de mond van hun profeten.
daarom
Te weten, omdat zij de beelden geeerd en de waarzeggers geloofd hebben.
Hertaald:
daarom
Namelijk omdat zij de beelden vereerd en de waarzeggers geloofd hebben.
zij
Te weten, de Joden van uwe vaders.
Hertaald:
zij
Namelijk de Joden, uw vaderen.
henengetogen als schapen,
Te weten, in de gevangenschap naar Babylonië.
Hertaald:
henengetogen als schapen,
Namelijk in de gevangenschap naar Babylonië.
zij zijn onderdrukt geworden;
Of, zij hebben openlijk betuigd, of gesproken, dat zij geen herder hadden.
Hertaald:
zij zijn onderdrukt geworden;
Of: zij hebben openlijk betuigd of gezegd dat zij geen herder hadden.
geen herder
Dewijl de priesters en de regenten hun ambt niet betrachtten, noch het volk van die afgoderij aftrokken. Verg. Jer. 23:1 ; Ezech. 34:2 ; Matt. 9:36 .
Hertaald:
geen herder
Omdat de priesters en de bestuurders hun ambt niet waarnamen en het volk niet van die afgoderij aftrokken. Vergelijk Jer. 23:1; Ezech. 34:2; Matth. 9:36.
de herders
Van welke in vs.2 gesproken wordt.
Hertaald:
de herders
Over wie in vers 2 gesproken wordt.
de bokken
Dat is, regenten, of de rijken en geweldigen, gelijk Jes. 14:9 ; Ezech. 34:17 ; Dan. 8:5 .
Hertaald:
de bokken
Dat is: bestuurders, of de rijken en machtigen, zoals Jes. 14:9; Ezech. 34:17; Dan. 8:5.
bezoeking gedaan;
Te weten, in mijn toorn.
Hertaald:
bezoeking gedaan;
Namelijk in Mijn toorn.
zal Zijn kudde bezoeken,
Dat is, nadat Hij zijn volk zal gekastijd hebben, zo zal Hij hen toerusten als een schoon versierd paard; dat is, Hij zal hun hart en moed geven om hunne vijanden te kunnen wederstaan en te overwinnen. Dit, geesterlijkerwijze verstaan zijnde, betekent dat God zijne kerk begaaft en sterkt met de kracht van zijn Heilige Geest, dat zij den duivel en anderen hunne vijanden dapperen wederstand doen en onder hunne voeten treden kunnen; Rom. 16:20 .
Hertaald:
zal Zijn kudde bezoeken,
Dat is: nadat Hij Zijn volk gekastijd zal hebben, zal Hij hen toerusten als een mooi opgetuigd paard; dat is: Hij zal hun hart en moed geven om hun vijanden te kunnen weerstaan en overwinnen. Geestelijk verstaan betekent dit dat God Zijn kerk begiftigt en sterkt met de kracht van Zijn Heilige Geest, zodat zij de duivel en hun andere vijanden dapper kunnen weerstaan en onder hun voeten vertreden; Rom. 16:20.
stellen,
Dat is, toerusten.
Hertaald:
stellen,
Dat is: toerusten.
gelijk het paard Zijner majesteit in den strijd
Dat is, als zijn heerlijk en versierd paard, op hetwelk Hij in den strijd of krijg zijn eigen persoon vertrouwt.
Hertaald:
gelijk het paard Zijner majesteit in den strijd
Dat is: als Zijn heerlijke en opgetuigde paard, waarop Hij in de strijd Zijn eigen persoon toevertrouwt.
Van hetzelve
Van, of uit het huis van Juda, dat is de kerk zelve zal God zijn volk met voorstanders verzorgen. Anders: van Hem, te weten, van den Heere, namelijk tot beschutting van zijn volk.
Hertaald:
Van hetzelve
Uit het huis van Juda, dat is: uit de kerk zelf, zal God Zijn volk van voorstanders voorzien. Anders: van Hem, namelijk van de HEERE, tot bescherming van Zijn volk.
de hoeksteen,
Hebr. de hoek. Zie Sef. 1:16 de aantekening aldaar, en Sef. 3:6 . De oversten des volks worden ook in 1 Sam. 14:38 ; Jes. 19:13 , hoeken genoemd.
Hertaald:
de hoeksteen,
Hebreeuws: de hoek. Zie Zef. 1:16 met de aantekening daar, en Zef. 3:6. De oversten van het volk worden ook in 1 Sam. 14:38 en Jes. 19:13 hoeken genoemd.
de nagel,
Of, pin, te weten met welke men de tenten uitspant en vastmaakt, hier betekenende overste, gelijk Jes. 22:23 , Jes. 22:25 . Doch hier inzonderheid krijgsoverste, gelijk blijkt uit de naastvolgende woorden.
Hertaald:
de nagel,
Of: pin, namelijk waarmee men de tenten uitspant en vastzet; hier duidt het een overste aan, zoals Jes. 22:23, Jes. 22:25. Maar hier in het bijzonder een legeraanvoerder, zoals blijkt uit de woorden die erop volgen.
alle drijvers voortkomen
Hebr. alle, of elk drijver.
Hertaald:
alle drijvers voortkomen
Hebreeuws: alle, of: elke drijver.
zij zullen zijn als de helden,
Te weten, die van het huis van Juda en alle ware ledematen der kerk. Want deze woorden passen op hetgeen in vs.3 gezegd is.
Hertaald:
zij zullen zijn als de helden,
Namelijk zij die van het huis van Juda zijn, en alle ware leden van de kerk. Want deze woorden sluiten aan bij wat in vers 3 gezegd is.
die in het slijk der straten treden
Anders: die [hunne vijanden] vertreden zullen in den strijd, als het slijk der straten.
Hertaald:
die in het slijk der straten treden
Anders: die hun vijanden in de strijd zullen vertreden als het slijk van de straten.
beschamen,
Dat is, te schande maken.
Hertaald:
beschamen,
Dat is: te schande maken.
die op paarden rijden
Dat is, de vijanden der kerk Gods, onaangezien zij te paard ten strijde wel toegerust zijn.
Hertaald:
die op paarden rijden
Dat is: de vijanden van Gods kerk, hoewel zij te paard goed voor de strijd toegerust zijn.
het huis van Jozef
Versta hierdoor vooreerst de tien stammen, daarna alle ware Israëlieten, die mede tot de kerk van Christus zullen vergaderd worden.
Hertaald:
het huis van Jozef
Versta hieronder allereerst de tien stammen, en vervolgens alle ware Israëlieten die mede tot de kerk van Christus vergaderd zullen worden.
behouden,
Of, verlossen, gelijk in Zach. 9:16 .
Hertaald:
behouden,
Of: verlossen, zoals Zach. 9:16.
Ik zal hen weder inzetten;
Het Hebr. woord, hetwelk in den tekst staat, schijnt uit twee ineengesmolten woorden te bestaan. Ik zal hen instellen en wederbrengen. Anders: Ik zal hen gerustelijk zetten, of doen wonen.
Hertaald:
Ik zal hen weder inzetten;
Het Hebreeuwse woord dat in de tekst staat lijkt uit twee samengesmolten woorden te bestaan: Ik zal hen instellen en terugbrengen. Anders: Ik zal hen veilig zetten, of veilig doen wonen.
En zij zullen zijn
Anders: en de Efraïmieten zullen zijn als een held.
Hertaald:
En zij zullen zijn
Anders: en de Efraïmieten zullen als een held zijn.
als een held van Efraïm,
Dat is, dapper en welgemoed. Verg. Ps. 78:9 , enz.
Hertaald:
als een held van Efraïm,
Dat is: dapper en welgemoed. Vergelijk Ps. 78:9, enzovoort.
zien,
Dat is, met blijdschap aanschouwen, horen, vernemen.
Hertaald:
zien,
Dat is: met blijdschap aanschouwen, horen, vernemen.
in den HEERE
Vanwege den Heere, te weten vanwege zijn genadige bescherming.
Hertaald:
in den HEERE
Vanwege de HEERE, namelijk vanwege Zijn genadige bescherming.
toesissen,
Dat is, beroepen en in mijne kerk verzamelen door de predikatie van het heileg Evangelie, Matt. 11:28 ; Marc. 16:20 ; Joh. 7:37 . Verstaat men dit sissen of samenroepen van ene vergadering van het volk Gods, om hunnen vijanden tegenstand te doen, zo is het een bewijs, dat God zeer lichtelijk, als het Hem belieft, grote heirlegers kan doen vergaderen. Zie Jes. 5:25 de aantekening aldaar, en Jes. 7:18 .
Hertaald:
toesissen,
Dat is: roepen en in Mijn kerk verzamelen door de prediking van het heilig Evangelie, Matth. 11:28; Mark. 16:20; Joh. 7:37. Wanneer men dit toesissen of samenroepen opvat van een vergadering van het volk van God om hun vijanden te weerstaan, dan is het een bewijs dat God zeer gemakkelijk, wanneer het Hem behaagt, grote legers kan doen samenkomen. Zie Jes. 5:25 met de aantekening daar, en Jes. 7:18.
want Ik zal ze verlossen;
Of, als Ik hen verlossen zal, te weten, door het bloed en den geest van mijnen Zoon Jezus Christus.
Hertaald:
want Ik zal ze verlossen;
Of: wanneer Ik hen verlossen zal, namelijk door het bloed en de Geest van Mijn Zoon Jezus Christus.
zij zullen vermenigvuldigd worden,
Of, zij zullen veel, of groot worden, gelijk, enz.
Hertaald:
zij zullen vermenigvuldigd worden,
Of: zij zullen talrijk of groot worden, zoals, enzovoort.
Ik zal hen onder de volken zaaien,
Dat is, Ik zal mijne kerk, die door de ganse wereld verstrooid zal zijn, uitbreiden en vruchtbaar maken, als het gezaaide zaad. Zie Hos. 2:22 . Zie de volbrenging Hand. 2:5 , en Hand. 8:1 , Hand. 8:4 ; 1 Petr. 1:1 .
Hertaald:
Ik zal hen onder de volken zaaien,
Dat is: Ik zal Mijn kerk, die over de hele wereld verstrooid zal zijn, uitbreiden en vruchtbaar maken als het gezaaide zaad. Zie Hos. 2:22. Zie de vervulling in Hand. 2:5 en Hand. 8:1, Hand. 8:4; 1 Petr. 1:1.
Mijner gedenken
Dat is, in mij geloven, mij aanroepen en dienen; ja ook mijn naam verkondigen. Dit is inzonderheid geschied ten tijde der predikatie van het heilig Evangelie door de apostelen en hunne metgezellen.
Hertaald:
Mijner gedenken
Dat is: in Mij geloven, Mij aanroepen en dienen, ja ook Mijn Naam verkondigen. Dit is in het bijzonder gebeurd in de tijd van de prediking van het heilig Evangelie door de apostelen en hun metgezellen.
leven met hun kinderen,
Dit is te verstaan van een geestelijk leven; doch sommigen nemen het voor wel en gelukkiglijk hier op aarde leven.
Hertaald:
leven met hun kinderen,
Dit moet men verstaan van een geestelijk leven; maar sommigen vatten het op als goed en gelukkig leven hier op aarde.
wederkeren
Te weten, tot God door bekering of tot hun aarse bezittingen, verlost zijnde uit de handen hunner vijanden.
Hertaald:
wederkeren
Namelijk tot God door bekering, of tot hun aardse bezittingen, wanneer zij uit de handen van hun vijanden verlost zijn.
IK zal ze wederbrengen uit Egypteland,
De zin is: Gelijk Ik mijn volk Israël eertijds uit Egypteland en ander landen, waar het een tijlang in ellende is geweest, heb gebracht in het land Kanaän, alzo zal Ik mijn uitverkoren volk uit de blindheid, afgederij en dienstbaarheid van den duivel verlossen, in mijne kerk brengen en eeuwig zaligmaken.
Hertaald:
IK zal ze wederbrengen uit Egypteland,
De betekenis is: zoals Ik Mijn volk Israël vroeger uit Egypte en uit andere landen, waar het een tijdlang in ellende geweest is, in het land Kanaän gebracht heb, zo zal Ik Mijn uitverkoren volk uit de blindheid, de afgoderij en de slavernij van de duivel verlossen, in Mijn kerk brengen en eeuwig zalig maken.
maar het zal hun niet genoeg wezen
Ander: maar daar zal niet plaats genoeg voor hen gevonden worden; te weten, om te wonen, zij zullen te machtig in getal zijn. Van de betekenis van het Hebr. woord, zie Num. 11:22 de aantekening aldaar, Hos. 12:9 .
Hertaald:
maar het zal hun niet genoeg wezen
Anders: maar er zal voor hen geen plaats genoeg gevonden worden, namelijk om te wonen; zij zullen te talrijk zijn. Over de betekenis van het Hebreeuwse woord, zie Num. 11:22 met de aantekening daar, en Hos. 12:9.
Hij zal door de zee gaan,
Te weten, de heer Christus.
Hertaald:
Hij zal door de zee gaan,
Namelijk de Heere Christus.
die benauwende,
Hebr. Hij zal door de zee gaan [met] benauwdheid, of benauwing. De zin is: Hij zal de zee beangstigen, gelijk Hij eertijds de Rode zee beangstigd heeft. Zie Ps. 114:3 ; Jes. 11:15 , enz. dat is, God zal zijnen uitverkorenen een wonderlijken doorgang openen, om uit het geestelijke Egypte dezer wereld in het hemelse Kanaän te gaan. Anderen, en het [te weten mijn volk] zal door de zee der benauwdheid of der beangstiging doorgaan, eer het in het hemelse Kanaän zal gesteld worden.
Hertaald:
die benauwende,
Hebreeuws: Hij zal door de zee gaan met benauwdheid of benauwing. De betekenis is: Hij zal de zee benauwen, zoals Hij vroeger de Rode Zee benauwd heeft. Zie Ps. 114:3; Jes. 11:15, enzovoort. Dat is: God zal voor Zijn uitverkorenen een wonderlijke doorgang openen om uit het geestelijke Egypte van deze wereld naar het hemelse Kanaän te gaan. Anderen: en het — namelijk Mijn volk — zal door de zee van de benauwdheid gaan voordat het in het hemelse Kanaän gebracht zal worden.
Hij zal de golven in de zee slaan,
Te weten, de Heer. Die zal alle hindernissen uit den weg nemen.
Hertaald:
Hij zal de golven in de zee slaan,
Namelijk de HEERE. Die zal alle hindernissen uit de weg ruimen.
de hoogmoed van Assur
Of, de hoogheid.
Hertaald:
de hoogmoed van Assur
Of: de hoogheid.
de scepter van Egypte zal wegwijken
Dat is, het regiment, alle regering, gelijk Gen. 49:10 ; want de Assyriërs en Egypte naars, mitsgaders andere heidense natiën, die de gemeente Gods plachten te vervolgen, zullen zich aan de scepter en de regering van Christus onderwerpen.
Hertaald:
de scepter van Egypte zal wegwijken
Dat is: het bewind, alle regering, zoals Gen. 49:10. Want de Assyriërs en de Egyptenaren, en ook andere heidense volken die de gemeente van God plachten te vervolgen, zullen zich aan de scepter en de regering van Christus onderwerpen.
Ik zal hen sterken
Te weten, God de Vader zal mijn volk versterken.
Hertaald:
Ik zal hen sterken
Namelijk God de Vader zal Mijn volk versterken.
in den HEERE,
Dat is, in het geloof aan Jezus Christus, die het Hoofd zijner kerk is.
Hertaald:
in den HEERE,
Dat is: in het geloof in Jezus Christus, Die het Hoofd van Zijn kerk is. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Begeert van den HEERE regen, ten tijde des spaden regens; de HEERE maakt de weerlichten; en Hij zal hun regen genoeg geven voor ieder kruid op het veld" (Zach. 10:1). Daartegenover: "de terafim spreken ijdelheid, en de waarzeggers zien valsheid, en zij spreken ijdele dromen, zij troosten met ijdelheid; daarom zijn zij henengetogen als schapen, zij zijn onderdrukt geworden; want er was geen herder" (Zach. 10:2). Bijbelse betekenis: Merk op de eenvoud van de oproep in Zach. 10:1: begeert — vraag het gewoon aan de HEERE, in plaats van elders naar antwoorden te zoeken. Let vervolgens op de drievoudige herhaling van ijdelheid in Zach. 10:2: ijdelheid, valsheid, ijdele dromen, ijdelheid — een opeenstapeling die de leegte van deze alternatieven benadrukt. Let ten slotte op het gevolg dat genoemd wordt: het volk trok weg als schapen zonder herder — niet omdat er geen herder beloofd was, maar omdat men elders zocht. Typologie: Ditzelfde beeld van schapen zonder herder gebruikt de Heere Jezus, bewogen met innerlijke ontferming, wanneer Hij de menigte ziet: "gelijk schapen, die geen herder hebben" (reeds behandeld bij Matt. 9:36). Zach. 10:1-2; Matt. 9:36 "Tegen de herders was Mijn toorn ontstoken, en over de bokken heb Ik bezoeking gedaan; maar de HEERE der heirscharen zal Zijn kudde bezoeken, het huis van Juda, en Hij zal hen stellen, gelijk het paard Zijner majesteit in den strijd" (Zach. 10:3). Wat daaruit voortkomt: "Van hetzelve zal de hoeksteen, van hetzelve zal de nagel, van hetzelve zal de strijdboog, te zamen zullen van hetzelve alle drijvers voortkomen" (Zach. 10:4). Bijbelse betekenis: Merk op het contrast in Zach. 10:3: menselijke herders die Gods toorn verdienden, tegenover de HEERE der heirscharen Die Zelf de kudde bezoekt. Waar de herders van het volk in Zach. 10:2 faalden, treedt God Zelf op. Let vervolgens op de vier beelden in Zach. 10:4: hoeksteen, nagel, strijdboog, drijver — allemaal beelden van stevigheid en leiderschap die uit het volk zelf voortkomen, nu God het bezoekt. Let ten slotte op wat dit zegt over de plaats van leiderschap: het komt niet van buiten het volk, maar wordt door God uit hun eigen midden opgewekt. Typologie: Dat God Zelf de herder wordt waar menselijke herders faalden, is precies wat Ezechiël profeteert: "Ik zal Mijn schapen weiden, en Ik zal ze legeren, spreekt de Heere HEERE" (reeds behandeld bij Ezech. 34:15). Zach. 10:3-4; Ezech. 34:15 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Het koninkrijk niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding ambt Zacharia beschrijft een volk zonder leiding. De terafim spreken ijdelheid, de waarzeggers zien valsheid, en het volk trekt weg als schapen omdat er geen herder is. Tegen die achtergrond zegt God wat Hij zal doen — en Hij doet dat in vier woorden die elk een beeld zijn. Waar het volk niets had om op te steunen dan afgoden en dromen, belooft God dat er uit Hemzelf een hoeksteen, een nagel, een strijdboog en een heerser zullen voortkomen. Het vierde vers is kort en bijna telegrafisch: “Van hetzelve zal de hoeksteen, van hetzelve zal de nagel, van hetzelve zal de strijdboog, te zamen zullen van hetzelve alle drijvers voortkomen.” Vier keer staat er van Hem. Dat herhaalde van Hem wijst op de goddelijke zending en zalving van Degene Die komen moet. Hij komt niet uit het volk voort, maar uit God. Dat de plaats messiaans is, wordt niet door iedereen aangenomen, en dat mag gezegd worden. Maar wie de vier beelden naloopt, ziet hoe economisch hier gesproken wordt: elk woord is een heel ambt. **De hoeksteen.** Dit is dezelfde steen als bij Jesaja: zie, Ik leg een grondsteen in Sion, een beproefde steen, een kostelijke hoeksteen, die wel vast gegrondvest is. En het is het woord van Psalm 118, de steen die de bouwlieden verworpen hebben en die tot een hoofd des hoeks geworden is. Op die plaats laat het Nieuwe Testament geen ruimte: Christus past haar Zelf toe, Petrus doet het voor de raad, en hij doet het opnieuw in zijn brief. Tegenover de terafim en de dromen van vers 2 staat dus het enige waarop een mens werkelijk kan gaan staan. **De nagel.** Hier gaat het niet om een spijker in een balk maar om een pin in de muur waaraan men dingen hangt. Deugt de pin niet, dan hangt men er niets aan. Jesaja gebruikt dat beeld bij Eljakim, die de sleutel van Davids huis kreeg: Ik zal hem als een nagel inslaan in een vaste plaats, en men zal aan hem hangen alle heerlijkheid van het huis zijns vaders. Maar drie verzen verder zegt diezelfde profeet dat die nagel weggenomen zal worden. De last die eraan hing, wordt afgesneden. Wat zeker leek, begaf het. Daarom belooft God hier een Nagel Die het wél houdt — niet alleen sterk genoeg om de schuld te dragen, maar ook om alle zorgen te dragen die eraan gehangen worden. **De strijdboog.** Tegenover een volk dat verstrooid was omdat het geen herder had, staat Iemand door Wie de vijand verslagen wordt. De verlossing komt niet doordat het volk zich bewapent, maar doordat God een wapen geeft. **De heerser.** Het laatste woord vertaalt de Statenvertaling met drijvers, en het is het woord voor iemand die met gezag drijft en bestuurt. Waar vers 3 zegt dat Gods toorn tegen de slechte herders ontstoken was, staat hier de tegenhanger: Hij Die met recht regeert. Zo bevat één vers wat elders over hele hoofdstukken verdeeld staat: het fundament om op te staan, de pin om aan te hangen, het wapen om achter te schuilen en de heerschappij om onder te leven. En de kudde die in vers 2 zonder herder wegtrok, krijgt in ditzelfde hoofdstuk te horen dat de HEERE der heirscharen Zijn kudde bezoeken zal. In het Nieuwe Testament: Mattheüs 21:42; Handelingen 4:11; 1 Petrus 2:4-8; Jesaja 28:16; Jesaja 22:23-25 Hoever dit reikt: Dat dit vers op Christus ziet, wordt niet door alle uitleggers aangenomen; sommigen betrekken de vier beelden op de leiders die God aan Zijn volk geven zou. Die lezing wordt hier niet afgewezen, want de kanttekening houdt haar open. Wat wél vaststaat is dat het eerste van de vier beelden — de hoeksteen — in het Nieuwe Testament rechtstreeks op Christus wordt toegepast, door Hemzelf en door Petrus. Voor de nagel en de strijdboog is er geen aanhaling. Die rusten op de overeenkomst met Jesaja 22, en daarnaast op het viermaal herhaalde van Hem, dat naar dezelfde bron wijst.
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas En ik zal hen sterken in de Heere en in zijn naam zullen zij wandelen, spreekt de Heere. Zach. 10:12 Omdat bij de betrekking die de tekst en… Ik heb mij over hen ontfermd, en zij zullen wezen, als of Ik hen niet verstoten had: want Ik ben de Heere, hunGod en Ik zal ze verhoren.… En Ik zal hen sterken in den HEERE, en in Zijn Naam zullen zij wandelen, spreekt de HEERE. Zacharia 10:12 Dit is een troostwoord voor zieke gelovigen. Zij… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Zacharia 10
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De hoeksteen, de nagel en de strijdboog — 10:2-4
Wat betekenen de niveaus?
Verdiepende artikelen
Zach. 10:12 - Geestelijk herstel uit ziekte
Zach. 10:6 - Volkomen wederherstel
Vrij om te reizen


Zacharia 10
Zacharia 10:1.KruisverwijzingenEzechiël 34:26→Jesaja 44:3→Jeremia 14:22→Jakobus 5:7→Jesaja 30:23→Jeremia 10:13→Amos 4:7→Joël 2:23→
— Begeert van den HEERE regen, ten tijde des spaden regens; de HEERE maakt de weerlichten; en Hij zal hun regen genoeg geven voor ieder kruid op het veld.
“Begeert van den HEERE regen, ten tijde des spaden regens; de HEERE maakt de weerlichten; en Hij zal hun regen genoeg geven voor ieder kruid op het veld.”
De godloochenende wijsgeer van vandaag lacht om zo’n vers. Hij vraagt smalend: wat voor verband kan er nu bestaan tussen mensen die tot God bidden en de regenbuien die op de aarde vallen? Volgens de wetten van de natuur, zegt hij, vallen de buien in dit of dat jaargetijde. En is de dampkring niet juist in de vereiste toestand, dan kan al het bidden van de wereld geen enkele druppel regen voortbrengen.
Maar het geloof ziet helder waar de rede blind is. Het gebed van het geloof beweegt de arm van God. En de arm van God beheerst wat de wijsgeer de wetten van de natuur noemt, en zo daalt de regen neer. Laten wij uit dit gebod en deze belofte de kracht van het gelovige gebed leren. Het gebed heeft de sleutel van de natuur zowel als de sleutel van de hemel aan haar gordel hangen.
Let er ook op: hebben wij één weldaad van de HEERE ontvangen, dan moeten wij voortgaan om een volgende te bidden. Deze mensen moeten de vroege regen gehad hebben, en toch moesten zij ook om de spade regen vragen. Hebt u de vroege regen van de bekering gehad, ga dan voort en vraag de HEERE om de spade regen van de heiligmaking.
Hebben wij in onze gemeente de vroege regen van genadige toevoegingen aan ons aantal gehad? Dan moeten wij om de spade regen vragen, door te bidden dat God ons zo blijft zegenen. Houden wij op om zegen te bidden, dan is God al opgehouden ons te zegenen. Maar gieten onze zielen stromen van gebed uit, dan giet God zeker stromen van barmhartigheid uit.
Zacharia 10:2.KruisverwijzingenEzechiël 34:5→Hosea 3:4→Mattheüs 9:36→Jeremia 27:9→Habakuk 2:18→Genesis 31:19→Ezechiël 34:8→Ezechiël 21:29→
— Want de terafim spreken ijdelheid, en de waarzeggers zien valsheid, en zij spreken ijdele dromen, zij troosten met ijdelheid; daarom zijn zij henengetogen als schapen, zij zijn onderdrukt geworden; want er was geen herder.
“Want de terafim spreken ijdelheid, en de waarzeggers zien valsheid, en zij spreken ijdele dromen, zij troosten met ijdelheid; daarom zijn zij henengetogen als schapen, zij zijn onderdrukt geworden; want er was geen herder.”
Let op hoe gereed de mens is om de grote fontein van levend water te verlaten en zich gebroken bakken te maken die geen water houden. Let er ook op dat er voor een tijd wel enige troost uit een vals vertrouwen te halen valt, maar dat het een “troost in de ijdelheid” is.
Een droom geeft geen troost meer wanneer iemand ontwaakt en merkt dat hij niet rijk is, zoals hij zich in zijn droom vergeefs had voorgesteld, maar bitter arm. Zo zal ook alle vertrouwen op het vlees ons verdriet alleen maar groter maken wanneer wij het volslagen tekort ervan ontdekken. Dat geldt van alle steunen op iets anders dan de almachtige arm van God, ook al gaf het ons tijdelijk hoop en troost.
De schapen die tot de kudde van Christus behoren, zullen nooit een andere ware herder vinden dan Hem Die de goede Herder is. Verliezen zij voor een tijd hun geestelijk verstand zo dat zij vreemden volgen, dan zullen zij duizend moeiten ontmoeten omdat zij geen herder hebben. Eigenlijk is dat volgen voor hen niet natuurlijk. Een vreemde zullen zij niet volgen maar van hem vluchten, omdat zij de stem van vreemden niet kennen.
Zacharia 10:3.KruisverwijzingenEzechiël 34:16→Sefanja 2:7→Hooglied 1:9→Exodus 4:31→Zacharia 11:5→Jeremia 10:21→Ezechiël 34:20→Ezechiël 34:2→
— Tegen de herders was Mijn toorn ontstoken, en over de bokken heb Ik bezoeking gedaan; maar de HEERE der heirscharen zal Zijn kudde bezoeken, het huis van Juda, en Hij zal hen stellen, gelijk het paard Zijner majesteit in den strijd.
Worden mensen met ontrouwe leraars geplaagd, dan zal God bij Zijn bezoeking niet alleen de leraars straffen. Hij straft ook de godsdienstige voorgangers en de valse belijders in die gemeenten: de bokken die de kudde op een dwaalweg brachten.
Och, wat een plaag en een vloek zal een ontrouwe leraar op de laatste dag blijken te zijn geweest! Een bron die alleen bitter water geeft zoals dat van Mara, bespot slechts een dorst van een ogenblik. Maar een leraar die het evangelie niet predikt en het evangelie niet leeft, bespot de eeuwige dorst van de ziel. Wat ik ook mag zijn, God geve dat ik nooit een ontrouwe prediker van Zijn Woord zal zijn.
Een bekwaam ruiter houdt zijn getuigde strijdros vaardig in de hand. Hij wendt het op de dag van de strijd naar zijn welgevallen en laat het alleen aan zichzelf gehoorzamen. Zo houdt de HEERE Zijn gemeente in en leidt Hij haar, zodat zij als een sierlijk strijdros wordt.
Zacharia 10:4.KruisverwijzingenZacharia 9:10→Numeri 24:17→Zacharia 9:8→Zacharia 1:20→2 Timotheüs 2:4→1 Samuël 14:38→Openbaring 19:13→Micha 5:5→
— Van hetzelve zal de hoeksteen, van hetzelve zal de nagel, van hetzelve zal de strijdboog, te zamen zullen van hetzelve alle drijvers voortkomen.
Laten wij uit dit vers leren dat alles van de HEERE der heirscharen komt, de God van de voorzienigheid zowel als van de genade. Die staatslieden, die de hoeksteen van het grote staatsgebouw zijn, moeten van Hem komen. Die ervaren christenmannen en christenvrouwen, die als de hoekstenen van ons geestelijk gebouw lijken, moeten van Hem komen. Zij die als nagels zijn, waar zwakkere christenen aan hangen, komen van Hem.
En wie op de dag van de strijd als Gods boog is, moet ook van Hem komen. Want buiten de HEERE is er onder al Zijn volk geen kracht, geen macht, geen verstand en geen wijsheid. Laten wij dan leren onze ogen tot God op te heffen en naar Hem te zien voor alles wat wij nodig hebben. Of het staatkundige, maatschappelijke of godsdienstige noden zijn die vervuld moeten worden: alles moet van Hem komen.
Zacharia 10:5.KruisverwijzingenHagai 2:22→Psalmen 20:7→Jozua 10:42→Mattheüs 4:3→Mattheüs 28:20→Psalmen 33:16→Zacharia 9:13→Openbaring 19:13→
— En zij zullen zijn als de helden, die in het slijk der straten treden in den strijd, en zij zullen strijden; want de HEERE zal met hen wezen; en zij zullen die beschamen, die op paarden rijden.
Het Joodse voetvolk joeg dikwijls de Syrische ruiterij op de vlucht. Ik mag de apostelen van ouds treffend vergelijken met geringe strijders te voet, terwijl heidense en andere wijsgeren als machtige mannen op paarden waren. En toch werden zij door die naar het uiterlijk zwakkere strijders van het kruis teruggedreven, en zo is het nog.
Wij kunnen onze tegenstanders rustig elk voordeel geven dat zij vragen. Laat hen de gunst van de staat hebben, laat hen wereldse waardigheid hebben, laat hen geleerdheid hebben, laat hen rijkdom hebben. Toch zullen wij hen in de naam van God overwinnen. De waarheid van God is machtiger dan al de wijsheid van de mens, en het zwakke van God is sterker dan de grootste sterkte van de mens.
Zacharia 10:6.KruisverwijzingenZacharia 13:9→Zacharia 10:12→Jesaja 14:1→Jeremia 3:18→Jeremia 31:20→Hosea 2:23→Ezechiël 36:37→Jesaja 49:17→
— En Ik zal het huis van Juda versterken, en het huis van Jozef zal Ik behouden, en Ik zal hen weder inzetten; want Ik heb Mij hunner ontfermd, en zij zullen wezen, alsof Ik hen niet verstoten had; want Ik ben de HEERE, hun God, en Ik zal ze verhoren.
Ziet, geliefden, hoe het eeuwige verbond de grote grondslag van alles voor de heiligen is. “Ik ben de HEERE hun God”, zegt Hij. De HEERE heeft Zijn volk voor altijd tot de Zijnen genomen. En daarom zal Hij hen, al lijkt Hij hen tijdelijk te verwerpen, blijvend en eeuwig vasthouden en als Zijn volk erkennen.
Zacharia 10:7.KruisverwijzingenZacharia 9:15→Efeze 5:18→Spreuken 31:6→Zacharia 9:17→Handelingen 13:33→Handelingen 2:13→Habakuk 3:18→Johannes 16:22→
— En zij zullen zijn als een held van Efraim, en hun hart zal zich verblijden, als van den wijn; en hun kinderen zullen het zien, en zich verblijden, hun hart zal zich verheugen in den HEERE.
Grijp deze belofte vast, gelovigen, en pleit erop. Bent u mat en zwaar, moedeloos en bedroefd? Pleit dan op deze belofte: hun hart zal zich verheugen in de HEERE.
Zacharia 10:8.KruisverwijzingenJesaja 5:26→Jesaja 7:18→Jeremia 33:22→Jeremia 31:10→Ezechiël 36:10→Jesaja 49:19→1 Timotheüs 2:4→Zacharia 9:11→
— Ik zal hen toesissen, en zal ze vergaderen, want Ik zal ze verlossen; en zij zullen vermenigvuldigd worden, gelijk zij te voren vermenigvuldigd waren.
Het woord “toesissen” wordt door sommigen opgevat als een toespeling op de oosterse gewoonte van bijenhouders, die een sissend geluid maken om de bijen in de korf te verzamelen. Anderen vertalen het woord echter als “fluiten”, zoals de herder voor zijn kudde fluit en zij zich om hem heen verzamelen.
In de woorden “Ik zal ze verzamelen, want Ik zal ze verlossen” zien wij dat de bijzondere verlossing de grondslag is van de krachtdadige roeping. Wie Jezus Christus met Zijn dierbaar bloed gekocht heeft, die zal de Heilige Geest met kracht uit de rest van het menselijk geslacht roepen.
Zacharia 10:9-11.KruisverwijzingenEzechiël 6:9→Ezechiël 30:13→Hosea 11:11→Hosea 2:23→1 Koningen 8:47→Micha 7:14→Jesaja 65:9→Handelingen 14:1→
— En Ik zal hen onder de volken zaaien, en zij zullen Mijner gedenken in verre plaatsen; en zij zullen leven met hun kinderen, en wederkeren. Want Ik zal ze wederbrengen uit Egypteland, en Ik zal ze vergaderen uit Assyrie; en Ik zal ze in het land van Gilead en Libanon brengen, maar het zal hun niet genoeg wezen. En Hij zal door de zee gaan, die benauwende, en Hij zal de golven in de zee slaan, en al de diepten der rivieren zullen verdrogen; dan zal de hoogmoed van Assur nedergeworpen worden, en de schepter van Egypte zal wegwijken.
In het herstel van Israel zal er een nog grotere triomf zijn dan die bij de Rode Zee volbracht werd. Want de heerlijkheid van God in de verlossing van Zijn volk gaat zeker gepaard met een andere gestalte van heerlijkheid in de verwoesting van Zijn vijanden. Christus is een aangename reuk voor God, zowel in hen die behouden worden als in hen die verloren gaan.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
II. Vs. 1-12.KruisverwijzingenJesaja 5:26→Ezechiël 34:5→Zacharia 9:10→Zacharia 13:9→Ezechiël 6:9→Hosea 3:4→Mattheüs 9:36→Hagai 2:22→
— Begeert van den HEERE regen, ten tijde des spaden regens; de HEERE maakt de weerlichten; en Hij zal hun regen genoeg geven voor ieder kruid op het veld. Want de terafim spreken ijdelheid, en de waarzeggers zien valsheid, en zij spreken ijdele dromen, zij troosten met ijdelheid; daarom zijn zij henengetogen als schapen, zij zijn onderdrukt geworden; want er was geen herder. Tegen de herders was Mijn toorn ontstoken, en over de bokken heb Ik bezoeking gedaan; maar de HEERE der heirscharen zal Zijn kudde bezoeken, het huis van Juda, en Hij zal hen stellen, gelijk het paard Zijner majesteit in den strijd. Van hetzelve zal de hoeksteen, van hetzelve zal de nagel, van hetzelve zal de strijdboog, te zamen zullen van hetzelve alle drijvers voortkomen. En zij zullen zijn als de helden, die in het slijk der straten treden in den strijd, en zij zullen strijden; want de HEERE zal met hen wezen; en zij zullen die beschamen, die op paarden rijden. En Ik zal het huis van Juda versterken, en het huis van Jozef zal Ik behouden, en Ik zal hen weder inzetten; want Ik heb Mij hunner ontfermd, en zij zullen wezen, alsof Ik hen niet verstoten had; want Ik ben de HEERE, hun God, en Ik zal ze verhoren. En zij zullen zijn als een held van Efraim, en hun hart zal zich verblijden, als van den wijn; en hun kinderen zullen het zien, en zich verblijden, hun hart zal zich verheugen in den HEERE. Ik zal hen toesissen, en zal ze vergaderen, want Ik zal ze verlossen; en zij zullen vermenigvuldigd worden, gelijk zij te voren vermenigvuldigd waren. En Ik zal hen onder de volken zaaien, en zij zullen Mijner gedenken in verre plaatsen; en zij zullen leven met hun kinderen, en wederkeren. Want Ik zal ze wederbrengen uit Egypteland, en Ik zal ze vergaderen uit Assyrie; en Ik zal ze in het land van Gilead en Libanon brengen, maar het zal hun niet genoeg wezen.
Zal Israël zulk een groot heil der toekomst, als in Hoofdst. 9 beschreven is, verkrijgen, dan moet het zich afscheiden van alle afgoderij, en beginnen zijnen God, den alleen goeden Herder met een oprecht hart te dienen. Eens zal des Heeren toorn ontsteken over allen, die Zijn volk benauwen en onderdrukken, en Hij zal zowel Juda als ook Efraïm met kracht van boven toerusten, zodat zij alle vijanden van Gods rijk vernietigen. Ook Efraïm zal Hij weer tot Zijn volk vergaderen, uit alle dienstbaarheid verlossen, en in het land van rust, het vernieuwde Kanaän invoeren, zoals Hij Zijn volk eens uit Egypte heeft geleid en alle hinderpalen met krachtige hand heeft neergeslagen.
Wilt gij nu aandeel verkrijgen aan de grote beloften, welke de Heere aan Zijn volk voor de toekomst heeft gegeven, zo begeert van den HEERE regen, ten tijde des spaden regens, alle goederen, welke gij tot uwe welvaart naar lichaam en ziel behoeft, als b. v. tot het rijp worden van uw koren de spade regen onontbeerlijk is. De HEERE zal Zich zeker aan u de Goede Herder betonen, en ook uwe gebeden om aardsen zegen gaarne verhoren. Hij maakt de weerlichten, de vruchtbare donderwolken, en Hij zal hun regen genoeg geven voor ieder kruid op het veld, zo zij er Hem om bidden, alle tijdelijke en eeuwige goederen.
Stelt uw vertrouwen niet meer op afgoden van enige soort, want de terafim spreken ijdelheid, wanneer zij u door hun priesters allerlei aardse goederen beloven te geven, of u bescherming toezeggen, en de waarzeggers, die de afgoden dienen, zien valsheid, en zij sprekena), ijdele, verdichte dromen, zij troosten met ijdelheid, en storten alzo in het verderf; daarom, om dat vertrouwen stellen op de ijdele leugenachtige en bedrieglijke dingen zijn zij, uwe vaders, henengetogen, uit het goede land in de ballingschap als ene kudde schapen, die men tegen haren wil wegdrijft. Zij, de kinderen dezer vaderen, zijntot op dezen dag door de Heidenen als de werktuigen van den Heeren straf onderdrukt geworden; want er was geen door den Heere verkoren herder, onder hen, geen koning, die hen in des Heeren kracht bewaarde en verzorgde.
Pred. 5:6.
Tegen de goddeloze herders, de heidense wereldbeheersers, onder wier geweld Mijne kudde geraakt is, nadat zij haren eigen herder uit Isaï’s stam had verloren, was Mijn toorn ontstoken, en over de boosaardige, overmoedige bokken, want dezulken en gene ware herders, zijn deze vreemde beheersers, heb Ik bezoeking gedaan; maar de HEERE der heirscharen zal van nu aan Zijne kudde, aan welke Hij dierbaar geworden is, met genade en ontferming bezoeken, namelijk het huis van Juda, en in hen geheel Israël, welks hoofdstam het is, en Hij zal hen van den zo smartelijken druk der slechte herders, onder welke zij versmachten, bevrijden, en hen stellen, gelijk het paard Zijner majesteit, dat altijd sterk en moedig is in den strijd, opdat zij al hun vijanden zouden kunnen overwinnen.
Want even als een huis op vasten bodem rust, en met al wat er nodig is wordt toegerust, zo zal Ik ook Mijn verlost volk eens volkomen tot den strijd tegen zijne vijanden toerusten. Van hetzelve, 1) uit het midden van Mijn volk en door Mijnen Geest verwekt, zal de hoeksteen, waarop het wezen van den staat zal rusten, namelijk godsvrucht en gerechtigheid, van hetzelve zal de nagel in de muren, waaraan het huisgereedschap opgehangen wordt, en waarmee de steunsels van den staat, de rechters, priesters en leraars te vergelijken zijn, van hetzelve zal de strijdboog en elk middel tot zegerijken strijd, te zamen zullen van hetzelve alle drijvers, alle zegerijke krijgshelden en aanvoerders, onder welke Mijn volk zijne verdrukkers kan drijven, overwinnen en onderwerpen, als het zelf door die heidense geweldhebbers is verdrukt en onderworpen, voortkomen.
In de eerste verzen heeft de Heere gezegd, dat al de tegenheden, welke zij hadden ervaren, uit Hem waren. De rampen, die Israël en Juda hadden getroffen, om hunner zonden wil, waren van den Heere God; en in dit en in de volgende verzen zegt de Heere, dat ook het heil, dat reeds genoten was en wat nog volgen zou, uit Hem was. En dit alles, opdat zij Hem zouden zoeken en loven, en niet weer terugkeren tot hun vorige zondige wegen.
En zij zullen, zo toegerust, zijn als de helden, dieonverwinnelijk hun vijanden in het slijk der straten vertreden in den strijd, en zij zullen met overwinnende macht strijden; want de HEERE zal met hen wezen 1); en zij zullen die beschamen, die op paarden rijden, waarop de vijanden zich het meest verlaten.
Zij zullen Gods gunst en tegenwoordigheid genieten, en van Hem erkend en aangenomen worden. Dit is de grondslag van al het overige. De Heere is met hen. Hij neemt hun zaak over, trekt hun partij, is aan hun zijde en als Hij voor hen is, wie kan tegen hen zijn. Al hun waardigheid en vreugde is enkel aan Gods ontferming toe te schrijven, en gelijk ontferming, barmhartigheid veronderstelt, zo sluit zij verdienste uit.
En Ik zal het huis, het vroegere rijk van Judamet goddelijke kracht versterken, en het huis van Jozef of Efraïm, het volk der 10 stammen, dat nu nog in de ellende der ballingschap smacht, zal Ik behouden, met Mijne genade vervullen, en Ik zal hen weer inzetten, zodat zij rustig en gelukkig in hun land zullen wonen; want Ik heb Mij hunner weer geheel ontfermd, en zij zullen wezen alsof Ik hen niet verstoten had. Dit zal zeker geschieden; Want Ik ben de HEERE, hun God, die het wil en kan doen, en Ik zal ze in elke zaak, welke zij voor Mij zullen brengen, verhoren.
En zij zullen dan sterk in den Heere zijn als een held van Efraïm 1), en hun hart zal zich verblijden in den heiligen krijg; als van den wijn gesterkt, zullen zij des Heeren oorlogen voeren. Hun vreugde in den strijd niet minder maar steeds groter worden, en hun kinderen zullen het zien, en zich verblijden; hun hart zal zich verheugen in den HEERE, en vol heiligen moed tot den strijd zijn voor den Heere en Zijn rijk.
Beter: En Efraïm zal zijn als een held. Niet alleen gaan de beloften over Juda, maar ook over Efraïm. Het is voor den Heere God één volk. Efraïm moge nog in de verstrooiing verkeren, als de Heere God Zijn volk komt bezoeken met de geestelijke bezoekingen, dan zullen ze eerst ervaren, dat de Heere zowel Efraïm als Juda, Juda als Efraïm ten goede gedenkt.
Zo mogen nu de kinderen van Efraïm in hun ellende onder de Heidenen zich met deze genadige belofte vertroosten, en behoeven zij niet te twijfelen; want ziet Ik zal eens hen allen toesissen, gelijk een houder van bijen de bijen door sissen vriendelijk lokt, en zal zeuit de verstrooiing rondom Mij vergaderen; want Ik zal ze uit de zonde verlossen; en zij zullen dan, ook wanneer zij nog onder den druk der dienstbaarheid staan, even als wanneer Ik ze in de heerlijke vrijheid om Mij verzameld zal hebben, vermenigvuldigd worden, gelijk zij te voren onder den druk van Egypte vermenigvuldigd waren (Ex. 1:7, 12. Ezech. 36:10 #Eze). Dat zal het eerste bewijs Mijner genade na hun verlossing voor hen zijn.
En wanneer gij Mij vraagt, hoe dat geschieden zal, zo hoort: Ik zal hen, de kinderen van Efraïm, als zich zelf vermeerderend zaad onder de volken zaaien, en zij zullen onder deze als een bekeerd, heilig volk Mijner gedenken in verre plaatsen, en Mijnen naam met hart en mond en handen wijd en zijd loven, en zij zullen door zulk een aanbidding van Mijnen heiligen naam, en Mijne hen besturende genade gelukkig en zalig leven met hun kinderen, en eindelijk uit de verte tot Mij en Mijn overig heilig volk wederkeren.
Want Ik zal ze wederbrengen uit Egypteland, en Ik zal ze vergaderen uit Assyrië, uit alle landen, waar zij ook heden in dienstbaarheid leven, want Egypte en Assur zijn voorafbeeldingen van alle landen, in welke Gods volk door de wereldmacht onderworpen wordt (Hos. 9:3). En Ik zal ze weer op de voor hen bestemde en bewaarde plaats in het land der rust en der zalige gemeenschap met Mij, in het land van Gilead en Libanon, ten oosten en ten westen van den Jordaan, waar volgens Mijnen genadigen wil en Mijn bevel door Jozua hun woonplaatsen moesten zijn, brengen, maar het zal hun niet genoeg wezen, omdat er zo vele zijn.
En Hij zelf, de Heere, zal, wanneer zij eens uit alle landen in het land der ruste Gods terugkeren, voor hen heentrekken, en met hen door de zee gaan, evenals eens de Engel des Heeren in de wolkkolom voor Israël heentrok door de Schelfzee, die benauwende, 1) welke grote angst zal verwekken, zodat zij meenden te zullen omkomen, en Hij zal de golven in de zee slaan, en al de diepten der rivieren (woordelijk: “van den Nijl, ” den stroom, die de dienstbaarheid van Gods volk onder de wereldmacht voorstelt) zullen verdrogen; dan zal door den Heere zelven voor eeuwig de hoogmoed van Assur nedergeworpen worden, en de scepter van Egypte zal wegwijken; alle hoogmoedige verdrukking en overheersing der verloste gemeente Gods door enige wereldmacht, waarvan Assur en Egypte toonbeelden zijn, zal dan voor altijd worden vernietigd. Ook hier is weer, al is het in de eerste plaats met het oog op het ene toen nog in onderworpenheid van Assur en in de verstrooiing levende gedeelte van het Oud-Testamentische verbondsvolk gewezen op een laatsten, allerzwaarsten strijd der verloste en geheiligde gemeente Gods met de Gode vijandige macht der wereld, en op een laatsten tijd van groten angst voor de geboorte tot het eeuwig zalige leven in het land der rust, een strijd en een angst, waarvan Israëls strijd en angst bij het uittrekken uit Egypte slechts het voorspellend voorbeeld zijn geweest. Zo zal dus het einde der geschiedenis van het rijk Gods tot zijn begin terugkeren en zich daarmee verenigen, zeker echter dit begin in openbaring van wondermacht, genade en ontferming Gode verre overtreffen. Dit, dat benauwen, ziet op de zee. Het was de zee, die Israël dreigde te doen vergaan, als de Heere niet op bijzondere wijze de wateren had gescheiden, zodat zij stonden als twee muren. De Heere spreekt in dit vers het uit, dat Hij alle de machten, die zich tegen Zijn volk stellen, zal vernietigen. De Heere zal optreden, om niet alleen Zijn volk te verlossen, maar het ook rust te geven van al zijne vijanden. Als de Heere optreedt en de zaak van Zijn volk in handen neemt, kan Israël gerust zijn en Efraïm zich verheugen over het eeuwig heil.
En Ik zelf zal hen sterken in Mij, den HEERE, en in Zijnen heiligen naam, in welken ieder, die aan Hem gelooft, goddelijke kracht en sterkte, heiligen moed en vertrouwen ontvangt, zullen zij wandelen op dezen laatsten weg van groten angst en zware beproeving huns geloofs, spreekt de HEERE. Hoewel de heerlijke beloften, welke in dit hoofdstuk aan Juda en Efraïm worden gegeven in de tijden van Zacharia tot op Christus door het terugkeren van vele Joden uit de ballingschap in het land der vaderen, door wederbevolking van Galilea, alsook door de bescherming en de bewaring, welke de Heere aan het volk in de oorlogen van de wereldmachten om de heerschappij in Palestina liet deelachtig worden, begonnen zijn vervuld te worden, zo heeft toch de eigenlijke vervulling tot hiertoe niet plaats gehad, en is eerst in de laatste tijden, wanneer Israël zich zal bekeren, en in het rijk van Christus, en eindelijk ook in het verheerlijkte land der vaderen zal worden verzameld, te verwachten. De oorlogen, welke dan Gods volk tegen het rijk van den Antichrist zal moeten voeren, zullen echter evenmin van zuiver geestelijken aard zijn, als hun voorafbeeldingen, de bestorming door Sanheribs legermassa’s onder Hizkia, en hun vernietiging, en de oorlogen der Makkabeën tegen Antiochus Epifanes van zuiver uitwendigen, staatkundigen aard zijn geweest.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel