Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Mijn zoonH1121! zoH518 gij voor uw naasteH7453 borgH6148 geworden zijt, voor een vreemdeH2114 uw handH3709 toegeklaptH8628 hebt;
Mijn zoon! zo gij voor uw naaste borg geworden zijt, voor een vreemde uw hand toegeklapt hebt;
KJV
My son,1
if thou be surety3
for thy friend,4
if thou hast stricken5
thy hand7
with a stranger,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Gij zijt verstriktH3369 met de redenenH561 uws mondsH6310; gij zijt gevangenH3920 met de redenenH561 uws mondsH6310.
Gij zijt verstrikt met de redenen uws monds; gij zijt gevangen met de redenen uws monds.
KJV
Thou art snared1
with the words2
of thy mouth,3
thou art taken4
with the words5
of thy mouth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
DoeH6213 nu ditH2063, mijn zoonH1121! en redH5337 u, dewijlH3588 gij in de handH3709 uws naastenH7453 gekomenH935 zijt; gaH3212, onderwerpH7511 uzelven, en sterkH7292 uw naasteH7453.
Doe nu dit, mijn zoon! en red u, dewijl gij in de hand uws naasten gekomen zijt; ga, onderwerp uzelven, en sterk uw naaste.
KJV
Do1
this now,3
my son,4
and deliver5
thyself, when thou art come7
into the hand8
of thy friend;9
go,10
humble11
thyself, and make sure12
thy friend.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Laat uw ogenH5869 geenH408 slaapH8142 toe, noch uw oogledenH6079 sluimeringH8572.
Laat uw ogen geen slaap toe, noch uw oogleden sluimering.
KJV
Give2
not sleep3
to thine eyes,4
nor slumber5
to thine eyelids.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
RedH5337 u, als een reeH6643 uit de handH3027 des jagers, en als een vogelH6833 uit de handH3027 des vogelvangersH3353.
Red u, als een ree uit de hand des jagers, en als een vogel uit de hand des vogelvangers.
KJV
Deliver1
thyself as a roe2
from the hand3
of the hunter, and as a bird4
from the hand5
of the fowler.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
GaH3212 totH413 de mierH5244, gij luiaardH6102! zieH7200 haar wegenH1870, en word wijsH2449;
Ga tot de mier, gij luiaard! zie haar wegen, en word wijs;
KJV
Go1
to the ant,3
thou sluggard;4
consider5
her ways,6
and be wise:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
DewelkeH834, geenH369 oversteH7101, ambtmanH7860 noch heerserH4910 hebbende,
Dewelke, geen overste, ambtman noch heerser hebbende,
KJV
Which having no guide,4
overseer,5
or ruler,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Haar broodH3899 bereidtH3559 in den zomerH7019, haar spijsH3978 vergadertH103 in den oogstH7105.
Haar brood bereidt in den zomer, haar spijs vergadert in den oogst.
KJV
Provideth1
her meat3
in the summer,2
and gathereth4
her food6
in the harvest.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Hoe langH4970 zult gij, luiaardH6102, nederliggenH7901? Wanneer zult gij van uw slaapH8142 opstaanH6965?
Hoe lang zult gij, luiaard, nederliggen? Wanneer zult gij van uw slaap opstaan?
KJV
How long wilt thou sleep,4
O sluggard?3
when wilt thou arise6
out of thy sleep?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Een weinigH4592 slapensH8142, een weinigH4592 sluimerensH8572, een weinigH4592 handvouwensH2264, al nederliggendeH7901;
Een weinig slapens, een weinig sluimerens, een weinig handvouwens, al nederliggende;
KJV
Yet a little1
sleep,2
a little3
slumber,4
a little5
folding6
of the hands7
to sleep:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Zo zal uw armoedeH7389 u overkomenH935 als een wandelaarH1980, en uw gebrekH4270 als een gewapendH4043 manH376.
Zo zal uw armoede u overkomen als een wandelaar, en uw gebrek als een gewapend man.
KJV
So shall thy poverty3
come1
as one that travelleth,2
and thy want4
as an armed6
man.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Een BelialsmensH1100, een ondeugdzaamH205 manH376 gaat met verkeerdheidH6143 des mondsH6310 om;
Een Belialsmens, een ondeugdzaam man gaat met verkeerdheid des monds om;
KJV
A naughty2
person,1
a wicked4
man,3
walketh5
with a froward6
mouth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
WenktH7169 met zijn ogenH5869, spreektH4448 met zijn voetenH7272, leertH3384 met zijn vingerenH676;
Wenkt met zijn ogen, spreekt met zijn voeten, leert met zijn vingeren;
KJV
He winketh1
with his eyes,2
he speaketh3
with his feet,4
he teacheth5
with his fingers;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
In zijn hartH3820 zijn verkeerdhedenH8419, hij smeedtH2790 te allerH3605 tijdH6256 kwaadH7451; hij werptH7971 twistenH4066 in.
In zijn hart zijn verkeerdheden, hij smeedt te aller tijd kwaad; hij werpt twisten in.
KJV
Frowardness1
is in his heart,2
he deviseth3
mischief4
continually;6
he soweth8
discord.7
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
DaaromH3651 zal zijn verderfH343 haastelijkH6597 komenH935; hij zal schielijkH6621 verbrokenH7665 worden, dat er geenH369 genezenH4832 aanH5921 zij.
Daarom zal zijn verderf haastelijk komen; hij zal schielijk verbroken worden, dat er geen genezen aan zij.
KJV
Therefore shall his calamity5
come4
suddenly;3
suddenly6
shall he be broken7
without remedy.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Deze zesH8337 haatH8130 de HEEREH3068; ja, zevenH7651 zijn Zijn zielH5315 een gruwelH8441:
Deze zes haat de HEERE; ja, zeven zijn Zijn ziel een gruwel:
KJV
These six1
things doth the LORD4
hate:3
yea, seven5
are an abomination6
unto him:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
HogeH7311 ogenH5869, een valseH8267 tongH3956, en handenH3027, die onschuldigH5355 bloedH1818 vergietenH8210;
Hoge ogen, een valse tong, en handen, die onschuldig bloed vergieten;
KJV
A proud2
look,1
a lying4
tongue,3
and hands5
that shed6
innocent8
blood,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Een hartH3820, dat ondeugdzameH205 gedachtenH4284 smeedtH2790; voetenH7272, die zich haastenH4116, om tot kwaadH7451 te lopenH7323;
Een hart, dat ondeugdzame gedachten smeedt; voeten, die zich haasten, om tot kwaad te lopen;
KJV
An heart1
that deviseth2
wicked4
imaginations,3
feet5
that be swift6
in running7
to mischief,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
Een valsH8267 getuigeH5707, die leugenenH3577 blaastH6315; en die tussenH996 broederenH251 krakelenH4090 inwerptH7971.
Een vals getuige, die leugenen blaast; en die tussen broederen krakelen inwerpt.
KJV
A false4
witness3
that speaketh1
lies,2
and he that soweth5
discord6
among brethren.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
Mijn zoonH1121, bewaarH5341 het gebodH4687 uws vadersH1, en verlaatH5203 de wetH8451 uwer moederH517 nietH408.
Mijn zoon, bewaar het gebod uws vaders, en verlaat de wet uwer moeder niet.
KJV
My son,2
keep1
thy father's4
commandment,3
and forsake6
not the law7
of thy mother:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
BindH7194 ze steeds aanH5921 uw hartH3820, hechtH6029 ze aanH5921 uw halsH1621.
Bind ze steeds aan uw hart, hecht ze aan uw hals.
KJV
Bind1
them continually4
upon thine heart,3
and tie5
them about thy neck.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
Als gij wandeltH1980, zal dat u geleidenH5148; als gij nederligtH7901, zal het overH5921 u de wacht houdenH8104; als gij wakkerH6974 wordt, zal hetzelve met u sprekenH7878.
Als gij wandelt, zal dat u geleiden; als gij nederligt, zal het over u de wacht houden; als gij wakker wordt, zal hetzelve met u spreken.
KJV
When thou goest,1
it shall lead2
thee; when thou sleepest,4
it shall keep5
thee; and when thou awakest,7
it shall talk
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
WantH3588 het gebodH4687 is een lampH5216, en de wetH8451 is een lichtH216, en de bestraffingenH8433 der tuchtH4148 zijn de wegH1870 des levensH2416;
Want het gebod is een lamp, en de wet is een licht, en de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens;
KJV
For the commandment3
is a lamp;2
and the law4
is light;5
and reproofs8
of instruction9
are the way6
of life:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
Om u te bewarenH8104 voor de kwadeH7451 vrouwH802, voor het gevleiH2513 der vreemdeH5237 tongH3956.
Om u te bewaren voor de kwade vrouw, voor het gevlei der vreemde tong.
KJV
To keep1
thee from the evil3
woman,2
from the flattery4
of the tongue5
of a strange woman.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
BegeerH2530 haar schoonheidH3308 niet in uw hartH3824, en laat ze u nietH408 vangenH3947 met haar oogledenH6079.
Begeer haar schoonheid niet in uw hart, en laat ze u niet vangen met haar oogleden.
KJV
Lust2
not after her beauty3
in thine heart;4
neither let her take6
thee with her eyelids.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
WantH3588 door een vrouwH802, die een hoerH2181 is, komt men totH5704 een stukH3603 broodsH3899; en eens mansH376 huisvrouwH802 jaagtH6679 de kostelijkeH3368 zielH5315.
Want door een vrouw, die een hoer is, komt men tot een stuk broods; en eens mans huisvrouw jaagt de kostelijke ziel.
KJV
For by means of2
a whorish4
woman3
a man is brought to a piece6
of bread:7
and the adulteress8
will hunt12
for the precious11
life.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
Zal iemandH376 vuurH784 in zijn boezemH2436 nemenH2846, dat zijn klederenH899 nietH3808 verbrandH8313 worden?
Zal iemand vuur in zijn boezem nemen, dat zijn klederen niet verbrand worden?
KJV
Can a man2
take1
fire3
in his bosom,4
and his clothes5
not be burned?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
Zal iemandH376 opH5921 kolenH1513 gaanH1980, dat zijn voetenH7272 nietH3808 brandenH3554?
Zal iemand op kolen gaan, dat zijn voeten niet branden?
KJV
Can one3
go2
upon hot coals,5
and his feet6
not be burned?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29
AlzoH3651 die totH413 zijns naastenH7453 huisvrouwH802 ingaatH935; alH3605 wie haar aanroertH5060, zal nietH3808 onschuldigH5352 gehouden worden.
Alzo die tot zijns naasten huisvrouw ingaat; al wie haar aanroert, zal niet onschuldig gehouden worden.
KJV
So he that goeth in2
to his neighbour's5
wife;4
whosoever toucheth9
her shall not be innocent.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30
Men doet een diefH1590 geenH3808 verachtingH936 aan, alsH3588 hij steeltH1589 om zijn zielH5315 te vullenH4390, dewijlH3588 hij hongerH7456 heeft;
Men doet een dief geen verachting aan, als hij steelt om zijn ziel te vullen, dewijl hij honger heeft;
KJV
Men do not despise2
a thief,3
if he steal5
to satisfy6
his soul7
when he is hungry;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31
En gevondenH4672 zijnde, vergeldtH7999 hij het zevenvoudigH7659; hij geeftH5414 alH3605 het goedH1952 van zijn huisH1004.
En gevonden zijnde, vergeldt hij het zevenvoudig; hij geeft al het goed van zijn huis.
KJV
But if he be found,1
he shall restore2
sevenfold;3
he shall give8
all the substance6
of his house.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32
Maar die met een vrouwH802 overspelH5003 doet, is verstandeloosH2638; hij verderftH7843 zijn zielH5315, die dat doetH6213;
Maar die met een vrouw overspel doet, is verstandeloos; hij verderft zijn ziel, die dat doet;
KJV
But whoso committeth adultery1
with a woman2
lacketh3
understanding:4
he that doeth8
it destroyeth5
his own soul.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33
PlageH5061 en schandeH7036 zal hij vindenH4672, en zijn smaadH2781 zal nietH3808 uitgewistH4229 worden.
Plage en schande zal hij vinden, en zijn smaad zal niet uitgewist worden.
KJV
A wound1
and dishonour2
shall he get;3
and his reproach4
shall not be wiped away.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34
WantH3588 jaloersheidH7068 is een grimmigheidH2534 des mansH1397; en in den dagH3117 der wraakH5359 zal hij nietH3808 verschonenH2550.
Want jaloersheid is een grimmigheid des mans; en in den dag der wraak zal hij niet verschonen.
KJV
For jealousy2
is the rage3
of a man:4
therefore he will not spare6
in the day7
of vengeance.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35
Hij zal geen verzoeningH3724 aannemenH5375; en hij zal niet bewilligenH14, ofschoon gij het geschenkH7810 vergrootH7235.
Hij zal geen verzoening aannemen; en hij zal niet bewilligen, ofschoon gij het geschenk vergroot.
KJV
He will not regard2
any ransom;5
neither will he rest content,7
though thou givest many9
gifts.
zoon
Zie boven Spr. 1:8 .
Hertaald:
zoon
Zie hierboven Spr. 1:8.
voor een vreemde
Dat is, voor een, die u onbekend is, of voor een ander, dat is, voor iemand, wie hij zou mogen wezen, u bekend of niet. Vergelijk onder Spr. 11:15 .
Hertaald:
voor een vreemde
Dat is: voor iemand die u onbekend is, of voor een ander, dat is: voor wie het ook maar zou kunnen zijn, bekend of onbekend. Vergelijk hieronder Spr. 11:15.
uw hand
Te weten, tot een teken dat gij uw woord houden zult, waardoor gij beloofd hebt te zullen betalen, zo de schuldenaar in gebreke valt. Zie Job 17:3 . Het recht en voorzichtig gebruik van borg voor een ander te worden is hier niet bestraft, maar de onvoorzichtigheid, lichtvaardigheid en onbedachtzaamheid, die hierin dikwijls geschiedt.
Hertaald:
uw hand
Namelijk: als teken dat u uw woord zult houden, waarmee u beloofd hebt te zullen betalen als de schuldenaar in gebreke blijft. Zie Job 17:3. Het juiste en voorzichtige gebruik om borg te staan voor een ander wordt hier niet afgekeurd, maar wel de onvoorzichtigheid, lichtvaardigheid en onbedachtzaamheid die daarbij vaak voorkomen.
Gij zijt
Anders: zijt gij verstrikt, enz.
Hertaald:
Gij zijt
Anders: bent u verstrikt, enzovoort.
red u,
Dat is, maak u vrij van de borgschuld, hetzij bij den schuldheer, opdat hij u ontsla of bij den schuldenaar, dat hij betale en u buiten zorg stelle.
Hertaald:
red u,
Dat is: maak u vrij van de borgschuld, hetzij bij de schuldeiser, opdat hij u ontslaat, hetzij bij de schuldenaar, dat hij betaalt en u van de zorg bevrijdt.
in de hand
Dat is, in het geweld van uwen schuldheer, voorzoveel als hij van u te eisen heeft. Vergelijk Gen. 16:6 , en de aantekening.
Hertaald:
in de hand
Dat is: in de macht van uw schuldeiser, voor zover hij van u te vorderen heeft. Vergelijk Gen. 16:6, en de aantekening daar.
onderwerp
Het Hebreeuwse woord betekent zulke vernedering, alsof men zich met de voeten wil laten vertrappen; alzo Ps. 68:31 . Zie aldaar de aantekening.
Hertaald:
onderwerp
Het Hebreeuwse woord duidt op zo'n vernedering, alsof men zich met voeten wil laten vertrappen; zo Ps. 68:31. Zie de aantekening daar.
sterk
Dat is, geef den schuldenaar goeden moed, opdat hij tevreden zij van de betaling, en hij die van u niet strengelijk afeise, maar geduldiglijk van den schuldenaar wachte en sterk of dring dengene voor wien gij borg geworden zijt, dat hij zijn best doe om te betalen.
Hertaald:
sterk
Dat is: geef de schuldeiser goede moed, opdat hij tevreden is over de betaling en die niet streng van u opeist, maar geduldig op de schuldenaar wacht; en spoor degene voor wie u borg geworden bent krachtig aan om zijn best te doen te betalen.
Laat uw ogen
Dat is, neem geen uitstel om uzelven en den schuldheer gerust te stellen.
Hertaald:
Laat uw ogen
Dat is: stel het niet uit om uzelf en de schuldeiser gerust te stellen.
Red u
Te weten, uit het geweld van den schuldheer, aan wien gij u tot de betaling verbonden hebt.
Hertaald:
Red u
Namelijk: uit de macht van de schuldeiser, aan wie u zich tot de betaling verbonden hebt.
wegen,
Dat is, manier, of wijze van doen, te weten, in het wakker, zorgvuldig en naarstig vergaderen van haren kost. Zo is het woord weg genomen, onder Spr. 13:15 , en Spr. 14:12 , en Spr. 16:2 , en Spr. 21:2 , en Spr. 30:19-20 .
Hertaald:
wegen,
Dat is: manier of wijze van doen, namelijk in het alerte, zorgvuldige en ijverige verzamelen van haar voedsel. Zo wordt het woord weg gebruikt hieronder Spr. 13:15, en Spr. 14:12, en Spr. 16:2, en Spr. 21:2, en Spr. 30:19-20.
overste,
Gelijk wel onder andere beesten de bijen haar koningin hebben, die de haren tot naarstigheid stuwt, en de ledigen doodbijt of uitwerpt; maar de mier, niet zulk een koning behoevende, drijft zichzelven tot het werk.
Hertaald:
overste,
Zoals onder andere dieren de bijen wel hun koningin hebben, die de haren tot ijver aandrijft en de luie doodbijt of uitwerpt; maar de mier heeft zo'n koning niet nodig en drijft zichzelf tot het werk.
brood
Versta, korengraantjes, welke zij beknabbelt en met bijten doorsnijdt, opdat zij niet uitschieten zouden, ten einde zij tegen den winter daarvan hare provisie hebben mocht, uit welke oorzaak zij bij de Hebreën nemalah genaamd wordt van namal, hetwelk is besnijden, afsnijden.
Hertaald:
brood
Versta: korrels graan, die zij afknabbelt en doorbijt zodat zij niet zouden uitlopen, om er tegen de winter haar voorraad van te hebben. Daaraan ontleent zij bij de Hebreeën de naam nemala, van namal, dat besnijden of afsnijden betekent.
Een weinig
Dat is, terwijl gij u vast tot het slapen en luieren begeeft, zo zal u de armoede overvallen. Sommigen menen dat hier de luiaard wordt ingevoerd, sprekende tot zichzelven, of op de voorgaande bestraffing antwoordende en wensende dat hij nog slechts een weinig slapens, enz. mocht hebben, enz. Zoveel is het, dat Salomo schijnt te zien op de manier van doen en spreken dergenen, die zich tot luiheid gewennen.
Hertaald:
Een weinig
Dat is: terwijl u zich almaar aan slapen en luieren overgeeft, zal de armoede u overvallen. Sommigen menen dat hier de luiaard sprekend wordt ingevoerd, die tot zichzelf spreekt of op de voorgaande bestraffing antwoordt en wenst dat hij nog maar een beetje mocht slapen, enzovoort. In elk geval lijkt Salomo te zien op de manier van doen en spreken van hen die zich aan luiheid gewennen.
als een wandelaar
Dat is, haastelijk en onvoorziens; gelijk een reizende man zich bespoedigt en gemeenlijk onverwachts overkomt.
Hertaald:
als een wandelaar
Dat is: haastig en onverwacht, zoals een reiziger zich haast en meestal onverwacht arriveert.
als een gewapend
Hebreeuws, een man des schilds; dat is, die een schild draagt. Versta, een sterk gewapend man, die pleegt in te komen zonder vragen en niet lichtelijk weder kan uitgedreven worden.
Hertaald:
als een gewapend
Hebreeuws: een man van het schild; dat is: die een schild draagt. Versta: een zwaar gewapend man, die gewoonlijk binnenkomt zonder te vragen en niet gemakkelijk weer verdreven kan worden.
Belialsmens,
Alzo onder Spr. 16:27 . Zie Deut. 13:13 .
Hertaald:
Belialsmens,
Zo hieronder Spr. 16:27. Zie Deut. 13:13.
een ondeugdzaam man
Hebreeuws, een man van ondeugdzaamheid, of ijdelheid, of ongerechtigheid. Zie Job 11:11 , en Ps. 5:7 . Anders: een Belials mens is een ondeugdzaam, of ongerechtig man, omgaande met verkeerdheid des monds.
Hertaald:
een ondeugdzaam man
Hebreeuws: een man van ondeugdzaamheid, of van ijdelheid, of van ongerechtigheid. Zie Job 11:11, en Ps. 5:7. Anders: een Belialsmens is een ondeugend of ongerechtig man, die omgaat met verkeerdheid van de mond.
verkeerdheid
Zie boven Spr. 2:12 , en Spr. 4:24 .
Hertaald:
verkeerdheid
Zie hierboven Spr. 2:12, en Spr. 4:24.
Wenkt
De zin is dat hij niet alleen zijnen mond misbruikt, maar ook al zijne leden aanlegt om zijne boosheid in het werk te stellen.
Hertaald:
Wenkt
De betekenis is dat hij niet alleen zijn mond misbruikt, maar ook al zijn ledematen inzet om zijn boosheid uit te voeren.
zijn ogen,
Daarmede te kennen gevende enig kwaad, dat hijzelf voorheeft, of van een ander begeert gedaan te hebben.
Hertaald:
zijn ogen,
Waarmee hij te kennen geeft welk kwaad hij zelf van plan is of van een ander gedaan wil hebben.
spreekt
Te weten, al stotende, stampende, aanroerende, of tredende met dezelve.
Hertaald:
spreekt
Namelijk: door daarmee te stoten, te stampen, aan te raken of te trappen.
leert
Te weten, daarmede wijzende, tellende, dreigende, enz.
Hertaald:
leert
Namelijk: door daarmee te wijzen, te tellen, te dreigen, enzovoort.
verkeerdheden,
Dat is, bedenkingen, lusten en voorslagen om iets verkeerds of onrechts te stichten met woorden of werken.
Hertaald:
verkeerdheden,
Dat is: overleggingen, verlangens en voorstellen om met woorden of werken iets verkeerds of onrechtvaardigs aan te richten.
smeedt
Zie boven Spr. 3:29 , alzo onder vs.18.
Hertaald:
smeedt
Zie hierboven Spr. 3:29; zo ook hieronder vers 18.
werpt
Hebreeuws, zendt; dat is, veroorzaakt veel onenigheid, stof daartoe gevende en de gemoederen der mensen ophitsende. Alzo onder vs.19, en Spr. 16:28 .
Hertaald:
werpt
Hebreeuws: zendt; dat is: veroorzaakt veel onenigheid, door daartoe aanleiding te geven en de gemoederen van de mensen op te hitsen. Zo hieronder vers 19, en Spr. 16:28.
geen genezen
Dat is, geen middel om het verderf te ontkomen. Alzo onder Spr. 29:1 .
Hertaald:
geen genezen
Dat is: geen middel om aan het verderf te ontkomen. Zo hieronder Spr. 29:1.
zes
Een zeker getal voor een onzeker.
Hertaald:
zes
Een bepaald getal voor een onbepaald.
zeven
Anders: het zevende. Zie van deze manier van spreken Job 5:19 .
Hertaald:
zeven
Anders: het zevende. Zie over deze manier van spreken Job 5:19.
Zijn ziel
Hebreeuws, zijner zielen gruwel, of de gruwel van zijne ziel; dat is, dat zijne ziel voor een gruwel houdt. Zie Deut. 17:1 , en boven Spr. 3:32 .
Hertaald:
Zijn ziel
Hebreeuws: de gruwel van Zijn zielen, of: de gruwel van Zijn ziel; dat is: wat Zijn ziel voor een gruwel houdt. Zie Deut. 17:1, en hierboven Spr. 3:32.
Hoge ogen,
Dat is, hovaardij, waarvan de verheven en opvliegende ogen een teken zijn. Vergelijk Ps. 101:5 ; Spr. 30:13 ; Jes. 5:15 . Tegen deze zijn de nederigen van ogen; Job 22:29 .
Hertaald:
Hoge ogen,
Dat is: hoogmoed, waarvan de opgeheven en opvliegende ogen een teken zijn. Vergelijk Ps. 101:5; Spr. 30:13; Jes. 5:15. Daartegenover staan de nederigen van ogen; Job 22:29.
valse tong,
Hebreeuws, tong der valsheid; dat is die leugentaal spreekt; alzo Ps. 109:2 ; onder Spr. 12:19 , en Spr. 21:6 .
Hertaald:
valse tong,
Hebreeuws: tong van de valsheid; dat is: die leugentaal spreekt; zo Ps. 109:2; hieronder Spr. 12:19, en Spr. 21:6.
dat ondeugdzame
Hebreeuws, gedachten der ondeugdzaamheid, of ongerechtigheid. Versta, een hart, dat op snode en ongerechtige praktijken zich toelegt. Zie boven Spr. 3:29 , en vs.14.
Hertaald:
dat ondeugdzame
Hebreeuws: gedachten van de ondeugdzaamheid of ongerechtigheid. Versta: een hart dat zich toelegt op gemene en ongerechtige praktijken. Zie hierboven Spr. 3:29, en vers 14.
voeten,
Versta, mensen, die door hun kwade zinnen en ongenegenheden zeer gedreven worden om hunnen naasten schade en verdriet aan te doen.
Hertaald:
voeten,
Versta: mensen die door hun kwade gezindheid en neigingen sterk gedreven worden om hun naaste schade en verdriet aan te doen.
Een vals
Hebreeuws, een getuige der valsheid.
Hertaald:
Een vals
Hebreeuws: een getuige van de valsheid.
blaast;
Dat is, met grote menigte en moedigheid verzint en voortbrengt. Alzo onder Spr. 14:25 , en Spr. 19:5 , Spr. 19:9 .
Hertaald:
blaast;
Dat is: die in grote menigte en met vrijmoedigheid leugens verzint en voortbrengt. Zo hieronder Spr. 14:25, en Spr. 19:5, Spr. 19:9.
inwerpt
Hebreeuws, zendt; zie boven vs.14.
Hertaald:
inwerpt
Hebreeuws: zendt; zie hierboven vers 14.
Bind
Vergelijk boven Spr. 3:3 , en de aantekening.
Hertaald:
Bind
Vergelijk hierboven Spr. 3:3, en de aantekening daar.
dat u geleiden;
Te weten, dat gebod van uw vader, waarvan in het voorgaande vs.20 gesproken is; hoewel het woord ook zien kan op de wet der moeder.
Hertaald:
dat u geleiden;
Namelijk: dat gebod van uw vader, waarover in het voorgaande vers 20 gesproken is; hoewel het woord ook op de wet van de moeder kan zien.
met u spreken
Dat is, u indachtig maken, wat gij in uwen wandel doen en laten moet en waarmede gij u in alle lijden vertroosten zult.
Hertaald:
met u spreken
Dat is: u eraan herinneren wat u in uw wandel moet doen en laten, en waarmee u zich in alle lijden zult troosten.
het gebod
Te weten, dat uit Gods Woord en wet genomen is.
Hertaald:
het gebod
Namelijk: het gebod dat aan Gods Woord en wet ontleend is.
lamp,
Vergelijk Ps. 119:105 .
Hertaald:
lamp,
Vergelijk Ps. 119:105.
tucht
Dat is, die geschiedt door de tucht, of door de onderwijzing, die voorgaan moet, zou men tot de wijsheid geraken. Zie van dit woord boven Spr. 1:2 .
Hertaald:
tucht
Dat is: die door de tucht of door het onderwijs plaatsvinden, dat vooraf moet gaan wil men tot de wijsheid komen. Zie over dit woord hierboven Spr. 1:2.
weg des levens;
Dat is, die tot het leven leidt; alzo de weg des doods; die tot den dood leidt. Zie Jer. 21:8 . Vergelijk boven Spr. 2:8 .
Hertaald:
weg des levens;
Dat is: die tot het leven leidt; zo ook de weg van de dood, die tot de dood leidt. Zie Jer. 21:8. Vergelijk hierboven Spr. 2:8.
kwade vrouw,
Hebreeuws, vrouw des kwaads; dat is, die haar geneert met kwaad doen.
Hertaald:
kwade vrouw,
Hebreeuws: vrouw van het kwaad; dat is: die de kost verdient met kwaaddoen.
vleiing
Dat is, smeking, vleiing, schoonspreking. Vergelijk boven Spr. 2:16 .
Hertaald:
vleiing
Dat is: gevlei, vleierij, mooipraterij. Vergelijk hierboven Spr. 2:16.
vreemde tong
Zie boven Spr. 2:16 .
Hertaald:
vreemde tong
Zie hierboven Spr. 2:16.
met haar oogleden
Dat is, met de schoonheid harer ogen en met haar lieflijk aanzien.
Hertaald:
met haar oogleden
Dat is: met de schoonheid van haar ogen en met haar lieflijke blik.
een vrouw,
Hebreeuws, ene vrouw, ene hoer; dat is, die ene hoer is; alzo 1 Kon. 3:16 ; idem, ene vrouw, ene profetes; dat is, die ene profetes was, Richt. 4:4 ; een man, een profeet; dat is, die een profeet was; Richt. 6:8 .
Hertaald:
een vrouw,
Hebreeuws: een vrouw, een hoer; dat is: die een hoer is; zo 1 Kon. 3:16; en ook: een vrouw, een profetes, dat is: die een profetes was, Richt. 4:4; een man, een profeet, dat is: die een profeet was, Richt. 6:8.
een stuk broods;
Dat is, tot armoede, ja ook wel tot den bedelzak.
Hertaald:
een stuk broods;
Dat is: tot armoede, ja zelfs tot de bedelzak.
eens mans
Dat is, die een man heeft en evenwel naar andere mannen staat. Anders, een manziek wijf. Sommigen verstaan door ene vrouw des mans een allemansvrouw.
Hertaald:
eens mans
Dat is: die een man heeft en toch naar andere mannen staat. Anders: een manziek wijf. Sommigen verstaan onder een vrouw van de man een allemansvrouw.
jaagt
Dat is, brengt niet alleen het lichaam desgenen, dien zij tot onkuischheid verlokt, in het tijdelijk verderf, maar ook zijne ziel, die zijn waardigste deel is, in het eeuwige lijden. Vergelijk Ezech. 13:18 .
Hertaald:
jaagt
Dat is: zij brengt niet alleen het lichaam van wie zij tot onkuisheid verlokt in het tijdelijke verderf, maar ook zijn ziel — zijn kostbaarste deel — in het eeuwige lijden. Vergelijk Ezech. 13:18.
Zal iemand
Deze vraag, gelijk ook de volgende, loochent sterkelijk. Zie Gen. 18:17 .
Hertaald:
Zal iemand
Deze vraag ontkent, net als de volgende, met kracht. Zie Gen. 18:17.
kolen
Te weten, vurige of gloeiende kolen. Zie van dit woord Job 41:12 .
Hertaald:
kolen
Namelijk: vurige of gloeiende kolen. Zie over dit woord Job 41:12.
Alzo
Gelijk de twee voorgaande gelijkenissen vast gaan en zeker zijn, alzo ook dit, dat daarop gepast wordt; te weten, dat de overspeler zich kwetst en schade doet aan goed, lichaam, eer en ziel.
Hertaald:
Alzo
Zoals de twee voorgaande vergelijkingen zeker en onweerlegbaar zijn, zo is ook zeker wat daarop toegepast wordt, namelijk dat de overspeler zichzelf kwetst en schade doet aan bezit, lichaam, eer en ziel.
zijns naasten
Zie de aantekening Gen. 6:4 .
Hertaald:
zijns naasten
Zie de aantekening bij Gen. 6:4.
aanroert,
Dat is, met haar te doen heeft door bijslaping. Zie gelijke manier van spreken, Gen. 20:6 ; 1 Kor. 7:1 .
Hertaald:
aanroert,
Dat is: met haar gemeenschap heeft. Zie een gelijke manier van spreken in Gen. 20:6; 1 Kor. 7:1.
onschuldig
Dat is, niet ongestraft blijven. Zie 1 Kon. 2:9 ; Job 9:28 .
Hertaald:
onschuldig
Dat is: niet ongestraft blijven. Zie 1 Kon. 2:9; Job 9:28.
Men doet
Hij wil zeggen dat dieverij zo grote zonde niet is als overspel, en dat dieverij, geschied bijzonderlijk door hongersnood, niet zo smadelijk en hardelijk gestraft wordt als overspel. En dit kan men verstaan van een particuliere handeling tussen den dief en den man, wien hij iets ontstolen heeft.
Hertaald:
Men doet
Hij wil zeggen dat diefstal niet zo'n grote zonde is als overspel, en dat diefstal — vooral wanneer die uit hongersnood gebeurt — niet zo smadelijk en hard gestraft wordt als overspel. En dit kan men verstaan van een persoonlijke afhandeling tussen de dief en de man van wie hij iets gestolen heeft.
ziel
Dat is, zich te verzadigen; of versta door ziel begeerte. Zie Gen. 34:3 ; Ps. 27:12 .
Hertaald:
ziel
Dat is: zich te verzadigen; of versta onder ziel: begeerte. Zie Gen. 34:3; Ps. 27:12.
zevenvoudig;
Dat is, veelvoudig. Zeven is dikwijls in de Heilige Schrift een zeker getal voor een onzeker; gelijk Gen. 4:15 ; Lev. 26:18 ; Ps. 119:164 , onder Spr. 24:16 , en Spr. 26:25 , betekenende veelheid. De blote dieven moesten wel het gestolene maar twee of vier of vijfdubbel wedergeven, Ex. 22:1 , Ex. 22:4 ; maar sommigen menen dat de straf, den dieven door de wet opgelegd, ten tijde van Salomo verzwaard was; of men kan het zo verstaan, dat de dief met den man overeenkomt dat hij hem zoveel wil geven, opdat hij hem geen schande aandoe.
Hertaald:
zevenvoudig;
Dat is: veelvoudig. Zeven is in de Heilige Schrift vaak een bepaald getal voor een onbepaald, zoals Gen. 4:15; Lev. 26:18; Ps. 119:164, hieronder Spr. 24:16, en Spr. 26:25, waar het veelheid betekent. Gewone dieven moesten het gestolene maar twee-, vier- of vijfvoudig teruggeven, Ex. 22:1, Ex. 22:4; maar sommigen menen dat de straf die de wet aan dieven oplegde in de tijd van Salomo verzwaard was. Of men kan het zo verstaan, dat de dief met de man overeenkomt hem zoveel te geven opdat hij hem niet te schande maakt.
al het goed
Te weten, indien hij zo schamel is dat hij niet veelvoudiglijk kan wedergeven.
Hertaald:
al het goed
Namelijk: als hij zo arm is dat hij het niet veelvoudig kan teruggeven.
is verstandeloos;
Hebreeuws, harteloos, of heeft geen hart, of gebrek van een hart; dat is, heeft geen wetenschap, verstand en zinnen, niet begrijpende wat God aangenaam, eerlijk voor de mensen en voordelig voor zichzelven is. Zie dezelfde benaming onder Spr. 7:7 , en Spr. 9:4 , Spr. 9:16 , en Spr. 10:13 , en Spr. 11:12 , en Spr. 15:21 , en Spr. 17:18 , enz.; het woord hart is dikwijls genomen voor het verstand. Zie Job 9:4 .
Hertaald:
is verstandeloos;
Hebreeuws: harteloos, of: heeft geen hart, of: heeft gebrek aan een hart; dat is: heeft geen kennis, verstand en inzicht, omdat hij niet begrijpt wat God aangenaam is, wat eerbaar is voor de mensen en wat voordelig is voor hemzelf. Zie dezelfde aanduiding hieronder Spr. 7:7, en Spr. 9:4, Spr. 9:16, en Spr. 10:13, en Spr. 11:12, en Spr. 15:21, en Spr. 17:18, enzovoort; het woord hart wordt vaak gebruikt voor het verstand. Zie Job 9:4.
die dat doet;
Dat is, die overspel begaat.
Hertaald:
die dat doet;
Dat is: die overspel bedrijft.
uitgewist
Of, uitgedelgd, uitgeveegd worden.
Hertaald:
uitgewist
Of: uitgedelgd, uitgeveegd worden.
in den dag
Dat is, als de gelegenheid zal verschenen of voorgevallen zijn om zich te wreken. Alzo wordt de tijd, in welken God zich wreken wilde tegen de vijanden zijner kerk, genaamd een dag der wraak; Jes. 34:8 ; Job 20:28 , en Job 24:1 , en onder Spr. 11:4 .
Hertaald:
in den dag
Dat is: wanneer de gelegenheid gekomen of voorgevallen is om zich te wreken. Zo wordt de tijd waarin God Zich op de vijanden van Zijn kerk wilde wreken een dag van de wraak genoemd; Jes. 34:8; Job 20:28, en Job 24:1, en hieronder Spr. 11:4.
niet verschonen
Te weten, den overspeler.
Hertaald:
niet verschonen
Namelijk: de overspeler.
Hij zal
Hebreeuws, hij zal niet aannemen het aangezicht aller verzoening; dat is, zoengeld aannemen. Zie 1 Kon. 11:34 . Van de manier van spreken, het aangezicht aannemen, zie Gen. 32:20 .
Hertaald:
Hij zal
Hebreeuws: hij zal het aangezicht van geen enkele verzoening aannemen; dat is: geen zoengeld aannemen. Zie 1 Kon. 11:34. Over de uitdrukking het aangezicht aannemen, zie Gen. 32:20.
verzoening
Vergelijk Num. 35:31 .
Hertaald:
verzoening
Vergelijk Num. 35:31.
geschenk
Of, de geschenken vermenigvuldigt.
Hertaald:
geschenk
Of: de geschenken vermenigvuldigt. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Mijn zoon! zo gij voor uw naaste borg geworden zijt, voor een vreemde uw hand toegeklapt hebt" (Spr. 6:1). Het toeklappen van de hand was het gebaar waarmee zo'n afspraak bekrachtigd werd. Wie dat deed, is naar het woord van dit hoofdstuk verstrikt met de redenen van zijn eigen mond (Spr. 6:2). De raad die volgt is dringend. De zoon moet zichzelf redden en daarvoor naar zijn naaste gaan; hij moet zich onderwerpen en bij hem aanhouden (Spr. 6:3). Hij mag zijn ogen geen slaap toelaten voordat het geregeld is (Spr. 6:4). Twee beelden onderstrepen die haast: "Red u, als een ree uit de hand des jagers, en als een vogel uit de hand des vogelvangers" (Spr. 6:5). Bijbelse betekenis: Er staat niet dat de zoon zijn naaste niet helpen mag. Wat hier bestreden wordt is de lichtvaardige toezegging: een handslag voor een schuld die een ander maakt en die de borg niet kan overzien. Merk op waar de tekst het gevaar legt. Het zit in de mond (Spr. 6:2). Een woord dat in een ogenblik gegeven wordt, kan jaren binden. Merk ook op hoe zwaar de raad weegt. Er wordt geen nacht overheen gelaten, en er wordt zelfs vernedering voor over gehad; de zoon moet zich onderwerpen en aandringen. Wie zich in zo'n zaak op zijn eer beroept, houdt de strik in stand. Typologie: Job vroeg juist om een borg, en hij vroeg die aan God Zelf (reeds behandeld bij Job 17:3). Wat een mens niet lichtvaardig op zich mag nemen, heeft Christus vrijwillig gedaan: "Van een zoveel beter verbond is Jezus Borg geworden" (Hebr. 7:22). Paulus doet in het klein hetzelfde voor een weggelopen slaaf: "reken dat mij toe" (Filem. 1:18). Spr. 6:1-5; Job 17:3; Hebr. 7:22; Filem. 1:18 "Ga tot de mier, gij luiaard! zie haar wegen, en word wijs" (Spr. 6:6). Wat de zoon bij haar moet zien, staat er meteen bij. Zij heeft geen overste, geen ambtman en geen heerser boven zich (Spr. 6:7). Toch bereidt zij haar brood in de zomer en verzamelt zij haar voedsel in de oogst (Spr. 6:8). Daarna keert de rede zich tot de luiaard zelf, met twee vragen (Spr. 6:9). Zijn eigen woorden worden hem in de mond gelegd: "Een weinig slapens, een weinig sluimerens, een weinig handvouwens" (Spr. 6:10). En het einde wordt met twee beelden getekend: de armoede komt als een wandelaar en het gebrek als een gewapend man (Spr. 6:11). Bijbelse betekenis: De mier krijgt geen bevel en heeft geen opzichter, en toch werkt zij op tijd. Daarin ligt de les. Vlijt die alleen komt wanneer er iemand meekijkt, is nog geen vlijt. Let ook op het tweede punt. Zij werkt in de zomer voor een tijd die nog niet gekomen is, en wijsheid rekent dus met morgen. Let ten slotte op de manier waarop de armoede beschreven wordt. Zij komt niet plotseling maar loopt naar de luiaard toe, stap voor stap, terwijl hij slaapt. Het woord "weinig" is in Spr. 6:10 het gevaarlijkste woord van het hele gedeelte. Typologie: Paulus geeft de gemeente dezelfde regel, en wel als bevel: "zo iemand niet wil werken, hij ook niet ete" (2 Thess. 3:10). Aan de Romeinen schrijft hij het positief: "Zijt niet traag in het benaarstigen" (Rom. 12:11). Spr. 6:6-11; 2 Thess. 3:10; Rom. 12:11 Aan de beschrijving van de kwaadaardige man (Spr. 6:12-15) wordt een lijst vastgeknoopt. "Deze zes haat de HEERE; ja, zeven zijn Zijn ziel een gruwel" (Spr. 6:16). De opsomming loopt van boven naar beneden langs de mens. Hoge ogen, een valse tong, en handen die onschuldig bloed vergieten (Spr. 6:17). Een hart dat ondeugdzame gedachten smeedt, en voeten die zich haasten om tot kwaad te lopen (Spr. 6:18). Ten slotte twee zonden van het woord: een vals getuige die leugens blaast, en "die tussen broederen krakelen inwerpt" (Spr. 6:19). Bijbelse betekenis: De telling zes en dan zeven is een vaste vorm, waarbij het zevende lid met nadruk staat. Dat het laatste lid de tweedracht onder broeders is, zegt dus iets. Wie een gemeente of een gezin uit elkaar drijft, staat hier naast de man die onschuldig bloed vergiet. Let ook op de volgorde. Het begint bij de ogen, dus bij de hoogmoed, en het eindigt bij de tong; daartussen liggen hart, handen en voeten, zodat de hele mens langsgelopen wordt. En let op het werkwoord. Er staat niet dat God deze dingen afkeurt maar dat Hij ze haat, en dat woord gebruikt de Schrift niet lichtvaardig. Typologie: Paulus zet in zijn aanklacht tegen alle mensen dezelfde ledematen op een rij, en hij haalt daarbij onder meer aan: "Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten" (Rom. 3:15). De Heere Jezus wijst het hart aan als de bron waaruit dit alles opkomt (Matt. 15:19). Spr. 6:12-19; Rom. 3:15; Matt. 15:19 De zoon moet het gebod van zijn vader bewaren en de wet van zijn moeder niet verlaten (Spr. 6:20). Die woorden moeten aan het hart gebonden worden (Spr. 6:21). Dan wordt gezegd wat zij doen: zij geleiden hem als hij gaat, zij houden de wacht als hij nederligt, en zij spreken met hem als hij wakker wordt (Spr. 6:22). Daarop volgt de reden: "het gebod is een lamp, en de wet is een licht, en de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens" (Spr. 6:23). Waartoe dat dient, staat er meteen bij: om bewaard te worden voor de kwade vrouw (Spr. 6:24). Het gedeelte eindigt met twee vragen die niets uit te leggen overlaten. Neemt iemand vuur in zijn boezem zonder dat zijn kleren verbranden (Spr. 6:27)? Gaat iemand op kolen zonder dat zijn voeten branden (Spr. 6:28)? Daarna wordt de dief naast de overspeler gezet. De dief die uit honger steelt, kan vergoeden (Spr. 6:30-31); van de ander staat er dat zijn smaad niet uitgewist zal worden (Spr. 6:33). Bijbelse betekenis: Let op de plaats waar deze waarschuwing staat. Zij hangt aan het onderwijs van thuis, en dat onderwijs heet een lamp. Een lamp verandert de weg niet maar laat zien waar hij loopt; wie in het donker gaat, merkt het gat pas als hij erin valt. Let ook op de vergelijking met de dief. Gestolen goed kan terugbetaald worden, en het hoofdstuk zegt zelfs dat men een hongerige dief niet veracht. Bij overspel is er niets om terug te geven. Wat daar gebroken wordt is vertrouwen, en daarvoor bestaat geen zevenvoudige vergoeding. Dat ontkent de vergeving niet. Het is de nuchtere mededeling dat gevolgen kunnen blijven waar schuld vergeven is. Typologie: Paulus zegt hetzelfde in één regel: "zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien" (Gal. 6:7). En de psalm noemt dezelfde werking van het gebod: "het gebod des HEEREN is zuiver, verlichtende de ogen" (Ps. 19:9). Spr. 6:20-35; Gal. 6:7; Ps. 19:9 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Als u wakker wordt zal hetzelve met u spreken. Spreuken 6:22 Het is iets heel gelukkigs als het gebod van onze vader en de wet van onze moeder… Mijn zoon, bewaar het gebod van uw vader, en verlaat de wet van uw moeder niet; bind ze steeds aan uw hart, hecht ze aan uw hals; als… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Spreuken 6
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Het sprekende Boek
Een beroep op kinderen van Godvrezende ouders


Spreuken 6
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
IX. Vs. 1-5.KruisverwijzingenPsalmen 132:4→Spreuken 11:15→Spreuken 22:26→Spreuken 17:18→Spreuken 20:16→Job 17:3→Spreuken 18:7→Spreuken 12:13→
— Mijn zoon! zo gij voor uw naaste borg geworden zijt, voor een vreemde uw hand toegeklapt hebt; Gij zijt verstrikt met de redenen uws monds; gij zijt gevangen met de redenen uws monds. Doe nu dit, mijn zoon! en red u, dewijl gij in de hand uws naasten gekomen zijt; ga, onderwerp uzelven, en sterk uw naaste. Laat uw ogen geen slaap toe, noch uw oogleden sluimering. Red u, als een ree uit de hand des jagers, en als een vogel uit de hand des vogelvangers.
Thans volgen vier op zich zelf staande vermaningen in den vorm van liederen, die, wat den inhoud aangaat, zeer van elkaar verschillen. Even als de vorige acht moeten zij voorbereiden tot de uitnodiging om in de Goddelijke wijsheid te leven. De eerste, of in ‘t geheel de negende vermaning: stelt de noodzakelijkheid voor, om zich van alle menselijke afhankelijkheid los te worstelen, omdat daardoor de volkomen overgave aan de goddelijke Wijsheid wordt verhinderd. De heilige dichter kiest als voorbeeld vooreerst het op zich nemen van dwaze borgtochten, door welke de mens gebonden wordt.
Mijn zoon! zo gij in overhaasting voor uwen naaste, die ene schuld heeft, borg geworden zijt, voor enen vreemde 1) uwe hand toegeklapt hebt, voor hem bij handslag u verbonden hebt, bij de schuldeisers voor zijne schuld in te staan. (Hoofdstuk 11: 15; 17: 18; 20: 16; 22:
;
Wanneer men al de plaatsen in dit Boek, waarin van borgtochten gehandeld wordt, oplettend nagaat, schijnt men het daarvoor te moeten houden, dat zij doorgaans door Israëlieten werden aangegaan ten behoeve van vreemdelingen, misschien wel voornamelijk van Feniciërs, die geld opnamen voor hunnen handel, waaruit men dan ook het strenge dwangrecht tegen borgen, waarvan zo vele Spreuken getuigenis dragen, natuurlijkst verklaren kan. Geldschieter en borg waren Israëlieten, de schuldenaar een vreemdeling.
Gij zijt verstrikt, ten gevolge van dat borg blijven, en gedwongen dien borgtocht na te komen, met (ten gevolge van) de redenen uws monds; gij zijt als in een net (vs. 5) gevangen met de redenen door de belofte uws monds.
Doe nu dit, mijn zoon! gelijk ik u zal raden, en red u, zoek u zelven op ene rechte wijze vrij te maken, dewijl gij in de hand uws naasten gekomen zijt, die ook uwe geestelijke vrijheid in banden heeft gebracht; ga, onderwerp u zelven 1), en sterk bestorm uwen naaste, dring sterk bij den schuldenaar aan, dat hij zijne verbintenissen nakome, en daardoor ook u van de uwe ontheffe, voordat het te laat is, en het tot gerechtelijke dwangmiddelen komt.
In het Hebr. Hithrafees. Hiervan is wel de letterlijke vertaling, onderwerp U, maar dan in dien van, verneder U, kom tot uwen naaste als een smekeling, om er bij hem op aan te dringen, dat hij zijn schuld betale en U van uw borgschap verlosse. Want toch een borg is de knecht van den schuldeiser en van den schuldenaar. Beiden rekenen op hem, de schuldeiser rekent er op, dat hij gedekt is, en de schuldenaar, dat de borg wel zal betalen, indien hij ontoereikende is.
Laat uwen ogen geen slaap toe, noch uwen oogleden sluimering, voordat gij middelen hebt gevonden om vrij te worden.
Red u als ene ree, die in het net gevangen is, en alle pogingen in ‘t werk stelt, om te ontkomen uit de hand des jagers, en als een vogel door heen en weer vliegen en buitelen zich zoekt te redden uit de hand des vogelvangers, zoek zo ook te ontkomen, wanneer desgelijks boze mensen trachten, om wat gij uit goedheid deed, op uwe slavernij te laten uitlopen. De menigvuldige waarschuwingen voor borgtochten in ons Boek worden zonder twijfel verklaard uit de harde behandeling, welke men volgens het Oud-Hebreeuwse rechtsgebruik den borgen aandeed, daar men ze geheel als schuldenaars, die niet konden betalen (2 Koningen 4: 1. MATTHEUS. 18: 25) verpande, of zelfs als slaven verkocht (vgl. Sir. 8: 16; 29: 18-24). De oude Grieken hadden ten spreekwoord: “Wees borg en het verderf is nabij,” omdat de borg eenvoudig belooft, wat niet van hem zelven afhangt, maar van de trouw en geloofswaardigheid van anderen. Trouw en oprechtheid nu worden altijd slechts bij weinigen gevonden. Alle mensen zijn leugenaars,” zegt Psalm 116: 11. Rom. 3: 4; en “vervloekt is de man, die op enen mens vertrouwt,” Jer. 17: 5. Met de vermaningen des Heren in de bergpredikatie, om altijd tot lenen en weggeven van zijne have bereid te zijn, ook daar, waar men gene hoop kan hebben, dat het weggegevene zal worden weer ontvangen, (Luk. 6: 30,34,36) is niet in tegenspraak de eis van onze plaats, om zich zo spoedig mogelijk los te maken van dat borg blijven, waaruit nadelige gevolgen voor onze vrijheid en welvaart zouden kunnen voortvloeien. Want het is duidelijk, dat ook Christus niet zulk ene bereidwilligheid eist, dat wij schade zouden moeten lijden om des naasten wil, die ons van onze persoonlijke vrijheid zou beroven en ons alle middelen tot verder goed doen zou ontnemen.
6.
X. Vs. 6-11.KruisverwijzingenSpreuken 10:26→Spreuken 20:4→Hebreeën 6:12→Spreuken 13:4→Mattheüs 25:26→Spreuken 6:9→Mattheüs 6:26→Spreuken 30:25→
— Ga tot de mier, gij luiaard! zie haar wegen, en word wijs; Dewelke, geen overste, ambtman noch heerser hebbende, Haar brood bereidt in den zomer, haar spijs vergadert in den oogst. Hoe lang zult gij, luiaard, nederliggen? Wanneer zult gij van uw slaap opstaan? Een weinig slapens, een weinig sluimerens, een weinig handvouwens, al nederliggende; Zo zal uw armoede u overkomen als een wandelaar, en uw gebrek als een gewapend man.
Ook in de volgende waarschuwing tegen traagheid wordt vooral op het gevaar van verarming genezen. De luiaard moet uit het voorbeeld der mier leren, dat men in den zomer met vlijt moet vergaderen, opdat men in den winter geen gebrek zou behoeven te lijden. Na den tijd van den oogst komen ook tijden van gebrek, in welke de grootste vlijt niets kan verwerven. Daarom moet ieder zich den gunstigen tijd ten nutte maken tot ingespannen arbeid, opdat hij rustig den ongunstigen kan tegemoet gaan.
Ga tot de mier, gij luiaard! zie hare wegen en word wijs, leer van haar hoe men met geringe middelen iets groots kan bereiken zonder de vrijheid te verliezen; en laat haar voorbeeld u tot beschaming zijn. Bij vele volken, zowel van het Oosten als van het Westen, is de mier het beeld van vlijt, van onvermoeid volharden.
Dewelke, genen overste, die haar wetten voorschrijft, noch ambtman, die haren arbeid regelt, noch heerser, die haar tot den arbeid dwingt, hebbende 1),
De mier is het toonbeeld van rusteloze vlijt, maar ook van wel georganiseerden arbeid. Zij heeft veel met de bijen gemeen, alleen ontbreekt het aan een koningin. Vandaar dat hier gezegd wordt, dat er geen rechterlijke, geen burgerlijke en geen uitvoerende macht onder deze dieren wordt gevonden en zij toch zorgen voor den winter, om niet van gebrek om te komen. Zij wordt daarom dan luid voorgehouden als een beschamend, maar ook als een prikkelend voorbeeld, om van haar te leren, wat hij door zijn leven zozeer schijnt te vergeten, om te werken terwijl het tijd, terwijl het dag is.
Haar brood bereidt in den zomer, zolang het mogelijk is, vlijtig werkt, hare spijs vergadert in den oogst, opdat zij ten tijde van winter en van gebrek haar leven kan onderhouden. (Hoofdstuk 30: 27). Ook in ‘t geestelijk leven is er een zomer of een oogsttijd, de tijd der genade, de dag des heils; dan komt het er op aan onvermoeid te werken om de spijze, die blijft in het eeuwige leven, enen schat van geloof, van godsvrucht, van kennis des Heren Jezus Christus, van het woord en de beloften Gods te verzamelen en in het hart te dragen, opdat men geen gebrek behoeft te lijden, en in nood behoeft te lijden, en in nood behoeft te zijn, wanneer de winter der verzoekingen, der vervolgingen en van het laatste uurtje komt. Het spreekt vanzelf, dat in het hier voor ons liggende gedeelte niet elke soort van arbeid wordt aanbevolen, maar slechts de verstandige werkzaamheid, die uit de Goddelijke wijsheid voortvloeit. De wereld meent, dat, wanneer zij zich zelve maar bezigheid geeft, het genoeg is, en hij daardoor iets betekent. Maar die arbeid, die alleen dienstbaar is aan den lust der ogen, behoort niet in den kring der hemelse wijsheid. De Grieken, die steeds naar iets nieuws vraagden, dienden met hun gehele kunst slechts hun ogenblikkelijke begeerten. De hier aanbevolen arbeid moet integendeel daarop gericht zijn, dat wij iets waarachtigs werken, en dus ook het leven in God onderhouden. Begint een volk zijn werk van de beuzelingen dezes levens te maken, in plaats van hetgeen in God zijn grond heeft, zo is dit een duidelijk teken van nabijzijnd verval van het volk.
Hoe lang zult gij, a) luiaard! neerliggen? wanneer zult gij van uwen slaap opstaan, en den arbeid aanvangen?
Spreuken 13: 4; 20: 4; 24: 33,34.
Een weinig slapens, een weinig sluimerens, een weinig handvouwens, de armen over elkaar laten hangen, al neerliggende 1) (Hoofdstuk 24: 33).
Deze woorden bevatten de verontschuldiging of het antwoord van den luiaard, hetwelk hij geeft op de vraag in vs. 9 gedaan, een antwoord, wat den luiaard in den mond wordt gelegd en waarop in vs. 11 de waarschuwing volgt, dat, indien hij dit in praktijk brengt, armoede en gebrek voor de deur staan en hem zeker zullen overkomen.
Zo zal uwe armoede u onverwacht overkomen als een wandelaar, als een rover onverwacht den eenzamen reiziger overvalt, en uw gebrek als een gewapend man, wie gij geen weerstand kunt bieden. De uitdrukking: “als een wandelaar,” duidt aan, den langzamen, de uitdrukking: “een gewapend man” den zekeren tred, waarmee de armoede den luiaard nadert. Vlijt is voor ieder plicht, niet zozeer opdat hij wereldsen rijkdom verkrijge, als dat hij niet worde tot een last voor de maatschappij en ene schandvlek voor de kerk, opdat hij niet kome in verzoeking, en dat hij de ongelukkigen kan helpen.
Helaas! hoevelen beminnen den slaap der zonde en hun dromen van werelds geluk, en begeren noch een weinig langer verontschuldigd te zijn van berouw, gebed, zelfverloochening en inspanning. Zullen wij niet trachten dezulken te doen ontwaken, opdat zij het gevaar zien, terwijl er een weg van ontkoming is? Zullen wij ons niet inspannen, om ons eigen heil te verzekeren en elke gelegenheid aangrijpen om God te verheerlijken en anderen wel te doen?. 12.
XI. Vs. 12-19.KruisverwijzingenSpreuken 12:22→2 Kronieken 36:16→Jeremia 19:11→Genesis 6:5→Spreuken 4:24→Psalmen 35:19→Micha 2:1→Jesaja 1:15→
— Een Belialsmens, een ondeugdzaam man gaat met verkeerdheid des monds om; Wenkt met zijn ogen, spreekt met zijn voeten, leert met zijn vingeren; In zijn hart zijn verkeerdheden, hij smeedt te aller tijd kwaad; hij werpt twisten in. Daarom zal zijn verderf haastelijk komen; hij zal schielijk verbroken worden, dat er geen genezen aan zij. Deze zes haat de HEERE; ja, zeven zijn Zijn ziel een gruwel: Hoge ogen, een valse tong, en handen, die onschuldig bloed vergieten; Een hart, dat ondeugdzame gedachten smeedt; voeten, die zich haasten, om tot kwaad te lopen; Een vals getuige, die leugenen blaast; en die tussen broederen krakelen inwerpt.
Deze rede wordt in twee delen verdeeld, die met elkaar overeenstemmen: vs. 12-15 en vs. 16-19. In beide waarschuwt de Schrijver met groten ernst voor de valsheid, wier gewoonte en genot het is overal heimelijk haat en vijandschap te zaaien. In de eerste plaats schildert hij haar naar haar wezen en hare openbaringen, terwijl hij tevens meldt, hoe zij voor God verwerpelijk is en hoe zeker zij zal gestraft worden. Wiens hart eenmaal vol is van verkeerdheid, of lust tot verwoesting, die strooit ieder ogenblik het zaad van haat en van alle twist, terwijl alle onwillekeurige bewegingen van lichaam en ziel, van tong, ogen, voet en vinger, er bij hem toe dienstbaar zijn, om die valsheid van zijn binnenste in dubbelzinnige redenen, in werken en wijzen op verborgene wijze te laten werken. Hij telt vervolgens de zes soorten van list nog eens kortelijk op, als voor God eeuwig verwerpelijke zonde, om als zevende en zwaarste er de vroeger genoemde valsheid bij te voegen, en alzo in ‘t bijzonder op treffende wijze er nogmaals voor te waarschuwen.
Wacht u voor de gemeenschap met allen, die zich in de plaats van uwen leraar willen stellen als uw vriend, en u van zich afhankelijk willen maken. Een Belials een nietswaardig mens (Deuteronomium 13: 13 ), een ondeugdzaam man, een booswicht, gaat met verkeerdheid des monds om, houdt zich met leugen en veinzerij op.
Hij wenkt, terwijl Hij met u spreekt, met zijne ogenheimelijk tot enen derde. Hij spreekt met zijne voeten, geeft er tekenen mede, leert met zijne vingeren, wijst met zijne vingeren op iemand verachtelijk. Hij schimpt met zijne ogen, dat is hij beangst zijnen naaste door het nijpen, wenken en draaien van zijn gezicht en zijne oogleden. Zijne voeten schijnen te branden, alsof ze op hete as stonden, zo trippelt en trapt hij er mede, om zijne medespotters als het ware een sein er door te geven, en hij scheert met zijne vingeren, hij maakt al vingertogende een beschimpend gebaar. Van hier ons Nederlands, den gek scheren met iemand, of iemand onder het scheen of vilmes hebben en houden.
In zijn hart zijn verkeerdheden, onheil en verderf, hij smeedt te aller tijd kwaad, hij werpt twisten in, 1) hij zaait twist, werpt twistappels in.
Hij gelijkt den duivel in boosheid. Hij bedoelt niet zozeer zich te verrijken met door en onrecht, als dat hij zich verheerlijkt in anderen een kwaden trek te spelen. Zijne slimheid is er op uit, om aan velen nadeel te doen, al had hij geen het minste voordeel er van. Kortom, hij is een man, die zich in het kwade verlustigt, en dus een echte zoon van Satan, den Belial van ouds.
Daarom zal zijn verderf haastelijk komen; hij zal schielijk verbroken worden, dat er geen genezen meer aan zij; dus zal zijne gemeenschap, die redding belooft, u integendeel verderf aanbrengen.
Deze zes, die wij in ‘t volgende nevens elkaar zullen optellen, deze zes gezindheden en handelwijzen van den valsaard haat de HEERE; ja zeven zijn Zijne ziel een gruwel. De eigenaardigheid der Hebr. poëzie, van welke ook bij Arabische en Perzische dichters talrijke voorbeelden voorkomen, om bij een getal een tweede en wel het naast volgende te voegen, met het doel van opklimming of tot bijzonderen nadruk, wordt door vele uitleggers uit de wet van het parallelismus verklaard (2 Samuel 1: 27 ). “De vorm van het parallelismus kan om de gelijkmatigheid in geen vers achterwege blijven; maar hoe zou men bij een getal ene parallel vinden? Daar het hier niet zo nauwkeurig op een bepaald getal aankwam, zo hielp men zich daardoor, dat men een van de naastbij zijnde getallen, met dat wat men eigenlijk in de gedachte had, parallel zette.” Toch schijnt ook het doel, om voor iets bijzonders aandacht te trekken, tot dezen eigenaardigen poëtischen vorm aanleiding gegeven te hebben, hetgeen dan door de bijvoeging van een parallel lid geschiedde, zoals uit Om. 1: 3. Sir. 25: 9. Job 5:
Spreuken 30: 15,18 vv. blijkt.
Hoge ogen 1), ogen, die het geringe voorbijzien en alleen maar op het grote letten (Hoofdstuk 30: 13. (Psalm 18: 28; 131: 1. Job 21: 22),ene valse, leugenachtige tong, en handen, die onschuldig bloed vergieten (Jes. 59: 7. Rom. 3: 15 3.15).
De deugden samen zijn als één lichaam en de nederigheid is het hoofd er van. Daarom staat als de zonde der zonden de trots van een hoogmoedig hart bovenaan, welke zich in opgetrokken wenkbrauwen uitspreekt.
De hoogmoed of trotsheid is de grondslag en de bron van vele zonden en daarom staat zij het eerst. Onder valse tong heeft men niet den meinedige te verstaan, deze wordt genoemd in vers 19, maar alle list en leugen, welke zich in het dagelijks leven openbaart.
Een hart dat ondeugdzame gedachten smeedt, plannen, die Godonterend en den naaste tot schade zijn; a) voeten, die door ingewortelde gewoonte om te zondigen zich haasten, steeds bereid zijn om tot kwaad te lopen (Hoofdstuk 1: 16).
Rom. 3: 15.
Het hart staat onder de zeven zonden, die Gode een gruwel zijn, in het midden, omdat het de bron is, waaruit zich het boze naar alle zijden heen uitstort. Dus baat de Heere niet alleen de werkelijke openbaringen der zonde, maar ook de aanslagen der goddelozen, die zij in hun begeerten doen, die zij voor gene zonde houden, terwijl zij dag en nacht er op peinzen, hoe zij hun begeerte zullen volbrengen.
Een valse getuige, die niet tengevolge van ene ogenblikkelijke verzoeking, maar uit gewoonte en uit boosheid leugens blaast, wiens adem met de leugen verpest is, en eindelijk het toppunt van alle zes genoemde zonden van hoogmoed, de ergste en gevaarlijkste (Jak. 3: 14 vv.) van deze, die tussen broederen, bloedverwanten of door het geloof verbondenen, krakelen, twisten inwerpt, door welke zonde de mens zich zelven in verbond met den satan stelt. De God der liefde en vredes haat degenen, die twist en tweedracht zaaien onder broeders en vrienden, en die een vermaak scheppen in verdorvenheid. Hij woont integendeel bij degenen, die eendrachtelijk verkeren met elkaar, en de liefde en eensgezindheid zoeken te behouden door den band des vredes. Zij, die zich door achterklap en valse uitstrooiingen, en leugenvertelsels, en door het verzwaren en vergroten van alles, wat er gezegd wordt of gedaan moest zijn, zowel als door het aankweken van nijd en boze verdenkingen de twistkolen aanblazen, bereiden slechts voor zich zelven een vuur van gelijken aard.
20.
XII. Vs. 20-35.KruisverwijzingenSpreuken 3:3→Psalmen 119:105→Mattheüs 5:28→2 Koningen 9:30→Spreuken 29:3→Spreuken 2:11→Psalmen 19:8→Spreuken 7:5→
— Mijn zoon, bewaar het gebod uws vaders, en verlaat de wet uwer moeder niet. Bind ze steeds aan uw hart, hecht ze aan uw hals. Als gij wandelt, zal dat u geleiden; als gij nederligt, zal het over u de wacht houden; als gij wakker wordt, zal hetzelve met u spreken. Want het gebod is een lamp, en de wet is een licht, en de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens; Om u te bewaren voor de kwade vrouw, voor het gevlei der vreemde tong. Begeer haar schoonheid niet in uw hart, en laat ze u niet vangen met haar oogleden. Want door een vrouw, die een hoer is, komt men tot een stuk broods; en eens mans huisvrouw jaagt de kostelijke ziel. Zal iemand vuur in zijn boezem nemen, dat zijn klederen niet verbrand worden? Zal iemand op kolen gaan, dat zijn voeten niet branden? Alzo die tot zijns naasten huisvrouw ingaat; al wie haar aanroert, zal niet onschuldig gehouden worden.
In de twaalfde rede begint de leraar der waarheid met ene uitvoerige vermaning, om gehoor te geven aan de van de vaderen overgeleverde wijsheidslessen die even als een licht voor de sluipwegen der gevaarlijkste verzoekingen van de zijde der overspelige vrouw bewaren (vs. 20-24). De verzoekingen en gevaren der onkuisheid zijn groot. Wie zich door de overspelige vrouw laat verleiden zal even zo min de straf ontgaan, als die het vuur aanraakt ongezengd blijft, en als dieven zonder schadevergoeding worden vrijgelaten. Zijne dwaasheid zal door den beledigden echtgenoot op vreselijke wijze gestraft worden (vs. 25-35).
Mijn zoon! a) bewaar met alle trouw en vlijt het gebod uws vaders, dat hij u uit den schat van ervaring en wijsheid van der ouden tijd gegeven heeft en verlaat de wet, de onderwijzing uwer moeder niet, door welke zij in u de zaden van de kennis des Heren heeft gestrooid (Hoofdstuk 5: 1,2; 23: 22).
Spreuken 1: 8. Het is ene heerlijke en schone roeping der ouders, dat zij de ware kennis van God en de ervaringen van de kinderen Gods in den vroegeren tijd, aan het toekomstig geslacht overleveren, en daardoor het hoogste doel aan den heiligen echt, de voortplanting van de schatten der Goddelijke genade vervullen.
Bind ze steeds aan uw hart, zodat ze geen ogenblik door u worden vergeten, hecht ze aan uwen hals, zodat gij ze niet alleen met het hart gelooft, maar ook met den mond belijdt (Rom. 10: 9 vv.), alsdan zal de verzoeking verre van u blijven (Hoofdstuk 3: 3).
Als gij wandelt bij dag, om uwe beroepsbezigheden te gaan vervullen, zal a) dat u geleiden op de wegen Gods, evenals de wolkkolom de kinderen Israël’s; als gij neerligt in den slaap zal het over u de wacht houden, als ene wacht des hemels (Psalm 34: 8), zodat gij van zondige dromen en schandelijke nachtgezichten rein blijft en altijd tot uwen God waakt; als gij des morgens wakker wordt, zal hetzelve met u spreken, bij het ontwaken zult gij nadenken over de diepte en de lieflijkheid dier waarheid, zij zullen u tot lof en dank aan God opwekken en tot den strijd tegen alle verzoekingen des daags versterken (Deuteronomium 6: 7 ).
Rom. 3: 23,24. Zolang gij leeft en het licht der zon ziet, moge Gods wijsheid u leiden; wanneer de avond nadert en uw laatste uurtje komt, moge zij u voor ‘s duivels list beschermen; wanneer de Heere u op den eeuwigen morgen uit den slaap des grafs roept, moge zij uw voorspraak en patroon zijn in het gericht van God.
Zij kunnen u leiding en bescherming geven, want het gebodmet de daarin liggende hemelse wijsheid is ene lamp, die op den duisteren weg der onwetendheid en den dwaalweg der zonde, de rechte baan aan geloof en van heilig leven aanwijst (Psalm 119: 105. 2 Petrus 1:
, en de wet, waarin zich Gods heilige wil openbaart, is een licht, dat de duisternis van de goddeloosheid openbaar maakt, bestraft en verdrijft (Psalm 19: 9), en de bestraffingen der tucht, de terechtwijzingen, waardoor wij tot de wijsheid moeten worden teruggetrokken en verbeterd, zijn de weg des levens, dringen ons naar het ware leven, dat uit God is, naar de godzaligheid, welke de belofte des levens heeft, te grijpen (1 Tim.4: 8);
Om u te bewaren voor allerlei goddeloosheid, en in ‘t bijzonder voor ‘t geen het gevaarlijkste is voor de jeugd, voor de kwade, boelerende vrouw, voor het gevlei a) der vreemde tong, dat u door liefkozingen tot overspel wil verleiden.
Spreuken 2: 16; 5: 3; 7: 15.
Begeer hare schoonheid niet in uw hart, onderdruk de eerste, de geringste opwelling van welgevallen en van begeerte, die het verblindend schijnsel van bekoorlijkheid en liefde opwekt (MATTHEUS. 5: 28; 6: 22. Job 31: 1), en laat ze u niet vangen met hare schone, lange, wenkende en smachtende oogleden, die zij als een net uitwerpt tot verleiding van eenvoudige harten.
Want door ene vrouw, die ene hoer is, komt men tot een stuk broods 1), tot den bedelstaf; de aan haar te betalen gelden en de in het verkeer met haar aangelegde drinkgelagen, richten het vermogen ten gronde, en daarom is zij reeds-afgezien van de zonde harer gemeenschap-ene bron van onmetelijk ongeluk; en eens mans huisvrouw, met welke men zich in ongeoorloofde wellust inlaat, jaagt de kostelijke ziel, 1) zij veroorzaakt een vroegtijdigen dood door ontzenuwing van het lichaam, door schandelijke ziekte en door de wraak van den bedrogen echtgenoot; ten laatste heeft zij den eeuwigen dood ten gevolge (Hoofdstuk 5: 9).
Het woord in den grondtekst duidt aan, een klein rond brood, en de uitdrukking heeft de kracht van te komen tot volslagen armoede.
Wie zich met ene hoer afgeeft, heeft geen ander ongeluk meer nodig. Wie den enen voet heeft in het bordeel, heeft den anderen in het ziekenhuis.
Deze straf is evenzeer aan den echtbreuk verbonden als aan het vuur de kracht om te branden. Zal iemand vuur in zijnen boezem nemen, dat zijne klederen niet verbrand worden?
Zal iemand op kolen gaan, dat zijne voeten niet bernen, schroeien (1 Kor. 6: 18. Job 31:
? Het onreine liefdesvuur in het hart steekt den gehelen wandel aan, en de wegen der zonde zijn een gloeiende bodem voor den voet, die de gevoeligste smarten veroorzaken. Ook in de Griekse oudheid vinden wij deze gedachte, die in het aan HERCULES door zijne vrouw gegeven hemd (dat bij zijne ontrouw zijn vlees verbrandde) zijne zinnebeeldige uitdrukking heeft gevonden.
Alzo gaat het hem, die tot zijne naasten huisvrouw ingaat, die den echt breekt; al wie haar aanroert, zal niet onschuldig gehouden worden, en al is het, dat hij van de wereld en van de Overheid zijne straf niet ontvangt, zo zal hij toch aan het oordeel Gods niet ontkomen. (Hebr. 13: 4).
Men doet, om de zware zonde en de zekere straf van den echtbreker nog door een ander voorbeeld aan te wijzen, enen dief gene verachting aan; zijne zonde is niet zo zwaar als die van den echtbreker; op hem rust niet zulk ene openbare schande, voornamelijk niet als hij steelt om zijne ziel te vullen, om bij het leven behouden te worden, dewijl hij honger heeft, en in deze allerdringendste behoefte nog enige verontschuldiging voor zijne zonde heeft.
Voor hem is er nog herstel mogelijk door ene bijzondere overeenkomst tussen hem en den bestolene, gevonden zijnde vergeldt hij het op het hoogst zevenvoudig (Exodus 22: 1-4 Luk. 19: 8), hij geeft, laat het zelfs zijn al het goed van zijn huis. In vs. 30 en 31 wordt de dief tegenover den overspeler geplaatst. Een dief, die van wege den honger steelt, veracht men niet, dewijl hij het uit nood deed, en hij kan het meer dan overvloedig teruggeven, (want dit ligt in het zevenvoudige, dewijl de Israëlitische wetgeving slechts hoogstens een vijfvoudige vergoeding kende) zodat de bestolene er geen schade van heeft, maar de zonde van overspel is onherstelbaar, in den zin, zoals in de volgende verzen wordt aangegeven.
Maar die met ene vrouw overspel doet, is verstandeloos; hij verderft zijne ziel, die dat doet. (Prediker 10: 3). Verstandeloos worden zij genoemd, die het kwade boven het goede kiezen, zich niet voor smaad en schande wachten, ook niet willen weten, wat hun goed en tot voordeel is, die aan hun lusten gehoorzamen, den Geest tegenstreven, de lusten van hun vlees volgen en aan hun zielen schade berokkenen; die in het tijdelijke hun afgod vinden en het eeuwige verliezen, zich den Satan tot vriend en God tot vijand maken, die weten, dat de zonde aan het adderen vergif gelijk is en zich er toch niet voor wachten, dat zij gelijk is aan den kanker en haar toch altijd meer en meer laten voortvreten; die menen, God ziet het niet en let er niet op, hoe zij handelen, hoewel Hij ogen heeft, die helderder zijn dan de zon, en een wreker over alle goddeloosheid is,.
Plagen, namelijk slagen en wonden, wanneer hij door den echtgenoot der vrouw wordt ontdekt, en schande bij iedereen zal hij vinden, en zijn smaad zal niet uitgewist worden.
Want jaloersheid is ene grimmigheid des mans, een geweldig woedend vuur; en in den dag der wraak, zal hij niet verschonen, wanneer hij gelegenheid tot straffen heeft, gelijk misschien de vrouw zou doen.
Hij zal gene verzoening aannemen, zich niet door wat geld laten tevreden stellen, gelijk dat bij een diefstal mogelijk is (vs. 31), en hij zal niet bewilligen, ofschoon gij het geschenk vergroot, om hem van de bestraffing af te houden. Zo min de echtbreker, op de daad betrapt, ongestraft wordt gelaten, zo min en nog veel minder zal een echtbreker in het geestelijke (die Gods verbond verlaat en de goden dezer wereld nahoereert) van den Heere ongestraft blijven (1 Kor 3: 17).
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel