Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Spreuken 6

1 Mijn zoon! zo gij voor uw naaste borg geworden zijt, voor een vreemde uw hand toegeklapt hebt;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Mijn zoonH1121! zoH518 gij voor uw naasteH7453 borgH6148 geworden zijt, voor een vreemdeH2114 uw handH3709 toegeklaptH8628 hebt; Mijn zoon! zo gij voor uw naaste borg geworden zijt, voor een vreemde uw hand toegeklapt hebt;

KJV My son,1 if thou be surety3 for thy friend,4 if thou hast stricken5 thy hand7 with a stranger,

1 בְּ֭נִי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 3 עָרַ֣בְתָּ H6148 borg, drijven, vermeng engage, (inter-) meddle (with), mingle (self), mortgage, occupy, give pledges, be(-come, put in) surety, undertake 4 לְרֵעֶ֑ךָ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 5 תָּקַ֖עְתָּ H8628 blazen, blies, bliezen blow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust 6 לַזָּ֣ר H2114 vreemde, vreemden, vreemd (come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman) 7 כַּפֶּֽיךָ H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Gij zijt verstrikt met de redenen uws monds; gij zijt gevangen met de redenen uws monds.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Gij zijt verstriktH3369 met de redenenH561 uws mondsH6310; gij zijt gevangenH3920 met de redenenH561 uws mondsH6310. Gij zijt verstrikt met de redenen uws monds; gij zijt gevangen met de redenen uws monds.

KJV Thou art snared1 with the words2 of thy mouth,3 thou art taken4 with the words5 of thy mouth.

1 נוֹקַ֥שְׁתָּ H3369 verstrikt, gelegd, strik gesteld fowler (lay a) snare 2 בְאִמְרֵי H561 redenen, woorden, geboden answer, [idiom] appointed unto him, saying, speech, word 3 פִ֑יךָ H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 4 נִ֝לְכַּ֗דְתָּ H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take 5 בְּאִמְרֵי H561 redenen, woorden, geboden answer, [idiom] appointed unto him, saying, speech, word 6 פִֽיךָ H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Doe nu dit, mijn zoon! en red u, dewijl gij in de hand uws naasten gekomen zijt; ga, onderwerp uzelven, en sterk uw naaste.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 DoeH6213 nu ditH2063, mijn zoonH1121! en redH5337 u, dewijlH3588 gij in de handH3709 uws naastenH7453 gekomenH935 zijt; gaH3212, onderwerpH7511 uzelven, en sterkH7292 uw naasteH7453. Doe nu dit, mijn zoon! en red u, dewijl gij in de hand uws naasten gekomen zijt; ga, onderwerp uzelven, en sterk uw naaste.

KJV Do1 this now,3 my son,4 and deliver5 thyself, when thou art come7 into the hand8 of thy friend;9 go,10 humble11 thyself, and make sure12 thy friend.

1 עֲשֵׂ֨ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 זֹ֥את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 3 אֵפ֪וֹא H645 dan, nu toch here, now, where? 4 בְּנִ֡י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 וְֽהִנָּצֵ֗ל H5337 redden, gered, red [idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out) 6 כִּ֘י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 בָ֤אתָ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 בְכַף H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 9 רֵעֶ֑ךָ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 10 לֵ֥ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 11 הִ֝תְרַפֵּ֗ס H7511 onderwerp, onderwerpt humble self, submit self 12 וּרְהַ֥ב H7292 geweld, sterk, stout overcome, behave self proudly, make sure, strengthen 13 רֵעֶֽיךָ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Laat uw ogen geen slaap toe, noch uw oogleden sluimering.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Laat uw ogenH5869 geenH408 slaapH8142 toe, noch uw oogledenH6079 sluimeringH8572. Laat uw ogen geen slaap toe, noch uw oogleden sluimering.

KJV Give2 not sleep3 to thine eyes,4 nor slumber5 to thine eyelids.

1 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 2 תִּתֵּ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 3 שֵׁנָ֣ה H8142 slaap, slapens sleep 4 לְעֵינֶ֑יךָ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 5 וּ֝תְנוּמָ֗ה H8572 sluimering, sluimerens slumber(-ing) 6 לְעַפְעַפֶּֽיךָ H6079 oogleden dawning, eye-lid
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Red u, als een ree uit de hand des jagers, en als een vogel uit de hand des vogelvangers.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 RedH5337 u, als een reeH6643 uit de handH3027 des jagers, en als een vogelH6833 uit de handH3027 des vogelvangersH3353. Red u, als een ree uit de hand des jagers, en als een vogel uit de hand des vogelvangers.

KJV Deliver1 thyself as a roe2 from the hand3 of the hunter, and as a bird4 from the hand5 of the fowler.

1 הִ֭נָּצֵל H5337 redden, gered, red [idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out) 2 כִּצְבִ֣י H6643 ree, sieraad, reeen beautiful(-ty), glorious (-ry), goodly, pleasant, roe(-buck) 3 מִיָּ֑ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 4 וּ֝כְצִפּ֗וֹר H6833 vogel, gevogelte, vogelen bird, fowl, sparrow 5 מִיַּ֥ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 יָקֽוּשׁ H3353 vogelvangers fowler, snare
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Ga tot de mier, gij luiaard! zie haar wegen, en word wijs;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 GaH3212 totH413 de mierH5244, gij luiaardH6102! zieH7200 haar wegenH1870, en word wijsH2449; Ga tot de mier, gij luiaard! zie haar wegen, en word wijs;

KJV Go1 to the ant,3 thou sluggard;4 consider5 her ways,6 and be wise:

1 לֵֽךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 נְמָלָ֥ה H5244 mier, mieren ant 4 עָצֵ֑ל H6102 luiaard, luiaards, luie slothful, sluggard 5 רְאֵ֖ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 דְרָכֶ֣יהָ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 7 וַחֲכָֽם H2449 wijs, wijzer, ervaren [idiom] exceeding, teach wisdom, be (make self, shew self) wise, deal (never so) wisely, make wiser
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Dewelke, geen overste, ambtman noch heerser hebbende,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 DewelkeH834, geenH369 oversteH7101, ambtmanH7860 noch heerserH4910 hebbende, Dewelke, geen overste, ambtman noch heerser hebbende,

KJV Which having no guide,4 overseer,5 or ruler,

1 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 2 אֵֽין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 3 לָ֥הּ 4 קָצִ֗ין H7101 overste, oversten, wees overste captain, guide, prince, ruler. Compare H6278 (עֵת קָצִין) 5 שֹׁטֵ֥ר H7860 ambtlieden, ambtman officer, overseer, ruler 6 וּמֹשֵֽׁל H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Haar brood bereidt in den zomer, haar spijs vergadert in den oogst.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Haar broodH3899 bereidtH3559 in den zomerH7019, haar spijsH3978 vergadertH103 in den oogstH7105. Haar brood bereidt in den zomer, haar spijs vergadert in den oogst.

KJV Provideth1 her meat3 in the summer,2 and gathereth4 her food6 in the harvest.

1 תָּכִ֣ין H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 2 בַּקַּ֣יִץ H7019 zomervruchten, zomer, zomerhuis summer (fruit, house) 3 לַחְמָ֑הּ H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 4 אָגְרָ֥ה H103 vergadert, vergaderen gather 5 בַ֝קָּצִ֗יר H7105 oogst, oogstes, tak bough, branch, harvest (man) 6 מַאֲכָלָֽהּ H3978 spijze, spijs, Spijze food, fruit, (bake-)meat(-s), victual
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Hoe lang zult gij, luiaard, nederliggen? Wanneer zult gij van uw slaap opstaan?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Hoe langH4970 zult gij, luiaardH6102, nederliggenH7901? Wanneer zult gij van uw slaapH8142 opstaanH6965? Hoe lang zult gij, luiaard, nederliggen? Wanneer zult gij van uw slaap opstaan?

KJV How long wilt thou sleep,4 O sluggard?3 when wilt thou arise6 out of thy sleep?

1 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 2 מָתַ֖י H4970 lang long, when 3 עָצֵ֥ל H6102 luiaard, luiaards, luie slothful, sluggard 4 תִּשְׁכָּ֑ב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 5 מָ֝תַ֗י H4970 lang long, when 6 תָּק֥וּם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 7 מִשְּׁנָתֶֽךָ H8142 slaap, slapens sleep
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Een weinig slapens, een weinig sluimerens, een weinig handvouwens, al nederliggende;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Een weinigH4592 slapensH8142, een weinigH4592 sluimerensH8572, een weinigH4592 handvouwensH2264, al nederliggendeH7901; Een weinig slapens, een weinig sluimerens, een weinig handvouwens, al nederliggende;

KJV Yet a little1 sleep,2 a little3 slumber,4 a little5 folding6 of the hands7 to sleep:

1 מְעַ֣ט H4592 weinig, weinige, bijna almost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very 2 שֵׁ֭נוֹת H8142 slaap, slapens sleep 3 מְעַ֣ט H4592 weinig, weinige, bijna almost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very 4 תְּנוּמ֑וֹת H8572 sluimering, sluimerens slumber(-ing) 5 מְעַ֓ט H4592 weinig, weinige, bijna almost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very 6 חִבֻּ֖ק H2264 handvouwens fold 7 יָדַ֣יִם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 לִשְׁכָּֽב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Zo zal uw armoede u overkomen als een wandelaar, en uw gebrek als een gewapend man.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Zo zal uw armoedeH7389 u overkomenH935 als een wandelaarH1980, en uw gebrekH4270 als een gewapendH4043 manH376. Zo zal uw armoede u overkomen als een wandelaar, en uw gebrek als een gewapend man.

KJV So shall thy poverty3 come1 as one that travelleth,2 and thy want4 as an armed6 man.

1 וּבָֽא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 כִמְהַלֵּ֥ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 3 רֵאשֶׁ֑ךָ H7389 armoede, Armoede poverty 4 וּ֝מַחְסֹֽרְךָ֗ H4270 gebrek, gebrek lijden, watontbreekt lack, need, penury, poor, poverty, want 5 כְּאִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 מָגֵֽן H4043 schild, Schild, schilden [idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Een Belialsmens, een ondeugdzaam man gaat met verkeerdheid des monds om;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Een BelialsmensH1100, een ondeugdzaamH205 manH376 gaat met verkeerdheidH6143 des mondsH6310 om; Een Belialsmens, een ondeugdzaam man gaat met verkeerdheid des monds om;

KJV A naughty2 person,1 a wicked4 man,3 walketh5 with a froward6 mouth.

1 אָדָ֣ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 2 בְּ֭לִיַּעַל H1100 Belials, Belialsstuk, Belial Belial, evil, naughty, ungodly (men), wicked 3 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 אָ֑וֶן H205 ongerechtigheid, ijdelheid, ongerechtige affliction, evil, false, idol, iniquity, mischief, mourners(-ing), naught, sorrow, unjust, unrighteous, vain, vanity, wicked(-ness). Compare H369 (אַיִן) 5 ה֝וֹלֵ֗ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 6 עִקְּשׁ֥וּת H6143 verkeerdheid [idiom] froward 7 פֶּֽה H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Wenkt met zijn ogen, spreekt met zijn voeten, leert met zijn vingeren;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 WenktH7169 met zijn ogenH5869, spreektH4448 met zijn voetenH7272, leertH3384 met zijn vingerenH676; Wenkt met zijn ogen, spreekt met zijn voeten, leert met zijn vingeren;

KJV He winketh1 with his eyes,2 he speaketh3 with his feet,4 he teacheth5 with his fingers;

1 קֹרֵ֣ץ H7169 Wenkt, afgesneden, bijtende form, move, wink 2 בְּ֭עֵינָו H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 3 מֹלֵ֣ל H4448 uitspreken, gezegd, spreekt say, speak, utter 4 בְּרַגְלָ֑ו H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 5 מֹ֝רֶ֗ה H3384 leren, schieten, schutters ([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through 6 בְּאֶצְבְּעֹתָֽיו H676 vinger, vingeren, vingers finger, toe
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 In zijn hart zijn verkeerdheden, hij smeedt te aller tijd kwaad; hij werpt twisten in.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 In zijn hartH3820 zijn verkeerdhedenH8419, hij smeedtH2790 te allerH3605 tijdH6256 kwaadH7451; hij werptH7971 twistenH4066 in. In zijn hart zijn verkeerdheden, hij smeedt te aller tijd kwaad; hij werpt twisten in.

KJV Frowardness1 is in his heart,2 he deviseth3 mischief4 continually;6 he soweth8 discord.7

1 תַּֽהְפֻּכ֨וֹת H8419 verkeerdheden, verkeerd, verkeerdheid (very) froward(-ness, thing), perverse thing 2 בְּלִבּ֗וֹ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 3 חֹרֵ֣שׁ H2790 zwijg, zwijgen, ploegen [idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker 4 רָ֣ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 5 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 עֵ֑ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 7 מִדְיָנִ֥ים H4066 gekijf, krakeel, krakeels brawling, contention(-ous), discord, strife. Compare H4079 (מִדְיָן), H4090 (מְדָן) 8 יְשַׁלֵּֽחַ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Daarom zal zijn verderf haastelijk komen; hij zal schielijk verbroken worden, dat er geen genezen aan zij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 DaaromH3651 zal zijn verderfH343 haastelijkH6597 komenH935; hij zal schielijkH6621 verbrokenH7665 worden, dat er geenH369 genezenH4832 aanH5921 zij. Daarom zal zijn verderf haastelijk komen; hij zal schielijk verbroken worden, dat er geen genezen aan zij.

KJV Therefore shall his calamity5 come4 suddenly;3 suddenly6 shall he be broken7 without remedy.

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 כֵּ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 3 פִּ֭תְאֹם H6597 haastelijk, snellijk, haastig straightway, sudden(-ly) 4 יָב֣וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 אֵיד֑וֹ H343 verderf, verderfs, ongevals calamity, destruction 6 פֶּ֥תַע H6621 ogenblik, onvoorziens, schielijk at an instant, suddenly, [idiom] very 7 יִ֝שָּׁבֵ֗ר H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 8 וְאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 9 מַרְפֵּֽא H4832 medicijn, genezing, genezen (in-)cure(-able), healing(-lth), remedy, sound, wholesome, yielding
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Deze zes haat de HEERE; ja, zeven zijn Zijn ziel een gruwel:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Deze zesH8337 haatH8130 de HEEREH3068; ja, zevenH7651 zijn Zijn zielH5315 een gruwelH8441: Deze zes haat de HEERE; ja, zeven zijn Zijn ziel een gruwel:

KJV These six1 things doth the LORD4 hate:3 yea, seven5 are an abomination6 unto him:

1 שֶׁשׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 2 הֵ֭נָּה H2007 zij, deze (vrouwelijk meervoud) [idiom] in, [idiom] such (and such things), their, (into) them, thence, therein, these, they (had), on this side, whose, wherein 3 שָׂנֵ֣א H8130 haat, haten, haters enemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly 4 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וְ֝שֶׁ֗בַע H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 6 תּוֹעֲבַ֥ת H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination 7 נַפְשֽׁוֹ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Hoge ogen, een valse tong, en handen, die onschuldig bloed vergieten;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 HogeH7311 ogenH5869, een valseH8267 tongH3956, en handenH3027, die onschuldigH5355 bloedH1818 vergietenH8210; Hoge ogen, een valse tong, en handen, die onschuldig bloed vergieten;

KJV A proud2 look,1 a lying4 tongue,3 and hands5 that shed6 innocent8 blood,

1 עֵינַ֣יִם H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 2 רָ֭מוֹת H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 3 לְשׁ֣וֹן H3956 tong, spraak, tongen [phrase] babbler, bay, [phrase] evil speaker, language, talker, tongue, wedge 4 שָׁ֑קֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 5 וְ֝יָדַ֗יִם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 שֹׁפְכ֥וֹת H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 7 דָּם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 8 נָקִֽי H5355 onschuldig, onschuldige, onschuldigen blameless, clean, clear, exempted, free, guiltless, innocent, quit
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Een hart, dat ondeugdzame gedachten smeedt; voeten, die zich haasten, om tot kwaad te lopen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Een hartH3820, dat ondeugdzameH205 gedachtenH4284 smeedtH2790; voetenH7272, die zich haastenH4116, om tot kwaadH7451 te lopenH7323; Een hart, dat ondeugdzame gedachten smeedt; voeten, die zich haasten, om tot kwaad te lopen;

KJV An heart1 that deviseth2 wicked4 imaginations,3 feet5 that be swift6 in running7 to mischief,

1 לֵ֗ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 2 חֹ֭רֵשׁ H2790 zwijg, zwijgen, ploegen [idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker 3 מַחְשְׁב֣וֹת H4284 gedachten, gedachte, vernuftigen arbeid cunning (work), curious work, device(-sed), imagination, invented, means, purpose, thought 4 אָ֑וֶן H205 ongerechtigheid, ijdelheid, ongerechtige affliction, evil, false, idol, iniquity, mischief, mourners(-ing), naught, sorrow, unjust, unrighteous, vain, vanity, wicked(-ness). Compare H369 (אַיִן) 5 רַגְלַ֥יִם H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 6 מְ֝מַהֲר֗וֹת H4116 haastte, haast, haasten be carried headlong, fearful, (cause to make, in, make) haste(-n, -ily), (be) hasty, (fetch, make ready) [idiom] quickly, rash, [idiom] shortly, (be so) [idiom] soon, make speed, [idiom] speedily, [idiom] straightway, [idiom] suddenly, swift 7 לָר֥וּץ H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 8 לָֽרָעָה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Een vals getuige, die leugenen blaast; en die tussen broederen krakelen inwerpt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Een valsH8267 getuigeH5707, die leugenenH3577 blaastH6315; en die tussenH996 broederenH251 krakelenH4090 inwerptH7971. Een vals getuige, die leugenen blaast; en die tussen broederen krakelen inwerpt.

KJV A false4 witness3 that speaketh1 lies,2 and he that soweth5 discord6 among brethren.

1 יָפִ֣יחַ H6315 blaast, aankomt, blazen blow (upon), break, puff, bring into a snare, speak, utter 2 כְּ֭זָבִים H3577 leugen, leugenen, leugenachtig deceitful, false, leasing, + liar, lie, lying 3 עֵ֣ד H5707 getuige, getuigen, Getuige witness 4 שָׁ֑קֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 5 וּמְשַׁלֵּ֥חַ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 6 מְ֝דָנִ֗ים H4090 krakelen discord, strife 7 בֵּ֣ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 8 אַחִֽים H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Mijn zoon, bewaar het gebod uws vaders, en verlaat de wet uwer moeder niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Mijn zoonH1121, bewaarH5341 het gebodH4687 uws vadersH1, en verlaatH5203 de wetH8451 uwer moederH517 nietH408. Mijn zoon, bewaar het gebod uws vaders, en verlaat de wet uwer moeder niet.

KJV My son,2 keep1 thy father's4 commandment,3 and forsake6 not the law7 of thy mother:

1 נְצֹ֣ר H5341 bewaren, bewaart, behoeden besieged, hidden thing, keep(-er, -ing), monument, observe, preserve(-r), subtil, watcher(-man) 2 בְּ֭נִי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 מִצְוַ֣ת H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 4 אָבִ֑יךָ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 5 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 6 תִּ֝טֹּ֗שׁ H5203 verlaten, varen, verlaat cast off, drawn, let fall, forsake, join (battle), leave (off), lie still, loose, spread (self) abroad, stretch out, suffer 7 תּוֹרַ֥ת H8451 wet, wetten, leer law 8 אִמֶּֽךָ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Bind ze steeds aan uw hart, hecht ze aan uw hals.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 BindH7194 ze steeds aanH5921 uw hartH3820, hechtH6029 ze aanH5921 uw halsH1621. Bind ze steeds aan uw hart, hecht ze aan uw hals.

KJV Bind1 them continually4 upon thine heart,3 and tie5 them about thy neck.

1 קָשְׁרֵ֣ם H7194 verbintenis, binden, maakten bind (up), (make a) conspire(-acy, -ator), join together, knit, stronger, work (treason) 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 לִבְּךָ֣ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 4 תָמִ֑יד H8548 geduriglijk, gedurig, gedurige alway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual 5 עָ֝נְדֵ֗ם H6029 binden, hecht bind, tie 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 גַּרְגְּרֹתֶֽךָ H1621 hals neck
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Als gij wandelt, zal dat u geleiden; als gij nederligt, zal het over u de wacht houden; als gij wakker wordt, zal hetzelve met u spreken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Als gij wandeltH1980, zal dat u geleidenH5148; als gij nederligtH7901, zal het overH5921 u de wacht houdenH8104; als gij wakkerH6974 wordt, zal hetzelve met u sprekenH7878. Als gij wandelt, zal dat u geleiden; als gij nederligt, zal het over u de wacht houden; als gij wakker wordt, zal hetzelve met u spreken.

KJV When thou goest,1 it shall lead2 thee; when thou sleepest,4 it shall keep5 thee; and when thou awakest,7 it shall talk

1 בְּהִתְהַלֶּכְךָ֨ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 2 תַּנְחֶ֬ה H5148 leiden, geleid, leid bestow, bring, govern, guide, lead (forth), put, straiten 3 אֹתָ֗ךְ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 בְּֽ֭שָׁכְבְּךָ H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 5 תִּשְׁמֹ֣ר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 6 עָלֶ֑יךָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 וַ֝הֲקִיצ֗וֹתָ H6974 opwaken, wakker, ontwaakt arise, (be) (a-) wake, watch 8 הִ֣יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 תְשִׂיחֶֽךָ H7878 betracht, betrachten, klagen commune, complain, declare, meditate, muse, pray, speak, talk (with)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Want het gebod is een lamp, en de wet is een licht, en de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 WantH3588 het gebodH4687 is een lampH5216, en de wetH8451 is een lichtH216, en de bestraffingenH8433 der tuchtH4148 zijn de wegH1870 des levensH2416; Want het gebod is een lamp, en de wet is een licht, en de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens;

KJV For the commandment3 is a lamp;2 and the law4 is light;5 and reproofs8 of instruction9 are the way6 of life:

1 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 נֵ֣ר H5216 lampen, lamp, Lamp candle, lamp, light 3 מִ֭צְוָה H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 4 וְת֣וֹרָה H8451 wet, wetten, leer law 5 א֑וֹר H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun 6 וְדֶ֥רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 7 חַ֝יִּ֗ים H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 8 תּוֹכְח֥וֹת H8433 bestraffing, bestraffingen, schelding argument, [idiom] chastened, correction, reasoning, rebuke, reproof, [idiom] be (often) reproved 9 מוּסָֽר H4148 tucht, kastijding, onderwijs bond, chastening(-eth), chastisement, check, correction, discipline, doctrine, instruction, rebuke
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Om u te bewaren voor de kwade vrouw, voor het gevlei der vreemde tong.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Om u te bewarenH8104 voor de kwadeH7451 vrouwH802, voor het gevleiH2513 der vreemdeH5237 tongH3956. Om u te bewaren voor de kwade vrouw, voor het gevlei der vreemde tong.

KJV To keep1 thee from the evil3 woman,2 from the flattery4 of the tongue5 of a strange woman.

1 לִ֭שְׁמָרְךָ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 2 מֵאֵ֣שֶׁת H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 3 רָ֑ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 4 מֵֽ֝חֶלְקַ֗ת H2513 stuk, deel, stuk akkers field, flattering(-ry), ground, parcel, part, piece of land (ground), plat, portion, slippery place, smooth (thing) 5 לָשׁ֥וֹן H3956 tong, spraak, tongen [phrase] babbler, bay, [phrase] evil speaker, language, talker, tongue, wedge 6 נָכְרִיָּֽה H5237 vreemde, vreemd, onbekende alien, foreigner, outlandish, strange(-r, woman)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Begeer haar schoonheid niet in uw hart, en laat ze u niet vangen met haar oogleden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 BegeerH2530 haar schoonheidH3308 niet in uw hartH3824, en laat ze u nietH408 vangenH3947 met haar oogledenH6079. Begeer haar schoonheid niet in uw hart, en laat ze u niet vangen met haar oogleden.

KJV Lust2 not after her beauty3 in thine heart;4 neither let her take6 thee with her eyelids.

1 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 2 תַּחְמֹ֣ד H2530 begeren, begeerd, begeerlijk beauty, greatly beloved, covet, delectable thing, ([idiom] great) delight, desire, goodly, lust, (be) pleasant (thing), precious (thing) 3 יָ֭פְיָהּ H3308 schoonheid beauty 4 בִּלְבָבֶ֑ךָ H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 5 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 6 תִּ֝קָּֽחֲךָ֗ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 7 בְּעַפְעַפֶּֽיהָ H6079 oogleden dawning, eye-lid
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Want door een vrouw, die een hoer is, komt men tot een stuk broods; en eens mans huisvrouw jaagt de kostelijke ziel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 WantH3588 door een vrouwH802, die een hoerH2181 is, komt men totH5704 een stukH3603 broodsH3899; en eens mansH376 huisvrouwH802 jaagtH6679 de kostelijkeH3368 zielH5315. Want door een vrouw, die een hoer is, komt men tot een stuk broods; en eens mans huisvrouw jaagt de kostelijke ziel.

KJV For by means of2 a whorish4 woman3 a man is brought to a piece6 of bread:7 and the adulteress8 will hunt12 for the precious11 life.

1 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 בְעַד H1157 voor, om; door heen about, at by (means of), for, over, through, up (-on), within 3 אִשָּׁ֥ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 4 זוֹנָ֗ה H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 5 עַֽד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 6 כִּכַּ֫ר H3603 talenten, talent, vlakte loaf, morsel, piece, plain, talent 7 לָ֥חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 8 וְאֵ֥שֶׁת H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 9 אִ֑ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 נֶ֖פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 11 יְקָרָ֣ה H3368 kostelijk, kostelijke, edelgesteente brightness, clear, costly, excellent, fat, honourable women, precious, reputation 12 תָצֽוּד H6679 jagen, jaagt, gejaagd chase, hunt, sore, take (provision)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Zal iemand vuur in zijn boezem nemen, dat zijn klederen niet verbrand worden?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Zal iemandH376 vuurH784 in zijn boezemH2436 nemenH2846, dat zijn klederenH899 nietH3808 verbrandH8313 worden? Zal iemand vuur in zijn boezem nemen, dat zijn klederen niet verbrand worden?

KJV Can a man2 take1 fire3 in his bosom,4 and his clothes5 not be burned?

1 הֲיַחְתֶּ֤ה H2846 nemen, hopen, wegrapen heap, take (away) 2 אִ֓ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 אֵ֬שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 4 בְּחֵיק֑וֹ H2436 schoot, boezem, schoots bosom, bottom, lap, midst, within 5 וּ֝בְגָדָ֗יו H899 klederen, kleed, ambtsklederen apparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe 6 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 תִשָּׂרַֽפְנָה H8313 verbranden, verbrand, verbrandde (cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Zal iemand op kolen gaan, dat zijn voeten niet branden?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Zal iemandH376 opH5921 kolenH1513 gaanH1980, dat zijn voetenH7272 nietH3808 brandenH3554? Zal iemand op kolen gaan, dat zijn voeten niet branden?

KJV Can one3 go2 upon hot coals,5 and his feet6 not be burned?

1 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 יְהַלֵּ֣ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 3 אִ֭ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 הַגֶּחָלִ֑ים H1513 kolen, kool, Vurige kolen (burning) coal 6 וְ֝רַגְלָ֗יו H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 7 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 תִכָּוֶֽינָה H3554 branden, verbranden burn
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Alzo die tot zijns naasten huisvrouw ingaat; al wie haar aanroert, zal niet onschuldig gehouden worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 AlzoH3651 die totH413 zijns naastenH7453 huisvrouwH802 ingaatH935; alH3605 wie haar aanroertH5060, zal nietH3808 onschuldigH5352 gehouden worden. Alzo die tot zijns naasten huisvrouw ingaat; al wie haar aanroert, zal niet onschuldig gehouden worden.

KJV So he that goeth in2 to his neighbour's5 wife;4 whosoever toucheth9 her shall not be innocent.

1 כֵּ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 הַ֭בָּא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אֵ֣שֶׁת H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 5 רֵעֵ֑הוּ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 6 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 יִ֝נָּקֶ֗ה H5352 onschuldig, onschuldig houden, rein acquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly 8 כָּֽל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 הַנֹּגֵ֥עַ H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 10 בָּֽהּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Men doet een dief geen verachting aan, als hij steelt om zijn ziel te vullen, dewijl hij honger heeft;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 Men doet een diefH1590 geenH3808 verachtingH936 aan, alsH3588 hij steeltH1589 om zijn zielH5315 te vullenH4390, dewijlH3588 hij hongerH7456 heeft; Men doet een dief geen verachting aan, als hij steelt om zijn ziel te vullen, dewijl hij honger heeft;

KJV Men do not despise2 a thief,3 if he steal5 to satisfy6 his soul7 when he is hungry;

1 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 יָב֣וּזוּ H936 veracht, verachten, enenmale contemn, despise, [idiom] utterly 3 לַ֭גַּנָּב H1590 dief, dieven thief 4 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 יִגְנ֑וֹב H1589 gestolen, stelen, steelt carry away, [idiom] indeed, secretly bring, steal (away), get by stealth 6 לְמַלֵּ֥א H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 7 נַ֝פְשׁ֗וֹ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 8 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 יִרְעָֽב H7456 hongeren, honger, hongerde (suffer to) famish, (be, have, suffer, suffer to) hunger(-ry)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En gevonden zijnde, vergeldt hij het zevenvoudig; hij geeft al het goed van zijn huis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En gevondenH4672 zijnde, vergeldtH7999 hij het zevenvoudigH7659; hij geeftH5414 alH3605 het goedH1952 van zijn huisH1004. En gevonden zijnde, vergeldt hij het zevenvoudig; hij geeft al het goed van zijn huis.

KJV But if he be found,1 he shall restore2 sevenfold;3 he shall give8 all the substance6 of his house.

1 וְ֭נִמְצָא H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 2 יְשַׁלֵּ֣ם H7999 vergelden, wedergeven, betalen make amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely 3 שִׁבְעָתָ֑יִם H7659 zevenvoudig, zevenmaal seven(-fold, times) 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 ה֖וֹן H1952 goed, Goed, genoeg enough, [phrase] for nought, riches, substance, wealth 7 בֵּית֣וֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 יִתֵּֽן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Maar die met een vrouw overspel doet, is verstandeloos; hij verderft zijn ziel, die dat doet;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 Maar die met een vrouwH802 overspelH5003 doet, is verstandeloosH2638; hij verderftH7843 zijn zielH5315, die dat doetH6213; Maar die met een vrouw overspel doet, is verstandeloos; hij verderft zijn ziel, die dat doet;

KJV But whoso committeth adultery1 with a woman2 lacketh3 understanding:4 he that doeth8 it destroyeth5 his own soul.

1 נֹאֵ֣ף H5003 overspel, overspelers, bedrijven overspel adulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock 2 אִשָּׁ֣ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 3 חֲסַר H2638 gebrek, verstandeloos, verstandeloze destitute, fail, lack, have need, void, want 4 לֵ֑ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 5 מַֽשְׁחִ֥ית H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 6 נַ֝פְשׁ֗וֹ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 7 ה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 8 יַעֲשֶֽׂנָּה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Plage en schande zal hij vinden, en zijn smaad zal niet uitgewist worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 PlageH5061 en schandeH7036 zal hij vindenH4672, en zijn smaadH2781 zal nietH3808 uitgewistH4229 worden. Plage en schande zal hij vinden, en zijn smaad zal niet uitgewist worden.

KJV A wound1 and dishonour2 shall he get;3 and his reproach4 shall not be wiped away.

1 נֶֽגַע H5061 plaag, plage, plagen plague, sore, stricken, stripe, stroke, wound 2 וְקָל֥וֹן H7036 schande, schandvlek confusion, dishonour, ignominy, reproach, shame 3 יִמְצָ֑א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 4 וְ֝חֶרְפָּת֗וֹ H2781 smaadheid, smaad, versmaadheid rebuke, reproach(-fully), shame 5 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 תִמָּחֶֽה H4229 uitgedelgd, delg, verdelgen abolish, blot out, destroy, full of marrow, put out, reach unto, [idiom] utterly, wipe (away, out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Want jaloersheid is een grimmigheid des mans; en in den dag der wraak zal hij niet verschonen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 WantH3588 jaloersheidH7068 is een grimmigheidH2534 des mansH1397; en in den dagH3117 der wraakH5359 zal hij nietH3808 verschonenH2550. Want jaloersheid is een grimmigheid des mans; en in den dag der wraak zal hij niet verschonen.

KJV For jealousy2 is the rage3 of a man:4 therefore he will not spare6 in the day7 of vengeance.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 קִנְאָ֥ה H7068 ijver, ijveringen, ijvers envy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal 3 חֲמַת H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 4 גָּ֑בֶר H1397 man, mans, mannen every one, man, [idiom] mighty 5 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 יַ֝חְמ֗וֹל H2550 verschonen, sparen, verschoonde have compassion, (have) pity, spare 7 בְּי֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 8 נָקָֽם H5359 wraak, wrake, enkel [phrase] avenged, quarrel, vengeance
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Hij zal geen verzoening aannemen; en hij zal niet bewilligen, ofschoon gij het geschenk vergroot.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 Hij zal geen verzoeningH3724 aannemenH5375; en hij zal niet bewilligenH14, ofschoon gij het geschenkH7810 vergrootH7235. Hij zal geen verzoening aannemen; en hij zal niet bewilligen, ofschoon gij het geschenk vergroot.

KJV He will not regard2 any ransom;5 neither will he rest content,7 though thou givest many9 gifts.

1 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 יִ֭שָּׂא H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 3 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 4 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 כֹּ֑פֶר H3724 verzoening, rantsoen, losgeld bribe, camphire, pitch, ransom, satisfaction, sum of money, village 6 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 יֹ֝אבֶ֗ה H14 wilde, willen, wilden consent, rest content will, be willing 8 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 תַרְבֶּה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 10 שֹֽׁחַד H7810 geschenk, geschenken bribe(-ry), gift, present, reward
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Spreuken 6:1 Spreuken 11:15 Spreuken 22:26 Spreuken 17:18 Spreuken 20:16 Job 17:3 Genesis 43:9 Filemon 1:18 Spreuken 27:13
Spreuken 6:2 Spreuken 18:7 Spreuken 12:13
Spreuken 6:3 Psalmen 31:8 2 Kronieken 36:12 Exodus 10:3 2 Samuël 24:14 Jakobus 4:10 2 Kronieken 12:5
Spreuken 6:4 Psalmen 132:4 Prediker 9:10 Spreuken 6:10 Markus 13:35 Mattheüs 24:17
Spreuken 6:5 Psalmen 91:3 Psalmen 124:7 Psalmen 11:1 Spreuken 1:17
Spreuken 6:6 Spreuken 10:26 Spreuken 20:4 Hebreeën 6:12 Spreuken 13:4 Mattheüs 25:26 Spreuken 6:9 Mattheüs 6:26 Spreuken 30:25
Spreuken 6:7 Job 41:4 Job 39:26 Spreuken 30:27 Job 38:39
Spreuken 6:8 Spreuken 10:5 1 Timotheüs 6:19 Spreuken 30:25
Spreuken 6:9 Spreuken 24:33 Efeze 5:14 Jeremia 4:14 Romeinen 13:11 Spreuken 1:22 Psalmen 94:8 1 Thessalonicenzen 5:2 Johannes 1:6
Spreuken 6:10 Spreuken 23:33 Spreuken 6:6 Spreuken 24:33
Spreuken 6:11 Spreuken 24:34 Spreuken 20:4 Spreuken 10:4 Spreuken 13:4
Spreuken 6:12 Spreuken 4:24 Spreuken 16:27 Spreuken 17:4 Jakobus 3:6 1 Timotheüs 5:13 Titus 1:10 Mattheüs 12:34 Handelingen 20:30
Spreuken 6:13 Psalmen 35:19 Spreuken 10:10 Job 15:12 Spreuken 5:6
Spreuken 6:14 Micha 2:1 Spreuken 6:18 Jesaja 57:20 Spreuken 22:8 Spreuken 3:29 Psalmen 36:4 Spreuken 21:8 Spreuken 26:17
Spreuken 6:15 2 Kronieken 36:16 Jeremia 19:11 1 Thessalonicenzen 5:3 Psalmen 73:18 Spreuken 1:27 Jesaja 30:13 Spreuken 29:1 Psalmen 50:22
Spreuken 6:16 Spreuken 15:8 Psalmen 11:5 Deuteronomium 18:10 Spreuken 11:20 Deuteronomium 25:16 Spreuken 11:1 Spreuken 3:32 Spreuken 30:18
Spreuken 6:17 Spreuken 12:22 Jesaja 1:15 Psalmen 101:5 Psalmen 120:2 Deuteronomium 19:10 Psalmen 5:6 Jesaja 3:16 Jesaja 2:11
Spreuken 6:18 Genesis 6:5 Spreuken 1:16 Romeinen 3:15 Jeremia 4:14 Psalmen 36:4 Jesaja 59:7 Zacharia 8:17 Micha 2:1
Spreuken 6:19 Psalmen 27:12 Spreuken 19:5 Spreuken 6:14 Spreuken 19:9 Spreuken 12:17 Spreuken 25:18 Spreuken 16:28 1 Koningen 21:10
Spreuken 6:20 Efeze 6:1 Spreuken 23:22 Spreuken 1:8 Deuteronomium 27:16 Spreuken 30:11 Spreuken 7:1 Deuteronomium 21:18
Spreuken 6:21 Spreuken 3:3 Deuteronomium 6:8 Spreuken 4:6 2 Korinthe 3:3 Spreuken 7:3 Exodus 13:16 Spreuken 4:21
Spreuken 6:22 Spreuken 2:11 Spreuken 3:23 Daniël 11:18 Psalmen 17:4 Psalmen 119:54 Psalmen 119:9 Psalmen 119:24 Psalmen 43:3
Spreuken 6:23 Psalmen 119:105 Psalmen 19:8 Spreuken 5:12 Psalmen 141:5 Spreuken 4:13 Spreuken 4:4 Spreuken 15:31 Jeremia 21:8
Spreuken 6:24 Spreuken 7:5 Spreuken 5:3 Spreuken 2:16 Prediker 7:26
Spreuken 6:25 Mattheüs 5:28 2 Koningen 9:30 Jakobus 1:14 Jesaja 3:16 2 Samuël 11:2 Hooglied 4:9
Spreuken 6:26 Spreuken 29:3 1 Samuël 2:36 Spreuken 5:10 Lukas 15:30 Spreuken 29:8 Genesis 39:14 Lukas 15:13 Spreuken 7:23
Spreuken 6:27 Hosea 7:4 Job 31:9 Jakobus 3:5
Spreuken 6:29 Ezechiël 22:11 Genesis 12:18 Genesis 26:10 Leviticus 20:10 Jeremia 5:8 2 Samuël 11:3 1 Korinthe 7:1 2 Samuël 12:9
Spreuken 6:30 Job 38:39
Spreuken 6:31 2 Samuël 12:6 Job 20:18 Mattheüs 18:25 Lukas 19:8 Exodus 22:1
Spreuken 6:32 Spreuken 7:7 Spreuken 7:22 Spreuken 2:18 Hebreeën 13:4 Exodus 20:14 Genesis 39:9 Genesis 41:39 Prediker 7:25
Spreuken 6:33 Spreuken 5:9 Richteren 16:19 1 Koningen 15:5 Psalmen 51:8 Genesis 49:4 Psalmen 51:1 Psalmen 38:1 Nehemia 13:26
Spreuken 6:34 Hooglied 8:6 Spreuken 27:4 Numeri 5:14 Numeri 25:11 1 Korinthe 10:22 Richteren 19:29
Spreuken 6:35 Maleachi 2:9 Spreuken 8:25 Spreuken 7:13 Jesaja 2:9 Spreuken 4:3 2 Koningen 5:1
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Spreuken 6 vers 1

zoon Zie boven Spr. 1:8 .

Hertaald: zoon Zie hierboven Spr. 1:8.

voor een vreemde Dat is, voor een, die u onbekend is, of voor een ander, dat is, voor iemand, wie hij zou mogen wezen, u bekend of niet. Vergelijk onder Spr. 11:15 .

Hertaald: voor een vreemde Dat is: voor iemand die u onbekend is, of voor een ander, dat is: voor wie het ook maar zou kunnen zijn, bekend of onbekend. Vergelijk hieronder Spr. 11:15.

uw hand Te weten, tot een teken dat gij uw woord houden zult, waardoor gij beloofd hebt te zullen betalen, zo de schuldenaar in gebreke valt. Zie Job 17:3 . Het recht en voorzichtig gebruik van borg voor een ander te worden is hier niet bestraft, maar de onvoorzichtigheid, lichtvaardigheid en onbedachtzaamheid, die hierin dikwijls geschiedt.

Hertaald: uw hand Namelijk: als teken dat u uw woord zult houden, waarmee u beloofd hebt te zullen betalen als de schuldenaar in gebreke blijft. Zie Job 17:3. Het juiste en voorzichtige gebruik om borg te staan voor een ander wordt hier niet afgekeurd, maar wel de onvoorzichtigheid, lichtvaardigheid en onbedachtzaamheid die daarbij vaak voorkomen.

Spreuken 6 vers 2

Gij zijt Anders: zijt gij verstrikt, enz.

Hertaald: Gij zijt Anders: bent u verstrikt, enzovoort.

Spreuken 6 vers 3

red u, Dat is, maak u vrij van de borgschuld, hetzij bij den schuldheer, opdat hij u ontsla of bij den schuldenaar, dat hij betale en u buiten zorg stelle.

Hertaald: red u, Dat is: maak u vrij van de borgschuld, hetzij bij de schuldeiser, opdat hij u ontslaat, hetzij bij de schuldenaar, dat hij betaalt en u van de zorg bevrijdt.

in de hand Dat is, in het geweld van uwen schuldheer, voorzoveel als hij van u te eisen heeft. Vergelijk Gen. 16:6 , en de aantekening.

Hertaald: in de hand Dat is: in de macht van uw schuldeiser, voor zover hij van u te vorderen heeft. Vergelijk Gen. 16:6, en de aantekening daar.

onderwerp Het Hebreeuwse woord betekent zulke vernedering, alsof men zich met de voeten wil laten vertrappen; alzo Ps. 68:31 . Zie aldaar de aantekening.

Hertaald: onderwerp Het Hebreeuwse woord duidt op zo'n vernedering, alsof men zich met voeten wil laten vertrappen; zo Ps. 68:31. Zie de aantekening daar.

sterk Dat is, geef den schuldenaar goeden moed, opdat hij tevreden zij van de betaling, en hij die van u niet strengelijk afeise, maar geduldiglijk van den schuldenaar wachte en sterk of dring dengene voor wien gij borg geworden zijt, dat hij zijn best doe om te betalen.

Hertaald: sterk Dat is: geef de schuldeiser goede moed, opdat hij tevreden is over de betaling en die niet streng van u opeist, maar geduldig op de schuldenaar wacht; en spoor degene voor wie u borg geworden bent krachtig aan om zijn best te doen te betalen.

Spreuken 6 vers 4

Laat uw ogen Dat is, neem geen uitstel om uzelven en den schuldheer gerust te stellen.

Hertaald: Laat uw ogen Dat is: stel het niet uit om uzelf en de schuldeiser gerust te stellen.

Spreuken 6 vers 5

Red u Te weten, uit het geweld van den schuldheer, aan wien gij u tot de betaling verbonden hebt.

Hertaald: Red u Namelijk: uit de macht van de schuldeiser, aan wie u zich tot de betaling verbonden hebt.

Spreuken 6 vers 6

wegen, Dat is, manier, of wijze van doen, te weten, in het wakker, zorgvuldig en naarstig vergaderen van haren kost. Zo is het woord weg genomen, onder Spr. 13:15 , en Spr. 14:12 , en Spr. 16:2 , en Spr. 21:2 , en Spr. 30:19-20 .

Hertaald: wegen, Dat is: manier of wijze van doen, namelijk in het alerte, zorgvuldige en ijverige verzamelen van haar voedsel. Zo wordt het woord weg gebruikt hieronder Spr. 13:15, en Spr. 14:12, en Spr. 16:2, en Spr. 21:2, en Spr. 30:19-20.

Spreuken 6 vers 7

overste, Gelijk wel onder andere beesten de bijen haar koningin hebben, die de haren tot naarstigheid stuwt, en de ledigen doodbijt of uitwerpt; maar de mier, niet zulk een koning behoevende, drijft zichzelven tot het werk.

Hertaald: overste, Zoals onder andere dieren de bijen wel hun koningin hebben, die de haren tot ijver aandrijft en de luie doodbijt of uitwerpt; maar de mier heeft zo'n koning niet nodig en drijft zichzelf tot het werk.

Spreuken 6 vers 8

brood Versta, korengraantjes, welke zij beknabbelt en met bijten doorsnijdt, opdat zij niet uitschieten zouden, ten einde zij tegen den winter daarvan hare provisie hebben mocht, uit welke oorzaak zij bij de Hebreën nemalah genaamd wordt van namal, hetwelk is besnijden, afsnijden.

Hertaald: brood Versta: korrels graan, die zij afknabbelt en doorbijt zodat zij niet zouden uitlopen, om er tegen de winter haar voorraad van te hebben. Daaraan ontleent zij bij de Hebreeën de naam nemala, van namal, dat besnijden of afsnijden betekent.

Spreuken 6 vers 10

Een weinig Dat is, terwijl gij u vast tot het slapen en luieren begeeft, zo zal u de armoede overvallen. Sommigen menen dat hier de luiaard wordt ingevoerd, sprekende tot zichzelven, of op de voorgaande bestraffing antwoordende en wensende dat hij nog slechts een weinig slapens, enz. mocht hebben, enz. Zoveel is het, dat Salomo schijnt te zien op de manier van doen en spreken dergenen, die zich tot luiheid gewennen.

Hertaald: Een weinig Dat is: terwijl u zich almaar aan slapen en luieren overgeeft, zal de armoede u overvallen. Sommigen menen dat hier de luiaard sprekend wordt ingevoerd, die tot zichzelf spreekt of op de voorgaande bestraffing antwoordt en wenst dat hij nog maar een beetje mocht slapen, enzovoort. In elk geval lijkt Salomo te zien op de manier van doen en spreken van hen die zich aan luiheid gewennen.

Spreuken 6 vers 11

als een wandelaar Dat is, haastelijk en onvoorziens; gelijk een reizende man zich bespoedigt en gemeenlijk onverwachts overkomt.

Hertaald: als een wandelaar Dat is: haastig en onverwacht, zoals een reiziger zich haast en meestal onverwacht arriveert.

als een gewapend Hebreeuws, een man des schilds; dat is, die een schild draagt. Versta, een sterk gewapend man, die pleegt in te komen zonder vragen en niet lichtelijk weder kan uitgedreven worden.

Hertaald: als een gewapend Hebreeuws: een man van het schild; dat is: die een schild draagt. Versta: een zwaar gewapend man, die gewoonlijk binnenkomt zonder te vragen en niet gemakkelijk weer verdreven kan worden.

Spreuken 6 vers 12

Belialsmens, Alzo onder Spr. 16:27 . Zie Deut. 13:13 .

Hertaald: Belialsmens, Zo hieronder Spr. 16:27. Zie Deut. 13:13.

een ondeugdzaam man Hebreeuws, een man van ondeugdzaamheid, of ijdelheid, of ongerechtigheid. Zie Job 11:11 , en Ps. 5:7 . Anders: een Belials mens is een ondeugdzaam, of ongerechtig man, omgaande met verkeerdheid des monds.

Hertaald: een ondeugdzaam man Hebreeuws: een man van ondeugdzaamheid, of van ijdelheid, of van ongerechtigheid. Zie Job 11:11, en Ps. 5:7. Anders: een Belialsmens is een ondeugend of ongerechtig man, die omgaat met verkeerdheid van de mond.

verkeerdheid Zie boven Spr. 2:12 , en Spr. 4:24 .

Hertaald: verkeerdheid Zie hierboven Spr. 2:12, en Spr. 4:24.

Spreuken 6 vers 13

Wenkt De zin is dat hij niet alleen zijnen mond misbruikt, maar ook al zijne leden aanlegt om zijne boosheid in het werk te stellen.

Hertaald: Wenkt De betekenis is dat hij niet alleen zijn mond misbruikt, maar ook al zijn ledematen inzet om zijn boosheid uit te voeren.

zijn ogen, Daarmede te kennen gevende enig kwaad, dat hijzelf voorheeft, of van een ander begeert gedaan te hebben.

Hertaald: zijn ogen, Waarmee hij te kennen geeft welk kwaad hij zelf van plan is of van een ander gedaan wil hebben.

spreekt Te weten, al stotende, stampende, aanroerende, of tredende met dezelve.

Hertaald: spreekt Namelijk: door daarmee te stoten, te stampen, aan te raken of te trappen.

leert Te weten, daarmede wijzende, tellende, dreigende, enz.

Hertaald: leert Namelijk: door daarmee te wijzen, te tellen, te dreigen, enzovoort.

Spreuken 6 vers 14

verkeerdheden, Dat is, bedenkingen, lusten en voorslagen om iets verkeerds of onrechts te stichten met woorden of werken.

Hertaald: verkeerdheden, Dat is: overleggingen, verlangens en voorstellen om met woorden of werken iets verkeerds of onrechtvaardigs aan te richten.

smeedt Zie boven Spr. 3:29 , alzo onder vs.18.

Hertaald: smeedt Zie hierboven Spr. 3:29; zo ook hieronder vers 18.

werpt Hebreeuws, zendt; dat is, veroorzaakt veel onenigheid, stof daartoe gevende en de gemoederen der mensen ophitsende. Alzo onder vs.19, en Spr. 16:28 .

Hertaald: werpt Hebreeuws: zendt; dat is: veroorzaakt veel onenigheid, door daartoe aanleiding te geven en de gemoederen van de mensen op te hitsen. Zo hieronder vers 19, en Spr. 16:28.

Spreuken 6 vers 15

geen genezen Dat is, geen middel om het verderf te ontkomen. Alzo onder Spr. 29:1 .

Hertaald: geen genezen Dat is: geen middel om aan het verderf te ontkomen. Zo hieronder Spr. 29:1.

Spreuken 6 vers 16

zes Een zeker getal voor een onzeker.

Hertaald: zes Een bepaald getal voor een onbepaald.

zeven Anders: het zevende. Zie van deze manier van spreken Job 5:19 .

Hertaald: zeven Anders: het zevende. Zie over deze manier van spreken Job 5:19.

Zijn ziel Hebreeuws, zijner zielen gruwel, of de gruwel van zijne ziel; dat is, dat zijne ziel voor een gruwel houdt. Zie Deut. 17:1 , en boven Spr. 3:32 .

Hertaald: Zijn ziel Hebreeuws: de gruwel van Zijn zielen, of: de gruwel van Zijn ziel; dat is: wat Zijn ziel voor een gruwel houdt. Zie Deut. 17:1, en hierboven Spr. 3:32.

Spreuken 6 vers 17

Hoge ogen, Dat is, hovaardij, waarvan de verheven en opvliegende ogen een teken zijn. Vergelijk Ps. 101:5 ; Spr. 30:13 ; Jes. 5:15 . Tegen deze zijn de nederigen van ogen; Job 22:29 .

Hertaald: Hoge ogen, Dat is: hoogmoed, waarvan de opgeheven en opvliegende ogen een teken zijn. Vergelijk Ps. 101:5; Spr. 30:13; Jes. 5:15. Daartegenover staan de nederigen van ogen; Job 22:29.

valse tong, Hebreeuws, tong der valsheid; dat is die leugentaal spreekt; alzo Ps. 109:2 ; onder Spr. 12:19 , en Spr. 21:6 .

Hertaald: valse tong, Hebreeuws: tong van de valsheid; dat is: die leugentaal spreekt; zo Ps. 109:2; hieronder Spr. 12:19, en Spr. 21:6.

Spreuken 6 vers 18

dat ondeugdzame Hebreeuws, gedachten der ondeugdzaamheid, of ongerechtigheid. Versta, een hart, dat op snode en ongerechtige praktijken zich toelegt. Zie boven Spr. 3:29 , en vs.14.

Hertaald: dat ondeugdzame Hebreeuws: gedachten van de ondeugdzaamheid of ongerechtigheid. Versta: een hart dat zich toelegt op gemene en ongerechtige praktijken. Zie hierboven Spr. 3:29, en vers 14.

voeten, Versta, mensen, die door hun kwade zinnen en ongenegenheden zeer gedreven worden om hunnen naasten schade en verdriet aan te doen.

Hertaald: voeten, Versta: mensen die door hun kwade gezindheid en neigingen sterk gedreven worden om hun naaste schade en verdriet aan te doen.

Spreuken 6 vers 19

Een vals Hebreeuws, een getuige der valsheid.

Hertaald: Een vals Hebreeuws: een getuige van de valsheid.

blaast; Dat is, met grote menigte en moedigheid verzint en voortbrengt. Alzo onder Spr. 14:25 , en Spr. 19:5 , Spr. 19:9 .

Hertaald: blaast; Dat is: die in grote menigte en met vrijmoedigheid leugens verzint en voortbrengt. Zo hieronder Spr. 14:25, en Spr. 19:5, Spr. 19:9.

inwerpt Hebreeuws, zendt; zie boven vs.14.

Hertaald: inwerpt Hebreeuws: zendt; zie hierboven vers 14.

Spreuken 6 vers 21

Bind Vergelijk boven Spr. 3:3 , en de aantekening.

Hertaald: Bind Vergelijk hierboven Spr. 3:3, en de aantekening daar.

Spreuken 6 vers 22

dat u geleiden; Te weten, dat gebod van uw vader, waarvan in het voorgaande vs.20 gesproken is; hoewel het woord ook zien kan op de wet der moeder.

Hertaald: dat u geleiden; Namelijk: dat gebod van uw vader, waarover in het voorgaande vers 20 gesproken is; hoewel het woord ook op de wet van de moeder kan zien.

met u spreken Dat is, u indachtig maken, wat gij in uwen wandel doen en laten moet en waarmede gij u in alle lijden vertroosten zult.

Hertaald: met u spreken Dat is: u eraan herinneren wat u in uw wandel moet doen en laten, en waarmee u zich in alle lijden zult troosten.

Spreuken 6 vers 23

het gebod Te weten, dat uit Gods Woord en wet genomen is.

Hertaald: het gebod Namelijk: het gebod dat aan Gods Woord en wet ontleend is.

lamp, Vergelijk Ps. 119:105 .

Hertaald: lamp, Vergelijk Ps. 119:105.

tucht Dat is, die geschiedt door de tucht, of door de onderwijzing, die voorgaan moet, zou men tot de wijsheid geraken. Zie van dit woord boven Spr. 1:2 .

Hertaald: tucht Dat is: die door de tucht of door het onderwijs plaatsvinden, dat vooraf moet gaan wil men tot de wijsheid komen. Zie over dit woord hierboven Spr. 1:2.

weg des levens; Dat is, die tot het leven leidt; alzo de weg des doods; die tot den dood leidt. Zie Jer. 21:8 . Vergelijk boven Spr. 2:8 .

Hertaald: weg des levens; Dat is: die tot het leven leidt; zo ook de weg van de dood, die tot de dood leidt. Zie Jer. 21:8. Vergelijk hierboven Spr. 2:8.

Spreuken 6 vers 24

kwade vrouw, Hebreeuws, vrouw des kwaads; dat is, die haar geneert met kwaad doen.

Hertaald: kwade vrouw, Hebreeuws: vrouw van het kwaad; dat is: die de kost verdient met kwaaddoen.

vleiing Dat is, smeking, vleiing, schoonspreking. Vergelijk boven Spr. 2:16 .

Hertaald: vleiing Dat is: gevlei, vleierij, mooipraterij. Vergelijk hierboven Spr. 2:16.

vreemde tong Zie boven Spr. 2:16 .

Hertaald: vreemde tong Zie hierboven Spr. 2:16.

Spreuken 6 vers 25

met haar oogleden Dat is, met de schoonheid harer ogen en met haar lieflijk aanzien.

Hertaald: met haar oogleden Dat is: met de schoonheid van haar ogen en met haar lieflijke blik.

Spreuken 6 vers 26

een vrouw, Hebreeuws, ene vrouw, ene hoer; dat is, die ene hoer is; alzo 1 Kon. 3:16 ; idem, ene vrouw, ene profetes; dat is, die ene profetes was, Richt. 4:4 ; een man, een profeet; dat is, die een profeet was; Richt. 6:8 .

Hertaald: een vrouw, Hebreeuws: een vrouw, een hoer; dat is: die een hoer is; zo 1 Kon. 3:16; en ook: een vrouw, een profetes, dat is: die een profetes was, Richt. 4:4; een man, een profeet, dat is: die een profeet was, Richt. 6:8.

een stuk broods; Dat is, tot armoede, ja ook wel tot den bedelzak.

Hertaald: een stuk broods; Dat is: tot armoede, ja zelfs tot de bedelzak.

eens mans Dat is, die een man heeft en evenwel naar andere mannen staat. Anders, een manziek wijf. Sommigen verstaan door ene vrouw des mans een allemansvrouw.

Hertaald: eens mans Dat is: die een man heeft en toch naar andere mannen staat. Anders: een manziek wijf. Sommigen verstaan onder een vrouw van de man een allemansvrouw.

jaagt Dat is, brengt niet alleen het lichaam desgenen, dien zij tot onkuischheid verlokt, in het tijdelijk verderf, maar ook zijne ziel, die zijn waardigste deel is, in het eeuwige lijden. Vergelijk Ezech. 13:18 .

Hertaald: jaagt Dat is: zij brengt niet alleen het lichaam van wie zij tot onkuisheid verlokt in het tijdelijke verderf, maar ook zijn ziel — zijn kostbaarste deel — in het eeuwige lijden. Vergelijk Ezech. 13:18.

Spreuken 6 vers 27

Zal iemand Deze vraag, gelijk ook de volgende, loochent sterkelijk. Zie Gen. 18:17 .

Hertaald: Zal iemand Deze vraag ontkent, net als de volgende, met kracht. Zie Gen. 18:17.

Spreuken 6 vers 28

kolen Te weten, vurige of gloeiende kolen. Zie van dit woord Job 41:12 .

Hertaald: kolen Namelijk: vurige of gloeiende kolen. Zie over dit woord Job 41:12.

Spreuken 6 vers 29

Alzo Gelijk de twee voorgaande gelijkenissen vast gaan en zeker zijn, alzo ook dit, dat daarop gepast wordt; te weten, dat de overspeler zich kwetst en schade doet aan goed, lichaam, eer en ziel.

Hertaald: Alzo Zoals de twee voorgaande vergelijkingen zeker en onweerlegbaar zijn, zo is ook zeker wat daarop toegepast wordt, namelijk dat de overspeler zichzelf kwetst en schade doet aan bezit, lichaam, eer en ziel.

zijns naasten Zie de aantekening Gen. 6:4 .

Hertaald: zijns naasten Zie de aantekening bij Gen. 6:4.

aanroert, Dat is, met haar te doen heeft door bijslaping. Zie gelijke manier van spreken, Gen. 20:6 ; 1 Kor. 7:1 .

Hertaald: aanroert, Dat is: met haar gemeenschap heeft. Zie een gelijke manier van spreken in Gen. 20:6; 1 Kor. 7:1.

onschuldig Dat is, niet ongestraft blijven. Zie 1 Kon. 2:9 ; Job 9:28 .

Hertaald: onschuldig Dat is: niet ongestraft blijven. Zie 1 Kon. 2:9; Job 9:28.

Spreuken 6 vers 30

Men doet Hij wil zeggen dat dieverij zo grote zonde niet is als overspel, en dat dieverij, geschied bijzonderlijk door hongersnood, niet zo smadelijk en hardelijk gestraft wordt als overspel. En dit kan men verstaan van een particuliere handeling tussen den dief en den man, wien hij iets ontstolen heeft.

Hertaald: Men doet Hij wil zeggen dat diefstal niet zo'n grote zonde is als overspel, en dat diefstal — vooral wanneer die uit hongersnood gebeurt — niet zo smadelijk en hard gestraft wordt als overspel. En dit kan men verstaan van een persoonlijke afhandeling tussen de dief en de man van wie hij iets gestolen heeft.

ziel Dat is, zich te verzadigen; of versta door ziel begeerte. Zie Gen. 34:3 ; Ps. 27:12 .

Hertaald: ziel Dat is: zich te verzadigen; of versta onder ziel: begeerte. Zie Gen. 34:3; Ps. 27:12.

Spreuken 6 vers 31

zevenvoudig; Dat is, veelvoudig. Zeven is dikwijls in de Heilige Schrift een zeker getal voor een onzeker; gelijk Gen. 4:15 ; Lev. 26:18 ; Ps. 119:164 , onder Spr. 24:16 , en Spr. 26:25 , betekenende veelheid. De blote dieven moesten wel het gestolene maar twee of vier of vijfdubbel wedergeven, Ex. 22:1 , Ex. 22:4 ; maar sommigen menen dat de straf, den dieven door de wet opgelegd, ten tijde van Salomo verzwaard was; of men kan het zo verstaan, dat de dief met den man overeenkomt dat hij hem zoveel wil geven, opdat hij hem geen schande aandoe.

Hertaald: zevenvoudig; Dat is: veelvoudig. Zeven is in de Heilige Schrift vaak een bepaald getal voor een onbepaald, zoals Gen. 4:15; Lev. 26:18; Ps. 119:164, hieronder Spr. 24:16, en Spr. 26:25, waar het veelheid betekent. Gewone dieven moesten het gestolene maar twee-, vier- of vijfvoudig teruggeven, Ex. 22:1, Ex. 22:4; maar sommigen menen dat de straf die de wet aan dieven oplegde in de tijd van Salomo verzwaard was. Of men kan het zo verstaan, dat de dief met de man overeenkomt hem zoveel te geven opdat hij hem niet te schande maakt.

al het goed Te weten, indien hij zo schamel is dat hij niet veelvoudiglijk kan wedergeven.

Hertaald: al het goed Namelijk: als hij zo arm is dat hij het niet veelvoudig kan teruggeven.

Spreuken 6 vers 32

is verstandeloos; Hebreeuws, harteloos, of heeft geen hart, of gebrek van een hart; dat is, heeft geen wetenschap, verstand en zinnen, niet begrijpende wat God aangenaam, eerlijk voor de mensen en voordelig voor zichzelven is. Zie dezelfde benaming onder Spr. 7:7 , en Spr. 9:4 , Spr. 9:16 , en Spr. 10:13 , en Spr. 11:12 , en Spr. 15:21 , en Spr. 17:18 , enz.; het woord hart is dikwijls genomen voor het verstand. Zie Job 9:4 .

Hertaald: is verstandeloos; Hebreeuws: harteloos, of: heeft geen hart, of: heeft gebrek aan een hart; dat is: heeft geen kennis, verstand en inzicht, omdat hij niet begrijpt wat God aangenaam is, wat eerbaar is voor de mensen en wat voordelig is voor hemzelf. Zie dezelfde aanduiding hieronder Spr. 7:7, en Spr. 9:4, Spr. 9:16, en Spr. 10:13, en Spr. 11:12, en Spr. 15:21, en Spr. 17:18, enzovoort; het woord hart wordt vaak gebruikt voor het verstand. Zie Job 9:4.

die dat doet; Dat is, die overspel begaat.

Hertaald: die dat doet; Dat is: die overspel bedrijft.

Spreuken 6 vers 33

uitgewist Of, uitgedelgd, uitgeveegd worden.

Hertaald: uitgewist Of: uitgedelgd, uitgeveegd worden.

Spreuken 6 vers 34

in den dag Dat is, als de gelegenheid zal verschenen of voorgevallen zijn om zich te wreken. Alzo wordt de tijd, in welken God zich wreken wilde tegen de vijanden zijner kerk, genaamd een dag der wraak; Jes. 34:8 ; Job 20:28 , en Job 24:1 , en onder Spr. 11:4 .

Hertaald: in den dag Dat is: wanneer de gelegenheid gekomen of voorgevallen is om zich te wreken. Zo wordt de tijd waarin God Zich op de vijanden van Zijn kerk wilde wreken een dag van de wraak genoemd; Jes. 34:8; Job 20:28, en Job 24:1, en hieronder Spr. 11:4.

niet verschonen Te weten, den overspeler.

Hertaald: niet verschonen Namelijk: de overspeler.

Spreuken 6 vers 35

Hij zal Hebreeuws, hij zal niet aannemen het aangezicht aller verzoening; dat is, zoengeld aannemen. Zie 1 Kon. 11:34 . Van de manier van spreken, het aangezicht aannemen, zie Gen. 32:20 .

Hertaald: Hij zal Hebreeuws: hij zal het aangezicht van geen enkele verzoening aannemen; dat is: geen zoengeld aannemen. Zie 1 Kon. 11:34. Over de uitdrukking het aangezicht aannemen, zie Gen. 32:20.

verzoening Vergelijk Num. 35:31 .

Hertaald: verzoening Vergelijk Num. 35:31.

geschenk Of, de geschenken vermenigvuldigt.

Hertaald: geschenk Of: de geschenken vermenigvuldigt.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Borg worden voor een ander  — de tweede reeks vermaningen opent met een waarschuwing tegen lichtvaardige aansprakelijkheid (Spr. 6:1-5)

"Mijn zoon! zo gij voor uw naaste borg geworden zijt, voor een vreemde uw hand toegeklapt hebt" (Spr. 6:1). Het toeklappen van de hand was het gebaar waarmee zo'n afspraak bekrachtigd werd. Wie dat deed, is naar het woord van dit hoofdstuk verstrikt met de redenen van zijn eigen mond (Spr. 6:2). De raad die volgt is dringend. De zoon moet zichzelf redden en daarvoor naar zijn naaste gaan; hij moet zich onderwerpen en bij hem aanhouden (Spr. 6:3). Hij mag zijn ogen geen slaap toelaten voordat het geregeld is (Spr. 6:4). Twee beelden onderstrepen die haast: "Red u, als een ree uit de hand des jagers, en als een vogel uit de hand des vogelvangers" (Spr. 6:5).

Bijbelse betekenis: Er staat niet dat de zoon zijn naaste niet helpen mag. Wat hier bestreden wordt is de lichtvaardige toezegging: een handslag voor een schuld die een ander maakt en die de borg niet kan overzien. Merk op waar de tekst het gevaar legt. Het zit in de mond (Spr. 6:2). Een woord dat in een ogenblik gegeven wordt, kan jaren binden. Merk ook op hoe zwaar de raad weegt. Er wordt geen nacht overheen gelaten, en er wordt zelfs vernedering voor over gehad; de zoon moet zich onderwerpen en aandringen. Wie zich in zo'n zaak op zijn eer beroept, houdt de strik in stand.

Typologie: Job vroeg juist om een borg, en hij vroeg die aan God Zelf (reeds behandeld bij Job 17:3). Wat een mens niet lichtvaardig op zich mag nemen, heeft Christus vrijwillig gedaan: "Van een zoveel beter verbond is Jezus Borg geworden" (Hebr. 7:22). Paulus doet in het klein hetzelfde voor een weggelopen slaaf: "reken dat mij toe" (Filem. 1:18).

Spr. 6:1-5; Job 17:3; Hebr. 7:22; Filem. 1:18

Ga tot de mier  — tegen de luiheid wordt geen betoog gehouden maar een dier aangewezen (Spr. 6:6-11)

"Ga tot de mier, gij luiaard! zie haar wegen, en word wijs" (Spr. 6:6). Wat de zoon bij haar moet zien, staat er meteen bij. Zij heeft geen overste, geen ambtman en geen heerser boven zich (Spr. 6:7). Toch bereidt zij haar brood in de zomer en verzamelt zij haar voedsel in de oogst (Spr. 6:8). Daarna keert de rede zich tot de luiaard zelf, met twee vragen (Spr. 6:9). Zijn eigen woorden worden hem in de mond gelegd: "Een weinig slapens, een weinig sluimerens, een weinig handvouwens" (Spr. 6:10). En het einde wordt met twee beelden getekend: de armoede komt als een wandelaar en het gebrek als een gewapend man (Spr. 6:11).

Bijbelse betekenis: De mier krijgt geen bevel en heeft geen opzichter, en toch werkt zij op tijd. Daarin ligt de les. Vlijt die alleen komt wanneer er iemand meekijkt, is nog geen vlijt. Let ook op het tweede punt. Zij werkt in de zomer voor een tijd die nog niet gekomen is, en wijsheid rekent dus met morgen. Let ten slotte op de manier waarop de armoede beschreven wordt. Zij komt niet plotseling maar loopt naar de luiaard toe, stap voor stap, terwijl hij slaapt. Het woord "weinig" is in Spr. 6:10 het gevaarlijkste woord van het hele gedeelte.

Typologie: Paulus geeft de gemeente dezelfde regel, en wel als bevel: "zo iemand niet wil werken, hij ook niet ete" (2 Thess. 3:10). Aan de Romeinen schrijft hij het positief: "Zijt niet traag in het benaarstigen" (Rom. 12:11).

Spr. 6:6-11; 2 Thess. 3:10; Rom. 12:11

Zes dingen die de HEERE haat  — een korte lijst die zegt waarvan God Zelf een afkeer heeft (Spr. 6:16-19)

Aan de beschrijving van de kwaadaardige man (Spr. 6:12-15) wordt een lijst vastgeknoopt. "Deze zes haat de HEERE; ja, zeven zijn Zijn ziel een gruwel" (Spr. 6:16). De opsomming loopt van boven naar beneden langs de mens. Hoge ogen, een valse tong, en handen die onschuldig bloed vergieten (Spr. 6:17). Een hart dat ondeugdzame gedachten smeedt, en voeten die zich haasten om tot kwaad te lopen (Spr. 6:18). Ten slotte twee zonden van het woord: een vals getuige die leugens blaast, en "die tussen broederen krakelen inwerpt" (Spr. 6:19).

Bijbelse betekenis: De telling zes en dan zeven is een vaste vorm, waarbij het zevende lid met nadruk staat. Dat het laatste lid de tweedracht onder broeders is, zegt dus iets. Wie een gemeente of een gezin uit elkaar drijft, staat hier naast de man die onschuldig bloed vergiet. Let ook op de volgorde. Het begint bij de ogen, dus bij de hoogmoed, en het eindigt bij de tong; daartussen liggen hart, handen en voeten, zodat de hele mens langsgelopen wordt. En let op het werkwoord. Er staat niet dat God deze dingen afkeurt maar dat Hij ze haat, en dat woord gebruikt de Schrift niet lichtvaardig.

Typologie: Paulus zet in zijn aanklacht tegen alle mensen dezelfde ledematen op een rij, en hij haalt daarbij onder meer aan: "Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten" (Rom. 3:15). De Heere Jezus wijst het hart aan als de bron waaruit dit alles opkomt (Matt. 15:19).

Spr. 6:12-19; Rom. 3:15; Matt. 15:19

Het gebod als een lamp  — het onderwijs van vader en moeder heet hier licht, en het bewaart voor een weg waarop weinig te herstellen valt (Spr. 6:20-35)

De zoon moet het gebod van zijn vader bewaren en de wet van zijn moeder niet verlaten (Spr. 6:20). Die woorden moeten aan het hart gebonden worden (Spr. 6:21). Dan wordt gezegd wat zij doen: zij geleiden hem als hij gaat, zij houden de wacht als hij nederligt, en zij spreken met hem als hij wakker wordt (Spr. 6:22). Daarop volgt de reden: "het gebod is een lamp, en de wet is een licht, en de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens" (Spr. 6:23). Waartoe dat dient, staat er meteen bij: om bewaard te worden voor de kwade vrouw (Spr. 6:24). Het gedeelte eindigt met twee vragen die niets uit te leggen overlaten. Neemt iemand vuur in zijn boezem zonder dat zijn kleren verbranden (Spr. 6:27)? Gaat iemand op kolen zonder dat zijn voeten branden (Spr. 6:28)? Daarna wordt de dief naast de overspeler gezet. De dief die uit honger steelt, kan vergoeden (Spr. 6:30-31); van de ander staat er dat zijn smaad niet uitgewist zal worden (Spr. 6:33).

Bijbelse betekenis: Let op de plaats waar deze waarschuwing staat. Zij hangt aan het onderwijs van thuis, en dat onderwijs heet een lamp. Een lamp verandert de weg niet maar laat zien waar hij loopt; wie in het donker gaat, merkt het gat pas als hij erin valt. Let ook op de vergelijking met de dief. Gestolen goed kan terugbetaald worden, en het hoofdstuk zegt zelfs dat men een hongerige dief niet veracht. Bij overspel is er niets om terug te geven. Wat daar gebroken wordt is vertrouwen, en daarvoor bestaat geen zevenvoudige vergoeding. Dat ontkent de vergeving niet. Het is de nuchtere mededeling dat gevolgen kunnen blijven waar schuld vergeven is.

Typologie: Paulus zegt hetzelfde in één regel: "zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien" (Gal. 6:7). En de psalm noemt dezelfde werking van het gebod: "het gebod des HEEREN is zuiver, verlichtende de ogen" (Ps. 19:9).

Spr. 6:20-35; Gal. 6:7; Ps. 19:9

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Spreuken 6

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content