Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
AlsH3588 gij aangezetenH3427 zult zijn om metH854 een heerserH4910 te etenH3898, zo zult gij scherpelijkH995 lettenH995 op dengene, dieH834 voor uw aangezichtH6440 is.
Als gij aangezeten zult zijn om met een heerser te eten, zo zult gij scherpelijk letten op dengene, die voor uw aangezicht is.
KJV
When thou sittest2
to eat3
with a ruler,5
consider6
diligently7
what is before
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
En zetH7760 een mesH7915 aan uw keelH3930, indienH518 gijH859 een gulzigH5315 mensH1167 zijt;
En zet een mes aan uw keel, indien gij een gulzig mens zijt;
KJV
And put1
a knife2
to thy throat,3
if thou be a man given5
to appetite.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Laat u nietH408 gelustenH183 zijner smakelijke spijzenH4303, want hetH1931 is een leugenachtigH3577 broodH3899.
Laat u niet gelusten zijner smakelijke spijzen, want het is een leugenachtig brood.
KJV
Be not desirous2
of his dainties:3
for they are deceitful6
meat.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
VermoeiH3021 u nietH408 om rijkH6238 te worden; staH2308 af van uw vernuftH998.
Vermoei u niet om rijk te worden; sta af van uw vernuft.
KJV
Labour2
not to be rich:3
cease5
from thine own wisdom.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Zult gij uw ogenH5869 laten vliegenH5774 op hetgeen nietsH369 is? WantH3588 het zal zich gewisselijkH6213 vleugelenH3671 maken gelijk een arendH5404, die naar den hemelH8064 vliegtH5774.
Zult gij uw ogen laten vliegen op hetgeen niets is? Want het zal zich gewisselijk vleugelen maken gelijk een arend, die naar den hemel vliegt.
KJV
Wilt thou set1
thine eyes2
upon that which is not? for riches certainly6
make7
themselves wings;9
they fly away11
as an eagle10
toward heaven.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
EetH3898 het broodH3899 nietH408 desgenen, die boosH7451 is van oogH5869, en wees nietH408 belustH183 op zijn smakelijke spijzenH4303;
Eet het brood niet desgenen, die boos is van oog, en wees niet belust op zijn smakelijke spijzen;
KJV
Eat2
thou not the bread4
of him that hath an evil5
eye,6
neither desire8
thou his dainty meats:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
WantH3588 gelijk hij bedachtH8176 heeft in zijn zielH5315, alzoH3651 zal hijH1931 tot u zeggenH559: EetH398 en drinkH8354! maar zijn hartH3820 is niet metH5973 u;
Want gelijk hij bedacht heeft in zijn ziel, alzo zal hij tot u zeggen: Eet en drink! maar zijn hart is niet met u;
KJV
For as he thinketh3
in his heart,4
so is he: Eat7
and drink,8
saith9
he to thee; but his heart
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Uw beteH6595, die gij gegetenH398 hebt, zoudt gij uitspuwenH6958; en gij zoudt uw liefelijkeH5273 woordenH1697 verdervenH7843.
Uw bete, die gij gegeten hebt, zoudt gij uitspuwen; en gij zoudt uw liefelijke woorden verderven.
KJV
The morsel1
which thou hast eaten2
shalt thou vomit up,3
and lose4
thy sweet6
words.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
SpreekH1696 nietH408 voor het oorH241 van een zotH3684, wantH3588 hij zou het verstandH7922 uwer woordenH4405 verachtenH936.
Spreek niet voor het oor van een zot, want hij zou het verstand uwer woorden verachten.
KJV
Speak4
not in the ears1
of a fool:2
for he will despise6
the wisdom7
of thy words.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
ZetH5253 de oudeH5769 palenH1366 nietH408 terugH5253; en komH935 op de akkersH7704 der wezen nietH408;
Zet de oude palen niet terug; en kom op de akkers der wezen niet;
KJV
Remove2
not the old4
landmark;3
and enter8
not into the fields5
of the fatherless:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
WantH3588 hun VerlosserH1350 is sterkH2389; DieH1931 zal hun twistzaakH7379 tegen u twistenH7378.
Want hun Verlosser is sterk; Die zal hun twistzaak tegen u twisten.
KJV
For their redeemer2
is mighty;3
he shall plead5
their cause
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
BegeefH935 uw hartH3820 tot de tuchtH4148, en uw orenH241 tot de redenenH561 der wetenschapH1847.
Begeef uw hart tot de tucht, en uw oren tot de redenen der wetenschap.
KJV
Apply1
thine heart3
unto instruction,2
and thine ears4
to the words5
of knowledge.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
WeerH4513 de tuchtH4148 van den jongenH5288 niet; alsH3588 gij hem met de roedeH7626 zult slaanH5221, zal hij niet stervenH4191.
Weer de tucht van den jongen niet; als gij hem met de roede zult slaan, zal hij niet sterven.
KJV
Withhold2
not correction4
from the child:3
for if thou beatest6
him with the rod,7
he shall not die.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
GijH859 zult hem met de roedeH7626 slaanH5221, en zijn zielH5315 van de helH7585 reddenH5337.
Gij zult hem met de roede slaan, en zijn ziel van de hel redden.
KJV
Thou shalt beat3
him with the rod,2
and shalt deliver6
his soul4
from hell.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
Mijn zoonH1121! zoH518 uw hartH3820 wijsH2449 is, mijn hartH3820 zal blijdeH8055 zijn, jaH1571, ikH589.
Mijn zoon! zo uw hart wijs is, mijn hart zal blijde zijn, ja, ik.
KJV
My son,1
if thine heart4
be wise,3
my heart6
shall rejoice,5
even mine.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
En mijn nierenH3629 zullen van vreugde opspringenH5937, als uw lippenH8193 billijkhedenH4339 sprekenH1696 zullen.
En mijn nieren zullen van vreugde opspringen, als uw lippen billijkheden spreken zullen.
KJV
Yea, my reins2
shall rejoice,1
when thy lips4
speak3
right things.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Uw hartH3820 zij nietH408 nijdigH7065 over de zondarenH2400; maarH3588 zijt ten allenH3605 dageH3117 in de vrezeH3374 des HEERENH3068.
Uw hart zij niet nijdig over de zondaren; maar zijt ten allen dage in de vreze des HEEREN.
KJV
Let not thine heart3
envy2
sinners:4
but be thou in the fear7
of the LORD8
all the day
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
WantH3588 zekerlijkH3426, er is een beloningH319; en uw verwachtingH8615 zal nietH3808 afgesnedenH3772 worden.
Want zekerlijk, er is een beloning; en uw verwachting zal niet afgesneden worden.
KJV
For surely there is3
an end;4
and thine expectation5
shall not be cut off.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
HoorH8085 gijH859, mijn zoonH1121! en word wijsH2449, en richtH833 uw hartH3820 op den wegH1870.
Hoor gij, mijn zoon! en word wijs, en richt uw hart op den weg.
KJV
Hear1
thou, my son,3
and be wise,4
and guide5
thine heart7
in the way.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
Zijt nietH408 onder de wijnzuipersH3196, noch onder de vleesvretersH2151;
Zijt niet onder de wijnzuipers, noch onder de vleesvreters;
KJV
Be not among winebibbers;4
among riotous eaters5
of flesh:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
WantH3588 een zuiperH5433 en vraatH2151 zal armH3423 worden; en de sluimeringH5124 doet verscheurde klederenH7168 dragenH3847.
Want een zuiper en vraat zal arm worden; en de sluimering doet verscheurde klederen dragen.
KJV
For the drunkard2
and the glutton3
shall come to poverty:4
and drowsiness7
shall clothe6
a man with rags.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
HoorH8085 naar uw vaderH1, dieH2088 u gewonnenH3205 heeft; en verachtH936 uw moederH517 nietH408, alsH3588 zij oudH2204 geworden is.
Hoor naar uw vader, die u gewonnen heeft; en veracht uw moeder niet, als zij oud geworden is.
KJV
Hearken1
unto thy father2
that begat4
thee, and despise6
not thy mother9
when she is old.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
KoopH7069 de waarheidH571, en verkoopH4376 ze nietH408, mitsgaders wijsheidH2451, en tuchtH4148, en verstandH998.
Koop de waarheid, en verkoop ze niet, mitsgaders wijsheid, en tucht, en verstand.
KJV
Buy2
the truth,1
and sell4
it not; also wisdom,5
and instruction,6
and understanding.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
De vaderH1 des rechtvaardigenH6662 zal zich zeer verheugenH1523; en die een wijzenH2450 zoon gewintH3205, zal zich over hem verblijdenH8055.
De vader des rechtvaardigen zal zich zeer verheugen; en die een wijzen zoon gewint, zal zich over hem verblijden.
KJV
The father3
of the righteous4
shall greatly1
rejoice:2
and he that begetteth5
a wise6
child shall have joy
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
Laat uw vaderH1 zich verblijdenH8055, ook uw moederH517; en laat haar zich verheugenH1523, die u gebaardH3205 heeft.
Laat uw vader zich verblijden, ook uw moeder; en laat haar zich verheugen, die u gebaard heeft.
KJV
Thy father2
and thy mother3
shall be glad,1
and she that bare5
thee shall rejoice.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
Mijn zoonH1121! geefH5414 mij uw hartH3820, en laat uw ogenH5869 mijn wegenH1870 bewarenH7521.
Mijn zoon! geef mij uw hart, en laat uw ogen mijn wegen bewaren.
KJV
My son,2
give1
me thine heart,3
and let thine eyes5
observe7
my ways.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
WantH3588 een hoerH2181 is een diepeH6013 grachtH7745, en een vreemdeH5237 vrouw is een engeH6862 putH875.
Want een hoer is een diepe gracht, en een vreemde vrouw is een enge put.
KJV
For a whore4
is a deep3
ditch;2
and a strange woman7
is a narrow6
pit.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
Ook loertH693 zij als een roverH2863; en zij vermenigvuldigtH3254 de trouwelozenH898 onder de mensenH120.
Ook loert zij als een rover; en zij vermenigvuldigt de trouwelozen onder de mensen.
KJV
She also lieth in wait4
as for a prey,3
and increaseth7
the transgressors5
among men.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29
Bij wien is weeH188? bij wienH4310 och armeH17? bij wienH4310 gekijfH4079? bij wienH4310 het beklagH7879? bij wienH4310 wondenH6482 zonder oorzaakH2600? bij wienH4310 de roodheidH2448 der ogenH5869?
Bij wien is wee? bij wien och arme? bij wien gekijf? bij wien het beklag? bij wien wonden zonder oorzaak? bij wien de roodheid der ogen?
KJV
Who hath woe?2
who hath sorrow?4
who hath contentions?6
who hath babbling?8
who hath wounds10
without cause?11
who hath redness13
of eyes?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30
Bij degenen, die bij den wijnH3196 vertoevenH309; bij degenen, die komenH935 om gemengde drank na te zoekenH2713.
Bij degenen, die bij den wijn vertoeven; bij degenen, die komen om gemengde drank na te zoeken.
Ook in dit vers
gemengden drankH4469
KJV
They that tarry long1
at the wine;3
they that go4
to seek5
mixed wine.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31
ZieH7200 den wijnH3196 nietH408 aan, alsH3588 hij zich rood vertoontH119, als hij in den bekerH3563 zijn verveH5869 geeftH5414, als hij rechtH4339 opgaatH1980;
Zie den wijn niet aan, als hij zich rood vertoont, als hij in den beker zijn verve geeft, als hij recht opgaat;
KJV
Look2
not thou upon the wine3
when it is red,5
when it giveth7
his colour9
in the cup,8
when it moveth10
itself aright.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32
In zijn eindeH319 zal hij als een slangH5175 bijtenH5391, en stekenH6567 als een adderH6848.
In zijn einde zal hij als een slang bijten, en steken als een adder.
KJV
At the last1
it biteth3
like a serpent,2
and stingeth5
like an adder.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33
Uw ogenH5869 zullen naar vreemde vrouwenH2114 zienH7200, en uw hartH3820 zal verkeerdhedenH8419 sprekenH1696.
Uw ogen zullen naar vreemde vrouwen zien, en uw hart zal verkeerdheden spreken.
KJV
Thine eyes1
shall behold2
strange women,3
and thine heart4
shall utter5
perverse things.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34
En gij zult zijnH1961, gelijk een, die in het hartH3820 van de zeeH3220 slaaptH7901; en gelijk een, die in het oppersteH7218 van den mastH2260 slaaptH7901.
En gij zult zijn, gelijk een, die in het hart van de zee slaapt; en gelijk een, die in het opperste van den mast slaapt.
KJV
Yea, thou shalt be as he that lieth down2
in the midst3
of the sea,4
or as he that lieth5
upon the top6
of a mast.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35
Men heeft mij geslagenH5221, zult gij zeggen, ik ben niet ziekH2470 geweest; men heeft mij gebeuktH1986, ik heb het niet gevoeldH3045; wanneer zal ik opwakenH6974? Ik zal hem nog meer zoekenH1245!
Men heeft mij geslagen, zult gij zeggen, ik ben niet ziek geweest; men heeft mij gebeukt, ik heb het niet gevoeld; wanneer zal ik opwaken? Ik zal hem nog meer zoeken!
KJV
They have stricken1
me, shalt thou say, and I was not sick;3
they have beaten4
me, and I felt6
it not: when shall I awake?8
I will seek10
it yet
heerser
Dat is, koning, vorst, prins, heer, of die meerder is dan gij zijt en u schade zou kunnen aandoen, zo gij hem enige oorzaak van verstoring geven zoudt.
Hertaald:
heerser
Dat is: een koning, vorst, prins, heer, of iemand die hoger staat dan u en u schade zou kunnen doen als u hem aanleiding tot ergernis zou geven.
scherpelijk
Hebreeuws, lettende letten; dat is scherpelijk, of naarstiglijk letten.
Hertaald:
scherpelijk
Hebreeuws: lettende letten; dat is: scherp of nauwkeurig letten.
op dengene,
Te weten, dien gij moet aanzien en in ere hebben, opdat gij hem met geen woord, gebaar, of daad verbelgt. Anders: op hetgeen voor uw aangezicht is; te weten, opdat gij daarvan niets nuttigt, dan met zulke zedigheid en matigheid als betamelijk is.
Hertaald:
op dengene,
Namelijk: op degene die u met eerbied moet aanzien, opdat u hem met geen woord, gebaar of daad kwetst. Anders: op wat voor u staat, namelijk opdat u daarvan niets neemt dan met de bescheidenheid en matigheid die passend is.
zet
Dat is, bedwing uwe begeerlijkheid van onmatig te eten en te drinken, alsof uw keel met een mes daarvan afgeschrikt ware. Of, anders zoudt gij een mes aan uw keel zetten, enz.; dat is, gij zoudt u in het uiterste gevaar steken van lichamelijke krankheid, of enige andere grote zwarigheid, indien u de lekkere gerechten tot onmatigheid verlokten.
Hertaald:
zet
Dat is: bedwing uw begeerte om onmatig te eten en te drinken, alsof uw keel daarvan afgeschrikt was door een mes. Of: anders zou u een mes aan uw keel zetten, enzovoort; dat is: u zou zich in het uiterste gevaar brengen van lichamelijke ziekte of een andere grote moeilijkheid, wanneer de lekkere gerechten u tot onmatigheid zouden verleiden.
mes aan uw keel,
Anderen vertalen het Hebreeuws woord doornen, doch de zin komt op een uit.
Hertaald:
mes aan uw keel,
Anderen vertalen het Hebreeuwse woord met doornen, maar de betekenis komt op hetzelfde neer.
gulzig mens zijt;
Hebreeuws, een heer der ziel; dat is van den lust en der begeerlijkheid. Versta, een die zeer graag en begerig is tot spijs en drank. Vergelijk Job 39:1 , en de aantekening op het woord gretigheid. Anders: indien gij uws zelfs meester, of liefhebber zijt.
Hertaald:
gulzig mens zijt;
Hebreeuws: een heer van de ziel; dat is: van de lust en de begeerte. Versta: iemand die zeer gretig en begerig is naar spijs en drank. Vergelijk Job 39:1, en de aantekening bij het woord gretigheid. Anders: als u uw eigen meester of liefhebber bent.
smakelijke
Of, lekkernijen, die den mond zeer aangenaam en smakelijk zijn. Alzo onder vs.6. Vergelijk Gen. 27:4 , Gen. 27:7 , Gen. 27:9 , enz.
Hertaald:
smakelijke
Of: lekkernijen die de mond zeer aangenaam en smakelijk zijn. Zo hieronder vers 6. Vergelijk Gen. 27:4, Gen. 27:7, Gen. 27:9, enzovoort.
leugenachtig
Hebreeuws, brood der leugenen; dat is leugenachtige of bedriegelijke spijs. De zin is dat de hoofse weelden als een aas zijn, waarmede de mensen verlokt en gemeenlijk in hunne verwachtingen bedrogen worden. Vergelijk boven Spr. 20:17 .
Hertaald:
leugenachtig
Hebreeuws: brood van de leugens; dat is: leugenachtig of bedrieglijk voedsel. De betekenis is dat de hofse weelde als een aas is waarmee de mensen gelokt en gewoonlijk in hun verwachtingen bedrogen worden. Vergelijk hierboven Spr. 20:17.
uw vernuft
Te weten, dat gij zoudt mogen aanleggen om rijk te worden.
Hertaald:
uw vernuft
Namelijk: dat u zou kunnen inzetten om rijk te worden.
op hetgeen
Te weten, op den rijkdom, waarvan in vs.4 gesproken is.
Hertaald:
op hetgeen
Namelijk: op de rijkdom, waarover in vers 4 gesproken is.
niets is?
Dat is, gans onzeker en ongestadig en in vele noodzakelijkheden krachteloos. Vergelijk Ps. 37:35-36 , en Ps. 49:13 , Ps. 49:18 ; 1 Tim. 6:17 . Anders: dat [haast] niet zijn zal.
Hertaald:
niets is?
Dat is: volkomen onzeker en onbestendig, en in veel noodgevallen krachteloos. Vergelijk Ps. 37:35-36, en Ps. 49:13, Ps. 49:18; 1 Tim. 6:17. Anders: dat er spoedig niet meer zal zijn.
het zal zich
Te weten, het tijdelijke goed, het zal zeer haastiglijk daarheen weg belenden en u begeven.
Hertaald:
het zal zich
Namelijk: het tijdelijke goed; het zal zeer snel verdwijnen en u in de steek laten.
gewisselijk
Hebreeuws, makende maken.
Hertaald:
gewisselijk
Hebreeuws: makende maken.
gelijk een arend,
Te weten, die zo snellijk naar den hemel en omhoog vliegt, dat hij spoedig uit der mensen gezicht verdwenen is. Alzo vergaat de rijkdom in korten tijd, dat men niet weet waar hij gebleven of gestoven is.
Hertaald:
gelijk een arend,
Namelijk: die zo snel naar de hemel omhoog vliegt dat hij spoedig uit het gezicht van de mensen verdwenen is. Zo vergaat de rijkdom in korte tijd, zodat men niet weet waar hij gebleven of heen gestoven is.
desgenen,
Dat is, desgenen, die vrekkig, afgunstig en nijdig is. Zie Deut. 15:9 ; idem, onder Spr. 28:22 ; Marc. 7:22 . Hiertegen is het goede oog, van hetwelk zie boven Spr. 22:9 , en de aantekening.
Hertaald:
desgenen,
Dat is: van iemand die vrekkig, afgunstig en jaloers is. Zie Deut. 15:9; en ook hieronder Spr. 28:22; Mark. 7:22. Daartegenover staat het goede oog, waarover zie hierboven Spr. 22:9, en de aantekening daar.
smakelijke
Zie boven vs.3.
Hertaald:
smakelijke
Zie hierboven vers 3.
hij bedacht
Anders: gelijk hij acht in zijne ziel, zo is hij; dat is, inwendiglijk bij zichzelven denkt, te weten dat gij het zijne verteert en verdoet.
Hertaald:
hij bedacht
Anders: zoals hij in zijn ziel rekent, zo is hij; dat is: zoals hij innerlijk bij zichzelf denkt, namelijk dat u het zijne opmaakt en verkwist.
alzo
Te weten, u niets van harte gunnende, maar evenwel alzo, dat uit zijne gebaren en woorden zijne vrekkigheid enigszins kan afgenomen worden; hoewel hij daarmede het tegendeel zoekt te bewijzen.
Hertaald:
alzo
Namelijk: terwijl hij u niets van harte gunt, maar toch zo dat uit zijn gebaren en woorden zijn vrekkigheid enigszins op te maken is, hoewel hij daarmee het tegendeel probeert te bewijzen.
uitspuwen;
Dat is, het zou u leed zijn en spijten dat gij van zijne spijs genuttigd en enige vriendelijke tafelredenen met hem gehad zoudt hebben.
Hertaald:
uitspuwen;
Dat is: het zou u leed doen en spijten dat u van zijn voedsel gegeten hebt en vriendelijke tafelgesprekken met hem gevoerd hebt.
verderven
Dat is, verliezen, en geen vrucht daarvan krijgen.
Hertaald:
verderven
Dat is: verliezen, zonder er vrucht van te krijgen.
het verstand
Dat is, hetgeen gij verstandig, geleer, of voorzichtig gesproken hebt.
Hertaald:
het verstand
Dat is: wat u verstandig, geleerd of voorzichtig gezegd hebt.
oude palen
Zie boven Spr. 22:28 . Hebreeuws, de paal der eeuwigheid.
Hertaald:
oude palen
Zie hierboven Spr. 22:28. Hebreeuws: de paal van de eeuwigheid.
wezen niet;
Te weten, om denzelven ongelijk te doen, door bedrog of geweld.
Hertaald:
wezen niet;
Namelijk: om hun onrecht te doen door bedrog of geweld.
Verlosser
Te weten, God.
Hertaald:
Verlosser
Namelijk: God.
twistzaak
Zie boven Spr. 22:23 .
Hertaald:
twistzaak
Zie hierboven Spr. 22:23.
tucht,
Dat is, tot de rechte onderwijzing, om wijsheid te leren. Zie boven Spr. 1:2 .
Hertaald:
tucht,
Dat is: tot het juiste onderwijs, om wijsheid te leren. Zie hierboven Spr. 1:2.
der wetenschap
Dat is, door welke de ware wetenschap en wijsheid geleerd en verkregen wordt.
Hertaald:
der wetenschap
Dat is: waardoor de ware kennis en wijsheid geleerd en verkregen wordt.
tucht
Versta, de tucht, die niet alleen geschiedt door woorden, maar ook door straffen. Zie boven Spr. 7:22 .
Hertaald:
tucht
Versta: de tucht die niet alleen met woorden gebeurt, maar ook met straffen. Zie hierboven Spr. 7:22.
niet sterven
Te weten, noch hier door de tijdelijke straf der overheid, noch hierna door de eeuwige straf van God.
Hertaald:
niet sterven
Namelijk: niet hier door de tijdelijke straf van de overheid, en hierna niet door de eeuwige straf van God.
ja,
Gelijke manier van spreken, die grote macht heeft om te verzekeren wat verhaald wordt, is boven Spr. 22:19 .
Hertaald:
ja,
Een gelijke manier van spreken, die met grote kracht bevestigt wat verteld wordt, staat hierboven Spr. 22:19.
nieren
Versta door dit woord de inwendigste krachten der ziel. Zie Job 9:27 .
Hertaald:
nieren
Versta onder dit woord de meest inwendige krachten van de ziel. Zie Job 9:27.
billijkheden
Of, rechte dingen. Vergelijk boven Spr. 1:3 .
Hertaald:
billijkheden
Of: rechte dingen. Vergelijk hierboven Spr. 1:3.
zondaren;
Die gans genegen zijn tot de zonde, en hun werk daarvan maken. Zie Gen. 13:13 ; 1 Sam. 15:18 ; Ps. 1:1 , en de aantekening.
Hertaald:
zondaren;
Die geheel geneigd zijn tot de zonde en daar hun werk van maken. Zie Gen. 13:13; 1 Sam. 15:18; Ps. 1:1, en de aantekening daar.
te allen dage
Dat is, gestadiglijk, al den tijd uws levens.
Hertaald:
te allen dage
Dat is: voortdurend, heel de tijd van uw leven.
Want zekerlijk,
Zie van deze twee eerste woordjes, in het Hebreeuws chi im, Job 42:8 .
Hertaald:
Want zekerlijk,
Zie over deze twee eerste woordjes, in het Hebreeuws ki im, Job 42:8.
beloning;
Hebreeuws, achterste einde, of uiterste; dat is loon, of zalig einde. Zo wordt het loon genaamd, omdat hij het einde van het werk is, of het werk achterna volgt. God heeft het loon uit genade beloofd dengenen, die in zijne vreze tot het einde toe volharden. Vergelijk Ps. 37:37 ; onder Spr. 24:14 , Spr. 24:20 . Elders betekent het een kwaad naloon en onzalig einde. Zie boven Spr. 5:4 ; en de aantekening.
Hertaald:
beloning;
Hebreeuws: achterste einde, of uiterste; dat is: loon, of zalig einde. Zo wordt het loon genoemd, omdat het de afsluiting van het werk is of op het werk volgt. God heeft uit genade het loon beloofd aan hen die in Zijn vreze tot het einde toe volharden. Vergelijk Ps. 37:37; hieronder Spr. 24:14, Spr. 24:20. Elders betekent het een kwaad naloon en een onzalig einde. Zie hierboven Spr. 5:4, en de aantekening daar.
verwachting
Dat is, het goed, hetwelk gij van de genade Gods verwacht. Zie Job 5:16 .
Hertaald:
verwachting
Dat is: het goed dat u van Gods genade verwacht. Zie Job 5:16.
mijn zoon
Zie boven Spr. 1:8 .
Hertaald:
mijn zoon
Zie hierboven Spr. 1:8.
den weg
Te weten, des Heeren. Zie van dezen weg Gen. 18:19 .
Hertaald:
den weg
Namelijk: van de Heere. Zie over deze weg Gen. 18:19.
onder de wijnzuipers,
Te weten, om die in hun overdadig drinken en gulzig eten na te volgen; hetwelk die lichtelijk doen, die met hen veel verkeren; zie boven Spr. 13:20 .
Hertaald:
onder de wijnzuipers,
Namelijk: om hen in hun overdadige drinken en gulzige eten na te volgen; wat gemakkelijk gebeurt bij hen die veel met hen omgaan; zie hierboven Spr. 13:20.
onder de vleesvreters;
Hebreeuws, onder degenen, die voor zich vlees slokken, of verslinden.
Hertaald:
onder de vleesvreters;
Hebreeuws: onder hen die voor zichzelf vlees naar binnen slaan of verslinden.
sluimering
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk [naar eniger gevoelen] het begin en de genegenheid tot den slaap. Vervolgens is door het woord, dat wij hier in den tekst hebben, te verstaan de slaperigheid, te weten die uit luiheid en achteloosheid voortkomt.
Hertaald:
sluimering
Het Hebreeuwse woord betekent volgens sommigen eigenlijk het begin van en de neiging tot de slaap. Daarom moet men onder het woord dat wij hier in de tekst hebben de slaperigheid verstaan die uit luiheid en achteloosheid voortkomt.
Koop
Dat is, poog haar op allerlei eerlijke manier te verkrijgen, en wanneer gij haar verkregen hebt, verlaat haar en vergeet haar niet; gelijk de verkopers voor wat anders hunne waren omzetten.
Hertaald:
Koop
Dat is: probeer haar op elke eerlijke manier te verkrijgen, en wanneer u haar verkregen hebt, laat haar dan niet los en vergeet haar niet, zoals verkopers hun waren voor iets anders inruilen.
waarheid,
Dat is, de rechte en ware kennis van alle dingen, rakende het geloof en den wandel, die wij moeten weten om God te behagen en zalig te worden.
Hertaald:
waarheid,
Dat is: de juiste en ware kennis van alle dingen die het geloof en de wandel betreffen, die wij moeten kennen om God te behagen en zalig te worden.
zich zeer verheugen;
Hebreeuws, verheugende verheugen; dat is zeer verheugen te weten, omdat hij een rechtvaardigen en wijzen zoon heeft, dat is, die vroom, godvrezend en verstandig is.
Hertaald:
zich zeer verheugen;
Hebreeuws: verheugende verheugen; dat is: zich zeer verheugen, namelijk omdat hij een rechtvaardige en wijze zoon heeft, dat is: die vroom, godvrezend en verstandig is.
Laat uw vader
Dat is, maak dat uw vader en uwe moeder zich verblijden, inziende uwe verstandigheid en deugdzaamheid.
Hertaald:
Laat uw vader
Dat is: maak dat uw vader en uw moeder zich verblijden wanneer zij uw verstandigheid en deugdzaamheid zien.
verheugen,
Te weten voor den weedom, dien zij gehad heeft met u te baren.
Hertaald:
verheugen,
Namelijk: na de pijn die zij geleden heeft toen zij u baarde.
geef mij uw hart,
Dat is, voeg en begeef uw verstand en uwen geest hiertoe, dat gij aanhoort, verstaat, aanneemt en onderhoudt mijne geboden.
Hertaald:
geef mij uw hart,
Dat is: richt uw verstand en uw geest hierop, dat u mijn geboden aanhoort, begrijpt, aanneemt en onderhoudt.
ogen
Te weten, de ogen uws verstands.
Hertaald:
ogen
Namelijk: de ogen van uw verstand.
wegen bewaren
Dat is, de wijze en manier van leven, die ik u beveel en voorschrijf, en inzonderheid van het vermijden der hoererij en des overspels.
Hertaald:
wegen bewaren
Dat is: de wijze en manier van leven die ik u opdraag en voorschrijf, en in het bijzonder het vermijden van hoererij en overspel.
diepe gracht,
Te weten der ellenden, waaruit men niet lichtelijk geraken kan, gelijk ook niet uit een engen put; vergelijk boven Spr. 22:14 , en de aantekening.
Hertaald:
diepe gracht,
Namelijk: van de ellende, waaruit men niet gemakkelijk kan komen, zoals ook niet uit een nauwe put; vergelijk hierboven Spr. 22:14, en de aantekening daar.
vreemde vrouw
Zie boven Spr. 2:16 .
Hertaald:
vreemde vrouw
Zie hierboven Spr. 2:16.
loert zij
Te weten op degenen, die zij zoekt te verleiden en in haar onkuische liefde te verstrikken.
Hertaald:
loert zij
Namelijk: op hen die zij probeert te verleiden en in haar onkuise liefde te verstrikken.
een rover;
Of, [een man] des roofs. Vergelijk Job 24:20 , en Job 35:13 en de aantekening. Anders: als [op] een roof. Vergelijk boven Spr. 7:10-15 .
Hertaald:
een rover;
Of: als een man van de roof. Vergelijk Job 24:20, en Job 35:13 en de aantekening daar. Anders: als op een buit. Vergelijk hierboven Spr. 7:10-15.
vermenigvuldigt
Dat is, zij is oorzaak, dat zeer vele mensen in boosheid vervallen en hunnen God ontrouw worden.
Hertaald:
vermenigvuldigt
Dat is: zij is er de oorzaak van dat zeer veel mensen in boosheid vervallen en hun God ontrouw worden.
Bij wien
Dit is een verhaal der plagen en ellenden, die uit de dronkenschap voortkomen, vragenderwijze voorgesteld. De vraag wordt beantwoord in vs.30.
Hertaald:
Bij wien
Dit is een opsomming van de plagen en ellenden die uit de dronkenschap voortkomen, bij wijze van vraag voorgesteld. De vraag wordt in vers 30 beantwoord.
och arme?
Het Hebreeuwse woord schijnt eigen te zijn dengenen, die om de armoede, waarin zij gevallen zijn, groot gekerm maken.
Hertaald:
och arme?
Het Hebreeuwse woord lijkt eigen te zijn aan mensen die luid jammeren over de armoede waarin zij vervallen zijn.
beklag?
Of ijdel geklap, of onnut gezwets en gesnater.
Hertaald:
beklag?
Of: ijdel gepraat, of nutteloos gezwets en gesnater.
wonden
Of, slagen; te weten, die men lichtvaardiglijk op zijn hals haalt met kwaad te spreken door dronkenschap, of de dronkaards te vergezelschappen.
Hertaald:
wonden
Of: slagen, namelijk die men lichtvaardig over zich haalt door in dronkenschap kwaad te spreken of door met dronkaards om te gaan.
vertoeven;
Dat is, lang blijven zitten, zonder van het drinken een einde te kunnen maken.
Hertaald:
vertoeven;
Dat is: lang blijven zitten zonder een einde aan het drinken te kunnen maken.
gemengden
Hebreeuws, menging; dat is, gemengden wijn. Zie boven Spr. 9:2 .
Hertaald:
gemengden
Hebreeuws: menging; dat is: gemengde wijn. Zie hierboven Spr. 9:2.
Zie den wijn
Te weten, met een onmatige begeerte.
Hertaald:
Zie den wijn
Namelijk: met een onmatige begeerte.
verf geeft,
Hebreeuws, oog. Zie Num. 11:7 .
Hertaald:
verf geeft,
Hebreeuws: oog. Zie Num. 11:7.
recht opgaat;
Hebreeuws, in, of met richtigheden gaat, of zich doet gaan; dat is, als hijzich in den beker beweegt en door zijne kracht, als met zandjes, opspringt en recht omhoog stijgt. Anders: recht ingaat.
Hertaald:
recht opgaat;
Hebreeuws: in of met rechtheden gaat, of zich doet gaan; dat is: wanneer hij zich in de beker beweegt en door zijn kracht als met korreltjes opspringt en recht omhoog stijgt. Anders: recht naar binnen gaat.
adder
Anders: basilisk.
Hertaald:
adder
Anders: basilisk.
vreemde vrouwen
Dat is, die de uwe niet zijn. Zie boven Spr. 2:16 .
Hertaald:
vreemde vrouwen
Dat is: die niet van u zijn. Zie hierboven Spr. 2:16.
verkeerdheden
Dat is, alle dingen, welke dienen om uw wellust te verzadigen; of ijdele, lichtvaardige en onnutte redenen, die haat, nijd en twist verwekken.
Hertaald:
verkeerdheden
Dat is: allerlei dingen die dienen om uw wellust te bevredigen; of ijdele, lichtvaardige en nutteloze woorden die haat, nijd en twist opwekken.
gij zult
Te weten, die u met den drank overlaadt.
Hertaald:
gij zult
Namelijk: u die zich met drank overlaadt.
gelijk een,
Te weten, omdat uw hoofd zal ontsteld zijn door de dampen des dranks uit de maag rijzende, gelijk de zee door de winden, die over haar waaien.
Hertaald:
gelijk een,
Namelijk: omdat uw hoofd in de war zal zijn door de dampen van de drank die uit de maag opstijgen, zoals de zee in beroering is door de winden die eroverheen waaien.
hart van de zee
Dat is, in het midden der zee. Zie Ex. 15:8 . De verklaring is Ex. 14:22 , Ex. 14:29 . Alzo het hart des hemels; Deut. 4:11 , enz. Zie aldaar de aantekening.
Hertaald:
hart van de zee
Dat is: in het midden van de zee. Zie Ex. 15:8. De verklaring staat in Ex. 14:22, Ex. 14:29. Zo ook: het hart van de hemel, Deut. 4:11, enzovoort. Zie de aantekening daar.
die in het opperste
Te weten, gelijk in de mars. Versta, een die in groot gevaar is van in enig zwaar ongeluk te vallen.
Hertaald:
die in het opperste
Namelijk: als in het mastkorfje. Versta: iemand die groot gevaar loopt in een zwaar ongeluk te vallen.
Men heeft mij geslagen,
Dit zijn de woorden, die Salomo den dronkaards toeëigent, kortelijk te kennen gevende dat ze zonder gevoel zijn, niet alleen des lichaams, omdat ze de slagen niet gevoelen, maar ook des geestes, omdat ze, den drank nauwelijks uitgeslapen hebbende, terstond weder daaraan willen.
Hertaald:
Men heeft mij geslagen,
Dit zijn de woorden die Salomo de dronkaards in de mond legt; hij geeft daarmee kort te kennen dat zij gevoelloos zijn, niet alleen naar het lichaam — omdat zij de slagen niet voelen — maar ook naar de geest, omdat zij, nauwelijks hun roes uitgeslapen, meteen weer aan de drank willen.
opwaken?
Te weten van den wijn.
Hertaald:
opwaken?
Namelijk: uit de roes van de wijn.
hem nog meer zoeken
Te weten den wijn.
Hertaald:
hem nog meer zoeken
Namelijk: de wijn. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas De spreuk zet twee toestanden van het hart naast elkaar: "Een gezond hart is het leven des vleses; maar nijd is verrotting der beenderen" (Spr. 14:30). Het beeld is lichamelijk, en het wijst naar binnen: geen wond van buitenaf, maar bederf van binnenuit. Waarop de nijd zich richt, staat er telkens bij. Het gaat niet om afgunst in het algemeen, maar om het benijden van wie God de rug toekeert: "Uw hart zij niet nijdig over de zondaren; maar zijt ten allen dage in de vreze des HEEREN" (Spr. 23:17). In het volgende hoofdstuk klinkt die waarschuwing twee keer, en de tweede keer staat de reden erbij: de kwade zal geen beloning hebben (Spr. 24:1,19-20). En in de laatste verzameling wordt de nijd zwaarder genoemd dan openlijke woede: grimmigheid is wreed, "maar wie zal voor nijdigheid bestaan?" (Spr. 27:4). Bijbelse betekenis: Drie dingen vallen op. Het eerste is dat Spreuken de afgunst niet als een kleinigheid behandelt; zij tast het gebeente aan, en dat is de omgekeerde beschrijving van een gezond hart. Het tweede is dat de afgunst hier een geloofsvraag is en geen karaktertrek. Wie de goddeloze benijdt, meet Gods bestuur af aan wat er vandaag te zien is, en dat is te vroeg gemeten. Daarom staat er ook niet alleen een verbod, maar een vervanging: in plaats van nijd de vreze des HEEREN, en dat de hele dag door (Spr. 23:17). Het derde is de reden die het boek geeft. Het einde ligt vast, ook wanneer het begin scheef staat (Spr. 24:20). Dat is dezelfde weg die Asaf ging: hij was nijdig toen hij de vrede van de goddelozen zag (Ps. 73:3), en het keerde pas toen hij in Gods heiligdommen op hun einde lette (Ps. 73:17). Typologie: Jakobus zegt wat de nijd in een gemeente aanricht: "waar nijd en twistgierigheid is, aldaar is verwarring en alle boze handel" (Jak. 3:16). Paulus zet er in het hoofdstuk over de liefde de tegenpool naast, en hij doet dat in één woord: "de liefde is niet afgunstig" (1 Kor. 13:4). De genezing ligt dus niet in het wegdrukken van het gevoel, maar in een liefde die een ander het goede gunnen kan. Spr. 14:30; Spr. 23:17; Spr. 24:1; Spr. 24:19-20; Spr. 27:4; Ps. 73:3; Ps. 73:17; Jak. 3:16; 1 Kor. 13:4 "Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken" (Spr. 22:6). Er staan twee dingen in. Het onderwijs begint vroeg, en het gaat naar de eis van zijn weg, dus afgestemd op dit kind en niet op kinderen in het algemeen. Even verder staat dat de dwaasheid in het hart van de jongen gebonden is en dat "de roede der tucht" haar daar ver vandaan doet (Spr. 22:15). In het volgende hoofdstuk klinkt dat nog scherper (Spr. 23:13-14). Dit zijn spreuken en geen wetten; zij zeggen in de gedrongen vorm van dit boek dat een kind leiding nodig heeft en dat verwaarlozing hem duur komt te staan. De grenzen van het Nieuwe Testament horen erbij: "verwekt uw kinderen niet tot toorn" (Ef. 6:4), en "tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden" (Kol. 3:21). Bijbelse betekenis: Twee dingen moeten hier uit elkaar gehouden worden. Het eerste is wat de spreuken zeggen: een kind wordt niet vanzelf wijs, en wie hem laat begaan, laat hem alleen. Het tweede is de vorm waarin dat gezegd wordt. De roede is in de Schrift ook het gereedschap van de herder, dat leidt en terughaalt (Ps. 23:4). Het register leidt uit deze verzen geen opvoedmethode af, en het beveelt geen lichamelijke straf aan. De grenzen komen uit de Schrift zelf, en zij zijn scherp getrokken. Een vader mag zijn kinderen niet tot toorn verwekken, maar moet hen opvoeden in de lering en vermaning des Heeren (Ef. 6:4); hij mag hen niet tergen, opdat zij niet moedeloos worden (Kol. 3:21). Wat uit drift gebeurt en niet tot wijsheid van het kind dient, valt daarmee buiten deze spreuken. En wat de overheid in dit opzicht van ouders vraagt, gehoorzaamt de gelovige om des Heeren wil, zolang zij niet tegen Gods Woord ingaat (Rom. 13:1). Wat blijft staan is de opdracht zelf: onderwijzen, vroeg beginnen, en het kind nemen zoals het is. Merk ten slotte op dat Spr. 22:6 geen garantie geeft. Een spreuk is een regel en geen belofte (reeds behandeld bij Spr. 10:1). Dat is van gewicht voor ouders die hun kind zien afdwalen; zij lezen hier geen vonnis over hun opvoeding. Typologie: Paulus herinnert Timotheüs aan wat vroeg begonnen was: "dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt" (2 Tim. 3:15). En de Hebreeënbrief tekent hoe God Zelf Zijn kinderen opvoedt (reeds behandeld bij Hebr. 12:5-11). Spr. 22:6; Spr. 22:15; Spr. 23:13-14; Spr. 10:1; Ps. 23:4; Ef. 6:4; Kol. 3:21; Rom. 13:1; 2 Tim. 3:15; Hebr. 12:5-11 "Zet de oude palen niet terug, die uw vaderen gemaakt hebben" (Spr. 22:28). De palen waren de grensstenen tussen de akkers. Wie zo'n steen ongemerkt een eind verzette, stal land zonder dat iemand het merkte, en hij stal het van iemand die het meestal niet kon bewijzen. In het volgende hoofdstuk keert het vers terug met een toevoeging: "Zet de oude palen niet terug; en kom op de akkers der wezen niet" (Spr. 23:10). En dan volgt de reden: "hun Verlosser is sterk; Die zal hun twistzaak tegen u twisten" (Spr. 23:11). Hetzelfde is even eerder gezegd over de arme in de poort: beroof hem niet, want de HEERE zal hun twistzaak twisten (Spr. 22:22-23). Bijbelse betekenis: Let op wie hier tegenover de dief komt te staan. Niet de wees, want die kan niets, maar God Zelf. Het woord dat met Verlosser vertaald is, is het woord voor de losser: de naaste bloedverwant die opkwam voor wie zichzelf niet kon redden (reeds behandeld bij Lev. 25:25). God neemt die plaats in bij wie geen familie meer heeft om hem te verdedigen. Merk daarnaast op dat het om verborgen onrecht gaat, net als bij de weegsteen (Spr. 11:1). Onrecht dat niemand ziet, wordt in dit boek telkens rechtstreeks aan God voorgelegd. En let op het woord sterk. Er staat niet dat hun Verlosser rechtvaardig is, wat ook waar is, maar dat Hij sterk is; dat is wat de wees nodig heeft. Typologie: Job noemde dezelfde Verlosser op het ogenblik dat hij geen mens meer had die voor hem opkwam (reeds behandeld bij Job 19:25). Spr. 22:22-23; Spr. 22:28; Spr. 23:10-11; Spr. 11:1; Lev. 25:25; Job 19:25 "Vermoei u niet om rijk te worden; sta af van uw vernuft" (Spr. 23:4). Dan volgt het beeld: "Zult gij uw ogen laten vliegen op hetgeen niets is?" (Spr. 23:5). Het bezit maakt zich vleugels als een arend die naar de hemel vliegt. In hetzelfde hoofdstuk staan twee maaltijden waarbij ditzelfde speelt. De eerste is die van een heerser, waarbij de gast scherp moet letten op wie voor hem zit en zijn keel moet bedwingen (Spr. 23:1-2). De tweede is die van een man die boos van oog is en wel "Eet en drink!" zegt, terwijl zijn hart niet bij zijn gast is (Spr. 23:7). Bijbelse betekenis: Er staat niet dat rijkdom zonde is, en ook niet dat werken verkeerd is. Wat afgeraden wordt, is het najagen: de inspanning die op geld gericht is en er niet meer vanaf komt. Merk op dat het werkwoord vermoeien gebruikt wordt. Het gaat om iets wat een mens verslindt en waarvoor hij de rest laat liggen. Let ook op de twee maaltijden ernaast. Wie iets van een ander verwacht, betaalt daarvoor met zijn vrijheid; hij moet letten op zijn gastheer in plaats van op zijn eten. En let op de vleugels. Het beeld zegt niet dat rijkdom altijd verdwijnt, maar dat zij het kan, en dat wie erop rekent op iets rekent dat wegvliegen kan. Typologie: Paulus schrijft het bijna in dezelfde bewoordingen: "die rijk willen worden, vallen in verzoeking, en in den strik" (1 Tim. 6:9). De Heere Jezus wijst aan waar de zaak werkelijk beslist wordt: "waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn" (Matt. 6:21). Spr. 23:1-7; Matt. 6:21; 1 Tim. 6:9 "Koop de waarheid, en verkoop ze niet, mitsgaders wijsheid, en tucht, en verstand" (Spr. 23:23). Het beeld van kopen betekent hier dat er iets voor over moet zijn; er wordt alleen niet gezegd hoeveel. Om dit vers heen staan verzen die dezelfde richting op wijzen. Het hart moet zich tot de tucht begeven en het oor tot wat er te leren valt (Spr. 23:12). Ouders mogen zich verblijden over een wijze zoon (Spr. 23:24-25). En dan komt de diepste vraag van deze rede: "Mijn zoon! geef mij uw hart, en laat uw ogen mijn wegen bewaren" (Spr. 23:26). Bijbelse betekenis: Er wordt een prijs genoemd maar geen bedrag, en dat is met opzet. Wat de waarheid kost, verschilt per mens; voor de een is het tijd, voor de ander zijn goede naam bij mensen die haar niet willen. Merk vooral op de tweede helft van het vers: en verkoop ze niet. Wat iemand eenmaal gekocht heeft, kan hij later weer ruilen voor iets wat op dat ogenblik meer opbrengt, en dat is het gevaar dat hier benoemd wordt. Let ten slotte op Spr. 23:26. De vader vraagt niet om instemming, om gehoorzaamheid of om goede resultaten, maar om het hart. Daarmee staat dit boek dichter bij het Evangelie dan het op het eerste gezicht lijkt. Typologie: De Heere Jezus bidt voor Zijn discipelen met dezelfde maatstaf: "Uw woord is de waarheid" (Joh. 17:17). Spr. 23:12; Spr. 23:23-26; Joh. 17:17 Het hoofdstuk sluit met zes vragen: bij wie is wee, bij wie gekijf, bij wie het beklag, bij wie wonden zonder oorzaak, bij wie rode ogen (Spr. 23:29)? Het antwoord staat er meteen achter: bij hen die bij de wijn vertoeven (Spr. 23:30). Daarna volgt de raad, en die gaat over het kijken: "Zie den wijn niet aan, als hij zich rood vertoont" (Spr. 23:31). De reden is dat hij in zijn einde bijt als een slang en steekt als een adder (Spr. 23:32). Het slot beschrijft de man die de volgende morgen niet meer weet wat er gebeurd is en toch besluit: "Ik zal hem nog meer zoeken!" (Spr. 23:35). Eerder in het boek staat dat de wijn een spotter is (reeds behandeld bij Spr. 20:1). Bijbelse betekenis: Let op de opbouw van dit gedeelte. Het begint niet met een verbod maar met de gevolgen, en die worden in vragen gezet zodat de lezer ze zelf invult. Pas daarna komt de raad, en die zet in bij het aanzien van de beker en niet bij het drinken. Het zwaarste staat in het laatste vers. Daar wordt niet meer beschreven wat de drank doet, maar wat zij van een mens maakt: hij weet dat het hem schaadt en zoekt het opnieuw. Daarmee benoemt de Schrift een macht, en niet alleen een gewoonte. Wie dit bij zichzelf herkent, doet er goed aan het niet alleen te dragen maar erover te spreken met iemand die helpen kan. Nergens stelt de Schrift de eer van het zwijgen boven de redding van een mens. Typologie: Paulus zet tegenover de dronkenschap niet de onthouding maar de vervulling: "wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest" (Ef. 5:18). En hij noemt de vrijheid die hier op het spel staat: "ik zal onder de macht van geen mij laten brengen" (1 Kor. 6:12). Spr. 23:29-35; Spr. 20:1; Ef. 5:18; 1 Kor. 6:12 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas John Bunyan tekent de pelgrims zoals zij eens door Vanity Fair trekken; en op die kermis was allerlei koopwaar te vinden, bestaande uit de praal en de ijdelheden, de lusten en de genoegens van dit tegenwoordige leven en van het vlees. Toen nu alle kooplieden deze vreemde pelgrims de kermis binnen zagen komen, begonnen zij te roepen zoals verkopers doen: koop, koop, koop — koop dit en koop dat. Daar waren de priesters in de Italiaanse rij met hun kruisbeelden en hun rozenkransen. Daar waren die in de Duitse rij met hun wijsbegeerten en hun bovennatuurkunde. Daar waren die in de Franse rij met hun modes en hun aardigheden. Maar het ene antwoord dat de pelgrims aan alle kooplieden gaven was dit: zij keken op en zeiden — wij kopen de waarheid; wij kopen de waarheid. En zij zouden hun weg vervolgd hebben als de mensen van de kermis hen niet in de kooi gezet en daar vastgehouden hadden: de een om in een wagen van vuur naar de hemel te gaan, en de ander om daarna zijn reis alleen voort te zetten. Geef ons elke dag ons dagelijks brood. Lukas 11:3 Ik vind eten lekker. Jij ook? Eten is iets wat we elke dag moeten doen, maar het kan ook… Uw hart zij niet nijdig over de zondaren, maar wees de hele dag door in de vreze des Heeren; Want zeker, er komt een einde, en uw verwachting… Mijn zoon, geef mij uw hart. Spr. 23:26 Het is de wijsheid, die hier spreekt. Wijsheid, is slechts een andere benaming voor God, of nog beter, voor de… Koop de waarheid en verkoop ze niet. Spr. 23:22 Als Bunyan de pelgrims beschrijft, die door de ijdelheidskermis gaan, zegt hij: – "Wat de kooplieden niet weinig vermaakte… Mijn zoon! geef mij uw hart, Spreuken 23:26 Socrates kreeg op zijn verjaardag een geschenk van al zijn leerlingen, en sommigen brachten veel, anderen minder. Onder de overigen… Vermoei u niet om rijk te worden; sta af van uw vernuft. SPREUKEN 23:4 Ik kende je vader goed. Hij begon het leven zoals de meeste mensen zouden willen… Uw hart zij niet nijdig over de zondaren; maar zijt te allen dage in de vreze des Heeren. Want zekerlijk, er is een beloning; en uw verwachting zal… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Spreuken 23
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Ter overdenking
Verdiepende artikelen
Voedsel
De hele dag door
Spr. 23:26 - Geef mij uw hart
Spr. 23:22 - Aan hemelse kooplieden
Een geschenk
Een onvergankelijke rijkdom
Jaloezie


Spreuken 23
Spurgeon heeft dit hoofdstuk niet doorlopend uitgelegd. Wel liet hij bij vers 23 een overdenking na.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Als gij aan tafel aangezeten zult zijn, om met eenmachtigen heerser, of met een koning te eten, zo zult gij scherpelijk letten op degene, die voor uw aangezicht is, omdat hij niet uws gelijken maar een hoger persoon is, dan gij zijt. De gehele afdeling (vs. 1-8) staat in nauw verband met het laatste vers aan het vorige Hoofdstuk, en zal aanwijzen, hoe iemand, die door ijver in zijn beroep het vertrouwen des konings heeft gewonnen, en veeltijds in zijne naaste omgeving is geplaatst, voorzichtig en gematigd in alle begeerten zijn moet, om niet in het grootste gevaar te komen.
En gij zet een mes aan uwe keel, gij brengt uw leven in het ergste gevaar, indien gij een gulzig mens zijt, onmatig in eten en drinken.
Laat u, verleid wordende door de hoge plaats en het vertrouwen, dat de koning u geschonken heeft, niet gelusten het genot zijner smakelijke spijzen, zijner lekkernijen, of zijner vermaken en bijzondere voorrechten mede te hebben; want dat alles is een bijzonder voorrecht voor den koning, maar het is een leugenachtig brood voor u; het ontglipt u, wanneer gij er naar grijpt. Wilt gij veilig zijn in den dienst van enen vorst of enen machtigen heer en zijn vertrouwen blijven genieten, toon dan steeds de stipste eerlijkheid en onbaatzuchtigheid, toon niet, dat gij door uwe hoge plaats, eigen voordeel wilt bejagen, maar dien slechts. De wijze zegt ons, dat men enen koning moet naderen als een vuur, niet te nabij, om zich niet te branden, niet te ver af, om toch altijd er door verwarmd te worden. Toen Solon naar Croesus gaan wilde, zei Esopus tot hem: Spreek toch met koningen zo weinig of zo vriendelijk als mogelijk is.
Aan het hof is vals brood, daar steeds de een den ander wil overtreffen in liegen en huichelen, totdat hij hem naar beneden werkt en zich zelven in de hoogte. -Met grote heren is het slecht kersen eten. Aan de genadetafel des Heeren bij het heilige avondmaal is het hoogst noodzakelijk met bijzonderen eerbied en ootmoed te verschijnen, want daar heeft men immers te doen met den Koning der koningen.
Vermoei u ook niet om rijk te worden, sta af van uw vernuft, van uwe slimheid, wanneer het alleen dient om u middelen te doen bedenken ter verkrijging van aardse schatten, van vergankelijke rijkdommen. Naar rijkdom te trachten, die vergankelijk is en de ziel niet verzadigen kan, is zondige dwaasheid; voor een hemel moeten wij schatten verzamelen, die eeuwig blijven.
Zult gij in begeerlijkheid uwe ogen laten vliegen op hetgeen niets is, naar een genot of een bezit dat voor u terugwijkt, wanneer gij er naar grijpt? Want het door u begeerde, onbereikbare goed zal zich gewis vleugels maken, gelijk een arend die naar den hemel vliegt,
en zo staat gij dan na al uwe moeite, na al uw ijdel streven, bedrogen door den schijn (Prediker 6: 9).
In vs. 4 en 5 waarschuwt de Spreuken-dichter, tegen het wroeten en zich inspannen van velen, om rijkdom te verwerven, om door allerlei middelen zich schatten te vergaderen, zodat de zinnen daarop enkel zijn gezet en om geestelijke dingen er geen bekommernis is. Het is hetzelfde als wat de Heere Christus zegt, in Matth. 6: 19,20. In vs. 5 wijst de dichter op het ijdele er van, dewijl het zo dikwijls blijkt, dat al wat van de aarde is, aan een niets, aan een schaduw gelijk is, en het niet te bereiken is, als of de wind er mede in de hoogte vliegt, of even snel verdwijnt als een arend uit het gezicht. De Heere wijst in Matth. 6 dan ook op de schatten, die niet vergaan en niet weggeroofd kunnen worden.
Zo als gij u nu hoeden moet voor ene al te nauwe gemeenschap met enen koning of vorst, eet ook het brood niet desgenen, die boos is van oog, 1) vlied allen vertrouwelijken omgang met hen, en wees niet belust op zijne smakelijke spijzen.
Letterlijk: den scheelziende, d.w.z. den egoïst, die alleen voor zich zelven leeft, en een ander niets gunt. Vandaar ook dat de betekenis van vs. 7 is, dat hij u, in zijn hart, elke bete misgunt, ze als het ware telt, hoewel hij vriendelijk en schijnbaar gul zegt: Eet en drink! Het is daarom dan ook, dat men als zulks gemerkt wordt, een walg heeft aan zulk een onthaal, en wel wilde, dat men er geen gebruik van had gemaakt.
Want gelijk hij bedacht heeft in zijne ziel, alzo zal hijwel vriendelijk op enen uitnodigenden toon tot U zeggen: Eet en drink! maar zijn hart is toch niet oprecht met u; hij gunt u niets; en hij is een vijand van geven of diensten te bewijzen.
Uwe bete, die gij, in het vertrouwen op zijne schijnbaar vriendelijke uitnodiging gegeten hebt, zoudt gij met verontwaardiging en walging om den wangunst van dezen schijnvriend weer uitspuwen; de pogingen, die gij hebt aangewend, om zijn vertrouwen te winnen, zoudt gij wel willen terugnemen, omdat hij niet in staat is enige degelijke liefde te bewijzen; en gij zoudt uwe lieflijke woorden, waarmee gij zulk een man hebt gedankt voor zijn gul onthaal, verderven, wel willen dat ge ze niet gesproken hadt. De gehele afdeling (vs. 1-8) dient om den wijze behoedzaamheid en terughoudende gematigdheid in het verkeer met machtigen en rijken aan te bevelen, omdat deze, ziende, dat een ander van hun macht en rijkdom voordeel trekt, ook licht nijdig of ijverzuchtig worden. Het “aan tafel zitten en eten” is echter alleen een beeld van enen vertrouwelijken, winst of genot aanbrengenden, omgang met hen. Elk genot, dat gij in den omgang met hen hebt, dit leert de Spreuk, zal vergald worden, zodat gij zoudt wensen het nooit gesmaakt te hebben.
a) Spreek niet voor het oor van een zot, die zijn hart opzettelijk voor ieder woord, dat uit de vreze Gods voortvloeit, of getuigenis van haar geeft, sluit; gij behoeft niet te hopen hem te winnen; want hij zou het verstand uwer woorden verachten, ofschoon zij voortvloeien uit de wijsheid, die gij van God verkregen hebt; gij moet uwe paarlen niet voor de zwijnen werpen.
Spreuken 9: 8. Matth. 7: 6.
a) Zet de oude palen, de grenspalen, die in vroegere dagen gezet zijn, niet terug, om daardoor uw bezit te vergroten, en kom op de akkers der wezen niet, om u die toe te eigenen, alsof u daarom, wijl zij te zwak zijn om zich te verdedigen tegen onrecht, niets zou kunnen overkomen.
Spreuken 22: 28.
Want, al hebben zij ook geen wreker of goël onder de mensen, die verplicht is hun gekrenkte onschuld te verdedigen (Leviticus 25: 49 ), hun Verlosser, hun wrekende Beschermer is sterk, ja is de Sterke bij uitnemendheid, de Heere, de rechte Goël (Job 19: 25), die zal hun twistzaak tegen u twisten, 1) en hun teruggeven hetgeen hun door u op ene onrechtvaardige wijze is ontnomen (Psalm 68: 6. (Mal. 3: 5).
Weduwen en wezen bekleden in de H. Schrift een grote plaats. Ook hier waarschuwt de Spreuken-dichter ernstig tegen het te kort doen der wezen, dewijl de Heere God hun rechtzaak zal rechten, hun verlosser zal wezen. Een wees is hij den Heere ontfermd. De Heere noemt zich dan ook een Rechter der weduwen, en een Vader der wezen.
Begeef uw hart altijd gewillig en met zachtmoedigheid tot de tucht, tot de vernederende straf en de openbaarmaking van uwe ellende door de zonde, en neig uwe oren tot de verstandige redenen derware wijsheid en wetenschap (Hoofdstuk 18: 15 ). Niet alleen onderwijzing, maar ook tucht en straf moet men gaarne aannemen, wanneer men wijs wil worden.
a) Weer door dwaze en verkeerde liefde de tucht van den jongen, in wiens hart steeds dwaasheid gevonden wordt, niet; want als gij hem met de roede zult slaan, zal hij daardoor niet sterven; zijne verkeerde lusten en zijne eigenzinnigheid moeten van jongs af bestreden worden; daardoor zal hij niet alleen van het eeuwige verderf gered worden, maar ook van enen schandelijken dood, waartoe hij mogelijk door den aardsen rechter zou kunnen veroordeeld worden, indien hij bleef volharden in zijne goddeloosheid.
Spreuken 13: 24; 19: 18; 22: 15; 29: 15,17. Geselt gij uwen zoon, dan behoeft de beul hem niet te geselen. Hij moet toch eens gekastijd worden, als hij niet deugen wil; het is dan nog beter, dat de vader het doet, dan de scherprechter. Niemand is dien ooit ontlopen, want het is Gods gericht. Vele ouders verdienen aan hun eigene kinderen de hel, omdat zij nalaten hen in godzaligheid op te voeden.
Gij zult hem, wel is waar, met de roede slaan, 1) enhem daardoor gevoelige pijn veroorzaken; maar gij zult daardoor zijne ziel van de eeuwige pijn der hel redden; want de tucht voert tot het leven (Hoofdstuk 4: 13; 15: 24).
Deze kastijding is wel, zolang als zij duurt, een straf van smart voor vader en kind, maar als zij wijselijk bestuurd wordt, met een goed inzicht en einde geschiedt, al biddende tot God om zijn zegen verricht, en van den Heere met zijn genade achtervolgd wordt, zo kan zij een gelukkig middel zijn, om des kinds verderf voor te komen, zijne ziel te redden van de hel. Onze grootste zorg moet zijn voor de zielen des kinderen, en wij moeten hen niet zien in gevaar, om daaraan schade te lijden of hen als vuurbranden uit het verderf trachten te redden; gebruikende daartoe alle mogelijke middelen, opdat het lichaam lijdende, de ziel tenminste behouden blijve, in den dag van den Heere Jezus Christus.
Mijn zoon! zo uw hart door de aanneming der heilzame tucht wijs geworden is, zal niet alleen uw hart zich verheugen, maar mijn hart zal blijde zijn, ja ik zal opspringen van vreugde; want wat zou enen trouwen leraar aangenamer zijn, dan dat zijn leerling door zijnen dienst vruchten des geestes voortbrengt?
En mijne nieren, 1) al wat in mij is, mijne ingewanden zullen van vreugde opspringen, als uwe lippen billijkheden spreken zullen, 2) en waarheid en recht zullen voortbrengen; want daardoor zult gij eerst openbaren, wanneer gij wijs wordt.
Door de nieren worden hier voorgesteld de tederste en innigste aandoeningen der ziele. Heeft eerst de dichter gesproken van den zoon, die de roede nodig heeft, hier spreekt hij van den zoon, die in waarheid de wijsheid betracht, wijs is geworden. Is het een recht geaard vader immer tot smart als hij de roede moet gebruiken, het is hem tot een innige en heerlijke vreugde als hij mag zien, dat zijn zoon in de wegen des Heeren wandelt. Daarom komt ook in het volgende vers de vermaning dat de wandel ten alle dage zij in de vreze des Heeren, omdat deze vreze het ware, het enige beginsel is der ware wijsheid.
Na het ondervinden van de genade van God is er gene grotere vreugde op aarde, dan wanneer men vreugde en eer door zijne kinderen geniet.
a) Uw hart zij niet nijdig en jaloers over den voorspoed van de zondaren, die Gods woord verachten en genoegen vinden in de wereld en hare lusten; zie hunnen glans en hun lekkernijen niet met een begerig oog aan; maar zijt liever te allen dage vol ijver om te wassen in de vreze des HEEREN.
Psalm 37: 1; 73: 3. Spreuken 24: 1,19.
a) Want zeker, er is ene beloning, 1) ene zalige toekomst voor den vromen, den getrouwen dienaar van God, al moet hij ook voor het tegenwoordige lijden; en uwe verwachting op de hulp van God, en op de verschijning van de hope Israëls, zal niet afgesneden worden. 2)
Spreuken 24: 14.
In het Hebr. Ki im-jeesch acharith. Beter: Letterlijk er is een toekomst. M.a.w. wie ten alle dage in de vreze des Heeren is, kan op een gelukkige toekomst hopen en deze verwachten, terwijl het waar is, wat de Heere God elders zegt: Die Mij eren, zal Ik eren. Beloning moet hier dan opgevat worden in den zin aan, een heerlijke en gelukkige toekomst.
Het ware goed der vromen is nog toekomstig, des te minder moeten zij zich aan het tegenwoordige schijngoed der goddelozen vergapen. Hoe veel reden hebben wij om aan de oude onveranderlijke grondslagen der ware godsvrucht onwankelbaar getrouw te blijven. Er zijn drie voortreffelijke behoedmiddelen tegen de zonde, namelijk: 1. Het mijden van slechte voorbeelden; 2. Eerbied voor God; 3. De gedurige herinnering aan den zegen der deugd.
Hoort gij, mijn zoon! gaarne naar mijne woorden, want zij zijn de woorden van God; en wordt wijs, en richt uw hart, uw ganse wezen, met al uwe gedachten, neigingen en daden op den enigen waren weg, die heenleidt naar het geluk op aarde en het eeuwige heil; het is de weg der wijsheid, die recht voor u uit ligt. (Hoofdstuk 9: 6; 10: 17; 16: 17).
{a} Zijt vooral niet onder de wijnzuipers, noch onder de vleesvreters; die bij overdadige maaltijden aan de afgoden hunner begeerlijkheden offeren, en door onmatigheid hun eigen lichaam verwoesten. {a} Jes. 5: 22. Luk. 21: 34. Rom. 13: 13. Efeze. 5: 18.
Want een zuiper en vraat zal arm worden; en de sluimeringvan iemand, die door zijne uitspattingen, zijn zweven van het ene genot tot het andere traag en slaperig wordt, doet eindelijk verscheurde klederen dragen, 1) en zal ten laatste met de schande van den bedelstaf eindigen.
De wijze koning ontleent een reden tegen deze zonde uit derzelver kostbaarheid en uit hare strikken tot verarming van den mens. Want zo de mensen zich van dit kwaad niet willen laten afschrikken door het verderf, welke het aan hunnen tijdelijke belangen kan toebrengen, welke hen toch meestal het naaste aan het hart liggen, geen wonder dan dat zij er zich niet van laten afschrikken door iets, het welke hen uit Gods Woord bericht wordt wegens de nadelen, welke het aan hun geestelijk en eeuwig belang reeds waarlijk toebrengt.
a) Hoor naar uwen vader, want hij is het, die u gewonnen en opgevoed heeft, en daarom verdient hij uwe gehoorzaamheid; en veracht uwe moeder ook niet, als zij oud, zwak en gemelijk geworden is.
Spreuken 1: 8. In de ogen van goddeloze kinderen is gewoonlijk niets verachtelijker, dan ene oude moeder, en toch is degene, die zijne moeder bedroeft, door den Heere vervloekt!.
a) Koop, verwerf met alle inspanning en moeite, door allerlei zelfopoffering (Hoofdstuk 16: 16. (Matth. 13: 34,46) de waarheid, zowel de eeuwige waarheid, die uit God is, als ook die aan het hart, en verkoop ze nietweer, hetzij door snode geringschatting, of voor het linzengerecht van den lust des vleses en der wereld, mitsgaders de begeerlijkheid der ogen; mitsgaders wijsheid, en tucht, en verstand, waardoor gij het goede van het kwade, de waarheid van de leugen zult leren onderscheiden.
Spreuken 4: 7. Het onderzoek der waarheid sluit de volgende zeven plichten in zich: 1. wees opmerkzaam; 2. laat u de arbeid niet afschrikken; 3. handel met oordeel; 4. luister meer naar de stem van het verstand dan naar vooroordelen; 5. wees leerzaam; 6. betoom uwe onverzadelijke weetgierigheid; 7. wanneer gij uw verstand wilt verlichten, bedwing dan eerst uw hart. De waarheid kopen, is met alle macht en ten koste van alles wat haar in de weg staat, naar de waarheid staan, de waarheid in bezit krijgen; en de waarheid verkopen is haar verachten, om wat deze wereld aanbiedt. Het ene is alles veil hebben, om die ene parel van grote waarde te verkrijgen, het andere is haar verliezen, omdat men hare belijdenis verwerpt en aan haar heerschappij zich onttrekt. De Apostel vermaant om het voorbeeld der gezonde leer te blijven vasthouden.
a) De vader des rechtvaardigen, die enen zoon heeft, die in Gods wegen wandelt, zal zich zeer verheugen; en die enen wijzen zoon gewint en opvoedt, zal zich over hem verblijden, en hij heeft wel reden daartoe; want de Heere heeft iets groots aan hem gedaan, er is gene zaak waarover hij meer van ganser harte kan juichen.
Spreuken 10: 1; 15: 20; 27: 11.
Daarom streef naar gerechtigheid en wijsheid, en laat uwen vader zich verblijden, ook uwe moeder, en laat haar zich daarover verheugen, die u gebaard heeft.
Mijn zoon! geef mij uw hart, u zelven, met alles wat gij zijt en hebt, tot een eeuwig eigendom, aan mij, de goddelijke wijsheid, die tot heden toe, door den mond van uwen leermeester, tot u gesproken heb, en laat uwe ogen mijne wegen bewaren, want zij mogen soms oneffen en duister zijn, toch zijn zij enkel heil en leven (1 Kronieken 22: 19). Hier is ieder woord van ene diepe betekenis. Geef: men kan het eigen hart geven, ofschoon de overgave aan God zelf niets dan ene vrucht der genade is; men is verplicht het te geven, vrijwillig, gaarne, anders heeft het gene waarde; men moet het geven, want van nature is het niet bij God, al is het ook Zijn rechtmatig eigendom. Ja,…. geven, schenken volkomen, geheel, onvoorwaardelijk geven, zoals God (Joh. 3: 16) ons Zijn Hart, Zijn Eniggeborene in den dood des kruises gegeven heeft. -Mij: niet aan de wereld, niet aan den Satan, die daarom vleien. Mij, aan wien het alleen toebehoort, en die het alleen kan zalig maken. Mijn zoon: gij zijt Mijn eigendom, Ik heb u bij uwen naam geroepen en u den Mijnen gegeven. Zoon, Ik heb u gebaard naar Mijn welbehagen, gij zijt Mijn geliefde, Mijn trots, Mijne eer. Uw hart, niet enkel dat van uw kind, van uwen vriend, het uwe, u wil Ik hebben! -uw hart verlang Ik, niet uw goed, niet uwen dienst, niet uwe werken, niet uw lijden-niet dat geen, waardoor gij leeft, uwe ziel, uwe liefde, uw leven, ja alles wat u het dierbaarste is. -En laat uwe ogen, uwe overdenkingen, uwe begeerten een welgevallen hebben in Mijne wegen; want dat gij die bewandelt, dat is Mij niet genoeg, zij moeten uwe vreugde zijn. Mijne wegen, wegen, die menigmaal niet de uwe zijn (Joh.21: 18); de wegen, die Ik u in Mijn woord, in de wet en in het Evangelie getoond heb, waarin Ik u voorgegaan ben naar Golgotha, waarop Ik u leid tot uw heil (Psalm 119: 30. Jes. 59: 8). -Daardoor zult gij een hart krijgen vervuld met het geloof aan God, met liefde tot den Heere Jezus, met een levendige en verblijdende hoop op de toekomst, met de lijdzaamheid en de gezindheid van Christus in nederigheid en zachtmoedigheid, waardoor u de overgave nimmer berouwen zal. Hiertoe wordt vereist een bespiegeling en bewonderende overdenking van de Goddelijke leidingen, een beschouwing van de wondere wegen der hemelse wijsheid, een omzichtige opmerking op onze eigene paden, een zuivere gewilligheid, om ons aan Gods bevelen, zonder morren of tegenspreken, te onderwerpen en eindelijk een ongekrenkte standvastigheid in de aankleving van onzen plicht en alle de voorschriften der ware Wijsheid.
a) Want ene hoer, die uw hart aan mij, de wijsheid, die uit God is, zoekt te onttrekken, is ene diepe gracht, die u enen zekeren dood berokkent, en ene vreemde, overspelige vrouw, zo als de goddeloze wijsheid dezer wereld er ene is (Hoofdstuk 9: 13 vv.),is een enge put, die degene, die door hare verleidelijke stem er in gevallen is, niet weer loslaat.
Spreuken 22: 14. Die zijn hart voor de lusten dezer wereld inruimt, toont daardoor een vijand van God en de eeuwige wijsheid te zijn. Wat de Heere hier vraagt is het onverdeelde hart, het hart, dat heeft leren breken met al wat van God aftrekt en Hem mishaagt. En daarbij een gedurig en nauwlettend toezien op het bewandelen van de wegen Gods, zodat men zich noch ter linker-, noch ter rechterzijde laat aftrekken van die wegen, waarop het leven en de vrede is te vinden.
Ook loert zij in de donkere schuilhoeken en aan de hoeken der straten en stegen als een rover, die zielen zoekt te vangen, om die in den eeuwigen dood te storten; en zij vermenigvuldigt de trouwelozen onder de mensen, terwijl zij velen, die hun hart nog niet aan de wijsheid Gods hebben overgegeven, door hare verleidelijke kunsten tot trouweloosheid verlokt, en om zich heen verzamelt. Huizen van ontucht zijn derhalve besmettelijke plaatsen in de stad, welke behoorden gedempt en uitgeroeid te worden door dezulken, aan wie de zorg en het toezicht over den openbaren welstand en de burgerlijke wellevendheid en het onderling geluk des vredes is toevertrouwd.
Bij wien is wee? bij wien och arme mens? bij wien gekijf? bij wien het geklag over den verloren tijd, over het verspilde geld en over de beroofde krachten? bij wien wonden en striemen, die men zich zonder oorzaak, door geheel ijdele, nutteloze twisten heeft op den hals gehaald? bij wien de roodheid en dofheid der ogen, die zo klaar aantonen, dat men de nachten in zwelgerij en dronkenschap heeft doorgebracht?
a) Bij degenen, die tot laat in den nacht bij den wijn vertoeven; bij degenen; die bij elkaar komen om gemengden drank, die nog sneller dronken maakt dan de wijn, na te zoeken, en onmatig te drinken.
Jes. 5: 11,22. Prediker 10: 16 vv. Ook hier (vs. 27-30) volgt op de waarschuwing tegen de zonde der ontucht onmiddellijk de waarschuwing tegen de zucht naar wijn en sterken drank, als twee uitingen van de begeerlijkheid des vleses, die altijd gepaard gaan en even verderflijk zijn in hare gevolgen.
Alle zonden gaan zo lieflijk naar binnen, en smaken den mond zo aangenaam; maar daarna worden zij zo bitter als gal, en zo verderflijk als addergif.
De wijn is ene edele gave van God; het misbruik daarvan is juist daarom te schadelijker, en dus als een dodelijk vergif te vlieden.
Een mens is eerst recht en in geestelijken zin dronken, wanneer hij het grote gevaar, dat zijne ziel loopt, niet bemerkt, en bij alle bestraffing gedurig in zich zelven geruster en onbeschaamder wordt. (Jer. 5: 3).
Zie den wijn, die zovele aanlokkelijkheden ter verleiding heeft, niet aan, als hij zich rood, of hoog geel of roodachtig vertoont, als hij in den beker zijne verve geeft, als paarlen glinstert, en als hij recht op gaat, bruist en schuimt, en uitlokt tot drinken;
In zijn einde, wanneer gij er u aan overgegeven hebt, en er door zijt verhit, zal hij als ene slang bijten, en steken, gift uitspuwen als ene adder, wier beet zo dodelijk is. Salomo wil zeggen: als een mens, die zijn leven liefheeft, een glas met den heerlijksten wijn voor zich ziet, maar weet, dat er vergift onder gemengd is, dan zal hij nooit zo dwaas zijn om er van te drinken. Noch door de schone kleur, noch door den lekkeren smaak zal hij verleid worden, om er zijne lippen mede te bevochtigen. Wanneer ene slang een mens steekt, dan dringt terstond het vergift door alle aderen en delen des lichaams, en weldra moet hij onder de grootste smarten den geest geven. Dit kan ook van het onmatige gebruik van den wijn gezegd worden, die uit de maag doordringt in het hart, het hoofd, de lever en andere inwendige delen van het lichaam, het bloed en de levensgeesten ontsteekt, de zinnen bederft, en zo de oorzaak is, niet alleen van de ziekten des lichaams, maar ook van de verwarring der geestvermogens, ja zelfs soms van den lichamelijken en helaas! ook van den eeuwigen dood.
Uwe ogen zullen, wanneer uw geest en lichaam door den drank verhit is, met begeerlijkheid naar vreemde vrouwen 1) zien, en uw hart zal verkeerdheden, onzinnige en goddeloze dingen van God en de wereld tot u zelven en tot anderen spreken; alzo zal de wijn hart en zinnen verbijsteren.
Anderen, (zoals Delitzsch) vertalen: Zullen vreemde dingen zien, in verband met het tweede gedeelte van het vers, en verklaren dan dit van den overspannen toestand van den dronkaard, die allerlei visioenen heeft, en zich in zijn benevelden toestand in droombeelden verlustigt. Salomo waarschuwt hier tegen het zich dronken drinken aan den wijn, wat vooral dan kon gebeuren, wanneer men dezen onvermengd dronk. Over den onvermengden wijn wordt hier gesproken. Wie den wijn dronk, zoals het betaamde, vermengde haar met water.
En gij zult zijn, gelijk een die, bedwelmd en zonder bewustzijn in het hart, op den bodem van de zee slaapt, zonder van het gevaar, dat u omringt bewust te zijn; en gelijk een, die in het opperste van den mast slaapt, waar hij heen en weer wordt bewogen door de slingeringen van het schip, en aan de grootste gevaren is blootgesteld.
Men heeft mij geslagen, zult gij zeggen, in de bedwelming uwer dronkenschap, en ik ben niet ziek geweest, ik heb geen pijn er door gehad; men heeft mij gebeukt en gestoten, en ik heb het niet gevoeld. Maar ofschoon gij reeds onverschillig zijt voor schande, en alle vrees voor smaad en straf verloren hebt, toch zal wel in nuchtere ogenblikken het verschrikkelijke van uwen toestand u voor ogen komen, en gij zult zeggen: wanneer zal ik eindelijk eens opwaken, en van die verderflijke zucht naar drank verlost worden? Maar wanneer gij op u zelven vertrouwt, zal het alles te vergeefs zijn: het einde zal erger zijn dan het begin; gij zult als in wanhoop uitroepen: ik zal hem nog meer zoeken! Voorzeker moet deze treffende schilderij der dronkenschap ons het verfoeilijke van die ondeugd doen zien. Welk ene verontschuldiging blijft daardoor over voor een dronkaard, die den Bijbel gelezen heeft? Hoe zal zijn mond gestopt worden in den jongsten dag! Hoe zal hij zich zelven vervloeken in de eeuwigheid, dat hij zich eerst gelijk gemaakt heeft met een beest, en daarna met een duivel!. De Wijsheid schijnt in deze hoofdstukken tot ons te spreken even als in het begin van het Boek; want van vele dingen kan men niet bepaald zeggen, dat Salomo die tot zijnen zoon of den lezer sprak. Zij moeten beschouwd worden als de woorden van Christus tot den zondaar. Zoeken wij dan in de vreze Gods te leven al onze dagen, en wachten wij op de genade van onzen Heere Jezus Christus ten eeuwigen leven.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel