Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
De naamH8034 is uitgelezenerH977 dan groteH7227 rijkdomH6239, de goedeH2896 gunstH2580 dan zilverH3701 en dan goudH2091.
De naam is uitgelezener dan grote rijkdom, de goede gunst dan zilver en dan goud.
KJV
A good name2
is rather to be chosen1
than great4
riches,3
and loving8
favour7
rather than silver5
and gold.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
RijkenH6223 en armenH7326 ontmoetenH6298 elkander; de HEEREH3068 heeft hen allenH3605 gemaaktH6213.
Rijken en armen ontmoeten elkander; de HEERE heeft hen allen gemaakt.
KJV
The rich1
and poor2
meet together:3
the LORD6
is the maker
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Een kloekzinnigH6175 mensH7200 ziet het kwaadH7451, en verbergtH5641 zich; maar de slechtenH6612 gaan henen door, en worden gestraftH6064.
Een kloekzinnig mens ziet het kwaad, en verbergt zich; maar de slechten gaan henen door, en worden gestraft.
KJV
A prudent1
man foreseeth2
the evil,3
and hideth4
himself: but the simple5
pass on,6
and are punished.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Het loonH6118 der nederigheidH6038, met de vrezeH3374 des HEERENH3068, is rijkdomH6239, en eerH3519, en levenH2416.
Het loon der nederigheid, met de vreze des HEEREN, is rijkdom, en eer, en leven.
KJV
By1
humility2
and the fear3
of the LORD4
are riches,5
and honour,6
and life.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
DoornenH6791 en strikkenH6341, zijn in den wegH1870 des verkeerdenH6141; die zijn zielH5315 bewaartH8104, zal zich verreH7368 van die maken.
Doornen en strikken, zijn in den weg des verkeerden; die zijn ziel bewaart, zal zich verre van die maken.
KJV
Thorns1
and snares2
are in the way3
of the froward:4
he that doth keep5
his soul6
shall be far
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
LeerH2596 den jongenH5288 de eerste beginselenH2596 naar den eisH6310 zijns wegsH1879; alsH3588 hij ookH1571 oudH2204 zal geworden zijn, zal hij daarvan nietH3808 afwijkenH5493.
Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.
KJV
Train up1
a child2
in the way5
he should go:4
and when he is old,8
he will not depart
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
De rijkeH6223 heerstH4910 over de armenH7326; en die ontleentH3867, is des lenersH376 knechtH5650.
De rijke heerst over de armen; en die ontleent, is des leners knecht.
KJV
The rich1
ruleth3
over the poor,2
and the borrower5
is servant4
to the lender.6
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Die onrechtH5766 zaaitH2232, zal moeiteH205 maaienH7114; en de roedeH7626 zijner verbolgenheidH5678 zal een einde nemenH3615.
Die onrecht zaait, zal moeite maaien; en de roede zijner verbolgenheid zal een einde nemen.
KJV
He that soweth1
iniquity2
shall reap3
vanity:4
and the rod5
of his anger6
shall fail.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Die goedH2896 van oogH5869 is, dieH1931 zal gezegendH1288 worden; wantH3588 hij heeft van zijn broodH3899 den armenH1800 gegevenH5414.
Die goed van oog is, die zal gezegend worden; want hij heeft van zijn brood den armen gegeven.
KJV
He that hath a bountiful1
eye2
shall be blessed;4
for he giveth6
of his bread7
to the poor.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
DrijfH1644 den spotterH3887 uit, en het gekijfH4066 zal weggaanH3318, en het geschilH1779 met de schandeH7036 zal ophoudenH7673.
Drijf den spotter uit, en het gekijf zal weggaan, en het geschil met de schande zal ophouden.
KJV
Cast out1
the scorner,2
and contention4
shall go out;3
yea, strife6
and reproach7
shall cease.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Die de reinheidH2890 des hartenH3820 liefheeftH157, wiens lippenH8193 aangenaamH2580 zijn, diens vriendH7453 is de koningH4428.
Die de reinheid des harten liefheeft, wiens lippen aangenaam zijn, diens vriend is de koning.
KJV
He that loveth1
pureness2
of heart,3
for the grace4
of his lips5
the king7
shall be his friend.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
De ogenH5869 des HEERENH3068 bewarenH5341 de wetenschapH1847; maar de zakenH1697 des trouwelozenH898 zal Hij omkerenH5557.
De ogen des HEEREN bewaren de wetenschap; maar de zaken des trouwelozen zal Hij omkeren.
KJV
The eyes1
of the LORD2
preserve3
knowledge,4
and he overthroweth5
the words6
of the transgressor.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
De luiaardH6102 zegtH559: Er is een leeuwH738 buitenH2351; ik mocht op het middenH8432 der stratenH7339 gedoodH7523 worden!
De luiaard zegt: Er is een leeuw buiten; ik mocht op het midden der straten gedood worden!
KJV
The slothful2
man saith,1
There is a lion3
without,4
I shall be slain7
in5
the streets.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
De mondH6310 der vreemdeH2114 vrouwen is een diepeH6013 grachtH7745; op welken de HEEREH3068 vergramdH2194 is, zal daarin vallenH5307.
De mond der vreemde vrouwen is een diepe gracht; op welken de HEERE vergramd is, zal daarin vallen.
KJV
The mouth3
of strange women4
is a deep2
pit:1
he that is abhorred5
of the LORD6
shall fall
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
De dwaasheidH200 is in het hartH3820 des jongenH5288 gebondenH7194; de roedeH7626 der tuchtH4148 zal ze verreH7368 vanH4480 hem wegdoen.
De dwaasheid is in het hart des jongen gebonden; de roede der tucht zal ze verre van hem wegdoen.
KJV
Foolishness1
is bound2
in the heart3
of a child;4
but the rod5
of correction6
shall drive it far
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Die den armeH1800 verdruktH6231, om het zijne te vermeerderenH7235, en den rijkeH6223 geeftH5414, komt zekerlijk tot gebrekH4270.
Die den arme verdrukt, om het zijne te vermeerderen, en den rijke geeft, komt zekerlijk tot gebrek.
KJV
He that oppresseth1
the poor2
to increase3
his riches, and he that giveth5
to the rich,6
shall surely come to want.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
NeigH5186 uw oorH241, en hoorH8085 de woordenH1697 der wijzenH2450, en stelH7896 uw hartH3820 tot mijn wetenschapH1847;
Neig uw oor, en hoor de woorden der wijzen, en stel uw hart tot mijn wetenschap;
KJV
Bow down1
thine ear,2
and hear3
the words4
of the wise,5
and apply7
thine heart6
unto my knowledge.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Want het is liefelijkH5273, alsH3588 gij die in uw binnensteH990 bewaartH8104; zij zullen samenH3162 opH5921 uw lippenH8193 gepastH3559 worden.
Want het is liefelijk, als gij die in uw binnenste bewaart; zij zullen samen op uw lippen gepast worden.
KJV
For it is a pleasant thing2
if thou keep4
them within5
thee; they shall withal7
be fitted6
in thy lips.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
Opdat uw vertrouwenH4009 op den HEEREH3068 zijH1961, maak ik u die hedenH3117 bekendH3045; gij ook maak ze bekend.
Opdat uw vertrouwen op den HEERE zij, maak ik u die heden bekend; gij ook maak ze bekend.
KJV
That thy trust3
may be in the LORD,2
I have made known4
to thee this day,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
Heb ik u nietH3808 heerlijkeH7991 dingen geschrevenH3789 van allerlei raadH4156 en wetenschapH1847?
Heb ik u niet heerlijke dingen geschreven van allerlei raad en wetenschap?
KJV
Have not I written2
to thee
excellent things4
in counsels5
and knowledge,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
Om u bekendH3045 te maken de zekerheidH7189 van de redenenH561 der waarheidH571; opdat gij de redenenH561 der waarheidH571 antwoordenH7725 moogt dengenen, die u zendenH7971.
Om u bekend te maken de zekerheid van de redenen der waarheid; opdat gij de redenen der waarheid antwoorden moogt dengenen, die u zenden.
KJV
That I might make thee know1
the certainty2
of the words3
of truth;4
that thou mightest answer5
the words6
of truth7
to them that send
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
BeroofH1497 den armeH1800 nietH408, omdatH3588 hijH1931 armH1800 is; en verbrijzelH1792 den ellendigeH6041 nietH408 in de poortH8179.
Beroof den arme niet, omdat hij arm is; en verbrijzel den ellendige niet in de poort.
KJV
Rob2
not the poor,3
because he is poor:5
neither oppress8
the afflicted9
in the gate:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
WantH3588 de HEEREH3068 zal hun twistzaakH7379 twistenH7378, en Hij zal dengenen, die hen berovenH6906, de zielH5315 rovenH6906.
Want de HEERE zal hun twistzaak twisten, en Hij zal dengenen, die hen beroven, de ziel roven.
KJV
For the LORD2
will plead3
their cause,4
and spoil5
the soul8
of those that spoiled
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
VergezelschapH7462 u niet metH854 een grammoedigeH639, en ga niet om metH854 een zeer grimmigH2534 manH376;
Vergezelschap u niet met een grammoedige, en ga niet om met een zeer grimmig man;
KJV
Make no friendship2
with an angry5
man;4
and with a furious8
man7
thou shalt not go:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
Opdat gij zijn padenH734 niet leertH502, en een strikH4170 over uw zielH5315 haaltH3947.
Opdat gij zijn paden niet leert, en een strik over uw ziel haalt.
KJV
Lest thou learn2
his ways,3
and get4
a snare5
to thy soul.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
Wees nietH408 onder degenen, die in de handH3709 klappenH8628, onder degenen, die voor schuldenH4859 borgH6148 zijn.
Wees niet onder degenen, die in de hand klappen, onder degenen, die voor schulden borg zijn.
KJV
Be not thou one of them that strike3
hands,4
or of them that are sureties5
for debts.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
ZoH518 gij nietH369 hadt om te betalenH7999, waaromH4100 zou men uw bedH4904 van onderH8478 u wegnemenH3947?
Zo gij niet hadt om te betalen, waarom zou men uw bed van onder u wegnemen?
KJV
If thou hast nothing to pay,4
why should he take away6
thy bed
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
ZetH5253 de oudeH5769 palenH1366 nietH408 terugH5253, dieH834 uw vaderenH1 gemaaktH6213 hebben.
Zet de oude palen niet terug, die uw vaderen gemaakt hebben.
KJV
Remove2
not the ancient4
landmark,3
which thy fathers7
have set.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29
Hebt gij een manH376 gezien, die vaardigH4106 in zijn werkH4399 is? Hij zal voor het aangezichtH6440 der koningenH4428 gesteldH3320 worden; voor het aangezichtH6440 der ongeachteH2823 lieden zal hij niet gesteldH3320 worden.
Hebt gij een man gezien, die vaardig in zijn werk is? Hij zal voor het aangezicht der koningen gesteld worden; voor het aangezicht der ongeachte lieden zal hij niet gesteld worden.
KJV
Seest1
thou a man2
diligent3
in his business?4
he shall stand7
before5
kings;6
he shall not stand9
before10
mean
naam
Versta, een goede naam en eerlijke lof bij de mensen. Naam voor goeden naam. Het woord goed moet hier den zin geven uit het volgende lid van vs.1. Vergelijk boven Spr. 18:22 .
Hertaald:
naam
Versta: een goede naam en eerbare lof bij de mensen. Naam staat hier voor goede naam. Het woord goede moet de zin hier krijgen uit het tweede deel van vers 1. Vergelijk hierboven Spr. 18:22.
goede gunst
Dat is, het goed gevoelen, dat vrome mensen van iemand hebben, en de goede genegenheid, die zij hem toedragen. Vergelijk boven Spr. 3:4 ; de aantekening op het woord gunst.
Hertaald:
goede gunst
Dat is: het goede oordeel dat vrome mensen over iemand hebben, en de goede gezindheid die zij hem toedragen. Vergelijk hierboven Spr. 3:4, de aantekening bij het woord gunst.
ontmoeten
Dat is, zij leven met elkander en hebben den een den ander van doen. Vergelijk onder Spr. 29:13 .
Hertaald:
ontmoeten
Dat is: zij leven met elkaar en hebben elkaar nodig. Vergelijk hieronder Spr. 29:13.
HEERE
Te weten, die den rijke verbiedt den arme te verachten en den arme den rijke te benijden. De rijken zijn gehouden de armen uit liefde te helpen en de armen de rijken voor loon te dienen.
Hertaald:
HEERE
Namelijk: Die de rijke verbiedt de arme te verachten en de arme verbiedt de rijke te benijden. De rijken zijn verplicht de armen uit liefde te helpen en de armen de rijken voor loon te dienen.
kloekzinnig mens
Dat is, die voorzichtig is en kloek van verstand. Zie boven Spr. 1:4 .
Hertaald:
kloekzinnig mens
Dat is: die voorzichtig en scherp van verstand is. Zie hierboven Spr. 1:4.
kwaad,
Te weten, dat schijnt over de mensen te zullen vallen en vorziet zich daartegen om het te ontgaan.
Hertaald:
kwaad,
Namelijk: dat de mensen dreigt te treffen, en hij neemt zijn maatregelen om het te ontgaan.
gaan henen
Te weten, omdat zij niet voorzien het kwaad, dat over hen hangt, of het verachten.
Hertaald:
gaan henen
Namelijk: omdat zij het kwaad dat hun boven het hoofd hangt niet zien aankomen, of het niet serieus nemen.
met
Dat is, die met de vreze des Heeren gevoegd is. In denzelfden zin kunnen de woorden ook overgezet worden, [en] der vreze des Heeren.
Hertaald:
met
Dat is: die met de vreze van de Heere verbonden is. In dezelfde zin kunnen de woorden ook vertaald worden: en van de vreze van de Heere.
rijkdom,
Dat is, gelijk met de ware nederigheid de vreze Gods verenigd is, alzo heeft de vreze Gods de belofte van het tegenwoordige en het toekomende leven; 1 Tim. 4:8 .
Hertaald:
rijkdom,
Dat is: zoals met de ware nederigheid de vreze van God verbonden is, zo heeft de vreze van God de belofte van het tegenwoordige en het toekomende leven; 1 Tim. 4:8.
Doornen
Dat is, ellendigheden en plagen, waarin de boze door zijn kwade werken zo verward en verstrikt wordt, dat hij zich daaruit niet kan redden.
Hertaald:
Doornen
Dat is: ellenden en plagen, waarin de boze door zijn kwade werken zo verward en verstrikt raakt dat hij zich daaruit niet kan redden.
des verkeerden;
Dat is, des onherborenen en desgenen, die vreemd is van de vreze Gods.
Hertaald:
des verkeerden;
Dat is: van de onwedergeborene en van hem die vreemd is aan de vreze van God.
Leer den jongen
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk iemand van jongsaf in enige wetenschap, en voornamelijk in de gronden der heilige leer, tot zijner ziele zaligheid onderwijzen. Vergelijk Gen. 14:14 . Het is hier zoveel als catechiseren, hetwelk dikwijls in het Nieuwe Testament alzo gebruikt wordt. Zie Luc. 1:4 ; Hand. 18:25 ; Rom. 2:18 ; 1 Kor. 14:19 ; Gal. 6:6 .
Hertaald:
Leer den jongen
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk iemand van jongs af in enige kennis onderwijzen, en vooral in de gronden van de heilige leer, tot zaligheid van zijn ziel. Vergelijk Gen. 14:14. Het betekent hier zoveel als catechiseren, zoals het in het Nieuwe Testament vaak gebruikt wordt. Zie Luk. 1:4; Hand. 18:25; Rom. 2:18; 1 Kor. 14:19; Gal. 6:6.
naar den eis
Hebreeuws, naar den mond; dat is, naar den eis of de gelegenheid zijns wegs, dat is zijns ouderdoms, begrips en zijner tederheid. Anders: in het begin, of den ingang zijns wegs; dat is in den aanvang zijns levens.
Hertaald:
naar den eis
Hebreeuws: naar de mond; dat is: naar de eis of de aard van zijn weg, dat is: van zijn leeftijd, zijn bevattingsvermogen en zijn tederheid. Anders: in het begin of bij de ingang van zijn weg, dat is: aan het begin van zijn leven.
daarvan niet
Te weten, van hetgeen gij in zijne jonkheid met de eerste onderwijzing hem ingestort hebt.
Hertaald:
daarvan niet
Namelijk: van wat u hem in zijn jeugd met het eerste onderwijs ingeprent hebt.
rijke
Te weten, die den arme wat leent, of enige weldaad bewijst.
Hertaald:
rijke
Namelijk: die de arme iets leent of hem enige weldaad bewijst.
armen;
Te weten, die van de rijke wat geleend, of enige weldaad ontvangen heeft.
Hertaald:
armen;
Namelijk: die van de rijke iets geleend of enige weldaad ontvangen heeft.
knecht
Dat is, die hem ten dienste staan moet. Hij spreekt eigenlijk niet van hetgeen behoort te geschieden, maar van hetgeen ten meesten dele in de wereld geschiedt.
Hertaald:
knecht
Dat is: die hem ten dienste moet staan. Hij spreekt eigenlijk niet over wat behoort te gebeuren, maar over wat meestal in de wereld gebeurt.
onrecht
Zie Job 4:8 .
Hertaald:
onrecht
Zie Job 4:8.
roede
Dat is de plaag, waarmede hij anderen door zijn oplopende grimmigheid gekweld, beledigd en verdrukt heeft. Het schijnt een gelijkenis te zijn van een stok, waarmede men het zaad en gewas placht te dorsen.
Hertaald:
roede
Dat is: de plaag waarmee hij anderen door zijn opvliegende grimmigheid gekweld, gekrenkt en verdrukt heeft. Het lijkt een vergelijking te zijn met een stok waarmee men het zaad en het gewas placht te dorsen.
goed van oog is,
Dat is, die vriendelijk, mild, medelijdend en goeddadig is; alzo Matt. 20:15 . Want gemeenlijk openbaart zich de genegenheid van de mensen in de ogen. Het goede oog wordt ook genaamd een eenvoudig oog, Matt. 6:22 . Zie van een kwaad, of boos oog, Deut. 15:9 , en onder Spr. 23:6 .
Hertaald:
goed van oog is,
Dat is: die vriendelijk, mild, meelevend en weldadig is; zo Matth. 20:15. Want gewoonlijk toont de gezindheid van de mensen zich in de ogen. Het goede oog wordt ook een eenvoudig oog genoemd, Matth. 6:22. Zie over een kwaad of boos oog Deut. 15:9, en hieronder Spr. 23:6.
den armen
Hebreeuws, den dunne.
Hertaald:
den armen
Hebreeuws: de dunne.
gekijf
Te weten, dien hij pleegt te verwekken.
Hertaald:
gekijf
Namelijk: die hij pleegt te veroorzaken.
schande
Te weten, die hij anderen met zijne twistingen aandoet.
Hertaald:
schande
Namelijk: die hij anderen met zijn twisten aandoet.
reinheid
Dat is, de oprechtheid des gemoeds; waarvan zie Gen. 20:5 ; 1 Kon. 9:4 ; Ps. 51:12 ; Matt. 5:8 .
Hertaald:
reinheid
Dat is: de oprechtheid van het gemoed; zie daarover Gen. 20:5; 1 Kon. 9:4; Ps. 51:12; Matth. 5:8.
wiens lippen
Dat is, die zo bespraakt is, dat hij zijn oprechte gedachten met bevalligheid kan voortbrengen. De overzetting kan ook aldus staan: met, of door, of om de aangenaamheid zijner lippen is de koning zijn vriend.
Hertaald:
wiens lippen
Dat is: die zo welbespraakt is dat hij zijn oprechte gedachten met bevalligheid kan uitspreken. De vertaling kan ook zo luiden: door of om de aangenaamheid van zijn lippen is de koning zijn vriend.
aangenaam zijn,
Hebreeuws, aangenaamheid; dat is bevalligheid. Zie van deze Ps. 45:3 ; Pred. 10:12 .
Hertaald:
aangenaam zijn,
Hebreeuws: aangenaamheid; dat is: bevalligheid. Zie daarover Ps. 45:3; Pred. 10:12.
De ogen
Dat is, de voorzienigheid en zorg des Heeren; zie 2 Kron. 16:9 .
Hertaald:
De ogen
Dat is: de voorzienigheid en zorg van de Heere; zie 2 Kron. 16:9.
wetenschap;
Dat is, degenen, die met ware wetenschap en godvruchtige wijsheid begaafd is, en naar dezelve zijne woorden en werken beleidt. Vergelijk de manier van spreken met Job 35:13 .
Hertaald:
wetenschap;
Dat is: hem die met ware kennis en godvruchtige wijsheid begiftigd is en daarnaar zijn woorden en werken inricht. Vergelijk deze manier van spreken met Job 35:13.
zaken
Anders: woorden.
Hertaald:
zaken
Anders: woorden.
trouwelozen
Dat is, des goddelozen, die, het verbond des Heeren niet getrouwelijk houdende, in woorden en werken zich moedwilliglijk verloopt.
Hertaald:
trouwelozen
Dat is: van de goddeloze, die het verbond van de Heere niet trouw houdt en zich in woorden en werken moedwillig te buiten gaat.
zegt
Te weten om den arbeid te ontgaan. Dan vindt hij lichtelijk ene voorwending vna dit of dat gevaar, hetwelk hij verzint voorhanden te wezen.
Hertaald:
zegt
Namelijk: om aan de arbeid te ontkomen. Dan vindt hij gemakkelijk een voorwendsel van dit of dat gevaar dat hij zich inbeeldt.
De mond
Te weten, door hun vleien, pluimstrijken en aanlokkende woorden.
Hertaald:
De mond
Namelijk: door hun vleien, pluimstrijken en lokkende woorden.
vreemde vrouwen
Zie boven Spr. 2:16 .
Hertaald:
vreemde vrouwen
Zie hierboven Spr. 2:16.
gracht;
Te weten, der ellenden voor het lichaam en de ziel. Vergelijk onder Spr. 23:27 .
Hertaald:
gracht;
Namelijk: van de ellende voor lichaam en ziel. Vergelijk hieronder Spr. 23:27.
De dwaasheid
Zie boven Spr. 12:23 .
Hertaald:
De dwaasheid
Zie hierboven Spr. 12:23.
gebonden;
Het is ene gelijkenis, te kennen gevende dat de zonde zo vast aan de jonge jeugd gehecht is als de dingen, die met touwen en repen aan elkander gebonden worden.
Hertaald:
gebonden;
Het is een vergelijking die te kennen geeft dat de zonde even vast aan de jonge jeugd gehecht zit als dingen die met touwen en riemen aan elkaar gebonden zijn.
der tucht
Dat is, waardoor een kind gekastijd wordt.
Hertaald:
der tucht
Dat is: waarmee een kind gekastijd wordt.
verdrukt,
Te weten, door bedrog of geweld. Vergelijk boven Spr. 14:31 .
Hertaald:
verdrukt,
Namelijk: door bedrog of geweld. Vergelijk hierboven Spr. 14:31.
vermeerderen,
Of, zich te vergroten.
Hertaald:
vermeerderen,
Of: zichzelf te vergroten.
geeft,
Te weten, om zijne gunst, hulp en vordering te krijgen jegens de armen.
Hertaald:
geeft,
Namelijk: om zijn gunst, hulp en steun tegenover de armen te krijgen.
zekerlijk
Anders: alleen, of niet dan tot gebrek. Vergelijk boven Spr. 21:5 , en de aantekening.
Hertaald:
zekerlijk
Anders: alleen, of: uitsluitend tot gebrek. Vergelijk hierboven Spr. 21:5, en de aantekening daar.
Neig uw oor,
Deze vermaning wordt hier ingevoegd om den lezer tot de rechte betrachting van deze spreuken, ja van alle geboden Gods, op te scherpen.
Hertaald:
Neig uw oor,
Deze vermaning is hier ingevoegd om de lezer aan te sporen tot het werkelijk betrachten van deze spreuken, ja van alle geboden van God.
der wijzen,
Salomo noemt deze spreuken niet alleen zijne, maar ook van alle andere ware wijzen, die hetzelve toestemden, van welken enigen genoemd worden onder Pro 30 , Pro 31 .
Hertaald:
der wijzen,
Salomo noemt deze spreuken niet alleen de zijne, maar ook die van alle andere ware wijzen die ermee instemden; van sommigen van hen worden de namen genoemd in Spr. 30 en Spr. 31.
mijn wetenschap;
Dat is, mijne leer en geboden, die gij weten moet. Zie boven Spr. 15:7 . Anders: om mij te kennen, [mij]; te weten, de wijsheid.
Hertaald:
mijn wetenschap;
Dat is: mijn leer en geboden, die u moet kennen. Zie hierboven Spr. 15:7. Anders: om mij te kennen, namelijk de wijsheid.
die
Te weten, woorden der wijzen.
Hertaald:
die
Namelijk: de woorden van de wijzen.
in uw binnenste
Hebreeuws, in uwen buik; dat is in het binnenste uws harten. Zie boven Spr. 18:8 , en Spr. 20:30 ; Job 15:2 .
Hertaald:
in uw binnenste
Hebreeuws: in uw buik; dat is: in het binnenste van uw hart. Zie hierboven Spr. 18:8, en Spr. 20:30; Job 15:2.
gepast worden
Te weten, opdat gij ze bekwamelijk en stichtelijk tot de mensen zoudt mogen uitspreken.
Hertaald:
gepast worden
Namelijk: opdat u ze gepast en stichtelijk tot de mensen zou kunnen uitspreken.
Opdat
Vergelijk boven Spr. 3:5-6 . Hiermede is het doel dezer spreuken aangewezen, hetwelk is in God te geloven en alles goeds van Hem te verwachten, mits dat wij Hem ook gehoorzamen.
Hertaald:
Opdat
Vergelijk hierboven Spr. 3:5-6. Hiermee is het doel van deze spreuken aangewezen: in God te geloven en alle goeds van Hem te verwachten, mits wij Hem ook gehoorzamen.
gij ook
Te weten, die de wijsheid zoekt horende of lezende deze spreuken. Anders: [doet] gij ze ook. Vergelijk de manier van spreken met Spr. 23:15 .
Hertaald:
gij ook
Namelijk: u die de wijsheid zoekt door deze spreuken te horen of te lezen. Anders: doet u ze ook. Vergelijk de manier van spreken met Spr. 23:15.
heerlijke
Dat is, die den heren zelf en den gouverneurs of regeerders dienstig zijn, om van hen overlegd, besproken en in het werk gesteld te worden. Vergelijk boven Spr. 8:6 . Anders: heb ik niet driemaal, dat is, dikwijls geschreven?
Hertaald:
heerlijke
Dat is: die voor de heren zelf en voor de bestuurders of regeerders van nut zijn, om door hen overwogen, besproken en uitgevoerd te worden. Vergelijk hierboven Spr. 8:6. Anders: heb ik u niet driemaal — dat is: herhaaldelijk — geschreven?
allerlei
Dat is, allerlei goede aanleidingen en onderwijs, om zichzelven naar Gods woord in het publieke en private leven wel aan te stellen.
Hertaald:
allerlei
Dat is: allerlei goede aanwijzingen en onderwijs om zichzelf naar Gods Woord in het openbare en het persoonlijke leven goed te gedragen.
opdat gij
Dat is opdat gij niet alleen zelf de waarheid weet, maar ook anderen die bekend moogt maken, naar de gelegenheid van uwe roeping.
Hertaald:
opdat gij
Dat is: opdat u niet alleen zelf de waarheid kent, maar die ook aan anderen bekend zou maken, naar de aard van uw roeping.
zenden
Te weten, om enig werk voor hen in het bijzonder te doen, of voor allen in het algemeen enig ambt te bedienen. Anders: die [tot] u zenden; te weten, om goeden raad en rechte onderwijzing van u te hebben.
Hertaald:
zenden
Namelijk: om voor hen in het bijzonder enig werk te doen, of voor allen in het algemeen een ambt te bedienen. Anders: die tot u zenden, namelijk om goede raad en juist onderwijs van u te krijgen.
arm is;
De rijken en machtigen worden niet uitgesloten; maar de armen worden voornamelijk vermeld, omdat zij lichtelijk verdrukt kunnen worden, Job 31:21 , en omdat wij gehouden zijn hun meest goed te doen. Zie boven Spr. 3:27 .
Hertaald:
arm is;
De rijken en machtigen worden niet uitgesloten, maar de armen worden vooral genoemd omdat zij gemakkelijk verdrukt kunnen worden, Job 31:21, en omdat wij verplicht zijn hun het meest goed te doen. Zie hierboven Spr. 3:27.
in de poort
Dat is, in het gericht. Zie Gen. 22:17 .
Hertaald:
in de poort
Dat is: in het gericht. Zie Gen. 22:17.
twistzaak
Dat is, hunne zaken beschermen en voorstaan. Zie dezelfde manier van spreken 1 Sam. 25:39 ; onder Spr. 23:11 ; Jer. 51:36 .
Hertaald:
twistzaak
Dat is: hun zaak beschermen en verdedigen. Zie dezelfde manier van spreken in 1 Sam. 25:39; hieronder Spr. 23:11; Jer. 51:36.
die hen beroven,
Dat is, die den ellendigen hunne goederen en middelen afnemen.
Hertaald:
die hen beroven,
Dat is: die de ellendigen hun goederen en middelen afnemen.
de ziel roven
Dat is, het leven nemen.
Hertaald:
de ziel roven
Dat is: het leven nemen.
grammoedige,
Hebreeuws, heer, of bezitter des toorns; dat is die van nature en door gewoonte zeer tot toorn genegen is; alzo onder Spr. 29:22 ; een heer der grimmigheid. Vergelijk Gen. 14:13 .
Hertaald:
grammoedige,
Hebreeuws: heer of bezitter van de toorn; dat is: die van nature en uit gewoonte zeer tot toorn geneigd is; zo hieronder Spr. 29:22: een heer van de grimmigheid. Vergelijk Gen. 14:13.
zeer grimmig man;
Hebreeuws, man der grimmigheden, of der brandende toornigheden; dat is, die haast met groten toorn ontstoken wordt. Vergelijk Job 11:11 , en Ps. 5:7 .
Hertaald:
zeer grimmig man;
Hebreeuws: man van de grimmigheden of van de brandende toornigheden; dat is: die snel in grote toorn ontsteekt. Vergelijk Job 11:11, en Ps. 5:7.
paden
Of, wegen; zie Gen. 6:12 .
Hertaald:
paden
Of: wegen; zie Gen. 6:12.
een strik
Dat is, een kwaad en verderf over uzelven brengt, dat gij niet ontgaan kunt. Vergelijk boven Spr. 18:7 .
Hertaald:
een strik
Dat is: een kwaad en verderf over uzelf brengt waaraan u niet kunt ontkomen. Vergelijk hierboven Spr. 18:7.
hand klappen,
Te weten, van den schuldheer, tot een teken dat men voor den schuldenaar borg is; zie Job 17:3 , en boven Spr. 6:1 .
Hertaald:
hand klappen,
Namelijk: met de schuldeiser, als teken dat men borg staat voor de schuldenaar; zie Job 17:3, en hierboven Spr. 6:1.
te betalen,
Te weten, den schuldheer, tot wiens verzekering gij voor den schuldenaar borg geworden zijt.
Hertaald:
te betalen,
Namelijk: aan de schuldeiser, tot wiens zekerheid u voor de schuldenaar borg geworden bent.
wegnemen?
Te weten, zo er anders in uw huis niets ware om den schuldeiser te voldoen. Versta dit van dengene, die zich borg stelde voor de schuld van een ander; want daarmede verklaarde hij dat hij rijk was en de macht had om te betalen, zodat hij zich niet mocht behelpen met de wet, Ex. 22:26-27 ; Deut. 24:6 . Hoewel dan de wet der liefde beval dat men des armen noodzakelijke dingen niet zou te pand nemen; nochtans liet het burgerlijke recht zulks in zekere gevallen toe, ja ook den schuldenaar voor een tijd tot slaaf te maken, 2 Kon. 4:1 . Zie ook boven Spr. 20:16 .
Hertaald:
wegnemen?
Namelijk: als er anders in uw huis niets zou zijn om de schuldeiser te voldoen. Versta dit van iemand die zich borg stelde voor de schuld van een ander; want daarmee verklaarde hij dat hij rijk was en de macht had te betalen, zodat hij zich niet kon beroepen op de wet van Ex. 22:26-27; Deut. 24:6. Hoewel de wet van de liefde dus voorschreef dat men de noodzakelijke dingen van de arme niet in pand mocht nemen, liet het burgerlijk recht dat in bepaalde gevallen toch toe, en zelfs dat de schuldenaar voor een tijd tot slaaf gemaakt werd, 2 Kon. 4:1. Zie ook hierboven Spr. 20:16.
de oude
Hebreeuws, de palen der eeuwigheid. Zie van deze palen Deut. 19:14 , en Deut. 27:17 ; boven Spr. 15:25 , en onder Spr. 23:10 ; en van het woord eeuwigheid, dat hier voor een langen en onbepaalden tijd genomen wordt, 1 Kon. 1:31 .
Hertaald:
de oude
Hebreeuws: de palen van de eeuwigheid. Zie over deze grenspalen Deut. 19:14, en Deut. 27:17; hierboven Spr. 15:25, en hieronder Spr. 23:10; en over het woord eeuwigheid, dat hier voor een lange en onbepaalde tijd gebruikt wordt, 1 Kon. 1:31.
voor het aangezicht
Voor iemands aangezicht gesteld worden, of staan, is hem te dienen, of daartoe bevorderd en geroepen te worden; zie Deut. 1:38 , en 1 Kon. 1:2 .
Hertaald:
voor het aangezicht
Voor iemands aangezicht gesteld worden of staan betekent: hem dienen, of daartoe bevorderd en geroepen worden; zie Deut. 1:38, en 1 Kon. 1:2.
ongeachte
Hebreeuws, duistere; te weten, lieden, of mensen; dat is, gemene, onbekende, slechte en niet van aanzien.
Hertaald:
ongeachte
Hebreeuws: duistere, namelijk lieden of mensen; dat is: gewone, onbekende, eenvoudige mensen zonder aanzien. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "De naam is uitgelezener dan grote rijkdom, de goede gunst dan zilver en dan goud" (Spr. 22:1). Het woord naam staat hier voor wat anderen van iemand weten en van hem verwachten. Hetzelfde hoofdstuk laat zien waar zo'n naam vandaan komt. Van wie de reinheid van het hart liefheeft en aangenaam spreekt, wordt gezegd dat de koning zijn vriend is (Spr. 22:11). En het hoofdstuk eindigt bij het werk: "Hebt gij een man gezien, die vaardig in zijn werk is? Hij zal voor het aangezicht der koningen gesteld worden" (Spr. 22:29). Bijbelse betekenis: Het gaat hier niet om beroemdheid maar om betrouwbaarheid. Een naam in deze zin is niet te kopen, en dat is precies waarom hij boven het geld gesteld wordt: rijkdom kan iemand erven of in één slag verwerven, maar een naam wordt in jaren opgebouwd. Merk op dat hij ook in één keer verspeeld kan worden; dat maakt hem kostbaar en kwetsbaar tegelijk. Let ten slotte op Spr. 22:29. De naam wordt niet verdiend door erover te spreken maar door het werk goed te doen, ook wanneer niemand meekijkt. Wie vooral op zijn naam let, loopt het gevaar hem juist te verspelen; wie zijn werk doet, krijgt hem erbij. Typologie: Prediker zegt hetzelfde in dezelfde vergelijkende vorm: "Beter is een goede naam, dan goede olie" (Pred. 7:1). Paulus maakt er een eis van voor wie de gemeente dient: "hij moet ook een goede getuigenis hebben van degenen, die buiten zijn" (1 Tim. 3:7). Spr. 22:1; Spr. 22:11; Spr. 22:29; Pred. 7:1; 1 Tim. 3:7 "Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken" (Spr. 22:6). Er staan twee dingen in. Het onderwijs begint vroeg, en het gaat naar de eis van zijn weg, dus afgestemd op dit kind en niet op kinderen in het algemeen. Even verder staat dat de dwaasheid in het hart van de jongen gebonden is en dat "de roede der tucht" haar daar ver vandaan doet (Spr. 22:15). In het volgende hoofdstuk klinkt dat nog scherper (Spr. 23:13-14). Dit zijn spreuken en geen wetten; zij zeggen in de gedrongen vorm van dit boek dat een kind leiding nodig heeft en dat verwaarlozing hem duur komt te staan. De grenzen van het Nieuwe Testament horen erbij: "verwekt uw kinderen niet tot toorn" (Ef. 6:4), en "tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden" (Kol. 3:21). Bijbelse betekenis: Twee dingen moeten hier uit elkaar gehouden worden. Het eerste is wat de spreuken zeggen: een kind wordt niet vanzelf wijs, en wie hem laat begaan, laat hem alleen. Het tweede is de vorm waarin dat gezegd wordt. De roede is in de Schrift ook het gereedschap van de herder, dat leidt en terughaalt (Ps. 23:4). Het register leidt uit deze verzen geen opvoedmethode af, en het beveelt geen lichamelijke straf aan. De grenzen komen uit de Schrift zelf, en zij zijn scherp getrokken. Een vader mag zijn kinderen niet tot toorn verwekken, maar moet hen opvoeden in de lering en vermaning des Heeren (Ef. 6:4); hij mag hen niet tergen, opdat zij niet moedeloos worden (Kol. 3:21). Wat uit drift gebeurt en niet tot wijsheid van het kind dient, valt daarmee buiten deze spreuken. En wat de overheid in dit opzicht van ouders vraagt, gehoorzaamt de gelovige om des Heeren wil, zolang zij niet tegen Gods Woord ingaat (Rom. 13:1). Wat blijft staan is de opdracht zelf: onderwijzen, vroeg beginnen, en het kind nemen zoals het is. Merk ten slotte op dat Spr. 22:6 geen garantie geeft. Een spreuk is een regel en geen belofte (reeds behandeld bij Spr. 10:1). Dat is van gewicht voor ouders die hun kind zien afdwalen; zij lezen hier geen vonnis over hun opvoeding. Typologie: Paulus herinnert Timotheüs aan wat vroeg begonnen was: "dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt" (2 Tim. 3:15). En de Hebreeënbrief tekent hoe God Zelf Zijn kinderen opvoedt (reeds behandeld bij Hebr. 12:5-11). Spr. 22:6; Spr. 22:15; Spr. 23:13-14; Spr. 10:1; Ps. 23:4; Ef. 6:4; Kol. 3:21; Rom. 13:1; 2 Tim. 3:15; Hebr. 12:5-11 "De rijke heerst over de armen; en die ontleent, is des leners knecht" (Spr. 22:7). Er wordt geen oordeel geveld maar een verhouding beschreven. Wie geleend heeft, is aan de uitlener gebonden zolang de schuld staat. Aan het einde van hetzelfde hoofdstuk komt de borgtocht terug: wees niet onder degenen die in de hand klappen en voor schulden borg staan (Spr. 22:26), want wie niet betalen kan, ziet zijn bed onder zich weggenomen worden (Spr. 22:27). Die waarschuwing is eerder in het boek uitgewerkt (reeds behandeld bij Spr. 6:1-5). Bijbelse betekenis: De Schrift verbiedt het lenen niet, en de wet regelt het zelfs. Wat hier gezegd wordt, is dat er iets meegaat wat men niet ziet: een stuk vrijheid. Wie schuld heeft, kan minder nee zeggen, minder wachten en minder weglopen. Merk op dat het woord knecht gebruikt wordt en niet het woord schuldenaar. Dat is nuchter en niet hard bedoeld. Let ten slotte op Spr. 22:27. Het beeld van het bed dat weggenomen wordt, laat zien hoe diep zo'n verplichting kan reiken; zij raakt uiteindelijk het huis en de nachtrust. Typologie: Paulus noemt de ene schuld die wél mag blijven staan: "Zijt niemand iets schuldig, dan elkander lief te hebben" (Rom. 13:8). Spr. 22:7; Spr. 22:26-27; Spr. 6:1-5; Rom. 13:8 "Zet de oude palen niet terug, die uw vaderen gemaakt hebben" (Spr. 22:28). De palen waren de grensstenen tussen de akkers. Wie zo'n steen ongemerkt een eind verzette, stal land zonder dat iemand het merkte, en hij stal het van iemand die het meestal niet kon bewijzen. In het volgende hoofdstuk keert het vers terug met een toevoeging: "Zet de oude palen niet terug; en kom op de akkers der wezen niet" (Spr. 23:10). En dan volgt de reden: "hun Verlosser is sterk; Die zal hun twistzaak tegen u twisten" (Spr. 23:11). Hetzelfde is even eerder gezegd over de arme in de poort: beroof hem niet, want de HEERE zal hun twistzaak twisten (Spr. 22:22-23). Bijbelse betekenis: Let op wie hier tegenover de dief komt te staan. Niet de wees, want die kan niets, maar God Zelf. Het woord dat met Verlosser vertaald is, is het woord voor de losser: de naaste bloedverwant die opkwam voor wie zichzelf niet kon redden (reeds behandeld bij Lev. 25:25). God neemt die plaats in bij wie geen familie meer heeft om hem te verdedigen. Merk daarnaast op dat het om verborgen onrecht gaat, net als bij de weegsteen (Spr. 11:1). Onrecht dat niemand ziet, wordt in dit boek telkens rechtstreeks aan God voorgelegd. En let op het woord sterk. Er staat niet dat hun Verlosser rechtvaardig is, wat ook waar is, maar dat Hij sterk is; dat is wat de wees nodig heeft. Typologie: Job noemde dezelfde Verlosser op het ogenblik dat hij geen mens meer had die voor hem opkwam (reeds behandeld bij Job 19:25). Spr. 22:22-23; Spr. 22:28; Spr. 23:10-11; Spr. 11:1; Lev. 25:25; Job 19:25 Bij Spr. 22:17 begint een nieuw deel: "Neig uw oor, en hoor de woorden der wijzen". De vorm verandert; in plaats van losse tweeregelige spreuken staan er weer korte vermaningen van enkele verzen. Er wordt bij gezegd waartoe zij dienen: "Opdat uw vertrouwen op den HEERE zij, maak ik u die heden bekend" (Spr. 22:19), en om zekerheid te geven over wat waar is (Spr. 22:21). Later begint opnieuw zo'n verzameling: "Deze spreuken zijn ook van de wijzen" (Spr. 24:23). En het volgende hoofdstuk vermeldt wie het boek verder heeft samengesteld: "Dit zijn ook spreuken van Salomo, die de mannen van Hizkia, den koning van Juda, uitgeschreven hebben" (Spr. 25:1). Bijbelse betekenis: Deze opschriften laten zien hoe het boek gegroeid is. Er is verzameld, geordend en later opnieuw uitgeschreven, in het geval van Spr. 25:1 pas eeuwen na Salomo, onder Hizkia. Dat neemt niets weg van het gezag van deze woorden. De Schrift verbergt haar eigen ontstaan niet, en het toezicht van de Geest loopt door het gewone werk van verzamelaars en afschrijvers heen. Merk daarnaast op wat in Spr. 22:19 als doel genoemd wordt. Het is niet dat de lezer knap wordt, maar dat zijn vertrouwen op de HEERE zou zijn. Dat is een opmerkelijk doel voor een verzameling praktische spreuken, en het verklaart waarom er telkens weer over de vreze des HEEREN gesproken wordt. Typologie: Paulus zegt van heel de Schrift wat hier van deze verzameling geldt: "Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering" (2 Tim. 3:16). Spr. 22:17-21; Spr. 24:23; Spr. 25:1; 2 Tim. 3:16 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Spreuken 22
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen


Spreuken 22
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
XIII. Vs. 1-16.KruisverwijzingenEfeze 6:4→2 Timotheüs 3:15→Prediker 7:1→Genesis 18:19→Spreuken 21:21→Deuteronomium 6:7→Psalmen 78:3→Spreuken 14:16→
— De naam is uitgelezener dan grote rijkdom, de goede gunst dan zilver en dan goud. Rijken en armen ontmoeten elkander; de HEERE heeft hen allen gemaakt. Een kloekzinnig mens ziet het kwaad, en verbergt zich; maar de slechten gaan henen door, en worden gestraft. Het loon der nederigheid, met de vreze des HEEREN, is rijkdom, en eer, en leven. Doornen en strikken, zijn in den weg des verkeerden; die zijn ziel bewaart, zal zich verre van die maken. Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken. De rijke heerst over de armen; en die ontleent, is des leners knecht. Die onrecht zaait, zal moeite maaien; en de roede zijner verbolgenheid zal een einde nemen. Die goed van oog is, die zal gezegend worden; want hij heeft van zijn brood den armen gegeven. Drijf den spotter uit, en het gekijf zal weggaan, en het geschil met de schande zal ophouden.
In deze laatste afdeling aan de oud-Salomonische kern der Spreuken-verzameling is de hoge waarde van enen goeden naam het hoofdthema, dat in vs. 1 uitdrukkelijk wordt uitgesproken, terwijl de overige verzen als ene uitbreiding van dit eerste vers kunnen beschouwd worden, daar zij òf de middelen tot bevordering, òf de beletselen tot het behouden of verkrijgen van enen goeden naam aangeven. Men kan de volgende groepen onderscheiden: vs. 1-5 handelt daarover, dat de goede naam niet afhangt van rijkdom of schatten, maar van de wijsheid, nederigheid en oprechtheid, vs. 6-12, dat de goede naam bijzonder bewaard wordt door tucht, spaarzaamheid, gerechtigheid, liefde en trouw; vs. 13-16, dat traagheid, behaagzucht, dwaasheid en gierigheid de voornaamste beletselen van enen goeden naam zijn.
a) De goede naam bij alle godvruchtige en wijze mensen is een uitgelezener schat, dan grote rijkdom, die toch slechts een onzeker, vergankelijk goed is, en den mens dikwijls onrust en ontevredenheid bereidt en in allerlei verzoekingen brengt; ook de goede gunst, de achting en de welwillendheid, vooral van de verstandigen, is beter dan zilver en dan goud, die men toch wel kan terugkrijgen, als zij zijn verloren gegaan; maar een eerlijke naam is niet weer te verkrijgen, wanneer die eens is verloren, en is alleen door veel moeite en zelfopoffering te bekomen.
Prediker 7: 1. Job 30: 8. Handelen dus diegenen wel voorzichtig en verstandig, die elk ogenblik hun eer en hun goeden naam op het spel zetten, niet om grote rijkdommen te verwerven, -neen om een gering tijdelijk voordeel te hebben? -Ook het goed gerucht bij de wereld mag den gelovige niet onverschillig zijn, en hij moet zich van allen schijn des kwaads onthouden, ofschoon men ook nu nog den Heere een vraat en wijnzuiper, een metgezel van tollenaren en zondaren noemt. De wereld is immers de plaats van onze werkzaamheid en het ambt en de stand, waarin men gesteld is. Heeft Paulus te Filippi er op aangedrongen, dat dezelfde heren, die hem met Silas smadelijk in den kerker hadden laten werpen, hen nu weer openlijk en met ere door de stad zouden geleiden, dan mogen wij nog veel minder onzen goeden naam door de schijn des kwaads laten bevlekken. De naam van Jezus is als ene uitgestorte olie (Hoogl. 1: 3) en de naam van ieder Christen moet iets daarvan in zich dragen.
a) Rijken en armen ontmoeten elkaar gedurig, zij hebben elkaar nodig, en kunnen elkaar in het geheel niet ontberen; want zij moeten den een den ander wederkerig helpen en ondersteunen in alle lichamelijke behoeften; de HEERE heeft hen allen gemaakt; maar ofschoon zij allen voor God gelijk zijn, bestaan er toch verschillende rangen en standen, en dat is de heilige en wijze beschikking van God, die men niet ongestraft mag verachten, en nog minder verstoren. Iedere stand heeft zijn eigene bijzondere roeping ontvangen en door deze trouw waar te nemen en te vervullen, bewerkt hij zijne zaligheid, en helpt het rijk van God opbouwen (Jes. 34: 14. (Job 31: 15. Hoofdstuk 14: 31; 17: 5).
Spreuken 29: 13. Is het echter Gods ordening, zo mort niet, gij, wien God in armoede laat leven; weest niet ontevreden met uw lot, en verbeeldt u niet, dat u ongelijk aangedaan wordt in vergelijking van anderen. Uw God en Vader, die u deze plaats aanwees, is de alwijze God, die het beste weet wat tijdelijk en eeuwig goed voor u is. Hij is een rechtvaardig God, die u zeker geen haarbreed van dien weg doet afgaan, die u waarlijk gelukkig maakt. -Is het Gods beschikking, dat rijken en armen op aarde onder elkaar wonen, weest daarom niet trots of gierig, niet hard of onbarmhartig, gij, aan wien God rijkdom heeft geschonken. Bedenkt, dat uwe aardse goederen u door God gegeven zijn, om daarover goed te beschikken, om daarmee in Zijnen naam en op Zijn bevel goed te doen, en dat Hij u rekenschap daarvoor zal afeisen, en het u streng zal vergelden wanneer gij het u toevertrouwde pand niet goed hebt aangewend. Maar de rijke wordt om zijn rijkdom niet veroordeeld, evenmin heeft ook de armoede den armen Lazarus zalig gemaakt. Abraham, Izak, Jakob, Jozef, David zijn ook rijk geweest, maar zij waren Gode aangenaam en welgevallig, omdat zij God vreesden. Daarentegen zijn vele profeten, apostelen en andere kinderen Gods zeer arm en ellendig geweest, en zijn toch dierbaar geweest in Gods ogen, omdat zij toch rijk waren in hun hart, dat met geestelijk goed vervuld was. God heeft den mens geschapen, opdat hij Hem zou dienen, opdat hij onder Hem zijne ordinantiën zou onderdanig zijn, maar ook opdat zij elkaar zouden dienen. Waar de eerste mens God de gehoorzaamheid had opgezegd, daar was ook bij den mens de zucht tot heersen over elkaar opgekomen. Kaïn wilde over Abel heersen en waar hij bevreesd was, ja meende, dat Abel nu over hem, den oudere, dacht te heersen, omdat God zijn offer had aangenomen daar sloeg hij hem dood, hoewel God hem had gezegd, dat Abels begeerte tot hem, Kaïn, was, d.w.z. dat Abel hem wilde blijven dienen. Hier wijst Salomo er duidelijk op, dat de rijke den arme te dienen heeft en de arme den rijke.
a) Een kloekzinnig mens, door God geleerd en ervaren in het leven (Hoofdstuk 8: 12 ), ziet het kwaadkomen, en verbergt zich daarvoor onder de bescherming van God, en onder alle door Hem gegevene middelen ter bescherming; maar de slechten, de eenvoudigen en onhandigen zien niets, en menen altijd in zekerheid te zijn, en gaanvermetel en onvoorzichtig door alle gevaren henen, zonder zich te doen verontrusten door de dreigende rampen; maar weldra zien zij te laat, dat zij te gerust alles hebben aangezien, en zij worden gestraft voor de schuld voor hun vermeende zekerheid.
Spreuken 27: 12. Luk. 21: 34 vv. Dit vers geselt weer de geestelijke blindheid en het dwaze vertrouwen van hen, die zich nog de ogen niet hebben doen verlichten door de goddelijke wijsheid, en die onvoorzichtiglijk daarheen leefden.
De loon der nederigheid van hem, die waarlijk ootmoedig is, en tevens den Heere naar Zijn heilig woord, met het ganse hart dient in de vreze des HEEREN 1) wandelt, is rijkdom als een kostelijk genadeloon van den Heere, en eer van God en mensen, en een eeuwig zalig leven.Alzo is het levendig geloof, dat op de dagelijkse boetvaardigheid rust, de enige bron van een waarlijk gelukkig en eervol leven op aarde en hier namaals van het eeuwige zalige leven.
Als loon der nederigheid, aan waren ootmoed, die lieflijke vrucht der genade en des Geestes, wordt hier genoemd: Vreze des Heeren, het ootmoedig dienen en vereren van den Heere God en daarmee verbonden: rijkdom en eer een leven. Wie waarlijk God vreest, die ontvangt daarop ook zegen als genadeloon. Geldt dit niet altijd op tijdelijk, dit geldt zeker op geestelijk gebied. Rijkdom bestaat niet altijd in vele goederen te bezitten, maar ook in wat men bezit, te genieten als in de gunste Gods.
Doornen en strikken, gedurige gevaren van allerlei aard, die met ongeluk en verderf dreigen, als rechtvaardige gevolgen van Gods toorn, zijn in den weg des verkeerden, die van waarheid en godzaligheid is afgeweken, en op kromme wegen, die voor het vlees aangenaam zijn, wandelt; dieechter zijne ziel liefheeft, en God wenst te dienen met vrezen en beven,bewaart zijn leven voor het verderf, en zal zich verre houden zowel van de gemeenschap met de goddelozen, als ook van de strikken, diezijnen weg gevaarlijk zouden maken 1) (Hoofdstuk 16: 17).
De weg der zonde is ene kwelling, verdriet en gevaar. Doornen van smart, wegens verleden zonden en strikken om hen in meer andere zonden in te willigen en te doen volharden, worden er op gevonden.
Leer den jongen, van zijne vroegste jeugd af aan, de eerste beginselen naar den eis zijns wegs, naar de bijzondere behoeften, die hij heeft, naar de richting, die de opvoeding moet hebben voor elk in het bijzonder; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij meestal daarvan niet afwijken 1) (Hoofdstuk 20: 11).
Allernoodwendigst is het, dat men een kind in zijne kindsheid de waarheden der godzaligheid tracht in te prenten en hem, naar mate zijne vatbaarheid, de hoge Majesteit van God met eerbied leren kennen en vereren, en vooral hem zoeken voor dwalingen, onkunde, vooroordelen en bijgelovigheden te behoeden; wijders zijne lusten, neigingen en begeerlijkheden in het rechte spoor zoeken te leiden, te beperken en ze onbedwongen ten goede om te buigen.
Niet onopgemerkt mag voorbijgezien worden, dat de Heere God hier leert, om den jongen, het kind, naar den eis van zijn weg, dat is, naar mate van zijne bekwaamheid en vatbaarheid te onderwijzen. Op ene wijze, in overeenstemming met zijne behoeften moet het kind van zijne jeugd af aan, onderwezen worden in de eerste beginselen van den weg der zaligheid. Met toestand en behoefte moet gerekend worden. En dan zal het niet zelden blijken, dat wat in zijn jeugd geleerd wordt, in latere dagen nog door Gods genade vrucht draagt.
De rijke heerst over de armen; en die ontleent, is des leners knecht, en al heeft hij zich ook niet als slaaf verkocht, toch is hij steeds van hem afhankelijk. Hiermede wordt ene natuurwet uitgesproken, die ten allen tijde bewaarheid is: armoede en schuld heeft altijd geestelijke en lichamelijke afhankelijkheid als onmisbaar gevolg. -Daarom koop bij tijds ware wijsheid, opdat gij niet tot armoede en dien ten gevolge tot afhankelijkheid geraakt! Hoe gewichtig voor den tijdelijken en eeuwigen welstand de bewaring van de uit- en inwendige onafhankelijkheid van den mens is, blijkt ten duidelijkste in vele opzichten. Het onafhankelijkste en daarom het gelukkigste en voordeligste van het inwendige leven is de middenstand in de maatschappij. Waar deze, zowel tengevolge van het toenemende fabriekwezen, als van de grotere behoeften van het leven al meer en meer vermindert, daar treedt ook weldra de heerszucht en dwingelandij van den rijkdom, tegelijk met de slaafse onderwerping der armoede aan den wil der vermogende meesters al meer en meer op den voorgrond; daar is de werkman niet meer dan een nummer of ene kracht van den arbeid. -Daarom, wie zalig wil worden, die trachte naar de ware onafhankelijkheid, die zo recht tegenover de valse hedendaagse vrijheid staat. -Elk mens staat naar de wijsheid; maar die misdadige middelen gebruiken wil om die vrijheid met geweld voor zich te verkrijgen, handelt daardoor tegen Gods geboden, en smeedt zelf de kluisters, die hem gebonden houden in de strikken des kwaads.
a) Die onrecht zaait, zal moeite en ongeluk maaien; en de roede zijner verbolgenheid, waarmee hij anderen sloeg, zal een einde nemen;
want de Heere zelf zal hem die uit de hand slaan; vrees daarom niet voor hem, want weldra zult gij zien, dat hij zelf geslagen wordt.
Job 4: 8. Hos. 10: 13.
Dit wil zeggen, dat misbruik maken van macht, niet lang duurt, de roede zal gebroken worden, zodat de macht van den tiran spoedig een einde neemt. Waar de scepter in de hand der Overheid een roede wordt, daar zal het straks blijken, dat de Heere haar als een tegenpartijder ontmoet.
a) Die goed van oog vriendelijk is, die zal, omdat hij zelf zegen om zich verspreid heeft, ook van den Heere gezegend worden; want hij heeft van zijn brood den armen gegeven (Hoofdstuk 28: 22; 23: 6. (Matth. 20: 15).
2 Kor. 9: 6.
Drijf den spotter, zo als eens Abraham Ismaël (Genesis 21: 10) uit de raadsvergadering of uit het huis, en het gekijf zal weggaan; want de goddelozen hebben geen vrede, en houden dien ook niet, en het geschil, met de schande, die hij aandoet, zal ophouden 1) (Hoofdstuk 21:
.
Onder spotter hebben wij hem te verstaan, die alles op schertsende wijze behandelt, een frivool mens, die letterlijk met alles de spot drijft en wien men daarom gedurig moet tegenstaan in zijn spotten en schertsen, met al wat u heilig en lief is. Dezulken uit te drijven, zich van dezulken te ontdoen, is een heilige plicht voor ieder, die wenst te wandelen en te handelen naar Gods woord.
a) Die de reinheid des harten liefheeft, en wiens lippen bovendien aangenaam zijn, door lieflijke redenen voort te brengen, diens vriend is zelfs de koning, waarom deze hem het liefst tot zijnen raadgever kiest (Hoofdstuk 16: 13).
Psalm 101: 6. De vereniging dezer beide eigenschappen vindt bij de meesten goedkeuring en aantrekkelijkheid; maar een rein en getrouw hart en lieflijke redenen worden zelden verenigd aangetroffen, en wel het minste aan de hoven der groten dezer aarde, waar maar al te veel huichelarij en ontrouw, die zich achter vleiende woorden verbergen, gevonden worden. Oprechte lieden spreken dikwijls plomp en de fraaie redenaars liegen gewoonlijk. -In het bijzonder moesten deze beide eigenschappen in elken evangelieverkondiger verenigd zijn.
De ogen des HEEREN bewaren degene, die de wetenschapen de wijsheid, die van God komt, in zijn hart bezit, en in het leven betoont; maar de woorden en zaken of plannen des trouwelozen zal Hij omkeren, 1) zodat zij geheel tot niet worden.
Salomo stelt hier de wetenschap, de woorden van den wijze, tegenover de woorden van den listige, van den trouweloze. De Heere God behoedt degenen, die in waarheid de ware wijsheid bezitten, terwijl Hij zich keert tegen degenen, die listig en trouweloos zijn in woord en daad, zodat hun plannen niet tot uitvoering komen.
a) De luiaard grijpt, om zijne traagheid te bemantelen, naar de onzinnigste en belachelijkste verontschuldigingen, en zegt: Er is een leeuw buiten; ik mocht, wanneer ik aan den arbeid ging, op het midden der straten gedood worden.
Spreuken 15: 19; 26: 13. Het belachelijke der verontschuldigingen van zulke mensen, die het zich niet moeilijk willen maken, en hun lichaam willen ontzien, moet in het bijzonder door de uitdrukking “op het midden der straten” uitkomen. Wanneer het huis van den luiaard eens nabij een eenzaam woud stond, dat hij moest doorgaan, om aan den arbeid te kunnen gaan, dan was zijne bezorgdheid nog te verontschuldigen; maar midden op de straat, waar vele mensen hem zouden kunnen bijstaan, geenszins. -Wie voor ongelegenheden en moeilijkheden vreest op den weg van Christus, en zijn leven, zijnen eer, zijnen dienst, goed, rust, vriendschap en goeden naam liefheeft en zoekt te behouden, die zie eens in den spiegel, die dit vers hem voorhoudt. Wat heeft men niet duizende uitvluchten, wanneer door iemand gezegd wordt: volg Christus na. Alle stegen en straten zijn vol ingebeelde leeuwen, die willen verscheuren. Maar wanneer zulk een luiaard half hoop heeft, om ene ereplaats, enen goeden dienst, enig voordeel te verkrijgen, of een goed huwelijk te doen, of wat het ook zij, wat het vlees streelt te erlangen, dan spreekt hij niet zo. Wat voor arbeid, moeite, kunsten, woorden, beden en verzoeken waagt hij niet te doen; hoe loopt en draaft hij, hoe vurig strijdt hij soms tot den bloede! Alleen als het Christus geldt moet alles zeer gemakkelijk gaan, en dan moet de oude Adam nog altijd zijn zin hebben.
a) De mond der vreemde, verlokkende vrouwen is ene diepe, door de jagers voor het wild gegravene gracht, die haren buit niet weer loslaat: op welken de HEERE, wegens zijne dwaasheid vergramd is, zal daarin vallen, 1) en alzo in lichamelijke en geestelijke ellende komen; want de Heere straft zonde met zonde.
Spreuken 2: 16; 5: 3; 7: 5 vv.; 23: 27.
Het gebeurt zelden, dat zij zich weer herstellen, die in dezen afgrond zijn ingezonken. De diepte dezer gracht maakt de ontkoming, of uitredding zeer moeilijk, want de geest wordt er op verzot, het verstand wordt verdwaasd, de ziel besmet en het geweten verhard en ongewillig gemaakt, terwijl men zijn vleselijke lusten alleen streelt.
a) De dwaasheid, de tegenzin om de wegen der waarheid en gerechtigheid te gaan, is in het hart des jongen knaaps, ja van een iegelijken jongen gebonden, ingedrongen; de roede der tucht zal ze, wanneer deze vlijtig wordt aangewend, verre van hem wegdoen.
Spreuken 13: 24; 19: 18; 23: 14; 29: 15 en 17. Maar de ijdele wereld meent altijd weer, dat de eigene kinderen enigermate ene uitzondering maken. Valse gevoelens en dwaze genegenheden kleven soms zo vast in het verstand en den wil van een kind, en zijn daarin zo gevlochten, dat zulk ene hardnekkige dwaasheid niet kan verdreven worden door vermaningen, bestraffingen of verstandige redenen, maar alleen door ene voorzichtige tijdige kastijding.
a) Die den arme verdrukt, om het zijne te vermeerderen, en den rijke geeft, om hem voor zich te winnen, opdat hij oogluikend toelate, dat men zich aan de armen bezondigt, komt zeker tot gebrek; dit zal ene rechtvaardige vergelding zijn.
Spreuken 14: 31; 17: 5. Bij sommige mensen is zulk ene vermenging van kwade hoedanigheden, dat zij de armen hun goed zullen ontnemen om zich te verrijken, zelfs door bedrog en geweld; en aan de andere zijde van het hun geven aan de rijken, om hun onderdrukking ongestraft te kunnen voortzetten; maar alles is te vergeefs, want zulk een gedrag zal hem zeker tot den bedelstaf brengen.
17. Nu laat de wijze koning aan het slot van dit Boek nog Spreuken volgen van andere wijzen. Deze spreuken zijn reeds terstond door den vorm van die van het vorige deel onderscheiden. Terwijl deze enkel uit tweedelige, van elkaar afhankelijke, telkens ene volkomen afgestotene gedachte in zich bevattende verzen bestaat, elk vers ene tegenoverstelling uitdrukkende, bestaande uit langere zinspreuken, elk van twee tot acht verzen, meestal ene uitbreidende vergelijking voorstellende. Terwijl verder de Spreuken van Salomo, tot hiertoe zich door ene treffende, puntige kortheid, ene innerlijke volkomenheid en beknopte volledigheid onderscheiden; is in deze een meer uitgebreide vermanende of bestraffende toon heersende, die meer beschrijft en onderwijst, dan wel uit de ervaring put. Hierdoor komen deze meer overeen met de meer uitgebreide vermanende redenen en de zedelijke taferelen van de eerste 9 hoofdstukken. Wij hebben daarbij zeker te denken aan de beroemde wijzen, wier namen ons geboekt zijn in de gewijde Schriften zelf, zo als Heman, Ethan, Chalkol en anderen. (1 Koningen 4: 31).
I. Vs. 17KruisverwijzingenSpreuken 23:12→Spreuken 5:1→Spreuken 4:4→Prediker 8:9→Spreuken 3:1→Prediker 7:25→Psalmen 90:12→Mattheüs 17:5→
— Neig uw oor, en hoor de woorden der wijzen, en stel uw hart tot mijn wetenschap;
-Hoofdstuk 24: 22. Even als het eerste hoofddeel (Hoofdstuk 1-9). beginnen den Spreuken met ene dringende uitnodiging, om die woorden der wijsheid aan te horen en te behartigen (vs. 17-21), dan wordt de gerechtigheid als de voornaamste vrucht der wijsheid aangeprezen (vs. 22-29); daarna de gematigdheid in alle begeerten, bijzonder in tegenwoordigheid van gevaarlijke getuigen aangeraden (Hoofdstuk 23: 1-11), verder wordt weer de vreze des Heeren in het streven naar de goddelijke wijsheid, in tegenoverstelling van de wereldse wijsheid, die de begeerlijkheid des vleses en de wellust der ogen niet vreest, in een schilderachtig beeld voor ogen gesteld (Spreuken 23: 12-34); eindelijk wordt gewaarschuwd voor de menigvuldige gebreken en zonden, die al zeer licht een liefhebber van de wijsheid zouden kunnen bederven, namelijk tegen jaloersheid op de dwazen, voor blijdschap over het leed van anderen; voor oproer, enz. (Hoofdstuk 24: 1-22).
Neig uw oor tot mij, en hoor de woorden der wijzen, 1) die ik u nu wil mededelen, en stel uw hart tot mijne wetenschap, die op goddelijke wijsheid rust:
Het is duidelijk dat Salomo hier wijst op uitspraken van andere wijzen, die in of vóór zijn tijd leefden, en wier Spreuken evenzeer door Gods Geest waren ingegeven, om het volk wijsheid te leren en wetenschap te doen verstaan. Waar hij er bijvoegt, en stel uw hart tot mijne wetenschap, daar vereenzelvigt hij zich met hen, zodat het volk hun Spreuken als de zijne heeft aan te nemen, alsof God ze door zijn mond had gesproken.
Want het is lieflijk, als gij die spreuken der andere wijzen in uw binnenste, in de schatkameren uws harten, bewaart, en gebruikt waar gij die nodig hebt; zij zullen zamen u enen rijken voorraad verschaffen, en op uwe lippen zullen zij tot ene bron van wijze leringen worden, voor die u horen, en waar zij gepast kunnen aangewend worden.
Opdat uw vertrouwen alleen op den HEERE, den drieëenigen God, gevestigd zij, maak ik u die spreuken heden bekend; want dat moet het doel zijn van al uwe wijsheid, en gij ook, 1) die ze hoort, die ze leest, neem ze aan, en maak ze bekend, waar zij tot nut van u zelven en anderen kunnen aangewend worden.
In het Hebr. Hodathika hajoom af-atthah. Beter: Heb ik heden u, ja u bekend gemaakt. De lezer moet het wel weten, dat hem van nu af aan, van af heden, dit alles is bekend gemaakt, opdat zijn vertrouwen op den Heere God zou wezen.
Heb ik u niet heerlijke, 1) kernachtige dingen geschreven, heb ik u niet geschreven dat gij uw vertrouwen alleen op den Heere zoudt stellen, en heb voor u vele Spreuken doen horen, dien van Hem spreken, en die allerlei raad en wetenschap bevatten, even als de nu volgende Spreuken, waarin ik u de wijsheid, die uit God is, aanprijs, om uw hart daarvoor te winnen.
De heilige zaken, door Gods woord voorgeschreven, zijn niet aan te merken, als gestrenge bevelen van een harden meester aan zijn vernederenden slaaf, enkel om zijns Heeren voordeel er door te bevorderen, neen zij zijn aangename lessen en vermaningen en onderrichtingen, geschikt voor vrije weldenkende leerlingen, en enkel bedoelende hun eigen best en ere en voordeel en bestendig geluk; wij moeten ze dan wel bewaren, want zij zijn voor ons daarom geschreven.
En om u bekend te maken met de zekerheid van de redenen der waarheid, om u gene valse, ijdele of onzekere dingen te leren, zo als de leraars der heidenen doen; maar waarachtige en onfeilbare godspraken; opdat gij, door mij onderwezen zijnde, met die redenen der waarheidkort en krachtig antwoorden moogt, dengenen, die tot u zenden, om u te raadplegen in gewichtige en moeilijke gevallen, en zo gij mocht uitgezonden worden, waardig uwe taak zoudt vervullen.
a) Beroof den arme niet, omdat hij arm is, en daarom gene middelen heeft om u tegen te staan, waardoor uwe geweldenarij u gemakkelijk kan gelukken; en b) verbrijzel den ellendige niet in de poort, daar men het recht spreekt (Hoofdstuk 14: 31. Deuteronomium 16: 18. Job 5:
, vooral, wanneer gij zelf rechter en bestuurder zijt.
(Zach. 7: 10. b) Exodus 23: 6. Job 31: 13. Psalm 82: 3,4.
a) Want, al staat hen ook geen mens bij, de HEERE zal hun twistzaak twisten, en Hij zal dengenen, die hen beroven, de ziel roven, 1) het leven ontnemen (Hoofdstuk 23: 11)
Exodus 22: 22,23. Psalm 10: 18.
Hiermede wordt het uitgesproken dat de Heere een wreker en vergelder van de verdrukkers der armen is. Wie meent dat hij ongestraft, zich tegen den arme kan keren, omdat deze niet tegen hem zich kan verweren, hij zal ervaren, dat er een God in den Hemel is, die op het geschrei der ellendigen acht geeft.
Vergezelschap u niet met enen grammoedige, met een toornig man, en ga niet vertrouwelijk om met een zeer grimmig man; want zij doen niet wat recht is voor God. (Hoofdstuk 15: 18. Jak. 1: 20).
Opdat gij door dien omgang zijne paden niet leert, zijne fouten niet verneemt, en daardoor enen strik over uwe ziel haalt, waaruit gij niet los zoudt kunnen komen.
a) Wees niet onder degenen, doe niet als dezulken, die lichtzinnig voor iemand, die zij niet goed kennen als trouw en eerlijk, ten teken, dat zij voor hem instaan, in de hand klappen, of onder degenen, die voor de schulden van vreemden borg zijn.
Spreuken 6: 1 vv.; 11: 15; 17: 18; 20: 16.
Want zo gij niet hadt, om op den bepaalden tijd te betalen, waarom zoudt gij zelf de oorzaak zijn, dat gij tot straf van uwe pocherij en lichtzinnigheid u zelven armoede op den hals haaldet? Waarom zou men niet onbarmhartig, zelfs tegen de wet, uw bed van onder u wegnemen?Waartoe wilt gij voor u zelven zulk ene tuchtiging en schande bereiden?
Spreuken 20: 16.
a) Zet de oude palen van uw land niet terug, tot schade van uwen nabuur, en vergenoeg u met uwe bezitting; eerbiedig de verbintenissen, die uwe vaderen gemaakt hebben, door het houden van welke zij zegen voor zich en voor u ontvingen; eer hen door de onderhouding van hetgeen zij aan u overgeleverd hebben, zowel in zeden als in bezittingen; en vlied de zucht naar het nieuwe, die uit ijdelheid en hebzucht voortkomt (Job 24: 2. (Hos. 5: 10).
Deuteronomium 19: 14; 27: 17. Spreuken 23: 10 vv. Bij het Israëlietische volk had het verbod nog deze bijzondere betekenis, dat door de verandering der oude grenzen de door God verordende, door het lot bepaalde verdeling van het heilige land tussen de families verstoord werd, hetgeen uitdrukkelijk door den Heere was verboden. (Deuteronomium 19: 14 Aanm). De Spreuk vindt zijne toepassing meer in het bijzonder op geestelijk gebied, waarbij men de oude, door de vaderen na een heftigen geestelijken strijd bepaalde grenzen tegen on- en bijgeloof niet moet verplaatsen door eigenwijsheid of hedendaagse zogenaamde verdraagzaamheid; onze tijd let niet zo nauw op de grenzen en rechten, en daardoor wordt de zo berispelijke onverschilligheid al groter en groter.
Het voorschrift, dat de palen niet verzet mogen worden, kan ook op zinnebeeldige wijze tot het verbod worden uitgebreid, dat in het algemeen de wetten, die door hare oudheid eerwaardig zijn geworden niet moeten veranderd worden, behalve in geval van nood, wanneer het dringend vereist wordt.
Hebt gij enen man gezien, die vaardig in zijn werk is?Door zijne uitstekende bekwaamheden en zijne beproefde trouw zal hij weldra algemeen bekend worden, ja hij zal voor het aangezicht der koningen gesteld worden, die hem gaarne in hun nabijheid zullen zien, om in hem enen vertrouwden raadgever en dienaar te bezitten; hij verdient in enen ruimen werkkring geplaatst te worden; daarom, voor het aangezicht der ongeachte lieden, den ruwen en onverstandigen hoop, die zijne bekwaamheid niet weet op prijs te stellen, zal hij niet gesteld worden, om hen te dienen en te gehoorzamen. De almachtige God weet trouwe vlijt reeds op aarde door de mensen te doen erkennen en belonen (1 Koningen 10: 8). Wie ijverig en volhardend is op den weg der heiligmaking en in de vreze des Heeren, die zal eens met blijdschap voor Gods aangezicht staan, en uit genade beloond worden. (Luk. 19: 17. 1 Samuel 16: 20 vv.). Aan bijzondere bekwaamheid en geschiktheid zal God enen werkkring verschaffen, daarmee overeenkomstig.
Zulk een die vol vlijt en ernst in zijn werk voortgaat, en levendig en werkzaam is in alles, wordt hier, hij mag gering en arm wezen zo hij wil, als een gelukkig mens geprezen, die veel kan afdoen in weinig tijds, die bekwaam is om anderen door zijn voorbeeld tot gelijke naarstigheid te trekken, en die nooit het brood der luiheid eet, en zijn bescheiden deel nooit zal missen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel