Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Die zich afzondertH6504, trachtH1245 naar wat begeerlijksH8378; hij vermengtH1566 zich in alleH3605 bestendige wijsheidH8454.
Die zich afzondert, tracht naar wat begeerlijks; hij vermengt zich in alle bestendige wijsheid.
KJV
Through desire1
a man, having separated3
himself, seeketh2
and intermeddleth6
with all wisdom.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
De zotH3684 heeft geenH3808 lustH2654 aan verstandigheidH8394, maar daarin, dat zijn hartH3820 zich ontdektH1540.
De zot heeft geen lust aan verstandigheid, maar daarin, dat zijn hart zich ontdekt.
KJV
A fool3
hath no delight2
in understanding,4
but that his heart8
may discover
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Als de goddelozeH7563 komtH935, komtH935 ookH1571 de verachtingH937 en metH5973 schandeH7036 versmaadheidH2781.
Als de goddeloze komt, komt ook de verachting en met schande versmaadheid.
KJV
When the wicked2
cometh,1
then cometh3
also contempt,5
and with ignominy7
reproach.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
De woordenH1697 van den mondH6310 eens mansH376 zijn diepeH6013 waterenH4325; en de springaderH4726 der wijsheidH2451 is een uitstortendeH5042 beekH5158.
De woorden van den mond eens mans zijn diepe wateren; en de springader der wijsheid is een uitstortende beek.
KJV
The words3
of a man's5
mouth4
are as deep2
waters,1
and the wellspring8
of wisdom9
as a flowing7
brook.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Het is nietH3808 goedH2896, het aangezichtH6440 des goddelozenH7563 aan te nemenH5375, om den rechtvaardigeH6662 in het gerichtH4941 te buigenH5186.
Het is niet goed, het aangezicht des goddelozen aan te nemen, om den rechtvaardige in het gericht te buigen.
KJV
It is not good5
to accept1
the person2
of the wicked,3
to overthrow6
the righteous7
in judgment.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
De lippenH8193 des zotsH3684 komenH935 in twistH7379, en zijn mondH6310 roeptH7121 naar slagenH4112.
De lippen des zots komen in twist, en zijn mond roept naar slagen.
KJV
A fool's2
lips1
enter3
into contention,4
and his mouth5
calleth7
for strokes.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
De mondH6310 des zotsH3684 is hemzelven een verstoringH4288, en zijn lippenH8193 een strikH4170 zijner zielH5315.
De mond des zots is hemzelven een verstoring, en zijn lippen een strik zijner ziel.
KJV
A fool's2
mouth1
is his destruction,3
and his lips5
are the snare6
of his soul.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
De woordenH1697 des oorblazersH5372 zijn als dergenen, die geslagen zijn, en die dalenH3381 in het binnensteH2315 des buiksH990.
De woorden des oorblazers zijn als dergenen, die geslagen zijn, en die dalen in het binnenste des buiks.
KJV
The words1
of a talebearer2
are as wounds,3
and they go down5
into the innermost parts6
of the belly.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
OokH1571 die zich slap aansteltH7503 in zijn werkH4399, die is een broederH251 van een doorbrengerH1167.
Ook die zich slap aanstelt in zijn werk, die is een broeder van een doorbrenger.
KJV
He also that is slothful2
in his work3
is brother4
to him that is a great6
waster.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
De NaamH8034 des HEERENH3068 is een SterkeH5797 TorenH4026; de rechtvaardigeH6662 zal daarhenen lopenH7323, en in een Hoog VertrekH7682 gesteld worden.
De Naam des HEEREN is een Sterke Toren; de rechtvaardige zal daarhenen lopen, en in een Hoog Vertrek gesteld worden.
KJV
The name3
of the LORD4
is a strong2
tower:1
the righteous7
runneth6
into it, and is safe.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Des rijkenH6223 goedH1952 is de stadH7151 zijner sterkteH5797, en als een verhevenH7682 muurH2346 in zijn inbeeldingH4906.
Des rijken goed is de stad zijner sterkte, en als een verheven muur in zijn inbeelding.
KJV
The rich man's2
wealth1
is his strong4
city,3
and as an high6
wall5
in his own conceit.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
VoorH6440 de verbrekingH7667 zal des mensenH376 hartH3820 zich verheffenH1361; en de nederigheidH6038 gaat voorH6440 de eerH3519.
Voor de verbreking zal des mensen hart zich verheffen; en de nederigheid gaat voor de eer.
KJV
Before1
destruction2
the heart4
of man5
is haughty,3
and before6
honour7
is humility.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Die antwoordH7725 geeft, eerH2962 hij zal gehoordH1697 hebben, dat is hem dwaasheidH200 en schandeH3639.
Die antwoord geeft, eer hij zal gehoord hebben, dat is hem dwaasheid en schande.
KJV
He that answereth1
a matter2
before he heareth4
it, it is folly5
and shame
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
De geestH7307 eens mansH376 zal zijn krankheidH4245 ondersteunenH3557; maar een verslagenH5218 geestH7307, wieH4310 zal dien opheffenH5375?
De geest eens mans zal zijn krankheid ondersteunen; maar een verslagen geest, wie zal dien opheffen?
KJV
The spirit1
of a man2
will sustain3
his infirmity;4
but a wounded6
spirit5
who can bear?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
Het hartH3820 der verstandigenH995 bekomtH7069 wetenschapH1847, en het oorH241 der wijzenH2450 zoektH1245 wetenschapH1847.
Het hart der verstandigen bekomt wetenschap, en het oor der wijzen zoekt wetenschap.
KJV
The heart1
of the prudent2
getteth3
knowledge;4
and the ear5
of the wise6
seeketh7
knowledge.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
De giftH4976 des mensenH120 maakt hem ruimteH7337, en zij geleidtH5148 hem voor het aangezichtH6440 der grotenH1419.
De gift des mensen maakt hem ruimte, en zij geleidt hem voor het aangezicht der groten.
KJV
A man's2
gift1
maketh room3
for him, and bringeth7
him before5
great men.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Die de eersteH7223 is in zijn twistzaakH7379, schijnt rechtvaardigH6662 te zijn; maar zijn naasteH7453 komtH935, en hij onderzoektH2713 hem.
Die de eerste is in zijn twistzaak, schijnt rechtvaardig te zijn; maar zijn naaste komt, en hij onderzoekt hem.
KJV
He that is first2
in his own cause3
seemeth just;1
but his neighbour5
cometh4
and searcheth
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Het lotH1486 doet de geschillenH4079 ophoudenH7673, en maakt scheidingH6504 tussenH996 machtigenH6099.
Het lot doet de geschillen ophouden, en maakt scheiding tussen machtigen.
KJV
The lot3
causeth contentions1
to cease,2
and parteth6
between the mighty.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
Een broederH251 is wederspannigerH6586 dan een sterkeH5797 stadH7151; en de geschillenH4079 zijn als een grendelH1280 van een paleisH759.
Een broeder is wederspanniger dan een sterke stad; en de geschillen zijn als een grendel van een paleis.
KJV
A brother1
offended2
is harder to be won than a strong4
city:3
and their contentions5
are like the bars6
of a castle.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
Van de vruchtH6529 van iedersH376 mondH6310 zal zijn buikH990 verzadigdH7646 worden; hij zal verzadigdH7646 worden van de inkomstH8393 zijner lippenH8193.
Van de vrucht van ieders mond zal zijn buik verzadigd worden; hij zal verzadigd worden van de inkomst zijner lippen.
KJV
A man's3
belly5
shall be satisfied4
with the fruit1
of his mouth;2
and with the increase6
of his lips7
shall he be filled.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
DoodH4194 en levenH2416 zijn in het geweldH3027 der tongH3956; en een ieder, die ze liefheeftH157, zal haar vruchtH6529 etenH398.
Dood en leven zijn in het geweld der tong; en een ieder, die ze liefheeft, zal haar vrucht eten.
KJV
Death1
and life2
are in the power3
of the tongue:4
and they that love5
it shall eat6
the fruit
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
Die een vrouwH802 gevondenH4672 heeft, heeft een goedeH2896 zaak gevondenH4672, en hij heeft welgevallenH7522 getrokkenH6329 van den HEEREH3068.
Die een vrouw gevonden heeft, heeft een goede zaak gevonden, en hij heeft welgevallen getrokken van den HEERE.
KJV
Whoso findeth1
a wife2
findeth3
a good4
thing, and obtaineth5
favour6
of the LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
De armeH7326 spreektH1696 smekingenH8469; maar de rijkeH6223 antwoordtH6030 hardeH5794 dingen.
De arme spreekt smekingen; maar de rijke antwoordt harde dingen.
KJV
The poor3
useth2
intreaties;1
but the rich4
answereth5
roughly.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
Een manH376, die vriendenH7453 heeft, heeft zich vriendelijk te houden; want er is een liefhebberH157, die meer aankleeftH1695 dan een broederH251.
Een man, die vrienden heeft, heeft zich vriendelijk te houden; want er is een liefhebber, die meer aankleeft dan een broeder.
Ook in dit vers
vriendelijk houdenH7489
KJV
A man1
that hath friends2
must shew himself friendly:3
and there is4
a friend5
that sticketh closer6
than a brother.
afzondert,
Te weten, van het gezelschap der mensen, genegen zijnde om in stilheid en eenzaamheid te leven.
Hertaald:
afzondert,
Namelijk: van het gezelschap van de mensen, omdat hij geneigd is in stilte en eenzaamheid te leven.
wat begeerlijks;
Hebreeuws, naar begeerte; dat is, heeft gemeenlijk iets begeerlijks voor, hetwelk hij zeer naarstiglijk najaagt, dat zoekende in die eenzaamheid te gekomen. Anders: zoekt met, of door begeerte.
Hertaald:
wat begeerlijks;
Hebreeuws: naar begeerte; dat is: hij heeft gewoonlijk iets begeerlijks voor ogen dat hij zeer ijverig najaagt en dat hij in die eenzaamheid probeert te bereiken. Anders: zoekt met of door begeerte.
in alle
De wijze man spreekt van dengene, wiens begeerte en lust is zich in de onderzoeking van alle goede wetenschap en ware wijsheid in te laten, om daarvan een vaste kennis te hebben, die hij in zijn hart opsluit. Deze zin wordt met de tegenstelling van vs.2 zeer bevestigd. Anderen verstaan hier een kwade afzondering, waardoor iemand zich van de ware wijzen en rechtgevoelenden afscheidt, gedreven zijnde door de begeerte van ijdele eer, waartoe hij zoekt te geraken mits zich door arglistige en spitsvondige zinnen in alle goede wijsheid en lering om te wentelen, daarentegen zich op te werpen en zijn venijn daaruit te zuigen, dat hij bij alle gelegenheid daarna met groten schijn van hoge wijsheid overal uitgiet.
Hertaald:
in alle
De wijze man spreekt over iemand die er begeerte en lust in heeft zich toe te leggen op het onderzoeken van alle goede kennis en ware wijsheid, om daarvan een vaste kennis te hebben die hij in zijn hart opsluit. Deze uitleg wordt door de tegenstelling in vers 2 sterk bevestigd. Anderen verstaan hier een verkeerde afzondering, waardoor iemand zich losmaakt van de ware wijzen en de rechtzinnigen, gedreven door de zucht naar ijdele eer. Die probeert hij te bereiken door zich met arglistige en spitsvondige invallen in alle goede wijsheid en leer te wentelen, zich daar juist tegen te keren en er zijn venijn uit te zuigen, dat hij daarna bij elke gelegenheid met grote schijn van hoge wijsheid overal uitgiet.
daarin,
Te weten, zal hij alleen lust hebben.
Hertaald:
daarin,
Namelijk: daarin alleen zal hij lust hebben.
dat zijn hart
Of, in het ontdekken zijns harten; of dat hij zijn hart ontdekke; te weten, door zotte redenen bekend makende de zotheid, waarmede zijn hart vervuld is.
Hertaald:
dat zijn hart
Of: in het ontdekken van zijn hart; of: dat hij zijn hart ontdekt, namelijk door met dwaze woorden de dwaasheid bekend te maken waarmee zijn hart vervuld is.
verachting
Te weten, waardoor hij de vromen niet alleen veracht in zijn hart, maar ook hun schande en versmaadheid aandoet met woorden en werken, of waardoor hij van de vromen veracht wordt.
Hertaald:
verachting
Namelijk: waardoor hij de vromen niet alleen in zijn hart veracht, maar hun ook met woorden en werken schande en smaad aandoet; of waardoor hij door de vromen veracht wordt.
met schande
Of, met den schandelijke, dat is den oneerlijken mens komt ook de versmaadheid, te weten, waardoor hij anderen versmaadt, of van anderen versmaad wordt.
Hertaald:
met schande
Of: met de schandelijke, dat is: met de oneerbare mens komt ook de smaad, namelijk waarmee hij anderen versmaadt of door anderen versmaad wordt.
eens mans
Te weten, van groot verstand en aanzien.
Hertaald:
eens mans
Namelijk: van groot verstand en aanzien.
diepe wateren;
Dat is, als diepe wateren, die niet kunnen uitgeput worden; gelijk ook een zodanige man nimmermeer stof ontbreekt van goed onderwijs, gelijk zij van hem begeerd wordt. Vergelijk onder Spr. 20:5 .
Hertaald:
diepe wateren;
Dat is: als diepe wateren die niet uitgeput kunnen worden; zoals ook zo'n man nooit stof tekortkomt voor goed onderwijs, wanneer dat van hem gevraagd wordt. Vergelijk hieronder Spr. 20:5.
uitstortende
Dat is, die altijd vloeden en stromen heeft uit te geven en nimmermeer uitdroogt.
Hertaald:
uitstortende
Dat is: die altijd stromen heeft om uit te geven en nooit opdroogt.
Het is niet goed,
Dat is, het is kwaad. Zie boven Spr. 17:26 .
Hertaald:
Het is niet goed,
Dat is: het is kwaad. Zie hierboven Spr. 17:26.
het aangezicht
Zie Lev. 19:15 .
Hertaald:
het aangezicht
Zie Lev. 19:15.
den rechtvaardige
Dat is, te maken dat hij, die recht heeft, hetzelve verlieze, onderligge in het gericht en van den rechter veroordeeld worde, alzo Am. 5:12 .
Hertaald:
den rechtvaardige
Dat is: te maken dat wie recht heeft, dat verliest, in het gericht het onderspit delft en door de rechter veroordeeld wordt; zo Amos 5:12.
De lippen
Dat is, de woorden en redenen. Alzo in vs.7, waar ook het woord mond in denzelfden zin genomen is. Zie Job 15:5 . De zot mengt zich door zijn onwijze redenen in den twist, waaruit hij met ere wel had kunnen blijven.
Hertaald:
De lippen
Dat is: de woorden en uitspraken. Zo in vers 7, waar ook het woord mond in dezelfde betekenis gebruikt wordt. Zie Job 15:5. De dwaas mengt zich met zijn onverstandige woorden in de twist, waarbuiten hij met ere had kunnen blijven.
roept naar slagen
Dat is, brengt de twistende lieden aan elkander en hitst hen op tot vechterij. Of, hij is niet gerust eer hij zijn huid vol slagen heeft, hij roept er om.
Hertaald:
roept naar slagen
Dat is: brengt de twistende partijen tegen elkaar op en hitst hen aan tot vechten. Of: hij is niet gerust voordat hij zijn huid vol slagen heeft; hij roept erom.
hemzelven
Dat is, oorzaak zijner verstoring, dat is van zijn verderf en ondergang.
Hertaald:
hemzelven
Dat is: de oorzaak van zijn verstoring, dat is: van zijn verderf en ondergang.
strik
Te weten, waarin hijzelf gevangen wordt. Vergelijk boven Spr. 12:13 , en de aantekening.
Hertaald:
strik
Namelijk: waarin hij zelf gevangen wordt. Vergelijk hierboven Spr. 12:13, en de aantekening daar.
die geslagen
Dat is, die zich zeer klagelijk aanstellen, zich gelatende ongelijk geleden te hebben, om dengenen, dien zij het oor vol blazen, tot medelijden te verwekken en tegen hunnen naaste op te ruien. Anders: zijn als slangen; te weten, waarmede zij hunnen naaste kwetsen en wonden aan zijn goeden naam; vergelijk boven Spr. 12:18 . Of, zijn als dergenen, die vleien; dat is pluimstrijken en schoonspreken.
Hertaald:
die geslagen
Dat is: die zich zeer klaaglijk voordoen alsof hun onrecht is aangedaan, om bij wie zij de oren volblazen medelijden op te wekken en hen tegen hun naaste op te zetten. Anders: zijn als slagen, namelijk waarmee zij hun naaste verwonden in zijn goede naam; vergelijk hierboven Spr. 12:18. Of: zijn als die van vleiers, dat is: pluimstrijkers en mooipraters.
in het binnenste
Hebreeuws, in de binnenkamers.
Hertaald:
in het binnenste
Hebreeuws: in de binnenkamers.
buiks
Dat is, van het gemoed; zie Job 15:2 .
Hertaald:
buiks
Dat is: van het gemoed; zie Job 15:2.
die zich slap
Versta, den luiaard en trage.
Hertaald:
die zich slap
Versta: de luiaard en de trage.
broeder
Dat is, in gelijken graad te stellen met den doorbrenger, of daarbij te gelijken. Zie van zulke betekenis van het woord broeder, Job 30:29 en de aantekening.
Hertaald:
broeder
Dat is: op één lijn te stellen met de verkwister, of daarmee te vergelijken. Zie over deze betekenis van het woord broeder Job 30:29 en de aantekening daar.
van een doorbrenger
Dat is, van een groot verkwister. Hebreeuws, des Heeren doorbrengers, of des meesters der doorbrenging, of verkwisting; dat is, die daartoe zeer genegen is en zijn werk daarvan maakt. Zie Gen. 14:13 .
Hertaald:
van een doorbrenger
Dat is: van een grote verkwister. Hebreeuws: de heer van de verkwisting, of de meester van het doorbrengen; dat is: die daar zeer toe geneigd is en er zijn werk van maakt. Zie Gen. 14:13.
De Naam
Dat is, de Heere zelf, welverstaande voor dien, die Hem recht kennen en aanroepen. Zie 1 Kon. 5:3 .
Hertaald:
De Naam
Dat is: de Heere Zelf, wel te verstaan voor hen die Hem werkelijk kennen en aanroepen. Zie 1 Kon. 5:3.
Sterke Toren;
Hebreeuws, een toren der sterkte; dat is, als een sterke toren, waarin degenen, die door enigen nood benauwd zijn, niet alleen beschermd, maar ook vrij van alle gevaar der schade gesteld worden; alzo Ps. 61:4 .
Hertaald:
Sterke Toren;
Hebreeuws: een toren van de sterkte; dat is: als een sterke toren, waarin zij die door enige nood benauwd zijn niet alleen beschermd worden, maar ook buiten alle gevaar van schade gesteld worden; zo Ps. 61:4.
daarhenen lopen,
Te weten, tot den naam des Heeren, of tot den toren der sterkte.
Hertaald:
daarhenen lopen,
Namelijk: naar de Naam van de Heere, of naar de sterke toren.
Des rijken
Alzo boven Spr. 10:15 .
Hertaald:
Des rijken
Zo hierboven Spr. 10:15.
in zijn inbeelding
Dat is, alzo de rijke zichzelven wijsmaakt en zich in zijne gedachten laat voorstaan.
Hertaald:
in zijn inbeelding
Dat is: zoals de rijke zichzelf wijsmaakt en zich in zijn gedachten voorstelt.
verbreking
Dat is, tegenspoed, ondergang en verderf. Zie van het Hebreeuwse woord Job 31:29 .
Hertaald:
verbreking
Dat is: tegenspoed, ondergang en verderf. Zie over het Hebreeuwse woord Job 31:29.
antwoord geeft,
Hebreeuws, die een woord wederkeert; dat is, die antwoordt. Alzo 1 Kon. 12:6 , 1 Kon. 12:9 ; 2 Kron. 10:6 , 2 Kron. 10:9 .
Hertaald:
antwoord geeft,
Hebreeuws: die een woord terugkeert; dat is: die antwoordt. Zo 1 Kon. 12:6, 1 Kon. 12:9; 2 Kron. 10:6, 2 Kron. 10:9.
is hem dwaasheid
Dat is, wordt hem met recht tot dwaasheid gerekend, waarover hij dan schaamte en schande behaalt.
Hertaald:
is hem dwaasheid
Dat is: wordt hem terecht als dwaasheid aangerekend, waarover hij dan schaamte en schande oploopt.
geest
Dat is moed, te weten die mannelijk en kloek is. Zie boven Spr. 15:13 .
Hertaald:
geest
Dat is: moed, namelijk moed die mannelijk en flink is. Zie hierboven Spr. 15:13.
zijn krankheid
Te weten, òf zijns zelfs, als droefheid en vrees, òf van zijn lichaam, als ziekte en smart. Deze alle wordt de kloekmoedige geest gezegd te ondersteunen als hij daarin den mens sterkt en troost, dat hij niet bezwijke.
Hertaald:
zijn krankheid
Namelijk: hetzij zijn eigen krankheid, zoals droefheid en vrees, hetzij die van zijn lichaam, zoals ziekte en pijn. Van dat alles wordt gezegd dat de moedige geest die ondersteunt, doordat hij de mens daarin sterkt en troost, zodat hij niet bezwijkt.
verslagen geest,
Die zelf door zijn eigen, of zijns lichaams lijden terneder geworpen is. Vergelijk boven Spr. 15:13 , en de aantekening.
Hertaald:
verslagen geest,
Die zelf door zijn eigen lijden of dat van zijn lichaam neergeworpen is. Vergelijk hierboven Spr. 15:13, en de aantekening daar.
wie zal dien
Alsof hij zeide: Niemand dan God.
Hertaald:
wie zal dien
Alsof hij zei: niemand dan God.
opheffen?
Anders: dragen?
Hertaald:
opheffen?
Anders: dragen?
verstandigen
De verstandigen en wijzen zijn hier die een beginsel der verstandigheid en wijsheid gekregen hebbende, zoeken toe te nemen, mits in het hart te bedenken en te bewaren wat zij geleerd hebben, en met het oor te luisteren naar hetgeen nog te leren is. Vergelijk boven Spr. 1:5 .
Hertaald:
verstandigen
De verstandigen en wijzen zijn hier zij die, nadat zij een begin van verstand en wijsheid gekregen hebben, daarin proberen toe te nemen door in hun hart te overdenken en te bewaren wat zij geleerd hebben, en met hun oor te luisteren naar wat er nog te leren valt. Vergelijk hierboven Spr. 1:5.
maakt hem ruimte,
Dat is, opent hem den weg om uit den nood te komen, of aan het einde van enig geschil of moeite te geraken.
Hertaald:
maakt hem ruimte,
Dat is: opent hem de weg om uit de nood te komen, of om een einde te maken aan een geschil of moeilijkheid.
groten
Dat is, die groot van staat en aanzien zijn, vervolgens veel vermogen om iemands zaak te bevorderen. Vergelijk 2 Kon. 5:1 , en 2 Kon. 10:6 , en 2 Kon. 25:9 , en de aantekening.
Hertaald:
groten
Dat is: die groot zijn in stand en aanzien en daardoor veel vermogen om iemands zaak te bevorderen. Vergelijk 2 Kon. 5:1, en 2 Kon. 10:6, en 2 Kon. 25:9, en de aantekening daar.
Die de eerste
Dat is, die in het geschil, hetwelk hij met zijnen naaste uitstaande heeft, in de voorbaat is, door eerst zijne zaak den rechter te openen en met redenen te bekleden.
Hertaald:
Die de eerste
Dat is: die in het geschil dat hij met zijn naaste heeft, voorop loopt door als eerste zijn zaak aan de rechter voor te leggen en met argumenten te onderbouwen.
rechtvaardig
Dat is, gelijk te hebben, welverstaande zolang als zijne partij nog niet is gehoord geweest.
Hertaald:
rechtvaardig
Dat is: gelijk te hebben, wel te verstaan zolang zijn tegenpartij nog niet gehoord is.
zijn naaste
Te weten, de verweerder.
Hertaald:
zijn naaste
Namelijk: de gedaagde.
komt,
Te weten, voor den rechter, om hem ook zijne zaak aan te dienen.
Hertaald:
komt,
Namelijk: voor de rechter, om ook zijn zaak voor te leggen.
hij onderzoekt
Te weten, de rechter, of de partij.
Hertaald:
hij onderzoekt
Namelijk: de rechter, of de tegenpartij.
hem
Namelijk zijnen naaste, dat is den verweerder, om hem mede te horen en te onderzoeken over hetgeen de eiser eerst voortgebracht had.
Hertaald:
hem
Namelijk: zijn naaste, dat is: de gedaagde, om ook hem te horen en te ondervragen over wat de eiser als eerste naar voren gebracht had.
lot
Zie boven Spr. 16:33 .
Hertaald:
lot
Zie hierboven Spr. 16:33.
machtigen
Dat is, die zich verharden, sterken, of te machtig maken in hun geschil tegen elkander, of die macht genoeg hebben om elkander te beschadigen, zo zij niet verenigd worden.
Hertaald:
machtigen
Dat is: die zich in hun geschil tegenover elkaar verharden en versterken of zich te machtig maken, of die genoeg macht hebben om elkaar schade te doen als zij niet met elkaar verzoend worden.
wederspanniger
Of, meer door overtreding verstoord, te weten, tegen zijnen broeder, van wien hij meent verongelijkt te zijn en daarom met hem in twist is.
Hertaald:
wederspanniger
Of: meer door de overtreding verstoord, namelijk tegen zijn broeder, van wie hij meent onrecht te hebben geleden en met wie hij daarom in twist ligt.
sterke stad;
Te weten, tegen haren prins of enigen heer aan welken zij zich niet wil overgeven, noch met hem vrede maken, steunende op hare sterkte. Hebreeuws, stad der sterkte.
Hertaald:
sterke stad;
Namelijk: tegen haar vorst of een andere heer aan wie zij zich niet wil overgeven en met wie zij geen vrede wil sluiten, omdat zij op haar sterkte vertrouwt. Hebreeuws: stad van de sterkte.
geschillen
Te weten, tussen de broeders en nabestaande vrienden.
Hertaald:
geschillen
Namelijk: tussen broers en naaste verwanten.
zijn als een grendel
Dat is, zij houden zeer vast en sluiten de twistige broeders doorgaans van elkander.
Hertaald:
zijn als een grendel
Dat is: zij sluiten zeer vast en houden de twistende broers doorgaans van elkaar gescheiden.
vrucht
Versta, de redenen, die uit iemands mond voortkomen, en in het volgende van vs.20, de inkomst der lippen genoemd worden. Vergelijk boven Spr. 12:14 , en Spr. 13:2 .
Hertaald:
vrucht
Versta: de woorden die uit iemands mond komen en die in het vervolg van vers 20 de opbrengst van de lippen genoemd worden. Vergelijk hierboven Spr. 12:14, en Spr. 13:2.
zijn buik
Dat is, hijzelf in lichaam en ziel.
Hertaald:
zijn buik
Dat is: hijzelf, naar lichaam en ziel.
verzadigd worden van de inkomst
Dat is, vervuld worden, òf met het goed der zegening door zijn wijze en vrome redenen, òf met het kwaad der straf door zijn dwaze en goddeloze redenen. Vergelijk Job 7:4 , en boven Spr. 12:14 .
Hertaald:
verzadigd worden van de inkomst
Dat is: vervuld worden, hetzij met het goede van de zegen door zijn wijze en vrome woorden, hetzij met het kwaad van de straf door zijn dwaze en goddeloze woorden. Vergelijk Job 7:4, en hierboven Spr. 12:14.
het geweld
Hebreeuws, hand. Vergelijk Gen. 16:6 , en zie de aantekening.
Hertaald:
het geweld
Hebreeuws: hand. Vergelijk Gen. 16:6, en zie de aantekening daar.
die ze
Te weten, de tong.
Hertaald:
die ze
Namelijk: de tong.
liefheeft,
Te weten, om die te gebruiken, òf ten goede door wijze en deugdzame redenen, òf ten kwade door onwijze en ondeugdelijke redenen. Doch sommigen nemen het alleen in ten goede.
Hertaald:
liefheeft,
Namelijk: om haar te gebruiken, hetzij ten goede door wijze en deugdzame woorden, hetzij ten kwade door onverstandige en ondeugdelijke woorden. Sommigen vatten het echter alleen in gunstige zin op.
vrucht
Zie boven Spr. 1:31 .
Hertaald:
vrucht
Zie hierboven Spr. 1:31.
eten
Dat is, genieten met vreugde, zo hij die liefheeft, om wel te gebruiken, of te lijden met smart, zo hij die bemint, om te misbruiken. Zie Job 21:25 .
Hertaald:
eten
Dat is: met vreugde genieten, wanneer hij haar liefheeft om haar goed te gebruiken; of met smart ondergaan, wanneer hij haar liefheeft om haar te misbruiken. Zie Job 21:25.
vrouw
Te weten, een goede en godvrezende. Het woord goede moet men uit het volgende verstaan. Alzo onder Spr. 22:1 , naam voor goede naam, idem Spr. 24:6 , raadgevers voor goede raadgevers, en daar Spr. 24:20 , beloning voor goede beloning, en Spr. 29:4
Hertaald:
vrouw
Namelijk: een goede en godvrezende vrouw. Het woord goede moet men uit het vervolg begrijpen. Zo hieronder Spr. 22:1: naam voor goede naam; en ook Spr. 24:6: raadgevers voor goede raadgevers; en Spr. 24:20: beloning voor goede beloning; en Spr. 29:4.
getrokken
Dat is, verkregen. Zie boven Spr. 8:35 , en Spr. 12:2 .
Hertaald:
getrokken
Dat is: verkregen. Zie hierboven Spr. 8:35, en Spr. 12:2.
Een man,
Hebreeuws, een man der vrienden; dat is, die vrienden heeft.
Hertaald:
Een man,
Hebreeuws: een man van vrienden; dat is: die vrienden heeft.
vriendelijk te houden;
Te weten, met degenen, waarmede hij in vriendschap getreden is.
Hertaald:
vriendelijk te houden;
Namelijk: met hen met wie hij vriendschap gesloten heeft.
aankleeft
Dat is, in den nood nader bijblijft en trouwelijker bijstaat.
Hertaald:
aankleeft
Dat is: in de nood dichter bij blijft en trouwer bijstaat. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Hovaardigheid is voor de verbreking, en hoogheid des geestes voor den val" (Spr. 16:18). Het woord voor betekent hier vóór: de hoogmoed loopt voorop en de val komt erachteraan. Even eerder is gezegd dat wie hoog van hart is de HEERE een gruwel is (Spr. 16:5), en even later dat nederig zijn met de zachtmoedigen beter is dan buit delen met de hovaardigen (Spr. 16:19). Twee hoofdstukken verder staat dezelfde regel in beide richtingen: "Voor de verbreking zal des mensen hart zich verheffen; en de nederigheid gaat voor de eer" (Spr. 18:12). Bijbelse betekenis: Het opvallende is dat de val hier geen willekeurige straf is maar een volgorde. Hoogmoed maakt blind voor gevaar, doof voor raad en ongevoelig voor bestraffing; wie zo loopt, valt vanzelf. Merk op dat Spr. 18:12 de keerzijde er in dezelfde zin bij zet. De nederigheid gaat voor de eer, en dus is de weg naar boven in dit boek de weg naar beneden. Let ten slotte op Spr. 16:19. Er wordt een keus voorgelegd waarin de hoogmoedige kant werkelijk iets oplevert, namelijk buit. De Schrift doet niet alsof trots niets opbrengt; zij zegt wat het einde ervan is. Typologie: Jakobus haalt de regel aan als woord van de Schrift: "God wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade" (Jak. 4:6). Spr. 16:5; Spr. 16:18-19; Spr. 18:12; Jak. 4:6 "Het begin des krakeels is gelijk een, die het water opening geeft; daarom verlaat den twist, eer hij zich vermengt" (Spr. 17:14). Het beeld is dat van een dijk of een dam: bij het eerste gaatje is er nog iets te doen, daarna niet meer. De raad is dus niet om de ruzie te winnen maar om haar te verlaten voordat zij op gang komt. Vlak daarvoor staat wat een twist gaande houdt: "die de zaak weder ophaalt, scheidt den voornaamsten vriend" (Spr. 17:9). En hoe hard een verstoorde verhouding wordt, zegt het volgende hoofdstuk: "Een broeder is wederspanniger dan een sterke stad" (Spr. 18:19). Het afblijven van twist heet daarom een eer (Spr. 20:3). Bijbelse betekenis: De spreuken kijken naar het begin en niet naar de schuldvraag. Dat is opmerkelijk, want juist bij ruzie gaat alle aandacht naar wie gelijk heeft. Hier wordt gevraagd wie ophoudt. Merk op wat Spr. 17:9 als breekpunt aanwijst: het weer ophalen van een zaak die al af was. Wie een oude zaak telkens opnieuw op tafel legt, scheidt vrienden, en dat is dezelfde regel die eerder over het bedekken van een overtreding gegeven werd (reeds behandeld bij Spr. 10:12). Let ten slotte op het beeld van de sterke stad. Een gekwetste broeder is moeilijker te winnen dan een vesting, en dus is voorkomen hier veel meer waard dan herstellen. Typologie: Paulus geeft de gemeente dezelfde maat, en hij erkent dat het niet altijd lukt: "Indien het mogelijk is, zoveel in u is, houdt vrede met alle mensen" (Rom. 12:18). Spr. 17:9; Spr. 17:14; Spr. 18:19; Spr. 20:3; Spr. 10:12; Rom. 12:18 "Wie den goddeloze rechtvaardigt, en den rechtvaardige verdoemt, zijn den HEERE een gruwel, ja, die beiden" (Spr. 17:15). Het gaat om de rechter die een schuldige vrijspreekt of een onschuldige veroordeelt; beide worden in één adem genoemd. Wat zo'n oordeel gewoonlijk koopt, staat er vlakbij: "De goddeloze zal het geschenk uit den schoot nemen, om de paden des rechts te buigen" (Spr. 17:23). En het volgende hoofdstuk zegt hetzelfde nog eens: het is niet goed het aangezicht van de goddeloze aan te nemen om de rechtvaardige in het gericht te buigen (Spr. 18:5). Bijbelse betekenis: Deze spreuk raakt het hart van de rechtvaardigmaking. Als het vrijspreken van een schuldige God een gruwel is, hoe kan Hij dan Zelf de goddeloze rechtvaardigen? Het Nieuwe Testament stelt die vraag en beantwoordt haar. God spreekt de schuldige niet vrij door zijn schuld weg te wuiven, maar door haar te laten dragen; daarom kan Hij rechtvaardig zijn én rechtvaardigend (Rom. 3:26). Het oordeel wordt dus niet gebogen maar voldaan. Merk daarnaast op wat dit voor de rechtszaal zelf betekent. Wie hier op aarde recht spreekt, mag dat niet nadoen; wat God in het kruis deed, kan geen rechter overnemen. En let op Spr. 17:23: het geschenk uit de schoot is de gewone weg waarlangs het recht krom wordt gemaakt. Typologie: Paulus gebruikt juist het woord van deze spreuk om het Evangelie te beschrijven: het geloof wordt gerekend tot rechtvaardigheid aan wie gelooft "in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt" (Rom. 4:5). Spr. 17:15; Spr. 17:23; Spr. 18:5; Rom. 3:26; Rom. 4:5 "De Naam des HEEREN is een Sterke Toren; de rechtvaardige zal daarhenen lopen, en in een Hoog Vertrek gesteld worden" (Spr. 18:10). In een ommuurde stad was de toren de laatste toevlucht wanneer de muren vielen. Het volgende vers zet daar het andere naast: "Des rijken goed is de stad zijner sterkte, en als een verheven muur in zijn inbeelding" (Spr. 18:11). De twee verzen zijn opzettelijk gelijk gebouwd. Het verschil zit in de laatste woorden: de toren is er werkelijk, de muur staat er in de verbeelding. Bijbelse betekenis: Merk op dat het niet de HEERE heet maar de Naam des HEEREN. Die naam is alles wat God van Zichzelf bekendgemaakt heeft; daarheen loopt de rechtvaardige, en niet naar iets wat hij zelf verzonnen heeft. Let ook op het werkwoord lopen. Er wordt geen berusting beschreven maar een vlucht; de toevlucht moet gezocht worden. En let op wat er daarna gebeurt: hij wordt in een hoog vertrek gesteld, dus hij zet zichzelf daar niet neer. De tegenstelling met Spr. 18:11 is scherp zonder rijkdom te veroordelen. Bezit kan werkelijk beschermen, maar niet zo ver als de eigenaar denkt, en juist dat verschil merkt hij pas op de dag dat het erop aankomt. Typologie: De psalm gebruikt dezelfde woorden in het gebed: "Gij zijt mij een Toevlucht geweest, een sterke Toren voor den vijand" (Ps. 61:4). Spr. 18:10-11; Ps. 61:4 "Die de eerste is in zijn twistzaak, schijnt rechtvaardig te zijn; maar zijn naaste komt, en hij onderzoekt hem" (Spr. 18:17). Wie het eerst zijn verhaal doet, doet dat in zijn eigen woorden en in zijn eigen volgorde, en zolang er niemand naast staat klinkt het sluitend. Pas als de andere partij komt, blijkt wat er ontbrak. Daarbij hoort het vers even eerder: "Die antwoord geeft, eer hij zal gehoord hebben, dat is hem dwaasheid en schande" (Spr. 18:13). Bijbelse betekenis: Dit is een van de nuttigste spreuken voor het gewone leven. Zij zegt niet dat de eerste spreker liegt. Zij zegt dat zijn verhaal recht schijnt, en dat is iets anders. Wie op één verhaal afgaat, hoeft dus niet lichtgelovig te zijn om er toch naast te zitten. Merk op dat er niet gevraagd wordt om wantrouwen maar om wachten. Er staat geen oordeel over de eerste spreker, alleen een grens aan het oordeel van de hoorder. Voor een ambtsdrager, een werkgever of een ouder betekent dit dat een zaak niet af is voordat de tweede kant gehoord is. En Spr. 18:13 zegt hoe het misgaat: het antwoord komt eerder dan het luisteren. Typologie: Nikodemus beroept zich in de raad op precies deze regel: "Oordeelt ook onze wet den mens, tenzij dat zij eerst van hem gehoord heeft?" (Joh. 7:51). Spr. 18:13; Spr. 18:17; Joh. 7:51 "Dood en leven zijn in het geweld der tong; en een ieder, die ze liefheeft, zal haar vrucht eten" (Spr. 18:21). Het vers ervoor gebruikt het beeld van een oogst die opgegeten wordt: van de vrucht van zijn mond wordt de buik van een mens verzadigd (Spr. 18:20). Wat iemand zegt, komt dus bij hemzelf terug. Datzelfde hoofdstuk laat zien hoe diep woorden binnenkomen: de woorden van de oorblazer dalen in het binnenste van de buik (Spr. 18:8). Eerder in het boek stond al dat de mond van de rechtvaardige een springader van het leven is (reeds behandeld bij Spr. 10:11). Bijbelse betekenis: Dood en leven is een van de zwaarste tegenstellingen die de Schrift gebruikt, en zij wordt hier aan de tong gehangen. Woorden worden dus niet gewogen naar de bedoeling van de spreker maar naar wat zij aanrichten. Merk op dat beide kanten genoemd worden. Met dezelfde tong kan een mens iemand oprichten die het bijna opgaf. Dat is even ontzagwekkend als het omgekeerde. Let ook op de tweede helft van het vers. Wie de tong liefheeft, eet haar vrucht; wie graag spreekt, krijgt dus zelf te proeven wat hij uitdeelt. En let op Spr. 18:8: het praatje blijft niet aan de oppervlakte maar zakt weg in de mens die het hoort, en daar blijft het liggen. Typologie: De Heere Jezus verbindt aan het gewone spreken het oordeel. Van elk ijdel woord dat de mensen gesproken hebben, geldt: "zij van hetzelve zullen rekenschap geven in den dag des oordeels" (Matt. 12:36). Jakobus werkt dit uit in een heel hoofdstuk over de tong (reeds behandeld bij Jak. 3:8). Spr. 18:8; Spr. 18:20-21; Spr. 10:11; Matt. 12:36; Jak. 3:8 "De geest eens mans zal zijn krankheid ondersteunen; maar een verslagen geest, wie zal dien opheffen?" (Spr. 18:14). De eerste helft zegt wat er gewoonlijk gebeurt: de geest van een mens draagt zijn lichamelijke zwakheid. De tweede helft vraagt wat er dan nog overblijft wanneer die geest zelf verslagen is. Er wordt geen antwoord gegeven. Eerder is in hetzelfde verband gezegd: "Een blij hart zal een medicijn goed maken; maar een verslagen geest zal het gebeente verdrogen" (Spr. 17:22). Bijbelse betekenis: De Schrift laat deze vraag met opzet openstaan, en dat is eerlijker dan een snel antwoord. Wie innerlijk gebroken is, kan zichzelf niet oprichten; dat is precies wat het vers zegt. Daarmee wordt niemand veroordeeld die er zo aan toe is, en er wordt ook geen middel voorgeschreven. Merk op dat het boek de wisselwerking tussen ziel en lichaam nuchter erkent (Spr. 17:22). Wie zwaar terneergeslagen is, merkt dat tot in zijn botten, en dat is geen inbeelding. De vraag van Spr. 18:14 heeft in de Schrift wel een antwoord, maar het ligt buiten de mens zelf. Wie het hier moeilijk heeft, doet er goed aan dit met iemand te delen en het niet alleen te dragen. Typologie: De psalm noemt Degene Die juist bij deze mensen is: "De HEERE is nabij de gebrokenen van harte, en Hij behoudt de verslagenen van geest" (Ps. 34:19). Jesaja zegt hoe voorzichtig Hij met hen omgaat: "Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken" (Jes. 42:3). Spr. 17:22; Spr. 18:14; Ps. 34:19; Jes. 42:3 "Een man, die vrienden heeft, heeft zich vriendelijk te houden; want er is een liefhebber, die meer aankleeft dan een broeder" (Spr. 18:24). Het eerste deel legt de verplichting bij de man zelf: wie vrienden wil hebben, zal zich als vriend moeten gedragen. Het tweede deel zegt dat er zulke trouw bestaat, en dat zij verder kan gaan dan bloedverwantschap. Eerder is dat al zo gezegd: "Een vriend heeft te aller tijd lief; en een broeder wordt in de benauwdheid geboren" (Spr. 17:17). Daarnaast is dit boek nuchter over vriendschap die op voordeel rust: het goed brengt veel vrienden toe, maar de arme wordt van zijn vriend gescheiden (Spr. 19:4). Bijbelse betekenis: De spreuken maken van vriendschap geen gevoel maar een gedrag. Wie vrienden wil houden, moet zich vriendelijk houden, en dat staat er als een opdracht. Merk op waar de proef ligt: bij de benauwdheid (Spr. 17:17). Zolang het goed gaat, is iedereen vriend, en dat wordt in Spr. 19:4 zonder omhaal gezegd. Let ten slotte op de vergelijking met de broeder. Familie is een gegeven en vriendschap is een keus, en juist die keus kan hechter blijken. Wie zulke vrienden heeft, mag ze dankbaar rekenen tot de gaven die God geeft. Typologie: De Heere Jezus noemt Zijn discipelen met dat woord: "Ik heb u vrienden genoemd" (Joh. 15:15). En Hij zegt waar die vriendschap Hem gebracht heeft: "Niemand heeft meerder liefde dan deze, dat iemand zijn leven zette voor zijn vrienden" (Joh. 15:13). Spr. 17:17; Spr. 18:24; Spr. 19:4; Joh. 15:13; Joh. 15:15 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Profeet, priester en koning niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking Dit hoofdstuk staat vol losse spreuken over spreken en zwijgen, over rijkdom en over ruzie. Twee ervan gaan over waar een mens heen vlucht als het misgaat, en zij staan niet toevallig bij elkaar. Er is een toren om in te vluchten, en er is een vriend die dichter bijblijft dan familie. De eerste spreuk is een beeld dat iedereen in die tijd voor zich zag: de Naam des HEEREN is een Sterke Toren; de rechtvaardige zal daarhenen lopen, en in een Hoog Vertrek gesteld worden. De kanttekening werkt dat uit. Met die Naam bedoelt zij de Heere zelf, wel te verstaan voor hen die Hem werkelijk kennen en aanroepen. En het Hebreeuws geeft zij als een toren van de sterkte: als een sterke toren waarin zij die door nood benauwd zijn niet alleen beschermd worden, maar ook buiten alle gevaar van schade gesteld worden. Het werkwoord doet mee. Er staat niet dat de rechtvaardige zich in de toren bevindt maar dat hij daarhenen lóópt. Een toren helpt alleen wie erheen gaat. Daartegenover zet het volgende vers wat een mens uit zichzelf doet: het goed des rijken is een stad zijner sterkte. Zijn vermogen is óók een vesting — maar een gemaakte. Aan het slot van het hoofdstuk staat de tweede spreuk, en die verschuift van een gebouw naar een persoon: een man die vrienden heeft, heeft zich vriendelijk te houden; want er is een liefhebber die meer aankleeft dan een broeder. De kanttekening legt dat aankleven uit met vier woorden die niets te wensen laten: die in de nood dichter bijblijft en trouwer bijstaat. Dat is opmerkelijk, want in het Oude Testament is de broeder juist degene op wie men rekent — hij is de losser, hij staat borg. Hier staat dat er iemand is die verder gaat dan dat. Spreuken noemt Christus hier niet, en het Nieuwe Testament haalt deze verzen niet aan. Maar Hij gebruikt zelf het woord dat hier valt, en Hij gebruikt het aan de vooravond van Zijn sterven: Ik heet u niet meer dienstknechten, maar Ik heb u vrienden genoemd. En Hij zegt wat die vriendschap kost: niemand heeft meerder liefde dan deze, dat iemand zijn leven zette voor zijn vrienden. In het Nieuwe Testament: Johannes 15:13-15; Hebreeën 2:11-18; Mattheüs 11:19; Spreuken 17:17 Hoever dit reikt: Niveau 3. Spreuken noemt Christus hier niet, en het Nieuwe Testament haalt deze verzen niet aan. De lijn loopt over de zaak: een toevlucht waar men naartoe moet lopen, en een vriend die dichter bijblijft dan een broeder.
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas Trouw is een absolute noodzaak in een ware vriend. Verplaats uw gedachten duizend jaar terug en stel u een volk voor dat na het ploegen en zaaien zijn oogst binnengehaald heeft. Maar juist wanneer zij zich met het oogstfeest willen verblijden, verjaagt een schrikwekkend signaal hun vreugde: van de berg daar wordt een bazuin geblazen, de klok uit de dorpstoren antwoordt erop — horden woeste rovers naderen, en hun koren zal door vreemden verslonden worden! Zij begraven hun koren en hun huisraad, grijpen het weinige draagbare bezit dat zij hebben, en haasten zich met al hun macht naar hun vluchtburcht die op die bergrug staat. De poorten worden gesloten, de brug wordt opgehaald, het ijzeren hek wordt neergelaten, de wachters staan op de weergangen — en wie binnen zijn gevoelen dat zij veilig zijn. De vijand zal hun verlaten hoeven plunderen en naar verborgen schatten zoeken; en wanneer hij bemerkt dat de bewoners geheel buiten zijn bereik zijn, zal hij naar een andere plaats vertrekken. Soms is er een echte vriend die meer toegewijd is dan een broer. Spreuken 18:24 In het vorige verhaal gingen we met Spurgeon de grens over van Frankrijk… Er is een vriend die meer aankleeft dan een broeder. Spreuken 18:24, (Engelse vertaling) Cicero heeft terecht gezegd: ‘Vriendschap is het enige in de wereld wat alle mensen… De geest eens mans zal zijn krankheid (Engels: zwakheid) ondersteunen; maar een verslagen geest, wie zal die opheffen? Spreuken 18:14 Ik wil nog iets zeggen tegen degene, die een… Een man, die vrienden heeft, heeft zich vriendelijk te houden; want er is een liefhebber, die meer aankleeft dan een broeder. Spreuken 18:24 Vriendschap, die op zichzelf gezien… De geest eens mans zal zijn krankheid (Engels: zwakheid) ondersteunen; maar een verslagen geest, wie zal die opheffen? Spreuken 18:14 Elk mens moet, vroeger of later, een of andere… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Spreuken 18
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Een liefhebber die meer aankleeft dan een broeder — 18:10-24
Wat betekenen de niveaus?
Spurgeon Citaten
Ter overdenking
Verdiepende artikelen
Een echte vriend
Een trouwe Vriend
Een gewond hart
Er is een liefhebber...
Troost voor een verslagen geest


Spreuken 18
Spurgeon heeft dit hoofdstuk niet doorlopend uitgelegd. Wel liet hij bij vers 10 een overdenking en bij vers 24 een uitspraak na.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
IX. Vs. 1-24.Kruisverwijzingen2 Samuël 22:3→Jesaja 26:4→Psalmen 91:2→Psalmen 144:2→1 Samuël 30:6→Psalmen 61:3→Psalmen 18:2→Psalmen 27:1→
— Die zich afzondert, tracht naar wat begeerlijks; hij vermengt zich in alle bestendige wijsheid. De zot heeft geen lust aan verstandigheid, maar daarin, dat zijn hart zich ontdekt. Als de goddeloze komt, komt ook de verachting en met schande versmaadheid. De woorden van den mond eens mans zijn diepe wateren; en de springader der wijsheid is een uitstortende beek. Het is niet goed, het aangezicht des goddelozen aan te nemen, om den rechtvaardige in het gericht te buigen. De lippen des zots komen in twist, en zijn mond roept naar slagen. De mond des zots is hemzelven een verstoring, en zijn lippen een strik zijner ziel. De woorden des oorblazers zijn als dergenen, die geslagen zijn, en die dalen in het binnenste des buiks. Ook die zich slap aanstelt in zijn werk, die is een broeder van een doorbrenger. De Naam des HEEREN is een Sterke Toren; de rechtvaardige zal daarhenen lopen, en in een Hoog Vertrek gesteld worden.
Het hoofdthema van dit Hoofdstuk, dat veelzijdig, grondig en ernstig wordt behandeld, is de vermaning tot de deugden van het maatschappelijk leven als gemeenzaamheid, verdraagzaamheid, en liefde tot vrienden. Ook de andere vermaningen, die schijnbaar verder afliggen van dit hoofdthema, kunnen toch gemakkelijk daaronder gerangschikt worden. Het geheel laat zich weer in vier kleinere groepen verdelen: vs. 1-9 18.1-9 waarschuwen tegen onverdraagzaamheid, strijdlust en andere uitingen van ene liefdeloze en dwaze gezindheid; vs. 10-16 wekken vooral op tot vertrouwen op God en tot ootmoed, als de enige ware wijsheid, vs. 17-21 waarschuwen weer tegen strijdlust en misbruik van de tong, vs. 22-24 spreken van de liefde tot echtgenoten, de naasten en de vrienden.
Die zich van de gemeenschap der godvruchtigen afzondert, tracht niet naar de kennis der waarheid, maar naar wat begeerlijksvoor zich zelven, hij onderzoekt alles, om daardoor zijne ijdele eerzucht te voldoen, en meent beter te zijn dan anderen; hij vermengt zich in alle zaken, om daarmee te kunnen pronken, maar blijft nog verre van de bestendigebeoefening der wijsheid. 1)
in het Hebr. Bekol thoeschijah jithgala’. Beter: Met al zijn beleid maakt hij het nog erger. De dichter komt hier op tegen het separatisme van die dagen, tegen hen, die zich terugtrokken van de gemeenschap des geloofs en nu in een eigenwilligen godsdienst behagen begonnen te scheppen. De wijze koning zegt het hier, dat deze wel meent het daarom beter te zullen hebben, maar dat het einde daarvan is, dat hij in nog slechter conditie komt te verkeren. Anderen zijn aan gedachte dat hier van een goede afzondering wordt gesproken, maar o.i. ligt dit niet in den tekst.
Want de zot heeft genen lust in verstandigheid, in de wijsheid, die in de gemeenschap met de gelovigen te vinden is; en daarom onttrekt hij zich en wil niet van anderen leren: maar daarin heeft hij lust, dat hij zijne eigene wijsheid aan andere zotten uitkraamt, en de dwaasheid van zijn hart zich alzo ontdekt.
Als de goddeloze in ene vergadering komt, komt ookmet hem de verachting van God, van de godsvrucht en van de vromen; hij veracht hen, en hun verachting rust op hem; en met de schande, die aan de goddeloosheid verbonden is, komt ook de versmaadheid 1) en de hoon van de wereld.
De goddelozen zijn een verachtelijk volk, omdat ze smaad en verachting op en over alles brengen, want als een ondeugend mens in een goed gezelschap, in den school der wijsheid, of in de godsdienstige vergadering der gelovigen komt, dan werpt hij ene schande en verachting op God en op alle vromen, ja op alles wat er gezegd en gedaan wordt; men kan van deze bozen niets verwachten, dan schimp en spottaal; schande en versmaadheid verzelt hen allerwege; zij lachen, schimpen en smaden op en met alles, wat wettig, ernstig, stichtelijk en godsdienstig is.
Schultens vertaalt: Als de goddeloze intreedt, treedt ook de versmading binnen en de schande met de schandelijken. Bedoeling is in elk geval dat wie met den goddeloze omgaat of in zijn zonde deelt en haar goedkeurt ook zelf de vrucht en de kwade gevolgen er dan zal ondervinden.
De woorden van den mond eens mans, die de wijsheid kent,zijn rijk van inhoud, ja, onuitputtelijk, als diepe altijd stromende wateren, en de springader der wijsheid, die door het woord en den Geest van God in zijn hart opwelt, is ene uitstortende beek, 1) die nooit uitdroogt, maar velen drenkt en verkwikt (Hoofdstuk 20: 5; 21: 1; 16: 1; 19: 21. 7: 38).
Drieërlei dingen worden van de woorden uit een mans mond gezegd: zij zijn diepe wateren, zodat hun zin niet aan de oppervlakte ligt, maar slechts door indringen in de verborgen bewegingen en bedoelingen van den sprekende kan worden doorzien; zij zijn een uitstortende beek, welke tot hem, die dien vloed van woorden op zich laat komen, krachtig en fris terugkeert, wijl het deze beek niet aan altijd nieuwen toevoer van levend water ontbreekt; zij zijn een springader of bron van wijsheid, waaraan wijsheid ontspringt en van waar wijsheid is te halen.
a) Het is waarlijk niet goed, maar veeleer verwerpelijk het aangezicht des goddelozen aan te nemen, in het gericht voor hem partij te kiezen, om daardoor den rechtvaardige te benadelen, die het recht aan zijne zijde heeft in de zaak, waarover het gericht gehouden wordt, en niemand vermag het recht te buigen, zonder zich grotelijks te bezondigen (Hoofdstuk 17: 15, 23. (Jes. 10: 2. Amos 2: 7).
Leviticus 19: 15. Deuteronomium 1: 17; 16: 19. Spreuken 24: 23.
De lippen des zots komen met iedereen in twist, want overal moet hij door zijne opgeblazenheid anderen beledigen, en zijngrootsprekende, snapachtige mond roept naar slagen, noopt anderen om te vechten, of maakt, dat hij zelf geslagen wordt, terwijl de beminnelijke en rustige houding van den wijze het misverstand, waardoor dikwijls de twisten ontstaan, spoedig inziet en ze weer weet bij te leggen (Hoofdstuk 19: 29; 10: 8; 13: 3).
De mond des zots a) is hem zelven ene verstoring, moet hem zelfs op de wijze, als in vs. 6 gezegd is, in het ongeluk brengen door zijn ongeroepen gesnap, en zijne lippen zijn een b) strik zijner ziel, omdat hij zich of in zijne eigene redenen verwart, en zich tot zijn eigen verrader maakt, of zich door zijn krakelen straf op den hals haalt.
(Spreuken 10: 14; 13: 3. b) Spreuken 12: 13.
a) De lichtzinnig uitgesprokene woorden des oorblazers of des lasteraars zijn als zovele wonden voor de ziel dergenen, die daardoor geslagen zijn, en die dalen in het binnenste des buiks; zij vestigen zich in het diepste der ziel, en maken diepe wonden.
Spreuken 26: 22. Eerst zeer glad en zacht naar binnen glijdende, worden zij, zodra zij eens vast in de ziel liggen, gelijk aan aanstekend en brandend vergif, dat den mens, die het in zich opgenomen heeft, gene rust meer laat.
De lasteraar heeft den duivel op de tong, en wie naar hem hoort, heeft dien in de oren.
Luther zei van degenen, die van afwezenden kwaad spreken: “Het zijn echte zwijnen, die niet letten op de rozen en de viooltjes in den tuin, maar hunnen snuit maar in de mest steken.”.
Ook die zich slap aanstelt in zijn werk, die is ook reeds door zijn tijdverlies een broeder van enen doorbrenger; beiden zullen tot armoede geraken (Hoofdstuk 10: 4; 12: 11
De naam des HEEREN, Jehova, Die is, Die was en Die zijn zal, zo als de Heere Zich zelven heeft geopenbaard, is voor het hart van den mens, waarin Hij woont en dat Hij versiert,
een sterke toren, achter welks vaste muren en wallen hij beschut is tegen al het woeden der vijanden, der zonde, des duivels en der wereld; de rechtvaardige, die door zijn geloof leeft, zal in elken nood daarhenen lopen en door het alvermogen en de diepte van dezen naam, dien hij door het geloof in het hart opneemt, in een hoog vertrek gesteld worden, waar hij veilig is tegen de aanvallen der vijanden.
2 Samuel 22: 51. Psalm 18: 3; 61: 4. Spreuken 29: 25. Het is onmogelijk, dat de naam van God, die niet door mensen is uitgevonden, en genen aardsen oorsprong heeft, maar voortkomt uit de onmiddellijke openbaring van God zelf, dat deze naam slechts een klank en rook is. Veeleer is God, daar Hij alomtegenwoordig is, aldaar, waar Zijn geopenbaarde Naam genoemd wordt, op ene bijzondere wijze door dezen Zijnen Naam en in dezen Zijnen Naam tegenwoordig. Hij heeft dezen Zijnen Naam overal, waar die verkondigd wordt, ten toon gespreid als ene zichtbare banier, opdat allen, die zich in nood bevinden, daar hun toevlucht nemen, en deze banier aangrijpen, d.i. dezen wonderbaren Naam met hun lippen noemen, even zo als eens het volk van Israël in de woestijn zijne ogen richtte naar de koperen slang. Maar deze banier is niet zo als toen, een zinnebeeld, een bloot teken van den verborgen God, maar de Naam van God is de geopenbaarde en de werkelijke God, en wie den naam des Heeren aanroept, die roept den Heere aan, die tegenwoordig is, en zal daarom gered worden (Rom. 10: 13. Fil. 2: 9 vv. Efez. 1: 21). -Den naam van Jezus Christus en van God, den Vader des Heeren Jezus Christus aanroepen, betekent zich aan de genadevolle macht des Gods, die tegenwoordig is, onderwerpen, zich daaraan overgeven en verbinden; en verder betekent het: in het geloof de macht hebben over den God, die tegenwoordig is. Zo begrijpen wij uit het eerste, waarom de Apostel Paulus den naam van Christus doet betrekking hebben op namen, die ene macht, ene heerschappij te kennen geven, en uit het tweede, waarom een gebed in den naam van Jezus kan verhoord worden. Een sterke toren was de toevlucht voor degenen, die belegerd werden, en het hoog vertrek in den toren de toevlucht voor hen, die beveiligd wilden zijn tegen de pijlen der vijanden. Zo wordt hier de Naam des Heeren een sterke toren en een hoog vertrek genoemd voor de rechtvaardigen, om ten allen tijde maar inzonderheid in dagen van benauwdheid beveiligd te zijn tegen den geestelijken vijand.
a) Des rijken goed is hem in zijne dwaasheid hetzelfde, wat voor den wijze de naam van God is, namelijk: de stad zijner sterkte, en als een verheven muur, binnen welken hij in zijne inbeelding 1) veilig is.
Spreuken 10: 15.
Tegenover het vaste bolwerk van den gelovige en rechtvaardige stelt de Spreuken-dichter hier de zwakke en valse verdediging van den rijken wereldling, die zijn deel en schat in de dingen dezer wereld stelt, op welke hij zijn hart vast maakt en waarvan hij zo veel verwacht als de godvruchtige van God zelven.
De Spreuken-dichter spreekt hier van in zijne inbeelding en daarom stelt hij het valse van deze burcht tegenover den naam Gods, die in waarheid een vaste burcht is. Want rijkdom en al het goed der wereld verdwijnt, maar God blijft Die Hij is, van eeuwigheid tot in eeuwigheid God.
a) Vóór de verbreking zal des mensen hart zich verheffen; 1) de hoogmoed is de zekere voorbode van den ondergang; b) en de nederigheid gaat voor de eer; door tijdelijke rampen tot onderworpenheid en ootmood gebracht te worden, is een zegen; want alleen in den ootmoed ligt waarheid, en de waarheid brengt genade en leven in de ziel.
(Spreuken 11: 2; 16: 18. b) Spreuken 15: 33.
Haman is hiervan een duidelijk voorbeeld. En ook Saul bij de aanvaarding zijner regering van hetgeen in het laatste gedeelte van dit vers gezegd wordt. Evenzeer van het eerste ook Nebukadnezer als hij zegt in opgeblazenheid des gemoeds: Zie daar het grote Babel, hetwelk ik gebouwd heb.
Die antwoord geeft, b.v. in het gericht al te spoedig beslist, eer hij de beide partijen zal gehoord hebben, dat is hemeen teken van zijne gewetenloosheid, en daarom van dwaasheid en schande.1)
Het is dwaas voor iemand te spreken van iets dat hij niet verstaat, of een vonnis te vellen in ene zaak, van welke hij niet volslagen of niet naar waarheid onderricht is en waartoe hem geduld ontbreekt, om er het werkelijke van te onderzoeken. En indien dit dwaasheid is, zo zal het ook schandelijk zijn voor degenen, die zich hieraan schuldig maken.
Die antwoord geeft, b.v. in het gericht al te spoedig beslist, eer hij de beide partijen zal gehoord hebben, dat is hemeen teken van zijne gewetenloosheid, en daarom van dwaasheid en schande.1)
Het is dwaas voor iemand te spreken van iets dat hij niet verstaat, of een vonnis te vellen in ene zaak, van welke hij niet volslagen of niet naar waarheid onderricht is en waartoe hem geduld ontbreekt, om er het werkelijke van te onderzoeken. En indien dit dwaasheid is, zo zal het ook schandelijk zijn voor degenen, die zich hieraan schuldig maken.
De moedige en krachtige geest eens mans zal hem in zijne ziekte verwonderlijk ondersteunen; maar enen verslagenen, neergedrukten geest, wie zal dien opheffen? Dan is immers juist datgene, wat ondersteunt, verbroken, en de mens moet bezwijken. Voed u daarom altijd met het woord van God, opdat uw geest door God gesterkt worde om te verdragen (Hoofdstuk 15: 13. Matth. 6: 23).
Het hart des verstandigen, dat de ware wijsheid liefheeft en gehoorzaamt, bekomt wetenschap en geestelijk leven; het staat nooit stil, maar tracht steeds naar het verkrijgen van een beter inzicht in de goddelijke dingen, en het oor der wijzen hoort gaarne spreken van de eeuwige waarheden, die besproken worden in den kring der godzaligen; het zoekt naar wetenschap, opdat het steeds moge toenemen in wijsheid (Spreuken 14: 33; 15: 14). Wie eens is begonnen, zich aan de wijsheid, die van Boven is, over te geven, die heeft ene gedurige en bevestigde begeerte in zich, om met het hart en het oor, als de organen van de gehoorzaamheid aan de goddelijke waarheid (Psalm 40: 7), dieper in te dringen in het begrip van het eeuwige ware, en om enen steeds vasteren grond te leggen, en hij zoekt gaarne zulk ene gemeenschap, waar hem dit mogelijk is.
Hij, die zo veel verstand heeft, dat hij kan overwegen wat goed voor hem is, zal wel grote zorg aanwenden, dat hij de ware Godskennis, en de verplichtingen, die hij aan God heeft, in zijn hart inprent; hij zal zo wijs zijn, dat hij luistert naar dezulken, die hem goed kunnen onderrichten, want dat alleen kan den geest bewaren tegen verslagenheid en verbreking.
De gift des mensen, waarmee hij zijnen rechter omkoopt,maakt hem ruimte, om vrijen toegang tot hem te hebben, en gaarne aangehoord te worden boven anderen; en zij geleidt hem voor het aangezicht der groten, maakt het hem zelfs mogelijk zijne zaak voor de invloedrijkste personen van den Staat te brengen, die zijne voorspraak willen zijn. Zo is des werelds loop: het geld, dat stom is, maakt recht dat krom is. -Het geld kan velen den mond stoppen. Ofschoon het geld stom is, toch spreekt het krachtiger dan schranderheid en vernuft. (Hoofdstuk 17: 8; 21: 14. 1 Samuel 9: 7. 22: 20). Deze spreuk gaat door over de gehele wereld: De Chinees zegt: “De poorten van het hof der mandarijnen zijn wijd open; maar zo gij niets dan recht hebt, en geen geld, gaat er dan niet in.” Deze wereld is zo bedorven, dat men, daar de verdiensten, die alleen moesten gelden, te kort schieten, zich, al is men de post onwaardig, door geld en geschenken den weg tot het aangezicht der groten weet te banen.
Die de eerste is, om tot den rechter te komen, in zijne twistzaak, schijnt in de ogen van den rechter rechtvaardig te zijn, wanneer hij alleen met hem kan spreken zonder andere getuigen; a) maar wanneer zijn naaste komt, en deze ook door den rechter in de gelegenheid gesteld wordt, om zijne zaak te bespreken, hij onderzoekt hem op nieuw, die den rechter voor zich had ingenomen, en door beiden te horen komt de zaak meer tot klaarheid.
Spreuken 25: 8. “Die het eerst spreekt, heeft altijd gelijk,” dit zeggen wij ook in gemeenzamen stijl, en niemand is er, die dit anders opvat, dan dat hij schijnt gelijk te hebben. Want hij stelt alles zo van de beste zijde voor, weet het zwakke zijner zaak zo listig te verbergen, en de voordeligste zijde daarvan zo sterk te doen uitkomen dat de lichtgelovige en onbedachtzame er gemakkelijk door misleid wordt, en indien er niemand na hem sprak, hem zeker in het gelijk zou stellen. Zo gaat het in geschillen, waar men bijzondere personen tot rechters, tot beoordelaars of scheidslieden inroept; zo gaat het ook in twistgedingen, die voor de balie bepleit worden, “die de eerste is in zijne twistzaak, schijnt rechtvaardig te zijn.” Maar menigmaal is het ook slechts schijn, want als de partij, hier “naaste” genoemd, gehoord is, verandert dikwijls de zaak geheel en al. Als de vijl der onderzoeking op den eersten gebruikt wordt, dan blijkt het wel eens, dat het blinkende metaal slechts door verguldsel bedekt is, en dat al wat zo welsprekend is voorgesteld slechts drogredenen zijn.
Het lot, als ene onmiddellijke beslissing van God, doet de geschillen tussen de strijdende partijen ophouden, vooral als zij moeilijk te beslissen zijn, en maakt, dat ook de twisten tussen voorname personen kunnen beslecht worden, zodat de scheiding tussen de machtigen vereffend wordt, zonder dat de rechter van partijdigheid kan beschuldigd worden (Hoofdst 16:
(Jozua 7: 18). Het lot werd ook bij de Hebreeën in het gericht gebruikt en was ene soort van Godsoordeel. In den tijd, toen de rechtspleging nog geheel onvolkomen was, toen de bloedwraak der nabestaanden nog bestond, en familieveten of persoonlijke wraakneming dikwijls de rechtsgeschillen beslisten, was het vooruitgang te noemen, wanneer de rechter de beide partijen overhaalde, vooral wanneer de zaak niet duidelijk was, om zich aan het lot te onderwerpen in de overtuiging, dat God zelf zou beslissen.
Een beledigde broeder, die vroeger met iemand door de banden des bloeds, of door innige vriendschap verbonden was, is wederspanniger tegen de verzoening dan ene sterke stad, 1) die te vergeefs door den vijand belegerd wordt, zich hardnekkig achter hare muren verdedigende, en van geen verdrag wil horen; en de geschillen tussen dezulken, die vroeger nauw verbonden waren, zijn moeilijk uit den weg te ruimen, als een zwaren, bijna niet te verschuiven grendel van een paleis.
Hoe nauwer en inniger vriend, hoe bitterder en heviger toorn, zo als tussen man en vrouw, tussen broeders en zusters. De geschiedenis van Ezau en Jakob is daar om dit te bewijzen. Evenzeer Davids geschiedenis in betrekking tot Bathseba, waardoor Achitofel van hem verwijderd werd. Anderen vertalen: Een broeder, aan wien trouwbreuk gepleegd is, wederstaat meer dan een sterke stad. In elk geval wordt hier gesproken van een beledigden broeder, tegen wien men trouwelooslijk heeft gehandeld.
a) Van de vrucht van ieders mond, het zij wijze of dwaze woorden, die hij gesproken heeft, zal zijn buik verzadigd wordenen hij zal aan lichaam en ziel met voor- of tegenspoed verzadigd worden van de inkomst, of de opbrengst zijner lippen, 1) al naardat deze een goed of kwaad zaad uitstrooien; want aan de gesprekken wordt de gehele mens herkend.
Spreuken 12: 14; 13: 2.
De Heiland heeft gezegd, dat wat van den mens uitgaat, den mens verontreinigt. Hier zegt de Spreuken-dichter dat de mens oogst niet alleen van zijne daden, maar ook van zijne woorden. Dat ook zijne woorden het zijn, die hem dikwijls kwaad en ellende veroorzaken.
Ja, dood en leven zijn in het geweld, 1) in de macht der a) tong; naarmate men haar gebruikt of misbruikt zal men welvaart of verderf van haar ontvangen; en een ieder, die ze lief heeft, die de tong vleit, het zij ten goede of ten kwade, zal van hare vrucht eten, of ten dood of ten leven.
Spreuken 21: 23. Jak. 3: 2,6-12.
Letterlijk: in de hand, d.i. in de macht. Aan de tong wordt hier een hand toegekend, om uit te delen dood en leven. Dood en leven is een grote tegenstelling gelijk vloek en zegen. Hier leert de Schrift des Ouden- gelijk die des N. Verbonds bij Jakobus (Hoofdstuk 3: 5-9), welke de macht der tong is. Deze Spreuk houdt derhalve een ernstige vermaning in om de macht der tong wèl te gebruiken. “Zo verklaart deze Spreuk de vorige nog juister en schilderachtiger; ongetwijfeld zweefde den dichter het zo menigmaal gebruikte beeld van den boom des levens voor den geest, dat hij weer gebruikt en uitbreidt.” -Het gevaarlijkste lid, dat de mens heeft, is de tong; zij verwekt veel strijd, en doet soms groten nijd ontstaan. Veel kwaad, dat wij horen, is door de tong in de wereld gekomen. De tong verwekt veel toorn, en doet dikwijls lichaam en ziel verloren gaan. Menig land wordt door de tong verwoest, en door haar ontstaat moord en verwoesting. De tong is dikwijls oorzaak van meineed. De tong is ene eerroofster en ene rechtverkrachtster. Door de tong kwam Christus aan het kruis. De tong heeft de meeste schuld van het kwade, dat er geschiedt. Ene goede tong is een uitmuntend lid.
a) Die ene Vrouw gevonden heeft, zo als zij behoort te zijn, ene trouwe hulp in zijn gezin (Genesis 18: 20; 19: 14; 31: 10), heeft ene goede, ja de beste zaak op aarde gevonden, en hij heeft met haar welgevallen, een bewijs en pand van de genade en den zegen getrokken van den HEERE.
Spreuken 19: 14. Die ene vrouw getrouwd heeft, welke waarlijk ene hulpe voor hem is, heeft enen groten zegen gevonden, en het betaamt hem dankbaar de bijzondere gunst van God te erkennen, die zijn verstand en zijn gevoel bestuurd heeft, tot het doen van zulk ene gelukkige keuze. De huisvrouw deelt met den man het kruis, maar ook den zegen, en is een kostbaar geschenk, vooral wanneer het ene godvruchtige en deugdzame vrouw is. Het is ene gift van Gods welbehagen, niet alleen om hare lieftalligheid en hare liefde, maar ook, omdat het de eerste schakel is in ene lange keten van zegeningen en gaven Gods, waartoe ook vooral de kinderen behoren, waardoor en in welke men zulke heerlijke ervaringen opdoet. (Psalm 127 en 128). Zulk ene vrouw vindt men door de beschikking Gods want men ontvangt zulk ene, gezocht of ongezocht, maar altijd van den Heere, en men is daarvoor den hoogsten dank verschuldigd. Merkwaardig is het, dat deze Spreuk voorkomt tussen de lessen over het gebruik der tong. (1 Petr. 3: 1) -Al gaat het soms wel eens ongelijk, toch weet de man, dat zijn huwelijk Gode welbehagelijk is, die de vrouw heeft geschapen en haar tot ene gezellin des mans heeft gegeven; en wat de man in het huwelijk ondervindt of lijdt, moet hem als de bemoeiing van God welkom zijn.
De arme spreekt tot den rijke met smekingen; maar de rijke antwoordt menigmaal daarop harde dingen. Oppervlakkig beschouwd is deze Spreuk ene zeer alledaagse, en daarom van weinig waarde. Wanneer men haar echter nauwkeuriger overweegt, dan ligt daarin ene ironie op de zogenaamde wereldbeschaving van de rijken der aarde, die wel gewoonlijk uiterlijk fijn beschaafd zijn, maar inwendig verre van beschaafd; zij missen wel eens de ware menschenliefde, omdat zij altijd menen niemand nodig te hebben, en in hun overmoedige trotsheid op hun vermogen niet die tedere en beminnelijke inschikkelijkheid behouden, welke de armen juist in de school der bedruktheid en des gebreks leren beoefenen.
Deze Spreuk dient tot troost der armen, die soms zo onbarmhartig afgesnauwd worden, maar ook om den rijke te wijzen op het zondige van zijn onbarmhartigheid.
Een man, die vele vrienden heeft, heeft zich vriendelijk te houden,
want er is menigmaal onder die allen slechts een enkele liefhebber, op wien hij in den nood kan rekenen, en die hem dan meer aankleeft, dan hij van een broeder zou kunnen verwachten, die wel eens door oorzaken van tijdelijken aard, zo als door twisten over het erven of iets dergelijks van hem vervreemd wordt.
Christus Jezus is de vriend, die meer aankleeft dan een broeder. Hij zal nooit verlaten, die hun vertrouwen op Hem stellen en Hem liefhebben. Gezegend zij Zijn naam voor de Christelijke vrienden, die Hij ons gegeven heeft, wier standvastige en trouwe liefde tot ons om Zijnentwil onze voornaamste troost is naast de gemeenschap met Hem, in deze boze wereld, waar broeders dikwijls zo onvriendelijk zijn. Mochten wij ook zulke vrienden voor anderen zijn om ‘s Heeren wil, en uit dankbaarheid tot Hem.
Niets kan den gelovige scheiden van de liefde van Christus (Rom 8: 38,39). Wat zullen wij Hem vergelden voor Zijne onuitsprekelijke liefde? Liefde is gehoorzaamheid, en wij zijn Zijne vrienden, indien wij doen, wat Hij ons gebiedt. (Joh. 15: 14).
In het Hebr. Isch reïm lehithroëa’ Beter: een man van vele vrienden komt tot een breuke. Het laatste woord komt toch niet van her: maar van eeren dit laatste woord betekent in den eersten vorm, breken. De Spreuken-dichter wil hier dan zeggen, dat wie met velen bevriend is, toch ten leste zal ondervinden, dat dit op den duur onmogelijk blijkt. Daarom voegt hij er bij, dat één goede, trouwe vriend duizendmaal beter is, dewijl deze meer aankleeft dan een broeder.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel