Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Wie de tuchtH4148 liefheeftH157, die heeft de wetenschapH1847 liefH157; maar wie de bestraffingH8433 haatH8130, is onvernuftigH1198.
Wie de tucht liefheeft, die heeft de wetenschap lief; maar wie de bestraffing haat, is onvernuftig.
KJV
Whoso loveth1
instruction2
loveth3
knowledge:4
but he that hateth5
reproof6
is brutish.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
De goedeH2896 zal een welgevallenH7522 trekkenH6329 van den HEEREH3068; maar een manH376 van schandelijke verdichtselenH4209 zal Hij verdoemenH7561.
De goede zal een welgevallen trekken van den HEERE; maar een man van schandelijke verdichtselen zal Hij verdoemen.
KJV
A good1
man obtaineth2
favour3
of the LORD:4
but a man5
of wicked devices6
will he condemn.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
De mensH120 zal nietH3808 bevestigdH3559 worden door goddeloosheidH7562; maar de wortelH8328 der rechtvaardigenH6662 zal niet bewogenH4131 worden.
De mens zal niet bevestigd worden door goddeloosheid; maar de wortel der rechtvaardigen zal niet bewogen worden.
KJV
A man3
shall not be established2
by wickedness:4
but the root5
of the righteous6
shall not be moved.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Een kloekeH2428 huisvrouwH802 is een kroonH5850 haars herenH1167; maar die beschaamtH954 maakt, is als verrottingH7538 in zijn beenderenH6106.
Een kloeke huisvrouw is een kroon haars heren; maar die beschaamt maakt, is als verrotting in zijn beenderen.
KJV
A virtuous2
woman1
is a crown3
to her husband:4
but she that maketh ashamed7
is as rottenness5
in his bones.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Der rechtvaardigenH6662 gedachtenH4284 zijn rechtH4941; der goddelozenH7563 raadslagenH8458 zijn bedrogH4820.
Der rechtvaardigen gedachten zijn recht; der goddelozen raadslagen zijn bedrog.
KJV
The thoughts1
of the righteous2
are right:3
but the counsels4
of the wicked5
are deceit.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
De woordenH1697 der goddelozenH7563 zijn om op bloedH1818 te loerenH693; maar de mondH6310 der oprechtenH3477 zal ze reddenH5337.
De woorden der goddelozen zijn om op bloed te loeren; maar de mond der oprechten zal ze redden.
KJV
The words1
of the wicked2
are to lie in wait3
for blood:4
but the mouth5
of the upright6
shall deliver
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
De goddelozenH7563 worden omgekeerdH2015, dat zij nietH369 meer zijn; maar het huisH1004 der rechtvaardigenH6662 zal bestaanH5975.
De goddelozen worden omgekeerd, dat zij niet meer zijn; maar het huis der rechtvaardigen zal bestaan.
KJV
The wicked2
are overthrown,1
and are not: but the house4
of the righteous5
shall stand.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Een iederH376 zal geprezenH1984 worden, naardatH6310 zijn verstandigheidH7922 is; maar die verkeerdH5753 van hartH3820 isH1961, zal tot verachtingH937 wezen.
Een ieder zal geprezen worden, naardat zijn verstandigheid is; maar die verkeerd van hart is, zal tot verachting wezen.
KJV
A man4
shall be commended3
according1
to his wisdom:2
but he that is of a perverse5
heart6
shall be despised.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
BeterH2896 is, die zich gering achtH7034, en een knechtH5650 heeft, dan die zichzelven eertH3513, en des broodsH3899 gebrekH2638 heeft.
Beter is, die zich gering acht, en een knecht heeft, dan die zichzelven eert, en des broods gebrek heeft.
KJV
He that is despised,2
and hath a servant,3
is better1
than he that honoureth5
himself, and lacketh6
bread.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
De rechtvaardigeH6662 kentH3045 het levenH5315 van zijn beestH929; maar de barmhartighedenH7356 der goddelozenH7563 zijn wreedH394.
De rechtvaardige kent het leven van zijn beest; maar de barmhartigheden der goddelozen zijn wreed.
KJV
A righteous2
man regardeth1
the life3
of his beast:4
but the tender mercies5
of the wicked6
are cruel.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Die zijn landH127 bouwtH5647, zal van broodH3899 verzadigdH7646 worden; maar die ijdeleH7386 mensen volgtH7291, is verstandeloosH2638.
Die zijn land bouwt, zal van brood verzadigd worden; maar die ijdele mensen volgt, is verstandeloos.
KJV
He that tilleth1
his land2
shall be satisfied3
with bread:4
but he that followeth5
vain6
persons is void7
of understanding.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
De goddelozeH7563 begeertH2530 het netH4685 der bozenH7451; maar de wortelH8328 der rechtvaardigenH6662 zal uitgevenH5414.
De goddeloze begeert het net der bozen; maar de wortel der rechtvaardigen zal uitgeven.
KJV
The wicked2
desireth1
the net3
of evil4
men: but the root5
of the righteous6
yieldeth
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
In de overtredingH6588 der lippenH8193 is de strikH4170 des bozenH7451; maar de rechtvaardigeH6662 zal uit de benauwdheidH6869 uitkomenH3318.
In de overtreding der lippen is de strik des bozen; maar de rechtvaardige zal uit de benauwdheid uitkomen.
KJV
The wicked4
is snared3
by the transgression1
of his lips:2
but the just7
shall come out5
of trouble.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Een iederH376 wordt van de vruchtH6529 des mondsH6310 met goedH2896 verzadigdH7646; en de vergeldingH1576 van des mensenH120 handenH3027 zal hij tot zich wederbrengenH7725.
Een ieder wordt van de vrucht des monds met goed verzadigd; en de vergelding van des mensen handen zal hij tot zich wederbrengen.
KJV
A man3
shall be satisfied4
with good5
by the fruit1
of his mouth:2
and the recompence6
of a man's8
hands7
shall be rendered9
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
De wegH1870 des dwazenH191 is rechtH3477 in zijn ogenH5869; maar die naar raadH6098 hoortH8085, is wijsH2450.
De weg des dwazen is recht in zijn ogen; maar die naar raad hoort, is wijs.
KJV
The way1
of a fool2
is right3
in his own eyes:4
but he that hearkeneth5
unto counsel6
is wise.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
De toornH3708 des dwazenH191 wordt ten zelven dageH3117 bekendH3045; maar die kloekzinnigH6175 is, bedektH3680 de schandeH7036.
De toorn des dwazen wordt ten zelven dage bekend; maar die kloekzinnig is, bedekt de schande.
KJV
A fool's1
wrath4
is presently2
known:3
but a prudent7
man covereth5
shame.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Die waarheidH530 voortbrengtH6315, maakt gerechtigheidH6664 bekendH5046; maar een getuigeH5707 der valshedenH8267, bedrogH4820.
Die waarheid voortbrengt, maakt gerechtigheid bekend; maar een getuige der valsheden, bedrog.
KJV
He that speaketh1
truth2
sheweth forth3
righteousness:4
but a false6
witness5
deceit.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Daar is een, die woorden als stekenH4094 van een zwaardH2719 onbedachtelijk uitspreektH981; maar de tongH3956 der wijzenH2450 is medicijnH4832.
Daar is een, die woorden als steken van een zwaard onbedachtelijk uitspreekt; maar de tong der wijzen is medicijn.
KJV
There is1
that speaketh2
like the piercings3
of a sword:4
but the tongue5
of the wise6
is health.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
Een waarachtigeH571 lipH8193 zal bevestigdH3559 worden in eeuwigheidH5703; maar een valseH8267 tongH3956 is maar voor een ogenblikH7280.
Een waarachtige lip zal bevestigd worden in eeuwigheid; maar een valse tong is maar voor een ogenblik.
KJV
The lip1
of truth2
shall be established3
for ever:4
but a lying8
tongue7
is but for a moment.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
BedrogH4820 is in het hartH3820 dergenen, die kwaadH7451 smedenH2790; maar degenen die vredeH7965 radenH3289, hebben blijdschapH8057.
Bedrog is in het hart dergenen, die kwaad smeden; maar degenen die vrede raden, hebben blijdschap.
KJV
Deceit1
is in the heart2
of them that imagine3
evil:4
but to the counsellors5
of peace6
is joy.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
Den rechtvaardigenH6662 zal geenH3808 leedH205 wedervarenH579; maar de goddelozenH7563 zullen met kwaadH7451 vervuldH4390 worden.
Den rechtvaardigen zal geen leed wedervaren; maar de goddelozen zullen met kwaad vervuld worden.
KJV
There shall no evil5
happen2
to the just:3
but the wicked6
shall be filled7
with mischief.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
ValseH8267 lippenH8193 zijn den HEEREH3068 een gruwelH8441; maar die trouwelijkH530 handelenH6213, zijn Zijn welgevallenH7522.
Valse lippen zijn den HEERE een gruwel; maar die trouwelijk handelen, zijn Zijn welgevallen.
KJV
Lying4
lips3
are abomination1
to the LORD:2
but they that deal5
truly6
are his delight.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
Een kloekzinnigH6175 mensH120 bedektH3680 de wetenschapH1847; maar het hartH3820 der zottenH3684 roeptH7121 dwaasheidH200 uit.
Een kloekzinnig mens bedekt de wetenschap; maar het hart der zotten roept dwaasheid uit.
KJV
A prudent2
man1
concealeth3
knowledge:4
but the heart5
of fools6
proclaimeth7
foolishness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
De handH3027 der vlijtigenH2742 zal heersenH4910; maar de bedriegersH7423 zullen onder cijnsH4522 wezenH1961.
De hand der vlijtigen zal heersen; maar de bedriegers zullen onder cijns wezen.
KJV
The hand1
of the diligent2
shall bear rule:3
but the slothful4
shall be under tribute.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
BekommernisH1674 in het hartH3820 des mensenH376 buigtH7812 het neder; maar een goedH2896 woordH1697 verblijdtH8055 het.
Bekommernis in het hart des mensen buigt het neder; maar een goed woord verblijdt het.
KJV
Heaviness1
in the heart2
of man3
maketh it stoop:4
but a good6
word5
maketh it glad.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
De rechtvaardigeH6662 is voortreffelijkerH8446 dan zijn naasteH7453; maar de wegH1870 der goddelozenH7563 doet hen dwalenH8582.
De rechtvaardige is voortreffelijker dan zijn naaste; maar de weg der goddelozen doet hen dwalen.
KJV
The righteous3
is more excellent1
than his neighbour:2
but the way4
of the wicked5
seduceth
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
Een bedriegerH7423 zal zijn jachtvangH6718 nietH3808 bradenH2760; maar het kostelijkH3368 goedH1952 des mensenH120 is des vlijtigenH2742.
Een bedrieger zal zijn jachtvang niet braden; maar het kostelijk goed des mensen is des vlijtigen.
KJV
The slothful3
man roasteth2
not that which he took in hunting:4
but the substance5
of a diligent8
man6
is precious.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
In het padH734 der gerechtigheidH6666 is het levenH2416; en in den wegH1870 van haar voetpadH5410 is de doodH4194 nietH408.
In het pad der gerechtigheid is het leven; en in den weg van haar voetpad is de dood niet.
KJV
In the way1
of righteousness2
is life;3
and in the pathway5
thereof there is no death.
de tucht
Dat is, de onderrichting, waardoor men onderwezen wordt om tot wetenschap te komen. Zie boven Spr. 1:2 . Of versta, de kastijdingen des Heeren, die den mensen tenzelfden einde toegezonden worden; gelijk Deut. 11:2 ; Job 5:17 ; Ps. 94:12 ; Jer. 10:24 ; vergelijk boven de aantekening Spr. 9:7 .
Hertaald:
de tucht
Dat is: het onderricht waardoor men onderwezen wordt om tot kennis te komen. Zie hierboven Spr. 1:2. Of versta: de kastijdingen van de Heere, die de mensen met datzelfde doel toegezonden worden, zoals Deut. 11:2; Job 5:17; Ps. 94:12; Jer. 10:24; vergelijk hierboven de aantekening bij Spr. 9:7.
wetenschap
Tot welke men door de tucht en onderwijzing komt.
Hertaald:
wetenschap
Waartoe men door de tucht en het onderwijs komt.
goede
Dat is, die tot het goede genegen is en het doet.
Hertaald:
goede
Dat is: die tot het goede geneigd is en het ook doet.
een welgevallen
Zie boven, Spr. 8:35 .
Hertaald:
een welgevallen
Zie hierboven Spr. 8:35.
van
Dat is, die boosheid verzint en voorneemt in zijn hart, of ook metterdaad uitvoert. Vergelijk Ps. 5:7 .
Hertaald:
van
Dat is: die boosheid bedenkt en voorneemt in zijn hart, of die ook metterdaad uitvoert. Vergelijk Ps. 5:7.
schandelijke
Het Hebreeuwse woord is hier in het kwade genomen. Zie van hetzelve Job 21:27 ; idem vergelijk onder Spr. 14:17 .
Hertaald:
schandelijke
Het Hebreeuwse woord wordt hier in ongunstige zin gebruikt. Zie daarover Job 21:27; vergelijk ook hieronder Spr. 14:17.
Hij
Namelijk, de Heere.
Hertaald:
Hij
Namelijk: de Heere.
verdoemen
Dat is, verklaren goddeloos te zijn en strafwaardig. Zie van het Hebreeuwse woord Deut. 25:1 , en Job 10:2 .
Hertaald:
verdoemen
Dat is: verklaren dat hij goddeloos en strafwaardig is. Zie over het Hebreeuwse woord Deut. 25:1, en Job 10:2.
zal niet
Dat is, zal het niet lang naar zijn wens maken, niet lang voorspoed en geluk hebben. Vergelijk boven Spr. 10:2 , en Spr. 11:4 .
Hertaald:
zal niet
Dat is: zal het niet lang naar zijn wens hebben, niet lang voorspoed en geluk kennen. Vergelijk hierboven Spr. 10:2, en Spr. 11:4.
maar de wortel
De zin is, dat de vromen vast en onbeweeglijk blijven in hunnen stand, gelijk een boom, welks wortel zich diep en wijd uitspreidt en wel bevochtigd is; Ps. 1:3 ; idem vergelijk Ps. 15:5 , en Jer. 17:8 .
Hertaald:
maar de wortel
De betekenis is dat de vromen vast en onbeweeglijk blijven staan, zoals een boom waarvan de wortel zich diep en breed uitstrekt en goed van vocht voorzien is; Ps. 1:3; vergelijk ook Ps. 15:5, en Jer. 17:8.
kloeke
Dat is, verstandige, deugdzame en wel huishoudende. Hebreeuws, ene vrouw der kloekheid. Zie van het Hebreeuwse woord Gen. 47:6 .
Hertaald:
kloeke
Dat is: verstandige, deugdzame en goed huishoudende. Hebreeuws: een vrouw van de kloekheid. Zie over het Hebreeuwse woord Gen. 47:6.
kroon
Dat is, sieraad en heerlijkheid. Zie van het woord kroon in dezen zin genomen, Job 19:9 .
Hertaald:
kroon
Dat is: sieraad en heerlijkheid. Zie over het woord kroon in deze betekenis Job 19:9.
heren;
Dat is, mans. Alzo Ex. 21:3 ; Joël 1:8 .
Hertaald:
heren;
Dat is: haar man. Zo Ex. 21:3; Joël 1:8.
die beschaamt
Te weten, zichzelve en haren man, door hare onverstandigheid, ongeschikte manieren en achteloze huishouding. Vergelijk boven Spr. 10:5 .
Hertaald:
die beschaamt
Namelijk: zichzelf en haar man, door haar onverstand, ongepaste manieren en slordige huishouding. Vergelijk hierboven Spr. 10:5.
is als verrotting
Dat is, ene kwelling in het binnenste zijner ziel en tering in het binnenste zijns lichaams, omdat hij zijne schande altijd voor ogen ziet. Zie dezelfde gelijkenis onder Spr. 14:30 ; Hab. 3:16 , en dergelijke; Ps. 42:11 ; idem het tegendeel, Ps. 51:10 .
Hertaald:
is als verrotting
Dat is: een kwelling in het binnenste van zijn ziel en een tering in het binnenste van zijn lichaam, omdat hij zijn schande voortdurend voor ogen ziet. Zie dezelfde vergelijking hieronder Spr. 14:30; Hab. 3:16, en dergelijke plaatsen: Ps. 42:11; en het tegendeel in Ps. 51:10.
recht;
Dat is, zijn naar den eis des rechts wel bedacht. Vergelijk Num. 27:11 , en de aantekening.
Hertaald:
recht;
Dat is: zijn goed doordacht naar de eis van het recht. Vergelijk Num. 27:11, en de aantekening daar.
raadslagen
Dit woord is hier in het kwade genomen voor listige vonden en spitsvondige bedenkingen om schade te doen. Elders is het in het goede genomen. Zie van hetzelve Job 37:12 .
Hertaald:
raadslagen
Dit woord wordt hier in ongunstige zin gebruikt voor listige vondsten en spitsvondige bedenksels om schade te doen. Elders wordt het in gunstige zin gebruikt. Zie daarover Job 37:12.
om op bloed
Zie 1 Sam. 22:9-10 ; Ps. 52:5-6 .
Hertaald:
om op bloed
Zie 1 Sam. 22:9-10; Ps. 52:5-6.
zal ze redden
Te weten degenen, op wier bloed de goddelozen loeren. Zie exempelen 1 Sam. 19:4 ; Est. 7:2-3 .
Hertaald:
zal ze redden
Namelijk: hen op wier bloed de goddelozen loeren. Zie voorbeelden in 1 Sam. 19:4; Esth. 7:2-3.
goddelozen
Hebreeuws, de goddelozen keren om; dat is worden omgekeerd, dat is uitgeroeid.
Hertaald:
goddelozen
Hebreeuws: de goddelozen keren om; dat is: worden omgekeerd, dat is: uitgeroeid.
niet meer
Dat is dat zij van deze wereld weggenomen worden. Zie Gen. 42:13 , en de aantekenng, idem Ps. 39:14 , en Ps. 103:16 ; Jer. 31:15 ; Matt. 2:18 ; vergelijk ook Gen. 5:24 .
Hertaald:
niet meer
Dat is: dat zij uit deze wereld weggenomen worden. Zie Gen. 42:13, en de aantekening daar; en ook Ps. 39:14, en Ps. 103:16; Jer. 31:15; Matth. 2:18; vergelijk ook Gen. 5:24.
huis
Dat is, staat, rijkdom, woonplaats en nakomelingen; alzo 2 Sam. 7:29 ; Job 8:15 ; Ps. 49:17 , onder Spr. 14:11 .
Hertaald:
huis
Dat is: staat, rijkdom, woonplaats en nakomelingen; zo 2 Sam. 7:29; Job 8:15; Ps. 49:17, hieronder Spr. 14:11.
geprezen
Te weten, van de wijzen en rechtoordelenden.
Hertaald:
geprezen
Namelijk: door de wijzen en de rechtvaardig oordelenden.
naardat
Dat is, naardat hij met woorden en werken bewijst dat hij verstand heeft, strekkende tot de ware godvruchtigheid.
Hertaald:
naardat
Dat is: naar de mate waarin hij met woorden en werken bewijst dat hij verstand heeft dat tot ware godvrucht leidt.
verkeerd
Zie boven Spr. 11:20 .
Hertaald:
verkeerd
Zie hierboven Spr. 11:20.
gering
Anders: die gering geacht wordt. Maar men kan uit de tegenstellingen verstaan dat hier gesproken wordt van dengene, die zichzelven voor klein en gering houdt.
Hertaald:
gering
Anders: die gering geacht wordt. Maar uit de tegenstelling kan men opmaken dat hier gesproken wordt over iemand die zichzelf voor klein en gering houdt.
een knecht
Dat is, zoveel heeft, dat hij zich mag laten dienen. Anders: die zichzelven een knecht is. Dat is, zichzelven dient.
Hertaald:
een knecht
Dat is: zoveel heeft dat hij zich kan laten bedienen. Anders: die zichzelf tot knecht is, dat is: zichzelf bedient.
zichzelven
Te weten, roemende dat hij een groot meester is en zeer veel goeds heeft.
Hertaald:
zichzelven
Namelijk: door te pochen dat hij een groot heer is en zeer veel bezit.
kent
Dat is, draagt zorg voor het leven zijner beesten. Te weten, om die hunne behoeften te geven. Het woord kennen is voor zorgen en toezien dikwijls genomen. Zie Gen. 18:19 , en Ps. 1:6 .
Hertaald:
kent
Dat is: draagt zorg voor het leven van zijn dieren, namelijk om hun te geven wat zij nodig hebben. Het woord kennen wordt vaak gebruikt in de betekenis van zorgen en toezien. Zie Gen. 18:19, en Ps. 1:6.
leven
Hebreeuws, ziel.
Hertaald:
leven
Hebreeuws: ziel.
wreed
Hebreeuws, eens wreden; te weten, mensen, dat is, gans geen; want de wreden hebben gene barmhartigheid.
Hertaald:
wreed
Hebreeuws: van een wrede, namelijk mens; dat is: in het geheel geen barmhartigheid, want de wreden kennen geen barmhartigheid.
ijdele
Dat is, lediggangers, behoeftigen, en die ledig van deugd en vreze Gods zijn. Zie Richt. 9:4 .
Hertaald:
ijdele
Dat is: lediggangers, behoeftigen, en zij die leeg zijn van deugd en van de vreze van God. Zie Richt. 9:4.
net
Versta, de schelmse praktijken en loze tukken, die de kwaden gebruiken om de vromen te bedriegen, van hun goed te beroven en te verdrukken. Anders: het net der kwade dingen, of van allerlei kwaad. Dat is, waarmede allerlei soort van onrecht bedreven wordt.
Hertaald:
net
Versta: de schurkachtige praktijken en listige streken die de kwaden gebruiken om de vromen te bedriegen, van hun goed te beroven en te verdrukken. Anders: het net van de kwade dingen, of van allerlei kwaad; dat is: waarmee allerlei soort van onrecht bedreven wordt.
de wortel
Dat is, de godvruchtigheid, waarin de vromen vastgeworteld zijn. Vergelijk boven vs.3.
Hertaald:
de wortel
Dat is: de godsvrucht waarin de vromen geworteld zijn. Vergelijk hierboven vers 3.
zal uitgeven
Dat is, voortzetten, uitschieten en vruchten dragen. De zin is dat ze in de vreze des Heeren trouwelijk handelende, genoeg zullen hebben. vs.12 wordt ook aldus overzet: De goddeloze begeert [wel] ene sterkte tegen alle kwaad, maar de wortel der rechtvaardigen geeft [dezelve].
Hertaald:
zal uitgeven
Dat is: voortbrengen, uitschieten en vrucht dragen. De betekenis is dat zij, wanneer zij in de vreze van de Heere trouw handelen, genoeg zullen hebben. Vers 12 wordt ook zo vertaald: de goddeloze begeert wel een vesting tegen alle kwaad, maar de wortel van de rechtvaardigen geeft die.
overtreding
Te weten, die de bozen met spreken begaan tegen God en hunne naasten.
Hertaald:
overtreding
Namelijk: die de bozen met hun spreken begaan tegen God en hun naasten.
strik
Dat is het net, waarin de boze zelf gevangen wordt.
Hertaald:
strik
Dat is: het net waarin de boze zelf gevangen wordt.
benauwdheid
Dat is, uit grote zwarigheid.
Hertaald:
benauwdheid
Dat is: uit grote moeilijkheid.
uitkomen
Te weten, door een goed en voorzichtig gebruik zijner lippen.
Hertaald:
uitkomen
Namelijk: door een goed en voorzichtig gebruik van zijn lippen.
Een ieder
Hebreeuws, van de vrucht des mans mond wordt hij met goed verzadigd; dat is, naardat een ieder zijne tong wel gebruikt, zal hij goed van God ontvangen.
Hertaald:
Een ieder
Hebreeuws: van de vrucht van de mond van de man wordt hij met goed verzadigd; dat is: naarmate ieder zijn tong goed gebruikt, zal hij goed van God ontvangen.
vrucht
Versta, zijn wijze en godvruchtige redenen. Vergelijk onder Spr. 13:2 , en Spr. 18:20 .
Hertaald:
vrucht
Versta: zijn wijze en godvruchtige woorden. Vergelijk hieronder Spr. 13:2, en Spr. 18:20.
goed verzadigd;
Dat is, dat het tijdelijke en eeuwige welvaren aangaat.
Hertaald:
goed verzadigd;
Dat is: wat het tijdelijke en eeuwige welzijn betreft.
van des mensen
Versta, van zijn eigen handen.
Hertaald:
van des mensen
Versta: van zijn eigen handen.
zich wederbrengen
Dat is, weder van God uit genade bekomen. Naar dat een ieder gedaan heeft zal hem ook geschieden.
Hertaald:
zich wederbrengen
Dat is: uit genade weer van God terugkrijgen. Naar wat ieder gedaan heeft, zal hem ook geschieden.
De weg
Zie Gen. 6:12 .
Hertaald:
De weg
Zie Gen. 6:12.
in zijn ogen;
Dat is, naar zijn gevoelen en oordeel. Zie Lev. 13:5 , en Job 18:3 .
Hertaald:
in zijn ogen;
Dat is: naar zijn eigen mening en oordeel. Zie Lev. 13:5, en Job 18:3.
raad hoort,
Te weten, die heilig en heilzaam is, zodat hij zich niet verlaat op zijn eigen verstand en goeddunken.
Hertaald:
raad hoort,
Namelijk: die heilig en heilzaam is, zodat hij niet op zijn eigen verstand en goeddunken vertrouwt.
ten zelven
Dat is, ten zelfden tijde en stonde, als hij toornig geworden is over het leed hem aangedaan.
Hertaald:
ten zelven
Dat is: op datzelfde ogenblik dat hij toornig geworden is over het leed dat hem is aangedaan.
bekend;
Te weten, uit zijne woorden, gebaren en daden.
Hertaald:
bekend;
Namelijk: uit zijn woorden, gebaren en daden.
kloekzinnig is,
Alzo onder vs.23. Zie van dit woord boven Spr. 1:4 .
Hertaald:
kloekzinnig is,
Zo hieronder vers 23. Zie over dit woord hierboven Spr. 1:4.
schande
Te weten, die uit haastigen toorn voortkomt.
Hertaald:
schande
Namelijk: de schande die uit haastige toorn voortkomt.
voortbrengt,
Hebreeuws, blaast.
Hertaald:
voortbrengt,
Hebreeuws: blaast.
gerechtigheid
Dat is, dat recht overeenkomt met hetgeen geschied is of gesproken wordt, opdat niemand ongelijk gedaan worde.
Hertaald:
gerechtigheid
Dat is: wat werkelijk overeenkomt met wat gebeurd is of gezegd wordt, opdat niemand onrecht wordt aangedaan.
bedrog
Dat is, niet overeenkomende met de waarheid der zaak, die geschied is, en dat om iemand daarmede listiglijk schade te doen.
Hertaald:
bedrog
Dat is: wat niet overeenkomt met de waarheid van de zaak die gebeurd is, en dat om iemand daarmee listig schade te doen.
woorden
Dat is, die met lichtvaardige en kwalijk verzinde redenen hunnen naaste kwetsen aan zijn gemoed, eer, leven en welvaren, gelijk men aan het lichaam met een zwaard gekwetst wordt. Zie 1 Sam. 22:9-10 ; Ps. 57:5 , en Ps. 59:8 .
Hertaald:
woorden
Dat is: die met lichtvaardige en slecht doordachte woorden hun naaste kwetsen in zijn gemoed, eer, leven en welzijn, zoals men het lichaam met een zwaard verwondt. Zie 1 Sam. 22:9-10; Ps. 57:5, en Ps. 59:8.
medicijn
Dat is, als een medicijn niet alleen, die het verzwakte of gekwetste geneest, maar ook bewaart van verzwakt of gekwetst te worden. Vergelijk boven Spr. 4:22 .
Hertaald:
medicijn
Dat is: als een geneesmiddel, dat niet alleen geneest wat verzwakt of gewond is, maar ook bewaart voor verzwakking of verwonding. Vergelijk hierboven Spr. 4:22.
Een waarachtige
Hebreeuws, lip der waarheid; dat is die de waarheid spreekt. Alzo lip der vleiing; die vleiing spreekt, Ps. 12:3 ; lippen der valsheid, die valsheid spreken; Ps. 31:19 ; lippen der wetenschap, die wetenschap voortbrengen, onder Spr. 14:7 ; alzo terstond in vs.19, tong der valsheid, of der leugen, voor een tong, die valsheid of leugen spreekt; idem, onder vs.22; idem, lippen der gerechtigheid, die gerechtige redenen voorstelt; onder Spr. 16:13 .
Hertaald:
Een waarachtige
Hebreeuws: lip van de waarheid; dat is: die de waarheid spreekt. Zo ook: lip van de vleierij, die vleierij spreekt, Ps. 12:3; lippen van de valsheid, die valsheid spreken, Ps. 31:19; lippen van de kennis, die kennis voortbrengen, hieronder Spr. 14:7; zo meteen in dit vers 19: tong van de valsheid of van de leugen, voor een tong die valsheid of leugen spreekt; en ook hieronder vers 22; en ook: lippen van de gerechtigheid, die rechtvaardige woorden spreken, hieronder Spr. 16:13.
bevestigd
De waarheid [en vervolgens die dezelve spreekt] blijft staande, en is altijd vast in zichzelve, ofschoon ze tegengesproken wordt.
Hertaald:
bevestigd
De waarheid — en dus ook wie haar spreekt — blijft staande en is altijd vast in zichzelf, ook al wordt zij tegengesproken.
kwaad
Te weten, der onenigheid en der twisting.
Hertaald:
kwaad
Namelijk: van de onenigheid en de twist.
blijdschap
Te weten, in hun hart voor God en in hun leven bij de mensen.
Hertaald:
blijdschap
Namelijk: in hun hart voor God en in hun leven bij de mensen.
leed
Of, moeite, of verdriet; te weten, dat hem van de goddelozen alzo zou aangedaan worden, dat hij daaronder zou blijven liggen, en het zal hem alles ten goede gedijen; Rom. 8:28 . Anders: gene ongerechtigheid overkomen; te weten, in welke de rechtvaardige zo zou komen te vervallen, dat hij daaruit niet weder door Gods Geest opgericht zou worden. Van het Hebreeuwse woord, zie Job 5:6 .
Hertaald:
leed
Of: moeite, of verdriet; namelijk dat hem door de goddelozen zo aangedaan zou worden dat hij daaronder zou blijven liggen; en het zal hem allemaal ten goede meewerken; Rom. 8:28. Anders: geen ongerechtigheid overkomen, namelijk waarin de rechtvaardige zo zou vervallen dat hij er niet meer door Gods Geest uit opgericht zou worden. Over het Hebreeuwse woord, zie Job 5:6.
Valse
Zie boven vs.19.
Hertaald:
Valse
Zie hierboven vers 19.
trouwelijk
Hebreeuws, trouw, of waarheid doen; dat is, die in woorden en werken jegens God en hunnen naaste waarheid en trouw oprechtelijk onderhouden. Alzo Ezech. 18:9 ; 1 Joh. 1:6 .
Hertaald:
trouwelijk
Hebreeuws: trouw of waarheid doen; dat is: die in woorden en werken tegenover God en hun naaste waarheid en trouw oprecht onderhouden. Zo Ezech. 18:9; 1 Joh. 1:6.
welgevallen
Dat is, Hem aangenaam en welgevallig. Alzo boven Spr. 11:20 .
Hertaald:
welgevallen
Dat is: Hem aangenaam en welgevallig. Zo hierboven Spr. 11:20.
bedekt
Dat is, hij giet ze niet door lichtvaardige en opgeblazen praat uit, om zichzelven daarmede ten toon te stellen.
Hertaald:
bedekt
Dat is: hij giet ze niet uit in lichtvaardig en opgeblazen gepraat om zichzelf daarmee te laten zien.
dwaasheid
Dat is, allerlei onwetendheid en dwaling, rakende het geloof en den wandel der mensen.
Hertaald:
dwaasheid
Dat is: allerlei onwetendheid en dwaling met betrekking tot het geloof en de wandel van de mensen.
bedriegers
Hebreeuws, het bedrog zal, enz., zie Job 35:13 . Versta door deze bedriegers de luie lediggangers, die, omdat zij niet arbeiden willen, door bedrog en dieverij zoeken den kost te rapen. Zie boven Spr. 10:4 , en de aantekening. Idem onder vs.27.
Hertaald:
bedriegers
Hebreeuws: het bedrog zal, enzovoort; zie Job 35:13. Versta onder deze bedriegers de luie lediggangers, die — omdat zij niet willen werken — door bedrog en diefstal de kost proberen bijeen te scharrelen. Zie hierboven Spr. 10:4, en de aantekening daar; en ook hieronder vers 27.
onder cijns
Dat is, dengenen, die heersen en het gebied hebben, schatting geven. Zie dezelfde manier van spreken Richt. 1:30 , Richt. 1:35 ; Klaagl. 1:1 .
Hertaald:
onder cijns
Dat is: schatting betalen aan hen die heersen en het gezag hebben. Zie dezelfde manier van spreken in Richt. 1:30, Richt. 1:35; Klaagl. 1:1.
voortreffelijker
Te weten, voor de ogen Gods en der vromen, die niet aanzien den uitwendigen voorspoed en de pracht dezes levens, maar het goede dat hier in de vromen begonnen wordt en hierna volbracht zal worden.
Hertaald:
voortreffelijker
Namelijk: voor de ogen van God en van de vromen, die niet letten op de uiterlijke voorspoed en de praal van dit leven, maar op het goede dat hier in de vromen begonnen wordt en hierna voltooid zal worden.
naaste;
Namelijk, die goddeloos is.
Hertaald:
naaste;
Namelijk: die goddeloos is.
weg
Dat is het leven, bedrijf, en manier van doen.
Hertaald:
weg
Dat is: het leven, het gedrag en de manier van doen.
doet hen dwalen
Te weten, hen en anderen, namelijk, door den uiterlijken schijn, die de goddelozen voordoen van gemak, weelde, wellust, rijkdom, eer en hoge staten.
Hertaald:
doet hen dwalen
Namelijk: henzelf en anderen, door de uiterlijke schijn die de goddelozen wekken van gemak, weelde, genot, rijkdom, eer en hoge posities.
Een bedrieger
Hebreeuws, het bedrog. Zie vs.26.
Hertaald:
Een bedrieger
Hebreeuws: het bedrog. Zie vers 26.
jachtvang
Versta, onder deze ene soort, allerlei goed, dat met listige praktijken verkregen wordt.
Hertaald:
jachtvang
Versta onder dit ene voorbeeld allerlei goed dat met listige praktijken verkregen wordt.
niet braden;
Dat is, niet gebruiken of genieten.
Hertaald:
niet braden;
Dat is: niet gebruiken of genieten.
kostelijk
Zo wordt het wel en deugdelijk gewonnen goed genaamd, omdat het den mens beter bijblijft en meer deugd doet dan dat door bedrog verkregen is. Anders: het goed eens naarstigen is kostelijk. Anders: het kostelijk goed des mensen is naarstigheid. Anders: het goed zal zijn des kostelijken, [dat is, vromen] [en] vlijtigen mensen. Sommigen nemen het aldus: het goed des kostelijken [dat is, vromen] mensen zal gesneden [dat is, genuttigd en gebruikt] worden.
Hertaald:
kostelijk
Zo wordt het goed genoemd dat op eerlijke en deugdelijke wijze verworven is, omdat het de mens beter bijblijft en meer goed doet dan wat door bedrog verkregen is. Anders: het goed van een ijverig mens is kostbaar. Anders: het kostbare goed van de mens is ijver. Anders: het goed zal zijn van de kostbare — dat is: vrome — en vlijtige mens. Sommigen vatten het zo op: het goed van de kostbare — dat is: vrome — mens zal gesneden, dat is: genuttigd en gebruikt worden.
vlijtigen
Te weten, zich onderhoudende met een oprechten geoorloofden arbeid, of handel.
Hertaald:
vlijtigen
Namelijk: die zich onderhoudt met eerlijke, geoorloofde arbeid of handel.
In het pad
Vergelijk boven Spr. 10:16 .
Hertaald:
In het pad
Vergelijk hierboven Spr. 10:16. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Als er geen wijze raadslagen zijn, vervalt het volk; maar de behoudenis is in de veelheid der raadslieden" (Spr. 11:14). Dezelfde regel keert later terug: "De gedachten worden vernietigd, als er geen raad is; maar door veelheid der raadslieden zal elkeen bestaan" (Spr. 15:22). Daartegenover staat de dwaas, van wie gezegd wordt dat zijn weg recht is in zijn eigen ogen, terwijl de wijze naar raad hoort (Spr. 12:15). Het eerste vers spreekt over een volk en over bestuur; de latere verzen brengen dezelfde regel binnen in het gewone leven. Bijbelse betekenis: Er staat niet dat de meerderheid gelijk heeft. Wat hier bestreden wordt is het besluit dat één mens in zijn eentje neemt omdat hij aan niemand iets wil vragen. Merk op waar de spreuken het gevaar leggen: in de ogen (Spr. 12:15). Wie zijn eigen weg beoordeelt, is zelf partij, en daarom kan hij zichzelf niet corrigeren. Let ook op het woord veelheid. Eén raadsman kan meepraten met wat de vrager al wil; bij meer stemmen wordt dat moeilijker. En let erop wat er van de raad gevraagd wordt: wijsheid, niet instemming. Raad vragen aan wie zeker ja zal zeggen, is geen raad vragen. Typologie: Rehabeam liet zien wat er gebeurt wanneer die regel wordt omgekeerd: hij verliet de raad van de oudsten en volgde de jongelingen die met hem opgegroeid waren (1 Kon. 12:8). Het gevolg was de scheuring van het rijk. Spr. 11:14; Spr. 12:15; Spr. 15:22; 1 Kon. 12:8 "Wie de tucht liefheeft, die heeft de wetenschap lief; maar wie de bestraffing haat, is onvernuftig" (Spr. 12:1). De regel keert telkens terug. Wie de tucht verwerpt, krijgt armoede en schande, terwijl wie de bestraffing waarneemt geëerd wordt (Spr. 13:18). Een dwaas versmaadt de tucht van zijn vader, maar wie de bestraffing waarneemt handelt kloekzinnig (Spr. 15:5). Wie de tucht verwerpt, versmaadt zijn eigen ziel (Spr. 15:32). En van het oor dat de bestraffing hoort, staat er dat het in het midden van de wijzen zal vernachten (Spr. 15:31). Bijbelse betekenis: De spreuken maken van het aannemen van kritiek geen kwestie van karakter maar van verstand. Wie niet bestraft wil worden, sluit zichzelf af van de enige weg waarlangs hij nog iets kan leren; hij heeft alleen zijn eigen oordeel over, en dat was juist het probleem. Merk op hoe sterk het werkwoord in Spr. 12:1 is. Er staat niet dat de wijze bestraffing verdraagt maar dat hij haar liefheeft. Dat is hoog gegrepen, en het wordt in Spr. 15:32 nog scherper gezegd: wie haar verwerpt, doet zichzelf tekort. De keerzijde staat al eerder in het boek, waar gezegd wordt dat de spotter zijn bestraffer haat (reeds behandeld bij Spr. 9:8). Typologie: De Hebreeënbrief zegt van Gods tucht hetzelfde, en hij erkent daarbij dat zij pijn doet: alle kastijding "schijnt geen zaak van vreugde, maar van droefheid te zijn; doch daarna geeft zij van zich een vreedzame vrucht der gerechtigheid" (Hebr. 12:11). Spr. 12:1; Spr. 13:18; Spr. 15:5; Spr. 15:31-32; Spr. 9:8; Hebr. 12:11 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Spreuken 12
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen


Spreuken 12
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-28.KruisverwijzingenSpreuken 10:25→Spreuken 14:3→Spreuken 15:10→Psalmen 119:97→Spreuken 14:30→Deuteronomium 25:4→2 Thessalonicenzen 2:10→Spreuken 8:35→
— Wie de tucht liefheeft, die heeft de wetenschap lief; maar wie de bestraffing haat, is onvernuftig. De goede zal een welgevallen trekken van den HEERE; maar een man van schandelijke verdichtselen zal Hij verdoemen. De mens zal niet bevestigd worden door goddeloosheid; maar de wortel der rechtvaardigen zal niet bewogen worden. Een kloeke huisvrouw is een kroon haars heren; maar die beschaamt maakt, is als verrotting in zijn beenderen. Der rechtvaardigen gedachten zijn recht; der goddelozen raadslagen zijn bedrog. De woorden der goddelozen zijn om op bloed te loeren; maar de mond der oprechten zal ze redden. De goddelozen worden omgekeerd, dat zij niet meer zijn; maar het huis der rechtvaardigen zal bestaan. Een ieder zal geprezen worden, naardat zijn verstandigheid is; maar die verkeerd van hart is, zal tot verachting wezen. Beter is, die zich gering acht, en een knecht heeft, dan die zichzelven eert, en des broods gebrek heeft. De rechtvaardige kent het leven van zijn beest; maar de barmhartigheden der goddelozen zijn wreed.
In deze afdeling worden de gezegende gevolgen der godsvrucht met die der goddeloosheid in het huiselijke, burgerlijke en openbare leven vergeleken. Vs. 1-3 weer als inleiding van de tegenover stelling tussen goed en kwaad in het algemeen. Vs. 4-11 van den zegen en de rampen van het huiselijke leven, en van de oorzaken van beiden. Vs. 12-22 van de deugden en gebreken in het burgerlijke beroepsleven, en wel bijzonder van het rechte gebruik en het misbruik der tong. Vs. 23-28 weer in het algemeen van het onderscheid tussen wijzen en dwazen, vlijtigen en luiaards. Deze vier groepen zijn echter niet streng uitgescheiden. Spreuken van den meest algemenen inhoud, zo als vs. 1-3 zijn ook hier en daar in de overige delen van het hoofdstuk.
Wie, de tucht, de vermaning en waarschuwing niet alleen aanhoort en op zich zelven toepast, maar die zelfs lief heeft, dankbaar daarvoor is, die heeft de wetenschap, de kennis van zich zelven en van de wereld lief, die zal ook God, den Heere, steeds meer en meer willen leren kennen; maar wie de bestraffing, de terechtwijzing haat en veracht, daartegen zich aankant, en den bestraffer vervolgt, die kan niet bestuurd en geleid worden, en is daarom onvernuftig en doet als het vee, dat zich niet wil laten leiden (Hoofdstuk 5: 12; 13: 18). Alle ware verbetering des harten berust op de kennis van de dwaasheid, onwetendheid en verdorvenheid van het eigen hart, in één woord, op den ootmoed. Hoe meer een mens daarnaar streeft, hoe liever hij zich laat leiden door het woord van God, of door degenen, die het kennen en liefhebben; hij wil zich daarvoor vernederen en zich er door laten bestraffen. Alleen zulk ene opvoeding verheft den gevallen mens boven het dier. -De Spreuk schijnt weinig betekenend, en voor den denkenden geest nauwelijks waard ze op te tekenen; en toch berust op hare waarheid de mogelijkheid der geestelijke beschaving van het menselijke geslacht, de ontwikkeling tot de eigenlijke humaniteit (mensenliefde); men kan zelfs zeggen, dat de geschiedenis in deze spreuk vervat is.
De goede, die eerlijk en met eenvoudigheid zijnen weg bewandelt, zal, als oogst van hetgeen hij gezaaid heeft, een welgevallen trekken van den HEERE; genade en hulp zal hem ten deel vallen, zijn werk zal hem gelukken, en hij zal in de wereld voortkomen (Hoofdstuk 2:
; maar enen man van schandelijke verdichtselen, die vol listigheid en streken is, en met fijne sluwheid overal zijn voordeel zoekt, zal Hij verdoemen 1), door tijdelijk ongeluk en het eeuwig verderf.
God, onze Vader, oordeelt over Zijne kinderen uit hun gedrag jegens elkaar, en derhalve is hij een goed man, die ontfermend, milddadig en liefhebbend te werk gaat omtrent zijne naasten; en zulk ene heeft ook staat te maken op de gunste en de goedkeuring van God en op de verhoring zijner gebeden, maar een boosaardig, een opzettelijk beschadigend mens voor anderen, en die er op uit is, om schandelijkheden en nadelen te verrichten en te bewerken tegen zijne naaste, zal van God veroordeeld en verworpen worden, als onwaardig om ene plaats in Zijn koninkrijk te erlangen.
De mens zal niet bevestigd worden door zijne goddeloosheid; zijn geluk zal niet verzekerd worden, hoezeer hij zich ook afslooft met sluwheid en list, en hoe zeker hij zich ook waant; a) maar de wortel der rechtvaardigen maakt zich vast in den eeuwigen, onveranderlijken God, en zaldaarom in eeuwigheid niet wankelen of bewogen worden 1) (Psalm 1: 3 vv. (Jes. 44: 4. (Jer. 17: 6,8. MATTHEUS. 7: 24 vv).
Spreuken 10: 25.
De rechtvaardige heeft zijn wortel in God den Heere en daarom, hevige stormen mogen over hem woeden, maar hij zal niet uitgerukt worden uit den bodem, waarin de Drie-enige God hem zelf heeft geplant. Wie God heeft tot zijn deel, heeft alles4. a) Ene kloeke en zedige huisvrouw is ene kroon haars heren, die haren echtgenoot roem, eer en vreugde bereidt; maar ene onverstandige huisvrouw, die zich schandelijk aan ijdelheid en zedeloosheid overgeeft, die haren man beschaamd maakt, is als verrotting in zijne beenderen 1), waardoor hij zelfs eindelijk een voorwerp van afschuw wordt (Hoofdstuk 14:
.
1 Kor. 11: 7.
Salomo wil met deze gelijkenis, van beenkwetsuur genomen, te kennen geven, dat ene nietswaardige vrouw haar man niet slechts de gevoeligste smart aandoet, maar hem ook in het voortzetten zijner zaken in de wereld hinderlijk kan zijn. Het gaat hem in zijn werk en huisgezin als iemand, die met kwade voeten, met verrotte leden of met beeneters gekweld zijnde evenwel nog wandelen wil of moet.
Het woord verrotting betekent wat wij gewoon zijn beeneters (caries) te noemen. Een langzaam vooretterende ziekte, die eindelijk het gehele lichaam vernietigt en ten grave sleept. Een kloek en zedige huisvrouw is daarentegen een kroon, die het leven van haar man tot hoger eer brengt en hem met blijdschap zijn weg doet bewandelen.
Der rechtvaardigen gedachten zijn steeds recht, op billijkheid en gerechtigheid steunende; hoeveel te meer hun woorden en werken! der goddelozen raadslagen echter, waardoor zij hun eigene oogmerken zoeken te bereiken, en die zij ook aan anderen raden, zijn bedrog, bedrieglijke en leugenachtige streken, die zeker naar het verderf voeren.
a) De woorden der goddelozen zijn b) om op het vergieten van bloed te loeren; ieder woord van het valse hart bevat ene list in zich, die de vernietiging zijner tegenpartij en zijne eigene verheffing bedoelt; maar de mond der oprechten verbreidt heil en zegen, en zal ze redden,
die onschuldig door de goddelozen vervolgd worden (Micha 7: 2).
(Spreuken 1: 11,18. b) Spreuken 11: 9.
In dit en het vorige vers worden de gedachten en de woorden der rechtvaardigen en goddelozen tegenover elkaar gesteld. Eerst de gedachten, dan de woorden, dewijl de woorden uitvloeisel van de gedachten zijn, het woord de belichaming van de gedachte is. De goddeloze ziet en spreekt enkel ten nadele van zijn naaste, terwijl de rechtvaardige niet alleen denkt om, maar ook spreekt ten behoeve van den naaste. Het gevolg van dit alles wordt in het volgende vers aangeduid, waarin wordt gewezen zowel op het loon van dien rechtvaardige, als op dat van den goddeloze.
a) De goddelozen worden dikwijls door een enkelen storm omvergerukt en omgekeerd, zodat zij daarna niet meer zijn; zij zijn voor altijd uit den weg geruimd, en kunnen hun plaats niet weer innemen; maar het huis der rechtvaardigen blijft ook in den storm en te midden der waterstromen van den rampspoed overeind, en zal nog bestaan, als dat van den slechte reeds is neergestort, want het is op ene rots gegrond (Hoofdstuk 10: 25. (MATTHEUS. 7: 25).
Psalm 37: 36 vv. Spreuken 11: 21.
Een ieder zal geprezen worden, naar dat zijne verstandigheid is, die uit de godsvrucht voortkomt; zijn raad wordt alleen goed bevonden, hetgeen eindelijk door allen moet erkend worden; maar die verkeerd van hart is en slinkse wegen gaat, zal tot verachting wezen, al zien de mensen hem een tijd lang als wijs aan. Het verlangen om geëerd te zijn is natuurlijk bij elk mens; dit was de oorzaak, dat velen den Zaligmaker niet volgden, maar de Apostelen toonden hun wijsheid door te roemen in den smaad, dien zij om Christus wille leden. Wij moeten dikwijls aan den dag des oordeels denken, die al onze daden zal openbaren.
Beter en wijzer is hij, die zich a) gering acht in de wereld, en genoeg heeft om er met de zijnen van te leven, ener ook zo veel van kan doen, dat hij enen knecht heeft, om hem te dienen, en het werk met hem te doen, dan die voor groot en voornaam wil doorgaan en zich zelven eert, zonder dat hij er een knecht op kan nahouden om hem te dienen, en des broods gebrek heeft 1) (2 Samuel 3: 29.
Spreuken 13: 7.
De dwaasheid van sommigen gaat zover dat ze nergens meer op uit zijn, dan om een groot figuur in de wereld te maken, overal zich ingang te verschaffen en een staat te voeren als personen van rang en hogen staat, en die toch als ze thuis zijn al de noodwendigheid des levens missen. Veel gelukkiger waarlijk is de staat van een eerlijk en bescheiden, eenvoudig gekleed werkman, arbeider en landman, die op ene vertroostlijke wijze de vrucht zijns arbeids gebruikt, dan van een trotsen pronker, die, welke uithangborden hij ook vertonen mag, mager en zwart van honger is, zich van spijt en hartzeer verteert, als hij te huis rondom ziet, en in de samenleving zelf een lastige en onnutte ballast is.
De rechtvaardige, die zelfs de barmhartigheid van God heeft ondervinden a) kent het leven van zijn beest; hij merkt door zijne liefde voor het in zijn huis verblijf houdend dier de blijdschap en de smart daarvan; maar de barmhartigheden der goddelozen, die van Gods genade niets weten, zijn wreed; zij zijn niet geneigd zich met geringeren te bemoeien, en dus ook niet met de dieren. (Exodus 25: 4. (Sir. 7: 23).
Deuteronomium 25: 4. De oorspronkelijke innige band tussen den mens en het dier is door de zonde verwoest, en het onredelijke dier is om des mensen wil aan de ijdelheid onderworpen. Wie nu de zonde erkend en betreurd heeft, in hem wordt de oorspronkelijke betrekking tot het dier, in zo verre het lichaam des doods het toelaat, weer hersteld; hij gevoelt weer het evenbeeld Gods te zijn, als de koning van het redeloze schepsel, als het middelpunt van de dieren; hij zal die macht daarom ook niet misbruiken, en omdat hij weet, dat hij mede schuld heeft aan hun ellende, hoort hij met innig medegevoel hun verlangen naar de toekomende vrijheid, dat immers ook dagelijks in hem leeft, en zorgt niet alleen door eigenbelang gedreven voor hun verpleging, maar verlicht hun gaarne hunnen last. Dat vordert reeds de gehoorzaamheid, met welke hij zich onder den algemenen, op de wereld der zonde rustenden vloek buigt, van hem. (Rom. 8:
.
In de Wet werd ook voor de ossen, dus ook voor het gedierte zorg gedragen. Dewijl ook het dier zucht onder de gevolgen der zonde, is het de roeping van den mens, en daarom ook de begeerte van den rechtvaardige om het leven niet nodeloos te verzwaren, maar om ook behoorlijk zorg te dragen voor het dier. Alle marteling van het dier is dus zonde.
a) Die in eenvoudigheid en getrouwheid zijn land bouwt, en het beroep, waarin God hem geplaatst heeft, behoorlijk waarneemt,zal van brood verzadigd worden; want Gods zegen zal hem nimmer ontbreken; maar die ijdele 1) mensen volgt, die lijdt niet alleen gebrek, maar is ook verstandeloos, want juist door achterstelling van zijn eigenlijk beroep bewijst hij, dat hij een dwaas is, en de heilige ordeningen Gods niet acht.
Spreuken 28: 19.
In den grondtekst staat alleen, ijdele (mensen is een tussenvoegsel van de Staten-Overzetters). De dichter plaatst hier den akkerbouw tegen het ijdele d.i. tegen wat wij noemen speculeren of windhandel. Eigenlijk wordt er mee bedoeld, alle zwendelarij, alles, wat niet op wettige, door God verordineerde wijze, verdiend wordt of gewonnen.
De goddeloze begeert het net 1) de buit der bozen; hij wil andere goddelozen door grotere list en doortraptheid vangen en doen vallen, want zij hebben geen vrede onderling (Jes. 48: 22; 57: 21), maar verscheuren elkaar wederkerig; maar de wortel der rechtvaardigen, die tot in de eeuwigheid doordringt, zal vrucht uitgeven, 2).
Het net wordt hier genomen voor hetgeen onder het net gevangen wordt. De goddeloze, zo wil de Spreuken-dichter zeggen, jaagt naar buit op ene listige wijze, zonder dat het hem tot voordeel is, zo dat hij altijd weer zijne netten moet uitzetten, maar de arbeid der rechtvaardigen zal als het ware zonder slaafse moeite hem verschaffen, wat hij nodig heeft. Uit den wortel stuwt het sap door innerlijke kracht naar boven. Zo ook verkrijgt een rechtvaardige het als in den slaap naar Psalm 127: 2.
Wanneer de goddelozen zien, dat anderen voorspoed hebben door hun onrechtvaardigheid, dan willen zij met dezelfde slimheid handelen, en van dezelfde gelegenheden gebruik maken. Maar de wortel der goddelijke genade in het hart van den rechtvaardige brengt andere begeerten en andere voornemens voort.
a) In de overtreding der lippen is de strik des bozen; hij geraakt in nood en gevaar door zijne eigene valse woorden, door welke hij juist anderen zocht te verderven; maar de rechtvaardige, die in zijne gesprekken naar waarheid en zuiverheid tracht, zal uit de benauwdheid uitkomen. 1)
Spreuken 10: 14; 18: 7.
Salomo leert hier, dat de boze groot gevaar loopt in het gedrang te komen door zijn eigen goddeloze woorden en uitdrukkingen, en de rechtvaardige juist aan dit gevaar ontkomt, door zijne woorden te wegen. De ontrouw slaat haar eigen meester.
a) Een ieder wordt van de vrucht des monds, door zijne wijze, verstandige en liefderijke redenen met goed verzadigd, hij geniet zegen en voorspoed in het aardse leven (Hoofdstuk ). 18: 20); en de zowel tijdelijke als eeuwige vergelding van des mensen handen, door goede of slechte daden zal hij tot zich weder brengen; zijne werken keren op zijn eigen hoofd terug (MATTHEUS. 16: 27. (Openbaring 14: 13).
Spreuken 13: 2.
{a} De weg des dwazen is recht in zijne eigene ogen; zijne wijze van spreken en handelen is naar zijne mening de enige goede, hoe menigmaal en hoe duidelijk anderen hem de verkeerdheden daarvan onder het oog brengen; maar die in vromen ootmoed naar den raad van anderen hoort, is wijs. {a} Spreuken 3: 7.
De toorn des dwazen, die noch zijne eigene zonde, noch Gods ontfermingen kent, over beledigingen van zijnen naaste tegen hem, wordt ten zelven dage bekend; 1) maar die kloekzinnig is, bedekt verbergt de schande de schimp in zijn hart, en laat de wraak aan God over. (Hoofdstuk 8: 5 Aanm).
Het razen en tieren met toornige, den tegenstander beledigende, woorden is altijd een teken van een hart, dat niet verbroken is, en het eigen ik vereert, en kan ook niet verstandig genoeg worden; want juist omdat zulk een mens bij de eerste inwendige opwelling aan toorn alle bedaardheid mist om zich behoorlijk te verdedigen, stelt hij zich bloot, om op nieuw door zijne tegenpartij gekwetst te worden. Daarentegen schenkt godsvrucht en wijsheid van boven den mens het alleen lankmoedigheid tegen den broeder, die zondigt, en bekwaamheid om de ongerechtigheden van den naaste te dragen, daar ook de kracht der zelfbeheersing, zo als Saul die eens bezat. (1 Samuel 10: 27).
Bij den toorn herkent men den dwaas. Wie zijnen toorn bedwingt, heeft enen vijand overwonnen. De toorn beneemt den wijze den moed; die toornig is, weet niet wat hij doet; die toornig is, bidt niet; hoed u altijd voor haastigen toorn; want de toorn huisvest alleen in het hart van den dwaas. Een dwaas is even als een beest: zo ras niet getergd, of hij wordt toornig; en wat nog erger is, het blijkt terstond in zijn gelaat, in zijne woorden en daden. Een bedachtzame wordt niet onbetamelijk vervoerd door zijne drift, hoewel hij niet ongevoelig is over de smadelijke bejegeningen hem aangedaan. Door alzo te handelen, bedekt de verstandige de schande van de belediging, en tevens blijft hij zelf tegen de schande des toorn, bewaard. In het Hebr. Ewiel bajoom jiwada ka’so. Beter: Een dwaas, te zelfder dage wordt zijn toorn bekend. Met andere woorden: Een dwaas in het, die als hem ene belediging wordt aangedaan, terstond opvliegt en zijn toorn lucht geeft. De kloekzinnige, die kloek van hart is, geeft echter den toorn plaats.
a) Die waarheid voortbrengt in zijn hart, maakt gerechtigheid bekend, als hij tot getuige bij gerechtszittingen geroepen wordt, vrij van mensengunst en mensenvrees, of zijn getuigenis aangenaam is of niet; maar een getuige der valsheden, die de leugen niet in zijn hart verfoeit, pleegt bedrog; want hij misleidt niet alleen den rechter door valse verklaringen, maar ook degene, voor wie hij getuigenis aflegt, daar hij de hoop, die zij op hem hadden, door zijne twijfelachtigheid bedriegt.
Spreuken 14: 5. Onder alle omstandigheden rechtvaardigheid. is de grootste waarheidsliefde tevens de grootste
Ene waarachtige lip, waaruit woorden uit een in Gods waarheid geworteld hart opwellen, zal bevestigd worden in eeuwigheid; hare gesprekken zijn geen vervliegende damp, maar zijn duurzaam als Gods eigen eeuwig Woord; maar ene valse, leugenachtige tong is maar voor een ogenblik; want de leugen is als het woord des duivels, een ijdele klank, die in de lucht verdwijnt.
Bedrog is in het hart dergenen, die ons tegen onze vijanden nog meer ophitsen; zij zijn verkeerde raadgevers onder den schijn van vriendschap, die in plaats van ons dienst te bewijzen, voor ons kwaad smeden, en zich dan later in hun hart verheugen over ons verderf; maar degenen, die ons vrede aanraden, ter verzoening van hen, die ons beledigden, hebben zelven blijdschap; en doen ons den besten dienst, want zij zoeken ons geluk.
Den rechtvaardigen, die de zonde als het grootste kwaad mijdt en vliedt, zal geen leed geen kwaad wedervaren 1), want zelfs het grootste onheil moet bij hem slechts dienen om zijn eeuwig geluk te bevestigen; maar de goddelozen zullen altijd, ook wanneer zij schijnbaar gelukkig zijn, met kwaad vervuld worden; want de toorn Gods blijft op hen, zij hebben geen vrede, en hun aards geluk dient slechts, om hun val te dieper te doen zijn (Hoofdstuk 10: 3; 11: 23).
Dit wil niet zeggen, dat de rechtvaardigen zullen bevrijd blijven van allerlei leed, maar dat het voor hen geen eigenlijk kwaad is. Wel kan de gelovige soms met een Jakob menen, dat alle dingen tegen hem zijn, naar ten slotte zal het toch blijken, dat alles voor hem was, en dat ook de tegenspoeden hebben moeten medewerken ten goede.
Valse, huichelachtige en vleiende lippen zijn den HEERE, die enkel licht is, een gruwel; maar die trouwelijk handelen, de waarheid handhaven (Joh. 3: 21), zijn Zijn welgevallen, Zijne genade rust op hen, en bestuurt hen (Spreuken 11: 20).
a) Een kloekzinnig mens, die de ware wijsheid bezit, bedekt de wetenschap, die in hem woont; hij pronkt er niet mede, door ze overal aan de mensen te doen opmerken, maar verbergt ze uit nederige bescheidenheid en stilzwijgendheid (Hoofdstuk 10: 4; maar het hart der zotten kan zich niet lang verbergen; ook zonder dat zij den mond open doen openbaart zich hun gezindheid door hun blikken en gebaren, en vooral door hun ijdel gezwets; het b) roept zonder dat zij het zelven willen hun dwaasheidluide uit, ofschoon zij die voor wijsheid willen doen doorgaan.
(Spreuken 13: 16; 15: 2. b) Spreuken 13: 16; 15: 2.
a) De hand der vlijtigen, die met alle inspanning van krachten trouw het beroep waarnemen, waarin God hen geplaatst heeft, zal heersen door Gods zegen, en tot rijkdom, aanzien en macht geraken; maar de bedriegers, die ontrouw handelen, zullen steeds dieper zinken, en eindelijk onder cijns wezen, als lijfeigenen voor een gering loon arbeiden (Hoofdstuk 11: 29).
Spreuken 10: 4. Slechts weinigen kunnen vrij zijn, omdat zij lui zijn, en daarom veil, te koop.
1) Bekommernis en zorg in het hart des mensen buigt het neer, maar een goed, troostrijk woord verblijdt het, en doet het opspringen van vreugde.
Spreuken 15: 13.
De rechtvaardige is voortreflijker dan zijn naaste 1); hij ontdekt den weg ten leven, om daarop gelukkiger voort te gaan; maar de weg der goddelozen, dien zij aanraden en wijzen, doet hen dwalen, die naar hen luisteren; alzo hebben noch de goddelozen zelven, noch hun naasten enig voordeel van de goddeloosheid.
Het eerste gedeelte van vs. 26 is niet gemakkelijk te verklaren. Dewijl het echter een tegenstelling met het laatste vormt, kan de verklaring niet anders wezen. dan dat de rechtvaardige op een weg wandelt, die hem niet doet dwalen, maar hem gelukkig doet zijn en een gelukkig einde doet bereiken. Coccejus en Schultens verklaren aldus: De rechtvaardige stelt een nauw onderzoek van zijn weg in, ook om zijns naastens wille, wiens ziele hem evenzeer ter harte gaat, maar de weg der goddelozen maakt, dat zij als in een woestijn rondom zwerven.
Een bedrieger, en luiaard. zal zijn jachtvang niet braden, maar het kostelijk goed des mensen is het deel des vlijtigen, maar ook vele anderen ten zegen. De meeste oude en vele nieuwe uitleggers geven den zin alzo aan: Een luiaard braadt zijn reeds geschoten en hem toebehorend wildbraad niet, niet eens dat, wat hij reeds heeft, heeft hij lust om te gebruiken: maar de vlijtige is voor de mensen, zelfs voor anderen; een kostelijke rijkdom.
Anderen, zoals Schultens, Delitzsch vertalen het woord in den grondtekst, door onze Staten-Overzetters door braden vertaald, door bewegen. Beide vertalingen duiden hetzelfde aan, hoewel het laatste nog sterker spreekt. Iemand die braadt, heeft iets, maar iemand die zelfs niet de moeite neemt, om het wild op te jagen, of in de engte te drijven, die heeft helemaal niets. Doel van dit vers is de armoede van den luiaard tegenover de rijkdom van den vlijtige te stellen.
In het pad der gerechtigheid alleen is het leven, waar geluk op aarde, eeuwige zaligheid aan gene zijde des grafs; en in den weg van haar voetpad is de dood niet, maar onsterflijkheid (Hoofdstuk 3: 18; 7: 27. MATTHEUS. 7: 14). Slechts in de zonde is de dood; wandelt gij echter op het smalle pad, dan kan geen dood u doden; want Christus dood doodt uw dood. Vele handschriften lezen in het tweede lid in plaats van al: el, waardoor dan ene tegenstelling tegen het eerste lid ontstaat: maar een weg is gebaand tot den dood, namelijk die der dwaasheid of eigenwijsheid. Deze tegenstelling ligt echter ook in onze overzetting.
De weg van den godsdienst is een rechte, eenvoudige weg; het is de weg der gerechtigheid. Gods bevelen zijn allen rechtvaardig, heilig en goed; het is een voetpad, een weg, dien God voor ons heeft opgeworpen (Jes. 35: 8); het is een grote weg, door alle heiligen voor ons gebaand. Aan het einde is niet alleen het leven, maar reeds op den weg. Welk een troost en blijdschap! De gunst van God die beter is dan het leven; de Geest, die het leven is.
De dood van hen, die in den Heere sterven, is slechts een slaap (1 Thessalonicenzen. 4: 14), want Christus heeft den dood te niet gedaan, en het eeuwige leven verzekerd voor hen, die in Hem geloven. Niets kan den rechtvaardige aan den vloek van den eersten dood, of de macht van den tweeden onderwerpen. Niets kan hem van dat leven beroven, dat met Christus verborgen is in God. Wie is het, die het leven der onsterflijkheid begeert? Laat hem den nieuwen en levenden weg bewandelen. Laat hem dien bewandelen, hij zal den dood daar niet vinden.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel