Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een bedriegelijkeH4820 weegschaalH3976 is den HEEREH3068 een gruwelH8441; maar een volkomenH8003 weegsteenH68 is Zijn welgevallenH7522.
Een bedriegelijke weegschaal is den HEERE een gruwel; maar een volkomen weegsteen is Zijn welgevallen.
KJV
A false2
balance1
is abomination3
to the LORD:4
but a just6
weight5
is his delight.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Als de hovaardigheidH2087 komtH935, zal de schandeH7036 ook komenH935; maar metH854 de ootmoedigenH6800 is wijsheidH2451.
Als de hovaardigheid komt, zal de schande ook komen; maar met de ootmoedigen is wijsheid.
KJV
When pride2
cometh,1
then cometh3
shame:4
but with the lowly6
is wisdom.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
De oprechtheidH8538 der oprechtenH3477 leidtH5148 hen; maar de verkeerdheidH5558 der trouwelozenH898 verstoortH7703 hen.
De oprechtheid der oprechten leidt hen; maar de verkeerdheid der trouwelozen verstoort hen.
KJV
The integrity1
of the upright2
shall guide3
them: but the perverseness4
of transgressors5
shall destroy6
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
GoedH1952 doet geenH3808 nutH3276 ten dageH3117 der verbolgenheidH5678; maar de gerechtigheidH6666 redtH5337 van den doodH4194.
Goed doet geen nut ten dage der verbolgenheid; maar de gerechtigheid redt van den dood.
KJV
Riches3
profit2
not in the day4
of wrath:5
but righteousness6
delivereth7
from death.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
De gerechtigheidH6666 des oprechtenH8549 maaktH3474 zijn wegH1870 rechtH3474; maar de goddelozeH7563 valtH5307 door zijn goddeloosheidH7564.
De gerechtigheid des oprechten maakt zijn weg recht; maar de goddeloze valt door zijn goddeloosheid.
KJV
The righteousness1
of the perfect2
shall direct3
his way:4
but the wicked7
shall fall6
by his own wickedness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
De gerechtigheidH6666 der vromenH3477 zal hen reddenH5337; maar de trouwelozenH898 worden gevangenH3920 in hun verkeerdheidH1942.
De gerechtigheid der vromen zal hen redden; maar de trouwelozen worden gevangen in hun verkeerdheid.
KJV
The righteousness1
of the upright2
shall deliver3
them: but transgressors5
shall be taken6
in their own naughtiness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Als de goddelozeH7563 mensH120 sterftH4194, vergaatH6 zijn verwachtingH8615; zelfs is de allersterksteH205 hoopH8431 vergaanH6.
Als de goddeloze mens sterft, vergaat zijn verwachting; zelfs is de allersterkste hoop vergaan.
KJV
When a wicked3
man2
dieth,1
his expectation5
shall perish:4
and the hope6
of unjust7
men perisheth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
De rechtvaardigeH6662 wordt uit benauwdheidH6869 bevrijdH2502; en de goddelozeH7563 komtH935 in zijn plaatsH8478.
De rechtvaardige wordt uit benauwdheid bevrijd; en de goddeloze komt in zijn plaats.
KJV
The righteous1
is delivered out3
of trouble,2
and the wicked5
cometh
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
De huichelaarH2611 verderftH7843 zijn naasteH7453 door den mondH6310; maar door wetenschapH1847 worden de rechtvaardigenH6662 bevrijdH2502.
De huichelaar verderft zijn naaste door den mond; maar door wetenschap worden de rechtvaardigen bevrijd.
KJV
An hypocrite2
with his mouth1
destroyeth3
his neighbour:4
but through knowledge5
shall the just6
be delivered.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Een stadH7151 springt op van vreugde over het welvarenH2898 der rechtvaardigenH6662; en als de goddelozenH7563 vergaanH6, is er gejuichH7440.
Een stad springt op van vreugde over het welvaren der rechtvaardigen; en als de goddelozen vergaan, is er gejuich.
Ook in dit vers
springt vreugdeH5970
KJV
When it goeth well1
with the righteous,2
the city4
rejoiceth:3
and when the wicked6
perish,5
there is shouting.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Door den zegenH1293 der oprechtenH3477 wordt een stadH7176 verhevenH7311; maar door den mondH6310 der goddelozenH7563 wordt zij verbrokenH2040.
Door den zegen der oprechten wordt een stad verheven; maar door den mond der goddelozen wordt zij verbroken.
KJV
By the blessing1
of the upright2
the city4
is exalted:3
but it is overthrown7
by the mouth5
of the wicked.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Die verstandeloosH2638 is, verachtH936 zijn naasteH7453; maar een manH376 van groot verstandH8394 zwijgt stilH2790.
Die verstandeloos is, veracht zijn naaste; maar een man van groot verstand zwijgt stil.
KJV
He that is void3
of wisdom4
despiseth1
his neighbour:2
but a man5
of understanding6
holdeth his peace.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Die als een achterklapperH7400 wandeltH1980, openbaartH1540 het heimelijkeH5475; maar die getrouwH539 is van geestH7307, bedektH3680 de zaakH1697.
Die als een achterklapper wandelt, openbaart het heimelijke; maar die getrouw is van geest, bedekt de zaak.
KJV
A talebearer1
revealeth3
secrets:4
but he that is of a faithful5
spirit6
concealeth7
the matter.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Als er geenH369 wijze raadslagenH8458 zijn, vervaltH5307 het volkH5971; maar de behoudenisH8668 is in de veelheidH7230 der raadsliedenH3289.
Als er geen wijze raadslagen zijn, vervalt het volk; maar de behoudenis is in de veelheid der raadslieden.
KJV
Where no counsel2
is, the people4
fall:3
but in the multitude6
of counsellors7
there is safety.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
Als iemand voor een vreemdeH2114 borgH6148 geworden is, hij zal zekerlijkH7451 verbrokenH7321 worden; maar wie degenen haatH8130, die in de hand klappenH8628, is zekerH982.
Als iemand voor een vreemde borg geworden is, hij zal zekerlijk verbroken worden; maar wie degenen haat, die in de hand klappen, is zeker.
KJV
He that is surety4
for a stranger5
shall smart1
for it: and he that hateth6
suretiship7
is sure.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Een aangenameH2580 huisvrouwH802 houdtH8551 de eerH3519 vastH8551, gelijk de geweldigenH6184 den rijkdomH6239 vasthoudenH8551.
Een aangename huisvrouw houdt de eer vast, gelijk de geweldigen den rijkdom vasthouden.
KJV
A gracious2
woman1
retaineth3
honour:4
and strong5
men retain6
riches.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Een goedertierenH2617 mensH376 doet zijn zielH5315 wel; maar die wreedH394 is, beroertH5916 zijn vleesH7607.
Een goedertieren mens doet zijn ziel wel; maar die wreed is, beroert zijn vlees.
KJV
The merciful4
man3
doeth good1
to his own soul:2
but he that is cruel7
troubleth5
his own flesh.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
De goddelozeH7563 doetH6213 een valsH8267 werkH6468; maar voor degene, die gerechtigheidH6666 zaaitH2232, is trouweH571 loonH7938.
De goddeloze doet een vals werk; maar voor degene, die gerechtigheid zaait, is trouwe loon.
KJV
The wicked1
worketh2
a deceitful4
work:3
but to him that soweth5
righteousness6
shall be a sure8
reward.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
AlzoH3651 is de gerechtigheidH6666 ten levenH2416, gelijk die het kwadeH7451 najaagtH7291, naar zijn doodH4194 jaagt.
Alzo is de gerechtigheid ten leven, gelijk die het kwade najaagt, naar zijn dood jaagt.
KJV
As righteousness2
tendeth to life:3
so he that pursueth4
evil5
pursueth it to his own death.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
De verkeerdenH6141 van hartH3820 zijn den HEEREH3068 een gruwelH8441; maar de oprechtenH8549 van wegH1870 zijn Zijn welgevallenH7522.
De verkeerden van hart zijn den HEERE een gruwel; maar de oprechten van weg zijn Zijn welgevallen.
KJV
They that are of a froward3
heart4
are abomination1
to the LORD:2
but such as are upright6
in their way7
are his delight.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
HandH3027 aan handH3027 zal de bozeH7451 nietH3808 onschuldigH5352 zijn; maar het zaadH2233 der rechtvaardigenH6662 zal ontkomenH4422.
Hand aan hand zal de boze niet onschuldig zijn; maar het zaad der rechtvaardigen zal ontkomen.
KJV
Though hand1
join in hand,2
the wicked5
shall not be unpunished:4
but the seed6
of the righteous7
shall be delivered.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
Een schoneH3303 vrouwH802, die van redeH2940 afwijktH5493, is een goudenH2091 baggeH5141 in een varkenssnuitH2386.
Een schone vrouw, die van rede afwijkt, is een gouden bagge in een varkenssnuit.
KJV
As a jewel1
of gold2
in a swine's4
snout,3
so is a fair6
woman5
which is without7
discretion.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
De begeerteH8378 der rechtvaardigenH6662 is alleenlijk het goedeH2896; maar de verwachtingH8615 der goddelozenH7563 is verbolgenheidH5678.
De begeerte der rechtvaardigen is alleenlijk het goede; maar de verwachting der goddelozen is verbolgenheid.
KJV
The desire1
of the righteous2
is only good:4
but the expectation5
of the wicked6
is wrath.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
Er is een, die uitstrooitH6340, denwelken nog meer toegedaanH3254 wordt; en een, die meer inhoudtH2820 dan rechtH3476 is, maar het is tot gebrekH4270.
Er is een, die uitstrooit, denwelken nog meer toegedaan wordt; en een, die meer inhoudt dan recht is, maar het is tot gebrek.
KJV
There is1
that scattereth,2
and yet increaseth;3
and there is that withholdeth5
more than is meet,6
but it tendeth to poverty.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
De zegenendeH1293 zielH5315 zal vetH1878 gemaakt worden; en die bevochtigtH7301, zal ookH1571 zelfH1931 een vroege regenH3384 worden.
De zegenende ziel zal vet gemaakt worden; en die bevochtigt, zal ook zelf een vroege regen worden.
KJV
The liberal2
soul1
shall be made fat:3
and he that watereth4
shall be watered
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
Wie korenH1250 inhoudtH4513, dien vloektH5344 het volkH3816; maar de zegeningH1293 zal zijn over het hoofdH7218 des verkopersH7666.
Wie koren inhoudt, dien vloekt het volk; maar de zegening zal zijn over het hoofd des verkopers.
KJV
He that withholdeth1
corn,2
the people4
shall curse3
him: but blessing5
shall be upon the head6
of him that selleth
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
Wie het goedeH2896 vroeg nazoektH7836, zoektH1245 welgevalligheidH7522; maar wie het kwadeH7451 natrachtH1875, dien zal het overkomenH935.
Wie het goede vroeg nazoekt, zoekt welgevalligheid; maar wie het kwade natracht, dien zal het overkomen.
KJV
He that diligently seeketh1
good2
procureth3
favour:4
but he that seeketh5
mischief,6
it shall come
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
Wie op zijn rijkdomH6239 vertrouwtH982, dieH1931 zal vallenH5307; maar de rechtvaardigenH6662 zullen groenenH6524 als loofH5929.
Wie op zijn rijkdom vertrouwt, die zal vallen; maar de rechtvaardigen zullen groenen als loof.
KJV
He that trusteth1
in his riches2
shall fall:4
but the righteous6
shall flourish7
as a branch.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29
Wie zijn huisH1004 beroertH5916, zal windH7307 ervenH5157; en de dwaasH191 zal een knechtH5650 zijn desgenen, die wijsH2450 van hartH3820 is.
Wie zijn huis beroert, zal wind erven; en de dwaas zal een knecht zijn desgenen, die wijs van hart is.
KJV
He that troubleth1
his own house2
shall inherit3
the wind:4
and the fool6
shall be servant5
to the wise7
of heart.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30
De vruchtH6529 des rechtvaardigenH6662 is een boomH6086 des levensH2416; en wie zielenH5315 vangtH3947, is wijsH2450.
De vrucht des rechtvaardigen is een boom des levens; en wie zielen vangt, is wijs.
KJV
The fruit1
of the righteous2
is a tree3
of life;4
and he that winneth5
souls6
is wise.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31
ZietH2005, den rechtvaardigeH6662 wordt vergoldenH7999 op de aardeH776, hoeveel te meer den goddelozeH7563 en zondaarH2398!
Ziet, den rechtvaardige wordt vergolden op de aarde, hoeveel te meer den goddeloze en zondaar!
KJV
Behold, the righteous2
shall be recompensed4
in the earth:3
much more the wicked7
and the sinner.
bedriegelijke
Hebreeuws, waag des bedrogs. Alzo Hos. 12:8 ; Am. 8:5 ; idem wagens der ongerechtigheid, Mi. 6:11 . Het tegendeel zijn de wagen der gerechtigheid; Lev. 19:36 ; Job 31:6 .
Hertaald:
bedriegelijke
Hebreeuws: weegschaal van het bedrog. Zo Hos. 12:8; Amos 8:5; en ook: weegschalen van de ongerechtigheid, Micha 6:11. Het tegendeel is de weegschaal van de gerechtigheid; Lev. 19:36; Job 31:6.
den HEERE
Hebreeuws, des Heeren gruwel; dat is, die God voor een gruwel houdt; zie Deut. 17:1 , en boven Spr. 3:32 .
Hertaald:
den HEERE
Hebreeuws: de gruwel van de Heere; dat is: die God voor een gruwel houdt; zie Deut. 17:1, en hierboven Spr. 3:32.
weegsteen
Dat is, gewicht; zie Lev. 19:36 .
Hertaald:
weegsteen
Dat is: gewicht; zie Lev. 19:36.
welgevallen
Dat is, Hem welbehagende en aangenaam, zie boven Spr. 10:32 .
Hertaald:
welgevallen
Dat is: Hem welbehaaglijk en aangenaam; zie hierboven Spr. 10:32.
zal de schande
Te weten, door Gods rechtvaardige voorzienigheid, die gemeenlijk de zonden met straffen, die de zonden gelijk zijn, pleegt te straffen. Want omdat de hovaardigen andere mensen en voornamelijk de nederige of door straffen nedergedrukte mensen verachten, zo worden zij zeer dikwijls ten val gebracht, en alzo met schande en smaadheid beloond. Vergelijk onder Spr. 15:33 , en Spr. 16:18 , en Spr. 18:12 .
Hertaald:
zal de schande
Namelijk: door Gods rechtvaardige voorzienigheid, Die de zonden gewoonlijk straft met straffen die op de zonden lijken. Want omdat de hoogmoedigen andere mensen verachten, en vooral de nederige of door straf neergedrukte mensen, worden zij zeer vaak ten val gebracht en zo met schande en smaad beloond. Vergelijk hieronder Spr. 15:33, en Spr. 16:18, en Spr. 18:12.
ootmoedigen
Of, manierlijke, zedige, nederige.
Hertaald:
ootmoedigen
Of: welgemanierde, bescheiden, nederige mensen.
is wijsheid
Te weten, om niet in schande te komen door hovaardij, waardoor zij in ere blijven bij alle wijze en rechtoordelende lieden.
Hertaald:
is wijsheid
Namelijk: om niet door hoogmoed in schande te komen, waardoor zij in ere blijven bij alle wijze en rechtvaardig oordelende mensen.
leidt hen;
Te weten, zij stuurt hen door den rechten weg, dien zij eenvoudig heenwandelen tot het goede einde, waar zij wezen willen.
Hertaald:
leidt hen;
Namelijk: zij stuurt hen langs de rechte weg, die zij eenvoudig bewandelen tot het goede einde waar zij willen komen.
verkeerdheid
Te weten, waardoor zij hunnen naaste willen bedriegen en verdrukken.
Hertaald:
verkeerdheid
Namelijk: waarmee zij hun naaste willen bedriegen en verdrukken.
verstoort
Dat is, verderft hen geheel. Anders: verwoest hen, of schendt hen.
Hertaald:
verstoort
Dat is: verderft hen geheel. Anders: verwoest hen, of schendt hen.
doet geen nut
Te weten, den goddelozen.
Hertaald:
doet geen nut
Namelijk: de goddelozen.
der verbolgenheid;
Te weten, der goddelijke verbolgenheid. Zie 2 Kron. 28:13 . Dat is, ten tijde als God zijn gramschap bewijst, door zijne straffen over de mensen uit te zenden. Zie Job 20:28 .
Hertaald:
der verbolgenheid;
Namelijk: van de goddelijke verbolgenheid. Zie 2 Kron. 28:13. Dat is: op de tijd waarop God Zijn gramschap toont door Zijn straffen over de mensen uit te zenden. Zie Job 20:28.
gerechtigheid
Zie boven Spr. 10:2 .
Hertaald:
gerechtigheid
Zie hierboven Spr. 10:2.
maakt zijn weg
Dat is, maakt dat hij door den goeden weg recht wandelt, zodat hij eindelijk geraakt waar hij wezen wil, te weten tot de eeuwige gelukzaligheid. Vergelijk boven Spr. 3:6 , en de aantekening.
Hertaald:
maakt zijn weg
Dat is: maakt dat hij langs de goede weg recht wandelt, zodat hij ten slotte komt waar hij wil zijn, namelijk bij de eeuwige gelukzaligheid. Vergelijk hierboven Spr. 3:6, en de aantekening daar.
valt
Te weten, in zijn kwaden weg, zodat hij daarin vergaat zonder tot een gelukzalig einde te komen.
Hertaald:
valt
Namelijk: op zijn kwade weg, zodat hij daarop omkomt zonder een gelukkig einde te bereiken.
zal hen
Te weten, naar de genadige belofte, die God hun gedaan heeft. Vergelijk dit met het einde van vs.4.
Hertaald:
zal hen
Namelijk: naar de genadige belofte die God hun gedaan heeft. Vergelijk dit met het slot van vers 4.
gevangen
Dat is, achterhaald en verstrikt in het kwaad, dat zij anderen aandoen willen, zulks dat het hunzelven ten verderve dient. Vergelijk Ps. 7:16 , onder Spr. 26:27 ; Pred. 10:8 .
Hertaald:
gevangen
Dat is: achterhaald en verstrikt in het kwaad dat zij anderen wilden aandoen, zodat het henzelf tot verderf dient. Vergelijk Ps. 7:16, hieronder Spr. 26:27; Pred. 10:8.
verkeerdheid
Alzo wordt het Hebreeuwse woord genomen, onder Spr. 17:4 .
Hertaald:
verkeerdheid
Zo wordt het Hebreeuwse woord gebruikt hieronder Spr. 17:4.
zijn verwachting;
Te weten, die hij had om hier door zijne macht en middelen nog voor een tijdlang op zijn gemak gelukkig te leven; of om hier nog enig kwaad aan te richten, waarmede hij zich, de zijnen en anderen, die op hem steunen, naar zijne wijze zou mogen goeddoen.
Hertaald:
zijn verwachting;
Namelijk: de verwachting die hij had om hier door zijn macht en middelen nog een tijdlang op zijn gemak gelukkig te leven, of om hier nog enig kwaad aan te richten waarmee hij zichzelf, de zijnen en anderen die op hem steunen naar zijn idee goed zou doen.
allersterkste
Hebreeuws, de hoop der sterkten, of vastigheden, of machten; dat is, zeer sterke, vaste of machtige hoop, te weten, die de goddelozen hadden. Of, hoop der sterkten; dat is, aller dingen, in welke hij zijne hoop stelde. Anders: de hoop der ongerechtigen vergaat.
Hertaald:
allersterkste
Hebreeuws: de hoop van de sterkten, of vastigheden, of machten; dat is: een zeer sterke, vaste of machtige hoop, namelijk die de goddelozen hadden. Of: hoop van de sterkten, dat is: van alle dingen waarop hij zijn hoop stelde. Anders: de hoop van de ongerechtigen vergaat.
in zijn plaats
Dat is, in de benauwdheid, even alsof hij tot een rantsoen gegeven ware tot loslating van de vromen. Vergelijk onder Spr. 21:18 ; Jes. 43:3 .
Hertaald:
in zijn plaats
Dat is: in de benauwdheid, alsof hij als losprijs gegeven werd om de vromen vrij te laten. Vergelijk hieronder Spr. 21:18; Jes. 43:3.
huichelaar
Wat een huichelaar is, zie Job 8:13 .
Hertaald:
huichelaar
Wat een huichelaar is, zie Job 8:13.
den mond;
Te weten, door zijn geveinsd spreken, hem lokkende tot de zonde en zich houdende alsof hij zijn vriend ware, daar hij nochtans zijn grote vijand is.
Hertaald:
den mond;
Namelijk: door zijn geveinsde woorden, waarmee hij hem tot de zonde lokt en zich voordoet als zijn vriend, terwijl hij toch zijn grote vijand is.
wetenschap
Te weten, door welke de rechtvaardigen verstaan dat men de zonden moet schuwen, omdat zij van God verboden zijn en gestraft worden, en dat men de huichelaar niet moet geloven.
Hertaald:
wetenschap
Namelijk: waardoor de rechtvaardigen begrijpen dat men de zonden moet schuwen omdat God ze verboden heeft en straft, en dat men de huichelaar niet moet geloven.
bevrijd
Te weten, van het bedrog des huichelaars.
Hertaald:
bevrijd
Namelijk: van het bedrog van de huichelaar.
Een stad
Dat is, de inwoners ener stad, te weten die wel gesteld is, zijnde voorzien van goede regering en burgerij. Stad voor hare inwoners; gelijk Gen. 35:5 ; 1 Sam. 4:13 ; 1 Kon. 1:41 ; Jes. 14:31 ; Matt. 21:10 , enz.
Hertaald:
Een stad
Dat is: de inwoners van een stad, namelijk een stad die goed geordend is en voorzien van een goed bestuur en goede burgerij. Stad staat hier voor haar inwoners, zoals Gen. 35:5; 1 Sam. 4:13; 1 Kon. 1:41; Jes. 14:31; Matth. 21:10, enzovoort.
het welvaren
Hebreeuws, in het goede; hetwelk men hier verstaan kan van den uiterlijken welstand der vromen. Zie het woord goed alzo genomen, Job 21:13 , en vergelijk de aantekening.
Hertaald:
het welvaren
Hebreeuws: in het goede; wat men hier kan verstaan van de uiterlijke welstand van de vromen. Zie het woord goed zo gebruikt in Job 21:13, en vergelijk de aantekening daar.
Door den zegen
Dat is, door de zegening, die zij van God ontvangen, en voorts die zij spreken, de gebeden die zij doen, den raad dien zij geven en de weldaden die zij bewijzen.
Hertaald:
Door den zegen
Dat is: door de zegen die zij van God ontvangen, en verder door de zegenwensen die zij uitspreken, de gebeden die zij doen, de raad die zij geven en de weldaden die zij bewijzen.
den mond
Te weten, die valse leer drijft, kwade wetten geeft en schadelijke redenen tegen de regering voert.
Hertaald:
den mond
Namelijk: die valse leer verbreidt, slechte wetten geeft en schadelijke woorden tegen het bestuur spreekt.
veracht
Te weten, niet alleen in zijn hart kwalijk van hem gevoelende, maar ook met zijn mond kwalijk van hem sprekende.
Hertaald:
veracht
Namelijk: niet alleen door in zijn hart slecht over hem te denken, maar ook door met zijn mond slecht over hem te spreken.
groot verstand
Hebreeuws, van verstanden.
Hertaald:
groot verstand
Hebreeuws: van verstanden.
zwijgt stil
Dat is, gevoelt het beste en spreekt niet kwalijk, ja niet met al, wanneer zulks met de liefde Gods en des naasten bestaan kan.
Hertaald:
zwijgt stil
Dat is: denkt er het beste van en spreekt geen kwaad, ja zwijgt helemaal, wanneer dat met de liefde tot God en de naaste te verenigen is.
Die als
Zie de eigen betekenis der oorspronkelijke manier van spreken Lev. 19:16 .
Hertaald:
Die als
Zie de eigenlijke betekenis van de oorspronkelijke uitdrukking in Lev. 19:16.
van geest,
Dat is, van wil, voornemen en genegenheid om de achterklappers niet gelijk te worden. Zie van het woord geest in deze betekenis genomen, 2 Kon. 19:7 .
Hertaald:
van geest,
Dat is: van wil, voornemen en gezindheid, om niet aan de kwaadsprekers gelijk te worden. Zie over het woord geest in deze betekenis 2 Kon. 19:7.
wijze
Zie van dit woord Job 37:12 .
Hertaald:
wijze
Zie over dit woord Job 37:12.
raadslieden
Te weten, dergenen, die God vrezen, hun stuk wel verstaan en het welvaren des volks beminnen.
Hertaald:
raadslieden
Namelijk: van hen die God vrezen, hun zaak goed verstaan en het welzijn van het volk liefhebben.
iemand
Dit woord moet meermalen tot vervulling van den zin in onze taal ingevoegd worden, gelijk Ex. 22:9 ; onder Spr. 20:16 , en Spr. 27:13 , enz.
Hertaald:
iemand
Dit woord moet in onze taal vaker ingevoegd worden om de zin volledig te maken, zoals Ex. 22:9; hieronder Spr. 20:16, en Spr. 27:13, enzovoort.
voor
Dit woord is hier ingevoegd uit Spr. 6:1 .
Hertaald:
voor
Dit woord is hier ingevoegd uit Spr. 6:1.
een vreemde
Zie boven Spr. 6:1 .
Hertaald:
een vreemde
Zie hierboven Spr. 6:1.
zekerlijk
Hebreeuws, verbrekende verbroken worden; te weten, òf door de zorg en moeite, die hij zal hebben, òf door de schade, die hij zal lijden, òf door beide.
Hertaald:
zekerlijk
Hebreeuws: verbrekende verbroken worden, namelijk óf door de zorg en moeite die hij zal hebben, óf door de schade die hij zal lijden, óf door beide.
degenen
Dat is, die tot een teken van de beloofde betaling in de hand slaan. Zie boven Spr. 6:1 , en de aantekening.
Hertaald:
degenen
Dat is: die als teken van de beloofde betaling in de hand slaan. Zie hierboven Spr. 6:1, en de aantekening daar.
zeker
Of, gerust.
Hertaald:
zeker
Of: gerust.
aangename
Hebreeuws, vrouw der aangenaamheid; dat is, die aangenaam is, te weten door hare deugden.
Hertaald:
aangename
Hebreeuws: vrouw van de aangenaamheid; dat is: die aangenaam is, namelijk door haar deugden.
de eer vast,
Te weten van verstandigheid, kuisheid, zedigheid, vriendelijkheid en kloeke huishouding.
Hertaald:
de eer vast,
Namelijk: de eer van verstandigheid, kuisheid, bescheidenheid, vriendelijkheid en flinke huishouding.
gelijk
Zo wordt de letter Vau somtijds genomen. Zie Job 5:7 .
Hertaald:
gelijk
Zo wordt de letter Waw soms gebruikt. Zie Job 5:7.
vasthouden
Te weten, dat zij dien hun niet willen laten ontnemen.
Hertaald:
vasthouden
Namelijk: zodat zij die zich niet laten ontnemen.
goedertieren
Hebreeuws, een man der goedertierenheid, of goedgunstigheid, of weldadigheid. Alzo een man der wetenschap; dat is, een vernuftig en verstandig man, onder Spr. 24:5 ; een man der waarheid of trouw; dat is, waarachtig of getrouw, Neh. 7:2 ; een man des vredes; dat is, die vreedzaam is, Ps. 41:10 ; mannen der heiligheid; dat is heiligen, Ex. 22:31 , enz. Vergelijk Job 11:11 .
Hertaald:
goedertieren
Hebreeuws: een man van de goedertierenheid, of goedgunstigheid, of weldadigheid. Zo ook: een man van de kennis, dat is: een vernuftig en verstandig man, hieronder Spr. 24:5; een man van de waarheid of trouw, dat is: waarachtig of getrouw, Neh. 7:2; een man van de vrede, dat is: die vreedzaam is, Ps. 41:10; mannen van de heiligheid, dat is: heiligen, Ex. 22:31, enzovoort. Vergelijk Job 11:11.
doet
Het Hebreeuwse woord betekent somtijds iemand goeddoen, gelijk hier Ps. 13:6 ; Jes. 63:7 ; somtijds kwaad doen; gelijk Jes. 3:9 . Eigenlijk betekent het vergelden, hetzij in het goede of in het kwade. Zie 2 Kron. 20:11 .
Hertaald:
doet
Het Hebreeuwse woord betekent soms iemand goeddoen, zoals hier, Ps. 13:6; Jes. 63:7; en soms kwaad doen, zoals Jes. 3:9. Eigenlijk betekent het vergelden, hetzij ten goede, hetzij ten kwade. Zie 2 Kron. 20:11.
zijn ziel
Dat is, zichzelven; zie 1 Kon. 19:4 .
Hertaald:
zijn ziel
Dat is: zichzelf; zie 1 Kon. 19:4.
beroert
Te weten, niet alleen door onnodige bekommering, maar ook door weigering van de nodige behoefte des voedsels, der kleding en woning.
Hertaald:
beroert
Namelijk: niet alleen door onnodige bezorgdheid, maar ook door zichzelf het nodige aan voedsel, kleding en woning te onthouden.
een vals werk;
Hebreeuws, een werk der valsheid; dat is, dat niet deugt, geen loon, profijt of voordeel inbrengt, maar gans nietig en tevergeefs is.
Hertaald:
een vals werk;
Hebreeuws: een werk van de valsheid; dat is: dat niet deugt en geen loon, profijt of voordeel oplevert, maar geheel nietig en vergeefs is.
gerechtigheid
Dat is, die goede werken doen; hetwelk geschiedt wel met arbeid en moeite, maar ook met verwachting van een genadigen oogst. Vergelijk Hos. 10:12 ; Gal. 6:8 . Van het zaaien des onrechts, zie Job 4:8 .
Hertaald:
gerechtigheid
Dat is: die goede werken doen; dat gebeurt wel met arbeid en moeite, maar ook met de verwachting van een genadige oogst. Vergelijk Hos. 10:12; Gal. 6:8. Over het zaaien van onrecht, zie Job 4:8.
trouwe loon
Hebreeuws, loon der trouw, of waarheid.
Hertaald:
trouwe loon
Hebreeuws: loon van de trouw, of van de waarheid.
verkeerden
Versta, degenen, die in zake van geloof en van wandel niet oprecht zijn. Zie van de verkeerdheid des harten, Ps. 101:4 ; boven Spr. 6:14 ; onder Spr. 12:8 , en Spr. 17:20 ; Jer. 17:9 .
Hertaald:
verkeerden
Versta: hen die in geloof en wandel niet oprecht zijn. Zie over de verkeerdheid van het hart Ps. 101:4; hierboven Spr. 6:14; hieronder Spr. 12:8, en Spr. 17:20; Jer. 17:9.
van weg
Alzo Ps. 119:1 . Versta, degenen, die in het stuk van leer en leven rechtuit, onvervalst, zuiver van zin en gemoed zijn.
Hertaald:
van weg
Zo Ps. 119:1. Versta: hen die in leer en leven rechtuit, onvervalst en zuiver van zin en gemoed zijn.
Zijn welgevallen
Dat is Hem welgevallig en aangenaam; alzo boven vs.1, en onder Spr. 12:22 , en Spr. 15:8 .
Hertaald:
Zijn welgevallen
Dat is: Hem welgevallig en aangenaam; zo hierboven vers 1, en hieronder Spr. 12:22, en Spr. 15:8.
Hand aan hand
Dat is, van hand tot hand. Niet alleen in zijn eigen persoon, maar ook in zijne nakomelingen, die zijn boze wegen ingaan. Vergelijk Ex. 20:5 , en Deut. 5:9 . Anders: Al ware] hand aan hand, zo zal, enz. Dat is, hoewel de boze, in gevaar zijnde, van allen geholpen werd, zo zal hij nochtans de straf Gods niet ontgaan. Hans is hier voor hulp, gelijk 2 Sam. 3:12 , en 2 Sam. 14:19 ; Neh. 2:18 ; Ps. 119:173 ; onder Spr. 16:5 .
Hertaald:
Hand aan hand
Dat is: van hand tot hand; niet alleen in zijn eigen persoon, maar ook in zijn nakomelingen, die zijn boze wegen gaan. Vergelijk Ex. 20:5, en Deut. 5:9. Anders: al ware het hand aan hand, toch zal, enzovoort; dat is: ook al werd de boze in gevaar door iedereen geholpen, hij zal Gods straf toch niet ontgaan. Hand staat hier voor hulp, zoals 2 Sam. 3:12, en 2 Sam. 14:19; Neh. 2:18; Ps. 119:173; hieronder Spr. 16:5.
onschuldig
Dat is, niet ongestraft blijven. Zie 1 Kon. 2:9 .
Hertaald:
onschuldig
Dat is: niet ongestraft blijven. Zie 1 Kon. 2:9.
zaad
Dat is, kinderen en nakomelingen. Zie Gen. 4:25 , en Gen. 9:9 ; en de aantekeningen.
Hertaald:
zaad
Dat is: kinderen en nakomelingen. Zie Gen. 4:25, en Gen. 9:9, en de aantekeningen daar.
ontkomen
Te weten, door de hand en hulp Gods.
Hertaald:
ontkomen
Namelijk: door de hand en de hulp van God.
van rede
Of, redelijkheid. Hebreeuws, van smaak; te weten, des geestes. Deze is het verstand en het oordeel des mensen. Zie Job 12:20 .
Hertaald:
van rede
Of: redelijkheid. Hebreeuws: van smaak, namelijk van de geest. Dat is het verstand en het oordeel van de mens. Zie Job 12:20.
bagge
Zie van de betekenis van het Hebreeuwse woord, Gen. 24:22 .
Hertaald:
bagge
Zie over de betekenis van het Hebreeuwse woord Gen. 24:22.
is alleenlijk
Te weten, als zij recht wandelen op de weg der gerechtigheid, en daarop niet struikelen door menselijke zwakheid.
Hertaald:
is alleenlijk
Namelijk: wanneer zij recht wandelen op de weg van de gerechtigheid en daarop niet struikelen door menselijke zwakheid.
verbolgenheid
Dat is haat, nijd, spijtigheid, vijandschap en korzeligheid, waardoor zij onrust en moeite onder de mensen maken en Gods rechtvaardige gramschap verwekken.
Hertaald:
verbolgenheid
Dat is: haat, nijd, boosaardigheid, vijandschap en kribbigheid, waarmee zij onrust en moeite onder de mensen veroorzaken en Gods rechtvaardige gramschap opwekken.
uitstrooit,
Uitstrooien is hier rijkelijk van zijne middelen uitdelen waar het nodig is, alzo Ps. 112:9 ; in welken zin ook het woord zaaien gebruikt wordt, 2 Kor. 9:6 .
Hertaald:
uitstrooit,
Uitstrooien is hier: rijkelijk van zijn middelen uitdelen waar het nodig is; zo Ps. 112:9, in welke zin ook het woord zaaien gebruikt wordt, 2 Kor. 9:6.
dan recht is,
Want de rijke, ja een ieder naar zijn vermogen, is schuldig den arme mede te delen.
Hertaald:
dan recht is,
Want de rijke, ja ieder naar zijn vermogen, is verplicht de arme mee te delen.
het is tot gebrek
Dat is, hij wordt daardoor niet rijk.
Hertaald:
het is tot gebrek
Dat is: hij wordt daardoor niet rijk.
De zegenende
Hebreeuws, de ziel der zegening; dat is, die met weldoen een zegen is voor andere mensen. Zie boven vs.11.
Hertaald:
De zegenende
Hebreeuws: de ziel van de zegening; dat is: die met weldoen een zegen is voor andere mensen. Zie hierboven vers 11.
vet gemaakt
Dat is, meer gezegend worden en gans welvaren. Zie dezelfde manier van spreken onder Spr. 13:4 , en Spr. 15:30 , en Spr. 28:25 .
Hertaald:
vet gemaakt
Dat is: rijker gezegend worden en volkomen welvaren. Zie dezelfde manier van spreken hieronder Spr. 13:4, en Spr. 15:30, en Spr. 28:25.
die bevochtigt,
Dat is, die den armen rijkelijk mededeelt; gelijk men een dorre aarde met water bevochtigt.
Hertaald:
die bevochtigt,
Dat is: die de armen rijkelijk meedeelt, zoals men een dorre grond met water bevochtigt.
zelf
Dat is, overvloediglijk met Gods zegen overgoten worden, en zo bevochtigd zijn alsof hij zelf ook een regen ware, waardoor hij ook meer middel zal krijgen om in het weldoen voort te varen.
Hertaald:
zelf
Dat is: overvloedig met Gods zegen overgoten worden, en zo doortrokken zijn alsof hij zelf een regen was; daardoor zal hij ook meer middelen krijgen om met weldoen door te gaan.
het goede
Dat is, zijnen naasten vlijtiglijk deugd doet.
Hertaald:
het goede
Dat is: zijn naaste ijverig goeddoet.
zoekt
Te weten, alzo, dat hij ze ook vindt en krijgt.
Hertaald:
zoekt
Namelijk: zó, dat hij het ook vindt en krijgt.
welgevalligheid;
Waardoor hij God en den vromen mensen behagelijk is.
Hertaald:
welgevalligheid;
Waardoor hij God en de vrome mensen behaagt.
natracht,
Of, bezorgt.
Hertaald:
natracht,
Of: bezorgt.
rechtvaardigen
Dat is, die zich op den rijkdom niet verlaten, maar op God alleen, naar zijn bevel; Ps. 62:11-12 .
Hertaald:
rechtvaardigen
Dat is: die niet op de rijkdom vertrouwen maar op God alleen, naar Zijn gebod; Ps. 62:11-12.
zullen groenen
Dat is, zullen welvaren en welgelukzalig zijn. Vergelijk Ps. 1:3 , en Ps. 72:7 , en Ps. 92:13 ; Jes. 27:6 ; Hos. 14:6 .
Hertaald:
zullen groenen
Dat is: zullen welvaren en gelukkig zijn. Vergelijk Ps. 1:3, en Ps. 72:7, en Ps. 92:13; Jes. 27:6; Hos. 14:6.
beroert,
Versta, die door ongeregelde huishouding en verkwisting van goederen zijn huisgezin berooid maakt en bedroeft. Vergelijk Gen. 34:30 , en de aantekening.
Hertaald:
beroert,
Versta: wie door slecht huishouden en verkwisting van goederen zijn huisgezin berooid maakt en bedroeft. Vergelijk Gen. 34:30, en de aantekening daar.
wind
Dat is, niet met al, maar hij zal tot armoede komen. Vergelijk Job 7:7 .
Hertaald:
wind
Dat is: helemaal niets, maar hij zal tot armoede komen. Vergelijk Job 7:7.
knecht
Dat is, lijfeigene, of immers dienstknecht, om den kost te krijgen. Vergelijk Gen. 47:19 .
Hertaald:
knecht
Dat is: lijfeigene, of in elk geval dienstknecht, om de kost te verdienen. Vergelijk Gen. 47:19.
wijs
Dat is, wel weet huis te houden.
Hertaald:
wijs
Dat is: die goed weet huis te houden.
vrucht
Dat is, zijne onderwijzing en deugdzaamheid.
Hertaald:
vrucht
Dat is: zijn onderwijs en zijn deugdzaamheid.
is een boom
Dat is, gelijk een boom des levens, die wat goeds voortbrengt, waardoor de mens ten eeuwigen leven gevoed en gesterkt wordt; vergelijk boven Spr. 3:18 .
Hertaald:
is een boom
Dat is: als een boom van het leven, die iets goeds voortbrengt waardoor de mens tot het eeuwige leven gevoed en gesterkt wordt; vergelijk hierboven Spr. 3:18.
wie zielen
Die de mensen trekt tot Gods kennis; vergelijk Matt. 4:19 .
Hertaald:
wie zielen
Die de mensen trekt tot de kennis van God; vergelijk Matth. 4:19.
vergolden
Dat is, gestraft om zijne zonden. Zie van het Hebreeuwse woord Job 21:19 .
Hertaald:
vergolden
Dat is: gestraft om zijn zonden. Zie over het Hebreeuwse woord Job 21:19.
zondaar
Te weten, die uitsteekt in het zondigen en zijn werk daarvan maakt. Zie 1 Sam. 15:18 ; Ps. 1:1 .
Hertaald:
zondaar
Namelijk: die uitblinkt in het zondigen en daar zijn werk van maakt. Zie 1 Sam. 15:18; Ps. 1:1. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Een bedriegelijke weegschaal is den HEERE een gruwel; maar een volkomen weegsteen is Zijn welgevallen" (Spr. 11:1). In een tijd zonder vaste munten werd goud, zilver en koren afgewogen met stenen gewichten. Wie twee stellen stenen had, een zwaar stel om mee te kopen en een licht stel om mee te verkopen, kon jarenlang stelen zonder dat iemand het zag. Juist die verborgen oneerlijkheid wordt hier een gruwel genoemd. Dezelfde regel keert later in dit boek terug (Spr. 20:10). De wet had het al geregeld: "Gij zult een rechte wage hebben, rechte weegstenen" (Lev. 19:36). Bijbelse betekenis: Let op wie hier de benadeelde partij is. Er staat niet in de eerste plaats dat de koper bedrogen wordt, maar dat de HEERE er een afkeer van heeft. Handel is dus geen gebied dat buiten de godsdienst valt. Merk ook op dat het om iets kleins gaat. Een gewicht dat een paar gram scheelt, valt niemand op, en juist daarom staat het hier. Wie in het kleine bedriegt waar niemand kijkt, laat zien wat hij van God denkt. En let ten slotte op de tweede helft van het vers. De rechte weegsteen wordt niet toelaatbaar genoemd maar Gods welgevallen; eerlijkheid in het gewone werk is Hem een vreugde. Typologie: De profeet stelt dezelfde zaak als een vraag aan het volk: "Zou ik rein zijn, met een goddeloze weegschaal en met een zak van bedriegelijke weegstenen?" (Micha 6:11). En de Heere Jezus verbindt aan de maat die een mens gebruikt de maat die hij ontvangt: "met dezelfde maat, waarmede gijlieden meet, zal ulieden wedergemeten worden" (Luk. 6:38). Spr. 11:1; Spr. 20:10; Lev. 19:36; Micha 6:11; Luk. 6:38 "Er is een, die uitstrooit, denwelken nog meer toegedaan wordt; en een, die meer inhoudt dan recht is, maar het is tot gebrek" (Spr. 11:24). Het beeld is dat van de zaaier, die zijn zaad kwijtraakt om het terug te krijgen. Het volgende vers zegt hetzelfde met een ander beeld: "De zegenende ziel zal vet gemaakt worden; en die bevochtigt, zal ook zelf een vroege regen worden" (Spr. 11:25). En dan wordt het toegepast op de graanhandel in tijden van schaarste. Wie koren inhoudt om de prijs te laten stijgen, wordt door het volk vervloekt, terwijl de zegen op het hoofd van de verkoper is (Spr. 11:26). Bijbelse betekenis: Deze spreuken keren de gewone rekenkunde om. Wie geeft, houdt minder over; dat is de zichtbare kant. De Schrift zegt hier dat er een andere kant is, en zij noemt die niet als beloning maar als orde. Merk op dat het derde vers de zaak concreet maakt. Het gaat niet over vrijgevigheid in het algemeen maar over een koopman die zijn voorraad achterhoudt terwijl anderen honger hebben. Wat als slim koopmanschap geldt, levert hier de vloek van het volk op. Let ten slotte op het beeld van de regen (Spr. 11:25). Wie anderen bevochtigt, wordt zelf een vroege regen; het gaat dus niet alleen om wat iemand geeft maar om wat hij daardoor wordt. Typologie: Paulus haalt bij zijn inzameling voor de armen dezelfde gedachte aan: "God heeft een blijmoedigen gever lief" (2 Kor. 9:7). En de Heere Jezus belooft een maat die overloopt: "Geeft, en u zal gegeven worden" (Luk. 6:38). Spr. 11:24-26; 2 Kor. 9:7; Luk. 6:38 "Als er geen wijze raadslagen zijn, vervalt het volk; maar de behoudenis is in de veelheid der raadslieden" (Spr. 11:14). Dezelfde regel keert later terug: "De gedachten worden vernietigd, als er geen raad is; maar door veelheid der raadslieden zal elkeen bestaan" (Spr. 15:22). Daartegenover staat de dwaas, van wie gezegd wordt dat zijn weg recht is in zijn eigen ogen, terwijl de wijze naar raad hoort (Spr. 12:15). Het eerste vers spreekt over een volk en over bestuur; de latere verzen brengen dezelfde regel binnen in het gewone leven. Bijbelse betekenis: Er staat niet dat de meerderheid gelijk heeft. Wat hier bestreden wordt is het besluit dat één mens in zijn eentje neemt omdat hij aan niemand iets wil vragen. Merk op waar de spreuken het gevaar leggen: in de ogen (Spr. 12:15). Wie zijn eigen weg beoordeelt, is zelf partij, en daarom kan hij zichzelf niet corrigeren. Let ook op het woord veelheid. Eén raadsman kan meepraten met wat de vrager al wil; bij meer stemmen wordt dat moeilijker. En let erop wat er van de raad gevraagd wordt: wijsheid, niet instemming. Raad vragen aan wie zeker ja zal zeggen, is geen raad vragen. Typologie: Rehabeam liet zien wat er gebeurt wanneer die regel wordt omgekeerd: hij verliet de raad van de oudsten en volgde de jongelingen die met hem opgegroeid waren (1 Kon. 12:8). Het gevolg was de scheuring van het rijk. Spr. 11:14; Spr. 12:15; Spr. 15:22; 1 Kon. 12:8 "Die verstandeloos is, veracht zijn naaste; maar een man van groot verstand zwijgt stil" (Spr. 11:12). Het volgende vers werkt dat uit: "Die als een achterklapper wandelt, openbaart het heimelijke; maar die getrouw is van geest, bedekt de zaak" (Spr. 11:13). Het woord dat de Statenvertaling met achterklapper weergeeft, tekent iemand die rondgaat en onderweg vertelt wat hij gehoord heeft. Daartegenover staat niet de zwijgzame maar de getrouwe: iemand bij wie een zaak veilig is. Dezelfde tegenstelling stond al bij Spr. 10:12, waar de liefde de overtredingen toedekt. Bijbelse betekenis: Het valt op dat het zwijgen hier onder het verstand gerekend wordt en niet onder de vriendelijkheid. Wie doorvertelt, wordt verstandeloos genoemd. Dat is scherper dan wij het gewoonlijk zeggen. Merk daarnaast op dat er niets gezegd wordt over de waarheid van het bericht. De achterklapper hoeft niet te liegen; hij hoeft alleen te vertellen wat waar is en niet van hem is. Let ten slotte op het woord getrouw. Vertrouwen is in dit boek geen gevoel maar een prestatie: er is iemand nodig bij wie iets kan blijven liggen. Dat bedekken is geen onverschilligheid, want een zaak die voor de kerkenraad of de rechter hoort, hoort daar ook gebracht te worden. Typologie: Jakobus geeft de gemeente dezelfde regel als gebod: "Broeders, spreekt niet kwalijk van elkander" (Jak. 4:11). Petrus grondt haar in de liefde, die "menigte van zonden bedekken" zal (1 Petr. 4:8). Spr. 11:12-13; Spr. 10:12; Jak. 4:11; 1 Petr. 4:8 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Ware godsvrucht is de natuurlijke uitgroei van een vernieuwde natuur, niet de geforceerde groei van vrome broeikasopwinding. De kleine bron die uit de oude pijp op de heuvelhelling opborrelt, doet het stenen bekken overlopen en voorziet alle dorpelingen rijkelijk van zuivere en koele drank. In haar vloeien verspilt zij zichzelf niet, want de diepe aderen in het hart van de aarde blijven haar onophoudelijk voeden; en zowel in de vorst van de winter als in de droogte van de zomer geeft de bronkop haar kristallen stroom. Het beekje dat door de bossen babbelt, zich tussen de stenen verbergend, van de bemoste rotsen springend, en dat zijn stroom spoedig dieper en breder maakt, giet alles wat het verzameld heeft in de rivier uit en houdt geen druppel achter. En al wordt zijn schat bestendig met onbekrompen mildheid weggegeven, toch zorgen hemel en aarde ervoor dat het beekje nooit zal falen zijn blijde lied te zingen: mensen mogen komen en gaan, maar ik ga voor altijd voort. De rivier snelt met haar grotere vloeden naar de alles ontvangende oceaan, en giet zich elk uur met blijde volheid uit alsof zij enkel bestond om zichzelf leeg te maken. En toch dragen de overvloedige zijstromen, die van de heuvels komen stromen en de valleien afwateren, er zorg voor dat de rivier geen gebrek zal kennen maar bestendig tot de rand gevuld blijft: een blijde en springende rivier voor altijd! Naar aanleiding van de jaarvergadering van zijn gemeente, met bijna vijfduizend leden, overdenkt Spurgeon dat het leven van de gelovige, eerst, vol zegen voor anderen zou moeten zijn,… Wie te drinken geeft, die zal ook te drinken krijgen. Spreuken 11:25 Om te ontvangen, moeten we leren geven. Wie wil verzamelen, moet leren uitdelen. Wie geluk zoekt,… De vrucht des rechtvaardigen is een boom des levens; en wie zielen vangt, is wijs. Spreuken 11:30 Waarom sterven heiligen niet direct nadat ze tot geloof gekomen zijn?… Wie bevochtigt, zal zelf ook bevochtigd worden. Spreuken 11:25, Eng. vertaling Het algemene beginsel is dat wanneer we leven voor het welzijn van anderen, we er zelf ook voordeel… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Wie te drinken geeft, die zal ook te drinken krijgen. Spreuken 11 vers 25 Hier wordt ons de belangrijke les geleerd,… De vrucht des rechtvaardigen is een boom des levens; en wie zielen vangt, is wijs. Spreuken 11:30 Broeders en zusters, ik bid dat u het Evangelie van Jezus… Die bevochtigt, zal ook zelf een vroege regen worden. Spr. 11 : 25 Als ik zorgvuldig aandacht schenk aan anderen, zal God aandacht schenken aan mij en Hij… De zegenende ziel zal vet gemaakt worden. Spr. 11:25 Als ik begeer dat mijn ziel zal gedijen, moet ik mijn voorraad niet opslaan, maar ik moet die uitdelen aan… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Spreuken 11
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Spurgeon Citaten
Ter overdenking
Verdiepende artikelen
De zielenwinner
Ontvangen door te geven
Een Oproep om Zielen te winnen
Wie bevochtigt, wordt zelf bevochtigd
Wie te drinken geeft, die zal ook te drinken krijgen
Geen Vreugde die groter is
Een onuitputtelijke bron
Rijk worden door geven


Spreuken 11
Spurgeon heeft dit hoofdstuk niet doorlopend uitgelegd. Wel liet hij bij vers 25 een overdenking en bij vers 30 een uitspraak na.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
II. Vs. 1-31.KruisverwijzingenSpreuken 16:11→Spreuken 20:10→Spreuken 20:23→Deuteronomium 25:13→Leviticus 19:35→Lukas 18:14→Spreuken 13:6→Genesis 7:1→
— Een bedriegelijke weegschaal is den HEERE een gruwel; maar een volkomen weegsteen is Zijn welgevallen. Als de hovaardigheid komt, zal de schande ook komen; maar met de ootmoedigen is wijsheid. De oprechtheid der oprechten leidt hen; maar de verkeerdheid der trouwelozen verstoort hen. Goed doet geen nut ten dage der verbolgenheid; maar de gerechtigheid redt van den dood. De gerechtigheid des oprechten maakt zijn weg recht; maar de goddeloze valt door zijn goddeloosheid. De gerechtigheid der vromen zal hen redden; maar de trouwelozen worden gevangen in hun verkeerdheid. Als de goddeloze mens sterft, vergaat zijn verwachting; zelfs is de allersterkste hoop vergaan. De rechtvaardige wordt uit benauwdheid bevrijd; en de goddeloze komt in zijn plaats. De huichelaar verderft zijn naaste door den mond; maar door wetenschap worden de rechtvaardigen bevrijd. Een stad springt op van vreugde over het welvaren der rechtvaardigen; en als de goddelozen vergaan, is er gejuich.
Met deze tweede voor ons liggende afdeling begint de vergelijking tussen de goede gevolgen der vroomheid en de nadelen en de straffen der goddeloosheid, welke tot aan het einde van de eerste hoofdafdeling (Hoofdstuk 15: 33) voortloopt. In ons hoofdstuk wordt deze vergelijking eerst in betrekking tot recht en onrecht, een liefderijk en liefdeloos gedrag jegens den naaste voortgezet. In het bijzonder spreken daarvan vs. 1-11, en geven te kennen, welke waarde een rechtvaardig gedrag jegens den naaste heeft, en welke vloek er rust op de ongerechtigheid; vs. 12-15: tegen praatachtigheid, lasterzucht, onverstandig raden, lichtvaardig borg blijven; vs. 16-23 handelen meestal van den zegen der gerechtigheid en van het welverdiende oordeel der goddeloosheid; vs. 24-26 tegen gierigheid, onbarmhartigheid en woeker; eindelijk vs. 27-31 nogmaals van het onderscheid tussen rechtvaardigen en onrechtvaardigen, en een iegelijks loon op aarde.
Ene a) bedrieglijke weegschaal, alsmede vals gewicht, maat, geld in handel en wandel, vals getuigen voor het gericht en in het dagelijkse leven is den HEERE een gruwel; maar een volkomen weegsteen, gewicht of maat is Zijn welgevallen, daarop alleen kan Gods zegen rusten.
Leviticus 19: 36. Deuteronomium 25: 13. Spreuken 16: 11; 20: 10,23. Gewicht en weegschaal zijn verordeningen des Heren, en elke weegsteen of gewicht is Zijn werk. Ook echtverbindtenissen, staatkundige gemeenschappen, burgerlijke verdragen, vonnissen, straffen enz. zijn inzettingen van Goddelijke wijsheid en gerechtigheid, waarover de Heere een waakzaam oog geopend heeft. Ene valse weegschaal is den Heere een gruwel, 1) omdat zulk een bedrog onder den schijn van rechtvaardigheid begaan wordt; 2) omdat tegen velen en gewoonlijk tegen armen gezondigd wordt; 3) omdat het slechts zelden door de Overheid bestraft wordt; 4) omdat het gepaard gaat met leugen en bedrog 5) omdat de koper zijn geld verliest, en de verkoper het niet weer vergoedt; 6) omdat de mensen met deze zonde om zo te zeggen spotten, en het niet voor zo grote zonde houden. De zondaar met het zijne niet vergenoegd, en zijns naasten goed bejagende, wil nog eerlijk schijnen, zal daarom zoeken met een schijn des rechts zich het goed van anderen toe te eigenen, als door vals gewicht, elle en mate. Hij wil met te grote maat inkopen, en met te kleine verkopen. Dat verbiedt God in Micha 6: 10: Zijn er niet nog, in eens ieders goddelozen huis schatten der goddeloosheid? en ene schaarse efa, dat te verfoeien is? -Hierbij mag men wel voegen het bedriegen met de waren, die onrechtvaardigen mensen vervalsen, en ze zo opsmukken, dat ze beter schijnen dan ze zijn. Dit is kaf voor koren te verkopen (Amos 8: 6) Door de onrechtvaardigheid maakt men zich niet alleen voor de mensen schuldig, en door het geroofde terug te geven, en aan hen te voldoen, wat men hun ontvreemd heeft, blijft de schuld nog tegenover God te vereffenen. Daarom moet de onrechtvaardige, hetzij hij meer of minder onrechtvaardigheid bedreven hebbe, zoeken weer met God verzoend te worden. En als hij dan uitroept: wat zal ik doen om mijne ongerechtigheid uitgewist te krijgen? dan is het antwoord: “Zoek het zoenbloed van den Middelaar Jezus, waardoor Hij, hetgeen Hij niet geroofd had, heeft moeten wedergeven” (Psalm 69: 5).
Als de hovaardigheid in het hart komt, en men den naaste onrechtvaardig beoordeelt en behandelt, zal de schande ook komen, want hoogmoed komt voor den val (Hoofdstuk 16: 18; 18: 12); maar met de ootmoedigen is wijsheid, die voor smaad en schande behoedt en ere geeft. Die ootmoedigen zijn dezulken, die een angstig en verslagen hart hebben en zich zelven verloochenen; dat zijn de ware wijzen. (MATTHEUS. 5: 2 vv. Luk. 1: 51 vv.) Hoogmoed staat geheel tegenover berouw, geloof en gehoorzaamheid; hoogmoed leidt tot ontrouw of ijdele zelfgenoegzaamheid, die gewis in eeuwige schande en verachting zal eindigen. Ziende hoe veilig en gerust en tevreden zij zijn, die een nederigen geest hebben, hoe zij gemeenschap hebben met God, en welken troost zij in zich zelven bezitten, kunnen wij voorzeker besluiten, dat de wijsheid bij de nederigen van hart is.
a) De oprechtheid, de argeloze onschuld en openhartigheid der oprechten leidt hen, zodat zij veilig gaan en hun doel bereiken; maar de verkeerdheid der trouwelozen, die door list hun doel willen bereiken, verstoort hen zelven zodat zij in den put moeten vallen, dien zij door hun arglistigheid gegraven hebben.
Spreuken 13: 6; 28: 18.
a) Geld en goed doet geen nut ten dage der verbolgenheidGods, wanneer Hij onze zonden door Zijne strafgerichten bezoekt; maar de gerechtigheid, die op het geloof berust, van Gods genade zeker is, redt van den toorn en van het gericht, en dus ook van den dood 1), zowel van den vroegen, kwaden en snellen lichamelijken, als van den eeuwigen dood (Joh. 3: 36).
Spreuken 10: 2. Ezechiël. 7: 19. Zef. 1: 18.
In dagen van openbare of algemene rampen stellen de goederen dezes levens hare bezitters nog meer aan leed en onheil bloot, dan dat ze hen daarentegen zouden beveiligen (Ezechiël. 7:
. Het is de gerechtigheid alleen welke van den dood, dat is van het kwaad of van den prikkel des doods, den mens verlost. Een goed geweten maakt den dood minder angstig en smartelijk en dikwijls zelfs gemakkelijk en zacht, en neemt alle zijne verschrikkingen weg. Het is het voorrecht der rechtvaardige alleen, door den tweeden dood niet beschadigd te worden, hoe veel te minder zal de eerste dood hen dan benadelen.
De gerechtigheid des oprechten, die een godzalig leven voor Gods aangezicht leidt, maakt zijnen levensweg recht 1), zodat hij ook door rampspoed niet struikelt en valt, maar alle dingen hem ten beste dienen en ter bereiking van het eeuwige kleinood moeten helpen; maar de goddeloze valt in gedurig grotere schuld, smaad en schande en eindelijk in den eeuwigen dood door zijne goddeloosheid, waardoor hij zich dacht te verheffen (vs. 8). De waarlijk oprechte is een vijand van bijpaden, en heeft door genade het oog gevestigd op het ene en grote doel, te wandelen in de wegen des Heren en op het pad Zijner geboden.
De gerechtigheid der vromen zal hen, al geraken zij ook in grote ellende en aanvechting, toch eindelijk, zo als de Heere beloofd heeft,redden; maar de trouwelozen, die de hemelse wijsheid en waarheid verachten a) worden, niettegenstaande hun hoog geroemde sluwheid als in een net gevangen in hun verkeerdheid (woordelijk: door hun begeerte naar aards goed, naar valse wijsheid en een weelderig leven).
Spreuken 5: 22.
Als de goddeloze mens sterft, verlaat zijne verwachting, 1) die immers slechts op het aardse gericht was, want hij heeft zijn goed in het leven ontvangen, en gaat naar de pijn en de kwelling; zelfs is de allersterkste hoop vergaan. 2)
Goddeloze mensen verwachten geluk wanneer zij sterven, of nog in deze wereld, maar bij den dood zal hun verwachting teleurgesteld worden. Als een vroom mens sterft, worden zijne verwachtingen overtroffen en al zijne vrees verdwijnt; maar wanneer een goddeloos mens sterft, verdwijnt zijne hoop.
In het Hebr. Wethochè-leth onim abadah. Beter: de verwachting dergenen, die in hun volle kracht staan is vernietigd. Het tweede woord wordt ook voor de eerstgeborenen gebruikt. De zin is deze, dat de goddeloze, die op een sterk gebouwd lichaam zijn hoop heeft gevestigd, plotseling bemerkt dat ook kracht ijdelheid is en dat als God zijn adem wegneemt, ook hij weg is.
a) De rechtvaardige wordt toch eindelijk uit benauwdheid bevrijd, en dan voor eeuwig getroost; b) en de goddeloze, die dikwijls de oorzaak is van den nood des rechtvaardigen, komt in zijne plaats, 1) wanneer de tijd der vergelding gekomen is. (2 Thessalonicenzen. 1:
.
(Psalm 34: 20. b) Spreuken 21: 18.
De geschiedenis van Gods volk van den ouden dag is daarvan een sprekend toonbeeld. Israël werd droogvoets door de Schelfzee gevoerd en de goddeloze Farao kwam met zijn leger in diezelfde zee om. Ook later werd het bevestigd aan Daniël en zijne vijanden. De goddelozen vallen niet zelden in dezelfden kuil, dien zij voor den rechtvaardige gegraven hebben. Denkt ook aan Haman en Mordechai.
De huichelaar: b.v. bij een vorst verderft dikwijls zijnen naaste, die onschuldig is, door den mond, door vleiende verderfelijke woorden; maar door de wetenschap, die de listen der belagers doorgrondt, worden zijne aanslagen verijdeld en alzo worden de rechtvaardigen bevrijd. 1)
Door de kennis en wetenschap omtrent de snode listen en bedriegerijen des satans, weet hij, die rechtvaardig en trouw is in zijn handel, de handelingen des huichelaars te ontdekken en te mijden. Door de kennis van God en van Zijn heilig Woord en die van zijn eigen hart zal de rechtvaardige zich meermalen weten te redden van degenen, die heimelijk en openlijk op hem loeren, om hem te misleiden, te bedriegen en te verderven.
Ene stad springt op van vreugde over het welvaren der rechtvaardigen, wanneer zij tot rijkdom en eer geraken; en als de goddelozen vergaan 1) treurt niemand, want dan is er gejuich in die plaats; want in deze onderscheidene uitgangen moeten de mensen Gods rechtvaardig en genadig bestuur erkennen, en Hem daarvoor prijzen.
Men moge bij hun leven den goddelozen eer bewijzen, dewijl men hen vreest, bij hun dood voelt men zich weer vrij en daarover verheugt men zich, terwijl men zich verblijdt als de rechtvaardige zijn have en goed ten nutte besteedt van zijne medeburgers.
Want door den zegen, het zegen- en heil-aanbrengend spreken en wandelen der oprechten, der rechtschapenen wordt ene stad tot bloei en welvaart verheven; 1) maar door den lasterlijken mond der goddelozen, die haters zijn der vromen, wordt zij van den vloek van God getroffen en eindelijk door de vijanden verbroken. Vrome en godvrezende regenten van ene stad of van een land zijn ene grote weldaad; wij moeten voor hen bidden, opdat God ons niet misschien met wrede, baatzuchtige, goddeloze heersers straffe.
De oprechten, de godvrezenden zijn bidders voor land en volk. Niet alleen eigen behoeften leggen zij neer voor den troon der genade, maar ook die van hun volk. En het is daarom dat de Spreuken-dichter hier zegt, dat zij een stad tot zegen zijn. De goddeloze haalt echter een oordeel over land en stad, gelijk de goddeloze inwoners van Sodom en Gomorra oorzaak waren dat die steden door den Heere God werden verwoest.
Die verstandeloos is, en een lichtvaardig en vernederend oordeel over anderen uitspreekt, is een dwaas zonder godsvrucht; hij veracht zijnen naaste, die beter is dan hij (Hoofdstuk 14: 21; 13: 13): maar een man van groot verstand, in wie de wijsheid woont, zwijgt stil, 1) en spreekt zijn oordeel niet uit, ook al is het billijk, uit vrees van te zondigen.
De verstandeloze wordt hier weer geplaatst tegenover den wijze. De dwaas is aanstonds gereed om zijn naaste vals te beoordelen en dan te bespotten, maar de wijze heeft genoeg zelfkennis, om zijn oordeel op te schorten of voor zich te houden. Wie zijn eigen hart heeft leren kennen, zal niet spoedig zijn naaste veroordelen.
Die als een achterklapper wandelt, en bij de mensen rondgaat om over anderen te klappen, openbaart het heimelijke, dat hem in vertrouwen is meegedeeld, maar die getrouw is van geest die, wat men hem toevertrouwd heeft, weet te verzwijgen, bedekt de zaak, die hem toevertrouwd is (Leviticus 19: 16. Sir. 16). De oude Romein Cycibius Metellus antwoordde aan een jong overste, die hem naar zijn krijgsplan vroeg, Als ik wist, dat mijn hemd er mede bekend was, zou ik het dadelijk uittrekken en in het vuur werpen. De getrouwe zal niet openbaar maken, hetgeen hem toevertrouwd is, of wat hij ontdekt heeft, om daardoor anderen niet te benadelen, tenzij de eer van God en het welzijn der maatschappij het vorderen.
Bij de Arabieren is het spreekwoord in zwang, uw geheim is uw gevangene, wanneer gij het bewaart maar wanneer het openbaar wordt, zijt gij een gevangene.
a) Als er gene wijze raadslagen, gene verstandige verordeningen zijn, geen leiding, vervalt het volk, niettegenstaande alle andere maatregelen: maar de behoudenis des volks is in de veelheid der godvruchtige en door de wijsheid verlichte raadslieden (Hoofdstuk 15: 22; 24:
.
1 Koningen 12: 1 vv. In de wereld geldt het: Veel koks maken de brij te zout. -Zowel hoofden, zoveel zinnen. -Die veel vraagt, krijgt veel antwoorden. Velerlei raad is verkeerde raad. -Maar waar de harten in God en Zijn heilig woord geworteld zijn, daar denken, spreken en raden zij allen hetzelfde, daar is het waar: hoe meer raadslieden, hoe beter.
Als iemand op ene te haastige, lichtvaardige wijze voor een vreemde borg geworden is, hij zal zeker schade lijden (Hoofdstuk 6: 1 vv.), en teleurgesteld, verbroken worden in zijne verwachting; maar wie degenen haat, die in de hand klappen, is zeker, 1) dat hem gene schande en ongeluk zal te beurt vallen.
In al onze zaken zullen wij het dikwijls voordelig vinden met anderen te raadplegen; indien zij overeenstemmen, dan is onze weg duidelijk; indien zij verschillen, moeten wij luisteren naar hetgeen ons van verschillende zijden wordt gezegd, en beter in staat zijn om te besluiten.
In het Hebr. Wesone thewook’im boteach. Beter: wie het borg worden haat, gaat zeker, dat is, voor dien is niet te vrezen, die behoeft geen vrees te koesteren. Met deze vertaling is ook de tegenstelling zuiver. Zij bevat toch een waarschuwing om niet voor een vreemde borg te worden.
Ene aangename huisvrouw, die niet alleen schoon van aangezicht, maar ook van God begenadigd is, en de wijsheid tot een erfdeel heeft ontvangen, houdt de eer met beslistheid vast, gelijk de machtige geweldigen den rijkdom vasthouden, en zich dien niet laten ontrukken (Hoofdstuk 29: 23). De Griekse vertaling heeft in plaats van dit vers ene uitbreiding, die luidt als volgt, en door vele uitleggers voor de oudere, oorspronkelijke lezing gehouden wordt: Ene aangename huisvrouw bewaart de eer, maar een stoel der schande is, die de deugd haat. De luiaards zullen het goed missen, maar de vlijtigen bewaren den rijkdom.
Even ijverig als de tirannen zijn om hunnen rijkdom te vergroten, zo vlijtig is de vrome in het verkrijgen en bewaren zijner ware eer, dat is: godsvrucht en deugd. Hier wordt voor toegestemd gehouden, dat een sterk of geweldig man de rijkdom vasthoudt, dat is, dat mensen van geest en kundigheid, die een groten omslag in de wereld hebben, en daarbij bekwaam zijn om zich te verzetten tegen allen, die hen in den weg mochten zijn, ook het best in staat zullen wezen, niet alleen om te bewaren hetgeen zij bezitten, maar ook om nog meer te bekomen, terwijl degenen, die zwak en flauwmoedig zijn, lichtelijk ten prooi worden van degenen, die rondom hen zijn en op hen loeren. De aangename vrouw is even eerwaardig als de geweldige man, en haar eer is zo zeker als de zijne.
Anderen zoals Delitzsch vertalen: Een aangename huisvrouw verlangt eer en een onbevallige rijkdom.
Een goedertieren mens, die anderen met liefde en vriendelijkheid behandelt, doet daardoor ook zijne eigene ziel wel, want de liefde schenkt vrede en maakt het hart gelukkig; maar die wreed is, beroert door zijne liefdeloosheid ook zijn eigen vlees en bloed; want haat en wreedheid maken het hart ontevreden en ongelukkig, en Gods straffen over hem blijven niet uit.
De goddeloze slaagt zelden in zijnen arbeid, hij doet een vals, een vergeefs werk, 1) waardoor hij geen blijvend gewin kan verkrijgen; maar voor degenen, die gerechtigheid zaait is de oogst zeker, en een duurzaam eeuwig goed is voor zijne trouwe zorg het loon2). (Luk. 16: 9 vv. (Job 4: 8).
Dat is, dewijl de goddeloze alles uit zelfzucht doet, zo is er geen goddelijke zegen in wat hij verricht en wat hij geniet. Daarom doet hij vals werk dat is een werk, dat niet werkelijk beloont, dewijl het de gunste Gods mist. Het is een inbrengen in een doorboorden buidel.
Hij, die het tot zijne bezigheid stelt, goed te doen, zal ene zekere beloning ontvangen; zij is voor hem zo zeker als de eeuwige trouw het kan maken, en dat is een volmaakt loon.
Alzo is de gerechtigheid, wanneer men standvastig tot het einde daarbij volhardt, de weg ten leven, en schenkt heil, redding en zaligheid, gelijk hij, die het kwade najaagt, zich geen gewin en vreugde verschaft, maar naar zijnen dood voortholt, en zijn eigen ongeluk en zijne eeuwige verdoemenis najaagt. Hierbij is op te merken, dat vrome mensen ook wel zondigen maar de goddelozen jagen het kwade na; het zondigen is als het ware hun handwerk.
De verkeerden van hart, die aan leugen en goddeloosheid zijn overgegeven, zijn den HEERE een gruwel, want bij Hem is alles licht en waarheid; maar de oprechten van weg, die door het licht der hemelse waarheid geleid worden, en alzo trachten naar het eeuwige leven te geraken, zijn aangenaam in Gods ogen, en ondervinden Zijn welgevallen
(Hoofdstuk 2: 21; 17: 20),
Hier wordt ons nu bericht, dat niets meer beledigend is voor God dan de dubbelzinnigheid en huichelarij, welke aangeduid wordt door het hier vertaalde woord, verkeerdheid van harte en waardoor zulk iemand verstaan wordt, die het goede voorgeeft, maar het kwade bedoelt, en in kromme paden wandelt, opdat hij niet ontdekt wordt.
a) Hand aan hand 1), toch zal de boze niet onschuldig zijn, niet ongestraft blijven: maar het zaad, de talrijke schaar, de gemeente der rechtvaardigen zal ten dage der vergelding ontkomen aan de straf, door de borggerechtigheid van den Verlosser.
Spreuken 16: 5.
In het Hebr. Jad lejad. Hand in hand. Dit kan hier geen andere betekenis hebben, dan het ene geslacht na het andere. Gelijk ook wij spreken van goederen in de dode hand, d.w.z. van goederen, die niet vererven, maar van den ene op den andere tot gebruik overgaan, zo heeft deze uitdrukking betrekking op de erfopvolging. De Spreuken-dichter grondt zich hier op het woord des Heren, dat Hij de zonden der vaderen zal bezoeken aan de kinderen, zo deze Zijn wet verlaten. De goddeloze moge zich ongestraft wanen, maar in het nageslacht, hetwelk in zijn voetstappen wandelt, zal de zonde bezocht worden. Daartegenover staat dat het nageslacht der godvrezenden nog deelt in den zegen der godsvrucht der voorvaderen.
Ene schone vrouw, die van rede afwijkt, die geen takt heeft, van fijngevoel ontbloot is, is ene gouden bagge, of neusring in enenmorsigen varkenssnuit (Richteren 8: 24 Jes. 3: 21). Zo min als aan het zwijn, zulk een vuil en lelijk dier, het schone sieraad van enen gouden ring, en nog wel in den snuit, past, even zo min kan de lichamelijke schoonheid ener vrouw de uitdrukking van een gevoel, dat met de ware schoonheid strijdig is, en het vrouwelijk geslacht verlaagt, daardoor bedekken.
Een neusring, gestoken door den rechter neusvleugel en over den mond heen hangend, was een sieraad van de Oosterse vrouwen. Welnu, zulk een ring in een morsig, ruw dier, is het beeld van een vrouw, die zich wel verheugen mag in schoonheid, maar daarbij alle gevoel voor wat schoon en rein is, mist, wie alle beschaving op verstandelijk en ethisch terrein ontbreekt.
De begeerte der rechtvaardigen is alleenlijk het goede, en God schenkt hun, wat zij begeren, hetzij vroeg of laat; maar de verwachting der goddelozen, hoe groot zij zich ook hun toekomstig aardse geluk voorstellen, is ijdel; want zij eindigt in den toorn, in de verbolgenheid van God.
Er is een, die Zijne gaven niet spaart, maar die mildelijk uitstrooit, en zijn rijkdom vermindert niet, maar hij vergroot zijnen schat, dewelke nog meer toegedaan, bijgevoegd wordt, dan hij had, want hij zaait in gerechtigheid, en leent alzo den Heere (Psalm 112: 9); en daar is er een, die meer inhoudt van de armen, die meer voor zich zelven wil besparen, dan recht is, maar het is niet tot zijn voordeel; hij zal zelfs tot armoede en gebrek1) geraken; want de vloek van God rust op alles, wat hij heeft. (Hoofdstuk 10: 28).
Hoe het tevens mogelijk is, dat een mens arm kan worden door een zuinig en nauwkeurig besparen van hetgeen hij bezit, te weten, door meer in te houden dan recht is, wordt ons hier gezegd. Als door zijne gemaakte schulden niet te betalen, door de armen niet te verzorgen, zijn eigen huishouding bekrompen te doen leven of niet genoeg tot dezelve onderhoud te verschaffen, of de nodige onkosten te weigeren, ter bewaring van zijne goederen. Laat een mens zoveel vergaderen en opstapelen als hij kan en mag, indien God er in blaast in toorn, komt het dadelijk te niet.
a) De zegenende ziel zal zelf door Gods zegen vet gemaakt worden (Hoofdstuk 13: 4; 28:
Psalm 22: 30. Jes. 10: 16; 17: 4); en die bevochtigt, de hongerigen en dorstigen rijkelijk laaft en verkwikt, die zal ook zelf door een vroege regen worden bevochtigd met verkwikkingen (MATTHEUS. 10: 42. Jer. 31: 14. Prediker 11: 1.
Psalm 112: 9. 2 Kor. 9: 9. Misschien is deze gelijkenis ontleend aan ene fontein, welke overvloedig water gevende, terstond weer wordt gevuld, terwijl ze, als men ze opstopt ledig wordt, en het water enen anderen loop zoekt. Sommigen vertalen dit, zal een zegen worden; God zal hem zo overvloedig zegenen, dat hij in staat is, om gehele vlagen van zegeningen over anderen uit te storten. In geestelijken zin geldt dit in nog ruimere mate.
Wie, om hogeren prijs te krijgen, koren inhoudt 1), dien vloekt het arme volk, en God hoort hun klacht, en vervult hunnen vloek; maar zegening, vermeerdering van aards en hemels goed galop het gebed der armen tot God, zijn over het hoofd des verkopers, die de armen wil tegemoet komen (Hoofdstuk 10: 6).
Gedoeld wordt hier op de goddeloze handelingen der grote handelaren, die, wanneer er weinig geoogst is, het koren niet op de markt brengen, maar in hun pakhuizen ophopen, om straks nog hoger prijzen te bedingen. Dit is een zonde bij God vervloekt. (Amos 8: 4-8).
Wie het goede, dat God in Zijn woord bevolen heeft, vroeg nazoekt, onderzoekt wat hij goeds doen kan, die zoekt God zelf en Zijne genade; want God is het goede, en de Heere heeft welgevalligheidin hem, en schenkt hem genade (Deuteronomium 4: 29, Jer. 29: 13 v. Psalm 5:
(Jes. 49: 8), maar wie het a) kwade natracht, dien zal het kwade, wanneer hij getracht heeft, door Gods gericht tot rechtvaardige vergelding, overkomen (Hoofdstuk 10: 24 ; 5: 14 vv).
Psalm 7: 17; 9: 16; 10: 2; 57: 7
Wie op zijnen rijkdom vertrouwt, en niet op God, die zal dikwijls reeds op aarde, maar zeker hier namaals vallen, evenals een verwelkt blad aan den boom, met den geringsten windvlaag er afvalt; maar a) de rechtvaardigen, wier leven in den eeuwigen God gegrond is, zullen onverwelklijk groenen als loof 1), zelfs al bezitten zij geen rijkdom. (Jes. 66: 14).
Psalm 1: 3,4; 92: 13.
Zij, die hun wortels in de wereld schieten, brengen slechts lichtelijk verdorven bladeren en geen vrucht voort, maar zij, die in Christus, den afgehouwen tak van Isaï, den recht waren wijnstok zijn ingeënt, zullen deel aan zijne wortelen en aan zijne vettigheid verkrijgen en groene bladeren en vrucht dragen tot in eeuwigheid.
Wie naar onrechtmatig gewin tracht, de zijnen scheldt en plaagt, en zo als een gierigaard doet, zijn huis beroert, verwoest en in het ongeluk stort, die zal met al zijn hebzuchtig, onmeedogend doen en drijven toch niets krijgen, maar wind erven, en de dwaas zal eindelijk nog wel een knecht zijn degene, die wijs van hart is, van enen niet gierigen, maar waarlijk rechtvaardigen en wijzen huisheer, daar hij als schuldenaar in zijne handen valt (Hoofdstuk 15: 27). Hij, die moeite over zich zelven en zijn huisgezin brengt, door zorgeloosheid, luiheid, verkwisting, of door enig ander kwaad, dat zijn goed doet verminderen, of die door gierigheid of rusteloos zorgen rijkdommen zoekt op een te hopen, zal even onbekwaam zijn om te behouden en te genieten wat hij krijgt, als een man onbekwaam is om den wind vast te houden, of zich daarmee te voelen en te onderhouden.
De vrucht des rechtvaardigen, zijne werkzaamheid door woord en daad, is een boom des levens (Hoofdstuk 3: 18), ene bron, uit welke voor velen zegen en leven ontspringt, en wie door de onweerstaanbare kracht van zijnen geest veel zielen vangt voor den dienst van God en de zaak der waarheid, is wijs (Luk. 8: 10). Alles wat de boom des levens voor het Paradijs was, is de rechtvaardige voor allen, die hem omringen. Waar hij zijn verblijf houdt, daar wordt de aarde tot een Eden; aller blikken zijn op hem gericht; hij behoudt, hij verkwikt het leven in hen en weert den dood af. De boom des levens van het Paradijs, dien de mens, zo als hij zich in zijnen natuurlijken toestand bevindt, uit het gezicht verloren heeft, bloeit weer in het heiligdom der vrijheid, en hij, die naar zijne vruchten verlangt, moet dag en nacht waken en worstelen voor de gewijde poort, om eindelijk in het binnenste des lusthofs door te dringen. Vrijheid en leven biedt den jongeling de hand der wijsheid.
Ziet, den rechtvaardige, wie de zonden vergeven zijn, wordt om zijne zwakheden, door kastijdingen ter beproeving en verbetering, vergolden op de aarde a), hoeveel te meer, en met welke zwaardere straffen moet die vergelding den goddeloze en zondaar straffen, die zijn vrede niet terug ontvangt door de vergeving (Luk. 23: 31).
1 Petrus .4: 17,18. Daarom is ook alles, wat in de voorgaande verzen van het verderf der goddelozen gezegd is, in de hoogste mate waarachtig en zeker. Onze God leeft en regeert! Hij is een verterend vuur voor de goddelozen, en loutert ook ons, indien wij geloven, zo als het goud en het zilver gelouterd worden, totdat Hij ons in den oogsttijd in de eeuwige schuren verzamelt. God haast zich om de oprechten en boetvaardigen, die het wagen om vast te vertrouwen in deze wereld op Zijn woord, en daardoor aanvechtingen hebben, tot het leven te doen ingaan.
Hoe zwaar zal die God de eigene zonden der goddelozen straffen, die de schuld van vreemden aan het onschuldige offerlam zo bitter bestrafte. Indien de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt, waar zal de goddeloze en de zondaar verschijnen? (1. Petrus 4: 18).
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel