Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
De spreukenH4912 van SalomoH8010. Een wijsH2450 zoonH1121 verblijdtH8055 den vaderH1; maar een zotH3684 zoonH1121 is zijner moederH517 droefheidH8424.
De spreuken van Salomo. Een wijs zoon verblijdt den vader; maar een zot zoon is zijner moeder droefheid.
KJV
The proverbs1
of Solomon.2
A wise4
son3
maketh a glad5
father:6
but a foolish8
son7
is the heaviness9
of his mother.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
SchattenH214 der goddeloosheidH7562 doen geenH3808 nutH3276; maar de gerechtigheidH6666 redtH5337 van den doodH4194.
Schatten der goddeloosheid doen geen nut; maar de gerechtigheid redt van den dood.
KJV
Treasures3
of wickedness4
profit2
nothing: but righteousness5
delivereth6
from death.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
De HEEREH3068 laat de zielH5315 des rechtvaardigenH6662 nietH3808 hongerenH7456; maar de haveH1942 der goddelozenH7563 stoot Hij weg.
De HEERE laat de ziel des rechtvaardigen niet hongeren; maar de have der goddelozen stoot Hij weg.
Ook in dit vers
stoot wegH1920
KJV
The LORD3
will not suffer2
the soul4
of the righteous5
to famish:
but he casteth away8
the substance6
of the wicked.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Die met een bedriegelijkeH7423 hand werktH6213, wordt armH7326; maar de hand der vlijtigenH2742 maakt rijkH6238.
Die met een bedriegelijke hand werkt, wordt arm; maar de hand der vlijtigen maakt rijk.
Ook in dit vers
handH3027
handH3709
KJV
He becometh poor1
that dealeth2
with a slack4
hand:3
but the hand5
of the diligent6
maketh rich.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Die in den zomerH7019 vergadertH103, is een verstandigH7919 zoonH1121; maar die in den oogstH7105 vast slaaptH7290, is een zoonH1121 die beschaamdH954 maakt.
Die in den zomer vergadert, is een verstandig zoon; maar die in den oogst vast slaapt, is een zoon die beschaamd maakt.
KJV
He that gathereth1
in summer2
is a wise4
son:3
but he that sleepeth5
in harvest6
is a son7
that causeth shame.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
ZegeningenH1293 zijn op het hoofdH7218 des rechtvaardigenH6662; maar het geweldH2555 bedektH3680 den mondH6310 der goddelozenH7563.
Zegeningen zijn op het hoofd des rechtvaardigen; maar het geweld bedekt den mond der goddelozen.
KJV
Blessings1
are upon the head2
of the just:3
but violence7
covereth6
the mouth4
of the wicked.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
De gedachtenisH2143 des rechtvaardigenH6662 zal tot zegeningH1293 zijn; maar de naamH8034 der goddelozenH7563 zal verrottenH7537.
De gedachtenis des rechtvaardigen zal tot zegening zijn; maar de naam der goddelozen zal verrotten.
KJV
The memory1
of the just2
is blessed:3
but the name4
of the wicked5
shall rot.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Die wijsH2450 van hartH3820 is, neemtH3947 de gebodenH4687 aan; maar die dwaasH191 is van lippenH8193, zal omgeworpenH3832 worden.
Die wijs van hart is, neemt de geboden aan; maar die dwaas is van lippen, zal omgeworpen worden.
KJV
The wise1
in heart2
will receive3
commandments:4
but a prating6
fool5
shall fall.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Die in oprechtheidH8537 wandelt, wandelt zekerH983; maar die zijn wegenH1870 verkeertH6140, zal bekendH3045 worden.
Die in oprechtheid wandelt, wandelt zeker; maar die zijn wegen verkeert, zal bekend worden.
Ook in dit vers
wandeltH1980
wandeltH3212
KJV
He that walketh3
uprightly2
walketh1
surely:4
but he that perverteth5
his ways6
shall be known.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Die met het oogH5869 wenktH7169, richtH5414 smartH6094 aan; en een dwaasH191 van lippenH8193 zal omgeworpenH3832 worden.
Die met het oog wenkt, richt smart aan; en een dwaas van lippen zal omgeworpen worden.
KJV
He that winketh1
with the eye2
causeth3
sorrow:4
but a prating6
fool5
shall fall.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
De mondH6310 des rechtvaardigenH6662 is een springaderH4726 des levensH2416; maar het geweldH2555 bedektH3680 den mondH6310 der goddelozenH7563.
De mond des rechtvaardigen is een springader des levens; maar het geweld bedekt den mond der goddelozen.
KJV
The mouth3
of a righteous4
man is a well1
of life:2
but violence8
covereth7
the mouth5
of the wicked.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
HaatH8135 verwektH5782 krakelenH4090; maar de liefdeH160 dektH3680 alleH3605 overtredingenH6588 toe.
Haat verwekt krakelen; maar de liefde dekt alle overtredingen toe.
KJV
Hatred1
stirreth up2
strifes:3
but love8
covereth7
all sins.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
In de lippenH8193 des verstandigenH995 wordt wijsheidH2451 gevondenH4672; maar op den rugH1460 des verstandelozenH2638 de roedeH7626.
In de lippen des verstandigen wordt wijsheid gevonden; maar op den rug des verstandelozen de roede.
KJV
In the lips1
of him that hath understanding2
wisdom4
is found:3
but a rod5
is for the back6
of him that is void7
of understanding.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
De wijzenH2450 leggenH6845 wetenschapH1847 wegH6845; maar den mondH6310 des dwazenH191 is de verstoringH4288 nabijH7138.
De wijzen leggen wetenschap weg; maar den mond des dwazen is de verstoring nabij.
KJV
Wise1
men lay up2
knowledge:3
but the mouth4
of the foolish5
is near7
destruction.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
Des rijkenH6223 goedH1952 is een stadH7151 zijner sterkteH5797; de armoedeH7389 der geringenH1800 is hun verstoringH4288.
Des rijken goed is een stad zijner sterkte; de armoede der geringen is hun verstoring.
KJV
The rich man's2
wealth1
is his strong4
city:3
the destruction5
of the poor6
is their poverty.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Het werkH6468 des rechtvaardigenH6662 is ten levenH2416; de inkomstH8393 des goddelozenH7563 is ter zondeH2403.
Het werk des rechtvaardigen is ten leven; de inkomst des goddelozen is ter zonde.
KJV
The labour1
of the righteous2
tendeth to life:3
the fruit4
of the wicked5
to sin.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Het padH734 tot het levenH2416 is desgenen die de tuchtH4148 bewaartH8104; maar die de bestraffingH8433 verlaatH5800, doet dwalenH8582.
Het pad tot het leven is desgenen die de tucht bewaart; maar die de bestraffing verlaat, doet dwalen.
KJV
He is in the way1
of life2
that keepeth3
instruction:4
but he that refuseth5
reproof6
erreth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Die den haatH8135 bedektH3680, is van valseH8267 lippenH8193, en die een kwaad geruchtH1681 voortbrengtH3318, is een zotH3684.
Die den haat bedekt, is van valse lippen, en die een kwaad gerucht voortbrengt, is een zot.
KJV
He that hideth1
hatred2
with lying4
lips,3
and he that uttereth5
a slander,6
is a fool.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
In de veelheidH7230 der woordenH1697 ontbreektH2308 de overtredingH6588 nietH3808; maar die zijn lippenH8193 wederhoudt, is kloek verstandigH7919.
In de veelheid der woorden ontbreekt de overtreding niet; maar die zijn lippen wederhoudt, is kloek verstandig.
Ook in dit vers
weerhoudtH2820
KJV
In the multitude1
of words2
there wanteth4
not sin:5
but he that refraineth6
his lips7
is wise.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
De tongH3956 des rechtvaardigenH6662 is uitgelezenH977 zilverH3701; het hartH3820 der goddelozenH7563 is weinigH4592 waard.
De tong des rechtvaardigen is uitgelezen zilver; het hart der goddelozen is weinig waard.
KJV
The tongue3
of the just4
is as choice2
silver:1
the heart5
of the wicked6
is little worth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
De lippenH8193 des rechtvaardigenH6662 voedenH7462 er velenH7227; maar de dwazenH191 stervenH4191 door gebrekH2638 van verstandH3820.
De lippen des rechtvaardigen voeden er velen; maar de dwazen sterven door gebrek van verstand.
KJV
The lips1
of the righteous2
feed3
many:4
but fools5
die8
for want6
of wisdom.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
De zegenH1293 des HEERENH3068, dieH1931 maakt rijkH6238; en Hij voegtH3254 er geenH3808 smartH6089 bijH5973.
De zegen des HEEREN, die maakt rijk; en Hij voegt er geen smart bij.
KJV
The blessing1
of the LORD,2
it maketh rich,4
and he addeth6
no sorrow
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
Het is voor den zotH3684 als spelH7814, schandelijkheidH2154 te doenH6213; maar voor een manH376 van verstandH8394, wijsheidH2451 te plegen.
Het is voor den zot als spel, schandelijkheid te doen; maar voor een man van verstand, wijsheid te plegen.
KJV
It is as sport1
to a fool2
to do3
mischief:4
but a man6
of understanding7
hath wisdom.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
De vrezeH4034 des goddelozenH7563, die zal hem overkomenH935; maar de begeerteH8378 der rechtvaardigenH6662 zal God gevenH5414.
De vreze des goddelozen, die zal hem overkomen; maar de begeerte der rechtvaardigen zal God geven.
KJV
The fear1
of the wicked,2
it shall come4
upon him: but the desire5
of the righteous6
shall be granted.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
Gelijk een wervelwindH5492 voorbijgaatH5674, alzo is de goddelozeH7563 nietH369 meer; maar de rechtvaardigeH6662 is een eeuwigeH5769 grondvestH3247.
Gelijk een wervelwind voorbijgaat, alzo is de goddeloze niet meer; maar de rechtvaardige is een eeuwige grondvest.
KJV
As the whirlwind2
passeth,1
so is the wicked4
no more: but the righteous5
is an everlasting7
foundation.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
Gelijk edikH2558 den tandenH8127, en gelijk rookH6227 den ogenH5869 is zoH3651 is de luieH6102 dengenen, die hem uitzendenH7971.
Gelijk edik den tanden, en gelijk rook den ogen is zo is de luie dengenen, die hem uitzenden.
KJV
As vinegar1
to the teeth,2
and as smoke3
to the eyes,4
so is the sluggard6
to them that send
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
De vrezeH3374 des HEERENH3068 vermeerdertH3254 de dagenH3117; maar de jarenH8141 der goddelozenH7563 worden verkortH7114.
De vreze des HEEREN vermeerdert de dagen; maar de jaren der goddelozen worden verkort.
KJV
The fear1
of the LORD2
prolongeth3
days:4
but the years5
of the wicked6
shall be shortened.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
De hoopH8431 der rechtvaardigenH6662 is blijdschapH8057; maar de verwachtingH8615 der goddelozenH7563 zal vergaanH6.
De hoop der rechtvaardigen is blijdschap; maar de verwachting der goddelozen zal vergaan.
KJV
The hope1
of the righteous2
shall be gladness:3
but the expectation4
of the wicked5
shall perish.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29
De wegH1870 des HEERENH3068 is voor den oprechteH8537 sterkteH4581; maar voor de werkersH6466 der ongerechtigheidH205 verstoringH4288.
De weg des HEEREN is voor den oprechte sterkte; maar voor de werkers der ongerechtigheid verstoring.
KJV
The way3
of the LORD4
is strength1
to the upright:2
but destruction5
shall be to the workers6
of iniquity.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30
De rechtvaardigeH6662 zal in eeuwigheidH5769 niet bewogenH4131 worden; maar de goddelozenH7563 zullen de aardeH776 nietH3808 bewonenH7931.
De rechtvaardige zal in eeuwigheid niet bewogen worden; maar de goddelozen zullen de aarde niet bewonen.
KJV
The righteous1
shall never2
be removed:4
but the wicked5
shall not inhabit7
the earth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31
De mondH6310 des rechtvaardigenH6662 brengt overvloediglijkH5107 wijsheidH2451 voortH5107; maar de tongH3956 der verkeerdhedenH8419 zal uitgeroeidH3772 worden.
De mond des rechtvaardigen brengt overvloediglijk wijsheid voort; maar de tong der verkeerdheden zal uitgeroeid worden.
KJV
The mouth1
of the just2
bringeth forth3
wisdom:4
but the froward6
tongue5
shall be cut out.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32
De lippenH8193 des rechtvaardigenH6662 wetenH3045 wat welgevalligH7522 is; maar de mondH6310 der goddelozenH7563 enkel verkeerdheidH8419.
De lippen des rechtvaardigen weten wat welgevallig is; maar de mond der goddelozen enkel verkeerdheid.
KJV
The lips1
of the righteous2
know3
what is acceptable:4
but the mouth5
of the wicked6
speaketh frowardness.
spreuken
De negen voorgaande hoofdstukken zijn als een voorrede om de mensen te verwekken tot aanhoring der volgende spreuken, die meest onderscheiden zijn en niet aan elkander hangen. Zij zijn als regelen, rakende het geloof, de goede zeden en gebreken der mensen.
Hertaald:
spreuken
De negen voorgaande hoofdstukken zijn als een voorrede om de mensen op te wekken tot het aanhoren van de volgende spreuken, die meestal op zichzelf staan en niet met elkaar samenhangen. Zij zijn als regels over het geloof, de goede zeden en de gebreken van de mensen.
vader;
Versta, onder den naam des vaders, ook dien der moeder, en onder den volgenden naam der moeder, ook den vader.
Hertaald:
vader;
Versta onder de naam van de vader ook die van de moeder, en onder de volgende naam van de moeder ook de vader.
der goddeloosheid
Dat is, die door ongerechtigheid verkregen zijn, of ook goddelooslijk misbruikt worden.
Hertaald:
der goddeloosheid
Dat is: die door ongerechtigheid verkregen zijn, of ook goddeloos misbruikt worden.
de gerechtigheid
Versta, in het algemeen de liefde en trouw, die men zijnen naaste, naar de tweede tafel en voornamelijk naar het achtste gebod, schuldig is. Sommigen verstaan het woord gerechtigheid in het bijzonder van de aalmoezen en werken der barmhartigheid aan de armen, gelijk Dan. 4:27 .
Hertaald:
de gerechtigheid
Versta in het algemeen de liefde en trouw die men zijn naaste schuldig is naar de tweede tafel en vooral naar het achtste gebod. Sommigen verstaan het woord gerechtigheid in het bijzonder van de aalmoezen en de werken van barmhartigheid aan de armen, zoals Dan. 4:27.
redt
Te weten, niet omdat zij zulks uit hare waardigheid vermag of verdiend heeft; maar omdat God haar zo genadiglijk te belonen beloofd heeft, alzo onder Spr. 11:4 .
Hertaald:
redt
Namelijk: niet omdat zij dat uit eigen waardigheid vermag of verdiend heeft, maar omdat God beloofd heeft haar zo genadig te belonen; zo hieronder Spr. 11:4.
have
Anders: verkeerdheid; dat is, rijkdom door verkeerdheid gekregen.
Hertaald:
have
Anders: verkeerdheid; dat is: rijkdom die door verkeerdheid verkregen is.
een bedriegelijke
Hebreeuws, met een handpalm des bedrogs; dat is met een ontrouwe, slappe en trage hand, en alzo door bedrog zijns naasten goed aan zich trekt; bedrog voor traagheid, onder Spr. 19:15 ; Jer. 48:10 , gelijk ook daarom bedrog tegen vlijtigheid gesteld wordt, gelijk hier, en onder Spr. 12:24 , Spr. 12:27 ; want die lui zijn en een afkeer van den arbeid hebben, plegen met bedrog om te gaan, waarmede zij den kost zoeken te vinden; maar armoede is eindelijk hun loon. Anders: een bedriegelijke weegschaal maakt arm.
Hertaald:
een bedriegelijke
Hebreeuws: met een handpalm van het bedrog; dat is: met een ontrouwe, slappe en trage hand, waarmee men door bedrog het goed van zijn naaste naar zich toe trekt. Bedrog staat voor traagheid, hieronder Spr. 19:15; Jer. 48:10, zoals bedrog daarom ook tegenover vlijt gesteld wordt, zoals hier en hieronder Spr. 12:24, Spr. 12:27. Want wie lui zijn en een afkeer van het werk hebben, plegen met bedrog om te gaan om zo de kost te vinden; maar armoede is ten slotte hun loon. Anders: een bedrieglijke weegschaal maakt arm.
vergadert,
Te weten, zijne vruchten of gewas, dat hij op het veld heeft. Vergelijk boven Spr. 6:8 .
Hertaald:
vergadert,
Namelijk: zijn vruchten of gewas dat hij op het veld heeft. Vergelijk hierboven Spr. 6:8.
die beschaamd
Te weten, zichzelven en ook zijne ouders; namelijk door zijne gebreken en kwade manieren. Alzo onder Spr. 12:4 , en Spr. 14:35 , en Spr. 17:2 , en Spr. 19:26 , en Spr. 28:7 . Deze spreuk mag bekwamelijk verstaan worden bij gelijkenis op een mens, die, terwijl hij nog jong is, arbeidt om wat in zijn ouderdom te hebben, enz. Zie boven Spr. 6:8 .
Hertaald:
die beschaamd
Namelijk: zichzelf en ook zijn ouders, door zijn gebreken en slechte gedrag. Zo hieronder Spr. 12:4, en Spr. 14:35, en Spr. 17:2, en Spr. 19:26, en Spr. 28:7. Deze spreuk mag men ook bij wijze van vergelijking toepassen op een mens die werkt terwijl hij nog jong is, om iets te hebben in zijn ouderdom, enzovoort. Zie hierboven Spr. 6:8.
Zegeningen
Zegeningen; te weten zo tijdelijke als eeuwige.
Hertaald:
Zegeningen
Zegeningen, namelijk zowel tijdelijke als eeuwige.
op het hoofd
Dit schijnt te zien op het oude gebruik van enigen zegen uit te spreken; overmits dit geschiedde met de hand op het hoofd van dengene, die gezegend werd, te leggen. Zie Gen. 48:14 . Of men kan het alzo verstaan dat de rechtvarigen, zelf gezegend zijnde, den zegen aan anderen ook mededelen, maar dat de mond van den goddeloze vol is van enkel geweld.
Hertaald:
op het hoofd
Dit lijkt te zien op de oude gewoonte om een zegen uit te spreken, omdat dat gebeurde door de hand op het hoofd te leggen van degene die gezegend werd. Zie Gen. 48:14. Of men kan het zo verstaan dat de rechtvaardigen, die zelf gezegend zijn, de zegen ook aan anderen meedelen, maar dat de mond van de goddeloze vol is van louter geweld.
geweld
Versta wrevel, onrecht, overlast en verdrukking, waarmede zij omgegaan hebben.
Hertaald:
geweld
Versta: wrevel, onrecht, overlast en verdrukking waarmee zij omgegaan zijn.
bedekt
Dat is, brengt hen ter dood, zie Job 40:8 ; òf bedekt hen met schaamte als met een kleed; vergelijk Ps. 44:16 , en Ps. 69:8 ; òf vervult hen met straffen tot den vollen mond toe.
Hertaald:
bedekt
Dat is: brengt hen ter dood, zie Job 40:8; óf bedekt hen met schaamte als met een kleed, vergelijk Ps. 44:16, en Ps. 69:8; óf vervult hen met straffen tot de rand toe.
zal tot zegening
Dat is, dient hem tot prijs en een eerlijk gerucht, als men van hem òf afwezig, òf ook dood zijnde, gewag maakt.
Hertaald:
zal tot zegening
Dat is: strekt hem tot lof en een goede naam, wanneer men over hem spreekt terwijl hij afwezig of zelfs gestorven is.
zal verrotten
Of, vervuilen en stinkende worden, en vervolgens vergaan.
Hertaald:
zal verrotten
Of: vervuilen en gaan stinken, en vervolgens vergaan.
geboden
Te weten die den mens leren hoe hij zijn leven recht zal aanstellen om God te behagen en zijnen naaste te stichten, en alzo Gods zegen te genieten.
Hertaald:
geboden
Namelijk: die de mens leren hoe hij zijn leven moet inrichten om God te behagen en zijn naaste te stichten, en zo Gods zegen te genieten.
dwaas
Dat is, die verkeerde dingen spreekt, waardoor hij met een halsstarrigen zin al het goede onderwijs en vermaning verwerpt, zich beroemende bij zijn kwaad gevoelen en boos voornemen te willen blijven, hebbende vervolgens bij de dwaasheid der lippen ook de dwaasheid des harten; want uit overvloedigheid van dezen spreken de lippen, Matt. 12:34 . Vergelijk boven Spr. 2:12 , en Spr. 4:24 , en Spr. 6:12 .
Hertaald:
dwaas
Dat is: die verkeerde dingen spreekt, waarmee hij met een halsstarrige gezindheid al het goede onderwijs en de vermaning verwerpt en zich erop beroemt dat hij bij zijn kwade opvatting en boze voornemen wil blijven; hij heeft dus bij de dwaasheid van de lippen ook de dwaasheid van het hart, want uit de overvloed daarvan spreken de lippen, Matth. 12:34. Vergelijk hierboven Spr. 2:12, en Spr. 4:24, en Spr. 6:12.
omgeworpen
Zie van het Hebreeuwse woord Hos. 4:14 . Alzo onder vs.10.
Hertaald:
omgeworpen
Zie over het Hebreeuwse woord Hos. 4:14. Zo ook hieronder vers 10.
in oprechtheid
Zie boven Spr. 2:7 .
Hertaald:
in oprechtheid
Zie hierboven Spr. 2:7.
zeker;
Of, gerustelijk, dewijl hij weet dat zijne werken goed zijn, en dat God daarop geen kwade uitkomsten tot zijn verderf zal laten komen.
Hertaald:
zeker;
Of: gerust, omdat hij weet dat zijn werken goed zijn en dat God daarop geen kwade afloop tot zijn verderf zal laten volgen.
zijn wegen
Vergelijk Gen. 6:12 .
Hertaald:
zijn wegen
Vergelijk Gen. 6:12.
bekend
Te weten, door de openbare straffen, die God hem in het aanzien van allen toezenden zal, en dat door middel van de overheid of anderszins.
Hertaald:
bekend
Namelijk: door de openbare straffen die God hem ten aanschouwen van allen zal toezenden, en dat door middel van de overheid of anderszins.
met het oog
Dat is, bedektelijk op de zonde toelegt en die behendiglijk zoekt te bedrijven. Vergelijk boven Spr. 6:13 .
Hertaald:
met het oog
Dat is: heimelijk op de zonde aanstuurt en die behendig probeert te bedrijven. Vergelijk hierboven Spr. 6:13.
een dwaas
Zie boven vs.8.
Hertaald:
een dwaas
Zie hierboven vers 8.
zal omgeworpen
Zie boven vs.8.
Hertaald:
zal omgeworpen
Zie hierboven vers 8.
springader
Te weten, waaruit woorden voortkomen, die niet alleen anderen ten eeuwigen leven onderwijzen, vermanen en sterken; maar die ook den rechtvaardige zelf, die zulks doet, ten zulken einde dienstig zijn. Vergelijk onder Spr. 13:14 , en Spr. 14:27 , en Spr. 16:22 .
Hertaald:
springader
Namelijk: waaruit woorden voortkomen die niet alleen anderen tot het eeuwige leven onderwijzen, vermanen en sterken, maar die ook de rechtvaardige zelf, die ze spreekt, tot datzelfde doel dienen. Vergelijk hieronder Spr. 13:14, en Spr. 14:27, en Spr. 16:22.
het geweld
Zie boven vs.6.
Hertaald:
het geweld
Zie hierboven vers 6.
de liefde
Namelijk desgenen, die ongelijk van zijnen naaste geleden heeft, of hem in enige zwakheid ziet vervallen te zijn.
Hertaald:
de liefde
Namelijk: van hem die onrecht van zijn naaste geleden heeft, of die hem in enige zwakheid ziet vervallen.
dekt
Te weten, met die te verdragen, of vriendelijk te bestraffen en niet uit te breiden. Versta, dat van particuliere zonden en die met goede conscientie mogen verzwegen worden.
Hertaald:
dekt
Namelijk: door die te verdragen of vriendelijk te bestraffen en niet rond te vertellen. Versta: persoonlijke zonden, die men met een goed geweten mag verzwijgen.
alle
Versta, niet onze eigen overtredingen begaan tegen God, maar door anderen begaan tegen ons.
Hertaald:
alle
Versta: niet onze eigen overtredingen tegen God, maar die van anderen tegen ons.
gevonden;
En daarom behaalt hij ook eer en loon; gelijk daarentegen de onbezinde slagen krijgt, omdat men in zijne lippen dwaasheid vindt.
Hertaald:
gevonden;
En daarom behaalt hij ook eer en loon; zoals daarentegen de onbezonnene slagen krijgt, omdat men in zijn lippen dwaasheid vindt.
verstandelozen
Hebreeuws, die gebrek heeft van hart. Zie boven Spr. 6:32 . Het woord hart is hier voor den zin en het verstand van den mens genomen. Zie Job 9:4 .
Hertaald:
verstandelozen
Hebreeuws: die gebrek heeft aan hart. Zie hierboven Spr. 6:32. Het woord hart wordt hier gebruikt voor het inzicht en verstand van de mens. Zie Job 9:4.
de roede
Dat is, de straf, welke geschiedt door slagen. Alzo onder Spr. 23:13 , en Spr. 26:3 , en Spr. 29:15 .
Hertaald:
de roede
Dat is: de straf die met slagen gebeurt. Zo hieronder Spr. 23:13, en Spr. 26:3, en Spr. 29:15.
leggen
Hebreeuws, verbergen; dat is, gelijk men een schat weglegt, of voorraad van spijs opsluit, om ter bekwamer tijd voort te brengen; alzo vergaderen de wijzen veel wetenschap, om die, als het tijdig en stichtelijk is, uit te spreken, of anderszins voor zichzelven te gebruiken.
Hertaald:
leggen
Hebreeuws: verbergen; dat is: zoals men een schat wegbergt of een voorraad voedsel opslaat om die op de juiste tijd tevoorschijn te halen, zo verzamelen de wijzen veel kennis om die uit te spreken wanneer het gepast en stichtelijk is, of om haar anders voor zichzelf te gebruiken.
de verstoring
Of, ontzetting, verschrikking; dat is onheil, moeite, zwarigheid, waarvoor men verschrikt en ontzet pleegt te worden, veroorzaakt door dwaze, onvoorzichtige, kwalijk bedachte en ontijdige redenen.
Hertaald:
de verstoring
Of: ontsteltenis, verschrikking; dat is: onheil, moeite en zwarigheid waarvan men pleegt te schrikken en te ontstellen, veroorzaakt door dwaze, onvoorzichtige, slecht doordachte en ongelegen woorden.
geringen
Hebreeuws, der dunnen; dat is, die gans weinig hebben. De zin is, dat die zonder goed is, ook moedeloos is en vrees heeft dat hij zal vergaan; en dat die bloot is, meest ook blode is; gelijk integendeel die groot goed hebben gemeenlijk zichzelven daarop verlaten en menen dat zij zeer wel verzekerd zijn tegen alle ongeLucas
Hertaald:
geringen
Hebreeuws: van de dunnen; dat is: die zeer weinig hebben. De betekenis is dat wie geen bezit heeft ook moedeloos is en vreest dat hij zal omkomen, en dat wie ontbloot is meestal ook bang is; zoals omgekeerd wie groot bezit heeft gewoonlijk daarop vertrouwt en meent dat hij goed beveiligd is tegen alle ongeluk.
werk
Te weten, waardoor hij iets eerlijks doet om den kost te winnen; of versta, al wat hij voorneemt spreekt of doet.
Hertaald:
werk
Namelijk: waarmee hij op eerlijke wijze de kost verdient; of versta: alles wat hij voorneemt, spreekt of doet.
ten leven;
Dat is, strekt tot zijn welvaren en tot zijn best; Rom. 8:28 .
Hertaald:
ten leven;
Dat is: strekt tot zijn welzijn en tot zijn bestwil; Rom. 8:28.
de inkomst
Versta, zijne middelen, of al hetgeen dat van hem en zijn doen voortkomt.
Hertaald:
de inkomst
Versta: zijn middelen, of alles wat uit hem en zijn doen voortkomt.
ter zonde
Dat is, verstrekt, of leidt tot kwaaddoen en tot zijn eeuwig verderf; want de bezolding der zonde is de dood; Rom. 6:23 .
Hertaald:
ter zonde
Dat is: strekt of leidt tot kwaaddoen en tot zijn eeuwig verderf; want de bezoldiging van de zonde is de dood; Rom. 6:23.
tot het leven
Te weten, leidende. Of aldus: die de tucht bewaart, is een pad des levens, of [op] het pad des levens.
Hertaald:
tot het leven
Namelijk: leidend. Of zo: wie de tucht bewaart, is een pad van het leven, of: is op het pad van het leven.
doet dwalen
Te weten, zichzelven en anderen, die zo tezamen in het verderf geraken.
Hertaald:
doet dwalen
Namelijk: zichzelf en anderen, die zo samen in het verderf raken.
Die den haat
De zin is dat zij beiden kwalijk doen, zowel degene, die hun naaste heimelijk haten, hoewel zij niet kwaad van hem spreken, als die zijnen naam vrijuit met openbare lasterrede schenden. Anders: die den haat bedekt [met] valse lippen, en die een kwaad gerucht uitbrengt, die is een zot. Anders: valse lippen bedekken gaat, enz.
Hertaald:
Die den haat
De betekenis is dat zij allebei verkeerd doen: zowel wie zijn naaste heimelijk haat, ook al spreekt hij geen kwaad van hem, als wie zijn naam openlijk met laster schendt. Anders: wie de haat bedekt heeft valse lippen, en wie een kwaad gerucht verspreidt is een dwaas. Anders: valse lippen bedekken haat, enzovoort.
par der woorden
Te weten, die lichtvaardig, onbedacht, uit ijdele zinnen en kwade genegenheden voortkomen.
Hertaald:
par der woorden
Namelijk: die lichtvaardig en onbedacht voortkomen uit ijdele gedachten en kwade neigingen.
is uitgelezen
Dat is, het uitgelezen zilver gelijk; te weten in aangenaamheid, waarde en nuttigheid.
Hertaald:
is uitgelezen
Dat is: gelijk aan het uitgelezen zilver, namelijk in aangenaamheid, waarde en nut.
weinig waard
Of, zeker, gering; en daarom ook zijne tong, die uitgeeft al wat het hart inheeft. Hebreeuws, als weinig. De letter caph betekenende als, wordt bij de Hebreën somtijds voor zekerlijk, waarlijk, vast, alzo genomen. Zie Gen. 27:12 , en Neh. 7:2 .
Hertaald:
weinig waard
Of: gering, weinig waard; en daarom ook zijn tong, die alles uitspreekt wat er in het hart is. Hebreeuws: als weinig. De letter kaf, die als betekent, wordt bij de Hebreeën soms gebruikt in de zin van zeker, waarlijk, vast. Zie Gen. 27:12, en Neh. 7:2.
voeden
Te weten naar de ziel, door heilzame onderwijzing, vermaning, bestraffing, vertroosting, waardoor de rechtvaardige ook zichzelven ten eeuwigen leven goeddoet.
Hertaald:
voeden
Namelijk: naar de ziel, door heilzaam onderwijs, vermaning, bestraffing en vertroosting, waarmee de rechtvaardige ook zichzelf tot het eeuwige leven goeddoet.
sterven
Dat is, gaan verloren naar ziel en lichaam.
Hertaald:
sterven
Dat is: gaan verloren naar ziel en lichaam.
door gebrek
Hebreeuws, door gebrek des harten; dat is, des verstands; te weten: waardoor zij niet alleen anderen met goede leer niet kunnen voeden, maar ook zichzelven niet schikken om God te kennen, te vrezen en te dienen. Van het woord hart, genomen voor verstand, zie Job 9:4 .
Hertaald:
door gebrek
Hebreeuws: door gebrek van hart; dat is: van verstand, namelijk waardoor zij niet alleen anderen niet met goede leer kunnen voeden, maar ook zichzelf niet inrichten om God te kennen, te vrezen en te dienen. Over het woord hart in de betekenis van verstand, zie Job 9:4.
zegen
Dat is, weldadigheid. Zie Gen. 12:2 .
Hertaald:
zegen
Dat is: weldadigheid. Zie Gen. 12:2.
Hij voegt
Te weten, de Heere.
Hertaald:
Hij voegt
Namelijk: de Heere.
smart
Te weten, gelijk in het hart en huis is der gierigen, die nimmermeer tevreden zijn, en met hun overvloed noch zichzelven noch anderen deugd doen.
Hertaald:
smart
Namelijk: zoals die in het hart en het huis van de gierigen is, die nooit tevreden zijn en met hun overvloed noch zichzelf noch anderen goeddoen.
bij
Te weten, bij den zegen. Vergelijk hiermede Ps. 127:2 . Anders aldus: En de smart; [dat is den smartelijken arbeid] voegt er niet bij.
Hertaald:
bij
Namelijk: bij de zegen. Vergelijk hiermee Ps. 127:2. Anders zo: en de smart — dat is: de smartelijke arbeid — voegt Hij er niet bij.
wijsheid
Te weten, waardoor hij God vreest, zich wacht schelmerij te doen, en poogt wat wijselijks ter ere Gods te spreken of uit te richten, hetwelk zijn plezier en geneugte is.
Hertaald:
wijsheid
Namelijk: waardoor hij God vreest, zich hoedt voor schurkenstreken en zich inspant om iets wijs te spreken of te doen ter ere van God, wat zijn plezier en genoegen is.
vreze
Dat is, het kwaad dat hij vreest. Zie boven Spr. 1:26 .
Hertaald:
vreze
Dat is: het kwaad dat hij vreest. Zie hierboven Spr. 1:26.
begeerte
Dat is, dat de rechtvaardigen begeren en wensen van God; begeerte voor het goed, dat begeerd wordt; Ps. 21:3 , en Ps. 78:29 , onder Spr. 13:12 , Spr. 13:19 .
Hertaald:
begeerte
Dat is: wat de rechtvaardigen van God begeren en wensen; begeerte staat hier voor het goed dat begeerd wordt; Ps. 21:3, en Ps. 78:29, hieronder Spr. 13:12, Spr. 13:19.
Gelijk
Of, alzo haast de wervelwind voorbijgegaan is, zo is de goddeloze niet meer. De zin is dat de goddelozen zeer haastiglijk en schrikkelijk omkomen, gelijk alsof zij met een zeer snellen en geweldigen draaiwind van de wereld uitgerukt waren. Zie van dezelfde gelijkenis des onweders, Job 9:17 , en boven Spr. 1:27 .
Hertaald:
Gelijk
Of: zodra de wervelwind voorbijgegaan is, is de goddeloze niet meer. De betekenis is dat de goddelozen zeer plotseling en schrikwekkend omkomen, alsof zij met een zeer snelle en geweldige draaiwind van de wereld weggerukt werden. Zie over dezelfde vergelijking met het onweer Job 9:17, en hierboven Spr. 1:27.
is een eeuwige
Dat is, staat onbewegelijk, te weten in zijn geloof, liefde, hoop, en vervolgens in een rechten welstand tot den einde toe. Vergelijk Ps. 125:1 ; Matt. 7:24-25 .
Hertaald:
is een eeuwige
Dat is: staat onwrikbaar, namelijk in zijn geloof, liefde en hoop, en dus in een goede staat tot het einde toe. Vergelijk Ps. 125:1; Matth. 7:24-25.
zo is de luie
De zin is dat de luie zeer verdrietelijk is dengenen, die hem te werk stellen, en bijzonderlijk die hem uitzenden om haastig wat te boodschappen en bescheid daarvan weder te brengen.
Hertaald:
zo is de luie
De betekenis is dat de luiaard zeer ergerlijk is voor wie hem aan het werk zet, en in het bijzonder voor wie hem uitstuurt om snel een boodschap te doen en daarvan bericht terug te brengen.
dagen;
Te weten des levens, namelijk, dergenen, die den Heere oprechtelijk vrezen. Versta dit ten aanzien van degenen, die teder van lichaam en zwak door ziekte en door tegenspoed nedergestort zijnde, evenwel door Gods vertroosting langer leven dan de kracht hunner natuur zou kunnen uitgeven, zo God niet voorgenomen had hen langer in het leven te behouden. Sommigen verstaan dit in het bijzonder ten aanzien van de uiterlijke weldaden, die God den Israëlieten beloofde, zolang zij in het land Kanaän zouden wonen.
Hertaald:
dagen;
Namelijk: van het leven, en wel van hen die de Heere oprecht vrezen. Versta dit met het oog op hen die zwak van lichaam zijn en door ziekte en tegenspoed neergeslagen, en die toch door Gods vertroosting langer leven dan hun natuurlijke kracht zou toelaten, als God niet besloten had hen langer in het leven te houden. Sommigen verstaan dit in het bijzonder met het oog op de uiterlijke weldaden die God de Israëlieten beloofde zolang zij in het land Kanaän zouden wonen.
verkort
Want naar de kracht en gestaltenis hunner natuur hadden zij langer kunnen leven, maar zij worden door Gods rechtvaardig oordeel geweldig van hier weggerukt. Versta deze spreuk niet in het algemeen van allen, maar in het bijzonder van enigen, met wie het Gode belieft naar zijn onbegrijpelijke wijsheid alzo te handelen.
Hertaald:
verkort
Want naar de kracht en de gesteldheid van hun natuur hadden zij langer kunnen leven, maar zij worden door Gods rechtvaardig oordeel met geweld van hier weggerukt. Versta deze spreuk niet in het algemeen van allen, maar in het bijzonder van sommigen, met wie het God naar Zijn onbegrijpelijke wijsheid behaagt zo te handelen.
is blijdschap;
Dat is, brengt den rechtvaardigen blijdschap mede, omdat zij vast gaan, steunende op Gods beloften; Rom. 5:5 .
Hertaald:
is blijdschap;
Dat is: brengt de rechtvaardigen blijdschap, omdat zij op vaste grond staan en op Gods beloften steunen; Rom. 5:5.
zal vergaan
Dat is, niet vervuld worden, omdat zij niet zien dan op ijdele inbeeldingen, en daarom zullen zij ook eindelijk in droefenis komen.
Hertaald:
zal vergaan
Dat is: niet vervuld worden, omdat zij alleen op ijdele inbeeldingen zien; daarom zullen zij ten slotte ook in droefheid komen.
De weg
Zie Gen. 18:19 .
Hertaald:
De weg
Zie Gen. 18:19.
sterkte;
Tegen al hetgeen hunne zaligheid zou mogen beschadigen, tegen de wereld, den Satan en hun eigen vlees.
Hertaald:
sterkte;
Tegen alles wat hun zaligheid zou kunnen schaden: tegen de wereld, de satan en hun eigen vlees.
verstoring
Te weten, omdat zij weten dat daarin vele dingen zijn, die hun tegenwoordig leven tegenspreken en hen met den toekomenden dood dreigen.
Hertaald:
verstoring
Namelijk: omdat zij weten dat daarin veel dingen zijn die hun tegenwoordige leven tegenspreken en hen met de toekomende dood bedreigen.
niet bewonen
Te weten, met stilheid en rust des gemoeds, en niet geduriglijk.
Hertaald:
niet bewonen
Namelijk: met stilheid en rust van gemoed, en niet blijvend.
De mond
Zie boven vs.11, en de aantekening.
Hertaald:
De mond
Zie hierboven vers 11, en de aantekening daar.
tong
Zie boven Spr. 8:13 .
Hertaald:
tong
Zie hierboven Spr. 8:13.
wat welgevallig is;
Het Hebreeuwse woord is niet alleen genomen voor den wil en het welbehagen zelf, gelijk Ps. 30:8 , en Ps. 51:20 , maar ook voor hetgeen men wil en dat aangenaam of welgevallig is; Ps. 40:9 , en Ps. 145:19 , onder Spr. 11:1 .
Hertaald:
wat welgevallig is;
Het Hebreeuwse woord wordt niet alleen gebruikt voor de wil en het welbehagen zelf, zoals Ps. 30:8, en Ps. 51:20, maar ook voor datgene wat men wil en wat aangenaam of welgevallig is; Ps. 40:9, en Ps. 145:19, hieronder Spr. 11:1.
enkel verkeerdheid
Hebreeuws, verkeerdheden.
Hertaald:
enkel verkeerdheid
Hebreeuws: verkeerdheden. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Met "De spreuken van Salomo" begint een nieuw deel (Spr. 10:1). De lange redes van de eerste negen hoofdstukken houden hier op. Wat volgt zijn losse spreuken van twee regels, waarvan de tweede regel meestal het tegendeel van de eerste zegt. Het eerste vers laat die vorm meteen zien: een wijs zoon verblijdt zijn vader, maar een zot zoon is zijn moeder een droefheid (Spr. 10:1). Zo staan door heel dit deel de rechtvaardige en de goddeloze naast elkaar (Spr. 10:6), de vlijtige hand en de bedrieglijke (Spr. 10:4), en de veelheid van woorden tegenover het inhouden van de lippen (Spr. 10:19). Bijbelse betekenis: Het is goed om vooraf te zeggen hoe deze spreuken gelezen moeten worden. Een spreuk is een regel en geen belofte. Als er staat dat de hand van de vlijtige rijk maakt (Spr. 10:4), dan is dat de gewone gang van zaken en geen toezegging aan iedere vlijtige. De Schrift laat dat zelf zien, want Job was rechtvaardig en verloor alles. Wie de spreuken tot beloften maakt, komt uit bij de vrienden van Job, en van hen is gezegd dat zij niet recht van God gesproken hebben (Job 42:7). Lees ze dus zoals zij bedoeld zijn: als de orde die God in Zijn wereld gelegd heeft, zichtbaar over een heel leven en niet af te lezen aan één dag. Typologie: De Heere Jezus onderwees op dezelfde korte, beeldende wijze: "zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet" (Matt. 13:34). Spr. 10:1; Spr. 10:4; Spr. 10:6; Spr. 10:19; Job 42:7; Matt. 13:34 "Haat verwekt krakelen; maar de liefde dekt alle overtredingen toe" (Spr. 10:12). De twee helften staan tegenover elkaar in hun werking. Haat brengt aan het licht en blaast aan; hij heeft de overtreding nodig en zoekt haar op. De liefde doet het omgekeerde en bedekt. Dat is in dit boek geen wegkijken, want enkele verzen verder staat dat wie de haat bedekt van valse lippen is (Spr. 10:18). Bedekken is dus niet hetzelfde als verzwijgen wat gezegd moet worden. Bijbelse betekenis: Het verschil tussen bedekken en verbergen is hier het hele punt. Wie een overtreding bedekt in de zin van Spr. 10:12, houdt haar niet in stand maar houdt haar klein. Hij vertelt haar niet door, haalt haar niet telkens op en maakt er geen zaak van. Wie de haat bedekt (Spr. 10:18), doet juist het tegenovergestelde: hij houdt de zaak binnen en laat haar groeien. In een gemeente en in een gezin scheelt dat alles. Er wordt bovendien niets gezegd over het gelijk. De liefde krijgt niet de opdracht te wegen hoe zwaar de overtreding was, maar om haar niet uit te stallen. Typologie: Petrus haalt deze spreuk aan als grondregel voor het samenleven van de gemeente: "de liefde zal menigte van zonden bedekken" (1 Petr. 4:8). Jakobus gebruikt bijna dezelfde woorden voor wie een dwalende terugbrengt (Jak. 5:20). Spr. 10:12; Spr. 10:18; 1 Petr. 4:8; Jak. 5:20 Over het spreken staan in dit hoofdstuk meer spreuken dan over enig ander onderwerp. "De mond des rechtvaardigen is een springader des levens" (Spr. 10:11). Daartegenover staat de veelheid van woorden: daarin ontbreekt de overtreding niet, en wie zijn lippen wederhoudt heet kloek verstandig (Spr. 10:19). De tong van de rechtvaardige wordt uitgelezen zilver genoemd (Spr. 10:20), en van zijn lippen staat er dat zij velen voeden (Spr. 10:21). Aan het einde van het hoofdstuk keert het beeld terug, want zijn mond brengt overvloedig wijsheid voort (Spr. 10:31). Bijbelse betekenis: De spreuken meten het spreken niet af aan de bedoeling maar aan de uitwerking. Een mond kan een bron zijn waaruit anderen leven, en dat is een hoog woord voor iets zo gewoons als praten. Merk daarnaast op waar het gevaar ligt. Het zit niet alleen in het verkeerde woord maar ook in de hoeveelheid: wie veel spreekt, spreekt vroeg of laat verkeerd. Het zwijgen heet hier dan ook geen deugd van bescheidenheid maar van verstand. Let ten slotte op het beeld van het voeden (Spr. 10:21). Woorden geven anderen iets te eten of laten hen hongerig achter. Typologie: Jakobus behandelt de tong uitvoerig en noemt haar voor de mens onbedwingelijk (reeds behandeld bij Jak. 3:8). Zijn praktische regel sluit aan bij Spr. 10:19: "een iegelijk mens zij ras om te horen, traag om te spreken" (Jak. 1:19). Spr. 10:11; Spr. 10:19-21; Spr. 10:31; Jak. 3:8; Jak. 1:19 "De zegen des HEEREN, die maakt rijk; en Hij voegt er geen smart bij" (Spr. 10:22). Het vers staat tussen spreuken over vlijt en armoede in. Even eerder is gezegd dat de hand van de vlijtigen rijk maakt (Spr. 10:4) en dat het goed van de rijke hem een sterke stad is (Spr. 10:15). Daarnaast wordt dit vers gezet, en het noemt een andere bron. Wat de HEERE geeft, komt zonder de smart die er anders bij hoort. Bijbelse betekenis: De spreuk ontkent de vlijt niet. Zij zegt niet dat werken overbodig is, maar dat de uitkomst niet uit de hand komt. Let vooral op de tweede helft. Daar wordt niet alleen iets over de herkomst van het bezit gezegd maar ook over wat eraan vastzit. Rijkdom die op een andere manier verkregen is, brengt haar eigen zorgen mee: het bewaren, het vergelijken en de vrees om te verliezen. Wat God geeft, draagt die last niet. Daarmee is dit vers geen belofte van welvaart aan de gelovige. Het zegt waar de zegen vandaan komt en waaraan zij te herkennen is. Typologie: Paulus schrijft in dezelfde geest aan Timotheüs: "de godzaligheid is een groot gewin met vergenoeging" (1 Tim. 6:6). Spr. 10:4; Spr. 10:15; Spr. 10:22; 1 Tim. 6:6 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Alzo heb ik ook gezien de goddelozen, die begraven waren en degenen die kwamen en uit de plaats van de heiligen gingen, die werden vergeten in de stad… Zegeningen zijn op het hoofd des rechtvaardigen; maar het geweld bedekt den mond der goddelozen. SPREUKEN 10:6 Als je er over nadenkt, zul je zien dat God in… Die in oprechtheid wandelt, wandelt zeker. Spr. 10:9 Zijn wandelen is misschien langzaam, maar het is zeker. Wie zich haast om rijk te worden zal niet onschuldig zijn,… De vreze des HEEREN vermeerdert de dagen, maar de jaren van de goddelozen worden bekort. Spreuken 10:27 Er is geen twijfel over mogelijk. De vreze voor de HEERE… De begeerte der rechtvaardigen zal God geven. Spr. 10:24 Omdat het een gerechtvaardigde begeerte is, daarom is het veilig voor God haar te geven. Het zou noch voor… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Spreuken 10
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Het leven, de begrafenis en het grafschrift van de goddeloze
De zegen naar beneden halen
Die in oprechtheid wandelt, wandelt zeker
Hij met ons, wij met Hem
De begeerte der rechtvaardigen zal God geven


Spreuken 10
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-32.KruisverwijzingenSpreuken 28:18→Spreuken 21:5→Spreuken 29:3→Psalmen 112:6→Spreuken 23:15→Spreuken 29:15→Spreuken 17:25→Spreuken 15:20→
— De spreuken van Salomo. Een wijs zoon verblijdt den vader; maar een zot zoon is zijner moeder droefheid. Schatten der goddeloosheid doen geen nut; maar de gerechtigheid redt van den dood. De HEERE laat de ziel des rechtvaardigen niet hongeren; maar de have der goddelozen stoot Hij weg. Die met een bedriegelijke hand werkt, wordt arm; maar de hand der vlijtigen maakt rijk. Die in den zomer vergadert, is een verstandig zoon; maar die in den oogst vast slaapt, is een zoon die beschaamd maakt. Zegeningen zijn op het hoofd des rechtvaardigen; maar het geweld bedekt den mond der goddelozen. De gedachtenis des rechtvaardigen zal tot zegening zijn; maar de naam der goddelozen zal verrotten. Die wijs van hart is, neemt de geboden aan; maar die dwaas is van lippen, zal omgeworpen worden. Die in oprechtheid wandelt, wandelt zeker; maar die zijn wegen verkeert, zal bekend worden. Die met het oog wenkt, richt smart aan; en een dwaas van lippen zal omgeworpen worden.
Het tweede hoofddeel van het Boek (Hoofdstuk 10: 1-22: 16), dat hier begint, bevat de Oud-Salomonische kern van de ganse Spreukenverzameling, omtrent 700 zedenspreuken, lessen en vermaningen, die betrekking hebben op de meest onderscheidene verhoudingen van het menselijke leven, die veelal uit twee regels of leden, in den Hebreeuwsen grondtekst uit zeven woorden bestaan, die een antithesis (tegenstelling) uitmaken. (2 Samuel 1: 27 ). Het is zeer onderscheiden van de 9 hoofdstukken van het eerste gedeelte, met zijne 45 welgeordende, nauw samenhangende en de dikwijls moeilijk te vinden verbinding der enkelvoudige elementen. Echter kan men niet ontkennen, dat ook in dit gedeelte een zeker plan is op te merken, met grotere of kleinere groepen; intussen vindt men meermalen enkele verzen, die met het voorgaande of het volgende niet den minsten samenhang hebben. Dit hoofddeel kan men vervolgens in twee grote onderdelen splitsen (Hoofdstuk 10: 1-15: 33 en Hoofdstuk 16: 1-22: 16), waarvan het eerste het onderscheid tussen vromen en goddelozen en tussen hun wederkerig levenslot aanwijst. Ons hoofdstuk vergelijkt vooreerst den vrome en den goddeloze, ten opzichte van hun leven en gedrag in het algemeen. Nadat in vs. 1 het verschil tussen die beiden in een algemeen begrip is vooropgesteld, word in vs. 2-7 verder aangegeven, hoe onderscheiden zij zijn ten opzichte van aardse bezittingen, in het bijzonder van rijkdom en enen goeden naam; daarna vs. 8-14 hun verschillende gezindheden, hoe zij zich door mond en lippen, als organen der rede vertonen in den invloed op hun levensgeluk; vervolgens, in vs. 15-24 en 26, het gezegende of noodlottige gevolg van den arbeid van beiden, zowel door hen zelven als voor anderen, en eindelijk vs. 25 en 27-32 het verschillende einde van het leven van beiden.
De spreuken van Salomo, die hij uitsprak door de hem aan God geschonkene wijsheid, en dat hier als een snoer van paarlen zijn aaneen gevlochten (1 (Koningen 4: 32). a) Een wijs zoon, die God met zijn hart vreest, de begeerlijkheden des vlezes veracht en zijne vreugde vindt in het woord en de kennis van God, verblijdt den vader (Sir. 30: 4 vv.); maar een zot zoon, die niet vraagt naar God, noch naar tucht; of eer, is zijner moeder droefheid.
Spreuken 15: 20; 17: 25; 23: 15. Ofschoon de beide helften van het vers het ouderpaar bedoelen, en de vader niet zonder kommer en droefheid gedacht kan worden, zo heeft hier toch de onderscheiding van vader en moeder ene diep zielkundige betekenis. De vader heeft voornamelijk vreugde over de zedelijk eervolle ontwikkeling van den zoon, en wanneer het tegenovergestelde plaats heeft, is zijne droefheid niet zo groot als die der moeder, die zich de schande van haren zoon meer aantrekt, omdat haar gevoel fijner is, zodat het haar wel eens het leven kost. Dit vers dient tot inleiding van de volgende verzameling van spreuken, even als Hoofdstuk 1 vs. 8, en dit in aanmerking genomen zijnde, zullen de volgende vermaningen meer ingang bij de ouders vinden. Verkiest gij de deugd niet om hare eigene waarde, of om uws zelfs wil, dan doet gij het misschien om uwe geliefde ouders. Wat alle verstandelijke redeneringen in de treurigste ervaringen bij een verloren zoon niet vermochten, hebben dikwijls moedertranen in zijn trots en lichtzinnig hart te weeg gebracht.
Is ons in het voorgaande gedeelte de heerlijkheid der wijsheid aangegeven, hier hebben wij de toepassing van de wijsheid, hare beoefening en welke vrucht die beoefening afwerpt, terwijl tevens op de beoefening der dwaasheid wordt gewezen en de heilloze gevolgen daarvan. Het is daarom, dat een wijs zoon moet opgevat worden in den zin van, een zoon, die de Wijsheid beoefent, en een zot zoon, hij, die hoort naar de dwaasheid en deze in beoefening heeft.
Schatten der goddeloosheid, die door ongerechtigheid verkregen zijn) doen geen nut 1), wanneer ongeluk, gevaar en dood komen, dan gaan zij even zo als zij gekomen zijn; maar de gerechtigheid, met liefde, trouw en barmhartigheid, bewaart voor zielensmart en redt van den vroegen en schandelijken dood, 2) ja, eindelijk voert God de ziel van den rechtvaardige in het eeuwig zalig leven (Hoofdstuk 11: 4,19. (MATTHEUS. 16: 26. (Luk. 12: 20).
Rijkdommen, door geweld of bedrog verkregen, of in goddeloosheid doorgebracht, geven den bezitter geen wezenlijk genot, maar de gerechtigheid behoedt ons tegen de noodlottige gevolgen des doods, en ofschoon de rechtvaardige arm naar de wereld moge zijn, de Heere laat niet toe, dat hij gebrek heeft aan geestelijk goed, aan het geestelijk leven zijner ziel.
Wat op een zuivere, eerlijke wijze verkregen en in liefdewerken besteed wordt, naarmate des vermogens, beantwoordt aan het oogmerk des schenkers, bereikt het doel der schatten zelf, behoudt den bezitter in het leven en is een steun en schild voor hem in den bozen dag, en zal hem verlossen uit de oordelen, welke de goddelozen over zich halen. ‘t Zal, hoewel het hem niet voor den dood zelven behoeden kan, dezelve prikkel wegnemen, en dat uiteinde en alle rampen des levens zoet voor hen maken, door er den schrik van te dempen.
De HEERE laat de ziel des rechtvaardigen in kommervolle tijden niet hongeren, maar geeft hem het nodige, al is het dat Hij soms door onthouding beproeft; daarom zorg niet, geloof alleenlijk (Psalm 37: 25; 33: 18 v.; 34: 10 v. Hebr. 13: 5 v.); maar de have der goddelozen, en hunnen woeker, waardoor zij naar vermeerdering van hun rijkdommen, en naar bevrediging van hun begeerlijkheden trachten, stoot Hij weg, en maakt ze tot schande. Zoek vóór alle dingen naar het koninkrijk van God en zijne gerechtigheid, en pleit op zijne belofte, dat de hongerigen door Hem zullen gespijzigd worden. Houdt niet op God in het verborgene daarom te bidden, dan zult gij ondervinden, dat Hij wil geven. Want het is zijn grootste genoegen, als er vele zulke hongerige gasten tot Hem komen, die afkerig zijn van al het vergankelijke goed. Dezulken wil Hij met zich zelven, met zijn eigen vlees ten eeuwigen leven voeden.
a) Die met ene bedrieglijke hand 1) werkt, wordt arm; want de vloek van God rust op hem, maar de hand der vlijtigen, die in stilheid en godsvrucht zijn beroep waarneemt, maakt rijk, 2) want Gods zegen maakt het verkregene bestendig en duurzaam.
Spreuken 12: 24,27; 19: 15. Jer. 48: 10.
In het Hebr. Kaf-remijah. Beter, een trage hand. In het tweede lid wordt van de hand des vlijtigen gesproken, en het is duidelijk, dat we hier een tegenstelling hebben. De luiaard en de vlijtige worden hier en in vs. 5 tegenover elkaar gesteld. Daarom kan de betekenis van bedrieglijk wel worden volgehouden, dewijl hij die niet op eerlijke en vlijtige manier zijn brood tracht te vinden, tot oneerlijke middelen dikwijls de toevlucht neemt.
Het is duidelijk genoeg, dat de ervaring deze spreuk bevestigt. Maar hoewel vlijt en naarstigheid de gewone middelen zijn, die God tot dit einde verordent, moet men dit echter zo verstaan, dat geen vlijt kan helpen, tenzij Gods zegen meewerkte. Wanneer wij spreken van den zegen van God, verstaan wij dit in gewonen zin; namelijk, wanneer het God behaagt, dat zulke middelen het begeerde doel zullen doen bereiken. Het werk der goddelozen wordt wel eens schijnbaar gezegend en de vrome ondervindt soms grote teleurstellingen, maar dit is dan slechts schijnbaar. De eeuwigheid alleen zal dit voor Gods kinderen openbaren.
Die, zo als de mier (Hoofdstuk 6: 8)in den zomer, als de gelegenheid bestaat, vergadert voor den tijd van gebrek en nood, is een verstandig zoon, en ook dit is niet mogelijk zonder godsvrucht; maar die in den oogst, wanneer het meest moet gearbeid worden, vast slaapt, of ledig en werkeloos rondloopt, is een zoon, die zijne ouders beschaamd maakt. (Hoofdstuk 6: 8 ). Dit is slechts ene gelijkenis, waardoor Salomo de volgende gulden les wil inscherpen. Er zijn zekere tijdpunten in het menselijke leven, die aan de mens ene bijzonder goede gelegenheid aanbieden, om hun geluk en hunnen voorspoed te bevorderen. Die verstandig is neemt zulke gunstige gelegenheden waar, en gebruikt die met ijver en vlijt. Die deze echter uit achteloosheid en traagheid ongebruikt laat voorbijgaan, zal het nooit ver in de wereld brengen. Zulke gunstige tijden zijn b.v. de jaren der jeugd; dan moet de mens wat nuttigs leren, zich voor zijn toekomstig beroep voorbereiden, zich onder de mensen een goeden, onbesproken naam maken, en den grond leggen om goed door de wereld te komen. Ook in het geestelijk leven zijn er zomer- en oogsttijden. Waar gij het woord Gods rijkelijk kunt horen, daar is uw zomer. Hij, die kennis en wijsheid opzamelt in de dagen zijner jeugd, vergadert in den zomer, en het zal hem gemak en aanzien geven; maar die de dagen zijner jeugd verbeuzelt, zal daarvan de schande dragen, wanneer hij oud is.
Menigvuldig zegeningen, in tijdelijk en eeuwig goed zijndoor den Heere op het hoofd des rechtvaardigen gehoopt, op de gebeden van hen, die Hem kennen en liefhebben; maar geen mond opent zich, om den goddeloze te zegenen; veeleer kan men zeggen: het geweld, dat door het goddelijk strafgericht tot hen terugkeert, bedekt den mond der goddelozen1), die zo dikwijls de bron van lastering, overmoed, twist en geweld geweest is, om dien voor altijd te bedekken en toe te sluiten (vs. 11).
Dit is, hun monden zullen met schaamte gestopt worden, om het geweld, hetwelk zij gedaan hebben. Zij zullen niet een enkel woord tot verschoning voor zich weten in te brengen. Hun adem zal gestuit en als teruggedreven of beteugeld worden, om iets te zeggen, wanneer het oordeel over hun boze daden komt en het gepleegde geweld met dubbelen woeker hun betaald gezet wordt.
De gedachtenis aan het godzalige leven des rechtvaardigen zal na hunnen dood meer en meer tot zegening zijn, zodat zijne woorden en werken ook dan enen gezegenden invloed zullen hebben, en zo dikwijls aan hem gedacht wordt, zal men zich dien zegen ook toewensen (Psalm 112: 6); maar de naam der goddelozen, al wordt hij ook gedurende zijn leven hoog geroemd en geprezen, zal toch zeker spoedig verdwijnen, en als een lijk verrotten, 2) de lucht verpesten, en bij velen walging en afschuw. (Job 24: 19 vv.). Het zichtbare vergaat bij beiden op gelijke wijze; maar de eeuwige goddelijke kracht, die in den eerste werkte en handelde, laat lange en duurzame gevolgen van hem op aarde achter, terwijl zonder zulk ene in hem wonende goddelijke kracht het aandenken van den laatste als een lijk verrot.
De nijd moge den luister des vromen enen tijd lang benevelen, nochtans zal hij na zijnen dood met ere genoemd worden; men zal hem met lof gedenken, wanneer de gedachtenis des goddelozen, die thans misschien geroemd wordt, zal vergaan, of stinkende en verfoeilijk zal zijn. Wij mogen God danken, dat wij ons in hun licht hebben mogen verheugen, dat ze veel goeds in hun geslacht, en in de wereld in het gemeen, of ook om ons in het bijzonder gedaan hebben. En nooit zal onze dankbaarheid in deze beter en oprechter zijn, dan wanneer wij tonen ijverige navolgers te zijn van dat goede, hetwelk hun den naam van rechtvaardigen deed verwerven.
De uitdrukking is ontleend aan den boom, die gestorven, verrot, zich oplost, zodat er niets van overblijft. Zo ook gaat het met de namen der goddelozen. Niemand wil er mee te maken hebben, niemand zal zich naar hen noemen.
Die wijs van hart, door God en zijn Woord geleerd, en Hem vrezende is, neemt de geboden gaarne aan, en laat zich daardoor tuchtigen en leren; maar a) die dwaas is van lippen, door een ijdel, oppervlakkig en goddeloos gezwets toont, dat hij een hoogmoedige dwaas is, zal door zijne eigene dwaasheid omgeworpen worden, en eindelijk in het eeuwig verderf storten.
Spreuken 10: 20. Men lette op de gewichtige tegenstelling tussen de inwendige gedachten van den wijze en het uitwendige woord van den dwaas. Ene kerkelijke gedachte is bij den dwaas niet te veronderstellen; hij verraadt zijne gedachteloosheid altijd door zijn gezwets.
In vs. 8-14 wordt gesproken over de zonden der lippen en wat daar tegenover staat.
Die in oprechtheid wandelt, behoeft voor niets te vrezen en wandelt zeker; maar die in plaats van den rechten weg van Gods geboden te volgen, zijne wegen op ene bedrieglijke, onbillijke en listige wijze verkeert, slinkse wegen bewandelt, zal altijd in vrees voor de ontdekking zijner boosheden leven, maar zich ten laatste toch niet meer kunnen verbergen, en niet alleen aan de mensen, ook zeker voor den rechterstoel van den alwetenden God bekend worden. Die oprecht en openhartig in de uitvoering van een plan te werk gaat, komt zeker tot zijn doel; die listig en verborgen handelt verraadt zich zelven toch eindelijk, en mist dan daardoor juist zijn doel. Niet zozeer wordt hier gesproken van oprechte daden, maar veeleer van oprechte woorden, m.a.w. van hen, die altijd eerlijk voor den dag komen en niet tot leugen of verdichtsel hun toevlucht nemen. Het zijn dezelfden, welke de Heere Christus de reinen noemt, of de oprechten als een duif.
Die uit valsheid of uit blijdschap over het leed van anderen met het oog wenkt, terwijl hij met iemand vriendelijk spreekt, richt smart, moeite er kommer aan (Hoofdstuk 6: 13),en een dwaas van lippen, die met zijn kwaadaardigen mond openlijk beledigt, zal omgeworpen worden, om zich zelven in het verderf te storten. (vs. 8).
a) De mond des rechtvaardigen is ene springader des levens, woorden des levens komen er uit voort, die den hoorder lieflijk in de oren klinken, hem verfrissen, versterken, levendig maken en genade geven (Joh. 7: 38); maar het geweld bedekt den mond der goddelozen, die vol onheil en onrecht is. (vs. 6).
Spreuken 13: 14. De mond aan een goed mens is altijd geopend om te leren, te vertroosten en anderen den weg te wijzen, als een vloeiende bron, die niet kan gestopt worden. De ongerechtigheid aan den goddeloze, hun geweten verontrustende, stopt hunnen mond met schaamte en vrees.
Haat in het hart verwekt ook weldra krakelen met den mond, a) maar de liefde dekt alle overtredingen van den naaste toe, 1) zij vergeeft, zij overwint die, zo als de Goddelijke liefde de misdaden vergeeft. (Hoofdstuk 17: 9. (Jak. 5: 20).
1 Kor. 13: 4-7. 1 Petrus 4: 8.
De grootste vredemaakster en de moeder des geluks is de Liefde, welke alle overtredingen bedekt, d.i. die deugd, welke allen hoon en beledigingen, waardoor tweedracht en verwijdering ontstaan mocht, door ze te verkleinen, te verschonen, of in een betere vouw te slaan, weet af te weren of derwijze te bedekken, dat zij in vergetelheid, of door vergoeding verbeterd, of door inschikkelijkheid verschoond worden.
In de lippen des verstandigen, die het onderscheid heeft leren kennen tussen recht en onrecht, waarheid en leugen, wordt wijsheid gevonden; a) maar op den rug des verstandelozen, die zijn hart en zijne lippen voor de wijsheid toesluit, past de roede, opdat hij de gevolgen zijner goddeloosheid gevoelig zou ondervinden, of ten minste moge in toom gehouden worden.
Spreuken 20: 30.
De wijzen verbergen hun gevoelen in het hart, en leggende wetenschap, die zij van goddelijke en menselijke zaken bezitten, weg1), en wel ter rechter ure en bij geschikte gelegenheden, en verkwisten die niet door ontijdig spreken en ijdel pochen; maar den mond des dwazen is, zo als altijd een bouwvallig huis, de verstoring, de verwoesting nabij; 2) want hij is steeds gereed met zijne dwaze woorden te schermen, om zich zelven en anderen daardoor verderf en schrik te bereiden.
De wijzen verkrijgen deze wijsheid door in den Bijbel te lezen, door het Woord te horen, door overdenking en door ondervinding, door het gebed, door het geloof in Christus, die door God tot wijsheid gemaakt is.
De mond der dwazen is niet alleen gevaarlijk voor hen zelven, maar ook voor anderen, dewijl bij verderf en onheil aanbrengt.
Des rijken goed, dat hij door wijsheid verworven heeft, en heeft aangewend om werken der wijsheid daar te stellen, is ene stad zijner sterkte, waarin hij zich kan terugtrekken, en die hem tegen de gevaren en de wisselvalligheden des levens beschutten; de armoede der geringen, die door hun eigene dwaasheid arm zijn, is hun verstoring, zij zijn vreesachtig, omdat zij gene beschutting hebben; want hun armoede gelijkt naar ene vervallene ruïne, die aan elk gevaar is blootgesteld. (Hoofdstuk 18: 11. Prediker 7: 12). Rijkdommen dienen den bezitters tot ene krachtige bescherming tegen veel kwaad, waaraan wij in dit leven onderhevig zijn, zij verheffen het natuurlijk hart der mensen en maken hen stout; terwijl de armoede anderen blootstelt aan veel ongelijk en mishandeling, en den geest menigmaal neerslachtig maakt.
Het werk des rechtvaardigen, door zuren arbeid daargesteld,is ten leven, het wordt door den Heere gezegend, en kan met Zijne hulp ten eeuwigen leven gedijen; de inkomst des goddelozen is ter voortzetting en vergroting zijner zonde, 1) en daarenboven tot zijne vernietiging, tot zijn eeuwig verderf.
De rechtvaardige bedoelt met zijn werk, met zijn arbeid zijn eigen geluk en dat des anderen, zowel voor den tijd als voor de eeuwigheid, maar de goddeloze leeft van zijn inkomen tot zonde, dat is, hij besteedt het in den dienst der zonde en ontvangt daarom het loon der zonde.
Het pad tot het waarachtig gelukkige en eeuwig zalige leven is degene, die de tucht der wijsheid, waardoor zij al het ongoddelijk handelen van een mens ontdekt en straft, gaarne aanneemt en in het hart bewaart; maar die de bestraffing der tuchtigende wijsheid veracht of verlaat, dwaalt niet alleen zelfs in de gewichtigste vragen des levens, maar doet dwalen. 1)
In het Hebr. Mattheus ’éh. Beter is, dwalende, voedt de dwaling, bevindt zich op een dwaalweg. De weg des doods wordt hier gesteld tegenover den weg des levens. Wie zich onder de tucht stelt, bewandelt den weg ten leven, maar wie van de bestraffing, van de tucht des Woords en der Wijsheid zich afkeert, bewandelt den weg des doods.
Die den haat in het hart voedt, en dien bedekt, is van valse lippen, 1) d.i. waar haat in het hart woont, daar is ook leugen en laster op de lippen, en die een kwaad gerucht 2) voortbrengt en verspreidt is een zot, die noch God noch zich zelven kent.
Valse of leugenlippen zijn kwaad genoeg voor haar zelf, doch hebben een bijzondere smaadheid in zich als zij tot een dekkleed ener opzettelijke boosheid dienen.
Onder kwaad gerucht hebben wij opzettelijken laster te verstaan. Hij, die dit verspreidt wordt een zot, een gek genoemd, dewijl hij niet alleen anderen, maar ook zich zelven schaadt.
In de veelheid der woorden, zo als bij de dwazen (vs. 8 en 14) ontbreekt de overtreding niet, 1) als van leugen, ijdelheid, twist en strijd; maar die zijne lippen weerhoudt van veel te spreken, opdat zij het hart niet ontledigen zouden van de vreze en de kennis van God, en alleen spreken wat goed en waar is, is kloek verstandig, is waarlijk verstandig, want hij blijft bewaard voor vele zonden, en volgt den weg des levens. (1 (Petrus 3: 10. Prediker 5: 1 vv.).
Zelden gebeurt het, dat zij, die veel praten zich niet meermalen bezondigen, hetzij door ijdele woorden en beuzelingen, hetzij door leugentaal van horen zeggen verder voort te verhalen, of door bijhangselen het nog te vergroten, niet bedenkende, hoeveel stof tot berouw zij zich zelven maken.
De tong des rechtvaardigen is uitgelezen zilver, zij spreekt zelden en alleen zuivere taal uit Gods woord, bevestigd door de ervaring, en voortvloeiende uit een hart, dat in de waarheid staat; het hart der goddelozen, de bron hunner handelingen, waaruit de gedachten en woorden voortkomen (MATTHEUS. 15: 19) is weinig waard, een niets, aan alles ledig, wat innerlijke waarde heeft, hoeveel te meer de woorden die daaruit voortkomen.
De lippen des rechtvaardigen voeden, verkwikken er velen met heilzame lessen der godzaligheid, en weiden hen, geleiden hen alzo naar het eeuwige leven (Prediker 12: 11. Ezechiël. 24: 2 vv. Hand. 20: 28); maar de dwazen, die verstokt zijn tegenover de hemelse wijsheid, zijn niet alleen onbekwaam om voor anderen leraars der waarheid en wegwijzers ten leven te zijn, maar zij zijn zelfs kinderen des doods, en sterven door gebrek van verstand, door hun vijandschap tegen de waarheid. Alzo verliezen zij hun tijdelijk en eeuwig geluk. Het hart van den goddeloze is weinig waard. Zijne beginselen, zijne begrippen, zijne gedachten, zijne oogmerken, alles wat in hem is, wat hem aandoen is werelds en vleselijk, en daarom van gene waarde. Dwazen sterven door gebrek aan wijsheid; dwazen zijn zij inderdaad door te sterven uit gebrek aan datgene, wat zij konden verkrijgen. Dwazen sterven uit gebrek aan een hart, dat is een hart, dat denkt en gevoelt.
De zegen des HEREN, die maakt rijk; en Hij voegt er gene smart bij; gene angstige zorgen des mensen kunnen er iets aan toedoen. (Psalm 127: 2). God beschikt en geeft raad.
Dat betekent: 1) wat alle inspanning niet vermag, geeft Gods zegen; 2) de alzo verworven rijkdom is zonder enige bittere gedachte, terwijl het goed, dat zonder en tegen den wil des Heren is verworven, veel onrust en gewetensangst veroorzaakt; 3) die zegen is alles waard, en maakt alleen den mens rijk, maar niet het goed.
a) Het is voor den goddelozen zot als spel, schandelijkheid te doen aan zijnen naaste, het is hem tot innige blijdschap, als hem dit gelukt; maar voor een man van verstand is het ene vreugde des harten, wijsheid 1) te plegen; de godzalige gevoelt zich het gelukkigst, wanneer het woord van God hem verlicht; want al naar dat de mens inwendig, is, hoeft hij ook zijn genoegen en zijne vreugde.
Spreuken 14: 9.
Salomo zegt hier, dat de dwaze in zijn element is, als hij onrecht pleegt, schandelijkheid doet; en evenzeer van des verstandige, den man, die naar Gods Wet en Woord wenst te leven, als hij naar de grondregels van Gods Woord leeft en alzo de Wijsheid beoefent.
De vreze des goddelozen, als goddelijke vergelding zijnen daden in zijn hart en geweten, die zal hem ook zeker overkomen (Hoofdstuk 1: 27. Jes. 66: 4. Job 3: 25. Spreuken 11: 27); maar de begeerte der rechtvaardigen, die zij als genadeloon in goederen voor de eeuwigheid verwachten, zal God, die het beloofd heeft, geven. (Psalm 37: 4).
Gelijk een wervelwind 1) zich eensklaps vertoont en snel voorbijgaat, alzo is de goddeloze weldra niet meer, want de leugen en het onrecht kunnen niet bestaan (Hoofdstuk 1:
Jes. 28: 18); maar de rechtvaardige is of heeft ene eeuwige grondvest, en kan niet wankelen, zo als God en zijn heilig Woord, waarin Hij, de rechtvaardige, ingeworteld is. (vs.
(Psalm 125: 1).
De goddelozen, welk een gevaar, gedruis of geweld zij ook mogen aanrichten, of dreigen, evenals een wervelwind, die alles schijnt te willen overhoop storten, zullen ook schielijk en onherstelbaar, als zulk een draaiwind voorbijgaan en men zal hen niet meer gewaar worden, noch iets van hen te vrezen hebben. Integendeel maken de rechtvaardigen geen vertoning en liggen stil en als verscholen in het verborgene, gelijk een grondrente van een gebied, die laag en buiten het gezicht blijven, maar zo veel te vaster blijven zij gehecht aan de kerk van God, voor welke zij tot grondvesten dienen, en welker steunsels zij zijn.
Gelijk edik den tanden, en gelijk rook den ogen is, zo is de luie degenen, die hem uitzenden met de ene of andere boodschap in hun plaats; hij ontneemt hun alle macht en aanzien (Hoofdstuk 6: 6 vv.; 12: 27; 19: 24; 22: 13 Luther’s randtekening, waar slechte heren en ambtslieden zijn, daar zien de ogen niet en bijten de tanden niet; d.i. tucht en straf worden vernietigd.
a) De vreze des HEREN vermeerdert de dagen van het aardse, en schenkt het eeuwige leven (Hoofdstuk 3: 2 ; 9: 11; 14: 27); maar de jaren der goddelozen worden verkort. tot straf van hun onverschilligheid omtrent het eeuwige leven.
Spreuken 9: 11. Die God vreest doet dit, omdat hij uit Gods woord leeft; daardoor kan men zeggen, dat zijn leven oneindig verlengd wordt, zodat hij op een dag door Gods woord duizend jaren door leven kan. Die zich aan het woord Gods vast hecht, ondervindt dit ontegenzeglijk ook aan zijn lichaam; dit is echter slechts een afschijnsel van het bovengenoemde. De jaren van den goddeloze worden door hem zelven verkort, al leefde hij ook duizend jaren; want hij leeft altijd slechts voor het tegenwoordige ogenblik, en zorgt voor de toekomst; van het verledene maakt hij geen gebruik. Die dit laatste hartstochtelijk drijft schaadt daardoor ook zijn lichaam, dat hij het verderf ten prooi geeft.
De hoop der rechtvaardigen, die in den levenden God gegeven is, zal daarom ook vervuld worden, en zij zal hem tot zalige blijdschapzijn; maar de a) verwachting der goddelozen, die op ijdele en vergankelijke dingen gericht is, zal vergaan (vs 24. (Jes. 66: 4) loopt op niets uit.
Job 8: 13,14. Psalm 112: 10.
De weg, het rechtvaardige en genadige bestuur des HEREN in de wereld, is voor den oprechte, die in onschuld en gerechtigheid zijnen weg bewandelt, sterkte en vertrouwen in alle noden des levens, die hem toch allen ten beste moeten gedijen 1); maar voor de werkers der ongerechtigheid verstoring, dewijl de dreigende straffen Gods hen doen sidderen en beven (Hoofdstuk 13: 6). Of: de weg, de voorschriften Gods, de weg, welken Hij in Zijn Woord voorschrijft, is de steun der rechtvaardigen, dat is, hoe nauwgezetter men wandelt op den weg, die ten leven leidt, hoe geruster en vaster en vrediger zijn levensrichting en zijn leven zal wezen. De weg Gods is dan of de weg van Gods Voorzienige zorg, of de heilsordening, die Hij geopenbaard heeft. Beide verklaringen hebben recht van bestaan, wij houden het met de laatste.
De rechtvaardige, die in de genade Gods vast staat, zal in eeuwigheid niet bewogen worden, zelfs niet in de grootste beproevingen des levens; maar de goddelozen zullen de aarde, het land der belofte, niet bewonen, maar eenmaal uit de gemeente uitgeroeid worden, en zij zullen heengaan naar hun plaats (Psalm 37: 29). De rechtvaardige zal nimmer wankelen. Zij, die vast in de deugd staan, hebben enen onvergankelijken vrede en het hoogste geluk, dat niemand hun kan ontroven; hun grondslag staat vast tot in eeuwigheid. De goddelozen zouden gaarne deze aarde tot hun eeuwige woning en erfenis willen hebben, maar dat kan niet geschieden. Zij moeten sterven en al hun afgoden achterlaten.
De mond des rechtvaardigen brengt, even als een vruchtbare boom, die door gezonde sappen gevoel altijd door nieuwe takken, bloesems en vruchten voort, overvloedig wijsheid voort; maar de tong der verkeerdheden zal als een ongezonde of verdorde boom uitgeroeid worden (MATTHEUS. 3: 10; 7: 19).
De lippen des rechtvaardigen weten wat God en mensen welgevallig is, en wat strekken kan tot nut en verbetering; daarmee zijn zij vertrouwd, daarvan spreken zij gaarne (Efez. 4:
; maar de mond der goddelozen enkel verkeerdheid; hij kan niets voortbrengen dan wat verkeerd, goddeloos, bedrieglijk en leugenachtig is, en ook anderen in verzoeking en dwaling, stort; daarmee is hij allen vertrouwd. (Psalm 10: 7) Wij hebben gene reden om den goddeloze zijn voorbijgaand geluk en zijn ijdelen roem te benijden. De rechtvaardige daarentegen is op de Rots der eeuwen gebouwd, hij wordt staande gehouden door de kracht Gods, en noch overheden, noch machten, noch leven, noch dood, noch enig ander schepsel zal hem kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus.
De lippen des rechtvaardigen weten wat God en mensen welgevallig is, en wat strekken kan tot nut en verbetering; daarmee zijn zij vertrouwd, daarvan spreken zij gaarne (Efez. 4:
; maar de mond der goddelozen enkel verkeerdheid; hij kan niets voortbrengen dan wat verkeerd, goddeloos, bedrieglijk en leugenachtig is, en ook anderen in verzoeking en dwaling, stort; daarmee is hij allen vertrouwd. (Psalm 10: 7) Wij hebben gene reden om den goddeloze zijn voorbijgaand geluk en zijn ijdelen roem te benijden. De rechtvaardige daarentegen is op de Rots der eeuwen gebouwd, hij wordt staande gehouden door de kracht Gods, en noch overheden, noch machten, noch leven, noch dood, noch enig ander schepsel zal hem kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel