Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En Boaz ging op in de poort, en zette zich aldaar en ziet, de losser, van welken Boaz gesproken had, ging voorbij; zo zeide hij: Wijk herwaarts, zet u hier, gij, zulk een! En hij week derwaarts, en zette zich.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En BoazH1162 ging op in de poortH8179, en zetteH3427 zich aldaarH8033 en zietH2009, de losserH1350, van welkenH834BoazH1162gesprokenH1696 had, ging voorbijH5674; zo zeideH559 hij: WijkH5493 herwaarts, zetH3427 u hier, gij, zulk een! En hij weekH5493 derwaarts, en zetteH3427 zich.En Boaz ging op in de poort, en zette zich aldaar en ziet, de losser, van welken Boaz gesproken had, ging voorbij; zo zeide hij: Wijk herwaarts, zet u hier, gij, zulk een! En hij week derwaarts, en zette zich.
KJVThen went2Boaz1upto the gate,3and sat him down4there: and, behold, the kinsman7of whom Boaz11spake10came8by; unto whom he said,12Ho,such16a one!17turn aside,13sit down14here. And he turned aside,18and sat down.
1וּבֹ֨עַזH1162BoazBoaz2עָלָ֣הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work3הַשַּׁעַר֮H8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)4וַיֵּ֣שֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry5שָׁם֒H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither6וְהִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see7הַגֹּאֵ֤לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger8עֹבֵר֙H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10דִּבֶּרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work11בֹּ֔עַזH1162BoazBoaz12וַיֹּ֛אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13ס֥וּרָהH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without14שְׁבָהH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry15פֹּ֖הH6311hier, hierheenhere, hither, the one (other, this, that) side16פְּלֹנִ֣יH6423such17אַלְמֹנִ֑יH492one, and such18וַיָּ֖סַרH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without19וַיֵּשֵֽׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
2En hij nam tien mannen van de oudsten der stad, en zeide: Zet u hier; en zij zetten zich.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En hij namH3947tienH6235mannenH582 van de oudstenH2205 der stadH5892, en zeideH559: ZetH3427 u hier; en zij zettenH3427 zich.En hij nam tien mannen van de oudsten der stad, en zeide: Zet u hier; en zij zetten zich.
KJVAnd he took1ten2menof the elders4of the city,5and said,6Sit ye down7here. And they sat down.
1וַיִּקַּ֞חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2עֲשָׂרָ֧הH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen3אֲנָשִׁ֛יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4מִזִּקְנֵ֥יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator5הָעִ֖ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town6וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7שְׁבוּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry8פֹ֑הH6311hier, hierheenhere, hither, the one (other, this, that) side9וַיֵּשֵֽׁבוּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
3Toen zeide hij tot dien losser: Het stuk lands, dat van onzen broeder Elimelech was, heeft Naomi, die uit der Moabieten land wedergekomen is, verkocht;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Toen zeideH559 hij tot dien losserH1350: Het stukH2513landsH7704, datH834 van onzen broederH251ElimelechH458 was, heeft NaomiH5281, die uit der MoabietenH4124landH7704wedergekomenH7725 is, verkochtH4376;Toen zeide hij tot dien losser: Het stuk lands, dat van onzen broeder Elimelech was, heeft Naomi, die uit der Moabieten land wedergekomen is, verkocht;
KJVAnd he said1unto the kinsman,2Naomi,9that is come again10out of the country4of Moab,12selleth8a parcel3of land,11which was our brother6Elimelech's:
1וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לַגֹּאֵ֔לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger3חֶלְקַת֙H2513stuk, deel, stuk akkersfield, flattering(-ry), ground, parcel, part, piece of land (ground), plat, portion, slippery place, smooth (thing)4הַשָּׂדֶ֔הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild5אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6לְאָחִ֖ינוּH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'7לֶאֱלִימֶ֑לֶךְH458ElimelechElimelech8מָכְרָ֣הH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)9נָעֳמִ֔יH5281NaomiNaomi10הַשָּׁ֖בָהH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw11מִשְּׂדֵ֥הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild12מוֹאָֽבH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab
4En ik heb gezegd: Ik zal het voor uw oor openbaren, zeggende: Aanvaard het in tegenwoordigheid der inwoners, en in tegenwoordigheid der oudsten mijns volks; zo gij het zult lossen, los het; en zo men het ook niet zou lossen, verklaar het mij, dat ik het wete; want er is niemand, behalve gij, die het losse, en ik na u. Toen zeide hij: Ik zal het lossen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En ik heb gezegdH559: Ik zal het voor uw oorH241openbarenH1540, zeggendeH559: AanvaardH7069 het in tegenwoordigheidH5048 der inwonersH3427, en in tegenwoordigheidH5048 der oudstenH2205 mijns volksH5971; zoH518 gij het zult lossenH1350, losH1350 het; en zoH518 men het ook nietH3808 zou lossenH1350, verklaarH5046 het mij, dat ik het weteH3045; wantH3588 er is niemandH369, behalve gij, die het losseH1350, en ik naH310 u. Toen zeideH559 hij: Ik zal het lossenH1350.En ik heb gezegd: Ik zal het voor uw oor openbaren, zeggende: Aanvaard het in tegenwoordigheid der inwoners, en in tegenwoordigheid der oudsten mijns volks; zo gij het zult lossen, los het; en zo men het ook niet zou lossen, verklaar het mij, dat ik het wete; want er is niemand, behalve gij, die het losse, en ik na u. Toen zeide hij: Ik zal het lossen.
KJVAnd I thought2to advertise3thee, saying,5Buy6it before the inhabitants,8and before the elders10of my people.11If thou wilt redeem13it, redeem14it: but if thou wilt not redeem17it, then tell18me, that I may know:20for there is none to redeem24it beside23thee; and I am after26thee. And he said,27I will redeem
1וַאֲנִ֨יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who2אָמַ֜רְתִּיH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אֶגְלֶ֧הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover4אָזְנְךָ֣H241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show5לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6קְ֠נֵהH7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily7נֶ֥גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view8הַֽיֹּשְׁבִים֮H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry9וְנֶ֣גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view10זִקְנֵ֣יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator11עַמִּי֒H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet13תִּגְאַל֙H1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger14גְּאָ֔לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger15וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet16לֹ֨אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17יִגְאַ֜לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger18הַגִּ֣ידָהH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter19לִּ֗י20וְאֵֽדְעָה֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot21כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet22אֵ֤יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)23זוּלָֽתְךָ֙H2108behalve, uitgezonderdbeside, but, only, save24לִגְא֔וֹלH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger25וְאָנֹכִ֖יH595ik, mijI, me, [idiom] which26אַחֲרֶ֑יךָH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with27וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet28אָנֹכִ֥יH595ik, mijI, me, [idiom] which29אֶגְאָֽלH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger
5Maar Boaz zeide: Ten dage, als gij het land aanvaardt van de hand van Naomi, zo zult gij het ook aanvaarden van Ruth, de Moabietische, de huisvrouw des verstorvenen, om den naam des verstorvenen te verwekken over zijn erfdeel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Maar BoazH1162zeideH559: Ten dageH3117, als gij het landH7704aanvaardtH7069 van de handH3027 van NaomiH5281, zo zult gij het ook aanvaardenH7069 van RuthH7327, de MoabietischeH4125, de huisvrouwH802 des verstorvenenH4191, om den naamH8034 des verstorvenenH4191 te verwekkenH6965overH5921 zijn erfdeelH5159.Maar Boaz zeide: Ten dage, als gij het land aanvaardt van de hand van Naomi, zo zult gij het ook aanvaarden van Ruth, de Moabietische, de huisvrouw des verstorvenen, om den naam des verstorvenen te verwekken over zijn erfdeel.
KJVThen said1Boaz,2What day3thou buyest4the field5of the hand6of Naomi,7thou must buy13it also of Ruth9the Moabitess,10the wife11of the dead,12to raise up14the name15of the dead16upon his inheritance.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2בֹּ֔עַזH1162BoazBoaz3בְּיוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4קְנוֹתְךָ֥H7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily5הַשָּׂדֶ֖הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild6מִיַּ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7נָעֳמִ֑יH5281NaomiNaomi8וּ֠מֵאֵתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9ר֣וּתH7327RuthRuth10הַמּוֹאֲבִיָּ֤הH4125Moabietische, Moabieten, Moabiet(woman) of Moab, Moabite(-ish, -ss)11אֵֽשֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English12הַמֵּת֙H4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise13קָנִ֔יתָהH7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily14לְהָקִ֥יםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)15שֵׁםH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report16הַמֵּ֖תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18נַחֲלָתֽוֹH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)
6Toen zeide die losser: Ik zal het voor mij niet kunnen lossen, opdat ik mijn erfdeel niet misschien verderve; los gij mijn lossing voor u; want ik zal niet kunnen lossen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Toen zeideH559 die losserH1350: Ik zal het voor mij niet kunnen lossenH1350, opdat ik mijn erfdeelH5159 niet misschien verderveH7843; losH1350gijH859 mijn lossingH1353 voor u; wantH3588 ik zal niet kunnen lossenH1350.Toen zeide die losser: Ik zal het voor mij niet kunnen lossen, opdat ik mijn erfdeel niet misschien verderve; los gij mijn lossing voor u; want ik zal niet kunnen lossen.
KJVAnd the kinsman2said,1I cannot4redeem5it for myself, lest I mar8mine own inheritance:10redeem11thou my right15to thyself; for I cannot18redeem
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הַגֹּאֵ֗לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger3לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4אוּכַל֙H3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer5לִגְאָלH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger6לִ֔י7פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not8אַשְׁחִ֖יתH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10נַחֲלָתִ֑יH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)11גְּאַלH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger12לְךָ֤13אַתָּה֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15גְּאֻלָּתִ֔יH1353lossing, maagschapkindred, redeem, redemption, right16כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet17לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18אוּכַ֖לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer19לִגְאֹֽלH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger
7Nu was dit van ouds een gewoonheid in Israel, bij de lossing en bij de verwisseling, om de ganse zaak te bevestigen, zo trok de man zijn schoen uit en gaf die aan zijn naaste; en dit was tot een getuigenis in Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Nu was ditH2063 van oudsH6440 een gewoonheid in IsraelH3478, bijH5921 de lossingH1353 en bijH5921 de verwisselingH8545, om de ganseH3605zaakH1697 te bevestigenH6965, zo trokH8025 de manH376 zijn schoenH5275 uit en gafH5414 die aan zijn naasteH7453; en ditH2063 was tot een getuigenisH8584 in IsraelH3478.Nu was dit van ouds een gewoonheid in Israel, bij de lossing en bij de verwisseling, om de ganse zaak te bevestigen, zo trok de man zijn schoen uit en gaf die aan zijn naaste; en dit was tot een getuigenis in Israel.
KJVNow this was the manner in former time2in Israel3concerning redeeming5and concerning changing,7for to confirm8all things;10a man12plucked off11his shoe,13and gave14it to his neighbour:15and this was a testimony17in Israel.
1וְזֹאת֩H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus2לְפָנִ֨יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you3בְּיִשְׂרָאֵ֜לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5הַגְּאוּלָּ֤הH1353lossing, maagschapkindred, redeem, redemption, right6וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7הַתְּמוּרָה֙H8545verwisseld, verandering, vergelding(ex-) change(-ing), recompense, restitution8לְקַיֵּ֣םH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10דָּבָ֔רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work11שָׁלַ֥ףH8025uittrokken, trok, Trekdraw (off), grow up, pluck off12אִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13נַעֲל֖וֹH5275schoenen, schoen, paar schoenendryshod, (pair of) shoe((-latchet), -s)14וְנָתַ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15לְרֵעֵ֑הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other16וְזֹ֥אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus17הַתְּעוּדָ֖הH8584getuigenistestimony18בְּיִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
8Zo zeide de losser tot Boaz: Aanvaard gij het voor u; en hij trok zijn schoen uit.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Zo zeideH559 de losserH1350 tot BoazH1162: AanvaardH7069 gij het voor u; en hij trokH8025 zijn schoenH5275 uit.Zo zeide de losser tot Boaz: Aanvaard gij het voor u; en hij trok zijn schoen uit.
KJVTherefore the kinsman2said1unto Boaz,3Buy4it for thee. So he drew off6his shoe.
1וַיֹּ֧אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הַגֹּאֵ֛לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger3לְבֹ֖עַזH1162BoazBoaz4קְנֵהH7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily5לָ֑ךְ6וַיִּשְׁלֹ֖ףH8025uittrokken, trok, Trekdraw (off), grow up, pluck off7נַעֲלֽוֹH5275schoenen, schoen, paar schoenendryshod, (pair of) shoe((-latchet), -s)
9Toen zeide Boaz tot de oudsten en al het volk: Gijlieden zijt heden getuigen, dat ik aanvaard heb alles, wat van Elimelech geweest is, en alles, wat van Chiljon en Machlon geweest is, van de hand van Naomi.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Toen zeideH559BoazH1162 tot de oudstenH2205 en al het volkH5971: GijliedenH859 zijt hedenH3117getuigenH5707, dat ik aanvaardH7069 heb allesH3605, wat van ElimelechH458 geweest is, en allesH3605, watH834 van ChiljonH3630 en MachlonH4248 geweest is, van de handH3027 van NaomiH5281.Toen zeide Boaz tot de oudsten en al het volk: Gijlieden zijt heden getuigen, dat ik aanvaard heb alles, wat van Elimelech geweest is, en alles, wat van Chiljon en Machlon geweest is, van de hand van Naomi.
KJVAnd Boaz2said1unto the elders,3and unto all the people,5Ye are witnesses6this day,8that I have bought10all that was Elimelech's,14and all that was Chilion's18and Mahlon's,19of the hand20of Naomi.
1וַיֹּאמֶר֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2בֹּ֨עַזH1162BoazBoaz3לַזְּקֵנִ֜יםH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator4וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הָעָ֗םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6עֵדִ֤יםH5707getuige, getuigen, Getuigewitness7אַתֶּם֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you8הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10קָנִ֨יתִי֙H7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14לֶֽאֱלִימֶ֔לֶךְH458ElimelechElimelech15וְאֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18לְכִלְי֖וֹןH3630ChiljonChilion19וּמַחְל֑וֹןH4248MachlonMahlon20מִיַּ֖דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves21נָעֳמִֽיH5281NaomiNaomi
10Daartoe aanvaard ik mij ook Ruth, de Moabietische, de huisvrouw van Machlon, tot een vrouw, om den naam des verstorvenen over zijn erfdeel te verwekken, opdat de naam des verstorvenen niet worde uitgeroeid van zijn broederen, en van de poort zijner plaats; gijlieden zijt heden getuigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Daartoe aanvaardH7069 ik mij ookH1571RuthH7327, de MoabietischeH4125, de huisvrouwH802 van MachlonH4248, tot een vrouwH802, om den naamH8034 des verstorvenenH4191overH5921 zijn erfdeelH5159 te verwekkenH6965, opdat de naamH8034 des verstorvenenH4191nietH3808 worde uitgeroeidH3772 van zijn broederenH251, en van de poortH8179 zijner plaatsH4725; gijliedenH859 zijt hedenH3117getuigenH5707.Daartoe aanvaard ik mij ook Ruth, de Moabietische, de huisvrouw van Machlon, tot een vrouw, om den naam des verstorvenen over zijn erfdeel te verwekken, opdat de naam des verstorvenen niet worde uitgeroeid van zijn broederen, en van de poort zijner plaats; gijlieden zijt heden getuigen.
KJVMoreover Ruth3the Moabitess,4the wife5of Mahlon,6have I purchased7to be my wife,9to raise up10the name11of the dead12upon his inheritance,14that the name17of the dead18be not cut off16from among19his brethren,20and from the gate21of his place:22ye are witnesses23this day.
1וְגַ֣םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3ר֣וּתH7327RuthRuth4הַמֹּאֲבִיָּה֩H4125Moabietische, Moabieten, Moabiet(woman) of Moab, Moabite(-ish, -ss)5אֵ֨שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English6מַחְל֜וֹןH4248MachlonMahlon7קָנִ֧יתִיH7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily8לִ֣י9לְאִשָּׁ֗הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English10לְהָקִ֤יםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)11שֵׁםH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report12הַמֵּת֙H4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise13עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14נַ֣חֲלָת֔וֹH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)15וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16יִכָּרֵ֧תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want17שֵׁםH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report18הַמֵּ֛תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise19מֵעִ֥םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)20אֶחָ֖יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'21וּמִשַּׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)22מְקוֹמ֑וֹH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)23עֵדִ֥יםH5707getuige, getuigen, Getuigewitness24אַתֶּ֖םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you25הַיּֽוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
11En al het volk, dat in de poort was, mitsgaders de oudsten zeiden: Wij zijn getuigen; de HEERE make deze vrouw, die in uw huis komt, als Rachel en als Lea, die beiden het huis van Israel gebouwd hebben; en handel kloekelijk in Efratha, en maak uw naam vermaard in Bethlehem!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En alH3605 het volkH5971, datH834 in de poortH8179 was, mitsgaders de oudstenH2205zeidenH559: Wij zijn getuigenH5707; de HEEREH3068makeH5414 deze vrouwH802, die in uw huisH1004komtH935, als RachelH7354 en als LeaH3812, dieH834beidenH8147 het huisH1004 van IsraelH3478gebouwdH1129 hebben; en handelH6213kloekelijkH2428 in EfrathaH672, en maak uw naamH8034vermaardH7121 in BethlehemH1035!En al het volk, dat in de poort was, mitsgaders de oudsten zeiden: Wij zijn getuigen; de HEERE make deze vrouw, die in uw huis komt, als Rachel en als Lea, die beiden het huis van Israel gebouwd hebben; en handel kloekelijk in Efratha, en maak uw naam vermaard in Bethlehem!
KJVAnd all the people3that were in the gate,5and the elders,6said,1We are witnesses.7The LORD9make8the woman11that is come12into thine house14like Rachel15and like Leah,16which two19did build18the house21of Israel:22and do23thou worthily24in Ephratah,25and be famous26in Bethlehem:
1וַיֹּ֨אמְר֜וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הָעָ֧םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5בַּשַּׁ֛עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)6וְהַזְּקֵנִ֖יםH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator7עֵדִ֑יםH5707getuige, getuigen, Getuigewitness8יִתֵּן֩H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הָאִשָּׁ֜הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English12הַבָּאָ֣הH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14בֵּיתֶ֗ךָH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)15כְּרָחֵ֤לH7354Rachel, RachelsRachel16וּכְלֵאָה֙H3812LeaLeah17אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18בָּנ֤וּH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely19שְׁתֵּיהֶם֙H8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)22יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael23וַעֲשֵׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use24חַ֣יִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)25בְּאֶפְרָ֔תָהH672Efrath, Efrathaonce (Psalm 132:6) perhaps for Ephraim; also of an Israelitish woman; Ephrath, Ephratah26וּקְרָאH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say27שֵׁ֖םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report28בְּבֵ֥יתH1035Bethlehem, Bethlehem-juda, BethlehemsBethlehem29לָֽחֶםH1035Bethlehem, Bethlehem-juda, BethlehemsBethlehem
12En uw huis zij, als het huis van Perez (die Thamar aan Juda baarde), van het zaad, dat de HEERE u geven zal uit deze jonge vrouw.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En uw huisH1004zijH1961, als het huisH1004 van PerezH6557 (dieH834ThamarH8559 aan JudaH3063baardeH3205), vanH4480 het zaadH2233, dat de HEEREH3068 u gevenH5414 zal uitH4480dezeH2063jonge vrouwH5291.En uw huis zij, als het huis van Perez (die Thamar aan Juda baarde), van het zaad, dat de HEERE u geven zal uit deze jonge vrouw.
KJVAnd let thy house2be like the house3of Pharez,4whom Tamar7bare6unto Judah,8of the seed10which the LORD13shall give12thee of this young woman.
1וִיהִ֤יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בֵֽיתְךָ֙H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)3כְּבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)4פֶּ֔רֶץH6557PerezPerez, Pharez5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6יָלְדָ֥הH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)7תָמָ֖רH8559Thamar, ThamarsTamar8לִֽיהוּדָ֑הH3063JudaJudah9מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10הַזֶּ֗רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time11אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12יִתֵּ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14לְךָ֔15מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with16הַֽנַּעֲרָ֖הH5291jonge dochter, jonge vrouw, jonge dochtersdamsel, maid(-en), young (woman)17הַזֹּֽאתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
13Alzo nam Boaz Ruth, en zij werd hem ter vrouwe, en hij ging tot haar in; en de HEERE gaf haar, dat zij zwanger werd en een zoon baarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Alzo namH3947BoazH1162RuthH7327, en zij werdH1961 hem ter vrouweH802, en hij ging totH413 haar in; en de HEEREH3068gafH5414 haar, dat zij zwangerH2032 werd en een zoonH1121baardeH3205.Alzo nam Boaz Ruth, en zij werd hem ter vrouwe, en hij ging tot haar in; en de HEERE gaf haar, dat zij zwanger werd en een zoon baarde.
KJVSo Boaz2took1Ruth,4and she was his wife:7and when he went in8unto her, the LORD11gave10her conception,13and she bare14a son.
1וַיִּקַּ֨חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2בֹּ֤עַזH1162BoazBoaz3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4רוּת֙H7327RuthRuth5וַתְּהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6ל֣וֹ7לְאִשָּׁ֔הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8וַיָּבֹ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אֵלֶ֑יהָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10וַיִּתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12לָ֛הּ13הֵרָי֖וֹןH2032dracht, ontvangenis, zwangerconception14וַתֵּ֥לֶדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)15בֵּֽןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
14Toen zeiden de vrouwen tot Naomi: Geloofd zij de HEERE, Die niet heeft nagelaten u heden een losser te geven; en zijn naam worde vermaard in Israel!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen zeidenH559 de vrouwenH802totH413NaomiH5281: GeloofdH1288 zij de HEEREH3068, DieH834nietH3808 heeft nagelatenH7673 u hedenH3117 een losserH1350 te geven; en zijn naamH8034 worde vermaardH7121 in IsraelH3478!Toen zeiden de vrouwen tot Naomi: Geloofd zij de HEERE, Die niet heeft nagelaten u heden een losser te geven; en zijn naam worde vermaard in Israel!
KJVAnd the women2said1unto Naomi,4Blessed5be the LORD,6which hath not left9thee this day12without a kinsman,11that his name14may be famous13in Israel.
1וַתֹּאמַ֤רְנָהH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הַנָּשִׁים֙H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English3אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4נָעֳמִ֔יH5281NaomiNaomi5בָּר֣וּךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank6יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֲ֠שֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9הִשְׁבִּ֥יתH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away10לָ֛ךְ11גֹּאֵ֖לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger12הַיּ֑וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger13וְיִקָּרֵ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say14שְׁמ֖וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report15בְּיִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
15Die zal u zijn tot een verkwikker der ziel, en om uw ouderdom te onderhouden; want uw schoondochter, die u liefheeft, heeft hem gebaard, dewelke u beter is dan zeven zonen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Die zal u zijnH1961 tot een verkwikkerH7725 der zielH5315, en om uw ouderdomH7872 te onderhoudenH3557; wantH3588 uw schoondochterH3618, die u liefheeftH157, heeft hemH1931gebaardH3205, dewelkeH834 u beterH2896 is dan zevenH7651zonenH1121.Die zal u zijn tot een verkwikker der ziel, en om uw ouderdom te onderhouden; want uw schoondochter, die u liefheeft, heeft hem gebaard, dewelke u beter is dan zeven zonen.
KJVAnd he shall be unto thee a restorer3of thy life,4and a nourisher5of thine old age:7for thy daughter in law,9which loveth11thee, which is better15to thee than seven17sons,18hath born
1וְהָ֤יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לָךְ֙3לְמֵשִׁ֣יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw4נֶ֔פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it5וּלְכַלְכֵּ֖לH3557onderhouden, verdragen, hield(be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7שֵׂיבָתֵ֑ךְH7872ouderdom, grijsheid, grauwe(be) gray (grey hoar,-y) hairs (head,-ed), old age8כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9כַלָּתֵ֤ךְH3618bruid, schoondochter, schoondochtersbride, daughter-in-law, spouse10אֲֽשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11אֲהֵבַ֨תֶךְ֙H157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend12יְלָדַ֔תּוּH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)13אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14הִיא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15ט֣וֹבָהH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)16לָ֔ךְ17מִשִּׁבְעָ֖הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)18בָּנִֽיםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
16En Naomi nam dat kind, en zette het op haar schoot, en werd zijn voedster.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En NaomiH5281namH3947 dat kindH3206, en zetteH7896 het op haar schootH2436, en werdH1961 zijn voedsterH539.En Naomi nam dat kind, en zette het op haar schoot, en werd zijn voedster.
KJVAnd Naomi2took1the child,4and laid5it in her bosom,6and became nurse
1וַתִּקַּ֨חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2נָעֳמִ֤יH5281NaomiNaomi3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַיֶּ֨לֶד֙H3206kinderen, kind, jongelingenboy, child, fruit, son, young man (one)5וַתְּשִׁתֵ֣הוּH7896zetten, zet, zetteapply, appoint, array, bring, consider, lay (up), let alone, [idiom] look, make, mark, put (on), [phrase] regard, set, shew, be stayed, [idiom] take6בְחֵיקָ֔הּH2436schoot, boezem, schootsbosom, bottom, lap, midst, within7וַתְּהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8ל֖וֹ9לְאֹמֶֽנֶתH539getrouw, geloven, geloofdhence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right
17En de naburinnen gaven hem een naam, zeggende: Aan Naomi is een zoon geboren; en zij noemden zijn naam Obed; deze is de vader van Isai, Davids vader.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En de naburinnenH7934gavenH7121 hem een naamH8034, zeggendeH559: Aan NaomiH5281 is een zoonH1121geborenH3205; en zij noemdenH7121 zijn naamH8034ObedH5744; deze is de vaderH1 van IsaiH3448, DavidsH1732vaderH1.En de naburinnen gaven hem een naam, zeggende: Aan Naomi is een zoon geboren; en zij noemden zijn naam Obed; deze is de vader van Isai, Davids vader.
KJVAnd the women her neighbours3gave1it a name,4saying,5There is a son7born6to Naomi;8and they called9his name10Obed:11he is the father13of Jesse,14the father15of David.
1וַתִּקְרֶאנָה֩H7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2ל֨וֹ3הַשְּׁכֵנ֥וֹתH7934naburen, nabuur, gebureninhabitant, neighbour, nigh4שֵׁם֙H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report5לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6יֻלַּדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)7בֵּ֖ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8לְנָעֳמִ֑יH5281NaomiNaomi9וַתִּקְרֶ֤אנָֽהH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say10שְׁמוֹ֙H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report11עוֹבֵ֔דH5744ObedObed12ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13אֲבִיH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'14יִשַׁ֖יH3448IsaiJesse15אֲבִ֥יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'16דָוִֽדH1732David, DavidsDavid
18Dit nu zijn de geboorten van Perez: Perez gewon Hezron;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18DitH428 nu zijn de geboortenH8435 van PerezH6557: PerezH6557gewonH3205HezronH2696;Dit nu zijn de geboorten van Perez: Perez gewon Hezron;
KJVNow these are the generations2of Pharez:3Pharez4begat5Hezron,
1וְאֵ֨לֶּה֙H428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2תּוֹלְד֣וֹתH8435geboorten, geslachten, geschiedenissenbirth, generations3פָּ֔רֶץH6557PerezPerez, Pharez4פֶּ֖רֶץH6557PerezPerez, Pharez5הוֹלִ֥ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7חֶצְרֽוֹןH2696Hezron, HezronsHezron
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En HezronH2696gewonH3205RamH7410; en RamH7410gewonH3205AmminadabH5992;En Hezron gewon Ram; en Ram gewon Amminadab;
KJVAnd Hezron1begat2Ram,4and Ram5begat6Amminadab,
1וְחֶצְרוֹן֙H2696Hezron, HezronsHezron2הוֹלִ֣ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4רָ֔םH7410RamRam. See also H1027 (בֵּית הָרָם)5וְרָ֖םH7410RamRam. See also H1027 (בֵּית הָרָם)6הוֹלִ֥ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8עַמִּֽינָדָֽבH5992AmminadabAmminadab
20En Amminadab gewon Nahesson; en Nahesson gewon Salma;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En AmminadabH5992gewonH3205NahessonH5177; en NahessonH5177gewonH3205SalmaH8009;En Amminadab gewon Nahesson; en Nahesson gewon Salma;
1וְעַמִּֽינָדָב֙H5992AmminadabAmminadab2הוֹלִ֣ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4נַחְשׁ֔וֹןH5177NahessonNaashon, Nahshon5וְנַחְשׁ֖וֹןH5177NahessonNaashon, Nahshon6הוֹלִ֥ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8שַׂלְמָֽהH8009SalmaSalmon. Compare H8012 (שַׂלְמוֹן)
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En SalmonH8012gewonH3205BoazH1162, en BoazH1162gewonH3205ObedH5744;En Salmon gewon Boaz, en Boaz gewon Obed;
KJVAnd Salmon1begat2Boaz,4and Boaz5begat6Obed,
1וְשַׂלְמוֹן֙H8012SalmonSalmon. Compare H8009 (שַׂלְמָה)2הוֹלִ֣ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בֹּ֔עַזH1162BoazBoaz5וּבֹ֖עַזH1162BoazBoaz6הוֹלִ֥ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8עוֹבֵֽדH5744ObedObed
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En ObedH5744gewonH3205IsaiH3448; en IsaiH3448gewonH3205DavidH1732.En Obed gewon Isai; en Isai gewon David.
KJVAnd Obed1begat2Jesse,4and Jesse5begat6David.
1וְעֹבֵד֙H5744ObedObed2הוֹלִ֣ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יִשָׁ֔יH3448IsaiJesse5וְיִשַׁ֖יH3448IsaiJesse6הוֹלִ֥ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8דָּוִֽדH1732David, DavidsDavid
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ruth 4:1— En Boaz ging op in de poort, en zette zich aldaar en ziet, de losser, van welken Boaz gesproken had, ging voorbij; zo zeide hij: Wijk herwaarts, zet u hier, gij, zulk een! En hij week derwaarts, en zette zich.Ruth 3:12→Deuteronomium 25:7→Deuteronomium 16:18→Job 29:7→Jesaja 55:1→Amos 5:10→Amos 5:15→Deuteronomium 21:19→
Ruth 4:2— En hij nam tien mannen van de oudsten der stad, en zeide: Zet u hier; en zij zetten zich.Spreuken 31:23→1 Koningen 21:8→Deuteronomium 31:28→Klaagliederen 5:14→Handelingen 6:12→Deuteronomium 29:10→Exodus 21:8→Exodus 18:21→
Ruth 4:3— Toen zeide hij tot dien losser: Het stuk lands, dat van onzen broeder Elimelech was, heeft Naomi, die uit der Moabieten land wedergekomen is, verkocht;Spreuken 13:10→Psalmen 112:5→
Ruth 4:4— En ik heb gezegd: Ik zal het voor uw oor openbaren, zeggende: Aanvaard het in tegenwoordigheid der inwoners, en in tegenwoordigheid der oudsten mijns volks; zo gij het zult lossen, los het; en zo men het ook niet zou lossen, verklaar het mij, dat ik het wete; want er is niemand, behalve gij, die het losse, en ik na u. Toen zeide hij: Ik zal het lossen.Jeremia 32:7→Leviticus 25:25→Romeinen 12:17→Genesis 23:18→2 Korinthe 8:21→Filippenzen 4:8→Jeremia 32:25→
Ruth 4:5— Maar Boaz zeide: Ten dage, als gij het land aanvaardt van de hand van Naomi, zo zult gij het ook aanvaarden van Ruth, de Moabietische, de huisvrouw des verstorvenen, om den naam des verstorvenen te verwekken over zijn erfdeel.Deuteronomium 25:5→Genesis 38:8→Mattheüs 22:24→Lukas 20:28→Ruth 3:12→
Ruth 4:6— Toen zeide die losser: Ik zal het voor mij niet kunnen lossen, opdat ik mijn erfdeel niet misschien verderve; los gij mijn lossing voor u; want ik zal niet kunnen lossen.Ruth 3:13→Leviticus 25:25→
Ruth 4:7— Nu was dit van ouds een gewoonheid in Israel, bij de lossing en bij de verwisseling, om de ganse zaak te bevestigen, zo trok de man zijn schoen uit en gaf die aan zijn naaste; en dit was tot een getuigenis in Israel.Deuteronomium 25:7→
Ruth 4:9— Toen zeide Boaz tot de oudsten en al het volk: Gijlieden zijt heden getuigen, dat ik aanvaard heb alles, wat van Elimelech geweest is, en alles, wat van Chiljon en Machlon geweest is, van de hand van Naomi.Genesis 23:16→Jeremia 32:10→
Ruth 4:10— Daartoe aanvaard ik mij ook Ruth, de Moabietische, de huisvrouw van Machlon, tot een vrouw, om den naam des verstorvenen over zijn erfdeel te verwekken, opdat de naam des verstorvenen niet worde uitgeroeid van zijn broederen, en van de poort zijner plaats; gijlieden zijt heden getuigen.Deuteronomium 25:6→Efeze 5:25→Maleachi 2:14→Spreuken 19:14→Hebreeën 13:4→Psalmen 109:15→Psalmen 34:16→Genesis 29:27→
Ruth 4:11— En al het volk, dat in de poort was, mitsgaders de oudsten zeiden: Wij zijn getuigen; de HEERE make deze vrouw, die in uw huis komt, als Rachel en als Lea, die beiden het huis van Israel gebouwd hebben; en handel kloekelijk in Efratha, en maak uw naam vermaard in Bethlehem!Genesis 29:32→Deuteronomium 25:9→Psalmen 127:3→Micha 5:2→Psalmen 128:3→Genesis 35:16→Genesis 46:8→Psalmen 132:6→
Ruth 4:12— En uw huis zij, als het huis van Perez (die Thamar aan Juda baarde), van het zaad, dat de HEERE u geven zal uit deze jonge vrouw.Genesis 38:29→Mattheüs 1:3→1 Samuël 2:20→1 Kronieken 2:4→Genesis 46:12→Numeri 26:20→Ruth 4:18→
Ruth 4:13— Alzo nam Boaz Ruth, en zij werd hem ter vrouwe, en hij ging tot haar in; en de HEERE gaf haar, dat zij zwanger werd en een zoon baarde.Genesis 29:31→Genesis 33:5→Ruth 3:11→Psalmen 127:3→Psalmen 113:9→Genesis 25:21→Genesis 20:17→Genesis 30:22→
Ruth 4:14— Toen zeiden de vrouwen tot Naomi: Geloofd zij de HEERE, Die niet heeft nagelaten u heden een losser te geven; en zijn naam worde vermaard in Israel!Lukas 1:58→Psalmen 34:1→Ruth 4:21→Romeinen 12:15→Genesis 12:2→Jesaja 11:1→Genesis 24:27→1 Thessalonicenzen 5:18→
Ruth 4:15— Die zal u zijn tot een verkwikker der ziel, en om uw ouderdom te onderhouden; want uw schoondochter, die u liefheeft, heeft hem gebaard, dewelke u beter is dan zeven zonen.1 Samuël 1:8→Ruth 1:16→Jesaja 46:4→Genesis 45:11→Psalmen 55:22→Ruth 2:11→Genesis 47:12→Spreuken 18:24→
Ruth 4:17— En de naburinnen gaven hem een naam, zeggende: Aan Naomi is een zoon geboren; en zij noemden zijn naam Obed; deze is de vader van Isai, Davids vader.Lukas 1:58→
Ruth 4:18— Dit nu zijn de geboorten van Perez: Perez gewon Hezron;Mattheüs 1:3→1 Kronieken 2:4→Lukas 3:33→1 Kronieken 4:1→
Ruth 4:19— En Hezron gewon Ram; en Ram gewon Amminadab;Lukas 3:33→1 Kronieken 2:9→Mattheüs 1:4→
Ruth 4:20— En Amminadab gewon Nahesson; en Nahesson gewon Salma;Numeri 1:7→Lukas 3:32→Mattheüs 1:4→
Ruth 4:21— En Salmon gewon Boaz, en Boaz gewon Obed;Mattheüs 1:5→Lukas 3:32→1 Kronieken 2:11→
Ruth 4:22— En Obed gewon Isai; en Isai gewon David.Mattheüs 1:6→1 Samuël 16:1→Lukas 3:31→1 Kronieken 2:15→Jesaja 11:1→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ruth 4 vers 1— En Boaz ging op in de poort, en zette zich aldaar en ziet, de losser, van welken Boaz gesproken had, ging voorbij; zo zeide hij: Wijk herwaarts, zet u hier, gij, zulk een! En hij week derwaarts, en zette zich.
poort,
Waar men het gericht hield en het volk bijeenkwam.
Hertaald:poort,
Waar men het gericht hield en het volk bijeenkwam.
gesproken had,
Zie Ruth 3:12.
Hertaald:gesproken had,
Zie Ruth 3:12.
hij
Boaz.
Hertaald:hij
Boaz.
gij, zulk een
Hebreeuws, Peloni, Almoni. Een manier van spreken bij de Hebreën, wanneer zij iemand menen, wiens naam zij juist niet weten, of mogen vergeten hebben, of niet willen hebben noemen, inplaats waarvan wij plegen te gebruiken N.N., of, gij man, hoe gij dan heet. Zie ook 2 Kon. 6:8.
Hertaald:gij, zulk een
Hebreeuws: Peloni, Almoni. Een manier van spreken bij de Hebreeën, wanneer zij iemand bedoelen wiens naam zij niet precies weten, of vergeten mogen zijn, of niet willen noemen, in plaats waarvan wij plegen te gebruiken: N.N., of: u daar, hoe u ook heet. Zie ook 2 Kon. 6:8.
Ruth 4 vers 2— En hij nam tien mannen van de oudsten der stad, en zeide: Zet u hier; en zij zetten zich.
hij nam tien mannen
Boaz.
Hertaald:hij nam tien mannen
Boaz.
de oudsten der stad,
Zie 1 Kon. 21:8.
Hertaald:de oudsten der stad,
Zie 1 Kon. 21:8.
Ruth 4 vers 3— Toen zeide hij tot dien losser: Het stuk lands, dat van onzen broeder Elimelech was, heeft Naomi, die uit der Moabieten land wedergekomen is, verkocht;
broeder Elimélech was,
Dat is bloedverwant.
Hertaald:broeder Elimélech was,
Dat is: bloedverwant.
verkocht;
Te weten, door nood en gebrek. Zie Lev. 25:25.
Hertaald:verkocht;
Namelijk: door nood en gebrek. Zie Lev. 25:25.
Ruth 4 vers 4— En ik heb gezegd: Ik zal het voor uw oor openbaren, zeggende: Aanvaard het in tegenwoordigheid der inwoners, en in tegenwoordigheid der oudsten mijns volks; zo gij het zult lossen, los het; en zo men het ook niet zou lossen, verklaar het mij, dat ik het wete; want er is niemand, behalve gij, die het losse, en ik na u. Toen zeide hij: Ik zal het lossen.
gezegd
Anders, gedacht; zie Gen. 20:11.
Hertaald:gezegd
Anders: gedacht; zie Gen. 20:11.
Ik zal het voor uw oor openbaren,
Hebreeuws, ik zal uw oor ontdekken; dat is ik zal het zeggen dat gij het hoort, ik zal het u openbaren, of te weten doen, wat u onbekend is, opdat gij, als de naaste zijnde, u zoudt mogen verklaren. Indien de oren toegedekt zijn, kan men kwalijk horen, ter contrarie indien zij ontdekt en vrij zijn, hoort men wel. Zie gelijke manier van spreken 1 Sam. 9:15, en de aantekeningen aldaar. Idem 2 Sam. 7:27; Job 33:16.
Hertaald:Ik zal het voor uw oor openbaren,
Hebreeuws: ik zal uw oor ontdekken; dat is: ik zal het zo zeggen dat u het hoort, ik zal het u bekendmaken, of laten weten wat u onbekend is, zodat u, als de naaste, u zou kunnen uitspreken. Als de oren toegedekt zijn, kan men moeilijk horen; is het tegenovergestelde het geval, dat zij vrij en open zijn, dan hoort men wel. Zie een soortgelijke manier van spreken 1 Sam. 9:15, en de aantekeningen daar. Ook 2 Sam. 7:27; Job 33:16.
Aanvaard het in tegenwoordigheid der inwoners,
Anders, koop; en zo in het volgende.
Hertaald:Aanvaard het in tegenwoordigheid der inwoners,
Anders: koop; en zo ook in het vervolg.
na u
Dat is, ik ben de naaste na u.
Hertaald:na u
Dat is: ik ben de naaste na u.
Ruth 4 vers 5— Maar Boaz zeide: Ten dage, als gij het land aanvaardt van de hand van Naomi, zo zult gij het ook aanvaarden van Ruth, de Moabietische, de huisvrouw des verstorvenen, om den naam des verstorvenen te verwekken over zijn erfdeel.
van de hand van Naómi,
Dat is, als verkocht en vervreemd zijnde, niet alleen van Naómi, maar ook van Ruth, en daarom meteen Ruth moeten trouwen, om haar verstorven man, wiens naaste bloedvriend gij zijt, zaad te verwekken, naar de wet, Deut. 25:5.
Hertaald:van de hand van Naómi,
Dat is: als verkocht en vervreemd, niet alleen door Naomi, maar ook door Ruth, en daarom moet u meteen ook met Ruth trouwen, om voor haar overleden man, wiens naaste bloedverwant u bent, nageslacht te verwekken, volgens de wet, Deut. 25:5.
verstorvenen,
Van Machlon, den zoon van Elimelech.
Hertaald:verstorvenen,
Van Machlon, de zoon van Elimelech.
Ruth 4 vers 6— Toen zeide die losser: Ik zal het voor mij niet kunnen lossen, opdat ik mijn erfdeel niet misschien verderve; los gij mijn lossing voor u; want ik zal niet kunnen lossen.
verderve;
Dat is, verlieze, en tegelijk mijn naam uitsterve. Want indien hij maar een zoon bij Ruth mocht gewinnen, die zou moeten gehouden worden als een zoon des verstorvenen, en zijn naam voeren, naar de wet Deut. 25:6. Zodat de naam van dezen losser daarmede als dood zou zijn.
Hertaald:verderve;
Dat is: verlies, en tegelijk mijn naam laat uitsterven. Want als hij een zoon bij Ruth zou krijgen, zou die beschouwd moeten worden als een zoon van de overledene, en zijn naam dragen, volgens de wet Deut. 25:6. Zodat de naam van deze losser daarmee als het ware zou sterven.
mijn lossing voor u;
Dat is, hetgeen waartoe ik het recht van lossen heb.
Hertaald:mijn lossing voor u;
Dat is: wat waartoe ik het recht heb om te lossen.
Ruth 4 vers 7— Nu was dit van ouds een gewoonheid in Israel, bij de lossing en bij de verwisseling, om de ganse zaak te bevestigen, zo trok de man zijn schoen uit en gaf die aan zijn naaste; en dit was tot een getuigenis in Israel.
van ouds
Of, tevoren, in voortijden
Hertaald:van ouds
Of: vroeger, in vroegere tijden.
verwisseling,
Bij allen overdracht, of publieke vervreemding.
Hertaald:verwisseling,
Bij elke overdracht, of openbare vervreemding.
zijn schoen uit
Vergelijk Deut. 25:9.
Hertaald:zijn schoen uit
Vergelijk Deut. 25:9.
aan zijn naaste;
Wien hij zijn recht overdroeg, en daarmede van hetzelve in toekomende tijden verstoken was.
Hertaald:aan zijn naaste;
Aan wie hij zijn recht overdroeg, en daarmee er in de toekomst geen aanspraak meer op had.
getuigenis in Israël
Dat iemand het recht van enig land of erfgoed als zijn eigen te betreden en te bezitten aan een ander overdroeg.
Hertaald:getuigenis in Israël
Dat iemand het recht om enig land of erfgoed als zijn eigendom te betreden en te bezitten aan een ander overdroeg.
Ruth 4 vers 8— Zo zeide de losser tot Boaz: Aanvaard gij het voor u; en hij trok zijn schoen uit.
hij trok zijn schoen uit
Dewijl hier van Ruth geen melding wordt gemaakt, en Naómi haar bevolen had, dat zij zich stil zou houden en Boaz laten begaan, Ruth 3:18, zo is daaruit af te nemen dat Ruth hier niet tegenwoordig was, noch deze zaak bij het gericht dreef, maar Boaz; daarom heeft deze man zijn schoen aan Boaz gegeven. Anders zou de wet, Deut. 25:9, ontwijfelbaar gevolgd zijn geweest; ten ware dan, dat zij door menselijk goeddunken en vermetelheid verzacht moge geweest zijn.
Hertaald:hij trok zijn schoen uit
Omdat hier van Ruth geen melding gemaakt wordt, en Naomi haar bevolen had zich stil te houden en Boaz zijn gang te laten gaan, Ruth 3:18, kan men daaruit afleiden dat Ruth hier niet aanwezig was en deze zaak niet bij het gericht behartigde, maar Boaz; daarom heeft deze man zijn schoen aan Boaz gegeven. Anders zou de wet, Deut. 25:9, ongetwijfeld gevolgd zijn geweest; tenzij die door menselijk goeddunken en vrijmoedigheid verzacht is geweest.
Ruth 4 vers 9— Toen zeide Boaz tot de oudsten en al het volk: Gijlieden zijt heden getuigen, dat ik aanvaard heb alles, wat van Elimelech geweest is, en alles, wat van Chiljon en Machlon geweest is, van de hand van Naomi.
van de hand van Naómi
Dat is, van Naómi vervreemd of verkocht zijnde; gelijk boven, vs.5.
Hertaald:van de hand van Naómi
Dat is: van Naomi vervreemd of verkocht; zoals hierboven, vers 5.
Ruth 4 vers 10— Daartoe aanvaard ik mij ook Ruth, de Moabietische, de huisvrouw van Machlon, tot een vrouw, om den naam des verstorvenen over zijn erfdeel te verwekken, opdat de naam des verstorvenen niet worde uitgeroeid van zijn broederen, en van de poort zijner plaats; gijlieden zijt heden getuigen.
aanvaard ik mij ook Ruth,
Hebreeuws, koopje, verkrijge, bekome.
Hertaald:aanvaard ik mij ook Ruth,
Hebreeuws: koop, verkrijg, bekom.
Ruth 4 vers 11— En al het volk, dat in de poort was, mitsgaders de oudsten zeiden: Wij zijn getuigen; de HEERE make deze vrouw, die in uw huis komt, als Rachel en als Lea, die beiden het huis van Israel gebouwd hebben; en handel kloekelijk in Efratha, en maak uw naam vermaard in Bethlehem!
gebouwd hebben;
Dat is, het huis Jakobs vermenigvuldigd hebben, door het voortbrengen van kinderen; zie Gen. 16:2.
Hertaald:gebouwd hebben;
Dat is: het huis van Jakob vermeerderd hebben, door het krijgen van kinderen; zie Gen. 16:2.
handel kloekelijk in Efratha,
Of, maak, verkrijg rijkdom, bekom vermogen, word machtig, vermogend
Hertaald:handel kloekelijk in Efratha,
Of: verwerf rijkdom, verkrijg vermogen, word machtig, vermogend.
maak uw naam vermaard in Bethlehem
Hebreeuws, roep den naam uit.
Hertaald:maak uw naam vermaard in Bethlehem
Hebreeuws: roep de naam uit.
Ruth 4 vers 12— En uw huis zij, als het huis van Perez (die Thamar aan Juda baarde), van het zaad, dat de HEERE u geven zal uit deze jonge vrouw.
(die Thamar aan Juda baarde),
Hier en in het volgende wordt ontdekt de voornaamste oorzaak, waarom het den Heiligen Geest geliefd heeft deze ganse historie van Ruth in de kanonieke boeken der Heilige Schrift in te lijven en te bewaren: te weten, opdat blijken mocht de waarheid der belofte Gods, dat de Messias uit Juda [ Gen. 49:10 ] zou voortkomen, wiens geslacht [naar het vlees] in het volgende verhaald wordt tot op David; en voorts van David tot Christus, Mat 1, en Luk 3.
Hertaald:(die Thamar aan Juda baarde),
Hier en in het vervolg wordt de voornaamste reden onthuld waarom het de Heilige Geest behaagd heeft heel deze geschiedenis van Ruth in de canonieke boeken van de Heilige Schrift op te nemen en te bewaren. Die reden is dat de waarheid van Gods belofte zou blijken, namelijk dat de Messias uit Juda [Gen. 49:10] zou voortkomen, wiens geslacht [naar het vlees] in het vervolg verteld wordt tot op David, en verder van David tot Christus, Matt. 1, en Luc. 3.
Ruth 4 vers 13— Alzo nam Boaz Ruth, en zij werd hem ter vrouwe, en hij ging tot haar in; en de HEERE gaf haar, dat zij zwanger werd en een zoon baarde.
ging tot haar in;
Zie Gen. 6:4.
Hertaald:ging tot haar in;
Zie Gen. 6:4.
dat zij zwanger werd en een zoon baarde
Hebreeuws, ontvangenis.
Hertaald:dat zij zwanger werd en een zoon baarde
Hebreeuws: ontvangenis.
Ruth 4 vers 14— Toen zeiden de vrouwen tot Naomi: Geloofd zij de HEERE, Die niet heeft nagelaten u heden een losser te geven; en zijn naam worde vermaard in Israel!
Geloofd zij de HEERE,
Hebreeuws, gezegend
Hertaald:Geloofd zij de HEERE,
Hebreeuws: gezegend.
Die niet heeft nagelaten
Hebreeuws, die u heden niet heeft doen ophouden een losser
Hertaald:Die niet heeft nagelaten
Hebreeuws: Die u vandaag niet heeft laten ophouden een losser te hebben.
losser te geven;
Versta, den zoon van Ruth, die in zijns vaders Machlons [die Naómi's zoon geweest was] plaats, als erfgenaam zou treden, gelijk uit het vervolg is af te nemen. Anderen verstaan het van Boaz.
Hertaald:losser te geven;
Versta: de zoon van Ruth, die in de plaats van zijn vader Machlon [die de zoon van Naomi was geweest] als erfgenaam zou treden, zoals uit het vervolg af te leiden is. Anderen betrekken het op Boaz.
vermaard in Israël
Hebreeuws, uitgeroepen, of genoemd. Vergelijk boven, vs.11.
Hertaald:vermaard in Israël
Hebreeuws: uitgeroepen, of genoemd. Vergelijk hierboven, vers 11.
Ruth 4 vers 15— Die zal u zijn tot een verkwikker der ziel, en om uw ouderdom te onderhouden; want uw schoondochter, die u liefheeft, heeft hem gebaard, dewelke u beter is dan zeven zonen.
verkwikker der ziel,
Hebreeuws, wederbrenger der ziel; dat is, hij zal uw leven en lust herstellen, verkwikken, u als verjeugdigen. Vergelijk Ps. 19:8, en Ps. 23:3; Klaagl. 1:11, Klaagl. 1:19.
Hertaald:verkwikker der ziel,
Hebreeuws: terugbrenger van de ziel; dat is: hij zal uw leven en levenslust herstellen, verkwikken, u als het ware weer jong maken. Vergelijk Ps. 19:8, en Ps. 23:3; Klaagl. 1:11, Klaagl. 1:19.
onderhouden;
Of, voeden, ondersteunen, Zie gelijk gebruik van het Hebreeuwse woord Gen. 45:11, en Gen. 47:12; 1 Kon. 18:4; Ps. 55:23.
Hertaald:onderhouden;
Of: voeden, ondersteunen. Zie eenzelfde gebruik van het Hebreeuwse woord Gen. 45:11, en Gen. 47:12; 1 Kon. 18:4; Ps. 55:23.
dewelke u beter is
Schoondochter Ruth.
Hertaald:dewelke u beter is
Schoondochter Ruth.
dan zeven zonen
Dat is, dan vele zonen. Zie Gen. 4:15.
Hertaald:dan zeven zonen
Dat is: dan vele zonen. Zie Gen. 4:15.
Ruth 4 vers 17— En de naburinnen gaven hem een naam, zeggende: Aan Naomi is een zoon geboren; en zij noemden zijn naam Obed; deze is de vader van Isai, Davids vader.
Isaï, Davids vader
Hebreeuws, Ischai.
Hertaald:Isaï, Davids vader
Hebreeuws: Ischai.
Ruth 4 vers 18— Dit nu zijn de geboorten van Perez: Perez gewon Hezron;
geboorten van Perez
Dat is, nakomelingen, die van Perez geboren en afgekomen zijn.
Hertaald:geboorten van Perez
Dat is: nakomelingen, die van Perez geboren en afgestamd zijn.
Hezron;
Hebreeuws, Chetsron.
Hertaald:Hezron;
Hebreeuws: Chetsron.
Ruth 4 vers 20— En Amminadab gewon Nahesson; en Nahesson gewon Salma;
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Elimelech — mijn God is Koning
Een man van Bethlehem-Juda, die vanwege een hongersnood met zijn vrouw Naomi en hun twee zonen naar het land Moab trok. Daar stierf hij, waarna zijn vrouw als weduwe met haar twee schoondochters achterbleef (Ruth 1:1-3).
Naomi — mijn liefelijkheid, mijn bekoorlijkheid
De vrouw van Elimelech, die na de dood van haar man en beide zonen in het land Moab, met haar schoondochter Ruth terugkeerde naar Bethlehem. Verbitterd door haar verlies wilde zij daar 'Mara' (bitterheid) genoemd worden in plaats van Naomi, 'want de Almachtige heeft mij zeer bitter bejegend' (Ruth 1:20-21). Haar wijze raad aan Ruth leidde uiteindelijk tot Ruths huwelijk met Boaz.
Machlon — ziekelijkheid, zwakte
De oudste zoon van Elimelech en Naomi, die in Moab met de Moabitische Ruth trouwde. Hij stierf, evenals zijn broer Chiljon, kinderloos in Moab (Ruth 1:2-5); later kocht Boaz zijn erfdeel en trouwde met zijn weduwe Ruth, om zijn naam op zijn erfdeel te doen voortbestaan (Ruth 4:9-10).
Chiljon — wegkwijning, verdwijning
De jongste zoon van Elimelech en Naomi, die in Moab met de Moabitische Orpa trouwde en, evenals zijn broer Machlon, daar kinderloos stierf (Ruth 1:2-5).
Ruth — vriendin, of: verzadiging
De Moabitische weduwe van Machlon, die weigerde haar schoonmoeder Naomi te verlaten met de bekende woorden: 'uw volk is mijn volk, en uw God mijn God' (Ruth 1:16-17). In Bethlehem las zij aren op het veld van Boaz, die haar trouw aan Naomi prees; via het lossersrecht trouwde Boaz uiteindelijk met haar. Zij werd de overgrootmoeder van koning David en wordt uitdrukkelijk genoemd in de geslachtslijn van Christus (Matt. 1:5).
Boaz — in hem is kracht, of: snelheid
Een vermogend man van Bethlehem, bloedverwant van Elimelech, op wiens veld Ruth arenlas (Ruth 2:1-3). Hij behandelde haar met opvallende goedheid en beschermde haar. Toen een naastbestaander die eerder recht had het lossersrecht van Ruths erfdeel afwees, loste Boaz het zelf en trouwde met Ruth (Ruth 4). Hij werd de overgrootvader van koning David en staat in de geslachtslijn van Christus (Matt. 1:5).
Obed — dienaar, dienstknecht
De zoon van Boaz en Ruth, die de vrouwen van Bethlehem als een zoon voor Naomi beschouwden — 'want uw schoondochter, die u liefheeft, heeft hem gebaard' (Ruth 4:14-17). Hij werd de vader van Isaï en zo de grootvader van koning David; hij wordt genoemd in de geslachtslijn van Christus (Matt. 1:5).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Boaz, de gewillige losser — Boaz lost het land en de weduwe van zijn overleden bloedverwant, nadat de nadere losser dat geweigerd heeft: "Ik zal het voor mij niet kunnen lossen, opdat ik mijn erfdeel niet misschien verderve; los gij mijn lossing voor u; want ik zal niet kunnen lossen" (Ruth 4:6)
Ruth komt, op raad van Naomi, in de nacht bij Boaz op de dorsvloer liggen en vraagt hem, als losser, zijn vleugel over haar uit te breiden (Ruth 3:1-9, reeds mede behandeld bij Losser). Boaz is bereid, maar wijst op een nadere losser die eerst de kans moet krijgen (Ruth 3:12-13). In de poort, ten overstaan van tien oudsten, biedt Boaz die nadere losser het land van Elimelech aan. Deze wil eerst wel lossen, maar trekt zich terug zodra blijkt dat lossen ook betekent dat hij Ruth moet trouwen om "den naam des verstorvenen te verwekken over zijn erfdeel": "Ik zal het voor mij niet kunnen lossen, opdat ik mijn erfdeel niet misschien verderve" (Ruth 4:1-6). Boaz neemt daarop, met de schoen als bezegeling voor de ogen van getuigen, zowel het land als Ruth tot zich (Ruth 4:7-10). Uit dit huwelijk wordt Obed geboren, "de vader van Isaï, Davids vader" (Ruth 4:13-17), en het boek sluit met een geslachtsregister van Perez tot David (Ruth 4:18-22).
Bijbelse betekenis: De nadere losser had het wettelijke eerste recht en zelfs de aanvankelijke wil om te lossen — totdat de prijs hem te hoog werd. Boaz daarentegen lost gewillig, ook al gaat lossen hem meer kosten dan het hem oplevert: hij verwerft niet alleen land, maar ook de plicht om voor Ruth en de voortzetting van een andermans naam te zorgen. Het onderscheid tussen beide mannen is niet het recht — beiden hadden er wettelijk aanspraak op — maar de bereidheid: de een lost niet omdat het hem iets kost, de ander lost juist omdat het hem iets kost.
Typologie: Hierin is Boaz een van de duidelijkste voorafschaduwingen van Christus in het Oude Testament. De wet, vertegenwoordigd door de naamloze nadere losser, kon en wilde niet lossen omdat de prijs te hoog was. Christus is wél gewillig gekomen om te lossen, ook al kostte dat Hem alles — "gij zijt duur gekocht" (1 Kor. 6:20, reeds behandeld bij Tempel des Heiligen Geestes). De lijn van deze geschiedenis loopt uit op David, en via David op Christus Zelf (Matt. 1:5-6, reeds behandeld bij Christus/Messias, de Gezalfde, waar Ruth met name genoemd wordt in het geslachtsregister). Dat maakt zichtbaar dat een Moabietische vreemdelinge, alleen door haar geloof, mede aan de wortel van de Messiaanse belofte staat. Paulus vat de reden om zulke geschiedenissen te lezen kort samen: "al wat te voren geschreven is, dat is tot onze lering te voren geschreven, opdat wij, door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften, hoop hebben zouden" (Rom. 15:4).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenambt
De losser die niet kon lossen — 4:1-17
Boaz gaat naar de poort, de plaats waar in Israël recht gesproken werd, en laat tien oudsten der stad zitten. Dan haalt hij de man erbij die meer recht heeft dan hij: de nadere losser.
De man met het beste recht om te lossen weigert, omdat het hem zijn eigen erfdeel zou kosten — en juist die weigering opent de weg.
Boaz legt het in twee stappen voor, en de volgorde is niet toevallig. Eerst de akker: “zo gij het zult lossen, los het.” De man zegt meteen ja; land erbij is winst.
Dan komt de tweede helft: bij die akker hoort Ruth de Moabietische, en wie het land aanvaardt krijgt haar erbij. En dan draait de man om: “Ik zal het voor mij niet kunnen lossen, opdat ik mijn erfdeel niet misschien verderve.”
De kanttekening legt precies uit wat hij vreest. Als hij een zoon bij Ruth zou krijgen, zou die volgens de wet gelden als zoon van de overledene en diens naam dragen. De naam van deze losser zelf zou daarmee als het ware uitsterven. Hij weigert dus niet uit onwil maar uit rekenen: het kost hem meer dan hij eraan overhoudt.
Daarmee staan er twee lossers naast elkaar. De een heeft het recht en niet de bereidheid; de ander heeft de bereidheid en wacht op zijn beurt.
Wat Boaz dan zegt, is een opsomming van wat hij op zich neemt: al wat van Elimelech geweest is, en van Machlon en Chiljon — “Daartoe aanvaard ik mij ook Ruth, de Moabietische, de huisvrouw van Machlon, tot een vrouw, om den naam des verstorvenen over zijn erfdeel te verwekken.” Het gaat hem dus niet om bezit maar om een naam die niet uitgewist wordt.
Het Hebreeuwse woord dat hier telkens valt is goël: de naaste bloedverwant die doet wat nodig is. Hij koopt een verarmd familielid vrij, hij haalt verloren land terug, hij staat borg voor een schuld, en hij komt op voor wie geen recht kan halen. Wat de nood ook is — hij is verplícht.
De vrouwen aan het eind vatten het samen: “Geloofd zij de HEERE, Die niet heeft nagelaten u heden een losser te geven.” De kanttekening geeft het Hebreeuws letterlijk: Die u vandaag niet heeft laten ophouden een losser te hebben.
Het slot is een geslachtsregister, en dat is de pointe: Obed, Isaï, David. Wat begon met een lege vrouw uit Moab loopt uit op de troon — en Mattheüs neemt Ruth met name in het register van Christus op.
Leviticus 25:25 — De losser is de bloedverwant die terugkoopt wat verloren ging.
Ruth 4:4 — Zo gij het zult lossen, los het — de akker alleen is winst.
Ruth 4:6 — Ik zal het niet kunnen lossen, opdat ik mijn erfdeel niet verderve.
Ruth 4:10 — Boaz neemt het land én de mens, om de naam niet te laten uitsterven.
Ruth 4:17 — Obed, Isaï, David — de lijn loopt naar de troon.
Galaten 4:4-5 — Geworden onder de wet, opdat Hij ons zou loskopen.
In het Nieuwe Testament: Galaten 4:4-5; Mattheüs 1:5; 1 Petrus 1:18-19; Hebreeën 2:14-17
Hoever dit reikt: Niveau 2. Het Nieuwe Testament noemt Boaz niet als beeld van Christus. Wat vaststaat is dat het lossersrecht de taal levert waarin de brieven de verlossing beschrijven, en dat Boaz in het geslacht van Christus staat.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
I. Vs. 1-17.KruisverwijzingenSpreuken 31:23→Deuteronomium 25:5→Ruth 3:12→1 Koningen 21:8→Genesis 38:8→Mattheüs 22:24→Deuteronomium 25:7→Deuteronomium 25:6→ — En Boaz ging op in de poort, en zette zich aldaar en ziet, de losser, van welken Boaz gesproken had, ging voorbij; zo zeide hij: Wijk herwaarts, zet u hier, gij, zulk een! En hij week derwaarts, en zette zich. En hij nam tien mannen van de oudsten der stad, en zeide: Zet u hier; en zij zetten zich. Toen zeide hij tot dien losser: Het stuk lands, dat van onzen broeder Elimelech was, heeft Naomi, die uit der Moabieten land wedergekomen is, verkocht; En ik heb gezegd: Ik zal het voor uw oor openbaren, zeggende: Aanvaard het in tegenwoordigheid der inwoners, en in tegenwoordigheid der oudsten mijns volks; zo gij het zult lossen, los het; en zo men het ook niet zou lossen, verklaar het mij, dat ik het wete; want er is niemand, behalve gij, die het losse, en ik na u. Toen zeide hij: Ik zal het lossen. Maar Boaz zeide: Ten dage, als gij het land aanvaardt van de hand van Naomi, zo zult gij het ook aanvaarden van Ruth, de Moabietische, de huisvrouw des verstorvenen, om den naam des verstorvenen te verwekken over zijn erfdeel. Toen zeide die losser: Ik zal het voor mij niet kunnen lossen, opdat ik mijn erfdeel niet misschien verderve; los gij mijn lossing voor u; want ik zal niet kunnen lossen. Nu was dit van ouds een gewoonheid in Israel, bij de lossing en bij de verwisseling, om de ganse zaak te bevestigen, zo trok de man zijn schoen uit en gaf die aan zijn naaste; en dit was tot een getuigenis in Israel. Zo zeide de losser tot Boaz: Aanvaard gij het voor u; en hij trok zijn schoen uit. Toen zeide Boaz tot de oudsten en al het volk: Gijlieden zijt heden getuigen, dat ik aanvaard heb alles, wat van Elimelech geweest is, en alles, wat van Chiljon en Machlon geweest is, van de hand van Naomi. Daartoe aanvaard ik mij ook Ruth, de Moabietische, de huisvrouw van Machlon, tot een vrouw, om den naam des verstorvenen over zijn erfdeel te verwekken, opdat de naam des verstorvenen niet worde uitgeroeid van zijn broederen, en van de poort zijner plaats; gijlieden zijt heden getuigen. Nog in de morgen na die nacht, toen Ruth bij Boaz op de dorsvloer geweest was, begeeft Boaz zich naar de poort van de stad Bethlehem, handelt hier in aawezigheid van het volk en van tien geroepen oudsten met de losser. Deze doet afstand van zijn recht op het stuk grond, om de weduwe van Machlon niet te huwen. Boaz verkrijgt alzo zowel dat land tot een bezit als Ruth tot vrouw, opdat hij bij haar een nakomeling voor haar gestorven man verwekt en de naam en het geslacht van de eerste bewaard blijven in Israel. Het huwelijk wordt met een zoon gezegend, over wiens geboorte de vrouwen in Bethlehem Naomi gelukkig prijzen en die Isa?, de vader van David, tot zijn nakomeling heeft.
KruisverwijzingenRuth 3:12→Deuteronomium 25:7→Deuteronomium 16:18→Job 29:7→Jesaja 55:1→Amos 5:10→Amos 5:15→Deuteronomium 21:19→— En Boaz ging op in de poort, en zette zich aldaar en ziet, de losser, van welken Boaz gesproken had, ging voorbij; zo zeide hij: Wijk herwaarts, zet u hier, gij, zulk een! En hij week derwaarts, en zette zich.
En Boaz, toen hij in de stad gekomen was (3:15) ging op in de poort, waar men openbare zaken pleegde te behandelen (Ge 19:1) en zette zich aldaar, om te wachten, totdat hij de naaste bloedverwant van Elimelech ontmoeten zou; en ziet, de losser, van wie Boaz gesproken had (3:12vv.), ging voorbij; zo zei hij: Wijk, kom hierheen, ga hier zitten, gij! 1) En hij, aan de uitnodiging voldoende, week daarheen en ging zich naast Boaz zetten.
Het Hebreeuws “ploni almoni” is de naam van een onzekere plaats.
Deze uitdrukking (in Dan.8:13 tot “palmoni” samengetrokken) betekent iemand, wiens naam men niet weet of noemen wil, een zeker iemand, zoals wij gewoon zijn te zeggen N. N. (Grieks o, h deina). Boaz heeft zonder twijfel de man bij zijn naam geroepen; de heilige schrijver echter hield het niet voor noodzakelijk de naam mee te delen. Wanneer de joodse traditie beweert, dat Nahesson vier zonen gehad heeft. 1. Elimelech 2. de hier door ploni almoni aangeduide losser 3. Salma, de vader van Boaz. 4. de vader van Na?mi, zo rust dit op enkel gissingen.
KruisverwijzingenSpreuken 31:23→1 Koningen 21:8→Deuteronomium 31:28→Klaagliederen 5:14→Handelingen 6:12→Deuteronomium 29:10→Exodus 21:8→Exodus 18:21→— En hij nam tien mannen van de oudsten der stad, en zeide: Zet u hier; en zij zetten zich.
En hij, Boaz, riep uit de kring van de aanwezige burgers (vs.4) tien 1) mannen van de oudsten van de stad tot getuigen van hetgeen tussen hem en de losser behandeld zou worden, en zei: Ga hier zitten; en zij gingen zitten.
Tien is hier ook weer het getal van de volkomenheid. Hij noemt tien mannen van de oudsten van de stad, opdat aan de zaak, indien zij eenmaal beslist was, niets veranderd zou kunnen worden.
KruisverwijzingenSpreuken 13:10→Psalmen 112:5→— Toen zeide hij tot dien losser: Het stuk lands, dat van onzen broeder Elimelech was, heeft Naomi, die uit der Moabieten land wedergekomen is, verkocht;
Toen zei hij tot die losser: Het stuk land, dat van onze broeder Elimelech was, heeft Naomi, die uit het Moabietenland teruggekomen is, verkocht. 1)
Hij vermeldt de terugkeer van Naomi uit het land van de Moabieten, opdat die andere zou weten, dat zij het land uit armoede en gebrek had verkocht.
Dit woord kan verklaard worden, of dat Naomi in de plaats van haar man Elimelech genoemd wordt, dus v??r zijn vertrek uit Bethlehem het land verkocht had, of men moet vertalen: “biedt te koop aan,” zodat Naomi aan ??n van de lossers aanbiedt haar recht op dat land te kopen (Ru 2:20″ en “Ru 3:5). Die aanbieding had zij gedaan door Ruth naar de dorsvloer te zenden.
KruisverwijzingenJeremia 32:7→Leviticus 25:25→Romeinen 12:17→Genesis 23:18→2 Korinthe 8:21→Filippenzen 4:8→Jeremia 32:25→— En ik heb gezegd: Ik zal het voor uw oor openbaren, zeggende: Aanvaard het in tegenwoordigheid der inwoners, en in tegenwoordigheid der oudsten mijns volks; zo gij het zult lossen, los het; en zo men het ook niet zou lossen, verklaar het mij, dat ik het wete; want er is niemand, behalve gij, die het losse, en ik na u. Toen zeide hij: Ik zal het lossen.
En ik heb gezegd: Ik zal het voor uw oor openbaren, zeggende, om uw wil te vernemen: Aanvaard het recht van lossing en bezit in aanwezigheid van de inwoners, en in aanwezigheid van de oudsten van mijn volk: 1) zo gij hetzult lossen, los het; en zo men 2) het ook niet zou lossen, verklaar het mij, dat ik het wete en besluiten kan, wat ik doen zal; want er is niemand behalve gij, die het losse, die er enig recht op heeft, en ik na u. Toen zei hij, de naaste bloedverwant: Ik zal het lossen. Het was hem aangenaam, dat hij hier gelegenheid ontving, om hetgrondbezit van zijn huis te vergroten en wilde daarom graag het betrekkelijk geringe losgeld betalen.
In aanwezigheid van de oudsten van mijn volk is een nadere aanduiding van in aanwezigheid van de inwoners.
Men had hier gij en niet men of hij mogen verwachten, omdat het de andere losser gold. Hoogstwaarschijnlijk heeft echter Boaz zich nu van de persoon, die het gold, afgewend tot de getuigen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 25:5→Genesis 38:8→Mattheüs 22:24→Lukas 20:28→Ruth 3:12→— Maar Boaz zeide: Ten dage, als gij het land aanvaardt van de hand van Naomi, zo zult gij het ook aanvaarden van Ruth, de Moabietische, de huisvrouw des verstorvenen, om den naam des verstorvenen te verwekken over zijn erfdeel.
Maar Boaz zei: Het is goed dat gij daartoe bereidwillig zijt, maar weet tevens: op de dag, dat gij het land aanvaardt van de hand van Naomi, zo zult gij het ook aanvaarden van Ruth, 1) de Moabitische, de vrouw van de destorven zoon, van Machlon, die na zijn vaders dood de wettige erfgenaam was, om de naam van de gestorvene te verwekken over zijn erfdeel, 2) om een zoon voor Machlon te verwekken, die de erfgenaam van het land zijn zal.
Van Naomi?s huwelijk kon geen sprake meer zijn, want zij was boven de leeftijd; het ontvangen uit de hand van Ruth sloot een Leviraatshuwelijk met laatstgenoemde in.
Wat de zaak betreft, zo was het stuk land, dat Naomi uit nood verkocht had, erfelijk eigendom van haar gestorven man Elimelech, van wie naar het bestaande recht zijn zoon het weer erfde, zodat het daardoor even goed eigendom van Ruth als van Naomi was. Uit de handeling van Boaz met de nadere losser blijkt duidelijk, dat Naomi het stuk land, dat een erfelijk bezit van haar man was geweest, verkocht had, en tot verkoop rechtens bevoegd was. Omdat nu, naar het Israelitische recht het grondbezit niet op de vrouw bij erfenis overging, maar op de kinderen, en wanneer er geen kinderen waren, op de naaste verwanten van de man (Num.27:8-11), zo was bij de dood van Elimelech zijn land rechtens overgegaan op zijn zonen en had toen deze zonder kinderen stierven, op zijn naaste verwanten moeten overgaan. Er ontstaat daarom de vraag, met welk recht Naomi het land van haar man als haar eigendom kon verkopen. De Rabbijnen menen, dat het land door de mannen aan Naomi en Ruth was geschonken. Alleen Elimelech kon zijn erfelijk stuk grond rechtens niet aan zijn vrouw geven, omdat bij zijn dood zijn twee zonen als rechtmatige erfgenamen achterbleven en Machlon was tot zo?n schenking evenmin bevoegd. De juiste verklaring is zonder twijfel de volgende: De wet omtrent de vererving van zonder kinderen gestorven Israelieten bepaalde niet de tijd, wanneer zo?n bezit op de nabestaanden van de gestorvene overging, of terstond na de dood van de bezitter, of pas na de dood van de achtergebleven weduwe (Num.27:9vv.). Zonder twijfel bestond de laatste gewoonte, zodat de weduwe levenslang in het bezit van de landen van haar man bleef, en zolang ook het recht had, in geval van nood, de eigendommen te verkopen, omdat toch de verkoop van een akker niet een werkelijke verkoop daarvan was, maar slechts een verkoop van de opbrengst tot op het jubeljaar. Ingeval nu een weduwe het land van haar gestorven man, zolang zij daarvan in het bezit was, uit nood verkocht en een nabestaande het inloste, zo lag op hem tevens de plicht, om niet alleen te zorgen voor het levensonderhoud van de verarmde weduwe, maar ook, indien zij nog jong was, haar te huwen, en de eerste zoon uit dit huwelijk in het geslacht van de gestorven man te laten inlijven, zodat deze het gehele stuk grond erfde en de naam en het eigendom van de gestorvene in Israel voortplantte. Hierom stelt Boaz de voorwaarde, dat hij, met de lossing van het stuk grond, tegelijk Ruth trouwt.
KruisverwijzingenRuth 3:13→Leviticus 25:25→— Toen zeide die losser: Ik zal het voor mij niet kunnen lossen, opdat ik mijn erfdeel niet misschien verderve; los gij mijn lossing voor u; want ik zal niet kunnen lossen.
Toen hij echter hoorde, dat het stuk grond niet zijn eigendom zou worden, maar aan Elimelechs huis zou blijven, zei die losser: Ik zal het voor mij niet kunnen lossen, opdat Ik mijn erfdeel niet misschien verderve, 1) datik, door voor iemand anders geld te betalen, waarvan ik geen winst heb, mijn bezit niet verkleine; los gij als tweede bloedverwant, wanneer gij daarin zin hebt, mijn lossing voor u, want Ik zal niet kunnen lossen. 2)
Het lossen kostte geld, omdat de prijs van het veld tot aan het jubeljaar moest betaald worden. Verkreeg hij nu het land door de lossing tot zijn blijvend eigendom, zo had hij zijn grondbezit met dit stuk vermeerderd; moest hij daarentegen Ruth huwen, zo behoorde de geloste akker aan de zoon, die hij bij haar verwekken zou; hij had het uit zijn middelen voor de lossing betaalde geld voor die zoon uitgegeven en daardoor aan zijn bezit een kapitaal ontnomen; daarin had hij geen zin.
Door Cassel wordt dit anders verklaard. Hij zegt: “het heeft iets gedwongens, wanneer een vader in het eventuele geval, dat zijn eigen zoon een erfgoed aanvaardt, dit verderf voor zichzelf noemt. Uitdrukkelijk heeft Boaz van Ruth als van een Moabitische gesproken. In haar Moabitische afkomst moet voor de bloedverwant een reden liggen, om het voorstel af te wijzen. Men had het ongeluk van Elimelech verklaard uit zijn heengaan naar Moab, en de dood van Machlon en Chiljon uit hun huwelijk. Het erfgoed was daardoor in gevaar gebracht. De Goël vreest een gelijk lot (cf.Midras Ruth Rabba 35: a). Hij gelooft een vrouw niet in zijn huis te mogen nemen, bij wie een familie van Israel uitgestorven is. Het verbod om met Moabitische te trouwen schijnt voor hem, wat Ruth betreft, niet opgeheven te zijn. De man openbaart zich dus als een letterknecht en een bijgelovige. Hij ziet alleen het gericht en niet de liefde van de wet. Hij denkt aan Moab, en Ruth heeft haar toevlucht genomen onder de vleugels van Israels God. Hij begrijpt het verschil van de toestanden niet. Hij weet tijden en geesten niet te onderscheiden. Hij wil zijn erfgoed en zijn naam niet in gevaar brengen, en de geschiedenis weet niet eens meer, wat zijn naam was. Terwijl de schuld van Elimelech, Machlon en Chiljon door de liefde van Ruth verzoend is, en haar naam blijft, heeft zijn liefdeloosheid jegens Ruth het loon verkregen van zonder naam te zijn (oikov anwnumov genomenov cf.Isocrates 19:35). Wat een kostbare lering geeft hierin ons boek! Wat een eer geeft het aan de liefde, wat een straf kondigt het de bijgelovige Farizee?r aan!.
Zoals de losser wel het land, maar niet Ruth wilde, zo wil ook menigeen wel de hemel, maar geen wedergeboorte of heiligmaking, zonder welke niemand God zien zal; omdat men de gemeenschap met de Heere niet wil, wordt ook het erfgoed van de Here verloren.
KruisverwijzingenDeuteronomium 25:7→— Nu was dit van ouds een gewoonheid in Israel, bij de lossing en bij de verwisseling, om de ganse zaak te bevestigen, zo trok de man zijn schoen uit en gaf die aan zijn naaste; en dit was tot een getuigenis in Israel.
Nu was, om hetgeen hierna verteld wordt, goed te kunnen begrijpen, dit vanouds 1) een gewoonte in Israel, die later buiten gebruik gekomen is, bij de lossing en bij de verwisseling, wanneer iemand zijn recht van lossing op eenander overdroeg, om de gehele zaak te bevestigen, aan haar kracht van wet te geven; dan trok de man zijn schoen uit en gaf die aan zijn naaste om daardoor zinnebeeldig te kennen te geven, dat hij van zijn zijde zijn recht op de ander overdroeg; en dit was tot een getuigenis in Israel; deze was de in Israel toen wettige vorm (De 25:10).
Uit dit vanouds (in het Hebreeuws Lephanim blijkt duidelijk, dat die gewoonte niet meer in zwang was, toen dit boek geschreven werd.
In Engeland was het lang de gewoonte om het bezit van het huis aan te duiden door de overgave van de sleutel en van het land, door het toezenden van een kluit aarde.
— Zo zeide de losser tot Boaz: Aanvaard gij het voor u; en hij trok zijn schoen uit.
Toen zei deze losser tot Boaz, zoals reeds in vs.6 gemeld is: Aanvaard gij het stuk land voor u, en hij trok volgens het zo-even vermelde gebruik (vs.7), zijn schoen uit 1) en gaf die aan Boaz.
Met de schoen trad men op de aarde, daarom betekent de schoen de macht, die men over iets uitoefent. God werpt in de Psalm (60:10; 108:10) Zijn schoen over Edom. Reeds heeft Rosenmuller herinnerd aan het voorbeeld van de Abessinische koning, die zijn schoen werpt over hetgeen hij hebben wil.
KruisverwijzingenGenesis 23:16→Jeremia 32:10→— Toen zeide Boaz tot de oudsten en al het volk: Gijlieden zijt heden getuigen, dat ik aanvaard heb alles, wat van Elimelech geweest is, en alles, wat van Chiljon en Machlon geweest is, van de hand van Naomi.
Toen zei Boaz, terwijl hij de schoen nam, tot de oudsten, die hij geroepen had (vs.2), en tot al het volk dat bovendien aanwezig was: Gij zijt heden getuigen, dat ik, bij weigering van de losser, aanvaard heb alles wat van Elimelech geweest is, en dus tevens alles wat van Chiljon en Machlon geweest is, van de hand van Naomi, 1) die het mij overgeeft om het te lossen.
Boaz noemt hier de naam van Naomi, niet die van Ruth, omdat nog het recht van laatstgenoemde, als van een Moabitische, betwist kon worden en dat van haar schoonmoeder niet.
KruisverwijzingenDeuteronomium 25:6→Efeze 5:25→Maleachi 2:14→Spreuken 19:14→Hebreeën 13:4→Psalmen 109:15→Psalmen 34:16→Genesis 29:27→— Daartoe aanvaard ik mij ook Ruth, de Moabietische, de huisvrouw van Machlon, tot een vrouw, om den naam des verstorvenen over zijn erfdeel te verwekken, opdat de naam des verstorvenen niet worde uitgeroeid van zijn broederen, en van de poort zijner plaats; gijlieden zijt heden getuigen.
Daartoe aanvaard ik mij ook Ruth, de Moabitische, Machlons huisvrouw, tot een vrouw, om den naam des verstorvenen over zijn erfdeel te verwekken, opdat de naam des verstorvenen niet worde uitgeroeid van zijn broederen en van de poort zijner plaats; gijlieden zijt heden getuigen.
KruisverwijzingenGenesis 29:32→Deuteronomium 25:9→Psalmen 127:3→Micha 5:2→Psalmen 128:3→Genesis 35:16→Genesis 46:8→Psalmen 132:6→— En al het volk, dat in de poort was, mitsgaders de oudsten zeiden: Wij zijn getuigen; de HEERE make deze vrouw, die in uw huis komt, als Rachel en als Lea, die beiden het huis van Israel gebouwd hebben; en handel kloekelijk in Efratha, en maak uw naam vermaard in Bethlehem!
En al het volk, dat in de poort was, evenals de oudsten zeiden: Wij zijn getuigen en verheugen er ons in om uw belofte aangaande uw huwelijk met Ruth. De HEERE zegene u voor deze liefde, die gij aan de gestorven Machlon bewijst en make deze vrouw, die als een kinderloze weduwe in uw huis komt, zo vruchtbaar als a) Rachel en als Lea, die beiden uit zich en haar maagden het huis van Israel, wier stammoeders zij zijn, gebouwd hebben; en handel kloek in Efratha, 1) en maak uw naam vermaard in Bethlehem; verkrijg door kloeke zonen, die gij, behalve voor Machlon (vs.10), voor uzelf verwekken moogt, een beroemde naam!
Genesis 29:32 enz.; 30:24,25; 35:17,18
In het Hebreeuws We?seh-chajil. Letterlijk verschaffe kracht, hier in de zin van, geve u krachtige zonen, n.l. uit Ruth. Het tweede gedeelte maak uw naam vermaard, is betrekkelijk in dezelfde zin op te vatten. Zij wensen hem toe, dat hij door zijn zonen een beroemde naam krijgt. Daarom gaan ook de namen van Rachel en Lea vooraf, omdat het volk van Israel uit hun twaalf zonen waren voortgekomen.
KruisverwijzingenGenesis 38:29→Mattheüs 1:3→1 Samuël 2:20→1 Kronieken 2:4→Genesis 46:12→Numeri 26:20→Ruth 4:18→— En uw huis zij, als het huis van Perez (die Thamar aan Juda baarde), van het zaad, dat de HEERE u geven zal uit deze jonge vrouw.
En uw huis 1) zij zo talrijk in nakomelingen en zo aanzienlijk als het huis van Perez, 2) (die Thamar, als de voornaamste van haar tweeling, aan Juda baarde; Genesis38:27vv.) van het nageslacht, dat de HEERE u geven zal uit deze jonge vrouw!
1 Kronieken 2:4 Matth.1:3
Boaz is de man, die van zijn eigen vermogen kan opofferen, wanneer het te doen is om oude rechten in Israel te bewaren en een geslacht in stand te houden; niet voor zichzelf lost hij de akker, maar voor de zoon, die hij bij Ruth zal verwekken. Wel is Ruth een persoon, van wie de gehele stad weet, dat zij een deugdzame vrouw is (3:11), en haar tot vrouw te verkrijgen, werd door hem zeer gewenst; maar de goddelijke inzettingen stelde hij hoger dan zijn persoonlijke wensen (Ru 3:7), en pas toen de losser geweigerd had, verklaarde hij haar te willen huwen. Deze zelfopoffering en grootmoedigheid van de man, hoewel men die ook, bij onbekendheid van hetgeen voorafgegaan was, niet in haar gehele omvang kon begrijpen, is het dan ook, wat de oudsten en het volk tot die bijzondere zegenbede beweegt. Wij weten nu niet of, zoals wij verklaard hebben, men bedoeld heeft, dat Boaz niet alleen voor Elimelech maar ook voor zichzelf zonen verkrijgen zou, of dat slechts aan d zoon gedacht is, door wie hij de gestorvene een naam over zijn erfdeel zou verwekken; in elk geval heeft, zoals het volgende aantoont, de vervulling slechts plaats gevonden, wat het laatste betreft, ten minste er is in het vervolg alleen sprake van Obed, in wie Boaz het geslacht van Elimelech voortplantte. Merkwaardig is het, dat niet alleen in deze zoon de ene vervulling gevonden heeft boven bidden en denken, maar deze ook in de geslachtsregisters niet alleen Elimelechs, maar ook Boaz?, zoon genoemd wordt. Evenals het voorheen een goddelijke leiding geweest is, dat Machlons huwelijk juist met Ruth kinderloos gebleven is, hoewel zij bleek niet onvruchtbaar te zijn, zo was het ook een leiding van de goddelijke Voorzienigheid, dat slechts die zoon aan Boaz geboren werd. Dezelfde zoon, die de gestorvene over zijn erfdeel verwekt werd, bleef daardoor een zoon van Boaz zelf, wiens erfgenaam hij daardoor tevens werd; hij verenigde in zijn bezit de goederen van beide vaders, en omdat die van Boaz zeker aanzienlijker waren dan die van Machlon, zo werd hij des te meer de zoon van de eerste genoemd, omdat diens naam door zijn edele gezindheid meer beroemd geworden was in Efratha.
Van Perez stamden de voorvaderen van Boaz af, die in vs.18 en 1 Kronieken 2:5 opgeteld worden. Zoals van Perez, zo zou ook van het nageslacht, dat de HEERE aan Boaz door Ruth zou geven, een talrijke nakomelingschap voortkomen.
KruisverwijzingenGenesis 29:31→Genesis 33:5→Ruth 3:11→Psalmen 127:3→Psalmen 113:9→Genesis 25:21→Genesis 20:17→Genesis 30:22→— Alzo nam Boaz Ruth, en zij werd hem ter vrouwe, en hij ging tot haar in; en de HEERE gaf haar, dat zij zwanger werd en een zoon baarde.
Alzo nam Boaz Ruth, en zij werd hem ter vrouw en hij ging tot haar in; en de HEERE gaf haar, dat zij zwanger werd en een zoon baarde.
KruisverwijzingenLukas 1:58→Psalmen 34:1→Ruth 4:21→Romeinen 12:15→Genesis 12:2→Jesaja 11:1→Genesis 24:27→1 Thessalonicenzen 5:18→— Toen zeiden de vrouwen tot Naomi: Geloofd zij de HEERE, Die niet heeft nagelaten u heden een losser te geven; en zijn naam worde vermaard in Israel!
Toen zeiden de vrouwen van Bethlehem tot Naomi, omtrent wie zij vroeger, bij haar terugkeren uit het land van Moab verwonderd gevraagd hadden: Is dit Naomi? (1:19vv.): Geloofd zij de HEERE, die niet heeft nagelaten u heden een losser 1) te geven, omdat reeds bijna naam en bezit van echtgenoot en zonen onder het volk teniet waren gegaan. De Heere heeft dit verhoed, en zijn naam worde vermaard in Israel en met hem die van uw gestorven man.
Met de losser wordt niet Boaz bedoeld, maar de pasgeboren zoon van Ruth, die nu in de plaats kwam van Machlon, en daarom van Naomi de smaad van de kinderloosheid wegnam, en daardoor tevens hoop voor haar werd, dat haar geslacht in stand zou worden gehouden.
Kruisverwijzingen1 Samuël 1:8→Ruth 1:16→Jesaja 46:4→Genesis 45:11→Psalmen 55:22→Ruth 2:11→Genesis 47:12→Spreuken 18:24→— Die zal u zijn tot een verkwikker der ziel, en om uw ouderdom te onderhouden; want uw schoondochter, die u liefheeft, heeft hem gebaard, dewelke u beter is dan zeven zonen.
Die zal u zijn tot een verkwikker van de ziel. 1) Na zo veel bittere ondervindingen (1:20vv.) zal deze uw vreugde zijn en om uw ouderdom te onderhouden, zodat gij voortaan niet meer uw onderhoud behoeven te zoeken als de armen en vreemdelingen (2:2vv.). Des te meer zal die zoon een voorwerp van uw vreugde zijn, wanneer gij aan de ondervindingen denkt van de tijd tussen uw terugkomst uit Moab en de huidige tijd, want uw schoondochter, die u liefheeft, zodat zij vaderhuis en vaderland omuwentwil verliet, en alle verwachtingen van haar jeugd varen liet (3:10), heeft hem gebaard, die u beter is dan zeven zonen; zij is een schoondochter die u tot een moeder maakt, gelukkiger dan een, die zich op verscheidene zonen beroemen kan.
Of, terugbrenger van de ziel. Het beeld is ontleend aan iemand, die in onmacht ligt en nu weer bijkomt. Zo was ook deze zoon voor Naomi. Hij herstelde haar weer door de gunst van God in haar vorige staat en zou tevens een middel zijn in Gods hand om haar een gelukkige ouderdom te bereiden.
— En Naomi nam dat kind, en zette het op haar schoot, en werd zijn voedster.
En Naomi nam dat kind, 1) dat Ruth gebaard had (vs.13), en zette het op haar schoot, ten teken, dat zij het als haar eigen kind, als haar erfgenaam aanzag, en werd zijn voedster, 2) degene, die voor zijn opvoeding zorgde.
Nu is Mara weer Naomi geworden, en Orpa, wanneer zij hiervan in Moab gehoord heeft, kan niet anders dan haar zuster benijd hebben. Hoe zeker en edelmoedig zijn de beloningen van de Almachtige! Wie kwam ooit tevergeefs onder Zijn schaduw? Wie heeft er ooit bij verloren door op Hem te vertrouwen? Wie heeft ooit het Moab van deze wereld verlaten voor het ware Israel, en heeft zich tenslotte in de ruil niet verheugd.
Naomi is overal het beeld van de gemeente van Christus, die door liefde wint, belijdt en opvoedt. Mensen, die haar overigens in het natuurlijk hart vijandig zijn, worden haar gehoorzame kinderen. Als er in de kerk afval en ellende is, dan moeten priesters en predikers zelf als Naomi, boete doen en zichzelf niet verontschuldigen. Wanneer zij liefhebben voelen zij zeker voor alles, dat zij zichzelf hebben aan te klagen. Wanneer de kerk geen joden en heidenen bekeert, zo is het een teken van een hard hart, wanneer men alle schuld op hen werpt en zichzelf spaart. Hoeveel schuld er op de kerk rust dat zij, door aanstoot te geven, gemaakt heeft, dat duizenden niet tot de Verlosser gekomen zijn, weet God alleen. Hoeveel schuld zij heeft, dat zij de naderenden niet goed verzorgde, met liefde, wijsheid en geloof, dat zal ook eens openbaar worden!.
KruisverwijzingenLukas 1:58→— En de naburinnen gaven hem een naam, zeggende: Aan Naomi is een zoon geboren; en zij noemden zijn naam Obed; deze is de vader van Isai, Davids vader.
En de buurvrouwen gaven hem, toen zij op de achtste dag de besnijding bijwoonden, een naam, volgens het recht, dat de vrienden en buren hadden (Luk.1:59), en drukten in deze het gevoel uit, dat de geboorte van het kind bij hen opgewekt had (vs.15), zeggende: Aan Naomi is een zoon geboren, die voor haar is om haar tot vreugde en ondersteuning te zijn; en zij noemden hem Obed 1) (= dienaar): deze is, zoals later (vs.18vv.) aangewezen zal worden, de vader van Isai (= geluk), Davids (= bemind) vader. 2)
Omdat het volgens Deuteronomium 25:6 eigenlijk de naam Machlon had moeten zijn, tekent Augustinus bij deze plaats aan, “dat zij handelden in de geest van Machlon, die ook aan zijn zoon niet zijn eigen naam zou hebben gegeven.” Obed betekent: dienende, en het kind werd daarom die naam gegeven, omdat hij voor Naomi aldus zou wezen.
O Moab! uit u zal het onbevlekte Lam voortkomen, dat de zonden der wereld draagt, dat over de gehele aarde heerst.
Ruth baarde een zoon, door wie duizenden en tienduizenden voor God geboren zijn; en omdat zij een voormoeder van Christus was, was zij dienstbaar tot het geluk van allen, die door Hem gered zijn, zowel van ons, die uit de volken zijn, als van hen, die van joodse afkomst zijn. Zij was van Gods wege een getuige voor de wereld van de volken, dat hij hen niet geheel had verlaten, meer dat zij op de juiste tijd in het uitverkoren volk zouden worden ingelijfd en deelgenoten worden van Zijn redding.
Hier is Davids afkomst van Ruth. Het was de joden voorzegd, dat de Messias uit de stam van Juda geboren zou worden, en het is later verder geopenbaard, dat Hij uit het geslacht van David zou zijn. Daarom was het tot goed begrip van deze profetien nodig, dat de geschiedenis van het geslacht in deze stam geschreven werd, voordat die profetien geopenbaard waren om elke verdenking te voorkomen.
II. Vs. 18-22.KruisverwijzingenMattheüs 1:3→1 Kronieken 2:4→Mattheüs 1:5→Lukas 3:33→Numeri 1:7→1 Kronieken 4:1→1 Kronieken 2:9→Mattheüs 1:4→ — Dit nu zijn de geboorten van Perez: Perez gewon Hezron; En Hezron gewon Ram; en Ram gewon Amminadab; En Amminadab gewon Nahesson; en Nahesson gewon Salma; En Salmon gewon Boaz, en Boaz gewon Obed; En Obed gewon Isai; en Isai gewon David. Het boekje eindigt met een geslachtsregister van Perez tot David, dit geeft het eigenlijk doel te kennen, waarmee het geschreven is; het wilde ons in de geschiedenis van Davids huis voor David inleiden en op de merkwaardige leidingen opmerkzaam maken, die aan dit huis reeds voor de tijd van zijn grootste nakomeling ten deel werd.
KruisverwijzingenMattheüs 1:3→1 Kronieken 2:4→Lukas 3:33→1 Kronieken 4:1→— Dit nu zijn de geboorten van Perez: Perez gewon Hezron;
Dit nu zijn de geboorten van Perez, het geslacht, dat de eerste plaats onder de drie geslachten van Juda innam (Num.26:19vv.): a) Perez, de oudste van Juda’s tweeling bij Thamar (Genesis38:29), die volgens het recht van de Leviraatsecht in de plaats van Ger kwam en voor de eerstgeborene van de stamvader gehouden werd, gewon Hezron (Genesis46:12).
KruisverwijzingenLukas 3:33→1 Kronieken 2:9→Mattheüs 1:4→— En Hezron gewon Ram; en Ram gewon Amminadab;
En Hezron gewon, behalve twee andere zonen (1 Kronieken 2:9), Ram (= hoog), en Ram gewon Amminadab, met wiens dochter Eliseba Aaron trouwde (Ex.6:23).
KruisverwijzingenNumeri 1:7→Lukas 3:32→Mattheüs 1:4→— En Amminadab gewon Nahesson; en Nahesson gewon Salma;
En Amminadab gewon Nahesson, de vorst en aanvoerder van het huis van Juda onder Mozes (Num.1:7; 2:3; 7:12), en Nahesson gewon Salma, die Rachab van Jericho tot een vrouw nam, nadat zij zich tot God bekeerd had en zij in de gemeente van Israel was opgenomen. (Jos 6.25″ en Matth.1:5).
KruisverwijzingenMattheüs 1:5→Lukas 3:32→1 Kronieken 2:11→— En Salmon gewon Boaz, en Boaz gewon Obed;
En Salmon gewon door een van zijn nakomelingen Boaz 1) (2:1), en Boaz gewon bij Ruth Obed.
Als wij aannemen, dat de verovering van Jericho ongeveer in 1451 v. C. plaatsgehad heeft, Boaz daarentegen met Ruth ongeveer in 1202 v. C. gehuwd is (naar onze berekening duurde de tijd van de verdrukking van de Midianieten van 1216-1209, op het vroegst gerekend is in 1212 Elimelech uit Bethlehem gegaan, tien jaar later keerde Naomi terug), dan is er een tussenruimte van 249 jaar; er moeten dus tussen Salma en Boaz enige leden van het geslacht uitgevallen zijn, zoals in geslachtsregisters meermalen namen, die van geen grote betekenis zijn, weggelaten worden (vgl. 1 Kronieken 4:1 met 2:50 Ezra 7:3 met 1 Kronieken 7:7-10 Matth.1:8 met 2 Koningen .8:24; 11:2; 14:21 De naam Salmon wordt door velen voor dezelfde als Salma gehouden, door anderen niet, die dan in het verschil van naam het bewijs voor het door ons beweerde zien.
KruisverwijzingenMattheüs 1:6→1 Samuël 16:1→Lukas 3:31→1 Kronieken 2:15→Jesaja 11:1→— En Obed gewon Isai; en Isai gewon David.
En Obed gewon door zijn bij name niet bekende zoon: Isai, 1) en Isai gewon David, 2) de jongste van zijn zeven zonen (1 Samuel 16: 10).
Ook tussen Obed (ongeveer in 1201 v. C. geboren) en Isai (ongeveer in 1135 geb.) is de tussenruimte te groot, dan dat men hier niet eveneens het uitvallen van een lid zou moeten aannemen.
Tien leden van het geslacht, van Perez tot op David, worden genoemd. Ook hier is 10 weer het getal van de volkomenheid.
Evenals van de oudste tijden de stam van Juda een bijzondere plaats onder de overige stammen van Israel innam (Genesis49:8vv. Num.2:3, Richteren 1:2; 20:18), zo munt van begin af aan de familie, waartoe Isai behoorde, boven de overige geslachten uit. In de geschiedenis van dit geslacht is opmerkelijk, dat driemaal beroemde heidinnen (Thamar, Rachab, Ruth) voorkomen en de stammoeders van de hoofdlijn worden; in hen werd dus de door de zegen van Genesis12:3 aan Abrahams nageslacht ingeplante begeerte naar vereniging met het heidendom bevestigd op ware en echt theocratische wijze; een begeerte, die overigens dikwijls een verkeerde richting nam. Hoe door haar, zelfs in de tijden van verval als die van de richters, vroomheid op het edelste en liefelijkste wijze openbaar werd, toont de geschiedenis van Ruth en van Boaz; deze is een voorbeeld van theocratische nauwgezetheid, die een waarlijk gewijde bloem van het heidendom, die haar kelk vol verlangen naar het licht van de goddelijke openbaring in Israel uitstrekt.
Wanneer wij de drie aanhangsels aan het boek der Richteren vergelijken (Richteren 17 en 19 en Ruth), dan zien wij tegenover de beide verhalen van gruwelen in Israel, een liefelijk tafereel, waar een heiden in Israel intreedt. Het is ons niet alleen een intern bewijs voor de waarheid, maar wijst ons ook op de verwerping van de Messias door Israel, op de aanneming door de heidenen van de zaligheid uit Israel, die door Israelieten is gepredikt, en het heil dat voor Israel zijn zal, als de volheid van de heidenen zal zijn ingegaan.
De tijd zou komen, dat Bethlehem-Juda groter wonderen openbaarde, dan die in de geschiedenis van Ruth vermeld zijn, wanneer het verworpen Kind van een andere vrouw uit hetzelfde geslacht verscheen, tot Wie de Wijzen kwamen en schatten van goud en aloe en mirre aan Zijn voeten legden. Zijn naam zal eeuwig duren en alle volken zullen Hem zegenen. In de aanneming van Ruth in de Kerk van God en in de gemeente van Israel is een straal van hoop opgerezen voor de heidenwereld. In dat nageslacht zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend zijn.
Deze allen zijn door Mattheus in het Woord in de genealogie van Christus aangebracht, opdat wij zouden weten, dat deze historie niet slechts op David, maar ook op Jezus Christus betrekking heeft, die door allen wordt aangekondigd als Redder en Behouder van het menselijk geslacht, en opdat wij zouden verstaan, hoe in zijn verwonderlijke goedertierenheid de Heere de verworpenen en verachten opheft tot de hoogste eer.
SLOTWOORD
Op het boek der Richteren en het boek Ruth.
Met betrekking tot de tijd van de geschiedenis, ons in het boek van Ruth meegedeeld, kan het gevoegelijk als een derde aanhangsel van het boek der Richteren beschouwd worden, waarvan de vijf laatste hoofdstukken reeds twee van zulke aanhangsels bevatten (Jud 21:24). Wat het doel betreft is het als een aanvulling te beschouwen, of zo men wil als een inleiding op de boeken van Samuel. Het laat ons toch een blik werpen in de geest en in het karakter van de voorvaderen van die familie, waaruit David, Israels vroomste en grootste koning, afstamde, die tevens de belofte had, dat uit zijn zaad de Messias, naar het vlees, geboren zou worden. Het is dus zeer terecht in onze Bijbel tussen de Richteren en Samuel geplaatst, hoewel deze niet de oorspronkelijke plaats is. De Hebreeuwse Bijbel voegt het bij de Chetubim of Hagiographa (De 18:22). Dat het oorspronkelijk met het boek der Richteren een geheel zou uitgemaakt hebben, is een mening van Josefus, die zeer willekeurig met de boeken van de Heilige Schrift gehandeld heeft (hij rekent in het geheel 22), en die geen voldoende grond heeft. Integendeel geeft de plaatsing onder de Hagiographa ons een vingerwijzing omtrent de vervaardiger van het boek; het behoort noch tot de Richteren, noch tot de beide boeken van Samuel, en heeft tot zijn schrijver geen met name genoemde profeet, die de roeping had in de beschrijving van de geschiedenis van de theocratie in te grijpen, maar een door de Geest tot schrijven opgewekte man, voor wie de Geest des Heeren wakende ter zijde stond. Wie deze geweest is, is niet met enige zekerheid te bepalen; waarschijnlijk een, die met David en de familie-overlevering van zijn huis in betrekking stond, en wel in de laatste jaren van zijn regering geleefd heeft, toen deze koning reeds zijn hoge theocratische betekenis voor Israel verkregen en de Goddelijke toezegging ontvangen had, dat zijn huis eeuwig zou bestaan (2 Samuel .7). Ruth, de Moabitische overgrootmoeder van David, verlangt met haar gehele ziel naar Israels God en volk en sluit zich bij deze met al de kracht van de liefde aan. Boaz is een waar Israeliet, zonder bedrog, vol heilige eerbied voor elke goddelijke en menselijke inzetting, vol welwillende liefde en vriendschap voor de arme heidense vrouw; van zulke voorvaders stamde Hij af, in wie al de heerlijkheid van Israel verenigd zou zijn en het zijn koninklijk, volmaakt toppunt bereiken zou.
Opmerkelijk is het dat, terwijl het boek van Ruth aanwijst, uit wat een echt vroom Israelitisch geslacht de hoofdkoning van Israel afstamt, de laatste hoofdstukken van het boek der Richteren aanwijzen, hoe noodzakelijk een koning voor het volk van Israel reeds geworden was. Dit is een sprekend getuigenis, hoezeer de Geest van God bij het ontstaan van de Heilige Schriften die mannen geleid heeft, door wie zij geschreven zijn, en hen ondanks hun verschillende roeping en gaven, tot eee grote eenheid heeft aaneengesloten; het is echter ook een onmiskenbaar teken, aan welke man wij deze vijf laatste hoofdstukken van het boek der Richteren te danken hebben en in welke tijd van zijn leven hij die geschreven heeft. Wij zullen later (1 Samuel .6:8vv.) zien, hoe zwaar het eerst voor Samuel was, zich naar de wil van het volk te schikken en een koning aan te stellen; Gods bevel en een daarmee verbonden toezegging kon pas zijn tegenstreven overwinnen en hem bewegen aan Israels verlangen te voldoen. Zo zou het kunnen schijnen dat Samuel zeker degene niet was, die deze hoofdstukken geschreven heeft, omdat hij in tegenspraak met zichzelf gekomen zou zijn, wanneer hij het koningschap als een weldaad geprezen had, dat hij vroeger zo beslist had bestreden als de ondergang van de door God toegekende vrijheid, omdat het geen volk van onderdanigen, aan menselijke koningen, maar een priesterlijk koninkrijk onder de regering van de Heere van alle heren zijn moest. Maar juist de meegedeelde omstandigheid is een bewijs, dat wat de Talmoed zegt: “Samuel is de vervaardiger van het boek der Richteren,” op waarheid berust. Hij, een aanvang van het eigenlijke profetische ambt in Israel, wiens levensbeeld door geen eigenbelang, geen zondige zwakheid besmet is, dat ons veeleer kinderlijke gehoorzaamheid aan het Woord van de Heere en onvoorwaardelijke overgave van het gehele onverdeelde hart aan Diens Geest laat zien deze had, toen hij zijn ambt als richter nederlegde en tegenover de nieuwe koning in het ambteloos leven terugtrad (1 Samuel .12), het volk getroost, toen het bevreesd werd over de eis van een koning. Hij had hun verzekerd: “Vreest niet, gij hebt al dit kwaad gedaan; maar wijkt niet van achter de Heere af, maar dient de Heere met uw gehele hart. De Heere zal Zijn volk niet verlaten omwille van Zijn grote Naam. Het zij verre van mij, dat ik tegen de Heere zou zondigen, dat ik zou aflaten voor u te bidden, maar ik zal u de goede en rechte weg leren.” De grijze man kende het volk, en wist, hoezeer zij aan het gevaar blootgesteld zouden zijn, om in de vorige afgoderij weer weg te zinken, wanneer God hen niet op een nieuwe weg leidde. Hoe zal hij zich verheugd hebben, toen hij de zegen van de koninklijke regering zich zag ontwikkelen, toen Saul niet alleen dapper tegen Israels vijanden streed en het redde van de hand van allen, die het beroofden (1 Samuel .14:47vv.) maar ook het aanzien van de goddelijke Wet overal in het land probeerde te herstellen en de waarzeggers en duivelskunstenaars uitroeide (1 Samuel .28:9). Was hij evenwel toen reeds zeker, dat het rijk van Saul niet zou bestaan, zo wist toch Samuel dat de Heere een man naar Zijn hart zocht, die Hij zou gebieden, vorst over Zijn volk te zijn (1 Samuel .13:14). De tegenwoordige zegeningen van de koninklijke regering waren dus slechts een handgeld, een onderpand van een toekomstige en grotere. Van daar zijn die woorden: “In die dagen was er geen koning in Israel, een ieder deed wat recht was in zijn ogen.” Zij zijn neergeschreven als een bewijs, dat dezelfde man, die Israel van de oude in de nieuwe toestand verplaatst had, ook tevreden met de nieuwe tijd geworden was, vergeleken bij het verleden, en aan de Heere de eer wilde geven, dat de Heere, zoals hij beloofd had (1 Samuel 12:20vv.), Zijn volk en Zijn werk niet verlaten kon.
Zijn wij overtuigd, dat de vijf laatste hoofdstukken Samuel als schrijver hebben, zo spreekt het vanzelf, dat ook het eerste gedeelte van het boek (1-16) hem toegeschreven wordt. Wie anders was in staat geweest, de geschiedenis van het Godsrijk te beschrijven van de dagen van Jozua tot aan de dagen van die man, met wiens profetische werkzaamheid de gehele periode van de richters eindigen zou? Wie zou in staat zijn geweest dit te doen op die wijze, die geheel met de geest van de Heilige Schrift overeenstemt? Wie anders kon de gedachten over Zijn Godsvolk zo verstaan? Er zijn ook in dit boek kentekenen genoeg, dat Samuel zijn vervaardiger moet zijn. Het vertelt de geschiedenis van de periode van de richters tot aan het einde, tot aan Simsons dood, en kan dus niet voor hem geschreven zijn; na hem kan het evenmin, om de volgende door Starke genoemde redenen vervaardigd zijn, 1e. hadden toen de Jebusieten nog de burg Sion te Jeruzalem in bezit (1:21), waaruit David hen dadelijk bij het begin van Zijn regering verdreef (2 Samuel .5:6vv.); 2e. worden in de boeken van Samuel (1 Samuel .12:9; 2 Samuel .11:21) verscheidene geschiedenissen uit het boek der Richteren aangehaald, dus moet het eerder geschreven zijn; 3e. komen in de Psalmen van David (Psalm 68:8 vv.; 97:5; 92:10) nu en dan spreekwijzen voor, die aan dit boek (Richteren 6:4vv.; 5:31) ontleend zijn. Wij hebben bij dit derde punt nog te noemen Psalm 110:6 vergeleken met Richteren 15:15vv. Wij voegen hier nog bij de woorden van Havernick: “Het is opmerkelijk, dat het werk met de geschiedenis van Simson afbreekt; daarmee staat het van een behoorlijke inleiding voorziene begin van het boek in strijd. Zeer moeilijk is het te verklaren, waarom hier niet de beide richters van het eerste boek van Samuel, Eli en Samuel, mede vermeld werden, wanneer niet de geschiedenis van deze mannen nog in vers aandenken, of zelfs de geschiedenis van de tegenwoordige tijd ware. In dat geval kon men alleen ten doel hebben de oudere gedenkwaardige voorvallen aan de vergetelheid te ontrukken”.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Ruth 4
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-17.KruisverwijzingenSpreuken 31:23→Deuteronomium 25:5→Ruth 3:12→1 Koningen 21:8→Genesis 38:8→Mattheüs 22:24→Deuteronomium 25:7→Deuteronomium 25:6→
— En Boaz ging op in de poort, en zette zich aldaar en ziet, de losser, van welken Boaz gesproken had, ging voorbij; zo zeide hij: Wijk herwaarts, zet u hier, gij, zulk een! En hij week derwaarts, en zette zich. En hij nam tien mannen van de oudsten der stad, en zeide: Zet u hier; en zij zetten zich. Toen zeide hij tot dien losser: Het stuk lands, dat van onzen broeder Elimelech was, heeft Naomi, die uit der Moabieten land wedergekomen is, verkocht; En ik heb gezegd: Ik zal het voor uw oor openbaren, zeggende: Aanvaard het in tegenwoordigheid der inwoners, en in tegenwoordigheid der oudsten mijns volks; zo gij het zult lossen, los het; en zo men het ook niet zou lossen, verklaar het mij, dat ik het wete; want er is niemand, behalve gij, die het losse, en ik na u. Toen zeide hij: Ik zal het lossen. Maar Boaz zeide: Ten dage, als gij het land aanvaardt van de hand van Naomi, zo zult gij het ook aanvaarden van Ruth, de Moabietische, de huisvrouw des verstorvenen, om den naam des verstorvenen te verwekken over zijn erfdeel. Toen zeide die losser: Ik zal het voor mij niet kunnen lossen, opdat ik mijn erfdeel niet misschien verderve; los gij mijn lossing voor u; want ik zal niet kunnen lossen. Nu was dit van ouds een gewoonheid in Israel, bij de lossing en bij de verwisseling, om de ganse zaak te bevestigen, zo trok de man zijn schoen uit en gaf die aan zijn naaste; en dit was tot een getuigenis in Israel. Zo zeide de losser tot Boaz: Aanvaard gij het voor u; en hij trok zijn schoen uit. Toen zeide Boaz tot de oudsten en al het volk: Gijlieden zijt heden getuigen, dat ik aanvaard heb alles, wat van Elimelech geweest is, en alles, wat van Chiljon en Machlon geweest is, van de hand van Naomi. Daartoe aanvaard ik mij ook Ruth, de Moabietische, de huisvrouw van Machlon, tot een vrouw, om den naam des verstorvenen over zijn erfdeel te verwekken, opdat de naam des verstorvenen niet worde uitgeroeid van zijn broederen, en van de poort zijner plaats; gijlieden zijt heden getuigen.
Nog in de morgen na die nacht, toen Ruth bij Boaz op de dorsvloer geweest was, begeeft Boaz zich naar de poort van de stad Bethlehem, handelt hier in aawezigheid van het volk en van tien geroepen oudsten met de losser. Deze doet afstand van zijn recht op het stuk grond, om de weduwe van Machlon niet te huwen. Boaz verkrijgt alzo zowel dat land tot een bezit als Ruth tot vrouw, opdat hij bij haar een nakomeling voor haar gestorven man verwekt en de naam en het geslacht van de eerste bewaard blijven in Israel. Het huwelijk wordt met een zoon gezegend, over wiens geboorte de vrouwen in Bethlehem Naomi gelukkig prijzen en die Isa?, de vader van David, tot zijn nakomeling heeft.
En Boaz, toen hij in de stad gekomen was (3:15) ging op in de poort, waar men openbare zaken pleegde te behandelen (Ge 19:1) en zette zich aldaar, om te wachten, totdat hij de naaste bloedverwant van Elimelech ontmoeten zou; en ziet, de losser, van wie Boaz gesproken had (3:12vv.), ging voorbij; zo zei hij: Wijk, kom hierheen, ga hier zitten, gij! 1) En hij, aan de uitnodiging voldoende, week daarheen en ging zich naast Boaz zetten.
Het Hebreeuws “ploni almoni” is de naam van een onzekere plaats.
Deze uitdrukking (in Dan.8:13 tot “palmoni” samengetrokken) betekent iemand, wiens naam men niet weet of noemen wil, een zeker iemand, zoals wij gewoon zijn te zeggen N. N. (Grieks o, h deina). Boaz heeft zonder twijfel de man bij zijn naam geroepen; de heilige schrijver echter hield het niet voor noodzakelijk de naam mee te delen. Wanneer de joodse traditie beweert, dat Nahesson vier zonen gehad heeft. 1. Elimelech 2. de hier door ploni almoni aangeduide losser 3. Salma, de vader van Boaz. 4. de vader van Na?mi, zo rust dit op enkel gissingen.
En hij, Boaz, riep uit de kring van de aanwezige burgers (vs.4) tien 1) mannen van de oudsten van de stad tot getuigen van hetgeen tussen hem en de losser behandeld zou worden, en zei: Ga hier zitten; en zij gingen zitten.
Tien is hier ook weer het getal van de volkomenheid. Hij noemt tien mannen van de oudsten van de stad, opdat aan de zaak, indien zij eenmaal beslist was, niets veranderd zou kunnen worden.
Toen zei hij tot die losser: Het stuk land, dat van onze broeder Elimelech was, heeft Naomi, die uit het Moabietenland teruggekomen is, verkocht. 1)
Hij vermeldt de terugkeer van Naomi uit het land van de Moabieten, opdat die andere zou weten, dat zij het land uit armoede en gebrek had verkocht.
Dit woord kan verklaard worden, of dat Naomi in de plaats van haar man Elimelech genoemd wordt, dus v??r zijn vertrek uit Bethlehem het land verkocht had, of men moet vertalen: “biedt te koop aan,” zodat Naomi aan ??n van de lossers aanbiedt haar recht op dat land te kopen (Ru 2:20″ en “Ru 3:5). Die aanbieding had zij gedaan door Ruth naar de dorsvloer te zenden.
En ik heb gezegd: Ik zal het voor uw oor openbaren, zeggende, om uw wil te vernemen: Aanvaard het recht van lossing en bezit in aanwezigheid van de inwoners, en in aanwezigheid van de oudsten van mijn volk: 1) zo gij hetzult lossen, los het; en zo men 2) het ook niet zou lossen, verklaar het mij, dat ik het wete en besluiten kan, wat ik doen zal; want er is niemand behalve gij, die het losse, die er enig recht op heeft, en ik na u. Toen zei hij, de naaste bloedverwant: Ik zal het lossen. Het was hem aangenaam, dat hij hier gelegenheid ontving, om hetgrondbezit van zijn huis te vergroten en wilde daarom graag het betrekkelijk geringe losgeld betalen.
In aanwezigheid van de oudsten van mijn volk is een nadere aanduiding van in aanwezigheid van de inwoners.
Men had hier gij en niet men of hij mogen verwachten, omdat het de andere losser gold. Hoogstwaarschijnlijk heeft echter Boaz zich nu van de persoon, die het gold, afgewend tot de getuigen.
Maar Boaz zei: Het is goed dat gij daartoe bereidwillig zijt, maar weet tevens: op de dag, dat gij het land aanvaardt van de hand van Naomi, zo zult gij het ook aanvaarden van Ruth, 1) de Moabitische, de vrouw van de destorven zoon, van Machlon, die na zijn vaders dood de wettige erfgenaam was, om de naam van de gestorvene te verwekken over zijn erfdeel, 2) om een zoon voor Machlon te verwekken, die de erfgenaam van het land zijn zal.
Van Naomi?s huwelijk kon geen sprake meer zijn, want zij was boven de leeftijd; het ontvangen uit de hand van Ruth sloot een Leviraatshuwelijk met laatstgenoemde in.
Wat de zaak betreft, zo was het stuk land, dat Naomi uit nood verkocht had, erfelijk eigendom van haar gestorven man Elimelech, van wie naar het bestaande recht zijn zoon het weer erfde, zodat het daardoor even goed eigendom van Ruth als van Naomi was. Uit de handeling van Boaz met de nadere losser blijkt duidelijk, dat Naomi het stuk land, dat een erfelijk bezit van haar man was geweest, verkocht had, en tot verkoop rechtens bevoegd was. Omdat nu, naar het Israelitische recht het grondbezit niet op de vrouw bij erfenis overging, maar op de kinderen, en wanneer er geen kinderen waren, op de naaste verwanten van de man (Num.27:8-11), zo was bij de dood van Elimelech zijn land rechtens overgegaan op zijn zonen en had toen deze zonder kinderen stierven, op zijn naaste verwanten moeten overgaan. Er ontstaat daarom de vraag, met welk recht Naomi het land van haar man als haar eigendom kon verkopen. De Rabbijnen menen, dat het land door de mannen aan Naomi en Ruth was geschonken. Alleen Elimelech kon zijn erfelijk stuk grond rechtens niet aan zijn vrouw geven, omdat bij zijn dood zijn twee zonen als rechtmatige erfgenamen achterbleven en Machlon was tot zo?n schenking evenmin bevoegd. De juiste verklaring is zonder twijfel de volgende: De wet omtrent de vererving van zonder kinderen gestorven Israelieten bepaalde niet de tijd, wanneer zo?n bezit op de nabestaanden van de gestorvene overging, of terstond na de dood van de bezitter, of pas na de dood van de achtergebleven weduwe (Num.27:9vv.). Zonder twijfel bestond de laatste gewoonte, zodat de weduwe levenslang in het bezit van de landen van haar man bleef, en zolang ook het recht had, in geval van nood, de eigendommen te verkopen, omdat toch de verkoop van een akker niet een werkelijke verkoop daarvan was, maar slechts een verkoop van de opbrengst tot op het jubeljaar. Ingeval nu een weduwe het land van haar gestorven man, zolang zij daarvan in het bezit was, uit nood verkocht en een nabestaande het inloste, zo lag op hem tevens de plicht, om niet alleen te zorgen voor het levensonderhoud van de verarmde weduwe, maar ook, indien zij nog jong was, haar te huwen, en de eerste zoon uit dit huwelijk in het geslacht van de gestorven man te laten inlijven, zodat deze het gehele stuk grond erfde en de naam en het eigendom van de gestorvene in Israel voortplantte. Hierom stelt Boaz de voorwaarde, dat hij, met de lossing van het stuk grond, tegelijk Ruth trouwt.
Toen hij echter hoorde, dat het stuk grond niet zijn eigendom zou worden, maar aan Elimelechs huis zou blijven, zei die losser: Ik zal het voor mij niet kunnen lossen, opdat Ik mijn erfdeel niet misschien verderve, 1) datik, door voor iemand anders geld te betalen, waarvan ik geen winst heb, mijn bezit niet verkleine; los gij als tweede bloedverwant, wanneer gij daarin zin hebt, mijn lossing voor u, want Ik zal niet kunnen lossen. 2)
Het lossen kostte geld, omdat de prijs van het veld tot aan het jubeljaar moest betaald worden. Verkreeg hij nu het land door de lossing tot zijn blijvend eigendom, zo had hij zijn grondbezit met dit stuk vermeerderd; moest hij daarentegen Ruth huwen, zo behoorde de geloste akker aan de zoon, die hij bij haar verwekken zou; hij had het uit zijn middelen voor de lossing betaalde geld voor die zoon uitgegeven en daardoor aan zijn bezit een kapitaal ontnomen; daarin had hij geen zin.
Door Cassel wordt dit anders verklaard. Hij zegt: “het heeft iets gedwongens, wanneer een vader in het eventuele geval, dat zijn eigen zoon een erfgoed aanvaardt, dit verderf voor zichzelf noemt. Uitdrukkelijk heeft Boaz van Ruth als van een Moabitische gesproken. In haar Moabitische afkomst moet voor de bloedverwant een reden liggen, om het voorstel af te wijzen. Men had het ongeluk van Elimelech verklaard uit zijn heengaan naar Moab, en de dood van Machlon en Chiljon uit hun huwelijk. Het erfgoed was daardoor in gevaar gebracht. De Goël vreest een gelijk lot (cf.Midras Ruth Rabba 35: a). Hij gelooft een vrouw niet in zijn huis te mogen nemen, bij wie een familie van Israel uitgestorven is. Het verbod om met Moabitische te trouwen schijnt voor hem, wat Ruth betreft, niet opgeheven te zijn. De man openbaart zich dus als een letterknecht en een bijgelovige. Hij ziet alleen het gericht en niet de liefde van de wet. Hij denkt aan Moab, en Ruth heeft haar toevlucht genomen onder de vleugels van Israels God. Hij begrijpt het verschil van de toestanden niet. Hij weet tijden en geesten niet te onderscheiden. Hij wil zijn erfgoed en zijn naam niet in gevaar brengen, en de geschiedenis weet niet eens meer, wat zijn naam was. Terwijl de schuld van Elimelech, Machlon en Chiljon door de liefde van Ruth verzoend is, en haar naam blijft, heeft zijn liefdeloosheid jegens Ruth het loon verkregen van zonder naam te zijn (oikov anwnumov genomenov cf.Isocrates 19:35). Wat een kostbare lering geeft hierin ons boek! Wat een eer geeft het aan de liefde, wat een straf kondigt het de bijgelovige Farizee?r aan!.
Zoals de losser wel het land, maar niet Ruth wilde, zo wil ook menigeen wel de hemel, maar geen wedergeboorte of heiligmaking, zonder welke niemand God zien zal; omdat men de gemeenschap met de Heere niet wil, wordt ook het erfgoed van de Here verloren.
Nu was, om hetgeen hierna verteld wordt, goed te kunnen begrijpen, dit vanouds 1) een gewoonte in Israel, die later buiten gebruik gekomen is, bij de lossing en bij de verwisseling, wanneer iemand zijn recht van lossing op eenander overdroeg, om de gehele zaak te bevestigen, aan haar kracht van wet te geven; dan trok de man zijn schoen uit en gaf die aan zijn naaste om daardoor zinnebeeldig te kennen te geven, dat hij van zijn zijde zijn recht op de ander overdroeg; en dit was tot een getuigenis in Israel; deze was de in Israel toen wettige vorm (De 25:10).
Uit dit vanouds (in het Hebreeuws Lephanim blijkt duidelijk, dat die gewoonte niet meer in zwang was, toen dit boek geschreven werd.
In Engeland was het lang de gewoonte om het bezit van het huis aan te duiden door de overgave van de sleutel en van het land, door het toezenden van een kluit aarde.
Toen zei deze losser tot Boaz, zoals reeds in vs.6 gemeld is: Aanvaard gij het stuk land voor u, en hij trok volgens het zo-even vermelde gebruik (vs.7), zijn schoen uit 1) en gaf die aan Boaz.
Met de schoen trad men op de aarde, daarom betekent de schoen de macht, die men over iets uitoefent. God werpt in de Psalm (60:10; 108:10) Zijn schoen over Edom. Reeds heeft Rosenmuller herinnerd aan het voorbeeld van de Abessinische koning, die zijn schoen werpt over hetgeen hij hebben wil.
Toen zei Boaz, terwijl hij de schoen nam, tot de oudsten, die hij geroepen had (vs.2), en tot al het volk dat bovendien aanwezig was: Gij zijt heden getuigen, dat ik, bij weigering van de losser, aanvaard heb alles wat van Elimelech geweest is, en dus tevens alles wat van Chiljon en Machlon geweest is, van de hand van Naomi, 1) die het mij overgeeft om het te lossen.
Boaz noemt hier de naam van Naomi, niet die van Ruth, omdat nog het recht van laatstgenoemde, als van een Moabitische, betwist kon worden en dat van haar schoonmoeder niet.
Daartoe aanvaard ik mij ook Ruth, de Moabitische, Machlons huisvrouw, tot een vrouw, om den naam des verstorvenen over zijn erfdeel te verwekken, opdat de naam des verstorvenen niet worde uitgeroeid van zijn broederen en van de poort zijner plaats; gijlieden zijt heden getuigen.
En al het volk, dat in de poort was, evenals de oudsten zeiden: Wij zijn getuigen en verheugen er ons in om uw belofte aangaande uw huwelijk met Ruth. De HEERE zegene u voor deze liefde, die gij aan de gestorven Machlon bewijst en make deze vrouw, die als een kinderloze weduwe in uw huis komt, zo vruchtbaar als a) Rachel en als Lea, die beiden uit zich en haar maagden het huis van Israel, wier stammoeders zij zijn, gebouwd hebben; en handel kloek in Efratha, 1) en maak uw naam vermaard in Bethlehem; verkrijg door kloeke zonen, die gij, behalve voor Machlon (vs.10), voor uzelf verwekken moogt, een beroemde naam!
Genesis 29:32 enz.; 30:24,25; 35:17,18
In het Hebreeuws We?seh-chajil. Letterlijk verschaffe kracht, hier in de zin van, geve u krachtige zonen, n.l. uit Ruth. Het tweede gedeelte maak uw naam vermaard, is betrekkelijk in dezelfde zin op te vatten. Zij wensen hem toe, dat hij door zijn zonen een beroemde naam krijgt. Daarom gaan ook de namen van Rachel en Lea vooraf, omdat het volk van Israel uit hun twaalf zonen waren voortgekomen.
En uw huis 1) zij zo talrijk in nakomelingen en zo aanzienlijk als het huis van Perez, 2) (die Thamar, als de voornaamste van haar tweeling, aan Juda baarde; Genesis38:27vv.) van het nageslacht, dat de HEERE u geven zal uit deze jonge vrouw!
1 Kronieken 2:4 Matth.1:3
Boaz is de man, die van zijn eigen vermogen kan opofferen, wanneer het te doen is om oude rechten in Israel te bewaren en een geslacht in stand te houden; niet voor zichzelf lost hij de akker, maar voor de zoon, die hij bij Ruth zal verwekken. Wel is Ruth een persoon, van wie de gehele stad weet, dat zij een deugdzame vrouw is (3:11), en haar tot vrouw te verkrijgen, werd door hem zeer gewenst; maar de goddelijke inzettingen stelde hij hoger dan zijn persoonlijke wensen (Ru 3:7), en pas toen de losser geweigerd had, verklaarde hij haar te willen huwen. Deze zelfopoffering en grootmoedigheid van de man, hoewel men die ook, bij onbekendheid van hetgeen voorafgegaan was, niet in haar gehele omvang kon begrijpen, is het dan ook, wat de oudsten en het volk tot die bijzondere zegenbede beweegt. Wij weten nu niet of, zoals wij verklaard hebben, men bedoeld heeft, dat Boaz niet alleen voor Elimelech maar ook voor zichzelf zonen verkrijgen zou, of dat slechts aan d zoon gedacht is, door wie hij de gestorvene een naam over zijn erfdeel zou verwekken; in elk geval heeft, zoals het volgende aantoont, de vervulling slechts plaats gevonden, wat het laatste betreft, ten minste er is in het vervolg alleen sprake van Obed, in wie Boaz het geslacht van Elimelech voortplantte. Merkwaardig is het, dat niet alleen in deze zoon de ene vervulling gevonden heeft boven bidden en denken, maar deze ook in de geslachtsregisters niet alleen Elimelechs, maar ook Boaz?, zoon genoemd wordt. Evenals het voorheen een goddelijke leiding geweest is, dat Machlons huwelijk juist met Ruth kinderloos gebleven is, hoewel zij bleek niet onvruchtbaar te zijn, zo was het ook een leiding van de goddelijke Voorzienigheid, dat slechts die zoon aan Boaz geboren werd. Dezelfde zoon, die de gestorvene over zijn erfdeel verwekt werd, bleef daardoor een zoon van Boaz zelf, wiens erfgenaam hij daardoor tevens werd; hij verenigde in zijn bezit de goederen van beide vaders, en omdat die van Boaz zeker aanzienlijker waren dan die van Machlon, zo werd hij des te meer de zoon van de eerste genoemd, omdat diens naam door zijn edele gezindheid meer beroemd geworden was in Efratha.
Van Perez stamden de voorvaderen van Boaz af, die in vs.18 en 1 Kronieken 2:5 opgeteld worden. Zoals van Perez, zo zou ook van het nageslacht, dat de HEERE aan Boaz door Ruth zou geven, een talrijke nakomelingschap voortkomen.
Alzo nam Boaz Ruth, en zij werd hem ter vrouw en hij ging tot haar in; en de HEERE gaf haar, dat zij zwanger werd en een zoon baarde.
Toen zeiden de vrouwen van Bethlehem tot Naomi, omtrent wie zij vroeger, bij haar terugkeren uit het land van Moab verwonderd gevraagd hadden: Is dit Naomi? (1:19vv.): Geloofd zij de HEERE, die niet heeft nagelaten u heden een losser 1) te geven, omdat reeds bijna naam en bezit van echtgenoot en zonen onder het volk teniet waren gegaan. De Heere heeft dit verhoed, en zijn naam worde vermaard in Israel en met hem die van uw gestorven man.
Met de losser wordt niet Boaz bedoeld, maar de pasgeboren zoon van Ruth, die nu in de plaats kwam van Machlon, en daarom van Naomi de smaad van de kinderloosheid wegnam, en daardoor tevens hoop voor haar werd, dat haar geslacht in stand zou worden gehouden.
Die zal u zijn tot een verkwikker van de ziel. 1) Na zo veel bittere ondervindingen (1:20vv.) zal deze uw vreugde zijn en om uw ouderdom te onderhouden, zodat gij voortaan niet meer uw onderhoud behoeven te zoeken als de armen en vreemdelingen (2:2vv.). Des te meer zal die zoon een voorwerp van uw vreugde zijn, wanneer gij aan de ondervindingen denkt van de tijd tussen uw terugkomst uit Moab en de huidige tijd, want uw schoondochter, die u liefheeft, zodat zij vaderhuis en vaderland omuwentwil verliet, en alle verwachtingen van haar jeugd varen liet (3:10), heeft hem gebaard, die u beter is dan zeven zonen; zij is een schoondochter die u tot een moeder maakt, gelukkiger dan een, die zich op verscheidene zonen beroemen kan.
Of, terugbrenger van de ziel. Het beeld is ontleend aan iemand, die in onmacht ligt en nu weer bijkomt. Zo was ook deze zoon voor Naomi. Hij herstelde haar weer door de gunst van God in haar vorige staat en zou tevens een middel zijn in Gods hand om haar een gelukkige ouderdom te bereiden.
En Naomi nam dat kind, 1) dat Ruth gebaard had (vs.13), en zette het op haar schoot, ten teken, dat zij het als haar eigen kind, als haar erfgenaam aanzag, en werd zijn voedster, 2) degene, die voor zijn opvoeding zorgde.
Nu is Mara weer Naomi geworden, en Orpa, wanneer zij hiervan in Moab gehoord heeft, kan niet anders dan haar zuster benijd hebben. Hoe zeker en edelmoedig zijn de beloningen van de Almachtige! Wie kwam ooit tevergeefs onder Zijn schaduw? Wie heeft er ooit bij verloren door op Hem te vertrouwen? Wie heeft ooit het Moab van deze wereld verlaten voor het ware Israel, en heeft zich tenslotte in de ruil niet verheugd.
Naomi is overal het beeld van de gemeente van Christus, die door liefde wint, belijdt en opvoedt. Mensen, die haar overigens in het natuurlijk hart vijandig zijn, worden haar gehoorzame kinderen. Als er in de kerk afval en ellende is, dan moeten priesters en predikers zelf als Naomi, boete doen en zichzelf niet verontschuldigen. Wanneer zij liefhebben voelen zij zeker voor alles, dat zij zichzelf hebben aan te klagen. Wanneer de kerk geen joden en heidenen bekeert, zo is het een teken van een hard hart, wanneer men alle schuld op hen werpt en zichzelf spaart. Hoeveel schuld er op de kerk rust dat zij, door aanstoot te geven, gemaakt heeft, dat duizenden niet tot de Verlosser gekomen zijn, weet God alleen. Hoeveel schuld zij heeft, dat zij de naderenden niet goed verzorgde, met liefde, wijsheid en geloof, dat zal ook eens openbaar worden!.
En de buurvrouwen gaven hem, toen zij op de achtste dag de besnijding bijwoonden, een naam, volgens het recht, dat de vrienden en buren hadden (Luk.1:59), en drukten in deze het gevoel uit, dat de geboorte van het kind bij hen opgewekt had (vs.15), zeggende: Aan Naomi is een zoon geboren, die voor haar is om haar tot vreugde en ondersteuning te zijn; en zij noemden hem Obed 1) (= dienaar): deze is, zoals later (vs.18vv.) aangewezen zal worden, de vader van Isai (= geluk), Davids (= bemind) vader. 2)
Omdat het volgens Deuteronomium 25:6 eigenlijk de naam Machlon had moeten zijn, tekent Augustinus bij deze plaats aan, “dat zij handelden in de geest van Machlon, die ook aan zijn zoon niet zijn eigen naam zou hebben gegeven.” Obed betekent: dienende, en het kind werd daarom die naam gegeven, omdat hij voor Naomi aldus zou wezen.
O Moab! uit u zal het onbevlekte Lam voortkomen, dat de zonden der wereld draagt, dat over de gehele aarde heerst.
Ruth baarde een zoon, door wie duizenden en tienduizenden voor God geboren zijn; en omdat zij een voormoeder van Christus was, was zij dienstbaar tot het geluk van allen, die door Hem gered zijn, zowel van ons, die uit de volken zijn, als van hen, die van joodse afkomst zijn. Zij was van Gods wege een getuige voor de wereld van de volken, dat hij hen niet geheel had verlaten, meer dat zij op de juiste tijd in het uitverkoren volk zouden worden ingelijfd en deelgenoten worden van Zijn redding.
Hier is Davids afkomst van Ruth. Het was de joden voorzegd, dat de Messias uit de stam van Juda geboren zou worden, en het is later verder geopenbaard, dat Hij uit het geslacht van David zou zijn. Daarom was het tot goed begrip van deze profetien nodig, dat de geschiedenis van het geslacht in deze stam geschreven werd, voordat die profetien geopenbaard waren om elke verdenking te voorkomen.
II. Vs. 18-22.KruisverwijzingenMattheüs 1:3→1 Kronieken 2:4→Mattheüs 1:5→Lukas 3:33→Numeri 1:7→1 Kronieken 4:1→1 Kronieken 2:9→Mattheüs 1:4→
— Dit nu zijn de geboorten van Perez: Perez gewon Hezron; En Hezron gewon Ram; en Ram gewon Amminadab; En Amminadab gewon Nahesson; en Nahesson gewon Salma; En Salmon gewon Boaz, en Boaz gewon Obed; En Obed gewon Isai; en Isai gewon David.
Het boekje eindigt met een geslachtsregister van Perez tot David, dit geeft het eigenlijk doel te kennen, waarmee het geschreven is; het wilde ons in de geschiedenis van Davids huis voor David inleiden en op de merkwaardige leidingen opmerkzaam maken, die aan dit huis reeds voor de tijd van zijn grootste nakomeling ten deel werd.
Dit nu zijn de geboorten van Perez, het geslacht, dat de eerste plaats onder de drie geslachten van Juda innam (Num.26:19vv.): a) Perez, de oudste van Juda’s tweeling bij Thamar (Genesis38:29), die volgens het recht van de Leviraatsecht in de plaats van Ger kwam en voor de eerstgeborene van de stamvader gehouden werd, gewon Hezron (Genesis46:12).
En Hezron gewon, behalve twee andere zonen (1 Kronieken 2:9), Ram (= hoog), en Ram gewon Amminadab, met wiens dochter Eliseba Aaron trouwde (Ex.6:23).
En Amminadab gewon Nahesson, de vorst en aanvoerder van het huis van Juda onder Mozes (Num.1:7; 2:3; 7:12), en Nahesson gewon Salma, die Rachab van Jericho tot een vrouw nam, nadat zij zich tot God bekeerd had en zij in de gemeente van Israel was opgenomen. (Jos 6.25″ en Matth.1:5).
En Salmon gewon door een van zijn nakomelingen Boaz 1) (2:1), en Boaz gewon bij Ruth Obed.
Als wij aannemen, dat de verovering van Jericho ongeveer in 1451 v. C. plaatsgehad heeft, Boaz daarentegen met Ruth ongeveer in 1202 v. C. gehuwd is (naar onze berekening duurde de tijd van de verdrukking van de Midianieten van 1216-1209, op het vroegst gerekend is in 1212 Elimelech uit Bethlehem gegaan, tien jaar later keerde Naomi terug), dan is er een tussenruimte van 249 jaar; er moeten dus tussen Salma en Boaz enige leden van het geslacht uitgevallen zijn, zoals in geslachtsregisters meermalen namen, die van geen grote betekenis zijn, weggelaten worden (vgl. 1 Kronieken 4:1 met 2:50 Ezra 7:3 met 1 Kronieken 7:7-10 Matth.1:8 met 2 Koningen .8:24; 11:2; 14:21 De naam Salmon wordt door velen voor dezelfde als Salma gehouden, door anderen niet, die dan in het verschil van naam het bewijs voor het door ons beweerde zien.
En Obed gewon door zijn bij name niet bekende zoon: Isai, 1) en Isai gewon David, 2) de jongste van zijn zeven zonen (1 Samuel 16: 10).
Ook tussen Obed (ongeveer in 1201 v. C. geboren) en Isai (ongeveer in 1135 geb.) is de tussenruimte te groot, dan dat men hier niet eveneens het uitvallen van een lid zou moeten aannemen.
Tien leden van het geslacht, van Perez tot op David, worden genoemd. Ook hier is 10 weer het getal van de volkomenheid.
Evenals van de oudste tijden de stam van Juda een bijzondere plaats onder de overige stammen van Israel innam (Genesis49:8vv. Num.2:3, Richteren 1:2; 20:18), zo munt van begin af aan de familie, waartoe Isai behoorde, boven de overige geslachten uit. In de geschiedenis van dit geslacht is opmerkelijk, dat driemaal beroemde heidinnen (Thamar, Rachab, Ruth) voorkomen en de stammoeders van de hoofdlijn worden; in hen werd dus de door de zegen van Genesis12:3 aan Abrahams nageslacht ingeplante begeerte naar vereniging met het heidendom bevestigd op ware en echt theocratische wijze; een begeerte, die overigens dikwijls een verkeerde richting nam. Hoe door haar, zelfs in de tijden van verval als die van de richters, vroomheid op het edelste en liefelijkste wijze openbaar werd, toont de geschiedenis van Ruth en van Boaz; deze is een voorbeeld van theocratische nauwgezetheid, die een waarlijk gewijde bloem van het heidendom, die haar kelk vol verlangen naar het licht van de goddelijke openbaring in Israel uitstrekt.
Wanneer wij de drie aanhangsels aan het boek der Richteren vergelijken (Richteren 17 en 19 en Ruth), dan zien wij tegenover de beide verhalen van gruwelen in Israel, een liefelijk tafereel, waar een heiden in Israel intreedt. Het is ons niet alleen een intern bewijs voor de waarheid, maar wijst ons ook op de verwerping van de Messias door Israel, op de aanneming door de heidenen van de zaligheid uit Israel, die door Israelieten is gepredikt, en het heil dat voor Israel zijn zal, als de volheid van de heidenen zal zijn ingegaan.
De tijd zou komen, dat Bethlehem-Juda groter wonderen openbaarde, dan die in de geschiedenis van Ruth vermeld zijn, wanneer het verworpen Kind van een andere vrouw uit hetzelfde geslacht verscheen, tot Wie de Wijzen kwamen en schatten van goud en aloe en mirre aan Zijn voeten legden. Zijn naam zal eeuwig duren en alle volken zullen Hem zegenen. In de aanneming van Ruth in de Kerk van God en in de gemeente van Israel is een straal van hoop opgerezen voor de heidenwereld. In dat nageslacht zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend zijn.
Deze allen zijn door Mattheus in het Woord in de genealogie van Christus aangebracht, opdat wij zouden weten, dat deze historie niet slechts op David, maar ook op Jezus Christus betrekking heeft, die door allen wordt aangekondigd als Redder en Behouder van het menselijk geslacht, en opdat wij zouden verstaan, hoe in zijn verwonderlijke goedertierenheid de Heere de verworpenen en verachten opheft tot de hoogste eer.
SLOTWOORD
Op het boek der Richteren en het boek Ruth.
Met betrekking tot de tijd van de geschiedenis, ons in het boek van Ruth meegedeeld, kan het gevoegelijk als een derde aanhangsel van het boek der Richteren beschouwd worden, waarvan de vijf laatste hoofdstukken reeds twee van zulke aanhangsels bevatten (Jud 21:24). Wat het doel betreft is het als een aanvulling te beschouwen, of zo men wil als een inleiding op de boeken van Samuel. Het laat ons toch een blik werpen in de geest en in het karakter van de voorvaderen van die familie, waaruit David, Israels vroomste en grootste koning, afstamde, die tevens de belofte had, dat uit zijn zaad de Messias, naar het vlees, geboren zou worden. Het is dus zeer terecht in onze Bijbel tussen de Richteren en Samuel geplaatst, hoewel deze niet de oorspronkelijke plaats is. De Hebreeuwse Bijbel voegt het bij de Chetubim of Hagiographa (De 18:22). Dat het oorspronkelijk met het boek der Richteren een geheel zou uitgemaakt hebben, is een mening van Josefus, die zeer willekeurig met de boeken van de Heilige Schrift gehandeld heeft (hij rekent in het geheel 22), en die geen voldoende grond heeft. Integendeel geeft de plaatsing onder de Hagiographa ons een vingerwijzing omtrent de vervaardiger van het boek; het behoort noch tot de Richteren, noch tot de beide boeken van Samuel, en heeft tot zijn schrijver geen met name genoemde profeet, die de roeping had in de beschrijving van de geschiedenis van de theocratie in te grijpen, maar een door de Geest tot schrijven opgewekte man, voor wie de Geest des Heeren wakende ter zijde stond. Wie deze geweest is, is niet met enige zekerheid te bepalen; waarschijnlijk een, die met David en de familie-overlevering van zijn huis in betrekking stond, en wel in de laatste jaren van zijn regering geleefd heeft, toen deze koning reeds zijn hoge theocratische betekenis voor Israel verkregen en de Goddelijke toezegging ontvangen had, dat zijn huis eeuwig zou bestaan (2 Samuel .7). Ruth, de Moabitische overgrootmoeder van David, verlangt met haar gehele ziel naar Israels God en volk en sluit zich bij deze met al de kracht van de liefde aan. Boaz is een waar Israeliet, zonder bedrog, vol heilige eerbied voor elke goddelijke en menselijke inzetting, vol welwillende liefde en vriendschap voor de arme heidense vrouw; van zulke voorvaders stamde Hij af, in wie al de heerlijkheid van Israel verenigd zou zijn en het zijn koninklijk, volmaakt toppunt bereiken zou.
Opmerkelijk is het dat, terwijl het boek van Ruth aanwijst, uit wat een echt vroom Israelitisch geslacht de hoofdkoning van Israel afstamt, de laatste hoofdstukken van het boek der Richteren aanwijzen, hoe noodzakelijk een koning voor het volk van Israel reeds geworden was. Dit is een sprekend getuigenis, hoezeer de Geest van God bij het ontstaan van de Heilige Schriften die mannen geleid heeft, door wie zij geschreven zijn, en hen ondanks hun verschillende roeping en gaven, tot eee grote eenheid heeft aaneengesloten; het is echter ook een onmiskenbaar teken, aan welke man wij deze vijf laatste hoofdstukken van het boek der Richteren te danken hebben en in welke tijd van zijn leven hij die geschreven heeft. Wij zullen later (1 Samuel .6:8vv.) zien, hoe zwaar het eerst voor Samuel was, zich naar de wil van het volk te schikken en een koning aan te stellen; Gods bevel en een daarmee verbonden toezegging kon pas zijn tegenstreven overwinnen en hem bewegen aan Israels verlangen te voldoen. Zo zou het kunnen schijnen dat Samuel zeker degene niet was, die deze hoofdstukken geschreven heeft, omdat hij in tegenspraak met zichzelf gekomen zou zijn, wanneer hij het koningschap als een weldaad geprezen had, dat hij vroeger zo beslist had bestreden als de ondergang van de door God toegekende vrijheid, omdat het geen volk van onderdanigen, aan menselijke koningen, maar een priesterlijk koninkrijk onder de regering van de Heere van alle heren zijn moest. Maar juist de meegedeelde omstandigheid is een bewijs, dat wat de Talmoed zegt: “Samuel is de vervaardiger van het boek der Richteren,” op waarheid berust. Hij, een aanvang van het eigenlijke profetische ambt in Israel, wiens levensbeeld door geen eigenbelang, geen zondige zwakheid besmet is, dat ons veeleer kinderlijke gehoorzaamheid aan het Woord van de Heere en onvoorwaardelijke overgave van het gehele onverdeelde hart aan Diens Geest laat zien deze had, toen hij zijn ambt als richter nederlegde en tegenover de nieuwe koning in het ambteloos leven terugtrad (1 Samuel .12), het volk getroost, toen het bevreesd werd over de eis van een koning. Hij had hun verzekerd: “Vreest niet, gij hebt al dit kwaad gedaan; maar wijkt niet van achter de Heere af, maar dient de Heere met uw gehele hart. De Heere zal Zijn volk niet verlaten omwille van Zijn grote Naam. Het zij verre van mij, dat ik tegen de Heere zou zondigen, dat ik zou aflaten voor u te bidden, maar ik zal u de goede en rechte weg leren.” De grijze man kende het volk, en wist, hoezeer zij aan het gevaar blootgesteld zouden zijn, om in de vorige afgoderij weer weg te zinken, wanneer God hen niet op een nieuwe weg leidde. Hoe zal hij zich verheugd hebben, toen hij de zegen van de koninklijke regering zich zag ontwikkelen, toen Saul niet alleen dapper tegen Israels vijanden streed en het redde van de hand van allen, die het beroofden (1 Samuel .14:47vv.) maar ook het aanzien van de goddelijke Wet overal in het land probeerde te herstellen en de waarzeggers en duivelskunstenaars uitroeide (1 Samuel .28:9). Was hij evenwel toen reeds zeker, dat het rijk van Saul niet zou bestaan, zo wist toch Samuel dat de Heere een man naar Zijn hart zocht, die Hij zou gebieden, vorst over Zijn volk te zijn (1 Samuel .13:14). De tegenwoordige zegeningen van de koninklijke regering waren dus slechts een handgeld, een onderpand van een toekomstige en grotere. Van daar zijn die woorden: “In die dagen was er geen koning in Israel, een ieder deed wat recht was in zijn ogen.” Zij zijn neergeschreven als een bewijs, dat dezelfde man, die Israel van de oude in de nieuwe toestand verplaatst had, ook tevreden met de nieuwe tijd geworden was, vergeleken bij het verleden, en aan de Heere de eer wilde geven, dat de Heere, zoals hij beloofd had (1 Samuel 12:20vv.), Zijn volk en Zijn werk niet verlaten kon.
Zijn wij overtuigd, dat de vijf laatste hoofdstukken Samuel als schrijver hebben, zo spreekt het vanzelf, dat ook het eerste gedeelte van het boek (1-16) hem toegeschreven wordt. Wie anders was in staat geweest, de geschiedenis van het Godsrijk te beschrijven van de dagen van Jozua tot aan de dagen van die man, met wiens profetische werkzaamheid de gehele periode van de richters eindigen zou? Wie zou in staat zijn geweest dit te doen op die wijze, die geheel met de geest van de Heilige Schrift overeenstemt? Wie anders kon de gedachten over Zijn Godsvolk zo verstaan? Er zijn ook in dit boek kentekenen genoeg, dat Samuel zijn vervaardiger moet zijn. Het vertelt de geschiedenis van de periode van de richters tot aan het einde, tot aan Simsons dood, en kan dus niet voor hem geschreven zijn; na hem kan het evenmin, om de volgende door Starke genoemde redenen vervaardigd zijn, 1e. hadden toen de Jebusieten nog de burg Sion te Jeruzalem in bezit (1:21), waaruit David hen dadelijk bij het begin van Zijn regering verdreef (2 Samuel .5:6vv.); 2e. worden in de boeken van Samuel (1 Samuel .12:9; 2 Samuel .11:21) verscheidene geschiedenissen uit het boek der Richteren aangehaald, dus moet het eerder geschreven zijn; 3e. komen in de Psalmen van David (Psalm 68:8 vv.; 97:5; 92:10) nu en dan spreekwijzen voor, die aan dit boek (Richteren 6:4vv.; 5:31) ontleend zijn. Wij hebben bij dit derde punt nog te noemen Psalm 110:6 vergeleken met Richteren 15:15vv. Wij voegen hier nog bij de woorden van Havernick: “Het is opmerkelijk, dat het werk met de geschiedenis van Simson afbreekt; daarmee staat het van een behoorlijke inleiding voorziene begin van het boek in strijd. Zeer moeilijk is het te verklaren, waarom hier niet de beide richters van het eerste boek van Samuel, Eli en Samuel, mede vermeld werden, wanneer niet de geschiedenis van deze mannen nog in vers aandenken, of zelfs de geschiedenis van de tegenwoordige tijd ware. In dat geval kon men alleen ten doel hebben de oudere gedenkwaardige voorvallen aan de vergetelheid te ontrukken”.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel