Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ruth 4

1 En Boaz ging op in de poort, en zette zich aldaar en ziet, de losser, van welken Boaz gesproken had, ging voorbij; zo zeide hij: Wijk herwaarts, zet u hier, gij, zulk een! En hij week derwaarts, en zette zich.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En BoazH1162 ging op in de poortH8179, en zetteH3427 zich aldaarH8033 en zietH2009, de losserH1350, van welkenH834 BoazH1162 gesprokenH1696 had, ging voorbijH5674; zo zeideH559 hij: WijkH5493 herwaarts, zetH3427 u hier, gij, zulk een! En hij weekH5493 derwaarts, en zetteH3427 zich. En Boaz ging op in de poort, en zette zich aldaar en ziet, de losser, van welken Boaz gesproken had, ging voorbij; zo zeide hij: Wijk herwaarts, zet u hier, gij, zulk een! En hij week derwaarts, en zette zich.

KJV Then went2 Boaz1 up to the gate,3 and sat him down4 there: and, behold, the kinsman7 of whom Boaz11 spake10 came8 by; unto whom he said,12 Ho, such16 a one!17 turn aside,13 sit down14 here. And he turned aside,18 and sat down.

1 וּבֹ֨עַז H1162 Boaz Boaz 2 עָלָ֣ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 3 הַשַּׁעַר֮ H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 4 וַיֵּ֣שֶׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 5 שָׁם֒ H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 6 וְהִנֵּ֨ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 7 הַגֹּאֵ֤ל H1350 Verlosser, lossen, verlost [idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger 8 עֹבֵר֙ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 9 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 דִּבֶּר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 11 בֹּ֔עַז H1162 Boaz Boaz 12 וַיֹּ֛אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 ס֥וּרָה H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 14 שְׁבָה H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 15 פֹּ֖ה H6311 hier, hierheen here, hither, the one (other, this, that) side 16 פְּלֹנִ֣י H6423 such 17 אַלְמֹנִ֑י H492 one, and such 18 וַיָּ֖סַר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 19 וַיֵּשֵֽׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En hij nam tien mannen van de oudsten der stad, en zeide: Zet u hier; en zij zetten zich.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En hij namH3947 tienH6235 mannenH582 van de oudstenH2205 der stadH5892, en zeideH559: ZetH3427 u hier; en zij zettenH3427 zich. En hij nam tien mannen van de oudsten der stad, en zeide: Zet u hier; en zij zetten zich.

KJV And he took1 ten2 men of the elders4 of the city,5 and said,6 Sit ye down7 here. And they sat down.

1 וַיִּקַּ֞ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 עֲשָׂרָ֧ה H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 3 אֲנָשִׁ֛ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 מִזִּקְנֵ֥י H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 5 הָעִ֖יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 6 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 שְׁבוּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 8 פֹ֑ה H6311 hier, hierheen here, hither, the one (other, this, that) side 9 וַיֵּשֵֽׁבוּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Toen zeide hij tot dien losser: Het stuk lands, dat van onzen broeder Elimelech was, heeft Naomi, die uit der Moabieten land wedergekomen is, verkocht;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Toen zeideH559 hij tot dien losserH1350: Het stukH2513 landsH7704, datH834 van onzen broederH251 ElimelechH458 was, heeft NaomiH5281, die uit der MoabietenH4124 landH7704 wedergekomenH7725 is, verkochtH4376; Toen zeide hij tot dien losser: Het stuk lands, dat van onzen broeder Elimelech was, heeft Naomi, die uit der Moabieten land wedergekomen is, verkocht;

KJV And he said1 unto the kinsman,2 Naomi,9 that is come again10 out of the country4 of Moab,12 selleth8 a parcel3 of land,11 which was our brother6 Elimelech's:

1 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לַגֹּאֵ֔ל H1350 Verlosser, lossen, verlost [idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger 3 חֶלְקַת֙ H2513 stuk, deel, stuk akkers field, flattering(-ry), ground, parcel, part, piece of land (ground), plat, portion, slippery place, smooth (thing) 4 הַשָּׂדֶ֔ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 5 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 לְאָחִ֖ינוּ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 7 לֶאֱלִימֶ֑לֶךְ H458 Elimelech Elimelech 8 מָכְרָ֣ה H4376 verkocht, verkopen, verkochten [idiom] at all, sell (away, -er, self) 9 נָעֳמִ֔י H5281 Naomi Naomi 10 הַשָּׁ֖בָה H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 11 מִשְּׂדֵ֥ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 12 מוֹאָֽב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En ik heb gezegd: Ik zal het voor uw oor openbaren, zeggende: Aanvaard het in tegenwoordigheid der inwoners, en in tegenwoordigheid der oudsten mijns volks; zo gij het zult lossen, los het; en zo men het ook niet zou lossen, verklaar het mij, dat ik het wete; want er is niemand, behalve gij, die het losse, en ik na u. Toen zeide hij: Ik zal het lossen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En ik heb gezegdH559: Ik zal het voor uw oorH241 openbarenH1540, zeggendeH559: AanvaardH7069 het in tegenwoordigheidH5048 der inwonersH3427, en in tegenwoordigheidH5048 der oudstenH2205 mijns volksH5971; zoH518 gij het zult lossenH1350, losH1350 het; en zoH518 men het ook nietH3808 zou lossenH1350, verklaarH5046 het mij, dat ik het weteH3045; wantH3588 er is niemandH369, behalve gij, die het losseH1350, en ik naH310 u. Toen zeideH559 hij: Ik zal het lossenH1350. En ik heb gezegd: Ik zal het voor uw oor openbaren, zeggende: Aanvaard het in tegenwoordigheid der inwoners, en in tegenwoordigheid der oudsten mijns volks; zo gij het zult lossen, los het; en zo men het ook niet zou lossen, verklaar het mij, dat ik het wete; want er is niemand, behalve gij, die het losse, en ik na u. Toen zeide hij: Ik zal het lossen.

KJV And I thought2 to advertise3 thee, saying,5 Buy6 it before the inhabitants,8 and before the elders10 of my people.11 If thou wilt redeem13 it, redeem14 it: but if thou wilt not redeem17 it, then tell18 me, that I may know:20 for there is none to redeem24 it beside23 thee; and I am after26 thee. And he said,27 I will redeem

1 וַאֲנִ֨י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 אָמַ֜רְתִּי H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אֶגְלֶ֧ה H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 4 אָזְנְךָ֣ H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show 5 לֵאמֹ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 קְ֠נֵה H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily 7 נֶ֥גֶד H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 8 הַֽיֹּשְׁבִים֮ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 9 וְנֶ֣גֶד H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 10 זִקְנֵ֣י H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 11 עַמִּי֒ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 12 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 13 תִּגְאַל֙ H1350 Verlosser, lossen, verlost [idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger 14 גְּאָ֔ל H1350 Verlosser, lossen, verlost [idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger 15 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 16 לֹ֨א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 יִגְאַ֜ל H1350 Verlosser, lossen, verlost [idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger 18 הַגִּ֣ידָה H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 19 לִּ֗י 20 וְאֵֽדְעָה֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 21 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 22 אֵ֤ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 23 זוּלָֽתְךָ֙ H2108 behalve, uitgezonderd beside, but, only, save 24 לִגְא֔וֹל H1350 Verlosser, lossen, verlost [idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger 25 וְאָנֹכִ֖י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 26 אַחֲרֶ֑יךָ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 27 וַיֹּ֖אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 28 אָנֹכִ֥י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 29 אֶגְאָֽל H1350 Verlosser, lossen, verlost [idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Maar Boaz zeide: Ten dage, als gij het land aanvaardt van de hand van Naomi, zo zult gij het ook aanvaarden van Ruth, de Moabietische, de huisvrouw des verstorvenen, om den naam des verstorvenen te verwekken over zijn erfdeel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Maar BoazH1162 zeideH559: Ten dageH3117, als gij het landH7704 aanvaardtH7069 van de handH3027 van NaomiH5281, zo zult gij het ook aanvaardenH7069 van RuthH7327, de MoabietischeH4125, de huisvrouwH802 des verstorvenenH4191, om den naamH8034 des verstorvenenH4191 te verwekkenH6965 overH5921 zijn erfdeelH5159. Maar Boaz zeide: Ten dage, als gij het land aanvaardt van de hand van Naomi, zo zult gij het ook aanvaarden van Ruth, de Moabietische, de huisvrouw des verstorvenen, om den naam des verstorvenen te verwekken over zijn erfdeel.

KJV Then said1 Boaz,2 What day3 thou buyest4 the field5 of the hand6 of Naomi,7 thou must buy13 it also of Ruth9 the Moabitess,10 the wife11 of the dead,12 to raise up14 the name15 of the dead16 upon his inheritance.

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 בֹּ֔עַז H1162 Boaz Boaz 3 בְּיוֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 קְנוֹתְךָ֥ H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily 5 הַשָּׂדֶ֖ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 6 מִיַּ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 נָעֳמִ֑י H5281 Naomi Naomi 8 וּ֠מֵאֵת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 ר֣וּת H7327 Ruth Ruth 10 הַמּוֹאֲבִיָּ֤ה H4125 Moabietische, Moabieten, Moabiet (woman) of Moab, Moabite(-ish, -ss) 11 אֵֽשֶׁת H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 12 הַמֵּת֙ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 13 קָנִ֔יתָה H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily 14 לְהָקִ֥ים H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 15 שֵׁם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 16 הַמֵּ֖ת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 17 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 נַחֲלָתֽוֹ H5159 erfenis, erfdeel, erve heritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Toen zeide die losser: Ik zal het voor mij niet kunnen lossen, opdat ik mijn erfdeel niet misschien verderve; los gij mijn lossing voor u; want ik zal niet kunnen lossen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Toen zeideH559 die losserH1350: Ik zal het voor mij niet kunnen lossenH1350, opdat ik mijn erfdeelH5159 niet misschien verderveH7843; losH1350 gijH859 mijn lossingH1353 voor u; wantH3588 ik zal niet kunnen lossenH1350. Toen zeide die losser: Ik zal het voor mij niet kunnen lossen, opdat ik mijn erfdeel niet misschien verderve; los gij mijn lossing voor u; want ik zal niet kunnen lossen.

KJV And the kinsman2 said,1 I cannot4 redeem5 it for myself, lest I mar8 mine own inheritance:10 redeem11 thou my right15 to thyself; for I cannot18 redeem

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 הַגֹּאֵ֗ל H1350 Verlosser, lossen, verlost [idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger 3 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 אוּכַל֙ H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 5 לִגְאָל H1350 Verlosser, lossen, verlost [idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger 6 לִ֔י 7 פֶּן H6435 opdat niet, anders (lest) (peradventure), that...not 8 אַשְׁחִ֖ית H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 נַחֲלָתִ֑י H5159 erfenis, erfdeel, erve heritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל) 11 גְּאַל H1350 Verlosser, lossen, verlost [idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger 12 לְךָ֤ 13 אַתָּה֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 גְּאֻלָּתִ֔י H1353 lossing, maagschap kindred, redeem, redemption, right 16 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 אוּכַ֖ל H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 19 לִגְאֹֽל H1350 Verlosser, lossen, verlost [idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Nu was dit van ouds een gewoonheid in Israel, bij de lossing en bij de verwisseling, om de ganse zaak te bevestigen, zo trok de man zijn schoen uit en gaf die aan zijn naaste; en dit was tot een getuigenis in Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Nu was ditH2063 van oudsH6440 een gewoonheid in IsraelH3478, bijH5921 de lossingH1353 en bijH5921 de verwisselingH8545, om de ganseH3605 zaakH1697 te bevestigenH6965, zo trokH8025 de manH376 zijn schoenH5275 uit en gafH5414 die aan zijn naasteH7453; en ditH2063 was tot een getuigenisH8584 in IsraelH3478. Nu was dit van ouds een gewoonheid in Israel, bij de lossing en bij de verwisseling, om de ganse zaak te bevestigen, zo trok de man zijn schoen uit en gaf die aan zijn naaste; en dit was tot een getuigenis in Israel.

KJV Now this was the manner in former time2 in Israel3 concerning redeeming5 and concerning changing,7 for to confirm8 all things;10 a man12 plucked off11 his shoe,13 and gave14 it to his neighbour:15 and this was a testimony17 in Israel.

1 וְזֹאת֩ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 2 לְפָנִ֨ים H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 3 בְּיִשְׂרָאֵ֜ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 הַגְּאוּלָּ֤ה H1353 lossing, maagschap kindred, redeem, redemption, right 6 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 הַתְּמוּרָה֙ H8545 verwisseld, verandering, vergelding (ex-) change(-ing), recompense, restitution 8 לְקַיֵּ֣ם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 דָּבָ֔ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 11 שָׁלַ֥ף H8025 uittrokken, trok, Trek draw (off), grow up, pluck off 12 אִ֛ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 13 נַעֲל֖וֹ H5275 schoenen, schoen, paar schoenen dryshod, (pair of) shoe((-latchet), -s) 14 וְנָתַ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 15 לְרֵעֵ֑הוּ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 16 וְזֹ֥את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 17 הַתְּעוּדָ֖ה H8584 getuigenis testimony 18 בְּיִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Zo zeide de losser tot Boaz: Aanvaard gij het voor u; en hij trok zijn schoen uit.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Zo zeideH559 de losserH1350 tot BoazH1162: AanvaardH7069 gij het voor u; en hij trokH8025 zijn schoenH5275 uit. Zo zeide de losser tot Boaz: Aanvaard gij het voor u; en hij trok zijn schoen uit.

KJV Therefore the kinsman2 said1 unto Boaz,3 Buy4 it for thee. So he drew off6 his shoe.

1 וַיֹּ֧אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 הַגֹּאֵ֛ל H1350 Verlosser, lossen, verlost [idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger 3 לְבֹ֖עַז H1162 Boaz Boaz 4 קְנֵה H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily 5 לָ֑ךְ 6 וַיִּשְׁלֹ֖ף H8025 uittrokken, trok, Trek draw (off), grow up, pluck off 7 נַעֲלֽוֹ H5275 schoenen, schoen, paar schoenen dryshod, (pair of) shoe((-latchet), -s)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Toen zeide Boaz tot de oudsten en al het volk: Gijlieden zijt heden getuigen, dat ik aanvaard heb alles, wat van Elimelech geweest is, en alles, wat van Chiljon en Machlon geweest is, van de hand van Naomi.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Toen zeideH559 BoazH1162 tot de oudstenH2205 en al het volkH5971: GijliedenH859 zijt hedenH3117 getuigenH5707, dat ik aanvaardH7069 heb allesH3605, wat van ElimelechH458 geweest is, en allesH3605, watH834 van ChiljonH3630 en MachlonH4248 geweest is, van de handH3027 van NaomiH5281. Toen zeide Boaz tot de oudsten en al het volk: Gijlieden zijt heden getuigen, dat ik aanvaard heb alles, wat van Elimelech geweest is, en alles, wat van Chiljon en Machlon geweest is, van de hand van Naomi.

KJV And Boaz2 said1 unto the elders,3 and unto all the people,5 Ye are witnesses6 this day,8 that I have bought10 all that was Elimelech's,14 and all that was Chilion's18 and Mahlon's,19 of the hand20 of Naomi.

1 וַיֹּאמֶר֩ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 בֹּ֨עַז H1162 Boaz Boaz 3 לַזְּקֵנִ֜ים H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 4 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 הָעָ֗ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 עֵדִ֤ים H5707 getuige, getuigen, Getuige witness 7 אַתֶּם֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 8 הַיּ֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 קָנִ֨יתִי֙ H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 לֶֽאֱלִימֶ֔לֶךְ H458 Elimelech Elimelech 15 וְאֵ֛ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 לְכִלְי֖וֹן H3630 Chiljon Chilion 19 וּמַחְל֑וֹן H4248 Machlon Mahlon 20 מִיַּ֖ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 21 נָעֳמִֽי H5281 Naomi Naomi
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Daartoe aanvaard ik mij ook Ruth, de Moabietische, de huisvrouw van Machlon, tot een vrouw, om den naam des verstorvenen over zijn erfdeel te verwekken, opdat de naam des verstorvenen niet worde uitgeroeid van zijn broederen, en van de poort zijner plaats; gijlieden zijt heden getuigen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Daartoe aanvaardH7069 ik mij ookH1571 RuthH7327, de MoabietischeH4125, de huisvrouwH802 van MachlonH4248, tot een vrouwH802, om den naamH8034 des verstorvenenH4191 overH5921 zijn erfdeelH5159 te verwekkenH6965, opdat de naamH8034 des verstorvenenH4191 nietH3808 worde uitgeroeidH3772 van zijn broederenH251, en van de poortH8179 zijner plaatsH4725; gijliedenH859 zijt hedenH3117 getuigenH5707. Daartoe aanvaard ik mij ook Ruth, de Moabietische, de huisvrouw van Machlon, tot een vrouw, om den naam des verstorvenen over zijn erfdeel te verwekken, opdat de naam des verstorvenen niet worde uitgeroeid van zijn broederen, en van de poort zijner plaats; gijlieden zijt heden getuigen.

KJV Moreover Ruth3 the Moabitess,4 the wife5 of Mahlon,6 have I purchased7 to be my wife,9 to raise up10 the name11 of the dead12 upon his inheritance,14 that the name17 of the dead18 be not cut off16 from among19 his brethren,20 and from the gate21 of his place:22 ye are witnesses23 this day.

1 וְגַ֣ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 ר֣וּת H7327 Ruth Ruth 4 הַמֹּאֲבִיָּה֩ H4125 Moabietische, Moabieten, Moabiet (woman) of Moab, Moabite(-ish, -ss) 5 אֵ֨שֶׁת H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 6 מַחְל֜וֹן H4248 Machlon Mahlon 7 קָנִ֧יתִי H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily 8 לִ֣י 9 לְאִשָּׁ֗ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 10 לְהָקִ֤ים H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 11 שֵׁם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 12 הַמֵּת֙ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 13 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 נַ֣חֲלָת֔וֹ H5159 erfenis, erfdeel, erve heritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל) 15 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 יִכָּרֵ֧ת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 17 שֵׁם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 18 הַמֵּ֛ת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 19 מֵעִ֥ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 20 אֶחָ֖יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 21 וּמִשַּׁ֣עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 22 מְקוֹמ֑וֹ H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 23 עֵדִ֥ים H5707 getuige, getuigen, Getuige witness 24 אַתֶּ֖ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 25 הַיּֽוֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En al het volk, dat in de poort was, mitsgaders de oudsten zeiden: Wij zijn getuigen; de HEERE make deze vrouw, die in uw huis komt, als Rachel en als Lea, die beiden het huis van Israel gebouwd hebben; en handel kloekelijk in Efratha, en maak uw naam vermaard in Bethlehem!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En alH3605 het volkH5971, datH834 in de poortH8179 was, mitsgaders de oudstenH2205 zeidenH559: Wij zijn getuigenH5707; de HEEREH3068 makeH5414 deze vrouwH802, die in uw huisH1004 komtH935, als RachelH7354 en als LeaH3812, dieH834 beidenH8147 het huisH1004 van IsraelH3478 gebouwdH1129 hebben; en handelH6213 kloekelijkH2428 in EfrathaH672, en maak uw naamH8034 vermaardH7121 in BethlehemH1035! En al het volk, dat in de poort was, mitsgaders de oudsten zeiden: Wij zijn getuigen; de HEERE make deze vrouw, die in uw huis komt, als Rachel en als Lea, die beiden het huis van Israel gebouwd hebben; en handel kloekelijk in Efratha, en maak uw naam vermaard in Bethlehem!

KJV And all the people3 that were in the gate,5 and the elders,6 said,1 We are witnesses.7 The LORD9 make8 the woman11 that is come12 into thine house14 like Rachel15 and like Leah,16 which two19 did build18 the house21 of Israel:22 and do23 thou worthily24 in Ephratah,25 and be famous26 in Bethlehem:

1 וַיֹּ֨אמְר֜וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 הָעָ֧ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 בַּשַּׁ֛עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 6 וְהַזְּקֵנִ֖ים H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 7 עֵדִ֑ים H5707 getuige, getuigen, Getuige witness 8 יִתֵּן֩ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 יְהוָ֨ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 הָאִשָּׁ֜ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 12 הַבָּאָ֣ה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 13 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 בֵּיתֶ֗ךָ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 כְּרָחֵ֤ל H7354 Rachel, Rachels Rachel 16 וּכְלֵאָה֙ H3812 Lea Leah 17 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 בָּנ֤וּ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 19 שְׁתֵּיהֶם֙ H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 20 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 22 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 23 וַעֲשֵׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 24 חַ֣יִל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 25 בְּאֶפְרָ֔תָה H672 Efrath, Efratha once (Psalm 132:6) perhaps for Ephraim; also of an Israelitish woman; Ephrath, Ephratah 26 וּקְרָא H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 27 שֵׁ֖ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 28 בְּבֵ֥ית H1035 Bethlehem, Bethlehem-juda, Bethlehems Bethlehem 29 לָֽחֶם H1035 Bethlehem, Bethlehem-juda, Bethlehems Bethlehem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En uw huis zij, als het huis van Perez (die Thamar aan Juda baarde), van het zaad, dat de HEERE u geven zal uit deze jonge vrouw.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En uw huisH1004 zijH1961, als het huisH1004 van PerezH6557 (dieH834 ThamarH8559 aan JudaH3063 baardeH3205), vanH4480 het zaadH2233, dat de HEEREH3068 u gevenH5414 zal uitH4480 dezeH2063 jonge vrouwH5291. En uw huis zij, als het huis van Perez (die Thamar aan Juda baarde), van het zaad, dat de HEERE u geven zal uit deze jonge vrouw.

KJV And let thy house2 be like the house3 of Pharez,4 whom Tamar7 bare6 unto Judah,8 of the seed10 which the LORD13 shall give12 thee of this young woman.

1 וִיהִ֤י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בֵֽיתְךָ֙ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 3 כְּבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 4 פֶּ֔רֶץ H6557 Perez Perez, Pharez 5 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 יָלְדָ֥ה H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 7 תָמָ֖ר H8559 Thamar, Thamars Tamar 8 לִֽיהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 9 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 10 הַזֶּ֗רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 11 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 יִתֵּ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 13 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 לְךָ֔ 15 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 16 הַֽנַּעֲרָ֖ה H5291 jonge dochter, jonge vrouw, jonge dochters damsel, maid(-en), young (woman) 17 הַזֹּֽאת H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Alzo nam Boaz Ruth, en zij werd hem ter vrouwe, en hij ging tot haar in; en de HEERE gaf haar, dat zij zwanger werd en een zoon baarde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Alzo namH3947 BoazH1162 RuthH7327, en zij werdH1961 hem ter vrouweH802, en hij ging totH413 haar in; en de HEEREH3068 gafH5414 haar, dat zij zwangerH2032 werd en een zoonH1121 baardeH3205. Alzo nam Boaz Ruth, en zij werd hem ter vrouwe, en hij ging tot haar in; en de HEERE gaf haar, dat zij zwanger werd en een zoon baarde.

KJV So Boaz2 took1 Ruth,4 and she was his wife:7 and when he went in8 unto her, the LORD11 gave10 her conception,13 and she bare14 a son.

1 וַיִּקַּ֨ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 בֹּ֤עַז H1162 Boaz Boaz 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 רוּת֙ H7327 Ruth Ruth 5 וַתְּהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 ל֣וֹ 7 לְאִשָּׁ֔ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 8 וַיָּבֹ֖א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 אֵלֶ֑יהָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 וַיִּתֵּ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 לָ֛הּ 13 הֵרָי֖וֹן H2032 dracht, ontvangenis, zwanger conception 14 וַתֵּ֥לֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 15 בֵּֽן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Toen zeiden de vrouwen tot Naomi: Geloofd zij de HEERE, Die niet heeft nagelaten u heden een losser te geven; en zijn naam worde vermaard in Israel!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Toen zeidenH559 de vrouwenH802 totH413 NaomiH5281: GeloofdH1288 zij de HEEREH3068, DieH834 nietH3808 heeft nagelatenH7673 u hedenH3117 een losserH1350 te geven; en zijn naamH8034 worde vermaardH7121 in IsraelH3478! Toen zeiden de vrouwen tot Naomi: Geloofd zij de HEERE, Die niet heeft nagelaten u heden een losser te geven; en zijn naam worde vermaard in Israel!

KJV And the women2 said1 unto Naomi,4 Blessed5 be the LORD,6 which hath not left9 thee this day12 without a kinsman,11 that his name14 may be famous13 in Israel.

1 וַתֹּאמַ֤רְנָה H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 הַנָּשִׁים֙ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 3 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 נָעֳמִ֔י H5281 Naomi Naomi 5 בָּר֣וּךְ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 6 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 אֲ֠שֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 הִשְׁבִּ֥ית H7673 ophouden, rusten, houdt (cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away 10 לָ֛ךְ 11 גֹּאֵ֖ל H1350 Verlosser, lossen, verlost [idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger 12 הַיּ֑וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 13 וְיִקָּרֵ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 14 שְׁמ֖וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 15 בְּיִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Die zal u zijn tot een verkwikker der ziel, en om uw ouderdom te onderhouden; want uw schoondochter, die u liefheeft, heeft hem gebaard, dewelke u beter is dan zeven zonen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Die zal u zijnH1961 tot een verkwikkerH7725 der zielH5315, en om uw ouderdomH7872 te onderhoudenH3557; wantH3588 uw schoondochterH3618, die u liefheeftH157, heeft hemH1931 gebaardH3205, dewelkeH834 u beterH2896 is dan zevenH7651 zonenH1121. Die zal u zijn tot een verkwikker der ziel, en om uw ouderdom te onderhouden; want uw schoondochter, die u liefheeft, heeft hem gebaard, dewelke u beter is dan zeven zonen.

KJV And he shall be unto thee a restorer3 of thy life,4 and a nourisher5 of thine old age:7 for thy daughter in law,9 which loveth11 thee, which is better15 to thee than seven17 sons,18 hath born

1 וְהָ֤יָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 לָךְ֙ 3 לְמֵשִׁ֣יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 4 נֶ֔פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 5 וּלְכַלְכֵּ֖ל H3557 onderhouden, verdragen, hield (be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals) 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 שֵׂיבָתֵ֑ךְ H7872 ouderdom, grijsheid, grauwe (be) gray (grey hoar,-y) hairs (head,-ed), old age 8 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 כַלָּתֵ֤ךְ H3618 bruid, schoondochter, schoondochters bride, daughter-in-law, spouse 10 אֲֽשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 אֲהֵבַ֨תֶךְ֙ H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 12 יְלָדַ֔תּוּ H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 13 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 הִיא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 15 ט֣וֹבָה H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 16 לָ֔ךְ 17 מִשִּׁבְעָ֖ה H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 18 בָּנִֽים H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En Naomi nam dat kind, en zette het op haar schoot, en werd zijn voedster.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En NaomiH5281 namH3947 dat kindH3206, en zetteH7896 het op haar schootH2436, en werdH1961 zijn voedsterH539. En Naomi nam dat kind, en zette het op haar schoot, en werd zijn voedster.

KJV And Naomi2 took1 the child,4 and laid5 it in her bosom,6 and became nurse

1 וַתִּקַּ֨ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 נָעֳמִ֤י H5281 Naomi Naomi 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַיֶּ֨לֶד֙ H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 5 וַתְּשִׁתֵ֣הוּ H7896 zetten, zet, zette apply, appoint, array, bring, consider, lay (up), let alone, [idiom] look, make, mark, put (on), [phrase] regard, set, shew, be stayed, [idiom] take 6 בְחֵיקָ֔הּ H2436 schoot, boezem, schoots bosom, bottom, lap, midst, within 7 וַתְּהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 ל֖וֹ 9 לְאֹמֶֽנֶת H539 getrouw, geloven, geloofd hence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En de naburinnen gaven hem een naam, zeggende: Aan Naomi is een zoon geboren; en zij noemden zijn naam Obed; deze is de vader van Isai, Davids vader.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En de naburinnenH7934 gavenH7121 hem een naamH8034, zeggendeH559: Aan NaomiH5281 is een zoonH1121 geborenH3205; en zij noemdenH7121 zijn naamH8034 ObedH5744; deze is de vaderH1 van IsaiH3448, DavidsH1732 vaderH1. En de naburinnen gaven hem een naam, zeggende: Aan Naomi is een zoon geboren; en zij noemden zijn naam Obed; deze is de vader van Isai, Davids vader.

KJV And the women her neighbours3 gave1 it a name,4 saying,5 There is a son7 born6 to Naomi;8 and they called9 his name10 Obed:11 he is the father13 of Jesse,14 the father15 of David.

1 וַתִּקְרֶאנָה֩ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 ל֨וֹ 3 הַשְּׁכֵנ֥וֹת H7934 naburen, nabuur, geburen inhabitant, neighbour, nigh 4 שֵׁם֙ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 5 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 יֻלַּד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 7 בֵּ֖ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 לְנָעֳמִ֑י H5281 Naomi Naomi 9 וַתִּקְרֶ֤אנָֽה H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 10 שְׁמוֹ֙ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 11 עוֹבֵ֔ד H5744 Obed Obed 12 ה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 13 אֲבִי H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 14 יִשַׁ֖י H3448 Isai Jesse 15 אֲבִ֥י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 16 דָוִֽד H1732 David, Davids David
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Dit nu zijn de geboorten van Perez: Perez gewon Hezron;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 DitH428 nu zijn de geboortenH8435 van PerezH6557: PerezH6557 gewonH3205 HezronH2696; Dit nu zijn de geboorten van Perez: Perez gewon Hezron;

KJV Now these are the generations2 of Pharez:3 Pharez4 begat5 Hezron,

1 וְאֵ֨לֶּה֙ H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 2 תּוֹלְד֣וֹת H8435 geboorten, geslachten, geschiedenissen birth, generations 3 פָּ֔רֶץ H6557 Perez Perez, Pharez 4 פֶּ֖רֶץ H6557 Perez Perez, Pharez 5 הוֹלִ֥יד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 חֶצְרֽוֹן H2696 Hezron, Hezrons Hezron
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En Hezron gewon Ram; en Ram gewon Amminadab;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En HezronH2696 gewonH3205 RamH7410; en RamH7410 gewonH3205 AmminadabH5992; En Hezron gewon Ram; en Ram gewon Amminadab;

KJV And Hezron1 begat2 Ram,4 and Ram5 begat6 Amminadab,

1 וְחֶצְרוֹן֙ H2696 Hezron, Hezrons Hezron 2 הוֹלִ֣יד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 רָ֔ם H7410 Ram Ram. See also H1027 (בֵּית הָרָם) 5 וְרָ֖ם H7410 Ram Ram. See also H1027 (בֵּית הָרָם) 6 הוֹלִ֥יד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 עַמִּֽינָדָֽב H5992 Amminadab Amminadab
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En Amminadab gewon Nahesson; en Nahesson gewon Salma;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En AmminadabH5992 gewonH3205 NahessonH5177; en NahessonH5177 gewonH3205 SalmaH8009; En Amminadab gewon Nahesson; en Nahesson gewon Salma;

KJV And Amminadab1 begat2 Nahshon,4 and Nahshon5 begat6 Salmon,

1 וְעַמִּֽינָדָב֙ H5992 Amminadab Amminadab 2 הוֹלִ֣יד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 נַחְשׁ֔וֹן H5177 Nahesson Naashon, Nahshon 5 וְנַחְשׁ֖וֹן H5177 Nahesson Naashon, Nahshon 6 הוֹלִ֥יד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 שַׂלְמָֽה H8009 Salma Salmon. Compare H8012 (שַׂלְמוֹן)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En Salmon gewon Boaz, en Boaz gewon Obed;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En SalmonH8012 gewonH3205 BoazH1162, en BoazH1162 gewonH3205 ObedH5744; En Salmon gewon Boaz, en Boaz gewon Obed;

KJV And Salmon1 begat2 Boaz,4 and Boaz5 begat6 Obed,

1 וְשַׂלְמוֹן֙ H8012 Salmon Salmon. Compare H8009 (שַׂלְמָה) 2 הוֹלִ֣יד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 בֹּ֔עַז H1162 Boaz Boaz 5 וּבֹ֖עַז H1162 Boaz Boaz 6 הוֹלִ֥יד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 עוֹבֵֽד H5744 Obed Obed
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En Obed gewon Isai; en Isai gewon David.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En ObedH5744 gewonH3205 IsaiH3448; en IsaiH3448 gewonH3205 DavidH1732. En Obed gewon Isai; en Isai gewon David.

KJV And Obed1 begat2 Jesse,4 and Jesse5 begat6 David.

1 וְעֹבֵד֙ H5744 Obed Obed 2 הוֹלִ֣יד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 יִשָׁ֔י H3448 Isai Jesse 5 וְיִשַׁ֖י H3448 Isai Jesse 6 הוֹלִ֥יד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 דָּוִֽד H1732 David, Davids David
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ruth 4:1 Ruth 3:12 Deuteronomium 25:7 Deuteronomium 16:18 Job 29:7 Jesaja 55:1 Amos 5:10 Amos 5:15 Deuteronomium 21:19
Ruth 4:2 Spreuken 31:23 1 Koningen 21:8 Deuteronomium 31:28 Klaagliederen 5:14 Handelingen 6:12 Deuteronomium 29:10 Exodus 21:8 Exodus 18:21
Ruth 4:3 Spreuken 13:10 Psalmen 112:5
Ruth 4:4 Jeremia 32:7 Leviticus 25:25 Romeinen 12:17 Genesis 23:18 2 Korinthe 8:21 Filippenzen 4:8 Jeremia 32:25
Ruth 4:5 Deuteronomium 25:5 Genesis 38:8 Mattheüs 22:24 Lukas 20:28 Ruth 3:12
Ruth 4:6 Ruth 3:13 Leviticus 25:25
Ruth 4:7 Deuteronomium 25:7
Ruth 4:9 Genesis 23:16 Jeremia 32:10
Ruth 4:10 Deuteronomium 25:6 Efeze 5:25 Maleachi 2:14 Spreuken 19:14 Hebreeën 13:4 Psalmen 109:15 Psalmen 34:16 Genesis 29:27
Ruth 4:11 Genesis 29:32 Deuteronomium 25:9 Psalmen 127:3 Micha 5:2 Psalmen 128:3 Genesis 35:16 Genesis 46:8 Psalmen 132:6
Ruth 4:12 Genesis 38:29 Mattheüs 1:3 1 Samuël 2:20 1 Kronieken 2:4 Genesis 46:12 Numeri 26:20 Ruth 4:18
Ruth 4:13 Genesis 29:31 Genesis 33:5 Ruth 3:11 Psalmen 127:3 Psalmen 113:9 Genesis 25:21 Genesis 20:17 Genesis 30:22
Ruth 4:14 Lukas 1:58 Psalmen 34:1 Ruth 4:21 Romeinen 12:15 Genesis 12:2 Jesaja 11:1 Genesis 24:27 1 Thessalonicenzen 5:18
Ruth 4:15 1 Samuël 1:8 Ruth 1:16 Jesaja 46:4 Genesis 45:11 Psalmen 55:22 Ruth 2:11 Genesis 47:12 Spreuken 18:24
Ruth 4:17 Lukas 1:58
Ruth 4:18 Mattheüs 1:3 1 Kronieken 2:4 Lukas 3:33 1 Kronieken 4:1
Ruth 4:19 Lukas 3:33 1 Kronieken 2:9 Mattheüs 1:4
Ruth 4:20 Numeri 1:7 Lukas 3:32 Mattheüs 1:4
Ruth 4:21 Mattheüs 1:5 Lukas 3:32 1 Kronieken 2:11
Ruth 4:22 Mattheüs 1:6 1 Samuël 16:1 Lukas 3:31 1 Kronieken 2:15 Jesaja 11:1
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ruth 4 vers 1

poort, Waar men het gericht hield en het volk bijeenkwam.

Hertaald: poort, Waar men het gericht hield en het volk bijeenkwam.

gesproken had, Zie Ruth 3:12.

Hertaald: gesproken had, Zie Ruth 3:12.

hij Boaz.

Hertaald: hij Boaz.

gij, zulk een Hebreeuws, Peloni, Almoni. Een manier van spreken bij de Hebreën, wanneer zij iemand menen, wiens naam zij juist niet weten, of mogen vergeten hebben, of niet willen hebben noemen, inplaats waarvan wij plegen te gebruiken N.N., of, gij man, hoe gij dan heet. Zie ook 2 Kon. 6:8.

Hertaald: gij, zulk een Hebreeuws: Peloni, Almoni. Een manier van spreken bij de Hebreeën, wanneer zij iemand bedoelen wiens naam zij niet precies weten, of vergeten mogen zijn, of niet willen noemen, in plaats waarvan wij plegen te gebruiken: N.N., of: u daar, hoe u ook heet. Zie ook 2 Kon. 6:8.

Ruth 4 vers 2

hij nam tien mannen Boaz.

Hertaald: hij nam tien mannen Boaz.

de oudsten der stad, Zie 1 Kon. 21:8.

Hertaald: de oudsten der stad, Zie 1 Kon. 21:8.

Ruth 4 vers 3

broeder Elimélech was, Dat is bloedverwant.

Hertaald: broeder Elimélech was, Dat is: bloedverwant.

verkocht; Te weten, door nood en gebrek. Zie Lev. 25:25.

Hertaald: verkocht; Namelijk: door nood en gebrek. Zie Lev. 25:25.

Ruth 4 vers 4

gezegd Anders, gedacht; zie Gen. 20:11.

Hertaald: gezegd Anders: gedacht; zie Gen. 20:11.

Ik zal het voor uw oor openbaren, Hebreeuws, ik zal uw oor ontdekken; dat is ik zal het zeggen dat gij het hoort, ik zal het u openbaren, of te weten doen, wat u onbekend is, opdat gij, als de naaste zijnde, u zoudt mogen verklaren. Indien de oren toegedekt zijn, kan men kwalijk horen, ter contrarie indien zij ontdekt en vrij zijn, hoort men wel. Zie gelijke manier van spreken 1 Sam. 9:15, en de aantekeningen aldaar. Idem 2 Sam. 7:27; Job 33:16.

Hertaald: Ik zal het voor uw oor openbaren, Hebreeuws: ik zal uw oor ontdekken; dat is: ik zal het zo zeggen dat u het hoort, ik zal het u bekendmaken, of laten weten wat u onbekend is, zodat u, als de naaste, u zou kunnen uitspreken. Als de oren toegedekt zijn, kan men moeilijk horen; is het tegenovergestelde het geval, dat zij vrij en open zijn, dan hoort men wel. Zie een soortgelijke manier van spreken 1 Sam. 9:15, en de aantekeningen daar. Ook 2 Sam. 7:27; Job 33:16.

Aanvaard het in tegenwoordigheid der inwoners, Anders, koop; en zo in het volgende.

Hertaald: Aanvaard het in tegenwoordigheid der inwoners, Anders: koop; en zo ook in het vervolg.

na u Dat is, ik ben de naaste na u.

Hertaald: na u Dat is: ik ben de naaste na u.

Ruth 4 vers 5

van de hand van Naómi, Dat is, als verkocht en vervreemd zijnde, niet alleen van Naómi, maar ook van Ruth, en daarom meteen Ruth moeten trouwen, om haar verstorven man, wiens naaste bloedvriend gij zijt, zaad te verwekken, naar de wet, Deut. 25:5.

Hertaald: van de hand van Naómi, Dat is: als verkocht en vervreemd, niet alleen door Naomi, maar ook door Ruth, en daarom moet u meteen ook met Ruth trouwen, om voor haar overleden man, wiens naaste bloedverwant u bent, nageslacht te verwekken, volgens de wet, Deut. 25:5.

verstorvenen, Van Machlon, den zoon van Elimelech.

Hertaald: verstorvenen, Van Machlon, de zoon van Elimelech.

Ruth 4 vers 6

verderve; Dat is, verlieze, en tegelijk mijn naam uitsterve. Want indien hij maar een zoon bij Ruth mocht gewinnen, die zou moeten gehouden worden als een zoon des verstorvenen, en zijn naam voeren, naar de wet Deut. 25:6. Zodat de naam van dezen losser daarmede als dood zou zijn.

Hertaald: verderve; Dat is: verlies, en tegelijk mijn naam laat uitsterven. Want als hij een zoon bij Ruth zou krijgen, zou die beschouwd moeten worden als een zoon van de overledene, en zijn naam dragen, volgens de wet Deut. 25:6. Zodat de naam van deze losser daarmee als het ware zou sterven.

mijn lossing voor u; Dat is, hetgeen waartoe ik het recht van lossen heb.

Hertaald: mijn lossing voor u; Dat is: wat waartoe ik het recht heb om te lossen.

Ruth 4 vers 7

van ouds Of, tevoren, in voortijden

Hertaald: van ouds Of: vroeger, in vroegere tijden.

verwisseling, Bij allen overdracht, of publieke vervreemding.

Hertaald: verwisseling, Bij elke overdracht, of openbare vervreemding.

zijn schoen uit Vergelijk Deut. 25:9.

Hertaald: zijn schoen uit Vergelijk Deut. 25:9.

aan zijn naaste; Wien hij zijn recht overdroeg, en daarmede van hetzelve in toekomende tijden verstoken was.

Hertaald: aan zijn naaste; Aan wie hij zijn recht overdroeg, en daarmee er in de toekomst geen aanspraak meer op had.

getuigenis in Israël Dat iemand het recht van enig land of erfgoed als zijn eigen te betreden en te bezitten aan een ander overdroeg.

Hertaald: getuigenis in Israël Dat iemand het recht om enig land of erfgoed als zijn eigendom te betreden en te bezitten aan een ander overdroeg.

Ruth 4 vers 8

hij trok zijn schoen uit Dewijl hier van Ruth geen melding wordt gemaakt, en Naómi haar bevolen had, dat zij zich stil zou houden en Boaz laten begaan, Ruth 3:18, zo is daaruit af te nemen dat Ruth hier niet tegenwoordig was, noch deze zaak bij het gericht dreef, maar Boaz; daarom heeft deze man zijn schoen aan Boaz gegeven. Anders zou de wet, Deut. 25:9, ontwijfelbaar gevolgd zijn geweest; ten ware dan, dat zij door menselijk goeddunken en vermetelheid verzacht moge geweest zijn.

Hertaald: hij trok zijn schoen uit Omdat hier van Ruth geen melding gemaakt wordt, en Naomi haar bevolen had zich stil te houden en Boaz zijn gang te laten gaan, Ruth 3:18, kan men daaruit afleiden dat Ruth hier niet aanwezig was en deze zaak niet bij het gericht behartigde, maar Boaz; daarom heeft deze man zijn schoen aan Boaz gegeven. Anders zou de wet, Deut. 25:9, ongetwijfeld gevolgd zijn geweest; tenzij die door menselijk goeddunken en vrijmoedigheid verzacht is geweest.

Ruth 4 vers 9

van de hand van Naómi Dat is, van Naómi vervreemd of verkocht zijnde; gelijk boven, vs.5.

Hertaald: van de hand van Naómi Dat is: van Naomi vervreemd of verkocht; zoals hierboven, vers 5.

Ruth 4 vers 10

aanvaard ik mij ook Ruth, Hebreeuws, koopje, verkrijge, bekome.

Hertaald: aanvaard ik mij ook Ruth, Hebreeuws: koop, verkrijg, bekom.

Ruth 4 vers 11

gebouwd hebben; Dat is, het huis Jakobs vermenigvuldigd hebben, door het voortbrengen van kinderen; zie Gen. 16:2.

Hertaald: gebouwd hebben; Dat is: het huis van Jakob vermeerderd hebben, door het krijgen van kinderen; zie Gen. 16:2.

handel kloekelijk in Efratha, Of, maak, verkrijg rijkdom, bekom vermogen, word machtig, vermogend

Hertaald: handel kloekelijk in Efratha, Of: verwerf rijkdom, verkrijg vermogen, word machtig, vermogend.

maak uw naam vermaard in Bethlehem Hebreeuws, roep den naam uit.

Hertaald: maak uw naam vermaard in Bethlehem Hebreeuws: roep de naam uit.

Ruth 4 vers 12

(die Thamar aan Juda baarde), Hier en in het volgende wordt ontdekt de voornaamste oorzaak, waarom het den Heiligen Geest geliefd heeft deze ganse historie van Ruth in de kanonieke boeken der Heilige Schrift in te lijven en te bewaren: te weten, opdat blijken mocht de waarheid der belofte Gods, dat de Messias uit Juda [ Gen. 49:10 ] zou voortkomen, wiens geslacht [naar het vlees] in het volgende verhaald wordt tot op David; en voorts van David tot Christus, Mat 1, en Luk 3.

Hertaald: (die Thamar aan Juda baarde), Hier en in het vervolg wordt de voornaamste reden onthuld waarom het de Heilige Geest behaagd heeft heel deze geschiedenis van Ruth in de canonieke boeken van de Heilige Schrift op te nemen en te bewaren. Die reden is dat de waarheid van Gods belofte zou blijken, namelijk dat de Messias uit Juda [Gen. 49:10] zou voortkomen, wiens geslacht [naar het vlees] in het vervolg verteld wordt tot op David, en verder van David tot Christus, Matt. 1, en Luc. 3.

Ruth 4 vers 13

ging tot haar in; Zie Gen. 6:4.

Hertaald: ging tot haar in; Zie Gen. 6:4.

dat zij zwanger werd en een zoon baarde Hebreeuws, ontvangenis.

Hertaald: dat zij zwanger werd en een zoon baarde Hebreeuws: ontvangenis.

Ruth 4 vers 14

Geloofd zij de HEERE, Hebreeuws, gezegend

Hertaald: Geloofd zij de HEERE, Hebreeuws: gezegend.

Die niet heeft nagelaten Hebreeuws, die u heden niet heeft doen ophouden een losser

Hertaald: Die niet heeft nagelaten Hebreeuws: Die u vandaag niet heeft laten ophouden een losser te hebben.

losser te geven; Versta, den zoon van Ruth, die in zijns vaders Machlons [die Naómi's zoon geweest was] plaats, als erfgenaam zou treden, gelijk uit het vervolg is af te nemen. Anderen verstaan het van Boaz.

Hertaald: losser te geven; Versta: de zoon van Ruth, die in de plaats van zijn vader Machlon [die de zoon van Naomi was geweest] als erfgenaam zou treden, zoals uit het vervolg af te leiden is. Anderen betrekken het op Boaz.

vermaard in Israël Hebreeuws, uitgeroepen, of genoemd. Vergelijk boven, vs.11.

Hertaald: vermaard in Israël Hebreeuws: uitgeroepen, of genoemd. Vergelijk hierboven, vers 11.

Ruth 4 vers 15

verkwikker der ziel, Hebreeuws, wederbrenger der ziel; dat is, hij zal uw leven en lust herstellen, verkwikken, u als verjeugdigen. Vergelijk Ps. 19:8, en Ps. 23:3; Klaagl. 1:11, Klaagl. 1:19.

Hertaald: verkwikker der ziel, Hebreeuws: terugbrenger van de ziel; dat is: hij zal uw leven en levenslust herstellen, verkwikken, u als het ware weer jong maken. Vergelijk Ps. 19:8, en Ps. 23:3; Klaagl. 1:11, Klaagl. 1:19.

onderhouden; Of, voeden, ondersteunen, Zie gelijk gebruik van het Hebreeuwse woord Gen. 45:11, en Gen. 47:12; 1 Kon. 18:4; Ps. 55:23.

Hertaald: onderhouden; Of: voeden, ondersteunen. Zie eenzelfde gebruik van het Hebreeuwse woord Gen. 45:11, en Gen. 47:12; 1 Kon. 18:4; Ps. 55:23.

dewelke u beter is Schoondochter Ruth.

Hertaald: dewelke u beter is Schoondochter Ruth.

dan zeven zonen Dat is, dan vele zonen. Zie Gen. 4:15.

Hertaald: dan zeven zonen Dat is: dan vele zonen. Zie Gen. 4:15.

Ruth 4 vers 17

Isaï, Davids vader Hebreeuws, Ischai.

Hertaald: Isaï, Davids vader Hebreeuws: Ischai.

Ruth 4 vers 18

geboorten van Perez Dat is, nakomelingen, die van Perez geboren en afgekomen zijn.

Hertaald: geboorten van Perez Dat is: nakomelingen, die van Perez geboren en afgestamd zijn.

Hezron; Hebreeuws, Chetsron.

Hertaald: Hezron; Hebreeuws: Chetsron.

Ruth 4 vers 20

Nahesson; Hebreeuws, Nachschon.

Hertaald: Nahesson; Hebreeuws: Nachschon.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Elimelech  — mijn God is Koning

Een man van Bethlehem-Juda, die vanwege een hongersnood met zijn vrouw Naomi en hun twee zonen naar het land Moab trok. Daar stierf hij, waarna zijn vrouw als weduwe met haar twee schoondochters achterbleef (Ruth 1:1-3).

Naomi  — mijn liefelijkheid, mijn bekoorlijkheid

De vrouw van Elimelech, die na de dood van haar man en beide zonen in het land Moab, met haar schoondochter Ruth terugkeerde naar Bethlehem. Verbitterd door haar verlies wilde zij daar 'Mara' (bitterheid) genoemd worden in plaats van Naomi, 'want de Almachtige heeft mij zeer bitter bejegend' (Ruth 1:20-21). Haar wijze raad aan Ruth leidde uiteindelijk tot Ruths huwelijk met Boaz.

Machlon  — ziekelijkheid, zwakte

De oudste zoon van Elimelech en Naomi, die in Moab met de Moabitische Ruth trouwde. Hij stierf, evenals zijn broer Chiljon, kinderloos in Moab (Ruth 1:2-5); later kocht Boaz zijn erfdeel en trouwde met zijn weduwe Ruth, om zijn naam op zijn erfdeel te doen voortbestaan (Ruth 4:9-10).

Chiljon  — wegkwijning, verdwijning

De jongste zoon van Elimelech en Naomi, die in Moab met de Moabitische Orpa trouwde en, evenals zijn broer Machlon, daar kinderloos stierf (Ruth 1:2-5).

Ruth  — vriendin, of: verzadiging

De Moabitische weduwe van Machlon, die weigerde haar schoonmoeder Naomi te verlaten met de bekende woorden: 'uw volk is mijn volk, en uw God mijn God' (Ruth 1:16-17). In Bethlehem las zij aren op het veld van Boaz, die haar trouw aan Naomi prees; via het lossersrecht trouwde Boaz uiteindelijk met haar. Zij werd de overgrootmoeder van koning David en wordt uitdrukkelijk genoemd in de geslachtslijn van Christus (Matt. 1:5).

Boaz  — in hem is kracht, of: snelheid

Een vermogend man van Bethlehem, bloedverwant van Elimelech, op wiens veld Ruth arenlas (Ruth 2:1-3). Hij behandelde haar met opvallende goedheid en beschermde haar. Toen een naastbestaander die eerder recht had het lossersrecht van Ruths erfdeel afwees, loste Boaz het zelf en trouwde met Ruth (Ruth 4). Hij werd de overgrootvader van koning David en staat in de geslachtslijn van Christus (Matt. 1:5).

Obed  — dienaar, dienstknecht

De zoon van Boaz en Ruth, die de vrouwen van Bethlehem als een zoon voor Naomi beschouwden — 'want uw schoondochter, die u liefheeft, heeft hem gebaard' (Ruth 4:14-17). Hij werd de vader van Isaï en zo de grootvader van koning David; hij wordt genoemd in de geslachtslijn van Christus (Matt. 1:5).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Boaz, de gewillige losser  — Boaz lost het land en de weduwe van zijn overleden bloedverwant, nadat de nadere losser dat geweigerd heeft: "Ik zal het voor mij niet kunnen lossen, opdat ik mijn erfdeel niet misschien verderve; los gij mijn lossing voor u; want ik zal niet kunnen lossen" (Ruth 4:6)

Ruth komt, op raad van Naomi, in de nacht bij Boaz op de dorsvloer liggen en vraagt hem, als losser, zijn vleugel over haar uit te breiden (Ruth 3:1-9, reeds mede behandeld bij Losser). Boaz is bereid, maar wijst op een nadere losser die eerst de kans moet krijgen (Ruth 3:12-13). In de poort, ten overstaan van tien oudsten, biedt Boaz die nadere losser het land van Elimelech aan. Deze wil eerst wel lossen, maar trekt zich terug zodra blijkt dat lossen ook betekent dat hij Ruth moet trouwen om "den naam des verstorvenen te verwekken over zijn erfdeel": "Ik zal het voor mij niet kunnen lossen, opdat ik mijn erfdeel niet misschien verderve" (Ruth 4:1-6). Boaz neemt daarop, met de schoen als bezegeling voor de ogen van getuigen, zowel het land als Ruth tot zich (Ruth 4:7-10). Uit dit huwelijk wordt Obed geboren, "de vader van Isaï, Davids vader" (Ruth 4:13-17), en het boek sluit met een geslachtsregister van Perez tot David (Ruth 4:18-22).

Bijbelse betekenis: De nadere losser had het wettelijke eerste recht en zelfs de aanvankelijke wil om te lossen — totdat de prijs hem te hoog werd. Boaz daarentegen lost gewillig, ook al gaat lossen hem meer kosten dan het hem oplevert: hij verwerft niet alleen land, maar ook de plicht om voor Ruth en de voortzetting van een andermans naam te zorgen. Het onderscheid tussen beide mannen is niet het recht — beiden hadden er wettelijk aanspraak op — maar de bereidheid: de een lost niet omdat het hem iets kost, de ander lost juist omdat het hem iets kost.

Typologie: Hierin is Boaz een van de duidelijkste voorafschaduwingen van Christus in het Oude Testament. De wet, vertegenwoordigd door de naamloze nadere losser, kon en wilde niet lossen omdat de prijs te hoog was. Christus is wél gewillig gekomen om te lossen, ook al kostte dat Hem alles — "gij zijt duur gekocht" (1 Kor. 6:20, reeds behandeld bij Tempel des Heiligen Geestes). De lijn van deze geschiedenis loopt uit op David, en via David op Christus Zelf (Matt. 1:5-6, reeds behandeld bij Christus/Messias, de Gezalfde, waar Ruth met name genoemd wordt in het geslachtsregister). Dat maakt zichtbaar dat een Moabietische vreemdelinge, alleen door haar geloof, mede aan de wortel van de Messiaanse belofte staat. Paulus vat de reden om zulke geschiedenissen te lezen kort samen: "al wat te voren geschreven is, dat is tot onze lering te voren geschreven, opdat wij, door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften, hoop hebben zouden" (Rom. 15:4).

Ruth 3:9-13; Ruth 4:1-17; 1 Kor. 6:20; Matt. 1:5-6; Rom. 15:4

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen ambt

De losser die niet kon lossen — 4:1-17

Boaz gaat naar de poort, de plaats waar in Israël recht gesproken werd, en laat tien oudsten der stad zitten. Dan haalt hij de man erbij die meer recht heeft dan hij: de nadere losser.

De man met het beste recht om te lossen weigert, omdat het hem zijn eigen erfdeel zou kosten — en juist die weigering opent de weg.

Boaz legt het in twee stappen voor, en de volgorde is niet toevallig. Eerst de akker: “zo gij het zult lossen, los het.” De man zegt meteen ja; land erbij is winst.

Dan komt de tweede helft: bij die akker hoort Ruth de Moabietische, en wie het land aanvaardt krijgt haar erbij. En dan draait de man om: “Ik zal het voor mij niet kunnen lossen, opdat ik mijn erfdeel niet misschien verderve.”

De kanttekening legt precies uit wat hij vreest. Als hij een zoon bij Ruth zou krijgen, zou die volgens de wet gelden als zoon van de overledene en diens naam dragen. De naam van deze losser zelf zou daarmee als het ware uitsterven. Hij weigert dus niet uit onwil maar uit rekenen: het kost hem meer dan hij eraan overhoudt.

Daarmee staan er twee lossers naast elkaar. De een heeft het recht en niet de bereidheid; de ander heeft de bereidheid en wacht op zijn beurt.

Wat Boaz dan zegt, is een opsomming van wat hij op zich neemt: al wat van Elimelech geweest is, en van Machlon en Chiljon — “Daartoe aanvaard ik mij ook Ruth, de Moabietische, de huisvrouw van Machlon, tot een vrouw, om den naam des verstorvenen over zijn erfdeel te verwekken.” Het gaat hem dus niet om bezit maar om een naam die niet uitgewist wordt.

Het Hebreeuwse woord dat hier telkens valt is goël: de naaste bloedverwant die doet wat nodig is. Hij koopt een verarmd familielid vrij, hij haalt verloren land terug, hij staat borg voor een schuld, en hij komt op voor wie geen recht kan halen. Wat de nood ook is — hij is verplícht.

De vrouwen aan het eind vatten het samen: “Geloofd zij de HEERE, Die niet heeft nagelaten u heden een losser te geven.” De kanttekening geeft het Hebreeuws letterlijk: Die u vandaag niet heeft laten ophouden een losser te hebben.

Het slot is een geslachtsregister, en dat is de pointe: Obed, Isaï, David. Wat begon met een lege vrouw uit Moab loopt uit op de troon — en Mattheüs neemt Ruth met name in het register van Christus op.

  1. Leviticus 25:25 — De losser is de bloedverwant die terugkoopt wat verloren ging.
  2. Ruth 4:4 — Zo gij het zult lossen, los het — de akker alleen is winst.
  3. Ruth 4:6 — Ik zal het niet kunnen lossen, opdat ik mijn erfdeel niet verderve.
  4. Ruth 4:10 — Boaz neemt het land én de mens, om de naam niet te laten uitsterven.
  5. Ruth 4:17 — Obed, Isaï, David — de lijn loopt naar de troon.
  6. Galaten 4:4-5 — Geworden onder de wet, opdat Hij ons zou loskopen.

In het Nieuwe Testament: Galaten 4:4-5; Mattheüs 1:5; 1 Petrus 1:18-19; Hebreeën 2:14-17

Hoever dit reikt: Niveau 2. Het Nieuwe Testament noemt Boaz niet als beeld van Christus. Wat vaststaat is dat het lossersrecht de taal levert waarin de brieven de verlossing beschrijven, en dat Boaz in het geslacht van Christus staat.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Ruth 4

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content