Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
WatG5101 zullen wij danG3767 zeggenG2046, dat AbrahamG11, onze vaderG3962, verkregenG2147 heeft naarG2596 het vleesG4561?
Wat zullen wij dan zeggen, dat Abraham, onze vader, verkregen heeft naar het vlees?
KJV
What1
shall we say3
then2
that Abraham4
our
father,6
as pertaining9
to the flesh,10
hath found?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
WantG1063 indienG1487 AbrahamG11 uitG1537 de werkenG2041 gerechtvaardigdG1344 is, zo heeftG2192 hij roemG2745, maarG235 nietG3756 bijG4314 GodG2316.
Want indien Abraham uit de werken gerechtvaardigd is, zo heeft hij roem, maar niet bij God.
KJV
For2
if1
Abraham3
were justified6
by4
works,5
he hath7
whereof to glory;8
but9
not10
before11
God.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
WantG1063 watG5101 zegtG3004 de SchriftG1124? En AbrahamG11 geloofdeG4100 GodG2316, en het is hemG846 gerekendG3049 totG1519 rechtvaardigheidG1343.
Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God, en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid.
KJV
For2
what1
saith5
the scripture?4
Abraham8
believed6
God,10
and11
it was counted12
unto him13
for14
righteousness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
NuG1161 dengene, die werktG2038, wordt het loonG3408 nietG3756 toegerekendG3049 naarG2596 genadeG5485, maar naarG2596 schuldG3783.
Nu dengene, die werkt, wordt het loon niet toegerekend naar genade, maar naar schuld.
KJV
Now2
to him that worketh3
is7
the reward5
not6
reckoned
of8
grace,9
but10
of11
debt.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
DochG1161 dengene, die nietG3361 werktG2038, maarG1161 gelooftG4100 inG1519 HemG846, Die den goddelozeG765 rechtvaardigtG1344, wordt zijn geloofG4102 gerekendG3049 tot rechtvaardigheidG1343.
Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.
KJV
But2
to him that worketh4
not,3
but6
believeth5
on7
him that justifieth9
the ungodly,11
his15
faith14
is counted12
for16
righteousness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Gelijk ookG2532 DavidG1138 den mensG444 zaligG3108 spreektG3004, welkenG3739 GodG2316 de rechtvaardigheidG1343 toerekentG3049 zonder werkenG2041;
Gelijk ook David den mens zalig spreekt, welken God de rechtvaardigheid toerekent zonder werken;
KJV
Even as1
David3
also2
describeth4
the blessedness6
of the man,8
unto whom9
God11
imputeth12
righteousness13
without14
works,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Zeggende: ZaligG3107 zijn zij, welker ongerechtighedenG458 vergevenG863 zijn, enG2532 welker zondenG266 bedektG1943 zijn;
Zeggende: Zalig zijn zij, welker ongerechtigheden vergeven zijn, en welker zonden bedekt zijn;
KJV
Saying, Blessed1
are they whose2
iniquities5
are forgiven,3
and6
whose7
sins10
are covered.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
ZaligG3107 is de manG435, welkenG3739 de HeereG2962 de zondenG266 niet toerekentG3049.
Zalig is de man, welken de Heere de zonden niet toerekent.
KJV
Blessed1
is the man2
to whom3
the Lord7
will6
not
impute
sin.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Deze zaligsprekingG3108 dan, is dieG3778 alleen overG1909 de besnijdenisG4061, ofG2228 ookG2532 overG1909 de voorhuidG203? Want wij zeggenG3004, dat AbrahamG11 het geloofG4102 gerekendG3049 is tot rechtvaardigheidG1343.
Deze zaligspreking dan, is die alleen over de besnijdenis, of ook over de voorhuid? Want wij zeggen, dat Abraham het geloof gerekend is tot rechtvaardigheid.
KJV
Cometh this4
blessedness2
then3
upon5
the circumcision7
only, or8
upon10
the uncircumcision12
also?9
for14
we say13
that15
faith20
was reckoned16
to Abraham18
for21
righteousness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
HoeG4459 is het hem dan toegerekendG3049? Als hij inG1722 de besnijdenisG4061 wasG1510, ofG2228 inG1722 de voorhuidG203? NietG3756 inG1722 de besnijdenisG4061, maarG235 inG1722 de voorhuidG203.
Hoe is het hem dan toegerekend? Als hij in de besnijdenis was, of in de voorhuid? Niet in de besnijdenis, maar in de voorhuid.
KJV
How1
was it3
then2
reckoned?
when he was
in4
circumcision,5
or7
in8
uncircumcision?9
Not10
in11
circumcision,12
but13
in14
uncircumcision.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
EnG2532 hij heeft het tekenG4592 der besnijdenisG4061 ontvangenG2983 tot een zegelG4973 der rechtvaardigheidG1343 des geloofsG4102, die hem inG1722 de voorhuidG203 was toegerekendG3049; opdat hij zou zijn een vaderG3962 van allenG3956, die gelovenG4100 inG1519 de voorhuidG203 zijnde, ten eindeG1519 ookG2532 hun de rechtvaardigheidG1343 toegerekend worde;
En hij heeft het teken der besnijdenis ontvangen tot een zegel der rechtvaardigheid des geloofs, die hem in de voorhuid was toegerekend; opdat hij zou zijn een vader van allen, die geloven in de voorhuid zijnde, ten einde ook hun de rechtvaardigheid toegerekend worde;
KJV
And1
he received3
the sign2
of circumcision,4
a seal5
of the righteousness7
of the faith9
which6
he had yet being11
uncircumcised:13
that14
he17
might be
the father18
of all19
them that believe,21
though22
they be not circumcised;23
that24
righteousness30
might be imputed26
unto them28
also:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
EnG2532 een vaderG3962 der besnijdenisG4061, dengenen namelijk, die nietG3756 alleen uitG1537 de besnijdenisG4061 zijn, maarG235 die ookG2532 wandelenG4748 in de voetstappenG2487 des geloofsG4102 van onzen vaderG3962 AbrahamG11, hetwelk in de voorhuidG203 was.
En een vader der besnijdenis, dengenen namelijk, die niet alleen uit de besnijdenis zijn, maar die ook wandelen in de voetstappen des geloofs van onzen vader Abraham, hetwelk in de voorhuid was.
KJV
And1
the father2
of circumcision3
to them who are not5
of6
the circumcision7
only,8
but9
who also10
walk12
in the steps14
of that faith19
of our
father21
Abraham,23
which he had being16
yet uncircumcised.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
WantG1063 de belofteG1860 is nietG3756 doorG1223 de wetG3551 aan AbrahamG11 ofG2228 zijn zaadG4690 geschied, namelijk, dat hijG846 een erfgenaamG2818 der wereldG2889 zou zijnG1510, maarG235 doorG1223 de rechtvaardigheidG1343 des geloofsG4102.
Want de belofte is niet door de wet aan Abraham of zijn zaad geschied, namelijk, dat hij een erfgenaam der wereld zou zijn, maar door de rechtvaardigheid des geloofs.
KJV
For2
the promise,6
that he should be
the12
heir14
of the world,18
was not1
to Abraham,8
or9
to his15
seed,11
through3
the law,4
but19
through20
the righteousness21
of faith.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
WantG1063 indien degenen, die uitG1537 de wetG3551 zijn, erfgenamenG2818 zijn, zo is het geloofG4102 ijdelG2758 geworden, enG2532 de beloftenisG1860 te niet gedaan.
Want indien degenen, die uit de wet zijn, erfgenamen zijn, zo is het geloof ijdel geworden, en de beloftenis te niet gedaan.
KJV
For2
if1
they which are of4
the law5
be heirs,6
faith9
is made void,7
and10
the promise13
made of none effect:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
Want de wetG3551 werktG2716 toornG3709; wantG1063 waar geenG3756 wetG3551 is, daar is ook geen overtredingG3847.
Want de wet werkt toorn; want waar geen wet is, daar is ook geen overtreding.
KJV
Because2
the law3
worketh5
wrath:4
for7
where6
no8
law10
is,
there is no11
transgression.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Daarom is zij uitG1537 het geloofG4102, opdatG2443 zij naarG2596 genadeG5485 zij; ten eindeG1519 de belofteG1860 vastG949 zij alG3956 den zadeG4690, nietG3756 alleen dat uitG1537 de wetG3551 is, maarG235 ookG2532 dat uitG1537 het geloofG4102 AbrahamsG11 is, welkeG3739 een vaderG3962 is van ons allenG3956;
Daarom is zij uit het geloof, opdat zij naar genade zij; ten einde de belofte vast zij al den zade, niet alleen dat uit de wet is, maar ook dat uit het geloof Abrahams is, welke een vader is van ons allen;
KJV
Therefore1
it is of3
faith,4
that5
it might be by6
grace;7
to the end8
the promise13
might be
sure11
to all14
the seed;16
not17
to that only22
which is of19
the law,21
but23
to that also24
which is of26
the faith27
of Abraham;28
who29
is
the father31
of us
all,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
(Gelijk geschrevenG1125 staat: Ik heb uG4771 tot een vaderG3962 van veleG4183 volkenG1484 gesteldG5087) voor Hem, aan WelkenG3739 hij geloofdG4100 heeft, namelijk GodG2316, Die de dodenG3498 levend maaktG2227, enG2532 roeptG2564 de dingen, die nietG3361 zijnG1510, alsofG5613 zij waren;
(Gelijk geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gesteld) voor Hem, aan Welken hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, en roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren;
KJV
(As1
it is written,2
I have made7
thee
a father4
of many5
nations,)6
before9
him whom10
he believed,11
even God,12
who quickeneth14
the dead,16
and17
calleth18
those things which be
not20
as though22
they were.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Welke tegenG1909 hoopG1680 op hoopG1680 geloofdG4100 heeft, dat hijG846 zou wordenG1096 een vaderG3962 van veleG4183 volkenG1484; volgensG2596 hetgeen gezegdG2046 was: AlzoG3779 zal uw zaadG4690 wezenG1510.
Welke tegen hoop op hoop geloofd heeft, dat hij zou worden een vader van vele volken; volgens hetgeen gezegd was: Alzo zal uw zaad wezen.
KJV
Who1
against2
hope3
believed6
in4
hope,5
that7
he10
might become9
the father11
of many12
nations,13
according14
to that which was spoken,16
So17
shall
thy
seed20
be.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
EnG2532 niet verzwaktG770 zijnde in het geloofG4102, heeft hij zijn eigenG1438 lichaamG4983 niet aangemerktG2657, dat alredeG2235 verstorven was, alzo hij omtrent honderdG1541 jaren oud was, noch ookG2532 dat de moederG3388 in SaraG4564 verstorven was.
En niet verzwakt zijnde in het geloof, heeft hij zijn eigen lichaam niet aangemerkt, dat alrede verstorven was, alzo hij omtrent honderd jaren oud was, noch ook dat de moeder in Sara verstorven was.
Ook in dit vers
verstorvenG3499
verstorvenG3500
KJV
And1
being not2
weak3
in faith,5
he considered7
not6
his own9
body10
now11
dead,12
when he was15
about14
an hundred years old,13
neither yet16
the deadness18
of Sara's21
womb:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
EnG1161 hij heeft aanG1519 de beloftenisG1860 GodsG2316 nietG3756 getwijfeldG1252 door ongeloofG570; maar is gesterktG1743 geweest in het geloofG4102, gevendeG1325 GodG2316 de eerG1391;
En hij heeft aan de beloftenis Gods niet getwijfeld door ongeloof; maar is gesterkt geweest in het geloof, gevende God de eer;
KJV
He staggered8
not7
at1
the promise4
of God6
through unbelief;10
but11
was strong12
in faith,14
giving15
glory16
to God;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
EnG2532 ten volle verzekerdG4135 zijnde, dat hetgeenG3739 beloofdG1861 was, Hij ookG2532 machtigG1415 was te doenG4160.
En ten volle verzekerd zijnde, dat hetgeen beloofd was, Hij ook machtig was te doen.
KJV
And1
being fully persuaded2
that,3
what4
he had promised,5
he was
able6
also8
to perform.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
Daarom is het hemG846 ookG2532 totG1519 rechtvaardigheidG1343 gerekendG3049.
Daarom is het hem ook tot rechtvaardigheid gerekend.
KJV
And2
therefore1
it was imputed3
to him4
for5
righteousness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
NuG1161 is het nietG3756 alleen omG1223 zijnentwilG846 geschrevenG1125, datG3754 het hem toegerekendG3049 is;
Nu is het niet alleen om zijnentwil geschreven, dat het hem toegerekend is;
KJV
Now3
it was2
not1
written
for his sake4
alone,6
that7
it was imputed8
to him;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
MaarG235 ookG2532 omG1223 onzentwilG2248, welken het zal toegerekendG3049 worden, namelijk dengenen, die gelovenG4100 in Hem, Die JezusG2424, onzen HeereG2962, uitG1537 de dodenG3498 opgewektG1453 heeft;
Maar ook om onzentwil, welken het zal toegerekend worden, namelijk dengenen, die geloven in Hem, Die Jezus, onzen Heere, uit de doden opgewekt heeft;
KJV
But1
for3
us
also,2
to whom5
it shall be6
imputed,7
if we believe9
on10
him that raised up12
Jesus13
our
Lord15
from17
the dead;
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
WelkeG3739 overgeleverdG3860 is omG1223 onze zondenG3900, enG2532 opgewektG1453 omG1223 onze rechtvaardigmakingG1347.
Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.
KJV
Who1
was delivered2
for3
our
offences,5
and7
was raised again8
for9
our
justification.
verkregen heeft
Grieks gevonden heeft.
Hertaald:
verkregen heeft
Grieks: gevonden heeft.
naar het vlees?
Sommigen nemen dit woord vlees voor den stand van een onherboren mens; maar dat kan hier niet zijn, omdat Abraham al lang tevoren wedergeboren is geweest, en God had gediend, eer deze getuigenis, Gen. 15:6 , hem is gegeven. Anderen daarom voegen dit woord met het voorgaande, onzen vader naar het vlees. Doch dit woord kan ook bekwamelijk genomen worden voor naar de werken, die men uiterlijk ziet, en prijswaardig acht, gelijk vs.2 dit alzo verklaart, en dit woord vlees alzo genomen wordt Fil. 3:3-4 .
Hertaald:
naar het vlees?
Sommigen vatten het woord vlees hier op als de staat van een onwedergeboren mens; maar dat kan hier niet, omdat Abraham al lang tevoren wedergeboren was en God gediend had voordat dit getuigenis van Gen. 15:6 hem gegeven werd. Anderen verbinden dit woord daarom met het voorgaande: onze vader naar het vlees. Maar het kan ook goed opgevat worden als: naar de werken die men uiterlijk ziet en prijzenswaardig acht, zoals vers 2 het verklaart en zoals dit woord vlees ook opgevat wordt in Filipp. 3:3-4.
roem,
Dat is, oorzaak om te roemen.
Hertaald:
roem,
Dat is: reden om te roemen.
niet bij God
Namelijk heeft hij oorzaak om te roemen. Waaruit dan noodzakelijk volgt, dat hij uit de werken voor God niet is gerechtvaardigd; hetwelk hij daarna breder bewijst.
Hertaald:
niet bij God
Namelijk heeft hij reden om te roemen. Daaruit volgt dan noodzakelijk dat hij niet uit de werken voor God gerechtvaardigd is; wat hij daarna uitvoeriger bewijst.
geloofde God,
Dat is, de beloften Gods van Hem een schild en groot loon te zullen zijn, en van Hem een erfgenaam te geven, en Zijn zaad te vermenigvuldigen, Gen. 15:1 , Gen. 15:4-6 , waardoor niet alleen een vleselijk zaad, maar inzonderheid Christus verstaan wordt, de zoon Abrahams, in welken alle geslachten der aarde zouden gezegend worden. Zie hierna vs.11-13, gelijk ook Paulus verklaart Gal. 3:16 . Zie ook Joh. 8:56 .
Hertaald:
geloofde God,
Dat is: de beloften van God dat Hij hem een schild en een groot loon zou zijn, dat Hij hem een erfgenaam zou geven en zijn zaad zou vermenigvuldigen (Gen. 15:1, Gen. 15:4-6). Daarmee wordt niet alleen een lichamelijk nageslacht bedoeld, maar vooral Christus, de zoon van Abraham, in Wie alle geslachten van de aarde gezegend zouden worden. Zie hierna vers 11-13, zoals Paulus het ook verklaart in Gal. 3:16. Zie ook Joh. 8:56.
het is hem gerekend
De Hebreeuwse tekst Gen. 15:6 zegt: en Hij, namelijk God, heeft het hem gerekend. Doch het is enerlei zijn, waardoor verstaan wordt dat God hem de gerechtigheid, die hij in zichzelven niet had, door het geloof op het beloofde zaad uit genade heeft geschonken.
Hertaald:
het is hem gerekend
De Hebreeuwse tekst van Gen. 15:6 zegt: en Hij, namelijk God, heeft het hem gerekend. Maar dat komt op hetzelfde neer: daarmee wordt bedoeld dat God hem de gerechtigheid die hij in zichzelf niet had, uit genade door het geloof in het beloofde zaad geschonken heeft.
die werkt,
Namelijk met mening van door zijn werk de rechtvaardigheid te verkrijgen of te verdienen.
Hertaald:
die werkt,
Namelijk met de bedoeling door zijn werk de gerechtigheid te verkrijgen of te verdienen.
naar schuld
Namelijk wordt gegeven; want geven naar schuld en toerekenen uit genade worden hier tegen elkander gesteld als tegen elkander strijdende.
Hertaald:
naar schuld
Namelijk wordt gegeven; want naar schuld geven en uit genade toerekenen worden hier tegenover elkaar gesteld als twee dingen die elkaar uitsluiten.
die niet werkt,
Dat is, die zulke werken van verdienste niet kan noch durft tevoorschijn brengen.
Hertaald:
die niet werkt,
Dat is: die zulke verdienstelijke werken niet kan en niet durft aan te voeren.
gelooft in Hem,
Dat is, stelt zijn vertrouwen op de genade Gods in Christus, vs.24,25.
Hertaald:
gelooft in Hem,
Dat is: stelt zijn vertrouwen op de genade van God in Christus, vers 24 en 25.
den goddeloze rechtvaardigt,
Dat is, die in zichzelven nog onrein en met zonden besmet is, gelijk alle mensen, zelfs ook de wedergeborenen, voor God zijn, naar de getuigenis van David in de volgende verzen.
Hertaald:
den goddeloze rechtvaardigt,
Dat is: die in zichzelf nog onrein en met zonden besmet is, zoals alle mensen — zelfs de wedergeborenen — voor God zijn, naar het getuigenis van David in de volgende verzen.
zijn geloof
Niet dat het geloof, ten aanzien dat het een werk is, dit verdient, of in zichzelven waardig is, gelijk enigen verkeerdelijk menen; want dit heeft Paulus terstond tevoren aan alle werken, en derhalve ook aan het geloof als een werk, benomen; maar omdat God zulks uit enkele genade den gelovigen beloofd heeft, en omdat het geloof als een middel is, hetwelk de gerechtigheid van Christus aanneemt, en dezelve tussen Gods oordeel en zijn eigen misdaden stelt. Zie Rom. 5:9 ; 2 Kor. 5:19 ; Fil. 3:9 .
Hertaald:
zijn geloof
Niet dat het geloof, voor zover het een werk is, dit verdient of in zichzelf waardig is, zoals sommigen ten onrechte menen; want dat heeft Paulus zojuist aan alle werken ontzegd, en dus ook aan het geloof voor zover het een werk is. Maar omdat God dat uit louter genade aan de gelovigen beloofd heeft, en omdat het geloof als een middel is dat de gerechtigheid van Christus aanneemt en die tussen Gods oordeel en zijn eigen misdaden stelt. Zie Rom. 5:9; 2 Kor. 5:19; Filipp. 3:9.
gerekend tot rechtvaardigheid
Het woord rekenen, of toerekenen, wordt genomen van ene gelijkenis dergenen, die iets op iemand rekening stellen; Filem. 1:18 . Zo wordt God gezegd iemand de zonde toe te rekenen, als Hij wil dat voor dezelve van hem door de straf zal voldaan worden; en niet toe te rekenen als Hij die vergeeft en de straf kwijtscheldt, vs.8. Desgelijks dat Hij het geloof rekent tot rechtvaardigheid als Hij den gelovigen schenkt, toeschrijft en toerekent de gerechtigheid van Christus, van hen door het geloof aangenomen, en houdt, door deze genadige toerekening, alsof het hun eigen gerechtigheid ware. Daarom wordt ook hier gezegd dat hun de gerechtigheid toegerekend wordt.
Hertaald:
gerekend tot rechtvaardigheid
Het woord rekenen of toerekenen is ontleend aan mensen die iets op iemands rekening zetten (Filem. 1:18). Zo wordt van God gezegd dat Hij iemand de zonde toerekent wanneer Hij wil dat daarvoor door de straf voldaan wordt, en dat Hij die niet toerekent wanneer Hij haar vergeeft en de straf kwijtscheldt (vers 8). Evenzo dat Hij het geloof tot gerechtigheid rekent wanneer Hij de gelovigen de gerechtigheid van Christus schenkt, toeschrijft en toerekent — die zij door het geloof aannemen — en hen door deze genadige toerekening beschouwt alsof het hun eigen gerechtigheid was. Daarom wordt hier ook gezegd dat hun de gerechtigheid toegerekend wordt.
den mens zalig spreekt,
Grieks de zaligspreking des mensen zegt.
Hertaald:
den mens zalig spreekt,
Grieks: de zaligspreking van de mens uitspreekt.
Zeggende
Namelijk in het begin van Psa 32 , welk bewijs van Paulus onwedersprekelijk is. Want die uit Zijne werken gerechtvaardigd is, die heeft gene vergeving der zonden van node om gelukzalig te zijn; en wie bidt dat God hem zijne zonden niet toerekene, die bidt ook dat God hem de rechtvaardigheid van Jezus Christus toerekene, alzo deze twee dingen in Gods oordeel niet kunnen gescheiden worden. Zie Rom. 3:24 , en Rom. 5:19 ; Ef. 1:7 , enz.
Hertaald:
Zeggende
Namelijk aan het begin van Ps. 32. Dat bewijs van Paulus is onweerlegbaar. Want wie uit zijn werken gerechtvaardigd is, heeft geen vergeving van zonden nodig om gelukzalig te zijn; en wie bidt dat God hem zijn zonden niet toerekent, bidt ook dat God hem de gerechtigheid van Jezus Christus toerekent, aangezien deze twee dingen in Gods oordeel niet gescheiden kunnen worden. Zie Rom. 3:24 en Rom. 5:19; Ef. 1:7, enzovoort.
zaligspreking dan,
Of, zaligmaking; waaruit blijkt dat het woord zaligspreken, of zaligmaken, hier van David genomen wordt voor hetzelfde, dat de Schriftuur, Gen. 15:6 , van Abraham de toerekening der rechtvaardigheid noemt. De reden is, omdat de grond onzer zaligheid gelegen is in de vergeving der zonden en toerekening der gerechtigheid van Christus.
Hertaald:
zaligspreking dan,
Of: zaligmaking. Daaruit blijkt dat het woord zaligspreken of zaligmaken hier bij David gebruikt wordt voor hetzelfde wat de Schrift in Gen. 15:6 bij Abraham de toerekening van de gerechtigheid noemt. De reden is dat de grond van onze zaligheid ligt in de vergeving van de zonden en de toerekening van de gerechtigheid van Christus.
Als hij in de besnijdenis was,
Dat is, is het hem toegerekend als hij alrede besneden was?
Hertaald:
Als hij in de besnijdenis was,
Dat is: is het hem toegerekend toen hij al besneden was?
in de voorhuid?
Dat is toen hij nog niet besneden was. Want deze belofte, waar het geloof van Abraham op zag, is wel veertien jaren tevoren geschied, eer Abraham besneden werd; alzo Abraham nog gene hoop van kinderen had, toen deze belofte is gedaan, Gen. 15:2 , en Ismaël nu dertien jaren oud was als Abraham negen en negentig jaren oud zijnde, besneden is geworden; Gen. 17:24-25 .
Hertaald:
in de voorhuid?
Dat is: toen hij nog niet besneden was. Want de belofte waarop het geloof van Abraham zag, is wel veertien jaar eerder gegeven dan Abraham besneden werd: Abraham had nog geen hoop op kinderen toen deze belofte gedaan werd (Gen. 15:2), en Ismaël was al dertien jaar oud toen Abraham op negenennegentigjarige leeftijd besneden werd; Gen. 17:24-25.
het teken der besnijdenis
Dat is, de besnijdenis tot een teken en zegel, dat is verzegeling en versterking, van dat hij door het geloof gerechtvaardigd was; in welke woorden de natuur en eigenschap van alle sacramenten kortelijk wordt aangewezen, gelijk ook Gen. 17:11 ; Ex. 12:13 ; Ezech. 20:12 . Namelijk dat zij dienen om het geloof niet eerst te werken, maar te verzegelen en te versterken, en daarom niet blote tekenen, maar ook zegelen zijn.
Hertaald:
het teken der besnijdenis
Dat is: de besnijdenis als teken en zegel — dat is: als verzegeling en versterking — dat hij door het geloof gerechtvaardigd was. In deze woorden wordt de aard en eigenschap van alle sacramenten kort aangewezen, zoals ook Gen. 17:11; Ex. 12:13; Ezech. 20:12: namelijk dat zij niet dienen om het geloof allereerst te werken, maar om het te verzegelen en te versterken, en dat zij daarom geen loutere tekenen zijn maar ook zegels.
een vader van allen,
Namelijk naar welks voorbeeld of voetstappen God wil dat zowel heidenen als Joden door het geloof gerechtvaardigd zouden worden.
Hertaald:
een vader van allen,
Namelijk naar wiens voorbeeld of voetstappen God wil dat zowel heidenen als Joden door het geloof gerechtvaardigd zouden worden.
door de wet aan Abraham
Dat is, door de onderhouding der wet. Hier brengt Paulus nog een andere reden voort om te bewijzen dat Abraham niet is gerechtvaardigd uit de werken; want anders zou de belofte aan Abraham gedaan, namelijk dat hij met zijn zaad een erfgenaam der wereld zou zijn, tevergeefs gegeven wezen. Want de wet werkt toorn en geeft de erve niet, omdat zij door het vlees verzwakt is; Rom. 8:3 .
Hertaald:
door de wet aan Abraham
Dat is: door het onderhouden van de wet. Hier voert Paulus nog een ander argument aan om te bewijzen dat Abraham niet uit de werken gerechtvaardigd is. Want anders zou de belofte die aan Abraham gedaan is, dat hij met zijn zaad een erfgenaam van de wereld zou zijn, tevergeefs gegeven zijn. Want de wet werkt toorn en geeft de erfenis niet, omdat zij door het vlees verzwakt is; Rom. 8:3.
een erfgenaam der wereld zou zijn,
Hier wordt gezien òf op de belofte aan Abraham gedaan, op denzelfden tijd als deze getuigenis van zijne rechtvaardigheid uit het geloof is gegeven; Gen. 16:6-8 ; namelijk van de bezitting van het land Kanaän, hetwelk een voorbeeld was van de eeuwige rust der gelovigen in den hemel, waarvan de apostel hier spreekt, Hebr. 4:3 , en Hebr. 11:9-10 ; òf op een andere belofte, die uitgedrukt staat Gen. 22:17-18 , nadat hij zijnen zoon heeft willen opofferen, namelijk dat alle geslachten der aarde in zijn zaad zullen gezegend worden. Want Abraham, als een vader aller gelovigen, is van God in de erve van de geestelijke wereld gesteld, waarvan al zijn geestelijke kinderen, de gelovigen ook hun deel door Christus, het beloofde zaad, zullen ontvangen; Ps. 2:8 ; Hebr. 2:5 .
Hertaald:
een erfgenaam der wereld zou zijn,
Hier wordt gezien óf op de belofte die aan Abraham gedaan is op hetzelfde moment waarop dit getuigenis van zijn gerechtigheid uit het geloof gegeven werd (Gen. 15:6-8), namelijk over het bezit van het land Kanaän, dat een voorafbeelding was van de eeuwige rust van de gelovigen in de hemel, waarover de apostel hier spreekt (Hebr. 4:3 en Hebr. 11:9-10); óf op een andere belofte, die uitdrukkelijk staat in Gen. 22:17-18, nadat hij zijn zoon had willen offeren, namelijk dat alle geslachten van de aarde in zijn zaad gezegend zullen worden. Want Abraham is als vader van alle gelovigen door God in het erfbezit van de geestelijke wereld gesteld, waarvan al zijn geestelijke kinderen, de gelovigen, ook hun deel zullen ontvangen door Christus, het beloofde zaad; Ps. 2:8; Hebr. 2:5.
die uit de wet zijn,
Dat is, die door de werken of onderhouding der wet willen gerechtvaardigd worden.
Hertaald:
die uit de wet zijn,
Dat is: zij die door de werken of het onderhouden van de wet gerechtvaardigd willen worden.
erfgenamen zijn,
Namelijk van deze geestelijke wereld vs.13.
Hertaald:
erfgenamen zijn,
Namelijk van deze geestelijke wereld, vers 13.
ijdel geworden,
Dat is, onnodig, tevergeefs.
Hertaald:
ijdel geworden,
Dat is: overbodig, tevergeefs.
te niet gedaan
Dat is, zonder kracht of vrucht.
Hertaald:
te niet gedaan
Dat is: zonder kracht of vrucht.
werkt toorn;
Dat is, openbaart Gods toorn tegen de overtreding derzelve door hare dreigementen van straffen, en vermeerdert de zonde door de verkeerdheid van de natuur der mensen; Rom. 7:8 .
Hertaald:
werkt toorn;
Dat is: openbaart Gods toorn tegen de overtreding daarvan door haar bedreigingen met straffen, en vermeerdert de zonde door de verkeerdheid van de menselijke natuur; Rom. 7:8.
geen wet is,
Namelijk noch in de natuur ingeschreven, noch van God gegeven, gelijk tevoren is bewezen.
Hertaald:
geen wet is,
Namelijk noch in de natuur ingeschreven, noch door God gegeven, zoals tevoren bewezen is.
geen overtreding
Namelijk die bekend en gestraft kan worden.
Hertaald:
geen overtreding
Namelijk een overtreding die als zodanig herkend en gestraft kan worden.
is zij
Namelijk de belofte van deze erfenis.
Hertaald:
is zij
Namelijk de belofte van deze erfenis.
uit het geloof,
Dat is, onder voorwaarde van het geloof van God gedaan of gegeven.
Hertaald:
uit het geloof,
Dat is: door God gedaan of gegeven onder de voorwaarde van het geloof.
naar genade zij;
Want geloof en genade gaan altijd tezamen, en het geloof steunt op de onveranderlijke genade Gods, niet op de werken of op zichzelven, vs.5; Ef. 2:8 .
Hertaald:
naar genade zij;
Want geloof en genade gaan altijd samen, en het geloof steunt op de onveranderlijke genade van God, niet op de werken en niet op zichzelf; vers 5; Ef. 2:8.
vast zij al den zade,
Want wij kunnen van de erve verzekerd worden alleen door het geloof, en niet door de werken der wet, dewijl niemand de wet onderhoudt, gelijk tevoren bewezen is. Zie ook Gal. 3:16 , Gal. 3:18 .
Hertaald:
vast zij al den zade,
Want wij kunnen alleen door het geloof van de erfenis verzekerd worden en niet door de werken van de wet, aangezien niemand de wet onderhoudt, zoals tevoren bewezen is. Zie ook Gal. 3:16, Gal. 3:18.
uit de wet is,
Dat is, uit de Joden, wien de wet gegeven was. Want dat niemand uit de werken der wet een erfgenaam kan worden, is in vs.14 geleerd.
Hertaald:
uit de wet is,
Dat is: uit de Joden, aan wie de wet gegeven was. Dat niemand uit de werken van de wet erfgenaam kan worden, is in vers 14 geleerd.
uit het geloof Abrahams is,
Dat is, die het geloof van Abraham navolgen, al zijn zij uit Abraham naar het vlees niet gesproten.
Hertaald:
uit het geloof Abrahams is,
Dat is: zij die het geloof van Abraham navolgen, ook al zijn zij naar het vlees niet uit Abraham voortgekomen.
van ons allen;
Namelijk die geloven.
Hertaald:
van ons allen;
Namelijk van ons allen die geloven.
een vader van vele volken gesteld)
Namelijk niet alleen van degenen die uit hem naar het vlees zouden voortkomen, maar ook van degenen, die door het geloof uit alle andere volken in zijn geestelijke familie zouden ingelijfd en aangenomen worden.
Hertaald:
een vader van vele volken gesteld)
Namelijk niet alleen van hen die naar het vlees uit hem zouden voortkomen, maar ook van hen die door het geloof uit alle andere volken in zijn geestelijke familie ingelijfd en aangenomen zouden worden.
voor Hem,
Van hier af wordt beschreven het geloof van Abraham met al zijne steunselen en eigenschappen, tot Gen. 4:22 , vanwaar voorts aangewezen wordt dat ons hetzelve tot een voorbeeld is voorgesteld.
Hertaald:
voor Hem,
Vanaf hier wordt het geloof van Abraham beschreven met al zijn steunpunten en eigenschappen, tot vers 22; vanaf daar wordt aangewezen dat het ons tot een voorbeeld voorgesteld is.
Die de doden levend maakt,
Dit is het eerste steunsel des geloofs, namelijk Gods almacht, hetwelk Abrahams geloof van node had, om vastelijk te geloven dat hij nu in zijnen ouderdom, als verstorven zijnde, kracht zou krijgen om een vader te worden van vele volken.
Hertaald:
Die de doden levend maakt,
Dit is het eerste steunpunt van het geloof, namelijk Gods almacht. Dat had het geloof van Abraham nodig om vast te geloven dat hij nu in zijn ouderdom, terwijl hij als verstorven was, kracht zou krijgen om vader van veel volken te worden.
roept de dingen,
Of, noemt; dat is door zijn woord doet zijn en hun wezen hebben; Ps. 33:9 ; 2 Kor. 4:6 .
Hertaald:
roept de dingen,
Of: noemt; dat is: door Zijn woord doet Hij ze zijn en hun bestaan hebben; Ps. 33:9; 2 Kor. 4:6.
Welke
Namelijk Abraham.
Hertaald:
Welke
Namelijk Abraham.
tegen hoop
Namelijk die de mens uit zijn eigen vernuft of rede zou hebben kunnen scheppen.
Hertaald:
tegen hoop
Namelijk de hoop die de mens uit zijn eigen verstand of rede zou hebben kunnen putten.
op hoop
Namelijk van Gods waarheid en macht.
Hertaald:
op hoop
Namelijk de hoop op Gods waarheid en macht.
geloofd heeft,
Dat is, vertrouwd heeft.
Hertaald:
geloofd heeft,
Dat is: vertrouwd heeft.
Alzo zal uw zaad wezen
Namelijk als de sterren aan den hemel.
Hertaald:
Alzo zal uw zaad wezen
Namelijk als de sterren aan de hemel.
niet aangemerkt,
Namelijk om uit de aanmerking der zwakheid in zijn betrouwen verzwakt, te worden. Want anderszins heeft hij zelfs zijnen ouderdom en den ouderdom van Sara God voorgehouden; Gen. 17:17 .
Hertaald:
niet aangemerkt,
Namelijk om zich door de overweging van die zwakheid in zijn vertrouwen te laten verzwakken. Want overigens heeft hij zijn eigen ouderdom en die van Sara wel degelijk aan God voorgehouden; Gen. 17:17.
dat de moeder
Grieks de verstorvenheid der baarmoeder van Sara.
Hertaald:
dat de moeder
Grieks: de verstorvenheid van de moederschoot van Sara.
aan de beloftenis Gods
Dit is het andere steunsel van het geloof van Abraham, namelijk de verzekerdheid die hij had van Gods trouw en standvastigheid in zijne beloften; Hebr. 6:17-18 .
Hertaald:
aan de beloftenis Gods
Dit is het tweede steunpunt van Abrahams geloof, namelijk de zekerheid die hij had van Gods trouw en standvastigheid in Zijn beloften; Hebr. 6:17-18.
gevende God de eer;
Dat is, hiermede betonende te geloven dat God kon en zou doen hetgeen Hij beloofd had; en heeft alzo verzegeld dat God waarachtig is; Joh. 3:33 .
Hertaald:
gevende God de eer;
Dat is: door daarmee te betonen dat hij geloofde dat God kon en zou doen wat Hij beloofd had; en zo heeft hij verzegeld dat God waarachtig is; Joh. 3:33.
machtig was te doen
Namelijk al scheen het tegen alle menselijke rede te zijn.
Hertaald:
machtig was te doen
Namelijk ook al leek het tegen alle menselijke rede in te gaan.
Nu is het niet alleen om zijnentwil geschreven,
Hier besluit de apostel de verklaring van het voorgaande hoofdstuk, en betuigt dat alle gelovigen alzo zullen worden gerechtvaardigd, gelijk Abraham gerechtvaardigd is.
Hertaald:
Nu is het niet alleen om zijnentwil geschreven,
Hier sluit de apostel de verklaring van het voorgaande hoofdstuk af en betuigt hij dat alle gelovigen zo gerechtvaardigd zullen worden als Abraham gerechtvaardigd is.
die geloven in Hem,
Dat is, betrouwen op Hem, want dit is ook hetgeen waar ons geloof op steunt, naar het voorbeeld van het geloof van Abraham, namelijk eerst Gods mogendheid en trouw, die Hij naar Zijne belofte getoond heeft in het opwekken van Christus uit de doden, en ten tweede de dood en opstanding van Jezus Christus, alzo wij door den dood met God verzoend en door de opstanding deze verzoening deelachtig worden.
Hertaald:
die geloven in Hem,
Dat is: op Hem vertrouwen. Want dat is ook waarop ons geloof steunt, naar het voorbeeld van het geloof van Abraham: ten eerste Gods macht en trouw, die Hij naar Zijn belofte getoond heeft door Christus uit de doden op te wekken, en ten tweede de dood en opstanding van Jezus Christus, aangezien wij door Zijn dood met God verzoend worden en door Zijn opstanding aan die verzoening deel krijgen.
overgeleverd is
Namelijk van God Zijnen Vader; Rom. 8:32 .
Hertaald:
overgeleverd is
Namelijk door God, Zijn Vader; Rom. 8:32.
om onze zonden,
Namelijk te verzoenen en teniet te doen;; 1 Joh. 1:7 , en 1 Joh. 2:2 .
Hertaald:
om onze zonden,
Namelijk om die te verzoenen en teniet te doen; 1 Joh. 1:7 en 1 Joh. 2:2.
om onze rechtvaardigmaking
Namelijk overmits God door deze opwekking betoond heeft dat Hij den dood Zijns Zoons voor een genoegzaam rantsoen voor onze zonden heeft aangenomen, en zijn volkomen gehoorzaamheid wil aannemen tot rechtvaardigheid voor allen, die in Hem geloven. Want indien Christus in den dood gebleven ware, zo zou Zijne voldoening niet volkomen geweest zijn, en Hij zou ons de kracht van die niet hebben kunnen toeëigenen.
Hertaald:
om onze rechtvaardigmaking
Namelijk omdat God door deze opwekking betoond heeft dat Hij de dood van Zijn Zoon als een toereikend losgeld voor onze zonden heeft aangenomen, en dat Hij Zijn volkomen gehoorzaamheid wil aannemen tot gerechtigheid voor allen die in Hem geloven. Want als Christus in de dood gebleven was, zou Zijn voldoening niet volkomen geweest zijn en zou Hij ons de kracht daarvan niet hebben kunnen toe-eigenen. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Paulus grijpt terug op Gen. 15:6 (reeds behandeld bij Geloof): "Abraham geloofde God, en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid" (Rom. 4:3), en werkt uit wat dat rekenen inhoudt. Bij wie werkt, wordt het loon niet naar genade maar naar schuld toegerekend, want men heeft er recht op. Maar bij wie niet werkt en gelooft in Hem Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt het geloof zelf tot rechtvaardigheid gerekend (Rom. 4:4-5). Paulus benadrukt dat dit niet alleen om Abrahams wil geschreven is, maar ook om onzentwil, "welken het zal toegerekend worden, namelijk dengenen, die geloven in Hem, Die Jezus, onzen Heere, uit de doden opgewekt heeft" (Rom. 4:23-24), Die overgeleverd is om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking (Rom. 4:25). Bijbelse betekenis: Toerekening is een zuiver forensische, buiten de mens omgaande daad van God. Het is geen innerlijke verandering, want dat is de heiliging (reeds elders behandeld). Het is een rechterlijke uitspraak waarbij iets op iemands rekening geschreven wordt alsof het zijn eigen is: hier de gerechtigheid van Christus, ontvangen door het geloof. Datzelfde beginsel werkt ook de andere kant op: gelijk Adams overtreding aan allen werd toegerekend (Rom. 5, hierna behandeld), zo wordt Christus' gerechtigheid aan de gelovige toegerekend. Typologie: 1 Kor. 15:22 vat de twee-zijdige toerekening samen in één zin: "gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden." Rom. 4:3-5,22-25; Gen. 15:6; 1 Kor. 15:22 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Het beloofde Zaad niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe Paulus heeft betoogd dat er geen onderscheid is en dat allen gezondigd hebben. Nu neemt hij de man die voor iedere Jood het bewijs van het tegendeel leek: Abraham. En hij laat zien dat juist bij hem alles op de belofte hing. De erfenis kwam niet door de wet maar door een belofte aan Abraham en zijn zaad — en die belofte lag er vierhonderddertig jaar vóór de wet. Het hoofdstuk draait om een volgorde. Abraham geloofde God, en het werd hem tot gerechtigheid gerekend — en dat stond geschreven vóórdat hij besneden was. De besnijdenis kwam erna, als een zegel op iets dat er al was. Daarom, zegt Paulus, is hij een vader van allen die geloven, besneden of niet. En dan de zin waar deze post om draait: “Want de belofte is niet door de wet aan Abraham of zijn zaad geschied, namelijk, dat hij een erfgenaam der wereld zou zijn, maar door de rechtvaardigheid des geloofs.” Daar staat het woord zaad, en dat is het woord van de hele lijn. Vanaf de hof loopt er één belofte door de Schrift: er komt een Nakomeling. Zij versmalt zich van de mensheid naar Sem, naar Abraham, naar Juda, naar David. En Paulus zegt hier hoe zij overgedragen wordt: niet langs het houden van geboden, maar langs geloof. De kanttekening werkt dat erfgenaam der wereld uit. Zij ziet er twee mogelijkheden in. Het kan gaan om het land Kanaän, dat een voorbeeld was van de eeuwige rust. Of om de belofte na de berg Moria: dat alle geslachten der aarde in zijn zaad gezegend zouden worden. En zij zegt erbij dat de gelovigen hun deel daaraan ontvangen door Christus, het beloofde zaad. Dat laatste is precies wat Paulus elders in één zin toespitst: de beloftenissen zijn tot Abraham en zijn zaad gesproken; er staat niet den zaden, als van velen, maar als van één — en dat is Christus. Het middenstuk beschrijft hoe dat geloof eruitzag, en het is opvallend onopgesmukt. Abraham was omtrent honderd jaar, en er staat dat hij zijn eigen lichaam niet aanmerkte, dat alreeds verstorven was. Hij rekende dus niet met wat er nog kon. Hij rekende met Wie het beloofd had: “En ten volle verzekerd zijnde, dat hetgeen beloofd was, Hij ook machtig was te doen.” Uit een verstorven lichaam een zaad — daar begint de lijn, en zo gaat zij ook door. Sara was onvruchtbaar, Rebekka was onvruchtbaar, Rachel was onvruchtbaar, Hanna was onvruchtbaar. Telkens komt de belofte niet uit de natuur voort maar tegen de natuur in. En dan het slot van het hoofdstuk, dat de brug slaat naar de lezer: het is niet alleen om Abrahams wil geschreven, maar ook om onzentwil, die geloven in Hem Die Jezus uit de doden opgewekt heeft — “Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.” Daarmee sluit de cirkel. Wie geloofde dat God uit een verstorven lichaam leven kon geven, geloofde in wezen hetzelfde als wie gelooft dat God Hem uit de doden opgewekt heeft. In het Nieuwe Testament: Genesis 15:6; Genesis 22:18; Galaten 3:16; Genesis 17:5; Hebreeën 11:11-12 Hoever dit reikt: Wat de belofte dat Abraham een erfgenaam der wereld zou zijn precies inhoudt, wordt door Paulus niet omschreven. De kanttekening geeft twee mogelijkheden, en verbindt ze allebei met Christus als het beloofde zaad. Dat Paulus met zaad in dit hoofdstuk mede op Christus doelt, staat er in Romeinen 4 niet met zoveel woorden. Het blijkt uit Galaten 3, waar hij het woord uitdrukkelijk zo toespitst.
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas Jezus, onze Heere. Rom. 4:24 Het maakt een deel uit van het geloof, om grote tegenstellingen aan te nemen, indien zij in het Woord zijn neergelegd en ze tot… En dit is Zijn gebod: dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon, Jezus Christus. (1 Johannes 3:23) Lees verder Handelingen 16:16—34. Als we onze ziel hartelijk… En de apostelen zeiden tot de Heere: Vermeerder ons het geloof. Lukas 17:5 Verder lezen: Romeinen 4:13-25 De apostelen zeiden tot de Heere: 'Vermeerder ons het geloof!' Ze gingen… En niet verzwakt in het geloof, heeft hij er niet op gelet dat zijn eigen lichaam reeds verstorven was – hij was ongeveer honderd jaar oud – en… Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking. Romeinen 4:25 Christus verlangde naar het kruis, omdat Hij het beschouwde als het doel van al Zijn… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" …gesterkt in het geloof… Romeinen 4 vers 20 Christen, zorg goed voor je geloof, want het is de enige manier om… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Romeinen 4
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De belofte, door de rechtvaardigheid des geloofs — 4:11-13, 16-25
Wat betekenen de niveaus?
Verdiepende artikelen
Rom. 4:24 - Jezus onze Heere
Geloof in Jezus Christus
De noodzaak van vermeerderd geloof
Onwankelbaar geloof
Christus heeft alles betaald
Gesterkt worden in het geloof


Romeinen 4
Romeinen 4:1-3
KruisverwijzingenRomeinen 4:9→Genesis 15:6→Jakobus 2:23→1 Korinthe 1:31→Romeinen 4:5→Jesaja 51:2→Romeinen 4:16→Galaten 3:6→— Wat zullen wij dan zeggen, dat Abraham, onze vader, verkregen heeft naar het vlees? Want indien Abraham uit de werken gerechtvaardigd is, zo heeft hij roem, maar niet bij God. Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God, en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid.
Abraham staat als de grote vader van de gelovigen, en dit is het voorrecht dat hem gegeven is, en aan allen die in hem geloven: “Abraham geloofde God, en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid.”
Romeinen 4:1
KruisverwijzingenJesaja 51:2→Romeinen 4:16→2 Korinthe 11:22→Johannes 8:56→Handelingen 13:26→Johannes 8:33→Lukas 16:29→Johannes 8:53→— Wat zullen wij dan zeggen, dat Abraham, onze vader, verkregen heeft naar het vlees?
Er is dus een bijzondere zaligheid, die toekomt aan hen die door het geloof onder de bedeling van de genade zijn. Zij kwam tot Abraham, en zij kwam tot David; en toch waren beiden besneden mannen, behorend tot een bijzonder volk. Vanzelf rijst dan de vraag: welke zegeningen kwamen werkelijk tot Abraham, de vader van de gelovigen? Wat is de aard van dat verbond der genade, dat God met hem sloot?
Romeinen 4:2
Kruisverwijzingen1 Korinthe 1:31→Romeinen 15:17→2 Korinthe 11:30→Jeremia 9:23→2 Korinthe 11:12→Filippenzen 3:9→1 Korinthe 9:16→1 Korinthe 4:7→— Want indien Abraham uit de werken gerechtvaardigd is, zo heeft hij roem, maar niet bij God.
Zeker is dat Abraham vóór God niet roemde, en evenmin door zijn werken gerechtvaardigd werd.
Romeinen 4:3
KruisverwijzingenRomeinen 4:9→Genesis 15:6→Jakobus 2:23→Romeinen 4:5→Galaten 3:6→Psalmen 106:31→Romeinen 4:11→Romeinen 11:2→— Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God, en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid.
Dat is de vraag die wij altijd moeten stellen: “wat zegt de Schrift?” Daaraan bestaat geen twijfel, want er staat geschreven: “hij geloofde in den HEERE; en Hij rekende het hem tot gerechtigheid.”
Romeinen 4:4-5
KruisverwijzingenRomeinen 3:22→Romeinen 11:6→Filippenzen 3:9→Titus 3:3→Galaten 3:8→Romeinen 10:9→Galaten 2:16→Romeinen 9:32→— Nu dengene, die werkt, wordt het loon niet toegerekend naar genade, maar naar schuld. Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.
Wie op zijn werken hoopt behouden te worden, voor wie de zaligheid verdienste is, heeft voor zijn loon gewerkt. Hij heeft het verdiend. Spreek dan niet van genade. Maar wie niet op de weg van de werken gaat, rust in het geheel niet op zijn eigen werken, en biedt ze niet als een prijs aan God aan. Zijn geloof wordt hem tot rechtvaardigheid gerekend. Het is iets zeer wonderlijks, dat geloof in de plaats van gerechtigheid kan staan, en allen rechtvaardig kan maken die door Jezus Christus in God geloven. Wat hij ontvangt, wordt hem “niet toegerekend naar genade, maar naar schuld.” Zo blijkt dat de zegeningen van de zaligheid tot de mensen komen door het geloof, en niet door hun eigen inspanning. Niet als loon op verdienste, maar als de eenvoudige gave van Gods genade.
Romeinen 4:6-8
KruisverwijzingenPsalmen 32:1→Psalmen 146:5→Psalmen 130:3→Lukas 7:47→Jesaja 40:1→Psalmen 32:2→Romeinen 4:24→1 Korinthe 1:30→— Gelijk ook David den mens zalig spreekt, welken God de rechtvaardigheid toerekent zonder werken; Zeggende: Zalig zijn zij, welker ongerechtigheden vergeven zijn, en welker zonden bedekt zijn; Zalig is de man, welken de Heere de zonden niet toerekent.
In plaats van een werker was deze mens een overtreder — een zondaar. God rekende het hem niet toe. Hij was een gelovige, en God rekende hem gerechtigheid toe om zijn geloof, en rekende hem de zonde niet toe.
Romeinen 4:9-12
KruisverwijzingenRomeinen 3:22→Lukas 19:9→Romeinen 4:3→Exodus 31:13→2 Petrus 1:1→Johannes 6:35→Efeze 4:30→Galaten 6:16→— Deze zaligspreking dan, is die alleen over de besnijdenis, of ook over de voorhuid? Want wij zeggen, dat Abraham het geloof gerekend is tot rechtvaardigheid. Hoe is het hem dan toegerekend? Als hij in de besnijdenis was, of in de voorhuid? Niet in de besnijdenis, maar in de voorhuid. En hij heeft het teken der besnijdenis ontvangen tot een zegel der rechtvaardigheid des geloofs, die hem in de voorhuid was toegerekend; opdat hij zou zijn een vader van allen, die geloven in de voorhuid zijnde, ten einde ook hun de rechtvaardigheid toegerekend worde; En een vader der besnijdenis, dengenen namelijk, die niet alleen uit de besnijdenis zijn, maar die ook wandelen in de voetstappen des geloofs van onzen vader Abraham, hetwelk in de voorhuid was.
Is de besnijdenis zo noodzakelijk, dat een mens pas na zijn besnijdenis door het geloof gerechtvaardigd wordt, en dat niet had kunnen zijn als hij onbesneden was gebleven? Is deze zegen alleen voorbehouden aan het natuurlijke zaad van Abraham, of is hij er ook voor anderen dan de Joden? Hoe werd het hem dan toegerekend? Toen hij besneden was, of onbesneden? Kijk terug in de geschiedenis. Zie in welke toestand Abraham verkeerde, toen het geloof hem tot rechtvaardigheid gerekend werd. Het antwoord luidt: niet in de besnijdenis, maar in de voorhuid.
Het historische argument is zeer krachtig. De zegen werd Abraham niet gegeven als besneden man, maar als gelovig man; en daarom komt hij ook tot ons allen die geloven. Wat een genade, dat er in dit opzicht geen onderscheid meer is tussen Jood en heiden! Ik verafschuw die manier van de Schrift lezen, waarbij men ons, zodra wij een genadige belofte grijpen, toevoegt: “och, dat is voor de Joden.” “Dan ben ik ook een Jood, want zij is mij gegeven.” Elke belofte van Gods Woord behoort aan allen die het geloof hebben om haar te grijpen. Wij die geloven, zijn allen in het verbond, en zijn zo de kinderen van de gelovige Abraham. Wees dus niet bevreesd, u die het ware zaad bent, om elke zegen die uw vader Abraham en heel het zaad toekomt, ook zelf te nemen.
Romeinen 4:10-13
KruisverwijzingenRomeinen 3:22→Lukas 19:9→Galaten 3:29→Genesis 17:4→Exodus 31:13→2 Petrus 1:1→Johannes 6:35→Efeze 4:30→— Hoe is het hem dan toegerekend? Als hij in de besnijdenis was, of in de voorhuid? Niet in de besnijdenis, maar in de voorhuid. En hij heeft het teken der besnijdenis ontvangen tot een zegel der rechtvaardigheid des geloofs, die hem in de voorhuid was toegerekend; opdat hij zou zijn een vader van allen, die geloven in de voorhuid zijnde, ten einde ook hun de rechtvaardigheid toegerekend worde; En een vader der besnijdenis, dengenen namelijk, die niet alleen uit de besnijdenis zijn, maar die ook wandelen in de voetstappen des geloofs van onzen vader Abraham, hetwelk in de voorhuid was. Want de belofte is niet door de wet aan Abraham of zijn zaad geschied, namelijk, dat hij een erfgenaam der wereld zou zijn, maar door de rechtvaardigheid des geloofs.
Het teken volgt op de zaak die het aanduidt. Hij werd eerst door zijn geloof gerechtvaardigd, en ontving daarna pas het teken van het verbond. Het is een zeer merkwaardig feit. Vele lezers van het boek Genesis zouden er nooit op gelet hebben. Maar de Heilige Geest vestigde de aandacht op het feit dat vader Abraham door zijn geloof gerechtvaardigd werd, vóórdat hij besneden was. Dit is de reden ervan: opdat hij een vader zou zijn van alle gelovigen, of zij nu besneden zijn of onbesneden, “ten einde ook hun de rechtvaardigheid toegerekend worde.”
De wezenlijke vraag is niet hoe wij geboren zijn, of welke riten en plechtigheden aan ons voltrokken zijn, maar: geloven wij in God? Hebben wij een waar geloof in Gods Woord? Vertrouwen wij onze ziel toe aan de bewaring van Gods Zoon? De wet was zelfs nog niet gegeven, toen die verbondsbelofte gedaan werd. De wet kwam vierhonderd jaar later. Het verbond der genade was het oudste van alle verbonden, en het zal onwrikbaar staan, wat er ook gebeurt. De wet werd op de berg Sinaï afgekondigd, vierhonderd jaar nadat het verbond der genade met Abraham, de vader van de gelovigen, gesloten was. Zo is dat ook met alle gelovigen: zij zijn zijn ware zaad, en God is met hen een verbond van genade en zaligheid aangegaan.
Romeinen 4:13-14
KruisverwijzingenGalaten 3:29→Genesis 17:4→Psalmen 72:11→Genesis 28:14→Galaten 3:16→Psalmen 2:8→Genesis 22:17→Romeinen 9:8→— Want de belofte is niet door de wet aan Abraham of zijn zaad geschied, namelijk, dat hij een erfgenaam der wereld zou zijn, maar door de rechtvaardigheid des geloofs. Want indien degenen, die uit de wet zijn, erfgenamen zijn, zo is het geloof ijdel geworden, en de beloftenis te niet gedaan.
Ware het anders, dan zou dat ook de besnijdenis en heel het oude verbond te niet doen. De zegen werd immers gegeven aan een man die God verkozen had vóór zijn besnijdenis, en vóór de ceremoniële wet was afgekondigd. Zoekt u de zaligheid door de wet, wat hebt u dan nog met het geloof te maken? En wat hebt u met de belofte te maken, en wat met Christus? U bevindt zich op een heel ander spoor.
Romeinen 4:14-15
KruisverwijzingenGalaten 3:10→1 Korinthe 15:56→Romeinen 5:13→Romeinen 7:7→1 Johannes 3:4→Romeinen 3:19→Galaten 3:19→Johannes 15:22→— Want indien degenen, die uit de wet zijn, erfgenamen zijn, zo is het geloof ijdel geworden, en de beloftenis te niet gedaan. Want de wet werkt toorn; want waar geen wet is, daar is ook geen overtreding.
Zo is de wet niet tot rechtvaardiging, maar tot verdoemenis. Het is de wet die de zonde openbaart, en die de zonde als zonde aanwijst; zodat de mens nooit door de wet met God in het reine kan komen. Dat is duidelijk genoeg. U kunt geen wet overtreden, als er geen wet is. Zo wordt, door onze zondigheid, de wet oorzaak van zonde, maar nooit oorzaak van rechtvaardiging.
Romeinen 4:15-17
Kruisverwijzingen1 Korinthe 1:28→Johannes 5:21→Galaten 3:10→1 Korinthe 15:56→Romeinen 5:13→Johannes 6:63→Romeinen 7:7→1 Johannes 3:4→— Want de wet werkt toorn; want waar geen wet is, daar is ook geen overtreding. Daarom is zij uit het geloof, opdat zij naar genade zij; ten einde de belofte vast zij al den zade, niet alleen dat uit de wet is, maar ook dat uit het geloof Abrahams is, welke een vader is van ons allen; (Gelijk geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gesteld) voor Hem, aan Welken hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, en roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren;
Niet een vader van één uitverkoren volk alleen. Hij is een vader van allen die, in welk land ook, en in welke taal ook, gelovigen zijn in de heerlijke Jehova, de God van Abraham, Izak en Jakob.
Romeinen 4:16-17
Kruisverwijzingen1 Korinthe 1:28→Johannes 5:21→Johannes 6:63→Romeinen 9:8→Genesis 17:4→1 Petrus 2:10→Romeinen 15:8→Jesaja 51:2→— Daarom is zij uit het geloof, opdat zij naar genade zij; ten einde de belofte vast zij al den zade, niet alleen dat uit de wet is, maar ook dat uit het geloof Abrahams is, welke een vader is van ons allen; (Gelijk geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gesteld) voor Hem, aan Welken hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, en roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren;
De zaligheid is door het geloof alleen, opdat zij gezien worde als de vrije gunst van God. Dan zien wij niet op verdienste of op menselijke kracht, maar richten het oog op de overvloedige barmhartigheid van God in Christus Jezus. Dat wil zeggen: tot alle gelovigen, die het ware zaad van Abraham zijn. Hij is de vader van de gelovigen, en bent u een van de gelovigen, dan is hij ook úw vader. Het verbond dat God met Abraham en zijn zaad sloot, werd ook met u gesloten, en om uwentwil, als u waarlijk een gelovige in de Heere Jezus Christus bent. Abraham is de vader van allen die geloven, of zij nu besneden zijn of niet; en de beloften die hem gegeven zijn, behoren ook hun toe.
Wat een God is het, op Wie wij vertrouwen — een God, “Die de doden levend maakt.” Wij hebben geen geloof, tenzij wij in zulk een God geloven. Zulk een God hebben wij ook nodig, om ons ten slotte veilig tot Zijn rechterhand te brengen.
Romeinen 4:16-22
Kruisverwijzingen1 Korinthe 1:28→Johannes 5:21→Genesis 18:14→Hebreeën 11:19→Johannes 6:63→Genesis 17:17→Romeinen 9:8→Genesis 17:4→— Daarom is zij uit het geloof, opdat zij naar genade zij; ten einde de belofte vast zij al den zade, niet alleen dat uit de wet is, maar ook dat uit het geloof Abrahams is, welke een vader is van ons allen; (Gelijk geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gesteld) voor Hem, aan Welken hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, en roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren; Welke tegen hoop op hoop geloofd heeft, dat hij zou worden een vader van vele volken; volgens hetgeen gezegd was: Alzo zal uw zaad wezen. En niet verzwakt zijnde in het geloof, heeft hij zijn eigen lichaam niet aangemerkt, dat alrede verstorven was, alzo hij omtrent honderd jaren oud was, noch ook dat de moeder in Sara verstorven was. En hij heeft aan de beloftenis Gods niet getwijfeld door ongeloof; maar is gesterkt geweest in het geloof, gevende God de eer; En ten volle verzekerd zijnde, dat hetgeen beloofd was, Hij ook machtig was te doen. Daarom is het hem ook tot rechtvaardigheid gerekend.
O ziel, bent u als iemand die dood is, ontbloot van alle kracht en genade en geur? Kunt u toch geloven in God, Die de doden levend kan maken? Wilt u uw ziel maar toevertrouwen aan de handen van Hem Die zelfs dorre beenderen uit hun graven kan opwekken en levend maken. Dan zal uw geloof u tot rechtvaardigheid gerekend worden! Uw geloof is het, dat u zal rechtvaardigen in Gods oog, en u zult aangenaam gemaakt worden in de Geliefde Zoon van God. Och, welke wonderen werkt het geloof! Dit is de wortelgenade; alle andere genaden ontspruiten uit het geloof, maar er moet geloof zijn als wortel, wil er vrucht van andere genaden zijn. Bewijs uw God de eer Hem te geloven — te geloven dat Hij niet liegen kan — te geloven dat Hij nooit iets beloofd heeft wat Hij niet machtig is te volbrengen. Doet u dat, dan is het duidelijk dat u een van Abrahams zaad bent, en dat het verbond dat met Abraham gesloten werd, ook met u gesloten is.
Romeinen 4:17
Kruisverwijzingen1 Korinthe 1:28→Johannes 5:21→Johannes 6:63→Genesis 17:4→1 Petrus 2:10→Romeinen 3:29→Jesaja 49:12→Romeinen 4:2→— (Gelijk geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gesteld) voor Hem, aan Welken hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, en roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren;
Abraham geloofde in de God van de opstanding, en verwachtte Izak uit de doden te zien opstaan, indien hij hem werkelijk aan God ten offer gebracht had. Hij geloofde in dingen die hem nog niet openbaar waren, zag ernaar uit, en verwachtte ze te zijner tijd te zien; hij geloofde erin, omdat hij geloofde in God, Die “roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren.”
Romeinen 4:17-18
Kruisverwijzingen1 Korinthe 1:28→Johannes 5:21→Johannes 6:63→Genesis 17:4→1 Petrus 2:10→Romeinen 3:29→Jesaja 49:12→Romeinen 4:2→— (Gelijk geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gesteld) voor Hem, aan Welken hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, en roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren; Welke tegen hoop op hoop geloofd heeft, dat hij zou worden een vader van vele volken; volgens hetgeen gezegd was: Alzo zal uw zaad wezen.
Hij was een oud man, met een zeer bejaarde vrouw, en toch beloofde de Heere dat hij “een vader van vele volken” zou zijn. Hij geloofde vast wat gesproken was, en te zijner tijd is het gebeurd.
Romeinen 4:18-20
KruisverwijzingenGenesis 17:17→Romeinen 5:5→Zacharia 8:9→Jeremia 32:16→2 Korinthe 12:10→Numeri 11:13→Markus 5:35→Romeinen 4:17→— Welke tegen hoop op hoop geloofd heeft, dat hij zou worden een vader van vele volken; volgens hetgeen gezegd was: Alzo zal uw zaad wezen. En niet verzwakt zijnde in het geloof, heeft hij zijn eigen lichaam niet aangemerkt, dat alrede verstorven was, alzo hij omtrent honderd jaren oud was, noch ook dat de moeder in Sara verstorven was. En hij heeft aan de beloftenis Gods niet getwijfeld door ongeloof; maar is gesterkt geweest in het geloof, gevende God de eer;
Mensen menen vaak dat alleen wie werkt, God eer kan geven. Maar er wordt méér eer aan God gegeven door één schaduw van geloof dan door een berg van werken. Werken wekken meestal eigendunk en hoogmoed in ons op. Maar het geloof buigt zich neder voor zijn God, en geeft Hem alle eer. Nooit wordt God meer verheerlijkt dan door het gelovig vertrouwen van Zijn volk, wanneer de moeilijkheden zich lijken op te stapelen. Hij is “gesterkt geweest in het geloof, gevende God de eer.”
Romeinen 4:19-21
KruisverwijzingenGenesis 18:14→Hebreeën 11:19→Genesis 17:17→Romeinen 14:4→Lukas 1:37→2 Timotheüs 1:12→Psalmen 115:3→Romeinen 8:38→— En niet verzwakt zijnde in het geloof, heeft hij zijn eigen lichaam niet aangemerkt, dat alrede verstorven was, alzo hij omtrent honderd jaren oud was, noch ook dat de moeder in Sara verstorven was. En hij heeft aan de beloftenis Gods niet getwijfeld door ongeloof; maar is gesterkt geweest in het geloof, gevende God de eer; En ten volle verzekerd zijnde, dat hetgeen beloofd was, Hij ook machtig was te doen.
Dat is het soort geloof dat wij nodig hebben: het geloof dat niet vraagt hoe God Zijn belofte zal vervullen, maar gelooft dat Hij het zal doen.
Romeinen 4:22-23
KruisverwijzingenRomeinen 4:3→1 Korinthe 10:11→Romeinen 15:4→Romeinen 4:6→1 Korinthe 10:6→2 Timotheüs 3:16→1 Korinthe 9:9→— Daarom is het hem ook tot rechtvaardigheid gerekend. Nu is het niet alleen om zijnentwil geschreven, dat het hem toegerekend is;
De toerekening zou voor Abraham genoeg geweest zijn, ook zonder een geschreven getuigenis; maar dat het geschreven staat, is tot onze onderwijzing en tot onze troost.
Romeinen 4:23-25
KruisverwijzingenHandelingen 2:24→Efeze 5:2→1 Johannes 4:9→1 Korinthe 10:11→Romeinen 15:4→1 Petrus 1:21→Jesaja 53:5→1 Korinthe 15:17→— Nu is het niet alleen om zijnentwil geschreven, dat het hem toegerekend is; Maar ook om onzentwil, welken het zal toegerekend worden, namelijk dengenen, die geloven in Hem, Die Jezus, onzen Heere, uit de doden opgewekt heeft; Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.
Zie het grote voorwerp van het zaligmakend geloof: Christus, eens gestorven, is uit de doden opgewekt. Wilt u behouden worden, dan moet u zich verlaten op de gekruisigde en opgestane Zaligmaker. Gelooft u zo, dat Jezus de Gekruisigde de Christus van God is, de gezalfde Messias en Verlosser, dan bewijst u dat u uit God geboren bent. En vertrouwt u uzelf toe aan de opgestane en verheerlijkte Christus, dan bent u met Hem opgestaan, en zult u met Hem leven in alle eeuwigheid.
Romeinen 4:24-25
KruisverwijzingenHandelingen 2:24→Efeze 5:2→1 Johannes 4:9→1 Petrus 1:21→Jesaja 53:5→1 Korinthe 15:17→Mattheüs 20:28→Galaten 1:4→— Maar ook om onzentwil, welken het zal toegerekend worden, namelijk dengenen, die geloven in Hem, Die Jezus, onzen Heere, uit de doden opgewekt heeft; Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.
De Heere zegene ons deze overdenking van dit kostbare gedeelte van Zijn Woord!
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Gedeelte mist in digitale bronnen
Het volgende gedeelte mist in meerdere digitale bronnen van de Bijbelverklaring van Dächsel. Geprobeerd wordt om dit gedeelte later toe te voegen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel