Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
AlleG3956 zielG5590 zij den machtenG1849, over haar gesteldG5242, onderworpenG5293; wantG1063 er isG1510 geen machtG1849 dan van GodG2316, enG1161 de machtenG1849, die er zijn, die zijn van GodG2316 geordineerdG5021.
Alle ziel zij den machten, over haar gesteld, onderworpen; want er is geen macht dan van God, en de machten, die er zijn, die zijn van God geordineerd.
KJV
Let every1
soul2
be subject5
unto the higher4
powers.3
For7
there is
no6
power9
but
of12
God:13
the powers17
that be
are
ordained21
of18
God.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Alzo dat die zich tegen de machtG1849 steltG498, de ordinantieG1296 van GodG2316 wederstaatG436; enG1161 die ze wederstaanG436, zullen over zichzelvenG1438 een oordeelG2917 halenG2983.
Alzo dat die zich tegen de macht stelt, de ordinantie van God wederstaat; en die ze wederstaan, zullen over zichzelven een oordeel halen.
KJV
Whosoever therefore1
resisteth3
the power,5
resisteth10
the ordinance9
of God:8
and12
they that resist13
shall receive16
to themselves14
damnation.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
WantG1063 de overstenG758 zijnG1510 niet tot een vrezeG5401 den goedenG18 werkenG2041, maar den kwadenG2556. WiltG2309 gij nuG1161 de machtG1849 niet vrezenG5399, doeG4160 het goedeG18, en gij zult lofG1868 vanG1537 haarG846 hebbenG2192;
Want de oversten zijn niet tot een vreze den goeden werken, maar den kwaden. Wilt gij nu de macht niet vrezen, doe het goede, en gij zult lof van haar hebben;
KJV
For2
rulers3
are
not4
a terror6
to good8
works,9
but10
to the evil.12
Wilt thou13
then14
not15
be afraid16
of the power?18
do21
that which is good,20
and22
thou shalt have23
praise24
of25
the same:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
WantG1063 zij is GodsG2316 dienaresG1249, uG4771 ten goedeG18. MaarG1161 indienG1437 gij kwaadG2556 doetG4160, zo vreesG5399; wantG1063 zij draagtG5409 het zwaardG3162 nietG3756 tevergeefsG1500; wantG1063 zij is GodsG2316 dienaresG1249, een wreeksterG1558 totG1519 strafG3709 dengene, die kwaadG2556 doet.
Want zij is Gods dienares, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet, zo vrees; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; want zij is Gods dienares, een wreekster tot straf dengene, die kwaad doet.
KJV
For2
he is
the minister3
of God1
to thee
for6
good.8
But10
if9
thou do13
that which is evil,12
be afraid;14
for16
he beareth20
not15
the sword19
in vain:17
for22
he is
the minister23
of God,21
a revenger25
to execute wrath27
upon26
him that doeth31
evil.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Daarom is het nodigG318 onderworpenG5293 te zijn, nietG3756 alleen omG1223 der straffeG3709, maarG235 ookG2532 omG1223 des gewetensG4893 wil.
Daarom is het nodig onderworpen te zijn, niet alleen om der straffe, maar ook om des gewetens wil.
KJV
Wherefore1
ye must needs2
be subject,3
not4
only5
for6
wrath,8
but9
also10
for conscience13
sake.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
WantG1063 daarom betaaltG5055 gij ookG2532 schattingenG5411; wantG1063 zij zijnG1510 dienaarsG3011 van GodG2316, inG1519 ditzelveG5124 geduriglijkG4342 bezig zijnde.
Want daarom betaalt gij ook schattingen; want zij zijn dienaars van God, in ditzelve geduriglijk bezig zijnde.
KJV
For3
for1
this
cause
pay ye6
tribute5
also:4
for8
they are
God's9
ministers,7
attending continually14
upon11
this
very thing.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Zo geeftG591 danG3767 een iegelijkG3956, wat gij schuldigG3782 zijt; schattingG5411, dien gij de schattingG5411, tolG5056, dien gij den tolG5056, vrezeG5401, dien gij de vrezeG5401, eerG5092, die gij de eerG5092 schuldig zijt.
Zo geeft dan een iegelijk, wat gij schuldig zijt; schatting, dien gij de schatting, tol, dien gij den tol, vreze, dien gij de vreze, eer, die gij de eer schuldig zijt.
KJV
Render1
therefore2
to all3
their dues:5
tribute8
to whom4
tribute10
is due; custom13
to whom6
custom;15
fear18
to whom7
fear;20
honour23
to whom9
honour.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Zijt niemandG3367 ietsG3367 schuldigG3784, dan elkanderG240 liefG25 te hebben; wantG1063 die den anderG2087 liefheeftG25, die heeft de wetG3551 vervuldG4137.
Zijt niemand iets schuldig, dan elkander lief te hebben; want die den ander liefheeft, die heeft de wet vervuld.
KJV
Owe3
no man1
any thing,2
but
to love7
one another:8
for10
he that loveth11
another13
hath fulfilled15
the law.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
WantG1063 dit: Gij zult geenG3756 overspelG3431 doen, gij zult nietG3756 dodenG5407, gij zult nietG3756 stelenG2813, gij zult geenG3756 valse getuigenisG5576 geven, gij zult nietG3756 begerenG1937; enG2532 zoG1487 er enigG1536 anderG2087 gebodG1785 is, wordt in ditG3778 woordG3056 als in een hoofdsomG346 begrepen, namelijk inG1722 dit: GijG4771 zult uw naasteG4139 liefhebbenG25 gelijkG5613 uzelven.
Want dit: Gij zult geen overspel doen, gij zult niet doden, gij zult niet stelen, gij zult geen valse getuigenis geven, gij zult niet begeren; en zo er enig ander gebod is, wordt in dit woord als in een hoofdsom begrepen, namelijk in dit: Gij zult uw naaste liefhebben gelijk uzelven.
KJV
For2
this, Thou shalt4
not3
commit adultery,
Thou shalt6
not5
kill,
Thou shalt8
not7
steal,
Thou shalt10
not9
bear false witness,
Thou shalt12
not11
covet;
and13
if there be any
other16
commandment,17
it is briefly comprehended22
in18
this
saying,21
namely,23
Thou shalt love25
thy
neighbour27
as29
thyself.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
De liefdeG26 doet den naasteG4139 geenG3756 kwaadG2556. Zo is dan de liefdeG26 de vervullingG4138 der wetG3551.
De liefde doet den naaste geen kwaad. Zo is dan de liefde de vervulling der wet.
KJV
Love2
worketh7
no6
ill5
to his neighbour:4
therefore9
love12
is the fulfilling8
of the law.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
EnG2532 ditG3778 zeg ikG1473 te meer, dewijlG3754 wij de gelegenheid des tijdsG2540 wetenG1492, dat het de ureG5610 is, dat wij nu uitG1537 den slaapG5258 opwakenG1453; want de zaligheidG4991 is ons nu naderG1452, danG2228 toen wij eerst geloofdG4100 hebben.
En dit zeg ik te meer, dewijl wij de gelegenheid des tijds weten, dat het de ure is, dat wij nu uit den slaap opwaken; want de zaligheid is ons nu nader, dan toen wij eerst geloofd hebben.
KJV
And1
that,
knowing3
the time,5
that6
now9
it is high time7
to awake12
out of10
sleep:11
for14
now13
is our
salvation18
nearer15
than19
when20
we believed.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
De nachtG3571 is voorbijgegaanG4298, en de dagG2250 is nabijG1448 gekomen. Laat ons dan afleggenG659 de werkenG2041 der duisternisG4655, en aandoenG1746 de wapenenG3696 des lichtsG5457.
De nacht is voorbijgegaan, en de dag is nabij gekomen. Laat ons dan afleggen de werken der duisternis, en aandoen de wapenen des lichts.
KJV
The night2
is far spent,3
the day6
is at hand:7
let us8
therefore9
cast off
the works11
of darkness,13
and14
let us put on15
the armour17
of light.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Laat ons, alsG5613 inG1722 den dagG2250, eerlijkG2156 wandelenG4043; nietG3361 in brasserijenG2970 enG2532 dronkenschappenG3178, nietG3361 in slaapkamerenG2845 enG2532 ontuchtighedenG766, nietG3361 in twistG2054 enG2532 nijdigheidG2205;
Laat ons, als in den dag, eerlijk wandelen; niet in brasserijen en dronkenschappen, niet in slaapkameren en ontuchtigheden, niet in twist en nijdigheid;
KJV
Let us walk5
honestly,4
as1
in2
the day;3
not6
in rioting7
and8
drunkenness,9
not10
in chambering11
and12
wantonness,13
not14
in strife15
and16
envying.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
MaarG235 doet aan den HeereG2962 JezusG2424 ChristusG5547, enG2532 verzorgtG4160 het vleesG4561 nietG3361 totG1519 begeerlijkhedenG1939.
Maar doet aan den Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden.
KJV
But1
put ye on2
the Lord4
Jesus5
Christ,6
and7
make12
not11
provision10
for13
the flesh,9
to fulfil the lusts
ziel zij
Dat is, een ieder mens van welk geslacht, staat, beroeping of ouderdom hij zij; en dus ook de kerkedienaren.
Hertaald:
ziel zij
Dat is: ieder mens, van welk geslacht, stand, beroep of leeftijd hij ook is — en dus ook de kerkendienaars.
den machten,
Dat is, den overheden, die van God over andere met macht en autoriteit gesteld zijn.
Hertaald:
den machten,
Dat is: de overheden, die door God met macht en gezag over anderen aangesteld zijn.
over haar gesteld
Grieks, over hebbende, op uitnemende; dat is, overste macht hebbende; waardoor verstaan worden niet alleen de hoge overheden, maar ook allen, die onder hen in enig ambt van regering gesteld zijn; 1 Tim. 2:2 ; 1 Petr. 2:13-14 .
Hertaald:
over haar gesteld
Grieks: die boven staan, die uitsteken; dat is: de hoogste macht hebben. Daarmee worden niet alleen de hoge overheden bedoeld, maar ook allen die onder hen in enig regeringsambt aangesteld zijn; 1 Tim. 2:2; 1 Petr. 2:13-14.
onderworpen;
Dat is, moeten hun niet alleen gehoorzaam zijn, maar ook behoorlijk erkennen en eer bewijzen.
Hertaald:
onderworpen;
Dat is: zij moeten hun niet alleen gehoorzaam zijn, maar hen ook naar behoren erkennen en eren.
geen macht
Dat is geen overheid met macht bekleed.
Hertaald:
geen macht
Dat is: geen overheid die met macht bekleed is.
dan van God,
Namelijk die niet alleen het ambt der overheid heeft ingesteld, maar die ook de personen [hoewel meest door het middel van mensen] daartoe verkiest en stelt; Spr. 8:15 ; Dan. 4:32 .
Hertaald:
dan van God,
Namelijk God, Die niet alleen het ambt van de overheid ingesteld heeft, maar Die ook de personen daartoe kiest en aanstelt — hoewel meestal door middel van mensen; Spr. 8:15; Dan. 4:32.
die er zijn,
Namelijk hetzij hoge of lage, hetzij opperste of onder anderen gesteld; 1 Petr. 2:13-14 .
Hertaald:
die er zijn,
Namelijk hetzij hoog of laag, hetzij de hoogste of onder anderen gesteld; 1 Petr. 2:13-14.
geordineerd
Dat is, ingesteld onder het menselijk geslacht, om hetzelve in Gods plaats met orde te regeren; hoewel sommigen hunne macht dikwijls misbruiken, hetwelk God toelaat om de zonden des volks te straffen; Job 34:30 .
Hertaald:
geordineerd
Dat is: ingesteld onder het menselijke geslacht om dat in Gods plaats met orde te regeren — hoewel sommigen hun macht vaak misbruiken, wat God toelaat om de zonden van het volk te straffen; Job 34:30.
tegen de macht stelt,
Namelijk niet alleen met opstand, gelijk Absalom, maar ook met ongehoorzaamheid in zaken, die tegen Gods Woord niet strijden.
Hertaald:
tegen de macht stelt,
Namelijk niet alleen met opstand, zoals Absalom, maar ook met ongehoorzaamheid in zaken die niet tegen Gods Woord ingaan.
een oordeel
Dat is, ene straf, zo van God als van de overheden.
Hertaald:
een oordeel
Dat is: een straf, zowel van God als van de overheden.
halen
Grieks, ontvangen.
Hertaald:
halen
Grieks: ontvangen.
de oversten
Dat is, de overheden over ons gesteld.
Hertaald:
de oversten
Dat is: de overheden die over ons aangesteld zijn.
tot een vreze
Namelijk van te zullen straffen.
Hertaald:
tot een vreze
Namelijk de vrees dat zij zullen straffen.
den goeden werken,
Dat is, als gij weldoet en hunne bevelen gehoorzaam zijt.
Hertaald:
den goeden werken,
Dat is: wanneer u goeddoet en hun bevelen gehoorzaamt.
den kwaden
Namelijk, werken, dat is, als gij kwaaddoet en hunne bevelen overtreedt.
Hertaald:
den kwaden
Namelijk kwade werken; dat is: wanneer u kwaaddoet en hun bevelen overtreedt.
Wilt gij nu de macht niet vrezen,
Dat is, wilt gij vrij zijn van de vrees om van hen gestraft te worden.
Hertaald:
Wilt gij nu de macht niet vrezen,
Dat is: wilt u vrij zijn van de vrees door hen gestraft te worden.
lof van haar hebben;
Dat is, van hen geprezen worden en met vergelding vereerd. Want het ambt der overheid is, niet alleen het kwaad te straffen, maar ook het goed te belonen; door welke twee zaken als door zenuwen het lichaam van den staat samengebonden en bijeengehouden wordt.
Hertaald:
lof van haar hebben;
Dat is: door hen geprezen en met een beloning geëerd worden. Want het ambt van de overheid bestaat niet alleen in het straffen van het kwaad, maar ook in het belonen van het goede. Door deze twee zaken wordt het lichaam van de staat als door pezen samengebonden en bijeengehouden.
Gods dienares,
Dat is, van God gesteld, om als een instrument Gods u te dienen.
Hertaald:
Gods dienares,
Dat is: door God aangesteld om u als een instrument van God te dienen.
u ten goede
Dat is, om door dezelve alle goeds u toe te brengen en voor uw welvaren te zorgen. Zie de aantekeningen 1 Tim. 2:2 .
Hertaald:
u ten goede
Dat is: om daardoor alles wat goed is aan u te bewijzen en voor uw welzijn te zorgen. Zie de aantekeningen bij 1 Tim. 2:2.
kwaad doet,
Dat is, de goede wetten der overheden overtreedt.
Hertaald:
kwaad doet,
Dat is: de goede wetten van de overheden overtreedt.
zo vrees;
Namelijk van hen daarover gestraft te zullen worden.
Hertaald:
zo vrees;
Namelijk dat u daarover door hen gestraft zult worden.
draagt het zwaard niet tevergeefs;
Dat is, heeft de macht ontvangen om de kwaaddoeners zelfs ook met den dood te straffen, Gen. 9:6 ; en laat niet zonder oorzaak het zwaard voor zich dragen, of draagt het aan zijne zijde, om te kennen te geven dat hij zulke macht heeft en die tegen de boosdoeners ook zal uitvoeren.
Hertaald:
draagt het zwaard niet tevergeefs;
Dat is: hij heeft de macht ontvangen om de kwaaddoeners zelfs met de dood te straffen, Gen. 9:6. Hij laat het zwaard niet zonder reden voor zich uit dragen, of draagt het aan zijn zijde, om te kennen te geven dat hij die macht heeft en die ook tegen de boosdoeners zal uitoefenen.
een wreekster
Namelijk van Gods wege, dien de wraak toekomt; Rom. 12:19 .
Hertaald:
een wreekster
Namelijk namens God, aan Wie de wraak toekomt; Rom. 12:19.
tot straf dengene,
Grieks, toorn. Zie dergelijke Matt. 3:7 ; Luc. 21:23 ; Rom. 2:8 .
Hertaald:
tot straf dengene,
Grieks: toorn. Zie iets dergelijks in Matth. 3:7; Luk. 21:23; Rom. 2:8.
nodig onderworpen te zijn,
Namelijk om rechte onderdanen, en voornamelijk rechte Christenen te zijn.
Hertaald:
nodig onderworpen te zijn,
Namelijk om echte onderdanen te zijn, en vooral om echte christenen te zijn.
om der straffe,
Dat is, uit vrees van straf. Grieks, toorn.
Hertaald:
om der straffe,
Dat is: uit vrees voor straf. Grieks: toorn.
om des gewetens wil
Dat is, omdat wij weten, dat God zulks verordineerd en bevolen heeft, en dat overzulks niemand met een goede en geruste conscientie kan zijn, die dat niet doet.
Hertaald:
om des gewetens wil
Dat is: omdat wij weten dat God dit verordend en bevolen heeft, en dat daarom niemand met een goed en gerust geweten kan leven die dat niet doet.
daarom
Dat is, het blijkt dat gij den overheden onderworpen zijt en behoort te zijn, omdat gij schatting betaalt; zie Matt. 22:21 .
Hertaald:
daarom
Dat is: het blijkt dat u aan de overheden onderworpen bent en behoort te zijn, doordat u belasting betaalt; zie Matth. 22:21.
betaalt gij ook
Namelijk aan de overheden, of die van hen daartoe gesteld zijn.
Hertaald:
betaalt gij ook
Namelijk aan de overheden, of aan hen die door hen daartoe aangesteld zijn.
schattingen;
Daardoor worden verstaan alle lasten, die den onderdanen opgelegd worden.
Hertaald:
schattingen;
Daarmee worden alle lasten bedoeld die aan de onderdanen opgelegd worden.
want zij zijn
Dit is ene reden, om te bewijzen billijk te zijn, dat men den overheden gehoorzaam zij en schatting betale.
Hertaald:
want zij zijn
Dit is een argument om te bewijzen dat het billijk is dat men de overheden gehoorzaam is en belasting betaalt.
dienaars van God,
Grieks, Leitourgoi; welk woord men hier ziet niet alleen van kerkelijke diensten, gelijk Hand. 13:2 , maar ook van staatkundige en burgerlijke diensten gebruikt te worden; zie ook Rom. 15:27 ; Hebr. 1:14 .
Hertaald:
dienaars van God,
Grieks: leitourgoi. Men ziet dat dit woord hier niet alleen voor kerkelijke diensten gebruikt wordt, zoals Hand. 13:2, maar ook voor staatkundige en burgerlijke diensten; zie ook Rom. 15:27; Hebr. 1:14.
in ditzelve
Namelijk om God te dienen in het regeren des volks.
Hertaald:
in ditzelve
Namelijk om God te dienen in het besturen van het volk.
geduriglijk bezig zijnde
Grieks, tot datzelve volhardende; dat is, in dezen dienst veel arbeid, zwarigheid, moeiten en zorgen gedurig uitstaande. Zie van dit woord Hand. 1:14 .
Hertaald:
geduriglijk bezig zijnde
Grieks: daarin volhardend; dat is: in deze dienst voortdurend veel arbeid, moeite, last en zorg doorstaand. Zie over dit woord Hand. 1:14.
geeft dan
Grieks, geeft wederom, of vergeldt een iegelijk de schulden.
Hertaald:
geeft dan
Grieks: geeft terug, of: vergeldt ieder wat u hem schuldig bent.
een iegelijk,
Namelijk overheid; hoewel het ook in het algemeen kan genomen worden.
Hertaald:
een iegelijk,
Namelijk iedere overheid; hoewel het ook in het algemeen opgevat kan worden.
schatting,
Is eigenlijk hetgeen gesteld wordt op de personen of vaste goederen.
Hertaald:
schatting,
Dat is eigenlijk wat geheven wordt op de personen of op de onroerende goederen.
tol, dien gij den tol,
Is hetgeen gesteld wordt op de koopmanschappen, of op de uit en inkomende goederen en waren.
Hertaald:
tol, dien gij den tol,
Dat is wat geheven wordt op de koopwaren, of op de in- en uitgaande goederen en waren.
dien gij de vreze,
Namelijk den overheden en hunnen dienaren, die hen gebruiken om de kwaaddoeners te straffen.
Hertaald:
dien gij de vreze,
Namelijk aan de overheden en hun dienaars, die zij gebruiken om de kwaaddoeners te straffen.
die gij de eer schuldig zijt
Namelijk den overheden, hetzij hoge of lage; 1 Petr. 2:17 .
Hertaald:
die gij de eer schuldig zijt
Namelijk aan de overheden, hetzij hoge of lage; 1 Petr. 2:17.
Zijt niemand iets schuldig,
Dat is, betaalt een iegelijk hetgeen waartoe gij aan hem verplicht zijt, hetzij geld, diensten of iets anders. Hetwelk als men niet doet, zo blijft de verplichting en schuld.
Hertaald:
Zijt niemand iets schuldig,
Dat is: betaal ieder wat u aan hem verplicht bent, hetzij geld, diensten of iets anders. Wanneer men dat niet doet, blijft de verplichting en de schuld bestaan.
dan elkander lief te hebben;
Want die verplichting kan nimmermeer afgedaan of betaald worden, maar blijft altijd een verse schuld die geduriglijk moet betaald worden.
Hertaald:
dan elkander lief te hebben;
Want die verplichting kan nooit afgedaan of afbetaald worden, maar blijft altijd een verse schuld die voortdurend betaald moet worden.
den ander liefheeft,
Dat is, zijnen naaste.
Hertaald:
den ander liefheeft,
Dat is: zijn naaste.
de wet
Dat is, de geboden van de tweede tafel der wet, gelijk in vs.9 verklaard wordt.
Hertaald:
de wet
Dat is: de geboden van de tweede tafel van de wet, zoals in vers 9 verklaard wordt.
vervuld
Dat is, gedaan en onderhouden hetgeen niet alleen in een of twee geboden, maar in al de geboden tezamen geëist wordt, ten aanzien van al de delen zelve; hoewel niemand ten aanzien van de trappen der volmaaktheid in dit leven hetzelve kan volbrengen, alzo onze liefde hier nog onvolmaakt is; 1 Kon. 8:46 ; Ps. 19:13 ; Spr. 20:9 ; Jak. 3:2 ; 1 Joh. 1:8 .
Hertaald:
vervuld
Dat is: gedaan en onderhouden wat niet in één of twee geboden, maar in alle geboden samen geëist wordt, wat de onderdelen zelf betreft. Wat de graad van volmaaktheid betreft kan niemand dat in dit leven volbrengen, aangezien onze liefde hier nog onvolmaakt is; 1 Kon. 8:46; Ps. 19:13; Spr. 20:9; Jak. 3:2; 1 Joh. 1:8.
Gij zult geen overspel doen,
De apostel houdt de orde van de geboden niet, gelijk zij in de tien geboden voorgesteld worden, omdat daaraan niet zoveel is gelegen, als maar al de geboden wel onderhouden worden.
Hertaald:
Gij zult geen overspel doen,
De apostel houdt de volgorde van de geboden niet aan zoals die in de tien geboden staan, omdat daaraan niet zoveel gelegen is, als de geboden maar goed onderhouden worden.
in dit woord als in een hoofdsom begrepen,
Dat is, in dit ene gebod.
Hertaald:
in dit woord als in een hoofdsom begrepen,
Dat is: in dit ene gebod.
De liefde doet den naaste geen kwaad
Hij beschrijft hier den aard der liefde, gelijk ook 1Co 13 .
Hertaald:
De liefde doet den naaste geen kwaad
Hij beschrijft hier de aard van de liefde, zoals ook in 1 Kor. 13.
de vervulling der wet
Zie vs.8, en 1 Tim. 1:5 .
Hertaald:
de vervulling der wet
Zie vers 8 en 1 Tim. 1:5.
dewijl wij de gelegenheid des tijds weten,
Dat is, alzo wij nu niet meer ongelovig zijn, gelijk wij in voortijden waren, zijnde in den duisteren nacht der onwetendheid, Ef. 4:18 ; Kol. 1:13 ; 1 Joh. 2:8 , maar alzo Christus de Zon der gerechtigheid, Mal. 4:2 , en het licht der wereld, Joh. 8:12 , ons nu verschenen is.
Hertaald:
dewijl wij de gelegenheid des tijds weten,
Dat is: aangezien wij nu niet meer ongelovig zijn zoals wij vroeger waren, toen wij in de donkere nacht van de onwetendheid verkeerden, Ef. 4:18; Kol. 1:13; 1 Joh. 2:8, maar aangezien Christus, de Zon der gerechtigheid, Mal. 4:2, en het Licht van de wereld, Joh. 8:12, ons nu verschenen is.
den slaap opwaken;
Namelijk der zonden; Ef. 5:14 ; 1 Thess. 5:6 .
Hertaald:
den slaap opwaken;
Namelijk de slaap van de zonden; Ef. 5:14; 1 Thess. 5:6.
de zaligheid
Of, onze zaligheid is nu nader; dit is, de prijs onzer hemelse roeping in Christus Jezus, waar wij naar lopen en jagen, 1 Kor. 9:24-25 ; Fil. 3:14 , welke is het einde onzes geloofs; 1 Petr. 1:9 .
Hertaald:
de zaligheid
Of: onze zaligheid is nu nabij; dat is: de prijs van onze hemelse roeping in Christus Jezus, waarnaar wij lopen en jagen, 1 Kor. 9:24-25; Filipp. 3:14, en die het einddoel van ons geloof is; 1 Petr. 1:9.
is ons nu nader,
Dat is, wij zijn nu voor onzen Christelijken loop dezelve nader bijgekomen, om dezelve haast te grijpen, Fil. 3:12 ; 1 Tim. 6:12 ; en daarom moeten wij niet verflauwen om dezen Christelijken loop te voleindigen, 2 Tim. 4:7 , alzo het grote schande en schade zou zijn, dat wij, zo nabij gekomen zijnde, door verflauwen of afwijken dezelve niet zouden verkrijgen. Want hoe nader iemand aan den prijs komt, hoe sterker hij behoort te lopen.
Hertaald:
is ons nu nader,
Dat is: wij zijn die in onze christelijke loop nu dichter genaderd, om haar spoedig te grijpen, Filipp. 3:12; 1 Tim. 6:12. Daarom moeten wij niet verslappen in het voleindigen van deze christelijke loop, 2 Tim. 4:7, aangezien het een grote schande en schade zou zijn als wij haar, nu wij zo dichtbij gekomen zijn, door verslappen of afwijken niet zouden verkrijgen. Want hoe dichter iemand bij de prijs komt, des te krachtiger behoort hij te lopen.
toen wij eerst geloofd hebben
Dat is, toen wij eerst tot het geloof in Christus geroepen en bekeerd zijn.
Hertaald:
toen wij eerst geloofd hebben
Dat is: toen wij voor het eerst tot het geloof in Christus geroepen en bekeerd zijn.
nacht is
Namelijk der onwetendheid; 1 Thess. 5:5 .
Hertaald:
nacht is
Namelijk de nacht van de onwetendheid; 1 Thess. 5:5.
voorbijgegaan,
Het Griekse woord betekent dat dezelve ten merendeel voorbijgegaan is. Want al de duisternis is nog uit onze harten niet volkomen weggedaan; 1 Kor. 13:9-10 .
Hertaald:
voorbijgegaan,
Het Griekse woord duidt aan dat die grotendeels voorbijgegaan is. Want alle duisternis is nog niet volkomen uit onze harten weggenomen; 1 Kor. 13:9-10.
de dag
Namelijk der zaligmakende kennis, vs.13; 1 Thess. 5:5 .
Hertaald:
de dag
Namelijk de dag van de zaligmakende kennis, vers 13; 1 Thess. 5:5.
is nabij gekomen
Dat is, wij zijn tot het zaligmakende licht der kennis van Christus gekomen, doch niet volkomen, zolang wij in dit leven zijn, maar hebben zulk een licht, gelijk er is als de dag begint aan te breken en te lichten.
Hertaald:
is nabij gekomen
Dat is: wij zijn gekomen tot het zaligmakende licht van de kennis van Christus — maar niet volkomen, zolang wij in dit leven zijn. Wij hebben zo'n licht als er is wanneer de dag begint aan te breken en te lichten.
afleggen
Namelijk gelijk de mensen, als het dag is geworden, de nachtklederen en dekens verwerpen, en met dezelve gene gemeenschap meer hebben; Ef. 4:22 .
Hertaald:
afleggen
Namelijk zoals de mensen, wanneer het dag geworden is, hun nachtkleren en dekens wegwerpen en daarmee geen gemeenschap meer hebben; Ef. 4:22.
de werken der duisternis,
Dat is, de zonden, die degenen, die nog in de duisternis der onwetendheid zijn, gewoon zijn te doen, en voornamelijk die lelijke zonden, welke ook de mensen zich schamen openbaar in het licht te doen, maar die zij des nachts in duisternis bedrijven; Job 24:15-16 ; Joh. 3:20-21 ; 1 Thess. 5:7 . Waarvan enige in het vs.13 verhaald worden.
Hertaald:
de werken der duisternis,
Dat is: de zonden die zij die nog in de duisternis van de onwetendheid zijn gewoonlijk doen, en vooral die schandelijke zonden die de mensen zich zelfs schamen openlijk bij daglicht te doen, maar die zij 's nachts in het donker bedrijven; Job 24:15-16; Joh. 3:20-21; 1 Thess. 5:7. Enkele daarvan worden in vers 13 opgesomd.
aandoen
Of, aantrekken; gelijk degenen doen, die, uit den slaap opstaande, hunne klederen aantrekken of hunne naaktheid te bedekken en eerbaar in den dag te wandelen.
Hertaald:
aandoen
Of: aantrekken, zoals zij doen die na het opstaan uit de slaap hun kleren aantrekken om hun naaktheid te bedekken en fatsoenlijk bij dag rond te lopen.
de wapenen
Dit woord betekent al hetgeen waarmede het lichaam bedekt wordt tegen alle kwetsingen; en worden daardoor alhier verstaan allerlei Christelijke deugden, met welke onze ziel niet alleen bekleed en versierd wordt, maar ook als gewapend tegen de kwetsingen en verzoekingen des duivels en des vleesches. Zie Rom. 6:13 ; 2 Kor. 6:7 ; Ef. 6:11-12 , enz.; 1 Thess. 5:8 .
Hertaald:
de wapenen
Dit woord duidt alles aan waarmee het lichaam tegen verwondingen bedekt wordt. Daarmee worden hier allerlei christelijke deugden bedoeld, waarmee onze ziel niet alleen bekleed en gesierd, maar ook gewapend wordt tegen de aanvallen en verzoekingen van de duivel en het vlees. Zie Rom. 6:13; 2 Kor. 6:7; Ef. 6:11-12, enzovoort; 1 Thess. 5:8.
des lichts
Dat is, die voortkomen van het licht der ware kennis Gods en tot Zijne eer voor de mensen lichten, en die betamen dengenen, die tot dit licht geroepen zijn en in het licht eerbaar willen wandelen.
Hertaald:
des lichts
Dat is: de deugden die voortkomen uit het licht van de ware kennis van God en die tot Zijn eer voor de mensen lichten, en die passen bij hen die tot dit licht geroepen zijn en fatsoenlijk in het licht willen wandelen.
als in den dag,
Dat is, gelijk betaamt dengenen, wien door de genade Gods het licht der zaligmakende kennis verschenen is.
Hertaald:
als in den dag,
Dat is: zoals het hen betaamt aan wie door Gods genade het licht van de zaligmakende kennis verschenen is.
eerlijk
Dat is, niet alleen godzalig voor God, maar ook eerbaar voor de mensen.
Hertaald:
eerlijk
Dat is: niet alleen godzalig voor God, maar ook fatsoenlijk voor de mensen.
wandelen;
Dat is, ons leven aanstellen, en onder de mensen verkeren.
Hertaald:
wandelen;
Dat is: ons leven inrichten en met de mensen omgaan.
brasserijen
Waardoor verstaan worden, niet eerlijke en matige maaltijden, Gen. 21:8 ; Joh. 2:1 , maar gulzige en ontuchtige, in welke allerlei overdadigheid, dartelheid, danserij en lichtvaardigheid gepleegd wordt.
Hertaald:
brasserijen
Daarmee worden niet de fatsoenlijke en matige maaltijden bedoeld, Gen. 21:8; Joh. 2:1, maar de gulzige en losbandige, waarbij allerlei overdaad, dartelheid, danserij en lichtzinnigheid bedreven wordt.
dronkenschappen,
Of, onmatig zuipen van wijn of sterken drank; Jes. 5:22 .
Hertaald:
dronkenschappen,
Of: onmatig zuipen van wijn of sterkedrank; Jes. 5:22.
in slaapkameren
Dat is, overspelen, of hoererijen, die in de slaapkamers gemeenlijk gepleegd worden.
Hertaald:
in slaapkameren
Dat is: overspel of hoererij, die gewoonlijk in de slaapkamers bedreven wordt.
ontuchtigheden,
Dat is, geile en onkuische dartelheden.
Hertaald:
ontuchtigheden,
Dat is: geile en onkuise uitspattingen.
doet aan
Of, trekt aan; namelijk als uw kleed en wapen.
Hertaald:
doet aan
Of: trekt aan; namelijk als uw kleed en uw wapenrusting.
den Heere Jezus Christus,
Namelijk aannemende door het geloof Zijne gerechtigheid, en al Zijne deugden navolgende, daarmede uwe ziel bekledende en versierende; Gal. 3:27 .
Hertaald:
den Heere Jezus Christus,
Namelijk door Zijn gerechtigheid door het geloof aan te nemen en al Zijn deugden na te volgen, en zo uw ziel daarmee te bekleden en te sieren; Gal. 3:27.
verzorgt
Grieks, maakt geen voorzorg des vleesches.
Hertaald:
verzorgt
Grieks: draagt geen zorg voor het vlees.
het vlees niet
Dat is, het lichaam, waarmede niet wordt verboden dat men het lichaam zou mogen verzorgen met een eerlijk kleed, spijs, drank, medicijnen en andere dingen tot onderhoud van hetzelve nodig; want dat wordt ook geprezen; Ef. 5:29 ; 1 Tim. 5:8 , 1 Tim. 5:23 , maar om het in zijn kwade lusten te voldoen; 1 Kor. 9:27 .
Hertaald:
het vlees niet
Dat is: het lichaam. Daarmee wordt niet verboden dat men voor het lichaam zorgt met fatsoenlijke kleding, voedsel, drank, geneesmiddelen en andere dingen die voor het onderhoud daarvan nodig zijn, want dat wordt juist geprezen; Ef. 5:29; 1 Tim. 5:8, 1 Tim. 5:23. Wat verboden wordt is het lichaam te verzorgen om aan zijn kwade lusten te voldoen; 1 Kor. 9:27.
begeerlijkheden
Namelijk die strekken tot onmatigheid, hovaardij, gulzigheid, onkuischheid, om het daarin te voeden en zijn eis te geven; 1 Joh. 2:16 .
Hertaald:
begeerlijkheden
Namelijk de begeerten die uitlopen op onmatigheid, hoogmoed, gulzigheid en onkuisheid, om die te voeden en eraan toe te geven; 1 Joh. 2:16. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Alle ziel zij den machten, over haar gesteld, onderworpen; want er is geen macht dan van God, en de machten, die er zijn, die zijn van God geordineerd" (Rom. 13:1); wie zich daartegen verzet, weerstaat Gods eigen ordinantie en haalt zich een oordeel op de hals (Rom. 13:2). De overheid draagt het zwaard niet tevergeefs, maar is "Gods dienares, een wreekster tot straf dengene, die kwaad doet" (Rom. 13:4). Bijbelse betekenis: Dit is de meest uitgewerkte nieuwtestamentische tekst over de burgerlijke overheid, en bouwt voort op het grondbeginsel dat al bij Gen. 9 is gelegd, waar na de zondvloed het zwaardrecht tegen de doodslager werd ingesteld (reeds behandeld). Het gezag van de overheid is afgeleid van God, en niet van het volk of van zichzelf. Haar bevoegdheid om het zwaard te dragen is een uitvoering van diezelfde Goddelijke instelling. Waar Gen. 9 het beginsel van het zwaardrecht zelf geeft, werkt Rom. 13 de christelijke onderdanigheid eraan uit, met inbegrip van de belastingplicht (Rom. 13:6-7, niet apart aangehaald). Typologie: Christus Zelf onderscheidt reeds tussen het rijk des keizers en het rijk Gods: "Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is" (Matt. 22:21); Petrus herhaalt hetzelfde beginsel: "Zijt dan alle menselijke ordening onderdanig, om des Heeren wil" (1 Petr. 2:13-14). Rom. 13:1-2,4; Matt. 22:21; 1 Petr. 2:13-14 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Waarom is het belangrijk om op tijd te zijn in de kerk, en wat heeft stemmen met geloof te maken? Lees over Spurgeon en Romeinen 13! Ontwaak uit uw geestelijke slaap: de zaligheid is dichterbij dan ooit; leef bewust in het licht van Christus en wees waakzaam. Maar doet aan de Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden. Romeinen 13:14 Door christen te zijn en God tot uw eerste doelstelling te maken, zult… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Romeinen 13
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Waarom Spurgeon laat was
Word wakker! Word wakker!
Doet aan de Heere Jezus Christus


Romeinen 13
Romeinen 13:11-14
KruisverwijzingenGalaten 3:27→Efeze 4:24→Galaten 5:24→Galaten 5:21→1 Petrus 2:11→Efeze 5:14→1 Korinthe 15:34→Romeinen 8:12→— En dit zeg ik te meer, dewijl wij de gelegenheid des tijds weten, dat het de ure is, dat wij nu uit den slaap opwaken; want de zaligheid is ons nu nader, dan toen wij eerst geloofd hebben. De nacht is voorbijgegaan, en de dag is nabij gekomen. Laat ons dan afleggen de werken der duisternis, en aandoen de wapenen des lichts. Laat ons, als in den dag, eerlijk wandelen; niet in brasserijen en dronkenschappen, niet in slaapkameren en ontuchtigheden, niet in twist en nijdigheid; Maar doet aan den Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden.
Paulus heeft ons aangespoord acht te geven op onze onderlinge verhoudingen. In onze rol als burgers gebiedt hij ons eer te bewijzen aan de overheid en aan hen die gezag hebben, en alle wettige lasten en belastingen te betalen. En hij zegt ons niemand iets schuldig te zijn dan elkaar lief te hebben. Vervolgens laat hij zien dat de wet van de liefde de samenvatting en het wezen is van heel die grote tafel van de wet met betrekking tot onze verhouding tot de naaste. Hij spoort ons aan die wet van de liefde te houden, de liefde steeds meer te tonen, en voegt daaraan de oproep toe om te “ontwaken.” Ik meen dat hij bedoelt dat veel christenen slaperig zijn wat betreft de wet van de liefde, wat betreft hun verplichtingen jegens anderen.
“Maar doet aan den Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden.” Christus moet in ons zijn voordat Hij op ons kan zijn. Christus moet door het geloof in het hart zijn voordat Hij door heiligheid in het leven kan zijn. Hebt u licht van een lantaarn nodig, dan is het eerste werk de kaars erbinnen aan te steken; en dan schijnt, als gevolg daarvan, het licht naar buiten, zichtbaar voor anderen. Wanneer Christus in ons gevormd is en onze hoop op heerlijkheid is, kunnen wij onze liefde voor Hem niet verbergen. Integendeel, wij tonen Hem in ons gedrag als de heerlijkheid van onze hoop. Zoals wij Christus van binnen hebben als onze Zaligmaker, het geheim van ons innerlijk leven, zo doen wij Christus aan als de luister van ons dagelijks leven. Het uiterlijke wordt verlicht door het innerlijke, en dit zal het wapen van het licht zijn dat elke soldaat van de Heere Jezus het voorrecht heeft te dragen. Zoals Christus ons voedsel is dat ons innerlijk wezen voedt, zo doen wij Hem aan als het kleed dat het uiterlijk bedekt. Een mens neemt zijn staf op voor een reis, of zijn zwaard voor de strijd, maar legt ze na verloop van tijd weer neer. U moet de Heere Jezus aandoen zoals u uw kleren aandoet, zodat Hij u bedekt en deel gaat uitmaken van uw uiterlijke verschijning, een zichtbaar deel van uw openbare persoonlijkheid.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Gedeelte mist in digitale bronnen
Het volgende gedeelte mist in meerdere digitale bronnen van de Bijbelverklaring van Dächsel. Geprobeerd wordt om dit gedeelte later toe te voegen.
Maar doet aan de Heere Jezus Christus 1) (Gal. 3: 27 ), a) en verzorg het vlees, wanneer u het zijn nooddruft geeft (Kol. 2: 23. 5: 29 ), niet zo, dat het tot steeds meerdere begeerlijkheden 2) leidt; door overdadige en weelderige verzorging zoudt u slechte zondige begeerten bevorderen en, aan vleselijke lusten toegevend, wordt geen verzadiging gevonden, maar slechts temeer de lust opgewekt.
1 Petr. 2: 11.
Bij dag doet men geen werk van de duisternis, iedereen schaamt zich voor de anderen en gedraagt zich eerlijk. Men zegt: “de nacht is onbeschaamd; ” dat is ook waar, daarom doet men ook die werken in de nacht, waarover men zich bij dag schaamt. Maar de dag wekt schaamte en dwingt tot eerlijk wandelen. Zo moet ook een Christelijk leven beslaan, dat alle werken van die aard zijn, dat men niet beschaamd hoeft te worden, al ziet de gehele wereld ze.
Wat bij ons vertaald is “brasserijen en dronkenschappen” zijn volgens de grondtekst smulpartijen en vrolijk rondgaan van dronken jongelingen, voor wie het in de huizen te benauwd wordt en die dan zingend en dansend op de straten hun moedwil en hun dwaasheden bedrijven. Wat daarmee gewoonlijk verbonden was, noemt Paulus nog in het bijzonder: “Slaapkamers en ontuchtigheden; ” met het eerste bedoelt hij de bijslaap zonder gehuwd te zijn, met het tweede de uitgelaten, schaamteloze stoutheid die zich vertoont in onkuise gebaren, woorden en werken. Dergelijke feestelijkheden, als de apostel in het eerste paar zonden noemt, eindigen gewoonlijk met twist en strijd, bij minder beschaafde mensen veelal met vechtpartijen. Uit het tweede paar komt veelvuldig voort ijverzucht, daarom wordt er als derde paar bijgevoegd: “twist en nijdigheid. ” Nu heeft Paulus geenszins in deze drie groepen alle zonden willen opnoemen; de nacht heeft nog veel meer werken van de duisternis in haar schoot; haar familie heet legio (Mark. 7: 21 vv. vv.). De apostel heeft er echter een afkeer van, dit adderengebroedsel een voor een te laten optreden, het komt hem voor dat het met deze drie paren genoeg is.
De Christen betaamt het geheel in tegenstelling met zo’n gedrag, dat met een wandelen in licht en in welvoeglijkheid geheel in strijd is, de Heere Jezus Christus aan te doen, waarin het middel ligt, om alle overdadigheid, geslachtslust en haat te bestrijden en te overwinnen. Hier spreekt de apostel niet meer van werken, maar hij voert het tot het hogere op, tot de gemeenschap met Christus, de kracht aller deugden.
Begrijp het woordje “maar” goed; niet in eten en drinken, maar doe aan de Heere Jezus Christus, dan zult u eten en drinken als Christen en niet de begeerlijkheden van de buik volbrengen niet in slaapkamers en ontuchtigheden, maar doe aan de Heere Jezus Christus, dan zult u de leden van uw lichaam in eer houden als leden van Christus en in plaats van schandelijke begeerten zult u zich verheugen in kuise liefde tot de bruidegom van de ziel; niet in twist en nijdigheid, maar doe aan de Heere Jezus Christus, dan zult u de liefde zelf hebben aangedaan, Zijn vriendelijkheid zal uw twistgierigheid en Zijn liefderijkheid uw nijd begraven.
“Doet aan de Heere Jezus Christus”. Wat betekent dat? Het is in de eerste plaats een beeld vol van de rijkste en zaligste vertroosting; want daarin ligt toch voor alles, dat het hier niet te doen is om iets, dat eerst door ons zou moeten worden verdiend en verkregen; maar dat reeds voor ons gereed is en ons nu wordt aangeboden, wordt geschonken, evenals een kleed aangereikt wordt om het aan te trekken. En wat is dat voor een kleed? Ik zou kunnen antwoorden: het is hetzelfde, waarvan de profeet (Jes. 61: 10) heeft gezegd: Ik ben zeer vrolijk in de Heere, mijn ziel verheugt zich in mijn God: want Hij heeft mij bekleed met de kleren van het heil, de mantel van de gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan, zoals een bruidegom zich met een priesterlijk sieraad verheugt en als een bruid zich versiert met haar gereedschap; of, zoals men het uitdrukt, “bekleed zijn met de gerechtigheid van Christus”, ik zou dan echter nog niet de hele diepte van het apostolische woord hebben uitgesproken; want hij noemt niet de gerechtigheid, die Christus ons heeft verworven, maar Hemzelf, Zijn heilige, Godmenselijke persoon. Wij lezen: “doe aan de Heere Jezus Christus”, Hemzelf dus, tot wie de Vader heeft gezegd: u bent Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in wie Ik Mijn welbehagen heb. Hemzelf, de lichamelijke verzoening, de persoonlijke gerechtigheid en heiligheid, Hemzelf kunnen wij aandoen, zo aandoen, dat Hij in de eigenlijke zin de onze wordt en al wat het Zijne is, het onze is. Zo’n aandoen geschiedt door het geloof; want dat is de wonderbare macht van het geloof, dat het Christus aanneemt en zich Hem toeëigent, ja, Christus in zich sluit en in zich besloten houdt, evenals de bruidsring het edelgesteente. Hebben wij dan Christus aangedaan en houden wij Hem vast in het geloof, dan blijft bij ons Zijn heiligheid en gerechtigheid niet als een van buiten aangedaan kleed, maar de schoonheid van het beeld van God, dat daarin schittert, dringt ook onze inwendige mens binnen. Zijn Geest begint in onze geest te werken, Zijn reinigende, heiligende liefde dringt onze ziel binnen. In de stille omgang met Hem verkrijgen wij een nieuw, teer, edeler gemoed een heilige vrees voor de zonde, een verborgen kracht ten goede. Zo beginnen wij voorzichtig te wandelen als bij dag. Zijn voetstappen te drukken en dat zijn wij ook aan Zijn eer verschuldigd, vooral in deze ernstige tijd. Nu is het niet meer genoeg van Zijn naam te spreken, maar met het leven, met de hele wandel moet worden getuigd dat het Christendom nog een waarheid is een kracht tot gerechtigheid en leven.
Wekelingen, die u bent, verzorgers van uw vlees en van het vlees van uw kinderen, u die in de verzorging, die u uzelf en uw kinderen geeft, niet het lichaam als eeuwig bekleedsel uwer ziel, maar het vergankelijk, verderfelijk vlees eert en verzorgt, let op deze vermaning. Als de apostel van de verheven gedachte “Jezus aandoen” overgaat om uw lichamelijke zorgen af te keuren, dan is het evenals wanneer hij van een hoog en licht toppunt u in een woeste kuil of poel doet afdalen; maar de overgang is juist, zijn praktische wijsheid eist het. Het zal bij vele Romeinen geweest zijn als bij u, bij velen onder u, dat door het weelderige, vleselijke leven van het lichaam alle bekwaamheid en alle kracht van de tijd ten nutte te maken en uit te kopen, verloren gaat. Hoe zullen zij, die hun leden van de zonde niet doden, de leden van de nieuwe mens wapenen met de wapenrusting van Christus en ze versterken om de steile weg van de heiligmaking te bewandelen? Nee, Jezus Christus aandoen is iets geheel tegenovergesteld aan dat wekelijke, weelderige, vleselijke leven van het lichaam. Die Jezus aandoet, houdt niet het lichaam en het welvaren daarvan voor het doel van zijn leven, maar hij heeft hogere bedoelingen, waaraan ook het lichaam onderdanig moet worden gemaakt. Hij zorgt wel voor het lichaam, maar zo, dat hij aan het doel van de zielen niet hinderlijk is, de verheerlijking in het aangezicht van Christus niet terughoudt; hij richt het hele leven van het lichaam zo in, dat het aan de geest dienstbaar is, dat het bij waken en strijden en heilige en voorwaarts gaan tot alles goed niet hinderlijk is, maar zo mogelijk dat zelfs bevordert.
Het vlees moet worden gekastijd, opdat het dient en aan de geest niet hinderlijk is en de Heere niet uit het zadel werpt; dus ook, dat het kan gaan en de Heere dragen.
Zorg voor uw lichaam, maar niet anders, dan dat u het hier beneden ondersteunt tot zijn reis, maar niet zo, dat u daardoor uw vaderland zou vergeten.
Gedeelte mist in digitale bronnen
Het volgende gedeelte mist in meerdere digitale bronnen van de Bijbelverklaring van Dächsel. Geprobeerd wordt om dit gedeelte later toe te voegen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel