Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Abimelech nu, de zoon van Jerubbaal, ging henen naar Sichem, tot de broeder zijner moeder; en hij sprak tot hen, en tot het ganse geslacht van het huis van den vader zijner moeder, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1AbimelechH40 nu, de zoonH1121 van JerubbaalH3378, gingH3212 henen naar SichemH7927, totH413 de broederH251 zijner moederH517; en hij sprakH1696 tot hen, en totH413 het ganseH3605geslachtH4940 van het huisH1004 van den vaderH1 zijner moederH517, zeggendeH559:Abimelech nu, de zoon van Jerubbaal, ging henen naar Sichem, tot de broeder zijner moeder; en hij sprak tot hen, en tot het ganse geslacht van het huis van den vader zijner moeder, zeggende:
KJVAnd Abimelech2the son3of Jerubbaal4went1to Shechem5unto his mother's8brethren,7and communed9with them, and with all the family13of the house14of his mother's16father,15saying,
1וַיֵּ֨לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2אֲבִימֶ֤לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech3בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יְרֻבַּ֨עַל֙H3378JerubbaalJerubbaal5שְׁכֶ֔מָהH7927Sichem, SichemsShechem6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אֲחֵ֖יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'8אִמּ֑וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting9וַיְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work10אֲלֵיהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13מִשְׁפַּ֛חַתH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)14בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)15אֲבִ֥יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'16אִמּ֖וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting17לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
2Spreekt toch voor de oren van alle burgers van Sichem: Wat is u beter, dat zeventig mannen, alle zonen van Jerubbaal, over u heersen, of dat een man over u heerse? Gedenkt ook, dat ik uw been en uw vlees ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2SpreektH1696tochH4994 voor de orenH241 van alleH3605burgersH1167 van SichemH7927: WatH4100 is u beterH2896, dat zeventigH7657mannenH376, alleH3605zonenH1121 van JerubbaalH3378, over u heersenH4910, ofH518 dat eenH259 man over u heerseH4910? GedenktH2142 ook, datH3588ikH589 uw beenH6106 en uw vleesH1320 ben.Spreekt toch voor de oren van alle burgers van Sichem: Wat is u beter, dat zeventig mannen, alle zonen van Jerubbaal, over u heersen, of dat een man over u heerse? Gedenkt ook, dat ik uw been en uw vlees ben.
KJVSpeak,1I pray you, in the ears3of all the men5of Shechem,6Whether is better8for you, either that all the sons15of Jerubbaal,16which are threescore and ten12persons,13reign10over you, or that one21reign18over you? remember22also that I am your bone24and your flesh.
1דַּבְּרוּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2נָ֞אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh3בְּאָזְנֵ֨יH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show4כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5בַּעֲלֵ֣יH1167burgers, heer, man[phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of6שְׁכֶם֮H7927Sichem, SichemsShechem7מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why8טּ֣וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)9לָכֶם֒10הַמְשֹׁ֨לH4910heersen, heerst, heerser(have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power11בָּכֶ֜ם12שִׁבְעִ֣יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)13אִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)14כֹּ֚לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16יְרֻבַּ֔עַלH3378JerubbaalJerubbaal17אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet18מְשֹׁ֥לH4910heersen, heerst, heerser(have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power19בָּכֶ֖ם20אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)21אֶחָ֑דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,22וּזְכַרְתֶּ֕םH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well23כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet24עַצְמֵכֶםH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very25וּבְשַׂרְכֶ֖םH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin26אָנִֽיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who
3Toen spraken de broeders zijner moeder van hem, voor de oren van alle burgers van Sichem, al dezelve woorden; en hun hart neigde zich naar Abimelech; want zij zeiden: Hij is onze broeder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Toen sprakenH1696 de broedersH251 zijner moederH517 van hem, voor de orenH241 van alleH3605burgersH1167 van SichemH7927, alH3605 dezelve woordenH1697; en hun hartH3820neigdeH5186 zich naar AbimelechH40; wantH3588 zij zeidenH559: Hij is onze broederH251.Toen spraken de broeders zijner moeder van hem, voor de oren van alle burgers van Sichem, al dezelve woorden; en hun hart neigde zich naar Abimelech; want zij zeiden: Hij is onze broeder.
KJVAnd his mother's3brethren2spake1of him in the ears5of all the men7of Shechem8all these words:11and their hearts14inclined13to follow15Abimelech;16for they said,18He is our brother.
1וַיְדַבְּר֨וּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֲחֵֽיH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'3אִמּ֜וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting4עָלָ֗יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5בְּאָזְנֵי֙H241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7בַּעֲלֵ֣יH1167burgers, heer, man[phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of8שְׁכֶ֔םH7927Sichem, SichemsShechem9אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11הַדְּבָרִ֖יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work12הָאֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)13וַיֵּ֤טH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield14לִבָּם֙H3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom15אַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with16אֲבִימֶ֔לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech17כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18אָמְר֖וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet19אָחִ֥ינוּH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'20הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
4En zij gaven hem zeventig zilverlingen, uit het huis van Baal-Berith; en Abimelech huurde daarmede ijdele en lichtvaardige mannen, die hem navolgden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En zij gavenH5414 hem zeventigH7657zilverlingenH3701, uit het huisH1004 van Baal-BerithH1170; en AbimelechH40huurdeH7936 daarmede ijdeleH7386 en lichtvaardigeH6348mannenH582, die hem navolgdenH3212.En zij gaven hem zeventig zilverlingen, uit het huis van Baal-Berith; en Abimelech huurde daarmede ijdele en lichtvaardige mannen, die hem navolgden.
KJVAnd they gave1him threescore and ten3pieces of silver4out of the house5of Baalberith,6wherewith Abimelech10hired8vain12and light13persons,which followed14him.
1וַיִּתְּנוּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2לוֹ֙3שִׁבְעִ֣יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)4כֶּ֔סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)5מִבֵּ֖יתּH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6בַ֣עַלH1170Baal-berithBaal-berith7בְּרִ֑יתH1170Baal-berithBaal-berith8וַיִּשְׂכֹּ֨רH7936gehuurd, huren, huurdenearn wages, hire (out self), reward, [idiom] surely9בָּהֶ֜ם10אֲבִימֶ֗לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech11אֲנָשִׁ֤יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12רֵיקִים֙H7386ijdele, ledig, ledigeemptied(-ty), vain (fellow, man)13וּפֹ֣חֲזִ֔יםH6348lichtvaardig, lichtvaardigelight14וַיֵּלְכ֖וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak15אַחֲרָֽיוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
5En hij kwam in zijns vaders huis te Ofra, en doodde zijn broederen, de zonen van Jerubbaal, zeventig mannen, op een steen; doch Jotham, de jongste zoon van Jerubbaal werd overgelaten, want hij had zich verstoken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En hij kwamH935 in zijns vadersH1huisH1004 te OfraH6084, en dooddeH2026 zijn broederenH251, de zonenH1121 van JerubbaalH3378, zeventigH7657mannenH376, opH5921eenH259steenH68; doch JothamH3147, de jongsteH6996zoonH1121 van JerubbaalH3378 werd overgelatenH3498, wantH3588 hij had zich verstokenH2244.En hij kwam in zijns vaders huis te Ofra, en doodde zijn broederen, de zonen van Jerubbaal, zeventig mannen, op een steen; doch Jotham, de jongste zoon van Jerubbaal werd overgelaten, want hij had zich verstoken.
KJVAnd he went1unto his father's3house2at Ophrah,4and slew5his brethren7the sons8of Jerubbaal,9being threescore and ten10persons,11upon one14stone:13notwithstanding yet Jotham16the youngest19son17of Jerubbaal18was left;15for he hid
1וַיָּבֹ֤אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2בֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)3אָבִיו֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4עָפְרָ֔תָהH6084OfraOphrah5וַֽיַּהֲרֹ֞גH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אֶחָ֧יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'8בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9יְרֻבַּ֛עַלH3378JerubbaalJerubbaal10שִׁבְּעִ֥יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)11אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13אֶ֣בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)14אֶחָ֑תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,15וַיִּוָּתֵ֞רH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest16יוֹתָ֧םH3147JothamJotham17בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth18יְרֻבַּ֛עַלH3378JerubbaalJerubbaal19הַקָּטֹ֖ןH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)20כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet21נֶחְבָּֽאH2244verstoken, verborgen, verborg[idiom] held, hide (self), do secretly
6Toen vergaderden zich alle burgers van Sichem, en het ganse huis van Millo, en gingen heen en maakten Abimelech ten koning, bij den hogen eik, die bij Sichem is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Toen vergaderdenH622 zich alleH3605burgersH1167 van SichemH7927, en het ganseH3605huisH1004 van MilloH4407, en gingenH3212 heen en maaktenH4427AbimelechH40 ten koningH4428, bijH5973 den hogenH5324eikH436, dieH834 bij SichemH7927 is.Toen vergaderden zich alle burgers van Sichem, en het ganse huis van Millo, en gingen heen en maakten Abimelech ten koning, bij den hogen eik, die bij Sichem is.
KJVAnd all the men3of Shechem4gathered together,1and all the house6of Millo,7and went,8and made9Abimelech11king,12by the plain14of the pillar15that was in Shechem.
1וַיֵּאָ֨סְפ֜וּH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3בַּעֲלֵ֤יH1167burgers, heer, man[phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of4שְׁכֶם֙H7927Sichem, SichemsShechem5וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7מִלּ֔וֹאH4407MilloMillo. See also H1037 (בֵּית מִלּוֹא)8וַיֵּ֣לְכ֔וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak9וַיַּמְלִ֥יכוּH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11אֲבִימֶ֖לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech12לְמֶ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal13עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)14אֵל֥וֹןH436eikenbossen, eik, Elon-thaborplain. See also H356 (אֵילוֹן)15מֻצָּ֖בH5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state16אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17בִּשְׁכֶֽםH7927Sichem, SichemsShechem
7Als zij dit Jotham aanzeiden, zo ging hij heen, en stond op de hoogte des bergs Gerizim, en verhief zijn stem, en riep, en hij zeide tot hen: Hoort naar mij, gij, burgers van Sichem! en God zal naar ulieden horen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Als zij dit JothamH3147aanzeidenH5046, zo gingH3212 hij heen, en stondH5975 op de hoogteH7218 des bergsH2022GerizimH1630, en verhiefH5375 zijn stemH6963, en riepH7121, en hij zeideH559 tot hen: HoortH8085naarH413 mij, gij, burgersH1167 van SichemH7927! en GodH430 zal naarH413 ulieden horenH8085.Als zij dit Jotham aanzeiden, zo ging hij heen, en stond op de hoogte des bergs Gerizim, en verhief zijn stem, en riep, en hij zeide tot hen: Hoort naar mij, gij, burgers van Sichem! en God zal naar ulieden horen.
KJVAnd when they told1it to Jotham,2he went3and stood4in the top5of mount6Gerizim,7and lifted up8his voice,9and cried,10and said11unto them, Hearken13unto me, ye men15of Shechem,16that God19may hearken
1וַיַּגִּ֣דוּH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter2לְיוֹתָ֗םH3147JothamJotham3וַיֵּ֨לֶךְ֙H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak4וַֽיַּעֲמֹד֙H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry5בְּרֹ֣אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top6הַרH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion7גְּרִזִ֔יםH1630GerizimGerizim8וַיִּשָּׂ֥אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield9קוֹל֖וֹH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell10וַיִּקְרָ֑אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say11וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12לָהֶ֗ם13שִׁמְע֤וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness14אֵלַי֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15בַּעֲלֵ֣יH1167burgers, heer, man[phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of16שְׁכֶ֔םH7927Sichem, SichemsShechem17וְיִשְׁמַ֥עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness18אֲלֵיכֶ֖םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)19אֱלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
8De bomen gingen eens heen, om een koning over zich te zalven, en zij zeiden tot den olijfboom: Wees gij koning over ons.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8De bomenH6086gingenH1980 eens heen, om een koningH4428overH5921 zich te zalvenH4886, en zij zeidenH559 tot den olijfboomH2132: Wees gij koningH4427overH5921 ons.De bomen gingen eens heen, om een koning over zich te zalven, en zij zeiden tot den olijfboom: Wees gij koning over ons.
KJVThe trees3went forth1on a time to anoint4a king6over them; and they said7unto the olive tree,8Reign
1הָל֤וֹךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl2הָֽלְכוּ֙H1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl3הָעֵצִ֔יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood4לִמְשֹׁ֥חַH4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint5עֲלֵיהֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6מֶ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7וַיֹּאמְר֥וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8לַזַּ֖יִתH2132olijfbomen, olijfboom, olijfgaardenolive (tree, -yard), Olivet9מָלְכָ֥הH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely10עָלֵֽינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
9Maar de olijfboom zeide tot hen: Zoude ik mijn vettigheid verlaten, die God en de mensen in mij prijzen? En zoude ik heengaan om te zweven over de bomen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Maar de olijfboomH2132zeideH559 tot hen: Zoude ik mijn vettigheidH1880verlatenH2308, dieH834GodH430 en de mensenH582 in mij prijzenH3513? En zoude ik heengaanH1980 om te zwevenH5128overH5921 de bomenH6086?Maar de olijfboom zeide tot hen: Zoude ik mijn vettigheid verlaten, die God en de mensen in mij prijzen? En zoude ik heengaan om te zweven over de bomen?
KJVBut the olive tree3said1unto them, Should I leave4my fatness,6wherewith by me they honour9God10and man,and go12to be promoted13over the trees?
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָהֶם֙3הַזַּ֔יִתH2132olijfbomen, olijfboom, olijfgaardenolive (tree, -yard), Olivet4הֶחֳדַ֨לְתִּי֙H2308ophouden, hielden, nalatencease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6דִּשְׁנִ֔יH1880as, vettigheidashes, fatness7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8בִּ֛י9יְכַבְּד֥וּH3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop10אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11וַאֲנָשִׁ֑יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12וְהָ֣לַכְתִּ֔יH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl13לָנ֖וּעַH5128schudden, omzwerven, bewogencontinually, fugitive, [idiom] make, to (go) up and down, be gone away, (be) move(-able, -d), be promoted, reel, remove, scatter, set, shake, sift, stagger, to and fro, be vagabond, wag, (make) wander (up and down)14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15הָעֵצִֽיםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
10Toen zeiden de bomen tot den vijgeboom: Kom gij, wees koning over ons.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen zeidenH559 de bomenH6086 tot den vijgeboomH8384: KomH3212gijH859, wees koningH4427overH5921 ons.Toen zeiden de bomen tot den vijgeboom: Kom gij, wees koning over ons.
KJVAnd the trees2said1to the fig tree,3Come4thou, and reign
1וַיֹּאמְר֥וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הָעֵצִ֖יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood3לַתְּאֵנָ֑הH8384vijgeboom, vijgen, vijgebomenfig (tree)4לְכִיH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak5אַ֖תְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6מָלְכִ֥יH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely7עָלֵֽינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
11Maar de vijgeboom zeide tot hen: Zou ik mijn zoetigheid en mijn goede vrucht verlaten? En zou ik heengaan om te zweven over de bomen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Maar de vijgeboomH8384zeideH559 tot hen: Zou ik mijn zoetigheidH4987 en mijn goedeH2896vruchtH8570verlatenH2308? En zou ik heengaanH1980 om te zwevenH5128overH5921 de bomenH6086?Maar de vijgeboom zeide tot hen: Zou ik mijn zoetigheid en mijn goede vrucht verlaten? En zou ik heengaan om te zweven over de bomen?
KJVBut the fig tree3said1unto them, Should I forsake4my sweetness,6and my good9fruit,8and go10to be promoted11over the trees?
1וַתֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָהֶם֙3הַתְּאֵנָ֔הH8384vijgeboom, vijgen, vijgebomenfig (tree)4הֶחֳדַ֨לְתִּי֙H2308ophouden, hielden, nalatencease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מָתְקִ֔יH4987zoetigheidsweetness7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8תְּנוּבָתִ֖יH8570inkomsten, inkomst, vruchtfruit, increase9הַטּוֹבָ֑הH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)10וְהָ֣לַכְתִּ֔יH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl11לָנ֖וּעַH5128schudden, omzwerven, bewogencontinually, fugitive, [idiom] make, to (go) up and down, be gone away, (be) move(-able, -d), be promoted, reel, remove, scatter, set, shake, sift, stagger, to and fro, be vagabond, wag, (make) wander (up and down)12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13הָעֵצִֽיםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood
12Toen zeiden de bomen tot den wijnstok: Kom gij, wees koning over ons.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Toen zeidenH559 de bomenH6086 tot den wijnstokH1612: KomH3212gijH859, wees koningH4427overH5921 ons.Toen zeiden de bomen tot den wijnstok: Kom gij, wees koning over ons.
KJVThen said1the trees2unto the vine,3Come4thou, and reign
1וַיֹּאמְר֥וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הָעֵצִ֖יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood3לַגָּ֑פֶןH1612wijnstok, wijnstokken, wijnstoksvine, tree4לְכִיH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak5אַ֖תְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6מָלְכִ֥יH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely7עָלֵֽינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
13Maar de wijnstok zeide tot hen: Zou ik mijn most verlaten, die God en mensen vrolijk maakt? En zou ik heengaan om te zweven over de bomen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Maar de wijnstokH1612zeideH559 tot hen: Zou ik mijn mostH8492verlatenH2308, die GodH430 en mensenH582vrolijk maaktH8055? En zou ik heengaanH1980 om te zwevenH5128overH5921 de bomenH6086?Maar de wijnstok zeide tot hen: Zou ik mijn most verlaten, die God en mensen vrolijk maakt? En zou ik heengaan om te zweven over de bomen?
KJVAnd the vine3said1unto them, Should I leave4my wine,6which cheereth7God8and man,and go10to be promoted11over the trees?
1וַתֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָהֶם֙3הַגֶּ֔פֶןH1612wijnstok, wijnstokken, wijnstoksvine, tree4הֶחֳדַ֨לְתִּי֙H2308ophouden, hielden, nalatencease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6תִּ֣ירוֹשִׁ֔יH8492most(new, sweet) wine7הַֽמְשַׂמֵּ֥חַH8055verblijd, verblijden, vrolijkcheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very8אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9וַאֲנָשִׁ֑יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10וְהָ֣לַכְתִּ֔יH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl11לָנ֖וּעַH5128schudden, omzwerven, bewogencontinually, fugitive, [idiom] make, to (go) up and down, be gone away, (be) move(-able, -d), be promoted, reel, remove, scatter, set, shake, sift, stagger, to and fro, be vagabond, wag, (make) wander (up and down)12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13הָעֵצִֽיםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
14Toen zeiden al de bomen tot den doornenbos: Kom gij, wees koning over ons.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen zeidenH559alH3605 de bomenH6086totH413 den doornenbosH329: KomH3212gijH859, wees koningH4427overH5921 ons.Toen zeiden al de bomen tot den doornenbos: Kom gij, wees koning over ons.
KJVThen said1all the trees3unto the bramble,5Come6thou, and reign
1וַיֹּאמְר֥וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הָעֵצִ֖יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5הָאָטָ֑דH329doornenbos, doornbos, doornstruikAtad, bramble, thorn6לֵ֥ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7אַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you8מְלָךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely9עָלֵֽינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
15En de doornenbos zeide tot de bomen: Indien gij mij in waarheid tot een koning over u zalft, zo komt, vertrouwt u onder mijn schaduw; maar indien niet, zo ga vuur uit de doornenbos, en vertere de cederen van de Libanon.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En de doornenbosH329zeideH559totH413 de bomenH6086: IndienH518 gij mij in waarheidH571 tot een koningH4428overH5921 u zalftH4886, zo komtH935, vertrouwtH2620 u onder mijn schaduwH6738; maar indien nietH369, zo ga vuurH784uitH4480 de doornenbosH329, en vertereH398 de cederenH730 van de LibanonH3844.En de doornenbos zeide tot de bomen: Indien gij mij in waarheid tot een koning over u zalft, zo komt, vertrouwt u onder mijn schaduw; maar indien niet, zo ga vuur uit de doornenbos, en vertere de cederen van de Libanon.
KJVAnd the bramble2said1unto the trees,4If in truth6ye anoint8me king10over you, then come12and put your trust13in my shadow:14and if not, let fire18come out17of the bramble,20and devour21the cedars23of Lebanon.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הָאָטָד֮H329doornenbos, doornbos, doornstruikAtad, bramble, thorn3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הָעֵצִים֒H6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood5אִ֡םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet6בֶּאֱמֶ֣תH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity7אַתֶּם֩H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you8מֹשְׁחִ֨יםH4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint9אֹתִ֤יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10לְמֶ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal11עֲלֵיכֶ֔םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12בֹּ֖אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13חֲס֣וּH2620betrouwen, betrouw, toevlucht nemenhave hope, make refuge, (put) trust14בְצִלִּ֑יH6738schaduw, Schaduw, schaduwedefence, shade(-ow)15וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet16אַ֕יִןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)17תֵּ֤צֵאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter18אֵשׁ֙H784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot19מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with20הָ֣אָטָ֔דH329doornenbos, doornbos, doornstruikAtad, bramble, thorn21וְתֹאכַ֖לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite22אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23אַרְזֵ֥יH730cederen, ceder, cederenhoutcedar (tree)24הַלְּבָנֽוֹןH3844LibanonLebanon
16Alzo nu, indien gij het in waarheid en oprechtheid gedaan hebt, dat gij Abimelech koning gemaakt hebt, en indien gij welgedaan hebt bij Jerubbaal en bij zijn huis, en indien gij hem naar de verdienste zijner handen gedaan hebt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Alzo nuH6258, indienH518 gij het in waarheidH571 en oprechtheidH8549 gedaan hebt, dat gij AbimelechH40koningH4427 gemaakt hebt, en indienH518 gij welgedaanH6213 hebt bijH5973JerubbaalH3378 en bijH5973 zijn huisH1004, en indienH518 gij hem naar de verdiensteH1576 zijner handenH3027 gedaan hebt.Alzo nu, indien gij het in waarheid en oprechtheid gedaan hebt, dat gij Abimelech koning gemaakt hebt, en indien gij welgedaan hebt bij Jerubbaal en bij zijn huis, en indien gij hem naar de verdienste zijner handen gedaan hebt.
KJVNow therefore, if ye have done5truly3and sincerely,4in that ye have made Abimelech8king,6and if ye have dealt11well10with Jerubbaal13and his house,15and have done19unto him according to the deserving17of his hands;
1וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3בֶּאֱמֶ֤תH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity4וּבְתָמִים֙H8549volkomen, oprechten, oprechtwithout blemish, complete, full, perfect, sincerely (-ity), sound, without spot, undefiled, upright(-ly), whole5עֲשִׂיתֶ֔םH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6וַתַּמְלִ֖יכוּH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8אֲבִימֶ֑לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech9וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet10טוֹבָ֤הH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)11עֲשִׂיתֶם֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)13יְרֻבַּ֣עַלH3378JerubbaalJerubbaal14וְעִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)15בֵּית֔וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet17כִּגְמ֥וּלH1576vergelding, verdienste, weldaad[phrase] as hast served, benefit, desert, deserving, that which he hath given, recompense, reward18יָדָ֖יוH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves19עֲשִׂ֥יתֶםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use20לֽוֹ
17(Want mijn vader heeft voor ulieden gestreden, en hij heeft zijn ziel verre weggeworpen, en u uit der Midianieten hand gered;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17(Want mijn vaderH1 heeft voor ulieden gestredenH3898, en hij heeft zijn zielH5315verreH4480weggeworpenH7993, en u uit der MidianietenH4080handH3027geredH5337;(Want mijn vader heeft voor ulieden gestreden, en hij heeft zijn ziel verre weggeworpen, en u uit der Midianieten hand gered;
KJV(For my father3fought2for you, and adventured5his life7far,8and delivered9you out of the hand11of Midian:
1אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2נִלְחַ֥םH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)3אָבִ֖יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4עֲלֵיכֶ֑םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5וַיַּשְׁלֵ֤ךְH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7נַפְשׁוֹ֙H5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it8מִנֶּ֔גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view9וַיַּצֵּ֥לH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)10אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מִיַּ֥דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12מִדְיָֽןH4080Midianieten, MidianMidian, Midianite
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
18Maar gij zijt heden opgestaan tegen het huis mijns vaders, en hebt zijn zonen, zeventig mannen, op een steen gedood; en gij hebt Abimelech, een zoon zijner dienstmaagd, koning gemaakt over de burgers van Sichem, omdat hij uw broeder is);
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Maar gijH859 zijt hedenH3117opgestaanH6965tegenH5921 het huisH1004 mijns vadersH1, en hebt zijn zonenH1121, zeventigH7657mannenH376, opH5921 een steenH68gedoodH2026; en gij hebt AbimelechH40, eenH259zoonH1121 zijner dienstmaagdH519, koningH4427 gemaakt overH5921 de burgersH1167 van SichemH7927, omdatH3588hijH1931 uw broederH251 is);Maar gij zijt heden opgestaan tegen het huis mijns vaders, en hebt zijn zonen, zeventig mannen, op een steen gedood; en gij hebt Abimelech, een zoon zijner dienstmaagd, koning gemaakt over de burgers van Sichem, omdat hij uw broeder is);
KJVAnd ye are risen up2against my father's5house4this day,6and have slain7his sons,9threescore and ten10persons,11upon one14stone,13and have made Abimelech,17the son18of his maidservant,19king15over the men21of Shechem,22because he is your brother;)
1וְאַתֶּ֞םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2קַמְתֶּ֨םH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4בֵּ֤יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5אָבִי֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7וַתַּהַרְג֧וּH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9בָּנָ֛יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10שִׁבְעִ֥יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)11אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13אֶ֣בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)14אֶחָ֑תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,15וַתַּמְלִ֜יכוּH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17אֲבִימֶ֤לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech18בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19אֲמָתוֹ֙H519dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(hand-) bondmaid(-woman), maid(-servant)20עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21בַּעֲלֵ֣יH1167burgers, heer, man[phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of22שְׁכֶ֔םH7927Sichem, SichemsShechem23כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet24אֲחִיכֶ֖םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'25הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
19Indien gij dan in waarheid en in oprechtheid bij Jerubbaal en bij zijn huis te dezen dage gehandeld hebt, zo weest vrolijk over Abimelech, en hij zij ook vrolijk over ulieden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19IndienH518 gij dan in waarheidH571 en in oprechtheidH8549 bij JerubbaalH3378 en bijH5973 zijn huisH1004 te dezenH2088dageH3117gehandeldH6213 hebt, zo weest vrolijkH8055 over AbimelechH40, en hij zij ookH1571vrolijkH8055 over ulieden.Indien gij dan in waarheid en in oprechtheid bij Jerubbaal en bij zijn huis te dezen dage gehandeld hebt, zo weest vrolijk over Abimelech, en hij zij ook vrolijk over ulieden.
KJVIf ye then have dealt4truly2and sincerely3with Jerubbaal6and with his house8this day,9then rejoice11ye in Abimelech,12and let him also rejoice
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2בֶּאֱמֶ֨תH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity3וּבְתָמִ֧יםH8549volkomen, oprechten, oprechtwithout blemish, complete, full, perfect, sincerely (-ity), sound, without spot, undefiled, upright(-ly), whole4עֲשִׂיתֶ֛םH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)6יְרֻבַּ֥עַלH3378JerubbaalJerubbaal7וְעִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)8בֵּית֖וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11שִׂמְחוּ֙H8055verblijd, verblijden, vrolijkcheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very12בַּאֲבִימֶ֔לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech13וְיִשְׂמַ֥חH8055verblijd, verblijden, vrolijkcheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very14גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea15ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who16בָּכֶֽם
20Maar indien niet, zo ga vuur uit van Abimelech, en vertere de burgers van Sichem, en het huis van Millo; en vuur ga uit van de burgers van Sichem, en van het huis van Millo, en vertere Abimelech!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Maar indien nietH369, zo ga vuurH784 uit van AbimelechH40, en vertereH398 de burgersH1167 van SichemH7927, en het huisH1004 van MilloH4407; en vuurH784 ga uit van de burgersH1167 van SichemH7927, en van het huisH1004 van MilloH4407, en vertereH398AbimelechH40!Maar indien niet, zo ga vuur uit van Abimelech, en vertere de burgers van Sichem, en het huis van Millo; en vuur ga uit van de burgers van Sichem, en van het huis van Millo, en vertere Abimelech!
KJVBut if not, let fire4come out3from Abimelech,5and devour6the men8of Shechem,9and the house11of Millo;12and let fire14come out13from the men15of Shechem,16and from the house17of Millo,18and devour19Abimelech.
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2אַ֕יִןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)3תֵּ֤צֵאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter4אֵשׁ֙H784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot5מֵאֲבִימֶ֔לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech6וְתֹאכַ֛לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8בַּעֲלֵ֥יH1167burgers, heer, man[phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of9שְׁכֶ֖םH7927Sichem, SichemsShechem10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12מִלּ֑וֹאH4407MilloMillo. See also H1037 (בֵּית מִלּוֹא)13וְתֵצֵ֨אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter14אֵ֜שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot15מִבַּעֲלֵ֤יH1167burgers, heer, man[phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of16שְׁכֶם֙H7927Sichem, SichemsShechem17וּמִבֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)18מִלּ֔וֹאH4407MilloMillo. See also H1037 (בֵּית מִלּוֹא)19וְתֹאכַ֖לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21אֲבִימֶֽלֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech
21Toen vlood Jotham, en vluchtte, en ging naar Beer; en hij woonde aldaar vanwege zijn broeder Abimelech.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Toen vloodH1272JothamH3147, en vluchtteH5127, en gingH3212 naar BeerH876; en hij woondeH3427aldaarH8033vanwegeH6440 zijn broederH251AbimelechH40.Toen vlood Jotham, en vluchtte, en ging naar Beer; en hij woonde aldaar vanwege zijn broeder Abimelech.
22Als nu Abimelech drie jaren over Israel geheerst had,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Als nu AbimelechH40drieH7969jarenH8141overH5921IsraelH3478geheerstH7786 had,Als nu Abimelech drie jaren over Israel geheerst had,
23Zo zond God een bozen geest tussen Abimelech en tussen de burgers van Sichem; en de burgers van Sichem handelden trouweloos tegen Abimelech;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Zo zondH7971GodH430 een bozenH7451geestH7307tussenH996AbimelechH40 en tussenH996 de burgersH1167 van SichemH7927; en de burgersH1167 van SichemH7927 handelden trouweloosH898 tegen AbimelechH40;Zo zond God een bozen geest tussen Abimelech en tussen de burgers van Sichem; en de burgers van Sichem handelden trouweloos tegen Abimelech;
KJVThen God2sent1an evil4spirit3between Abimelech6and the men8of Shechem;9and the men11of Shechem12dealt treacherously10with Abimelech:
1וַיִּשְׁלַ֤חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3ר֣וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)4רָעָ֔הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)5בֵּ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within6אֲבִימֶ֔לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech7וּבֵ֖יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within8בַּעֲלֵ֣יH1167burgers, heer, man[phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of9שְׁכֶ֑םH7927Sichem, SichemsShechem10וַיִּבְגְּד֥וּH898trouwelooslijk, trouwelozen, trouwelozedeal deceitfully (treacherously, unfaithfully), offend, transgress(-or), (depart), treacherous (dealer, -ly, man), unfaithful(-ly, man), [idiom] very11בַעֲלֵיH1167burgers, heer, man[phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of12שְׁכֶ֖םH7927Sichem, SichemsShechem13בַּאֲבִימֶֽלֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech
24Opdat het geweld, gedaan aan de zeventig zonen van Jerubbaal, kwame, en opdat hun bloed gelegd wierd op Abimelech, hun broeder, die hen gedood had, en op de burgers van Sichem, die zijn handen gesterkt hadden om zijn broeders te doden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Opdat het geweldH2555, gedaan aan de zeventigH7657zonenH1121 van JerubbaalH3378, kwameH935, en opdat hun bloedH1818gelegdH7760 wierd opH5921AbimelechH40, hun broederH251, dieH834 hen gedoodH2026 had, en opH5921 de burgersH1167 van SichemH7927, dieH834 zijn handenH3027gesterktH2388 hadden om zijn broedersH251 te dodenH2026.Opdat het geweld, gedaan aan de zeventig zonen van Jerubbaal, kwame, en opdat hun bloed gelegd wierd op Abimelech, hun broeder, die hen gedood had, en op de burgers van Sichem, die zijn handen gesterkt hadden om zijn broeders te doden.
KJVThat the cruelty2done to the threescore and ten3sons4of Jerubbaal5might come,1and their blood6be laid7upon Abimelech9their brother,10which slew12them; and upon the men15of Shechem,16which aided18him in the killing21of his brethren.
1לָב֕וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2חֲמַ֖סH2555geweld, gewelds, wrevelcruel(-ty), damage, false, injustice, [idiom] oppressor, unrighteous, violence (against, done), violent (dealing), wrong3שִׁבְעִ֣יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)4בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יְרֻבָּ֑עַלH3378JerubbaalJerubbaal6וְדָמָ֗םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent7לָשׂ֞וּםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9אֲבִימֶ֤לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech10אֲחִיהֶם֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'11אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12הָרַ֣גH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely13אוֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14וְעַל֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15בַּעֲלֵ֣יH1167burgers, heer, man[phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of16שְׁכֶ֔םH7927Sichem, SichemsShechem17אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18חִזְּק֥וּH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20יָדָ֖יוH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves21לַהֲרֹ֥גH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely22אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23אֶחָֽיוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
25En de burgers van Sichem bestelden tegen hem, die op de hoogten der bergen lagen legden, en al wie voorbij hen op den weg doorging, beroofden zij; en het werd Abimelech aangezegd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En de burgersH1167 van SichemH7927besteldenH7760 tegen hem, dieH834 op de hoogtenH7218 der bergenH2022lagenH693 legden, en alH3605 wie voorbijH5921 hen op den wegH1870doorgingH5674, beroofdenH1497 zij; en het werd AbimelechH40aangezegdH5046.En de burgers van Sichem bestelden tegen hem, die op de hoogten der bergen lagen legden, en al wie voorbij hen op den weg doorging, beroofden zij; en het werd Abimelech aangezegd.
KJVAnd the men3of Shechem4set1liers in wait5for him in the top7of the mountains,8and they robbed9all that came13along that way15by them: and it was told16Abimelech.
1וַיָּשִׂ֣ימוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2לוֹ֩3בַעֲלֵ֨יH1167burgers, heer, man[phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of4שְׁכֶ֜םH7927Sichem, SichemsShechem5מְאָרְבִ֗יםH693achterlage, lagen, loeren(lie in) ambush(-ment), lay (lie in) wait6עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7רָאשֵׁ֣יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top8הֶהָרִ֔יםH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion9וַיִּגְזְל֗וּH1497geroofd, roven, rooftcatch, consume, exercise (robbery), pluck (off), rob, spoil, take away (by force, violence), tear10אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13יַעֲבֹ֥רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath14עֲלֵיהֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15בַּדָּ֑רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)16וַיֻּגַּ֖דH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter17לַאֲבִימֶֽלֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech
26Gaal, de zoon van Ebed, kwam ook met zijn broederen, en zij gingen over in Sichem; en de burgeren van Sichem verlieten zich op hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26GaalH1603, de zoonH1121 van EbedH5651, kwamH935 ook met zijn broederenH251, en zij gingenH5674 over in SichemH7927; en de burgerenH1167 van SichemH7927verlietenH982 zich op hem.Gaal, de zoon van Ebed, kwam ook met zijn broederen, en zij gingen over in Sichem; en de burgeren van Sichem verlieten zich op hem.
KJVAnd Gaal2the son3of Ebed4came1with his brethren,5and went over6to Shechem:7and the men10of Shechem11put their confidence
1וַיָּבֹ֞אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2גַּ֤עַלH1603GaalGaal3בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4עֶ֨בֶד֙H5651EbedEbed5וְאֶחָ֔יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'6וַיַּעַבְר֖וּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath7בִּשְׁכֶ֑םH7927Sichem, SichemsShechem8וַיִּבְטְחוּH982vertrouwt, vertrouwen, vertrouwbe bold (confident, secure, sure), careless (one, woman), put confidence, (make to) hope, (put, make to) trust9ב֖וֹ10בַּעֲלֵ֥יH1167burgers, heer, man[phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of11שְׁכֶֽםH7927Sichem, SichemsShechem
27En zij togen uit in het veld, en lazen hun wijnbergen af, en traden de druiven, en maakten lofliederen; en zij gingen in het huis huns gods, en aten en dronken, en vloekten Abimelech.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En zij togenH3318 uit in het veldH7704, en lazenH1219 hun wijnbergenH3754 af, en tradenH1869 de druiven, en maaktenH6213lofliederenH1974; en zij gingenH935 in het huisH1004 huns godsH430, en atenH398 en dronkenH8354, en vloektenH7043AbimelechH40.En zij togen uit in het veld, en lazen hun wijnbergen af, en traden de druiven, en maakten lofliederen; en zij gingen in het huis huns gods, en aten en dronken, en vloekten Abimelech.
KJVAnd they went out1into the fields,2and gathered3their vineyards,5and trode6the grapes, and made7merry,8and went9into the house10of their god,11and did eat12and drink,13and cursed14Abimelech.
1וַיֵּצְא֨וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2הַשָּׂדֶ֜הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild3וַֽיִּבְצְר֤וּH1219vaste, gesterkt, vastcut off, (de-) fenced, fortify, (grape) gather(-er), mighty things, restrain, strong, wall (up), withhold4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כַּרְמֵיהֶם֙H3754wijngaarden, wijngaard, wijngaardsvines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם)6וַֽיִּדְרְכ֔וּH1869treden, gespannen, getredenarcher, bend, come, draw, go (over), guide, lead (forth), thresh, tread (down), walk7וַֽיַּעֲשׂ֖וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8הִלּוּלִ֑יםH1974lofliederen, lofzeggingmerry, praise9וַיָּבֹ֨אוּ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11אֱֽלֹֽהֵיהֶ֔םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12וַיֹּֽאכְלוּ֙H398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite13וַיִּשְׁתּ֔וּH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)14וַֽיְקַלְל֖וּH7043lichter, vloeken, vloekteabate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16אֲבִימֶֽלֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech
28En Gaal, de zoon van Ebed, zeide: Wie is Abimelech, en wat is Sichem, dat wij hem dienen zouden? is hij niet een zoon van Jerubbaal? en Zebul zijn bevelhebber? dient liever de mannen van Hemor, den vader van Sichem; want waarom zouden wij hem dienen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En GaalH1603, de zoonH1121 van EbedH5651, zeideH559: WieH4310 is AbimelechH40, en wat is SichemH7927, datH3588 wij hem dienenH5647 zouden? is hij nietH3808 een zoonH1121 van JerubbaalH3378? en ZebulH2083 zijn bevelhebberH6496? dientH5647 liever de mannenH582 van HemorH2544, den vaderH1 van SichemH7927; want waarom zouden wij hem dienenH5647?En Gaal, de zoon van Ebed, zeide: Wie is Abimelech, en wat is Sichem, dat wij hem dienen zouden? is hij niet een zoon van Jerubbaal? en Zebul zijn bevelhebber? dient liever de mannen van Hemor, den vader van Sichem; want waarom zouden wij hem dienen?
KJVAnd Gaal2the son3of Ebed4said,1Who is Abimelech,6and who is Shechem,8that we should serve10him? is not he the son12of Jerubbaal?13and Zebul14his officer?15serve16the menof Hamor19the father20of Shechem:21for why should we serve
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2גַּ֣עַלH1603GaalGaal3בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4עֶ֗בֶדH5651EbedEbed5מִֽיH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God6אֲבִימֶ֤לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech7וּמִֽיH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God8שְׁכֶם֙H7927Sichem, SichemsShechem9כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10נַעַבְדֶ֔נּוּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,11הֲלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13יְרֻבַּ֖עַלH3378JerubbaalJerubbaal14וּזְבֻ֣לH2083ZebulZebul. Compare H2073 (זְבוּל)15פְּקִיד֑וֹH6496opziener, opzieners, besteldewhich had the charge, governor, office, overseer, (that) was set16עִבְד֗וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18אַנְשֵׁ֤יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)19חֲמוֹר֙H2544Hemor, HemorsHamor20אֲבִ֣יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'21שְׁכֶ֔םH7927Sichem, SichemsShechem22וּמַדּ֖וּעַH4069waarom?how, wherefore, why23נַעַבְדֶ֥נּוּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,24אֲנָֽחְנוּH587wijourselves, us, we
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
29Och, dat dit volk in mijn hand ware! ik zoude Abimelech wel verdrijven. En tot Abimelech zeide hij: Vermeerder uw heir, en trek uit.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29OchH4310, dat dit volkH5971 in mijn handH3027 ware! ik zoude AbimelechH40 wel verdrijvenH5493. En tot AbimelechH40zeideH559 hij: VermeerderH7235 uw heirH6635, en trekH3318 uit.Och, dat dit volk in mijn hand ware! ik zoude Abimelech wel verdrijven. En tot Abimelech zeide hij: Vermeerder uw heir, en trek uit.
KJVAnd would to God this people4were under2my hand!6then would I remove7Abimelech.9And he said10to Abimelech,11Increase12thine army,13and come out.
1וּמִ֨יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God2יִתֵּ֜ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָעָ֤םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6בְּיָדִ֔יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7וְאָסִ֖ירָהH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אֲבִימֶ֑לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech10וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11לַאֲבִימֶ֔לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech12רַבֶּ֥הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very13צְבָאֲךָ֖H6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)14וָצֵֽאָהH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter
30Als Zebul, de overste der stad, de woorden van Gaal, den zoon van Ebed, hoorde, zo ontstak zijn toorn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Als ZebulH2083, de oversteH8269 der stadH5892, de woordenH1697 van GaalH1603, den zoonH1121 van EbedH5651, hoordeH8085, zo ontstakH2734 zijn toornH639.Als Zebul, de overste der stad, de woorden van Gaal, den zoon van Ebed, hoorde, zo ontstak zijn toorn.
KJVAnd when Zebul2the ruler3of the city4heard1the words6of Gaal7the son8of Ebed,9his anger11was kindled.
1וַיִּשְׁמַ֗עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2זְבֻל֙H2083ZebulZebul. Compare H2073 (זְבוּל)3שַׂרH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward4הָעִ֔ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6דִּבְרֵ֖יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7גַּ֣עַלH1603GaalGaal8בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9עָ֑בֶדH5651EbedEbed10וַיִּ֖חַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)11אַפּֽוֹH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath
31En hij zond listiglijk boden tot Abimelech, zeggende: Zie, Gaal, de zoon van Ebed, en zijn broeders zijn te Sichem gekomen, en zie, zij, met deze stad, handelen vijandiglijk tegen u.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En hij zondH7971listiglijkH8649bodenH4397totH413AbimelechH40, zeggendeH559: ZieH2009, GaalH1603, de zoonH1121 van EbedH5651, en zijn broedersH251 zijn te SichemH7927gekomenH935, en zieH2009, zij, met deze stadH5892, handelen vijandiglijkH6696 tegen u.En hij zond listiglijk boden tot Abimelech, zeggende: Zie, Gaal, de zoon van Ebed, en zijn broeders zijn te Sichem gekomen, en zie, zij, met deze stad, handelen vijandiglijk tegen u.
KJVAnd he sent1messengers2unto Abimelech4privily,5saying,6Behold, Gaal8the son9of Ebed10and his brethren11be come12to Shechem;13and, behold, they fortify15the city
1וַיִּשְׁלַ֧חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2מַלְאָכִ֛יםH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אֲבִימֶ֖לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech5בְּתָרְמָ֣הH8649bedriegerij, bedrog, bedriegelijkedeceit(-ful), privily6לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7הִנֵּה֩H2009ziet, ziebehold, lo, see8גַ֨עַלH1603GaalGaal9בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10עֶ֤בֶדH5651EbedEbed11וְאֶחָיו֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'12בָּאִ֣יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13שְׁכֶ֔מָהH7927Sichem, SichemsShechem14וְהִנָּ֛םH2009ziet, ziebehold, lo, see15צָרִ֥יםH6696belegeren, belegerde, belegerdenadversary, assault, beset, besiege, bind (up), cast, distress, fashion, fortify, inclose, lay siege, put up in bags16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17הָעִ֖ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town18עָלֶֽיךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
32Zo maak u nu op bij nacht, gij en het volk, dat met u is, en leg lagen in het veld.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Zo maakH6965 u nuH6258 op bij nachtH3915, gijH859 en het volkH5971, datH834metH854 u is, en leg lagenH693 in het veldH7704.Zo maak u nu op bij nacht, gij en het volk, dat met u is, en leg lagen in het veld.
KJVNow therefore up2by night,3thou and the people5that is with thee, and lie in wait8in the field:
1וְעַתָּה֙H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2ק֣וּםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)3לַ֔יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)4אַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you5וְהָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7אִתָּ֑ךְH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix8וֶאֱרֹ֖בH693achterlage, lagen, loeren(lie in) ambush(-ment), lay (lie in) wait9בַּשָּׂדֶֽהH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild
33En het geschiede in den morgen, als de zon opgaat, zo maak u vroeg op, en overval deze stad; en zie, zo hij en het volk, dat met hem is, tot u uittrekken, zo doe hem, gelijk als uw hand vinden zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33En het geschiedeH1961 in den morgenH1242, als de zonH8121opgaatH2224, zo maak u vroeg opH5921, en overvalH6584 deze stadH5892; en zieH2009, zo hijH1931 en het volkH5971, dat metH854 hem is, tot u uittrekkenH3318, zo doeH6213 hem, gelijk als uw handH3027vindenH4672 zal.En het geschiede in den morgen, als de zon opgaat, zo maak u vroeg op, en overval deze stad; en zie, zo hij en het volk, dat met hem is, tot u uittrekken, zo doe hem, gelijk als uw hand vinden zal.
Ook in dit vers
maak vroegH7925
KJVAnd it shall be, that in the morning,2as soon as the sun4is up,3thou shalt rise early,5and set6upon the city:8and, behold, when he and the people11that is with him come out14against thee, then mayest thou do16to them as thou20shalt find occasion.
1וְהָיָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַבֹּ֨קֶר֙H1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow3כִּזְרֹ֣חַH2224opgaan, opgaat, opreesarise, rise (up), as soon as it is up4הַשֶּׁ֔מֶשׁH8121zon, Zon, glasvensters[phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)5תַּשְׁכִּ֖יםH7925vroeg, stond, stonden(arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning6וּפָשַׁטְתָּ֣H6584uittrekken, ingevallen, overvielenfall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self)7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הָעִ֑ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town9וְהִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see10ה֞וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who11וְהָעָ֤םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13אִתּוֹ֙H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix14יֹצְאִ֣יםH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter15אֵלֶ֔יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16וְעָשִׂ֣יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17לּ֔וֹ18כַּאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19תִּמְצָ֥אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on20יָדֶֽךָH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
34Abimelech dan maakte zich op, en al het volk, dat met hem was, bij nacht; en zij legden lagen op Sichem, met vier hopen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34AbimelechH40 dan maakte zich op, en alH3605 het volkH5971, datH834metH5973 hem was, bij nachtH3915; en zij legden lagenH693opH5921SichemH7927, met vierH702hopenH7218.Abimelech dan maakte zich op, en al het volk, dat met hem was, bij nacht; en zij legden lagen op Sichem, met vier hopen.
KJVAnd Abimelech2rose up,1and all the people4that were with him, by night,7and they laid wait8against Shechem10in four11companies.
1וַיָּ֧קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2אֲבִימֶ֛לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech3וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הָעָ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6עִמּ֖וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7לָ֑יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)8וַיֶּאֶרְב֣וּH693achterlage, lagen, loeren(lie in) ambush(-ment), lay (lie in) wait9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10שְׁכֶ֔םH7927Sichem, SichemsShechem11אַרְבָּעָ֖הH702vier, vierhonderd, veertienfour12רָאשִֽׁיםH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
35En Gaal, de zoon van Ebed, ging uit, en stond aan de deur van de stadspoort; en Abimelech rees op, en al het volk, dat met hem was, uit de achterlage.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En GaalH1603, de zoonH1121 van EbedH5651, ging uit, en stondH5975 aan de deurH6607 van de stadspoortH8179; en AbimelechH40reesH6965 op, en al het volkH5971, datH834metH854 hem was, uitH4480 de achterlageH3993.En Gaal, de zoon van Ebed, ging uit, en stond aan de deur van de stadspoort; en Abimelech rees op, en al het volk, dat met hem was, uit de achterlage.
KJVAnd Gaal2the son3of Ebed4went out,1and stood5in the entering6of the gate7of the city:8and Abimelech10rose up,9and the people11that were with him, from lying in wait.
1וַיֵּצֵא֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2גַּ֣עַלH1603GaalGaal3בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4עֶ֔בֶדH5651EbedEbed5וַיַּעֲמֹ֕דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry6פֶּ֖תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place7שַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)8הָעִ֑ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town9וַיָּ֧קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)10אֲבִימֶ֛לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech11וְהָעָ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13אִתּ֖וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix14מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with15הַמַּאְרָֽבH3993achterlagelie in ambush, ambushment, lurking place, lying in wait
36Als Gaal dat volk zag, zo zeide hij tot Zebul: Zie, er komt volk af van de hoogten der bergen. Zebul daarentegen zeide tot hem: Gij ziet de schaduw der bergen voor mensen aan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36Als GaalH1603 dat volkH5971zagH7200, zo zeideH559 hij totH413ZebulH2083: ZieH2009, er komtH3381volkH5971 af van de hoogtenH7218 der bergenH2022. ZebulH2083 daarentegen zeideH559totH413 hem: GijH859 ziet de schaduwH6738 der bergenH2022 voor mensenH582 aan.Als Gaal dat volk zag, zo zeide hij tot Zebul: Zie, er komt volk af van de hoogten der bergen. Zebul daarentegen zeide tot hem: Gij ziet de schaduw der bergen voor mensen aan.
KJVAnd when Gaal2saw1the people,4he said5to Zebul,7Behold, there come10people9downfrom the top11of the mountains.12And Zebul15said13unto him, Thou seest20the shadow17of the mountains18as if they were men.
1וַיַּרְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2גַּעַל֮H1603GaalGaal3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָעָם֒H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7זְבֻ֔לH2083ZebulZebul. Compare H2073 (זְבוּל)8הִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see9עָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10יוֹרֵ֔דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down11מֵרָאשֵׁ֖יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top12הֶהָרִ֑יםH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion13וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15זְבֻ֔לH2083ZebulZebul. Compare H2073 (זְבוּל)16אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17צֵ֧לH6738schaduw, Schaduw, schaduwedefence, shade(-ow)18הֶהָרִ֛יםH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion19אַתָּ֥הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you20רֹאֶ֖הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions21כָּאֲנָשִֽׁיםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
37Maar Gaal voer wijders voort te spreken en zeide: Zie daar volk, afkomende uit het midden des lands, en een hoop komt van den weg van den eik Meonenim.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37Maar GaalH1603voerH3254 wijders voortH3254 te sprekenH1696 en zeideH559: ZieH2009 daar volkH5971, afkomendeH3381 uit het middenH2872 des landsH776, en eenH259hoopH7218komtH935 van den wegH1870 van den eikH436MeonenimH6049.Maar Gaal voer wijders voort te spreken en zeide: Zie daar volk, afkomende uit het midden des lands, en een hoop komt van den weg van den eik Meonenim.
KJVAnd Gaal3spake4again1and said,5See there come8people7downby the middle10of the land,11and another13company12come14along by the plain16of15Meonenim.
1וַיֹּ֨סֶףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield2ע֣וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)3גַּעַל֮H1603GaalGaal4לְדַבֵּר֒H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work5וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6הִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see7עָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8יֽוֹרְדִ֔יםH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down9מֵעִ֖םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)10טַבּ֣וּרH2872middenmiddle, midst11הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12וְרֹאשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top13אֶחָ֣דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,14בָּ֔אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way15מִדֶּ֖רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)16אֵל֥וֹןH436eikenbossen, eik, Elon-thaborplain. See also H356 (אֵילוֹן)17מְעוֹנְנִֽיםH6049guichelaars, pleegde guichelarij, Meonenim[idiom] bring, enchanter, Meonemin, observe(-r of) times, soothsayer, sorcerer
38Toen zeide Zebul tot hem: Waar is nu uw mond, waarmede gij zeidet: Wie is Abimelech, dat wij hem zouden dienen? is niet dit het volk, dat gij veracht hebt? trek toch nu uit en strijd tegen hem!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38Toen zeideH559ZebulH2083totH413 hem: WaarH834 is nu uw mondH6310, waarmede gij zeidetH559: WieH4310 is AbimelechH40, dat wij hem zouden dienenH5647? is nietH3808ditH2088 het volkH5971, dat gij verachtH3988 hebt? trekH3318tochH4994nuH6258 uit en strijdH3898 tegen hem!Toen zeide Zebul tot hem: Waar is nu uw mond, waarmede gij zeidet: Wie is Abimelech, dat wij hem zouden dienen? is niet dit het volk, dat gij veracht hebt? trek toch nu uit en strijd tegen hem!
KJVThen said1Zebul3unto him, Where is now5thy mouth,6wherewith thou saidst,8Who is Abimelech,10that we should serve12him? is not this the people15that thou hast despised?17go out,19I pray now,20and fight
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָ֜יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3זְבֻ֗לH2083ZebulZebul. Compare H2073 (זְבוּל)4אַיֵּ֨הH346waar?where5אֵפ֥וֹאH645dan, nu tochhere, now, where?6פִ֨יךָ֙H6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word7אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8תֹּאמַ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9מִ֥יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God10אֲבִימֶ֖לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech11כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12נַעַבְדֶ֑נּוּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,13הֲלֹ֨אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14זֶ֤הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)15הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people16אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17מָאַ֣סְתָּהH3988verworpen, verwerpen, versmaadabhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person18בּ֔וֹ19צֵאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter20נָ֥אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh21עַתָּ֖הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas22וְהִלָּ֥חֶםH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)23בּֽוֹ
39En Gaal trok uit voor het aangezicht der burgeren van Sichem, en hij streed tegen Abimelech.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39En GaalH1603trokH3318 uit voor het aangezichtH6440 der burgerenH1167 van SichemH7927, en hij streedH3898 tegen AbimelechH40.En Gaal trok uit voor het aangezicht der burgeren van Sichem, en hij streed tegen Abimelech.
40En Abimelech jaagde hem na, want hij vlood voor zijn aangezicht; en er vielen vele verslagenen tot aan de deur der stads poort.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40En AbimelechH40jaagdeH7291 hem na, want hij vloodH5127 voor zijn aangezichtH6440; en er vielenH5307veleH7227verslagenenH2491 tot aan de deurH6607 der stads poortH8179.En Abimelech jaagde hem na, want hij vlood voor zijn aangezicht; en er vielen vele verslagenen tot aan de deur der stads poort.
KJVAnd Abimelech2chased1him, and he fled3before4him, and many7were overthrown5and wounded,6even unto the entering9of the gate.
1וַיִּרְדְּפֵ֣הוּH7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)2אֲבִימֶ֔לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech3וַיָּ֖נָסH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard4מִפָּנָ֑יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5וַֽיִּפְּל֛וּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down6חֲלָלִ֥יםH2491verslagenen, verslagen, verslagenekill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded7רַבִּ֖יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)8עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9פֶּ֥תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place10הַשָּֽׁעַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)
41Abimelech nu bleef te Aruma; en Zebul verdreef Gaal en zijn broederen, dat zij te Sichem niet mochten wonen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41AbimelechH40 nu bleefH3427 te ArumaH725; en ZebulH2083verdreefH1644GaalH1603 en zijn broederenH251, dat zij te SichemH7927 niet mochten wonenH3427.Abimelech nu bleef te Aruma; en Zebul verdreef Gaal en zijn broederen, dat zij te Sichem niet mochten wonen.
KJVAnd Abimelech2dwelt1at Arumah:3and Zebul5thrust out4Gaal7and his brethren,9that they should not dwell10in Shechem.
1וַיֵּ֥שֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry2אֲבִימֶ֖לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech3בָּארוּמָ֑הH725ArumaArumah4וַיְגָ֧רֶשׁH1644uitdrijven, verstotene, dreefcast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out5זְבֻ֛לH2083ZebulZebul. Compare H2073 (זְבוּל)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7גַּ֥עַלH1603GaalGaal8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אֶחָ֖יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'10מִשֶּׁ֥בֶתH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry11בִּשְׁכֶֽםH7927Sichem, SichemsShechem
42En het geschiedde des anderen daags dat het volk uittrok in het veld, en zij zeiden het Abimelech aan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42En het geschiedde des anderen daagsH4283 dat het volkH5971uittrokH3318 in het veldH7704, en zij zeidenH5046 het AbimelechH40 aan.En het geschiedde des anderen daags dat het volk uittrok in het veld, en zij zeiden het Abimelech aan.
KJVAnd it came to pass on the morrow,2that the people4went out3into the field;5and they told6Abimelech.
1וַֽיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מִֽמָּחֳרָ֔תH4283daags, dag, gansenmorrow, next day3וַיֵּצֵ֥אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter4הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5הַשָּׂדֶ֑הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild6וַיַּגִּ֖דוּH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter7לַאֲבִימֶֽלֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech
43Toen nam hij het volk, en deelde hen in drie hopen, en hij legde lagen in het veld; en hij zag toe, en ziet, het volk trok uit de stad, zo maakte hij zich tegen hen op, en sloeg hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43Toen namH3947 hij het volkH5971, en deeldeH2673 hen in drieH7969hopenH7218, en hij legde lagenH693 in het veldH7704; en hij zagH7200 toe, en zietH2009, het volkH5971trokH3318uitH4480 de stadH5892, zo maakte hij zich tegen hen op, en sloegH5221 hen.Toen nam hij het volk, en deelde hen in drie hopen, en hij legde lagen in het veld; en hij zag toe, en ziet, het volk trok uit de stad, zo maakte hij zich tegen hen op, en sloeg hen.
KJVAnd he took1the people,3and divided4them into three5companies,6and laid wait7in the field,8and looked,9and, behold, the people11were come forth12out of the city;14and he rose up15against them, and smote
1וַיִּקַּ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הָעָ֗םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4וַֽיֶּחֱצֵם֙H2673verdeeld, deelde, half en half delendivide, [idiom] live out half, reach to the midst, participle5לִשְׁלֹשָׁ֣הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)6רָאשִׁ֔יםH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top7וַיֶּאֱרֹ֖בH693achterlage, lagen, loeren(lie in) ambush(-ment), lay (lie in) wait8בַּשָּׂדֶ֑הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild9וַיַּ֗רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions10וְהִנֵּ֤הH2009ziet, ziebehold, lo, see11הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12יֹצֵ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter13מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with14הָעִ֔ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town15וַיָּ֥קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)16עֲלֵיהֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17וַיַּכֵּֽםH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound
44Want Abimelech en de hopen, die bij hem waren, overvielen hen, en bleven staan aan de deur der stadspoort; en de twee andere hopen overvielen allen, die in het veld waren, en sloegen hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44Want AbimelechH40 en de hopenH7218, dieH834 bij hem waren, overvielenH6584 hen, en bleven staanH5975aanH5921 de deurH6607 der stadspoortH8179; en de tweeH8147 andere hopenH7218overvielenH6584allenH3605, dieH834 in het veldH7704 waren, en sloegenH5221 hen.Want Abimelech en de hopen, die bij hem waren, overvielen hen, en bleven staan aan de deur der stadspoort; en de twee andere hopen overvielen allen, die in het veld waren, en sloegen hen.
KJVAnd Abimelech,1and the company2that was with him, rushed forward,5and stood6in the entering7of the gate8of the city:9and the two10other companies11ran upon12all the people that were in the fields,16and slew
1וַאֲבִימֶ֗לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech2וְהָרָאשִׁים֙H7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4עִמּ֔וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)5פָּשְׁט֕וּH6584uittrekken, ingevallen, overvielenfall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self)6וַיַּ֣עַמְד֔וּH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry7פֶּ֖תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place8שַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)9הָעִ֑ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10וּשְׁנֵ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two11הָֽרָאשִׁ֗יםH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top12פָּֽשְׁט֛וּH6584uittrekken, ingevallen, overvielenfall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self)13עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16בַּשָּׂדֶ֖הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild17וַיַּכּֽוּםH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound
45Voorts streed Abimelech tegen de stad dienzelven gansen dag, en nam de stad in, en doodde het volk, dat daarin was; en hij brak de stad af, en bezaaide haar met zout.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45Voorts streedH3898AbimelechH40 tegen de stadH5892 dienzelven gansenH3605dagH3117, en namH3920 de stadH5892 in, en dooddeH2026 het volkH5971, dat daarin was; en hij brakH5422 de stadH5892 af, en bezaaideH2232 haar met zoutH4417.Voorts streed Abimelech tegen de stad dienzelven gansen dag, en nam de stad in, en doodde het volk, dat daarin was; en hij brak de stad af, en bezaaide haar met zout.
KJVAnd Abimelech1fought2against the city3all that day;5and he took7the city,9and slew14the people11that was therein, and beat down15the city,17and sowed18it with salt.
1וַאֲבִימֶ֜לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech2נִלְחָ֣םH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)3בָּעִ֗ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4כֹּ֚לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6הַה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7וַיִּלְכֹּד֙H3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הָעִ֔ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הָעָ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13בָּ֖הּ14הָרָ֑גH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely15וַיִּתֹּץ֙H5422brak, afbreken, brakenbeat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17הָעִ֔ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town18וַיִּזְרָעֶ֖הָH2232zaaien, gezaaid, bezaaienbear, conceive seed, set with sow(-er), yield19מֶֽלַחH4417zout, Zoutzeesalt(-pit)
46Als alle burgers des torens van Sichem dat hoorden, zo gingen zij in de sterkte, in het huis van den god Berith.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46Als alleH3605burgersH1167 des torensH4026 van SichemH7927 dat hoordenH8085, zo gingenH935 zij in de sterkteH6877, in het huisH1004 van den godH410BerithH1286.Als alle burgers des torens van Sichem dat hoorden, zo gingen zij in de sterkte, in het huis van den god Berith.
KJVAnd when all the men3of the tower4of Shechem5heard1that, they entered6into an hold8of the house9of the god10Berith.
1וַֽיִּשְׁמְע֔וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2כָּֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3בַּעֲלֵ֖יH1167burgers, heer, man[phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of4מִֽגְדַּלH4026toren, torens, Bakoventorencastle, flower, tower. Compare the names following5שְׁכֶ֑םH7927Sichem, SichemsShechem6וַיָּבֹ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8צְרִ֔יחַH6877sterkte, vestingenhigh place, hold9בֵּ֖יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10אֵ֥לH410God, Gods, godGod (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'11בְּרִֽיתH1286BerithBerith
47En het werd Abimelech aangezegd, dat alle burgeren des torens van Sichem zich verzameld hadden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
47En het werd AbimelechH40aangezegdH5046, datH3588alleH3605burgerenH1167 des torensH4026 van SichemH7927 zich verzameldH6908 hadden.En het werd Abimelech aangezegd, dat alle burgeren des torens van Sichem zich verzameld hadden.
KJVAnd it was told1Abimelech,2that all the men6of the tower7of Shechem8were gathered together.
1וַיֻּגַּ֖דH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter2לַאֲבִימֶ֑לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech3כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4הִֽתְקַבְּצ֔וּH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up5כָּֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6בַּעֲלֵ֖יH1167burgers, heer, man[phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of7מִֽגְדַּלH4026toren, torens, Bakoventorencastle, flower, tower. Compare the names following8שְׁכֶֽםH7927Sichem, SichemsShechem
48Zo ging Abimelech op den berg Zalmon, hij en al het volk, dat met hem was; en Abimelech nam een bijl in zijn hand, en hieuw een tak van de bomen, en nam hem op, en legde hem op zijn schouder; en hij zeide tot het volk, dat bij hem was: Wat gij mij hebt zien doen, haast u, doet als ik.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
48Zo ging AbimelechH40 op den bergH2022ZalmonH6756, hijH1931 en alH3605 het volkH5971, dat met hem was; en AbimelechH40 nam een bijlH7134 in zijn handH3027, en hieuwH3772 een takH7754vanH854 de bomenH6086, en nam hem op, en legde hem opH5921 zijn schouderH7926; en hij zeideH559 tot het volkH5971, dat bij hem was: Wat gij mij hebt zienH7200doenH6213, haastH4116 u, doetH6213 als ik.Zo ging Abimelech op den berg Zalmon, hij en al het volk, dat met hem was; en Abimelech nam een bijl in zijn hand, en hieuw een tak van de bomen, en nam hem op, en legde hem op zijn schouder; en hij zeide tot het volk, dat bij hem was: Wat gij mij hebt zien doen, haast u, doet als ik.
Ook in dit vers
namH3947
namH5375
leideH7760
KJVAnd Abimelech2gat him up1to mount3Zalmon,4he and all the people7that were with him; and Abimelech11took10an axe13in his hand,14and cut down15a bough16from the trees,17and took18it, and laid19it on his shoulder,21and said22unto the people24that were with him, What ye have seen28me do,29make haste,30and do31as I
1וַיַּ֨עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2אֲבִימֶ֜לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech3הַרH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion4צַלְמ֗וֹןH6756ZalmonZalmon5הוּא֮H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9אִתּוֹ֒H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix10וַיִּקַּח֩H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win11אֲבִימֶ֨לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הַקַּרְדֻּמּ֜וֹתH7134bijlen, bijlax14בְּיָד֗וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves15וַיִּכְרֹת֙H3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want16שׂוֹכַ֣תH7754takbough17עֵצִ֔יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood18וַיִּ֨שָּׂאֶ֔הָH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield19וַיָּ֖שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work20עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21שִׁכְמ֑וֹH7926schouder, schouderen, Sichemback, [idiom] consent, portion, shoulder22וַיֹּ֜אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet23אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)24הָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people25אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection26עִמּ֗וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)27מָ֤הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why28רְאִיתֶם֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions29עָשִׂ֔יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use30מַהֲר֖וּH4116haastte, haast, haastenbe carried headlong, fearful, (cause to make, in, make) haste(-n, -ily), (be) hasty, (fetch, make ready) [idiom] quickly, rash, [idiom] shortly, (be so) [idiom] soon, make speed, [idiom] speedily, [idiom] straightway, [idiom] suddenly, swift31עֲשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use32כָמֽוֹנִיH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth
49Zo hieuw ook al het volk een iegelijk zijn tak af, en zij volgden Abimelech na, en legden ze aan de sterkte, en verbrandden daardoor de sterkte met vuur; dat ook alle lieden des torens van Sichem stierven, omtrent duizend mannen en vrouwen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
49Zo hieuwH3772ookH1571alH3605 het volkH5971 een iegelijk zijn takH7754 af, en zij volgdenH3212AbimelechH40naH310, en legden ze aanH5921 de sterkteH6877, en verbranddenH3341 daardoor de sterkteH6877 met vuurH784; dat ookH1571alleH3605liedenH582 des torensH4026 van SichemH7927stiervenH4191, omtrent duizendH505mannenH376 en vrouwenH802.Zo hieuw ook al het volk een iegelijk zijn tak af, en zij volgden Abimelech na, en legden ze aan de sterkte, en verbrandden daardoor de sterkte met vuur; dat ook alle lieden des torens van Sichem stierven, omtrent duizend mannen en vrouwen.
Ook in dit vers
leidenH7760
KJVAnd all the people4likewise cut down1every man5his bough,6and followed7Abimelech,9and put10them to the hold,12and set13the hold16on fire17upon them; so that all the menof the tower22of Shechem23died18also, about a thousand24men21and women.
1וַיִּכְרְת֨וּH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want2גַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הָעָ֜םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6שׂוֹכֹ֗הH7754takbough7וַיֵּ֨לְכ֜וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak8אַחֲרֵ֤יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with9אֲבִימֶ֨לֶךְ֙H40Abimelech, AbimelechsAbimelech10וַיָּשִׂ֣ימוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work11עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12הַצְּרִ֔יחַH6877sterkte, vestingenhigh place, hold13וַיַּצִּ֧יתוּH3341aansteken, aangestoken, verbrandburn (up), be desolate, set (on) fire (fire), kindle14עֲלֵיהֶ֛םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16הַצְּרִ֖יחַH6877sterkte, vestingenhigh place, hold17בָּאֵ֑שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot18וַיָּמֻ֜תוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise19גַּ֣םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21אַנְשֵׁ֧יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)22מִֽגְדַּלH4026toren, torens, Bakoventorencastle, flower, tower. Compare the names following23שְׁכֶ֛םH7927Sichem, SichemsShechem24כְּאֶ֖לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand25אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)26וְאִשָּֽׁהH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
50Voorts toog Abimelech naar Thebez, en hij legerde zich tegen Thebez, en nam haar in.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
50Voorts toogH3212AbimelechH40naarH413ThebezH8405, en hij legerdeH2583 zich tegen ThebezH8405, en namH3920 haar in.Voorts toog Abimelech naar Thebez, en hij legerde zich tegen Thebez, en nam haar in.
KJVThen went1Abimelech2to Thebez,4and encamped5against Thebez,6and took
1וַיֵּ֥לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2אֲבִימֶ֖לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4תֵּבֵ֑ץH8405ThebezThebez5וַיִּ֥חַןH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent6בְּתֵבֵ֖ץH8405ThebezThebez7וַֽיִּלְכְּדָֽהּH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take
51Doch er was een sterke toren in het midden der stad; zo vloden daarheen al de mannen en de vrouwen, en alle burgers van de stad, en sloten voor zich toe; en zij klommen op het dak des torens.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
51Doch er wasH1961 een sterkeH5797torenH4026 in het middenH8432 der stadH5892; zo vlodenH5127daarheenH8033alH3605 de mannenH582 en de vrouwenH802, en alleH3605burgersH1167 van de stadH5892, en slotenH5462 voor zich toe; en zij klommenH5927opH5921 het dakH1406 des torensH4026.Doch er was een sterke toren in het midden der stad; zo vloden daarheen al de mannen en de vrouwen, en alle burgers van de stad, en sloten voor zich toe; en zij klommen op het dak des torens.
KJVBut there was a strong2tower1within4the city,5and thither fled6all the menand women,10and all they12of the city,13and shut14it to them, and gat them up16to the top18of the tower.
1וּמִגְדַּלH4026toren, torens, Bakoventorencastle, flower, tower. Compare the names following2עֹז֮H5797sterkte, Sterkte, sterkeboldness, loud, might, power, strength, strong3הָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4בְתוֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)5הָעִיר֒H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town6וַיָּנֻ֨סוּH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard7שָׁ֜מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9הָאֲנָשִׁ֣יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10וְהַנָּשִׁ֗יםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English11וְכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12בַּעֲלֵ֣יH1167burgers, heer, man[phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of13הָעִ֔ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town14וַֽיִּסְגְּר֖וּH5462gesloten, sloot, toegeslotenclose up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly15בַּעֲדָ֑םH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within16וַֽיַּעֲל֖וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18גַּ֥גH1406dak, dakenroof (of the house), (house) top (of the house)19הַמִּגְדָּֽלH4026toren, torens, Bakoventorencastle, flower, tower. Compare the names following
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
52Toen kwam Abimelech tot aan den toren, en bestormde dien; en hij genaakte tot aan de deur des torens, om dien met vuur te verbranden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
52Toen kwamH935AbimelechH40 tot aanH5704 den torenH4026, en bestormdeH3898 dien; en hij genaakteH5066 tot aan de deurH6607 des torensH4026, om dien met vuurH784 te verbrandenH8313.Toen kwam Abimelech tot aan den toren, en bestormde dien; en hij genaakte tot aan de deur des torens, om dien met vuur te verbranden.
KJVAnd Abimelech2came1unto the tower,4and fought5against it, and went hard7unto the door9of the tower10to burn11it with fire.
1וַיָּבֹ֤אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֲבִימֶ֨לֶךְ֙H40Abimelech, AbimelechsAbimelech3עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet4הַמִּגְדָּ֔לH4026toren, torens, Bakoventorencastle, flower, tower. Compare the names following5וַיִּלָּ֖חֶםH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)6בּ֑וֹ7וַיִּגַּ֛שׁH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand8עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9פֶּ֥תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place10הַמִּגְדָּ֖לH4026toren, torens, Bakoventorencastle, flower, tower. Compare the names following11לְשָׂרְפ֥וֹH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly12בָאֵֽשׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot
53Maar een vrouw wierp een stuk van een molensteen op Abimelechs hoofd; en zij verpletterde zijn hersenpan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
53Maar een vrouwH802wierpH7993eenH259stukH6400 van een molensteenH7393opH5921AbimelechsH40hoofdH7218; en zij verpletterdeH7533 zijn hersenpanH1538.Maar een vrouw wierp een stuk van een molensteen op Abimelechs hoofd; en zij verpletterde zijn hersenpan.
KJVAnd a certain3woman2cast1a piece4of a millstone5upon Abimelech's8head,7and all to brake9his skull.
1וַתַּשְׁלֵ֞ךְH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw2אִשָּׁ֥הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English3אַחַ֛תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,4פֶּ֥לַחH6400stuk, deelpiece5רֶ֖כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7רֹ֣אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top8אֲבִימֶ֑לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech9וַתָּ֖רִץH7533onderdrukt, gebroken, stukken gestotenbreak, bruise, crush, discourage, oppress, struggle together10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11גֻּלְגָּלְתּֽוֹH1538hoofd, hoofd hoofd, hoofdenhead, every man, poll, skull
54Toen riep hij haastelijk den jongen, die zijn wapenen droeg, en zeide tot hem: Trek uw zwaard uit, en dood mij, opdat zij niet van mij zeggen: Een vrouw heeft hem gedood. En zijn jongen doorstak hem, dat hij stierf.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
54Toen riepH7121 hij haastelijkH4120 den jongenH5288, die zijn wapenenH3627droegH5375, en zeideH559totH413 hem: TrekH8025 uw zwaardH2719 uit, en doodH4191 mij, opdat zij niet van mij zeggenH559: Een vrouwH802 heeft hem gedoodH2026. En zijn jongenH5288doorstakH1856 hem, dat hij stierfH4191.Toen riep hij haastelijk den jongen, die zijn wapenen droeg, en zeide tot hem: Trek uw zwaard uit, en dood mij, opdat zij niet van mij zeggen: Een vrouw heeft hem gedood. En zijn jongen doorstak hem, dat hij stierf.
KJVThen he called1hastily2unto the young man4his armourbearer,5and said7unto him, Draw9thy sword,10and slay11me, that men say13not of me, A woman15slew16him. And his young man18thrust him through,17and he died.
1וַיִּקְרָ֨אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2מְהֵרָ֜הH4120haastelijk, haast, Haasthastily, quickly, shortly, soon, make (with) speed(-ily), swiftly3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הַנַּ֣עַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)5נֹשֵׂ֣אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield6כֵלָ֗יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever7וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8לוֹ֙9שְׁלֹ֤ףH8025uittrokken, trok, Trekdraw (off), grow up, pluck off10חַרְבְּךָ֙H2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool11וּמ֣וֹתְתֵ֔נִיH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise12פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not13יֹ֥אמְרוּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14לִ֖י15אִשָּׁ֣הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English16הֲרָגָ֑תְהוּH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely17וַיִּדְקְרֵ֥הוּH1856doorstoken, doorstak, doorsteekpierce, strike (thrust) through, wound18נַעֲר֖וֹH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)19וַיָּמֹֽתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
55Als nu de mannen van Israel zagen, dat Abimelech dood was, zo gingen zij een iegelijk naar zijn plaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
55Als nu de mannenH376 van IsraelH3478zagenH7200, datH3588AbimelechH40doodH4191 was, zo gingenH3212 zij een iegelijk naar zijn plaatsH4725.Als nu de mannen van Israel zagen, dat Abimelech dood was, zo gingen zij een iegelijk naar zijn plaats.
KJVAnd when the men2of Israel3saw1that Abimelech6was dead,5they departed7every man8unto his place.
1וַיִּרְא֥וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2אִֽישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5מֵ֣תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise6אֲבִימֶ֑לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech7וַיֵּלְכ֖וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak8אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9לִמְקֹמֽוֹH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)
56Alzo deed God wederkeren heet kwaad van Abimelech, dat hij aan zijn vader gedaan had, dodende zijn zeventig broederen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
56Alzo deed GodH430wederkerenH7725 heet kwaadH7451 van AbimelechH40, datH834 hij aan zijn vaderH1gedaanH6213 had, dodendeH2026 zijn zeventigH7657broederenH251.Alzo deed God wederkeren heet kwaad van Abimelech, dat hij aan zijn vader gedaan had, dodende zijn zeventig broederen.
KJVThus God2rendered1the wickedness4of Abimelech,5which he did7unto his father,8in slaying9his seventy11brethren:
1וַיָּ֣שֶׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2אֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4רָעַ֣תH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)5אֲבִימֶ֑לֶךְH40Abimelech, AbimelechsAbimelech6אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7עָשָׂה֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8לְאָבִ֔יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9לַהֲרֹ֖גH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11שִׁבְעִ֥יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)12אֶחָֽיוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
57Desgelijks al het kwaad der lieden van Sichem deed God wederkeren op hun hoofd; en de vloek van Jotham, den zoon van Jerubbaal, kwam over hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
57Desgelijks alH3605 het kwaadH7451 der liedenH582 van SichemH7927 deed GodH430wederkerenH7725 op hun hoofdH7218; en de vloekH7045 van JothamH3147, den zoonH1121 van JerubbaalH3378, kwamH935 over hen.Desgelijks al het kwaad der lieden van Sichem deed God wederkeren op hun hoofd; en de vloek van Jotham, den zoon van Jerubbaal, kwam over hen.
KJVAnd all the evil3of the menof Shechem5did God7render6upon their heads:8and upon them came9the curse11of Jotham12the son13of Jerubbaal.
1וְאֵ֗תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3רָעַת֙H7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)4אַנְשֵׁ֣יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5שְׁכֶ֔םH7927Sichem, SichemsShechem6הֵשִׁ֥יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw7אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8בְּרֹאשָׁ֑םH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top9וַתָּבֹ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10אֲלֵיהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11קִֽלֲלַ֖תH7045vloek, vloeken(ac-) curse(-d, -ing)12יוֹתָ֥םH3147JothamJotham13בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14יְרֻבָּֽעַלH3378JerubbaalJerubbaal
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Richteren 9:1— Abimelech nu, de zoon van Jerubbaal, ging henen naar Sichem, tot de broeder zijner moeder; en hij sprak tot hen, en tot het ganse geslacht van het huis van den vader zijner moeder, zeggende:Richteren 8:31→1 Koningen 12:20→Genesis 34:2→Jeremia 18:18→1 Koningen 12:3→Psalmen 83:2→1 Koningen 12:1→2 Samuël 15:6→
Richteren 9:2— Spreekt toch voor de oren van alle burgers van Sichem: Wat is u beter, dat zeventig mannen, alle zonen van Jerubbaal, over u heersen, of dat een man over u heerse? Gedenkt ook, dat ik uw been en uw vlees ben.Genesis 29:14→Richteren 8:30→Efeze 5:30→1 Kronieken 11:1→2 Samuël 19:13→Hebreeën 2:14→
Richteren 9:3— Toen spraken de broeders zijner moeder van hem, voor de oren van alle burgers van Sichem, al dezelve woorden; en hun hart neigde zich naar Abimelech; want zij zeiden: Hij is onze broeder.Genesis 29:15→Spreuken 1:11→Psalmen 10:3→
Richteren 9:4— En zij gaven hem zeventig zilverlingen, uit het huis van Baal-Berith; en Abimelech huurde daarmede ijdele en lichtvaardige mannen, die hem navolgden.Richteren 8:33→2 Kronieken 13:7→Richteren 11:3→Handelingen 17:5→Spreuken 12:11→Richteren 9:46→Job 30:8→1 Samuël 22:2→
Richteren 9:5— En hij kwam in zijns vaders huis te Ofra, en doodde zijn broederen, de zonen van Jerubbaal, zeventig mannen, op een steen; doch Jotham, de jongste zoon van Jerubbaal werd overgelaten, want hij had zich verstoken.2 Koningen 11:1→Richteren 6:24→Mattheüs 2:16→Richteren 9:2→2 Kronieken 21:4→Mattheüs 2:20→2 Koningen 10:17→Richteren 8:30→
Richteren 9:6— Toen vergaderden zich alle burgers van Sichem, en het ganse huis van Millo, en gingen heen en maakten Abimelech ten koning, bij den hogen eik, die bij Sichem is.2 Samuël 5:9→2 Koningen 12:20→1 Koningen 12:1→1 Koningen 12:20→1 Koningen 12:25→Jozua 24:26→
Richteren 9:7— Als zij dit Jotham aanzeiden, zo ging hij heen, en stond op de hoogte des bergs Gerizim, en verhief zijn stem, en riep, en hij zeide tot hen: Hoort naar mij, gij, burgers van Sichem! en God zal naar ulieden horen.Deuteronomium 11:29→Deuteronomium 27:12→Johannes 4:20→Jozua 8:33→Jesaja 1:15→Mattheüs 18:26→Jakobus 2:13→Psalmen 50:15→
Richteren 9:8— De bomen gingen eens heen, om een koning over zich te zalven, en zij zeiden tot den olijfboom: Wees gij koning over ons.2 Koningen 14:9→Richteren 8:22→Ezechiël 17:3→Daniël 4:10→
Richteren 9:9— Maar de olijfboom zeide tot hen: Zoude ik mijn vettigheid verlaten, die God en de mensen in mij prijzen? En zoude ik heengaan om te zweven over de bomen?Psalmen 89:20→Job 2:2→Handelingen 4:27→Psalmen 104:15→Handelingen 10:38→1 Johannes 2:20→Job 1:7→Exodus 35:14→
Richteren 9:11— Maar de vijgeboom zeide tot hen: Zou ik mijn zoetigheid en mijn goede vrucht verlaten? En zou ik heengaan om te zweven over de bomen?Lukas 13:6→
Richteren 9:13— Maar de wijnstok zeide tot hen: Zou ik mijn most verlaten, die God en mensen vrolijk maakt? En zou ik heengaan om te zweven over de bomen?Psalmen 104:15→Numeri 15:7→Numeri 15:10→Spreuken 31:6→Prediker 10:19→Numeri 15:5→
Richteren 9:14— Toen zeiden al de bomen tot den doornenbos: Kom gij, wees koning over ons.2 Koningen 14:9→
Richteren 9:15— En de doornenbos zeide tot de bomen: Indien gij mij in waarheid tot een koning over u zalft, zo komt, vertrouwt u onder mijn schaduw; maar indien niet, zo ga vuur uit de doornenbos, en vertere de cederen van de Libanon.Jesaja 30:2→Richteren 9:20→Hosea 14:7→Jesaja 2:13→Daniël 4:12→Jesaja 37:24→Ezechiël 19:14→Numeri 21:28→
Richteren 9:16— Alzo nu, indien gij het in waarheid en oprechtheid gedaan hebt, dat gij Abimelech koning gemaakt hebt, en indien gij welgedaan hebt bij Jerubbaal en bij zijn huis, en indien gij hem naar de verdienste zijner handen gedaan hebt.Richteren 8:35→
Richteren 9:17— (Want mijn vader heeft voor ulieden gestreden, en hij heeft zijn ziel verre weggeworpen, en u uit der Midianieten hand gered;Romeinen 16:4→Richteren 7:1→Esther 4:16→Romeinen 5:8→Openbaring 12:11→Richteren 8:4→
Richteren 9:18— Maar gij zijt heden opgestaan tegen het huis mijns vaders, en hebt zijn zonen, zeventig mannen, op een steen gedood; en gij hebt Abimelech, een zoon zijner dienstmaagd, koning gemaakt over de burgers van Sichem, omdat hij uw broeder is);Richteren 9:5→Psalmen 109:4→Richteren 8:35→Richteren 8:30→Richteren 9:14→
Richteren 9:19— Indien gij dan in waarheid en in oprechtheid bij Jerubbaal en bij zijn huis te dezen dage gehandeld hebt, zo weest vrolijk over Abimelech, en hij zij ook vrolijk over ulieden.Jesaja 8:6→Filippenzen 3:3→Jakobus 4:16→
Richteren 9:20— Maar indien niet, zo ga vuur uit van Abimelech, en vertere de burgers van Sichem, en het huis van Millo; en vuur ga uit van de burgers van Sichem, en van het huis van Millo, en vertere Abimelech!Richteren 9:15→Richteren 9:56→Psalmen 21:9→2 Kronieken 20:22→Psalmen 28:4→Psalmen 120:3→Richteren 7:22→Psalmen 52:1→
Richteren 9:21— Toen vlood Jotham, en vluchtte, en ging naar Beer; en hij woonde aldaar vanwege zijn broeder Abimelech.Numeri 21:16→Jozua 19:8→2 Samuël 20:14→
Richteren 9:23— Zo zond God een bozen geest tussen Abimelech en tussen de burgers van Sichem; en de burgers van Sichem handelden trouweloos tegen Abimelech;Jesaja 33:1→Jesaja 19:14→Jesaja 19:2→Richteren 9:20→Richteren 9:15→2 Kronieken 18:19→1 Samuël 18:9→1 Koningen 12:15→
Richteren 9:24— Opdat het geweld, gedaan aan de zeventig zonen van Jerubbaal, kwame, en opdat hun bloed gelegd wierd op Abimelech, hun broeder, die hen gedood had, en op de burgers van Sichem, die zijn handen gesterkt hadden om zijn broeders te doden.1 Koningen 2:32→Psalmen 7:16→Esther 9:25→Deuteronomium 27:25→1 Samuël 15:33→Numeri 35:33→Mattheüs 23:34→Richteren 9:56→
Richteren 9:25— En de burgers van Sichem bestelden tegen hem, die op de hoogten der bergen lagen legden, en al wie voorbij hen op den weg doorging, beroofden zij; en het werd Abimelech aangezegd.Jozua 8:4→Jozua 8:12→Spreuken 1:11→
Richteren 9:26— Gaal, de zoon van Ebed, kwam ook met zijn broederen, en zij gingen over in Sichem; en de burgeren van Sichem verlieten zich op hem.Genesis 13:8→Genesis 19:7→
Richteren 9:27— En zij togen uit in het veld, en lazen hun wijnbergen af, en traden de druiven, en maakten lofliederen; en zij gingen in het huis huns gods, en aten en dronken, en vloekten Abimelech.Richteren 9:4→Lukas 17:26→Lukas 12:19→Leviticus 24:11→Jesaja 16:9→Daniël 5:1→Exodus 32:6→Richteren 9:46→
Richteren 9:28— En Gaal, de zoon van Ebed, zeide: Wie is Abimelech, en wat is Sichem, dat wij hem dienen zouden? is hij niet een zoon van Jerubbaal? en Zebul zijn bevelhebber? dient liever de mannen van Hemor, den vader van Sichem; want waarom zouden wij hem dienen?Genesis 34:2→Genesis 34:6→1 Samuël 25:10→1 Koningen 12:16→2 Samuël 20:1→
Richteren 9:29— Och, dat dit volk in mijn hand ware! ik zoude Abimelech wel verdrijven. En tot Abimelech zeide hij: Vermeerder uw heir, en trek uit.2 Samuël 15:4→2 Koningen 18:23→2 Samuël 2:14→Jesaja 36:8→Psalmen 10:3→2 Koningen 14:8→Romeinen 1:30→1 Koningen 20:11→
Richteren 9:32— Zo maak u nu op bij nacht, gij en het volk, dat met u is, en leg lagen in het veld.Spreuken 4:16→Psalmen 36:4→Job 24:14→Spreuken 1:11→Romeinen 3:15→
Richteren 9:33— En het geschiede in den morgen, als de zon opgaat, zo maak u vroeg op, en overval deze stad; en zie, zo hij en het volk, dat met hem is, tot u uittrekken, zo doe hem, gelijk als uw hand vinden zal.1 Samuël 10:7→Prediker 9:10→1 Samuël 25:8→Leviticus 25:26→
Richteren 9:36— Als Gaal dat volk zag, zo zeide hij tot Zebul: Zie, er komt volk af van de hoogten der bergen. Zebul daarentegen zeide tot hem: Gij ziet de schaduw der bergen voor mensen aan.Markus 8:24→Ezechiël 7:7→
Richteren 9:37— Maar Gaal voer wijders voort te spreken en zeide: Zie daar volk, afkomende uit het midden des lands, en een hoop komt van den weg van den eik Meonenim.Deuteronomium 18:14→
Richteren 9:38— Toen zeide Zebul tot hem: Waar is nu uw mond, waarmede gij zeidet: Wie is Abimelech, dat wij hem zouden dienen? is niet dit het volk, dat gij veracht hebt? trek toch nu uit en strijd tegen hem!Richteren 9:28→Jeremia 2:28→2 Samuël 2:26→2 Koningen 14:8→
Richteren 9:40— En Abimelech jaagde hem na, want hij vlood voor zijn aangezicht; en er vielen vele verslagenen tot aan de deur der stads poort.1 Koningen 20:30→1 Koningen 20:18→
Richteren 9:41— Abimelech nu bleef te Aruma; en Zebul verdreef Gaal en zijn broederen, dat zij te Sichem niet mochten wonen.Richteren 9:28→Richteren 9:30→
Richteren 9:44— Want Abimelech en de hopen, die bij hem waren, overvielen hen, en bleven staan aan de deur der stadspoort; en de twee andere hopen overvielen allen, die in het veld waren, en sloegen hen.Galaten 5:15→Richteren 9:20→Richteren 9:15→
Richteren 9:45— Voorts streed Abimelech tegen de stad dienzelven gansen dag, en nam de stad in, en doodde het volk, dat daarin was; en hij brak de stad af, en bezaaide haar met zout.2 Koningen 3:25→Deuteronomium 29:23→Psalmen 107:34→Ezechiël 47:11→1 Koningen 12:25→Sefanja 2:9→Jakobus 2:13→
Richteren 9:46— Als alle burgers des torens van Sichem dat hoorden, zo gingen zij in de sterkte, in het huis van den god Berith.Richteren 8:33→Richteren 9:4→2 Koningen 1:2→1 Koningen 8:26→Richteren 9:27→Jesaja 37:38→Psalmen 115:8→Jesaja 28:15→
Richteren 9:48— Zo ging Abimelech op den berg Zalmon, hij en al het volk, dat met hem was; en Abimelech nam een bijl in zijn hand, en hieuw een tak van de bomen, en nam hem op, en legde hem op zijn schouder; en hij zeide tot het volk, dat bij hem was: Wat gij mij hebt zien doen, haast u, doet als ik.Psalmen 68:14→Richteren 7:17→Spreuken 1:11→
Richteren 9:49— Zo hieuw ook al het volk een iegelijk zijn tak af, en zij volgden Abimelech na, en legden ze aan de sterkte, en verbrandden daardoor de sterkte met vuur; dat ook alle lieden des torens van Sichem stierven, omtrent duizend mannen en vrouwen.Richteren 9:20→Galaten 5:15→Jakobus 3:16→Richteren 9:15→
Richteren 9:52— Toen kwam Abimelech tot aan den toren, en bestormde dien; en hij genaakte tot aan de deur des torens, om dien met vuur te verbranden.2 Koningen 14:10→Richteren 9:48→2 Koningen 15:16→
Richteren 9:53— Maar een vrouw wierp een stuk van een molensteen op Abimelechs hoofd; en zij verpletterde zijn hersenpan.2 Samuël 11:21→Richteren 9:20→2 Samuël 20:21→Jeremia 50:45→Job 31:3→Richteren 9:15→Jeremia 49:20→
Richteren 9:54— Toen riep hij haastelijk den jongen, die zijn wapenen droeg, en zeide tot hem: Trek uw zwaard uit, en dood mij, opdat zij niet van mij zeggen: Een vrouw heeft hem gedood. En zijn jongen doorstak hem, dat hij stierf.1 Samuël 31:4→
Richteren 9:55— Als nu de mannen van Israel zagen, dat Abimelech dood was, zo gingen zij een iegelijk naar zijn plaats.2 Samuël 20:21→2 Samuël 18:16→Spreuken 22:10→1 Koningen 22:35→
Richteren 9:56— Alzo deed God wederkeren heet kwaad van Abimelech, dat hij aan zijn vader gedaan had, dodende zijn zeventig broederen.Psalmen 94:23→Richteren 9:24→Spreuken 5:22→Mattheüs 7:2→Openbaring 19:20→Job 31:3→Psalmen 58:10→Galaten 6:7→
Richteren 9:57— Desgelijks al het kwaad der lieden van Sichem deed God wederkeren op hun hoofd; en de vloek van Jotham, den zoon van Jerubbaal, kwam over hen.Richteren 9:20→1 Koningen 16:34→Richteren 9:45→Jozua 6:26→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Richteren 9 vers 1— Abimelech nu, de zoon van Jerubbaal, ging henen naar Sichem, tot de broeder zijner moeder; en hij sprak tot hen, en tot het ganse geslacht van het huis van den vader zijner moeder, zeggende:
Sichem,
Zie boven, Richt. 8:31.
Hertaald:Sichem,
Zie hierboven, Richt. 8:31.
broeder zijner moeder;
Dat is, bloedverwanten en vrienden. Alzo, vs.3, 18.
Hertaald:broeder zijner moeder;
Dat is: bloedverwanten en vrienden. Zo ook vers 3, 18.
Richteren 9 vers 2— Spreekt toch voor de oren van alle burgers van Sichem: Wat is u beter, dat zeventig mannen, alle zonen van Jerubbaal, over u heersen, of dat een man over u heerse? Gedenkt ook, dat ik uw been en uw vlees ben.
burgers van Sichem
Hebreeuws, heren, meesters, mannen, burgers. Zie van het Hebreeuwse woord Baäl, Gen. 14:13.
Hertaald:burgers van Sichem
Hebreeuws: heren, meesters, mannen, burgers. Zie over het Hebreeuwse woord Baäl, Gen. 14:13.
een man over u heerse?
Hij wil zeggen, dat het buiten twijfel het beste is, verstaande door dezen éénen man, zichzelven.
Hertaald:een man over u heerse?
Hij wil zeggen dat het zonder twijfel het beste is, waarbij hij met deze ene man zichzelf bedoelt.
been en uw vlees ben
Van moeders zijde uit Sichem gesproten, en velen onder u in bloede bestaande. Zie van deze manier van spreken, Gen. 2:23, en Gen. 29:14.
Hertaald:been en uw vlees ben
Van moeders kant afkomstig uit Sichem, en met velen onder u door bloedverwantschap verbonden. Zie over deze manier van spreken Gen. 2:23, en Gen. 29:14.
Richteren 9 vers 3— Toen spraken de broeders zijner moeder van hem, voor de oren van alle burgers van Sichem, al dezelve woorden; en hun hart neigde zich naar Abimelech; want zij zeiden: Hij is onze broeder.
naar Abimélech;
Hebreeuws, achter; dat is, om hem na te volgen.
Hertaald:naar Abimélech;
Hebreeuws: achter; dat is: om hem te volgen.
Richteren 9 vers 4— En zij gaven hem zeventig zilverlingen, uit het huis van Baal-Berith; en Abimelech huurde daarmede ijdele en lichtvaardige mannen, die hem navolgden.
zilverlingen,
Zie Gen. 20:16.
Hertaald:zilverlingen,
Zie Gen. 20:16.
huis van Baäl-berith;
Dat is, uit den afgodischen tempel van dezen afgod, staande op een hogen berg bij Sichem, naar uitwijzen der kaart. Zie ook van dezen afgod boven, Richt. 8:33.
Hertaald:huis van Baäl-berith;
Dat is: uit de afgodische tempel van deze afgod, gelegen op een hoge berg bij Sichem, zoals de kaart aangeeft. Zie ook over deze afgod hierboven, Richt. 8:33.
ijdele en lichtvaardige mannen,
Dat is, een hoop van kaal, behoeftig en licht gespuis, bij welke geen vreze Gods was. Vergelijk 2 Kron. 13:7.
Hertaald:ijdele en lichtvaardige mannen,
Dat is: een groep armzalig, behoeftig en onbetrouwbaar volk, zonder vreze Gods. Vergelijk 2 Kron. 13:7.
die hem navolgden
Hebreeuws, en zij gingen achter hem.
Hertaald:die hem navolgden
Hebreeuws: en zij gingen achter hem.
Richteren 9 vers 5— En hij kwam in zijns vaders huis te Ofra, en doodde zijn broederen, de zonen van Jerubbaal, zeventig mannen, op een steen; doch Jotham, de jongste zoon van Jerubbaal werd overgelaten, want hij had zich verstoken.
zeventig mannen,
Er werden maar negen en zestig gedood [want Jotham ontkwam], maar de Heilige Schrift noemt naar gewoonte het volle getal. Zie Gen. 42:13; Num. 14:33; 1 Kor. 15:5.
Hertaald:zeventig mannen,
Er werden maar negenenzestig gedood [want Jotham ontkwam], maar de Heilige Schrift noemt naar gewoonte het volle getal. Zie Gen. 42:13; Num. 14:33; 1 Kor. 15:5.
Richteren 9 vers 6— Toen vergaderden zich alle burgers van Sichem, en het ganse huis van Millo, en gingen heen en maakten Abimelech ten koning, bij den hogen eik, die bij Sichem is.
huis van Millo,
Hebreeuws, Beth-millo; een stad, gelegen, naar uitwijzen der kaart, oostwaarts van Sichem, aan het gebergte Efraïms, niet ver van Beth-aven. Anderen verstaan hierdoor de sterkte, vermeld onder, vs.46, 49, gehouden als een raadhuis, of landhuis, waarin de volle raad placht te vergaderen, met enig garnizoen bezet, hetwelk in dezen handel mede gebruikt is. Het woord Millo komt van vullen, volheid, vervulling, waarom het sommigen nemen voor een diepen kuil of vallei, die met aarde en steengruis opgevuld zijnde, gediend heeft tot bouwing van een sterkte, daarvan genoemd Millo. Eenigen menen dat het geslacht van den vader van Abimélechs moeder hiervan alzo genoemd is. Het woord Millo wordt ook gevonden 2 Sam. 5:9; 1 Kon. 9:15, en 1 Kon. 11:27; 2 Kon. 12:20; 1 Kron. 11:8; 2 Kron. 32:5.
Hertaald:huis van Millo,
Hebreeuws: Beth-Millo; een stad, gelegen, zoals de kaart aangeeft, ten oosten van Sichem, aan het gebergte van Efraïm, niet ver van Beth-Aven. Anderen verstaan hieronder het bolwerk, genoemd hieronder in vers 46 en 49, dat gehouden werd als een raadhuis of landhuis, waarin de volle raad placht te vergaderen, met enig garnizoen bezet, dat ook bij deze gebeurtenis gebruikt is. Het woord Millo komt van vullen, volheid, vervulling, en daarom nemen sommigen het voor een diepe kuil of vallei, die met aarde en steengruis opgevuld, gediend heeft voor de bouw van een bolwerk, dat daarnaar Millo genoemd is. Sommigen menen dat het geslacht van de vader van de moeder van Abimelech zo genoemd is. Het woord Millo wordt ook gevonden in 2 Sam. 5:9; 1 Kon. 9:15, en 1 Kon. 11:27; 2 Kon. 12:20; 1 Kron. 11:8; 2 Kron. 32:5.
maakten Abimélech ten koning,
Hebreeuws alsof men zeide: zij koningden hem ten koning.
Hertaald:maakten Abimélech ten koning,
Hebreeuws alsof men zei: zij koningden hem tot koning.
hogen eik,
Of, pilaareik. Zie Joz. 24:26-27. Deze plaats hebben zij vermoedelijk verkozen, om dit werk met enigen schijn van heiligheid te bekleden, dat zij nochtans met een gruwelijke tirannie hadden begonnen, en zonder de andere stammen daarover te roepen, of God eens raad te vragen, voltrokken. Anders, bij het plein van den pilaar.
Hertaald:hogen eik,
Of: pilaareik. Zie Joz. 24:26-27. Deze plaats hebben zij waarschijnlijk gekozen om dit werk met enige schijn van heiligheid te bekleden, terwijl zij het toch met een gruwelijke tirannie begonnen waren en zonder de andere stammen erover te raadplegen of God om raad te vragen, hadden uitgevoerd. Anders: bij het plein van de pilaar.
Richteren 9 vers 7— Als zij dit Jotham aanzeiden, zo ging hij heen, en stond op de hoogte des bergs Gerizim, en verhief zijn stem, en riep, en hij zeide tot hen: Hoort naar mij, gij, burgers van Sichem! en God zal naar ulieden horen.
hoogte des bergs
Hebreeuws, het hoofd.
Hertaald:hoogte des bergs
Hebreeuws: het hoofd.
Gerizim,
Die aan Sichem was gelegen en recht tegenover lag de berg Ebal, waarvan te zien is Deut. 11:29-30; Joz. 8:33.
Hertaald:Gerizim,
Die bij Sichem lag en recht tegenover de berg Ebal lag, waarover te zien is Deut. 11:29-30; Joz. 8:33.
zeide tot hen
Zo het schijnt, door Gods ingeven, die Jothams woorden bevestigd heeft; onder, vs.24, 57.
Hertaald:zeide tot hen
Naar het schijnt, door Gods ingeving, Die de woorden van Jotham bevestigd heeft; hieronder, vers 24, 57.
Richteren 9 vers 8— De bomen gingen eens heen, om een koning over zich te zalven, en zij zeiden tot den olijfboom: Wees gij koning over ons.
De bomen
Zie ene gelijke versierde rede of gelijkenis, tot lering, 2 Kon. 14:9.
Hertaald:De bomen
Zie een soortgelijke, tot lering versierde toespraak of gelijkenis in 2 Kon. 14:9.
Richteren 9 vers 9— Maar de olijfboom zeide tot hen: Zoude ik mijn vettigheid verlaten, die God en de mensen in mij prijzen? En zoude ik heengaan om te zweven over de bomen?
mijn vettigheid
Dat is, de olie.
Hertaald:mijn vettigheid
Dat is: de olie.
verlaten,
Of, zal ik laten ophouden, of, gedwongen worden op te houden, en zo in het volgende.
Hertaald:verlaten,
Of: zal ik laten ophouden, of gedwongen worden op te houden; en zo ook in het vervolg.
God en de mensen in mij prijzen?
Want de olie werd gebruikt in de offeranden en lampen des tabernakels, alsook bij het zalven der priesters, koningen en [gelijk uit 1 Kon. 19:16 afgenomen wordt] profeten, en in het algemeen tot spijs, sieraad en smuk van 's mensen lichaam. Anders, waarmede men door mij God en de mensen vereert
Hertaald:God en de mensen in mij prijzen?
Want de olie werd gebruikt bij de offers en de lampen van de tabernakel, evenals bij het zalven van priesters, koningen en [zoals uit 1 Kon. 19:16 af te leiden is] profeten, en in het algemeen als voedsel, sieraad en tooi voor het lichaam van de mens. Anders: waarmee men door mij God en de mensen eert.
zweven over de bomen?
Dat is, om als koning te gaan omlopen, woelen en zorgen voor andere bomen.
Hertaald:zweven over de bomen?
Dat is: om als koning rond te gaan lopen, zich druk maken en zorgen voor andere bomen.
Richteren 9 vers 13— Maar de wijnstok zeide tot hen: Zou ik mijn most verlaten, die God en mensen vrolijk maakt? En zou ik heengaan om te zweven over de bomen?
God en mensen vrolijk maakt?
Omdat de wijn in offeranden gebruikt werd en het hart des mensen verheugt; Ps. 104:15. Anders, die goden; dat is, die grote heren, en mensen, dat is, gemene lieden verheugt.
Hertaald:God en mensen vrolijk maakt?
Omdat de wijn bij offers gebruikt werd en het hart van de mens verheugt; Ps. 104:15. Anders: die goden; dat is: die grote heren, en mensen, dat is: gewone mensen verheugt.
Richteren 9 vers 15— En de doornenbos zeide tot de bomen: Indien gij mij in waarheid tot een koning over u zalft, zo komt, vertrouwt u onder mijn schaduw; maar indien niet, zo ga vuur uit de doornenbos, en vertere de cederen van de Libanon.
Libanon
Dit gebergte was zeer vermaard vanwege de schone, heerlijke cederbomen, zijnde zeer sterk en duurzaam, die in menigte daarop wiessen, waarvan verscheidene gelijkenissen in de Schrift genomen worden. Zie 2 Kon. 14:9; 2 Kron. 2:8; Ps. 29:5, en Ps. 92:13; Hoogl. 3:9, en Hoogl. 5:15; Jes. 60:13; Jer. 22:23; Ezech. 17:3, en Ezech. 31:3; Hos. 14:6-8.
Hertaald:Libanon
Dit gebergte was zeer bekend vanwege de mooie, prachtige ceders, zeer sterk en duurzaam, die er in overvloed op groeiden, waarvan verscheidene beeldspraken in de Schrift ontleend worden. Zie 2 Kon. 14:9; 2 Kron. 2:8; Ps. 29:5, en Ps. 92:13; Hoogl. 3:9, en Hoogl. 5:15; Jes. 60:13; Jer. 22:23; Ezech. 17:3, en Ezech. 31:3; Hos. 14:6-8.
Richteren 9 vers 16— Alzo nu, indien gij het in waarheid en oprechtheid gedaan hebt, dat gij Abimelech koning gemaakt hebt, en indien gij welgedaan hebt bij Jerubbaal en bij zijn huis, en indien gij hem naar de verdienste zijner handen gedaan hebt.
Alzo nu,
Hier verklaart nu Jotham de voorgestelde gelijkenis.
Hertaald:Alzo nu,
Hier verklaart Jotham nu de voorgestelde gelijkenis.
Richteren 9 vers 17— (Want mijn vader heeft voor ulieden gestreden, en hij heeft zijn ziel verre weggeworpen, en u uit der Midianieten hand gered;
zijn ziel
Dat is, zijn leven en persoon niet gespaard, maar voor u gewaagd, of in groot perijkel gesteld.
Hertaald:zijn ziel
Dat is: zijn leven en zijn persoon niet gespaard, maar voor u gewaagd, of in groot gevaar gebracht.
verre weggeworpen,
Hebreeuws, van tegenover, of, van nabij; gelijk wanneer men iets uit de ogen ver van zich werpt, willende daarop niet zien, om hetzelve te bezorgen of acht er op te nemen. Vergelijk Deut. 28:66, en onder, Richt. 12:3.
Hertaald:verre weggeworpen,
Hebreeuws: van tegenover, of van dichtbij; zoals wanneer men iets uit het oog ver van zich wegwerpt, omdat men het niet wil zien, verzorgen of erop letten. Vergelijk Deut. 28:66, en hieronder, Richt. 12:3.
Richteren 9 vers 18— Maar gij zijt heden opgestaan tegen het huis mijns vaders, en hebt zijn zonen, zeventig mannen, op een steen gedood; en gij hebt Abimelech, een zoon zijner dienstmaagd, koning gemaakt over de burgers van Sichem, omdat hij uw broeder is);
heden opgestaan
Dat is, in dezen tijd.
Hertaald:heden opgestaan
Dat is: in deze tijd.
hebt zijn zonen,
Dezen moord verwijt hij den Sichemieten, omdat zij Abimélech daarin gesterkt hadden. Zie vs.24.
Hertaald:hebt zijn zonen,
Deze moord verwijt hij de Sichemieten, omdat zij Abimelech daarin gesteund hadden. Zie vers 24.
dienstmaagd,
Alzo noemt hij verachtelijk zijns vaders bijwijf, om den Sichemieten de onbillijkheid hunner daad in te scherpen.
Hertaald:dienstmaagd,
Zo noemt hij minachtend de bijvrouw van zijn vader, om de Sichemieten de onbillijkheid van hun daad in te prenten.
Richteren 9 vers 21— Toen vlood Jotham, en vluchtte, en ging naar Beer; en hij woonde aldaar vanwege zijn broeder Abimelech.
vluchtte,
Het schijnt dat met deze samenvoeging van woorden, die één ding betekenen, te kennen gegeven wordt zijn haastigheid in het vluchten, om door zijn broeder niet achterhaald te worden.
Hertaald:vluchtte,
Het lijkt erop dat deze opeenvolging van woorden, die één ding betekenen, zijn haast bij het vluchten aangeeft, om niet door zijn broer ingehaald te worden.
Beër;
Waar deze plaats gelegen is, is onzeker. Sommigen gissen dat zij lag in den stam van Simeon, aan de uiterste palen van Kanaän, waar enige plaatsen zijn, die den naam Beër hebben, doch met enig bijvoegsel.
Hertaald:Beër;
Waar deze plaats ligt, is onzeker. Sommigen vermoeden dat zij in de stam van Simeon lag, aan de uiterste grenzen van Kanaän, waar enkele plaatsen zijn die de naam Beër dragen, maar met een toevoeging.
Richteren 9 vers 23— Zo zond God een bozen geest tussen Abimelech en tussen de burgers van Sichem; en de burgers van Sichem handelden trouweloos tegen Abimelech;
bozen geest
Dit kan men verstaan van een bozen engel of satan, gelijk 1 Sam. 18:10, en 1 Sam. 19:9. Of van wederwil, onlust, tweedracht, die de Satan onder hen door een rechtvaardig oordeel Gods verwekt heeft. Vergelijk 1 Sam. 16:14, en 2 Sam. 16:10, en 2 Sam. 24:1.
Hertaald:bozen geest
Dit kan men opvatten als een boze engel of satan, zoals 1 Sam. 18:10, en 1 Sam. 19:9. Of als afkeer, onlust, tweedracht, die de satan door een rechtvaardig oordeel van God onder hen opgewekt heeft. Vergelijk 1 Sam. 16:14, en 2 Sam. 16:10, en 2 Sam. 24:1.
Richteren 9 vers 24— Opdat het geweld, gedaan aan de zeventig zonen van Jerubbaal, kwame, en opdat hun bloed gelegd wierd op Abimelech, hun broeder, die hen gedood had, en op de burgers van Sichem, die zijn handen gesterkt hadden om zijn broeders te doden.
geweld,
Dat is, straf des gewelds.
Hertaald:geweld,
Dat is: straf voor het geweld.
gedaan
Hebreeuws, het geweld, of de wreedheid der zeventig zonen; dat is hun gedaan; aldus dikwijls.
Hertaald:gedaan
Hebreeuws: het geweld, of de wreedheid van de zeventig zonen; dat is: hun aangedaan; zo vaak.
gelegd wierd op Abimélech,
Te weten, op het hoofd van Abimélech en van de Sichemieten. Deze manieren van spreken zijn in de Heilige Schrift gebruikelijk, om te betekenen de wraak van geweld, doodslag of bloedvergieten. Vergelijk 1 Sam. 25:39; 2 Sam. 1:16; 1 Kon. 2:31-33; Est. 9:25; Ps. 7:17; Jer. 51:35; Matt. 23:34-35, en Matt. 27:25; Hand. 5:28, en Hand. 18:6, enz. Zie ook onder, vs.56,57.
Hertaald:gelegd wierd op Abimélech,
Namelijk: op het hoofd van Abimelech en van de Sichemieten. Deze manieren van spreken zijn in de Heilige Schrift gebruikelijk om de vergelding van geweld, doodslag of bloedvergieten aan te duiden. Vergelijk 1 Sam. 25:39; 2 Sam. 1:16; 1 Kon. 2:31-33; Est. 9:25; Ps. 7:17; Jer. 51:35; Matt. 23:34-35, en Matt. 27:25; Hand. 5:28, en Hand. 18:6, enzovoort. Zie ook hieronder, vers 56, 57.
zijn handen
Die Abimélech in zijn boos voornemen gesterkt en geholpen hadden. Vergelijk boven, Richt. 7:11.
Hertaald:zijn handen
Die Abimelech in zijn boze voornemen gesterkt en geholpen hadden. Vergelijk hierboven, Richt. 7:11.
Richteren 9 vers 25— En de burgers van Sichem bestelden tegen hem, die op de hoogten der bergen lagen legden, en al wie voorbij hen op den weg doorging, beroofden zij; en het werd Abimelech aangezegd.
hoogten der bergen
Hebreeuws, hoofden.
Hertaald:hoogten der bergen
Hebreeuws: hoofden.
al wie voorbij hen
Zijnde Abimélech toegedaan. Sichem lag op den pas van en naar Jeruzalem, en de bergen Gerizim, Ebal, van Baäl-Berith, Zalmon, enz. lagen er dichtbij. Zie boven, vs.7, en onder, vs.46, 48.
Hertaald:al wie voorbij hen
Die Abimelech goedgezind waren. Sichem lag op de doorgang van en naar Jeruzalem, en de bergen Gerizim, Ebal, van Baäl-Berith, Zalmon, enzovoort, lagen er dichtbij. Zie hierboven, vers 7, en hieronder, vers 46, 48.
Richteren 9 vers 26— Gaal, de zoon van Ebed, kwam ook met zijn broederen, en zij gingen over in Sichem; en de burgeren van Sichem verlieten zich op hem.
gingen over in Sichem;
Verlatende hun vorige woonplaats.
Hertaald:gingen over in Sichem;
Verlieten hun vorige woonplaats.
hem
Te weten, Gaäl, dien zij als een hoofd en krijgsoverste gebruikten tegen Abimélech.
Hertaald:hem
Namelijk: Gaäl, die zij als hoofd en legeraanvoerder gebruikten tegen Abimelech.
Richteren 9 vers 27— En zij togen uit in het veld, en lazen hun wijnbergen af, en traden de druiven, en maakten lofliederen; en zij gingen in het huis huns gods, en aten en dronken, en vloekten Abimelech.
veld,
Tot een teken van vertrouwen en kleinachting van Abimélech.
Hertaald:veld,
Tot een teken van vertrouwen en geringschatting van Abimelech.
lofliederen;
Anders, goede sier, gelijk zij gewoon waren te doen in den wijnoogst.
Hertaald:lofliederen;
Anders: goede sier, zoals zij gewoon waren te doen bij de wijnoogst.
Hertaald:huns gods,
De afgodische tempel van Baäl-Berith. Zie hierboven, vers 4.
Richteren 9 vers 28— En Gaal, de zoon van Ebed, zeide: Wie is Abimelech, en wat is Sichem, dat wij hem dienen zouden? is hij niet een zoon van Jerubbaal? en Zebul zijn bevelhebber? dient liever de mannen van Hemor, den vader van Sichem; want waarom zouden wij hem dienen?
Wie is Abimélech,
Zie gelijke verachtelijke manier van spreken 1 Sam. 25:10.
Hertaald:Wie is Abimélech,
Zie een soortgelijke minachtende manier van spreken in 1 Sam. 25:10.
wat is Sichem,
Alsof zij zeiden: Sichem is al te heerlijk en hoog geacht dan dat de heren en burgers daarvan dezen Abimélech zouden dienen. Anders: Wie is Sichem? menende dat het hier de naam is van Hemors zoon, Gen 34 wien Jakobs zonen niet hebben willen dienen, maar hem gedood, of iemand zijner nakomelingen van dien naam, bij welken Abimélech, als een tiran en slecht van afkomst zijnde, niet is te vergelijken.
Hertaald:wat is Sichem,
Alsof zij zeiden: Sichem wordt te heerlijk en te hoog geacht dan dat de heren en burgers ervan deze Abimelech zouden dienen. Anders: wie is Sichem? Met de bedoeling dat dit hier de naam is van de zoon van Hemor, Gen. 34, die Jakobs zonen niet hebben willen dienen maar gedood hebben, of van een van zijn nakomelingen met die naam, bij wie Abimelech, als een tiran van geringe afkomst, niet vergeleken kan worden.
hem dienen zouden?
Abimélech.
Hertaald:hem dienen zouden?
Abimelech.
een zoon van JerubBaäl?
Dat is, van Gideon, die een vijand was van onzen god Baäl en als een gemeen man zonder regering geleefd heeft.
Hertaald:een zoon van JerubBaäl?
Dat is: van Gideon, die een vijand van onze god Baäl was en als een gewoon man zonder gezag geleefd heeft.
en Zebul zijn bevelhebber?
Die van Abimélech als stadhouder te Sichem was gesteld, vs.30, en hier tegenwoordig, of immers in de stad, vs.36.
Hertaald:en Zebul zijn bevelhebber?
Die door Abimelech als stadhouder in Sichem aangesteld was, vers 30, en hier aanwezig was, of in elk geval in de stad, vers 36.
Hemor,
Dat is, die afkomstig, of nakomelingen zijn van Hemor, Sichems vader. Of, degenen, die niet tiranniek [gelijk Abimélech] maar vaderlijk regeren, gelijk Hemor eertijds deed, die als een vader van deze stad gehouden werd; sommigen nemen het aldus: Zo gij zoudt dienen, hadt gij toch Hemor en zijn nakomelingen mogen dienen; maar dat hebben onze voorvaders niet willen doen, waarom zouden wij dan nu dezen Abimélech dienen?
Hertaald:Hemor,
Dat is: die afkomstig zijn van, of nakomelingen zijn van Hemor, de vader van Sichem. Of: zij die niet tiranniek [zoals Abimelech] maar vaderlijk regeren, zoals Hemor vroeger deed, die als vader van deze stad beschouwd werd. Sommigen vatten het aldus op: als u zou dienen, had u toch Hemor en zijn nakomelingen kunnen dienen; maar dat hebben onze voorouders niet willen doen, waarom zouden wij dan nu deze Abimelech dienen?
Richteren 9 vers 29— Och, dat dit volk in mijn hand ware! ik zoude Abimelech wel verdrijven. En tot Abimelech zeide hij: Vermeerder uw heir, en trek uit.
Och,
Hebreeuws, wie zal geven dat, enz. Zie van deze manier van wensen Deut. 5:29.
Hertaald:Och,
Hebreeuws: wie zal geven dat, enzovoort. Zie over deze manier van wensen Deut. 5:29.
mijn hand ware
Dat is, in mijn macht, onder mijn beleid, zou ik Abimélech haast van kant helpen.
Hertaald:mijn hand ware
Dat is: in mijn macht, onder mijn bevel; dan zou ik Abimelech snel uit de weg helpen.
tot Abimélech zeide hij
Den afwezenden, alsof hij tegenwoordig ware, [gelijk pochers en snorkers plegen] schimpelijk trotserende.
Hertaald:tot Abimélech zeide hij
Tegen de afwezige, alsof hij aanwezig was, [zoals opscheppers en snoevers plegen te doen] schamper uitdagend.
Vermeerder uw heir,
Versterk uw volk zozeer als gij kunt of wilt, en komt er uit, of voor den dag, gelijk men zegt.
Hertaald:Vermeerder uw heir,
Versterk uw leger zoveel als u kunt of wilt, en kom naar buiten, of voor de dag, zoals men zegt.
Richteren 9 vers 31— En hij zond listiglijk boden tot Abimelech, zeggende: Zie, Gaal, de zoon van Ebed, en zijn broeders zijn te Sichem gekomen, en zie, zij, met deze stad, handelen vijandiglijk tegen u.
listiglijk boden
Dat is, heimelijk, latende niets schijnen. Hebreeuws, met list, bedrog, of valsheid. Sommigen nemen het Hebreeuwse woord Thorma voor een stad, die zij menen dezelfde te wezen, die onder, vs.41, genoemd wordt Aruma
Hertaald:listiglijk boden
Dat is: heimelijk, zonder iets te laten blijken. Hebreeuws: met list, bedrog, of valsheid. Sommigen nemen het Hebreeuwse woord Thorma voor een stad, die zij menen dezelfde te zijn die hieronder, vers 41, Aruma genoemd wordt.
zij,
Of, zij dwingen, sterken, wapenen, bezetten deze stad tegen u. Anders, zij zullen u, met de stad [te weten, Aruma, waar gij in zijt], belegeren.
Hertaald:zij,
Of: zij wapenen, versterken, bezetten deze stad tegen u. Anders: zij zullen u, met de stad [namelijk: Aruma, waar u bent], belegeren.
Richteren 9 vers 33— En het geschiede in den morgen, als de zon opgaat, zo maak u vroeg op, en overval deze stad; en zie, zo hij en het volk, dat met hem is, tot u uittrekken, zo doe hem, gelijk als uw hand vinden zal.
hij en het volk,
Gaäl.
Hertaald:hij en het volk,
Gaäl.
hand vinden zal
Zoals de gelegenheid zich u zal presenteren, naardat de zaak zich zal geven en gij te rade bevinden zult. Zie een dergelijke betekenis dezer manier van spreken Lev. 25:28; 1 Sam. 10:7, en 1 Sam. 25:8; Pred. 9:10.
Hertaald:hand vinden zal
Zoals de gelegenheid zich aan u zal voordoen, naargelang de zaak zich ontwikkelt en u geraden acht. Zie een soortgelijke betekenis van deze manier van spreken in Lev. 25:28; 1 Sam. 10:7, en 1 Sam. 25:8; Pred. 9:10.
Richteren 9 vers 34— Abimelech dan maakte zich op, en al het volk, dat met hem was, bij nacht; en zij legden lagen op Sichem, met vier hopen.
hopen
Hebreeuws, hoofden; alzo boven, Richt. 7:16, en onder, vs.43,44.
Hertaald:hopen
Hebreeuws: hoofden; zoals hierboven, Richt. 7:16, en hieronder, vers 43, 44.
Richteren 9 vers 36— Als Gaal dat volk zag, zo zeide hij tot Zebul: Zie, er komt volk af van de hoogten der bergen. Zebul daarentegen zeide tot hem: Gij ziet de schaduw der bergen voor mensen aan.
hoogten der bergen
Hebreeuws, hoofden.
Hertaald:hoogten der bergen
Hebreeuws: hoofden.
Richteren 9 vers 37— Maar Gaal voer wijders voort te spreken en zeide: Zie daar volk, afkomende uit het midden des lands, en een hoop komt van den weg van den eik Meonenim.
midden des lands,
Hebreeuws, den navel; een gelijkenis, genomen van de gelegenheid van den navel in 's mensen lichaam. Anders, van de hoogte des lands
Hertaald:midden des lands,
Hebreeuws: de navel; een beeld ontleend aan de plaats van de navel in het lichaam van de mens. Anders: vanaf de hoogte van het land.
van den eik Meónenim
Of, effen plein der sterrenkijkers, waarzeggers, guichelaars.
Hertaald:van den eik Meónenim
Of: het effen plein van de sterrenkijkers, waarzeggers, tovenaars.
Richteren 9 vers 38— Toen zeide Zebul tot hem: Waar is nu uw mond, waarmede gij zeidet: Wie is Abimelech, dat wij hem zouden dienen? is niet dit het volk, dat gij veracht hebt? trek toch nu uit en strijd tegen hem!
mond,
Dat is, u trotseren en grootspreken.
Hertaald:mond,
Dat is: u trotseren en grootspreken.
Richteren 9 vers 41— Abimelech nu bleef te Aruma; en Zebul verdreef Gaal en zijn broederen, dat zij te Sichem niet mochten wonen.
Aruma;
Een stad, zuidwaarts van Sichem gelegen, niet ver van den samenloop der wegen, die van Jeruzalem en Silo naar Sichem gaan, middenwegs tussen Silo en Sichem.
Hertaald:Aruma;
Een stad, ten zuiden van Sichem gelegen, niet ver van het punt waar de wegen samenkomen die van Jeruzalem en Silo naar Sichem gaan, halverwege Silo en Sichem.
Richteren 9 vers 44— Want Abimelech en de hopen, die bij hem waren, overvielen hen, en bleven staan aan de deur der stadspoort; en de twee andere hopen overvielen allen, die in het veld waren, en sloegen hen.
hopen,
Dat is, een hoop van de hopen, of troepen. Zie onder, Richt. 12:7.
Hertaald:hopen,
Dat is: een groep van de groepen, of troepen. Zie hieronder, Richt. 12:7.
Richteren 9 vers 45— Voorts streed Abimelech tegen de stad dienzelven gansen dag, en nam de stad in, en doodde het volk, dat daarin was; en hij brak de stad af, en bezaaide haar met zout.
zout
Menende nu volkomenlijk te triomferen en niet denkende wat hij zelf verdiend had, doet hij dit uit hoogmoed, tot een teken dat Sichem eeuwiglijk onvruchtbaar, woest en onbewoond zou blijven, of tot een eeuwig gedenkteken van een voorbeeldige straf dezer rebellie. Vergelijk Num. 18:19; Deut. 29:23; 2 Kron. 13:5; Sef. 2:9. Maar dat Sichem naderhand bebouwd en bewoond is geweest, blijkt 1 Kon. 12:1, 1 Kon. 12:25.
Hertaald:zout
Denkend nu volledig te triomferen, en zonder te bedenken wat hij zelf verdiend had, doet hij dit uit hoogmoed, als teken dat Sichem voor altijd onvruchtbaar, woest en onbewoond zou blijven, of als een blijvend gedenkteken van een voorbeeldige straf voor deze opstand. Vergelijk Num. 18:19; Deut. 29:23; 2 Kron. 13:5; Sef. 2:9. Maar dat Sichem later weer bebouwd en bewoond is geweest, blijkt uit 1 Kon. 12:1, 1 Kon. 12:25.
Richteren 9 vers 46— Als alle burgers des torens van Sichem dat hoorden, zo gingen zij in de sterkte, in het huis van den god Berith.
Berith
Boven genoemd Baäl-Berith, vs.4. Sommigen menen dat dit Bethel- Berith nog een andere Baälstempel geweest is, gelegen op een berg dicht aan Sichem westwaarts, gelijk Baäl-Beriths tempel oostwaarts aan Sichem op een hogen berg lag. Aldus waren zij aan beide zijden met Baälstempels voorzien, en meenden daarin wel bewaard en verzekerd te zijn, doch, gelijk blijkt, tevergeefs.
Hertaald:Berith
Hierboven Baäl-Berith genoemd, vers 4. Sommigen menen dat dit Bethel-Berith nog een andere Baälstempel geweest is, gelegen op een berg dicht bij Sichem naar het westen, zoals de tempel van Baäl-Berith naar het oosten van Sichem op een hoge berg lag. Zo waren zij aan beide kanten van Baälstempels voorzien, en dachten daarin goed beschermd en veilig te zijn, maar, zoals blijkt, tevergeefs.
Richteren 9 vers 48— Zo ging Abimelech op den berg Zalmon, hij en al het volk, dat met hem was; en Abimelech nam een bijl in zijn hand, en hieuw een tak van de bomen, en nam hem op, en legde hem op zijn schouder; en hij zeide tot het volk, dat bij hem was: Wat gij mij hebt zien doen, haast u, doet als ik.
Zalmon,
Liggende aan de westzijde van Sichem. Zie ook van deze berg Ps. 68:15.
Hertaald:Zalmon,
Gelegen aan de westkant van Sichem. Zie ook over deze berg Ps. 68:15.
een bijl in zijn hand,
Hebreeuws, bijlen.
Hertaald:een bijl in zijn hand,
Hebreeuws: bijlen.
Wat gij mij hebt zien doen,
Anders, ik heb gedaan wat gij gezien hebt
Hertaald:Wat gij mij hebt zien doen,
Anders: ik heb gedaan wat u gezien hebt.
ik
Te weten, gedaan heb.
Hertaald:ik
Namelijk: gedaan heb.
Richteren 9 vers 50— Voorts toog Abimelech naar Thebez, en hij legerde zich tegen Thebez, en nam haar in.
Abimélech
Zich inbeeldende dat hem deze victoriën geduriglijk volgen zouden.
Hertaald:Abimélech
Zich inbeeldend dat deze overwinningen hem voortdurend zouden blijven volgen.
Thebez,
Een stad, gelegen noordwaarts van Sichem, tussen het gebergte van Samaria en Gilboa.
Hertaald:Thebez,
Een stad, gelegen ten noorden van Sichem, tussen het gebergte van Samaria en Gilboa.
Richteren 9 vers 52— Toen kwam Abimelech tot aan den toren, en bestormde dien; en hij genaakte tot aan de deur des torens, om dien met vuur te verbranden.
bestormde dien;
Of, streed er tegen.
Hertaald:bestormde dien;
Of: streed ertegen.
Richteren 9 vers 53— Maar een vrouw wierp een stuk van een molensteen op Abimelechs hoofd; en zij verpletterde zijn hersenpan.
molensteen
Eindelijk, de bovenste steen des molens, die boven den ondersteen wordt omgedreven.
Hertaald:molensteen
Uiteindelijk, de bovenste steen van de molen, die boven de onderste steen ronddraait.
Richteren 9 vers 55— Als nu de mannen van Israel zagen, dat Abimelech dood was, zo gingen zij een iegelijk naar zijn plaats.
mannen van Israël zagen,
Die het met Abimélech gehouden hadden.
Hertaald:mannen van Israël zagen,
Die met Abimelech meegedaan hadden.
Richteren 9 vers 56— Alzo deed God wederkeren heet kwaad van Abimelech, dat hij aan zijn vader gedaan had, dodende zijn zeventig broederen.
wederkeren heet kwaad van Abimélech,
Te weten, op Abimélechs hoofd; dat is, betaalde, vergold hem. Zie boven, vs.24.
Hertaald:wederkeren heet kwaad van Abimélech,
Namelijk: op het hoofd van Abimelech; dat is: betaalde, vergold hem. Zie hierboven, vers 24.
zijn zeventig broederen
Zijn eigen broeders en zijns vaders echte zonen, boven, vs.5, daar hijzelf maar een zoon van een bijwijf was, zie Richt. 8:30-31.
Hertaald:zijn zeventig broederen
Zijn eigen broers en de wettige zonen van zijn vader, hierboven, vers 5, terwijl hijzelf maar de zoon van een bijvrouw was; zie Richt. 8:30-31.
Richteren 9 vers 57— Desgelijks al het kwaad der lieden van Sichem deed God wederkeren op hun hoofd; en de vloek van Jotham, den zoon van Jerubbaal, kwam over hen.
lieden van Sichem
Die Abimélech geholpen hadden in zijn tirannisch voornemen, boven, vs.24.
Hertaald:lieden van Sichem
Die Abimelech geholpen hadden in zijn tirannieke voornemen, hierboven, vers 24.
de vloek van Jotham,
Zie boven, vs.20.
Hertaald:de vloek van Jotham,
Zie hierboven, vers 20.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Abimelech — mijn vader is koning
De zoon van Gideon bij zijn bijvrouw uit Sichem. Na Gideons dood liet hij zijn zeventig halfbroers op één steen ombrengen — op Jotham na, die ontkwam — en liet zich door de burgers van Sichem tot koning uitroepen (Richt. 9:1-6). Zijn goddeloze heerschappij eindigde toen een vrouw tijdens de belegering van Thebez een molensteen op zijn hoofd wierp; om niet te hoeven zeggen dat een vrouw hem gedood had, liet hij zich door zijn wapendrager doorsteken (Richt. 9:50-54).
Jotham — de HEERE is volmaakt
De jongste zoon van Gideon, die als enige aan de moordpartij van zijn broer Abimelech ontkwam. Vanaf de top van de berg Gerizim sprak hij de bekende fabel van de bomen die een koning zochten, als profetische waarschuwing aan de burgers van Sichem tegen Abimelech (Richt. 9:5-21). Daarna vluchtte hij voor Abimelech naar Beer.
Gaal — verafschuwing, walging
De zoon van Ebed, die zich in Sichem tegen Abimelech keerde en de burgers ophitste tegen zijn heerschappij (Richt. 9:26-29). Hij werd door Zebul, Abimelechs opziener in de stad, verraden en door Abimelech verslagen, waarna hij uit Sichem verdreven werd (Richt. 9:30-41).
Zebul — woning, of: verhevenheid
Abimelechs opziener over de stad Sichem, die Gaals opstand tegen Abimelech in het geheim aan zijn heer overbracht en hem hielp deze neer te slaan (Richt. 9:28-41).
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Sichem — zie voor naam, ligging en de volledige geschiedenis het artikel bij Genesis 12, waar de plaats voor het eerst in de Schrift genoemd wordt
Ligging: Zie het artikel bij Genesis 12.
Geschiedenis: Hier lieten Gideons zoon Abimelech, met steun van zijn moeders familie, zich door de burgers van Sichem tot koning uitroepen "bij den eik van het voetstuk, die te Sichem is" — nadat hij eerst zijn zeventig halfbroers op één steen had laten doden, op Jotham na, die ontkwam (Richt. 9:1-6). Toen de Sichemieten zich na verloop van tijd tegen hem keerden, veroverde Abimelech de stad, sloeg haar met de ban, en bezaaide haar met zout; de vluchtelingen die zich in de toren van Sichem, in het huis van de god Berith, hadden verschanst, liet hij met takkenbossen levend verbranden (Richt. 9:22-49).
Bijbelse betekenis: Een aangrijpend voorbeeld van hoe zonde — hier eerzucht en broedermoord — zich vermenigvuldigt en uiteindelijk zelfs de plaats treft die haar eerst begunstigde: Jothams profetische gelijkenis van de bomen die een doornstruik tot koning kiezen (Richt. 9:7-15) waarschuwt van tevoren precies voor het vuur dat uiteindelijk zowel Sichem als Abimelech zelf zou verteren.
Richt. 9:1-49
Thebez — van onzekere afleiding
Ligging: In het bergland van Efraïm, in de nabijheid van Sichem.
Geschiedenis: Na de verwoesting van Sichem trok Abimelech verder tegen Thebez; terwijl hij de sterke toren van de stad bestormde, wierp een vrouw van boven een molensteen op zijn hoofd, die zijn schedel verbrijzelde. Om niet te hoeven zeggen dat een vrouw hem gedood had, liet Abimelech zich door zijn wapendrager doorsteken (Richt. 9:50-55).
Bijbelse betekenis: Het einde van Abimelechs kortstondige, door bloedvergieten verkregen koningschap — de Schrift merkt uitdrukkelijk op dat de HEERE zo "het kwaad van Abimelech, dat hij zijn vader gedaan had, zijn zeventig broederen dodende, wedervergolden" (Richt. 9:56), een zelfde formule als bij Adoni-Bezek in Richt. 1:7.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Jothams fabel en Abimelechs val — de fabel van de bomen die een koning zoeken (Richt. 9:7-15). Jotham vertelt haar nadat zijn broer Abimelech hun zeventig broers gedood had om zelf koning te worden; Jothams vloek daarna vervult zich in Abimelechs eigen ondergang (Richt. 9:56-57)
Abimelech, zoon van Gideons bijvrouw, laat zich met het geld van de afgodstempel te Sichem huren om zijn zeventig halfbroers te doden op één steen; alleen Jotham, de jongste, ontkomt (Richt. 9:1-5). De burgers van Sichem maken Abimelech tot koning (Richt. 9:6). Jotham roept hun van de berg Gerizim een fabel toe: de bomen zoeken een koning. Olijfboom, vijgeboom en wijnstok wijzen dat af — zij hebben elk hun eigen vruchtbare taak — totdat de doornenbos, die niets te bieden heeft dan schaduw en brandgevaar, aanvaardt (Richt. 9:8-15). Jotham verklaart de fabel. Is dit naar waarheid en oprechtheid gedaan, dan zij het goed. Zo niet, dan ga vuur uit van Abimelech en vertere de burgers van Sichem, en vuur uit de burgers van Sichem en vertere Abimelech (Richt. 9:16-20). Precies dat gebeurt: na drie jaar keren Sichem en Abimelech zich tegen elkaar, Abimelech verwoest Sichem, en sterft zelf wanneer een vrouw een molensteen op zijn hoofd werpt bij de belegering van Thebez (Richt. 9:22-54). De verteller besluit: "Alzo deed God wederkeren heet kwaad van Abimelech, dat hij aan zijn vader gedaan had, dodende zijn zeventig broederen" (Richt. 9:56). En over de mannen van Sichem staat het vers erna: "de vloek van Jotham, den zoon van Jerubbaal, kwam over hen" (Richt. 9:56-57).
Bijbelse betekenis: De fabel zelf is een van de scherpste in de Schrift. De vruchtbare bomen weigeren het koningschap juist omdát zij nuttig werk te doen hebben; alleen de onvruchtbare doornenbos — die niets verliest en alles te winnen heeft — grijpt de eer. Zo ontmaskert Jotham Abimelechs koningschap als de heerschappij van wie niets waardevols om op te geven heeft. Dat het hoofdstuk eindigt met de uitdrukkelijke constatering dat God dit kwaad liet terugkeren op de daders, tekent een vast patroon in de Schrift: onrecht dat aan een oordeel ontsnapt, is niet aan Gods oog ontsnapt.
Typologie: Paulus vat deze vaste regel samen: "God laat Zich niet bespotten; want zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien" (Gal. 6:7). En Salomo tekent de innerlijke logica van Abimelechs val: "Hovaardigheid is voor de verbreking, en hoogheid des geestes voor den val" (Spr. 16:18).
Richteren 9:8-9.Kruisverwijzingen2 Koningen 14:9→Richteren 8:22→Ezechiël 17:3→Daniël 4:10→Psalmen 89:20→Job 2:2→Handelingen 4:27→Psalmen 104:15→ — De bomen gingen eens heen, om een koning over zich te zalven, en zij zeiden tot den olijfboom: Wees gij koning over ons. Maar de olijfboom zeide tot hen: Zoude ik mijn vettigheid verlaten, die God en de mensen in mij prijzen? En zoude ik heengaan om te zweven over de bomen? Er werd een verzoeking voor de olijfboom gesteld, die hem aanspoorde eerzuchtig te worden en ernaar te streven over de overige bomen te heersen. Wij maken uit Jothams gelijkenis op dat ook wij allen aan verzoeking blootstaan. Al menen wij zo vast geworteld en zo nuttig te zijn als de olijfboom, toch kan het verleidelijke gefluister gehoord worden: “Wees gij koning over ons.”
Wij zullen nooit buiten het bereik van de verzoeking zijn zolang wij in deze aardse hof groeien. Onze Heere Zelf had aan het begin van Zijn dienst een strenge strijd met de tegenstander, en aan het einde van die dienst werd Zijn zweet als grote druppels bloed die op de aarde vielen, toen de machten der duisternis Hem in Gethsemane bestormden. Wij kunnen nergens in deze wereld geplaatst worden waar onze omgeving vrij van gevaar zal zijn. Daarom: waak, want de listen van het boze zullen zeker op ons uitgeoefend worden. Laten wij tot de Sterke om sterkte roepen en een dubbele wacht zetten tegen de wereld, het vlees en de duivel.
Verzoekingen komen vaak in de vorm van aangename lokaas. De satan versiert de pil die hij ons aanbiedt. Hij houdt zelden iemand een blote haak voor, al mag dat gedaan worden bij hen die gewoonlijk in de zonde leven. Het is bijna een blote haak wanneer mensen in de dronkenschap voortgaan nadat zij hun gezondheid verwoest hebben en zich in bedelaarslompen gebracht hebben. Dan hoeft de satan hen nauwelijks te verzoeken, want zij gaan hun afgoden gewillig na. Maar de satan zorgt er doorgaans wel voor zijn haak te bekleden en zo te bedekken dat zij nauwelijks te zien is.
I. Vs. 1-21.KruisverwijzingenRichteren 8:31→Genesis 29:14→Richteren 8:30→Richteren 8:33→Deuteronomium 11:29→2 Kronieken 13:7→Richteren 11:3→Handelingen 17:5→ — Abimelech nu, de zoon van Jerubbaal, ging henen naar Sichem, tot de broeder zijner moeder; en hij sprak tot hen, en tot het ganse geslacht van het huis van den vader zijner moeder, zeggende: Spreekt toch voor de oren van alle burgers van Sichem: Wat is u beter, dat zeventig mannen, alle zonen van Jerubbaal, over u heersen, of dat een man over u heerse? Gedenkt ook, dat ik uw been en uw vlees ben. Toen spraken de broeders zijner moeder van hem, voor de oren van alle burgers van Sichem, al dezelve woorden; en hun hart neigde zich naar Abimelech; want zij zeiden: Hij is onze broeder. En zij gaven hem zeventig zilverlingen, uit het huis van Baal-Berith; en Abimelech huurde daarmede ijdele en lichtvaardige mannen, die hem navolgden. En hij kwam in zijns vaders huis te Ofra, en doodde zijn broederen, de zonen van Jerubbaal, zeventig mannen, op een steen; doch Jotham, de jongste zoon van Jerubbaal werd overgelaten, want hij had zich verstoken. Toen vergaderden zich alle burgers van Sichem, en het ganse huis van Millo, en gingen heen en maakten Abimelech ten koning, bij den hogen eik, die bij Sichem is. Als zij dit Jotham aanzeiden, zo ging hij heen, en stond op de hoogte des bergs Gerizim, en verhief zijn stem, en riep, en hij zeide tot hen: Hoort naar mij, gij, burgers van Sichem! en God zal naar ulieden horen. De bomen gingen eens heen, om een koning over zich te zalven, en zij zeiden tot den olijfboom: Wees gij koning over ons. Maar de olijfboom zeide tot hen: Zoude ik mijn vettigheid verlaten, die God en de mensen in mij prijzen? En zoude ik heengaan om te zweven over de bomen? Toen zeiden de bomen tot den vijgeboom: Kom gij, wees koning over ons. Na de dood van Gideon brengt zijn bastaardzoon Abimelech, met hulp van de Sichemieten, zijn 70 broeders om en maakt zich van de koninklijke heerschappij over een gedeelte van Israël meester. Eén van deze 70 ontkomt aan het bloedbad en houdt van de hoogte Gerizim in een fabel, die hij vertelt, een ernstige strafrede tot de burgers van Sichem, die als een profetie het Godsgericht voorspelt.
KruisverwijzingenRichteren 8:31→1 Koningen 12:20→Genesis 34:2→Jeremia 18:18→1 Koningen 12:3→Psalmen 83:2→1 Koningen 12:1→2 Samuël 15:6→— Abimelech nu, de zoon van Jerubbaal, ging henen naar Sichem, tot de broeder zijner moeder; en hij sprak tot hen, en tot het ganse geslacht van het huis van den vader zijner moeder, zeggende:
Abimelech nu, de zoon van Jerubbaäl, of van Gideon, die hem zijn bijvrouw te Sichem gebaard had, en die reeds vroeg, in Efraïms trotsheid, in haar zoon de gedachte naar de koninklijke waardigheid had opgewekt (8: 31), ging na zijn vaders dood, in het jaar 1169 v. C., naar Sichem, dat in de stam van Efraïm tussen de bergen Ebal in het noorden en Gerizim in het zuiden gelegen was (Joz.17: 7; 20: 7; 21: 21), tot de broeders van zijn moeder, opdat zij hem zouden ondersteunen tot bereiking van zijn lang gekoesterd plan; en hij sprak tot hen en tot het gehele geslacht van het huis van de vader van zijn moeder, zeggende:
KruisverwijzingenGenesis 29:14→Richteren 8:30→Efeze 5:30→1 Kronieken 11:1→2 Samuël 19:13→Hebreeën 2:14→— Spreekt toch voor de oren van alle burgers van Sichem: Wat is u beter, dat zeventig mannen, alle zonen van Jerubbaal, over u heersen, of dat een man over u heerse? Gedenkt ook, dat ik uw been en uw vlees ben.
Spreek toch voor de oren van alle burgers van Sichem 1) en overreed uw medeburgers, dat zij mij tot hun vorst maken; gij zult hen gemakkelijk overreden, wanneer gijzegt: Wat is u beter, dat zeventig mannen, alle zonen van Jerubbaäl, die nu na hun vaders dood zijn plaats zullen innemen, over u heersen, 2)of dat één man over u heerse? Gedenkt ook, wanneer gij hun die vraag voorstelt, dat ik uw been en uw vlees ben, 3) zo zult gij welweten wie gij als uw koning zult voorstellen, wanneer zij op uw vraag antwoorden, dat één koning beter is dan 70 oversten.
Sichem was een voorname stad. Jozua had er een van de laatste landdagen gehouden. Abimelech was overtuigd, dat, indien hij door zijn familieleden zich van de burgers van Sichem (in Efraïm gelegen) had weten te verzekeren, het hem niet moeilijk zou vallen, ook de andere steden tot zijn plannen over te halen.
Zoals men zelf denkt en doet, verwacht men ook van een ander. Abimelech veronderstelt dezelfde begeerte naar heerschappij, die hem bezielt, ook bij zijn broeders. Daarbij speculeert hij op listige wijze hierop, dat de mensen liever één heer zullen hebben, dan vele, van wie ieder op zijn wijze hen verdrukken kan; hij noemt ook niet zonder bedoeling zijn vader Jerubbaäl, de Baälbestrijder, om de burgers van Sichem, die nu weer met hun gehele ziel aan de Baäldienst overgegeven waren, te doen opmerken, dat zij van Gideons wettige zonen geen bijzondere bescherming in hun godsdienst te wachten hebben. Zo doen alle huichelaars: wanneer zij de sleutels zoeken, geven zij vleiende, zoete woorden; maar wanneer zij die gevonden hebben, doen zij aan niemand iets goeds.
Niets vindt bij de grote menigte gemakkelijker ingang, dan wat hun lusten vleit. “Er is geen zekerder kenteken, dat iemand voor een ambt ongeschikt is, dan wanneer hij het al te ijverig zoekt. (Spreuken 12: 23). Zoals ootmoed en wanhopen aan eigen kracht de noodzakelijke elementen van ware vroomheid zijn, zo vormen zij ook de hoofdtrek in het karakter en het leven van alle door God verwekte en geroepen personen. Met een aan kleinmoedigheid en kleingeloof grenzende vrees nam Mozes de hem bij de berg Horeb gegeven last op zich; evenzo had Jozua, om het werk van Mozes moedig voort te zetten, de meest bepaalde verzekeringen van de goddelijke, hulp nodig, en hoe angstig gedroeg zich Gideon, toen het woord tot hem kwam: “Ga heen in uw kracht”. Geheel anders is het bij hen, die hun roeping niet van boven, van Gods genade, ontvangen hebben, maar van onderen af, door de afwisselende neiging van de mensen en de trotse lusten van het eigen hart. Hier openbaart zich geen ootmoed, maar vermoed, geen zelfverloochening, maar zelfzucht, geen gehoorzaamheid, maar willekeur en bandeloosheid, geen waarheid, maar verraad en trouweloosheid ook tegenover hen, door wie men in de hoogte gestegen is.
KruisverwijzingenGenesis 29:15→Spreuken 1:11→Psalmen 10:3→— Toen spraken de broeders zijner moeder van hem, voor de oren van alle burgers van Sichem, al dezelve woorden; en hun hart neigde zich naar Abimelech; want zij zeiden: Hij is onze broeder.
Abimelech beroept zich op zijn afkomst en meent daarmee de inwoners van Sichem te overtuigen, dat hij de juiste man is op de juiste plaats.
Toen spraken de broeders van zijn moeder van hem, tot zijn behoeve, voor de oren van alle burgers van Sichem, al deze woorden, die Abimelech hun te kennen gegeven had; en hun hart neigde zich naar Abimelech, om hem koning te maken, want zij zeiden: Hij is onze broeder.
Sichem lag in de stam van Efraïm, die steeds lang naar de voorrang zocht, en nu ijverzuchtig was op de stam van Manasse, waartot Gideons wettige zonen behoorden (8: 1vv.); zij nemen des te gretiger het voorstel aan, want door hem zal Efraïm heersen.
Had Gideon geen bijvrouw genomen, zo zou deze ellende over Israël niet gekomen zijn.
KruisverwijzingenRichteren 8:33→2 Kronieken 13:7→Richteren 11:3→Handelingen 17:5→Spreuken 12:11→Richteren 9:46→Job 30:8→1 Samuël 22:2→— En zij gaven hem zeventig zilverlingen, uit het huis van Baal-Berith; en Abimelech huurde daarmede ijdele en lichtvaardige mannen, die hem navolgden.
En zij gaven hem, opdat hij zelf zich middelen zou verschaffen, om zich van zijn 70 halve broeders te ontlasten, zeventig zilverlingen, 1) uit het huis, de tempelschat van Baäl-Berith, 2) (De 16: 21); en Abimelech huurde daarmee ijdele 3) en lichtvaardige mannen, die hem navolgden.
Zilverlingen, of sikkels zilver. Zeventig zilverlingen is dus een betrekkelijk kleine som, maar de huur van een dagloner was ook niet hoger dan 40 cts (Zie Tob.5: 15 Wat een schande, de zoon van Jerubbaäl neemt een geschenk van Baäl aan! Over de munten van de Hebreeën, (Ex 30: 13). De waarde is moeilijk te bepalen. Sommigen menen, dat hier niet aan gewone zilverlingen moet gedacht worden, maar aan zilverstukken van veel grotere waarde.
Waarschijnlijk hebben de burgers van Sichem aan Baäl, die zij toen dienden, deze naam (= verbonds-Baäl) gegeven, om zichzelf te overreden, dat zij in deze afgod niemand anders dienden, dan die God, met wie eenmaal Israël in die landstreek een verbond gesloten had (Joz.24: 24vv.); zij waren dan geenszins afvalligen, maar hadden slechts een andere naam voor dezelfde zaak; het menselijk hart toch is zo geneigd het kwade goed te haten, uit duisternis licht en uit zuur zoet te maken, en omgekeerd (Jes.5: 20).
IJdele, in de zin van: onzedelijke mannen, die alle zedelijk gevoel hadden uitgeschud en tot alle goddeloze werken zich lieten lenen. Vandaar dan dat zij tevens lichtvaardige worden genoemd, die er niets in zagen, om zich aan een gruwelijke moord te bezondigen.
Kruisverwijzingen2 Koningen 11:1→Richteren 6:24→Mattheüs 2:16→Richteren 9:2→2 Kronieken 21:4→Mattheüs 2:20→2 Koningen 10:17→Richteren 8:30→— En hij kwam in zijns vaders huis te Ofra, en doodde zijn broederen, de zonen van Jerubbaal, zeventig mannen, op een steen; doch Jotham, de jongste zoon van Jerubbaal werd overgelaten, want hij had zich verstoken.
En hij kwam met deze in zijn vaders huis te Ofra, en doodde met hun hulp zijn broeders, de zonen van Jerubbaäl, zeventig mannen, wanneer men allen rekent, waarophet toegelegd was, op een steen; 1) maar Jotham (= de HEERE is oprecht), de jongste zoon van Jerubbaäl, werd van de 70 overgelaten, want hij had zich verstoken.
Abimelech is het beeld van een echte tiran, zoals er in de geschiedenis van de Grieken op het vaste land en op de eilanden, maar ook in de nieuwere geschiedenis, voornamelijk van Italië, velen voorkomen. Macchiavelli zegt: “Wie op een wederrechtelijke en geweldige wijze een kroon neemt, moet, wanneer het nodig is wreed te zijn, alle wreedheid opeens uitoefenen, opdat hij niet nodig heeft alle dagen daarmee van voren af te beginnen.” Hij voert daarvoor behalve Agathokles, den kleinen tiran van Fermo, Oliverotto aan, die zijn oom, opvoeder, vriend en weldoener met één slag verraderlijk bij een gastmaal liet doden, om meester van de stad te worden. Zo loert de zonde voor de deur, totdat de verleidde zelf haar binnenroept. Wat Abimelech deed is dikwijls, ook onder Christenen, herhaald. De moorden, die sindsdien geschied zijn, zelfs op kerkelijk bevel, zijn als een vreselijke bloedwolk, die over de geschiedenis hangt. Alleen de liefde van Jezus kan met een zonnestraal van verzoening door deze heenbreken.
Op een steen. Sommigen zijn van mening, dat dit dezelfde steen is geweest, waarop Gideon de offergave had gelegd, maar o.i. ten onrechte, omdat het er dan wel bij zou vermeld zijn. Dat zij op een steen vermoord zijn geworden, wil eenvoudig beduiden, dat zij als het ware geslacht zijn, dat aan hen de wreedst mogelijke en de schandelijkste dood is voltrokken. Wat Abimelech hier doet is later ook gebeurd al is het dan niet in dezelfde vorm, door Baëza en anderen, om zich van de troon van Israël te verzekeren.
Kruisverwijzingen2 Samuël 5:9→2 Koningen 12:20→1 Koningen 12:1→1 Koningen 12:20→1 Koningen 12:25→Jozua 24:26→— Toen vergaderden zich alle burgers van Sichem, en het ganse huis van Millo, en gingen heen en maakten Abimelech ten koning, bij den hogen eik, die bij Sichem is.
Toen deze moord geschied was, vergaderden zich alle burgers van Sichem, en het gehele huis van Millo 1) (= bolwerk), en gingen heen en maakten Abimelech tot koning bij de hoge eik, 2) die bij Sichem is.
Millo is meer dan waarschijnlijk de toren of citadel van Sichem (vs.46). Onder het gehele huis van Millo moet dan verstaan worden, de bewoners van deze citadel of burg. Men weet, dat ook Jeruzalem een Millo had (2 Samuel .5: 9; 1 Koningen .9: 5). Een Millo bestond eigenlijk uit een wal van twee muren, van binnen gevuld met aarde of puin.
Het Hebreeuwse woord “muzzal” kan betekenen “verhoogd”, “opgericht”, zodat de vertaling zou wezen: “de eik van de opgerichte” in de betekenis van: “de eik, waarbij een gedenkteken opgericht is”, waarschijnlijk de eik, waarbij Jozua een gedenkteken had gesteld (Joz.24: 26).
KruisverwijzingenDeuteronomium 11:29→Deuteronomium 27:12→Johannes 4:20→Jozua 8:33→Jesaja 1:15→Mattheüs 18:26→Jakobus 2:13→Psalmen 50:15→— Als zij dit Jotham aanzeiden, zo ging hij heen, en stond op de hoogte des bergs Gerizim, en verhief zijn stem, en riep, en hij zeide tot hen: Hoort naar mij, gij, burgers van Sichem! en God zal naar ulieden horen.
Toen zij Jotham 1) vertelden, dat de Sichemieten Abimelech koning gemaakt hadden, ging hij heen, en zocht zich een plaats uit, van waar hij tot het volk kon spreken, zonder gevaar te lopen, dat men hem in de hand van zijn halfbroeder zou overleveren, en hij stond op de hoogtevan de berg Gerizim, die in het zuiden van de stad zich als een steile rots ongeveer 800 voet hoog verheft, en hij verhief zijn stem, en riep, en hij zei tot hen, die zich op zijn roepen beneden in het dal verzameld hadden: Hoort naar mij, gij burgers van Sichem, wanneer ik u in een gelijkenis voorhoud, wat gij eigenlijk gedaan hebt. Sluit uw oren niet voor de boodschap, die ik u in de naam van God breng, maar komt tot ongeveinsde bekering, en God zal naar u horen. 2)
Jotham ging openhartig, omtrent de Sichemieten, te werk, en zijn redevoering, die hier geschreven staat, strekte tot bewijs, dat hij een man van zo’n groot verstand was, en van wijsheid zo’n welgeschikt jongman, dat we niet nalaten kunnen, daarom des te meer de gewelddadige dood van Gideons zonen te bejammeren. Jotham deed zijn best niet om een ander leger uit de overige steden van Israël bijeen te brengen in welke steden, zoals men zou mogen denken, hij veel aanhangers gevonden zou hebben, omwille van zijn vader, ten einde zich over de dood van zijn broeders te wreken, en noch veel minder wierp hij zich op als mededinger tegenover Abimelech, zozeer ongegrond was het vermoeden van die broedermoordenaar, dat de zonen van Gideon naar de heerschappij trachten; maar hij vergenoegde zich de Sichemieten een trouwhartige berisping te geven, evenals een gepaste waarschuwing, dat zij zich voor de onaangename gevolgen van hun gedrag zouden wachten (Jud 9: 7).
Reeds in de aanhef in er iets profetisch in de rede van Jotham. Hij voelt zich aangegord, om Sichem te waarschuwen, opdat als eenmaal de roede van God over hen komt, zij het mogen weten, dat zij niet ongewaarschuwd in hun boze opzet hebben volhard, maar ook, opdat zij het zouden verstaan, dat indien zij ten gevolge van de harde behandeling van Abimelech met schuld en boete tot God zouden terugkeren, Hij hen genadig zou zijn.
Kruisverwijzingen2 Koningen 14:9→Richteren 8:22→Ezechiël 17:3→Daniël 4:10→— De bomen gingen eens heen, om een koning over zich te zalven, en zij zeiden tot den olijfboom: Wees gij koning over ons.
1) De bomen gingen eens heen, om een koning over zich te zalven, en zij zeiden tot de olijfboom, op wie hun keus als op een edele en nuttige boom het eerst viel: Wees gij koning over ons.
Jotham bedient zich van een fabel, niet van een gelijkenis. En een fabel en een gelijkenis is een verdichte wijze van spreken, met dit onderscheid echter dat een gelijkenis altijd aan de werkelijkheid is ontleend en een fabel niet. Een gelijkenis dient tevens om een godsdienstige waarheid aan het licht te brengen en een fabel meer een zedelijke. De gelijkenissen van de Zaligmaker waren altijd ontleend aan de werkelijkheid.
Deze verdichte spreekmanieren werden vooral gebruikt, om de waarheid op bevattelijke wijze aan het licht te brengen en opdat zij lang nog na deze stof tot overdenking zouden zijn. De bestraffing werd ook in de regel gewilliger op die manier verdragen.
KruisverwijzingenPsalmen 89:20→Job 2:2→Handelingen 4:27→Psalmen 104:15→Handelingen 10:38→1 Johannes 2:20→Job 1:7→Exodus 35:14→— Maar de olijfboom zeide tot hen: Zoude ik mijn vettigheid verlaten, die God en de mensen in mij prijzen? En zoude ik heengaan om te zweven over de bomen?
Maar de olijfboom, de opgedragen waardigheid afslaande, zei tot hen: Zou ik mij opheffen uit de vruchtbare bodem, waarin ik geplant ben, mijn vettigheid verlaten, die God en de mensen in mij prijzen, 1) omdat mijn olie door Godgekozen is bij de offeranden, tot verlichting van het heiligdom en tot zalving van het geheiligde, a) en de mens zo veelvuldig nut van mij heeft? En zou ik heengaan, om te zweven 2) over de bomen, zonder voedsel voor mijzelf, en zonder anderen tot nut te kunnen zijn.
Ex.27: 20vv. Lev.2: 6vv. Ex.30: 22vv.
Deze uitdrukking vinden wij bij de wijnstok terug (vs.13), wiens gewas bij de drankoffers gebruikt wordt, terwijl zij bij de vijgeboom (vs.11) ontbreekt.
Zweven. Hiermede wordt het onrustige van het koningschap aangeduid en gedoeld op de vele moeiten en bezwaren, die zo’n gewichtig ambt meebrengt.
Jotham laat in dichterlijke woorden de kroon niet aanbieden aan ceder of eik, die alleen schaduw geven, of alleen tot timmerhout geschikt zijn na hun val, maar aan de olijf, de vijgeboom en de wijnstok, die vruchten geven en tot grote zegen zijn voor het menselijk geslacht, vooral voor de volken van het oosten.
KruisverwijzingenPsalmen 104:15→Numeri 15:7→Numeri 15:10→Spreuken 31:6→Prediker 10:19→Numeri 15:5→— Maar de wijnstok zeide tot hen: Zou ik mijn most verlaten, die God en mensen vrolijk maakt? En zou ik heengaan om te zweven over de bomen?
Maar de wijnstok, 1) evenmin daartoe geneigd, zei tot hen: Zou ik mijn most verlaten, die God en mensen vrolijk maakt (Jud 9: 9) en zou ik heengaan om te zweven over de bomen?
Velen (bijv. de joodse rabbijnen) menen, dat onder de olijfboom, vijgeboom en wijnstok verschillende geschiedkundige personen, bv. Othniël, Debora en Gideon bedoeld zijn; maar pas bij Gideon dacht men eraan hem tot koning te maken. De drie bomen zijn veelmeer in het algemeen als edele geslachten en personen te verstaan, die in het hun aangewezen beroep vrucht en zegen kunnen verspreiden, en de welvaart van het vaderland ter harte nemen, zonder er ooit aan te denken, dit hun gerust leven en stil werken voor de onrust van zo’n koningschap te verruilen. Waar het koningschap niet door de Heere gevestigd is, daar is en blijft de koning een boom, die geen vaste wortel en vruchtbare grond heeft, boven de bomen zweeft, onvermogend om vrucht tot eer van God en tot heil van de mensen te dragen.
De hier genoemde bomen zijn tekens van de vrede (Micha 4: 4).
KruisverwijzingenJesaja 30:2→Richteren 9:20→Hosea 14:7→Jesaja 2:13→Daniël 4:12→Jesaja 37:24→Ezechiël 19:14→Numeri 21:28→— En de doornenbos zeide tot de bomen: Indien gij mij in waarheid tot een koning over u zalft, zo komt, vertrouwt u onder mijn schaduw; maar indien niet, zo ga vuur uit de doornenbos, en vertere de cederen van de Libanon.
En de doornenbos, aanstonds die eer aannemende, maar zelf verwonderd, dat men hem daartoe koos, zei tot de bomen: Indien gij mij in waarheid tot een koning over uzalft, zo komt, vertrouwt u onder mijne schaduw; gij zult daaronder geborgen zijn voor de verzengende zonnestralen; maar indien gij u van mij zult losmaken en u niet geheel aan mij overgeeft, zo ga vuur uit de doornenbos, en vertere ook de heerlijksten onder u, de ceders van deLibanon.
In deze woorden ligt een diepe ironie, een bittere hoon; de Sichemieten moeten weten, wat voor een koning zij in deze Abimelech, de zoon van een slavin, een nietswaardig mens gekozen hebben. De doornenbos beloofde schaduw, zo beloofde ook Abimelech veel; maar de doornenbos berooft de schapen, die bij storm onder zijn takken komen schuilen, van de wol en verwondt hun huid. De doornenbos, door de wind geschud, vat soms vanzelf vuur en zet gehele bossen in brand; tot niets anders dan tot deze dingen was Abimelech in staat, zoals hij reeds door de moord van zijn broeders bewezen had. Lezen wij zijn geschiedenis, hoe hij door een volkspartij begunstigd, door bedrieglijke beloften, door omkoping en moord zich de weg tot heerschappij baant, zo is het ons, of wij een stuk uit de revolutie van Frankrijk lazen, dat met God ook de koning verwierp en zich hoofden aanstelde, die de vrijheid beloofden, maar met vuur en zwaard tegen alles woedden, dat niet onder de doornenstaf van hun willekeur blindelings wilde buigen.
Nu de olijf, de vijg en de wijnstok weigeren, gaan zij niet naar de eikeboom of de ceder, maar naar de doornenbos. Daarin steekt juist de fijne ironie. Waren de eerstgenoemde bomen vruchtdragende bomen en de tweede genoemde nog nut- en schaduwverspreidende, de doornenbos dient tot niets dan tot verbranding, en waar hij nog iets doet, daar verwondt hij degene, die al te dicht in zijn nabijheid komt. In plaats van zegen, wordt hier de vloek aan de inwoners van Sichem voorspeld.
KruisverwijzingenRichteren 8:35→— Alzo nu, indien gij het in waarheid en oprechtheid gedaan hebt, dat gij Abimelech koning gemaakt hebt, en indien gij welgedaan hebt bij Jerubbaal en bij zijn huis, en indien gij hem naar de verdienste zijner handen gedaan hebt.
Alzo nu, erkent gij de waarheid van deze gelijkenis, hoort dan ook de toepassing op uzelf: Indien gij het in waarheid en oprechtheid gedaan hebt, (maar hoe kan datmogelijk zijn (vs.18)? dat gij Abimelech koning gemaakt hebt, en indien gij welgedaan hebt bij Jerubbaäl en bij zijn huis, en indien gij hem naar de verdienste van zijn handen gedaan hebt:
KruisverwijzingenRomeinen 16:4→Richteren 7:1→Esther 4:16→Romeinen 5:8→Openbaring 12:11→Richteren 8:4→— (Want mijn vader heeft voor ulieden gestreden, en hij heeft zijn ziel verre weggeworpen, en u uit der Midianieten hand gered;
Maar indien niet, zo gij niet naar recht en waarheid gehandeld hebt (en uw geweten moet u aanklagen) zo treffe u, wat mijn fabel van de doornenbos u geleerd heeft: zo ga vuur uit van Abimelech, en vertere de burgers van Sichem, en het huis van Millo (vs.6), en evenzo zoeke het God aan hem en make u tot een gesel voor hem: vuur ga uit van de burgers van Sichem, en van het huis van Millo, en vertere Abimelech! 1)
Troffen wij reeds in Debora’s lied (5), niet alleen wat frisheid en levendigheid van poëtische opvatting, meer ook wat de kunst van voorstelling betreft, een van de verhevenste dichterlijke voortbrengselen van alle tijden aan, zo is in haar soort even zo voortreffelijk de gelijkenis van Jotham, zonder twijfel het oudste voorbeeld van een fabel, dat wij hebben (een andere 2 Koningen .14: 9). Dit toont welke heerlijke gaven en krachten de Heere Zijn volk verleend heeft, die ook overal voortreffelijk zich openbaarden, waar men een Zijn verbond trouw bleef. Jothams verdere lotgevallen worden niet bericht, hij staat daar als een waarschuwend profeet, die de betekenis van de volgende gebeurtenissen vooraf uitspreekt, tevens als een teken dat de Heere, ondanks het vreselijk gericht over zijn huis, het geloof van Gideon niet onbeloond gelaten heeft.
Zonde zal vernietigen wat zonde begon; de misdaad zal van elkaar scheiden wat verraad verbonden heeft. Vuur van de doornenbos zal de zondige bomen, en vuur uit hen de tiran verteren. Zo sprak Jotham, maar men hoorde niet. Hij vluchtte en verder vernemen wij niets van hem, maar zijn woord is daar als een onvergankelijke boetprediking aan de wereld, in de taal van de wereld, die koningen en volken herinnert aan de zekere vergelding. De diepte van de gelijkenis is onuitputtelijk. Haar waarheid is gedurig teruggekeerd. Israël was meer dan eens in de toestand van de Sichemieten. Toen vooral, toen het weigerde een koning te hebben, wiens rijk niet van deze wereld is. Toen riep men “geen koning dan de keizer”, toen maakten Pilatus en Herodes vriendschap. De doornenbos scheen koning te zijn, toen hij het hoofd van de Gekruisigde omgaf. Maar Israël ondervond wat hier verkondigd werd. Er ging een vuur uit en verbrandde stad en volk, tempel en burcht.
Jotham verklaart zijn rede niet, maar hecht er een toepassing aan vast. Hij wenst hun toe, dat indien zij recht en gerechtigheid hebben gedaan aan Jerubbaäl. d.i. Gideon, door al zijne zonen, op één na, te doden, door Abimelech het geld daartoe te verstrekken, zij veel genoegen mogen beleven van de revolutiekoning en hij van hen, meer indien zij trouweloos hebben gehandeld, dat dan de vloek hen daarvoor moge treffen, doordat zij Abimelech en Abimelech hen zij tot een roede en tot verdrukking.
KruisverwijzingenNumeri 21:16→Jozua 19:8→2 Samuël 20:14→— Toen vlood Jotham, en vluchtte, en ging naar Beer; en hij woonde aldaar vanwege zijn broeder Abimelech.
Toen vluchtte Jotham, nadat hij deze woorden had uitgesproken en de Sichemieten hun zonde, en de vloek, die zij op zich hadden geladen, had voorgesteld, en hij vluchtte van de berg Gerizim voordat iemand hem greep, en ging naar Beër 1) (= put), en hij woonde aldaar vanwege zijn broeder Abimelech, om zich voor die te verbergen, van wie hij allerlei kwaad moest verwachten.
Volgens Robinson het tegenwoordige el-Bireh, bij de mond van de Wady es Surâr, niet ver van de plaats, waar vroeger Beth-Lemeh lag. Het is nu een verlaten dorp.
Een vlek, niet ver van Bethsemes in de stam van Juda, volgens anderen = Beëroth, drie uur ten noorden van Jeruzalem, in de stam van Benjamin (Joz.9: 17), volgens anderen = Ber-seba (Genesis21: 31).
II. Vs. 22-49.KruisverwijzingenJesaja 33:1→Genesis 34:2→Jesaja 19:14→1 Koningen 2:32→Genesis 34:6→1 Samuël 25:10→2 Samuël 15:4→Jesaja 19:2→ — Als nu Abimelech drie jaren over Israel geheerst had, Zo zond God een bozen geest tussen Abimelech en tussen de burgers van Sichem; en de burgers van Sichem handelden trouweloos tegen Abimelech; Opdat het geweld, gedaan aan de zeventig zonen van Jerubbaal, kwame, en opdat hun bloed gelegd wierd op Abimelech, hun broeder, die hen gedood had, en op de burgers van Sichem, die zijn handen gesterkt hadden om zijn broeders te doden. En de burgers van Sichem bestelden tegen hem, die op de hoogten der bergen lagen legden, en al wie voorbij hen op den weg doorging, beroofden zij; en het werd Abimelech aangezegd. Gaal, de zoon van Ebed, kwam ook met zijn broederen, en zij gingen over in Sichem; en de burgeren van Sichem verlieten zich op hem. En zij togen uit in het veld, en lazen hun wijnbergen af, en traden de druiven, en maakten lofliederen; en zij gingen in het huis huns gods, en aten en dronken, en vloekten Abimelech. En Gaal, de zoon van Ebed, zeide: Wie is Abimelech, en wat is Sichem, dat wij hem dienen zouden? is hij niet een zoon van Jerubbaal? en Zebul zijn bevelhebber? dient liever de mannen van Hemor, den vader van Sichem; want waarom zouden wij hem dienen? Och, dat dit volk in mijn hand ware! ik zoude Abimelech wel verdrijven. En tot Abimelech zeide hij: Vermeerder uw heir, en trek uit. Als Zebul, de overste der stad, de woorden van Gaal, den zoon van Ebed, hoorde, zo ontstak zijn toorn. En hij zond listiglijk boden tot Abimelech, zeggende: Zie, Gaal, de zoon van Ebed, en zijn broeders zijn te Sichem gekomen, en zie, zij, met deze stad, handelen vijandiglijk tegen u. Na een heerschappij van drie slechte jaren breekt reeds de tijd van de wraak van God aan, die Jotham voorzegd heeft. De Sichemieten worden ontrouw aan de koning, die zij zelf gekozen hebben, zodat hij naar een andere plaats zich moet terugtrekken. Spoedig vindt hij gelegenheid, zich aan hen op vreselijke wijze te wreken en hen allen om het leven te brengen, totdat de straf hem verrast voor de toren te Tbehez, welke stad hij eveneens verwoesten wil. Door een molensteen getroffen, die een vrouw van de toren afgeslingerd heeft, zinkt hij neer en laat hij zich door zijn wapendrager de doodsteek geven, opdat men niet zou zeggen, dat een vrouw hem had omgebracht. Dat is de enige gedachte van de booswicht in het ogenblik van de dood, zijn verharding blijft hem bij, zelfs bij het laatste strafgericht.
— Als nu Abimelech drie jaren over Israel geheerst had,
Toen nu Abimelech drie jaar over dat gedeelte van Israël geheerst 1) had, dat hem tot koning gemaakt had, behalve de stam van Efraïm nog die van Manasse en wel geheerst had, niet als vorst, die het welzijn van zijn onderdanen zocht, meer als een ingedrongen tiran,
De grondtekst geeft duidelijk aan, dat het regeren van Abimelech over Israël niet was een gezegende koninklijke heerschappij, maar een tyranniseren van het volk.
KruisverwijzingenJesaja 33:1→Jesaja 19:14→Jesaja 19:2→Richteren 9:20→Richteren 9:15→2 Kronieken 18:19→1 Samuël 18:9→1 Koningen 12:15→— Zo zond God een bozen geest tussen Abimelech en tussen de burgers van Sichem; en de burgers van Sichem handelden trouweloos tegen Abimelech;
Zo zond God tot rechtvaardige straf (2 (Thess.2: 11vv.) een boze geest 1) (1 Samuel .16: 14; 18: 10), om onheil te stichten tussen Abimelech en tussen de burgers van Sichem, en de burgers van Sichem handelden trouweloos tegen Abimelech, 2) zijvielen hem af.
Hugo de Groot zegt bij deze plaats, dat niets ongestadiger is, dan de gunst van het volk, die door snode kunstenarij gewonnen wordt, en dat de mensen de goddeloosheid, die hen vroeger dienst gedaan heeft, haten.
Anders: “Spraken van Abimelech” namelijk met verachting. Vulg.: “Coeperunt eum detestari” (Mr 7: 2).
Door onwettige middelen zichzelf te verheffen brengt zeker vloek aan. Over de vraag, in hoe verre van God kan gezegd worden, dat Hij de boze geest gezonden heeft, daar toch niets kwaads, maar alleen goed van Hem kan uitgaan, zie bij 1 Samuël 16: 14. Wel willen wij hier opmerkzaam maken op het onderscheid tussen straf en kastijding, omdat hier hetzelfde de een tot straf de ander tot een kastijding moest worden. “Als uitdrukking van de verzoenende gerechtigheid is de straf: het zich tegenoverstellen van God tegen de zonde als vervreemding van God; in de eerste zin geldt zij slechts zo lang, als in de zondaar nog de zedelijke mogelijkheid van omkering is. De vergeldende straf openbaart de onvoorwaardelijke geldigheid van de goddelijke wet, de kastijding maakt de roeping van God aan elke ziel bekend; de eerste is de uitdrukking van de goddelijke toorn, deze van de goddelijke liefde. Tot een kastijding wordt de straf voor de mens, alleen door gewillige onderwerping aan haar; tegen de kastijding kan zich de mens verharden, en hij moet het lijden ook tegen zijn wil als straf ondervinden. Christus heeft onze straf, maar niet onze kastijding op zich genomen.” (Wuttke. Chr. Sittenlehre).
Kruisverwijzingen1 Koningen 2:32→Psalmen 7:16→Esther 9:25→Deuteronomium 27:25→1 Samuël 15:33→Numeri 35:33→Mattheüs 23:34→Richteren 9:56→— Opdat het geweld, gedaan aan de zeventig zonen van Jerubbaal, kwame, en opdat hun bloed gelegd wierd op Abimelech, hun broeder, die hen gedood had, en op de burgers van Sichem, die zijn handen gesterkt hadden om zijn broeders te doden.
Opdat het geweld, gedaan aan de zeventig zonen van Jerubbaäl, kwam en opdat hun bloed gelegd werd op Abimelech hun broeder, die hen gedood had, en op de burgers van Sichem, die zijn handen (vs.4,5) gesterkt hadden om zijn broeders te doden. 1)
Het bloed komt als schuld over de moordenaars. Wie heeft dit meer dan Israël ondervonden, toen het Hem doodde, die meer was dan Gideon en zijn zonen. Wat hier de geschiedenis van Abimelech en Sichem in de loop van drie jaar voorstelt, heeft de wereldgeschiedenis aan hen, die spraken: “Zijn bloed komt over ons en over onze kinderen”, vele eeuwen geopenbaard. Beiden boeten zij, Sichem en Abimelech want zij zijn even schuldig. Ook Jeruzalem en het rijk, dat Pilatus gezonden heeft, hebben geleden. De zonde is menigmaal ook een schandelijk en zondig kwaad, voor zover niet alleen de zonde door de ongestalte en de ongerustheid, die zij met haar brengt, een zware straf in zich behelst, maar ook voor zover de ene zonde met de andere zonde wordt gestraft. Zoals dit gebeurd is met verscheidene personen, David en Absalom, Salomo en Jerobeam, Achab en de leugengeest, Israël en de Assyriërs, Juda en de Babyloniërs en in dezelfde personen, zoals hier bij Abimelech. (Joh. à MARCK). God straft de zonde middellijk of onmiddellijk. Hier middellijk, door het zenden van een boze geest. Onder die boze geest hebben wij niet te verstaan, een verkeerde gezindheid, maar werkelijk een geest uit de afgrond, door God losgelaten, om aan Abimelech en de inwoners van Sichem de zonde en schuld van het vergoten bloed te wreken.
KruisverwijzingenJozua 8:4→Jozua 8:12→Spreuken 1:11→— En de burgers van Sichem bestelden tegen hem, die op de hoogten der bergen lagen legden, en al wie voorbij hen op den weg doorging, beroofden zij; en het werd Abimelech aangezegd.
En de burgers van Sichem bestelden tegen hem, tegen Abimelech, die bij het uitbreken van de onenigheden (vs.23) de stad verlaten en zich naar Aruma (vs. 31 en 41) ten zuidoosten van Sichem, teruggetrokken had, mannen, die op de hoogten van de bergenEbal en Gerizim, vanwaar men de gehele landstreek kon overzien, lagen leiden; zij loerden op hem, om hem bij de eerste gelegenheid te grijpen, en al wie van Abimelechs aanhangers voorbij hen op de weg doorging, beroofden zij;
en het werd Abimelech door zijn overste Zebul, die in de stad met weinige manschappen achtergelaten was, aangezegd, wat men tegen hem voornemens was, opdat hijzou kunnen voorkomen in hun handen te vallen.
Hoogstwaarschijnlijk diende dit beroven van de reizigers en allen, die langs die weg kwamen ook, om de regering van Abimelech in discrediet te brengen, in zoverre, dat het wel blijken moest, dat hij geen goed vorst was, die zijn onderdanen niet tegen roof en geweld kon beschermen. Wel loerden zij ook op hemzelf, maar uit dat zij bestelden tegen hem, d.i. tot zijn nadeel, blijkt, dat alles moest dienen, om hem in een ongunstige verhouding te brengen tegenover het volk van die stad.
KruisverwijzingenGenesis 13:8→Genesis 19:7→— Gaal, de zoon van Ebed, kwam ook met zijn broederen, en zij gingen over in Sichem; en de burgeren van Sichem verlieten zich op hem.
Gaäl 1) (= walgelijk), de zoon van Ebed (= knecht), aanvoerder van een schaar vrijbuiters, kwam ook met zijn broeders, zijn aanhangers, en zij gingen over in Sichem, omdat zij meenden, daar hun winst te kunnen doen; en deburgers van Sichem vertrouwden op hem; zij geloofden, dat deze mannen in hun huidige toestand, nu zij ieder ogenblik een aanval van Abimelech te wachten hadden, hun goede diensten zouden kunnen bewijzen.
Wie die Gaäl is geweest, weten wij niet. Waarschijnlijk de aanvoerder van een schare van vrijbuiters, die in die dagen van gedurige verdrukking door de vijanden, een troep mannen van gelijke aard en karakter als hij, rondom zich had verzameld, om van roof en buit te leven, en nu van de vijandige verhouding tussen Abimelech en Sichem partij trekt, om zijn slag te slaan. Ook is het zeer wel mogelijk, dat hij een geboren Kanaäniet was. Hij was in elk geval een vereerder van Baäl, en daarom tracht hij Abimelech des te meer stinkende te maken in de ogen van de burgers van Sichem, door hem een zoon van Jerubbaäl te noemen.
KruisverwijzingenRichteren 9:4→Lukas 17:26→Lukas 12:19→Leviticus 24:11→Jesaja 16:9→Daniël 5:1→Exodus 32:6→Richteren 9:46→— En zij togen uit in het veld, en lazen hun wijnbergen af, en traden de druiven, en maakten lofliederen; en zij gingen in het huis huns gods, en aten en dronken, en vloekten Abimelech.
En zij trokken, omdat zij na deze versterking zich tegen een aanval van Abimelech voldoende beschermd voelden, uit in het veld, en lazen hun wijnbergen af, en traden de druiven, (Jud 6: 11) en maakten lofliederen; en zij gingen in het huis van hun god Baäl-Berith, en aten en dronken, en, door de wijn opgewekt, vervloekten zij Abimelech. 1)
Nu overdaad, straks dood en verderf. Hierop is toepasselijk wat Plutarchus in zijn inleiding op de tafelgesprekken zegt: “waar ruwheid en onzedelijkheid zich bij de wijn verenigen, neemt het gastmaal op bittere wijze een einde”. Wat tot hiertoe in het geheim was, wordt nu luid uitgesproken, en verwensingen van Abimelech worden gehoord. Men ziet dat de Korinthische tiran Periander zijn politieke wijsheid toonde, toen hij zijn tegenstanders gemeenschappelijke maaltijden verbood.
KruisverwijzingenGenesis 34:2→Genesis 34:6→1 Samuël 25:10→1 Koningen 12:16→2 Samuël 20:1→— En Gaal, de zoon van Ebed, zeide: Wie is Abimelech, en wat is Sichem, dat wij hem dienen zouden? is hij niet een zoon van Jerubbaal? en Zebul zijn bevelhebber? dient liever de mannen van Hemor, den vader van Sichem; want waarom zouden wij hem dienen?
En Gaäl, de zoon van Ebed, die bij het feest aanwezig was om van de opgewekte stemming gebruik te maken, zei tot de verzamelde Sichemieten: Wie is Abimelech en wat is Sichem? Wat heeft deze eerwaardige stad, wier afstammeling hij om zijn moeder (8: 31) meent te zijn, deel aan hem, dat wij hem dienen zouden? Is hij niet een bastaardzoon van Jerubbaäl, de bestrijder van onze god? en Zebul zijn bevelhebber?
dient toch zo’n vreemdeling niet, maar liever de afstammelingen van de oudste en voornaamste geslachten van uw stad, de mannen van Hemor, 2) de vader van Sichem, want waarom zouden wij hem, de man van geringe afkomst, dienen? 3)
Met: Is hij niet een zoon van Jerubbaäl? beantwoordt Gaäl voor zichzelf de vraag: wie is Abimelech en met: en Zebul zijn bevelhebber, die van wat, of eigenlijk van wie is Sichem? Omdat met Sichem bedoeld wordt, de bevolking van deze plaats. En met deze antwoorden bedoelt hij ten opzichte van Abimelech, om hem in een zeer ongunstig daglicht te stellen, omdat hij erop wijst, dat hij de zoon is van die man, die de altaren van Baäl heeft verwoest, en ten opzichte van Sichem wil hij doen uitkomen, dat de macht van de Sichemieten ten nauwste verbonden is aan de stadhouder van Abimelech, aan Zebul. Hij wil daarmee het volk opwekken, om de zijde van Abimelech te verlaten, en plaatst daarom aan het slot van dit vers de mannen van Hemor tegenover de stadhouder van Abimelech.
Onder de mannen van Hemor hebben wij zonder twijfel te verstaan, de patriciërs van de stad. Hemor was de stichter van Sichem en daarom zijn nakomelingen, die overgelaten waren van de slachting van Simeon en Levi, de oudste families. Men merkt dat Gaäl de bevolking gaat vleien, om op die wijze zich doel te bereiken. Hij werkt op hun hoogmoed en eigenwaan als een eerste demagoog.
Niet ongegrond schijnt het vermoeden van een uitlegger in het Engelse Bijbelwerk, dat deze Gaäl, van wie ons overigens niets bekend is, uit een Kanaänitisch volk zou afstammen. Hier stelt hij gehele scheuring van Israël, verbreking van elke band met het volk van de Heer voor. Afstammelingen van de heidense Hemor zullen regeren. De opmerking, dat Hemor en al de zijnen door Simeon en Levi gedood waren (Genesis34: 25vv.) kunnen wij met ditzelfde hoofdstuk beantwoorden, dat ons de dood van de 70 zonen van Jerubbaäl meldt, hoewel Jotham ontkomen was. De vertaling van deze plaats heeft veel moeilijkheid. Onze statenvertalers hebben de lezing gevolgd naar de vocalisatie van de Masorethen (Jud 6: 15) welke zdbe (= dient) hebben gelezen; terwijl anderen lazen wdbe (= zijn knecht) (het volgende t-a kan zowel een teken van de tweede naamval zijn, als betekenen “met). De laatste lezing is die van de zeventig vertalers (LXX) geweest, die vertaald hebben: “Is hij niet de zoon van Jerubbaäl, en Zebul, zijn krijgsoverste, een knecht van hem met (even als) de mannen van Hemor, de vader van Sichem.” (kai Zeboul episkopov autou, doulov autou sun toiv andrasin k.t.l). Volgens deze verklaring worden Zebul en de mannen van Sichem knechten van Jerubbaäl genoemd; de Vulgata (Latijnse vertaling) die Luther gevolgd heeft, geeft: “Is hij niet de zoon van Jerubbaäl, en heeft hij niet Zebul zijn knecht tot een overste gesteld over de mannen van Hemor, de vader van Sichem. (Numquid non est filius Jerobaal, et constituit principem Zebul servum suum, super viros Emor. etc.). De opvatting van LXX komt ons de beste voor, daarvoor vervalt de eerstgenoemde aanmerking geheel, daar onder “de mannen van Hemor” alsdan geen anderen bedoeld zijn, dan de inwoners van die stad, waar Hemor eens koning was. Niet zonder bedoeling noemt Gaäl hem Sichems vader, omdat het de in Sichem wonende Kanaänieten aan de moord van Jakobs zonen moest herinneren en te meer moest vervreemden van Abimelech.
Kruisverwijzingen2 Samuël 15:4→2 Koningen 18:23→2 Samuël 2:14→Jesaja 36:8→Psalmen 10:3→2 Koningen 14:8→Romeinen 1:30→1 Koningen 20:11→— Och, dat dit volk in mijn hand ware! ik zoude Abimelech wel verdrijven. En tot Abimelech zeide hij: Vermeerder uw heir, en trek uit.
Och, dat dit volk in mijn hand ware! ik zou Abimelech met zijn bevelhebber wel verdrijven. En tot Abimelech zei hij: 1) Vermeerder uw leger, en trek uit. Zo tartte hij de afwezige koning, in overmoed hem uitdagende.
De Vulgata en Luther vertalen het Hebreeuwse woord “Wajomer”, door: “men zei”. Alsdan zou het een raad aan de koning van zijn vrienden geweest zijn, om het oproer in zich beginselen te stuiten.
Zo zeker meent Gaäl al van de overwinning te zijn, dat hij in zijn overmoed, verhit door de wijn, Abimelech als aanwezig denkt en hem uitdaagt om zijn leger bijeen te verzamelen en tegen hem uit te trekken, en de Sichemieten vallen hem aanstonds bij. Ook hier blijkt weer zo duidelijk, dat mensen zonder geweten, mensen zonder trouw zijn.
— En hij zond listiglijk boden tot Abimelech, zeggende: Zie, Gaal, de zoon van Ebed, en zijn broeders zijn te Sichem gekomen, en zie, zij, met deze stad, handelen vijandiglijk tegen u.
En hij zond listig 1) boden tot Abimelech, zeggende: Zie Gaäl, de zoon van Ebed en zijn broeders zijn te Sichem gekomen, en zie, zij, met deze stad, handelen vijandelijk tegen u, zij wekken de vonken van tegenstandtot een vlam van oproer op.
Het Hebreeuwse woord “bethorma” is een hapax legomenon, een woord dat slechts eens voorkomt en “met list”, of “in het geheim” zal betekenen. Daarvoor houden het de LXX en andere vertalingen en uitleggers, bijv. de beroemdste onder de joodse schriftverklaarders, Raschi-Rubbi Schelomoh ben Izchak = Rabbi Salomo, zoon van Izak (overl. 1105). Andere verklaarders van de joden en met hen de door geleerdheid en scherpzinnigheid bekende professor H. Reland, die door zich werk over de geografie van Palestina, dat nog heden aan alle dergelijke werken ten grondslag ligt (overl. 1718 te Utrecht) vertalen het “in Thorma” en houden Thorma voor dezelfde stad als Aruma (vs.31).
Listig, d.w.z. hij had zich gehouden, alsof hij met de woorden van Gaäl instemde, en in het geheim zond hij boden naar Abimelech, om hem bij zijn heer aan te klagen.
KruisverwijzingenSpreuken 4:16→Psalmen 36:4→Job 24:14→Spreuken 1:11→Romeinen 3:15→— Zo maak u nu op bij nacht, gij en het volk, dat met u is, en leg lagen in het veld.
Zo maak u nu in allerijl op bij nacht, gij en het volk, dat met u is, en leg hinderlagen in het veld, 1) want ik weet, dat hij tegen morgen een strijdtocht voorgenomen heeft, om een aanval op uw huidige verblijfplaats Aruma te doen.
Het schijnt, dat Zebul, ondanks zijn toorn over de woorden van Gaäl (vs.30), toch in schijnbaar goede verstandhouding met hem gebleven is (vgl. vs.36).
— Abimelech dan maakte zich op, en al het volk, dat met hem was, bij nacht; en zij legden lagen op Sichem, met vier hopen.
Abimelech dan maakte zich op, volgens de raad van zijn krijgsoverste, en al het volk, dat met hem was, bij nacht; en zij legden hinderlagen op Sichem, met vier hopen. 1)
Abimelech schikte zijn volk met dit oogmerk zo in vier hopen, dat slechts een van de vier zich zou vertonen aan de Sichemieten, opdat zij daardoor zouden verlokt worden om buiten te komen, en die éne te bestrijden, en zij dus in de hinderlaag van de drie anderen zouden vallen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 18:14→— Maar Gaal voer wijders voort te spreken en zeide: Zie daar volk, afkomende uit het midden des lands, en een hoop komt van den weg van den eik Meonenim.
Maar Gaäl, nadat hij een tijdlang nauwkeurig had toegezien, ging verder voort te spreken en zei: Ziedaar volk, afkomende uit het midden van het land, tot een hoop komt van de weg van de eik Meónenim, 1) van de tovereik; een gedeelte van hen, die tot ons trekken, bevindt zich nog boven op het hoogste van de landstreek, het andere gedeelte komt van de tovereik (vs.6).
Waarom deze de naam tovereik of eigenlijk Terebinthe ontving, (Ge 35: 3) en Joz.24: 23.
— En Gaal trok uit voor het aangezicht der burgeren van Sichem, en hij streed tegen Abimelech.
En Gaäl door dat tarten genoodzaakt te strijden, trok met de zijnen uit voor het aangezicht van de burgers van Sichem, die uit de stad hem nastaarden, en hij streed tegen Abimelech, toen hij deze met zijn volk op enige afstand van de stad ontmoette.
Voor het aangezicht moet hier in de eigenlijke zin worden opgevat, en niet in die van, aan de spits van, omdat wij in vs.42 en verder, van de strijd van Abimelech tegen de burgers van Sichem lezen.
KruisverwijzingenRichteren 9:28→Richteren 9:30→— Abimelech nu bleef te Aruma; en Zebul verdreef Gaal en zijn broederen, dat zij te Sichem niet mochten wonen.
Abimelech nu, zich nog te zwak voelende, om Sichem zelf in te nemen, trok weer terug en bleef zich vestigen de volgende nacht te Aruma, een plaats niet ver vanSichem (vs.42), en Zebul verdreef Gaäl en zijn broeders, zijn voorstanders, die in de strijd tegen Abimelech niet gevallen waren, dat zij te Sichem niet mochten wonen, 1) maar van de Sichemieten zelf verlaten, elders een verblijfplaats moesten zoeken.
Zebul, die vroeger niet gewaagd had op zijn verdrijving aan te dringen, zet nu deze door. Hij overreedt de bevreesde Sichemieten daartoe, voorgevende dat daardoor Abimelechs toorn gestild zal zijn Gaäl is de enige, die aan het verderf ontkomt.
Deze veronderstelling van Cassel is zeer juist. Zij wordt bevestigd door de handelingen van de burgers van Sichem, in het volgende vers vermeld. Menende toch, dat nu de toorn van hun vorst gestild was, begeven zij zich tot hun bezigheden op het veld.
— En het geschiedde des anderen daags dat het volk uittrok in het veld, en zij zeiden het Abimelech aan.
En het geschiedde de volgende dag na dit voorval, dat het volk van Sichem uittrok in het veld, 1) om zijn gewone landelijke bezigheden te verrichten, omdat men geen aanval meer vermoedde. Toen zond Zebul zijn boden uit enzij zeiden het tegen Abimelech, dat hij nu een geschikte gelegenheid had om zich te wreken.
Men ziet doorgaans, dat een haastig verderf hen overkomt, die vrede, vrede roepen, en geen gevaar bedacht hebben (Jud 9: 42).
KruisverwijzingenGalaten 5:15→Richteren 9:20→Richteren 9:15→— Want Abimelech en de hopen, die bij hem waren, overvielen hen, en bleven staan aan de deur der stadspoort; en de twee andere hopen overvielen allen, die in het veld waren, en sloegen hen.
Want Abimelech en de groepen, die bij hem waren, de krijgslieden die bij hem waren in het derde gedeelte (vs.43) van zijn leger, overvielen hen, die de stad waren uitgegaan, om hun de terugtocht af te snijden, en bleven staan aan de deur van de stadspoort, zodat allen, die in de stad wilden vluchten; in hun handen vielen; en de twee andere groepen overvielen allen, die in het veld waren, en wie het ontkomen onmogelijk gemaakt was, en zij sloegen hen dood.
Een dergelijke geschiedenis wordt van Hamilcar, de Carthager, tegen Agrigentum en van Hannibal tegen Sagnutuum verteld (Frontin. lib. 3,10,1). De zonde is blind, want alleen de boete maakt ziende. Het volk van Sichem meent werkelijk, dat de zaak afgedaan is en Abimelech door de verbanning van Gaäl bevredigd is. Het is een doorgaande eigenschap van de natuurlijke mens, dat hij zijn geweten óf niet hoort, óf het daardoor wil doen verstommen, dat hij zichzelf opdringt: de schuld, die hij niet gezien wil hebben, zagen anderen niet. Dit komt daarvandaan, dat zij slechts aan de zonde en haar genot, en niet aan haar straf denken. Zij hebben tot hun eigen straf vergeten, wat Jotham hun gezegd had. Uit de doornenbos gaat vuur uit en verteert die hem verachten.
Kruisverwijzingen2 Koningen 3:25→Deuteronomium 29:23→Psalmen 107:34→Ezechiël 47:11→1 Koningen 12:25→Sefanja 2:9→Jakobus 2:13→— Voorts streed Abimelech tegen de stad dienzelven gansen dag, en nam de stad in, en doodde het volk, dat daarin was; en hij brak de stad af, en bezaaide haar met zout.
Voorts streed Abimelech, nadat allen daarbuiten gedood waren, en de beide groepen zich weer bij hem gevoegd hadden, met al zijn manschappen tegen de stad, die reeds van een groot gedeelte van haar krijgslieden ontdaan was. Hij deeddit dezelfde gehele dag, en nam, zonder grote tegenstand te vinden, de stad in, en doodde het volk, dat daarin was; en hij brak de stad af, verwoestte haar, en bezaaide haar met zout, 1) om de grond zinnebeeldig tot een onvruchtbare zoutwoestijn te doemen, waar nooit weer een stad zou gebouwd worden.
Zijn de barmhartigheden van de goddeloze reeds wreed (Spreuken 12: 10), hoeveel te meer zijn wraakzucht; zij vervoert hem tot de woede van een krankzinnige, waarvoor wij zelfs geen woorden kunnen vinden. Dat de stad spoedig herbouwd is, bewijst 21: 19, niet omdat de daar medegedeelde geschiedenis veel vroeger heeft plaatsgehad (Jud 1: 21); wel vinden wij Sichem in 1 Koningen .12: 1vv. weer als een stad van betekenis, door Jerobeam tot residentie gekozen en bevestigd.
Dit bezaaien met zout heeft een gelijke betekenis als Jozua’s eed omtrent Jericho (Joz.7: 26), want het zout is een symbool van de eed.
Het bestrooien van de verwoeste stad met zout, hetgeen slechts hier voorkomt, duidt een symbolische handeling, waardoor men de stad voor altijd in een onvruchtbare zoutwoestijn wilde herscheppen. Want het zout, naar zijn invretende eigenschap, is een beeld van verwoestende kracht. Zoutachtige gronden zijn onvruchtbare woestenijen (vgl. Job 29: 6 29.6 Psalm 107: 34).
KruisverwijzingenRichteren 8:33→Richteren 9:4→2 Koningen 1:2→1 Koningen 8:26→Richteren 9:27→Jesaja 37:38→Psalmen 115:8→Jesaja 28:15→— Als alle burgers des torens van Sichem dat hoorden, zo gingen zij in de sterkte, in het huis van den god Berith.
Toen alle burgers van de toren van Sichem, zij die het huis Millo (vs.6) bewoonden of de bezetting van het kasteel uitmaakten, dat wat er met destad gebeurd was hoorden, gingen zij in de sterkte, in het huis van de god Baäl-Berith, 1) deels omdat deze, op een hoogte gebouwd, veiligheid aanbood, deels omdat zij meenden op de heilige plaats bescherming van hun god te verkrijgen.
Of, in de sterkte van het huis van de god. Zij namen bovenal de toevlucht tot die sterkte, omdat zij in de nabijheid van hun heiligdom veilig meenden te zijn voor de wraak van Abimelech. De tempels waren bij alle volken vrijplaatsen. Uit vrees van de heiligheid van de plaats te schenden spaarde men degenen, die daarheen hun toevlucht hadden genomen. Sommigen zijn van mening, dat die sterkte in verband stond met onderaardse holen. Dit is echter uit het feit zelf hier niet op te maken.
De inwoners van Sichems toren zouden echter ervaren, dat Baäl-Berith hen niet helpen of verlossen kon, dat zij tevergeefs op diens bescherming hadden vertrouwd, ja wat meer zegt, dat zij juist daar het allerminst veilig waren, omdat zij door hun vertrouwen in hun afgod, in hevige mate de toorn van de Heere hadden opgewekt.
De tempels waren bij alle volken vrijplaatsen; toen Pausanias in de tempel gevlucht was, besloot men om de heiligheid van de plaats niet te schenden, de deuren te sluiten en het dak af te breken. (Corn. Nep. Paus. 4). De omvang van de tempel van Artemis te Samos was eveneens zeer groot, zodat in zijn ruimte de driehonderd knapen van Corcyra, die Periander wegzond, zitten en de Sameeërs voor hen dansen konden uitvoeren, om hen te redden, omdat zij niet duldden, dat de beschermelingen van de tempel weggevoerd werden. (Herodot. 3:
KruisverwijzingenPsalmen 68:14→Richteren 7:17→Spreuken 1:11→— Zo ging Abimelech op den berg Zalmon, hij en al het volk, dat met hem was; en Abimelech nam een bijl in zijn hand, en hieuw een tak van de bomen, en nam hem op, en legde hem op zijn schouder; en hij zeide tot het volk, dat bij hem was: Wat gij mij hebt zien doen, haast u, doet als ik.
.
Zo ging Abimelech, zich weinig storende aan het heilige van die plaats, op de berg Zalmon, 1) (= zwart woud), hij en al het volk, dat met hem was; en Abimelech nam een bijl
in zijn hand, en hieuw een tak van de bomen, die daar stonden, en nam hem op, en legde hem op zijn schouder, en hij zei tot het volk, dat bij hem was: Wat gij mij hebt zien doen, haast u, doet als ik.
De berg Zalmon is een berg, dicht begroeid met zwaar geboomte. In Psalm 68: 15 wordt hij nog vermeld, en was dicht bij Sichem gelegen.
Letterlijk: bijlen, omdat hij niet alleen voor zichzelf, maar ook voor zich manschappen die gereedschappen meenam, om takken voor brandstof af te houwen.
KruisverwijzingenRichteren 9:20→Galaten 5:15→Jakobus 3:16→Richteren 9:15→— Zo hieuw ook al het volk een iegelijk zijn tak af, en zij volgden Abimelech na, en legden ze aan de sterkte, en verbrandden daardoor de sterkte met vuur; dat ook alle lieden des torens van Sichem stierven, omtrent duizend mannen en vrouwen.
Zo hieuw ook al het volk, een ieder een tak af, en nam die op de schouder, en zij achtervolgden Abimelech, en legden ze aan de sterkte, en verbrandden daardoor op zijn bevel de sterkte 1) met vuur, zodat ook allemensen van de toren van Sichem, die zich in die sterkte verborgen hielden, in de vlammen stierven, omtrent duizend mensen, mannen en vrouwen.
Het is niet goed duidelijk, hoe dit gedeelte van de tempel geweest is; het in de grondtekst gebruikte woord “Tsariach”, komt behalve hier alleen in 1 Samuel .13: 6 voor in vereniging met “spelonken, doornbossen, steenklippen en putten”. Het is daar met “vestingen”, vertaald. Waarschijnlijk is hier een kelderachtige ruimte bedoeld, die zich niet in de Baäls-tempel, maar in de onmiddelijke nabijheid bevond, en van boven met een houten bedekking gesloten was. Volgens de grondtekst toch legden Abimelechs mannen de takken op de Tsariach. Metterdaad werd Jothams gelijkenis van de doornenbos, van waaruit vuur zou uitgaan, om de mannen van Sichem en het huis te Millo te verteren (vs.20), letterlijk vervuld, en misschien wel daarom juist aan het huis Millo, omdat dit uit de ruwste en misdadigste inwoners te Sichem bestond en de ijdele en lichtvaardige mannen geleverd had, met wier hulp Abimelech drie jaar geleden zijn broeders vermoordde (vs.4).
Hetzelfde deed Arcesilaus met de Cyreneërs, die in een toren gevlucht waren (Herod. 4: 164). Dergelijke gruwelen werden meermalen door de Noorse koningen gepleegd, onder andere door Olof, die op deze wijze al zijn tegenpartijders verbrand heeft (Heimskringla van Snorro Cap. 69).
Alzo vergaan mensen van een twistgierig en oproerig gemoed alleen niet in hun ongerechtigheid, maar zij wikkelen ook veel anderen, die hen in eenvoudigheid van hart volgden, in die rampspoeden met zich, en storten hen in dezelfde ellende en jammervolle uitersten (Jud 9: 49).
— Voorts toog Abimelech naar Thebez, en hij legerde zich tegen Thebez, en nam haar in.
Voorts trok Abimelech van Sichem naar Thebez (= glans), en hij legerde zich tegen Thebez, door het gelukken van zijn ondernemingen des te bloeddorstiger geworden, en hij nam haar in, omdat de stad, zoals de meeste andere, open was en geen muren of vestingwallen had.
De mening van latere uitleggers en reizigers (Robinson, Berger of Ritter 15: 488), die dit voor het tegenwoordige Tubus in de nabijheid van de Ain el Maleh houden, schijnt niet geheel zeker. Wellicht is daarvoor het Richteren 7: 22 genoemde Tabbath te houden. Thebez moet nauw aan Sichem verbonden zijn geweest. Omdat zoals Jothams gelijkenis aanduidt, de beide goddeloze bondgenoten Abimelech en Sichem door elkaar ten onder zouden gaan, Abimelech bij Thebez zijn einde vindt, zo moeten zijn inwoners mede behoord hebben tot hen, diee eerst zijn vrienden waren. Thebez was rond gebouwd, evenals het Griekse Thebac, want het had zijn toren in zijn midden (vs.51).
Waarom hij ook Thebez wilde straffen, is niet bekend. Wellicht dat Gaäl zich daarheen had begeven, of dat deze stad zeer nauw met Sichem was verbonden, misschien wel van haar afhankelijk.
Kruisverwijzingen2 Samuël 11:21→Richteren 9:20→2 Samuël 20:21→Jeremia 50:45→Job 31:3→Richteren 9:15→Jeremia 49:20→— Maar een vrouw wierp een stuk van een molensteen op Abimelechs hoofd; en zij verpletterde zijn hersenpan.
Maar eena) vrouw wierp een stuk van een molensteen
boven af op Abimelechs hoofd, en zij verpletterde zijn hersenpan. 2)
2 Samuel .11: 21
Het Hebreeuws “Rechab” betekent eigenlijk de bovenste molensteen, de loper, die op de onderste draaide; het is dus een steen van een handmolen geweest (Ex 16: 24), die meestal door vrouwen behandeld werd. De vluchtelingen hadden zich dus tot een lange belegering toegerust, omdat zij behalve levensmiddelen ook de molen hadden meegenomen.
De gerechtigheid van God bleek ook daarin, dat zijn straf enigermate overeen kwam met zijn zonde; hij had al zijn broeders (vs.5) op een steen gedood en stierf nu zelf door middel van een steen.
Kruisverwijzingen1 Samuël 31:4→— Toen riep hij haastelijk den jongen, die zijn wapenen droeg, en zeide tot hem: Trek uw zwaard uit, en dood mij, opdat zij niet van mij zeggen: Een vrouw heeft hem gedood. En zijn jongen doorstak hem, dat hij stierf.
Toen riep hij haastig de jongen, die zijn wapens droeg, en zei tot hem: Trek uw zwaard en dood mij, opdat zij niet van mij zeggen: Een vrouw heeft hem gedood,
want dat ware een eeuwige schande, dat ik door een vrouwenhand omgebracht zou zijn. En zijn jongen doorstak hem, zodat hij stierf.
IJdele dwazen zorgen ijverig voor hun naam, maar om een nietigheid verwaarlozen zij hun ziel. Wanneer God de tuchtroede lang genoeg gebruikt heeft, verbreekt Hij haar (Jes.14: 5) en werpt ze in het vuur.
Door onrechtvaardige middelen en zonden verheffing zoeken, brengt zeker vloek aan. De enige gedachte van de stervende is zijn naam te bewaren. Ach, aan zijn eeuwigheid dacht hij niet. Zo verhardt zich de zondaar ten einde toe, en toch doet God die naam met hem vergaan. Abimelech heeft het niet kunnen verhinderen, dat men van hem zeide: “een vrouw heeft hem gedood.”. Op een onrechtvaardige en goddeloze wijze had hij zichzelf de kroon op het hoofd gezet, hier wordt dat hoofd, dat onrechtvaardig de kroon had gedragen, door een vrouw verpletterd. Hij heeft het ook niet kunnen verhinderen, dat later nog van hem gezegd werd (1 Samuel .11: 2) “een vrouw heeft hem gedood.”.
KruisverwijzingenPsalmen 94:23→Richteren 9:24→Spreuken 5:22→Mattheüs 7:2→Openbaring 19:20→Job 31:3→Psalmen 58:10→Galaten 6:7→— Alzo deed God wederkeren heet kwaad van Abimelech, dat hij aan zijn vader gedaan had, dodende zijn zeventig broederen.
Alzo deed God (zoals in vs.53 is verteld) terugkeren het kwaad van Abimelech, dat hij aan zijn vader gedaan had, dodende zijn zeventig broeders. 1)
Was Jotham ontkomen, Abimelechs moordaanslag was tegen allen geweest (vs.5,21).
KruisverwijzingenRichteren 9:20→1 Koningen 16:34→Richteren 9:45→Jozua 6:26→— Desgelijks al het kwaad der lieden van Sichem deed God wederkeren op hun hoofd; en de vloek van Jotham, den zoon van Jerubbaal, kwam over hen.
Evenzo al het kwaad van de mensen van Sichem, die hem geholpen en de broedermoorder tot koning gemaakt hadden, deed God terugkeren op hun hoofd (vs.42vv.); en de vloek van Jotham, de zoon van Jerubbaäl, die hij aan het einde van zijn fabel uitgesproken had (vs.20), kwam over hen. 1)
God straft de ene goddeloze door de andere, zodat zij tenslotte aan beide zijden volgens Zijn rechtvaardig gericht omkomen. Dit aan te wijzen, dat God de mensen naar hun werken vergeldt en de bozen tot werktuigen van hun eigen ondergang maakt, is het doel van de heilige schrijver, maar niet om te verhalen, hoe het met Jotham of Gaäl of Zebul enz. gegaan is.
De dood van Abimelech strekt tot grootmaking van Gods rechtvaardigheid. Alzo strafte God Abimelechs kwaad en handhaafde de eer van Zijn besturing en waarschuwde alle geslachten, om bloed voor bloed te verwachten.
De Heere wordt gekend in zijn oordelen, die Hij over de mensen brengt, wanneer de goddeloze verstrikt wordt in het werk van zijn eigen handen (Jud 9: 57).
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Richteren 9
Richteren 9:8-9.Kruisverwijzingen2 Koningen 14:9→Richteren 8:22→Ezechiël 17:3→Daniël 4:10→Psalmen 89:20→Job 2:2→Handelingen 4:27→Psalmen 104:15→
— De bomen gingen eens heen, om een koning over zich te zalven, en zij zeiden tot den olijfboom: Wees gij koning over ons. Maar de olijfboom zeide tot hen: Zoude ik mijn vettigheid verlaten, die God en de mensen in mij prijzen? En zoude ik heengaan om te zweven over de bomen?
Er werd een verzoeking voor de olijfboom gesteld, die hem aanspoorde eerzuchtig te worden en ernaar te streven over de overige bomen te heersen. Wij maken uit Jothams gelijkenis op dat ook wij allen aan verzoeking blootstaan. Al menen wij zo vast geworteld en zo nuttig te zijn als de olijfboom, toch kan het verleidelijke gefluister gehoord worden: “Wees gij koning over ons.”
Wij zullen nooit buiten het bereik van de verzoeking zijn zolang wij in deze aardse hof groeien. Onze Heere Zelf had aan het begin van Zijn dienst een strenge strijd met de tegenstander, en aan het einde van die dienst werd Zijn zweet als grote druppels bloed die op de aarde vielen, toen de machten der duisternis Hem in Gethsemane bestormden. Wij kunnen nergens in deze wereld geplaatst worden waar onze omgeving vrij van gevaar zal zijn. Daarom: waak, want de listen van het boze zullen zeker op ons uitgeoefend worden. Laten wij tot de Sterke om sterkte roepen en een dubbele wacht zetten tegen de wereld, het vlees en de duivel.
Verzoekingen komen vaak in de vorm van aangename lokaas. De satan versiert de pil die hij ons aanbiedt. Hij houdt zelden iemand een blote haak voor, al mag dat gedaan worden bij hen die gewoonlijk in de zonde leven. Het is bijna een blote haak wanneer mensen in de dronkenschap voortgaan nadat zij hun gezondheid verwoest hebben en zich in bedelaarslompen gebracht hebben. Dan hoeft de satan hen nauwelijks te verzoeken, want zij gaan hun afgoden gewillig na. Maar de satan zorgt er doorgaans wel voor zijn haak te bekleden en zo te bedekken dat zij nauwelijks te zien is.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-21.KruisverwijzingenRichteren 8:31→Genesis 29:14→Richteren 8:30→Richteren 8:33→Deuteronomium 11:29→2 Kronieken 13:7→Richteren 11:3→Handelingen 17:5→
— Abimelech nu, de zoon van Jerubbaal, ging henen naar Sichem, tot de broeder zijner moeder; en hij sprak tot hen, en tot het ganse geslacht van het huis van den vader zijner moeder, zeggende: Spreekt toch voor de oren van alle burgers van Sichem: Wat is u beter, dat zeventig mannen, alle zonen van Jerubbaal, over u heersen, of dat een man over u heerse? Gedenkt ook, dat ik uw been en uw vlees ben. Toen spraken de broeders zijner moeder van hem, voor de oren van alle burgers van Sichem, al dezelve woorden; en hun hart neigde zich naar Abimelech; want zij zeiden: Hij is onze broeder. En zij gaven hem zeventig zilverlingen, uit het huis van Baal-Berith; en Abimelech huurde daarmede ijdele en lichtvaardige mannen, die hem navolgden. En hij kwam in zijns vaders huis te Ofra, en doodde zijn broederen, de zonen van Jerubbaal, zeventig mannen, op een steen; doch Jotham, de jongste zoon van Jerubbaal werd overgelaten, want hij had zich verstoken. Toen vergaderden zich alle burgers van Sichem, en het ganse huis van Millo, en gingen heen en maakten Abimelech ten koning, bij den hogen eik, die bij Sichem is. Als zij dit Jotham aanzeiden, zo ging hij heen, en stond op de hoogte des bergs Gerizim, en verhief zijn stem, en riep, en hij zeide tot hen: Hoort naar mij, gij, burgers van Sichem! en God zal naar ulieden horen. De bomen gingen eens heen, om een koning over zich te zalven, en zij zeiden tot den olijfboom: Wees gij koning over ons. Maar de olijfboom zeide tot hen: Zoude ik mijn vettigheid verlaten, die God en de mensen in mij prijzen? En zoude ik heengaan om te zweven over de bomen? Toen zeiden de bomen tot den vijgeboom: Kom gij, wees koning over ons.
Na de dood van Gideon brengt zijn bastaardzoon Abimelech, met hulp van de Sichemieten, zijn 70 broeders om en maakt zich van de koninklijke heerschappij over een gedeelte van Israël meester. Eén van deze 70 ontkomt aan het bloedbad en houdt van de hoogte Gerizim in een fabel, die hij vertelt, een ernstige strafrede tot de burgers van Sichem, die als een profetie het Godsgericht voorspelt.
Abimelech nu, de zoon van Jerubbaäl, of van Gideon, die hem zijn bijvrouw te Sichem gebaard had, en die reeds vroeg, in Efraïms trotsheid, in haar zoon de gedachte naar de koninklijke waardigheid had opgewekt (8: 31), ging na zijn vaders dood, in het jaar 1169 v. C., naar Sichem, dat in de stam van Efraïm tussen de bergen Ebal in het noorden en Gerizim in het zuiden gelegen was (Joz.17: 7; 20: 7; 21: 21), tot de broeders van zijn moeder, opdat zij hem zouden ondersteunen tot bereiking van zijn lang gekoesterd plan; en hij sprak tot hen en tot het gehele geslacht van het huis van de vader van zijn moeder, zeggende:
Spreek toch voor de oren van alle burgers van Sichem 1) en overreed uw medeburgers, dat zij mij tot hun vorst maken; gij zult hen gemakkelijk overreden, wanneer gijzegt: Wat is u beter, dat zeventig mannen, alle zonen van Jerubbaäl, die nu na hun vaders dood zijn plaats zullen innemen, over u heersen, 2)of dat één man over u heerse? Gedenkt ook, wanneer gij hun die vraag voorstelt, dat ik uw been en uw vlees ben, 3) zo zult gij welweten wie gij als uw koning zult voorstellen, wanneer zij op uw vraag antwoorden, dat één koning beter is dan 70 oversten.
Sichem was een voorname stad. Jozua had er een van de laatste landdagen gehouden. Abimelech was overtuigd, dat, indien hij door zijn familieleden zich van de burgers van Sichem (in Efraïm gelegen) had weten te verzekeren, het hem niet moeilijk zou vallen, ook de andere steden tot zijn plannen over te halen.
Zoals men zelf denkt en doet, verwacht men ook van een ander. Abimelech veronderstelt dezelfde begeerte naar heerschappij, die hem bezielt, ook bij zijn broeders. Daarbij speculeert hij op listige wijze hierop, dat de mensen liever één heer zullen hebben, dan vele, van wie ieder op zijn wijze hen verdrukken kan; hij noemt ook niet zonder bedoeling zijn vader Jerubbaäl, de Baälbestrijder, om de burgers van Sichem, die nu weer met hun gehele ziel aan de Baäldienst overgegeven waren, te doen opmerken, dat zij van Gideons wettige zonen geen bijzondere bescherming in hun godsdienst te wachten hebben. Zo doen alle huichelaars: wanneer zij de sleutels zoeken, geven zij vleiende, zoete woorden; maar wanneer zij die gevonden hebben, doen zij aan niemand iets goeds.
Niets vindt bij de grote menigte gemakkelijker ingang, dan wat hun lusten vleit. “Er is geen zekerder kenteken, dat iemand voor een ambt ongeschikt is, dan wanneer hij het al te ijverig zoekt. (Spreuken 12: 23). Zoals ootmoed en wanhopen aan eigen kracht de noodzakelijke elementen van ware vroomheid zijn, zo vormen zij ook de hoofdtrek in het karakter en het leven van alle door God verwekte en geroepen personen. Met een aan kleinmoedigheid en kleingeloof grenzende vrees nam Mozes de hem bij de berg Horeb gegeven last op zich; evenzo had Jozua, om het werk van Mozes moedig voort te zetten, de meest bepaalde verzekeringen van de goddelijke, hulp nodig, en hoe angstig gedroeg zich Gideon, toen het woord tot hem kwam: “Ga heen in uw kracht”. Geheel anders is het bij hen, die hun roeping niet van boven, van Gods genade, ontvangen hebben, maar van onderen af, door de afwisselende neiging van de mensen en de trotse lusten van het eigen hart. Hier openbaart zich geen ootmoed, maar vermoed, geen zelfverloochening, maar zelfzucht, geen gehoorzaamheid, maar willekeur en bandeloosheid, geen waarheid, maar verraad en trouweloosheid ook tegenover hen, door wie men in de hoogte gestegen is.
Abimelech beroept zich op zijn afkomst en meent daarmee de inwoners van Sichem te overtuigen, dat hij de juiste man is op de juiste plaats.
Toen spraken de broeders van zijn moeder van hem, tot zijn behoeve, voor de oren van alle burgers van Sichem, al deze woorden, die Abimelech hun te kennen gegeven had; en hun hart neigde zich naar Abimelech, om hem koning te maken, want zij zeiden: Hij is onze broeder.
Sichem lag in de stam van Efraïm, die steeds lang naar de voorrang zocht, en nu ijverzuchtig was op de stam van Manasse, waartot Gideons wettige zonen behoorden (8: 1vv.); zij nemen des te gretiger het voorstel aan, want door hem zal Efraïm heersen.
Had Gideon geen bijvrouw genomen, zo zou deze ellende over Israël niet gekomen zijn.
En zij gaven hem, opdat hij zelf zich middelen zou verschaffen, om zich van zijn 70 halve broeders te ontlasten, zeventig zilverlingen, 1) uit het huis, de tempelschat van Baäl-Berith, 2) (De 16: 21); en Abimelech huurde daarmee ijdele 3) en lichtvaardige mannen, die hem navolgden.
Zilverlingen, of sikkels zilver. Zeventig zilverlingen is dus een betrekkelijk kleine som, maar de huur van een dagloner was ook niet hoger dan 40 cts (Zie Tob.5: 15 Wat een schande, de zoon van Jerubbaäl neemt een geschenk van Baäl aan! Over de munten van de Hebreeën, (Ex 30: 13). De waarde is moeilijk te bepalen. Sommigen menen, dat hier niet aan gewone zilverlingen moet gedacht worden, maar aan zilverstukken van veel grotere waarde.
Waarschijnlijk hebben de burgers van Sichem aan Baäl, die zij toen dienden, deze naam (= verbonds-Baäl) gegeven, om zichzelf te overreden, dat zij in deze afgod niemand anders dienden, dan die God, met wie eenmaal Israël in die landstreek een verbond gesloten had (Joz.24: 24vv.); zij waren dan geenszins afvalligen, maar hadden slechts een andere naam voor dezelfde zaak; het menselijk hart toch is zo geneigd het kwade goed te haten, uit duisternis licht en uit zuur zoet te maken, en omgekeerd (Jes.5: 20).
IJdele, in de zin van: onzedelijke mannen, die alle zedelijk gevoel hadden uitgeschud en tot alle goddeloze werken zich lieten lenen. Vandaar dan dat zij tevens lichtvaardige worden genoemd, die er niets in zagen, om zich aan een gruwelijke moord te bezondigen.
En hij kwam met deze in zijn vaders huis te Ofra, en doodde met hun hulp zijn broeders, de zonen van Jerubbaäl, zeventig mannen, wanneer men allen rekent, waarophet toegelegd was, op een steen; 1) maar Jotham (= de HEERE is oprecht), de jongste zoon van Jerubbaäl, werd van de 70 overgelaten, want hij had zich verstoken.
Abimelech is het beeld van een echte tiran, zoals er in de geschiedenis van de Grieken op het vaste land en op de eilanden, maar ook in de nieuwere geschiedenis, voornamelijk van Italië, velen voorkomen. Macchiavelli zegt: “Wie op een wederrechtelijke en geweldige wijze een kroon neemt, moet, wanneer het nodig is wreed te zijn, alle wreedheid opeens uitoefenen, opdat hij niet nodig heeft alle dagen daarmee van voren af te beginnen.” Hij voert daarvoor behalve Agathokles, den kleinen tiran van Fermo, Oliverotto aan, die zijn oom, opvoeder, vriend en weldoener met één slag verraderlijk bij een gastmaal liet doden, om meester van de stad te worden. Zo loert de zonde voor de deur, totdat de verleidde zelf haar binnenroept. Wat Abimelech deed is dikwijls, ook onder Christenen, herhaald. De moorden, die sindsdien geschied zijn, zelfs op kerkelijk bevel, zijn als een vreselijke bloedwolk, die over de geschiedenis hangt. Alleen de liefde van Jezus kan met een zonnestraal van verzoening door deze heenbreken.
Op een steen. Sommigen zijn van mening, dat dit dezelfde steen is geweest, waarop Gideon de offergave had gelegd, maar o.i. ten onrechte, omdat het er dan wel bij zou vermeld zijn. Dat zij op een steen vermoord zijn geworden, wil eenvoudig beduiden, dat zij als het ware geslacht zijn, dat aan hen de wreedst mogelijke en de schandelijkste dood is voltrokken. Wat Abimelech hier doet is later ook gebeurd al is het dan niet in dezelfde vorm, door Baëza en anderen, om zich van de troon van Israël te verzekeren.
Toen deze moord geschied was, vergaderden zich alle burgers van Sichem, en het gehele huis van Millo 1) (= bolwerk), en gingen heen en maakten Abimelech tot koning bij de hoge eik, 2) die bij Sichem is.
Millo is meer dan waarschijnlijk de toren of citadel van Sichem (vs.46). Onder het gehele huis van Millo moet dan verstaan worden, de bewoners van deze citadel of burg. Men weet, dat ook Jeruzalem een Millo had (2 Samuel .5: 9; 1 Koningen .9: 5). Een Millo bestond eigenlijk uit een wal van twee muren, van binnen gevuld met aarde of puin.
Het Hebreeuwse woord “muzzal” kan betekenen “verhoogd”, “opgericht”, zodat de vertaling zou wezen: “de eik van de opgerichte” in de betekenis van: “de eik, waarbij een gedenkteken opgericht is”, waarschijnlijk de eik, waarbij Jozua een gedenkteken had gesteld (Joz.24: 26).
Toen zij Jotham 1) vertelden, dat de Sichemieten Abimelech koning gemaakt hadden, ging hij heen, en zocht zich een plaats uit, van waar hij tot het volk kon spreken, zonder gevaar te lopen, dat men hem in de hand van zijn halfbroeder zou overleveren, en hij stond op de hoogtevan de berg Gerizim, die in het zuiden van de stad zich als een steile rots ongeveer 800 voet hoog verheft, en hij verhief zijn stem, en riep, en hij zei tot hen, die zich op zijn roepen beneden in het dal verzameld hadden: Hoort naar mij, gij burgers van Sichem, wanneer ik u in een gelijkenis voorhoud, wat gij eigenlijk gedaan hebt. Sluit uw oren niet voor de boodschap, die ik u in de naam van God breng, maar komt tot ongeveinsde bekering, en God zal naar u horen. 2)
Jotham ging openhartig, omtrent de Sichemieten, te werk, en zijn redevoering, die hier geschreven staat, strekte tot bewijs, dat hij een man van zo’n groot verstand was, en van wijsheid zo’n welgeschikt jongman, dat we niet nalaten kunnen, daarom des te meer de gewelddadige dood van Gideons zonen te bejammeren. Jotham deed zijn best niet om een ander leger uit de overige steden van Israël bijeen te brengen in welke steden, zoals men zou mogen denken, hij veel aanhangers gevonden zou hebben, omwille van zijn vader, ten einde zich over de dood van zijn broeders te wreken, en noch veel minder wierp hij zich op als mededinger tegenover Abimelech, zozeer ongegrond was het vermoeden van die broedermoordenaar, dat de zonen van Gideon naar de heerschappij trachten; maar hij vergenoegde zich de Sichemieten een trouwhartige berisping te geven, evenals een gepaste waarschuwing, dat zij zich voor de onaangename gevolgen van hun gedrag zouden wachten (Jud 9: 7).
Reeds in de aanhef in er iets profetisch in de rede van Jotham. Hij voelt zich aangegord, om Sichem te waarschuwen, opdat als eenmaal de roede van God over hen komt, zij het mogen weten, dat zij niet ongewaarschuwd in hun boze opzet hebben volhard, maar ook, opdat zij het zouden verstaan, dat indien zij ten gevolge van de harde behandeling van Abimelech met schuld en boete tot God zouden terugkeren, Hij hen genadig zou zijn.
1) De bomen gingen eens heen, om een koning over zich te zalven, en zij zeiden tot de olijfboom, op wie hun keus als op een edele en nuttige boom het eerst viel: Wees gij koning over ons.
Jotham bedient zich van een fabel, niet van een gelijkenis. En een fabel en een gelijkenis is een verdichte wijze van spreken, met dit onderscheid echter dat een gelijkenis altijd aan de werkelijkheid is ontleend en een fabel niet. Een gelijkenis dient tevens om een godsdienstige waarheid aan het licht te brengen en een fabel meer een zedelijke. De gelijkenissen van de Zaligmaker waren altijd ontleend aan de werkelijkheid.
Deze verdichte spreekmanieren werden vooral gebruikt, om de waarheid op bevattelijke wijze aan het licht te brengen en opdat zij lang nog na deze stof tot overdenking zouden zijn. De bestraffing werd ook in de regel gewilliger op die manier verdragen.
Maar de olijfboom, de opgedragen waardigheid afslaande, zei tot hen: Zou ik mij opheffen uit de vruchtbare bodem, waarin ik geplant ben, mijn vettigheid verlaten, die God en de mensen in mij prijzen, 1) omdat mijn olie door Godgekozen is bij de offeranden, tot verlichting van het heiligdom en tot zalving van het geheiligde, a) en de mens zo veelvuldig nut van mij heeft? En zou ik heengaan, om te zweven 2) over de bomen, zonder voedsel voor mijzelf, en zonder anderen tot nut te kunnen zijn.
Ex.27: 20vv. Lev.2: 6vv. Ex.30: 22vv.
Deze uitdrukking vinden wij bij de wijnstok terug (vs.13), wiens gewas bij de drankoffers gebruikt wordt, terwijl zij bij de vijgeboom (vs.11) ontbreekt.
Zweven. Hiermede wordt het onrustige van het koningschap aangeduid en gedoeld op de vele moeiten en bezwaren, die zo’n gewichtig ambt meebrengt.
Jotham laat in dichterlijke woorden de kroon niet aanbieden aan ceder of eik, die alleen schaduw geven, of alleen tot timmerhout geschikt zijn na hun val, maar aan de olijf, de vijgeboom en de wijnstok, die vruchten geven en tot grote zegen zijn voor het menselijk geslacht, vooral voor de volken van het oosten.
Maar de wijnstok, 1) evenmin daartoe geneigd, zei tot hen: Zou ik mijn most verlaten, die God en mensen vrolijk maakt (Jud 9: 9) en zou ik heengaan om te zweven over de bomen?
Velen (bijv. de joodse rabbijnen) menen, dat onder de olijfboom, vijgeboom en wijnstok verschillende geschiedkundige personen, bv. Othniël, Debora en Gideon bedoeld zijn; maar pas bij Gideon dacht men eraan hem tot koning te maken. De drie bomen zijn veelmeer in het algemeen als edele geslachten en personen te verstaan, die in het hun aangewezen beroep vrucht en zegen kunnen verspreiden, en de welvaart van het vaderland ter harte nemen, zonder er ooit aan te denken, dit hun gerust leven en stil werken voor de onrust van zo’n koningschap te verruilen. Waar het koningschap niet door de Heere gevestigd is, daar is en blijft de koning een boom, die geen vaste wortel en vruchtbare grond heeft, boven de bomen zweeft, onvermogend om vrucht tot eer van God en tot heil van de mensen te dragen.
De hier genoemde bomen zijn tekens van de vrede (Micha 4: 4).
En de doornenbos, aanstonds die eer aannemende, maar zelf verwonderd, dat men hem daartoe koos, zei tot de bomen: Indien gij mij in waarheid tot een koning over uzalft, zo komt, vertrouwt u onder mijne schaduw; gij zult daaronder geborgen zijn voor de verzengende zonnestralen; maar indien gij u van mij zult losmaken en u niet geheel aan mij overgeeft, zo ga vuur uit de doornenbos, en vertere ook de heerlijksten onder u, de ceders van deLibanon.
In deze woorden ligt een diepe ironie, een bittere hoon; de Sichemieten moeten weten, wat voor een koning zij in deze Abimelech, de zoon van een slavin, een nietswaardig mens gekozen hebben. De doornenbos beloofde schaduw, zo beloofde ook Abimelech veel; maar de doornenbos berooft de schapen, die bij storm onder zijn takken komen schuilen, van de wol en verwondt hun huid. De doornenbos, door de wind geschud, vat soms vanzelf vuur en zet gehele bossen in brand; tot niets anders dan tot deze dingen was Abimelech in staat, zoals hij reeds door de moord van zijn broeders bewezen had. Lezen wij zijn geschiedenis, hoe hij door een volkspartij begunstigd, door bedrieglijke beloften, door omkoping en moord zich de weg tot heerschappij baant, zo is het ons, of wij een stuk uit de revolutie van Frankrijk lazen, dat met God ook de koning verwierp en zich hoofden aanstelde, die de vrijheid beloofden, maar met vuur en zwaard tegen alles woedden, dat niet onder de doornenstaf van hun willekeur blindelings wilde buigen.
Nu de olijf, de vijg en de wijnstok weigeren, gaan zij niet naar de eikeboom of de ceder, maar naar de doornenbos. Daarin steekt juist de fijne ironie. Waren de eerstgenoemde bomen vruchtdragende bomen en de tweede genoemde nog nut- en schaduwverspreidende, de doornenbos dient tot niets dan tot verbranding, en waar hij nog iets doet, daar verwondt hij degene, die al te dicht in zijn nabijheid komt. In plaats van zegen, wordt hier de vloek aan de inwoners van Sichem voorspeld.
Alzo nu, erkent gij de waarheid van deze gelijkenis, hoort dan ook de toepassing op uzelf: Indien gij het in waarheid en oprechtheid gedaan hebt, (maar hoe kan datmogelijk zijn (vs.18)? dat gij Abimelech koning gemaakt hebt, en indien gij welgedaan hebt bij Jerubbaäl en bij zijn huis, en indien gij hem naar de verdienste van zijn handen gedaan hebt:
Maar indien niet, zo gij niet naar recht en waarheid gehandeld hebt (en uw geweten moet u aanklagen) zo treffe u, wat mijn fabel van de doornenbos u geleerd heeft: zo ga vuur uit van Abimelech, en vertere de burgers van Sichem, en het huis van Millo (vs.6), en evenzo zoeke het God aan hem en make u tot een gesel voor hem: vuur ga uit van de burgers van Sichem, en van het huis van Millo, en vertere Abimelech! 1)
Troffen wij reeds in Debora’s lied (5), niet alleen wat frisheid en levendigheid van poëtische opvatting, meer ook wat de kunst van voorstelling betreft, een van de verhevenste dichterlijke voortbrengselen van alle tijden aan, zo is in haar soort even zo voortreffelijk de gelijkenis van Jotham, zonder twijfel het oudste voorbeeld van een fabel, dat wij hebben (een andere 2 Koningen .14: 9). Dit toont welke heerlijke gaven en krachten de Heere Zijn volk verleend heeft, die ook overal voortreffelijk zich openbaarden, waar men een Zijn verbond trouw bleef. Jothams verdere lotgevallen worden niet bericht, hij staat daar als een waarschuwend profeet, die de betekenis van de volgende gebeurtenissen vooraf uitspreekt, tevens als een teken dat de Heere, ondanks het vreselijk gericht over zijn huis, het geloof van Gideon niet onbeloond gelaten heeft.
Zonde zal vernietigen wat zonde begon; de misdaad zal van elkaar scheiden wat verraad verbonden heeft. Vuur van de doornenbos zal de zondige bomen, en vuur uit hen de tiran verteren. Zo sprak Jotham, maar men hoorde niet. Hij vluchtte en verder vernemen wij niets van hem, maar zijn woord is daar als een onvergankelijke boetprediking aan de wereld, in de taal van de wereld, die koningen en volken herinnert aan de zekere vergelding. De diepte van de gelijkenis is onuitputtelijk. Haar waarheid is gedurig teruggekeerd. Israël was meer dan eens in de toestand van de Sichemieten. Toen vooral, toen het weigerde een koning te hebben, wiens rijk niet van deze wereld is. Toen riep men “geen koning dan de keizer”, toen maakten Pilatus en Herodes vriendschap. De doornenbos scheen koning te zijn, toen hij het hoofd van de Gekruisigde omgaf. Maar Israël ondervond wat hier verkondigd werd. Er ging een vuur uit en verbrandde stad en volk, tempel en burcht.
Jotham verklaart zijn rede niet, maar hecht er een toepassing aan vast. Hij wenst hun toe, dat indien zij recht en gerechtigheid hebben gedaan aan Jerubbaäl. d.i. Gideon, door al zijne zonen, op één na, te doden, door Abimelech het geld daartoe te verstrekken, zij veel genoegen mogen beleven van de revolutiekoning en hij van hen, meer indien zij trouweloos hebben gehandeld, dat dan de vloek hen daarvoor moge treffen, doordat zij Abimelech en Abimelech hen zij tot een roede en tot verdrukking.
Toen vluchtte Jotham, nadat hij deze woorden had uitgesproken en de Sichemieten hun zonde, en de vloek, die zij op zich hadden geladen, had voorgesteld, en hij vluchtte van de berg Gerizim voordat iemand hem greep, en ging naar Beër 1) (= put), en hij woonde aldaar vanwege zijn broeder Abimelech, om zich voor die te verbergen, van wie hij allerlei kwaad moest verwachten.
Volgens Robinson het tegenwoordige el-Bireh, bij de mond van de Wady es Surâr, niet ver van de plaats, waar vroeger Beth-Lemeh lag. Het is nu een verlaten dorp.
Een vlek, niet ver van Bethsemes in de stam van Juda, volgens anderen = Beëroth, drie uur ten noorden van Jeruzalem, in de stam van Benjamin (Joz.9: 17), volgens anderen = Ber-seba (Genesis21: 31).
II. Vs. 22-49.KruisverwijzingenJesaja 33:1→Genesis 34:2→Jesaja 19:14→1 Koningen 2:32→Genesis 34:6→1 Samuël 25:10→2 Samuël 15:4→Jesaja 19:2→
— Als nu Abimelech drie jaren over Israel geheerst had, Zo zond God een bozen geest tussen Abimelech en tussen de burgers van Sichem; en de burgers van Sichem handelden trouweloos tegen Abimelech; Opdat het geweld, gedaan aan de zeventig zonen van Jerubbaal, kwame, en opdat hun bloed gelegd wierd op Abimelech, hun broeder, die hen gedood had, en op de burgers van Sichem, die zijn handen gesterkt hadden om zijn broeders te doden. En de burgers van Sichem bestelden tegen hem, die op de hoogten der bergen lagen legden, en al wie voorbij hen op den weg doorging, beroofden zij; en het werd Abimelech aangezegd. Gaal, de zoon van Ebed, kwam ook met zijn broederen, en zij gingen over in Sichem; en de burgeren van Sichem verlieten zich op hem. En zij togen uit in het veld, en lazen hun wijnbergen af, en traden de druiven, en maakten lofliederen; en zij gingen in het huis huns gods, en aten en dronken, en vloekten Abimelech. En Gaal, de zoon van Ebed, zeide: Wie is Abimelech, en wat is Sichem, dat wij hem dienen zouden? is hij niet een zoon van Jerubbaal? en Zebul zijn bevelhebber? dient liever de mannen van Hemor, den vader van Sichem; want waarom zouden wij hem dienen? Och, dat dit volk in mijn hand ware! ik zoude Abimelech wel verdrijven. En tot Abimelech zeide hij: Vermeerder uw heir, en trek uit. Als Zebul, de overste der stad, de woorden van Gaal, den zoon van Ebed, hoorde, zo ontstak zijn toorn. En hij zond listiglijk boden tot Abimelech, zeggende: Zie, Gaal, de zoon van Ebed, en zijn broeders zijn te Sichem gekomen, en zie, zij, met deze stad, handelen vijandiglijk tegen u.
Na een heerschappij van drie slechte jaren breekt reeds de tijd van de wraak van God aan, die Jotham voorzegd heeft. De Sichemieten worden ontrouw aan de koning, die zij zelf gekozen hebben, zodat hij naar een andere plaats zich moet terugtrekken. Spoedig vindt hij gelegenheid, zich aan hen op vreselijke wijze te wreken en hen allen om het leven te brengen, totdat de straf hem verrast voor de toren te Tbehez, welke stad hij eveneens verwoesten wil. Door een molensteen getroffen, die een vrouw van de toren afgeslingerd heeft, zinkt hij neer en laat hij zich door zijn wapendrager de doodsteek geven, opdat men niet zou zeggen, dat een vrouw hem had omgebracht. Dat is de enige gedachte van de booswicht in het ogenblik van de dood, zijn verharding blijft hem bij, zelfs bij het laatste strafgericht.
Toen nu Abimelech drie jaar over dat gedeelte van Israël geheerst 1) had, dat hem tot koning gemaakt had, behalve de stam van Efraïm nog die van Manasse en wel geheerst had, niet als vorst, die het welzijn van zijn onderdanen zocht, meer als een ingedrongen tiran,
De grondtekst geeft duidelijk aan, dat het regeren van Abimelech over Israël niet was een gezegende koninklijke heerschappij, maar een tyranniseren van het volk.
Zo zond God tot rechtvaardige straf (2 (Thess.2: 11vv.) een boze geest 1) (1 Samuel .16: 14; 18: 10), om onheil te stichten tussen Abimelech en tussen de burgers van Sichem, en de burgers van Sichem handelden trouweloos tegen Abimelech, 2) zijvielen hem af.
Hugo de Groot zegt bij deze plaats, dat niets ongestadiger is, dan de gunst van het volk, die door snode kunstenarij gewonnen wordt, en dat de mensen de goddeloosheid, die hen vroeger dienst gedaan heeft, haten.
Anders: “Spraken van Abimelech” namelijk met verachting. Vulg.: “Coeperunt eum detestari” (Mr 7: 2).
Door onwettige middelen zichzelf te verheffen brengt zeker vloek aan. Over de vraag, in hoe verre van God kan gezegd worden, dat Hij de boze geest gezonden heeft, daar toch niets kwaads, maar alleen goed van Hem kan uitgaan, zie bij 1 Samuël 16: 14. Wel willen wij hier opmerkzaam maken op het onderscheid tussen straf en kastijding, omdat hier hetzelfde de een tot straf de ander tot een kastijding moest worden. “Als uitdrukking van de verzoenende gerechtigheid is de straf: het zich tegenoverstellen van God tegen de zonde als vervreemding van God; in de eerste zin geldt zij slechts zo lang, als in de zondaar nog de zedelijke mogelijkheid van omkering is. De vergeldende straf openbaart de onvoorwaardelijke geldigheid van de goddelijke wet, de kastijding maakt de roeping van God aan elke ziel bekend; de eerste is de uitdrukking van de goddelijke toorn, deze van de goddelijke liefde. Tot een kastijding wordt de straf voor de mens, alleen door gewillige onderwerping aan haar; tegen de kastijding kan zich de mens verharden, en hij moet het lijden ook tegen zijn wil als straf ondervinden. Christus heeft onze straf, maar niet onze kastijding op zich genomen.” (Wuttke. Chr. Sittenlehre).
Opdat het geweld, gedaan aan de zeventig zonen van Jerubbaäl, kwam en opdat hun bloed gelegd werd op Abimelech hun broeder, die hen gedood had, en op de burgers van Sichem, die zijn handen (vs.4,5) gesterkt hadden om zijn broeders te doden. 1)
Het bloed komt als schuld over de moordenaars. Wie heeft dit meer dan Israël ondervonden, toen het Hem doodde, die meer was dan Gideon en zijn zonen. Wat hier de geschiedenis van Abimelech en Sichem in de loop van drie jaar voorstelt, heeft de wereldgeschiedenis aan hen, die spraken: “Zijn bloed komt over ons en over onze kinderen”, vele eeuwen geopenbaard. Beiden boeten zij, Sichem en Abimelech want zij zijn even schuldig. Ook Jeruzalem en het rijk, dat Pilatus gezonden heeft, hebben geleden. De zonde is menigmaal ook een schandelijk en zondig kwaad, voor zover niet alleen de zonde door de ongestalte en de ongerustheid, die zij met haar brengt, een zware straf in zich behelst, maar ook voor zover de ene zonde met de andere zonde wordt gestraft. Zoals dit gebeurd is met verscheidene personen, David en Absalom, Salomo en Jerobeam, Achab en de leugengeest, Israël en de Assyriërs, Juda en de Babyloniërs en in dezelfde personen, zoals hier bij Abimelech. (Joh. à MARCK). God straft de zonde middellijk of onmiddellijk. Hier middellijk, door het zenden van een boze geest. Onder die boze geest hebben wij niet te verstaan, een verkeerde gezindheid, maar werkelijk een geest uit de afgrond, door God losgelaten, om aan Abimelech en de inwoners van Sichem de zonde en schuld van het vergoten bloed te wreken.
En de burgers van Sichem bestelden tegen hem, tegen Abimelech, die bij het uitbreken van de onenigheden (vs.23) de stad verlaten en zich naar Aruma (vs. 31 en 41) ten zuidoosten van Sichem, teruggetrokken had, mannen, die op de hoogten van de bergenEbal en Gerizim, vanwaar men de gehele landstreek kon overzien, lagen leiden; zij loerden op hem, om hem bij de eerste gelegenheid te grijpen, en al wie van Abimelechs aanhangers voorbij hen op de weg doorging, beroofden zij;
en het werd Abimelech door zijn overste Zebul, die in de stad met weinige manschappen achtergelaten was, aangezegd, wat men tegen hem voornemens was, opdat hijzou kunnen voorkomen in hun handen te vallen.
Hoogstwaarschijnlijk diende dit beroven van de reizigers en allen, die langs die weg kwamen ook, om de regering van Abimelech in discrediet te brengen, in zoverre, dat het wel blijken moest, dat hij geen goed vorst was, die zijn onderdanen niet tegen roof en geweld kon beschermen. Wel loerden zij ook op hemzelf, maar uit dat zij bestelden tegen hem, d.i. tot zijn nadeel, blijkt, dat alles moest dienen, om hem in een ongunstige verhouding te brengen tegenover het volk van die stad.
Gaäl 1) (= walgelijk), de zoon van Ebed (= knecht), aanvoerder van een schaar vrijbuiters, kwam ook met zijn broeders, zijn aanhangers, en zij gingen over in Sichem, omdat zij meenden, daar hun winst te kunnen doen; en deburgers van Sichem vertrouwden op hem; zij geloofden, dat deze mannen in hun huidige toestand, nu zij ieder ogenblik een aanval van Abimelech te wachten hadden, hun goede diensten zouden kunnen bewijzen.
Wie die Gaäl is geweest, weten wij niet. Waarschijnlijk de aanvoerder van een schare van vrijbuiters, die in die dagen van gedurige verdrukking door de vijanden, een troep mannen van gelijke aard en karakter als hij, rondom zich had verzameld, om van roof en buit te leven, en nu van de vijandige verhouding tussen Abimelech en Sichem partij trekt, om zijn slag te slaan. Ook is het zeer wel mogelijk, dat hij een geboren Kanaäniet was. Hij was in elk geval een vereerder van Baäl, en daarom tracht hij Abimelech des te meer stinkende te maken in de ogen van de burgers van Sichem, door hem een zoon van Jerubbaäl te noemen.
En zij trokken, omdat zij na deze versterking zich tegen een aanval van Abimelech voldoende beschermd voelden, uit in het veld, en lazen hun wijnbergen af, en traden de druiven, (Jud 6: 11) en maakten lofliederen; en zij gingen in het huis van hun god Baäl-Berith, en aten en dronken, en, door de wijn opgewekt, vervloekten zij Abimelech. 1)
Nu overdaad, straks dood en verderf. Hierop is toepasselijk wat Plutarchus in zijn inleiding op de tafelgesprekken zegt: “waar ruwheid en onzedelijkheid zich bij de wijn verenigen, neemt het gastmaal op bittere wijze een einde”. Wat tot hiertoe in het geheim was, wordt nu luid uitgesproken, en verwensingen van Abimelech worden gehoord. Men ziet dat de Korinthische tiran Periander zijn politieke wijsheid toonde, toen hij zijn tegenstanders gemeenschappelijke maaltijden verbood.
En Gaäl, de zoon van Ebed, die bij het feest aanwezig was om van de opgewekte stemming gebruik te maken, zei tot de verzamelde Sichemieten: Wie is Abimelech en wat is Sichem? Wat heeft deze eerwaardige stad, wier afstammeling hij om zijn moeder (8: 31) meent te zijn, deel aan hem, dat wij hem dienen zouden? Is hij niet een bastaardzoon van Jerubbaäl, de bestrijder van onze god? en Zebul zijn bevelhebber?
dient toch zo’n vreemdeling niet, maar liever de afstammelingen van de oudste en voornaamste geslachten van uw stad, de mannen van Hemor, 2) de vader van Sichem, want waarom zouden wij hem, de man van geringe afkomst, dienen? 3)
Met: Is hij niet een zoon van Jerubbaäl? beantwoordt Gaäl voor zichzelf de vraag: wie is Abimelech en met: en Zebul zijn bevelhebber, die van wat, of eigenlijk van wie is Sichem? Omdat met Sichem bedoeld wordt, de bevolking van deze plaats. En met deze antwoorden bedoelt hij ten opzichte van Abimelech, om hem in een zeer ongunstig daglicht te stellen, omdat hij erop wijst, dat hij de zoon is van die man, die de altaren van Baäl heeft verwoest, en ten opzichte van Sichem wil hij doen uitkomen, dat de macht van de Sichemieten ten nauwste verbonden is aan de stadhouder van Abimelech, aan Zebul. Hij wil daarmee het volk opwekken, om de zijde van Abimelech te verlaten, en plaatst daarom aan het slot van dit vers de mannen van Hemor tegenover de stadhouder van Abimelech.
Onder de mannen van Hemor hebben wij zonder twijfel te verstaan, de patriciërs van de stad. Hemor was de stichter van Sichem en daarom zijn nakomelingen, die overgelaten waren van de slachting van Simeon en Levi, de oudste families. Men merkt dat Gaäl de bevolking gaat vleien, om op die wijze zich doel te bereiken. Hij werkt op hun hoogmoed en eigenwaan als een eerste demagoog.
Niet ongegrond schijnt het vermoeden van een uitlegger in het Engelse Bijbelwerk, dat deze Gaäl, van wie ons overigens niets bekend is, uit een Kanaänitisch volk zou afstammen. Hier stelt hij gehele scheuring van Israël, verbreking van elke band met het volk van de Heer voor. Afstammelingen van de heidense Hemor zullen regeren. De opmerking, dat Hemor en al de zijnen door Simeon en Levi gedood waren (Genesis34: 25vv.) kunnen wij met ditzelfde hoofdstuk beantwoorden, dat ons de dood van de 70 zonen van Jerubbaäl meldt, hoewel Jotham ontkomen was. De vertaling van deze plaats heeft veel moeilijkheid. Onze statenvertalers hebben de lezing gevolgd naar de vocalisatie van de Masorethen (Jud 6: 15) welke zdbe (= dient) hebben gelezen; terwijl anderen lazen wdbe (= zijn knecht) (het volgende t-a kan zowel een teken van de tweede naamval zijn, als betekenen “met). De laatste lezing is die van de zeventig vertalers (LXX) geweest, die vertaald hebben: “Is hij niet de zoon van Jerubbaäl, en Zebul, zijn krijgsoverste, een knecht van hem met (even als) de mannen van Hemor, de vader van Sichem.” (kai Zeboul episkopov autou, doulov autou sun toiv andrasin k.t.l). Volgens deze verklaring worden Zebul en de mannen van Sichem knechten van Jerubbaäl genoemd; de Vulgata (Latijnse vertaling) die Luther gevolgd heeft, geeft: “Is hij niet de zoon van Jerubbaäl, en heeft hij niet Zebul zijn knecht tot een overste gesteld over de mannen van Hemor, de vader van Sichem. (Numquid non est filius Jerobaal, et constituit principem Zebul servum suum, super viros Emor. etc.). De opvatting van LXX komt ons de beste voor, daarvoor vervalt de eerstgenoemde aanmerking geheel, daar onder “de mannen van Hemor” alsdan geen anderen bedoeld zijn, dan de inwoners van die stad, waar Hemor eens koning was. Niet zonder bedoeling noemt Gaäl hem Sichems vader, omdat het de in Sichem wonende Kanaänieten aan de moord van Jakobs zonen moest herinneren en te meer moest vervreemden van Abimelech.
Och, dat dit volk in mijn hand ware! ik zou Abimelech met zijn bevelhebber wel verdrijven. En tot Abimelech zei hij: 1) Vermeerder uw leger, en trek uit. Zo tartte hij de afwezige koning, in overmoed hem uitdagende.
De Vulgata en Luther vertalen het Hebreeuwse woord “Wajomer”, door: “men zei”. Alsdan zou het een raad aan de koning van zijn vrienden geweest zijn, om het oproer in zich beginselen te stuiten.
Zo zeker meent Gaäl al van de overwinning te zijn, dat hij in zijn overmoed, verhit door de wijn, Abimelech als aanwezig denkt en hem uitdaagt om zijn leger bijeen te verzamelen en tegen hem uit te trekken, en de Sichemieten vallen hem aanstonds bij. Ook hier blijkt weer zo duidelijk, dat mensen zonder geweten, mensen zonder trouw zijn.
En hij zond listig 1) boden tot Abimelech, zeggende: Zie Gaäl, de zoon van Ebed en zijn broeders zijn te Sichem gekomen, en zie, zij, met deze stad, handelen vijandelijk tegen u, zij wekken de vonken van tegenstandtot een vlam van oproer op.
Het Hebreeuwse woord “bethorma” is een hapax legomenon, een woord dat slechts eens voorkomt en “met list”, of “in het geheim” zal betekenen. Daarvoor houden het de LXX en andere vertalingen en uitleggers, bijv. de beroemdste onder de joodse schriftverklaarders, Raschi-Rubbi Schelomoh ben Izchak = Rabbi Salomo, zoon van Izak (overl. 1105). Andere verklaarders van de joden en met hen de door geleerdheid en scherpzinnigheid bekende professor H. Reland, die door zich werk over de geografie van Palestina, dat nog heden aan alle dergelijke werken ten grondslag ligt (overl. 1718 te Utrecht) vertalen het “in Thorma” en houden Thorma voor dezelfde stad als Aruma (vs.31).
Listig, d.w.z. hij had zich gehouden, alsof hij met de woorden van Gaäl instemde, en in het geheim zond hij boden naar Abimelech, om hem bij zijn heer aan te klagen.
Zo maak u nu in allerijl op bij nacht, gij en het volk, dat met u is, en leg hinderlagen in het veld, 1) want ik weet, dat hij tegen morgen een strijdtocht voorgenomen heeft, om een aanval op uw huidige verblijfplaats Aruma te doen.
Het schijnt, dat Zebul, ondanks zijn toorn over de woorden van Gaäl (vs.30), toch in schijnbaar goede verstandhouding met hem gebleven is (vgl. vs.36).
Abimelech dan maakte zich op, volgens de raad van zijn krijgsoverste, en al het volk, dat met hem was, bij nacht; en zij legden hinderlagen op Sichem, met vier hopen. 1)
Abimelech schikte zijn volk met dit oogmerk zo in vier hopen, dat slechts een van de vier zich zou vertonen aan de Sichemieten, opdat zij daardoor zouden verlokt worden om buiten te komen, en die éne te bestrijden, en zij dus in de hinderlaag van de drie anderen zouden vallen.
Maar Gaäl, nadat hij een tijdlang nauwkeurig had toegezien, ging verder voort te spreken en zei: Ziedaar volk, afkomende uit het midden van het land, tot een hoop komt van de weg van de eik Meónenim, 1) van de tovereik; een gedeelte van hen, die tot ons trekken, bevindt zich nog boven op het hoogste van de landstreek, het andere gedeelte komt van de tovereik (vs.6).
Waarom deze de naam tovereik of eigenlijk Terebinthe ontving, (Ge 35: 3) en Joz.24: 23.
En Gaäl door dat tarten genoodzaakt te strijden, trok met de zijnen uit voor het aangezicht van de burgers van Sichem, die uit de stad hem nastaarden, en hij streed tegen Abimelech, toen hij deze met zijn volk op enige afstand van de stad ontmoette.
Voor het aangezicht moet hier in de eigenlijke zin worden opgevat, en niet in die van, aan de spits van, omdat wij in vs.42 en verder, van de strijd van Abimelech tegen de burgers van Sichem lezen.
Abimelech nu, zich nog te zwak voelende, om Sichem zelf in te nemen, trok weer terug en bleef zich vestigen de volgende nacht te Aruma, een plaats niet ver vanSichem (vs.42), en Zebul verdreef Gaäl en zijn broeders, zijn voorstanders, die in de strijd tegen Abimelech niet gevallen waren, dat zij te Sichem niet mochten wonen, 1) maar van de Sichemieten zelf verlaten, elders een verblijfplaats moesten zoeken.
Zebul, die vroeger niet gewaagd had op zijn verdrijving aan te dringen, zet nu deze door. Hij overreedt de bevreesde Sichemieten daartoe, voorgevende dat daardoor Abimelechs toorn gestild zal zijn Gaäl is de enige, die aan het verderf ontkomt.
Deze veronderstelling van Cassel is zeer juist. Zij wordt bevestigd door de handelingen van de burgers van Sichem, in het volgende vers vermeld. Menende toch, dat nu de toorn van hun vorst gestild was, begeven zij zich tot hun bezigheden op het veld.
En het geschiedde de volgende dag na dit voorval, dat het volk van Sichem uittrok in het veld, 1) om zijn gewone landelijke bezigheden te verrichten, omdat men geen aanval meer vermoedde. Toen zond Zebul zijn boden uit enzij zeiden het tegen Abimelech, dat hij nu een geschikte gelegenheid had om zich te wreken.
Men ziet doorgaans, dat een haastig verderf hen overkomt, die vrede, vrede roepen, en geen gevaar bedacht hebben (Jud 9: 42).
Want Abimelech en de groepen, die bij hem waren, de krijgslieden die bij hem waren in het derde gedeelte (vs.43) van zijn leger, overvielen hen, die de stad waren uitgegaan, om hun de terugtocht af te snijden, en bleven staan aan de deur van de stadspoort, zodat allen, die in de stad wilden vluchten; in hun handen vielen; en de twee andere groepen overvielen allen, die in het veld waren, en wie het ontkomen onmogelijk gemaakt was, en zij sloegen hen dood.
Een dergelijke geschiedenis wordt van Hamilcar, de Carthager, tegen Agrigentum en van Hannibal tegen Sagnutuum verteld (Frontin. lib. 3,10,1). De zonde is blind, want alleen de boete maakt ziende. Het volk van Sichem meent werkelijk, dat de zaak afgedaan is en Abimelech door de verbanning van Gaäl bevredigd is. Het is een doorgaande eigenschap van de natuurlijke mens, dat hij zijn geweten óf niet hoort, óf het daardoor wil doen verstommen, dat hij zichzelf opdringt: de schuld, die hij niet gezien wil hebben, zagen anderen niet. Dit komt daarvandaan, dat zij slechts aan de zonde en haar genot, en niet aan haar straf denken. Zij hebben tot hun eigen straf vergeten, wat Jotham hun gezegd had. Uit de doornenbos gaat vuur uit en verteert die hem verachten.
Voorts streed Abimelech, nadat allen daarbuiten gedood waren, en de beide groepen zich weer bij hem gevoegd hadden, met al zijn manschappen tegen de stad, die reeds van een groot gedeelte van haar krijgslieden ontdaan was. Hij deeddit dezelfde gehele dag, en nam, zonder grote tegenstand te vinden, de stad in, en doodde het volk, dat daarin was; en hij brak de stad af, verwoestte haar, en bezaaide haar met zout, 1) om de grond zinnebeeldig tot een onvruchtbare zoutwoestijn te doemen, waar nooit weer een stad zou gebouwd worden.
Zijn de barmhartigheden van de goddeloze reeds wreed (Spreuken 12: 10), hoeveel te meer zijn wraakzucht; zij vervoert hem tot de woede van een krankzinnige, waarvoor wij zelfs geen woorden kunnen vinden. Dat de stad spoedig herbouwd is, bewijst 21: 19, niet omdat de daar medegedeelde geschiedenis veel vroeger heeft plaatsgehad (Jud 1: 21); wel vinden wij Sichem in 1 Koningen .12: 1vv. weer als een stad van betekenis, door Jerobeam tot residentie gekozen en bevestigd.
Dit bezaaien met zout heeft een gelijke betekenis als Jozua’s eed omtrent Jericho (Joz.7: 26), want het zout is een symbool van de eed.
Het bestrooien van de verwoeste stad met zout, hetgeen slechts hier voorkomt, duidt een symbolische handeling, waardoor men de stad voor altijd in een onvruchtbare zoutwoestijn wilde herscheppen. Want het zout, naar zijn invretende eigenschap, is een beeld van verwoestende kracht. Zoutachtige gronden zijn onvruchtbare woestenijen (vgl. Job 29: 6 29.6 Psalm 107: 34).
Toen alle burgers van de toren van Sichem, zij die het huis Millo (vs.6) bewoonden of de bezetting van het kasteel uitmaakten, dat wat er met destad gebeurd was hoorden, gingen zij in de sterkte, in het huis van de god Baäl-Berith, 1) deels omdat deze, op een hoogte gebouwd, veiligheid aanbood, deels omdat zij meenden op de heilige plaats bescherming van hun god te verkrijgen.
Of, in de sterkte van het huis van de god. Zij namen bovenal de toevlucht tot die sterkte, omdat zij in de nabijheid van hun heiligdom veilig meenden te zijn voor de wraak van Abimelech. De tempels waren bij alle volken vrijplaatsen. Uit vrees van de heiligheid van de plaats te schenden spaarde men degenen, die daarheen hun toevlucht hadden genomen. Sommigen zijn van mening, dat die sterkte in verband stond met onderaardse holen. Dit is echter uit het feit zelf hier niet op te maken.
De inwoners van Sichems toren zouden echter ervaren, dat Baäl-Berith hen niet helpen of verlossen kon, dat zij tevergeefs op diens bescherming hadden vertrouwd, ja wat meer zegt, dat zij juist daar het allerminst veilig waren, omdat zij door hun vertrouwen in hun afgod, in hevige mate de toorn van de Heere hadden opgewekt.
De tempels waren bij alle volken vrijplaatsen; toen Pausanias in de tempel gevlucht was, besloot men om de heiligheid van de plaats niet te schenden, de deuren te sluiten en het dak af te breken. (Corn. Nep. Paus. 4). De omvang van de tempel van Artemis te Samos was eveneens zeer groot, zodat in zijn ruimte de driehonderd knapen van Corcyra, die Periander wegzond, zitten en de Sameeërs voor hen dansen konden uitvoeren, om hen te redden, omdat zij niet duldden, dat de beschermelingen van de tempel weggevoerd werden. (Herodot. 3:
.
Zo ging Abimelech, zich weinig storende aan het heilige van die plaats, op de berg Zalmon, 1) (= zwart woud), hij en al het volk, dat met hem was; en Abimelech nam een bijl
in zijn hand, en hieuw een tak van de bomen, die daar stonden, en nam hem op, en legde hem op zijn schouder, en hij zei tot het volk, dat bij hem was: Wat gij mij hebt zien doen, haast u, doet als ik.
De berg Zalmon is een berg, dicht begroeid met zwaar geboomte. In Psalm 68: 15 wordt hij nog vermeld, en was dicht bij Sichem gelegen.
Letterlijk: bijlen, omdat hij niet alleen voor zichzelf, maar ook voor zich manschappen die gereedschappen meenam, om takken voor brandstof af te houwen.
Zo hieuw ook al het volk, een ieder een tak af, en nam die op de schouder, en zij achtervolgden Abimelech, en legden ze aan de sterkte, en verbrandden daardoor op zijn bevel de sterkte 1) met vuur, zodat ook allemensen van de toren van Sichem, die zich in die sterkte verborgen hielden, in de vlammen stierven, omtrent duizend mensen, mannen en vrouwen.
Het is niet goed duidelijk, hoe dit gedeelte van de tempel geweest is; het in de grondtekst gebruikte woord “Tsariach”, komt behalve hier alleen in 1 Samuel .13: 6 voor in vereniging met “spelonken, doornbossen, steenklippen en putten”. Het is daar met “vestingen”, vertaald. Waarschijnlijk is hier een kelderachtige ruimte bedoeld, die zich niet in de Baäls-tempel, maar in de onmiddelijke nabijheid bevond, en van boven met een houten bedekking gesloten was. Volgens de grondtekst toch legden Abimelechs mannen de takken op de Tsariach. Metterdaad werd Jothams gelijkenis van de doornenbos, van waaruit vuur zou uitgaan, om de mannen van Sichem en het huis te Millo te verteren (vs.20), letterlijk vervuld, en misschien wel daarom juist aan het huis Millo, omdat dit uit de ruwste en misdadigste inwoners te Sichem bestond en de ijdele en lichtvaardige mannen geleverd had, met wier hulp Abimelech drie jaar geleden zijn broeders vermoordde (vs.4).
Hetzelfde deed Arcesilaus met de Cyreneërs, die in een toren gevlucht waren (Herod. 4: 164). Dergelijke gruwelen werden meermalen door de Noorse koningen gepleegd, onder andere door Olof, die op deze wijze al zijn tegenpartijders verbrand heeft (Heimskringla van Snorro Cap. 69).
Alzo vergaan mensen van een twistgierig en oproerig gemoed alleen niet in hun ongerechtigheid, maar zij wikkelen ook veel anderen, die hen in eenvoudigheid van hart volgden, in die rampspoeden met zich, en storten hen in dezelfde ellende en jammervolle uitersten (Jud 9: 49).
Voorts trok Abimelech van Sichem naar Thebez (= glans), en hij legerde zich tegen Thebez, door het gelukken van zijn ondernemingen des te bloeddorstiger geworden, en hij nam haar in, omdat de stad, zoals de meeste andere, open was en geen muren of vestingwallen had.
De mening van latere uitleggers en reizigers (Robinson, Berger of Ritter 15: 488), die dit voor het tegenwoordige Tubus in de nabijheid van de Ain el Maleh houden, schijnt niet geheel zeker. Wellicht is daarvoor het Richteren 7: 22 genoemde Tabbath te houden. Thebez moet nauw aan Sichem verbonden zijn geweest. Omdat zoals Jothams gelijkenis aanduidt, de beide goddeloze bondgenoten Abimelech en Sichem door elkaar ten onder zouden gaan, Abimelech bij Thebez zijn einde vindt, zo moeten zijn inwoners mede behoord hebben tot hen, diee eerst zijn vrienden waren. Thebez was rond gebouwd, evenals het Griekse Thebac, want het had zijn toren in zijn midden (vs.51).
Waarom hij ook Thebez wilde straffen, is niet bekend. Wellicht dat Gaäl zich daarheen had begeven, of dat deze stad zeer nauw met Sichem was verbonden, misschien wel van haar afhankelijk.
Maar eena) vrouw wierp een stuk van een molensteen
boven af op Abimelechs hoofd, en zij verpletterde zijn hersenpan. 2)
2 Samuel .11: 21
Het Hebreeuws “Rechab” betekent eigenlijk de bovenste molensteen, de loper, die op de onderste draaide; het is dus een steen van een handmolen geweest (Ex 16: 24), die meestal door vrouwen behandeld werd. De vluchtelingen hadden zich dus tot een lange belegering toegerust, omdat zij behalve levensmiddelen ook de molen hadden meegenomen.
De gerechtigheid van God bleek ook daarin, dat zijn straf enigermate overeen kwam met zijn zonde; hij had al zijn broeders (vs.5) op een steen gedood en stierf nu zelf door middel van een steen.
Toen riep hij haastig de jongen, die zijn wapens droeg, en zei tot hem: Trek uw zwaard en dood mij, opdat zij niet van mij zeggen: Een vrouw heeft hem gedood,
want dat ware een eeuwige schande, dat ik door een vrouwenhand omgebracht zou zijn. En zijn jongen doorstak hem, zodat hij stierf.
IJdele dwazen zorgen ijverig voor hun naam, maar om een nietigheid verwaarlozen zij hun ziel. Wanneer God de tuchtroede lang genoeg gebruikt heeft, verbreekt Hij haar (Jes.14: 5) en werpt ze in het vuur.
Door onrechtvaardige middelen en zonden verheffing zoeken, brengt zeker vloek aan. De enige gedachte van de stervende is zijn naam te bewaren. Ach, aan zijn eeuwigheid dacht hij niet. Zo verhardt zich de zondaar ten einde toe, en toch doet God die naam met hem vergaan. Abimelech heeft het niet kunnen verhinderen, dat men van hem zeide: “een vrouw heeft hem gedood.”. Op een onrechtvaardige en goddeloze wijze had hij zichzelf de kroon op het hoofd gezet, hier wordt dat hoofd, dat onrechtvaardig de kroon had gedragen, door een vrouw verpletterd. Hij heeft het ook niet kunnen verhinderen, dat later nog van hem gezegd werd (1 Samuel .11: 2) “een vrouw heeft hem gedood.”.
Alzo deed God (zoals in vs.53 is verteld) terugkeren het kwaad van Abimelech, dat hij aan zijn vader gedaan had, dodende zijn zeventig broeders. 1)
Was Jotham ontkomen, Abimelechs moordaanslag was tegen allen geweest (vs.5,21).
Evenzo al het kwaad van de mensen van Sichem, die hem geholpen en de broedermoorder tot koning gemaakt hadden, deed God terugkeren op hun hoofd (vs.42vv.); en de vloek van Jotham, de zoon van Jerubbaäl, die hij aan het einde van zijn fabel uitgesproken had (vs.20), kwam over hen. 1)
God straft de ene goddeloze door de andere, zodat zij tenslotte aan beide zijden volgens Zijn rechtvaardig gericht omkomen. Dit aan te wijzen, dat God de mensen naar hun werken vergeldt en de bozen tot werktuigen van hun eigen ondergang maakt, is het doel van de heilige schrijver, maar niet om te verhalen, hoe het met Jotham of Gaäl of Zebul enz. gegaan is.
De dood van Abimelech strekt tot grootmaking van Gods rechtvaardigheid. Alzo strafte God Abimelechs kwaad en handhaafde de eer van Zijn besturing en waarschuwde alle geslachten, om bloed voor bloed te verwachten.
De Heere wordt gekend in zijn oordelen, die Hij over de mensen brengt, wanneer de goddeloze verstrikt wordt in het werk van zijn eigen handen (Jud 9: 57).
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel