Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Richteren 8

1 Toen zeiden de mannen van Efraim tot hem: Wat stuk is dit, dat gij ons gedaan hebt, dat gij ons niet riept, toen gij heentoogt om te strijden tegen de Midianieten? En zij twistten sterk met hem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Toen zeidenH559 de mannenH376 van EfraimH669 tot hem: WatH4100 stukH1697 is ditH2088, dat gij ons gedaanH6213 hebt, dat gij ons nietH1115 rieptH7121, toen gij heentoogtH1980 om te strijdenH3898 tegenH413 de MidianietenH4080? En zij twisttenH7378 sterkH2394 metH854 hem. Toen zeiden de mannen van Efraim tot hem: Wat stuk is dit, dat gij ons gedaan hebt, dat gij ons niet riept, toen gij heentoogt om te strijden tegen de Midianieten? En zij twistten sterk met hem.

KJV And the men3 of Ephraim4 said1 unto him, Why hast thou5 served8 us thus,6 that thou calledst11 us not, when thou wentest14 to fight15 with the Midianites?16 And they did chide17 with him sharply.

1 וַיֹּאמְר֨וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵלָ֜יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 אֶפְרַ֗יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 5 מָֽה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 6 הַדָּבָ֤ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 7 הַזֶּה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 8 עָשִׂ֣יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 לָּ֔נוּ 10 לְבִלְתִּי֙ H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 11 קְרֹ֣אות H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 12 לָ֔נוּ 13 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 הָלַ֖כְתָּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 15 לְהִלָּחֵ֣ם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 16 בְּמִדְיָ֑ן H4080 Midianieten, Midian Midian, Midianite 17 וַיְרִיב֥וּן H7378 twisten, twist, getwist adversary, chide, complain, contend, debate, [idiom] ever, [idiom] lay wait, plead, rebuke, strive, [idiom] thoroughly 18 אִתּ֖וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 19 בְּחָזְקָֽה H2394 geweld, sterk, beteren force, mightily, repair, sharply
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Hij daarentegen zeide tot hen: Wat heb ik nu gedaan, gelijk gijlieden; zijn niet de nalezingen van Efraim beter dan de wijnoogst van Abi-ezer?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Hij daarentegen zeideH559 totH413 hen: WatH4100 heb ik nu gedaanH6213, gelijk gijlieden; zijn nietH3808 de nalezingenH5955 van EfraimH669 beterH2896 dan de wijnoogstH1210 van Abi-ezerH44? Hij daarentegen zeide tot hen: Wat heb ik nu gedaan, gelijk gijlieden; zijn niet de nalezingen van Efraim beter dan de wijnoogst van Abi-ezer?

KJV And he said1 unto them, What have I done4 now in comparison of you? Is not the gleaning9 of the grapes of Ephraim10 better8 than the vintage11 of Abiezer?

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲלֵיהֶ֔ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 מֶה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 4 עָשִׂ֥יתִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 עַתָּ֖ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 6 כָּכֶ֑ם 7 הֲל֗וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 ט֛וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 9 עֹלְל֥וֹת H5955 nalezing, nalezingen (gleaning) (of the) grapes, grapegleanings 10 אֶפְרַ֖יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 11 מִבְצִ֥יר H1210 wijnoogst vintage 12 אֲבִיעֶֽזֶר H44 Abiezer, Abi-ezer, Abi-ezrieten Abiezer
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 God heeft de vorsten der Midianieten, Oreb en Zeeb, in uw hand gegeven; wat heb ik dan kunnen doen, gelijk gijlieden? Toen liet hun toorn van hem af, als hij dit woord sprak.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 GodH430 heeft de vorstenH8269 der MidianietenH4080, OrebH6159 en ZeebH2062, in uw handH3027 gegevenH5414; watH4100 heb ik dan kunnen doenH6213, gelijk gijlieden? Toen lietH7503 hun toornH7307 van hem af, als hij ditH2088 woordH1697 sprakH1696. God heeft de vorsten der Midianieten, Oreb en Zeeb, in uw hand gegeven; wat heb ik dan kunnen doen, gelijk gijlieden? Toen liet hun toorn van hem af, als hij dit woord sprak.

KJV God3 hath delivered2 into your hands1 the princes5 of Midian,6 Oreb8 and Zeeb:10 and what was I able12 to do13 in comparison of you? Then their anger17 was abated16 toward him, when he had said20 that.

1 בְּיֶדְכֶם֩ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 2 נָתַ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 3 אֱלֹהִ֜ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 שָׂרֵ֤י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 6 מִדְיָן֙ H4080 Midianieten, Midian Midian, Midianite 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 עֹרֵ֣ב H6159 Oreb Oreb 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 זְאֵ֔ב H2062 Zeeb Zeeb 11 וּמַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 12 יָּכֹ֖לְתִּי H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 13 עֲשׂ֣וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 14 כָּכֶ֑ם 15 אָ֗ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 16 רָפְתָ֤ה H7503 slap, begeven, ledig abate, cease, consume, draw (toward evening), fail, (be) faint, be (wax) feeble, forsake, idle, leave, let alone (go, down), (be) slack, stay, be still, be slothful, (be) weak(-en). See H7495 (רָפָא) 17 רוּחָם֙ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 18 מֵֽעָלָ֔יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 בְּדַבְּר֖וֹ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 20 הַדָּבָ֥ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 21 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Als nu Gideon gekomen was aan de Jordaan, ging hij over, met de driehonderd mannen, die bij hem waren, zijnde moede, nochtans vervolgende.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Als nu GideonH1439 gekomenH935 was aan de JordaanH3383, gingH5674 hijH1931 over, met de driehonderdH7969 mannenH376, die bijH854 hem waren, zijnde moedeH5889, nochtans vervolgendeH7291. Als nu Gideon gekomen was aan de Jordaan, ging hij over, met de driehonderd mannen, die bij hem waren, zijnde moede, nochtans vervolgende.

KJV And Gideon2 came1 to Jordan,3 and passed over,4 he, and the three6 hundred7 men8 that were with him, faint,11 yet pursuing

1 וַיָּבֹ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 גִדְע֖וֹן H1439 Gideon Gideon 3 הַיַּרְדֵּ֑נָה H3383 Jordaan Jordan 4 עֹבֵ֣ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 5 ה֗וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 וּשְׁלֹשׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 7 מֵא֤וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 8 הָאִישׁ֙ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 אִתּ֔וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 11 עֲיֵפִ֖ים H5889 moede, vermoeide, dorstig faint, thirsty, weary 12 וְרֹדְפִֽים H7291 vervolgen, vervolgers, jaagde chase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En hij zeide tot de lieden van Sukkoth: Geeft toch enige bollen broods aan het volk, dat mijn voetstappen volgt, want zij zijn moede; en ik jaag Zebah en Tsalmuna, de koningen der Midianieten, achterna.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En hij zeideH559 tot de liedenH582 van SukkothH5523: GeeftH5414 tochH4994 enigeH376 bollenH3603 broodsH3899 aan het volkH5971, dat mijn voetstappenH7272 volgt, wantH3588 zijH1992 zijn moedeH5889; en ikH595 jaagH7291 ZebahH2078 en TsalmunaH6759, de koningenH4428 der MidianietenH4080, achternaH310. En hij zeide tot de lieden van Sukkoth: Geeft toch enige bollen broods aan het volk, dat mijn voetstappen volgt, want zij zijn moede; en ik jaag Zebah en Tsalmuna, de koningen der Midianieten, achterna.

KJV And he said1 unto the men of Succoth,3 Give,4 I pray you, loaves6 of bread7 unto the people8 that follow10 me; for they be faint,12 and I am pursuing15 after16 Zebah17 and Zalmunna,18 kings19 of Midian.

1 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לְאַנְשֵׁ֣י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 סֻכּ֔וֹת H5523 Sukkoth Succoth 4 תְּנוּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 5 נָא֙ H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 6 כִּכְּר֣וֹת H3603 talenten, talent, vlakte loaf, morsel, piece, plain, talent 7 לֶ֔חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 8 לָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 בְּרַגְלָ֑י H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 11 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 עֲיֵפִ֣ים H5889 moede, vermoeide, dorstig faint, thirsty, weary 13 הֵ֔ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 14 וְאָנֹכִ֗י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 15 רֹדֵ֛ף H7291 vervolgen, vervolgers, jaagde chase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r) 16 אַחֲרֵ֛י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 17 זֶ֥בַח H2078 Zebah Zebah 18 וְצַלְמֻנָּ֖ע H6759 Tsalmuna, Zalmuna Zalmunna 19 מַלְכֵ֥י H4428 koning, konings, koningen king, royal 20 מִדְיָֽן H4080 Midianieten, Midian Midian, Midianite

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Maar de oversten van Sukkoth zeiden: Is dan de handpalm van Zebah en Tsalmuna alrede in uw hand, dat wij aan uw heir brood zouden geven?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Maar de overstenH8269 van SukkothH5523 zeidenH559: Is dan de handpalmH3709 van ZebahH2078 en TsalmunaH6759 alredeH6258 in uw handH3027, datH3588 wij aan uw heirH6635 broodH3899 zouden gevenH5414? Maar de oversten van Sukkoth zeiden: Is dan de handpalm van Zebah en Tsalmuna alrede in uw hand, dat wij aan uw heir brood zouden geven?

KJV And the princes2 of Succoth3 said,1 Are the hands4 of Zebah5 and Zalmunna6 now in thine hand,8 that we should give10 bread12 unto thine army?

1 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 שָׂרֵ֣י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 3 סֻכּ֔וֹת H5523 Sukkoth Succoth 4 הֲ֠כַף H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 5 זֶ֧בַח H2078 Zebah Zebah 6 וְצַלְמֻנָּ֛ע H6759 Tsalmuna, Zalmuna Zalmunna 7 עַתָּ֖ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 8 בְּיָדֶ֑ךָ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 9 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 נִתֵּ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 לִֽצְבָאֲךָ֖ H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 12 לָֽחֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Toen zeide Gideon: Daarom, als de HEERE Zebah en Tsalmuna in mijn hand geeft, zo zal ik uw vlees dorsen met doornen der woestijn, en met distelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Toen zeideH559 GideonH1439: Daarom, als de HEEREH3068 ZebahH2078 en TsalmunaH6759 in mijn handH3027 geeftH5414, zo zal ik uw vleesH1320 dorsenH1758 metH854 doornenH6975 der woestijnH4057, en metH854 distelenH1303. Toen zeide Gideon: Daarom, als de HEERE Zebah en Tsalmuna in mijn hand geeft, zo zal ik uw vlees dorsen met doornen der woestijn, en met distelen.

KJV And Gideon2 said,1 Therefore when the LORD5 hath delivered4 Zebah7 and Zalmunna9 into mine hand,10 then I will tear11 your flesh13 with the thorns15 of the wilderness16 and with briers.

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 גִּדְע֔וֹן H1439 Gideon Gideon 3 לָכֵ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 4 בְּתֵ֧ת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 5 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 זֶ֥בַח H2078 Zebah Zebah 8 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 צַלְמֻנָּ֖ע H6759 Tsalmuna, Zalmuna Zalmunna 10 בְּיָדִ֑י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 11 וְדַשְׁתִּי֙ H1758 dorsen, dorst, verdorst break, tear, thresh, tread out (down), at grass (Jeremiah 50:11, by mistake for H1877 (דֶּשֶׁא)) 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 בְּשַׂרְכֶ֔ם H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 14 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 15 קוֹצֵ֥י H6975 doornen, distel, doorn thorn 16 הַמִּדְבָּ֖ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 17 וְאֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 18 הַֽבַּרְקֳנִֽים H1303 distelen brier
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En hij toog van daar op naar Pnuel, en sprak tot hen desgelijks. En de lieden van Pnuel antwoordden hem, gelijk als de lieden van Sukkoth geantwoord hadden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En hij toogH5927 van daarH8033 op naar PnuelH6439, en sprakH1696 tot hen desgelijks. En de liedenH582 van PnuelH6439 antwoorddenH6030 hem, gelijk als de liedenH582 van SukkothH5523 geantwoordH6030 hadden. En hij toog van daar op naar Pnuel, en sprak tot hen desgelijks. En de lieden van Pnuel antwoordden hem, gelijk als de lieden van Sukkoth geantwoord hadden.

KJV And he went up1 thence to Penuel,3 and spake4 unto them likewise:6 and the men of Penuel10 answered7 him as the men of Succoth14 had answered

1 וַיַּ֤עַל H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 מִשָּׁם֙ H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 3 פְּנוּאֵ֔ל H6439 Pnuel, Pniel, Penuel Peniel, Penuel 4 וַיְדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 5 אֲלֵיהֶ֖ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 כָּזֹ֑את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 7 וַיַּעֲנ֤וּ H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 8 אוֹתוֹ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 אַנְשֵׁ֣י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 פְנוּאֵ֔ל H6439 Pnuel, Pniel, Penuel Peniel, Penuel 11 כַּאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 עָנ֖וּ H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 13 אַנְשֵׁ֥י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 14 סֻכּֽוֹת H5523 Sukkoth Succoth

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Daarom sprak hij ook tot de lieden van Pnuel, zeggende: Als ik met vrede wederkome, zal ik deze toren afwerpen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Daarom sprakH559 hij ookH1571 tot de liedenH582 van PnuelH6439, zeggendeH559: Als ik met vredeH7965 wederkomeH7725, zal ik dezeH2088 torenH4026 afwerpenH5422. Daarom sprak hij ook tot de lieden van Pnuel, zeggende: Als ik met vrede wederkome, zal ik deze toren afwerpen.

KJV And he spake1 also unto the men of Penuel,4 saying,5 When I come again6 in peace,7 I will break down8 this tower.

1 וַיֹּ֛אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 3 לְאַנְשֵׁ֥י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 פְנוּאֵ֖ל H6439 Pnuel, Pniel, Penuel Peniel, Penuel 5 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 בְּשׁוּבִ֣י H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 7 בְשָׁל֔וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 8 אֶתֹּ֖ץ H5422 brak, afbreken, braken beat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הַמִּגְדָּ֥ל H4026 toren, torens, Bakoventoren castle, flower, tower. Compare the names following 11 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Zebah nu en Tsalmuna waren te Karkor, en hun legers met hen, omtrent vijftien duizend, al de overgeblevenen van het ganse leger der kinderen van het oosten; en de gevallenen waren honderd en twintig duizend mannen, die het zwaard uittrokken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 ZebahH2078 nu en TsalmunaH6759 waren te KarkorH7174, en hun legersH4264 metH5973 hen, omtrent vijftienH2568 duizendH505, alH3605 de overgeblevenenH3498 van het ganseH3605 legerH4264 der kinderenH1121 van het oostenH6924; en de gevallenenH5307 waren honderdH3967 en twintigH6242 duizendH505 mannenH376, die het zwaardH2719 uittrokkenH8025. Zebah nu en Tsalmuna waren te Karkor, en hun legers met hen, omtrent vijftien duizend, al de overgeblevenen van het ganse leger der kinderen van het oosten; en de gevallenen waren honderd en twintig duizend mannen, die het zwaard uittrokken.

KJV Now Zebah1 and Zalmunna2 were in Karkor,3 and their hosts4 with them, about fifteen6 thousand8 men, all that were left10 of all the hosts12 of the children13 of the east:14 for there fell15 an hundred16 and twenty17 thousand18 men19 that drew20 sword.

1 וְזֶ֨בַח H2078 Zebah Zebah 2 וְצַלְמֻנָּ֜ע H6759 Tsalmuna, Zalmuna Zalmunna 3 בַּקַּרְקֹ֗ר H7174 Karkor Karkor 4 וּמַחֲנֵיהֶ֤ם H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 5 עִמָּם֙ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 6 כַּחֲמֵ֤שֶׁת H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 7 עָשָׂר֙ H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 8 אֶ֔לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 9 כֹּ֚ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 הַנּ֣וֹתָרִ֔ים H3498 overgebleven, overgelaten, overige excel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest 11 מִכֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 מַחֲנֵ֣ה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 13 בְנֵי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 קֶ֑דֶם H6924 oosten, ouds, oostwaarts aforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה) 15 וְהַנֹּ֣פְלִ֔ים H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 16 מֵאָ֨ה H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 17 וְעֶשְׂרִ֥ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 18 אֶ֛לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 19 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 20 שֹׁ֥לֵֽף H8025 uittrokken, trok, Trek draw (off), grow up, pluck off 21 חָֽרֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En Gideon toog opwaarts, den weg dergenen, die in tenten wonen, tegen het oosten van Nobah en Jogbeha; en hij sloeg dat leger, want het leger was zorgeloos.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En GideonH1439 toog opwaartsH5927, den wegH1870 dergenen, die in tentenH168 wonenH7931, tegen het oostenH6924 van NobahH5025 en JogbehaH3011; en hij sloegH5221 dat legerH4264, want het legerH4264 wasH1961 zorgeloosH983. En Gideon toog opwaarts, den weg dergenen, die in tenten wonen, tegen het oosten van Nobah en Jogbeha; en hij sloeg dat leger, want het leger was zorgeloos.

KJV And Gideon2 went up1 by the way3 of them that dwelt4 in tents5 on the east6 of Nobah7 and Jogbehah,8 and smote9 the host:11 for the host12 was secure.

1 וַיַּ֣עַל H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 גִּדְע֗וֹן H1439 Gideon Gideon 3 דֶּ֚רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 4 הַשְּׁכוּנֵ֣י H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 5 בָֽאֳהָלִ֔ים H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 6 מִקֶּ֥דֶם H6924 oosten, ouds, oostwaarts aforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה) 7 לְנֹ֖בַח H5025 Nobah Nobah 8 וְיָגְבֳּהָ֑ה H3011 Jogbeha Jogbehah 9 וַיַּךְ֙ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 הַֽמַּחֲנֶ֔ה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 12 וְהַֽמַּחֲנֶ֖ה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 13 הָ֥יָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 בֶֽטַח H983 zeker, zekerheid, eker assurance, boldly, (without) care(-less), confidence, hope, safe(-ly, -ty), secure, surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En Zebah en Tsalmuna vloden; doch hij jaagde hen na; en hij ving de beide koningen der Midianieten, Zebah en Tsalmuna, en verschrikte het ganse leger.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En ZebahH2078 en TsalmunaH6759 vlodenH5127; doch hij jaagdeH7291 hen naH310; en hij vingH3920 de beideH8147 koningenH4428 der MidianietenH4080, ZebahH2078 en TsalmunaH6759, en verschrikteH2729 het ganseH3605 legerH4264. En Zebah en Tsalmuna vloden; doch hij jaagde hen na; en hij ving de beide koningen der Midianieten, Zebah en Tsalmuna, en verschrikte het ganse leger.

KJV And when Zebah2 and Zalmunna3 fled,1 he pursued4 after5 them, and took6 the two8 kings9 of Midian,10 Zebah12 and Zalmunna,14 and discomfited17 all the host.

1 וַיָּנ֗וּסוּ H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 2 זֶ֚בַח H2078 Zebah Zebah 3 וְצַלְמֻנָּ֔ע H6759 Tsalmuna, Zalmuna Zalmunna 4 וַיִּרְדֹּ֖ף H7291 vervolgen, vervolgers, jaagde chase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r) 5 אַחֲרֵיהֶ֑ם H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 6 וַיִּלְכֹּ֞ד H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 שְׁנֵ֣י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 9 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 מִדְיָ֗ן H4080 Midianieten, Midian Midian, Midianite 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 זֶ֨בַח֙ H2078 Zebah Zebah 13 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 צַלְמֻנָּ֔ע H6759 Tsalmuna, Zalmuna Zalmunna 15 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 הַֽמַּחֲנֶ֖ה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 17 הֶחֱרִֽיד H2729 verschrikken, verschrikte, bevende be (make) afraid, be careful, discomfit, fray (away), quake, tremble
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Toen nu Gideon, de zoon van Joas, van den strijd wederkwam, voor den opgang der zon,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Toen nu GideonH1439, de zoonH1121 van JoasH3101, vanH4480 den strijdH4421 wederkwamH7725, voor den opgangH4608 der zonH2775, Toen nu Gideon, de zoon van Joas, van den strijd wederkwam, voor den opgang der zon,

KJV And Gideon2 the son3 of Joash4 returned1 from battle6 before7 the sun

1 וַיָּ֛שָׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 גִּדְע֥וֹן H1439 Gideon Gideon 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יוֹאָ֖שׁ H3101 Joas Joash 5 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 6 הַמִּלְחָמָ֑ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 7 מִֽלְמַעֲלֵ֖ה H4608 opgang, opgangen, hoge gestoelte ascent, before, chiefest, cliff, that goeth up, going up, hill, mounting up, stairs 8 הֶחָֽרֶס H2775 zon, krauwsel itch, sun
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Zo ving hij een jongen van de lieden te Sukkoth, en ondervraagde hem; die schreef hem op de oversten van Sukkoth, en hun oudsten, zeven en zeventig mannen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Zo vingH3920 hij een jongenH5288 van de liedenH582 te SukkothH5523, en ondervraagdeH7592 hem; die schreefH413 hem op de overstenH8269 van SukkothH5523, en hun oudstenH2205, zevenH7651 en zeventigH7657 mannenH376. Zo ving hij een jongen van de lieden te Sukkoth, en ondervraagde hem; die schreef hem op de oversten van Sukkoth, en hun oudsten, zeven en zeventig mannen.

KJV And caught1 a young man2 of the men of Succoth,4 and enquired5 of him: and he described6 unto him the princes9 of Succoth,10 and the elders12 thereof, even threescore and seventeen13 men.

1 וַיִּלְכָּד H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take 2 נַ֛עַר H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 3 מֵאַנְשֵׁ֥י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 סֻכּ֖וֹת H5523 Sukkoth Succoth 5 וַיִּשְׁאָלֵ֑הוּ H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 6 וַיִּכְתֹּ֨ב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 7 אֵלָ֜יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 שָׂרֵ֤י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 10 סֻכּוֹת֙ H5523 Sukkoth Succoth 11 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 זְקֵנֶ֔יהָ H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 13 שִׁבְעִ֥ים H7657 zeventig, Zeventig, duizend zeventig seventy, threescore and ten ([phrase] -teen) 14 וְשִׁבְעָ֖ה H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 15 אִֽישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Toen kwam hij tot de lieden van Sukkoth, en zeide: Ziet daar Zebah en Tsalmuna, van dewelke gij mij smadelijk verweten hebt, zeggende: Is de handpalm van Zebah en Tsalmuna alrede in uw hand, dat wij aan uw mannen, die moede zijn, brood zouden geven?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Toen kwamH935 hij totH413 de liedenH582 van SukkothH5523, en zeideH559: ZietH2009 daar ZebahH2078 en TsalmunaH6759, van dewelkeH834 gij mij smadelijkH2778 verweten hebt, zeggendeH559: Is de handpalmH3709 van ZebahH2078 en TsalmunaH6759 alredeH6258 in uw handH3027, dat wij aan uw mannenH582, die moedeH3287 zijn, broodH3899 zouden gevenH5414? Toen kwam hij tot de lieden van Sukkoth, en zeide: Ziet daar Zebah en Tsalmuna, van dewelke gij mij smadelijk verweten hebt, zeggende: Is de handpalm van Zebah en Tsalmuna alrede in uw hand, dat wij aan uw mannen, die moede zijn, brood zouden geven?

KJV And he came1 unto the men of Succoth,4 and said,5 Behold Zebah7 and Zalmunna,8 with whom ye did upbraid10 me, saying,12 Are the hands13 of Zebah14 and Zalmunna15 now in thine hand,17 that we should give19 bread22 unto thy men that are weary?

1 וַיָּבֹא֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 אַנְשֵׁ֣י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 סֻכּ֔וֹת H5523 Sukkoth Succoth 5 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 הִנֵּ֖ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 7 זֶ֣בַח H2078 Zebah Zebah 8 וְצַלְמֻנָּ֑ע H6759 Tsalmuna, Zalmuna Zalmunna 9 אֲשֶׁר֩ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 חֵרַפְתֶּ֨ם H2778 honen, gehoond, smaden betroth, blaspheme, defy, jeopard, rail, reproach, upbraid 11 אוֹתִ֜י H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 לֵאמֹ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 הֲ֠כַף H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 14 זֶ֣בַח H2078 Zebah Zebah 15 וְצַלְמֻנָּ֤ע H6759 Tsalmuna, Zalmuna Zalmunna 16 עַתָּה֙ H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 17 בְּיָדֶ֔ךָ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 18 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 19 נִתֵּ֛ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 20 לַאֲנָשֶׁ֥יךָ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 21 הַיְּעֵפִ֖ים H3286 mat, moede, amechtig faint, cause to fly, (be) weary (self) 22 לָֽחֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En hij nam de oudsten dier stad, en doornen der woestijn, en distelen, en deed het den lieden van Sukkoth door dezelve verstaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En hij namH3947 de oudstenH2205 dier stadH5892, en doornenH6975 der woestijnH4057, en distelenH1303, en deed het den liedenH582 van SukkothH5523 door dezelve verstaanH3045. En hij nam de oudsten dier stad, en doornen der woestijn, en distelen, en deed het den lieden van Sukkoth door dezelve verstaan.

KJV And he took1 the elders3 of the city,4 and thorns6 of the wilderness7 and briers,9 and with them he taught10 the men of Succoth.

1 וַיִּקַּח֙ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 זִקְנֵ֣י H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 4 הָעִ֔יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 קוֹצֵ֥י H6975 doornen, distel, doorn thorn 7 הַמִּדְבָּ֖ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 8 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 הַֽבַּרְקֳנִ֑ים H1303 distelen brier 10 וַיֹּ֣דַע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 11 בָּהֶ֔ם 12 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 אַנְשֵׁ֥י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 14 סֻכּֽוֹת H5523 Sukkoth Succoth

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En de toren van Pnuel wierp hij af, en doodde de lieden der stad.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En de torenH4026 van PnuelH6439 wierpH5422 hij af, en dooddeH2026 de liedenH582 der stadH5892. En de toren van Pnuel wierp hij af, en doodde de lieden der stad.

KJV And he beat down4 the tower2 of Penuel,3 and slew5 the men of the city.

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 מִגְדַּ֥ל H4026 toren, torens, Bakoventoren castle, flower, tower. Compare the names following 3 פְּנוּאֵ֖ל H6439 Pnuel, Pniel, Penuel Peniel, Penuel 4 נָתָ֑ץ H5422 brak, afbreken, braken beat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down 5 וַֽיַּהֲרֹ֖ג H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 אַנְשֵׁ֥י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 הָעִֽיר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Daarna zeide hij tot Zebah en Tsalmuna: Wat waren het voor mannen, die gij te Thabor doodsloegt? En zij zeiden: Gelijk gij, alzo waren zij, enerlei, van gedaante als koningszonen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Daarna zeideH559 hij totH413 ZebahH2078 en TsalmunaH6759: Wat waren het voor mannenH582, dieH834 gij te ThaborH8396 doodsloegtH2026? En zij zeidenH559: Gelijk gij, alzo waren zij, enerleiH259, van gedaanteH8389 als koningszonenH1121. Daarna zeide hij tot Zebah en Tsalmuna: Wat waren het voor mannen, die gij te Thabor doodsloegt? En zij zeiden: Gelijk gij, alzo waren zij, enerlei, van gedaante als koningszonen.

KJV Then said1 he unto Zebah3 and Zalmunna,5 What6 manner of men were they whom ye slew9 at Tabor?10 And they answered,11 As thou12 art, so were they; each one14 resembled15 the children16 of a king.

1 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 זֶ֨בַח֙ H2078 Zebah Zebah 4 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 צַלְמֻנָּ֔ע H6759 Tsalmuna, Zalmuna Zalmunna 6 אֵיפֹה֙ H375 waar what manner, where 7 הָאֲנָשִׁ֔ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 הֲרַגְתֶּ֖ם H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 10 בְּתָב֑וֹר H8396 Thabor Tabor 11 וַֽיֹּאמרוּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 כָּמ֣וֹךָ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 13 כְמוֹהֶ֔ם H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 14 אֶחָ֕ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 15 כְּתֹ֖אַר H8389 gedaante, liefelijke, schoon [phrase] beautiful, [idiom] comely, countenance, [phrase] fair, [idiom] favoured, form, [idiom] goodly, [idiom] resemble, visage 16 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 17 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Toen zeide hij: Het waren mijn broeders, zonen mijner moeder; zo waarlijk als de HEERE leeft, zo gij hen hadt laten leven, ik zou ulieden niet doden!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Toen zeideH559 hij: Het waren mijn broedersH251, zonenH1121 mijner moederH517; zo waarlijk als de HEEREH3068 leeftH2416, zo gij henH1992 hadt laten levenH2421, ik zou ulieden nietH3808 dodenH2026! Toen zeide hij: Het waren mijn broeders, zonen mijner moeder; zo waarlijk als de HEERE leeft, zo gij hen hadt laten leven, ik zou ulieden niet doden!

KJV And he said,1 They were my brethren,2 even the sons3 of my mother:4 as the LORD7 liveth,6 if8 ye had saved them alive,9 I would not slay

1 וַיֹּאמַ֕ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אַחַ֥י H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 3 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 אִמִּ֖י H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 5 הֵ֑ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 6 חַי H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 7 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 ל֚וּ H3863 Och, och, lieve if (haply), peradventure, I pray thee, though, I would, would God (that) 9 הַחֲיִתֶ֣ם H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole 10 אוֹתָ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 הָרַ֖גְתִּי H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 13 אֶתְכֶֽם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En hij zeide tot Jether, zijn eerstgeborene: Sta op, dood hen; maar de jongeling trok zijn zwaard niet uit, want hij vreesde, dewijl hij nog een jongeling was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En hij zeideH559 tot JetherH3500, zijn eerstgeboreneH1060: StaH6965 op, doodH2026 hen; maar de jongelingH5288 trokH8025 zijn zwaardH2719 nietH3808 uit, wantH3588 hij vreesdeH3372, dewijlH3588 hij nogH5750 een jongelingH5288 was. En hij zeide tot Jether, zijn eerstgeborene: Sta op, dood hen; maar de jongeling trok zijn zwaard niet uit, want hij vreesde, dewijl hij nog een jongeling was.

KJV And he said1 unto Jether2 his firstborn,3 Up,4 and slay5 them. But the youth9 drew8 not his sword:10 for he feared,12 because he was yet a youth.

1 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לְיֶ֣תֶר H3500 Jether, Jethro Jether, Jethro. Compare H3503 (יִתְרוֹ) 3 בְּכוֹר֔וֹ H1060 eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboren eldest (son), firstborn(-ling) 4 ק֖וּם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 5 הֲרֹ֣ג H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 6 אוֹתָ֑ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 שָׁלַ֨ף H8025 uittrokken, trok, Trek draw (off), grow up, pluck off 9 הַנַּ֤עַר H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 10 חַרְבּוֹ֙ H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 11 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 יָרֵ֔א H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 13 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 עוֹדֶ֖נּוּ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 15 נָֽעַר H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Toen zeiden Zebah en Tsalmuna: Sta gij op, en val op ons aan, want naar dat de man is, zo is zijn macht. Zo stond Gideon op, en doodde Zebah en Tsalmuna, en nam de maantjes, die aan de halzen hunner kemelen waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Toen zeidenH559 ZebahH2078 en TsalmunaH6759: StaH859 gij op, en valH6293 op ons aan, wantH3588 naar dat de manH376 is, zo is zijn machtH1369. Zo stondH6965 GideonH1439 op, en dooddeH2026 ZebahH2078 en TsalmunaH6759, en namH3947 de maantjesH7720, dieH834 aan de halzenH6677 hunner kemelenH1581 waren. Toen zeiden Zebah en Tsalmuna: Sta gij op, en val op ons aan, want naar dat de man is, zo is zijn macht. Zo stond Gideon op, en doodde Zebah en Tsalmuna, en nam de maantjes, die aan de halzen hunner kemelen waren.

KJV Then Zebah2 and Zalmunna3 said,1 Rise4 thou, and fall6 upon us: for as the man9 is, so is his strength.10 And Gideon12 arose,11 and slew13 Zebah15 and Zalmunna,17 and took away18 the ornaments20 that were on their camels'23 necks.

1 וַיֹּ֜אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 זֶ֣בַח H2078 Zebah Zebah 3 וְצַלְמֻנָּ֗ע H6759 Tsalmuna, Zalmuna Zalmunna 4 ק֤וּם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 5 אַתָּה֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 6 וּפְגַע H6293 reikt, val, ontmoet come (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run 7 בָּ֔נוּ 8 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 כָאִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 גְּבוּרָת֑וֹ H1369 macht, mogendheden, sterkte force, mastery, might, mighty (act, power), power, strength 11 וַיָּ֣קָם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 12 גִּדְע֗וֹן H1439 Gideon Gideon 13 וַֽיַּהֲרֹג֙ H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 זֶ֣בַח H2078 Zebah Zebah 16 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 צַלְמֻנָּ֔ע H6759 Tsalmuna, Zalmuna Zalmunna 18 וַיִּקַּח֙ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 19 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 הַשַּׂ֣הֲרֹנִ֔ים H7720 maantjes ornament, round tire like the moon 21 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 22 בְּצַוְּארֵ֥י H6677 hals, halzen, buithalzen neck 23 גְמַלֵּיהֶֽם H1581 kemelen, kemels, kemel camel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Toen zeiden de mannen van Israel tot Gideon: Heers over ons, zo gij als uw zoon en uws zoons zoon, dewijl gij ons van der Midianieten hand verlost hebt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Toen zeidenH559 de mannenH376 van IsraelH3478 totH413 GideonH1439: HeersH4910 over ons, zo gijH859 als uw zoonH1121 en uws zoonsH1121 zoonH1121, dewijl gij ons van der MidianietenH4080 handH3027 verlostH3467 hebt. Toen zeiden de mannen van Israel tot Gideon: Heers over ons, zo gij als uw zoon en uws zoons zoon, dewijl gij ons van der Midianieten hand verlost hebt.

KJV Then the men2 of Israel3 said1 unto Gideon,5 Rule6 thou over us, both thou, and thy son,11 and thy son's13 son14 also: for thou hast delivered16 us from the hand17 of Midian.

1 וַיֹּאמְר֤וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אִֽישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 גִּדְע֔וֹן H1439 Gideon Gideon 6 מְשָׁל H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power 7 בָּ֨נוּ֙ 8 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 9 אַתָּ֔ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 10 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 11 בִּנְךָ֖ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 גַּ֣ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 13 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 בְּנֶ֑ךָ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 15 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 הוֹשַׁעְתָּ֖נוּ H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 17 מִיַּ֥ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 18 מִדְיָֽן H4080 Midianieten, Midian Midian, Midianite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Maar Gideon zeide tot hen: Ik zal over u niet heersen; ook zal mijn zoon over u niet heersen; de HEERE zal over u heersen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Maar GideonH1439 zeideH559 totH413 hen: IkH589 zal over u nietH3808 heersenH4910; ook zal mijn zoonH1121 over u nietH3808 heersenH4910; de HEEREH3068 zal over u heersenH4910. Maar Gideon zeide tot hen: Ik zal over u niet heersen; ook zal mijn zoon over u niet heersen; de HEERE zal over u heersen.

KJV And Gideon3 said1 unto them, I will not rule5 over you, neither shall my son10 rule9 over you: the LORD12 shall rule

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲלֵהֶם֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 גִּדְע֔וֹן H1439 Gideon Gideon 4 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 אֶמְשֹׁ֤ל H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power 6 אֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 7 בָּכֶ֔ם 8 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 יִמְשֹׁ֥ל H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power 10 בְּנִ֖י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 בָּכֶ֑ם 12 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 יִמְשֹׁ֥ל H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power 14 בָּכֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Voorts zeide Gideon tot hen: Een begeerte zal ik van u begeren: geeft mij maar een iegelijk een voorhoofdsiersel van zijn roof; want zij hadden gouden voorhoofdsierselen gehad, dewijl zij Ismaelieten waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Voorts zeideH559 GideonH1439 totH413 hen: Een begeerteH7596 zal ik vanH4480 u begerenH7592: geeftH5414 mij maar een iegelijkH376 een voorhoofdsierselH5141 van zijn roofH7998; wantH3588 zij hadden goudenH2091 voorhoofdsierselenH5141 gehad, dewijlH3588 zijH1992 IsmaelietenH3459 waren. Voorts zeide Gideon tot hen: Een begeerte zal ik van u begeren: geeft mij maar een iegelijk een voorhoofdsiersel van zijn roof; want zij hadden gouden voorhoofdsierselen gehad, dewijl zij Ismaelieten waren.

KJV And Gideon3 said1 unto them, I would desire4 a request6 of you, that ye would give7 me every man9 the earrings10 of his prey.11 (For they had golden14 earrings,13 because they were Ishmaelites.)

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲלֵהֶ֜ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 גִּדְע֗וֹן H1439 Gideon Gideon 4 אֶשְׁאֲלָ֤ה H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 5 מִכֶּם֙ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 6 שְׁאֵלָ֔ה H7596 bede, begeerte loan, petition, request 7 וּתְנוּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 לִ֕י 9 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 נֶ֣זֶם H5141 voorhoofdsiersel, oorsierselen, voorhoofdsierselen earring, jewel 11 שְׁלָל֑וֹ H7998 buit, roof, roofs prey, spoil 12 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 נִזְמֵ֤י H5141 voorhoofdsiersel, oorsierselen, voorhoofdsierselen earring, jewel 14 זָהָב֙ H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 15 לָהֶ֔ם 16 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 יִשְׁמְעֵאלִ֖ים H3459 Ismaelieten, Ismaeliet Ishmaelite 18 הֵֽם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En zij zeiden: Wij zullen ze gaarne geven; en zij spreidden een kleed uit, en wierpen daarop een iegelijk een voorhoofdsiersel van zijn roof.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En zij zeidenH559: Wij zullen ze gaarneH5414 geven; en zij spreiddenH6566 een kleedH8071 uit, en wierpenH7993 daarop een iegelijkH376 een voorhoofdsierselH5141 van zijn roofH7998. En zij zeiden: Wij zullen ze gaarne geven; en zij spreidden een kleed uit, en wierpen daarop een iegelijk een voorhoofdsiersel van zijn roof.

KJV And they answered,1 We will willingly2 give3 them. And they spread4 a garment,6 and did cast7 therein every man9 the earrings10 of his prey.

1 וַיֹּאמְר֖וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 נָת֣וֹן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 3 נִתֵּ֑ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 4 וַֽיִּפְרְשׂוּ֙ H6566 uitbreiden, uitspreiden, breidde break, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out) 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הַשִּׂמְלָ֔ה H8071 klederen, kleed, kleding apparel, cloth(-es, -ing), garment, raiment. Compare H8008 (שַׂלְמָה) 7 וַיַּשְׁלִ֣יכוּ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 8 שָׁ֔מָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 9 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 נֶ֥זֶם H5141 voorhoofdsiersel, oorsierselen, voorhoofdsierselen earring, jewel 11 שְׁלָלֽוֹ H7998 buit, roof, roofs prey, spoil
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En het gewicht der gouden voorhoofdsierselen, die hij begeerd had, was duizend en zevenhonderd sikkelen gouds, zonder de maantjes, en ketenen, en purperen klederen, die de koningen der Midianieten aangehad hadden, en zonder de halsbanden, die aan de halzen hunner kemelen geweest waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En het gewichtH4948 der goudenH2091 voorhoofdsierselenH5141, dieH834 hij begeerdH7592 had, wasH1961 duizendH505 en zevenhonderdH7651 sikkelen goudsH2091, zonder de maantjesH7720, en ketenenH5188, en purperenH713 klederenH899, die de koningenH4428 der MidianietenH4080 aangehadH909 hadden, en zonder de halsbandenH6060, dieH834 aanH5921 de halzenH6677 hunner kemelenH1581 geweest waren. En het gewicht der gouden voorhoofdsierselen, die hij begeerd had, was duizend en zevenhonderd sikkelen gouds, zonder de maantjes, en ketenen, en purperen klederen, die de koningen der Midianieten aangehad hadden, en zonder de halsbanden, die aan de halzen hunner kemelen geweest waren.

KJV And the weight2 of the golden4 earrings3 that he requested6 was a thousand7 and seven8 hundred9 shekels of gold;10 beside ornaments,13 and collars,14 and purple16 raiment15 that was on the kings18 of Midian,19 and beside the chains22 that were about their camels'25 necks.

1 וַיְהִ֗י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 מִשְׁקַ֞ל H4948 gewicht, goudgewicht (full) weight 3 נִזְמֵ֤י H5141 voorhoofdsiersel, oorsierselen, voorhoofdsierselen earring, jewel 4 הַזָּהָב֙ H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 שָׁאָ֔ל H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 7 אֶ֥לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 8 וּשְׁבַע H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 9 מֵא֖וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 10 זָהָ֑ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 11 לְ֠בַד H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 12 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 13 הַשַּׂהֲרֹנִ֨ים H7720 maantjes ornament, round tire like the moon 14 וְהַנְּטִפ֜וֹת H5188 ketenen, reukdoosjes chain, collar 15 וּבִגְדֵ֣י H899 klederen, kleed, ambtsklederen apparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe 16 הָאַרְגָּמָ֗ן H713 purper, purperen purple 17 שֶׁעַל֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 19 מִדְיָ֔ן H4080 Midianieten, Midian Midian, Midianite 20 וּלְבַד֙ H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 21 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 22 הָ֣עֲנָק֔וֹת H6060 halsbanden, keten, ketenen chain 23 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 24 בְּצַוְּארֵ֥י H6677 hals, halzen, buithalzen neck 25 גְמַלֵּיהֶֽם H1581 kemelen, kemels, kemel camel

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En Gideon maakte daarvan een efod, en stelde die in zijn stad, te Ofra; en gans Israel hoereerde aldaar denzelven na; en het werd Gideon en zijn huis tot een valstrik.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En GideonH1439 maakteH6213 daarvan een efodH646, en steldeH3322 die in zijn stadH5892, te OfraH6084; en gansH3605 IsraelH3478 hoereerdeH2181 aldaarH8033 denzelven naH310; en het werdH1961 GideonH1439 en zijn huisH1004 tot een valstrikH4170. En Gideon maakte daarvan een efod, en stelde die in zijn stad, te Ofra; en gans Israel hoereerde aldaar denzelven na; en het werd Gideon en zijn huis tot een valstrik.

KJV And Gideon3 made1 an ephod4 thereof, and put5 it in his city,7 even in Ophrah:8 and all Israel11 went thither a whoring9 after12 it: which thing became a snare17 unto Gideon,15 and to his house.

1 וַיַּעַשׂ֩ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 אוֹת֨וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 גִדְע֜וֹן H1439 Gideon Gideon 4 לְאֵפ֗וֹד H646 efod, efods, lijfrok ephod 5 וַיַּצֵּ֨ג H3322 stelden, gesteld, stelde establish, leave, make, present, put, set, stay 6 אוֹת֤וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 בְעִירוֹ֙ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 8 בְּעָפְרָ֔ה H6084 Ofra Ophrah 9 וַיִּזְנ֧וּ H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 10 כָֽל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 יִשְׂרָאֵ֛ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 אַחֲרָ֖יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 13 שָׁ֑ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 14 וַיְהִ֛י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 15 לְגִדְע֥וֹן H1439 Gideon Gideon 16 וּלְבֵית֖וֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 17 לְמוֹקֵֽשׁ H4170 strik, strikken, valstrik be ensnared, gin, (is) snare(-d), trap
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Alzo werden de Midianieten ten onder gebracht voor het aangezicht der kinderen Israels, en hieven hun hoofd niet meer op. En het land was stil veertig jaren, in de dagen van Gideon.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Alzo werden de MidianietenH4080 ten onder gebracht voor het aangezichtH6440 der kinderenH1121 IsraelsH3478, en hievenH5375 hun hoofdH7218 niet meer op. En het landH776 was stilH8252 veertigH705 jarenH8141, in de dagenH3117 van GideonH1439. Alzo werden de Midianieten ten onder gebracht voor het aangezicht der kinderen Israels, en hieven hun hoofd niet meer op. En het land was stil veertig jaren, in de dagen van Gideon.

Ook in dit vers ondergebrachtH3665

KJV Thus was Midian2 subdued1 before3 the children4 of Israel,5 so that they lifted up8 their heads9 no more.7 And the country11 was in quietness10 forty12 years13 in the days14 of Gideon.

1 וַיִּכָּנַ֣ע H3665 vernederd, ondergebracht, vernederde bring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue 2 מִדְיָ֗ן H4080 Midianieten, Midian Midian, Midianite 3 לִפְנֵי֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 4 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 יָסְפ֖וּ H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 8 לָשֵׂ֣את H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 9 רֹאשָׁ֑ם H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 10 וַתִּשְׁקֹ֥ט H8252 stil, rusten, rust appease, idleness, (at, be at, be in, give) quiet(-ness), (be at, be in, give, have, take) rest, settle, be still 11 הָאָ֛רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 אַרְבָּעִ֥ים H705 veertig, veertigste, Veertig -forty 13 שָׁנָ֖ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 14 בִּימֵ֥י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 15 גִדְעֽוֹן H1439 Gideon Gideon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En Jerubbaal, de zoon van Joas, ging henen en woonde in zijn huis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En JerubbaalH3378, de zoonH1121 van JoasH3101, gingH3212 henen en woondeH3427 in zijn huisH1004. En Jerubbaal, de zoon van Joas, ging henen en woonde in zijn huis.

KJV And Jerubbaal2 the son3 of Joash4 went1 and dwelt5 in his own house.

1 וַיֵּ֛לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 יְרֻבַּ֥עַל H3378 Jerubbaal Jerubbaal 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יוֹאָ֖שׁ H3101 Joas Joash 5 וַיֵּ֥שֶׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 6 בְּבֵיתֽוֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Gideon nu had zeventig zonen, die uit zijn heupe voortgekomen waren; want hij had vele vrouwen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 GideonH1439 nu had zeventigH7657 zonenH1121, die uit zijn heupeH3409 voortgekomenH3318 waren; wantH3588 hij had veleH7227 vrouwenH802. Gideon nu had zeventig zonen, die uit zijn heupe voortgekomen waren; want hij had vele vrouwen.

KJV And Gideon1 had threescore and ten3 sons4 of his body6 begotten:5 for he had many9 wives.

1 וּלְגִדְע֗וֹן H1439 Gideon Gideon 2 הָיוּ֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 שִׁבְעִ֣ים H7657 zeventig, Zeventig, duizend zeventig seventy, threescore and ten ([phrase] -teen) 4 בָּנִ֔ים H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 יֹצְאֵ֖י H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 יְרֵכ֑וֹ H3409 heup, schacht, dij [idiom] body, loins, shaft, side, thigh 7 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 נָשִׁ֥ים H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 9 רַבּ֖וֹת H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 10 הָ֥יוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 לֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En zijn bijwijf, hetwelk te Sichem was, baarde hem ook een zoon; en hij noemde zijn naam Abimelech.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En zijn bijwijfH6370, hetwelkH834 te SichemH7927 was, baardeH3205 hem ookH1571 een zoonH1121; en hij noemdeH7760 zijn naamH8034 AbimelechH40. En zijn bijwijf, hetwelk te Sichem was, baarde hem ook een zoon; en hij noemde zijn naam Abimelech.

KJV And his concubine1 that was in Shechem,3 she also bare4 him a son,8 whose name11 he called9 Abimelech.

1 וּפִֽילַגְשׁוֹ֙ H6370 bijwijf, bijwijven concubine, paramour 2 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 בִּשְׁכֶ֔ם H7927 Sichem, Sichems Shechem 4 יָֽלְדָה H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 5 לּ֥וֹ 6 גַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 7 הִ֖יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 8 בֵּ֑ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 וַיָּ֥שֶׂם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 שְׁמ֖וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 12 אֲבִימֶֽלֶךְ H40 Abimelech, Abimelechs Abimelech
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En Gideon, de zoon van Joas, stierf in goeden ouderdom; en hij werd begraven in het graf van zijn vader Joas, te Ofra, des Abi-ezriets.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En GideonH1439, de zoonH1121 van JoasH3101, stierfH4191 in goedenH2896 ouderdomH7872; en hij werd begravenH6912 in het grafH6913 van zijn vaderH1 JoasH3101, te OfraH6084, des Abi-ezrietsH33. En Gideon, de zoon van Joas, stierf in goeden ouderdom; en hij werd begraven in het graf van zijn vader Joas, te Ofra, des Abi-ezriets.

KJV And Gideon2 the son3 of Joash4 died1 in a good6 old age,5 and was buried7 in the sepulchre8 of Joash9 his father,10 in Ophrah11 of the Abiezrites.

1 וַיָּ֛מָת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 2 גִּדְע֥וֹן H1439 Gideon Gideon 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יוֹאָ֖שׁ H3101 Joas Joash 5 בְּשֵׂיבָ֣ה H7872 ouderdom, grijsheid, grauwe (be) gray (grey hoar,-y) hairs (head,-ed), old age 6 טוֹבָ֑ה H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 7 וַיִּקָּבֵ֗ר H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 8 בְּקֶ֨בֶר֙ H6913 graf, graven, begrafenissen burying place, grave, sepulchre 9 יוֹאָ֣שׁ H3101 Joas Joash 10 אָבִ֔יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 11 בְּעָפְרָ֖ה H6084 Ofra Ophrah 12 אֲבִ֥י H33 Abi-ezriet, Abi-ezrieten, Abi-ezriets Abiezrite 13 הָֽעֶזְרִֽי H33 Abi-ezriet, Abi-ezrieten, Abi-ezriets Abiezrite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En het geschiedde, als Gideon gestorven was, dat de kinderen Israels zich omkeerden, en de Baals nahoereerden; en zij stelden zich Baal-Berith tot een God.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 En het geschiedde, als GideonH1439 gestorvenH4191 wasH1961, datH834 de kinderenH1121 IsraelsH3478 zich omkeerdenH7725, en de BaalsH1168 nahoereerdenH2181; en zij steldenH7760 zich Baal-BerithH1170 tot een GodH430. En het geschiedde, als Gideon gestorven was, dat de kinderen Israels zich omkeerden, en de Baals nahoereerden; en zij stelden zich Baal-Berith tot een God.

KJV And it came to pass, as soon as Gideon4 was dead,3 that the children6 of Israel7 turned again,5 and went a whoring8 after9 Baalim,10 and made11 Baalberith13 their god.

1 וַיְהִ֗י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כַּֽאֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 מֵ֣ת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 4 גִּדְע֔וֹן H1439 Gideon Gideon 5 וַיָּשׁ֨וּבוּ֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 6 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 וַיִּזְנ֖וּ H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 9 אַחֲרֵ֣י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 10 הַבְּעָלִ֑ים H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 11 וַיָּשִׂ֧ימוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 12 לָהֶ֛ם 13 בַּ֥עַל H1170 Baal-berith Baal-berith 14 בְּרִ֖ית H1170 Baal-berith Baal-berith 15 לֵאלֹהִֽים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En de kinderen Israels dachten niet aan den HEERE, hun God, Die hen gered had van de hand van al hun vijanden van rondom.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 En de kinderenH1121 IsraelsH3478 dachtenH2142 nietH3808 aan den HEEREH3068, hun GodH430, Die hen geredH5337 had van de handH3027 van alH3605 hun vijandenH341 van rondomH5439. En de kinderen Israels dachten niet aan den HEERE, hun God, Die hen gered had van de hand van al hun vijanden van rondom.

KJV And the children3 of Israel4 remembered2 not the LORD6 their God,7 who had delivered8 them out of the hands10 of all their enemies12 on every side:

1 וְלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 זָֽכְרוּ֙ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 3 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 אֱלֹהֵיהֶ֑ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 8 הַמַּצִּ֥יל H5337 redden, gered, red [idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out) 9 אוֹתָ֛ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 מִיַּ֥ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 אֹיְבֵיהֶ֖ם H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 13 מִסָּבִֽיב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En zij deden geen weldadigheid bij het huis van Jerubbaal, dat is Gideon, naar al het goede, dat hij bij Israel gedaan had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En zij dedenH6213 geenH3808 weldadigheidH2617 bijH5973 het huisH1004 van JerubbaalH3378, dat is GideonH1439, naar alH3605 het goedeH2896, datH834 hij bijH5973 IsraelH3478 gedaanH6213 had. En zij deden geen weldadigheid bij het huis van Jerubbaal, dat is Gideon, naar al het goede, dat hij bij Israel gedaan had.

KJV Neither shewed2 they kindness3 to the house5 of Jerubbaal,6 namely, Gideon,7 according to all the goodness9 which he had shewed11 unto Israel.

1 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 עָשׂ֣וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 3 חֶ֔סֶד H2617 goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenheden favour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing 4 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 5 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 יְרֻבַּ֖עַל H3378 Jerubbaal Jerubbaal 7 גִּדְע֑וֹן H1439 Gideon Gideon 8 כְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 הַטּוֹבָ֔ה H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 10 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 עָשָׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 13 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Richteren 8:1 2 Samuël 19:41 Richteren 12:1 Prediker 4:4 Job 5:2 Jakobus 4:5
Richteren 8:2 Richteren 6:11 Filippenzen 2:2 Jakobus 3:13 1 Korinthe 13:4 Richteren 6:34 Galaten 5:14 Jakobus 1:19
Richteren 8:3 Spreuken 15:1 Richteren 7:24 Psalmen 44:3 Romeinen 15:18 Spreuken 25:15 Psalmen 118:14 Romeinen 12:6 Spreuken 25:11
Richteren 8:4 1 Samuël 30:10 Galaten 6:9 Hebreeën 12:1 Richteren 7:25 1 Samuël 14:31 1 Samuël 14:28 2 Korinthe 4:16 2 Korinthe 4:8
Richteren 8:5 Genesis 33:17 Psalmen 60:6 3 Johannes 1:6 Deuteronomium 23:4 Genesis 14:18 1 Samuël 25:18 2 Samuël 17:28
Richteren 8:6 1 Koningen 20:11 2 Koningen 14:9 Genesis 37:25 Richteren 8:15 Filippenzen 2:21 Richteren 5:23 1 Samuël 25:10 Genesis 37:28
Richteren 8:7 Richteren 7:15
Richteren 8:8 1 Koningen 12:25 Genesis 32:30
Richteren 8:9 1 Koningen 22:27 Richteren 8:17
Richteren 8:10 Richteren 7:12 Richteren 20:35 Richteren 20:15 Richteren 20:17 Richteren 20:2 2 Koningen 3:26 Richteren 20:25 Richteren 20:46
Richteren 8:11 Numeri 32:35 Numeri 32:42 Richteren 18:27 1 Samuël 15:32 1 Samuël 30:16 1 Thessalonicenzen 5:3
Richteren 8:12 Psalmen 83:11 Openbaring 19:19 Job 12:16 Openbaring 6:15 Amos 2:14 Jozua 10:16 Jozua 10:22 Job 34:19
Richteren 8:14 Richteren 1:24 1 Samuël 30:11
Richteren 8:15 Richteren 8:6
Richteren 8:16 Richteren 8:7 Spreuken 19:29 Ezra 2:6 Spreuken 10:13 Micha 7:4
Richteren 8:17 Richteren 8:9 1 Koningen 12:25
Richteren 8:18 Richteren 4:6 Judas 1:16 Psalmen 89:12 Psalmen 12:2
Richteren 8:20 Jozua 10:24 1 Samuël 15:33 Psalmen 149:9
Richteren 8:21 Psalmen 83:11 Jesaja 3:18 Richteren 8:26 1 Samuël 31:3 Openbaring 9:6 Richteren 9:54 Psalmen 83:1 1 Samuël 31:5
Richteren 8:22 Johannes 6:15 1 Samuël 8:5 1 Samuël 12:12 Richteren 9:8
Richteren 8:23 1 Samuël 12:12 1 Samuël 10:19 Richteren 11:9 2 Korinthe 1:24 Richteren 10:18 Jesaja 33:22 Lukas 22:24 1 Petrus 5:3
Richteren 8:24 Genesis 25:13 Genesis 37:28 Genesis 37:25 1 Koningen 20:11 Genesis 24:53 Genesis 24:22 Exodus 32:3 1 Petrus 3:3
Richteren 8:26 Ezechiël 27:7 Johannes 19:2 Johannes 19:5 Esther 8:15 Jeremia 10:9 Lukas 16:19 Openbaring 18:16 Openbaring 18:12
Richteren 8:27 Richteren 17:5 Richteren 18:14 Psalmen 106:39 Richteren 18:17 Deuteronomium 7:16 Exodus 23:33 Richteren 6:24 Exodus 28:6
Richteren 8:28 Richteren 5:31 Richteren 3:11 Richteren 3:30 Psalmen 83:9 Jesaja 9:4 Jesaja 10:26
Richteren 8:29 Richteren 6:32 Richteren 7:1 1 Samuël 12:11 Nehemia 5:14
Richteren 8:30 Richteren 9:5 Richteren 9:2 Mattheüs 19:5 Richteren 10:4 2 Koningen 10:1 Genesis 2:24 Genesis 46:26 Maleachi 2:15
Richteren 8:31 Genesis 16:15 Genesis 20:2 Richteren 9:18 Richteren 9:1 Genesis 22:24
Richteren 8:32 Genesis 25:8 Genesis 15:15 Richteren 6:24 Job 5:26 Job 42:17 Jozua 24:29 Richteren 8:27
Richteren 8:33 Richteren 9:4 Richteren 9:46 Richteren 2:17 Richteren 2:19 Richteren 8:27 Exodus 34:15 2 Koningen 12:2 2 Kronieken 24:17
Richteren 8:34 Psalmen 78:42 Psalmen 78:11 Psalmen 106:21 Deuteronomium 4:9 Jeremia 2:32 Prediker 12:1 Richteren 3:7 Psalmen 106:18
Richteren 8:35 Richteren 9:16 Prediker 9:14 Richteren 9:5
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Richteren 8 vers 1

de mannen van Efraïm Zie de aantekeningen Richt. 7:25.

Hertaald: de mannen van Efraïm Zie de aantekeningen bij Richt. 7:25.

stuk is dit, Hebreeuws, ding, zaak.

Hertaald: stuk is dit, Hebreeuws: ding, zaak.

Richteren 8 vers 2

gelijk gijlieden; Dat is, hetwelk met uw daad te vergelijken is.

Hertaald: gelijk gijlieden; Dat is: wat met uw daad te vergelijken is.

nalezingen van Efraïm Hij verstaat het vervolgen des vluchtenden heirlegers van de Midianieten en het vangen der twee vorsten; dit vergelijkt hij met het nalezen der druiven, die in den wijnoogst overgelaten zijn, en zijn eigen doen bij den wijnoogst zelf.

Hertaald: nalezingen van Efraïm Hij bedoelt het achtervolgen van het vluchtende leger van de Midianieten en het vangen van de twee vorsten; dit vergelijkt hij met het nalezen van de druiven die bij de wijnoogst blijven liggen, tegenover zijn eigen aandeel bij de wijnoogst zelf.

Abi-ezer? Dat is, het ganse werk van mij en mijn huis. Want hij was een Abiëzriet. Zie boven, Richt. 6:11.

Hertaald: Abi-ezer? Dat is: het hele werk van mij en mijn huis. Want hij was een Abiëzriet. Zie hierboven, Richt. 6:11.

Richteren 8 vers 3

wat heb ik dan kunnen doen, Het schijnt dat Gideon in dezen tijd de twee koningen der Midianieten, Zebah en Tsalmuna, nog niet geslagen had.

Hertaald: wat heb ik dan kunnen doen, Het lijkt erop dat Gideon op dat moment de twee koningen van de Midianieten, Zebah en Tsalmuna, nog niet verslagen had.

toorn van hem af, Hebreeuws, geest, moed.

Hertaald: toorn van hem af, Hebreeuws: geest, moed.

Richteren 8 vers 4

vervolgende Te weten, den vijand.

Hertaald: vervolgende Namelijk: de vijand.

Richteren 8 vers 5

Sukkoth Naast gelegen over de Jordaan, in Gads erfdeel, bij de beek of rivier Jabbok. Zie hiervan Gen. 33:17; Ps. 60:8, en Ps. 108:8, en van een ander Sukkoth Ex. 12:37; Num. 33:5.

Hertaald: Sukkoth Vlak aan de overkant van de Jordaan gelegen, in het erfdeel van Gad, bij de beek of rivier Jabbok. Zie hierover Gen. 33:17; Ps. 60:8, en Ps. 108:8, en over een ander Sukkoth Ex. 12:37; Num. 33:5.

bollen broods aan het volk, Anders, stukken.

Hertaald: bollen broods aan het volk, Anders: stukken.

volgt, Hebreeuws, dat bij, of, aan zijn voeten is; dat is, mijn voetstappen volgt, of in mijn dienst, onder mijn beleid is. Vergelijk Ex. 11:8.

Hertaald: volgt, Hebreeuws: dat bij, of aan zijn voeten is; dat is: mijn voetstappen volgt, of in mijn dienst, onder mijn leiding is. Vergelijk Ex. 11:8.

Richteren 8 vers 6

zeiden Hebreeuws, zeide; te weten, een ieder van hen, of een, als president, uit aller naam.

Hertaald: zeiden Hebreeuws: zei; namelijk: ieder van hen, of één, als woordvoerder, namens allen.

Is dan de handpalm van Zebah en Tsalmuna Dat is, hebt gij reeds hun macht in uw geweld? Zij weigeren niet alleen Gideons verzoek, maar verachten en bespotten hem daarenboven, als een, die zich te vroeg als victorieus gedraagt, roepende haring [zoals men zegt] eer hij gevangen is. Zij menen dat het anders zal uitvallen, en willen daarom met Gideon niet te doen hebben.

Hertaald: Is dan de handpalm van Zebah en Tsalmuna Dat is: hebt u hun macht al in uw greep? Zij weigeren niet alleen Gideons verzoek, maar bespotten en verachten hem daarenboven, als iemand die zich te vroeg als overwinnaar gedraagt, en de haring roept [zoals men zegt] voordat hij gevangen is. Zij denken dat het anders zal aflopen en willen daarom niets met Gideon te maken hebben.

Richteren 8 vers 7

vlees dorsen Dat is, uw lichamen; straffende uw ontrouw en bespotting op een bijzondere wijze, die u tot smaad en spot zal strekken.

Hertaald: vlees dorsen Dat is: uw lichamen; en straft uw ontrouw en spot op een bijzondere manier, die u tot smaad en spot zal strekken.

woestijn, Die tussen Sukkoth en Pnuel gelegen was, bij de beek Jabbok, die Jakob passeerde toen hij met God geworsteld en tevoren de heirlegers der engelen gezien, en van die plaats gezegd had: dit is Gods veld, noemende de plaats Mahanaïm; dat is, twee heiren; Gen. 32:1-2, Gen. 32:22, Gen. 32:24. Hiervan wordt deze woestijn [als dichtbij gelegen] genoemd de woestijn van Mahanaïm, uit 2 Sam. 17:27, 2 Sam. 17:29.

Hertaald: woestijn, Die tussen Sukkoth en Pnuel lag, bij de beek Jabbok, die Jakob overstak toen hij met God geworsteld had en eerder de legers van de engelen gezien had, en van die plaats had gezegd: dit is Gods leger, en de plaats Mahanaïm noemde; dat is: twee legers; Gen. 32:1-2, Gen. 32:22, Gen. 32:24. Hiervan wordt deze woestijn [omdat zij dichtbij lag] de woestijn van Mahanaïm genoemd, zoals blijkt uit 2 Sam. 17:27, 2 Sam. 17:29.

Richteren 8 vers 8

Pnuël, Zie Gen. 32:30, en 1 Kon. 12:25.

Hertaald: Pnuël, Zie Gen. 32:30, en 1 Kon. 12:25.

hen desgelijks Die van Pnuel.

Hertaald: hen desgelijks Die van Pnuel.

Richteren 8 vers 9

toren afwerpen Op welken zij zich, als een vastigheid, mogen hebben verlaten, en daarom te trotser gesproken.

Hertaald: toren afwerpen Waarop zij mogelijk vertrouwd hadden als op een vast bezit, en waarom zij des te trotser spraken.

Richteren 8 vers 10

gevallenen Die tevoren omgekomen waren.

Hertaald: gevallenen Die eerder omgekomen waren.

uittrokken Hebreeuws, uittrok; dat is, ieder van hen was tot den krijg bekwaam geweest. Dit dient tot merkelijke vergroting van Gideons victorie. Zie ook deze manier van spreken van het uittrekken des zwaards, onder, Richt. 20:15, Richt. 20:17, Richt. 20:25, Richt. 20:46; 2 Sam. 24:9; 2 Kon. 3:26, enz.

Hertaald: uittrokken Hebreeuws: uittrok; dat is: ieder van hen was tot de strijd in staat geweest. Dit dient om de overwinning van Gideon nog groter te doen lijken. Zie ook deze manier van spreken over het trekken van het zwaard, hieronder, Richt. 20:15, Richt. 20:17, Richt. 20:25, Richt. 20:46; 2 Sam. 24:9; 2 Kon. 3:26, enzovoort.

Richteren 8 vers 11

tenten wonen, Te weten, der Arabieren, die daarvan Scenitae genoemd zijn, alsof men zeide Tentenaars

Hertaald: tenten wonen, Namelijk: van de Arabieren, die daarnaar Scenitae genoemd zijn, alsof men zei: Tentenaars.

Nobah en Jógbeha; Deze twee plaatsen waren ook aldaar over de Jordaan gelegen, tegen het oosten.

Hertaald: Nobah en Jógbeha; Deze twee plaatsen lagen ook aan de overkant van de Jordaan, naar het oosten.

zorgeloos Of, zeker, gerust, niet denkende dat Gideon met zijn volk, van najagen vermoeid zijnde, zo haast over de Jordaan en voorts dezen weg naar het oosten hen zou kunnen achterhalen.

Hertaald: zorgeloos Of: zeker, gerust, niet vermoedend dat Gideon met zijn volk, vermoeid van het achtervolgen, hen zo snel over de Jordaan en verder deze weg naar het oosten zou kunnen inhalen.

Richteren 8 vers 12

verschrikte het ganse leger Omdat hij hen onvoorziens overviel, werden zij verbaasd en vluchtende verslagen, of immers gans en ten enenmale verstrooid en machteloos gemaakt.

Hertaald: verschrikte het ganse leger Omdat hij hen onverwachts overviel, raakten zij verbijsterd en werden zij op de vlucht verslagen, of veeleer geheel en al verstrooid en machteloos gemaakt.

Richteren 8 vers 13

voor den opgang der zon, Of, van [dat is, kort na, of tegen ] het opgaan der zon. Want hij had, zonder te rusten [hoewel vermoeid zijnde] met zijn volk den vijand vervolgd. Anders, van bij den opgang van Heres. Of, van den opgang der zon; dat is, van het oosten, waarheen hij de Midianieten vervolgd had. Anders, na de opklimming der zon; dat is, tegen dat zij begon te dalen.

Hertaald: voor den opgang der zon, Of: van [dat is: kort na, of tegen] het opgaan van de zon. Want hij had, zonder te rusten [hoewel vermoeid], met zijn volk de vijand achtervolgd. Anders: van bij de opgang van Heres. Of: van het opgaan van de zon; dat is: vanuit het oosten, waarheen hij de Midianieten achtervolgd had. Anders: na het klimmen van de zon; dat is: toen zij begon te dalen.

Richteren 8 vers 14

schreef hem op de oversten van Sukkoth, Dat is, hij gaf Gideon de namen der oversten in geschrift, opdat hij niemand dan de schuldigen mocht straffen.

Hertaald: schreef hem op de oversten van Sukkoth, Dat is: hij gaf Gideon de namen van de oversten op schrift, zodat hij alleen de schuldigen zou straffen.

Richteren 8 vers 16

verstaan Te weten, wat zij hadden misdaan, dat is, hij stelde een exempel door deze straf of bijzondere kastijding, om die van Sukkoth dezen hoogmoed af te leren. Of zij gedood zijn, gelijk die van Pnuel, dan of zij met deze smadelijke kastijding bij het leven zijn gelaten, staat er niet.

Hertaald: verstaan Namelijk: wat zij misdaan hadden, dat is: hij stelde met deze straf of bijzondere kastijding een voorbeeld, om die van Sukkoth deze hoogmoed af te leren. Of zij gedood zijn, zoals die van Pnuel, of dat zij met deze vernederende straf in leven gelaten zijn, staat er niet.

Richteren 8 vers 17

lieden der stad Versta, de oversten der stad, of alle schuldigen, gelijk uit het voorgaande exempel kan afgenomen worden.

Hertaald: lieden der stad Versta: de oversten van de stad, of alle schuldigen, zoals uit het voorgaande voorbeeld af te leiden is.

Richteren 8 vers 18

Thabor doodsloegt? Een berg, gelegen in Zebulon naar de zee toe, dicht aan de beek Kison, aan de zuidzijde van het gebergte, tegenover het dal Jizreël, waar de Midianieten hunlieder leger hadden gehad. Wanneer dit geschied is, wordt hier niet gezegd. Het is te vermoeden dat zij het in dezen tocht gedaan hebben, zo om de ligging der plaats, als omdat Gideon nog niet zeker schijnt geweten te hebben wat eigenlijk van deze zaak was; alhoewel hij schijnt geweten te hebben dat deze zijn broeders gedood waren, en dat deze koningen op dezen berg enige notabele personen hadden omgebracht, zonder te weten wie, alhoewel vermoeden hebbende van zijn broeders.

Hertaald: Thabor doodsloegt? Een berg, gelegen in Zebulon, naar de zee toe, dicht bij de beek Kison, aan de zuidzijde van het gebergte, tegenover het dal Jizreël, waar de Midianieten hun leger gehad hadden. Wanneer dit gebeurd is, wordt hier niet gezegd. Men vermoedt dat zij het tijdens deze tocht gedaan hebben, zowel vanwege de ligging van de plaats als omdat Gideon nog niet zeker schijnt geweten te hebben hoe deze zaak precies zat; hoewel hij wel schijnt geweten te hebben dat zijn broers gedood waren, en dat deze koningen op deze berg enkele belangrijke personen hadden omgebracht, zonder te weten wie, ook al vermoedde hij dat het zijn broers waren.

Richteren 8 vers 21

maantjes, Die gouden halssiersels, die in het Hebreeuws hun naam hebben van de maan, omdat zij rond waren gelijk de volle maan.

Hertaald: maantjes, Die gouden halssieraden, die in het Hebreeuws hun naam ontlenen aan de maan, omdat zij rond waren zoals de volle maan.

Richteren 8 vers 22

mannen van Israël Hebreeuws, de man; dat is, een iegelijk onder het volk.

Hertaald: mannen van Israël Hebreeuws: de man; dat is: ieder onder het volk.

zo gij als uw zoon en uws zoons zoon, Hebreeuws, ook gij, ook uw zoon, ook uws zoons zoon.

Hertaald: zo gij als uw zoon en uws zoons zoon, Hebreeuws: ook u, ook uw zoon, ook de zoon van uw zoon.

Richteren 8 vers 23

Ik zal over u niet heersen; Uit deze woorden en onder, vs.29, blijkt klaarlijk dat degenen, die in dit boek richters genoemd worden, geen koningen, landsheren, of ook ordinaire richters des volks geweest zijn, maar bijzonderlijk geroepen tot verlossing, berscherming, hulp en dienst van Israël, behoudens de vrijheid en de orde van hun republiek. Zie boven, Richt. 2:16.

Hertaald: Ik zal over u niet heersen; Uit deze woorden en hieronder, vers 29, blijkt duidelijk dat degenen die in dit boek rechters genoemd worden geen koningen, landsheren, of ook gewone rechters van het volk zijn geweest, maar bijzonder geroepen tot verlossing, bescherming, hulp en dienst van Israël, met behoud van de vrijheid en de orde van hun staatsvorm. Zie hierboven, Richt. 2:16.

Richteren 8 vers 24

voorhoofdsiersel van zijn roof; Of, de voorhoofdsiersels, die hij geroofd heeft. Hebreeuws, Een voorhoofdsiersel, of, oorsiersel van zijn roof. Het Hebreeuwse woord wordt gebruikt van beiden, zo van gouden sieraad aan het voorhoofd als aan de oren. Zie Gen. 24:22, Gen. 24:47, en Gen. 35:4.

Hertaald: voorhoofdsiersel van zijn roof; Of: de voorhoofdsieraden die hij geroofd heeft. Hebreeuws: een voorhoofdsieraad, of oorsieraad van zijn buit. Het Hebreeuwse woord wordt voor beide gebruikt, zowel voor gouden sieraad aan het voorhoofd als aan de oren. Zie Gen. 24:22, Gen. 24:47, en Gen. 35:4.

zij hadden gouden voorhoofdsierselen gehad, De vijanden.

Hertaald: zij hadden gouden voorhoofdsierselen gehad, De vijanden.

Ismaëlieten waren Zie Gen. 37:25, en Gen. 25:13, enz.

Hertaald: Ismaëlieten waren Zie Gen. 37:25, en Gen. 25:13, enzovoort.

Richteren 8 vers 25

gaarne geven; Hebreeuws, gevende zullen wij geven.

Hertaald: gaarne geven; Hebreeuws: gevende zullen wij geven.

Richteren 8 vers 26

sikkelen gouds, Zie Gen. 24:22; Num. 7:14.

Hertaald: sikkelen gouds, Zie Gen. 24:22; Num. 7:14.

ketenen, Anders, gouden busjes, doosjes, kasjes, waarin zij welriekende specerijen of kostelijke zalven medevoerden, om die in flauwten, krankten, of ook voor wonden en kwetsuren te gebruiken.

Hertaald: ketenen, Anders: gouden busjes, doosjes, kastjes, waarin zij welriekende specerijen of kostbare zalven meedroegen, om die bij flauwtes, ziekten of ook bij wonden en verwondingen te gebruiken.

Richteren 8 vers 27

efod, Zie Ex. 28:4.

Hertaald: efod, Zie Ex. 28:4.

stelde dien in zijn stad, Te weten, op een hogen stok, stang of iets dergelijks, tot een gedenkteken dezer victorie, maar het werd na zijn dood [gelijk sommigen uit vs.33, afnemen] grotelijks misbruikt.

Hertaald: stelde dien in zijn stad, Namelijk: op een hoge stok, staaf of iets dergelijks, tot een gedenkteken van deze overwinning, maar het werd na zijn dood [zoals sommigen uit vers 33 afleiden] ernstig misbruikt.

hoereerde aldaar denzelven na; Bedrijvende met dien efod geestelijke hoererij; dat is, afgoderij en superstitie. Zie Lev. 17:7, en Lev. 20:5, gelijk zij gedaan hebben met de koperen slang door Mozes opgericht; 2 Kon. 18:4.

Hertaald: hoereerde aldaar denzelven na; Zij bedreven met die efod geestelijke hoererij; dat is: afgoderij en bijgeloof. Zie Lev. 17:7, en Lev. 20:5, zoals zij ook gedaan hebben met de koperen slang die Mozes had opgericht; 2 Kon. 18:4.

valstrik Vergelijk Ex. 23:33, en Ex. 34:12; Deut. 7:16. De zin is dat het Gideon [als hebbende onbedachtelijk het volk, tot afgoderij zeer genegen zijnde, de gelegenheid gegeven] tot zonde is gerekend, en zijn huis ten verderve gestrekt heeft. Zie Jdg 9.

Hertaald: valstrik Vergelijk Ex. 23:33, en Ex. 34:12; Deut. 7:16. De betekenis is dat het Gideon [omdat hij onbedoeld het volk, dat sterk tot afgoderij geneigd was, de gelegenheid had gegeven] als zonde is aangerekend, en zijn huis tot verderf heeft gestrekt. Zie Richt. 9.

Richteren 8 vers 28

hieven hun hoofd niet meer op Hebreeuws, deden niet toe, of, voeren niet voort hun hoofd op te heffen

Hertaald: hieven hun hoofd niet meer op Hebreeuws: gingen niet door, of gingen niet voort hun hoofd op te heffen.

in de dagen van Gideon Dat is, zolang Gideon leefde.

Hertaald: in de dagen van Gideon Dat is: zolang Gideon leefde.

Richteren 8 vers 29

Jerubbaäl, Dat is, Gideon. Zie boven, Richt. 7:1.

Hertaald: Jerubbaäl, Dat is: Gideon. Zie hierboven, Richt. 7:1.

woonde in zijn huis De regering des volks, die hem was aangeboden, niet aannemende, henlieden nochtans met zijn autoriteit en aanzien dienende, tot onderhouding van den reinen godsdienst en bescherming hunner vrijheid, gelijk uit vs.28, 33 is af te nemen. Geheel anders deed zijn onechte zoon Abimelich, Jdg 9.

Hertaald: woonde in zijn huis Hij nam het bestuur van het volk, dat hem aangeboden was, niet aan, maar diende hen toch met zijn gezag en aanzien, ter bewaring van de zuivere godsdienst en ter bescherming van hun vrijheid, zoals uit vers 28 en 33 af te leiden is. Heel anders deed zijn onwettige zoon Abimelech, Richt. 9.

Richteren 8 vers 30

heupe voortgekomen waren; Zie Gen. 46:26.

Hertaald: heupe voortgekomen waren; Zie Gen. 46:26.

Richteren 8 vers 31

bijwijf, Zie van bijwijven, Gen. 22:24.

Hertaald: bijwijf, Zie over bijvrouwen Gen. 22:24.

Sichem was, Gelegen op een berg in Efraïm, niet ver van Samaria, ten westen van Ofra, waar Gideon woonde. Zie Gen. 12:6, en Gen. 33:18. Het was een van de vrijsteden; Joz. 20:7. Hieromtrent zijn ook Jozefs beenderen begraven; Joz. 24:32.

Hertaald: Sichem was, Gelegen op een berg in Efraïm, niet ver van Samaria, ten westen van Ofra, waar Gideon woonde. Zie Gen. 12:6, en Gen. 33:18. Het was een van de vrijsteden; Joz. 20:7. Hier zijn ook de beenderen van Jozef begraven; Joz. 24:32.

noemde zijn naam Hebreeuws, stelde, zette.

Hertaald: noemde zijn naam Hebreeuws: stelde, gaf.

Abimélech Dien de Sichemieten, na Gideons dood, tot een koning maakten, voorbijgaande, ja dodende al de echte zonen van Gideon, behalve Jotham, die zich verborg. Zie Jdg 9.

Hertaald: Abimélech Die de Sichemieten na de dood van Gideon tot koning maakten, waarbij zij alle wettige zonen van Gideon voorbijgingen, ja doodden, behalve Jotham, die zich verborg. Zie Richt. 9.

Richteren 8 vers 32

ouderdom; Hebreeuws, grauwigheid, grijzigheid. Zie Gen. 15:15.

Hertaald: ouderdom; Hebreeuws: grijsheid, ouderdom. Zie Gen. 15:15.

Abi-ezriets Zie boven, Richt. 6:11.

Hertaald: Abi-ezriets Zie hierboven, Richt. 6:11.

Richteren 8 vers 33

Baäl-berith tot een God Dat is, de heer des verbonds. Verlatende alzo en verbrekende het verbond des waren Gods, die hen zulks menigmalen klaarlijk en op het hoogst verboden had, hoewel zij zich wijsmaakten dat dit wel bestaan mocht, wanneer zij Gods verbond en naam daarin betrokken en voorgaven dit tot zijn dienst en eer te geschieden. Zie ook van dezen afgod onder, Richt. 9:4, en van de Baäls, Richt. 2:11.

Hertaald: Baäl-berith tot een God Dat is: de heer van het verbond. Zo verlieten en verbraken zij het verbond met de ware God, Die hun dit vaak heel duidelijk en op het strengst verboden had, hoewel zij zichzelf wijsmaakten dat dit wel kon, wanneer zij Gods verbond en naam daarbij betrokken en beweerden dat dit tot Zijn dienst en eer gebeurde. Zie ook over deze afgod hieronder, Richt. 9:4, en over de Baäls, Richt. 2:11.

Richteren 8 vers 35

geen weldadigheid bij het huis van JerubBaäl, Zie onder, Richt. 9:5, Richt. 9:16-17, Richt. 9:24, Richt. 9:56-57.

Hertaald: geen weldadigheid bij het huis van JerubBaäl, Zie hieronder, Richt. 9:5, Richt. 9:16-17, Richt. 9:24, Richt. 9:56-57.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Gideon  — hij die afhouwt, of: strijder

De jongste zoon van Joas, uit het geslacht der Abiëzrieten, die door de Engel des HEEREN geroepen werd om Israël van de Midianieten te verlossen (Richt. 6:11-16). Na tekenen van bevestiging gevraagd te hebben (het vlies, nat en droog), verwoestte hij het altaar van Baäl, waarna hij ook Jerubbaäl genoemd werd ('laat Baäl daarover twisten', Richt. 6:32). Met slechts driehonderd man versloeg hij op wonderlijke wijze het geweldige leger van Midian (Richt. 7).

Joas  — de HEERE heeft gegeven

De vader van Gideon, uit het geslacht der Abiëzrieten, wonend te Ofra. Toen de mannen van de stad zijn zoon Gideon wilden doden omdat deze het altaar van Baäl had afgebroken, verdedigde Joas hem: 'zal ulieden voor Baäl twisten? [...] indien hij een god is, hij twiste voor zichzelf' (Richt. 6:28-32).

Oreb  — raaf

Een vorst van Midian, die na de nederlaag van het Midianitische leger door de Efraïmieten gevangen werd genomen en gedood bij de rots die naar hem Oreb genoemd werd (Richt. 7:24-25).

Zeëb  — wolf

Een vorst van Midian, samen met Oreb gevangen en gedood door de Efraïmieten bij de perskuip die naar hem Zeëb genoemd werd (Richt. 7:24-25). Hun beider hoofden werden naar Gideon gebracht.

Zebah  — offer

Een van de twee koningen van Midian die door Gideon achtervolgd en bij Karkor gevangengenomen werden. Toen bleek dat zij Gideons broers bij Thabor gedood hadden, liet Gideon hen doden (Richt. 8:4-21).

Zalmuna  — aan wie bescherming geweigerd is

De tweede koning van Midian, samen met Zebah door Gideon gevangengenomen en gedood, nadat zij beleden Gideons broers gedood te hebben (Richt. 8:4-21). Toen Gideons jonge zoon Jether, op wie de eer gelegd was hen te doden, uit angst aarzelde, doodde Gideon hen zelf.

Jether  — overvloed, of: voortreffelijkheid

De eerstgeboren zoon van Gideon, die door zijn vader de opdracht kreeg de gevangen koningen Zebah en Zalmuna te doden, opdat de eer aan een van Gideons eigen zonen zou toekomen. Omdat hij nog een jongen was en bang, deed hij het niet, waarna Gideon het zelf deed (Richt. 8:20-21).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Sukkoth  — zie voor naam, ligging en de volledige geschiedenis het artikel bij Genesis 33, waar de plaats voor het eerst in de Schrift genoemd wordt

Ligging: Zie het artikel bij Genesis 33.

Geschiedenis: Toen Gideon, tijdens zijn achtervolging van de koningen Zebah en Zalmuna, de oversten van Sukkoth om brood voor zijn vermoeide mannen vroeg, weigerden zij uit vrees voor Midian, met de spottende vraag of Zebah en Zalmuna al in Gideons hand waren. Na zijn overwinning keerde Gideon terug en tuchtigde de oudsten van de stad met doornen en distelen van de woestijn, precies zoals hij gezworen had (Richt. 8:4-16).

Bijbelse betekenis: Een ernstige waarschuwing tegen kleingelovige, berekenende onwil om Gods knechten in nood bij te staan, zelfs wanneer de overwinning nog niet zeker lijkt — en een teken dat wie zich zo onttrekt aan de strijd van Gods volk, uiteindelijk zelf rekenschap moet afleggen.

Richt. 8:4-16

Pniël (Pnuël)  — zie voor naam, ligging en de volledige geschiedenis het artikel bij Genesis 32, waar de plaats voor het eerst in de Schrift genoemd wordt

Ligging: Zie het artikel bij Genesis 32.

Geschiedenis: Net als de mannen van Sukkoth weigerden ook de mannen van Pniël Gideon en zijn vermoeide leger brood te geven. Bij zijn terugkeer brak Gideon de toren van Pniël af en doodde de mannen van de stad (Richt. 8:8-9, 17).

Bijbelse betekenis: Dat juist de plaats waar Jakob eeuwen eerder Gods aangezicht zag en gezegend werd (Gen. 32:30) nu het toneel wordt van harteloze onwil en Gods oordeel daarover, onderstreept hoe ver een plaats — en een volk — van zijn eigen geestelijke erfenis kan afdwalen.

Richt. 8:8-9, 17

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Baäl (en Astharoth)  — Hebreeuws: ba'al, "heer, eigenaar" — de titel van de Kanaänitische weer- en vruchtbaarheidsgod; Astharoth (Asjtoret) is de bijbehorende vrouwelijke godheid. Het woord dat de Statenvertaling met "bos" of "haag" weergeeft (asjera) duidt het houten cultusvoorwerp aan dat bij het altaar stond

Zodra het geslacht van Jozua weggevallen is, staat er: "zij dienden de Baals" — en even verder: "zij verlieten den HEERE, en dienden de Baal en Astharoth" (Richt. 2:11-13; vgl. 3:7, waar "de Baals en de bossen" staan). De naam is geen eigennaam maar een titel, en werd plaatselijk toegepast; vandaar samenstellingen als Baäl-Peor, waaraan Israël zich al in de woestijn gekoppeld had (Num. 25:3), en Baäl-Berith te Sichem (Richt. 8:33). Baäl gold als de heer van de regen en van de vruchtbaarheid van akker en vee, en juist daarin lag de verleiding voor een boerenvolk dat pas in het land gekomen was. De dienst was gebonden aan altaren op hoogten, met het houten cultusvoorwerp ernaast: Gideon moest het altaar van Baäl van zijn eigen vader afbreken en kreeg daarom de bijnaam Jerubbaäl, "Baäl twiste tegen hem" (Richt. 6:25-32). Op de Karmel bracht Elia de zaak op de spits: "Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na!" (1 Kon. 18:21). En waar de dienst uiteindelijk op uitliep, zegt Jeremia: hoogten van Baäl waarop men zonen in het vuur verbrandde, "hetwelk Ik niet geboden, noch gesproken heb" (Jer. 19:5).

Bijbelse betekenis: Het opmerkelijke in Richteren is dat Israël de HEERE niet ruilt voor Baäl maar hem ernáást dient; daarom gebruikt het boek het woord "nahoereren" (Richt. 2:17; 8:33). Baäl belooft precies wat de HEERE al gegeven had: regen, oogst en nakomelingschap. Afgoderij is hier dus niet in de eerste plaats onwetendheid maar ontrouw — men wil de gaven zonder de Gever en de zekerheid zonder het gebod. Vandaar dat het antwoord van Joas aan de mannen van Ofra alles al zegt: als Baäl een god is, laat hij dan voor zichzelf twisten (Richt. 6:31).

Typologie: Paulus grijpt in Romeinen 11 juist naar Baäl terug om het overblijfsel te tekenen. Op Elia's klacht dat hij alleen overgebleven is, luidt het Goddelijk antwoord: "Ik heb Mijzelven nog zeven duizend mannen overgelaten, die de knie voor het beeld van Baäl niet gebogen hebben" — en Paulus voegt toe: "Alzo is er dan ook in dezen tegenwoordigen tijd een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der genade" (Rom. 11:4-5; vgl. 1 Kon. 19:18). Dat God er zevenduizend overhield lag dus niet in hun standvastigheid maar in Zijn verkiezing, geheel in de lijn van wat dit register bij *Verkiezing* (Deut. 7) aantekent. En op de gemeente past Paulus dezelfde zaak toe: een afgod is uit zichzelf niets, maar wat de heidenen offeren, offeren zij de duivelen. Men kan dus niet aan de tafel des Heeren én aan de tafel der duivelen deelachtig zijn (1 Kor. 10:19-21).

Richt. 2:11-13,17; Richt. 3:7; Richt. 6:25-32; Richt. 8:33; Richt. 10:6; Num. 25:3; 1 Kon. 18:21; 1 Kon. 19:18; Jer. 19:5; Rom. 11:4-5; 1 Kor. 10:19-21

De HEERE zal over u heersen (Gideons weigering van het koningschap)  — op het aanbod van de mannen van Israël om over hen te heersen, antwoordt Gideon: "Ik zal over u niet heersen; ook zal mijn zoon over u niet heersen; de HEERE zal over u heersen" (Richt. 8:23)

Na de overwinning op Midian bieden de mannen van Israël Gideon een erfelijk koningschap aan: "Heers over ons, zo gij als uw zoon en uws zoons zoon" (Richt. 8:22). Gideon wijst dit ondubbelzinnig af: "Ik zal over u niet heersen; ook zal mijn zoon over u niet heersen; de HEERE zal over u heersen" (Richt. 8:23). Toch vraagt hij daarna wél de gouden voorhoofdsierselen van de buit, en maakt daarvan een efod, die opgesteld wordt in zijn stad Ofra — "en het werd Gideon en zijn huis tot een valstrik" (Richt. 8:24-27). Na Gideons dood valt Israël terug in Baälsdienst, en zijn bijvrouw baart hem een zoon, Abimelech, wiens naam ('mijn vader is koning') al vooruitwijst naar wat in het volgende hoofdstuk gebeurt (Richt. 8:31,33).

Bijbelse betekenis: Gideons woorden zijn een van de duidelijkste theocratische belijdenissen in het boek Richteren. Het koningschap over Israël behoort de HEERE Zelf toe, en geen enkele richter — hoe verdienstelijk ook — mag dat ambt voor zich of zijn nageslacht opeisen. Juist daarom is het schrijnend dat Gideons eigen efod een valstrik wordt, en dat zijn zoon Abimelech in het volgende hoofdstuk zich juist wél tot koning laat maken. De belijdenis met de mond weerhoudt het hart niet altijd van een sluipend zoeken naar eer.

Typologie: Eeuwen later zal Israël ditzelfde weer vragen, en de HEERE zegt dan tot Samuël: "zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn" (1 Sam. 8:7). De wet had een koningschap al voorzien, maar dan een koning die zich naar Gods wet zou richten (Deut. 17:14-20, reeds behandeld bij Koning/de koningswet). Gideons weigering hier bewaart precies dat: geen menselijke heerschappij die de plaats van de HEERE inneemt.

Richt. 8:22-27,31,33; 1 Sam. 8:7; Deut. 17:14-20

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Richteren 8

Richteren 8:1.Kruisverwijzingen2 Samuël 19:41Richteren 12:1Prediker 4:4Job 5:2Jakobus 4:5
— Toen zeiden de mannen van Efraim tot hem: Wat stuk is dit, dat gij ons gedaan hebt, dat gij ons niet riept, toen gij heentoogt om te strijden tegen de Midianieten? En zij twistten sterk met hem.
Wij hebben sommige vrienden, gelijk deze mannen van Efraïm, die het niet prettig vinden buiten de strijd voor de Heere gelaten te worden. Zij zeggen: “Waarom wordt ons niet om onze hulp gevraagd? Waarom wordt ons niet toegestaan ons deel te nemen?” Dat zijn heel goede mensen; maar wij hebben er sommigen van gekend die deze vragen wat laat op de dag stelden. Deze Efraïmieten wisten alles van de oorlog, en zij hadden zich vrijwillig kunnen aanbieden om Gideon te helpen; en wij zouden verheugd geweest zijn met de vroegere hulp van sommigen die wachtten tot de overwinning gewonnen was.

Richteren 8:2.KruisverwijzingenRichteren 6:11Filippenzen 2:2Jakobus 3:131 Korinthe 13:4Richteren 6:34Galaten 5:14Jakobus 1:19
— Hij daarentegen zeide tot hen: Wat heb ik nu gedaan, gelijk gijlieden; zijn niet de nalezingen van Efraim beter dan de wijnoogst van Abi-ezer?
Gideon antwoordde hen heel vriendelijk en zeer wijs. Hij vleide hen, hij hechtte groot gewicht aan wat zij gedaan hadden, en nam voor zijn eigen dappere dienst weinig eer op zich. Hierin toonde hij zijn zelfbeheersing en zijn beleid. Wanneer mensen scherp bestraffen, is het jammer terug te bestraffen; de beste wijze om met hen om te gaan is met een zacht antwoord hun toorn af te keren.

Richteren 8:2-5.KruisverwijzingenGenesis 33:17Spreuken 15:1Richteren 7:24Psalmen 60:6Richteren 6:11Filippenzen 2:2Jakobus 3:131 Korinthe 13:4
— Hij daarentegen zeide tot hen: Wat heb ik nu gedaan, gelijk gijlieden; zijn niet de nalezingen van Efraim beter dan de wijnoogst van Abi-ezer? God heeft de vorsten der Midianieten, Oreb en Zeeb, in uw hand gegeven; wat heb ik dan kunnen doen, gelijk gijlieden? Toen liet hun toorn van hem af, als hij dit woord sprak. Als nu Gideon gekomen was aan de Jordaan, ging hij over, met de driehonderd mannen, die bij hem waren, zijnde moede, nochtans vervolgende. En hij zeide tot de lieden van Sukkoth: Geeft toch enige bollen broods aan het volk, dat mijn voetstappen volgt, want zij zijn moede; en ik jaag Zebah en Tsalmuna, de koningen der Midianieten, achterna.
Dit was een heel natuurlijk en een heel redelijk verzoek. Gideon vroeg de mannen van Sukkoth niet met hem mee te gaan, en zelfs niet zijn soldaten onderdak te geven. De vrees voor Midian lag op Israël, en het volk was bang iets tegen hun verdrukker te doen; maar zij hadden toch zeker de honger van hun landgenoten kunnen verzachten. In plaats daarvan antwoordden zij Gideon met hoogmoedige en harde woorden.

Richteren 8:4.Kruisverwijzingen1 Samuël 30:10Galaten 6:9Hebreeën 12:1Richteren 7:251 Samuël 14:311 Samuël 14:282 Korinthe 4:162 Korinthe 4:8
— Als nu Gideon gekomen was aan de Jordaan, ging hij over, met de driehonderd mannen, die bij hem waren, zijnde moede, nochtans vervolgende.
Deze mannen hadden grote kracht ingespannen. Het was niet enkel geestelijke slijtage die zij te verduren hadden, maar er was veel werkelijke strijd met de vijand. Eerst doodden de Midianieten elkander, maar nadat zij de vlucht genomen hadden, joegen Gideons mannen hen berg op berg af na en doodden hen waar zij konden.

Het was een zwaar dagwerk, en zij hadden vele daden van moed verricht. Nu zijn zij mat, al vervolgen zij de vluchtende vijand nog. Als wij ons geheel aan het werk van God zullen geven, dan zullen wij het nooit móe worden, maar wij zullen er vaak mát ín worden. Als iemand zich nooit vermoeid heeft met werken voor God, dan denk ik dat hij nooit werk gedaan heeft dat het doen waard was. Als een zuster zich nooit uitgeput heeft in het pogen zielen te winnen, dan veronderstel ik dat het aantal zielen dat zij winnen zal, klein zal zijn.

Wij mogen nooit Gods zegen op ons werk verwachten voordat elk vermogen van ons wezen opgewekt is en heel onze kracht in de dienst des Heeren ingespannen wordt. Is dat het geval, dan is het geen wonder dat wij soms mat worden en gereed zijn om te bezwijken.

Richteren 8:6.Kruisverwijzingen1 Koningen 20:112 Koningen 14:9Genesis 37:25Richteren 8:15Filippenzen 2:21Richteren 5:231 Samuël 25:10Genesis 37:28
— Maar de oversten van Sukkoth zeiden: Is dan de handpalm van Zebah en Tsalmuna alrede in uw hand, dat wij aan uw heir brood zouden geven?
Alsof zij wilden zeggen: “Wat hebt u tenslotte gedaan? Er zijn vijftienduizend man bij Zebah en Zalmuna, en u bent maar driehonderd. U hebt de leiders zelfs nog niet gevangen.” Zij vergaten dat Gideons bende er al honderdtwintigduizend gedood had; zij onderschatten en bespotten hem, en wilden hem de hulp niet geven die hij vroeg.

Richteren 8:7.KruisverwijzingenRichteren 7:15
— Toen zeide Gideon: Daarom, als de HEERE Zebah en Tsalmuna in mijn hand geeft, zo zal ik uw vlees dorsen met doornen der woestijn, en met distelen.
Sommigen hebben gezegd dat dit wraakzucht en hardheid toonde; maar wanneer een man in oorlog is, is hij niet gewoon zijn tegenstanders met rozenwater te besprenkelen. De oorlog is in zichzelf zo’n groot kwaad dat er noodzakelijk vele andere kwaden mee verbonden zijn. Het schijnt mij toe dat zij, toen Gideon trachtte zijn eigen landgenoten te verlossen en zij hem bespotten en zijn soldaten brood weigerden op de dag van hun honger, verdienden met grote strengheid gestraft te worden.

Richteren 8:8-9.Kruisverwijzingen1 Koningen 12:25Genesis 32:301 Koningen 22:27Richteren 8:17
— En hij toog van daar op naar Pnuel, en sprak tot hen desgelijks. En de lieden van Pnuel antwoordden hem, gelijk als de lieden van Sukkoth geantwoord hadden. Daarom sprak hij ook tot de lieden van Pnuel, zeggende: Als ik met vrede wederkome, zal ik deze toren afwerpen.
Zij namen de vrijheid onbeschaamd te spreken omdat hun stad een vesting was, bewaakt door een sterke toren; en Gideon, er niet aan twijfelend dat hij langs die weg zou terugkomen omdat God hem de overwinning gegeven had, zei: “Als ik met vrede wederkome, zal ik deze toren afwerpen.”

Richteren 8:10-11.KruisverwijzingenRichteren 7:12Numeri 32:35Numeri 32:42Richteren 20:35Richteren 20:15Richteren 20:17Richteren 20:22 Koningen 3:26
— Zebah nu en Tsalmuna waren te Karkor, en hun legers met hen, omtrent vijftien duizend, al de overgeblevenen van het ganse leger der kinderen van het oosten; en de gevallenen waren honderd en twintig duizend mannen, die het zwaard uittrokken. En Gideon toog opwaarts, den weg dergenen, die in tenten wonen, tegen het oosten van Nobah en Jogbeha; en hij sloeg dat leger, want het leger was zorgeloos.
Hij ging langs een ongewone weg en overviel hen weer bij nacht toen zij zich volkomen veilig gevoelden en vast in slaap waren: “want het leger was zorgeloos”. Wanneer ik deze woorden lees, denk ik: wat is het jammer ons ooit veilig te wanen terwijl wij werkelijk in gevaar zijn! Vleselijke gerustheid is een groot gevaar. Veilig te zijn in de armen van Jezus is een allergezegendste toestand; maar zeker te zijn in zelfvertrouwen is een zaak waarop een vloek rust.

Richteren 8:12.KruisverwijzingenPsalmen 83:11Openbaring 19:19Job 12:16Openbaring 6:15Amos 2:14Jozua 10:16Jozua 10:22Job 34:19
— En Zebah en Tsalmuna vloden; doch hij jaagde hen na; en hij ving de beide koningen der Midianieten, Zebah en Tsalmuna, en verschrikte het ganse leger.
Daar was een einde aan de tirannie van de Midianieten. Gideon doodde grote aantallen van hen, en dreef weg wat er nog levend overbleef.

Richteren 8:13-17.KruisverwijzingenRichteren 8:9Richteren 8:71 Koningen 12:25Richteren 1:241 Samuël 30:11Richteren 8:6Spreuken 19:29Ezra 2:6
— Toen nu Gideon, de zoon van Joas, van den strijd wederkwam, voor den opgang der zon, Zo ving hij een jongen van de lieden te Sukkoth, en ondervraagde hem; die schreef hem op de oversten van Sukkoth, en hun oudsten, zeven en zeventig mannen. Toen kwam hij tot de lieden van Sukkoth, en zeide: Ziet daar Zebah en Tsalmuna, van dewelke gij mij smadelijk verweten hebt, zeggende: Is de handpalm van Zebah en Tsalmuna alrede in uw hand, dat wij aan uw mannen, die moede zijn, brood zouden geven? En hij nam de oudsten dier stad, en doornen der woestijn, en distelen, en deed het den lieden van Sukkoth door dezelve verstaan. En de toren van Pnuel wierp hij af, en doodde de lieden der stad.
Hij doodde waarschijnlijk de meest openbare smaders, de voormannen van Pnuël, zoals hij ook de vorsten en oudsten van Sukkoth met doornen en distelen getuchtigd had. Ik heb vaak opgemerkt dat u en ik heel veel dingen geleerd hebben “met doornen der woestijn en met distelen”. Weigeren wij Gods vermoeide en beproefde volk te helpen, dan is het hoogst waarschijnlijk dat wij eerlang veel zullen moeten leren van de doornen der woestijn en van de distelen. Leren wij ooit veel buiten de doornen der woestijn om? Zeker zijn beproevingen en moeiten van de eerste dag tot nu toe onze grote leermeesters geweest.

Richteren 8:18-19.KruisverwijzingenRichteren 4:6Judas 1:16Psalmen 89:12Psalmen 12:2
— Daarna zeide hij tot Zebah en Tsalmuna: Wat waren het voor mannen, die gij te Thabor doodsloegt? En zij zeiden: Gelijk gij, alzo waren zij, enerlei, van gedaante als koningszonen. Toen zeide hij: Het waren mijn broeders, zonen mijner moeder; zo waarlijk als de HEERE leeft, zo gij hen hadt laten leven, ik zou ulieden niet doden!
In het Oosten is er veel groter liefde tussen hen die zonen van één moeder zijn dan tussen hen die alleen zonen van één vader zijn. Maar nu kwam het hem toe een bloedwreker te zijn naar de oosterse wet, en hen ter dood te brengen die zijn broeders gedood hadden.

Richteren 8:20-22.KruisverwijzingenPsalmen 83:11Jesaja 3:18Richteren 8:26Jozua 10:241 Samuël 15:33Psalmen 149:91 Samuël 31:3Openbaring 9:6
— En hij zeide tot Jether, zijn eerstgeborene: Sta op, dood hen; maar de jongeling trok zijn zwaard niet uit, want hij vreesde, dewijl hij nog een jongeling was. Toen zeiden Zebah en Tsalmuna: Sta gij op, en val op ons aan, want naar dat de man is, zo is zijn macht. Zo stond Gideon op, en doodde Zebah en Tsalmuna, en nam de maantjes, die aan de halzen hunner kemelen waren. Toen zeiden de mannen van Israel tot Gideon: Heers over ons, zo gij als uw zoon en uws zoons zoon, dewijl gij ons van der Midianieten hand verlost hebt.
Er was onder de Israëlieten altijd een gejeuk om een koning te hebben, een aardse vorst om over hen te heersen; maar God had het zo niet beschikt. Het was gebrek aan trouw en liefde tot God dat hen tot dit verzoek bracht.

Richteren 8:23-27.Kruisverwijzingen1 Samuël 12:121 Samuël 10:19Richteren 17:5Richteren 18:14Genesis 25:13Psalmen 106:39Richteren 18:17Deuteronomium 7:16
— Maar Gideon zeide tot hen: Ik zal over u niet heersen; ook zal mijn zoon over u niet heersen; de HEERE zal over u heersen. Voorts zeide Gideon tot hen: Een begeerte zal ik van u begeren: geeft mij maar een iegelijk een voorhoofdsiersel van zijn roof; want zij hadden gouden voorhoofdsierselen gehad, dewijl zij Ismaelieten waren. En zij zeiden: Wij zullen ze gaarne geven; en zij spreidden een kleed uit, en wierpen daarop een iegelijk een voorhoofdsiersel van zijn roof. En het gewicht der gouden voorhoofdsierselen, die hij begeerd had, was duizend en zevenhonderd sikkelen gouds, zonder de maantjes, en ketenen, en purperen klederen, die de koningen der Midianieten aangehad hadden, en zonder de halsbanden, die aan de halzen hunner kemelen geweest waren. En Gideon maakte daarvan een efod, en stelde die in zijn stad, te Ofra; en gans Israel hoereerde aldaar denzelven na; en het werd Gideon en zijn huis tot een valstrik.
Hij richtte geen afgod op, maar hij maakte een efod, een navolging van dat wonderlijke kleed dat de hogepriester droeg. Misschien maakte hij het van zuiver goud, niet om gedragen maar om aangezien te worden, enkel om het volk aan de dienst van God te herinneren en niet om zelf aangebeden te worden.

Maar ach, geliefden, u ziet hier dat wij, als wij een halve duim verder gaan dan Gods Woord toelaat, altijd in het onheil terechtkomen! U hoort mensen zeggen: “Wij hebben zulke en zulke zinnebeelden, niet om aan te bidden, maar om ons in de eredienst te helpen.” Ach ja; maar de neiging van het zinnebeeld is te werken als een dam voor de stroom van de godsvrucht, en die daar te doen eindigen!

God verhoede dat wij ooit de regels zouden schenden die Christus ons voorgeschreven heeft! De geringste afwijking van de eenvoudigheid van het evangelie kan ons wegleiden in volslagen afval. Waar zijn alle dwalingen van Rome vandaan gekomen dan uit kleine aangroeiingen en veranderingen? Een klein sieraad hier, een klein zinnebeeld daar, en een kleine verandering van de waarheid ginds — en zo is het reusachtige stelsel van het roomse wezen ontstaan. Gideon bedoelde het waarschijnlijk goed, en wij kunnen verkeerd doen zelfs wanneer wij het goed bedoelen. Moge de Heere ons bewaren van de kleinste afwijking van de weg die Hij ons in Zijn heilig Woord afgetekend heeft. Amen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Als iemand zich nooit vermoeid heeft met werken voor God, dan denk ik dat hij nooit werk gedaan heeft dat het doen waard was.

Maar als wij een halve duim verder gaan dan Gods Woord toelaat, komen wij altijd in het onheil terecht. De neiging van het zinnebeeld is te werken als een dam voor de stroom van de godsvrucht, en die daar te doen eindigen.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content