Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Maar de kinderen Israels deden, dat kwaad was in de ogen des HEEREN; zo gaf hen de HEERE in de hand der Midianieten, zeven jaren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Maar de kinderenH1121IsraelsH3478dedenH6213, dat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068; zo gafH5414 hen de HEEREH3068 in de handH3027 der MidianietenH4080, zevenH7651jarenH8141.Maar de kinderen Israels deden, dat kwaad was in de ogen des HEEREN; zo gaf hen de HEERE in de hand der Midianieten, zeven jaren.
KJVAnd the children2of Israel3did1evil4in the sight5of the LORD:6and the LORD8delivered7them into the hand9of Midian10seven11years.
2Als nu de hand der Midianieten sterk werd over Israel, maakten zich de kinderen Israels, vanwege de Midianieten, de holen, die in de bergen zijn, en de spelonken, en de vestingen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Als nu de handH3027 der MidianietenH4080sterkH5810 werd overH5921IsraelH3478, maaktenH6213 zich de kinderenH1121IsraelsH3478, vanwege de MidianietenH4080, de holenH4492, dieH834 in de bergenH2022 zijn, en de spelonkenH4631, en de vestingenH4679.Als nu de hand der Midianieten sterk werd over Israel, maakten zich de kinderen Israels, vanwege de Midianieten, de holen, die in de bergen zijn, en de spelonken, en de vestingen.
KJVAnd the hand2of Midian3prevailed1against Israel:5and because6of the Midianites7the children10of Israel11made8them the dens13which are in the mountains,15and caves,17and strong holds.
1וַתָּ֥עָזH5810sterk, gesterkt, sterkenharden, impudent, prevail, strengthen (self), be strong2יַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves3מִדְיָ֖ןH4080Midianieten, MidianMidian, Midianite4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6מִפְּנֵ֨יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7מִדְיָ֜ןH4080Midianieten, MidianMidian, Midianite8עָשֽׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9לָהֶ֣ם10בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הַמִּנְהָרוֹת֙H4492holenden14אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15בֶּֽהָרִ֔יםH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion16וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17הַמְּעָר֖וֹתH4631spelonk, spelonkencave, den, hole18וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19הַמְּצָדֽוֹתH4679vestingen, vesting, burgcastle, fort, (strong) hold, munition
3Want het geschiedde, als Israel gezaaid had, zo kwamen de Midianieten op, en de Amalekieten, en die van het oosten kwamen ook op tegen hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Want het geschieddeH1961, als IsraelH3478gezaaidH2232 had, zo kwamen de MidianietenH4080 op, en de AmalekietenH6002, en die van het oostenH6924 kwamen ook op tegen hen.Want het geschiedde, als Israel gezaaid had, zo kwamen de Midianieten op, en de Amalekieten, en die van het oosten kwamen ook op tegen hen.
KJVAnd so it was, when Israel4had sown,3that the Midianites6came up,5and the Amalekites,7and the children8of the east,9even they came up
1וְהָיָ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3זָרַ֣עH2232zaaien, gezaaid, bezaaienbear, conceive seed, set with sow(-er), yield4יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וְעָלָ֨הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work6מִדְיָ֧ןH4080Midianieten, MidianMidian, Midianite7וַֽעֲמָלֵ֛קH6002Amalek, Amalekieten, watAmalekAmalek8וּבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9קֶ֖דֶםH6924oosten, ouds, oostwaartsaforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה)10וְעָל֥וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work11עָלָֽיוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
4En zij legerden zich tegen hen, en verdierven de opkomst des lands, tot daar gij komt te Gaza; en zij lieten geen leeftocht overig in Israel, noch klein vee, noch os, noch ezel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En zij legerdenH2583 zich tegenH5921 hen, en verdiervenH7843 de opkomstH2981 des landsH776, totH5704 daar gij komtH935 te GazaH5804; en zij lietenH7604geenH3808leeftochtH4241overigH7604 in IsraelH3478, noch klein veeH7716, noch osH7794, noch ezelH2543.En zij legerden zich tegen hen, en verdierven de opkomst des lands, tot daar gij komt te Gaza; en zij lieten geen leeftocht overig in Israel, noch klein vee, noch os, noch ezel.
KJVAnd they encamped1against them, and destroyed3the increase5of the earth,6till thou come8unto Gaza,9and left11no sustenance12for Israel,13neither sheep,14nor ox,15nor ass.
1וַיַּחֲנ֣וּH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent2עֲלֵיהֶ֗םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3וַיַּשְׁחִ֨יתוּ֙H7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5יְב֣וּלH2981gewas, inkomst, vruchtfruit, increase6הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8בּוֹאֲךָ֖H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9עַזָּ֑הH5804GazaAzzah, Gaza10וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11יַשְׁאִ֤ירוּH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest12מִֽחְיָה֙H4241leeftocht, levens, behoudenis levenspreserve life, quick, recover selves, reviving, sustenance, victuals13בְּיִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael14וְשֶׂ֥הH7716klein vee, lam, schaap(lesser, small) cattle, ewe, goat, lamb, sheep. Compare H2089 (זֶה)15וָשׁ֖וֹרH7794os, ossen, ossesbull(-ock), cow, ox, wall (by mistake for H7791 (שׁוּר))16וַחֲמֽוֹרH2543ezel, ezelen, ezels(he) ass
5Want zij kwamen op met hun vee en hun tenten; zij kwamen gelijk de sprinkhanen in menigte, dat men hen en hun kemelen niet tellen kon; en zij kwamen in het land, om dat te verderven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Want zij kwamen op met hun veeH4735 en hun tentenH168; zij kwamen gelijk de sprinkhanenH697 in menigteH7230, dat men hen en hun kemelenH1581nietH369tellenH4557konH935; en zij kwamen in het landH776, om dat te verdervenH7843.Want zij kwamen op met hun vee en hun tenten; zij kwamen gelijk de sprinkhanen in menigte, dat men hen en hun kemelen niet tellen kon; en zij kwamen in het land, om dat te verderven.
KJVFor they came up4with their cattle3and their tents,5and they came6as7grasshoppers8for multitude;9for both they and their camels11were without number:13and they entered14into the land15to destroy
1כִּ֡יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2הֵם֩H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye3וּמִקְנֵיהֶ֨םH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance4יַעֲל֜וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work5וְאָהֳלֵיהֶ֗םH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent6וּבָ֤אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7כְדֵֽיH1767genoeg, genoegzaam, sindsable, according to, after (ability), among, as (oft as), (more than) enough, from, in, since, (much as is) sufficient(-ly), too much, very, when8אַרְבֶּה֙H697sprinkhanen, sprinkhaangrasshopper, locust9לָרֹ֔בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)10וְלָהֶ֥ם11וְלִגְמַלֵּיהֶ֖םH1581kemelen, kemels, kemelcamel12אֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)13מִסְפָּ֑רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time14וַיָּבֹ֥אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way15בָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16לְשַׁחֲתָֽהּH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)
6Alzo werd Israel zeer verarmd, vanwege de Midianieten. Toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Alzo werd IsraelH3478zeerH3966verarmdH1809, vanwegeH6440 de MidianietenH4080. Toen riepenH2199 de kinderenH1121IsraelsH3478totH413 den HEEREH3068.Alzo werd Israel zeer verarmd, vanwege de Midianieten. Toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE.
KJVAnd Israel2was greatly3impoverished1because4of the Midianites;5and the children7of Israel8cried6unto the LORD.
1וַיִּדַּ֧לH1809uitgeteerd, Hef, dunbring low, dry up, be emptied, be not equal, fail, be impoverished, be made thin2יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael3מְאֹ֖דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well4מִפְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5מִדְיָ֑ןH4080Midianieten, MidianMidian, Midianite6וַיִּזְעֲק֥וּH2199riep, riepen, roepenassemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed7בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
7En het geschiedde, als de kinderen Israels tot den HEERE riepen, ter oorzake van de Midianieten;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En het geschieddeH1961, alsH3588 de kinderenH1121IsraelsH3478totH413 den HEEREH3068riepenH2199, ter oorzakeH182 van de MidianietenH4080;En het geschiedde, als de kinderen Israels tot den HEERE riepen, ter oorzake van de Midianieten;
KJVAnd it came to pass, when the children4of Israel5cried3unto the LORD7because9of the Midianites,
1וַיְהִ֕יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3זָעֲק֥וּH2199riep, riepen, roepenassemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed4בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9אֹד֥וֹתH182oorzake, oorzaken, zaak(be-) cause, concerning, sake10מִדְיָֽןH4080Midianieten, MidianMidian, Midianite
8Zo zond de HEERE een man, die een profeet was, tot de kinderen Israels; die zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb u uit Egypte doen opkomen, en u uit het diensthuis uitgevoerd;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Zo zondH7971 de HEEREH3068 een manH376, die een profeetH5030 was, totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478; die zeideH559 tot hen: AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430IsraelsH3478: IkH595 heb u uit EgypteH4714 doen opkomenH5927, en u uit het diensthuisH1004uitgevoerdH3318;Zo zond de HEERE een man, die een profeet was, tot de kinderen Israels; die zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb u uit Egypte doen opkomen, en u uit het diensthuis uitgevoerd;
KJVThat the LORD2sent1a prophet3unto the children6of Israel,7which said8unto them, Thus saith11the LORD12God13of Israel,14I brought you up16from Egypt,18and brought you forth19out of the house21of bondage;
1וַיִּשְׁלַ֧חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4נָבִ֖יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9לָהֶ֜ם10כֹּהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder11אָמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael15אָנֹכִ֞יH595ik, mijI, me, [idiom] which16הֶעֱלֵ֤יתִיH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work17אֶתְכֶם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18מִמִּצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim19וָאֹצִ֥יאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter20אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21מִבֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)22עֲבָדִֽיםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
9En Ik heb u verlost van de hand der Egyptenaren, en van de hand van allen, die u drukten; en Ik heb hen voor uw aangezicht uitgedreven, en u hun land gegeven;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En Ik heb u verlostH5337 van de handH3027 der EgyptenarenH4714, en van de handH3027 van allenH3605, die u druktenH3905; en Ik heb hen voor uw aangezichtH6440uitgedrevenH1644, en u hun landH776gegevenH5414;En Ik heb u verlost van de hand der Egyptenaren, en van de hand van allen, die u drukten; en Ik heb hen voor uw aangezicht uitgedreven, en u hun land gegeven;
KJVAnd I delivered1you out of the hand3of the Egyptians,and out of the hand5of all that oppressed7you, and drave them out8from before10you, and gave11you their land;
1וָאַצִּ֤לH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)2אֶתְכֶם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מִיַּ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves4מִצְרַ֔יִםH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt5וּמִיַּ֖דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7לֹחֲצֵיכֶ֑םH3905dringt, drongen, klemdeafflict, crush, force, hold fast, oppress(-or), thrust self8וָאֲגָרֵ֤שׁH1644uitdrijven, verstotene, dreefcast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out9אוֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10מִפְּנֵיכֶ֔םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11וָאֶתְּנָ֥הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12לָכֶ֖ם13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14אַרְצָֽםH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
10En Ik zeide tot ulieden: Ik ben de HEERE, uw God; vreest de goden der Amorieten niet, in welker land gij woont; maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En Ik zeideH559 tot ulieden: IkH589 ben de HEEREH3068, uw GodH430; vreestH3372 de godenH430 der AmorietenH567 niet, in welker landH776gijH859woontH3427; maar gij zijt Mijner stemH6963 niet gehoorzaamH8085 geweest.En Ik zeide tot ulieden: Ik ben de HEERE, uw God; vreest de goden der Amorieten niet, in welker land gij woont; maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest.
KJVAnd I said1unto you, I am the LORD4your God;5fear7not the gods9of the Amorites,10in whose land14ye dwell:13but ye have not obeyed16my voice.
1וָאֹמְרָ֣הH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָכֶ֗ם3אֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who4יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹהֵיכֶ֔םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7תִֽירְאוּ֙H3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10הָאֱמֹרִ֔יH567Amorieten, Amoriet, AmorietischenAmorite11אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12אַתֶּ֖םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you13יוֹשְׁבִ֣יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry14בְּאַרְצָ֑םH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16שְׁמַעְתֶּ֖םH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness17בְּקוֹלִֽיH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell
11Toen kwam een Engel des HEEREN, en zette Zich onder den eik, die te Ofra is, welke aan Joas, den Abi-ezriet, toekwam; en zijn zoon Gideon dorste tarwe bij de pers, om die te vluchten voor het aangezicht der Midianieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Toen kwamH935 een EngelH4397 des HEERENH3068, en zetteH3427 Zich onderH8478 den eikH424, dieH834 te OfraH6084 is, welkeH834 aan JoasH3101, den Abi-ezrietH33, toekwam; en zijn zoonH1121GideonH1439dorsteH2251tarweH2406 bij de persH1660, om die te vluchtenH5127 voor het aangezichtH6440 der MidianietenH4080.Toen kwam een Engel des HEEREN, en zette Zich onder den eik, die te Ofra is, welke aan Joas, den Abi-ezriet, toekwam; en zijn zoon Gideon dorste tarwe bij de pers, om die te vluchten voor het aangezicht der Midianieten.
KJVAnd there came1an angel2of the LORD,3and sat4under an oak6which was in Ophrah,8that pertained unto Joash10the Abiezrite:11and his son14Gideon13threshed15wheat16by the winepress,17to hide18it from19the Midianites.
1וַיָּבֹ֞אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2מַלְאַ֣ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger3יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4וַיֵּ֨שֶׁב֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry5תַּ֤חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with6הָֽאֵלָה֙H424eik, eikeboom, eikenelm, oak, teil-tree7אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8בְּעָפְרָ֔הH6084OfraOphrah9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10לְיוֹאָ֖שׁH3101JoasJoash11אֲבִ֣יH33Abi-ezriet, Abi-ezrieten, Abi-ezrietsAbiezrite12הָֽעֶזְרִ֑יH33Abi-ezriet, Abi-ezrieten, Abi-ezrietsAbiezrite13וְגִדְע֣וֹןH1439GideonGideon14בְּנ֗וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15חֹבֵ֤טH2251dorsen, dorste, geschudbeat (off, out), thresh16חִטִּים֙H2406tarwe, tarweoogst, tarwemeelbloemwheat(-en)17בַּגַּ֔תH1660pers, wijnpers, persen(wine-) press (fat)18לְהָנִ֖יסH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard19מִפְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you20מִדְיָֽןH4080Midianieten, MidianMidian, Midianite
12Toen verscheen hem de Engel des HEEREN, en zeide tot hem: De HEERE is met u, gij strijdbare held!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Toen verscheenH7200 hem de EngelH4397 des HEERENH3068, en zeideH559totH413 hem: De HEEREH3068 is metH5973 u, gij strijdbareH2428heldH1368!Toen verscheen hem de Engel des HEEREN, en zeide tot hem: De HEERE is met u, gij strijdbare held!
KJVAnd the angel3of the LORD4appeared1unto him, and said5unto him, The LORD7is with thee, thou mighty9man of valour.
1וַיֵּרָ֥אH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2אֵלָ֖יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3מַלְּאַ֣ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger4יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8עִמְּךָ֖H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)9גִּבּ֥וֹרH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man10הֶחָֽיִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)
13Maar Gideon zeide tot Hem: Och, mijn Heer! zo de HEERE met ons is, waarom is ons dan dit alles wedervaren? en waar zijn al Zijn wonderen, die onze vaders ons verteld hebben, zeggende: Heeft ons de HEERE niet uit Egypte opgevoerd? Doch nu heeft ons de HEERE verlaten, en heeft ons in der Midianieten hand gegeven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Maar GideonH1439zeideH559totH413 Hem: OchH994, mijn HeerH113! zo de HEEREH3068metH5973 ons is, waaromH4100 is ons dan ditH2063allesH3605wedervarenH4672? en waar zijn al Zijn wonderenH6381, dieH834 onze vadersH1 ons verteldH5608 hebben, zeggendeH559: Heeft ons de HEEREH3068nietH3808 uit EgypteH4714opgevoerdH5927? Doch nuH6258 heeft ons de HEEREH3068verlatenH5203, en heeft ons in der MidianietenH4080handH3709gegevenH5414.Maar Gideon zeide tot Hem: Och, mijn Heer! zo de HEERE met ons is, waarom is ons dan dit alles wedervaren? en waar zijn al Zijn wonderen, die onze vaders ons verteld hebben, zeggende: Heeft ons de HEERE niet uit Egypte opgevoerd? Doch nu heeft ons de HEERE verlaten, en heeft ons in der Midianieten hand gegeven.
KJVAnd Gideon3said1unto him, Oh4my Lord,5if6the LORD7be with us, why then is all this befallen10us? and where be all his miracles15which our fathers19told17us of, saying,20Did not the LORD24bring us up23from Egypt?22but now the LORD27hath forsaken26us, and delivered28us into the hands29of the Midianites.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָ֤יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3גִּדְעוֹן֙H1439GideonGideon4בִּ֣יH994Ochalas, O, oh5אֲדֹנִ֔יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'6וְיֵ֤שׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest7יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8עִמָּ֔נוּH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)9וְלָ֥מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why10מְצָאַ֖תְנוּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12זֹ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus13וְאַיֵּ֣הH346waar?where14כָֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15נִפְלְאֹתָ֡יוH6381wonderen, wonderlijk, wonderwerkenaccomplish, (arise...too, be too) hard, hidden, things too high, (be, do, do a, shew) marvelous(-ly, -els, things, work), miracles, perform, separate, make singular, (be, great, make) wonderful(-ers, -ly, things, works), wondrous (things, works, -ly)16אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17סִפְּרוּH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer18לָ֨נוּ19אֲבוֹתֵ֜ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'20לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet21הֲלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without22מִמִּצְרַ֨יִם֙H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim23הֶעֱלָ֣נוּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work24יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)25וְעַתָּה֙H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas26נְטָשָׁ֣נוּH5203verlaten, varen, verlaatcast off, drawn, let fall, forsake, join (battle), leave (off), lie still, loose, spread (self) abroad, stretch out, suffer27יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)28וַֽיִּתְּנֵ֖נוּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield29בְּכַףH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon30מִדְיָֽןH4080Midianieten, MidianMidian, Midianite
14Toen keerde zich de HEERE tot hem, en zeide: Ga heen in deze uw kracht, en gij zult Israel uit der Midianieten hand verlossen; heb Ik u niet gezonden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen keerdeH6437 zich de HEEREH3068totH413 hem, en zeideH559: GaH3212 heen in dezeH2088 uw krachtH3581, en gij zult IsraelH3478 uit der MidianietenH4080handH3709verlossenH3467; heb Ik u nietH3808gezondenH7971?Toen keerde zich de HEERE tot hem, en zeide: Ga heen in deze uw kracht, en gij zult Israel uit der Midianieten hand verlossen; heb Ik u niet gezonden?
KJVAnd the LORD3looked1upon him, and said,4Go5in this thy might,6and thou shalt save8Israel10from the hand11of the Midianites:12have not I sent
1וַיִּ֤פֶןH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)2אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5לֵ֚ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6בְּכֹחֲךָ֣H3581kracht, macht, vermogenability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth7זֶ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8וְהוֹשַׁעְתָּ֥H3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11מִכַּ֣ףH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon12מִדְיָ֑ןH4080Midianieten, MidianMidian, Midianite13הֲלֹ֖אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14שְׁלַחְתִּֽיךָH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)
15En hij zeide tot Hem: Och, mijn Heer! waarmede zal ik Israel verlossen? Zie, mijn duizend is het armste in Manasse, en ik ben de kleinste in mijns vaders huis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En hij zeideH559totH413 Hem: OchH994, mijn HeerH136! waarmede zal ik IsraelH3478verlossenH3467? ZieH2009, mijn duizendH504 is het armsteH1800 in ManasseH4519, en ikH595 ben de kleinsteH6810 in mijns vadersH1huisH1004.En hij zeide tot Hem: Och, mijn Heer! waarmede zal ik Israel verlossen? Zie, mijn duizend is het armste in Manasse, en ik ben de kleinste in mijns vaders huis.
KJVAnd he said1unto him, Oh3my Lord,4wherewith5shall I save6Israel?8behold, my family10is poor11in Manasseh,12and I am the least14in my father's16house.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בִּ֣יH994Ochalas, O, oh4אֲדֹנָ֔יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5בַּמָּ֥הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why6אוֹשִׁ֖יעַH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9הִנֵּ֤הH2009ziet, ziebehold, lo, see10אַלְפִּי֙H504koeien, ossen, duizendfamily, kine, oxen11הַדַּ֣לH1800armen, arme, armlean, needy, poor (man), weaker12בִּמְנַשֶּׁ֔הH4519ManasseManasseh13וְאָנֹכִ֥יH595ik, mijI, me, [idiom] which14הַצָּעִ֖ירH6810jongste, kleinste, geringstenleast, little (one), small (one), [phrase] young(-er, -est)15בְּבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16אָבִֽיH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
16En de HEERE zeide tot hem: Omdat Ik met u zal zijn, zo zult gij de Midianieten slaan, als een enigen man.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En de HEEREH3068zeideH559totH413 hem: OmdatH3588 Ik metH5973 u zal zijnH1961, zo zult gij de MidianietenH4080slaanH5221, als een enigenH259manH376.En de HEERE zeide tot hem: Omdat Ik met u zal zijn, zo zult gij de Midianieten slaan, als een enigen man.
KJVAnd the LORD3said1unto him, Surely I will be with thee, and thou shalt smite7the Midianites9as one11man.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5אֶהְיֶ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6עִמָּ֑ךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7וְהִכִּיתָ֥H5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מִדְיָ֖ןH4080Midianieten, MidianMidian, Midianite10כְּאִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11אֶחָֽדH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
17En hij zeide tot Hem: Indien ik nu genade gevonden heb in Uw ogen, zo doe mij een teken, dat Gij het zijt, Die met mij spreekt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En hij zeideH559totH413 Hem: IndienH518 ik nu genadeH2580gevondenH4672 heb in Uw ogenH5869, zo doeH6213 mij een tekenH226, dat GijH859 het zijt, Die metH5973 mij spreektH1696.En hij zeide tot Hem: Indien ik nu genade gevonden heb in Uw ogen, zo doe mij een teken, dat Gij het zijt, Die met mij spreekt.
KJVAnd he said1unto him, If now I have found5grace6in thy sight,7then shew8me a sign10that thou talkest
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet4נָ֛אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh5מָצָ֥אתִיH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on6חֵ֖ןH2580genade, aangenaam, gunstfavour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured7בְּעֵינֶ֑יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)8וְעָשִׂ֤יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9לִּי֙10א֔וֹתH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token11שָׁאַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you12מְדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work13עִמִּֽיH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
18Wijk toch niet van hier, totdat ik tot U kome, en mijn geschenk uitbrenge, en U voorzette. En Hij zeide: Ik zal blijven, totdat gij wederkomt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18WijkH4185tochH4994nietH408 van hierH2088, totdatH5704 ik tot U komeH935, en mijn geschenkH4503uitbrengeH3318, en U voorzetteH3240. En Hij zeideH559: IkH595 zal blijven, totdatH5704 gij wederkomtH7725.Wijk toch niet van hier, totdat ik tot U kome, en mijn geschenk uitbrenge, en U voorzette. En Hij zeide: Ik zal blijven, totdat gij wederkomt.
KJVDepart3not hence, I pray thee, until I come6unto thee, and bring forth8my present,10and set11it before12thee. And he said,13I will tarry15until thou come again.
1אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than2נָ֨אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh3תָמֻ֤שׁH4185wijken, houdt, wijktcease, depart, go back, remove, take away4מִזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)5עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6בֹּאִ֣יH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7אֵלֶ֔יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8וְהֹֽצֵאתִי֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10מִנְחָתִ֔יH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice11וְהִנַּחְתִּ֖יH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)12לְפָנֶ֑יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13וַיֹּאמַ֕רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14אָנֹכִ֥יH595ik, mijI, me, [idiom] which15אֵשֵׁ֖בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry16עַ֥דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet17שׁוּבֶֽךָH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
19En Gideon ging in, en bereidde een geitenbokje, en ongezuurde koeken van een efa meels; het vlees legde hij in een korf, en het sop deed hij in een pot; en hij bracht het tot Hem uit, tot onder den eik, en zette het nader.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En GideonH1439 ging in, en bereiddeH6213 een geitenbokjeH5795, en ongezuurdeH4682 koeken van een efaH374meelsH7058; het vleesH1320 legde hij in een korfH5536, en het sopH4839 deed hij in een potH6517; en hij brachtH3318 het totH413 Hem uit, totH413onderH8478 den eikH424, en zetteH7760 het naderH5066.En Gideon ging in, en bereidde een geitenbokje, en ongezuurde koeken van een efa meels; het vlees legde hij in een korf, en het sop deed hij in een pot; en hij bracht het tot Hem uit, tot onder den eik, en zette het nader.
KJVAnd Gideon1went in,2and made ready3a kid,5and unleavened cakes8of an ephah6of flour:7the flesh9he put10in a basket,11and he put13the broth12in a pot,14and brought it out15unto him under the oak,19and presented
1וְגִדְע֣וֹןH1439GideonGideon2בָּ֗אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3וַיַּ֤עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4גְּדִֽיH1423bokje, geitenbokje, geitenbokkid5עִזִּים֙H5795geiten, geit, geitenbok(she) goat, kid6וְאֵיפַתH374efa, tweeerleiephah, (divers) measure(-s)7קֶ֣מַחH7058meel, meelsflour, meal8מַצּ֔וֹתH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven9הַבָּשָׂר֙H1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin10שָׂ֣םH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work11בַּסַּ֔לH5536korf, korvenbasket12וְהַמָּרַ֖קH4839sop, sapbroth. See also H6564 (פָּרָק)13שָׂ֣םH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work14בַּפָּר֑וּרH6517pot, pottenpan, pot15וַיּוֹצֵ֥אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter16אֵלָ֛יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18תַּ֥חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with19הָאֵלָ֖הH424eik, eikeboom, eikenelm, oak, teil-tree20וַיַּגַּֽשׁH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand
20Doch de Engel Gods zeide tot hem: Neem het vlees en de ongezuurde koeken, en leg ze op dien rotssteen, en giet het sop uit; en hij deed alzo.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Doch de EngelH4397GodsH430zeideH559totH413 hem: NeemH3947 het vleesH1320 en de ongezuurdeH4682 koeken, en legH3240 ze op dien rotssteenH5553, en gietH8210 het sopH4839 uit; en hij deedH6213alzoH3651.Doch de Engel Gods zeide tot hem: Neem het vlees en de ongezuurde koeken, en leg ze op dien rotssteen, en giet het sop uit; en hij deed alzo.
KJVAnd the angel3of God4said1unto him, Take5the flesh7and the unleavened cakes,9and lay10them upon this13rock,12and pour out16the broth.15And he did
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָ֜יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3מַלְאַ֣ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger4הָאֱלֹהִ֗יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5קַ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַבָּשָׂ֤רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַמַּצּוֹת֙H4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven10וְהַנַּח֙H3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12הַסֶּ֣לַעH5553steenrots, rotssteen, steenrotsen(ragged) rock, stone(-ny), strong hold13הַלָּ֔זH1975dezen, geneside, that, this14וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַמָּרַ֖קH4839sop, sapbroth. See also H6564 (פָּרָק)16שְׁפ֑וֹךְH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip17וַיַּ֖עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use18כֵּֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
21En de Engel des HEEREN stak het uiterste van den staf uit, die in Zijn hand was, en roerde het vlees en de ongezuurde koeken aan; toen ging er vuur op uit de rots, en verteerde het vlees en de ongezuurde koeken. En de Engel des HEEREN bekwam uit zijn ogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En de EngelH4397 des HEERENH3068stakH7971 het uitersteH7097 van den stafH4938 uit, dieH834 in Zijn handH3027 was, en roerdeH5060 het vleesH1320 en de ongezuurdeH4682 koeken aan; toen ging er vuurH784 op uitH4480 de rotsH6697, en verteerdeH398 het vleesH1320 en de ongezuurdeH4682 koeken. En de EngelH4397 des HEERENH3068bekwamH1980 uit zijn ogenH5869.En de Engel des HEEREN stak het uiterste van den staf uit, die in Zijn hand was, en roerde het vlees en de ongezuurde koeken aan; toen ging er vuur op uit de rots, en verteerde het vlees en de ongezuurde koeken. En de Engel des HEEREN bekwam uit zijn ogen.
KJVThen the angel2of the LORD3put forth1the end5of the staff6that was in his hand,8and touched9the flesh10and the unleavened cakes;11and there rose up12fire13out of the rock,15and consumed16the flesh18and the unleavened cakes.20Then the angel21of the LORD22departed23out of his sight.
1וַיִּשְׁלַ֞חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2מַלְאַ֣ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger3יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5קְצֵ֤הH7097einde, uiterste, deel[idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)6הַמִּשְׁעֶ֨נֶת֙H4938staf, rietstaf, stokstaff7אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8בְּיָד֔וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9וַיִּגַּ֥עH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch10בַּבָּשָׂ֖רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin11וּבַמַּצּ֑וֹתH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven12וַתַּ֨עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work13הָאֵ֜שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot14מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with15הַצּ֗וּרH6697Rotssteen, rotssteen, rotsedge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר)16וַתֹּ֤אכַלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18הַבָּשָׂר֙H1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin19וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20הַמַּצּ֔וֹתH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven21וּמַלְאַ֣ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger22יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)23הָלַ֖ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl24מֵעֵינָֽיוH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
22Toen zag Gideon, dat het een Engel des HEEREN was; en Gideon zeide: Ach, Heere, HEERE! daarom, omdat ik een Engel des HEEREN gezien heb van aangezicht tot aangezicht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Toen zagH7200GideonH1439, dat hetH1931 een EngelH4397 des HEERENH3068 was; en GideonH1439zeideH559: AchH162, HeereH136, HEEREH3069! daaromH3651, omdatH3588 ik een EngelH4397 des HEERENH3068 gezien heb van aangezichtH6440totH413aangezichtH6440.Toen zag Gideon, dat het een Engel des HEEREN was; en Gideon zeide: Ach, Heere, HEERE! daarom, omdat ik een Engel des HEEREN gezien heb van aangezicht tot aangezicht.
KJVAnd when Gideon2perceived1that he was an angel4of the LORD,5Gideon8said,7Alas,9O Lord10GOD!11for because14I have seen15an angel16of the LORD17face18to face.
1וַיַּ֣רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2גִּדְע֔וֹןH1439GideonGideon3כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4מַלְאַ֥ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger5יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8גִּדְע֗וֹןH1439GideonGideon9אֲהָהּ֙H162Achah, alas10אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord11יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod12כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14כֵּ֤ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you15רָאִ֨יתִי֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions16מַלְאַ֣ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger17יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18פָּנִ֖יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you19אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)20פָּנִֽיםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
23Doch de HEERE zeide tot hem: Vrede zij u, vrees niet, gij zult niet sterven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Doch de HEEREH3068zeideH559 tot hem: VredeH7965 zij u, vreesH3372 niet, gij zult niet stervenH4191.Doch de HEERE zeide tot hem: Vrede zij u, vrees niet, gij zult niet sterven.
KJVAnd the LORD3said1unto him, Peace4be unto thee; fear7not: thou shalt not die.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2ל֧וֹ3יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4שָׁל֥וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly5לְךָ֖6אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than7תִּירָ֑אH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)8לֹ֖אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תָּמֽוּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
24Toen bouwde Gideon aldaar den HEERE een altaar, en noemde het: De HEERE is vrede! het is nog tot op dezen dag in Ofra der Abi-ezrieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Toen bouwdeH1129GideonH1439aldaarH8033 den HEEREH3068 een altaarH4196, en noemdeH7121 het: De HEEREH3068 is vredeH7965! het is nogH5750totH5704 op dezenH2088dagH3117 in OfraH6084 der Abi-ezrietenH33.Toen bouwde Gideon aldaar den HEERE een altaar, en noemde het: De HEERE is vrede! het is nog tot op dezen dag in Ofra der Abi-ezrieten.
KJVThen Gideon3built1an altar4there unto the LORD,5and called6it Jehovahshalom:unto this day11it is yet in Ophrah14of the Abiezrites.
1וַיִּבֶן֩H1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely2שָׁ֨םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither3גִּדְע֤וֹןH1439GideonGideon4מִזְבֵּ֨חַ֙H4196altaar, altaren, altaarsaltar5לַֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וַיִּקְרָאH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say7ל֥וֹ8יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9שָׁל֑וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly10עַ֚דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)13עוֹדֶ֕נּוּH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)14בְּעָפְרָ֖תH6084OfraOphrah15אֲבִ֥יH33Abi-ezriet, Abi-ezrieten, Abi-ezrietsAbiezrite16הָעֶזְרִֽיH33Abi-ezriet, Abi-ezrieten, Abi-ezrietsAbiezrite
25En het geschiedde in dienzelven nacht, dat de HEERE tot hem zeide: Neem een var van de ossen, die van uw vader zijn, te weten, den tweeden var, van zeven jaren; en breek af het altaar van Baal, dat van uw vader is, en houw af het bos, dat daarbij is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En het geschieddeH1961 in dienzelven nachtH3915, dat de HEEREH3068 tot hemH1931zeideH559: NeemH3947 een varH6499 van de ossenH7794, die van uw vaderH1 zijn, te weten, den tweedenH8145varH6499, van zevenH7651jarenH8141; en breekH2040 af het altaarH4196 van BaalH1168, dat van uw vaderH1 is, en houwH3772 af het bosH842, dat daarbij is.En het geschiedde in dienzelven nacht, dat de HEERE tot hem zeide: Neem een var van de ossen, die van uw vader zijn, te weten, den tweeden var, van zeven jaren; en breek af het altaar van Baal, dat van uw vader is, en houw af het bos, dat daarbij is.
KJVAnd it came to pass the same night,2that the LORD6said4unto him, Take7thy father's12young9bullock,10even the second14bullock13of seven15years old,16and throw down17the altar19of Baal20that thy father22hath, and cut down27the grove
1וַיְהִי֮H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַּלַּ֣יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)3הַהוּא֒H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4וַיֹּ֧אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5ל֣וֹ6יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7קַ֤חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9פַּרH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox10הַשּׁוֹר֙H7794os, ossen, ossesbull(-ock), cow, ox, wall (by mistake for H7791 (שׁוּר))11אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12לְאָבִ֔יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'13וּפַ֥רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox14הַשֵּׁנִ֖יH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)15שֶׁ֣בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)16שָׁנִ֑יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)17וְהָרַסְתָּ֗H2040afbreken, afgebroken, verbrokenbeat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19מִזְבַּ֤חH4196altaar, altaren, altaarsaltar20הַבַּ֨עַל֙H1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim21אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection22לְאָבִ֔יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'23וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24הָאֲשֵׁרָ֥הH842bossen, bos, haaggrove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת)25אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection26עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with27תִּכְרֹֽתH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want
26En bouw den HEERE, uw God, een altaar, op de hoogte dezer sterkte, in een bekwame plaats; en neem den tweeden var, en offer een brandoffer met het hout der hage, die gij zult hebben afgehouwen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En bouwH1129 den HEEREH3068, uw GodH430, een altaarH4196, opH5921 de hoogteH7218 dezer sterkteH4581, in een bekwame plaatsH4634; en neemH3947 den tweedenH8145varH6499, en offerH5927 een brandofferH5930 met het houtH6086 der hageH842, die gij zult hebben afgehouwenH3772.En bouw den HEERE, uw God, een altaar, op de hoogte dezer sterkte, in een bekwame plaats; en neem den tweeden var, en offer een brandoffer met het hout der hage, die gij zult hebben afgehouwen.
KJVAnd build1an altar2unto the LORD3thy God4upon the top6of this rock,7in the ordered place,9and take10the second13bullock,12and offer14a burnt sacrifice15with the wood16of the grove17which thou shalt cut down.
1וּבָנִ֨יתָH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely2מִזְבֵּ֜חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar3לַיהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹהֶ֗יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5עַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6רֹ֧אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top7הַמָּע֛וֹזH4581sterkte, Sterkte, Sterkheidforce, fort(-ress), rock, strength(-en), ([idiom] most) strong (hold)8הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)9בַּמַּֽעֲרָכָ֑הH4634slagorden, slagorde, heirarmy, fight, be set in order, ordered place, rank, row10וְלָֽקַחְתָּ֙H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הַפָּ֣רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox13הַשֵּׁנִ֔יH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)14וְהַעֲלִ֣יתָH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work15עוֹלָ֔הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)16בַּעֲצֵ֥יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood17הָאֲשֵׁרָ֖הH842bossen, bos, haaggrove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת)18אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19תִּכְרֹֽתH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want
27Toen nam Gideon tien mannen uit zijn knechten, en deed, gelijk als de HEERE tot hem gesproken had. Doch het geschiedde, dewijl hij zijns vaders huis en de mannen van die stad vreesde, van het te doen bij dag, dat hij het deed bij nacht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Toen namH3947GideonH1439tienH6235mannenH582 uit zijn knechtenH5650, en deedH6213, gelijk als de HEEREH3068totH413 hem gesprokenH1696 had. Doch het geschieddeH1961, dewijl hij zijns vadersH1huisH1004 en de mannenH582 van die stadH5892vreesdeH3372, van het te doenH6213 bij dagH3119, dat hij het deedH6213 bij nachtH3915.Toen nam Gideon tien mannen uit zijn knechten, en deed, gelijk als de HEERE tot hem gesproken had. Doch het geschiedde, dewijl hij zijns vaders huis en de mannen van die stad vreesde, van het te doen bij dag, dat hij het deed bij nacht.
KJVThen Gideon2took1ten3menof his servants,5and did6as the LORD10had said8unto him: and so it was, because he feared13his father's16household,15and the menof the city,19that he could not do20it by day,21that he did22it by night.
1וַיִּקַּ֨חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2גִּדְע֜וֹןH1439GideonGideon3עֲשָׂרָ֤הH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen4אֲנָשִׁים֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5מֵֽעֲבָדָ֔יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant6וַיַּ֕עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8דִּבֶּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work9אֵלָ֖יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11וַיְהִ֡יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13יָרֵא֩H3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15בֵּ֨יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16אָבִ֜יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'17וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18אַנְשֵׁ֥יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)19הָעִ֛ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town20מֵעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use21יוֹמָ֖םH3119dag, daags, Dagdaily, (by, in the) day(-time)22וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use23לָֽיְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
28Als nu de mannen van die stad des morgens vroeg opstonden, ziet, zo was het altaar van Baal omgeworpen, en de haag, die daarbij was, afgehouwen, en die tweede var was op het gebouwde altaar geofferd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Als nu de mannenH582 van die stadH5892 des morgensH1242vroeg opstondenH7925, zietH2009, zo was het altaarH4196 van BaalH1168omgeworpenH5422, en de haagH842, dieH834 daarbij was, afgehouwenH3772, en die tweedeH8145varH6499 was opH5921 het gebouwdeH1129altaarH4196geofferdH5927.Als nu de mannen van die stad des morgens vroeg opstonden, ziet, zo was het altaar van Baal omgeworpen, en de haag, die daarbij was, afgehouwen, en die tweede var was op het gebouwde altaar geofferd.
KJVAnd when the menof the city3arose early1in the morning,4behold, the altar7of Baal8was cast down,6and the grove9was cut down12that was by it, and the second15bullock14was offered16upon the altar18that was built.
1וַיַּשְׁכִּ֜ימוּH7925vroeg, stond, stonden(arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning2אַנְשֵׁ֤יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3הָעִיר֙H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4בַּבֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow5וְהִנֵּ֤הH2009ziet, ziebehold, lo, see6נֻתַּץ֙H5422brak, afbreken, brakenbeat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down7מִזְבַּ֣חH4196altaar, altaren, altaarsaltar8הַבַּ֔עַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim9וְהָאֲשֵׁרָ֥הH842bossen, bos, haaggrove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת)10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12כֹּרָ֑תָהH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want13וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַפָּ֣רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox15הַשֵּׁנִ֔יH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)16הֹֽעֲלָ֔הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18הַמִּזְבֵּ֖חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar19הַבָּנֽוּיH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
29Zo zeiden zij, de een tot de ander: Wie heeft dit stuk gedaan? En als zij onderzochten en navraagden, zo zeide men: Gideon, de zoon van Joas, heeft dit stuk gedaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Zo zeidenH559 zij, de een totH413 de anderH7453: WieH4310 heeft ditH2088stukH1697gedaanH6213? En als zij onderzochtenH1875 en navraagdenH1245, zo zeideH559 men: GideonH1439, de zoonH1121 van JoasH3101, heeft ditH2088stukH1697gedaanH6213.Zo zeiden zij, de een tot de ander: Wie heeft dit stuk gedaan? En als zij onderzochten en navraagden, zo zeide men: Gideon, de zoon van Joas, heeft dit stuk gedaan.
KJVAnd they said1one2to another,4Who hath done6this thing?7And when they enquired9and asked,10they said,11Gideon12the son13of Joash14hath done15this thing.
1וַיֹּֽאמְרוּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4רֵעֵ֔הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other5מִ֥יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God6עָשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7הַדָּבָ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work8הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)9וַֽיִּדְרְשׁוּ֙H1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely10וַיְבַקְשׁ֔וּH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)11וַיֹּ֣אמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12גִּדְעוֹן֙H1439GideonGideon13בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14יוֹאָ֔שׁH3101JoasJoash15עָשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use16הַדָּבָ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work17הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
30Toen zeiden de mannen van die stad tot Joas: Breng uw zoon uit, dat hij sterve, omdat hij het altaar van Baal heeft omgeworpen, en omdat hij de haag, die daarbij was, afgehouwen heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Toen zeidenH559 de mannenH582 van die stadH5892totH413JoasH3101: BrengH3318 uw zoonH1121 uit, dat hij sterveH4191, omdat hij het altaarH4196 van BaalH1168 heeft omgeworpenH5422, en omdatH3588 hij de haagH842, dieH834 daarbij was, afgehouwenH3772 heeft.Toen zeiden de mannen van die stad tot Joas: Breng uw zoon uit, dat hij sterve, omdat hij het altaar van Baal heeft omgeworpen, en omdat hij de haag, die daarbij was, afgehouwen heeft.
KJVThen the menof the city3said1unto Joash,5Bring out6thy son,8that he may die:9because he hath cast down11the altar13of Baal,14and because he hath cut down16the grove
1וַיֹּ֨אמְר֜וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אַנְשֵׁ֤יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3הָעִיר֙H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5יוֹאָ֔שׁH3101JoasJoash6הוֹצֵ֥אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8בִּנְךָ֖H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9וְיָמֹ֑תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise10כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11נָתַץ֙H5422brak, afbreken, brakenbeat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מִזְבַּ֣חH4196altaar, altaren, altaarsaltar14הַבַּ֔עַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim15וְכִ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16כָרַ֖תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want17הָאֲשֵׁרָ֥הH842bossen, bos, haaggrove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת)18אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19עָלָֽיוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
31Joas daarentegen zeide tot allen, die bij hem stonden: Zult gij voor den Baal twisten; zult gij hem verlossen? Die voor hem zal twisten, zal nog dezen morgen gedood worden! Indien een hij god is, hij twiste voor zichzelven, omdat men zijn altaar heeft omgeworpen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31JoasH3101 daarentegen zeideH559totH5704allenH3605, die bijH5921 hem stondenH5975: Zult gij voor den BaalH1168twistenH7378; zult gijH859 hem verlossenH3467? Die voor hem zal twistenH7378, zal nog dezen morgenH1242gedoodH4191 worden! Indien een hij godH430 is, hijH1931twisteH7378 voor zichzelven, omdatH3588 men zijn altaarH4196 heeft omgeworpenH5422.Joas daarentegen zeide tot allen, die bij hem stonden: Zult gij voor den Baal twisten; zult gij hem verlossen? Die voor hem zal twisten, zal nog dezen morgen gedood worden! Indien een hij god is, hij twiste voor zichzelven, omdat men zijn altaar heeft omgeworpen.
KJVAnd Joash2said1unto all that stood5against him, Will ye plead8for Baal?9will ye save12him? he that will plead15for him, let him be put to death17whilst it is yet morning:19if he be a god,21let him plead23for himself, because one hath cast down26his altar.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יוֹאָ֡שׁH3101JoasJoash3לְכֹל֩H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5עָמְד֨וּH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry6עָלָ֜יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7הַאַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you8תְּרִיב֣וּןH7378twisten, twist, getwistadversary, chide, complain, contend, debate, [idiom] ever, [idiom] lay wait, plead, rebuke, strive, [idiom] thoroughly9לַבַּ֗עַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim10אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet11אַתֶּם֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you12תּוֹשִׁיע֣וּןH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory13אוֹת֔וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15יָרִ֥יבH7378twisten, twist, getwistadversary, chide, complain, contend, debate, [idiom] ever, [idiom] lay wait, plead, rebuke, strive, [idiom] thoroughly16ל֛וֹ17יוּמַ֖תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise18עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet19הַבֹּ֑קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow20אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet21אֱלֹהִ֥יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty22הוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who23יָ֣רֶבH7378twisten, twist, getwistadversary, chide, complain, contend, debate, [idiom] ever, [idiom] lay wait, plead, rebuke, strive, [idiom] thoroughly24ל֔וֹ25כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet26נָתַ֖ץH5422brak, afbreken, brakenbeat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down27אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)28מִזְבְּחֽוֹH4196altaar, altaren, altaarsaltar
32Daarom noemde hij hem te dien dage Jerubbaal, zeggende: Baal twiste tegen hem, omdat hij zijn altaar heeft omgeworpen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Daarom noemdeH7121 hij hem te dien dageH3117JerubbaalH3378, zeggendeH559: BaalH1168twisteH7378 tegen hem, omdatH3588 hij zijn altaarH4196 heeft omgeworpenH5422.Daarom noemde hij hem te dien dage Jerubbaal, zeggende: Baal twiste tegen hem, omdat hij zijn altaar heeft omgeworpen.
KJVTherefore on that day3he called1him Jerubbaal,5saying,6Let Baal9plead7against him, because he hath thrown down11his altar.
1וַיִּקְרָאH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2ל֥וֹ3בַיּוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4הַה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5יְרֻבַּ֣עַלH3378JerubbaalJerubbaal6לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7יָ֤רֶבH7378twisten, twist, getwistadversary, chide, complain, contend, debate, [idiom] ever, [idiom] lay wait, plead, rebuke, strive, [idiom] thoroughly8בּוֹ֙9הַבַּ֔עַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim10כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11נָתַ֖ץH5422brak, afbreken, brakenbeat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down12אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מִזְבְּחֽוֹH4196altaar, altaren, altaarsaltar
33Alle Midianieten nu, en Amalekieten, en de kinderen van het oosten, waren samenvergaderd, en zij trokken over, en legerden zich in het dal van Jizreel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33AlleH3605MidianietenH4080 nu, en AmalekietenH6002, en de kinderenH1121 van het oostenH6924, waren samenvergaderdH622, en zij trokkenH5674 over, en legerdenH2583 zich in het dalH6010 van JizreelH3157.Alle Midianieten nu, en Amalekieten, en de kinderen van het oosten, waren samenvergaderd, en zij trokken over, en legerden zich in het dal van Jizreel.
KJVThen all the Midianites2and the Amalekites3and the children4of the east5were gathered6together,7and went over,8and pitched9in the valley10of Jezreel.
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2מִדְיָ֧ןH4080Midianieten, MidianMidian, Midianite3וַעֲמָלֵ֛קH6002Amalek, Amalekieten, watAmalekAmalek4וּבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5קֶ֖דֶםH6924oosten, ouds, oostwaartsaforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה)6נֶאֶסְפ֣וּH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw7יַחְדָּ֑וH3162samen, tezamenalike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal8וַיַּעַבְר֥וּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath9וַֽיַּחֲנ֖וּH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent10בְּעֵ֥מֶקH6010dal, dals, dalendale, vale, valley (often used as a part of proper names). See also H1025 (בֵּית הָעֵמֶק)11יִזְרְעֶֽאלH3157Jizreel, JizreelaJezreel
34Toen toog de Geest des HEEREN Gideon aan, en hij blies met de bazuin, en de Abi-ezrieten werden achter hem bijeengeroepen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Toen toogH3847 de GeestH7307 des HEERENH3068GideonH1439 aan, en hij bliesH8628 met de bazuinH7782, en de Abi-ezrietenH44 werden achterH310 hem bijeengeroepenH2199.Toen toog de Geest des HEEREN Gideon aan, en hij blies met de bazuin, en de Abi-ezrieten werden achter hem bijeengeroepen.
KJVBut the Spirit1of the LORD2came3upon Gideon,5and he blew6a trumpet;7and Abiezer9was gathered8after
1וְר֣וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)2יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3לָבְשָׁ֖הH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5גִּדְע֑וֹןH1439GideonGideon6וַיִּתְקַע֙H8628blazen, blies, bliezenblow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust7בַּשּׁוֹפָ֔רH7782bazuin, bazuinen, ramsbazuinencornet, trumpet8וַיִזָּעֵ֥קH2199riep, riepen, roepenassemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed9אֲבִיעֶ֖זֶרH44Abiezer, Abi-ezer, Abi-ezrietenAbiezer10אַחֲרָֽיוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
35Ook zond hij boden in gans Manasse, en die werden ook achter hem bijeengeroepen; desgelijks zond hij boden in Aser, en in Zebulon, en in Nafthali; en zij kwamen op, hun tegemoet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35Ook zondH7971 hij bodenH4397 in gansH3605ManasseH4519, en die werden ook achterH310hemH1931bijeengeroepenH2199; desgelijks zondH7971 hij bodenH4397 in AserH836, en in ZebulonH2074, en in NafthaliH5321; en zij kwamen op, hun tegemoetH7125.Ook zond hij boden in gans Manasse, en die werden ook achter hem bijeengeroepen; desgelijks zond hij boden in Aser, en in Zebulon, en in Nafthali; en zij kwamen op, hun tegemoet.
KJVAnd he sent2messengers1throughout all Manasseh;4who also was gathered5after8him: and he sent10messengers9unto Asher,11and unto Zebulun,12and unto Naphtali;13and they came up14to meet
1וּמַלְאָכִים֙H4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger2שָׁלַ֣חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)3בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4מְנַשֶּׁ֔הH4519ManasseManasseh5וַיִזָּעֵ֥קH2199riep, riepen, roepenassemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed6גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea7ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8אַחֲרָ֑יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with9וּמַלְאָכִ֣יםH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger10שָׁלַ֗חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)11בְּאָשֵׁ֤רH836AserAsher12וּבִזְבֻלוּן֙H2074ZebulonZebulun13וּבְנַפְתָּלִ֔יH5321NafthaliNaphtali14וַֽיַּעֲל֖וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work15לִקְרָאתָֽםH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way
36En Gideon zeide tot God: Indien Gij Israel door mijn hand zult verlossen, gelijk als Gij gesproken hebt;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36En GideonH1439zeideH559totH413GodH430: IndienH518 Gij IsraelH3478 door mijn handH3027 zult verlossenH3467, gelijk als Gij gesprokenH1696 hebt;En Gideon zeide tot God: Indien Gij Israel door mijn hand zult verlossen, gelijk als Gij gesproken hebt;
37Zie, ik zal een wollen vlies op den vloer leggen; indien er dauw op het vlies alleen zal zijn, en droogte op de ganse aarde, zo zal ik weten, dat Gij Israel door mijn hand zult verlossen, gelijk als Gij gesproken hebt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37ZieH2009, ikH595 zal een wollenH6785vliesH1492 op den vloerH1637leggenH3322; indien er dauwH2919opH5921 het vliesH1492 alleen zal zijnH1961, en droogteH2721opH5921 de ganseH3605aardeH776, zoH518 zal ik wetenH3045, dat Gij IsraelH3478 door mijn handH3027 zult verlossenH3467, gelijk als Gij gesprokenH1696 hebt.Zie, ik zal een wollen vlies op den vloer leggen; indien er dauw op het vlies alleen zal zijn, en droogte op de ganse aarde, zo zal ik weten, dat Gij Israel door mijn hand zult verlossen, gelijk als Gij gesproken hebt.
KJVBehold, I will put3a fleece5of wool6in the floor;7and if the dew9be on the fleece12only, and it be dry17upon all the earth16beside, then shall I know18that thou wilt save20Israel23by mine hand,21as thou hast said.
1הִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see2אָנֹכִ֗יH595ik, mijI, me, [idiom] which3מַצִּ֛יגH3322stelden, gesteld, steldeestablish, leave, make, present, put, set, stay4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5גִּזַּ֥תH1492vliesfleece6הַצֶּ֖מֶרH6785wol, wollenwool(-len)7בַּגֹּ֑רֶןH1637dorsvloer, dorsvloers, plein(barn, corn, threshing-) floor, (threshing-, void) place8אִ֡םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet9טַל֩H2919dauw, dauwsdew10יִהְיֶ֨הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12הַגִּזָּ֜הH1492vliesfleece13לְבַדָּ֗הּH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength14וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16הָאָ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17חֹ֔רֶבH2721hitte, droogte, Droogtedesolation, drought, dry, heat, [idiom] utterly, waste18וְיָדַעְתִּ֗יH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot19כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet20תוֹשִׁ֧יעַH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory21בְּיָדִ֛יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves22אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael24כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection25דִּבַּֽרְתָּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
38En het geschiedde alzo; want hij stond des anderen daags vroeg op, en drukte het vlies uit, en hij wrong den dauw uit het vlies, een schaal vol waters.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38En het geschieddeH1961alzoH3651; want hij stond des anderen daagsH4283vroegH7925 op, en drukteH2115 het vliesH1492 uit, en hij wrongH4680 den dauwH2919uitH4480 het vliesH1492, een schaalH5602volH4393watersH4325.En het geschiedde alzo; want hij stond des anderen daags vroeg op, en drukte het vlies uit, en hij wrong den dauw uit het vlies, een schaal vol waters.
KJVAnd it was so: for he rose up early3on the morrow,4and thrust5the fleece7together,and wringed8the dew9out of the fleece,11a bowl13full12of water.
1וַיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כֵ֕ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you3וַיַּשְׁכֵּם֙H7925vroeg, stond, stonden(arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning4מִֽמָּחֳרָ֔תH4283daags, dag, gansenmorrow, next day5וַיָּ֖זַרH2115drukken, drukte, uitgedruktclose, rush, thrust together6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַגִּזָּ֑הH1492vliesfleece8וַיִּ֤מֶץH4680uitgeduwd, uitgedrukt, uitgezogensuck, wring (out)9טַל֙H2919dauw, dauwsdew10מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with11הַגִּזָּ֔הH1492vliesfleece12מְל֥וֹאH4393volheid, vol, volle menigte[idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude13הַסֵּ֖פֶלH5602schaalbowl, dish14מָֽיִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
39En Gideon zeide tot God: Uw toorn ontsteke niet tegen mij, dat ik alleenlijk ditmaal spreke; laat mij toch alleenlijk ditmaal met het vlies verzoeken; er zij toch droogte op het vlies alleen, en op de ganse aarde zij dauw.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39En GideonH1439zeideH559totH413GodH430: Uw toornH639ontstekeH2734nietH408 tegen mij, dat ik alleenlijk ditmaalH6471sprekeH1696; laat mij toch alleenlijk ditmaalH6471 met het vliesH1492verzoekenH5254; er zijH1961tochH4994droogteH2721 op het vliesH1492 alleen, en opH5921 de ganseH3605aardeH776zijH1961dauwH2919.En Gideon zeide tot God: Uw toorn ontsteke niet tegen mij, dat ik alleenlijk ditmaal spreke; laat mij toch alleenlijk ditmaal met het vlies verzoeken; er zij toch droogte op het vlies alleen, en op de ganse aarde zij dauw.
KJVAnd Gideon2said1unto God,4Let not thine anger7be hot6against me, and I will speak9but this once:11let me prove,12I pray thee, but this once15with the fleece;16let it now be dry19only upon the fleece,21and upon all the ground25let there be dew.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2גִּדְעוֹן֙H1439GideonGideon3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הָ֣אֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than6יִ֤חַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)7אַפְּךָ֙H639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath8בִּ֔י9וַאֲדַבְּרָ֖הH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work10אַ֣ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)11הַפָּ֑עַםH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel12אֲנַסֶּ֤הH5254verzocht, verzoeken, verzochtenadventure, assay, prove, tempt, try13נָּאH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh14רַקH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise15הַפַּ֨עַם֙H6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel16בַּגִּזָּ֔הH1492vliesfleece17יְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use18נָ֨אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh19חֹ֤רֶבH2721hitte, droogte, Droogtedesolation, drought, dry, heat, [idiom] utterly, waste20אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)21הַגִּזָּה֙H1492vliesfleece22לְבַדָּ֔הּH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength23וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with24כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)25הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world26יִֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use27טָּֽלH2919dauw, dauwsdew
40En God deed alzo in denzelven nacht; want de droogte was op het vlies alleen, en op de ganse aarde was dauw.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40En GodH430deedH6213alzoH3651 in denzelven nachtH3915; want de droogteH2721wasH1961 op hetH1931vliesH1492 alleen, en opH5921 de ganseH3605aardeH776wasH1961dauwH2919.En God deed alzo in denzelven nacht; want de droogte was op het vlies alleen, en op de ganse aarde was dauw.
KJVAnd God2did1so that night:4for it was dry7upon the fleece9only, and there was dew15on all the ground.
1וַיַּ֧עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֱלֹהִ֛יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3כֵּ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you4בַּלַּ֣יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)5הַה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6וַיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7חֹ֤רֶבH2721hitte, droogte, Droogtedesolation, drought, dry, heat, [idiom] utterly, waste8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9הַגִּזָּה֙H1492vliesfleece10לְבַדָּ֔הּH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength11וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14הָ֥יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15טָֽלH2919dauw, dauwsdew
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Richteren 6:1— Maar de kinderen Israels deden, dat kwaad was in de ogen des HEEREN; zo gaf hen de HEERE in de hand der Midianieten, zeven jaren.Habakuk 3:7→Genesis 25:2→Psalmen 106:34→Leviticus 26:14→Richteren 2:19→Richteren 2:13→Numeri 31:1→Numeri 25:15→
Richteren 6:2— Als nu de hand der Midianieten sterk werd over Israel, maakten zich de kinderen Israels, vanwege de Midianieten, de holen, die in de bergen zijn, en de spelonken, en de vestingen.1 Samuël 13:6→Hebreeën 11:38→1 Samuël 14:11→Openbaring 6:15→Deuteronomium 28:47→Leviticus 26:17→
Richteren 6:3— Want het geschiedde, als Israel gezaaid had, zo kwamen de Midianieten op, en de Amalekieten, en die van het oosten kwamen ook op tegen hen.Richteren 3:13→Richteren 7:12→Job 1:3→Richteren 6:33→Genesis 29:1→1 Koningen 4:30→Richteren 8:10→Leviticus 26:16→
Richteren 6:4— En zij legerden zich tegen hen, en verdierven de opkomst des lands, tot daar gij komt te Gaza; en zij lieten geen leeftocht overig in Israel, noch klein vee, noch os, noch ezel.Leviticus 26:16→Deuteronomium 28:51→Deuteronomium 28:33→Micha 6:15→Obadja 1:5→Jeremia 49:9→Genesis 10:19→Genesis 13:10→
Richteren 6:5— Want zij kwamen op met hun vee en hun tenten; zij kwamen gelijk de sprinkhanen in menigte, dat men hen en hun kemelen niet tellen kon; en zij kwamen in het land, om dat te verderven.Richteren 7:12→Richteren 8:10→Hooglied 1:5→Jesaja 13:20→Jeremia 46:23→Psalmen 83:4→Jesaja 60:6→Jeremia 49:29→
Richteren 6:6— Alzo werd Israel zeer verarmd, vanwege de Midianieten. Toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE.Richteren 3:9→Maleachi 1:4→Psalmen 50:15→Richteren 3:15→Psalmen 106:43→Psalmen 78:34→Jesaja 26:16→Hosea 5:15→
Richteren 6:8— Zo zond de HEERE een man, die een profeet was, tot de kinderen Israels; die zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb u uit Egypte doen opkomen, en u uit het diensthuis uitgevoerd;Ezechiël 20:5→Nehemia 9:9→Psalmen 136:10→Richteren 2:1→Jesaja 63:9→
Richteren 6:9— En Ik heb u verlost van de hand der Egyptenaren, en van de hand van allen, die u drukten; en Ik heb hen voor uw aangezicht uitgedreven, en u hun land gegeven;Psalmen 44:2→
Richteren 6:10— En Ik zeide tot ulieden: Ik ben de HEERE, uw God; vreest de goden der Amorieten niet, in welker land gij woont; maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest.Jeremia 10:2→Hebreeën 5:9→Jeremia 9:13→Jeremia 3:13→Jeremia 43:7→Romeinen 10:16→Sefanja 3:2→Jeremia 43:4→
Richteren 6:11— Toen kwam een Engel des HEEREN, en zette Zich onder den eik, die te Ofra is, welke aan Joas, den Abi-ezriet, toekwam; en zijn zoon Gideon dorste tarwe bij de pers, om die te vluchten voor het aangezicht der Midianieten.Jozua 17:2→Hebreeën 11:32→Richteren 13:3→Richteren 8:2→Jesaja 63:9→Genesis 16:7→Richteren 13:18→Jozua 18:23→
Richteren 6:12— Toen verscheen hem de Engel des HEEREN, en zeide tot hem: De HEERE is met u, gij strijdbare held!Lukas 1:28→Jozua 1:5→Richteren 13:3→Lukas 1:11→Jozua 1:9→Exodus 3:12→Richteren 2:18→Mattheüs 1:23→
Richteren 6:13— Maar Gideon zeide tot Hem: Och, mijn Heer! zo de HEERE met ons is, waarom is ons dan dit alles wedervaren? en waar zijn al Zijn wonderen, die onze vaders ons verteld hebben, zeggende: Heeft ons de HEERE niet uit Egypte opgevoerd? Doch nu heeft ons de HEERE verlaten, en heeft ons in der Midianieten hand gegeven.Psalmen 44:1→2 Kronieken 15:2→Psalmen 89:49→Jesaja 41:17→Numeri 14:14→Jesaja 59:1→Deuteronomium 29:24→Deuteronomium 30:17→
Richteren 6:14— Toen keerde zich de HEERE tot hem, en zeide: Ga heen in deze uw kracht, en gij zult Israel uit der Midianieten hand verlossen; heb Ik u niet gezonden?Hebreeën 11:34→Hebreeën 11:32→1 Samuël 12:11→1 Kronieken 14:9→Richteren 4:6→Jozua 1:5→
Richteren 6:15— En hij zeide tot Hem: Och, mijn Heer! waarmede zal ik Israel verlossen? Zie, mijn duizend is het armste in Manasse, en ik ben de kleinste in mijns vaders huis.Exodus 3:11→1 Samuël 9:21→Exodus 18:21→Exodus 4:10→Micha 5:2→Jeremia 50:45→1 Korinthe 15:9→Genesis 32:10→
Richteren 6:16— En de HEERE zeide tot hem: Omdat Ik met u zal zijn, zo zult gij de Midianieten slaan, als een enigen man.Jozua 1:5→Exodus 3:12→Mattheüs 28:20→Jesaja 41:14→Jesaja 41:10→Handelingen 11:21→Markus 16:20→Richteren 6:12→
Richteren 6:17— En hij zeide tot Hem: Indien ik nu genade gevonden heb in Uw ogen, zo doe mij een teken, dat Gij het zijt, Die met mij spreekt.Exodus 33:13→Jesaja 7:11→Psalmen 86:17→Genesis 15:8→2 Koningen 20:8→Richteren 6:36→Exodus 4:1→Exodus 33:16→
Richteren 6:18— Wijk toch niet van hier, totdat ik tot U kome, en mijn geschenk uitbrenge, en U voorzette. En Hij zeide: Ik zal blijven, totdat gij wederkomt.Genesis 18:5→Richteren 13:15→Genesis 18:3→Genesis 19:3→
Richteren 6:19— En Gideon ging in, en bereidde een geitenbokje, en ongezuurde koeken van een efa meels; het vlees legde hij in een korf, en het sop deed hij in een pot; en hij bracht het tot Hem uit, tot onder den eik, en zette het nader.Genesis 18:6→Leviticus 2:4→Richteren 13:15→
Richteren 6:20— Doch de Engel Gods zeide tot hem: Neem het vlees en de ongezuurde koeken, en leg ze op dien rotssteen, en giet het sop uit; en hij deed alzo.Richteren 13:19→1 Koningen 18:33→
Richteren 6:21— En de Engel des HEEREN stak het uiterste van den staf uit, die in Zijn hand was, en roerde het vlees en de ongezuurde koeken aan; toen ging er vuur op uit de rots, en verteerde het vlees en de ongezuurde koeken. En de Engel des HEEREN bekwam uit zijn ogen.Leviticus 9:24→2 Kronieken 7:1→1 Koningen 18:38→1 Kronieken 21:26→Richteren 13:20→
Richteren 6:22— Toen zag Gideon, dat het een Engel des HEEREN was; en Gideon zeide: Ach, Heere, HEERE! daarom, omdat ik een Engel des HEEREN gezien heb van aangezicht tot aangezicht.Genesis 32:30→Exodus 33:20→Deuteronomium 5:26→Richteren 13:21→Deuteronomium 5:24→Genesis 16:13→Deuteronomium 5:5→Johannes 1:18→
Richteren 6:23— Doch de HEERE zeide tot hem: Vrede zij u, vrees niet, gij zult niet sterven.Daniël 10:19→Romeinen 1:7→Johannes 20:19→Genesis 32:30→Johannes 14:27→Genesis 43:23→Psalmen 85:8→Johannes 20:26→
Richteren 6:24— Toen bouwde Gideon aldaar den HEERE een altaar, en noemde het: De HEERE is vrede! het is nog tot op dezen dag in Ofra der Abi-ezrieten.Genesis 22:14→Richteren 8:32→Exodus 17:15→Ezechiël 48:35→Jeremia 23:6→Jeremia 33:16→Jozua 22:10→Jozua 22:26→
Richteren 6:25— En het geschiedde in dienzelven nacht, dat de HEERE tot hem zeide: Neem een var van de ossen, die van uw vader zijn, te weten, den tweeden var, van zeven jaren; en breek af het altaar van Baal, dat van uw vader is, en houw af het bos, dat daarbij is.Exodus 34:13→Richteren 3:7→Deuteronomium 7:5→Genesis 35:2→Mattheüs 6:24→1 Koningen 18:21→Job 22:23→2 Korinthe 6:15→
Richteren 6:26— En bouw den HEERE, uw God, een altaar, op de hoogte dezer sterkte, in een bekwame plaats; en neem den tweeden var, en offer een brandoffer met het hout der hage, die gij zult hebben afgehouwen.1 Korinthe 14:40→2 Samuël 24:18→1 Korinthe 14:33→
Richteren 6:27— Toen nam Gideon tien mannen uit zijn knechten, en deed, gelijk als de HEERE tot hem gesproken had. Doch het geschiedde, dewijl hij zijns vaders huis en de mannen van die stad vreesde, van het te doen bij dag, dat hij het deed bij nacht.1 Thessalonicenzen 2:4→Galaten 1:16→Mattheüs 16:24→Johannes 15:14→Deuteronomium 4:1→Johannes 3:2→Johannes 2:5→Psalmen 112:5→
Richteren 6:30— Toen zeiden de mannen van die stad tot Joas: Breng uw zoon uit, dat hij sterve, omdat hij het altaar van Baal heeft omgeworpen, en omdat hij de haag, die daarbij was, afgehouwen heeft.Filippenzen 3:6→Johannes 16:2→Jeremia 26:11→Jeremia 50:38→Handelingen 26:9→
Richteren 6:31— Joas daarentegen zeide tot allen, die bij hem stonden: Zult gij voor den Baal twisten; zult gij hem verlossen? Die voor hem zal twisten, zal nog dezen morgen gedood worden! Indien een hij god is, hij twiste voor zichzelven, omdat men zijn altaar heeft omgeworpen.Jesaja 46:7→Efeze 5:11→Deuteronomium 17:2→Psalmen 115:4→Exodus 23:2→Jeremia 10:11→1 Koningen 18:29→Deuteronomium 13:5→
Richteren 6:32— Daarom noemde hij hem te dien dage Jerubbaal, zeggende: Baal twiste tegen hem, omdat hij zijn altaar heeft omgeworpen.1 Samuël 12:11→Richteren 7:1→2 Samuël 11:21→Hosea 9:10→Jeremia 11:13→
Richteren 6:33— Alle Midianieten nu, en Amalekieten, en de kinderen van het oosten, waren samenvergaderd, en zij trokken over, en legerden zich in het dal van Jizreel.Jozua 17:16→Richteren 6:3→Jesaja 8:9→1 Kronieken 5:19→Job 1:3→Jozua 3:16→Psalmen 27:2→Jozua 19:18→
Richteren 6:34— Toen toog de Geest des HEEREN Gideon aan, en hij blies met de bazuin, en de Abi-ezrieten werden achter hem bijeengeroepen.Richteren 3:27→Richteren 3:10→2 Kronieken 24:20→1 Kronieken 12:18→Richteren 8:2→1 Samuël 10:6→Richteren 13:25→1 Samuël 11:6→
Richteren 6:35— Ook zond hij boden in gans Manasse, en die werden ook achter hem bijeengeroepen; desgelijks zond hij boden in Aser, en in Zebulon, en in Nafthali; en zij kwamen op, hun tegemoet.2 Kronieken 30:6→Richteren 4:6→
Richteren 6:36— En Gideon zeide tot God: Indien Gij Israel door mijn hand zult verlossen, gelijk als Gij gesproken hebt;Richteren 6:14→Exodus 4:1→Richteren 6:17→2 Koningen 20:9→Mattheüs 16:1→Psalmen 103:13→
Richteren 6:37— Zie, ik zal een wollen vlies op den vloer leggen; indien er dauw op het vlies alleen zal zijn, en droogte op de ganse aarde, zo zal ik weten, dat Gij Israel door mijn hand zult verlossen, gelijk als Gij gesproken hebt.Psalmen 72:6→Mattheüs 15:24→Mattheüs 10:5→Deuteronomium 32:2→Hosea 6:3→Psalmen 147:19→Hosea 14:5→
Richteren 6:38— En het geschiedde alzo; want hij stond des anderen daags vroeg op, en drukte het vlies uit, en hij wrong den dauw uit het vlies, een schaal vol waters.Jesaja 35:7→
Richteren 6:39— En Gideon zeide tot God: Uw toorn ontsteke niet tegen mij, dat ik alleenlijk ditmaal spreke; laat mij toch alleenlijk ditmaal met het vlies verzoeken; er zij toch droogte op het vlies alleen, en op de ganse aarde zij dauw.Genesis 18:32→Jesaja 43:19→Romeinen 11:12→Handelingen 28:28→Jesaja 50:2→Mattheüs 8:12→Jesaja 35:6→Handelingen 22:21→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Richteren 6 vers 1— Maar de kinderen Israels deden, dat kwaad was in de ogen des HEEREN; zo gaf hen de HEERE in de hand der Midianieten, zeven jaren.
Midianieten,
Hebreeuws, van Midian, en alzo in deze ganse historie. Zie van deze Num. 25:17-18, en Num. 31:2, enz.
Hertaald:Midianieten,
Hebreeuws: van Midian; en zo ook in heel deze geschiedenis. Zie hierover Num. 25:17-18, en Num. 31:2, enzovoort.
Richteren 6 vers 2— Als nu de hand der Midianieten sterk werd over Israel, maakten zich de kinderen Israels, vanwege de Midianieten, de holen, die in de bergen zijn, en de spelonken, en de vestingen.
maakten zich de kinderen Israëls,
Of, zij bereidden, vermaakten, maakten toe.
Hertaald:maakten zich de kinderen Israëls,
Of: zij bereidden, richtten in, maakten gereed.
de holen,
Om zich daarin tegen de Midianieten te verbergen en te verzekeren.
Hertaald:de holen,
Om zich daarin tegen de Midianieten te verbergen en te beschermen.
Richteren 6 vers 3— Want het geschiedde, als Israel gezaaid had, zo kwamen de Midianieten op, en de Amalekieten, en die van het oosten kwamen ook op tegen hen.
kwamen de Midianieten op,
Dit hadden zij tevoren jaarlijks gedaan en deden het nu in het zevende jaar wedeRom.
Hertaald:kwamen de Midianieten op,
Dit hadden zij eerder jaarlijks gedaan en deden het nu in het zevende jaar opnieuw.
oosten kwamen
Die oostwaarts woonden, inzonderheid de Arabieren, die in tenten gewoon waren zich te onthouden. Zie onder, Richt. 8:10-11; Gen. 29:1, en Job 1:3. Hebreeuws, kinderen van het oosten
Hertaald:oosten kwamen
Die naar het oosten woonden, vooral de Arabieren, die gewoon waren in tenten te wonen. Zie hieronder, Richt. 8:10-11; Gen. 29:1, en Job 1:3. Hebreeuws: kinderen van het oosten.
hen
Namelijk, Israël, gelijk in het begin van vs.3 staat.
Hertaald:hen
Namelijk: Israël, zoals aan het begin van vers 3 staat.
Richteren 6 vers 4— En zij legerden zich tegen hen, en verdierven de opkomst des lands, tot daar gij komt te Gaza; en zij lieten geen leeftocht overig in Israel, noch klein vee, noch os, noch ezel.
Gaza;
Gelegen in het westen aan de grote zee, verdervende alzo het ganse land van het oosten tot het westen.
Hertaald:Gaza;
Gelegen in het westen, aan de grote zee, en zo verwoestten zij het hele land van oost tot west.
Richteren 6 vers 5— Want zij kwamen op met hun vee en hun tenten; zij kwamen gelijk de sprinkhanen in menigte, dat men hen en hun kemelen niet tellen kon; en zij kwamen in het land, om dat te verderven.
sprinkhanen
Want hunlieder heirleger was wel honderd en vijftig en dertig duizend strijdende mannen sterk, gelijk te zien is onder, Richt. 8:10, buiten het andere gespuis, dat zulke legers, die geen tegenstand verwachtten, placht te volgen.
Hertaald:sprinkhanen
Want hun leger telde wel honderdvijfendertigduizend strijdbare mannen, zoals te zien is hieronder, Richt. 8:10, afgezien van het overige volk dat zulke legers, die geen tegenstand verwachtten, placht te volgen.
niet tellen kon;
Hebreeuws, hadden geen getal; dat is, zij waren zeer kwalijk, vanwege de veelheid, te tellen. Alzo Richt. 7:12. Daarentegen wordt van een kleinen hoop volks gezegd, dat zij lieden van getal zijn; dat is, licht om te tellen. Zie Gen. 34:30.
Hertaald:niet tellen kon;
Hebreeuws: hadden geen getal; dat is: zij waren vanwege hun aantal maar moeilijk te tellen. Zo ook Richt. 7:12. Daarentegen wordt van een kleine groep mensen gezegd dat zij te tellen zijn; dat is: gemakkelijk te tellen. Zie Gen. 34:30.
Richteren 6 vers 6— Alzo werd Israel zeer verarmd, vanwege de Midianieten. Toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE.
vanwege de Midianieten
Hebreeuws, voor het aangezicht; dat is, voor, of om hun tegenwoordigheid.
Hertaald:vanwege de Midianieten
Hebreeuws: voor het aangezicht; dat is: vanwege, of door hun aanwezigheid.
Richteren 6 vers 8— Zo zond de HEERE een man, die een profeet was, tot de kinderen Israels; die zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb u uit Egypte doen opkomen, en u uit het diensthuis uitgevoerd;
profeet was,
Hebreeuws, een man, een profeet. Vergelijk boven, Richt. 4:4.
Hertaald:profeet was,
Hebreeuws: een man, een profeet. Vergelijk hierboven, Richt. 4:4.
Richteren 6 vers 11— Toen kwam een Engel des HEEREN, en zette Zich onder den eik, die te Ofra is, welke aan Joas, den Abi-ezriet, toekwam; en zijn zoon Gideon dorste tarwe bij de pers, om die te vluchten voor het aangezicht der Midianieten.
Engel des HEEREN,
Versta, den Zoon Gods, die onder, vs.14, 16, met Gods eigen naam, de Heere, of Jehova, genoemd wordt. Vergelijk Gen. 18:17, en Gen. 48:16. Zie ook boven, Richt. 5:23.
Hertaald:Engel des HEEREN,
Versta: de Zoon van God, Die hieronder, in vers 14 en 16, met Gods eigen naam, de HEERE, of Jehova, genoemd wordt. Vergelijk Gen. 18:17, en Gen. 48:16. Zie ook hierboven, Richt. 5:23.
Joas,
Omdat Joas aldaar [zoals men meent] de voornaamste was, of het ambt der overheid bediende. Vergelijk onder, vs.31,32.
Hertaald:Joas,
Omdat Joas daar [naar men aanneemt] de voornaamste was, of het bestuursambt bekleedde. Vergelijk hieronder, vers 31, 32.
Abi-ezriet,
Uit den stam van Manasse. Zie Joz. 17:2, en onder, vs.34,35; 1 Kron. 7:14, 1 Kron. 7:18. Daar was een ander Ofra in den stam van Benjamin gelegen, Joz. 18:23.
Hertaald:Abi-ezriet,
Uit de stam van Manasse. Zie Joz. 17:2, en hieronder, vers 34, 35; 1 Kron. 7:14, 1 Kron. 7:18. Er was nog een ander Ofra, gelegen in de stam van Benjamin, Joz. 18:23.
dorste tarwe
Niet met ossen [waarvan Deut. 25:4] ] , maar met een stok of dorsvlegel, zoals enigen verklaren, om te minder opzien te geven, of in der haast wat voorraad te hebben.
Hertaald:dorste tarwe
Niet met ossen [waarvan Deut. 25:4], maar met een stok of dorsvlegel, zoals sommigen verklaren, om minder de aandacht te trekken, of om in de haast wat voorraad te hebben.
bij de pers,
Dat is, in de plaats, waar de wijnpers of oliepers stond, waar men, naar sommiger gevoelen, niet gewoon was te dorsen; opdat niemand daarop acht mocht slaan, en deze tarwe voor den aanstaanden nood te zekerder geborgen kon worden.
Hertaald:bij de pers,
Dat is: op de plaats waar de wijnpers of oliepers stond, waar men, naar de mening van sommigen, niet gewoon was te dorsen; opdat niemand daarop zou letten, en deze tarwe voor de dreigende nood zekerder geborgen kon worden.
om die te vluchten
Dat is, om de tarwe in het vluchten mede te nemen, of om zijns vaders huis te doen vluchten, als hij deze tarwe tot provisie zou hebben gedorst.
Hertaald:om die te vluchten
Dat is: om de tarwe bij het vluchten mee te nemen, of om het huis van zijn vader te doen vluchten, wanneer hij deze tarwe als voorraad gedorst zou hebben.
Midianieten
Die reeds in aantocht waren. Zie onder, vs.33, en Jdg 7.
Hertaald:Midianieten
Die al in aantocht waren. Zie hieronder, vers 33, en Richt. 7.
Richteren 6 vers 13— Maar Gideon zeide tot Hem: Och, mijn Heer! zo de HEERE met ons is, waarom is ons dan dit alles wedervaren? en waar zijn al Zijn wonderen, die onze vaders ons verteld hebben, zeggende: Heeft ons de HEERE niet uit Egypte opgevoerd? Doch nu heeft ons de HEERE verlaten, en heeft ons in der Midianieten hand gegeven.
Och mijn
Van deze manier van spreken zie Gen. 43:20, alzo onder, vs.15.
Hertaald:Och mijn
Zie over deze manier van spreken Gen. 43:20, zo ook hieronder, vers 15.
Heer
Gideon bewijst hem burgerlijke eer, vooralsnog niet anders wetende of hij was een mens, daar hij in mansgedaante verscheen.
Hertaald:Heer
Gideon bewijst hem burgerlijke eer, nog niet anders wetend dan dat hij een mens was, omdat hij in de gedaante van een man verscheen.
wedervaren?
Hebreeuws, heeft ons dit alles gevonden? Dat is, getroffen, is ons overgekomen.
Hertaald:wedervaren?
Hebreeuws: heeft ons dit alles gevonden? Dat is: getroffen, is ons overkomen.
Richteren 6 vers 14— Toen keerde zich de HEERE tot hem, en zeide: Ga heen in deze uw kracht, en gij zult Israel uit der Midianieten hand verlossen; heb Ik u niet gezonden?
keerde Zich de HEERE tot hem,
Of, de Heere zag hem aan, zag op hem; gevende hem meteen bevel en de nodige krachten om Israël te verlossen, gelijk volgt.
Hertaald:keerde Zich de HEERE tot hem,
Of: de HEERE zag hem aan, zag naar hem om; en gaf hem meteen het bevel en de nodige krachten om Israël te verlossen, zoals volgt.
deze uw kracht,
Die gij nu van mij ontvangt.
Hertaald:deze uw kracht,
Die u nu van Mij ontvangt.
heb Ik u niet gezonden?
Immers ja, wil de Heere zeggen: want gij hoort mij zeggen ga, met belofte van een goede uitkomst. Daarom twijfel niet, of gij zult verrichten, waartoe Ik u zend. Vergelijk boven, Richt. 4:6.
Hertaald:heb Ik u niet gezonden?
Zeker wel, wil de HEERE zeggen: want u hoort Mij zeggen ga, met de belofte van een goede afloop. Twijfel dus niet of u zult volbrengen waartoe Ik u zend. Vergelijk hierboven, Richt. 4:6.
Richteren 6 vers 15— En hij zeide tot Hem: Och, mijn Heer! waarmede zal ik Israel verlossen? Zie, mijn duizend is het armste in Manasse, en ik ben de kleinste in mijns vaders huis.
Och, mijn Heer
Zie vs.13.
Hertaald:Och, mijn Heer
Zie vers 13.
waarmede zal ik Israël verlossen?
Aldus vraagt hij, om van deze hoge en zware beroeping enig nader bescheid en volle verzekering te bekomen. Vergelijk Luc. 1:34.
Hertaald:waarmede zal ik Israël verlossen?
Zo vraagt hij, om van deze hoge en zware roeping enig nader bericht en volledige zekerheid te krijgen. Vergelijk Luc. 1:34.
duizend
Tot welke ik behoor. Uit Ex. 18:25; Deut. 1:15 blijkt dat het volk in duizenden door Mozes was afgedeeld, hebbende elk duizend zijn overste, enz.
Hertaald:duizend
Waartoe ik behoor. Uit Ex. 18:25; Deut. 1:15 blijkt dat het volk door Mozes in duizendtallen was ingedeeld, waarbij elk duizendtal zijn eigen overste had, enzovoort.
Richteren 6 vers 16— En de HEERE zeide tot hem: Omdat Ik met u zal zijn, zo zult gij de Midianieten slaan, als een enigen man.
enigen man
Alsof gij maar met één man te doen hadt; dat is, gij zult hen lichtelijk verstaan.
Hertaald:enigen man
Alsof u met maar één man te maken had; dat is: u zult hen gemakkelijk verslaan.
Richteren 6 vers 17— En hij zeide tot Hem: Indien ik nu genade gevonden heb in Uw ogen, zo doe mij een teken, dat Gij het zijt, Die met mij spreekt.
teken,
Om mij te verzekeren dat gij van God hiertoe gezonden zijt, opdat ik deze beroeping met een goede conscientie moge aannemen.
Hertaald:teken,
Om mij ervan te verzekeren dat U mij hiertoe gezonden hebt, zodat ik deze roeping met een goed geweten kan aannemen.
Richteren 6 vers 18— Wijk toch niet van hier, totdat ik tot U kome, en mijn geschenk uitbrenge, en U voorzette. En Hij zeide: Ik zal blijven, totdat gij wederkomt.
geschenk uitbrenge,
Alsnog niet anders denkende dan dat hij een mens en profeet was, wil hij hem, naar de wijze der oudvaders, in der haast met spijs en drank onthalen. vs.22 wordt hij eerst gewaar dat hij een engel was. Vergelijk hiermede onder, Richt. 13:15.
Hertaald:geschenk uitbrenge,
Nog steeds niet anders denkend dan dat hij een mens en profeet was, wil hij hem, naar de gewoonte van de aartsvaders, in de haast met eten en drinken onthalen. Pas in vers 22 wordt hij gewaar dat hij een engel was. Vergelijk hiermee hieronder, Richt. 13:15.
Richteren 6 vers 19— En Gideon ging in, en bereidde een geitenbokje, en ongezuurde koeken van een efa meels; het vlees legde hij in een korf, en het sop deed hij in een pot; en hij bracht het tot Hem uit, tot onder den eik, en zette het nader.
efa meels;
Zie Ex. 16:36.
Hertaald:efa meels;
Zie Ex. 16:36.
Richteren 6 vers 20— Doch de Engel Gods zeide tot hem: Neem het vlees en de ongezuurde koeken, en leg ze op dien rotssteen, en giet het sop uit; en hij deed alzo.
giet het sop uit;
Op het vlees en de koeken, om het wonder te heerlijker en klaarder te maken. Vergelijk 1 Kon. 18:34.
Hertaald:giet het sop uit;
Op het vlees en de koeken, om het wonder des te heerlijker en duidelijker te maken. Vergelijk 1 Kon. 18:34.
Richteren 6 vers 21— En de Engel des HEEREN stak het uiterste van den staf uit, die in Zijn hand was, en roerde het vlees en de ongezuurde koeken aan; toen ging er vuur op uit de rots, en verteerde het vlees en de ongezuurde koeken. En de Engel des HEEREN bekwam uit zijn ogen.
vuur op uit de rots,
Vergelijk Lev. 9:24; 1 Kon. 18:38; 2 Kron. 7:1.
Hertaald:vuur op uit de rots,
Vergelijk Lev. 9:24; 1 Kon. 18:38; 2 Kron. 7:1.
uit zijn ogen
Versta, zeer haastelijk en onvoorziens, zodat hij hem gans niet meer zag; waardoor hij verschrikt en bevreesd werd, gelijk volgt.
Hertaald:uit zijn ogen
Versta: heel plotseling en onvoorzien, zodat hij hem helemaal niet meer zag; waardoor hij verschrikt en bevreesd werd, zoals volgt.
Richteren 6 vers 22— Toen zag Gideon, dat het een Engel des HEEREN was; en Gideon zeide: Ach, Heere, HEERE! daarom, omdat ik een Engel des HEEREN gezien heb van aangezicht tot aangezicht.
daarom,
Te weten, zal ik moeten sterven. Gideon vreest dat hij zal moeten sterven vanwege dit gezicht, gelijk blijkt uit de woorden Gods in vs.23. Vergelijk onder, Richt. 13:22; Gen. 16:13, en Gen. 32:30; Ex. 33:20; Deut. 5:24, Deut. 5:26.
Hertaald:daarom,
Namelijk: dat ik zal moeten sterven. Gideon vreest dat hij zal moeten sterven vanwege dit visioen, zoals blijkt uit de woorden van God in vers 23. Vergelijk hieronder, Richt. 13:22; Gen. 16:13, en Gen. 32:30; Ex. 33:20; Deut. 5:24, Deut. 5:26.
aangezicht tot aangezicht
Vergelijk Deut. 5:4.
Hertaald:aangezicht tot aangezicht
Vergelijk Deut. 5:4.
Richteren 6 vers 24— Toen bouwde Gideon aldaar den HEERE een altaar, en noemde het: De HEERE is vrede! het is nog tot op dezen dag in Ofra der Abi-ezrieten.
De HEERE is vrede
Hebreeuws, JHWH Schalom. De zin is: De Heere is onze vrede; belooft, geeft en zendt ons nu den vrede. Want ten eerste, is deze engel, die de Heere Christus zelf was, onze vrede en de rechte vredevorst, Jes. 9:5, en Jes. 53:5; Mi. 5:4; Luc. 2:14; Hand. 10:36; Hebr. 7:2. Alzo wordt Hij ook genaamd de Heere onze gerechtigheid; Jer. 23:6. Ten tweede, had Hij hier Gideon zijn vrede toegezegd, mitsgaders aan zijn volk vrede en verlossing van de Midianieten.
Hertaald:De HEERE is vrede
Hebreeuws: JHWH Schalom. De betekenis is: de HEERE is onze vrede; Hij belooft, geeft en zendt ons nu de vrede. Want ten eerste is deze engel, die de Heere Christus Zelf was, onze vrede en de rechte Vredevorst, Jes. 9:5, en Jes. 53:5; Micha 5:4; Luc. 2:14; Hand. 10:36; Hebr. 7:2. Zo wordt Hij ook genoemd de HEERE onze gerechtigheid; Jer. 23:6. Ten tweede had Hij hier aan Gideon Zijn vrede toegezegd, evenals aan zijn volk vrede en verlossing van de Midianieten.
Abi-ezrieten
Zie boven, vs.11, en vergelijk onder, vs.34.
Hertaald:Abi-ezrieten
Zie hierboven, vers 11, en vergelijk hieronder, vers 34.
Richteren 6 vers 25— En het geschiedde in dienzelven nacht, dat de HEERE tot hem zeide: Neem een var van de ossen, die van uw vader zijn, te weten, den tweeden var, van zeven jaren; en breek af het altaar van Baal, dat van uw vader is, en houw af het bos, dat daarbij is.
te weten, den tweeden var,
Anders, en den anderen, of tweeden; verstaande dat God bevolen heeft twee varren te nemen; maar dewijl in het volgende alleen vermaand wordt van dien zevenjarigen, en ganselijk niets van een anderen bevolen, wat men dien zou doen, wordt de overzetting, die in den tekst staat, door de meesten voor de beste gehouden.
Hertaald:te weten, den tweeden var,
Anders: en de andere, of de tweede; met de betekenis dat God bevolen heeft twee jonge stieren te nemen; maar omdat in het vervolg alleen die van zeven jaar genoemd wordt, en helemaal niets bevolen wordt over wat men met de andere zou doen, wordt de vertaling die in de tekst staat door de meesten voor de beste gehouden.
zeven jaren;
Even oud en zoveel jaren gemest zijnde als Israëls ellende onder de Midianieten geduurd had. Dezen var meent men, dat Joas gehouden en gemest heeft, om naar de afgodische wijze van dien tijd den Baäl te offeren.
Hertaald:zeven jaren;
Even oud en zoveel jaar gemest als de ellende van Israël onder de Midianieten geduurd had. Men denkt dat Joas deze jonge stier gehouden en gemest heeft om hem, naar de afgodische gewoonte van die tijd, aan Baäl te offeren.
houw af het bos,
God wil dat Gideon zijn beroep zal beginnen met de zuivering van den godsdienst.
Hertaald:houw af het bos,
God wil dat Gideon zijn taak zal beginnen met de zuivering van de godsdienst.
Richteren 6 vers 26— En bouw den HEERE, uw God, een altaar, op de hoogte dezer sterkte, in een bekwame plaats; en neem den tweeden var, en offer een brandoffer met het hout der hage, die gij zult hebben afgehouwen.
hoogte
Hebreeuws, hoofd.
Hertaald:hoogte
Hebreeuws: hoofd.
sterkte,
Versta, den rotssteen, uit welken het vuur was uitgegaan, dat de spijs met het sap verteerd had, vs.21. Zulke rotsstenen gebruikte zij in tijd van nood voor een sterkte en toevlucht.
Hertaald:sterkte,
Versta: de rots waaruit het vuur was gekomen, dat het voedsel met het sap verteerd had, vers 21. Zulke rotsen gebruikte men in tijd van nood als bolwerk en toevlucht.
bekwame plaats;
Of, ordentelijk, geschiktelijk. Hebreeuws, in, of, met ordening, schikking, bekwaamheid. Anders, met een laag [hout] omdat ordelijk te leggen onder den var ten brandoffer.
Hertaald:bekwame plaats;
Of: ordentelijk, geschikt. Hebreeuws: in, of met ordening, schikking, geschiktheid. Anders: met een laag [hout], om het ordelijk onder de jonge stier te leggen voor het brandoffer.
offer een brandoffer
Dit was een bijzonder bevel des Heeren in dezen tijd van verval; anders was het offeren ordinairlijk den priesters bevolen.
Hertaald:offer een brandoffer
Dit was een bijzonder bevel van de HEERE in deze tijd van verval; anders was het offeren gewoonlijk aan de priesters opgedragen.
Richteren 6 vers 29— Zo zeiden zij, de een tot de ander: Wie heeft dit stuk gedaan? En als zij onderzochten en navraagden, zo zeide men: Gideon, de zoon van Joas, heeft dit stuk gedaan.
de een tot den ander
Hebreeuws, de man tot zijn naasten.
Hertaald:de een tot den ander
Hebreeuws: de man tot zijn naaste.
stuk gedaan?
Hebreeuws, woord, ding, zaak; alzo in het volgende.
Hertaald:stuk gedaan?
Hebreeuws: woord, ding, zaak; zo ook in het vervolg.
Richteren 6 vers 31— Joas daarentegen zeide tot allen, die bij hem stonden: Zult gij voor den Baal twisten; zult gij hem verlossen? Die voor hem zal twisten, zal nog dezen morgen gedood worden! Indien een hij god is, hij twiste voor zichzelven, omdat men zijn altaar heeft omgeworpen.
twisten;
Pleiten, rechten. Alzo in het volgende.
Hertaald:twisten;
Pleiten, procederen. Zo ook in het vervolg.
zal twisten,
Dat is, wie wijders zijn zaak meer zal durven opnemen en daarvoor spreken. Het schijnt dat Joas tevoren, door menselijke zwakheid, des volks boosheid heeft toegegeven, maar nu door deze goddelijke openbaring gesterkt zijnde, recht daartegen gaat.
Hertaald:zal twisten,
Dat is: wie verder nog zijn zaak zal durven opnemen en ervoor spreken. Het schijnt dat Joas eerder, door menselijke zwakheid, de boosheid van het volk heeft toegegeven, maar nu, gesterkt door deze goddelijke openbaring, er recht tegenin gaat.
voor zichzelven,
Of, hij rechte tegen hem [Gideon] dat hij, enz.
Hertaald:voor zichzelven,
Of: hij pleitte tegen hem [Gideon] dat hij, enzovoort.
Richteren 6 vers 32— Daarom noemde hij hem te dien dage Jerubbaal, zeggende: Baal twiste tegen hem, omdat hij zijn altaar heeft omgeworpen.
hij hem te dien dage Jerubbaäl,
Joas noemde zijnen zoon Gideon Jerubbaäl, dat is, Baäl twiste, of, zal twisten. Zie onder, Richt. 7:1.
Hertaald:hij hem te dien dage Jerubbaäl,
Joas noemde zijn zoon Gideon Jerubbaäl, dat is: Baäl twiste, of zal twisten. Zie hieronder, Richt. 7:1.
twiste tegen hem,
Of, zal twisten, rechten. Sommigen menen dat het volk, als in afgoderij verzopen zijnde, verwacht heeft dat Baäl dezen Gideon op een bijzondere wijze straffen zou, maar het contrarie merkende, hem, als een held Gods, te vuriger gevolgd heeft.
Hertaald:twiste tegen hem,
Of: zal twisten, procederen. Sommigen menen dat het volk, verzonken in afgoderij, verwacht had dat Baäl deze Gideon op een bijzondere manier zou straffen, maar toen het het tegendeel merkte, hem des te vuriger als een held van God gevolgd heeft.
Richteren 6 vers 33— Alle Midianieten nu, en Amalekieten, en de kinderen van het oosten, waren samenvergaderd, en zij trokken over, en legerden zich in het dal van Jizreel.
over,
Over de Jordaan. Zie onder, Richt. 7:24.
Hertaald:over,
Over de Jordaan. Zie hieronder, Richt. 7:24.
Jizreël
Zijnde gelegen in Issaschar aan de andere zijde van het gebergte Gilboa, dat tussen Manasse en Issaschar was. Zie Joz. 19:18, eindigende westwaarts bij de stad Jizreël. Een ander Jizreël was er in Juda; Joz. 15:56.
Hertaald:Jizreël
Gelegen in Issaschar, aan de andere kant van het gebergte Gilboa, dat tussen Manasse en Issaschar lag. Zie Joz. 19:18, eindigend naar het westen bij de stad Jizreël. Er was nog een ander Jizreël, in Juda; Joz. 15:56.
Richteren 6 vers 34— Toen toog de Geest des HEEREN Gideon aan, en hij blies met de bazuin, en de Abi-ezrieten werden achter hem bijeengeroepen.
toog de Geest des HEEREN
Of, bekleedde hem; te weten, met zulke gaven van wijsheid, ijver, kloekmoedigheid en dapperheid, gelijk de Geest des Heeren wist dat hem tot dit werk, als wapenen nodig zouden zijn. Zie deze manier van spreken ook 1 Kron. 12:18; 2 Kron. 24:20; Luc. 24:49; Rom. 13:14, en vergelijk Gal. 3:27; Ef. 4:24; Kol. 3:12.
Hertaald:toog de Geest des HEEREN
Of: bekleedde hem; namelijk: met zulke gaven van wijsheid, ijver, moed en dapperheid, waarvan de Geest van de HEERE wist dat zij hem voor dit werk als wapens nodig zouden zijn. Zie deze manier van spreken ook in 1 Kron. 12:18; 2 Kron. 24:20; Luc. 24:49; Rom. 13:14, en vergelijk Gal. 3:27; Ef. 4:24; Kol. 3:12.
blies met de bazuin,
Dat is, liet hen blazen, gelijk boven, Richt. 3:27.
Hertaald:blies met de bazuin,
Dat is: liet hen blazen, zoals hierboven, Richt. 3:27.
Abi-ezrieten
Hebreeuws, Abi-Ezer; dat is, die van dat geslacht van Gideon en van zijn vader Joas waren [boven, vs.11], werden bijeengeroepen en vergaderden zich bij hem, om hem te volgen. Alzo in het volgende.
Hertaald:Abi-ezrieten
Hebreeuws: Abi-Ezer; dat is: zij die tot dat geslacht van Gideon en van zijn vader Joas behoorden [hierboven, vers 11] werden bijeengeroepen en verzamelden zich bij hem om hem te volgen. Zo ook in het vervolg.
Richteren 6 vers 35— Ook zond hij boden in gans Manasse, en die werden ook achter hem bijeengeroepen; desgelijks zond hij boden in Aser, en in Zebulon, en in Nafthali; en zij kwamen op, hun tegemoet.
gans Manasse,
Omdat de halve stam aan deze en de andere helft aan de andere zijde der Jordaan woonde.
Hertaald:gans Manasse,
Omdat de ene helft van de stam aan deze kant van de Jordaan woonde en de andere helft aan de overkant.
Aser,
Deze drie stammen waren naast en aan elkander gelegen, tegen het noorden en aan de zee. In Issaschar, liggende tussen Manasse en Zebulon, was het ganse heirleger des vijands, gelijk boven, vs.33.
Hertaald:Aser,
Deze drie stammen lagen naast en aan elkaar, naar het noorden en aan de zee. In Issaschar, dat tussen Manasse en Zebulon lag, bevond zich het hele leger van de vijand, zoals hierboven, vers 33.
Richteren 6 vers 36— En Gideon zeide tot God: Indien Gij Israel door mijn hand zult verlossen, gelijk als Gij gesproken hebt;
zeide tot God
Anders, Gideon had gezegd; menende dat dit al tevoren geschied is, eer Gideon zich opmaakte tegen de Midianieten, en dat hier verhaald wordt als ene reden, waardoor Gideon ten volle in zijn geloof gesterkt zijnde, de beroeping met ijver heeft aangenomen en uitgevoerd. Het is opmerkelijk dat God Gideon zijn verzoek zonder enige berisping heeft toegestaan, waaruit, alsook uit de manier van zijn begeren, blijkt dat hij het niet uit wantrouwen en ongeloof, maar ootmoediglijk tot versterking zijns geloofs begeerd heeft.
Hertaald:zeide tot God
Anders: Gideon had gezegd; met de bedoeling dat dit al eerder gebeurd is, voordat Gideon zich tegen de Midianieten opmaakte, en dat het hier verteld wordt als een reden waardoor Gideon, ten volle in zijn geloof gesterkt, de roeping met ijver heeft aanvaard en uitgevoerd. Het is opmerkelijk dat God het verzoek van Gideon zonder enige berisping heeft ingewilligd, waaruit, evenals uit de manier waarop hij het vroeg, blijkt dat hij het niet uit wantrouwen en ongeloof, maar ootmoedig, ter versterking van zijn geloof, gevraagd heeft.
Richteren 6 vers 37— Zie, ik zal een wollen vlies op den vloer leggen; indien er dauw op het vlies alleen zal zijn, en droogte op de ganse aarde, zo zal ik weten, dat Gij Israel door mijn hand zult verlossen, gelijk als Gij gesproken hebt.
vloer leggen;
Of, grond, erf, werf. Versta, een effen, onbetimmerde plaats, die buitenshuis onder de open lucht was.
Hertaald:vloer leggen;
Of: grond, erf, terrein. Versta: een vlakke, onbebouwde plaats, die buitenshuis onder de open lucht lag.
ganse aarde,
Versta, de andere aarde daaromtrent, en alzo onder, vs.39.
Hertaald:ganse aarde,
Versta: de andere grond eromheen; zo ook hieronder, vers 39.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Gideon — hij die afhouwt, of: strijder
De jongste zoon van Joas, uit het geslacht der Abiëzrieten, die door de Engel des HEEREN geroepen werd om Israël van de Midianieten te verlossen (Richt. 6:11-16). Na tekenen van bevestiging gevraagd te hebben (het vlies, nat en droog), verwoestte hij het altaar van Baäl, waarna hij ook Jerubbaäl genoemd werd ('laat Baäl daarover twisten', Richt. 6:32). Met slechts driehonderd man versloeg hij op wonderlijke wijze het geweldige leger van Midian (Richt. 7).
Joas — de HEERE heeft gegeven
De vader van Gideon, uit het geslacht der Abiëzrieten, wonend te Ofra. Toen de mannen van de stad zijn zoon Gideon wilden doden omdat deze het altaar van Baäl had afgebroken, verdedigde Joas hem: 'zal ulieden voor Baäl twisten? [...] indien hij een god is, hij twiste voor zichzelf' (Richt. 6:28-32).
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Ofra (van de Abi-ezrieten) — Hebreeuws, mogelijk "hinde"
Ligging: In het gebied van Manasse, in de nabijheid van de vlakte van Jizreël; te onderscheiden van een gelijknamige stad in Benjamin (Joz. 18:23).
Geschiedenis: De woonplaats van Gideon, waar de Engel des HEEREN onder de eik verscheen terwijl Gideon in het geheim tarwe dorste uit vrees voor de Midianieten, en hem riep als "strijdbare held" om Israël te verlossen (Richt. 6:11-24). Hier bouwde Gideon een altaar, dat hij "De HEERE is vrede" noemde, en hier brak hij, op Gods bevel, 's nachts het altaar van Baäl van zijn vader af (Richt. 6:24-32). Na zijn overwinning bracht Gideon hier echter ook een gouden efod, gemaakt van de buit, die heel Israël tot afgoderij verleidde en "Gideon en zijn huis tot een valstrik" werd (Richt. 8:24-27). Hier werd hij ook begraven (Richt. 8:32).
Bijbelse betekenis: Zowel de plaats van Gideons roeping en zijn eerste, moedige daad van geloofsgehoorzaamheid tegen de afgoderij van zijn eigen familie, als, tragisch genoeg, van zijn latere val in eenzelfde soort afgoderij — een aangrijpende les dat zelfs de grootste geloofshelden, na hun overwinning, kwetsbaar blijven voor nieuwe verzoekingen.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Richter (verlosser) — Hebreeuws: sjofeet, van sjafat, dat zowel "rechtspreken" als "besturen, recht verschaffen" betekent; het boek zelf noemt hen ook moshia', "verlosser" (Richt. 3:9,15)
Na de dood van Jozua en van het geslacht dat Gods werk gezien had, stond er een geslacht op "dat den HEERE niet kende" (Richt. 2:10). Wat daarop volgt tekent het boek zelf als een terugkerende gang: Israël dient de Baäls, de toorn des HEEREN ontsteekt, Hij geeft hen in de hand van rovers, zij roepen tot Hem, en "de HEERE verwekte richteren, die hen verlosten uit de hand dergenen, die hen beroofden" (Richt. 2:11-18). Maar de omkeer houdt niet: "het geschiedde met het versterven des richters, dat zij omkeerden, en verdierven het meer dan hun vaderen" (Richt. 2:19). Een richter is dus geen rechter in een rechtszaal maar een door God verwekte bevrijder en bestuurder. Zo was er Othniël, over wie de Geest des HEEREN kwam en die Israël richtte en ten strijde trok (Richt. 3:9-11), en Ehud, de linkshandige (Richt. 3:15-30). Zo waren er ook Samgar met zijn ossenstok (Richt. 3:31) en Debora, die als profetes richtte en tot wie het volk opging ten gerichte (Richt. 4:4-5). Paulus vat de hele periode in één zin samen: God gaf hun rechters tot op Samuël de profeet (Hand. 13:20).
Bijbelse betekenis: Drie dingen vallen op. Het initiatief ligt telkens bij God: Hij verwekt de richter, het volk kiest hem niet. En het roepen van Israël is geen bekering maar een schreeuw uit de nood — toch hoort Hij, "want het berouwde den HEERE, huns zuchtens halve vanwege degenen, die hen drongen en die hen drukten" (Richt. 2:18). Verder is de verlossing volkomen zolang de richter leeft en daarna niet meer: het ambt hangt aan een sterfelijk mens, en loopt dus telkens dood op een graf. Ten slotte gebruikt de HEERE met opzet de onwaarschijnlijkste werktuigen: een linkshandige, een boer met een ossenstok, een vrouw. Zo blijft de eer niet bij de verlosser hangen, en Debora zegt dat Barak zelfs op de man af (Richt. 4:9).
Typologie: De Hebreeënbrief noemt Gideon, Barak, Simson en Jefta bij naam in de rij van hen die door het geloof gestreden hebben (Hebr. 11:32). Maar het boek Richteren wijst boven hen uit, want een verlosser die sterft laat een volk achter dat weer afvalt. Daarom wordt het woord verlosser in het Nieuwe Testament aan Eén gegeven van Wie de naam het al zegt: "gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden" (Matt. 1:21). En ook het richten zelf is Hem in handen gelegd: de Vader oordeelt niemand maar heeft al het oordeel de Zoon gegeven, en Hem macht gegeven gericht te houden (Joh. 5:22,27). Hij is van God verordend tot een Rechter van levenden en doden (Hand. 10:42), en Paulus verwacht de kroon uit de hand van "de rechtvaardige Rechter" (2 Tim. 4:8). Wat in Richteren telkens afbrak bij een sterfbed, kent bij Hem geen einde.
Baäl (en Astharoth) — Hebreeuws: ba'al, "heer, eigenaar" — de titel van de Kanaänitische weer- en vruchtbaarheidsgod; Astharoth (Asjtoret) is de bijbehorende vrouwelijke godheid. Het woord dat de Statenvertaling met "bos" of "haag" weergeeft (asjera) duidt het houten cultusvoorwerp aan dat bij het altaar stond
Zodra het geslacht van Jozua weggevallen is, staat er: "zij dienden de Baals" — en even verder: "zij verlieten den HEERE, en dienden de Baal en Astharoth" (Richt. 2:11-13; vgl. 3:7, waar "de Baals en de bossen" staan). De naam is geen eigennaam maar een titel, en werd plaatselijk toegepast; vandaar samenstellingen als Baäl-Peor, waaraan Israël zich al in de woestijn gekoppeld had (Num. 25:3), en Baäl-Berith te Sichem (Richt. 8:33). Baäl gold als de heer van de regen en van de vruchtbaarheid van akker en vee, en juist daarin lag de verleiding voor een boerenvolk dat pas in het land gekomen was. De dienst was gebonden aan altaren op hoogten, met het houten cultusvoorwerp ernaast: Gideon moest het altaar van Baäl van zijn eigen vader afbreken en kreeg daarom de bijnaam Jerubbaäl, "Baäl twiste tegen hem" (Richt. 6:25-32). Op de Karmel bracht Elia de zaak op de spits: "Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na!" (1 Kon. 18:21). En waar de dienst uiteindelijk op uitliep, zegt Jeremia: hoogten van Baäl waarop men zonen in het vuur verbrandde, "hetwelk Ik niet geboden, noch gesproken heb" (Jer. 19:5).
Bijbelse betekenis: Het opmerkelijke in Richteren is dat Israël de HEERE niet ruilt voor Baäl maar hem ernáást dient; daarom gebruikt het boek het woord "nahoereren" (Richt. 2:17; 8:33). Baäl belooft precies wat de HEERE al gegeven had: regen, oogst en nakomelingschap. Afgoderij is hier dus niet in de eerste plaats onwetendheid maar ontrouw — men wil de gaven zonder de Gever en de zekerheid zonder het gebod. Vandaar dat het antwoord van Joas aan de mannen van Ofra alles al zegt: als Baäl een god is, laat hij dan voor zichzelf twisten (Richt. 6:31).
Typologie: Paulus grijpt in Romeinen 11 juist naar Baäl terug om het overblijfsel te tekenen. Op Elia's klacht dat hij alleen overgebleven is, luidt het Goddelijk antwoord: "Ik heb Mijzelven nog zeven duizend mannen overgelaten, die de knie voor het beeld van Baäl niet gebogen hebben" — en Paulus voegt toe: "Alzo is er dan ook in dezen tegenwoordigen tijd een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der genade" (Rom. 11:4-5; vgl. 1 Kon. 19:18). Dat God er zevenduizend overhield lag dus niet in hun standvastigheid maar in Zijn verkiezing, geheel in de lijn van wat dit register bij *Verkiezing* (Deut. 7) aantekent. En op de gemeente past Paulus dezelfde zaak toe: een afgod is uit zichzelf niets, maar wat de heidenen offeren, offeren zij de duivelen. Men kan dus niet aan de tafel des Heeren én aan de tafel der duivelen deelachtig zijn (1 Kor. 10:19-21).
Geest des HEEREN (toerusting tot een taak) — Hebreeuws: roeach JHWH, "Geest van de HEERE" — in Richteren telkens verbonden met werkwoorden van aantrekken, vaardig worden en drijven
Bij elke richter van betekenis staat dezelfde mededeling, maar met opvallend verschillende beelden. Over Othniël: "de Geest des HEEREN was over hem, en hij richtte Israël" (Richt. 3:10). Gideon wordt door de Geest "aangetogen", als een kleed dat men aandoet (Richt. 6:34). Op Jefta komt de Geest (Richt. 11:29). Bij Simson begint de Geest hem "bij wijlen te drijven" (Richt. 13:25) en wordt Hij "vaardig over hem" op de beslissende ogenblikken (Richt. 14:6,19; 15:14). Dezelfde uitdrukking wordt later van David gebruikt bij zijn zalving, en van Saul in omgekeerde zin: "de Geest des HEEREN week van Saul" (1 Sam. 16:13-14). In al deze plaatsen gaat het om toerusting tot een taak — kracht, moed en bekwaamheid voor een opdracht — en niet allereerst om de vernieuwing van het hart. Dat blijkt wel uit Simson, over wie de Geest vaardig werd terwijl zijn wandel intussen alles behalve voorbeeldig was.
Bijbelse betekenis: Hier ligt de reden dat een oudtestamentische heilige kon bidden of God Zijn Heilige Geest niet van hem wegnemen wilde (Ps. 51:13). De Geest kwam op mensen voor een ambt en voor een tijd, en kon ook weer wijken, zoals bij Saul. De toerusting is daarbij nooit een verdienste — zij verklaart juist waarom de zwakke werktuigen van Richteren iets vermochten. En Simson maakt duidelijk dat gaven en genade niet hetzelfde zijn: een mens kan door Gods Geest bekwaam gemaakt zijn tot een werk en tegelijk zichzelf niet in de hand hebben. Wie het ene voor het andere houdt, meet zich aan zijn bruikbaarheid in plaats van aan zijn hart.
Typologie: Op de vraag wat er onder het nieuwe verbond veranderd is, antwoordt de Heere Jezus met één woord: blijven. "Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid" (Joh. 14:16), en over die Trooster: "Hij blijft bij ulieden, en zal in u zijn" (Joh. 14:16-17). Waar de Geest in Richteren op enkelingen kwam voor een taak, wordt Hij op de Pinksterdag uitgestort "op alle vlees" — op zonen en dochters, op dienstknechten en dienstmaagden (Hand. 2:17-18, uit Joël). En Hij is niet langer een gave voor een tijd maar een onderpand voor de erfenis: wie geloofd heeft is "verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte, Die het onderpand is van onze erfenis" (Ef. 1:13-14). Daarom mag de bede van Psalm 51 in de bevindelijke lijn eerbiedig gebeden blijven worden, terwijl de reformatorisch-baptistische opvatting tegelijk vasthoudt dat het antwoord erop in Christus vast ligt en niet aan de trouw van de bidder hangt.
Ik ben de kleinste (Gideons roeping) — de Engel des HEEREN groet Gideon als "gij strijdbare held", terwijl Gideon zichzelf beschrijft als de geringste: "mijn duizend is het armste in Manasse, en ik ben de kleinste in mijns vaders huis" (Richt. 6:12,15)
Gideon dorst tarwe bij de wijnpers, verborgen voor de Midianieten, wanneer de Engel des HEEREN hem verschijnt met de groet "De HEERE is met u, gij strijdbare held!" (Richt. 6:11-12). Gideons eerste antwoord is geen aanvaarding maar een klacht: als de HEERE met hen is, waarom is hun dan dit alles overkomen, en waar zijn de wonderen waarvan hun vaderen verteld hadden (Richt. 6:13)? Op de opdracht om Israël te verlossen, antwoordt hij met zijn eigen kleinheid: "waarmede zal ik Israël verlossen? Zie, mijn duizend is het armste in Manasse, en ik ben de kleinste in mijns vaders huis" (Richt. 6:15). Het antwoord van de HEERE gaat aan dat bezwaar voorbij en legt de grond elders: "Omdat Ik met u zal zijn, zo zult gij de Midianieten slaan, als een enigen man" (Richt. 6:16).
Bijbelse betekenis: De HEERE spreekt Gideon aan naar wat hij worden zal, niet naar wat hij is: "strijdbare held" is een aanspraak van geloof, niet een vaststelling van Gideons huidige moed. Zijn kleinheid wordt door de HEERE niet tegengesproken maar terzijde gesteld: de vraag is niet hoe sterk Gideon is, maar of de HEERE met hem is. Zo wordt van meet af aan duidelijk dat de overwinning die volgt geen menselijke prestatie zal zijn — een lijn die in Richt. 7 nog scherper wordt getrokken bij de vermindering van het leger.
Typologie: Ditzelfde beginsel legt Paulus uit als de vaste regel van Gods werk: "het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke zou beschamen" (1 Kor. 1:27), en het doel daarvan: "Opdat geen vlees zou roemen voor Hem" (1 Kor. 1:27,29, reeds behandeld bij Wijsheid der wereld en de dwaasheid der prediking). En de profetie aan Zerubbabel spreekt van dezelfde omkering: "Niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden, zegt de HEERE" (Zach. 4:6).
Richt. 6:11-16; 1 Kor. 1:27,29; Zach. 4:6
Gideons vlies — het teken dat Gideon van de HEERE vraagt met een wollen vlies: eerst dauw op het vlies alleen en droogte op de grond eromheen, dan omgekeerd — droogte op het vlies en dauw op de grond (Richt. 6:36-40)
Vóór de strijd tegen de Midianieten vraagt Gideon de HEERE om zekerheid: "Indien Gij Israël door mijn hand zult verlossen, gelijk als Gij gesproken hebt" (Richt. 6:36), laat dan dauw op een wollen vlies zijn en droogte op de rest van de aarde (Richt. 6:37). Het geschiedt zo (Richt. 6:38). Gideon vraagt vervolgens, met de uitdrukkelijke bede dat Gods toorn niet tegen hem ontsteke, om het teken nog eenmaal, nu omgekeerd: droogte op het vlies alleen, dauw op de rest van de aarde (Richt. 6:39). Ook dit geschiedt (Richt. 6:40).
Bijbelse betekenis: Opvallend is dat de HEERE, ondanks dat Hij Gideon al rechtstreeks toegesproken had, dit tweevoudige verzoek om een teken niet afwijst. Gideon vraagt zelf om vergeving voor zijn aandringen — hij weet dat hij meer vraagt dan gepast is — en toch verhoort God hem tweemaal. Dit leert dat de HEERE Zich in Zijn lankmoedigheid neerbuigt tot de zwakheid van een aarzelend geloof. Dat is geen vrijbrief om God voortdurend op de proef te stellen: het teken diende hier om een reeds gegeven roeping te bevestigen, niet om die roeping zelf te ontdekken.
Typologie: Elders in de Schrift wordt het beproeven van God juist afgewezen — de Heere Jezus weerstaat de verzoeking om van de tempeltrans te springen met de woorden "Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken" (Matt. 4:7, reeds behandeld bij Verzoeking). Het onderscheid met Gideon ligt in de gezindheid: Gideon vraagt bevestiging van geloof in nederigheid en met erkenning van zijn eigen aandringen, niet een eis aan God vanuit twijfel aan Zijn woord.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De Engel des HEERENniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
De HEERE is vrede — 6:11-24
Midian heeft het land zeven jaar lang leeggeroofd, en Israël verbergt zijn oogst in holen. Gideon staat tarwe te dorsen in een wijnpers — een plek waar je dat normaal niet doet, om het uit het zicht te houden.
De Engel des HEEREN spreekt hem aan met een titel die nergens op slaat, en het altaar dat volgt krijgt een naam die alles zegt.
De HEERE is met u, gij strijdbare held. Zo wordt een man aangesproken die zich schuilhoudt voor de vijand. Gideons antwoord is even eerlijk als bitter: als de HEERE met ons is, waarom is ons dit alles wedervaren? En waar zijn al Zijn wonderen die onze vaders ons verteld hebben?
Dan gebeurt er iets dat vaker gebeurt bij deze Engel: het gesprek verschuift. Eerst heet Hij de Engel des HEEREN, en enkele verzen later staat er zonder overgang: en de HEERE zag hem aan en zeide, Ga heen in deze uw kracht.
Gideon vraagt om een teken en zet spijs neer, ongezuurde koeken en vlees. De Engel raakt het aan met de staf in Zijn hand. Er slaat vuur uit de rots dat alles verteert, en Hij verdwijnt uit zijn ogen.
Dan schrikt Gideon: ach Heere HEERE, daarom, omdat ik een Engel des HEEREN gezien heb van aangezicht tot aangezicht. Hij verwacht te sterven, zoals Manoach later. En hij krijgt te horen: vrede zij u, vrees niet, gij zult niet sterven.
Daarop bouwt hij een altaar en noemt het: de HEERE is vrede. De kanttekening geeft het Hebreeuws — JHWH Schalom — en zegt dan onomwonden waarom die naam past: want ten eerste is deze engel, die de Heere Christus Zelf was, onze vrede en de rechte Vredevorst. Zij verwijst daarbij naar Jesaja 9 en 53, naar Micha 5, naar de lofzang der engelen in Lukas 2 en naar Hebreeën 7.
Paulus schrijft eeuwen later precies dat: want Hij is onze vrede. Niet Hij bracht vrede — Hij ís het, en het altaar in Ofra droeg die naam al.
Richteren 6:12 — De Engel des HEEREN noemt Gideon een strijdbare held.
Richteren 6:14 — Even later heet Dezelfde zonder omhaal: de HEERE.
Richteren 6:22 — Gideon vreest te sterven, want hij heeft Hem van aangezicht tot aangezicht gezien.
Richteren 6:24 — Hij noemt het altaar: de HEERE is vrede.
Jesaja 9:5 — Zijn naam zal genoemd worden Vredevorst.
Efeze 2:14 — Want Hij is onze vrede.
In het Nieuwe Testament: Efeze 2:14-17; Jesaja 9:5; Lukas 2:14; Kolossenzen 1:20
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Richteren 6:23.KruisverwijzingenDaniël 10:19→Romeinen 1:7→Johannes 20:19→Genesis 32:30→Johannes 14:27→Genesis 43:23→Psalmen 85:8→Johannes 20:26→ — Doch de HEERE zeide tot hem: Vrede zij u, vrees niet, gij zult niet sterven. De groet “vrede zij u” zou een aangenaam woord zijn; maar wanneer de Héere het zegt, dan gevoelen wij de vrede zelf. Stel dat Petrus was opgestaan in die boot die op het meer van Galilea heen en weer geslingerd werd en tot de golven had gezegd: “Wees stil.” De golven zouden niet veel notitie van hem genomen hebben, en de fluitende storm zou hem getrotseerd hebben. Maar toen Jezus zei: “Zwijg, wees stil”, kropen de steigerende leeuwen van de zee aan Zijn voeten neer, en er werd een grote stilte.
De Heere bemoedigde Gideon ook met: “Vrees niet.” Wat is er te vrezen? Gideon vreesde zijn eigen onbekwaamheid en onwaardigheid in de ontzagwekkende tegenwoordigheid van God. Maar de Heere zei: “Vrees niet”, en Gideons hart werd stil. Toen voegde de Heere eraan toe: “Gij zult niet sterven.”
Dit is wat de Heere zegt tot iedere arme bevende die zich aan Hem vasthoudt met de wanhopige greep van het geloof. Wij zullen de tweede dood niet sterven. Wij hebben geen zonde om voor te sterven, want Hij heeft onze overtredingen op Zijn Zoon gelegd. Wij zullen niet sterven, want Jezus is gestorven. “Uw leven is met Christus verborgen in God” (Kol. 3:3).
Op dit ogenblik mogen wij verontrust van gemoed zijn, bedrukt van hart en niet op ons gemak; wij hebben volkomen vrede nodig. Wij behoren niet te rusten voordat wij die hebben. Aan Gods altaar, waar Jezus stierf, zullen wij haar vinden, en alleen daar. Wanneer het bloed van Jezus vrede maakt met God, daar is onze vrede.
I. Vs. 1-10.Kruisverwijzingen1 Samuël 13:6→Hebreeën 11:38→Richteren 3:13→Richteren 7:12→Deuteronomium 28:51→Richteren 3:9→Jeremia 10:2→Habakuk 3:7→ — Maar de kinderen Israels deden, dat kwaad was in de ogen des HEEREN; zo gaf hen de HEERE in de hand der Midianieten, zeven jaren. Als nu de hand der Midianieten sterk werd over Israel, maakten zich de kinderen Israels, vanwege de Midianieten, de holen, die in de bergen zijn, en de spelonken, en de vestingen. Want het geschiedde, als Israel gezaaid had, zo kwamen de Midianieten op, en de Amalekieten, en die van het oosten kwamen ook op tegen hen. En zij legerden zich tegen hen, en verdierven de opkomst des lands, tot daar gij komt te Gaza; en zij lieten geen leeftocht overig in Israel, noch klein vee, noch os, noch ezel. Want zij kwamen op met hun vee en hun tenten; zij kwamen gelijk de sprinkhanen in menigte, dat men hen en hun kemelen niet tellen kon; en zij kwamen in het land, om dat te verderven. Alzo werd Israel zeer verarmd, vanwege de Midianieten. Toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE. En het geschiedde, als de kinderen Israels tot den HEERE riepen, ter oorzake van de Midianieten; Zo zond de HEERE een man, die een profeet was, tot de kinderen Israels; die zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb u uit Egypte doen opkomen, en u uit het diensthuis uitgevoerd; En Ik heb u verlost van de hand der Egyptenaren, en van de hand van allen, die u drukten; en Ik heb hen voor uw aangezicht uitgedreven, en u hun land gegeven; En Ik zeide tot ulieden: Ik ben de HEERE, uw God; vreest de goden der Amorieten niet, in welker land gij woont; maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest. Nu volgt de tweede periode van de tijd van de richters (Jud 1: 1). Omdat de kinderen van Israël weer de Heere, hun God, verlaten, geeft hij hen 7 jaar lang in de hand van de Midianieten, onder wie zij zeer arm worden. In hun nood roepen zij eindelijk tot de Heere om hulp; voordat zij echter geholpen worden, moet een profeet in de naam van God hun hun zonde voorstellen, opdat zij tot zichzelf inkeren en tot boete komen.
KruisverwijzingenHabakuk 3:7→Genesis 25:2→Psalmen 106:34→Leviticus 26:14→Richteren 2:19→Richteren 2:13→Numeri 31:1→Numeri 25:15→— Maar de kinderen Israels deden, dat kwaad was in de ogen des HEEREN; zo gaf hen de HEERE in de hand der Midianieten, zeven jaren.
Maar de kinderen van Israël deden, na de veertig jaar rust, die Barak en Debora hun verschaft hadden (5: 3), opnieuw wat kwaad was in de ogen van de HEERE, door af te vallen tot de goden van de Kanaänieten; zo gaf de HEERE hen in de hand van de Midianieten. 1) Dieverdrukking duurde zeven jaar 2) van 1216-1209 v.C.)
De Midianieten woonden ten oosten van het Moabitisch-Ammonitisch gebergte, in de Syrische woestijn. Was hun vroeger een grote nederlaag toegebracht (Num.31), nu was het weer een machtig volk geworden en verbond zich tot strooptochten, vooral met de Amelekieten en andere naburige volken. Was het vroeger door Israël bijna geheel uitgeroeid, nu gebruikt God dit volk om Israël te straffen, vanwege zijn terugvallen in de zonde.
Kruisverwijzingen1 Samuël 13:6→Hebreeën 11:38→1 Samuël 14:11→Openbaring 6:15→Deuteronomium 28:47→Leviticus 26:17→— Als nu de hand der Midianieten sterk werd over Israel, maakten zich de kinderen Israels, vanwege de Midianieten, de holen, die in de bergen zijn, en de spelonken, en de vestingen.
In deze tijd van zevenjarige druk, die nu nader beschreven wordt, valt waarschijnlijk het vertrek van Elimelech met zijn familie uit Bethlehem-Juda naar het land van de Moabieten (Ruth 1: 1,2); in de tijdruimte van de 40 jaar, dat Gideon richter was (1209-1169), werd door de Grieken de oorlog tegen Troje (1199-1189) gevoerd.
Wanneer men gedronken heeft, zo keert men aan de bron de rug toe, maar slechts de ondankbare doet dit.
I. Vs. 1-10.Kruisverwijzingen1 Samuël 13:6→Hebreeën 11:38→Richteren 3:13→Richteren 7:12→Deuteronomium 28:51→Richteren 3:9→Jeremia 10:2→Habakuk 3:7→ — Maar de kinderen Israels deden, dat kwaad was in de ogen des HEEREN; zo gaf hen de HEERE in de hand der Midianieten, zeven jaren. Als nu de hand der Midianieten sterk werd over Israel, maakten zich de kinderen Israels, vanwege de Midianieten, de holen, die in de bergen zijn, en de spelonken, en de vestingen. Want het geschiedde, als Israel gezaaid had, zo kwamen de Midianieten op, en de Amalekieten, en die van het oosten kwamen ook op tegen hen. En zij legerden zich tegen hen, en verdierven de opkomst des lands, tot daar gij komt te Gaza; en zij lieten geen leeftocht overig in Israel, noch klein vee, noch os, noch ezel. Want zij kwamen op met hun vee en hun tenten; zij kwamen gelijk de sprinkhanen in menigte, dat men hen en hun kemelen niet tellen kon; en zij kwamen in het land, om dat te verderven. Alzo werd Israel zeer verarmd, vanwege de Midianieten. Toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE. En het geschiedde, als de kinderen Israels tot den HEERE riepen, ter oorzake van de Midianieten; Zo zond de HEERE een man, die een profeet was, tot de kinderen Israels; die zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb u uit Egypte doen opkomen, en u uit het diensthuis uitgevoerd; En Ik heb u verlost van de hand der Egyptenaren, en van de hand van allen, die u drukten; en Ik heb hen voor uw aangezicht uitgedreven, en u hun land gegeven; En Ik zeide tot ulieden: Ik ben de HEERE, uw God; vreest de goden der Amorieten niet, in welker land gij woont; maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest. Nu volgt de tweede periode van de tijd van de richters (Jud 1: 1). Omdat de kinderen van Israël weer de Heere, hun God, verlaten, geeft hij hen 7 jaar lang in de hand van de Midianieten, onder wie zij zeer arm worden. In hun nood roepen zij eindelijk tot de Heere om hulp; voordat zij echter geholpen worden, moet een profeet in de naam van God hun hun zonde voorstellen, opdat zij tot zichzelf inkeren en tot boete komen.
Maar de kinderen van Israël deden, na de veertig jaar rust, die Barak en Debora hun verschaft hadden (5: 3), opnieuw wat kwaad was in de ogen van de HEERE, door af te vallen tot de goden van de Kanaänieten; zo gaf de HEERE hen in de hand van de Midianieten. 1) Dieverdrukking duurde zeven jaar 2) van 1216-1209 v.C.)
De Midianieten woonden ten oosten van het Moabitisch-Ammonitisch gebergte, in de Syrische woestijn. Was hun vroeger een grote nederlaag toegebracht (Num.31), nu was het weer een machtig volk geworden en verbond zich tot strooptochten, vooral met de Amelekieten en andere naburige volken. Was het vroeger door Israël bijna geheel uitgeroeid, nu gebruikt God dit volk om Israël te straffen, vanwege zijn terugvallen in de zonde.
In deze tijd van zevenjarige druk, die nu nader beschreven wordt, valt waarschijnlijk het vertrek van Elimelech met zijn familie uit Bethlehem-Juda naar het land van de Moabieten (Ruth 1: 1,2); in de tijdruimte van de 40 jaar, dat Gideon richter was (1209-1169), werd door de Grieken de oorlog tegen Troje (1199-1189) gevoerd.
Wanneer men gedronken heeft, zo keert men aan de bron de rug toe, maar slechts de ondankbare doet dit.
Toen nu de hand van de Midianieten sterk werd over Israël, zodat het weerloos was geworden, omdat het had verlaten, waardoor het alleen verbonden en sterk was, namelijk de dienst van zijn God, zo maakten zich de kinderen van Israël, vanwege de Midianieten, de holen, 1) die in de bergen zijn, en de spelonken, 2) en de vestingen op de toppen van de bergen, om daar met hun vee te kunnen wonen en beveiligd te zijn tegen de aanvallen van de vijanden.
Men maakte op een rotsachtige, hooggelegen, droge plaats een kuil schuin in de aarde, en legde op een diepte van ongeveer 25 vademen rechte straten aan van 6-8 voet breed, aan de zijden waarvan de woningen gegraven werden. Op enige plaatsen verwijdde men deze straten tot een dubbele breedte en brak van boven luchtgaten door, die, naar de grootte van de plaats, meer of minder talrijk waren. Deze luchtgaten heten tegenwoordig Rôsen (plur. Rawasin = vensters). Raschi en Kimchi verklaren dus terecht het in het Hebreeuws gebezigde woord: “Minharooth” als holen met luchtgaten als vensters. R.Tanchum meldt, dat men bij die holen wachters had, die tekens gaven, als de vijand naderde, dan vluchtte alles spoedig in de aarde.
Die spelonken werden vooral gebruikt, om de oogst te verbergen voor de vijanden. Het was de Midianieten niet zo zeer te doen om de mens als wel om zijn bezittingen.
KruisverwijzingenRichteren 3:13→Richteren 7:12→Job 1:3→Richteren 6:33→Genesis 29:1→1 Koningen 4:30→Richteren 8:10→Leviticus 26:16→— Want het geschiedde, als Israel gezaaid had, zo kwamen de Midianieten op, en de Amalekieten, en die van het oosten kwamen ook op tegen hen.
Want het gebeurde, toen Israël gezaaid had, en het was oogsttijd geworden, zo kwamen de Midianieten op, en de met hen verbonden (3: 13) Amelekieten en die van het oosten, 1) roofzuchtige zwermen Bedoeïenen (Job 1: 3) kwamen ook op tegen hem, terwijl zij op de hoofdstraat tussen het oostelijk en westelijk Palestina de Jordaan, in de landstreek van Beth-sean (Joz.17: 11) overtrokken.
In het Hebreeuws Benee kèdem. Letterlijk kinderen van het oosten. Kinderen van het oosten is een algemene benaming voor die volksstammen, die de woestijn bewonen.
KruisverwijzingenLeviticus 26:16→Deuteronomium 28:51→Deuteronomium 28:33→Micha 6:15→Obadja 1:5→Jeremia 49:9→Genesis 10:19→Genesis 13:10→— En zij legerden zich tegen hen, en verdierven de opkomst des lands, tot daar gij komt te Gaza; en zij lieten geen leeftocht overig in Israel, noch klein vee, noch os, noch ezel.
En zij legerden zich tegen hen in de vlakte van Jizreël (vs.33) en verdorven op hun van daar langs de kusten van de zee ondernomen strooptochten, de opkomst, het gewas van het land tot waar gij komt te Gaza, in het gebied van de Filistijnen; en zij lieten geen leeftochtover in Israël, noch klein vee, noch os, noch ezel; 1) alles roofden zij weg.
Israël was geheel als vroeger, maar het gericht van God had een nieuwe gedaante. Groter dan ooit te voren was de vernedering. Israël bevond zich niet in een tirannie, als door Sisera, die in het land was, maar het was als een slaaf, die voor een vreemde heer werkt. Was het gereed, zo kwam Midian en haalde de vrucht. Zo moet, wie afgevallen is van God, die geeft, de zonde dienen, die het beste neemt.
KruisverwijzingenRichteren 7:12→Richteren 8:10→Hooglied 1:5→Jesaja 13:20→Jeremia 46:23→Psalmen 83:4→Jesaja 60:6→Jeremia 49:29→— Want zij kwamen op met hun vee en hun tenten; zij kwamen gelijk de sprinkhanen in menigte, dat men hen en hun kemelen niet tellen kon; en zij kwamen in het land, om dat te verderven.
Want zij kwamen jaarlijks op met hun vee en hun tenten; zij kwamen zoals de sprinkhanen
in menigte, die, waar zij, zich neerlaten, het gehele land bedekken (Ex 10: 12), dat men hen en hun kamelen 2) niet tellen kon; 3) en zij kwamen van hun legerplaats naar alle richtingen heen in het land, om dat te verderven;
zij veroverden het niet, maar, volgens de wijze van de Bedoeïenen, plunderden zij het.
Het woord bedoeïenen (Bedewi) betekent eigenlijk “veldlieden” en duidt alle volksstammen aan, die geen vaste woonplaats hebben, maar met hun tenten en kudden van plaats tot plaats omzwerven, om zich nu hier, dan daar te vestigen en voedsel te zoeken. Gedeeltelijk zijn zij de wreedste rovers, die echter zeer gastvrij zijn; zij staan onder Sjeiks of Emirs, die echter meer raadgevers dan aanvoerders dan onbeperkte gebieders zijn. Andere takken van de Midianieten hebben wij in Genesis (Ge 37: 25) in verbintenis met de Israëlieten en Midianieten als mensen, die de karavanenhandel tussen Syrië en Egypte drijven, leren kennen.
Ook is de vertaling mogelijk en naar onze mening zuiverder: “Want zij kwamen op met hun vee en tenten, zij kwamen zoals de sprinkhanen in menigte.” De betekenis is duidelijk. Zij kwamen in zo groten getale, dat hun tenten het land bedekten, zoals de sprinkhanen, zodat er als het ware geen plekje overbleef, waar geen tenten in de oogsttijd stonden.
De kameel is een in het oosten zeer gewoon en nuttig dier, slank van lichaamsbouw, lang van hals, klein van kop en oren, grauw, bruin of soms zwart van kleur en gewoonlijk 6 1/2 voet hoog. De ene soort heeft twee bulten, de andere slechts één. De eerste soort is de sterkste en grootste, wordt echter door de hitte der zon aangetast en is daarom in de hete maanden onbruikbaar; de tweede soort, daarentegen, die in Syrië en Palestina meer voorkomt, is minder sterk. Deze wordt ook wel dromedaris genoemd, die zich door fijnere en schonere vorm, door grote snelheid en onvermoeidheid onderscheidt; hij loopt in één uur 1 1/2 mijl en houdt het 40 uur uit; daarom heet hij (Jes.30: 16; 66: 20) “de snelle loper”. In verhouding tot haar grootte behoeft de kameel slechts weinig voedsel, elke 24 uur ongeveer één pond, zij drinkt langzaam en kan 16-20 dagen zonder water leven. Haar uit twee delen bestaande maag vormt een waterbak, waarin het water lang en goed bewaard wordt; daarom slachten reizigers, wanneer zij zich niet anders weten te redden, de kamelen, om water te verkrijgen.
Burckhart vraagde aan een Bedoeïen, die tot een stam van 300 tenten behoorde, hoeveel broeders hij had; hij antwoordde, zand in de lucht werpende, “even zo talloos”. Zulke beelden zijn in het oosten gewoon.
In de zaaitijd lieten zij Israël met rust, maar als de oogst rijp was, maaiden zij de oogst weg en roofden bovendien alles, wat zij maar konden vinden, zodat er voor Israël nauwelijks iets overbleef, dan wat zij heimelijk hadden weggeborgen in de spelonken.
KruisverwijzingenRichteren 3:9→Maleachi 1:4→Psalmen 50:15→Richteren 3:15→Psalmen 106:43→Psalmen 78:34→Jesaja 26:16→Hosea 5:15→— Alzo werd Israel zeer verarmd, vanwege de Midianieten. Toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE.
Alzo werd Israël zeer verarmd vanwege de Midianieten.
Toen riepen de kinderen van Israël tot de HEERE, 2) in wie zij nu weer als de ware God leerden geloven.
Zij hadden nagelaten God te eren met hun bezittingen door tienden en offeranden, en zij hadden de Baäl toegeschikt, datgene, waarmee zij God hadden behoren te dienen, en nu zond God op een rechtvaardige wijze een vijand, om dit van hen weg te nemen op zijn gezette tijd.
Zolang Israëls kinderen hun God aankleefden, maaiden zij hetgeen anderen hadden gemaaid. Echter nu zij God verlaten hadden en God hen, werd hetgeen zij hadden gezaaid, door anderen gemaaid en verdorven. Laat dit ons tot lering en tot waarschuwing verstrekken, dat we God gestadig danken voor de rust en de vrede van ons land en volk, waardoor we mogen eten en verzadigd worden van de arbeid van onze handen.
Waar Israël leerde in de diep smartelijke weg van harde verdrukking, dat de afgodendienst de toorn van de Heere verwekte, daar worden zij ertoe gedwongen om van de Heere, de alleen ware God, hulp en uitredding te smeken.
KruisverwijzingenEzechiël 20:5→Nehemia 9:9→Psalmen 136:10→Richteren 2:1→Jesaja 63:9→— Zo zond de HEERE een man, die een profeet was, tot de kinderen Israels; die zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb u uit Egypte doen opkomen, en u uit het diensthuis uitgevoerd;
Zo zond de HEERE, die hen wel wilde aannemen, maar eerst tot juiste kennis van hun zonde en tot oprechte boete en bekering wilde brengen, opdat het heilzaam doel totkastijding bereikt mocht worden, een man, die een profeet was, 1)een buitengewoon door Hem geroepen en met Zijn geest vervulde bode. Deze kwam tot de kinderen van Israël, waarschijnlijk tot de oudsten, toen deze voor de tent der samenkomst te Silo vergaderd waren, om daar nog dringender de ellende van het volk de Heere aan het hart te leggen, en die profeet zei tot hen: Alzo zegt de HEERE, de God van Israël: Ik heb u (uw vaderen) uit Egypte doen opkomen, en u uit het diensthuis uitgevoerd (Ex.12: 41 12.41).
Wie die profeet is geweest, weet men niet. Augustinus is van oordeel, dat het dezelfde persoon was, die tot Gideon kwam, maar o.i. geheel ten onrechte. Want daar wordt beslist gesproken van de Engel des Heeren. Ongetwijfeld is het een persoon geweest, die als Debora, op bijzondere wijze met Gods Geest was bezield, en door God gebruikt werd, om het volk in de schuld te werpen.
Want toch het is de opmerking waard, dat hij, n.l. de profeet, geen toezegging van hulp doet. Het is zijn roeping, Israël zijn grote schuld en zonde voor ogen te houden, Israël te bewegen tot boete en berouw. Hij is de boetprediker, die gezonden wordt voor het aangezicht van de Engel des Verbonds, opdat deze met de belofte en verzekering van uitredding zou komen.
KruisverwijzingenJeremia 10:2→Hebreeën 5:9→Jeremia 9:13→Jeremia 3:13→Jeremia 43:7→Romeinen 10:16→Sefanja 3:2→Jeremia 43:4→— En Ik zeide tot ulieden: Ik ben de HEERE, uw God; vreest de goden der Amorieten niet, in welker land gij woont; maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest.
a) En Ik zei tot u, nadat Ik u tot Mijn volk en eigendom gemaakt en tot rust gebracht had, door de mond van Mijn knecht Jozua (Joz.23: 7; 24: 14vv.): Ik ben de HEERE, uw God, 1) vreest de goden van de Amorieten 2) niet, in wiens land gij woont, dat gij hen zou dienen en aanbidden; maar gij zijt Mijn stem niet gehoorzaam geweest, daarom zijn nu ook de plagen over u gekomen, die Ik door Mozes voor al die gevallen bedreigd heb, wanneer gij van Mij zou afvallen (Deuteronomium 28: 33).
2 Koningen .17: 35,38
Gij straft ons zondaars met geduld en slaat niet al te zeer. Ja, eindelijk neemt Gij onze schuld en werpt die in de zee. Wanneer ons hart zucht en schreit wordt Gij met medelijden vervuld en geeft ons, wat ons verheugt en verheft. Zolang Gods Woord nog gepredikt mag worden, heeft men nog altijd hoop, dat God de gedreigde gerichten niet geheel zal laten komen; wanneer echter de predikers zwijgen en zwijgen moeten, dan is de dag van de Goddelijke toorn voor een land zeer nabij. De profeet voorzegt nog geen redding, maar spreekt alleen van de zonde. De Heere schijnt alzo zelfs te weigeren, en ziet, de Engel des Heeren gaat tot Gideon. O, houdt aan, ook als de Heere u genade ontzegt. Als het stilzwijgen van God is afgebroken, is de redding nabij (Matth.15: 22vv.).
Amorieten. Onder de Amorieten moeten hier al de inwoners van Kanaän worden verstaan.
II. Vs. 11-24.KruisverwijzingenExodus 3:11→Jozua 17:2→Hebreeën 11:32→Lukas 1:28→Richteren 13:3→Jozua 1:5→Lukas 1:11→Psalmen 44:1→ — Toen kwam een Engel des HEEREN, en zette Zich onder den eik, die te Ofra is, welke aan Joas, den Abi-ezriet, toekwam; en zijn zoon Gideon dorste tarwe bij de pers, om die te vluchten voor het aangezicht der Midianieten. Toen verscheen hem de Engel des HEEREN, en zeide tot hem: De HEERE is met u, gij strijdbare held! Maar Gideon zeide tot Hem: Och, mijn Heer! zo de HEERE met ons is, waarom is ons dan dit alles wedervaren? en waar zijn al Zijn wonderen, die onze vaders ons verteld hebben, zeggende: Heeft ons de HEERE niet uit Egypte opgevoerd? Doch nu heeft ons de HEERE verlaten, en heeft ons in der Midianieten hand gegeven. Toen keerde zich de HEERE tot hem, en zeide: Ga heen in deze uw kracht, en gij zult Israel uit der Midianieten hand verlossen; heb Ik u niet gezonden? En hij zeide tot Hem: Och, mijn Heer! waarmede zal ik Israel verlossen? Zie, mijn duizend is het armste in Manasse, en ik ben de kleinste in mijns vaders huis. En de HEERE zeide tot hem: Omdat Ik met u zal zijn, zo zult gij de Midianieten slaan, als een enigen man. En hij zeide tot Hem: Indien ik nu genade gevonden heb in Uw ogen, zo doe mij een teken, dat Gij het zijt, Die met mij spreekt. Wijk toch niet van hier, totdat ik tot U kome, en mijn geschenk uitbrenge, en U voorzette. En Hij zeide: Ik zal blijven, totdat gij wederkomt. En Gideon ging in, en bereidde een geitenbokje, en ongezuurde koeken van een efa meels; het vlees legde hij in een korf, en het sop deed hij in een pot; en hij bracht het tot Hem uit, tot onder den eik, en zette het nader. Doch de Engel Gods zeide tot hem: Neem het vlees en de ongezuurde koeken, en leg ze op dien rotssteen, en giet het sop uit; en hij deed alzo. De Heere, gereed Israël te helpen, verschijnt in de zichtbare gedaante van een Engel aan Gideon, de zoon van Joas, als deze tarwe dorst en roept hem tot verlosser van Israël. Deze neemt de roeping aan, maar vraagt van hem, met wie hij spreekt, een teken. Dat teken wordt hem toegestaan.
KruisverwijzingenJozua 17:2→Hebreeën 11:32→Richteren 13:3→Richteren 8:2→Jesaja 63:9→Genesis 16:7→Richteren 13:18→Jozua 18:23→— Toen kwam een Engel des HEEREN, en zette Zich onder den eik, die te Ofra is, welke aan Joas, den Abi-ezriet, toekwam; en zijn zoon Gideon dorste tarwe bij de pers, om die te vluchten voor het aangezicht der Midianieten.
Toen 1) kwam een Engel des HEEREN, de ongeschapen Engel, die God gelijk is, in wie de Heere de aartsvaders verschenen was (Genesis18: 1vv.), en die ook Israël uit Egypte geleid en naar Kanaän gebracht had (Ex.23: 20vv. (Richteren 2: 1vv.), in de gedaante van een reiziger met een staf in de hand (vs.21) in het door de Midianieten zo zwaar verdrukte land, en zette zich onder de eik, (de Terebinthe (Ge 35: 4), die te Ofra 2) (= jong hert) is, die aan Joas (= de HEERE gaf), de Abi-ezriet, 3) toekwam; en zijn zoon Gideon (= verbrijzelaar) dorste, 4) juist toen de reiziger onder de eik ging zitten, tarwe, bij de pers. 5) Hij dorste deze uit om die te vluchten, te verbergen voor het aangezicht van de Midianieten, die weerin aantocht waren om hun jaarlijkse strooptochten te herhalen.
Als de profeet de zonde heeft voorgehouden aan het volk, en daarmee het volk tot boete en berouw heeft geroepen, gaat de Heere verder en zorgt nu ook voor een redder in de persoon van Gideon, en wel op bijzondere wijze, opdat Israël zal leren, dat het God, de Heere, alleen is, die Zijn volk verlost van zijn vijanden en van hun verdrukking.
De roeping van Gideon heeft plaats in twee openbaringen van Gods zijde. In de eerste, door middel van de Engel door Wie Hij hem roept, om Israël te verlossen; in de tweede, door middel van een droomgezicht, om de altaren van Baäl te verwoesten. In de eerste daarom om als richter op te treden in de zin van verlosser, in de tweede als richter, in de zin van hersteller van de ware godsdienst. Niet alleen wil de Heere zich aan hem bekend maken als de alleen ware God van Israël, maar ook wil Hij betuigen, dat Hij als zodanig door Gideon en het volk moet worden erkend.
Deze stad mag niet verwisseld worden met de plaats met dezelfde naam ten zuidoosten van Bethel in de stam van Benjamin (Joz.18: 23; 1 Samuel .13: 17). De juiste ligging is niet met zekerheid te bepalen. Van de Velde plaatst haar zuidoostelijk van Sichem in de tegenwoordige puinhopen Erfaï. Wij menen, dat zij gelegen zal hebben in het aan deze zijde van de Jordaan gelegen gebied van de stam Manasse.
Dit Ofra werd dan ook genoemd Ofra van de Abi-Ezriet, in tegenstelling tot Ofra van Benjamin.
Abi-ezriet of vader van de Ezrieten. Zo was Joas het familiehoofd (Ex 6: 15) van dit tot de stam van Manasse behorend kleine geslacht (Num.26: 30vv. Joz.17: 2), en als zodanig bezitter van dit Ofra.
Eigenlijk staat er: met de stok slaan. Het dorsen vond plaats met dorswagens in het vrije veld. Wanneer men echter maar weinig koren in zijn bezit had, werd met een stok het graan uit de halmen geslagen. Dit nu was hier het geval. Gideon doet als de armen, omdat de Midianieten het meeste koren hadden weggehaald en hij nog een weinig had gered, dat hij nu dorst bij de pers, d.i. uit nood bij de wijnpers.
De wijnpers bestond bij de joden in een grote stenen trog, met een getraliede opening in het midden van de bodem, waaronder een kleine kuip stond; hierin werden de druiven uitgetreden (Jes.63: 1vv.) en hierin vloeide de most door de opening af. Gewoonlijk waren zulke persen in vaste stenen van de grond uitgehouwen. Robinson heeft op de weg van Sichem naar Joppe zo’n in nog goede toestand gevonden. Of zij werden in de aarde gegraven en met stenen vastgemetseld (Jes.5: 2 Matth.21: 33). Men deed dit het liefst buiten de steden (Openb.14: 18vv.). Het treden, een moeilijke arbeid (Jes.63: 3) verrichten meestal de slaven (Ex 16: 24), die zich daarbij door gezang en muziek opvrolijkten (Jes.16: 10 Jer.25: 30).
KruisverwijzingenLukas 1:28→Jozua 1:5→Richteren 13:3→Lukas 1:11→Jozua 1:9→Exodus 3:12→Richteren 2:18→Mattheüs 1:23→— Toen verscheen hem de Engel des HEEREN, en zeide tot hem: De HEERE is met u, gij strijdbare held!
Toen verscheen hem, op de in vs.11 beschreven wijze, de Engel des HEEREN en zei tot hem (Ruth 2: 4 (Luk.1: 28): De HEERE is met u, 1) en wil u helpen in de volvoering van uw voornemens, gij strijdbare held.
Uit deze woorden van de Engel des Heeren tot Gideon mag men afleiden, dat hij onder het dorsen niet alleen gedacht en gezucht heeft over de ellende van het volk, maar ook over de wijze, waarop men van de Midianiet zou worden verlost. Tevens dat hij geen enkele uitkomst zag en volstrekt geen enkel redmiddel kon bedenken, omdat de hand van de Heere tegen zijn volk was en het wel scheen, dat de God van het Verbond Zijn volk geheel en al verlaten had.
Maar ziet, waar de mens denkt, dat het een afgesneden zaak is, daar toont God, dat bij Hem alle dingen mogelijk zijn, dat Hij uitkomsten heeft, waar de mens niets anders ziet dan de donkere nacht van het verderf.
Het is daarom dan ook, dat de Heere tot Gideon zegt: De Heere is met u, gij strijdbare held, met welke woorden Hij aan Gideon verzekert, dat omdat Hij met hem zal zijn, hij een man zal wezen, die als een strijdbaar oorlogsheld zal optreden.
KruisverwijzingenPsalmen 44:1→2 Kronieken 15:2→Psalmen 89:49→Jesaja 41:17→Numeri 14:14→Jesaja 59:1→Deuteronomium 29:24→Deuteronomium 30:17→— Maar Gideon zeide tot Hem: Och, mijn Heer! zo de HEERE met ons is, waarom is ons dan dit alles wedervaren? en waar zijn al Zijn wonderen, die onze vaders ons verteld hebben, zeggende: Heeft ons de HEERE niet uit Egypte opgevoerd? Doch nu heeft ons de HEERE verlaten, en heeft ons in der Midianieten hand gegeven.
Maar Gideon, aan zijn droefgeestigheid de vrije loop latende (Genesis15: 12) zei tot Hem: Och mijn Heer! 1) spreek niet zo, als de HEERE met ons is, zoals gij zegt, waarom is ons dan dit alles overkomen, dat lijnrecht tegenover uw bewering staat? en waar zijn al Zijn wonderen, die onze vaders ons verteld hebben, zeggende: Heeft ons de HEERE niet uit Egypte gevoerd? Toen is de Heere met ons geweest, maar nu heeft ons de HEERE verlaten, en heeft ons in de hand van de Midianieten gegeven.2) Er is bovendien geen enkel teken, dat Hij ons weer aanneemt.
In het Hebreeuws Bi Adoni. Het woordje “Bi” heeft de kracht van ons, met uw verlof.
Het Hebreeuwse woord “bi” letterlijk vertaald is: “met mij”?. Gideon weet nog niet, dat het de Heere zelf is, die met hem spreekt, daarom spreekt hij Hem aan, niet met de naam van Heere, maar van Heer.
Hij plaatst verder de diep treurige toestand van het volk van de tegenwoordige tijd, tegenover de wondermacht van de Heere van vroeger. Vroeger had de Heere Israël gered, maar nu had hij Zijn volk verlaten en het overgegeven in de handen van zijn vijanden.
Gideon voegde zich bij de duizenden van Israël, en weigerde getroost te worden, tenzij geheel Israël deelgenoten van die troost waren. Zo ver was hij van die troost voor zich alleen, met uitsluiting van anderen, te begeren, niettegenstaande hem een zo schone gelegenheid daartoe aan de hand werd gegeven.
Mensen, die niet slechts voor zichzelf, maar ook voor anderen leven, rekenen alleen tot hun eer en vreugde datgene, wat hen in staat stelt, om de algemene belangen van Gods Kerk te behartigen.
KruisverwijzingenHebreeën 11:34→Hebreeën 11:32→1 Samuël 12:11→1 Kronieken 14:9→Richteren 4:6→Jozua 1:5→— Toen keerde zich de HEERE tot hem, en zeide: Ga heen in deze uw kracht, en gij zult Israel uit der Midianieten hand verlossen; heb Ik u niet gezonden?
Toen keerde de HEERE zich 1) tot hem en zag hem met een blik vol majesteit aan, waaruit Gideon kon leren kennen, wie Hij was, die tot hem sprak, en Hij zei: a) Ga heen in deze kracht 2) waarom Ik u een strijdbaar held genoemd heb, en gij zult Israël uit de hand van de Midianieten verlossen; heb Ik, de Heere, u niet gezonden? 3) Wie Ik zend, die zal gezegend zijn.
1 Samuel .12: 11 Hebr.11: 32
Let wel, er staat niet meer de Engel, maar de Heere, omdat de Heere zich nu zeer duidelijk in Zijn Wezen aan Gideon openbaarde.
De HEERE is de Engel; het zien van God op iemand betekent: hem aannemen.
Deze woorden schijnen te kennen te geven, dat Gideon, door het gunstig oog, dat God op hem sloeg, terstond met grote kloekmoedigheid begiftigd is. D.i. niet in uw eigen kracht, maar bij het erkennen van uw machteloosheid en ellende en die van het volk in die kracht die gij van Mij ontvangt.
Omdat Gideon door de Heere was geroepen, zou Hij ook hem de kracht geven, om diens werk te volbrengen. Omdat God hem een strijdbaar held had genoemd, daarom zou hij het ook zijn.
Omdat Gideon, zoals we mogen veronderstellen, zeer verbaasd stond, toen hem die buitengewone en wonderbare macht en last werd opgedragen en daarom zeker zal in twijfel hebben gestaan, of hij staat moet maken op hetgeen hij hoorde, zo bevestigde de Engel zijn bevel met zijn eigen gezag en getuigenis en meer had Gideon niet nodig.
KruisverwijzingenExodus 3:11→1 Samuël 9:21→Exodus 18:21→Exodus 4:10→Micha 5:2→Jeremia 50:45→1 Korinthe 15:9→Genesis 32:10→— En hij zeide tot Hem: Och, mijn Heer! waarmede zal ik Israel verlossen? Zie, mijn duizend is het armste in Manasse, en ik ben de kleinste in mijns vaders huis.
En hij zei tot hem, wel geneigd de zending aan te nemen, maar toch met een hart nog vol bedenkingen: Och mijn Heer! zo Gij mij zendt, zeg mij dan ook, waarmee zal ik Israëlverlossen? Ik weet geen middel daartoe. Zie, mijn duizend,
het geslacht van de Ezrieten, is het armste in Manasse, en kan zoveel volk niet leveren, als er nodig is, om de Midianieten aan te tasten, en ik ben de kleinste, dejongste, in mijn vaders huis, zodat ook mijn eigen familie mij niet zou volgen. 3)
De Masora plaatst de klinkers hier niet als in vers 13 “Adoni” = mijnheer, maar “Adonai” = Heere. Gideon heeft reeds bemerkt, wie tot Hem sprak. De schriften van het Oude Testament zijn namelijk op perkamenten rollen, die uit huiden van dieren vervaardigd werden, met inkt (Num.5: 23) in het oud-Hebreeuwse letterschrift, zonder vokaaltekenen of accenten, zonder vers-, hoofdstuk-, of zinasfdelingen geschreven. Het oudere letterschrift, dat met het oud-Phoenicisch alfabet overeenkomst heeft, ging sinds de Babylonische ballingschap in het kwadraat- of Assyrische letterschrift over. Sinds Ezra was allengs een grotere ijver voor de studie van de Heilige Schrift opgewekt, waardoor het schriftgebruik algemener werd en letters nodig waren, die meer aan de behoeften van het snel- en schoonschrijven voldeden. Dit kwadraatschrift was ten tijde van Christus algemeen in gebruik, zoals uit Matth.5: 18 blijkt, want wanneer daar van de kleinste letters sprake is, zo is in de grondtekst deze letter (Jod y) met name genoemd; onder tittels zijn zulke streepjes bedoeld, waardoor bv. de r van de d, de x van de h onderscheiden worden. De vocalen, die oorspronkelijk zeer eenvoudig geweest zijn, werden later tot een vocaalsysteem, en werden van de 7e tot de 10e eeuw in de school van Tiberias, overeenkomstig de mondelinge overlevering (Masora) in de tekst geplaatst; zodat men van die tijd af, ten minste voor bijzonder gebruik, slechts gepunctueerde handschriften had. Van de vers- en kapittelafdeling is reeds bij Genesis (Ge 32: 2) en van de zinafdelingen (Paraschen) bij Exodus (Ex 20: 6) gesproken.
Hij zegt nu niet meer: Och mijn Heer, maar och Heere. Zo moet het toch vertaald worden, omdat er niet staat, zoals in vs.13, Adoni, maar Adonai. Gideon begint te voelen en te bemerken, dat hij met een Goddelijk Persoon te doen heeft, die met hem spreekt. Wat hij verder spreekt is geen teken van ongeloof in zijn roeping, maar bekentenis van zijn zwakheid. Hij weet niet hoe hij dat kan doen, wat hem wordt opgedragen. Hij is zo zwak en zijn stam is zo zwak, dat hij geen mogelijkheid ziet, om te doen, wat hij moet doen.
Volgens de raad van Jethro waren de Israëlieten verdeeld in honderden en in duizenden; dat duizend, waartoe Gideon behoorde, was het geringste van al de duizenden van Manasse.
De plaatsen, die de rijkdom van de halve stam Manasse uitmaakten, waren nooit van de oorspronkelijke inwoners gezuiverd. Zij waren blijven wonen te Beth-sean, in Taänach, Megiddo, Jibleam en Dôr. Overal verhieven zich hier de altaren van Baäl. Bij zo’n omgeving zijn de gelovigen te allen tijde in moeilijke toestand, voornamelijk in tijden, waarin Baäl schijnt te overwinnen. Hun hart vervalt tot droefheid en de machteloze toestand bij de gedachte van vroegere zegen, maakt hen kleinmoedig. Zal Gideons bescheiden gemoed tot moed ontvlamd worden, dan moet hij volle zekerheid hebben, dat God met hem is, dat Hij nog wonderen doet en in deze Zijn liefde tot Israël openbaart. Gideon houdt zichzelf voor zeer gering, daarom verlangt hij van God veel (vs.17).
De keus van Gideon is wonderbaar. Niet alleen was hij de jongste in de kleinste stam. Waar hij thuis was, waren de meesten heidenen; afgodendienst heerste in zijn vaders huis. Als een vuurbrand haalde God hem uit het vuur, om een redder van het volk te zijn. Zo bekeerde God Zijn apostelen midden uit de menigte van de vijanden en uit de woede op Damascus’ weg. Zo ging Luther uit het klooster om het Evangelie van de vrijheid te verkondigen. God roept, van waar Hij wil, en noch school noch Côterie kan Zijn keus te niet doen.
Wanneer wij menen, dat God het verst van ons is, dat Hij ons in ongenade verlaten heeft, zo is Hij met Zijn genade en almachtige hulp ons het meest nabij.
KruisverwijzingenJozua 1:5→Exodus 3:12→Mattheüs 28:20→Jesaja 41:14→Jesaja 41:10→Handelingen 11:21→Markus 16:20→Richteren 6:12→— En de HEERE zeide tot hem: Omdat Ik met u zal zijn, zo zult gij de Midianieten slaan, als een enigen man.
En de HEERE zei tot hem: Omdat Ik met u zal zijn (Exod.3: 12 Joz.1: 5), zo zult gij de Midianieten slaan, als een enkel man, 1) dat is, gij zult ze met een slag vernietigen (Num.14:
.
De Heere komt zijn kleingeloof te hulp, door hem de verzekering te geven, dat Hij met hem zal zijn, en belooft dat het hem niet meer moeite zal kosten, om al die Midianieten te verslaan, als dat hij één man zou doden.
KruisverwijzingenExodus 33:13→Jesaja 7:11→Psalmen 86:17→Genesis 15:8→2 Koningen 20:8→Richteren 6:36→Exodus 4:1→Exodus 33:16→— En hij zeide tot Hem: Indien ik nu genade gevonden heb in Uw ogen, zo doe mij een teken, dat Gij het zijt, Die met mij spreekt.
En hij, met zo’n helper tevreden, maar ook nu des te meer zekerheid verlangende, dat het werkelijk een goddelijk persoon was, zei tot Hem: Indien ik nu genadegevonden heb in Uw ogen, zo doe mij een teken, 1) geef mij door een wonderteken op ontwijfelbare wijze te zien, dat Gij het zijt, die met mij spreekt.
De bede geschiedde niet in ongeloof, maar in kinderlijk eerbiedige belijdenis van eigen geloofszwakheid, zodat op hem het woord van de Heere (Matth.12: 39) niet toepasselijk is.
Vermetelheid en hoogmoed voeren de mens niet tot God, maar wel ootmoed en nederigheid.
KruisverwijzingenGenesis 18:5→Richteren 13:15→Genesis 18:3→Genesis 19:3→— Wijk toch niet van hier, totdat ik tot U kome, en mijn geschenk uitbrenge, en U voorzette. En Hij zeide: Ik zal blijven, totdat gij wederkomt.
Wijk toch niet van hier, totdat ik tot mijn vaders huis gegaan ben en weer bij U kom, en mijn geschenk 1) uitbreng en U voorzet. En Hij zei: Ik zal blijven, totdat Gij terugkomt en u het teken niet onthouden.
Dit geschenk was niet een offer, en evenmin een gewoon geschenk, maar een dusgenoemde offergave. Uit de aanneming daarvan zou Gideon weten, dat het waarlijk de God van Israël was, die met hem had gesproken.
KruisverwijzingenGenesis 18:6→Leviticus 2:4→Richteren 13:15→— En Gideon ging in, en bereidde een geitenbokje, en ongezuurde koeken van een efa meels; het vlees legde hij in een korf, en het sop deed hij in een pot; en hij bracht het tot Hem uit, tot onder den eik, en zette het nader.
En Gideon ging in zijn huis, en bereidde een geitebokje, en ongezuurde koeken1) van een efa meel (Ex 16: 36), waarvan hij in allerijl askoeken bakte; het vlees benevens de koeken legde hij in een korf, 2) en het vocht deed hij in een pot; en hij bracht het tot Hem, tot onder de eik, en zette het neer, om af te wachten wat zijn gast nu zou doen.
Gideons gave bestaat in spijzen, zoals men die aan een gast, die men wil eren voorzette; hij verwacht echter niet, dat zijn gast, die hij reeds voor de Here zelf erkend heeft, deze op mensenwijze verteren zal, maar dat Hij ze als een offer opnemen en met vuur verbranden zal, en zich daardoor onweerlegbaar als God zal openbaren. Zijn hart is niet meer in twijfel, wie hij voor zich heeft (vs.15), hij wil alleen nog de zetel van de Heer hebben tot overtuiging van zijn hart, om daarna met vertrouwen op het welslagen het werk aan te vangen, dat hem opgedragen is.
Wat den mens sterk maakt in de arbeid, de strijd en het lijden van het leven, wat met Gideons heldenmoed ook de zwakste vrouw toerust, dat is waarlijk niet de blik op eigen kracht, die als een riet verbroken wordt, maar alleen de zekerheid van de hemelse roeping, het onwrikbaar geloof onder de dienst van de Heere, bescherming en toezicht te staan, niet zichzelf, maar God toe te behoren (vgl. Hebr. 13: 9).
In het Hebreeuws Sal; overal waar dit woord elders voorkomt is het een broodkorf. Dat Gideon deze nu voor vlees gebruikt is een bewijs van zijn haasten.
KruisverwijzingenRichteren 13:19→1 Koningen 18:33→— Doch de Engel Gods zeide tot hem: Neem het vlees en de ongezuurde koeken, en leg ze op dien rotssteen, en giet het sop uit; en hij deed alzo.
Doch de Engel van God zei tot hem: Neem het vlees en de ongezuurde koeken uit de korf, en leg ze op die rotssteen, die hier aan Mijn zijde is, als op een altaar, en giet het vocht daarover uit; en hij deed alzo. 1)
Gideon weet nu reeds, dat Hij, die met hem gesproken had, een gezant van God was, en daarom wilde hij Hem een offergave brengen. Dat Hij waarlijk de Heere God zelf was, weet hij nog niet. Dit zou hij nu te weten komen.
De Heere beveelt de offergave op een rotssteen te leggen. De rotssteen moest tot altaar dienen en alzo moest de offergave in een werkelijk offer herschapen worden.
KruisverwijzingenLeviticus 9:24→2 Kronieken 7:1→1 Koningen 18:38→1 Kronieken 21:26→Richteren 13:20→— En de Engel des HEEREN stak het uiterste van den staf uit, die in Zijn hand was, en roerde het vlees en de ongezuurde koeken aan; toen ging er vuur op uit de rots, en verteerde het vlees en de ongezuurde koeken. En de Engel des HEEREN bekwam uit zijn ogen.
En de Engel des HEEREN stak het uiterste van de staf uit, die in zijn hand was en raakte met het einde daarvan het vlees en de ongezuurde koeken aan: toen ging er vuur op uit de rots
en verteerde het vlees en de ongezuurdekoeken. En de Engel des HEEREN bekwam (verdween) op datzelfde ogenblik uit zijn ogen. 2)
De Engel doet, zoals Gideon verwacht heeft; Hij maakt zijn gave tot een offer; maar Hij doet boven bidden en denken, omdat het vuur niet van de hemel valt, maar uit de rots voortkomt tot een zeker bewijs, dat Hij, die in de hemel woont, thans naast hem op aarde staat. Het is tevens een zinnebeeldig teken: “Zie, wilde de Engel hem zeggen, hoe ik met mijn staf vuur uit de rots voortbreng, zo kan Ik ook u, Gideon wat een geringe en zwakke staf gij ook in uw eigen ogen moogt zijn, als Mijn werktuig tot overwinning van het Midianitische leger gebruiken, zodat zij door u verteerd worden, als uw offer door het vuur”.
Ook van de rots van ons heil gaat vuur uit, het vuur van de Heilige Geest, en wie de vuurdoop van de Geest ontvangen heeft, die is aangedaan met kracht uit de hoogte en vermag alles door Hem, die hem machtig maakt, door Christus.
De Heere deed hem een teken in en door hetgeen Gideon zo vriendelijk voor hem ten maaltijd had toebereid, want hetgeen we God aanbieden en offeren tot Zijn heerlijkheid en ten teken van onze dankbaarheid jegens Hem, zal door de genade van God tot onze eigen vertroosting en vergenoeging verstrekken.
Dit wil zeggen: Verdween plotseling voor de ogen van Gideon. Hij wist nu met Wie hij gesproken had. Zijn teken was aangenomen, maar tegelijk ontstond er in zijn ziel een heilige vrees, zodat hij dacht te sterven. Want niet als een mens, maar als een geest verdween de Engel, die met hem had gesproken.
KruisverwijzingenGenesis 32:30→Exodus 33:20→Deuteronomium 5:26→Richteren 13:21→Deuteronomium 5:24→Genesis 16:13→Deuteronomium 5:5→Johannes 1:18→— Toen zag Gideon, dat het een Engel des HEEREN was; en Gideon zeide: Ach, Heere, HEERE! daarom, omdat ik een Engel des HEEREN gezien heb van aangezicht tot aangezicht.
Toen zag Gideon uit hetgeen geschied was, dat het een Engel des HEEREN was, de Engel die de Heere zelf is; en Gideon zei, vol vrees dat hij zou moeten sterven (Exod.33: 20 vgl. (Genesis16: 13 vv.; 32: 30 Exod.20: 19): Ach Heere HEERE! daarom, omdat ik een Engel des HEEREN gezien heb van aangezicht tot aangezicht, 1) zal de dood over mij komen.
Had Jakob zich verwonderd, dat Hij de Heere had gezien en dat toch zijn ziel was gered, dat hij het leven had behouden (Genesis32: 30), bij Gideon ontstond een grote vrees, dat hij nu zou sterven.
Deze vrees is een gevolg van de vloek over de zonde, waarin de mens zich gestort heeft, door de overtreding van het gebod en door zijn afval van God.
KruisverwijzingenDaniël 10:19→Romeinen 1:7→Johannes 20:19→Genesis 32:30→Johannes 14:27→Genesis 43:23→Psalmen 85:8→Johannes 20:26→— Doch de HEERE zeide tot hem: Vrede zij u, vrees niet, gij zult niet sterven.
Maar de HEERE 1) zei tot hem: Vrede zij u, vrees niet, gij zult niet sterven, 2) hoewel gij Mij gezien hebt; Ik heb nog een werk voor u op de aarde, de verlossing van Israël.
Wij hebben hier aan geen herhaalde verschijning van de Engel des Heeren te denken, maar aan een spreken van de Heere tot Gideon, zoals Hij meermalen sprak met Abraham, met Jozua en de andere Bijbelheiligen.
Uit plaatsen als deze blijkt, dat Hij, die uit Maria vlees en bloed heeft aangenomen, meermalen in mensengedaante aan de ouden verschenen is. Kan het ons verwonderen? Petrus Martyr zegt: “het was waarlijk groter, wat Hij tenslotte voor ons gedaan heeft; maar zeer wel mag men aannemen, dat Hij, die het grotere heeft gedaan, ook het mindere heeft verricht; er is geen reden om daaraan te twijfelen.”.
Maar ofschoon hij niet langer moest wandelen door aanschouwen, nochtans moest hij leven door het geloof, dat geloof, dat uit het gehoor is. Want de Heere zei tot hem met een hoorbare stem, deze aanmoedigende woorden: “Vrede zij u, vrees niet.”.
KruisverwijzingenGenesis 22:14→Richteren 8:32→Exodus 17:15→Ezechiël 48:35→Jeremia 23:6→Jeremia 33:16→Jozua 22:10→Jozua 22:26→— Toen bouwde Gideon aldaar den HEERE een altaar, en noemde het: De HEERE is vrede! het is nog tot op dezen dag in Ofra der Abi-ezrieten.
Toen bouwde Gideon, vol dankbare vreugde over Gods genade, die zijn menselijke zwakheid en zonde had bedekt, aldaar de HEERE een altaar, niet tot een offerplaats (Joz.22: 10vv.), maar tot een gedenkteken van deze openbaring (Exod.17: 15vv.), en noemde het volgens de troostrijke toespraak: Jehova Schaloom, datis: De HEERE is vrede, of de Heere van de vrede. Het is nog tot op deze dag, toen dit geschreven werd, in Ofra van de Abi-Ezrieten, 1)de stad Joas.
Niet alleen had Gideon door dit woord van de Heere voor zichzelf de verzekering ontvangen, dat hij in de rij van hen geplaatst was, die de zonde niet meer kan doden, die met een onmiddellijk verkeer met God verwaardigd zijn, maar hij had daardoor tevens de toezegging ontvangen, dat hij aan deze tijd, die de vrede van God miste en slechts met Zijn toorn vervuld was (vs.13), deze vrede zou teruggegeven, en dat aan alle nood een einde gemaakt zou worden. Daarom deze veelbetekenende naam, die hij het altaar geeft.
III. Vs. 25-32.KruisverwijzingenExodus 34:13→1 Samuël 12:11→Richteren 3:7→Deuteronomium 7:5→Richteren 7:1→2 Samuël 11:21→Genesis 35:2→Mattheüs 6:24→ — En het geschiedde in dienzelven nacht, dat de HEERE tot hem zeide: Neem een var van de ossen, die van uw vader zijn, te weten, den tweeden var, van zeven jaren; en breek af het altaar van Baal, dat van uw vader is, en houw af het bos, dat daarbij is. En bouw den HEERE, uw God, een altaar, op de hoogte dezer sterkte, in een bekwame plaats; en neem den tweeden var, en offer een brandoffer met het hout der hage, die gij zult hebben afgehouwen. Toen nam Gideon tien mannen uit zijn knechten, en deed, gelijk als de HEERE tot hem gesproken had. Doch het geschiedde, dewijl hij zijns vaders huis en de mannen van die stad vreesde, van het te doen bij dag, dat hij het deed bij nacht. Als nu de mannen van die stad des morgens vroeg opstonden, ziet, zo was het altaar van Baal omgeworpen, en de haag, die daarbij was, afgehouwen, en die tweede var was op het gebouwde altaar geofferd. Zo zeiden zij, de een tot de ander: Wie heeft dit stuk gedaan? En als zij onderzochten en navraagden, zo zeide men: Gideon, de zoon van Joas, heeft dit stuk gedaan. Toen zeiden de mannen van die stad tot Joas: Breng uw zoon uit, dat hij sterve, omdat hij het altaar van Baal heeft omgeworpen, en omdat hij de haag, die daarbij was, afgehouwen heeft. Joas daarentegen zeide tot allen, die bij hem stonden: Zult gij voor den Baal twisten; zult gij hem verlossen? Die voor hem zal twisten, zal nog dezen morgen gedood worden! Indien een hij god is, hij twiste voor zichzelven, omdat men zijn altaar heeft omgeworpen. Daarom noemde hij hem te dien dage Jerubbaal, zeggende: Baal twiste tegen hem, omdat hij zijn altaar heeft omgeworpen. In de op deze dag volgende nacht ontvangt Gideon van God bevel, het Baälaltaar bij Ofra af te breken, op een van verre zichtbare plaats een altaar voor de HEERE op te richten en een zevenjarige stier uit de stal van zijn vader daarop ten brandoffer te offeren. Hij doet het in de eerstkomende nacht. Als de mensen van Ofra de volgende morgen, over deze vermeende misdaad ontzet, Joas tot uitlevering van zijn zoon oproepen, opdat zij hem doden, weet deze hen te overtuigen, dat Baäl, wanneer hij werkelijk een God was, voor zichzelf kon strijden. Gideon ontvangt nu de erenaam, Jerubbaäl.
KruisverwijzingenExodus 34:13→Richteren 3:7→Deuteronomium 7:5→Genesis 35:2→Mattheüs 6:24→1 Koningen 18:21→Job 22:23→2 Korinthe 6:15→— En het geschiedde in dienzelven nacht, dat de HEERE tot hem zeide: Neem een var van de ossen, die van uw vader zijn, te weten, den tweeden var, van zeven jaren; en breek af het altaar van Baal, dat van uw vader is, en houw af het bos, dat daarbij is.
En het geschiedde in diezelfde nacht, nadat de verschijning (vs.11) had plaatsgehad, dat de HEERE tot hem zei: Neem een stier van de ossen, 1)die van uw vader zijn, te weten, de tweede stier, die naar ouderdom of naar de plaatsing de tweede in de stal is, van zeven jaar, dus even oud als de verdrukking van de Midianieten geduurd heeft; en ga met deze uit, en breek af het altaar van Baäl, dat van uw vader is, en waarop het door hem geregeerde geslacht van de Ezrieten afgodendienst verricht, en houw af het bos, 2) dat tegen Mijn uitdrukkelijk verbod (Deuteronomium 16: 21) daarbij is. 3)
Hebreeuws “par hassjoor” = een volwassen stier, die Gideons vader waarschijnlijk had vetgemest, om hem aan Baäl te offeren.
In het Hebreeuws Et-haäschera. Beter is het woord onvertaald te laten, omdat hier bedoeld wordt, een houten zuil, Astarte voorstellende. Baäl de mannelijke afgod en Astarte, de vrouwelijke, werden tegelijk op dat altaar vereerd. Dit altaar met die afgodsbeelden moest eerst weg, eerst afgehouwen, voordat de HEERE een altaar gebouwd kon worden.
Wij hebben hier de reiniging van Gideon en zijn wijding tot zijn ambt als richter. De reiniging en hervorming moet van het eigen huis beginnen.
Liever: “houw de Asthareh (een beeld van Astarte) af, die daarop is” (De 16: 21).
Kruisverwijzingen1 Korinthe 14:40→2 Samuël 24:18→1 Korinthe 14:33→— En bouw den HEERE, uw God, een altaar, op de hoogte dezer sterkte, in een bekwame plaats; en neem den tweeden var, en offer een brandoffer met het hout der hage, die gij zult hebben afgehouwen.
En bouw, in de plaats van het verwoeste afgodsaltaar, de HEERE, uw God, een altaar, op de hoogte van deze boven de stad gelegen sterkte, in een bekwame plaats, 1)opdat wanneer men het vorige altaar niet meer ziet, dit aanstonds in het oog valt (vs.28), en men daardoor zich herinnert, dat de ware God verheven is boven alle goden; en neem dan de genoemde tweede stier, die gij meegebracht hebt, en offer een brandoffer met het hout van de haag 2) die gij zult hebben afgehouwen, 3)want nu zal Israëls zevenjarige straf ophouden en tevens met het verbranden van Astarte’s beeld de afgoderij.
In het Hebreeuws Bammaärakah. De LXX geeft en th parataxei. Vandaar dat de Statenvertaling geeft: in een bekwame plaats. In Exod.39: 37 komt hetzelfde woord voor en is daar vertaald door: die men toerusten moest. Het werkwoord, waarvan dit zelfstandig naamwoord is afgeleid, wordt in Num.23: 4 gebruikt voor de toerusting van het altaar ten behoeve van de offeranden. Een betere vertaling achten wij: met hetgeen daartoe nodig is. Dit nodige ziet dan op het hout van de haag, of van de houten zuil van Astarte.
Of, van Aschera.
De houten zuil van Astarte moest niet alleen omgehouwen of verbrand, maar met het hout daarvan moest het offer ter ere van de Heere worden verbrand, om te bewijzen, dat het vernietigen van alles, wat zich tegen God verheft, tevens strekt tot verheerlijking van Gods rechtvaardigheid.
Eerst moest Gideon het geestelijk juk van de satan verbreken, voordat hij in staat was, Israël van het lichamelijk juk van de Midianieten te bevrijden; daarom wordt hem hier bevolen, de afgoderij, waarin het uitverkoren volk verstrikt was, te vernietigen, en de ware godsdienst te herstellen; want nog maakte het volk zelf daaraan geen begin, hoewel de harten zich enigszins tot de Heere gewend hadden (vs.6) en ook de prediking van een profeet (vs.8vv.) niet zonder vrucht gebleven was. In tijden van langdurige en algemene afval van God en Zijn woord ontwaken wel hier en daar zielen, die het ingedrongen bederf voelen en betreuren; maar wanneer de Heere Zich geen geloofsmannen verwekt, blijft toch alles bij het oude. Denkt aan de geschiedenis van de Reformatie.
Daarvan komt het dikwijls, dat de verkondigers van het Evangelie geen vrucht en geen overwinning hebben, omdat zij bij zichzelf het altaar nog niet verwoest hebben. De weg tot het hart van de gemeente gaat over de ruïnen van de eigen Baäl.
Mijn Christen! gij hebt ook een Baäl in uw hart, dat is, de zondige begeerte; wilt gij de Here welgevallig zijn, zo moet gij eerst afbreken Gideon moet niet slechts verwoesten, maar ook bouwen. Het verwoesten is op zichzelf nog geen getuigenis, want de vijand van de vijand is niet altijd een vriend. Zo heeft de apostel niet alleen de afgodendienst van Diana ondermijnd, maar een gemeente te Efeze gebouwd. Alle kerken zijn Gideons altaren, aan Hem gewijd, die de dood omverrukte om het nieuwe Jeruzalem op te bouwen. Het offer, dat Gideon brengt, moet verbranden op het hout van het afgodsbeeld. Het enig gebruik dat men van houten afgodsbeelden maken kan, is dat men daarmee het offer voor de ware God aansteekt. Zo verbrandde de apostel zijn vervolgingsijver in brandende ijver van de liefde. Wanneer het hart van verlangen naar zijn Heiland brandt, verteren daarin de afgoden van de wereld die het vroeger gediend heeft. Wanneer het gebed als offerrook opstijgt, komt het uit de boete voort, die oude zonden tot as verbrand heeft.
Kruisverwijzingen1 Thessalonicenzen 2:4→Galaten 1:16→Mattheüs 16:24→Johannes 15:14→Deuteronomium 4:1→Johannes 3:2→Johannes 2:5→Psalmen 112:5→— Toen nam Gideon tien mannen uit zijn knechten, en deed, gelijk als de HEERE tot hem gesproken had. Doch het geschiedde, dewijl hij zijns vaders huis en de mannen van die stad vreesde, van het te doen bij dag, dat hij het deed bij nacht.
Toen nam Gideon tien mannen uit zijn knechten, op wie hij het meest vertrouwen kon, en deed, zoals de HEERE tot hem gesproken had. Maar het gebeurde omdat hijzijn vaders huis en de mannen van die stad vreesde, van het te doen bij dag, dat hij het deed bij nacht; 1) allen waren nog zo aan de Baälsdienst verknocht, dat zij dat werk niet voor hun ogen zouden toegelaten hebben.
Gideon deed dit niet uit kleingeloof, maar uit voorzichtigheid, opdat zijn vaders huis en de mannen van de stad hem niet zouden verhinderen in het werk van de hervorming. Hij kende zijn volk en wist, dat zij het hem niet zouden toelaten, indien hij het overdag deed. Zijn vrees bleek niet ongegrond te zijn.
— Als nu de mannen van die stad des morgens vroeg opstonden, ziet, zo was het altaar van Baal omgeworpen, en de haag, die daarbij was, afgehouwen, en die tweede var was op het gebouwde altaar geofferd.
Toen nu de mannen van die stad ‘s morgens vroeg, nadat ’ s nachts de daad plaatsgevonden, opstonden, en naar buiten gingen, om overeenkomstig hun gewoonte Baäl aan te roepen, voordat zij zich tot hun bezigheden begaven, ziet, zo was het altaar van Baäl omgeworpen en de haag, die daarbij was (het Astartebeeld, dat daarop was “Jud 6: 25), afgehouwen, en die tweede stier was op het gebouwde altaar geofferd, zoals zij uit het nog brandende offer opmerkten.
— Zo zeiden zij, de een tot de ander: Wie heeft dit stuk gedaan? En als zij onderzochten en navraagden, zo zeide men: Gideon, de zoon van Joas, heeft dit stuk gedaan.
Toen zeiden de mannen van die stad tot Joas, voor wiens huis zij samengekomen waren: Breng uw zoon uit, dat hij sterft, omdat hij het altaar van Baäl heeft omgeworpen, en omdat hij de haag, die daarbij was (het Astartebeeld, datdaarop was), afgehouwen heeft. 1)
De woede, waarin de afgodendienaars raakten, kan ons niet zozeer bevreemden; zij wordt nog heden ten dage op dezelfde wijze gezien. Zolang men de afgoden van de kinderen van deze wereld onaangetast laat, blijven deze nog rustig, en verdragen zij de prediking van het Evangelie. Maar beproeft het, een eigengerechtige, farizeesgezinde man te zeggen, dat al zijn ingebeelde gerechtigheid niets is, volstrekt geen waarde heeft voor God, dat zij in de dood moet, en de poorten van de hemel gesloten zijn, zolang men haar niet opgeeft, zo zult gij spoedig gewaar worden, hoe die mens in ergernis en woede geraakt. Of zegt een gierigaard in het aangezicht, dat de gierigheid een van God gevloekte afgoderij is, dat zij de wortel is van alle kwaad, dat zij een Judaszonde is, waardoor de Heere Jezus verraden en verzocht werd; zegt het een dronkaard aan, dat hij nooit in het hemelrijk kan komen, wanneer hij zijn wijn- of jeneverafgod niet laat varen; zet het breekijzer aan de afgoden van de ijdelheid, de klerenpracht, de weelde of aan de zondige vermaken van de wereld, aan het sabbatschenden. O dan zult gij spoedig ervaren, hoe ook dezen, die over het algemeen geen vijanden van de Bijbel zijn, op u zullen uitvaren, hoe zij zullen zeggen: “Wat wil die bekrompen dweper, die overdreven ijveraar? weg met hem, wij willen hem niet horen.” Het is niet uit te spreken, hoe krampachtig de mens, zolang hij naar de levende God niet vraagt, zijn afgoden vasthoudt en hoe teder hij ze bemint.
KruisverwijzingenJesaja 46:7→Efeze 5:11→Deuteronomium 17:2→Psalmen 115:4→Exodus 23:2→Jeremia 10:11→1 Koningen 18:29→Deuteronomium 13:5→— Joas daarentegen zeide tot allen, die bij hem stonden: Zult gij voor den Baal twisten; zult gij hem verlossen? Die voor hem zal twisten, zal nog dezen morgen gedood worden! Indien een hij god is, hij twiste voor zichzelven, omdat men zijn altaar heeft omgeworpen.
Joas daarentegen, 1) door de geloofsdaad van zijn zoon mede tot inzien van zijn zonden gebracht, en die nu van zijn rechterlijke waardigheid gebruik maakte, om zijn zoon tegen de woede van het volk te beschermen, zei tot allen, die bij hem stonden: Zult gij voor de Baäl twisten? zult gij hem verlossen? Het ware een smaad voor een zo grote en machtige God, als hij uw hulp behoefde. Die voor hem zal twisten, en de verwoester van zijn altaar nog verder vervolgt, zal nog deze morgen gedood worden! Indien hij, waaraan gij niet twijfelt, een God is, hij twiste voor zichzelf, omdat men zijn altaar heeft omgeworpen. 2) Hierop gaan de mannen heen, omdat de ironische rede van Joas hun de ogen geopend heeft voor de nietigheid van de afgoden.
Zo trekt de belijdenis van de kinderen dikwijls de zielen van de ouders mee. Het is altijd een zegen, zelfs wanneer de eersten de laatsten zijn. Hoe laat ook, indien men maar eindelijk tot God komt.
Wellicht had Gideon de goddelijke roeping reeds aan zijn vader meegedeeld.
Volgens de wet van Mozes was degene, die met de Baäl heulde, de dood schuldig. Nu Joas overtuigd is geworden, dat hij ook zwaar tegen de Heere heeft gezondigd, beschermt hij niet alleen zijn zoon, maar brengt ook de mannen van die stad het schuldige van hun doen onder het oog, en dreigt met de doodstraf, indien zij het verder durven opnemen voor de afgod. Tevens drijft hij de spot met Baäl, en daagt hem op ironische wijze uit, om zichzelf te wreken.
Op gelijke wijze bespotte Lucianus het heidendom van zijn tijd en Jupiter “dat hij de berovers niet had neergebliksemd, maar ongedeerd uit Olympia had laten gaan, hoewel zij van zijn beeld de gouden haarlokken afschoren, die elk zes mina’s wogen”.
Kruisverwijzingen1 Samuël 12:11→Richteren 7:1→2 Samuël 11:21→Hosea 9:10→Jeremia 11:13→— Daarom noemde hij hem te dien dage Jerubbaal, zeggende: Baal twiste tegen hem, omdat hij zijn altaar heeft omgeworpen.
Daarom noemde hij (Joas) hem (Gideon) op die dag Jerubbaäl, 1) (d.i. Baäl strijder), zeggende: Baäl twiste tegen hem, omdat hij zijn altaar heeft omgeworpen; zo scheurde zich Joas geheel van de Baälsdienst los.
Jerubbaäl is de type van de strijdende kerk, dat is van wie tegen het ongeloof, niet van haar, die in zichzelf strijd voert. Zijn naam openbaarde, dat Baäl niets is en niets vermag, dat Gods Woord onweerstaanbaar is. Daarom is hij het symbool van de bemoediging voor alle belijders van de waarheid. Wie vreest, heeft niet lief, wie moed heeft, voor die is Baäl verdwenen. Gideon heeft zijn altaar verwoest en voor God een ander gebouwd, niet om de stenen, maar om Israël. Ieder Christen heet daarom Jerubbaäl, zo lang hij aan het kruis in zijn hart een plaats geeft, in plaats van aan de eigengerechtigheid.
Deze geschiedenis herinnert levendig aan een gebeurtenis uit de zendingsgeschiedenis van Duitsland. Toen de Engelse monnik Winfried, later Bonifacius (weldoener) genoemd, daar het eerst het Evangelie van Christus predikte, kwam hij in de landstreek van Geismar in Hessen bij een eik, die aan de God Thor gewijd was. Aanstonds was zijn besluit genomen, hier een Gideonswerk te volbrengen en de afgodisch vereerde boom, die hij voor het bolwerk van het daar bestaande heidendom had leren kennen, om te houwen. Een ontelbaar grote menigte van heidenen had zich rondom hem verzameld; Bonifacius deed zijn mond open en predikte hun de levende God, die hemel en aarde gemaakt heeft, toen greep hij de bijl en sloeg met alle kracht tegen de eik. De slag weerklonk door het bos, maar nog meer door de harten van de ademloze menigte, die met gespannen verwachting het ogenblik tegemoet zag, dat een bliksemstraal van de hemel de schender van het heiligdom van hun God ter aarde zou werpen. Maar de geloofsheld hieuw steeds krachtiger in, totdat de geweldige boom krakend ter aarde stortte. Een schreeuw van ontzetting ging door de geduchte grote verzameling, waarop een diepe stilte volgde. Omdat echter de wraak van de dondergod uitbleef, zo was met de eik tevens de afgod in hun hart omver gestort; velen deden boete en lieten zich dopen tot vergeving van hun zonden; van het hout van de neergehouwen eik werd een kapel gebouwd, en voortaan daarin de naam van de Heiland gepredikt.
De naam van Jerubbaäl werd later voor Gideon een erenaam, nu men ontdekte, dat Baäl zich niet wreken kon en Gideon in het leven bleef.
IV. Vs. 33-40.KruisverwijzingenJozua 17:16→Richteren 3:27→Richteren 3:10→Genesis 18:32→Richteren 6:3→Richteren 6:14→2 Kronieken 24:20→1 Kronieken 12:18→ — Alle Midianieten nu, en Amalekieten, en de kinderen van het oosten, waren samenvergaderd, en zij trokken over, en legerden zich in het dal van Jizreel. Toen toog de Geest des HEEREN Gideon aan, en hij blies met de bazuin, en de Abi-ezrieten werden achter hem bijeengeroepen. Ook zond hij boden in gans Manasse, en die werden ook achter hem bijeengeroepen; desgelijks zond hij boden in Aser, en in Zebulon, en in Nafthali; en zij kwamen op, hun tegemoet. En Gideon zeide tot God: Indien Gij Israel door mijn hand zult verlossen, gelijk als Gij gesproken hebt; Zie, ik zal een wollen vlies op den vloer leggen; indien er dauw op het vlies alleen zal zijn, en droogte op de ganse aarde, zo zal ik weten, dat Gij Israel door mijn hand zult verlossen, gelijk als Gij gesproken hebt. En het geschiedde alzo; want hij stond des anderen daags vroeg op, en drukte het vlies uit, en hij wrong den dauw uit het vlies, een schaal vol waters. En Gideon zeide tot God: Uw toorn ontsteke niet tegen mij, dat ik alleenlijk ditmaal spreke; laat mij toch alleenlijk ditmaal met het vlies verzoeken; er zij toch droogte op het vlies alleen, en op de ganse aarde zij dauw. En God deed alzo in denzelven nacht; want de droogte was op het vlies alleen, en op de ganse aarde was dauw. Als hierop de Midianieten met hun bondgenoten weer in het land vallen en zich in de vlakte van Jizreël legeren, wordt Gideon door de Geest van God aangegrepen, zodat hij een leger uit de noordelijke stammen rondom zich verzamelt; voordat hij tot de aanval overgaat, verzekert hij zich nogmaals van de goddelijke bijstand door een tweevoudig teken, dat hij van de Heere afbidt.
KruisverwijzingenJozua 17:16→Richteren 6:3→Jesaja 8:9→1 Kronieken 5:19→Job 1:3→Jozua 3:16→Psalmen 27:2→Jozua 19:18→— Alle Midianieten nu, en Amalekieten, en de kinderen van het oosten, waren samenvergaderd, en zij trokken over, en legerden zich in het dal van Jizreel.
Alle Midianieten nu, en Amelekieten en de kinderen van het Oosten waren samenvergaderd aan de overzijde van de Jordaan, op de gewone tijd, waarin zij hun rooftochtengewoon waren te houden (vs.1-3), en zij trokken bij Beth-sean over de rivier, en legerden zich in het dal van Jizreël, om vandaar het land naar alle zijden heen uit te plunderen.
KruisverwijzingenRichteren 3:27→Richteren 3:10→2 Kronieken 24:20→1 Kronieken 12:18→Richteren 8:2→1 Samuël 10:6→Richteren 13:25→1 Samuël 11:6→— Toen toog de Geest des HEEREN Gideon aan, en hij blies met de bazuin, en de Abi-ezrieten werden achter hem bijeengeroepen.
Ook zond hij boden in geheel Manasse 1) aan deze zijde van de Jordaan, en die werden ook achter hem bijeengeroepen; evenzo zond hij boden naar Aser, en naar Zebulon en naar Nafthali, 2) de drie noordelijkste stammen; en zij kwamen op, hen die van het zuiden naar devlakte van Jizreël trokken, tegemoet, zodat nu zijn gehele leger 32.000 man bedroeg (7: 3).
Wij hebben hier onder Manasse te verstaan, Westelijk-Manasse, waartoe de stam Gideon zelf behoorde. Oostelijk-Manasse nam geen deel aan de strijd.
Tot de stam van Issaschar kon hij geen boden zenden, omdat zich de vijanden in hun gebied bij de kleine Hermon (7: 1) gelegerd hadden; tot Efraïm echter zond hij niet, omdat deze stam reeds toen naar de opperheerschappij streefde, en aan zijn oproep moeilijk gevolg zou gegeven hebben. De Efraïmieten verweten hem dit later, doch hij wist hen tevreden te stellen (8: 1-3).
KruisverwijzingenGenesis 18:32→Jesaja 43:19→Romeinen 11:12→Handelingen 28:28→Jesaja 50:2→Mattheüs 8:12→Jesaja 35:6→Handelingen 22:21→— En Gideon zeide tot God: Uw toorn ontsteke niet tegen mij, dat ik alleenlijk ditmaal spreke; laat mij toch alleenlijk ditmaal met het vlies verzoeken; er zij toch droogte op het vlies alleen, en op de ganse aarde zij dauw.
En Gideon zei tot God: Uw toorn 1) ontsteke niet tegen mij, dat ik alleen ditmaal spreek;
laat mij toch alleen ditmaal met het vlies op omgekeerde wijze verzoeken; geeft Gij mij ook nog dit teken, zo kan niets mij meer twijfelachtig maken: er zij toch droogte ophet vlies alleen, en op de gehele aarde zij dauw.
Hij hervatte zijn bede en verzocht om een tweede teken, te weten, het tegenovergestelde van het eerste. Hij deed dit echter niet, zonder tevens op een ootmoedige wijze om verschoning te bidden, zodat God op hem niet vertoornd moest worden, omdat het een zweem had van een halstarrig, onhandelbaar mistrouwen van God en onvergenoegdheid in de veelvuldige verzekeringen, die Hij hem reeds had gegeven.
Wat wij hier bij Gideon hebben is geen ongeloof. Zijn vragen om een teken, komt niet voort uit een gemoed, waarin nog de strijd tussen ongeloof en geloof gestreden wordt, maar uit een hart, waarin het geloof behoefte toont aan uitwendige tekens, als zoveel steunsels. Hij vraagt tot tweemaal toe een teken, om voor zichzelf gesterkt te worden in zijn geloof aan de Goddelijke roeping. God, de Heere, openbaart dan ook niet zijn goddelijk misnoegen, maar de zwakheden van de Zijnen dragende, komt Hij zijn geloof te hulp en verhoort zijn bede.
Gideon spreekt op dezelfde wijze als Abraham (Genesis18: 30 en 22). Het voorgaande wonderwerk was niet genoeg tot Gideons overtuiging, omdat het de aard van de wol is, dat zij al het vocht tot zich trekt; hierom begeert hij het tweede wonder, het tegendeel van het eerste. Omdat echter dit teken niet geheel zekerheid verschafte, omdat de wol zelfs dan de dauw aantrekt, wanneer andere zaken droog blijven, zo waagt Gideon om deze Goddelijke genade te bidden, dat hem nog een teken met het vlies worde gegeven, n.l. dit: het vlies zou droog blijven en de grond rondom met dauw besprenkeld zijn.
— En God deed alzo in denzelven nacht; want de droogte was op het vlies alleen, en op de ganse aarde was dauw.
En God, nog eens Zijn wondermacht openbarende, om Gideon volkomen zeker te maken, deed alzo in dezelfde nacht, 1) zoals hij begeerd had; want de droogte was de volgende morgen op het vlies alleen, en op de gehele aarde was dauw.
Ziet, hoe teder God is omtrent ware gelovigen, of schoon zwakgelovigen zijnde, en hoe toegenegen en bereidwillig Hij zij, om met hun zwakheden geduld te oefenen, opdat het geknakte riet niet verbroken, noch het smeulende vlaswiekje uitgeblust wordt.
De wonderen, die God tot versterking van het geloof doet, zijn allen tevens van zinnebeeldige betekenis. Zo reeds de drie tekens, waarmee Mozes toegerust werd (Ex 4: 9). Hetgeen wij hier voor ons hebben is een gelijkenis van het volk Israël. “Het eerst was het met het woord van de genade, dat in Deuteronomium 32: 12, Psalm 110: 3 met de dauw van de dageraad vergeleken wordt, bevochtigd en verkwikt, terwijl intussen alle landen van de heidenen droog gelaten waren; later is de joodse kerk van de kennis van God en van Zijn heil verlaten, terwijl rondom alle landen met het zaligmakend Evangelie vervuld zijn.” (Matth.21: 43).
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Richteren 6
Richteren 6:23.KruisverwijzingenDaniël 10:19→Romeinen 1:7→Johannes 20:19→Genesis 32:30→Johannes 14:27→Genesis 43:23→Psalmen 85:8→Johannes 20:26→
— Doch de HEERE zeide tot hem: Vrede zij u, vrees niet, gij zult niet sterven.
De groet “vrede zij u” zou een aangenaam woord zijn; maar wanneer de Héere het zegt, dan gevoelen wij de vrede zelf. Stel dat Petrus was opgestaan in die boot die op het meer van Galilea heen en weer geslingerd werd en tot de golven had gezegd: “Wees stil.” De golven zouden niet veel notitie van hem genomen hebben, en de fluitende storm zou hem getrotseerd hebben. Maar toen Jezus zei: “Zwijg, wees stil”, kropen de steigerende leeuwen van de zee aan Zijn voeten neer, en er werd een grote stilte.
De Heere bemoedigde Gideon ook met: “Vrees niet.” Wat is er te vrezen? Gideon vreesde zijn eigen onbekwaamheid en onwaardigheid in de ontzagwekkende tegenwoordigheid van God. Maar de Heere zei: “Vrees niet”, en Gideons hart werd stil. Toen voegde de Heere eraan toe: “Gij zult niet sterven.”
Dit is wat de Heere zegt tot iedere arme bevende die zich aan Hem vasthoudt met de wanhopige greep van het geloof. Wij zullen de tweede dood niet sterven. Wij hebben geen zonde om voor te sterven, want Hij heeft onze overtredingen op Zijn Zoon gelegd. Wij zullen niet sterven, want Jezus is gestorven. “Uw leven is met Christus verborgen in God” (Kol. 3:3).
Op dit ogenblik mogen wij verontrust van gemoed zijn, bedrukt van hart en niet op ons gemak; wij hebben volkomen vrede nodig. Wij behoren niet te rusten voordat wij die hebben. Aan Gods altaar, waar Jezus stierf, zullen wij haar vinden, en alleen daar. Wanneer het bloed van Jezus vrede maakt met God, daar is onze vrede.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-10.Kruisverwijzingen1 Samuël 13:6→Hebreeën 11:38→Richteren 3:13→Richteren 7:12→Deuteronomium 28:51→Richteren 3:9→Jeremia 10:2→Habakuk 3:7→
— Maar de kinderen Israels deden, dat kwaad was in de ogen des HEEREN; zo gaf hen de HEERE in de hand der Midianieten, zeven jaren. Als nu de hand der Midianieten sterk werd over Israel, maakten zich de kinderen Israels, vanwege de Midianieten, de holen, die in de bergen zijn, en de spelonken, en de vestingen. Want het geschiedde, als Israel gezaaid had, zo kwamen de Midianieten op, en de Amalekieten, en die van het oosten kwamen ook op tegen hen. En zij legerden zich tegen hen, en verdierven de opkomst des lands, tot daar gij komt te Gaza; en zij lieten geen leeftocht overig in Israel, noch klein vee, noch os, noch ezel. Want zij kwamen op met hun vee en hun tenten; zij kwamen gelijk de sprinkhanen in menigte, dat men hen en hun kemelen niet tellen kon; en zij kwamen in het land, om dat te verderven. Alzo werd Israel zeer verarmd, vanwege de Midianieten. Toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE. En het geschiedde, als de kinderen Israels tot den HEERE riepen, ter oorzake van de Midianieten; Zo zond de HEERE een man, die een profeet was, tot de kinderen Israels; die zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb u uit Egypte doen opkomen, en u uit het diensthuis uitgevoerd; En Ik heb u verlost van de hand der Egyptenaren, en van de hand van allen, die u drukten; en Ik heb hen voor uw aangezicht uitgedreven, en u hun land gegeven; En Ik zeide tot ulieden: Ik ben de HEERE, uw God; vreest de goden der Amorieten niet, in welker land gij woont; maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest.
Nu volgt de tweede periode van de tijd van de richters (Jud 1: 1). Omdat de kinderen van Israël weer de Heere, hun God, verlaten, geeft hij hen 7 jaar lang in de hand van de Midianieten, onder wie zij zeer arm worden. In hun nood roepen zij eindelijk tot de Heere om hulp; voordat zij echter geholpen worden, moet een profeet in de naam van God hun hun zonde voorstellen, opdat zij tot zichzelf inkeren en tot boete komen.
Maar de kinderen van Israël deden, na de veertig jaar rust, die Barak en Debora hun verschaft hadden (5: 3), opnieuw wat kwaad was in de ogen van de HEERE, door af te vallen tot de goden van de Kanaänieten; zo gaf de HEERE hen in de hand van de Midianieten. 1) Dieverdrukking duurde zeven jaar 2) van 1216-1209 v.C.)
De Midianieten woonden ten oosten van het Moabitisch-Ammonitisch gebergte, in de Syrische woestijn. Was hun vroeger een grote nederlaag toegebracht (Num.31), nu was het weer een machtig volk geworden en verbond zich tot strooptochten, vooral met de Amelekieten en andere naburige volken. Was het vroeger door Israël bijna geheel uitgeroeid, nu gebruikt God dit volk om Israël te straffen, vanwege zijn terugvallen in de zonde.
In deze tijd van zevenjarige druk, die nu nader beschreven wordt, valt waarschijnlijk het vertrek van Elimelech met zijn familie uit Bethlehem-Juda naar het land van de Moabieten (Ruth 1: 1,2); in de tijdruimte van de 40 jaar, dat Gideon richter was (1209-1169), werd door de Grieken de oorlog tegen Troje (1199-1189) gevoerd.
Wanneer men gedronken heeft, zo keert men aan de bron de rug toe, maar slechts de ondankbare doet dit.
I. Vs. 1-10.Kruisverwijzingen1 Samuël 13:6→Hebreeën 11:38→Richteren 3:13→Richteren 7:12→Deuteronomium 28:51→Richteren 3:9→Jeremia 10:2→Habakuk 3:7→
— Maar de kinderen Israels deden, dat kwaad was in de ogen des HEEREN; zo gaf hen de HEERE in de hand der Midianieten, zeven jaren. Als nu de hand der Midianieten sterk werd over Israel, maakten zich de kinderen Israels, vanwege de Midianieten, de holen, die in de bergen zijn, en de spelonken, en de vestingen. Want het geschiedde, als Israel gezaaid had, zo kwamen de Midianieten op, en de Amalekieten, en die van het oosten kwamen ook op tegen hen. En zij legerden zich tegen hen, en verdierven de opkomst des lands, tot daar gij komt te Gaza; en zij lieten geen leeftocht overig in Israel, noch klein vee, noch os, noch ezel. Want zij kwamen op met hun vee en hun tenten; zij kwamen gelijk de sprinkhanen in menigte, dat men hen en hun kemelen niet tellen kon; en zij kwamen in het land, om dat te verderven. Alzo werd Israel zeer verarmd, vanwege de Midianieten. Toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE. En het geschiedde, als de kinderen Israels tot den HEERE riepen, ter oorzake van de Midianieten; Zo zond de HEERE een man, die een profeet was, tot de kinderen Israels; die zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb u uit Egypte doen opkomen, en u uit het diensthuis uitgevoerd; En Ik heb u verlost van de hand der Egyptenaren, en van de hand van allen, die u drukten; en Ik heb hen voor uw aangezicht uitgedreven, en u hun land gegeven; En Ik zeide tot ulieden: Ik ben de HEERE, uw God; vreest de goden der Amorieten niet, in welker land gij woont; maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest.
Nu volgt de tweede periode van de tijd van de richters (Jud 1: 1). Omdat de kinderen van Israël weer de Heere, hun God, verlaten, geeft hij hen 7 jaar lang in de hand van de Midianieten, onder wie zij zeer arm worden. In hun nood roepen zij eindelijk tot de Heere om hulp; voordat zij echter geholpen worden, moet een profeet in de naam van God hun hun zonde voorstellen, opdat zij tot zichzelf inkeren en tot boete komen.
Maar de kinderen van Israël deden, na de veertig jaar rust, die Barak en Debora hun verschaft hadden (5: 3), opnieuw wat kwaad was in de ogen van de HEERE, door af te vallen tot de goden van de Kanaänieten; zo gaf de HEERE hen in de hand van de Midianieten. 1) Dieverdrukking duurde zeven jaar 2) van 1216-1209 v.C.)
De Midianieten woonden ten oosten van het Moabitisch-Ammonitisch gebergte, in de Syrische woestijn. Was hun vroeger een grote nederlaag toegebracht (Num.31), nu was het weer een machtig volk geworden en verbond zich tot strooptochten, vooral met de Amelekieten en andere naburige volken. Was het vroeger door Israël bijna geheel uitgeroeid, nu gebruikt God dit volk om Israël te straffen, vanwege zijn terugvallen in de zonde.
In deze tijd van zevenjarige druk, die nu nader beschreven wordt, valt waarschijnlijk het vertrek van Elimelech met zijn familie uit Bethlehem-Juda naar het land van de Moabieten (Ruth 1: 1,2); in de tijdruimte van de 40 jaar, dat Gideon richter was (1209-1169), werd door de Grieken de oorlog tegen Troje (1199-1189) gevoerd.
Wanneer men gedronken heeft, zo keert men aan de bron de rug toe, maar slechts de ondankbare doet dit.
Toen nu de hand van de Midianieten sterk werd over Israël, zodat het weerloos was geworden, omdat het had verlaten, waardoor het alleen verbonden en sterk was, namelijk de dienst van zijn God, zo maakten zich de kinderen van Israël, vanwege de Midianieten, de holen, 1) die in de bergen zijn, en de spelonken, 2) en de vestingen op de toppen van de bergen, om daar met hun vee te kunnen wonen en beveiligd te zijn tegen de aanvallen van de vijanden.
Men maakte op een rotsachtige, hooggelegen, droge plaats een kuil schuin in de aarde, en legde op een diepte van ongeveer 25 vademen rechte straten aan van 6-8 voet breed, aan de zijden waarvan de woningen gegraven werden. Op enige plaatsen verwijdde men deze straten tot een dubbele breedte en brak van boven luchtgaten door, die, naar de grootte van de plaats, meer of minder talrijk waren. Deze luchtgaten heten tegenwoordig Rôsen (plur. Rawasin = vensters). Raschi en Kimchi verklaren dus terecht het in het Hebreeuws gebezigde woord: “Minharooth” als holen met luchtgaten als vensters. R.Tanchum meldt, dat men bij die holen wachters had, die tekens gaven, als de vijand naderde, dan vluchtte alles spoedig in de aarde.
Die spelonken werden vooral gebruikt, om de oogst te verbergen voor de vijanden. Het was de Midianieten niet zo zeer te doen om de mens als wel om zijn bezittingen.
Want het gebeurde, toen Israël gezaaid had, en het was oogsttijd geworden, zo kwamen de Midianieten op, en de met hen verbonden (3: 13) Amelekieten en die van het oosten, 1) roofzuchtige zwermen Bedoeïenen (Job 1: 3) kwamen ook op tegen hem, terwijl zij op de hoofdstraat tussen het oostelijk en westelijk Palestina de Jordaan, in de landstreek van Beth-sean (Joz.17: 11) overtrokken.
In het Hebreeuws Benee kèdem. Letterlijk kinderen van het oosten. Kinderen van het oosten is een algemene benaming voor die volksstammen, die de woestijn bewonen.
En zij legerden zich tegen hen in de vlakte van Jizreël (vs.33) en verdorven op hun van daar langs de kusten van de zee ondernomen strooptochten, de opkomst, het gewas van het land tot waar gij komt te Gaza, in het gebied van de Filistijnen; en zij lieten geen leeftochtover in Israël, noch klein vee, noch os, noch ezel; 1) alles roofden zij weg.
Israël was geheel als vroeger, maar het gericht van God had een nieuwe gedaante. Groter dan ooit te voren was de vernedering. Israël bevond zich niet in een tirannie, als door Sisera, die in het land was, maar het was als een slaaf, die voor een vreemde heer werkt. Was het gereed, zo kwam Midian en haalde de vrucht. Zo moet, wie afgevallen is van God, die geeft, de zonde dienen, die het beste neemt.
Want zij kwamen jaarlijks op met hun vee en hun tenten; zij kwamen zoals de sprinkhanen
in menigte, die, waar zij, zich neerlaten, het gehele land bedekken (Ex 10: 12), dat men hen en hun kamelen 2) niet tellen kon; 3) en zij kwamen van hun legerplaats naar alle richtingen heen in het land, om dat te verderven;
zij veroverden het niet, maar, volgens de wijze van de Bedoeïenen, plunderden zij het.
Het woord bedoeïenen (Bedewi) betekent eigenlijk “veldlieden” en duidt alle volksstammen aan, die geen vaste woonplaats hebben, maar met hun tenten en kudden van plaats tot plaats omzwerven, om zich nu hier, dan daar te vestigen en voedsel te zoeken. Gedeeltelijk zijn zij de wreedste rovers, die echter zeer gastvrij zijn; zij staan onder Sjeiks of Emirs, die echter meer raadgevers dan aanvoerders dan onbeperkte gebieders zijn. Andere takken van de Midianieten hebben wij in Genesis (Ge 37: 25) in verbintenis met de Israëlieten en Midianieten als mensen, die de karavanenhandel tussen Syrië en Egypte drijven, leren kennen.
Ook is de vertaling mogelijk en naar onze mening zuiverder: “Want zij kwamen op met hun vee en tenten, zij kwamen zoals de sprinkhanen in menigte.” De betekenis is duidelijk. Zij kwamen in zo groten getale, dat hun tenten het land bedekten, zoals de sprinkhanen, zodat er als het ware geen plekje overbleef, waar geen tenten in de oogsttijd stonden.
De kameel is een in het oosten zeer gewoon en nuttig dier, slank van lichaamsbouw, lang van hals, klein van kop en oren, grauw, bruin of soms zwart van kleur en gewoonlijk 6 1/2 voet hoog. De ene soort heeft twee bulten, de andere slechts één. De eerste soort is de sterkste en grootste, wordt echter door de hitte der zon aangetast en is daarom in de hete maanden onbruikbaar; de tweede soort, daarentegen, die in Syrië en Palestina meer voorkomt, is minder sterk. Deze wordt ook wel dromedaris genoemd, die zich door fijnere en schonere vorm, door grote snelheid en onvermoeidheid onderscheidt; hij loopt in één uur 1 1/2 mijl en houdt het 40 uur uit; daarom heet hij (Jes.30: 16; 66: 20) “de snelle loper”. In verhouding tot haar grootte behoeft de kameel slechts weinig voedsel, elke 24 uur ongeveer één pond, zij drinkt langzaam en kan 16-20 dagen zonder water leven. Haar uit twee delen bestaande maag vormt een waterbak, waarin het water lang en goed bewaard wordt; daarom slachten reizigers, wanneer zij zich niet anders weten te redden, de kamelen, om water te verkrijgen.
Burckhart vraagde aan een Bedoeïen, die tot een stam van 300 tenten behoorde, hoeveel broeders hij had; hij antwoordde, zand in de lucht werpende, “even zo talloos”. Zulke beelden zijn in het oosten gewoon.
In de zaaitijd lieten zij Israël met rust, maar als de oogst rijp was, maaiden zij de oogst weg en roofden bovendien alles, wat zij maar konden vinden, zodat er voor Israël nauwelijks iets overbleef, dan wat zij heimelijk hadden weggeborgen in de spelonken.
Alzo werd Israël zeer verarmd vanwege de Midianieten.
Toen riepen de kinderen van Israël tot de HEERE, 2) in wie zij nu weer als de ware God leerden geloven.
Zij hadden nagelaten God te eren met hun bezittingen door tienden en offeranden, en zij hadden de Baäl toegeschikt, datgene, waarmee zij God hadden behoren te dienen, en nu zond God op een rechtvaardige wijze een vijand, om dit van hen weg te nemen op zijn gezette tijd.
Zolang Israëls kinderen hun God aankleefden, maaiden zij hetgeen anderen hadden gemaaid. Echter nu zij God verlaten hadden en God hen, werd hetgeen zij hadden gezaaid, door anderen gemaaid en verdorven. Laat dit ons tot lering en tot waarschuwing verstrekken, dat we God gestadig danken voor de rust en de vrede van ons land en volk, waardoor we mogen eten en verzadigd worden van de arbeid van onze handen.
Waar Israël leerde in de diep smartelijke weg van harde verdrukking, dat de afgodendienst de toorn van de Heere verwekte, daar worden zij ertoe gedwongen om van de Heere, de alleen ware God, hulp en uitredding te smeken.
Zo zond de HEERE, die hen wel wilde aannemen, maar eerst tot juiste kennis van hun zonde en tot oprechte boete en bekering wilde brengen, opdat het heilzaam doel totkastijding bereikt mocht worden, een man, die een profeet was, 1)een buitengewoon door Hem geroepen en met Zijn geest vervulde bode. Deze kwam tot de kinderen van Israël, waarschijnlijk tot de oudsten, toen deze voor de tent der samenkomst te Silo vergaderd waren, om daar nog dringender de ellende van het volk de Heere aan het hart te leggen, en die profeet zei tot hen: Alzo zegt de HEERE, de God van Israël: Ik heb u (uw vaderen) uit Egypte doen opkomen, en u uit het diensthuis uitgevoerd (Ex.12: 41 12.41).
Wie die profeet is geweest, weet men niet. Augustinus is van oordeel, dat het dezelfde persoon was, die tot Gideon kwam, maar o.i. geheel ten onrechte. Want daar wordt beslist gesproken van de Engel des Heeren. Ongetwijfeld is het een persoon geweest, die als Debora, op bijzondere wijze met Gods Geest was bezield, en door God gebruikt werd, om het volk in de schuld te werpen.
Want toch het is de opmerking waard, dat hij, n.l. de profeet, geen toezegging van hulp doet. Het is zijn roeping, Israël zijn grote schuld en zonde voor ogen te houden, Israël te bewegen tot boete en berouw. Hij is de boetprediker, die gezonden wordt voor het aangezicht van de Engel des Verbonds, opdat deze met de belofte en verzekering van uitredding zou komen.
a) En Ik zei tot u, nadat Ik u tot Mijn volk en eigendom gemaakt en tot rust gebracht had, door de mond van Mijn knecht Jozua (Joz.23: 7; 24: 14vv.): Ik ben de HEERE, uw God, 1) vreest de goden van de Amorieten 2) niet, in wiens land gij woont, dat gij hen zou dienen en aanbidden; maar gij zijt Mijn stem niet gehoorzaam geweest, daarom zijn nu ook de plagen over u gekomen, die Ik door Mozes voor al die gevallen bedreigd heb, wanneer gij van Mij zou afvallen (Deuteronomium 28: 33).
2 Koningen .17: 35,38
Gij straft ons zondaars met geduld en slaat niet al te zeer. Ja, eindelijk neemt Gij onze schuld en werpt die in de zee. Wanneer ons hart zucht en schreit wordt Gij met medelijden vervuld en geeft ons, wat ons verheugt en verheft. Zolang Gods Woord nog gepredikt mag worden, heeft men nog altijd hoop, dat God de gedreigde gerichten niet geheel zal laten komen; wanneer echter de predikers zwijgen en zwijgen moeten, dan is de dag van de Goddelijke toorn voor een land zeer nabij. De profeet voorzegt nog geen redding, maar spreekt alleen van de zonde. De Heere schijnt alzo zelfs te weigeren, en ziet, de Engel des Heeren gaat tot Gideon. O, houdt aan, ook als de Heere u genade ontzegt. Als het stilzwijgen van God is afgebroken, is de redding nabij (Matth.15: 22vv.).
Amorieten. Onder de Amorieten moeten hier al de inwoners van Kanaän worden verstaan.
II. Vs. 11-24.KruisverwijzingenExodus 3:11→Jozua 17:2→Hebreeën 11:32→Lukas 1:28→Richteren 13:3→Jozua 1:5→Lukas 1:11→Psalmen 44:1→
— Toen kwam een Engel des HEEREN, en zette Zich onder den eik, die te Ofra is, welke aan Joas, den Abi-ezriet, toekwam; en zijn zoon Gideon dorste tarwe bij de pers, om die te vluchten voor het aangezicht der Midianieten. Toen verscheen hem de Engel des HEEREN, en zeide tot hem: De HEERE is met u, gij strijdbare held! Maar Gideon zeide tot Hem: Och, mijn Heer! zo de HEERE met ons is, waarom is ons dan dit alles wedervaren? en waar zijn al Zijn wonderen, die onze vaders ons verteld hebben, zeggende: Heeft ons de HEERE niet uit Egypte opgevoerd? Doch nu heeft ons de HEERE verlaten, en heeft ons in der Midianieten hand gegeven. Toen keerde zich de HEERE tot hem, en zeide: Ga heen in deze uw kracht, en gij zult Israel uit der Midianieten hand verlossen; heb Ik u niet gezonden? En hij zeide tot Hem: Och, mijn Heer! waarmede zal ik Israel verlossen? Zie, mijn duizend is het armste in Manasse, en ik ben de kleinste in mijns vaders huis. En de HEERE zeide tot hem: Omdat Ik met u zal zijn, zo zult gij de Midianieten slaan, als een enigen man. En hij zeide tot Hem: Indien ik nu genade gevonden heb in Uw ogen, zo doe mij een teken, dat Gij het zijt, Die met mij spreekt. Wijk toch niet van hier, totdat ik tot U kome, en mijn geschenk uitbrenge, en U voorzette. En Hij zeide: Ik zal blijven, totdat gij wederkomt. En Gideon ging in, en bereidde een geitenbokje, en ongezuurde koeken van een efa meels; het vlees legde hij in een korf, en het sop deed hij in een pot; en hij bracht het tot Hem uit, tot onder den eik, en zette het nader. Doch de Engel Gods zeide tot hem: Neem het vlees en de ongezuurde koeken, en leg ze op dien rotssteen, en giet het sop uit; en hij deed alzo.
De Heere, gereed Israël te helpen, verschijnt in de zichtbare gedaante van een Engel aan Gideon, de zoon van Joas, als deze tarwe dorst en roept hem tot verlosser van Israël. Deze neemt de roeping aan, maar vraagt van hem, met wie hij spreekt, een teken. Dat teken wordt hem toegestaan.
Toen 1) kwam een Engel des HEEREN, de ongeschapen Engel, die God gelijk is, in wie de Heere de aartsvaders verschenen was (Genesis18: 1vv.), en die ook Israël uit Egypte geleid en naar Kanaän gebracht had (Ex.23: 20vv. (Richteren 2: 1vv.), in de gedaante van een reiziger met een staf in de hand (vs.21) in het door de Midianieten zo zwaar verdrukte land, en zette zich onder de eik, (de Terebinthe (Ge 35: 4), die te Ofra 2) (= jong hert) is, die aan Joas (= de HEERE gaf), de Abi-ezriet, 3) toekwam; en zijn zoon Gideon (= verbrijzelaar) dorste, 4) juist toen de reiziger onder de eik ging zitten, tarwe, bij de pers. 5) Hij dorste deze uit om die te vluchten, te verbergen voor het aangezicht van de Midianieten, die weerin aantocht waren om hun jaarlijkse strooptochten te herhalen.
Als de profeet de zonde heeft voorgehouden aan het volk, en daarmee het volk tot boete en berouw heeft geroepen, gaat de Heere verder en zorgt nu ook voor een redder in de persoon van Gideon, en wel op bijzondere wijze, opdat Israël zal leren, dat het God, de Heere, alleen is, die Zijn volk verlost van zijn vijanden en van hun verdrukking.
De roeping van Gideon heeft plaats in twee openbaringen van Gods zijde. In de eerste, door middel van de Engel door Wie Hij hem roept, om Israël te verlossen; in de tweede, door middel van een droomgezicht, om de altaren van Baäl te verwoesten. In de eerste daarom om als richter op te treden in de zin van verlosser, in de tweede als richter, in de zin van hersteller van de ware godsdienst. Niet alleen wil de Heere zich aan hem bekend maken als de alleen ware God van Israël, maar ook wil Hij betuigen, dat Hij als zodanig door Gideon en het volk moet worden erkend.
Deze stad mag niet verwisseld worden met de plaats met dezelfde naam ten zuidoosten van Bethel in de stam van Benjamin (Joz.18: 23; 1 Samuel .13: 17). De juiste ligging is niet met zekerheid te bepalen. Van de Velde plaatst haar zuidoostelijk van Sichem in de tegenwoordige puinhopen Erfaï. Wij menen, dat zij gelegen zal hebben in het aan deze zijde van de Jordaan gelegen gebied van de stam Manasse.
Dit Ofra werd dan ook genoemd Ofra van de Abi-Ezriet, in tegenstelling tot Ofra van Benjamin.
Abi-ezriet of vader van de Ezrieten. Zo was Joas het familiehoofd (Ex 6: 15) van dit tot de stam van Manasse behorend kleine geslacht (Num.26: 30vv. Joz.17: 2), en als zodanig bezitter van dit Ofra.
Eigenlijk staat er: met de stok slaan. Het dorsen vond plaats met dorswagens in het vrije veld. Wanneer men echter maar weinig koren in zijn bezit had, werd met een stok het graan uit de halmen geslagen. Dit nu was hier het geval. Gideon doet als de armen, omdat de Midianieten het meeste koren hadden weggehaald en hij nog een weinig had gered, dat hij nu dorst bij de pers, d.i. uit nood bij de wijnpers.
De wijnpers bestond bij de joden in een grote stenen trog, met een getraliede opening in het midden van de bodem, waaronder een kleine kuip stond; hierin werden de druiven uitgetreden (Jes.63: 1vv.) en hierin vloeide de most door de opening af. Gewoonlijk waren zulke persen in vaste stenen van de grond uitgehouwen. Robinson heeft op de weg van Sichem naar Joppe zo’n in nog goede toestand gevonden. Of zij werden in de aarde gegraven en met stenen vastgemetseld (Jes.5: 2 Matth.21: 33). Men deed dit het liefst buiten de steden (Openb.14: 18vv.). Het treden, een moeilijke arbeid (Jes.63: 3) verrichten meestal de slaven (Ex 16: 24), die zich daarbij door gezang en muziek opvrolijkten (Jes.16: 10 Jer.25: 30).
Toen verscheen hem, op de in vs.11 beschreven wijze, de Engel des HEEREN en zei tot hem (Ruth 2: 4 (Luk.1: 28): De HEERE is met u, 1) en wil u helpen in de volvoering van uw voornemens, gij strijdbare held.
Uit deze woorden van de Engel des Heeren tot Gideon mag men afleiden, dat hij onder het dorsen niet alleen gedacht en gezucht heeft over de ellende van het volk, maar ook over de wijze, waarop men van de Midianiet zou worden verlost. Tevens dat hij geen enkele uitkomst zag en volstrekt geen enkel redmiddel kon bedenken, omdat de hand van de Heere tegen zijn volk was en het wel scheen, dat de God van het Verbond Zijn volk geheel en al verlaten had.
Maar ziet, waar de mens denkt, dat het een afgesneden zaak is, daar toont God, dat bij Hem alle dingen mogelijk zijn, dat Hij uitkomsten heeft, waar de mens niets anders ziet dan de donkere nacht van het verderf.
Het is daarom dan ook, dat de Heere tot Gideon zegt: De Heere is met u, gij strijdbare held, met welke woorden Hij aan Gideon verzekert, dat omdat Hij met hem zal zijn, hij een man zal wezen, die als een strijdbaar oorlogsheld zal optreden.
Maar Gideon, aan zijn droefgeestigheid de vrije loop latende (Genesis15: 12) zei tot Hem: Och mijn Heer! 1) spreek niet zo, als de HEERE met ons is, zoals gij zegt, waarom is ons dan dit alles overkomen, dat lijnrecht tegenover uw bewering staat? en waar zijn al Zijn wonderen, die onze vaders ons verteld hebben, zeggende: Heeft ons de HEERE niet uit Egypte gevoerd? Toen is de Heere met ons geweest, maar nu heeft ons de HEERE verlaten, en heeft ons in de hand van de Midianieten gegeven.2) Er is bovendien geen enkel teken, dat Hij ons weer aanneemt.
In het Hebreeuws Bi Adoni. Het woordje “Bi” heeft de kracht van ons, met uw verlof.
Het Hebreeuwse woord “bi” letterlijk vertaald is: “met mij”?. Gideon weet nog niet, dat het de Heere zelf is, die met hem spreekt, daarom spreekt hij Hem aan, niet met de naam van Heere, maar van Heer.
Hij plaatst verder de diep treurige toestand van het volk van de tegenwoordige tijd, tegenover de wondermacht van de Heere van vroeger. Vroeger had de Heere Israël gered, maar nu had hij Zijn volk verlaten en het overgegeven in de handen van zijn vijanden.
Gideon voegde zich bij de duizenden van Israël, en weigerde getroost te worden, tenzij geheel Israël deelgenoten van die troost waren. Zo ver was hij van die troost voor zich alleen, met uitsluiting van anderen, te begeren, niettegenstaande hem een zo schone gelegenheid daartoe aan de hand werd gegeven.
Mensen, die niet slechts voor zichzelf, maar ook voor anderen leven, rekenen alleen tot hun eer en vreugde datgene, wat hen in staat stelt, om de algemene belangen van Gods Kerk te behartigen.
Toen keerde de HEERE zich 1) tot hem en zag hem met een blik vol majesteit aan, waaruit Gideon kon leren kennen, wie Hij was, die tot hem sprak, en Hij zei: a) Ga heen in deze kracht 2) waarom Ik u een strijdbaar held genoemd heb, en gij zult Israël uit de hand van de Midianieten verlossen; heb Ik, de Heere, u niet gezonden? 3) Wie Ik zend, die zal gezegend zijn.
1 Samuel .12: 11 Hebr.11: 32
Let wel, er staat niet meer de Engel, maar de Heere, omdat de Heere zich nu zeer duidelijk in Zijn Wezen aan Gideon openbaarde.
De HEERE is de Engel; het zien van God op iemand betekent: hem aannemen.
Deze woorden schijnen te kennen te geven, dat Gideon, door het gunstig oog, dat God op hem sloeg, terstond met grote kloekmoedigheid begiftigd is. D.i. niet in uw eigen kracht, maar bij het erkennen van uw machteloosheid en ellende en die van het volk in die kracht die gij van Mij ontvangt.
Omdat Gideon door de Heere was geroepen, zou Hij ook hem de kracht geven, om diens werk te volbrengen. Omdat God hem een strijdbaar held had genoemd, daarom zou hij het ook zijn.
Omdat Gideon, zoals we mogen veronderstellen, zeer verbaasd stond, toen hem die buitengewone en wonderbare macht en last werd opgedragen en daarom zeker zal in twijfel hebben gestaan, of hij staat moet maken op hetgeen hij hoorde, zo bevestigde de Engel zijn bevel met zijn eigen gezag en getuigenis en meer had Gideon niet nodig.
En hij zei tot hem, wel geneigd de zending aan te nemen, maar toch met een hart nog vol bedenkingen: Och mijn Heer! zo Gij mij zendt, zeg mij dan ook, waarmee zal ik Israëlverlossen? Ik weet geen middel daartoe. Zie, mijn duizend,
het geslacht van de Ezrieten, is het armste in Manasse, en kan zoveel volk niet leveren, als er nodig is, om de Midianieten aan te tasten, en ik ben de kleinste, dejongste, in mijn vaders huis, zodat ook mijn eigen familie mij niet zou volgen. 3)
De Masora plaatst de klinkers hier niet als in vers 13 “Adoni” = mijnheer, maar “Adonai” = Heere. Gideon heeft reeds bemerkt, wie tot Hem sprak. De schriften van het Oude Testament zijn namelijk op perkamenten rollen, die uit huiden van dieren vervaardigd werden, met inkt (Num.5: 23) in het oud-Hebreeuwse letterschrift, zonder vokaaltekenen of accenten, zonder vers-, hoofdstuk-, of zinasfdelingen geschreven. Het oudere letterschrift, dat met het oud-Phoenicisch alfabet overeenkomst heeft, ging sinds de Babylonische ballingschap in het kwadraat- of Assyrische letterschrift over. Sinds Ezra was allengs een grotere ijver voor de studie van de Heilige Schrift opgewekt, waardoor het schriftgebruik algemener werd en letters nodig waren, die meer aan de behoeften van het snel- en schoonschrijven voldeden. Dit kwadraatschrift was ten tijde van Christus algemeen in gebruik, zoals uit Matth.5: 18 blijkt, want wanneer daar van de kleinste letters sprake is, zo is in de grondtekst deze letter (Jod y) met name genoemd; onder tittels zijn zulke streepjes bedoeld, waardoor bv. de r van de d, de x van de h onderscheiden worden. De vocalen, die oorspronkelijk zeer eenvoudig geweest zijn, werden later tot een vocaalsysteem, en werden van de 7e tot de 10e eeuw in de school van Tiberias, overeenkomstig de mondelinge overlevering (Masora) in de tekst geplaatst; zodat men van die tijd af, ten minste voor bijzonder gebruik, slechts gepunctueerde handschriften had. Van de vers- en kapittelafdeling is reeds bij Genesis (Ge 32: 2) en van de zinafdelingen (Paraschen) bij Exodus (Ex 20: 6) gesproken.
Hij zegt nu niet meer: Och mijn Heer, maar och Heere. Zo moet het toch vertaald worden, omdat er niet staat, zoals in vs.13, Adoni, maar Adonai. Gideon begint te voelen en te bemerken, dat hij met een Goddelijk Persoon te doen heeft, die met hem spreekt. Wat hij verder spreekt is geen teken van ongeloof in zijn roeping, maar bekentenis van zijn zwakheid. Hij weet niet hoe hij dat kan doen, wat hem wordt opgedragen. Hij is zo zwak en zijn stam is zo zwak, dat hij geen mogelijkheid ziet, om te doen, wat hij moet doen.
Volgens de raad van Jethro waren de Israëlieten verdeeld in honderden en in duizenden; dat duizend, waartoe Gideon behoorde, was het geringste van al de duizenden van Manasse.
De plaatsen, die de rijkdom van de halve stam Manasse uitmaakten, waren nooit van de oorspronkelijke inwoners gezuiverd. Zij waren blijven wonen te Beth-sean, in Taänach, Megiddo, Jibleam en Dôr. Overal verhieven zich hier de altaren van Baäl. Bij zo’n omgeving zijn de gelovigen te allen tijde in moeilijke toestand, voornamelijk in tijden, waarin Baäl schijnt te overwinnen. Hun hart vervalt tot droefheid en de machteloze toestand bij de gedachte van vroegere zegen, maakt hen kleinmoedig. Zal Gideons bescheiden gemoed tot moed ontvlamd worden, dan moet hij volle zekerheid hebben, dat God met hem is, dat Hij nog wonderen doet en in deze Zijn liefde tot Israël openbaart. Gideon houdt zichzelf voor zeer gering, daarom verlangt hij van God veel (vs.17).
De keus van Gideon is wonderbaar. Niet alleen was hij de jongste in de kleinste stam. Waar hij thuis was, waren de meesten heidenen; afgodendienst heerste in zijn vaders huis. Als een vuurbrand haalde God hem uit het vuur, om een redder van het volk te zijn. Zo bekeerde God Zijn apostelen midden uit de menigte van de vijanden en uit de woede op Damascus’ weg. Zo ging Luther uit het klooster om het Evangelie van de vrijheid te verkondigen. God roept, van waar Hij wil, en noch school noch Côterie kan Zijn keus te niet doen.
Wanneer wij menen, dat God het verst van ons is, dat Hij ons in ongenade verlaten heeft, zo is Hij met Zijn genade en almachtige hulp ons het meest nabij.
En de HEERE zei tot hem: Omdat Ik met u zal zijn (Exod.3: 12 Joz.1: 5), zo zult gij de Midianieten slaan, als een enkel man, 1) dat is, gij zult ze met een slag vernietigen (Num.14:
.
De Heere komt zijn kleingeloof te hulp, door hem de verzekering te geven, dat Hij met hem zal zijn, en belooft dat het hem niet meer moeite zal kosten, om al die Midianieten te verslaan, als dat hij één man zou doden.
En hij, met zo’n helper tevreden, maar ook nu des te meer zekerheid verlangende, dat het werkelijk een goddelijk persoon was, zei tot Hem: Indien ik nu genadegevonden heb in Uw ogen, zo doe mij een teken, 1) geef mij door een wonderteken op ontwijfelbare wijze te zien, dat Gij het zijt, die met mij spreekt.
De bede geschiedde niet in ongeloof, maar in kinderlijk eerbiedige belijdenis van eigen geloofszwakheid, zodat op hem het woord van de Heere (Matth.12: 39) niet toepasselijk is.
Vermetelheid en hoogmoed voeren de mens niet tot God, maar wel ootmoed en nederigheid.
Wijk toch niet van hier, totdat ik tot mijn vaders huis gegaan ben en weer bij U kom, en mijn geschenk 1) uitbreng en U voorzet. En Hij zei: Ik zal blijven, totdat Gij terugkomt en u het teken niet onthouden.
Dit geschenk was niet een offer, en evenmin een gewoon geschenk, maar een dusgenoemde offergave. Uit de aanneming daarvan zou Gideon weten, dat het waarlijk de God van Israël was, die met hem had gesproken.
En Gideon ging in zijn huis, en bereidde een geitebokje, en ongezuurde koeken1) van een efa meel (Ex 16: 36), waarvan hij in allerijl askoeken bakte; het vlees benevens de koeken legde hij in een korf, 2) en het vocht deed hij in een pot; en hij bracht het tot Hem, tot onder de eik, en zette het neer, om af te wachten wat zijn gast nu zou doen.
Gideons gave bestaat in spijzen, zoals men die aan een gast, die men wil eren voorzette; hij verwacht echter niet, dat zijn gast, die hij reeds voor de Here zelf erkend heeft, deze op mensenwijze verteren zal, maar dat Hij ze als een offer opnemen en met vuur verbranden zal, en zich daardoor onweerlegbaar als God zal openbaren. Zijn hart is niet meer in twijfel, wie hij voor zich heeft (vs.15), hij wil alleen nog de zetel van de Heer hebben tot overtuiging van zijn hart, om daarna met vertrouwen op het welslagen het werk aan te vangen, dat hem opgedragen is.
Wat den mens sterk maakt in de arbeid, de strijd en het lijden van het leven, wat met Gideons heldenmoed ook de zwakste vrouw toerust, dat is waarlijk niet de blik op eigen kracht, die als een riet verbroken wordt, maar alleen de zekerheid van de hemelse roeping, het onwrikbaar geloof onder de dienst van de Heere, bescherming en toezicht te staan, niet zichzelf, maar God toe te behoren (vgl. Hebr. 13: 9).
In het Hebreeuws Sal; overal waar dit woord elders voorkomt is het een broodkorf. Dat Gideon deze nu voor vlees gebruikt is een bewijs van zijn haasten.
Doch de Engel van God zei tot hem: Neem het vlees en de ongezuurde koeken uit de korf, en leg ze op die rotssteen, die hier aan Mijn zijde is, als op een altaar, en giet het vocht daarover uit; en hij deed alzo. 1)
Gideon weet nu reeds, dat Hij, die met hem gesproken had, een gezant van God was, en daarom wilde hij Hem een offergave brengen. Dat Hij waarlijk de Heere God zelf was, weet hij nog niet. Dit zou hij nu te weten komen.
De Heere beveelt de offergave op een rotssteen te leggen. De rotssteen moest tot altaar dienen en alzo moest de offergave in een werkelijk offer herschapen worden.
En de Engel des HEEREN stak het uiterste van de staf uit, die in zijn hand was en raakte met het einde daarvan het vlees en de ongezuurde koeken aan: toen ging er vuur op uit de rots
en verteerde het vlees en de ongezuurdekoeken. En de Engel des HEEREN bekwam (verdween) op datzelfde ogenblik uit zijn ogen. 2)
De Engel doet, zoals Gideon verwacht heeft; Hij maakt zijn gave tot een offer; maar Hij doet boven bidden en denken, omdat het vuur niet van de hemel valt, maar uit de rots voortkomt tot een zeker bewijs, dat Hij, die in de hemel woont, thans naast hem op aarde staat. Het is tevens een zinnebeeldig teken: “Zie, wilde de Engel hem zeggen, hoe ik met mijn staf vuur uit de rots voortbreng, zo kan Ik ook u, Gideon wat een geringe en zwakke staf gij ook in uw eigen ogen moogt zijn, als Mijn werktuig tot overwinning van het Midianitische leger gebruiken, zodat zij door u verteerd worden, als uw offer door het vuur”.
Ook van de rots van ons heil gaat vuur uit, het vuur van de Heilige Geest, en wie de vuurdoop van de Geest ontvangen heeft, die is aangedaan met kracht uit de hoogte en vermag alles door Hem, die hem machtig maakt, door Christus.
De Heere deed hem een teken in en door hetgeen Gideon zo vriendelijk voor hem ten maaltijd had toebereid, want hetgeen we God aanbieden en offeren tot Zijn heerlijkheid en ten teken van onze dankbaarheid jegens Hem, zal door de genade van God tot onze eigen vertroosting en vergenoeging verstrekken.
Dit wil zeggen: Verdween plotseling voor de ogen van Gideon. Hij wist nu met Wie hij gesproken had. Zijn teken was aangenomen, maar tegelijk ontstond er in zijn ziel een heilige vrees, zodat hij dacht te sterven. Want niet als een mens, maar als een geest verdween de Engel, die met hem had gesproken.
Toen zag Gideon uit hetgeen geschied was, dat het een Engel des HEEREN was, de Engel die de Heere zelf is; en Gideon zei, vol vrees dat hij zou moeten sterven (Exod.33: 20 vgl. (Genesis16: 13 vv.; 32: 30 Exod.20: 19): Ach Heere HEERE! daarom, omdat ik een Engel des HEEREN gezien heb van aangezicht tot aangezicht, 1) zal de dood over mij komen.
Had Jakob zich verwonderd, dat Hij de Heere had gezien en dat toch zijn ziel was gered, dat hij het leven had behouden (Genesis32: 30), bij Gideon ontstond een grote vrees, dat hij nu zou sterven.
Deze vrees is een gevolg van de vloek over de zonde, waarin de mens zich gestort heeft, door de overtreding van het gebod en door zijn afval van God.
Maar de HEERE 1) zei tot hem: Vrede zij u, vrees niet, gij zult niet sterven, 2) hoewel gij Mij gezien hebt; Ik heb nog een werk voor u op de aarde, de verlossing van Israël.
Wij hebben hier aan geen herhaalde verschijning van de Engel des Heeren te denken, maar aan een spreken van de Heere tot Gideon, zoals Hij meermalen sprak met Abraham, met Jozua en de andere Bijbelheiligen.
Uit plaatsen als deze blijkt, dat Hij, die uit Maria vlees en bloed heeft aangenomen, meermalen in mensengedaante aan de ouden verschenen is. Kan het ons verwonderen? Petrus Martyr zegt: “het was waarlijk groter, wat Hij tenslotte voor ons gedaan heeft; maar zeer wel mag men aannemen, dat Hij, die het grotere heeft gedaan, ook het mindere heeft verricht; er is geen reden om daaraan te twijfelen.”.
Maar ofschoon hij niet langer moest wandelen door aanschouwen, nochtans moest hij leven door het geloof, dat geloof, dat uit het gehoor is. Want de Heere zei tot hem met een hoorbare stem, deze aanmoedigende woorden: “Vrede zij u, vrees niet.”.
Toen bouwde Gideon, vol dankbare vreugde over Gods genade, die zijn menselijke zwakheid en zonde had bedekt, aldaar de HEERE een altaar, niet tot een offerplaats (Joz.22: 10vv.), maar tot een gedenkteken van deze openbaring (Exod.17: 15vv.), en noemde het volgens de troostrijke toespraak: Jehova Schaloom, datis: De HEERE is vrede, of de Heere van de vrede. Het is nog tot op deze dag, toen dit geschreven werd, in Ofra van de Abi-Ezrieten, 1)de stad Joas.
Niet alleen had Gideon door dit woord van de Heere voor zichzelf de verzekering ontvangen, dat hij in de rij van hen geplaatst was, die de zonde niet meer kan doden, die met een onmiddellijk verkeer met God verwaardigd zijn, maar hij had daardoor tevens de toezegging ontvangen, dat hij aan deze tijd, die de vrede van God miste en slechts met Zijn toorn vervuld was (vs.13), deze vrede zou teruggegeven, en dat aan alle nood een einde gemaakt zou worden. Daarom deze veelbetekenende naam, die hij het altaar geeft.
III. Vs. 25-32.KruisverwijzingenExodus 34:13→1 Samuël 12:11→Richteren 3:7→Deuteronomium 7:5→Richteren 7:1→2 Samuël 11:21→Genesis 35:2→Mattheüs 6:24→
— En het geschiedde in dienzelven nacht, dat de HEERE tot hem zeide: Neem een var van de ossen, die van uw vader zijn, te weten, den tweeden var, van zeven jaren; en breek af het altaar van Baal, dat van uw vader is, en houw af het bos, dat daarbij is. En bouw den HEERE, uw God, een altaar, op de hoogte dezer sterkte, in een bekwame plaats; en neem den tweeden var, en offer een brandoffer met het hout der hage, die gij zult hebben afgehouwen. Toen nam Gideon tien mannen uit zijn knechten, en deed, gelijk als de HEERE tot hem gesproken had. Doch het geschiedde, dewijl hij zijns vaders huis en de mannen van die stad vreesde, van het te doen bij dag, dat hij het deed bij nacht. Als nu de mannen van die stad des morgens vroeg opstonden, ziet, zo was het altaar van Baal omgeworpen, en de haag, die daarbij was, afgehouwen, en die tweede var was op het gebouwde altaar geofferd. Zo zeiden zij, de een tot de ander: Wie heeft dit stuk gedaan? En als zij onderzochten en navraagden, zo zeide men: Gideon, de zoon van Joas, heeft dit stuk gedaan. Toen zeiden de mannen van die stad tot Joas: Breng uw zoon uit, dat hij sterve, omdat hij het altaar van Baal heeft omgeworpen, en omdat hij de haag, die daarbij was, afgehouwen heeft. Joas daarentegen zeide tot allen, die bij hem stonden: Zult gij voor den Baal twisten; zult gij hem verlossen? Die voor hem zal twisten, zal nog dezen morgen gedood worden! Indien een hij god is, hij twiste voor zichzelven, omdat men zijn altaar heeft omgeworpen. Daarom noemde hij hem te dien dage Jerubbaal, zeggende: Baal twiste tegen hem, omdat hij zijn altaar heeft omgeworpen.
In de op deze dag volgende nacht ontvangt Gideon van God bevel, het Baälaltaar bij Ofra af te breken, op een van verre zichtbare plaats een altaar voor de HEERE op te richten en een zevenjarige stier uit de stal van zijn vader daarop ten brandoffer te offeren. Hij doet het in de eerstkomende nacht. Als de mensen van Ofra de volgende morgen, over deze vermeende misdaad ontzet, Joas tot uitlevering van zijn zoon oproepen, opdat zij hem doden, weet deze hen te overtuigen, dat Baäl, wanneer hij werkelijk een God was, voor zichzelf kon strijden. Gideon ontvangt nu de erenaam, Jerubbaäl.
En het geschiedde in diezelfde nacht, nadat de verschijning (vs.11) had plaatsgehad, dat de HEERE tot hem zei: Neem een stier van de ossen, 1)die van uw vader zijn, te weten, de tweede stier, die naar ouderdom of naar de plaatsing de tweede in de stal is, van zeven jaar, dus even oud als de verdrukking van de Midianieten geduurd heeft; en ga met deze uit, en breek af het altaar van Baäl, dat van uw vader is, en waarop het door hem geregeerde geslacht van de Ezrieten afgodendienst verricht, en houw af het bos, 2) dat tegen Mijn uitdrukkelijk verbod (Deuteronomium 16: 21) daarbij is. 3)
Hebreeuws “par hassjoor” = een volwassen stier, die Gideons vader waarschijnlijk had vetgemest, om hem aan Baäl te offeren.
In het Hebreeuws Et-haäschera. Beter is het woord onvertaald te laten, omdat hier bedoeld wordt, een houten zuil, Astarte voorstellende. Baäl de mannelijke afgod en Astarte, de vrouwelijke, werden tegelijk op dat altaar vereerd. Dit altaar met die afgodsbeelden moest eerst weg, eerst afgehouwen, voordat de HEERE een altaar gebouwd kon worden.
Wij hebben hier de reiniging van Gideon en zijn wijding tot zijn ambt als richter. De reiniging en hervorming moet van het eigen huis beginnen.
Liever: “houw de Asthareh (een beeld van Astarte) af, die daarop is” (De 16: 21).
En bouw, in de plaats van het verwoeste afgodsaltaar, de HEERE, uw God, een altaar, op de hoogte van deze boven de stad gelegen sterkte, in een bekwame plaats, 1)opdat wanneer men het vorige altaar niet meer ziet, dit aanstonds in het oog valt (vs.28), en men daardoor zich herinnert, dat de ware God verheven is boven alle goden; en neem dan de genoemde tweede stier, die gij meegebracht hebt, en offer een brandoffer met het hout van de haag 2) die gij zult hebben afgehouwen, 3)want nu zal Israëls zevenjarige straf ophouden en tevens met het verbranden van Astarte’s beeld de afgoderij.
In het Hebreeuws Bammaärakah. De LXX geeft en th parataxei. Vandaar dat de Statenvertaling geeft: in een bekwame plaats. In Exod.39: 37 komt hetzelfde woord voor en is daar vertaald door: die men toerusten moest. Het werkwoord, waarvan dit zelfstandig naamwoord is afgeleid, wordt in Num.23: 4 gebruikt voor de toerusting van het altaar ten behoeve van de offeranden. Een betere vertaling achten wij: met hetgeen daartoe nodig is. Dit nodige ziet dan op het hout van de haag, of van de houten zuil van Astarte.
Of, van Aschera.
De houten zuil van Astarte moest niet alleen omgehouwen of verbrand, maar met het hout daarvan moest het offer ter ere van de Heere worden verbrand, om te bewijzen, dat het vernietigen van alles, wat zich tegen God verheft, tevens strekt tot verheerlijking van Gods rechtvaardigheid.
Eerst moest Gideon het geestelijk juk van de satan verbreken, voordat hij in staat was, Israël van het lichamelijk juk van de Midianieten te bevrijden; daarom wordt hem hier bevolen, de afgoderij, waarin het uitverkoren volk verstrikt was, te vernietigen, en de ware godsdienst te herstellen; want nog maakte het volk zelf daaraan geen begin, hoewel de harten zich enigszins tot de Heere gewend hadden (vs.6) en ook de prediking van een profeet (vs.8vv.) niet zonder vrucht gebleven was. In tijden van langdurige en algemene afval van God en Zijn woord ontwaken wel hier en daar zielen, die het ingedrongen bederf voelen en betreuren; maar wanneer de Heere Zich geen geloofsmannen verwekt, blijft toch alles bij het oude. Denkt aan de geschiedenis van de Reformatie.
Daarvan komt het dikwijls, dat de verkondigers van het Evangelie geen vrucht en geen overwinning hebben, omdat zij bij zichzelf het altaar nog niet verwoest hebben. De weg tot het hart van de gemeente gaat over de ruïnen van de eigen Baäl.
Mijn Christen! gij hebt ook een Baäl in uw hart, dat is, de zondige begeerte; wilt gij de Here welgevallig zijn, zo moet gij eerst afbreken Gideon moet niet slechts verwoesten, maar ook bouwen. Het verwoesten is op zichzelf nog geen getuigenis, want de vijand van de vijand is niet altijd een vriend. Zo heeft de apostel niet alleen de afgodendienst van Diana ondermijnd, maar een gemeente te Efeze gebouwd. Alle kerken zijn Gideons altaren, aan Hem gewijd, die de dood omverrukte om het nieuwe Jeruzalem op te bouwen. Het offer, dat Gideon brengt, moet verbranden op het hout van het afgodsbeeld. Het enig gebruik dat men van houten afgodsbeelden maken kan, is dat men daarmee het offer voor de ware God aansteekt. Zo verbrandde de apostel zijn vervolgingsijver in brandende ijver van de liefde. Wanneer het hart van verlangen naar zijn Heiland brandt, verteren daarin de afgoden van de wereld die het vroeger gediend heeft. Wanneer het gebed als offerrook opstijgt, komt het uit de boete voort, die oude zonden tot as verbrand heeft.
Toen nam Gideon tien mannen uit zijn knechten, op wie hij het meest vertrouwen kon, en deed, zoals de HEERE tot hem gesproken had. Maar het gebeurde omdat hijzijn vaders huis en de mannen van die stad vreesde, van het te doen bij dag, dat hij het deed bij nacht; 1) allen waren nog zo aan de Baälsdienst verknocht, dat zij dat werk niet voor hun ogen zouden toegelaten hebben.
Gideon deed dit niet uit kleingeloof, maar uit voorzichtigheid, opdat zijn vaders huis en de mannen van de stad hem niet zouden verhinderen in het werk van de hervorming. Hij kende zijn volk en wist, dat zij het hem niet zouden toelaten, indien hij het overdag deed. Zijn vrees bleek niet ongegrond te zijn.
Toen nu de mannen van die stad ‘s morgens vroeg, nadat ’ s nachts de daad plaatsgevonden, opstonden, en naar buiten gingen, om overeenkomstig hun gewoonte Baäl aan te roepen, voordat zij zich tot hun bezigheden begaven, ziet, zo was het altaar van Baäl omgeworpen en de haag, die daarbij was (het Astartebeeld, dat daarop was “Jud 6: 25), afgehouwen, en die tweede stier was op het gebouwde altaar geofferd, zoals zij uit het nog brandende offer opmerkten.
Toen zeiden de mannen van die stad tot Joas, voor wiens huis zij samengekomen waren: Breng uw zoon uit, dat hij sterft, omdat hij het altaar van Baäl heeft omgeworpen, en omdat hij de haag, die daarbij was (het Astartebeeld, datdaarop was), afgehouwen heeft. 1)
De woede, waarin de afgodendienaars raakten, kan ons niet zozeer bevreemden; zij wordt nog heden ten dage op dezelfde wijze gezien. Zolang men de afgoden van de kinderen van deze wereld onaangetast laat, blijven deze nog rustig, en verdragen zij de prediking van het Evangelie. Maar beproeft het, een eigengerechtige, farizeesgezinde man te zeggen, dat al zijn ingebeelde gerechtigheid niets is, volstrekt geen waarde heeft voor God, dat zij in de dood moet, en de poorten van de hemel gesloten zijn, zolang men haar niet opgeeft, zo zult gij spoedig gewaar worden, hoe die mens in ergernis en woede geraakt. Of zegt een gierigaard in het aangezicht, dat de gierigheid een van God gevloekte afgoderij is, dat zij de wortel is van alle kwaad, dat zij een Judaszonde is, waardoor de Heere Jezus verraden en verzocht werd; zegt het een dronkaard aan, dat hij nooit in het hemelrijk kan komen, wanneer hij zijn wijn- of jeneverafgod niet laat varen; zet het breekijzer aan de afgoden van de ijdelheid, de klerenpracht, de weelde of aan de zondige vermaken van de wereld, aan het sabbatschenden. O dan zult gij spoedig ervaren, hoe ook dezen, die over het algemeen geen vijanden van de Bijbel zijn, op u zullen uitvaren, hoe zij zullen zeggen: “Wat wil die bekrompen dweper, die overdreven ijveraar? weg met hem, wij willen hem niet horen.” Het is niet uit te spreken, hoe krampachtig de mens, zolang hij naar de levende God niet vraagt, zijn afgoden vasthoudt en hoe teder hij ze bemint.
Joas daarentegen, 1) door de geloofsdaad van zijn zoon mede tot inzien van zijn zonden gebracht, en die nu van zijn rechterlijke waardigheid gebruik maakte, om zijn zoon tegen de woede van het volk te beschermen, zei tot allen, die bij hem stonden: Zult gij voor de Baäl twisten? zult gij hem verlossen? Het ware een smaad voor een zo grote en machtige God, als hij uw hulp behoefde. Die voor hem zal twisten, en de verwoester van zijn altaar nog verder vervolgt, zal nog deze morgen gedood worden! Indien hij, waaraan gij niet twijfelt, een God is, hij twiste voor zichzelf, omdat men zijn altaar heeft omgeworpen. 2) Hierop gaan de mannen heen, omdat de ironische rede van Joas hun de ogen geopend heeft voor de nietigheid van de afgoden.
Zo trekt de belijdenis van de kinderen dikwijls de zielen van de ouders mee. Het is altijd een zegen, zelfs wanneer de eersten de laatsten zijn. Hoe laat ook, indien men maar eindelijk tot God komt.
Wellicht had Gideon de goddelijke roeping reeds aan zijn vader meegedeeld.
Volgens de wet van Mozes was degene, die met de Baäl heulde, de dood schuldig. Nu Joas overtuigd is geworden, dat hij ook zwaar tegen de Heere heeft gezondigd, beschermt hij niet alleen zijn zoon, maar brengt ook de mannen van die stad het schuldige van hun doen onder het oog, en dreigt met de doodstraf, indien zij het verder durven opnemen voor de afgod. Tevens drijft hij de spot met Baäl, en daagt hem op ironische wijze uit, om zichzelf te wreken.
Op gelijke wijze bespotte Lucianus het heidendom van zijn tijd en Jupiter “dat hij de berovers niet had neergebliksemd, maar ongedeerd uit Olympia had laten gaan, hoewel zij van zijn beeld de gouden haarlokken afschoren, die elk zes mina’s wogen”.
Daarom noemde hij (Joas) hem (Gideon) op die dag Jerubbaäl, 1) (d.i. Baäl strijder), zeggende: Baäl twiste tegen hem, omdat hij zijn altaar heeft omgeworpen; zo scheurde zich Joas geheel van de Baälsdienst los.
Jerubbaäl is de type van de strijdende kerk, dat is van wie tegen het ongeloof, niet van haar, die in zichzelf strijd voert. Zijn naam openbaarde, dat Baäl niets is en niets vermag, dat Gods Woord onweerstaanbaar is. Daarom is hij het symbool van de bemoediging voor alle belijders van de waarheid. Wie vreest, heeft niet lief, wie moed heeft, voor die is Baäl verdwenen. Gideon heeft zijn altaar verwoest en voor God een ander gebouwd, niet om de stenen, maar om Israël. Ieder Christen heet daarom Jerubbaäl, zo lang hij aan het kruis in zijn hart een plaats geeft, in plaats van aan de eigengerechtigheid.
Deze geschiedenis herinnert levendig aan een gebeurtenis uit de zendingsgeschiedenis van Duitsland. Toen de Engelse monnik Winfried, later Bonifacius (weldoener) genoemd, daar het eerst het Evangelie van Christus predikte, kwam hij in de landstreek van Geismar in Hessen bij een eik, die aan de God Thor gewijd was. Aanstonds was zijn besluit genomen, hier een Gideonswerk te volbrengen en de afgodisch vereerde boom, die hij voor het bolwerk van het daar bestaande heidendom had leren kennen, om te houwen. Een ontelbaar grote menigte van heidenen had zich rondom hem verzameld; Bonifacius deed zijn mond open en predikte hun de levende God, die hemel en aarde gemaakt heeft, toen greep hij de bijl en sloeg met alle kracht tegen de eik. De slag weerklonk door het bos, maar nog meer door de harten van de ademloze menigte, die met gespannen verwachting het ogenblik tegemoet zag, dat een bliksemstraal van de hemel de schender van het heiligdom van hun God ter aarde zou werpen. Maar de geloofsheld hieuw steeds krachtiger in, totdat de geweldige boom krakend ter aarde stortte. Een schreeuw van ontzetting ging door de geduchte grote verzameling, waarop een diepe stilte volgde. Omdat echter de wraak van de dondergod uitbleef, zo was met de eik tevens de afgod in hun hart omver gestort; velen deden boete en lieten zich dopen tot vergeving van hun zonden; van het hout van de neergehouwen eik werd een kapel gebouwd, en voortaan daarin de naam van de Heiland gepredikt.
De naam van Jerubbaäl werd later voor Gideon een erenaam, nu men ontdekte, dat Baäl zich niet wreken kon en Gideon in het leven bleef.
IV. Vs. 33-40.KruisverwijzingenJozua 17:16→Richteren 3:27→Richteren 3:10→Genesis 18:32→Richteren 6:3→Richteren 6:14→2 Kronieken 24:20→1 Kronieken 12:18→
— Alle Midianieten nu, en Amalekieten, en de kinderen van het oosten, waren samenvergaderd, en zij trokken over, en legerden zich in het dal van Jizreel. Toen toog de Geest des HEEREN Gideon aan, en hij blies met de bazuin, en de Abi-ezrieten werden achter hem bijeengeroepen. Ook zond hij boden in gans Manasse, en die werden ook achter hem bijeengeroepen; desgelijks zond hij boden in Aser, en in Zebulon, en in Nafthali; en zij kwamen op, hun tegemoet. En Gideon zeide tot God: Indien Gij Israel door mijn hand zult verlossen, gelijk als Gij gesproken hebt; Zie, ik zal een wollen vlies op den vloer leggen; indien er dauw op het vlies alleen zal zijn, en droogte op de ganse aarde, zo zal ik weten, dat Gij Israel door mijn hand zult verlossen, gelijk als Gij gesproken hebt. En het geschiedde alzo; want hij stond des anderen daags vroeg op, en drukte het vlies uit, en hij wrong den dauw uit het vlies, een schaal vol waters. En Gideon zeide tot God: Uw toorn ontsteke niet tegen mij, dat ik alleenlijk ditmaal spreke; laat mij toch alleenlijk ditmaal met het vlies verzoeken; er zij toch droogte op het vlies alleen, en op de ganse aarde zij dauw. En God deed alzo in denzelven nacht; want de droogte was op het vlies alleen, en op de ganse aarde was dauw.
Als hierop de Midianieten met hun bondgenoten weer in het land vallen en zich in de vlakte van Jizreël legeren, wordt Gideon door de Geest van God aangegrepen, zodat hij een leger uit de noordelijke stammen rondom zich verzamelt; voordat hij tot de aanval overgaat, verzekert hij zich nogmaals van de goddelijke bijstand door een tweevoudig teken, dat hij van de Heere afbidt.
Alle Midianieten nu, en Amelekieten en de kinderen van het Oosten waren samenvergaderd aan de overzijde van de Jordaan, op de gewone tijd, waarin zij hun rooftochtengewoon waren te houden (vs.1-3), en zij trokken bij Beth-sean over de rivier, en legerden zich in het dal van Jizreël, om vandaar het land naar alle zijden heen uit te plunderen.
Ook zond hij boden in geheel Manasse 1) aan deze zijde van de Jordaan, en die werden ook achter hem bijeengeroepen; evenzo zond hij boden naar Aser, en naar Zebulon en naar Nafthali, 2) de drie noordelijkste stammen; en zij kwamen op, hen die van het zuiden naar devlakte van Jizreël trokken, tegemoet, zodat nu zijn gehele leger 32.000 man bedroeg (7: 3).
Wij hebben hier onder Manasse te verstaan, Westelijk-Manasse, waartoe de stam Gideon zelf behoorde. Oostelijk-Manasse nam geen deel aan de strijd.
Tot de stam van Issaschar kon hij geen boden zenden, omdat zich de vijanden in hun gebied bij de kleine Hermon (7: 1) gelegerd hadden; tot Efraïm echter zond hij niet, omdat deze stam reeds toen naar de opperheerschappij streefde, en aan zijn oproep moeilijk gevolg zou gegeven hebben. De Efraïmieten verweten hem dit later, doch hij wist hen tevreden te stellen (8: 1-3).
En Gideon zei tot God: Uw toorn 1) ontsteke niet tegen mij, dat ik alleen ditmaal spreek;
laat mij toch alleen ditmaal met het vlies op omgekeerde wijze verzoeken; geeft Gij mij ook nog dit teken, zo kan niets mij meer twijfelachtig maken: er zij toch droogte ophet vlies alleen, en op de gehele aarde zij dauw.
Hij hervatte zijn bede en verzocht om een tweede teken, te weten, het tegenovergestelde van het eerste. Hij deed dit echter niet, zonder tevens op een ootmoedige wijze om verschoning te bidden, zodat God op hem niet vertoornd moest worden, omdat het een zweem had van een halstarrig, onhandelbaar mistrouwen van God en onvergenoegdheid in de veelvuldige verzekeringen, die Hij hem reeds had gegeven.
Wat wij hier bij Gideon hebben is geen ongeloof. Zijn vragen om een teken, komt niet voort uit een gemoed, waarin nog de strijd tussen ongeloof en geloof gestreden wordt, maar uit een hart, waarin het geloof behoefte toont aan uitwendige tekens, als zoveel steunsels. Hij vraagt tot tweemaal toe een teken, om voor zichzelf gesterkt te worden in zijn geloof aan de Goddelijke roeping. God, de Heere, openbaart dan ook niet zijn goddelijk misnoegen, maar de zwakheden van de Zijnen dragende, komt Hij zijn geloof te hulp en verhoort zijn bede.
Gideon spreekt op dezelfde wijze als Abraham (Genesis18: 30 en 22). Het voorgaande wonderwerk was niet genoeg tot Gideons overtuiging, omdat het de aard van de wol is, dat zij al het vocht tot zich trekt; hierom begeert hij het tweede wonder, het tegendeel van het eerste. Omdat echter dit teken niet geheel zekerheid verschafte, omdat de wol zelfs dan de dauw aantrekt, wanneer andere zaken droog blijven, zo waagt Gideon om deze Goddelijke genade te bidden, dat hem nog een teken met het vlies worde gegeven, n.l. dit: het vlies zou droog blijven en de grond rondom met dauw besprenkeld zijn.
En God, nog eens Zijn wondermacht openbarende, om Gideon volkomen zeker te maken, deed alzo in dezelfde nacht, 1) zoals hij begeerd had; want de droogte was de volgende morgen op het vlies alleen, en op de gehele aarde was dauw.
Ziet, hoe teder God is omtrent ware gelovigen, of schoon zwakgelovigen zijnde, en hoe toegenegen en bereidwillig Hij zij, om met hun zwakheden geduld te oefenen, opdat het geknakte riet niet verbroken, noch het smeulende vlaswiekje uitgeblust wordt.
De wonderen, die God tot versterking van het geloof doet, zijn allen tevens van zinnebeeldige betekenis. Zo reeds de drie tekens, waarmee Mozes toegerust werd (Ex 4: 9). Hetgeen wij hier voor ons hebben is een gelijkenis van het volk Israël. “Het eerst was het met het woord van de genade, dat in Deuteronomium 32: 12, Psalm 110: 3 met de dauw van de dageraad vergeleken wordt, bevochtigd en verkwikt, terwijl intussen alle landen van de heidenen droog gelaten waren; later is de joodse kerk van de kennis van God en van Zijn heil verlaten, terwijl rondom alle landen met het zaligmakend Evangelie vervuld zijn.” (Matth.21: 43).
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel