Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Dit nu zijn de heidenen, die de HEERE liet blijven, om door hen Israel te verzoeken, allen, die niet wisten van al de krijgen van Kanaan;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1DitH428 nu zijn de heidenenH1471, die de HEEREH3068lietH3240 blijven, om door hen IsraelH3478 te verzoekenH5254, allenH3605, die nietH3808wistenH3045 van alH3605 de krijgenH4421 van KanaanH3667;Dit nu zijn de heidenen, die de HEERE liet blijven, om door hen Israel te verzoeken, allen, die niet wisten van al de krijgen van Kanaan;
KJVNow these are the nations2which the LORD5left,4to prove6Israel9by them, even as many of Israel as had not known14all the wars17of Canaan;
1וְאֵ֤לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2הַגּוֹיִם֙H1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4הִנִּ֣יחַH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)5יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6לְנַסּ֥וֹתH5254verzocht, verzoeken, verzochtenadventure, assay, prove, tempt, try7בָּ֖ם8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14יָדְע֔וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot15אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17מִלְחֲמ֥וֹתH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)18כְּנָֽעַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick
2Alleenlijk, opdat de geslachten der kinderen Israels die wisten, opdat Hij hun den krijg leerde, tenminste dengenen, die daar te voren niet van wisten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Alleenlijk, opdat de geslachtenH1755 der kinderenH1121IsraelsH3478 die wistenH3045, opdatH4616 Hij hun den krijgH4421leerdeH3925, tenminsteH7535 dengenen, dieH834 daar te vorenH6440nietH3808 van wistenH3045.Alleenlijk, opdat de geslachten der kinderen Israels die wisten, opdat Hij hun den krijg leerde, tenminste dengenen, die daar te voren niet van wisten.
KJVOnly that1the generations4of the children5of Israel6might know,13to teach7them war,8at the least such as before11knew
1רַ֗קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise2לְמַ֨עַן֙H4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to3דַּ֚עַתH1847wetenschap, kennis, kennencunning, (ig-) norantly, know(-ledge), (un-) awares (wittingly)4דֹּר֣וֹתH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity5בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7לְלַמְּדָ֖םH3925leren, geleerd, leert(un-) accustomed, [idiom] diligently, expert, instruct, learn, skilful, teach(-er, -ing)8מִלְחָמָ֑הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)9רַ֥קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11לְפָנִ֖יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13יְדָעֽוּםH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
3Vijf vorsten der Filistijnen, en al de Kanaanieten, en de Sidoniers, en de Hevieten, wonende in het gebergte van den Libanon, van den berg Baal-Hermon, tot daar men komt te Hamath.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3VijfH2568vorstenH5633 der FilistijnenH6430, en alH3605 de KanaanietenH3669, en de SidoniersH6722, en de HevietenH2340, wonendeH3427 in het gebergteH2022 van den LibanonH3844, van den bergH2022Baal-HermonH1179, totH5704 daar men komtH935 te HamathH2574.Vijf vorsten der Filistijnen, en al de Kanaanieten, en de Sidoniers, en de Hevieten, wonende in het gebergte van den Libanon, van den berg Baal-Hermon, tot daar men komt te Hamath.
KJVNamely, five1lords2of the Philistines,3and all the Canaanites,5and the Sidonians,6and the Hivites7that dwelt8in mount9Lebanon,10from mount11Baalhermon12unto the entering in15of Hamath.
1חֲמֵ֣שֶׁתH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)2סַרְנֵ֣יH5633vorsten, oversten, platenlord, plate3פְלִשְׁתִּ֗יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine4וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הַֽכְּנַעֲנִי֙H3669Kanaanieten, Kanaaniet, KanaanietischeCanaanite, merchant, trafficker6וְהַצִּ֣ידֹנִ֔יH6722Sidoniers, SidonischeSidonian, of Sidon, Zidonian7וְהַ֣חִוִּ֔יH2340Hevieten, Heviet, HivvietHivite8יֹשֵׁ֖בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry9הַ֣רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion10הַלְּבָנ֑וֹןH3844LibanonLebanon11מֵהַר֙H2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion12בַּ֣עַלH1179Baal-hermonBaal-hermon13חֶרְמ֔וֹןH1179Baal-hermonBaal-hermon14עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet15לְב֥וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16חֲמָֽתH2574Hamath, HammathHamath, Hemath
4Dezen dan waren, om Israel door hen te verzoeken, opdat men wiste, of zij de geboden des HEEREN zouden horen, die Hij hun vaderen door de hand van Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Dezen dan waren, om IsraelH3478 door hen te verzoekenH5254, opdat men wisteH3045, of zij de geboden des HEERENH3068 zouden horenH8085, dieH834 Hij hun vaderenH1 door de handH3027 van MozesH4872 geboden had.Dezen dan waren, om Israel door hen te verzoeken, opdat men wiste, of zij de geboden des HEEREN zouden horen, die Hij hun vaderen door de hand van Mozes geboden had.
Ook in dit vers
gebodenH4687
gebodenH6680
KJVAnd they were to prove2Israel5by them, to know6whether they would hearken7unto the commandments9of the LORD,10which he commanded12their fathers14by the hand15of Moses.
1וַֽיִּהְי֕וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לְנַסּ֥וֹתH5254verzocht, verzoeken, verzochtenadventure, assay, prove, tempt, try3בָּ֖ם4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6לָדַ֗עַתH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot7הֲיִשְׁמְעוּ֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מִצְוֺ֣תH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept10יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14אֲבוֹתָ֖םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'15בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves16מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
5Als nu de kinderen Israels woonden in het midden der Kanaanieten, der Hethieten, en der Amorieten, en der Ferezieten, en der Hevieten, en der Jebusieten;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Als nu de kinderenH1121IsraelsH3478woondenH3427 in het middenH7130 der KanaanietenH3669, der HethietenH2850, en der AmorietenH567, en der FerezietenH6522, en der HevietenH2340, en der JebusietenH2983;Als nu de kinderen Israels woonden in het midden der Kanaanieten, der Hethieten, en der Amorieten, en der Ferezieten, en der Hevieten, en der Jebusieten;
KJVAnd the children1of Israel2dwelt3among4the Canaanites,5Hittites,6and Amorites,7and Perizzites,8and Hivites,9and Jebusites:
1וּבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael3יָשְׁב֖וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry4בְּקֶ֣רֶבH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self5הַֽכְּנַעֲנִ֑יH3669Kanaanieten, Kanaaniet, KanaanietischeCanaanite, merchant, trafficker6הַחִתִּ֤יH2850Hethieten, Hethiet, HethietischeHittite, Hittities7וְהָֽאֱמֹרִי֙H567Amorieten, Amoriet, AmorietischenAmorite8וְהַפְּרִזִּ֔יH6522Ferezieten, FerezietPerizzite9וְהַחִוִּ֖יH2340Hevieten, Heviet, HivvietHivite10וְהַיְבוּסִֽיH2983Jebusieten, Jebusiet, JebusiJebusite(-s)
6Zo namen zij zich derzelver dochters tot vrouwen, en gaven hun dochters aan derzelver zonen; en zij dienden derzelver goden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Zo namenH3947 zij zich derzelver dochtersH1323 tot vrouwenH802, en gavenH5414 hun dochtersH1323 aan derzelver zonenH1121; en zij diendenH5647 derzelver godenH430.Zo namen zij zich derzelver dochters tot vrouwen, en gaven hun dochters aan derzelver zonen; en zij dienden derzelver goden.
KJVAnd they took1their daughters3to be their wives,5and gave8their daughters7to their sons,9and served10their gods.
1וַיִּקְח֨וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בְּנוֹתֵיהֶ֤םH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village4לָהֶם֙5לְנָשִׁ֔יםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בְּנוֹתֵיהֶ֖םH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village8נָתְנ֣וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9לִבְנֵיהֶ֑םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10וַיַּעַבְד֖וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12אֱלֹהֵיהֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
7En de kinderen Israels deden, dat kwaad was in de ogen des HEEREN, en vergaten den HEERE, hun God, en zij dienden de Baals en de bossen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En de kinderenH1121IsraelsH3478dedenH6213, dat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068, en vergatenH7911 den HEEREH3068, hun GodH430, en zij diendenH5647 de BaalsH1168 en de bossenH842.En de kinderen Israels deden, dat kwaad was in de ogen des HEEREN, en vergaten den HEERE, hun God, en zij dienden de Baals en de bossen.
KJVAnd the children2of Israel3did1evil5in the sight6of the LORD,7and forgat8the LORD10their God,11and served12Baalim14and the groves.
1וַיַּעֲשׂ֨וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֤לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָרַע֙H7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)6בְּעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)7יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8וַֽיִּשְׁכְּח֖וּH7911vergeten, vergeet, vergaten[idiom] at all, (cause to) forget9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֱלֹֽהֵיהֶ֑םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12וַיַּעַבְד֥וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַבְּעָלִ֖יםH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16הָאֲשֵׁרֽוֹתH842bossen, bos, haaggrove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת)
8Toen ontstak de toorn des HEEREN tegen Israel; en Hij verkocht hen in de hand van Cuschan Rischataim, koning van Mesopotamie; en de kinderen Israels dienden Cuschan Rischataim acht jaren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Toen ontstakH2734 de toornH639 des HEERENH3068 tegen IsraelH3478; en Hij verkochtH4376 hen in de handH3027 van Cuschan RischataimH3573, koningH4428 van MesopotamieH763; en de kinderenH1121IsraelsH3478diendenH5647Cuschan RischataimH3573achtH8083jarenH8141.Toen ontstak de toorn des HEEREN tegen Israel; en Hij verkocht hen in de hand van Cuschan Rischataim, koning van Mesopotamie; en de kinderen Israels dienden Cuschan Rischataim acht jaren.
KJVTherefore the anger2of the LORD3was hot1against Israel,4and he sold5them into the hand6of Chushanrishathaim7king9of Mesopotamia:10and the children13of Israel14served12Chushanrishathaim8eight18years.
1וַיִּֽחַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)2אַ֤ףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath3יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4בְּיִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וַֽיִּמְכְּרֵ֗םH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)6בְּיַד֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7כּוּשַׁ֣ןH3573Cuschan RischataimChushan-rishathayim8רִשְׁעָתַ֔יִםH3573Cuschan RischataimChushan-rishathayim9מֶ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10אֲרַ֣םH763Mesopotamie, SyrieAham-naharaim, Mesopotamia11נַהֲרָ֑יִםH763Mesopotamie, SyrieAham-naharaim, Mesopotamia12וַיַּעַבְד֧וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,13בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16כּוּשַׁ֥ןH3573Cuschan RischataimChushan-rishathayim17רִשְׁעָתַ֖יִםH3573Cuschan RischataimChushan-rishathayim18שְׁמֹנֶ֥הH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth19שָׁנִֽיםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
9Zo riepen de kinderen Israels tot den HEERE; en de HEERE verwekte de kinderen Israels een verlosser, die hen verloste, Othniel, zoon van Kenaz, broeder van Kaleb, die jonger was dan hij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Zo riepenH2199 de kinderenH1121IsraelsH3478totH413 den HEEREH3068; en de HEEREH3068verwekteH6965 de kinderenH1121IsraelsH3478 een verlosserH3467, die hen verlosteH3467, OthnielH6274, zoonH1121 van KenazH7073, broederH251 van KalebH3612, die jongerH6996 was dan hij.Zo riepen de kinderen Israels tot den HEERE; en de HEERE verwekte de kinderen Israels een verlosser, die hen verloste, Othniel, zoon van Kenaz, broeder van Kaleb, die jonger was dan hij.
KJVAnd when the children2of Israel3cried1unto the LORD,5the LORD7raised up6a deliverer8to the children9of Israel,10who delivered11them, even Othniel13the son14of Kenaz,15Caleb's17younger18brother.
1וַיִּזְעֲק֤וּH2199riep, riepen, roepenassemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed2בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וַיָּ֨קֶםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)7יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8מוֹשִׁ֛יעַH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory9לִבְנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11וַיּֽוֹשִׁיעֵ֑םH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory12אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13עָתְנִיאֵ֣לH6274OthnielOthniel14בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15קְנַ֔זH7073KenazKenaz16אֲחִ֥יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'17כָלֵ֖בH3612KalebCaleb18הַקָּטֹ֥ןH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)19מִמֶּֽנּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
10En de Geest des HEEREN was over hem, en hij richtte Israel, en toog uit ten strijde; en de HEERE gaf Cuschan Rischataim, den koning van Syrie, in zijn hand, dat zijn hand sterk werd over Cuschan Rischataim.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En de GeestH7307 des HEERENH3068wasH1961overH5921 hem, en hij richtteH8199IsraelH3478, en toogH3318 uit ten strijdeH4421; en de HEEREH3068gafH5414Cuschan RischataimH3573, den koningH4428 van SyrieH763, in zijn handH3027, dat zijn handH3027sterkH5810 werd overH5921Cuschan RischataimH3573.En de Geest des HEEREN was over hem, en hij richtte Israel, en toog uit ten strijde; en de HEERE gaf Cuschan Rischataim, den koning van Syrie, in zijn hand, dat zijn hand sterk werd over Cuschan Rischataim.
KJVAnd the Spirit3of the LORD4came upon him, and he judged5Israel,7and went out8to war:9and the LORD11delivered10Chushanrishathaim14king16of Mesopotamiainto his hand;12and his hand19prevailed18against Chushanrishathaim.
1וַתְּהִ֨יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2עָלָ֥יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3רֽוּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)4יְהוָה֮H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5וַיִּשְׁפֹּ֣טH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7יִשְׂרָאֵל֒H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8וַיֵּצֵא֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter9לַמִּלְחָמָ֔הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)10וַיִּתֵּ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12בְּיָד֔וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14כּוּשַׁ֥ןH3573Cuschan RischataimChushan-rishathayim15רִשְׁעָתַ֖יִםH3573Cuschan RischataimChushan-rishathayim16מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal17אֲרָ֑םH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians18וַתָּ֣עָזH5810sterk, gesterkt, sterkenharden, impudent, prevail, strengthen (self), be strong19יָד֔וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves20עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21כּוּשַׁ֥ןH3573Cuschan RischataimChushan-rishathayim22רִשְׁעָתָֽיִםH3573Cuschan RischataimChushan-rishathayim
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
11Toen was het land veertig jaren stil, en Othniel, de zoon van Kenaz, stierf.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Toen was het landH776veertigH705jarenH8141stilH8252, en OthnielH6274, de zoonH1121 van KenazH7073, stierfH4191.Toen was het land veertig jaren stil, en Othniel, de zoon van Kenaz, stierf.
KJVAnd the land2had rest1forty3years.4And Othniel6the son7of Kenaz8died.
1וַתִּשְׁקֹ֥טH8252stil, rusten, rustappease, idleness, (at, be at, be in, give) quiet(-ness), (be at, be in, give, have, take) rest, settle, be still2הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world3אַרְבָּעִ֣יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty4שָׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5וַיָּ֖מָתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise6עָתְנִיאֵ֥לH6274OthnielOthniel7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8קְנַֽזH7073KenazKenaz
12Maar de kinderen Israels voeren voort te doen, dat kwaad was in de ogen des HEEREN; toen sterkte de HEERE Eglon, den koning der Moabieten, tegen Israel, omdat zij deden, wat kwaad was in de ogen des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Maar de kinderenH1121IsraelsH3478voeren voortH3254 te doenH6213, dat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068; toen sterkteH2388 de HEEREH3068EglonH5700, den koningH4428 der MoabietenH4124, tegenH5921IsraelH3478, omdatH3588 zij dedenH6213, wat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068.Maar de kinderen Israels voeren voort te doen, dat kwaad was in de ogen des HEEREN; toen sterkte de HEERE Eglon, den koning der Moabieten, tegen Israel, omdat zij deden, wat kwaad was in de ogen des HEEREN.
KJVAnd the children2of Israel3did4evil5again1in the sight6of the LORD:7and the LORD9strengthened8Eglon11the king12of Moab13against Israel,15because they had done18evil20in the sight21of the LORD.
1וַיֹּסִ֨פוּ֙H3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield2בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4לַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5הָרַ֖עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)6בְּעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)7יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8וַיְחַזֵּ֨קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand9יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11עֶגְל֤וֹןH5700EglonEglon12מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal13מוֹאָב֙H4124Moab, Moabieten, MoabsMoab14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael16עַ֛לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18עָשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20הָרַ֖עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)21בְּעֵינֵ֥יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)22יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
13En hij vergaderde tot zich de kinderen Ammons en de Amalekieten en hij toog heen, en sloeg Israel, en zij namen de Palmstad in bezit.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En hij vergaderdeH622totH413 zich de kinderenH1121AmmonsH5983 en de AmalekietenH6002 en hij toogH3212 heen, en sloegH5221IsraelH3478, en zij namenH3423 de PalmstadH5892 in bezitH3423.En hij vergaderde tot zich de kinderen Ammons en de Amalekieten en hij toog heen, en sloeg Israel, en zij namen de Palmstad in bezit.
KJVAnd he gathered1unto him the children4of Ammon5and Amalek,6and went7and smote8Israel,10and possessed11the city13of palm trees.14
1וַיֶּאֱסֹ֣ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw2אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5עַמּ֖וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites6וַעֲמָלֵ֑קH6002Amalek, Amalekieten, watAmalekAmalek7וַיֵּ֗לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak8וַיַּךְ֙H5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11וַיִּֽירְשׁ֖וּH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13עִ֥ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town14הַתְּמָרִֽיםH8558palmboom, palmbomenpalm (tree)
14En de kinderen Israels dienden Eglon, koning der Moabieten, achttien jaren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En de kinderenH1121IsraelsH3478diendenH5647EglonH5700, koningH4428 der MoabietenH4124, achttienH8083jarenH8141.En de kinderen Israels dienden Eglon, koning der Moabieten, achttien jaren.
KJVSo the children2of Israel3served1Eglon5the king6of Moab7eighteen8years.
1וַיַּעַבְד֤וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,2בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5עֶגְל֣וֹןH5700EglonEglon6מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7מוֹאָ֔בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab8שְׁמוֹנֶ֥הH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth9עֶשְׂרֵ֖הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)10שָׁנָֽהH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
15Toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE, en de HEERE verwekte hun een verlosser, Ehud, den zoon van Gera, een zoon van Jemini, een man, die links was. En de kinderen Israels zonden door zijn hand een geschenk aan Eglon, den koning der Moabieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Toen riepenH2199 de kinderenH1121IsraelsH3478totH413 den HEEREH3068, en de HEEREH3068verwekteH6965 hun een verlosserH3467, EhudH164, den zoonH1121 van GeraH1617, een zoon van JeminiH1145, een manH376, die linksH334 was. En de kinderenH1121IsraelsH3478zondenH7971 door zijn handH3027 een geschenkH4503 aan EglonH5700, den koningH4428 der MoabietenH4124.Toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE, en de HEERE verwekte hun een verlosser, Ehud, den zoon van Gera, een zoon van Jemini, een man, die links was. En de kinderen Israels zonden door zijn hand een geschenk aan Eglon, den koning der Moabieten.
KJVBut when the children2of Israel3cried1unto the LORD,5the LORD7raised them up6a deliverer,9Ehud11the son12of Gera,13a Benjamite,14a man16lefthanded:17and by him18the children21of Israel22sent20a present24unto Eglon25the king26of Moab.
1וַיִּזְעֲק֣וּH2199riep, riepen, roepenassemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed2בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵל֮H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5יְהוָה֒H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וַיָּקֶם֩H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)7יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8לָהֶ֜ם9מוֹשִׁ֗יעַH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11אֵה֤וּדH164EhudEhud12בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13גֵּרָא֙H1617GeraGera14בֶּןH1145Jemini, Benjamin, zoon JeminiBenjamite, of Benjamin15הַיְמִינִ֔יH1145Jemini, Benjamin, zoon JeminiBenjamite, of Benjamin16אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)17אִטֵּ֖רH334links[phrase] left-handed18יַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves19יְמִינ֑וֹH3225rechterhand, rechter, rechterschouder[phrase] left-handed, right (hand, side), south20וַיִּשְׁלְח֨וּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)21בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth22יִשְׂרָאֵ֤לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael23בְּיָדוֹ֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves24מִנְחָ֔הH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice25לְעֶגְל֖וֹןH5700EglonEglon26מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal27מוֹאָֽבH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab
16En Ehud maakte zich een zwaard, dat twee scherpten had, welks lengte een el was; en hij gordde dat onder zijn klederen, aan zijn rechterheup.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En EhudH164maakteH6213 zich een zwaardH2719, dat tweeH8147scherptenH6366 had, welks lengteH753 een elH1574 was; en hij gorddeH2296 dat onderH8478 zijn klederenH4055, aanH5921 zijn rechterheupH3225.En Ehud maakte zich een zwaard, dat twee scherpten had, welks lengte een el was; en hij gordde dat onder zijn klederen, aan zijn rechterheup.
KJVBut Ehud3made1him a dagger4which had two6edges,7of a cubit8length;9and he did gird10it under his raiment13upon his right16thigh.
1וַיַּעַשׂ֩H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2ל֨וֹ3אֵה֜וּדH164EhudEhud4חֶ֗רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool5וְלָ֛הּ6שְׁנֵ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two7פֵי֖וֹתH6366scherpten(two-) edge(-d)8גֹּ֣מֶדH1574elcubit9אָרְכָּ֑הּH753lengte, langheid, Langheid[phrase] forever, length, long10וַיַּחְגֹּ֤רH2296aangegord, gordde, omgordbe able to put on, be afraid, appointed, gird, restrain, [idiom] on every side11אוֹתָהּ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12מִתַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with13לְמַדָּ֔יוH4055klederen, kleed, gerichtearmour, clothes, garment, judgment, measure, raiment, stature14עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15יֶ֥רֶךְH3409heup, schacht, dij[idiom] body, loins, shaft, side, thigh16יְמִינֽוֹH3225rechterhand, rechter, rechterschouder[phrase] left-handed, right (hand, side), south
17En hij bracht aan Eglon, den koning der Moabieten, dat geschenk; Eglon nu was een zeer vet man.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En hij brachtH7126 aan EglonH5700, den koningH4428 der MoabietenH4124, dat geschenkH4503; EglonH5700 nu was een zeerH3966vetH1277manH376.En hij bracht aan Eglon, den koning der Moabieten, dat geschenk; Eglon nu was een zeer vet man.
KJVAnd he brought1the present3unto Eglon4king5of Moab:6and Eglon7was a very10fat9man.
1וַיַּקְרֵב֙H7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַמִּנְחָ֔הH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice4לְעֶגְל֖וֹןH5700EglonEglon5מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6מוֹאָ֑בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab7וְעֶגְל֕וֹןH5700EglonEglon8אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9בָּרִ֖יאH1277vet, vette, frisfat ((fleshed), -ter), fed, firm, plenteous, rank10מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
18En het geschiedde, als hij geeindigd had het geschenk te leveren, zo geleidde hij het volk, die het geschenk gedragen hadden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En het geschieddeH1961, als hij geeindigdH3615 had het geschenkH4503 te leverenH7126, zo geleiddeH7971 hij het volkH5971, dieH834 het geschenkH4503gedragenH5375 hadden;En het geschiedde, als hij geeindigd had het geschenk te leveren, zo geleidde hij het volk, die het geschenk gedragen hadden;
KJVAnd when he had made an end3to offer4the present,6he sent away7the people9that bare10the present.
1וַֽיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3כִּלָּ֔הH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste4לְהַקְרִ֖יבH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַמִּנְחָ֑הH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice7וַיְשַׁלַּח֙H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10נֹשְׂאֵ֖יH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield11הַמִּנְחָֽהH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice
19Maar hijzelf keerde wederom van de gesneden beelden, die bij Gilgal waren, en zeide: Ik heb een heimelijke zaak aan u, o koning! dewelke zeide: Zwijg! En allen, die om hem stonden, gingen van hem uit.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Maar hijzelf keerde wederomH7725 van de gesneden beeldenH6456, dieH834 bij GilgalH1537 waren, en zeideH559: Ik heb een heimelijkeH5643zaakH1697 aan u, o koningH4428! dewelke zeideH559: ZwijgH2013! En allenH3605, die om hem stondenH5975, gingenH3318 van hem uitH4480.Maar hijzelf keerde wederom van de gesneden beelden, die bij Gilgal waren, en zeide: Ik heb een heimelijke zaak aan u, o koning! dewelke zeide: Zwijg! En allen, die om hem stonden, gingen van hem uit.
Ook in dit vers
zelfH1931
KJVBut he himself turned again2from the quarries4that were by Gilgal,7and said,8I have a secret10errand9unto thee, O king:13who said,14Keep silence.15And all that stood19by him went out
1וְה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who2שָׁ֗בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw3מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4הַפְּסִילִים֙H6456gesneden beelden, gesneden, gesnedene beeldencarved (graven) image, quarry5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix7הַגִּלְגָּ֔לH1537GilgalGilgal. See also H1019 (בֵּית הַגִּלְגָּל)8וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work10סֵ֥תֶרH5643verborgene, schuilplaats, verborgenbackbiting, covering, covert, [idiom] disguise(-th), hiding place, privily, protection, secret(-ly, place)11לִ֛י12אֵלֶ֖יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13הַמֶּ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal14וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15הָ֔סH2013Zwijg, Zwijgt, stildehold peace (tongue), (keep) silence, be silent, still16וַיֵּֽצְאוּ֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter17מֵֽעָלָ֔יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19הָעֹמְדִ֖יםH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry20עָלָֽיוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
20En Ehud kwam tot hem in, daar hij was zittende in een koele opperzaal, die hij voor zich alleen had; zo zeide Ehud: Ik heb een woord Gods aan u. Toen stond hij op van den stoel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En EhudH164kwamH935totH413 hem in, daar hijH1931 was zittendeH3427 in een koeleH4747opperzaalH5944, die hij voor zich alleen had; zo zeideH559EhudH164: Ik heb een woordH1697GodsH430 aan u. Toen stondH6965 hij opH5921 van den stoelH3678.En Ehud kwam tot hem in, daar hij was zittende in een koele opperzaal, die hij voor zich alleen had; zo zeide Ehud: Ik heb een woord Gods aan u. Toen stond hij op van den stoel.
KJVAnd Ehud1came2unto him; and he was sitting5in a summer7parlour,6which he had for himself alone. And Ehud12said,11I have a message13from God14unto thee. And he arose17out of his seat.
1וְאֵה֣וּדH164EhudEhud2בָּ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3אֵלָ֗יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4וְהֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5יֹ֠שֵׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry6בַּעֲלִיַּ֨תH5944opperzaal, opperzalen, opperkamerascent, (upper) chamber, going up, loft, parlour7הַמְּקֵרָ֤הH4747koele, verkoelkamer[idiom] summer8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9לוֹ֙10לְבַדּ֔וֹH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength11וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12אֵה֔וּדH164EhudEhud13דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work14אֱלֹהִ֥יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15לִ֖י16אֵלֶ֑יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17וַיָּ֖קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)18מֵעַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19הַכִּסֵּֽאH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne
21Ehud dan reikte zijn linkerhand uit, en nam het zwaard van zijn rechterheup, en stak het in zijn buik;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21EhudH164 dan reikteH7971 zijn linkerhandH8040 uit, en namH3947 het zwaardH2719 van zijn rechterheupH3225, en stakH8628 het in zijn buikH990;Ehud dan reikte zijn linkerhand uit, en nam het zwaard van zijn rechterheup, en stak het in zijn buik;
KJVAnd Ehud2put forth1his left5hand,4and took6the dagger8from his right11thigh,10and thrust12it into his belly:
1וַיִּשְׁלַ֤חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2אֵהוּד֙H164EhudEhud3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5שְׂמֹאל֔וֹH8040linkerhand, linkerzijde, linkerleft (hand, side)6וַיִּקַּח֙H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַחֶ֔רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool9מֵעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10יֶ֣רֶךְH3409heup, schacht, dij[idiom] body, loins, shaft, side, thigh11יְמִינ֑וֹH3225rechterhand, rechter, rechterschouder[phrase] left-handed, right (hand, side), south12וַיִּתְקָעֶ֖הָH8628blazen, blies, bliezenblow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust13בְּבִטְנֽוֹH990buik, buiks, binnenstebelly, body, [phrase] as they be born, [phrase] within, womb
22Dat ook het hecht achter het lemmer inging, en het vet om het lemmer toesloot (want hij trok het zwaard niet uit zijn buik), en de drek uitging.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Dat ookH1571 het hechtH5325achterH310 het lemmerH3851ingingH935, en het vetH2459 om het lemmerH3851toeslootH5462 (wantH3588 hij trokH8025 het zwaardH2719nietH3808 uit zijn buikH990), en de drekH6574uitgingH3318.Dat ook het hecht achter het lemmer inging, en het vet om het lemmer toesloot (want hij trok het zwaard niet uit zijn buik), en de drek uitging.
KJVAnd the haft3also went in1after4the blade;5and the fat7closed6upon8the blade,9so that he could not draw12the dagger13out of his belly;14and the dirt16came out.
1וַיָּבֹ֨אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2גַֽםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea3הַנִּצָּ֜בH5325hechthaft4אַחַ֣רH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with5הַלַּ֗הַבH3851vlam, lemmer, vlammendeblade, bright, flame, glittering6וַיִּסְגֹּ֤רH5462gesloten, sloot, toegeslotenclose up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly7הַחֵ֨לֶב֙H2459vet, vette, smeer[idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow8בְּעַ֣דH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within9הַלַּ֔הַבH3851vlam, lemmer, vlammendeblade, bright, flame, glittering10כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12שָׁלַ֛ףH8025uittrokken, trok, Trekdraw (off), grow up, pluck off13הַחֶ֖רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool14מִבִּטְנ֑וֹH990buik, buiks, binnenstebelly, body, [phrase] as they be born, [phrase] within, womb15וַיֵּצֵ֖אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter16הַֽפַּרְשְׁדֹֽנָהH6574drekdirt
23Toen ging Ehud uit van de voorzaal, en sloot de deuren der opperzaal voor zich toe, en deed ze in het slot.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Toen ging EhudH164 uit van de voorzaalH4528, en slootH5462 de deurenH1817 der opperzaalH5944 voor zich toe, en deed ze in het slotH5274.Toen ging Ehud uit van de voorzaal, en sloot de deuren der opperzaal voor zich toe, en deed ze in het slot.
KJVThen Ehud2went forth1through the porch,3and shut4the doors5of the parlour6upon him, and locked
1וַיֵּצֵ֥אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2אֵה֖וּדH164EhudEhud3הַֽמִּסְדְּר֑וֹנָהH4528voorzaalporch4וַיִּסְגֹּ֞רH5462gesloten, sloot, toegeslotenclose up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly5דַּלְת֧וֹתH1817deuren, deur, poortendoor (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3)6הָעַלִיָּ֛הH5944opperzaal, opperzalen, opperkamerascent, (upper) chamber, going up, loft, parlour7בַּעֲד֖וֹH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within8וְנָעָֽלH5274besloten, slot, grendelbolt, inclose, lock, shoe, shut up
24Als hij uitgegaan was, zo kwamen zijn knechten, en zagen toe, en ziet, de deuren der opperzaal waren in het slot gedaan; zo zeiden zij: Zeker, hij bedekt zijn voeten in de verkoelkamer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Als hijH1931uitgegaanH3318 was, zo kwamenH935 zijn knechtenH5650, en zagenH7200 toe, en zietH2009, de deurenH1817 der opperzaalH5944 waren in het slotH5274 gedaan; zo zeidenH559 zij: ZekerH389, hij bedektH5526 zijn voetenH7272 in de verkoelkamerH4747.Als hij uitgegaan was, zo kwamen zijn knechten, en zagen toe, en ziet, de deuren der opperzaal waren in het slot gedaan; zo zeiden zij: Zeker, hij bedekt zijn voeten in de verkoelkamer.
KJVWhen he was gone out,2his servants3came;4and when they saw5that, behold, the doors7of the parlour8were locked,9they said,10Surely he covereth12his feet15in his summer17chamber.
1וְה֤וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who2יָצָא֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter3וַעֲבָדָ֣יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant4בָּ֔אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5וַיִּרְא֕וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions6וְהִנֵּ֛הH2009ziet, ziebehold, lo, see7דַּלְת֥וֹתH1817deuren, deur, poortendoor (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3)8הָעֲלִיָּ֖הH5944opperzaal, opperzalen, opperkamerascent, (upper) chamber, going up, loft, parlour9נְעֻל֑וֹתH5274besloten, slot, grendelbolt, inclose, lock, shoe, shut up10וַיֹּ֣אמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11אַ֣ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)12מֵסִ֥יךְH5526bedekt, bedekken, bedekkendecover, defence, defend, hedge in, join together, set, shut up13ה֛וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15רַגְלָ֖יוH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time16בַּחֲדַ֥רH2315kamer, binnenkameren, slaapkamer((bed) inner) chamber, innermost(-ward) part, parlour, [phrase] south, [idiom] within17הַמְּקֵרָֽהH4747koele, verkoelkamer[idiom] summer
25Als zij nu tot schamens toe gebeid hadden, ziet, zo opende hij de deuren der opperzaal niet. Toen namen zij den sleutel en deden open; en ziet, hunlieder heer lag ter aarde dood.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Als zij nu tot schamensH954toeH5704gebeidH2342 hadden, zietH2009, zo opendeH6605 hij de deurenH1817 der opperzaalH5944nietH369. Toen namenH3947 zij den sleutelH4668 en deden openH6605; en zietH2009, hunlieder heerH113lagH5307 ter aardeH776doodH4191.Als zij nu tot schamens toe gebeid hadden, ziet, zo opende hij de deuren der opperzaal niet. Toen namen zij den sleutel en deden open; en ziet, hunlieder heer lag ter aarde dood.
KJVAnd they tarried1till they were ashamed:3and, behold, he opened6not the doors7of the parlour;8therefore they took9a key,11and opened12them: and, behold, their lord14was fallen down15dead17on the earth.
1וַיָּחִ֣ילוּH2342geboren, barensnood, bevenbear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded2עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet3בּ֔וֹשׁH954beschaamd, beschaamt, schamen(be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long4וְהְנֵּ֛הH2009ziet, ziebehold, lo, see5אֵינֶ֥נּוּH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)6פֹתֵ֖חַH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent7דַּלְת֣וֹתH1817deuren, deur, poortendoor (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3)8הָֽעֲלִיָּ֑הH5944opperzaal, opperzalen, opperkamerascent, (upper) chamber, going up, loft, parlour9וַיִּקְח֤וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַמַּפְתֵּ֨חַ֙H4668sleutel, openingkey12וַיִּפְתָּ֔חוּH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent13וְהִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see14אֲדֹ֣נֵיהֶ֔םH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'15נֹפֵ֥לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down16אַ֖רְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17מֵֽתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
26En Ehud ontkwam, terwijl zij vertoefden; want hij ging voorbij de gesneden beelden, en ontkwam naar Sehirath.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En EhudH164ontkwamH4422, terwijlH5704 zij vertoefdenH4102; want hijH1931 ging voorbijH5674 de gesneden beeldenH6456, en ontkwamH4422 naar SehirathH8167.En Ehud ontkwam, terwijl zij vertoefden; want hij ging voorbij de gesneden beelden, en ontkwam naar Sehirath.
KJVAnd Ehud1escaped2while they tarried,4and passed beyond6the quarries,8and escaped9unto Seirath.
1וְאֵה֥וּדH164EhudEhud2נִמְלַ֖טH4422ontkomen, ontkwam, bevrijdendeliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely3עַ֣דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet4הִֽתְמַהְמְהָ֑םH4102vertoeven, vertoefden, gezuimddelay, linger, stay selves, tarry5וְהוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6עָבַ֣רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַפְּסִילִ֔יםH6456gesneden beelden, gesneden, gesnedene beeldencarved (graven) image, quarry9וַיִּמָּלֵ֖טH4422ontkomen, ontkwam, bevrijdendeliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely10הַשְּׂעִירָֽתָהH8167SehirathSeirath
27En het geschiedde, als hij aankwam, zo blies hij met de bazuin op het gebergte van Efraim; en de kinderen Israels togen met hem af van het gebergte, en hij zelf voor hun aangezicht heen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En het geschieddeH1961, als hij aankwamH935, zo bliesH8628 hij met de bazuinH7782 op het gebergteH2022 van EfraimH669; en de kinderenH1121IsraelsH3478togenH3381metH5973 hem af van het gebergteH2022, en hij zelfH1931 voor hun aangezichtH6440 heen.En het geschiedde, als hij aankwam, zo blies hij met de bazuin op het gebergte van Efraim; en de kinderen Israels togen met hem af van het gebergte, en hij zelf voor hun aangezicht heen.
KJVAnd it came to pass, when he was come,2that he blew3a trumpet4in the mountain5of Ephraim,6and the children9of Israel10went down7with him from the mount,12and he before
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בְּבוֹא֔וֹH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3וַיִּתְקַ֥עH8628blazen, blies, bliezenblow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust4בַּשּׁוֹפָ֖רH7782bazuin, bazuinen, ramsbazuinencornet, trumpet5בְּהַ֣רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion6אֶפְרָ֑יִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites7וַיֵּרְד֨וּH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down8עִמּ֧וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)9בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with12הָהָ֖רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion13וְה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who14לִפְנֵיהֶֽםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
28En hij zeide tot hen: Volgt mij na; want de HEERE heeft uw vijanden, de Moabieten, in ulieder hand gegeven. En zij togen af, hem na, en namen de veren van de Jordaan in naar Moab, en lieten niemand overgaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En hij zeideH559totH413 hen: VolgtH7291 mij naH310; wantH3588 de HEEREH3068 heeft uw vijandenH341, de MoabietenH4124, in ulieder handH3027gegevenH5414. En zij togenH3381 af, hem naH310, en namenH3920 de verenH4569 van de JordaanH3383 in naar MoabH4124, en lietenH5414niemandH3808overgaanH5674.En hij zeide tot hen: Volgt mij na; want de HEERE heeft uw vijanden, de Moabieten, in ulieder hand gegeven. En zij togen af, hem na, en namen de veren van de Jordaan in naar Moab, en lieten niemand overgaan.
KJVAnd he said1unto them, Follow3after4me: for the LORD7hath delivered6your enemies9the Moabites11into your hand.12And they went down13after14him, and took15the fords17of Jordan18toward Moab,19and suffered21not a man22to pass over.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵהֶם֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3רִדְפ֣וּH7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)4אַחֲרַ֔יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with5כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6נָתַ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7יְהוָ֧הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אֹיְבֵיכֶ֛םH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מוֹאָ֖בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab12בְּיֶדְכֶ֑םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves13וַיֵּרְד֣וּH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down14אַחֲרָ֗יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with15וַֽיִּלְכְּד֞וּH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17מַעְבְּר֤וֹתH4569veren, doorgang, doorgegaanford, place where...pass, passage18הַיַּרְדֵּן֙H3383JordaanJordan19לְמוֹאָ֔בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab20וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21נָתְנ֥וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield22אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)23לַעֲבֹֽרH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath
29En zij sloegen de Moabieten te dier tijd, omtrent tien duizend man, allen vette en allen strijdbare mannen, dat er niet een man ontkwam.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En zij sloegenH5221 de MoabietenH4124 te dier tijdH6256, omtrent tienH6235duizendH505manH376, allenH3605vetteH8082 en allenH3605strijdbareH2428mannenH376, dat er nietH3808 een manH376ontkwamH4422.En zij sloegen de Moabieten te dier tijd, omtrent tien duizend man, allen vette en allen strijdbare mannen, dat er niet een man ontkwam.
KJVAnd they slew1of Moab3at that time4about ten6thousand7men,8all lusty,10and all men12of valour;13and there escaped15not a man.
1וַיַּכּ֨וּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מוֹאָ֜בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab4בָּעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when5הַהִ֗יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6כַּעֲשֶׂ֤רֶתH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen7אֲלָפִים֙H505duizend, duizenden, twee duizendthousand8אִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10שָׁמֵ֖ןH8082vette, vet, smoutigfat, lusty, plenteous11וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13חָ֑יִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)14וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15נִמְלַ֖טH4422ontkomen, ontkwam, bevrijdendeliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely16אִֽישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
30Alzo werd Moab te dien dage onder Israels hand ten ondergebracht; en het land was stil tachtig jaren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Alzo werd MoabH4124 te dienH1931dageH3117onderH8478IsraelsH3478handH3027 ten ondergebrachtH3665; en het landH776 was stilH8252tachtigH8084jarenH8141.Alzo werd Moab te dien dage onder Israels hand ten ondergebracht; en het land was stil tachtig jaren.
KJVSo Moab2was subdued1that day3under the hand6of Israel.7And the land9had rest8fourscore10years.
1וַתִּכָּנַ֤עH3665vernederd, ondergebracht, vernederdebring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue2מוֹאָב֙H4124Moab, Moabieten, MoabsMoab3בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4הַה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5תַּ֖חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with6יַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8וַתִּשְׁקֹ֥טH8252stil, rusten, rustappease, idleness, (at, be at, be in, give) quiet(-ness), (be at, be in, give, have, take) rest, settle, be still9הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10שְׁמוֹנִ֥יםH8084tachtig, tachtigste, tweehonderdeighty(-ieth), fourscore11שָׁנָֽהH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
31Na hem nu was Samgar, een zoon van Anath, die sloeg de Filistijnen, zeshonderd man, met een ossenstok; alzo verloste hij ook Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31NaH310 hem nu wasH1961SamgarH8044, een zoonH1121 van AnathH6067, die sloegH5221 de FilistijnenH6430, zeshonderdH8337manH376, met een ossenstokH1241; alzo verlosteH3467hijH1931ookH1571IsraelH3478.Na hem nu was Samgar, een zoon van Anath, die sloeg de Filistijnen, zeshonderd man, met een ossenstok; alzo verloste hij ook Israel.
KJVAnd after1him was Shamgar3the son4of Anath,5which slew6of the Philistines8six9hundred10men11with an ox13goad:12and he also delivered14Israel.
1וְאַחֲרָ֤יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2הָיָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3שַׁמְגַּ֣רH8044SamgarShamgar4בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5עֲנָ֔תH6067AnathAnath6וַיַּ֤ךְH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8פְּלִשְׁתִּים֙H6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine9שֵֽׁשׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth10מֵא֣וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore11אִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12בְּמַלְמַ֖דH4451goad13הַבָּקָ֑רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox14וַיֹּ֥שַׁעH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory15גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea16ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Richteren 3:1— Dit nu zijn de heidenen, die de HEERE liet blijven, om door hen Israel te verzoeken, allen, die niet wisten van al de krijgen van Kanaan;Richteren 2:21→2 Kronieken 32:31→Jeremia 17:9→Deuteronomium 8:16→Openbaring 2:23→Zacharia 13:9→Spreuken 17:3→Deuteronomium 7:22→
Richteren 3:2— Alleenlijk, opdat de geslachten der kinderen Israels die wisten, opdat Hij hun den krijg leerde, tenminste dengenen, die daar te voren niet van wisten.Genesis 3:7→Genesis 2:17→2 Kronieken 12:8→2 Timotheüs 2:3→Genesis 3:5→1 Timotheüs 6:12→Mattheüs 10:34→Efeze 6:11→
Richteren 3:3— Vijf vorsten der Filistijnen, en al de Kanaanieten, en de Sidoniers, en de Hevieten, wonende in het gebergte van den Libanon, van den berg Baal-Hermon, tot daar men komt te Hamath.Jozua 13:3→Jozua 13:5→Deuteronomium 1:7→Deuteronomium 3:9→1 Samuël 4:1→Genesis 10:15→Richteren 4:23→Richteren 10:12→
Richteren 3:4— Dezen dan waren, om Israel door hen te verzoeken, opdat men wiste, of zij de geboden des HEEREN zouden horen, die Hij hun vaderen door de hand van Mozes geboden had.Richteren 3:1→Richteren 2:22→Deuteronomium 33:8→Deuteronomium 8:2→1 Korinthe 11:19→Exodus 15:25→2 Thessalonicenzen 2:9→
Richteren 3:5— Als nu de kinderen Israels woonden in het midden der Kanaanieten, der Hethieten, en der Amorieten, en der Ferezieten, en der Hevieten, en der Jebusieten;Genesis 10:15→Exodus 3:8→Psalmen 106:34→Exodus 3:17→Nehemia 9:8→Jozua 9:1→Deuteronomium 7:1→Genesis 15:19→
Richteren 3:6— Zo namen zij zich derzelver dochters tot vrouwen, en gaven hun dochters aan derzelver zonen; en zij dienden derzelver goden.Exodus 34:16→Deuteronomium 7:3→1 Koningen 11:1→Ezechiël 16:3→Ezra 9:11→Nehemia 13:23→
Richteren 3:7— En de kinderen Israels deden, dat kwaad was in de ogen des HEEREN, en vergaten den HEERE, hun God, en zij dienden de Baals en de bossen.Exodus 34:13→Richteren 2:11→Richteren 6:25→1 Koningen 18:19→2 Kronieken 33:3→2 Koningen 23:14→2 Kronieken 15:16→Deuteronomium 16:21→
Richteren 3:8— Toen ontstak de toorn des HEEREN tegen Israel; en Hij verkocht hen in de hand van Cuschan Rischataim, koning van Mesopotamie; en de kinderen Israels dienden Cuschan Rischataim acht jaren.Richteren 2:14→Habakuk 3:7→Romeinen 7:14→Richteren 4:9→Deuteronomium 32:30→Exodus 22:24→Psalmen 6:1→Richteren 2:20→
Richteren 3:9— Zo riepen de kinderen Israels tot den HEERE; en de HEERE verwekte de kinderen Israels een verlosser, die hen verloste, Othniel, zoon van Kenaz, broeder van Kaleb, die jonger was dan hij.Richteren 1:13→Richteren 3:15→Richteren 6:7→Richteren 10:10→Nehemia 9:27→Richteren 4:3→Richteren 2:16→Psalmen 107:13→
Richteren 3:10— En de Geest des HEEREN was over hem, en hij richtte Israel, en toog uit ten strijde; en de HEERE gaf Cuschan Rischataim, den koning van Syrie, in zijn hand, dat zijn hand sterk werd over Cuschan Rischataim.Richteren 11:29→Richteren 13:25→Richteren 14:6→Richteren 14:19→Richteren 6:34→1 Samuël 11:6→Numeri 11:25→Numeri 11:17→
Richteren 3:11— Toen was het land veertig jaren stil, en Othniel, de zoon van Kenaz, stierf.Richteren 3:30→Richteren 5:31→Richteren 8:28→Jozua 11:23→Esther 9:22→Jozua 15:17→Richteren 3:9→1 Kronieken 4:13→
Richteren 3:12— Maar de kinderen Israels voeren voort te doen, dat kwaad was in de ogen des HEEREN; toen sterkte de HEERE Eglon, den koning der Moabieten, tegen Israel, omdat zij deden, wat kwaad was in de ogen des HEEREN.1 Samuël 12:9→Richteren 2:19→Jesaja 37:26→Jesaja 10:15→Richteren 2:14→2 Koningen 5:1→Hosea 6:4→Ezechiël 38:16→
Richteren 3:13— En hij vergaderde tot zich de kinderen Ammons en de Amalekieten en hij toog heen, en sloeg Israel, en zij namen de Palmstad in bezit.Richteren 1:16→Deuteronomium 34:3→Richteren 5:14→Psalmen 83:6→
Richteren 3:14— En de kinderen Israels dienden Eglon, koning der Moabieten, achttien jaren.Deuteronomium 28:47→Deuteronomium 28:40→Leviticus 26:23→
Richteren 3:15— Toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE, en de HEERE verwekte hun een verlosser, Ehud, den zoon van Gera, een zoon van Jemini, een man, die links was. En de kinderen Israels zonden door zijn hand een geschenk aan Eglon, den koning der Moabieten.Richteren 3:9→Psalmen 78:34→1 Kronieken 12:2→Richteren 20:16→Spreuken 21:14→1 Samuël 10:27→Psalmen 50:15→Jesaja 36:16→
Richteren 3:16— En Ehud maakte zich een zwaard, dat twee scherpten had, welks lengte een el was; en hij gordde dat onder zijn klederen, aan zijn rechterheup.Richteren 3:21→Hebreeën 4:12→Hooglied 3:8→Openbaring 2:12→Openbaring 1:16→Psalmen 149:6→Psalmen 45:3→
Richteren 3:17— En hij bracht aan Eglon, den koning der Moabieten, dat geschenk; Eglon nu was een zeer vet man.1 Samuël 2:29→Psalmen 73:19→Jeremia 50:11→Richteren 3:29→Job 15:27→Psalmen 73:7→Ezechiël 34:20→Jeremia 5:28→
Richteren 3:19— Maar hijzelf keerde wederom van de gesneden beelden, die bij Gilgal waren, en zeide: Ik heb een heimelijke zaak aan u, o koning! dewelke zeide: Zwijg! En allen, die om hem stonden, gingen van hem uit.Jozua 4:20→2 Koningen 9:5→Richteren 3:20→Handelingen 23:18→Genesis 45:1→
Richteren 3:20— En Ehud kwam tot hem in, daar hij was zittende in een koele opperzaal, die hij voor zich alleen had; zo zeide Ehud: Ik heb een woord Gods aan u. Toen stond hij op van den stoel.Amos 3:15→Psalmen 29:1→2 Samuël 24:12→2 Samuël 12:1→Micha 6:9→Jeremia 10:7→Richteren 3:19→
Richteren 3:21— Ehud dan reikte zijn linkerhand uit, en nam het zwaard van zijn rechterheup, en stak het in zijn buik;1 Samuël 15:33→Job 20:25→2 Korinthe 5:16→Numeri 25:7→Zacharia 13:3→
Richteren 3:24— Als hij uitgegaan was, zo kwamen zijn knechten, en zagen toe, en ziet, de deuren der opperzaal waren in het slot gedaan; zo zeiden zij: Zeker, hij bedekt zijn voeten in de verkoelkamer.1 Samuël 24:3→
Richteren 3:27— En het geschiedde, als hij aankwam, zo blies hij met de bazuin op het gebergte van Efraim; en de kinderen Israels togen met hem af van het gebergte, en hij zelf voor hun aangezicht heen.Richteren 6:34→1 Samuël 13:3→Jozua 17:18→Richteren 7:24→2 Samuël 20:22→2 Koningen 9:13→Richteren 5:14→Richteren 17:1→
Richteren 3:28— En hij zeide tot hen: Volgt mij na; want de HEERE heeft uw vijanden, de Moabieten, in ulieder hand gegeven. En zij togen af, hem na, en namen de veren van de Jordaan in naar Moab, en lieten niemand overgaan.Richteren 12:5→Richteren 7:15→Jozua 2:7→Richteren 7:9→Richteren 7:24→1 Samuël 17:47→Richteren 4:10→Richteren 7:17→
Richteren 3:29— En zij sloegen de Moabieten te dier tijd, omtrent tien duizend man, allen vette en allen strijdbare mannen, dat er niet een man ontkwam.Job 15:27→Richteren 3:17→Psalmen 17:10→Deuteronomium 32:15→
Richteren 3:30— Alzo werd Moab te dien dage onder Israels hand ten ondergebracht; en het land was stil tachtig jaren.Richteren 3:11→Richteren 5:31→
Richteren 3:31— Na hem nu was Samgar, een zoon van Anath, die sloeg de Filistijnen, zeshonderd man, met een ossenstok; alzo verloste hij ook Israel.Richteren 5:6→Richteren 2:16→1 Korinthe 1:17→Richteren 5:8→1 Samuël 17:50→1 Samuël 17:47→Richteren 15:15→Richteren 4:3→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Richteren 3 vers 1— Dit nu zijn de heidenen, die de HEERE liet blijven, om door hen Israel te verzoeken, allen, die niet wisten van al de krijgen van Kanaan;
verzoeken,
Zie boven, Richt. 2:22.
Hertaald:verzoeken,
Zie hierboven, Richt. 2:22.
allen,
Israëlieten.
Hertaald:allen,
Israëlieten.
krijgen van Kanaän;
Die tevoren bij het leven van Jozua tegen de Kanaänieten gevoerd waren.
Hertaald:krijgen van Kanaän;
Die eerder, bij het leven van Jozua, tegen de Kanaänieten gevoerd waren.
Richteren 3 vers 2— Alleenlijk, opdat de geslachten der kinderen Israels die wisten, opdat Hij hun den krijg leerde, tenminste dengenen, die daar te voren niet van wisten.
geslachten
Dat is, de nakomelingen.
Hertaald:geslachten
Dat is: de nakomelingen.
die wisten,
Te weten, krijgen in Kanaän, waarvan in vs.3.
Hertaald:die wisten,
Namelijk: strijden in Kanaän, waarover in vers 3.
Hij
Hij, namelijk, de Heere, die deze krijgen tegen de Kanaänieten niet alleen bevolen, maar ook zijn goddelijk beleid, bijstand en overwinning beloofd had, indien zij hem bestendiglijk aanhingen, maar het contrarie indien zij hem verlieten, in welk geval zij zouden ondervinden de menigvuldige en grote ellende, die zulke oorlogen aanbrengen.
Hertaald:Hij
Namelijk: de HEERE, Die deze strijd tegen de Kanaänieten niet alleen bevolen had, maar ook Zijn goddelijke leiding, bijstand en overwinning beloofd had, als zij Hem trouw zouden aanhangen, maar het tegendeel als zij Hem zouden verlaten; in dat geval zouden zij de veelvuldige en grote ellende ondervinden die zulke oorlogen met zich meebrengen.
Richteren 3 vers 3— Vijf vorsten der Filistijnen, en al de Kanaanieten, en de Sidoniers, en de Hevieten, wonende in het gebergte van den Libanon, van den berg Baal-Hermon, tot daar men komt te Hamath.
vorsten der Filistijnen,
Zie Joz. 13:3, en onder, Richt. 16:5, of drossaards, baljuwen, potestaten.. Anders, gouvernementen, drosambten, regentschappen
Hertaald:vorsten der Filistijnen,
Zie Joz. 13:3, en hieronder, Richt. 16:5, of: drossaarden, baljuws, machthebbers. Anders: bestuursgebieden, ambtsgebieden, regentschappen.
Hevieten,
Hebreeuws, Chivviten
Hertaald:Hevieten,
Hebreeuws: Chivviten.
Libanon,
Gelegen aan de noordelijke grenzen van Kanaän, zeer vermaard, en dikwijls in de Heilige Schrift vermeld.
Hertaald:Libanon,
Gelegen aan de noordelijke grenzen van Kanaän, zeer bekend, en vaak in de Heilige Schrift vermeld.
Baäl-hermon,
Gelegen aan het oostelijke einde van het gebergte Libanon, noordwaarts van Basan af. Zie 1 Kron. 5:23. De berg Hermon was aan het westelijke einde van Libanon, bij Sidon. Zie Deut. 3:9, en Deut. 4:48.
Hertaald:Baäl-hermon,
Gelegen aan het oostelijke einde van het gebergte Libanon, ten noorden van Basan. Zie 1 Kron. 5:23. De berg Hermon lag aan het westelijke einde van Libanon, bij Sidon. Zie Deut. 3:9, en Deut. 4:48.
Hamath
Gelegen aan de noordelijke landpale van Kanaän.
Hertaald:Hamath
Gelegen aan de noordelijke grens van Kanaän.
Richteren 3 vers 4— Dezen dan waren, om Israel door hen te verzoeken, opdat men wiste, of zij de geboden des HEEREN zouden horen, die Hij hun vaderen door de hand van Mozes geboden had.
verzoeken,
Als boven, Richt. 2:22.
Hertaald:verzoeken,
Zoals hierboven, Richt. 2:22.
wiste,
Dat is, opdat het bekend en openbaar werd. Zie Deut. 8:2.
Hertaald:wiste,
Dat is: opdat het bekend en openbaar werd. Zie Deut. 8:2.
hand van Mozes geboden had
Dat is, door den dienst.
Hertaald:hand van Mozes geboden had
Dat is: door de dienst.
Richteren 3 vers 7— En de kinderen Israels deden, dat kwaad was in de ogen des HEEREN, en vergaten den HEERE, hun God, en zij dienden de Baals en de bossen.
bossen
Versta, gewijde, afgodische bossen en bomen, die ter ere der heidense afgoden en tot hun dienst geplant of geordineerd waren; of, de bosgoden, alzo genoemd omdat zij in dikke, duistere bossen en onder schone hoge bomen op zijn heidens geëerd werden.
Hertaald:bossen
Versta: gewijde, afgodische bossen en bomen, die ter ere van de heidense afgoden en voor hun dienst geplant of aangewezen waren; of: de bosgoden, zo genoemd omdat zij in dichte, donkere bossen en onder mooie hoge bomen op heidense wijze vereerd werden.
Richteren 3 vers 8— Toen ontstak de toorn des HEEREN tegen Israel; en Hij verkocht hen in de hand van Cuschan Rischataim, koning van Mesopotamie; en de kinderen Israels dienden Cuschan Rischataim acht jaren.
verkocht hen
Zie boven, Richt. 2:14.
Hertaald:verkocht hen
Zie hierboven, Richt. 2:14.
Mesopotámië;
Hebreeuws, Aram-Naharaïm; dat is, Syrië der twee rivieren; alzo wordt Mesopotamië in het Grieks om dezelfde oorzaak genoemd. Zie Gen. 24:10. Onder, vs.10, wordt het alleen Aram, dat is, Syrië, genoemd.
Hertaald:Mesopotámië;
Hebreeuws: Aram-Naharaïm; dat is: Syrië van de twee rivieren; zo wordt Mesopotamië in het Grieks om dezelfde reden genoemd. Zie Gen. 24:10. Hieronder, in vers 10, wordt het alleen Aram, dat is: Syrië, genoemd.
Richteren 3 vers 9— Zo riepen de kinderen Israels tot den HEERE; en de HEERE verwekte de kinderen Israels een verlosser, die hen verloste, Othniel, zoon van Kenaz, broeder van Kaleb, die jonger was dan hij.
Kenaz,
Zie boven, Richt. 1:13.
Hertaald:Kenaz,
Zie hierboven, Richt. 1:13.
Richteren 3 vers 10— En de Geest des HEEREN was over hem, en hij richtte Israel, en toog uit ten strijde; en de HEERE gaf Cuschan Rischataim, den koning van Syrie, in zijn hand, dat zijn hand sterk werd over Cuschan Rischataim.
Geest des HEEREN was over hem,
Versta, den geest der dapperheid, kloekmoedigheid, wijsheid, beleid, enz. werkende in hem hetgeen tot uitvoering zijns beroeps nodig was. Vergelijk onder, Richt. 6:34, en Richt. 11:29.
Hertaald:Geest des HEEREN was over hem,
Versta: de geest van dapperheid, kloekmoedigheid, wijsheid, beleid, enzovoort, die in hem werkte wat nodig was voor de uitvoering van zijn taak. Vergelijk hieronder, Richt. 6:34, en Richt. 11:29.
sterk werd over Cuschan Rischatáim
Dat is, hij werd dezen koning te sterk, hij werd zijner machtig.
Hertaald:sterk werd over Cuschan Rischatáim
Dat is: hij werd deze koning te sterk, hij overwon hem.
Richteren 3 vers 12— Maar de kinderen Israels voeren voort te doen, dat kwaad was in de ogen des HEEREN; toen sterkte de HEERE Eglon, den koning der Moabieten, tegen Israel, omdat zij deden, wat kwaad was in de ogen des HEEREN.
sterkte de HEERE Eglon,
Hij gaf hem macht en overwinning tegen Israël, tot een straf hunner zonden.
Hertaald:sterkte de HEERE Eglon,
Hij gaf hem macht en overwinning tegen Israël, tot straf voor hun zonden.
Richteren 3 vers 13— En hij vergaderde tot zich de kinderen Ammons en de Amalekieten en hij toog heen, en sloeg Israel, en zij namen de Palmstad in bezit.
Palmstad in bezit
Jericho. Zie Deut. 34:3, en boven, Richt. 1:16.
Hertaald:Palmstad in bezit
Jericho. Zie Deut. 34:3, en hierboven, Richt. 1:16.
Richteren 3 vers 15— Toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE, en de HEERE verwekte hun een verlosser, Ehud, den zoon van Gera, een zoon van Jemini, een man, die links was. En de kinderen Israels zonden door zijn hand een geschenk aan Eglon, den koning der Moabieten.
een zoon van Jemini,
Dat is een Benjaminiet, gelijk onder, Richt. 19:16.
Hertaald:een zoon van Jemini,
Dat is: een Benjaminiet, zoals hieronder, Richt. 19:16.
links was
Hebreeuws, die aan, of, van zijn rechterhand versloten was, of, wiens rechterhand gesloten was; dat is, die zijn rechterhand niet zo wel kon gebruiken; vergelijk onder, Richt. 20:16. Het is opmerkelijk dat het Gode door dezen man, dien men daartoe naar menselijk oordeel onbekwaam zou achten, beliefd heeft zijn volk te verlossen. Zie onder, vs.31.
Hertaald:links was
Hebreeuws: die aan, of van zijn rechterhand belemmerd was, of wiens rechterhand gesloten was; dat is: die zijn rechterhand niet zo goed kon gebruiken; vergelijk hieronder, Richt. 20:16. Het is opmerkelijk dat het God behaagd heeft Zijn volk te verlossen door deze man, die men naar menselijk oordeel daarvoor ongeschikt zou achten. Zie hieronder, vers 31.
Richteren 3 vers 16— En Ehud maakte zich een zwaard, dat twee scherpten had, welks lengte een el was; en hij gordde dat onder zijn klederen, aan zijn rechterheup.
dat twee scherpten had,
Hebreeuws, en dat had twee monden; dat is, het sneed aan beide zijde, of, was tweesnijdend.
Hertaald:dat twee scherpten had,
Hebreeuws: en dat had twee monden; dat is: het sneed aan beide kanten, of was tweesnijdend.
Richteren 3 vers 18— En het geschiedde, als hij geeindigd had het geschenk te leveren, zo geleidde hij het volk, die het geschenk gedragen hadden;
geleidde hij het volk,
Of, liet het volk gaan.
Hertaald:geleidde hij het volk,
Of: liet het volk gaan.
Richteren 3 vers 19— Maar hijzelf keerde wederom van de gesneden beelden, die bij Gilgal waren, en zeide: Ik heb een heimelijke zaak aan u, o koning! dewelke zeide: Zwijg! En allen, die om hem stonden, gingen van hem uit.
gesneden beelden,
Of, gehouwen, gegraven; deze mochten van de afgodische Israëlieten of de Moabieten bij Gilgal opgericht zijn, omdat Israël aldaar, in Kanaän eerst komende, besneden was, en over zulks voor een heilige plaats gehouden werd. Anders, van de steengraven, of, de plaatsen waar de stenen gehouwen en gegraven worden; duidende dit op de stenen bij Jozua door Gods bevel aldaar opgericht tot een gedenkteken der mirakuleuse overkomst over de Jordaan; Joz. 4:20.
Hertaald:gesneden beelden,
Of: gehouwen, gegraven; deze mochten door de afgodische Israëlieten of de Moabieten bij Gilgal opgericht zijn, omdat Israël daar, toen het pas in Kanaän gekomen was, besneden was, en daarom voor een heilige plaats gehouden werd. Anders: van de steengroeven, of de plaatsen waar de stenen gehouwen en gegraven werden; dit doelt op de stenen die Jozua daar op Gods bevel had opgericht, tot een gedenkteken van de wonderbaarlijke oversteek over de Jordaan; Joz. 4:20.
Zwijg
Te weten, totdat alle omstanders zijn uitgegaan.
Hertaald:Zwijg
Namelijk: totdat alle omstanders weg waren.
Richteren 3 vers 20— En Ehud kwam tot hem in, daar hij was zittende in een koele opperzaal, die hij voor zich alleen had; zo zeide Ehud: Ik heb een woord Gods aan u. Toen stond hij op van den stoel.
koele opperzaal,
Hebreeuws, een opperzaal der verkoeling; dat is, in een zomerzaal, dienende tot verkoeling tegen de hitte des zomers.
Hertaald:koele opperzaal,
Hebreeuws: een bovenzaal van de verkoeling; dat is: in een zomerzaal, dienend om af te koelen tegen de hitte van de zomer.
die hij voor zich alleen had;
Anders, hij nu zat alleen in een koele opperzaal, die voor hem was, of die hij had
Hertaald:die hij voor zich alleen had;
Anders: hij zat nu alleen in een koele bovenzaal, die voor hem was, of die hij had.
stond hij op van den stoel
Hoewel hij [als een afgodendienaar] zijn afgoden meerder achtte dan den God Israëls, heeft hij nochtans zijn woord of gezant dezen eerbied willen bewijzen.
Hertaald:stond hij op van den stoel
Hoewel hij [als afgodendienaar] zijn afgoden hoger achtte dan de God van Israël, heeft hij toch aan zijn woord of gezant deze eer willen bewijzen.
Richteren 3 vers 22— Dat ook het hecht achter het lemmer inging, en het vet om het lemmer toesloot (want hij trok het zwaard niet uit zijn buik), en de drek uitging.
(want hij trok het zwaard niet uit zijn buik),
Als niet kunnende, om oorzaak in de voorgaande woorden verhaald.
Hertaald:(want hij trok het zwaard niet uit zijn buik),
Omdat hij dat niet kon, om de reden die in de voorgaande woorden verteld is.
de drek uitging
Anders, het kwam uit aan het fondament, te weten, het lemmer of het zwaard.
Hertaald:de drek uitging
Anders: het kwam eruit aan de achterkant, namelijk: het lemmet of het zwaard.
Richteren 3 vers 23— Toen ging Ehud uit van de voorzaal, en sloot de deuren der opperzaal voor zich toe, en deed ze in het slot.
voor zich toe,
Anders, voor, of over hem; te weten, den koning Eglon.
Hertaald:voor zich toe,
Anders: voor, of over hem; namelijk: koning Eglon.
deed ze in het slot
Of, grendelde haar.
Hertaald:deed ze in het slot
Of: grendelde haar.
Richteren 3 vers 24— Als hij uitgegaan was, zo kwamen zijn knechten, en zagen toe, en ziet, de deuren der opperzaal waren in het slot gedaan; zo zeiden zij: Zeker, hij bedekt zijn voeten in de verkoelkamer.
zijn knechten,
Te weten van Eglon
Hertaald:zijn knechten,
Namelijk: van Eglon.
bedekt zijn voeten in de verkoelkamer
Aldus wordt de stoel- of kamergang eerbaarlijk in de Schrift uitgedrukt, omdat zij in het nederzitten of bukken de voeten met hun overkleed bedekten. Zie 1 Sam. 24:4.
Hertaald:bedekt zijn voeten in de verkoelkamer
Zo wordt het toiletbezoek eerbiedig in de Schrift uitgedrukt, omdat men bij het gaan zitten of bukken de voeten met het overkleed bedekte. Zie 1 Sam. 24:4.
Richteren 3 vers 25— Als zij nu tot schamens toe gebeid hadden, ziet, zo opende hij de deuren der opperzaal niet. Toen namen zij den sleutel en deden open; en ziet, hunlieder heer lag ter aarde dood.
hij de deuren der opperzaal niet
Eglon
Hertaald:hij de deuren der opperzaal niet
Eglon.
lag ter aarde dood
Of, was dood ter aarde gevallen. Het Hebreeuwse woord betekent wel meest vallen, maar wordt ook op verscheidene plaatsen liggen overgezet. Zie Deut. 21:1; onder, Richt. 4:22, en Richt. 5:27, en Richt. 7:12; 1 Sam. 31:8.
Hertaald:lag ter aarde dood
Of: was dood ter aarde gevallen. Het Hebreeuwse woord betekent meestal vallen, maar wordt ook op verschillende plaatsen met liggen vertaald. Zie Deut. 21:1; hieronder, Richt. 4:22, en Richt. 5:27, en Richt. 7:12; 1 Sam. 31:8.
Richteren 3 vers 26— En Ehud ontkwam, terwijl zij vertoefden; want hij ging voorbij de gesneden beelden, en ontkwam naar Sehirath.
zij vertoefden;
De knechten van den doden koning.
Hertaald:zij vertoefden;
De knechten van de dode koning.
gesneden beelden,
Zie boven, vs.19.
Hertaald:gesneden beelden,
Zie hierboven, vers 19.
Sehirath
Versta, niet het gebergte Seïr of der Edomieten, maar een plaats aan of op het gebergte Efraïms gelegen, gelijk uit vs.27 wordt afgenomen.
Hertaald:Sehirath
Versta: niet het gebergte Seïr of van de Edomieten, maar een plaats gelegen bij of op het gebergte van Efraïm, zoals uit vers 27 af te leiden is.
Richteren 3 vers 27— En het geschiedde, als hij aankwam, zo blies hij met de bazuin op het gebergte van Efraim; en de kinderen Israels togen met hem af van het gebergte, en hij zelf voor hun aangezicht heen.
blies hij
Dat is, het blazen; alzo onder, Richt. 6:34, enz.
Hertaald:blies hij
Dat is: het blazen; zo ook hieronder, Richt. 6:34, enzovoort.
Richteren 3 vers 28— En hij zeide tot hen: Volgt mij na; want de HEERE heeft uw vijanden, de Moabieten, in ulieder hand gegeven. En zij togen af, hem na, en namen de veren van de Jordaan in naar Moab, en lieten niemand overgaan.
Richteren 3 vers 29— En zij sloegen de Moabieten te dier tijd, omtrent tien duizend man, allen vette en allen strijdbare mannen, dat er niet een man ontkwam.
vette en allen strijdbare mannen,
Dat is, lijvige, sterke, welgestelde, de beste, bekwaamste ten strijde, of rijke, vermogende.
Hertaald:vette en allen strijdbare mannen,
Dat is: welgedane, sterke, welgestelde, de beste en meest geschikte mannen voor de strijd, of rijke, vermogende mannen.
Richteren 3 vers 31— Na hem nu was Samgar, een zoon van Anath, die sloeg de Filistijnen, zeshonderd man, met een ossenstok; alzo verloste hij ook Israel.
ossenstok;
Het Hebreeuwse woord komt van leren, en betekent zulk een stok, knods of roede, waaraan een of meer prikkels zijn, dienende om de ossen in het ploegen te leren voortgaan. Hiermede wordt te kennen gegeven de slechtheid en geringheid der middelen, die nochtans van den Heere alzo zijn gezegend, dat veel welgewapend volk daartegen niet heeft kunnen bestaan, gelijk David Goliath met zijn slinger neervelde. Vergelijk 1 Kor. 1:28, en zie boven, vs.15, en onder, Richt. 15:15, enz.
Hertaald:ossenstok;
Het Hebreeuwse woord komt van leren en betekent zo'n stok, knots of staf waaraan een of meer punten zitten, gebruikt om de ossen bij het ploegen voort te laten gaan. Hiermee wordt de geringheid en eenvoud van de middelen aangegeven, die niettemin door de HEERE zo gezegend zijn dat veel goed gewapend volk daartegen niet bestand was, zoals David Goliath met zijn slinger neervelde. Vergelijk 1 Kor. 1:28, en zie hierboven, vers 15, en hieronder, Richt. 15:15, enzovoort.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Cusan-Risathaim — Cusan der dubbele goddeloosheid
De koning van Mesopotamië, aan wie de HEERE de Israëlieten acht jaar lang onderwierp vanwege hun afgoderij. Toen het volk tot de HEERE riep, verwekte Hij Othniël, die hem versloeg, waarna het land veertig jaar rust had (Richt. 3:8-11).
Eglon — kalf, of: rond
De koning van Moab, die zich met de Ammonieten en Amalekieten verbond en Israël achttien jaar onderdrukte (Richt. 3:12-14). Hij werd door de linkshandige richter Ehud, die hem een geheime boodschap van God voorwendde, met een dolk doorstoken (Richt. 3:15-25).
Ehud — vereniging, of: majesteitelijk
Een Benjaminiet, zoon van Gera, links van handen, die door de HEERE als verlosser verwekt werd. Hij doodde koning Eglon van Moab met een dolk die hij onder zijn kleren verborgen had, en versloeg daarna de Moabieten bij de doorwaadbare plaatsen van de Jordaan, waarna het land tachtig jaar rust had (Richt. 3:15-30).
Samgar — onbekende betekenis
De zoon van Anath, die na Ehud Israël verloste door zeshonderd Filistijnen te doden met een ossenstok (Richt. 3:31).
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Seïrath — Hebreeuws, verwant aan "Seïr" — mogelijk "bebost/harig gebied"
Ligging: In het bergland van Efraïm; de precieze locatie is onbekend.
Geschiedenis: Hierheen vluchtte de richter Ehud nadat hij koning Eglon van Moab, die Israël achttien jaar onderdrukt had, in het geheim met een dolk gedood had; vandaar blies hij de bazuin en verzamelde Israël voor de bevrijdende slag tegen Moab (Richt. 3:26-30).
Bijbelse betekenis: De schuilplaats vanwaar Israëls eerste grote richter na Otniël zijn verlossingswerk daadwerkelijk begon — een stap tussen de list waarmee hij de tiran doodde en de openlijke, door de HEERE gezegende overwinning die daarop volgde.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Richter (verlosser) — Hebreeuws: sjofeet, van sjafat, dat zowel "rechtspreken" als "besturen, recht verschaffen" betekent; het boek zelf noemt hen ook moshia', "verlosser" (Richt. 3:9,15)
Na de dood van Jozua en van het geslacht dat Gods werk gezien had, stond er een geslacht op "dat den HEERE niet kende" (Richt. 2:10). Wat daarop volgt tekent het boek zelf als een terugkerende gang: Israël dient de Baäls, de toorn des HEEREN ontsteekt, Hij geeft hen in de hand van rovers, zij roepen tot Hem, en "de HEERE verwekte richteren, die hen verlosten uit de hand dergenen, die hen beroofden" (Richt. 2:11-18). Maar de omkeer houdt niet: "het geschiedde met het versterven des richters, dat zij omkeerden, en verdierven het meer dan hun vaderen" (Richt. 2:19). Een richter is dus geen rechter in een rechtszaal maar een door God verwekte bevrijder en bestuurder. Zo was er Othniël, over wie de Geest des HEEREN kwam en die Israël richtte en ten strijde trok (Richt. 3:9-11), en Ehud, de linkshandige (Richt. 3:15-30). Zo waren er ook Samgar met zijn ossenstok (Richt. 3:31) en Debora, die als profetes richtte en tot wie het volk opging ten gerichte (Richt. 4:4-5). Paulus vat de hele periode in één zin samen: God gaf hun rechters tot op Samuël de profeet (Hand. 13:20).
Bijbelse betekenis: Drie dingen vallen op. Het initiatief ligt telkens bij God: Hij verwekt de richter, het volk kiest hem niet. En het roepen van Israël is geen bekering maar een schreeuw uit de nood — toch hoort Hij, "want het berouwde den HEERE, huns zuchtens halve vanwege degenen, die hen drongen en die hen drukten" (Richt. 2:18). Verder is de verlossing volkomen zolang de richter leeft en daarna niet meer: het ambt hangt aan een sterfelijk mens, en loopt dus telkens dood op een graf. Ten slotte gebruikt de HEERE met opzet de onwaarschijnlijkste werktuigen: een linkshandige, een boer met een ossenstok, een vrouw. Zo blijft de eer niet bij de verlosser hangen, en Debora zegt dat Barak zelfs op de man af (Richt. 4:9).
Typologie: De Hebreeënbrief noemt Gideon, Barak, Simson en Jefta bij naam in de rij van hen die door het geloof gestreden hebben (Hebr. 11:32). Maar het boek Richteren wijst boven hen uit, want een verlosser die sterft laat een volk achter dat weer afvalt. Daarom wordt het woord verlosser in het Nieuwe Testament aan Eén gegeven van Wie de naam het al zegt: "gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden" (Matt. 1:21). En ook het richten zelf is Hem in handen gelegd: de Vader oordeelt niemand maar heeft al het oordeel de Zoon gegeven, en Hem macht gegeven gericht te houden (Joh. 5:22,27). Hij is van God verordend tot een Rechter van levenden en doden (Hand. 10:42), en Paulus verwacht de kroon uit de hand van "de rechtvaardige Rechter" (2 Tim. 4:8). Wat in Richteren telkens afbrak bij een sterfbed, kent bij Hem geen einde.
Baäl (en Astharoth) — Hebreeuws: ba'al, "heer, eigenaar" — de titel van de Kanaänitische weer- en vruchtbaarheidsgod; Astharoth (Asjtoret) is de bijbehorende vrouwelijke godheid. Het woord dat de Statenvertaling met "bos" of "haag" weergeeft (asjera) duidt het houten cultusvoorwerp aan dat bij het altaar stond
Zodra het geslacht van Jozua weggevallen is, staat er: "zij dienden de Baals" — en even verder: "zij verlieten den HEERE, en dienden de Baal en Astharoth" (Richt. 2:11-13; vgl. 3:7, waar "de Baals en de bossen" staan). De naam is geen eigennaam maar een titel, en werd plaatselijk toegepast; vandaar samenstellingen als Baäl-Peor, waaraan Israël zich al in de woestijn gekoppeld had (Num. 25:3), en Baäl-Berith te Sichem (Richt. 8:33). Baäl gold als de heer van de regen en van de vruchtbaarheid van akker en vee, en juist daarin lag de verleiding voor een boerenvolk dat pas in het land gekomen was. De dienst was gebonden aan altaren op hoogten, met het houten cultusvoorwerp ernaast: Gideon moest het altaar van Baäl van zijn eigen vader afbreken en kreeg daarom de bijnaam Jerubbaäl, "Baäl twiste tegen hem" (Richt. 6:25-32). Op de Karmel bracht Elia de zaak op de spits: "Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na!" (1 Kon. 18:21). En waar de dienst uiteindelijk op uitliep, zegt Jeremia: hoogten van Baäl waarop men zonen in het vuur verbrandde, "hetwelk Ik niet geboden, noch gesproken heb" (Jer. 19:5).
Bijbelse betekenis: Het opmerkelijke in Richteren is dat Israël de HEERE niet ruilt voor Baäl maar hem ernáást dient; daarom gebruikt het boek het woord "nahoereren" (Richt. 2:17; 8:33). Baäl belooft precies wat de HEERE al gegeven had: regen, oogst en nakomelingschap. Afgoderij is hier dus niet in de eerste plaats onwetendheid maar ontrouw — men wil de gaven zonder de Gever en de zekerheid zonder het gebod. Vandaar dat het antwoord van Joas aan de mannen van Ofra alles al zegt: als Baäl een god is, laat hij dan voor zichzelf twisten (Richt. 6:31).
Typologie: Paulus grijpt in Romeinen 11 juist naar Baäl terug om het overblijfsel te tekenen. Op Elia's klacht dat hij alleen overgebleven is, luidt het Goddelijk antwoord: "Ik heb Mijzelven nog zeven duizend mannen overgelaten, die de knie voor het beeld van Baäl niet gebogen hebben" — en Paulus voegt toe: "Alzo is er dan ook in dezen tegenwoordigen tijd een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der genade" (Rom. 11:4-5; vgl. 1 Kon. 19:18). Dat God er zevenduizend overhield lag dus niet in hun standvastigheid maar in Zijn verkiezing, geheel in de lijn van wat dit register bij *Verkiezing* (Deut. 7) aantekent. En op de gemeente past Paulus dezelfde zaak toe: een afgod is uit zichzelf niets, maar wat de heidenen offeren, offeren zij de duivelen. Men kan dus niet aan de tafel des Heeren én aan de tafel der duivelen deelachtig zijn (1 Kor. 10:19-21).
Geest des HEEREN (toerusting tot een taak) — Hebreeuws: roeach JHWH, "Geest van de HEERE" — in Richteren telkens verbonden met werkwoorden van aantrekken, vaardig worden en drijven
Bij elke richter van betekenis staat dezelfde mededeling, maar met opvallend verschillende beelden. Over Othniël: "de Geest des HEEREN was over hem, en hij richtte Israël" (Richt. 3:10). Gideon wordt door de Geest "aangetogen", als een kleed dat men aandoet (Richt. 6:34). Op Jefta komt de Geest (Richt. 11:29). Bij Simson begint de Geest hem "bij wijlen te drijven" (Richt. 13:25) en wordt Hij "vaardig over hem" op de beslissende ogenblikken (Richt. 14:6,19; 15:14). Dezelfde uitdrukking wordt later van David gebruikt bij zijn zalving, en van Saul in omgekeerde zin: "de Geest des HEEREN week van Saul" (1 Sam. 16:13-14). In al deze plaatsen gaat het om toerusting tot een taak — kracht, moed en bekwaamheid voor een opdracht — en niet allereerst om de vernieuwing van het hart. Dat blijkt wel uit Simson, over wie de Geest vaardig werd terwijl zijn wandel intussen alles behalve voorbeeldig was.
Bijbelse betekenis: Hier ligt de reden dat een oudtestamentische heilige kon bidden of God Zijn Heilige Geest niet van hem wegnemen wilde (Ps. 51:13). De Geest kwam op mensen voor een ambt en voor een tijd, en kon ook weer wijken, zoals bij Saul. De toerusting is daarbij nooit een verdienste — zij verklaart juist waarom de zwakke werktuigen van Richteren iets vermochten. En Simson maakt duidelijk dat gaven en genade niet hetzelfde zijn: een mens kan door Gods Geest bekwaam gemaakt zijn tot een werk en tegelijk zichzelf niet in de hand hebben. Wie het ene voor het andere houdt, meet zich aan zijn bruikbaarheid in plaats van aan zijn hart.
Typologie: Op de vraag wat er onder het nieuwe verbond veranderd is, antwoordt de Heere Jezus met één woord: blijven. "Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid" (Joh. 14:16), en over die Trooster: "Hij blijft bij ulieden, en zal in u zijn" (Joh. 14:16-17). Waar de Geest in Richteren op enkelingen kwam voor een taak, wordt Hij op de Pinksterdag uitgestort "op alle vlees" — op zonen en dochters, op dienstknechten en dienstmaagden (Hand. 2:17-18, uit Joël). En Hij is niet langer een gave voor een tijd maar een onderpand voor de erfenis: wie geloofd heeft is "verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte, Die het onderpand is van onze erfenis" (Ef. 1:13-14). Daarom mag de bede van Psalm 51 in de bevindelijke lijn eerbiedig gebeden blijven worden, terwijl de reformatorisch-baptistische opvatting tegelijk vasthoudt dat het antwoord erop in Christus vast ligt en niet aan de trouw van de bidder hangt.
Richteren 3:20.KruisverwijzingenAmos 3:15→Psalmen 29:1→2 Samuël 24:12→2 Samuël 12:1→Micha 6:9→Jeremia 10:7→Richteren 3:19→ — En Ehud kwam tot hem in, daar hij was zittende in een koele opperzaal, die hij voor zich alleen had; zo zeide Ehud: Ik heb een woord Gods aan u. Toen stond hij op van den stoel. Kan er iemand zijn tot wie God nooit een boodschap gezonden heeft? Mogelijk is de vraag verrassend. De gedachte dat de grote onzienlijke God zo’n boodschap zendt, schijnt vreemd en onwaarschijnlijk. Mij verbaast het veel meer dat iemand zich zou voorstellen dat Hij het nooit gedaan heeft.
Is Hij onze Schepper? En heeft Hij die ons gemaakt heeft ons uitgezonden op de stormachtige zee van het leven om in eenzaamheid te drijven zonder kompas en zonder gids? Lijkt dat waarschijnlijk? De waarheid van de zaak is, denk ik, dat wij doof geweest zijn voor Gods boodschappen. Hij heeft vaak met ons willen spreken. Hij heeft ons enige berichten gezonden, maar wij hebben ze kwalijk genomen en verworpen.
Is het niet waarschijnlijk dat Hij vaak gesproken heeft toen wij niet hoorden, en dat Hij tot ons genaderd is en ons geroepen heeft toen wij niet naar Hem wilden luisteren? Het kan niet zijn dat God de wereld verlaten heeft — het moet zo zijn dat de wereld Gód verlaten heeft. Het is niet mogelijk dat God ophoudt tot de ziel te spreken. Zeker is het de ziel die ophoudt naar God te luisteren, Zijn boodschappen te erkennen of erop te antwoorden.
De meesten die nog zonder God en zonder Christus zijn, hebben vele boodschappen van Hem gehad. Het evangelie is een duidelijke en rechtstreekse boodschap. Wij kunnen nauwelijks een huis vinden dat zo arm is dat er geen exemplaar van het Woord van God in is. Als onze Bijbel tot ons kon spreken — of veeleer, als wij wilden horen wat hij tot ons zégt — dan zouden wij de woorden horen: “Ik heb een woord Gods aan u.”
Wij hebben ook andere boodschappers gehad. Sommige van hun woorden zijn zo zoet geweest als honing. Ik zal ze rijke voorzieningen noemen. Wij zouden ze een gelukkige greep noemen. Zijn wij begunstigd met voorspoed in de zaken? In onze huisgezinnen hebben wij welkome barmhartigheden gehad. Ons zijn kinderen gegeven. Die kinderen zijn hersteld van bedden van ziekte toen ons hart ziek was van angst. Ook in onze eigen gezondheid zijn wij geen vreemdelingen geweest van Gods uitgelezen gunsten. Schenen op die dagen deze barmhartigheden niet te zeggen, terwijl zij door de straten van onze ziel kwamen aantrekken: “Ik heb een woord Gods aan u”?
Het kan niet zijn dat God de wereld verlaten heeft — het moet zo zijn dat de wereld Gód verlaten heeft. Het is niet mogelijk dat God ophoudt tot de ziel te spreken. Zeker is het de ziel die ophoudt naar God te luisteren.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Spurgeons Commentaar
Richteren 3
Richteren 3:20.KruisverwijzingenAmos 3:15→Psalmen 29:1→2 Samuël 24:12→2 Samuël 12:1→Micha 6:9→Jeremia 10:7→Richteren 3:19→
— En Ehud kwam tot hem in, daar hij was zittende in een koele opperzaal, die hij voor zich alleen had; zo zeide Ehud: Ik heb een woord Gods aan u. Toen stond hij op van den stoel.
Kan er iemand zijn tot wie God nooit een boodschap gezonden heeft? Mogelijk is de vraag verrassend. De gedachte dat de grote onzienlijke God zo’n boodschap zendt, schijnt vreemd en onwaarschijnlijk. Mij verbaast het veel meer dat iemand zich zou voorstellen dat Hij het nooit gedaan heeft.
Is Hij onze Schepper? En heeft Hij die ons gemaakt heeft ons uitgezonden op de stormachtige zee van het leven om in eenzaamheid te drijven zonder kompas en zonder gids? Lijkt dat waarschijnlijk? De waarheid van de zaak is, denk ik, dat wij doof geweest zijn voor Gods boodschappen. Hij heeft vaak met ons willen spreken. Hij heeft ons enige berichten gezonden, maar wij hebben ze kwalijk genomen en verworpen.
Is het niet waarschijnlijk dat Hij vaak gesproken heeft toen wij niet hoorden, en dat Hij tot ons genaderd is en ons geroepen heeft toen wij niet naar Hem wilden luisteren? Het kan niet zijn dat God de wereld verlaten heeft — het moet zo zijn dat de wereld Gód verlaten heeft. Het is niet mogelijk dat God ophoudt tot de ziel te spreken. Zeker is het de ziel die ophoudt naar God te luisteren, Zijn boodschappen te erkennen of erop te antwoorden.
De meesten die nog zonder God en zonder Christus zijn, hebben vele boodschappen van Hem gehad. Het evangelie is een duidelijke en rechtstreekse boodschap. Wij kunnen nauwelijks een huis vinden dat zo arm is dat er geen exemplaar van het Woord van God in is. Als onze Bijbel tot ons kon spreken — of veeleer, als wij wilden horen wat hij tot ons zégt — dan zouden wij de woorden horen: “Ik heb een woord Gods aan u.”
Wij hebben ook andere boodschappers gehad. Sommige van hun woorden zijn zo zoet geweest als honing. Ik zal ze rijke voorzieningen noemen. Wij zouden ze een gelukkige greep noemen. Zijn wij begunstigd met voorspoed in de zaken? In onze huisgezinnen hebben wij welkome barmhartigheden gehad. Ons zijn kinderen gegeven. Die kinderen zijn hersteld van bedden van ziekte toen ons hart ziek was van angst. Ook in onze eigen gezondheid zijn wij geen vreemdelingen geweest van Gods uitgelezen gunsten. Schenen op die dagen deze barmhartigheden niet te zeggen, terwijl zij door de straten van onze ziel kwamen aantrekken: “Ik heb een woord Gods aan u”?
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas