Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En een Engel des HEEREN kwam opwaarts van Gilgal tot Bochim, en Hij zeide: Ik heb ulieden uit Egypte opgevoerd, en u gebracht in het land, dat Ik uw vaderen gezworen heb, en gezegd: Ik zal Mijn verbond met ulieden niet verbreken in eeuwigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En een EngelH4397 des HEERENH3068 kwam opwaartsH5927 van GilgalH1537 tot BochimH1066, en Hij zeideH559: Ik heb ulieden uitH4480EgypteH4714opgevoerdH5927, en u gebrachtH935 in het landH776, datH834 Ik uw vaderenH1gezworenH7650 heb, en gezegdH559: Ik zal Mijn verbondH1285metH854 ulieden nietH3808verbrekenH6565 in eeuwigheidH5769.En een Engel des HEEREN kwam opwaarts van Gilgal tot Bochim, en Hij zeide: Ik heb ulieden uit Egypte opgevoerd, en u gebracht in het land, dat Ik uw vaderen gezworen heb, en gezegd: Ik zal Mijn verbond met ulieden niet verbreken in eeuwigheid.
KJVAnd an angel2of the LORD3came up1from Gilgal5to Bochim,7and said,8I made you to go up9out of Egypt,11and have brought12you unto the land15which I sware17unto your fathers;18and I said,19I will never24break21my covenant
1וַיַּ֧עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2מַלְאַךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger3יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with5הַגִּלְגָּ֖לH1537GilgalGilgal. See also H1019 (בֵּית הַגִּלְגָּל)6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הַבֹּכִ֑יםH1066BochimBochim8וַיֹּאמֶר֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9אַעֲלֶ֨הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work10אֶתְכֶ֜םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מִמִּצְרַ֗יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim12וָאָבִ֤יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13אֶתְכֶם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15הָאָ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17נִשְׁבַּ֨עְתִּי֙H7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear18לַאֲבֹ֣תֵיכֶ֔םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'19וָאֹמַ֕רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet20לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21אָפֵ֧רH6565vernietigen, vernietigd, ganselijk[idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void22בְּרִיתִ֛יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league23אִתְּכֶ֖םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix24לְעוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
2En ulieden aangaande, gij zult geen verbond maken met de inwoners dezes lands; hun altaren zult gij afbreken. Maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest; waarom hebt gij dit gedaan?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En ulieden aangaande, gijH859 zult geenH3808verbondH1285 maken met de inwonersH3427 dezes landsH776; hun altarenH4196 zult gij afbrekenH5422. Maar gij zijt Mijner stemH6963nietH3808gehoorzaamH8085 geweest; waaromH4100 hebt gij ditH2063 gedaan?En ulieden aangaande, gij zult geen verbond maken met de inwoners dezes lands; hun altaren zult gij afbreken. Maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest; waarom hebt gij dit gedaan?
KJVAnd ye shall make3no league4with the inhabitants5of this land;6ye shall throw down9their altars:8but ye have not obeyed11my voice:12why have ye done
1וְאַתֶּ֗םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3תִכְרְת֤וּH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want4בְרִית֙H1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league5לְיֽוֹשְׁבֵי֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry6הָאָ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7הַזֹּ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus8מִזְבְּחוֹתֵיהֶ֖םH4196altaar, altaren, altaarsaltar9תִּתֹּצ֑וּןH5422brak, afbreken, brakenbeat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down10וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11שְׁמַעְתֶּ֥םH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness12בְּקֹלִ֖יH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell13מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why14זֹּ֥אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus15עֲשִׂיתֶֽםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
3Daarom heb Ik ook gezegd: Ik zal hen voor uw aangezicht niet uitdrijven; maar zij zullen u aan de zijden zijn, en hun goden zullen u tot een strik zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Daarom heb Ik ookH1571gezegdH559: Ik zal hen voor uw aangezichtH6440nietH3808uitdrijvenH1644; maar zijH1961 zullen u aan de zijdenH6654 zijn, en hun godenH430 zullen u tot een strikH4170 zijn.Daarom heb Ik ook gezegd: Ik zal hen voor uw aangezicht niet uitdrijven; maar zij zullen u aan de zijden zijn, en hun goden zullen u tot een strik zijn.
KJVWherefore I also said,2I will not drive them out4from before6you; but they shall be as thorns in your sides,9and their gods10shall be a snare
1וְגַ֣םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2אָמַ֔רְתִּיH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4אֲגָרֵ֥שׁH1644uitdrijven, verstotene, dreefcast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out5אוֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מִפְּנֵיכֶ֑םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7וְהָי֤וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8לָכֶם֙9לְצִדִּ֔יםH6654zijden(be-) side10וֵאלֹ֣הֵיהֶ֔םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11יִהְי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12לָכֶ֖ם13לְמוֹקֵֽשׁH4170strik, strikken, valstrikbe ensnared, gin, (is) snare(-d), trap
4En het geschiedde, als de Engel des HEEREN deze woorden tot alle kinderen Israels gesproken had, zo hief het volk zijn stem op en weende.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En het geschiedde, als de EngelH4397 des HEERENH3068dezeH428woordenH1697totH413alleH3605kinderenH1121IsraelsH3478gesprokenH1696 had, zo hiefH5375 het volkH5971 zijn stemH6963 op en weendeH1058.En het geschiedde, als de Engel des HEEREN deze woorden tot alle kinderen Israels gesproken had, zo hief het volk zijn stem op en weende.
KJVAnd it came to pass, when the angel3of the LORD4spake2these words6unto all the children10of Israel,11that the people13lifted up12their voice,15and wept.
1וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כְּדַבֵּ֞רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work3מַלְאַ֤ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger4יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַדְּבָרִ֣יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7הָאֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)8אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10בְּנֵ֖יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12וַיִּשְׂא֥וּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield13הָעָ֛םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15קוֹלָ֖םH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell16וַיִּבְכּֽוּH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep
5Daarom noemden zij den naam dier plaats Bochim; en zij offerden aldaar den HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Daarom noemdenH7121 zij den naamH8034 dier plaatsH4725BochimH1066; en zij offerdenH2076aldaarH8033 den HEEREH3068.Daarom noemden zij den naam dier plaats Bochim; en zij offerden aldaar den HEERE.
KJVAnd they called1the name2of that place3Bochim:5and they sacrificed6there unto the LORD.
1וַֽיִּקְרְא֛וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2שֵֽׁםH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report3הַמָּק֥וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)4הַה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5בֹּכִ֑יםH1066BochimBochim6וַיִּזְבְּחוּH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay7שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither8לַֽיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
6Als Jozua het volk had laten gaan, zo waren de kinderen Israels heengegaan, een ieder tot zijn erfdeel, om het land erfelijk te bezitten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Als JozuaH3091 het volkH5971 had latenH7971 gaan, zo waren de kinderenH1121IsraelsH3478heengegaanH3212, een iederH376 tot zijn erfdeelH5159, om het landH776erfelijkH3423 te bezitten.Als Jozua het volk had laten gaan, zo waren de kinderen Israels heengegaan, een ieder tot zijn erfdeel, om het land erfelijk te bezitten.
KJVAnd when Joshua2had let the people4go,1the children6of Israel7went5every man8unto his inheritance9to possess10the land.
1וַיְשַׁלַּ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2יְהוֹשֻׁ֖עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5וַיֵּלְכ֧וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9לְנַחֲלָת֖וֹH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)10לָרֶ֥שֶׁתH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
7En het volk diende den HEERE, al de dagen van Jozua, en al de dagen der oudsten, die lang geleefd hadden na Jozua; die gezien hadden al dat grote werk des HEEREN, dat Hij aan Israel gedaan had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En het volkH5971diendeH5647 den HEEREH3068, alH3605 de dagenH3117 van JozuaH3091, en alH3605 de dagenH3117 der oudstenH2205, dieH834langH3117geleefdH748 hadden naH310JozuaH3091; dieH834gezienH7200 hadden alH3605 dat groteH1419werkH4639 des HEERENH3068, datH834 Hij aan IsraelH3478gedaanH6213 had.En het volk diende den HEERE, al de dagen van Jozua, en al de dagen der oudsten, die lang geleefd hadden na Jozua; die gezien hadden al dat grote werk des HEEREN, dat Hij aan Israel gedaan had.
KJVAnd the people2served1the LORD4all the days6of Joshua,7and all the days9of the elders10that outlived12Joshua,15who had seen17all the great22works20of the LORD,21that he did24for Israel.
1וַיַּעַבְד֤וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,2הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5כֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6יְמֵ֣יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7יְהוֹשֻׁ֑עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)8וְכֹ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9יְמֵ֣יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10הַזְּקֵנִ֗יםH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator11אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12הֶאֱרִ֤יכוּH748verlengen, verlengt, verlengddefer, draw out, lengthen, (be, become, make, pro-) long, [phrase] (out-, over-) live, tarry (long)13יָמִים֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14אַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with15יְהוֹשׁ֔וּעַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)16אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17רָא֗וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions18אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20מַעֲשֵׂ֤הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought21יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)22הַגָּד֔וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very23אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection24עָשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use25לְיִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
8Maar als Jozua, de zoon van Nun, de knecht des HEEREN, gestorven was, honderd en tien jaren oud zijnde;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Maar als JozuaH3091, de zoonH1121 van NunH5126, de knechtH5650 des HEERENH3068, gestorvenH4191 was, honderdH3967 en tienH6235jarenH8141oudH1121 zijnde;Maar als Jozua, de zoon van Nun, de knecht des HEEREN, gestorven was, honderd en tien jaren oud zijnde;
KJVAnd Joshua2the son3of Nun,4the servant5of the LORD,6died,1being an hundred8and ten9years10old.
1וַיָּ֛מָתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise2יְהוֹשֻׁ֥עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)3בִּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4נ֖וּןH5126Nun, NonNon, Nun5עֶ֣בֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant6יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8מֵאָ֥הH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore9וָעֶ֖שֶׂרH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen10שָׁנִֽיםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
9En zij hem begraven hadden in de landpale zijns erfdeels, te Timnath-Heres, op een berg van Efraim, tegen het noorden van den berg Gaas;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En zij hem begravenH6912 hadden in de landpaleH1366 zijns erfdeelsH5159, te Timnath-HeresH8556, op een bergH2022 van EfraimH669, tegen het noordenH6828 van den bergH2022GaasH1608;En zij hem begraven hadden in de landpale zijns erfdeels, te Timnath-Heres, op een berg van Efraim, tegen het noorden van den berg Gaas;
KJVAnd they buried1him in the border3of his inheritance4in Timnathheres,5in the mount7of Ephraim,8on the north side9of the hill10Gaash.
1וַיִּקְבְּר֤וּH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)2אוֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בִּגְב֣וּלH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space4נַחֲלָת֔וֹH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)5בְּתִמְנַתH8556Thimnath-serah, Timnath-heres, Timnath-serahTimnath-heres, Timnath-serah6חֶ֖רֶסH8556Thimnath-serah, Timnath-heres, Timnath-serahTimnath-heres, Timnath-serah7בְּהַ֣רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion8אֶפְרָ֑יִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites9מִצְּפ֖וֹןH6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)10לְהַרH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion11גָּֽעַשׁH1608GaasGaash
10En al datzelve geslacht ook tot zijn vaderen vergaderd was; zo stond er een ander geslacht na hen op, dat den HEERE niet kende, noch ook het werk, dat Hij aan Israel gedaan had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En alH3605 datzelve geslachtH1755ookH1571totH413 zijn vaderenH1vergaderdH622 was; zo stondH6965 er een anderH312geslachtH1755naH310 hen op, dat den HEEREH3068nietH3808kendeH3045, noch ookH1571 het werkH4639, dat Hij aan IsraelH3478gedaanH6213 had.En al datzelve geslacht ook tot zijn vaderen vergaderd was; zo stond er een ander geslacht na hen op, dat den HEERE niet kende, noch ook het werk, dat Hij aan Israel gedaan had.
KJVAnd also all that generation3were gathered5unto their fathers:7and there arose8another10generation9after11them, which knew14not the LORD,16nor yet the works19which he had done21for Israel.
1וְגַם֙H1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הַדּ֣וֹרH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity4הַה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5נֶאֶסְפ֖וּH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אֲבוֹתָ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8וַיָּקָם֩H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)9דּ֨וֹרH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity10אַחֵ֜רH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange11אַחֲרֵיהֶ֗םH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with12אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14יָֽדְעוּ֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17וְגַם֙H1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19הַֽמַּעֲשֶׂ֔הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought20אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21עָשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use22לְיִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
11Toen deden de kinderen Israels, dat kwaad was in de ogen des HEEREN, en zij dienden de Baals.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Toen dedenH6213 de kinderenH1121IsraelsH3478, dat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068, en zij diendenH5647 de BaalsH1168.Toen deden de kinderen Israels, dat kwaad was in de ogen des HEEREN, en zij dienden de Baals.
KJVAnd the children2of Israel3did1evil5in the sight6of the LORD,7and served8Baalim:
1וַיַּעֲשׂ֧וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָרַ֖עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)6בְּעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)7יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8וַיַּעַבְד֖וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַבְּעָלִֽיםH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim
12En zij verlieten den HEERE, hunner vaderen God, Die hen uit Egypteland had uitgevoerd, en volgden andere goden na, van de goden der volken, die rondom hen waren, en bogen zich voor die, en zij verwekten den HEERE tot toorn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En zij verlietenH5800 den HEEREH3068, hunner vaderenH1GodH430, Die hen uit EgyptelandH776 had uitgevoerdH3318, en volgdenH3212 andere godenH430naH310, van de godenH430 der volkenH5971, dieH834rondomH5439 hen waren, en bogenH7812 zich voor die, en zij verwektenH3707 den HEEREH3068 tot toornH3707.En zij verlieten den HEERE, hunner vaderen God, Die hen uit Egypteland had uitgevoerd, en volgden andere goden na, van de goden der volken, die rondom hen waren, en bogen zich voor die, en zij verwekten den HEERE tot toorn.
KJVAnd they forsook1the LORD3God4of their fathers,5which brought them out6of the land8of Egypt,9and followed10other13gods,12of the gods14of the people15that were round about17them, and bowed18themselves unto them, and provoked the LORD22to anger.
1וַיַּעַזְב֞וּH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5אֲבוֹתָ֗םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6הַמּוֹצִ֣יאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter7אוֹתָם֮H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9מִצְרַיִם֒H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim10וַיֵּלְכ֞וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak11אַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with12אֱלֹהִ֣יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty13אֲחֵרִ֗יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange14מֵאֱלֹהֵ֤יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15הָֽעַמִּים֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people16אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17סְבִיב֣וֹתֵיהֶ֔םH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side18וַיִּֽשְׁתַּחֲו֖וּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship19לָהֶ֑ם20וַיַּכְעִ֖סוּH3707toorn verwekken, vertoornen, getergdbe angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth21אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
13Want zij verlieten den HEERE, en dienden de Baal en Astharoth.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Want zij verlietenH5800 den HEEREH3068, en diendenH5647 de BaalH1168 en AstharothH6252.Want zij verlieten den HEERE, en dienden de Baal en Astharoth.
KJVAnd they forsook1the LORD,3and served4Baal5and Ashtaroth.
1וַיַּעַזְב֖וּH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4וַיַּעַבְד֥וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,5לַבַּ֖עַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim6וְלָעַשְׁתָּרֽוֹתH6252Astharoth, AstharothsAsharoth, Astaroth. See also H1045 (בֵּית עַשְׁתָּרוֹת), H6253 (עַשְׁתֹּרֶת), H6255 (עַשְׁתְּרֹת קַרְנַיִם)
14Zo ontstak des HEEREN toorn tegen Israel, en Hij gaf hen in de hand der rovers, die hen beroofden; en Hij verkocht hen in de hand hunner vijanden rondom; en zij konden niet meer bestaan voor het aangezicht hunner vijanden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Zo ontstakH2734 des HEERENH3068toornH639 tegen IsraelH3478, en Hij gafH5414 hen in de handH3027 der roversH8154, die hen beroofdenH8155; en Hij verkochtH4376 hen in de handH3027 hunner vijandenH341rondomH5439; en zij kondenH3201nietH3808meerH5750bestaanH5975 voor het aangezichtH6440 hunner vijandenH341.Zo ontstak des HEEREN toorn tegen Israel, en Hij gaf hen in de hand der rovers, die hen beroofden; en Hij verkocht hen in de hand hunner vijanden rondom; en zij konden niet meer bestaan voor het aangezicht hunner vijanden.
KJVAnd the anger2of the LORD3was hot1against Israel,4and he delivered5them into the hands6of spoilers7that spoiled8them, and he sold10them into the hands11of their enemies12round about,13so that they could15not any longer16stand17before18their enemies.
1וַיִּֽחַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)2אַ֤ףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath3יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4בְּיִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וַֽיִּתְּנֵם֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7שֹׁסִ֔יםH8154beroven, rovers, beroofdedestroyer, rob, spoil(-er)8וַיָּשֹׁ֖סּוּH8155beroofden, geplunderd, beroofdrifle, spoil9אוֹתָ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10וַֽיִּמְכְּרֵ֞םH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)11בְּיַ֤דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12אֽוֹיְבֵיהֶם֙H341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe13מִסָּבִ֔יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side14וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15יָכְל֣וּH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer16ע֔וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)17לַעֲמֹ֖דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry18לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you19אוֹיְבֵיהֶֽםH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe
15Overal, waarheen zij uittogen, was de hand des HEEREN tegen hen, ten kwade, gelijk als de HEERE gesproken, en gelijk als de HEERE gezworen had; en hun was zeer bang.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15OveralH3605, waarheen zij uittogenH3318, was de handH3027 des HEERENH3068 tegen hen, ten kwadeH7451, gelijk als de HEEREH3068gesprokenH1696, en gelijk als de HEEREH3068gezworenH7650 had; en hun was zeerH3966bangH3334.Overal, waarheen zij uittogen, was de hand des HEEREN tegen hen, ten kwade, gelijk als de HEERE gesproken, en gelijk als de HEERE gezworen had; en hun was zeer bang.
KJVWhithersoever they went out,3the hand4of the LORD5was against them for evil,8as the LORD11had said,10and as the LORD14had sworn13unto them: and they were greatly18distressed.
1בְּכֹ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יָצְא֗וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter4יַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6הָיְתָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7בָּ֣ם8לְרָעָ֔הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)9כַּֽאֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10דִּבֶּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work11יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12וְכַאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13נִשְׁבַּ֥עH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear14יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15לָהֶ֑ם16וַיֵּ֥צֶרH3334bang, benauwd, bangebe distressed, be narrow, be straitened (in straits), be vexed17לָהֶ֖ם18מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
16En de HEERE verwekte richteren, die hen verlosten uit de hand dergenen, die hen beroofden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En de HEEREH3068verwekteH6965richterenH8199, die hen verlostenH3467 uit de handH3027 dergenen, die hen beroofden;En de HEERE verwekte richteren, die hen verlosten uit de hand dergenen, die hen beroofden;
KJVNevertheless the LORD2raised up1judges,3which delivered4them out of the hand5of those that spoiled
17Doch zij hoorden ook niet naar hun richteren, maar hoereerden andere goden na, en bogen zich voor die; haast weken zij af van den weg, dien hun vaders gewandeld hadden, horende de geboden des HEEREN; alzo deden zij niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Doch zij hoordenH8085ookH1571nietH3808naarH413 hun richterenH8199, maar hoereerdenH2181 andere godenH430naH310, en bogenH7812 zich voor die; haastH4118wekenH5493 zij afH4480 van den wegH1870, dienH834 hun vadersH1gewandeldH1980 hadden, horendeH8085 de gebodenH4687 des HEERENH3068; alzoH3651dedenH6213 zij nietH3808.Doch zij hoorden ook niet naar hun richteren, maar hoereerden andere goden na, en bogen zich voor die; haast weken zij af van den weg, dien hun vaders gewandeld hadden, horende de geboden des HEEREN; alzo deden zij niet.
KJVAnd yet they would not hearken5unto their judges,3but they went a whoring7after8other10gods,9and bowed11themselves unto them: they turned13quickly14out of the way16which their fathers19walked in,18obeying20the commandments21of the LORD;22but they did
1וְגַ֤םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3שֹֽׁפְטֵיהֶם֙H8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule4לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5שָׁמֵ֔עוּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness6כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7זָנ֗וּH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish8אַֽחֲרֵי֙H310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with9אֱלֹהִ֣יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10אֲחֵרִ֔יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange11וַיִּֽשְׁתַּחֲו֖וּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship12לָהֶ֑ם13סָ֣רוּH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without14מַהֵ֗רH4118haastelijk, haast, haastendehasteth, hastily, at once, quickly, soon, speedily, suddenly15מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with16הַדֶּ֜רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)17אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18הָלְכ֧וּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl19אֲבוֹתָ֛םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'20לִשְׁמֹ֥עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness21מִצְוֺתH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept22יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)23לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without24עָ֥שׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use25כֵֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
18En wanneer de HEERE hun richteren verwekte, zo was de HEERE met den richter, en verloste hen uit de hand hunner vijanden, al de dagen des richters; want het berouwde den HEERE, huns zuchtens halve vanwege degenen, die hen drongen en die hen drukten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En wanneer de HEEREH3068 hun richterenH8199verwekteH6965, zo wasH1961 de HEEREH3068metH5973 den richterH8199, en verlosteH3467 hen uit de handH3027 hunner vijandenH341, alH3605 de dagenH3117 des richtersH8199; wantH3588 het berouwdeH5162 den HEEREH3068, huns zuchtensH5009halveH4480vanwegeH6440 degenen, die hen drongenH3905 en die hen druktenH1766.En wanneer de HEERE hun richteren verwekte, zo was de HEERE met den richter, en verloste hen uit de hand hunner vijanden, al de dagen des richters; want het berouwde den HEERE, huns zuchtens halve vanwege degenen, die hen drongen en die hen drukten.
KJVAnd when the LORD3raised2them up judges,5then the LORD7was with the judge,9and delivered10them out of the hand11of their enemies12all the days14of the judge:15for it repented17the LORD18because20of their groanings19by reason of them that oppressed21them and vexed
1וְכִֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2הֵקִ֨יםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)3יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4לָהֶם֮5שֹֽׁפְטִים֒H8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule6וְהָיָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)9הַשֹּׁפֵ֔טH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule10וְהֽוֹשִׁיעָם֙H3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory11מִיַּ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12אֹֽיְבֵיהֶ֔םH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe13כֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14יְמֵ֣יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15הַשּׁוֹפֵ֑טH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule16כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet17יִנָּחֵ֤םH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)18יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19מִנַּֽאֲקָתָ֔םH5009gekerm, kermt, zuchtensgroaning20מִפְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you21לֹחֲצֵיהֶ֖םH3905dringt, drongen, klemdeafflict, crush, force, hold fast, oppress(-or), thrust self22וְדֹחֲקֵיהֶֽםH1766dringen, druktenthrust, vex
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
19Maar het geschiedde met het versterven des richters, dat zij omkeerden, en verdierven het meer dan hun vaderen, navolgende andere goden, dezelve dienende, en zich voor die buigende; zij lieten niets vallen van hun werken, noch van dezen harden weg.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Maar het geschiedde met het verstervenH4194 des richtersH8199, dat zij omkeerdenH7725, en verdiervenH7843 het meer dan hun vaderenH1, navolgendeH3212 andere godenH430, dezelve dienendeH5647, en zich voor die buigendeH7812; zij lietenH5307nietsH3808vallenH5307 van hun werkenH4611, noch van dezen hardenH7186wegH1870.Maar het geschiedde met het versterven des richters, dat zij omkeerden, en verdierven het meer dan hun vaderen, navolgende andere goden, dezelve dienende, en zich voor die buigende; zij lieten niets vallen van hun werken, noch van dezen harden weg.
KJVAnd it came to pass, when the judge3was dead,that they returned,4and corrupted5themselves more than their fathers,6in following7other10gods9to serve11them, and to bow down12unto them; they ceased15not from their own doings,16nor from their stubborn18way.
1וְהָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בְּמ֣וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise3הַשּׁוֹפֵ֗טH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule4יָשֻׁ֨בוּ֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw5וְהִשְׁחִ֣יתוּH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)6מֵֽאֲבוֹתָ֔םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7לָלֶ֗כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak8אַֽחֲרֵי֙H310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with9אֱלֹהִ֣יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10אֲחֵרִ֔יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange11לְעָבְדָ֖םH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,12וּלְהִשְׁתַּחֲוֺ֣תH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship13לָהֶ֑ם14לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15הִפִּ֨ילוּ֙H5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down16מִמַּ֣עַלְלֵיהֶ֔םH4611handelingen, daden, werkendoing, endeavour, invention, work17וּמִדַּרְכָּ֖םH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)18הַקָּשָֽׁהH7186hard, harde, hardenchurlish, cruel, grievous, hard((-hearted), thing), heavy, [phrase] impudent, obstinate, prevailed, rough(-ly), sore, sorrowful, stiff(necked), stubborn, [phrase] in trouble
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
20Daarom ontstak de toorn des HEEREN tegen Israel, dat Hij zeide: Omdat dit volk Mijn verbond heeft overtreden, dat Ik hun vaderen geboden heb, en zij naar Mijn stem niet gehoord hebben;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Daarom ontstakH2734 de toornH639 des HEERENH3068 tegen IsraelH3478, dat Hij zeideH559: Omdat ditH2088volkH1471 Mijn verbondH1285 heeft overtredenH5674, dat Ik hun vaderenH1gebodenH6680 heb, en zij naar Mijn stemH6963nietH3808gehoordH8085 hebben;Daarom ontstak de toorn des HEEREN tegen Israel, dat Hij zeide: Omdat dit volk Mijn verbond heeft overtreden, dat Ik hun vaderen geboden heb, en zij naar Mijn stem niet gehoord hebben;
KJVAnd the anger2of the LORD3was hot1against Israel;4and he said,5Because that this people9hath transgressed8my covenant12which I commanded14their fathers,16and have not hearkened18unto my voice;
1וַיִּֽחַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)2אַ֥ףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath3יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4בְּיִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6יַעַן֩H3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why7אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8עָבְר֜וּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath9הַגּ֣וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people10הַזֶּ֗הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12בְּרִיתִי֙H1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league13אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14צִוִּ֣יתִיH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16אֲבוֹתָ֔םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'17וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18שָׁמְע֖וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness19לְקוֹלִֽיH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell
21Zo zal Ik ook niet voortvaren voor hun aangezicht iemand uit de bezitting te verdrijven, van de heidenen, die Jozua heeft achtergelaten, als hij stierf;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Zo zal IkH589ookH1571nietH3808voortvarenH3254 voor hun aangezichtH6440iemandH376 uit de bezittingH3423 te verdrijven, van de heidenenH1471, dieH834JozuaH3091 heeft achtergelatenH5800, als hij stierfH4191;Zo zal Ik ook niet voortvaren voor hun aangezicht iemand uit de bezitting te verdrijven, van de heidenen, die Jozua heeft achtergelaten, als hij stierf;
KJVI also will not henceforth4drive out5any6from before7them of the nations9which Joshua12left11when he died:
1גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2אֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4אוֹסִ֔יףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield5לְהוֹרִ֥ישׁH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly6אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7מִפְּנֵיהֶ֑םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with9הַגּוֹיִ֛םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11עָזַ֥בH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely12יְהוֹשֻׁ֖עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)13וַיָּמֹֽתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
22Opdat Ik Israel door hen verzoeke, of zij den weg des HEEREN zullen houden, om daarin te wandelen, gelijk als hun vaderen gehouden hebben, of niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Opdat Ik IsraelH3478 door hen verzoekeH5254, of zij den wegH1870 des HEERENH3068 zullen houdenH8104, om daarin te wandelenH3212, gelijk als hun vaderenH1 gehouden hebben, of nietH3808.Opdat Ik Israel door hen verzoeke, of zij den weg des HEEREN zullen houden, om daarin te wandelen, gelijk als hun vaderen gehouden hebben, of niet.
KJVThat through them I may prove2Israel,5whether they will keep6the way9of the LORD10to walk11therein, as their fathers15did keep
1לְמַ֛עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to2נַסּ֥וֹתH5254verzocht, verzoeken, verzochtenadventure, assay, prove, tempt, try3בָּ֖ם4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6הֲשֹׁמְרִ֣יםH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)7הֵם֩H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9דֶּ֨רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)10יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11לָלֶ֣כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak12בָּ֗ם13כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14שָׁמְר֥וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)15אֲבוֹתָ֖םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'16אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet17לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without
23Alzo liet de HEERE deze heidenen blijven, dat Hij hen niet haastelijk uit de bezitting verdreef; die Hij in de hand van Jozua niet had overgegeven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Alzo lietH3240 de HEEREH3068 deze heidenenH1471 blijven, dat Hij hen niet haastelijkH4118 uit de bezittingH3423 verdreef; die Hij in de handH3027 van JozuaH3091 niet had overgegevenH5414.Alzo liet de HEERE deze heidenen blijven, dat Hij hen niet haastelijk uit de bezitting verdreef; die Hij in de hand van Jozua niet had overgegeven.
KJVTherefore the LORD2left1those nations,4without6driving them out7hastily;8neither delivered10he them into the hand11of Joshua.
1וַיַּנַּ֤חH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַגּוֹיִ֣םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people5הָאֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)6לְבִלְתִּ֥יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without7הוֹרִישָׁ֖םH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly8מַהֵ֑רH4118haastelijk, haast, haastendehasteth, hastily, at once, quickly, soon, speedily, suddenly9וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10נְתָנָ֖םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12יְהוֹשֻֽׁעַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Richteren 2:1— En een Engel des HEEREN kwam opwaarts van Gilgal tot Bochim, en Hij zeide: Ik heb ulieden uit Egypte opgevoerd, en u gebracht in het land, dat Ik uw vaderen gezworen heb, en gezegd: Ik zal Mijn verbond met ulieden niet verbreken in eeuwigheid.Leviticus 26:42→Genesis 17:7→Exodus 20:2→Exodus 23:20→Genesis 12:7→Richteren 2:5→Richteren 13:3→Genesis 48:16→
Richteren 2:2— En ulieden aangaande, gij zult geen verbond maken met de inwoners dezes lands; hun altaren zult gij afbreken. Maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest; waarom hebt gij dit gedaan?Deuteronomium 7:2→1 Petrus 4:17→Deuteronomium 7:25→Jeremia 2:36→Deuteronomium 12:2→Ezra 9:1→Genesis 4:10→Exodus 23:32→
Richteren 2:3— Daarom heb Ik ook gezegd: Ik zal hen voor uw aangezicht niet uitdrijven; maar zij zullen u aan de zijden zijn, en hun goden zullen u tot een strik zijn.Jozua 23:13→Numeri 33:55→Richteren 2:21→Deuteronomium 7:16→Psalmen 106:36→Richteren 3:6→1 Koningen 11:1→Exodus 34:12→
Richteren 2:4— En het geschiedde, als de Engel des HEEREN deze woorden tot alle kinderen Israels gesproken had, zo hief het volk zijn stem op en weende.Lukas 7:38→Lukas 6:21→Jeremia 31:9→Jakobus 4:9→Zacharia 12:10→Ezra 10:1→2 Korinthe 7:10→1 Samuël 7:6→
Richteren 2:5— Daarom noemden zij den naam dier plaats Bochim; en zij offerden aldaar den HEERE.Richteren 6:24→Genesis 35:8→1 Samuël 7:9→Jozua 7:26→Richteren 13:19→
Richteren 2:6— Als Jozua het volk had laten gaan, zo waren de kinderen Israels heengegaan, een ieder tot zijn erfdeel, om het land erfelijk te bezitten.Jozua 24:28→Jozua 22:6→
Richteren 2:7— En het volk diende den HEERE, al de dagen van Jozua, en al de dagen der oudsten, die lang geleefd hadden na Jozua; die gezien hadden al dat grote werk des HEEREN, dat Hij aan Israel gedaan had.Jozua 24:31→Filippenzen 2:12→2 Kronieken 24:2→2 Kronieken 24:14→2 Koningen 12:2→
Richteren 2:8— Maar als Jozua, de zoon van Nun, de knecht des HEEREN, gestorven was, honderd en tien jaren oud zijnde;Jozua 24:29→
Richteren 2:9— En zij hem begraven hadden in de landpale zijns erfdeels, te Timnath-Heres, op een berg van Efraim, tegen het noorden van den berg Gaas;Jozua 19:50→Jozua 24:30→
Richteren 2:10— En al datzelve geslacht ook tot zijn vaderen vergaderd was; zo stond er een ander geslacht na hen op, dat den HEERE niet kende, noch ook het werk, dat Hij aan Israel gedaan had.1 Samuël 2:12→Exodus 5:2→1 Kronieken 28:9→Job 21:14→Titus 1:16→Genesis 25:17→Jeremia 22:16→2 Thessalonicenzen 1:8→
Richteren 2:11— Toen deden de kinderen Israels, dat kwaad was in de ogen des HEEREN, en zij dienden de Baals.Richteren 3:7→Richteren 4:1→Richteren 6:1→Richteren 10:6→Richteren 8:33→Richteren 13:1→1 Samuël 7:4→Richteren 10:10→
Richteren 2:12— En zij verlieten den HEERE, hunner vaderen God, Die hen uit Egypteland had uitgevoerd, en volgden andere goden na, van de goden der volken, die rondom hen waren, en bogen zich voor die, en zij verwekten den HEERE tot toorn.Exodus 20:5→Deuteronomium 5:9→Deuteronomium 29:25→Deuteronomium 13:5→Deuteronomium 29:18→Deuteronomium 6:14→Richteren 5:8→Deuteronomium 31:16→
Richteren 2:13— Want zij verlieten den HEERE, en dienden de Baal en Astharoth.Richteren 10:6→Psalmen 106:36→Richteren 3:7→1 Korinthe 10:20→1 Korinthe 8:5→Richteren 2:11→1 Koningen 11:33→1 Samuël 31:10→
Richteren 2:14— Zo ontstak des HEEREN toorn tegen Israel, en Hij gaf hen in de hand der rovers, die hen beroofden; en Hij verkocht hen in de hand hunner vijanden rondom; en zij konden niet meer bestaan voor het aangezicht hunner vijanden.Deuteronomium 32:30→Richteren 4:2→2 Koningen 17:20→Leviticus 26:37→Psalmen 106:40→Jozua 7:12→Leviticus 26:28→2 Kronieken 36:16→
Richteren 2:15— Overal, waarheen zij uittogen, was de hand des HEEREN tegen hen, ten kwade, gelijk als de HEERE gesproken, en gelijk als de HEERE gezworen had; en hun was zeer bang.Deuteronomium 28:15→1 Samuël 14:24→Jeremia 44:27→Micha 2:3→Leviticus 26:14→Jeremia 18:8→Deuteronomium 4:25→Deuteronomium 32:40→
Richteren 2:16— En de HEERE verwekte richteren, die hen verlosten uit de hand dergenen, die hen beroofden;Handelingen 13:20→1 Samuël 12:11→Richteren 3:15→Nehemia 9:27→Psalmen 106:43→Richteren 6:14→Richteren 4:5→Richteren 3:9→
Richteren 2:17— Doch zij hoorden ook niet naar hun richteren, maar hoereerden andere goden na, en bogen zich voor die; haast weken zij af van den weg, dien hun vaders gewandeld hadden, horende de geboden des HEEREN; alzo deden zij niet.Richteren 2:7→Deuteronomium 9:12→1 Samuël 12:19→2 Kronieken 36:15→Psalmen 106:39→Psalmen 106:43→Jozua 24:24→Deuteronomium 9:16→
Richteren 2:18— En wanneer de HEERE hun richteren verwekte, zo was de HEERE met den richter, en verloste hen uit de hand hunner vijanden, al de dagen des richters; want het berouwde den HEERE, huns zuchtens halve vanwege degenen, die hen drongen en die hen drukten.Deuteronomium 32:36→Jozua 1:5→Exodus 2:24→Psalmen 106:44→Genesis 6:6→Exodus 3:12→Psalmen 12:5→2 Koningen 13:22→
Richteren 2:19— Maar het geschiedde met het versterven des richters, dat zij omkeerden, en verdierven het meer dan hun vaderen, navolgende andere goden, dezelve dienende, en zich voor die buigende; zij lieten niets vallen van hun werken, noch van dezen harden weg.Richteren 8:33→Richteren 4:1→Jozua 24:31→1 Samuël 15:23→Mattheüs 23:32→Richteren 3:11→Jeremia 16:12→2 Kronieken 24:17→
Richteren 2:20— Daarom ontstak de toorn des HEEREN tegen Israel, dat Hij zeide: Omdat dit volk Mijn verbond heeft overtreden, dat Ik hun vaderen geboden heb, en zij naar Mijn stem niet gehoord hebben;Richteren 2:14→Jozua 23:16→Ezechiël 20:37→Exodus 24:3→Deuteronomium 29:10→Deuteronomium 32:22→Jeremia 31:32→Richteren 10:7→
Richteren 2:21— Zo zal Ik ook niet voortvaren voor hun aangezicht iemand uit de bezitting te verdrijven, van de heidenen, die Jozua heeft achtergelaten, als hij stierf;Jozua 23:13→Richteren 2:3→Richteren 3:3→Ezechiël 20:24→
Richteren 2:22— Opdat Ik Israel door hen verzoeke, of zij den weg des HEEREN zullen houden, om daarin te wandelen, gelijk als hun vaderen gehouden hebben, of niet.Deuteronomium 8:2→Deuteronomium 8:16→Deuteronomium 13:3→Genesis 22:1→Richteren 3:1→Job 23:10→Maleachi 3:2→2 Kronieken 32:31→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Richteren 2 vers 1— En een Engel des HEEREN kwam opwaarts van Gilgal tot Bochim, en Hij zeide: Ik heb ulieden uit Egypte opgevoerd, en u gebracht in het land, dat Ik uw vaderen gezworen heb, en gezegd: Ik zal Mijn verbond met ulieden niet verbreken in eeuwigheid.
Engel des HEEREN
Versta, den Zoon Gods, gelijk klaarlijk blijkt uit het ganse vervolg. Zie ook Richt. 6:11.
Hertaald:Engel des HEEREN
Versta: de Zoon van God, zoals duidelijk blijkt uit heel het vervolg. Zie ook Richt. 6:11.
Gilgal
Zie Joz. 5:9.
Hertaald:Gilgal
Zie Joz. 5:9.
Bochim,
Alzo genoemd van het wenen des volks, onder vs.5, zijnde nabij Gilgal gelegen.
Hertaald:Bochim,
Zo genoemd naar het wenen van het volk, hieronder in vers 5, gelegen dicht bij Gilgal.
Richteren 2 vers 3— Daarom heb Ik ook gezegd: Ik zal hen voor uw aangezicht niet uitdrijven; maar zij zullen u aan de zijden zijn, en hun goden zullen u tot een strik zijn.
zal hen
Te weten, de heidenen, in Kanaän wonende.
Hertaald:zal hen
Namelijk: de heidenen die in Kanaän wonen.
Hertaald:zijden zijn,
Zie een uitvoeriger verklaring hiervan in Num. 33:35.
Richteren 2 vers 5— Daarom noemden zij den naam dier plaats Bochim; en zij offerden aldaar den HEERE.
Bochim;
Dat is, de wenende.
Hertaald:Bochim;
Dat is: de wenende.
Richteren 2 vers 6— Als Jozua het volk had laten gaan, zo waren de kinderen Israels heengegaan, een ieder tot zijn erfdeel, om het land erfelijk te bezitten.
Als Jozua
In het volgende wordt de reden verhaald, waarom God de inwoners van dit land niet wilde verdrijven, te weten, Israëls afvalligheid van God.
Hertaald:Als Jozua
In het vervolg wordt de reden verteld waarom God de inwoners van dit land niet wilde verdrijven, namelijk: de afvalligheid van Israël van God.
laten gaan,
Nadat hij en zeer heftiglijk vermaand en tot den reinen Godsdienst verplicht had, Jos 24.
Hertaald:laten gaan,
Nadat hij hen zeer ernstig vermaand en tot de zuivere godsdienst verplicht had, Joz. 24.
Richteren 2 vers 7— En het volk diende den HEERE, al de dagen van Jozua, en al de dagen der oudsten, die lang geleefd hadden na Jozua; die gezien hadden al dat grote werk des HEEREN, dat Hij aan Israel gedaan had.
lang geleefd hadden na Jozua;
Dat is, die Jozua overleefd hadden.
Hertaald:lang geleefd hadden na Jozua;
Dat is: die Jozua overleefd hadden.
Richteren 2 vers 8— Maar als Jozua, de zoon van Nun, de knecht des HEEREN, gestorven was, honderd en tien jaren oud zijnde;
honderd en tien jaren oud zijnde;
Hebreeuws, een zoon van honderd en tien jaren.
Hertaald:honderd en tien jaren oud zijnde;
Hebreeuws: een zoon van honderdtien jaar.
Richteren 2 vers 9— En zij hem begraven hadden in de landpale zijns erfdeels, te Timnath-Heres, op een berg van Efraim, tegen het noorden van den berg Gaas;
Timnath-heres,
Anders genaamd Thimnath-Serah, Joz. 24:30.
Hertaald:Timnath-heres,
Ook wel Thimnath-Serah genoemd, Joz. 24:30.
Richteren 2 vers 11— Toen deden de kinderen Israels, dat kwaad was in de ogen des HEEREN, en zij dienden de Baals.
Baäls
Met het woord Baäl, betekenende een Heer, hebben de heidenen in het algemeen hun afgoden genoemd, omdat zij dezelve voor hun heren en gevers van alles goeds hielden; en om die te onderscheiden, dewijl zij verscheiden waren, hebben zo heidenen als afgodische Joden dezelve nog toenamen bijgevoegd, als Baäl-Berith, onder, Richt. 8:33; Baäl-Peor, Num. 25:3; Baäl-Zebub, 2 Kon. 1:6; Baäl Astaroth, vergelijk onder, vs.13, en 1 Kon. 16:31. De afgoderij, met dezen bedreven, was een gehele afwijking van God, hoewel de afvallige Israëlieten zichzelven wijsmaakten dat zij God daardoor mede konden vereren, alsook door de gouden kalveren, 1 Kon. 12:28. Zie Hos. 2:15, en onder Richt. 8:33.
Hertaald:Baäls
Met het woord Baäl, dat heer betekent, hebben de heidenen in het algemeen hun afgoden aangeduid, omdat zij die als hun heren en gevers van al het goede beschouwden; en om ze van elkaar te onderscheiden, omdat er verschillende waren, hebben zowel de heidenen als de afgodische Joden er nog namen aan toegevoegd, zoals Baäl-Berith, hieronder, Richt. 8:33; Baäl-Peor, Num. 25:3; Baäl-Zebub, 2 Kon. 1:6; Baäl-Astaroth, vergelijk hieronder, vers 13, en 1 Kon. 16:31. De afgoderij die hiermee bedreven werd, was een volledige afwijking van God, hoewel de afvallige Israëlieten zichzelf wijsmaakten dat zij God daardoor mede konden vereren, evenals door de gouden kalveren, 1 Kon. 12:28. Zie Hos. 2:15, en hieronder, Richt. 8:33.
Richteren 2 vers 13— Want zij verlieten den HEERE, en dienden de Baal en Astharoth.
Astharôth
Dat is, de beelden van den afgod of van de afgodin, bij de heidenen genoemd Astarte, die de Sidoniërs en Filistijnen in de gedaanten van schapen hadden opgericht. Zie 1 Sam. 31:10; 1 Kon. 11:5, 1 Kon. 11:33; 2 Kon. 23:13.
Hertaald:Astharôth
Dat is: de beelden van de afgod of de afgodin, door de heidenen Astarte genoemd, die de Sidoniërs en de Filistijnen in de vorm van schapen hadden opgericht. Zie 1 Sam. 31:10; 1 Kon. 11:5, 1 Kon. 11:33; 2 Kon. 23:13.
Richteren 2 vers 14— Zo ontstak des HEEREN toorn tegen Israel, en Hij gaf hen in de hand der rovers, die hen beroofden; en Hij verkocht hen in de hand hunner vijanden rondom; en zij konden niet meer bestaan voor het aangezicht hunner vijanden.
verkocht hen
Dat is, Hij leverde hen over, gelijk de verkoper de verkochte waren overlevert in de hand des kopers. Alzo onder, Richt. 4:2, Richt. 4:9, en Richt. 10:7. Vergelijk Ps. 44:13.
Hertaald:verkocht hen
Dat is: Hij leverde hen over, zoals de verkoper de verkochte waar overlevert in de hand van de koper. Zo ook hieronder, Richt. 4:2, Richt. 4:9, en Richt. 10:7. Vergelijk Ps. 44:13.
Richteren 2 vers 15— Overal, waarheen zij uittogen, was de hand des HEEREN tegen hen, ten kwade, gelijk als de HEERE gesproken, en gelijk als de HEERE gezworen had; en hun was zeer bang.
kwade,
Om hen met allerlei plagen, ongeluk en ellenden te straffen.
Hertaald:kwade,
Om hen met allerlei plagen, ongeluk en ellende te straffen.
hun was zeer bang
Of, Hij [de Heere] benauwde hen zeer.
Hertaald:hun was zeer bang
Of: Hij [de HEERE] benauwde hen zeer.
Richteren 2 vers 16— En de HEERE verwekte richteren, die hen verlosten uit de hand dergenen, die hen beroofden;
verwekte
Door een bijzondere beroeping en aandrift zijns Geestes.
Hertaald:verwekte
Door een bijzondere roeping en aandrift van Zijn Geest.
richteren,
Versta, geen landsheren of koningen, noch ook die het ordinaire richterambt bedienden of recht spraken tussen den man en zijn naaste, hetwelk verbleef bij de stammen, volgens de orde van God, door Mozes ingesteld, maar die het publieke recht van Gods volk tegen hun verdrukkers en vijanden uitvoerden en hen van hun hand verlosten, den godsdienst zuiverden en in reinheid behielden, en de republiek van Israël bij hare vrijheid beschermden en in gemene zaken met hun dienst en goeden raad bijstonden. Zie onder, Richt. 3:9-10, Richt. 3:15, enz., en Richt. 4:4, en Richt. 6:15-16, en Richt. 8:23, en zo voorts.
Hertaald:richteren,
Versta: geen landsheren of koningen, en ook niet degenen die het gewone rechtersambt bekleedden of recht spraken tussen een man en zijn naaste, wat bij de stammen bleef, volgens de orde die God door Mozes had ingesteld, maar zij die het openbare recht van Gods volk tegenover hun verdrukkers en vijanden uitvoerden en hen uit hun hand verlosten, de godsdienst zuiverden en in reinheid bewaarden, en de republiek van Israël in haar vrijheid beschermden en in gemeenschappelijke zaken met hun dienst en goede raad bijstonden. Zie hieronder, Richt. 3:9-10, Richt. 3:15, enzovoort, en Richt. 4:4, en Richt. 6:15-16, en Richt. 8:23, en zo verder.
Richteren 2 vers 17— Doch zij hoorden ook niet naar hun richteren, maar hoereerden andere goden na, en bogen zich voor die; haast weken zij af van den weg, dien hun vaders gewandeld hadden, horende de geboden des HEEREN; alzo deden zij niet.
hoereerden andere goden na,
Zie Lev. 17:7, en Lev. 20:5.
Hertaald:hoereerden andere goden na,
Zie Lev. 17:7, en Lev. 20:5.
Richteren 2 vers 18— En wanneer de HEERE hun richteren verwekte, zo was de HEERE met den richter, en verloste hen uit de hand hunner vijanden, al de dagen des richters; want het berouwde den HEERE, huns zuchtens halve vanwege degenen, die hen drongen en die hen drukten.
al de dagen des richters;
Dat is, zolang die richter leefde.
Hertaald:al de dagen des richters;
Dat is: zolang die rechter leefde.
berouwde den HEERE,
Zie Gen. 6:6.
Hertaald:berouwde den HEERE,
Zie Gen. 6:6.
Richteren 2 vers 19— Maar het geschiedde met het versterven des richters, dat zij omkeerden, en verdierven het meer dan hun vaderen, navolgende andere goden, dezelve dienende, en zich voor die buigende; zij lieten niets vallen van hun werken, noch van dezen harden weg.
vallen van hun werken,
Geen berouw krijgende en niet aflatende van hun voornemen en doen.
Hertaald:vallen van hun werken,
Geen berouw krijgend en niet aflatend van hun voornemen en handelen.
harden weg
Dat is, van hunlieder hardnekkige manier van leven en doen, waarmede zij God vertoornden en zichzelven kwetsten, gelijk een harde weg dengenen kwetst en bezeert, die er op gaat.
Hertaald:harden weg
Dat is: van hun hardnekkige manier van leven en handelen, waarmee zij God vertoornden en zichzelf schaadden, zoals een harde weg schade en pijn doet aan wie erop gaat.
Richteren 2 vers 21— Zo zal Ik ook niet voortvaren voor hun aangezicht iemand uit de bezitting te verdrijven, van de heidenen, die Jozua heeft achtergelaten, als hij stierf;
die Jozua heeft achtergelaten,
Versta, die overgebleven waren van degenen, die Jozua verdreven had, mitsgaders de anderen, van welke Jdg 1 gesproken is.
Hertaald:die Jozua heeft achtergelaten,
Versta: die overgebleven waren van hen die Jozua verdreven had, evenals de anderen over wie in Richt. 1 gesproken is.
Richteren 2 vers 22— Opdat Ik Israel door hen verzoeke, of zij den weg des HEEREN zullen houden, om daarin te wandelen, gelijk als hun vaderen gehouden hebben, of niet.
verzoeke,
Zie Gen. 22:1; alzo onder, Richt. 3:1, Richt. 3:4.
Hertaald:verzoeke,
Zie Gen. 22:1; zo ook hieronder, Richt. 3:1, Richt. 3:4.
Richteren 2 vers 23— Alzo liet de HEERE deze heidenen blijven, dat Hij hen niet haastelijk uit de bezitting verdreef; die Hij in de hand van Jozua niet had overgegeven.
die Hij in de hand van Jozua
Of, en Hij gaf hen niet over, of, had hen niet overgegeven.
Hertaald:die Hij in de hand van Jozua
Of: en Hij gaf hen niet over, of: had hen niet overgegeven.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bochim — Hebreeuws voor "wenenden"
Ligging: Vermoedelijk in de nabijheid van Gilgal, waar de Engel des HEEREN vandaan kwam; de precieze locatie is onbekend.
Geschiedenis: Hier verscheen de Engel des HEEREN aan het volk en verweet hun dat zij, in ongehoorzaamheid aan Gods uitdrukkelijk gebod, de altaren van de Kanaänieten niet hadden afgebroken en verbonden met de inwoners van het land hadden gesloten. Het volk weende luid bij het horen van dit verwijt, en offerde de HEERE aldaar — vandaar de naam Bochim (Richt. 2:1-5).
Bijbelse betekenis: Een vroeg en aangrijpend voorbeeld van hoe snel Israël, nog maar net onder Jozua bevestigd in het verbond, alweer in ontrouw verviel — de tranen te Bochim vormen de directe inleiding tot de hele, terugkerende cyclus van afval, verdrukking, berouw en verlossing die het boek Richteren kenmerkt.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Richter (verlosser) — Hebreeuws: sjofeet, van sjafat, dat zowel "rechtspreken" als "besturen, recht verschaffen" betekent; het boek zelf noemt hen ook moshia', "verlosser" (Richt. 3:9,15)
Na de dood van Jozua en van het geslacht dat Gods werk gezien had, stond er een geslacht op "dat den HEERE niet kende" (Richt. 2:10). Wat daarop volgt tekent het boek zelf als een terugkerende gang: Israël dient de Baäls, de toorn des HEEREN ontsteekt, Hij geeft hen in de hand van rovers, zij roepen tot Hem, en "de HEERE verwekte richteren, die hen verlosten uit de hand dergenen, die hen beroofden" (Richt. 2:11-18). Maar de omkeer houdt niet: "het geschiedde met het versterven des richters, dat zij omkeerden, en verdierven het meer dan hun vaderen" (Richt. 2:19). Een richter is dus geen rechter in een rechtszaal maar een door God verwekte bevrijder en bestuurder. Zo was er Othniël, over wie de Geest des HEEREN kwam en die Israël richtte en ten strijde trok (Richt. 3:9-11), en Ehud, de linkshandige (Richt. 3:15-30). Zo waren er ook Samgar met zijn ossenstok (Richt. 3:31) en Debora, die als profetes richtte en tot wie het volk opging ten gerichte (Richt. 4:4-5). Paulus vat de hele periode in één zin samen: God gaf hun rechters tot op Samuël de profeet (Hand. 13:20).
Bijbelse betekenis: Drie dingen vallen op. Het initiatief ligt telkens bij God: Hij verwekt de richter, het volk kiest hem niet. En het roepen van Israël is geen bekering maar een schreeuw uit de nood — toch hoort Hij, "want het berouwde den HEERE, huns zuchtens halve vanwege degenen, die hen drongen en die hen drukten" (Richt. 2:18). Verder is de verlossing volkomen zolang de richter leeft en daarna niet meer: het ambt hangt aan een sterfelijk mens, en loopt dus telkens dood op een graf. Ten slotte gebruikt de HEERE met opzet de onwaarschijnlijkste werktuigen: een linkshandige, een boer met een ossenstok, een vrouw. Zo blijft de eer niet bij de verlosser hangen, en Debora zegt dat Barak zelfs op de man af (Richt. 4:9).
Typologie: De Hebreeënbrief noemt Gideon, Barak, Simson en Jefta bij naam in de rij van hen die door het geloof gestreden hebben (Hebr. 11:32). Maar het boek Richteren wijst boven hen uit, want een verlosser die sterft laat een volk achter dat weer afvalt. Daarom wordt het woord verlosser in het Nieuwe Testament aan Eén gegeven van Wie de naam het al zegt: "gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden" (Matt. 1:21). En ook het richten zelf is Hem in handen gelegd: de Vader oordeelt niemand maar heeft al het oordeel de Zoon gegeven, en Hem macht gegeven gericht te houden (Joh. 5:22,27). Hij is van God verordend tot een Rechter van levenden en doden (Hand. 10:42), en Paulus verwacht de kroon uit de hand van "de rechtvaardige Rechter" (2 Tim. 4:8). Wat in Richteren telkens afbrak bij een sterfbed, kent bij Hem geen einde.
Baäl (en Astharoth) — Hebreeuws: ba'al, "heer, eigenaar" — de titel van de Kanaänitische weer- en vruchtbaarheidsgod; Astharoth (Asjtoret) is de bijbehorende vrouwelijke godheid. Het woord dat de Statenvertaling met "bos" of "haag" weergeeft (asjera) duidt het houten cultusvoorwerp aan dat bij het altaar stond
Zodra het geslacht van Jozua weggevallen is, staat er: "zij dienden de Baals" — en even verder: "zij verlieten den HEERE, en dienden de Baal en Astharoth" (Richt. 2:11-13; vgl. 3:7, waar "de Baals en de bossen" staan). De naam is geen eigennaam maar een titel, en werd plaatselijk toegepast; vandaar samenstellingen als Baäl-Peor, waaraan Israël zich al in de woestijn gekoppeld had (Num. 25:3), en Baäl-Berith te Sichem (Richt. 8:33). Baäl gold als de heer van de regen en van de vruchtbaarheid van akker en vee, en juist daarin lag de verleiding voor een boerenvolk dat pas in het land gekomen was. De dienst was gebonden aan altaren op hoogten, met het houten cultusvoorwerp ernaast: Gideon moest het altaar van Baäl van zijn eigen vader afbreken en kreeg daarom de bijnaam Jerubbaäl, "Baäl twiste tegen hem" (Richt. 6:25-32). Op de Karmel bracht Elia de zaak op de spits: "Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na!" (1 Kon. 18:21). En waar de dienst uiteindelijk op uitliep, zegt Jeremia: hoogten van Baäl waarop men zonen in het vuur verbrandde, "hetwelk Ik niet geboden, noch gesproken heb" (Jer. 19:5).
Bijbelse betekenis: Het opmerkelijke in Richteren is dat Israël de HEERE niet ruilt voor Baäl maar hem ernáást dient; daarom gebruikt het boek het woord "nahoereren" (Richt. 2:17; 8:33). Baäl belooft precies wat de HEERE al gegeven had: regen, oogst en nakomelingschap. Afgoderij is hier dus niet in de eerste plaats onwetendheid maar ontrouw — men wil de gaven zonder de Gever en de zekerheid zonder het gebod. Vandaar dat het antwoord van Joas aan de mannen van Ofra alles al zegt: als Baäl een god is, laat hij dan voor zichzelf twisten (Richt. 6:31).
Typologie: Paulus grijpt in Romeinen 11 juist naar Baäl terug om het overblijfsel te tekenen. Op Elia's klacht dat hij alleen overgebleven is, luidt het Goddelijk antwoord: "Ik heb Mijzelven nog zeven duizend mannen overgelaten, die de knie voor het beeld van Baäl niet gebogen hebben" — en Paulus voegt toe: "Alzo is er dan ook in dezen tegenwoordigen tijd een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der genade" (Rom. 11:4-5; vgl. 1 Kon. 19:18). Dat God er zevenduizend overhield lag dus niet in hun standvastigheid maar in Zijn verkiezing, geheel in de lijn van wat dit register bij *Verkiezing* (Deut. 7) aantekent. En op de gemeente past Paulus dezelfde zaak toe: een afgod is uit zichzelf niets, maar wat de heidenen offeren, offeren zij de duivelen. Men kan dus niet aan de tafel des Heeren én aan de tafel der duivelen deelachtig zijn (1 Kor. 10:19-21).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Richters die de verlossing niet konden houden — 2:11-19
Het koninkrijk · niveau 3 · ambt
Jozua is gestorven en met hem de gehele generatie die de wonderen gezien heeft. Wat volgt is geen voortgang maar een kringloop: dienen, vergeten, verdrukt worden, roepen, verlost worden — en opnieuw van voren af aan.
God verwekt telkens een verlosser, en telkens houdt de verlossing niet langer stand dan het leven van die ene man.
Het patroon staat in dit hoofdstuk onopgesmukt uitgeschreven, voordat het boek het twaalfmaal navertelt. De HEERE verwekte richteren, die hen verlosten uit de hand dergenen die hen beroofden. En dan de zin die alles weer omverwerpt: als de richter gestorven was, keerden zij om en handelden verderfelijker dan hun vaderen.
Er staat iets aangrijpends bij over Gods beweegreden. Niet dat het volk het verdiende, niet dat het beterschap beloofde, maar: het berouwde den HEERE, huns zuchtens halve. Hij hoort hun kermen, en dat is genoeg.
Toch gaat elke verlossing met haar verlosser het graf in. Othniël, Ehud, Debora, Gideon, Jefta, Simson — allen door God verwekt, allen sterfelijk. Het boek eindigt niet met een oplossing maar met een klacht: in die dagen was er geen koning in Israël, een iegelijk deed wat recht was in zijn ogen.
Dat is de leegte waarin het overige van het Oude Testament zijn werk doet. Er moet een Verlosser komen Die niet sterft, of het houdt nimmer op. Wat de Hebreeënbrief van de oudtestamentische priesters zegt, geldt evenzeer van de richters: hun zijn er velen geworden, omdat zij door de dood verhinderd werden altijd te blijven — maar Hij heeft een onvergankelijk priesterschap.
In het Nieuwe Testament: Hebreeën 7:23-25; Hebreeën 11:32-34; Handelingen 13:20-23
Hoever dit reikt: De richters zijn geen typen van Christus in de eigenlijke zin; zij bekleedden geen doorlopend ambt en hun leven draagt de vergelijking niet. Wat naar Christus wijst is het tekort, niet de gelijkenis.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Richteren 2:4.KruisverwijzingenLukas 7:38→Lukas 6:21→Jeremia 31:9→Jakobus 4:9→Zacharia 12:10→Ezra 10:1→2 Korinthe 7:10→1 Samuël 7:6→ — En het geschiedde, als de Engel des HEEREN deze woorden tot alle kinderen Israels gesproken had, zo hief het volk zijn stem op en weende. Behalve het wegdoen van een goddeloos volk uit het land had het bevel om de Kanaänieten te doden ook een tweede doel, namelijk dat Israël alleen in het land zou wonen en zich afzijdig zou houden — de grote afgescheidenen van het heelal — gescheiden van heel de rest van de mensheid, zowel door woonplaats als door zeden, de gewoonten van de volken rondom hen niet navolgend en niet in hun zonden vervallend.
Opdat zij geheiligd zouden zijn, moesten zij afgezonderd zijn: “dat volk zal alleen wonen, en het zal onder de heidenen niet gerekend worden” (Num. 23:9). Het is een kwade zaak om, onder welk voorwendsel ook, in enige mate af te wijken van het gebod van de allerhoogste God.
Maar Israël vergat dit. Op zekere plaatsen zeiden zij tot de Kanaänieten: “Laten wij buren zijn. Laten wij samen wonen.” Sommigen meenden dat Gods eis te streng was — dat Hij ten slotte een en al barmhartigheid was en dat het beste wat zij konden doen was vriendelijk verdraagzaam te zijn tegenover deze Kanaänieten en er de beste voorwaarden mee te maken die zij konden. Misschien zou het beter zijn iets van hun beschaving te leren, hun kunsten en wetenschappen, hun opvatting over de godsdienst — want wij behoren ruime inzichten te hebben en te geloven dat er in alle vormen van eredienst verborgen waarheid ligt.
Zo zei Israël: “Laten wij verdragen met hen sluiten en met hen leven.” Zij leefden met hen en vervielen in hun wegen. Verdraagzaamheid leidde tot navolging, en Israël werd even afzichtelijk als de heidenen die de Heere veroordeeld had.
I. Vs. 1-5.KruisverwijzingenJozua 23:13→Numeri 33:55→Leviticus 26:42→Genesis 17:7→Exodus 20:2→Deuteronomium 7:2→Exodus 23:20→Genesis 12:7→ — En een Engel des HEEREN kwam opwaarts van Gilgal tot Bochim, en Hij zeide: Ik heb ulieden uit Egypte opgevoerd, en u gebracht in het land, dat Ik uw vaderen gezworen heb, en gezegd: Ik zal Mijn verbond met ulieden niet verbreken in eeuwigheid. En ulieden aangaande, gij zult geen verbond maken met de inwoners dezes lands; hun altaren zult gij afbreken. Maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest; waarom hebt gij dit gedaan? Daarom heb Ik ook gezegd: Ik zal hen voor uw aangezicht niet uitdrijven; maar zij zullen u aan de zijden zijn, en hun goden zullen u tot een strik zijn. En het geschiedde, als de Engel des HEEREN deze woorden tot alle kinderen Israels gesproken had, zo hief het volk zijn stem op en weende. Daarom noemden zij den naam dier plaats Bochim; en zij offerden aldaar den HEERE. Israël had zich onverschillig betoond omtrent het bevel van de Heere en traag tot het uitroeien van de Kanaänieten. Nu kondigt een Engel des Heeren bij een buitengewone verschijning, op een niet nader aangewezen plaats het volk op bestraffende toon aan, welke plaats de Heere van Zijn zijde omtrent Israël zal innemen. De Heere zal hun van nu af Zijn hulp bij de verdrijving van de inwoners onthouden, en deze tot strafmiddel voor hen gebruiken, waarvan Hij door Mozes en Jozua gesproken had. Het volk weent over deze aanzegging, en de plaats waar zij plaatsvond, ontvangt de naam van Bochim, d.i. klaaghuis; maar verder dan tot deze onvruchtbare smart brengt dit het verslapte Israël niet.
KruisverwijzingenLeviticus 26:42→Genesis 17:7→Exodus 20:2→Exodus 23:20→Genesis 12:7→Richteren 2:5→Richteren 13:3→Genesis 48:16→— En een Engel des HEEREN kwam opwaarts van Gilgal tot Bochim, en Hij zeide: Ik heb ulieden uit Egypte opgevoerd, en u gebracht in het land, dat Ik uw vaderen gezworen heb, en gezegd: Ik zal Mijn verbond met ulieden niet verbreken in eeuwigheid.
En een Engel des HEEREN (Genesis16: 7) kwam ten tijde van de in het vorige hoofdstuk vertelde gebeurtenissen, naar onze berekening ongeveer in het jaar 1423 vóór Christus geboorte, opwaarts van Gilgal1) aan de Jordaan (Jos 9: 6). Deze Engel was vroeger bij het intreden in het beloofde land, als een geharnast krijgsman aan Jozua verschenen (Joz.5: 13vv.). Hij ging tot de plaats, die later naar hetgeen de kinderen van Israël volgens vs.4 deden, de naam van Bochim, 2) dat is “wenende” ontving; en Hij zei met duidelijke, voor allen hoorbare stem: Ik heb u volgens Mijn belofte (Exod.3: 7)uit Egypte gevoerd, en u gebracht in het land, dat Ik uw vaderen gezworen heb, en Ik heb gezegd, toen ik aan de Sinaï mijn Verbond met u oprichtte (Exod.19: 1-24: 11): Ik zal Mijn verbond met u niet verbreken in eeuwigheid, 3) maar integendeel al Mijn verbondsbeloften trouw vervullen.
Wij moeten aannemen, dat het opkomen van Gilgal in innerlijke betrekking stond tot de in Joz.5: 13 berichtte verschijning van de Vorst van het hemelleger, die na de besnijdenis van het volk te Gilgal, Jozua de val van Jericho aankondigde. Zoals toen Israël, door de besnijdenis weer in de juiste verbondsbetrekking tot de Heere getreden, zich tot de verovering van Kanaän aangordde, de Engel des Heeren als Vorst van het leger van de Heere aan Jozua verscheen, om hem de inneming van Jericho te verzekeren, zo verschijnt hier, na de intocht van de Israëlitische stammen in hun erfdelen, toen zij begonnen waren met de overgebleven Kanaänieten vrede te sluiten, en in plaats van ze uit te roeien, tevreden waren met hen schatplichtig te maken, de Engel van de Heere aan het volk, om alle kinderen van Israël aan te kondigen, dat zij door deze handelwijze met de Kanaänieten het verbond met de Heere hadden verbroken en hun de straf voor deze overtreding van het verbond mee te delen.
De Engel des Heeren is hier weer de Engel van het Verbond, niet een gewone Engel, veel minder een profeet, maar de Engel, door wie God, de Heere, zich in de dagen van het Oude Verbond openbaarde. Het is daarom dan ook, dat Hij spreekt, niet in de naam des Heeren, maar in Zijn eigen Naam.
Hij spreekt hier tot het volk, vertegenwoordigd door zijn oudsten en hoofden, om Israël aan te kondigen, dat zoals Hij te Gilgal beloofd heeft, om geheel het beloofde land hun te schenken, hij nu ook weer van Gilgal komt, om hen te verzekeren van Zijn Goddelijk ongenoegen over hun daden, dat zij de Kanaänieten vreedzaam laten leven in het land, om hen tevens de straf aan te zeggen, die op hun ongehoorzaamheid en hun ongeloof zal volgen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 7:2→1 Petrus 4:17→Deuteronomium 7:25→Jeremia 2:36→Deuteronomium 12:2→Ezra 9:1→Genesis 4:10→Exodus 23:32→— En ulieden aangaande, gij zult geen verbond maken met de inwoners dezes lands; hun altaren zult gij afbreken. Maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest; waarom hebt gij dit gedaan?
Dezen naam ontvangt deze plaats van het wenen van de Israëlieten. Waar zij gelegen heeft is niet bekend. Sommigen menen bij Silo, waar de tabernakel stond.
KruisverwijzingenJozua 23:13→Numeri 33:55→Richteren 2:21→Deuteronomium 7:16→Psalmen 106:36→Richteren 3:6→1 Koningen 11:1→Exodus 34:12→— Daarom heb Ik ook gezegd: Ik zal hen voor uw aangezicht niet uitdrijven; maar zij zullen u aan de zijden zijn, en hun goden zullen u tot een strik zijn.
De bode komt van Gilgal. De samenhang van deze mededeling met het gehele voorafgaande verhaal is zeer leerrijk. In Gilgal begint de geschiedenis van Israël en Kanaän. Daar (Joz.4: 20) stond het herinneringsteken, hoe Israël in het land gekomen was. De naam Gilgal (Joz.5: 9) herinnert aan het schoonste wonder, aan de bevrijding van de smaad van Egypte. Daar was het eerste Pascha in Kanaän gevierd. Vandaar beginnen ook de daden van Jozua. Zoals de Engel van Gilgal kwam, zo trok vandaar Juda in zijn bezitting. Een bode uit Gilgal was een herinnering aan Jozua’s laatste woorden en bevelen.
Daarom heb Ik ook gezegd, 1) toen Ik u dat gebod gaf, voor het geval, dat gij daaraan geen gehoor zou geven: Ik zal hen, die Kanaänieten, voor uw aangezicht niet verder uitdrijven; maar zij zullen u aan de zijden2) zijn, en hun goden zullen u tot a) een valstrik zijn, 3) (Num.33: 55 (Joz.23: 13); deze toen uitgesproken bedreiging zal van nu af aan vervuld worden.
Met hetgeen nu volgt, herhaalt de Heere de bedreiging, uitgesproken (Num.33: 55 Joz.23:
tegen degenen, die Zijn bevelen ongehoorzaam zouden zijn.
In het Hebreeuws Lakem Letsiddim, aan U, aan de zijden. Een verkorte uitdrukking voor Letsininim betsiddikem Num.33: 55: Tot prikkels in uw zijden.
De laatste zinsnede: en hun goden zullen u tot een strik zijn komt overeen met Exod.23: 33b. Door de vereniging van beide uitdrukkingen doet de Engel des Heeren zich kennen als dezelfde, die ook tot hun vaderen in de woestijn heeft gesproken.
Vele uitleggers hebben hier, verleid door de mededeling, dat de Engel van Gilgal kwam, gedacht aan de hogepriester Pinehas, of aan een profeet. Slechts die Engel kan echter hier bedoeld zijn, van wie God Ex.23: 20 spreekt, en die Hij Ex.33: 14 “Zijn aangezicht” noemt. Deze verscheen aan Jozua na de besnijding van het volk te Gilgal, toen Israël weer in de juiste verhouding tot de Here geplaatst was, om hem de inneming van Jericho en van het gehele land te verzekeren. Sinds die tijd had echter het volk nagelaten de nog overgebleven Kanaänieten uit te roeien, en had vrede met hen gemaakt; daardoor had het Gods toorn op zich geladen. De helpende hand van God wil zich nu terugtrekken en het zal aan dezelfde volkeren, die het had kunnen verdelgen, tot verdrukking en pijniging overgegeven worden. Dat is het, wat de Engel aan de gemeente bekend moet maken. Hij, deze Engel, in wie de naam des Heeren is (Ex.23: 21) wil voortaan Zijn plaats, die hij vroeger te Gilgal omtrent hen ingenomen had, en die een vriendelijke, zegenende, helpende was, in de omgekeerde veranderen; daarom komt hij van Gilgal en verschijnt te Bochim, de plaats van geween, omdat Israël voortaan veel reden zal hebben om te wenen en te klagen. Het opkomen gebeurde zonder twijfel op dezelfde wijze, als toen de heerlijkheid des Heeren in de woestijn in de wolk verscheen (Ex.16: 10); een vurige lichtglans verscheen, toen het volk te Silo verzameld was, uit de streek van Gilgal en bewoog zich noordwestelijk naar de plaats van verzameling; Silo, waar Israël tot rust gekomen was, zou nu een klaaghuis worden, waarom het in onze geschiedenis niet bij zijn eigenlijke naam, maar Bochim genoemd wordt. Uit de vurige lichtglans sprak dan de Heere de boven aangegeven woorden en leidde daarmee de volgende richteren-periode in.
Wat hier door “tot een strik” vertaald is, is in het Hebreeuws niet anders dan “aan de zijden” “letsidim”. Mag men in de plaats hiervan lezen “letsinim” dan zou dit betekenen “tot doornen,” een beeld aan het landleven ontleend. De landman laat na doornen en distels uit te roeien, en het gevolg is, dat zijn akker onophoudelijk weer met dit onkruid vervuld is.
KruisverwijzingenLukas 7:38→Lukas 6:21→Jeremia 31:9→Jakobus 4:9→Zacharia 12:10→Ezra 10:1→2 Korinthe 7:10→1 Samuël 7:6→— En het geschiedde, als de Engel des HEEREN deze woorden tot alle kinderen Israels gesproken had, zo hief het volk zijn stem op en weende.
En het geschiedde toen de Engel des HEEREN deze woorden tot alle kinderen van Israël gesproken had, hief het volk zijn stem op en weende, 1) het voelde wel zijn zonde en bejammerde de gevolgen, maar kwam daarom niet tot juiste boete en bekering (2 (Kor.7: 10).
De Engel had hun hun zonden voorgehouden, waarover zij nu hun droefheid vertoonden; zij verhieven hun stem tegen hun begane zonden, uitroepende tegen hun eigen dwaasheid en ondankbaarheid, en weenden als mensen, die over zichzelf beschaamd en op zichzelf vertoornd waren omdat zij zo zeer strijdig, zowel tegen hun redelicht, als tegen hun eigen belang hadden gehandeld (Jud 2: 4).
KruisverwijzingenRichteren 6:24→Genesis 35:8→1 Samuël 7:9→Jozua 7:26→Richteren 13:19→— Daarom noemden zij den naam dier plaats Bochim; en zij offerden aldaar den HEERE.
Daarom noemden zij de naam van die plaats Bochim (= wenende); en zij offerden aldaar de HEERE, 1) om Hem weer te verzoenen; zij bedachten echter niet, dat gehoorzaamheid beter is dan offerande, en opmerken dan het vette van de rammen (1 Samuel .15: 22), daarom veranderde hun wenen en offeren volstrekt niets aan het eenmaal uitgesproken vonnis, maar volgde (3: 8) hierop spoedig de verdrukking van acht jaar onder Cuschan Rischataïm.
De bode van God predikt en Israël hoort. Het belijdt zijn zonde en weent. Het had toen slechts de goddelijke vermaning nodig om weer zijn God te offeren. Wie zo veel genade ontvangen heeft als Israël in Jozua’s tijd en na zijn dood, ook hij kon vallen, maar ook opstaan, toen de bode van God aan het hart de vinger van de boetprediking legde. Een geslacht dat wonderen van God kent en ondervond, kan tot boete komen door het wonder, dat in de verkondiging van het Woord van God tot de zielen komt. Zo ontbreke het niet aan de prediking van de boete onder al het volk. Maar de prediker moet een bode van God zijn en moet de weg van Gilgal naar Bochimniet schuwen, hij moet niet wachten tot het volk naar de plaats van de prediking komt, maar naar het volk gaan totdat hij een Bochim vindt. Als bode van God moet hij daarop letten, dat het wenen niet slechts een gevolg van treffende woorden is, maar een gevoel van boete, niet door welsprekendheid opgewekt, maar door de vermaning aan de genade van God, die de gemeente ondervonden heeft. Het is verblijdend mensen te zien wenen om hun zonden, maar onze tranen, gebeden en zelfs onze verbetering kan de zonde niet verzoenen; dat kan alleen teweeggebracht worden door de offerande van Christus.
Israël offerde wel de Heere om Zijn toorn af te wenden en om Zijn gunst weer te verwerven, maar wij lezen niet, dat het bij hen tot waarachtige vernieuwing van hart en leven kwam, tot ware boete en bekering. Integendeel uit het vervolg van de geschiedenis blijkt duidelijk, dat alles slechts bij hen is geweest een uiting van het gevoel, en niet een ware verslagenheid van hart. De afwending van straf hebben zij niet verkregen. Straks wordt Israël, om zijn zonden, overgegeven in de handen van de vijanden.
Uit de offerande blijkt, dat waarlijk de Engel des Heeren aan Israël was verschenen, niet een gewone Engel of een profeet, maar de Heere zelf. Anders toch had men geen offer gebracht.
Men mag hieruit niet afleiden, dat Bochim bij Silo heeft gelegen. Overal toch, waar de Heere verscheen, waar daarom de Heere zelf de plaats door Zijn heilige aanwezigheid tot een heilige plaats wijdde, mocht men een offerande brengen. Denk slechts aan Gideon, Samuël e.a. De verplichte, door de wet voorgeschreven offers, moesten bij de tabernakel worden gebracht.
II. Vs. 6-23.Kruisverwijzingen1 Samuël 2:12→Richteren 3:7→Richteren 4:1→Richteren 6:1→Richteren 10:6→Deuteronomium 32:30→Jozua 19:50→Exodus 5:2→ — Als Jozua het volk had laten gaan, zo waren de kinderen Israels heengegaan, een ieder tot zijn erfdeel, om het land erfelijk te bezitten. En het volk diende den HEERE, al de dagen van Jozua, en al de dagen der oudsten, die lang geleefd hadden na Jozua; die gezien hadden al dat grote werk des HEEREN, dat Hij aan Israel gedaan had. Maar als Jozua, de zoon van Nun, de knecht des HEEREN, gestorven was, honderd en tien jaren oud zijnde; En zij hem begraven hadden in de landpale zijns erfdeels, te Timnath-Heres, op een berg van Efraim, tegen het noorden van den berg Gaas; En al datzelve geslacht ook tot zijn vaderen vergaderd was; zo stond er een ander geslacht na hen op, dat den HEERE niet kende, noch ook het werk, dat Hij aan Israel gedaan had. Toen deden de kinderen Israels, dat kwaad was in de ogen des HEEREN, en zij dienden de Baals. En zij verlieten den HEERE, hunner vaderen God, Die hen uit Egypteland had uitgevoerd, en volgden andere goden na, van de goden der volken, die rondom hen waren, en bogen zich voor die, en zij verwekten den HEERE tot toorn. Want zij verlieten den HEERE, en dienden de Baal en Astharoth. Zo ontstak des HEEREN toorn tegen Israel, en Hij gaf hen in de hand der rovers, die hen beroofden; en Hij verkocht hen in de hand hunner vijanden rondom; en zij konden niet meer bestaan voor het aangezicht hunner vijanden. Overal, waarheen zij uittogen, was de hand des HEEREN tegen hen, ten kwade, gelijk als de HEERE gesproken, en gelijk als de HEERE gezworen had; en hun was zeer bang. Voordat het bericht tot mededeling van de gebeurtenissen in de tijd van de richters overgaat, wordt eerst deze tijd nader in zijn eigenaardigheid voorgesteld, en de toestand beschreven, die zich uit de verhouding van Israël tot de Kanaänieten na de dood van Jozua en de oudsten ontwikkeld had. Het was een periode van bestendige afwisseling van afgoderij en van verdrukking van Israël door vreemde volken, van terugkeer van het getuchtigde volk tot God en van redding door de, door de Heere verwekte, richters. Zo openbaarde zich zowel de Goddelijke gerechtigheid in het straffen van de afvalligen, als de Goddelijke barmhartigheid in de wederopneming van de boetvaardigen.
KruisverwijzingenJozua 24:28→Jozua 22:6→— Als Jozua het volk had laten gaan, zo waren de kinderen Israels heengegaan, een ieder tot zijn erfdeel, om het land erfelijk te bezitten.
Toen 1) Jozua, zoals reeds (Joz.24: 28vv.) meegedeeld is, het volk na de te Sichem gehouden landdag, had laten gaan, zo waren de kinderen van Israël heengegaan, een ieder tot zijn erfdeel, om het landerfelijk te bezitten dat hun door het lot ten deel gevallen was.
Dit Toen (in het Hebreeuws eenvoudig door de w consecutum aangeduid), geeft aan de gedachte, dat de afval van het volk gevolg is van het gaan van Israël naar hun erfbezittingen, zonder de Kanaänieten uit te roeien. Het woordje zo moet vervangen worden door het woordje en, en vs.7 aanvangen met zo diende het volk enz. De gewijde historieschrijver wil de aandacht hierop vestigen, dat, hoewel de Kanaänieten voor een gedeelte waren overgebleven, het volk de Heere bleef dienen, zolang Jozua leefde en zolang de Oudsten nog leefden. Nadat deze echter waren gestorven, werden de Kanaänieten Israël tot een valstrik.
KruisverwijzingenJozua 19:50→Jozua 24:30→— En zij hem begraven hadden in de landpale zijns erfdeels, te Timnath-Heres, op een berg van Efraim, tegen het noorden van den berg Gaas;
En zij hem begraven hadden in het gebied van zijn erfdeel te Thimnath-Heres 1) (= deel van de zon), of Thimnath-Serah, het tegenwoordige Tibneh, twee uur tenwesten van Gilgal of Dschildschilia (Joz.19: 50), op een berg van Efraïm, tegen het noorden van de berg Gaäs (= aardbeving);
De betekenis van de beide namen Heres of Serah is dezefde, omdat de letters slechts omgekeerd zijn; het woord is van Kanaänitische oorsprong en betekent “zon” (1: 35). Men behield de naam, die met de Baäls of de zonnedienst van de Kanaänieten samenhangt, naar de mening van de joodse uitleggers, omdat men op Jozua’s graf een beeld van de zon geplaatst had, tot een voortdurende herinnering, dat hij de zon had doen stil staan (Joz.10: 12vv.).
Kruisverwijzingen1 Samuël 2:12→Exodus 5:2→1 Kronieken 28:9→Job 21:14→Titus 1:16→Genesis 25:17→Jeremia 22:16→2 Thessalonicenzen 1:8→— En al datzelve geslacht ook tot zijn vaderen vergaderd was; zo stond er een ander geslacht na hen op, dat den HEERE niet kende, noch ook het werk, dat Hij aan Israel gedaan had.
En heel dat geslacht ook tot zijn vaderen vergaderd was, toen stond er een ander geslacht na hen op, dat de HEERE niet kende, 1) zoals het vorige, uit eigen ondervinding van Zijn wonderbare openbaringen, noch ook het werk dat Hij aan Israël gedaan had.
Dit wil natuurlijk niet zeggen, dat dit geslacht niets van de Heere en van Zijn weldaden afwist. Immers, de ouders zullen niet nagelaten hebben, hun kinderen bekend te maken, met hetgeen de Heere aan Israël had gedaan; maar dit betekent, dat zij Hem niet kenden, zoals Hij gekend moest worden, zoals Hij zich geopenbaard had, als de Heilige en Rechtvaardige en als de Barmhartige en Genadige, zodat zij nalieten Hem te dienen en te aanbidden, en te overdenken, wat Hij had gedaan en had geëist.
De Heere te kennen, wil eigenlijk zeggen, Hem erkennen voor zodanig als Hij is en zoals Hij zich geopenbaard heeft. Hij was in het bijzonder de God van Israël. Israël had Hij zich als een eigen en heilig volk geformeerd, en dit werd door het toen levende geslacht ten enenmale vergeten. En omdat zij Hem niet erkenden als hun God, die een uitsluitend eigendomsrecht op hen had, vergaten zij al Zijn wonderen en ontzagen zich niet, om straks zich neer te buigen voor de vreemde goden, voor de afgoden van de heidense volken in het midden van hen.
KruisverwijzingenRichteren 3:7→Richteren 4:1→Richteren 6:1→Richteren 10:6→Richteren 8:33→Richteren 13:1→1 Samuël 7:4→Richteren 10:10→— Toen deden de kinderen Israels, dat kwaad was in de ogen des HEEREN, en zij dienden de Baals.
Toen deden de kinderen van Israël, omdat zij die dingen, waarvan zij door de mededelingen van hun vaderen wisten, niet achtten, hoe langer hoe meer wat kwaad was in de ogen van de HEERE, en zij dienden de vreemde goden, de Baäls. 1)
De Baäls staat hier, om daarmee te kennen te geven, dat Israël zich in het algemeen neerboog voor de heidense afgoden. De Baäls staat hier tegenover de HEERE. De vele afgoden van de heidense inwoners tegenover de enige en waarachtige God.
Het dienen van deze afgoden naast de Heere moest Zijn heilige toorn verwekken, omdat het innerlijke wezen van de dienst van de afgoden geheel tegenovergesteld was aan Zijn heilige en zuivere dienst.
KruisverwijzingenExodus 20:5→Deuteronomium 5:9→Deuteronomium 29:25→Deuteronomium 13:5→Deuteronomium 29:18→Deuteronomium 6:14→Richteren 5:8→Deuteronomium 31:16→— En zij verlieten den HEERE, hunner vaderen God, Die hen uit Egypteland had uitgevoerd, en volgden andere goden na, van de goden der volken, die rondom hen waren, en bogen zich voor die, en zij verwekten den HEERE tot toorn.
En zij verlieten 1) de HEERE, de God van hun vaderen, die hen uit Egypte had gevoerd, en volgden andere goden na, van de goden van de volken, die rondom hen waren, en bogen zich voor die, en zij verwekten de HEERE tot toorn.
De Israëlieten worden hier voorgesteld als oproerige onderdanen, die hun wettige Heer de gehoorzaamheid hebben opgezegd, als ontrouwe en weerspannige kinderen, die tegen hun vader rebelleren.
Wel offerde het volk nog bij de heilige tabernakel, maar het boog zich ook neer voor de stomme afgoden.
En zij verlieten 1) de HEERE, de God van hun vaderen, die hen uit Egypte had gevoerd, en volgden andere goden na, van de goden van de volken, die rondom hen waren, en bogen zich voor die, en zij verwekten de HEERE tot toorn.
De Israëlieten worden hier voorgesteld als oproerige onderdanen, die hun wettige Heer de gehoorzaamheid hebben opgezegd, als ontrouwe en weerspannige kinderen, die tegen hun vader rebelleren.
Wel offerde het volk nog bij de heilige tabernakel, maar het boog zich ook neer voor de stomme afgoden.
KruisverwijzingenRichteren 10:6→Psalmen 106:36→Richteren 3:7→1 Korinthe 10:20→1 Korinthe 8:5→Richteren 2:11→1 Koningen 11:33→1 Samuël 31:10→— Want zij verlieten den HEERE, en dienden de Baal en Astharoth.
Want zij verlieten 1) altijd weer opnieuw de HEERE, en dienden de Baäl en Astharoth 2) (De 16: 21).
Wij moeten hier niet aan een geheel verlaten van de Heere, aan een geheel opgeven van Zijn dienst denken; maar wel lieten de kinderen van Israël zich reeds vroeg door valse verdraagzaamheid jegens de Kanaänieten, die hun bijzondere volksgoden hadden en met hun godsdienst gemakkelijk de godsdiensten van andere volken wisten te verenigen (Ge 34: 13″ en “Ge 46: 3), tot een gelijke daad, tot het zogenaamde syncretisme of godsdienstvermenging verleiden; zij meenden met en naast de HEERE, hun Verbondsgod, ook de Baäls van de rondom wonende volken te kunnen dienen, terwijl zij of de in de wet bevolen wijze van Godsverering tot de Baäldienst overbrachten, of omgekeerd naast de openbare godsdienst in hun familieleven ook de heidense afgodendienst opnamen. Hoe spoedig na de dood van Jozua en van de oudsten dit syncretisme insloop, leert de geschiedenis van de afgodendienst van Micha en de diefstal van de Danieten in 17 17 en 18, die reeds in deze tijd plaatshadden (Jud 1: 16).
Het ene geslacht gaat, het andere komt, maar het woord van God blijft tot in eeuwigheid. Het geldt voor vaders en kinderen, het richt voorouders en kleinzonen. Het jonge Israël had de daden van Jozua en Kaleb niet beleefd, maar die God leefde nog, in wiens Geest zij volbracht waren. Zij hadden de vergelding niet aangezien, die Adoni-Besek ondervond, maar het woord leefde nog, dat loon en straf belooft. Het jonge Israël viel daarom niet af, omdat het vergeten had, maar omdat de zonde altijd doet vergeten. Wanneer de blinde zondigt, zo is het niet altijd omdat hij schepping niet ziet, maar de zonde is blind bij zienden en bij blinden.
Baäl is enkelvoudig en Astharoth meervoudig. Baäl is de mannelijke afgod van de Kanaänieten, de god van de zon, de drager en oorsprong van het natuurlijke leven. Astarte (waarvan het meervoud Astharoth) de vrouwelijke godheid van de Sidoniërs, de godin van de maan, de verpersoonlijking van het vrouwelijk beginsel van het leven. Haar dienst vooral was een onkuise eredienst, die meestal plaats had in bossen of liever, in tempels van boomstammen met loof omvlochten.
KruisverwijzingenDeuteronomium 32:30→Richteren 4:2→2 Koningen 17:20→Leviticus 26:37→Psalmen 106:40→Jozua 7:12→Leviticus 26:28→2 Kronieken 36:16→— Zo ontstak des HEEREN toorn tegen Israel, en Hij gaf hen in de hand der rovers, die hen beroofden; en Hij verkocht hen in de hand hunner vijanden rondom; en zij konden niet meer bestaan voor het aangezicht hunner vijanden.
Zo ontstak de toorn van de HEERE tegen Israël, 1) toen het Hem zo geheel verlaten had, en Hij gaf hen tot straf voor hun zonde in de hand van de rovers, die hen beroofden, 2) hen uitplunderden, en a) Hij verkocht 3) hen, die Hij Zich oorspronkelijk tot eigendom had verworven, zodat zij bij trouw over anderen zouden geheerst hebben inplaats van te dienen; Hij verkocht hen in de hand van hun vijanden rondom; en zij konden, omdat zij niet meer van de Heere waren, niet meer bestaan voor het aangezicht van hun vijanden, 4) zoals onder Jozua en de eerste tijden na hem.
Psalm 44: 13 Jes.40: 1
De toorn van de Heere ontstak, d.w.z. de Heere deed Zijn toorn voelen, openbaarde Zijn Goddelijk misnoegen over de gruwelijke zonde van Israël. Omdat Hij Zijn eer aan geen ander geeft, moest Hij Zijn Goddelijke ijver doen ontbranden over zo schrikkelijke goddeloosheid.
Er is een opklimming in de toorn van God naarmate de zonde is. Eerst is het kwaad in Zijn ogen (vs.11), dan is Zijn toorn verwekt (vs.12), en eindelijk ontstoken (vs.14).
Israëls nationaal bestaan ligt in het geloof in de HEERE. Verlieten zij Hem, zij verloren hun volksbestaan. Zonder Hem is als een wild, dat gejaagd wordt en gevangen. Met het verlies van Jehovah, die hen uit Egypte verlost heeft, keert het tot de slavernij van Egypte terug.
Israël was het eigendom van de Heere. Welnu Hij verkocht dit voor een tijd aan de vijanden, opdat Zijn eigendom de straf zou ondervinden voor het feit, dat het tegen zijn wettige Heer was opgestaan, en opdat alzo Zijn eer zou worden gewroken.
Nu ging de bedreiging in vervulling. Had de Heere (Lev.26: 17) gedreigd met verdrukking door de vijanden, indien Israël Hem zou verlaten, Hij toont nu dat Hij verheerlijkt wordt, zowel in het vervullen van Zijn beloften, als in het ten uitvoer brengen van Zijn straffen.
Letterlijk staat er: dat zij niet konden stand houden voor het aangezicht van hun vijanden.
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:15→1 Samuël 14:24→Jeremia 44:27→Micha 2:3→Leviticus 26:14→Jeremia 18:8→Deuteronomium 4:25→Deuteronomium 32:40→— Overal, waarheen zij uittogen, was de hand des HEEREN tegen hen, ten kwade, gelijk als de HEERE gesproken, en gelijk als de HEERE gezworen had; en hun was zeer bang.
Overal, waarheen zij uittrokken 1) om iets tegen de vijanden te ondernemen, was de hand van de HEERE tegen hen ten kwade, alles had een slechte afloop, zoals de HEERE tevoren door Mozes gesproken, en zoals de HEERE hun gezworen had 2) (Lev.26: 17 26.17 (Deuteronomium 28: 20,25); de woorden toch van God dewaarachtige, en alzo ook Zijn bedreigingen zijn vast; ieder woord van Hem is als een heilige eed; en hun angst voor die bedreigingen vervulde hen zeer met vrees. 3)
In het Hebreeuws Bekool aschèr jatseöe. Letterlijk: In alles, waartoe zij uittrokken. De betekenis is, dat zij in elke strijd, die zij ondernamen, voelden dat de hand van de Heere tegen hen was.
Op het gericht van het woord volgt het gericht van het zwaard. Wie zich de daden van God niet meer herinnert, kan ook Zijn kracht niet meer genieten. Die de ogen voor de zon sluit, voor die geeft zij geen stralen meer. Men wordt door de waarheid geoordeeld, die men versmaadt, en door de zonde verraden, die men bemint. Israël kan de volken niet meer tegenstaan, die het vroeger overwon, omdat het met hun afgoden hoereert en zijn God verlaten heeft. Zo lijden de mensen door hun eigen hartstochten. Zij worden geplunderd, wanneer zij in plaats van God de Mammon dienen. Het gericht van het Woord wordt bevestigd, wanneer zij het verlaten. De vrijheid van Christus wordt verloren, wanneer men God niet meer dankt, Hem niet meer gedenkt, het woord van boete niet meer hoort en ondanks dat de afgoden dient. De door dienstbaarheid tot bewustzijn van schuld gebrachte natie, zonk door omgang met de heidenen weer in de afgoderij. Dit maakte een nieuwe straf nodig. Dit woord laat een diepe blik werpen in Gods wereldregering, hoe Hij al het kwaad aan Zijn macht dienstbaar maakt, terwijl Hij van het daaruit voortgekomen kwaad zich als straf van het kwade bedient.
Ten gevolge van de onderdrukkingen en geweldenarijen van de vijanden en bij de ondervinding, dat de Heere tegen hen was, kwamen zij in een zeer treurige en gedrukte toestand.
KruisverwijzingenHandelingen 13:20→1 Samuël 12:11→Richteren 3:15→Nehemia 9:27→Psalmen 106:43→Richteren 6:14→Richteren 4:5→Richteren 3:9→— En de HEERE verwekte richteren, die hen verlosten uit de hand dergenen, die hen beroofden;
En de HEERE wilde nochtans naar Zijn genade hen niet laten uitroeien, maar door bewijzen van Zijn hulp tot dankbare liefde en terugkeren bewegen, en Hij verwekterichters, 1) die hen verlosten uit de hand van zij, die hen beroofden. 2)
Richters (Schofetim) waren mensen, wiens voornaamste werk het was, de vrijheid van het volk te veroveren en te verdedigen, en tevens de zuivere dienst van de enige en waarachtige God te herstellen en te handhaven: Zij werden door de Heere, uit vrije ontferming, omwille van Zichzelf verwekt, en bleven meestal hun leven lang in hun ambt. Dit was echter niet, zoals dat van koningen, erfelijk. Zelfs konden zij hun ambt neerleggen, als zij het volk de vrijheid weer hadden hergeven, zoals blijkt uit de geschiedenissen van Gideon en Jeftha.
Sjoftim, rechters. Vroeger was Mozes de enige rechter, Ex.18: 16 die echter de zaken van minder gewicht later aan vertrouwde mannen ter beslissing overgaf, zoals ook de Spartaanse Eforenin in het begin slechts over kleinigheden te beslissen hadden. Aan deze gebood Mozes (Ex.18: 21; Deuteronomium 1: 16):
Toen hij uit het koninklijk paleis gegaan was, zonder dat iemand gemerkt had wat er met de koning gebeurd was, kwamen zijn knechten, en zagen toe, en ziet, de deurenvan de bovenzaal (vs.20) waren in het slot gedaan; zo zeiden zij, wetende dat Ehud niet meer bij hem was: Zeker, hij bedekt zijn voeten 1) in de verkoelkamer.
Zijne voeten bedekken is een meer deftige uitdrukking voor: voldoen aan een dringende behoefte. Anderen zijn van mening, dat het betekent, zich te slapen gelegd hebben.
En hij zei tot hen op elke tocht: Volgt mij, waarheen ik u ook leid, vertrouwt op mij, want de HEERE heeft uw vijanden, de Moabieten, in uw hand gegeven; 1)het is reeds even goed, alsof zij verslagen en verdreven waren. En zij trokken hem na, zich geheel op hem verlatende, en namen de veren van de Jordaan in 2) naar Moab (Joz.2: 7) en lieten niemand van de Moabieten overgaan; 3) zij bezetten alle plaatsen van overtocht, zodat niemand van de vijanden het ontvluchten kon.
Hieruit spreekt het geloof van Ehud. Vóór de slag acht hij zich reeds van de overwinning zeker, niet omdat hij zo’n krasse daad heeft gedaan, maar omdat hij weet en gelooft, dat de Heere voor zijn volk zal strijden, omdat hij weet, dat de Heere hem heeft verwekt tot een richter over zijn volk. In dit ogenblik is Ehud de ware geloofsheld.
De veren innemen betekent: de veren bezetten. Hij wist, dat de Heere de Moabieten in zijn hand had gegeven, maar dit geloof maakte hem niet zorgeloos. Integendeel doet hij alles, wat zijn hand vond om te doen. Als een goed staatkundig krijgsman sneed hij alle gemeenschap af tussen de Moabieten in het land Kanaän en de Moabieten daarbuiten in hun eigen land.
Lieten niemand overgaan, in de zin van, lieten niemand ontvluchten. Allen, die over de Jordaan wilden gaan, werden met het zwaard gedood.
En zij sloegen de Moabieten in die tijd, zoveel er in het land waren, omtrent tienduizend man, allen vette, welgedane en allen strijdbare mannen, 1) zo niet in een slag dan toch door meerdere aanvallen; daardoor vernietigden zij zo geheel de vijandelijke troepen, dat er niet één man ontkwam.
Hiermee wordt aangeduid, dat deze 10.000 man de keurbenden van Eglon uitmaakten. Zij maakten de bloem van het leger uit.
Uit het “in die tijd” mag opgemaakt worden, dat zij niet in één slag werden overwonnen, maar achtereenvolgens werden gedood.
III. Vs. 31. Na Ehud treedt Samgar als bevrijder van Israël op, van wie ons alleen bericht wordt, dat hij een zoon van Anath is, en dat hij 600 Filistijnen met een ossenstok sloeg; van zijn andere rechterlijke werkzaamheid vernemen wij niets, wellicht bestond zij alleen in deze dappere daad.
Na hem nu, enige tijd na deze door Ehud behaalde overwinning, waarschijnlijk tegen het einde van de daarop gevolgde tachtigjarige rust (4: 6) was Samgar 1) (= zwaard), een zoon van Anath (= lofzang) een redder van Israël; die sloeg de Filistijnen, toen zij van de zuidwestzijde af een inval in het land beproefd hadden, zeshonderd man met een ossenstok, 2) omdat hij in heilige geestdrift en sterk in de kracht van de Heere, naar het eerste wapen greep, dat voor de hand was, en de door een verschrikking van God bevangen vijanden op de vlucht joeg: zo verloste hij ook Israël. 3)
Van deze Samgar wordt ons weinig bericht. Ook wordt hij niet een richter genoemd, hoewel de Heere door hem verlossing aanbracht.
Algemeen is men van mening, dat hij òf aan het einde van Ehuds leven, òf in elk geval aan het einde van de tachtigjarige rust is opgetreden. Uit zijn daad en de gevolgde uitkomst blijkt zo duidelijk, dat, hoe zwak en teer ook het wapentuig mag zijn, als de Heere de arm bestuurt, het wonderdaden kan verrichten.
Samgar sloeg met een ossenstok. Waarschijnlijk was het in de dagen van de ploegtijd, een tijd, waarop Israël geen inval van de Filistijnen duchtte, omdat dan ieder, ook de vijand, met de bereiding van zijn akker moest bezig zijn.
De ossenstok, of ossendrijversprikkel (Hebreeuws malmed), was een knots, ongeveer 8 voet lang en aan het dunste einde zes duim dik; daaraan bevond zich een sterke ijzeren schop, om de aan de ploeg hangende aarde af te stoten; aan het onderste einde was een scherpe prikkel, waarmee men de ossen aandreef. Het woord van de Heere tot Saulus (Hand.9: 5): “het is u hard de verzenen tegen de prikkels te slaan,” doelt daarop, dat de ossen beproefden tegen deze ossenstok te slaan, zonder dat zij iets bewerkten, dan dat zij zichzelf wondden. Met Samgars daad is te vergelijken wat later Simson deed (15: 15vv.). Wanneer God de vijanden schrik wil aanjagen, zo heeft Hij daartoe niet vele mensen, noch sterke wapens en harnassen nodig. Men ziet hier, dat God ook dezen uitnemend dienstbaar kan maken voor Zijn eer en heerlijkheid en tot welzijn van Zijn Kerk, van wie afkomst, opvoeding en handtering zeer gering, verachtelijk en duister zijn. Hij, die de Geest overig heeft, kan, wanneer het Hem behaagt, dezen, die achter de ploeg gaan, maken tot richters en veldoversten, en vissers tot apostelen (Jud 3: 31).
Ehud overwon met het zwaard, Samgar met een werktuig van de vrede. Daaruit kan men zien, zegt Origenes, dat een rechter van de Kerk niet altijd een zwaard nodig heeft, vol ernst en boetprediking, maar ook op een landman moet lijken, die door de ploeg de aarde allengs opent en tot het ontvangen van het goede zaad bereidt.
Zonder zijn daad, waarbij het duidelijk bleek, dat het de Heere niet te moeilijk is, door veel of door weinig te helpen (1 Samuel .14: 6), zouden zeker de Filistijnen, die later aan het land zoveel moeite aandeden (13: 1), zich nu daarin reeds gezeteld hebben.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Richteren 2
Richteren 2:4.KruisverwijzingenLukas 7:38→Lukas 6:21→Jeremia 31:9→Jakobus 4:9→Zacharia 12:10→Ezra 10:1→2 Korinthe 7:10→1 Samuël 7:6→
— En het geschiedde, als de Engel des HEEREN deze woorden tot alle kinderen Israels gesproken had, zo hief het volk zijn stem op en weende.
Behalve het wegdoen van een goddeloos volk uit het land had het bevel om de Kanaänieten te doden ook een tweede doel, namelijk dat Israël alleen in het land zou wonen en zich afzijdig zou houden — de grote afgescheidenen van het heelal — gescheiden van heel de rest van de mensheid, zowel door woonplaats als door zeden, de gewoonten van de volken rondom hen niet navolgend en niet in hun zonden vervallend.
Opdat zij geheiligd zouden zijn, moesten zij afgezonderd zijn: “dat volk zal alleen wonen, en het zal onder de heidenen niet gerekend worden” (Num. 23:9). Het is een kwade zaak om, onder welk voorwendsel ook, in enige mate af te wijken van het gebod van de allerhoogste God.
Maar Israël vergat dit. Op zekere plaatsen zeiden zij tot de Kanaänieten: “Laten wij buren zijn. Laten wij samen wonen.” Sommigen meenden dat Gods eis te streng was — dat Hij ten slotte een en al barmhartigheid was en dat het beste wat zij konden doen was vriendelijk verdraagzaam te zijn tegenover deze Kanaänieten en er de beste voorwaarden mee te maken die zij konden. Misschien zou het beter zijn iets van hun beschaving te leren, hun kunsten en wetenschappen, hun opvatting over de godsdienst — want wij behoren ruime inzichten te hebben en te geloven dat er in alle vormen van eredienst verborgen waarheid ligt.
Zo zei Israël: “Laten wij verdragen met hen sluiten en met hen leven.” Zij leefden met hen en vervielen in hun wegen. Verdraagzaamheid leidde tot navolging, en Israël werd even afzichtelijk als de heidenen die de Heere veroordeeld had.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-5.KruisverwijzingenJozua 23:13→Numeri 33:55→Leviticus 26:42→Genesis 17:7→Exodus 20:2→Deuteronomium 7:2→Exodus 23:20→Genesis 12:7→
— En een Engel des HEEREN kwam opwaarts van Gilgal tot Bochim, en Hij zeide: Ik heb ulieden uit Egypte opgevoerd, en u gebracht in het land, dat Ik uw vaderen gezworen heb, en gezegd: Ik zal Mijn verbond met ulieden niet verbreken in eeuwigheid. En ulieden aangaande, gij zult geen verbond maken met de inwoners dezes lands; hun altaren zult gij afbreken. Maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest; waarom hebt gij dit gedaan? Daarom heb Ik ook gezegd: Ik zal hen voor uw aangezicht niet uitdrijven; maar zij zullen u aan de zijden zijn, en hun goden zullen u tot een strik zijn. En het geschiedde, als de Engel des HEEREN deze woorden tot alle kinderen Israels gesproken had, zo hief het volk zijn stem op en weende. Daarom noemden zij den naam dier plaats Bochim; en zij offerden aldaar den HEERE.
Israël had zich onverschillig betoond omtrent het bevel van de Heere en traag tot het uitroeien van de Kanaänieten. Nu kondigt een Engel des Heeren bij een buitengewone verschijning, op een niet nader aangewezen plaats het volk op bestraffende toon aan, welke plaats de Heere van Zijn zijde omtrent Israël zal innemen. De Heere zal hun van nu af Zijn hulp bij de verdrijving van de inwoners onthouden, en deze tot strafmiddel voor hen gebruiken, waarvan Hij door Mozes en Jozua gesproken had. Het volk weent over deze aanzegging, en de plaats waar zij plaatsvond, ontvangt de naam van Bochim, d.i. klaaghuis; maar verder dan tot deze onvruchtbare smart brengt dit het verslapte Israël niet.
En een Engel des HEEREN (Genesis16: 7) kwam ten tijde van de in het vorige hoofdstuk vertelde gebeurtenissen, naar onze berekening ongeveer in het jaar 1423 vóór Christus geboorte, opwaarts van Gilgal1) aan de Jordaan (Jos 9: 6). Deze Engel was vroeger bij het intreden in het beloofde land, als een geharnast krijgsman aan Jozua verschenen (Joz.5: 13vv.). Hij ging tot de plaats, die later naar hetgeen de kinderen van Israël volgens vs.4 deden, de naam van Bochim, 2) dat is “wenende” ontving; en Hij zei met duidelijke, voor allen hoorbare stem: Ik heb u volgens Mijn belofte (Exod.3: 7)uit Egypte gevoerd, en u gebracht in het land, dat Ik uw vaderen gezworen heb, en Ik heb gezegd, toen ik aan de Sinaï mijn Verbond met u oprichtte (Exod.19: 1-24: 11): Ik zal Mijn verbond met u niet verbreken in eeuwigheid, 3) maar integendeel al Mijn verbondsbeloften trouw vervullen.
Wij moeten aannemen, dat het opkomen van Gilgal in innerlijke betrekking stond tot de in Joz.5: 13 berichtte verschijning van de Vorst van het hemelleger, die na de besnijdenis van het volk te Gilgal, Jozua de val van Jericho aankondigde. Zoals toen Israël, door de besnijdenis weer in de juiste verbondsbetrekking tot de Heere getreden, zich tot de verovering van Kanaän aangordde, de Engel des Heeren als Vorst van het leger van de Heere aan Jozua verscheen, om hem de inneming van Jericho te verzekeren, zo verschijnt hier, na de intocht van de Israëlitische stammen in hun erfdelen, toen zij begonnen waren met de overgebleven Kanaänieten vrede te sluiten, en in plaats van ze uit te roeien, tevreden waren met hen schatplichtig te maken, de Engel van de Heere aan het volk, om alle kinderen van Israël aan te kondigen, dat zij door deze handelwijze met de Kanaänieten het verbond met de Heere hadden verbroken en hun de straf voor deze overtreding van het verbond mee te delen.
De Engel des Heeren is hier weer de Engel van het Verbond, niet een gewone Engel, veel minder een profeet, maar de Engel, door wie God, de Heere, zich in de dagen van het Oude Verbond openbaarde. Het is daarom dan ook, dat Hij spreekt, niet in de naam des Heeren, maar in Zijn eigen Naam.
Hij spreekt hier tot het volk, vertegenwoordigd door zijn oudsten en hoofden, om Israël aan te kondigen, dat zoals Hij te Gilgal beloofd heeft, om geheel het beloofde land hun te schenken, hij nu ook weer van Gilgal komt, om hen te verzekeren van Zijn Goddelijk ongenoegen over hun daden, dat zij de Kanaänieten vreedzaam laten leven in het land, om hen tevens de straf aan te zeggen, die op hun ongehoorzaamheid en hun ongeloof zal volgen.
Dezen naam ontvangt deze plaats van het wenen van de Israëlieten. Waar zij gelegen heeft is niet bekend. Sommigen menen bij Silo, waar de tabernakel stond.
De bode komt van Gilgal. De samenhang van deze mededeling met het gehele voorafgaande verhaal is zeer leerrijk. In Gilgal begint de geschiedenis van Israël en Kanaän. Daar (Joz.4: 20) stond het herinneringsteken, hoe Israël in het land gekomen was. De naam Gilgal (Joz.5: 9) herinnert aan het schoonste wonder, aan de bevrijding van de smaad van Egypte. Daar was het eerste Pascha in Kanaän gevierd. Vandaar beginnen ook de daden van Jozua. Zoals de Engel van Gilgal kwam, zo trok vandaar Juda in zijn bezitting. Een bode uit Gilgal was een herinnering aan Jozua’s laatste woorden en bevelen.
Daarom heb Ik ook gezegd, 1) toen Ik u dat gebod gaf, voor het geval, dat gij daaraan geen gehoor zou geven: Ik zal hen, die Kanaänieten, voor uw aangezicht niet verder uitdrijven; maar zij zullen u aan de zijden2) zijn, en hun goden zullen u tot a) een valstrik zijn, 3) (Num.33: 55 (Joz.23: 13); deze toen uitgesproken bedreiging zal van nu af aan vervuld worden.
Met hetgeen nu volgt, herhaalt de Heere de bedreiging, uitgesproken (Num.33: 55 Joz.23:
tegen degenen, die Zijn bevelen ongehoorzaam zouden zijn.
In het Hebreeuws Lakem Letsiddim, aan U, aan de zijden. Een verkorte uitdrukking voor Letsininim betsiddikem Num.33: 55: Tot prikkels in uw zijden.
De laatste zinsnede: en hun goden zullen u tot een strik zijn komt overeen met Exod.23: 33b. Door de vereniging van beide uitdrukkingen doet de Engel des Heeren zich kennen als dezelfde, die ook tot hun vaderen in de woestijn heeft gesproken.
Vele uitleggers hebben hier, verleid door de mededeling, dat de Engel van Gilgal kwam, gedacht aan de hogepriester Pinehas, of aan een profeet. Slechts die Engel kan echter hier bedoeld zijn, van wie God Ex.23: 20 spreekt, en die Hij Ex.33: 14 “Zijn aangezicht” noemt. Deze verscheen aan Jozua na de besnijding van het volk te Gilgal, toen Israël weer in de juiste verhouding tot de Here geplaatst was, om hem de inneming van Jericho en van het gehele land te verzekeren. Sinds die tijd had echter het volk nagelaten de nog overgebleven Kanaänieten uit te roeien, en had vrede met hen gemaakt; daardoor had het Gods toorn op zich geladen. De helpende hand van God wil zich nu terugtrekken en het zal aan dezelfde volkeren, die het had kunnen verdelgen, tot verdrukking en pijniging overgegeven worden. Dat is het, wat de Engel aan de gemeente bekend moet maken. Hij, deze Engel, in wie de naam des Heeren is (Ex.23: 21) wil voortaan Zijn plaats, die hij vroeger te Gilgal omtrent hen ingenomen had, en die een vriendelijke, zegenende, helpende was, in de omgekeerde veranderen; daarom komt hij van Gilgal en verschijnt te Bochim, de plaats van geween, omdat Israël voortaan veel reden zal hebben om te wenen en te klagen. Het opkomen gebeurde zonder twijfel op dezelfde wijze, als toen de heerlijkheid des Heeren in de woestijn in de wolk verscheen (Ex.16: 10); een vurige lichtglans verscheen, toen het volk te Silo verzameld was, uit de streek van Gilgal en bewoog zich noordwestelijk naar de plaats van verzameling; Silo, waar Israël tot rust gekomen was, zou nu een klaaghuis worden, waarom het in onze geschiedenis niet bij zijn eigenlijke naam, maar Bochim genoemd wordt. Uit de vurige lichtglans sprak dan de Heere de boven aangegeven woorden en leidde daarmee de volgende richteren-periode in.
Wat hier door “tot een strik” vertaald is, is in het Hebreeuws niet anders dan “aan de zijden” “letsidim”. Mag men in de plaats hiervan lezen “letsinim” dan zou dit betekenen “tot doornen,” een beeld aan het landleven ontleend. De landman laat na doornen en distels uit te roeien, en het gevolg is, dat zijn akker onophoudelijk weer met dit onkruid vervuld is.
En het geschiedde toen de Engel des HEEREN deze woorden tot alle kinderen van Israël gesproken had, hief het volk zijn stem op en weende, 1) het voelde wel zijn zonde en bejammerde de gevolgen, maar kwam daarom niet tot juiste boete en bekering (2 (Kor.7: 10).
De Engel had hun hun zonden voorgehouden, waarover zij nu hun droefheid vertoonden; zij verhieven hun stem tegen hun begane zonden, uitroepende tegen hun eigen dwaasheid en ondankbaarheid, en weenden als mensen, die over zichzelf beschaamd en op zichzelf vertoornd waren omdat zij zo zeer strijdig, zowel tegen hun redelicht, als tegen hun eigen belang hadden gehandeld (Jud 2: 4).
Daarom noemden zij de naam van die plaats Bochim (= wenende); en zij offerden aldaar de HEERE, 1) om Hem weer te verzoenen; zij bedachten echter niet, dat gehoorzaamheid beter is dan offerande, en opmerken dan het vette van de rammen (1 Samuel .15: 22), daarom veranderde hun wenen en offeren volstrekt niets aan het eenmaal uitgesproken vonnis, maar volgde (3: 8) hierop spoedig de verdrukking van acht jaar onder Cuschan Rischataïm.
De bode van God predikt en Israël hoort. Het belijdt zijn zonde en weent. Het had toen slechts de goddelijke vermaning nodig om weer zijn God te offeren. Wie zo veel genade ontvangen heeft als Israël in Jozua’s tijd en na zijn dood, ook hij kon vallen, maar ook opstaan, toen de bode van God aan het hart de vinger van de boetprediking legde. Een geslacht dat wonderen van God kent en ondervond, kan tot boete komen door het wonder, dat in de verkondiging van het Woord van God tot de zielen komt. Zo ontbreke het niet aan de prediking van de boete onder al het volk. Maar de prediker moet een bode van God zijn en moet de weg van Gilgal naar Bochimniet schuwen, hij moet niet wachten tot het volk naar de plaats van de prediking komt, maar naar het volk gaan totdat hij een Bochim vindt. Als bode van God moet hij daarop letten, dat het wenen niet slechts een gevolg van treffende woorden is, maar een gevoel van boete, niet door welsprekendheid opgewekt, maar door de vermaning aan de genade van God, die de gemeente ondervonden heeft. Het is verblijdend mensen te zien wenen om hun zonden, maar onze tranen, gebeden en zelfs onze verbetering kan de zonde niet verzoenen; dat kan alleen teweeggebracht worden door de offerande van Christus.
Israël offerde wel de Heere om Zijn toorn af te wenden en om Zijn gunst weer te verwerven, maar wij lezen niet, dat het bij hen tot waarachtige vernieuwing van hart en leven kwam, tot ware boete en bekering. Integendeel uit het vervolg van de geschiedenis blijkt duidelijk, dat alles slechts bij hen is geweest een uiting van het gevoel, en niet een ware verslagenheid van hart. De afwending van straf hebben zij niet verkregen. Straks wordt Israël, om zijn zonden, overgegeven in de handen van de vijanden.
Uit de offerande blijkt, dat waarlijk de Engel des Heeren aan Israël was verschenen, niet een gewone Engel of een profeet, maar de Heere zelf. Anders toch had men geen offer gebracht.
Men mag hieruit niet afleiden, dat Bochim bij Silo heeft gelegen. Overal toch, waar de Heere verscheen, waar daarom de Heere zelf de plaats door Zijn heilige aanwezigheid tot een heilige plaats wijdde, mocht men een offerande brengen. Denk slechts aan Gideon, Samuël e.a. De verplichte, door de wet voorgeschreven offers, moesten bij de tabernakel worden gebracht.
II. Vs. 6-23.Kruisverwijzingen1 Samuël 2:12→Richteren 3:7→Richteren 4:1→Richteren 6:1→Richteren 10:6→Deuteronomium 32:30→Jozua 19:50→Exodus 5:2→
— Als Jozua het volk had laten gaan, zo waren de kinderen Israels heengegaan, een ieder tot zijn erfdeel, om het land erfelijk te bezitten. En het volk diende den HEERE, al de dagen van Jozua, en al de dagen der oudsten, die lang geleefd hadden na Jozua; die gezien hadden al dat grote werk des HEEREN, dat Hij aan Israel gedaan had. Maar als Jozua, de zoon van Nun, de knecht des HEEREN, gestorven was, honderd en tien jaren oud zijnde; En zij hem begraven hadden in de landpale zijns erfdeels, te Timnath-Heres, op een berg van Efraim, tegen het noorden van den berg Gaas; En al datzelve geslacht ook tot zijn vaderen vergaderd was; zo stond er een ander geslacht na hen op, dat den HEERE niet kende, noch ook het werk, dat Hij aan Israel gedaan had. Toen deden de kinderen Israels, dat kwaad was in de ogen des HEEREN, en zij dienden de Baals. En zij verlieten den HEERE, hunner vaderen God, Die hen uit Egypteland had uitgevoerd, en volgden andere goden na, van de goden der volken, die rondom hen waren, en bogen zich voor die, en zij verwekten den HEERE tot toorn. Want zij verlieten den HEERE, en dienden de Baal en Astharoth. Zo ontstak des HEEREN toorn tegen Israel, en Hij gaf hen in de hand der rovers, die hen beroofden; en Hij verkocht hen in de hand hunner vijanden rondom; en zij konden niet meer bestaan voor het aangezicht hunner vijanden. Overal, waarheen zij uittogen, was de hand des HEEREN tegen hen, ten kwade, gelijk als de HEERE gesproken, en gelijk als de HEERE gezworen had; en hun was zeer bang.
Voordat het bericht tot mededeling van de gebeurtenissen in de tijd van de richters overgaat, wordt eerst deze tijd nader in zijn eigenaardigheid voorgesteld, en de toestand beschreven, die zich uit de verhouding van Israël tot de Kanaänieten na de dood van Jozua en de oudsten ontwikkeld had. Het was een periode van bestendige afwisseling van afgoderij en van verdrukking van Israël door vreemde volken, van terugkeer van het getuchtigde volk tot God en van redding door de, door de Heere verwekte, richters. Zo openbaarde zich zowel de Goddelijke gerechtigheid in het straffen van de afvalligen, als de Goddelijke barmhartigheid in de wederopneming van de boetvaardigen.
Toen 1) Jozua, zoals reeds (Joz.24: 28vv.) meegedeeld is, het volk na de te Sichem gehouden landdag, had laten gaan, zo waren de kinderen van Israël heengegaan, een ieder tot zijn erfdeel, om het landerfelijk te bezitten dat hun door het lot ten deel gevallen was.
Dit Toen (in het Hebreeuws eenvoudig door de w consecutum aangeduid), geeft aan de gedachte, dat de afval van het volk gevolg is van het gaan van Israël naar hun erfbezittingen, zonder de Kanaänieten uit te roeien. Het woordje zo moet vervangen worden door het woordje en, en vs.7 aanvangen met zo diende het volk enz. De gewijde historieschrijver wil de aandacht hierop vestigen, dat, hoewel de Kanaänieten voor een gedeelte waren overgebleven, het volk de Heere bleef dienen, zolang Jozua leefde en zolang de Oudsten nog leefden. Nadat deze echter waren gestorven, werden de Kanaänieten Israël tot een valstrik.
En zij hem begraven hadden in het gebied van zijn erfdeel te Thimnath-Heres 1) (= deel van de zon), of Thimnath-Serah, het tegenwoordige Tibneh, twee uur tenwesten van Gilgal of Dschildschilia (Joz.19: 50), op een berg van Efraïm, tegen het noorden van de berg Gaäs (= aardbeving);
De betekenis van de beide namen Heres of Serah is dezefde, omdat de letters slechts omgekeerd zijn; het woord is van Kanaänitische oorsprong en betekent “zon” (1: 35). Men behield de naam, die met de Baäls of de zonnedienst van de Kanaänieten samenhangt, naar de mening van de joodse uitleggers, omdat men op Jozua’s graf een beeld van de zon geplaatst had, tot een voortdurende herinnering, dat hij de zon had doen stil staan (Joz.10: 12vv.).
En heel dat geslacht ook tot zijn vaderen vergaderd was, toen stond er een ander geslacht na hen op, dat de HEERE niet kende, 1) zoals het vorige, uit eigen ondervinding van Zijn wonderbare openbaringen, noch ook het werk dat Hij aan Israël gedaan had.
Dit wil natuurlijk niet zeggen, dat dit geslacht niets van de Heere en van Zijn weldaden afwist. Immers, de ouders zullen niet nagelaten hebben, hun kinderen bekend te maken, met hetgeen de Heere aan Israël had gedaan; maar dit betekent, dat zij Hem niet kenden, zoals Hij gekend moest worden, zoals Hij zich geopenbaard had, als de Heilige en Rechtvaardige en als de Barmhartige en Genadige, zodat zij nalieten Hem te dienen en te aanbidden, en te overdenken, wat Hij had gedaan en had geëist.
De Heere te kennen, wil eigenlijk zeggen, Hem erkennen voor zodanig als Hij is en zoals Hij zich geopenbaard heeft. Hij was in het bijzonder de God van Israël. Israël had Hij zich als een eigen en heilig volk geformeerd, en dit werd door het toen levende geslacht ten enenmale vergeten. En omdat zij Hem niet erkenden als hun God, die een uitsluitend eigendomsrecht op hen had, vergaten zij al Zijn wonderen en ontzagen zich niet, om straks zich neer te buigen voor de vreemde goden, voor de afgoden van de heidense volken in het midden van hen.
Toen deden de kinderen van Israël, omdat zij die dingen, waarvan zij door de mededelingen van hun vaderen wisten, niet achtten, hoe langer hoe meer wat kwaad was in de ogen van de HEERE, en zij dienden de vreemde goden, de Baäls. 1)
De Baäls staat hier, om daarmee te kennen te geven, dat Israël zich in het algemeen neerboog voor de heidense afgoden. De Baäls staat hier tegenover de HEERE. De vele afgoden van de heidense inwoners tegenover de enige en waarachtige God.
Het dienen van deze afgoden naast de Heere moest Zijn heilige toorn verwekken, omdat het innerlijke wezen van de dienst van de afgoden geheel tegenovergesteld was aan Zijn heilige en zuivere dienst.
En zij verlieten 1) de HEERE, de God van hun vaderen, die hen uit Egypte had gevoerd, en volgden andere goden na, van de goden van de volken, die rondom hen waren, en bogen zich voor die, en zij verwekten de HEERE tot toorn.
De Israëlieten worden hier voorgesteld als oproerige onderdanen, die hun wettige Heer de gehoorzaamheid hebben opgezegd, als ontrouwe en weerspannige kinderen, die tegen hun vader rebelleren.
Wel offerde het volk nog bij de heilige tabernakel, maar het boog zich ook neer voor de stomme afgoden.
En zij verlieten 1) de HEERE, de God van hun vaderen, die hen uit Egypte had gevoerd, en volgden andere goden na, van de goden van de volken, die rondom hen waren, en bogen zich voor die, en zij verwekten de HEERE tot toorn.
De Israëlieten worden hier voorgesteld als oproerige onderdanen, die hun wettige Heer de gehoorzaamheid hebben opgezegd, als ontrouwe en weerspannige kinderen, die tegen hun vader rebelleren.
Wel offerde het volk nog bij de heilige tabernakel, maar het boog zich ook neer voor de stomme afgoden.
Want zij verlieten 1) altijd weer opnieuw de HEERE, en dienden de Baäl en Astharoth 2) (De 16: 21).
Wij moeten hier niet aan een geheel verlaten van de Heere, aan een geheel opgeven van Zijn dienst denken; maar wel lieten de kinderen van Israël zich reeds vroeg door valse verdraagzaamheid jegens de Kanaänieten, die hun bijzondere volksgoden hadden en met hun godsdienst gemakkelijk de godsdiensten van andere volken wisten te verenigen (Ge 34: 13″ en “Ge 46: 3), tot een gelijke daad, tot het zogenaamde syncretisme of godsdienstvermenging verleiden; zij meenden met en naast de HEERE, hun Verbondsgod, ook de Baäls van de rondom wonende volken te kunnen dienen, terwijl zij of de in de wet bevolen wijze van Godsverering tot de Baäldienst overbrachten, of omgekeerd naast de openbare godsdienst in hun familieleven ook de heidense afgodendienst opnamen. Hoe spoedig na de dood van Jozua en van de oudsten dit syncretisme insloop, leert de geschiedenis van de afgodendienst van Micha en de diefstal van de Danieten in 17 17 en 18, die reeds in deze tijd plaatshadden (Jud 1: 16).
Het ene geslacht gaat, het andere komt, maar het woord van God blijft tot in eeuwigheid. Het geldt voor vaders en kinderen, het richt voorouders en kleinzonen. Het jonge Israël had de daden van Jozua en Kaleb niet beleefd, maar die God leefde nog, in wiens Geest zij volbracht waren. Zij hadden de vergelding niet aangezien, die Adoni-Besek ondervond, maar het woord leefde nog, dat loon en straf belooft. Het jonge Israël viel daarom niet af, omdat het vergeten had, maar omdat de zonde altijd doet vergeten. Wanneer de blinde zondigt, zo is het niet altijd omdat hij schepping niet ziet, maar de zonde is blind bij zienden en bij blinden.
Baäl is enkelvoudig en Astharoth meervoudig. Baäl is de mannelijke afgod van de Kanaänieten, de god van de zon, de drager en oorsprong van het natuurlijke leven. Astarte (waarvan het meervoud Astharoth) de vrouwelijke godheid van de Sidoniërs, de godin van de maan, de verpersoonlijking van het vrouwelijk beginsel van het leven. Haar dienst vooral was een onkuise eredienst, die meestal plaats had in bossen of liever, in tempels van boomstammen met loof omvlochten.
Zo ontstak de toorn van de HEERE tegen Israël, 1) toen het Hem zo geheel verlaten had, en Hij gaf hen tot straf voor hun zonde in de hand van de rovers, die hen beroofden, 2) hen uitplunderden, en a) Hij verkocht 3) hen, die Hij Zich oorspronkelijk tot eigendom had verworven, zodat zij bij trouw over anderen zouden geheerst hebben inplaats van te dienen; Hij verkocht hen in de hand van hun vijanden rondom; en zij konden, omdat zij niet meer van de Heere waren, niet meer bestaan voor het aangezicht van hun vijanden, 4) zoals onder Jozua en de eerste tijden na hem.
Psalm 44: 13 Jes.40: 1
De toorn van de Heere ontstak, d.w.z. de Heere deed Zijn toorn voelen, openbaarde Zijn Goddelijk misnoegen over de gruwelijke zonde van Israël. Omdat Hij Zijn eer aan geen ander geeft, moest Hij Zijn Goddelijke ijver doen ontbranden over zo schrikkelijke goddeloosheid.
Er is een opklimming in de toorn van God naarmate de zonde is. Eerst is het kwaad in Zijn ogen (vs.11), dan is Zijn toorn verwekt (vs.12), en eindelijk ontstoken (vs.14).
Israëls nationaal bestaan ligt in het geloof in de HEERE. Verlieten zij Hem, zij verloren hun volksbestaan. Zonder Hem is als een wild, dat gejaagd wordt en gevangen. Met het verlies van Jehovah, die hen uit Egypte verlost heeft, keert het tot de slavernij van Egypte terug.
Israël was het eigendom van de Heere. Welnu Hij verkocht dit voor een tijd aan de vijanden, opdat Zijn eigendom de straf zou ondervinden voor het feit, dat het tegen zijn wettige Heer was opgestaan, en opdat alzo Zijn eer zou worden gewroken.
Nu ging de bedreiging in vervulling. Had de Heere (Lev.26: 17) gedreigd met verdrukking door de vijanden, indien Israël Hem zou verlaten, Hij toont nu dat Hij verheerlijkt wordt, zowel in het vervullen van Zijn beloften, als in het ten uitvoer brengen van Zijn straffen.
Letterlijk staat er: dat zij niet konden stand houden voor het aangezicht van hun vijanden.
Overal, waarheen zij uittrokken 1) om iets tegen de vijanden te ondernemen, was de hand van de HEERE tegen hen ten kwade, alles had een slechte afloop, zoals de HEERE tevoren door Mozes gesproken, en zoals de HEERE hun gezworen had 2) (Lev.26: 17 26.17 (Deuteronomium 28: 20,25); de woorden toch van God dewaarachtige, en alzo ook Zijn bedreigingen zijn vast; ieder woord van Hem is als een heilige eed; en hun angst voor die bedreigingen vervulde hen zeer met vrees. 3)
In het Hebreeuws Bekool aschèr jatseöe. Letterlijk: In alles, waartoe zij uittrokken. De betekenis is, dat zij in elke strijd, die zij ondernamen, voelden dat de hand van de Heere tegen hen was.
Op het gericht van het woord volgt het gericht van het zwaard. Wie zich de daden van God niet meer herinnert, kan ook Zijn kracht niet meer genieten. Die de ogen voor de zon sluit, voor die geeft zij geen stralen meer. Men wordt door de waarheid geoordeeld, die men versmaadt, en door de zonde verraden, die men bemint. Israël kan de volken niet meer tegenstaan, die het vroeger overwon, omdat het met hun afgoden hoereert en zijn God verlaten heeft. Zo lijden de mensen door hun eigen hartstochten. Zij worden geplunderd, wanneer zij in plaats van God de Mammon dienen. Het gericht van het Woord wordt bevestigd, wanneer zij het verlaten. De vrijheid van Christus wordt verloren, wanneer men God niet meer dankt, Hem niet meer gedenkt, het woord van boete niet meer hoort en ondanks dat de afgoden dient. De door dienstbaarheid tot bewustzijn van schuld gebrachte natie, zonk door omgang met de heidenen weer in de afgoderij. Dit maakte een nieuwe straf nodig. Dit woord laat een diepe blik werpen in Gods wereldregering, hoe Hij al het kwaad aan Zijn macht dienstbaar maakt, terwijl Hij van het daaruit voortgekomen kwaad zich als straf van het kwade bedient.
Ten gevolge van de onderdrukkingen en geweldenarijen van de vijanden en bij de ondervinding, dat de Heere tegen hen was, kwamen zij in een zeer treurige en gedrukte toestand.
En de HEERE wilde nochtans naar Zijn genade hen niet laten uitroeien, maar door bewijzen van Zijn hulp tot dankbare liefde en terugkeren bewegen, en Hij verwekterichters, 1) die hen verlosten uit de hand van zij, die hen beroofden. 2)
Richters (Schofetim) waren mensen, wiens voornaamste werk het was, de vrijheid van het volk te veroveren en te verdedigen, en tevens de zuivere dienst van de enige en waarachtige God te herstellen en te handhaven: Zij werden door de Heere, uit vrije ontferming, omwille van Zichzelf verwekt, en bleven meestal hun leven lang in hun ambt. Dit was echter niet, zoals dat van koningen, erfelijk. Zelfs konden zij hun ambt neerleggen, als zij het volk de vrijheid weer hadden hergeven, zoals blijkt uit de geschiedenissen van Gideon en Jeftha.
Sjoftim, rechters. Vroeger was Mozes de enige rechter, Ex.18: 16 die echter de zaken van minder gewicht later aan vertrouwde mannen ter beslissing overgaf, zoals ook de Spartaanse Eforenin in het begin slechts over kleinigheden te beslissen hadden. Aan deze gebood Mozes (Ex.18: 21; Deuteronomium 1: 16):
Toen hij uit het koninklijk paleis gegaan was, zonder dat iemand gemerkt had wat er met de koning gebeurd was, kwamen zijn knechten, en zagen toe, en ziet, de deurenvan de bovenzaal (vs.20) waren in het slot gedaan; zo zeiden zij, wetende dat Ehud niet meer bij hem was: Zeker, hij bedekt zijn voeten 1) in de verkoelkamer.
Zijne voeten bedekken is een meer deftige uitdrukking voor: voldoen aan een dringende behoefte. Anderen zijn van mening, dat het betekent, zich te slapen gelegd hebben.
En hij zei tot hen op elke tocht: Volgt mij, waarheen ik u ook leid, vertrouwt op mij, want de HEERE heeft uw vijanden, de Moabieten, in uw hand gegeven; 1)het is reeds even goed, alsof zij verslagen en verdreven waren. En zij trokken hem na, zich geheel op hem verlatende, en namen de veren van de Jordaan in 2) naar Moab (Joz.2: 7) en lieten niemand van de Moabieten overgaan; 3) zij bezetten alle plaatsen van overtocht, zodat niemand van de vijanden het ontvluchten kon.
Hieruit spreekt het geloof van Ehud. Vóór de slag acht hij zich reeds van de overwinning zeker, niet omdat hij zo’n krasse daad heeft gedaan, maar omdat hij weet en gelooft, dat de Heere voor zijn volk zal strijden, omdat hij weet, dat de Heere hem heeft verwekt tot een richter over zijn volk. In dit ogenblik is Ehud de ware geloofsheld.
De veren innemen betekent: de veren bezetten. Hij wist, dat de Heere de Moabieten in zijn hand had gegeven, maar dit geloof maakte hem niet zorgeloos. Integendeel doet hij alles, wat zijn hand vond om te doen. Als een goed staatkundig krijgsman sneed hij alle gemeenschap af tussen de Moabieten in het land Kanaän en de Moabieten daarbuiten in hun eigen land.
Lieten niemand overgaan, in de zin van, lieten niemand ontvluchten. Allen, die over de Jordaan wilden gaan, werden met het zwaard gedood.
En zij sloegen de Moabieten in die tijd, zoveel er in het land waren, omtrent tienduizend man, allen vette, welgedane en allen strijdbare mannen, 1) zo niet in een slag dan toch door meerdere aanvallen; daardoor vernietigden zij zo geheel de vijandelijke troepen, dat er niet één man ontkwam.
Hiermee wordt aangeduid, dat deze 10.000 man de keurbenden van Eglon uitmaakten. Zij maakten de bloem van het leger uit.
Uit het “in die tijd” mag opgemaakt worden, dat zij niet in één slag werden overwonnen, maar achtereenvolgens werden gedood.
III. Vs. 31. Na Ehud treedt Samgar als bevrijder van Israël op, van wie ons alleen bericht wordt, dat hij een zoon van Anath is, en dat hij 600 Filistijnen met een ossenstok sloeg; van zijn andere rechterlijke werkzaamheid vernemen wij niets, wellicht bestond zij alleen in deze dappere daad.
Na hem nu, enige tijd na deze door Ehud behaalde overwinning, waarschijnlijk tegen het einde van de daarop gevolgde tachtigjarige rust (4: 6) was Samgar 1) (= zwaard), een zoon van Anath (= lofzang) een redder van Israël; die sloeg de Filistijnen, toen zij van de zuidwestzijde af een inval in het land beproefd hadden, zeshonderd man met een ossenstok, 2) omdat hij in heilige geestdrift en sterk in de kracht van de Heere, naar het eerste wapen greep, dat voor de hand was, en de door een verschrikking van God bevangen vijanden op de vlucht joeg: zo verloste hij ook Israël. 3)
Van deze Samgar wordt ons weinig bericht. Ook wordt hij niet een richter genoemd, hoewel de Heere door hem verlossing aanbracht.
Algemeen is men van mening, dat hij òf aan het einde van Ehuds leven, òf in elk geval aan het einde van de tachtigjarige rust is opgetreden. Uit zijn daad en de gevolgde uitkomst blijkt zo duidelijk, dat, hoe zwak en teer ook het wapentuig mag zijn, als de Heere de arm bestuurt, het wonderdaden kan verrichten.
Samgar sloeg met een ossenstok. Waarschijnlijk was het in de dagen van de ploegtijd, een tijd, waarop Israël geen inval van de Filistijnen duchtte, omdat dan ieder, ook de vijand, met de bereiding van zijn akker moest bezig zijn.
De ossenstok, of ossendrijversprikkel (Hebreeuws malmed), was een knots, ongeveer 8 voet lang en aan het dunste einde zes duim dik; daaraan bevond zich een sterke ijzeren schop, om de aan de ploeg hangende aarde af te stoten; aan het onderste einde was een scherpe prikkel, waarmee men de ossen aandreef. Het woord van de Heere tot Saulus (Hand.9: 5): “het is u hard de verzenen tegen de prikkels te slaan,” doelt daarop, dat de ossen beproefden tegen deze ossenstok te slaan, zonder dat zij iets bewerkten, dan dat zij zichzelf wondden. Met Samgars daad is te vergelijken wat later Simson deed (15: 15vv.). Wanneer God de vijanden schrik wil aanjagen, zo heeft Hij daartoe niet vele mensen, noch sterke wapens en harnassen nodig. Men ziet hier, dat God ook dezen uitnemend dienstbaar kan maken voor Zijn eer en heerlijkheid en tot welzijn van Zijn Kerk, van wie afkomst, opvoeding en handtering zeer gering, verachtelijk en duister zijn. Hij, die de Geest overig heeft, kan, wanneer het Hem behaagt, dezen, die achter de ploeg gaan, maken tot richters en veldoversten, en vissers tot apostelen (Jud 3: 31).
Ehud overwon met het zwaard, Samgar met een werktuig van de vrede. Daaruit kan men zien, zegt Origenes, dat een rechter van de Kerk niet altijd een zwaard nodig heeft, vol ernst en boetprediking, maar ook op een landman moet lijken, die door de ploeg de aarde allengs opent en tot het ontvangen van het goede zaad bereidt.
Zonder zijn daad, waarbij het duidelijk bleek, dat het de Heere niet te moeilijk is, door veel of door weinig te helpen (1 Samuel .14: 6), zouden zeker de Filistijnen, die later aan het land zoveel moeite aandeden (13: 1), zich nu daarin reeds gezeteld hebben.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel