Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Richteren 15

1 En het geschiedde na sommige dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn huisvrouw bezocht met een geitenbokje, en hij zeide: Laat mij tot mijn huisvrouw ingaan in de kamer; maar haar vader liet hem niet toe in te gaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En het geschiedde na sommige dagenH3117, in de dagenH3117 van de tarweoogstH2406, dat SimsonH8123 zijn huisvrouwH802 bezochtH6485 met een geitenbokjeH1423, en hij zeideH559: Laat mij totH413 mijn huisvrouwH802 ingaanH935 in de kamerH2315; maar haar vaderH1 lietH5414 hem nietH3808 toe in te gaan. En het geschiedde na sommige dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn huisvrouw bezocht met een geitenbokje, en hij zeide: Laat mij tot mijn huisvrouw ingaan in de kamer; maar haar vader liet hem niet toe in te gaan.

KJV But it came to pass within a while after,2 in the time3 of wheat5 harvest,4 that Samson7 visited6 his wife9 with a kid;10 and he said,12 I will go in13 to my wife15 into the chamber.16 But her father19 would not suffer18 him to go in.

1 וַיְהִ֨י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 מִיָּמִ֜ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 בִּימֵ֣י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 קְצִיר H7105 oogst, oogstes, tak bough, branch, harvest (man) 5 חִטִּ֗ים H2406 tarwe, tarweoogst, tarwemeelbloem wheat(-en) 6 וַיִּפְקֹ֨ד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 7 שִׁמְשׁ֤וֹן H8123 Simson, Simsons Samson 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 אִשְׁתּוֹ֙ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 10 בִּגְדִ֣י H1423 bokje, geitenbokje, geitenbok kid 11 עִזִּ֔ים H5795 geiten, geit, geitenbok (she) goat, kid 12 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 אָבֹ֥אָה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 אִשְׁתִּ֖י H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 16 הֶחָ֑דְרָה H2315 kamer, binnenkameren, slaapkamer ((bed) inner) chamber, innermost(-ward) part, parlour, [phrase] south, [idiom] within 17 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 נְתָנ֥וֹ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 19 אָבִ֖יהָ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 20 לָבֽוֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Want haar vader zeide: Ik sprak zeker, dat gij haar ganselijk haattet, zo heb ik haar aan uw metgezel gegeven. Is niet haar kleinste zuster schoner dan zij? Laat ze u toch zijn in de plaats van haar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Want haar vaderH1 zeideH559: Ik sprakH559 zekerH559, datH3588 gij haar ganselijkH8130 haattetH8130, zo heb ik haar aan uw metgezelH4828 gegevenH5414. Is nietH3808 haar kleinsteH6996 zusterH269 schonerH2896 danH4480 zij? LaatH1961 ze u tochH4994 zijn in de plaatsH8478 van haar. Want haar vader zeide: Ik sprak zeker, dat gij haar ganselijk haattet, zo heb ik haar aan uw metgezel gegeven. Is niet haar kleinste zuster schoner dan zij? Laat ze u toch zijn in de plaats van haar.

KJV And her father2 said,1 I verily3 thought4 that thou hadst utterly6 hated7 her; therefore I gave8 her to thy companion:9 is not her younger12 sister11 fairer

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אָבִ֗יהָ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 3 אָמֹ֤ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אָמַ֨רְתִּי֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 שָׂנֹ֣א H8130 haat, haten, haters enemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly 7 שְׂנֵאתָ֔הּ H8130 haat, haten, haters enemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly 8 וָאֶתְּנֶ֖נָּה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 לְמֵרֵעֶ֑ךָ H4828 metgezel, vrienden, metgezellen companion, friend 10 הֲלֹ֨א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 אֲחֹתָ֤הּ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 12 הַקְּטַנָּה֙ H6996 kleinste, kleine, klein least, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est) 13 טוֹבָ֣ה H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 14 מִמֶּ֔נָּה H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 15 תְּהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 16 נָ֥א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 17 לְךָ֖ 18 תַּחְתֶּֽיהָ H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Toen zeide Simson tot henlieden: Ik ben ditmaal onschuldig van de Filistijnen, wanneer ik aan hen kwaad doe.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Toen zeideH559 SimsonH8123 tot henlieden: Ik ben ditmaalH6471 onschuldigH5352 van de FilistijnenH6430, wanneer ikH589 aan hen kwaadH7451 doeH6213. Toen zeide Simson tot henlieden: Ik ben ditmaal onschuldig van de Filistijnen, wanneer ik aan hen kwaad doe.

KJV And Samson3 said1 concerning them, Now5 shall I be more blameless4 than the Philistines,6 though I do8 them a displeasure.

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לָהֶם֙ 3 שִׁמְשׁ֔וֹן H8123 Simson, Simsons Samson 4 נִקֵּ֥יתִי H5352 onschuldig, onschuldig houden, rein acquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly 5 הַפַּ֖עַם H6471 ditmaal, malen, tweemaal anvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel 6 מִפְּלִשְׁתִּ֑ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 7 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 עֹשֶׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 אֲנִ֛י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 10 עִמָּ֖ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 11 רָעָֽה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En Simson ging heen, en ving driehonderd vossen; en hij nam fakkelen, en keerde staart aan staart, en deed een fakkel tussen twee staarten in het midden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En SimsonH8123 gingH3212 heen, en vingH3920 driehonderdH7969 vossenH7776; en hij namH3947 fakkelenH3940, en keerdeH6437 staartH2180 aanH413 staartH2180, en deed eenH259 fakkelH3940 tussenH996 tweeH8147 staartenH2180 in het middenH8432. En Simson ging heen, en ving driehonderd vossen; en hij nam fakkelen, en keerde staart aan staart, en deed een fakkel tussen twee staarten in het midden.

KJV And Samson2 went1 and caught3 three4 hundred5 foxes,6 and took7 firebrands,8 and turned9 tail10 to tail,12 and put13 a15 firebrand14 in the midst19 between two17 tails.

1 וַיֵּ֣לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 שִׁמְשׁ֔וֹן H8123 Simson, Simsons Samson 3 וַיִּלְכֹּ֖ד H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take 4 שְׁלֹשׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 5 מֵא֣וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 6 שׁוּעָלִ֑ים H7776 vossen, vos fox 7 וַיִּקַּ֣ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 8 לַפִּדִ֗ים H3940 fakkelen, fakkel, bliksemen (fire-) brand, (burning) lamp, lightning, torch 9 וַיֶּ֤פֶן H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 10 זָנָב֙ H2180 staart, staarten tail 11 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 זָנָ֔ב H2180 staart, staarten tail 13 וַיָּ֨שֶׂם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 14 לַפִּ֥יד H3940 fakkelen, fakkel, bliksemen (fire-) brand, (burning) lamp, lightning, torch 15 אֶחָ֛ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 16 בֵּין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 17 שְׁנֵ֥י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 18 הַזְּנָב֖וֹת H2180 staart, staarten tail 19 בַּתָּֽוֶךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En hij stak de fakkelen aan met vuur, en liet ze lopen in het staande koren der Filistijnen; en hij stak in brand zowel de korenhopen als het staande koren, zelfs tot de wijngaarden en olijfbomen toe.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En hij stakH1197 de fakkelenH3940 aan met vuurH784, en liet ze lopenH7971 in het staande korenH7054 der FilistijnenH6430; en hij stak in brandH1197 zowel de korenhopenH1430 als het staande korenH7054, zelfsH5704 tot de wijngaardenH3754 en olijfbomenH2132 toe. En hij stak de fakkelen aan met vuur, en liet ze lopen in het staande koren der Filistijnen; en hij stak in brand zowel de korenhopen als het staande koren, zelfs tot de wijngaarden en olijfbomen toe.

KJV And when he had set1 the brands3 on fire,2 he let them go4 into the standing corn5 of the Philistines,6 and burnt up7 both the shocks,8 and also the standing corn,10 with the vineyards12 and olives.

1 וַיַּבְעֶר H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 2 אֵשׁ֙ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 3 בַּלַּפִּידִ֔ים H3940 fakkelen, fakkel, bliksemen (fire-) brand, (burning) lamp, lightning, torch 4 וַיְשַׁלַּ֖ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 5 בְּקָמ֣וֹת H7054 staande koren, einde staat, overeind staat (standing) corn, grown up, stalk 6 פְּלִשְׁתִּ֑ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 7 וַיַּבְעֵ֛ר H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 8 מִגָּדִ֥ישׁ H1430 aardhoop, koornhoop, korenhoop shock (stack) (of corn), tomb 9 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 10 קָמָ֖ה H7054 staande koren, einde staat, overeind staat (standing) corn, grown up, stalk 11 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 12 כֶּ֥רֶם H3754 wijngaarden, wijngaard, wijngaards vines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם) 13 זָֽיִת H2132 olijfbomen, olijfboom, olijfgaarden olive (tree, -yard), Olivet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zeide: Simson, de schoonzoon van den Thimniet, omdat hij zijn huisvrouw heeft genomen, en heeft haar aan zijn metgezel gegeven. Toen kwamen de Filistijnen op, en verbrandden haar en haar vader met vuur.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Toen zeidenH559 de FilistijnenH6430: WieH4310 heeft ditH2063 gedaanH6213? En men zeideH559: SimsonH8123, de schoonzoonH2860 van den ThimnietH8554, omdatH3588 hij zijn huisvrouwH802 heeft genomenH3947, en heeft haar aan zijn metgezelH4828 gegevenH5414. Toen kwamen de FilistijnenH6430 op, en verbranddenH8313 haar en haar vaderH1 met vuurH784. Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zeide: Simson, de schoonzoon van den Thimniet, omdat hij zijn huisvrouw heeft genomen, en heeft haar aan zijn metgezel gegeven. Toen kwamen de Filistijnen op, en verbrandden haar en haar vader met vuur.

KJV Then the Philistines2 said,1 Who hath done4 this? And they answered,6 Samson,7 the son in law8 of the Timnite,9 because he had taken11 his wife,13 and given14 her to his companion.15 And the Philistines17 came up,16 and burnt18 her and her father21 with fire.

1 וַיֹּאמְר֣וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 פְלִשְׁתִּים֮ H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 3 מִ֣י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 4 עָ֣שָׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 זֹאת֒ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 6 וַיֹּאמְר֗וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 שִׁמְשׁוֹן֙ H8123 Simson, Simsons Samson 8 חֲתַ֣ן H2860 schoonzoon, bruidegom, bruidegoms bridegroom, husband, son in law 9 הַתִּמְנִ֔י H8554 Thimniet Timnite 10 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 לָקַ֣ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 אִשְׁתּ֔וֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 14 וַֽיִּתְּנָ֖הּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 15 לְמֵרֵעֵ֑הוּ H4828 metgezel, vrienden, metgezellen companion, friend 16 וַיַּעֲל֣וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 17 פְלִשְׁתִּ֔ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 18 וַיִּשְׂרְפ֥וּ H8313 verbranden, verbrand, verbrandde (cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly 19 אוֹתָ֛הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 אָבִ֖יהָ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 22 בָּאֵֽשׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Toen zeide Simson tot hen: Zoudt gij alzo doen? Zeker, als ik mij aan u gewroken heb, zo zal ik daarna ophouden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Toen zeideH559 SimsonH8123 tot hen: Zoudt gij alzo doenH6213? ZekerH3588, alsH518 ik mij aan u gewrokenH5358 heb, zo zal ik daarnaH310 ophoudenH2308. Toen zeide Simson tot hen: Zoudt gij alzo doen? Zeker, als ik mij aan u gewroken heb, zo zal ik daarna ophouden.

KJV And Samson3 said1 unto them, Though4 ye have done5 this,6 yet will I be avenged9 of you, and after11 that I will cease.

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לָהֶם֙ 3 שִׁמְשׁ֔וֹן H8123 Simson, Simsons Samson 4 אִֽם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 5 תַּעֲשׂ֖וּן H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 כָּזֹ֑את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 7 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 9 נִקַּ֥מְתִּי H5358 wreken, gewroken, wreke avenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance 10 בָכֶ֖ם 11 וְאַחַ֥ר H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 12 אֶחְדָּֽל H2308 ophouden, hielden, nalaten cease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En hij sloeg hen, den schenkel en de heup, met een groten slag; en hij ging af, en woonde op de hoogte van de rots Etam.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En hij sloegH5221 hen, den schenkelH7785 en de heupH3409, met een grotenH1419 slagH4347; en hij ging af, en woondeH3427 opH5921 de hoogteH5585 van de rotsH5553 EtamH5862. En hij sloeg hen, den schenkel en de heup, met een groten slag; en hij ging af, en woonde op de hoogte van de rots Etam.

KJV And he smote1 them hip3 and4 thigh5 with a great7 slaughter:6 and he went down8 and dwelt9 in the top10 of the rock11 Etam.

1 וַיַּ֨ךְ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 2 אוֹתָ֥ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 שׁ֛וֹק H7785 benen, schouder, schenkelen hip, leg, shoulder, thigh 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 יָרֵ֖ךְ H3409 heup, schacht, dij [idiom] body, loins, shaft, side, thigh 6 מַכָּ֣ה H4347 slag, plagen, plage beaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed) 7 גְדוֹלָ֑ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 8 וַיֵּ֣רֶד H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 9 וַיֵּ֔שֶׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 10 בִּסְעִ֖יף H5585 takken, hoeken, hol (outmost) branch, clift, top 11 סֶ֥לַע H5553 steenrots, rotssteen, steenrotsen (ragged) rock, stone(-ny), strong hold 12 עֵיטָֽם H5862 Etam, Etham Etam
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Toen togen de Filistijnen op, en legerden zich tegen Juda, en breidden zich uit in Lechi.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Toen togenH5927 de FilistijnenH6430 op, en legerdenH2583 zich tegen JudaH3063, en breiddenH5203 zich uit in LechiH3896. Toen togen de Filistijnen op, en legerden zich tegen Juda, en breidden zich uit in Lechi.

KJV Then the Philistines2 went up,1 and pitched3 in Judah,4 and spread5 themselves in Lehi.

1 וַיַּעֲל֣וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 פְלִשְׁתִּ֔ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 3 וַֽיַּחֲנ֖וּ H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 4 בִּיהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 5 וַיִּנָּטְשׁ֖וּ H5203 verlaten, varen, verlaat cast off, drawn, let fall, forsake, join (battle), leave (off), lie still, loose, spread (self) abroad, stretch out, suffer 6 בַּלֶּֽחִי H3896 Lechi Lehi. Compare also H7437 (רָמַת לֶחִי)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom zijt gijlieden tegen ons opgetogen? En zij zeiden: Wij zijn opgetogen om Simson te binden, om hem te doen, gelijk als hij ons gedaan heeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En de mannenH376 van JudaH3063 zeidenH559: WaaromH4100 zijt gijlieden tegenH5921 ons opgetogenH5927? En zij zeidenH559: Wij zijn opgetogenH5927 om SimsonH8123 te bindenH631, om hem te doen, gelijk als hij ons gedaan heeft. En de mannen van Juda zeiden: Waarom zijt gijlieden tegen ons opgetogen? En zij zeiden: Wij zijn opgetogen om Simson te binden, om hem te doen, gelijk als hij ons gedaan heeft.

KJV And the men2 of Judah3 said,1 Why are ye come up5 against us? And they answered,7 To bind8 Samson10 are we come up,11 to do12 to him as he hath done

1 וַיֹּֽאמְרוּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 4 לָמָ֖ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 5 עֲלִיתֶ֣ם H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 6 עָלֵ֑ינוּ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 וַיֹּאמְר֗וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 לֶאֱס֤וֹר H631 gebonden, verbonden, binden bind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 שִׁמְשׁוֹן֙ H8123 Simson, Simsons Samson 11 עָלִ֔ינוּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 12 לַעֲשׂ֣וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 ל֔וֹ 14 כַּאֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 עָ֥שָׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 16 לָֽנוּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Toen kwamen drie duizend mannen af uit Juda tot het hol der rots Etam, en zeiden tot Simson: Wist gij niet, dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt gij ons dan dit gedaan? En hij zeide tot hen: Gelijk als zij mij gedaan hebben, alzo heb ik hunlieden gedaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Toen kwamen drieH7969 duizendH505 mannenH376 af uit JudaH3063 totH413 het holH5585 der rotsH5553 EtamH5862, en zeidenH559 tot SimsonH8123: WistH3045 gij nietH3808, dat de FilistijnenH6430 over ons heersenH4910? WaaromH4100 hebt gij ons dan ditH2063 gedaanH6213? En hij zeideH559 tot hen: Gelijk alsH3588 zij mij gedaan hebben, alzoH3651 heb ik hunlieden gedaan. Toen kwamen drie duizend mannen af uit Juda tot het hol der rots Etam, en zeiden tot Simson: Wist gij niet, dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt gij ons dan dit gedaan? En hij zeide tot hen: Gelijk als zij mij gedaan hebben, alzo heb ik hunlieden gedaan.

KJV Then three2 thousand3 men4 of Judah5 went1 to the top7 of the rock8 Etam,9 and said10 to Samson,11 Knowest13 thou not that the Philistines17 are rulers15 over us? what is this that thou hast done20 unto us? And he said22 unto them, As they did25 unto me, so have I done

1 וַיֵּרְד֡וּ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 2 שְׁלֹשֶׁת֩ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 3 אֲלָפִ֨ים H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 4 אִ֜ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 מִֽיהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 סְעִיף֮ H5585 takken, hoeken, hol (outmost) branch, clift, top 8 סֶ֣לַע H5553 steenrots, rotssteen, steenrotsen (ragged) rock, stone(-ny), strong hold 9 עֵיטָם֒ H5862 Etam, Etham Etam 10 וַיֹּאמְר֣וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 לְשִׁמְשׁ֗וֹן H8123 Simson, Simsons Samson 12 הֲלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 יָדַ֨עְתָּ֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 14 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 מֹשְׁלִ֥ים H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power 16 בָּ֨נוּ֙ 17 פְּלִשְׁתִּ֔ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 18 וּמַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 19 זֹּ֖את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 20 עָשִׂ֣יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 21 לָּ֑נוּ 22 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 23 לָהֶ֔ם 24 כַּאֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 25 עָ֣שׂוּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 26 לִ֔י 27 כֵּ֖ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 28 עָשִׂ֥יתִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 29 לָהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En zij zeiden tot hem: Wij zijn afgekomen om u te binden, om u over te geven in de hand der Filistijnen. Toen zeide Simson tot hen: Zweert mij, dat gijlieden op mij niet zult aanvallen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En zij zeidenH559 tot hem: Wij zijn afgekomenH3381 om u te bindenH631, om u over te gevenH5414 in de handH3027 der FilistijnenH6430. Toen zeideH559 SimsonH8123 tot hen: ZweertH7650 mij, dat gijliedenH859 op mij niet zult aanvallenH6293. En zij zeiden tot hem: Wij zijn afgekomen om u te binden, om u over te geven in de hand der Filistijnen. Toen zeide Simson tot hen: Zweert mij, dat gijlieden op mij niet zult aanvallen.

KJV And they said1 unto him, We are come down4 to bind3 thee, that we may deliver5 thee into the hand6 of the Philistines.7 And Samson10 said8 unto them, Swear11 unto me, that ye will not fall upon

1 וַיֹּ֤אמְרוּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לוֹ֙ 3 לֶאֱסָרְךָ֣ H631 gebonden, verbonden, binden bind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie 4 יָרַ֔דְנוּ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 5 לְתִתְּךָ֖ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 פְּלִשְׁתִּ֑ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 8 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 לָהֶם֙ 10 שִׁמְשׁ֔וֹן H8123 Simson, Simsons Samson 11 הִשָּׁבְע֣וּ H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 12 לִ֔י 13 פֶּֽן H6435 opdat niet, anders (lest) (peradventure), that...not 14 תִּפְגְּע֥וּן H6293 reikt, val, ontmoet come (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run 15 בִּ֖י 16 אַתֶּֽם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En zij spraken tot hem, zeggende: Neen, maar wij zullen u wel binden, en u in hunlieder hand overgeven; doch wij zullen u geenszins doden. En zij bonden hem met twee nieuwe touwen, en voerden hem op van de rots.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En zij sprakenH559 tot hem, zeggendeH559: NeenH3808, maarH3588 wij zullen u wel bindenH631, en u in hunlieder handH3027 overgevenH5414; doch wij zullen u geenszinsH3808 dodenH4191. En zij bondenH631 hem met tweeH8147 nieuweH2319 touwenH5688, en voerdenH5927 hem op vanH4480 de rotsH5553. En zij spraken tot hem, zeggende: Neen, maar wij zullen u wel binden, en u in hunlieder hand overgeven; doch wij zullen u geenszins doden. En zij bonden hem met twee nieuwe touwen, en voerden hem op van de rots.

KJV And they spake1 unto him, saying,3 No; but we will bind6 thee fast,7 and deliver8 thee into their hand:9 but surely10 we will not kill12 thee. And they bound13 him with two14 new16 cords,15 and brought him up17 from the rock.

1 וַיֹּ֧אמְרוּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 ל֣וֹ 3 לֵאמֹ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 לֹ֚א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 אָסֹ֤ר H631 gebonden, verbonden, binden bind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie 7 נֶֽאֱסָרְךָ֙ H631 gebonden, verbonden, binden bind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie 8 וּנְתַנּ֣וּךָ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 בְיָדָ֔ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 וְהָמֵ֖ת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 11 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 נְמִיתֶ֑ךָ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 13 וַיַּאַסְרֻ֗הוּ H631 gebonden, verbonden, binden bind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie 14 בִּשְׁנַ֨יִם֙ H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 15 עֲבֹתִ֣ים H5688 touwen, gedraaide, takken band, cord, rope, thick bough (branch), wreathen (chain) 16 חֲדָשִׁ֔ים H2319 nieuwe, nieuw, nieuwen fresh, new thing 17 וַֽיַּעֲל֖וּהוּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 18 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 19 הַסָּֽלַע H5553 steenrots, rotssteen, steenrotsen (ragged) rock, stone(-ny), strong hold
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Als hij kwam tot Lechi, zo juichten de Filistijnen hem tegemoet; maar de Geest des HEEREN werd vaardig over hem; en de touwen, die aan zijn armen waren, werden als linnen draden, die van het vuur gebrand zijn, en zijn banden versmolten van zijn handen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Als hij kwamH935 totH5704 LechiH3896, zo juichtenH7321 de FilistijnenH6430 hem tegemoetH7125; maar de GeestH7307 des HEERENH3068 werd vaardigH6743 overH5921 hem; en de touwenH5688, die aan zijn armenH2220 waren, werden als linnen dradenH6593, die van het vuurH784 gebrandH1197 zijn, en zijn bandenH612 versmoltenH4549 van zijn handenH3027. Als hij kwam tot Lechi, zo juichten de Filistijnen hem tegemoet; maar de Geest des HEEREN werd vaardig over hem; en de touwen, die aan zijn armen waren, werden als linnen draden, die van het vuur gebrand zijn, en zijn banden versmolten van zijn handen.

KJV And when he came2 unto Lehi,4 the Philistines5 shouted6 against7 him: and the Spirit10 of the LORD11 came mightily8 upon him, and the cords13 that were upon his arms16 became as flax17 that was burnt19 with fire,20 and his bands22 loosed21 from off his hands.

1 הוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 2 בָ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 4 לֶ֔חִי H3896 Lechi Lehi. Compare also H7437 (רָמַת לֶחִי) 5 וּפִלְשִׁתִּ֖ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 6 הֵרִ֣יעוּ H7321 juichen, juichte, Juicht blow an alarm, cry (alarm, aloud, out), destroy, make a joyful noise, smart, shout (for joy), sound an alarm, triumph 7 לִקְרָאת֑וֹ H7125 tegemoet, egemoet, ontmoette [idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way 8 וַתִּצְלַ֨ח H6743 voorspoedig, vaardig, gedijen break out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously) 9 עָלָ֜יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 ר֣וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 11 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 וַתִּהְיֶ֨ינָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 הָעֲבֹתִ֜ים H5688 touwen, gedraaide, takken band, cord, rope, thick bough (branch), wreathen (chain) 14 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 זְרוֹעוֹתָ֗יו H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 17 כַּפִּשְׁתִּים֙ H6593 linnen, vlas, Linnen flax, linen 18 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 19 בָּעֲר֣וּ H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 20 בָאֵ֔שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 21 וַיִּמַּ֥סּוּ H4549 smelten, versmolt, versmelten discourage, faint, be loosed, melt (away), refuse, [idiom] utterly 22 אֱסוּרָ֖יו H612 banden, gevangenhuis band, [phrase] prison 23 מֵעַ֥ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 24 יָדָֽיו H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En hij vond een vochtig ezelskinnebakken, en hij strekte zijn hand uit, en nam het, en sloeg daarmede duizend man.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En hij vondH4672 een vochtigH2961 ezelskinnebakkenH3895, en hij strekteH7971 zijn handH3027 uit, en namH3947 het, en sloegH5221 daarmede duizendH505 manH376. En hij vond een vochtig ezelskinnebakken, en hij strekte zijn hand uit, en nam het, en sloeg daarmede duizend man.

KJV And he found1 a new4 jawbone2 of an ass,3 and put forth5 his hand,6 and took7 it, and slew8 a thousand10 men

1 וַיִּמְצָ֥א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 2 לְחִֽי H3895 kinnebakken, ezelskinnebakken, wangen cheek (bone), jaw (bone) 3 חֲמ֖וֹר H2543 ezel, ezelen, ezels (he) ass 4 טְרִיָּ֑ה H2961 etterbuilen, vochtig new, putrefying 5 וַיִּשְׁלַ֤ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 6 יָדוֹ֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 וַיִּקָּחֶ֔הָ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 8 וַיַּךְ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 9 בָּ֖הּ 10 אֶ֥לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 11 אִֽישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Toen zeide Simson: Met een ezelskinnebakken, een hoop, twee hopen, met een ezelskinnebakken heb ik duizend man geslagen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Toen zeideH559 SimsonH8123: Met een ezelskinnebakkenH3895, een hoopH2565, twee hopenH2565, met een ezelskinnebakkenH3895 heb ik duizendH505 manH376 geslagenH5221. Toen zeide Simson: Met een ezelskinnebakken, een hoop, twee hopen, met een ezelskinnebakken heb ik duizend man geslagen.

KJV And Samson2 said,1 With the jawbone3 of an ass,4 heaps5 upon heaps,6 with the jaw7 of an ass8 have I slain9 a thousand10 men.

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 שִׁמְשׁ֔וֹן H8123 Simson, Simsons Samson 3 בִּלְחִ֣י H3895 kinnebakken, ezelskinnebakken, wangen cheek (bone), jaw (bone) 4 הַחֲמ֔וֹר H2543 ezel, ezelen, ezels (he) ass 5 חֲמ֖וֹר H2565 hoop, hopen heap 6 חֲמֹרָתָ֑יִם H2565 hoop, hopen heap 7 בִּלְחִ֣י H3895 kinnebakken, ezelskinnebakken, wangen cheek (bone), jaw (bone) 8 הַחֲמ֔וֹר H2543 ezel, ezelen, ezels (he) ass 9 הִכֵּ֖יתִי H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 10 אֶ֥לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 11 אִֽישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En het geschiedde, als hij geeindigd had te spreken, zo wierp hij het kinnebakken uit zijn hand, en hij noemde dezelve plaats Ramath-Lechi.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En het geschiedde, als hij geeindigdH3615 had te sprekenH1696, zo wierpH7993 hij het kinnebakkenH3895 uit zijn handH3027, en hij noemdeH7121 dezelve plaatsH4725 Ramath-LechiH7437. En het geschiedde, als hij geeindigd had te spreken, zo wierp hij het kinnebakken uit zijn hand, en hij noemde dezelve plaats Ramath-Lechi.

KJV And it came to pass, when he had made an end2 of speaking,3 that he cast away4 the jawbone5 out of his hand,6 and called7 that place8 Ramathlehi.

1 וַֽיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כְּכַלֹּת֣וֹ H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 3 לְדַבֵּ֔ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 4 וַיַּשְׁלֵ֥ךְ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 5 הַלְּחִ֖י H3895 kinnebakken, ezelskinnebakken, wangen cheek (bone), jaw (bone) 6 מִיָּד֑וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 וַיִּקְרָ֛א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 8 לַמָּק֥וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 9 הַה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 10 רָ֥מַת H7437 Ramath-lechi Ramath-lehi 11 לֶֽחִי H7437 Ramath-lechi Ramath-lehi
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Als nu hem zeer dorstte, zo riep hij tot den HEERE, en zeide: Gij hebt door de hand van Uw knecht dit grote heil gegeven; zou ik dan nu van dorst sterven, en vallen in de hand dezer onbesnedenen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Als nu hem zeerH3966 dorstteH6770, zo riepH7121 hij totH413 den HEEREH3068, en zeideH559: GijH859 hebt door de handH3027 van Uw knechtH5650 ditH2063 grote heilH8668 gegevenH5414; zou ik dan nu van dorstH6772 stervenH4191, en vallenH5307 in de handH3027 dezer onbesnedenenH6189? Als nu hem zeer dorstte, zo riep hij tot den HEERE, en zeide: Gij hebt door de hand van Uw knecht dit grote heil gegeven; zou ik dan nu van dorst sterven, en vallen in de hand dezer onbesnedenen?

KJV And he was sore2 athirst,1 and called3 on the LORD,5 and said,6 Thou hast given8 this great13 deliverance12 into the hand9 of thy servant:10 and now shall I die16 for thirst,17 and fall18 into the hand19 of the uncircumcised?

1 וַיִּצְמָא֮ H6770 dorst, dorsten, dorstte (be a-, suffer) thirst(-y) 2 מְאֹד֒ H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 3 וַיִּקְרָ֤א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וַיֹּאמַ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 אַתָּה֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 8 נָתַ֣תָּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 בְיַֽד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 עַבְדְּךָ֔ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 הַתְּשׁוּעָ֥ה H8668 heil, verlossing, overwinning deliverance, help, safety, salvation, victory 13 הַגְּדֹלָ֖ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 14 הַזֹּ֑את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 15 וְעַתָּה֙ H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 16 אָמ֣וּת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 17 בַּצָּמָ֔א H6772 dorst, dorstig thirst(-y) 18 וְנָפַלְתִּ֖י H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 19 בְּיַ֥ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 20 הָעֲרֵלִֽים H6189 onbesnedenen, onbesneden, voorhuid uncircumcised (person)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Toen kloofde God de holle plaats, die in Lechi is, en er ging water uit van dezelve, en hij dronk. Toen kwam zijn geest weder, en hij werd levend. Daarom noemde hij haar naam: De fontein des aanroepers, die in Lechi is, tot op dezen dag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Toen kloofdeH1234 GodH430 de holle plaatsH4388, die in Lechi is, en er ging waterH4325 uit van dezelve, en hij dronkH8354. Toen kwam zijn geestH7307 weder, en hij werd levendH2421. DaaromH3651 noemdeH7121 hij haar naamH8034: De fontein des aanroepers, die in Lechi is, totH5704 opH5921 dezenH2088 dagH3117. Toen kloofde God de holle plaats, die in Lechi is, en er ging water uit van dezelve, en hij dronk. Toen kwam zijn geest weder, en hij werd levend. Daarom noemde hij haar naam: De fontein des aanroepers, die in Lechi is, tot op dezen dag.

Ook in dit vers LechiH3895 LechiH3896 fontein aanroepersH5875

KJV But God2 clave1 an hollow place4 that was in the jaw,6 and there came7 water9 thereout; and when he had drunk,10 his spirit12 came again,11 and he revived:13 wherefore he called16 the name17 thereof Enhakkore,18 which is in Lehi21 unto this day.

1 וַיִּבְקַ֨ע H1234 gekloofd, kliefde, braken make a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win 2 אֱלֹהִ֜ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַמַּכְתֵּ֣שׁ H4388 holle plaats, mortier hollow place, mortar 5 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 בַּלֶּ֗חִי H3895 kinnebakken, ezelskinnebakken, wangen cheek (bone), jaw (bone) 7 וַיֵּצְא֨וּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 8 מִמֶּ֤נּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 9 מַ֨יִם֙ H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 10 וַיֵּ֔שְׁתְּ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 11 וַתָּ֥שָׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 12 רוּח֖וֹ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 13 וַיֶּ֑חִי H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 כֵּ֣ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 16 קָרָ֣א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 17 שְׁמָ֗הּ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 18 עֵ֤ין H5875 fontein aanroepers En-hakhore 19 הַקּוֹרֵא֙ H5875 fontein aanroepers En-hakhore 20 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 21 בַּלֶּ֔חִי H3896 Lechi Lehi. Compare also H7437 (רָמַת לֶחִי) 22 עַ֖ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 23 הַיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 24 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En hij richtte Israel, in de dagen der Filistijnen, twintig jaren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En hij richtteH8199 IsraelH3478, in de dagenH3117 der FilistijnenH6430, twintigH6242 jarenH8141. En hij richtte Israel, in de dagen der Filistijnen, twintig jaren.

KJV And he judged1 Israel3 in the days4 of the Philistines5 twenty6 years.

1 וַיִּשְׁפֹּ֧ט H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 יִשְׂרָאֵ֛ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 בִּימֵ֥י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 פְלִשְׁתִּ֖ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 6 עֶשְׂרִ֥ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 7 שָׁנָֽה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Richteren 15:1 Genesis 38:17 Genesis 29:21 Lukas 15:29 Genesis 6:4
Richteren 15:2 Richteren 14:20 Handelingen 26:9 Genesis 38:14 Richteren 14:16
Richteren 15:3 Richteren 14:15
Richteren 15:4 Hooglied 2:15 Psalmen 63:10 Klaagliederen 5:18
Richteren 15:5 2 Samuël 14:30 Exodus 22:6
Richteren 15:6 Richteren 14:15 Richteren 12:1 Spreuken 22:8 1 Thessalonicenzen 4:6
Richteren 15:7 Richteren 14:19 Richteren 14:4 Romeinen 12:19
Richteren 15:8 Jesaja 63:3 Jesaja 25:10 Jesaja 63:6
Richteren 15:9 Richteren 15:19 Richteren 15:17 Richteren 15:14
Richteren 15:11 Richteren 14:4 Richteren 13:1 Deuteronomium 28:47 Deuteronomium 28:13 Psalmen 106:40
Richteren 15:12 Richteren 8:21 1 Koningen 2:25 Handelingen 7:25 1 Koningen 2:34 Mattheüs 27:2
Richteren 15:14 Richteren 14:19 Richteren 3:10 Richteren 14:6 1 Samuël 11:6 Psalmen 118:11 1 Samuël 4:5 Richteren 16:12 Micha 7:8
Richteren 15:15 Jozua 23:10 Leviticus 26:8 Richteren 3:31 1 Samuël 14:6 1 Samuël 14:14 1 Samuël 17:49 Richteren 4:21 1 Korinthe 1:27
Richteren 15:18 Hebreeën 11:32 1 Samuël 17:26 Psalmen 22:14 1 Samuël 27:1 Psalmen 18:31 Genesis 20:11 Richteren 8:4 2 Korinthe 1:8
Richteren 15:19 Genesis 45:27 Exodus 17:15 Jesaja 41:17 Genesis 28:19 Jesaja 40:26 Psalmen 34:6 1 Samuël 30:12 Jesaja 40:29
Richteren 15:20 Richteren 13:1 Richteren 16:31 Richteren 13:5 Hebreeën 11:32
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Richteren 15 vers 1

bezocht Dat is, ging om haar te bezoeken.

Hertaald: bezocht Dat is: ging haar bezoeken.

ingaan in de kamer; Zie Gen. 6:4.

Hertaald: ingaan in de kamer; Zie Gen. 6:4.

Richteren 15 vers 2

sprak zeker, Hebreeuws, zeggende zeide ik; dat is, ik zeide tot mijn volk, of dacht zekerlijk, ganselijk. Zie Gen. 20:11, alzo in het volgende, hatende haattet

Hertaald: sprak zeker, Hebreeuws: zeggende zei ik; dat is: ik zei bij mijzelf, of dacht zeker, beslist. Zie Gen. 20:11, zo ook in het vervolg: hatende haatte u.

gegeven Zie Gen. 38:14.

Hertaald: gegeven Zie Gen. 38:14.

kleinste zuster Dat is, jongste. Zie Gen. 9:24, en Gen. 29:16.

Hertaald: kleinste zuster Dat is: jongste. Zie Gen. 9:24, en Gen. 29:16.

schoner dan zij? Hebreeuws, beter.

Hertaald: schoner dan zij? Hebreeuws: beter.

Richteren 15 vers 3

henlieden Te weten, van de Filistijnen.

Hertaald: henlieden Namelijk: van de Filistijnen.

Ik ben ditmaal onschuldig van de Filistijnen, Hij wil zeggen dat hij rechtvaardige oorzaak heeft om de Filistijnen te beschadigen. Vergelijk boven, Richt. 14:4, en onder, vs.11.

Hertaald: Ik ben ditmaal onschuldig van de Filistijnen, Hij wil zeggen dat hij een rechtvaardige reden heeft om de Filistijnen schade toe te brengen. Vergelijk hierboven, Richt. 14:4, en hieronder, vers 11.

Richteren 15 vers 4

ving driehonderd Of, zelf, òf ook met behulp zijner vrienden.

Hertaald: ving driehonderd Of: zelf, of ook met hulp van zijn vrienden.

vossen; Die bij menigten in die landen waren; gelijk af te nemen is uit Neh. 4:3; Ps. 63:11; Hoogl. 2:15; en inzonderheid blijkt uit deze plaats.

Hertaald: vossen; Die daar in grote aantallen voorkwamen, zoals af te leiden is uit Neh. 4:3; Ps. 63:11; Hoogl. 2:15; en vooral blijkt uit deze plaats.

Richteren 15 vers 5

hij stak de fakkelen aan met vuur, Hebreeuws, hij stak vuur aan in de fakkels

Hertaald: hij stak de fakkelen aan met vuur, Hebreeuws: hij stak vuur aan in de fakkels.

zowel de korenhopen als het staande koren, De vruchten, die al afgesneden en bij garven aan hopen samengebracht en opgehoopt waren.

Hertaald: zowel de korenhopen als het staande koren, De vruchten, die al gesneden en in schoven bijeengebracht en opgehoopt waren.

Richteren 15 vers 6

hij De Thimniet, Simsons schoonvader.

Hertaald: hij De Thimniet, de schoonvader van Simson.

zijn huisvrouw heeft genomen, Van Simson.

Hertaald: zijn huisvrouw heeft genomen, Van Simson.

haar en haar vader met vuur Simsons vrouw.

Hertaald: haar en haar vader met vuur De vrouw van Simson.

Richteren 15 vers 7

Zoudt gij alzo doen? Anders: Al hadt gij alzo gedaan; te weten, toen mijn vrouw mij ontnomen werd; maar ik zal mij dan nog wreken aan u, enz., alsof hij zeide: Al hebt gij dat gedaan, ik zal daarom niet ophouden eer ik mij ten volle gewroken heb. In dit alles moet men Simson niet aanzien als een privaat persoon, maar als een richter en verlosser Israëls, door God daartoe extra-ordinairlijk geroepen.

Hertaald: Zoudt gij alzo doen? Anders: al had u zo gedaan; namelijk: toen mijn vrouw mij ontnomen werd; maar ik zal mij dan toch op u wreken, enzovoort, alsof hij zei: al hebt u dat gedaan, ik zal daarom niet ophouden voordat ik mij volledig gewroken heb. In dit alles moet men Simson niet beschouwen als een privépersoon, maar als een rechter en verlosser van Israël, daartoe door God op buitengewone wijze geroepen.

Richteren 15 vers 8

en de heup, Hebreeuws, op, nevens, aan, bij de heup, of dij. Het schijnt een spreekwoord geweest te zijn, betekenende de verbreking van 's mensen lichaam, kracht, vermogen. Vergelijk Deut. 28:35. Anders, hij sloeg hem met den schenkel op de heup; dat is, hij brak hun de lenden.

Hertaald: en de heup, Hebreeuws: op, naast, aan, bij de heup, of dij. Het lijkt een spreekwoord te zijn geweest, dat het breken van iemands lichaam, kracht, vermogen betekent. Vergelijk Deut. 28:35. Anders: hij sloeg hem met het scheenbeen op de heup; dat is: hij brak hun de lendenen.

af, Van zijns vaders woonplaats naar het zuiden.

Hertaald: af, Vanaf de woonplaats van zijn vader naar het zuiden.

van de rots Of, een steile uitstekende plaats.

Hertaald: van de rots Of: een steile, uitstekende plaats.

Etam Een stad, gelegen bij het zuidelijke einde van het gebergte van Juda, op een hoge en zeer vaste rots, waarnevens de beek Etham was lopende, aan de grenzen van Juda en Simeon. Tegenover in Simeons land lag een ander Etham aan de westzijde van het gebergte Juda, naar uitwijzen van de kaarten, 1 Kron. 4:32 wordt Etham de stam van Simeon toegerekend. Doch was ook Simeons erfenis eensdeels onder Juda; Joz. 19:1.

Hertaald: Etam Een stad, gelegen bij het zuidelijke einde van het gebergte van Juda, op een hoge en zeer stevige rots, waarlangs de beek Etham liep, aan de grenzen van Juda en Simeon. Daar tegenover, in het land van Simeon, lag een ander Etham aan de westkant van het gebergte van Juda, zoals de kaarten aangeven; in 1 Kron. 4:32 wordt Etham aan de stam van Simeon toegerekend. Toch lag ook Simeons erfdeel voor een deel binnen dat van Juda; Joz. 19:1.

Richteren 15 vers 9

Lechi Naderhand alzo genaamd van Simson, onder vs.17, gelegen in den stam Dan.

Hertaald: Lechi Later zo genoemd naar Simson, hieronder in vers 17, gelegen in de stam Dan.

Richteren 15 vers 12

aanvallen Om mij te doden; gelijk deze manier van spreken dikwijls in de Heilige Schrift genomen wordt en vs.13 verklaart.

Hertaald: aanvallen Om mij te doden; zoals deze manier van spreken vaak in de Heilige Schrift gebruikt wordt, en vers 13 verklaart.

Richteren 15 vers 13

wel binden, Hebreeuws, bindende binden.

Hertaald: wel binden, Hebreeuws: bindende binden.

geenszins doden Hebreeuws, dodende zullen wij u niet doden.

Hertaald: geenszins doden Hebreeuws: dodende zullen wij u niet doden.

op van de rots Noordwaarts naar Lechi, waar de Filistijnen gelegerd waren, vs.9.

Hertaald: op van de rots Naar het noorden, naar Lechi, waar de Filistijnen gelegerd waren, vers 9.

Richteren 15 vers 14

juichten de Filistijnen hem tegemoet; Van vreugde, menende hun vijand nu in handen te hebben.

Hertaald: juichten de Filistijnen hem tegemoet; Van vreugde, denkend hun vijand nu in handen te hebben.

als linnen draden, Hij brak die zo licht en haast alsof het verzengde draden geweest waren, of gelijk vlas met vuur verbrand wordt.

Hertaald: als linnen draden, Hij brak ze zo gemakkelijk en snel alsof het verschroeide draden geweest waren, zoals vlas door vuur verbrandt.

versmolten van zijn handen Zij werden zo licht en haast los, gelijk was door het vuur smelt.

Hertaald: versmolten van zijn handen Zij raakten zo gemakkelijk en snel los, zoals was smelt door het vuur.

Richteren 15 vers 15

vochtig ezelskinnebakken, Nog vers en vast zijnde, niet verdroogd. Het woord wordt ook van etterige vochtigheid genomen; Jes. 1:6.

Hertaald: vochtig ezelskinnebakken, Nog vers en stevig, niet uitgedroogd. Het woord wordt ook gebruikt voor etterige vochtigheid; Jes. 1:6.

Richteren 15 vers 16

twee hopen, Het schijnt dat hij, van beide zijden bevochten en gedrongen zijnde, twee hopen der verslagenen gemaakt heeft.

Hertaald: twee hopen, Het lijkt erop dat hij, van beide kanten aangevallen en bestookt, twee hopen van gesneuvelden gemaakt heeft.

Richteren 15 vers 17

Ramath-Lechi Dat is, de hoogte des kinnebaks. Anders, wegwerping des kinnebaks. Deze plaats is ook Lechi alleen genoemd, boven, vs.9.

Hertaald: Ramath-Lechi Dat is: de hoogte van de kaak. Anders: het wegwerpen van de kaak. Deze plaats wordt ook alleen Lechi genoemd, hierboven, vers 9.

Richteren 15 vers 18

onbesnedenen? Hiermede betoont Simson zijn geloof, en houdt God zijn genadeverbond voor. Zie Hebr. 11:32. En vergelijk Gen. 34:14; 1 Sam. 17:26, 1 Sam. 17:36; 2 Sam. 1:20.

Hertaald: onbesnedenen? Hiermee toont Simson zijn geloof en houdt hij God Zijn genadeverbond voor. Zie Hebr. 11:32. En vergelijk Gen. 34:14; 1 Sam. 17:26, 1 Sam. 17:36; 2 Sam. 1:20.

Richteren 15 vers 19

holle plaats, Het Hebreeuwse woord [komende van stoten, stampen] zou eigenlijk een mortier betekenen, en zo voorts een holligheid, of holle plaats, die men ten aanzien daarvan met een diepen en hollen mortier kan vergelijken; zie hetzelfde Hebreeuwse woord Spr. 27:22; Sef. 1:11. Sommigen verstaan hier een baktand, van des ezels kinnebak, of de holligheid daarvan. Doch het Hebreeuwse woord wordt in die betekenis nergens meer gevonden.

Hertaald: holle plaats, Het Hebreeuwse woord [komend van stoten, stampen] zou eigenlijk een vijzel betekenen, en zo verder een holte, of holle plaats, die men wat dat betreft kan vergelijken met een diepe en holle vijzel; zie hetzelfde Hebreeuwse woord Spr. 27:22; Sef. 1:11. Sommigen verstaan hier een kies, van de kaak van de ezel, of de holte daarvan. Maar het Hebreeuwse woord wordt in die betekenis nergens anders gevonden.

zijn geest weder, Die vanwege den dorst scheen uit hem te zullen gaan, daar hij vreesde van dorst te zullen versmachten en sterven.

Hertaald: zijn geest weder, Die vanwege de dorst uit hem leek te zullen gaan, omdat hij vreesde van dorst te zullen versmachten en sterven.

levend Dat is, verkwikt, fris, wakker.

Hertaald: levend Dat is: verkwikt, fris, wakker.

hij Te weten, Simson, tot een teken van dankbaarheid tot God en een gedachtenis dezer victorie bij Israël.

Hertaald: hij Namelijk: Simson, als teken van dankbaarheid aan God en als gedachtenis aan deze overwinning voor Israël.

haar naam Den naam der fontein.

Hertaald: haar naam De naam van de bron.

De fontein des aanroepers, Hebreeuws, en Hakkore.

Hertaald: De fontein des aanroepers, Hebreeuws: en Hakkore.

Richteren 15 vers 20

richtte Israël, Dat is, hij voerde de wraak des Heeren voor Israël uit tegen de Filistijnen. Zie van het gebruik van dit woord in deze historiën boven, Richt. 2:16.

Hertaald: richtte Israël, Dat is: hij voerde de wraak van de HEERE voor Israël uit tegen de Filistijnen. Zie over het gebruik van dit woord in deze geschiedenissen hierboven, Richt. 2:16.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Simson  — zonachtig, of: als de zon

De zoon van Manoach, van zijn geboorte af een nazireeër voor God, begiftigd met een buitengewone lichaamskracht die verbonden was aan zijn ongeschoren haar (Richt. 13:5, 24-25). Als richter van Israël streed hij twintig jaar lang, alleen, tegen de Filistijnen, totdat hij door zijn liefde voor Delila zijn geheim prijsgaf en zijn kracht verloor; blind gemaakt bracht hij bij zijn dood nog meer Filistijnen om het leven dan tijdens zijn leven (Richt. 16). Hij wordt in Hebr. 11:32 onder de geloofshelden genoemd.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
De rots Etam  — Hebreeuws, verwant aan een woord voor "roofdiershol" — een andere plaats dan het gelijknamige Etam van Juda (2 Kron. 11:6)

Ligging: In het gebied van Juda, in de nabijheid van Lehi; de precieze locatie is onbekend.

Geschiedenis: Hierheen trok Simson zich terug nadat hij, uit wraak voor het verraad van zijn vrouw, de oogst van de Filistijnen met brandende vossenstaarten in brand had gestoken; drieduizend mannen van Juda, bevreesd voor Filistijnse vergelding, kwamen hem hier binden om hem aan de Filistijnen uit te leveren — Simson liet zich gewillig binden, in het vertrouwen dat de HEERE hem zou bevrijden (Richt. 15:8-13).

Bijbelse betekenis: Een aangrijpend moment waarop zelfs Simsons eigen volk, uit angst, hem liever uitleverde dan achter hem stond — en waarin Simson desondanks gewillig gebonden werd, wetend dat de HEERE hem, zodra het nodig was, de kracht zou geven om zich te bevrijden (Richt. 15:14).

Richt. 15:8-13

Lehi (met de bron En-Hakkore)  — Lehi: Hebreeuws voor "kinnebak"; En-Hakkore: "bron van hem die riep"

Ligging: In het gebied van Juda, in de nabijheid van de rots Etam.

Geschiedenis: Hier werd Simson door drieduizend mannen van Juda gebonden aan de Filistijnen overgeleverd; zodra de Geest des HEEREN over hem kwam, braken de touwen als verbrande vlasdraden, en met het kaakbeen van een ezel versloeg hij duizend Filistijnen (Richt. 15:9-17). Uitgeput van dorst riep hij tot de HEERE, Die daarop een holte in Lehi kloofde, waaruit water opborrelde — vandaar de naam En-Hakkore, "bron van hem die riep", die "tot op deze dag" nog bestond (Richt. 15:18-19).

Bijbelse betekenis: Een van de duidelijkste voorbeelden van hoe de HEERE Zijn dienstknecht, na een geweldige overwinning door de Geest gewerkt, ook in de eenvoudige, lichamelijke nood van dorst niet vergeet — grote geestelijke kracht sluit menselijke zwakheid en afhankelijkheid niet uit, en Simsons gebed in nood toont dat hij, ondanks al zijn gebreken, wist tot Wie hij zich moest wenden.

Richt. 15:9-19

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Richter (verlosser)  — Hebreeuws: sjofeet, van sjafat, dat zowel "rechtspreken" als "besturen, recht verschaffen" betekent; het boek zelf noemt hen ook moshia', "verlosser" (Richt. 3:9,15)

Na de dood van Jozua en van het geslacht dat Gods werk gezien had, stond er een geslacht op "dat den HEERE niet kende" (Richt. 2:10). Wat daarop volgt tekent het boek zelf als een terugkerende gang: Israël dient de Baäls, de toorn des HEEREN ontsteekt, Hij geeft hen in de hand van rovers, zij roepen tot Hem, en "de HEERE verwekte richteren, die hen verlosten uit de hand dergenen, die hen beroofden" (Richt. 2:11-18). Maar de omkeer houdt niet: "het geschiedde met het versterven des richters, dat zij omkeerden, en verdierven het meer dan hun vaderen" (Richt. 2:19). Een richter is dus geen rechter in een rechtszaal maar een door God verwekte bevrijder en bestuurder. Zo was er Othniël, over wie de Geest des HEEREN kwam en die Israël richtte en ten strijde trok (Richt. 3:9-11), en Ehud, de linkshandige (Richt. 3:15-30). Zo waren er ook Samgar met zijn ossenstok (Richt. 3:31) en Debora, die als profetes richtte en tot wie het volk opging ten gerichte (Richt. 4:4-5). Paulus vat de hele periode in één zin samen: God gaf hun rechters tot op Samuël de profeet (Hand. 13:20).

Bijbelse betekenis: Drie dingen vallen op. Het initiatief ligt telkens bij God: Hij verwekt de richter, het volk kiest hem niet. En het roepen van Israël is geen bekering maar een schreeuw uit de nood — toch hoort Hij, "want het berouwde den HEERE, huns zuchtens halve vanwege degenen, die hen drongen en die hen drukten" (Richt. 2:18). Verder is de verlossing volkomen zolang de richter leeft en daarna niet meer: het ambt hangt aan een sterfelijk mens, en loopt dus telkens dood op een graf. Ten slotte gebruikt de HEERE met opzet de onwaarschijnlijkste werktuigen: een linkshandige, een boer met een ossenstok, een vrouw. Zo blijft de eer niet bij de verlosser hangen, en Debora zegt dat Barak zelfs op de man af (Richt. 4:9).

Typologie: De Hebreeënbrief noemt Gideon, Barak, Simson en Jefta bij naam in de rij van hen die door het geloof gestreden hebben (Hebr. 11:32). Maar het boek Richteren wijst boven hen uit, want een verlosser die sterft laat een volk achter dat weer afvalt. Daarom wordt het woord verlosser in het Nieuwe Testament aan Eén gegeven van Wie de naam het al zegt: "gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden" (Matt. 1:21). En ook het richten zelf is Hem in handen gelegd: de Vader oordeelt niemand maar heeft al het oordeel de Zoon gegeven, en Hem macht gegeven gericht te houden (Joh. 5:22,27). Hij is van God verordend tot een Rechter van levenden en doden (Hand. 10:42), en Paulus verwacht de kroon uit de hand van "de rechtvaardige Rechter" (2 Tim. 4:8). Wat in Richteren telkens afbrak bij een sterfbed, kent bij Hem geen einde.

Richt. 2:10-19; Richt. 3:9-11,15-31; Richt. 4:4-9; Hand. 13:20; Matt. 1:21; Joh. 5:22,27; Hand. 10:42; 2 Tim. 4:8; Hebr. 11:32

Geest des HEEREN (toerusting tot een taak)  — Hebreeuws: roeach JHWH, "Geest van de HEERE" — in Richteren telkens verbonden met werkwoorden van aantrekken, vaardig worden en drijven

Bij elke richter van betekenis staat dezelfde mededeling, maar met opvallend verschillende beelden. Over Othniël: "de Geest des HEEREN was over hem, en hij richtte Israël" (Richt. 3:10). Gideon wordt door de Geest "aangetogen", als een kleed dat men aandoet (Richt. 6:34). Op Jefta komt de Geest (Richt. 11:29). Bij Simson begint de Geest hem "bij wijlen te drijven" (Richt. 13:25) en wordt Hij "vaardig over hem" op de beslissende ogenblikken (Richt. 14:6,19; 15:14). Dezelfde uitdrukking wordt later van David gebruikt bij zijn zalving, en van Saul in omgekeerde zin: "de Geest des HEEREN week van Saul" (1 Sam. 16:13-14). In al deze plaatsen gaat het om toerusting tot een taak — kracht, moed en bekwaamheid voor een opdracht — en niet allereerst om de vernieuwing van het hart. Dat blijkt wel uit Simson, over wie de Geest vaardig werd terwijl zijn wandel intussen alles behalve voorbeeldig was.

Bijbelse betekenis: Hier ligt de reden dat een oudtestamentische heilige kon bidden of God Zijn Heilige Geest niet van hem wegnemen wilde (Ps. 51:13). De Geest kwam op mensen voor een ambt en voor een tijd, en kon ook weer wijken, zoals bij Saul. De toerusting is daarbij nooit een verdienste — zij verklaart juist waarom de zwakke werktuigen van Richteren iets vermochten. En Simson maakt duidelijk dat gaven en genade niet hetzelfde zijn: een mens kan door Gods Geest bekwaam gemaakt zijn tot een werk en tegelijk zichzelf niet in de hand hebben. Wie het ene voor het andere houdt, meet zich aan zijn bruikbaarheid in plaats van aan zijn hart.

Typologie: Op de vraag wat er onder het nieuwe verbond veranderd is, antwoordt de Heere Jezus met één woord: blijven. "Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid" (Joh. 14:16), en over die Trooster: "Hij blijft bij ulieden, en zal in u zijn" (Joh. 14:16-17). Waar de Geest in Richteren op enkelingen kwam voor een taak, wordt Hij op de Pinksterdag uitgestort "op alle vlees" — op zonen en dochters, op dienstknechten en dienstmaagden (Hand. 2:17-18, uit Joël). En Hij is niet langer een gave voor een tijd maar een onderpand voor de erfenis: wie geloofd heeft is "verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte, Die het onderpand is van onze erfenis" (Ef. 1:13-14). Daarom mag de bede van Psalm 51 in de bevindelijke lijn eerbiedig gebeden blijven worden, terwijl de reformatorisch-baptistische opvatting tegelijk vasthoudt dat het antwoord erop in Christus vast ligt en niet aan de trouw van de bidder hangt.

Richt. 3:10; Richt. 6:34; Richt. 11:29; Richt. 13:25; Richt. 14:6,19; Richt. 15:14; 1 Sam. 16:13-14; Ps. 51:13; Joh. 14:16-17; Hand. 2:17-18; Ef. 1:13-14

En-Hakkore (de fontein des aanroepers)  — de bron die God voor Simson opende uit de holle plaats te Lechi, nadat deze uitgeput van dorst tot Hem geroepen had: "Daarom noemde hij haar naam: De fontein des aanroepers, die in Lechi is, tot op dezen dag" (Richt. 15:19)

Na Simsons wraak op de Filistijnen — de vossen met brandende fakkelen in het koren (Richt. 15:4-5), de slag tegen wie zijn schoonvader gedood had (Richt. 15:7-8) — grijpen de mannen van Juda in. Zij leveren hem, gebonden met nieuwe touwen, uit aan de Filistijnen om verdere vergelding te voorkomen (Richt. 15:9-13). Zodra de Filistijnen hem juichend tegemoet komen, staat er: "de Geest des HEEREN werd vaardig over hem" — en de touwen worden als verbrande linnen draden, en met een ezelskinnebakken doodt hij duizend man (Richt. 15:14-15). Simson roemt in eigen kracht: "Met een ezelskinnebakken, een hoop, twee hopen, met een ezelskinnebakken heb ik duizend man geslagen" (Richt. 15:16). Onmiddellijk daarna, uitgeput van dorst, dreigt hij te sterven, en roept tot de HEERE: "Gij hebt door de hand van Uw knecht dit grote heil gegeven; zou ik dan nu van dorst sterven?" (Richt. 15:18). God klooft de rots, er komt water uit, en Simson herleeft — vandaar de naam die hij aan die plaats geeft: En-Hakkore, "de fontein des aanroepers" (Richt. 15:19).

Bijbelse betekenis: De volgorde van deze verzen is het onderwijs: onmiddellijk na de grootste triomf van eigen kracht — het kinnebakken, duizend gedode vijanden — volgt de diepste zwakheid: een mens die dreigt te bezwijken van dorst. Wie zojuist nog roemde in zijn eigen wapen, roept nu om het leven zelf tot de HEERE. Dat God ook déze bede verhoort, tekent Zijn genade niet als beloning voor Simsons kracht, maar als antwoord op zijn nood — dezelfde HEERE Die de overwinning gaf, geeft ook het water om ervan te kunnen leven.

Typologie: Ditzelfde patroon kende ook Elia: overwinning gevolgd door uitputting en de noodzaak van Gods vernieuwde genade. Na de overwinning op de Baälspriesters viel hij uitgeput neer onder een jeneverboom, en de HEERE voedde hem (1 Kon. 19:4-8, niet apart aangehaald). Geen overwinning, hoe groot ook, maakt de mens onafhankelijk van de voortdurende genade die elk volgend ogenblik weer nodig is.

Richt. 15:1-19

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

De fontein des aanroepers — 15:9-20

Simson heeft duizend Filistijnen verslagen met een ezelskinnebakken, en hij maakt er een spotdicht over. Wat er daarna gebeurt staat in twee verzen, en het is het enige moment in zijn hele geschiedenis waarop hij bidt zonder wraak te vragen.

De sterkste man van het Oude Testament dreigt van dorst te sterven op het slagveld dat hij zojuist gewonnen heeft.

De overwinning is volkomen. Duizend man, met een wapen dat geen wapen is, en een liedje erachteraan. En dan komt de zin die alles omkeert: “Als nu hem zeer dorstte, zo riep hij tot den HEERE.”

Wat hij zegt is opmerkelijk eerlijk. Hij begint niet bij zichzelf maar bij God: Gij hebt door de hand van Uw knecht dit grote heil gegeven. Hij noemt zichzelf knecht, en hij schrijft de overwinning niet toe aan zijn arm maar aan God. En dan pas de klacht: zou ik dan nu van dorst sterven, en vallen in de hand dezer onbesnedenen?

Dat is de ontnuchtering van dit hoofdstuk. Kracht die duizend man neerslaat, houdt geen dorst tegen. De man die geen tegenstander vond, kan door een gewoon menselijk gebrek omkomen — en hij weet het.

Het antwoord komt onmiddellijk en zonder verwijt: “Toen kloofde God de holle plaats, die in Lechi is, en er ging water uit van dezelve, en hij dronk. Toen kwam zijn geest weder, en hij werd levend.”

Er wordt geen preek bij gehouden. Er komt water uit een gespleten plaats in de grond, en de man leeft weer. En hij geeft die plek een naam die niet over hem gaat maar over wat hij deed: de fontein des aanroepers.

Dat is de enige plaats in de Schrift waar die naam voorkomt. Het is niet de fontein van de sterke, en niet de fontein van de overwinnaar. Het is de fontein van wie riep.

Zo staat deze geschiedenis in de lijn van de verlossing, en zij loopt langs een beeld dat vaker terugkeert. In de woestijn werd een rots geslagen en er kwam water uit, en Paulus zegt van die rots dat zij Christus was. Hier wordt een holle plaats gekloofd voor een uitgeputte man die geroepen heeft.

En er is nog een aanraking die dichterbij komt. Aan het kruis heeft Iemand gezegd: Mij dorst. Dat is het enige woord waarin Hij iets voor Zichzelf vroeg, en Hij kreeg edik. De Sterke Die water uit een rots kon halen, is gestorven met dorst — opdat wie roept, drinken kan.

Simson wordt in de brief aan de Hebreeën genoemd onder de mannen die door het geloof koninkrijken hebben overwonnen. Wat hem daar een plaats geeft is niet zijn kracht maar dat hij, in zijn zwakste ogenblik, geroepen heeft.

  1. Richteren 15:15 — Duizend man verslagen met een wapen dat geen wapen is.
  2. Richteren 15:18 — En dan dreigt de overwinnaar van dorst te sterven.
  3. Richteren 15:18 — Hij noemt zichzelf knecht en schrijft de overwinning aan God toe.
  4. Richteren 15:19 — God kloofde de holle plaats, en hij dronk en werd levend.
  5. 1 Korinthe 10:4 — Van de rots in de woestijn staat er dat die steenrots Christus was.
  6. Johannes 19:28 — En aan het kruis zei Hij: Mij dorst.

In het Nieuwe Testament: Hebreeën 11:32-34; 1 Korinthe 10:4; Johannes 19:28; Johannes 7:37; Exodus 17:6

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament noemt Simson in Hebreeën 11, maar het legt geen verband tussen deze bron en Christus. Wat hier gelegd wordt rust op de overeenkomst met de gespleten rots in de woestijn. Van díé rots zegt Paulus in 1 Korinthe 10 wél dat zij Christus was. Daarnaast op het woord Mij dorst aan het kruis. Beide verbanden zijn gevolgtrekkingen. De naam die Simson aan de plaats geeft — de fontein des aanroepers — staat er zelf.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Richteren 15

Richteren 15:18.KruisverwijzingenHebreeën 11:321 Samuël 17:26Psalmen 22:141 Samuël 27:1Psalmen 18:31Genesis 20:11Richteren 8:42 Korinthe 1:8
— Als nu hem zeer dorstte, zo riep hij tot den HEERE, en zeide: Gij hebt door de hand van Uw knecht dit grote heil gegeven; zou ik dan nu van dorst sterven, en vallen in de hand dezer onbesnedenen?
Simson was van de top van de rots Etam afgebracht, met touwen gebonden door zijn eigen broeders en als gevangene overgegeven in de handen van de Filistijnen. Maar zodra hij de Filistijnen bereikte, kwam de bovennatuurlijke kracht van Gods Geest over hem, en hij brak de touwen; en toen hij het kinnebakken van een pas geslachte ezel dichtbij zag liggen, greep hij dat vreemde wapen en viel met al zijn macht op de scharen van de Filistijnen aan.

Hij liet niet minder dan duizend mensen dood op de grond achter. En terwijl hij de hopen van de verslagenen opstapelde, zag hij met grimmige voldoening op de slachting die hij verricht had. Er was misschien een weinig hoogmoed in zijn gedrag, maar plotseling kwam er een bezwijming over hem. Hij had zich ingespannen en elke zenuw en spier gespannen, en nu, dorstig geworden, keek hij rond naar een beek. Er was er geen, en hij gevoelde alsof hij van dorst zou sterven en dat de Filistijnen dan over hem zouden juichen.

Met dat eenvoudige geloof dat zo kenmerkend was voor Simson — die niets anders was dan een groot kind — wendde hij zijn ogen tot zijn hemelse Vader en riep: “Gij hebt door de hand van Uw knecht dit grote heil gegeven; zou ik dan nu van dorst sterven, en vallen in de hand dezer onbesnedenen?” Zo deed God plotseling een bron opkomen.

Er mogen velen zijn die zich ongelukkig en bedrukt gevoelen. Wij behoren te bedenken wat God al voor ons gedaan heeft, zoals Hij het voor Simson gedaan had. Leidt dat ons niet tot een lichtere schatting van onze tegenwoordige moeiten en stelt het ons niet in staat te betogen dat Hij die in het verleden grote verlossingen gewrocht heeft, ons in de toekomst niet zal laten ontbreken?

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content