Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En het geschiedde na sommige dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn huisvrouw bezocht met een geitenbokje, en hij zeide: Laat mij tot mijn huisvrouw ingaan in de kamer; maar haar vader liet hem niet toe in te gaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En het geschiedde na sommige dagenH3117, in de dagenH3117 van de tarweoogstH2406, dat SimsonH8123 zijn huisvrouwH802bezochtH6485 met een geitenbokjeH1423, en hij zeideH559: Laat mij totH413 mijn huisvrouwH802ingaanH935 in de kamerH2315; maar haar vaderH1lietH5414 hem nietH3808 toe in te gaan.En het geschiedde na sommige dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn huisvrouw bezocht met een geitenbokje, en hij zeide: Laat mij tot mijn huisvrouw ingaan in de kamer; maar haar vader liet hem niet toe in te gaan.
KJVBut it came to pass within a while after,2in the time3of wheat5harvest,4that Samson7visited6his wife9with a kid;10and he said,12I will go in13to my wife15into the chamber.16But her father19would not suffer18him to go in.
1וַיְהִ֨יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מִיָּמִ֜יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3בִּימֵ֣יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4קְצִירH7105oogst, oogstes, takbough, branch, harvest (man)5חִטִּ֗יםH2406tarwe, tarweoogst, tarwemeelbloemwheat(-en)6וַיִּפְקֹ֨דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want7שִׁמְשׁ֤וֹןH8123Simson, SimsonsSamson8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אִשְׁתּוֹ֙H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English10בִּגְדִ֣יH1423bokje, geitenbokje, geitenbokkid11עִזִּ֔יםH5795geiten, geit, geitenbok(she) goat, kid12וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13אָבֹ֥אָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15אִשְׁתִּ֖יH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English16הֶחָ֑דְרָהH2315kamer, binnenkameren, slaapkamer((bed) inner) chamber, innermost(-ward) part, parlour, [phrase] south, [idiom] within17וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18נְתָנ֥וֹH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield19אָבִ֖יהָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'20לָבֽוֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
2Want haar vader zeide: Ik sprak zeker, dat gij haar ganselijk haattet, zo heb ik haar aan uw metgezel gegeven. Is niet haar kleinste zuster schoner dan zij? Laat ze u toch zijn in de plaats van haar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Want haar vaderH1zeideH559: Ik sprakH559zekerH559, datH3588 gij haar ganselijkH8130haattetH8130, zo heb ik haar aan uw metgezelH4828gegevenH5414. Is nietH3808 haar kleinsteH6996zusterH269schonerH2896danH4480 zij? LaatH1961 ze u tochH4994 zijn in de plaatsH8478 van haar.Want haar vader zeide: Ik sprak zeker, dat gij haar ganselijk haattet, zo heb ik haar aan uw metgezel gegeven. Is niet haar kleinste zuster schoner dan zij? Laat ze u toch zijn in de plaats van haar.
KJVAnd her father2said,1I verily3thought4that thou hadst utterly6hated7her; therefore I gave8her to thy companion:9is not her younger12sister11fairer
3Toen zeide Simson tot henlieden: Ik ben ditmaal onschuldig van de Filistijnen, wanneer ik aan hen kwaad doe.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Toen zeideH559SimsonH8123 tot henlieden: Ik ben ditmaalH6471onschuldigH5352 van de FilistijnenH6430, wanneer ikH589 aan hen kwaadH7451doeH6213.Toen zeide Simson tot henlieden: Ik ben ditmaal onschuldig van de Filistijnen, wanneer ik aan hen kwaad doe.
KJVAnd Samson3said1concerning them, Now5shall I be more blameless4than the Philistines,6though I do8them a displeasure.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָהֶם֙3שִׁמְשׁ֔וֹןH8123Simson, SimsonsSamson4נִקֵּ֥יתִיH5352onschuldig, onschuldig houden, reinacquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly5הַפַּ֖עַםH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel6מִפְּלִשְׁתִּ֑יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8עֹשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9אֲנִ֛יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who10עִמָּ֖םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)11רָעָֽהH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
4En Simson ging heen, en ving driehonderd vossen; en hij nam fakkelen, en keerde staart aan staart, en deed een fakkel tussen twee staarten in het midden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En SimsonH8123gingH3212 heen, en vingH3920driehonderdH7969vossenH7776; en hij namH3947fakkelenH3940, en keerdeH6437staartH2180aanH413staartH2180, en deed eenH259fakkelH3940tussenH996tweeH8147staartenH2180 in het middenH8432.En Simson ging heen, en ving driehonderd vossen; en hij nam fakkelen, en keerde staart aan staart, en deed een fakkel tussen twee staarten in het midden.
KJVAnd Samson2went1and caught3three4hundred5foxes,6and took7firebrands,8and turned9tail10to tail,12and put13a15firebrand14in the midst19between two17tails.
1וַיֵּ֣לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2שִׁמְשׁ֔וֹןH8123Simson, SimsonsSamson3וַיִּלְכֹּ֖דH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take4שְׁלֹשׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)5מֵא֣וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore6שׁוּעָלִ֑יםH7776vossen, vosfox7וַיִּקַּ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win8לַפִּדִ֗יםH3940fakkelen, fakkel, bliksemen(fire-) brand, (burning) lamp, lightning, torch9וַיֶּ֤פֶןH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)10זָנָב֙H2180staart, staartentail11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12זָנָ֔בH2180staart, staartentail13וַיָּ֨שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work14לַפִּ֥ידH3940fakkelen, fakkel, bliksemen(fire-) brand, (burning) lamp, lightning, torch15אֶחָ֛דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,16בֵּיןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within17שְׁנֵ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two18הַזְּנָב֖וֹתH2180staart, staartentail19בַּתָּֽוֶךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
5En hij stak de fakkelen aan met vuur, en liet ze lopen in het staande koren der Filistijnen; en hij stak in brand zowel de korenhopen als het staande koren, zelfs tot de wijngaarden en olijfbomen toe.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En hij stakH1197 de fakkelenH3940 aan met vuurH784, en liet ze lopenH7971 in het staande korenH7054 der FilistijnenH6430; en hij stak in brandH1197 zowel de korenhopenH1430 als het staande korenH7054, zelfsH5704 tot de wijngaardenH3754 en olijfbomenH2132 toe.En hij stak de fakkelen aan met vuur, en liet ze lopen in het staande koren der Filistijnen; en hij stak in brand zowel de korenhopen als het staande koren, zelfs tot de wijngaarden en olijfbomen toe.
KJVAnd when he had set1the brands3on fire,2he let them go4into the standing corn5of the Philistines,6and burnt up7both the shocks,8and also the standing corn,10with the vineyards12and olives.
1וַיַּבְעֶרH1197wegdoen, branden, aangestokenbe brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste2אֵשׁ֙H784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot3בַּלַּפִּידִ֔יםH3940fakkelen, fakkel, bliksemen(fire-) brand, (burning) lamp, lightning, torch4וַיְשַׁלַּ֖חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)5בְּקָמ֣וֹתH7054staande koren, einde staat, overeind staat(standing) corn, grown up, stalk6פְּלִשְׁתִּ֑יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine7וַיַּבְעֵ֛רH1197wegdoen, branden, aangestokenbe brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste8מִגָּדִ֥ישׁH1430aardhoop, koornhoop, korenhoopshock (stack) (of corn), tomb9וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10קָמָ֖הH7054staande koren, einde staat, overeind staat(standing) corn, grown up, stalk11וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet12כֶּ֥רֶםH3754wijngaarden, wijngaard, wijngaardsvines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם)13זָֽיִתH2132olijfbomen, olijfboom, olijfgaardenolive (tree, -yard), Olivet
6Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zeide: Simson, de schoonzoon van den Thimniet, omdat hij zijn huisvrouw heeft genomen, en heeft haar aan zijn metgezel gegeven. Toen kwamen de Filistijnen op, en verbrandden haar en haar vader met vuur.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Toen zeidenH559 de FilistijnenH6430: WieH4310 heeft ditH2063gedaanH6213? En men zeideH559: SimsonH8123, de schoonzoonH2860 van den ThimnietH8554, omdatH3588 hij zijn huisvrouwH802 heeft genomenH3947, en heeft haar aan zijn metgezelH4828gegevenH5414. Toen kwamen de FilistijnenH6430 op, en verbranddenH8313 haar en haar vaderH1 met vuurH784.Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zeide: Simson, de schoonzoon van den Thimniet, omdat hij zijn huisvrouw heeft genomen, en heeft haar aan zijn metgezel gegeven. Toen kwamen de Filistijnen op, en verbrandden haar en haar vader met vuur.
KJVThen the Philistines2said,1Who hath done4this? And they answered,6Samson,7the son in law8of the Timnite,9because he had taken11his wife,13and given14her to his companion.15And the Philistines17came up,16and burnt18her and her father21with fire.
1וַיֹּאמְר֣וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2פְלִשְׁתִּים֮H6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine3מִ֣יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God4עָ֣שָׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5זֹאת֒H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus6וַיֹּאמְר֗וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7שִׁמְשׁוֹן֙H8123Simson, SimsonsSamson8חֲתַ֣ןH2860schoonzoon, bruidegom, bruidegomsbridegroom, husband, son in law9הַתִּמְנִ֔יH8554ThimnietTimnite10כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11לָקַ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13אִשְׁתּ֔וֹH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English14וַֽיִּתְּנָ֖הּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15לְמֵרֵעֵ֑הוּH4828metgezel, vrienden, metgezellencompanion, friend16וַיַּעֲל֣וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work17פְלִשְׁתִּ֔יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine18וַיִּשְׂרְפ֥וּH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly19אוֹתָ֛הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21אָבִ֖יהָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'22בָּאֵֽשׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot
7Toen zeide Simson tot hen: Zoudt gij alzo doen? Zeker, als ik mij aan u gewroken heb, zo zal ik daarna ophouden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Toen zeideH559SimsonH8123 tot hen: Zoudt gij alzo doenH6213? ZekerH3588, alsH518 ik mij aan u gewrokenH5358 heb, zo zal ik daarnaH310ophoudenH2308.Toen zeide Simson tot hen: Zoudt gij alzo doen? Zeker, als ik mij aan u gewroken heb, zo zal ik daarna ophouden.
KJVAnd Samson3said1unto them, Though4ye have done5this,6yet will I be avenged9of you, and after11that I will cease.
8En hij sloeg hen, den schenkel en de heup, met een groten slag; en hij ging af, en woonde op de hoogte van de rots Etam.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En hij sloegH5221 hen, den schenkelH7785 en de heupH3409, met een grotenH1419slagH4347; en hij ging af, en woondeH3427opH5921 de hoogteH5585 van de rotsH5553EtamH5862.En hij sloeg hen, den schenkel en de heup, met een groten slag; en hij ging af, en woonde op de hoogte van de rots Etam.
KJVAnd he smote1them hip3and4thigh5with a great7slaughter:6and he went down8and dwelt9in the top10of the rock11Etam.
1וַיַּ֨ךְH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound2אוֹתָ֥םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שׁ֛וֹקH7785benen, schouder, schenkelenhip, leg, shoulder, thigh4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5יָרֵ֖ךְH3409heup, schacht, dij[idiom] body, loins, shaft, side, thigh6מַכָּ֣הH4347slag, plagen, plagebeaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed)7גְדוֹלָ֑הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very8וַיֵּ֣רֶדH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down9וַיֵּ֔שֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry10בִּסְעִ֖יףH5585takken, hoeken, hol(outmost) branch, clift, top11סֶ֥לַעH5553steenrots, rotssteen, steenrotsen(ragged) rock, stone(-ny), strong hold12עֵיטָֽםH5862Etam, EthamEtam
9Toen togen de Filistijnen op, en legerden zich tegen Juda, en breidden zich uit in Lechi.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Toen togenH5927 de FilistijnenH6430 op, en legerdenH2583 zich tegen JudaH3063, en breiddenH5203 zich uit in LechiH3896.Toen togen de Filistijnen op, en legerden zich tegen Juda, en breidden zich uit in Lechi.
KJVThen the Philistines2went up,1and pitched3in Judah,4and spread5themselves in Lehi.
1וַיַּעֲל֣וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2פְלִשְׁתִּ֔יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine3וַֽיַּחֲנ֖וּH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent4בִּיהוּדָ֑הH3063JudaJudah5וַיִּנָּטְשׁ֖וּH5203verlaten, varen, verlaatcast off, drawn, let fall, forsake, join (battle), leave (off), lie still, loose, spread (self) abroad, stretch out, suffer6בַּלֶּֽחִיH3896LechiLehi. Compare also H7437 (רָמַת לֶחִי)
10En de mannen van Juda zeiden: Waarom zijt gijlieden tegen ons opgetogen? En zij zeiden: Wij zijn opgetogen om Simson te binden, om hem te doen, gelijk als hij ons gedaan heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En de mannenH376 van JudaH3063zeidenH559: WaaromH4100 zijt gijlieden tegenH5921 ons opgetogenH5927? En zij zeidenH559: Wij zijn opgetogenH5927 om SimsonH8123 te bindenH631, om hem te doen, gelijk als hij ons gedaan heeft.En de mannen van Juda zeiden: Waarom zijt gijlieden tegen ons opgetogen? En zij zeiden: Wij zijn opgetogen om Simson te binden, om hem te doen, gelijk als hij ons gedaan heeft.
KJVAnd the men2of Judah3said,1Why are ye come up5against us? And they answered,7To bind8Samson10are we come up,11to do12to him as he hath done
1וַיֹּֽאמְרוּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah4לָמָ֖הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why5עֲלִיתֶ֣םH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work6עָלֵ֑ינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7וַיֹּאמְר֗וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8לֶאֱס֤וֹרH631gebonden, verbonden, bindenbind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10שִׁמְשׁוֹן֙H8123Simson, SimsonsSamson11עָלִ֔ינוּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work12לַעֲשׂ֣וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13ל֔וֹ14כַּאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15עָ֥שָׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use16לָֽנוּ
11Toen kwamen drie duizend mannen af uit Juda tot het hol der rots Etam, en zeiden tot Simson: Wist gij niet, dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt gij ons dan dit gedaan? En hij zeide tot hen: Gelijk als zij mij gedaan hebben, alzo heb ik hunlieden gedaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Toen kwamen drieH7969duizendH505mannenH376 af uit JudaH3063totH413 het holH5585 der rotsH5553EtamH5862, en zeidenH559 tot SimsonH8123: WistH3045 gij nietH3808, dat de FilistijnenH6430 over ons heersenH4910? WaaromH4100 hebt gij ons dan ditH2063gedaanH6213? En hij zeideH559 tot hen: Gelijk alsH3588 zij mij gedaan hebben, alzoH3651 heb ik hunlieden gedaan.Toen kwamen drie duizend mannen af uit Juda tot het hol der rots Etam, en zeiden tot Simson: Wist gij niet, dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt gij ons dan dit gedaan? En hij zeide tot hen: Gelijk als zij mij gedaan hebben, alzo heb ik hunlieden gedaan.
KJVThen three2thousand3men4of Judah5went1to the top7of the rock8Etam,9and said10to Samson,11Knowest13thou not that the Philistines17are rulers15over us? what is this that thou hast done20unto us? And he said22unto them, As they did25unto me, so have I done
1וַיֵּרְד֡וּH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down2שְׁלֹשֶׁת֩H7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)3אֲלָפִ֨יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand4אִ֜ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5מִֽיהוּדָ֗הH3063JudaJudah6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7סְעִיף֮H5585takken, hoeken, hol(outmost) branch, clift, top8סֶ֣לַעH5553steenrots, rotssteen, steenrotsen(ragged) rock, stone(-ny), strong hold9עֵיטָם֒H5862Etam, EthamEtam10וַיֹּאמְר֣וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11לְשִׁמְשׁ֗וֹןH8123Simson, SimsonsSamson12הֲלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13יָדַ֨עְתָּ֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot14כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15מֹשְׁלִ֥יםH4910heersen, heerst, heerser(have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power16בָּ֨נוּ֙17פְּלִשְׁתִּ֔יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine18וּמַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why19זֹּ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus20עָשִׂ֣יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use21לָּ֑נוּ22וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet23לָהֶ֔ם24כַּאֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection25עָ֣שׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use26לִ֔י27כֵּ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you28עָשִׂ֥יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use29לָהֶֽם
12En zij zeiden tot hem: Wij zijn afgekomen om u te binden, om u over te geven in de hand der Filistijnen. Toen zeide Simson tot hen: Zweert mij, dat gijlieden op mij niet zult aanvallen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En zij zeidenH559 tot hem: Wij zijn afgekomenH3381 om u te bindenH631, om u over te gevenH5414 in de handH3027 der FilistijnenH6430. Toen zeideH559SimsonH8123 tot hen: ZweertH7650 mij, dat gijliedenH859 op mij niet zult aanvallenH6293.En zij zeiden tot hem: Wij zijn afgekomen om u te binden, om u over te geven in de hand der Filistijnen. Toen zeide Simson tot hen: Zweert mij, dat gijlieden op mij niet zult aanvallen.
KJVAnd they said1unto him, We are come down4to bind3thee, that we may deliver5thee into the hand6of the Philistines.7And Samson10said8unto them, Swear11unto me, that ye will not fall upon
1וַיֹּ֤אמְרוּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לוֹ֙3לֶאֱסָרְךָ֣H631gebonden, verbonden, bindenbind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie4יָרַ֔דְנוּH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down5לְתִתְּךָ֖H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7פְּלִשְׁתִּ֑יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine8וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9לָהֶם֙10שִׁמְשׁ֔וֹןH8123Simson, SimsonsSamson11הִשָּׁבְע֣וּH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear12לִ֔י13פֶּֽןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not14תִּפְגְּע֥וּןH6293reikt, val, ontmoetcome (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run15בִּ֖י16אַתֶּֽםH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you
13En zij spraken tot hem, zeggende: Neen, maar wij zullen u wel binden, en u in hunlieder hand overgeven; doch wij zullen u geenszins doden. En zij bonden hem met twee nieuwe touwen, en voerden hem op van de rots.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En zij sprakenH559 tot hem, zeggendeH559: NeenH3808, maarH3588 wij zullen u wel bindenH631, en u in hunlieder handH3027overgevenH5414; doch wij zullen u geenszinsH3808dodenH4191. En zij bondenH631 hem met tweeH8147nieuweH2319touwenH5688, en voerdenH5927 hem op vanH4480 de rotsH5553.En zij spraken tot hem, zeggende: Neen, maar wij zullen u wel binden, en u in hunlieder hand overgeven; doch wij zullen u geenszins doden. En zij bonden hem met twee nieuwe touwen, en voerden hem op van de rots.
KJVAnd they spake1unto him, saying,3No; but we will bind6thee fast,7and deliver8thee into their hand:9but surely10we will not kill12thee. And they bound13him with two14new16cords,15and brought him up17from the rock.
1וַיֹּ֧אמְרוּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2ל֣וֹ3לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4לֹ֚אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6אָסֹ֤רH631gebonden, verbonden, bindenbind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie7נֶֽאֱסָרְךָ֙H631gebonden, verbonden, bindenbind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie8וּנְתַנּ֣וּךָH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9בְיָדָ֔םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10וְהָמֵ֖תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise11לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12נְמִיתֶ֑ךָH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise13וַיַּאַסְרֻ֗הוּH631gebonden, verbonden, bindenbind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie14בִּשְׁנַ֨יִם֙H8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two15עֲבֹתִ֣יםH5688touwen, gedraaide, takkenband, cord, rope, thick bough (branch), wreathen (chain)16חֲדָשִׁ֔יםH2319nieuwe, nieuw, nieuwenfresh, new thing17וַֽיַּעֲל֖וּהוּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work18מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with19הַסָּֽלַעH5553steenrots, rotssteen, steenrotsen(ragged) rock, stone(-ny), strong hold
14Als hij kwam tot Lechi, zo juichten de Filistijnen hem tegemoet; maar de Geest des HEEREN werd vaardig over hem; en de touwen, die aan zijn armen waren, werden als linnen draden, die van het vuur gebrand zijn, en zijn banden versmolten van zijn handen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Als hij kwamH935totH5704LechiH3896, zo juichtenH7321 de FilistijnenH6430 hem tegemoetH7125; maar de GeestH7307 des HEERENH3068 werd vaardigH6743overH5921 hem; en de touwenH5688, die aan zijn armenH2220 waren, werden als linnen dradenH6593, die van het vuurH784gebrandH1197 zijn, en zijn bandenH612versmoltenH4549 van zijn handenH3027.Als hij kwam tot Lechi, zo juichten de Filistijnen hem tegemoet; maar de Geest des HEEREN werd vaardig over hem; en de touwen, die aan zijn armen waren, werden als linnen draden, die van het vuur gebrand zijn, en zijn banden versmolten van zijn handen.
KJVAnd when he came2unto Lehi,4the Philistines5shouted6against7him: and the Spirit10of the LORD11came mightily8upon him, and the cords13that were upon his arms16became as flax17that was burnt19with fire,20and his bands22loosed21from off his hands.
1הוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who2בָ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet4לֶ֔חִיH3896LechiLehi. Compare also H7437 (רָמַת לֶחִי)5וּפִלְשִׁתִּ֖יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine6הֵרִ֣יעוּH7321juichen, juichte, Juichtblow an alarm, cry (alarm, aloud, out), destroy, make a joyful noise, smart, shout (for joy), sound an alarm, triumph7לִקְרָאת֑וֹH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way8וַתִּצְלַ֨חH6743voorspoedig, vaardig, gedijenbreak out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously)9עָלָ֜יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10ר֣וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)11יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12וַתִּהְיֶ֨ינָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13הָעֲבֹתִ֜יםH5688touwen, gedraaide, takkenband, cord, rope, thick bough (branch), wreathen (chain)14אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16זְרוֹעוֹתָ֗יוH2220arm, armen, armsarm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength17כַּפִּשְׁתִּים֙H6593linnen, vlas, Linnenflax, linen18אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19בָּעֲר֣וּH1197wegdoen, branden, aangestokenbe brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste20בָאֵ֔שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot21וַיִּמַּ֥סּוּH4549smelten, versmolt, versmeltendiscourage, faint, be loosed, melt (away), refuse, [idiom] utterly22אֱסוּרָ֖יוH612banden, gevangenhuisband, [phrase] prison23מֵעַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with24יָדָֽיוH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
15En hij vond een vochtig ezelskinnebakken, en hij strekte zijn hand uit, en nam het, en sloeg daarmede duizend man.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En hij vondH4672 een vochtigH2961ezelskinnebakkenH3895, en hij strekteH7971 zijn handH3027 uit, en namH3947 het, en sloegH5221 daarmede duizendH505manH376.En hij vond een vochtig ezelskinnebakken, en hij strekte zijn hand uit, en nam het, en sloeg daarmede duizend man.
KJVAnd he found1a new4jawbone2of an ass,3and put forth5his hand,6and took7it, and slew8a thousand10men
1וַיִּמְצָ֥אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on2לְחִֽיH3895kinnebakken, ezelskinnebakken, wangencheek (bone), jaw (bone)3חֲמ֖וֹרH2543ezel, ezelen, ezels(he) ass4טְרִיָּ֑הH2961etterbuilen, vochtignew, putrefying5וַיִּשְׁלַ֤חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)6יָדוֹ֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7וַיִּקָּחֶ֔הָH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win8וַיַּךְH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound9בָּ֖הּ10אֶ֥לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand11אִֽישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
16Toen zeide Simson: Met een ezelskinnebakken, een hoop, twee hopen, met een ezelskinnebakken heb ik duizend man geslagen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Toen zeideH559SimsonH8123: Met een ezelskinnebakkenH3895, een hoopH2565, twee hopenH2565, met een ezelskinnebakkenH3895 heb ik duizendH505manH376geslagenH5221.Toen zeide Simson: Met een ezelskinnebakken, een hoop, twee hopen, met een ezelskinnebakken heb ik duizend man geslagen.
KJVAnd Samson2said,1With the jawbone3of an ass,4heaps5upon heaps,6with the jaw7of an ass8have I slain9a thousand10men.
17En het geschiedde, als hij geeindigd had te spreken, zo wierp hij het kinnebakken uit zijn hand, en hij noemde dezelve plaats Ramath-Lechi.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En het geschiedde, als hij geeindigdH3615 had te sprekenH1696, zo wierpH7993 hij het kinnebakkenH3895 uit zijn handH3027, en hij noemdeH7121 dezelve plaatsH4725Ramath-LechiH7437.En het geschiedde, als hij geeindigd had te spreken, zo wierp hij het kinnebakken uit zijn hand, en hij noemde dezelve plaats Ramath-Lechi.
KJVAnd it came to pass, when he had made an end2of speaking,3that he cast away4the jawbone5out of his hand,6and called7that place8Ramathlehi.
18Als nu hem zeer dorstte, zo riep hij tot den HEERE, en zeide: Gij hebt door de hand van Uw knecht dit grote heil gegeven; zou ik dan nu van dorst sterven, en vallen in de hand dezer onbesnedenen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Als nu hem zeerH3966dorstteH6770, zo riepH7121 hij totH413 den HEEREH3068, en zeideH559: GijH859 hebt door de handH3027 van Uw knechtH5650ditH2063 grote heilH8668gegevenH5414; zou ik dan nu van dorstH6772stervenH4191, en vallenH5307 in de handH3027 dezer onbesnedenenH6189?Als nu hem zeer dorstte, zo riep hij tot den HEERE, en zeide: Gij hebt door de hand van Uw knecht dit grote heil gegeven; zou ik dan nu van dorst sterven, en vallen in de hand dezer onbesnedenen?
KJVAnd he was sore2athirst,1and called3on the LORD,5and said,6Thou hast given8this great13deliverance12into the hand9of thy servant:10and now shall I die16for thirst,17and fall18into the hand19of the uncircumcised?
19Toen kloofde God de holle plaats, die in Lechi is, en er ging water uit van dezelve, en hij dronk. Toen kwam zijn geest weder, en hij werd levend. Daarom noemde hij haar naam: De fontein des aanroepers, die in Lechi is, tot op dezen dag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Toen kloofdeH1234GodH430 de holle plaatsH4388, die in Lechi is, en er ging waterH4325 uit van dezelve, en hij dronkH8354. Toen kwam zijn geestH7307 weder, en hij werd levendH2421. DaaromH3651noemdeH7121 hij haar naamH8034: De fontein des aanroepers, die in Lechi is, totH5704opH5921dezenH2088dagH3117.Toen kloofde God de holle plaats, die in Lechi is, en er ging water uit van dezelve, en hij dronk. Toen kwam zijn geest weder, en hij werd levend. Daarom noemde hij haar naam: De fontein des aanroepers, die in Lechi is, tot op dezen dag.
Ook in dit vers
LechiH3895
LechiH3896
fontein aanroepersH5875
KJVBut God2clave1an hollow place4that was in the jaw,6and there came7water9thereout; and when he had drunk,10his spirit12came again,11and he revived:13wherefore he called16the name17thereof Enhakkore,18which is in Lehi21unto this day.
1וַיִּבְקַ֨עH1234gekloofd, kliefde, brakenmake a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win2אֱלֹהִ֜יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַמַּכְתֵּ֣שׁH4388holle plaats, mortierhollow place, mortar5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6בַּלֶּ֗חִיH3895kinnebakken, ezelskinnebakken, wangencheek (bone), jaw (bone)7וַיֵּצְא֨וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter8מִמֶּ֤נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with9מַ֨יִם֙H4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))10וַיֵּ֔שְׁתְּH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)11וַתָּ֥שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw12רוּח֖וֹH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)13וַיֶּ֑חִיH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15כֵּ֣ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you16קָרָ֣אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say17שְׁמָ֗הּH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report18עֵ֤יןH5875fontein aanroepersEn-hakhore19הַקּוֹרֵא֙H5875fontein aanroepersEn-hakhore20אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21בַּלֶּ֔חִיH3896LechiLehi. Compare also H7437 (רָמַת לֶחִי)22עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet23הַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger24הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
20En hij richtte Israel, in de dagen der Filistijnen, twintig jaren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En hij richtteH8199IsraelH3478, in de dagenH3117 der FilistijnenH6430, twintigH6242jarenH8141.En hij richtte Israel, in de dagen der Filistijnen, twintig jaren.
KJVAnd he judged1Israel3in the days4of the Philistines5twenty6years.
1וַיִּשְׁפֹּ֧טH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4בִּימֵ֥יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5פְלִשְׁתִּ֖יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine6עֶשְׂרִ֥יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)7שָׁנָֽהH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Richteren 15:1— En het geschiedde na sommige dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn huisvrouw bezocht met een geitenbokje, en hij zeide: Laat mij tot mijn huisvrouw ingaan in de kamer; maar haar vader liet hem niet toe in te gaan.Genesis 38:17→Genesis 29:21→Lukas 15:29→Genesis 6:4→
Richteren 15:2— Want haar vader zeide: Ik sprak zeker, dat gij haar ganselijk haattet, zo heb ik haar aan uw metgezel gegeven. Is niet haar kleinste zuster schoner dan zij? Laat ze u toch zijn in de plaats van haar.Richteren 14:20→Handelingen 26:9→Genesis 38:14→Richteren 14:16→
Richteren 15:3— Toen zeide Simson tot henlieden: Ik ben ditmaal onschuldig van de Filistijnen, wanneer ik aan hen kwaad doe.Richteren 14:15→
Richteren 15:4— En Simson ging heen, en ving driehonderd vossen; en hij nam fakkelen, en keerde staart aan staart, en deed een fakkel tussen twee staarten in het midden.Hooglied 2:15→Psalmen 63:10→Klaagliederen 5:18→
Richteren 15:5— En hij stak de fakkelen aan met vuur, en liet ze lopen in het staande koren der Filistijnen; en hij stak in brand zowel de korenhopen als het staande koren, zelfs tot de wijngaarden en olijfbomen toe.2 Samuël 14:30→Exodus 22:6→
Richteren 15:6— Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zeide: Simson, de schoonzoon van den Thimniet, omdat hij zijn huisvrouw heeft genomen, en heeft haar aan zijn metgezel gegeven. Toen kwamen de Filistijnen op, en verbrandden haar en haar vader met vuur.Richteren 14:15→Richteren 12:1→Spreuken 22:8→1 Thessalonicenzen 4:6→
Richteren 15:7— Toen zeide Simson tot hen: Zoudt gij alzo doen? Zeker, als ik mij aan u gewroken heb, zo zal ik daarna ophouden.Richteren 14:19→Richteren 14:4→Romeinen 12:19→
Richteren 15:8— En hij sloeg hen, den schenkel en de heup, met een groten slag; en hij ging af, en woonde op de hoogte van de rots Etam.Jesaja 63:3→Jesaja 25:10→Jesaja 63:6→
Richteren 15:9— Toen togen de Filistijnen op, en legerden zich tegen Juda, en breidden zich uit in Lechi.Richteren 15:19→Richteren 15:17→Richteren 15:14→
Richteren 15:11— Toen kwamen drie duizend mannen af uit Juda tot het hol der rots Etam, en zeiden tot Simson: Wist gij niet, dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt gij ons dan dit gedaan? En hij zeide tot hen: Gelijk als zij mij gedaan hebben, alzo heb ik hunlieden gedaan.Richteren 14:4→Richteren 13:1→Deuteronomium 28:47→Deuteronomium 28:13→Psalmen 106:40→
Richteren 15:12— En zij zeiden tot hem: Wij zijn afgekomen om u te binden, om u over te geven in de hand der Filistijnen. Toen zeide Simson tot hen: Zweert mij, dat gijlieden op mij niet zult aanvallen.Richteren 8:21→1 Koningen 2:25→Handelingen 7:25→1 Koningen 2:34→Mattheüs 27:2→
Richteren 15:14— Als hij kwam tot Lechi, zo juichten de Filistijnen hem tegemoet; maar de Geest des HEEREN werd vaardig over hem; en de touwen, die aan zijn armen waren, werden als linnen draden, die van het vuur gebrand zijn, en zijn banden versmolten van zijn handen.Richteren 14:19→Richteren 3:10→Richteren 14:6→1 Samuël 11:6→Psalmen 118:11→1 Samuël 4:5→Richteren 16:12→Micha 7:8→
Richteren 15:15— En hij vond een vochtig ezelskinnebakken, en hij strekte zijn hand uit, en nam het, en sloeg daarmede duizend man.Jozua 23:10→Leviticus 26:8→Richteren 3:31→1 Samuël 14:6→1 Samuël 14:14→1 Samuël 17:49→Richteren 4:21→1 Korinthe 1:27→
Richteren 15:18— Als nu hem zeer dorstte, zo riep hij tot den HEERE, en zeide: Gij hebt door de hand van Uw knecht dit grote heil gegeven; zou ik dan nu van dorst sterven, en vallen in de hand dezer onbesnedenen?Hebreeën 11:32→1 Samuël 17:26→Psalmen 22:14→1 Samuël 27:1→Psalmen 18:31→Genesis 20:11→Richteren 8:4→2 Korinthe 1:8→
Richteren 15:19— Toen kloofde God de holle plaats, die in Lechi is, en er ging water uit van dezelve, en hij dronk. Toen kwam zijn geest weder, en hij werd levend. Daarom noemde hij haar naam: De fontein des aanroepers, die in Lechi is, tot op dezen dag.Genesis 45:27→Exodus 17:15→Jesaja 41:17→Genesis 28:19→Jesaja 40:26→Psalmen 34:6→1 Samuël 30:12→Jesaja 40:29→
Richteren 15:20— En hij richtte Israel, in de dagen der Filistijnen, twintig jaren.Richteren 13:1→Richteren 16:31→Richteren 13:5→Hebreeën 11:32→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Richteren 15 vers 1— En het geschiedde na sommige dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn huisvrouw bezocht met een geitenbokje, en hij zeide: Laat mij tot mijn huisvrouw ingaan in de kamer; maar haar vader liet hem niet toe in te gaan.
bezocht
Dat is, ging om haar te bezoeken.
Hertaald:bezocht
Dat is: ging haar bezoeken.
ingaan in de kamer;
Zie Gen. 6:4.
Hertaald:ingaan in de kamer;
Zie Gen. 6:4.
Richteren 15 vers 2— Want haar vader zeide: Ik sprak zeker, dat gij haar ganselijk haattet, zo heb ik haar aan uw metgezel gegeven. Is niet haar kleinste zuster schoner dan zij? Laat ze u toch zijn in de plaats van haar.
sprak zeker,
Hebreeuws, zeggende zeide ik; dat is, ik zeide tot mijn volk, of dacht zekerlijk, ganselijk. Zie Gen. 20:11, alzo in het volgende, hatende haattet
Hertaald:sprak zeker,
Hebreeuws: zeggende zei ik; dat is: ik zei bij mijzelf, of dacht zeker, beslist. Zie Gen. 20:11, zo ook in het vervolg: hatende haatte u.
gegeven
Zie Gen. 38:14.
Hertaald:gegeven
Zie Gen. 38:14.
kleinste zuster
Dat is, jongste. Zie Gen. 9:24, en Gen. 29:16.
Hertaald:kleinste zuster
Dat is: jongste. Zie Gen. 9:24, en Gen. 29:16.
schoner dan zij?
Hebreeuws, beter.
Hertaald:schoner dan zij?
Hebreeuws: beter.
Richteren 15 vers 3— Toen zeide Simson tot henlieden: Ik ben ditmaal onschuldig van de Filistijnen, wanneer ik aan hen kwaad doe.
henlieden
Te weten, van de Filistijnen.
Hertaald:henlieden
Namelijk: van de Filistijnen.
Ik ben ditmaal onschuldig van de Filistijnen,
Hij wil zeggen dat hij rechtvaardige oorzaak heeft om de Filistijnen te beschadigen. Vergelijk boven, Richt. 14:4, en onder, vs.11.
Hertaald:Ik ben ditmaal onschuldig van de Filistijnen,
Hij wil zeggen dat hij een rechtvaardige reden heeft om de Filistijnen schade toe te brengen. Vergelijk hierboven, Richt. 14:4, en hieronder, vers 11.
Richteren 15 vers 4— En Simson ging heen, en ving driehonderd vossen; en hij nam fakkelen, en keerde staart aan staart, en deed een fakkel tussen twee staarten in het midden.
ving driehonderd
Of, zelf, òf ook met behulp zijner vrienden.
Hertaald:ving driehonderd
Of: zelf, of ook met hulp van zijn vrienden.
vossen;
Die bij menigten in die landen waren; gelijk af te nemen is uit Neh. 4:3; Ps. 63:11; Hoogl. 2:15; en inzonderheid blijkt uit deze plaats.
Hertaald:vossen;
Die daar in grote aantallen voorkwamen, zoals af te leiden is uit Neh. 4:3; Ps. 63:11; Hoogl. 2:15; en vooral blijkt uit deze plaats.
Richteren 15 vers 5— En hij stak de fakkelen aan met vuur, en liet ze lopen in het staande koren der Filistijnen; en hij stak in brand zowel de korenhopen als het staande koren, zelfs tot de wijngaarden en olijfbomen toe.
hij stak de fakkelen aan met vuur,
Hebreeuws, hij stak vuur aan in de fakkels
Hertaald:hij stak de fakkelen aan met vuur,
Hebreeuws: hij stak vuur aan in de fakkels.
zowel de korenhopen als het staande koren,
De vruchten, die al afgesneden en bij garven aan hopen samengebracht en opgehoopt waren.
Hertaald:zowel de korenhopen als het staande koren,
De vruchten, die al gesneden en in schoven bijeengebracht en opgehoopt waren.
Richteren 15 vers 6— Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zeide: Simson, de schoonzoon van den Thimniet, omdat hij zijn huisvrouw heeft genomen, en heeft haar aan zijn metgezel gegeven. Toen kwamen de Filistijnen op, en verbrandden haar en haar vader met vuur.
hij
De Thimniet, Simsons schoonvader.
Hertaald:hij
De Thimniet, de schoonvader van Simson.
zijn huisvrouw heeft genomen,
Van Simson.
Hertaald:zijn huisvrouw heeft genomen,
Van Simson.
haar en haar vader met vuur
Simsons vrouw.
Hertaald:haar en haar vader met vuur
De vrouw van Simson.
Richteren 15 vers 7— Toen zeide Simson tot hen: Zoudt gij alzo doen? Zeker, als ik mij aan u gewroken heb, zo zal ik daarna ophouden.
Zoudt gij alzo doen?
Anders: Al hadt gij alzo gedaan; te weten, toen mijn vrouw mij ontnomen werd; maar ik zal mij dan nog wreken aan u, enz., alsof hij zeide: Al hebt gij dat gedaan, ik zal daarom niet ophouden eer ik mij ten volle gewroken heb. In dit alles moet men Simson niet aanzien als een privaat persoon, maar als een richter en verlosser Israëls, door God daartoe extra-ordinairlijk geroepen.
Hertaald:Zoudt gij alzo doen?
Anders: al had u zo gedaan; namelijk: toen mijn vrouw mij ontnomen werd; maar ik zal mij dan toch op u wreken, enzovoort, alsof hij zei: al hebt u dat gedaan, ik zal daarom niet ophouden voordat ik mij volledig gewroken heb. In dit alles moet men Simson niet beschouwen als een privépersoon, maar als een rechter en verlosser van Israël, daartoe door God op buitengewone wijze geroepen.
Richteren 15 vers 8— En hij sloeg hen, den schenkel en de heup, met een groten slag; en hij ging af, en woonde op de hoogte van de rots Etam.
en de heup,
Hebreeuws, op, nevens, aan, bij de heup, of dij. Het schijnt een spreekwoord geweest te zijn, betekenende de verbreking van 's mensen lichaam, kracht, vermogen. Vergelijk Deut. 28:35. Anders, hij sloeg hem met den schenkel op de heup; dat is, hij brak hun de lenden.
Hertaald:en de heup,
Hebreeuws: op, naast, aan, bij de heup, of dij. Het lijkt een spreekwoord te zijn geweest, dat het breken van iemands lichaam, kracht, vermogen betekent. Vergelijk Deut. 28:35. Anders: hij sloeg hem met het scheenbeen op de heup; dat is: hij brak hun de lendenen.
af,
Van zijns vaders woonplaats naar het zuiden.
Hertaald:af,
Vanaf de woonplaats van zijn vader naar het zuiden.
van de rots
Of, een steile uitstekende plaats.
Hertaald:van de rots
Of: een steile, uitstekende plaats.
Etam
Een stad, gelegen bij het zuidelijke einde van het gebergte van Juda, op een hoge en zeer vaste rots, waarnevens de beek Etham was lopende, aan de grenzen van Juda en Simeon. Tegenover in Simeons land lag een ander Etham aan de westzijde van het gebergte Juda, naar uitwijzen van de kaarten, 1 Kron. 4:32 wordt Etham de stam van Simeon toegerekend. Doch was ook Simeons erfenis eensdeels onder Juda; Joz. 19:1.
Hertaald:Etam
Een stad, gelegen bij het zuidelijke einde van het gebergte van Juda, op een hoge en zeer stevige rots, waarlangs de beek Etham liep, aan de grenzen van Juda en Simeon. Daar tegenover, in het land van Simeon, lag een ander Etham aan de westkant van het gebergte van Juda, zoals de kaarten aangeven; in 1 Kron. 4:32 wordt Etham aan de stam van Simeon toegerekend. Toch lag ook Simeons erfdeel voor een deel binnen dat van Juda; Joz. 19:1.
Richteren 15 vers 9— Toen togen de Filistijnen op, en legerden zich tegen Juda, en breidden zich uit in Lechi.
Lechi
Naderhand alzo genaamd van Simson, onder vs.17, gelegen in den stam Dan.
Hertaald:Lechi
Later zo genoemd naar Simson, hieronder in vers 17, gelegen in de stam Dan.
Richteren 15 vers 12— En zij zeiden tot hem: Wij zijn afgekomen om u te binden, om u over te geven in de hand der Filistijnen. Toen zeide Simson tot hen: Zweert mij, dat gijlieden op mij niet zult aanvallen.
aanvallen
Om mij te doden; gelijk deze manier van spreken dikwijls in de Heilige Schrift genomen wordt en vs.13 verklaart.
Hertaald:aanvallen
Om mij te doden; zoals deze manier van spreken vaak in de Heilige Schrift gebruikt wordt, en vers 13 verklaart.
Richteren 15 vers 13— En zij spraken tot hem, zeggende: Neen, maar wij zullen u wel binden, en u in hunlieder hand overgeven; doch wij zullen u geenszins doden. En zij bonden hem met twee nieuwe touwen, en voerden hem op van de rots.
wel binden,
Hebreeuws, bindende binden.
Hertaald:wel binden,
Hebreeuws: bindende binden.
geenszins doden
Hebreeuws, dodende zullen wij u niet doden.
Hertaald:geenszins doden
Hebreeuws: dodende zullen wij u niet doden.
op van de rots
Noordwaarts naar Lechi, waar de Filistijnen gelegerd waren, vs.9.
Hertaald:op van de rots
Naar het noorden, naar Lechi, waar de Filistijnen gelegerd waren, vers 9.
Richteren 15 vers 14— Als hij kwam tot Lechi, zo juichten de Filistijnen hem tegemoet; maar de Geest des HEEREN werd vaardig over hem; en de touwen, die aan zijn armen waren, werden als linnen draden, die van het vuur gebrand zijn, en zijn banden versmolten van zijn handen.
juichten de Filistijnen hem tegemoet;
Van vreugde, menende hun vijand nu in handen te hebben.
Hertaald:juichten de Filistijnen hem tegemoet;
Van vreugde, denkend hun vijand nu in handen te hebben.
als linnen draden,
Hij brak die zo licht en haast alsof het verzengde draden geweest waren, of gelijk vlas met vuur verbrand wordt.
Hertaald:als linnen draden,
Hij brak ze zo gemakkelijk en snel alsof het verschroeide draden geweest waren, zoals vlas door vuur verbrandt.
versmolten van zijn handen
Zij werden zo licht en haast los, gelijk was door het vuur smelt.
Hertaald:versmolten van zijn handen
Zij raakten zo gemakkelijk en snel los, zoals was smelt door het vuur.
Richteren 15 vers 15— En hij vond een vochtig ezelskinnebakken, en hij strekte zijn hand uit, en nam het, en sloeg daarmede duizend man.
vochtig ezelskinnebakken,
Nog vers en vast zijnde, niet verdroogd. Het woord wordt ook van etterige vochtigheid genomen; Jes. 1:6.
Hertaald:vochtig ezelskinnebakken,
Nog vers en stevig, niet uitgedroogd. Het woord wordt ook gebruikt voor etterige vochtigheid; Jes. 1:6.
Richteren 15 vers 16— Toen zeide Simson: Met een ezelskinnebakken, een hoop, twee hopen, met een ezelskinnebakken heb ik duizend man geslagen.
twee hopen,
Het schijnt dat hij, van beide zijden bevochten en gedrongen zijnde, twee hopen der verslagenen gemaakt heeft.
Hertaald:twee hopen,
Het lijkt erop dat hij, van beide kanten aangevallen en bestookt, twee hopen van gesneuvelden gemaakt heeft.
Richteren 15 vers 17— En het geschiedde, als hij geeindigd had te spreken, zo wierp hij het kinnebakken uit zijn hand, en hij noemde dezelve plaats Ramath-Lechi.
Ramath-Lechi
Dat is, de hoogte des kinnebaks. Anders, wegwerping des kinnebaks. Deze plaats is ook Lechi alleen genoemd, boven, vs.9.
Hertaald:Ramath-Lechi
Dat is: de hoogte van de kaak. Anders: het wegwerpen van de kaak. Deze plaats wordt ook alleen Lechi genoemd, hierboven, vers 9.
Richteren 15 vers 18— Als nu hem zeer dorstte, zo riep hij tot den HEERE, en zeide: Gij hebt door de hand van Uw knecht dit grote heil gegeven; zou ik dan nu van dorst sterven, en vallen in de hand dezer onbesnedenen?
onbesnedenen?
Hiermede betoont Simson zijn geloof, en houdt God zijn genadeverbond voor. Zie Hebr. 11:32. En vergelijk Gen. 34:14; 1 Sam. 17:26, 1 Sam. 17:36; 2 Sam. 1:20.
Hertaald:onbesnedenen?
Hiermee toont Simson zijn geloof en houdt hij God Zijn genadeverbond voor. Zie Hebr. 11:32. En vergelijk Gen. 34:14; 1 Sam. 17:26, 1 Sam. 17:36; 2 Sam. 1:20.
Richteren 15 vers 19— Toen kloofde God de holle plaats, die in Lechi is, en er ging water uit van dezelve, en hij dronk. Toen kwam zijn geest weder, en hij werd levend. Daarom noemde hij haar naam: De fontein des aanroepers, die in Lechi is, tot op dezen dag.
holle plaats,
Het Hebreeuwse woord [komende van stoten, stampen] zou eigenlijk een mortier betekenen, en zo voorts een holligheid, of holle plaats, die men ten aanzien daarvan met een diepen en hollen mortier kan vergelijken; zie hetzelfde Hebreeuwse woord Spr. 27:22; Sef. 1:11. Sommigen verstaan hier een baktand, van des ezels kinnebak, of de holligheid daarvan. Doch het Hebreeuwse woord wordt in die betekenis nergens meer gevonden.
Hertaald:holle plaats,
Het Hebreeuwse woord [komend van stoten, stampen] zou eigenlijk een vijzel betekenen, en zo verder een holte, of holle plaats, die men wat dat betreft kan vergelijken met een diepe en holle vijzel; zie hetzelfde Hebreeuwse woord Spr. 27:22; Sef. 1:11. Sommigen verstaan hier een kies, van de kaak van de ezel, of de holte daarvan. Maar het Hebreeuwse woord wordt in die betekenis nergens anders gevonden.
zijn geest weder,
Die vanwege den dorst scheen uit hem te zullen gaan, daar hij vreesde van dorst te zullen versmachten en sterven.
Hertaald:zijn geest weder,
Die vanwege de dorst uit hem leek te zullen gaan, omdat hij vreesde van dorst te zullen versmachten en sterven.
levend
Dat is, verkwikt, fris, wakker.
Hertaald:levend
Dat is: verkwikt, fris, wakker.
hij
Te weten, Simson, tot een teken van dankbaarheid tot God en een gedachtenis dezer victorie bij Israël.
Hertaald:hij
Namelijk: Simson, als teken van dankbaarheid aan God en als gedachtenis aan deze overwinning voor Israël.
haar naam
Den naam der fontein.
Hertaald:haar naam
De naam van de bron.
De fontein des aanroepers,
Hebreeuws, en Hakkore.
Hertaald:De fontein des aanroepers,
Hebreeuws: en Hakkore.
Richteren 15 vers 20— En hij richtte Israel, in de dagen der Filistijnen, twintig jaren.
richtte Israël,
Dat is, hij voerde de wraak des Heeren voor Israël uit tegen de Filistijnen. Zie van het gebruik van dit woord in deze historiën boven, Richt. 2:16.
Hertaald:richtte Israël,
Dat is: hij voerde de wraak van de HEERE voor Israël uit tegen de Filistijnen. Zie over het gebruik van dit woord in deze geschiedenissen hierboven, Richt. 2:16.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Simson — zonachtig, of: als de zon
De zoon van Manoach, van zijn geboorte af een nazireeër voor God, begiftigd met een buitengewone lichaamskracht die verbonden was aan zijn ongeschoren haar (Richt. 13:5, 24-25). Als richter van Israël streed hij twintig jaar lang, alleen, tegen de Filistijnen, totdat hij door zijn liefde voor Delila zijn geheim prijsgaf en zijn kracht verloor; blind gemaakt bracht hij bij zijn dood nog meer Filistijnen om het leven dan tijdens zijn leven (Richt. 16). Hij wordt in Hebr. 11:32 onder de geloofshelden genoemd.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
De rots Etam — Hebreeuws, verwant aan een woord voor "roofdiershol" — een andere plaats dan het gelijknamige Etam van Juda (2 Kron. 11:6)
Ligging: In het gebied van Juda, in de nabijheid van Lehi; de precieze locatie is onbekend.
Geschiedenis: Hierheen trok Simson zich terug nadat hij, uit wraak voor het verraad van zijn vrouw, de oogst van de Filistijnen met brandende vossenstaarten in brand had gestoken; drieduizend mannen van Juda, bevreesd voor Filistijnse vergelding, kwamen hem hier binden om hem aan de Filistijnen uit te leveren — Simson liet zich gewillig binden, in het vertrouwen dat de HEERE hem zou bevrijden (Richt. 15:8-13).
Bijbelse betekenis: Een aangrijpend moment waarop zelfs Simsons eigen volk, uit angst, hem liever uitleverde dan achter hem stond — en waarin Simson desondanks gewillig gebonden werd, wetend dat de HEERE hem, zodra het nodig was, de kracht zou geven om zich te bevrijden (Richt. 15:14).
Richt. 15:8-13
Lehi (met de bron En-Hakkore) — Lehi: Hebreeuws voor "kinnebak"; En-Hakkore: "bron van hem die riep"
Ligging: In het gebied van Juda, in de nabijheid van de rots Etam.
Geschiedenis: Hier werd Simson door drieduizend mannen van Juda gebonden aan de Filistijnen overgeleverd; zodra de Geest des HEEREN over hem kwam, braken de touwen als verbrande vlasdraden, en met het kaakbeen van een ezel versloeg hij duizend Filistijnen (Richt. 15:9-17). Uitgeput van dorst riep hij tot de HEERE, Die daarop een holte in Lehi kloofde, waaruit water opborrelde — vandaar de naam En-Hakkore, "bron van hem die riep", die "tot op deze dag" nog bestond (Richt. 15:18-19).
Bijbelse betekenis: Een van de duidelijkste voorbeelden van hoe de HEERE Zijn dienstknecht, na een geweldige overwinning door de Geest gewerkt, ook in de eenvoudige, lichamelijke nood van dorst niet vergeet — grote geestelijke kracht sluit menselijke zwakheid en afhankelijkheid niet uit, en Simsons gebed in nood toont dat hij, ondanks al zijn gebreken, wist tot Wie hij zich moest wenden.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Richter (verlosser) — Hebreeuws: sjofeet, van sjafat, dat zowel "rechtspreken" als "besturen, recht verschaffen" betekent; het boek zelf noemt hen ook moshia', "verlosser" (Richt. 3:9,15)
Na de dood van Jozua en van het geslacht dat Gods werk gezien had, stond er een geslacht op "dat den HEERE niet kende" (Richt. 2:10). Wat daarop volgt tekent het boek zelf als een terugkerende gang: Israël dient de Baäls, de toorn des HEEREN ontsteekt, Hij geeft hen in de hand van rovers, zij roepen tot Hem, en "de HEERE verwekte richteren, die hen verlosten uit de hand dergenen, die hen beroofden" (Richt. 2:11-18). Maar de omkeer houdt niet: "het geschiedde met het versterven des richters, dat zij omkeerden, en verdierven het meer dan hun vaderen" (Richt. 2:19). Een richter is dus geen rechter in een rechtszaal maar een door God verwekte bevrijder en bestuurder. Zo was er Othniël, over wie de Geest des HEEREN kwam en die Israël richtte en ten strijde trok (Richt. 3:9-11), en Ehud, de linkshandige (Richt. 3:15-30). Zo waren er ook Samgar met zijn ossenstok (Richt. 3:31) en Debora, die als profetes richtte en tot wie het volk opging ten gerichte (Richt. 4:4-5). Paulus vat de hele periode in één zin samen: God gaf hun rechters tot op Samuël de profeet (Hand. 13:20).
Bijbelse betekenis: Drie dingen vallen op. Het initiatief ligt telkens bij God: Hij verwekt de richter, het volk kiest hem niet. En het roepen van Israël is geen bekering maar een schreeuw uit de nood — toch hoort Hij, "want het berouwde den HEERE, huns zuchtens halve vanwege degenen, die hen drongen en die hen drukten" (Richt. 2:18). Verder is de verlossing volkomen zolang de richter leeft en daarna niet meer: het ambt hangt aan een sterfelijk mens, en loopt dus telkens dood op een graf. Ten slotte gebruikt de HEERE met opzet de onwaarschijnlijkste werktuigen: een linkshandige, een boer met een ossenstok, een vrouw. Zo blijft de eer niet bij de verlosser hangen, en Debora zegt dat Barak zelfs op de man af (Richt. 4:9).
Typologie: De Hebreeënbrief noemt Gideon, Barak, Simson en Jefta bij naam in de rij van hen die door het geloof gestreden hebben (Hebr. 11:32). Maar het boek Richteren wijst boven hen uit, want een verlosser die sterft laat een volk achter dat weer afvalt. Daarom wordt het woord verlosser in het Nieuwe Testament aan Eén gegeven van Wie de naam het al zegt: "gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden" (Matt. 1:21). En ook het richten zelf is Hem in handen gelegd: de Vader oordeelt niemand maar heeft al het oordeel de Zoon gegeven, en Hem macht gegeven gericht te houden (Joh. 5:22,27). Hij is van God verordend tot een Rechter van levenden en doden (Hand. 10:42), en Paulus verwacht de kroon uit de hand van "de rechtvaardige Rechter" (2 Tim. 4:8). Wat in Richteren telkens afbrak bij een sterfbed, kent bij Hem geen einde.
Geest des HEEREN (toerusting tot een taak) — Hebreeuws: roeach JHWH, "Geest van de HEERE" — in Richteren telkens verbonden met werkwoorden van aantrekken, vaardig worden en drijven
Bij elke richter van betekenis staat dezelfde mededeling, maar met opvallend verschillende beelden. Over Othniël: "de Geest des HEEREN was over hem, en hij richtte Israël" (Richt. 3:10). Gideon wordt door de Geest "aangetogen", als een kleed dat men aandoet (Richt. 6:34). Op Jefta komt de Geest (Richt. 11:29). Bij Simson begint de Geest hem "bij wijlen te drijven" (Richt. 13:25) en wordt Hij "vaardig over hem" op de beslissende ogenblikken (Richt. 14:6,19; 15:14). Dezelfde uitdrukking wordt later van David gebruikt bij zijn zalving, en van Saul in omgekeerde zin: "de Geest des HEEREN week van Saul" (1 Sam. 16:13-14). In al deze plaatsen gaat het om toerusting tot een taak — kracht, moed en bekwaamheid voor een opdracht — en niet allereerst om de vernieuwing van het hart. Dat blijkt wel uit Simson, over wie de Geest vaardig werd terwijl zijn wandel intussen alles behalve voorbeeldig was.
Bijbelse betekenis: Hier ligt de reden dat een oudtestamentische heilige kon bidden of God Zijn Heilige Geest niet van hem wegnemen wilde (Ps. 51:13). De Geest kwam op mensen voor een ambt en voor een tijd, en kon ook weer wijken, zoals bij Saul. De toerusting is daarbij nooit een verdienste — zij verklaart juist waarom de zwakke werktuigen van Richteren iets vermochten. En Simson maakt duidelijk dat gaven en genade niet hetzelfde zijn: een mens kan door Gods Geest bekwaam gemaakt zijn tot een werk en tegelijk zichzelf niet in de hand hebben. Wie het ene voor het andere houdt, meet zich aan zijn bruikbaarheid in plaats van aan zijn hart.
Typologie: Op de vraag wat er onder het nieuwe verbond veranderd is, antwoordt de Heere Jezus met één woord: blijven. "Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid" (Joh. 14:16), en over die Trooster: "Hij blijft bij ulieden, en zal in u zijn" (Joh. 14:16-17). Waar de Geest in Richteren op enkelingen kwam voor een taak, wordt Hij op de Pinksterdag uitgestort "op alle vlees" — op zonen en dochters, op dienstknechten en dienstmaagden (Hand. 2:17-18, uit Joël). En Hij is niet langer een gave voor een tijd maar een onderpand voor de erfenis: wie geloofd heeft is "verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte, Die het onderpand is van onze erfenis" (Ef. 1:13-14). Daarom mag de bede van Psalm 51 in de bevindelijke lijn eerbiedig gebeden blijven worden, terwijl de reformatorisch-baptistische opvatting tegelijk vasthoudt dat het antwoord erop in Christus vast ligt en niet aan de trouw van de bidder hangt.
En-Hakkore (de fontein des aanroepers) — de bron die God voor Simson opende uit de holle plaats te Lechi, nadat deze uitgeput van dorst tot Hem geroepen had: "Daarom noemde hij haar naam: De fontein des aanroepers, die in Lechi is, tot op dezen dag" (Richt. 15:19)
Na Simsons wraak op de Filistijnen — de vossen met brandende fakkelen in het koren (Richt. 15:4-5), de slag tegen wie zijn schoonvader gedood had (Richt. 15:7-8) — grijpen de mannen van Juda in. Zij leveren hem, gebonden met nieuwe touwen, uit aan de Filistijnen om verdere vergelding te voorkomen (Richt. 15:9-13). Zodra de Filistijnen hem juichend tegemoet komen, staat er: "de Geest des HEEREN werd vaardig over hem" — en de touwen worden als verbrande linnen draden, en met een ezelskinnebakken doodt hij duizend man (Richt. 15:14-15). Simson roemt in eigen kracht: "Met een ezelskinnebakken, een hoop, twee hopen, met een ezelskinnebakken heb ik duizend man geslagen" (Richt. 15:16). Onmiddellijk daarna, uitgeput van dorst, dreigt hij te sterven, en roept tot de HEERE: "Gij hebt door de hand van Uw knecht dit grote heil gegeven; zou ik dan nu van dorst sterven?" (Richt. 15:18). God klooft de rots, er komt water uit, en Simson herleeft — vandaar de naam die hij aan die plaats geeft: En-Hakkore, "de fontein des aanroepers" (Richt. 15:19).
Bijbelse betekenis: De volgorde van deze verzen is het onderwijs: onmiddellijk na de grootste triomf van eigen kracht — het kinnebakken, duizend gedode vijanden — volgt de diepste zwakheid: een mens die dreigt te bezwijken van dorst. Wie zojuist nog roemde in zijn eigen wapen, roept nu om het leven zelf tot de HEERE. Dat God ook déze bede verhoort, tekent Zijn genade niet als beloning voor Simsons kracht, maar als antwoord op zijn nood — dezelfde HEERE Die de overwinning gaf, geeft ook het water om ervan te kunnen leven.
Typologie: Ditzelfde patroon kende ook Elia: overwinning gevolgd door uitputting en de noodzaak van Gods vernieuwde genade. Na de overwinning op de Baälspriesters viel hij uitgeput neer onder een jeneverboom, en de HEERE voedde hem (1 Kon. 19:4-8, niet apart aangehaald). Geen overwinning, hoe groot ook, maakt de mens onafhankelijk van de voortdurende genade die elk volgend ogenblik weer nodig is.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
De fontein des aanroepers — 15:9-20
Simson heeft duizend Filistijnen verslagen met een ezelskinnebakken, en hij maakt er een spotdicht over. Wat er daarna gebeurt staat in twee verzen, en het is het enige moment in zijn hele geschiedenis waarop hij bidt zonder wraak te vragen.
De sterkste man van het Oude Testament dreigt van dorst te sterven op het slagveld dat hij zojuist gewonnen heeft.
De overwinning is volkomen. Duizend man, met een wapen dat geen wapen is, en een liedje erachteraan. En dan komt de zin die alles omkeert: “Als nu hem zeer dorstte, zo riep hij tot den HEERE.”
Wat hij zegt is opmerkelijk eerlijk. Hij begint niet bij zichzelf maar bij God: Gij hebt door de hand van Uw knecht dit grote heil gegeven. Hij noemt zichzelf knecht, en hij schrijft de overwinning niet toe aan zijn arm maar aan God. En dan pas de klacht: zou ik dan nu van dorst sterven, en vallen in de hand dezer onbesnedenen?
Dat is de ontnuchtering van dit hoofdstuk. Kracht die duizend man neerslaat, houdt geen dorst tegen. De man die geen tegenstander vond, kan door een gewoon menselijk gebrek omkomen — en hij weet het.
Het antwoord komt onmiddellijk en zonder verwijt: “Toen kloofde God de holle plaats, die in Lechi is, en er ging water uit van dezelve, en hij dronk. Toen kwam zijn geest weder, en hij werd levend.”
Er wordt geen preek bij gehouden. Er komt water uit een gespleten plaats in de grond, en de man leeft weer. En hij geeft die plek een naam die niet over hem gaat maar over wat hij deed: de fontein des aanroepers.
Dat is de enige plaats in de Schrift waar die naam voorkomt. Het is niet de fontein van de sterke, en niet de fontein van de overwinnaar. Het is de fontein van wie riep.
Zo staat deze geschiedenis in de lijn van de verlossing, en zij loopt langs een beeld dat vaker terugkeert. In de woestijn werd een rots geslagen en er kwam water uit, en Paulus zegt van die rots dat zij Christus was. Hier wordt een holle plaats gekloofd voor een uitgeputte man die geroepen heeft.
En er is nog een aanraking die dichterbij komt. Aan het kruis heeft Iemand gezegd: Mij dorst. Dat is het enige woord waarin Hij iets voor Zichzelf vroeg, en Hij kreeg edik. De Sterke Die water uit een rots kon halen, is gestorven met dorst — opdat wie roept, drinken kan.
Simson wordt in de brief aan de Hebreeën genoemd onder de mannen die door het geloof koninkrijken hebben overwonnen. Wat hem daar een plaats geeft is niet zijn kracht maar dat hij, in zijn zwakste ogenblik, geroepen heeft.
Richteren 15:15 — Duizend man verslagen met een wapen dat geen wapen is.
Richteren 15:18 — En dan dreigt de overwinnaar van dorst te sterven.
Richteren 15:18 — Hij noemt zichzelf knecht en schrijft de overwinning aan God toe.
Richteren 15:19 — God kloofde de holle plaats, en hij dronk en werd levend.
1 Korinthe 10:4 — Van de rots in de woestijn staat er dat die steenrots Christus was.
Johannes 19:28 — En aan het kruis zei Hij: Mij dorst.
In het Nieuwe Testament: Hebreeën 11:32-34; 1 Korinthe 10:4; Johannes 19:28; Johannes 7:37; Exodus 17:6
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament noemt Simson in Hebreeën 11, maar het legt geen verband tussen deze bron en Christus. Wat hier gelegd wordt rust op de overeenkomst met de gespleten rots in de woestijn. Van díé rots zegt Paulus in 1 Korinthe 10 wél dat zij Christus was. Daarnaast op het woord Mij dorst aan het kruis. Beide verbanden zijn gevolgtrekkingen. De naam die Simson aan de plaats geeft — de fontein des aanroepers — staat er zelf.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Richteren 15:18.KruisverwijzingenHebreeën 11:32→1 Samuël 17:26→Psalmen 22:14→1 Samuël 27:1→Psalmen 18:31→Genesis 20:11→Richteren 8:4→2 Korinthe 1:8→ — Als nu hem zeer dorstte, zo riep hij tot den HEERE, en zeide: Gij hebt door de hand van Uw knecht dit grote heil gegeven; zou ik dan nu van dorst sterven, en vallen in de hand dezer onbesnedenen? Simson was van de top van de rots Etam afgebracht, met touwen gebonden door zijn eigen broeders en als gevangene overgegeven in de handen van de Filistijnen. Maar zodra hij de Filistijnen bereikte, kwam de bovennatuurlijke kracht van Gods Geest over hem, en hij brak de touwen; en toen hij het kinnebakken van een pas geslachte ezel dichtbij zag liggen, greep hij dat vreemde wapen en viel met al zijn macht op de scharen van de Filistijnen aan.
Hij liet niet minder dan duizend mensen dood op de grond achter. En terwijl hij de hopen van de verslagenen opstapelde, zag hij met grimmige voldoening op de slachting die hij verricht had. Er was misschien een weinig hoogmoed in zijn gedrag, maar plotseling kwam er een bezwijming over hem. Hij had zich ingespannen en elke zenuw en spier gespannen, en nu, dorstig geworden, keek hij rond naar een beek. Er was er geen, en hij gevoelde alsof hij van dorst zou sterven en dat de Filistijnen dan over hem zouden juichen.
Met dat eenvoudige geloof dat zo kenmerkend was voor Simson — die niets anders was dan een groot kind — wendde hij zijn ogen tot zijn hemelse Vader en riep: “Gij hebt door de hand van Uw knecht dit grote heil gegeven; zou ik dan nu van dorst sterven, en vallen in de hand dezer onbesnedenen?” Zo deed God plotseling een bron opkomen.
Er mogen velen zijn die zich ongelukkig en bedrukt gevoelen. Wij behoren te bedenken wat God al voor ons gedaan heeft, zoals Hij het voor Simson gedaan had. Leidt dat ons niet tot een lichtere schatting van onze tegenwoordige moeiten en stelt het ons niet in staat te betogen dat Hij die in het verleden grote verlossingen gewrocht heeft, ons in de toekomst niet zal laten ontbreken?
I. Vs. 1-20.KruisverwijzingenRichteren 14:20→Genesis 38:17→Richteren 15:19→Richteren 15:17→Genesis 29:21→Lukas 15:29→Genesis 6:4→Handelingen 26:9→ — En het geschiedde na sommige dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn huisvrouw bezocht met een geitenbokje, en hij zeide: Laat mij tot mijn huisvrouw ingaan in de kamer; maar haar vader liet hem niet toe in te gaan. Want haar vader zeide: Ik sprak zeker, dat gij haar ganselijk haattet, zo heb ik haar aan uw metgezel gegeven. Is niet haar kleinste zuster schoner dan zij? Laat ze u toch zijn in de plaats van haar. Toen zeide Simson tot henlieden: Ik ben ditmaal onschuldig van de Filistijnen, wanneer ik aan hen kwaad doe. En Simson ging heen, en ving driehonderd vossen; en hij nam fakkelen, en keerde staart aan staart, en deed een fakkel tussen twee staarten in het midden. En hij stak de fakkelen aan met vuur, en liet ze lopen in het staande koren der Filistijnen; en hij stak in brand zowel de korenhopen als het staande koren, zelfs tot de wijngaarden en olijfbomen toe. Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zeide: Simson, de schoonzoon van den Thimniet, omdat hij zijn huisvrouw heeft genomen, en heeft haar aan zijn metgezel gegeven. Toen kwamen de Filistijnen op, en verbrandden haar en haar vader met vuur. Toen zeide Simson tot hen: Zoudt gij alzo doen? Zeker, als ik mij aan u gewroken heb, zo zal ik daarna ophouden. En hij sloeg hen, den schenkel en de heup, met een groten slag; en hij ging af, en woonde op de hoogte van de rots Etam. Toen togen de Filistijnen op, en legerden zich tegen Juda, en breidden zich uit in Lechi. En de mannen van Juda zeiden: Waarom zijt gijlieden tegen ons opgetogen? En zij zeiden: Wij zijn opgetogen om Simson te binden, om hem te doen, gelijk als hij ons gedaan heeft. Het wegnemen van zijn vrouw en haar huwelijk met een ander wreekt Simson aan de Filistijnen daardoor, dat hij 300 vossen met fakkels tussen hun samengebonden staarten in de korenvelden loslaat en daardoor grote schade teweegbrengt. Als de Filistijnen ten gevolge hiervan de schoonvader en diens huis met vuur verbranden, sloeg hij hen hard en trok hij zich naar de rots Etam terug. Zij trekken met een krijgsmacht in het gebied van Juda hem na; hij laat zich door de Judeeërs gebonden aan hen uitleveren, maar nu, terwijl hem de touwen van zijn handen afvallen, grijpt hij een ezelskinnebak en slaat duizend vijanden dood. Toen hij na de volbrachte strijd, het versmachten nabij, op de plaats van de overwinning neerlag, doet God op zijn gebed de rots splijten en verkwikt hem met het daaruit voortkomend water, zodat hij nieuwe kracht verkrijgt. Hieruit volgt zijn twintigjarig richterambt over Israël, waartoe de eerder vermelde daden slechts inleiding geweest zijn.
KruisverwijzingenGenesis 38:17→Genesis 29:21→Lukas 15:29→Genesis 6:4→— En het geschiedde na sommige dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn huisvrouw bezocht met een geitenbokje, en hij zeide: Laat mij tot mijn huisvrouw ingaan in de kamer; maar haar vader liet hem niet toe in te gaan.
En het geschiedde na enige dagen, na hoeveel is niet gemeld, in de dagen van de tarweoogst, het midden van mei tot half juni, dat Simson zijn vrouw bezocht met eengeitebokje, een toen gewoon geschenk (Genesis38: 17) om te tonen, dat hij haar het onrecht, waarover hij zozeer vertoornd gevreest was (14: 19), vergeven had. Zo kwam hij te Thimnath in het huis van zijn schoonvader en hij zei: Laat mij tot mijn vrouw ingaan in de kamer, het door haar bewoonde vrouwenvertrek; maar haar vader liet het hem niet toe in te gaan.
KruisverwijzingenRichteren 14:20→Handelingen 26:9→Genesis 38:14→Richteren 14:16→— Want haar vader zeide: Ik sprak zeker, dat gij haar ganselijk haattet, zo heb ik haar aan uw metgezel gegeven. Is niet haar kleinste zuster schoner dan zij? Laat ze u toch zijn in de plaats van haar.
Want haar vader zei: Ik sprak zeker, 1) dat gij haar zeer haatte, omdat gij in toorn was heengegaan, zo heb ik haar aan uw metgezel gegeven. Is niet haar kleinste zuster mooier dan zij? Laat ze u toch tot een vrouw zijn in de plaats van haar.
In het Hebreeuws Amoor amarti. Gezegd heb ik zeker. Dit is een verkorte uitdrukking voor: Gezegd heb ik zeker in mijn hart, d.i. gedacht heb ik vast en zeker.
KruisverwijzingenRichteren 14:15→— Toen zeide Simson tot henlieden: Ik ben ditmaal onschuldig van de Filistijnen, wanneer ik aan hen kwaad doe.
Toen zei Simson van hen, van de vader en de andere burgers van Thimnath, die bij deze dingen aanwezig geweest waren: Ik ben ditmaal onschuldig van de Filistijnen; ik ben onschuldig, zij hebben het zichzelf te wijten, wanneer ik aan hen kwaad doe, 1) want zij hebben mijn vrouw genomen en aan een ander gegeven.
Simson vat de zaak aldus op, dat de daad van zijn schoonvader een uitvloeisel was van de haat en weerzin van de Filistijnen tegen Israël. Daarom zal hij ook die daad wreken aan het gehele volk, in elk geval aan de inwoners van Thimnath.
KruisverwijzingenHooglied 2:15→Psalmen 63:10→Klaagliederen 5:18→— En Simson ging heen, en ving driehonderd vossen; en hij nam fakkelen, en keerde staart aan staart, en deed een fakkel tussen twee staarten in het midden.
En Simson, die de handelwijze van zijn schoonvader met recht hield voor een uitvloeisel van gezindheid van de Filistijnen tegen Israël, wilde deze daad wreken en tevens al het onrecht, dat zij zijn volk hadden aangedaan; hij ging heen en hij ving driehonderd vossen, 1) sjakals of jakhalzen; en hij nam fakkels, en keerde twee vossen aan elkaar bindende, staart aan staart, en deed een fakkel tussen twee staarten in het midden.
Simson bevond zich in zijn strijd geheel alleen. Niemand uit zijn vaders huis volgde hem. Ook geen driehonderd man, zoals die Gideon gevolgd waren. Nu zoekt hij bondgenoten onder de dieren van het woud. Zoals de beren Elisa te hulp komen, zo maakt hij zich 300 krijgslieden, 300 schualim tot zijn leger tegen de nationale vijand. Voor Simson was het gemakkelijk 300 vossen te vangen.
Dit gedierte was in Palestina in grote menigte (Nehemia 4: 3 Psalm 63: 11 Hoogl.2: 15 Klaagl.5: 18 Ez.13: 4). Onder deze dieren kunnen ook verstaan worden de thoës, die zeer op vossen lijken, en die in zo grote hopen tezamen komen, dat sommige schrijvers meedelen er meer dan 200 bij elkaar gezien te hebben. Verder is niet gezegd, dat Simson deze op één dag gevangen heeft, noch ook, dat hij hierin niet zou geholpen zijn door zijn dienaars of vrienden.
De Sjakal (een perzisch woord: Schaghal) is in grootte, gedaante en kleur de vossen zo gelijk, dat men ze op het eerste gezicht nauwelijks onderscheidt. Toch heeft deze een enigzins anders gevormde kop, niet zo veel verschillende van die van een herdershond, en geelachtig rood haar, dat met dat van de wolf overeenkomt. De staart is rond, recht opstaand, vol haar en aan het einde zwart, de ogen zijn groot. Overdag houdt het dier zich in bossen en bergkloven verborgen, en komt dan slechts zeldzaam tevoorschijn; ‘s nachts gaan zij in grote menigten (soms van 200) op roof uit en naderen zelfs de steden. Zij leven van pluimgedierte en aas, eten ook kinderen op, wanneer zij die onbewaakt vinden; zijn nachtelijk gehuil, dat ver doordringt, heeft grote gelijkheid met het geschrei van een kind. Omdat echter hier in de grondtekst niet het voor Schakal gewone woord ya (Jes.13: 22; 34: 14 Jer.50: 39) staat, maar lews, dat de eigenlijke vos betekent, moet men dit als een onnauwkeurige uitdrukking van de volkstaal opvatten, die vos en schakal met elkaar verwisselt. De schakals laten zich gemakkelijk vangen.
Kruisverwijzingen2 Samuël 14:30→Exodus 22:6→— En hij stak de fakkelen aan met vuur, en liet ze lopen in het staande koren der Filistijnen; en hij stak in brand zowel de korenhopen als het staande koren, zelfs tot de wijngaarden en olijfbomen toe.
En hij stak de fakkels aan met vuur en liet ze lopen in het op het veld staande koren van de Filistijnen; en hij stak het door middel van deze 150 paren sjakals in brand, zowel de korenhopen, de bij elkaar geplaatste schoven, als het nog niet gemaaide, het staande koren, zelfs tot de wijngaarden en olijfbomen toe. Overal liepen de beangstigde dieren heen en richtten alom grote schade aan. Het was een oud gewoon krijgsgebruik, dat de vijandelijke stammen in het oosten nog aanwenden, het koren in brand te steken. Dit was het verschrikkelijke middel, waarmee de koning van Lydië de Milesiërs bevocht (Herod. 1: 19), dat hij twaalf jaar hun koren verbrandde. Het was het gevoeligste verlies, dat Simson hun kon aandoen. Zij hadden zich niet bewogen toen hij dertig man versloeg. De levenden hadden geen schade. Nu de oogst in vuur opgaat, verneemt men het wijd en zijd. Daarom kon Simson zijn werk niet alleen volbrengen. Het ware sneller opgemerkt, gemakkelijker geblust, omdat hij toch slechts op één plaats tegelijk beginnen kon. Hij koos dit middel niet alleen om zijn kracht en zijn krijgsmanshumor te tonen, maar ook zijn vreselijkheid, zelfs wanneer hij alleen was. De vulpinaria, of feesten van de vossen, door de Romeinen gevierd in de maand april, waarop zij vossen met toortsen aan hun staarten loslieten, was afgeleid van de geschiedenis van Simson.
KruisverwijzingenRichteren 14:15→Richteren 12:1→Spreuken 22:8→1 Thessalonicenzen 4:6→— Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zeide: Simson, de schoonzoon van den Thimniet, omdat hij zijn huisvrouw heeft genomen, en heeft haar aan zijn metgezel gegeven. Toen kwamen de Filistijnen op, en verbrandden haar en haar vader met vuur.
Toen zeiden de Filistijnen in het gehele land: Wie heeft dit gedaan? En men zei, de bewerker spoedig radende: Simson, de schoonzoon van de Thimniet heeft het gedaan,omdat hij, de Thimniet, zijn vrouw heeft genomen, en heeft haar aan zijn metgezel gegeven. Toen kwamen de Filistijnen op, verwoed op de vrouw en de vader, omwille van wie zij die schade hadden moeten lijden, en zij verbrandden haar en haar vader met vuur. 1)
Dat is een ruwheid en wreedheid, die bij de Filistijnen zeer gebruikelijk schijnt geweest te zijn, daarmee hadden reeds de dertig metgezellen gedreigd; wanneer Simsons vrouw hun niet in de oplossing van het raadsel zou helpen. (14: 15).
Beide, het goed en het kwaad, zijn zekere betalers, aan een ieder, wat hij verdiend heeft. In plaats van wraak op Simson te nemen, namen de Filistijnen wraak voor hem, dat hij zelf niet wilde doen. Ziet hierin de hand van Hem, aan wie de wraak toekomt. De Filistijnen dreigden Simsons vrouw, dat zij haar en haar vaders huis zouden verbranden. Zij verried haar man om zichzelf te redden en haar landgenoten een dienst te bewijzen, en juist hetgeen zij vreesde, en door zonde probeerde te ontvluchten, kwam op haar. Zoeken wij het onheil door kwade praktijken te ontkomen, zo halen wij het dikwijls op onze eigen hoofden. Wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen.
In de plaats van zich op Simson te wreken, oefenden zij wraak voor hem, toen hij, uit aanmerking van de bloedverwantschap, waarin hij met hen gestaan had, zichzelf niet op hen had willen wreken. Men zie hierin de hand van de Heere, aan Wie de wrake is; zij, die trouweloos handelen, zullen trouweloos behandeld en beroofd worden, en de Heere is te kennen aan de oordelen, die Hij over de mensen brengt, in het bijzonder wanneer Hij, zoals hier, de vijanden van Zijn volk gebruikt als werktuigen in Zijn hand, opdat zij onderling op elkaar de wraak van zijn volk wreken (Jud 15: 6).
KruisverwijzingenRichteren 14:19→Richteren 14:4→Romeinen 12:19→— Toen zeide Simson tot hen: Zoudt gij alzo doen? Zeker, als ik mij aan u gewroken heb, zo zal ik daarna ophouden.
Toen zei Simson tot hen, toen hij van deze verschrikkelijke daad van de Filistijnen vernam: Zou gij zo doen, zeker, als ik mij aan u gewroken heb, zo zal ik daarna ophouden. 1) Ik zal niet eerder ophouden met u te vervolgen voordat ik mij gewroken heb en gij de overmacht van Israëls God, zoals aan uw koren, ook aan uw lichaam ondervonden hebt.
Hiermede wil hij aan de Filistijnen beduiden, dat, wat zij aan zijn schoonvader hebben gedaan en aan zijne vrouw, nog niet voldoende is, om de wrake volkomen te maken, dat hij niet eerder zal ophouden, aleer de wraak aan de vijanden zijns volks volkomen is.
KruisverwijzingenJesaja 63:3→Jesaja 25:10→Jesaja 63:6→— En hij sloeg hen, den schenkel en de heup, met een groten slag; en hij ging af, en woonde op de hoogte van de rots Etam.
En hij sloeg hen, van de dreiging aanstonds tot de uitvoering overgaande, wie hij slechts ontmoette, de schenkel en de heup, 1) hij sloeg hen, met een grote slag, en hij ging af, voordat de Filistijnen zich tot een algemeen verzet tegen hem konden verenigen, naar de streek van Ain-Rimmon (Joz.15: 32; 19: 7), en woonde op de hoogte van de rots Etam 2) (= plaats van wilde dieren), tussen Rimmon en Ain (1 (Kronieken 4: 32) niet te verwisselen met Etham, dat ten zuiden van Bethlehem ligt, het tegenwoordige Urtas (2 (Kronieken 11: 6).
Hij sloeg hen de schenkel en de heup. Dit is een spreekwoordelijke uitdrukking, om daarmee aan te duiden, dat hij hen sloeg zonder enige sparen te laten gelden. Onze uitdrukking ervoor is deze: armen en benen stuk slaan. De bedoeling wordt in het volgende nader verklaard, waar gezegd wordt dat hij he sloeg met een grote slag.
Dit Etam is te zoeken in de nabijheid van het tegenwoordige Khuweilifeh, op de grenzen van het gebergte van Juda. Vandaar dan ook dat er staat hij ging af, omdat het in de laagte lag.
KruisverwijzingenRichteren 15:19→Richteren 15:17→Richteren 15:14→— Toen togen de Filistijnen op, en legerden zich tegen Juda, en breidden zich uit in Lechi.
Toen trokken de Filistijnen op, nadat zij werkelijk een leger tezamen hadden gebracht, om zich over Simsons daad te wreken, en zij legerden zich tegen Juda, waar zij wisten, dat Simson was, en breidden zich uit in Lechi 1) (= kinnebakken), zo in later tijd (vs.17) genoemd en waarschijnlijk gelegen bij de afgeknotte rotsheuvel, die thans Tell Lekiyek heet, ten noorden van Berséba.
De andere kerkelijke overlevering, die op de aanwijzingen van Josefus berust en waarbij zich ook v.Raumer in zijn “geographie van Palestina” aansluit, plaatste de bron van Ramath Lechi, waarvan in vs.19 sprake is, in de voorstad van Eleutheropolis (Jos 10: 29); deze traditie is echter zonder waarde.
V.d.Velde neemt aan, dat dit Lechi hetzelfde is als het Baälôth van Joz.15: 24.
KruisverwijzingenRichteren 14:4→Richteren 13:1→Deuteronomium 28:47→Deuteronomium 28:13→Psalmen 106:40→— Toen kwamen drie duizend mannen af uit Juda tot het hol der rots Etam, en zeiden tot Simson: Wist gij niet, dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt gij ons dan dit gedaan? En hij zeide tot hen: Gelijk als zij mij gedaan hebben, alzo heb ik hunlieden gedaan.
Toen kwamen drieduizend mannen uit Juda, tot het hol van de rots Etam, waar zij wisten, dat hij zich ophield, en zeiden tot Simson, geheel hun slaafse vreesuitsprekende, die hen dreef, door liever de volksgenoot te verloochenen, dan zich aan de wraak van hun onderdrukkers bloot te stellen: Wist gij niet, dat de Filistijnen over ons heersen, 1) en wij dus alles moeten vermijden, wat hun toorn zou kunnen opwekken? Waarom hebt gij ons dan dit waagstuk (vs.8) gedaan? En hij zei tothen: Zoals zij mij gedaan hebben, omdat zij mijn vrouw en mijn vader verbrand hebben, zo heb ik hun gedaan, en dit is voor u een teken, dat de Heere u weer redding wil geven.
Hieruit blijkt de dwaze moedeloosheid van Juda. In plaats van in Simson de door de Heere verwekte richter te zien en te erkennen, en zich onder hem te scharen, om zich het juk van de Filistijnen van de hals te schudden, willen zij liever hun redder overleveren in de handen van de vijanden, om op die wijze een valse vrede te kopen. De zonde verblindt de mens en beneemt hem de moed, ja, maakt voor zijn ogen verborgen, wat tot zijn redding kan gedijen.
KruisverwijzingenRichteren 8:21→1 Koningen 2:25→Handelingen 7:25→1 Koningen 2:34→Mattheüs 27:2→— En zij zeiden tot hem: Wij zijn afgekomen om u te binden, om u over te geven in de hand der Filistijnen. Toen zeide Simson tot hen: Zweert mij, dat gijlieden op mij niet zult aanvallen.
En zij zeiden tot hem: Wij moeten het ons dreigend gevaar afweren en het aan u overlaten, hoe gij het met hen maken zult. Wij zijn gekomen, om u te binden, om u over te geven in de hand van de Filistijnen, geef u vrijwillig aan ons over, opdat wij geen geweld hoeven te gebruiken. Toen zei Simson tot hen: Zweert mij, dat gij op mij niet zult aanvallen, 1) om mij te doden, dan zal ik mij vrijwillig overgeven.
Ongetwijfeld wist Simson, dat hij de banden, waarmee hij gebonden werd, kon verscheuren, en daarom bedingt hij, dat zij niet op hem zouden aanvallen, opdat zijn toorn niet tegen hen zich zou keren. Simson wil zich wel door zijn volk aan de vijanden laten overleveren, maar wenst zijn eigen volk zijn kracht niet te doen voelen. Wij treffen hier zijn edelmoedig karakter aan. Hij weet het, dat hij alleen zijn kracht mag gebruiken tegen zijn vijanden, maar hij wil die ook alleen gebruiken tegen de vijanden. Voor zijn volk wil hij alleen redder en verlosser zijn, en nu, opdat hij de zijnen erbuiten late en alle schuld van hen wegneme, alsof zij hem zouden aangezet hebben tegen zijn vijand en om alzo te handelen, zoals hij gehandeld heeft, wil hij zich liever gebonden laten overleveren, wetende dat God, zijn God, hem kracht zal geven, om zich op de Filistijnen te wreken. De liefde voor zijn volk straalt in al zijn handelingen door.
— En zij spraken tot hem, zeggende: Neen, maar wij zullen u wel binden, en u in hunlieder hand overgeven; doch wij zullen u geenszins doden. En zij bonden hem met twee nieuwe touwen, en voerden hem op van de rots.
En zij spraken tot hem, zeggende: Nee, maar wij zullen u wel binden, en u in hun hand overgeven, maar wij zullen u geenszins doden. Op deze voorwaarde gaf Simson zich over, en zij bonden hem met twee nieuwe touwen 1) en voerden hem op van de rots 2) bij Etam (vs.8) naar het leger van de Filistijnen.
Deze touwen waren van fijn vlas gemaakt. Deze werden onverbrekelijk geacht en daarom werd Simson ermee gebonden.
Nooit had Israël beter gelegenheid gehad om de Filistijnen te verslaan dan thans, indien zij in plaats van Simson te binden, hem de heersersstaf hadden gegeven. Maar de drieduizend zijn lafhartig tegenover de vijand, voor wie Simson alleen niet vreest, zij zijn moedig tegenover hem alleen, die zich machteloos voelt tegenover zijn stamgenoten. Zij leveren hem over, maar met Israëls bloed bevlekt Simson zich niet.
KruisverwijzingenRichteren 14:19→Richteren 3:10→Richteren 14:6→1 Samuël 11:6→Psalmen 118:11→1 Samuël 4:5→Richteren 16:12→Micha 7:8→— Als hij kwam tot Lechi, zo juichten de Filistijnen hem tegemoet; maar de Geest des HEEREN werd vaardig over hem; en de touwen, die aan zijn armen waren, werden als linnen draden, die van het vuur gebrand zijn, en zijn banden versmolten van zijn handen.
Toen hij kwam tot Lechi 1) (vs.9), zo juichten de Filistijnen hem tegemoet, verheugd, dat zij de vijand in hun hand hadden en zich nu wreken konden; maar de Geest van de HEERE werd thans voor de derde maal (14: 6,19) vaardig over hem, en de touwen, die aan zijn armen waren, werden als linnen draden, die van het vuur gebrand zijn, en zijn banden versmolten van zijn handen; met zó geringe moeite verscheurde hij ze in het gezicht van zijn vijand en wierp hij ze van zich.
De Geest van de Heer is de Geest van de Almachtige God, en daarom onweerstaanbaar in Zijn werkingen. De Geest van de profetie is de Geest van diezelfde God, daarom kon niemand Stefanus weerstaan (Hand.6: 10). O, dat er in deze dagen van afval een man opstond vol van het geloof en van de Heilige Geest!. Het valt aanstonds in het oog, dat de gebonden, aan de Filistijnen overgeleverde Simson een voorafbeelding van de Heere Christus bij Zijn gevangenneming is, en dat Simson hier slechts deed, wat de toekomstige met nog veel minder moeite had kunnen doen, wanneer Hij het gewild had.
Toen de Geest van de Heere vaardig over hem werd, versmolten zijn banden, want door de Geest van de Heere is de vrijheid, en degenen, die op dusdanige wijze vrijgemaakt zijn, die zijn waarlijk vrij. Dit was een afschaduwing van de opstanding van de Heere Christus, door de kracht van de Geest van de heerlijkheid (Jud 15: 14).
KruisverwijzingenJozua 23:10→Leviticus 26:8→Richteren 3:31→1 Samuël 14:6→1 Samuël 14:14→1 Samuël 17:49→Richteren 4:21→1 Korinthe 1:27→— En hij vond een vochtig ezelskinnebakken, en hij strekte zijn hand uit, en nam het, en sloeg daarmede duizend man.
En hij vond, op de plaats, waar dit gebeurde, een vochtig 1) ezelskinnebak, dat dus nog vast en hard was, omdat het door de zon niet uitgedroogd was, en hij strekte zijn hand uit, en nam het en sloeg daarmee, letterlijk het woord (Joz.23: 10 vervullende, duizend man2) van de Filistijnen, op wie hij in de kracht van God aanviel, en die in de grootste ontzetting voor de wonderbare held de vlucht namen.
In het Hebreeuws Teriah, eigenlijk vers, nieuw, hetgeen nog niet lang gelegen had, en daarom nog niet was vergaan of verteerd door de oosterse zon.
Dit woord, dat ook Jes.1: 6 voorkomt, betekent “vers”, “nieuw”.
Het schijnt dat God de Filistijnen vooral door verachtelijke werktuigen heeft willen verootmoedigen, omdat Samgar hen met een ossenstok slaat (3: 31), Simson hen door vossen schade aandoen en hier zelfs met de kinnebak van een dode ezel tuchtigen moest. De overwinning lag niet in het wapen, niet in de arm, zij was in de Geest van God, die het wapen in de hand bewoog. Wanneer ook de handen zwak zijn, God is sterk. Door God zullen wij grote daden doen. Ja, ik vermag alle dingen door Hem, die mij kracht geeft.
Met dit getal wordt een rond getal bedoeld, om een grote menigte aan te geven. In verband met het lied, dat Simson vervaardigde, hebben wij het ervoor te houden, dat de Filistijnen bij het zien van de bovenmenselijke kracht, die Simson toonde in het verbreken van de nieuwe touwen, op de vlucht zijn gegaan; dat hij ze toen achtervolgd heeft, en eerst de een groep en daarna de andere met een ezelskinnebak heeft verslagen; dat zij zo door schrik waren bevangen, dat zij aan geen tegenweer dachten, maar zich zonder tegenstand lieten neervellen.
— Toen zeide Simson: Met een ezelskinnebakken, een hoop, twee hopen, met een ezelskinnebakken heb ik duizend man geslagen.
Toen de slag geëindigd was, zei Simson, zelf verwonderd over de wonderbaarlijke overwinning: 1) Met een ezelskinnebak één groep, twee groepen, met een ezelskinnebak heb ik duizend man geslagen. 2)
In het Hebreeuws is dit een lied en vinden wij weer (14: 14) een woordspeling. Bij het woord chamor (= ezel) is de ongewone vorm chamor voor chomer (= groepen) gekozen rwmx (chamoor) -rwmx (chamoor) =rmx (chomer).
Meermalen vindt men voorbeelden van mensen die door hun natuurlijke dapperheid hun vijanden grote nederlaag hebben toegebracht. Flavius Vopiscus verhaalt, dat Aurelianus, in de oorlog met de Sarmaten, met eigen hand op één dag 48, en op verscheidene dagen 950 mensen heeft gedood, waarop de jongens een liedje maakten en in hun dansen volgens krijgsgebruik uitriepen: mille, mille, mille, mille, mille, mille decollavimus. Unus homo mille, mille etc. Mille, mille vivat, qui mille, mille occidit” (Wij hebben duizend enz. omgebracht. Een man duizend enz. Hij leve duizend enz., die duizend enz. verslagen heeft). Bij een andere gelegenheid werd op die keizer nog een liedje gemaakt, dat Salmasius in een oud handschrift aldus gevonden heeft; “Mille Sarmatus, mille Francos, Semel et semel occidimus, Mille Persas quaerimus.” (Duizend Sarmaten, duizend Franken hebben wij eens en nog eens verslagen, duizend Perzen gaan wij opzoeken).
KruisverwijzingenHebreeën 11:32→1 Samuël 17:26→Psalmen 22:14→1 Samuël 27:1→Psalmen 18:31→Genesis 20:11→Richteren 8:4→2 Korinthe 1:8→— Als nu hem zeer dorstte, zo riep hij tot den HEERE, en zeide: Gij hebt door de hand van Uw knecht dit grote heil gegeven; zou ik dan nu van dorst sterven, en vallen in de hand dezer onbesnedenen?
Toen hij nu, vermoeid door de strijd, veel dorst had, want het was het heetste jaargetijde (vs.1), riep hij tot de HEERE: en zei: Gij1) hebt door de hand van Uw knecht dit grote heil gegeven, zou ik dan nu van dorst sterven en wellicht nog levend vallen in de hand van deze a) onbesnedenen, die mij zeker zullen aanvallen, zodra zij mij hier afgemat zullen zien liggen? Gij kunt dit niet toelaten, daarom help Gij mij uit deze nood, Gij die mij zo wonderbaar in de strijd geholpen hebt.
1 Samuel .17: 26,36; 2 Samuel .1: 20
Uit dit gebed zien wij, dat Simson bij zijn daden zich bewust was, voor de zaak van de Heere te strijden.
Volledige ondervinding van Gods macht en goedheid verstrekte tot uitnemende pleitrede om verdere genade.
Simson moest nu ervaren, dat hij alleen sterk is door de kracht van de Heere, en tevens, dat hij in zichzelf een zwak en hulpeloos schepsel is. Hij moet nu ondervinden dat, waar hij zichzelf de overwinning had toegeschreven, God het in Zijn macht had om hem, van dorst bezwijkende, in de handen van de vijanden over te geven. Waar hij echter in het nauw gedreven wordt, leert hij erkennen, dat hij het alleen in Gods kracht heeft gedaan, en leert tevens pleiten op de genade en de ere van God, om hem niet over te geven in de handen van de onbesnedenen.
KruisverwijzingenGenesis 45:27→Exodus 17:15→Jesaja 41:17→Genesis 28:19→Jesaja 40:26→Psalmen 34:6→1 Samuël 30:12→Jesaja 40:29→— Toen kloofde God de holle plaats, die in Lechi is, en er ging water uit van dezelve, en hij dronk. Toen kwam zijn geest weder, en hij werd levend. Daarom noemde hij haar naam: De fontein des aanroepers, die in Lechi is, tot op dezen dag.
Toen kloofde God de holle plaats, 1) die in Ramath Lechi is, en er ging water uit van deze (Ex.17: 6 (Num.20: 11) en hij dronk. Toen kwam zijn reeds verdwijnende levensgeest weer en hij werd opnieuw levend, zijn levenskrachten herstelden zich door deze verfrissing. Daarom noemde hij haar: De fontein van de aanroeper, namelijk de fontein, die God gegeven had op het gebed, die in Lechi is, tot op deze dag, waarop deze geschiedenis beschreven is.
Het Hebreeuwse woord machtesch, dat Luther met “baktand” vertaalt, betekent (Spreuken 27: 22) “mortier”; evenals het Latijnse mortarium en het Griekse olmov ene diepte in de vorm van een mortier betekent, en daarom ook de holte of diepte, waarin de tanden liggen, zo ook het Hebreeuwse woord. De Vulgata heeft het dan ook “dens molaris” overgezet. De verkeerde mening, dat God uit een tandholte van de weggeworpen kinnebak een waterbron zou hebben laten voortkomen, strijdt met de laatste woorden van dit vers. Psalm 110: 6,7 schijnt op deze geschiedenis te doelen, zoals reeds Herder erkend heeft.
Na de overwinning heeft Simson in zijn lied zichzelf de roem toegeëigend. Nu zendt God hem droefheid toe, om hem te doen erkennen, dat de overwinning van de Heere is. Nu ziet Simson zich in de macht van de vijand, verootmoedigt zich, geeft God de eer en bidt. God helpt en deze hulp moet ons bemoedigen en Hem doen zoeken, want wanneer het Hem behaagt opent hij rivieren op de hoge plaatsen (Jes.41: 17,18).
De mening, dat God uit een holle tand van de kinnebak het water voortbracht, is daarom reeds te verwerpen, omdat hij de kinnebak had weggeworpen. Bovendien wordt er gezegd in het laatste gedeelte van dit vers, dat die fontein er nog was tot op de dag, waarop dit boek is samengesteld. Josefus heeft het woord “de holle plaats” als een eigen naam opgevat, en niet onwaarschijnlijk terecht.
Verder wordt er gezegd, niet dat de Heere het deed, maar God, omdat het als een wonderwerk van de God van alle krachten wordt te kennen gegeven.
KruisverwijzingenRichteren 13:1→Richteren 16:31→Richteren 13:5→Hebreeën 11:32→— En hij richtte Israel, in de dagen der Filistijnen, twintig jaren.
En hij richtte Israël, in de dagen van de Filistijnen,
terwijl zij de heerschappij over het land behielden, twintig jaar. 2)
In vs.20 wordt met de opmerking: En hij richtte Israël in de dagen van de Filistijnen, d.i. gedurende hun heerschappij van 20 jaar, de werkzaamheden als richter van deze held afgesloten. Wat in 16 van hem nog bericht wordt, heeft betrekking op zijn val en ondergang, waarbij hij weliswaar zich ook nog wreekt op de Filistijnen, maar toch aan Israël geen redding meer toebracht.
Van een zeer groot gedeelte van Simsons leven vermeldt de geschiedenis niets. Wat wij nu hebben gehad, vond plaats in het eerste gedeelte van zijn richterlijke werkzaamheden, wat nu volgt, aan het slot van zijn veelbewogen leven.
Zo bleven de Filistijnen heersen. Daaraan had niet alleen het volk, dat geen boete deed, maar ook Simson schuld, van wiens zonde het volgende hoofdstuk ons verhaalt. Als wij van God afwijken heerst de vijand.
Van 1112 v. Chr., met welk jaar Simson zijn werkzaamheid op de in 14: 1-15: 18 14: 1-15: 18 beschreven wijze opent, tot het jaar 1092, wanneer hij zijn loopbaan (16) eindigt. In deze tijd heeft hij zich meer beroemd gemaakt door Israël te beschermen tegen tirannie dan door herstelg van Israël als volk, dat pas onder Samuël gebeuren zou. Wij zijn in onze tijdrekening van Simson Keil gevolgd met enkele afwijkingen. Anders rekent Hengstenberg. Deze plaatst de 20-jarige werkzaamheid van onze held in de eerste 20 jaar van de verdrukking, of in de tweede helft van Eli’s hogepriesterschap, zodat zijn dood onmiddelijk voorafging aan de inval van de Filistijnen in het joodse land, waarbij de ark van het verbond genomen werd (1 Samuel .4). Deze berekening heeft veel voor, omdat daardoor het zwijgen van het boek richteren over Eli’s werkzaamheid, die niet in de eigenlijke zin richter was, en slechts als hogepriester de burgerlijke rechtspleging uitoefende, maar ook die inval van de Filistijnen gemakkelijk verklaard wordt, de Filistijnen zouden dan namelijk de dood van hen, die met Simson stierven (16: 22-31) aan Israël hebben willen wreken. Wij laten aan de lezer de beslissing over.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Richteren 15
Richteren 15:18.KruisverwijzingenHebreeën 11:32→1 Samuël 17:26→Psalmen 22:14→1 Samuël 27:1→Psalmen 18:31→Genesis 20:11→Richteren 8:4→2 Korinthe 1:8→
— Als nu hem zeer dorstte, zo riep hij tot den HEERE, en zeide: Gij hebt door de hand van Uw knecht dit grote heil gegeven; zou ik dan nu van dorst sterven, en vallen in de hand dezer onbesnedenen?
Simson was van de top van de rots Etam afgebracht, met touwen gebonden door zijn eigen broeders en als gevangene overgegeven in de handen van de Filistijnen. Maar zodra hij de Filistijnen bereikte, kwam de bovennatuurlijke kracht van Gods Geest over hem, en hij brak de touwen; en toen hij het kinnebakken van een pas geslachte ezel dichtbij zag liggen, greep hij dat vreemde wapen en viel met al zijn macht op de scharen van de Filistijnen aan.
Hij liet niet minder dan duizend mensen dood op de grond achter. En terwijl hij de hopen van de verslagenen opstapelde, zag hij met grimmige voldoening op de slachting die hij verricht had. Er was misschien een weinig hoogmoed in zijn gedrag, maar plotseling kwam er een bezwijming over hem. Hij had zich ingespannen en elke zenuw en spier gespannen, en nu, dorstig geworden, keek hij rond naar een beek. Er was er geen, en hij gevoelde alsof hij van dorst zou sterven en dat de Filistijnen dan over hem zouden juichen.
Met dat eenvoudige geloof dat zo kenmerkend was voor Simson — die niets anders was dan een groot kind — wendde hij zijn ogen tot zijn hemelse Vader en riep: “Gij hebt door de hand van Uw knecht dit grote heil gegeven; zou ik dan nu van dorst sterven, en vallen in de hand dezer onbesnedenen?” Zo deed God plotseling een bron opkomen.
Er mogen velen zijn die zich ongelukkig en bedrukt gevoelen. Wij behoren te bedenken wat God al voor ons gedaan heeft, zoals Hij het voor Simson gedaan had. Leidt dat ons niet tot een lichtere schatting van onze tegenwoordige moeiten en stelt het ons niet in staat te betogen dat Hij die in het verleden grote verlossingen gewrocht heeft, ons in de toekomst niet zal laten ontbreken?
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-20.KruisverwijzingenRichteren 14:20→Genesis 38:17→Richteren 15:19→Richteren 15:17→Genesis 29:21→Lukas 15:29→Genesis 6:4→Handelingen 26:9→
— En het geschiedde na sommige dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn huisvrouw bezocht met een geitenbokje, en hij zeide: Laat mij tot mijn huisvrouw ingaan in de kamer; maar haar vader liet hem niet toe in te gaan. Want haar vader zeide: Ik sprak zeker, dat gij haar ganselijk haattet, zo heb ik haar aan uw metgezel gegeven. Is niet haar kleinste zuster schoner dan zij? Laat ze u toch zijn in de plaats van haar. Toen zeide Simson tot henlieden: Ik ben ditmaal onschuldig van de Filistijnen, wanneer ik aan hen kwaad doe. En Simson ging heen, en ving driehonderd vossen; en hij nam fakkelen, en keerde staart aan staart, en deed een fakkel tussen twee staarten in het midden. En hij stak de fakkelen aan met vuur, en liet ze lopen in het staande koren der Filistijnen; en hij stak in brand zowel de korenhopen als het staande koren, zelfs tot de wijngaarden en olijfbomen toe. Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zeide: Simson, de schoonzoon van den Thimniet, omdat hij zijn huisvrouw heeft genomen, en heeft haar aan zijn metgezel gegeven. Toen kwamen de Filistijnen op, en verbrandden haar en haar vader met vuur. Toen zeide Simson tot hen: Zoudt gij alzo doen? Zeker, als ik mij aan u gewroken heb, zo zal ik daarna ophouden. En hij sloeg hen, den schenkel en de heup, met een groten slag; en hij ging af, en woonde op de hoogte van de rots Etam. Toen togen de Filistijnen op, en legerden zich tegen Juda, en breidden zich uit in Lechi. En de mannen van Juda zeiden: Waarom zijt gijlieden tegen ons opgetogen? En zij zeiden: Wij zijn opgetogen om Simson te binden, om hem te doen, gelijk als hij ons gedaan heeft.
Het wegnemen van zijn vrouw en haar huwelijk met een ander wreekt Simson aan de Filistijnen daardoor, dat hij 300 vossen met fakkels tussen hun samengebonden staarten in de korenvelden loslaat en daardoor grote schade teweegbrengt. Als de Filistijnen ten gevolge hiervan de schoonvader en diens huis met vuur verbranden, sloeg hij hen hard en trok hij zich naar de rots Etam terug. Zij trekken met een krijgsmacht in het gebied van Juda hem na; hij laat zich door de Judeeërs gebonden aan hen uitleveren, maar nu, terwijl hem de touwen van zijn handen afvallen, grijpt hij een ezelskinnebak en slaat duizend vijanden dood. Toen hij na de volbrachte strijd, het versmachten nabij, op de plaats van de overwinning neerlag, doet God op zijn gebed de rots splijten en verkwikt hem met het daaruit voortkomend water, zodat hij nieuwe kracht verkrijgt. Hieruit volgt zijn twintigjarig richterambt over Israël, waartoe de eerder vermelde daden slechts inleiding geweest zijn.
En het geschiedde na enige dagen, na hoeveel is niet gemeld, in de dagen van de tarweoogst, het midden van mei tot half juni, dat Simson zijn vrouw bezocht met eengeitebokje, een toen gewoon geschenk (Genesis38: 17) om te tonen, dat hij haar het onrecht, waarover hij zozeer vertoornd gevreest was (14: 19), vergeven had. Zo kwam hij te Thimnath in het huis van zijn schoonvader en hij zei: Laat mij tot mijn vrouw ingaan in de kamer, het door haar bewoonde vrouwenvertrek; maar haar vader liet het hem niet toe in te gaan.
Want haar vader zei: Ik sprak zeker, 1) dat gij haar zeer haatte, omdat gij in toorn was heengegaan, zo heb ik haar aan uw metgezel gegeven. Is niet haar kleinste zuster mooier dan zij? Laat ze u toch tot een vrouw zijn in de plaats van haar.
In het Hebreeuws Amoor amarti. Gezegd heb ik zeker. Dit is een verkorte uitdrukking voor: Gezegd heb ik zeker in mijn hart, d.i. gedacht heb ik vast en zeker.
Toen zei Simson van hen, van de vader en de andere burgers van Thimnath, die bij deze dingen aanwezig geweest waren: Ik ben ditmaal onschuldig van de Filistijnen; ik ben onschuldig, zij hebben het zichzelf te wijten, wanneer ik aan hen kwaad doe, 1) want zij hebben mijn vrouw genomen en aan een ander gegeven.
Simson vat de zaak aldus op, dat de daad van zijn schoonvader een uitvloeisel was van de haat en weerzin van de Filistijnen tegen Israël. Daarom zal hij ook die daad wreken aan het gehele volk, in elk geval aan de inwoners van Thimnath.
En Simson, die de handelwijze van zijn schoonvader met recht hield voor een uitvloeisel van gezindheid van de Filistijnen tegen Israël, wilde deze daad wreken en tevens al het onrecht, dat zij zijn volk hadden aangedaan; hij ging heen en hij ving driehonderd vossen, 1) sjakals of jakhalzen; en hij nam fakkels, en keerde twee vossen aan elkaar bindende, staart aan staart, en deed een fakkel tussen twee staarten in het midden.
Simson bevond zich in zijn strijd geheel alleen. Niemand uit zijn vaders huis volgde hem. Ook geen driehonderd man, zoals die Gideon gevolgd waren. Nu zoekt hij bondgenoten onder de dieren van het woud. Zoals de beren Elisa te hulp komen, zo maakt hij zich 300 krijgslieden, 300 schualim tot zijn leger tegen de nationale vijand. Voor Simson was het gemakkelijk 300 vossen te vangen.
Dit gedierte was in Palestina in grote menigte (Nehemia 4: 3 Psalm 63: 11 Hoogl.2: 15 Klaagl.5: 18 Ez.13: 4). Onder deze dieren kunnen ook verstaan worden de thoës, die zeer op vossen lijken, en die in zo grote hopen tezamen komen, dat sommige schrijvers meedelen er meer dan 200 bij elkaar gezien te hebben. Verder is niet gezegd, dat Simson deze op één dag gevangen heeft, noch ook, dat hij hierin niet zou geholpen zijn door zijn dienaars of vrienden.
De Sjakal (een perzisch woord: Schaghal) is in grootte, gedaante en kleur de vossen zo gelijk, dat men ze op het eerste gezicht nauwelijks onderscheidt. Toch heeft deze een enigzins anders gevormde kop, niet zo veel verschillende van die van een herdershond, en geelachtig rood haar, dat met dat van de wolf overeenkomt. De staart is rond, recht opstaand, vol haar en aan het einde zwart, de ogen zijn groot. Overdag houdt het dier zich in bossen en bergkloven verborgen, en komt dan slechts zeldzaam tevoorschijn; ‘s nachts gaan zij in grote menigten (soms van 200) op roof uit en naderen zelfs de steden. Zij leven van pluimgedierte en aas, eten ook kinderen op, wanneer zij die onbewaakt vinden; zijn nachtelijk gehuil, dat ver doordringt, heeft grote gelijkheid met het geschrei van een kind. Omdat echter hier in de grondtekst niet het voor Schakal gewone woord ya (Jes.13: 22; 34: 14 Jer.50: 39) staat, maar lews, dat de eigenlijke vos betekent, moet men dit als een onnauwkeurige uitdrukking van de volkstaal opvatten, die vos en schakal met elkaar verwisselt. De schakals laten zich gemakkelijk vangen.
En hij stak de fakkels aan met vuur en liet ze lopen in het op het veld staande koren van de Filistijnen; en hij stak het door middel van deze 150 paren sjakals in brand, zowel de korenhopen, de bij elkaar geplaatste schoven, als het nog niet gemaaide, het staande koren, zelfs tot de wijngaarden en olijfbomen toe. Overal liepen de beangstigde dieren heen en richtten alom grote schade aan. Het was een oud gewoon krijgsgebruik, dat de vijandelijke stammen in het oosten nog aanwenden, het koren in brand te steken. Dit was het verschrikkelijke middel, waarmee de koning van Lydië de Milesiërs bevocht (Herod. 1: 19), dat hij twaalf jaar hun koren verbrandde. Het was het gevoeligste verlies, dat Simson hun kon aandoen. Zij hadden zich niet bewogen toen hij dertig man versloeg. De levenden hadden geen schade. Nu de oogst in vuur opgaat, verneemt men het wijd en zijd. Daarom kon Simson zijn werk niet alleen volbrengen. Het ware sneller opgemerkt, gemakkelijker geblust, omdat hij toch slechts op één plaats tegelijk beginnen kon. Hij koos dit middel niet alleen om zijn kracht en zijn krijgsmanshumor te tonen, maar ook zijn vreselijkheid, zelfs wanneer hij alleen was. De vulpinaria, of feesten van de vossen, door de Romeinen gevierd in de maand april, waarop zij vossen met toortsen aan hun staarten loslieten, was afgeleid van de geschiedenis van Simson.
Toen zeiden de Filistijnen in het gehele land: Wie heeft dit gedaan? En men zei, de bewerker spoedig radende: Simson, de schoonzoon van de Thimniet heeft het gedaan,omdat hij, de Thimniet, zijn vrouw heeft genomen, en heeft haar aan zijn metgezel gegeven. Toen kwamen de Filistijnen op, verwoed op de vrouw en de vader, omwille van wie zij die schade hadden moeten lijden, en zij verbrandden haar en haar vader met vuur. 1)
Dat is een ruwheid en wreedheid, die bij de Filistijnen zeer gebruikelijk schijnt geweest te zijn, daarmee hadden reeds de dertig metgezellen gedreigd; wanneer Simsons vrouw hun niet in de oplossing van het raadsel zou helpen. (14: 15).
Beide, het goed en het kwaad, zijn zekere betalers, aan een ieder, wat hij verdiend heeft. In plaats van wraak op Simson te nemen, namen de Filistijnen wraak voor hem, dat hij zelf niet wilde doen. Ziet hierin de hand van Hem, aan wie de wraak toekomt. De Filistijnen dreigden Simsons vrouw, dat zij haar en haar vaders huis zouden verbranden. Zij verried haar man om zichzelf te redden en haar landgenoten een dienst te bewijzen, en juist hetgeen zij vreesde, en door zonde probeerde te ontvluchten, kwam op haar. Zoeken wij het onheil door kwade praktijken te ontkomen, zo halen wij het dikwijls op onze eigen hoofden. Wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen.
In de plaats van zich op Simson te wreken, oefenden zij wraak voor hem, toen hij, uit aanmerking van de bloedverwantschap, waarin hij met hen gestaan had, zichzelf niet op hen had willen wreken. Men zie hierin de hand van de Heere, aan Wie de wrake is; zij, die trouweloos handelen, zullen trouweloos behandeld en beroofd worden, en de Heere is te kennen aan de oordelen, die Hij over de mensen brengt, in het bijzonder wanneer Hij, zoals hier, de vijanden van Zijn volk gebruikt als werktuigen in Zijn hand, opdat zij onderling op elkaar de wraak van zijn volk wreken (Jud 15: 6).
Toen zei Simson tot hen, toen hij van deze verschrikkelijke daad van de Filistijnen vernam: Zou gij zo doen, zeker, als ik mij aan u gewroken heb, zo zal ik daarna ophouden. 1) Ik zal niet eerder ophouden met u te vervolgen voordat ik mij gewroken heb en gij de overmacht van Israëls God, zoals aan uw koren, ook aan uw lichaam ondervonden hebt.
Hiermede wil hij aan de Filistijnen beduiden, dat, wat zij aan zijn schoonvader hebben gedaan en aan zijne vrouw, nog niet voldoende is, om de wrake volkomen te maken, dat hij niet eerder zal ophouden, aleer de wraak aan de vijanden zijns volks volkomen is.
En hij sloeg hen, van de dreiging aanstonds tot de uitvoering overgaande, wie hij slechts ontmoette, de schenkel en de heup, 1) hij sloeg hen, met een grote slag, en hij ging af, voordat de Filistijnen zich tot een algemeen verzet tegen hem konden verenigen, naar de streek van Ain-Rimmon (Joz.15: 32; 19: 7), en woonde op de hoogte van de rots Etam 2) (= plaats van wilde dieren), tussen Rimmon en Ain (1 (Kronieken 4: 32) niet te verwisselen met Etham, dat ten zuiden van Bethlehem ligt, het tegenwoordige Urtas (2 (Kronieken 11: 6).
Hij sloeg hen de schenkel en de heup. Dit is een spreekwoordelijke uitdrukking, om daarmee aan te duiden, dat hij hen sloeg zonder enige sparen te laten gelden. Onze uitdrukking ervoor is deze: armen en benen stuk slaan. De bedoeling wordt in het volgende nader verklaard, waar gezegd wordt dat hij he sloeg met een grote slag.
Dit Etam is te zoeken in de nabijheid van het tegenwoordige Khuweilifeh, op de grenzen van het gebergte van Juda. Vandaar dan ook dat er staat hij ging af, omdat het in de laagte lag.
Toen trokken de Filistijnen op, nadat zij werkelijk een leger tezamen hadden gebracht, om zich over Simsons daad te wreken, en zij legerden zich tegen Juda, waar zij wisten, dat Simson was, en breidden zich uit in Lechi 1) (= kinnebakken), zo in later tijd (vs.17) genoemd en waarschijnlijk gelegen bij de afgeknotte rotsheuvel, die thans Tell Lekiyek heet, ten noorden van Berséba.
De andere kerkelijke overlevering, die op de aanwijzingen van Josefus berust en waarbij zich ook v.Raumer in zijn “geographie van Palestina” aansluit, plaatste de bron van Ramath Lechi, waarvan in vs.19 sprake is, in de voorstad van Eleutheropolis (Jos 10: 29); deze traditie is echter zonder waarde.
V.d.Velde neemt aan, dat dit Lechi hetzelfde is als het Baälôth van Joz.15: 24.
Toen kwamen drieduizend mannen uit Juda, tot het hol van de rots Etam, waar zij wisten, dat hij zich ophield, en zeiden tot Simson, geheel hun slaafse vreesuitsprekende, die hen dreef, door liever de volksgenoot te verloochenen, dan zich aan de wraak van hun onderdrukkers bloot te stellen: Wist gij niet, dat de Filistijnen over ons heersen, 1) en wij dus alles moeten vermijden, wat hun toorn zou kunnen opwekken? Waarom hebt gij ons dan dit waagstuk (vs.8) gedaan? En hij zei tothen: Zoals zij mij gedaan hebben, omdat zij mijn vrouw en mijn vader verbrand hebben, zo heb ik hun gedaan, en dit is voor u een teken, dat de Heere u weer redding wil geven.
Hieruit blijkt de dwaze moedeloosheid van Juda. In plaats van in Simson de door de Heere verwekte richter te zien en te erkennen, en zich onder hem te scharen, om zich het juk van de Filistijnen van de hals te schudden, willen zij liever hun redder overleveren in de handen van de vijanden, om op die wijze een valse vrede te kopen. De zonde verblindt de mens en beneemt hem de moed, ja, maakt voor zijn ogen verborgen, wat tot zijn redding kan gedijen.
En zij zeiden tot hem: Wij moeten het ons dreigend gevaar afweren en het aan u overlaten, hoe gij het met hen maken zult. Wij zijn gekomen, om u te binden, om u over te geven in de hand van de Filistijnen, geef u vrijwillig aan ons over, opdat wij geen geweld hoeven te gebruiken. Toen zei Simson tot hen: Zweert mij, dat gij op mij niet zult aanvallen, 1) om mij te doden, dan zal ik mij vrijwillig overgeven.
Ongetwijfeld wist Simson, dat hij de banden, waarmee hij gebonden werd, kon verscheuren, en daarom bedingt hij, dat zij niet op hem zouden aanvallen, opdat zijn toorn niet tegen hen zich zou keren. Simson wil zich wel door zijn volk aan de vijanden laten overleveren, maar wenst zijn eigen volk zijn kracht niet te doen voelen. Wij treffen hier zijn edelmoedig karakter aan. Hij weet het, dat hij alleen zijn kracht mag gebruiken tegen zijn vijanden, maar hij wil die ook alleen gebruiken tegen de vijanden. Voor zijn volk wil hij alleen redder en verlosser zijn, en nu, opdat hij de zijnen erbuiten late en alle schuld van hen wegneme, alsof zij hem zouden aangezet hebben tegen zijn vijand en om alzo te handelen, zoals hij gehandeld heeft, wil hij zich liever gebonden laten overleveren, wetende dat God, zijn God, hem kracht zal geven, om zich op de Filistijnen te wreken. De liefde voor zijn volk straalt in al zijn handelingen door.
En zij spraken tot hem, zeggende: Nee, maar wij zullen u wel binden, en u in hun hand overgeven, maar wij zullen u geenszins doden. Op deze voorwaarde gaf Simson zich over, en zij bonden hem met twee nieuwe touwen 1) en voerden hem op van de rots 2) bij Etam (vs.8) naar het leger van de Filistijnen.
Deze touwen waren van fijn vlas gemaakt. Deze werden onverbrekelijk geacht en daarom werd Simson ermee gebonden.
Nooit had Israël beter gelegenheid gehad om de Filistijnen te verslaan dan thans, indien zij in plaats van Simson te binden, hem de heersersstaf hadden gegeven. Maar de drieduizend zijn lafhartig tegenover de vijand, voor wie Simson alleen niet vreest, zij zijn moedig tegenover hem alleen, die zich machteloos voelt tegenover zijn stamgenoten. Zij leveren hem over, maar met Israëls bloed bevlekt Simson zich niet.
Toen hij kwam tot Lechi 1) (vs.9), zo juichten de Filistijnen hem tegemoet, verheugd, dat zij de vijand in hun hand hadden en zich nu wreken konden; maar de Geest van de HEERE werd thans voor de derde maal (14: 6,19) vaardig over hem, en de touwen, die aan zijn armen waren, werden als linnen draden, die van het vuur gebrand zijn, en zijn banden versmolten van zijn handen; met zó geringe moeite verscheurde hij ze in het gezicht van zijn vijand en wierp hij ze van zich.
De Geest van de Heer is de Geest van de Almachtige God, en daarom onweerstaanbaar in Zijn werkingen. De Geest van de profetie is de Geest van diezelfde God, daarom kon niemand Stefanus weerstaan (Hand.6: 10). O, dat er in deze dagen van afval een man opstond vol van het geloof en van de Heilige Geest!. Het valt aanstonds in het oog, dat de gebonden, aan de Filistijnen overgeleverde Simson een voorafbeelding van de Heere Christus bij Zijn gevangenneming is, en dat Simson hier slechts deed, wat de toekomstige met nog veel minder moeite had kunnen doen, wanneer Hij het gewild had.
Toen de Geest van de Heere vaardig over hem werd, versmolten zijn banden, want door de Geest van de Heere is de vrijheid, en degenen, die op dusdanige wijze vrijgemaakt zijn, die zijn waarlijk vrij. Dit was een afschaduwing van de opstanding van de Heere Christus, door de kracht van de Geest van de heerlijkheid (Jud 15: 14).
En hij vond, op de plaats, waar dit gebeurde, een vochtig 1) ezelskinnebak, dat dus nog vast en hard was, omdat het door de zon niet uitgedroogd was, en hij strekte zijn hand uit, en nam het en sloeg daarmee, letterlijk het woord (Joz.23: 10 vervullende, duizend man2) van de Filistijnen, op wie hij in de kracht van God aanviel, en die in de grootste ontzetting voor de wonderbare held de vlucht namen.
In het Hebreeuws Teriah, eigenlijk vers, nieuw, hetgeen nog niet lang gelegen had, en daarom nog niet was vergaan of verteerd door de oosterse zon.
Dit woord, dat ook Jes.1: 6 voorkomt, betekent “vers”, “nieuw”.
Het schijnt dat God de Filistijnen vooral door verachtelijke werktuigen heeft willen verootmoedigen, omdat Samgar hen met een ossenstok slaat (3: 31), Simson hen door vossen schade aandoen en hier zelfs met de kinnebak van een dode ezel tuchtigen moest. De overwinning lag niet in het wapen, niet in de arm, zij was in de Geest van God, die het wapen in de hand bewoog. Wanneer ook de handen zwak zijn, God is sterk. Door God zullen wij grote daden doen. Ja, ik vermag alle dingen door Hem, die mij kracht geeft.
Met dit getal wordt een rond getal bedoeld, om een grote menigte aan te geven. In verband met het lied, dat Simson vervaardigde, hebben wij het ervoor te houden, dat de Filistijnen bij het zien van de bovenmenselijke kracht, die Simson toonde in het verbreken van de nieuwe touwen, op de vlucht zijn gegaan; dat hij ze toen achtervolgd heeft, en eerst de een groep en daarna de andere met een ezelskinnebak heeft verslagen; dat zij zo door schrik waren bevangen, dat zij aan geen tegenweer dachten, maar zich zonder tegenstand lieten neervellen.
Toen de slag geëindigd was, zei Simson, zelf verwonderd over de wonderbaarlijke overwinning: 1) Met een ezelskinnebak één groep, twee groepen, met een ezelskinnebak heb ik duizend man geslagen. 2)
In het Hebreeuws is dit een lied en vinden wij weer (14: 14) een woordspeling. Bij het woord chamor (= ezel) is de ongewone vorm chamor voor chomer (= groepen) gekozen rwmx (chamoor) -rwmx (chamoor) =rmx (chomer).
Meermalen vindt men voorbeelden van mensen die door hun natuurlijke dapperheid hun vijanden grote nederlaag hebben toegebracht. Flavius Vopiscus verhaalt, dat Aurelianus, in de oorlog met de Sarmaten, met eigen hand op één dag 48, en op verscheidene dagen 950 mensen heeft gedood, waarop de jongens een liedje maakten en in hun dansen volgens krijgsgebruik uitriepen: mille, mille, mille, mille, mille, mille decollavimus. Unus homo mille, mille etc. Mille, mille vivat, qui mille, mille occidit” (Wij hebben duizend enz. omgebracht. Een man duizend enz. Hij leve duizend enz., die duizend enz. verslagen heeft). Bij een andere gelegenheid werd op die keizer nog een liedje gemaakt, dat Salmasius in een oud handschrift aldus gevonden heeft; “Mille Sarmatus, mille Francos, Semel et semel occidimus, Mille Persas quaerimus.” (Duizend Sarmaten, duizend Franken hebben wij eens en nog eens verslagen, duizend Perzen gaan wij opzoeken).
Toen hij nu, vermoeid door de strijd, veel dorst had, want het was het heetste jaargetijde (vs.1), riep hij tot de HEERE: en zei: Gij1) hebt door de hand van Uw knecht dit grote heil gegeven, zou ik dan nu van dorst sterven en wellicht nog levend vallen in de hand van deze a) onbesnedenen, die mij zeker zullen aanvallen, zodra zij mij hier afgemat zullen zien liggen? Gij kunt dit niet toelaten, daarom help Gij mij uit deze nood, Gij die mij zo wonderbaar in de strijd geholpen hebt.
1 Samuel .17: 26,36; 2 Samuel .1: 20
Uit dit gebed zien wij, dat Simson bij zijn daden zich bewust was, voor de zaak van de Heere te strijden.
Volledige ondervinding van Gods macht en goedheid verstrekte tot uitnemende pleitrede om verdere genade.
Simson moest nu ervaren, dat hij alleen sterk is door de kracht van de Heere, en tevens, dat hij in zichzelf een zwak en hulpeloos schepsel is. Hij moet nu ondervinden dat, waar hij zichzelf de overwinning had toegeschreven, God het in Zijn macht had om hem, van dorst bezwijkende, in de handen van de vijanden over te geven. Waar hij echter in het nauw gedreven wordt, leert hij erkennen, dat hij het alleen in Gods kracht heeft gedaan, en leert tevens pleiten op de genade en de ere van God, om hem niet over te geven in de handen van de onbesnedenen.
Toen kloofde God de holle plaats, 1) die in Ramath Lechi is, en er ging water uit van deze (Ex.17: 6 (Num.20: 11) en hij dronk. Toen kwam zijn reeds verdwijnende levensgeest weer en hij werd opnieuw levend, zijn levenskrachten herstelden zich door deze verfrissing. Daarom noemde hij haar: De fontein van de aanroeper, namelijk de fontein, die God gegeven had op het gebed, die in Lechi is, tot op deze dag, waarop deze geschiedenis beschreven is.
Het Hebreeuwse woord machtesch, dat Luther met “baktand” vertaalt, betekent (Spreuken 27: 22) “mortier”; evenals het Latijnse mortarium en het Griekse olmov ene diepte in de vorm van een mortier betekent, en daarom ook de holte of diepte, waarin de tanden liggen, zo ook het Hebreeuwse woord. De Vulgata heeft het dan ook “dens molaris” overgezet. De verkeerde mening, dat God uit een tandholte van de weggeworpen kinnebak een waterbron zou hebben laten voortkomen, strijdt met de laatste woorden van dit vers. Psalm 110: 6,7 schijnt op deze geschiedenis te doelen, zoals reeds Herder erkend heeft.
Na de overwinning heeft Simson in zijn lied zichzelf de roem toegeëigend. Nu zendt God hem droefheid toe, om hem te doen erkennen, dat de overwinning van de Heere is. Nu ziet Simson zich in de macht van de vijand, verootmoedigt zich, geeft God de eer en bidt. God helpt en deze hulp moet ons bemoedigen en Hem doen zoeken, want wanneer het Hem behaagt opent hij rivieren op de hoge plaatsen (Jes.41: 17,18).
De mening, dat God uit een holle tand van de kinnebak het water voortbracht, is daarom reeds te verwerpen, omdat hij de kinnebak had weggeworpen. Bovendien wordt er gezegd in het laatste gedeelte van dit vers, dat die fontein er nog was tot op de dag, waarop dit boek is samengesteld. Josefus heeft het woord “de holle plaats” als een eigen naam opgevat, en niet onwaarschijnlijk terecht.
Verder wordt er gezegd, niet dat de Heere het deed, maar God, omdat het als een wonderwerk van de God van alle krachten wordt te kennen gegeven.
En hij richtte Israël, in de dagen van de Filistijnen,
terwijl zij de heerschappij over het land behielden, twintig jaar. 2)
In vs.20 wordt met de opmerking: En hij richtte Israël in de dagen van de Filistijnen, d.i. gedurende hun heerschappij van 20 jaar, de werkzaamheden als richter van deze held afgesloten. Wat in 16 van hem nog bericht wordt, heeft betrekking op zijn val en ondergang, waarbij hij weliswaar zich ook nog wreekt op de Filistijnen, maar toch aan Israël geen redding meer toebracht.
Van een zeer groot gedeelte van Simsons leven vermeldt de geschiedenis niets. Wat wij nu hebben gehad, vond plaats in het eerste gedeelte van zijn richterlijke werkzaamheden, wat nu volgt, aan het slot van zijn veelbewogen leven.
Zo bleven de Filistijnen heersen. Daaraan had niet alleen het volk, dat geen boete deed, maar ook Simson schuld, van wiens zonde het volgende hoofdstuk ons verhaalt. Als wij van God afwijken heerst de vijand.
Van 1112 v. Chr., met welk jaar Simson zijn werkzaamheid op de in 14: 1-15: 18 14: 1-15: 18 beschreven wijze opent, tot het jaar 1092, wanneer hij zijn loopbaan (16) eindigt. In deze tijd heeft hij zich meer beroemd gemaakt door Israël te beschermen tegen tirannie dan door herstelg van Israël als volk, dat pas onder Samuël gebeuren zou. Wij zijn in onze tijdrekening van Simson Keil gevolgd met enkele afwijkingen. Anders rekent Hengstenberg. Deze plaatst de 20-jarige werkzaamheid van onze held in de eerste 20 jaar van de verdrukking, of in de tweede helft van Eli’s hogepriesterschap, zodat zijn dood onmiddelijk voorafging aan de inval van de Filistijnen in het joodse land, waarbij de ark van het verbond genomen werd (1 Samuel .4). Deze berekening heeft veel voor, omdat daardoor het zwijgen van het boek richteren over Eli’s werkzaamheid, die niet in de eigenlijke zin richter was, en slechts als hogepriester de burgerlijke rechtspleging uitoefende, maar ook die inval van de Filistijnen gemakkelijk verklaard wordt, de Filistijnen zouden dan namelijk de dood van hen, die met Simson stierven (16: 22-31) aan Israël hebben willen wreken. Wij laten aan de lezer de beslissing over.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel