Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
De HEEREH3068 regeertH4427, Hij is met hoogheidH1348 bekleedH3847; de HEEREH3068 is bekleedH3847 met sterkteH5797, Hij heeft Zich omgordH247. Ook is de wereldH8398 bevestigdH3559, zij zal niet wankelenH4131.
De HEERE regeert, Hij is met hoogheid bekleed; de HEERE is bekleed met sterkte, Hij heeft Zich omgord. Ook is de wereld bevestigd, zij zal niet wankelen.
KJV
The LORD1
reigneth,2
he is clothed4
with majesty;3
the LORD6
is clothed5
with strength,7
wherewith he hath girded8
himself: the world11
also is stablished,10
that it cannot be moved.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Van toen af is Uw troonH3678 bevestigdH3559, GijH859 zijt van eeuwigheidH5769 af.
Van toen af is Uw troon bevestigd, Gij zijt van eeuwigheid af.
KJV
Thy throne2
is established1
of old:3
thou art from everlasting.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
De rivierenH5104 verheffenH5375, o HEEREH3068! de rivierenH5104 verheffenH5375 haar bruisenH6963; de rivierenH5104 verheffenH5375 haar aanstotingH1796.
De rivieren verheffen, o HEERE! de rivieren verheffen haar bruisen; de rivieren verheffen haar aanstoting.
KJV
The floods2
have lifted up,1
O LORD,3
the floods5
have lifted up4
their voice;6
the floods8
lift up7
their waves.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Doch de HEEREH3068 in de hoogteH4791 is geweldigerH117 dan het bruisenH6963 van groteH7227 waterenH4325, dan de geweldigeH117 barenH4867 der zeeH3220.
Doch de HEERE in de hoogte is geweldiger dan het bruisen van grote wateren, dan de geweldige baren der zee.
KJV
The LORD9
on high8
is mightier4
than the noise1
of many3
waters,2
yea, than the mighty7
waves5
of the sea.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Uw getuigenissenH5713 zijn zeerH3966 getrouwH539; de heiligheidH6944 is Uw huizeH1004 sierlijkH4998, HEEREH3068! tot langeH753 dagenH3117.
Uw getuigenissen zijn zeer getrouw; de heiligheid is Uw huize sierlijk, HEERE! tot lange dagen.
KJV
Thy testimonies1
are very3
sure:2
holiness6
becometh5
thine house,4
O LORD,7
for ever.8
HEERE regeert,
De zin dezer woorden is: God is de ware en eeuwige Koning, die van eeuwigheid geregeerd heeft, nu nog regeert en in alle eeuwigheid zonder einde regeren zal; Ps. 96:10 , en Ps. 97:1 , en Ps. 99:1 .
Hertaald:
HEERE regeert,
De betekenis van deze woorden is: God is de ware en eeuwige Koning, Die van eeuwigheid geregeerd heeft, nu nog regeert en tot in alle eeuwigheid zonder einde regeren zal; Ps. 96:10, en Ps. 97:1, en Ps. 99:1.
met hoogheid
Of, met majesteit. Zie de aantekening bij Job 40:5 .
Hertaald:
met hoogheid
Of: met majesteit. Zie de aantekening bij Job 40:5.
ook is
Deze grote zwaarte des aardrijks wordt door zijne kracht alleen gehouden in evenwicht, zodat zij in het minste noch aan de ene noch aan de ander zijde wijkt. Alzo zal ook de Heere zijne kerk door de ganse wereld staande houden en beschermen.
Hertaald:
ook is
Dit grote gewicht van de aarde wordt alleen door Zijn kracht in evenwicht gehouden, zodat zij niet in het minst naar de ene of de andere kant wijkt. Zo zal de Heere ook Zijn kerk over de hele wereld staande houden en beschermen.
Van toen
Te weten, van eeuwigheid aan, en voorts [ten aanzien van de dadelijke oefening des gerichts] van dat de wereld is geschapen en bevestigd. Verg. Spr. 8:22 , alwaar deze manier van spreken van de eeuwigheid genomen wordt.
Hertaald:
Van toen
Namelijk: van eeuwigheid af, en verder — met het oog op de daadwerkelijke uitoefening van het gericht — vanaf het moment dat de wereld geschapen en bevestigd is. Vergelijk Spr. 8:22, waar deze manier van spreken van de eeuwigheid gebruikt wordt.
haar bruisen
Hebr. hare stemmen. Door de bruisende watervloeden wordt dikwijls verstaan het gewoel en geraas der tirannen en der volken tegen God en zijne kerk; Ps. 18:5 , en Ps. 65:8 ; Jes. 17:12-13 .
Hertaald:
haar bruisen
Hebreeuws: hun stemmen. Met de bruisende watervloeden wordt vaak het gewoel en geraas van de tirannen en de volken tegen God en Zijn kerk bedoeld; Ps. 18:5, en Ps. 65:8; Jes. 17:12-13.
in de hoogte
Dat is, in den hemel, gelijk Ps. 71:19 .
Hertaald:
in de hoogte
Dat is: in de hemel, zoals Ps. 71:19.
dan het bruisen
Hebr. dan de stemmen.
Hertaald:
dan het bruisen
Hebreeuws: dan de stemmen.
grote
Of, vele.
Hertaald:
grote
Of: vele.
Uw getuigenissen
Dat is, uw woord, dat Gij ons gegeven hebt om te betuigen dat Gij onze God zijt.
Hertaald:
Uw getuigenissen
Dat is: Uw woord, dat U ons gegeven hebt om te betuigen dat U onze God bent.
heiligheid
Te weten, waarmede Gij uwe kinderen heiligt en versiert.
Hertaald:
heiligheid
Namelijk: waarmee U Uw kinderen heiligt en siert.
uwen huize
Versta hier niet zozeer het uiterlijk gebouw des tempels of des tabernakels, als de levende stenen, te weten de gelovigen, die de ware kerk Gods zijn.
Hertaald:
uwen huize
Versta hier niet zozeer het uiterlijke gebouw van de tempel of de tabernakel, als wel de levende stenen, namelijk de gelovigen, die de ware kerk van God zijn.
tot lange
Hebr. ter langheid van dagen; dat is, altoos of vele dagen durende. Zie Ps. 23:6 .
Hertaald:
tot lange
Hebreeuws: tot lengte van dagen; dat is: altijd, of: vele dagen durend. Zie Ps. 23:6. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "De HEERE regeert, Hij is met hoogheid bekleed; de HEERE is bekleed met sterkte, Hij heeft Zich omgord. Ook is de wereld bevestigd, zij zal niet wankelen" (Ps. 93:1). Met deze woorden begint een reeks psalmen die alle over hetzelfde gaan (Ps. 95 tot Ps. 100). Daarna komt het beeld van het water: "De rivieren verheffen, o HEERE! de rivieren verheffen haar bruisen" (Ps. 93:3), en dan het antwoord: "Doch de HEERE in de hoogte is geweldiger dan het bruisen van grote wateren, dan de geweldige baren der zee" (Ps. 93:4). Dezelfde belijdenis klinkt verderop: "Zegt onder de heidenen: De HEERE regeert" (Ps. 96:10). En bij die koning hoort heiligheid: "Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u neder voor de voetbank Zijner voeten; Hij is heilig!" (Ps. 99:5). Ook wordt er iets van de onderdanen gevraagd: "Gij liefhebbers des HEEREN! haat het kwade" (Ps. 97:10). Bijbelse betekenis: Het bruisende water is in de Schrift vaker het beeld van de volken die tekeergaan. De psalm ontkent dat rumoer niet; er staat driemaal dat de rivieren zich verheffen. Wat ertegenover gezet wordt, is één woord: de HEERE is geweldiger. Merk op dat het koningschap in Ps. 93:1 met kleding beschreven wordt. Hoogheid en sterkte zijn wat Hij aanheeft, en Hij heeft Zich omgord als iemand die aan het werk gaat. Let ten slotte op Ps. 97:10. Wie belijdt dat de HEERE regeert, wordt daarmee niet toeschouwer; het haten van het kwade hoort erbij. Typologie: Openbaring laat bij de zevende bazuin dezelfde belijdenis klinken: "dat Gij Uw grote kracht hebt aangenomen, en als Koning hebt geheerst" (Op. 11:17). Ps. 93:1-5; Ps. 96:10; Ps. 97:10; Ps. 99:5; Op. 11:17 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Jezus Christus is eeuwig, altijd aanwezig en onveranderlijk; bron van leven, vreugde en kracht voor Zijn volk door alle tijden. Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Gij zijt van eeuwigheid af. Psalm 93:2 Christus is van eeuwigheid. Van Hem kunnen we met David zingen: ‘Uw troon, o God,… 1 De HEERE regeert, Hij is met hoogheid bekleed; de HEERE is bekleed met sterkte, Hij heeft Zich omgord. Ook is de wereld bevestigd, zij zal niet wankelen. 2… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 93
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Christus leeft voor eeuwig
Hij is heden en gisteren dezelfde
Psalm 93


Psalmen 93
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
“Maar Gij zijt de Allerhoogste, in eeuwigheid de Heere!” zo lazen wij Psalm 92: 9, en in vs. 4 van dezen Psalm staat: “De Heere in de hoogte is geweldiger.” Gelijk wij daar een lied op den Sabbat voor ons hadden, zo vinden wij hier een Vrijdags-Psalm (Numeri 28: 8 ). Op den Vrijdag had eens de Heere, nadat Hij de schepping der wereld geëindigd had, Zijn bestuur over de aardse schepping aanvaard, en deze Zijne koningskroon, dien Hij toen opgericht heeft, staat vast tegenover de vijandige wereldmacht, die daartegen aanstormt. Deze is de gedachte, welke de gemeente des Heren in ernstigen, moeilijke tijd (2 Koningen 24: 1) vervult, en hare harten versterkt met bijzonderen troost.
I. Vs. 1 KruisverwijzingenPsalmen 96:10→Psalmen 65:6→Psalmen 97:1→Psalmen 99:1→1 Kronieken 29:12→Jesaja 45:18→Job 40:10→Hebreeën 1:8→
— De HEERE regeert, Hij is met hoogheid bekleed; de HEERE is bekleed met sterkte, Hij heeft Zich omgord. Ook is de wereld bevestigd, zij zal niet wankelen.
en 2. In het aangezicht der hoogdravende aankondiging van de wereldmacht, dat zij nu hare heerschappij over de aarde aanvaardt, richt de Psalmist zijn oog naar boven, en hij ziet daar den Heere zitten op enen hogen en verhevenen zetel, aangedaan met het sieraad van Zijne alles te boven gaande koninklijke waardigheid; deze troon staat vast van ouds af, en die daarop zit, blijft Koning in alle eeuwigheid.
De HEERE regeert (Psalm 96: 10; 97: 1; 99: 1), Hij is met hoogheid bekleed, die aan Zijne koninklijke waardigheid overeenkomstig is; de HEERE is bekleed met sterkte, Hij heeft Zich omgord, gelijk een held, die ten strijde trekt, om Zijn werk te volbrengen. Ook is de wereld bevestigd, zij zal niet wankelen. Deze koning waakt, dat zij in stand blijve; zonder Hem ware zij in het niet weggezonken. Gods almacht wordt ons hier aangeduid als de grond van ons vertrouwen, want vrezen en beven ontstaan bij ons meest daaruit, dat wij God ons niet denken als aangegord met Zijne macht, en Hem op deze wijze beroven van Zijne heerschappij. Wij wagen het wel dat niet rechtstreeks te doen, maar waren wij waarlijk van Zijne almacht overtuigd, zo hadden wij een onverwinnelijken steun tegen alle aanslagen der verzoeking, maar hoevelen zijn er wel, die, gelijk het toch betaamde, dit schild aan de tegenstrevende wereldmacht voorhouden.
Voor den Christen is dit lied een hemelvaarts-gezang, Christus is opgevaren in de hoogte, en alzo met hoogheid omkleed. Hij heeft alle macht ontvangen in den hemel en op aarde, Hij staat omgord om Zijne gemeente te beschermen, dat de poorten der hel haar niet overweldigen!. Met de ontboezeming: De Heere regeert, heft de dichter de banier der waarheid op tegenover het vreselijk woelen van de macht der wereld, ja, van de wereldmacht, die zich verzet tegen Israël’s God, en daarom tegen den God der legerscharen. Onder die banier schuilt hij, daaraan klemt hij zich vast, ook al tracht de ganse wereld Zion te vernietigen en te verwoesten. Onder Zijne hoogheid hebben we te verstaan, de majesteit van al Zijne volmaaktheden, die van Hem uitgaat, die Zijn volk tot aanbidding noopt, maar voor al Zijne vijanden een oorzaak van verschrikking is.
“Maar Gij zijt de Allerhoogste, in eeuwigheid de Heere!” zo lazen wij Psalm 92: 9, en in vs. 4 van dezen Psalm staat: “De Heere in de hoogte is geweldiger.” Gelijk wij daar een lied op den Sabbat voor ons hadden, zo vinden wij hier een Vrijdags-Psalm (Numeri 28: 8 ). Op den Vrijdag had eens de Heere, nadat Hij de schepping der wereld geëindigd had, Zijn bestuur over de aardse schepping aanvaard, en deze Zijne koningskroon, dien Hij toen opgericht heeft, staat vast tegenover de vijandige wereldmacht, die daartegen aanstormt. Deze is de gedachte, welke de gemeente des Heren in ernstigen, moeilijke tijd (2 Koningen 24: 1) vervult, en hare harten versterkt met bijzonderen troost.
I. Vs. 1 KruisverwijzingenPsalmen 96:10→Psalmen 65:6→Psalmen 97:1→Psalmen 99:1→1 Kronieken 29:12→Jesaja 45:18→Job 40:10→Hebreeën 1:8→
— De HEERE regeert, Hij is met hoogheid bekleed; de HEERE is bekleed met sterkte, Hij heeft Zich omgord. Ook is de wereld bevestigd, zij zal niet wankelen.
en 2. In het aangezicht der hoogdravende aankondiging van de wereldmacht, dat zij nu hare heerschappij over de aarde aanvaardt, richt de Psalmist zijn oog naar boven, en hij ziet daar den Heere zitten op enen hogen en verhevenen zetel, aangedaan met het sieraad van Zijne alles te boven gaande koninklijke waardigheid; deze troon staat vast van ouds af, en die daarop zit, blijft Koning in alle eeuwigheid.
De HEERE regeert (Psalm 96: 10; 97: 1; 99: 1), Hij is met hoogheid bekleed, die aan Zijne koninklijke waardigheid overeenkomstig is; de HEERE is bekleed met sterkte, Hij heeft Zich omgord, gelijk een held, die ten strijde trekt, om Zijn werk te volbrengen. Ook is de wereld bevestigd, zij zal niet wankelen. Deze koning waakt, dat zij in stand blijve; zonder Hem ware zij in het niet weggezonken. Gods almacht wordt ons hier aangeduid als de grond van ons vertrouwen, want vrezen en beven ontstaan bij ons meest daaruit, dat wij God ons niet denken als aangegord met Zijne macht, en Hem op deze wijze beroven van Zijne heerschappij. Wij wagen het wel dat niet rechtstreeks te doen, maar waren wij waarlijk van Zijne almacht overtuigd, zo hadden wij een onverwinnelijken steun tegen alle aanslagen der verzoeking, maar hoevelen zijn er wel, die, gelijk het toch betaamde, dit schild aan de tegenstrevende wereldmacht voorhouden.
Voor den Christen is dit lied een hemelvaarts-gezang, Christus is opgevaren in de hoogte, en alzo met hoogheid omkleed. Hij heeft alle macht ontvangen in den hemel en op aarde, Hij staat omgord om Zijne gemeente te beschermen, dat de poorten der hel haar niet overweldigen!. Met de ontboezeming: De Heere regeert, heft de dichter de banier der waarheid op tegenover het vreselijk woelen van de macht der wereld, ja, van de wereldmacht, die zich verzet tegen Israël’s God, en daarom tegen den God der legerscharen. Onder die banier schuilt hij, daaraan klemt hij zich vast, ook al tracht de ganse wereld Zion te vernietigen en te verwoesten. Onder Zijne hoogheid hebben we te verstaan, de majesteit van al Zijne volmaaktheden, die van Hem uitgaat, die Zijn volk tot aanbidding noopt, maar voor al Zijne vijanden een oorzaak van verschrikking is.
Van toen af, van vóórdat de aarde gegrondvest werd, is Uw troon bevestigd, o grote en verhevene Koning, zodat hij niet kan worden bewogen, veel minder kan worden omgestort; Gij zijt van eeuwigheid af, en alzo zal Uwe heerschappij ook eeuwig zijn (Psalm 90: 2). Tegenover den pas opgerichten stoel der schadelijkheden (Psalm 94: 20) stelt de zanger den eeuwigen troon van God, die even zo lang na den eersten zal blijven, als die vóór hem geweest is. De stoel der schadelijkheden is van gisteren, evenals een paddestoel uit de aarde opgeschoten; wie nu op almachtige wijze de eerste is, die is ook de laatste (Jes. 41: 4; 44: 6. Openbaring 1: 17); Hij blijft wanneer alle trotse machten der aarde in het stof neerzinken.
Troon en wezen van Jehova hebben geen aanvang, en zijn das ook niet vergankelijk, maar, gelijk zij zonder begin zijn, zo zijn zij ook oneindig. Al het woeden der wereld zal daarom den voortgang van het rijk van God en het eindelijk doorbreken tot de heerlijkheid der overwinning niet kunnen verhinderen.
3.
II. Vs. 3 KruisverwijzingenPsalmen 96:11→Psalmen 18:4→Psalmen 69:1→Psalmen 124:3→Psalmen 107:25→Jesaja 17:12→Openbaring 12:15→Psalmen 98:7→
— De rivieren verheffen, o HEERE! de rivieren verheffen haar bruisen; de rivieren verheffen haar aanstoting.
en 4. De Psalmist, nadat hij vooraf in de hoogte heeft opgezien tot den stoel van den eeuwigen Koning daarboven, ziet thans neer in hetgeen op aarde is. Er is een geweldig bruisen en dreunen van de bewogen zee der volken, van de aan God vijandige macht der wereld; maar hoe dreigend dit zich ook laat aanzien en hoe gruwelijk het klinkt, Gods volk heeft toch den Heere tot zijnen Koning, die in de hoogte Zijnen troon heeft gevestigd en oneindig groter is dan alle groten en geweldigen op aarde.
De rivieren 1), bij welke Uwe vijanden wel mogen vergeleken worden, verheffen, o HEERE! de rivieren verheffen hare aanstoting (Psalm 65: 8; 89: 10. (Jes. 17: 12).
Op verschillende wijze leggen de uitleggers dit vers uit. Sommigen menen, dat hier uitdrukkelijk van de heftige aanvallen der vijanden gesproken wordt, die tegen de Kerk zich verheffen en dat de Geest Gods hier verheerlijkt wordt, die hen beteugelt. Anderen willen het liever eenvoudig, dan figuurlijk opvatten. Ofschoon de beroeringen van grote wateren vreselijk zijn, en hun schrik het bruisen der zee nog overtreft, God echter in den hoogsten graad vreselijker is. Ik voor mij aarzel niet, om te blijven bij het sprekende der vergelijking, dat de Profeet de macht Gods hier beeldsgewijze voor ons uitdrukt. Alsof hij zeggen wil, dat men geen uitstekender voorbeeld kan zoeken van Gods macht, zodat de majesteit Gods ons vreselijker is dan de snelle afloop der rivieren en de stormen der zee. Zoals in Psalm 29: 8 gezegd wordt, dat de stem Gods vreselijk klonk in den donderstorm. Slotsom is, dat God in het geraas der rivieren en in het stormachtig bruisen der zee Zijn macht openbaart, waardoor Hij ons beweegt om Hem te eren. Nu, indien de vergelijking behaagt, kan men er bijvoegen, dat ook dit alles nog niets is, wanneer het aan de Majesteit Gods toekomt, zodanig als die in den hemel wordt geopenbaard. Ik bestrijd niet, of ook dit kan hier uit de woorden gehaald worden. Ofschoon de wereld hier op verschillende wijze schijnbaar geschokt wordt, wordt echter de macht Gods niet verminderd, dewijl door Zijne verdere regering alle beroeringen worden beteugeld.
De zee met hare geweldige watermassa, met de voortdurende onrust harer golven, met haar onophoudelijk aandringen tegen het vaste land, en aanschuiven tegen de rotsen is het beeld der van God vervreemde en tegen God vijandige heidenwereld; de stromen zijn beelden van de wereldrijken, gelijk de Nijl van het Egyptische (Jes. 46: 7 vv.), de Eufraat van Assyrische (Jes. 8: 7 vv.), of nauwkeuriger de pijlsnelle Tiger van het Assyrische en de ingeslotene Eufraat van het Babylonische. Jehova’s eeuwige Majesteit echter overtreft al de armzalige majesteiten hier beneden, wier golven, al zijn ze nog zo hoog opgezweept, toch nooit Zijnen troon zullen bereiken.
Terwijl de wereldmacht met het sterkste, dat er op aarde is, wordt vergeleken, moet men erkennen, dat zij ene ontzettende macht is en dat de vorst, aan haar hoofd ene majesteit is, die niemand gering mag schatten; maar ook niemand ontzinke de moed, gelijk bij de sterkte der zinnelijke indrukken van aardse macht en geweld zo licht geschiedt; want hoewel het rijk der wereld ene ontzettende macht is, zo is zij toch gene Almacht.
Doch de HEERE, die in de hoogte der hemelen gezeten is, is geweldiger dan het bruisen van grote wateren, dan de geweldige baren der zee, en alzo heeft Zijne gemeente niets te vrezen. (Psalm 76: 5; 92: 9). Met den mond belijden allen, wat de profeet hier leert, maar hoe velen zouden dit schild tegenover de macht der wereld stellen, gelijk het betaamt, zo dat zij niets vrezen, al is het nog zo verschrikkelijk?. 5.
III. Vs. 5.KruisverwijzingenPsalmen 29:2→Leviticus 19:2→Johannes 4:24→Psalmen 119:144→Psalmen 99:9→Leviticus 10:3→Zacharia 14:20→Hebreeën 6:17→
— Uw getuigenissen zijn zeer getrouw; de heiligheid is Uw huize sierlijk, HEERE! tot lange dagen.
Maar de Heere, die in de hoogte Zijnen troon op aarde heeft gevestigd, waarin Zijne heiligheid woont, heeft een volk hier beneden, waaraan hij Zijne getuigenissen heeft geschonken. Zijne getuigenissen kunnen niet anders zijn dan onbedriegelijke waarheid, en het huis, dat Hij met zijne heiligheid heeft versierd, moet Hij om deze bewaren. Hij kan het wel voor een tijd ten straffe der zonden Zijns volks overgeven aan de verwoesting door de goddeloze macht der wereld, maar Hij moet er altijd weer voor zorgen, dat het zich als een Fenix uit de as verheffe en in zijne heerlijkheid weer hersteld worde.
Uwe getuigenissen, Uw woord met zijne onveranderlijke beloften, in ‘t bijzonder met die, waarin Gij aan Uw volk eeuwige voortduring en redding uit allen nood belooft, zijn zeer getrouw 1), zodat men zich op deze vast kan verlaten (Openbaring 19: 9; 21: 5; 22: 6),des heiligheid is Uwen huize sierlijk, is daarvoor tot een sieraad, HEERE! tot lange dagen 2); Gij kunt het niet voor altijd door misdadige handen laten ontheiligen.
Daarmee geeft de heilige zanger dadelijk een bewijs aan de ziel, dat zij de getuigenissen, die God haar gegeven heeft, hoe Hij zelf haar wil leiden, niet genoegzaam aanneemt, alsof hij zei: hoe dikwijls heeft Hij ons niet verzekerd, dat degenen die zich aan Hem toevertrouwen, geen gebrek zullen lijden; deze getuigenissen zijn toch wel waard, dat men ze geloven en toch vertrouwen wij ze niet.
Hij, wie het rijk en de kracht en de heerlijkheid is, houdt in de gehele toekomst de heiligheid der Kerk staande, daar hier beneden Zijne eer woont; Hij waarborgt de aan deze plaats toekomende heiligheid naar binnen en naar buiten voor ontheiliging.
De zekerheid Zijner beloften, dat namelijk het volk des verbonds nooit zal te gronde gaan, is een uitvloeisel Zijner almacht, maar evenzo brengt de heiligheid van Zijn huis mede, dat Hij het niet laat ontwijden. Deze belofte is ene eeuwige. De verwoesting door Nebukadnezer was slechts een tijdelijke stoornis, want in dezen tijd zuiverde Hij Zijn volk van de afgoderij, opdat van dit allervreselijkst verderf Zijn huis gereinigd werd, en het nieuw gebouwde liet Hij toen eerst verwoesten, toen “de woning Gods in den Geest” was gegrondvest, en nu de levende stenen zich samenvoegden tot en groot geestelijk huis, tot ene heilige priesterschap (1 Petrus 2: 5).
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel