Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een psalmH4210, een liedH7892 voor de kinderenH1121 van KorachH7141. Zijn grondslagH3248 is op de bergenH2042 der heiligheidH6944.
Een psalm, een lied voor de kinderen van Korach. Zijn grondslag is op de bergen der heiligheid.
KJV
[[A Psalm3
or Song4
for the sons1
of Korah.]]2
His foundation5
is in the holy7
mountains.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
De HEEREH3068 bemintH157 de poortenH8179 van SionH6726 boven alleH3605 woningenH4908 van JakobH3290.
De HEERE bemint de poorten van Sion boven alle woningen van Jakob.
KJV
The LORD2
loveth1
the gates3
of Zion4
more than all the dwellings6
of Jacob.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Zeer heerlijkeH3513 dingen worden van u gesprokenH1696, o stadH5892 GodsH430! SelaH5542.
Zeer heerlijke dingen worden van u gesproken, o stad Gods! Sela.
KJV
Glorious things1
are spoken2
of thee, O city4
of God.5
Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Ik zal RahabH7294 en BabelH894 vermeldenH2142, onder degenen, die Mij kennenH3045; zietH2009, de FilistijnH6429, en de TyrierH6865, metH5973 den MoorH3568, dezeH2088 is aldaarH8033 geborenH3205.
Ik zal Rahab en Babel vermelden, onder degenen, die Mij kennen; ziet, de Filistijn, en de Tyrier, met den Moor, deze is aldaar geboren.
KJV
I will make mention1
of Rahab2
and Babylon3
to them that know4
me: behold Philistia,6
and Tyre,7
with Ethiopia;9
this man was born
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
En van SionH6726 zal gezegdH559 worden: Die en die is daarin geborenH3205; en de AllerhoogsteH5945 ZelfH1931 zal hen bevestigenH3559.
En van Sion zal gezegd worden: Die en die is daarin geboren; en de Allerhoogste Zelf zal hen bevestigen.
KJV
And of Zion1
it shall be said,2
This and that man3
was born5
in her: and the highest9
himself shall establish
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
De HEEREH3068 zal hen rekenenH5608 in het opschrijvenH3789 der volkenH5971, zeggende: DezeH2088 is aldaarH8033 geborenH3205. SelaH5542.
De HEERE zal hen rekenen in het opschrijven der volken, zeggende: Deze is aldaar geboren. Sela.
KJV
The LORD1
shall count,2
when he writeth up3
the people,4
that this man was born6
there. Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
En de zangersH7891, gelijk de speelliedenH2490, mitsgaders alH3605 mijn fonteinenH4599, zullen binnen u zijn.
En de zangers, gelijk de speellieden, mitsgaders al mijn fonteinen, zullen binnen u zijn.
KJV
As well the singers1
as the players2
on instruments shall be there: all my springs
psalm
Zie Ps. 48:1 .
Hertaald:
psalm
Zie Ps. 48:1.
Zijn
Te weten, des tempels, die gebouwd was op de berg Moria, waar de berg Zion aan lag, 2 Kron. 3:1 . Eenigen verstaan door het woord [ zijn ] dezen psalm, wiens grond of doel is te spreken van de kerk van Christus, die in den hemel samenkwam om den Heere te loven.
Hertaald:
Zijn
Namelijk: van de tempel, die gebouwd was op de berg Moria, waaraan de berg Sion grensde, 2 Kron. 3:1. Sommigen verstaan onder het woord zijn deze psalm, waarvan de grond of het doel is te spreken over de kerk van Christus, die in de hemel samenkwam om de Heere te loven.
Jakob
Dat is, de Israëlieten.
Hertaald:
Jakob
Dat is: de Israëlieten.
van u gesproken,
Dat is, u aangaande. Anders, in u. Zie Jes. 40, 41, 42. Zie ook Job 27:11 .
Hertaald:
van u gesproken,
Dat is: over u. Anders: in u. Zie Jes. 40, 41, 42. Zie ook Job 27:11.
o stad Gods
Dat is Jeruzalem, welke stad God zich toegeheiligd heeft om aldaar zijn dienst op te richten en gelijk als zijnen woning aldaar te nemen. Wat voor heerlijke dingen van deze stad gesproken worden, zie Isa 54
Hertaald:
o stad Gods
Dat is: Jeruzalem, de stad die God Zich toegeheiligd heeft om daar Zijn dienst op te richten en er als het ware Zijn woning te nemen. Wat voor heerlijke dingen over deze stad gesproken worden, zie Jes. 54.
Sela
Zie Ps. 3:3 .
Hertaald:
Sela
Zie Ps. 3:3.
Rahab
Dat is, Egypte. Alzo wordt Egypte ook genoemd Ps. 89:11 ; Jes. 30:7 , en Jes. 51:9 . De zin der woorden van dit vers is dat de tijd zal komen, wanneer God de Egyptenaars en Babyloniërs zal rekenen onder zijn volk, hun meedelende zijn kennis, waar zij tevoren vreemd van waren en het volk Gods verdrukten. Zie Jes. 19:19 , Jes. 19:21 , Jes. 19:25 . Egypte wordt Rahab genoemd vanwege zijne hoovaardij [hetwelk het woord betekent], of van de ene of de andere sterke stad daarin gelegen. Onder de namen dier natiën, die in dit vers genoemd staan, moet men allerlei volken verstaan. Zie Hand. 2:9-10 ; Ef. 2:12 ; Kol. 3:11 .
Hertaald:
Rahab
Dat is: Egypte. Zo wordt Egypte ook genoemd in Ps. 89:11; Jes. 30:7, en Jes. 51:9. De betekenis van dit vers is dat de tijd zal komen waarop God de Egyptenaren en Babyloniërs tot Zijn volk zal rekenen en hun Zijn kennis zal meedelen, waarvan zij eerst vreemd waren terwijl zij Gods volk verdrukten. Zie Jes. 19:19, Jes. 19:21, Jes. 19:25. Egypte wordt Rahab genoemd vanwege zijn hoogmoed — dat betekent het woord — of naar een van de sterke steden die daarin lagen. Onder de namen van de volken die in dit vers genoemd worden, moet men allerlei volken verstaan. Zie Hand. 2:9-10; Ef. 2:12; Kol. 3:11.
vermelden
Te weten, ten beste, dat is, zij zullen door de prediking des heiligen Evangelies ook tot de kennis van den waren God te hunner tijd gebracht worden.
Hertaald:
vermelden
Namelijk: ten goede; dat is: zij zullen te zijner tijd door de prediking van het heilige Evangelie ook tot de kennis van de ware God gebracht worden.
de Filistijn
Hebr. Filistea, Tyrus. Van de bekering der Tyriërs, zie Ps. 45:13 .
Hertaald:
de Filistijn
Hebreeuws: Filistea, Tyrus. Over de bekering van de Tyriërs, zie Ps. 45:13.
den Moor,
Hebr. Chus. Van de bekering der Moren tot Christus, zie Ps. 68:32 , en Ps. 72:10 ; Hand. 8:27 .
Hertaald:
den Moor,
Hebreeuws: Cusch. Over de bekering van de Moren tot Christus, zie Ps. 68:32, en Ps. 72:10; Hand. 8:27.
deze is
Alsof hij zeide: De tijd zal komen dat men van de Filistijnen, Tyriërs en Moren zal zeggen, dat zij te Jeruzalem welke is ons aller moeder; Gal. 4:26 dat is, in de Christelijke kerk geboren zijn; dat is dat zij tot Gods kerk en het hemelse Jeruzalem behoren.
Hertaald:
deze is
Alsof hij zei: de tijd zal komen dat men van de Filistijnen, Tyriërs en Moren zal zeggen dat zij geboren zijn in Jeruzalem, dat ons aller moeder is, Gal. 4:26 — dat is: in de christelijke kerk; en dus dat zij tot Gods kerk en tot het hemelse Jeruzalem behoren.
van Sion
Dat is van de stad Jeruzalem, die aan den berg Zion ligt; dat is van de Christelijke gemeente.
Hertaald:
van Sion
Dat is: van de stad Jeruzalem, die aan de berg Sion ligt; dat is: van de christelijke gemeente.
Die en die is
Hebr. man en man; dat is die en die, te weten, vele en verscheidene natiën en volken. Zie Hand. 2:9-11 .
Hertaald:
Die en die is
Hebreeuws: man en man; dat is: die en die, namelijk vele en verschillende volken en naties. Zie Hand. 2:9-11.
daarin
Te weten, in de stad Jeruzalem.
Hertaald:
daarin
Namelijk: in de stad Jeruzalem.
geboren;
Geboren, te weten, door de predikatie van het heilige Evangelie en den Heilige Geest.
Hertaald:
geboren;
Geboren, namelijk door de prediking van het heilige Evangelie en door de Heilige Geest.
de Allerhoogste
Dat is, de Allerhoogste zelf zal hen zo vast maken, dat de poorten der hel tegen hen niet zullen vermogen, Matt. 16:18 .
Hertaald:
de Allerhoogste
Dat is: de Allerhoogste Zelf zal hen zo vast maken dat de poorten van de hel niets tegen hen zullen vermogen, Matth. 16:18.
zal hen rekenen
Te weten, die, die zich tot de Christelijke kerk begeven zullen.
Hertaald:
zal hen rekenen
Namelijk: hen die zich bij de christelijke kerk zullen voegen.
in het opschrijven
Een manier van spreken bij gelijkenis genomen van de overheden, die boek of register houden van de ingezetenen hunner steden, om de uitheemsen van de ingeborenen te onderscheiden, zie Ps. 22:31 .
Hertaald:
in het opschrijven
Een manier van spreken die bij wijze van vergelijking ontleend is aan de overheden, die een boek of register bijhouden van de inwoners van hun steden om de vreemdelingen van de ingeborenen te onderscheiden; zie Ps. 22:31.
aldaar
Te weten, te Jeruzalem, of in Zion; dat is, hij is den Heere toebehorende, zie vs.4.
Hertaald:
aldaar
Namelijk: in Jeruzalem, of in Sion; dat is: hij behoort de Heere toe, zie vers 4.
En de zangers,
Anders: daarom zingen en springen al mijne fonteinen; de zin is: met grote vreugde zal God geloofd worden in zijne gemeente, die zowel uit de heidenen als uit de Joden zal vergaderd worden; ene manier van spreken, genomen van het gebruik der kerk des Ouden Testaments, alwaar God met muziekinstrumenten placht geloofd te worden, 1 Kron. 9:33 , en 1 Kron. 25:1-2 .
Hertaald:
En de zangers,
Anders: daarom zingen en springen al mijn fonteinen. De betekenis is: met grote vreugde zal God geloofd worden in Zijn gemeente, die zowel uit de heidenen als uit de Joden vergaderd zal worden. Het is een manier van spreken die ontleend is aan het gebruik van de kerk van het Oude Testament, waar God met muziekinstrumenten geloofd placht te worden, 1 Kron. 9:33, en 1 Kron. 25:1-2.
al mijn
Dat is, al mijn hartgrondige genegendheden en binnenste gedachten des harten, die als fonteinen of springaders zijn, waaruit alle woorden en werken vloeien; zie Ps. 103:1 . Men kan ook door de fonteinen hier verstaan de giften en menigerlei gaven des Heilige Geestes.
Hertaald:
al mijn
Dat is: al mijn hartgrondige genegenheden en de binnenste gedachten van het hart, die als fonteinen of bronnen zijn waaruit alle woorden en werken voortvloeien; zie Ps. 103:1. Men kan onder de fonteinen hier ook de gaven en de veelsoortige gaven van de Heilige Geest verstaan.
zullen
Of, van u zijn; te weten, o Zion. Hier wordt voorzegd de blijdschap, die er in de wereld wezen zou vanwege de bekering der heidenen tot Christus.
Hertaald:
zullen
Of: van u zijn, namelijk o Sion. Hier wordt de blijdschap voorzegd die er in de wereld zou zijn vanwege de bekering van de heidenen tot Christus. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Zijn grondslag is op de bergen der heiligheid. De HEERE bemint de poorten van Sion boven alle woningen van Jakob" (Ps. 87:1-2). Dan volgt de regel die de psalm zijn naam gaf: "Zeer heerlijke dingen worden van u gesproken, o stad Gods!" (Ps. 87:3). Wat daarop komt is verrassend: er worden volken opgesomd die Israëls vijanden waren. "Ik zal Rahab en Babel vermelden, onder degenen, die Mij kennen; ziet, de Filistijn, en de Tyrier, met den Moor, deze is aldaar geboren" (Ps. 87:4). Rahab is hier een naam voor Egypte. Van elk van hen wordt gezegd dat hij in Sion geboren is. En God houdt daarvan een register bij: "De HEERE zal hen rekenen in het opschrijven der volken, zeggende: Deze is aldaar geboren" (Ps. 87:6). Bijbelse betekenis: Deze psalm doet iets wat in het Oude Testament zeldzaam is: zij noemt de aartsvijanden van Israël bij name en schrijft hen in als burgers van Sion. Er staat niet dat zij bezoekers worden maar dat zij er geboren zijn; hun geboortepapieren worden opnieuw uitgeschreven. Merk op dat God zelf de registerhouder is (Ps. 87:6). Wie erbij hoort, wordt niet door afkomst bepaald maar door Zijn opschrijven. Let ten slotte op het slot. De zangers en de fonteinen zijn binnen die stad (Ps. 87:7); daar is muziek en daar is water, en dat is alles wat een dorstig mens nodig heeft. Typologie: Paulus zegt van de gemeente uit de heidenen dat zij niet meer vreemdelingen zijn maar "medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods" (Ef. 2:19), en hij noemt de stad: "Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder" (Gal. 4:26). Ps. 87:1-7; Ef. 2:19; Gal. 4:26 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Het verbond niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking Een korte psalm over Jeruzalem, gezongen in een tijd waarin die stad omringd was door volken die haar naar het leven stonden. Juist die volken worden hier bij name genoemd — niet als vijanden, maar in een geboorteregister. God schrijft de namen van de vijandige volken op in het bevolkingsregister van Sion, met bij elk dezelfde aantekening: deze is daar geboren. De psalm begint bij een fundament: Zijn grondslag is op de bergen der heiligheid, en de HEERE bemint de poorten van Sion meer dan alle woningen van Jakob. Sion is dus niet uitverkoren om haar ligging of haar muren, maar omdat God haar liefheeft. Dan volgt een zin die de dichter zelf al niet meer helemaal kan bevatten: zeer heerlijke dingen worden van u gesproken, o stad Gods. En hij begint op te sommen wát er gesproken wordt — en dat blijkt een lijst van namen te zijn die niemand daar verwacht. “Ik zal Rahab en Babel vermelden, onder degenen, die Mij kennen; ziet, de Filistijn, en de Tyrier, met den Moor, deze is aldaar geboren.” Rahab is Egypte, legt de kanttekening uit, zo genoemd vanwege zijn hoogmoed. Egypte, waar het volk slaaf was. Babel, waar het volk gevangen zou zitten. De Filistijnen, met wie eeuwenlang oorlog gevoerd is. Tyrus en Cusch, de handel en het verre zuiden. Dat zijn de onderdrukkers, en zij staan hier in het register van de burgers. De kanttekening laat er geen misverstand over bestaan waar dit heen wijst. De tijd zal komen, zegt zij, dat God de Egyptenaren en Babyloniërs tot Zijn volk zal rekenen. En van de Filistijnen, Tyriërs en Moren zal men zeggen dat zij in Jeruzalem geboren zijn. Daarmee is de christelijke kerk bedoeld, die ons aller moeder is. En bij het woord geboren voegt zij toe: geboren door de prediking van het heilige Evangelie en door de Heilige Geest. Dat woord geboren is het scharnier van de psalm. Er staat niet dat deze volken toegelaten worden, of ingelijfd, of gedoogd. Er staat dat zij daar geboren zijn — met hetzelfde recht als wie er wel altijd woonde. En God Zelf houdt de lijst bij: “De HEERE zal hen rekenen in het opschrijven der volken, zeggende: Deze is aldaar geboren.” Op de Pinksterdag staat er een menigte in Jeruzalem waarvan Lukas de herkomst uitschrijft: Parthen en Meden en Elamieten, en de inwoners van Mesopotamië, van Egypte en van de delen van Libye. Wie Psalm 87 kent, leest die lijst anders. En Paulus schrijft aan mensen die eertijds vreemdelingen waren van de verbonden der belofte, dat zij nu medeburgers zijn der heiligen en huisgenoten Gods. De psalm eindigt met muziek, en met een regel die klinkt als een refrein dat door de straten gaat: “En de zangers, gelijk de speellieden, mitsgaders al mijn fonteinen, zullen binnen u zijn.” In het Nieuwe Testament: Efeze 2:12-19; Galaten 4:26; Handelingen 2:9-11; Hebreeën 12:22-23; Openbaring 21:24-26 Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Psalm 87 niet aan. Wat er in de psalm zelf staat is duidelijk genoeg: vijandige volken worden bij name in het geboorteregister van Sion opgeschreven. De kanttekenaars lezen dat als de toebrenging van de heidenen door de prediking van het Evangelie en verwijzen daarbij naar Galaten 4 en Handelingen 2. Dat is een verantwoorde uitleg, maar zij berust op de zaak en niet op een aanhaling.
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas 4 Ik zal Rahab en Babel vermelden, onder degenen, die Mij kennen; ziet, de Filistijn, en de Tyriër, met den Moor, deze is aldaar geboren. 5 En van Sion… 1 Een psalm, een lied voor de kinderen van Korach. Zijn grondslag is op de bergen der heiligheid. 2 De HEERE bemint de poorten van Sion boven alle woningen… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 87
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Deze is aldaar geboren — 87:1-7
Wat betekenen de niveaus?
Verdiepende artikelen
Psalm 87:4-7
Psalm 87:1-3


Psalmen 87
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Een Psalm, een lied (1 Kronieken 25: 31 ) voor de kinderen van Korach (Psalm 42-49, 84 en 85) De zendings-gedachte in Psalm 86: 9 vv. vervult geheel de ziel van den dichter, het is een profetische Psalm in een stijl, die tot het raadselachtige toe verheven en zinrijk is, waarin ook de Godsspraken in Jes. 21: 1-22: 14, en hetgeen wij in Jes. 30: 6 en 7 vinden, dat bestemd is tot een openbaar gedenkteken (Vergelijk 2 Koningen 20: 12 Aanm,) geschreven is.
I. Vs. 1-3.KruisverwijzingenJesaja 28:16→Efeze 2:20→Jesaja 56:7→Psalmen 68:16→1 Korinthe 3:10→Mattheüs 16:18→Psalmen 48:1→Jesaja 2:2→
— Een psalm, een lied voor de kinderen van Korach. Zijn grondslag is op de bergen der heiligheid. De HEERE bemint de poorten van Sion boven alle woningen van Jakob. Zeer heerlijke dingen worden van u gesproken, o stad Gods! Sela.
De dichter verplaatst ons dadelijk midden in hetgeen zijn gemoed vervult. Het zo even wonderbaar voor de Assyriërs beschermde Jeruzalem, is op nieuwe bewezen te zijn, hetgeen de vaste zichtbare grond van zijn uitwendigen toestand aanwijst, ene van God gestichte, onvergankelijke stad. Zij is de stad Zijner keuze, waarin Hij wil wonen, maar ook de stad Zijner liefde, die Hij beschermt en bewaart als den appel zijner ogen. Deze door God gestichte, door God verkorene en door God beminde stad, heeft nog ene heerlijke toekomst naar de zekerste belofte. Zijn grondslag is op de bergen der heiligheid; Jeruzalem is gelegen op ene hoogte (Jozua 15: 63 ), de Heere heeft het daar gesticht (Jes. 14: 32), en die hoogte tot den zetel Zijner Kerk op aarde gekozen (Psalm 68: 17). Als men het begin van den Psalm leest of hoort is het alsof een gedeelte en wel het hoofd ontbreekt. Met recht vraagt men, wat onder het vast gegrondveste moet verstaan worden? Men maakt het echter spoedig uit de volgende verzon op, dat Zion, de geliefde stad Gods bedoeld is. Zie hieruit, dat de mannen Gods onder het Oude Verbond hun geliefd Zion steeds in het hart en in de gedachten hadden, hoe dat zo zeer hun levenselement was geworden, dat zij, omdat zij verzonken waren in het beschouwen Zijner heerlijkheid, van de zaak begonnen te spreken, zonder ze te noemen.
De HEERE bemint de poorten van Zion, door welke Hij als tot Zijne stad zo gaarne uit- en ingaat (Psalm 132: 14) boven alle woningen van Jakob; dat is nu weer gebleken, want terwijl al het overige land door den vijand verwoest werd, bleven voor hem toch Zions poorten vast gesloten. Hier is geen sprake van het Jeruzalem, zoals het zich aan het oog voordeed, met zijne straten, muren en paleizen-hoe zou dit bemind kunnen zijn boven alle andere woningen van Jakob? -maar er is gedacht aan datgene, waarin Jeruzalems eeuwige heerlijkheid bestaat, dat dit het middelpunt van den waren God geweest is. Is namelijk de hoofdstad van het land, waar zijn koning woont het, oog en de kroon des lands, dan is nog veel meer Jeruzalem, waar als in het heiligdom van geheel Israël de Heere woont en alleen wordt aangebeden, het oog en de kroon des lands.
Zeer heerlijke dingen worden van u gesproken; gedurig wordt er onder de ongelovigen ene nieuwe mare verspreid van de heerlijkheden des rijks, die hen moeten uitlokken zich aan u aan te sluiten en in u hun heil te zoeken, o stad Gods (Psalm 46: 5; 48: 2)! Sela (Psalm 3: 3 ). O Jeruzalem, schoon gij in de ogen uwer vijanden verachtelijk zijt, zo vertroost u echter met de grote en heerlijke dingen, aangaande u door de profeten voorzegd, als Jes. 62: 1, 7; 65: 18 vv.; 66: 10 vv. Zach. 1: 16 vv.; 2: 3, 4, 12; 8: 3 vv.; 12: 2 vv. was voorzegd, dat de heerlijkheid van het laatste huis groter zou zijn dan de heerlijkheid van het eerste (Hagg. 2:
. Alle die plaatsen kan men ook, evenals deze, verstaan van ene geestelijke en Evangelische heerlijkheid, waarmee Jeruzalem zou begiftigd worden, namelijk door des Messias verschijning en door de toevloeiing van alle volken en natiën derwaarts.
De Kerk heeft een grondslag, zodat zij niet kan zinken of vallen. Christus zelf is haar grondslag, welken God heeft gelegd. Heiligheid is de sterkte en de vastheid van de Kerk, niet zozeer, omdat zij gebouwd is op bergen als dat zij gebouwd is op heilige bergen, op de beloften van God ter bevestiging van welke Hij gezworen heeft bij Zijne heiligheid, op de heiligmaking des Geestes, welke het geluk van alle heiligen zal bezegelen. Er is veel van Zion in Gods woord gezegd. Maar veel heerlijker dingen zijn gezegd van de Kerk des Evangelies; zij is het gekochte door Zijn bloed; het is een uitverkoren volk, een heilig volk een koninklijk priesterdom, en de poorten der hel zullen niets tegen haar vermogen. Laat ons ons niet schamen voor de Kerk van Christus in haar meest geringen toestand, noch voor iets, dat op haar betrekking heeft; want heerlijke dingen zijn van haar gesproken en geen jota of tittel van hetgeen gezegd is zal op de aarde vallen. Het betaamt ons onze zielen en onze verwachtingen op dat fondament te bouwen, waarop God Zijne Kerk gebouwd heeft en de roem van alle Zijne deugden heeft geopenbaard; een ander fondament kan niemand leggen, dan hetgeen gelegd is, Jezus Christus. De heerlijke dingen, van Zion door den Geest gesproken, waren alle typisch van Christus gezegd, van Zijn werk en Zijne zegeningen, van de Kerk onder het Evangelie, zijne voorrechten en leden, van den hemel, zijne heerlijkheid en volzaligheid. (Jes. 33: 20, 21).
4.
II. Vs. 4-6.KruisverwijzingenPsalmen 45:12→Jesaja 4:3→Jesaja 19:23→Psalmen 68:31→Galaten 3:26→1 Petrus 1:23→Hebreeën 11:32→Johannes 1:12→
— Ik zal Rahab en Babel vermelden, onder degenen, die Mij kennen; ziet, de Filistijn, en de Tyrier, met den Moor, deze is aldaar geboren. En van Sion zal gezegd worden: Die en die is daarin geboren; en de Allerhoogste Zelf zal hen bevestigen. De HEERE zal hen rekenen in het opschrijven der volken, zeggende: Deze is aldaar geboren. Sela.
De dichter hoort hierop den Heere zelven spreken, en de heerlijke bestemming. die Hij aan de door hem verkorene en geliefde stad had toegedacht, verkondigen: zij zou de geestelijke geboorteplaats van alle volkeren, de vrolijke moeder van alle natiën op aarde worden; van Egypte in het zuiden, en Babel in het noorden, wordt duidelijk gesproken: op de Filistijnen, Tyriërs en Ethiopiërs wijst de Heere als met Zijn vinger; men in ‘t algemeen eens van Zion zien, dat de volheid der heidenen ingaat en het ene volk na het andere toetreedt.
Ik, de Heere der Kerk, wiens werk het is de heidenen te roepen (Rom. 15: 9 vv.), zal Rahab, die trotse macht van het zuiden, Egypte (Jozua 6: 25 Job 9: 13. 9.13 Jes. 30: 7), en Babel, die nu nog onder de volkeren verborgene wereldmacht van het noorden (Jes. 19: 21 vv.), vermelden onder degenen, die Mij kennen; ziet de Filistijn, en de Tyriër (Psalm 45: 13), met den Moor, den Kuschiet of Ethiopiër (Psalm 68: 32; 72: 10), deze is aldaar, te Zion, te Jeruzalem, geestelijk geboren tot kinderen van Abraham en erfgenamen der belofte, daar zij burgerrecht in deze heilige stad verkrijgen (Efeziers 2: 19).
Wanneer nu de stad Gods alle volken der aarde het ene na het andere opneemt, en tot ene onafzienbare grote gemeente van alle mensengeslachten geworden is, zal zij wegens deze wonderbare vruchtbaarheid in geestelijken zin voor de ogen van allen een wonder zijn (Psalm 118: 23), en van Zion zal gezegd worden: Die en die is daarin geboren; gedurig komt weer ene wedergeborene ziel bij de overige, waardoor de verbintenis der overige volken voortdurend afbreuk lijdt, maar Jeruzalems volk aangroeit; en de Allerhoogste zelf zal hen bevestigen, vaster doen worden en tegen alle geweld beschermen. Toen deze verwachtingen uitgesproken werden, was het getal van de medeleden van het Godsrijk zeer klein geworden; de tien stammen waren reeds in de ballingschap weggevoerd, Juda was alleen in het land des Heren overgebleven. Onder deze omstandigheid moest met bijzondere levendigheid het verlangen ontwaken naar de vervulling der oude beloften van ene nakomelingschap van Abraham, zo talloos als de sterren aan den hemel en het zand aan de zee; met bijzondere begerigheid moest alles worden aangegrepen, wat aan deze hoop een steunpunt aanbood, wat ene vergoeding voor Israël’s verliezen door het ingaan der heidenen beloofde. Desgelijks zien wij nu bij het treurig verval der Kerk onder ons zeer verlangend uit naar de heidenlanden en letten op ieder teken, hetwelk aankondigt, dat de Heere daar nieuwe leden van Zijn kerk zal verzamelen.
Het gebeurt dikwijls, dat steden, hoe sneller zij zich tot ene bijzondere hoogte verheffen, des te sneller zinken; opdat men dus het geluk der Kerk niet voor iets toevalligs houde, voegt de profeet er bij, dat zij door den Allerhoogste zal bevestigd worden, alsof hij zei: het is niet te verwonderen, wanneer andere steden wankelen, omdat zij zich met de wereld te zamen bewegen, en geen eeuwigen wachter hebben, maar anders is het met Jeruzalem gesteld, dat zal voortduren, wanneer aarde en hemel vergaan, omdat het in God gegrondvest is.
Men zal te Zion zeggen: Met elke heiden persoonlijk heeft ene verandering plaats, die met ene geheel nieuwe geboorte gelijk staat. Het belijden van den waarachtigen God door de heidenen is gene uitwendige onderwerping, maar ene verandering van geheel hun wezen, en van deze verandering is bij allen God de eigenlijke oorzaak en bewerker. Op wonderbare wijze loopt hier de Schrift in het O.T. vooruit, om als in den geest der nieuwe bedeling te spreken, waaronder de kinderen niet meer Joden worden naar de uitwendige inzettingen, en niet uit den wil des vlezes maar uit God zijn geboren.
Het is er mede als met een kind, dat pas geboren is; of een kind klein of groot is, hoe zwak het ook is, als het in de wereld komt, is het een volkomen mens; het heeft ogen, oren, ene tong, en in het opwassen gebruikt het die. Een wedergeboren mens ook. Zij hebben geestelijke ogen, om den Koning in Zijne schoonheid te zien; zij hebben oren om te horen de woorden des Boeks; zij hebben ene tong, om tot lof van den Heere te spreken, zowel als een bejaarde; zij hebben handen om te werken het werk des Heren, en voeten om te wandelen op den weg Gods. Zo hebt gij een geheel schepsel (2 Kor. 5: 17). “Het oude is voorbijgegaan, ziet; het is alles nieuw geworden.” Dat geluk nu verkrijgt een mens onder de bediening des Woords, vroeg of laat, hard of zacht, naardat het God belieft. En als die wedergeborene dat dan krijgt, dan komt de Allerhoogste zelf zulk een bevestigen.
De HEERE zal hen rekenen in het opschrijven der volken, zeggende: deze is aldaar geboren. Hij zal ze den een na den ander aanmerken als in Zion geboren, en ze alzo optellen in Zijn boek, het boek van Jeruzalem, het boek des levens. Sela. (Jes. 4: 3). De Heere, de Koning van Zion zelf, zal ze inschrijven in Zijn levensboek, in de registers van de Godsstad, als aldaar geboren. Hij kent Zijne gemeente, al de uitverkorenen uit Israël en uit de Heidenwereld bij hun namen, en geen van die allen zal er gemist worden. Zo zal dan boven en tegen alle gedachten der mensen, het einde der wegen Gods zijn, dat Zion de geestelijke geboorteplaats en de hoofdstad van alle volken zijn zal, en wie zal ons zeggen wat nog eenmaal het voorbeeldig Zion voor Israël en de volken wezen zal. En in dit einde zal Zion een stad van erkende welvaart, geluk en vrede zijn.
In navolging van de Septuaginta en Vulgata vertaalt Luther dit vers: “De Heere zal laten prediken in allerlei spraken,” hetwelk dan verklaard wordt als ziende op Hand. 2: 7 vv. Het einde van alle geschiedenis is, dat Zion de metropolis (hoofdstad) van alle volken wordt.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel