Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Een gebed van David. HEERE! neig Uw oor, verhoor mij; want ik ben ellendig en nooddruftig.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Een gebedH8605 van DavidH1732. HEEREH3068! neigH5186 Uw oorH241, verhoorH6030 mij; wantH3588 ik ben ellendigH6041 en nooddruftigH34.Een gebed van David. HEERE! neig Uw oor, verhoor mij; want ik ben ellendig en nooddruftig.
KJV[[A Prayer1of David.]]2Bow down3thine ear,5O LORD,4hear6me: for I am poor8and needy.
1תְּפִלָּ֗הH8605gebed, gebeden, gebedsprayer2לְדָ֫וִ֥דH1732David, DavidsDavid3הַטֵּֽהH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield4יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אָזְנְךָ֣H241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show6עֲנֵ֑נִיH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8עָנִ֖יH6041ellendigen, ellendige, ellendigafflicted, humble, lowly, needy, poor9וְאֶבְי֣וֹןH34nooddruftige, nooddruftigen, armenbeggar, needy, poor (man)10אָֽנִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who
2Bewaar mijn ziel, want ik ben Uw gunstgenoot, o Gij, mijn God! verlos Uw knecht die op U betrouwt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2BewaarH8104 mijn zielH5315, wantH3588ikH589 ben Uw gunstgenootH2623, o Gij, mijn GodH430! verlosH3467 Uw knechtH5650 die op U betrouwtH982.Bewaar mijn ziel, want ik ben Uw gunstgenoot, o Gij, mijn God! verlos Uw knecht die op U betrouwt.
KJVPreserve1my soul;2for I am holy:4O thou my God,9save6thy servant7that trusteth
3Zijt mij genadig, HEERE! want ik roep tot U den gansen dag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Zijt mij genadigH2603, HEEREH136! wantH3588 ik roepH7121totH413 U den gansenH3605dagH3117.Zijt mij genadig, HEERE! want ik roep tot U den gansen dag.
KJVBe merciful1unto me, O Lord:2for I cry5unto thee daily.
1חָנֵּ֥נִיH2603genadig, wees genadig, ontfermtbeseech, [idiom] fair, (be, find, shew) favour(-able), be (deal, give, grant (gracious(-ly), intreat, (be) merciful, have (shew) mercy (on, upon), have pity upon, pray, make supplication, [idiom] very2אֲדֹנָ֑יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord3כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4אֵלֶ֥יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אֶ֝קְרָ֗אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הַיּֽוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
4Verheug de ziel Uws knechts; want tot U, HEERE! verhef ik mijn ziel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4VerheugH8055 de zielH5315 Uws knechtsH5650; wantH3588totH413 U, HEEREH136! verhefH5375 ik mijn zielH5315.Verheug de ziel Uws knechts; want tot U, HEERE! verhef ik mijn ziel.
KJVRejoice1the soul2of thy servant:3for unto thee, O Lord,6do I lift up8my soul.
5Want Gij, HEERE! zijt goed, en gaarne vergevende, en van grote goedertierenheid allen, die U aanroepen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5WantH3588GijH859, HEEREH136! zijt goedH2896, en gaarne vergevendeH5546, en van groteH7227goedertierenheidH2617allenH3605, die U aanroepenH7121.Want Gij, HEERE! zijt goed, en gaarne vergevende, en van grote goedertierenheid allen, die U aanroepen.
KJVFor thou, Lord,3art good,4and ready to forgive;5and plenteous6in mercy7unto all them that call
6HEERE! neem mijn gebed ter ore, en merk op de stem mijner smekingen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6HEEREH3068! neem mijn gebedH8605 ter oreH238, en merkH7181 op de stemH6963 mijner smekingenH8469.HEERE! neem mijn gebed ter ore, en merk op de stem mijner smekingen.
KJVGive ear,1O LORD,2unto my prayer;3and attend4to the voice5of my supplications.
7In den dag mijner benauwdheid roep ik U aan, want Gij verhoort mij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7In den dagH3117 mijner benauwdheidH6869roepH7121 ik U aan, wantH3588 Gij verhoortH6030 mij.In den dag mijner benauwdheid roep ik U aan, want Gij verhoort mij.
KJVIn the day1of my trouble2I will call3upon thee: for thou wilt answer
1בְּי֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2צָ֭רָתִ֥יH6869benauwdheid, benauwdheden, noodadversary, adversity, affliction, anguish, distress, tribulation, trouble3אֶקְרָאֶ֗ךָּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say4כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5תַעֲנֵֽנִיH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)
8Onder de goden is niemand U gelijk, Heere! en er zijn geen gelijk Uw werken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Onder de godenH430 is niemandH369 U gelijk, HeereH136! en er zijn geenH369 gelijk Uw werkenH4639.Onder de goden is niemand U gelijk, Heere! en er zijn geen gelijk Uw werken.
KJVAmong the gods3there is none like unto thee, O Lord;4neither are there any works like unto thy works.
1אֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)2כָּמ֖וֹךָH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth3בָאֱלֹהִ֥יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4אֲדֹנָ֗יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5וְאֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)6כְּֽמַעֲשֶֽׂיךָH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought
9Al de heidenen, Heere! die Gij gemaakt hebt, zullen komen, en zullen zich voor Uw aanschijn nederbuigen, en Uw Naam eren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9AlH3605 de heidenenH1471, HeereH136! dieH834 Gij gemaaktH6213 hebt, zullen komenH935, en zullen zich voor Uw aanschijnH6440nederbuigenH7812, en Uw NaamH8034erenH3513.Al de heidenen, Heere! die Gij gemaakt hebt, zullen komen, en zullen zich voor Uw aanschijn nederbuigen, en Uw Naam eren.
10Want Gij zijt groot, en doet wonderwerken; Gij alleen zijt God.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10WantH3588GijH859 zijt grootH1419, en doetH6213wonderwerkenH6381; GijH859 alleen zijt GodH430.Want Gij zijt groot, en doet wonderwerken; Gij alleen zijt God.
KJVFor thou art great,2and doest4wondrous things:5thou art God
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2גָד֣וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very3אַ֭תָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you4וְעֹשֵׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5נִפְלָא֑וֹתH6381wonderen, wonderlijk, wonderwerkenaccomplish, (arise...too, be too) hard, hidden, things too high, (be, do, do a, shew) marvelous(-ly, -els, things, work), miracles, perform, separate, make singular, (be, great, make) wonderful(-ers, -ly, things, works), wondrous (things, works, -ly)6אַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you7אֱלֹהִ֣יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8לְבַדֶּֽךָH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength
11Leer mij, HEERE! Uw weg; ik zal in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11LeerH3384 mij, HEEREH3068! Uw wegH1870; ik zal in Uw waarheidH571wandelenH1980; verenigH3161 mijn hartH3824 tot de vrezeH3372 Uws NaamsH8034.Leer mij, HEERE! Uw weg; ik zal in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams.
12Heere, mijn God! ik zal U met mijn ganse hart loven, en ik zal Uw Naam eren in eeuwigheid;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12HeereH136, mijn GodH430! ik zal U met mijn ganseH3605hartH3824lovenH3034, en ik zal Uw NaamH8034erenH3513 in eeuwigheidH5769;Heere, mijn God! ik zal U met mijn ganse hart loven, en ik zal Uw Naam eren in eeuwigheid;
KJVI will praise1thee, O Lord2my God,3with all my heart:5and I will glorify6thy name7for evermore.
1אוֹדְךָ֤H3034loven, Looft, belijdencast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving)2אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord3אֱ֭לֹהַיH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5לְבָבִ֑יH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding6וַאֲכַבְּדָ֖הH3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop7שִׁמְךָ֣H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report8לְעוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
13Want Uw goedertierenheid is groot over mij; en Gij hebt mijn ziel uit het onderste des grafs uitgerukt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13WantH3588 Uw goedertierenheidH2617 is grootH1419overH5921 mij; en Gij hebt mijn zielH5315 uit het ondersteH8482 des grafsH7585uitgeruktH5337.Want Uw goedertierenheid is groot over mij; en Gij hebt mijn ziel uit het onderste des grafs uitgerukt.
KJVFor great3is thy mercy2toward me: and thou hast delivered5my soul6from the lowest8hell.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2חַ֭סְדְּךָH2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing3גָּד֣וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very4עָלָ֑יH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5וְהִצַּ֥לְתָּH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)6נַ֝פְשִׁ֗יH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it7מִשְּׁא֥וֹלH7585hel, graf, grafsgrave, hell, pit8תַּחְתִּיָּֽהH8482onderste, onderste plaatsen, onderstenlow (parts, -er, -er parts, -est), nether (part)
14O God! de hovaardigen staan tegen mij op, en de vergaderingen der tirannen zoeken mijn ziel; en zij stellen U niet voor hun ogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14O GodH430! de hovaardigenH2086staanH6965 tegen mij opH5921, en de vergaderingenH5712 der tirannenH6184zoekenH1245 mijn zielH5315; en zij stellenH7760 U nietH3808 voor hun ogen.O God! de hovaardigen staan tegen mij op, en de vergaderingen der tirannen zoeken mijn ziel; en zij stellen U niet voor hun ogen.
KJVO God,1the proud2are risen3against me, and the assemblies5of violent6men have sought7after my soul;8and have not set
1אֱלֹהִ֤יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty2זֵ֘דִ֤יםH2086hovaardigen, hoogmoedigen, hovaardigpresumptuous, proud3קָֽמוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)4עָלַ֗יH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5וַעֲדַ֣תH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)6עָ֭רִיצִיםH6184tirannen, tirannigste, tiranmighty, oppressor, in great power, strong, terrible, violent7בִּקְשׁ֣וּH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)8נַפְשִׁ֑יH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it9וְלֹ֖אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10שָׂמ֣וּךָH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work11לְנֶגְדָּֽםH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view
15Maar Gij, Heere! zijt een barmhartig en genadig God, lankmoedig, en groot van goedertierenheid en waarheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Maar GijH859, HeereH136! zijt een barmhartigH7349 en genadigH2587GodH410, lankmoedigH750, en grootH7227 van goedertierenheidH2617 en waarheidH571.Maar Gij, Heere! zijt een barmhartig en genadig God, lankmoedig, en groot van goedertierenheid en waarheid.
KJVBut thou, O Lord,2art a God3full of compassion,4and gracious,5longsuffering,6and plenteous8in mercy9and truth.
16Wend U tot mij, en zijt mij genadig, geef Uw knecht Uw sterkte, en verlos den zoon Uwer dienstmaagd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16WendH6437 U totH413 mij, en zijt mij genadigH2603, geefH5414 Uw knechtH5650 Uw sterkteH5797, en verlosH3467 den zoonH1121 Uwer dienstmaagdH519.Wend U tot mij, en zijt mij genadig, geef Uw knecht Uw sterkte, en verlos den zoon Uwer dienstmaagd.
KJVO turn1unto me, and have mercy3upon me; give4thy strength5unto thy servant,6and save7the son8of thine handmaid.
1פְּנֵ֥הH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)2אֵלַ֗יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3וְחָ֫נֵּ֥נִיH2603genadig, wees genadig, ontfermtbeseech, [idiom] fair, (be, find, shew) favour(-able), be (deal, give, grant (gracious(-ly), intreat, (be) merciful, have (shew) mercy (on, upon), have pity upon, pray, make supplication, [idiom] very4תְּנָֽהH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5עֻזְּךָ֥H5797sterkte, Sterkte, sterkeboldness, loud, might, power, strength, strong6לְעַבְדֶּ֑ךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant7וְ֝הוֹשִׁ֗יעָהH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory8לְבֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9אֲמָתֶֽךָH519dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(hand-) bondmaid(-woman), maid(-servant)
17Doe aan mij een teken ten goede, opdat het mijn haters zien, en beschaamd worden, als Gij, HEERE! mij geholpen, en mij getroost zult hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17DoeH6213 aan mij een tekenH226 ten goedeH2896, opdat het mijn hatersH8130zienH7200, en beschaamdH954 worden, alsH3588GijH859, HEEREH3068! mij geholpenH5826, en mij getroostH5162 zult hebben.Doe aan mij een teken ten goede, opdat het mijn haters zien, en beschaamd worden, als Gij, HEERE! mij geholpen, en mij getroost zult hebben.
KJVShew1me a token3for good;4that they which hate6me may see5it, and be ashamed:7because thou, LORD,10hast holpen11me, and comforted
1עֲשֵֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2עִמִּ֥יH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)3א֗וֹתH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token4לְט֫וֹבָ֥הH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)5וְיִרְא֣וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions6שֹׂנְאַ֣יH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly7וְיֵבֹ֑שׁוּH954beschaamd, beschaamt, schamen(be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אַתָּ֥הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10יְ֝הוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11עֲזַרְתַּ֥נִיH5826helpen, geholpen, helperhelp, succour12וְנִחַמְתָּֽנִיH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Psalmen 86:1— Een gebed van David. HEERE! neig Uw oor, verhoor mij; want ik ben ellendig en nooddruftig.Psalmen 31:2→Psalmen 40:17→Jakobus 1:9→Lukas 4:18→Psalmen 102:1→Jakobus 2:5→Jesaja 66:2→Daniël 9:18→
Psalmen 86:2— Bewaar mijn ziel, want ik ben Uw gunstgenoot, o Gij, mijn God! verlos Uw knecht die op U betrouwt.Efeze 1:12→Psalmen 4:3→1 Petrus 5:3→Psalmen 50:5→Romeinen 9:23→Psalmen 25:2→Psalmen 13:5→Psalmen 119:124→
Psalmen 86:3— Zijt mij genadig, HEERE! want ik roep tot U den gansen dag.Psalmen 57:1→Psalmen 88:9→Psalmen 25:5→Psalmen 56:1→Psalmen 4:1→Efeze 6:18→Lukas 11:8→Lukas 2:37→
Psalmen 86:4— Verheug de ziel Uws knechts; want tot U, HEERE! verhef ik mijn ziel.Psalmen 25:1→Psalmen 143:8→Jesaja 61:3→Jesaja 65:18→Psalmen 62:8→Psalmen 51:12→Jesaja 66:13→
Psalmen 86:5— Want Gij, HEERE! zijt goed, en gaarne vergevende, en van grote goedertierenheid allen, die U aanroepen.Joël 2:13→Psalmen 103:8→Exodus 34:6→Nehemia 9:17→Psalmen 130:7→Psalmen 145:18→Psalmen 145:8→Psalmen 25:8→
Psalmen 86:6— HEERE! neem mijn gebed ter ore, en merk op de stem mijner smekingen.Psalmen 5:1→Psalmen 17:1→Psalmen 55:1→Psalmen 130:2→
Psalmen 86:7— In den dag mijner benauwdheid roep ik U aan, want Gij verhoort mij.Psalmen 50:15→Jona 2:2→Psalmen 17:6→Psalmen 34:4→Psalmen 91:15→Klaagliederen 3:55→Psalmen 142:1→Jesaja 26:16→
Psalmen 86:8— Onder de goden is niemand U gelijk, Heere! en er zijn geen gelijk Uw werken.Exodus 15:11→Psalmen 89:6→Deuteronomium 3:24→Jeremia 10:6→Psalmen 89:8→Psalmen 136:4→Jesaja 40:18→Deuteronomium 4:34→
Psalmen 86:9— Al de heidenen, Heere! die Gij gemaakt hebt, zullen komen, en zullen zich voor Uw aanschijn nederbuigen, en Uw Naam eren.Psalmen 66:4→Openbaring 15:4→Jesaja 66:23→Psalmen 102:18→Jesaja 43:7→Romeinen 15:9→Romeinen 11:25→Psalmen 102:15→
Psalmen 86:11— Leer mij, HEERE! Uw weg; ik zal in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams.Jeremia 32:38→1 Korinthe 6:17→1 Korinthe 10:21→Psalmen 5:8→Job 34:32→Psalmen 26:3→Kolossenzen 3:22→Psalmen 119:73→
Psalmen 86:12— Heere, mijn God! ik zal U met mijn ganse hart loven, en ik zal Uw Naam eren in eeuwigheid;Deuteronomium 6:5→Romeinen 15:6→1 Korinthe 10:31→1 Korinthe 6:20→Openbaring 5:9→Psalmen 9:1→Psalmen 103:1→Openbaring 19:5→
Psalmen 86:13— Want Uw goedertierenheid is groot over mij; en Gij hebt mijn ziel uit het onderste des grafs uitgerukt.Psalmen 103:8→Lukas 1:58→Job 33:18→1 Thessalonicenzen 1:10→Psalmen 88:6→Psalmen 30:3→Job 33:28→Psalmen 116:8→
Psalmen 86:14— O God! de hovaardigen staan tegen mij op, en de vergaderingen der tirannen zoeken mijn ziel; en zij stellen U niet voor hun ogen.Psalmen 54:3→Psalmen 119:51→Psalmen 140:5→Ezechiël 8:12→Handelingen 4:27→Psalmen 119:69→Ezechiël 9:9→Psalmen 14:4→
Psalmen 86:15— Maar Gij, Heere! zijt een barmhartig en genadig God, lankmoedig, en groot van goedertierenheid en waarheid.Psalmen 111:4→Psalmen 86:5→Psalmen 103:8→Nehemia 9:17→Numeri 14:18→Joël 2:13→Efeze 2:4→Efeze 1:7→
Psalmen 86:16— Wend U tot mij, en zijt mij genadig, geef Uw knecht Uw sterkte, en verlos den zoon Uwer dienstmaagd.Psalmen 25:16→Psalmen 116:16→Psalmen 90:13→Jesaja 45:24→Filippenzen 4:13→Efeze 3:16→Psalmen 119:94→Psalmen 69:16→
Psalmen 86:17— Doe aan mij een teken ten goede, opdat het mijn haters zien, en beschaamd worden, als Gij, HEERE! mij geholpen, en mij getroost zult hebben.Psalmen 41:10→1 Korinthe 5:5→Richteren 6:17→Psalmen 71:20→Psalmen 40:1→Jesaja 38:22→Psalmen 71:9→Psalmen 74:9→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Psalmen 86 vers 1— Een gebed van David. HEERE! neig Uw oor, verhoor mij; want ik ben ellendig en nooddruftig.
gebed
Gelijk Psa 17 .
Hertaald:gebed
Zoals Ps. 17.
Psalmen 86 vers 2— Bewaar mijn ziel, want ik ben Uw gunstgenoot, o Gij, mijn God! verlos Uw knecht die op U betrouwt.
Hertaald:gunstgenoot,
Anders: aan wie U goedgunstigheid bewijst.
uw knecht
Te weten, mij, alzo ook vs.4 en vs.16.
Hertaald:uw knecht
Namelijk: mij; zo ook vers 4 en vers 16.
Psalmen 86 vers 4— Verheug de ziel Uws knechts; want tot U, HEERE! verhef ik mijn ziel.
tot U
Dat is, ik zoek hulp bij U, en ik verwacht ze ook van U. Zie Ps. 25:1 .
Hertaald:tot U
Dat is: ik zoek hulp bij U en verwacht die ook van U. Zie Ps. 25:1.
Psalmen 86 vers 5— Want Gij, HEERE! zijt goed, en gaarne vergevende, en van grote goedertierenheid allen, die U aanroepen.
gaarn vergevende
Hebr. een gaarn vergever , of gaarnkwijtschelder.
Hertaald:gaarn vergevende
Hebreeuws: een graag vergever, of: iemand die graag kwijtscheldt.
Psalmen 86 vers 8— Onder de goden is niemand U gelijk, Heere! en er zijn geen gelijk Uw werken.
Onder de
Dat is, onder de afgoden, zie Ps. 96:5 ; 1 Kor. 8:5-6 . Men kan ook onder den naam van goden hier verstaan de engelen, of de prinsen dezer wereld.
Hertaald:Onder de
Dat is: onder de afgoden; zie Ps. 96:5; 1 Kor. 8:5-6. Men kan onder de naam goden hier ook de engelen verstaan, of de vorsten van deze wereld.
Psalmen 86 vers 9— Al de heidenen, Heere! die Gij gemaakt hebt, zullen komen, en zullen zich voor Uw aanschijn nederbuigen, en Uw Naam eren.
zullen komen
Te weten, ten tijde van het rijk van Christus, als de heidenen tot zijne kennis geroepen en gebracht zullen worden.
Hertaald:zullen komen
Namelijk: in de tijd van het rijk van Christus, wanneer de heidenen tot Zijn kennis geroepen en gebracht zullen worden.
Psalmen 86 vers 11— Leer mij, HEERE! Uw weg; ik zal in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams.
uw weg
Hoe ik leven en wandelen zal.
Hertaald:uw weg
Hoe ik leven en wandelen moet.
in uw waarheid
Dat is, in uwe geboden, die waarlijk aanwijzen hoe Gij wilt geëerd en gediend wezen.
Hertaald:in uw waarheid
Dat is: in Uw geboden, die werkelijk aanwijzen hoe U geëerd en gediend wilt worden.
tot de vreze
Hebr. tot het vrezen van uwen naam; dat is, geef dat mijn hart zich vast verknocht en verenigd mag houden aan de godzaligheid, zonder enige afwijking of scheuring, en zonder herwaarts of derwaarts gedreven te worden.
Hertaald:tot de vreze
Hebreeuws: tot het vrezen van Uw Naam; dat is: geef dat mijn hart zich vast verbonden en verenigd houdt met de godzaligheid, zonder enige afwijking of scheuring, en zonder heen en weer gedreven te worden.
Psalmen 86 vers 13— Want Uw goedertierenheid is groot over mij; en Gij hebt mijn ziel uit het onderste des grafs uitgerukt.
mijn ziel
Dat is, mij, mijn leven, of mijn lichaam, gelijk Ps. 16:10 .
Hertaald:mijn ziel
Dat is: mij, mijn leven of mijn lichaam, zoals Ps. 16:10.
onderste
Hebr. het onderste graf. De zin van dit vers is, dat David God bidt om verlossing uit zijne ellende, gelijk hij meermalen gedaan had, verstaande door het woord graf of hel groot gevaar, òf zware ellenden en smarten, òf de hel zelve, van welke God hem door Christus verlost had.
Hertaald:onderste
Hebreeuws: het onderste graf. De betekenis van dit vers is dat David God bidt om verlossing uit zijn ellende, zoals hij vaker gedaan had; onder het woord graf of hel verstaat hij groot gevaar, of zware ellende en smart, of de hel zelf, waaruit God hem door Christus verlost had.
Psalmen 86 vers 14— O God! de hovaardigen staan tegen mij op, en de vergaderingen der tirannen zoeken mijn ziel; en zij stellen U niet voor hun ogen.
zij stellen
Hebr. tegenover zich; dat is, zij hebben U niet voor ogen, en zij vrezen uw heiligen naam niet. Zie Ps. 54:5 .
Hertaald:zij stellen
Hebreeuws: tegenover zich; dat is: zij hebben U niet voor ogen en vrezen Uw heilige Naam niet. Zie Ps. 54:5.
Psalmen 86 vers 15— Maar Gij, Heere! zijt een barmhartig en genadig God, lankmoedig, en groot van goedertierenheid en waarheid.
lankmoedig
Of, langzaam tot toorn.
Hertaald:lankmoedig
Of: langzaam tot toorn.
waarheid
Of, trouw.
Hertaald:waarheid
Of: trouw.
Psalmen 86 vers 16— Wend U tot mij, en zijt mij genadig, geef Uw knecht Uw sterkte, en verlos den zoon Uwer dienstmaagd.
geef uw
Dat is, laat uwe sterkte en mogendheid tot mijn best zijn.
Hertaald:geef uw
Dat is: laat Uw sterkte en macht mij ten goede komen.
den zoon
Dat is, mij, wiens moeder uwe dienstmaagd geweest is of nog is. Of, een zoon uwer dienstmaagd, en dienvolgens U zo eigen toebehorende als de kinderen, die van ene dienstmaagd geboren zijn. Zie Ex. 21:4 , met de aantekening.
Hertaald:den zoon
Dat is: mij, wiens moeder Uw dienstmaagd geweest is of nog is. Of: een zoon van Uw dienstmaagd, en daarmee U even eigen toebehorend als de kinderen die uit een dienstmaagd geboren zijn. Zie Ex. 21:4 met de aantekening.
Psalmen 86 vers 17— Doe aan mij een teken ten goede, opdat het mijn haters zien, en beschaamd worden, als Gij, HEERE! mij geholpen, en mij getroost zult hebben.
ten goede,
Dat is, verlos en bewaar mij alzo, dat ik anderen een teken ten goede, ter vertroosting en ter versterking moge zijn.
Hertaald:ten goede,
Dat is: verlos en bewaar mij zo, dat ik voor anderen een teken ten goede mag zijn, tot vertroosting en versterking.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams — een gebed van iemand die zichzelf ellendig noemt, met één opvallende bede erin (Ps. 86:1-12)
"HEERE! neig Uw oor, verhoor mij; want ik ben ellendig en nooddruftig" (Ps. 86:1). De grond waarop hij bidt, is niet zijn kracht maar zijn armoede. Van God zegt hij: "Gij, HEERE! zijt goed, en gaarne vergevende, en van grote goedertierenheid allen, die U aanroepen" (Ps. 86:5). Dan volgt een blik die verder reikt dan Israël: "Al de heidenen, Heere! die Gij gemaakt hebt, zullen komen, en zullen zich voor Uw aanschijn nederbuigen" (Ps. 86:9). En dan komt de bede die deze psalm zijn plaats geeft: "Leer mij, HEERE! Uw weg; ik zal in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams" (Ps. 86:11).
Bijbelse betekenis: De bede om een verenigd hart veronderstelt dat het hart verdeeld is, en dat is de eerlijke erkenning van iedere gelovige. Een mens wil meerdere dingen tegelijk, en juist dat maakt hem wankel. Hier wordt niet gevraagd om meer wilskracht maar om samenvoeging: één richting in plaats van vele. Merk op dat het leren en het wandelen eraan voorafgaan (Ps. 86:11). Eerst de weg leren kennen, dan erop gaan, en dan het hart erbij; het gaat niet buiten het verstand om. Let ten slotte op de naam die God in Ps. 86:5 krijgt: "gaarne vergevende". Dat is geen aarzelend vergeven maar van harte; dat woord draagt het hele gebed.
Typologie: Jakobus noemt het verdeelde hart bij name: een dubbelhartig man is ongestadig in al zijn wegen (Jak. 1:8).
KruisverwijzingenPsalmen 31:2→Psalmen 40:17→Jakobus 1:9→Lukas 4:18→Psalmen 102:1→Jakobus 2:5→Jesaja 66:2→Daniël 9:18→— Een gebed van David. HEERE! neig Uw oor, verhoor mij; want ik ben ellendig en nooddruftig.
Een gebed van David, waarin de man Gods doet zien, op welk een wijze hij in bange tijden zijn ziele placht uit te storten voor zijn God. Het moest David zeer ter harte gaan, wanneer hij met woorden getroost werd, die hij vroeger tot zijne eigene ziel gesproken had in tijden van nood, die de Heere reeds heerlijk had afgewend, of waarmee hij anderen getroost had.
Deze Psalm heeft met den vorigen vooral in vs. 16 een punt van aanraking, waar de bede om Gods genade en hulp uit den mond van een bijzonder persoon, even als daar uit den mond der gemeente vernomen wordt.
I. Vs. 1-5.KruisverwijzingenJoël 2:13→Psalmen 103:8→Exodus 34:6→Psalmen 57:1→Psalmen 25:1→Nehemia 9:17→Psalmen 31:2→Psalmen 40:17→ — Een gebed van David. HEERE! neig Uw oor, verhoor mij; want ik ben ellendig en nooddruftig. Bewaar mijn ziel, want ik ben Uw gunstgenoot, o Gij, mijn God! verlos Uw knecht die op U betrouwt. Zijt mij genadig, HEERE! want ik roep tot U den gansen dag. Verheug de ziel Uws knechts; want tot U, HEERE! verhef ik mijn ziel. Want Gij, HEERE! zijt goed, en gaarne vergevende, en van grote goedertierenheid allen, die U aanroepen. Uit diepe ellende, waarin hij zich bevindt, ontbloot van alle menselijke hulpmiddelen tegen de gevaren, die zijn leven bedreigen, roept David tot den Heere, Zijnen God, om en bewaring, om genade en troost, en drukt ter verhoring zijner bede, den enen pijl na den andere op het harte van God af, daar hij in de eerste plaats den nood zelven, waarin hij is voor zich laat spreken; vervolgens de betrekking, waarin hij als Zijn heilige en een van Zijne knechten tot Hem staat, op den voorgrond plaatst, en Hem wijst op Zijn eigen Goddelijk Wezen, dat vol goedheid en genade is jegens allen, die Hem aanroepen. HEERE! neig Uw oor (Psalm 17: 6), verhoor mij (Psalm 55: 3), want ik ben ellendig en nooddruftig (Psalm 40: 18), en over de ellendigen en armen ontfermt Gij U zo gaarne, wanneer zij in de rechte verhouding tot U staan (Psalm 12: 6),
KruisverwijzingenEfeze 1:12→Psalmen 4:3→1 Petrus 5:3→Psalmen 50:5→Romeinen 9:23→Psalmen 25:2→Psalmen 13:5→Psalmen 119:124→— Bewaar mijn ziel, want ik ben Uw gunstgenoot, o Gij, mijn God! verlos Uw knecht die op U betrouwt.
Bewaar mijne ziel voor degenen, die mij naar het leven staan (vs. 14), want ik ben Uw gunstgenoot 1) dien Gij tot Uwen hoogsten dienaar in Uw rijk, tot koning over Uw volk (Psalm 4: 4; 16: 10) geroepen hebt. O Gij, mijn God!, die mijn God zijt van wege Uw verbond en mijne verkiezing, verlos Uwen knecht, die op U betrouwt. Het eerste gedeelte van vs. 2 heeft overeenkomst met Psalm 119: 94. “Ik ben Uwe, behoud mij.” De Christen voegt in deze uitdrukking zijne betrekking in en op Christus, als zijnde een lid van Christus lichaam en een deelgenoot van de giften, welke hij heeft ontvangen door den Geest der heiligmaking.
Of “heilig” d.i. geheiligd door Uwe genade en oprecht tot Uwen dienst gewijd. Luther merkt in zijne kanttekening op, dat het ook per antiphrasim (zodat het tegendeel van de bedoeling zou gezegd zijn) kan betekenen: “veroordeeld”. Dan zou de zin zijn: Bewaar mijne ziel; want ik ben in den ban gedaan, voor vogelvrij verklaard, zodat wie mij doodt, meent U enen dienst daarmee te bewijzen. Deze opvatting is meer ene geestvolle gedachte dan spraakkunstig gerechtvaardigd.
De hoop op verhoring van onze gebeden tot God om hulp mag steunen deels op onze ellende en onze hulpeloosheid (Psalm 35: 10; 37: 14; 40: 18; 74: 21 op onze verbondsbetrekking met God.
Ofschoon God in den algemenen zin des woords de God van alle mensen is en alle mensen overvloedig in Zijne gunst mogen delen, zo geeft deze uitdrukking in Bijbeltaal altijd de betrekking der vrijmachtige genade en des geloofs in den Heere Jezus Christus door den H. Geest te kennen, welk een en ander niet anders dan in den weg der begenadiging geleerd en gekend wordt.
KruisverwijzingenPsalmen 57:1→Psalmen 88:9→Psalmen 25:5→Psalmen 56:1→Psalmen 4:1→Efeze 6:18→Lukas 11:8→Lukas 2:37→— Zijt mij genadig, HEERE! want ik roep tot U den gansen dag.
Zijt mij genadig, HEERE! en wend uit vaderlijk medelijden mijne ellende van mij af, want ik roep tot U den gansen dag, zonder ophouden (Psalm 7: 12; 25: 5). De mens mag zijne ellende wel aan God klagen, nog beter is het. Hem zijn onvermogen te belijden, het beste doet hij, op Gods ontferming te vertrouwen en de machtige betoning Zijner goedheid af te smeken.
KruisverwijzingenPsalmen 25:1→Psalmen 143:8→Jesaja 61:3→Jesaja 65:18→Psalmen 62:8→Psalmen 51:12→Jesaja 66:13→— Verheug de ziel Uws knechts; want tot U, HEERE! verhef ik mijn ziel.
Verheug de ziele Uws knechts door inwendige vertroosting en verzekering van Uwe genade: want tot U, Heere! verhef ik mijne ziel in den gebede. Deze laatste woorden zijn te denken als voorzien van aanhalingstekens, daar zij het begin van Psalm 25 uitmaken.
KruisverwijzingenJoël 2:13→Psalmen 103:8→Exodus 34:6→Nehemia 9:17→Psalmen 130:7→Psalmen 145:18→Psalmen 145:8→Psalmen 25:8→— Want Gij, HEERE! zijt goed, en gaarne vergevende, en van grote goedertierenheid allen, die U aanroepen.
Zulk een verlangen naar U kunt Gij niet onvoldaan laten; want Gij, HEERE! zijt goed 1), daar Gij de Liefde zelf zijt (1 (Joh. 4: 8) en gaarne vergevende (Exodus 34: 6 vv.),en van grote goedertierenheid allen, die U aanroepen (Psalm 145: 18).
Met verwijzing naar de natuur Gods, bevestigt hij zijne gehele hogere kennis, dewijl de ellendigen te vergeefs tot God de toevlucht zonden nemen en met hun gebeden ten hemel opklimmen, indien zij er niet van overtuigd waren. dat Hij is de getrouwe vergelder voor allen, die Hem aanroepen. Hierop nu steunt David, dat God goedertieren is en ver. gevend, zodat aan de grootheid van Zijne goedertierenheid niemand behoeft te twijfelen, die om Zijne hulp smeekt.
Hiermede is de laatste en sterkste grond uitgesproken, waarom wij op verhoring van ons gebed bij God mogen rekenen; -Zijne goedheid en genade laat het Hem niet toe, dat Hij de armen en ellendigen aan de poort des hemels zou kunnen laten kloppen en Hij niet zou kunnen open doen. “Bidt en u zal gegeven worden, enz.” (MATTHEUS. 7: 7), dat is niet ene belofte, die op enige verdienste van den biddende berust, maar het is ene van die beloften des Heren die Hij uit genade en louter goedheid gegeven heeft, en uit genade en louter goedheid ook zal houden. Gods kinderen hebben in dezen Psalm een treffend voorbeeld, hoe zij hun gebeden hebben in te richten. Hun nood en ellende behoeft hen zo weinig af te schrikken, om met vrijmoedigheid en vertrouwen tot God te roepen, dat zij er veeleer den Heere op wijzen mogen, omdat Hij beloofd heeft, Zich op het gebed des armen en nooddruftigen te ontfermen. Zij mogen God aan Zijn woord houden en vinden enen sterken aandrang in hun betrekking tot den Heere. Het geeft ongemene vrijmoedigheid in het gebed, wanneer wij mogen getuigen, uw gunstgenoot, uw knecht. De Heere wil aan die betrekking, die Zijne vrije liefde op ons nam, gaarne herinnerd zijn, en zijne grote goedertierenheid in Christus neemt er een welgevallen in, zijn volk en gunstgenoten te gedenken.
6.
II. Vs. 6-13.KruisverwijzingenPsalmen 72:18→Psalmen 66:4→Openbaring 15:4→Exodus 15:11→Psalmen 89:6→Deuteronomium 3:24→Markus 12:29→Jesaja 37:16→ — HEERE! neem mijn gebed ter ore, en merk op de stem mijner smekingen. In den dag mijner benauwdheid roep ik U aan, want Gij verhoort mij. Onder de goden is niemand U gelijk, Heere! en er zijn geen gelijk Uw werken. Al de heidenen, Heere! die Gij gemaakt hebt, zullen komen, en zullen zich voor Uw aanschijn nederbuigen, en Uw Naam eren. Want Gij zijt groot, en doet wonderwerken; Gij alleen zijt God. Leer mij, HEERE! Uw weg; ik zal in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams. Heere, mijn God! ik zal U met mijn ganse hart loven, en ik zal Uw Naam eren in eeuwigheid; Want Uw goedertierenheid is groot over mij; en Gij hebt mijn ziel uit het onderste des grafs uitgerukt. Terwijl David wederom op den Heere met zijne gebeden aanloopt betuigt hij wederom, waarom hij zich met zulk een vertrouwen tot Hem wendt. Het is de enige en onvergelijkelijke macht en heerlijkheid van dezen God, om welke Hem ook nog eens de Heidenen zullen eren, die Hij gemaakt heeft, hoewel zij niets meer van Hem weten. Hoe zou dan hij, wie de ogen daarvoor zijn opengegaan, door de grote en wonderbare redding uit den diepsten nood bijzonder in den tijd der vervolging door Saul, niet reeds nu den naam van zijnen God met lofgezang verheffen, en zich met een recht dankbaar en in den Heere vrolijk geworden hart, ook voor ‘t vervolg op zijne hulp verlaten.
KruisverwijzingenPsalmen 5:1→Psalmen 17:1→Psalmen 55:1→Psalmen 130:2→— HEERE! neem mijn gebed ter ore, en merk op de stem mijner smekingen.
HEERE! neem mijn gebed ter oren, en merk op de stem mijner smekingen (Psalm 5: 3; 130: 2; 140: 7).
KruisverwijzingenPsalmen 50:15→Jona 2:2→Psalmen 17:6→Psalmen 34:4→Psalmen 91:15→Klaagliederen 3:55→Psalmen 142:1→Jesaja 26:16→— In den dag mijner benauwdheid roep ik U aan, want Gij verhoort mij.
In den dag der benauwdheid, terwijl ik in groten angst en vreze ben, roep ik U aan en zal ik U aanroepen, want hierop vertrouw ik volkomen, Gij verhoort mij (Psalm 50: 15).
KruisverwijzingenExodus 15:11→Psalmen 89:6→Deuteronomium 3:24→Jeremia 10:6→Psalmen 89:8→Psalmen 136:4→Jesaja 40:18→Deuteronomium 4:34→— Onder de goden is niemand U gelijk, Heere! en er zijn geen gelijk Uw werken.
Onder de goden (Exodus 15: 11. Psalm 71: 19; 89: 9), de gewaande goden der heidenen, is niemand U gelijk, Heere! en er zijn gene werken gelijk Uwe werken (Deuteronomium 3: 24. Psalm 136: 4), tot wie anders dan tot U zou ik dan mijne toevlucht nemen?
KruisverwijzingenPsalmen 66:4→Openbaring 15:4→Jesaja 66:23→Psalmen 102:18→Jesaja 43:7→Romeinen 15:9→Romeinen 11:25→Psalmen 102:15→— Al de heidenen, Heere! die Gij gemaakt hebt, zullen komen, en zullen zich voor Uw aanschijn nederbuigen, en Uw Naam eren.
Al de Heidenen, Heere, die Gij gemaakt hebt, wier Schepper en Heere Gij zijt, hoewel zij U daarvoor nog niet erkennen, zullen eenmaal komen, en, nadat de hamer Uwer grootheid de rots van hun hart verbrijzeld heeft (Openbaring 15: 4), zullen zij zich voor Uw aanschijn neerbuigen en Uwen naam eren.
KruisverwijzingenPsalmen 72:18→Markus 12:29→Jesaja 37:16→1 Korinthe 8:4→Deuteronomium 32:39→Exodus 15:11→Jesaja 44:6→Efeze 4:6→— Want Gij zijt groot, en doet wonderwerken; Gij alleen zijt God.
Want Gij zijt groot en doet wonderwerken; Gij alleen zijt God (Psalm 22: 28 vv.). De Heidenen zijn wel niet het volk der belofte; zij staan wel niet in het verbond Gods gelijk Israël, maar toch zijn zij door God gemaakt; dat geeft hun het recht, het vertrouwen, de hoop, welke alle werken Zijner handen mogen hebben op hunnen Schepper, en welke in de plaatsen Psalm 145: 9, 104: 3. Jes. 64: 8 ligt uitgesproken. Zo zijn alle Heidenen als het werk Zijner handen ook in Zijn genadig aandenken, en Hij belooft Zijn heil aan die einden der aarde, omdat Hij in ijver voor Zijnen Vader-naam (Mal. 1: 6) de eer van Zijne aanbidding alleen zoekt. Maar ook in den Heiden zelven. Juist omdat zij door Hem en tot Hem geschapen zijn, ontstaat een diep verborgen dorst naar den levenden God, hun geest, uit God afstammende, zoekt ook onder de diepste vernedering door den afgodendienst zijnen oorsprong weer. Wordt zich nu eerst de heiden bewijst van zijne schepping door God, van de oorzaak van zijn aanzijn, zo is het ook met de afgoden gedaan, want waar blijven zij, wanneer alles het werk van Zijne handen is? Daarom begint ook de grote Apostel der heidenen overal met dat eerste Artikel, dat zij van goddelijk geslacht zijn, zijne prediking, en het zalige doel is, dat al Zijne werken den Heere zullen prijzen aan alle plaatsen Zijner heerschappij. (Psalm 103: 22. Openbaring 4: 11; 5: 13. Psalm 12: 11).
KruisverwijzingenJeremia 32:38→1 Korinthe 6:17→1 Korinthe 10:21→Psalmen 5:8→Job 34:32→Psalmen 26:3→Kolossenzen 3:22→Psalmen 119:73→— Leer mij, HEERE! Uw weg; ik zal in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams.
Reeds menigmaal heeft zich aan mij Uwe grootheid en heerlijkheid geopenbaard, zodat ik slechts de ogen behoef te openen, om ze reeds nu te zien, en daarom bid ik: a) Leer mij, HEERE! Uwen weg: ik zal in Uwe waarheid wandelen (Psalm 27: 1; ), als Uw Heilige Geest mij onderwijst in dien weg; verenig mijn hart, richt al mijne begeerten en krachten tot de vreze Uws naams; leer mij U te dienen met een ongeveinsd gemoed, dan zal mijn mond vervuld worden tot Uwen lof, den gansen dag met Uwe heerlijkheid (Psalm 71: 8).
Psalm 25: 4; 119: 33. Hoewel in diepen, uitwendigen nood stelt hij toch, gelijk het allen waren bidders betaamt, vóór het: “geef ons heden ons dagelijks brood,” de bede: “Uw naam worde geheiligd.” Hij belijdt, dat zijn geestelijk oog nog niet volkomen verlicht, dat zijn hart nog niet volkomen naar God gericht is. En terwijl hij alle andere regelen buiten den eeuwigen regel Gods als onwaarheid stempelt, smeekt hij, opdat hij, in toenemende mate de wegen Gods recht mocht leren kennen, daarom dat alle belangen en wensen, door welke menselijke harten gewoonlijk bewogen worden, hem onverschillig mogen worden hij dat ene nodige, Gods naam te vrezen.
De vreze van den naam des Heren is wel reeds in het hart des zangers, maar hij gevoelt, dat hij nog niet geheel in deze vreze is, hij bit dus den Heere, dat Hij zijn hart moge verenigen, om Zijnen naam te vrezen, d.i. het naar al zijne delen met eerbiedvolle dankbaarheid vervullen, het onderscheid der hete en koude luchtstreken in hem wegnemen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 6:5→Romeinen 15:6→1 Korinthe 10:31→1 Korinthe 6:20→Openbaring 5:9→Psalmen 9:1→Psalmen 103:1→Openbaring 19:5→— Heere, mijn God! ik zal U met mijn ganse hart loven, en ik zal Uw Naam eren in eeuwigheid;
En daarvan is mijn hart dan inderdaad ook vol, van wege de grote dingen, die Gij aan mij gedaan hebt. Heere! mijn God! ik zal U met mijn ganse hart loven, en ik zal Uwen naam eren in eeuwigheid (Psalm 9: 2 vv.).
KruisverwijzingenPsalmen 103:8→Lukas 1:58→Job 33:18→1 Thessalonicenzen 1:10→Psalmen 88:6→Psalmen 30:3→Job 33:28→Psalmen 116:8→— Want Uw goedertierenheid is groot over mij; en Gij hebt mijn ziel uit het onderste des grafs uitgerukt.
Want Uwe goedertierenheid is groot over mij, en Gij hebt mijne ziel uit het onderste (Deuteronomium 32: 22) des grafs (Psalm 30: 4; 56: 14) uitgerukt. Gij hebt mij doemwaardigen zondaar, eenmaal verlost, en Uw kind gemaakt; Gij hebt mij uit de hel gered en tot een hemelburger gemaakt, daarom vertrouw ik, dat Gij mij ook uit elke aardsen nood zult redden. 14.
III. Vs. 14-17.KruisverwijzingenPsalmen 41:10→1 Korinthe 5:5→Richteren 6:17→Psalmen 71:20→Psalmen 40:1→Psalmen 54:3→Jesaja 38:22→Psalmen 111:4→ — O God! de hovaardigen staan tegen mij op, en de vergaderingen der tirannen zoeken mijn ziel; en zij stellen U niet voor hun ogen. Maar Gij, Heere! zijt een barmhartig en genadig God, lankmoedig, en groot van goedertierenheid en waarheid. Wend U tot mij, en zijt mij genadig, geef Uw knecht Uw sterkte, en verlos den zoon Uwer dienstmaagd. Doe aan mij een teken ten goede, opdat het mijn haters zien, en beschaamd worden, als Gij, HEERE! mij geholpen, en mij getroost zult hebben. David heeft den nood, die op hem ligt, niet nader genoemd, noch aan zijne bede ene bijzondere opvatting gegeven, maar zich in beide opzichten slechts aan het algemene gehouden. Thans, nadat hij toereikend in het vertrouwend wachten op de genadige verhoring zijner bede zich gesterkt heeft, laat hij het ook opmerken, welke de nood is, die hem tot zijn gebed heeft bewogen, en terwijl hij nogmaals (vgl. vs. 15 met vs. 5) op Gods ontferming en Zijne grote goedheid bouwt, en wederom (vgl. Vs 16 met vs. 2) zijne betrekking, in welke hij tot God staat, in aanmerking doet nemen, wijst hij ook het gevolg aan, dat hij van de verhoring van zijn gebed mag verwachten.
KruisverwijzingenPsalmen 54:3→Psalmen 119:51→Psalmen 140:5→Ezechiël 8:12→Handelingen 4:27→Psalmen 119:69→Ezechiël 9:9→Psalmen 14:4→— O God! de hovaardigen staan tegen mij op, en de vergaderingen der tirannen zoeken mijn ziel; en zij stellen U niet voor hun ogen.
O God! evenals ik ten tijde der vervolging door Saul moest klagen (Psalm 54: 5), zo geven mij de tegenwoordige omstandigheden eveneens reden tot dezelfde klacht, de hovaardigen staan tegen mij op, en de vergaderingen der tirannen, een rot van geweldadige mensen, zoeken mijne ziel; en, zij Absalom en zijn aanhang, stellen U niet voor hun ogen, anders zouden zij iets dergelijks niet ondernemen.
KruisverwijzingenPsalmen 111:4→Psalmen 86:5→Psalmen 103:8→Nehemia 9:17→Numeri 14:18→Joël 2:13→Efeze 2:4→Efeze 1:7→— Maar Gij, Heere! zijt een barmhartig en genadig God, lankmoedig, en groot van goedertierenheid en waarheid.
Maar Gij, Heere! a) zijt, gelijk Gij zelf van U betuigd hebt (Exodus 34: 6), een barmhartig en genadig God, lankmoedig en groot van goedertierenheid en waarheid.
KruisverwijzingenPsalmen 25:16→Psalmen 116:16→Psalmen 90:13→Jesaja 45:24→Filippenzen 4:13→Efeze 3:16→Psalmen 119:94→Psalmen 69:16→— Wend U tot mij, en zijt mij genadig, geef Uw knecht Uw sterkte, en verlos den zoon Uwer dienstmaagd.
Wend U dan volgens deze Uwe zo troostvolle eigenschappen, die den Uwen moeten ten goede komen, tot mij, en zijt mij genadig, geef Uwen knecht Uwe sterkte, en verlos den zoon Uwer dienstmaagd1) (Psalm 116: 16).
Den knecht, die hier in uw huis geboren is, een lijfeigene van de geboorte af. Dit wordt in gelijken zin bedoeld als wanneer Paulus van zich verklaart: “God, dien ik dien van mijne voorouderen af in een rein geweten,” en iets dergelijks van Timotheus 2 Tim. 1: 3, 5. Evenals een knecht onder zodanige omstandigheden geheel zijnen heer toebehoorde, zo kon hij ook onderhoud en bescherming van dezen verwachten, en dit te meer onder een volk, dat steeds voor ogen moest houden, dat zij allen knechten Gods, zijn.
In zonderheid wijst de dichter hier op de verbondsbetrekking. Niet alleen is hij knecht, kind Gods, maar ook is hij geboren uit een moeder, die God vreesde, en aan wie vervuld werd, dat God niet alleen haar God was, maar ook de God van haar zaad. De dichter pleit hier dus op de verbondsbetrekking, die God zelf gesteld had.
KruisverwijzingenPsalmen 41:10→1 Korinthe 5:5→Richteren 6:17→Psalmen 71:20→Psalmen 40:1→Jesaja 38:22→Psalmen 71:9→Psalmen 74:9→— Doe aan mij een teken ten goede, opdat het mijn haters zien, en beschaamd worden, als Gij, HEERE! mij geholpen, en mij getroost zult hebben.
Doe aan mij een teken ten goede, daar Gij mij op openbare wijze te hulp komt (Psalm 64:
, opdat het mijne haters zien, en beschaamd worden, wanneer zij het tegenovergestelde van hetgeen zij van mij zeggen (Psalm 3: 3) ervaren, als Gij, HEERE, mij geholpen en mij getroost zult hebben, zodat zij mij niet meer durven aanranden, maar mij voor altijd met vrede laten. Dat David hier een bijzonder, wonderbaar teken zou verlangen, ligt niet noodzakelijk in de woorden, hij beschouwt integendeel de hulp zelf als een teken (Psalm 71: 7); en wordt niet inderdaad, hoe meer wij ook in alle dagelijkse gebeurtenissen Gods verborgen bestuur zien, des te meer ook alles, wat anderen dagelijkse dingen toeschijnt, tot teken en wonder?. O doet slechts de ogen open en ziet Gods onderhouding, daar Hij alles draagt met Zijnen almachtigen arm, wat Hij geschapen heeft: ziet Zijne Voorzienigheid, daar Hij alle haren boven op ons hoofd geteld heeft, en zonder Zijnen wil geen musje op de aarde valt; ziet Zijne regering, hoe wonderbaar en onbegrijpelijk Zijne wegen zijn, en toch volbrengt Hij alles zo heerlijk; ziet Zijne bewaring van de Zijnen, daar er duizend aan uwe zijde vallen en tienduizend aan uwe rechterhand, maar u kan het niet treffen; zijn dat niet alle tekenen en wonderen? en zou er enig menselijk leven op de aarde zijn, dat deze niet heeft?
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Psalmen 86
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Een gebed van David, waarin de man Gods doet zien, op welk een wijze hij in bange tijden zijn ziele placht uit te storten voor zijn God. Het moest David zeer ter harte gaan, wanneer hij met woorden getroost werd, die hij vroeger tot zijne eigene ziel gesproken had in tijden van nood, die de Heere reeds heerlijk had afgewend, of waarmee hij anderen getroost had.
Deze Psalm heeft met den vorigen vooral in vs. 16 een punt van aanraking, waar de bede om Gods genade en hulp uit den mond van een bijzonder persoon, even als daar uit den mond der gemeente vernomen wordt.
I. Vs. 1-5.KruisverwijzingenJoël 2:13→Psalmen 103:8→Exodus 34:6→Psalmen 57:1→Psalmen 25:1→Nehemia 9:17→Psalmen 31:2→Psalmen 40:17→
— Een gebed van David. HEERE! neig Uw oor, verhoor mij; want ik ben ellendig en nooddruftig. Bewaar mijn ziel, want ik ben Uw gunstgenoot, o Gij, mijn God! verlos Uw knecht die op U betrouwt. Zijt mij genadig, HEERE! want ik roep tot U den gansen dag. Verheug de ziel Uws knechts; want tot U, HEERE! verhef ik mijn ziel. Want Gij, HEERE! zijt goed, en gaarne vergevende, en van grote goedertierenheid allen, die U aanroepen.
Uit diepe ellende, waarin hij zich bevindt, ontbloot van alle menselijke hulpmiddelen tegen de gevaren, die zijn leven bedreigen, roept David tot den Heere, Zijnen God, om en bewaring, om genade en troost, en drukt ter verhoring zijner bede, den enen pijl na den andere op het harte van God af, daar hij in de eerste plaats den nood zelven, waarin hij is voor zich laat spreken; vervolgens de betrekking, waarin hij als Zijn heilige en een van Zijne knechten tot Hem staat, op den voorgrond plaatst, en Hem wijst op Zijn eigen Goddelijk Wezen, dat vol goedheid en genade is jegens allen, die Hem aanroepen. HEERE! neig Uw oor (Psalm 17: 6), verhoor mij (Psalm 55: 3), want ik ben ellendig en nooddruftig (Psalm 40: 18), en over de ellendigen en armen ontfermt Gij U zo gaarne, wanneer zij in de rechte verhouding tot U staan (Psalm 12: 6),
Bewaar mijne ziel voor degenen, die mij naar het leven staan (vs. 14), want ik ben Uw gunstgenoot 1) dien Gij tot Uwen hoogsten dienaar in Uw rijk, tot koning over Uw volk (Psalm 4: 4; 16: 10) geroepen hebt. O Gij, mijn God!, die mijn God zijt van wege Uw verbond en mijne verkiezing, verlos Uwen knecht, die op U betrouwt. Het eerste gedeelte van vs. 2 heeft overeenkomst met Psalm 119: 94. “Ik ben Uwe, behoud mij.” De Christen voegt in deze uitdrukking zijne betrekking in en op Christus, als zijnde een lid van Christus lichaam en een deelgenoot van de giften, welke hij heeft ontvangen door den Geest der heiligmaking.
Of “heilig” d.i. geheiligd door Uwe genade en oprecht tot Uwen dienst gewijd. Luther merkt in zijne kanttekening op, dat het ook per antiphrasim (zodat het tegendeel van de bedoeling zou gezegd zijn) kan betekenen: “veroordeeld”. Dan zou de zin zijn: Bewaar mijne ziel; want ik ben in den ban gedaan, voor vogelvrij verklaard, zodat wie mij doodt, meent U enen dienst daarmee te bewijzen. Deze opvatting is meer ene geestvolle gedachte dan spraakkunstig gerechtvaardigd.
De hoop op verhoring van onze gebeden tot God om hulp mag steunen deels op onze ellende en onze hulpeloosheid (Psalm 35: 10; 37: 14; 40: 18; 74: 21 op onze verbondsbetrekking met God.
Ofschoon God in den algemenen zin des woords de God van alle mensen is en alle mensen overvloedig in Zijne gunst mogen delen, zo geeft deze uitdrukking in Bijbeltaal altijd de betrekking der vrijmachtige genade en des geloofs in den Heere Jezus Christus door den H. Geest te kennen, welk een en ander niet anders dan in den weg der begenadiging geleerd en gekend wordt.
Zijt mij genadig, HEERE! en wend uit vaderlijk medelijden mijne ellende van mij af, want ik roep tot U den gansen dag, zonder ophouden (Psalm 7: 12; 25: 5). De mens mag zijne ellende wel aan God klagen, nog beter is het. Hem zijn onvermogen te belijden, het beste doet hij, op Gods ontferming te vertrouwen en de machtige betoning Zijner goedheid af te smeken.
Verheug de ziele Uws knechts door inwendige vertroosting en verzekering van Uwe genade: want tot U, Heere! verhef ik mijne ziel in den gebede. Deze laatste woorden zijn te denken als voorzien van aanhalingstekens, daar zij het begin van Psalm 25 uitmaken.
Zulk een verlangen naar U kunt Gij niet onvoldaan laten; want Gij, HEERE! zijt goed 1), daar Gij de Liefde zelf zijt (1 (Joh. 4: 8) en gaarne vergevende (Exodus 34: 6 vv.),en van grote goedertierenheid allen, die U aanroepen (Psalm 145: 18).
Met verwijzing naar de natuur Gods, bevestigt hij zijne gehele hogere kennis, dewijl de ellendigen te vergeefs tot God de toevlucht zonden nemen en met hun gebeden ten hemel opklimmen, indien zij er niet van overtuigd waren. dat Hij is de getrouwe vergelder voor allen, die Hem aanroepen. Hierop nu steunt David, dat God goedertieren is en ver. gevend, zodat aan de grootheid van Zijne goedertierenheid niemand behoeft te twijfelen, die om Zijne hulp smeekt.
Hiermede is de laatste en sterkste grond uitgesproken, waarom wij op verhoring van ons gebed bij God mogen rekenen; -Zijne goedheid en genade laat het Hem niet toe, dat Hij de armen en ellendigen aan de poort des hemels zou kunnen laten kloppen en Hij niet zou kunnen open doen. “Bidt en u zal gegeven worden, enz.” (MATTHEUS. 7: 7), dat is niet ene belofte, die op enige verdienste van den biddende berust, maar het is ene van die beloften des Heren die Hij uit genade en louter goedheid gegeven heeft, en uit genade en louter goedheid ook zal houden. Gods kinderen hebben in dezen Psalm een treffend voorbeeld, hoe zij hun gebeden hebben in te richten. Hun nood en ellende behoeft hen zo weinig af te schrikken, om met vrijmoedigheid en vertrouwen tot God te roepen, dat zij er veeleer den Heere op wijzen mogen, omdat Hij beloofd heeft, Zich op het gebed des armen en nooddruftigen te ontfermen. Zij mogen God aan Zijn woord houden en vinden enen sterken aandrang in hun betrekking tot den Heere. Het geeft ongemene vrijmoedigheid in het gebed, wanneer wij mogen getuigen, uw gunstgenoot, uw knecht. De Heere wil aan die betrekking, die Zijne vrije liefde op ons nam, gaarne herinnerd zijn, en zijne grote goedertierenheid in Christus neemt er een welgevallen in, zijn volk en gunstgenoten te gedenken.
6.
II. Vs. 6-13.KruisverwijzingenPsalmen 72:18→Psalmen 66:4→Openbaring 15:4→Exodus 15:11→Psalmen 89:6→Deuteronomium 3:24→Markus 12:29→Jesaja 37:16→
— HEERE! neem mijn gebed ter ore, en merk op de stem mijner smekingen. In den dag mijner benauwdheid roep ik U aan, want Gij verhoort mij. Onder de goden is niemand U gelijk, Heere! en er zijn geen gelijk Uw werken. Al de heidenen, Heere! die Gij gemaakt hebt, zullen komen, en zullen zich voor Uw aanschijn nederbuigen, en Uw Naam eren. Want Gij zijt groot, en doet wonderwerken; Gij alleen zijt God. Leer mij, HEERE! Uw weg; ik zal in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams. Heere, mijn God! ik zal U met mijn ganse hart loven, en ik zal Uw Naam eren in eeuwigheid; Want Uw goedertierenheid is groot over mij; en Gij hebt mijn ziel uit het onderste des grafs uitgerukt.
Terwijl David wederom op den Heere met zijne gebeden aanloopt betuigt hij wederom, waarom hij zich met zulk een vertrouwen tot Hem wendt. Het is de enige en onvergelijkelijke macht en heerlijkheid van dezen God, om welke Hem ook nog eens de Heidenen zullen eren, die Hij gemaakt heeft, hoewel zij niets meer van Hem weten. Hoe zou dan hij, wie de ogen daarvoor zijn opengegaan, door de grote en wonderbare redding uit den diepsten nood bijzonder in den tijd der vervolging door Saul, niet reeds nu den naam van zijnen God met lofgezang verheffen, en zich met een recht dankbaar en in den Heere vrolijk geworden hart, ook voor ‘t vervolg op zijne hulp verlaten.
HEERE! neem mijn gebed ter oren, en merk op de stem mijner smekingen (Psalm 5: 3; 130: 2; 140: 7).
In den dag der benauwdheid, terwijl ik in groten angst en vreze ben, roep ik U aan en zal ik U aanroepen, want hierop vertrouw ik volkomen, Gij verhoort mij (Psalm 50: 15).
Onder de goden (Exodus 15: 11. Psalm 71: 19; 89: 9), de gewaande goden der heidenen, is niemand U gelijk, Heere! en er zijn gene werken gelijk Uwe werken (Deuteronomium 3: 24. Psalm 136: 4), tot wie anders dan tot U zou ik dan mijne toevlucht nemen?
Al de Heidenen, Heere, die Gij gemaakt hebt, wier Schepper en Heere Gij zijt, hoewel zij U daarvoor nog niet erkennen, zullen eenmaal komen, en, nadat de hamer Uwer grootheid de rots van hun hart verbrijzeld heeft (Openbaring 15: 4), zullen zij zich voor Uw aanschijn neerbuigen en Uwen naam eren.
Want Gij zijt groot en doet wonderwerken; Gij alleen zijt God (Psalm 22: 28 vv.). De Heidenen zijn wel niet het volk der belofte; zij staan wel niet in het verbond Gods gelijk Israël, maar toch zijn zij door God gemaakt; dat geeft hun het recht, het vertrouwen, de hoop, welke alle werken Zijner handen mogen hebben op hunnen Schepper, en welke in de plaatsen Psalm 145: 9, 104: 3. Jes. 64: 8 ligt uitgesproken. Zo zijn alle Heidenen als het werk Zijner handen ook in Zijn genadig aandenken, en Hij belooft Zijn heil aan die einden der aarde, omdat Hij in ijver voor Zijnen Vader-naam (Mal. 1: 6) de eer van Zijne aanbidding alleen zoekt. Maar ook in den Heiden zelven. Juist omdat zij door Hem en tot Hem geschapen zijn, ontstaat een diep verborgen dorst naar den levenden God, hun geest, uit God afstammende, zoekt ook onder de diepste vernedering door den afgodendienst zijnen oorsprong weer. Wordt zich nu eerst de heiden bewijst van zijne schepping door God, van de oorzaak van zijn aanzijn, zo is het ook met de afgoden gedaan, want waar blijven zij, wanneer alles het werk van Zijne handen is? Daarom begint ook de grote Apostel der heidenen overal met dat eerste Artikel, dat zij van goddelijk geslacht zijn, zijne prediking, en het zalige doel is, dat al Zijne werken den Heere zullen prijzen aan alle plaatsen Zijner heerschappij. (Psalm 103: 22. Openbaring 4: 11; 5: 13. Psalm 12: 11).
Reeds menigmaal heeft zich aan mij Uwe grootheid en heerlijkheid geopenbaard, zodat ik slechts de ogen behoef te openen, om ze reeds nu te zien, en daarom bid ik: a) Leer mij, HEERE! Uwen weg: ik zal in Uwe waarheid wandelen (Psalm 27: 1; ), als Uw Heilige Geest mij onderwijst in dien weg; verenig mijn hart, richt al mijne begeerten en krachten tot de vreze Uws naams; leer mij U te dienen met een ongeveinsd gemoed, dan zal mijn mond vervuld worden tot Uwen lof, den gansen dag met Uwe heerlijkheid (Psalm 71: 8).
Psalm 25: 4; 119: 33. Hoewel in diepen, uitwendigen nood stelt hij toch, gelijk het allen waren bidders betaamt, vóór het: “geef ons heden ons dagelijks brood,” de bede: “Uw naam worde geheiligd.” Hij belijdt, dat zijn geestelijk oog nog niet volkomen verlicht, dat zijn hart nog niet volkomen naar God gericht is. En terwijl hij alle andere regelen buiten den eeuwigen regel Gods als onwaarheid stempelt, smeekt hij, opdat hij, in toenemende mate de wegen Gods recht mocht leren kennen, daarom dat alle belangen en wensen, door welke menselijke harten gewoonlijk bewogen worden, hem onverschillig mogen worden hij dat ene nodige, Gods naam te vrezen.
De vreze van den naam des Heren is wel reeds in het hart des zangers, maar hij gevoelt, dat hij nog niet geheel in deze vreze is, hij bit dus den Heere, dat Hij zijn hart moge verenigen, om Zijnen naam te vrezen, d.i. het naar al zijne delen met eerbiedvolle dankbaarheid vervullen, het onderscheid der hete en koude luchtstreken in hem wegnemen.
En daarvan is mijn hart dan inderdaad ook vol, van wege de grote dingen, die Gij aan mij gedaan hebt. Heere! mijn God! ik zal U met mijn ganse hart loven, en ik zal Uwen naam eren in eeuwigheid (Psalm 9: 2 vv.).
Want Uwe goedertierenheid is groot over mij, en Gij hebt mijne ziel uit het onderste (Deuteronomium 32: 22) des grafs (Psalm 30: 4; 56: 14) uitgerukt. Gij hebt mij doemwaardigen zondaar, eenmaal verlost, en Uw kind gemaakt; Gij hebt mij uit de hel gered en tot een hemelburger gemaakt, daarom vertrouw ik, dat Gij mij ook uit elke aardsen nood zult redden. 14.
III. Vs. 14-17.KruisverwijzingenPsalmen 41:10→1 Korinthe 5:5→Richteren 6:17→Psalmen 71:20→Psalmen 40:1→Psalmen 54:3→Jesaja 38:22→Psalmen 111:4→
— O God! de hovaardigen staan tegen mij op, en de vergaderingen der tirannen zoeken mijn ziel; en zij stellen U niet voor hun ogen. Maar Gij, Heere! zijt een barmhartig en genadig God, lankmoedig, en groot van goedertierenheid en waarheid. Wend U tot mij, en zijt mij genadig, geef Uw knecht Uw sterkte, en verlos den zoon Uwer dienstmaagd. Doe aan mij een teken ten goede, opdat het mijn haters zien, en beschaamd worden, als Gij, HEERE! mij geholpen, en mij getroost zult hebben.
David heeft den nood, die op hem ligt, niet nader genoemd, noch aan zijne bede ene bijzondere opvatting gegeven, maar zich in beide opzichten slechts aan het algemene gehouden. Thans, nadat hij toereikend in het vertrouwend wachten op de genadige verhoring zijner bede zich gesterkt heeft, laat hij het ook opmerken, welke de nood is, die hem tot zijn gebed heeft bewogen, en terwijl hij nogmaals (vgl. vs. 15 met vs. 5) op Gods ontferming en Zijne grote goedheid bouwt, en wederom (vgl. Vs 16 met vs. 2) zijne betrekking, in welke hij tot God staat, in aanmerking doet nemen, wijst hij ook het gevolg aan, dat hij van de verhoring van zijn gebed mag verwachten.
O God! evenals ik ten tijde der vervolging door Saul moest klagen (Psalm 54: 5), zo geven mij de tegenwoordige omstandigheden eveneens reden tot dezelfde klacht, de hovaardigen staan tegen mij op, en de vergaderingen der tirannen, een rot van geweldadige mensen, zoeken mijne ziel; en, zij Absalom en zijn aanhang, stellen U niet voor hun ogen, anders zouden zij iets dergelijks niet ondernemen.
Maar Gij, Heere! a) zijt, gelijk Gij zelf van U betuigd hebt (Exodus 34: 6), een barmhartig en genadig God, lankmoedig en groot van goedertierenheid en waarheid.
Numeri 14: 18. Nehemia 9: 17. Psalm 103: 8; 145: 8. Joël 2: 13.
Wend U dan volgens deze Uwe zo troostvolle eigenschappen, die den Uwen moeten ten goede komen, tot mij, en zijt mij genadig, geef Uwen knecht Uwe sterkte, en verlos den zoon Uwer dienstmaagd1) (Psalm 116: 16).
Den knecht, die hier in uw huis geboren is, een lijfeigene van de geboorte af. Dit wordt in gelijken zin bedoeld als wanneer Paulus van zich verklaart: “God, dien ik dien van mijne voorouderen af in een rein geweten,” en iets dergelijks van Timotheus 2 Tim. 1: 3, 5. Evenals een knecht onder zodanige omstandigheden geheel zijnen heer toebehoorde, zo kon hij ook onderhoud en bescherming van dezen verwachten, en dit te meer onder een volk, dat steeds voor ogen moest houden, dat zij allen knechten Gods, zijn.
In zonderheid wijst de dichter hier op de verbondsbetrekking. Niet alleen is hij knecht, kind Gods, maar ook is hij geboren uit een moeder, die God vreesde, en aan wie vervuld werd, dat God niet alleen haar God was, maar ook de God van haar zaad. De dichter pleit hier dus op de verbondsbetrekking, die God zelf gesteld had.
Doe aan mij een teken ten goede, daar Gij mij op openbare wijze te hulp komt (Psalm 64:
, opdat het mijne haters zien, en beschaamd worden, wanneer zij het tegenovergestelde van hetgeen zij van mij zeggen (Psalm 3: 3) ervaren, als Gij, HEERE, mij geholpen en mij getroost zult hebben, zodat zij mij niet meer durven aanranden, maar mij voor altijd met vrede laten. Dat David hier een bijzonder, wonderbaar teken zou verlangen, ligt niet noodzakelijk in de woorden, hij beschouwt integendeel de hulp zelf als een teken (Psalm 71: 7); en wordt niet inderdaad, hoe meer wij ook in alle dagelijkse gebeurtenissen Gods verborgen bestuur zien, des te meer ook alles, wat anderen dagelijkse dingen toeschijnt, tot teken en wonder?. O doet slechts de ogen open en ziet Gods onderhouding, daar Hij alles draagt met Zijnen almachtigen arm, wat Hij geschapen heeft: ziet Zijne Voorzienigheid, daar Hij alle haren boven op ons hoofd geteld heeft, en zonder Zijnen wil geen musje op de aarde valt; ziet Zijne regering, hoe wonderbaar en onbegrijpelijk Zijne wegen zijn, en toch volbrengt Hij alles zo heerlijk; ziet Zijne bewaring van de Zijnen, daar er duizend aan uwe zijde vallen en tienduizend aan uwe rechterhand, maar u kan het niet treffen; zijn dat niet alle tekenen en wonderen? en zou er enig menselijk leven op de aarde zijn, dat deze niet heeft?
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel