Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een liedH7892, een psalmH4210 van AsafH623.
Een lied, een psalm van Asaf.
KJV
[[A Song1
or Psalm2
of Asaph.]]3
Keep not thou silence,
O God:
hold not thy peace,
and be not still,
O God.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
O God! zwijg niet, houd U niet als doofH2790, en zijt niet stil, o God!
O God! zwijg niet, houd U niet als doof, en zijt niet stil, o God!
Ook in dit vers
GodH410
GodH430
zwijgH1824
stilH8252
KJV
For, lo, thine enemies
make a tumult:
and they that hate
thee have lifted up
the head.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
WantH3588 zieH2009, Uw vijanden maken getierH1993, en Uw hatersH8130 steken het hoofdH7218 op.
Want zie, Uw vijanden maken getier, en Uw haters steken het hoofd op.
Ook in dit vers
vijandenH341
stekenH5375
KJV
They have taken crafty
counsel
against thy people,
and consulted
against thy hidden ones.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Zij maken listiglijkH6191 een heimelijken aanslagH5475 tegen Uw volkH1471, en beraadslagenH3289 zich tegen Uw verborgenenH6845.
Zij maken listiglijk een heimelijken aanslag tegen Uw volk, en beraadslagen zich tegen Uw verborgenen.
Ook in dit vers
volkH5971
KJV
They have said,
Come,
and let us cut them off
from being a nation;
that the name
of Israel
may be no more in remembrance.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Zij hebben gezegdH559: KomtH3212, en laat ons hen uitroeienH3582, dat zij geen volkH1471 meer zijn; dat aan den naamH8034 IsraelsH3478 niet meer gedachtH2142 worde.
Zij hebben gezegd: Komt, en laat ons hen uitroeien, dat zij geen volk meer zijn; dat aan den naam Israels niet meer gedacht worde.
KJV
For they have consulted
together
with one consent:
they are
confederate
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
WantH3588 zij hebben in het hartH3820 te zamen geraadslaagd; tegenH5921 U hebben zij een verbondH1285 gemaakt;
Want zij hebben in het hart te zamen geraadslaagd; tegen U hebben zij een verbond gemaakt;
Ook in dit vers
beraadslagenH3289
zamenH3162
KJV
The tabernacles
of Edom,
and the Ishmaelites;
of Moab,
and the Hagarenes;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
De tentenH168 van EdomH123 en der IsmaelietenH3459, MoabH4124 en de HagarenenH1905;
De tenten van Edom en der Ismaelieten, Moab en de Hagarenen;
KJV
Gebal,
and Ammon,
and Amalek;
the Philistines
with the inhabitants
of Tyre;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
GebalH1381, en AmmonH5983, en AmalekH6002, PalestinaH6429 metH5973 de inwonersH3427 van TyrusH6865.
Gebal, en Ammon, en Amalek, Palestina met de inwoners van Tyrus.
KJV
Assur
also is joined
with them: they have holpen
the children
of Lot.
Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
OokH1571 heeft zich AssurH804 bijH5973 hen gevoegdH3867; zij zijn den kinderenH1121 van LotH3876 tot een armH2220 geweest. SelaH5542.
Ook heeft zich Assur bij hen gevoegd; zij zijn den kinderen van Lot tot een arm geweest. Sela.
KJV
Do
unto them as unto the Midianites;
as to Sisera,
as to Jabin,
at the brook
of Kison:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
DoeH6213 hun als MidianH4080, als SiseraH5516, als JabinH2985 aan de beekH5158 KisonH7028;
Doe hun als Midian, als Sisera, als Jabin aan de beek Kison;
KJV
Which perished
at Endor:
they became as dung
for the earth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Die verdelgdH8045 zijn te Endor; zij zijn geworden tot drekH1828 der aardeH127.
Die verdelgd zijn te Endor; zij zijn geworden tot drek der aarde.
Ook in dit vers
EndorH5874
KJV
Make
their nobles
like Oreb,
and like Zeeb:
yea, all their princes
as Zebah,
and as Zalmunna:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
MaakH7896 hen en hun prinsenH5081 als OrebH6159 en als ZeebH2062, en alH3605 hun vorsten als ZebahH2078 en als ZalmunaH6759;
Maak hen en hun prinsen als Oreb en als Zeeb, en al hun vorsten als Zebah en als Zalmuna;
Ook in dit vers
vorstenH5257
KJV
Who said,
Let us take to ourselves the houses
of God
in possession.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
DieH834 zeidenH559: Laat ons de schone woningen GodsH430 voor ons in erfelijke bezitting nemen.
Die zeiden: Laat ons de schone woningen Gods voor ons in erfelijke bezitting nemen.
Ook in dit vers
erfelijke bezittingH3423
schone woningenH4999
KJV
O my God,7
make
them like a wheel;
as the stubble
before
the wind.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Mijn GodH430! maakH7896 hen als een wervelH1534, als stoppelenH7179 voorH6440 den windH7307.
Mijn God! maak hen als een wervel, als stoppelen voor den wind.
KJV
As the fire
burneth
a wood,
and as the flame
setteth
the mountains
on fire;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
Gelijk het vuurH784 een woudH3293 verbrandtH1197, en gelijk de vlamH3852 de bergenH2022 aansteektH3857;
Gelijk het vuur een woud verbrandt, en gelijk de vlam de bergen aansteekt;
KJV
So persecute
them with thy tempest,
and make them afraid
with thy storm.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
VervolgH7291 hen alzoH3651 met Uw onwederH5591, en verschrikH926 hen met Uw draaiwindH5492.
Vervolg hen alzo met Uw onweder, en verschrik hen met Uw draaiwind.
KJV
Fill
their faces
with shame;
that they may seek
thy name,
O LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Maak hun aangezichtH6440 vol schandeH7036, opdat zij, o HEEREH3068! Uw NaamH8034 zoekenH1245.
Maak hun aangezicht vol schande, opdat zij, o HEERE! Uw Naam zoeken.
Ook in dit vers
MaakH4390
KJV
Let them be confounded
and troubled
for ever;
yea, let them be put to shame,
and perish:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Laat hen beschaamdH954 en verschriktH926 wezen totH5704 in eeuwigheidH5703, en laat hen schaamroodH2659 worden, en omkomenH6;
Laat hen beschaamd en verschrikt wezen tot in eeuwigheid, en laat hen schaamrood worden, en omkomen;
KJV
That men may know
that thou, whose name
alone is JEHOVAH,
art the most high
over all the earth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
Opdat zij wetenH3045, datH3588 GijH859 alleen met Uw NaamH8034 zijt de HEERE, de AllerhoogsteH5945 overH5921 de ganseH3605 aardeH776.
Opdat zij weten, dat Gij alleen met Uw Naam zijt de HEERE, de Allerhoogste over de ganse aarde.
Van Asaf
Of, voor Asaf; gelijk Ps. 80:1 .
Hertaald:
Van Asaf
Of: voor Asaf, zoals Ps. 80:1.
zwijg niet,
Hebr. U zij geen stilzwijgen. De psalmist bidt dat God zich wil opmaken om zijn volk te helpen en zich over hunne vijanden te wreken. Anders wordt het woord stilzwijgen ook gebruikt, Richt. 18:9 . Zie de aantekening bij Ps. 109:1 .
Hertaald:
zwijg niet,
Hebreeuws: U zij geen stilzwijgen. De psalmdichter bidt dat God Zich zal opmaken om Zijn volk te helpen en Zich op hun vijanden te wreken. Het woord stilzwijgen wordt ook anders gebruikt, Richt. 18:9. Zie de aantekening bij Ps. 109:1.
vijanden
De zin is: Onze vijanden, die ook uwe vijanden zijn, dewijl wij uw volk zijn. Wie deze vijanden geweest zijn, zie vs.7-9.
Hertaald:
vijanden
De betekenis is: onze vijanden, die ook Uw vijanden zijn, omdat wij Uw volk zijn. Wie deze vijanden geweest zijn, zie vers 7-9.
maken
Te weten, tegen ons, gelijk vs.4.
Hertaald:
maken
Namelijk: tegen ons, zoals vers 4.
steken het
Te weten, stout en vermetel, als triomferende over U en over uw volk. Richt. 8:28 wordt deze manier van spreken ook gebruikt.
Hertaald:
steken het
Namelijk: brutaal en vermetel, als triomferend over U en over Uw volk. In Richt. 8:28 wordt deze manier van spreken ook gebruikt.
tegen uw volk,
Te weten, jegens ons, die uw volk zijn.
Hertaald:
tegen uw volk,
Namelijk: tegen ons, die Uw volk zijn.
tegen uw verborgenen
Dat is, tegen hen, die hunne toevlucht tot U nemen, om zichzelf en de hunne te bergen onder uwe bewaring en bescherming. Of, die Gij als een waardig kleinood houdt en in uw trouwe bewaring neemt en wier leven met Christus in God verborgen is; Kol. 3:3 .
Hertaald:
tegen uw verborgenen
Dat is: tegen hen die hun toevlucht tot U nemen om zichzelf en de hunnen te bergen onder Uw bewaring en bescherming. Of: die U als een kostbaar kleinood houdt en in Uw trouwe bewaring neemt, en van wie het leven met Christus verborgen is in God; Kol. 3:3.
geen volk
Aldus beraadslagen Moab en andere natiën, tegn Israël. En hetzelfde is Moab naderhand wedervaren; Jer. 48:2 , Jer. 48:42 .
Hertaald:
geen volk
Zo beraadslagen Moab en andere volken tegen Israël. En hetzelfde is Moab later zelf overkomen; Jer. 48:2, Jer. 48:42.
tegen U hebben
Dat is, zij hebben zich tezamen verbonden om het volk Gods den krijg aan te doen; zie Jer. 34:18-19 .
Hertaald:
tegen U hebben
Dat is: zij hebben zich samen verbonden om Gods volk oorlog aan te doen; zie Jer. 34:18-19.
De tenten van
Dat is, de krijgslieden, die zich in tenten ophouden. Zie dergelijke manier van spreken Richt. 7:13-14 ; 2 Kon. 7:7 , 2 Kon. 7:10 ; Jer. 6:3 ; Hab. 3:7 . Of, versta hier, de familiën en geslachten van Edom, Ismaël, enz. die in tenten woonden.
Hertaald:
De tenten van
Dat is: de krijgslieden, die in tenten verblijven. Zie een dergelijke manier van spreken in Richt. 7:13-14; 2 Kon. 7:7, 2 Kon. 7:10; Jer. 6:3; Hab. 3:7. Of versta hier de families en geslachten van Edom, Ismaël, enzovoort, die in tenten woonden.
de Hagarenen
Te weten, de nakomelingen van Hagar, Abrahams dienstmaagd, waaronder verstaan worden degenen, die van Ismaël Hagars zoon, gesproten zijn.
Hertaald:
de Hagarenen
Namelijk: de nakomelingen van Hagar, de dienstmaagd van Abraham; daaronder worden zij verstaan die van Ismaël, de zoon van Hagar, afstammen.
Gebal
Dat is, de Gebalieten, die in de stad of het land van Gebal woonden, gelegen in Fenicië, bij Sidon. Van Gebal of Gibla waren de steenhouwers, die Salomo gebruikte tot den bouw des tempels, 1 Kon. 5:18 . Zie ook van dezen Ezech. 27:9 .
Hertaald:
Gebal
Dat is: de Gebalieten, die in de stad of het land Gebal woonden, gelegen in Fenicië bij Sidon. Uit Gebal of Gibla kwamen de steenhouwers die Salomo gebruikte bij de bouw van de tempel, 1 Kon. 5:18. Zie over hen ook Ezech. 27:9.
Palestina
Dat is, de Filistijnen. Het land wordt genomen voor het volk, dat daarin woonde.
Hertaald:
Palestina
Dat is: de Filistijnen. Het land wordt genomen voor het volk dat daarin woonde.
den kinderen
Dat is, de Moabieten en Ammorieten, hiervoor gemeld, die van Lot gesproten waren. Gen. 19:37-38 ; en het laat zich aanzien dat hier uitdrukkelijk van Lot wordt vermeld, om de onwaardigheid der zaak aan te wijzen, dat degenen, die gekomen waren van Abrahams neef, hunne bloedverwanten zochten uit te roeien.
Hertaald:
den kinderen
Dat is: de Moabieten en Ammonieten, die hiervoor genoemd zijn en die van Lot afstamden, Gen. 19:37-38. Het lijkt erop dat Lot hier uitdrukkelijk genoemd wordt om aan te wijzen hoe onwaardig de zaak is: dat mensen die van de neef van Abraham afstamden hun eigen bloedverwanten probeerden uit te roeien.
tot een arm
Dat is, tot een sterke hulp. Zie deze wijze van spreken ook Ps. 37:17 ; Jer. 17:5 .
Hertaald:
tot een arm
Dat is: tot een sterke hulp. Zie deze manier van spreken ook in Ps. 37:17; Jer. 17:5.
Doe hun
Dat is, verdelg hen, gelijk Gij eertijds de Midianieten verdelgd hebt, toen zij onze voorvaders bestreden; Richt. 7:13 , Richt. 7:22 .
Hertaald:
Doe hun
Dat is: verdelg hen, zoals U eertijds de Midianieten verdelgd hebt toen zij onze voorvaders bestreden; Richt. 7:13, Richt. 7:22.
Sisera,
Zie Richt. 4:15 , en Richt. 5:19 , Richt. 5:21 , enz.
Hertaald:
Sisera,
Zie Richt. 4:15, en Richt. 5:19, Richt. 5:21, enzovoort.
Jabin
Jabin is geweest koning der Kanaänieten. Zie Richt. 4:2 .
Hertaald:
Jabin
Jabin is koning van de Kanaänieten geweest. Zie Richt. 4:2.
Endor;
Eene stad, gelegen bij de Kison, Taänah, en bij het water Megiddo. Zie Joz. 17:11 ; Richt. 5:19 .
Hertaald:
Endor;
Een stad, gelegen bij de Kison, Taänach en het water van Megiddo. Zie Joz. 17:11; Richt. 5:19.
tot drek
Dat is, zij lagen te verrotten boven de aarde, onbegraven. Zie Jer. 8:2 , en Jer. 16:4 .
Hertaald:
tot drek
Dat is: zij lagen onbegraven boven de aarde te verrotten. Zie Jer. 8:2, en Jer. 16:4.
Maak hen
Hebr. stel.
Hertaald:
Maak hen
Hebreeuws: stel.
prinsen
Zie Job 12:21 .
Hertaald:
prinsen
Zie Job 12:21.
Oreb
Oreb en Zeëb zijn twee vorsten der Midianieten geweest, door Gideon verslagen; Richt. 7:25 , en Richt. 8:11-12 .
Hertaald:
Oreb
Oreb en Zeëb zijn twee vorsten van de Midianieten geweest, die door Gideon verslagen zijn; Richt. 7:25, en Richt. 8:11-12.
Zebah
Twee koningen der Midianieten, die Gideon heeft verslagen; Richt. 8:21 .
Hertaald:
Zebah
Twee koningen van de Midianieten, die Gideon verslagen heeft; Richt. 8:21.
schone
Te weten, het land Kanaän, waar God woont in het midden zijns volks. Zie Ex. 15:13 .
Hertaald:
schone
Namelijk: het land Kanaän, waar God woont te midden van Zijn volk. Zie Ex. 15:13.
als een wervel,
Anders, bol, rad, dat is, ongestadig en wankelbaar, alzo dat zij niet weten wat zij doen, of waar zij heen vluchten zullen.
Hertaald:
als een wervel,
Anders: bol, rad; dat is: onbestendig en wankel, zodat zij niet weten wat zij doen of waarheen zij vluchten moeten.
Gelijk het vuur
Zie dergelijke manieren van spreken Deut. 32:22 .
Hertaald:
Gelijk het vuur
Zie een dergelijke manier van spreken in Deut. 32:22.
de bergen
Versta, de bomen en heesters, die op de bergen staan. Of versta, de zwavelbergen die ook zelf branden.
Hertaald:
de bergen
Versta: de bomen en struiken die op de bergen staan. Of versta: de zwavelbergen, die zelf ook branden.
Onweder, en
Zie de aantekening bij Job 9:17 .
Hertaald:
Onweder, en
Zie de aantekening bij Job 9:17.
opdat zij,
Dat is, maak dat zij zelfs tegen hun dank U moeten, bekennen machtiger te zijn dan zij zijn, en dat zij tot U moeten roepen als zij uwe plagen gevoelen. Zie Ex. 8:8 , en Ps. 18:42 . Anders, dat men uwen naam zoeke; dat is, dat de vromen hierdoor mogen veroorzaakt zijn hun vertrouwen te meer op uwe goedheid en mogendheid te zetten, en tot U hunne toevlucht te nemen.
Hertaald:
opdat zij,
Dat is: maak dat zij zelfs tegen hun zin moeten erkennen dat U machtiger bent dan zij, en dat zij tot U moeten roepen wanneer zij Uw plagen voelen. Zie Ex. 8:8, en Ps. 18:42. Anders: dat men Uw Naam zoeke; dat is: dat de vromen hierdoor aanleiding krijgen om hun vertrouwen des te meer op Uw goedheid en macht te zetten en tot U de toevlucht te nemen.
Opdat zij weten
Of, opdat men wete; gelijk vs.17.
Hertaald:
Opdat zij weten
Of: opdat men wete, zoals vers 17. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas 14 Mijn God! maak hen als een wervel, als stoppelen voor den wind. 15 Gelijk het vuur een woud verbrandt, en gelijk de vlam de bergen aansteekt; 16 Vervolg hen… 10 Doe hun als Midian, als Sisera, als Jabin aan de beek Kison; 11 Die verdelgd zijn te Endor; zij zijn geworden tot drek der aarde. 12 Maak hen en… 6 Want zij hebben in het hart te zamen geraadslaagd; tegen U hebben zij een verbond gemaakt; 7 De tenten van Edom en der Ismaëlieten, Moab en de Hagarenen; 8… 1 Een lied, een psalm van Asaf. 2 O God! zwijg niet, houd U niet als doof, en zijt niet stil, o God! 3 Want zie, Uw vijanden maken getier,… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 83
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Verdiepende artikelen
Psalm 83:14-19
Psalm 83:10-13
Psalm 83:6-9
Psalm 83:1-5


Psalmen 83
Dit is een vaderlandse lofzang. Het volk stond op het punt door vele tegenstanders aangevallen te worden, en daarom begeerde de dichter, als een waar vaderlander, dat God Zijn volk de overwinning zou geven en het zou verlossen. Wij mogen deze psalm beschouwen als een voorzegging van wat de vijanden van Gods volk overkomen zal, al leest hij als een gebed of een wens van de schrijver.
Psalmen 83:2-3.KruisverwijzingenPsalmen 27:5→Psalmen 81:15→Psalmen 64:2→Psalmen 31:20→Richteren 8:28→Psalmen 56:6→Lukas 20:20→Psalmen 91:1→
— O God! zwijg niet, houd U niet als doof, en zijt niet stil, o God! Want zie, Uw vijanden maken getier, en Uw haters steken het hoofd op.
Gods vijanden maken lawaai, en het gebed van de psalmist is dat de HEERE zelf zal spreken en hun antwoorden. Gods stem heeft hemel en aarde gemaakt: “Want Hij spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er.” Eén woord van Hem zal de dag beslissen. Het gebed van de dichter is niet: geef ons een stoutmoedige en dappere aanvoerder, maar: HEERE, spreek, spreek!
De vijanden van Israël waren de vijanden van God. Waren zij alleen ónze vijanden, dan zouden wij misschien mogen zwijgen; maar omdat zij ook de vijanden van God zijn, dwingt onze trouw aan de HEERE ons Hem te vragen tegen hen te spreken.
Psalmen 83:4.KruisverwijzingenJeremia 11:19→Daniël 7:25→Mattheüs 27:62→Spreuken 1:12→Exodus 1:10→Esther 3:6→Jeremia 48:2→Handelingen 4:17→
— Zij maken listiglijk een heimelijken aanslag tegen Uw volk, en beraadslagen zich tegen Uw verborgenen.
Listigheid gaat samen met macht in het smeden van plannen tegen Gods volk. Het zaad van de slang is zoals hij van wie het afkomstig is; en van hem staat geschreven: “De slang nu was listiger dan al het gedierte des velds.” Zo is ook het zaad van de slang vol arglistige raadslagen. Dat vermeldt de psalmist in zijn gebed, en dan ziet hij op God om hun aanslagen te ondergraven, hun listen te verijdelen en door Zijn wijsheid Zijn volk te behouden.
Psalmen 83:5.KruisverwijzingenPsalmen 2:2→Openbaring 19:19→2 Samuël 10:6→Jesaja 7:2→Openbaring 17:13→Handelingen 23:12→Johannes 11:47→Jesaja 7:5→
— Zij hebben gezegd: Komt, en laat ons hen uitroeien, dat zij geen volk meer zijn; dat aan den naam Israels niet meer gedacht worde.
Zo verschrikkelijk was de toorn van deze volken tegen Gods volk, dat niets hen tevreden kon stellen dan de verwoesting van Israël en het uitwissen van zijn naam uit het geheugen van de mensen. En ik ben ervan overtuigd dat de wereld, als zij haar wil kon doen, de gemeente van Christus zou uitblussen.
U merkt het in deze dagen van geroemde ruimdenkendheid en voorgewende verdraagzaamheid: die verdraagzaamheid geldt alleen de dwaling; voor het oude Evangelie is er geen verdraagzaamheid. De kreet daarover is: laat het in stukken gehouwen worden, laat het verwoest worden; het is een oude overlast, ruim het uit de weg.
Psalmen 83:6.Kruisverwijzingen1 Kronieken 5:10→2 Kronieken 20:1→Psalmen 137:7→Genesis 25:12→2 Kronieken 20:10→1 Kronieken 5:19→
— Want zij hebben in het hart te zamen geraadslaagd; tegen U hebben zij een verbond gemaakt;
Er waren vele heidense volken, en zij waren over niets eens behalve over hun haat tegen Israël. Dáárin waren zij eens — zoals Herodes de vriend van Pilatus was zolang Christus verhoord werd, maar op geen ander ogenblik.
De psalmist noemt tien verschillende volken die zich tegen Gods uitverkoren volk Israël samengespannen hadden. Tien tegen één is een zware overmacht — maar God stond aan de kant van Israël. Eén mens met God vormt de meerderheid, hoeveel er ook aan de andere kant staan; want God weegt zwaarder dan allen die tegen Hem kunnen zijn.
Psalmen 83:7.KruisverwijzingenJozua 13:5→Ezechiël 27:9→Ezechiël 27:3→1 Samuël 15:2→Amos 1:9→1 Samuël 4:1→
— De tenten van Edom en der Ismaelieten, Moab en de Hagarenen;
Deze nakomelingen van Ezau, de tweelingbroer van Jakob, hadden de beste vrienden van Israël moeten zijn, maar zij waren de ergste van zijn vijanden. Hoe vaak gebeurt het dat verwantschap in bloed geen verwantschap in genade meebrengt! “En zij zullen des mensen vijanden worden, die zijn huisgenoten zijn.”
Ook de Ismaëlieten waren naaste verwanten van het zaad van Abraham en Izak, en toch behoorden zij altijd tot de bitterste vijanden van Israël. Moab stamde af van een dochter van Lot.
Psalmen 83:8-9.KruisverwijzingenDeuteronomium 2:9→Jesaja 9:4→Richteren 5:21→Jesaja 33:2→Genesis 19:37→2 Koningen 15:19→Genesis 25:3→Genesis 10:11→
— Gebal, en Ammon, en Amalek, Palestina met de inwoners van Tyrus. Ook heeft zich Assur bij hen gevoegd; zij zijn den kinderen van Lot tot een arm geweest. Sela.
Al deze volken waren erfelijke vijanden van Israël, Amalek in het bijzonder, want God had bepaald dat er strijd met Amalek zou zijn van geslacht tot geslacht. En de Filistijnen waren de oude vijanden van Israël: denk aan hoe Simson met hen streed, en wat een worstelingen David met hen had.
Wat hadden de inwoners van Tyrus te zoeken in een oorlog tegen Gods volk? Zij waren kooplieden en scheepvaarders. Ja — maar het gebeurt soms dat mensen van handel en koopmanschap, wanneer hun wereldse belang in gevaar komt, even bitter tegen de ware godsdienst kunnen zijn als wie ook.
En dan de opkomende macht van Assur. Wat een menigte, wat een bende van vijanden tegen Gods volk! O lieve vrienden, ik hoop dat niemand van ons zijn naam op deze zwarte lijst geschreven zal hebben. Wees geen vijand van God en van Zijn waarheid, want dan strijdt u een verloren strijd. Laat het vlas met de vlam strijden, of het stof met de wind: zij worden snel overwonnen. Laten wij aan Gods kant staan.
Psalmen 83:10-11.KruisverwijzingenRichteren 7:25→Sefanja 1:17→Jozua 17:11→1 Samuël 28:7→Richteren 8:12→Jeremia 16:4→Jeremia 8:2→2 Koningen 9:37→
— Doe hun als Midian, als Sisera, als Jabin aan de beek Kison; Die verdelgd zijn te Endor; zij zijn geworden tot drek der aarde.
In die grote veldslagen werden de vijanden van de HEERE en van Zijn volk volkomen in stukken gehouwen. Machtige mannen als zij waren, lieten zij hun lijken achter om de grond te mesten.
Psalmen 83:12-13.Kruisverwijzingen2 Kronieken 20:11→Job 21:18→Psalmen 35:5→Jesaja 40:24→Jeremia 13:24→Job 13:25→Psalmen 74:7→Psalmen 83:4→
— Maak hen en hun prinsen als Oreb en als Zeeb, en al hun vorsten als Zebah en als Zalmuna; Die zeiden: Laat ons de schone woningen Gods voor ons in erfelijke bezitting nemen.
Dat waren vier vorsten die door Gideon en zijn bondgenoten verslagen werden; twee van hen droegen de namen wolf en raaf — wrede namen, en de oorlog is altijd een wreed ding. Maar wat hadden deze krijgslieden gedaan? Zij waren niet tevreden met hun eigen huizen: zij wilden Gods woningen hebben. En er zijn mensen die nooit rust kunnen vinden dan wanneer zij de zaak en het kruis van Christus schade doen. Wee hun, want het lot van Oreb en Zeëb zal te zijner tijd ook het hunne zijn!
Psalmen 83:14.KruisverwijzingenDeuteronomium 32:22→Jesaja 9:18→Ezechiël 20:47→Jesaja 64:1→Nahum 1:6→Jesaja 30:33→Jesaja 33:11→Maleachi 4:1→
— Mijn God! maak hen als een wervel, als stoppelen voor den wind.
Of eigenlijk: maak hen als een wiel, nooit stil. De ware weergave zou zijn: maak hen als die lichte, droge bloemen die door de wind over de vlakten geblazen worden. Iemand die het land beschreef heeft het over de takken van de wilde artisjok, die een bol vormen van een voet of meer in doorsnede; en hij zegt dat hij er duizenden voorbij heeft zien rollen. Jesaja noemt ze een rollend ding voor de wervelwind.
Een windstoot neemt ze mee in de ene richting, en dan drijft een tegenwind ze precies de andere kant op; zij zijn zo licht en donzig dat zij nooit tot rust kunnen komen. En dat is juist wat er gebeurt met veel mensen die zich tegen God en Zijn genade verzetten. Zij zijn als rollende dingen die nooit rusten: zij geloven niets, weten niets, hopen niets, worden door niets getroost.
Hebt u geen vastheid? Hebt u geen goede hoop voor de toekomst? Bent u, wanneer u aan de dood en de eeuwigheid denkt, als de stoppel voor de wind? Is dat zo, dan zij God u genadig en brenge Hij u tot de enige plaats waar u zaligheid en vastheid kunt vinden.
Psalmen 83:15.KruisverwijzingenJob 9:17→Psalmen 58:9→Jesaja 28:17→Job 27:20→Jesaja 30:30→Hebreeën 12:18→Psalmen 50:3→Ezechiël 13:11→
— Gelijk het vuur een woud verbrandt, en gelijk de vlam de bergen aansteekt;
Reizigers vertellen dat zij soms de flanken van bergen in vlammen hebben zien staan, waar het hout oud werd en alles droog was in de zomerhitte, en waar één vonk het geheel in brand zette. Dat is wat God met Zijn vijanden zal doen. Hij zal hen even zeker en even gemakkelijk verwoesten als het hout door het vuur verbrand wordt. Wie zal dan tegen God bestaan? Bedenk Zijn grote macht, en vlucht van Zijn toorn.
Psalmen 83:16-17.KruisverwijzingenPsalmen 35:4→Psalmen 34:5→Job 10:15→Psalmen 6:10→Psalmen 109:29→Psalmen 9:19→Psalmen 132:18→Psalmen 35:26→
— Vervolg hen alzo met Uw onweder, en verschrik hen met Uw draaiwind. Maak hun aangezicht vol schande, opdat zij, o HEERE! Uw Naam zoeken.
Dat is het gebed dat wij vanavond zouden mogen bidden voor allen die de Godheid van Christus ontkennen en Zijn grote offerande aan het kruis, en voor allen die de inspiratie van de Schrift en de gezegende leerstukken van de genade verwerpen: “Maak hun aangezicht vol schande, opdat zij, o HEERE! Uw Naam zoeken.” O, dat de mensen hun eigen karakter maar kenden! Als zij zich maar over hun eigen zonde schaamden, dan mochten zij ertoe geleid worden Gods naam te zoeken.
Christenen zijn onderwezen om onze vijanden lief te hebben, maar ons is nooit geboden Gods vijanden lief te hebben. Wij mogen geen mensen haten als mensen; maar omdat zij zich tegen God stellen, tegen de waarheid, tegen de gerechtigheid en tegen de zuiverheid, mogen en moeten wij, als wij zelf recht van gemoed zijn, een brandende verontwaardiging tegen hen voelen.
Hebt u ooit het verhaal gelezen van de tocht over de oceaan in de dagen van de Afrikaanse slavenhandel, toen de negers bij honderden stierven of in de zee geworpen werden om het schip te verlichten? Hebt u ooit van die gruwelen gelezen zonder te bidden: o God, laat de bliksems van Uw toorn vallen op de mensen die zulke wandaden kunnen bedrijven? Zo is de geest van deze psalm.
Maar dit vers is mij het liefst, omdat het naast een rechtvaardige verontwaardiging tegen de goddeloze ook de tedere geest van de liefde in zich heeft. Maak hun aangezicht vol schaamte, bidt de psalmist — maar keer Uw strengheid om tot hun eeuwige welzijn, “opdat zij Uw Naam zoeken, o HEERE!” Het ergste lot dat ik iemand toewens die zonder God en zonder hoop in de wereld is, is dat dit gebed door oprechte en liefhebbende harten voor hem gebeden mag worden.
Psalmen 83:18.KruisverwijzingenExodus 6:3→Psalmen 59:13→Micha 4:13→Psalmen 9:16→Jesaja 42:8→Psalmen 97:9→
— Laat hen beschaamd en verschrikt wezen tot in eeuwigheid, en laat hen schaamrood worden, en omkomen;
Of eigenlijk: zij zullen voor eeuwig beschaamd en verontrust worden. Dat is een ontzagwekkende uitspraak.
U merkt dat ik, wanneer ik de Schrift lees, het woord HEERE waar het in hoofdletters staat als Jehova lees; want zo behoort het. Ik wenste dat de overzetters de moed van hun overtuiging hadden gehad en het zo hadden weergegeven, want wij willen die grote naam terug: Jah, Jehova. Laat ik u dringend vragen nooit lichtvaardig om te gaan met dat heilige woord Hallelujah — lof aan Jehova.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Een lied, een Psalm van Asaf (1 Kronieken 25: 31 ). Deze is de laatste der 12 Psalmen van deze zangersfamilie. Hij is gemaakt in een tijd, toen de koning: van Juda, Josafat, gemeld werd van hen inval der Ammonieten en Moabieten en van andere volken in zijn rijk, en de gemeente in den tempel te zamen kwam, om den Heere te zoeken. (2 Kronieken 20: 17 ). 2. De Psalm, zo merkt Rieger aan, is een krijgsgebed, dat met het oog op toekomstigen nood in profetischen geest gesteld is: bovendien is het voor alle tijden geschikt, wanneer Gods volk reden heeft, tegen de list en de macht van zijne vijanden bij God veiligheid te zoeken.
I. Vs. 2-9.KruisverwijzingenPsalmen 27:5→Jozua 13:5→Deuteronomium 2:9→Psalmen 81:15→Psalmen 64:2→Psalmen 31:20→Jeremia 11:19→Psalmen 2:2→
— O God! zwijg niet, houd U niet als doof, en zijt niet stil, o God! Want zie, Uw vijanden maken getier, en Uw haters steken het hoofd op. Zij maken listiglijk een heimelijken aanslag tegen Uw volk, en beraadslagen zich tegen Uw verborgenen. Zij hebben gezegd: Komt, en laat ons hen uitroeien, dat zij geen volk meer zijn; dat aan den naam Israels niet meer gedacht worde. Want zij hebben in het hart te zamen geraadslaagd; tegen U hebben zij een verbond gemaakt; De tenten van Edom en der Ismaelieten, Moab en de Hagarenen; Gebal, en Ammon, en Amalek, Palestina met de inwoners van Tyrus. Ook heeft zich Assur bij hen gevoegd; zij zijn den kinderen van Lot tot een arm geweest. Sela.
Op de korte bede, dat God met Zijne werkzame macht mocht ingrijpen, volgt de schildering van den nood, welke tot zulk ene bede dringt; want de vijanden, tegen welke om Gods hulp gebeden wordt, bedoelen niets minder dan geheel Israël te verderven, en hun menigte is zo groot, dat Gods volk er zich levendig van bewust is, hoe zijne kunde, zijn vermogen niets vermag, niets baten kan.
O God! zwijg niet, gelijk Gij thans schijnt te doen, houd U niet als doof bij den druk, die ons overkomen is, en zijt niet stil, o God met Uw werk voor ons! God werkt altijd. Zijn arbeid kan niet rusten, maar Hij verbergt dikwijls Zijn helpen en werken voor onze ogen Hij gebruikt middelen en wegen, die wij niet verstaan en haat der vijanden macht zich hoog verheffen, om des te meer verheerlijkt te worden. Wij menen dan, dat God zwijgt en zich terughoudt, maar juist dit zwijgen moet ons des te meer tot spreken en roepen brengen, zodat er den gehelen dag en den gansen nacht geen zwijgen zij, maar een aanmanen bij den Heere, om Zijne uitverkorenen te redden, opdat niet alleen hulp kome, maar ook de verleende hulp als ene verhoring des gebeds moge aangenomen worden.
Wanneer wordt God gezegd te zwijgen? Wanneer Hij niet terstond het gebed Zijner ellendigen hoort, wanneer Hij schijnbaar te vergeefs om uitredding laat smeken. En waarom handelt God aldus? Opdat Zijn volk des te vuriger Hem aanlope, met Hem worstelen, en het ervare, dat de Heere redt, enkel om Zichzelfs wille.
Want zie, Uwe vijanden, van welke (vs.7) nader zal gesproken worden, maken getier, en Uwe haters steken het hoofd op in trotsen overmoed, als ware hun zaak zeker (Richteren 8:
. Men moet opmerken, dat zij, die de Kerk aanvallen, vijanden van God genoemd worden, omdat dit gene geringe reden tot vertrouwen is, dat wij met God gemeenschappelijke vijanden hebben.
Zij, deze Uwe vijanden, maken listiglijk enen heimelijken aanslag tegen Uw volk, en beraadslagen zich tegen Uwe verborgenen1), tegen de leden van Uw volk, dat, naar Uwe belofte, onder Uwe heilige bescherming staat en niet kan aangetast worden, zonder dat Gij zelf, zijn Beschermer, aangevallen wordt (Psalm 27: 5; 31: 21).
Schone, troostvolle naam! Tot de verborgenen Gods te behoren, die Hij in bescherming heeft genomen, die Hij als een schijnt heeft weggelegd. Deze naam toont tevens aan, om zich niet met grootsheid en pralerij, naar de wijze der wereld in te laten, maar zich met Zijne verborgene bescherming gaarne door de hoogmoedige wereld te laten verachten en voor dood te laten aanzien.
Zij hebben gezegd: Komt, en laat ons hen uitroeien, dat separatistische, exclusieve, van het maatschappelijk leven zich afzonderende, dat ons veroordelend volk, dat zij voortaan geen volk meer zijn (Jer. 11: 19; 48: 2), dat aan den naam Israël’s niet meer gedacht worde (2 Kronieken 20: 23 ).
Want zij hebben in het hart te zamen beraadslaagd, een gemeenschappelijk plan beraamd; tegen U hebben zij een verbond gemaakt, een verbond gelijk in vs. 5 genoemd is, om Uw Raadsbesluit te vernietigen, volgens hetwelk de eeuwige voortduring der Kerk bepaald is. Indien de vijanden der kerk te zamen stemmen tot hare verwoesting, zullen dan niet de vrienden der kerk eensgezind zijn in het dienen van hare belangen! Indien Herodes en Pilatus vrienden geworden zijn, en zich verenigd hebben om Christus te kruisigen, zullen zeker Paulus en Barnabas, Paulus en Petrus vrienden geworden zijn, en zich verenigd hebben om Christus te prediken.
De krijgstenten, de legerscharen van Edom en der Ismaëlieten, Moab en de Hagarenen (1 Kronieken 5: 10).
Gebal (Numeri 20: 17 ), en Ammon, en Amalek, Palestina (liever: Filistaea), de Filistijnen met de inwoners van Tyrus in Fenicië.
Ook heeft zich Assur (Genesis25: 18)bij hen gevoegd; zij zijn den kinderen van Lot, den Moabieten en Ammonieten, de eigenlijke aanleggers der onderneming, tot enen arm geweest; Assur heeft hen versterkt, zich bij hen gevoegd. Sela. “De muziek verheft zich na deze optelling als in toorn.” De dichter rangschikt de vijandige volken naar hun geografische ligging; de zeven eerstgenoemde van Edom tot Amalek zijn die uit de streken oostelijk en zuidoostelijk van de Dode zee; deze “boze steden” zijn door westelijke en noordoostelijke volken ingesloten, die, daar zij Israël evenzeer haten, hun een krachtigen steun geven.
In het gevolg der Filistijnen komen de bewoners van Tyrus; dat kramersvolk wordt slechts door hebzucht bewogen, om zich aan te sluiten, het is overal waar iets te verdienen is.
De dichter spreekt het hier uit, dat het de vijanden, de kinderen Loths Moab en Ammon, niet te doen is, om een stuk van het land der vaderen af te nemen, maar om Israël gangen en al uit de landpalen te verdrijven. Dat het geen gewone oorlog was, om enig land te veroveren, maar om Israël geheel en al uit te roeien. Daarom is het den dichter zo bange, maar ook daarom roept hij om uitredding. Gans machteloos voelt hij zich in zich zelven, maar waar eigen kracht ontzinkt, daar neemt hij vertrouwend de toevlucht tot de mogendheden Gods. 10.
II. Vs. 10-19.KruisverwijzingenRichteren 7:25→2 Kronieken 20:11→Deuteronomium 32:22→Job 9:17→Psalmen 35:4→Sefanja 1:17→Job 21:18→Psalmen 35:5→
— Doe hun als Midian, als Sisera, als Jabin aan de beek Kison; Die verdelgd zijn te Endor; zij zijn geworden tot drek der aarde. Maak hen en hun prinsen als Oreb en als Zeeb, en al hun vorsten als Zebah en als Zalmuna; Die zeiden: Laat ons de schone woningen Gods voor ons in erfelijke bezitting nemen. Mijn God! maak hen als een wervel, als stoppelen voor den wind. Gelijk het vuur een woud verbrandt, en gelijk de vlam de bergen aansteekt; Vervolg hen alzo met Uw onweder, en verschrik hen met Uw draaiwind. Maak hun aangezicht vol schande, opdat zij, o HEERE! Uw Naam zoeken. Laat hen beschaamd en verschrikt wezen tot in eeuwigheid, en laat hen schaamrood worden, en omkomen; Opdat zij weten, dat Gij alleen met Uw Naam zijt de HEERE, de Allerhoogste over de ganse aarde.
Aan de schildering van den bestaanden nood wordt nu de bede aangesloten en meer ontwikkeld. Eerst wordt de Heere aan de wonderbare hulp herinnerd, die Hij vroeger in dergelijke nood bewezen heeft; daarna wordt Hij opgeroepen, om den donder Zijns toorns tegen de vijanden los te laten, en door hunnen ondergang Zijne eer hier op aarde te bevorderen.
Doe hun als in vroegeren tijd aan Midian (Richteren 7: 21 vv.), als Sisera, den veldoverste, als Jabin, den koning der Kanaänieten, aan de beek Kison (Richteren 4: 1 vv.);
Die (Sisera en Jabin) verdelgd zijn met hun leger te Endor, tot welke plaats zich het slagveld uitstrekte (Richteren 5: 19); zij zijn in de lijken der gevallenen, geworden tot drek der aarde, tot mest des lands.
Maak hen, de in vs. 7 vv. genoemde vijanden en hun prinsen, hun oversten, als die der Midianieten,als Oreb en als Zeëb (Richteren 7: 25), en al hun vorsten als Zebah en als Zalmûna (Richteren 8: 5 vv.);
Hun vorsten en oversten, die zeiden, zich in misdadigen overmoed tegen Uzelven verheffende: Laat ons de schone woningen Gods, het land Kanaän dat het eigendom van Jehova is, en dat Hij Zijn volk ten erve gegeven heeft, voor ons in erfelijke bezitting nemen. Het “doe hun als Midian” werd boven bidden en denken vervuld; de nederlaag der vijanden had op dezelfde wijze als die der Midianieten plaats, door onderlinge verdeeldheid die zo dikwijls het rijk Gods voortreffelijke diensten bewezen heeft.
Mijn God! maak hen als een wervel, als stof, dat een storm opzweept (Jes. 17: 13), als stoppelen voor den wind, onophoudelijk voortgedreven.
Gelijk het vuur een woud verbrandt, en gelijk de vlam de bergen aansteekt, de met bossen begroeide bergen afbrandt, zodat er slechts kale hoogten overblijven;
Vervolg hen alzo met Uw onweder, en verschrik hen met Uwen draaiwind, door buitengewone tussenkomst van Uw Alvermogen. In den nazin der vergelijking gaat de dichter tot een ander aan het eerste verwant beeld over, want de toorn is een vuur, maar ook een adem (Jes. 30: 33), hij is een gloeiende adem, die in brand steekt.
Maak hun aangezicht door diepe beschaming vol schande (Psalm 44: 16; 69: 8), opdat zij, o HEERE! niet langer Uwe slagen kunnen verdragen en Uwen naam zoeken, ootmoedig om genade komen smeken bij Jehova. Zo is het ook geschied: Er werd ene verschrikking Gods over alle koninkrijken van die landen, als zij hoorden dat de Heere tegen de vijanden van Israël gestreden had (2 Kronieken 20: 29).
De wraak en toorn, die de dichter over Juda’s vijanden inroept, heet de dichter, gelijk elders in de Schrift, een onweder vergezeld van een hevigen orkaan, en van vuur. Die vijanden. hoeveel en machtig ook, zijn voor dit onweder als lichte stoppelen, die hoog in de lucht geworpen en verteerd worden door vuur, het vuur des Heren gelijk een woud, gelijk het geboomte der bergen, dat, aangestoken, geheel verteert, omdat er geen blussen aan is. Maar de dichter kan niet eindigen zonder zijn ernstige wens en bede, dat dit oordeel mag uitlopen tot grootmaking van ‘s Heren Naam, zelfs nog door die vijanden.
Laat hen beschaamd worden, wanneer Gij Uwe ontzettende gerichten over hen laat komen, en laat hen verschrikt wezen tot in eeuwigheid, en laat hen schaamrood worden en omkomen (Ps 6: 11; 35: 5 vv.).
Opdat zij, de weinigen, die nog uit den algemenen ondergang mochten gered worden 1), het weten, en de velen in hunnen ondergang het ervaren, dat Gij alleen met Uwen naam, Gij (die den Heere heet, en Wie die naam alleen door Uw volk wordt toegekend (Jes. 37: 20. Hos. 12: 6), ook werkelijk zijt de HEERE, de Allerhoogste, niet slechts over een enkel volk, maar over de ganse aarde. (2 Koningen 19: 19 Jes 37: 16)
Evenals bij de profeten aan den rand van hun profetieën des gerichts een zwak streepje van ene boodschap van genade ligt, zo schemert ook hier op den duisteren grond van ontzettende aankondigingen een wens van den dichter door. In elk geval-en dit is het slot van de laatste van Asafs zangen-is het doel aller gerichten en van de gehele geschiedenis, dat alle vijanden, zij mogen komen of niet, zij mogen willen of niet, van harte of geveinsd, voor Jehova als voor den Allerhoogsten en enigen Heer der gehele aarde de knieën moeten buigen, ter ere van Zijnen groten, heiligen en heerlijken naam. Dan zullen zij erkennen dat deze God van Israël geen volks-God, maar de God aller volken is, en dat de Heere één is en Zijn naam één (Zach. 14: 9). Wij zien hier, dat geen persoonlijke haat Asaf bezielt. Niet om persoonlijken haat roept hij de wraak Gods in, maar wat hem drijft is de liefde tot ‘s Heren Naam en ere aan de ene zijde en aan de andere zijde de hartelijke begeerte, dat zijne vijanden nog tot bekering mogen komen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel