Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
DavidsH1732 SchiggajonH7692, datH834 hij den HEEREH3068 gezongenH7891 heeft, overH5921 de woordenH1697 van CuschH3568, den zoonH1121 van JeminiH1145.
Davids Schiggajon, dat hij den HEERE gezongen heeft, over de woorden van Cusch, den zoon van Jemini.
KJV
[[Shiggaion1
of David,2
which he sang4
unto the LORD,5
concerning the words7
of Cush8
the Benjamite.]]9
O LORD
my God,
in thee do I put my trust:
save
me from all them that persecute
me, and deliver
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
HEEREH3068, mijn GodH430, op U betrouwH2620 ik; verlosH3467 mij van alH3605 mijn vervolgersH7291, en redH5337 mij.
HEERE, mijn God, op U betrouw ik; verlos mij van al mijn vervolgers, en red mij.
KJV
Lest he tear
my soul
like a lion,
rending it in pieces,
while there is none to deliver.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Opdat hij mijn zielH5315 niet roveH2963 als een leeuwH738, verscheurende, terwijl er geen verlosserH5337 is.
Opdat hij mijn ziel niet rove als een leeuw, verscheurende, terwijl er geen verlosser is.
Ook in dit vers
verscheurendeH6561
KJV
O LORD
my God,
if I have done
this; if there be
iniquity
in my hands;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
HEEREH3068, mijn GodH430, indien ik datH2063 gedaanH6213 heb, indien er onrechtH5766 in mijn handenH3709 is;
HEERE, mijn God, indien ik dat gedaan heb, indien er onrecht in mijn handen is;
KJV
If I have rewarded
evil
unto him that was at peace
with me; (yea, I have delivered
him that without cause
is mine enemy:)
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
IndienH518 ik kwaadH7451 vergolden heb dien, die vredeH7999 met mij had; (ja, ik heb dien geredH2502 die mij zonder oorzaakH7387 benauwdeH6887!)
Indien ik kwaad vergolden heb dien, die vrede met mij had; (ja, ik heb dien gered die mij zonder oorzaak benauwde!)
Ook in dit vers
vergoldenH1580
KJV
Let the enemy
persecute
my soul,
and take
it; yea, let him tread down
my life
upon the earth,
and lay
mine honour
in the dust.
Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Zo vervolgeH7291 de vijandH341 mijn zielH5315, en achterhaleH5381 ze, en vertredeH7429 mijn leven ter aarde, en doe mijn eerH3519 in het stofH6083 wonenH7931! SelaH5542.
Zo vervolge de vijand mijn ziel, en achterhale ze, en vertrede mijn leven ter aarde, en doe mijn eer in het stof wonen! Sela.
Ook in dit vers
aardeH776
levenH2416
KJV
Arise,
O LORD,
in thine anger,
lift up
thyself because of the rage
of mine enemies:
and awake
for me to the judgment
that thou hast commanded.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
StaH6965 op, HEEREH3068, in Uw toornH639, verhef U om de verbolgenhedenH5678 mijner benauwersH6887, en ontwaakH5782 totH413 mij; Gij hebt het gerichtH4941 bevolenH6680.
Sta op, HEERE, in Uw toorn, verhef U om de verbolgenheden mijner benauwers, en ontwaak tot mij; Gij hebt het gericht bevolen.
Ook in dit vers
verhefH5375
KJV
So shall the congregation
of the people
compass thee about:
for their sakes therefore return
thou on high.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Zo zal de vergaderingH5712 der volkenH5971 U omsingelenH5437; keer dan bovenH5921 haar weder in de hoogteH4791.
Zo zal de vergadering der volken U omsingelen; keer dan boven haar weder in de hoogte.
Ook in dit vers
volkenH3816
KJV
The LORD
shall judge
the people:
judge
me, O LORD,
according to my righteousness,
and according to mine integrity
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
De HEEREH3068 zal den volkenH5971 recht doen; richt mij, HEEREH3068, naar mijn gerechtigheidH6664, en naar mijn oprechtigheidH8537, die bijH5921 mij is.
De HEERE zal den volken recht doen; richt mij, HEERE, naar mijn gerechtigheid, en naar mijn oprechtigheid, die bij mij is.
Ook in dit vers
RechterH8199
rechtH1777
KJV
Oh let the wickedness
of the wicked
come to an end;
but establish
the just:
for the righteous
God
trieth
the hearts
and reins.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Laat tochH4994 de boosheidH7451 der goddelozenH7563 een einde nemen, maar bevestigH3559 den rechtvaardigeH6662, Gij, Die hartenH3826 en nierenH3629 beproeftH974, o rechtvaardigeH6662 GodH430!
Laat toch de boosheid der goddelozen een einde nemen, maar bevestig den rechtvaardige, Gij, Die harten en nieren beproeft, o rechtvaardige God!
Ook in dit vers
einde nemenH1584
KJV
My defence
is of God,10
which saveth
the upright
in heart.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Mijn schildH4043 is bijH5921 God, Die de oprechtenH3477 van hartH3820 behoudtH3467.
Mijn schild is bij God, Die de oprechten van hart behoudt.
Ook in dit vers
GodH430
KJV
God3
judgeth
the righteous,
and God
is angry
with the wicked every day.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
God is een rechtvaardigeH6662 RechterH8199, en een God, Die te allenH3605 dageH3117 toorntH2194.
God is een rechtvaardige Rechter, en een God, Die te allen dage toornt.
Ook in dit vers
GodH410
GodH430
KJV
If he turn
not, he will whet
his sword;
he hath bent
his bow,
and made it ready.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Indien hij zich nietH3808 bekeertH7725, zo zal Hij Zijn zwaardH2719 wettenH3913; Hij heeft Zijn boogH7198 gespannenH1869, en dien bereidH3559.
Indien hij zich niet bekeert, zo zal Hij Zijn zwaard wetten; Hij heeft Zijn boog gespannen, en dien bereid.
KJV
He hath also prepared8
for him the instruments
of death;
he ordaineth
his arrows
against the persecutors.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
En heeft dodelijkeH4194 wapenenH3627 voor hem gereedH3559 gemaakt; Hij zal Zijn pijlenH2671 tegen de hittige vervolgersH1814 te werk stellen.
En heeft dodelijke wapenen voor hem gereed gemaakt; Hij zal Zijn pijlen tegen de hittige vervolgers te werk stellen.
Ook in dit vers
werk stellenH6466
KJV
Behold, he travaileth
with iniquity,
and hath conceived
mischief,
and brought forth
falsehood.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
ZietH2009, hij is in arbeid van ongerechtigheidH205, en is zwangerH2029 van moeite, hij zal leugenH8267 barenH3205.
Ziet, hij is in arbeid van ongerechtigheid, en is zwanger van moeite, hij zal leugen baren.
Ook in dit vers
arbeidH2254
moeiteH5999
KJV
He made
a pit,
and digged
it, and is fallen
into the ditch
which he made.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Hij heeft een kuil gedolvenH3738, en dien uitgegravenH2658, maar hij is gevallenH5307 in de groeveH7845, die hij gemaakt heeft.
Hij heeft een kuil gedolven, en dien uitgegraven, maar hij is gevallen in de groeve, die hij gemaakt heeft.
Ook in dit vers
kuilH953
KJV
His mischief
shall return
upon his own head,
and his violent
dealing shall come down
upon his own pate.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Zijn moeiteH5999 zal op zijn hoofdH7218 wederkerenH7725, en zijn geweldH2555 op zijn schedelH6936 nederdalenH3381.
Zijn moeite zal op zijn hoofd wederkeren, en zijn geweld op zijn schedel nederdalen.
KJV
I will praise
the LORD
according to his righteousness:
and will sing praise
to the name
of the LORD
most high.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Ik zal den HEERE lovenH3034 naar Zijn gerechtigheidH6664, en den NaamH8034 des HEEREN, des AllerhoogstenH5945, psalmzingenH2167.
Ik zal den HEERE loven naar Zijn gerechtigheid, en den Naam des HEEREN, des Allerhoogsten, psalmzingen.
schiggajòn,
Dit woord komt van een ander Hebr woord dat dwalen betekent; waaruit door sommigen wordt aangenomen dat dit een ongestadig gezang geweest is, springende van den enen toon in den anderen, gebruikt in grote benauwdheid des harten, als de gedachten en bewegingen, door de grootheid van het kruis, van het een op het ander vallen en als verstrooid worden.
Hertaald:
schiggajòn,
Dit woord komt van een ander Hebreeuws woord dat dwalen betekent; waaruit sommigen afleiden dat dit een onrustig gezang geweest is, dat van de ene toon naar de andere sprong, gebruikt in grote benauwdheid van het hart, wanneer de gedachten en gemoedsbewegingen, door de grootte van het lijden, van het ene op het andere vallen en als het ware verstrooid worden.
Cusch,
Wie deze geweest is, is onzeker. Het schijnt dat het een van Sauls hovelingen geweest is, die bij hem groot vertrouwen had, als zijnde ven den stam van Benjamin, waar Saul ook van was. Tegen den bitteren en bloedigen raad van dezen, mitsgaders Sauls vervolging, heeft David dit gebed tot God uitgestort en in gedicht vervat.
Hertaald:
Cusch,
Wie deze geweest is, is onzeker. Het lijkt erop dat het een van Sauls hovelingen geweest is, die bij hem groot vertrouwen genoot, omdat hij van de stam van Benjamin was, waar Saul ook van was. Tegen de bittere en bloeddorstige raad van deze man, en tegen Sauls vervolging, heeft David dit gebed tot God uitgestort en in dicht vervat.
Jemini
Dat is, Benjaminiet. Zie Richt. 19:16 ; 2 Sam. 16:11 .
Hertaald:
Jemini
Dat is: Benjaminiet. Zie Richt. 19:16; 2 Sam. 16:11.
hij mijn
Te weten, Saul, door aanhitsing der boze raadslieden; of hij, dat is, een ieder van hen.
Hertaald:
hij mijn
Namelijk: Saul, aangehitst door boze raadslieden; of hij, dat is: ieder van hen.
ziel
Dat is, mijn persoon en leven.
Hertaald:
ziel
Dat is: mijn persoon en leven.
verscheurende
Hij wil zeggen dat zij hem als leeuwen zullenverscheuren, zo de Heere hem niet intijds verlost.
Hertaald:
verscheurende
Hij wil zeggen dat zij hem zullen verscheuren als leeuwen, als de HEERE hem niet op tijd verlost.
dat gedaan
Waarvan zij mij valselijk beschuldigen, inzonderheid die Cusch.
Hertaald:
dat gedaan
Waarvan zij mij ten onrechte beschuldigen, in het bijzonder die Cusch.
handen
Hebr. palmen.
Hertaald:
handen
Hebreeuws: palmen.
dien,
Of, vredig met mijleefde. Verg. Ps. 55:21 , met de aantekening; en zie van het Hebr. woord dat hier vergelden is overgezet: 2 Kron. 20:11 .
Hertaald:
dien,
Of: vredig met hem leefde. Vergelijk Ps. 55:21, met de aantekening; en zie over het Hebreeuwse woord dat hier met vergelden vertaald is: 2 Kron. 20:11.
dien gered,
Als merkelijk aan Saul gebleken is, dien hij verschoond en bevrijd heeft, als hij in zijne en zijner officieren macht was. Zie 1Sa 24 en 1Sa 26 Anders: ja [indien ik niet] gered heb, enz., enz., in een zin.
Hertaald:
dien gered,
Zoals duidelijk aan Saul gebleken is, die hij gespaard en bevrijd heeft toen hij in zijn macht en die van zijn officieren was. Zie 1 Sam. 24 en 1 Sam. 26. Anders: ja [als ik niet] gered heb, enzovoort, enzovoort, in één zin.
zonder
Of, tevergeefs, ijdelijk; dat is, zonder enige reden, ten onrechte.
Hertaald:
zonder
Of: tevergeefs, zonder grond; dat is: zonder enige reden, ten onrechte.
ziel
Dat is, mijn persoon, gelijk boven Ps. 3:3 .
Hertaald:
ziel
Dat is: mijn persoon, zoals hierboven Ps. 3:3.
vertrede
Dat is, hij doodde mij schandelijk, dat ik in oneer nederliggen.
Hertaald:
vertrede
Dat is: hij doodde mij op schandelijke wijze, zodat ik in oneer neerlig.
eer in
Dat is, verandere mijn eerlijken staat in een verachten. Zie Job 19:9 , en 1 Kon. 16:3 .
Hertaald:
eer in
Dat is: verandere mijn eervolle staat in een verachte. Zie Job 19:9, en 1 Kon. 16:3.
Sela
Zie Ps. 3:3 .
Hertaald:
Sela
Zie Ps. 3:3.
Sta op,
Zie Ps. 3:8 .
Hertaald:
Sta op,
Zie Ps. 3:8.
tot mij;
Of, waak op [en wend u] tot mij; menselijk van God gesproken, als in het voorgaande en volgende. Anders aldus: Waak op voor mij tot het gericht, [dat] Gij bevolen hebt; dat is, om mij recht te doen volgens uw eigen instelling, Gij die een God des gerichts zijt.
Hertaald:
tot mij;
Of: waak op [en wend U] tot mij; op menselijke wijze over God gesproken, zoals in het voorgaande en volgende. Anders zo: waak op voor mij tot het gericht, [dat] U bevolen hebt; dat is: om mij recht te doen volgens Uw eigen instelling, U Die een God van het gericht bent.
bevolen
Of, ingesteld, verordend. Zie 2 Sam. 6:21 .
Hertaald:
bevolen
Of: ingesteld, verordend. Zie 2 Sam. 6:21.
keer dan
Dat is, ga eens weder, als een rechter, op uw hogen troon of rechterstoel zitten, om voor de omstanders openlijk mijne onschuld te verklaren; manieren van spreken, die genomen zijn van wijze, die grote heren gebruiken als zij openlijk gericht houden.
Hertaald:
keer dan
Dat is: keer eens terug, als een rechter, op Uw hoge troon of rechterstoel zitten, om voor de omstanders openlijk mijn onschuld te verklaren; manieren van spreken, ontleend aan wat grote heren doen wanneer zij openlijk gerecht houden.
boven
Of, om hunnentwil. Om de vergadering der omstaande volken.
Hertaald:
boven
Of: om hun wil. Om de vergadering van de omstaande volken.
gerechtigheid,
Dat is, naar de rechtvaardigheid mijner zaak; gelijk dikwijls in dit boek. Zie de verklaring onder Ps. 9:5 .
Hertaald:
gerechtigheid,
Dat is: naar de rechtvaardigheid van mijn zaak; zoals vaak in dit boek. Zie de uitleg bij Ps. 9:5.
beproeft,
Dat is, gedachten en bewegingen onderzoekt en doorgrondt: ene gelijkenis van de goudsmeden, die het goud door vuur beproeven. Alzo Ps. 11:4-5 , en Ps. 17:3 . en elders dikwijls. Zie Job 19:27 .
Hertaald:
beproeft,
Dat is: gedachten en gemoedsbewegingen onderzoekt en doorgrondt: een vergelijking met de goudsmeden, die het goud door vuur beproeven. Zo ook Ps. 11:4-5, en Ps. 17:3, en elders vaak. Zie Job 19:27.
schild
Gelijk Ps. 3:4 .
Hertaald:
schild
Zoals Ps. 3:4.
oprechten
Of, vroomhartigen. Hebr. eigenlijk, de rechte of richtige van hart; gelijk 2 Kron. 29:34 , en in dit boek dikwijls, ook zonder bijvoegsel, rechte, of rechtzinnige, die [gelijk men zegt], rechtuit zijn; gelijk het ook van God en zijne geboden gebruikt wordt. Zie Deut. 32:4 ; Ps. 19:9 , enz. en wijders Job 1:1 .
Hertaald:
oprechten
Of: vroomhartigen. Hebreeuws eigenlijk: de rechte of oprechte van hart; zoals 2 Kron. 29:34, en in dit boek vaak, ook zonder toevoeging: rechte, of oprechte, die [zoals men zegt] rechtuit zijn; zoals het ook van God en Zijn geboden gebruikt wordt. Zie Deut. 32:4; Ps. 19:9, enzovoort en verder Job 1:1.
allen dage
Anders, den gansen dag.
Hertaald:
allen dage
Anders: de hele dag.
toornt
Te weten, tegen, of over de goddelozen; waarop het volgende ziet.
Hertaald:
toornt
Namelijk: tegen, of over de goddelozen; waarop het vervolg doelt.
hij zich
De goddeloze, die mij vervolgt.
Hertaald:
hij zich
De goddeloze, die mij vervolgt.
Hij zijn
God.
Hertaald:
Hij zijn
God.
gespannen
Hebr. getreden; omdat men den voetboog met den voet treedt als men dien wil spannen; alzo elders dikwijls.
Hertaald:
gespannen
Hebreeuws: getreden; omdat men de voetboog met de voet treedt wanneer men die wil spannen; zo ook elders vaak.
dodelijke
Hebr. vaten, gereedschap, instrumenten, of wapenen des doods.
Hertaald:
dodelijke
Hebreeuws: vaten, gereedschap, instrumenten, of wapens van de dood.
voor zich
Dat is, voor zichzelven, om die te gebruiken tegen de goddelozen; of, tegen hem, te weten, den goddelozen, gelijk volgt.
Hertaald:
voor zich
Dat is: voor Zichzelf, om die te gebruiken tegen de goddelozen; of: tegen hem, namelijk de goddeloze, zoals volgt.
hittige
Van het Hebr. woord zie Gen. 31:36 .
Hertaald:
hittige
Over het Hebreeuwse woord zie Gen. 31:36.
hij is
De goddeloze zoekt onrechtvaardig en boos stuk tegen mij in het werk te stellen, woelende als ene vrouw, die in arbeid of barensnood is. Verg. Job 15:35 ; Jes. 59:4 ; Jak. 1:15 .
Hertaald:
hij is
De goddeloze probeert een onrechtvaardige en boosaardige zaak tegen mij op touw te zetten, wroetend als een vrouw die in barensnood is. Vergelijk Job 15:35; Jes. 59:4; Jak. 1:15.
leugen
Dat is een misdracht. De zin is: Het zal een misslag zijn, zijn voornemen zal hem mislukken, het zal zo ijdel en nietig zijn als een leugen, waarmede tekortkomt die zich daarop verlaat. Verg. Ps. 4:3 . Sommigen verstaan hier door leugen valsheid en bedrog.
Hertaald:
leugen
Dat is een misdracht. De betekenis is: het zal een misslag zijn, zijn voornemen zal hem mislukken, het zal zo ijdel en nutteloos zijn als een leugen, waardoor tekortkomt wie zich erop verlaat. Vergelijk Ps. 4:3. Sommigen verstaan hier onder leugen valsheid en bedrog.
groeve,
Het Hebr. woord betekent eigenlijk verderving, verrotting, en voorts groef, gracht, enz., waarin iets verderft en verrot.
Hertaald:
groeve,
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk verderf, verrotting, en verder groeve, gracht, enzovoort, waarin iets vergaat en verrot.
hoofd
Zie Richt. 9:24 .
Hertaald:
hoofd
Zie Richt. 9:24.
zijn geweld
Dat hij mij aandoet.
Hertaald:
zijn geweld
Dat hij mij aandoet.
nederdalen
Het zal hem van boven, door Gods rechtvaardig oordeel en regering, overkomen, wat hij mij meende te doen.
Hertaald:
nederdalen
Het zal hem van boven overkomen, door Gods rechtvaardig oordeel en bestuur, wat hij mij van plan was aan te doen.
gerechtigheid
Die Hij bewijst in het verlossen van mij, [die onschuldig ben] en in het straffen mijner boze vijanden.
Hertaald:
gerechtigheid
Die Hij bewijst in het verlossen van mij, [die onschuldig ben] en in het straffen van mijn boze vijanden. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Een Benjaminiet, over wiens woorden (een verder onbekende belastering of aanklacht tegen David) Psalm 7 gedicht is; verder is er niets van hem bekend (opschrift Ps. 7). Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas "HEERE, mijn God, op U betrouw ik; verlos mij van al mijn vervolgers" (Ps. 7:2). Wat volgt is opmerkelijk: David roept een vloek over zichzelf af voor het geval de beschuldiging waar is. "Indien ik dat gedaan heb, indien er onrecht in mijn handen is" (Ps. 7:4), dan mag de vijand hem achterhalen en zijn eer in het stof doen wonen (Ps. 7:6). Hij vraagt God dus niet om partij te kiezen maar om recht te doen: "richt mij, HEERE, naar mijn gerechtigheid" (Ps. 7:9). Daarbij spreekt hij God aan als Degene "Die harten en nieren beproeft" (Ps. 7:10). Van God wordt gezegd dat Hij een rechtvaardige Rechter is (Ps. 7:12). En het einde van de kwaaddoener wordt getekend met een oud beeld: "Hij heeft een kuil gedolven, en dien uitgegraven, maar hij is gevallen in de groeve, die hij gemaakt heeft" (Ps. 7:16). Bijbelse betekenis: Het beroep op de eigen gerechtigheid in Ps. 7:9 moet zorgvuldig gelezen worden. David zegt niet dat hij zonder zonde is; hij zegt dat hij in déze zaak onschuldig is, en dat is iets anders. Wie vals beschuldigd wordt, mag dat voor God uitspreken. Merk op dat hij zich uitdrukkelijk laat onderzoeken (Ps. 7:10). Harten en nieren staan in de Schrift voor het diepste van de mens, voor wat een ander niet ziet en hijzelf niet altijd; juist daar nodigt hij God uit. Let ten slotte op Ps. 7:16. De kuil keert zich tegen de graver, en dat is in de Schrift een vaste orde; wie kwaad opzet, werkt in de eerste plaats aan zijn eigen val. Typologie: De verhoogde Christus spreekt over Zichzelf met de woorden van deze psalm: "dat Ik het ben, Die nieren en harten onderzoek" (Op. 2:23). Ps. 7:2-17; Op. 2:23 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Indien hij zich niet bekeert, zo zal Hij Zijn zwaard wetten; Hij heeft Zijn boog gespannen, en die bereid. Psalm 7:13 Wanneer God zegt: ’’Indien hij zich niet bekeert,… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" God zei tegen Jona: ‘Bent u terecht in woede ontstoken?’ Jona 4:9 Woede is niet altijd zondig, maar het is wel… Een preek uitgesproken op zondagmorgen 7 december 1856, door C.H. Spurgeon, in de Music Hall, Royal Surray Gardens. Indien hij zich niet bekeert, zo zal Hij Zijn zwaard… 9 De HEERE zal den volken recht doen; richt mij, HEERE, naar mijn gerechtigheid, en naar mijn oprechtigheid, die bij mij is. 10 Laat toch de boosheid der goddelozen… 1 Davids Schiggajon, dat hij den HEERE gezongen heeft, over de woorden van Cusch, den zoon van Jemini. 2 HEERE, mijn God, op U betrouw ik; verlos mij… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 7
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Namen
Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Onmiddelijke bekering
Bent u terecht in woede ontstoken?
Bekeren of verteren
Psalm 7:9-18
Psalm 7:1-8


Psalmen 7
Psalmen 7:13.KruisverwijzingenPsalmen 45:5→Deuteronomium 32:42→Psalmen 11:2→Klaagliederen 3:12→Deuteronomium 32:23→Psalmen 64:3→2 Thessalonicenzen 1:6→Openbaring 16:6→
— Indien hij zich niet bekeert, zo zal Hij Zijn zwaard wetten; Hij heeft Zijn boog gespannen, en dien bereid.
Dit boze geslacht heeft zich ingespannen om God het zwaard van Zijn gerechtigheid te ontnemen. Zij hebben getracht zichzelf te bewijzen dat God de schuldige onschuldig houden zal en de ongerechtigheid helemaal niet straffen zal. Tweehonderd jaar geleden was de heersende toon van de kansel er een van verschrikking. Hij donderde de vreselijke toorn van God uit; en van de lippen van een Baxter of een Bunyan hoorde men allerverschrikkelijkste preken, tot de rand toe vol waarschuwingen voor het toekomende oordeel. Misschien zijn sommige van de puriteinse vaderen te ver gegaan en hebben zij in hun bediening een te grote plaats gegeven aan de verschrikkingen des Heeren.
Maar de eeuw waarin wij leven heeft getracht die verschrikkingen geheel te vergeten; en als wij het wagen mensen te zeggen dat God hen om hun zonden straffen zal, dan wordt ons verweten dat wij hen de godsdienst in willen dwingen. En als wij onze hoorders getrouw en eerlijk zeggen dat de zonde een zeker verderf na zich moet slepen, dan zegt men dat wij trachten hen tot goedheid te verschrikken. Het deert ons niet wat mensen ons spottend toedichten. Wij achten het onze plicht mensen, wanneer zij zondigen, te zeggen dat zij gestraft zullen worden; en zolang de wereld haar zonde niet wil opgeven, gevoelen wij dat wij niet met onze waarschuwingen mogen ophouden.
Maar de roep van deze eeuw is dat God barmhartig is, dat God liefde is. Ja — wie heeft gezegd dat Hij dat niet is? Maar gedenk: het is evenzeer waar dat God rechtvaardig is, streng en onbuigzaam rechtvaardig. Was Hij niet rechtvaardig, dan zou Hij God niet zijn. En Hij zou niet barmhartig kunnen zijn als Hij niet rechtvaardig was, want de bestraffing van de goddelozen wordt geëist door de hoogste barmhartigheid jegens de rest van het menselijke geslacht.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Davids Schiggajôn, klaagzang, een in zeer hevige beweging, met snelle afwisseling der sterkste aandoeningen gesproken en ook zo voorgedragen lied 1) (Dithyrambus), dat hij den HEERE gezongen heeft over (van wege) de lasterlijke woorden van Cusch 2), den zoon van Jemini, den Benjaminiet.
Alzo wordt het woord verklaard door Geier, Delitzsch, Staten-Overz., enz. Het stamwoord Schagah betekent “dwalen”, de uitdrukking komt ook in het opschrift Habakuk 3: 1 voor, welke Schmieder in v. Gerlach’s Bijbel terecht omschrijft, op de wijze van een storm-, strijden triomflied. Anderen nemen het woord op, als aanduidende den inhoud en vertalen het “dwaling”, zodat daarmee een lied zou bedoeld zijn, dat betrekking heeft op de dwalingen en misstappen der goddelozen; in Hab. 3: 1 echter het gebed van den profeet, dat op de zonden en misstappen, hetzij van de Judeërs of van de Chaldeërs, betrekking heeft.
Een zekere, in de geschiedboeken van het O.Testament niet verder vermelde, Benjaminiet, die in het hart van Saul door zijn lasteren, haat en argwaan tegen David strooide, ook nadat de koning reeds een bewijs van zijne onschuld ontvangen had (1 Samuel 24). Anderen nemen het op als een volksnaam = Ethiopiër, maar ten onrechte. Luther vertaalt het “Moor” en wil er een mens met een zwart, onverbeterlijk hart onder verstaan. Dat hiermede Saul bedoeld zou zijn, met zinspeling op den naam van diens vader Kis, en deze Cuschiet zwarte zou genoemd worden, komt niet met Davids gewoonte overeen, die nooit den Gezalfde des Heeren beschimpt, maar hem steeds geëerd heeft. Anderen denken, dat hier Simeï bedoeld is, van wien wij in 2 Samuel 16: 5-13 lezen. Dit is echter ook onzeker. Meer waarschijnlijk is het noch Saul, noch Simeï geweest, maar een vriend van Saul, Kus geheten. Den tijd der vervaardiging stellen wij in de 1 Samuel 24 en 26 vv. beschrevene periode van Davids leven. In dezen Psalm wisselen angstig en onrust weerstandbiedend zelfvertrouwen, zegevierend verheffen, getroost vertrouwen en profetische verzekerdheid elkaar af. 2. Aan den vorigen Psalm, die met een diepe klacht begint en met een vrolijk zegelied eindigt, sluit zich een nieuwe klaagzang van David aan, uit den tijd, toen Sauls vervolgingen tegen hem op nieuw begonnen, hoewel hij zijn leven had gespaard en Saul met ede beloofd had, hem niet meer te zullen vervolgen. (1 Samuel 24). Ook bij deze nieuwe vervolging betoonde hij zijne edelmoedigheid jegens den vervolger, en bracht hij zijn hart voor een ogenblik in ontroering (1 Samuel 26); toch wist hij, dat hiermede de macht der duisternis geenszins in Sauls hart overwonnen was, en dat voor hem van den Heere alleen hulp hen komen. Hij dacht er daarom ook niet aan, naar Sauls huis terug te keren, maar verwijderde zich spoedig met zijne 600 mannen uit het Joodse land. Dit laatste was een misstap, die uit kleinmoedigheid voortsproot, voor welke hij herstelling in het gebed van den vorigen Psalm zoekt; het eerste was daarentegen verstandig en wijs gehandeld, en vindt zijne rechtvaardiging in hetgeen de voor ons liggende Psalm uitspreekt, dat namelijk alleen door het gericht Gods, die aan de boosheid der goddelozen een einde maakt, de rechtvaardige mag worden verheven.
I. Vs. 2-6.Kruisverwijzingen1 Samuël 24:11→Psalmen 44:23→Jesaja 38:13→Psalmen 50:22→1 Samuël 24:7→Psalmen 3:7→Psalmen 35:23→Psalmen 59:3→
— HEERE, mijn God, op U betrouw ik; verlos mij van al mijn vervolgers, en red mij. Opdat hij mijn ziel niet rove als een leeuw, verscheurende, terwijl er geen verlosser is. HEERE, mijn God, indien ik dat gedaan heb, indien er onrecht in mijn handen is; Indien ik kwaad vergolden heb dien, die vrede met mij had; (ja, ik heb dien gered die mij zonder oorzaak benauwde!) Zo vervolge de vijand mijn ziel, en achterhale ze, en vertrede mijn leven ter aarde, en doe mijn eer in het stof wonen! Sela.
Van de mensen, zijne vervolgers, wendt zich de zanger tot den Almachtigen God, en terwijl hij des Heeren hulp vraagt, betuigt hij een rein geweten te hebben.
HEERE, mijn God, niet op menselijke gevoelens en beloften (1 (Samuel 26: 21), op U betrouw ik; verlos mij, help mij van al mijne vervolgers 1) en red mij.
David spreekt hier van vervolgers in het meervoud, en in vs. 3 van hij in het enkelvoud. Maar immers, in den koning trad het gehele volk tegen hem op. Met zijn heirleger van soldaten trad Saul op tegen den man naar Gods hart. En daarom, waar hij in het eerste vers zijne vervolgers als voor zich ziet, daar zijn die allen in het tweede vers in Saul als het ware verenigd.
Opdat hij Saul, mijne ziel, mijn leven mij niet ontneme, waarnaar hij zo bloeddorstig jaagt, en het niet roven, vaneen rijte als een leeuw, verscheurende, terwijl er geen verlosser is; Gij toch zijt de enige. Wanneer wij Gode ere geven en gene steunsels nevens Hem zoeken, waarop wij ons zouden verlaten, zo toont Hij ons en laat Hij ons ondervinden, dat wij ook niets anders behoeven, maar dat Hij ons genoegzaam is.
HEERE, mijn God! indien ik dat gedaan heb; gelijk ik beschuldigd wordt door de raadgevers van Saul, die met zijne duizenden mij als enen verrader vervolgt, indien er enig ander onrecht van dien aard in mijne handen is 1), gelijk men van mij zegt (1 (Samuel 26: 18);
David spreekt niet van zijne edelmoedigheid jegens Saul, om iets verdienstelijks voor God te brengen, maar wel, omdat het vertrouwen in het gebed noodzakelijk toeneemt, als men weet, dat men in ene rechtvaardige zaak en met een onbevlekt geweten voor den heiligen God treedt; daarom roept hij God en tevens zichzelven de rechtvaardigheid van zijne zaak voor den geest.
Indien ik, in dien tijd, toen ik nog aan des konings hof was, kwaad vergolden heb dien, die vrede met mij had 1), aan mijne vrienden; (ja ik heb daarna, toen men mij ten dode vervolgde, dien gered, die mij zonder oorzaak benauwde 2)!
David doelt hier op zijne verhouding tegenover Saul als de beste weerlegging van de tegen hem uitgestrooide verwijtingen; terwijl hij echter de betuiging zijner onschuld geheel algemeen uitspreekt, bewijst hij dat zijn gedrag tegenover Saul niet iets was dat alleen stond, maar dat in zijne handelwijze geworteld was.
In het Hebr. Waächaltsah tsoreri rekam. Beter: en mijn wederpartijders zonder reden heb beroofd. De zin gaat toch in het tweede gedeelte door. En daarop volgt dan in vs. 6: Zo vervolge enz. David is er van overtuigd, en daarom kan hij zo spreken, dat hij aan het hof van Saul niet onbillijk, niet onrechtvaardig heeft gehandeld tegenover hen, die zich nu als zijne tegenpartijen openbaren.
Zo vervolge de vijand mijne ziel 1) ten allen tijde, gelijk hij het heden doet, en ik zal erkennen, dat het verdiend is, en hij achterhale ze, en vertrede mijn leven ter aarde; dan zal ik niet meer om redding bidden (vs. 2 vv.), en hij doe mijne eer, mijne ziel, die als hetgeen hem boven de dieren verheft, zijn sieraad is (Psalm 16: 9; 30: 13; 57: 9; 108: 2 stof des doods (Psalm 22: 16) wonen. Sela. (Psalm 3: 3).
Ziel is hier in den zin van, leven, het natuurlijke leven, niet het geestelijk leven. David wil zeggen, dat, indien het waar is, dat hij kwaad met goed had vergolden, hij zich er niet tegen zal verzetten, dat de vijand zijn leven neme. Maar zo zeker is hij ervan, dat dit niet het geval is, dat hij in het volgende vers den Heere oproept, om hem van zijn benauwers te verlossen. 7.
II. Vs. 7-10.KruisverwijzingenPsalmen 96:13→Romeinen 14:10→Jeremia 11:20→Openbaring 2:23→Psalmen 98:9→1 Kronieken 28:9→Psalmen 37:23→Psalmen 125:4→
— Sta op, HEERE, in Uw toorn, verhef U om de verbolgenheden mijner benauwers, en ontwaak tot mij; Gij hebt het gericht bevolen. Zo zal de vergadering der volken U omsingelen; keer dan boven haar weder in de hoogte. De HEERE zal den volken recht doen; richt mij, HEERE, naar mijn gerechtigheid, en naar mijn oprechtigheid, die bij mij is. Laat toch de boosheid der goddelozen een einde nemen, maar bevestig den rechtvaardige, Gij, Die harten en nieren beproeft, o rechtvaardige God!
Door den schrik over het onrecht en de boosheid aangegrepen, welke vrij op deze aarde woelen mogen, terwijl toch een heilig God over haar heerst, wien geen goddeloze welgevallig is, roept David met een hartroerend hulpgeschrei de Goddelijke gerechtigheid op, om haar ambt op aarde te vervullen.
Sta op, HEERE! bestijg Uw rechterstoel in Uwen toornen laat de vijanden niet langer zo ongehinderd voortgaan, verhef U om de verbolgendheden mijner benauwers, en ontwaak tot mij; hebt Gij tot hiertoe u gehouden, alsof Gij sliept, sta op; Gij hebt het gericht bevolen, Gij hebt zelf de handhaving van het recht bevorderd, hoe zoudt Gij dan het recht met voeten kunnen laten treden?
Zo zal de vergadering der volken U omsingelen 1); keer dan boven haar weer in de hoogte
.
De dichter stelt hier de schare der volken voor als omringende den troon, den rechterstoel Gods. Beter is het dan ook te vertalen: De vergadering der volken omringen U. Het tweede gedeelte duidt aan, dat de rechtshandel is afgelopen en de Heere als overwinnaar weer naar Boven stijgt.
Daar de bijzondere, richtende werkzaamheid Gods slechts een uitvloeisel der algemene is, zo bidt de zanger vooreerst, dat de laatste zich ontvouwe. “Gij hebt het gericht bevolen: zo kom dan tot het wereldgericht, en richt ook tussen mij en mijne vijanden.” De inkleding van deze is ontleend aan de in het Oosten heersende wijze van recht spreken, waar de koning, omgeven door de menigte van strijdende partijen, den troon bestijgt en dan recht spreekt. De Heere zal dan van Zijnen hogen zetel in den hemel nederdalen en rondom zich alle volken der aarde verzamelen; na het gerecht gehouden te hebben keert hij echter naar den hemel terug (Genesis 17: 22).
De HEERE zal den volken recht doen 1): richt mij HEERE! naar mijne gerechtigheid; en naar mijne oprechtheid, die bij mij is 2).
De dichter wordt hier Profeet. Hij voorspelt het hier, dat de Heere de volken recht zal doen en richten. Hij had gebeden, dat de Heere Zich als Rechter mocht openbaren, hier vraagt hij, dat het waarlijk zo zal geschieden. God is niet alleen de bestuurder der wereld, maar ook de rechter der wereld, en als zodanig is het volkomen waar, dat de geschiedenis der wereld, het gericht der wereld is. God spreekt en God openbaart Zich in de geschiedenis, zowel in die van het enkele mensenleven, als in die van het leven der volken. De toekomst des Heeren is dan ook niet anders dan de eindstrofe van Zijn rechten der wereld al de eeuwen door.
Wanneer iemand vrede met God gemaakt heeft ten opzichte van alle zijne zonden en dit op grond van vrije genade, door het offer van den Middelaar, dan kan hij met betrekking tot zijne vijanden, in een bijzonder geval, zich op Gods rechtvaardigheid ter beslissing beroepen.
Laat toch de boosheid der goddelozen, die in Saul hunnen vertegenwoordiger hebben, een einde nemen, maar bevestig den rechtvaardige, mij met al degenen, die zich rondom mij verzameld hebben (1 (Samuel 27: 7), Gij, die a) harten en nieren beproeft, o rechtvaardige God! 1) Gij alleen, die het binnenste doorziet, zijt in staat om naar eis U rechtvaardig in den toorn of rechtvaardig in genade te bewijzen.
1 Kronieken 28: 9. Jer. 11: 20; 17: 10; 20: 12.
Voor zover wij een onbevoordeeld geweten voor ons hebben, wanneer wij onrechtvaardig benadeeld of belasterd worden, zo mogen wij onder het lezen of zingen van deze verzen, ons beroepen op den rechtvaardigen God, en wél verzekerd zijn, dat Hij onze rechtvaardige zaak, als de Zijne zal aannemen en vertrouwen, en eens ten zekere dage, vooral op den laatsten dag des oordeels, ons recht zal doen voortschijnen, als het licht op den middag.
11.
III. Vs. 11-14.KruisverwijzingenJakobus 1:15→Job 15:35→Deuteronomium 32:41→Psalmen 94:15→Nahum 1:2→Nahum 1:6→Psalmen 45:5→Jesaja 33:11→
— Mijn schild is bij God, Die de oprechten van hart behoudt. God is een rechtvaardige Rechter, en een God, Die te allen dage toornt. Indien hij zich niet bekeert, zo zal Hij Zijn zwaard wetten; Hij heeft Zijn boog gespannen, en dien bereid. En heeft dodelijke wapenen voor hem gereed gemaakt; Hij zal Zijn pijlen tegen de hittige vervolgers te werk stellen.
Met een rustiger geworden gemoed, zegt hierop David zelf, dat, hoewel menselijke kleinmoedigheid het ook anders mene, toch de gerichten Gods iederen dag nieuw zijn, en wanneer Hij met deze toeft, dit slechts geschiedt, om te wachten, of de mens zich bekere.
Mijn schild is bij God 1); Hij heeft het op Zich genomen, mij als een schild te bedekken, Hij, die de oprechten van hart 1) behoudt, die allen, welke zich aan Hem met een oprecht hart hebben toegewijd, een getrouw Heiland is.
Het is niet te verwonderen, dat David met zijne gebeden zijne overdenkingen vermengt, waardoor hij zich met vertrouwen bezielt. Want hoe snel zij ook tot God opstijgen, terstond zinkt onze levendigheid in, of neigt zij tot slapheid, indien zij niet nieuwe krachten verzamelt.
Hiermede wil de man naar Gods hart zeggen, dat hij gedragen wordt door de almachtige bescherming van zijn Verbonds-God. En van daar, dat hij niet alleen veilig is onder de hoede van zijn God, maar ook zeker, dat de Heere zijne vijanden zal verdelgen.
Zo even heeft David in het vorige vers gezegd, dat de Heere de harten en nieren proeft, dat Hij dus let op de innerlijke gesteldheid van den mens, op zijne aandoeningen en zijne begeerten. Welnu, David schroomt dit onderzoek en beproeven niet, want hij is zichzelven bewust, dat de uitgangen van zijn hart, dat de begeerten zijner ziele uitgaan naar den Heere, en naar Zijn Met, naar Zijn dienst. Oprechten van harte is een andere uitdrukking voor, rechtvaardigen.
Indien hij, tegen wien des Heeren toorn zich openbaart,zich niet bekeert, tegen Gods wens en bedoeling met dat sparen en openbaren van Zijnen toorn handelt, zo zal Hij Zijn zwaard wetten, zich gereed maken om plotseling ten verderve te komen, Hij heeft zijn boog gespannen en dien bereid, dien reeds aangelegd.
En heeft dodelijke wapenen voor hem gereed gemaakt 1); Hij zal Zijne pijlen tegen de hittige vervolgers te werk stellen 2), met ontbrandbare stoffen omwikkeld, gelijk de belegeraars doen, om wat de pijlen treffen in vlammen te zetten.
De profeet neemt uit ene grof menselijke gelijkenis lering, opdat de goddelozen verschrikt worden; want hij spreekt tegen onverstandige en verstokte mensen, die den ernst van het Goddelijk gericht, waarvan hij te voren gesproken heeft, niet willen verstaan, tenzij het hun onder de gelijkenis van menselijken ernst aangetoond worde.
Het is opmerkelijk, dat bij Sauls dood werkelijk de boog en het zwaard te zamen hun aandeel hadden (1 Samuel 31: 3 vv.).
In het Hebr. Chitsaw ledolekim jifâl. Beter: Hij maakt Zijne pijlen brandend. Zwaard en boog zijn de wapenen van de Oosterlingen, en hier zijn ze beelden van oorlog en pestilentie. De hoog, waarmee de pijlen worden afgeschoten, is hier niet de handboog, maar die, welke met de voeten wordt getreden en opgetrokken, waardoor de pijlen sneller en met meer kracht worden voortgedreven. 15.
IV. Vs. 15-18 KruisverwijzingenJob 4:8→Psalmen 9:2→Esther 9:25→Psalmen 71:15→Psalmen 35:7→Psalmen 119:85→Psalmen 141:10→Spreuken 26:27→
— Ziet, hij is in arbeid van ongerechtigheid, en is zwanger van moeite, hij zal leugen baren. Hij heeft een kuil gedolven, en dien uitgegraven, maar hij is gevallen in de groeve, die hij gemaakt heeft. Zijn moeite zal op zijn hoofd wederkeren, en zijn geweld op zijn schedel nederdalen. Ik zal den HEERE loven naar Zijn gerechtigheid, en den Naam des HEEREN, des Allerhoogsten, psalmzingen.
Heeft de Psalmist in het vorig gedeelte zijnen persoonlijken geest geopenbaard, in den wens naar bekering van al zijne vijanden. zo heeft hij toch tevens reeds te kennen gegeven, dat de hoop daarop ene vergeefse is. Zo ziet nu tenslotte zijn oog in de toekomst, daar merkt hij op, hoe de verharde booswicht, die zich niet wil bekeren, zijn eigen rechter en beul zal zijn.
Ziet a), hij, die mij nu nog vervolgt, is in arbeid van ongerechtigheid, heeft boosheid in den zin, en is zwanger van moeite, van ellende, die hij over mij wil brengen; hij zal leugen baren 1), hij zal zich jammerlijk bedriegen en het slachtoffer zijner eigene boosheid worden.
Job 15: 35. Jes. 59: 4.
David beschrijft den goddeloze als iemand, die zijn eigen val, zijn eigen schande en zijn eigen straf uitwerkt. Als iemand, die meer arbeid doet, om zijn ondergang te berokkenen, dan het hem kosten moest en zou als hij zijne behoudenis, welstand en zaligheid wilde bevorderen. Eerst bezigt hij het heel d van een barende vrouw, die een misdracht ter wereld brengt, daarna dat van een werkman, die een harden arbeid doet, om een put te graven, in welken hij zelf neervalt en omkomt. Dit geldt voornamelijk hen, die tegen Gods, volk alle kwaad berokkenen, en zich aan hun of in het leed van hun naaste zich verlustigen.
a) Hij heeft enen kuil gedolven, en dien uitgegraven1), dien zeer diep gemaakt, maar hij is gevallen in de groeve, die hij gemaakt heeft.
Joh 4: 8. Psalm 9: 16; 10: 2; 35: 7 vv.; 57: 7. Zie, hoe juist hij den woedenden toorn uitdrukt, dat hij niet slechts zegt: “hij heeft enen kuil gedolven,” maar er bijvoegt: “en die uitgegraven.” Zo leggen zij er zich op toe, om dien kuil te graven en het gat te maken; alles beproeven zij, alles zoeken zij om den onschuldige te verderven en maken het zo zij kunnen; zo deden de Joden: hoewel zij zich haastten Christus te doden en al hun streven daarheen gericht was toch waren zij niet tevreden, dat Hij een gewonen dood stierf, maar brachten zij te weeg, dat Hij door den allerschandelijksten dood omkwam.
Zijne moeite, die hij gedaan heeft om anderen te doen omkomen, zal op zijn eigen hoofd wederkeren, gelijk een steen, op het hoofd nedervalt van dien, die hem in de hoogte geworpen heeft, en zijn geweld, dat hij tegen zijnen naaste bedreven heeft, zal op zijnen schedel nederdalen, zodat het hem verplettert 1).
In ontelbare gevallen vlechten zich de goddelozen hun eigene gesels en komen zij door hun eigenen misdaden om, gelijk Luther zegt: “Van waar zou ook God zo vele strikken krijgen, om alle dieven te hangen, wanneer zij het zich zelven niet deden, en gelijk de profeet (Jes. 1:
zegt: “De sterke zal wezen tot grof vlas en zijn werkmeester tot ene vonk, en zij zullen beiden te zamen branden en er zal geen uitblusser wezen.”.
Ik zal reeds nu, hoewel zulk ene openbaring van God als den Almachtigen en genadigen Rechter nog in de toekomst is, den HEERE loven naar Zijne gerechtigheid, waarmee Hij de aarde bestuurt, en ik zal den naam des HEEREN, des Allerhoogsten psalmzingen; ik zal de grote deugden Gods met snarenspel verheffen. Dewijl tot dat doel God de zijnen bevrijdt, opdat zij Hem hun beste offeranden des lofs zouden toebrengen, verzekert David hier, dat Hij voor de ontvangene bevrijding dezen dank zal toebrengen, en tegelijk bevestigt hij, dat het volstrekt niet twijfelachtig is of duister, dat het een werk Gods is, dat hij van den dood is verlost. Hij zou toch niet in waarheid en van harte aan God den lof van zijn redding toeschrijven, indien hij niet werkelijk er van overtuigd was geweest, dat hij op aarde op bovenmenselijke wijze was bewaard. Waarom hij niet slechte verzekert, dat hij aan zijn Bevrijder dankbaarheid verschuldigd is, maar in hoofdzaak verzekert hij, wat hij in den gehelen Psalm heeft uitgesproken, dat hij het leven aan Gods genade is verschuldigd, dewijl Hij niet had toegelaten, dat hij door Saul was vernietigd. De rechtvaardigheid Gods wordt op deze plaats voor Zijn trouw genomen, welke Hij toont aan Zijne dienstknechten in het beschermen van hun leven. God houdt niet Zijne rechtvaardigheid innerlijk verborgen, maar doet die te voorschijn komen tot ons nut, wanneer Hij ons tegen alle onrechtvaardig geweld verdedigt en van onderdrukking bevrijdt. Ja, ofschoon wij door de goddelozen worden bestreden, toch bewaart Hij ons ongeschonden.
Hier ziet men, dat hij in het begin waarheid gesproken heeft, toen hij zei: “Heere, mijn God! op U betrouw ik,” want terwijl wij aan anderen ontelbare malen den dank schuldig blijven, nadat wij ontvangen hebben, brengt David den dank, nog voordat hij ontvangen heeft, en zingt hij des Allerhoogsten lof, terwijl zijn tegenwoordige toestand nog eigenlijk die der klaagliederen is.
Gezegende Heiland! in vervolging, in lijden, in lastering hebt Gij altijd nog den voorrang. O! welk ene genade, op den weg der beproeving U te zien, die Uwe Kerk en Uw volk voorgaat en den weg door uw eigen vlekkeloos voorbeeld tekent. Door welk ene zachtmoedigheid was Uw weg gekenmerkt. Laat onder alle vervolgingen, welke in onze kleinere beproevingen onzen weg kenmerken, een oog op Jezus ons bemoedigen en onze harten vertroosten.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel