Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een psalmH4210 van DavidH1732, als hij wasH1961 in de woestijnH4057 van JudaH3063.
Een psalm van David, als hij was in de woestijn van Juda.
KJV
[[A Psalm1
of David,2
when he was in the wilderness4
of Judah.]]5
O God,
thou art my God;
early will I seek
thee: my soul
thirsteth
for thee, my flesh
longeth
for thee in a dry
and thirsty
land,
where no
water
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
O God! Gij zijt mijn God! ik zoekH7836 U in den dageraad; mijn zielH5315 dorstH6770 naar U; mijn vleesH1320 verlangtH3642 naar U, in een landH776, dorH6723 en matH5889, zonder waterH4325.
O God! Gij zijt mijn God! ik zoek U in den dageraad; mijn ziel dorst naar U; mijn vlees verlangt naar U, in een land, dor en mat, zonder water.
Ook in dit vers
GodH410
GodH430
KJV
To see
thy power
and thy glory,
so as I have seen
thee in the sanctuary.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Voorwaar, ik heb U in het heiligdomH6944 aanschouwdH2372, ziendeH7200 Uw sterkheidH5797 en Uw eerH3519;
Voorwaar, ik heb U in het heiligdom aanschouwd, ziende Uw sterkheid en Uw eer;
KJV
Because thy lovingkindness
is better
than life,
my lips
shall praise
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
WantH3588 Uw goedertierenheidH2617 is beterH2896 dan het levenH2416; mijn lippenH8193 zouden U prijzenH7623.
Want Uw goedertierenheid is beter dan het leven; mijn lippen zouden U prijzen.
KJV
Thus will I bless
thee while I live:4
I will lift up
my hands
in thy name.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
AlzoH3651 zou ik U lovenH1288 in mijn levenH2416; in Uw NaamH8034 zou ik mijn handenH3709 opheffenH5375.
Alzo zou ik U loven in mijn leven; in Uw Naam zou ik mijn handen opheffen.
KJV
My soul
shall be satisfied
as with marrow
and fatness;
and my mouth
shall praise
thee with joyful
lips:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Mijn zielH5315 zou als met smeerH2459 en vettigheidH1880 verzadigdH7646 worden, en mijn mondH6310 zou roemenH1984 met vrolijk zingendeH7445 lippenH8193.
Mijn ziel zou als met smeer en vettigheid verzadigd worden, en mijn mond zou roemen met vrolijk zingende lippen.
KJV
When I remember
thee upon my bed,
and meditate
on thee in the night watches.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Als ik Uwer gedenkH2142 op mijn legerstedeH3326, zo peinsH1897 ik aan U in de nachtwakenH821.
Als ik Uwer gedenk op mijn legerstede, zo peins ik aan U in de nachtwaken.
KJV
Because thou hast been my help,
therefore in the shadow
of thy wings
will I rejoice.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
WantH3588 Gij zijt mij een hulpH5833 geweestH1961; en in de schaduwH6738 Uwer vleugelenH3671 zal ik vrolijk zingenH7442.
Want Gij zijt mij een hulp geweest; en in de schaduw Uwer vleugelen zal ik vrolijk zingen.
KJV
My soul
followeth hard
after
thee: thy right hand
upholdeth
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Mijn zielH5315 kleeftH1692 U achteraan; Uw rechterhandH3225 ondersteuntH8551 mij.
Mijn ziel kleeft U achteraan; Uw rechterhand ondersteunt mij.
Ook in dit vers
chteraanH310
KJV
But those that seek
my soul,2
to destroy
it, shall go
into the lower parts
of the earth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Maar dezen, dieH1992 mijn zielH5315 zoekenH1245 tot verwoestingH7722, zullen komenH935 in de onderste plaatsen der aardeH776.
Maar dezen, die mijn ziel zoeken tot verwoesting, zullen komen in de onderste plaatsen der aarde.
Ook in dit vers
onderste plaatsenH8482
KJV
They shall fall
by the sword:
they shall be a portion
for foxes.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Men zal hen stortenH5064 door het geweldH3027 des zwaardsH2719; zijH1961 zullen de vossenH7776 ten deelH4521 worden.
Men zal hen storten door het geweld des zwaards; zij zullen de vossen ten deel worden.
KJV
But the king
shall rejoice
in God;
every one that sweareth
by him shall glory:
but the mouth
of them that speak
lies
shall be stopped.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Maar de koningH4428 zal zich in GodH430 verblijdenH8055; een iegelijkH3605, die bijH5921 Hem zweertH7650, zal zich beroemenH1984; wantH3588 de mondH6310 der leugensprekersH1696 zal gestoptH5534 worden.
Maar de koning zal zich in God verblijden; een iegelijk, die bij Hem zweert, zal zich beroemen; want de mond der leugensprekers zal gestopt worden.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Juda
Gevlucht voor Saul. Zie 1 Sam. 22:5 , en 1 Sam. 24:14-15 .
Hertaald:
Juda
Gevlucht voor Saul. Zie 1 Sam. 22:5, en 1 Sam. 24:14-15.
zoek U
Om U aan te roepen.
Hertaald:
zoek U
Om U aan te roepen.
dageraad;
Dat is, vroeg, met ijver en bijzondere begeerte. Zie Job 7:21 , en Ps. 78:34 ; Spr. 1:28 ; Hos. 5:15 ; Luc. 21:38 .
Hertaald:
dageraad;
Dat is: vroeg, met ijver en bijzonder verlangen. Zie Job 7:21, en Ps. 78:34; Spr. 1:28; Hos. 5:15; Luk. 21:38.
U
Dit wordt in het volgende vs.3 verklaard.
Hertaald:
U
Dit wordt in het volgende vers 3 uitgelegd.
verlangt
Anders, is verdroogd; te weten, van dorst. Sommigen menen dat het Hebr. woord [dat hier alleenlijk gevonden wordt] betekent heethongerig te zijn naar spijs, gelijk in het voorgaande van dorsten gesproken is.
Hertaald:
verlangt
Anders: is verdroogd, namelijk van dorst. Sommigen menen dat het Hebreeuwse woord, dat alleen hier voorkomt, betekent: hevige honger naar voedsel hebben, zoals er hiervoor over dorst gesproken is.
dor
Gelijk de woestijnen gemeenlijk droog en waterloos zijn; Ex. 17:1 ; Num. 20:1-2 ; Ps. 107:33 , Ps. 107:35 ; Jer. 2:6 .
Hertaald:
dor
Zoals de woestijnen gewoonlijk droog en zonder water zijn; Ex. 17:1; Num. 20:1-2; Ps. 107:33, Ps. 107:35; Jer. 2:6.
mat,
Of, vermoeid, dat is dorstig; alzo wordt het land genoemd, vermits gebrek aan water, waarop de dorst volgt. Sommigen verstaan dat David van zichzelven spreekt dat hij, gelijk een vermoeid mens pleegt te zijn, [zie Spr. 25:25 ] dorstig is en zonder water passende zijn lichamelijke gebrek op het geestelijke, gelijk volgt. Verg. Ps. 143:6 .
Hertaald:
mat,
Of: vermoeid, dat is: dorstig; zo wordt het land genoemd vanwege het gebrek aan water, waarop de dorst volgt. Sommigen verstaan dat David over zichzelf spreekt: dat hij dorstig is en zonder water, zoals een vermoeid mens pleegt te zijn [zie Spr. 25:25], en dat hij zijn lichamelijke gebrek toepast op het geestelijke, zoals hierna volgt. Vergelijk Ps. 143:6.
heiligdom
Dat is, uw reine godsdienst, waarin Gij deze uwe eigenschappen openbaart, en waarin de Messias werd afgebeeld.
Hertaald:
heiligdom
Dat is: Uw zuivere godsdienst, waarin U deze eigenschappen van U openbaart en waarin de Messias werd afgebeeld.
ziende
Anders aldus: Om uwe sterkte en uwe eer te zien, alzo ik U in het heiligdom aanschouwd heb. De woorden een weinig verzet zijnde.
Hertaald:
ziende
Anders zo: om Uw sterkte en Uw eer te zien, zoals ik U in het heiligdom aanschouwd heb — waarbij de woorden iets anders geplaatst zijn.
zouden
Wanneer mij zulks mocht gebeuren. Of, zullen U prijzen; en zo voorts in het volgende.
Hertaald:
zouden
Wanneer mij dat mocht gebeuren. Of: zullen U prijzen; en zo verder in het vervolg.
loven
Hebr. zegenen. Versta, wanneer Gij mij de genade zult hebben gedaan dat ik wederom vrijelijk in uw huis mag verschijnen, gelijk tevoren.
Hertaald:
loven
Hebreeuws: zegenen. Versta: wanneer U mij de genade zult hebben gegeven dat ik weer vrij in Uw huis mag verschijnen, zoals vroeger.
leven;
Dat is, zolang ik leef, gelijk Ps. 104:33 , en Ps. 146:2 .
Hertaald:
leven;
Dat is: zolang ik leef, zoals Ps. 104:33, en Ps. 146:2.
handen
Hebr. palmen; zie Ps. 28:2 .
Hertaald:
handen
Hebreeuws: palmen; zie Ps. 28:2.
verzadigd
Dit stelt hij tegen den geestelijken dorst en honger naar den publieken godsdienst en vergaderingen der heidenen, waarvan vs.2,3; zie Ps. 36:9 .
Hertaald:
verzadigd
Dit stelt hij tegenover de geestelijke dorst en honger naar de openbare godsdienst en de samenkomsten van de heiligen, waarover vers 2, 3; zie Ps. 36:9.
vrolijk
Hebr. lippen der vrolijke gezangen, of der juichingen.
Hertaald:
vrolijk
Hebreeuws: lippen van vrolijke gezangen, of van juichingen.
nachtwaken
Van de vier delen des nachts, bij de Joden genoemd nachtwaken; zie Ex. 14:24 ; 1 Sam. 11:11 ; Klaagl. 2:19 ; Matt. 14:25 , en Matt. 24:43 ; Marc. 6:48 , en verg. wijders Ps. 1:2 .
Hertaald:
nachtwaken
Van de vier delen van de nacht, die bij de Joden nachtwaken genoemd worden; zie Ex. 14:24; 1 Sam. 11:11; Klaagl. 2:19; Matth. 14:25, en Matth. 24:43; Mark. 6:48, en vergelijk verder Ps. 1:2.
hulp
Anders, volkomen hulp. Van zulke bijvoeging dezes woords volkomen, zie Ps. 44:27 , en verg. Ps. 3:3 .
Hertaald:
hulp
Anders: volkomen hulp. Over zo'n toevoeging van het woord volkomen, zie Ps. 44:27, en vergelijk Ps. 3:3.
schaduw
Dat is, uwe beschutting. Zie Ruth 2:12 .
Hertaald:
schaduw
Dat is: Uw beschutting. Zie Ruth 2:12.
achteraan;
Willende U volgen, niet willende van U scheiden.
Hertaald:
achteraan;
Terwijl ik U wil volgen en niet van U wil scheiden.
ziel
Dat is, die naar mijn leven staan [zie Ex. 4:19 ; 2 Sam. 4:8 ] om mij dat te benemen, met zulk een geraas en onstuimigheid, dat het ganse land daarvan gewaagt. Zie Ps. 35:8 .
Hertaald:
ziel
Dat is: die naar mijn leven staan [zie Ex. 4:19; 2 Sam. 4:8] om mij dat te benemen, met zo'n geraas en onstuimigheid dat het hele land ervan spreekt. Zie Ps. 35:8.
de onderste
Dat is, zij zullen ter aarde worden nedergeveld, sterven en verderven in de aarde en hel.
Hertaald:
de onderste
Dat is: zij zullen ter aarde neergeveld worden, sterven en vergaan in de aarde en in de hel.
zal hen
Hebr. zij zullen hem storten; dat is, men zal een ieder van hen storten, enz.
Hertaald:
zal hen
Hebreeuws: zij zullen hem storten; dat is: men zal ieder van hen storten, enzovoort.
storten
Dat hun bloed, leven en levenskrachten, als water uitgestrot, wegvloeien en verdwijnen. Verg. 2 Sam. 14:14 .
Hertaald:
storten
Dat hun bloed, leven en levenskracht als water uitgestort wegvloeien en verdwijnen. Vergelijk 2 Sam. 14:14.
geweld
Hebr. de handen. Zie Job 5:20 .
Hertaald:
geweld
Hebreeuws: de handen. Zie Job 5:20.
vossen
Die hun verworpen, dode lichamen zullen opeten. Deze dieren waren bij menigten in die landen. Zie Richt. 15:4 . Verg. wijders Openb. 19:21 .
Hertaald:
vossen
Die hun weggeworpen, dode lichamen zullen opeten. Deze dieren kwamen in die landen in menigte voor. Zie Richt. 15:4. Vergelijk verder Openb. 19:21.
koning
Namelijk, ik David, als mij God naar zijne beloften, tot het koninkrijk zal hebben verheven, dat zij zoeken te beletten; Ps. 62:5.
Hertaald:
koning
Namelijk: ik, David, wanneer God mij naar Zijn beloften tot het koningschap zal hebben verheven, dat zij proberen te verhinderen; Ps. 62:5.
Hem
Te weten, bij God, dat is, die Hem recht eert en dient, zal zich met vreugde gelukkig achten in God en zijn genadewerk, dat Hij aan mij en zijn volk zal hebben bewezen. Alzo Ps. 64:11 .
Hertaald:
Hem
Namelijk: bij God; dat is: wie Hem naar behoren eert en dient, zal zich met vreugde gelukkig achten in God en in Zijn genadewerk, dat Hij aan mij en aan Zijn volk zal hebben bewezen. Zo ook Ps. 64:11.
leugensprekers
Die nu zo stout en onbeschaamd van mij en andere vromen liegen, verdichtende en uitstrooiende al wat zij willen.
Hertaald:
leugensprekers
Die nu zo brutaal en onbeschaamd over mij en andere vromen liegen, en verzinnen en rondstrooien wat zij maar willen. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "O God! Gij zijt mijn God! ik zoek U in den dageraad; mijn ziel dorst naar U; mijn vlees verlangt naar U, in een land, dor en mat, zonder water" (Ps. 63:2). Het land waarin hij zich bevindt, wordt het beeld van wat hij van binnen ervaart. Wat hij mist, is wat hij eerder zag: "Voorwaar, ik heb U in het heiligdom aanschouwd, ziende Uw sterkheid en Uw eer" (Ps. 63:3). En dan volgt de uitspraak waar de psalm om bekend staat: "Want Uw goedertierenheid is beter dan het leven; mijn lippen zouden U prijzen" (Ps. 63:4). In de nacht komt de overdenking terug: "Als ik Uwer gedenk op mijn legerstede, zo peins ik aan U in de nachtwaken" (Ps. 63:7). En het slot van dat gedeelte: "Mijn ziel kleeft U achteraan; Uw rechterhand ondersteunt mij" (Ps. 63:9). Bijbelse betekenis: Ps. 63:4 zegt iets wat verder gaat dan de meeste belijdenissen. Het leven is in het Oude Testament het hoogste goed, en juist dat wordt hier overtroffen. Wie zo spreekt, heeft iets ontvangen dat de dood overleeft. Merk op waar de dorst vandaan komt. Niet uit onbekendheid maar uit herinnering: hij hééft God aanschouwd in het heiligdom, en daarom mist hij Hem in de woestijn. Verlangen veronderstelt in deze psalm kennis. Let ten slotte op Ps. 63:9. Twee dingen staan er in één zin: zijn ziel kleeft God achteraan, en Gods rechterhand ondersteunt hem. Wie het eerste doet, merkt dat het tweede eronder ligt. Typologie: De Heere Jezus roept wie zo dorsten: "Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke" (Joh. 7:37). Ps. 63:2-9; Joh. 7:37 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Levende mensen moeten treuren en lijden zowel als lachen en zich verheugen, want gemoed en hart moeten wisselen. Wij behoeven ons er dus niet over te verwonderen dat de blijhartige zonen van Sion niet altijd in den tempel zijn, maar soms in ballingschap gedreven worden en zuchten in een dor land. Voor een christen moet deze wereld altijd een dor en dorstig land zijn. Het nieuwe leven dat de genade in ons geplant heeft, vindt hier beneden niets waarmee het zich voeden kan. De dingen die gezien worden zijn te stoffelijk en te bevlekt om een leven te onderhouden dat door den Heiligen Geest van den groten Vader komt. Wij zijn duiven; en wanneer wij de hand van onzen Noach verlaten, vinden wij niets om op te rusten en moeten wij tot Hem terugkeren, willen wij voedsel en rust voor onze ziel vinden. Ik spreek nu niet over de wereld enkel in haar droevige gedaante, maar over de wereld op haar best. Zij is voor de heiligen een dor land, zelfs wanneer haar regens vallen. Wanneer de wereld zich in scharlaken kleedt en haar zijde en satijn aandoet, is zij toch nog een armzalige wereld voor ons. Zij mag haar aangezicht blanketten en haar hoofd versieren, maar zij blijft bij dat alles een Izebel. Uw goedertierenheid is immers beter dan het leven; daarom zullen mijn lippen U prijzen. Zo zal ik U loven in mijn leven, in Uw Naam zal ik mijn… U zoek ik vroeg in de morgen. Psalm 63:1 Stel je eens voor dat je alles aan Jezus zou geven: je tijd, je talenten, je energie, je hele… 7 Als ik Uwer gedenk op mijn legerstede, zo peins ik aan U in de nachtwaken. 8 Want Gij zijt mij een hulp geweest; en in de schaduw Uwer… 1 Een psalm van David, als hij was in de woestijn van Juda. 2 O God! Gij zijt mijn God! ik zoek U in den dageraad; mijn ziel dorst… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 63
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Spurgeon Citaten
Ter overdenking
Verdiepende artikelen
Eeuwige hoop
Zoek alleen Christus
Psalm 63:7-12
Psalm 63:1-6


Psalmen 63
Chrysostomus vertelt ons dat het onder de eerste christenen de gewoonte was dat er geen dag mocht voorbijgaan zonder het openbaar zingen van deze psalm. Deze psalm mag heel het jaar door gezegd of gezongen worden. Gelijk David, hoewel koning in Israël, over de Jordaan moest vluchten om Absalom te ontkomen, zo mag ook de meest verzekerde christen in ballingschap gedreven worden.
Psalmen 63:2.KruisverwijzingenPsalmen 27:4→Psalmen 105:4→1 Kronieken 16:11→Psalmen 78:61→Psalmen 77:13→Exodus 33:18→Psalmen 96:6→2 Korinthe 4:4→
— O God! Gij zijt mijn God! ik zoek U in den dageraad; mijn ziel dorst naar U; mijn vlees verlangt naar U, in een land, dor en mat, zonder water.
Lees dat zinnetje zoals u wilt, het is onuitsprekelijk dierbaar. Zeggen wij “o God, Gij zijt mijn God”, dan komt het bezit naar voren dat de gelovige in God heeft. Zeggen wij “o God, Gij zijt míjn God”, dan blijkt de grootheid van dat bezit: dat wij dezen God tot onzen God hebben tot in alle eeuwigheid. En zeggen wij “o God, Gij zijt mijn Gód”, dan brengt het ons ertoe aan Gód te denken als ons hoogste goed, en niet aan Zijn gaven.
Psalmen 63:2-3.KruisverwijzingenPsalmen 27:4→Psalmen 69:16→Psalmen 105:4→Filippenzen 1:23→1 Kronieken 16:11→Psalmen 78:61→Jakobus 3:5→1 Korinthe 6:20→
— O God! Gij zijt mijn God! ik zoek U in den dageraad; mijn ziel dorst naar U; mijn vlees verlangt naar U, in een land, dor en mat, zonder water. Voorwaar, ik heb U in het heiligdom aanschouwd, ziende Uw sterkheid en Uw eer;
Wij verlangen naar de oude tijden van vroeger — naar die tijden van hemel op aarde, die bijzondere gelegenheden waarin de HEERE den voorhang tussen ons en den hemel zeer dun maakte en ons Zijn aangezicht bijna liet zien. “Voorwaar, ik heb U in het heiligdom aanschouwd, ziende Uw sterkheid en Uw eer.” Nu, laten wij dan weer naar het heiligdom gaan, of van de plaats waar wij zijn een heiligdom maken. Zelfs de stenen pilaar kan de plek van Bethel aanwijzen, en elke plek kan gewijde grond zijn.
Psalmen 63:4-6.KruisverwijzingenPsalmen 104:33→Psalmen 134:2→Psalmen 42:8→Psalmen 28:2→Psalmen 36:7→Psalmen 104:34→Psalmen 65:4→1 Koningen 8:22→
— Want Uw goedertierenheid is beter dan het leven; mijn lippen zouden U prijzen. Alzo zou ik U loven in mijn leven; in Uw Naam zou ik mijn handen opheffen. Mijn ziel zou als met smeer en vettigheid verzadigd worden, en mijn mond zou roemen met vrolijk zingende lippen.
Verzadiging, volstrekte verzadiging; overvloed van elke begeerte, vol tot den rand en overlopend — enkel omdat God onze God is. Wij hebben niets daarbuiten nodig om onzen mond met vrolijk zingende lippen te doen loven.
Psalmen 63:7-8.KruisverwijzingenPsalmen 18:35→Psalmen 61:4→Jesaja 41:10→Jesaja 42:1→2 Korinthe 1:10→1 Samuël 17:37→Psalmen 21:1→Psalmen 17:8→
— Als ik Uwer gedenk op mijn legerstede, zo peins ik aan U in de nachtwaken. Want Gij zijt mij een hulp geweest; en in de schaduw Uwer vleugelen zal ik vrolijk zingen.
Kan ik Uw aangezicht niet zien, dan zal de schaduw van Uw vleugelen mij genoeg zijn, want die zal mij beschutten voor alle kwaad; en ik zál, ja ik zál mij verheugen. Onder de vleugelen zijn wij nabij het hart van God, en wie Gods hart van liefde kent, móét blijde zijn.
Psalmen 63:9-11.KruisverwijzingenPsalmen 55:15→Psalmen 40:14→Psalmen 9:17→Deuteronomium 6:13→Jesaja 45:23→Psalmen 21:1→Jesaja 65:16→Romeinen 3:19→
— Mijn ziel kleeft U achteraan; Uw rechterhand ondersteunt mij. Maar dezen, die mijn ziel zoeken tot verwoesting, zullen komen in de onderste plaatsen der aarde. Men zal hen storten door het geweld des zwaards; zij zullen de vossen ten deel worden.
Al onze zonden, en alle andere dingen of wezens die de vijanden van onze ziel zijn, heeft Christus overwonnen; en Hij zal ze op het slagveld laten liggen.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Een Psalm van David (Psalm 3: 1), door hem vervaardigd met het oog op den tijd, toen hij door Absalom vervolgd werd, als hij was in de a) woestijn van Juda, aan den Jordaan (2 (Samuel 16: 14).
1 Samuel 22: 5; 23: 14,15. 2. Wij hebben hier, zegt Delitzsch, het Davidische origineel, of het zijstuk voor de tweetal Korachietische Psalmen, 42 en 43, voor ons; hij is, zo noemt een ander uitlegger den Psalm, een kostbaar getuigenis van een hart, dat naar God en zijne genade smacht, en zijne verkwikking vindt in de innerlijke gemeenschap met Hem, en dat ook zijn uitwendig lot in Zijne handen wel bewaard weet.
I. Vs. 2-6.KruisverwijzingenPsalmen 27:4→Psalmen 69:16→Psalmen 104:33→Psalmen 105:4→Filippenzen 1:23→Psalmen 134:2→Psalmen 42:8→1 Kronieken 16:11→
— O God! Gij zijt mijn God! ik zoek U in den dageraad; mijn ziel dorst naar U; mijn vlees verlangt naar U, in een land, dor en mat, zonder water. Voorwaar, ik heb U in het heiligdom aanschouwd, ziende Uw sterkheid en Uw eer; Want Uw goedertierenheid is beter dan het leven; mijn lippen zouden U prijzen. Alzo zou ik U loven in mijn leven; in Uw Naam zou ik mijn handen opheffen. Mijn ziel zou als met smeer en vettigheid verzadigd worden, en mijn mond zou roemen met vrolijk zingende lippen.
De heilige zanger, ontwakende op zijn leger in de woestijn, die met hare van de zon verbrande dorheid en eentonige woestheid, hem een beeld is van den toestand van zijn eigen hart, openbaart zijn brandend, smachtend verlangen naar God en de gemeenschap met Hem. De God, naar welken hij zozeer verlangt, dat hij als het ware naar lichaam en ziel ziek is, heeft de plaats Zijner tegenwoordigheid en Zijner openbaring in het heiligdom te Zion, waarvan hij echter nu gescheiden is daarom kan hij met stil zijn, voordat hij daarheen teruggekeerd is.
O God, Gij zijt toch mijn God, al hebt Gij mij in diepe ellende neergestoten (Psalm 3: 8; 22: 2); ik zoek U in den dageraad 1), bij het aanbreken van den morgen met mijne gebeden; mijne ziele dorst naar U 2) (Psalm 42: 3; 143: 6); mijn vlees, met de ziel dezelfde behoefte delende 3), gelijk het ook in andere gevallen door hare vreugde wordt geroerd (Psalm 84: 3), verlangt naar U, in een land, dor, en mijn vlees is mat 4), dewijl het een land is zonder water, een land, waar alle natuurlijke bronnen van verkwikking voor het lichaam en van troost voor de ziel opgedroogd zijn 5).
Met dezen Psalm begon in de oude Kerk het Psalmgezang in den morgengodsdienst van den Zondag, even als dat in den avondgodsdienst met Psalm 141. (Constit. Apostel. II 59).
Evenals de lichamelijke honger en dorst zich gaarne zou verenigen met spijs en drank, zo wenste en begeert de geestelijke honger en dorst der zielen zich met God te verenigen en kan niet verzadigd en gestild worden, dan alleen met God.
Dat David zulk een smachtend verlangen naar God ook zijn vlees toeschrijven kan, is niet iets gerings; men ziet daaruit, dat de Geest in hem heerschappij heeft, en het vlees niet alleen met geweld ten onder houdt, maar ook zover het mogelijk is aan zijn eigen leven doet deelnemen, wat, gelijk bekend is, gemakkelijker is in droefheid, die ons het tegenwoordige doet afsterven, dan te midden van den overvloed van uitwendig geluk.
In het Hebr. Ajeef. Dit betekent wel mat, kwijnend, maar moet hier niet gevoegd worden bij land, want van een mat land kan geen sprake zijn. De dichter zegt dit van zich zelven. Hij is mat, hij bezwijkt, wat zijn vlees betreft, in die droge steppen van Juda’s woestijn, waar geen water de matte ziele kan verfrissen.
Wanneer de kinderen der wereld in het dorre land zijn, dat mat is en zonder water, zo verdwijnen ook de laatste overblijfselen van het verlangen naar God; daarentegen wordt de levende vroomheid, hoe groter het lijden is, des te meer tot verlangen naar God opgewekt. Of en in hoever men in zwaar lijden het “ik zoek U” spreken kan, daarnaar kan ieder den toestand zijner ziel beoordelen.
De spraak der liefde, zegt de heilige Bernhard, is voor hem, die niet bemint, als ene vreemde taal (lingua amoris non amanti barbara est); van daar is bij het in materialisme weggezonken, van God vervreemd geslacht van onzen tijd, zo weinig begrip van de geestelijke liederen, en zulk een grote tegenzin juist tegen die, welke als geestelijke minne liederen voorkomen. Appollinaris verklaart het eerste gedeelte van dit vers aldus: ‘s nachts als de morgen grauwt, omgeeft U, Volzalige, mijn jubelzang.
Voorwaar ik heb U in vroegeren tijd in het heiligdom aanschouwd, ziende Uwe sterkheid en Uwe eer, die Gij in die schaduwen openbaart 1). Van het genot Uwer goedertierenheden heb ik vroeger grote ondervinding gehad, hetwelk mij te gevoeliger maakt voor het tegenwoordige gemis en mij te vuriger naar die genieting doet verlangen.
Want Uwe goedertierenheid, de voornaamste zijde van de sterkheid en eer, die daar te aanschouwen zijn, is beter dan het aardse leven1) met al de volheid zijner goederen. Ik zou daarom mij kunnen troosten in het verlies van mijn koningsstand, wanneer ik Uwe heerlijkheid in Uw heiligdom slechts kon aanschouwen; mijne lippen zouden of zullen U dan nog prijzen.
Dewijl dus als wij door aardse hulp ondersteund worden, God zo licht vergeten, zo verzekert David hier, dat het voor ons beter is, op de goedertierenheid Gods te steunen, ook in den dood zelf, dan op het uitwendige leven te vertrouwen. Een tegenstelling geeft bij hier aan tussen den ongedeerden toestand, waarin de mensen wegzinken en de goedertierenheid Gods, welke den vallende en die op het punt staan te vergaan ondersteunt, en welke het enige middel is, om alle gebrek te vervullen.
Alzo 1), wanneer ik in Uw heiligdom mocht wezen, zou of zal ik U loven in mijn leven; in Uwen naam zou of zal ik mijne handen, biddende en aanroepende (Psalm 28: 2. (Jes. 1: 15 1.15), opheffen.
Bij dit gedeelte van den Psalm komt het voorwaar of alzo van vs. 3 terug: zo reikhalzend is? voor altijd zijn verlangen tot God uitgestrekt, zo wil hij God zegenen in zijn leven, dat is dit geheel daardoor vervullend en in Zijn Naam, dat is dien aanroepende en op dien zich beroepende, de handen verheffen tot het gebed. De omgang met God maakt hem, al moet hij nu in de woestijn naar het lichaam ontbering dragen, verzadigd en vrolijk, als spijze van merg en vet.
Mijne ziele zou of zal als met smeer en vettigheid verzadigd worden, zij zou genieten wat voor het lichaam de edelste lekkernij is, en mijn mond zou of zal roemen met vrolijk zingende lippen, terwijl ik nu slechts klagen en zuchten kan. 7.
II. Vs. 7-12.KruisverwijzingenPsalmen 55:15→Psalmen 40:14→Psalmen 18:35→Psalmen 9:17→Deuteronomium 6:13→Jesaja 45:23→Jesaja 65:16→Romeinen 3:19→
— Als ik Uwer gedenk op mijn legerstede, zo peins ik aan U in de nachtwaken. Want Gij zijt mij een hulp geweest; en in de schaduw Uwer vleugelen zal ik vrolijk zingen. Mijn ziel kleeft U achteraan; Uw rechterhand ondersteunt mij. Maar dezen, die mijn ziel zoeken tot verwoesting, zullen komen in de onderste plaatsen der aarde. Men zal hen storten door het geweld des zwaards; zij zullen de vossen ten deel worden. Maar de koning zal zich in God verblijden; een iegelijk, die bij Hem zweert, zal zich beroemen; want de mond der leugensprekers zal gestopt worden.
Hoewel hij uitwendig van het heiligdom gescheiden is, is toch David inwendig met het hart bij God, door onafgebroken gebed met Hem verenigd; ook in zijne ballingschap weet hij zich gedragen door de welke hand van Hem, aan wie zijne ziel hangt; hij ziet niets dan heil en triomf voor zich en voor degenen. die Hem aanhangen; Niets dan verderf en ondergang voor de vijanden kondigt hij aan, omdat God op den troon zit.
Als ik Uwer gedenk op mijne legerstede, tot diep in den nacht, zo word ik daardoor zo geboeid, dat ik den slaap vergeet, zo peins 1) ik aan U in de nachtwaken, gehele nachten door.
Het Hebr. duidt een peinzen aan met vurige uitstorting des harten.
Ik heb daartoe ook overvloedige stof; want Gij zijt mij ene hulp geweest, al verbergt Gij ook soms Uwen zegen onder het kruis, enik weet het, Gij zult mij niet begeven noch verlaten; in de schaduw Uwer vleugelen (Exodus 19: 4. MATTHEUS. 23: 37), waarheen Gij mij uit het gevaar voor de vijanden verplaatst, zal ik vrolijk zingen, omdat ik mij daar veilig weet (Psalm 17: 8; 36: 8; 57: 2).
Er is bovendien ene wonderbare gemeenschap tussen mij en U. Mijne ziel kleeft U achteraan 1), en kan U niet loslaten, ook niet wanneer Gij U aan mij schijnt te willen onttrekken (Genesis 32: 26): Uwe rechterhand kan echter ook wederom mij niet loslaten, en mij aan de vijanden overgeven, en daarin ligt de eigenlijke oorzaak van mijn vastklemmen aan U; Uwe hand ondersteunt mij (Psalm 89: 22. (Jes. 41: 10).
Ofschoon de weg lang en moeilijk is, vele hindernissen in den weg staan, ja ofschoon God zelf van verre staat, zal toch niets David verhinderen, om volstandig de reis te vervolgen. Het vorige vers zou eenvoudig kunnen verstaan worden van die bevrijding, waaraan hij vroeger heeft herinnerd, alsof hij zeggen wil, dat voor hem de beste steun is, dat hij niet aflaat met God te zoeken en te volgen, dewijl hij door Diens hand tot hiertoe recht en zuiver heeft gestaan. Ik nu breid het nog verder uit, dat David aan zich de gave der standvastigheid door den Geest Gods toezegt. Want al te hoog zou hij zich opgeworpen hebben, door zich de lust toe te kennen van standvastigheid ten uiterste toe in het volgen, of omhelzen van God, indien hij niet spoedig die verbetering er bij had gevoegd, dat zijn hart zolang vast zou zijn, voor zover hij door Gods hand werd ondersteund.
De herinnering van vroeger ondervondene genade beweegt de ziel om zich zelve te stellen onder den vleugel der al-beschaduwende Voorzienigheid. Schijne de Zaligmaker haar voor een tijd te verlaten, het geloof dwingt haar om achterna te gaan, gelijk een kind achter zijn vader doet, en de hand niet los te laten, die haar zo dikwijls heeft opgehouden, dat zij niet vallen zou.
Maar dezen, voor wie ik vluchten moet, die mijne ziel zoeken tot verwoesting, (2 (Samuel 17: 1 vv.), zullen hunnen eigenen ondergang veroorzaken, en, even als die oproermakers in vroegeren tijd (Numeri 16), komen in de onderste plaatsen der aarde 1) (Psalm 55: 16).
Aan David staat hier de geschiedenis van Korach en zijne eedgenoten voor ogen, die levend door de aarde verslonden werden. In het volgende vers wordt gezegd, dat zijne vijanden, den vossen, dat is hier den Sjakals ten prooi zullen worden. Het ene verklaart het andere. De Sjakals azen op lijken. Welnu, deze vervolgers van den theocratischen koning zullen niet alleen niet een zachten dood hebben, maar ook geen rustig graf. Hun lijken en beenderen zullen door het roofgedierte verteerd en verspreid worden. Zij hebben David verjaagd naar de woestijn, naar de verblijfplaats van het roofzuchtig gedierte, maar David zal in zijn eer worden hersteld en hun pad, als het pad der goddelozen, zal vergaan.
Zij trekken het zwaard tegen mij, maar men zal hen storten door het geweld des zwaards (2 Samuel 18: 7 vv.); men zal hun lijken niet begraven, zij zullen den vossen, den Sjakals, ten dele worden.
Maar de koning, dien zij door hun oproer van Jeruzalem, de woonplaats van God, naar de woonplaatsen van vossen en sjakals verdreven hebben, zal zich in God verblijden 1), omdat Hij hem toch nooit ontroofd kan worden, en vooral wanneer hij naar Zion zal teruggeleid zijn; een iegelijk, die bij Hem, bij God, in waarheid en gerechtigheid (Jes. 48: 1; zweert, en zich daarom ook getrouw aan den door God verordenden koning houdt, zal zich beroemen, als een, die zich in den strijd met wijsheid aan de rechte zijde geplaatst heeft; want de mond der leugensprekers, die de liefde des volks tot den wettigen koning ondermijnen, en het daardoor tevens van God afleiden, (vgl. vs. 10 vv.) zal gestopt worden (Psalm 5: 7) 2).
Geen schitterender glans voor de kroon des konings, dan wijsheid, die van boven komt, en vreze Gods in het hart van den vorst, gewerkt door den Heiligen Geest. Wel het volk, waar een vorst regeert, die zulk ene kroon mag dragen; ootmoed en ere, nederigheid en roem, vreze onder de volken voor zijne macht, en vrede, eenvoudigheid en aanzien, wijsheid en eendracht zullen zijnen troon schragen en omringen, en zulk een vorst, gewoon om voor den Koning der koningen zijne knieën te buigen, zulk een koning zal zich in God verblijden, zulk een koning draagt ene kroon, die, wanneer alle kronen zullen vergaan zijn tot stof, nog schitteren zal daar, waar men de kronen zal neerleggen aan de voeten van Koning Jezus.
“God, Gij zijt mijn God, is voor het geloof, de liefde en de hoop altijd een zoet woord; maar wanneer het ongeloof dit iemand wil betwisten, wanneer de uitwendige omstandigheden zorgelijk zijn, wanneer de verzoeker in de woestijn stenen aanbiedt, die men tot brood moet maken, zo smaakt het dubbel goed, wanneer dit licht uit de duisternis te voorschijn treedt: God! Gij zijt mijn God! Dan kan soms niet alleen een dorst der ziel, maar ook een verlangen des vlezes naar God uitgaan, om ook lippen en handen tot lof van God te mogen gebruiken. Toen het echter David later wel ging, is hij door ene begeerlijkheid des vlezes ten val gebracht. Men bespeurt het wel aan ons vlees, of het in verdrukking is of niet: bij de macht der zonde in het vlees is het ook dikwijls nodig, dat ons God in de woestijn leidt. Daar leert men des te meer zijn zuchten met het zuchten der gehele onder de ijdelheid onderworpene schepping verenigen.
Gezegende Heere! laat ons verlangen naar U ieder uur toenemen; laat onze liefde altijd tot U zijn, laat al onze vreugde in U zijn, en al onze verzadiging van U. Wees Gij alles in alles voor ons, terwijl wij wonen in den tegenwoordigen toestand van verwarring, en breng ons te huis tot het eeuwig genot van U zelven.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel