Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een gouden kleinoodH4387 van DavidH1732, voor den opperzangmeesterH5329, AltaschethH516; als hij voor SaulsH7586 aangezichtH6440 vloodH1272 in de spelonkH4631.
Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Altascheth; als hij voor Sauls aangezicht vlood in de spelonk.
KJV
[[To the chief Musician,1
Altaschith,2
Michtam5
of David,4
when he fled6
from7
Saul8
in the cave.]]9
Be merciful
unto me, O God,
be merciful
unto me: for my soul
trusteth
in thee: yea, in the shadow
of thy wings
will I make my refuge,
until these calamities
be overpast.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Wees mij genadig, o God! Wees mij genadig, wantH3588 mijn zielH5315 betrouwt op U, en ik neem mijn toevlucht onder de schaduwH6738 Uwer vleugelenH3671, totdatH5704 de verdervingenH1942 zullen voorbij zijn gegaan.
Wees mij genadig, o God! Wees mij genadig, want mijn ziel betrouwt op U, en ik neem mijn toevlucht onder de schaduw Uwer vleugelen, totdat de verdervingen zullen voorbij zijn gegaan.
Ook in dit vers
GodH430
Wees genadigH2603
Wees genadigH2603
betrouwtH2620
neem toevluchtH2620
voorbij gegaanH5674
KJV
I will cry
unto God2
most high;
unto God
that performeth
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Ik zal roepenH7121 tot GodH430, den AllerhoogsteH5945, tot GodH410, Die het aanH5921 mij voleindenH1584 zal.
Ik zal roepen tot God, den Allerhoogste, tot God, Die het aan mij voleinden zal.
KJV
He shall send
from heaven,
and save
me from the reproach
of him that would swallow me up.
Selah.
God2
shall send forth
his mercy
and his truth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Hij zal van den hemelH8064 zenden, en mij verlossenH3467, te schande makendeH2778 dengene, die mij zoekt op te slokkenH7602. SelaH5542. GodH430 zal Zijn goedertierenheidH2617 en Zijn waarheidH571 zenden.
Hij zal van den hemel zenden, en mij verlossen, te schande makende dengene, die mij zoekt op te slokken. Sela. God zal Zijn goedertierenheid en Zijn waarheid zenden.
Ook in dit vers
zendenH7971
zendenH7971
KJV
My soul
is among
lions:
and I lie
even among them that are set on fire,
even the sons
of men,
whose teeth
are spears
and arrows,
and their tongue
a sharp
sword.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Mijn zielH5315 is in het middenH8432 der leeuwenH3833, ik ligH7901 onder stokebrandenH3857, mensenkinderenH1121, welker tandenH8127 spiesenH2595 en pijlenH2671 zijn, en hun tongH3956 een scherpH2299 zwaardH2719.
Mijn ziel is in het midden der leeuwen, ik lig onder stokebranden, mensenkinderen, welker tanden spiesen en pijlen zijn, en hun tong een scherp zwaard.
KJV
Be thou exalted,
O God,
above the heavens;
let thy glory
be above all the earth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
VerhefH7311 U boven de hemelenH8064, o GodH430! Uw eerH3519 zij over de ganseH3605 aardeH776.
Verhef U boven de hemelen, o God! Uw eer zij over de ganse aarde.
KJV
They have prepared
a net
for my steps;
my soul
is bowed down:
they have digged
a pit
before
me, into the midst
whereof they are fallen
themselves. Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Zij hebben een netH7568 bereidH3559 voorH6440 mijn gangenH6471, mijn zielH5315 was nedergebuktH3721; zij hebben een kuilH7882 voor mijn aangezicht gegravenH3738; zij zijn er middenH8432 in gevallenH5307. SelaH5542.
Zij hebben een net bereid voor mijn gangen, mijn ziel was nedergebukt; zij hebben een kuil voor mijn aangezicht gegraven; zij zijn er midden in gevallen. Sela.
KJV
My heart
is fixed,2
O God,
my heart
is fixed:
I will sing
and give praise.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Mijn hart is bereid, o GodH430! mijn hart is bereid; ik zal zingenH7891, en psalmzingenH2167.
Mijn hart is bereid, o God! mijn hart is bereid; ik zal zingen, en psalmzingen.
Ook in dit vers
bereidH3559
bereidH3559
hartH3820
hartH3820
KJV
Awake up,
my glory;
awake,
psaltery
and harp:
I myself will awake
early.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Waak op, mijn eerH3519! waak op, gij, luitH5035 en harpH3658! ik zal in den dageraadH7837 opwaken.
Waak op, mijn eer! waak op, gij, luit en harp! ik zal in den dageraad opwaken.
Ook in dit vers
WaakH5782
waakH5782
opwakenH5782
KJV
I will praise
thee, O Lord,
among the people:
I will sing
unto thee among the nations.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Ik zal U lovenH3034 onder de volken, o HeereH136! ik zal U psalmzingenH2167 onder de natien.
Ik zal U loven onder de volken, o Heere! ik zal U psalmzingen onder de natien.
Ook in dit vers
natienH3816
volkenH5971
KJV
For thy mercy
is great
unto the heavens,
and thy truth
unto the clouds.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
WantH3588 Uw goedertierenheidH2617 is grootH1419 tot aan de hemelenH8064, en Uw waarheidH571 tot aan de bovenste wolken.
Want Uw goedertierenheid is groot tot aan de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken.
Ook in dit vers
wolkenH7834
KJV
Be thou exalted,
O God,
above the heavens:4
let thy glory
be above all the earth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
VerhefH7311 U bovenH5921 de hemelenH8064, o GodH430! Uw eerH3519 zij overH5921 de ganseH3605 aardeH776.
Verhef U boven de hemelen, o God! Uw eer zij over de ganse aarde.
gouden
Gelijk in de voorgaanden psalm.
Hertaald:
gouden
Zoals in de voorgaande psalm.
altáscheth
Dit houden sommigen voor een begin van zeker lied, onder de Joden te dien tijde bekend, waarnaar deze psalm moest gezongen worden. Anderen menen dat het een kort begrip is van den inhoud van dezen psalm, waarin David in het brede zou verklaren dat hij in zijne benauwdheid gewoon was angstig tot God met deze weinige woorden te bidden; te weten, verderf, of verniel niet.
Hertaald:
altáscheth
Sommigen houden dit voor het begin van een bepaald lied dat de Joden in die tijd kenden, waarnaar deze psalm gezongen moest worden. Anderen menen dat het een korte samenvatting is van de inhoud van deze psalm, waarin David uitvoerig zou verklaren dat hij in zijn benauwdheid gewoon was angstig tot God te bidden met deze weinige woorden: verderf niet, of: verniel niet.
betrouwt
Of, neemt toevlucht tot U; en zo in het volgende.
Hertaald:
betrouwt
Of: neemt de toevlucht tot U; en zo ook in het vervolg.
uwer
Zie Ruth 2:12 , en onder Ps. 61:5 , en Ps. 63:8 .
Hertaald:
uwer
Zie Ruth 2:12, en hieronder Ps. 61:5, en Ps. 63:8.
verdervingen
Of, jammeren, ellenden, ongelukken, rampspoedigheden, rampzaligheden.
Hertaald:
verdervingen
Of: jammeren, ellenden, ongelukken, rampen, rampzaligheden.
voleinden
Te weten, zijn werk, dat Hij met mij begonnen heeft. Verg. Ps. 138:8 ; Fil. 1:6 .
Hertaald:
voleinden
Namelijk: Zijn werk, dat Hij met mij begonnen is. Vergelijk Ps. 138:8; Fil. 1:6.
zenden
Zijne hand, hulp, of heilige engelen. Zie Ps. 144:7 ; Dan. 3:28 , of zijne goedertierenheid en waarheid; gelijk volgt.
Hertaald:
zenden
Zijn hand, Zijn hulp, of Zijn heilige engelen. Zie Ps. 144:7; Dan. 3:28; of: Zijn goedertierenheid en waarheid, zoals hierna volgt.
te schande
Of, tot smaadheid brengende.
Hertaald:
te schande
Of: tot smaad brengend.
zoekt
Zie Ps. 56:2 .
Hertaald:
zoekt
Zie Ps. 56:2.
Sela
Zie Ps. 3:3 .
Hertaald:
Sela
Zie Ps. 3:3.
waarheid
Of, trouw; dat is, Hij zal zijn genadige beloften door dadelijke hulp getrouwelijk volbrengen. Verg. Ps. 40:12 , en Ps. 42:9 .
Hertaald:
waarheid
Of: trouw; dat is: Hij zal Zijn genadige beloften door daadwerkelijke hulp getrouw vervullen. Vergelijk Ps. 40:12, en Ps. 42:9.
ziel
Dat is, ik, mijn persoon.
Hertaald:
ziel
Dat is: ik, mijn persoon.
stokebranden,
Hebr. vlammigen, of vlammenden, waardoor hij de vleiers en aandragers verstaat, die hem telkens verrieden en bij Saul aanbrachten, en dien tegen hem ophitsten. Zie 1 Sam. 23:19-20 , en 1 Sam. 24:10 , en 1 Sam. 26:1 .
Hertaald:
stokebranden,
Hebreeuws: vlammenden; daarmee bedoelt hij de vleiers en aanbrengers die hem telkens verrieden, bij Saul aangaven en hem tegen David ophitsten. Zie 1 Sam. 23:19-20, en 1 Sam. 24:10, en 1 Sam. 26:1.
spiesen
Dat is, gelijk spiesen, enz. Hebr. spies.
Hertaald:
spiesen
Dat is: als spiesen, enzovoort. Hebreeuws: spies.
scherp
Verg. Ps. 55:22 , en Ps. 59:8 .
Hertaald:
scherp
Vergelijk Ps. 55:22, en Ps. 59:8.
Verhef
Verg. vs.4, omdat God zich stilhield, maakten Davids vijanden zich wijs dat God op hem niet achtte en hun goddeloos doen voor goed kende, waarmede zij God onteerden. Hierom bidt hij dat God van den hemel op de aarde het tegendeel openlijk tone, tot eer zijner gerechtigheid en waarheid. Verg. Ps. 58:11-12 .
Hertaald:
Verhef
Vergelijk vers 4. Omdat God Zich stilhield, maakten Davids vijanden zichzelf wijs dat God niet op hem lette en hun goddeloze doen goedkeurde, waarmee zij God onteerden. Daarom bidt hij dat God vanuit de hemel op de aarde openlijk het tegendeel zal tonen, tot eer van Zijn gerechtigheid en waarheid. Vergelijk Ps. 58:11-12.
mijn ziel
Ik was schier in hun net gevangen, ik was aan het vallen, wil hij zeggen.
Hertaald:
mijn ziel
Ik was bijna in hun net gevangen, ik was aan het vallen, wil hij zeggen.
bereid,
Of, gesterkt, zie Ps. 108:2 , enz. en de aantekening aldaar.
Hertaald:
bereid,
Of: gesterkt; zie Ps. 108:2, enzovoort, en de aantekening daar.
eer
Gelijk Ps. 16:9 , zie aldaar.
Hertaald:
eer
Zoals Ps. 16:9, zie daar.
Verhef U
Gelijk boven vs.6.
Hertaald:
Verhef U
Zoals hierboven vers 6. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Het opschrift zegt waar dit gezongen is: toen David voor Saul vluchtte in de spelonk (Ps. 57:1). Van daaruit klinkt: "Wees mij genadig, o God! Wees mij genadig, want mijn ziel betrouwt op U, en ik neem mijn toevlucht onder de schaduw Uwer vleugelen, totdat de verdervingen zullen voorbij zijn gegaan" (Ps. 57:2). Hij zit in een hol in de rots en spreekt over vleugels. Zijn toestand wordt niet verzwegen: "Mijn ziel is in het midden der leeuwen" (Ps. 57:5). Dan komt de omslag: "Mijn hart is bereid, o God! mijn hart is bereid; ik zal zingen, en psalmzingen" (Ps. 57:8). Hij wekt zichzelf en zijn instrumenten: "Waak op, mijn eer! waak op, gij, luit en harp! ik zal in den dageraad opwaken" (Ps. 57:9). Bijbelse betekenis: De psalm laat zien wat er met een mens gebeurt die zich verbergt onder Gods vleugels: hij begint te zingen terwijl de leeuwen er nog zijn. Merk op dat de omslag in Ps. 57:8 tweemaal hetzelfde zegt. Mijn hart is bereid, en nog eens; dat is geen aarzeling maar vastheid. Let ook op Ps. 57:9. Hij wekt zichzelf en zijn muziekinstrumenten op, en niet God; het is zijn eigen ziel die wakker moet worden. En let op het woord dageraad. Hij zingt vóór het licht komt, niet erna; het zingen gaat aan de verandering vooraf. Typologie: Paulus en Silas deden in de gevangenis van Filippi wat deze psalm beschrijft: omtrent middernacht baden zij en zongen Gode lofzangen (Hand. 16:25). Ps. 57:1-11; Hand. 16:25 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas 8 Mijn hart is bereid, o God! mijn hart is bereid; ik zal zingen, en psalmzingen. 9 Waak op, mijn eer! waak op, gij, luit en harp! ik zal… 1 Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Al-tascheth; als hij voor Sauls aangezicht vlood in de spelonk. 2 Wees mij genadig, o God! Wees mij genadig, want… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 57
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Psalm 57:8-12
Psalm 57:1-7


Psalmen 57
Het opschrift van deze psalm — voor den opperzangmeester, Altascheth, een gouden kleinood van David, als hij van Sauls aangezicht vlood in de spelonk — vertelt ons wanneer hij geschreven is. Het is een van Davids gouden psalmen. Altascheth betekent “verderf niet”; die aanduiding staat ook boven Psalm 58, 59 en 75.
In deze psalm zien wij de kalmte van Davids hart terwijl hij in groot gevaar was. Hij was een man van vrede, en zo wreed opgejaagd te worden als Saul hem opjoeg deed hem grote smart. Toch verviel hij, bij al de gevoeligheid van zijn natuur, niet in ongeloof; want zijn gevoeligheid werd in evenwicht gehouden door zijn vertrouwen op zijn God. U zult zien dat hij, hoe zwaar hij ook verdrukt werd, ook zeer gesterkt werd.
Psalmen 57:2.KruisverwijzingenPsalmen 138:8→Filippenzen 1:6→Hebreeën 13:21→Jesaja 26:12→Filippenzen 2:12→Psalmen 136:2→Jesaja 57:15→Psalmen 56:2→
— Wees mij genadig, o God! Wees mij genadig, want mijn ziel betrouwt op U, en ik neem mijn toevlucht onder de schaduw Uwer vleugelen, totdat de verdervingen zullen voorbij zijn gegaan.
Wat een mengeling van zwakheid en sterkte is er in dit eerste vers — en die zwakheid is zo verfraaid doordat zij met de sterkte des geloofs bekleed is! Wat een afwenden van den mens, en wat een zich geheel wenden tot den HEERE! En bij het komen tot den HEERE: wat een nederigheid, en wat een pleiten om barmhartigheid, en om barmhartigheid alleen!
Hij pleit tweemaal, want zijn zaak was dringend. Hij wilde dat de HEERE hem terstónd hielp, want kwam ‘s HEEREN barmhartigheid niet meteen tot hem, dan zou het misschien te laat zijn. Daarom riep hij: “Wees mij genadig, o God! wees mij genadig.”
En toch, ook wat een heilige stoutmoedigheid: “want mijn ziel betrouwt op U.” Dit is de veder aan de pijl van het gebed, die haar recht naar het hart van God stuurt. Dit is de voorwaarde die aan de belofte verbonden is: “U geschiede naar uw geloof.” Kunt u naar waarheid pleiten dat uw ziel op God vertrouwt, dan mag u ervan verzekerd zijn dat Hij u Zijn barmhartigheid niet zal weigeren.
En wat een blijde toeverlaat en wat een zoete rust in God! “Ik neem mijn toevlucht onder de schaduw Uwer vleugelen.” Zoals het kuikentje zich onder de vleugel van de moeder verbergt en geen vrees kent, zo zegt David het. Er was geen toevlucht te zíen; maar David vraagt niet om te zien — een ongeziene God is alles wat het geloof begeert. Al is het slechts een schaduw, toch is de schaduw van Jehovas vleugelen wezenlijk genoeg voor ons vertrouwen.
“Totdat de verdervingen zullen voorbij zijn gegaan” — zij zúllen voorbijgaan; de zwaarste ramp duurt niet eeuwig. Wij zullen na een tijd anders over deze harde tijden denken; wij behoren niet in wanhoop op te geven en onze toeverlaat weg te werpen terwijl wij midden in het gevecht zijn. “Indien ik de helderheid van Uw aangezicht niet zien kan, dan zal de schaduw van Uw vleugelen mij genoeg zijn. Laat mij slechts nabij U komen, laat mij slechts nederig op U vertrouwen, en het zal mij genoeg zijn.”
Psalmen 57:3.KruisverwijzingenPsalmen 40:11→Psalmen 56:1→Psalmen 43:3→Job 31:31→Handelingen 12:11→Numeri 23:24→Psalmen 18:6→Psalmen 61:7→
— Ik zal roepen tot God, den Allerhoogste, tot God, Die het aan mij voleinden zal.
Het geloof is nooit stom; waar geloof is een roepend geloof. Hebt u een vertrouwen op God van zo’n soort dat u niet hoeft te bidden, doe het dan weg; het is u van geen nut, het is een vals vertrouwen, het is vermetelheid. Alleen een roepend geloof zal een overwinnend geloof zijn.
“Ik zal roepen tot God, den Allerhoogste.” Juist de hoogte en de verhevenheid van God is een aantrekkingskracht voor het geloof; want al is Hij zo hoog, Hij kán en Hij zál Zich neerbuigen. Al is God zo hoog, Hij kan mij boven de storm uit heffen, want Hij is er Zelf boven, en Hij kan ook míj erboven zetten.
“Tot God, Die het aan mij voleinden zal.” De overzetters hebben er woorden bij gezet, en met recht; maar David laat als het ware een opening, zodat wij er alles in mogen vullen wat wij willen. Hij is niet iemand die ons beloften geeft en ons dan zonder het beloofde laat staan; Hij volbrengt de beloften die Hij gedaan heeft. Bidt u zo, mijn broeder, mijn zuster? Ik hoop dat u wel tot God den Allerhoogste roept; maar bidt u tot Hem als tot Dien “Die het aan mij voleinden zal” — niet louter Die alles voor u zou kúnnen doen, maar Die het op dit ogenblik werkelijk dóét, en door alles wat om u heen gebeurt uw blijvend welzijn uitwerkt?
Psalmen 57:4.KruisverwijzingenPsalmen 58:6→Psalmen 55:21→Spreuken 30:14→Psalmen 64:3→Spreuken 12:18→Psalmen 35:17→Psalmen 52:2→Psalmen 59:7→
— Hij zal van den hemel zenden, en mij verlossen, te schande makende dengene, die mij zoekt op te slokken. Sela. God zal Zijn goedertierenheid en Zijn waarheid zenden.
Kan Hij op de aarde geen middel vinden om David te behouden, dan zal Hij het uit den hemel zenden; maar behouden zal Hij hem. God vindt zeker een ark voor Zijn Noachs, al zouden de vloeden de hele aarde bedekken; en kunnen zij op de aarde niet langer bewaard worden, dan zal Hij hen tot Zich wegnemen in den hemel. Was er slechts één van Zijn volk in gevaar, Hij zou de hemelen scheuren om hem te behouden.
Zijn alle krachten op aarde niet genoeg om Zijn heilige te behouden, dan zal God genoeg hulptroepen zenden uit de gelederen van het hemelse heir; en besluit Hij hen niet op aarde te bewaren, dan neemt Hij hen van de aarde weg om bij Hem te zijn in de heerlijkheid. Op de een of andere wijze zullen zij eeuwig veilig zijn.
Merk op wat de psalmist zegt over de vraatzucht van zijn vijand: hij spreekt van Saul als “dien, die mij opslokken wil”. En de gelovige in Jezus is soms zo’n voorwerp van afkeer voor den ongelovige, dat die hem zou uitroeien als hij kon; maar God zal eerder hulp uit den hemel zenden dan dat zo’n ramp ooit gebeuren zou. Hij zal ons niet alleen verlossen van het gevaar voor ons leven, maar ook van het gevaar voor onze goede naam.
De psalmist had alleen om barmhartigheid gebeden; tweemaal had hij gezegd: wees mij genadig. Maar God antwoordt ons altijd ruimer dan wij in onze gebeden vragen: Hij is machtig “meer dan overvloediglijk te doen, boven al wat wij bidden of denken”. Zo komt Zijn trouw met Zijn barmhartigheid mee, als een dubbele wacht om Zijn volk te beschermen: “God zal Zijn goedertierenheid en Zijn waarheid zenden.”
Psalmen 57:5.KruisverwijzingenHabakuk 2:14→Jesaja 6:3→Psalmen 72:19→Psalmen 57:11→Numeri 14:21→Psalmen 113:4→Psalmen 108:4→Habakuk 3:3→
— Mijn ziel is in het midden der leeuwen, ik lig onder stokebranden, mensenkinderen, welker tanden spiesen en pijlen zijn, en hun tong een scherp zwaard.
Wat een gevaar was David in, en wat een gevaren omringen vaak de besten der mensen — zo niet van pijlen en zwaarden en spiesen, dan van het helse geschut van ongebreidelde tongen! Een menselijke tong is zacht, maar zij kan tot op het leven snijden; en de wonden van een wrede tong genezen niet gemakkelijk. Menigeen zal zijn leven lang de striemen dragen die een lasterlijke tong gemaakt heeft.
Toch kan God ons zelfs van deze grote beproeving verlossen en ons in staat stellen ons in deze scherpe verdrukking werkelijk te verblijden. Het is ons niets vreemds overkomen, want zo hebben boze mensen de profeten vervolgd die voor ons geweest zijn: “Zalig zijt gij, als u de mensen smaden, en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil.” God Zelf werd door de oude slang in den hof van Eden belasterd; het is dus niet verwonderlijk dat Zijn kinderen nog altijd door het zaad der slang belasterd worden.
Maar let erop dat David zegt: ik líg daar — dat is het woord met de nadruk. En de kracht van dat woord brengt deze gedachte over: ik lig daar neder, ik gevoel mij op mijn gemak ondanks het gevaar van mijn plaats; ik lig neder en rust, zelfs te midden van hen die in vlam staan. O, de kalme toeverlaat van het geloof, dat den tegenstander vergeet zodra het zich onder de schaduw van Jehovas vleugelen verborgen heeft!
De beschrijving van de goddeloze vervolgers is zeer sterk: hun tanden zijn spiesen en pijlen. Hun mond schijnt een dodelijk wapenhuis te bevatten; zij hebben geen kiezen om hun voedsel te vermalen, het zijn alle scherpe hoektanden: wreed en snijdend. U kent wel zulke vitzieke geesten, die geheel tand schijnen te zijn, en bij wie elke tand een spies of een pijl is.
Maar hun tong is erger dan hun tanden, want die is niet alleen een zwaard maar “een scherp zwaard”. O, hoe kunnen tongen snijden en wonden! U kunt de snee van een zwaard genezen; maar wie zal de snee genezen van een dodelijke, wrede, boosaardige, lasterlijke tong? En toch werd David daardoor niet ontzet, maar hij zei: ik lig neder tussen zulke mensen, mijn ziel is in het midden der leeuwen. Gelijk Daniel onder de leeuwen, zo neemt deze man Gods zijn nachtrust, zo kalm alsof hij thuis in zijn eigen bed sliep.
Psalmen 57:6.KruisverwijzingenPsalmen 140:5→Psalmen 145:14→Psalmen 143:4→Psalmen 35:7→Psalmen 142:3→Psalmen 9:15→Spreuken 28:10→Psalmen 7:15→
— Verhef U boven de hemelen, o God! Uw eer zij over de ganse aarde.
David verheft zich zo boven zijn tegenwoordige omstandigheden uit, dat hij zijn God begint te loven. Een grote uitbarsting van lof — en des te groter vanwege de toestand van den mens uit wien hij kwam. “Mijn ziel is in het midden der leeuwen”, zegt hij; en dan: “Verhef U boven de hemelen, o God!” Alsof hij wilde zeggen: het doet er niet toe wat er van mij wordt; ik zal zelfs in dit leeuwenhol tevreden zijn, zolang U verhoogd bent boven de hemelen en Uw eer over de hele aarde.
O geliefden, er is geen toestand waarin God van een lied beroofd behoort te worden! Wat als ik ziek ben? Toch moet mijn Heere mijn muziek hebben, ook al zijn de harpsnaren niet goed gestemd. Wat als ik arm ben? Toch, waarom zou ik jegens Hém arm zijn en Hem mijn lof onthouden? Wat als ik veel te doen heb? Toch moet ik tijd vinden om Hem te loven.
Psalmen 57:7.KruisverwijzingenPsalmen 112:7→Jesaja 24:15→Psalmen 108:1→Romeinen 5:3→Efeze 5:20→Psalmen 34:4→
— Zij hebben een net bereid voor mijn gangen, mijn ziel was nedergebukt; zij hebben een kuil voor mijn aangezicht gegraven; zij zijn er midden in gevallen. Sela.
Zij joegen hem op zoals men een net spreidt voor een vogel, of zoals men een wild dier tracht te vangen door een kuil te graven en die te overdekken opdat het erin zou struikelen. David heeft nauwelijks tijd om ons van hun listen te vertellen, of hij bemerkt al dat hun plannen op niets zijn uitgelopen: “zij hebben een kuil voor mijn aangezicht gegraven; zij zijn er midden in gevallen.”
U kunt rustig voortgaan, mijn vervolgde vriend, want wie den rechtvaardige zoeken te schaden zullen alleen zichzelf schaden; hun bogen zullen gebroken worden, hun pijlen zullen in hun eigen boezem terugvallen. Wees slechts stil en laat den goddeloze met rust; laat God voor u strijden, en zwijg u.
Psalmen 57:8.KruisverwijzingenPsalmen 16:9→Psalmen 30:12→Richteren 5:12→Handelingen 2:26→Psalmen 150:3→Jesaja 52:9→Psalmen 108:1→Jesaja 52:1→
— Mijn hart is bereid, o God! mijn hart is bereid; ik zal zingen, en psalmzingen.
Dat is genoeg voor mij; ik zal mijn zingen om al mijn tegenstanders niet staken. Laten zij huilen als leeuwen, ik zal voortzingen. Laten zij hun kuilen graven, ik zal voortzingen. Ik vind dit mijn beste bezigheid: mijn God te blijven loven.
Laten de leeuwen hun wrede muilen openen en brullen, en laten boze mensen, wier tanden spiesen en pijlen zijn en wier tong een scherp zwaard is, hun ergste tegen mij doen; laat elke voetstap van mij tussen de netten en kuilen zijn die zij gespreid en gegraven hebben — toch, zelfs midden in het gevaar: “Mijn hart is bereid, o God! mijn hart is bereid; ik zal zingen en psalmzingen.”
Psalmen 57:9.KruisverwijzingenPsalmen 138:1→Psalmen 96:3→Psalmen 2:1→Psalmen 18:49→Psalmen 22:22→Psalmen 138:4→Romeinen 15:9→Psalmen 145:10→
— Waak op, mijn eer! waak op, gij, luit en harp! ik zal in den dageraad opwaken.
“Ik zal den dageraad opwekken”, zo heeft het Hebreeuws het. Ik zal den morgen wekken en hem bestraffen omdat hij er zo lang over doet zijn ogen te openen om Gods werken te zien. Ik zal de zon oproepen om te gaan schijnen; met de vroegste vogels zal ik nog één zanger meer zijn in de grote concertzaal Gods. Ik zal geen langere rust begeren, en ook geen langere tijd voor mijzelf om al mijn moeiten te overdenken; ik zal mijn beste tijd, het eerste uur van den dag, aan den lof van mijn God geven.
Hij roept zijn “eer” op — misschien bedoelt hij zijn tong, mogelijk zijn dichtgave, misschien zijn muzikale bekwaamheid, het kan ook zijn dat hij zijn verstand bedoelt. Wat zijn eer ook is: hij roept zijn hoogste vermogens op om te ontwaken en zijn God te loven. En dan neemt hij zijn luit en zijn harp — vreemde gezellen voor een man wiens ziel in het midden der leeuwen is; maar heiligen weten zelfs de zoetste muziek voort te brengen wanneer hun vijanden fel tegen hen strijden.
Psalmen 57:10.KruisverwijzingenPsalmen 103:11→Psalmen 36:5→Psalmen 108:4→Jesaja 54:7→Psalmen 71:19→Psalmen 89:1→Psalmen 85:10→Hebreeën 6:17→
— Ik zal U loven onder de volken, o Heere! ik zal U psalmzingen onder de natien.
Ik zal het de heidenen doen horen. Zij die den HEERE niet kennen zullen verbaasd staan wanneer zij mij Hem horen loven, en zij zullen vragen: wie is deze God, van Wien deze man zoveel maakt?
Psalmen 57:11.KruisverwijzingenPsalmen 57:5→Openbaring 15:3→Psalmen 8:1→Psalmen 8:9→
— Want Uw goedertierenheid is groot tot aan de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken.
Hebben sommigen van u Gods goedertierenheid niet groot tot de hemelen gevonden? Zij scheen zelfs boven de hemelen te reiken; en wat Gods waarheid betreft: u volgde haar tot u haar niet verder volgen kon, want zij was tot boven de wolken gestegen.
Wij kunnen, meen ik, nauwelijks verwachten hier alle waarheid te verstaan die God ons heeft willen laten horen of lezen. Zij reikt tot de wolken, en daar moeten wij haar voor het tegenwoordige laten. Wanneer God ophoudt iets te openbaren, mogen wij ophouden ernaar te vragen.
Ik zag in Florence een schilderij van den slapenden Zaligmaker. Hij is voorgesteld als slapende in de kribbe te Bethlehem, en de kunstenaar schildert de engelen die om Hem heen zweven met de vinger op de lippen, alsof zij Hem niet uit Zijn heiligen sluimer wilden wekken. Zo ook: wanneer God de waarheid doet slapen, tracht haar dan niet te wekken. Er is genoeg geopenbaard voor u om te kennen, en meer dat u eerlang kennen zult; wroet dus niet tussen de gesloten bladen, maar wacht den bestemden tijd van uw Heere om u meer van Zijn wil te leren.
God geve ons datzelfde kalme, lovende gemoed dat David bezat, als wij geroepen worden zulke beproevingen te doorstaan als hem ten deel vielen!
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Een gouden kleinood (Psalm 16: 1) van David, voor den opperzangmeester (Psalm 4: 1), Al-taschet, op de wijze van het lied: Verdelg niet (Deuteronomium 9: 29 ) als hij, uit het gebied van de Filistijnse stad Gath verjaagd, voor Sauls aangezicht vlood in de spelonk Adullam (1 Samuel 22: 1 vv.). Hoe na deze Psalm, wat de geschiedkundige aanleiding betreft met den vorigen verwant is, is reeds bij 1 Samuel 22: 2 aangewezen, maar ook wat den inhoud betreft, is er veel verwantschap. Wij vinden hetzelfde begin als daar, maar met verhoogde kracht; de tegenpartij is ook hier met zijne helpers als een wild dier gekarakteriseerd, dat roofzuchtig zijn buit zoekt te verslinden. Verder zij nog opgemerkt, dat het tweede deel van onzen Psalm (vs. 8-12), met het tweede deel van den 60sten Psalm (Psalm 60: 7-14) tot een bijzonder lied verenigd, als Psalm 108 (Psalm 108: 2-6; 7-14) voorkomt. 2.
I. Vs. 2-6.KruisverwijzingenHabakuk 2:14→Jesaja 6:3→Psalmen 72:19→Psalmen 57:11→Numeri 14:21→Psalmen 113:4→Psalmen 108:4→Habakuk 3:3→
— Wees mij genadig, o God! Wees mij genadig, want mijn ziel betrouwt op U, en ik neem mijn toevlucht onder de schaduw Uwer vleugelen, totdat de verdervingen zullen voorbij zijn gegaan. Ik zal roepen tot God, den Allerhoogste, tot God, Die het aan mij voleinden zal. Hij zal van den hemel zenden, en mij verlossen, te schande makende dengene, die mij zoekt op te slokken. Sela. God zal Zijn goedertierenheid en Zijn waarheid zenden. Mijn ziel is in het midden der leeuwen, ik lig onder stokebranden, mensenkinderen, welker tanden spiesen en pijlen zijn, en hun tong een scherp zwaard. Verhef U boven de hemelen, o God! Uw eer zij over de ganse aarde.
God moge hem genadig zijn met die bede, die hij tweemalen na elkaar uitspreekt, wendt zich David in zijnen hoogst moeilijke toestand tot den Heere; hij is echter ook, hoewel zijn leven aan een haar hangt, vol goeden moed, dat de Allerhoogste, onder wiens beschermende vleugelen hij gevlucht is Zijn werk aan hem zal voleindigen, en hem Zijne reddende Engelen zal zenden; -ja, hij is overtuigd, dat God, wanneer het moest zijn, hemel en aarde voor hem in beweging zou brengen, omdat de eer van Zijnen naam in hemel en op aarde daarvan afhangt, dat hij de Zijnen beschermt tegen de vreselijke macht, welke de goddelozen tegen hen overstellen.
Zijt mij genadig, o God (Psalm 56: 2)zijt mij genadig in dit zo groot gevaar, en laat mij niet omkomen, want mijne ziele betrouwt op U 1) bij het verspieden, dat de mensen doen (Psalm 56: 7. 1 Samuel 24: 12), en ik neem mijne toevlucht onder de schaduw Uwer vleugelen, onder welke ik mij als onder een schermdak verberg (Psalm 17: 8; 36: 8 de boosheid mij denkt te veroorzaken, zullen voorbij zijn gegaan (Jes. 26: 20).
Ook hier weer spreekt David het uit, in dit gouden kleinood, dat te midden van hooggaand lijden, zijn verwachting niet is van de bergen en heuvelen der aarde, maar op zijn God alleen. Dit is juist de kracht des geloofs, dat, hoe tergend de vijand woedt, hoe meer de bezwaren zich ontwikkelen, de toevlucht te sterker genomen wordt tot den machtigen Verbonds-God. Dit is juist het zich sterken in den Heere, zijn God, ook dan, wanneer hem alles schijnt te verlaten wat de wereld betreft.
Ik zal roepen tot God, den Allerhoogste 1), tegen wie aller vijanden list en geweld niets vermag, tot God, die het werk, dat Hij aan mij begonnen heeft, voleinden zal (1 (Samuel 24: 13, 16).
Niet zonder grote oorzaak noemt David hier zijn God, den Allerhoogste. Want daarmee toch duidt hij Hem aan als Degene, die boven de hemelen troont, en alle macht bezit in hemel en aarde, Die daarom machtig is, Zijn knecht tot een veilig rondas en een voor alles beschermend schild te zijn. Om welke reden hij ook in het volgende vers zegt, dat Hij van den hemel zal zenden, en mij verlossen. Zijne verwachting is op den hemel en niet op de aarde gevestigd.
Wat het ook zij, dat Hij tot een middel mijner verlossing zal aanwenden, Hij zal van den hemel zenden, en mij verlossen van het najagen van den naar mij hongerenden Saul, die allerlei laster tegen mij verzint. God zal mij redden, te schande makende degene, die mij zoekt op te slokken. Sela. Hier ene pauze, terwijl de muziek uitdrukt, hoe diep die smaad den zanger ter harte gaat. God zal echter, om mij te redden, Zijne goedertierenheid en Zijne waarheid als beschermengelen zenden, om mij ter zijde te staan (Psalm 43: 3; 40: 11). Alsof David wil zeggen: De vijanden azen wel begerig op mijn verderf, en uit hun hinderlagen zoeken zij gelegenheid, om mij te verderven, maar God zal mij uitredden met hun schande. Er wordt mede gezegd, dat God schaamte en schande op de goddelozen uitstort, vijl hun hoop wordt teleurgesteld. Dus zal David vuriger de verwonderlijke en volstrekt Goddelijke bevrijding zich voorstellen. Zo ook nu zegt hij, dat hij die verwacht van Gods goedheid en trouw. En tot die hulptroepen strekte hij zijne handen uit.
Mijne ziel is, zo dikwijls ik mij hier in de spelonk ter ruste leg, in het midden der leeuwen zij is ieder ogenblik in gevaar, om door bloeddorstige vijanden te worden gedood; Ik lig onder stokebranden, want wisten zij, dat ik hier ben, hun boosheid zou zich niet bedenken, om mij met de mijnen door aangestoken vuren te verstikken (of: van vlammende, d.i. woedende mensen), onder mensenkinderen, welker tanden spiesen en pijlen zijn (Spreuken 30: 14), en hun tong een scherp zwaard 1) (Psalm 55: 22) 3 geweldenarijen en lasteringen tegen mij zijn bij hen.
Het komt hier vooral op aan dat men zelf in den geeft met David in het hol kruipt, en uit die duistere verblijfplaats den Psalm lere verstaan.
David acht zijn gevaarlijke toestand niet gering Hij weet zeer goed, in welk een toestand hij verkeert. Van welke woedende en gevaarlijke vijanden hij omringd is. Maar dit kennen van het gevaar is juist geschikt niet alleen, om zijn nood aan zijn God te klagen, maar ook van Hem bescherming te verwachten. Waarbij komt, dat hij weet en er zich bewust van is, dat zijn redding met de ere Gods in het nauwste verband staat. Want onder alle omstandigheden, hoe pijnlijk en ellendig ook, weet hij zich de Gezalfde des Heeren te zijn, en daarom, dat, indien hij als Gezalfde Gods, als theocratisch koning omkomt, Gods eer verduisterd wordt. Het is daarom, dat Hij in het volgende vers uitroept: “Uw eer zij over de ganse aarde.”
a) verhef U boven de hemelen, O God! openbaar, dat gij in zulk een nood waarin ik niets vermag, op recht handtastelijke wijze U mijnen helper betoont, dat Gij boven alles verheven in den hemel troont. Uwe eer Zij als van God, die voor de Uwen een licht zijt en voor de tegenstanders een verterend vuur, over de ganse aarde, zodat alle mensen haar hier beneden erkennen en zich onder U buigen.
Psalm 108: 6. Wie Gods kracht aantast, tast den Heere aan, daarom roept David tot God, dat Hij den vijanden late zien, wat het zegt als men de hand aan Gods knechten legt. Hoog boven alle hemelen zal God Zijne verhevenheid en ver over de gehele aarde Zijne heerlijkheid ontvouwen, opdat zij leren kennen, dat het gene slechte mensen zijn, die zulk enen God dienen.
7.
II. Vs. 7-12.KruisverwijzingenPsalmen 16:9→Psalmen 103:11→Psalmen 30:12→Psalmen 36:5→Psalmen 112:7→Richteren 5:12→Psalmen 138:1→Psalmen 96:3→
— Zij hebben een net bereid voor mijn gangen, mijn ziel was nedergebukt; zij hebben een kuil voor mijn aangezicht gegraven; zij zijn er midden in gevallen. Sela. Mijn hart is bereid, o God! mijn hart is bereid; ik zal zingen, en psalmzingen. Waak op, mijn eer! waak op, gij, luit en harp! ik zal in den dageraad opwaken. Ik zal U loven onder de volken, o Heere! ik zal U psalmzingen onder de natien. Want Uw goedertierenheid is groot tot aan de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken. Verhef U boven de hemelen, o God! Uw eer zij over de ganse aarde.
Nog eens richt zich des zangers oog op den groten nood, waarin hij zich bevindt; overal zijn netten gespannen, om hem te vangen, en groeven gegraven om hem te verderven; onder die gevaren is zijne ziel diep gebogen, maar het geloof wijst hem diegenen aan, die zelf in den kuil gevallen zijn dien zij gegraven hebben, en nu klinkt reeds uit zijne borst het lof- en danklied voor de ondervondene redding; nu verkondigt hij ook onder de heidenen en vreemde volken de ere Gods.
Zij, die mij ter dood toe hatende en vervolgende tegenstanders, hebben een net bereid voor mijne gangen, opdat ik daarin onvoorziens zou vallen; mijne ziel was nedergebukt door de gedurige bedreiging van mijn leven; zij hebben enen kuil voor mijn aangezicht gegraven, waarin ik zonder buitengewone hulp van God had moeten vallen; zij zijn, van deze uitkomst ben ik in het geloof reeds zeker, er midden in gevallen (Psalm 7: 16; 9: 16 Pauze, onder welke de invallende muziek deze profetische zekerheid versterkt.
a) Mijn hart, dat van de heerlijke uitkomst Uwer wegen met mij zo zeker is, alsof het reeds aanwezig ware, is bereid; o God! mijn hart is bereid, ik zal zingen en psalmzingen met snarenspel.
ps. 108: 2 en 7.
Waak op, mijne eer! mijne ziel (Psalm 7: 6)waak op, gij luit en harp! die gedurende al dien tijd van treuren en vrezen als het ware geslapen hebt; ik zal in den dageraad opwaken 1) (liever: ik zal den dageraad wekken; niet deze zal mij tot zingen opwekken, maar ik zal hem voorkomen, voor den dageraad zal ik reeds zingen en spelen).
Een machtig en overstelpend gevoel van lof en dank aan den Heere vervult bij het ontwaken Davids hart. Ik zal, zegt hij, in den dageraad opwaken; eigenlijk staat er: Ik zal de dageraad wekken, den dageraad voorkomen. Tot tweemalen toe spreekt hij: “mijn hart is bereid!” en hij wekt zijne ere op te ontwaken. Zijn ere is zijn hart, zijne ziel, zie Psalm 16: 9; 30: 13. Zijne ziele heeft lang genoeg nedergebogen getreurd, ook zijn luit en harp, die in ruste waren, moeten ontwaken. Want wat God aan hem gedaan heeft, moet verkondigd worden aan alle volken en natiën. Ook den volken, den Heidenen wil hij prediken, welk een God de God Israëls is. Niemand is Hem gelijk.
Ik zal U loven, niet alleen onder Israël, maar ook onder de volken, o HEERE! ik zal U psalmzingen onder de natiën, die nu nog niets van U weten. Wij horen hier het zelfbewustzijn van ene allen omvattende missie (zending), dat David van het begin tot het einde van zijne koninklijke loopbaan vergezeld heeft. (Psalm 18: 50).
Wat David hier zegt is ook door dezen Psalm zelven, die tot alle volken en tot de late nakomelingen gekomen is, geschied. Genade en waarheid komen van den hemel af en reiken weer naar den hemel. Zij zijn evenzo onmetelijk, onuitputtelijk, onoverwinnelijk als de laatste, maar zij knopen beide werelden aan elkaar, en maken in beide de heerlijkheid Gods openbaar. Daarom heeft, gelijk de daad Gods aan Zijnen gezalfde, zo ook de lof Gods door hem een wereldhistorisch karakter en ene universele betekenis. De knecht Gods wil niet alleen laat en vroeg God loven, cither en harp spelen en den dageraad voorkomen, zodat hij niet door dezen, maar deze door hem wordt wakker geroepen; hij wil de volkeren op den gehelen aardbodem door zijn loven van God tot een gelijk prijzen opwekken en leiden. Hij heeft en erkent zijne zendingsroeping.
Want Uwe goedertierenheid is groot tot aan de hemelen, en Uwe waarheid tot aan de bovenste wolken (Psalm 36: 6).
Verhef U boven de hemelen, o God! zo roep ik wederom, nu ik in ‘t geloof de redding zie, zowel als straks, toen ‘t nog alles donker was, Uwe eer zij over de ganse aarde. Dat zal de schitterende uitkomst zijn van alle wegen en werken Gods, ook uit de meest duistere leidingen. Dit bedoelt de bede: “Uw naam worde geheiligd!”. Alles moet uitlopen op de ere Gods. Indien Gods kinderen ook dit bij de beproeving recht in het oog houden, zal de heerlijke vrucht er van niet gemist worden. Alles, wat God Zijne kinderen toezendt, ook de noden, ook het lijden, heeft dit grote einddoel, dat de Naam des Heeren er door verheerlijkt worde.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel