Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een onderwijzingH4905 van DavidH1732, voor den opperzangmeesterH5329, op de NeginothH5058.
Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.
KJV
[[To the chief Musician1
on Neginoth,2
Maschil,3
A Psalm of David.]]4
Give ear
to my prayer,
O God;
and hide
not thyself from my supplication.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
O GodH430! neem mijn gebedH8605 ter oren, en verbergH5956 U nietH408 voor mijn smekingH8467.
O God! neem mijn gebed ter oren, en verberg U niet voor mijn smeking.
Ook in dit vers
neemH238
KJV
Attend
unto me, and hear
me: I mourn
in my complaint,
and make a noise;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
MerkH7181 op mij, en verhoorH6030 mij; ik bedrijf misbaarH7300 in mijn klachtH7879, en maak getierH1949;
Merk op mij, en verhoor mij; ik bedrijf misbaar in mijn klacht, en maak getier;
KJV
Because of the voice
of the enemy,
because
of the oppression
of the wicked:
for they cast
iniquity
upon me, and in wrath
they hate
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Om den roepH6963 des vijandsH341, vanwege de beangstigingH6125 des goddelozenH7563; wantH3588 zij schuivenH4131 ongerechtigheidH205 opH5921 mij, en in toornH639 hatenH7852 zij mij.
Om den roep des vijands, vanwege de beangstiging des goddelozen; want zij schuiven ongerechtigheid op mij, en in toorn haten zij mij.
KJV
My heart
is sore pained
within
me: and the terrors
of death
are fallen
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Mijn hartH3820 smartH2342 in het binnensteH7130 van mij, en verschrikkingenH367 des doodsH4194 zijn opH5921 mij gevallenH5307.
Mijn hart smart in het binnenste van mij, en verschrikkingen des doods zijn op mij gevallen.
KJV
Fearfulness
and trembling
are come
upon me, and horror
hath overwhelmed
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
VreesH3374 en bevingH7461 komtH935 mij aan, en gruwenH6427 overdektH3680 mij;
Vrees en beving komt mij aan, en gruwen overdekt mij;
KJV
And I said,
Oh that
I had wings
like a dove!
for then would I fly away,
and be at rest.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Zodat ik zegH559: Och, dat mij iemand vleugelenH83, als ener duiveH3123, gave! ik zou henenvliegenH5774, waar ik blijven mochtH7931.
Zodat ik zeg: Och, dat mij iemand vleugelen, als ener duive, gave! ik zou henenvliegen, waar ik blijven mocht.
Ook in dit vers
OchH5414
KJV
Lo, then would I wander
far off,
and remain
in the wilderness.
Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
ZietH2009, ik zou verH7368 wegzwervenH5074, ik zou vernachtenH3885 in de woestijnH4057. SelaH5542.
Ziet, ik zou ver wegzwerven, ik zou vernachten in de woestijn. Sela.
KJV
I would hasten
my escape
from the windy
storm
and tempest.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Ik zou haastenH2363, dat ik ontkwameH4655, van den drijvendenH7307 wind, van den stormH5591.
Ik zou haasten, dat ik ontkwame, van den drijvenden wind, van den storm.
Ook in dit vers
windH5584
KJV
Destroy,
O Lord,
and divide
their tongues:
for I have seen
violence
and strife
in the city.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
VerslindH1104 hen, HEERE! deelH6385 hun tongH3956; wantH3588 ik zieH7200 wrevelH2555 en twistH7379 in de stadH5892.
Verslind hen, HEERE! deel hun tong; want ik zie wrevel en twist in de stad.
Ook in dit vers
HEEREH136
KJV
Day
and night
they go about
it upon the walls
thereof: mischief
also and sorrow
are in the midst
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
DagH3119 en nachtH3915 omringenH5437 zij haar opH5921 haar murenH2346; en ongerechtigheidH205 en overlastH5999 is binnen in haar.
Dag en nacht omringen zij haar op haar muren; en ongerechtigheid en overlast is binnen in haar.
KJV
Wickedness
is in the midst8
thereof: deceit
and guile
depart
not from her streets.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Enkel verdervingH1942 is binnen in haar; en listH8496 en bedrogH4820 wijktH4185 nietH3808 van haar straatH7339.
Enkel verderving is binnen in haar; en list en bedrog wijkt niet van haar straat.
Ook in dit vers
binnensteH7130
KJV
For it was not an enemy
that reproached
me; then I could have borne
it: neither was it he that hated
me that did magnify
himself against me; then I would have hid
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
WantH3588 het is geen vijandH341, die mij hoontH2778, anders zou ik het hebben gedragenH5375; het is mijn haterH8130 niet, die zich tegenH5921 mij groot maakt, anders zou ik mij voor hem verborgenH5641 hebben.
Want het is geen vijand, die mij hoont, anders zou ik het hebben gedragen; het is mijn hater niet, die zich tegen mij groot maakt, anders zou ik mij voor hem verborgen hebben.
Ook in dit vers
maaktH1431
KJV
But it was thou, a man
mine equal,
my guide,
and mine acquaintance.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Maar gijH859 zijt het, o mensH582, als van mijn waardigheidH6187, mijn leidsmanH441 en mijn bekendeH3045!
Maar gij zijt het, o mens, als van mijn waardigheid, mijn leidsman en mijn bekende!
KJV
We took sweet
counsel
together,
and walked
unto the house
of God
in company.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
Wij, dieH834 te zamen in zoetigheidH4985 heimelijk raadpleegdenH5475; wij wandeldenH1980 in gezelschapH7285 ten huizeH1004 GodsH430.
Wij, die te zamen in zoetigheid heimelijk raadpleegden; wij wandelden in gezelschap ten huize Gods.
Ook in dit vers
zamenH3162
KJV
Let death
seize
upon them, and let them go down
quick
into hell:
for wickedness
is in their dwellings,
and among
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Dat hun de doodH4194 als een schuldeiser overvalleH5377, dat zij als levendH2416 ter helleH7585 nederdalenH3381; want booshedenH7451 zijn in hun woningH4033, in het binnensteH7130 van hen.
Dat hun de dood als een schuldeiser overvalle, dat zij als levend ter helle nederdalen; want boosheden zijn in hun woning, in het binnenste van hen.
KJV
As for me, I will call
upon God;
and the LORD
shall save
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Mij aangaande, ik zal totH413 GodH430 roepenH7121, en de HEEREH3068 zal mijH589 verlossenH3467.
Mij aangaande, ik zal tot God roepen, en de HEERE zal mij verlossen.
KJV
Evening,
and morning,
and at noon,
will I pray,
and cry aloud:
and he shall hear
my voice.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Des avondsH6153, en des morgensH1242, en des middagsH6672 zal ik klagenH7878 en getierH1993 maken; en Hij zal mijn stemH6963 horenH8085.
Des avonds, en des morgens, en des middags zal ik klagen en getier maken; en Hij zal mijn stem horen.
KJV
He hath delivered
my soul
in peace
from the battle
that was against me: for there were many
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
Hij heeft mijn zielH5315 in vredeH7965 verlostH6299 van den strijdH7128 tegen mij; wantH3588 met menigteH7227 zijn zij tegen mij geweest.
Hij heeft mijn ziel in vrede verlost van den strijd tegen mij; want met menigte zijn zij tegen mij geweest.
KJV
God
shall hear,
and afflict
them, even he that abideth
of old.
Selah.
Because they have no changes,
therefore they fear
not God.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
God zal horenH8085, en zal hen plagenH6031, als dieH834 van oudsH6924 zitH3427, SelaH5542; dewijl bij hen gans geen veranderingH2487 is, en zij God niet vrezenH3372.
God zal horen, en zal hen plagen, als die van ouds zit, Sela; dewijl bij hen gans geen verandering is, en zij God niet vrezen.
Ook in dit vers
GodH410
GodH430
KJV
He hath put forth
his hands
against such as be at peace
with him: he hath broken
his covenant.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
Hij slaat zijn handenH3027 aan degenen, die vredeH7965 met Hem hadden; hij ontheiligtH2490 Zijn verbondH1285.
Hij slaat zijn handen aan degenen, die vrede met Hem hadden; hij ontheiligt Zijn verbond.
Ook in dit vers
slaatH7971
KJV
The words of his mouth
were smoother
than butter,
but war
was in his heart:
his words
were softer
than oil,
yet were they drawn swords.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
Zijn mondH6310 is gladderH2505 dan boterH4260, maar zijn hartH3820 is krijgH7128; zijn woorden zijn zachterH7401 dan olieH8081, maar dezelveH1992 zijn blote zwaardenH6609.
Zijn mond is gladder dan boter, maar zijn hart is krijg; zijn woorden zijn zachter dan olie, maar dezelve zijn blote zwaarden.
Ook in dit vers
woordenH1697
KJV
Cast
thy burden
upon the LORD,
and he shall sustain
thee: he shall never
suffer
the righteous
to be moved.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
WerpH7993 uw zorgH3053 opH5921 den HEEREH3068, en HijH1931 zal u onderhoudenH3557; Hij zal in eeuwigheidH5769 nietH3808 toelaten, dat de rechtvaardigeH6662 wankeleH4131.
Werp uw zorg op den HEERE, en Hij zal u onderhouden; Hij zal in eeuwigheid niet toelaten, dat de rechtvaardige wankele.
Ook in dit vers
toelatenH5414
KJV
But thou, O God,
shalt bring them down
into the pit
of destruction:
bloody
and deceitful
men
shall not live out half
their days;
but I will trust
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
Maar GijH859, o GodH430! zult die doen nederdalenH3381 in den putH875 des verderfsH7845; de mannenH582 des bloedsH1818 en bedrogsH4820 zullen hun dagenH3117 nietH3808 ter helft brengenH2673; ikH589, daarentegen, zal op U vertrouwenH982.
Maar Gij, o God! zult die doen nederdalen in den put des verderfs; de mannen des bloeds en bedrogs zullen hun dagen niet ter helft brengen; ik, daarentegen, zal op U vertrouwen.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
onderwijzing
Als op den voorgaanden psalm.
Hertaald:
onderwijzing
Als bij de voorgaande psalm.
klacht
Of, gepeins, gebed; hij wil zeggen dat de overdenking van al zijne zwarigheden en gevaren hem onrustig en kermende maakt in het bidden.
Hertaald:
klacht
Of: gepeins, gebed; hij wil zeggen dat het overdenken van al zijn moeiten en gevaren hem onrustig en kermend maakt in het bidden.
getier
Of, rumoer, gerucht.
Hertaald:
getier
Of: rumoer, gerucht.
roep
Bebr. stem; dat is, den roep, din mijne vijanden laten gaan, dat zij mij van alle kanten willen omsingelen en in het verdrf brengen. Verg. 2 Sam. 17:11-14 , 2 Sam. 17:21 , 2 Sam. 17:24 .
Hertaald:
roep
Hebreeuws: stem; dat is: het geroep dat mijn vijanden laten horen, dat zij mij van alle kanten willen omsingelen en in het verderf brengen. Vergelijk 2 Sam. 17:11-14, 2 Sam. 17:21, 2 Sam. 17:24.
des goddelozen;
Dat is, die de goddeloze mij aandoet.
Hertaald:
des goddelozen;
Dat is: die de goddeloze mij aandoet.
ongerechtigheid
Of, valsheid, ongelijk, onrecht; dat is, zij bezwaren mij met leugens, strooiende van mij allerlei boze stukken, waarmede ik mij dit lijden op den hals gehaald en verdiend heb.
Hertaald:
ongerechtigheid
Of: valsheid, ongelijk, onrecht; dat is: zij bezwaren mij met leugens en verspreiden allerlei kwade stukken over mij, waarmee ik dit lijden op mijn hals gehaald en verdiend zou hebben.
smart
Dat is, lijdt smart als van een barende vrouw.
Hertaald:
smart
Dat is: lijdt smart als van een barende vrouw.
doods
Dat is, dodelijke.
Hertaald:
doods
Dat is: dodelijke.
Och
Hebr. wie zal mij geven, enz., algemene manier van wensen bij de Hebreën, gelijk boven Ps. 14:7 , en Ps. 53:7 . Zie Deut. 5:29 .
Hertaald:
Och
Hebreeuws: wie zal mij geven, enzovoort — een algemene manier van wensen bij de Hebreeën, zoals hierboven Ps. 14:7, en Ps. 53:7. Zie Deut. 5:29.
vleugelen
Hebr. een vleugel, of veder; dat is, vleugelen.
Hertaald:
vleugelen
Hebreeuws: een vleugel, of veer; dat is: vleugels.
duive
Een zwak en vreesachtig dier, dat zich in de woestijnen en holen zoekt te verbergen, zie Jer. 48:28 .
Hertaald:
duive
Een zwak en angstig dier, dat zich in de woestijnen en holen probeert te verbergen; zie Jer. 48:28.
waar
Hebr. en zou blijven, of wonen; waar slechts veilig kon zijn, wil hij zeggen.
Hertaald:
waar
Hebreeuws: en zou blijven, of wonen; waar hij maar veilig zou kunnen zijn, wil hij zeggen.
ver
Hebr. mij verre afmaken, zwerven; dat is, ver van hier vluchten, heen zwervende, waar hij dan ook zou mogen wezen. Zie gelijke samenvoeging van twee woorden Ps. 45:5 .
Hertaald:
ver
Hebreeuws: mij ver wegmaken, zwerven; dat is: ver van hier vluchten en rondzwerven, waar hij dan ook zou zijn. Zie een gelijke samenvoeging van twee woorden in Ps. 45:5.
vernachten
Of, herbergen, mij onthouden, enz.
Hertaald:
vernachten
Of: herbergen, mij ophouden, enzovoort.
Sela
Zie Ps. 3:3 .
Hertaald:
Sela
Zie Ps. 3:3.
Ik zou
Hebr. Ik zou de ontkoming haasten voor mij, of mij de ontkoming haasten.
Hertaald:
Ik zou
Hebreeuws: ik zou de ontkoming haasten voor mij, of: mij de ontkoming haasten.
drijvenden
Hebr. wind der drijving, of des storms, des aanvals; dat is, deze vervolging, die mij haastelijk overvalt of dreigt weg te rapen, gelijk een stormwind alles nederwerpt of met zich wegrukt. Verg. 2 Sam. 15:14 , en 2 Sam. 17:21 .
Hertaald:
drijvenden
Hebreeuws: wind van het drijven, of van de storm, van de aanval; dat is: deze vervolging, die mij plotseling overvalt of dreigt weg te rukken, zoals een stormwind alles neerwerpt of met zich meesleurt. Vergelijk 2 Sam. 15:14, en 2 Sam. 17:21.
tong;
Dat is, hunne spraak. Dit verslinden en verdelen der spraak schijnt te zien op de oordelen Gods, die Hij gevoerd heeft over de bouwers van den toren van Babel, en het rot van Korach; Gen. 11:7-8 ; Num. 16:32 .
Hertaald:
tong;
Dat is: hun spraak. Dit verslinden en verdelen van de spraak lijkt te zien op de oordelen van God die Hij voltrokken heeft over de bouwers van de toren van Babel en over de bende van Korach; Gen. 11:7-8; Num. 16:32.
wrevel
Of, geweld.
Hertaald:
wrevel
Of: geweld.
stad
Jeruzalem, gelijk sommigen verstaan, duidende den psalm op Absaloms vervolging, wanneer [David in haast gevlucht zijnde] Absalom daar binnen kwam, gruwelijk ten hove huishoudende en raad nemende, hoe men zijnen vader best zou overvallen en verdelgen, waarin de raadslieden niet wel overeenkwamen doordien God hunne tongen verdeelde, 2 Sam. 17:14 , volgens Davids gebed, hier en 2 Sam. 15:31 . Anderen verstaan het van Gibea Sauls, waar Saul hofhield, [verg. Ps. 59:7 ] , of niet juist van ene stad, maar in het algemeen van de ongebonden goddeloosheid, die overal, zelfs in de steden [waar de beste orde behoorde te zijn] in zwang ging.
Hertaald:
stad
Jeruzalem, zoals sommigen het verstaan, die de psalm betrekken op Absaloms vervolging: toen David haastig gevlucht was en Absalom daar binnenkwam, gruwelijk aan het hof huishield en beraadslaagde hoe men zijn vader het best zou kunnen overvallen en uitroeien. Daarover werden de raadslieden het niet eens, doordat God hun tongen verdeelde, 2 Sam. 17:14, overeenkomstig Davids gebed hier en in 2 Sam. 15:31. Anderen verstaan er Gibea van Saul onder, waar Saul hof hield [vergelijk Ps. 59:7]; of niet bepaald één stad, maar in het algemeen de ongebonden goddeloosheid die overal gangbaar was, zelfs in de steden, waar de beste orde behoorde te zijn.
omringen
Te weten, wrevel en twist omringen de stad; of zij [de bozen] gaan haar [de stad] romdom; dat is, lopende overal om alle kwaad te bedrijven, of mij te achterhalen.
Hertaald:
omringen
Namelijk: wrevel en twist omringen de stad; of: zij [de bozen] gaan om haar [de stad] heen; dat is: zij lopen overal rond om allerlei kwaad te bedrijven, of om mij te achterhalen.
Enkel
Hebr. verdervingen; dat is, enkel schenderij, allerlei schade, jammer, verdrukking.
Hertaald:
Enkel
Hebreeuws: verdervingen; dat is: enkel schending, allerlei schade, jammer en verdrukking.
vijand,
Versta, geen openbaar vijand, want [wil hij zeggen] was hij mij openbaar vijandig geweest, zo zou het mij zo vreemd niet voorkomen en zo ondragelijk niet vallen.
Hertaald:
vijand,
Versta: geen openlijke vijand; want, wil hij zeggen, als hij mij openlijk vijandig geweest was, zou het mij niet zo vreemd voorkomen en niet zo ondraaglijk vallen.
groot maakt,
Zie Ps. 35:26 .
Hertaald:
groot maakt,
Zie Ps. 35:26.
verborgen
Dat is, mij voor hem hebben kunnen wachten, hem ontgaan, ontwijken.
Hertaald:
verborgen
Dat is: mij voor hem hebben kunnen hoeden, hem hebben kunnen ontgaan of ontwijken.
waardigheid,
Hebr. naar mijne schatting, of waarde; dat is, mijns gelijken, geacht of geschat als ik, of dien ik achtte als mijzelven. Anders, van mijne orde; dat is, van mijn staat, toestand en kwaliteit. Hierdoor verstaan sommigen Achitofel, van wiens grootachting en vertrouwen zo in het algemeen als bij David in het bijzonder, zie 2 Sam. 16:23 ; waarom ook van hem [als hij zich bij Absalom gevoegd had] in het bijzonder geboodschapt werd aan David, als zijnde niet alleen zeer vreemd, onverwacht en trouwelooslijk gedaan, maar ook zulks, dat David [ten aanzien van Achitofels uitnemende kloekheid] daarop wel te letten had. Die dezen psalm op Sauls tijd duiden, verstaan Abner, of anderen van Sauls krijgsraad.
Hertaald:
waardigheid,
Hebreeuws: naar mijn schatting, of waarde; dat is: mijns gelijke, even hoog geacht of geschat als ik, of iemand die ik achtte als mijzelf. Anders: van mijn orde, dat is: van mijn stand, staat en positie. Sommigen verstaan hieronder Achitofel; over de hoge achting voor hem en het vertrouwen in hem, zowel in het algemeen als bij David in het bijzonder, zie 2 Sam. 16:23. Daarom werd het David ook afzonderlijk gemeld toen hij zich bij Absalom gevoegd had: dat was niet alleen zeer vreemd, onverwacht en trouweloos, maar ook zo dat David er, gezien Achitofels uitzonderlijke scherpzinnigheid, goed op moest letten. Wie deze psalm op de tijd van Saul betrekken, verstaan er Abner onder, of anderen uit Sauls krijgsraad.
leidsman
Of, voornaamste vriend, beleider; te weten, mijner zaken. Zie Spr. 16:28 , en Spr. 17:9 ; Mi. 7:5 .
Hertaald:
leidsman
Of: voornaamste vriend, bestuurder; namelijk van mijn zaken. Zie Spr. 16:28, en Spr. 17:9; Micha 7:5.
in zoetigheid
Hebr. den raad [of de verborgenheid, verborgen raad] zoet maakten.
Hertaald:
in zoetigheid
Hebreeuws: de raad [of: de verborgenheid, de verborgen raad] zoet maakten.
in gezelschap
Of, met de samenlopende schare, [ Ps. 42:5 ] . Zie van het Het Hebr. woord Ps. 2:1 . Hij wil zeggen dat zij tezamen verplicht waren niet alleen door den band van politieke vriendschap en gemeenschap, maar ook door den allersterksten band van religie.
Hertaald:
in gezelschap
Of: met de samenstromende schare [Ps. 42:5]. Zie over het Hebreeuwse woord Ps. 2:1. Hij wil zeggen dat zij aan elkaar verbonden waren niet alleen door de band van maatschappelijke vriendschap en omgang, maar ook door de allersterkste band van de godsdienst.
Dat hen
Of, de dood zal hen, enz.
Hertaald:
Dat hen
Of: de dood zal hen, enzovoort.
dood
Hij wil zeggen, laat hen schielijk en schrikkelijk omkomen. Zie boven vs.10. Dit spreekt David door den profetischen Geest en ijver des Heeren gedreven zijnde.
Hertaald:
dood
Hij wil zeggen: laat hen plotseling en verschrikkelijk omkomen. Zie hierboven vers 10. Dit spreekt David gedreven door de profetische Geest en door ijver voor de Heere.
woning,
De plaats waar zij verkeren, of gezelschap, omgang.
Hertaald:
woning,
De plaats waar zij verkeren, of: hun gezelschap en omgang.
Des avonds
Verg. Dan. 6:11 , en Hand. 3:1 , en Hand. 10:3 , Hand. 10:9 , Hand. 10:30 . Hij wil zeggen dat hij niet zal ophouden noch moede worden, maar God met zijn dagelijkse gebeden, [welker gewoonlijke tijden hij hier verhaalt] als moeilijk en lastig vallen. Zie Luc. 18:1 .
Hertaald:
Des avonds
Vergelijk Dan. 6:11, en Hand. 3:1, en Hand. 10:3, Hand. 10:9, Hand. 10:30. Hij wil zeggen dat hij niet zal ophouden en niet moe zal worden, maar God als het ware zal lastigvallen met zijn dagelijkse gebeden, waarvan hij hier de gebruikelijke tijden noemt. Zie Luk. 18:1.
ziel in
Dat is, hij heeft mijn leven uit gevaar gered en mij in vrede gesteld. Dit kan zien op voorgaande verlossingen, of een gelovige en profetische verklaring zijn van de zekerheid ener goede uitkomst, dergelijke vele in dit boek gevonden worden.
Hertaald:
ziel in
Dat is: Hij heeft mijn leven uit gevaar gered en mij in vrede gesteld. Dit kan zien op eerdere verlossingen, of het kan een gelovige en profetische uitspraak zijn over de zekerheid van een goede afloop, zoals er vele in dit boek te vinden zijn.
tegen mij;
Dat is, die zij mij aandeden, of aandoen wilden.
Hertaald:
tegen mij;
Dat is: die zij mij aandeden of wilden aandoen.
met menigten
Hebr. in, of met, onder, vele [of, grote machtige] zijn zij geweest tegen, of met mij, want het Hebr. woord kan geduid worden op vrienden of vijanden, en beide heeft een goeden zin. Gelijk Davids vijanden vele waren, alzo had hij daarentegen de heirscharen der heilige engelen met zich. Verg. Ps. 34:8 , en Ps. 57:4 ; 2 Kon. 6:16 , doch in het volgende sprekkt David van zijne vijanden.
Hertaald:
met menigten
Hebreeuws: in, of met, of onder velen [of: grote, machtige] zijn zij tegen mij, of met mij geweest; want het Hebreeuwse woord kan op vrienden of op vijanden betrokken worden, en beide geven een goede zin. Zoals Davids vijanden talrijk waren, zo had hij daartegenover de legers van de heilige engelen met zich. Vergelijk Ps. 34:8, en Ps. 57:4; 2 Kon. 6:16. In het vervolg spreekt David echter over zijn vijanden.
zit
Als Rechter van den beginne. Verg. Ps. 93:2 .
Hertaald:
zit
Als Rechter van het begin af. Vergelijk Ps. 93:2.
Sela
Zie Ps. 3:3 .
Hertaald:
Sela
Zie Ps. 3:3.
gans
Hebr. gene veranderingen; kleine noch grote te weten, van het kwade tot het goede; zij beteren zich niet in het allerminste, wil hij zeggen.
Hertaald:
gans
Hebreeuws: geen veranderingen; namelijk geen kleine en geen grote, van het kwade naar het goede; zij verbeteren zich niet in het minst, wil hij zeggen.
Hij
Dat is,elkeen dezer goddelozen, of de voornaamste onder hen, dien de anderen volgen.
Hertaald:
Hij
Dat is: ieder van deze goddelozen, of de voornaamste onder hen, die de anderen volgen.
slaat
Of, legt, strekt uit; dat is, hij doet hun kwaad, overlast, geweld, ja hij brengt hen om het leven. Zie Gen. 37:22 .
Hertaald:
slaat
Of: legt aan, strekt uit; dat is: hij doet hun kwaad, overlast en geweld aan, ja hij brengt hen om het leven. Zie Gen. 37:22.
vrede
Of, zijne vredegenoten, bondgenoten; verg. Ps. 7:5 , en Ps. 41:10 , en boven vs.13, 15.
Hertaald:
vrede
Of: zijn vredegenoten, bondgenoten; vergelijk Ps. 7:5, en Ps. 41:10, en hierboven vers 13, 15.
verbond
Dat hij met ede en dienvolgens [met aanroeping van Gods heiligen naam] gemaakt en bevestigd had, dat breekt hij zonder schromen.
Hertaald:
verbond
Dat hij met een eed en dus met aanroeping van Gods heilige Naam gesloten en bekrachtigd had; dat breekt hij zonder schroom.
mond
Dat is, de woorden zijns monds; waarom ook het bijgevoegde Hebr. woord in het getal van velen staat, zijn gladder.
Hertaald:
mond
Dat is: de woorden van zijn mond; daarom staat ook het bijbehorende Hebreeuwse woord in het meervoud: zijn gladder.
dan boter,
Of, dan of zij boterig, of geboterd waren. Anders: zij maken hunnen mond glad, of zij verzachten hunnen mond [als] boter.
Hertaald:
dan boter,
Of: dan alsof zij van boter of geboterd waren. Anders: zij maken hun mond glad, of: zij verzachten hun mond [als] boter.
krijg;
Dat is, vol van krijg of strijd, zij hebben niets dan enkel strijd in den zin, tegen mij.
Hertaald:
krijg;
Dat is: vol van krijg of strijd; zij hebben niets dan strijd tegen mij in de zin.
blote
Hebr. geopende, uitgetogene; dat is, zij zijn dodelijk wondende, zij zoeken mij daardoor in het verderf te brengen, Verg. Spr. 12:18 , en Ps. 57:5 .
Hertaald:
blote
Hebreeuws: geopende, getrokken; dat is: zij zijn dodelijk verwondend, zij zoeken mij daardoor in het verderf te brengen. Vergelijk Spr. 12:18, en Ps. 57:5.
Werp
David spreekt hier zichzelven en alle gelovigen aan.
Hertaald:
Werp
David spreekt hier zichzelf en alle gelovigen aan.
uw zorg
Hebr. uwe gave, of uw geven; dat is, in al uwe bekommernissen en zorgen, [gelijk de apostel Petrus dit woord gebruikt, 1 Petr. 5:7 ] , gelijk gij gaarne wildet dat u dit of dat mocht gegeven worden, al denkende op geven, naar den eis van uw gebrek of nood, zo beveel zulks alles uwen hemelsen Vader, die zal u geven wat u zalig is; of uwe gave; al wat Hij [de Heere] u geeft, wat van Hem aankomt; dat is, wat Hij u toeschikt, toezendt, dat werpt gij weder op Hem, vertrouwende dat Hij u zal ontlasten, verlichten en ene uitkomst geven, die tot zijne eer en uwe zaligheid sterkt. Verg. Ps. 22:9 . Anders, uw pak, of uwen last; doch deze betekenis wordt in de Heilige Schrift niet gevonden.
Hertaald:
uw zorg
Hebreeuws: uw gave, of uw geven; dat is: in al uw zorgen en bekommernissen [zoals de apostel Petrus dit woord gebruikt, 1 Petr. 5:7]. Zoals u graag zou willen dat u dit of dat gegeven werd en almaar aan geven denkt naar de eis van uw gebrek of nood, beveel dat alles zo aan uw hemelse Vader: Hij zal u geven wat u zalig is. Of: uw gave, dat is: alles wat Hij, de Heere, u geeft en wat van Hem komt, wat Hij u toeschikt en toezendt — werp dat weer op Hem, in het vertrouwen dat Hij u zal ontlasten, verlichten en een uitkomst geven die tot Zijn eer en tot uw zaligheid strekt. Vergelijk Ps. 22:9. Anders: uw pak, of uw last; maar die betekenis komt in de Heilige Schrift niet voor.
onderhouden;
Of, voeden; gelijk het Hebr. woord elders gebruikt wordt; zie Ruth 4:15 .
Hertaald:
onderhouden;
Of: voeden, zoals het Hebreeuwse woord elders gebruikt wordt; zie Ruth 4:15.
Hij zal
Hebr. Hij zal niet toelaten in eeuwigheid de wankeling, den [of des of, voor den] rechtvaardige. Verg. Ps. 15:5 .
Hertaald:
Hij zal
Hebreeuws: Hij zal in eeuwigheid het wankelen van de rechtvaardige niet toelaten. Vergelijk Ps. 15:5.
die doen
Te weten, de voorzeide goddelozen.
Hertaald:
die doen
Namelijk: de eerder genoemde goddelozen.
mannen
Zie Ps. 5:7 .
Hertaald:
mannen
Zie Ps. 5:7.
helfte
Hebr. halven, of halveren; dat is, zij zullen een ontijdigen dood sterven. Verg. Job 15:32 , en Job 22:16 , en onder Ps. 58:9-10, en Ps. 102:24-25 ; Spr. 10:27 ; Pred. 7:17 .
Hertaald:
helfte
Hebreeuws: halven, of halveren; dat is: zij zullen een ontijdige dood sterven. Vergelijk Job 15:32, en Job 22:16, en hieronder Ps. 58:9-10, en Ps. 102:24-25; Spr. 10:27; Pred. 7:17. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "O God! neem mijn gebed ter oren, en verberg U niet voor mijn smeking" (Ps. 55:2). De dichter beschrijft zijn eigen bidden als misbaar maken en getier (Ps. 55:3); het is geen bedaard gebed. Wat hij voelt, staat er zonder verzachting: "Mijn hart smart in het binnenste van mij, en verschrikkingen des doods zijn op mij gevallen. Vrees en beving komt mij aan, en gruwen overdekt mij" (Ps. 55:5-6). En dan komt de wens: "Och, dat mij iemand vleugelen, als ener duive, gave! ik zou henenvliegen, waar ik blijven mocht" (Ps. 55:7). Hij zou ver wegzwerven en vernachten in de woestijn (Ps. 55:8). Bijbelse betekenis: Deze verzen zijn van waarde omdat de Schrift ze laat staan. Er wordt niet gezegd dat de wens om weg te vluchten verkeerd is; er wordt gezegd dat de dichter haar had, en hij zegt het tegen God. Merk op waar hij mee begint (Ps. 55:2-3). Hij noemt zijn eigen gebed rumoerig, en dat is eerlijker dan het mooier voor te stellen dan het was. Let ten slotte op wat er niet gebeurt. Hij krijgt geen vleugels, en hij vliegt niet weg; wat er verderop in de psalm komt, is een andere weg dan wegvluchten (Ps. 55:23). Wie zich in deze verzen herkent, mag ze als gebed gebruiken en doet er goed aan het niet alleen te dragen, zoals de dichter het ook niet alleen droeg maar bij God bracht. Typologie: De Heere Jezus heeft in Gethsémané gebeden of de drinkbeker voorbij mocht gaan, en Hij voegde eraan toe: "doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt" (Matt. 26:39). Ps. 55:2-9; Ps. 55:23; Matt. 26:39 Wat de dichter het meest bezwaart, is niet de vijandschap zelf: "Want het is geen vijand, die mij hoont, anders zou ik het hebben gedragen" (Ps. 55:13). De ander wordt aangesproken met woorden die de band tekenen: "Maar gij zijt het, o mens, als van mijn waardigheid, mijn leidsman en mijn bekende! Wij, die te zamen in zoetigheid heimelijk raadpleegden; wij wandelden in gezelschap ten huize Gods" (Ps. 55:14-15). Zijn eigen weg staat daar tegenover: "Mij aangaande, ik zal tot God roepen" (Ps. 55:17), en dat driemaal per dag: 's avonds, 's morgens en 's middags (Ps. 55:18). Van de verrader wordt gezegd dat zijn mond gladder is dan boter maar zijn hart krijg (Ps. 55:22). En dan komt het slot: "Werp uw zorg op den HEERE, en Hij zal u onderhouden; Hij zal in eeuwigheid niet toelaten, dat de rechtvaardige wankele" (Ps. 55:23). Bijbelse betekenis: Het verraad wordt hier het zwaarst gemaakt door wat eraan voorafging: samen naar Gods huis gaan. Wie samen gebeden heeft, kan elkaar het diepst kwetsen, en de Schrift verbloemt dat niet. Merk op wat David tegenover dat verdriet zet. Geen plan en geen tegenzet, maar bidden op vaste tijden. Let ten slotte op het werkwoord in Ps. 55:23. Er staat werpen, dus met kracht van zich af gooien; het is iets anders dan dragen met Gods hulp. En de belofte die erbij staat, is niet dat de zorg verdwijnt maar dat de rechtvaardige niet wankelt. Typologie: Petrus geeft dit vers aan de gemeente door: "Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u" (1 Petr. 5:7). Ps. 55:13-23; 1 Petr. 5:7 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas 's Avonds, en 's morgens, en 's middags zal ik klagen en kermen, en Hij zal mijn stem horen. Psalm 55:18 Bid zonder ophouden.” Met die woorden zegt… Mij aangaande, ik zal tot God roepen, en de HEERE zal mij verlossen. Psalm 55:17 Als we de zegeningen zouden verkrijgen zonder dat we daarom gevraagd hebben, zouden… 17 Mij aangaande, ik zal tot God roepen, en de HEERE zal mij verlossen. 18 Des avonds, en des morgens, en des middags zal ik klagen en getier maken;… 10 Verslind hen, HEERE! deel hun tong; want ik zie wrevel en twist in de stad. 11 Dag en nacht omringen zij haar op haar muren; en ongerechtigheid en… 1 Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth. 2 O God! neem mijn gebed ter oren, en verberg U niet voor mijn smeking. 3 Merk op mij,… Mij aangaande, ik zal tot God roepen, en de Heere zal mij verlossen. Psalmen 55:16 Ja, ik moet en zal bidden. Wat kan ik anders doen! Wat kan… Werp uw zorg op den Heere, en Hij zal u onderhouden; Hij zal in eeuwigheid niet toelaten, dat de rechtvaardige wankele. Psalm 55:23 Het is een zware last.… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 55
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Bid ten allen tijde
Tot God roepen
Psalm 55:17-24
Psalm 55:10-16
Psalm 55:1-9
In alle omstandigheden
Werp uw zorg op den Heere


Psalmen 55
Psalmen 55:2.KruisverwijzingenJesaja 38:14→Jesaja 59:11→Psalmen 13:1→Psalmen 43:2→Psalmen 102:9→Psalmen 38:6→Psalmen 64:1→Psalmen 77:3→
— O God! neem mijn gebed ter oren, en verberg U niet voor mijn smeking.
Alle heiligen bidden. Op die regel is geen uitzondering. En in hun tijden van benauwdheid bidden zij met groter vurigheid dan ooit. Zij hebben een verlustiging in het gebed. Maar merk op hoe begerig zij zijn dat God hen hóórt. Het is geen bidden om het bidden, of om het gebruik van goede woorden alleen: “O God! neem mijn gebed ter oren.”
Wanneer iemand zijn medemens in nood voorbijgaat, zegt men dat hij zich verbergt. O God, ga mij niet voorbij; wanneer U mijn klagende stem hoort, haast U dan niet voort om mij aan mijn weedom te laten. Vergeet niet, geliefden, dat onze Heere Jezus Christus wél het verbergen van Gods aangezicht heeft moeten verduren: “Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten?” U en ik mogen erop vertrouwen dat wij dat in ons uur van gebed niet hoeven te doen; maar moesten wij toch van dien beker drinken, dan hebben betere lippen dan de onze lang tevoren zijn bitterheid gesmaakt.
Psalmen 55:3.Kruisverwijzingen2 Samuël 16:7→2 Samuël 15:3→Psalmen 54:3→Psalmen 35:11→Mattheüs 26:59→Psalmen 12:5→2 Samuël 19:19→Psalmen 71:11→
— Merk op mij, en verhoor mij; ik bedrijf misbaar in mijn klacht, en maak getier;
Dat is de derde maal dat hij God zo bidt hem gehoor te geven. Het herinnert mij aan dat pleiten in Gethsemane van onzen Heere, toen Hij driemaal met dezelfde woorden bad. Hier begint David zijn gebed met een drievoudig geroep tot God: neem mijn gebed ter oren, verberg U niet voor mij, merk op mij en verhoor mij.
Soms is het gebed nauwelijks verstaanbaar. “Ik bedruis mij.” Hij was heel vrijmoedig met God. Hij sprak zijn hart uit zo goed als zijn hart maar spreken kon, en hij scheen af te dwalen. Ik geloof dat sommige van onze fraai opgestelde gebeden geen gebed in zich hebben, en dat sommige van onze afgebroken smekingen juist die zijn welke het hart van God bereiken. “Onuitsprekelijke zuchtingen” zijn gebeden die niet geweigerd kunnen worden. Er kan de meeste kracht liggen in de aandoening van de ziel, waar er de minste orde is in de uitdrukking van de ziel.
Psalmen 55:4.KruisverwijzingenPsalmen 116:3→Psalmen 18:4→Psalmen 69:20→2 Korinthe 1:8→Psalmen 102:3→Johannes 12:27→Psalmen 88:3→Jesaja 38:10→
— Om den roep des vijands, vanwege de beangstiging des goddelozen; want zij schuiven ongerechtigheid op mij, en in toorn haten zij mij.
Hij kán spreken, en helder spreken ook. De boosaardigheid komt nooit woorden te kort. De beste mensen zijn vaak de meest verdrukten geweest; mensen hebben vaak het slechtst gesproken over hen die het beste verdiend hadden. David is in dat lot, en zo was ook onze Heere: ook Híj kende de stem van den vijand en de beklemming des goddelozen.
Zij bespatten mij met hun slijk; zij belasteren mij; zij spreken kwaad van mijn goed. Het is de oude geschiedenis: het zaad der slang haat van nature het zaad der vrouw. Zelfs onze Heere had een gekneusde hiel. Weet u niet dat Ismael Izak vervolgt, het kind der belofte? Door heel de geschiedenis loopt deze lijn: het merkteken van bloed en lijden.
Psalmen 55:5.KruisverwijzingenPsalmen 119:120→Job 21:6→Ezechiël 7:18→2 Samuël 15:14→Lukas 22:44→Psalmen 42:6→Psalmen 88:15→Job 6:4→
— Mijn hart smart in het binnenste van mij, en verschrikkingen des doods zijn op mij gevallen.
Ik veronderstel dat David dit geschreven heeft nadat hij uit Jeruzalem verdreven was door de partij onder aanvoering van zijn zoon Absalom en Achitofel. Wanneer het alles voorbij is, zingt hij zijn klaaglied — en toch een lied van vertrouwen voor zijn God.
U weet dat onze Heere Jezus Christus deze taal met heel grote nadruk kon gebruiken. “Mijn hart smart in het binnenste van mij, en verschrikkingen des doods zijn op mij gevallen” — alsof de middernacht op Zijn ziel nederdaalde, en nederdaalde van God. Op mij gevállen, dus van boven neergekomen; en dat zijn de zwaarste smarten die neerkomen juist wanneer wij verwachtten dat er regenbuien van barmhartigheid zouden neerkomen. Onze Zaligmaker wist wat dit betekende.
Psalmen 55:6-7.KruisverwijzingenOpenbaring 12:14→Jeremia 9:2→Psalmen 11:1→Psalmen 139:9→2 Samuël 17:21→2 Samuël 15:14→Spreuken 6:4→1 Samuël 27:1→
— Vrees en beving komt mij aan, en gruwen overdekt mij; Zodat ik zeg: Och, dat mij iemand vleugelen, als ener duive, gave! ik zou henenvliegen, waar ik blijven mocht.
Kon hij de vleugels van een arend niet krijgen om den strijd uit te vechten, dan bad hij om de vleugels van een duif om ervan weg te vliegen. Maar wat zouden u en ik zijn als wij vleugels hadden? Waar zouden wij heen kunnen, als wij vleugels hadden, dan zoals de duif van Noach naar den HEERE toe? En daar kunnen wij kómen zonder vleugels, broeders: wij kunnen daar komen door het geloof in Hem. Het is dus een ijdele wens — en toch, hoevelen hebben gezucht om een hut in een onmetelijke wildernis, waar het gerucht van verdrukking en bedrog hen nooit meer bereiken zou! Ach, wij zuchten naar eenzaamheid; en krijgen wij eenzaamheid, dan zuchten wij om er weer uit te komen.
Psalmen 55:8.KruisverwijzingenJesaja 4:6→Mattheüs 7:25→Jesaja 17:12→Psalmen 18:4→
— Ziet, ik zou ver wegzwerven, ik zou vernachten in de woestijn. Sela.
David hád in de woestijn geweest, en toen zuchtte hij om terug te keren naar den tempel Gods. Maar zulke dwaze schepselen zijn wij zelfs op ons wijst, dat wij niet weten waarnaar wij zuchten. Het was goed voor David dat hij geen vleugels had, en het is goed voor u dat u niet weglopen kunt. God heeft u geen wapenrusting voor uw rúg gemaakt, omdat u voorwaarts moet. Lang geleden heeft Hij onze schepen verbrand; wij kunnen niet terug. Wij moeten nu voorwaarts, naar de eeuwige overwinningen in Zijn kracht.
Psalmen 55:9.KruisverwijzingenJeremia 6:7→2 Samuël 15:31→Jeremia 23:14→Johannes 7:45→Handelingen 23:6→Mattheüs 23:37→Genesis 11:7→2 Samuël 17:1→
— Ik zou haasten, dat ik ontkwame, van den drijvenden wind, van den storm.
Maar wie van de laster wil wegvliegen, moet zeer snel vliegen. Hoe zouden wij haar kunnen ontkomen? Die wrede tong, die boze tong wandelt door de aarde en slaat met haar zwaard de besten van Gods volk.
Psalmen 55:10.KruisverwijzingenPsalmen 59:14→Hosea 7:6→Sefanja 3:1→Micha 2:1→Ezechiël 9:4→Psalmen 59:6→2 Samuël 16:21→Johannes 18:28→
— Verslind hen, HEERE! deel hun tong; want ik zie wrevel en twist in de stad.
Dat was geen slecht gebed, want God heeft het verhoord. Hij heeft hun tongen verdeeld. De raadslagen der goddelozen werden tot niets gemaakt, zodat zij zich vergisten en David door hun verdeeldheid ontkwam. Ik zie niet hoe een koning die van zijn troon verdreven en door opstandelingen opgejaagd wordt, anders zou kunnen bidden dan zo.
Toch mag ik u eraan herinneren dat deze verzen niet in de gebiedende wijs gelezen behoeven te worden, en ook niet noodzakelijk als gebeden opgevat moeten worden. Zij kunnen als voorzeggingen gelezen worden: God zál de tongen der goddelozen verdelen en verdoen. De verdeeldheid van de dwaling is de hoop van de waarheid. God verdeelt de tongen van hen die hun tong tegen Zijn Woord gebruiken, en zo overwint Zijn waarheid.
Psalmen 55:11.KruisverwijzingenPsalmen 10:7→Jeremia 5:26→Psalmen 5:9→Handelingen 7:51→Mattheüs 26:4→Psalmen 109:2→Jeremia 9:3→Ezechiël 22:1→
— Dag en nacht omringen zij haar op haar muren; en ongerechtigheid en overlast is binnen in haar.
Bedenk: Jeruzalem was in de handen van een bende goddeloze mensen. Overal heerste de zonde, nadat David de stad verlaten had.
Psalmen 55:12-13.Kruisverwijzingen2 Samuël 15:12→Psalmen 41:9→Psalmen 35:26→Mattheüs 26:21→Johannes 13:18→Jeremia 9:4→Micha 7:5→2 Samuël 16:23→
— Enkel verderving is binnen in haar; en list en bedrog wijkt niet van haar straat. Want het is geen vijand, die mij hoont, anders zou ik het hebben gedragen; het is mijn hater niet, die zich tegen mij groot maakt, anders zou ik mij voor hem verborgen hebben.
Hier komt u tot het middelpunt van Davids droefheid. Achitofel had hem verraden; en hier begint u het portret van Christus op het doek naar voren te zien komen. David schijnt eerst geschilderd te worden, en dan wordt er een beeld van onzen Heere geschilderd, dat hier en daar doorschemert. “Want het is geen vijand, die mij hoont, anders zou ik het hebben gedragen.”
Psalmen 55:14.KruisverwijzingenPsalmen 42:4→Psalmen 122:1→Jesaja 2:3→Ezechiël 33:31→
— Maar gij zijt het, o mens, als van mijn waardigheid, mijn leidsman en mijn bekende!
In de grondtekst staat het zó: “maar gij”. De gloed der dichtkunst is over den psalmist. Hij ziet hem: “maar gíj”. En hij ziet hem met verontwaardiging aan: “maar gíj”.
Psalmen 55:14-15.KruisverwijzingenPsalmen 42:4→Psalmen 122:1→Jesaja 2:3→Ezechiël 33:31→Mattheüs 27:5→Handelingen 1:25→2 Samuël 18:14→Psalmen 9:17→
— Maar gij zijt het, o mens, als van mijn waardigheid, mijn leidsman en mijn bekende! Wij, die te zamen in zoetigheid heimelijk raadpleegden; wij wandelden in gezelschap ten huize Gods.
Het is Achitofel; het is Judas Iskariot; het is de een, het is de ander, het is beide. O, wat een smart is het verraden te worden door iemand dien wij vertrouwd hebben, iemand dien wij als onze gelijke behandelden, iemand dien wij als een vertrouwde gids volgden, iemand aan wien wij ons geheim vertelden en ons hart verbonden. “Mijn bekende” — iemand wiens vriendschap door de gewijde banden van den godsdienst geheiligd was: “wij, die te zamen in zoetigheid heimelijk raadpleegden; wij wandelden in gezelschap ten huize Gods.” Heeft iemand van u onder deze slangentong moeten lijden? Verwonder u niet: uw Meester heeft het voor u verduurd.
Psalmen 55:16.KruisverwijzingenPsalmen 91:15→Psalmen 73:28→Psalmen 109:4→Psalmen 50:15→Lukas 6:11→
— Dat hun de dood als een schuldeiser overvalle, dat zij als levend ter helle nederdalen; want boosheden zijn in hun woning, in het binnenste van hen.
En ook dit gebed werd verhoord, want Achitofel werd met een koord gehangen en Absalom zonder een koord; en hun volgelingen kwamen bij duizenden om in het bos van Efraïm. Zo vaagde God de lasteraars van den godvruchtigen man weg.
Psalmen 55:17.KruisverwijzingenHandelingen 3:1→Psalmen 141:2→1 Thessalonicenzen 5:17→Efeze 6:18→Hebreeën 5:7→Handelingen 10:3→Handelingen 10:30→Handelingen 10:9→
— Mij aangaande, ik zal tot God roepen, en de HEERE zal mij verlossen.
Wat zou ik doen? Aanslagen beramen tegen hun aanslagen, en list tegen hun list stellen? Neen, dat niet.
Psalmen 55:17-18.KruisverwijzingenHandelingen 3:1→Psalmen 141:2→1 Thessalonicenzen 5:17→Efeze 6:18→Hebreeën 5:7→Handelingen 10:3→Handelingen 10:30→Handelingen 10:9→
— Mij aangaande, ik zal tot God roepen, en de HEERE zal mij verlossen. Des avonds, en des morgens, en des middags zal ik klagen en getier maken; en Hij zal mijn stem horen.
Hij zou vaak bidden, maar niet té vaak. Waar de tijd zijn grenzen stelt, daar moeten wij onze altaren oprichten: ‘s avonds en ‘s morgens en op den middag. Het schijnt natuurlijk dat onze ondernemingen in God begonnen, voortgezet en beëindigd worden, en dat elken dag. O, bid veel wanneer uw vijanden veel beramen! Zijn zij ‘s morgens, ‘s middags en ‘s avonds op uw kwaad uit, zoek dan even vaak uw goed bij God.
En hoe schoon zegt hij het: “Hij zal mijn stem horen.” Hij bidt niet op de gis. Hij is er zeker van dat het gebed tot God zal opkomen. Ja meer nog: hij verwacht een zegen; hij voorziet, nee, hij ziét den zegen.
Psalmen 55:23.KruisverwijzingenJob 15:32→Psalmen 5:6→Spreuken 10:27→Jesaja 38:17→2 Samuël 20:9→Psalmen 73:18→Psalmen 59:12→Psalmen 25:2→
— Werp uw zorg op den HEERE, en Hij zal u onderhouden; Hij zal in eeuwigheid niet toelaten, dat de rechtvaardige wankele.
“Werp uw zorg op den HEERE” is een bevel om het ene te doen in plaats van iets anders dat zich aan onze arme dwaze gemoederen veel natuurlijker voordoet. Wanneer wij in zware moeite zijn, worden wij verzocht te klagen. In het derde vers zegt de psalmist: “ik bedruis mij.” Als kinderen van God behoren wij zelfs de schijn van een klacht tegen onzen hemelsen Vader te vermijden. Maar wanneer ons geloof zwaar beproefd wordt, wanneer een scherpe smaadheid onzen geest steekt, dan zijn wij maar al te zeer geneigd te gaan denken en zeggen dat God hard met ons handelt.
De volgende verzoeking is het geheel op te geven en ons in wanhoop neer te leggen. David schreef: “Mijn hart smart in het binnenste van mij, en verschrikkingen des doods zijn op mij gevallen. Vrees en beving komt mij aan, en gruwen overdekt mij.” Zijn wij niet soms verzocht geweest te zeggen: zo, ik kan niet meer, ik moet het opgeven; die laatste wrede slag heeft mij geheel in stukken gebroken, en ik gevoel dat ik alleen nog maar kan gaan liggen en sterven in de bitterheid van mijn geest?
Wij zijn nog niet aan het einde van Gods verlossende barmhartigheid gekomen, ook al zijn wij misschien aan het einde van onze arme nietige kracht gekomen. Veel wijzer zal het voor ons zijn te doen wat de tekst zegt: werp uw zorg op den HEERE. Dan zullen wij geen vleugels als een duif nodig hebben, en zullen wij ook niet naar de woestijn willen wegvliegen, maar zullen wij bereid zijn midden in den strijd te blijven — en juist dáár zullen wij in volkomen vrede zijn.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Ene onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op de Neginôth (Psalm 4: 1. 1 Kronieken 25: 31 ). Even als de vorige psalm uit dezelfden tijd is als Psalm 17 en 31, zo deze als Psalm 41; het is de tijd, toen de opstand van Absalom voorbereid werd, en wel het einde van dien tijd, toen Absaloms partij zich reeds zo zeker achtte, dat zij er geen geheim meer van maakte. (2 Samuel 15: 6 ). 2.
I. Vs. 2-9.KruisverwijzingenJesaja 38:14→2 Samuël 16:7→Psalmen 116:3→Jeremia 6:7→Psalmen 119:120→Jesaja 59:11→Psalmen 18:4→Job 21:6→
— O God! neem mijn gebed ter oren, en verberg U niet voor mijn smeking. Merk op mij, en verhoor mij; ik bedrijf misbaar in mijn klacht, en maak getier; Om den roep des vijands, vanwege de beangstiging des goddelozen; want zij schuiven ongerechtigheid op mij, en in toorn haten zij mij. Mijn hart smart in het binnenste van mij, en verschrikkingen des doods zijn op mij gevallen. Vrees en beving komt mij aan, en gruwen overdekt mij; Zodat ik zeg: Och, dat mij iemand vleugelen, als ener duive, gave! ik zou henenvliegen, waar ik blijven mocht. Ziet, ik zou ver wegzwerven, ik zou vernachten in de woestijn. Sela. Ik zou haasten, dat ik ontkwame, van den drijvenden wind, van den storm.
Het lied begint met diepen weemoed: “David is hier,” zegt de Berleb. Bibel: “zeer ter nedergeslagen; ” hij denkt aan geen springen over muren, gelijk vroeger (Psalm 18: 30); integendeel, hij wenst zich verre van den haard, waar het vuur van oproer tegen hem gestookt wordt, op een eenzaam plaatsje in de woestijn.
O God! neem mijn gebed ter oren, dat ik in mijnen groten nood tot U opzend, en verberg U niet voor mijne smeking, gelijk Gij schijnt te doen (Klaagt. 3: 56).
Ene onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op de Neginôth (Psalm 4: 1. 1 Kronieken 25: 31 ). Even als de vorige psalm uit dezelfden tijd is als Psalm 17 en 31, zo deze als Psalm 41; het is de tijd, toen de opstand van Absalom voorbereid werd, en wel het einde van dien tijd, toen Absaloms partij zich reeds zo zeker achtte, dat zij er geen geheim meer van maakte. (2 Samuel 15: 6 ). 2.
I. Vs. 2-9.KruisverwijzingenJesaja 38:14→2 Samuël 16:7→Psalmen 116:3→Jeremia 6:7→Psalmen 119:120→Jesaja 59:11→Psalmen 18:4→Job 21:6→
— O God! neem mijn gebed ter oren, en verberg U niet voor mijn smeking. Merk op mij, en verhoor mij; ik bedrijf misbaar in mijn klacht, en maak getier; Om den roep des vijands, vanwege de beangstiging des goddelozen; want zij schuiven ongerechtigheid op mij, en in toorn haten zij mij. Mijn hart smart in het binnenste van mij, en verschrikkingen des doods zijn op mij gevallen. Vrees en beving komt mij aan, en gruwen overdekt mij; Zodat ik zeg: Och, dat mij iemand vleugelen, als ener duive, gave! ik zou henenvliegen, waar ik blijven mocht. Ziet, ik zou ver wegzwerven, ik zou vernachten in de woestijn. Sela. Ik zou haasten, dat ik ontkwame, van den drijvenden wind, van den storm.
Het lied begint met diepen weemoed: “David is hier,” zegt de Berleb. Bibel: “zeer ter nedergeslagen; ” hij denkt aan geen springen over muren, gelijk vroeger (Psalm 18: 30); integendeel, hij wenst zich verre van den haard, waar het vuur van oproer tegen hem gestookt wordt, op een eenzaam plaatsje in de woestijn.
O God! neem mijn gebed ter oren, dat ik in mijnen groten nood tot U opzend, en verberg U niet voor mijne smeking, gelijk Gij schijnt te doen (Klaagt. 3: 56).
Merk op mij, en verhoor mij, geef mij een teken, dat Gij op mij acht slaat; ik bedrijf misbaar in mijne klacht, en maak getier1);
In het Hebr. Arid beschichi weëhimah. Beter: Ik word heen en weer geslingerd in mijn overlegging en moet zuchten. Het eerste woord komt ook voor in Genesis 27: 40 en betekent daar, heen en weer zwerven. In het stamverwante Arabisch heeft het daarom ook de betekenis van, heen en weer lopen. En dit op het inwendige leven overgebracht, verbonden met het tweede woord, betekent het dus, weifelen, her- en derwaarts geslingerd worden. David wil hiermede zeggen, dat hij door de ellendige omstandigheden, waarin hij verkeert, niet weet, wat hij zeggen moet en onophoudelijk moet zuchten, vanwege het gehoon des vijands en van wege de vijandige bejegeningen, die hij ondervinden moet.
Om den roep, het luid getier, het beschuldigen en bedriegen des vijands, van wege de beangstiging des goddelozen; want zij die mijnen ondergang bedoelen, schuiven ongerechtigheid op mij, dichten mij allerlei gruwelen toe, om mij te doen vallen (Psalm 41:
,en in toorn haten zij mij, leggen zij mij lagen die, hun altijd slechts liefde en goedheid betoond heeft (Psalm 35: 2 vv.).
Mijn hart smart in het binnenste van mij (Psalm 38: 11), en verschrikkingen des doods zijn bij de ontzettende gevaren, die mij dreigen, op mij gevallen.
Vrees in het gemoed en beving in ‘t lichaam komt mij aan, en gruwen, ontzetting overdekt mij, want ik zie wat ontzettends mij wacht.
Zodat ik zeg, soms in deze omstandigheden wens: Och dat mij iemand vleugelen, als ener duive 1) gave, die voordat het onweder losbarst zich in de holen der rotsen verbergt! ik zou henen vliegen uit deze boze omgeving, die mij zo hard drukt, waar ik blijven mocht 2), waar ik maar een plaatsje mocht kunnen vinden.
Rabbi Kimchi merkt op, dat de duif, als zij moede wordt, een vleugel intrekt en met de andere vliegt, en alzo des te zekerder ontkomt.
het deze woorden duidt hij niet slechts aan, dat hem geen toevluchtsoord openstaat, maar bejammert hij ook zijn ellendigen toestand, omdat hij niets beters kan begeren, dan de ballingschap. Niet wat bij voorbeeld aan de mensen wordt toegestaan, maar evenals de duif verre in de woestijn naar den een of anderen schuilhoek vliegt, dat is zijn deel, kortom het begrip, dat hij niet anders dan door een wonder kan uitgered worden. Vervolgens, dat er onder de mensen geen plaats der ballingschap zou zijn, maar dat hij deswege in een toestand was gebracht, slechter dan die, van welken vogel dan ook.
Niet onverklaarbaar is dit. Dit zuchten, deze taal des kleingeloofs, die wij hier van David’s lippen vernemen. Want toch diep, zeer diep moet het den vader schokken, dat zijn zoon gedachten van opstand heeft, plannen van verraad smeedt, dat een man als Achitófel zijn zijde verlaat. Bovendien, zijne zonde komt hem in de gedachte en het woord tot hem gesproken, dat het zwaard van zijn huis niet zou wijken. Zijn hart dreigt te bezwijken onder zo veel jammer. Maar Gode zij dank, zijn God verlaat hem niet en verlevendigt weer zijn geloof. Zijne vrienden mogen hem verlaten, zijn zoon moge tegen hem samenspannen, maar zijn God begeeft hem niet.
Ziet, ik zou verre weg zwerven, ik zou vernachten in de woestijn (Jer. 9: 2). Sela 1).
Na het veelbetekenende “in de woestijn” -wat moeten dat voor “vrienden” en “broeders”, zijn, van welke men verlangt naar de woestijn! -staat het Sela (Psalm 3: 2) zeer gepast.
Ik zou mij naar zulk een toevluchtsoord haasten ene vrijplaats verwerven, dat ik ontkwame van of voor den drijvenden wind, van of voor den storm 1), tegen het mij bedreigend leed.
Hoe veel moeilijker is het te dragen, wanneer mensenhand, dan wanneer Gods hand ons slaat; men kan soms bijna het menselijke aangezicht moede worden.
10.
II. Vs. 10-17.KruisverwijzingenHandelingen 3:1→2 Samuël 15:12→Psalmen 141:2→1 Thessalonicenzen 5:17→Efeze 6:18→Psalmen 42:4→Hebreeën 5:7→Handelingen 10:3→
— Verslind hen, HEERE! deel hun tong; want ik zie wrevel en twist in de stad. Dag en nacht omringen zij haar op haar muren; en ongerechtigheid en overlast is binnen in haar. Enkel verderving is binnen in haar; en list en bedrog wijkt niet van haar straat. Want het is geen vijand, die mij hoont, anders zou ik het hebben gedragen; het is mijn hater niet, die zich tegen mij groot maakt, anders zou ik mij voor hem verborgen hebben. Maar gij zijt het, o mens, als van mijn waardigheid, mijn leidsman en mijn bekende! Wij, die te zamen in zoetigheid heimelijk raadpleegden; wij wandelden in gezelschap ten huize Gods. Dat hun de dood als een schuldeiser overvalle, dat zij als levend ter helle nederdalen; want boosheden zijn in hun woning, in het binnenste van hen. Mij aangaande, ik zal tot God roepen, en de HEERE zal mij verlossen.
Van den toon van diepen weemoed gaat het lied over in dien van heiligen toorn. Zoals het nu te Jeruzalem gesteld is, zijn alle partij-hartstochten ontbrand, de stad is in haren gehelen omvang ene plaats van het laatste en booste drijven de hoogste snoodheid is openbaar geworden in het schandelijk verraad, dat een aan zijnen koninklijken vriend begaan heeft. David bedenkt zich niet over zulke wederpartijders Gods toorn in te roepen, terwijl hij daarentegen voor zich zelven bidt.
Verslind hen, die zich met elkaar mij ten verderve verbonden hebben, Heere! deel hun tong, hunnen raad, laat er twisting onder hen komen, als bij de vermetele onderneming van Babel (Genesis 11: 1 vv.); want ik zie enkel wrevel en twist in de stad, alles is in rep en roer, alles haakt naar den strijd, die straks losbarsten moet.
Dag en nacht omringen zij, de boosheid en het geweld, de list en het verraad, haar op hare muren, zij hebben als een vijandig leger op Jeruzalems muren postgevat, en ongerechtigheid en overlast is binnen in haar, in de stad, in welke Absaloms partij haar eerzuchtig en laag werk verricht.
Enkel verderving is binnen in haar, en list en bedrog wijkt niet van hare straat, zij zijn het die haren zetel op de markt hebben opgeslagen en voorzitten bij elke beraadslaging.
Want het is bij hetgeen tegen mij gesproken en besloten wordt, geen vijand, die mij hoont, niet iemand, die door geboorte of van der jeugd aan mijn tegenstander was, anders zou ik het hebben gedragen, want ik moest het van zulk enen verwachten; het is mijn hater niet, die zich tegen mij groot maakt, zich op die wijze in overmoed tegen mij verheft, anders zou ik mij voor hem verborgen hebben, ik had dan tegenover hem op mijne hoede kunnen zijn.
Maar gij, die aan het hoofd van mijne tegenstanders staat en de eigenlijke ziel dier oproerige beweging zijt, gij zijt het, o Achitófel (2 (Samuel 15: 31), mens, als van mijne waardigheid, dien ik als mijn gelijke behandelde, mijn leidsman, mijn metgezel, met wie ik vertrouwelijk omging, en mijn bekende 1), mijn vriend.
Het is niet onduidelijk tot wie David spreekt met zijn, o mens. Het is de sluwe, listige Achitófel, de man in hoge ere, in waardigheid den koning het naaste, David’s leidsman, geheimraad in alle gewichtige staatszaken, meer dan dit, zijn bekende, zijn vertrouwde vriend, met wie hij raadpleegde; zij wandelden als zonen van hetzelfde huis in gezelschap ten huize Gods. En die man zo hoog door David verheven, die hem zo na bestond, die man heeft zich met Absalom tegen hem verbonden, om hem van den troon te werpen, ja te doden.
Wij, die te zamen in zoetigheid heimelijk raadpleegdenover de belangen van den staat; en niet alleen deelden wij met elkaar den staatkundigen arbeid, maar ook in den dienst des Heren was er overeenstemming,wij wandelden in gezelschap, als hand aan hand, ten huize Gods onder de daar verzamelde menigte (Psalm 42: 5). Welk ene hart-doorborende betekenis verkrijgt dit woord eerst in den mond van den anderen David, die, hoewel Gods Zoon en Koning zonder gelijke, toch tot Zijne jongeren en onder hen tot enen Iskariot, als mensenzoon in de meest vertrouwde betrekking trad.
Dat hun, die door zulk enen verrader geleide tegenstanders, de dood zo snel en onverwacht, als een schuldeiser de schuldenaar aangrijpt, overvalle, dat zij, gelijk degenen die bij Korach waren (Numeri 16: 31-33), levend ter helle nederdalen: want boosheden zijn in hun woning, in het binnenste van hen, zodat zij die harde straf hebben verdiend. Deze bede is beantwoord, toen Achitófels raad tot dwaasheid gemaakt werd, als Husaï zijn raad daartegenover stelde. God vernietigt dikwijls de vijanden der kerk door hen te verdelen, en wanneer ene zaak tegen zich zelve verdeeld is, zo kan zij niet lang staan. Als de ware Christen van zijne openbare vrienden, van hen, met wie hij in zoetheid raadpleegde en overeenstemde in de wegen Gods, verraad ondervindt, moet dit zeer pijnlijk zijn, maar als hij op Jezus ziet, zal hij kracht hebben om het te dragen. Christus werd verraden door een metgezel, een discipel, die op Achitófel in zijne misdaad en in zijn ondergang geleek. Beide zijn spoedig getroffen door de goddelijke wraak op zulk ene vreselijke wijze als Dathan en Abiram, toen de grond zich opende. Deze bede is ene profetie van den gehelen en eeuwigen ondergang van alles, wat zich stelt tegenover den Messias.
David treedt hier op, niet als mens, maar als koning, als Gezalfde Gods. Achitófel begon hier dezelfde zonde als Korach en zijne eedgenoten in de woestijn. Gelijk deze tegen Mozes optrad, zo staat Achitófel tegen David, den gezalfde Gods, en daarom tegen God zelven op.
Mij aangaande integendeel, ik zal tot God roepen om redding en bewaring, en de HEERE zal mij verlossen 1).
Hier toont David, dat hij uit zwakheid krachten heeft gekregen, dat de geloofslamp weer helder begint te branden, dat het geloof weer opdoemt uit den boezem van benauwdheid en twijfelzucht. Uit de volgende verzen blijkt dan ook genoegzaam, hoe David zich weer aan zijn God toevertrouwt, maar ook als hij in vs. 19 zegt: Hij heeft mijne ziele in vrede verlost, uit het verleden weer moed grijpt voor de toekomst. Hij gedenkt, hoe God hem altijd een God der hulpe is geweest, en daarom al bezwijkt ook zijn vlees, God, zijn God is en blijft het rustpunt van zijn hart. 18.
III. Vs. 18-24.KruisverwijzingenPsalmen 37:5→1 Petrus 5:7→Mattheüs 6:25→Filippenzen 4:6→Psalmen 37:24→Psalmen 62:6→Psalmen 16:8→Mattheüs 6:31→
— Des avonds, en des morgens, en des middags zal ik klagen en getier maken; en Hij zal mijn stem horen. Hij heeft mijn ziel in vrede verlost van den strijd tegen mij; want met menigte zijn zij tegen mij geweest. God zal horen, en zal hen plagen, als die van ouds zit, Sela; dewijl bij hen gans geen verandering is, en zij God niet vrezen. Hij slaat zijn handen aan degenen, die vrede met Hem hadden; hij ontheiligt Zijn verbond. Zijn mond is gladder dan boter, maar zijn hart is krijg; zijn woorden zijn zachter dan olie, maar dezelve zijn blote zwaarden. Werp uw zorg op den HEERE, en Hij zal u onderhouden; Hij zal in eeuwigheid niet toelaten, dat de rechtvaardige wankele. Maar Gij, o God! zult die doen nederdalen in den put des verderfs; de mannen des bloeds en bedrogs zullen hun dagen niet ter helft brengen; ik, daarentegen, zal op U vertrouwen.
Ging het lied uit den toon van heiligen toorn reeds aan het slot aan de vorige afdeling in dien van het vertrouwend bidden over, zo gaat dit in de nu volgende afdeling voort. David is besloten aan te houden in het gebed, en hij is van de verhoring zeker, zowel om de grootheid van den nood, die hem nu drukt, als wegens de verstokte boosheid van zijne tegenpartijen, welke spoedig genoeg het gericht van God over zich halen zal. Daarom vermaant hij vervolgens zich zelven zijne zaak den Heere over te geven, en betuigt hij, dat hij op God Zijne hoop stelt.
Des avonds, en des morgens, en des middags, den gehelen dag door (Luk. 18: 1. 1 Thessalonicenzen. 5: 17), zal ik klagen en getier maken, zal ik met ernstig gebed tot God roepen, en Hij zal zonder twijfel mijne stem horen, want Hij wijst niemand af, die ootmoedig zich tot Hem begeeft.
Hij heeft te voren reeds zo dikwijls mijne ziel in vrede verlost, mijn leven in veiligheid gesteld, van den strijd tegen mij; want dit is niet de eerste maal, dat ik in gevaar ben, met menigte zijn zij tegen mij geweest; zij waren dikwijls vele in getal, met wie ik te doen had en uit wier hand mij de Heere heeft gered.
Hij heeft te voren reeds zo dikwijls mijne ziel in vrede verlost, mijn leven in veiligheid gesteld, van den strijd tegen mij; want dit is niet de eerste maal, dat ik in gevaar ben, met menigte zijn zij tegen mij geweest; zij waren dikwijls vele in getal, met wie ik te doen had en uit wier hand mij de Heere heeft gered.
God zal naar mijne stem horen, en zal hen, die vijanden, plagen, hen verootmoedigen, gelijk zij verdienen, als die vanouds op den troon Zijner heerlijkheid zit 1) (Psalm 74: 12. (Habakuk. 1: 12), Sela 2). Zeker zij zullen gestraft worden, dewijl bij hen gans gene verandering is, daar zij onbekeerd zijn, en zij God niet vrezen.
De Heilige Geest wijst hiermede op de voorbeelden, die leren, hoe God, de Almachtige ten allen tijde van den beginne af de gelovigen gered en de vervolgers gestraft heeft, en trekt daaruit het besluit, dat, daar diezelfde rechtvaardige God nog leeft, Hij ook zeker alzo zal heersen en regeren als van den beginne. Daarom is het een grote troost, wanneer men in kruis en vervolging er aan denkt, dat God nog leeft, en Hij ten allen tijde bewezen heeft, een genadig God te zijn voor degenen, die Hem vrezen, gelijk in Psalm 119: 52 staat: “Ik heb gedacht, o Heere! aan Uwe oordelen van ouds aan en heb mij getroost.”. Het Sela wijst op den diepen inhoud der weinige woorden, den rijken overvloed van troost, dien zij aanbieden en nodigt het gemoed uit, daarbij stil te staan.
Hij, die verrader, en dit is het teken van zijne in boosheid verharde gezindheid, die gene hoop op bekering meer toelaat, slaat zijne handen aan degenen, die vrede met hem hadden, zijne vreegenoten; hij ontheiligt zijn verbond 1).
David wil hier zeggen, dat Achitófel het verbond, dat onder aanroeping van Gods Naam was gesloten, moedwillig en valselijk verbreekt.
Zijn mond is gladder dan boter, geeft zoete vleiende woorden, door welke men licht bedrogen wordt, maar zijn hart is krijg; zijne woorden zijn zachter dan olie, naar den klank, maar zij zijn blote zwaarden, wat betreft hare bedoeling. Ene dergelijke figuurlijke spreekwijze is in het Latijnse: “og nectar promit, mens aconita vomit (de mond stort godendrank, het hart spuwt een giftdrank uit). Hier wordt een vijand aangeduid van het laagste en gevaarlijkste soort, wie God niet alleen straffen kan, maar ook werkelijk zal straffen.
Werp, o mijn hart! (Psalm 27: 14 ) uwe zorg, al wat gij wenst en wat u ontrust, op den HEERE (1 (Petrus 5: 7), en Hij zal U onderhouden, u in de hoogte houden, u ondersteunen, dat gij niet krachteloos bezwijkt; Hij zal in eeuwigheid niet toelaten, dat de rechtvaardige wankele 1), al komt het ook voor een tijd tot ene nederlaag.
Wij zien, dat de rechtvaardigen tijdelijk wankelen en terwijl zij tijdelijk her- en derwaarts gezweept worden als door wilde stormen bijna te gronde gaan. Dewijl daarom niets zo ellendig is, dan zo onder voortdurende stormen te moeten verkeren, vroeg David, dat er eindelijk een einde aan zal komen dewijl God niet zal dulden, dat hij immer aan moeilijkheden onderworpen zal zijn, of door gevaren en zorgen gedrukt, maar Hij hem een helderen toestand eindelijk zal geven.
Maar, wat daarentegen mijne vijanden aangaat, die mijnen val zoeken, Gij, o God! zult die doen nederdalen in den put des verderfs, in het graf; de mannen des bloeds en bedrogs zullen hun dagen niet ter helft brengen 1) van den tijd, dien zij onder andere omstandigheden zouden hebben kunnen bereiken (Psalm 102: 25 vgl. 2 Samuel 17: 23; 18: 9 vv. daarentegen, mij vertroostende met een geheel ander levenseinde (1 Koningen 2:10 v.),zal op U vertrouwen, dat Gij alles zult wel maken (Psalm 37: 5 vv.).
Deze plaats ziet niet op het besluit Gods, maar op de krachten des lichaams, volgens welke de mensen natuurlijker wijze veel langer zouden kunnen leven, of het ziet ook op de inbeelding, die zij hadden van lang te zullen leven. Maar dat God om hun goddeloosheid, volgens Zijn besluit, dat einde en middelen samenvoegt, hen in hun frisse kracht zou wegnemen. In dien zin is ook te verstaan Prediker 7: 17: “Waarom zoudt gij sterven buiten uwen tijd”. Men kan iemand niet veroordelen om den wens (vs. 7 vv.): “Och, dat mij iemand vleugelen, als ener duive gave!” toch moet het, “ik zal op U vertrouwen” het hart stil maken, wanneer men nergens heen ontvlieden kan.
God schonk den Zijnen in Christus de vleugelen der duive, des Geestes, die Trooster is. Naar de letter zijn de Spreuken van dezen Psalm zeer oud, maar zij worden nieuw voor u, wanneer de Heilige Geest u in nood en druk ene hemelse vertroosting door deze gave van God schenkt.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel