Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een onderwijzingH4905 van DavidH1732, voor den opperzangmeesterH5329.
Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester.
KJV
[[To the chief Musician,1
Maschil,2
A Psalm of David,3
when Doeg
the Edomite
came
and told
Saul,
and said
unto him, David
is come
to the house
of Ahimelech.]]
Why boastest
thou thyself in mischief,
O mighty
man? the goodness
of God
endureth continually.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Als DoegH1673, de EdomietH130, gekomen was, en SaulH7586 te kennen gegeven, en totH413 hem gezegdH559 had: DavidH1732 is gekomen ten huizeH1004 van AchimelechH288.
Als Doeg, de Edomiet, gekomen was, en Saul te kennen gegeven, en tot hem gezegd had: David is gekomen ten huize van Achimelech.
Ook in dit vers
kennen gegevenH5046
KJV
Thy tongue
deviseth
mischiefs;
like a sharp
razor,
working
deceitfully.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
WatH4100 beroemtH1984 gij u in het kwaadH7451, o gij geweldigeH1368? GodsH410 goedertierenheidH2617 duurt toch den gansenH3605 dagH3117.
Wat beroemt gij u in het kwaad, o gij geweldige? Gods goedertierenheid duurt toch den gansen dag.
KJV
Thou lovest
evil3
more than good;
and lying
rather than to speak
righteousness.
Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Uw tongH3956 denktH2803 enkel schadeH1942 als een geslepenH3913 scheermesH8593, werkende bedrogH7423.
Uw tong denkt enkel schade als een geslepen scheermes, werkende bedrog.
Ook in dit vers
werkendeH6213
KJV
Thou lovest
all devouring
words,
O thou deceitful
tongue.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Gij hebt het kwadeH7451 lieverH157 dan het goedeH2896, de leugenH8267, dan gerechtigheidH6664 te sprekenH1696. SelaH5542.
Gij hebt het kwade liever dan het goede, de leugen, dan gerechtigheid te spreken. Sela.
KJV
God
shall likewise destroy
thee for ever,
he shall take thee away,
and pluck thee out
of thy dwelling place,
and root thee out
of the land
of the living.
Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Gij hebt liefH157 alleH3605 woordenH1697 van verslindingH1105, en een tongH3956 des bedrogsH4820.
Gij hebt lief alle woorden van verslinding, en een tong des bedrogs.
KJV
The righteous
also shall see,
and fear,
and shall laugh
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
GodH430 zal u ook afbrekenH5422 in eeuwigheidH5331; Hij zal u wegrapenH2846 en u uit de tentH168 uitrukkenH5255; ja, Hij zal u uitwortelenH8327 uit het landH776 der levendenH2416. SelaH5542.
God zal u ook afbreken in eeuwigheid; Hij zal u wegrapen en u uit de tent uitrukken; ja, Hij zal u uitwortelen uit het land der levenden. Sela.
Ook in dit vers
GodH410
KJV
Lo, this is the man
that made
not God
his strength;
but trusted
in the abundance
of his riches,
and strengthened
himself in his wickedness.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
En de rechtvaardigenH6662 zullen het zienH7200, en vrezenH3372; en zij zullen overH5921 hem lachenH7832, zeggende:
En de rechtvaardigen zullen het zien, en vrezen; en zij zullen over hem lachen, zeggende:
KJV
But I am like a green
olive tree
in the house
of God:
I trust
in the mercy
of God
for ever
and ever.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
ZietH2009 den manH1397, die God nietH3808 steldeH7760 tot Zijn Sterkte, maar vertrouwde op de veelheidH7230 zijns rijkdomsH6239; hij was sterkH5810 geworden door zijn beschadigenH1942.
Ziet den man, die God niet stelde tot Zijn Sterkte, maar vertrouwde op de veelheid zijns rijkdoms; hij was sterk geworden door zijn beschadigen.
Ook in dit vers
vertrouwdeH982
SterkteH4581
GodsH430
KJV
I will praise
thee for ever,
because thou hast done
it: and I will wait
on thy name;
for it is good
before thy saints.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Maar ik zal zijn als een groeneH7488 olijfboomH2132 in Gods huisH1004; ik vertrouwH982 op Gods goedertierenheidH2617 eeuwiglijk en altoos.
Maar ik zal zijn als een groene olijfboom in Gods huis; ik vertrouw op Gods goedertierenheid eeuwiglijk en altoos.
Ook in dit vers
GodsH430
altoosH5703
eeuwiglijkH5769
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Ik zal U lovenH3034 in eeuwigheidH5769, omdatH3588 Gij het gedaanH6213 hebt; en ik zal Uw NaamH8034 verwachtenH6960; wantH3588 hij is goedH2896 voor Uw gunstgenotenH2623.
Ik zal U loven in eeuwigheid, omdat Gij het gedaan hebt; en ik zal Uw Naam verwachten; want hij is goed voor Uw gunstgenoten.
onderwijzing
Zie Ps. 32:1 .
Hertaald:
onderwijzing
Zie Ps. 32:1.
opperzangmeester
Zie Ps. 4:1 .
Hertaald:
opperzangmeester
Zie Ps. 4:1.
Edomiet,
Een van Ezau's [ook genoemd Edom, Gen. 25:30 ] nakomelingen, of immers zolang onder hen verkeerd hebbende, dat hij [naar sommiger gevoelen] den naam daarvan bekomen mag hebben. Hebr. Adomiet, gelijk 1 Sam. 22:9 , ook Deut. 23:7 ; 1 Kon. 11:17 , enz.
Hertaald:
Edomiet,
Een van de nakomelingen van Ezau [die ook Edom genoemd wordt, Gen. 25:30], of iemand die in elk geval zo lang onder hen verkeerd had dat hij [naar de mening van sommigen] die naam gekregen kan hebben. Hebreeuws: Adomiet, zoals 1 Sam. 22:9, en ook Deut. 23:7; 1 Kon. 11:17, enzovoort.
Achimelech
Den priester, om met hem tegen u samen te spannen zoals Doëg dit valselijk duidde. Zie 1 Sam. 22:9 , 1 Sam. 22:13 .
Hertaald:
Achimelech
De priester; om met hem tegen u samen te spannen, zoals Doëg het ten onrechte uitlegde. Zie 1 Sam. 22:9, 1 Sam. 22:13.
kwaad,
Dat gij mij en Gods priesters te Nob hebt aangedaan. Zie 1 Sam. 22:18-19 .
Hertaald:
kwaad,
Dat u mij en Gods priesters te Nob hebt aangedaan. Zie 1 Sam. 22:18-19.
geweldige?
Want hij was bij Saul in groot vertrouwen en een van zijn opperste herders en officieren, 1 Sam. 21:7 , en 1 Sam. 22:9 ; hierop was hij stout en trots, vs.9.
Hertaald:
geweldige?
Want hij genoot bij Saul groot vertrouwen en was een van zijn voornaamste herders en dienaren, 1 Sam. 21:7, en 1 Sam. 22:9; daarop was hij vermetel en trots, vers 9.
goedertierenheid
Over al de zijnen, en mede over mij zodat gij u ijdelijk beroemt alsof gij mij bereids hadt tenonder gebracht.
Hertaald:
goedertierenheid
Over al de Zijnen, en ook over mij; zodat u zich tevergeefs beroemt alsof u mij al ten onder gebracht had.
denkt
Dat is, uit niet dan voorbedacht en overlegd kwaad.
Hertaald:
denkt
Dat is: uit niets dan vooropgezet en overlegd kwaad.
enkel
Hebr. schaden, of ellenden; dat is, niets dan leed en verderf der vromen.
Hertaald:
enkel
Hebreeuws: schaden, of ellenden; dat is: niets dan leed en verderf van de vromen.
werkende
Dat in plaats van haarscheren iemand kwetst, of de keel afsteekt; of men kan duiden op Doëg zelf, aldus: O gij werker des bedrogs; gelijk tevoren, gij geweldige.
Hertaald:
werkende
Dat in plaats van het scheren van haar iemand verwondt of de keel afsnijdt; of men kan het op Doëg zelf betrekken, zo: o u, werker van bedrog — zoals eerder: u, geweldenaar.
Sela
Zie Ps. 3:3 .
Hertaald:
Sela
Zie Ps. 3:3.
verslinding
Strekkende tot verslinden en opslokken.
Hertaald:
verslinding
Die ertoe strekken te verslinden en op te slokken.
bedrogs
Dat is, een bedriegelijke tong.
Hertaald:
bedrogs
Dat is: een bedrieglijke tong.
ook
Op zulks zonden zulke straffen.
Hertaald:
ook
Op zulke zonden zulke straffen.
afbreken
Gelijk men een gebouw [gelijk huizen, altaren, enz.] afbreekt en vernielt.
Hertaald:
afbreken
Zoals men een gebouw [zoals huizen, altaren, enzovoort] afbreekt en vernielt.
wegrapen
Of, grijpen; gelijk men een kooi vuurs met de tang in der haast grijpt; Jes. 30:14 .
Hertaald:
wegrapen
Of: grijpen; zoals men een kool vuur haastig met de tang grijpt; Jes. 30:14.
tent
Dat is, uwe woning.
Hertaald:
tent
Dat is: uw woning.
land
Dat is, uit deze wereld, uit dit leven. Zie Ps. 27:13 .
Hertaald:
land
Dat is: uit deze wereld, uit dit leven. Zie Ps. 27:13.
vrezen;
Zich ontzettende over dit rechtvaardig oordeel Gods, en daardoor gesterkt worden in zij vreze en ontzag.
Hertaald:
vrezen;
Doordat zij ontzag krijgen voor dit rechtvaardige oordeel van God en daardoor gesterkt worden in hun vrees en ontzag.
lachen,
Vanwege de rechtvaardige straf Gods over dezen verdwaasden en bitteren vijand van God en alle vromen, zich heiliglijk verheugende en Doëgs ijdelen troost bespottende.
Hertaald:
lachen,
Vanwege de rechtvaardige straf van God over deze verdwaasde en bittere vijand van God en van alle vromen; zij verheugen zich daarover op heilige wijze en bespotten Doëgs ijdele troost.
veelheid
Of, grootheid.
Hertaald:
veelheid
Of: grootheid.
beschadigen
Hebr. door zijne schade, of ellende, jammer, leed; te weten, dat hij den vromen aandeed, gelijk vs.4.
Hertaald:
beschadigen
Hebreeuws: door zijn schade, of ellende, jammer, leed; namelijk die hij de vromen aandeed, zoals vers 4.
groene
Verg. Ps. 92:13-14 ; Jer. 11:16 .
Hertaald:
groene
Vergelijk Ps. 92:13-14; Jer. 11:16. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Het opschrift noemt de aanleiding: Doëg de Edomiet had aan Saul verraden dat David bij Achimelech geweest was (Ps. 52:2). Wat volgde was de moord op de priesters van Nob. De psalm spreekt die man rechtstreeks aan: "Wat beroemt gij u in het kwaad, o gij geweldige? Gods goedertierenheid duurt toch den gansen dag" (Ps. 52:3). Het wapen wordt genoemd: "Uw tong denkt enkel schade als een geslepen scheermes" (Ps. 52:4). Wat hij liefheeft, staat er ook bij: het kwade liever dan het goede, en de leugen liever dan gerechtigheid te spreken (Ps. 52:5). Daarna volgt het oordeel (Ps. 52:7), en de rechtvaardigen zien het aan en zeggen: "Ziet den man, die God niet stelde tot Zijn Sterkte, maar vertrouwde op de veelheid zijns rijkdoms" (Ps. 52:9). Het slot van de psalm zet daar het beeld van een groene olijfboom in Gods huis tegenover. Bijbelse betekenis: De psalm zet twee soorten macht naast elkaar. Doëg had een tong die als een scheermes werkte, en één zin van hem kostte vijfentachtig priesters het leven; David heeft niets dan een lied. En toch staat er meteen in Ps. 52:3 dat Gods goedertierenheid de hele dag duurt, dus ook op die dag. Merk op wat er over de olijfboom gezegd wordt. Die boom wordt niet uitgerukt maar staat in het huis van God en blijft groen; daartegenover wordt de geweldige uit zijn tent gerukt en uitgeworteld (Ps. 52:7). Let ten slotte op de vraag waarmee de psalm opent. Er wordt niet gevraagd waarom hij het deed, maar waarom hij zich erop beroemt; het roemen in het kwaad is hier de kern. Typologie: Jakobus beschrijft dezelfde macht van de tong: zij is een klein lid en beroemt zich van grote dingen (reeds behandeld bij Jak. 3:8). Ps. 52:2-9; Jak. 3:8 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas De genade van God … Psalm 52:8 (Eng. vert. NKJV Sta eens stil bij de genade van God; het is een tedere genade. Met een zachte en liefdevolle… Ik vertrouw op Gods goedertierenheid (liefde), eeuwig en altijd. Psalm 52:10 Wanneer begon de liefde van Christus voor jou te werken? Dat was lang voordat je geboren werd,… Ik zal U voor eeuwig loven, om wat U gedaan hebt; ik zal Uw Naam verwachten, want die is voor Uw gunstelingen goed. Psalm 52:11 Wanneer wij God… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Gods goedertierenheid… Psalm 52 vers 10 Denk eens even wat langer na over de goedertierenheid van de Heere. Het is een… 8 En de rechtvaardigen zullen het zien, en vrezen; en zij zullen over hem lachen, zeggende: 9 Ziet den man, die God niet stelde tot Zijn Sterkte, maar vertrouwde… 1 Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester. 2 Als Doëg, de Edomiet, gekomen was, en Saul te kennen gegeven, en tot hem gezegd had: David is gekomen ten… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 52
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Gods genadige barmhartigheid
De oorsprong van Gods liefde
Moedig anderen aan om God te loven
Gods goedertierenheid
Psalm 52:8-11
Psalm 52:1-7


Psalmen 52
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Ene onderwijzing, een leerdicht (Psalm 32; 42; 44; 45) van David, voor den opperzangmeester (1 Kronieken 25: 31 ).
Door hem vervaardigd naar aanleiding der in 1 Samuel 22: 6 vv. medegedeelde gebeurtenis, als Doëg, de Edomiet, gekomen was en Saul te kennen gegeven, en tot hem gezegd had: David is gekomen ten huize van Achimélech. Het opschrift is dikwijls verkeerd verstaan, alsof de Psalm tegen Doëg gericht was; het zegt dit echter niet, maar alleen, dat hij vervaardigd is naar aanleiding van Doëgs aanwijzing aan Saul en van hetgeen daarvan het gevolg was. Het noemt zelf nevens Doëg Saul, en dat deze naam en niet die van Doëg groot te schrijven is, wordt weer aanstonds daardoor waarschijnlijk, dat David het in de Psalmen uit den tijd van Saul gewoonlijk met Saul zelven en niet met zijne helpers te doen heeft, wier handelen hij mede toerekent aan den ene concreet geworden idealen persoon des Bozen.
Tot dusver was Sauls vijandschap, uit wangunst jegens David geboren, meer ene persoonlijke vete. Nu daarentegen David allen, die het wel met het Godsrijk meenden, rondom zich begon te verzamelen, nu groeide Sauls verbittering aan, en toen de hogepriester met een aantal andere priesters zich het lot van den vervolgde aantrok, besloot de dwingeland, het in het openbaar te tonen, dat niemand ongestraft voor zijnen schoonzoon zou kunnen partij trekken; hij beging de gruwelijke misdaad van Achimélech met nog 85 andere priesters des Heren zonder oorzaak te doen ombrengen.
Zocht David in den vorigen Psalm op den weg van waarachtig berouw en van gelovige toeigening van het hem geschonkene woord der genade, van zijn persoon, zijn huis en zijn volk het vonnis der Goddelijke verwerping en het terugnemen der reeds ontvangene belofte af te wenden, zo volgt nu een Psalm, die over de verwerping van Saul en van zijn huis, en over de rechtvaardige oorzaak daarvan handelt; want Saul, gelijk de gebeurtenis, die aan onzen Psalm ten grondslag ligt, bewijst, is nu reeds zover in zijnen afval van den Heere voortgegaan, dat hij zijn behoud zoekt in zijne eigene heldenkracht, in zijnen rijkdom en in de gehechtheid zijner stamgenoten, dat hij in één woord een koning over Israël wil zijn, zo als alle heidenen dien hadden, ja den Heere in Zijne priesters en Zijnen geliefde ter dood toe haat. 3.
I. Vs. 3-7.KruisverwijzingenSpreuken 2:22→Psalmen 27:13→Psalmen 40:3→Psalmen 37:34→Job 22:19→Psalmen 120:3→Jakobus 3:6→2 Timotheüs 3:4→
— Wat beroemt gij u in het kwaad, o gij geweldige? Gods goedertierenheid duurt toch den gansen dag. Uw tong denkt enkel schade als een geslepen scheermes, werkende bedrog. Gij hebt het kwade liever dan het goede, de leugen, dan gerechtigheid te spreken. Sela. Gij hebt lief alle woorden van verslinding, en een tong des bedrogs. God zal u ook afbreken in eeuwigheid; Hij zal u wegrapen en u uit de tent uitrukken; ja, Hij zal u uitwortelen uit het land der levenden. Sela.
Na een woord van inleiding (vs. 3), dat den inhoud van den gehelen Psalm reeds in het kort samengevat heeft, daar het aan de ene zijde den niets betekenenden, praalzuchtigen trots van den goddeloze op zijne boosheid, aan de andere zijde de eeuwige goedheid des Almachtigen voor de zijnen uitspreekt, volgt eerst (vs. 4-6) ene schildering van de boosheid van hem, dien de Psalmist op het oog heeft, waarop hem wordt bekend gemaakt (vs. 7), hoe weinig grond hij heeft, daarop te roemen, daar het vergeldend gericht van God hem zal overvallen en geheel zal doen omkomen.
Wat beroemt gij u in het kwaad, o gij geweldige, die te voren een held waart in den strijd tegen de vijanden van het volk Gods (2 Samuel 1: 19 vv.), maar nu een woestaard zijt geworden in de vervolging van Zijne knechten? ‘t Is voorwaar ene zaak om op te roemen, dat gij 85 onschuldige dienstknechten des Heren met vrouwen en kinderen liet ombrengen! Gods goedertierenheid duurt toch den gansen dag, voor de Zijnen; zij zal bestendig zijn en alzo zult gij het met de werken uwer boosheid niet verder brengen, dan dat gij u een te sneller en vreselijker einde bereidt.
Uwe tong denkt, verzint enkel schade, gij peinst er slechts op, hoe gij anderen in ellende zult storten, en uwe tong is als een geslepen scheermes, werkende bedrog 1); gij brengt slechts leugen voort, om een ander op het diepst te treffen en op ‘t onverwachts te doorsnijden.
Of, pleger van arglist. Kennelijk doelt dit hier op Doëg, den Edomiet, die den ongelukkigen Achimélech aanklaagt, uit heidense vijandschap tegen den Heere God en Zijne dienaren.
Gij hebt het kwade liever dan het goede, de leugen, dan gerechtigheid te spreken. Sela. Pauze. onder welke de muziek het aanklagen zonder woorden voortzet.
Nog meer! Gij hebt lief alle woorden van verslinding, woorden, die dood en verderf ten gevolge kunnen hebben, en ene tong des bedrogs, ene lasterlijke tong. Uwe vreugde is het als men u komt aanhitsen en kwaad van uwen vijand u aanbrengt.
God zal u ook, u rechtvaardig vergeldende, afbreken, neerwerpen in eeuwigheid, zodat gij voor altijd een ruïne zijt; Hij zal u wegrapen, met een snellen greep aantasten, en u uit de tent uitrukken, uit uwen gerusten en eervollen stand; Ja Hij zal u uitwortelen, uit het land der levenden, gelijk gij de priesters te Nob heb uitgeroeid (1 Samuel 22: 16-19) Sela. Pauze onder muziek. Terwijl de inhoud van vs. 7 er beslist voorspreekt, dat David hier aan Saul en de uitroeiing van zijn huis (1 Samuel 31) gedacht heeft, schijnen daarentegen de woorden in vs. 4-6 meer op Doëg, dan op den koning zelven te passen. Dit schijnt echter slechts zo; bij nadere beschouwing blijkt integendeel; dat de persoon, tegen wie de heilige zanger ijvert, Saul is. “De geschiedenis weet er niets van, dat Doëg het zich ten doel zou gesteld hebben, David uit den weg te ruimen; zij weet niets van ene vijandschap van Doëg tegen David, die zelfs over hetgeen tussen David en den hogepriester voorgevallen was, gezwegen had, totdat de ernstige eis van Saul aan zijne dienaars aan zijne eigene zucht om zich verdienstelijk te maken een verder zwijgen scheen onmogelijk te maken. Geheel anders had hij moeten handelen; wanneer hij een gezworen vijand van David geweest ware. Wat het verwijt van leugen, van lastering en bedrog aangaat, zo vinden wij in het gehele verhaal van de zaak met de priesters geen enkel spoor, dat Doëg gelogen en bedrogen heeft; hij bericht eenvoudig de daadzaak. Daarentegen past dat verwijt volkomen op Saul, die zonder enige reden David van hoogverraad beschuldigde, om hem onder den schijn van recht uit den weg te kunnen ruimen, en deze beschuldiging ook tegenover de onschuldige priesters op den voorgrond plaatste, zonder enigszins op de eenvoudige welsprekendheid van een goed geweten te letten, waarmee de hogepriester zich verdedigde, daar hij besloten was, om ten verderve van David een voorbeeld te stellen.” Wanneer alzo Doëg met zijn verraad geenszins op den voorgrond van den Psalm staat, zo kan zijn voorbeeld bij de verklaring van het 9de gebod aangehaald worden, en daarbij getoond, hoe een mens ook daar den geest van leugen en bedrog dient, waar hij niets dan ware en op zich zelve werkelijk gebeurde daadzaken bericht, maar aan de ene zijde den waren grond der gezindheid, waaruit zij voortgekomen zijn, en in welke zij alleen de rechte betekenis verkrijgen, verzwijgt, aan de andere zijde wel weet, hoe ontvlambaar het hart is van hem, aan wie hij ze bericht, en op welk ene boosaardige wijze zij zullen worden opgevat.
8.
II. Vs. 8-10.KruisverwijzingenJeremia 11:16→Psalmen 92:12→Psalmen 13:5→Psalmen 1:3→Hosea 14:6→Romeinen 11:24→Psalmen 128:3→Psalmen 33:18→
— En de rechtvaardigen zullen het zien, en vrezen; en zij zullen over hem lachen, zeggende: Ziet den man, die God niet stelde tot Zijn Sterkte, maar vertrouwde op de veelheid zijns rijkdoms; hij was sterk geworden door zijn beschadigen. Maar ik zal zijn als een groene olijfboom in Gods huis; ik vertrouw op Gods goedertierenheid eeuwiglijk en altoos.
Voor de rechtvaardigen, zo gaat de gewijde zanger voort, zal, gelijk alle werken Gods enen kern van zegen en een zaad des heils in zich verbergen, de val van den tiran een dieper wortelen in de godsvrucht ten gevolge hebben, en ene oorzaak Zijn van vreugde over Gods alregerende gerechtigheid. Terwijl echter gene tot een ontwortelden boom wordt, staat de nu door hem ter dood toe vervolgde vast, en is gelijk aan enen olijfboom met groen loof. Hij wil wachten op den naam des Heren, totdat het uur ter vervulling zijner hoop daar is, opdat uit zijn levenslot de heiligen nog enen zegen en ene vreugde van anderen aard verkrijgen, dat is de zegen van versterking in geduld en in de vreugde over Gods troostvollen naam. Wel ons, dat wij dezen Psalm eerst na Psalm 51 lezen! Want David’s waar berouw alleen heeft teweeggebracht, dat zijne grote zonde het in vs. 10 vv. gezegde niet tot een spot gemaakt heeft.
En de rechtvaardigen, die nu in en met mij door den tiran (vs. 3) vervolgd worden, zonder zijne boosheid te kunnen verhinderen, zullen het zien, hoe de Heere op eens aan zijn woeden een einde weet te maken (vs. 7), en zij zullen vrezen, op nieuw met kinderlijk ontzag (Psalm 64: 10) vervuld worden, en zij zullen over hem, over den nu gevallen tiran lachen1), niet uit vreugde in eens anders verderf (Spreuken 24: 17 vv.), maar over het eindelijk openbaar worden der lang verborgene en miskende gerechtigheid, die het leedgevoel over de ziel van den vijand, die zich zelven verdierf, niet uitsluit (vgl. (Psalm 58: 11 vv. 2 Samuel 1: 17 vv.); zij zullen zich verblijden zeggende:
Waarom, omdat zij in hem zien konden het einde van hen, die op het vlees hun vertrouwen stellen en op de veelheid des rijkdoms, terwijl omgekeerd zij zich zullen en kunnen verheugen over het betrouwen op den Heere, en op Hem alleen.
Ziet den man, die God niet stelde tot zijne sterkte, maar vertrouwde op de veelheid zijns rijkdoms; hij was sterk geworden door zijn beschadigen (Psalm 49: 6 vv.); zijne boosheid was zijne sterkte, ziet, met hoeveel schande hij gevallen is. Het gaat enen rijken misdadiger als enen beer; wanneer hij nog in het bos gaat, durft hem niemand ontmoeten; wanneer hij echter gevangen is legt men hem een ring in den neus, legt men hem aan een ketting, breekt men hem de tanden uit, en houwt men hem de klauwen af; dan lacht men hem uit en zegt: is het zover met u gekomen?. Het laat zich zeer goed overeenbrengen, dat de gelovigen zich in diepen ootmoed aan God onderwerpen, wanneer zij Hem erkennen als den Wreker der onrechtvaardige wreedheid, en dat zij losbarsten in onuitsprekelijk vreugdegejuich, wanneer zij Hem op hun zijde zien.
Maar ik, David, zal zijn als een groene olijfboom, die vrolijk opgroeit en zich telkens weer verjongt (Jer. 11: 16) in Gods huis, d.i. daar ik op heiligen grond geplaatst ben, waar niets mij schenden kan; ik vertrouw op Gods goedertierenheid eeuwiglijk en altoos, en zal nooit te schande worden. Zie 1 Koningen 6: 31 David’s toeverzicht op den Heere, Zijn God, blijkt hier zo duidelijk mogelijk.
Ik zal U, hoewel nu nog een lange tijd van nood en gevaar voor mij ligt, loven in eeuwigheid a), omdat Gij het hebt gedaan, want in het geloof zie ik reeds Uw raad volbracht; en ik zal Uwen naam verwachten in den tijd, waarin ik nog lijden moet en vervolgd word, totdat Uwe besluiten aan mij verheerlijkt worden; want hij (Uw naam) is goed voor Uwe gunstgenoten, en hun ben ik verschuldigd in mij een nieuw voorbeeld te laten zien, hoe troostvol Uw naam is en hoe goed het is, zich daarop te verlaten (Psalm 54: 8 54.6).
Psalm 22: 32. Hoe dikwijls is het ons vrezend hart, alsof der mensen boosheid Gods goedheid van den aardbodem zou verdringen, daar toch altijd het goede, dat wij uit Gods genade genieten, oneindig veel meer is dan het kwade, hetwelk wij onder des mensen boosheid te lijden hebben. Wat kan men elkaar met dien angst aansteken! Hoe veel beter is het, zoveel eerbied voor Gods naam te hebben en ook in den kwaden tijd te vertrouwen, dat Hij het wel zal maken, zodat allen, die deel hebben aan Gods genade, er zich in verheugen en in het gemeenschappelijke geloof kunnen opgebouwd worden. Het geloof ziet den dag van overwinning en triomf vooruit; in den tijd van druk vertroost en bemoedigt het daar het geduldig de komst van dien dag verwacht, door gedurige overdenking van de heerlijkheid en de macht van dien naam des redders, welke als ene olie is, die uitgestort wordt (Hoogl. 1: 3) door zijnen geur de bekeerden uitnodigende en lokkende om den Verlosser te volgen in den weg van Zijne bevelen.
Het geloof ziet den dag der overwinning, hoe de vijand woedt, hoeveel noden er nog te doorworstelen zijn. Zwak en onmachtig in zich zelve, roemt het geloof in God alleen, in Wie al zijn sterkte is. Zo trekt de gelovige, onze Psalm bewijst het, uit het bitterste leed, dat de vijand hem aandoet, de zoetste vrucht, Gode tot ere en zijne eigene ziele tot sterkte en troost.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel