Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een psalmH4210 van DavidH1732, voor den opperzangmeesterH5329.
Een psalm van David, voor den opperzangmeester.
KJV
[[To the chief Musician,1
A Psalm2
of David.]]3
The LORD
hear
thee in the day
of trouble;
the name
of the God
of Jacob
defend
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
De HEEREH3068 verhoreH6030 u in den dagH3117 der benauwdheidH6869; de NaamH8034 van den GodH430 JakobsH3290 zette u in een hoog vertrek.
De HEERE verhore u in den dag der benauwdheid; de Naam van den God Jakobs zette u in een hoog vertrek.
Ook in dit vers
zette hoog vertrekH7682
KJV
Send
thee help
from the sanctuary,
and strengthen
thee out of Zion;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Hij zendeH7971 uw hulpH5828 uit het heiligdomH6944, en ondersteuneH5582 u uit SionH6726.
Hij zende uw hulp uit het heiligdom, en ondersteune u uit Sion.
KJV
Remember
all thy offerings,
and accept
thy burnt sacrifice;
Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Hij gedenkeH2142 alH3605 uwer spijsofferenH4503, en make uw brandofferH5930 tot as. SelaH5542.
Hij gedenke al uwer spijsofferen, en make uw brandoffer tot as. Sela.
Ook in dit vers
asH1878
KJV
Grant
thee according to thine own heart,
and fulfil
all thy counsel.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Hij geveH5414 u naar uw hartH3824, en vervulleH4390 alH3605 uw raadH6098.
Hij geve u naar uw hart, en vervulle al uw raad.
KJV
We will rejoice
in thy salvation,
and in the name
of our God
we will set up our banners:
the LORD
fulfil6
all thy petitions.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Wij zullen juichenH7442 over Uw heilH3468, en de vaandelen opstekenH1713 in den NaamH8034 onzes GodsH430. De HEEREH3068 vervulleH4390 alH3605 uw begeertenH4862.
Wij zullen juichen over Uw heil, en de vaandelen opsteken in den Naam onzes Gods. De HEERE vervulle al uw begeerten.
Ook in dit vers
heilH3444
KJV
Now know
I that the LORD7
saveth
his anointed;
he will hear
him from his holy
heaven
with the saving
strength
of his right hand.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Alsnu weetH3045 ik, datH3588 de HEEREH3068 Zijn GezalfdeH4899 behoudtH3467; Hij zal Hem verhorenH6030 uit den hemelH8064 Zijner heiligheidH6944; het heil Zijner rechterhandH3225 zal zijn met mogendhedenH1369.
Alsnu weet ik, dat de HEERE Zijn Gezalfde behoudt; Hij zal Hem verhoren uit den hemel Zijner heiligheid; het heil Zijner rechterhand zal zijn met mogendheden.
KJV
Some trust in chariots,
and some in horses:
but we will remember
the name
of the LORD5
our God.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Dezen vermelden van wagensH7393, en die van paardenH5483; maar wij zullen vermeldenH2142 van den NaamH8034 des HEERENH3068, onzes GodsH430.
Dezen vermelden van wagens, en die van paarden; maar wij zullen vermelden van den Naam des HEEREN, onzes Gods.
KJV
They are brought down
and fallen:
but we are risen,
and stand upright.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Zij hebben zich gekromdH3766, en zijn gevallenH5307; maar wij zijn gerezen en staande gebleven.
Zij hebben zich gekromd, en zijn gevallen; maar wij zijn gerezen en staande gebleven.
Ook in dit vers
staande geblevenH5749
gerezenH6965
KJV
Save,
LORD:
let the king
hear
us when
we call.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
O HEERE! behoudH3467; die KoningH4428 verhoreH6030 ons ten dageH3117 van ons roepenH7121.
O HEERE! behoud; die Koning verhore ons ten dage van ons roepen.
opperzangmeester
Zie Ps. 4:1 .
Hertaald:
opperzangmeester
Zie Ps. 4:1.
naam
Zie 2 Sam. 6:2 , en verg. onder vs.8.
Hertaald:
naam
Zie 2 Sam. 6:2, en vergelijk hieronder vers 8.
zette
Hebr. eigenlijk, verheffe, of verhoge u.
Hertaald:
zette
Hebreeuws eigenlijk: verheffe, of verhoge u.
een hoog
Waar gij verzekerd mocht zijn tegen het geweld der vijanden. Zie 2 Sam. 22:3 ; dat is, Hij beware en beschutte u.
Hertaald:
een hoog
Waar u verzekerd mag zijn tegen het geweld van de vijanden. Zie 2 Sam. 22:3; dat is: Hij bescherme en beschutte u.
uw hulp
Door welke gij moogt worden geholpen.
Hertaald:
uw hulp
Waardoor u geholpen mag worden.
heiligdom
Waar de ark des verbonds [des Heeren Christus' voorbeeld] was, op de berg Zion.
Hertaald:
heiligdom
Waar de ark van het verbond [het voorbeeld van de Heere Christus] was, op de berg Sion.
gedenke
Anders, Hij rieke; dat is, Hij neme aan, houde voor aangenaam, gedenkende aan zijne beloften en uwe gebeden. Zie Lev. 2:2 ; Hos. 14:8 .
Hertaald:
gedenke
Anders: Hij rieke; dat is: Hij neme aan, houde voor aangenaam, denkend aan Zijn beloften en uw gebeden. Zie Lev. 2:2; Hos. 14:8.
as
Tonende met enig teken dat het Hem aangenaam is. Zie Lev. 9:24 ; 1 Kron. 21:26 , en 2 Sam. 24:23 . Anders, Hij make uw brandoffer vet; dat is, Hij late het zich aangenaam zijn, als wezende uit een oprechte liefde van het beste geofferd.
Hertaald:
as
Terwijl Hij met enig teken toont dat het Hem aangenaam is. Zie Lev. 9:24; 1 Kron. 21:26, en 2 Sam. 24:23. Anders: Hij make uw brandoffer vet; dat is: Hij late het zich welgevallen, aangezien het uit oprechte liefde van het beste geofferd is.
Sela
Zie Ps. 3:3 .
Hertaald:
Sela
Zie Ps. 3:3.
hart
Dat is, naar uwe wens, dat uw voornemen wel mag gelukken.
Hertaald:
hart
Dat is: naar uw wens, zodat uw voornemen goed mag slagen.
vervulle
Dat is, volbrenge, als in het volgende.
Hertaald:
vervulle
Dat is: volbrenge, zoals in het vervolg.
Wij
Hier verklaart de gemeente haar vertrouwen van de verhoring en overwinning.
Hertaald:
Wij
Hier spreekt de gemeente haar vertrouwen op de verhoring en overwinning uit.
uw heil
Dat is, o koning, van God zult ontvangen; of dat Gij, o God, onzen koning zult geven; of uwe overwinning [en alzo in het volgende] die u God verlenen zal. Zie 2 Sam. 8:6 .
Hertaald:
uw heil
Dat is: o koning, van God zult ontvangen; of dat U, o God, onze koning zult geven; of Uw overwinning [en zo ook in het vervolg] die God u zal verlenen. Zie 2 Sam. 8:6.
opsteken
Of, laten vliegen, voeren; tot een teken van goeden moed en vertrouwen van victorie en triomf, en dat ter ere van onzen God en den schrik onzer vijanden. Verg. Ps. 60:6 ; Hoogl. 2:4 , en Hoogl. 5:10 , en Hoogl. 6:4 ; idem Num. 2:2-3 , enz., Zie de aantekening bij Num. 2:2-3 . In het het Hebr. is een woord, alsof men zeide: wij zullen vaandeleren.
Hertaald:
opsteken
Of: laten wapperen, voeren; als teken van goede moed en vertrouwen op overwinning en triomf, en dat ter ere van onze God en tot schrik van onze vijanden. Vergelijk Ps. 60:6; Hoogl. 2:4, en Hoogl. 5:10, en Hoogl. 6:4; eveneens Num. 2:2-3, enzovoort. Zie de aantekening bij Num. 2:2-3. In het Hebreeuws staat een woord, alsof men zei: wij zullen vaandels ontplooien.
vervulle
Of, zal vervullen.
Hertaald:
vervulle
Of: zal vervullen.
behoudt;
Of, verlost heeft, overwinning gegeven heeft; dat is, ik vertrouw zo vast, vermits zijne beloften dat hem Gods overwinning zal geven, alsof hij ze reeds had.
Hertaald:
behoudt;
Of: verlost heeft, overwinning gegeven heeft; dat is: ik vertrouw zo vast, vanwege Zijn beloften, dat Hij hem de overwinning zal geven, alsof hij die al had.
heiligheid;
Dat is, uit zijn heiligen hemel, die alzo genoemd wordt omdat God, die de heiligheid zelve is, daarin gezegd wordt te wonen, alzo, paleis uwer heiligheid; Ps. 5:8 .
Hertaald:
heiligheid;
Dat is: uit Zijn heilige hemel, die zo genoemd wordt omdat God, Die de heiligheid zelf is, daarin gezegd wordt te wonen, zo ook paleis van Uw heiligheid; Ps. 5:8.
het heil
Anders, door de krachten des heils zijner rechterhand; dat is, zijne rechterhand krachtelijk uitstrekkende om zijnen gezalfde de overwinning te bestieren.
Hertaald:
het heil
Anders: door de krachten van het heil van Zijn rechterhand; dat is: Zijn rechterhand krachtig uitstrekkend om Zijn gezalfde de overwinning te bezorgen.
Dezen
Onze vijanden vermelden, de een van menigte van ijzeren wagens, de ander van veelheid der paarden, waarop zij vertrouwen, maar wij, enz.
Hertaald:
Dezen
De een van onze vijanden roemt op de menigte ijzeren strijdwagens, de ander op de veelheid van paarden, waarop zij vertrouwen, maar wij, enzovoort.
gekromd
Als Sisera; Richt. 5:27 .
Hertaald:
gekromd
Zoals Sisera; Richt. 5:27.
behoud;
Of, geef heil, overwinning; gelijk vs.7.
Hertaald:
behoud;
Of: geef heil, overwinning; zoals vers 7.
verhore
Of, zal ons verhoren; te weten, de hemelse Koning, onze Heere Jezus Christus, wiens voorbeeld David was.
Hertaald:
verhore
Of: zal ons verhoren; namelijk de hemelse Koning, onze Heere Jezus Christus, van Wie David het voorbeeld was. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas De psalm is een gebed van het volk voor zijn koning: "De HEERE verhore u in den dag der benauwdheid" (Ps. 20:2). Er wordt gevraagd om hulp uit het heiligdom (Ps. 20:3) en of God zijn offers gedenkt (Ps. 20:4). Dan slaat de toon om naar zekerheid: "Alsnu weet ik, dat de HEERE Zijn Gezalfde behoudt" (Ps. 20:7). En daaruit volgt de belijdenis waar deze psalm om bekend staat: "Dezen vermelden van wagens, en die van paarden; maar wij zullen vermelden van den Naam des HEEREN, onzes Gods" (Ps. 20:8). Het volgende vers zegt de uitkomst in vier woorden: "Zij hebben zich gekromd, en zijn gevallen; maar wij zijn gerezen en staande gebleven" (Ps. 20:9). Bijbelse betekenis: Wagens en paarden waren de zwaarste wapens van die tijd; het is de taal van bewapening en overmacht. Daartegenover wordt niet gezegd dat Israël sterker is, maar dat het iets anders noemt: de Naam van de HEERE. Merk op dat het om vermelden gaat, dus om waar men zijn vertrouwen op uitspreekt. Dat is een vraag die verder reikt dan het slagveld; iedereen noemt iets waarop hij rekent. Let ook op het gebed voor de koning zelf (Ps. 20:2-6). Een heel volk bidt hier voor één man, en het is goed te zien hoe concreet dat gebeurt: om verhoring, om hulp, om vervulling van wat in zijn hart is. Typologie: Zacharia hoort dezelfde tegenstelling als het gaat om het werk van God: "Niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden" (Zach. 4:6). Ps. 20:2-9; Zach. 4:6 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Het koninkrijk niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking Deze psalm werd gezongen vóórdat de koning ten strijde trok. Het volk staat om hem heen en bidt hardop voor hem: dat God hem verhore in de dag der benauwdheid, dat Hij zijn offers gedenke, dat Hij hem geve naar zijn hart. Een leger bidt voor zijn koning en zegt daarna waar het zijn vertrouwen niet op stelt: niet op wagens en paarden. Het gebed van het volk is opvallend persoonlijk. Er wordt niet gevraagd om overwinning maar om de koning zelf: dat God hem hulp zende uit het heiligdom, dat Hij hem vanuit Sion ondersteune, en dat Hij al zijn raad vervulle. Wie zij zijn hangt kennelijk af van wie hij is. Halverwege verandert de stem, en er spreekt één man: “Alsnu weet ik, dat de HEERE Zijn Gezalfde behoudt; Hij zal Hem verhoren uit den hemel Zijner heiligheid.” Dat woord Gezalfde is hetzelfde woord dat elders messias is. In deze psalm slaat het op de koning van Israël; maar zoals bij alle koningspsalmen reikt de belofte verder dan de man die er toen stond. En dan komt het vers waar deze psalm om onthouden wordt: “Dezen vermelden van wagens, en die van paarden; maar wij zullen vermelden van den Naam des HEEREN, onzes Gods.” Dat is scherper dan het lijkt. Paarden en strijdwagens zijn in het Oude Testament niet zomaar wapens; zij staan voor het vertrouwen op eigen kracht en voor het wantrouwen jegens God. Een andere psalm zegt dat het paard bedriegt tot de overwinning, en Jesaja spreekt wee over wie op paarden vertrouwen. En het is geen toeval: bij de allereerste aanwijzingen over koningen stond er al dat de koning zich niet vele paarden mocht aanschaffen. Daar ligt de lijn naar het Evangelie, en zij loopt over een dier. Toen Christus Jeruzalem binnenreed, deed Hij dat op een ezel. Dat was niet verrassend omdat een koning te voet hoorde te gaan — ezels waren juist het rijdier van vorsten en richters, en het volk riep dan ook onmiddellijk: gezegend is de Koning van Israël, Die komt in de Naam des Heeren. Het betekenisvolle zit erin dat Hij geen paard koos. Wat een koning volgens de wet niet vermenigvuldigen mocht, en wat in de psalmen staat voor zelfvertrouwen, liet Hij staan. Zo vervulde Hij ook in dat kleine detail alle gerechtigheid. En de laatste regel van de psalm krijgt daarmee een tweede bodem: “O HEERE! behoud; die Koning verhore ons ten dage van ons roepen.” In het Nieuwe Testament: Johannes 12:13-15; Zacharia 9:9; Deuteronomium 17:16; Psalm 33:16-17; Mattheüs 3:15 Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Psalm 20 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op een gegeven dat door het hele Oude Testament loopt: paarden en wagens staan voor vertrouwen op eigen kracht, en de wet verbood de koning ze te vermenigvuldigen. Dat Christus daarom geen paard koos bij Zijn intocht, is een gevolgtrekking uit die achtergrond; de Evangeliën verwijzen voor de ezel naar Zacharia 9 en niet naar deze psalm.
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas Alsnu weet ik, dat de HEERE Zijn gezalfde behoudt; Hij zal hem verhoren uit de hemel Zijner heiligheid; het heil Zijner rechterhand zal zijn met mogendheden. Psalm 20:7… Wij zullen juichen over uw heil, en de vaandelen opsteken in de Naam onzes Gods. De HEERE vervulle al uw begeerten. Psalm 20:6 Laat uw inspanningen niet eindigen met… 6 Wij zullen juichen over Uw heil, en de vaandelen opsteken in den Naam onzes Gods. De HEERE vervulle al uw begeerten. 7 Alsnu weet ik, dat de HEERE… 1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester. 2 De HEERE verhore u in den dag der benauwdheid; de Naam van den God Jakobs zette u in een hoog… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 20
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Zij van wagens, wij van de Naam — 20:1-10
Wat betekenen de niveaus?
Verdiepende artikelen
Een voorspoedige ingang?
Strijden onder Zijn banier
Psalm 20:6-10
Psalm 20:1-5


Psalmen 20
De twintigste psalm is een gebed voor de koning die ten strijde uittrekt — een gebed voor David; en beter nog: een gebed voor de meerdere Zoon van den groten David. De eenentwintigste psalm is een overwinningslied voor de terugkerende overwinnaar; het is een Te Deum, nu de koning gezegevierd heeft en uit de strijd is teruggekeerd om de gelukwensen van zijn getrouwe onderdanen te ontvangen.
Psalmen 20:2.KruisverwijzingenPsalmen 73:17→1 Koningen 6:16→2 Kronieken 20:8→2 Samuël 6:17→Jesaja 37:34→2 Samuël 5:7→1 Koningen 8:44→Jesaja 12:6→
— De HEERE verhore u in den dag der benauwdheid; de Naam van den God Jakobs zette u in een hoog vertrek.
Dit is een gebed voor David, een gebed voor Jezus, en een gebed voor ieder kind van God: “De HEERE verhore u in den dag der benauwdheid.” Wat begeert u? Bedenk dat de HEERE u deze belofte geeft: “En roept Mij aan in den dag der benauwdheid; Ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eren.”
“De Naam van den God Jakobs zette u in een hoog vertrek.” De God Die voor Jakob zorgde toen hij met een steen tot zijn hoofdpeluw sliep; de God Die hem bewaarde toen hij een vreemdeling was in een vreemd land en hem weer thuisbracht; de God Die met hem worstelde bij de Jabbok; de God Die alle dingen vóór hem deed medewerken in plaats van tegen hem, zoals hij vreesde — de Naam, dat is: het karakter, de eigenschappen, de heerlijkheid van den God Jakobs zette u in een hoog vertrek.
Psalmen 20:3.KruisverwijzingenHandelingen 10:4→1 Petrus 2:5→Leviticus 9:24→Genesis 4:4→1 Kronieken 21:26→Jesaja 60:7→2 Kronieken 7:1→Efeze 5:2→
— Hij zende uw hulp uit het heiligdom, en ondersteune u uit Sion.
“Hulp uit de heilige plaats, hulp van het gesprengde bloed, hulp van het verzoendeksel, hulp van de gouden kruik die het manna had, hulp van Aärons staf die gebloeid had, hulp van Hem Die tussen de cherubim blonk — zende Hij u hulp uit het heilige der heiligen.” En “ondersteune u uit Sion”, dat wil zeggen: met Zijn eigen kracht, Zijn eigen heerlijkheid, die Hij te midden van Zijn volk openbaart.
Psalmen 20:4.KruisverwijzingenPsalmen 21:2→Psalmen 145:19→Mattheüs 21:22→Spreuken 11:23→1 Johannes 5:14→Psalmen 37:4→Johannes 16:23→Romeinen 8:27→
— Hij gedenke al uwer spijsofferen, en make uw brandoffer tot as. Sela.
Dit deed God aan Zijn dierbare Zoon, en dit is Hij bereid te doen aan al Zijn volk. Wanneer wij iets aan de zaak van God geven, behoren wij dat te doen met al de plechtigheid en al de gewilligheid die men bij Gods eigen volk in de oude tijd zag; er aan gedenkende dat wij het tot Hém brengen; en het voornaamste punt van onze overweging behoort te zijn: zal Hij het aannemen?
Psalmen 20:5.KruisverwijzingenPsalmen 60:4→1 Samuël 1:17→Exodus 17:15→Lukas 1:47→Jesaja 25:9→Psalmen 9:14→Micha 4:5→Psalmen 35:9→
— Hij geve u naar uw hart, en vervulle al uw raad.
Dit kunnen wij niet voor iedereen bidden. Wij bidden het wel voor Christus, en wij bidden het voor het geheiligde volk des HEEREN, dat Hij hun geve naar hun hart en al hun raad vervulle.
Psalmen 20:6.KruisverwijzingenPsalmen 28:8→Psalmen 17:7→Jesaja 57:15→Handelingen 2:36→Psalmen 2:2→Jesaja 63:15→Handelingen 5:31→Handelingen 4:10→
— Wij zullen juichen over Uw heil, en de vaandelen opsteken in den Naam onzes Gods. De HEERE vervulle al uw begeerten.
Wat een wonderlijk gebed is dit! Moge het aan ieder van u geschonken worden: “De HEERE vervulle al uw begeerten.”
Psalmen 20:7-9.Kruisverwijzingen2 Kronieken 32:8→Jesaja 31:1→Spreuken 21:31→Psalmen 33:16→Jeremia 17:5→2 Kronieken 13:16→2 Samuël 8:4→Jesaja 30:16→
— Alsnu weet ik, dat de HEERE Zijn Gezalfde behoudt; Hij zal Hem verhoren uit den hemel Zijner heiligheid; het heil Zijner rechterhand zal zijn met mogendheden. Dezen vermelden van wagens, en die van paarden; maar wij zullen vermelden van den Naam des HEEREN, onzes Gods. Zij hebben zich gekromd, en zijn gevallen; maar wij zijn gerezen en staande gebleven.
Nu wenden wij ons tot de psalm der overwinning. Die stemt bijzonder schoon overeen met de smeekbede die wij zojuist gelezen hebben.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Een Psalm van David (Psalm 3: 1), voor den opperzangmeester (Psalm 4: 1). David, op het punt in den strijd te trekken ter belegering der Ammonietische koningsstad Rabba (2 Samuel 12: 26 vv. Vergelijk 2 Samuel 12: 31 ) brengt vooraf offerande aan den Heere in de tent op Zion, gelijk dit vóór het begin van een veldtocht gebruikelijk was. (1 Samuel 13: 9). Wat hij bij deze gelegenheid afsmeekt, namelijk Gods genadigen bijstand tot een gelukkig einde der onderneming, dat moet ook de gemeente, die bij de godsdienstige plechtigheid verzameld is, hem helpen afbidden; daarom legt hij haar dit lied in den mond, dat door de Levitische zangers moet worden uitgevoerd, hij sluit zich daarom met haar tot één lichaam te zamen, waarvan hij het hoofd is. 2.
I. Vs. 2-6.KruisverwijzingenPsalmen 21:2→Psalmen 145:19→Mattheüs 21:22→Psalmen 60:4→Spreuken 11:23→1 Johannes 5:14→Psalmen 37:4→Johannes 16:23→
— De HEERE verhore u in den dag der benauwdheid; de Naam van den God Jakobs zette u in een hoog vertrek. Hij zende uw hulp uit het heiligdom, en ondersteune u uit Sion. Hij gedenke al uwer spijsofferen, en make uw brandoffer tot as. Sela. Hij geve u naar uw hart, en vervulle al uw raad. Wij zullen juichen over Uw heil, en de vaandelen opsteken in den Naam onzes Gods. De HEERE vervulle al uw begeerten.
Terwijl het offer gebracht wordt begint het eerste gedeelte des lieds. Israël roept zijnen koning, die ten strijde trekt, zijne geluk- en zegenwensen toe, dat de Heere met hem trekke en aan zijne wapenen de overwinning verlene. Ofschoon het opschrift aantoont, dat de Psalm door David is gedicht, is echter toch niets zo ongewoons, dan dat hij over zich zelven in den persoon van een ander spreekt. Maar waar hem het ambt van profeet was opgelegd, daar heeft hij aan de gelovigen een vorm van een gebed voorgeschreven, niet zozeer door een koninklijk bevel of uitspraak zich zelven aanbevelende, als wel uit het ambt van onderwijzer reden nemende, om acht te nemen met ijver en zorg op de gehele Kerk, opdat het rijk, hetwelk God had opgericht, behouden bleve. Dat nu vele uitleggers dit op een bepaalden tijd laten staan, komt mij niet goed voor. Het is wel mogelijk, dat hij aanleiding genomen heeft uit de ene of andere reden, b.v. uit den oorlog tegen de Ammonieten of dien tegen andere vijanden, maar doel des Heiligen Geestes is, naar mijn oordeel, geweest, een gewonen vorm van een gebed aan de Kerk te geven, hetwelk wij moeten gebruiken met die woorden, zo dikwijls er enige strijd ontstaat. Overigens, ofschoon God aan Zijne kinderen in het algemeen voorschrijft voor de koningen te bidden, geldt dit bijzonder deze regering, die van alle andere onderscheiden is, dewijl God Zijn volk niet anders dan door David en door zijn zaad besloten had te besturen en te beschermen. Maar voornamelijk is hier op te merken, dat onder het type van zijn tijdelijke regering een regiment is voorgesteld van veel uitgebreider stelling, waaraan het volle geluk en de blijdschap der Kerk hangt. En alzo heeft David hierop gewezen, om alle kinderen Gods te vermanen om vromelijk bekommerd te zijn voor het Rijk van Christus, wat ons tot aanhoudende gebeden moet opwekken.
De HEERE verhore u, o David! in den dag der benauwdheid, in welken gij nu uwe toevlucht tot Hem neemt; de naam van den God Jakob’s, dien God, die, gelijk de geschiedenis van onzen voorvader Jakob toont, in den tijd der droefheid gebeden verhoort Genesis 35: 3 () en ook aan diens nakomelingen Zijnen naam verder in een overvloed van betoningen van genade verheerlijkt heeft; die God zette u in een hoog vertrek, bescherme u, en geve dat gij ongedeerd en als overwinnaar uit den strijd wederkeert.
Hij zende uwe hulp uit het heiligdom, Hij geve u van het heiligdom, waar gij in dit uur voor hem aanbidt, Zijne legerscharen (Genesis 32: 1 vv.) als hulptroepen mede in den strijd, en ondersteune u uit Zion; Hij late u ook verdere ondersteuning toekomen van de plaats, aan welke Hij zich met Zijne genadige tegenwoordigheid en zegeningen verbonden heeft.
Hij gedenke al uwer spijsofferen, zodat gij zelf, gelijk het op het altaar verbrande deel van het offer aanwijzen moet, een voorwerp van bestendige genadige herinnering zijt (Leviticus 2: 2; 16: 13),en Hij make uw brandoffer tot as, ten teken dat het Hem aangenaam is (woordelijk: “Hij make uw brandoffer vet.” Hij beschouwe het als zodanig, d.i. Hij neme het welgevallig aan (Leviticus 1: 9). Sela
(Psalm 3: 3 )
Tot hiertoe diende het gezang om het offeren in te leiden, nu geschiedde dit werkelijk; het Sela wijst het begin aan, nu is er pauze van het gezang en ene des te sterkere muziek. De beide volgende verzen zetten het gezang voort, dat nu het brengen van het offer begeleidt.
Dit woord is soms vox optantis, de stem van enen, die wenst, overeenkomende met “amen,” of vox admirantis, van enen die zich verwondert, als hij iets bijzonders ziet, of vox affirmantis, van iemand, die bevestigt, wat gezegd is, of vox meditantis, van een, die onderzoekt hetgeen gezegd is. In elk geval is het ene rust in de muziek. Jerome zegt, het is commutatio metri of vicissitudo canendi.
Hij, de Heere geve u naar uw hart, ene volkomen overwinning, en vervulle al uwen raad, de insluiting der vijanden, die gij in den tegenwoordigen krijg voorgenomen hebt.
Wij zullen, als de Heere u de overwinning geeft, juichen over Uw heil met blijdschap, en de vaandelen 1) opsteken in den naam onzes Gods, de zegevanen verheffen ter Zijner ere. De HEERE vervulle al uwe begeerten, waarmee gij thans biddende voor Hem staat.
Wilt gij den stok, de kleuren en den wimpel kennen van dit vaandel? De staf is Zijn kruis, de kleuren zijn bloed en water, en de wimpel is het Evangelie of de prediking van Hem in de wereld. (M. FRANK). Het komt mij voor, alsof David dezen Psalm vervaardigd had, opdat hij tot een heilig veldgeschrei zou dienen, waarmee het volk elkaar opwekte en tot bidden drong.
Wij zien reeds hier de rechte verhouding tussen koning en volk uitgedrukt, wanneer een volk over het heil van zijnen koning kan jubelen als over zijn eigen geluk, daar toch het leven van een volk in zijnen koning, en het heil en het leven eens konings in zijn volk moet zijn.
7.
II. Vs. 7-9.Kruisverwijzingen2 Kronieken 32:8→Jesaja 31:1→Spreuken 21:31→Psalmen 33:16→Jeremia 17:5→2 Kronieken 13:16→2 Samuël 8:4→Jesaja 30:16→
— Alsnu weet ik, dat de HEERE Zijn Gezalfde behoudt; Hij zal Hem verhoren uit den hemel Zijner heiligheid; het heil Zijner rechterhand zal zijn met mogendheden. Dezen vermelden van wagens, en die van paarden; maar wij zullen vermelden van den Naam des HEEREN, onzes Gods. Zij hebben zich gekromd, en zijn gevallen; maar wij zijn gerezen en staande gebleven.
Nadat het offer geëindigd is, verheft zich eerst (vs. 7) ene solo-stem, die van David, en spreekt het vertrouwen uit dat de Heere het offer heeft aangenomen en de bede verhoord, daarop heffen de hoofden der krijgslieden aan met een vreugde geschrei, met een triomflied in de zekerheid der overwinning.
Alsnu, daar mij heden het vast vertrouwen op de verhoring van al deze beden in het hart ten deel wordt (1 (Kronieken 17: 21), weet ik 1), dat de HEERE Zijnen Gezalfde behouden in ‘t bijzonder in dezen strijd zal nabij zijn; Hij zal hem verhoren uit den hemel Zijner heiligheid, waar Hij eigenlijk troont, daar Zijne woonplaats op aarde (vs. 3) slechts een voorportaal van het hemelse paleis is (Psalm 11: 4); het heil Zijner rechterhand zal zijn met mogendheden, Hij zal helpen met macht en zich door grote daden verheerlijken.
Het geloof weet, wat het gelooft, zo zeker alsof het reeds geschied ware.
Deze vermelden van strijd-wagens, en die vankrijgs-paarden; maar wij zullen vermelden van den naam des HEREN, onzes Gods. Wij Israël’s krijgslieden, hoewel wij met paarden en wagens uittrekken, hebben op deze geen vertrouwen gesteld; de overwinning is des Heren, Hij is ons wapen en onze kracht (Deuteronomium 17: 16. 1 Samuel 17: 45 Wagens en paarden maakten zulk een indrukwekkend gezicht met hun geratel en de stofwolken, dat velen er door konden verschrikt worden, maar het geloofsoog ziet meer in den onzichtbaren God dan in alle deze. De meest gevreesde oorlogswerktuigen van David’s dagen waren de strijdwagens, gewapend met zeisen, die de mensen als gras nederhieuwen; dezen waren de roem van de naburige volken, maar de heiligen beschouwden den naam van Jehova als ene betere verdediging. Daar de Israëlieten gene paarden mochten houden, moest natuurlijk de cavalerie der vijanden met meer dan gewone vrees worden aangezien. Het is daarom een te groter bewijs aan geloof, dat de moedige zanger hier de paarden van Egypte kan verachten in vergelijking van den Heere der heirscharen. Helaas! hoe menigeen in onze dagen, die belijdt des Heren te zijn, stelt zijn vertrouwen op zijnen mens, of op een vlezen arm van de ene of, andere soort, alsof hij nooit den naam van Jehova had leren kennen. Heere Jezus! wees Gij alleen onze rots en toevlucht, dat wij nooit de eenvoudigheid van ons geloof bederven: “Wij zullen vermelden van den naam onzes Gods.” Onze Verbonds-God, die ons heeft gekozen en dien wij gekozen hebben, deze is onze God. De naam van onzen God is Jehova, en deze zal nooit worden vergeten, de algenoegzame onafhankelijke, onveranderlijke alomtegenwoordige, alles vervullende “Ik ben.” Laat ons dien vlekkelozen naam aanbidden en dien nooit onteren door wantrouwen of vertrouwen op schepselen. Lezer! men moet eerst “leren kennen” zal men kunnen “herinneren.” Moge de gezegende Geest het genadig aan uwe ziel openbaren.
Zij, onze vijanden, de met de Syriërs verbondene Ammonieten (2 Samuel 10: 6), hebben zich, gelijk wij zien met het oog des geloofs, gekromd, en zijn gevallen, om nooit weer op te staan; maar wij, die eerst schenen te bezwijken, zijn gerezen en staande gebleven. Bij den aanvang van den slag met de vijanden schijnen wel de goddelozen te staan, daar zij zich op hun wagens en paarden verlaten; daarentegen de vromen, die op den naam des Heren vertrouwen, schijnen niet tegen hen opgewassen te zijn. Maar het geloof roemt aldus: hoewel zij staan en wij zwak zijn en schijnen te vallen, zo zijn wij toch zeker, dat de zaak in korten tijd geheel omkeren zal, en zij zullen vallen, waar wij waarlijk in de hoogste mate zullen opgericht worden en blijven staan, ja wij zijn reeds opgestaan en staan met opgeheven hoofden. O, welk een schoon toonbeeld des geloofs is dit!. Dit was in ‘t bijzonder het geval, toen de hoogmoed en de macht van Joods ongeloof, en heidensen afgodendienst vielen voor de woorden en het leven van de nederige belijders van Jezus. Dit is het geval in iedere strijd met onze geestelijke vijanden, wanneer wij hen bestrijden in den naam des Geestes en de kracht van Christus, en dit zal het geval zijn op den laatsten dag, wanneer de wereld met haren vorst zal ten onder gebracht worden, maar de gelovigen, verrezen uit den dood door de opstanding des Heren, zullen staan en Zijnen lof in de hemelen zullen zingen. 10.
III. Vs. 10.
— O HEERE! behoud; die Koning verhore ons ten dage van ons roepen.
Ten slotte valt weer het gehele koor der Levitische zangers in. en herhaalt de bede, die de gemeente aan ‘t begin van den Psalm uitsprak, maar versterkt en als in aansluiting aan vs. 7, welke het af gebedene als reeds verkregen beschouwde.
O HEERE! behoud; die Koning 1) verhore ons ten dage van ons roepen 2).
Dit vers wordt op verschillende wijze vertaald. De Septuaginta en de Vulgata trekken het woord koning bij behoud. O Heer e, behoud den koning. Anderen, zoals onze Staten-Overzetters, sluiten koning bij het tweede lid in O.i. eist de grondtekst en ook geheel het verband van den zin, de overzetting van: behoud den koning, en is het tweede gedeelte te vertalen: Hij, nl. de Heere, verhore ons ten dage als wij roepen. Het spreekt van zelf, dat de betekenis dezelfde is. Het is hier het gezang, het gebed, het smeken van de Gemeente, van het volk, voor zijn koning.
David zal uittrekken ten strijde; hij heeft al zijn moedig volk gewapend en toegerust, ter bestemder plaatse vergaderd. Het is de dag zijner heirkracht (Psalm 110). Nu werd het statig offer verricht waarmee men afscheid nam van den vaderlijken grond, en den zegen van Jehova op Israël’s wapenen afsmeekte. Op het ogenblik zal men den aftocht des legers blazen. het vooruitzicht van den hachelijken oorlogskans, het verlaten van den vaderlandsen bodem, de werking van het heldenvuur, de gevoelens van godsdienst en betrekking op Jehova, het afscheid van vrienden en bloedverwanten, alles heeft den diepsten indruk gemaakt, elk hart dobbert nu als in ene zee van gemengde aandoeningen; dit ogenblik is een der allerplechtigste, waarin de ziel de ganse uitgebreidheid van haar aanwezen gevoelt, wijd open staat voor alle edele gewaarwordingen en ze met wellust als inademt. Nog zwijgt de veldtrompet en in plaats van die, hoort men de cimbalen en luiten der Levieten klinken, en de opperpriester met zijn gevolg stort dien schonen, gevalligen, rijken, godvruchtigen zegen uit, dien wij vs. 2-6 lezen. David beantwoordt dien niet minder roerend en godvruchtig (vs. 7). Hij wordt door de hoofden van zijne oorlogshelden vervangen in hunnen toon met waardige, recht Israëlitische gevoelens en met enen moed, die hun betaamde, vs. 8 en 9. Nog eens verheffen de priesters hun stemmen, en trekken hun gebeden in een galm zamen. vs. 10a. Het volk vangt dien op en beantwoordt hen vs. 10b. Nu steekt men de krijgsklaroen, en met deze heilige aandoeningen gaat Israël’s leger zijnen vijand opzoeken.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel