Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
HallelujahH1984! LooftH1984 GodH410 in Zijn heiligdomH6944; looftH1984 Hem in het uitspanselH7549 Zijner sterkteH5797!
Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte!
KJV
Praise1
ye the LORD.2
Praise3
God4
in his sanctuary:5
praise6
him in the firmament7
of his power.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
LooftH1984 Hem vanwege Zijn mogendhedenH1369; looftH1984 Hem naar de menigvuldigheidH7230 Zijner grootheidH1433!
Looft Hem vanwege Zijn mogendheden; looft Hem naar de menigvuldigheid Zijner grootheid!
KJV
Praise1
him for his mighty acts:2
praise3
him according to his excellent4
greatness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
LooftH1984 Hem met geklankH8629 der bazuinH7782; looftH1984 Hem met de luitH5035 en met de harpH3658!
Looft Hem met geklank der bazuin; looft Hem met de luit en met de harp!
KJV
Praise1
him with the sound2
of the trumpet:3
praise4
him with the psaltery5
and harp.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
LooftH1984 Hem met de trommelH8596 en fluitH4234; looftH1984 Hem met snarenspelH4482 en orgelH5748!
Looft Hem met de trommel en fluit; looft Hem met snarenspel en orgel!
KJV
Praise1
him with the timbrel2
and dance:3
praise4
him with stringed instruments5
and organs.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
LooftH1984 Hem met hel klinkendeH8088 cimbalenH6767; looftH1984 Hem met cimbalenH6767 van vreugdegeluidH8643!
Looft Hem met hel klinkende cimbalen; looft Hem met cimbalen van vreugdegeluid!
KJV
Praise1
him upon the loud3
cymbals:2
praise4
him upon the high sounding6
cymbals.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
AllesH3605, wat ademH5397 heeft, loveH1984 den HEEREH3050! HallelujahH1984!
Alles, wat adem heeft, love den HEERE! Hallelujah!
KJV
Let every thing that hath breath2
praise3
the LORD.4
Praise5
ye the LORD.
Looft God
Dit woord staat hier en in de volgende verzen in het getal van velen: Looft gijlieden.
Hertaald:
Looft God
Dit woord staat hier en in de volgende verzen in het meervoud: looft u allen.
in Zijn heiligdom;
Dat is, in zijn heilige plaats, te weten, in den hemel; anderen verstaan door het heiligdom den tempel, gelijk Ps. 20:3 , of den tabernakel; niet alleen den aardsen tempel of tabernakel, maar veel meer den tempel hierboven in den hemel. Anders: vanwege zijne heiligheid.
Hertaald:
in Zijn heiligdom;
Dat is: in Zijn heilige plaats, namelijk in de hemel. Anderen verstaan onder het heiligdom de tempel, zoals Ps. 20:3, of de tabernakel; en dan niet alleen de aardse tempel of tabernakel, maar veel meer de tempel hierboven in de hemel. Anders: vanwege Zijn heiligheid.
in het uitspansel
Hebr. in zijne uitspanning der sterkte; dat is, in zijn sterk uitspansel; dat is, omdat Hij zijne kracht, of sterkte; ziende op hetgeen geschreven staat Gen. 1:6 . Zie ook Psa 19 .
Hertaald:
in het uitspansel
Hebreeuws: in Zijn uitspansel van de sterkte; dat is: in Zijn sterke uitspansel, of: omdat Hij daarin Zijn kracht en sterkte toont, met het oog op wat geschreven staat in Gen. 1:6. Zie ook Ps. 19.
Zijn mogendheden;
Dat is, zijn krachtige en geweldige daden, gelijk Ps. 145:4 .
Hertaald:
Zijn mogendheden;
Dat is: Zijn krachtige en geweldige daden, zoals Ps. 145:4.
naar de menigvuldigheid
Of, naar de veelheid zijner heerlijkheid; dat is, vanwege zijne grote en menigvuldige macht en heerlijkheid.
Hertaald:
naar de menigvuldigheid
Of: naar de veelheid van Zijn heerlijkheid; dat is: vanwege Zijn grote en veelvoudige macht en heerlijkheid.
fluit;
Gelijk Ps. 149:3 .
Hertaald:
fluit;
Zoals Ps. 149:3.
orgel
Het Hebr. woord wordt zelden gevonden en derhalve wordt het verscheidenlijk overgezet. Het betekent een lieflijk instrument door Jubal uitgevonden, Gen. 4:21 . Zie Job 21:12 , en Job 30:31 .
Hertaald:
orgel
Het Hebreeuwse woord komt zelden voor en wordt daarom verschillend vertaald. Het duidt een lieflijk instrument aan dat door Jubal uitgevonden is, Gen. 4:21. Zie Job 21:12, en Job 30:31.
hel klinkende
Of, lieflijk klinkende. Hebr. hoorcimbalen; dat is, die lieflijk zijn om aan te horen; deze muziekinstrumenten waren van metaal, als schellen of bellen.
Hertaald:
hel klinkende
Of: lieflijk klinkende. Hebreeuws: hoorcimbalen; dat is: die lieflijk zijn om aan te horen. Deze muziekinstrumenten waren van metaal, als schellen of bellen.
Alles, wat
Hebr. alle adem. Zie de aantekening bij Gen. 7:22 . Deze woorden verklaart de apostel Johannes breder aldus: En alle schepsel, dat in de hemel is en op de aarde en onder de aarde, en die in de zee zijn, en alles wat in dezelve is, hoorde ik zeggen: Hem, die op den troon zit, en het Lam zij de dankzegging, en de eer, en de heerlijkheid, en de kracht in alle eeuwigheid; Openb. 5:13 .
Hertaald:
Alles, wat
Hebreeuws: alle adem. Zie de aantekening bij Gen. 7:22. De apostel Johannes verklaart deze woorden uitvoeriger zo: en alle schepsel dat in de hemel is en op de aarde en onder de aarde, en die in de zee zijn, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem Die op de troon zit en het Lam zij de dankzegging en de eer en de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid; Openb. 5:13. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Elk van de laatste vijf psalmen begint en eindigt met hetzelfde woord: Hallelujah, dat looft de HEERE betekent. Zij vormen samen de slotlofzang van het boek. De kring wordt daarin steeds wijder. Ps. 146 begint bij de enkeling, die zijn eigen ziel oproept te loven. Ps. 147 gaat over Israël en Jeruzalem, en tegelijk over de sterren en de raven (Ps. 147:4 en Ps. 147:9). Ps. 148 roept de hele schepping op: "Looft den HEERE uit de hemelen" (Ps. 148:1), en dan engelen, zon en maan, sterren en wateren (Ps. 148:2-4). Ps. 149 is het lied van de gemeente van gunstgenoten. En Ps. 150 eindigt bij alles wat adem heeft. Zo loopt het Psalmboek, dat begon met één man bij de waterbeken (reeds behandeld bij Ps. 1:1), uit op een koor van heel de schepping. Bijbelse betekenis: De ordening van dit slot is geen toeval. Het boek dat vol staat met klacht, aanvechting en boete, eindigt met vijf psalmen waarin geen enkele klacht meer voorkomt. Dat zegt iets over de richting van het geheel: de psalmen lopen niet uit op de vraag maar op de lof. Merk daarbij op dat de klaagpsalmen niet worden ingetrokken; zij blijven staan waar zij staan. Het slot ontkent ze niet maar overstemt ze. Let ten slotte op Ps. 148:5. De schepping looft omdat zij geschapen is op Zijn bevel; loven is voor haar geen prestatie maar het antwoord op haar bestaan. Typologie: Johannes hoort dat koor voltallig: "alle schepsel, dat in den hemel is, en op de aarde, en onder de aarde" geeft de dankzegging, de eer en de heerlijkheid aan Hem Die op de troon zit en aan het Lam (Op. 5:13). Ps. 146:1; Ps. 147:4; Ps. 147:9; Ps. 148:1-5; Ps. 1:1; Op. 5:13 "Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte!" (Ps. 150:1). Eerst wordt de plaats genoemd — de tempel én de hemel — en daarna de reden: "Looft Hem vanwege Zijn mogendheden; looft Hem naar de menigvuldigheid Zijner grootheid!" (Ps. 150:2). Dan volgt de wijze, met een opsomming van instrumenten: bazuin, luit en harp (Ps. 150:3), trommel en fluit, snarenspel en orgel (Ps. 150:4), en tweemaal de cimbalen (Ps. 150:5). En dan het laatste vers van het hele boek: "Alles, wat adem heeft, love den HEERE! Hallelujah!" (Ps. 150:6). Bijbelse betekenis: De psalm is opgebouwd rond drie vragen: waar, waarom en waarmee. Het antwoord op de laatste is opvallend ruim; er wordt geen instrument uitgesloten en er komt geen voorschrift over de vorm. Merk op waar de maat ligt in Ps. 150:2. Er moet geloofd worden naar de menigvuldigheid van Zijn grootheid, en die is niet te bereiken; daarom houdt het loven nooit op. Let ten slotte op het slotvers. De eis is teruggebracht tot het minste dat een schepsel heeft: adem. Wie ademt, kan loven, en daarmee eindigt het boek zo ruim mogelijk. Het Psalmboek begon bij de vraag welke weg een mens gaat (reeds behandeld bij Ps. 1:1) en eindigt bij alles wat adem heeft. Typologie: Paulus zegt waartoe die adem ten diepste gegeven is: God geeft "allen het leven en den adem, en alle dingen" (Hand. 17:25). Ps. 150:1-6; Ps. 1:1; Hand. 17:25 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Laat alles wat adem heeft de HEERE loven. Psalm 150: Ben je God steeds meer aan het loven? Als dat niet zo is, moet ik eerlijk zeggen dat… 1 Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte! 2 Looft Hem vanwege Zijn mogendheden; looft Hem naar de menigvuldigheid Zijner grootheid! 3… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 150
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Meer of minder loven?
Psalm 150


Psalmen 150
Psalmen 150:1.KruisverwijzingenPsalmen 134:2→Psalmen 102:19→Psalmen 29:9→Psalmen 149:1→Daniël 12:3→Ezechiël 10:1→Psalmen 118:19→Psalmen 116:18→
— Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte!
Let erop hoe het in deze laatste psalm lof, lof, lof is, heel de weg door. Ik meen dat wij het woord “looft” wel dertien keer in de zes verzen hebben. Het is alles: looft Hem, looft Hem, looft Hem. Het is niet genoeg het eenmaal of tweemaal te doen; wij behoren de HEERE te blijven loven.
Laat elke ster Zijn lof uitstralen, en laten zon en maan niet ophouden Hem te verheffen: looft Hem in het uitspansel van Zijn sterkte.
Psalmen 150:2.KruisverwijzingenDeuteronomium 3:24→Psalmen 145:5→Jeremia 32:17→Psalmen 145:3→Openbaring 15:3→Psalmen 145:12→Psalmen 96:4→
— Looft Hem vanwege Zijn mogendheden; looft Hem naar de menigvuldigheid Zijner grootheid!
Zo wijd als Zijn uitgestrekte heerschappij reikt, moet de naam van de Schepper bekend gemaakt worden; zo luid als Zijn donder moet Zijn lof geroepen worden, en zo hoog als Zijn troon moet die klinken. Maar wie kan zo’n taak omvatten?
Psalmen 150:3-4.KruisverwijzingenPsalmen 33:2→Jesaja 38:20→Psalmen 149:3→1 Kronieken 15:24→Exodus 15:20→Psalmen 98:5→Psalmen 81:2→1 Kronieken 15:28→
— Looft Hem met geklank der bazuin; looft Hem met de luit en met de harp! Looft Hem met de trommel en fluit; looft Hem met snarenspel en orgel!
Er was dus allerlei muziek in die dagen om God te loven: de blaasinstrumenten en de snaarinstrumenten, de trommel en de fluit. Alles wat God kan loven, behoort Hem te loven. De geestelijke betekenis van deze verzen is deze: laten mensen van verschillende orden en verschillende aard, ieder op zijn eigen wijze, God loven.
Psalmen 150:5.Kruisverwijzingen1 Kronieken 15:16→1 Kronieken 25:6→1 Kronieken 15:28→1 Kronieken 25:1→1 Kronieken 15:19→1 Kronieken 16:5→1 Kronieken 13:8→2 Samuël 6:5→
— Looft Hem met hel klinkende cimbalen; looft Hem met cimbalen van vreugdegeluid!
Een slag! En dan nog een slag!
Psalmen 150:6.KruisverwijzingenPsalmen 145:21→Psalmen 103:22→Psalmen 148:7→Psalmen 145:10→Openbaring 5:13→
— Alles, wat adem heeft, love den HEERE! Hallelujah!
Een joodse rabbi merkte eens tegen mij op dat de naam Jehova niet uit letters bestaat maar enkel uit een reeks ademtochten. En zo eindigt het Psalter: al wat adem heeft, love de HEERE. Halleluja!
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
De opwekking in Psalm 149: 3, om den naam des Heren te loven in reien en met harpen, wordt hier op nieuw (vs. 4) gehoord, maar ook alle andere instrumenten, die Gods volk heeft, worden daarbij genoemd, om het gezang vol van klank te maken, en alle levende schepselen worden opgeroepen, opdat het vol van stemmen zij. Vonden wij aan het einde van elk der vroegere vier hoeken der Psalmen een woord van lof (Psalm 41: 14; 72: 18 vv; 89: 53; 106: 48 bewijst de laatste Psalm in zijn geheel dien dienst (Nehemia 12: 43 ). Een Amen aan het slot van het gehele Psalmboek is niet nodig-“het Halleluja sluit dat in zich en gaat het te boven.” -De dichter is waarschijnlijk dezelfde als die van Psalm 148, zodat de tijd van zijn ontstaan alsdan ongeveer het jaar 408 vóór Christus zou zijn.
I. Vs. 1 KruisverwijzingenPsalmen 134:2→Psalmen 102:19→Psalmen 29:9→Psalmen 149:1→Daniël 12:3→Ezechiël 10:1→Psalmen 118:19→Psalmen 116:18→
— Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte!
en 2. Oproeping tot lof van God, met opgaaf op welke plaatsen Hij moet geloofd worden en om welke reden-wegens Zijne grote en heerlijke daden; wat de plaats aangaat, zo komt vooreerst de hemel in aanmerking, de aarde verkrijgt daarentegen eerst bij de volgende afdelingen haar deel.
Halleluja (Psalm 149: 1), looft God in Zijn hemels heiligdom (Jes. 6: 1 vv.), gij engelen! looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte, dat door Zijne almacht geschapen van Zijn alvermogen getuigt (Ps 68: 35), en de hemelse van de aardse wereld afscheidt.
Looft Hem van wege Zijne mogendheden, Zijne krachtige daden; looft Hem naar de menigvuldigheid, naar de ganse volheid Zijner grootheid!
Bij het danken beweegt zich de lof van God om bepaalde en bijzondere gaven en weldaden, voor welke men het dankoffer brengt; bij het loven daarentegen verdiept zich de ziel, medegevoerd door de volheid van genadebetoning tot aanbidding, in de heerlijkheid van God zelven. Daar baadt men in den stroom van het heiligdom tot aan de knieën of tot aan de lendenen, maar altijd is de diepte nog te meten; hier daarentegen kan men den grond niet meer bereiken; men zwemt door den stroom en men verdiept zich in de onmetelijke diepten van Zijnen heiligen en heerlijken naam met de hoogste vreugde.
De dichter is geheel vervuld van de heerlijkheid Gods. Zijne ziele smelt weg van verrukking, van wege de heerlijkheid en de genade Gods, die Hij aan Zijn volk heeft geopenbaard, ja, die Hij aan alle plaats heeft getoond. Daarom moet alles, wat een loftoon kan voortbrengen, zich verenigen, om den Naam des Heren groot te maken. En waar hij hemel en aarde oproept, daar eindigt hij met alles, wat adem heeft op te wekken, om den Heere, zijn God, te verheerlijken. De ganse mensheid roept hij, om in heilige geestdrift, den driemaal heiligen God de ere Zijns Naams te geven. 3.
II. Vs. 3-5.KruisverwijzingenPsalmen 33:2→Jesaja 38:20→1 Kronieken 15:16→Psalmen 149:3→1 Kronieken 15:24→Exodus 15:20→1 Kronieken 25:6→1 Kronieken 25:1→
— Looft Hem met geklank der bazuin; looft Hem met de luit en met de harp! Looft Hem met de trommel en fluit; looft Hem met snarenspel en orgel! Looft Hem met hel klinkende cimbalen; looft Hem met cimbalen van vreugdegeluid!
Terwijl de aansporing om God te loven nu ook zegt met welke middelen die heilige plechtigheid moet geschieden en alle instrumenten, bij de godsdienstoefening in gebruik, in het bijzonder met name noemt, stelt zij ook voor, wie op aarde in de eerste plaats geroepen is tot des Heren lof.
Looft Hem met geklank der bazuin, met hoorngeschal; looft Hem met de luit en met de harp, met de harp en de citer!
Looft Hem met de trommel en fluit, met de pauk en met reigezang; looft Hem met snarenspel en orgel!
Looft Hem met hel klinkende cimbalen! looft Hem met cimbalen van vreugdegeluid, met luidtonende cimbalen (Numeri 10: 7 en 1 Kronieken 25: 31 )! Tien malen vinden wij in de vorige en in deze afdeling de opwekking: “Looft den Heere,” dat is niet zonder betekenis, want tien is het getal van afronding, van volmaking, van al wat mogelijk is (Genesis 31: 7 ). Men heeft nu ook beproefd tienderlei werktuigen van Gods lof te vinden, waardoor zou aangewezen zijn, dat niets aan de volmaaktheid van zulk een lof mocht ontbreken; er zijn slecht acht instrumenten genoemd, en men zou alzo ook de reien in vs. 4 en de stem tot het zingen in vs. 6 er bij moeten nemen.
De heilige zanger roept hier derhalve ook de toonkunst op om des Heren heiligen Naam te dienen. Ook de toonkunst moet dienstbaar zijn en gemaakt worden aan de verheerlijking van den Drieënigen God. De muziek is ene heerlijke en kostelijke gave Gods, maar dan alleen bereikt zij haar doel, als zij aangewend wordt tot verheerlijking van Hem, die deze gave schonk. Helaas, dat door ‘s mensen afval van zijn God, ook zij zo dikwijls misbruikt wordt in den dienst der wereld en ter ontheiliging van Godes Naam. Wie echter door Gods wondere goedheid en Zijne bijzondere genade den dienst der wereld heeft leren vaarwel zeggen, zal er ook naar staan, dat de muziek weer worde gebruikt in den dienst en tot ere van Hem, die waardig is te ontvangen, niet alleen in den hemel maar ook op de aarde, de lof en prijs en heerlijkheid. 6.
III. Vs. 6.KruisverwijzingenPsalmen 145:21→Psalmen 103:22→Psalmen 148:7→Psalmen 145:10→Openbaring 5:13→
— Alles, wat adem heeft, love den HEERE! Hallelujah!
De oproeping, in die vorige afdeling voornamelijk tot Israël gericht, wordt nu algemeen en komt tot alle wezens, die, door God met een levenden adem (Genesis 2: 7) begiftigd zijn, d.i. tot de gehele mensheid.
Alles wat adem heeft (Openbaring 5: 13)love den HEERE! Halleluja! Het is niet slechts het godvruchtig gevoel van den gewijden dichter en zanger, dat met het “alles wat adem heeft, love den Heere!” de betamelijkheid van dezen plicht voor al het schepsel uitdrukt; ook is het niet alleen der vromen wens en verlangen, welke daarin ligt opgesloten; maar het is veelmeer nog ene geloofsverwachting van den ouden dag, die in de taal des N.V. ook staat uitgedrukt. Het is toch de Apostel Johannes, die het in geestverrukking gezien heeft, en alzo deze woorden dus verklaart: “en alle schepsel, dat in den hemel is, en op de aarde, en onder de aarde, en die in de zee zijn en alles wat in deze is, hoorde ik zeggen: “Hem, die op den troon zit en het Lam zij de dankzegging, en de eer en de heerlijkheid, en de kracht in alle eeuwigheid.” Zalig hij, die dit eens zal bijwonen en daarmee als een verloste des Heren zal mogen instemmen; ons geloof zie het met helderheid en blijdschap tegemoet, onze liefde voor den Heere verlange het en onze hoop worde niet beschaamd. Aan Hem, den enigen en drieënigen God: Vader, Zoon en H. Geest, uit Wie en door Wie en tot Wie alle dingen zijn, zij de heerlijkheid tot in der eeuwigheid. Amen!. Zo verenigt ons deze profetie tot ene symfonie met de Joden, opdat ook onder ons de Heere met bestendige lofoffers worde verheerlijkt, totdat wij in het rijk der hemelen verenigd met de uitverkoren engelen het eeuwig halleluja zingen.
De drie eerste van de vijf Boeken der Psalmen (volgens de Hebreeuwse Verdeling) besluiten met Amen en Amen; de vierde met Amen, Halleluja; maar de laatste, en daarmee het gehele Boek, besluit alleenlijk met Halleluja, omdat de zes laatste Psalmen geheellijk opgesteld zijn tot lof van God en er geen woord van klachte of bede in dezelven voorkomt. Hoe nader de goede Christenen tot hun einde komen, hoe voller zij behoorden te zijn van lofzeggingen ter ere Gods. Sommigen denken, dat deze Psalm bestemd is, om aan ons te vertonen het werk der verheerlijkte Heiligen, in den Hemel, welke daar gedurig bezig zijn met God te loven. En de muzikale instrumenten, welken hier gezegd worden gebruikt te zijn, moeten wij niet meer letterlijk verstaan, dan het goud en paarlen en de kostelijke gesteenten, welken gezegd worden het Nieuw Jeruzalem te versieren. Openbaring 18: 18,19 Maar gelijk die aanduiden, dat de Heerlijkheden des Hemels de aller uitstekendste Heerlijkheden zijn, zo geven dezen te kennen, dat de lofzangen, welke de Heiligen aldaar opheffen, de uitstekende lofzangen zijn. De Gebeden zullen daar verslonden worden in eeuwige lofzangen, daar zal gene verpozing zijn in God te loven, en toch gene vermoeiing. De Halleluja’s zullen eeuwiglijk herhaald worden, en echter zullen dezen steeds nieuwe gezangen zijn. Laten wij dikwijls vermaak scheppen in te overdenken, wat de verheerlijkte Heiligen in den Hemel verrichten, en wat die genen doen, met welke wij bekend waren op aarde, maar die voor ons derwaarts vertrokken zijn; en laat het ons niet alleen verlangende maken, om onder hen te zijn, maar ons ook verlevendigen, om dit deel van den wil van God op Aarde te verrichten, gelijk zij het doen, die in den Hemel zijn. En derhalven laten wij zoveel van onzen tijd besteden, als wij kunnen, in dit goede werk, terwijl wij daarin hopen, gedurende een vrolijke eeuwigheid, altijd bezig te zullen zijn. Halleluja is en zal altoos aldaar het woord zijn, Openbaring : 19: 1,3. Laten we daartoe nu weergalmen, als zulke, die hopen in ‘t korte daarin te verenigen. Halleluja! Looft gij den Heere!. Zo schoon zegt Gregorius van Nyzza: “In den slotpsalm wordt het koor der mensen met dat der engelen samen stemmend een lofzang ter ere van God, om Hem, die triomfeert, het alles besluitende overwinnigslied toe te zingen.” Zo is het toch. Wat hier door den gewijden dichter wordt uitgeroepen zal eenmaal volkomen werkelijkheid worden als in den nieuwen hemel, en op de nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont, allen zich zullen verenigen om den HEERE Heere eeuwig het loflied toe te zingen, als het der zonde onmogelijk is gemaakt één enkelen wanklank te werpen in het heilig lied der gezaligden. SLOTWOORD OP HET BOEK DER PSALMEN. Gelijk we reeds in ons voorwoord op het Boek der Psalmen schreven, bevat het ene verzameling van heilige liederen uit den tijd der Oude Bedeling, in de eerste plaats ten behoeve van den eredienst van Israël vervaardigd, en gedicht door David en andere heilige mannen Gods onder Israël, gedreven door den Heiligen Geest. Gewoonlijk worden zij “Psalmen David’s” genoemd, niet omdat deze koning van Israël, de lieflijke in Psalmen, ze alle heeft vervaardigd, maar èn dewijl in hem de lierzang zijn hoogste bloei bereikte, èn omdat de tijd van David de Psalmen in het leven riep, gelijk de verlossing uit Babel ze weer deed herleven. De Bundel zelf is meer dan hoogstwaarschijnlijk verzameld en in orde gebracht door één man, die, rekenende met de inwendige verwantschap der liederen, met hun inhoud, met hun gelijkheid van strekking en bestemming, ze als één geheel aan de gemeente van Israël en daarmee ook aan de Kerk van alle eeuwen, door Gods genaderijke besturing, heeft overgegeven. Het is dan ook terecht opgemerkt: “nadat door de werkzaamheid van Ezra en Nehemia nieuwe vaste vormen voor den herstelden tempeldienst in Zion waren ontstaan, ontstond in de pas gesterkte gemeente grote behoefte, om naast het heilig Wetboek ook een vast, liturgisch afgesloten Gebed- en Gezangboek te bezitten.” De tijd, waarin de Psalmen zijn gedicht valt daarom voornamelijk in de dagen van David en in die van den terugkeer uit Babel. Want wel komen er ook Psalmen voor van Salomo (één van Mozes) en uit de dagen van Josafat en Hizkia, maar toch de meeste dragen duidelijk de kenmerken, dat zij zijn vervaardigd of in de dagen van David, toen de godsdienst bloeide, of in de dagen van den terugkeer uit Babel, toen de goddelijke straf zijne uitwerking niet gemist had, maar Israël weer terug had gebracht tot het dienen, enig en alleen, van den Heere God. Wat den inhoud der Psalmen betreft, niet alleen wordt de particuliere genade, welke de Heere betoont aan Zijn gunstvolk, bezongen, maar ook Zijne gemene genade, welke Hij bewijst aan alle mensen en aan alle schepselen. En waar er schier geen feit is uit Israël’s geschiedenis, hoever men ook in den tijd terugdringt, wat niet wordt vermeld, waar de Schepping en Onderhouding en Besturing van hemel en aarde gedurig de stof uitmaakt van het lied des dichters, zo wordt dit alles in verband gebracht met de diep verbeurde genade, die aan Israël en de volken bewezen wordt. Bovendien en boven alles wordt inzonderheid gedurig gewezen op Hem, die niet alleen voor Israël maar ook voor alle volken een Verlosser zou wezen, tot Wie niet alleen uit Israël maar uit alle geslachten der aarde er zouden komen om Zijn Naam te belijden. Vandaar dat we vele Messiaanse psalmen hebben, hetzij typisch-Messiaanse, of typisch-profetische, of eschatologisch-Messiaanse, zodat het niet van David is of van een ander koning, van wie daar gezongen wordt, maar van den Christus zelven, zoals deze in heerlijkheid zou geopenbaard worden. Maar van daar ook dat als in de Psalmen van het bloed van bokken en stieren gesproken wordt, niet wordt ontkend dat dit bloed als symbool moet worden gestort, maar wèl dat enkel het bloed als zodanig de verzoening zou aanbrengen, indien het niet gestort werd in het geloof in Hem, die Israël’s ceremoniëlen dienst zou te niet doen. Ook in de Psalmen concentreert zich alles om den Messias, die naar Gods eeuwigen Raad een eeuwige verzoening zou tot stand brengen voor geheel de Kerk, in dezen zin dat de HEERE Heere, Zich heilig en rechtvaardig maar tegelijk barmhartig en genadig geopenbaard heeft, in Hem, die zelf door David en de heilige zangers van Zijn lijden en van Zijne heerlijkheid heeft geprofeteerd. Gods kinderen van den Ouden dag hebben zich dan ook in de bangste tijden en te midden van de donkerste lotsbedelingen vast gehouden door het geloof aan het Verbond, hetwelk niet wankelen of bezwijken kon, en dit door hun zangen der Gemeente op het hart gedrukt en op de lippen gegeven. Het is daarom dan ook dat deze Psalmen, alle eeuwen door, op het schavot en op den brandstapel, in de onderaardse holen en in de verborgene plaatsen, waar men ook zamen kwam, het geloof door Gods genade hebben gestaald en gesterkt, en dat zij, zolang de Kerk van Christus op aarde zal worden gevonden, zullen gezongen worden. Ook de meest verheven gedichten van het mensenkind, hoe schoon en bezielend ook, worden ten leste vergeten, maar de Psalmbundel, dit kunstgewrocht des Heiligen Geestes, blijft gezongen alle eeuwen door.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel