Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
HallelujahH1984! LooftH1984 den HEEREH3068 uitH4480 de hemelenH8064; looftH1984 Hem in de hoogste plaatsenH4791!
Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen!
KJV
Praise1
ye the LORD.2
Praise3
ye the LORD5
from the heavens:7
praise8
him in the heights.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
LooftH1984 Hem, alH3605 Zijn engelenH4397! LooftH1984 Hem, alH3605 Zijn heirscharenH6635!
Looft Hem, al Zijn engelen! Looft Hem, al Zijn heirscharen!
KJV
Praise1
ye him, all his angels:3
praise4
ye him, all his hosts.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
LooftH1984 Hem, zonH8121 en maanH3394! LooftH1984 Hem, alleH3605 gij lichtendeH216 sterrenH3556!
Looft Hem, zon en maan! Looft Hem, alle gij lichtende sterren!
KJV
Praise1
ye him, sun2
and moon:3
praise4
him, all ye stars6
of light.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
LooftH1984 Hem, gij hemelenH8064 der hemelenH8064! en gij waterenH4325, dieH834 bovenH5921 de hemelenH8064 zijt!
Looft Hem, gij hemelen der hemelen! en gij wateren, die boven de hemelen zijt!
KJV
Praise1
him, ye heavens2
of heavens,3
and ye waters4
that be above the heavens.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Dat zij den NaamH8034 des HEERENH3068 lovenH1984; want als HijH1931 het bevalH6680, zo werden zij geschapenH1254.
Dat zij den Naam des HEEREN loven; want als Hij het beval, zo werden zij geschapen.
KJV
Let them praise1
the name3
of the LORD:4
for he commanded,7
and they were created.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
En Hij heeft ze bevestigdH5975 voor altoosH5703 in eeuwigheidH5769; Hij heeft hun een ordeH2706 gegevenH5414, die geenH3808 van hen zal overtredenH5674.
En Hij heeft ze bevestigd voor altoos in eeuwigheid; Hij heeft hun een orde gegeven, die geen van hen zal overtreden.
KJV
He hath also stablished1
them for ever2
and ever:3
he hath made5
a decree4
which shall not pass.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
LooftH1984 den HEEREH3068, vanH4480 de aardeH776; gij walvissenH8577 en alleH3605 afgrondenH8415!
Looft den HEERE, van de aarde; gij walvissen en alle afgronden!
KJV
Praise1
the LORD3
from the earth,5
ye dragons,6
and all deeps:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
VuurH784 en hagelH1259, sneeuwH7950 en dampH7008; gij stormwindH5591, die Zijn woordH1697 doetH6213!
Vuur en hagel, sneeuw en damp; gij stormwind, die Zijn woord doet!
KJV
Fire,1
and hail;2
snow,3
and vapour;4
stormy6
wind5
fulfilling7
his word:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Gij bergenH2022 en alleH3605 heuvelenH1389; vruchtbomenH6529 en alleH3605 cederbomenH730!
Gij bergen en alle heuvelen; vruchtbomen en alle cederbomen!
KJV
Mountains,1
and all hills;3
fruitful5
trees,4
and all cedars:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Het wild gedierteH2416 en alleH3605 veeH929; kruipend gedierteH7431 en gevleugeldH3671 gevogelteH6833!
Het wild gedierte en alle vee; kruipend gedierte en gevleugeld gevogelte!
KJV
Beasts,1
and all cattle;3
creeping things,4
and flying6
fowl:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Gij koningenH4428 der aardeH776, en alleH3605 volkenH3816, gij vorstenH8269, en alleH3605 rechtersH8199 der aardeH776!
Gij koningen der aarde, en alle volken, gij vorsten, en alle rechters der aarde!
KJV
Kings1
of the earth,2
and all people;4
princes,5
and all judges7
of the earth:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
JongelingenH970 en ookH1571 maagdenH1330; gij oudenH2205 metH5973 de jongenH5288!
Jongelingen en ook maagden; gij ouden met de jongen!
KJV
Both young men,1
and maidens;3
old men,4
and children:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Dat zij den NaamH8034 des HEERENH3068 lovenH1984; wantH3588 Zijn NaamH8034 alleen is hoog verhevenH7682; Zijn majesteitH1935 is overH5921 de aardeH776 en den hemelH8064.
Dat zij den Naam des HEEREN loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en den hemel.
KJV
Let them praise1
the name3
of the LORD:4
for his name7
alone is excellent;6
his glory9
is above the earth11
and heaven.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
En Hij heeft den hoornH7161 Zijns volksH5971 verhoogdH7311, den roemH8416 alH3605 Zijner gunstgenotenH2623, der kinderenH1121 IsraelsH3478, des volksH5971, dat nabijH7138 Hem is. HallelujahH1984!
En Hij heeft den hoorn Zijns volks verhoogd, den roem al Zijner gunstgenoten, der kinderen Israels, des volks, dat nabij Hem is. Hallelujah!
KJV
He also exalteth1
the horn2
of his people,3
the praise4
of all his saints;6
even of the children7
of Israel,8
a people9
near10
unto him. Praise11
ye the LORD.
Looft den HEERE
Dit woord staat hier in het Hebr. in het veelvoudig getal, en alzo doorgaans in dezen psalm en de twee navolgende.
Hertaald:
Looft den HEERE
Dit woord staat hier in het Hebreeuws in het meervoud, en zo doorgaans in deze psalm en de twee volgende.
uit de hemelen;
Of, [gij] van de hemelen; dat is, gij hemelse schepselen, zowel de hemelen met hunne inwoners als de sterren en alle roeringen derzelve. Alzo ook vs.7.
Hertaald:
uit de hemelen;
Of: [u] van de hemelen; dat is: u, hemelse schepselen, zowel de hemelen met hun bewoners als de sterren en al hun bewegingen. Zo ook vers 7.
al Zijn heirscharen
Te weten, die in de hemelen zijt; zie de aantekening bij Gen. 2:1 ; Ps. 103:21 .
Hertaald:
al Zijn heirscharen
Namelijk: die in de hemelen zijn; zie de aantekening bij Gen. 2:1; Ps. 103:21.
gij lichtende sterren
Hebr. sterren des lichts.
Hertaald:
gij lichtende sterren
Hebreeuws: sterren van het licht.
hemelen der hemelen
Dat is, gij allerhoogste hemelen. Zie Deut. 10:14 ; 1 Kon. 8:27 .
Hertaald:
hemelen der hemelen
Dat is: u, allerhoogste hemelen. Zie Deut. 10:14; 1 Kon. 8:27.
gij wateren,
Dat is, die wolken, welke gelijk als in de lucht [welke mede hemel genoemd wordt] hangen; zie Gen. 1:6-7 ; Job 26:8 , en Job 37:11 .
Hertaald:
gij wateren,
Dat is: de wolken, die als het ware in de lucht hangen — die ook hemel genoemd wordt; zie Gen. 1:6-7; Job 26:8, en Job 37:11.
die geen van
De zin is: Geen van al die dingen, orde, van God gesteld, overtreden.
Hertaald:
die geen van
De betekenis is: geen van al die dingen overtreedt de orde die God gesteld heeft.
van de aarde;
Dat is, gij schepselen op aarde, of die van de aarde gemaakt zijt.
Hertaald:
van de aarde;
Dat is: u, schepselen op de aarde, of die uit de aarde gemaakt zijn.
walvissen en
De walvissen of zeedraken of andere zeemonsters worden onder de aarde begrepen, gelijk ook somtijds de zee zelve, gelijk er gezegd wordt dat God hemel en aarde geschapen heeft; Gen. 1:1 .
Hertaald:
walvissen en
De walvissen of zeedraken en andere zeemonsters worden onder de aarde begrepen, zoals soms ook de zee zelf, waar gezegd wordt dat God hemel en aarde geschapen heeft; Gen. 1:1.
Zijn woord doet
Dat is, zijn bevel; te weten, het bevel des Heeren. De schepselen, die geen gevoel hebben, loven en dienen God op hun wijze, als God door hen zijnen wil uitricht. Zie Ps. 19:4 , en Ps. 147:15 .
Hertaald:
Zijn woord doet
Dat is: Zijn bevel, namelijk het bevel van de Heere. De schepselen die geen gevoel hebben, loven en dienen God op hun manier, doordat God door hen Zijn wil uitvoert. Zie Ps. 19:4, en Ps. 147:15.
gevleugeld gevogelte
Hebr. vogel des vleugels.
Hertaald:
gevleugeld gevogelte
Hebreeuws: vogel van de vleugel.
hoorn Zijns volks
Dat is, de macht en eer. Zie de aantekening bij Deut. 33:17 . Dit voornamelijk in Christus vervuld, die de hoorn der zaligheid genoemd wordt, Luc. 1:69 .
Hertaald:
hoorn Zijns volks
Dat is: de macht en de eer. Zie de aantekening bij Deut. 33:17. Dit is vooral in Christus vervuld, Die de hoorn van de zaligheid genoemd wordt, Luk. 1:69.
den roem al
Dat is, gevende hun stof van den lof zijns naams door zijne weldaden.
Hertaald:
den roem al
Dat is: door Zijn weldaden geeft Hij hun stof om Zijn Naam te loven.
zijner gunstgenoten,
Versta door gunstgenoten de kinderen Gods, alle ware godzaligen, die barmhartig en goeddadig zijn, gelijk hun hemelse Vader is. Zie Ps. 4:4 .
Hertaald:
zijner gunstgenoten,
Versta onder gunstgenoten de kinderen van God, alle ware godvruchtigen, die barmhartig en weldadig zijn zoals hun hemelse Vader is. Zie Ps. 4:4.
des volks, dat
Dat is, hetwelk een volk is, waarmede God zich in Christus nauwer verbonden en vermaagschapt heeft dan met enig ander volk; Joh. 20:17 ; Ef. 2:13 , Ef. 2:17 ; 1 Joh. 3:1 .
Hertaald:
des volks, dat
Dat is: dat een volk is waarmee God Zich in Christus nauwer verbonden en verwant heeft dan met enig ander volk; Joh. 20:17; Ef. 2:13, Ef. 2:17; 1 Joh. 3:1. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Elk van de laatste vijf psalmen begint en eindigt met hetzelfde woord: Hallelujah, dat looft de HEERE betekent. Zij vormen samen de slotlofzang van het boek. De kring wordt daarin steeds wijder. Ps. 146 begint bij de enkeling, die zijn eigen ziel oproept te loven. Ps. 147 gaat over Israël en Jeruzalem, en tegelijk over de sterren en de raven (Ps. 147:4 en Ps. 147:9). Ps. 148 roept de hele schepping op: "Looft den HEERE uit de hemelen" (Ps. 148:1), en dan engelen, zon en maan, sterren en wateren (Ps. 148:2-4). Ps. 149 is het lied van de gemeente van gunstgenoten. En Ps. 150 eindigt bij alles wat adem heeft. Zo loopt het Psalmboek, dat begon met één man bij de waterbeken (reeds behandeld bij Ps. 1:1), uit op een koor van heel de schepping. Bijbelse betekenis: De ordening van dit slot is geen toeval. Het boek dat vol staat met klacht, aanvechting en boete, eindigt met vijf psalmen waarin geen enkele klacht meer voorkomt. Dat zegt iets over de richting van het geheel: de psalmen lopen niet uit op de vraag maar op de lof. Merk daarbij op dat de klaagpsalmen niet worden ingetrokken; zij blijven staan waar zij staan. Het slot ontkent ze niet maar overstemt ze. Let ten slotte op Ps. 148:5. De schepping looft omdat zij geschapen is op Zijn bevel; loven is voor haar geen prestatie maar het antwoord op haar bestaan. Typologie: Johannes hoort dat koor voltallig: "alle schepsel, dat in den hemel is, en op de aarde, en onder de aarde" geeft de dankzegging, de eer en de heerlijkheid aan Hem Die op de troon zit en aan het Lam (Op. 5:13). Ps. 146:1; Ps. 147:4; Ps. 147:9; Ps. 148:1-5; Ps. 1:1; Op. 5:13 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas 7 Looft den HEERE, van de aarde; gij walvissen en alle afgronden! 8 Vuur en hagel, sneeuw en damp; gij stormwind, die Zijn woord doet! 9 Gij bergen… 1 Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen! 2 Looft Hem, al Zijn engelen! Looft Hem, al Zijn heirscharen! 3 Looft Hem,… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Een volk, dat nabij Hem is. Psalm 148:14 De bedoeling van het Oude Verbond was om afstand te houden. Toen God… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 148
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Psalm 148:7-14
Psalm 148:1-6
Dicht bij de Heere


Psalmen 148
Psalmen 148:1.KruisverwijzingenPsalmen 89:5→Lukas 2:13→Psalmen 69:34→Openbaring 19:1→Jesaja 49:13→Mattheüs 21:9→Psalmen 146:1→
— Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen!
Halleluja! Begin het lied, u heilige engelen voor de troon; leid ons in de lof, u verheerlijkte geesten daarboven! Zing luid, u die aan Gods rechterhand zit in de hemelse plaatsen; laat de hoogste lof aan de Allerhoogste gegeven worden.
Psalmen 148:2-3.KruisverwijzingenPsalmen 103:20→Psalmen 19:1→Genesis 2:1→Ezechiël 3:12→Openbaring 5:11→Jesaja 6:2→Job 38:7→Psalmen 136:7→
— Looft Hem, al Zijn engelen! Looft Hem, al Zijn heirscharen! Looft Hem, zon en maan! Looft Hem, alle gij lichtende sterren!
Straal Zijn heerlijkheid uit. U bent maar zwakke weerkaatsingen van Zijn glans — en toch, looft Hem.
Psalmen 148:4.KruisverwijzingenGenesis 1:7→1 Koningen 8:27→Psalmen 113:6→Genesis 7:11→Psalmen 68:33→Nehemia 9:6→2 Korinthe 12:2→Psalmen 104:3→
— Looft Hem, gij hemelen der hemelen! en gij wateren, die boven de hemelen zijt!
Daar opgeslagen tot nut en welzijn van de mens. U wolken die ons zwart lijken en toch zwanger gaan van zegeningen, looft de HEERE. Zie, geliefden, hoe het lied afdaalt van de lof van de engelen die het naast de troon zijn, naar de verheerlijkte heiligen, dan naar de zon en de maan en de sterren, en zo verder naar beneden.
Psalmen 148:5-6.KruisverwijzingenJeremia 33:25→Job 38:33→Jeremia 31:35→Psalmen 89:37→Genesis 1:6→Psalmen 33:6→Psalmen 119:90→Psalmen 95:5→
— Dat zij den Naam des HEEREN loven; want als Hij het beval, zo werden zij geschapen. En Hij heeft ze bevestigd voor altoos in eeuwigheid; Hij heeft hun een orde gegeven, die geen van hen zal overtreden.
Of: voorbijgaan. Nu begint de psalmist onderaan en werkt hij naar boven.
Psalmen 148:7.KruisverwijzingenGenesis 1:21→Psalmen 74:13→Job 41:1→Psalmen 104:25→Jesaja 27:1→Jesaja 43:20→Jesaja 51:9→
— Looft den HEERE, van de aarde; gij walvissen en alle afgronden!
Daar beneden dan, hoe diep de spelonken ook zijn: laten de vreemde schepselen die de verborgen plaatsen in de allerdiepste bodems van de bergen en de diepten van de zeeën bewonen, de diepe bastoon van hun lof laten uitgaan.
Psalmen 148:8-10.KruisverwijzingenJesaja 44:23→Jesaja 49:13→Psalmen 147:15→Jona 1:4→Joël 2:30→Job 37:2→Psalmen 18:12→Exodus 10:13→
— Vuur en hagel, sneeuw en damp; gij stormwind, die Zijn woord doet! Gij bergen en alle heuvelen; vruchtbomen en alle cederbomen! Het wild gedierte en alle vee; kruipend gedierte en gevleugeld gevogelte!
Kunt u God niet loven door als de arenden op te stijgen, gevoelt u zich meer als het kruipend gedierte van de aarde — loof Hem toch. Er zit iets zeer aangenaams in de geestelijke toespeling die uit dit vers opkomt: u die als arme wormen van het stof lijkt, of als insecten van één uur, ook ú bent geroepen te loven.
Psalmen 148:11-14.KruisverwijzingenPsalmen 113:4→Psalmen 8:1→Jesaja 12:4→Efeze 2:17→1 Samuël 2:1→Psalmen 75:10→Psalmen 102:15→Deuteronomium 4:7→
— Gij koningen der aarde, en alle volken, gij vorsten, en alle rechters der aarde! Jongelingen en ook maagden; gij ouden met de jongen! Dat zij den Naam des HEEREN loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en den hemel. En Hij heeft den hoorn Zijns volks verhoogd, den roem al Zijner gunstgenoten, der kinderen Israels, des volks, dat nabij Hem is. Hallelujah!
Zij behoren het best en het zoetst te zingen, omdat zij Zijn hart het naast zijn. “Dat zulks de bevrijden des HEEREN zeggen.” Zwijgen alle andere tongen, laten zíj dan de HEERE loven.
De psalm eindigt zoals hij begon, met halleluja: looft de HEERE!
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
God heeft zijn volk weer uit het stof der geringheid verheven, en het op nieuw met kracht en moed vervuld. Het begint niet slechts zich tijdelijk te verheffen, maar ook de godsvrucht is op nieuw verhoogd en de omliggende volkeren zijn onmachtig geworden, om verdere schade te veroorzaken. Israël’s hart, met dankbaarheid vervuld, is ten gevolge van zulk ene welvaart, ook voor alle verdere betoningen der heerlijkheid Gods geopend en prijst deze nu op ene wijze, dat het alles in hemel en op aarde, wat in zich de bewijzen van Goddelijke heerlijkheid draagt, oproept om Hem te loven. Met dit lied zijn wij gekomen aan het einde van den tijd van herstel, den tijd van Ezra en Nehemia, aan de grensscheiding tussen de 7 weken en de 62 weken, welke volgens Dan. 9: 25 vv. aan de verschijning van Christus, den Vorst, als de 70 weken moesten voorafgaan (Ezra 13: 31 ). Ene nabootsing van onzen Psalm is “het gezang der drie mannen in het vuur.”
I. Vs. 1-6.KruisverwijzingenGenesis 1:7→1 Koningen 8:27→Jeremia 33:25→Psalmen 89:5→Lukas 2:13→Psalmen 69:34→Openbaring 19:1→Psalmen 103:20→
— Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen! Looft Hem, al Zijn engelen! Looft Hem, al Zijn heirscharen! Looft Hem, zon en maan! Looft Hem, alle gij lichtende sterren! Looft Hem, gij hemelen der hemelen! en gij wateren, die boven de hemelen zijt! Dat zij den Naam des HEEREN loven; want als Hij het beval, zo werden zij geschapen. En Hij heeft ze bevestigd voor altoos in eeuwigheid; Hij heeft hun een orde gegeven, die geen van hen zal overtreden.
Alle hemelse schepselen, aan welke in de eerste plaats de opwekking om God te loven gericht wordt, moeten van den hemel af den naam des Heren prijzen, omdat God ze geschapen heeft en onderhoudt en bestuurt. Er wordt met de hemelse geesten, de engelen begonnen, vervolgens voortgegaan met de schitterende planeten en de talloze sterren, die toch eveneens tot de legerscharen Gods behoren; door deze is de overgang reeds gemaakt tot de wolken, die boven den dampkring heentrekken.
Halleluja! (Psalm 146: 1) Looft den HEERE van uit de a) hemelen, van uit de hoogste sferen, looft Hem in de b) hoogste plaatsen 1), waar de heerlijkheid des Heren het meest schittert!
(Openbaring 5: 13. b) Luk. 2: 14.
De dichter geeft in dit eerste vers aan, waarom God het eerste moet geprezen en verheerlijkt worden, terwijl hij dan in de volgende verzen oproept, degenen die Hem moeten loven.
Looft Hem, al Zijne engelen (Psalm 29: 1; 89: 7; 103: 20 vv.), looft Hem, al Zijne heirscharen (Luk. 2: 13) 1)!
Wie God loven moeten zegt vs. 2-4, eerst alle zijne engelen, de boden van de Wereld-bestuurder, al zijn heir, d.i. engelen en sterren. Want tsebao of tsebaäw is de naam zowel voor sterren (b.v. Deuteronomium 4: 19) als voor engelen (bv. Jozua 5: 14, vgl. 1 Koningen 22: 19), waarmee het lichtgewapend, hemels leger wordt bedoeld, waarover God Zebaoth het bevel voert. Ook elders in de Schrift (b.v. Job 38: 7) worden engelen en sterren verbonden.
Looft Hem, zon en maan! Looft Hem, alle gij lichtende sterren!
Looft Hem, gij hemelen der hemelen (Deuteronomium 10: 14. 1 Koningen 8: 27. Psalm 19:
, en gij wateren, die boven de hemelen zijt (Genesis 1: 7. Psalm 104: 3)! Enige schepselen zijn er, die de neiging hebben God te loven, een welbehagen aan Hem hebbende; andere, die de levende neiging of de kennis om God te kannen prijzen missen, maar omdat zij ook goed en op hun wijze goed geordend zijn, en behoren tot de schoonheid van het geheel, dat God geschapen heeft, zo prijzen zij wel is waar God niet met hart en mond, maar wanneer de met kennis begaafde wezens ze beschouwen, zo wordt God toch door deze geprezen, en omdat God geprezen wordt om hunnentwil, zo loven zij in zekeren zin God. -Maar waarom zegt hij, terwijl zij alle toch God reeds prijzen: “looft?” Omdat hij zich verheugt in hunnen lof en daarom zijne opwekking daaraan toevoegt. Even als wanneer wij mensen aantreffen, die iets goeds verrichten met vreugde, in den wijnberg, in den oogsttijd of in enig ander bedrijf van den landbouw, en wij behagen scheppen in hetgeen zij doen, en wij zeggen: “goed zo, gaat voort,” niet alsof zij nu eerst begonnen, maar om ons welbehagen in zegenwens of aansporing uit te drukken. Volgens sommigen is dit dichterlijk uitgedrukt, maar waarom kunnen in de bovenste hemelen ook geen wateren zijn, waar de Schrift er gedurig op wijst?
Dat zij den naam des HEREN loven, want aan Hem hebben zij hun aanzijn te danken; a) als Hij het beval, zo werden zij geschapen1).
Genesis 1: 6,7,8 vv. Psalm 33: 6,9. Psalm 115: 3.
In dit en in het volgende vers voert de dichter den grond aan, waarom zij den Heere moeten loven, dewijl de Heere ze heeft geschapen. God, de Heere, heeft alles geschapen, om Zichzelfs wille, opdat de ganse schepping Hem verheerlijken zou. En al is het waar, dat de schepping, ook de onbezielde schepping zucht onder de val van den mens, toch is zij geroepen, om den Heere te loven en te prijzen.
En a) Hij heeft ze bevestigd voor altoos in eeuwigheid, op de plaats, die Hij hun eenmaal heeft aangewezen; Hij b) heeft hun ene orde gegeven, die geen van hen zal overtreden, Hij bestuurt die alle volgens vaste en wijze wetten.
(Psalm 104: 5; 119: 91. b) Job 14: 5,13; 26: 10; 38: 33. ‘s Heren wijsheid en almacht heeft aan elk Zijner schepselen, zijn plaats, grenzen en loop gesteld; die order kunnen zij niet overgaan, die plaats moeten zij behouden en zich naar die ordening voortbewegen.
7.
II. Vs. 7-14.KruisverwijzingenJesaja 44:23→Jesaja 49:13→Psalmen 113:4→Psalmen 8:1→Genesis 1:21→Psalmen 147:15→Jesaja 12:4→Efeze 2:17→
— Looft den HEERE, van de aarde; gij walvissen en alle afgronden! Vuur en hagel, sneeuw en damp; gij stormwind, die Zijn woord doet! Gij bergen en alle heuvelen; vruchtbomen en alle cederbomen! Het wild gedierte en alle vee; kruipend gedierte en gevleugeld gevogelte! Gij koningen der aarde, en alle volken, gij vorsten, en alle rechters der aarde! Jongelingen en ook maagden; gij ouden met de jongen! Dat zij den Naam des HEEREN loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en den hemel. En Hij heeft den hoorn Zijns volks verhoogd, den roem al Zijner gunstgenoten, der kinderen Israels, des volks, dat nabij Hem is. Hallelujah!
De aansporing tot lof van God komt verder tot alle aardse schepselen, dat zij van de aarde Zijnen roem verkondigen; er wordt begonnen met het diepste, de zee, dan opgestegen tot het hoogste, de verschijnselen in de streek der lucht, om langer te vertoeven bij hetgeen op aarde is. Het komt in ‘t bijzonder op den mens aan, aan wie als een priesterlijk wezen, boven alle andere schepselen, het grootste werk is opgedragen, Gods lof te bezingen, en er is geen stand, noch ouderdom, noch geslacht, waaraan niet de stof daartoe zou gegeven zijn; en gelijk de mens, het bijzonder gezegende en priesterlijke geslacht is te midden der verstandeloze schepselen, die hem omgeven, zo is wederom Israël het bijzonder gezegende en priesterlijke geslacht onder de mensen.
Looft den HEERE van de aarde, alle gij hare bewoners! gij walvissen en andere zeebewoners, en gij alle, die in de afgronden zijt.
Vuur en hagel, sneeuw en damp; gij stormwind, die Zijn woord doet 1), gene blinde natuurkracht zijt, maar door wijze hand wordt geleid.
Ook de stomme natuurkrachten zijn voor den Heere dienaren en boden, die, door Hem verwekt, Zijn wil moeten doen. In hun macht en in hun kracht worden zij door Hem geleid en bestuurd. Ook ten dezen opzichte geldt het: Hij spreekt en het is er, Hij gebiedt en het staat er.
Gij bergen en alle heuvelen; vruchtbomen, beladen met voedende en verkwikkende vrucht, en alle cederbomen, die door de kunst tot menig nuttige doeleinden gebruikt worden.
Het wild gedierte en alle vee; kruipend gedierte en gevleugeld gevogelte!
Maar bovenal, gij mensen van wat rang of stand, leeftijd of kunne gij zijt, Gij koningen der aarde en alle volken! gij vorsten en alle rechters der aarde!
Jongelingen en ook maagden; gij ouden met de jongen 1) (Jer. 31: 13 vv.)!
Van de onbezielde schepping gaat de dichter in vs. 11 en 12 over tot de mensenwereld. Want al heeft de mens God den rug toegekeerd, toen hij in Adam viel, toch blijft God, de Heere, eisen, dat hij Zijn Naam love en verheerlijke.
Dat zij den naam des HEREN loven; want a) Zijn naam alleen is hoogverheven; Zijne Majesteit is over de aarde en den hemel, de hemelen vertellen Zijne eer, en de ganse aarde is van Zijne heerlijkheid vol.
Spreuken 18: 10; Jes. 12: 4.
En bovenal betaamt het Israël, om den Heere te loven, want Hij a) heeft den hoorn Zijns volks verhoogd, nadat die zolang in ‘t stof had gelegen (Job 16: 15. (Psalm 92: 11), Hij heeft ons uit Babels ballingschap geleid, en daardoor hersteld den roem al Zijner gunstgenoten (Psalm 149: 1,5),der kinderen Israël’s, des volks, dat nabij Hem is en bijzonder door Hem wordt begunstigd (Exodus 19: 5 vv.). Halleluja!
Psalm 132: 17. Gelijk de mens als de laatst geschapene ook het doel is om datgene, dat God verder voor heeft met de ten einde gebrachte schepping, zo is de gemeente Gods op aarde het middelpunt van het heelal, het doel der wereldgeschiedenis, en de verheerlijking van deze gemeente is het keerpunt tot de wereldvernieuwing. Ons bepeinzen in het tegenwoordige leven moet zich bewegen in den lof Gods; want de eeuwige zaligheid van ons toekomstig leven zal zijn de lof Gods, en niemand kan voor het gindse leven geschikt worden, die zich daarvoor niet heeft voorbereid. Zo loven wij dan nu God, maar wij bidden ook tot Hem. In ons loven heerst de vreugde, in ons bidden het zuchten. Want er is ons iets beloofd, en dewijl Hij getrouw is, die het ons beloofd heeft, zo verblijden wij ons in hope; maar omdat wij het nog niet bezitten, smachten wij van verlangen. Het is goed in dit verlangen te blijven uitzien totdat het komt, wat ons beloofd is, en het zuchten verdwijnt en alleen de lof daarop volgt.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel