Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Psalmen 148

1 Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 HallelujahH1984! LooftH1984 den HEEREH3068 uitH4480 de hemelenH8064; looftH1984 Hem in de hoogste plaatsenH4791! Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen!

KJV Praise1 ye the LORD.2 Praise3 ye the LORD5 from the heavens:7 praise8 him in the heights.

1 הַ֥לְלוּ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 2 יָ֨הּ H3050 HEERE, HEEREN, Heere Jah, the Lord, most vehement. Compare names in '-iah,' '-jah.' 3 הַֽלְל֣וּ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 יְ֭הוָה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 7 הַשָּׁמַ֑יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 8 הַֽ֝לְל֗וּהוּ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 9 בַּמְּרוֹמִֽים H4791 hoogte, hoogten, omhoog (far) above, dignity, haughty, height, (most, on) high (one, place), loftily, upward
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Looft Hem, al Zijn engelen! Looft Hem, al Zijn heirscharen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 LooftH1984 Hem, alH3605 Zijn engelenH4397! LooftH1984 Hem, alH3605 Zijn heirscharenH6635! Looft Hem, al Zijn engelen! Looft Hem, al Zijn heirscharen!

KJV Praise1 ye him, all his angels:3 praise4 ye him, all his hosts.

1 הַֽלְל֥וּהוּ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 2 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 מַלְאָכָ֑יו H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 4 הַֽ֝לְל֗וּהוּ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 צְבָאָֽיו H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Looft Hem, zon en maan! Looft Hem, alle gij lichtende sterren!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 LooftH1984 Hem, zonH8121 en maanH3394! LooftH1984 Hem, alleH3605 gij lichtendeH216 sterrenH3556! Looft Hem, zon en maan! Looft Hem, alle gij lichtende sterren!

KJV Praise1 ye him, sun2 and moon:3 praise4 him, all ye stars6 of light.

1 הַֽ֭לְלוּהוּ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 2 שֶׁ֣מֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ) 3 וְיָרֵ֑חַ H3394 maan moon. Yrechow. See H3405 (יְרִיחוֹ) 4 הַ֝לְל֗וּהוּ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 כּ֥וֹכְבֵי H3556 sterren, ster star(-gazer) 7 אֽוֹר H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Looft Hem, gij hemelen der hemelen! en gij wateren, die boven de hemelen zijt!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 LooftH1984 Hem, gij hemelenH8064 der hemelenH8064! en gij waterenH4325, dieH834 bovenH5921 de hemelenH8064 zijt! Looft Hem, gij hemelen der hemelen! en gij wateren, die boven de hemelen zijt!

KJV Praise1 him, ye heavens2 of heavens,3 and ye waters4 that be above the heavens.

1 הַֽ֭לְלוּהוּ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 2 שְׁמֵ֣י H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 3 הַשָּׁמָ֑יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 4 וְ֝הַמַּ֗יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 5 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 מֵעַ֬ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 הַשָּׁמָֽיִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Dat zij den Naam des HEEREN loven; want als Hij het beval, zo werden zij geschapen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Dat zij den NaamH8034 des HEERENH3068 lovenH1984; want als HijH1931 het bevalH6680, zo werden zij geschapenH1254. Dat zij den Naam des HEEREN loven; want als Hij het beval, zo werden zij geschapen.

KJV Let them praise1 the name3 of the LORD:4 for he commanded,7 and they were created.

1 יְֽ֭הַֽלְלוּ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 שֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 4 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 ה֭וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 7 צִוָּ֣ה H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 8 וְנִבְרָֽאוּ H1254 geschapen, schiep, schep choose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En Hij heeft ze bevestigd voor altoos in eeuwigheid; Hij heeft hun een orde gegeven, die geen van hen zal overtreden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En Hij heeft ze bevestigdH5975 voor altoosH5703 in eeuwigheidH5769; Hij heeft hun een ordeH2706 gegevenH5414, die geenH3808 van hen zal overtredenH5674. En Hij heeft ze bevestigd voor altoos in eeuwigheid; Hij heeft hun een orde gegeven, die geen van hen zal overtreden.

KJV He hath also stablished1 them for ever2 and ever:3 he hath made5 a decree4 which shall not pass.

1 וַיַּעֲמִידֵ֣ם H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 לָעַ֣ד H5703 eeuwigheid, altoos, eeuwiglijk eternity, ever(-lasting, -more), old, perpetually, [phrase] world without end 3 לְעוֹלָ֑ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 4 חָק H2706 inzettingen, inzetting, bescheiden appointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task 5 נָ֝תַ֗ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 יַעֲבֽוֹר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Looft den HEERE, van de aarde; gij walvissen en alle afgronden!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 LooftH1984 den HEEREH3068, vanH4480 de aardeH776; gij walvissenH8577 en alleH3605 afgrondenH8415! Looft den HEERE, van de aarde; gij walvissen en alle afgronden!

KJV Praise1 the LORD3 from the earth,5 ye dragons,6 and all deeps:

1 הַֽלְל֣וּ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 יְ֭הוָה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 5 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 תַּ֝נִּינִ֗ים H8577 draken, draak, zeedraak dragon, sea-monster, serpent, whale 7 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 תְּהֹמֽוֹת H8415 afgrond, afgronden, afgronds deep (place), depth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Vuur en hagel, sneeuw en damp; gij stormwind, die Zijn woord doet!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 VuurH784 en hagelH1259, sneeuwH7950 en dampH7008; gij stormwindH5591, die Zijn woordH1697 doetH6213! Vuur en hagel, sneeuw en damp; gij stormwind, die Zijn woord doet!

KJV Fire,1 and hail;2 snow,3 and vapour;4 stormy6 wind5 fulfilling7 his word:

1 אֵ֣שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 2 וּ֭בָרָד H1259 hagel, hagels, hagelstenen hail(stones) 3 שֶׁ֣לֶג H7950 sneeuw, sneeuwtijd, sneeuwwater snow(-y) 4 וְקִיט֑וֹר H7008 rook, damp smoke, vapour 5 ר֥וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 6 סְ֝עָרָ֗ה H5591 onweder, storm, stormwind storm(-y), tempest, whirlwind 7 עֹשָׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 דְבָרֽוֹ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Gij bergen en alle heuvelen; vruchtbomen en alle cederbomen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Gij bergenH2022 en alleH3605 heuvelenH1389; vruchtbomenH6529 en alleH3605 cederbomenH730! Gij bergen en alle heuvelen; vruchtbomen en alle cederbomen!

KJV Mountains,1 and all hills;3 fruitful5 trees,4 and all cedars:

1 הֶהָרִ֥ים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 2 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 גְּבָע֑וֹת H1389 heuvelen, heuvel, heuvels hill, little hill 4 עֵ֥ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 5 פְּ֝רִ֗י H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 6 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 אֲרָזִֽים H730 cederen, ceder, cederenhout cedar (tree)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Het wild gedierte en alle vee; kruipend gedierte en gevleugeld gevogelte!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Het wild gedierteH2416 en alleH3605 veeH929; kruipend gedierteH7431 en gevleugeldH3671 gevogelteH6833! Het wild gedierte en alle vee; kruipend gedierte en gevleugeld gevogelte!

KJV Beasts,1 and all cattle;3 creeping things,4 and flying6 fowl:

1 הַֽחַיָּ֥ה H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 2 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 בְּהֵמָ֑ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 4 רֶ֝֗מֶשׂ H7431 kruipend gedierte, kruipende, kruipend that creepeth, creeping (moving) thing 5 וְצִפּ֥וֹר H6833 vogel, gevogelte, vogelen bird, fowl, sparrow 6 כָּנָֽף H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Gij koningen der aarde, en alle volken, gij vorsten, en alle rechters der aarde!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Gij koningenH4428 der aardeH776, en alleH3605 volkenH3816, gij vorstenH8269, en alleH3605 rechtersH8199 der aardeH776! Gij koningen der aarde, en alle volken, gij vorsten, en alle rechters der aarde!

KJV Kings1 of the earth,2 and all people;4 princes,5 and all judges7 of the earth:

1 מַלְכֵי H4428 koning, konings, koningen king, royal 2 אֶ֭רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 לְאֻמִּ֑ים H3816 volken, natien, volk nation, people 5 שָׂ֝רִ֗ים H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 6 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 שֹׁ֥פְטֵי H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 8 אָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Jongelingen en ook maagden; gij ouden met de jongen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 JongelingenH970 en ookH1571 maagdenH1330; gij oudenH2205 metH5973 de jongenH5288! Jongelingen en ook maagden; gij ouden met de jongen!

KJV Both young men,1 and maidens;3 old men,4 and children:

1 בַּחוּרִ֥ים H970 jongelingen, jongeling, Jongelingen (choice) young (man), chosen, [idiom] hole 2 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 3 בְּתוּל֑וֹת H1330 jonkvrouw, maagd, maagden maid, virgin 4 זְ֝קֵנִ֗ים H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 5 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 6 נְעָרִֽים H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Dat zij den Naam des HEEREN loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en den hemel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Dat zij den NaamH8034 des HEERENH3068 lovenH1984; wantH3588 Zijn NaamH8034 alleen is hoog verhevenH7682; Zijn majesteitH1935 is overH5921 de aardeH776 en den hemelH8064. Dat zij den Naam des HEEREN loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en den hemel.

KJV Let them praise1 the name3 of the LORD:4 for his name7 alone is excellent;6 his glory9 is above the earth11 and heaven.

1 יְהַלְל֤וּ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 שֵׁ֬ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 4 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 נִשְׂגָּ֣ב H7682 verheven, hoog, zette hoog vertrek defend, exalt, be excellent, (be, set on) high, lofty, be safe, set up (on high), be too strong 7 שְׁמ֣וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 8 לְבַדּ֑וֹ H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 9 ה֝וֹד֗וֹ H1935 majesteit, Majesteit, heerlijkheid beauty, comeliness, excellency, glorious, glory, goodly, honour, majesty 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 אֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 וְשָׁמָֽיִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En Hij heeft den hoorn Zijns volks verhoogd, den roem al Zijner gunstgenoten, der kinderen Israels, des volks, dat nabij Hem is. Hallelujah!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En Hij heeft den hoornH7161 Zijns volksH5971 verhoogdH7311, den roemH8416 alH3605 Zijner gunstgenotenH2623, der kinderenH1121 IsraelsH3478, des volksH5971, dat nabijH7138 Hem is. HallelujahH1984! En Hij heeft den hoorn Zijns volks verhoogd, den roem al Zijner gunstgenoten, der kinderen Israels, des volks, dat nabij Hem is. Hallelujah!

KJV He also exalteth1 the horn2 of his people,3 the praise4 of all his saints;6 even of the children7 of Israel,8 a people9 near10 unto him. Praise11 ye the LORD.

1 וַיָּ֤רֶם H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 2 קֶ֨רֶן H7161 hoornen, hoorn, Hoorn [idiom] hill, horn 3 לְעַמּ֡וֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 תְּהִלָּ֤ה H8416 lof, roem, lofzang praise 5 לְֽכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 חֲסִידָ֗יו H2623 gunstgenoten, goedertierene, gunstgenoot godly (man), good, holy (one), merciful, saint, (un-) godly 7 לִבְנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 יִ֭שְׂרָאֵל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 עַֽם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 קְרֹב֗וֹ H7138 nabij, naaste, nabestaande allied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly) 11 הַֽלְלוּ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 12 יָֽהּ H3050 HEERE, HEEREN, Heere Jah, the Lord, most vehement. Compare names in '-iah,' '-jah.'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Psalmen 148:1 Psalmen 89:5 Lukas 2:13 Psalmen 69:34 Openbaring 19:1 Jesaja 49:13 Mattheüs 21:9 Psalmen 146:1
Psalmen 148:2 Psalmen 103:20 Genesis 2:1 Ezechiël 3:12 Openbaring 5:11 Jesaja 6:2 Job 38:7
Psalmen 148:3 Psalmen 19:1 Psalmen 136:7 Genesis 1:14 Deuteronomium 4:19 Psalmen 89:36 Jeremia 33:20 Genesis 8:22 Psalmen 8:1
Psalmen 148:4 Genesis 1:7 1 Koningen 8:27 Psalmen 113:6 Genesis 7:11 Psalmen 68:33 Nehemia 9:6 2 Korinthe 12:2 Psalmen 104:3
Psalmen 148:5 Genesis 1:6 Psalmen 33:6 Psalmen 95:5 Amos 9:6 Openbaring 4:11 Jeremia 10:11 Genesis 1:1
Psalmen 148:6 Jeremia 33:25 Job 38:33 Jeremia 31:35 Psalmen 89:37 Psalmen 119:90 Spreuken 8:27 Jesaja 54:9 Job 38:10
Psalmen 148:7 Genesis 1:21 Psalmen 74:13 Job 41:1 Psalmen 104:25 Jesaja 27:1 Jesaja 43:20 Jesaja 51:9
Psalmen 148:8 Psalmen 147:15 Jona 1:4 Joël 2:30 Job 37:2 Psalmen 18:12 Exodus 10:13 Exodus 14:21 Openbaring 16:21
Psalmen 148:9 Jesaja 44:23 Jesaja 49:13 Jesaja 42:11 Psalmen 96:11 Psalmen 97:4 Psalmen 98:7 Ezechiël 36:1 Jesaja 55:12
Psalmen 148:10 Psalmen 150:6 Genesis 1:20 Psalmen 50:10 Genesis 7:14 Psalmen 103:22 Ezechiël 17:23
Psalmen 148:11 Psalmen 102:15 Psalmen 22:27 Openbaring 21:24 Psalmen 138:4 Psalmen 68:31 Spreuken 8:15 Psalmen 72:10 Jesaja 49:23
Psalmen 148:12 Mattheüs 21:15 Psalmen 68:25 Lukas 19:37 Psalmen 8:2 Titus 2:4 Jeremia 31:13 Zacharia 9:17
Psalmen 148:13 Psalmen 113:4 Psalmen 8:1 Jesaja 12:4 Psalmen 99:9 Jesaja 33:5 Efeze 4:10 Zacharia 9:17 Psalmen 72:19
Psalmen 148:14 Efeze 2:17 1 Samuël 2:1 Psalmen 75:10 Deuteronomium 4:7 Efeze 2:19 Efeze 2:13 Openbaring 5:8 Lukas 2:32
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Psalmen 148 vers 1

Looft den HEERE Dit woord staat hier in het Hebr. in het veelvoudig getal, en alzo doorgaans in dezen psalm en de twee navolgende.

Hertaald: Looft den HEERE Dit woord staat hier in het Hebreeuws in het meervoud, en zo doorgaans in deze psalm en de twee volgende.

uit de hemelen; Of, [gij] van de hemelen; dat is, gij hemelse schepselen, zowel de hemelen met hunne inwoners als de sterren en alle roeringen derzelve. Alzo ook vs.7.

Hertaald: uit de hemelen; Of: [u] van de hemelen; dat is: u, hemelse schepselen, zowel de hemelen met hun bewoners als de sterren en al hun bewegingen. Zo ook vers 7.

Psalmen 148 vers 2

al Zijn heirscharen Te weten, die in de hemelen zijt; zie de aantekening bij Gen. 2:1 ; Ps. 103:21 .

Hertaald: al Zijn heirscharen Namelijk: die in de hemelen zijn; zie de aantekening bij Gen. 2:1; Ps. 103:21.

Psalmen 148 vers 3

gij lichtende sterren Hebr. sterren des lichts.

Hertaald: gij lichtende sterren Hebreeuws: sterren van het licht.

Psalmen 148 vers 4

hemelen der hemelen Dat is, gij allerhoogste hemelen. Zie Deut. 10:14 ; 1 Kon. 8:27 .

Hertaald: hemelen der hemelen Dat is: u, allerhoogste hemelen. Zie Deut. 10:14; 1 Kon. 8:27.

gij wateren, Dat is, die wolken, welke gelijk als in de lucht [welke mede hemel genoemd wordt] hangen; zie Gen. 1:6-7 ; Job 26:8 , en Job 37:11 .

Hertaald: gij wateren, Dat is: de wolken, die als het ware in de lucht hangen — die ook hemel genoemd wordt; zie Gen. 1:6-7; Job 26:8, en Job 37:11.

Psalmen 148 vers 6

die geen van De zin is: Geen van al die dingen, orde, van God gesteld, overtreden.

Hertaald: die geen van De betekenis is: geen van al die dingen overtreedt de orde die God gesteld heeft.

Psalmen 148 vers 7

van de aarde; Dat is, gij schepselen op aarde, of die van de aarde gemaakt zijt.

Hertaald: van de aarde; Dat is: u, schepselen op de aarde, of die uit de aarde gemaakt zijn.

walvissen en De walvissen of zeedraken of andere zeemonsters worden onder de aarde begrepen, gelijk ook somtijds de zee zelve, gelijk er gezegd wordt dat God hemel en aarde geschapen heeft; Gen. 1:1 .

Hertaald: walvissen en De walvissen of zeedraken en andere zeemonsters worden onder de aarde begrepen, zoals soms ook de zee zelf, waar gezegd wordt dat God hemel en aarde geschapen heeft; Gen. 1:1.

Psalmen 148 vers 8

Zijn woord doet Dat is, zijn bevel; te weten, het bevel des Heeren. De schepselen, die geen gevoel hebben, loven en dienen God op hun wijze, als God door hen zijnen wil uitricht. Zie Ps. 19:4 , en Ps. 147:15 .

Hertaald: Zijn woord doet Dat is: Zijn bevel, namelijk het bevel van de Heere. De schepselen die geen gevoel hebben, loven en dienen God op hun manier, doordat God door hen Zijn wil uitvoert. Zie Ps. 19:4, en Ps. 147:15.

Psalmen 148 vers 10

gevleugeld gevogelte Hebr. vogel des vleugels.

Hertaald: gevleugeld gevogelte Hebreeuws: vogel van de vleugel.

Psalmen 148 vers 14

hoorn Zijns volks Dat is, de macht en eer. Zie de aantekening bij Deut. 33:17 . Dit voornamelijk in Christus vervuld, die de hoorn der zaligheid genoemd wordt, Luc. 1:69 .

Hertaald: hoorn Zijns volks Dat is: de macht en de eer. Zie de aantekening bij Deut. 33:17. Dit is vooral in Christus vervuld, Die de hoorn van de zaligheid genoemd wordt, Luk. 1:69.

den roem al Dat is, gevende hun stof van den lof zijns naams door zijne weldaden.

Hertaald: den roem al Dat is: door Zijn weldaden geeft Hij hun stof om Zijn Naam te loven.

zijner gunstgenoten, Versta door gunstgenoten de kinderen Gods, alle ware godzaligen, die barmhartig en goeddadig zijn, gelijk hun hemelse Vader is. Zie Ps. 4:4 .

Hertaald: zijner gunstgenoten, Versta onder gunstgenoten de kinderen van God, alle ware godvruchtigen, die barmhartig en weldadig zijn zoals hun hemelse Vader is. Zie Ps. 4:4.

des volks, dat Dat is, hetwelk een volk is, waarmede God zich in Christus nauwer verbonden en vermaagschapt heeft dan met enig ander volk; Joh. 20:17 ; Ef. 2:13 , Ef. 2:17 ; 1 Joh. 3:1 .

Hertaald: des volks, dat Dat is: dat een volk is waarmee God Zich in Christus nauwer verbonden en verwant heeft dan met enig ander volk; Joh. 20:17; Ef. 2:13, Ef. 2:17; 1 Joh. 3:1.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De vijf Hallelujah-psalmen  — de laatste vijf psalmen vormen samen het slot van het Psalmboek (Ps. 146:1)

Elk van de laatste vijf psalmen begint en eindigt met hetzelfde woord: Hallelujah, dat looft de HEERE betekent. Zij vormen samen de slotlofzang van het boek. De kring wordt daarin steeds wijder. Ps. 146 begint bij de enkeling, die zijn eigen ziel oproept te loven. Ps. 147 gaat over Israël en Jeruzalem, en tegelijk over de sterren en de raven (Ps. 147:4 en Ps. 147:9). Ps. 148 roept de hele schepping op: "Looft den HEERE uit de hemelen" (Ps. 148:1), en dan engelen, zon en maan, sterren en wateren (Ps. 148:2-4). Ps. 149 is het lied van de gemeente van gunstgenoten. En Ps. 150 eindigt bij alles wat adem heeft. Zo loopt het Psalmboek, dat begon met één man bij de waterbeken (reeds behandeld bij Ps. 1:1), uit op een koor van heel de schepping.

Bijbelse betekenis: De ordening van dit slot is geen toeval. Het boek dat vol staat met klacht, aanvechting en boete, eindigt met vijf psalmen waarin geen enkele klacht meer voorkomt. Dat zegt iets over de richting van het geheel: de psalmen lopen niet uit op de vraag maar op de lof. Merk daarbij op dat de klaagpsalmen niet worden ingetrokken; zij blijven staan waar zij staan. Het slot ontkent ze niet maar overstemt ze. Let ten slotte op Ps. 148:5. De schepping looft omdat zij geschapen is op Zijn bevel; loven is voor haar geen prestatie maar het antwoord op haar bestaan.

Typologie: Johannes hoort dat koor voltallig: "alle schepsel, dat in den hemel is, en op de aarde, en onder de aarde" geeft de dankzegging, de eer en de heerlijkheid aan Hem Die op de troon zit en aan het Lam (Op. 5:13).

Ps. 146:1; Ps. 147:4; Ps. 147:9; Ps. 148:1-5; Ps. 1:1; Op. 5:13

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Psalmen 148

Psalmen 148:1.KruisverwijzingenPsalmen 89:5Lukas 2:13Psalmen 69:34Openbaring 19:1Jesaja 49:13Mattheüs 21:9Psalmen 146:1
— Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen!
Halleluja! Begin het lied, u heilige engelen voor de troon; leid ons in de lof, u verheerlijkte geesten daarboven! Zing luid, u die aan Gods rechterhand zit in de hemelse plaatsen; laat de hoogste lof aan de Allerhoogste gegeven worden.

Psalmen 148:2-3.KruisverwijzingenPsalmen 103:20Psalmen 19:1Genesis 2:1Ezechiël 3:12Openbaring 5:11Jesaja 6:2Job 38:7Psalmen 136:7
— Looft Hem, al Zijn engelen! Looft Hem, al Zijn heirscharen! Looft Hem, zon en maan! Looft Hem, alle gij lichtende sterren!
Straal Zijn heerlijkheid uit. U bent maar zwakke weerkaatsingen van Zijn glans — en toch, looft Hem.

Psalmen 148:4.KruisverwijzingenGenesis 1:71 Koningen 8:27Psalmen 113:6Genesis 7:11Psalmen 68:33Nehemia 9:62 Korinthe 12:2Psalmen 104:3
— Looft Hem, gij hemelen der hemelen! en gij wateren, die boven de hemelen zijt!
Daar opgeslagen tot nut en welzijn van de mens. U wolken die ons zwart lijken en toch zwanger gaan van zegeningen, looft de HEERE. Zie, geliefden, hoe het lied afdaalt van de lof van de engelen die het naast de troon zijn, naar de verheerlijkte heiligen, dan naar de zon en de maan en de sterren, en zo verder naar beneden.

Psalmen 148:5-6.KruisverwijzingenJeremia 33:25Job 38:33Jeremia 31:35Psalmen 89:37Genesis 1:6Psalmen 33:6Psalmen 119:90Psalmen 95:5
— Dat zij den Naam des HEEREN loven; want als Hij het beval, zo werden zij geschapen. En Hij heeft ze bevestigd voor altoos in eeuwigheid; Hij heeft hun een orde gegeven, die geen van hen zal overtreden.
Of: voorbijgaan. Nu begint de psalmist onderaan en werkt hij naar boven.

Psalmen 148:7.KruisverwijzingenGenesis 1:21Psalmen 74:13Job 41:1Psalmen 104:25Jesaja 27:1Jesaja 43:20Jesaja 51:9
— Looft den HEERE, van de aarde; gij walvissen en alle afgronden!
Daar beneden dan, hoe diep de spelonken ook zijn: laten de vreemde schepselen die de verborgen plaatsen in de allerdiepste bodems van de bergen en de diepten van de zeeën bewonen, de diepe bastoon van hun lof laten uitgaan.

Psalmen 148:8-10.KruisverwijzingenJesaja 44:23Jesaja 49:13Psalmen 147:15Jona 1:4Joël 2:30Job 37:2Psalmen 18:12Exodus 10:13
— Vuur en hagel, sneeuw en damp; gij stormwind, die Zijn woord doet! Gij bergen en alle heuvelen; vruchtbomen en alle cederbomen! Het wild gedierte en alle vee; kruipend gedierte en gevleugeld gevogelte!
Kunt u God niet loven door als de arenden op te stijgen, gevoelt u zich meer als het kruipend gedierte van de aarde — loof Hem toch. Er zit iets zeer aangenaams in de geestelijke toespeling die uit dit vers opkomt: u die als arme wormen van het stof lijkt, of als insecten van één uur, ook ú bent geroepen te loven.

Psalmen 148:11-14.KruisverwijzingenPsalmen 113:4Psalmen 8:1Jesaja 12:4Efeze 2:171 Samuël 2:1Psalmen 75:10Psalmen 102:15Deuteronomium 4:7
— Gij koningen der aarde, en alle volken, gij vorsten, en alle rechters der aarde! Jongelingen en ook maagden; gij ouden met de jongen! Dat zij den Naam des HEEREN loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en den hemel. En Hij heeft den hoorn Zijns volks verhoogd, den roem al Zijner gunstgenoten, der kinderen Israels, des volks, dat nabij Hem is. Hallelujah!
Zij behoren het best en het zoetst te zingen, omdat zij Zijn hart het naast zijn. “Dat zulks de bevrijden des HEEREN zeggen.” Zwijgen alle andere tongen, laten zíj dan de HEERE loven.

De psalm eindigt zoals hij begon, met halleluja: looft de HEERE!

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content