Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
HallelujahH1984! O mijn zielH5315! prijsH1984 den HEEREH3068.
Hallelujah! O mijn ziel! prijs den HEERE.
KJV
Praise1
ye the LORD.2
Praise3
the LORD,6
O my soul.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Ik zal den HEEREH3068 prijzenH1984 in mijn levenH2416; ik zal mijn GodH430 psalmzingenH2167, terwijl ik nogH5750 ben.
Ik zal den HEERE prijzen in mijn leven; ik zal mijn God psalmzingen, terwijl ik nog ben.
KJV
While I live3
will I praise1
the LORD:2
I will sing praises4
unto my God
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
VertrouwtH982 niet op prinsenH5081, op des mensenH120 kindH1121, bij hetwelk geen heilH8668 is.
Vertrouwt niet op prinsen, op des mensen kind, bij hetwelk geen heil is.
KJV
Put not your trust2
in princes,3
nor in the son4
of man,5
in whom there is no help.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Zijn geestH7307 gaat uit, hijH1931 keert wederomH7725 tot zijn aardeH127; te dienzelfden dageH3117 vergaanH6 zijn aanslagenH6250.
Zijn geest gaat uit, hij keert wederom tot zijn aarde; te dienzelfden dage vergaan zijn aanslagen.
KJV
His breath2
goeth forth,1
he returneth3
to his earth;4
in that very day5
his thoughts8
perish.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
WelgelukzaligH835 is hij, die den God JakobsH3290 tot zijn HulpH5828 heeft, wiens verwachtingH7664 opH5921 den HEEREH3068, zijn God is;
Welgelukzalig is hij, die den God Jakobs tot zijn Hulp heeft, wiens verwachting op den HEERE, zijn God is;
Ook in dit vers
GodH410
GodH430
KJV
Happy1
is he that hath the God2
of Jacob3
for his help,4
whose hope5
is in the LORD7
his God:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Die den hemelH8064 en de aardeH776 gemaaktH6213 heeft, de zeeH3220 en alH3605 wat in dezelve is; DieH834 trouweH571 houdtH8104 in der eeuwigheidH5769.
Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, de zee en al wat in dezelve is; Die trouwe houdt in der eeuwigheid.
KJV
Which made1
heaven,2
and earth,3
the sea,5
and all that therein is: which keepeth10
truth11
for ever:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Die den verdrukteH6231 rechtH4941 doetH6213, Die den hongerigeH7457 broodH3899 geeftH5414; de HEEREH3068 maaktH5425 de gevangenenH631 losH5425.
Die den verdrukte recht doet, Die den hongerige brood geeft; de HEERE maakt de gevangenen los.
KJV
Which executeth1
judgment2
for the oppressed:3
which giveth4
food5
to the hungry.6
The LORD7
looseth8
the prisoners:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
De HEEREH3068 opentH6491 de ogen der blindenH5787; de HEEREH3068 richtH2210 de gebogenenH3721 op; de HEEREH3068 heeft de rechtvaardigenH6662 liefH157.
De HEERE opent de ogen der blinden; de HEERE richt de gebogenen op; de HEERE heeft de rechtvaardigen lief.
KJV
The LORD1
openeth2
the eyes of the blind:3
the LORD4
raiseth5
them that are bowed down:6
the LORD7
loveth8
the righteous:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
De HEEREH3068 bewaartH8104 de vreemdelingenH1616; Hij houdt den weesH3490 en de weduweH490 staandeH5749; maar der goddelozenH7563 wegH1870 keert Hij om.
De HEERE bewaart de vreemdelingen; Hij houdt den wees en de weduwe staande; maar der goddelozen weg keert Hij om.
KJV
The LORD1
preserveth2
the strangers;4
he relieveth7
the fatherless5
and widow:6
but the way8
of the wicked9
he turneth upside down.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
De HEEREH3068 zal in eeuwigheidH5769 regerenH4427; uw GodH430, o SionH6726! is van geslachtH1755 tot geslachtH1755. HallelujahH1984!
De HEERE zal in eeuwigheid regeren; uw God, o Sion! is van geslacht tot geslacht. Hallelujah!
KJV
The LORD2
shall reign1
for ever,3
even thy God,4
O Zion,5
unto all6
generations.7
Praise8
ye the LORD.
O mijn ziel
Zie Ps. 104:35 , en Ps. 106:1 .
Hertaald:
O mijn ziel
Zie Ps. 104:35, en Ps. 106:1.
Zijn
Te weten, van des mensen kind, of van den prins.
Hertaald:
Zijn
Namelijk: van het mensenkind, of van de vorst.
geest gaat uit,
Dat is, zijne ziel. Het is een omschrijving van den dood. Zie de aantekening bij Gen. 35:18 .
Hertaald:
geest gaat uit,
Dat is: zijn ziel. Het is een omschrijving van de dood. Zie de aantekening bij Gen. 35:18.
hij keert wederom
Te weten, de mens, welverstaande zoveel het lichaam aangaat.
Hertaald:
hij keert wederom
Namelijk: de mens, wel te verstaan voor zover dit het lichaam betreft.
tot zijn aarde;
Dat is, tot de aarde, waar hij van gemaakt is; Gen. 2:7 , en Gen. 3:19 ; Pred. 12:7 .
Hertaald:
tot zijn aarde;
Dat is: tot de aarde waaruit hij gemaakt is; Gen. 2:7, en Gen. 3:19; Pred. 12:7.
vergaan zijn
En dienvolgens ook het vertrouwen, dat gij op hem gesteld hadt.
Hertaald:
vergaan zijn
En daarmee ook het vertrouwen dat u op hem gesteld had.
aanslagen
Dat is, voornemens.
Hertaald:
aanslagen
Dat is: voornemens.
de gevangenen los
Hebr. den gebondene.
Hertaald:
de gevangenen los
Hebreeuws: de gebondene.
opent de ogen der blinden
Hebr. opent de blinden; dat is, de ogen der blinden.
Hertaald:
opent de ogen der blinden
Hebreeuws: opent de blinden; dat is: de ogen van de blinden.
rechtvaardigen lief
Dat is, de vrome, godzalige, oprechte, godvrezende personen.
Hertaald:
rechtvaardigen lief
Dat is: de vrome, godvruchtige, oprechte, godvrezende mensen.
weg
Dat is, de raadslagen.
Hertaald:
weg
Dat is: de raadslagen.
keert Hij om
Dat is, maakt Hij teniet.
Hertaald:
keert Hij om
Dat is: maakt Hij teniet.
o Sion
Dat is, gij Israëlietisch volk, dat den waren God op de berg Zion eert en dient naar zijne instelling.
Hertaald:
o Sion
Dat is: u, Israëlitisch volk, dat de ware God op de berg Sion eert en dient naar Zijn instelling.
Hallelujah
Met dit woord begint en eindigt deze psalm.
Hertaald:
Hallelujah
Met dit woord begint en eindigt deze psalm. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Vertrouwt niet op prinsen, op des mensen kind, bij hetwelk geen heil is" (Ps. 146:3). De reden staat in het volgende vers: "Zijn geest gaat uit, hij keert wederom tot zijn aarde; te dienzelfden dage vergaan zijn aanslagen" (Ps. 146:4). Daartegenover staat de zaligspreking: "Welgelukzalig is hij, die den God Jakobs tot zijn Hulp heeft" (Ps. 146:5). Dan volgt een lijst van wat God doet, en die gaat vrijwel geheel over mensen die niets kunnen. Hij doet de verdrukte recht, geeft de hongerige brood, maakt gevangenen los, opent de ogen van blinden en richt gebogenen op (Ps. 146:7-8). En Hij bewaart de vreemdelingen, de wees en de weduwe (Ps. 146:9). Bijbelse betekenis: De psalm zet twee soorten hulp tegenover elkaar en meet ze aan hun houdbaarheid. Van de prins wordt niet gezegd dat hij kwaad wil, maar dat hij sterft; op de dag van zijn dood vergaan zijn plannen, hoe goed ook. Merk op wie er in Ps. 146:7-9 genoemd worden. Het zijn zes groepen die in een samenleving het minst te zeggen hebben, en juist zij worden bij name genoemd. Let ten slotte op het slot: "De HEERE zal in eeuwigheid regeren" (Ps. 146:10). Dat is het antwoord op Ps. 146:4; wat van de prins gezegd werd, kan van Hem niet gezegd worden. Typologie: De Heere Jezus las in Nazareth een profetenwoord voor dat vrijwel dezelfde lijst noemt, en zei dat het die dag vervuld was (Luk. 4:18-21). Ps. 146:3-10; Luk. 4:18-21 Elk van de laatste vijf psalmen begint en eindigt met hetzelfde woord: Hallelujah, dat looft de HEERE betekent. Zij vormen samen de slotlofzang van het boek. De kring wordt daarin steeds wijder. Ps. 146 begint bij de enkeling, die zijn eigen ziel oproept te loven. Ps. 147 gaat over Israël en Jeruzalem, en tegelijk over de sterren en de raven (Ps. 147:4 en Ps. 147:9). Ps. 148 roept de hele schepping op: "Looft den HEERE uit de hemelen" (Ps. 148:1), en dan engelen, zon en maan, sterren en wateren (Ps. 148:2-4). Ps. 149 is het lied van de gemeente van gunstgenoten. En Ps. 150 eindigt bij alles wat adem heeft. Zo loopt het Psalmboek, dat begon met één man bij de waterbeken (reeds behandeld bij Ps. 1:1), uit op een koor van heel de schepping. Bijbelse betekenis: De ordening van dit slot is geen toeval. Het boek dat vol staat met klacht, aanvechting en boete, eindigt met vijf psalmen waarin geen enkele klacht meer voorkomt. Dat zegt iets over de richting van het geheel: de psalmen lopen niet uit op de vraag maar op de lof. Merk daarbij op dat de klaagpsalmen niet worden ingetrokken; zij blijven staan waar zij staan. Het slot ontkent ze niet maar overstemt ze. Let ten slotte op Ps. 148:5. De schepping looft omdat zij geschapen is op Zijn bevel; loven is voor haar geen prestatie maar het antwoord op haar bestaan. Typologie: Johannes hoort dat koor voltallig: "alle schepsel, dat in den hemel is, en op de aarde, en onder de aarde" geeft de dankzegging, de eer en de heerlijkheid aan Hem Die op de troon zit en aan het Lam (Op. 5:13). Ps. 146:1; Ps. 147:4; Ps. 147:9; Ps. 148:1-5; Ps. 1:1; Op. 5:13 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas God is ons een toevlucht en kracht; Hij is in hoge mate een hulp gebleken in benauwdheden. Psalm 146:2 De zegeningen van het verbond zijn er niet alleen… De Heere bewaart de vreemdelingen; Hij houdt de wees en de weduwe staande. Psalm 146:9a Vreemdelingen worden soms door ons behandeld als vogelvrijverklaarde mensen. De rechten van de mens… De Heere richt de gebogenen op Psalm 146:8 Kind van God, bent u neergebogen? Houd dan de Heere Zijn eigen woord voor: De Heere richt de gebogenen op.… 6 Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, de zee en al wat in dezelve is; Die trouwe houdt in der eeuwigheid. 7 Die den verdrukte recht doet,… 1 Hallelujah! O mijn ziel! prijs den HEERE. 2 Ik zal den HEERE prijzen in mijn leven; ik zal mijn God psalmzingen, terwijl ik nog ben. 3 Vertrouwt… De HEERE opent de ogen der blinden; de HEERE richt de gebogenen op. Psalm 146:8 Ben ik een neergebogene? Laat ik dan dit woord van genade voor de HEERE… De HEERE maakt de gevangenen los. Psalm 146:7 Hij hééft het gedaan. Denk aan Jozef, Israël in Egypte, Manasse, Jeremia, Petrus en vele anderen. Hij kan het nog steeds… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 146
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Onze Toevlucht
God zorgt voor de weduwen
God blijft dezelfde
Psalm 146:6-10
Psalm 146:1-5
De HEERE opent de ogen der blinden; de HEERE richt de gebogenen op
Niet langer geboeid


Psalmen 146
Psalmen 146:1.KruisverwijzingenPsalmen 103:1→Psalmen 104:35→Psalmen 103:22→Psalmen 105:45→
— Hallelujah! O mijn ziel! prijs den HEERE.
Of: Halleluja. Het doet mij leed dat dat grote woord, Hallelu-Jah, lof aan Jah, Jehova, zo afgezaagd geworden is door allerlei losse praat. De Joden spreken het woord Jah zelfs niet uit en schrijven het niet; het lijkt een groot verschil, en misschien is er te weinig eerbied bij ons.
Waartoe wij anderen ook opwekken, wij behoren het zelf bereid te zijn te doen; ja, onze eigen ziel behoort de HEERE het meest van al te loven, want kennen wij onze verplichtingen recht, dan is niemand in de wereld zoveel aan God verschuldigd als ieder van ons zich behoort te gevoelen.
Psalmen 146:2.KruisverwijzingenPsalmen 104:33→Psalmen 63:4→Psalmen 71:14→Psalmen 145:1→Openbaring 7:9→
— Ik zal den HEERE prijzen in mijn leven; ik zal mijn God psalmzingen, terwijl ik nog ben.
Ik zal Zijn lof stamelen wanneer ik niet meer kan; wanneer mijn wezen lijkt uit te drogen in de zwakheid van de doodsstrijd, zal ik nog altijd mijn God psalmzingen terwijl ik nog ben.
Psalmen 146:3.KruisverwijzingenPsalmen 118:8→Jesaja 2:22→Psalmen 108:12→Jesaja 37:6→Jeremia 17:5→Psalmen 60:11→Psalmen 62:9→Jesaja 31:3→
— Vertrouwt niet op prinsen, op des mensen kind, bij hetwelk geen heil is.
Wat is hier het verband tussen God loven en niet op mensen vertrouwen? Dit verband: dat wij God nooit beter loven dan door geloof in Hem te oefenen. Een stil vertrouwen is de zoetste muziek die het hart van God bereikt; en wanneer wij ons vertrouwen op mensen stellen, roven wij God Zijn eer.
Psalmen 146:4.KruisverwijzingenPsalmen 104:29→Prediker 12:7→Genesis 2:7→1 Korinthe 2:6→Genesis 3:19→Job 17:11→Job 17:1→Psalmen 33:10→
— Zijn geest gaat uit, hij keert wederom tot zijn aarde; te dienzelfden dage vergaan zijn aanslagen.
Wat is de mens, met een leven dat van zijn adem afhangt, zo’n dampig ding — wat is hij dat wij op hem zouden vertrouwen?
Psalmen 146:5.KruisverwijzingenPsalmen 144:15→Psalmen 71:5→Jeremia 17:7→Exodus 3:6→Psalmen 33:12→Psalmen 84:8→Psalmen 46:11→Psalmen 39:7→
— Welgelukzalig is hij, die den God Jakobs tot zijn Hulp heeft, wiens verwachting op den HEERE, zijn God is;
Hij is de gelukkige mens die geleerd heeft op de onzienlijke God te vertrouwen.
Psalmen 146:6.KruisverwijzingenOpenbaring 14:7→Hebreeën 6:18→Titus 1:2→Psalmen 89:2→Psalmen 117:2→Psalmen 100:5→Kolossenzen 1:16→Jeremia 10:11→
— Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, de zee en al wat in dezelve is; Die trouwe houdt in der eeuwigheid.
Nooit heeft Zijn belofte gefaald. Misschien, lieve broeder, hebt u de beloften de laatste tijd niet genoeg aangevoerd. Dan is het verzoendeksel de plaats waar de beloften aangevoerd moeten worden, met de zekerheid dat zij dan vervuld zullen worden.
Psalmen 146:7.KruisverwijzingenPsalmen 103:6→Psalmen 68:6→Jesaja 61:1→Psalmen 12:5→Psalmen 145:15→Psalmen 9:16→Handelingen 16:26→Spreuken 23:10→
— Die den verdrukte recht doet, Die den hongerige brood geeft; de HEERE maakt de gevangenen los.
Zielen die in banden zijn zullen nooit vrijheid krijgen tot de HEERE hen losmaakt. O, mochten de gevangenen van de hoop die hier vanavond zijn genade krijgen om op God te zien! U kunt het slot van uw gevangenis niet zelf openen en u niet door de ijzeren berg van de vertwijfeling heen banen — maar de HEERE maakt de gebondenen los.
Psalmen 146:8.KruisverwijzingenMattheüs 9:30→Psalmen 145:14→Psalmen 11:7→Psalmen 147:6→Efeze 1:18→Jesaja 42:16→Johannes 9:7→1 Petrus 2:9→
— De HEERE opent de ogen der blinden; de HEERE richt de gebogenen op; de HEERE heeft de rechtvaardigen lief.
Hij kan u niet alleen vrijheid geven, maar ook verstand: inzicht in Zijn Woord, een kennis van Hemzelf. Ja — maar wanneer mensen de ogen geopend krijgen, zien zij veel wat hen bedroeft, en wie kennis vermeerdert, vermeerdert vaak de smart! Ja, maar kijk naar de volgende woorden.
Hij kan de neerslachtigheid van geest wegnemen en het hart van zijn lasten verlichten; en zoals de vrouw die vele jaren gebogen ging door het woord van Christus recht gemaakt werd, zo kunnen ook zij die aan een gebrek van gemoed lijden hersteld worden. En het beste van al: Hij hééft hen lief, en Zijn liefde is rijkdom en gezondheid. De liefde van God is alles wat een schepsel behoeft.
Psalmen 146:9.KruisverwijzingenPsalmen 68:5→Jeremia 49:11→Psalmen 147:6→1 Korinthe 3:19→Spreuken 15:25→Job 5:12→Psalmen 145:20→2 Samuël 15:31→
— De HEERE bewaart de vreemdelingen; Hij houdt den wees en de weduwe staande; maar der goddelozen weg keert Hij om.
Wanneer onze ogen geopend zijn en wij niet meer neergebogen gaan maar een besef van Gods liefde hebben, weten wij toch nog dat wij vreemdelingen en bijwoners zijn, zoals al onze vaderen waren. Het is daarom troostrijk verzekerd te zijn dat de HEERE de vreemdelingen bewaart.
Hij doet het ook letterlijk: “Hij is een Vader der wezen, en een Rechter der weduwen; God, in de woonstede Zijner heiligheid.” En Hij helpt zulke mensen ook geestelijk. Gevoelt iemand zich van alles beroofd en niet in staat zichzelf te helpen, laat hij dan opzien tot Hem die zowel kan als wil helpen.
Waar zij vreugde verwachtten, ondervonden zij teleurstelling; waar zij voorspoed verwachtten, ontmoetten zij nederlaag; en waar zij dachten zich genoegens naar hun lusten op te hopen, bevinden zij dat zij enkel hun ellende vermeerderd hebben.
Psalmen 146:10.KruisverwijzingenPsalmen 10:16→Exodus 15:18→Jesaja 40:9→Jesaja 12:6→Psalmen 147:12→Daniël 6:26→Jesaja 9:7→Daniël 7:14→
— De HEERE zal in eeuwigheid regeren; uw God, o Sion! is van geslacht tot geslacht. Hallelujah!
De soevereiniteit van God behoort de verlustiging van Zijn volk te zijn. God is overal gezegend, maar God óp Zijn troon behoort Zijn volk hun halleluja’s met heel hun hart te doen juichen.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Het Boek der Psalmen eindigt met vijf Halleluja-Psalmen, die waarschijnlijk allen ontstaan zijn in den tijd van herstel onder Ezra en Nehemia (Neh 12: 43 ) en dus wat den tijd hunner vervaardiging aangaat, de laatste van allen zijn, die het Psalmboek bevat. De voor ons liggende 146ste Psalm heeft verschillende punten van aanraking met het vorige lied (Vergelijk vooral vs. 7 met 145: 15 vv. en vs. 8 met 145: 14) zodat de volgorde zeer gepast is.
I. Vs. 1 KruisverwijzingenPsalmen 103:1→Psalmen 104:35→Psalmen 103:22→Psalmen 105:45→
— Hallelujah! O mijn ziel! prijs den HEERE.
en 2. De zanger begint met zich zelven op te wekken tot des Heren lof; hij verbindt zich daarin zijn gehele leven te volharden.
Halleluja! looft den Heere! (Psalm 104: 35, 106 ). O mijne ziel! prijs den HEERE (Psalm 104: 1 ).
Ik zal den HEERE prijzen in mijn leven, zolang dit moge duren; ik zal mijnen God psalmzingen, terwijl ik nog op aarde ben (Psalm 104: 33). Zijn verder leven zal ook een onafgebroken verder loven zijn.
Wie zijn leven niet doorbrengt met het loven van God, die is levend dood. vergelijk Indien wij verlangen den Heere te prijzen, terwijl wij leven, zullen wij Hem zeker prijzen in alle eeuwigheid.
3.
II. Vs. 3-9.KruisverwijzingenPsalmen 118:8→Psalmen 104:29→Prediker 12:7→Jesaja 2:22→Genesis 2:7→Mattheüs 9:30→1 Korinthe 2:6→Psalmen 144:15→
— Vertrouwt niet op prinsen, op des mensen kind, bij hetwelk geen heil is. Zijn geest gaat uit, hij keert wederom tot zijn aarde; te dienzelfden dage vergaan zijn aanslagen. Welgelukzalig is hij, die den God Jakobs tot zijn Hulp heeft, wiens verwachting op den HEERE, zijn God is; Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, de zee en al wat in dezelve is; Die trouwe houdt in der eeuwigheid. Die den verdrukte recht doet, Die den hongerige brood geeft; de HEERE maakt de gevangenen los. De HEERE opent de ogen der blinden; de HEERE richt de gebogenen op; de HEERE heeft de rechtvaardigen lief. De HEERE bewaart de vreemdelingen; Hij houdt den wees en de weduwe staande; maar der goddelozen weg keert Hij om.
Terwijl de zanger hierop waarschuwt voor vertrouwen op vorsten, die als gewone mensen niet in staat zijn om te helpen, prijst hij den God Jakob’s als den waren Helper, die zowel de macht als den wil bezit, een ieder bij te staan naar zijne behoeften, maar natuurlijk in Zijn weldoen Zich alleen in de vromen en rechtvaardigen kan verheerlijken.
Vertrouwt niet op prinsen, op de mensen, die hoog zijn gezeten, noch op de rijken der aarde, op des mensen kind, dat toch ook de meest verhevene is, bij hetwelk geen heil is 1), omdat alle mensen leugenachtig zijn, en niemand zich zonder Gods wil kan roeren of bewegen (Psalm 62: 9 vv.; 118: 8 vv. (Jer. 17: 5).
De dichter roept hier de gemeente toe, om niet op prinsen of vorsten te vertrouwen. Wanneer deze Psalm is uit de dagen van Ezra, dan laat zich dit zeer goed verklaren uit het feit, dat Israël ook van de Perzische koningen zoveel teleurstelling ondervonden heeft in zake den herbouw van stad en tempel. Toen Cyrus hun verlof gaf, om terug te keren, scheen Israël het gewonnen te hebben, maar ook hij was een sterflijk mens en zijn goede gedachten over Gods oude Verbonds-volk werden niet gekoesterd door zijn eerste opvolgers. Daarom wil de Psalmist Israël’s volk van den mens, ook van den machtige aftrekken, om hen alleen het oog te doen slaan en het hart te richten op en tot den God van Jakob.
Weer ene dwaasheid ware het op een mens te vertrouwen, want wat is hij? Zijn geest gaat uit, na een handbreed tijds sterft hij; hij keert wederom tot zijne aarde, tot de aarde, waartoe hij behoort, waaruit hij genomen is (Genesis 3: 19. Prediker 12: 7. Psalm 104: 29), te dien zelven dage vergaan zijne aanslagen, al zijne voornemens zijn te niet, hoeveel zij ook schenen te beloven. Ook bij den besten wil is de mens onmachtig, omdat hij vergankelijk is, en met zijnen dood gaan al zijne plannen verloren; ja, God neemt dikwijls de weldadigste en nuttigste mensen in Zijne voorzienigheid spoedig weg, om het valse vertrouwen te beschamen en tot het alleen ware te leiden. Wanneer men bedenkt, dat Cyrus, op wie de Joden zo grote hoop vestigden, zo spoedig stierf, waardoor zijne plannen voor het Joodse volk te niet gingen, dat echter God het volk toch hielp ondanks den grootsten tegenstand, zal men bevinden, dat onze Psalm dadelijk toepasselijk is op den tijd na den tempelbouw; evenzo zal men gemakkelijk in vs. 9 ene toespeling vinden op de verijdelde pogingen der Samaritanen.
De dichter is wellicht dezelfde als die van Psalm 118.
Welgelukzalig is hij, die den God Jakob’s 1), dien God, die Jakob zo genadig en krachtig beschermde en diens nakroost heeft uitverkoren, tot zijne hulp heeft, wiens verwachting niet van prinsen, wiens vertrouwen niet op mensen, maar op de genade van den HEERE, zijnen God, is (Spreuken 16: 20).
De dichter noemt hier bij voorkeur den Heere den God Jakob’s, niet slechts, omdat het volk Gods uit Jakob als hun stamvader was, maar omdat de Heere Zich aan Jakob meer zichtbaar in Zijne macht en trouw bewezen had. Jakob’s leven is rijker aan bewijzen van ‘s Heren macht en trouw, als dat van Abraham en Izaak, en de geschiedenis van het volk Gods gelijkt meer op die van den schuldigen en hinkenden Jakob, dan op die van den stillen Izaak, of op die van Abraham, den vader der gelovigen.
“Welgelukzalig is hij, die den God Jakob’s tot zijne hulp heeft, wiens verwachting van den Heere zijnen God is.” En het bewijs? Dat is niet in ingewikkelde zinnen gegeven en het is niet in diepgaande gedachten vervat. Het is Hij, “die den hemel en de aarde gemaakt heeft, de zee en al wat in dezelve is; die trouwe houdt in der eeuwigheid.” Tot is in Oud-Testamentische taal wat de Heere Zijnen jongeren voorhield, waar Hij hun bidden leerde: een God, die in de hemelen is, Heere en gebieder over alles en die God tevens Vader. Het is, wat de Apostel Paulus voor de aandacht was, toen hij zijne knieën boog tot “den God en Vader van onzen Heere Jezus Christus” en straks Hem beleed, “machtig, meer dan overvloedig te doen, boven al wat wij bidden en denken”. Neen, dezen Helper kan geen dood wegnemen en machteloos maken. Deze machtige is nooit verlegen ook bij den grootsten nood, als Hij genadig helpen wil. Hij doet den verdrukten recht, geeft den hongerigen brood, maakt de gevangenen los, opent de ogen der blinden, richt de gebogenen op, houdt de weduwe en den wees staande, houdt over de vreemdelingen de wacht, maar waar Hij de rechtvaardigen liefheeft, daar keert Hij den weg der goddelozen om. En wat wordt er nu vereist tot zodanig vertrouwen, en wat zal er de vrucht van moeten zijn? Om recht op God te kunnen vertrouwen, moet men zich zelf wantrouwen. Niet een half vertrouwen op zich zelf en half op God is voldoende. Het verdeelde hart kan nooit door vertrouwen sterk zijn. Als wij zwak zijn, dan zijn wij machtig; want eerst als wij van ons zelf afzien, worden wij vatbaar voor die kracht, die in zwakheid volbracht wordt. Gij moet eerst uzelve ontzinken, om op den rotssteen der eeuwen vast te staan en de armen uit te strekken naar uw God. Dan, maar ook dan alleen, wandelt gij met Hem over de baren. Evenmin moet men zijn vertrouwen op anderen vestigen. De dichter waarschuwt er tegen in den aanvang van zijn lied. Men moet het hart losmaken van aardse banden, zodra deze hinderlijk zijn om het zo vast te hechten aan God, als tot een onwankelbaar vertrouwen op Hem wordt vereist. Ontrouw van mensen leert daarom menigmaal eerst recht zich hechten aan God. Wat zijn mensen, ook de beste, de machtigste? Zullen wij steunen op riet, dat ieder ogenblik knakt, waar de Heere zelf ons de staf Gods in de hand geeft? En wanneer mensen ons gunstig zijn en ons helpen, is het dan niet de Heere, die hun harten tot ons neigt?
Hij kan niet anders dan gezegend zijn, want de Heere heeft het beloofd, dat Hij zal zijn nabij degenen, die op Hem betrouwen, en zo min het Hem aan trouw ontbreekt, zomin ontbreekt het Hem aan macht. Hij toch is die God, die den hemel en de aarde gemaakt heeft, de zee en al wat in dezelve is1) (Psalm 115: 15; 121: 2. (Nehemia 9: 6 9.6), de God, die trouwe houdt in der eeuwigheid (Psalm 33: 4).
De Psalmist wijst op God, als den Schepper van hemel en aarde, om het geloof des volks te versterken. Want toch Hij, die alles wat bestaat uit het niet deed te voorschijn treden, is ook in staat om in waarheid al de behoeften van Zijn volk te vervullen, ook uit de ergste noden te redden en uit de diepste ellende te verlossen. Het geloof rust immer op de almacht en de genade Gods.
Hij heeft duidelijke bewijzen daarvan gegeven, zodat ons vertrouwen niet op bespiegelingen rust maar op daadzaken. Hij is het, die zich duizendwerf geopenbaard heeft als de God, die den verdrukte recht doet (Psalm 103: 6), die den hongerige brood geeft (Psalm 104: 27 vv.; 37: 19), de HEERE maakt de gevangenen los 1), gelijk wij hebben ondervonden (Psalm 105: 20. (Hand. 5: 19; 12: 7; 16: 26).
God wil niet alleen dat Zijn lof verheerlijkt worde, maar Hij breidt daarom Zijn hand uit tot blinden, gevangenen en neergebogenen, opdat zij hun zorgen en smarten op Hem zullen werpen. Het is niet overbodig, dat hij driemaal den Naam van Jehova herhaalt, dewijl hij daarmee uitnodigt en de mensen aanzet om Hem te zoeken, hen, die door op hun teugel te knabbelen, liever in hun ellende vergaan, dan tot dit zeker asiel zich te begeven.
a) De HEERE opent de ogen der blinden, en wijst hem een weg aan van redding, dien zij buiten Hem niet zouden gevonden hebben; de HEERE b) richt de gebogenen, de van droefheid nedergeslagenen op (Psalm 145: 14), en gelijk Hij dit in ‘t natuurlijke doet, zo doet Hij het ook in ‘t geestelijke. De HEERE heeft de rechtvaardigen lief.
(MATTHEUS. 9: 30. Joh. 9: 7,32. b) Ps 147: 3. Luk. 13: 13.
De HEERE bewaart, beschermt de vreemdelingen, Hij doet den Zijnen ook in ‘t vreemde land wel, gelijk een Jozef in Egypte, een Daniël in Babel ondervonden heeft; Hij houdt den wees en de weduwe staande1) en verzorgt ze met liefde; maar der goddelozen weg keert Hij om 2), voor hen betoont Hij Zich een worstelaar (Psalm 68: 6 vv.).
Onder vreemdelingen, weduwen en wezen vat de dichter allen zamen, die ontbloot zijn van alle menselijke hulp. En juist deze hebben in de H. Schrift vele en velerlei beloften. Voor dezulken betoont God, de Heere, zich op bijzondere wijze een beschermer en redder te zijn, die hen niet laat omkomen, maar hen in waarheid het hoofd boven water houdt, zodat zij niet vergaan. Letterlijk staat er: brengt Hij tot krachten.
Terwijl de Heere de menigvuldige tegenspoeden der Zijnen tot een gelukkige uitkomst brengt, maakt Hij den weg der goddelozen krom, zodat hij dwalen doet en op een afgrond uitloopt. Aan deze straf oefenende gerechtigheid Gods is slechts één regel gewijd. Want Hij openbaart Zich in liefde en toorn, in de eerste echter het liefst. Jehova is echter de God van Zion. De eeuwige duur van Zijn rijk is ook de waarborg voor Zijne eindelijk heerlijke voltooiing, voor de zegepraal der liefde.
God is voor Zijne kinderen alles wat zij behoeven: niets kan hun in de wereld overkomen, waarin Hij geen raad, troost en hulp zou weten. Uit genade en gunst jegens de zijnen keert de Heere met almachtige hand den weg der goddelozen om, zodat zij niet kunnen bereiken wat zij in ‘t schild voeren, gelijk Hij Achitofel’s raad tot dwaasheid maakte.
10.
III. Vs. 10.KruisverwijzingenPsalmen 10:16→Exodus 15:18→Jesaja 40:9→Jesaja 12:6→Psalmen 147:12→Daniël 6:26→Jesaja 9:7→Daniël 7:14→
— De HEERE zal in eeuwigheid regeren; uw God, o Sion! is van geslacht tot geslacht. Hallelujah!
Tenslotte spreekt het lied het vertrouwen uit, dat de Heere Zijne koninklijke heerschappij over de gehele wereld ten gunsten Zijn volk ook verder zal betonen.
a) De HEERE zal in eeuwigheid regeren; Uw God, o Zion! is van geslacht tot geslacht (Psalm 93: 1 vv.); Gij hebt dus niets te vrezen. Verblijd u! Halleluja! loof den Heere!
Exodus 15: 18. Psalm 145: 13. Het eeuwige van Gods Koninkrijk staat tegenover den duur van de rijken der wereld. Het volk, dat zulk een Koning heeft, kan de zaak onder de ogen zien en behoeft nog niet te vrezen. al gaat ook niet alles naar wens. Einde goed, alles goed.
Och, hoe dikwijls vertrouwen wij, terwijl wij moesten sidderen, en sidderen wij, waar wij moesten vertrouwen.
De rede brengt hij nu weer op de Kerk over, opdat hij alle vromen te beter overtuige, dat zij door de daad zelf zouden gevoelen, dat God is, zoals hij Hem te voren heeft beschreven. Wederom, wanneer hij roept, dat God een eeuwigdurend koning zal zijn, dan is daaruit tevens te verstaan, tot welk doel Hij regeert.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel