Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een lofzangH8416 van DavidH1732. Aleph. O mijn GodH430, Gij KoningH4428! ik zal U verhogenH7311, en Uw NaamH8034 lovenH1288 in eeuwigheidH5769 en altoosH5703.
Een lofzang van David. Aleph. O mijn God, Gij Koning! ik zal U verhogen, en Uw Naam loven in eeuwigheid en altoos.
KJV
[[David's2
Psalm of praise.]]1
I will extol3
thee, my God,
O king;5
and I will bless6
thy name7
for ever8
and ever.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Beth. Te allenH3605 dageH3117 zal ik U lovenH1288, en Uw NaamH8034 prijzenH1984 in eeuwigheidH5769 en altoosH5703.
Beth. Te allen dage zal ik U loven, en Uw Naam prijzen in eeuwigheid en altoos.
KJV
Every day2
will I bless3
thee; and I will praise4
thy name5
for ever6
and ever.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Gimel. De HEEREH3068 is groot en zeerH3966 te prijzenH1984, en Zijn grootheidH1420 is ondoorgrondelijkH2714.
Gimel. De HEERE is groot en zeer te prijzen, en Zijn grootheid is ondoorgrondelijk.
KJV
Great1
is the LORD,2
and greatly4
to be praised;3
and his greatness5
is unsearchable.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Daleth. GeslachtH1755 aan geslachtH1755 zal Uw werkenH4639 roemenH7623; en zij zullen Uw mogendhedenH1369 verkondigenH5046.
Daleth. Geslacht aan geslacht zal Uw werken roemen; en zij zullen Uw mogendheden verkondigen.
KJV
One1
generation2
shall praise3
thy works4
to another, and shall declare6
thy mighty acts.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
He. Ik zal uitsprekenH7878 de heerlijkheidH1926 der eerH3519 Uwer majesteitH1935, en Uw wonderlijkeH6381 dadenH1697.
He. Ik zal uitspreken de heerlijkheid der eer Uwer majesteit, en Uw wonderlijke daden.
KJV
I will speak6
of the glorious2
honour1
of thy majesty,3
and of thy wondrous5
works.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Vau. En zij zullen vermeldenH559 de krachtH5807 Uwer vreselijkeH3372 daden; en Uw grootheidH1420, die zal ik vertellenH5608.
Vau. En zij zullen vermelden de kracht Uwer vreselijke daden; en Uw grootheid, die zal ik vertellen.
KJV
And men shall speak3
of the might1
of thy terrible acts:2
and I will declare5
thy greatness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Zain. Zij zullen de gedachtenisH2143 der grootheidH7227 Uwer goedheidH2898 overvloediglijk uitstortenH5042, en zij zullen Uw gerechtigheidH6666 met gejuich verkondigenH7442.
Zain. Zij zullen de gedachtenis der grootheid Uwer goedheid overvloediglijk uitstorten, en zij zullen Uw gerechtigheid met gejuich verkondigen.
KJV
They shall abundantly utter4
the memory1
of thy great2
goodness,3
and shall sing6
of thy righteousness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Cheth. GenadigH2587 en barmhartigH7349 is de HEEREH3068, lankmoedigH750 en grootH1419 van goedertierenheidH2617.
Cheth. Genadig en barmhartig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid.
KJV
The LORD3
is gracious,1
and full of compassion;2
slow4
to anger,5
and of great6
mercy.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Teth. De HEEREH3068 is aan allenH3605 goedH2896, en Zijn barmhartighedenH7356 zijn overH5921 alH3605 Zijn werkenH4639.
Teth. De HEERE is aan allen goed, en Zijn barmhartigheden zijn over al Zijn werken.
KJV
The LORD2
is good1
to all: and his tender mercies4
are over all his works.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Jod. AlH3605 Uw werkenH4639, HEEREH3068, zullen U lovenH3034, en Uw gunstgenotenH2623 zullen U zegenenH1288.
Jod. Al Uw werken, HEERE, zullen U loven, en Uw gunstgenoten zullen U zegenen.
KJV
All thy works4
shall praise1
thee, O LORD;2
and thy saints5
shall bless
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Caph. Zij zullen de heerlijkheidH3519 Uws KoninkrijksH4438 vermeldenH559, en Uw mogendheidH1369 zullen zij uitsprekenH1696.
Caph. Zij zullen de heerlijkheid Uws Koninkrijks vermelden, en Uw mogendheid zullen zij uitspreken.
KJV
They shall speak3
of the glory1
of thy kingdom,2
and talk5
of thy power;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Lamed. Om de mensenkinderenH1121 bekendH3045 te maken Zijn mogendhedenH1369, en de eerH1926 der heerlijkheidH3519 Zijns KoninkrijksH4438.
Lamed. Om de mensenkinderen bekend te maken Zijn mogendheden, en de eer der heerlijkheid Zijns Koninkrijks.
KJV
To make known1
to the sons2
of men3
his mighty acts,4
and the glorious5
majesty6
of his kingdom.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Mem. Uw KoninkrijkH4438 is een KoninkrijkH4438 van alleH3605 eeuwenH5769, en Uw heerschappijH4475 is in alleH3605 geslachtH1755 en geslachtH1755.
Mem. Uw Koninkrijk is een Koninkrijk van alle eeuwen, en Uw heerschappij is in alle geslacht en geslacht.
KJV
Thy kingdom1
is an everlasting4
kingdom,2
and thy dominion5
endureth throughout all7
generations.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Samech. De HEEREH3068 ondersteuntH5564 allenH3605, die vallenH5307, en Hij richtH2210 op alleH3605 gebogenenH3721.
Samech. De HEERE ondersteunt allen, die vallen, en Hij richt op alle gebogenen.
KJV
The LORD2
upholdeth1
all that fall,4
and raiseth up5
all those that be bowed down.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
Ain. AllerH3605 ogenH5869 wachtenH7663 op U; en Gij geeftH5414 hun hun spijsH400 te zijner tijdH6256.
Ain. Aller ogen wachten op U; en Gij geeft hun hun spijs te zijner tijd.
KJV
The eyes1
of all wait4
upon thee; and thou givest6
them their meat9
in due season.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Pe. Gij doet Uw handH3027 openH6605, en verzadigtH7646 alH3605 wat er leeftH2416, naar Uw welbehagenH7522.
Pe. Gij doet Uw hand open, en verzadigt al wat er leeft, naar Uw welbehagen.
KJV
Thou openest1
thine hand,3
and satisfiest4
the desire7
of every living thing.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Tsade. De HEEREH3068 is rechtvaardigH6662 in alH3605 Zijn wegenH1870, en goedertierenH2623 in alH3605 Zijn werkenH4639.
Tsade. De HEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen, en goedertieren in al Zijn werken.
KJV
The LORD2
is righteous1
in all his ways,4
and holy5
in all his works.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Koph. De HEEREH3068 is nabijH7138 allenH3605, die Hem aanroepenH7121, allenH3605, dieH834 Hem aanroepenH7121 in der waarheidH571.
Koph. De HEERE is nabij allen, die Hem aanroepen, allen, die Hem aanroepen in der waarheid.
KJV
The LORD2
is nigh1
unto all them that call4
upon him, to all that call7
upon him in truth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
Resch. Hij doetH6213 het welbehagenH7522 dergenen, die Hem vrezenH3373, en Hij hoortH8085 hun geroepH7775, en verlostH3467 hen.
Resch. Hij doet het welbehagen dergenen, die Hem vrezen, en Hij hoort hun geroep, en verlost hen.
KJV
He will fulfil3
the desire1
of them that fear2
him: he also will hear6
their cry,5
and will save
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
Schin. De HEEREH3068 bewaartH8104 alH3605 degenen, die Hem liefhebbenH157; maar Hij verdelgtH8045 alleH3605 goddelozenH7563.
Schin. De HEERE bewaart al degenen, die Hem liefhebben; maar Hij verdelgt alle goddelozen.
KJV
The LORD2
preserveth1
all them that love5
him: but all the wicked8
will he destroy.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
Thau. Mijn mondH6310 zal den prijsH8416 des HEERENH3068 uitsprekenH1696, en alleH3605 vleesH1320 zal Zijn heiligenH6944 NaamH8034 lovenH1288 in der eeuwigheidH5769 en altoosH5703.
Thau. Mijn mond zal den prijs des HEEREN uitspreken, en alle vlees zal Zijn heiligen Naam loven in der eeuwigheid en altoos.
KJV
My mouth4
shall speak3
the praise1
of the LORD:2
and let all flesh7
bless5
his holy9
name8
for ever10
and ever.
lofzang van David
Of, een psalm. Deze psalm alleen wordt aldus getiteld, nochtans heeft van dit woord het gehele boek der psalmen zijn naam.
Hertaald:
lofzang van David
Of: een psalm. Alleen deze psalm draagt deze titel, en toch heeft het hele boek van de psalmen zijn naam aan dit woord ontleend.
Aleph.
De verzen van dezen psalm zijn gesteld naar de orde van het Hebr. A. B., alleen ontbreekt er de letter Nun of N. Dusdanige kunst heeft David in nog verscheidene psalmen gebruikt. Zie de aantekening bij Ps. 25:1 .
Hertaald:
Aleph.
De verzen van deze psalm zijn gerangschikt naar de volgorde van het Hebreeuwse A, B; alleen de letter Nun of N ontbreekt. Deze kunstvorm heeft David ook in verschillende andere psalmen gebruikt. Zie de aantekening bij Ps. 25:1.
Gij Koning
Gij, die alleen de ware en almachtige Koning zijt.
Hertaald:
Gij Koning
U, Die alleen de ware en almachtige Koning bent.
zeer te prijzen,
Zie de aantekening bij Ps. 48:2 .
Hertaald:
zeer te prijzen,
Zie de aantekening bij Ps. 48:2.
Geslacht aan
Een geslacht is hier, en elders meer, zoveel te zeggen als de menigte der mensen, die in een en dezelfde eeuw tezamen leven.
Hertaald:
Geslacht aan
Een geslacht betekent hier, en ook elders, zoveel als de menigte mensen die in één en dezelfde tijd samen leven.
zij zullen
Te weten, de geslachten; alzo vs.6,7.
Hertaald:
zij zullen
Namelijk: de geslachten; zo ook vers 6 en 7.
Uw mogendheden
Dat is, uw krachtige daden. Alzo ook vs.12; Matt. 13:58 .
Hertaald:
Uw mogendheden
Dat is: Uw krachtige daden. Zo ook vers 12; Matth. 13:58.
Ik zal uitspreken
Dit doet de profeet van vs.12 af tot het einde van dezen psalm.
Hertaald:
Ik zal uitspreken
Dit doet de profeet vanaf vers 12 tot het einde van deze psalm.
de gedachtenis
Dat is, de grote weldaden, die Gij ons gedaan en bewezen hebt.
Hertaald:
de gedachtenis
Dat is: de grote weldaden die U ons gedaan en bewezen hebt.
overvloediglijk
Hebr. als een springader voortbrengen, of uitgieten, uitbobbelen; dat is, met vollen mond en keel prijzen en roemen. Zie Ps. 19:3 , en Ps. 45:2 .
Hertaald:
overvloediglijk
Hebreeuws: als een bron voortbrengen, of uitgieten, opborrelen; dat is: met volle mond en keel prijzen en roemen. Zie Ps. 19:3, en Ps. 45:2.
over al Zijn
Te weten, van zodanige, die zijn barmhartigheid kunnen deelachtig worden. Anders: boven.
Hertaald:
over al Zijn
Namelijk: over allen die Zijn barmhartigheid deelachtig kunnen worden. Anders: boven.
zullen U zegenen
Dat is, loven en danken; doch op een andere manier dan de andere creaturen, hebbende een inwendig gevoel en getuigenis dat Gij hun Vader en weldoener zijt. Zie Gen. 14:20 .
Hertaald:
zullen U zegenen
Dat is: loven en danken; maar op een andere manier dan de overige schepselen, omdat zij een innerlijk besef en getuigenis hebben dat U hun Vader en Weldoener bent. Zie Gen. 14:20.
Zijn
Te weten, Gods.
Hertaald:
Zijn
Namelijk: van God.
mogendheden,
Dat is, mogende daden, gelijk vs.4.
Hertaald:
mogendheden,
Dat is: machtige daden, zoals vers 4.
Zijns Koninkrijks
Te weten, Gods, vs.5.
Hertaald:
Zijns Koninkrijks
Namelijk: van God, vers 5.
in alle geslacht
Dat is, het duurt van tijd tot tijd, of tot aller tijd.
Hertaald:
in alle geslacht
Dat is: het duurt van tijd tot tijd, of: te allen tijde.
Samech
Hier ontbreekt de letter Nun, of N.
Hertaald:
Samech
Hier ontbreekt de letter Nun of N.
die vallen,
Dat is, allen die zwak zijn, zo aan het lichaam als den geest.
Hertaald:
die vallen,
Dat is: allen die zwak zijn, zowel naar het lichaam als naar de geest.
alle gebogenen
Dat is, allen die onder het zware kruis of het pak der zonden gedrukt en gebukt gaan.
Hertaald:
alle gebogenen
Dat is: allen die onder het zware kruis of de last van de zonden gedrukt en gebukt gaan.
Aller ogen
Te weten, van alle dieren, of van alle schepselen, die levende lichamen hebben.
Hertaald:
Aller ogen
Namelijk: van alle dieren, of van alle schepselen die een levend lichaam hebben.
te zijner tijd
Of, elk te zijner tijd. Anders: tot hunnen tijd; dat is, ter bekwamer tijd, gelijk Ps. 104:27 .
Hertaald:
te zijner tijd
Of: ieder op zijn tijd. Anders: op hun tijd; dat is: op de juiste tijd, zoals Ps. 104:27.
naar Uw welbehagen
Dat is, naar dat het U belieft, of waaraan zij een genoegen hebben. Anders, met welbehagen; dat is, met gaven en goederen van uw goeden wil en welgevallen vloeiende en herkomende.
Hertaald:
naar Uw welbehagen
Dat is: zoals het U behaagt, of: waaraan zij genoegen beleven. Anders: met welbehagen; dat is: met gaven en goederen die voortvloeien uit Uw goede wil en welgevallen.
in al Zijn werken
Dat is, in alles wat Hij doet.
Hertaald:
in al Zijn werken
Dat is: in alles wat Hij doet.
is nabij allen,
Te weten, om hen te helpen of verlossen, naar zijne goedertierenheid te huiswaarts.
Hertaald:
is nabij allen,
Namelijk: om hen te helpen of te verlossen, naar Zijn goedertierenheid jegens hen.
in der waarheid
Dat is, met vertrouwen, oprecht, met ernst en zonder ophouden, uit grond huns harten, zonder huichelarij en bijgeloof. Verg. hiermede Deut. 4:7 ; Joh. 4:24 .
Hertaald:
in der waarheid
Dat is: met vertrouwen, oprecht, met ernst en zonder ophouden, uit de grond van hun hart, zonder huichelarij en bijgeloof. Vergelijk hiermee Deut. 4:7; Joh. 4:24.
Hij doet het
Alzo eert Hij degenen die Hem eren; 1 Sam. 2:30 . Doch versta hier zulk een wil en begeerte, die uit een waar geloof spruit en zodanig is als het betaamt; 1 Joh. 3:22 , en 1 Joh. 5:14 .
Hertaald:
Hij doet het
Zo eert Hij hen die Hem eren; 1 Sam. 2:30. Versta hier echter zo'n wil en verlangen als uit een waar geloof voortkomt en past zoals het behoort; 1 Joh. 3:22, en 1 Joh. 5:14.
alle vlees zal
Dat is, alle natiën, alle mensen, gelijk Jes. 44:3 ; Ezech. 36:27 ; Joël 2:28 .
Hertaald:
alle vlees zal
Dat is: alle volken, alle mensen, zoals Jes. 44:3; Ezech. 36:27; Joël 2:28. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Genadig en barmhartig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid" (Ps. 145:8). Deze psalm is een acrostichon: elk vers begint met een volgende letter van het Hebreeuwse alfabet, en de Statenvertaling drukt die letters mee af. Wat opvalt is het woordje al: "De HEERE is aan allen goed, en Zijn barmhartigheden zijn over al Zijn werken" (Ps. 145:9). Dat wordt uitgewerkt in twee verzen die veel aan tafel gebeden zijn: "Aller ogen wachten op U; en Gij geeft hun hun spijs te zijner tijd" (Ps. 145:15), en: "Gij doet Uw hand open, en verzadigt al wat er leeft, naar Uw welbehagen" (Ps. 145:16). Ook wie het niet redt wordt genoemd: "De HEERE ondersteunt allen, die vallen, en Hij richt op alle gebogenen" (Ps. 145:14). En de nabijheid krijgt een grens: "De HEERE is nabij allen, die Hem aanroepen, allen, die Hem aanroepen in der waarheid" (Ps. 145:18). Bijbelse betekenis: De psalm spreekt over twee kringen tegelijk. God is goed aan álles wat Hij gemaakt heeft; het gaat om al wat leeft en niet alleen om Zijn volk. Daarnaast is er de nabijheid van Ps. 145:18, en daar staat een voorwaarde bij: aanroepen in waarheid. Merk op dat het openen van de hand in Ps. 145:16 op elke maaltijd van elk schepsel ziet; wie dat gelooft, eet nooit meer vanzelfsprekend. Let ten slotte op Ps. 145:14. Ondersteunen en oprichten worden genoemd vóór de spijziging; de zorg van God begint bij wie valt. Typologie: De Heere Jezus wijst op dezelfde zorg: "Aanmerkt de raven, dat zij niet zaaien, noch maaien, welke geen spijskamer noch schuur hebben, en God voedt dezelve" (Luk. 12:24). Ps. 145:8-21; Luk. 12:24 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas De ogen van allen wachten op U, U geeft hun hun voedsel op zijn tijd. Psalm 145:15 We zouden er eigenlijk vaak over moeten praten: hoe God met… De HEERE ondersteunt allen die vallen. Psalm 145:14 Wat een bijzondere uitspraak! Hoe kan God juist mensen die vallen, ondersteunen? En toch is het zo. In geestelijke zin… Iedere dag zal ik U loven en Uw Naam prijzen, voor eeuwig en altijd. Psalm 145:2 Het is voor een christen een opdracht om zijn God te loven.… O mijn God, Gij Koning! ik zal U verhogen, en ik zal Uw Naam loven in eeuwigheid en altoos. Te allen dage zal ik U loven, en ik… O mijn God, Gij Koning! ik zal U verhogen, en ik zal Uw Naam loven in eeuwigheid en altoos. Te allen dage zal ik U loven, en ik… De HEERE is nabij allen, die Hem aanroepen, allen, die Hem aanroepen in der waarheid. Psalm 145:18 Hij die zonder gebed leeft, hij die maar weinig bidt, hij die… De HEERE is groot en zeer te prijzen, en Zijn grootheid is ondoorgrondelijk. Psalm 145:3 Ik bewonder schoonheid terwijl ik zelf misschien mismaakt ben. Ik bewonder het licht, terwijl… 17 Tsade. De HEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen, en goedertieren in al Zijn werken. 18 Koph. De HEERE is nabij allen, die Hem aanroepen, allen, die… 8 Cheth. Genadig en barmhartig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid. 9 Teth. De HEERE is aan allen goed, en Zijn barmhartigheden zijn over al Zijn… 1 Een lofzang van David. Aleph. O mijn God, Gij Koning! ik zal U verhogen, en Uw Naam loven in eeuwigheid en altoos. 2 Beth. Te allen dage… Hij doet het welbehagen dergenen, die Hem vrezen, en Hij hoort hun geroep, en verlost hen. Psalm 145:19 Zijn Eigen Geest heeft dit verlangen in ons gewerkt, en daarom… De Heere is nabij allen die Hem aanroepen, allen die Hem aanroepen in der waarheid. Psalm 145:18 Hij die zonder gebed leeft, hij die maar weinig bidt, hij die… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 145
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Vertel wat Hij voor jou heeft gedaan
De HEERE ondersteund je
Prijs Hem!
Lofprijzing
De blijde dienst van de dagelijkse lofprijzing
De kracht van het gebed
De zekere basis
Psalm 145:17-21
Psalm 145:8-16
Psalm 145:1-7
Je verlangens zullen vervult worden
De kracht van het bidden


Psalmen 145
Psalmen 145:1-3.KruisverwijzingenJob 5:9→Job 9:10→Psalmen 139:6→Romeinen 11:33→Psalmen 147:5→Jesaja 40:28→Psalmen 48:1→Psalmen 30:1→
— Een lofzang van David. Aleph. O mijn God, Gij Koning! ik zal U verhogen, en Uw Naam loven in eeuwigheid en altoos. Beth. Te allen dage zal ik U loven, en Uw Naam prijzen in eeuwigheid en altoos. Gimel. De HEERE is groot en zeer te prijzen, en Zijn grootheid is ondoorgrondelijk.
Zoals de HEERE is, zo behoort ook Zijn eredienst te zijn. Was Hij een klein god, dan zou Hij weinig lof verdienen; maar de grote God is heel te loven. Er is geen vrees dat wij in onze lofzangen tot enige overdrijving zouden komen; wij mogen Hem nooit té hoog verheffen, hoe verheven onze uitdrukkingen ook zijn.
Werd ons gevraagd of wij bidden, dan zou elke christen snel antwoorden: natuurlijk doe ik dat. En werd er bijgevoegd: en bidt u elke dag? — dan zou het prompte antwoord zijn: ja, vele keren per dag; ik zou zonder gebed niet kunnen leven. Maar veranderde de vraag in: zegent u God elke dag? Is de lof even zeker en even bestendig bij u als het gebed? — dan weet ik niet of het antwoord even zeker en even prompt zou zijn.
Tekortkomen in de lof is even weinig te rechtvaardigen als tekortkomen in het gebed. De lof komt in de huisgodsdienst zeker niet zo veel voor als de andere vormen van eredienst. Wij kunnen niet allen God in het gezin loven door mee te zingen, want wij kunnen niet allen een toon aanheffen; maar het zou goed zijn als wij het konden. Ik ben het eens met Matthew Henry, die zegt: wie in het gezin bidden doen goed; wie bidden en de Schrift lezen doen beter; maar wie bidden en lezen en zíngen doen het allerbest.
Psalmen 145:4.KruisverwijzingenJesaja 38:19→Deuteronomium 6:7→Psalmen 78:3→Psalmen 44:1→Psalmen 71:18→Jozua 4:21→Exodus 12:26→Exodus 13:14→
— Daleth. Geslacht aan geslacht zal Uw werken roemen; en zij zullen Uw mogendheden verkondigen.
Er is een geheiligde overlevering van de lof: elk geslacht behoort de lof van God als een kostelijke erfenis aan het volgende over te geven. Voed uw zonen en dochters op om uw God te loven, zodat er, wanneer uw stem in de dood zwijgt, een andere stem als de uwe is om de toon voort te zetten.
Psalmen 145:5.KruisverwijzingenDaniël 4:37→Psalmen 71:17→Psalmen 40:9→Psalmen 72:18→Psalmen 119:27→Psalmen 96:3→Daniël 4:1→Psalmen 71:24→
— He. Ik zal uitspreken de heerlijkheid der eer Uwer majesteit, en Uw wonderlijke daden.
“Ik zal spreken.” Wat een krachtig spreker was David! Let op hoe hij zijn gouden woorden opstapelt. Hij is er niet mee tevreden enkel over Gods majesteit te spreken, maar hij spreekt over de heerlijkheid van haar eer. Sprak hij over Gods werken, dan noemt hij ze wonderwerken.
Psalmen 145:6.KruisverwijzingenDaniël 3:28→Psalmen 107:31→Psalmen 22:27→Jozua 9:9→Psalmen 22:31→Daniël 6:25→Psalmen 107:21→Deuteronomium 32:3→
— Vau. En zij zullen vermelden de kracht Uwer vreselijke daden; en Uw grootheid, die zal ik vertellen.
Willen zij over niets anders spreken, dan zullen zij met ontzag moeten spreken wanneer de verschrikkingen van de HEERE in de aarde zijn. Waren zij eerst zo stom als vissen, dan zullen zij met ingehouden adem tot elkaar gaan zeggen, wanneer aardbevingen en hongersnood en oorlog en pest rondgaan: dit is de hand van God.
Terwijl andere mensen spraken, zei David niet: nu kan ik wel zwijgen. Wanneer zij niet spraken, sprak híj; en toen zij begonnen te spreken, voegde hij nog altijd zijn deel toe aan de lof van Jehova.
Psalmen 145:7.KruisverwijzingenJesaja 63:7→Psalmen 51:14→2 Korinthe 9:11→Mattheüs 12:34→1 Petrus 2:9→Psalmen 71:19→Psalmen 72:1→Jesaja 45:24→
— Zain. Zij zullen de gedachtenis der grootheid Uwer goedheid overvloediglijk uitstorten, en zij zullen Uw gerechtigheid met gejuich verkondigen.
Wat een schone uitdrukking: zij zullen overvloedig uitspreken. De grondtekst heeft de gedachte in zich van opwellen, overkoken, uitbarsten als een fontein; het hart van mensen zal zo vol dankbaarheid aan God worden dat het overvloeit van de gedachtenis van Zijn grote goedheid.
Psalmen 145:8.KruisverwijzingenNumeri 14:18→Psalmen 86:5→Psalmen 86:15→Psalmen 100:5→Exodus 34:6→Psalmen 103:8→Micha 7:18→Psalmen 116:5→
— Cheth. Genadig en barmhartig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid.
Dat alleen al is genoeg om ons zondaren te doen zingen, want wij hebben genade nodig, en de HEERE ís genadig. Er is geen “drift” in Hem, maar er is wel “medelijden” in Hem — en wat een barmhartigheid is dat voor ons! Hoor dat, grote zondaars, en u heiligen die grote lankmoedigheid nodig hebt.
Psalmen 145:9.KruisverwijzingenNahum 1:7→Psalmen 100:5→Mattheüs 5:45→Handelingen 17:25→Psalmen 25:8→Psalmen 36:6→Handelingen 14:17→Jona 4:11→
— Teth. De HEERE is aan allen goed, en Zijn barmhartigheden zijn over al Zijn werken.
Zelfs voor Zijn vijanden. Hangt de dauwdruppel niet aan de distel zo goed als aan de roos? Hij zorgt voor de worm in de zode en voor de vis in de zee zo goed als voor de mensen op de aardbodem.
Psalmen 145:10.KruisverwijzingenPsalmen 19:1→Psalmen 103:22→Psalmen 98:3→1 Petrus 2:5→1 Petrus 2:9→Psalmen 97:12→Psalmen 148:1→Romeinen 1:19→
— Jod. Al Uw werken, HEERE, zullen U loven, en Uw gunstgenoten zullen U zegenen.
Hun stemmen kunnen een hogere noot en een verhevener toon bereiken dan de werken van God ooit bereiken kunnen: Uw gunstgenoten zullen U zegenen.
Psalmen 145:11-13.Kruisverwijzingen1 Timotheüs 1:17→Psalmen 45:6→1 Kronieken 29:11→Psalmen 105:1→Jesaja 24:23→Zacharia 9:9→Mattheüs 6:13→Markus 11:9→
— Caph. Zij zullen de heerlijkheid Uws Koninkrijks vermelden, en Uw mogendheid zullen zij uitspreken. Lamed. Om de mensenkinderen bekend te maken Zijn mogendheden, en de eer der heerlijkheid Zijns Koninkrijks. Mem. Uw Koninkrijk is een Koninkrijk van alle eeuwen, en Uw heerschappij is in alle geslacht en geslacht.
Want de heiligen hebben God lief als hun Koning, en zij verheugen zich te bedenken wat de Zoon van de Koning tot Zijn discipelen zei: “Vreest niet, gij klein kuddeken, want het is uws Vaders welbehagen, ulieden het Koninkrijk te geven.” Zij mogen daar wel van zingen.
Wat is het nut van prediken als het God niet verheerlijkt? Wat is het nut van een tong die niet spreekt of zingt van de heerlijkheid van Gods koninkrijk? Maar laat een van Gods zangers dit tot het thema van zijn lied hebben, en hij gevoelt zich als een losgelaten hinde die zich in een heerlijke vrijheid verheugt.
Psalmen 145:14.KruisverwijzingenPsalmen 146:8→Psalmen 37:24→Lukas 22:31→Psalmen 119:117→Psalmen 94:18→Psalmen 42:5→Lukas 13:11→Psalmen 38:6→
— Samech. De HEERE ondersteunt allen, die vallen, en Hij richt op alle gebogenen.
Lijkt dat niet een merkwaardige wending in de toon? De HEERE is een Koning en Zijn koninkrijk is een eeuwig koninkrijk — en wat doet Hij? Wel, Hij ondersteunt en schraagt wie op het punt staan te vallen, en Hij richt op wie verpletterd en verdrukt zijn. Aardse koningen beroemen zich vaak op iets anders.
Psalmen 145:15-16.KruisverwijzingenPsalmen 104:27→Psalmen 136:25→Psalmen 104:28→Psalmen 147:8→Handelingen 17:25→Job 38:39→Mattheüs 6:26→Psalmen 145:9→
— Ain. Aller ogen wachten op U; en Gij geeft hun hun spijs te zijner tijd. Pe. Gij doet Uw hand open, en verzadigt al wat er leeft, naar Uw welbehagen.
Wat een heerlijke God hebben wij! Hoe gemakkelijk kan Hij in de behoeften van Zijn volk voorzien! Hij hoeft slechts Zijn hand te openen, en het is gedaan. Wij hoeven niet bang te zijn tot Hem te komen alsof onze behoeften te groot zouden zijn om door Hem gestild te worden.
Psalmen 145:17.KruisverwijzingenDeuteronomium 32:4→Openbaring 16:5→Romeinen 3:25→Psalmen 99:3→Psalmen 97:2→Zacharia 9:9→Jesaja 45:21→Openbaring 19:11→
— Tsade. De HEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen, en goedertieren in al Zijn werken.
Dit is een zaak waarvoor veel nieuwere godgeleerden God niet loven. De eigenschap van de gerechtigheid in het karakter van God wordt uit veel van de nieuwere godgeleerdheid verdreven. Maar wie God recht liefheeft, heeft de gerechtigheid van God lief. Ik zou niet eens zaligheid begeren als zij onrechtvaardig was.
Psalmen 145:18.KruisverwijzingenPsalmen 34:18→Deuteronomium 4:7→Johannes 4:24→Jeremia 29:12→Jesaja 58:9→1 Johannes 3:20→Johannes 14:23→Jakobus 4:8→
— Koph. De HEERE is nabij allen, die Hem aanroepen, allen, die Hem aanroepen in der waarheid.
Leest u deze psalm zorgvuldig door, dan bemerkt u het grote aantal keren dat het woord “alle” in het laatste deel voorkomt; en dat is gepast, want God is alles in allen. Hij is de Ene, het Al — laat Hem dan alle lof hebben van allen.
Psalmen 145:19.KruisverwijzingenJohannes 15:7→Psalmen 37:4→Spreuken 15:29→Johannes 16:24→1 Johannes 5:15→Mattheüs 5:6→Psalmen 34:17→Psalmen 20:4→
— Resch. Hij doet het welbehagen dergenen, die Hem vrezen, en Hij hoort hun geroep, en verlost hen.
Wanneer u acht geeft op Gods wil, zal God acht geven op uw wil. Wanneer u Hém vreest, zult u niemand anders hoeven te vrezen; en wanneer u Zijn dienst tot uw verlustiging maakt, zal Hij uw behoeften tot Zijn zorg maken.
Psalmen 145:20-21.KruisverwijzingenPsalmen 97:10→Psalmen 71:8→Psalmen 31:23→Psalmen 150:6→Psalmen 51:15→Psalmen 145:1→1 Petrus 1:5→Psalmen 1:6→
— Schin. De HEERE bewaart al degenen, die Hem liefhebben; maar Hij verdelgt alle goddelozen. Thau. Mijn mond zal den prijs des HEEREN uitspreken, en alle vlees zal Zijn heiligen Naam loven in der eeuwigheid en altoos.
Zoals in een toestand van volkomen gezondheid alles verbannen wordt wat besmetting en ziekte voortbrengt, zo moet het ook zijn in Gods grote heelal wanneer Hij Zijn werken voltooid heeft: al de goddelozen zal Hij verdelgen.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Een lofzang van David (1 Kronieken 25: 31 ), uit den laatsten tijd van zijn leven (2 Samuel 22: 1 ). Met dit loflied wordt de cyclus van Davidische Psalmen, die met Psalm 138 begon, gesloten; hij is in alfabetische orde gerangschikt (zie de op Psalm 9), en stond bij de Joden in zo hoge achting, dat wij in den Talmud vinden: ieder, die dezen Psalm dagelijks driemalen opzegt, kan er zeker van zijn, dat hij een kind der toekomstige wereld is. In den catechismus van Luther vormen vs. 15 en 16 het begin van het benedictie, of de zegenbede voor het middagmaal.
I. Vs. 1 KruisverwijzingenPsalmen 30:1→Psalmen 44:4→Psalmen 113:1→Psalmen 45:6→Jesaja 33:22→Psalmen 95:3→Psalmen 149:2→Psalmen 103:1→
— Een lofzang van David. Aleph. O mijn God, Gij Koning! ik zal U verhogen, en Uw Naam loven in eeuwigheid en altoos.
en 2. De heilige zanger verbindt zich om altijd en onophoudelijk tot in alle eeuwigheid God te loven.
Aleph. O mijn God, Gij Koning (Psalm 143: 10; 98: 6; 5: 3; 84: 4 U verhogen (Psalm 34: 2,4),en Uwen naam loven, zegenen in eeuwigheid en altoos.
Het kan wel een lied zijn uit Davids ouderdom, de rijke en schone vrucht van zijne levenservaringen, waarin de Heere Zich zo overvloedig bewezen had in de grootheid van al Zijne deugden en volmaaktheden. Wij zien hier in David vervuld, wat de dichter van Psalm 92: 15 en 16 getuigt: In den grijzen ouderdom zullen zij nog vruchten dragen, zij zullen vet en groen zijn om te verkondigen, dat de Heere recht is; Hij is mijn Rotssteen, en in Hem is geen onrecht.
Beth. Te alle dage, hetzij het dagen van geluk of van droefheid zijn, die Gij over mij beschikt (Psalm 68: 20),zal ik U loven, zegenen en Uwen naam prijzen, verhogen in eeuwigheid en altoos (Psalm 69: 31). David gevoelt zich gelukkig, dat hij den titel: “Gij Koning” niet alleen horen, maar dien ook zelf gebruiken mag; hij zou wanhopig worden, wanneer dat niet zo ware.
Is de dichter zelf een koning, zo heeft deze benaming Gods ene des te geredere aanleiding en te rijkere betekenis; maar ook in den mond van ieder ander is zij vol betekenis. Wie God zo noemt, erkent Hem hulde gevende en zich zelven onderwerpende, Zijne grootheid, en juist dit erkennen van Hem, die ook buiten dat de Hoogverhevene is, wordt een “verhogen” genoemd. Hoe kan een sterfelijk dichter het voornemen uitspreken, om Gods naam eeuwig te prijzen? Zowel oude Christelijke als Joodse uitleggers antwoordden: “zowel in deze als in de toekomende wereld; “, maar van het toekomstige leven hebben de Psalmisten nog geen duidelijk begrip, en het is hun verschrikkelijk, dat met het graf Gods lof een einde neemt (Psalm 6: 6). Desnietemin is de uitspraak van den dichter zo tot in het oneindige bedoeld, gelijk zij klinkt. Terwijl hij het loven van God als zijne hoogste behoefte kan noemen, heeft hij ten volle recht van wege deze overgave aan den onsterfelijken, eeuwig levenden Koning zijne eigene sterfelijkheid te vergeten. Zich vol aanbidding aan den Eeuwige hechtende, moet hij zich zelven als eeuwig voorkomen, en wanneer er een werkelijk bewijs is voor een leven na den dood, zo is het juist deze door God zelven gewerkte drang der ziel tot het loven van God, die haar oorsprong is, welke het edelste genot verschaft.
3.
II. Vs. 3-13.KruisverwijzingenNumeri 14:18→Job 5:9→Psalmen 86:5→Job 9:10→Jesaja 38:19→Daniël 3:28→Psalmen 86:15→Psalmen 139:6→
— Gimel. De HEERE is groot en zeer te prijzen, en Zijn grootheid is ondoorgrondelijk. Daleth. Geslacht aan geslacht zal Uw werken roemen; en zij zullen Uw mogendheden verkondigen. He. Ik zal uitspreken de heerlijkheid der eer Uwer majesteit, en Uw wonderlijke daden. Vau. En zij zullen vermelden de kracht Uwer vreselijke daden; en Uw grootheid, die zal ik vertellen. Zain. Zij zullen de gedachtenis der grootheid Uwer goedheid overvloediglijk uitstorten, en zij zullen Uw gerechtigheid met gejuich verkondigen. Cheth. Genadig en barmhartig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid. Teth. De HEERE is aan allen goed, en Zijn barmhartigheden zijn over al Zijn werken. Jod. Al Uw werken, HEERE, zullen U loven, en Uw gunstgenoten zullen U zegenen. Caph. Zij zullen de heerlijkheid Uws Koninkrijks vermelden, en Uw mogendheid zullen zij uitspreken. Lamed. Om de mensenkinderen bekend te maken Zijn mogendheden, en de eer der heerlijkheid Zijns Koninkrijks.
Wat den Psalmist tot zulk een aanhoudend en eeuwigdurend loven dringt is aan de ene zijde de ondoorgrondelijke grootheid van God, die Zich openbaart in heerlijke bewijzen van macht en wonderen Zijner grootheid, die voor alle mensengeslachten gedenkwaardig en boven alles prijzenswaardig is (vs. 3-7), aan de andere zijde Zijne goedheid, die even zo heerlijk en alles omvattend is als Zijn koningschap (vs. 8-13).
Gimel. a) De HEERE is groot en zeer te prijzen (Psalm 96: 4), en b) Zijne grootheid is ondoorgrondelijk 1), zo onpeilbaar diep, dat niemand den grond bereiken kan (Job. 11: 7 vv.; (Jes. 40: 28).
(Psalm 18: 4; 150: 2. b) Job 5: 9.
David ziet geen einde aan de hoogheid en de grootheid Gods. Groot is God, wat Zijne macht en heerlijkheid aangaat. Groot is Hij, wat al Zijne deugden betreft. En daarom zegt hij, dat zij is ondoorgrondelijk, onpeilbaar diep, onmeetbaar hoog.
Daleth. Hij heeft Zich echter aan mij geopenbaard en openbaart zich nog steeds meer, en nu is datgene, wat Gij ons bekend maakt, o Heere! ene onuitputtelijke bron van lof voor alle tijden en geslachten. a) Geslacht aan geslacht zal Uwe werken roemen, en zij zullen Uwe mogendheden, Uwe grote daden, de daden Uwer Almacht verkondigen 1) (Psalm 19: 3).
Deuteronomium 4: 9,6,7.
Hier toont hij in het algemeen, dat alle stervelingen tot dat einde zijn geschapen en in het leven in stand worden gehouden, opdat zij met allen ijver den lof Gods zouden bezingen. Een stilzwijgende tegenstelling is er nog tussen den eeuwigdurenden Naam Gods en de onsterflijkheid van Zijn roem en dien, welk grote mannen zich schijnen te verzekeren door hun in het oog vallende daden. Want ofschoon door de historiebladen de menselijke deugden worden verheerlijkt, zo is er bij God toch een geheel andere reden, om de herinnering aan zijne daden dagelijks te vernieuwen, ja, om ze voor het tegenwoordige met vrucht te koesteren en in onze gemoederen krachtig levend te houden, opdat zij nooit vergeten worden.
He. Ik zal voor mijn persoon eveneens uitspreken de heerlijkheid der eer Uwer majesteit, in welke Gij als Koning schittert, en Uwe wonderlijke daden.
Van. En zij zullen, gelijk het hun betaamt, van geslacht tot geslacht, vermelden de kracht Uwer vreeslijke daden, en Uwe grootheid, die zal ik vertellen.
De mens is zwak, een geheel afhankelijk wezen. Hij kan geen steun vinden in zich zelven. De mens is een zondaar. De gemeenschap met God is verbroken, het geweten klaagt hem aan, spreekt hem van straffen, op de zonde bedreigd. En die mens, die zondaar, verkeert hier op deze aarde in een staat van altijddurende onzekerheid. Hij kan niet één uur vooruit zeggen hoe het zijn zal. Te midden van al die onzekerheid, heeft dan de mens wel behoefte aan een vast en onwankelbaar rustpunt, waarvan niets hem kan losrukken, een vasten grond der hope, die al de behoeften van zijn hart, dat dorst naar rust, bevredigt, en de vrees verbant. Hieraan heeft hij behoefte, dat er Een is, aan Wie hij zich onder alle omstandigheden, kan en mag vasthouden, die hem altijd en overal nabij is, altijd bereid en in staat hem te helpen en te sterken, van Wie hij zeker kan zijn, dat Hij het altijd wel met hem meent en het beste over hem en de zijnen beschikt; dat heet vertrouwen. Die Ene kan God alleen zijn, en het vertrouwen op Hem moet zalig maken, want Hij is voor allen, die hem kennen, ene zon en schild, de rotssteen voor hun hart, de bron des levens, hun alles voor tijd en eeuwigheid. Het is duidelijk, dat David tot hiertoe gewaagd heeft van de grootheid Gods, zoals die zich geopenbaard heeft in de vreeslijke daden Zijner mogendheden, in de grootheid van Zijne wijsheid, van Zijne heiligheid, van Zijne rechtvaardigheid, welke juist in die daden, die hij wonderlijk en vreeslijk noemt, ontdekt en verheerlijkt worden. Maar nu gaat hij voort, om ook de andere zijde van die grootheid te doen zien, om luide te verheffen Zijne goedheid en genade, zowel ten opzichte van al Zijne schepselen, als van de uitverkorenen.
Zain. a) Zij zullen de gedachtenis der grootheid Uwer goedheid overvloedig uitstorten, de roem van Uwe goedheid welle uit ieders hart, en zij zullen Uwe gerechtigheid met gejuich verkondigen.
Psalm 119: 171.
Cheth. Opdat echter ons oog niet worde verblind en ons hart niet verschrikt worde van wege de overweldigende majesteit van Hem, die Zijnen troon in de hemelen heeft gevestigd en over de gehele aarde heerst, toont Hij ons het zachte en goede oog van den alles-onderhoudenden Vader, die uit den zonnen-glans der onmeetbare hoogte op de duistere diepten der aarde neerziet en alles verheugt en verkwikt. a) Genadig en barmhartig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid.
Exodus 34: 6,7. Numeri 14: 18. Psalm 86: 15; 103: 8.
Theth. De HEERE is aan allen goed en Zijne barmhartigheden zijn over al Zijne werken 1), in alles; wat Hij doet en geeft, is het zichtbaar, dat God liefde is.
David vermeldt hier, dat God niet slechts Zijn Vaderlijk mededogen doet kennen aan de uitverkorenen, maar dat Hij zonder onderscheid goed is jegens allen, zodat Hij Zijn zon doet opgaan over goeden en bozen. (MATTHEUS. 5: 45). Ofschoon derhalve het verloren gaan der zondaren een wel gesloten schat is voor de verworpenen, zo verhindert hun slechtheid en goddeloosheid God niet, om ook op hen Zijne goedheid uit te storten, welke zij echter zonder gevoel er voor verteren. Ondertussen erkennen alle de gelovigen, wat zij van een toegenegen God genieten.
Jod. Al Uwe werken, HEERE! zullen U loven 1), reeds door hun aanzijn (Psalm 19: 2 vv.; 103: 22), enin ‘t bijzonder Uwe gunstgenoten, wie een oog is gegeven om U te zien en een mond om U te prijzen zullen U zegenen.
De Heere heeft den hemel en de aarde gemaakt, om Zichzelfs wille. En nu vermeldt hier David het grote doel, dat al zijne werken Gode zullen loven en prijzen. De lof Gods, dat God tot Zijne eer komt, is het einddoel van schepping en verlossing beide.
Caph. Zij zullen de heerlijkheid Uws koninkrijks (Psalm 103: 19) vermelden, en Uwe mogendheid, waardoor Gij Uw rijk in stand houdt en bestuurt, zullen zij uitspreken.
Lamed. Om des mensen kinderen, ook hun, wie Uw naam nog niet bekend is, bekend te maken Zijne mogendheden, en de eer der heerlijkheid Zijns koninkrijks zullen zijne gunstgenoten allerwegen vermelden.
Mem. Uw koninkrijk is een koninkrijk van alle eeuwen, en Uwe heerschappij is in alle geslacht en geslacht (Psalm 10: 16. Dan. 3: 33; 4: 31). Volgens de orde van het Hebreeuwse alfabet moest nu een vers volgen, dat in de grondtaal met ene Hun (zie Psalm 119: 105-112) begon; daar dit ontbreekt, heeft de Septuaginta dit zoeken aan te vullen: “Waarachtig is de Heere in Zijne woorden en heilig in al Zijne werken,” hetgeen overeenkomt met vs. 17; deze invoeging is echter niet slechts overbodig, maar zelfs storend voor den samenhang.
14.
III. Vs. 14-20.KruisverwijzingenPsalmen 34:18→Deuteronomium 4:7→Johannes 4:24→Jeremia 29:12→Jesaja 58:9→1 Johannes 3:20→Johannes 14:23→Jakobus 4:8→
— Samech. De HEERE ondersteunt allen, die vallen, en Hij richt op alle gebogenen. Ain. Aller ogen wachten op U; en Gij geeft hun hun spijs te zijner tijd. Pe. Gij doet Uw hand open, en verzadigt al wat er leeft, naar Uw welbehagen. Tsade. De HEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen, en goedertieren in al Zijn werken. Koph. De HEERE is nabij allen, die Hem aanroepen, allen, die Hem aanroepen in der waarheid. Resch. Hij doet het welbehagen dergenen, die Hem vrezen, en Hij hoort hun geroep, en verlost hen. Schin. De HEERE bewaart al degenen, die Hem liefhebben; maar Hij verdelgt alle goddelozen.
Tot dezen groten en algoeden God mogen zich alle behoeftigen wenden, en zij zullen nooit in hun vertrouwen beschaamd worden. Om nu Zijne trouw en goedheid te ervaren, komt het er op aan, dat men niet tot de goddelozen, maar tot de godvruchtigen behoort.
Samech. De HEERE ondersteunt allen, die vallen (Psalm 37: 17,24), ieder Zijner gunstgenoten redt Hij uit zijne ellende, en Hij richt op alle gebogenen 1), door hun verlossing te schenken (Psalm 146: 8). Hij houdt niet alleen vast die in gevaar zijn van neer te storten, onder hun vallen, maar Hij is het ook, die de reeds neergestorten nog weer kan oprichten.
David gaat in vs. 14 voort de heerlijkheid en ere van het eeuwige koninkrijk van zijn God en Koning te verkondigen. De Heere maakt de mogendheid Zijner goedertierenheid groot voor alle zwakken en hulpelozen, die daar bezwijken zullen. De Heere bewijst Zich zulk een God der hulpe, bijzonder aan Zijne gunstgenoten, aan die den Heere vrezen, gelijk er in Psalm 37: 17 staat. Welk ene troostrijke verzekering voor het volk, door druk gebogen, en dat in den strijd en het lijden geen ogenblik in zich zelven kan staande blijven, en als zij gevallen zijn, niet weer kunnen opstaan.
Ain. Aller ogen, zowel van de met verstand begaafde als van de verstandeloze wezens, wachten op U, den groten Huisvader en Verzorger van al wat leeft; en Gij geeft hun hun spijs te zijner tijd 1) (Psalm 104: 27; 136: 25).
Het gevoelen van sommigen, dat hier alleen van den mens gesproken wordt, deugt niet. Ongetwijfeld doelt de dichter hier op al het geschapene, zowel op den redelijken mens, als op het redeloze schepsel. De Heere God is degene, die niet alleen alles geschapen heeft, maar ook aan allen hun spijzen beschikt en wel ter zijner tijd, d.i. ter gelegener tijd, wanneer er behoefte aan is. Er gaat niets om, buiten het Voorzienig bestuur Gods. Van Zijn wil is alles afhankelijk en door Zijn wil wordt ook het onderhoud voortgebracht.
Pe. Gij doet, evenals iemand, die het gevogelte in zijnen hof voeder toewerpt, Uwe milde hand open en verzadigt al wat er leeft, naar Uw welbehagen 1), en Uw wil is Uwer schepselen zegen. Gij doet goed van den hemel, ons regen en vruchtbare tijden gevende, vervullende onze harten met spijs en vrolijkheid (Hand. 14: 17).
Tsade. De HEERE is rechtvaardig in al Zijne wegen, en goedertieren in al Zijne werken 1) (Deuteronomium 32: 4).
Wij treffen in vs. 17 dezelfde samenvoeging van ‘s Heren rechtvaardigheid en goedertierenheid aan als in vs. 7. ‘s Heren wegen en werken kenmerken zich dan ook door die beiden. Zien wij het niet altijd, schijnt ons Gods weg niet altijd recht en Zijn werk goedertieren; veel zullen wij na dezen verstaan, en hier namaals alles om te bekennen: Hij is een Rotssteen, Wiens werk volkomen is.
Koph. De HEERE is nabij allen, die Hem aanroepen, allen die Hem aanroepen in der waarheid; een waarachtig gebed wordt steeds door hem gehoord.
David stelt hier het gelovig gebed tegenover het prevelen met ijdele woorden niet alleen, maar ook tegenover het roepen van hen, die alleen naar den Heere vragen in tijden van benauwdheid. Want het in waarheid Hem aanroepen, sluit in de hartelijke, de hartgrondige begeerte om voor Hem te leven en Hem te dienen.
Resch. Hij doet het welbehagen dergenen, die Hem vrezen (Spreuken 10: 24) en Hij hoort hun geroep en verlost hen (Psalm 34: 16; 37: 40), uit al hun noden. Er staat niet: “Hij doet wat de godvrezende nodig hebben, ook niet: wat hun nuttig en heilzaam is, hoe waar en juist dit ook zij, maar Hij geeft hun den wens van hun eigen hart, omdat die bij een godvrezend en God liefhebbend hart met Zijnen wil ineenvloeit.
Elke dag heeft zijn kwaad, heeft hij ook zijn gebed?.
Schin. De HEERE bewaart al degenen, die Hem liefhebben, maar Hij verdelgt alle goddelozen. 21.
IV. Vs. 21.KruisverwijzingenPsalmen 71:8→Psalmen 150:6→Psalmen 51:15→Psalmen 145:1→Psalmen 30:12→Psalmen 145:5→Psalmen 103:22→Psalmen 67:3→
— Thau. Mijn mond zal den prijs des HEEREN uitspreken, en alle vlees zal Zijn heiligen Naam loven in der eeuwigheid en altoos.
Tenslotte keert de heilige zanger terug tot het begin van zijn lied, en roept hij alles wat op aarde mens heet, op, om God te loven; dat doel, waarnaar het rijk Gods streeft, wenst hij reeds tegenwoordig (Zach. 14: 9).
Thau. Mijn mond zal den prijs des HEREN uitspreken, en alle vlees, wie ook maar tot het menselijk geslacht behoort (Rom. 3: 20. Efeze. 6: 12), zal Zijnen heiligen naam loven in der eeuwigheid en altoos. Uw mond moet een levend orgel zijn om God te loven. Wee degenen, die hunnen mond opendoen om te vloeken, te spotten of tot ander zondig spreken. Met uwe stem kunt gij niet altijd zingen, maar uw leven kan en moet een onophoudelijk loven van God zijn. Opdat het laatste aan het eerste beantwoorde, roept hij hier andermaal uit, om Gods lof te verkondigen en vermaant hij allen, door zijn voorbeeld, tot dezelfden plicht. David zegt hier niet wat geschieden zou in de toekomst, maar wat behoorde te geschieden, alsof hij wil zeggen, dat alle stervelingen door de onmetelijke en onuitsprekelijke goedheid Gods geroepen waren, om God voortdurend en bestendig te prijzen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel