Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een psalmH4210 van DavidH1732. O HEEREH3068! hoorH8085 mijn gebedH8605, neig de orenH238 totH413 mijn smekingenH8469; verhoorH6030 mij naar Uw waarheidH530, naar Uw gerechtigheidH6666.
Een psalm van David. O HEERE! hoor mijn gebed, neig de oren tot mijn smekingen; verhoor mij naar Uw waarheid, naar Uw gerechtigheid.
KJV
[[A Psalm1
of David.]]2
Hear4
my prayer,5
O LORD,3
give ear6
to my supplications:8
in thy faithfulness9
answer10
me, and in thy righteousness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
En ga niet in het gerichtH4941 metH854 Uw knechtH5650; wantH3588 niemand, die leeftH2416, zal voor Uw aangezichtH6440 rechtvaardigH6663 zijn.
En ga niet in het gericht met Uw knecht; want niemand, die leeft, zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn.
KJV
And enter2
not into judgment3
with thy servant:5
for in thy sight9
shall no man living11
be justified.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
WantH3588 de vijandH341 vervolgtH7291 mijn zielH5315, hij vertreedtH1792 mijn levenH2416 ter aardeH776; hij legtH3427 mij in duisternissenH4285, als degenen, die over langH5769 doodH4191 zijn.
Want de vijand vervolgt mijn ziel, hij vertreedt mijn leven ter aarde; hij legt mij in duisternissen, als degenen, die over lang dood zijn.
KJV
For the enemy3
hath persecuted2
my soul;4
he hath smitten5
my life7
down
to the ground;6
he hath made me to dwell8
in darkness,9
as those that have been long11
dead.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Daarom wordt mijn geestH7307 overstelptH5848 in mij, mijn hartH3820 is verbaasdH8074 in het middenH8432 van mij.
Daarom wordt mijn geest overstelpt in mij, mijn hart is verbaasd in het midden van mij.
KJV
Therefore is my spirit3
overwhelmed1
within me; my heart6
within4
me is desolate.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Ik gedenkH2142 aan de dagenH3117 van oudsH6924; ik overlegH1897 alH3605 Uw dadenH6467; ik spreekH7878 bij mijzelven van de werkenH4639 Uwer handenH3027.
Ik gedenk aan de dagen van ouds; ik overleg al Uw daden; ik spreek bij mijzelven van de werken Uwer handen.
KJV
I remember1
the days2
of old;3
I meditate4
on all thy works;6
I muse9
on the work7
of thy hands.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Ik breidH6566 mijn handenH3027 uit totH413 U; mijn zielH5315 is voor U als een dorstigH5889 landH776. SelaH5542.
Ik breid mijn handen uit tot U; mijn ziel is voor U als een dorstig land. Sela.
KJV
I stretch forth1
my hands2
unto thee: my soul4
thirsteth after thee, as a thirsty6
land.5
Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
VerhoorH6030 mij haastelijkH4118, HEEREH3068! mijn geestH7307 bezwijktH3615; verbergH5641 Uw aangezichtH6440 nietH408 vanH4480 mij, want ik zou gelijk worden dengenen, die in den kuilH953 dalenH3381.
Verhoor mij haastelijk, HEERE! mijn geest bezwijkt; verberg Uw aangezicht niet van mij, want ik zou gelijk worden dengenen, die in den kuil dalen.
KJV
Hear2
me speedily,1
O LORD:3
my spirit5
faileth:4
hide7
not thy face8
from me, lest I be like10
unto them that go down12
into the pit.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Doe mij Uw goedertierenheidH2617 in den morgenstondH1242 horenH8085, wantH3588 ik betrouwH982 op U; maak mij bekendH3045 den wegH1870, dien ik te gaanH3212 heb, wantH3588 ik hefH5375 mijn zielH5315 totH413 U op.
Doe mij Uw goedertierenheid in den morgenstond horen, want ik betrouw op U; maak mij bekend den weg, dien ik te gaan heb, want ik hef mijn ziel tot U op.
KJV
Cause me to hear1
thy lovingkindness3
in the morning;2
for in thee do I trust:6
cause me to know7
the way8
wherein9
I should walk;10
for I lift up13
my soul
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
RedH5337 mij, HEEREH3068! van mijn vijandenH341; bij U schuil ik.
Red mij, HEERE! van mijn vijanden; bij U schuil ik.
Ook in dit vers
bijschuilH3680
KJV
Deliver1
me, O LORD,3
from mine enemies:2
I flee unto thee to hide
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
LeerH3925 mij Uw welbehagenH7522 doenH6213, wantH3588 GijH859 zijt mijn GodH430! Uw goedeH2896 GeestH7307 geleideH5148 mij in een effenH4334 landH776.
Leer mij Uw welbehagen doen, want Gij zijt mijn God! Uw goede Geest geleide mij in een effen land.
KJV
Teach1
me to do2
thy will;3
for thou art my God:
thy spirit7
is good;8
lead9
me into the land10
of uprightness.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
O HEEREH3068! maak mij levendH2421, omH4616 Uws NaamsH8034 wil; voerH3318 mijn zielH5315 uit de benauwdheidH6869, om Uw gerechtigheidH6666.
O HEERE! maak mij levend, om Uws Naams wil; voer mijn ziel uit de benauwdheid, om Uw gerechtigheid.
KJV
Quicken4
me, O LORD,3
for thy name's2
sake: for thy righteousness'5
sake bring6
my soul8
out of trouble.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
En roeiH6789 mijn vijandenH341 uit, om Uw goedertierenheidH2617, en brengH6 hen om, allenH3605, die mijn zielH5315 beangstigenH6887; wantH3588 ikH589 ben Uw knechtH5650.
En roei mijn vijanden uit, om Uw goedertierenheid, en breng hen om, allen, die mijn ziel beangstigen; want ik ben Uw knecht.
KJV
And of thy mercy1
cut off2
mine enemies,3
and destroy4
all them that afflict6
my soul:7
for I am thy servant.
psalm van David
Eenigen menen dat David dezen psalm gedicht heeft toen Absalom hem vervolgde; anderen, toen Saul hem najaagde.
Hertaald:
psalm van David
Sommigen menen dat David deze psalm gedicht heeft toen Absalom hem vervolgde, anderen dat het was toen Saul hem najoeg.
verhoor mij naar
Alsof hioj zeide: Dewijl mij geweld en ongelijk geschiedt van mijne vijanden, zo bid ik U, o Heere, dat Gij als een rechtvaardig rechter, zulks niet langer wilt laten geschieden.
Hertaald:
verhoor mij naar
Alsof hij zei: omdat mij door mijn vijanden geweld en onrecht aangedaan wordt, bid ik U, o Heere, dat U als een rechtvaardig Rechter dat niet langer wilt laten gebeuren.
naar uw gerechtigheid
Dat is, om uwer gerechtigheid wil. Zie Ps. 31:2 .
Hertaald:
naar uw gerechtigheid
Dat is: om Uw gerechtigheid. Zie Ps. 31:2.
ga niet in
Dat is, roep mij niet in het gericht, en handel met mij niet naar mijne verdiensten. Zie Job 22:4 .
Hertaald:
ga niet in
Dat is: roep mij niet in het gericht en handel niet met mij naar mijn verdiensten. Zie Job 22:4.
zal voor Uw
Te weten, door de werken der wet en zijnde in zichzelven als een zoon van Adam aangemerkt; zie Job 4:17 , en Job 9:2-3 , en Job 15:14 , en Job 25:4 ; zie de aantekening bij 1 Kon. 11:34 .
Hertaald:
zal voor Uw
Namelijk: door de werken van de wet en op zichzelf beschouwd als een zoon van Adam; zie Job 4:17, en Job 9:2-3, en Job 15:14, en Job 25:4; zie de aantekening bij 1 Kon. 11:34.
Want de
Deze woorden hangen aan het eerste vers van deze psalm. Zie vs.1.
Hertaald:
Want de
Deze woorden sluiten aan bij het eerste vers van deze psalm. Zie vers 1.
vijand vervolgt
Te weten, Saul met zijn aanhang.
Hertaald:
vijand vervolgt
Namelijk: Saul met zijn aanhang.
mijn ziel,
Dat is, mijn leven, of persoon, gelijk Ps. 6:4 .
Hertaald:
mijn ziel,
Dat is: mijn leven, of mijn persoon, zoals Ps. 6:4.
hij vertreedt
Dat is, hij tast mij zo hard aan dat ik nauwelijks leven in mij heb; of, hij zal mij en de mijnen haast vertreden, tenzij dat God ons uit zijne handen verlost.
Hertaald:
hij vertreedt
Dat is: hij valt mij zo hard aan dat er nauwelijks leven in mij is; of: hij zal mij en de mijnen spoedig vertreden, tenzij God ons uit zijn handen verlost.
mijn leven ter
Anders: mijn rot, mijn bende; dat is, allen die bij mij zijn. Zie Ps. 141:7 .
Hertaald:
mijn leven ter
Anders: mijn troep, mijn bende; dat is: allen die bij mij zijn. Zie Ps. 141:7.
hij legt mij
Dat is, hij maakt dat ik en degenen, die bij mij zijn, in duistere hoeken en gaten ons moeten verkruipen en verbergen. Want David had, met zijn krijgsvolk, zijn verblijf in een spelonk; Ps. 142:1 .
Hertaald:
hij legt mij
Dat is: hij maakt dat ik en wie bij mij zijn ons in donkere hoeken en holen moeten wegkruipen en verbergen. Want David verbleef met zijn krijgsvolk in een spelonk; Ps. 142:1.
als degenen,
Alsof hij zeide: Wij kruipen in holen en spelonken ie en onder de aarde, gelijk zijnde dengenen, die voorlang gestorven zijn en onder de aarde begraven liggen.
Hertaald:
als degenen,
Alsof hij zei: wij kruipen weg in holen en spelonken in en onder de aarde, en lijken zo op hen die allang gestorven zijn en onder de aarde begraven liggen.
overstelpt in mij,
De zin is: Mij overvallen zoveel baren van den tegenspoed, de ene voor, de andere na, dat ik schier daaronder bezwijm en blijf.
Hertaald:
overstelpt in mij,
De betekenis is: er overvallen mij zoveel golven van tegenspoed, de een na de ander, dat ik er bijna onder bezwijk.
verbaasd in het
Dit heet men gemeenlijk troosteloos. Anders: mijn hart ontzet zich zeer.
Hertaald:
verbaasd in het
Dat noemt men gewoonlijk troosteloos. Anders: mijn hart ontstelt zich zeer.
gedenk aan de
Alsof hij zeide: Wanneer ik mij in deze elllende en zwarigheid bevind, zo weet ik mij nergens beter mede te maken hoe Gij mij eertijds bijgestaan en verlost hebt. Het schijnt dat David hier voornamelijk ziet op dien tijd, toen hij, victorie bevochten hebbende over zijne vijanden, van het volk met juichen en vrolijkheid is ontvangen geweest; 1 Sam. 17, 18.
Hertaald:
gedenk aan de
Alsof hij zei: wanneer ik mij in deze ellende en moeite bevind, weet ik mij nergens beter mee te troosten dan met de gedachte hoe U mij vroeger bijgestaan en verlost hebt. Het lijkt erop dat David hier vooral ziet op de tijd waarin hij, na de overwinning op zijn vijanden, door het volk met gejuich en vreugde ontvangen werd; 1 Sam. 17 en 1 Sam. 18.
Uw daden;
Te weten, die Gij aan en door mij gedaan hebt.
Hertaald:
Uw daden;
Namelijk: die U aan en door mij gedaan hebt.
Ik breid mijn
Zie de aantekening bij Ps. 141:2 .
Hertaald:
Ik breid mijn
Zie de aantekening bij Ps. 141:2.
als een dorstig
Of, gelijk een dor land. Zie Ps. 63:2 . De rede zou aldus voller zijn: Gelijk een dorstig of dor land naar regen dorst, alzo dorst mijne ziel naar U; Ps. 42:2-3 .
Hertaald:
als een dorstig
Of: als een dor land. Zie Ps. 63:2. De zin zou voller zijn als er stond: zoals een dorstig of dor land naar regen dorst, zo dorst mijn ziel naar U; Ps. 42:2-3.
verberg Uw
Dat is, wijk niet van mij en verlaat mij niet.
Hertaald:
verberg Uw
Dat is: wijk niet van mij en verlaat mij niet.
dengenen,
Dat is, dengenen die haast sterven zullen Ps. 28:1 , en Ps. 88:5 .
Hertaald:
dengenen,
Dat is: hun die spoedig zullen sterven; Ps. 28:1, en Ps. 88:5.
Uw goedertierenheid
Dat is, die blijde boodschap, aangaande de goedertierenheid, die Gij mij bewijzen zult, doende Saul terugkeren en aflaten van mij dus vijandig te vervolgen.
Hertaald:
Uw goedertierenheid
Dat is: die blijde boodschap over de goedertierenheid die U mij bewijzen zult, door Saul te doen terugkeren en hem te doen ophouden mij zo vijandig te vervolgen.
in den morgenstond
Dat is, vroeg, haast, zonder lang uitstel.
Hertaald:
in den morgenstond
Dat is: vroeg, spoedig, zonder lang uitstel.
maak mij bekend
Dat is, leer mij wat ik doen zal om gevaar te ontgaan, waarin ik ben. Zie Ps. 142:4 . Of maak mij bekend den weg, dien ik moet ingaan om U te behagen.
Hertaald:
maak mij bekend
Dat is: leer mij wat ik doen moet om te ontkomen aan het gevaar waarin ik verkeer. Zie Ps. 142:4. Of: maak mij de weg bekend die ik moet gaan om U te behagen.
mijn ziel
Dat is, mijn gemoed.
Hertaald:
mijn ziel
Dat is: mijn gemoed.
tot U op
Als tot dien, welken ik houd voor mijn beschutter en noodhelper.
Hertaald:
tot U op
Als tot Degene Die ik houd voor mijn beschutter en mijn helper in nood.
bij U schuil ik
Te weten, onder de schaduw uwer vleugelen, gelijk de profeet spreekt Ps. 57:2 .
Hertaald:
bij U schuil ik
Namelijk: onder de schaduw van Uw vleugels, zoals de profeet spreekt in Ps. 57:2.
Uw welbehagen
Of, uwen wil, of uw welgevallen, of believen, gelijk Ps. 40:9 .
Hertaald:
Uw welbehagen
Of: Uw wil, of Uw welgevallen, of believen, zoals Ps. 40:9.
Gij zijt mijn
Dien ik wil en moet gehoorzamen.
Hertaald:
Gij zijt mijn
Die ik wil en moet gehoorzamen.
Uw goede Geest
Versta hier den Heilige Geest.
Hertaald:
Uw goede Geest
Versta hier de Heilige Geest.
in een effen land
Dat is, op een weg, dien ik vrijmoedig gaan mag, zonder hinder of aanstoot; waarbij verstaan wordt de weg der gerechtigheid, in de wet Gods voorgeschreven; of David verstaat hier door den weg, het middel dat hij mocht voornemen en gebruiken om onbeschadigd zijnen vijand te ontkomen.
Hertaald:
in een effen land
Dat is: op een weg die ik vrijmoedig mag gaan, zonder hindernis of aanstoot; daaronder wordt de weg van de gerechtigheid verstaan, die in Gods wet voorgeschreven is. Of David verstaat hier onder de weg het middel dat hij zou mogen kiezen en gebruiken om ongeschonden aan zijn vijand te ontkomen.
maak
Of, behoud mij in het leven.
Hertaald:
maak
Of: behoud mij in het leven.
mij levend,
Die schier dood ben. Zie vs.3, 7.
Hertaald:
mij levend,
Ik, die bijna dood ben. Zie vers 3 en 7.
om Uws Naams
Dat is, opdat ik uwen naam roeme en prijze, Ps. 142:8 .
Hertaald:
om Uws Naams
Dat is: opdat ik Uw Naam zal roemen en prijzen, Ps. 142:8.
mijn ziel uit
Dat is, mijn leven, mijn persoon.
Hertaald:
mijn ziel uit
Dat is: mijn leven, mijn persoon.
roei mijn vijanden uit . . . breng hen om
Hier ziet de profeet op de belofte, die God Abraham en zijnen zade gedaan heeft, Gen. 12:3 .
Hertaald:
roei mijn vijanden uit . . . breng hen om
Hier ziet de profeet op de belofte die God aan Abraham en zijn nageslacht gedaan heeft, Gen. 12:3.
want ik ben Uw
Dat is, ik dien U met vleit, achtervolgens de bevelen uwer wet.
Hertaald:
want ik ben Uw
Dat is: ik dien U met ijver, overeenkomstig de geboden van Uw wet. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "O HEERE! hoor mijn gebed, neig de oren tot mijn smekingen; verhoor mij naar Uw waarheid, naar Uw gerechtigheid" (Ps. 143:1). En dan meteen de bede die het gebed begrenst: "En ga niet in het gericht met Uw knecht; want niemand, die leeft, zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn" (Ps. 143:2). Wat volgt is de nood: de vijand vertreedt zijn leven ter aarde en legt hem in duisternissen (Ps. 143:3). Zijn geest wordt overstelpt (Ps. 143:4). Dan zoekt hij houvast in het verleden: "Ik gedenk aan de dagen van ouds; ik overleg al Uw daden" (Ps. 143:5). En het beeld van zijn ziel: "mijn ziel is voor U als een dorstig land" (Ps. 143:6). Daarna volgen de beden: "Doe mij Uw goedertierenheid in den morgenstond horen" (Ps. 143:8), "Leer mij Uw welbehagen doen" (Ps. 143:10), en: "maak mij levend, om Uws Naams wil" (Ps. 143:11). Bijbelse betekenis: Ps. 143:2 is een van de duidelijkste plaatsen in het Oude Testament over de rechtvaardiging. David vraagt om verhoring naar Gods gerechtigheid en vraagt in dezelfde adem om níet naar het recht behandeld te worden; hij weet dat niemand die leeft voor God kan bestaan. Merk op waar hij zijn houvast zoekt wanneer zijn geest bezwijkt (Ps. 143:5). Niet in zijn gevoel maar in de dagen van ouds; het geheugen draagt hier het geloof. Let ten slotte op de beden aan het slot. Zij vragen niet in de eerste plaats om verlossing uit de nood maar om onderwijs en om leven, en telkens staat erbij: om Uws Naams wil. Wie deze psalm nodig heeft, mag haar bidden zoals zij er staat, en doet er goed aan het niet alleen te dragen. Typologie: Paulus haalt Ps. 143:2 aan als bewijs dat niemand door het houden van de wet voor God kan bestaan: "Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem" (Rom. 3:20), en hij herhaalt het in Gal. 2:16. Ps. 143:1-12; Rom. 3:20; Gal. 2:16 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Bij u schuil ik. Ps. 143:9 Welk een zegen is het voor ons allen, dat David volstrekt geen onbeproefd man was! Wij allen zijn door zijn smartelijke ervaring… 7 Verhoor mij haastelijk, HEERE! mijn geest bezwijkt; verberg Uw aangezicht niet van mij, want ik zou gelijk worden dengenen, die in den kuil dalen. 8 Doe mij Uw… 1 Een psalm van David. O HEERE! hoor mijn gebed, neig de oren tot mijn smekingen; verhoor mij naar Uw waarheid, naar Uw gerechtigheid. 2 En ga niet in… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 143
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Ps. 143:9 - Schuilen bij God
Psalm 143:7-12
Psalm 143:1-6


Psalmen 143
Psalmen 143:1.KruisverwijzingenPsalmen 71:2→1 Johannes 1:9→Psalmen 140:6→Psalmen 31:1→Psalmen 89:1→Daniël 9:16→2 Samuël 7:25→
— Een psalm van David. O HEERE! hoor mijn gebed, neig de oren tot mijn smekingen; verhoor mij naar Uw waarheid, naar Uw gerechtigheid.
Het is een theorie van sommige mensen met een twijfelzieke geest dat het enige nut van het gebed het goed is dat het óns doet. Dat was Davids theorie niet. Hier smeekt hij driemaal gehoord en verhoord te worden. O, houden zij ons voor zulke dwazen dat wij door een sleutelgat zouden blijven spreken zonder dat er iemand is om ons te horen?
Psalmen 143:2.KruisverwijzingenPrediker 7:20→Job 25:4→Psalmen 130:3→Romeinen 3:20→Job 14:3→Job 15:14→Galaten 2:16→Job 4:17→
— En ga niet in het gericht met Uw knecht; want niemand, die leeft, zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn.
“Uw knecht ben ik. Ik ben niet een van de goddelozen die U richten en wegwerpen zult; maar toch, ook al ben ik Uw knecht: ga niet in het gericht met mij. Ik weet dat U mij nu niet als een opstandeling zult richten en verdoemen, want U hebt mijn zonde weggedaan; maar ook als Uw knecht vrees ik Uw kastijdende roede.”
Ik heb sommigen gehoord die menen dat zij wél zouden bestaan. Zij hebben gezegd dat wortel en tak van de zonde in hen uitgeroeid zijn en dat zij volkomen goed in de vreze van God wandelen; maar dan moeten de tijden wonderlijk veranderd zijn. Ach, ik denk dat zij niet veranderd zijn en dat zij zich vergissen — want nog altijd geldt: “niemand, die leeft, zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn”.
Psalmen 143:3-4.KruisverwijzingenPsalmen 142:3→Psalmen 77:3→Psalmen 88:4→2 Samuël 2:22→Klaagliederen 3:6→2 Samuël 18:11→Psalmen 35:4→Psalmen 31:12→
— Want de vijand vervolgt mijn ziel, hij vertreedt mijn leven ter aarde; hij legt mij in duisternissen, als degenen, die over lang dood zijn. Daarom wordt mijn geest overstelpt in mij, mijn hart is verbaasd in het midden van mij.
Kinderen van God, verwacht niet altijd gelukkig te zijn, of u zult teleurgesteld worden. U zult meer moeiten hebben dan wie ook. Reken erop dat de tegenspoed een van de verbondsbeloften is. “In de wereld zult gij verdrukking hebben” is het eigen woord van uw Meester tot u, en u moet niet verwachten dat het anders zal zijn.
Psalmen 143:5-6.KruisverwijzingenPsalmen 63:1→Psalmen 77:5→Psalmen 88:9→Job 11:13→1 Samuël 17:34→Micha 6:5→Psalmen 77:10→1 Samuël 17:45→
— Ik gedenk aan de dagen van ouds; ik overleg al Uw daden; ik spreek bij mijzelven van de werken Uwer handen. Ik breid mijn handen uit tot U; mijn ziel is voor U als een dorstig land. Sela.
Zoals een kind zijn hand naar zijn moeder uitstrekt, zo strekte hij zijn handen uit tot zijn God. Zoals een dorstig land splijt en droog wordt en tot stof vergaat in zijn verlangen naar regen, zo dorstte heel zijn wezen naar zijn God.
Een van de dingen die Gods volk gewoonlijk doet wanneer het in diepe moeite is, is terugzien op wat het vroeger ondervonden heeft. En toch: in Davids dag van benauwdheid, toen hij zijn vroegere ondervindingen overdacht had, stelde dat hem niet tevreden. Zijn ziel scheen zo te gapen van een sterk verlangen naar de levende God.
Psalmen 143:7.KruisverwijzingenPsalmen 69:17→Psalmen 27:9→Psalmen 28:1→Lukas 21:26→Psalmen 70:5→Jesaja 38:18→Psalmen 84:2→Psalmen 69:3→
— Verhoor mij haastelijk, HEERE! mijn geest bezwijkt; verberg Uw aangezicht niet van mij, want ik zou gelijk worden dengenen, die in den kuil dalen.
“Opdat ik niet bezwijm, opdat ik niet sterf, opdat mijn hoop niet geheel vergaat. Kom, HEERE; kom, HEERE, en verlos mij.”
Psalmen 143:8.KruisverwijzingenPsalmen 25:4→Psalmen 46:5→Jesaja 48:17→Jesaja 30:21→Psalmen 32:8→Psalmen 25:1→Psalmen 27:11→Psalmen 86:4→
— Doe mij Uw goedertierenheid in den morgenstond horen, want ik betrouw op U; maak mij bekend den weg, dien ik te gaan heb, want ik hef mijn ziel tot U op.
Zeer zwaar, maar ik hef haar op. Met al mijn macht, alsof het een dood gewicht was, tracht ik haar uit haar twijfel en uit haar droefheid op te heffen.
Psalmen 143:9-10.KruisverwijzingenPsalmen 25:4→Nehemia 9:20→Psalmen 119:12→Hebreeën 13:21→Psalmen 23:3→Romeinen 5:5→Johannes 14:26→Psalmen 139:24→
— Red mij, HEERE! van mijn vijanden; bij U schuil ik. Leer mij Uw welbehagen doen, want Gij zijt mijn God! Uw goede Geest geleide mij in een effen land.
Of: leid mij op een recht pad. Zo wordt het door de beste kenners weergegeven.
Psalmen 143:11-12.KruisverwijzingenPsalmen 116:16→Psalmen 54:5→Psalmen 31:1→Psalmen 119:25→Psalmen 71:2→1 Samuël 24:12→1 Samuël 25:29→Psalmen 52:5→
— O HEERE! maak mij levend, om Uws Naams wil; voer mijn ziel uit de benauwdheid, om Uw gerechtigheid. En roei mijn vijanden uit, om Uw goedertierenheid, en breng hen om, allen, die mijn ziel beangstigen; want ik ben Uw knecht.
Hij gevoelde alsof hij sterven zou, en daarom zegt hij: maak mij levend, geef mij nieuw leven. Tot wie zouden wij om leven gaan dan tot de levende God? En wie kan het ons meedelen dan diezelfde God die ons eerst heeft doen leven om Zijns Naams wil?
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Een Psalm van David (Psalm 3: 1), weer, even als Psalm 141, uit den tijd van Absaloms opstand (2 Samuel 15: 6 ). De Psalm is bijna geheel samengesteld uit uitroepen van klacht, gebed en hoop, die reeds in vroegere Psalmen van David zijn uitgesproken en diep in de harten ingang hadden gevonden. Deze heldere beekjes worden van alle zijden in de bedding van dezen rustig vloeienden Psalm geleid, die in de volgende tijden, als Davids rijk in nood was, aan vermoeide zielen verkwikking moest aanbrengen.
De Psalmen uit den tijd van Absaloms opstand, onderscheiden zich van die uit den tijd, toen Saul vervolgde, door den diepen weemoed, tot welken de droefheid van den onttroonde met het berouw van den schuldige zich verenigt: om die reden heeft de kerk Psalm 143 tot den laatsten van hare 7 boetpsalmen (Psalm 6: 11 ) gekozen.
Vs. 1-6. Na ene voorlopige bede om verhoring van zijn gebed (vs. 1 en 2) stelt David zijn uiten inwendigen nood voor (vs. 3-6). O HEERE! hoor mijn gebed (Psalm 5: 2; 39: 13; 54: 4)! neig de oren tot mijne smekingen; verhoor mij naar Uwe waarheid, Uwe getrouwheid, in welke Gij Uwe toezeggingen vervult, naar Uwe gerechtigheid.
David beroept zich hier niet op Gods rechterlijke gerechtigheid, buiten den Messias, met Wie niemand, die leeft, bestaan kan, maar op de gerechtigheid des Heren, zoals Hij die in Zijn Verbond heeft geopenbaard en aan zijn volk bewijst. Die gerechtigheid gaat in de heilsorder Gods tot zaligheid van zondaren samen met Zijne goedheid en genade.
Calvijn tekent aan: Onder gerechtigheid hebben wij niet te verstaan, verdienste en loon, zoals sommige onwetenden voorslaan, maar onder gerechtigheid is te verstaan, de goedheid, waardoor Hij geleid wordt, om de Zijnen te beschermen. David klemt zich hier aan de waarheid en de gerechtigheid, verbindt waarheid en gerechtigheid op het nauwste te zamen dewijl hij weet, dat God is de getrouwe vervuller Zijner beloften, die immer voor Zijn volk een God is, die in rechtvaardige en rechtvaardigende genade op hen ter neer ziet.
Een Psalm van David (Psalm 3: 1), weer, even als Psalm 141, uit den tijd van Absaloms opstand (2 Samuel 15: 6 ). De Psalm is bijna geheel samengesteld uit uitroepen van klacht, gebed en hoop, die reeds in vroegere Psalmen van David zijn uitgesproken en diep in de harten ingang hadden gevonden. Deze heldere beekjes worden van alle zijden in de bedding van dezen rustig vloeienden Psalm geleid, die in de volgende tijden, als David’s rijk in nood was, aan vermoeide zielen verkwikking moest aanbrengen.
De Psalmen uit den tijd van Absaloms opstand, onderscheiden zich van die uit den tijd, toen Saul vervolgde, door den diepen weemoed, tot welken de droefheid van den onttroonde met het berouw van den schuldige zich verenigt: om die reden heeft de kerk Psalm 143 tot den laatsten van hare 7 boetpsalmen (Psalm 6: 11 ) gekozen.
Vs. 1-6. Na ene voorlopige bede om verhoring van zijn gebed (vs. 1 en 2) stelt David zijn uiten inwendigen nood voor (vs. 3-6). O HEERE! hoor mijn gebed (Psalm 5: 2; 39: 13; 54: 4)! neig de oren tot mijne smekingen; verhoor mij naar Uwe waarheid, Uwe getrouwheid, in welke Gij Uwe toezeggingen vervult, naar Uwe gerechtigheid.
David beroept zich hier niet op Gods rechterlijke gerechtigheid, buiten den Messias, met Wie niemand, die leeft, bestaan kan, maar op de gerechtigheid des Heren, zoals Hij die in Zijn Verbond heeft geopenbaard en aan zijn volk bewijst. Die gerechtigheid gaat in de heilsorder Gods tot zaligheid van zondaren samen met Zijne goedheid en genade.
Calvijn tekent aan: Onder gerechtigheid hebben wij niet te verstaan, verdienste en loon, zoals sommige onwetenden voorslaan, maar onder gerechtigheid is te verstaan, de goedheid, waardoor Hij geleid wordt, om de Zijnen te beschermen. David klemt zich hier aan de waarheid en de gerechtigheid, verbindt waarheid en gerechtigheid op het nauwste te zamen dewijl hij weet, dat God is de getrouwe vervuller Zijner beloften, die immer voor Zijn volk een God is, die in rechtvaardige en rechtvaardigende genade op hen ter neer ziet.
En ga niet in het gericht met Uwen knecht, want niemand, die leeft, zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn (Psalm 51: 7. Spreuken 20: 9. Job 8: 2; 14: 4; 15: 14. 3: 4). Gaat God met ons in ‘t gericht, zo zijn wij verloren; maar komen wij tot belijdenis, zo zijn wij gered.
Gods “waarheid” roept de dichter (vs. 1) vóór al het overige in, omdat hij bovenal op Zijne genadige belofte steunt. Zijne “gerechtigheid,” omdat Hij Zijnen knecht onmogelijk kan behandelen als Zijnen vijand, omdat hij trots alle zwakheid niet loochenen kan, dat hij Hem waarlijk gediend heeft. Die laatste voorden van vs. 1 zouden den schijn kunnen hebben van eigengerechtigheid, alsof David niet enkel op genade steunde. Van daar deze heerlijke verklaring hier ingevoegd, die ten alle tijde in de gebeden der Christenen als een grondtoon heeft uitgemaakt. De bede vraagt, dat God Zijnen knecht niet voor Zijn eigen gericht moge trekken, of wat hetzelfde zegt, dat Hij hem niet late verbrijzelen door de straffen van Zijn gericht, dat Hij hem niet behandele naar strikt recht, omdat hij in zodanig geval niet zou kunnen bestaan.
Deze Uwe zonden vergevende genade heb ik in mijnen tegenwoordigen toestand ten zeerste nodig, want de vijand vervolgt mijne ziel; hij vertreedt mijn leven ter aarde; hij legt mij in duisternissen, als degenen, die over lang dood zijn 1) (Psalm 7: 6; 88: 5 vv. Klaagt. 3:
; ik ben gejaagd in de duistere holen der woestijn, men verbant mij uit de harten der mijnen even alsof ik dood ware; ik ben als het ware levend begraven.
Daarom wordt mijn geest overstelpt in mij (Psalm 61: 3; 142: 4), mijn hart is verbaasd in het midden van mij (Dan. 8: 27); ik ben geheel verbijsterd en buiten raad door al de ontzettende tijdingen, die tot mij komen.
Ik gedenk aan de dagen van ouds, toen Gij U zelven betoonde aan mijne zijde te zijn; (Psalm 77: 6) ik overleg al uwe daden, die Gij ten mijnen zegen verrichtte; ik spreek bij mij zelven van de werken Uwer handen, waardoor Gij U zo grotelijks aan mij verheerlijkte (Psalm 92: 5; 77: 12 vv.), en juist daarom drukt mij dit tegenovergestelde te zwaarder op het hart.
Ik breide in zulk een nood mijner ziel mijne handen uit tot U, om U te bewegen, dat Gij U weer over mij ontfermt; mijne ziel is voor U als een dorstig land (Psalm 63: 2). Sela (Psalm 3: 3 ). Lijden en smarten maken dorstig, en nood leert bidden, maar alleen daar, waar de mens door het geloof reeds zijn hart heeft gekeerd tot Hem, uit wie hij zijn oorsprong heeft: een Saul zoekt in den nood het zwaard, een Judas den strop-een David den God des heils!. 7.
II. Vs. 7-12.KruisverwijzingenPsalmen 25:4→Psalmen 46:5→Jesaja 48:17→Psalmen 69:17→Jesaja 30:21→Psalmen 32:8→Psalmen 25:1→Psalmen 27:11→
— Verhoor mij haastelijk, HEERE! mijn geest bezwijkt; verberg Uw aangezicht niet van mij, want ik zou gelijk worden dengenen, die in den kuil dalen. Doe mij Uw goedertierenheid in den morgenstond horen, want ik betrouw op U; maak mij bekend den weg, dien ik te gaan heb, want ik hef mijn ziel tot U op. Red mij, HEERE! van mijn vijanden; bij U schuil ik. Leer mij Uw welbehagen doen, want Gij zijt mijn God! Uw goede Geest geleide mij in een effen land. O HEERE! maak mij levend, om Uws Naams wil; voer mijn ziel uit de benauwdheid, om Uw gerechtigheid. En roei mijn vijanden uit, om Uw goedertierenheid, en breng hen om, allen, die mijn ziel beangstigen; want ik ben Uw knecht.
Op de klacht over den nood, waarin hij verkeert, laat nu David in twee uitspraken, die met de beide uitspraken in de vorige afdeling overeenkomen, de bede volgen om redding uit zijnen in- en uitwendigen nood.
Verhoor mij haastelijk 1), HEERE! (Psalm 69: 18; 102: 3), mijn geest bezwijkt (Psalm 39:
; verberg Uw aangezicht niet van mij (Psalm 27: 9), onthoud mij niet langer de bewijzen, dat ik in Uwe gunst sta; want ik zou gelijk worden degenen, die in den kuil dalen (Psalm 28: 1; 88: 5).
Het was niet de haast van ‘t ongeloof, maar van sterk verlangen en van heilige liefde.
Doe mij Uwe goedertierenheid in den morgenstond 1) horen (Psalm 46: 6; 88: 14; 90: 14 46.5 88.13 90.14), laat mij bij het aanbreken van den dag vernemen, dat Gij mij hebt gered; want ik betrouw op U (Psalm 25: 2); maak mij bekend den weg, dien ik te gaan heb 2) (Psalm 25: 4), want ik hef mijne ziel tot U op (Psalm 25: 1; 86: 4).
Dit wordt doorgaans uitgelegd: “elke morgen,” “iedere dag,” of ook “vroegtijdig.” Doch indien men hier aan het eerste tijdperk van David’s vlucht moest denken, aan den nacht, dien hij in de woestijn ten westen van den Jordaan doorbracht, dan heeft dit woord ene bestemder beduidenis; met het aanbreken van den dag hoopte hij, dat het voornaamste gevaar voorbij zou zijn, en zo geschiedde het ook.
In dit vers vraagt hij wederom, dat God Zijne genade aan hem openbaren wil, met gunstig gevolg. Dat hij zegt, doe mij horen, schijnt wel een oneigenlijke spreekwijze te zijn, dewijl de goedheid Gods eerder gevoeld wordt, dan gehoord. Maar dewijl Gods weldaden te ontvangen, voor ons van weinig voordeel is, indien wij ze niet genieten met den smaak des geloofs, begint David terecht met het gehoor. Wij zien nu, dat goddeloze mensen ze zich toevoegen zonder gevoel voor Zijne goedheid, dewijl zij niet opmerkend zijn op het woord, noch het geloof hen voorlicht, hetwelk toont, dat God Vader is.
Red mij, HEERE! van mijne vijanden (Psalm 59: 2; 142: 7); bij U schuil ik 1) (Psalm 57: 2; 61: 5); bij U alleen zoek ik bescherming en redding.
David heeft den Heere leren kennen als den Rotssteen, Wiens werk volkomen is, en daarom neemt hij door het geloof de toevlucht tot Hem, wanneer Hij van den mens gans en al is afgebracht. Gelijk de duif alleen in Noach’s arke ruste vond voor het hol van haar voet, alzo vond David alleen rust voor zijn beangst gemoed in den God zijns heils.
Leer mij Uw welbehagen doen, want Gij zijt mijn God; Uw goede Geest (Nehemia 9: 20. Psalm 51: 14),geleide mij in een effen land, op ene effen baan (Psalm 27: 11; 139: 10,24). Leer mij mij betamelijk te gedragen in dezen donkeren proefweg; maar leer mij nu vooral, hoe ik in deze hachelijke omstandigheden moet te werk gaan, om voor mijne behoudenis te zorgen, en welke maatregelen ik moet nemen omtrent mijne vijanden. Niet alleen ben ik door verdriet en hartzeer verbijsterd en buiten raad, maar alle menselijke wijsheid schiet in dit geval te kort. Zal ik enen veldslag wagen tegen ene grote overmacht, tegen mijn eigen zoon, die mij vast van nabij op de hielen zit? of zal ik verder voort vluchten en het ganse land aan den ontaarden jongeling overlaten? of wat zal ik anders doen? God der wetenschappen! geef mij wijsheid en leer mij in dit geval Uw welbehagen doen; want Gij zijt mijn God, ik vertrouw op U, en Gij hebt mij als Uwen knecht de grootste beloften gedaan. Uw goede Geest, die altijd bereid is degene bij te staan, die Hem zoekt, geleide mij in een effen land, op den rechten weg, dien ik bewandelen moet, om op de beste wijze uit deze zorgelijke omstandigheden gered te worden; op zulk een, alwaar gene hoogten zijn, daar men over struikelen, noch diepten, in welke men vallen kan, daar ik veilig ben tegen alle listige en geweldige aanslagen van mijne vijanden.
Hij stelt meer belang in de betoningen van Gods genade in hem, dan in de betoningen van Gods weldadigheid jegens hem, en zo moeten wij zijn. Hij bidt, dat hij moge verlicht worden met de kennis van Gods wil, en dit is het eerste werk van den Geest. Soms zijn zij, die het meest in zorg zijn om recht te wandelen, het meest in twijfel en in donkerheid, welke de rechte is. Dat zij vrijmoedig tot den troon der genade komen en van God bidden hen door Zijn Woord en Geest en Voorzienigheid den weg te wijzen, en te bewaren voor afwijking. Een waar gelovige vraagt niet naar den weg, die het aangenaamst is om te bewandelen, maar naar den rechten weg, den weg in welken hij wandelen moet. Niet alleen begeert de Psalmist dat God hem aanwijze wat Zijn wil is, maar dat Hij lere dien te volbrengen. Het is de begeerte en het streven van alle Gods gelovige dienaren, om Zijn welbehagen te weten en te doen, en daarin volkomen te blijven. Indien wij in oprechtheid God voor onzen God nemen, mogen wij er op vertrouwen, dat Hij ons zal leren Zijnen wil te doen. Leid mij Heere, in het land van oprechtheid, in de gemeenschap der heiligen, in een volharden in heilig leven, dat zal leiden tot den hemel, het land van oprechtheid, waar heiligheid volmaakt zal zijn. Wij kunnen den weg niet vinden, die ons naar dat land voert, tenzij God ons dien wijze, noch in dien weg gaan, tenzij de Heere ons bij de hand neme en ons geleide. De zaak is: Uw Geest is goed en bekwaam om goed te maken. Laat Uw goede Geest mij geleiden. Zij die den Heere tot hunnen God hebben, hebben Zijnen Geest tot hun gids, het is hun kenteken en voorrecht, dat zij door den Geest geleid worden.
O HEERE! maak mij levend om Uws naams wil (Ps 25: 11; 138: 7), red mij uit dit dreigend doodsgevaar; voer mijne ziel uit de benauwdheid, om Uwe gerechtigheid (Psalm 31: 2; 34: 18; 142: 8). De meest begenadigden bevinden zich zelven dikwijls dof en doods en traag; daarom bidden zij God, dat Hij hen verkwikke en levendmake.
En roei mijne vijanden uit om Uwe goedertierenheid (Psalm 18: 41; 54: 7), en breng hen om, allen, die mijne ziel beangstigen,
want Ik ben Uw knecht, dien Gij onmogelijk aan de boosheid zijner vijanden kunt overgeven, zodat zij over hem zouden triomferen.
Psalm 86: 16; 116: 16. De vijanden van Gods volk zijn de vijanden des Heren. Maar vooral moeten wij zoeken het uitroeien van onze zonden, onze ergste vijanden, opdat wij meer ootmoedig God dienen. Deze bede is ene profetie van de eindelijke uitroeiing van alle onbekeerlijke vijanden van Jezus Christus en Zijn koninkrijk, die niet willen, dat Hij over hen Koning zij, en die Zijn volk bedroeven, in welk leed Hem wordt leed gedaan.
Wanneer alle Gods deugden worden vergeleken met een groten boom, dan is de wortel van dien het recht, de kroon de liefde, welke uit dien wortel bestendig voeding ontvangt. Gods waarheid en gerechtigheid is den zondaren een schrik, den boetvaardigen een troost, den vromen knechten een onderpand der zaligheid.
Als het eens mensen hart en zin is een dienaar van God te zijn en te blijven, zo zal God hem niet aan zich zelven overlaten, maar waar de Heere is, daar zal ook Zijn dienaar zijn. Gebeurt het al zeer dikwijls, dat de vrome Christen onschuldig in druk en bezwaar door zijne vijanden, die ook vijanden van God en godsdienst zijn gebracht wordt, en dat hij daaronder lijdt, dan is er bijna geen Psalm van David, welke hem zozeer tot onderwijs en leiding strekken kan gelijk deze, dewijl die ons toont, hoedanig het lijden van den vrome moet zijn, welke de hoofdzaak is, die hij in zulke omstandigheden begeren mag, waarmee deze begeerte evenwel moet gepaard gaan, door welke gedachten die mag gesterkt worden, in welk ene gemoedswerkzaamheid hij behoort te staan, en welk een verlangen en bede hem geoorloofd en noodzakelijk is.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel