Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een psalmH4210 van DavidH1732, voor den opperzangmeesterH5329.
Een psalm van David, voor den opperzangmeester.
KJV
[[To the chief Musician,1
A Psalm2
of David.]]3
Deliver
me, O LORD,
from the evil
man:
preserve
me from the violent
man;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
RedH2502 mij, HEEREH3068! van den kwadenH7451 mens; behoedH5341 mij voor den man alles geweldsH2555;
Red mij, HEERE! van den kwaden mens; behoed mij voor den man alles gewelds;
Ook in dit vers
mensH120
manH376
KJV
Which imagine
mischiefs4
in their heart;
continually
are they gathered together
for war.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
DieH834 veel kwaadsH7451 in het hartH3820 denkenH2803, allenH3605 dagH3117 samenkomenH1481 om te oorlogenH4421.
Die veel kwaads in het hart denken, allen dag samenkomen om te oorlogen.
KJV
They have sharpened
their tongues
like a serpent;
adders'
poison
is under their lips.
Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Zij scherpenH8150 hun tongH3956, als een slangH5175; heet addervergiftH5919 is onderH8478 hun lippenH8193. SelaH5542.
Zij scherpen hun tong, als een slang; heet addervergift is onder hun lippen. Sela.
KJV
Keep
me, O LORD,
from the hands
of the wicked;
preserve
me from the violent
man;
who have purposed
to overthrow
my goings.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Bewaar mij, HEEREH3068! van de handenH3027 des goddelozenH7563; behoedH5341 mij van den manH376 alles geweldsH2555; van hen, dieH834 mijn voetenH6471 denkenH2803 weg te stoten.
Bewaar mij, HEERE! van de handen des goddelozen; behoed mij van den man alles gewelds; van hen, die mijn voeten denken weg te stoten.
Ook in dit vers
weg stotenH1760
BewaarH8104
KJV
The proud
have hid
a snare
for me, and cords;
they have spread
a net
by the wayside;3
they have set
gins
for me. Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
De hovaardigenH1343 hebben mij een strik verborgenH2934, en koordenH2256; zij hebben een net uitgespreidH6566 aan de zijde des wegsH4570; valstrikkenH4170 hebben zij mij gezetH7896. SelaH5542.
De hovaardigen hebben mij een strik verborgen, en koorden; zij hebben een net uitgespreid aan de zijde des wegs; valstrikken hebben zij mij gezet. Sela.
Ook in dit vers
handenH3027
strikH6341
netH7568
KJV
I said
unto the LORD,
Thou art my God:
hear
the voice
of my supplications,
O LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Ik heb tot den HEEREH3068 gezegdH559: GijH859 zijt mijn GodH410; neem ter ore, o HEEREH3068! de stemH6963 mijner smekingenH8469.
Ik heb tot den HEERE gezegd: Gij zijt mijn God; neem ter ore, o HEERE! de stem mijner smekingen.
Ook in dit vers
neem oreH238
KJV
O GOD
the Lord,
the strength
of my salvation,
thou hast covered
my head
in the day
of battle.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
HEEREH3069, HeereH136, SterkteH5797 mijns heilsH3444! Gij hebt mijn hoofdH7218 bedektH5526 ten dageH3117 der wapeningH5402.
HEERE, Heere, Sterkte mijns heils! Gij hebt mijn hoofd bedekt ten dage der wapening.
KJV
Grant
not, O LORD,
the desires
of the wicked:
further
not his wicked device;
lest they exalt
themselves. Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
GeefH5414, HEEREH3068! de begeertenH3970 des goddelozenH7563 niet; bevorderH6329 zijn kwaad voornemenH2162 niet; zij zouden zich verheffenH7311. SelaH5542.
Geef, HEERE! de begeerten des goddelozen niet; bevorder zijn kwaad voornemen niet; zij zouden zich verheffen. Sela.
KJV
As for the head
of those that compass me about,
let the mischief
of their own lips
cover
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Aangaande het hoofdH7218 dergenen, die mij omringen, de overlastH5999 hunner lippenH8193 overdekkeH3680 hen.
Aangaande het hoofd dergenen, die mij omringen, de overlast hunner lippen overdekke hen.
KJV
Let burning coals
fall
upon them: let them be cast
into the fire;
into deep pits,
that they rise not up again.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Vurige kolen moeten opH5921 hen geschudH4131 worden; Hij doe hen vallenH5307 in het vuur, in diepe kuilenH4113, dat zij niet weder opstaanH6965.
Vurige kolen moeten op hen geschud worden; Hij doe hen vallen in het vuur, in diepe kuilen, dat zij niet weder opstaan.
Ook in dit vers
vuurH784
Vurige kolenH1513
KJV
Let not an evil speaker
be established
in the earth:
evil
shall hunt
the violent
man
to overthrow
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Een man van kwade tongH3956 zal op de aardeH776 niet bevestigdH3559 worden; een boos man des geweldsH2555, dien zal men jagenH6679, totdat hij geheel verdrevenH4073 is.
Een man van kwade tong zal op de aarde niet bevestigd worden; een boos man des gewelds, dien zal men jagen, totdat hij geheel verdreven is.
Ook in dit vers
manH376
manH376
boosH7451
KJV
I know
that the LORD
will maintain
the cause
of the afflicted,
and the right
of the poor.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Ik weetH3045, datH3588 de HEEREH3068 de rechtzaak des ellendigenH6041, en het recht der nooddruftigenH34 zal uitvoeren.
Ik weet, dat de HEERE de rechtzaak des ellendigen, en het recht der nooddruftigen zal uitvoeren.
Ook in dit vers
rechtzaakH1779
rechtH4941
uitvoerenH6213
KJV
Surely the righteous
shall give thanks
unto thy name:
the upright
shall dwell
in thy presence.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Gewisselijk, de rechtvaardigenH6662 zullen Uw NaamH8034 lovenH3034; de oprechtenH3477 zullen voor Uw aangezichtH6440 blijven.
Gewisselijk, de rechtvaardigen zullen Uw Naam loven; de oprechten zullen voor Uw aangezicht blijven.
voor den opperzangmeester
Zie Ps. 4:1 .
Hertaald:
voor den opperzangmeester
Zie Ps. 4:1.
van den kwaden
Eenigen verstaan hier door den kwaden mens Doëg, anderen Saul. Anderen stellen hier: de kwade mensen; te weten, die David vijandelijk vervolgden, gelijk vs.3.
Hertaald:
van den kwaden
Sommigen verstaan hier onder de kwade mens Doëg, anderen Saul. Weer anderen vertalen hier: de kwade mensen, namelijk die David vijandig vervolgden, zoals vers 3.
den man alles
Hebr. den man der gewelden. Zie 2 Sam. 22:49 .
Hertaald:
den man alles
Hebreeuws: de man van de gewelddaden. Zie 2 Sam. 22:49.
Die veel
De zin is: Die mij zoeken te onderdrukken, niet alleen met geweld, maar ook door listen en praktijken.
Hertaald:
Die veel
De betekenis is: die mij proberen te onderdrukken, niet alleen met geweld, maar ook met listen en streken.
kwaads in
Hebr. kwaden.
Hertaald:
kwaads in
Hebreeuws: kwaden.
scherpen hun
De natuurkundigen schrijven dat de slangen hare tongen scherpen als zij iemand menen te steken. Verg. Ps. 58:5 .
Hertaald:
scherpen hun
De natuurkundigen schrijven dat de slangen hun tong scherpen wanneer zij iemand willen steken. Vergelijk Ps. 58:5.
heet addervergift
Versta hier, zodanige adders, die haar vergif ver uitschieten kunnen.
Hertaald:
heet addervergift
Versta hier zulke adders die hun gif ver kunnen uitspuwen.
van den man
Zie boven vs.2.
Hertaald:
van den man
Zie hierboven vers 2.
mijn voeten
Of, mijne treden, of gangen; te weten, opdat ik zou vallen.
Hertaald:
mijn voeten
Of: mijn treden, of gangen; namelijk opdat ik zou vallen.
aan de zijde
Hebr. aan de hand van het spoor; dat is, van het pad; namelijk, hetwelk zij weten dat ik pleeg te gaan.
Hertaald:
aan de zijde
Hebreeuws: aan de hand van het spoor; dat is: van het pad, namelijk het pad waarvan zij weten dat ik daar gewoonlijk loop.
Sterkte mijns
Dat is, mijn sterk heil, mijn sterkte verlosser, die de macht heeft mij te helpen en te verlossen.
Hertaald:
Sterkte mijns
Dat is: mijn sterke heil, mijn sterke verlosser, Die de macht heeft mij te helpen en te verlossen.
Gij hebt mijn
Dat is, Gij hebt mij bewaard voor alle gevaren en zwarigheden, mijn hoofd als met een stormhoed of schild bedekkende.
Hertaald:
Gij hebt mijn
Dat is: U hebt mij bewaard voor alle gevaren en moeilijkheden, door mijn hoofd als met een stormhoed of schild te bedekken.
wapening
Dat is, des gevechts, of des strijds.
Hertaald:
wapening
Dat is: van het gevecht, of van de strijd.
Geef, HEERE
Dat is, geeft den goddeloze niet hetgeen hij begeert; te weten, dien goddeloze, die mij zoekt om te brengen.
Hertaald:
Geef, HEERE
Dat is: geef de goddeloze niet wat hij verlangt, namelijk die goddeloze die mij probeert om te brengen.
zij zouden zich
Dat is, zij zouden niet dan te trotser en moedwilliger worden, indien zij het al naar hunnen wens hadden. Verg. Deut. 32:27 .
Hertaald:
zij zouden zich
Dat is: zij zouden alleen maar trotser en moedwilliger worden als alles naar hun wens ging. Vergelijk Deut. 32:27.
het hoofd
Versta hier, een bozen man, die de voornaamste geweest is onder Davids vijanden, hetzij Saul of een ander. Anders: den hoofden; dat is, de voornaamsten en oversten onder de vijanden, in het getal van velen, gelijk vs.11; of den hoop. Verg. Job 1:17 . Anders: het vergif. Zie boven vs.4.
Hertaald:
het hoofd
Versta hier een boos man die de voornaamste onder Davids vijanden geweest is, hetzij Saul of iemand anders. Anders: de hoofden, dat is: de voornaamsten en oversten onder de vijanden, in het meervoud, zoals vers 11; of: de troep. Vergelijk Job 1:17. Anders: het vergif. Zie hierboven vers 4.
de overlast
Te weten, de overlast, of de moeite die het voorzeide hoofd, met degenen die mij omringen, mij met hun kwade tongen aandoen.
Hertaald:
de overlast
Namelijk: de overlast of de moeite die dat eerder genoemde hoofd, met hen die mij omringen, mij met hun kwade tongen aandoet.
Vurige kolen
Dat is, het vuur van den hemel, gelijk op Sodom en Gomorra, tot hun uitroeiing.
Hertaald:
Vurige kolen
Dat is: het vuur uit de hemel, zoals op Sodom en Gomorra, tot hun uitroeiing.
Hij doe hen
Te weten, God.
Hertaald:
Hij doe hen
Namelijk: God.
vuur,
Te weten, in het helse vuur.
Hertaald:
vuur,
Namelijk: in het helse vuur.
in diepe
Dat is, in zware pijnen en ellenden.
Hertaald:
in diepe
Dat is: in zware pijnen en ellenden.
Een man van
Dat is, een kwaadspreker of snapper, die zijne tong tot zijn wil heeft, die gebruikende en misbruikende naar zijn welgevallen. Alzo staat er Zie de aantekening bij Job 11:2 , een man der lippen. bij Ex. 4:10 , een man der woorden; bij Job 22:8 , een man der wapenen.
Hertaald:
Een man van
Dat is: een kwaadspreker of lasteraar, die zijn tong tot zijn beschikking heeft en die naar believen gebruikt en misbruikt. Zo staat er in Job 11:2 een man van de lippen — zie de aantekening daar —, in Ex. 4:10 een man van de woorden, en in Job 22:8 een man van de wapenen.
een boos man
Anders: een man des gewelds is boos.
Hertaald:
een boos man
Anders: een man van geweld is boos.
zal men jagen,
Dat is, hij zal eindelijk door zijn eigen boosheid en kwade daden in het verdriet callen, gelijk een wild dat gejaagd wordt, nadat hij hier en daar gelopen heeft, eindelijk ten verderve komt.
Hertaald:
zal men jagen,
Dat is: hij zal ten slotte door zijn eigen boosheid en kwade daden in het verderf vallen, zoals een opgejaagd wild dier na veel heen en weer lopen uiteindelijk omkomt.
totdat hij
Hebr. tot nederstotingen, of verdrijvingen.
Hertaald:
totdat hij
Hebreeuws: tot neerstotingen, of verdrijvingen.
zal uitvoeren
Hebr. zal ddoen; tw weten, hen verlossende uit de handen hunner tegenpartijders. Zie 1 Kon. 8:45 .
Hertaald:
zal uitvoeren
Hebreeuws: zal doen, namelijk door hen te verlossen uit de handen van hun tegenstanders. Zie 1 Kon. 8:45. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Gewisselijk, de rechtvaardigen zullen Uw Naam loven; de oprechten zullen voor Uw aangezicht blijven. Psalm 140:14 Het onderscheidende kenmerk van een christen is zijn vertrouwen in de liefde… 7 Ik heb tot den HEERE gezegd: Gij zijt mijn God; neem ter ore, o HEERE! de stem mijner smekingen. 8 HEERE, Heere, Sterkte mijns heils! Gij hebt mijn… 1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester. 2 Red mij, HEERE! van den kwaden mens; behoed mij voor den man alles gewelds; 3 Die veel kwaads in het hart… Gewisselijk, de rechtvaardigen zullen Uw Naam loven; de oprechten zullen voor Uw aangezicht blijven. Psalm 140: 14 Oh, dat mijn hart oprecht mocht zijn, zodat ik altijd de… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 140
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Verdiepende artikelen
Gouden ketenen
Psalm 140:7-14
Psalm 140:1-6
Dank Hem, voor Zijn aangezicht


Psalmen 140
Psalmen 140:2.KruisverwijzingenPsalmen 56:6→Psalmen 36:4→1 Samuël 24:11→1 Samuël 23:19→Psalmen 2:1→1 Samuël 26:1→Psalmen 38:12→Micha 2:1→
— Red mij, HEERE! van den kwaden mens; behoed mij voor den man alles gewelds;
Hij is goddeloos van hart en gewelddadig van aard. Wanneer wij zo’n tegenstander ontmoeten, hebben wij goede reden tot God te roepen: verlos mij, behoed mij. En toch: moeten wij vijanden hebben, dan hebben wij liever dat het slechte mensen zijn; wij wensen geen kind van God tegen ons te hebben.
Psalmen 140:3.KruisverwijzingenPsalmen 58:4→Psalmen 57:4→Mattheüs 12:34→Spreuken 12:18→Jakobus 3:6→Jesaja 59:13→Spreuken 23:32→2 Korinthe 11:3→
— Die veel kwaads in het hart denken, allen dag samenkomen om te oorlogen.
Het gaat een vredelievend mens zwaar, een mens van stille geest, wanneer hij belaagd wordt door wie het hart op onheil gezet hebben en die niet bij elkaar kunnen komen zonder samen te spannen om weer een nieuwe vorm van strijd voor te bereiden.
Psalmen 140:4.KruisverwijzingenPsalmen 71:4→Spreuken 18:5→Psalmen 17:8→Psalmen 36:11→Psalmen 55:1→Psalmen 37:32→Psalmen 17:5→
— Zij scherpen hun tong, als een slang; heet addervergift is onder hun lippen. Sela.
Voordat een slang toeslaat, is haar tong in snelle beweging. Ziet u ooit een cobra wanneer hij vertoornd is, dan bemerkt u dat zijn tong heen en weer schiet als ongeduldig om te steken; en de psalmist, hier over de tong van de goddeloze schrijvend, merkt op hoe snel die beweegt.
Psalmen 140:5-6.KruisverwijzingenPsalmen 35:7→Psalmen 142:3→Psalmen 16:2→Psalmen 57:6→Jeremia 18:22→Psalmen 142:5→Psalmen 31:14→Jeremia 18:18→
— Bewaar mij, HEERE! van de handen des goddelozen; behoed mij van den man alles gewelds; van hen, die mijn voeten denken weg te stoten. De hovaardigen hebben mij een strik verborgen, en koorden; zij hebben een net uitgespreid aan de zijde des wegs; valstrikken hebben zij mij gezet. Sela.
“Zij hebben hem gelegd waar ik hem niet zien kan; ik weet niet waar hij is en niet wat hij is, maar ik weet dat zij mij tot zulk een zonde willen leiden dat zij zich daarna tegen mij kunnen keren en mij erom kunnen aanklagen.”
Dichtbij waar ik loop, zodat ik gevangen word als ik ook maar een duim van de weg afwijk. Zij lijken mij te verzoeken in mijn gewone gang van het leven. Zoals mensen arme vogels in allerlei vallen trachten te verstrikken, zo zoeken de goddelozen soms het verderf van de rechtvaardigen door hun vele strikken te leggen.
Psalmen 140:7.KruisverwijzingenPsalmen 144:10→Psalmen 62:7→Psalmen 28:7→1 Samuël 17:45→Psalmen 18:1→Psalmen 89:26→Psalmen 95:1→Psalmen 62:2→
— Ik heb tot den HEERE gezegd: Gij zijt mijn God; neem ter ore, o HEERE! de stem mijner smekingen.
Ach, dat was het juiste om te doen: de goddelozen en hun vallen te laten en recht naar God te gaan. Ik zei tot de HEERE: U bent mijn God.
Psalmen 140:8.KruisverwijzingenDeuteronomium 32:27→2 Samuël 15:31→Psalmen 94:20→Psalmen 10:2→Job 5:12→Psalmen 27:12→
— HEERE, Heere, Sterkte mijns heils! Gij hebt mijn hoofd bedekt ten dage der wapening.
“Toen de pijlen dicht en snel vlogen en de strijdbijl met een machtige slag neerkwam, hebt U mijn hoofd bedekt ten dage van de strijd.” Deze psalm doet mij denken aan die plaats in het lied van Debora en Barak: “vertreed, o mijn ziel! de sterken”. Wat hebben wij ook al niet mogen doen door de kracht van God!
Psalmen 140:9.KruisverwijzingenPsalmen 7:16→Spreuken 18:7→Spreuken 12:13→Mattheüs 27:25→Psalmen 64:8→Spreuken 10:6→Psalmen 94:23→Esther 7:10→
— Geef, HEERE! de begeerten des goddelozen niet; bevorder zijn kwaad voornemen niet; zij zouden zich verheffen. Sela.
Als het leek dat Gods voorzienigheid hen tegen de rechtvaardigen hielp, dan zouden zij te hoogmoedig zijn om te verdragen; zij zouden hun hoofd hoog opheffen en zeggen: zie hoe God met ons is, hoe Hij ons onze wil laat doen.
Psalmen 140:10-11.KruisverwijzingenPsalmen 11:6→Psalmen 21:9→Psalmen 34:21→Mattheüs 13:50→Openbaring 16:8→Spreuken 28:10→Daniël 3:20→Psalmen 55:23→
— Aangaande het hoofd dergenen, die mij omringen, de overlast hunner lippen overdekke hen. Vurige kolen moeten op hen geschud worden; Hij doe hen vallen in het vuur, in diepe kuilen, dat zij niet weder opstaan.
Dit mag ook als een voorzegging in de toekomende tijd gelezen worden: het onheil van hun eigen lippen zál hen bedekken.
De psalmist had ongetwijfeld het beeld van Sodom voor ogen, waar brandende kolen op de schuldige steden vielen en waar mensen in het vuur struikelden en, toen zij trachtten te ontkomen, in de diepe leemputten vielen en omkwamen. En waarlijk, het is niet meer dan recht dat het onheil terugkeert op wie liegen en belasteren.
Psalmen 140:12.KruisverwijzingenPsalmen 9:4→1 Koningen 8:45→1 Koningen 8:49→Jesaja 11:4→Spreuken 23:10→Psalmen 102:17→Mattheüs 11:5→Psalmen 72:12→
— Een man van kwade tong zal op de aarde niet bevestigd worden; een boos man des gewelds, dien zal men jagen, totdat hij geheel verdreven is.
En zo zal het zijn: de man die glad van tong is en die vaardigheid gebruikt om de goede naam van godvruchtige mensen te verwoesten, zal nooit bevestigd worden. Zijn eigen honden zullen hem verslinden; hij was een jager tegen de rechtvaardigen, en zie, het kwaad van zijn eigen mond zal zich tegen hem keren om hem te verslinden.
Psalmen 140:13.KruisverwijzingenPsalmen 16:11→Psalmen 11:7→1 Thessalonicenzen 4:17→Psalmen 97:12→Openbaring 21:24→Johannes 17:24→Psalmen 32:11→Psalmen 23:6→
— Ik weet, dat de HEERE de rechtzaak des ellendigen, en het recht der nooddruftigen zal uitvoeren.
Wij mogen zulke zaken altijd aan de HEERE overlaten. God is de Uitvoerder voor de arme en de Voltrekker over de hoogmoedige. Hij zal zorgen voor de verdrukte en voor wie vertrapt worden.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Een Psalm van David, voor den opperzangmeester (Psalm 4: 1). Nadat David den zijnen, die aangevochten werden, de belofte voor ogen had gesteld en hun dus het rechte anker in de stormen van dezen tijd had aangewezen (Psalm 138), had hij, hen vermanende en vertroostende tevens, voor den alwetenden en alomtegenwoordigen God gevoerd (Psalm 139) Thans vestigt hij met hen nader het oog op de omstandigheden, waarin zij zich bevinden, het vreeslijk dreigend gevaar der vijanden en leert hem dit in het licht van God beschouwen.
De geschiedkundige aanleiding in Davids leven tot dezen Psalm is, gelijk bij 2 Samuel 20: 2 vv. is aangewezen, het oproer van Seba, den zoon van Bichri, uit den stam van Benjamin. Anderen brengen hem in verband met Doëg, den verrader, en de Ziffieten in den tijd van de vervolgingen door Saul (1 Samuel 22: 9 vv. 23: 19), hetgeen ons echter voorkomt minder met den inhoud van dit lied en zijne plaats, in den Psalmbundel overeen te stemmen.
I. Vs. 2-6.KruisverwijzingenPsalmen 71:4→Psalmen 56:6→Psalmen 58:4→Psalmen 35:7→Psalmen 36:4→Psalmen 57:4→Psalmen 142:3→Psalmen 16:2→
— Red mij, HEERE! van den kwaden mens; behoed mij voor den man alles gewelds; Die veel kwaads in het hart denken, allen dag samenkomen om te oorlogen. Zij scherpen hun tong, als een slang; heet addervergift is onder hun lippen. Sela. Bewaar mij, HEERE! van de handen des goddelozen; behoed mij van den man alles gewelds; van hen, die mijn voeten denken weg te stoten. De hovaardigen hebben mij een strik verborgen, en koorden; zij hebben een net uitgespreid aan de zijde des wegs; valstrikken hebben zij mij gezet. Sela.
Terwijl David de bede om redding aan zijne vijanden laat voorafgaan en hen aanstonds als goddeloze en geweldige mensen karakteriseert, schildert hij hen daarop in twee zinnen nog nader volgens hun handelingen en hun bedoelingen tegen hem.
Red mij, HEERE! van den kwaden mens (Psalm 43: 1); behoed mij voor den man alles gewelds (Psalm 18: 49), vol van geweld.
Die veel kwaads, boze dingen, in het hart denken, allen dag zamenkomen om te oorlogen
, hoe ze mij zullen verderven.
Of, Alle dagen vijandelijkheden aanstoken. David ziet zich bedreigd door mensen, die het verraad dienen, die valstrikken hem leggen, die er op uit zijn hem ten onder te brengen. Hij gevoelt zich zo eng, zo benepen in het harte. Zijn pad is met doornen bezaaid en van mensen heeft hij voor de toekomst niets anders dan onheil te wachten. Het is daarom, dat hij in dit uiterste der benauwdheid tot zijn God de toevlucht neemt en Hem om redding smeekt.
Zij scherpen hun tong, zodat die dodelijk steekt, als ene slang met hare spitse tong a); heet addervergift is onder hun lippen, dat zij dan ook rijkelijk uitspuwen (Rom. 3: 13). Sela (Psalm 3: 3 ).
Psalm 58: 5. De tong der slang is dun, spits en zeer beweeglijk; wanneer zij enen aanval voor heeft, schijnt zij de tong door ene snelle beweging te willen scherpen. Het vergif bevindt zich in ene klier, die onder en achter de ogen ligt. Wat bij den mens in het hart is, dat komt op tong en lippen en is op het punt om in daden over te gaan.
Bewaar mij, HEERE! van de handen des goddelozen, opdat zij niet kunnen volbrengen, wat zij voornemens zijn; behoed mij van den man alles gewelds, van hen, die mijne voeten denken weg te stoten, zodat ik zou vallen op den weg, op welken Gij mijne voeten hebt gesteld, van den weg des levens en des voorspoeds.
Met klachten en beschuldigingen vermeerdert hij nu weer zijne bede, waaruit het duidelijk blijkt, dat Hij tot God, als rechter, de toevlucht neemt. Doch het is een herhaling van dezelfden inhoud, alleen met verandering van woorden. Als hij zo even gezegd heeft red mij, zegt hij nu bewaar mij, en voor een goddeloos man, zegt hij nu van de hand des misdadigers. Waar hij gezegd had, dat zij veel kwaads bedachten, daar verandert hij het nu, in listen, hoe zij een ellendig en onbewust mens zullen omver stoten. Wat hij ook breedvoeriger gezegd heeft, dat herhaalt hij nu niet zonder kracht. Hij zegt toch, dat zij netten hebben uitgeworpen om hem te vangen, indien de Heere hen niet tegenhoudt. Wij leren hier echter door zijn voorbeeld, dat zo dikwijls onze vijanden op buitengewone wijze zich verheffen, wij leren mogen tot God de toevlucht te nemen, die in staat is, de woede der goddelozen te beteugelen.
De hovaardigen, door hun eerzucht geheel verblind, hebben mij enen strik verborgen, en koorden; zij hebben een net uitgespreid aan de zijde des wegs a), valstrikken hebben zij mij gezet (Psalm 31: 5; 57: 7; 64: 6; 119: 10; 141: 9; 142: 4); al het mogelijke hebben zij gedaan, om mij ten val te brengen, en daartoe de listigste en schandelijkste middelen niet ontzien. Sela,
Jer. 18: 22. De opeenhoping van al deze woorden hier dient om alles te zamen te vatten, wat vroeger over het vijandig najagen gezegd en geklaagd was. David ziet het verledene met zijne verschrikkingen in de toekomst weer ontwaken, maar het voorbijgegane heeft hem geleerd, waar hulp moet gezocht worden.
7.
II. Vs. 7-9.KruisverwijzingenPsalmen 7:16→Spreuken 18:7→Psalmen 144:10→Spreuken 12:13→Psalmen 62:7→Psalmen 28:7→1 Samuël 17:45→Psalmen 18:1→
— Ik heb tot den HEERE gezegd: Gij zijt mijn God; neem ter ore, o HEERE! de stem mijner smekingen. HEERE, Heere, Sterkte mijns heils! Gij hebt mijn hoofd bedekt ten dage der wapening. Geef, HEERE! de begeerten des goddelozen niet; bevorder zijn kwaad voornemen niet; zij zouden zich verheffen. Sela.
Geen kind van God kan zich zelven bewaren voor de pijlen van den sterk gewapende; het kan slechts pijlen zoeken bij den Sterkere, en dat doet David hier met een drievoudig gebed. Midden in de hitte van den strijd wordt hij zich bewust van zijn vasten grond, van de sterkste bescherming, en van het hoogste bezit van zijne innige betrekking tot God.
Ik heb tegenover deze pogingen der vijanden, die naar menselijk begrip mijnen ondergang onveranderlijk ten gevolge moesten hebben (Psalm 31: 15), tot den HEERE gezegd: Gij zijt mijn God, neem ter ore, o HEERE! de stem mijner smekingen (Psalm 5: 2; 28: 2). Hoe meer het gevaar zich openbaart, des te ernstiger moeten wij zijn in het gebed. Gelovigen in Hem mogen op behoud rekenen en zich daarin verheugen met heiligen ernst. Ieder is veilig, dien God bewaart. Indien Hij voor ons is, wie zal tegen ons zijn? In alle zulke omstandigheden zullen wij bijzonder waken en bidden, dat de Heere onze gangen in Zijne wegen beware, opdat onze voet niet uitglijde. De gelovige trooste zichzelven met zijn aandeel aan God. In gevaarvolle tijden is het goed op onze betrekking tot God aanspraak te maken en door het geloof Hem vast te houden. Gij zijt mijn Steun en Hulp, mijn Bestuurder en Bewaker; ja niet alleen mijn Zaligmaker, maar mijne Zaligheid zelf, niet alleen een machtig Verlosser, maar de Sterkte mijner verlossing, op welke het anker mijner hoop is vastgemaakt; alles in allen, om mij gelukkig te maken, en mij te bewaren bij mijnen zegen. God is zowel bekwaam om Zijn volk te bewaren voor verborgen list, als voor openbaar geweld, en onze ervaring, die wij hebben gehad van Zijne macht en zorg, in gevaren van ééne soort, mogen ons moed geven om in andere gevaren op Hem te bouwen; want niets kan ‘s Heeren rechterhand verkorten.
HEERE, Heere, Sterkte mijns heils, mijne kracht, opwelke ik, in mijzelven onmachtig, de hoop op mijne redding vestig; Gij hebt mijn hoofd, waarnaar de vijanden hun dodelijke slagen richten, bedekt met een helm ten dage der wapening 1) (Psalm 78: 9).
David toont hier een waar gelovige te zijn en spreekt hier den waren aard des geloofs uit. Want hij wendt zijn oog af van den mens, en neemt enkel en alleen zijn toevlucht tot den Heere. Hij stort zijn hart uit voor zijn God, wetende dat de Heere zijn hart kent. Maar tevens beroept hij zich op hetgeen de Heere in vroegere jaren voor hem heeft gedaan, hoe Hij zijn hoofd met een helm heeft bedekt, ja, hem tot een schild is geweest, die uit alle gevaren verloste. En daarom, dewijl hij God als zodanig had leren kennen, neemt hij vrijmoedigheid, om zich weer tot Hem te wenden en Hem om hulp en bijstand te smeken. David is er van overtuigd, dat indien hij gered zal worden, zijn God en Hij alleen, hem redden moet.
Geef, HEERE! de begeerte des goddelozen niet (Psalm 27: 12); bevorder zijn kwaad voornemen niet, doe hem zijn kwaad opzet niet bereiken; zij zouden zich verheffen (Deuteronomium 32: 27). Sela. Men ziet wie God gewonnen heeft, die heeft alles gewonnen, en wie aan Gods hart ligt als Zijn geliefd kind, die kan ook den gehelen God in Zijne sterkte en almacht, met handen des gebeds aangrijpen. De gehele wapenrusting van Efez. 6 ligt in deze belijdenis, bij welke alle eigen roem, maar ook alle eigen vrees en angst verdwijnt.
10.
III. Vs. 10-14.KruisverwijzingenPsalmen 9:4→Psalmen 11:6→Psalmen 21:9→Psalmen 34:21→1 Koningen 8:45→1 Koningen 8:49→Psalmen 16:11→Psalmen 11:7→
— Aangaande het hoofd dergenen, die mij omringen, de overlast hunner lippen overdekke hen. Vurige kolen moeten op hen geschud worden; Hij doe hen vallen in het vuur, in diepe kuilen, dat zij niet weder opstaan. Een man van kwade tong zal op de aarde niet bevestigd worden; een boos man des gewelds, dien zal men jagen, totdat hij geheel verdreven is. Ik weet, dat de HEERE de rechtzaak des ellendigen, en het recht der nooddruftigen zal uitvoeren. Gewisselijk, de rechtvaardigen zullen Uw Naam loven; de oprechten zullen voor Uw aangezicht blijven.
Gelijk in de eerste afdeling het handelen en drijven der vijanden door David in twee uitspraken beschreven werd, zo drukt hij nu weer in twee gezegden de vaste hoop uit op den ondergang van deze zijne vijanden en op den zegen der verdrukte vromen. Op gelijke wijze schrijft Paulus 2 Thess. 1: 6 vv. “Het is recht bij God verdrukking te vergelden dengenen, die u verdrukken; en u, die verdrukt wordt, verkwikking met ons in de openbaring van den Heere Jezus van den hemel!”
Aangaande het hoofd, het overmoedig in de hoogte gestoken hoofd, dergenen, die mij omringen, om mij te doen vallen, de overlast, het leed hunner lippen overdekke hen, de boosheid; waarmee zij mij honen en lasteren, kome op hun eigen hoofd neer (Psalm 7: 17). De dichter verzoekt hier, dat God de woorden der goddelozen tot hun eigen verderf wilde laten strekken, als Psalm 64: 9; of dat Hij hen wilde doen vallen door die aanslagen, welke zij zelf gesmeed hadden, of dat Hij hun vloeken op hun eigen hoofd wilde doen nederkomen, gelijk Psalm 109: 17. Leven en dood zijn in de Schrift dikwijls toegeschreven aan de tong, of aan den mond of de lippen. Dit is niet zonder goede rede, n want iemand spreekt hetgeen zijn hart hem opgeeft, gelijk een ieder van nature betaamt te spreken uit den overvloed des harten, volgens de woorden van den Zaligmaker: Matth. 12: 34. Of indien hij een geveinsde is, dat is zulk een, wiens tong verwijderd is van zijn hart, zo is het zeldzaam, indien hij niet op den een of anderen tijd gevangen wordt in zijne valsheid, en voortbrenge de vruchten van zijne dubbelhartigheid of bedrieglijke tong (vgl Jak. 3 ook Psalm 17: 3. Spreuken 18: 20,21; 22:
.
Vurige kolen moeten op hen geschud worden, de wrake Gods moge hen treffen (Psalm 18: 13 vv.); Hij doe hen vallen in het vuur, in diepe kuilen, in diepe afgronden, dat zij niet weer opstaan, Ook hier is het geen persoonlijke wraakzucht, die David doet spreken, maar innige liefde en ijver voor de ere van Gods Naam. Want David weet het, de vijandschap waarmee men hem vervolgt, treft niet David als privaat persoon maar David als dienaar van den Heere God. In den grond der zaak is hun vijandschap, vijandschap tegen God.
Een man van kwade tong zal op de aarde niet bevestigd worden; een boos man des gewelds, dien zal men jagen, totdat hij geheel verdreven is 1).
Beter: een man des gewelds, de boosheid jage hem, totdat hij geheel verdreven is, of, de boosheid jage hem in stormpassen. Hij vinde in het kwaad, wat hij pleegt, zijn eigen verderf13. Ik weet, dat de HEERE de rechtzaak des ellendigen, en het recht der nooddruftigen zal uitvoeren (Ps 9: 5),, dat Hij hen zal beschermen tegen de verdrukkers. De goddeloze is als een onweder, dat voorbijgaat; het moge sporen van verwoesting achterlaten, het is gering bij de goedertierenheid Gods, waarvan de aarde vol is, en waarover de rechtvaardigen steeds verblijd moeten zijn.
De goddelozen moeten het bevelen, en dat juist is hun straf dat het tegendeel van hun bedoelingen bereikt wordt.
Gewis de rechtvaardigen zullen Uwen naam loven, de oprechten, die men uit het land der levenden wil verbannen, zullen voor Uw aangezicht blijven (Psalm 16: 11; 61: 8). Deze, die, hoewel door de mensen belogen en belasterd en kwalijk behandeld, rechtvaardig zijn in het oog van God, zijnde gerechtvaardigd door de gerechtigheid van Christus, die hun is toegerekend, en toegeëigend is door het geloof, tengevolge waarvan zij matig en rechtvaardig leven-deze zouden-de Psalmist wist het-God danken voor de gerechtigheid, waardoor zij gerechtvaardigd waren, en voor elke andere genadegift en barmhartigheid des levens.
Zie als in een spiegel, hoe schandelijk Christus is gelasterd en vervolgd, hoe Hij het met gebed beantwoordde, en hoe de Goddelijke wraak over Zijne Joodse moordenaars kwam. Laat ons alzo opmerken, dat de zonde mensen in ene soort van duivels verandert, in listigheid, slechtheid, ijver in ‘t kwade en tegenstand tegen Gods volk. Maar God wreekt het onrecht den Zijnen aangedaan. Hij zal liefderijk de zaak van Zijn volk opnemen en Zijne tegenwoordigheid zal bescherming geven. In vs 13 en 14 horen we ook het lied des geloofs en des vertrouwen. Het bang gevaar is voor David reeds als geweken. In God heeft hij een vasten Rotssteen, een veilige schuilplaats gevonden.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel