Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
HallelujahH1984! PrijstH1984 den NaamH8034 des HEERENH3068, prijstH1984 Hem, gij knechtenH5650 des HEERENH3068!
Hallelujah! Prijst den Naam des HEEREN, prijst Hem, gij knechten des HEEREN!
KJV
Praise1
ye the LORD.2
Praise3
ye the name5
of the LORD;6
praise7
him, O ye servants8
of the LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Gij, die staatH5975 in het huisH1004 des HEERENH3068, in de voorhovenH2691 van het huisH1004 onzes GodsH430!
Gij, die staat in het huis des HEEREN, in de voorhoven van het huis onzes Gods!
KJV
Ye that stand1
in the house2
of the LORD,3
in the courts4
of the house5
of our God,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
LooftH1984 den HEEREH3050, wantH3588 de HEEREH3068 is goedH2896; psalmzingtH2167 Zijn NaamH8034, wantH3588 Hij is liefelijkH5273.
Looft den HEERE, want de HEERE is goed; psalmzingt Zijn Naam, want Hij is liefelijk.
KJV
Praise1
the LORD;2
for the LORD5
is good:4
sing praises6
unto his name;7
for it is pleasant.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
WantH3588 de HEEREH3050 heeft Zich JakobH3290 verkorenH977, IsraelH3478 tot Zijn eigendomH5459.
Want de HEERE heeft Zich Jakob verkoren, Israel tot Zijn eigendom.
KJV
For the LORD5
hath chosen3
Jacob2
unto himself, and Israel6
for his peculiar treasure.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Want ikH589 weetH3045, dat de HEEREH113 grootH1419 is, en dat onze HeereH136 boven alleH3605 godenH430 is.
Want ik weet, dat de HEERE groot is, en dat onze Heere boven alle goden is.
Ook in dit vers
HEEREH3068
KJV
For I know3
that the LORD6
is great,5
and that our Lord
is above all gods.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
AlH3605 watH834 den HEEREH3068 behaagtH2654, doetH6213 Hij, in de hemelenH8064, en op de aardeH776, in de zeeenH3220 en alleH3605 afgrondenH8415.
Al wat den HEERE behaagt, doet Hij, in de hemelen, en op de aarde, in de zeeen en alle afgronden.
KJV
Whatsoever the LORD4
pleased,3
that did5
he in heaven,6
and in earth,7
in the seas,8
and all deep places.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Hij doet dampenH5387 opklimmenH5927 van het eindeH7097 der aardeH776; Hij maaktH6213 de bliksemenH1300 met den regenH4306; Hij brengtH3318 den windH7307 uit Zijn schatkamerenH214 voortH3318.
Hij doet dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen; Hij brengt den wind uit Zijn schatkameren voort.
KJV
He causeth the vapours2
to ascend1
from the ends3
of the earth;4
he maketh7
lightnings5
for the rain;6
he bringeth8
the wind9
out of his treasuries.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Die de eerstgeborenenH1060 van EgypteH4714 sloegH5221, van den mensH120 af totH5704 het veeH929 toe.
Die de eerstgeborenen van Egypte sloeg, van den mens af tot het vee toe.
KJV
Who smote1
the firstborn2
of Egypt,3
both of man4
and beast.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Hij zondH7971 tekenenH226 en wonderenH4159 in het middenH8432 van u, o EgypteH4714! tegen FaraoH6547 en tegen alH3605 zijn knechtenH5650.
Hij zond tekenen en wonderen in het midden van u, o Egypte! tegen Farao en tegen al zijn knechten.
KJV
Who sent1
tokens2
and wonders3
into the midst4
of thee, O Egypt,5
upon Pharaoh,6
and upon all his servants.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Die veelH7227 volkenH1471 sloegH5221, en machtigeH6099 koningenH4428 dooddeH2026;
Die veel volken sloeg, en machtige koningen doodde;
KJV
Who smote1
great3
nations,2
and slew4
mighty6
kings;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
SihonH5511, den koningH4428 der AmorietenH567, en OgH5747, den koningH4428 van BasanH1316, en alH3605 de koninkrijkenH4467 van KanaanH3667,
Sihon, den koning der Amorieten, en Og, den koning van Basan, en al de koninkrijken van Kanaan,
KJV
Sihon1
king2
of the Amorites,3
and Og4
king5
of Bashan,6
and all the kingdoms8
of Canaan:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
En Hij gafH5414 hun landH776 ten erveH5159, ten erveH5159 aan Zijn volkH5971 IsraelH3478.
En Hij gaf hun land ten erve, ten erve aan Zijn volk Israel.
KJV
And gave1
their land2
for an heritage,3
an heritage4
unto Israel5
his people.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
O HEEREH3068! Uw NaamH8034 is in eeuwigheidH5769; HEEREH3068! Uw gedachtenisH2143 is van geslachtH1755 tot geslachtH1755.
O HEERE! Uw Naam is in eeuwigheid; HEERE! Uw gedachtenis is van geslacht tot geslacht.
KJV
Thy name,2
O LORD,1
endureth for ever;3
and thy memorial,5
O LORD,4
throughout all6
generations.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
WantH3588 de HEEREH3068 zal Zijn volkH5971 richtenH1777, en het zal Hem berouwenH5162 overH5921 Zijn knechtenH5650.
Want de HEERE zal Zijn volk richten, en het zal Hem berouwen over Zijn knechten.
KJV
For the LORD3
will judge2
his people,4
and he will repent7
himself concerning his servants.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
De afgodenH6091 der heidenenH1471 zijn zilverH3701 en goudH2091, een werkH4639 van mensenhandenH120.
De afgoden der heidenen zijn zilver en goud, een werk van mensenhanden.
KJV
The idols1
of the heathen2
are silver3
and gold,4
the work5
of men's7
hands.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Zij hebben een mondH6310, maar sprekenH1696 nietH3808; zij hebben ogenH5869, maar zienH7200 nietH3808;
Zij hebben een mond, maar spreken niet; zij hebben ogen, maar zien niet;
KJV
They have mouths,1
but they speak4
not; eyes5
have they, but they see
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
OrenH241 hebben zij, maar horenH238 niet; ook is er geen ademH7307 in hun mondH6310.
Oren hebben zij, maar horen niet; ook is er geen adem in hun mond.
KJV
They have ears,1
but they hear4
not; neither is there7
any breath8
in their mouths.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Dat die ze makenH6213, hun gelijk worden, en alH3605 wie op hen vertrouwtH982.
Dat die ze maken, hun gelijk worden, en al wie op hen vertrouwt.
KJV
They that make3
them are like unto them: so is every one that trusteth
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
Gij huisH1004 IsraelsH3478! looftH1288 den HEEREH3068; gij huisH1004 AaronsH175! looftH1288 den HEEREH3068.
Gij huis Israels! looft den HEERE; gij huis Aarons! looft den HEERE.
KJV
Bless3
the LORD,5
O house1
of Israel:2
bless8
the LORD,10
O house6
of Aaron:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
Gij huisH1004 van LeviH3878! looftH1288 den HEEREH3068; gij die den HEEREH3068 vreestH3373! looftH1288 den HEEREH3068.
Gij huis van Levi! looft den HEERE; gij die den HEERE vreest! looft den HEERE.
KJV
Bless3
the LORD,5
O house1
of Levi:2
ye that fear6
the LORD,7
bless8
the LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
GeloofdH1288 zij de HEEREH3068 uit SionH6726, Die te JeruzalemH3389 woontH7931. HallelujahH1984!
Geloofd zij de HEERE uit Sion, Die te Jeruzalem woont. Hallelujah!
KJV
Blessed1
be the LORD2
out of Zion,3
which dwelleth4
at Jerusalem.5
Praise6
ye the LORD.
Prijst den
Zie de aantekening bij Ps. 104:35 , en Ps. 106:1 .
Hertaald:
Prijst den
Zie de aantekening bij Ps. 104:35, en Ps. 106:1.
staat
Dat is, dient. Zie Ps. 134:1 , en Deut. 1:38 .
Hertaald:
staat
Dat is: dient. Zie Ps. 134:1, en Deut. 1:38.
in het huis
Dat is, in den tabernakel, of in den tempel. Hij spreekt de priesters en Levieten, of ook het volk aan.
Hertaald:
in het huis
Dat is: in de tabernakel, of in de tempel. Hij spreekt de priesters en Levieten aan, of ook het volk.
in de voorhoven
Aldus spreekt hij, omdat er twee voorhoven waren, het ene voor de priesters en Levieten, het andere voor het volk; 2 Kron. 4:9 .
Hertaald:
in de voorhoven
Zo spreekt hij omdat er twee voorhoven waren: de ene voor de priesters en Levieten, de andere voor het volk; 2 Kron. 4:9.
Hij is liefelijk
Anders: het is lieflijk; te weten, dat men Hem psalmzingt; Ps. 147:1 .
Hertaald:
Hij is liefelijk
Anders: het is lieflijk, namelijk dat men Hem psalmen zingt; Ps. 147:1.
Jakob verkoren,
Te weten, Jakob en zijne nakomelingen. Zie Ex. 19:5 .
Hertaald:
Jakob verkoren,
Namelijk: Jakob en zijn nakomelingen. Zie Ex. 19:5.
Israël tot
Israël en zijn nakomelingen.
Hertaald:
Israël tot
Israël en zijn nakomelingen.
boven alle
Of, meer Dan.
Hertaald:
boven alle
Of: meer dan.
goden is
Dat is, afgoden, die de heidenen zichzelven verdichten.
Hertaald:
goden is
Dat is: afgoden, die de heidenen zichzelf verzinnen.
van het einde
Dat is, van de zee, die aan het einde der aarde is.
Hertaald:
van het einde
Dat is: van de zee, die aan het einde van de aarde is.
Hij maakt de
Dat is, Hij maakt dat het tegenlijk bliksemt en regent, onaangezien dat water en vuur van tegenovergestelde natuur zijn.
Hertaald:
Hij maakt de
Dat is: Hij maakt dat het tegelijk bliksemt en regent, hoewel water en vuur van tegengestelde aard zijn.
met den regen;
Of, bij, of tot den regen.
Hertaald:
met den regen;
Of: bij, of: tot de regen.
uit Zijn schatkameren
In welke Hij de winden, als zijne schatten, besloten houdt; gelijk Job 38:22 .
Hertaald:
uit Zijn schatkameren
Waarin Hij de winden als Zijn schatten opgesloten houdt, zoals Job 38:22.
van Egypte
Of, der Egyptenaars.
Hertaald:
van Egypte
Of: van de Egyptenaren.
van den mens
Dat is, zo den mens, gelijk het vee.
Hertaald:
van den mens
Dat is: zowel de mens als het vee.
veel volken
Of, grote.
Hertaald:
veel volken
Of: grote.
Og, den
Een reus, die een ijzeren bedstede had, negen ellen lang en vier breed; Num. 21:33 , Num. 21:35 ; Deut. 3:11 .
Hertaald:
Og, den
Een reus, die een ijzeren bed had van negen el lang en vier el breed; Num. 21:33, Num. 21:35; Deut. 3:11.
al de koninkrijken
Zijnde in getal een en dertig, gelijk te lezen is Joz. 12:9-24 .
Hertaald:
al de koninkrijken
Eenendertig in getal, zoals te lezen is in Joz. 12:9-24.
is in eeuwigheid;
Dat is, duurt. En alzo straks wedeRom.
Hertaald:
is in eeuwigheid;
Dat is: duurt. En zo ook meteen daarna.
Uw gedachtenis
Dat is, het bewijs en blijk der weldaden, die Gij uw volk doet, duurt altoos.
Hertaald:
Uw gedachtenis
Dat is: het bewijs en blijk van de weldaden die U aan Uw volk bewijst, duurt altijd.
de HEERE
Alsof hij zeide: Ofschoon God de Heere zijn volk, vanwege hunne zonden, somtijds zwaarlijk is kastijdende, alzo dat het schijnt dat zijne goedertierenheid niet altoos op hen blijft, nochtans nadat Hij hen een tijdlang zal gekastijd hebben, zo zal het Hem berouwen en Hij zal hen uit de handen hunner vijanden verlossen.
Hertaald:
de HEERE
Alsof hij zei: hoewel God de Heere Zijn volk vanwege hun zonden soms zwaar kastijdt, zodat het lijkt alsof Zijn goedertierenheid niet op hen blijft, zal het Hem toch berouwen nadat Hij hen een tijdlang gekastijd heeft, en zal Hij hen uit de handen van hun vijanden verlossen.
richten, en
Zie de aantekening bij Gen. 15:14 .
Hertaald:
richten, en
Zie de aantekening bij Gen. 15:14.
het zal Hem
Dat is, zijn toornig gemoed zal veranderen in een vriendelijk gemoed. Het is menselijke manier van spreken. Zie Gen. 6:6 .
Hertaald:
het zal Hem
Dat is: Zijn toornige gemoed zal in een vriendelijk gemoed veranderen. Het is een menselijke manier van spreken. Zie Gen. 6:6.
afgoden der
Hebr. de smarten. Zie de aantekening bij 1 Sam. 31:9 .
Hertaald:
afgoden der
Hebreeuws: de smarten. Zie de aantekening bij 1 Sam. 31:9.
zijn zilver
Dat is, zij zijn van zilver en goud. Dit vers en enige der navolgende staan ook in Psa 115 zie de aantekeningen aldaar.
Hertaald:
zijn zilver
Dat is: zij zijn van zilver en goud. Dit vers en enkele van de volgende staan ook in Ps. 115; zie de aantekeningen daar.
ook is er
Anders: ook is er geen wezen des adems in hunnen mond.
Hertaald:
ook is er
Anders: ook is er geen zweem van adem in hun mond.
Gij huis Israëls
Of, gij van den huize Israël.
Hertaald:
Gij huis Israëls
Of: u van het huis van Israël.
gij huis Aärons
Of, gij van den huize Aärons, enz.
Hertaald:
gij huis Aärons
Of: u van het huis van Aäron, enzovoort. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas 15 De afgoden der heidenen zijn zilver en goud, een werk van mensenhanden. 16 Zij hebben een mond, maar spreken niet; zij hebben ogen, maar zien niet; 17 Oren hebben… 8 Die de eerstgeborenen van Egypte sloeg, van den mens af tot het vee toe. 9 Hij zond tekenen en wonderen in het midden van u, o Egypte! tegen… 1 Hallelujah! Prijst den Naam des HEEREN, prijst Hem, gij knechten des HEEREN! 2 Gij, die staat in het huis des HEEREN, in de voorhoven van het huis onzes… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 135
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Verdiepende artikelen
Psalm 135:15-21
Psalm 135:8-14
Psalm 135:1-7


Psalmen 135
Psalmen 135:1.KruisverwijzingenPsalmen 134:1→Psalmen 96:1→Psalmen 102:21→Psalmen 7:17→Psalmen 112:1→Psalmen 107:15→Psalmen 107:8→Psalmen 113:1→
— Hallelujah! Prijst den Naam des HEEREN, prijst Hem, gij knechten des HEEREN!
Of: Halleluja. Dat is de grondtoon. Dit is dus een van de hallelujapsalmen, want zo begint hij; en kijkt u naar het einde, dan ziet u dat hij zo ook sluit. Heel de psalm is aan het begin en aan het einde ingesloten met wat zowel onze plicht als onze verlustiging is: looft de HEERE.
Het karakter, het werk, alles wat van God geopenbaard is, is stof tot lof; en in het bijzonder die wonderbare en onmededeelbare naam Jehova — noem hem nooit zonder lof. Maak het een deel van uw dienst. Loof Hem omdat u Zijn knechten bent. Loof Hem omdat Hij uw dienst aanneemt.
Psalmen 135:2.KruisverwijzingenPsalmen 92:13→Psalmen 116:19→Lukas 2:37→Psalmen 96:8→1 Kronieken 16:37→1 Kronieken 23:30→Nehemia 9:5→
— Gij, die staat in het huis des HEEREN, in de voorhoven van het huis onzes Gods!
U mag nabij Hem wonen. U hebt een staanplaats en een verblijf, een ambt en een werk, in de voorhoven van het huis van de HEERE; draag er daarom zorg voor dat u de toon aanheft. Behoren de hovelingen van de Koning Hem niet te loven?
Psalmen 135:3.KruisverwijzingenPsalmen 147:1→Psalmen 119:68→Mattheüs 19:17→Psalmen 106:1→Psalmen 100:5→Psalmen 63:5→Psalmen 136:1→Psalmen 118:1→
— Looft den HEERE, want de HEERE is goed; psalmzingt Zijn Naam, want Hij is liefelijk.
Er is één uitnemende reden om Hem te loven, en u kunt Hem nooit te veel loven. Hij is zo goed dat u Hem nooit tot een overdrijving verheffen kunt.
Het zingen van Gods lof is aangenaam; het is een aangename plicht, en de naam van de HEERE is aangenaam en liefelijk. De gedachte aan God alleen al brengt de zoetste aandoeningen in ieder vernieuwd hart; er is in de wereld geen genoegen dat dat van de godsvrucht overtreft. Terwijl wij de HEERE lof zingen, schudden wij de zorgen van de wereld af.
Psalmen 135:4.KruisverwijzingenDeuteronomium 10:15→1 Petrus 2:9→Titus 2:14→Deuteronomium 7:6→Maleachi 3:17→Deuteronomium 32:9→Jesaja 43:20→Exodus 19:5→
— Want de HEERE heeft Zich Jakob verkoren, Israel tot Zijn eigendom.
Daar is iets voor u die de uitverkorenen van de HEERE bent om over te zingen.
Psalmen 135:5.KruisverwijzingenPsalmen 97:9→Psalmen 48:1→Psalmen 95:3→Daniël 3:29→Psalmen 89:6→Deuteronomium 10:17→Psalmen 86:8→Daniël 6:26→
— Want ik weet, dat de HEERE groot is, en dat onze Heere boven alle goden is.
“Ik weet het”, zegt de schrijver van de psalm, “ik weet het bij ondervinding, ik weet het bij waarneming, ik ben er zeker van. Er is geen god als onze God. Hij is een groot Schepper, een groot Bewaarder, een groot Verlosser, een grote Vriend, een grote Helper.”
Psalmen 135:6.KruisverwijzingenPsalmen 115:3→Mattheüs 8:26→Amos 4:13→Jesaja 46:10→Psalmen 33:11→Daniël 4:35→Psalmen 33:9→Mattheüs 28:18→
— Al wat den HEERE behaagt, doet Hij, in de hemelen, en op de aarde, in de zeeen en alle afgronden.
De heidenen verdeelden het heelal in gewesten en hadden Jupiter om hemel en aarde te besturen en Neptunus voor de zee; en zelfs vandaag zingen velen — maar o, hoe onjuist — dat Brittannië over de golven heerst. Het is Jehova, en niemand anders, die over de golven heerst en over de mensen op land en op zee. Hij is Heere overal.
Psalmen 135:7.KruisverwijzingenJeremia 10:13→Jeremia 51:16→Zacharia 10:1→Psalmen 148:8→Job 28:25→1 Koningen 18:41→Job 38:22→Jeremia 14:22→
— Hij doet dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen; Hij brengt den wind uit Zijn schatkameren voort.
Dat is een heel wonderlijk werk: welke miljoenen tonnen water worden er elke dag in damp veranderd en uit verschillende streken van de aarde omhoog gevoerd om daarna weer in verkwikkende regen neer te vallen! Wat zouden wij doen als dit werk opgeschort werd? Het is het levensbloed van de wereld.
Men zegt dat de Bijbel geschreven is om ons godsdienst te leren, niet wetenschap. Dat is heel waar; maar de Bijbel maakt in zijn wetenschap nooit een fout, en ik zou eerder met de oude schrijvers meegaan dan met wie zich verstouten de Heilige Geest te verbeteren.
De wind komt nooit om ons heen blazen naar een of andere kuur van zichzelf, maar Hij brengt de wind uit Zijn schatkamers voort — die tellend en uitgevend zoals mensen met hun geld doen, en niet meer wind latend blazen dan nodig is voor de hoge doeleinden van Zijn wijze regering.
Psalmen 135:8-9.KruisverwijzingenPsalmen 78:51→Exodus 12:12→Psalmen 136:15→Psalmen 105:36→Deuteronomium 6:22→Exodus 12:29→Exodus 13:15→Psalmen 136:10→
— Die de eerstgeborenen van Egypte sloeg, van den mens af tot het vee toe. Hij zond tekenen en wonderen in het midden van u, o Egypte! tegen Farao en tegen al zijn knechten.
Het was Gods eigen hand die het deed. De eerstgeborenen van mens en dier konden niet door een toeval in heel het land Egypte op hetzelfde uur van de nacht sterven; maar Jehova strafte zo het schuldige volk. Hadden zij niet Zijn eerstgeborene onderdrukt?
Tekenen en wonderen — niet alleen wonderdaden die het volk verbaasden, maar ook tekenen die hen onderwezen; want de plagen waren tegen hun goden gericht, en men zou grote boeken kunnen schrijven om te tonen hoe elke plaag het onvermogen van een of andere valse god van de Egyptenaren blootlegde.
Psalmen 135:10-13.KruisverwijzingenPsalmen 78:55→Exodus 3:15→Psalmen 102:12→Psalmen 136:17→Jozua 12:7→Psalmen 136:21→Numeri 21:24→Psalmen 44:2→
— Die veel volken sloeg, en machtige koningen doodde; Sihon, den koning der Amorieten, en Og, den koning van Basan, en al de koninkrijken van Kanaan, En Hij gaf hun land ten erve, ten erve aan Zijn volk Israel. O HEERE! Uw Naam is in eeuwigheid; HEERE! Uw gedachtenis is van geslacht tot geslacht.
Hij is dezelfde Jehova nu als Hij ooit was. Menigten hebben zich in onze dagen nieuwe goden gemaakt; zij hebben zich een geheel nieuw karakter voor Jehova verzonnen, en de God van het Oude Testament wordt genegeerd en belasterd — maar niet door Zijn uitverkoren volk; zij houden zich nog aan Hem vast.
Psalmen 135:14.KruisverwijzingenDeuteronomium 32:36→Psalmen 50:4→Psalmen 96:13→1 Kronieken 21:15→Psalmen 90:13→Amos 7:6→Hosea 11:8→Amos 7:3→
— Want de HEERE zal Zijn volk richten, en het zal Hem berouwen over Zijn knechten.
Want zij hebben hun donkere tijden en zijn vaak in moeite door hun zonde. Dan zendt de HEERE kastijding over hen; maar wanneer die Zijn doel bereikt heeft, trekt Hij haar graag genoeg weer terug. Hoe verschillend zijn de beelden van de heidenen van onze God!
Psalmen 135:15.KruisverwijzingenPsalmen 115:4→Jeremia 10:3→Jesaja 40:19→Deuteronomium 4:28→Jesaja 37:19→Handelingen 17:29→Jesaja 46:6→Habakuk 2:18→
— De afgoden der heidenen zijn zilver en goud, een werk van mensenhanden.
Zij kunnen geen werken doen, want zij zijn zelf de uitkomst van het werk van mensen. Hun handwerk kan niets zijn, want zij zijn het werk van mensenhanden.
Psalmen 135:16-18.KruisverwijzingenJesaja 6:10→Mattheüs 13:14→Psalmen 115:8→Jesaja 44:18→2 Korinthe 4:4→Jeremia 10:8→Psalmen 97:7→
— Zij hebben een mond, maar spreken niet; zij hebben ogen, maar zien niet; Oren hebben zij, maar horen niet; ook is er geen adem in hun mond. Dat die ze maken, hun gelijk worden, en al wie op hen vertrouwt.
De grondtekst brengt de gedachte over dat wie zulke goden maken, aan hen gélijk worden; zij worden er bestendig meer en meer op. Zij worden stom, blind, doof en dood, terwijl zij zulke beelden als deze vereren.
Psalmen 135:19-20.KruisverwijzingenPsalmen 147:19→Psalmen 145:10→Psalmen 118:1→Openbaring 19:5→Psalmen 115:9→Psalmen 148:14→
— Gij huis Israels! looft den HEERE; gij huis Aarons! looft den HEERE. Gij huis van Levi! looft den HEERE; gij die den HEERE vreest! looft den HEERE.
Al wie u bent, of u van het huis van Aäron bent of van de stam van Levi, tot welk huis of welke stam u ook behoort: zegen de HEERE. En bent u uit de heidenen, ook al erkent Abraham u niet, toch: u die de HEERE vreest, zegen de HEERE.
Psalmen 135:21.KruisverwijzingenPsalmen 134:3→Psalmen 132:13→Jesaja 12:6→2 Kronieken 6:6→Psalmen 48:1→Psalmen 128:5→Psalmen 76:2→Psalmen 48:9→
— Geloofd zij de HEERE uit Sion, Die te Jeruzalem woont. Hallelujah!
Ons binnenste hart zou Hem willen zegenen. Wij kunnen Hem niet meer gezegend maken dan Hij is; wij kunnen niets aan Zijn heerlijkheid toedoen. Maar o, wij wensen wel dat alles wat wij kunnen doen, alles wat tot Zijn eer gedaan kan worden, ook gedaan wordt. Halleluja — o, om de geest van goddelijke genade te hebben, die ons van harte God doet loven en ons bij die heilige bezigheid houdt al onze dagen!
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Het is gene uitwerking van den vorigen Psalm, die wij hier voor ons hebben, zodat de op elkandervolging der beide Psalmen ook tevens den tijd zou aangeven, waarin zij vervaardigd zijn, maar het begin van den vorigen Psalm (vs. 1 en 2) sluit zich aan het begin van dezen aan, even als diens tweede helft (vs. 3) aan vorige liederen Hammaälôth (Psalm 128: 5, 121: 2) ontleend was. In welken tijd onze Psalm ontstaan is, werd reeds bij Ezra 6: 18 gezegd: diensvolgens hebben wij te denken aan het feest der tempelinwijding noch vóór Pasen van het jaar 515 vóór Christus, en zeker zal de Psalm, die naar vorm en inhoud zeer verwant is aan het lied, dat 19 jaren vroeger bij het leggen van den eersten steen des tempels (Psalm 115) gezongen werd, tot een slotzang van de godsdienstige plechtigheid bestemd geweest zijn.
I. Vs. 1-4.KruisverwijzingenPsalmen 147:1→Deuteronomium 10:15→Psalmen 134:1→Psalmen 92:13→Psalmen 116:19→Psalmen 119:68→1 Petrus 2:9→Psalmen 96:1→
— Hallelujah! Prijst den Naam des HEEREN, prijst Hem, gij knechten des HEEREN! Gij, die staat in het huis des HEEREN, in de voorhoven van het huis onzes Gods! Looft den HEERE, want de HEERE is goed; psalmzingt Zijn Naam, want Hij is liefelijk. Want de HEERE heeft Zich Jakob verkoren, Israel tot Zijn eigendom.
Terwijl de gemeente zich gereed maakt, om den tempel, tot welks inwijding zij te zamen gegaan waren, weer te verlaten, wekt het haar vertegenwoordigend koor, de bij het heiligdom achterblijvende priesters en Levieten op, om met den lof des Heeren onafgebroken voort te gaan, gedurende den tussentijd dat zij weer verschijnt om feest te vieren. Bij een volk, dat de Heere Zich ten eigendom verkoren heeft, mag Zijn lof geen dag zwijgen en Zijn dienst nooit rusten.
Hallelujah, d.i. looft den Heere (Psalm 104: 35 en op Psalm 106)! Prijst den naam des HEEREN, prijst Hem, gij knechten des HEEREN!
Gij, die staat in het huis des HEEREN, om Zijnen dienst waar te nemen (Psalm 134: 1), in de voorhoven van het huis onzes Gods 1).
De knechten des Heeren, zijn hier niet alleen de Priesters en Levieten, maar al de vereerders van den Heere. Niet alleen degenen, die alleen, zoals de Priesters in het eigenlijke huis, in het Heilige mochten komen, maar ook de Levieten en alle getrouwe zonen Israëls, die in de voorhoven des Heeren tot Hem mochten naderen met hun offeranden.
Looft den HEERE, want de HEERE is goed: psalmzingt Zijnen naam, want Hij, Zijn naam (Psalm 54: 8) of het, het lofzingen ter ere Zijns naams (Psalm 147: 1) is lieflijk 1).
Het onderwerp van den lof is lieflijk-de zegeningen der genade, die voortvloeien uit de eeuwige liefde van God, of: “Zijn naam is lieflijk; ” want is die heilig en vererenswaardig in zichzelven, en ontzaglijk en vreeslijk voor zondaars, nu is hij geopenbaard in Christus als zeer lieflijk. In Hem zijn al de Goddelijke volmaaktheden verheerlijkt. De naam van God als van een Verbondsgod en Vader in Christus, zegenende met alle geestelijke zegeningen in Hem, is boven mate lieflijk; het zijn de namen van Christus en daarom moeten zij worden geprezen.
De twee woorden goed en lieflijk, spreken alles uit, wat God voor Zijn volk is. Zij zijn de rijke bronnen, waaruit het geloof put en waarbij de schoonste en lieflijkste lof des Heeren gezongen wordt.
Want de HEERE heeft zich Jakob verkoren, Israël a) tot Zijn eigendom.
Exodus 19: 5, Deuteronomium 7: 6. Tit. 2: 14. 1 Petr. 2: 9. God heeft ons tot een volk Zijns eigendoms verkoren, hoe is het gesteld met de aanbidding van datgene, wat Hem daarvoor toekomt.
In de oude Kerk had iedere dag zijn bijzonder lofwoord (laudes); maar helaas! het blijde danken en loven is geheel en al in vergetelheid geraakt. Let op de bijzondere voorrechten van Gods volk (vs. 3). De Heere heeft Jakob tot Zijn eigendom verkoren, daarom is Jakob verplicht Hem te prijzen, want God heeft een volk aan Zich doen kleven, om Hem te zijn tot een volk en tot enen naam (Jes. 13: 11). Israël is Gods bijzondere schat boven alle volken (Exodus 19: 5); zij zijn een volk Hem toegeëigend, waarin Hij een welbehagen heeft, kostelijk in Zijn ook en heerlijk. Indien het zaad van Jakob Hem niet prijst voor die onderscheidende gunst, is het het meest onwaardige en ondankbare van alle volken.
5.
II. Vs. 5-12.KruisverwijzingenJeremia 10:13→Psalmen 115:3→Jeremia 51:16→Zacharia 10:1→Psalmen 78:51→Psalmen 78:55→Psalmen 97:9→Psalmen 48:1→
— Want ik weet, dat de HEERE groot is, en dat onze Heere boven alle goden is. Al wat den HEERE behaagt, doet Hij, in de hemelen, en op de aarde, in de zeeen en alle afgronden. Hij doet dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen; Hij brengt den wind uit Zijn schatkameren voort. Die de eerstgeborenen van Egypte sloeg, van den mens af tot het vee toe. Hij zond tekenen en wonderen in het midden van u, o Egypte! tegen Farao en tegen al zijn knechten. Die veel volken sloeg, en machtige koningen doodde; Sihon, den koning der Amorieten, en Og, den koning van Basan, en al de koninkrijken van Kanaan, En Hij gaf hun land ten erve, ten erve aan Zijn volk Israel.
In een tweede koor geven de priesters en Levieten, van welke de eersten de Psalmen moesten zingen en daarbij musiceren, de anderen echter het Psalmgezang met hun trompetten openden en begeleidden, antwoord op de tot hen gerichte opwekking, daar zij betuigen, dat zij wel wisten, hoe prijzenswaardig de Heere is (vs. 5), en daarmee verklaren met het loven van Hem niet te willen ophouden. Prijzenswaardig nu is Hij: 1. Van wege de daden zijner macht in de natuur (vs. 6 en 7); 2. Om zijne daden ter wille van Israël, die Hij volbracht heeft bij de uitleiding uit Egypte (vs. 8 en 9) en bij de invoering in het beloofde land (vs. 10-12).
Ik, de gehele stam van priesters en Levieten, zal zeker niet vertragen in het loven des Heeren, waartoe Gij mij hebt opgewekt; want ik weet, dat de HEERE groot is, en dat onze HEERE boven alle goden is (Exodus 15: 11. Psalm 86: 8; 89: 7).
Al wat den HEERE behaagt, doet Hij 1), in de hemelen, en op de aarde, in de zeeën en alle afgronden (Psalm 115: 3).
Dit is de onmetelijke grootheid Gods, waaraan hij herinnert, dat Hij niet eenmaal slechts den hemel en de aarde heeft gemaakt, maar ook alles naar Zijn oordeel bestuurt. Want wie belijden, dat God de Schepper der wereld is en Hem nu voorstellen als rustig te zitten in den hemel met afwerping van de zorg voor de wereld, beroven Hem goddelooslijk van Zijn kracht, en toch, dat domme verzinsel neemt een groot deel der mensen in bezit.
Hemel, aarde en water (onder welks diepten de Hades of onderwereld zich bevindt (Job 26: 5) zijn de drie rijken der schepping (Exodus 20: 4).
Dit drievoudig gebied schreven de heidenen aan verschillende goden toe.
Hij a) doet dampen, wolken opklimmen, opkomen van het ééne einde, van de einden der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen, te midden der zware plasregens schiet Hij den bliksem uit; Hij brengt den wind uit Zijne schatkameren voort, waarin Hij dien had opgesloten, totdat Hij dien wilde gebruiken.
Jer. 10: 13; 51: 16.
a) Die de eerstgeborenen van Egypte sloeg, van den mens af tot het vee toe 1).
Exodus 12: 12,29. Psalm 78: 51.
Dat hij in de eerste plaats vermeldt den dood van de eerstgeborenen in Egypte, daarmee houdt hij zich wel niet aan de opeenvolging der gebeurtenissen, maar haalt daarmee een meldenswaardig voorbeeld aan, waaruit blijkt, hoe dierbaar God het heil van zijn Kerk was, ter vier behoeve hij een machtig en rijk volk niet had gespaard. Hoofdzaak is, dat God in de verlossing van zijn volk Zijn macht tegelijk met Zijne genade heeft geopenbaard.
a) Hij zond tekenen en wonderen in het midden van u, o Egypte! tegen Faraö en tegen al zijne knechten.
Exodus 7, 8, 9, 10, 14.
Die vele a) grote volken sloeg en machtige koningen doodde, nadat Hij uit Egypte’s diensthuis Zijn volk had uitgeleid.
Deuteronomium 4: 38; 7: 1; 9: 1. Jozua 23: 9.
a) Sihon, den koning der Amorieten, en Og, den koning van Basan, en al de koninkrijken van Kanaän.
Numeri 21: 21 vv. Jozua 12: 1 vv.
En a) Hij gaf hun land ten erve 1), ten erve aan Zijn volk Israël.
Jozua 13-21. Psalm 78: 55.
Beter: hij gaf hun land weg als erfgoed. 13.
III. Vs. 13 KruisverwijzingenExodus 3:15→Psalmen 102:12→Mattheüs 6:9→Psalmen 89:1→Psalmen 8:1→Hosea 12:5→Psalmen 102:21→Exodus 34:5→
— O HEERE! Uw Naam is in eeuwigheid; HEERE! Uw gedachtenis is van geslacht tot geslacht.
en 14. Het eerste koor, dat de gemeente vertegenwoordigt, valt hier zelf met een loftoon des Heeren in, nadat zij boven (vs. 1-3) Zijne knechten tot bestendigen lof van Hem had opgewekt, en spreekt het vertrouwen uit, dat de God, die Israël tot Zijn eigendom verkoren heeft, Zich ook voortaan in Zijne reddende en helpende macht verheerlijken zou.
O HEERE! Uw naam is in eeuwigheid; HEERE! Uwe gedachtenis is van geslacht tot geslacht 1) (Psalm 102: 13).
Dit vers moet in het nauwste verband gebracht worden met het vorige. Juist daarin, dat de Heere Zijn volk en daarom Zijn Kerk had gered uit ‘s vijands hand, in Kanaän op eigen erve had gesteld en daar had bewaard, zou de Naam des Heeren voortduren tot in eeuwigheid. De gehele wereld is het toonbeeld van Gods goedheid en getrouwheid, maar inzonderheid de Kerk. Daaraan heeft Hij in het bijzonder geopenbaard, dat Zijn Naam is barmhartig, genadig en groot van goedertierenheid.
a) Want de HEERE zal Zijn volk richten, het recht verschaffen door gerichten over Zijne vijanden (Psalm 54: 3),en het zal Hem berouwen over Zijne knechten, zodat Hij de verdiende straf niet ten volle over hen brengt, maar hun genadig is.
Deuteronomium 32: 36. Wees, mijn vriend, niet al te bang voor de Christelijke kerk, alsof zij geheel zou worden uitgeroeid; neen! gelijk God eeuwig blijft, zo is Hij ook ten allen tijde in staat, Zijn hoopje volks te onderhouden en te bewaren en de vijanden te richten. Het woord Mxwty kan men verstaan als afkomende van Mxw, dat is bedroeven, wanneer het goed vertaald is: “het zal Hem berouwen,” of van ene andere, zo niet strijdige betekenis van hetzelfde woord, namelijk “zich troosten.” Alzo vertaalt het de LXX: paraklhyhsetai, zal vertroost worden, waarin de Syriër haar volgt, lezende: Hij zal zich troosten; maar in de Vulgata vindt men: “Hij zal Zich laten verzoenen.” Deze laatste vertaling komt niet kwalijk overeen met die van berouw hebben, want God wordt gezegd berouw te hebben, wanneer Hij wordt verbeden door Zijn volk, en (als verzoend) de straf van hen wegneemt. Alzo heeft het de Joodse vertaling in het Arabisch verstaan, want zij leest: Hij zal Zijne knechten verschonen, of vergiffenis verlenen. Tot deze betekenis van berouw hebben schijnt de zamenhang, zo hier als Deuteronomium 32: 36 (waaruit dit vers is genomen) ons te leiden, namelijk dat het Gode berouwde over Zijne gramschap, waarvan men dikwijls leest, dat is: in goedertierenheid en gunst wederkeerde tot hen, op wie Hij was verstoord geweest. Alzo betekent dit vers in zijn geheel, dat de Heere van het strafoefenen zou wederkeren, om de zijde van Zijn volk te kiezen en het bij te staan. Deze betekenis heeft onder alle overzetters de Chaldeër het best uitgedrukt: Hij zal wederkeren in goedertierenheid, of medelijden jegens Zijne rechtvaardige knechten. En alzo komt het voorstaan geheel overeen met zulk wederkeren.
De toorn Gods voor zijn volk is tijdelijk. In den toorn is Hij des ontfermens gedachtig. 15.
IV. Vs. 15-18.KruisverwijzingenPsalmen 115:4→Jeremia 10:3→Jesaja 40:19→Deuteronomium 4:28→Jesaja 37:19→Handelingen 17:29→Jesaja 46:6→Habakuk 2:18→
— De afgoden der heidenen zijn zilver en goud, een werk van mensenhanden. Zij hebben een mond, maar spreken niet; zij hebben ogen, maar zien niet; Oren hebben zij, maar horen niet; ook is er geen adem in hun mond. Dat die ze maken, hun gelijk worden, en al wie op hen vertrouwt.
Het tweede koor, dat der priesters en Levieten, neemt opnieuw het woord, en prijst den Heere als den levenden God, in tegenoverstelling van de nietige afgoden en hun machteloze vereerders.
a) De afgoden der heidenen zijn niet anders dan zilver en goud, een werk van mensenhanden.
Psalm 115: 4 vv.
Zij hebben enen mond, maar spreken niet; zij hebben ogen, maar zien niet.
Oren hebben zij, maar horen niet; ook is er in het geheel geen adem in hunnen mond.
Dat die ze maken hun gelijk worden, even nietig en onmachtig als die afgoden zelven, en al wie op hen vertrouwt met hen verga (Psalm 115: 4-8). Werp de afgoden weg uit hart en huis en gij zult een priester des Allerhoogsten worden. Altijd openbaart Hij Zich aan Zijne Hem getrouwe Gemeente als den levenden God, tegenover Wien afgoden en afgodendienaars niets betekenen.
19.
V. Vs. 19 KruisverwijzingenPsalmen 147:19→Psalmen 145:10→Psalmen 118:1→Openbaring 19:5→Psalmen 115:9→Psalmen 148:14→
— Gij huis Israels! looft den HEERE; gij huis Aarons! looft den HEERE.
en 20. Ten derden male verheft de gemeente door den mond van het eerste koor hare stem, en laat ene opwekking tot lof des Heeren aan geheel Israël naar alle zijne delen (Psalm 115: 11 ) uitgaan.
Gij huis Israëls! looft gij allen, in tegenstelling met degenen, die hun vertrouwen op de afgoden stellen (vs. 18),den HEERE; gij huis Aärons! looft allen den HEERE.
Gij, huis van Levi! looft allen den HEERE; gij, die den HEERE vreest! looft allen den HEERE (Psalm 115: 9-11). 21.
VI. Vs. 21.KruisverwijzingenPsalmen 134:3→Psalmen 132:13→Jesaja 12:6→2 Kronieken 6:6→Psalmen 48:1→Psalmen 128:5→Psalmen 76:2→Psalmen 48:9→
— Geloofd zij de HEERE uit Sion, Die te Jeruzalem woont. Hallelujah!
Ook het tweede koor laat ten slotte nog eens zijne stem horen, en geeft met den uitroep, dien het laat horen, den grondtoon aan van alle gezangen, die uit zijnen mond zullen klinken. Daardoor heeft de gemeente de verzekering, dat aan het aan hare zijde uitgesproken verlangen zal worden voldaan, en zij verlaat met een vrolijk hart de heilige plaats.
Geloofd zij de HEERE uit Zion, die te Jeruzalem woont, die Zijne woning daar heeft opgeslagen (Psalm 76: 3), Hallelujah! Zion en Jeruzalem zijn het uitgangspunt en het einde van alle openbaringen van Gods genade in het Oude en in het Nieuwe Testament, ja de betekenis daarvan reikt zelfs tot in den hemel; want de Schrift spreekt van een hemels Zion, van een hemels Jeruzalem (Hebr. 12: 22. Openb. 21). Alzo moet het ook in eeuwigheid de plaats van den lof Gods wezen.
Later werd ons lied in een korter samengetrokken, dat met het begin en slot van onzen Psalm overeenkomt; dit is de voorgaande 134ste Psalm. Andere uitleggers zien, zoals in de inleiding is opgemerkt, de betrekking van beide Psalmen tot elkaar juist omgekeerd aan, en beschouwen het hier voor ons liggende lied als ene uitbreiding van het vorige. Deze mening rust echter op gebrek aan inzicht in het geschiedkundig ontstaan van beide liederen, terwijl Psalm 135 een weder opnemen is van Psalm 115, die gezongen werd, toen de eerste steen tot den tempel werd gelegd en tot inwijding van den na 19 jaren voltooiden tempel diende, en waarschijnlijk ook dezelfden vervaardiger heeft, zo is Psalm 134 bestemd om het bedevaarts-boekje te sluiten en is ongeveer 60-70 jaren later ontstaan.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel